Kamerstuk

Datum publicatieOrganisatieVergaderjaarDossier- en ondernummer
Tweede Kamer der Staten-Generaal2018-201935200-VI nr. 1

35 200 VI Jaarverslag en slotwet Ministerie van Justitie en Veiligheid 2018

Nr. 1 DEPARTEMENTAAL JAARVERSLAG 2018 JUSTITIE EN VEILIGHEID (VI)

Aangeboden 15 mei 2019

Gerealiseerde uitgaven verdeeld over beleidsartikelen en niet-beleidsartikelen (x € 1 mln.) Totaal € 12.814.046.000,–

Gerealiseerde uitgaven verdeeld over beleidsartikelen en niet-beleidsartikelen (x € 1 mln.) Totaal € 12.814.046.000,–

Gerealiseerde ontvangsten verdeeld over beleidsartikelen en niet-beleidsartikelen (x € 1 mln.) Totaal € 2.278.540.000,–

Gerealiseerde ontvangsten verdeeld over beleidsartikelen en niet-beleidsartikelen (x € 1 mln.) Totaal € 2.278.540.000,–

Inhoudsopgave

A.

ALGEMEEN

4

 

1.

Aanbieding van het jaarverslag en verzoek tot dechargeverlening

4

 

2.

Leeswijzer

6

         

B.

BELEIDSVERSLAG

9

 

3.

Beleidsprioriteiten

9

 

4.

Beleidsartikelen

30

   

31.

Politie

30

   

32.

Rechtspleging en rechtsbijstand

37

   

33.

Veiligheid en criminaliteitsbestrijding

47

   

34.

Straffen en Beschermen

59

   

35.

Jeugd

72

   

36.

Contraterrorisme en Nationaal Veiligheidsbeleid

74

   

37.

Migratie

80

         
 

5.

Niet-beleidsartikelen

89

   

91.

Apparaat kerndepartement

89

   

92.

Nominaal en onvoorzien

92

   

93.

Geheim

93

 

6.

Bedrijfsvoeringsparagraaf

94

 

7.

Raad voor de rechtspraak

103

         

C.

JAARREKENING

107

 

8.

Departementale verantwoordingsstaat

107

 

9.

Samenvattende verantwoordingsstaat agentschappen

108

 

10.

Jaarverantwoording agentschappen per 31 december 2018

110

   

10.1

Dienst Justitiële Inrichtingen (DJI)

110

   

10.2

Immigratie- en Naturalisatiedienst (IND)

126

   

10.3

Centraal Justitieel Incassobureau (CJIB)

136

   

10.4

Nederlands Forensisch Instituut (NFI)

145

   

10.5

Justitiële Uitvoeringsdienst Toetsing, Integriteit, Screening (Dienst Justis)

151

 

11.

Saldibalans

161

 

12.

WNT-Verantwoording 2018 Ministerie van Justitie en Veiligheid (VI)

172

         

D.

BIJLAGEN

180

 

Bijlage 1: Overzichtstabel inzake RWT’s en ZBO’s

180

 

Bijlage 2: Afgerond evaluatie en overig onderzoek

189

 

Bijlage 3: Inhuur externen

196

 

Bijlage 4: Voortgangsrapportage JenV Verandert

198

 

Bijlage 5: Overzicht van in 2018 tot stand gekomen wetten

206

A. ALGEMEEN

1. AANBIEDING VAN HET JAARVERSLAG EN VERZOEK TOT DECHARGEVERLENING

AAN de voorzitters van de Eerste en de Tweede Kamer van de Staten-Generaal.

Hierbij bied ik, mede namens de Minister voor Rechtsbescherming en de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, het departementale jaarverslag van het Ministerie van Justitie en Veiligheid (VI) over het jaar 2018 aan.

Onder verwijzing naar de artikelen 63 en 64 van de Comptabiliteitswet 2001 verzoek ik de beide Kamers van de Staten-Generaal de Minister van Justitie en Veiligheid decharge te verlenen over het in het jaar 2018 gevoerde financiële beheer.

Voor de oordeelsvorming van de Staten-Generaal over dit verzoek tot dechargeverlening stelt de Algemene Rekenkamer als externe controleur op grond van artikel 82 van de Comptabiliteitswet 2001 een rapport op. Dit rapport wordt separaat door de Algemene Rekenkamer aan de Staten-Generaal aangeboden. Het rapport bevat de bevindingen en het oordeel van de Algemene Rekenkamer over:

  • a. het gevoerde financieel beheer en materieel beheer;

  • b. de bijgehouden administraties van het Rijk;

  • c. de financiële informatie in het jaarverslag;

  • d. de betrokken saldibalans;

  • e. de totstandkoming van de informatie over het gevoerde beleid en de bedrijfsvoering;

  • f. de in het jaarverslag opgenomen informatie over het gevoerde beleid en de bedrijfsvoering.

Bij het besluit tot dechargeverlening worden verder de volgende, wettelijk voorgeschreven, stukken betrokken:

  • a. het Financieel jaarverslag van het Rijk over 2018;

  • b. het voorstel van de slotwet dat met het onderhavige jaarverslag samenhangt;

  • c. het rapport van de Algemene Rekenkamer over het onderzoek van de centrale administratie van de schatkist van het Rijk en van het Financieel jaarverslag van het Rijk;

  • d. de verklaring van goedkeuring van de Algemene Rekenkamer over de in het Financieel jaarverslag van het Rijk, over 2018 opgenomen rijksrekening van uitgaven en geraamde ontvangsten over 2018, alsmede over de saldibalans over 2018 (de verklaring van goedkeuring, bedoeld in artikel 83, derde lid, van de Comptabiliteitswet 2001).

Het besluit tot dechargeverlening kan niet worden genomen, voordat de betrokken Slotwet is aangenomen en voordat de verklaring van goedkeuring van de Algemene Rekenkamer is ontvangen.

De Minister van Justitie en Veiligheid, F.B.J. Grapperhaus

Dechargeverlening door de Tweede Kamer

Onder verwijzing naar artikel 64 van de Comptabiliteitswet 2001 verklaart de voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal dat de Tweede Kamer aan het hiervoor gedane verzoek tot dechargeverlening tegemoet is gekomen door een daartoe strekkend besluit, genomen in de vergadering van

De Voorzitter van de Tweede Kamer,

Handtekening:

Datum:

Op grond van artikel 64, tweede lid, van de Comptabiliteitswet 2001 wordt dit originele exemplaar van het onderhavige jaarverslag, na ondertekening van de hierboven opgenomen verklaring, ter behandeling doorgezonden aan de voorzitter van de Eerste Kamer.

Dechargeverlening door de Eerste Kamer

Onder verwijzing naar artikel 64 van de Comptabiliteitswet 2001 verklaart de Voorzitter van de Eerste Kamer der Staten-Generaal dat de Eerste Kamer aan het hiervoor gedane verzoek tot dechargeverlening tegemoet is gekomen door een daartoe strekkend besluit, genomen in de vergadering van

De Voorzitter van de Eerste Kamer,

Handtekening:

Datum:

Op grond van artikel 64 van de Comptabiliteitswet 2001 wordt dit originele exemplaar van het onderhavige jaarverslag, na ondertekening van de hierboven opgenomen verklaring, doorgezonden aan de Minister van Financiën.

2. LEESWIJZER

In dit departementaal jaarverslag 2018 legt de Minister van Justitie en Veiligheid, mede namens de Minister voor Rechtsbescherming en de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verantwoording af over het gevoerde beleid, de bereikte resultaten van dit beleid en de kosten van het beleid in 2018. In dit departementaal jaarverslag wordt tevens verantwoord over het gevoerde beheer over het jaar 2018.

Inhoud

Het jaarverslag van het Ministerie van Justitie en Veiligheid (Het Ministerie) bestaat uit vier onderdelen, zijnde Algemeen (A), Beleidsverslag (B), Jaarrekening (C) en Bijlagen (D).

Algemeen

Het onderdeel algemeen omvat het verzoek tot dechargeverlening en deze leeswijzer.

Beleidsverslag

Het beleidsverslag is opgebouwd uit vijf onderdelen. De paragraaf beleidsprioriteiten bevat een uiteenzetting op hoofdlijnen van de bereikte resultaten van het gevoerde beleid. De beleidsartikelen verantwoorden meer in detail in hoeverre de doelstellingen van Justitie en Veiligheid zijn behaald. Tevens is hier de financiële toelichting te vinden op opmerkelijke verschillen tussen realisatie en begroting. Voor het toelichten van de mutaties op het niveau van de financiële instrumenten (en eventueel artikelonderdeel) wordt gebruik gemaakt van de staffel uit de RBV 2019. Dit is dezelfde staffel die wordt toegepast voor het toelichten van de mutaties in de suppletoire begrotingen. De toelichting op mutaties die in eerdere begrotingsstukken (waaronder suppletoire begrotingen) aan de Tweede Kamer zijn gemeld, zijn in de financiële toelichting op hoofdlijnen opgenomen. In de beleidsartikelen wordt bij ieder artikel een algemene doelstelling en de rol en verantwoordelijkheid van de Minister beschreven.

De niet-beleidsartikelen verantwoorden de financiële afwikkeling van de apparaatsuitgaven van het kerndepartement, de nog te verdelen posten en een artikel voor geheime uitgaven. In de bedrijfsvoeringsparagraaf wordt verslag gedaan van opmerkelijke zaken in de bedrijfsvoering. Tot slot bevat dit onderdeel in afwijking van de Rijksbegrotingsvoorschriften ook een hoofdstuk over de Raad voor de rechtspraak. Dit is in overeenstemming met de wijze waarop dit in de ontwerpbegroting 2018 is opgenomen.

Jaarrekening

De jaarrekening is opgebouwd uit de departementale verantwoordingsstaat en de samenvattende verantwoordingsstaat agentschappen, de saldibalans met de bij dit onderdeel behorende financiële toelichting, de jaarverantwoording van de agentschappen en de rapportage over de topinkomens. De uitgangspunten voor de verslaglegging inzake de agentschappen zijn weergeven in de individuele jaarrekening per agentschap.

Bijlagen

Het jaarverslag bevat vijf bijlagen, te weten de voorgeschreven «Toezichtrelaties »Rechtspersonen met een Wettelijke Taak (RWT’s) en Zelfstandige Bestuursorganen (ZBO’s)», «Afgerond evaluatie- en overig onderzoek», «Inhuur Externen», evenals de aanvullende bijlagen «Voortgangsrapportage JenV Verandert» en het «Overzicht van in 2018 tot stand gekomen wetten».

Toezichtrelaties RWT's en ZBO's

Bijlage 1 bevat een overzicht van de toezichtrelaties RWT's en ZBO's. De cijfers voor de begroting en de realisatie dienen conform format betrekking te hebben op het kalenderjaar 2018, met als vergelijkende cijfers die van 2017. Het is gelet op de voor deze bijdrageontvangers geldende wetgeving praktisch gezien niet mogelijk om de definitieve cijfers 2018 en de eventuele bevindingen naar voren komend in de verslagen en rapportages van de openbare accountants en toezichthoudende diensten in het departementaal jaarverslag te verwerken. De reden hiervoor is gelegen in het feit dat de realisatiecijfers over 2018 op het moment van opstellen nog geen definitieve status hebben, omdat de data voor het indienen van de jaarrekening hiervoor te dicht bij elkaar liggen.

Verwerking openstaande rechten 2018 en 2019

In de jaarrekening 2017 is aangegeven dat er onduidelijkheid is ontstaan over de verantwoording van geldelijke zaken (waaronder bankbeslag Nederland, bankbeslag buitenland, cryptomunten en effecten), waarbij door de rechter of officier van justitie (buitengerechtelijke afdoening) een beslissing tot verbeurdverklaren is genomen en waarbij het beslag in deze zaken, nog niet heeft geleid tot een boeking op de ontvangstenrekening. De verslaggevingsvoorschriften voor de rijksoverheid (RBV) boden in 2017 hierin weinig houvast. In 2018 is in de RBV 2019 opgenomen dat geldelijke zaken met een onherroepelijke beslissing of waar sprake is van een buitengerechtelijke afdoening per jaareinde verantwoord dienen te worden onder de saldibalanspost openstaande rechten. In 2018 is hierover overleg met het Ministerie van Financiën geweest. Met het Ministerie van Financiën is afgesproken dat het OM (en daarmee het Ministerie) deze geldelijke zaken in 2018 en 2019 nog niet in de saldibalans hoeft te verantwoorden.

Motie Schouw

In juni 2011 is de motie Schouw ingediend en aangenomen. Deze motie zorgt er voor dat de landenspecifieke aanbevelingen van de Raad op grond van de nationale hervormingsprogramma's een eigenstandige plaats krijgen in de departementale begrotingen. Voor 2018 zijn er geen landenspecifieke aanbevelingen op het JenV-terrein.

Focusonderwerp

De Tweede Kamer heeft als focusonderwerp voor de verantwoording over 2018 «onderbouwing van ramingen van uitgaven en ontvangsten» vastgesteld1. Het kabinet zal, zoals vermeld in de brief van 18 oktober 20182 in het Financieel Jaarverslag Rijk 2018 inhoudelijk op dit onderwerp ingaan. Daarbij worden casussen van verschillende beleidsterreinen belicht. JenV maakt geen onderdeel uit van de casussen.

Groeiparagraaf

In 2018 zijn de ambitie, prioriteiten en doelstellingen voor de strafrechtketen vastgesteld. De keten staat voor de uitdaging om aansluiting te vinden bij een snel ontwikkelende netwerk- en informatiesamenleving. Om dit te bereiken heeft de keten drie opgaven geprioriteerd, namelijk de ontwikkeling van de informatievoorziening (digitalisering), de aanpak van doorlooptijden en de aanpak van multiproblematiek. Voor wat betreft een deel van deze opgaven zijn in 2018 concrete doelen vastgesteld, waaronder het doel om de processtukken in de gehele strafrechtketen te digitaliseren. Dit doel sluit aan bij het regeerakkoord op grond waarvan middelen beschikbaar zijn gesteld voor het digitaliseren van werkprocessen in de keten.

Specifieke aandachtspunten

Raad voor de rechtspraak

In de Wet op de rechterlijke organisatie is de verantwoordelijkheid voor de bedrijfsvoering toegekend aan de gerechten en aan de Raad voor de rechtspraak. De Raad kent een bekostigingssystematiek die gebaseerd is op outputfinanciering. Door JenV is gekozen voor een bijdrageconstructie. Deze bijdrage is op artikel 32 opgenomen. Voor de Raad is in het jaarverslag zoals gebruikelijk een apart hoofdstuk opgenomen, met daarin een verantwoording over de uitgaven van de Raad.

Overgangsrecht Comptabiliteitswet

Op grond van het overgangsrecht in artikel 10.2 van de Comptabiliteitswet 2016 blijven voor de presentatie en inrichting van de jaarverslagen en slotwetten over 2018 de bepalingen uit de Comptabiliteitswet 2001 en de daarop berustende bepalingen van toepassing zoals deze golden voor de inwerkingtreding van de Comptabiliteitswet 2016 per 1 januari 2018. Voor de dechargeverlening inzake het jaar 2018 over het gevoerde financieel beheer en materieelbeheer zijn de bepalingen van de Comptabiliteitswet 2016 en de daarop gebaseerde regelgeving van toepassing. Dit is conform de brief aan het parlement over het overgangsrecht in de Comptabiliteitswet 2016 (Vergaderjaar 2018–2019, 34 426, nr. 33). Om die reden moet telkens bij de verwijzingen naar de bepalingen van de Comptabiliteitswet worden gelezen de artikelen van de Comptabiliteitswet 2001 voor de presentatie en inrichting en voor de begrotingsuitvoering de artikelen van de Comptabiliteitswet 2016 conform de transponeringstabel bij de Comptabiliteitswet 2016, Stb. 2017, 139.

Art. in CW 2016

Art. in CW 2001

3.2 – 3.4

19, eerste lid; 21, eerste en tweede lid

3.5

22, eerste lid; 26, eerste lid

3.8

58, eerste lid, onderdeel a, en derde lid; 61, derde lid

3.9

58, eerste lid, onderdeel b en c

2.37

60, tweede en derde lid; 63, eerste en vierde lid

2.35

61, tweede tot en met vierde lid

2.40

64

7.12

82, eerste lid; 83, eerste lid

7.14

82, vijfde lid; 83, tweede tot en met vierde lid

B. BELEIDSVERSLAG

3. BELEIDSPRIORITEITEN

Inleiding

Nederland mag zich gelukkig prijzen met een goed functionerende sterke rechtsstaat. Internationaal staan ons rechtsbestel en handhaving hoog aangeschreven. Maar dat is allerminst een reden om achterover te gaan leunen. De (criminele) wereld verandert voortdurend. Dat vereist aanpassingen bij politie en justitie. Er wordt om nieuwe vaardigheden en andere kennis gevraagd om zo effectief en adequaat mogelijk te reageren. In 2018 is dan ook extra ingezet op de versterking van de rechtsstaat, bestrijding van ondermijnende criminaliteit en modernisering van de sanctietoepassing.

Het gaat daarbij niet altijd om de inzet van meer mensen en middelen. Soms gaat het om verandering van regelgeving of een andere benadering. Zo gaat het op het terrein van cybersecurity ook om kennis delen en afspraken maken met private partijen. Voor personen met verward gedrag wordt breed samengewerkt om oplossingen te vinden. Er wordt hard gewerkt om de terroristische dreiging te verkleinen, waaronder het voorkomen van radicalisering. Daarnaast werd ook extra ingezet op thema’s als cybercrime, fraudebestrijding, mensenhandel en verbetering van de strafrechtketen. Op migratiegebied zijn een reeks praktische en wettelijke aanpassingen verwezenlijkt.

Na afronding van de vorming van de Nationale Politie is in 2018 de fase ingegaan van het vernieuwen, verbeteren en moderniseren van de politie. Daarvoor zijn in 2018 al forse investeringen gedaan.

Bestrijding van georganiseerde misdaad met ondermijnende effecten

In 2018 zijn belangrijke stappen gezet voor de noodzakelijke intensivering en versterking van de aanpak van georganiseerde, ondermijnende criminaliteit. Alle betrokken overheidspartijen hebben zich verenigd in het Strategisch Beraad Ondermijning en er is een aanjaagteam aanpak ondermijning ingericht dat het land ingaat om de regio’s en de landelijke diensten concrete ondersteuning te bieden bij het versterken van de aanpak. In tien regio’s en bij de betrokken landelijke organisaties zijn eind 2018 meerjarige plannen opgesteld voor het versterken van de aanpak van ondermijning, op basis van de beschikbare extra financiële middelen (€ 100 mln. incidentele en € 10 mln. structurele middelen). Deze plannen komen in de loop van 2019 en de jaren daarna tot concrete uitvoering. Belangrijke uitgangspunten bij de versterking van de aanpak zijn de bestrijding van de illegale drugsindustrie en de daarmee verbonden illegale geldstromen. Ook is een ambitieuze wetgevingsagenda opgesteld, die erop is gericht knelpunten weg te nemen en de aanpak te versterken. De Kamer is hierover geïnformeerd.3

Gesloten coffeeshopketen

In het Regeerakkoord is opgenomen dat er wet- en regelgeving komt voor een experiment in 6–10 gemeenten met het gedecriminaliseerd toeleveren van hennep aan coffeeshops (gesloten coffeeshopketen). In het Regeerakkoord is daarvoor € 1 mln. per jaar vrijgemaakt (en € 1 mln. voor VWS). In juli 2018 is het wetsvoorstel aangeboden aan de Tweede Kamer.4 In november 2018 is de onderliggende algemene maatregel van bestuur in internetconsultatie gebracht.

Een goed functionerende rechtsstaat

Het Ministerie van Justitie en Veiligheid is verantwoordelijk voor instrumenten die de rechtsstaat waarborgen, zoals wetgeving, het stelsel van juridische beroepen en de rechtspraak. De rechtspraak is een belangrijke pijler van de rechtsstaat. In het regeerakkoord is het vergroten van de maatschappelijke effectiviteit van de rechtspraak een belangrijk speerpunt. Voorkomen moet worden dat conflicten vergaand juridiseren. Daarom zet de rechtspraak in op vroegtijdige en effectieve oplossing van geschillen. Dat doet de rechtspraak met pilots waarin met innovatieve vormen van rechtspraak wordt geëxperimenteerd, zoals de regelrechter in Rotterdam en de Wijkrechter in Den Haag. De mogelijkheden voor experimenten daartoe worden ondersteund met een experimentenwet rechtspleging. Deze wet is ontwikkeld in afstemming met de rechtspraak en diverse betrokken organisaties en is na internetconsultatie aan de Raad van State aangeboden voor advisering. Voor grote internationale handelszaken is de Netherlands Commercial Court opgericht. De daarvoor benodigde wetgeving is door de Eerste Kamer aanvaard.

In 2018 is het programma Rechtsbijstand van start gegaan. Met de opbrengsten van deze ontwerpsessies en gesprekken met professionals is een schets gemaakt van het nieuwe stelsel. Dit is weergegeven in de brief «contouren herziening stelsel gesubsidieerde rechtsbijstand» die op 9 november 2018 door de Minister voor Rechtsbescherming naar de Kamer is gestuurd.5 Het nieuwe stelsel moet voorzien in laagdrempelige, effectieve en zoveel mogelijke integrale geschiloplossing voor rechtzoekenden, in combinatie met adequatere vergoedingen voor diegenen die de juridische bijstand verlenen. Die verandering wordt vormgegeven langs de volgende contouren: laagdrempeligere informatie en advies voor iedereen, meer triage aan de voorkant, meer grip op de kosten en kwaliteit door rechtshulppakketten, een nieuwe systematiek van eigen bijdrage en een overheid die zelf het goede voorbeeld geeft. In de komende periode ligt de focus op het uitwerken van de contouren van het toekomstige stelsel, samen met professionals (practice based).

Aanpak problematisch gedrag en antidemocratische krachten

Voor de aanpak van problematisch gedrag en ongewenste buitenlandse financiering zijn in 2018 stappen gezet om het handelingsperspectief van het Rijk en gemeenten te vergroten. Voorkomen moet worden dat vanuit het buitenland via geldstromen naar politieke, maatschappelijke en religieuze organisaties onwenselijke invloed wordt gekocht. Het creëren van meer inzicht in de aard en omvang van (buitenlandse) geldstromen is daartoe van cruciaal belang. Een conceptwetsvoorstel dat hierin voorziet is eind 2018 in consultatie gebracht. In 2019 worden de reacties verwerkt en vindt er overleg plaats met belanghebbende partijen. Daarnaast zijn initiatieven genomen ter verbetering van de bescherming van de open Nederlandse samenleving tegen bijvoorbeeld radicale of extremistische organisaties die de nationale veiligheid of het openbaar gezag bedreigen. Eind 2018 is daartoe een conceptwetsvoorstel in consultatie gebracht dat het eenvoudiger maakt om rechtspersonen te verbieden en ontbinden. Hierin wordt concreet aangeduid wat in ieder geval in strijd is met de openbare orde; bijvoorbeeld de bedreiging van de nationale veiligheid of ontwrichting van de democratie of het openbaar gezag, of een rechtspersoon met als doel het aanzetten tot haat of discriminatie. Zo laat het kabinet zien waar de grenzen liggen. Bestuurders van een verboden rechtspersoon krijgen tegelijkertijd een bestuursverbod van vijf jaar opgelegd. Dat verhindert dat zij hun activiteiten kunnen voortzetten in een andere rechtspersoon.

Brexit

JenV bereidt zich conform Rijksbrede afspraken voor op het vertrek van het VK uit de EU, inclusief de mogelijkheid van een Brexit zonder een akkoord (no deal scenario). Zo treft de IND voorbereidingen, waaronder het werven en opleiden van extra personeel om de aanvragen voor een verblijfsstatus van de 45.000 in Nederland verblijvende Britse burgers te kunnen verwerken. Daarnaast nemen politie en het OM maatregelen met het oog op het wegvallen van bestaande EU-instrumenten voor samenwerking op het gebied van politie en justitie in relatie tot het VK. Het gaat daarbij onder meer om de plaatsing van liaisons in het VK. Ook de KMar voorziet een extra capaciteitsbehoefte in verband met de grondige grenscontrole die Britse burgers na de Brexit als «derdelanders» moeten ondergaan. De Kamer is geïnformeerd over de gevolgen van de verschillende Brexit scenario’s voor het terrein van JenV en hoe daar op wordt geanticipeerd.6

Politie

De vorming van de Nationale Politie is afgerond.7 Er staat nu één politie die vanuit een stevige lokale verankering als één organisatie werkt aan de veiligheid van ons land. Dat was ook de conclusie in het debat met de Tweede Kamer over de kabinetsreactie op het evaluatierapport van de Politiewet 2012. De focus ligt nu op het doorontwikkelen en verbeteren van het nationale politiebestel.

Met de investeringen van dit kabinet in de politie, oplopend tot € 291 mln. structureel, gaat de politie een fase in van vernieuwing, verbetering en modernisering waarmee in 2018 een start is gemaakt van € 154 mln.8 De investeringen in 2018 waren gericht op zowel verbetering van de kwaliteit van de politieorganisatie als op flexibilisering en uitbreiding van de politiecapaciteit, om te komen tot een politie die sneller en effectiever inzetbaar is. Dit betreft maatregelen zoals de werving van extra operationele politiemedewerkers, de uitbreiding van slimme en snelle leerroutes om de instroom van gebiedsgebonden politie en de recherche sneller en gerichter te kunnen realiseren, het vormen van een centrale pool voor aspiranten van waaruit een flexibeler toedeling van aspiranten aan de eenheden mogelijk wordt op basis van de vervangingsvraag en de invoering een bandbreedte op de operationele sterkte. Daarbij kunnen politiechefs binnen hun eenheid – in overeenstemming met het gezag en binnen de financiële kaders – maximaal 2% van de formatieruimte voor operationele sterkte (exclusief aspiranten) inzetten om de daarmee vrijvallende middelen anders en daardoor effectiever te gebruiken. Deze maatregelen zijn in 2018 in gang gezet en leiden in meerjarig perspectief tot een structurele uitbreiding van de politieorganisatie.

Na intensieve onderhandelingen kon op 1 november 2018 het nieuwe arbeidsvoorwaardenakkoord voor de politie worden ondertekend door de Minister van JenV, de korpschef en de voorzitters van de politievakorganisaties. De cao geldt voor de periode 2018 tot en met 2020 en bevat afspraken over onder meer salaris, doorontwikkeling, capaciteit en loopbaanbeleid. Ook zijn in het akkoord afspraken gemaakt over de flexibilisering van de politieorganisatie.

In overleg met de betrokken partijen, zoals alle gezagsdragers en de politie, is de Veiligheidsagenda 2019–2022 met de landelijke prioriteiten voor de politie vastgesteld en aan de Tweede Kamer aangeboden.9 Het betreft hier ambities ten aanzien van ondermijning, mensenhandel, cybercriminaliteit, inclusief online seksueel kindermisbruik, en executie.

Medio november 2018 is de door de politie en OM opgestelde ontwikkelagenda opsporing aangeboden aan Tweede Kamer.10 In deze agenda wordt de opsporing langs drie sporen versterkt: de transitiestrategie beschrijft hoe er wordt veranderd, de vernieuwingsstrategie geeft aan hoe de politie inspeelt op veranderingen in de samenleving en de rechtstaat en de kwaliteitsstrategie is daarnaast initieel gericht op verbetering van de opsporing en afhandeling van de meest voorkomende delicten.

Met de betrokken partijen in het meldkamerdomein is het Uitwerkingskader Meldkamer vastgesteld, met daarin de uitgangspunten voor de inrichting en financiering van het beheer van de meldkamers door de politie.11 Dit kader vormde de basis voor het wetsvoorstel Wijzigingswet meldkamers dat in november is ingediend bij de Tweede Kamer.12 Inmiddels zijn vijf van de beoogde tien meldkamerlocaties gerealiseerd (Maastricht, Drachten, Amsterdam, Den Haag, Rotterdam). De migratie naar het nieuwe C2000 netwerk is, mede op advies van de operationele diensten, uitgesteld naar 2019. Het resultaat van een aantal integratie- en bedrijfstesten was onvoldoende, waardoor de kans op het tijdig opleveren van het systeem sterk afnam.13

Sanctietoepassing

In 2018 is een analyse uitgevoerd van wat organisatorisch geregeld moet worden om de inwerkingtreding van de wet herziening tenuitvoerlegging strafrechtelijke beslissingen (USB) mogelijk te maken. Met de inwerkingtreding van de wet USB zullen strafrechtelijke beslissingen via het Administratie- en Informatiecentrum voor de Executieketen (AICE) door de Minister voor Rechtsbescherming ten uitvoer worden gelegd. De Wet administratieve handhaving verkeersvoorschriften (Wahv) is per 1 januari 2018 succesvol geïmplementeerd. Er zijn voorbereidingen getroffen om de sanctiestromen Voorlopige Hechtenis, Jeugdtaakstraffen per 1 juli 2019 via het AICE te laten routeren. Daarnaast worden politietoezichten via het AICE verstrekt, waarbij de agent op de straat via de smartphone de executieopdrachten kan afdoen.

Om het aantal openstaande vrijheidsstraffen terug te dringen heeft de Minister voor Rechtsbescherming het programma Onvindbare Veroordeelden ingericht.14 Met dit programma is voor het eerst in jaren de voorraad van personen met een openstaande vrijheidsstraf afgenomen. De Minister voor Rechtsbescherming heeft de Kamer geïnformeerd over de stand van zaken van de tenuitvoerlegging sancties en de wijze waarop hij de voornoemde trendbreuk wilt bestendigen en de voorraad versneld verder wilt verkleinen.15

Er zijn in 2018 36 lokale projecten geselecteerd en van start gegaan om recidive te verminderen.

Hiertoe is een projectenlab ingericht, in vervolg op de strategische verkenning naar de toekomst van de sanctie-uitvoering «Koers en kansen voor de sanctie-uitvoering». De projecten stellen de levensloop van daders centraal en dragen van daaruit bij aan een betere aansluiting op het sociaal domein, zorg, onderwijs en lokaal veiligheidsbeleid.

In juni 2018 heeft de Minister voor Rechtsbescherming zijn visie op gevangenisstraffen «Recht doen, kansen bieden» aangeboden aan de Kamer.16 Hiermee is een heldere koers uitgezet voor de toekomst van het gevangeniswezen. Een straf moet genoegdoening bieden aan het slachtoffer en samenleving en daarnaast bijdragen aan het verminderen van recidive. In 2018 is het wetsvoorstel straffen en beschermen voorbereid, dat aan de Kamer is aangeboden.17 Het wetsvoorstel moet ervoor zorgen dat de periode dat een gedetineerde in de gevangenis zit meer overeen gaat komen met de oplegde straf. De voorwaardelijke invrijheidstelling wordt ingekort tot maximaal twee jaar. Het gedrag van gedetineerden gaat sterker meewegen bij de invulling van de detentie en de vrijheden die worden verleend. Daarnaast wordt vanaf dag één dat een gedetineerde in de gevangenis komt gewerkt aan re-integratie in de samenleving. Hiertoe werkt het gevangeniswezen nauw samen met de reclassering en de gemeenten.

Voor de zomer 2018 heeft de Minister voor Rechtsbescherming zijn plannen voor het sluiten van 1.500 plaatsen binnen het gevangeniswezen en de vreemdelingenbewaring gepresenteerd18 De uitvoering van deze plannen is voortvarend opgepakt. Eind 2018 hebben de betrokken medewerkers een definitief plaatsingsbesluit ontvangen over hun toekomstige werkplek. Alle justitiabelen zijn verplaatst naar andere locaties en de vier betreffende locaties – PI Almere, PI Zwaag, locatie Zoetermeer (onderdeel PI Haaglanden), DC Zeist (excl. 48 plaatsen gesloten gezinsvoorziening) – zijn niet meer in gebruik.

In 2018 hebben de ketenorganisaties gezamenlijk een plan opgesteld om de doorlooptijden in de executie van de strafrechtketen te verbeteren. Voor de zaakstroom jeugd zijn in zes regio’s werksessies gehouden om de ketensamenwerking ten aanzien van de aanpak doorlooptijden te verbeteren.19

Uit verschillende onderzoeken bleek in 2018 dat de veiligheid en kwaliteit in de forensische zorg onder druk staat door een toename in administratieve lasten, personeelstekorten en een complexere doelgroep. In juli 2018 is door JenV, GGZ NL, VGN (Vereniging Gehandicaptenzorg Nederland), Federatie Opvang en de RIBW (Regionale Instellingen voor Begeleid Wonen) Alliantie de Meerjarenovereenkomst (MJO) Forensische Zorg 2018–2021 ondertekend. Hierin zijn afspraken gemaakt op het gebied van administratieve lasten, arbeidsmarkt, kosten en de kwaliteit en veiligheid van zorg. Deze afspraken vormen een belangrijke stap om de kwaliteit en veiligheid van de forensische zorg weer op peil te brengen. Om uitvoering te geven aan de MJO is in oktober 2018 de Taskforce Forensische Zorg opgericht, onder voorzitterschap van Bas Eenhoorn.20

In oktober heeft de Minister voor Rechtsbescherming de aanpak weigerende observandi aan de Kamer gestuurd.21 Het is onwenselijk als de tbs-maatregel niet wordt opgelegd waar dat wel de meest passende maatregel zou zijn. JenV neemt maatregelen die het effect van een weigering mitigeren en die het mogelijk maken tbs op te kunnen leggen met meer oog voor de veiligheid van de samenleving. De aanpak ziet onder meer op de regeling weigerende observandi in de wet Forensische zorg en de verlenging van de observatietermijn. Daarnaast wordt met een wetswijziging van artikel 37a van het Wetboek van Strafrecht verduidelijkt dat de rechter ook zonder een door een gedragsdeskundige vastgestelde stoornis tot het oordeel kan komen dat bij de verdachte sprake is van een stoornis en een tbs-maatregel op kan leggen.

High Impact Crimes

In 2018 is de daling van de meeste HIC-delicten onverminderd doorgezet.22 Het aantal overvallen liet in 2018 echter een lichte stijging van 4% zien. Ondanks deze lichte stijging zijn de kwantitatieve doelstellingen uit de Gemeenschappelijke Veiligheidsagenda 2015–2018 over 2018 ten aanzien van het maximaal aantal overvallen, straatroven en woninginbraken ruim behaald.23 In de brief aan de Kamer van 21 januari jl. is verslag gedaan van de aanpak ter voorkoming van slachtofferschap, het voorkomen van daderschap en de aanpak van en het voorkomen van recidive.24 Om risicojongeren van het misdadige pad te halen en te houden is met gemeenten gewerkt aan het realiseren van een effectieve werkwijze om ze naar passend werk en/of opleiding te begeleiden. Op landelijk niveau zijn er meerdere campagnes gevoerd, bijvoorbeeld een campagne met concrete preventietips om de woning te beveiligen tegen een inbraak, een campagne om smartphones en tablets boefproof te maken en een campagne om het registreren van waardevolle eigendommen te bevorderen ter voorkoming van heling. Ook is er succesvol samengewerkt tussen banken, politie en het OM aan het verder versterken van preventie, opsporing en vervolging van plof- en ramkraken. Hierin hebben banken, politie en het OM intensief samengewerkt. Binnen regio’s is met diverse betrokken organisaties verder gewerkt aan een stevige persoonsgerichte aanpak van persisterende daders van dit type ernstige vermogensdelicten.

In 2018 heeft voor de derde keer het Koninkrijkstoernooi Alleen jij bepaalt wie je bent (AJB) plaatsgevonden met deelname van 120 jongeren, dit keer op Aruba. AJB is een gedragsinterventie gericht op jongeren met een verhoogd risico op delinquent gedrag.

Personen met verward gedrag

Gemeenten en regio’s zijn ook in 2018 ondersteund door het Schakelteam personen met verward gedrag. Met de steun van het actieprogramma lokale initiatieven voor mensen met verward gedrag van ZonMW zijn 246 initiatieven gestart om tot een goede aanpak te komen voor deze kwetsbare groep. Daarnaast zijn er in acht regio’s pilots gestart voor een persoonsgerichte aanpak voor de groep personen met een ernstig psychiatrische aandoening en een hoog veiligheidsrisico. Op 7 november 2018 is de beleidsreactie op het tussenrapport van de heer Hoekstra aan de Kamer gestuurd.25 Eind 2018 is de Kamer geïnformeerd over de afronding van de werkzaamheden van het Schakelteam personen met verward gedrag en het vervolg dat daaraan gegeven zal worden.26

Informatievoorziening en -uitwisseling zorg- en veiligheidsdomein

In het zorg- en veiligheidsdomein is de informatievoorziening verbeterd. In samenwerking met alle betrokken partijen is het handvat gegevensdeling geactualiseerd en zijn op basis daarvan diverse instrumenten (o.a. model-samenwerkingsconvenant, webtool, app en trainingen) ontwikkeld en beschikbaar gesteld voor bestuurders, professionals en jongeren en ouders. Interdepartementaal is in kaart gebracht welke aanvullende wetgeving nodig is voor het delen van informatie tussen partijen in het zorg- en veiligheidsdomein. Dit heeft onder andere geleid tot de werkagenda van het thematraject Uitwisseling Persoonsgegevens en Privacy (UPP).27

In 2018 zijn data-analyses uitgevoerd voor onder andere de RvdK en het OM. Voor de RvdK is middels tekstanalyse van dossiers gekeken naar zaakkenmerken die meer inzicht geven op kindermishandeling en mogelijke voorspelling daarvan. Voor het OM is een datakwaliteit analyse uitgevoerd op de gegevens in het Justitieel Documentatie Systeem (JDS), op basis van de bronsystemen GPS, Kompas en NIAS, ter verbetering van de datakwaliteit in de systemen. Deze kwaliteit is essentieel voor de afgifte van verklaringen omtrent gedrag en bepaling van de recidive-kans.

Bestrijding van cybercrime

Op 20 april 2018 is de Kamer geïnformeerd over de integrale aanpak van cybercrime.28 In 2018 is samen met private partijen een preventiecampagne op de radio en sociale media uitgevoerd. In de afgelopen jaren is het beoogd aantal strafrechtelijke onderzoeken niet altijd geheel gehaald, maar wel steeds gestegen. Met de extra middelen die bij het regeerakkoord ter beschikking zijn gesteld heeft de politie in 2018 de cybercrime-teams bij de regionale eenheden van politie verder opgebouwd. Inmiddels hebben alle regionale eenheden een cybercrimeteam. Mede door de inzet van de extra middelen die bij Najaarsnota 2018 zijn toegekend, waren extra investeringen mogelijk in vooral preventie en opsporing. Daar zijn ook de gemeenten bij betrokken.

Met betrekking tot de opsporing zijn nieuwe afspraken gemaakt voor de Veiligheidsagenda 2019–2022.29 Het wetsvoorstel Computercriminaliteit III is op 26 juni 2018 aangenomen in de Eerste Kamer. Wanneer de wet in werking treedt houdt de Inspectie JenV toezicht op hoe de politie omgaat met de bevoegdheid en de instructie om onder voorwaarden geautomatiseerde werken binnen te dringen.

Bestrijding van kinderporno

Conform de afspraken in de Veiligheidsagenda, was in 2018 de aanpak van vervaardigers en verspreiders van kinderporno voor de politie en het OM één van de prioriteiten. De politie borgde een programmatische aanpak van kinderporno in hun organisatie. Daarnaast is preventie en de inzet van het bedrijfsleven gestimuleerd met een «Hernieuwde aanpak online seksueel kindermisbruik».30 Zo is de doelgroep van de hulplijn «Stop it Now» voor downloaders van kinderpornografie uitgebreid, en is er campagne gevoerd om de hulplijn te promoten. In het voor- en najaar zijn twee rondetafelconferenties tussen de Minister van JenV en het bedrijfsleven georganiseerd, waarin publiek-private afspraken zijn gemaakt om te komen tot een schoner internet. Een uitkomst is dat op 13 december 2018 het bedrijfsleven een document ondertekende om kinderpornografische content sneller te verwijderen. Ook is een bestuursrechtelijke handhaving van bedrijven die kinderporno niet accuraat van eigen servers verwijderen onderzocht én juridisch haalbaar gebleken.31 In de aanpak van kindersekstoerisme, heeft in de zomer van 2018 de campagne «Don’t look away» plaatsgevonden32 om reizigers te stimuleren kindersekstoerisme te melden. Verder blijft online seksueel kindermisbruik onderdeel van de Veiligheidsagenda.33 Tenslotte is in 2018 gestart met het ontwerp van een wetsvoorstel tot modernisering van seksuele misdrijven, waarin aandacht is voor nieuwe (digitale) strafwaardige fenomenen.

Aanpak van fraude

Er zijn verschillende manieren van frauderen, waar burgers en bedrijven slachtoffer van kunnen zijn (horizontale fraude). Om dit onder de aandacht te brengen, zijn er onder andere activiteiten uitgevoerd om doelgroepsgewijs de bewustwording van (potentiële) slachtoffers te verhogen. Daaraan hebben zowel publieke partijen zoals de politie meegedaan, als private partijen zoals de Fraudehelpdesk en het Centrum voor Criminaliteitspreventie en Veiligheid (CCV). Voorbeeld van zo’n activiteit is de samenwerking met een site voor middelbare scholieren, waarbij in de eindexamenperiode een korte voorlichtingsactie is geweest om eindexamenleerlingen via een speciale facebookpagina te waarschuwen voor kamerverhuurfraude. Verder is gezamenlijk met publieke en private partijen doorgewerkt aan het opwerpen van barrières om het fraudeurs zo moeilijk mogelijk te maken. Een aantal banken heeft zich actief ingezet om klanten te waarschuwen voor bijvoorbeeld CEO-fraude. Onlinehandelsplaatsen hebben het veilig handelen op hun sites bevorderd door onder meer het veilig betalen te verbeteren. Ook zijn de eerste civielrechtelijke bestuursverboden opgelegd aan bestuurders, waardoor deze voor een maximale termijn van 5 jaar uitgesloten worden van nieuwe bestuursfuncties. Het aantal door de politie bij het OM aangeleverde verdachten van horizontale fraudezaken in 2018 is 2.782: Hiermee is de afspraak in de Veiligheidsagenda van 2.300 verdachten van horizontale fraudezaken ruimschoots behaald. Daarnaast zijn er ook nog 480 horizontale fraudezaken aan het OM aangeleverd door de bijzondere en overige opsporingsdiensten, waaronder de FIOD en Koninklijke Marchaussee.

Mensenhandel

In 2018 is in nauwe samenspraak met partners die betrokken zijn bij het bestrijden van mensenhandel en andere ministeries gewerkt aan een integraal programma waarin een breed pallet aan maatregelen wordt aangekondigd om de aanpak van mensenhandel binnen en buiten Nederland een stevige impuls te geven. Het programma «Samen tegen mensenhandel» is op 13 november 2018 naar de Tweede Kamer verstuurd.34 Daarnaast is in 2018 een pilot bij het Schadefonds Geweldsmisdrijven van start gegaan, waarbij een onafhankelijke multidisciplinaire «commissie mensenhandel» een deskundigenbericht uitbrengt over het mogelijke slachtofferschap van mensenhandel. De pilot is eind 2018 met een half jaar verlengd zodat de alle ingediende aanvragen afgehandeld kunnen worden. In 2019 wordt de pilot geëvalueerd.

Rechtspraak

Het jaar 2018 stond in het teken van ontwikkelingen op het terrein van onder meer de digitalisering en de financiën. Digitalisering in de rechtspraak draagt bij aan toegankelijkheid, snelheid en kwaliteit van de rechtspraak. Daarom wordt in de rechtspraak volop geïnvesteerd in digitale dienstverlening. Er is goede voortgang geboekt op de onderdelen strafrecht en toezicht. Voor de onderdelen civielrecht en bestuursrecht was dit niet het geval en bleek aan het begin van het jaar een reset van de digitalisering nodig. Dat leidt tot extra vertraging en kosten. Met de rechtspraak is gewerkt aan een nieuw perspectief voor de digitalisering. Voor de reset zijn randvoorwaarden geformuleerd. Om de besluitvorming te bevorderen heeft de rechtspraak intern afspraken gemaakt over governance structuur. Dat geldt ook voor de betrokkenheid en toezicht vanuit het departement. Er zijn afspraken gemaakt die onder meer voorzien in periodieke portfolio-overleggen, informatie-uitwisseling en het laten plaatsvinden van een BIT-toets. Eind 2018 is een nieuw basisplan gepresenteerd waarin de focus ligt op digitale toegankelijkheid in plaats van de automatisering. Langs die lijn krijgt de digitalisering in het civiele recht en het bestuursrecht nu verder vorm. Om de toegankelijkheid van de rechtspraak te vergroten is een (budgetneutraal) voorstel voor verlaging van de griffierechten voor vorderingen van tot € 5.000 uitgewerkt.

NFI

In 2018 zijn belangrijke stappen gezet in het verbeteren van de organisatie- en managementcultuur bij het NFI. Binnen het zogenaamde NFInext-programma lopen diverse projecten waarmee de veranderingen geleidelijk tot stand worden gebracht. Met de projecten binnen de actielijn Kwaliteit wordt opvolging gegeven aan de aanbevelingen van de onderzoekscommissie Bleker. De eerste resultaten van de veranderopgave worden zichtbaar. Deze omvat onder andere de start van een aantal samenwerkingsinitiatieven, zowel NFI-intern als met ketenpartners en de start van een intervisiegroep met teammanagers. Met de komst van twee nieuwe directeuren per 1 oktober 2018 wordt de doorontwikkeling bij het NFI voortgezet.

In november 2018 heeft de Minister van JenV zijn visie op forensisch onderzoek naar de beide Kamers gestuurd.35 Centraal in de visie staat de noodzaak om het aanbod en de snelheid van forensisch onderzoek te vergroten om de toenemende behoefte vanuit de opsporing te kunnen volgen. Hiertoe zal bepaald forensisch onderzoek worden overgedragen door het NFI aan politielaboratoria. Het totale aanbod aan forensisch onderzoek wordt daardoor vergroot en kan het NFI excelleren op de onderzoeken die het zelf blijft doen. Het aanbod wordt verder vergroot en versneld door de inzet van (semi-)private forensische aanbieders toe te spitsten op de terreinen waar zij een betere combinatie bieden van snelheid, prijs en diepgang dan het NFI.

Algemene verordening gegevensbescherming (AVG)

De Uitvoeringswet Algemene verordening gegevensbescherming (UAVG) is conform planning in werking getreden op 25 mei 2018 (gelijktijdig met het van toepassing worden van de AVG). De bijbehorende technische Aanpassingswet AVG (AAVG) is op 28 juli 2018 in werking getreden waarbij voor het overgrote deel van de aanpassingen terugwerkende kracht is verleend tot en met 25 mei 2018. Op 1 januari 2019 zijn de bepalingen uit de UAVG en de AAVG in werking getreden waardoor de Autoriteit persoonsgegevens eigen rechtspersoonlijkheid heeft verworven.

Vanaf 2017 en ook in 2018 is de implementatie van de AVG voor alle onder het Ministerie van JenV ressorterende organisaties actief opgepakt. Deze activiteiten bestonden onder andere uit het ontwikkelen van handreikingen, het opzetten van kennissessies en een «Implementatie AVG team» bestaande uit deskundigen ten dienste van alle organisatie onderdelen. Hierdoor zijn de organisatie onderdelen van JenV «in control». Het volledig voldoen aan de AVG (het in compliance komen en blijven) is een doorlopend proces wat continu om inspanning vraagt. De verwachting is dat organisatie onderdelen ultimo 2019 compliant zijn.

De implementatie van de EU-richtlijn die voorschrijft hoe de verwerking van persoonsgegevens die nodig zijn bij opsporing en vervolging dient plaats te vinden is in 2018 afgerond. In juni respectievelijk oktober 2018 stemden de Tweede en Eerste Kamer in met de noodzakelijke aanpassingen van de Wet politiegegevens en de Wet justitiële en strafvorderlijke gegevens, die op 1 januari 2019 in werking zijn getreden. Parlementaire behandeling van het wetsvoorstel ter implementatie van de Richtlijn gebruik passagiersgegevens voor het voorkomen, opsporen en vervolgen van terroristische misdrijven en ernstige criminaliteit is in 2018 gestart. De verwachting is dat de implementatiewet in 2019 van kracht wordt.

De verkeershandhaving

In 2018 zijn verschillende maatregelen genomen om bestuurders die ernstige verkeersdelicten begaan harder te kunnen aanpakken. Zo is in maart 2018 een brief naar de Kamer gestuurd waarin maatregelen worden aangekondigd om de aanpak van rijden onder invloed van alcohol te verbeteren.36 Een aantal maatregelen vergt een wetswijziging waarvoor een wetsvoorstel wordt opgesteld, dat begin 2019 in consultatie is gegaan. Op 22 november 2018 is het wetsvoorstel aanscherping strafrechtelijke aansprakelijkheid ernstige verkeersdelicten aan de Tweede Kamer aangeboden.37 Met het wetsvoorstel wordt uitvoering gegeven aan het regeerakkoord waarin staat dat notoire verkeersovertreders harder worden aangepakt. Het wetsvoorstel behelst een verhoging van de strafmaxima voor een aantal ernstige verkeersdelicten, een strafverhoging van gevaarlijk rijgedrag zonder gevolgen, een nieuwe strafbaarstelling van zeer gevaarlijk rijgedrag en er wordt geëxpliciteerd welk gedrag in elk geval onder roekeloosheid wordt verstaan. In het regeerakkoord is opgenomen dat het (verkeers)boetesysteem wordt gewijzigd. Ter uitvoering hiervan is onderzocht of het mogelijk is een progressief boetestelsel in de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wahv) te introduceren. Gebleken is dat hier juridische, uitvoeringstechnische en financiële risico’s aan zitten. Om te bezien hoe het beste uitvoering kan worden gegeven aan de passage uit het regeerakkoord worden mogelijke alternatieven onderzocht. Op 5 december 2018 zijn het Strategisch plan verkeersveiligheid en het Landelijk Actieplan verkeersveiligheid aan de Kamer aangeboden.38

Cyber security

In 2018 is de Nederlandse Cybersecurity Agenda (NCSA) naar de Tweede Kamer verstuurd.39 De NCSA bevat zeven ambities om Nederland digitaal veiliger te maken. Voor de overheid betekent dat vooral een krachtige regierol, stimuleren en voorwaarden scheppen, zodat bedrijfsleven en burgers hun eigen digitale veiligheid en weerbaarheid kunnen vormgeven. Zo is de Cybersecurity Alliantie opgericht: een publiek-privaat platform waarbij gezamenlijk wordt gewerkt aan concrete cybersecurity-projecten.

Daarnaast zijn de capaciteiten van veiligheidsorganisaties, waaronder het Nationaal Cyber Security Centrum (NCSC) structureel versterkt. Het NCSC heeft bovendien gewerkt aan de opbouw van samenwerking met partners en organisaties, waaronder onder meer met het DTC (Digital Trust Center, EZK). Ook de samenwerking tussen sectorale Computer Emergency Response Teams (CERTs) is versterkt. Zo zijn de eerste belangrijke stappen gezet in de realisatie van het Landelijk Dekkend Stelsel (LDS) van cybersecurity-samenwerkingsverbanden. Bovendien is de cybersecurity awareness verhoogd, onder meer met de Alert Online Campagne tijdens de Europese Cybersecurity Maand in oktober. Tot slot is de Wbni (Wet Beveiliging Netwerk- en Informatiesystemen) in november 2018 in werking getreden (implementatie NIB-richtlijn). Deze wet verplicht aanbieders van essentiële diensten en digitale dienstverleners beveiligingsmaatregelen te nemen en voor ernstige incidenten geldt een meldplicht.

Terrorismebestrijding

In 2018 was de jihadistische dreiging in Nederland de meest bepalende terroristische dreiging voor Nederland en het dreigingsniveau bleef onverminderd hoog: 4 op een schaal van 5. Naast het Dreigingsbeeld Terrorisme Nederland (DTN)40 zijn er in 2018 fenomeenstudies gepubliceerd,41 onder andere over rechts-extremisme.42

Nationaal is geïnvesteerd in de samenwerking en informatie-uitwisseling tussen organisaties die betrokken zijn bij terrorismebestrijding. Zo is het afgelopen jaar ingezet op vergroting van kennis en vaardigheden van kleinere gemeenten. In 2018 zijn met de versterkingsgelden zo’n 150 gemeenten bereikt en is een bedrag van € 6,1 mln. toegekend.

Begin 2018 is een convenant gesloten tussen de IND, de politie en de KMar. Daarin zijn afspraken vastgelegd over het delen van informatie ten behoeve van het voorkomen en opsporen van terrorisme en/of radicalisering en de uitvoering van de Vreemdelingenwet en de Rijkswet op het Nederlanderschap. Zoals bericht aan uw Kamer verricht de IND inmiddels ook een screening op de gezinsleden die in aanmerking komen voor gezinshereniging («nareis») bij een vergunninghouder asiel.43 Verder is in internationaal verband toenadering gezocht door de migratiediensten om de samenwerking op het terrein van migratie en veiligheid te bevorderen.

De internationale informatie-uitwisseling in het kader van contraterrorisme is ook in 2018 flink verbeterd, zowel als het gaat om de hoeveelheid gedeelde gegevens als het gebruik daarvan en de (kwaliteit van) de systemen. De uitvoering van de EU Routekaart informatie-uitwisseling loopt, onder meer via wetgevende voorstellen voor versterking van het Schengen Informatie Systeem (SIS) en interoperabiliteit.44 Lidstaten trekken verder samen op in zogeheten Joint Investigation Teams die door Europol en Eurojust ondersteund worden. Nederland heeft bijgedragen aan de versterking van de informatiedeling tussen en met derde landen. Zo is eind 2018 het door Nederland ontwikkelde TRIP (Travel Information Portal)-systeem aan de Verenigde Naties (VN) overgedragen.45 Dit systeem dient voor het verwerken van gegevens van luchtvaartmaatschappijen en biedt geavanceerde functionaliteiten voor de analyse daarvan.

In 2018 is verder ingezet op een uitbreiding van de Dienst Speciale Interventies. Defensie en politie hebben met de € 14 mln. uit 2015 en de € 21 mln. uit 2017 geïnvesteerd in onder andere extra opleidingen, trainingen en de aanschaf van middelen.

Crisisbeheersing

Bij de aanpak van risico’s en crises is samenwerking tussen Rijk, veiligheidsregio’s en private partijen van cruciaal belang. Om deze samenwerking in deze kabinetsperiode verder te versterken heeft het kabinet in samenspraak met deze partners de Agenda risico- en crisisbeheersing 2018–2021 opgesteld, met als overkoepelende doelstelling dat ons land op alle niveaus toegerust is om risico’s en crises met elkaar te beheersen en (zo mogelijk) te voorkomen.46

De pilots voor de verbreding van NL-Alert zijn afgerond en het alarmeren via OV-schermen is inmiddels gerealiseerd. Er wordt nu gewerkt aan het invoeren van alarmeren via de vaste telefoon en via een app. Met deze verbreding worden kwetsbare groepen bereikt en wordt het bereik van NL-Alert verder vergroot.

Statelijke dreigingen

De aanpak van ongewenste buitenlandse inmenging en de bedreiging daarvan voor nationale (veiligheids)belangen, is verbreed en wordt interdepartementaal aangepakt. Kwetsbaarheden en dreigingen voor Nederland worden in kaart gebracht, er wordt onderzoek uitgezet en er wordt gewerkt aan versterking van de weerbaarheid. Per casus wordt de inzet van diplomatieke instrumenten overwogen. Doorlopend worden in gecoördineerd verband diverse maatregelen genomen, zoals monitoring of maatregelen met betrekking tot de handhaving van de openbare orde.47

Op internationaal niveau heeft Nederland geïnvesteerd in versterking van samenwerking binnen de EU en bilaterale en multilaterale kennis- en informatie-uitwisseling. Voorts is Nederland in 2018 lid geworden van het European Centre of Excellence for Countering Hybrid Threats.48

Slachtofferbeleid

In 2018 is de Tweede Kamer geïnformeerd over de verscherping van de Meerjarenagenda slachtofferbeleid 2018–2021.49 Voor betere bescherming van kwetsbare slachtoffers zijn politie, het OM en Slachtofferhulp Nederland (SHN) per 1 juni 2018 gestart met het uitvoeren van de landelijke werkwijze «Individuele Beoordeling van slachtoffers» (IB).50 Sinds de start van de IB heeft de politie circa 55.000 beschermende maatregelen genomen. De doeluitkering vrouwenopvang (onderdeel van het Gemeentefonds) is m.i.v. 2018 structureel verhoogd met een bedrag van € 2,5 mln. per jaar, voor de opvang van slachtoffers van huiselijk en eergerelateerd geweld zonder eerdere verblijfsstatus, die vanwege hun slachtofferschap een verblijfsvergunning kunnen aanvragen of hebben aangevraagd. Er is een landelijk dekkend netwerk van Centra Seksueel Geweld (CSG) tot stand gebracht. Daarnaast zijn in 2018 met het Ministerie van VWS, de VNG en 35 betrokken centrumgemeenten afspraken gemaakt over de duurzame financiering van de CSG.51 Ten behoeve van betere dienstverlening (w.o. informatievoorziening) heeft SHN haar online dienstverlening significant uitgebreid (chat, mail, webcare op sociale media).52 De mogelijkheden van schadevergoeding zijn in 2018 vergroot. De Eerste Kamer heeft met het wetsvoorstel affectieschade ingestemd en het schadeformulier is uitgebreid en verbeterd. Verder zijn de mogelijkheden tot schadeverhaal door slachtoffers verbeterd, onder andere doordat de complexere schadevorderingen van slachtoffers vaker en vollediger bij het strafproces worden afgedaan en het verhaal op daders verder wordt verbeterd.53

Veiligheid in Sociaal Domein

Er zijn meerjarige experimenten opgezet rond de samenwerking tussen zorg en veiligheid op lokaal niveau (City Deal Zorg voor Veiligheid in de Stad). Een meerjarig onderzoek naar de aanpak van multiproblematiek is gestart. JenV is partner in het interbestuurlijke programma Sociaal Domein en heeft de implementatie van de Meerjarenagenda zorg- en veiligheidshuizen 2017–2020 gefaciliteerd.

In april 2018 is voor de aanpak van huiselijk geweld het programma «Geweld hoort nergens thuis» van start gegaan.54 JenV werkt daarin samen met VWS, VNG en professionals. Een onderzoekscommissie werkt uit hoe gemeten kan worden of de aanpak verbetert en stelt een wetenschappelijke onderzoeksagenda vast. Verder hebben politie, OM, RvdK, reclassering en Veilig Thuis de ontwikkelagenda «Veiligheid voorop!» vastgesteld die de komende jaren leidt tot concrete resultaten en producten.55 Het gaat hier onder andere over de implementatie van de handreiking Samenwerken bij strafbare kindermishandeling en de ontwikkeling van een handelingskader voor crisissituaties huiselijk geweld.

De Agenda voor actie «Scheiden, ... en de kinderen dan?» geeft invulling aan een afspraak in het regeerakkoord om de schade bij kinderen als gevolg van echtscheidingen te beperken. De Kamer is in mei 2018 geïnformeerd dat deze agenda wordt overgenomen en er een uitvoeringsprogramma wordt vormgegeven, waarin de acties en de ontwikkelpunten uit de agenda worden uitgevoerd.56

Integriteit en kansspelen

Met de VOG-screening voor natuurlijke personen levert de dienst Justis een belangrijke bijdrage aan het voorkomen van integriteitsschendingen in werk- en afhankelijkheidsrelaties. In 2018 zijn ruim 1,2 mln. VOG’s verstrekt, waarvan er 100.000 gratis werden afgegeven. Per november 2018 is de gratis VOG-regeling voor mensen die werken met minderjarigen of verstandelijk beperkten overgedragen aan het Ministerie van VWS waarna VWS de regeling verbreed heeft naar alle vrijwilligers die werken met mensen in een afhankelijkheidssituatie.57 Het wetsvoorstel VOG politiegegevens is in 2018 in consultatie gegaan en zal naar verwachting in 2019 aan de Tweede Kamer worden aangeboden.

Door de modernisering van het kansspelbeleid zet het kabinet in op het voorkomen van kansspelverslaving, beschermen van de consument en het tegengaan van criminaliteit en fraude. In juni 2018 zijn extra maatregelen aangekondigd op het gebied van verslavingspreventie en bescherming van jongvolwassenen.58 Met de schriftelijke voorbereiding van de wetsvoorstellen Kansspelen op Afstand en Modernisering van het Speelcasinoregime is de beantwoording van de gestelde vragen vanuit de Eerste Kamer in 2018 afgerond. Omdat de behandeling van de wetten in 2018 prioriteit had en de belanghebbenden bij het loterijstelsel hebben aangedrongen op een zorgvuldig proces zal de in eerste instantie voor 2018 aangekondigde brief over de loterijmarkt medio 2019 aan de Kamer worden gezonden. De Eerste Kamer heeft ingestemd met de wet Kansspelen op Afstand.

Migratie en Asiel

In 2018 is weer een belangrijke impuls gegeven aan de grensbewakingscapaciteit. De KMar is bezig met een forse capaciteitsuitbreiding van in totaal circa 400 fte. Door de inzet van de self-service paspoort controle kunnen daarnaast meer personencontroles tegelijkertijd worden uitgevoerd, hetgeen bijdraagt aan een efficiënte inzet van KMar en een verbeterde mobiliteit zonder daarbij afbreuk te doen aan de veiligheid. In 2018 hebben ruim 12 miljoen reizigers gebruik hiervan gemaakt op een totaal van ongeveer 35 miljoen grenspassages. Ter vergelijking: in 2015 gingen ongeveer 3 miljoen personen door de self-service paspoort controles. Daarnaast is in 2018 is het programma Grenzen en Veiligheid van start gegaan. Dit programma heeft tot doel een aantal EU-verordeningen te implementeren op het gebied van grenzen en veiligheid (waaronder Entry Exit System, European Travel Information and Authorization System, EU Visa Information System, Schengen Information System, Eurodac en Interoperabiliteit). Hiermee worden grenscontroles versterkt, de interne veiligheid verbeterd en de mobiliteit van bonafide reizigers bevorderd.59

Ook heeft het kabinet zich in 2018 ingezet om Nederland aantrekkelijker te maken voor kennis en talent. Daarbij is extra aandacht uitgegaan naar het aantrekken van innovatieve ondernemers. Dit is zichtbaar in het groeiend aantal verblijfsvergunningen aan kennismigranten, waaronder ook steeds meer innovatieve ondernemers. Zo is het aantal kennismigranten toegenomen van 13.880 in 2017 naar 16.640 in 2018. Het aantal verleende startup visa steeg van 70 in 2017 naar 123 in 2018.

In 2018 is door de organisaties in de asielketen gezamenlijk gewerkt aan maatregelen om te komen tot een flexibeler asielsysteem, zodat beter kan worden ingespeeld op fluctuaties in de asielinstroom. Hiertoe is een meerjarig programma Flexibilisering Asielketen gestart, in samenwerking tussen DGM, IND, COA, DT&V, NP, KMar en DJI. Het programma is gericht op de verschillende onderdelen van het asielsysteem en legt ook de verbinding met huisvesting en integratie. De Kamer is via meerdere brieven over de aanpak en de voortgang geïnformeerd.60

In het kader van het programma zijn in 2018 verschillende aanpassingen van wet- en regelgeving in consultatie gebracht, die tot doel hebben dat de asielprocedure sneller kan worden doorlopen en dat Nederlands beleid meer in de pas loopt met Europese wet- en regelgeving. Een voorstel tot wijziging van de Vreemdelingenwet 2000 dat betrekking heeft op het terugbrengen van de geldigheidsduur van de asielvergunning van vijf naar drie jaar is uitgewerkt en in consultatie gebracht. Een wijziging van het Vreemdelingenbesluit om af te zien van een gehoor als blijkt dat een herhaalde aanvraag geen kans van slagen heeft, is uitgewerkt en in consultatie gebracht. Daarnaast is gewerkt aan maatregelen om de afhandeling van herhaalde asielaanvragen te versnellen. Ook is een aanpassing voorbereid van het Besluit vergoedingen rechtsbijstand, zodat rechtsbijstand alleen zal worden verstrekt na een voornemen tot afwijzing van een asielaanvraag.

Verder zijn testen uitgevoerd met een versneld identificatie- en registratieproces (I&R-proces) en met het werken met een multidisciplinaire regietafel, zodat de verschillende ketenpartners in gezamenlijkheid eerder en beter kunnen sturen op het I&R-proces en de vervolgstappen in het asielproces. Dit draagt bij aan een efficiënte asielprocedure en een effectief terugkeerproces.

Ook is gestart met de uitwerking van scenario’s voor het snel op- en afschalen van de opvangcapaciteit bij schommelingen in de asielinstroom. COA heeft een handelingsperspectief ontwikkeld dat aangeeft hoe kan worden op- en afgeschaald bij verschillende ontwikkelingen. Er zijn verschillende pilots en onderzoeken geïnitieerd naar flexibele opvangvormen. Met de gemeenten Cranendonck en Gilze en Rijen zijn bestuursovereenkomsten gesloten die het mogelijk maken om in deze gemeenten zogenoemde gemeenschappelijke vreemdelingenlocaties te ontwikkelen, waar alle ketenpartners samenwerken en de stappen uit de algemene fase van het asielproces en alle verdere dienstverlening aan de asielzoeker worden geconcentreerd. Voor deze locaties zijn ruimtelijke plannen ontwikkeld respectievelijk renovaties aanbesteed.

In 2018 is een bestuurlijke samenwerkingsafspraak met de VNG getekend inzake de ontwikkeling van Landelijke Vreemdelingenvoorzieningen (LVV). De inzet van het Rijk en gemeenten is om voor vreemdelingen zonder recht op verblijf of rijksopvang een bestendige oplossing te vinden. Dit kan bestaan uit vertrek uit Nederland of, indien de vreemdelingen aan de voorwaarden daarvoor voldoen, legalisering van verblijf. Door middel van vijf pilots, ondersteund door een landelijk programma, wordt drie jaar lang onderzocht hoe deze doelstelling het beste kan worden bereikt, met als inzet om uiteindelijk een landelijk dekkend netwerk van acht LVV’s te realiseren.

In diverse EU-gremia worden de wetgevingsvoorstellen van het GEAS besproken. Voor de Asielprocedure-verordening en de Dublin-verordening is nog geen raadspositie bereikt. Bij andere wetsvoorstellen is wel een raadspositie bereikt. Deze voorstellen bevinden zich in de triloogfase (tussen Europese Commissie, Europees Parlement en de Raad). In de overleggen van de diverse EU-gremia zijn de maatregelen van het regeerakkoord, voor zover die een relatie hebben tot het GEAS, actief door de Nederlandse vertegenwoordiger(s) opgebracht.

De terugkeerrichtlijn bevindt zich in de fase van de voorbereidende (vaktechnische) werkgroepen van de Raad. De Tweede Kamer is op 23 oktober jl. via het BNC-fiche geïnformeerd over het kabinetsstandpunt en de Nederlandse onderhandelingsinzet.61 Er is nog geen raadspositie bereikt.

Naar aanleiding van incidenten ten tijde van de hoge asielinstroom zijn verschillende maatregelen genomen om overlastgevers aan te pakken. Het gaat onder meer om de invoering van snellere procedures voor evident kansarme asielaanvragen, de opening van twee extra begeleiding- en toezichtlocaties (ebtl’s) en het eerder in vreemdelingenbewaring stellen van overlastgevers. In 2018 is er een toename geweest van lokale signalen over overlast. Hierop heeft de Staatssecretaris de Tweede Kamer op 8 juni 201862 en 15 november 201863 brieven aangeboden met daarin informatie over aanvullende maatregelen. Ook de aanbevelingen uit het inspectieonderzoek naar de opvang van overlastgevende asielzoekers zijn hierbij betrokken.64 Daarnaast zijn ketenpartners in 2018 verzocht om nog intensiever te werken aan dossieropbouw en wordt er op ingezet om asielzaken van overlastgevers met voorrang te laten behandelen door rechtbanken, zodat de procedure sneller kan worden afgerond. Ook is er een bestuurlijk informatiepakket ontwikkeld voor lokale bestuurders. Hiermee worden bestuurders van gemeenten en provincies voorzien van inzichten in de handelingsperspectieven die er zijn voor de aanpak van overlastgevende bewoners van COA-locaties.

Overzicht prestatie-indicatoren Veiligheidsagenda

Tabel 3.1. Overzicht prestatie-indicatoren Veiligheidsagenda
 

Nulwaarde

Realisatie

Doel

Verschil

   

2014

2015

2016

2017

2018

2018

2018

High Impact Crimes 1

               

Aantal overvallen

1.633

1.267

1.239

1.133

1.103

1.142

1.540

398

Aantal straatroven

7.002

5.429

4.731

4.165

3.576

3.532

5.931

2.399

Aantal woninginbraken2

87.345

71.100

64.560

55.470

49.124

42.798

72.346

29.548

Ondermijnende en financieel-economische criminaliteit 3

               

Aantal aangepakte criminele samenwerkingsverbanden (csv’s)

950

1.025

1.188

1.369

1.361

1.406

950

456

Afnemen crimineel vermogen 4

               

Crimineel vermogen dat langs strafrechtelijke weg wordt afgepakt (x € 1 mln.)

70

136

143,5

416,5

221,2

174,1

115,6

55,7

Aanpak cybercrime 5

               

Aantal complexe onderzoeken naar cybercrime

20

19

21

34

43

43

50

7

Aantal reguliere onderzoeken naar cybercrime

180

120

124

171

227

299

310

11

Aanpak kinderporno 6

               

Totaal aantal interventies

600

842

876

712

636

700

64

Aantal complexe en grootschalige onderzoeken

20

25

20

30

30

25

5

Aantal reguliere grootschalige onderzoeken

215

364

335

338

241

240

1

Aanpak horizontale fraude 7

               

Aantal aan OM aan te leveren zaken

1.500

2.077

2.794

2.740

2.782

2.300

482

X Noot
1

Bron: Gezamenlijke monitor Veiligheidsagenda politie & OM, jaarresultaten 2018. De nulwaardes betreffen waarden uit 2013. In de Veiligheidsagenda zijn naast de streefwaarden voor de aantallen ook ophelderingspercentages voor High Impact Crimes te vinden. De genoemde doelen zijn maxima.

X Noot
2

Dit betreft de optelsom van afspraken lokale gezagen en resultaat aanvullende maatregelen.

X Noot
3

Bron: Gezamenlijke monitor Veiligheidsagenda politie & OM, jaarresultaten 2018. Genoemde aantallen zijn een minimum streefwaarde van het aantal criminele samenwerkingsverbanden dat middels strafrechtelijk onderzoek wordt aangepakt (zij het projectmatig onderzoek of TGO-onderzoek)

X Noot
4

Zie toelichting ontvangsten afpakken artikel 33

X Noot
5

Bron: Gezamenlijke monitor Veiligheidsagenda politie & OM, jaarresultaten 2018. In de Veiligheidsagenda 2015–2018 is overeengekomen dat het aantal complexe onderzoeken stijgt tot 50, en het totaal aantal reguliere cybercrimezaken tot 360. Het aantal complexe onderzoeken is inclusief tenminste 20 grote internationale zaken dat wordt opgepakt door het Team High Tech Crime. In het aantal reguliere onderzoeken is ook de productie van Landelijke Eenheid meegenomen.

X Noot
6

Bron: Gezamenlijke monitor Veiligheidsagenda politie & OM, jaarresultaten 2018. In de gemeenschappelijke Veiligheidsagenda 2015–2018 is overeengekomen dat de aanpak van kinderporno wordt versterkt. Concreet is afgesproken dat het aantal interventies zal stijgen tot 700, waarvan tenminste 25 pro actieve en 240 reguliere interventies. Dit betekent een wijziging van de doelstelling ten opzichte van 2013 en 2014, waarin werd gekeken naar het aantal ingestroomde verdachten. Door middel van de nieuwe prestatie-indicator kan effectiever op de aanpak worden gestuurd.

X Noot
7

Bron: Gezamenlijke monitor Veiligheidsagenda politie & OM, jaarresultaten 2018. In de Veiligheidsagenda is overeengekomen dat het aantal strafzaken horizontale fraude zal stijgen van 1.500 tot 2.300. Deze gegevens worden vanaf 2015 separaat geregistreerd. Vanaf 2017 is ook de productie van de Landelijke Eenheid bij het aantal OM verdachten cybercrime regulier (4) en horizontale fraude (20) meegeteld.

Tabel 3.2 Overzicht realisatie beleidsdoorlichtingen

Artikel

Naam artikel

2012

2013

2014

2015

2016

2017

2018

Geheel artikel (ja/nee)

31

Politie

 

X 1

         

N

 

Bekostiging Politie (31.2)

               
 

Kwaliteit, arbeidsvoorwaarden en ICT Politie (31.3)

 

X 2

           

32

Rechtspleging en rechtsbijstand

             

N

 

Apparaatskosten HR (32.1)

       

X

     
 

Adequate toegang tot het rechtsbestel(32.2)

       

X

     
 

Optimale randvoorwaarden voor doelmatig en doeltreffend rechtsbestel (32.3)

       

X

     

33

Rechtshandhaving en vervolging

             

J

 

Apparaatskosten OM (33.1)

   

X

         
 

Bestuur, informatie en technologie (33.2)

   

X

         
 

Opsporing en vervolging (33.3)

   

X

         

34

Straffen en beschermen

             

N

 

Raad voor de Kinderbescherming (34.1)

               
 

Preventieve maatregelen (34.2)

 

X

           
 

Tenuitvoerlegging strafrechtelijke sancties en Vreemdelingenbewaring (34.3)

           

X

 
 

Slachtofferzorg (34.4)

   

X

         
 

Uitvoering jeugdbescherming en Voogdij amv’s (34.5)

X 3

             
 

Tenuitvoerlegging justitiële sancties Jeugd (34.5)

               

36

Contraterrorisme en nationale veiligheidsbeleid

 

X 4

         

N

 

Nationale veiligheid en terrorismebestrijding (36.2)

           

X

 
 

Onderzoeksraad voor de Veiligheid (36.3)

               

37

Migratie

             

N

 

Toegang, toelating en opvang vreemdelingen (37.2)

           

X

 
 

Terugkeer (37.3)

               
X Noot
1

Doorlichting Veiligheidsregio’s en politie afgerond in 2013, de oude artikelen 23.1 t/m 23.4).

X Noot
2

Doorlichting Veiligheid ICT in 2013 afgerond (oude artikel 25.2).

X Noot
3

Doorlichting Interlandelijke adoptie in 2012 afgerond (oud artikel 14.1).

X Noot
4

Doorlichting Radicalisering afgerond in 2013 (oude artikel 25.1).

De beleidsdoorlichting van beleidsartikel 31.3 wordt voor de zomer van 2019 aan de Kamer aangeboden daar het voorbereiden van de beleidsdoorlichting meer tijd bleek te kosten65. De beleidsdoorlichting Terugkeer (37.3) bevindt zich in een afrondende fase en zal in de eerste helft van 2019 beschikbaar zijn. Voor de realisatie van andere onderzoeken, zie de bijlage «Evaluatie en overig onderzoek» (bijlage 2).

Voor het meest recente overzicht van de programmering van beleidsdoorlichtingen, klik op deze link: Meerjarenplanning beleidsdoorlichtingen

Overzicht van risicoregelingen

Het Ministerie van JenV kent geen risicovoorziening(en); de begrotingsreserve Asiel is niet gekoppeld aan een risicoregeling.

Tabel 3.3 Overzicht verstrekte garanties (bedragen x € 1.000)

Art.

Omschrijving

Uitstaande garanties

Verleend

Vervallen

Uitstaande garanties

Garantie- plafond

Totaal plafond

Totaal stand risicovoorziening

   

2017

2018

2018

2018

2018

2018

2018

31

Inkoop Max

598.464

 

– 68.596

529.868

nvt

nvt

nvt

33

Garantiestelling Faillissementscuratoren dienst JUSTIS

18.040

3.653

– 4.998

16.695

nvt

nvt

nvt

34

Garantstelling Hypothecaire leningen aan JJI's

26.398

 

– 910

25.488

nvt

nvt

nvt

 

Totaal

642.902

3.653

– 74.504

572.051

ntv

ntv

ntv

Tabel 3.4 Overzicht uitgaven1 en ontvangsten garanties (bedragen x € 1.000)

Art.

Omschrijving

Uitgaven

Ontvangsten

Saldo

Uitgaven

Ontvangsten

Saldo

Totaalstand mutatie volume risicovoorziening

   

2017

2017

2017

2018

2018

2018

2018

33

Garantiestelling Faillissementscuratoren dienst JUSTIS

2.626

0

2.626

4.140

0

4.140

nvt

X Noot
1

bij de uitgaven betreft het de opdrachten tot betaling

31 Inkoop Max

In de stand is de meerjarige verplichting opgenomen die JenV heeft aan de politie, in het kader van het prepensioen en levensloopregeling (Inkoop Max regeling). De verplichtingen die hieruit voortvloeien zijn gerelateerd aan het bedrag dat als vordering in de jaarrekening van de politie wordt opgenomen66.

33 Garantiestelling Faillissementscuratoren dienst JUSTIS

De garantstellingsregeling faillissementscuratoren (GSR) biedt curatoren de mogelijkheid om in faillissementen waarin sprake lijkt te zijn van kennelijk onbehoorlijk bestuur, maar in de boedel onvoldoende middelen aanwezig zijn, toch onderzoek te kunnen doen of een procedure te starten om onrechtmatig aan de boedel onttrokken gelden en goederen terug te halen. De GSR wordt onder het rijkskader voor garantieregelingen gebracht. Dit betekent onder meer de invoering van een premie gefinancierde begrotingsreserve. In 2017 is de Tweede Kamer geïnformeerd dat de motie Gesthuizen c.s. in uitvoering is genomen67.

Hiertoe wordt de mogelijkheid en wenselijkheid van uitbreiding van de Garantstellingsregeling Curatoren 2012 onderzocht, waarbij tevens modellen voor bekostiging zullen worden bezien, gegeven de budgettaire kaders. De curatorenverenigingen zijn om hun visie gevraagd.

In 2018 is het WODC onderzoek naar de effectmeting GSR gestart. Dit wordt in 2019 afgerond, waarna de regeling zal worden herzien.

34 Garantstelling Hypothecaire leningen aan JJI's

Het feitelijk risico van de verleende garanties aan particuliere jeugdinrichtingen betreft borgstellingen ten behoeve van het restantbedrag van leningen die particuliere inrichtingen zijn aangegaan ter financiering van de gebouwen. Zonder garantie verlening was het niet mogelijk tegen gunstige condities dergelijke leningen bij externe financiers af te sluiten. Omdat DJI de kapitaalslasten van de betreffende leningen bovennormatief vergoedt aan de inrichtingen was het uit efficiencyoverwegingen van belang dat de leningen tegen een zo gunstig mogelijk rentepercentage konden worden afgesloten.

Tabel 3.5 Overzicht rekening-courant limieten en gebruik leenfaciliteit (bedragen x € 1.000)

Art.

Omschrijving

Saldo uitstaande leningen

Aangegane Leningen

Aflossing uitstaande leningen

Saldo uitstaande leningen

Gem. looptijd

Rekening courant limiet

   

2017

2018

2018

2018

2018

2018

31

Nationale Politie

1.084.694

229.417

– 177.570

1.136.540

14,2

250.000

31

Politie Academie

         

250

31

Meldkamer Noord Nederland

9.600

 

– 400

9.200

30,0

 

34

Kansspelautoriteit

2.960

 

– 370

2.590

10,8

3.000

34

Particuliere JJI's

44.791

 

– 2.523

42.268

21,3

 

37

NIDOS

         

35.000

37

COA

264.160

 

– 25.920

238.240

15,0

70.000

 

Totaal

1.406.205

229.417

– 206.783

1.428.838

15,1

358.250

Leenfaciliteit

Deze organisaties hebben toegang tot het geïntegreerd middelenbeheer van het Ministerie van Financiën (MvF). Voor de financiering van investeringen kunnen ze een beroep doen op de leenfaciliteit van MvF. In deze garantstelling is bepaald dat wanneer er niet aan de verplichtingen wordt voldaan die uit de overeenkomst van geldlening voortvloeien, MvF deze verplichting ten laste zal brengen van het Ministerie van JenV.

Het gemeenschappelijke Hof en de Raad voor de rechtspraak worden in de leenadministratie van het Ministerie van Financiën gekenmerkt als een agentschap en zijn daarom in bovenstaande overzicht niet opgenomen. Het totaal van de uitstaande leningen voor de Raad van de Rechtspraak bedroeg per ultimo 2018 € 55,654 mln. en voor het Gemeenschappelijk Hof € 0,069 mln.

RC-limiet

De betreffende organisaties hebben bij MvF een rekening-courant faciliteit, waarbij JenV garant staat voor de aanzuivering van een mogelijk debetsaldo wanneer de betrokken organisaties daarbij in gebreke blijven.

4. BELEIDSARTIKELEN

31. Politie

Artikel 31 Politie: 46,1% van de begrotingsuitgaven

Artikel 31 Politie: 46,1% van de begrotingsuitgaven

Algemene doelstelling

Een veilige samenleving met behulp van een goed functionerende politieorganisatie.

Rol en verantwoordelijkheid

De Minister heeft een financierende en regisserende rol ten aanzien van de politie. Hierbij zijn drie verantwoordelijkheden te onderscheiden:

  • De eerste verantwoordelijkheid betreft de inrichting, werking en ontwikkeling van het politiebestel;

  • De tweede verantwoordelijkheid betreft de bevoegdheden en het beheer ten aanzien van de politie. Onder deze beheersverantwoordelijkheid van de Minister68 valt het vaststellen van de begroting, de meerjarenraming, de jaarrekening, het beheersplan, het jaarverslag en de operationele sterkte. De korpschef is belast met de leiding en het beheer van de politie. De korpschef opereert binnen de kaders die de Minister stelt en legt verantwoording af aan de Minister. De Minister kan de korpschef te allen tijde over alle beheeraangelegenheden algemene en bijzondere aanwijzingen geven;

  • Tot slot stelt de Minister vanuit zijn beleidsverantwoordelijkheid, gehoord het College van procureurs-generaal en de regioburgemeesters, ten minste eens in de vier jaar de landelijke beleidsdoelstellingen van de politie vast.

De Minister heeft ten aanzien van het politie- en brandweerkorps Bonaire, Sint Eustatius en Saba (Caribisch Nederland) een financierende en regisserende rol. De beheersverantwoordelijkheid voor het politie- en brandweerkorps Bonaire, Sint Eustatius en Saba, berust bij hem.69

Beleidsconclusies

Uit de structurele veiligheidsintensiveringen van het kabinet Rutte II zijn in 2018 middelen aan de politie verstrekt voor prioritaire thema’s als gebiedsgebonden politiezorg (€ 8,6 mln.), speciale interventieteams (€ 17,4 mln.), de bestrijding van cybercrime (€ 1,5 mln.) en mensenhandel (€ 1,6 mln.).70 Daarnaast heeft het kabinet Rutte III extra middelen beschikbaar gesteld voor de politie. Voor 2018 betrof dat een bedrag van € 154 mln. voor uitbreiding van capaciteit bij agenten in de wijk, uitbreiding van de Politieacademie, versterking van de opsporing, investeringen in ICT-vernieuwing, digitalisering, internationalisering, innovatie en uitrusting en toegangsbeveiliging.71

De beoogde personele uitbreiding van de politie met deze intensiveringen is in samenhang met de vervangingsvraag en de opleidingscapaciteit van de Politieacademie vastgelegd in het instroomarrangement 2018.72 Bij de Politieacademie zijn de beoogde extra docenten aangetrokken. De instroom van aspiranten voor de doelstelling agenten in de wijk verliep nagenoeg volgens planning. De zij-instroom voor hoger opgeleide recherche was daarentegen aanmerkelijk lager dan geraamd.

Bij de maatregelen ter verbetering van de inzetbaarheid van de beschikbare politiecapaciteit is de realisatie achtergebleven bij de doelstellingen, onder andere doordat het extra budget daarvoor te laat kwam om nog in 2018 daadwerkelijk te kunnen worden ingezet. Ook bleken politiemedewerkers regelmatig voorkeur te geven aan vrije tijd boven uitbetaling van overwerk of meerwerk. Hiermee is ervaring opgedaan die verwerkt wordt in de plannen voor de besteding van dit extra budget in 2019 en verder.

In 2018 is verder ingezet op uitbreiding van de operationele capaciteit van de Dienst Speciale Interventies. Defensie en politie hebben daartoe geïnvesteerd in onder andere extra opleidingen, trainingen en de aanschaf van middelen ter ondersteuning van de operationele inzet. De beoogde personele uitbreiding van de dienst zal ook in de komende jaren extra aandacht vergen.73

In 2018 is gestart met de training van alle eerstelijns politiemedewerkers in het herkennen van signalen van mensenhandel.74 Slachtoffers van mensenhandel kunnen daardoor sneller worden herkend en doorgeleid naar de gecertificeerde mensenhandel rechercheurs bij de politie. Er zijn 20 gecertificeerde rechercheurs mensenhandel extra opgeleid. Tevens is het aantal (data) analisten met 7 uitgebreid. In de Veiligheidsagenda voor de periode 2019–2023 is mensenhandel als prioritair aandachtsgebied opgenomen.

De beoogde materiële investeringen op basis van de Regeerakkoordgelden in onder andere ICT en uitrusting zijn in 2018 in gang gezet en zullen naar verwachting in 2019 worden gerealiseerd.

Budgettaire gevolgen van beleid

Tabel 31.1 Budgettaire gevolgen van beleid (bedragen x € 1.000)
   

Realisatie

Vastgestelde

Verschil

   

2014

2015

2016

2017

2018

Begroting

 
             

2018

 

Verplichtingen

5.298.340

5.136.389

5.577.340

6.038.522

5.894.753

5.689.556

205.197

                 

Programma-uitgaven

5.265.815

5.146.049

5.595.908

6.020.985

5.901.324

5.698.929

202.395

                 

31.2 Bekostiging politie

 

Bijdrage ZBO's/RWT's

             
 

Politie

4.971.272

4.861.910

5.312.824

5.861.219

5.735.326

5.538.917

196.409

 

Politieacademie

124.524

113.991

109.458

2.797

2.856

2.920

– 64

 

Bijdrage medeoverheden

             
 

BES brandweer- en politiekorps

20.485

21.200

22.733

23.075

23.085

18.844

4.241

 

Opdrachten

             
 

Taptolken

0

8.508

10.202

9.136

10.067

12.383

– 2.316

                 

31.3 Kwaliteit, Arbeidsvoorwaarden en ICT politie

 

Bijdrage ZBO's/RWT's

             
 

Internationale samenwerkingsoperaties

23.283

11.005

10.729

10.476

10.181

10.750

– 569

 

Beheer multisystemen

102.703

105.700

110.269

100.164

105.344

95.684

9.660

 

Overige bijdragen ZBO's RWT's

870

4.605

1.019

837

849

828

21

 

Bijdrage medeoverheden

             
 

Overige bijdragen medeoverheden

3.644

720

770

750

838

805

33

 

Subsidies

             
 

Opsporing

1.228

1.056

500

700

1.225

722

503

 

Overige subsidies

734

758

878

337

250

515

– 265

 

Opdrachten

             
 

Providers

9.167

9.761

9.752

8.895

8.741

10.247

– 1.506

 

Overige opdrachten

3.116

2.416

2.246

1.126

1.089

1.600

– 511

 

Bijdragen Sociale fondsen

             
 

Stichting Arbeidsmarkt en Opleidingsfonds Politie

4.789

4.419

4.528

1.473

1.473

4.714

– 3.241

                 

Ontvangsten

1.431

431

17.848

16.199

20.878

500

20.378

Verplichtingen

Toelichting op de instrumenten

Zie voor de toelichting op het verschil tussen begroting en realisatie bij de verplichtingen de toelichting bij de verschillende instrumenten onder de programmauitgaven.

31.2 Bekostiging Politie

Bijdrage aan ZBO’s en RWT’s

Politie

De politie levert een belangrijke bijdrage aan het handhaven en vergroten van de veiligheid in Nederland. De politie ontvangt daartoe bijdragen van de Minister. De algemene bijdrage wordt als lumpsumbudget ter beschikking gesteld aan de politie en komt altijd volledig ten gunste van een adequate politiezorg. Het beleid is erop gericht de politie zoveel mogelijk flexibiliteit te geven om afgesproken doelen te realiseren. De algemene bijdrage bedroeg in 2018 ruim € 5,4 mld.

Naast de algemene bijdrage zijn bijzondere bijdragen gegeven voor een bepaald doel zoals de Dienst Speciale Interventies (€ 66,2 mln.), de verkeershandhavingsteams (€ 49,4 mln.), digitalisering en cybercrime (€ 14,6 mln.) Bijzondere bijdragen worden bij uitzondering gegeven voor de realisatie van een bepaald doel. Voor de frictiekosten bij de vorming van de Nationale Politie is in 2018 een bedrag van € 10,0 mln. aan de politie ter beschikking gesteld.

Het verschil van € 196 mln. tussen de begrote en gerealiseerde bijdragen aan de politie betreft met name de volgende mutaties:

€ 117 mln. loonbijstelling 2018–2023;

€ 52 mln. middelen Regeerakkoord.

€ 27 mln. aan diverse (bijzondere) bijdragen, waaronder voor inzet noodhulp Sint-Maarten, cybercrime, cybersecurity, contraterrorisme, Brexit.

Voor verdere toelichting op deze mutaties wordt verwezen naar de suppletoire begrotingen 2018.

Daarnaast voert de politie een aantal taken uit die onder de verantwoordelijkheid vallen van het departement. Het gaat dan onder meer om het onderhoud van het communicatienetwerk C2000 en het uitzenden van politiefunctionarissen naar crisisgebieden. Deze taken worden apart begroot en verantwoord onder artikelonderdeel 31.3.

De politie voert een batenlastenstelsel. De personeelskosten voor de politie bedroegen in 2018 ongeveer € 4,4 mld. Het overgrote deel zijn reguliere salariskosten van het operationele en niet-operationele personeel. De materiële kosten bedroegen ongeveer € 1,3 mld. Hiervan zijn de grootste posten huisvesting, vervoer, operationele kosten, beheer en verbindingen en automatisering.

Tabel 31.2 Kengetal operationele sterkte politie
 

Realisatie

Begroting

 

2014

2015

2016

2017

2018

2018

Operationele sterkte in fte

(incl. aspiranten)

51.442

50.509

50.747

50.316

50.389

50.449

Bron: jaarverslag politie 2018

De volledige jaarverantwoording van de politie wordt als separate bijlage met het JenV-jaarverslag meegezonden.

Politieacademie

De Politieacademie is verantwoordelijk voor het verzorgen van het politieonderwijs, de uitvoering van wetenschappelijk onderzoek en de invulling van de kennisfunctie. Het budget van de Politieacademie betreft de personele kosten van de leiding en de kosten voor extern onderzoek. Het overige personeel en de middelen zijn ondergebracht bij de politie. De bekostiging van het personeel en de middelen die door de korpschef ter beschikking worden gesteld aan de Politieacademie, is opgenomen in de algemene bijdrage aan de politie.

Bijdrage medeoverheden

BES brandweer- en politiekorps

De Minister is korpsbeheerder van het brandweer- en politiekorps Caribisch Nederland. Ter bekostiging van de personele en materiële uitgaven van deze korpsen wordt een bijdrage verstrekt. Het verschil tussen begroting en realisatie betreft een aantal posten kleiner dan € 5 mln., waaronder € 3 mln. voor overige problematiek voor het Pensioenfonds Caribisch Nederland.

Opdrachten

Taptolken

Uit dit budget worden de taptolken betaald die de politie inhuurt voor het beluisteren en vertalen van telefoon- of VoIP-gesprekken van verdachten. Doordat in 2018 minder beroep is gedaan op taptolken, is minder uitgegeven dan begroot.

31.3 Kwaliteit, Arbeidsvoorwaarden en ICT politie

Bijdrage aan ZBO’s/RWT’s

Internationale samenwerkingsoperaties

In opdracht van de Minister voert de politie activiteiten uit in het kader van internationale politiesamenwerking (IPS) en strategische landenprogramma’s (SLP’s). Ook coördineert de politie de uitzending van haar politiefunctionarissen naar internationale (civiele) missies en operaties, waarbij de politie en de Koninklijke Marechaussee (KMar) waar mogelijk gebruik maken van elkaars faciliteiten. Politie en KMar hebben een gezamenlijk liaisonnetwerk. De KMar levert een eigenstandige bijdrage aan de internationale politiesamenwerking en draagt vanuit Defensie bij aan uitzendingen. Een gedeelte van het budget, € 8,4 mln. wordt als een bijzondere bijdrage betaald aan de politie en verantwoord bij de HGIS gelden van het Ministerie van Buitenlandse Zaken.

Beheer multisystemen

De politie voert het beheer voor de verschillende multisystemen van de meldkamerorganisatie, waaronder C2000 en het geïntegreerd meldkamersysteem (GMS). Gebruikers van deze systemen zijn met name politie, brandweer, ambulance, Koninklijke Mareschaussee en de douane. De politie voert dit beheer uit binnen de governance van het multi-domein. Dit brengt met zich dat er steeds meer vanuit een multidisciplinaire invalshoek integrale afwegingen plaatsvinden over het beschikbare budget. Om de systemen te laten voldoen aan de vereisten vanuit wet- en regelgeving en technologische ontwikkelingen, vindt op de systemen continue doorontwikkeling plaats. De migratie naar het nieuwe C2000 netwerk is, mede op advies van de operationele diensten, uitgesteld naar 2019. Het resultaat van een aantal integratie- en bedrijfstesten was onvoldoende, waardoor de kans op het tijdig opleveren van het systeem sterk afnam.

Het verschil tussen begroting en realisatie is voornamelijk het gevolg van de volgende mutaties, eindejaarsmarge 2017 ad € 10 mln. wegens vertraging van de implementatie van het nieuwe C2000 netwerk, bijdragen van de ministeries van Defensie, VWS en Financiën ad € 11,4 mln. in de exploitatie van het C2000 netwerk, ontvangsten voor het medegebruik door derden van het C2000 netwerk ad € 2,4 mln. De bijdrage aan de veiligheidsregio’s en het Instituut Fysieke Veiligheid in de frictiekosten bij de invoering van de landelijke meldkamerorganisatie leidt tot een neerwaartse bijstelling op dit instrument van € 15,3 mln. Deze bijdrage is afgesproken in het Uitwerkingskader Landelijke Meldkamerorganisatie.

Bijdrage aan medeoverheden

Bijdragen in het kader van de kwaliteit van de politiezorg

Dit budget wordt gebruikt voor de ondersteuning van de regioburgemeesters in hun rol als overleg- en adviesorgaan voor de Minister in het kader van de Politiewet 2012.

Subsidies

Opsporing

Deze subsidie wordt verstrekt aan de onafhankelijke Stichting NL Confidential voor de exploitatie van de meldlijn Meld Misdaad Anoniem, zodat burgers makkelijker een bijdrage kunnen leveren aan de bestrijding van criminaliteit in Nederland.

Opdrachten

Providers

De Staat heeft, op grond van de Regeling vergoeding kosten aftappen en gegevensverstrekking, een overeenkomst gesloten met de grote telecomaanbieders. Deze overeenkomst wordt periodiek vernieuwd. Op grond van hoofdstuk 13 Telecommunicatiewet zijn telecomaanbieders verplicht om hun netwerken en diensten aftapbaar te maken en mee te werken aan aftappen en gegevensverstrekkingen over hun klanten. De Staat vergoedt bepaalde kosten die aanbieders in dit verband maken. Het verschil tussen begroting en realisatie komt door een gunstiger contract met de grote providers en doordat de kleinere telecomaanbieders minder hebben gedeclareerd dan begroot.

Bijdragen Sociale fondsen

Stichting Arbeidsmarkt en opleidingsfonds Politie (SAOP)

De Stichting Arbeidsmarkt en Opleidingsfonds Politie, het A&O fonds voor de sector politie, subsidieert, adviseert en registreert scholings-, arbeidsmarkt- en werkgelegenheidsprojecten. Het primaire doel van de SAOP is het bevorderen van het goed functioneren van de arbeidsmarkt van de politie en het stimuleren van opleidingsactiviteiten. Dit doet de SAOP met behulp van een financiële bijdrage die zij op basis van arbeidsvoorwaardelijke afspraken ontvangt van de Minister. In afstemming met de politievakorganisaties en de politie is de jaarlijkse bijdrage van het Ministerie van JenV aan SAOP in 2018 met € 3 mln. verlaagd naar € 1,7 mln.

Ontvangsten

De extra ontvangsten in 2018 betreffen voornamelijk van de politie teruggevorderde bijdragen uit voorgaande jaren die niet meer tot besteding komen, met als grootste posten € 8,1 mln. voor politieuitzendingen, € 6,9 mln. voor de Dienst Speciale Interventies, € 2,4 mln. voor Burgernet. De post van € 8,1 mln. valt onder de Homogene Groep Internationale Samenwerking (HGIS) waarvoor het Ministerie van Buitenlandse Zaken de budgetverantwoordelijkheid draagt.

32. Rechtspleging en rechtsbijstand

Artikel 32 Rechtspleging en rechtsbijstand: 11,2% van de begrotingsuitgaven

Artikel 32 Rechtspleging en rechtsbijstand: 11,2% van de begrotingsuitgaven

Algemene doelstelling

Een doeltreffend en doelmatig rechtsbestel.

Rol en verantwoordelijkheid

Als stelselverantwoordelijke schept de Minister optimale voorwaarden voor het in stand houden en verbeteren van een goed en toegankelijk rechtsbestel. De Minister heeft:

  • Een financierende rol voor de rechtspraak. De Minister houdt toezicht op het beheer en is de werkgever voor de rechterlijke macht;

  • Een financierende rol voor de Raad voor Rechtsbijstand, het Bureau Financieel Toezicht en het Register beëdigde tolken en vertalers75. Hij is verantwoordelijk voor het wettelijk kader waar binnen tolken, vertalers, advocaten, notarissen en andere zelfstandige professionals binnen het justitiële domein opereren;

  • Een stimulerende rol voor alternatieve geschillenbeslechting en schuldsanering. Ten aanzien van de schuldsanering is hij verantwoordelijk voor het wettelijke traject van de schuldsaneringsregeling, de faillissementsrechters en de bewindvoerders.76

Rechtspraak

Beleidsconclusies

Samen met de rechtspraak is gewerkt aan vernieuwing in de rechtspraak. Snelheid, toegankelijkheid, eenvoud en kwaliteit staan daarin centraal. De ambities in het regeerakkoord op het terrein van de rechtspraak sluiten daarbij aan. In 2018 zijn de plannen uit het regeerakkoord verder uitgewerkt en is gestart met de uitvoering. Een belangrijk speerpunt is vergroting van de maatschappelijke effectiviteit van de rechtspraak. Doel is om de rechtspraak meer te laten bijdragen aan vroegtijdige en daadwerkelijke oplossing van (achterliggende) conflicten. Voorkomen moet worden conflicten vergaand juridiseren. De rechtspraak heeft op dit terrein veel initiatieven ontplooid. De pilot spreekuurrechter bij de Rechtbank Noord-Nederland is afgerond en geëvalueerd. Deze pilot heeft een vervolg gekregen met pilots met laagdrempelig toegankelijke rechtspraak bij de rechtbanken Den Haag en Rotterdam. Ook bij andere rechtbanken zijn experimenten in voorbereiding. De mogelijkheden voor experimenten worden ondersteund met een experimentenwet rechtspleging. Deze wet is ontwikkeld in afstemming met de rechtspraak en diverse betrokken organisaties en na internetconsultatie aan de Raad van State aangeboden voor advisering.

De vernieuwing van de rechtspraak krijgt ook vorm in de digitalisering. Op de onderdelen strafrecht en toezicht is hierop goede voortgang geboekt. Voor de onderdelen civielrecht en bestuursrecht bleek aan het begin van het jaar een reset van de digitalisering nodig. De reset leidt tot vertraging en extra kosten. Voor de reset zijn randvoorwaarden geformuleerd. Van daaruit is door de rechtspraak gewerkt aan een basisplan voor de verdere digitalisering. Daartoe zijn ter bevordering van de besluitvorming nieuwe afspraken gemaakt over governance structuur en de betrokkenheid en toezicht vanuit het departement. Eind van het jaar is een nieuw basisplan gepresenteerd waarin de focus ligt op digitale toegankelijkheid in plaats van de automatisering. Langs die lijn krijgt de digitalisering in het civiele recht en het bestuursrecht nu verder vorm.

Het wetsvoorstel Netherlands Commercial Court (NCC) is door de Eerste Kamer aanvaard en per 1 januari 2019 in werking getreden. Daarmee wordt de Nederlandse rechtspraak aantrekkelijker voor het aanbrengen van internationale handelsgeschillen.

Toezicht en tuchtrecht

De Wet doorberekening kosten toezicht en tuchtrecht juridische beroepen77 is per 1-1-2018 in werking getreden. Vanaf die datum zijn de kosten van toezicht en tuchtrecht bij de beroepsgroepen in rekening gebracht.

Stelselvernieuwing rechtsbijstand

In 2018 zijn diverse ontwerpsessies gehouden met ongeveer 200 organisaties en professionals binnen én buiten het stelsel van gesubsidieerde rechtsbijstand. Met de opbrengsten van deze ontwerpsessies en gesprekken met professionals is een schets gemaakt van het nieuwe stelsel. Dit is weergegeven in de brief «contouren herziening stelsel gesubsidieerde rechtsbijstand» die op 9 november 201878 door de Minister naar de Kamer is gestuurd.

Implementatie invoering rechtsbijstand bij ZSM

Er is in 2018 een business case opgesteld hoe de rechtsbijstand in ZSM-zaken te intensiveren. Dit houdt in dat in alle zaken die via ZSM worden gerouteerd ervoor wordt gezorgd dat de verdachte in contact komt met een advocaat, ook al geeft de verdachte aan geen (consultatie)bijstand te willen. In 2018 is hiermee geëxperimenteerd in twee regio’s. In 2019 gaat het traject verder door steeds meer regio’s hierbij aan te laten sluiten.

Budgettaire gevolgen van beleid

Tabel 32.1 Budgettaire gevolgen van beleid (bedragen x € 1.000)
   

Realisatie

Vastgestelde

Verschil

2014

2015

2016

2017

2018

Begroting

 
         

2018

 

Verplichtingen

1.489.787

1.469.308

1.610.487

1.452.199

1.876.317

1.459.844

416.473

                 

32.1 Apparaatsuitgaven Hoge Raad

 

Personeel

21.689

22.403

24.471

24.354

26.676

26.155

521

 

waarvan eigen personeel

21.146

21.455

22.201

23.489

25.696

25.357

339

 

waarvan externe inhuur

543

948

2.270

865

980

775

205

 

waarvan overig personeel

0

0

0

0

0

23

– 23

 

Materieel

3.250

4.872

3.949

3.717

3.890

2.507

1.383

 

waarvan ICT

892

2.282

1.937

1.725

2.077

1.100

977

 

waarvan SSO's

162

83

61

60

17

62

– 45

 

waarvan overig materieel

2.196

2.507

1.951

1.932

1.796

1.345

451

                 

Programma-uitgaven

1.463.857

1.439.560

1.582.884

1.423.351

1.405.484

1.431.182

– 25.698

32.2 Adequate toegang tot het rechtsbestel

 

Bijdragen ZBO's/RWT's

             
 

Raad voor de Rechtsbijstand

52.270

47.251

49.836

49.471

50.528

47.099

3.429

 

Bureau Financieel Toezicht

6.250

6.316

6.146

5.907

5.884

2.289

3.595

 

Subsidies

             
 

Stichting Geschillencommissies Consumentenzaken

1.627

1.382

1.266

1.156

843

361

482

 

Overige subsidies

359

254

268

117

115

115

0

 

Opdrachten

             
 

Wet Schuldsanering Natuurlijke Personen

15.414

12.870

11.618

10.386

10.200

14.027

– 3.827

 

Toevoegingen rechtsbijstand

382.022

390.346

423.026

387.949

366.936

418.222

– 51.286

 

Mediation in strafrecht

0

0

0

360

755

0

755

 

Overige opdrachten

0

493

510

1.160

1.159

1.402

– 243

                 

32.3 Optimale randvoorwaarden voor een doelmatig en doeltreffend rechtsbestel

                 
 

Bijdrage aan Raad voor de rechtspraak

987.050

962.086

1.071.739

946.306

940.979

922.853

18.126

                 
 

Bijdragen ZBO's/RWT's

             
 

Autoriteit Persoonsgegevens

8.211

8.358

8.245

10.894

16.121

12.851

3.270

 

College voor de Rechten van de Mens

5.835

6.247

7.086

7.120

7.327

7.031

296

 

Centraal Administratie Kantoor

1.809

792

364

0

0

0

0

 

Nationaal Register Gerechtelijk Deskundigen

0

0

0

0

1.681

1.618

63

 

Overige bijdragen ZBO's RWT's

1.026

549

572

738

951

725

226

 

Bijdragen medeoverheden

             
 

Bijdragen Rechtspleging

48

0

0

0

37

92

– 55

 

Subsidies

             
 

Subsidies Rechtspleging

803

793

867

574

716

645

71

 

Subsidies Wetgeving

1.130

1.770

1.298

1.160

1.196

1.487

– 291

 

Opdrachten

             
 

Opdrachten en onderzoeken rechtspleging

3

53

43

53

56

0

56

 

Overige opdrachten

0

0

0

0

0

365

– 365

                 

Ontvangsten

221.419

201.948

197.941

205.181

164.688

206.078

– 41.390

 

waarvan griffie

217.194

198.293

194.248

171.787

160.462

200.078

– 39.616

 

waarvan overig

4.225

3.655

3.693

33.394

4.226

6.000

– 1.774

32.1 Apparaatsuitgaven Hoge Raad

Toelichting op de instrumenten

Hoge Raad (HR)

De Hoge Raad der Nederlanden is het hoogste rechtscollege in het Koninkrijk op het gebied van het civiele-, straf- en fiscale recht.

De Hoge Raad bevordert de rechtseenheid en de rechtsontwikkeling. Ook kan hij rechtsbescherming bieden in de individuele zaken die aan hem worden voorgelegd. Hij doet dit door te beslissen op cassatieberoepen, die worden ingesteld om de raad te laten beoordelen of het gerechtshof – en in voorkomende gevallen de rechtbank – in zijn uitspraak het recht juist heeft toegepast en of de gegeven motivering deugdelijk is. Aan deze taken wordt tevens invulling gegeven door te beslissen op prejudiciële vragen in het civiele en fiscale recht en op vorderingen van de procureur-generaal bij de Hoge Raad tot cassatie in het belang der wet.

De Hoge Raad en de procureur-generaal hebben daarnaast nog enkele bij wet opgedragen bijzondere taken.

32.2 Adequate toegang tot het rechtsbestel

Bijdragen ZBO’s en RWT’s

Raad voor Rechtsbijstand (RvR)

Het betreft hier de financiering voor apparaatsuitgaven van de RvR en het Juridisch Loket, een advies- en doorverwijsinstelling voor eerstelijns rechtshulp. De RvR is belast met de uitvoering van de Wet op de rechtsbijstand, die er voor zorgt dat on- en mindervermogenden verzekerd zijn van toegang tot het rechtsbestel.

Bureau Financieel Toezicht (BFT)

Het BFT houdt integraal toezicht op ca. 3.000 kandidaat- en (toegevoegd) notarissen en 800 kandidaat- en (toegevoegd) gerechtsdeurwaarders. Ook is het belast met het toezicht op de naleving van de Wet ter voorkoming van witwassen en financieren van terrorisme (WWFT). De begroting is zowel aan de uitgaven als ontvangstenkant bijgesteld in verband met de doorberekening van het toezicht en tuchtrecht. Deze wet is per 1/1/2018 in werking getreden.

Subsidies

Stichting Geschillencommissies voor Consumentenzaken (SGC)

De SGC beoordeelt consumentenklachten. De SGC heeft op dit moment 54 geschillencommissies die klachten in een groot aantal consumentenbranches behandelen. Tevens zijn bij de SGC 16 geschillencommissies in de zorg ondergebracht. De SGC ontvangt voor de kosten van de koepelorganisatie een subsidie. Afhandeling van klachten door de SGC zorgt voor minder instroom aan zaken binnen het rechtsbestel. De neerwaartse bijstelling van de subsidie ten opzichte van voorgaande jaren is in de najaarsnota incidenteel deels herzien.

Opdrachten

Wet Schuldsanering Natuurlijke Personen (WSNP)

Het Bureau WSNP coördineert de uitvoering van de Wet schuldsanering natuurlijke personen en reguleert de kwaliteit van de bewindvoering, onder andere door het register WSNP en een helpdesk. Via het bureau WSNP wordt een bijdrage verstrekt aan de bewindvoerder die een schuldsaneringsprocedure naar behoren afwikkelt. Gespecialiseerde insolventierechters houden toezicht op de goede afwikkeling van de circa 7.500 nieuwe schuldsaneringen per jaar. De gemiddelde subsidie voor een schuldsaneringstraject bedraagt circa € 1.150 over een periode van gemiddeld drie jaar. Het totaal aantal schuldsaneringsprocedures was in 2018 lager dan in de begroting was geraamd.

Toevoegingen Raad voor Rechtsbijstand

De Raad voor Rechtsbijstand verstrekt subsidie door middel van een toevoeging aan een advocaat of mediator voor de verlening van rechtsbijstand aan rechtzoekenden met een laag inkomen en vermogen. De door de cliënt te betalen eigen bijdrage wordt verrekend met de kosten van de rechtsbijstand. De financiering van de Raad voor Rechtsbijstand vindt plaats aan de hand van het aantal afgegeven toevoegingen over de periode 1 september tot en met 31 augustus. Naast de financiering van de Raad voor Rechtsbijstand worden ook de uitgaven aan gerechtsdeurwaarders voor toevoegingszaken ten laste van dit budget gebracht.

In tabel 32.2 is een uitsplitsing in uitgaven en in aantallen weergegeven van de productiegegevens van de Raad over de verschillende onderdelen binnen de rechtsbijstand.

Tabel 32.2 Productiegegevens Raad voor Rechtsbijstand
 

Realisatie

Begroting

Verschil

 

20161

2017

2018

2018

 

Strafzaken (ambtshalve)

         

Aantal afgegeven toevoegingen

44.853

41.635

39.393

39.370

23

Uitgaven (mln.)

€ 79,0

€ 67,7

€ 63,3

€ 64,0

€ – 0,7

Strafzaken (regulier)

         

Aantal afgegeven toevoegingen

79.925

79.247

75.820

79.895

– 4.075

Uitgaven (mln.)

€ 56,4

€ 52,9

€ 49,4

€ 52,8

€ – 3,4

Civiele zaken

         

Aantal afgegeven toevoegingen

194.605

189.400

184.949

215.647

– 30.698

Uitgaven (mln.)

€ 130,4

€ 125,8

€ 123,5

€ 141,9

€ – 18,4

Bestuur

         

Aantal afgegeven toevoegingen

76.356

71.330

68.356

60.617

7.739

Uitgaven (mln.)

€ 50,8

€ 47,5

€ 45,3

€ 40,1

€ 5,1

Piketten

         

Aantal piketdeclaraties

119.494

119.728

109.661

142.000

– 32.339

Uitgaven (mln.)

€ 35,3

€ 38,7

€ 37,0

€ 49,0

€ – 12,1

Lichte adviestoevoeging

         

Aantal afgegeven toevoegingen

9.148

9.007

8.327

7.673

654

Uitgaven (mln.)

€ 1,8

€ 1,7

€ 1,7

€ 1,5

€ 0,2

Asiel

         

Instroom asielzoekers (eerste, tweede en opvolgende aanvragen en inreis van nareizigers)2

33.670

35.030

32.320

37.000

4.770

Aantal afgegeven toevoegingen

45.852

34.251

32.036

28.442

3.594

Uitgaven (mln.)

€ 68,2

€ 49,5

€ 44,4

€ 47,5

€ – 3,1

Het Juridisch Loket

         

Aantal klantencontacten

733.900

737.583

739.842

733.900

5.942

Uitgaven (mln.)

€ 24,0

€ 24,5

€ 25,0

€ 24,4

€ 0,6

Aanvullende rechtshulp (eerste lijn)

         

Aantal aanvullende rechtshulp

   

0

8.777

– 8.777

Uitgaven (mln.)

   

€ 0,0

€ 1,9

€ – 1,9

Overige (rogatoire commissie, inning en restitutie, investeringen / implementatiekosten maatregelen)

         

Uitgaven (mln.)

€ – 2,5

€ 0,5

€ – 0,4

€ 14,5

€ – 14,9

Uitvoeringslasten Rechtsbijstand

         

Raad voor Rechtsbijstand

€ 24,9

€ 24,0

€ 24,8

€ 22,9

€ 1,8

           

Totaal uitgaven (x € 1 mln.)3

€ 468,4

€ 432,9

€ 413,9

€ 460,6

€ – 46,7

Bronnen: Raad voor Rechtsbijstand, Prognosemodel Justitiële Ketens 2019, kabinetsreactie rapport «Herijking rechtsbijstand – Naar een duurzaam stelsel voor de gesubsidieerde rechtsbijstand».

X Noot
1

De aantallen afgegeven toevoegingen in de tabel wijken af van de aantallen die vermeld worden in het Jaarverslag van de Raad voor Rechtsbijstand. Dit heeft te maken met het feit dat voor de financiering van de Raad voor Rechtsbijstand de aantallen over de periode 1 september t/m 31 augustus worden gehanteerd.

X Noot
2

De aantallen zijn afgerond op tientallen.

X Noot
3

Het artikelonderdeel 32.2 met betrekking tot rechtsbijstand van de begroting van het Ministerie van Justitie en Veiligheid bestaat uit meerdere uitgaven. Naast de uitgaven aan het stelsel voor gesubsidieerde rechtsbijstand hebben de uitgaven betrekking op onder andere het Register beëdigde tolken en vertalers (Rbtv) en uitgaven aan gerechtsdeurwaarders voor toevoegingszaken. In deze tabel zijn deze uitgaven aan Rbtv en gerechtsdeurwaarders voor toevoegingszaken buiten beschouwing gelaten.

Toelichting

Het totaal aantal afgegeven toevoegingen (piketten buiten beschouwing gelaten) was in 2018 lager dan in 2017, en was ook iets lager dan in de begroting was geraamd. De aantallen afgegeven toevoegingen in asielzaken zijn in 2018 gedaald ten opzichte van 2017, omdat het aantal asieltoevoegingen geruime tijd hoog is geweest. Ook bij de aantallen afgegeven toevoegingen in civiele zaken en in ambtshalve en reguliere strafzaken was sprake van een daling. Het aantal afgegeven toevoegingen in bestuursrechtelijke zaken lag lager dan in 2017, maar was wel hoger dan de raming in de begroting. Bij de lichte adviestoevoegingen was sprake van een daling. Ook het aantal straftoevoegingen is afgenomen. Dit hangt samen met een lagere instroom van strafzaken bij de rechtsbanken en gerechtshoven.

Het aantal piketten was lager dan in 2017. Bij de raming in de begroting van het aantal piketten was uitgegaan van een toename in volume door de inwerkingtreding van het recht op een raadsman bij politieverhoor. Echter, als gevolg van de wijze waarop de declaraties van de rechtsbijstandsverleners bij de piketten worden verwerkt, heeft de invoering van het recht op een raadsman bij het politieverhoor niet tot een groter volume geleid, maar tot hogere gemiddelde kosten per piket. Ook is in 2018 de voorgenomen intensivering van rechtsbijstand in de ZSM-werkwijze (bovenop het reeds geldende wettelijke recht op bijstand van een raadsman voorafgaand aan en tijdens het politieverhoor) nog niet geïmplementeerd naar aanleiding van de business case.

Het wetsvoorstel duurzaam stelsel rechtsbijstand (naar aanleiding van de kabinetsreactie op het rapport-Wolfsen) wordt niet verder in procedure gebracht. Hierdoor is de maatregel aanvullende rechtshulp ad € 1,9 mln. niet doorgevoerd. Alsmede komen de investeringen ten aanzien van de implementatie van het wetsvoorstel ad € 14 mln. bij de overige uitgaven niet tot besteding gekomen.

In totaal was het beroep op de rechtsbijstand (de totaal uitgaven in onderstaande tabel) circa € 47 mln. lager dan in de begroting was voorzien.

Mediation in strafrecht

Met de beschikbare middelen wordt via een bijdrage aan de Raad voor rechtspraak mediation in het strafrecht in de vervolgings- en berechtingsfase gefaciliteerd.

Na doorverwijzing door de rechter of de officier van Justitie worden via de mediationbureaus bij de parketten mediators ingezet.

32.3 Optimale randvoorwaarden voor een doelmatig en doeltreffend rechtsbestel

Bijdrage aan Raad voor de rechtspraak (Rvdr)

De Minister voor Rechtsbescherming bekostigt de rechtspraak via de Raad voor de rechtspraak. De Raad voor de rechtspraak is het landelijk orgaan van de Rechtspraak, dat verder bestaat uit de rechtbanken, de gerechtshoven, de Centrale Raad van Beroep en het College van Beroep voor het Bedrijfsleven. De Raad bevordert de kwaliteit en eenheid van de rechtspraak, verzorgt de financiën, houdt toezicht en ondersteunt de bedrijfsvoering bij de gerechten. De Raad spreekt zelf geen recht. In dit artikelonderdeel wordt de totstandkoming van de bijdrage van de Minister voor Rechtsbescherming aan de Raad voor de rechtspraak toegelicht.

Tabel 32.3 Instroomontwikkeling rechtspraak
 

Realisaties

Prognoses

 

2016

2017

2018

2018

Instroom totaal aantal (x € 1.000)

1.578

1.578

1.518

1.660

Jaarlijkse mutatie

– 6%

0%

4%

 

Bronnen: Raad voor de rechtspraak, Prognosemodel Justitiële Ketens

Tabel 32.4 Financiële bijdrage Raad voor de rechtspraak
 

Realisaties

Prognoses

 

2016

2017

20181

2018

Begroting 2018 (x € 1.000)

1.071.738

946.306

941.519

922.853

X Noot
1

Dit is inclusief een bijdrage aan de Raad voor de rechtspraak voor onder andere kosten van tuchtrechtspraak.

Er is € 18,7 mln. meer uitgegeven aan de rechtspraak dan in de begroting 2018 geraamd. Dit wordt met name verklaard door de compensatie voor loonontwikkeling (loonbijstelling) en aanvullingen van de bijdrage vanuit de Regeerakkoordmiddelen voor versterking strafrechtketen en cybersecurity.

In 2018 is een deel van de bijdrage (€ 10 mln.) vanuit de egalisatierekening van de Raad voor de rechtspraak gefinancierd.

Tabel 32.5 Productieafspraak rechtspraak
 

Realisaties

Prognoses

 

2016

2017

2018

2018

Productie totaal aantal (x 1.000)

1.599

1.520

1.475

1.649

Jaarlijkse mutatie

– 6%

– 5%

3%

 

Bronnen: Raad voor de rechtspraak

Toelichting

De instroom van het aantal zaken was in 2018 lager dan in 2017 en was lager dan geprognosticeerd. In 2018 stroomden er ongeveer 1,5 mln. zaken in bij de gerechten. Het aantal afgehandelde zaken was eveneens ongeveer 1,5 mln.

In het jaarverslag van de Rechtspraak, uitgebracht door de Raad voor de rechtspraak, dat tevens aan de Staten-Generaal wordt aangeboden, wordt meer gedetailleerd ingegaan op de diverse ontwikkelingen binnen de rechtspraak in 2018.

Bijdragen ZBO’s en RWT’s

Autoriteit persoonsgegevens (AP)

De AP houdt toezicht op de naleving van de wettelijke regels voor bescherming van persoonsgegevens, onderzoekt de inhoud van klachten in de mate waarin dat gepast is, adviseert over nieuwe wet- en regelgeving die gaat over de verwerking van persoonsgegevens, verschaft helderheid over de uitleg van wettelijke normen, geeft voorlichting, verstrekt informatie en werkt samen met toezichthoudende autoriteiten uit andere lidstaten.

Het budget van de AP is als gevolg van onder andere loon- en prijsbijstelling en een incidentele verhoging in verband met het verkrijgen eigen rechtspersoonlijkheid verhoogd met € 2,4 mln. Daarnaast is het budget nog met € 0,8 mln. overschreden als gevolg van hogere bezetting dan geraamd was in de begroting.

College voor de Rechten van de Mens (CRM)

Het CRM vervult zijn wettelijke taak ter bevordering en naleving van de mensenrechten in Nederland in praktijk, beleid en wetgeving. Het CRM adviseert daartoe onder meer over voorgenomen regelgeving die betrekking heeft op mensenrechten, rapporteert jaarlijks over de mensenrechtensituatie in Nederland en heeft daarnaast een oordelende taak op het gebied van gelijke behandeling. Dat laatste kan zijn op basis van individuele klachten of naar aanleiding van concrete verzoeken over hoe gelijke behandelingswetgeving toe te passen. Ook heeft het CRM een rol bij normontwikkeling en periodieke evaluatie van de effectiviteit van wetgeving voor gelijke behandeling.

Het budget van het CRM is als gevolg van een afspraak met betrekking tot de bovenwettelijke uitkeringen bij werkloosheid voor (oud) collegeleden met € 0,3 mln. overschreden.

Centraal Administratie Kantoor (CAK)

Door het CAK (een ZBO onder het Ministerie van VWS) zouden de eigen bijdragen voor de kosten van het strafproces en slachtofferzorg worden geïnd. Het wetsvoorstel dat deze bijdrage regelt is op 22 november 2017 ingetrokken79. Er zijn door het CAK in 2018 geen uitgaven meer gedaan.

Nederlands Register Gerechtelijk Deskundigen

Het Nederlands Register Gerechtelijk Deskundigen (NRGD) versterkt de kwaliteit van de inbreng van gerechtelijk deskundigen in Nederland en daarbuiten. Het normeert expertisegebieden, signaleert en geeft advies. Ook stimuleert het NRGD de kennisuitwisseling tussen forensische wetenschap en recht.

Subsidies

Subsidie Rechtspleging

De subsidie Rechtspleging betreft met name een subsidie aan de Nederlandse Vereniging voor de Rechtspraak (NVvR).

Subsidie Wetgeving

De subsidie Wetgeving betreft een subsidie aan de Stichting Recht en Overheid en aan het Nederlandse Juristencomité voor de Mensenrechten voor de bescherming van mensenrechten.

Ontvangsten

Griffie

Het Ministerie van Justitie en Veiligheid ontvangt griffierechten van burgers, overheden, bedrijven en ander rechtspersonen die civiele of bestuursrechtelijke procedures starten. De daling van de ontvangsten met circa € 40 mln. ten opzichte van de begroting hangt samen met de daling van het aantal zaken waarbij sprake is van een te betalen griffierecht.

33. Veiligheid en criminaliteitsbestrijding

Artikel 33 Veiligheid en criminaliteitsbestrijding: 6,1% van de begrotingsuitgaven

Artikel 33 Veiligheid en criminaliteitsbestrijding: 6,1% van de begrotingsuitgaven

Algemene doelstelling

Een veiliger samenleving door een doelmatige en effectieve rechtshandhaving en criminaliteitsbestrijding, en door versterking van de bestuurlijke aanpak van criminaliteit door de decentrale overheden.

Opsporing en vervolging

Rol en verantwoordelijkheid

  • De Minister heeft een regisserende rol. Hij is beleidsverantwoordelijk voor het landelijke opsporings- en vervolgingsbeleid en financiert daartoe onder andere het Openbaar Ministerie (OM) en het Nationaal Forensisch Instituut (NFI). Het OM is belast met de strafrechtelijke handhaving van de rechtsorde (Wet op de rechtelijke organisatie). Het voert het gezag over de opsporing door politie en bijzondere opsporingsdiensten, beslist over de vervolging van strafbare feiten en ziet erop toe dat de opgelegde straf naar behoren wordt uitgevoerd.

Veiligheid en lokaal bestuur

  • Op het gebied van veiligheid en lokaal bestuur heeft de Minister een stimulerende rol. Hij is belast met het ontwikkelen van visie, beleid en samenwerkingsvormen op het terrein van de bestuurlijke aanpak van onveiligheid en criminaliteit.

  • Inspanningen zijn er op gericht het lokaal bestuur zo effectief en efficiënt als mogelijk in staat te stellen de lokale veiligheid te vergroten, onder andere door het bewaken van de bestuurlijke integriteit (Bibob) en de inzet van de Regionale Informatie- en Expertise Centra (RIEC’s).

  • JenV faciliteert en ondersteunt de aanpak van de meest voorkomende vormen van onveiligheidsgevoelens en overlast, zoals overlast gerelateerd aan jeugdgroepen, alcohol, uitgaan, voetbal en evenementen. Dit wordt ingevuld samen met het lokale bestuur, onder andere via structureel overleg met de G4, de G32 en de VNG.

Vervolging en berechting van verdachten van het neerhalen van vlucht MH17

  • De Minister van Justitie en Veiligheid is verantwoordelijk voor het strafrechtelijke vervolgings- en berechtigingsmechanisme en financiert daarvoor onder andere het Openbaar Ministerie (OM), de rechterlijke macht en de politie.

Integrale aanpak van georganiseerde en ondermijnende criminaliteit

Beleidsconclusies

In 2018 zijn verdere stappen gezet om de beoogde intensivering van de aanpak vorm te geven. In alle 10 regio’s en bij de betrokken landelijke organisaties zijn in 2018 meerjarige plannen opgesteld voor het versterken van de aanpak van ondermijning, op basis van de beschikbare extra financiële middelen. In de brief van 16 november 201880 is de Kamer uitvoerig geïnformeerd over de actuele stand van zaken. Begin 2019 zijn de extra middelen aan de regio’s en landelijke partners toegekend.

Mensenhandel

In 2018 is in nauwe samenspraak met partners uit het mensenhandel domein en andere ministeries gewerkt aan een integraal programma waarin een breed pallet aan maatregelen wordt aangekondigd om de aanpak van mensenhandel binnen en buiten Nederland een stevige impuls te geven. Het programma, getiteld Samen tegen mensenhandel is op 14 november 2018 naar de Tweede Kamer verstuurd.81 In 2018 is tevens een pilot bij het Schadefonds Geweldsmisdrijven van start gegaan getiteld: «Multidisciplinaire advisering slachtofferschap mensenhandel». Een onafhankelijke multidisciplinaire «commissie mensenhandel» brengt hierin een deskundigenbericht uit over het mogelijke slachtofferschap van mensenhandel.

Bestrijding van kinderporno en kindersekstoerisme

  • De politie borgde in 2018 een programmatische aanpak van kinderporno in hun organisatie.

  • Met een «Hernieuwde aanpak online seksueel kindermisbruik»82 is preventie en de inzet van het bedrijfsleven gestimuleerd.

  • In het voor- en najaar zijn twee rondetafelconferenties tussen de Minister en het bedrijfsleven georganiseerd83.

  • Om reizigers te stimuleren kindersekstoerisme te melden, heeft in de zomer van 2018 een campagne «Don’t look away» plaatsgevonden84.

  • Op 13 december 2018 ondertekende het bedrijfsleven een document om kinderpornografische content sneller te verwijderen.85

  • Bestuursrechtelijke handhaving van bedrijven die kinderporno niet accuraat van eigen servers verwijderen is onderzocht én juridisch haalbaar gebleken86.

  • Online kindermisbruik blijft onderdeel van de Veiligheidsagenda87.

  • Er is gestart met het ontwerp van een wetsvoorstel tot modernisering van seksuele misdrijven, waarin aandacht voor nieuwe (digitale) strafwaardige fenomenen.

  • Een wetsvoorstel herwaardering strafbaarstelling actuele delictsvormen88, waarin de strafbaarstelling van misbruik van seksueel beeldmateriaal (wraakporno) is opgenomen, is op 15 november 2018 ingediend bij de Tweede Kamer.

Fraude

Bij de aanpak van fraude zijn onder andere activiteiten uitgevoerd om doelgroepsgewijs de bewustwording van (potentiële) slachtoffers te verhogen zowel door publieke partijen, zoals de politie, als door private partijen, zoals de Fraudehelpdesk en het Centrum voor Criminaliteitspreventie en Veiligheid (CCV). Verder is gezamenlijk met publieke en private partijen doorgewerkt aan het opwerpen van barrières om het fraudeurs zo moeilijk mogelijk te maken. Een aantal banken heeft zich actief ingezet om klanten te waarschuwen voor bijvoorbeeld CEO-fraude. Onlinehandelsplaatsen hebben het veilig handelen op hun sites bevorderd door onder meer het veilig betalen te verbeteren. Ook zijn de eerste civielrechtelijke bestuursverboden opgelegd aan bestuurders, waardoor deze voor een maximale termijn van 5 jaar uitgesloten worden van nieuwe bestuursfuncties. Zie verder H3 beleidsverslag.

Synthetische drugs, hennep en coffeeshops

In 2018 is het Wetsvoorstel experiment gesloten coffeeshopketen om een experiment op te zetten waarin de achterdeur van coffeeshops gereguleerd wordt aan de Tweede Kamer aangeboden89. Het Besluit experiment gesloten coffeeshopketen is in consultatie gegaan. Voor de aanpak van hennepcriminaliteit is artikel 13b Opiumwet uitgebreid.

Tabel 33.1 Indicatoren Unit Landelijke Interceptie
 

2013

2014

2015

2016

2017

2018

Aantal nummers waarvoor een bevel tot aftappen is gegeven

26.150

25.181

24.063

24.850

24.900

23.458

Gemiddeld aantal taps per dag

1.391

1.386

1.415

1.423

1.421

1.397

IP-taps1

17.806

         

Gemiddeld aantal IP- taps per dag

829

         

Aantal aanvragen op historische gegevens2

62.554

62.533

56.100

58.985

59.434

56.882

Bron: Landelijke Eenheid nationale politie

X Noot
1

Dit betreft zowel internettaps als e-mailtaps. Sinds de invoering van de nieuwe interceptiestandaard wordt, zowel technisch als procedureel, geen onderscheid meer gemaakt tussen een telefoontap en een internettap. Het onderscheid in de tellingen komt hiermee m.i.v. 2014 te vervallen.

X Noot
2

Zoals verkeersgegevens en identificerende gegevens. Het gaat bij deze nummers niet alleen over telefoonnummers, maar ook over IP-adressen en emailadressen.

Toelichting

Zoals toegezegd bij brief van 13 november 200790 en daaropvolgend bij brief van 27 mei 200891 worden de jaarlijkse tapstatistieken opgenomen in het Jaarverslag van Justitie en Veiligheid.

Budgettaire gevolgen van beleid

Tabel 33.2 Budgettaire gevolgen van beleid (x € 1.000)
   

Realisatie

Vastgestelde

Verschil

2014

2015

2016

2017

2018

Begroting

 
         

2018

 

Verplichtingen

788.041

688.928

861.289

645.995

773.189

731.997

41.194

                 

33.1 Apparaatsuitgaven Openbaar Ministerie

           
 

Personeel

364.851

359.937

373.530

396.900

445.821

365.872

79.949

 

waarvan eigen personeel

335.554

336.658

344.274

358.160

388.143

339.578

48.565

 

waarvan externe inhuur

26.597

21.277

27.299

36.979

55.897

24.378

31.519

 

waarvan overig personeel

2.700

2.002

1.957

1.761

1.781

1.916

– 135

 

Materieel

117.625

124.273

134.574

110.140

102.317

123.468

– 21.151

 

waarvan ICT

12.251

12.545

13.437

15.216

11.182

10.620

562

 

waarvan SSO's

30.375

51.218

54.765

32.584

34.870

54.343

– 19.473

 

waarvan overig materieel

74.999

60.510

66.372

62.340

56.265

58.505

– 2.240

                 

Programma-uitgaven

228.570

269.890

231.535

224.557

228.216

242.657

– 14.441

33.2 Bestuur, informatie en technologie

           
 

Bijdragen medeoverheden

             
 

Regionale Informatie en Expertise Centra

7.078

7.350

7.370

8.067

8.298

7.492

806

 

Uitstapprogramma's prostituees

463

1.853

1.731

1.987

1.198

1.937

– 739

 

Overige bijdragen medeoverheden

1.331

1.081

1.111

692

422

1.029

– 607

 

Subsidies

             
 

Centrum voor Criminaliteitspreventie en Veiligheid

0

10.201

5.379

4.582

4.601

3.887

714

 

Keurmerk Veilig Ondernemen

1.511

1.389

1.600

1.325

1.325

1.364

– 39

 

Uitstapprogramma's prostituees

1.458

1.103

1.099

1.185

1.860

1.610

250

 

Veiligheid Kleine Bedrijven

0

0

0

439

85

323

– 238

 

Overige subsidies

0

784

2.429

1.591

3.476

1.010

2.466

 

Opdrachten

             
 

Overige opdrachten

464

723

584

374

0

103

– 103

                 

33.3 Opsporing en vervolging

   
 

Bijdragen Agentschappen

             
 

Nederlands Forensisch Instituut

68.062

70.244

88.661

67.924

69.813

66.403

3.410

 

Domeinen Roerende Zaken

12.754

0

0

0

0

0

0

 

Bijdragen ZBO's/RWT's

             
 

Nationaal Register Gerechtelijk Deskundigen

1.532

1.765

1.656

1.707

0

0

0

 

Bijdragen (inter)nationale organisaties

             
 

FIU-Nederland

4.045

0

0

4.755

4.755

4.850

– 95

 

Bijdragen medeoverheden

             
 

PV-vergoedingen Bestuurlijke strafbeschikking

12.786

11.321

0

0

0

0

0

 

BES Staatkundige hervorming Nederlandse Antillen

4.015

4.658

4.879

4.324

6.523

4.519

2.004

 

aanpak ondermijning

0

0

0

0

4.986

0

4.986

 

Overige bijdragen medeoverheden

7.989

15.754

8.871

3.590

14.679

7.940

6.739

 

Subsidies

             
 

Centrum voor Criminaliteitspreventie en Veiligheid

0

0

0

0

0

695

– 695

 

Overige subsidies

3.311

2.870

3.073

2.874

3.918

2.504

1.414

 

Opdrachten

             
 

Schadeloosstellingen

27.362

53.727

19.262

22.132

21.707

20.035

1.672

 

Keten Informatie Management

154

62

0

1.400

1.733

0

1.733

 

Onrechtmatige Detentie

11.654

10.776

8.791

7.492

6.133

11.209

– 5.076

 

Herontwerp Strafrechtketen

344

156

0

0

0

0

0

 

Gerechtskosten

33.360

30.933

32.975

33.613

33.626

32.854

772

 

Innovatieagenda

164

0

0

0

0

0

0

 

Restituties ontvangsten voorgaande jaren

0

3.010

386

1.068

344

0

344

 

Verkeershandhaving Openbaar Ministerie

25.484

27.333

29.212

36.895

14.757

25.152

– 10.395

 

Afpakken

2.231

240

0

0

0

3.503

– 3.503

 

Bewaring, verkoop en vernietiging beslaggenomen voorwerpen

0

12.056

12.099

13.743

14.050

15.354

– 1.304

 

Overige opdrachten

1.018

501

367

159

405

16.124

– 15.719

 

Garanties

             
 

Faillissementscuratoren

0

0

0

2.639

4.265

3.760

505

                 

33.4 Opsporing en berechting MH17-verdachten

0

0

0

0

5.257

9.000

– 3.743

                 

Ontvangsten

1.101.777

933.123

1.383.500

1.174.629

1.690.542

1.122.957

567.585

 

waarvan Boeten en Transacties

949.383

777.262

955.393

936.080

1.508.879

857.597

651.282

 

waarvan Afpakken

135.972

143.577

416.478

225.213

174.090

252.360

– 78.270

 

waarvan overig

16.422

12.284

11.629

13.336

7.573

13.000

– 5.427

33.1 Apparaatsuitgaven Openbaar Ministerie

Toelichting op instrumenten

Openbaar Ministerie (OM)

Het OM vormt samen met de Rechtspraak de rechterlijke macht en staat voor de opsporing, vervolging en berechting van strafbare feiten en de tenuitvoerlegging van straffen. Op die manier levert zij een elementaire bijdrage aan een vrije, veilige en rechtvaardige samenleving. In de afgelopen jaren is het takenpakket van het OM uitgebreid met werkzaamheden die gericht zijn op andere en bredere doelstellingen dan strafrechtelijke vervolging. Te denken valt aan de rol die de officier van justitie heeft bij de omgang met verwarde personen en de bijdrage van het OM aan de samenwerkingsverbanden die gericht zijn op de aanpak van ondermijning.

Er is sprake van een (technische) verschuiving van de uitgaven op de diverse kostensoorten binnen het totale OM-budget sinds 2016. De raming was hier (nog) niet op aangepast. Dit verklaart een verschuiving van circa € 24 mln. tussen artikelonderdelen binnen het totale budget van het OM.

Per saldo is er sprake van een realisatie die circa € 59 mln. hoger is dan bij de begroting was geraamd. De grootste mutaties worden hieronder toegelicht:

  • Toekenning van € 10,8 mln. aan loon- en prijsbijstelling 2018;

  • Een bijdrage van € 10 mln. voor het project Alle Zaken Digitaal (AZD) vanuit het budget Digitalisering werkprocessen strafrechtketen die bij het Regeerakkoord beschikbaar is gesteld;

  • € 10 mln. in verband met een tekort op het totale ICT-budget van het OM;

  • Een bijdrage van € 5 mln. vanuit verkeershandhaving aan eigen personeel OM voor zaakafhandeling verkeerszaken 2018;

  • Diverse bijdragen, opgeteld tot € 4,4 mln., ten behoeve van implementatie van de aanbevelingen van de Commissie Hoekstra;

  • € 2,8 mln. ten behoeve van cybersecurity en aanpak cybercrime;

  • € 2,5 mln. voor de (jaarlijkse) compensatie van uitgaven met betrekking tot gerechtelijke brieven;

  • Een bijdrage van € 2,3 mln. vanuit het budget dat bij het Regeerakkoord beschikbaar is gesteld voor de versterking van de strafrechtketen;

  • Een bijdrage van € 2 mln. voor Cross Border enforcement richtlijn;

  • Een bijdrage van € 2 mln. van de Nationale Politie voor additionele inzet parketsecretarissen.

Het restant betreft diverse kleinere mutaties.

Tabel 33.3 Productiegegevens Openbaar Ministerie
 

Realisatie

Prognoses

verschil

 

2017

2018

2018

 
         

Uitstroom WAHV beroep- en appèlzaken

411.700

481.477

475.148

6.329

         

Uitstroom overtredingszaken

125.279

134.221

124.451

9.770

– waarvan na herinstroom

11.201

12.729

15.734

– 3.005

         

Uitstroom misdrijfzaken

234.723

221.682

254.965

– 33.283

Eenvoudige misdrijfzaken

28.208

27.843

21.100

6.743

– waarvan na herinstroom

1.617

1.467

1.100

367

Interventie/ZSM zaken

177.170

159.243

203.058

– 43.815

– waarvan sepot of buitenrechtelijke afdoening in voorfase

44.381

34.216

52.845

– 18.629

– waarvan na herinstroom

5.997

8.766

9.827

1.061

Onderzoekszaken

20.698

20.993

22.115

– 1.122

Ondermijningszaken

8.647

9.192

8.692

500

         

Uitstroom appèlzaken

24.068

24.845

28.639

– 3.794

Bronnen: Openbaar Ministerie

In het jaarbericht van het Openbaar Ministerie zal meer gedetailleerd worden ingegaan op de diverse ontwikkelingen binnen het Openbaar Ministerie in 2018.

33.2 Bestuur, Informatie en Technologie

Bijdragen medeoverheden

Regionale Informatie en Expertise Centra / Landelijk Informatie en Expertise Centrum (RIEC's/LIEC)

Voor een structurele aanpak van georganiseerde misdaad zijn er 10 RIEC’s en een LIEC. De RIEC’s ontwikkelen en ondersteunen regionaal bestuurlijke interventies en combineren die eventueel met de fiscale en strafrechtelijke aanpak. Binnen de RIEC’s wordt ten behoeve van een geïntegreerde aanpak samengewerkt tussen openbaar bestuur, politie, Openbaar Ministerie, Belastingdienst en andere partners. Het LIEC is een shared service center voor de RIEC’s en heeft tot doel het zoveel mogelijk stroomlijnen van de werkwijzen van de RIEC’s en het ondersteunen van de onderlinge afstemming.

Op 26 juni 2018 is het RIEC-LIEC jaarverslag over 2017 met de resultaten van de samenwerking aan de Kamer aangeboden92.

Uitstapprogramma prostituees

Bij de ontwerpbegroting 2014 is de motie Van der Staaij aangenomen93. Met deze motie zijn voor de periode 2014–2018 middelen vrijgemaakt voor de cofinanciering van uitstapprogramma’s voor prostituees.

Om prostituees die willen stoppen, uit de prostitutie te begeleiden, is naar aanleiding van bovengenoemde motie de Regeling Uitstapprogramma’s Prostituees II (RUPS II) opgesteld. Gemeenten kunnen een bijdrage aanvragen voor het opzetten van een uitstapprogramma. RUPS II liep van juli 2014 tot juli 2018. In het regeerakkoord is structureel geld vrijgemaakt voor uitstapprogramma’s. In afwachting van de uitkomsten van het WODC-onderzoek naar mate van landelijke dekkendheid, effecten van uitstapprogramma’s en meest gewenste financierings-systematiek, is RUPS II met een jaar verlengd van juli 2018 tot juli 2019.

Subsidies

Het Centrum voor Criminaliteitspreventie en Veiligheid (CCV)

Het CCV ontvangt een subsidie om kennis en instrumenten te ontwikkelen op het terrein van criminaliteitspreventie en veiligheid, gericht op integrale aanpak door samenwerking tussen zowel publieke als private organisaties. Via onder andere bijeenkomsten, publicaties, instrumenten en de website ondersteunt het CCV professionals op het gebied van criminaliteitspreventie en veiligheid.

Keurmerk Veilig Ondernemen (KVO)

In 2018 is in samenwerking tussen ondernemers, gemeente, politie en brandweer gewerkt aan de veiligheid van bedrijventerreinen en winkelgebieden. Indien er in samenwerking tussen vorengenoemde partijen structurele maatregelen worden genomen resulteert dat in een KVO certificaat.

Uitstapprogramma prostituees

Bij de ontwerpbegroting 2014 is de motie Van der Staaij aangenomen 13). Met deze motie zijn voor de periode 2014–2018 middelen vrijgemaakt voor de cofinanciering van uitstapprogramma’s voor prostituees.

Om prostituees die willen stoppen, uit de prostitutie te begeleiden, is naar aanleiding van bovengenoemde motie de Regeling Uitstapprogramma’s Prostituees II (RUPS II) opgesteld.

Maatschappelijke organisaties kunnen een subsidie aanvragen voor het opzetten van een uitstapprogramma. RUPS II liep van juli 2014 tot juli 2018. In het regeerakkoord is structureel geld vrijgemaakt voor uitstapprogramma’s. In afwachting van de uitkomsten van het WODC-onderzoek naar mate van landelijke dekkendheid, effecten van uitstapprogramma’s en meest gewenste financieringssystematiek, is RUPS II met een jaar verlengd van juli 2018 tot juli 2019.

Veiligheid Kleine Bedrijven/Preventie bedrijfsleven

Overheid, burgers en bedrijven hebben een gezamenlijke verantwoordelijkheid voor de leefbaarheid en de veiligheid van de samenleving. In 2018 is uitvoering gegeven aan het actieprogramma Veilig Ondernemen 2017–2018. Met behulp van de beschikbare middelen zijn verschillende integrale aanpakken uitgevoerd, onder meer in het kader van mobiel banditisme, cybersecurity van het MKB en ondermijning. Daarnaast zijn burgers en ondernemers als onderdeel van de integrale aanpak gestimuleerd preventieve en innovatie maatregelen te treffen. Voorts is er in 2018 is er gewerkt aan een landelijke dekking van Platforms Veilig Ondernemen (PVO’s).

33.3 Opsporing en vervolging

Bijdragen agentschappen

Nederlands Forensisch Instituut (NFI)

In 2018 zijn door het NFI verdere stappen gezet om de organisatie- en managementcultuur te veranderen. In het hoofdstuk beleidsprioriteiten is meer informatie hierover te vinden.

Daarnaast is gedetailleerdere informatie over het NFI te vinden in de agentschapsparagraaf van dit jaarverslag.

Bijdragen ZBO’s en RWT’s

Nationaal register gerechtelijk deskundigen (Cgd)

Het Cgd waarborgt en bevordert de kwaliteit van de inbreng van deskundigen in de rechtsgang. Indien een deskundige, zoals een psycholoog, toxicoloog of orthopedagoog, zich als gerechtelijk deskundige wil laten registreren, dient de aanmelding getoetst te worden door het Cgd. Het Cgd heeft een wettelijke basis (Wet deskundigen in strafzaken) en is onafhankelijk.

Bijdragen (inter)nationale organisaties

Financial Intelligence Unit Nederland (FIU-Nederland)

Op grond van de Wet ter voorkoming van Witwassen en Terrorisme Financiering (WWFT) ontvangt de FIU-Nederland signalen over ongebruikelijke transacties (OT’s) van meldplichtige instellingen (banken, geldtransactiekantoren, autohandelaren en notarissen). De FIU-Nederland analyseert de meldingen van OT’s en komt in sommige gevallen tot een verdacht verklaring van deze OT’s die zij alsdan ter beschikking stelt aan de diverse (bijzondere) opsporingsinstanties, inlichtingen- en veiligheidsdiensten. Het verdacht verklaren van ongebruikelijke transacties en ter beschikking stellen van deze verdachte transacties kan op verschillende gronden plaatsvinden:

  • naar aanleiding van een verzoek via de Landelijk Officier van Justitie Witwassen (LOvJ),

  • eigen onderzoek van de FIU-Nederland;

  • periodieke matching met het Verwijzingsindex Recherche Onderzoeken Subjecten (VROS)-bestand;

  • informatieverzoeken van buitenlandse FIU’s.

Tabel 33.4 Kengetallen FIU-Nederland
 

Realisaties

Prognoses

Verschil

 

2014

2015

2016

2017

2018

2018

 

Aantal LOvJ-verzoeken1

1.093

1.218

1.277

1.246

1.261

1.100

161

Aantal Eigen onderzoeksdossiers

1.488

1.462

1.566

1.522

1.488

1.500

12

Bron: De jaaroverzichten van de FIU-Nederland zijn beschikbaar via: https://www.fiu-nederland.nl/nl/over-fiu/jaaroverzicht

X Noot
1

Een verzoek of dossier kan meerdere verdachte transacties bevatten.

De realisatie van het aantal LOvJ verzoeken is in lijn met de voorgaande jaren. Het aantal wijkt 161 af van de prognose voor 2018. Voor 2019 is de prognose is inmiddels bijgesteld naar 1.200.

Bijdragen aan medeoverheden

Staatkundige hervorming Nederlandse Antillen (shna)

De periode na de staatkundige hervorming kenmerkt zich door het steeds verder vorm geven aan de inrichting van de BES eilanden. Daaraan draagt een goede inrichting van de rechtspraak en het Openbaar Ministerie bij. Vanuit Europees Nederland wordt gestimuleerd dat het aantal rechters zowel kwantitatief als kwalitatief op goed niveau blijft. Ook zal er zorg voor worden gedragen dat de staande magistratuur van het OM BES op sterkte blijft. De Raad voor de Rechtshandhaving wordt zodanig geëquipeerd dat er een goede bijdrage is gedaan voor het doen van voldoende en gekwalificeerde onderzoeken. Vanuit het regeerakkoord zijn middelen vrijgemaakt voor de aanpak van ondermijning, onder andere binnen Caribisch Nederland. Deze middelen zijn bij de voorjaarsnota vanuit het Ministerie van BZK overgeheveld naar het Ministerie van J&V.

Overige bijdrage overheden

Dit betreft een deel van de doorverdeling van de bij Miljoenennota aangekondigde intensivering in cybersecurity en de overheveling van afpakgelden.

Opdrachten

Schadeloosstellingen

Dit betreft de budgetten voor schadeloosstellingen buiten de strafrechtelijke keten, zoals vergoedingen vanwege onrechtmatige vreemdelingenbewaring en in het geval van bijzondere opnemingen in psychiatrische ziekenhuizen (BOPZ). Daarnaast kunnen ook vergoedingen worden verstrekt voor bijvoorbeeld juridische bijstand. De uitgaven zijn vooraf lastig in te schatten. Er is in 2018 voor een iets hoger bedrag aan schadeloosstellingen uitgekeerd dan geraamd.

Keten Informatie Management (KIM)

Het doel van KIM is het realiseren van innovatie op het gebied van informatie gestuurde opsporing, vervolging en executie. Binnen KIM zijn er verschillende programma’s zoals de Digitalisering Strafrechtketen, het Digitaal Proces Dossier en het E-justice programma.

Onrechtmatige Detentie

Ten laste van dit budget worden de vergoedingen verantwoord aan ex-justitiabelen waarvan is vastgesteld dat recht is ontstaan op een vergoeding. Over het algemeen worden deze vergoedingen vastgesteld door de rechter. De uitgaven zijn vooraf lastig in te schatten. Er is in 2018 voor een lager bedrag aan vergoedingen vastgesteld en uitbetaald dan geraamd.

Gerechtskosten

Ten laste van dit budget worden de uitgaven gebracht die betrekking hebben op deskundigen en tolken en vertalers, die een bijdrage leveren aan het strafproces en worden bekostigd in overeenstemming met het Besluit tarieven in strafzaken.

Verkeershandhaving Openbaar Ministerie

Het OM voert het programma verkeershandhaving uit. Uit dit budget worden de uitgaven voor dit programma gedaan, niet zijnde bijdragen aan ZBO of agentschap, bijvoorbeeld trajectcontrolesystemen en digitale flitspalen. De uitgaven zijn ruim € 10 mln. lager uitgevallen. Dit is grotendeels door een overheveling van € 5 mln. naar het budget betrekking heeft op verkeershandhaving door eigen personeel OM voor de zaakafhandeling van verkeerszaken en € 2,8 mln. vanwege een kasschuif. Deze kasschuif was nodig om het beschikbare verkeersbudget meerjarig in lijn te brengen met het geplande meerjarige kasritme.

Afpakken

Het afpakken van crimineel vermogen is een prioriteit van het kabinet. Het stuurt op een aanpak die recht doet aan het uitgangspunt dat misdaad niet mag lonen. Het Openbaar Ministerie zet in het kader van de strafrechtelijke vervolging onder meer in op ontnemingsvorderingen van wederrechtelijk verkregen voordeel, verbeurdverklaringen en ontnemingen als onderdeel van een transactie. De beschikbare gestelde middelen in de oorspronkelijke begroting zijn in de loop van het jaar via budgetoverheveling uitgezet naar organisaties die actief zijn op het terrein van afpakken zoals de Politie, het FIOD en het Openbaar Ministerie.

Bewaring, verkoop en vernietiging in beslag genomen voorwerpen

De Minister van Financiën is volgens de Comptabiliteitswet verantwoordelijk voor het beheer van het overtollige materieel bij het Rijk. Domeinen Roerende Zaken is belast met de bewaring, verkoop en vernietiging van strafrechtelijk in beslag genomen voorwerpen en bekommert zich daarnaast over overtollige rijksgoederen.

Overige opdrachten

Dit betreft de technische verdeling betreft van het budget «Digitalisering werkprocessen strafrechtketen» die bij het Regeerakkoord beschikbaar is gesteld.

Garanties

Faillissementscuratoren

De garantstellingsregeling faillissementscuratoren (GSR) biedt curatoren de mogelijkheid om in faillissementen waarin sprake lijkt te zijn van kennelijk onbehoorlijk bestuur, maar in de boedel onvoldoende middelen aanwezig zijn om onderzoek te doen of een procedure te starten en zo onrechtmatig aan de boedel onttrokken gelden en goederen terug te halen. Uit het teruggehaalde boedelactief wordt het garantiebedrag door de curator aangezuiverd. Mocht de boedel daarvoor ontoereikend zijn, dient de Staat/JenV het ontstane debetsaldo aan te zuiveren. De GSR wordt onder het rijkskader voor garantieregelingen gebracht. In 2018 is het WODC onderzoek naar de effectmeting GSR gestart. Dit wordt in 2019 afgerond, waarna de regeling zal worden herzien.

33.4 Opsporing en berechting MH17-verdachten

In juli 2017 hebben de JIT-landen gezamenlijk het besluit genomen dat de vervolging en berechting van MH17 verdachten in en door Nederland zal worden gedaan. Deze vervolging en berechting zal ingebed zijn in hechte en blijvende internationale samenwerking en politieke en financiële steun. Direct na dit JIT-besluit is met de praktische voorbereidingen begonnen zodat een strafzaak kan starten als het OM besluit tot vervolging over te gaan. In juli 2018 is besloten dat een zaak zal worden behandeld door de rechtbank Den Haag die daarvoor zitting zal houden op Justitieel Complex Schiphol. De voorbereidingen van een eventuele strafzaak zijn in volle gang, daarbij moet onder andere worden gedacht aan beveiligingsmaatregelen, communicatie. Het bilateraal MH17-verdrag met Oekraïne is geratificeerd en de benodigde wetswijzigingen zijn in werking getreden. Het begrotingsjaar 2018 betreft een opstartjaar. De activiteiten waar de jaarlijkse raming op is gebaseerd zal komende jaren tot uitvoering komen.

Ontvangsten

Boeten en Transacties (B&T)

Ten opzichte van de ontwerpbegroting doet er zich een meeropbrengst voor van ruim € 651 mln. Dit komt met name door een schikking met ING van € 775 mln. De boetecomponent binnen deze schikking bedraagt € 675 mln. en de resterende € 100 mln. is de ontnemingscomponent. De mee- en tegenvallers bij de Boeten en Transacties vloeien naar de Algemene Middelen van de Rijksbegroting.

Afpakken

Het afpakken van crimineel vermogen is een prioriteit van het kabinet. Het stuurt op een aanpak die recht doet aan het uitgangspunt dat misdaad niet mag lonen. Het Openbaar Ministerie zet in het kader van de strafrechtelijke vervolging onder meer in op ontnemingsvorderingen van wederrechtelijk verkregen voordeel, verbeurdverklaringen en ontnemingen als onderdeel van een transactie.

In 2018 is in totaal een afpakbedrag ontvangen van € 174,1 mln. Ten opzichte van de ontwerpbegroting is de realisatie € 78,2 mln. lager uitgevallen. De mee- en tegenvallers bij afpakken vloeien naar de Algemene Middelen van de Rijksbegroting.

34. Straffen en Beschermen

Artikel 34 Straffen en Beschermen: 20,6% van de begrotingsuitgaven

Artikel 34 Straffen en Beschermen: 20,6% van de begrotingsuitgaven

Algemene doelstelling

Voorkomen dat burgers (opnieuw) dader of slachtoffer worden van criminaliteit, volwassenen en kinderen beschermen die vanwege de kwetsbare positie waarin zij verkeren bedreigd of verleid worden door (herhaalde) criminaliteit of die bedreigd worden in hun ontwikkeling en bewerkstelligen dat met een straf genoegdoening wordt geboden aan het slachtoffer en aan de samenleving als geheel.

Het borgen van de veiligheid door de tenuitvoerlegging van strafrechtelijke sancties, het bevorderen van het nemen van preventieve maatregelen door burgers en bedrijven, het versterken van de positie van slachtoffers, het beschermen van jeugdigen die in hun ontwikkeling worden bedreigd in de opvoed- en leefsituatie en het realiseren van een effectieve aanpak van jeugdcriminaliteit en geweld in huiselijke kring.

Tenuitvoerlegging van sancties en strafrechtelijke maatregelen94:

Rol en verantwoordelijkheid

  • De Minister heeft een uitvoerende rol bij de tenuitvoerlegging van vrijheidsbenemende straffen en maatregelen door de DJI.

  • Ten aanzien van de forensische zorg heeft de Minister een regisserende rol. Hij is verantwoordelijk voor de tijdige beschikbaarheid van de juiste, kwalitatief hoogwaardige zorg, waar nodig in combinatie met afdoende beveiliging.

  • De uitvoering van toezicht in strafrechtelijk kader, advisering aan het OM en de rechter over justitiabelen en taakstraffen is opgedragen aan drie erkende reclasseringsorganisaties. Ook hier heeft de Minister een regisserende rol. De taken van de reclasseringsorganisaties dragen bij aan het terugdringen van recidive.

Integriteit en Kansspelen

  • De Minister stimuleert preventie door het beschikbaar stellen van integriteitsinstrumenten zoals de Verklaring Omtrent het Gedrag (VOG) en het toezicht op rechtspersonen. De Minister draagt stelselverantwoordelijkheid voor het kansspelbeleid en de daaraan verbonden regelgeving. De Minister wil ervoor zorgen dat Nederlandse burgers op een veilige en verantwoorde manier kunnen deelnemen aan kansspelen.

Slachtofferzorg

  • De Minister kent een financierende rol op het gebied van slachtofferzorg. De Minister draagt beleidsverantwoordelijkheid voor de zorg – in brede zin – aan slachtoffers en nabestaanden die getroffen zijn door een strafbaar feit en is verantwoordelijk voor de uitvoering van het slachtofferbeleid.

Jeugdbescherming en jeugdsancties95

  • De Minister heeft na de decentralisatie, dus vanaf 1 januari 2015, een regisserende rol en vervult hiermee zijn stelselverantwoordelijkheid.

  • De Minister heeft een uitvoerende rol bij de taken die belegd zijn bij de Raad voor de Kinderbescherming (RvdK) en de Justitiële Jeugdinrichtingen (JJI) van DJI.

  • De Minister heeft een regisserende rol ten aanzien van de aanpak van jeugdcriminaliteit, kindermishandeling en preventie. De Minister heeft een samenwerkingsrelatie met de gemeenten/steden, brancheorganisaties en de Vereniging Nederlandse Gemeenten (VNG) betreffende de aanpak van jeugdcriminaliteit, kindermishandeling, zorg & veiligheid en High Impact Crimes (HIC). Sturing geschiedt door middel van regelgeving en kaderstelling.

  • De Minister is verantwoordelijk voor het stelsel op het gebied van interlandelijke adoptie en heeft daarbinnen, als Centrale Autoriteit, tevens een uitvoerende rol.

Beleidsconclusies

In artikel 34 van de begroting 2018 zijn drie beleidswijzigingen aangekondigd, namelijk met betrekking tot terrorismeafdelingen, individuele beoordeling van slachtoffers en de Wet affectieschade. De capaciteitsuitbreiding van de terrorismeafdelingen van 13 naar 48 plaatsen is gerealiseerd en het gedifferentieerd plaatsingsbeleid is in de praktijk ingevoerd. De Tweede Kamer is hierover nader geïnformeerd bij brief van 7 februari 2018.96

Per 1 juni 2018 zijn politie, het Openbaar Ministerie en Slachtofferhulp Nederland (SHN) gestart met het uitvoeren van de landelijke werkwijze «Individuele Beoordeling van slachtoffers» Over het doel en de eerste resultaten is uw kamer geïnformeerd bij brief van 15 november 2018.97

Het wetsvoorstel affectieschade treedt vanaf 1 januari 2019 in werking en voorziet in een schadevergoeding voor naasten van slachtoffers die zijn overleden of ernstig en blijvend letsel zijn toegebracht als gevolg van een misdrijf.98

Verdere beleidsontwikkelingen in 2018 zijn opgenomen in het beleidsverslag.

Budgettaire gevolgen van beleid

Tabel 34.1 Budgettaire gevolgen van beleid (x € 1.000)
   

Realisatie

Vastgestelde

Verschil

2014

2015

2016

2017

2018

Begroting

 
         

2018

 

Verplichtingen

2.585.861

2.520.029

2.843.386

2.668.603

2.661.514

2.406.500

255.014

                 

34.1 Apparaatsuitgaven Raad voor de Kinderbescherming

           
 

Personeel

0

0

137.413

137.165

143.232

136.062

7.170

 

waarvan eigen personeel

   

130.905

132.114

138.032

129.521

8.511

 

waarvan externe inhuur

   

5.119

3.523

3.827

5.317

– 1.490

 

waarvan overig personeel

   

1.389

1.528

1.373

1.224

149

 

Materieel

0

0

35.701

38.360

40.325

38.337

1.988

 

waarvan ICT

   

13.269

14.737

16.093

14.107

1.986

 

waarvan SSO's

   

16.909

16.571

16.905

15.213

1.692

 

waarvan overig materieel

   

5.523

7.052

7.327

9.017

– 1.690

                 

Programma-uitgaven

2.583.351

2.501.165

2.688.057

2.463.785

2.459.790

2.232.101

227.689

34.2 Preventieve maatregelen

           
 

Bijdrage Agentschappen

             
 

Dienst Justis

15.766

14.325

6.770

3.855

3.561

3.587

– 26

 

Bijdrage ZBO's/RWT's

             
 

Overige bijdragen ZBO's RWT's

1.300

0

0

0

0

0

0

 

Bijdrage medeoverheden

             
 

Overige bijdragen medeoverheden

4.170

4.570

3.542

5.975

5.930

957

4.973

 

Subsidies

             
 

Preventie bedrijfsleven

6.660

0

0

0

0

0

0

 

Integriteit

836

1.362

1.443

1.174

699

2.748

– 2.049

 

Centrum voor Criminaliteitspreventie en Veiligheid

5.253

0

0

0

0

0

0

 

Overige subsidies

2.227

3.449

3.077

4.477

4.213

4.291

– 78

 

Opdrachten

             
 

Kansspelbeleid

589

363

350

426

227

592

– 365

 

Overige opdrachten

2.644

2.239

2.510

3.162

4.325

2.600

1.725

 

Garanties

             
 

Faillissementscuratoren

929

1.702

2.015

0

0

0

0

                 

34.3 Tenuitvoerlegging strafrechtelijk sancties en vreemdelingenbewaring

           
 

Bijdrage Agentschappen

             
 

DJI-gevangeniswezen-regulier

1.227.508

1.218.667

1.178.760

960.288

990.470

828.583

161.887

 

DJI-Forensische zorg

791.133

756.591

804.454

805.297

821.957

765.617

56.340

 

DJI-Vreemdelingenbewaring en uitzetcentra

135.915

98.667

87.585

83.076

0

0

0

 

CJIB

95.009

101.660

116.137

114.109

118.646

110.655

7.991

 

Bijdrage ZBO's/RWT's

             
 

Reclassering Nederland

139.350

136.781

141.187

139.597

145.032

137.458

7.574

 

Leger des Heils

21.039

19.598

20.903

20.861

21.348

21.871

– 523

 

Stichting Verslavingsreclassering GGZ Nederland

65.515

65.597

69.375

69.414

72.878

67.807

5.071

 

Centraal Administratie Kantoor

2.044

557

364

0

0

0

0

 

Bijdrage medeoverheden

             
 

Overige bijdragen medeoverheden

3.444

1.313

2.363

2.698

3.235

2.500

735

 

Subsidies

             
 

DJI-Vrijwilligerswerk gedetineerden

0

3.198

2.869

3.009

3.951

4.109

– 158

 

Overige subsidies

1.322

2.945

2.335

3.155

11.669

3.868

7.801

 

Opdrachten

             
 

Forensische zorg

147

0

0

279

1.185

1.500

– 315

 

Vrijwilligerswerk gedetineerden

3.175

0

0

0

0

0

0

 

Uitvoeringskosten ketenregie tenuitvoerlegging

0

0

653

673

485

9.809

– 9.324

 

Terugdringen recidive

0

0

0

0

1.089

9.000

– 7.911

 

Overige opdrachten

4.358

2.096

2.382

3.767

3.075

6.222

– 3.147

                 

34.4 Slachtofferzorg

           
 

Bijdrage ZBO's/RWT's

             
 

Commissie Schadefonds Geweldsmisdrijven

6.332

6.509

6.253

6.689

6.696

6.101

595

 

Slachtofferhulp Nederland

27.634

33.860

33.893

34.330

32.904

40.200

– 7.296

 

Bijdrage medeoverheden

             
 

Overige bijdragen medeoverheden

837

3.432

4.218

303

106

0

106

 

Subsidies

             
 

Perspectief Herstelbemiddeling

1.250

1.582

1.337

1.649

1.720

1.833

– 113

 

Overige subsidies

223

287

60

74

1.202

0

1.202

 

Opdrachten

             
 

Slachtofferzorg

331

619

2.208

1.883

2.938

8.927

– 5.989

 

Schadefonds Geweldsmisdrijven

16.411

18.218

18.972

21.244

20.253

21.319

– 1.066

 

Voorschotregelingen slachtoffervergoedingsregelingen

0

978

1.236

1.875

1.523

1.400

123

                 

34.5 Jeugdbescherming en jeugdsancties

           
 

Bijdrage Agentschappen

             
 

DJI – jeugd

0

0

148.943

146.780

152.451

137.687

14.764

 

Bijdragen ZBO's/RWT's

             
 

Landelijk Bureau Inning Onderhoudsbijdrage

0

0

1.436

1.828

1.717

1.758

– 41

 

Halt

0

0

10.590

12.065

11.913

10.206

1.707

 

Bijdrage medeoverheden

             
 

BES Voogdijraad

0

0

1.070

1.050

963

1.044

– 81

 

Overige bijdragen medeoverheden

0

0

309

586

725

0

725

 

Subsidies

             
 

Jeugdbescherming

0

0

1.234

1.263

2.192

2.039

153

 

Overige subsidies

0

0

1.947

2.509

3.788

3.284

504

 

Opdrachten

             
 

Risicojeugd en jeugdgroepen

0

0

1.138

735

854

1.999

– 1.145

 

Projecten jeugd straf

0

0

0

61

78

0

78

 

Taakstraffen/erkende gedragsinterventies

0

0

3.079

2.533

2.651

3.921

– 1.270

 

Overige opdrachten

0

0

1.060

1.036

1.141

6.609

– 5.468

                 

Ontvangsten

80.644

73.862

98.642

219.877

127.847

83.480

44.367

34.1 Apparaatsuitgaven Raad voor de Kinderbescherming

Toelichting op instrumenten

De Raad voor de Kinderbescherming (RvdK) heeft de taak om kinderen te beschermen indien de ontwikkeling van het kind in gevaar komt. De RvdK heeft een taak op terrein van bescherming, gezag en omgang, straf en adoptie. De meerjarige productie van de RvdK is weergegeven in onderstaande tabel.

Tabel 34.2 Productiegegevens Raad voor de Kinderbescherming
 

Realisatie

Raming

2015

2016

2017

2018

2018

Coördinatie taakstraffen

7.829

7.324

7.082

6.948

6.465

Strafonderzoek 2A

10.924

10.410

7.367

6.361

9.042

Strafonderzoek 2B

7.714

3.167

2.961

2.668

3.248

Actualisatie Straf

 

1.466

1.340

1.078

1.463

Onderzoeken schoolverzuim

3.216

2.985

2.843

2.193

3.767

Strafonderzoek GBM

118

105

52

46

128

Beschermingszaken

15.482

16.263

16.282

16.790

15.755

Adoptiegerelateerde zaken

1.945

1.751

1.863

1.813

2.250

Gezag en omgangszaken

5.204

5.210

5.072

4.989

5.411

Toetsende taak

11.209

8.180

7.109

7.168

8.059

Bron: Datawarehouse RvdK

De productiegegevens van de RvdK zijn logischerwijze volgend aan de instroom zoals die op de RvdK afkomt. Bij de meeste producten is sprake van een dalende trend. De daling aan strafproducten is deels beleidsmatig (schoolverzuim en selectiever strafonderzoeken toepassen bij minderjarigen), maar is ook gerelateerd aan de afname van (jeugd-) criminaliteit in het algemeen.

De RvdK heeft circa € 9 mln. meer uitgegeven dan begroot. De hogere uitgaven aan eigen personeel (circa € 8,5 mln.) zijn voor het grootste gedeelte (circa € 5 mln.) veroorzaakt door een vertraagde reorganisatie (o.a. de overgang naar zelfsturende teams), deelname aan de ZSM-tafels, een hogere personeelsbezetting en de CAO-ophoging van de lonen. Er heeft een verschuiving plaatsgevonden van externe inhuur (circa € 1,5 mln. lager) naar inzet van eigen personeel en inbesteding.

34.2 Preventieve maatregelen

Bijdragen Agentschappen

Dienst Justis

De Dienst Justis toetst of personen antecedenten hebben die het uitoefenen van bepaald werk in de weg staan. Daarnaast toetst Justis of partijen die bepaalde verklaringen, vergunningen en subsidies aanvragen, aan integriteitseisen voldoen. Deze screening van betrouwbaarheid vermindert veiligheidsrisico’s en draagt zo bij aan een integere en veiligere samenleving. Met de VOG-screening voor Natuurlijke Personen levert de dienst Justis een belangrijke bijdrage aan het voorkomen van integriteitsschendingen in werk- en afhankelijkheidsrelaties. In 2018 zijn ruim 1,2 mln. VOG’s verstrekt, waarvan er 100.000 gratis werden afgegeven. Per november is de gratis VOG-regeling voor mensen die werken met minderjarigen of mensen of verstandelijk beperkten, verbreed naar alle vrijwilligers die werken met mensen in een afhankelijkheidssituatie. Opdrachtgeverschap voor deze regeling is per november 2018 overgegaan naar het Ministerie van VWS.

Overige bijdragen medeoverheden

Het Ministerie ontwikkelt beleid, voert dit uit en ondersteunt bij de implementatie van beleidstrajecten die bijdragen aan het voorkomen van slachtofferschap en (herhaald) daderschap ten behoeve van een structurele daling van geprioriteerde criminaliteit. Dit gebeurt door het verstrekken van opdrachten aan medeoverheden (uitgaven 2018 € 5,93 mln.), het verlenen van subsidies (uitgaven 2018 € 4,213 mln.) en het geven van opdrachten aan andere partijen dan medeoverheden (uitgaven 2018 € 4,325 mln.).

De opdrachten en subsidies zijn gericht op innovatie, het geven van handelingsperspectief aan burgers en de verduurzaming van effectief gebleken interventies, zoals «Alleen jij bepaalt wie je bent» en Integrale Toeleiding naar Arbeid. Hiertoe wordt onder andere op lokaal en regionaal domein gefaciliteerd en worden verschillende betrokken partijen bij elkaar gebracht. Er wordt gericht samengewerkt met politie, OM, burgemeesters, zorg- en veiligheidshuizen en andere overheids- en private partijen.

Voorbeelden van project-subsidieontvangers zijn Koninklijke Horeca Nederland (ter uitvoering van maatregelen van de Taskforce Overvallen), ouderenbonden (o.a. ten behoeve van het meer weerbaar maken van ouderen), het Centrum voor Criminaliteitspreventie en Veiligheid (CCV), gemeenten (voor zo mogelijk een pakket aan preventieve maatregelen) en sportverenigingen (in het kader van Alleen jij bepaalt wie je bent).

Middelen onder «overige opdrachten» worden onder meer ingezet voor de HIC publiciteitscampagnes woninginbraken en cybersecurity.

De bijdragen aan medeoverheden waren in 2018 bijna € 5 mln. hoger dan aanvankelijk begroot, omdat in het kader van de aanpak HIC is besloten een deel van de middelen die aanvankelijk waren begroot bij subsidies en opdrachten in te zetten voor bijdragen aan medeoverheden met als doel preventieve maatregelen te stimuleren.

Subsidies

Integriteit (en filantropie)

Overheid, maatschappelijke organisaties, burgers en bedrijven hebben een gezamenlijke verantwoordelijkheid voor een integere en veilige samenleving.

Het Ministerie stimuleert de sector filantropie om als professionele en volwaardige gesprekspartner deel te nemen aan sociaal maatschappelijke vraagstukken.

Er zijn in 2018 onder andere subsidies verstrekt aan het Centraal Bureau Fondsenwerving en de stichting Maatschappelijke Alliantie. Er is minder uitgegeven dan begroot, omdat projecten vertraging opliepen en omdat de vaststelling van de subsidie Maatschappelijk Alliantie 2017/2018 later dan gepland heeft plaatsgevonden. Daarnaast is een deel van de begrote middelen ingezet binnen het instrument bijdragen medeoverheden.

34.3 Tenuitvoerlegging strafrechtelijke sancties en vreemdelingenbewaring

Bijdragen Agentschappen

Dienst Justitiële Inrichtingen (DJI)

DJI levert een bijdrage aan de veiligheid van de samenleving door de tenuitvoerlegging van vrijheidsstraffen en vrijheidsbenemende maatregelen en door de aan hun zorg toevertrouwde personen de kans te bieden een maatschappelijk aanvaardbaar bestaan op te bouwen.

Er wordt een bijdrage gegeven voor:

  • Gevangeniswezen regulier;

  • Forensische zorg;

  • Vreemdelingenbewaring.

Het verschil tussen de begrote en gerealiseerde bijdrage van circa € 226 mln. is het saldo van verschillende mutaties, waarvan de belangrijkste betrekking hebben op de loonbijstelling 2018–2023 (€ 37,5 mln.), een technische mutatie met betrekking tot het terugdraaien van een kasschuif (€ 116,6 mln.) en extra uitgaven samenhangend met wijzigingen in de capaciteitsbehoefte met name een correctie op de eerder ingeboekte leegstandstaakstelling voor het gevangeniswezen (circa € 16 mln.) en de extra werkzaamheden bij de forensische zorg als gevolg van de hoger dan verwachte instroom (circa € 35 mln.).

In de agentschapsparagraaf van DJI worden de capacitaire en financiële gevolgen toegelicht.

Met ingang van het begrotingsjaar 2018 vindt de verantwoording van de Vreemdelingenbewaring plaats bij het beleidsartikel 37: Migratie.

Centraal Justitieel Incasso Bureau (CJIB)

Het CJIB is het inning- en incassogezicht van de overheid en vervult een centrale rol bij de afhandeling van strafrechtelijke beslissingen. Daarnaast coördineert en informeert het CJIB binnen de executieketen. Hiermee levert het CJIB een belangrijke bijdrage aan het gezag van de overheid. In de agentschapsparagraaf van het CJIB is nadere informatie, zoals de productiegegevens, opgenomen.

De bijdrage aan het agentschap CJIB is ten opzichte van de ontwerpbegroting bij suppletoire begrotingswetten verhoogd met € 8 mln. Dit betreft een verhoging vanwege loonbijstellingen (€ 2,3 mln.), beleidsmatige mutaties voor de uitvoering van de wet Herziening tenuitvoerlegging strafrechtelijke beslissingen (wet USB) (€ 2,1 mln.), schuldvaststelling bij kentekenzaken (€ 1,2 mln.), diverse maatregelen in het kader van de advisering van de Commissie Hoekstra (€ 0,6 mln.) en diverse kleinere posten (gezamenlijk € 1,8 mln.).

Bijdragen ZBO’s en RWT’s

Reclasseringsorganisaties

Er zijn drie erkende reclasseringsorganisaties: Reclassering Nederland (RN), de Stichting Verslavingsreclassering GGZ (SVG) en het Leger des Heils Jeugdbescherming & Reclassering (LJR). De drie organisaties werken nauw met elkaar samen, zij het dat ze elk hun eigen aandachtsgebied hebben:

  • De SVG richt zich vooral op cliënten met verslavingsproblematiek;

  • Het Leger des Heils Jeugdbescherming & Reclassering heeft als doelgroep met name de dak- en thuisloze cliënten binnen de reclassering;

  • Reclassering Nederland kent geen specifieke doelgroep.

De reclasseringsorganisaties kennen drie hoofdproductgroepen: adviezen, toezichten en werkstraffen. Voor adviezen worden de reclasseringsorganisaties lumpsum gefinancierd. Toezichten en werkstraffen worden op basis van P*Q gefinancierd. De geraamde meerjarige productie toezichten en werkstraffen van de drie reclasseringsorganisaties is weergegeven in onderstaande tabel.

Tabel 34.3 productiegegevens Reclasseringsorganisaties

Productie 2018

Realisatie

Raming

 

Aantal

Gemiddelde prijs (€)

Aantal

Gemiddelde prijs (€)

Toezichten

20.249

7.172

17.870

7.034

Werkstraffen (instroom)

31.538

1.100

36.943

1.069

Werkstraffen (uitstroom)

30.487

1.100

32.053

1.059

Bron: IRIS-informatiesysteem van de 3RO

In 2018 is de behoefte aan het aantal uit te voeren toezichten hoger dan werd geraamd. In verband hiermee is het budget t.b.v. de toezichten verruimd. Het aantal opgelegde taakstraffen is daarentegen door autonome ontwikkelingen lager uitgekomen dan werd geraamd.

De meeruitgaven op de artikelen voor de drie reclasseringsorganisaties van € 12,1 mln. bestaan voornamelijk uit meeruitgaven van reclasseringsproductie door de compensatie loonindex met betrekking tot de periode 2018–2023 (€ 4,7 mln.), een nabetaling als gevolg van de definitieve vaststelling van de subsidie 2017 (€ 2,1 mln.), extra uitgaven in het kader van ZSM (€ 3 mln.), een ophoging van het budget op grond van de raming volgens het Prognosemodel Justitiële ketens (€ 0,9 mln.) en tenslotte is met betrekking tot diverse beleidsmatige trajecten, zoals elektronisch toezicht op jeugdigen, implementatie inzet vrijwilligers, gevolgen van de implementatie van de wet Langdurig Toezicht en het toezicht op jihadisten € 1,3 mln. meer uitgegeven.

De hogere prijs per eenheid product is met name het gevolg van de toegepaste loonindexering van de uurvergoeding van de reclasseringsorganisaties. De prijs van een reclasseringsproduct is gebaseerd op de uurvergoeding. De gemiddelde productprijzen zijn op basis van het bekostigingsmodel, dat ten grondslag ligt aan de subsidiebeschikkingen aan de drie reclasseringsorganisaties.

Bijdragen aan medeoverheden

Overige bijdragen medeoverheden

Middelen zijn ingezet voor een bijdrage van het Ministerie aan gemeenten in het kader van nazorg ex-gedetineerden.

Subsidies

DJI-Vrijwilligerswerk gedetineerden

Dit betreft de middelen voor vrijwilligerswerk bij gedetineerden om zo de kansen op een duurzame resocialisatie en het terugdringen van recidive te vergroten. Het vrijwilligerswerk gedetineerden wordt middels het instrument subsidie gefinancierd, waarbij de administratieve afhandeling bij DJI plaatsvindt.

Overige subsidies

Middelen zijn ingezet voor diverse (incidentele) subsidies op het terrein van sanctiebeleid.

De hogere uitgaven worden voor een groot deel (€ 7,5 mln.) verklaard doordat dit jaar extra middelen via subsidies beschikbaar zijn gesteld voor de meerjarenafspraken Forensische Zorg.99 Deze middelen zijn beschikbaar gesteld aan forensisch-psychiatrische afdelingen (FPA’s) en klinieken (FPK’s) om meer personeel aan te trekken en de administratieve lasten te verlagen.

Opdrachten

Forensische Zorg

De onderuitputting op forensische zorg is veroorzaakt door vertraging in de invoering van de Wet forensische zorg en de Wet verplichte GGZ. Door de vertraging zijn extra kosten die door de invoering verwacht waren niet opgetreden.

Uitvoeringskosten ketenregie tenuitvoerlegging

Op dit instrument zijn middelen gereserveerd voor de verbetering van de tenuitvoerlegging van straffen en maatregelen en het optimaliseren van de ketenregie in de executieketen. In dit kader wordt budget aan ketenpartners ter beschikking gesteld voor de inrichting van kernprocessen die bijdragen aan een snelle en zekere tenuitvoerlegging van straffen en maatregelen.

Het verschil tussen de vastgestelde begroting en de realisatie is het saldo van verschillende mutaties, waarvan de belangrijkste betrekking hebben op de uitvoering van het programma Uitvoering Strafrechtelijke Beslissingen (USB). Gedurende het jaar is een bedrag van circa € 6,7 mln. overgeheveld naar CJIB, OM, Justid, RvdK en DJI. Daarnaast is een bedrag van circa € 2,7 mln. overgeheveld naar Justid voor de gemeenschappelijke beheerkosten voor de jeugdketensystemen: Generiek Casusoverleg Ondersteunend Systeem (GCOS), Landelijk Instrumentarium Jeugdstrafrechtketen (LIJ) en Intelligente Formulieren Module (IFM).

Terugdringen recidive

Op dit artikel zijn Regeerakkoord (RA) middelen gereserveerd voor het terugdringen van recidive. Het programma «Koers en kansen» voor de sanctie-uitvoering zoekt daarvoor de samenwerking met de justitieketen, de zorg en het lokale domein. Met projecten en onderzoek wordt nagegaan welke interventies succesvol zijn en welke niet, en wat daarbij de bepalende factoren zijn. Succesvolle elementen uit de projecten worden op termijn verduurzaamd. Ook zijn middelen beschikbaar voor de maatregelen in het kader van de visie op het gevangeniswezen.

Eind 2017 zijn de middelen van Recidive Vermindering vrij gegeven en kon pas in de loop van het jaar gestart worden met het proces van het selecteren en het op gang brengen van de K&K-projecten. Ten gevolge hiervan zijn ook middelen gedurende het jaar ingezet voor het programma Versterking Executie bij het OM (€ 1,2 mln.) en om ICT/AVG-problematiek op te lossen bij Justitie en Veiligheid (€ 2,3 mln.).

34.4 Slachtofferzorg

Bijdragen ZBO’s en RWT’s

Commissie Schadefonds Geweldsmisdrijven

De commissie Schadefonds Geweldsmisdrijven krijgt jaarlijks een bijdrage vanuit het Ministerie voor de bureaukosten.

Het Schadefonds Geweldsmisdrijven geeft een financiële tegemoetkoming aan slachtoffers met ernstig psychisch of fysiek letsel wanneer zij hun schade niet op andere wijze vergoed krijgen.

Slachtofferhulp Nederland (SHN)

Slachtofferhulp Nederland biedt gratis juridische, praktische en emotionele ondersteuning aan slachtoffers, getuigen of nabestaanden na een misdrijf, verkeersongeluk of calamiteit.

In de loop van 2018 is € 7,2 mln. voor slachtofferzorg ingezet via andere instrumenten (subsidies, opdrachten of bijdragen aan medeoverheden).

Hiervan is circa € 6 mln. ingezet voor slachtofferbeleid ter voorkoming van slachtofferschap, waaronder veiligheid in het sociaal domein en de preventie van huiselijk geweld en kindermishandeling en slachtoffers van woninginbraken/heling en straatroof.

Opdrachten

Slachtofferzorg

Er zijn opdrachten verstrekt aan (inter)nationale organisaties en medeoverheden ten behoeve van slachtofferzorg. Het gaat hierbij om: 1) praktische uitvoering slachtofferrechten, 2) bescherming van slachtoffers, 3) informeren van slachtoffers en 4) herstel door erkenning van leed.

De realisatie ten opzichte van het kader is lager omdat gedurende het jaar circa € 5,5 mln., voortvloeiend uit de meerjarenagenda slachtofferbeleid100, bij de eerste en tweede suppletoire begroting, is overgeboekt naar de JenV ketenpartners en medeoverheden.

Schadefonds Geweldsmisdrijven

Onder deze post zijn de financiële uitkeringen voor slachtoffers met ernstig psychisch of fysiek letsel verantwoord, indien deze schade niet op andere wijze wordt vergoed. Deze uitkering zijn verstrekt via het Schadefonds Geweldsmisdrijven.

Voorschotregelingen schadevergoedingsregeling

Slachtoffers en nabestaanden van een geweld- of zedenmisdrijf kunnen in aanmerking komen voor een voorschot, als de veroordeelde 8 maanden na het onherroepelijk worden van het vonnis nog niet alle opgelegde schadevergoeding heeft betaald.

34.5 Jeugdbescherming en jeugdsancties

Bijdragen Agentschappen

DJI-Jeugd

DJI zorgt voor de tenuitvoerlegging van straffen en vrijheidsbenemende maatregelen, die na een beslissing van een rechter zijn opgelegd. Voor jeugdigen vindt deze tenuitvoerlegging plaats in een justitiële jeugdinrichting (JJI). In de agentschapsparagraaf van DJI worden de capacitaire en financiële gevolgen toegelicht. Het verschil tussen de begrote en gerealiseerde bijdrage wordt voornamelijk verklaard door de uitgekeerde loonbijstelling (€ 3,2 mln.) en een terugontvangen bijdrage van het Ministerie van OCW (€ 9,3 mln.). Dit laatste in verband met de sluiting van aan JJI’s verbonden scholen, als gevolg van de reductie van de direct inzetbare capaciteit.

Bijdragen ZBO’s en RWT’s

Landelijk Bureau Inning Onderhoudsbijdrage (LBIO)

Het LBIO verricht in opdracht van het Ministerie van JenV en VWS wettelijke taken op het gebied van onderhoudsbijdragen (inning kinder- en partneralimentatie en inning internationale alimentatie).

Tabel 34.4: productiegegevens LBIO
 

2014

2015

2016

2017

2018

Aantallen producten

         

Alimentatie

41.414

40.595

38.633

34.281

30.037

Internationale alimentatie

4.380

4.561

4.207

3.941

3.410

Kosten per geïnde euro (€)

         

Alimentatie

– 0,01

0,01

0,02

0,02

0,03

Internationale alimentatie

0,15

0,16

0,17

0,16

0,17

Bron: jaarverslagen LBIO

Halt

Halt voert in opdracht van het Ministerie de landelijke coördinatie en uitvoering van Halt-afdoeningen uit. Haltstraffen hebben tot doel grensoverschrijdend gedrag van jongeren zo vroeg mogelijk te stoppen en genoegdoening te bieden aan slachtoffers en maatschappij.

In 2017 en 2018 heeft een herijkingsonderzoek plaatsgevonden naar de bekostigingsgrondslag van Halt. Op basis van dit onderzoek is de bekostigingsgrondslag voor de jaarlijkse subsidie aan de Stichting Halt gewijzigd van outputfinanciering naar lumpsumfinanciering. Door deze wijziging verschuift het accent van het bekostigen op basis van aantallen geleverde producten naar een bekostiging op basis van te leveren prestaties. In lijn hiermee heeft een evaluatie van de kostprijzen plaatsgevonden, met als gevolg een structurele ophoging van het budget (€ 1,5 mln.). Het subsidiejaar 2018 is een overgangsjaar waarin de subsidieverlening op projectbasis heeft plaatsgevonden.

Subsidies

Jeugdbescherming

De middelen zijn ingezet voor subsidiëring van het Centrum Internationale Kinderontvoering (IKO) en de Stichting Adoptievoorzieningen (SAV). In opdracht van het Ministerie verricht het IKO advies en mediation wanneer sprake is van internationale kinderontvoering. SAV verricht in opdracht van het Ministerie administratieve taken en voorlichting op het gebied van adoptie.

Overige subsidies

Op artikel 34.5, risicojeugd & Jeugdgroepen zijn middelen ingezet met name besteed aan subsidies, bijdragen en opdrachten voor het interbestuurlijke programma «Geweld hoort nergens thuis» (waarin wordt gewerkt aan het goed in beeld brengen van en verminderen van huiselijk geweld en kindermishandeling), initiatieven van start ups die met diensten en producten op innovatieve wijze bijdragen aan het terugdringen van overlast, criminaliteit en slachtofferschap en onderzoeken en experimenten op het terrein van multiproblematiek.

Opdrachten

Projecten jeugd straf

Ten behoeve van de beleidsdoorlichting jeugd zijn enkele kleine opdrachten verstrekt.

Taakstraffen/erkende gedragsinterventies

In het kader van het coördineren van taakstraffen zet de RvdK opdrachten erkende gedragsinterventies in de markt uit voor passende interventies voor de betrokken jeugdigen.

In 2018 was het aantal taakstraffen en gedragsinterventies circa 500 hoger dan geraamd, maar circa 130 lager dan in 2017. De uitgaven liggen ongeveer op het niveau van 2017 en zijn lager dan begroot, omdat voorgenomen activiteiten voor doorontwikkeling van taakstraffen en gedragsinterventies slechts beperkt hebben plaatsgevonden.

Overige opdrachten

Een bedrag van € 1,1 mln. is ingezet voor diverse projecten en onderzoeken op het terrein van jeugdbeleid. Daarnaast is een groot gedeelte van het kader ingezet op andere onderwerpen, waaronder € 3 mln. voor de meerjarenagenda forensische zorg. Tot slot is een bedrag van € 1,5 mln. via een kasschuif vooruitgeschoven naar 2019 voor het programma «Scheiden zonder Schade».

Ontvangsten

De belangrijkste structurele ontvangsten op dit artikel betreffen de ontvangen administratiekostenvergoedingen. De € 44,3 mln. hogere ontvangsten op artikel 34 voor het jaar 2018 zijn met name een gevolg van het afromen van een gedeelte van het eigen vermogen van de agentschappen DJI, het CJIB en de dienst Justis, conform de regeling agentschappen.

35. Jeugd

Met ingang van 2016 is het beleidsartikel 35 komen te vervallen. De reden hiervoor is de decentralisatie van de jeugdzorg. Omwille van de cijfervergelijking voor de jaren 2014 en 2015 wordt de onderstaande tabel gepresenteerd.

Tabel 35. Budgettaire gevolgen van beleid (bedragen x € 1.000)
   

Realisatie

Begroting

Verschil

2014

2015

2016

2017

2018

2018

 

Verplichtingen

346.145

372.558

0

0

0

0

0

                 

35.1 Apparaatsuitgaven Raad voor de Kinderbescherming

         
 

Personeel

139.981

147.354

0

0

0

0

0

 

waarvan eigen personeel

129.248

130.596

0

0

0

0

0

 

waarvan externe inhuur

8.944

15.483

0

0

0

0

0

 

waarvan overig personeel

1.789

1.275

0

0

0

0

0

 

Materieel

29.199

31.399

0

0

0

0

0

 

waarvan ICT

3.147

7.998

0

0

0

0

0

 

waarvan SSO's

17.503

15.405

0

0

0

0

0

 

waarvan overig materieel

8.549

7.996

0

0

0

0

0

                 

Programma-uitgaven

550.532

191.383

0

0

0

0

0

35.2 Uitvoering jeugdbescherming en voogdij AMV's

           
 

Bijdrage aan ZBO's/RWT's

             
 

Landelijk Bureau inning Onderhoudsbijdrage

4.732

1.607

0

0

0

0

0

 

NIDOS – opvang

0

0

0

0

0

0

0

 

Bijdrage medeoverheden

             
 

Bureaus jeugdzorg – jeugdbescherming

282.043

653

0

0

0

0

0

 

BES Voogdijraad

1.069

1.348

0

0

0

0

0

 

Overig Uitvoering jeugdbescherming en voogdij AMV's

1.920

72

0

0

0

0

0

 

Subsidies

             
 

Subsidies jeugdbescherming

5.964

1.203

0

0

0

0

0

 

Overig Uitvoering jeugdbescherming en voogdij AMV's

2.926

537

0

0

0

0

0

 

Opdrachten

             
 

Jeugdbescherming – Regeling tegemoetkoming adoptiekosten

13

126

0

0

0

0

0

 

Stelsel Jeugdzorg

193

470

0

0

0

0

0

 

Bestrijding huiselijke geweld en kindermisbruik

367

526

0

0

0

0

0

 

Overig Uitvoering jeugdbescherming en voogdij AMV's

120

5

0

0

0

0

0

35.3 Tenuitvoerlegging justitiele sancties jeugd

           
 

Bijdrage Agentschappen

             
 

DJI – jeugd

169.690

165.167

0

0

0

0

0

 

Bijdrage ZBO's/RWT's

             
 

Halt

11.954

10.825

0

0

0

0

0

 

Bijdrage medeoverheden

             
 

Bureaus jeugdzorg – jeugdreclassering

62.204

0

0

0

0

0

0

 

Overig Tenuitvoerlegging justitiële sancties jeugd

806

287

0

0

0

0

0

 

Subsidies

             
 

Overig Tenuitvoerlegging justitiële sancties jeugd

670

342

0

0

0

0

0

 

Opdrachten

             
 

Bestrijding jeugdcriminaliteit & jeugdgroepen

1.410

1.288

0

0

0

0

0

 

Projecten jeugd straf

909

3.482

0

0

0

0

0

 

Veiligheidshuizen

0

0

0

0

0

0

0

 

taakstraffen/erkende gedragsinterventies

3.542

3.445

0

0

0

0

0

                 

Ontvangsten

13.321

16.998

0

0

0

0

0

36. Contraterrorisme en Nationaal Veiligheidsbeleid

Artikel 36 Contraterrorisme en Nationaal veiligheidsbeleid: 2,1% van de begrotingsuitgaven

Artikel 36 Contraterrorisme en Nationaal veiligheidsbeleid: 2,1% van de begrotingsuitgaven

Algemene doelstelling

Bijdragen aan een veilig en stabiel Nederland door het voorkomen en beperken van maatschappelijke ontwrichting door dreigingen te onderkennen, de weerbaarheid van burgers, bedrijfsleven en overheidsorganen te verhogen en de bescherming van vitale belangen te versterken.

  • De Minister heeft een regisserende rol op het gebied van nationale veiligheid en crisisbeheersing, terrorismebestrijding en cyber security.101 Daarnaast is bij koninklijk besluit vastgelegd dat de Minister van Justitie en Veiligheid doorzettingsmacht heeft wanneer het gaat om het voorkomen van terroristische misdrijven.102

  • De Minister heeft op basis van onder andere de Politiewet de verantwoordelijkheid voor de veiligheid van de leden van het Koninklijk Huis en is daarmee verantwoordelijk voor een adequate en proportionele uitvoering van de beveiliging rondom de leden van het Koninklijk Huis en woon- en werkverblijven. Deze beveiliging, afhankelijk van de uitvoeringsafspraken per persoon en object, wordt in personele zin uitgevoerd door de Ministers van Justitie en Veiligheid en van Defensie. Deze ministers hebben budget voor de beveiligingstaken op hun begroting staan, waarbij het overigens ook gaat om andere personen en objecten, onder wie leden van het kabinet en leden van de Kamers der Staten-Generaal. De Minister van BZK zorgt voor een adequate uitvoering van fysieke beveiliging van woon- en werkverblijven.

  • Vanwege veiligheidsrisico’s worden deze uitgaven niet nader toegerekend, omdat daar informatie over de beveiliging aan zou kunnen worden ontleend naar de te beveiligen objecten en personen.

  • De maatschappelijke effecten van het beleid ter bescherming van de nationale veiligheid (onder andere crisis- en cybersecuritybeleid en terrorismebestrijding) laten zich door het grote aantal activiteiten en instrumenten, de afhankelijkheid van derden bij de realisatie van de doelstellingen en met name de onvoorspelbaarheid van gebeurtenissen die de nationale veiligheid bedreigen, niet (altijd) in prestatie-indicatoren of kengetallen uitdrukken. Kwalitatieve indicatoren zijn te vinden in de voortgangsrapportages met betrekking tot contraterrorisme en -extremisme, cyber security en nationale veiligheid die jaarlijks aan de Tweede Kamer worden aangeboden103.

Rol en verantwoordelijkheid

Beleidsconclusies

Het op dit artikel uitgevoerde beleid en de bijbehorende resultaten zijn gerealiseerd en waren het afgelopen jaar conform de verwachtingen zoals vermeld in de begroting. Er was géén noodzaak tot afwijkingen van het voorgenomen beleid om door effectieve samenwerking in risico- en crisisbeheersing grootschalige uitval, verstoring of aantasting van de continuïteit van de samenleving te voorkomen of te minimaliseren. Deze conclusie is getrokken op basis van de realisatie van de bedrijfs- en beleidsdoelen uit het opgestelde jaarplan 2018. De voortgang van de realisatie van deze bedrijfs- en beleidsdoelen werd periodiek gemonitord via rapportages aan de ambtelijke leiding van JenV.

Budgettaire gevolgen van beleid

Tabel 36.1 Budgettaire gevolgen van beleid (bedragen x € 1.000)
   

Realisatie

Vastgestelde

Verschil

2014

2015

2016

2017

2018

Begroting

 
         

2018

 

Verplichtingen

248.370

277.987

247.478

258.157

274.794

285.677

– 10.883

                 

Programma-uitgaven

250.529

262.894

249.507

255.711

273.373

285.677

– 12.304

36.2 Nationale Veiligheid en terrorismebestrijding

 

Bijdrage Agentschappen

             
 

Overige bijdragen agentschappen

0

0

0

0

39

321

– 282

 

Bijdrage ZBO/RWT's

             
 

Instituut Fysieke Veiligheid

30.978

30.635

29.925

29.374

32.311

29.436

2.875

 

Bijdrage medeoverheden

             
 

Brede Doeluitkering Rampenbestrijding

177.293

176.097

177.432

179.323

196.042

179.302

16.740

 

Overige bijdragen medeoverheden

4.993

9.992

6.501

5.874

3.466

35.374

– 31.908

 

Subsidies

             
 

Nederlands Rode Kruis

1.690

1.611

1.440

1.400

1.240

1.224

16

 

Nationaal Veiligheids Instituut

1.544

1.340

1.290

1.265

1.021

1.274

– 253

 

Overige subsidies

1.548

10.290

3.338

4.908

5.149

2.425

2.724

 

Opdrachten

             
 

Project NL-Alert

5.963

6.693

4.904

5.243

4.336

5.948

– 1.612

 

Opdrachten NCSC

2.551

2.052

3.167

4.121

6.534

12.366

– 5.832

 

Terrorismebestrijding

2.289

481

0

0

0

0

0

 

Overige opdrachten

10.540

9.455

10.271

11.854

10.600

6.501

4.099

                 

36.3 Onderzoeksraad voor Veiligheid

 

Bijdrage ZBO/RWT's

             
 

Onderzoeksraad voor Veiligheid

11.140

14.248

11.239

12.349

12.635

11.506

1.129

                 

Ontvangsten

351

2.589

1.473

565

589

0

589

Verplichtingen

Toelichting op de instrumenten

Het saldo van aangegane verplichtingen in 2018 wijkt af van het begrotingstotaal doordat in 2017 meerjarige verplichtingen zijn opgenomen die in 2018 tot betaling zijn gekomen en doordat overboekingen naar andere ministeries hebben plaatsgevonden waarvoor geen verplichtingen worden vastgelegd.

36.2 Nationale Veiligheid en terrorismebestrijding

Bijdrage Agentschappen

Overige bijdragen agentschappen

Dit betreft de beheerkosten van de Wet tegemoetkoming schade bij rampen en zware ongevallen door de Rijksdienst voor ondernemend Nederland (RVO). Het verschil tussen begroting en realisatie is met name het gevolg van de verschuiving van een automatiseringstraject naar 2019, vanwege andere capaciteitsvragende werkzaamheden bij de RVO en van het feit dat geen beroep is gedaan op een bijdrage in de bestrijdingskosten, noch in de bijstandskosten.

Bijdragen ZBO/RWT’s

Instituut Fysieke Veiligheid (IFV)

Het IFV verricht taken op het terrein van crisisbeheersing, rampenbestrijding, brandweer en GHOR. De wettelijke taken betreffen onder meer het ontwikkelen, beheren en beschikbaar stellen van kennis op dit terrein, het opleiden van brandweerofficieren, de uitvoering en organisatie van brandweerexamens alsmede de verwerving en het beheer van (rampenbestrijdings-)materieel. Het IFV ontvangt voor wettelijke taken op grond van artikel 2 van het Besluit rijksbijdragen IFV een bijdrage. Los van de bijdrage van JenV voor wettelijke taken verricht het IFV in opdracht van de veiligheidsregio’s gemeenschappelijke werkzaamheden en, op commerciële basis, werkzaamheden voor derden, zoals bedrijven, Ministeries en gemeenten (ook wel aangeduid als wettelijk toegestane werkzaamheden).

Het verschil tussen begroting en realisatie betreft met name (incidentele) bijdragen voor projecten, de inrichting van de vraagorganisatie voor de meldkamers (die de behoeftestelling voor de veiligheidsregio’s bundelt), het beheer van de noodcommunicatievoorziening en het benodigd reservemateriaal voor Urban Search and Rescue-NL (USAR).

Bijdragen aan medeoverheden

Brede Doeluitkering Rampenbestrijding (BDuR)

De BDuR is een lumpsumbijdrage die wordt verstrekt aan de 25 veiligheidsregio’s voor de uitvoering van wettelijke taken. Dit betreft onder andere de volgende hoofdtaken (zie ook artikel 10 van de Wet Veiligheidsregio’s):

  • het voorbereiden op de bestrijding van branden en het organiseren van rampenbestrijding en crisisbeheersing;

  • het instellen en in stand houden van de brandweer en de geneeskundige hulp bij ongevallen en rampen.

Naast deze rijksbijdrage, die ongeveer 15 procent van de inkomsten van de veiligheidsregio’s behelst, ontvangen de veiligheidsregio’s een bijdrage van de gemeenten. De verdeling van de BDuR over de veiligheidsregio’s in een vast en een variabel deel vindt plaats conform het verdeelsysteem dat te vinden is in bijlage 2 van het Besluit veiligheidsregio’s.

Het verschil tussen begroting en realisatie betreft de loonbijstelling 2018–2023 (€ 2,3 mln.) en de eenmalige bijdrage in de frictiekosten landelijke meldkamerorganisatie (€ 14,4 mln.).

Overige Bijdragen

In 2016 zijn door het kabinet extra middelen beschikbaar gesteld voor de versterking van de veiligheidsketen. Een belangrijk deel van deze extra gelden wordt ingezet voor de lokale aanpak door gemeenten bij het voorkomen van extremisme en terrorisme, het verijdelen van aanslagen en de voorbereiding op mogelijk extremistisch en terroristisch geweld en de gevolgen daarvan.

De realisatie voor 2018 is € 31,9 mln. lager dan het bedrag uit de vastgestelde begroting. Dit is met name een gevolg van het feit dat het budget in de loop van het jaar is overgeheveld naar andere organisaties buiten JenV voor de uitvoering van het beleid. Het totale bedrag aan overgeboekte middelen naar andere departementen bedraagt € 22,1 mln. Een deel van deze overgeboekte middelen (€ 5,3 mln.) zijn in 2018 ten behoeve van de lokale aanpak via het Gemeentefonds aan de gemeenten uitgekeerd. Daarnaast hebben overboekingen plaatsgevonden naar andere ministeries ter verdeling van de verkregen middelen in het kader van contra-terrorisme (met name € 3 mln. aan het Ministerie van Defensie, € 3 mln. aan het Ministerie van BZK en € 1,4 mln. aan het Ministerie van Financiën) en de inrichting van Pi-NL (met name ca € 5,6 mln. aan het Ministerie van Defensie). Tevens heeft er overheveling plaatsgevonden naar artikel 31 in het kader van contra-terrorisme (ca € 2,1 mln.) en de inrichting van PI-NL (ca € 1 mln.). Een bedrag van € 4 mln. voor contraterrorisme is overgeboekt naar een tweetal andere instrumenten binnen artikel 36: € 3 mln. naar opdrachten en € 1 mln. naar subsidies.

Subsidies

Nederlands Rode Kruis

Het Nederlandse Rode Kruis start levensreddende activiteiten bij rampen en conflicten door het bieden van onderdak, voedsel, drinkwater en medische voorzieningen. JenV verstrekt ten behoeve van de geneeskundige hulpverlening en tracing subsidie aan het Nederlands Rode Kruis.

Nationaal Veiligheidsinstituut

Jaarlijks wordt een subsidie verstrekt aan het Nationaal Veiligheidsinstituut om een landelijk expositiecentrum van erfgoed op het terrein van veiligheid te beheren.

Overige subsidies

Onder dit instrument vallen de subsidies die worden verstrekt met het doel de aantasting van de nationale veiligheid te voorkomen en crisisbeheersing te verbeteren. De hogere uitgaven zijn het gevolg van het toekennen van subsidies in het kader van bestrijding terrorisme in plaats van bijdragen aan medeoverheden.

Opdrachten

Project NL-Alert

NL-Alert is het systeem van de overheid om mensen in de omgeving van een acute ramp of crisis te alerteren en informeren. Er wordt gewerkt aan uitbreiding van de mogelijkheden om mensen te bereiken, met name gericht op ouderen en kwetsbare groepen. Dit budget betreft de kosten voor beheer en ontwikkeling van NL-Alert. Voor wat betreft de ontwikkeling van nieuwe kanalen voor NL-Alert waren de kosten lager dan geraamd, omdat een pilot waaraan een relatief groot deel van het budget zou worden besteed, is doorgeschoven naar begin 2019.

Nationaal Cyber Security Centrum (NCSC)

Het NCSC is vanuit de rol als Computer Emergency Response Team (CERT) voor rijksoverheid en de vitale infrastructuur het centrum in Nederland waar publieke en private partijen, wetenschap en onderzoeksinstellingen operationele informatie en kennis bijeen brengen rondom cybersecurity. Zo zijn richtlijnen voor de ontwikkeling van veilige software en een geactualiseerde factsheet over het gebruik van tweefactorauthenticatie en 4 handreikingen gepubliceerd.

De lagere uitgaven zijn met name het gevolg van correcties, van het verstrekken van inkoopopdrachten verantwoord op het instrument «overige opdrachten» in plaats van het instrument «opdrachten NCSC» en het overboeken van verkregen middelen naar andere ministeries in verband met o.a. het Nationaal Detectie Netwerk.

Het verschil tussen de realisatie en begroting bedraagt € 5,8 mln. rekening houdend met een Slotwetmutatie van € 1,0 mln. Dit bedrag valt uiteen in twee correcties van € 1 mln., overboekingen van € 1,3 mln. naar Defensie, € 0,8 mln. naar OCW en € 0,7 mln. naar EZK en een meevaller van € 1 mln. De meevaller wordt veroorzaakt doordat de opdrachten voor cybersecurity voor ca. € 1 mln. ten laste zijn gebracht van het budget van overige opdrachten.

In 2018 heeft het NCSC 2400 incidenten (exclusief geautomatiseerde meldingen) afgehandeld en is in juni 2018, in nauwe samenwerking met de NCTV, wederom het jaarlijkse Cybersecuritybeeld Nederland (CSBN) gepubliceerd. Dit zevende beeld biedt inzicht in ontwikkelingen, belangen, dreigingen en weerbaarheid op het gebied van cybersecurity. Op 9 november is de Wet bescherming netwerk en informatiesystemen in werking getreden. Deze wet is de nationale implementatie van de Europese richtlijn voor Beveiliging van netwerk- en Informatiesystemen (NIB richtlijn).

De lagere uitgaven zijn met name het gevolg van het verstrekken inkoopopdrachten verantwoord op het instrument « overige opdrachten» in plaats van het instrument «opdrachten NCSC» en het overboeken van verkregen middelen naar andere ministeries in verband met het Nationaal Detectie Netwerk.

Overige opdrachten

Onder dit instrument vallen de opdrachten die worden verstrekt met het doel de aantasting van de nationale veiligheid te voorkomen en crisisbeheersing te verbeteren. De vele opdrachten (klein en groot) hebben betrekking op de beleidsterreinen contra-terrorisme, cybersecurity en crisisbeheersing. Tevens zijn opdrachten verstrekt in het kader van het stelsel bewaken en beveiligen.

36.3 Onderzoekszaak voor de Veiligheid

Bijdragen ZBO/RWT’s

Onderzoekszaak voor de Veiligheid (OvV)

De OvV verricht op grond van de rijkswet Onderzoeksraad voor veiligheid onafhankelijk onderzoek en stelt op basis daarvan aanbevelingen op voor het structureel vergroten van de veiligheid. De OvV fungeert als onafhankelijk onderzoeksorgaan, dat op eigen gezag kan besluiten tot het doen van onderzoek naar de oorzaak van (ernstige) ongevallen en rampen of een dreiging daartoe.

De onderzoeken die zijn gedaan in 2018 zijn te vinden op www.onderzoeksraad.nl.

37. Migratie

Artikel 37 Migratie: 10,4% van de begrotingsuitgaven

Artikel 37 Migratie: 10,4% van de begrotingsuitgaven

Algemene doelstelling

Een op maatschappelijk verantwoorde wijze en in overeenstemming met internationale verplichtingen gereglementeerde en beheerste toelating tot, verblijf in en vertrek uit Nederland van vreemdelingen, alsmede verkrijging van het Nederlanderschap of de intrekking daarvan.

Rol en verantwoordelijkheid

De Minister ontwikkelt en geeft uitvoering aan het vreemdelingenbeleid en het beleid op grond van de rijkswet op het Nederlanderschap. Hij heeft daarbij:

  • een uitvoerende rol ten aanzien van de opvang van asielzoekers, de afwikkeling van toelatingsprocedures in Nederland en de terugkeer van vreemdelingen uit Nederland;

  • verantwoordelijkheid voor de uitvoering van de Vreemdelingenwet en de Rijkswet op het Nederlanderschap door het geheel aan overheidsorganisaties dat zich (primair) met het vreemdelingen- en nationaliteitsbeleid bezighoudt;

  • verantwoordelijkheid voor de uitvoeringsorganisaties Immigratie- en Naturalisatiedienst (IND), Dienst Terugkeer en Vertrek (DT&V), het zelfstandig bestuursorgaan Centraal Orgaan opvang asielzoekers (COA) en voor de centra van de Dienst Justitiële Inrichtingen (DJI) waar de vreemdelingenbewaring en de grensdetentie ten uitvoer wordt gelegd;

  • een gezagsrelatie met de Koninklijke Marechaussee (Kmar) en de Politie voor wat betreft het vreemdelingentoezicht.

Beleidsconclusies

Conform verwachting is in 2018 weer een belangrijke impuls gegeven aan de grensbewakingscapaciteit van de KMar. Daardoor is er 200 fte bijgekomen. De komende jaren moet dit aantal verder oplopen. Door de inzet van de self-service paspoort controle kunnen daarnaast meer personencontroles tegelijkertijd worden uitgevoerd, hetgeen bijdraagt aan een efficiënte inzet van KMar, en een verbeterde mobiliteit zonder daarbij afbreuk te doen aan de veiligheid. In 2018 hebben ruim 12 miljoen reizigers hier gebruik van gemaakt op een totaal van ongeveer 35 miljoen grenspassages. Ter vergelijking, in 2015 gingen ongeveer 3 miljoen personen door de self-service paspoort controles.104

In 2018 is een bestuurlijke samenwerkingsafspraak met de VNG getekend inzake de ontwikkeling van Landelijke Vreemdelingenvoorzieningen (LVV). De inzet van het Rijk en gemeenten is om voor vreemdelingen zonder recht op verblijf of rijksopvang een bestendige oplossing te vinden. Om alle voorgenomen doelen uit het regeerakkoord te bereiken is een meerjarig programma van kracht.

Helaas is er nog geen akkoord bereikt tussen de Raad en het Europees Parlement over de 7 wetgevingsvoorstellen uit 2016 inzake het GEAS (Gemeenschappelijk Europees Asielbeleid)

Budgettaire gevolgen van beleid

Tabel 37.1 Budgettaire gevolgen van beleid (bedragen x € 1.000)
   

Realisatie

Vastgestelde

Verschil

2014

2015

2016

2017

2018

Begroting

 
         

2018

 

Verplichtingen

1.142.847

1.922.710

1.664.931

1.513.581

1.332.603

1.181.800

150.803

                 

Programma-uitgaven

1.136.888

1.763.195

1.686.919

1.526.383

1.335.918

1.181.800

154.118

37.2 Toegang, toelating en opvang vreemdelingen

 

Bijdrage Agentschappen

             
 

Immigratie- en Naturalisatiedienst

323.621

389.717

371.020

365.759

359.775

330.035

29.740

 

DJI

0

0

0

0

84.577

80.706

3.871

 

Bijdrage ZBO/RWT's

             
 

Centraal Orgaan opvang asielzoekers (COA)

740.909

1.267.861

1.124.049

964.901

702.162

595.698

106.464

 

Nidos-opvang

24.738

43.302

134.561

135.649

130.139

118.790

11.349

 

Bijdrage medeoverheden

             
 

Overige bijdragen medeoverheden

0

0

7

0

0

0

0

 

Subsidies

             
 

Vluchtelingenwerk Nederland (VWN) ea

6.260

10.718

11.577

10.017

9.236

9.428

– 192

 

Overige subsidies

458

2.466

1.595

938

1.157

1.666

– 509

 

Opdrachten

             
 

Biometrie

400

0

0

0

0

0

0

 

Vernieuwing Grensmanagement

3.626

0

0

0

0

0

0

 

Keteninformatisering

12.009

19.220

13.814

6.041

4.801

5.198

– 397

 

Versterking vreemdelingenketen

592

7.377

4.052

6.356

10.244

2.803

7.441

                 

37.3 Terugkeer

 

Bijdrage Agentschappen

             
 

DJI (DVenO)

6.910

6.385

7.880

9.921

9.836

8.424

1.412

 

Subsidies

             
 

REAN-regeling

8.833

9.089

10.346

4.843

5.547

6.547

– 1.000

 

Overige subsidies

0

0

0

2.221

2.432

2.500

– 68

 

Opdrachten

             
 

Vreemdelingen vertrek

8.532

7.060

8.018

19.737

16.012

20.005

– 3.993

                 

Ontvangsten

1.369

70.537

485.135

308.945

239.644

156.600

83.044

Verplichtingen

Toelichting op de instrumenten

Zie voor de toelichting op het verschil tussen begroting en realisatie bij de verplichtingen de toelichting bij de verschillende instrumenten onder de programmauitgaven.

Asielreserve

De begrotingsreserve Asiel is in 2010 gecreëerd toen het asieldossier niet langer als generaal is aangemerkt. De Tweede Kamer is hierover in de Begroting 2011 geïnformeerd.105 De asielreserve is bedoeld om fluctuaties in de lastig voorspelbare uitgaven voor (de instroom van) asielzoekers op te vangen.

Naar aanleiding van de aanbevelingen uit het rapport Begrotingsreserves van de Algemene Rekenkamer (2016) geeft onderstaande tabel inzicht in de stand, de toevoegingen en de onttrekkingen van de asielreserve.

Tabel 37.2 Overzicht verloop begrotingsreserve Asiel in 2018 (x € 1 mln.)

Stand per 1/1/2018

Toevoegingen 2018

Onttrekkingen 2018

Stand per 31-12-2018

128,9

139,6

165,7

102,8

Toelichting

In 2018 zijn onttrekkingen aan de asielreserve gedaan ten behoeve van COA (150 mln) en DT&V (15,7 mln). Deze komen buiten voort uit besluitvorming bij voorjaar 2016 als gevolg van de verhoogde instroom. Aan de asielreserve zijn toegevoegd de stortingen aangekondigd bij 2e suppletoire begroting 2018: 118,1 mln. Dit betreft een storting vanuit Bijdrage COA van 83 mln en een storting van 35,1 mln als gevolg van verwachte onderuitputting in 2018 (IND 5 mln, Nidos 24,1 en DT&V 6 mln).

De storting van 83 mln komt voort uit najaarsnota 2016 toen een onttrekking is gedaan van 173,5 mln om de terugbetaling ODA als gevolg van de lager dan de verwachte asielinstroom te kunnen betalen. Deze laatste onttrekking is in 2017 en 2018 gecompenseerd met stortingen in de asielreserve. In 2018 betrof dit € 83 mln.

Daarnaast is er 21,5 mln (bestaande uit COA 13 mln, Vreemdelingen vertrek 1,7 mln, Overige subsidies toegang, toelating en opvang vreemdelingen 0,9 mln en Versterken vreemdelingenketen 5,9 mln) gestort zoals aangekondigd in Brief beleidsmatige mutaties na Najaarsnota 2018 (TK 2018–2019, 3500 VI nr 83). In totaliteit is 139,6 mln gestort in 2018.

Kengetallen vreemdelingenketen

Onderstaande tabel geeft een overzicht van de belangrijkste kengetallen voor de vreemdelingenketen.

Tabel 37.3 Kengetallen vreemdelingenketen

Vreemdelingenketen (aantallen)

Realisatie

Prognose

 

2012

2013

2014

2015

2016

2017

2018

2018

Asiel

               

Asielinstroom1

13.360

17.190

29.890

58.800

33.670

35.030

32.230

37.000

Overige instroom2

9.150

13.260

18.050

23.200

15.700

2.580

3.310

1.900

Opvang COA

               

Instroom in de opvang

13.300

16.470

29.820

60.430

35.920

39.190

36.600

37.000

Uitstroom uit de opvang

14.800

15.490

20.280

36.930

55.580

46.090

35.100

36.370

Gemiddelde bezetting in de opvang

14.400

14.700

19.590

30.280

37.160

23.150

21.200

19.985

Toegang en Toelating IND

               

Machtiging tot voorlopig verblijf (MVV)

46.600

6.580

14.040

24.100

31.680

7.590

6.580

6.400

Verblijfsvergunning regulier (VVR)

58.520

25.530

22.260

31.340

35.700

40.460

46.750

35.700

Toelating en verblijf (TEV)

39.820

35.840

41.870

49.740

51.410

57.100

48.000

Visa

1.480

1.760

1.190

1.010

3.830

3.000

2.210

3.200

Aantal naturalisatie verzoeken

28.890

24.230

24.820

25.540

23.190

23.360

26.080

27.500

Streefwaarden Terugkeer (ketenbreed)

               

Zelfstandig vertrek (%)

20%

23%

26%

28%

26%

14%

15%

20%

Gedwongen vertrek (%)

29%

31%

28%

27%

27%

29%

28%

30%

Zelfstandig vertrek zonder toezicht (%)

50%

46%

47%

45%

47%

58%

57%

50%

Bronnen: INDIS/INDiGO, Maandrapportage COA, Meerjarenraming Vreemdelingenketen en JenV/KMI+.

X Noot
1

Tot de asielinstroom behoren de eerste asielaanvragen, relocatie en hervestiging, 2e en opvolgende asielaanvragen en inreis van nareizigers.

X Noot
2

Dit betreft zij-instroom.

Toelichting

Het totaal aantal geregistreerde asielaanvragen (inclusief nareis) is lager uitgevallen dan voor 2018 was geprognosticeerd.

Asiel

Wat betreft de opvang bestond op het moment van opstellen van de begroting de verwachting dat de bezetting in de opvang zou dalen gedurende 2018.Het grillige verloop van de instroom, aanvankelijk een daling in 2017 en vervolgens in 2018 weer een stijging, heeft tot gevolg gehad dat er achterstanden zijn ontstaan bij de afhandeling van aanvragen waardoor de gemiddelde bezetting in de opvang hoger is uitgevallen dan werd verondersteld bij het opstellen van de begroting.

Reguliere vreemdelingen

Toelatingsprocedures van MVV-plichtige vreemdelingen worden behandeld in de procedure Toegang en Verblijf (TEV), de toelatingsprocedures van niet MVV-plichtige vreemdelingen worden behandeld in de Verblijfsvergunning Regulierprocedure (VVR). Voor beide procedures geldt dat de instroom fors hoger is dan in de begroting was geraamd. De aantrekkende economie is hier een belangrijke oorzaak van.

37.2 Toegang, toelating en opvang vreemdelingen

Bijdragen agentschappen

Immigratie- en Naturalisatiedienst

De Immigratie- en Naturalisatiedienst (IND) is verantwoordelijk voor de uitvoering van het vreemdelingenbeleid en het beleid ten aanzien van de Rijkswet op het Nederlanderschap. Dat houdt in dat de IND alle aanvragen beoordeelt van vreemdelingen die in Nederland willen verblijven of Nederlander willen worden. Het kan gaan om vluchtelingen die niet veilig zijn in eigen land, maar ook om mensen die in Nederland willen werken en wonen of zich willen laten naturaliseren tot Nederlander.

De bekostiging van de IND vindt plaats door de bijdrage van het moederdepartement en opbrengsten derden. De bijdrage van het moederdepartement is gebaseerd op de vastgestelde kostprijzen (P), de instroomaantallen (Q) en een lumpsumbekostiging voor de materiële kosten (ICT, huisvesting, staf e.d.). De opbrengsten derden bestaan onder andere uit leges die vreemdelingen betalen voor de diensten van de IND en voor een kleiner gedeelte uit opbrengsten van Europese subsidies. In tabel 37.4. wordt zichtbaar hoe het budget is verdeeld over de verschillende productgroepen.

Tabel 37.4 Bekostiging IND (bedragen x € 1.000)
 

Realisatie 2018

Begroting 2018

Verschil

Productgroep

     

Asiel

92.207

102.552

– 10.345

Regulier

138.402

111.954

26.448

Naturalisatie

8.997

10.793

– 1.796

Ketenondersteuning

6.551

3.092

3.459

Lumpsum

158.352

151.948

6.404

Overig

2.957

 

2.957

       

Bekostiging

     

Totale bekostiging

407.466

380.339

27.127

Bijdragen derden

– 71.168

– 48.328

22.840

Bijdrage JenV

336.298

332.011

4.287

Voor verdere onderbouwing van de uitgaven wordt verwezen naar de agentschapsparagraaf.

De lagere uitgaven bij asiel hangen grotendeels samen met de veranderde samenstelling van de instroom ten opzichte van eerdere jaren. Geconstateerd wordt dat minder aanvragen voor inwilliging in aanmerking komen, echter is er meer onderzoek per aanvraag nodig om te komen tot een besluit. Bij de reguliere aanvragen blijkt dat meer aanvragen zijn afgehandeld dan eerder begroot.

Naast niet-gereguleerde instroom was sprake van de inreis van nareizigers en van gereguleerde instroom (hervestiging), mede als gevolg van de afspraken die, na het aflopen van de oorspronkelijke afspraken in maart 2016, zijn gemaakt tussen de EU en Turkije in 2017.

Tabel 37.5 Kengetallen IND doorlooptijden

Vreemdelingenzaken waarop binnen de termijn is besloten

Realisatie

Streefwaarde

 

2012