Kamerstuk

Datum publicatieOrganisatieVergaderjaarDossier- en ondernummer
Tweede Kamer der Staten-Generaal2016-201732772 nr. 18

32 772 Beleidsdoorlichting Volksgezondheid, Welzijn en Sport

Nr. 18 BRIEF VAN DE MINISTER VAN VOLKSGEZONDHEID, WELZIJN EN SPORT

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal

Den Haag, 23 september 2016

Met deze brief informeer ik u over de beleidsdoorlichting van artikel 4.3 «Kwaliteit, transparantie en kennisontwikkeling». Hiermee geef ik uitvoering aan de motie-Harbers c.s., waarin de regering wordt verzocht de opzet en de vraagstelling van geplande beleidsdoorlichtingen met Uw Kamer te delen1. Een beleidsdoorlichting betreft een (synthese)onderzoek naar de doeltreffendheid en doelmatigheid van beleid dat valt onder een algemene doelstelling van een beleidsartikel uit de Rijksbegroting, of een samenhangend deel hiervan. De doorlichting die in deze brief beschreven wordt zal voldoen aan de regels en kwaliteitseisen van de Regeling Periodiek Evaluatieonderzoek (RPE). Dit houdt ondermeer in dat de doorlichting wordt voorzien van een oordeel door een onafhankelijk deskundige over de kwaliteit van het uitgevoerde onderzoek.

Afbakening

Beleidsartikel 4 «Zorgbreed beleid» in de begroting van het Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport heeft als doel: «Het scheppen van randvoorwaarden om het zorgstelsel te laten werken zodat de kwaliteit, de toegankelijkheid en de betaalbaarheid van de zorg voor de burger is gewaarborgd». Voor het doorlichten van artikel 4 is – gegeven de diversiteit van de onderwerpen en de omvang van het gehele beleidsartikel – gekozen om dit per artikelonderdeel uit te voeren.

De doorlichting die in deze brief beschreven wordt, heeft betrekking op artikel 4.3 «Kwaliteit, transparantie en kennisontwikkeling» en omvat de periode 2012 tot en met 2015. Artikel 4.3 bevat de instrumenten ZonMw, Nederlands instituut voor onderzoek van de gezondheidszorg (Nivel), Jaar van de transparantie, en het CIBG (toelating nieuwe zorgaanbieders, landelijk register zorgaanbieders en het Jaardocument Maatschappelijke Verantwoording).

Jaar van de transparantie en de verschillende activiteiten van het CIBG worden niet meegenomen in de doorlichting. Jaar van de transparantie is pas in de loop van 2015 gestart, waardoor deze doorlichting te vroeg komt om hierover uitspraken hierover te kunnen doen. Het CIBG is een agentschap en wordt om de vijf jaar onder de regeling agentschappen geëvalueerd. De doorlichting van artikel 4.3 richt zich dan ook op de twee overige instrumenten, te weten ZonMw en Nivel.

Instrumenten

ZonMw fungeert als intermediair tussen beleid, onderzoek en de uitvoeringspraktijk. Met verschillende subsidieprogramma’s, uitgevoerd in opdracht van VWS, stimuleert ZonMw op programmatische wijze de gehele innovatiecyclus: van fundamenteel onderzoek tot het toepassen van kennis en innovaties in de praktijk. Voorbeelden van dergelijke programma’s zijn «het vijfde programma preventie», «het Nationaal Programma Ouderenzorg», «programma Doelmatigheidsonderzoek», en «het onderzoeksprogramma Sport». De opbrengsten uit de programma’s dragen bij aan het betaalbaar houden van kwalitatief hoogwaardige zorg en ondersteuning. Voor het stimuleren van gezondheidsonderzoek en zorginnovatie ontvangt ZonMw jaarlijks middelen van VWS. In de periode waarop deze beleidsdoorlichting betrekking heeft, ging het om de volgende begrootte bedragen: € 118,7 miljoen (2012), € 101,6 miljoen (2013), € 81,9 miljoen (2014), en € 101,0 miljoen (2015).

Het Nivel doet voor VWS onderzoek naar de effectiviteit en kwaliteit van de gezondheidszorg in Nederland en (de relatie tussen) de verschillende partijen in de zorg. Het is belangrijk dat het Nivel adequaat kan inspelen op actuele kennisbehoeften en voldoende anticipeert op en investeert in kennis die op middellange termijn nodig is. Ten behoeve van deze algemene paraatheid en om voldoende kwaliteit en samenhang te kunnen garanderen, ontvangt Nivel jaarlijks een instellingssubsidie van VWS. De instellingssubsidie is bedoeld voor structurele activiteiten en het in stand houden van een basisinfrastructuur. Deze basisinfrastructuur wordt bijvoorbeeld gebruikt voor de Volksgezondheid Toekomstverkenning, Staat voor Volksgezondheid en Zorg (voorheen Zorgbalans) en kiesbeter.nl. Structurele activiteiten zijn bijvoorbeeld de monitor krimpgebieden en de monitor zorg- en leefsituatie van mensen met een chronische ziekte of beperking. De afgelopen jaren ging het om de volgende bedragen € 5,76 miljoen (2012), € 5,1 miljoen (2013), € 5,2 miljoen (2014), en 5,8 miljoen (2015).

Onderzoeksopzet

De doorlichting van artikel 4.3 beoogd inzicht te verschaffen in de doelmatigheid en de doeltreffendheid van de twee generieke instrumenten: ZonMw en Nivel. Hiertoe worden de eerste 13 vragen van een beleidsdoorlichting – conform de RPE – beantwoord. Daarnaast zal ook worden ingegaan op mogelijke maatregelen om de doelmatigheid en doeltreffendheid van beide instrumenten te verhogen, en op de maatschappelijke kosten en baten van beleidsopties binnen een 20% besparingsvariant (vragen 14 en 15). In de doorlichting zullen zowel kwantitatieve als kwalitatieve bevindingen worden meegenomen. De doorlichting levert daarmee aanknopingspunten voor het maken van onderbouwde beleidskeuzes ten aanzien van beide instrumenten. Hierop zal ik in mijn begeleidende brief bij de aanbieding van de doorlichting aan Uw Kamer voor het einde van 2017 ingaan.

Onderzoeksmethode

De doorlichting van artikel 4.3 steunt als syntheseonderzoek op eerder uitgevoerde of lopende (deel)onderzoeken naar de doelmatigheid en de doeltreffendheid van ZonMw en het Nivel. Voor deze doorlichting worden dan ook de uitkomsten van in 2016 lopende evaluaties op beide instrumenten gebruikt. Voor het Nivel betreft het een organisatiebrede audit die in het najaar van 2016 wordt afgerond. Deze audit wordt gedaan aan de hand van het Standard Evaluation Protocol (SEP)2. In bijlage vindt u twee rapportages die betrekking hebben op de vorige evaluatie van het Nivel3. Voor ZonMw betreft het de periodieke evaluatie conform de bepaling in de kaderwet Zelfstandige Bestuursorganen (ZBO) In bijlage vindt u het plan van aanpak van de huidige evaluatie4. Zowel voor ZonMw als voor het Nivel geldt dat de lopende evaluaties op hoofdlijnen vergelijkbaar van opzet zijn aan de eerder uitgevoerde evaluaties. Aanvullend onderzoek ten behoeve van de huidige doorlichting is dan ook niet noodzakelijk.

Onderzoeksorganisatie

Voor de begeleiding van de uitvoering van de doorlichting van artikel 4.3 zal een begeleidingscommissie worden samengesteld. Op operationeel niveau zal de commissie bestaan uit de VWS accounthouders van ZonMw en het Nivel, een vertegenwoordiger van de departementale controller (FEZ) en een vertegenwoordiger van de IRF bij het Ministerie van Financiën. De commissie zal zijn werkzaamheden uitvoeren onder voorzitterschap van een onafhankelijke externe deskundige. Die zal ik conform de daartoe vereiste procedures aanstellen. De deskundige zal de methodologie en de uitvoering van het onderzoek toetsen, en de kwaliteit van de uitvoering van doorlichting bewaken.

Planning

De uitvoering van de doorlichting van artikel 4.3 zal begin 2017, na afronding van de lopende evaluaties van ZonMw en het Nivel, van start gaan. Voor het einde van 2017 zal ik, conform planning, de doorlichting van artikel 4.3 uit de VWS begroting, samen met mijn beleidsreactie en het oordeel van de externe onafhankelijke deskundige aan Uw Kamer aanbieden.

De Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport, E.I. Schippers