Handeling

Datum publicatieOrganisatieVergaderjaarVergadernummerDatum vergadering
Tweede Kamer der Staten-Generaal2016-2017nr. 52, item 37

37 Vreemdelingen- en asielbeleid

Aan de orde is het VAO Vreemdelingen- en asielbeleid (AO d.d. 19/01). 

De voorzitter:

Ik heet de staatssecretaris van harte welkom, alsmede de leden in dit huis. We hebben best een drukke agenda vanavond; dat zeg ik maar op voorhand. Er zijn veel sprekers voor dit VAO. Ik ga met uw welnemen dus een beetje strak voorzitten. 

Mevrouw Maij (PvdA):

Voorzitter. We hadden een goed algemeen overleg, maar toch sta ik hier opnieuw, vanwege het kinderpardon. Dankzij het kinderpardon mochten ruim 1.500 kinderen en hun ouders hier blijven. Maar bij de permanente regeling worden er wel erg veel kinderen afgewezen. Er zijn signalen dat het meewerkcriterium te streng wordt toegepast. De PvdA wil daar graag de vinger achter krijgen. De regeling moet rechtvaardig worden uitgevoerd. Daarom willen wij dat de staatssecretaris helder aangeeft hoe het geheel van feiten en omstandigheden samenhangt wanneer je niet meewerkt. Is daar sprake van als je jarenlang de procedure tegenwerkt, of is dat bij wijze van spreken al het geval als je een keer een koffieafspraak mist? Daarom dien ik de volgende motie in. 

Motie

De Kamer, 

gehoord de beraadslaging, 

constaterende dat kinderen worden uitgezet die al vele jaren in Nederland wonen en die geworteld zijn in onze samenleving; 

constaterende dat het VN-Vluchtelingenverdrag en het internationaal Kinderrechtenverdrag te allen tijde gerespecteerd en nageleefd moeten worden; 

overwegende dat het Europees Hof voor de Rechten van de Mens op 8 november 2016 in de zaak-El Ghatet tegen Zwitserland bepaald heeft dat immigratieautoriteiten en nationale rechters nadrukkelijker de belangen van het kind moeten toetsen bij besluiten waarbij kinderen betrokken zijn en dat het belang van het kind voorop dient te staan; 

overwegende dat er onduidelijkheid bestaat over de precieze wijze waarop en in welke mate ouders worden geacht mee te werken aan vertrek, in termen van te plegen inspanningen tijdens het lopende proces en in de fase van terugkeer; 

overwegende dat er eveneens confusie is over wat er van de DT&V en de IND precies wordt verwacht in termen van te plegen inspanningen in de fase van terugkeer, waardoor de volle verantwoordelijkheid bij de gezinnen wordt gelegd bij de toetsing van het meewerkcriterium; 

verzoekt de regering om te komen tot een verheldering van het samenhangen van het geheel van feiten en omstandigheden op grond waarvan kan worden vastgesteld wat er precies verwacht wordt van gezinnen, maar ook van DT&V en IND, op basis van het meewerkcriterium; 

verzoekt de regering tevens om de Tweede Kamer uiterlijk op 1 maart 2017 per brief nader te informeren over de hierboven voorgestelde afbakening, 

en gaat over tot de orde van de dag. 

De voorzitter:

Deze motie is voorgesteld door het lid Maij. Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund. 

Zij krijgt nr. 2289 (19637). 

De heer Sjoerdsma (D66):

Wat betekent deze motie nu, mevrouw Maij? 

Mevrouw Maij (PvdA):

Dat wij helderheid krijgen over het samenhangen van het geheel van omstandigheden, precies datgene waarover wij in het algemeen overleg hebben gesproken en waarover wij hebben gedebatteerd. Wij hebben daar toen duidelijkheid over gevraagd. 

De heer Sjoerdsma (D66):

"Het samenhangen van het geheel van omstandigheden": het zou bijna de titel van een boek van Reve kunnen zijn. Maar ik vraag mij concreet het volgende af. Wij hebben de afgelopen jaren in deze Kamer heel vaak over het kinderpardon gediscussieerd. Dit zal de laatste keer zijn, denk ik, met dit kabinet. Wilt u nog iets bereiken in deze kabinetsperiode? Wilt u nog daadwerkelijk iets versoepelen, zoals u in uw verkiezingsprogramma hebt staan en zoals u op congressen hebt gezegd? Of zegt u nu feitelijk: "nee, dat willen wij niet meer, ik heb een motie ingediend die helaas niemand zal kunnen begrijpen en die ook niets gaat betekenen, wij geven het op en proberen het bij een nieuwe ronde weer"? Ik wil dan nog liever even een eerlijk antwoord, want dan hoeven wij en de andere oppositiepartijen ook geen moties in te dienen om daadwerkelijk iets te doen aan het kinderpardon. 

Mevrouw Maij (PvdA):

Nee. Wij hebben er heel vaak over gesproken en ik vind het jammer dat wij hier nu weer op deze toch een beetje flauwe politieke manier over praten. Wij hebben er heel vaak over gesproken, ook met u, bij verschillende gelegenheden. Wij hebben heel duidelijk aangegeven dat er wat ons betreft meer duidelijkheid moet komen over wat er verwacht wordt van gezinnen op het punt van het meewerkcriterium. Daar hebben wij het in het debat over gehad. Wij hebben het er ook bij eerdere gelegenheden over gehad. Mijn collega Attje Kuiken heeft daarover weleens een motie ingediend. Daar hebben wij toen uw steun niet voor gekregen. Wij willen graag dat er voor kinderen en gezinnen helderheid is. Dat is de reden waarom ik deze motie heb ingediend. 

De heer Voordewind (ChristenUnie):

Er staat in de motie "om te komen tot een verheldering van het samenhangen van het geheel van feiten en omstandigheden". Is de intentie dat deze motie leidt tot versoepeling van het meewerkcriterium? Dan weten wij een beetje waar mevrouw Maij wil landen. Ik lees dat hierin eigenlijk niet. Het gaat alleen om een opheldering. Een motie om opheldering en informatie hebben wij eerder gehad. Is dit nu een herhaling van die motie of wilt u het meewerkcriterium daadwerkelijk versoepelen? 

Mevrouw Maij (PvdA):

Die eerdere motie hebt u ook niet gesteund. Wij vonden dat toen heel jammer. Het punt is dat wij moeten weten op basis waarvan dat meewerkcriterium wordt gewogen. Dat is precies wat wij vragen. Daarover hebben wij verschil van mening met u. Er is inzicht gekomen in een aantal zaken waarin wel duidelijk is waarom mensen hier mogen blijven, maar wij hebben onvoldoende inzicht waarom mensen hier niet mogen blijven en hoe dat meewerkcriterium wordt gewogen in het geheel van feiten en omstandigheden. 

De heer Voordewind (ChristenUnie):

Gisteren hoorde ik weer van een asieladvocaat dat het al een contra-indicatie is als mensen in beroep gaan, omdat zij dan niet meewerken aan hun vertrek. Dan kom je toch automatisch in de knoop, als je aangeeft dat het meewerkcriterium een showstopper is voor het kinderpardon? Duidelijker kan het volgens mij niet. Dit meewerkcriterium stopt het toepassen van de definitieve regeling voor kinderen om hier te kunnen blijven. 

De voorzitter:

En uw vraag is? 

De heer Voordewind (ChristenUnie):

Leidt dit nu tot versoepeling? Of wilt u alleen informatie? Ik vrees het laatste. 

Mevrouw Maij (PvdA):

Ik heb net gezegd dat wij signalen hebben dat het meewerkcriterium te streng wordt toegepast. Dat is niet de bedoeling. Daarom willen wij meer inzicht in het samenhangen van het geheel van omstandigheden en feiten. Misschien is het feit dat u noemt een eenmalig feit. Dat weten we niet. Er is geen helder inzicht in het geheel van die feiten en omstandigheden. 

Mevrouw Voortman (GroenLinks):

We hebben wel de ambtsinstructie gezien. Daaruit blijkt heel duidelijk hoe dat wegingskader wordt toegepast. Zegt de PvdA dat het meewerkcriterium inderdaad te streng wordt toegepast? Of zegt de PvdA dat ze niet weet of het meewerkcriterium te streng wordt toegepast? 

Mevrouw Maij (PvdA):

Ik heb net gezegd dat wij signalen hebben dat het meewerkcriterium te streng wordt toegepast. We hebben net een voorbeeld van de heer Voordewind gehoord. U hebt ook eerder voorbeelden gegeven. Wij willen daarover meer verheldering, zodat het duidelijker is. 

Mevrouw Voortman (GroenLinks):

Dat vind ik klinken als: de PvdA weet nog niet of het meewerkcriterium al dan niet te streng wordt toegepast. Dan zit daar toch echt het verschil tussen de PvdA en een aantal andere fracties hier. 

De voorzitter:

Dat is geen vraag, neem ik aan. 

Mevrouw Voortman (GroenLinks):

Nee, het is geen vraag, maar een conclusie. Ik wil graag kijken waar het verschil zit en concludeer hiermee dat daar het verschil zit. Dat vind ik heel jammer. 

Mevrouw Maij (PvdA):

Het was geen vraag, maar ik mag nog wel even antwoorden. Als je een keer een afspraak hebt gemist, betekent dat soms dat je onvoldoende meewerkt. In andere gevallen, die wij gezien hebben en waarvan u ook de dossiers hebt gezien, is dat echter niet zo. Daarom wil ik daarover meer helderheid, zoals ook in de motie staat. 

Mevrouw Gesthuizen (SP):

Mevrouw Maij staat daar al drie jaar en wil al drie jaar precies hetzelfde. Dit is iedere keer weer de vlucht vooruit. Ik begrijp niet waarom mevrouw Maij nu weer vraagt om meer informatie, als zij zelf al signalen heeft. Waarom pakt zij nu niet door? Is zij bang dat er alsnog een kabinetscrisis ontstaat en dat de hele boel een paar weken voor de verkiezingen in het honderd loopt? Waarom niet? 

De voorzitter:

Via de voorzitter aan mevrouw Maij. 

Mevrouw Maij (PvdA):

Omdat ik heel graag zorgvuldig wil zijn. We hebben dat ook in het verleden gevraagd. Toen steunde u dat niet. Ik hoop dat u het nu wel steunt. 

Mevrouw Gesthuizen (SP):

De Kamer kan wel iedere keer opnieuw precies hetzelfde dansje doen, maar dat dansje doen we al drie jaar met elkaar: er zijn signalen en de PvdA wil eerst meer informatie krijgen. Die informatie is er. Ik doe individuele zaken; die krijg ik toegestuurd. Ik heb bewijs dat zaken niet goed gaan. Mevrouw Maij heeft die informatie volgens mij ook. Als je nu, anderhalve week voordat de Kamer met reces gaat voor de verkiezingen, niet durft te zeggen "boter bij de vis", dan doe je gewoon niet wat je tegenover je eigen leden wel zegt te doen, namelijk vechten voor de zaak in de Tweede Kamer. Dan doe je eigenlijk helemaal niks. 

Mevrouw Maij (PvdA):

Ik vind het heel jammer dat het op deze manier wordt geformuleerd. We doen niet niks. Bovendien debatteren we niet al drie jaar over deze permanente regeling, want die is nog niet zou oud. Ik vind dat we heel scherp moeten zijn. We hebben gezien dat er vorig jaar heel weinig vergunningen werden afgegeven. Wij willen heel graag weten wat daar precies achter zit, ook omdat we daarmee de mensen kunnen helpen bij wie men misschien wel te streng is geweest, is geconcludeerd dat het meewerkcriterium gaat gelden en dat er onvoldoende is meegewerkt. 

De heer Sjoerdsma (D66):

Voorzitter. Omwille van het vergaderschema, begin ik meteen met mijn motie. 

Motie

De Kamer, 

gehoord de beraadslaging, 

constaterende dat de regering heeft toegezegd te bekijken hoe er 750 alleenstaande kinderen uit de schrijnende omstandigheden in de Griekse en Italiaanse vluchtelingenkampen naar Nederland kunnen worden gehaald; 

constaterende dat uit cijfers van UNICEF blijkt dat er alleen al in Griekenland 2.300 alleenstaande vluchtelingenkinderen gestrand zijn; 

constaterende dat Nederland in december pas achttien alleenstaande kinderen herplaatst had; 

verzoekt de regering, met het oog op de steeds schrijnender wordende omstandigheden zo snel mogelijk 750 alleenstaande vluchtelingenkinderen uit de kampen naar Nederland te halen, 

en gaat over tot de orde van de dag. 

De voorzitter:

Deze motie is voorgesteld door de leden Sjoerdsma, Voordewind, Voortman en Gesthuizen. Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund. 

Zij krijgt nr. 2290 (19637). 

Mevrouw Voortman (GroenLinks):

Voorzitter. Ik dien mijn moties in. 

Motie

De Kamer, 

gehoord de beraadslaging, 

overwegende dat nog altijd ongeveer 60.000 migranten en vluchtelingen vastzitten in Griekenland en dat is gebleken dat de opvang nog niet adequaat is ingericht tegen het winterweer, met mensonterende situaties tot gevolg; 

constaterende dat de Europese lidstaten nog altijd verre van voldoen aan de afspraken voor het hervestigen van vreemdelingen uit Griekenland; 

verzoekt de regering, een significante opschaling van de afgesproken herplaatsing van vreemdelingen die momenteel in Griekenland verblijven te bewerkstelligen, 

en gaat over tot de orde van de dag. 

De voorzitter:

Deze motie is voorgesteld door de leden Voortman, Voordewind, Gesthuizen en Sjoerdsma. Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund. 

Zij krijgt nr. 2291 (19637). 

Motie

De Kamer, 

gehoord de beraadslaging, 

constaterende dat er gevechten zijn uitgebroken in Oromia en Somali-gebied in Ethiopië; 

constaterende dat de regering in Ethiopië sinds het uitbreken van protesten in november 2015 op grote schaal mensen heeft gearresteerd, de toegang tot sociale media heeft beperkt en protesten met geweld heeft neergeslagen; 

constaterende dat het bij de verwerking van asielverzoeken van personen afkomstig uit Ethiopië gehanteerde ambtsbericht dateert uit 2013; 

verzoekt de regering, zo spoedig mogelijk een actueel ambtsbericht voor Ethiopië op te stellen met aandacht voor de wijziging in de mensenrechtensituatie van het land, 

en gaat over tot de orde van de dag. 

De voorzitter:

Deze motie is voorgesteld door de leden Voortman en Maij. Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund. 

Zij krijgt nr. 2292 (19637). 

Mevrouw Voortman (GroenLinks):

Tot slot mijn laatste motie. 

Motie

De Kamer, 

gehoord de beraadslaging, 

overwegende dat de rechten die vreemdelingen aan het associatierecht EEG-Turkije ontlenen de integratie van die vreemdelingen in de Nederlandse samenleving bevorderen; 

constaterende dat de Adviescommissie Vreemdelingenzaken in haar op verzoek van de Tweede Kamer uitgebracht advies de Kamer heeft geadviseerd om het associatierecht tussen Turkije en de EU vast te leggen in een aparte paragraaf van het Vreemdelingenbesluit 2000; 

verzoekt de regering, het Vreemdelingenbesluit 2000 te wijzigen overeenkomstig het voornoemde advies van de Adviescommissie Vreemdelingenzaken, 

en gaat over tot de orde van de dag. 

De voorzitter:

Deze motie is voorgesteld door het lid Voortman. Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund. 

Zij krijgt nr. 2293 (19637). 

Mevrouw Voortman (GroenLinks):

Wellicht denken sommige mensen nu: waarom dient ze hier een motie in, ze heeft er toch een initiatiefwet over liggen? Het verschil is dat mijn initiatiefwet zegt: laten we het in de wet borgen. Het advies van van de ACVZ was echter om het niet apart in de wet te regelen, maar om het in het Vreemdelingenbesluit te regelen, dus de AMvB bij de Vreemdelingenwet. Er is alleen één probleem, namelijk dat Kamerleden geen recht op initiatief hebben op een AMvB. Dat is de reden dat ik deze motie hier indien. Misschien moeten we dat trouwens een keertje veranderen, maar dat is de reden dat ik het op deze manier doe. Ook verschillende fracties hebben overigens in hun schriftelijke inbreng gevraagd: waarom regelt u dit niet in het Vreemdelingenbesluit, mevrouw Voortman? Dat is omdat ik dat niet kan. Vandaar dat ik het op deze manier doe. 

De voorzitter:

Was dat uw vraag, mevrouw Keijzer? 

Mevrouw Keijzer (CDA):

Vervolgens is mijn vraag dan aan mevrouw Voortman of zij het wetsvoorstel intrekt. 

De voorzitter:

Dat is een goede vraag. 

Mevrouw Voortman (GroenLinks):

Dat is heel goede vraag. Ik ben daar heel blij mee. Op het moment dat deze motie wordt aangenomen en wordt besloten om dit in het Vreemdelingenbesluit te regelen, zal ik inderdaad mijn initiatiefwet intrekken. 

De heer Fritsma (PVV):

Voorzitter. We hebben nog steeds een groot probleem met asielzoekers, met name afkomstig uit Noord-Afrika, die overal in Nederland een spoor van diefstal en agressie achterlaten. Bewoners van plaatsen als Ter Apel en Schalkhaar kunnen daarover meepraten. Het kabinet heeft beloofd dit probleem aan te pakken. De staatssecretaris heeft gezegd deze mensen snel uit te zetten en ook de premier heeft recentelijk aangegeven dat deze overlastgevers zo snel mogelijk moeten ophoepelen. In de praktijk komt daar helaas weinig van terecht. En omdat de PVV genoeg heeft van holle woorden, dien ik de volgende motie in. 

Motie

De Kamer, 

gehoord de beraadslaging, 

verzoekt de regering om eindelijk maatregelen te treffen die er daadwerkelijk toe leiden dat alle zich in Nederland misdragende Noord-Afrikaanse asielzoekers uit Nederland ophoepelen, 

en gaat over tot de orde van de dag. 

De voorzitter:

Deze motie is voorgesteld door het lid Fritsma. Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund. 

Zij krijgt nr. 2294 (19637). 

Mevrouw Gesthuizen (SP):

Ophoepelen? Wat moet ik me daar precies bij voorstellen? Iets met een hoepel? 

De heer Fritsma (PVV):

Ik zei al dat de premier dit letterlijk heeft gezegd. Hij zei dat deze zich misdragende asielzoekers uit Nederland moeten ophoepelen. Dat gebeurde tijdens de persconferentie na een ministerraad van enige weken geleden. Het probleem is echter dat er in de praktijk weinig van terechtkomt. En omdat de PVV-fractie geen holle woorden wil, heb ik deze motie ingediend, zodat de daad bij het woord wordt gevoegd. 

De heer Voordewind (ChristenUnie):

Voorzitter. Ik zal direct de twee moties voorlezen die ik heb voorbereid. De eerste gaat over verhuizing en de andere over het kinderpardon. 

Motie

De Kamer, 

gehoord de beraadslaging, 

overwegende dat ook in asielprocedures rekening gehouden dient te worden met de positie en rechten van kinderen; 

overwegende dat uit het rapport "Verhuizen zonder afscheid" van 6 februari jl. door de Kinderombudsman blijkt dat COA en DT&V in voorkomende gevallen onvoldoende doen om de belangen van kinderen en hun recht op onderwijs zeker te stellen, waarmee hun werkwijze niet voldoet aan het Internationaal Verdrag inzake de rechten van het kind; 

overwegende dat uit het genoemde rapport van de Ombudsman blijkt dat er nog verhuizingen van gezinnen met kinderen plaatsvinden waarvan de noodzaak niet aangetoond is; 

verzoekt de regering om bij het beleid als uitgangspunt te hanteren dat gezinnen met kinderen in de asielprocedure waarvan de kinderen begonnen zijn met onderwijs, niet meer verhuizen gedurende de periode dat zij in procedure zijn, 

en gaat over tot de orde van de dag. 

De voorzitter:

Deze motie is voorgesteld door de leden Voordewind, Voortman, Gesthuizen en Sjoerdsma. Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund. 

Zij krijgt nr. 2295 (19637). 

De heer Voordewind (ChristenUnie):

De volgende motie gaat over het kinderpardon. 

Motie

De Kamer, 

gehoord de beraadslaging, 

constaterende dat bij de uitvoering van de definitieve Regeling langdurig verblijvende kinderen in het afgelopen jaar 95% van de aanvragen werd afgewezen; 

constaterende dat het in die gevallen vrijwel altijd het meewerkcriterium is dat wordt tegengeworpen; 

verzoekt de regering, het meewerkcriterium niet tegen te werpen bij de beoordeling of kinderen in aanmerking komen voor een vergunning tot verblijf in het kader van de definitieve Regeling langdurig verblijvende kinderen als de kinderen vijf jaar of langer beschikbaar zijn geweest voor vertrek, 

en gaat over tot de orde van de dag. 

De voorzitter:

Deze motie is voorgesteld door de leden Voordewind, Voortman, Gesthuizen en Sjoerdsma. Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund. 

Zij krijgt nr. 2296 (19637). 

Mevrouw Gesthuizen (SP):

Voorzitter. Ik heb maar twee minuten spreektijd, dus ik moet mijn moties heel snel voorlezen. 

Motie

De Kamer, 

gehoord de beraadslaging, 

constaterende dat de advocaat-generaal van het Europese Hof van Justitie adviseert dat EU-landen een humanitair visum moeten verlenen aan mensen die in hun eigen land ernstig risico lopen om onmenselijk te worden behandeld of gemarteld; 

constaterende dat met humanitaire visa mensen veilig per vliegtuig kunnen vluchten en hun een gevaarlijke reis per boot bespaard blijft; 

overwegende dat de regering verschillende malen heeft gesteld voorstander te zijn van het uitbreiden van legale migratiemogelijkheden naar Europa; 

verzoekt de regering, het aantal humanitaire visa dat Nederland verstrekt per direct uit te breiden, 

en gaat over tot de orde van de dag. 

De voorzitter:

Deze motie is voorgesteld door het lid Gesthuizen. Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund. 

Zij krijgt nr. 2297 (19637). 

Mevrouw Gesthuizen (SP):

Mijn tijd liep door toen u sprak voorzitter. 

De voorzitter:

Gaat u rustig verder, mevrouw Gesthuizen. 

Mevrouw Gesthuizen (SP):

Dank u, voorzitter. 

Motie

De Kamer, 

gehoord de beraadslaging, 

constaterende dat het in Algerije, Tunesië en Togo vastgestelde risico voor vrouwen er niet toe heeft geleid dat vrouwen zijn uitgezonderd bij voor wie Algerije, Tunesië en Togo als veilige landen gelden; 

constaterende dat het in Tunesië en Algerije vastgestelde risico voor mensenrechtenactivisten en journalisten er niet toe heeft geleid dat mensenrechtenactivisten en journalisten zijn uitgezonderd bij voor wie Tunesië en Algerije als veilige landen gelden; 

constaterende dat het in Algerije vastgestelde risico voor bekeerlingen er niet toe heeft geleid dat bekeerlingen zijn uitgezonderd bij voor wie Algerije als veilig land geldt; 

overwegende dat andere groepen waarvoor risico's zijn vastgesteld wel zijn uitgezonderd bij de vaststelling van een veilig land; 

verzoekt de regering, alle groepen waarvan wordt vastgesteld dat zij extra risico lopen uit te zonderen bij het vaststellen van een land als veilig, 

en gaat over tot de orde van de dag. 

De voorzitter:

Deze motie is voorgesteld door het lid Gesthuizen. Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund. 

Zij krijgt nr. 2298 (19637). 

Mevrouw Keijzer (CDA):

Mag ik een vraag stellen over de vorige motie? 

De voorzitter:

Ja, dat mag zeker. 

Mevrouw Keijzer (CDA):

In het dictum gaat het over het uitbreiden van visa. Ik probeer altijd heel precies te bekijken hoe de wet in elkaar zit om ervoor te zorgen dat je mensen die vluchten voor oorlog en geweld, tijdelijk bescherming kunt bieden. Zegt mevrouw Gesthuizen in die motie dat dat losgelaten moet worden, dat je gewoon uit moet breiden? Dat is voor mij van belang om die motie te kunnen duiden. 

Mevrouw Gesthuizen (SP):

Ik ben heel blij met die vraag, want dan krijg ik de kans om dat nader uit te leggen. Ik heb namelijk dadelijk ook nog een vraag aan de regering. Wij hebben met z'n allen gezien dat het aantal vluchtelingen wereldwijd de afgelopen jaren tot 65 miljoen is gegroeid en dat dat aantal nog steeds toeneemt. Het kabinet probeert met steun van het CDA om de vluchtroute richting Europa te stoppen omdat mensen daarmee niet meer zouden verdrinken in de Egeïsche Zee en de Middellandse Zee. Als je dat soort pogingen onderneemt om te voorkomen dat mensen verdrinken en je tegelijkertijd niet het Vluchtelingenverdrag wilt opzeggen, dan moet je gehoor geven aan de oproep op dit moment uit meerdere Europese gremia dat je mensen dan wel een alternatief moet bieden om veilig te vluchten. Dat gaat dan niet meer via die gevaarlijke zeeroute maar bijvoorbeeld op uitnodiging. Je kunt ook iets doen met het aantal hervestigingen via de UNHCR, maar je kunt ook met humanitaire visa gaan werken natuurlijk. 

Dan heb ik nog een korte vraag aan de staatssecretaris. Ik ben afgelopen vrijdag voor een heel kort bezoek naar Servië geweest. Daar wonen mensen, migranten, onder wie ook vluchtelingen, in mensonterende omstandigheden, onder andere in de barakken in de hoofdstad Belgrado. Ik heb begrepen uit eerdere antwoorden op Kamervragen door de minister van Veiligheid en Justitie dat Nederland speciaal toeziet op de risico's op mensensmokkel, mensenhandel, uitbuiting, prostitutie et cetera, zeker waar het kinderen betreft. Mij is echter ter plekke gebleken dat er — ik formuleer het mild — toch nog wat hiaten zijn in de kennis bij de ambtenaren die daar aan het werk zijn. Ik wil de staatssecretaris vragen om een extra inspanning op dit terrein, zodat wij ervoor kunnen zorgen dat minderjarigen die om wat voor reden dan ook alleen op reis zijn, veilig zijn. Nederland zou een belangrijke bijdrage moeten leveren om ervoor te zorgen dat deze kinderen bijvoorbeeld niet in de gedwongen prostitutie terechtkomen. 

De heer Monasch (Monasch):

Voorzitter. Ik heb één motie. 

Motie

De Kamer, 

gehoord de beraadslaging, 

constaterende dat echte asielzoekers mensen zijn die op de vlucht zijn voor oorlog, geweld of vervolging; 

van mening dat enige bedreiging, beperking of intimidatie richting derden door mensen die in Nederland asiel wensen aan te vragen, onacceptabel is en de wens om de integratie in Nederland te bevorderen ernstig zal ondermijnen; 

van mening dat asielzoekers die artikel 1 van de Grondwet en andere grondrechten niet onderschrijven en respecteren niet in die asielzoekersprocedure in Nederland mogen worden opgenomen; 

verzoekt het kabinet, al het nodige te doen om deze grens te stellen en te handhaven, 

en gaat over tot de orde van de dag. 

De voorzitter:

Deze motie is voorgesteld door de leden Monasch en Van Vliet. Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund. 

Zij krijgt nr. 2299 (19637). 

Ik kijk even naar de staatssecretaris. Hij is in staat om meteen te antwoorden als hij alle moties ontvangen heeft. Terwijl ik de zin langzaam uitspreek, hoop ik dat de moties snel komen. Die komen snel. 

Staatssecretaris Dijkhoff:

Voorzitter. Ik zal proberen om zo snel mogelijk te spreken voor uw tijd ... 

De voorzitter:

Dank u wel. 

Staatssecretaris Dijkhoff:

... en zo langzaam als nodig voor de extra moties. Laat ik met de eerste motie beginnen, de motie-Maij op stuk nr. 2289. In de motie staat dat er sprake is van veel onduidelijkheid en confusie. Ten eerste is dit criterium uitgebreid met de Kamer besproken voordat het werd ingesteld. Ten tweede zijn er bij de rechtbanken en bij de Raad van State genoeg rechterlijke procedures geweest die tot jurisprudentie hebben geleid en die hierover meer duidelijkheid hebben verschaft. Ten slotte heb ik de interne instructie van DT&V naar de Kamer gestuurd. Ik zie niet in waarom er sprake zou zijn van onduidelijkheid en daarom ontraad ik de motie. 

De voorzitter:

De motie-Maij op stuk nr. 2289 wordt ontraden. 

Staatssecretaris Dijkhoff:

Ik ontraad ook de motie-Sjoerdsma c.s. op stuk nr. 2290. We hebben al eerder gesproken over de 750 minderjarigen die we in gezamenlijke inspanning met andere Europese lidstaten het liefst nog voor de jaarwisseling, voor 1 december, zouden overnemen. Ik heb de Kamer in het AO ook uitgelegd op welke manier we dat hebben gedaan. In deze motie wordt gevraagd of Nederland in zijn eentje nog eens 750 alleenstaande kinderen kan overnemen. Ik vond de eerste afspraak die we hebben gemaakt en die we hebben uitgevoerd, prima, anders hadden we die natuurlijk ook niet uitgevoerd. Ik vind dit echter een stap te ver gaan en daarom ontraad ik deze motie. 

De voorzitter:

De motie-Sjoerdsma c.s. op stuk nr. 2290 wordt ontraden. 

Staatssecretaris Dijkhoff:

In de motie-Voortman c.s. op stuk nr. 2291 wordt gevraagd om extra relocatie van mensen die in Griekenland verblijven. Nogmaals: we doen wat we hebben afgesproken. Dat doen we in een gestaag tempo. Veel van de mensen die op de Griekse eilanden verblijven, komen helemaal niet in aanmerking voor relocatie. We hebben de Grieken uitgebreid gesteund, zowel met personeel als financieel en materieel. We hebben in de laatste weken gezien dat het de Grieken steeds vaker lukt om het aanwezige materieel snel om te zetten in opvang. Ik ontraad daarom deze motie. 

De voorzitter:

De motie-Voortman c.s. op stuk nr. 2291 wordt ontraden. 

Staatssecretaris Dijkhoff:

De motie-Voortman/Maij op stuk nr. 2292 gaat over het ambtsbericht over Ethiopië. Ik laat dadelijk aan de Kamer over of ik de motie kan overnemen met de volgende uitleg. De planning was dat er medio 2018 een nieuw ambtsbericht zou verschijnen. We hebben, vanwege de recente ontwikkelingen, gezien dat dat sneller moet. Daarom hebben we het ministerie van Buitenlandse Zaken verzocht of het ambtsbericht eerder kan worden uitgebracht. Het resultaat van die gesprekken is dat Buitenlandse Zaken deze zomer zal starten met het herzien van het ambtsbericht. Als daarmee geleefd kan worden, zou ik de motie willen overnemen, maar dat is aan de Kamer. 

De voorzitter:

Dat is vooral aan de indieners. Daarna zal ik aan de Kamer vragen of zij het daarmee eens is. 

Mevrouw Voortman (GroenLinks):

Kan de staatssecretaris iets meer helderheid geven? Hij zegt dat men deze zomer zal beginnen met het herzien van het ambtsbericht. Wanneer ligt dat er dan? En wat betekent dat voor de mensen uit Ethiopië die hier nu zijn? 

Staatssecretaris Dijkhoff:

Wat betreft de eerste vraag: het nieuwe ambtsbericht zal eind dit jaar, wellicht begin volgend jaar, af zijn. Ondertussen hebben we natuurlijk het huidige ambtsbericht, waarbij we de geactualiseerde informatie zullen betrekken. Dat zal gebruikt worden voor de beoordeling. 

Mevrouw Voortman (GroenLinks):

Mag ik eventjes overleggen met mijn collega-indiener? Ik zal proberen om daar nog tijdens dit AO op te reageren. 

De voorzitter:

Ja. Er is nog een vraag van mevrouw Sjoerdsma. Van de heer Sjoerdsma, mijn excuses. 

De heer Sjoerdsma (D66):

Geen probleem, mevrouw de voorzitter. Ik heb hierover een korte vraag. Dit gaat over een ambtsbericht over Ethiopië uit 2013. We hebben te maken met een toestroom van Turkse asielzoekers. Daarvoor geldt ook dat het ambtsbericht dateert van 2013. Het Turkije van 2013 is niet bepaald het Turkije van 2017. Geldt daarvoor hetzelfde? 

Staatssecretaris Dijkhoff:

Nee, dat hebben we ook in het AO uitgelegd. De situatie is volatiel. Als je nu een nieuw ambtsbericht opstelt, is het nog maar de vraag of het Turkije van pak 'm beet juni 2017 hetzelfde zal zijn als het Turkije van januari 2017. Daarom vinden we het op dit moment effectiever om geactualiseerde informatie, niet zijnde het ambtsbericht, te gebruiken ter beoordeling van asielaanvragen van asielzoekers uit Turkije. 

Mevrouw Voortman (GroenLinks):

Ik heb eventjes overlegd met mijn collega-indiener. Wij kunnen leven met de redenatie van de staatssecretaris. Ik wil hem daarvoor bedanken. 

De voorzitter:

De staatssecretaris heeft aangegeven de motie te willen overnemen. Is er bezwaar tegen het overnemen van deze motie? Dat is niet het geval. 

De motie-Voortman/Maij (19637, nr. 2292) is overgenomen. 

De voorzitter:

Zij zal dan ook niet in stemming komen. 

Staatssecretaris Dijkhoff:

Ik kom op de motie-Voortman op stuk nr. 2293 over het overnemen van de associatierechten in het Vreemdelingenbesluit. Ik verwijs kortheidshalve naar de uitgebreide technische discussie die we eerder in het AO hebben gevoerd. Toen heb ik ook gezegd dat ik er geen brood in zie om het Vreemdelingenbesluit aan te passen. Daarom ontraad ik deze motie. 

De voorzitter:

De motie-Voortman op stuk nr. 2293 is ontraden. 

Staatssecretaris Dijkhoff:

Ik moet zeggen dat de heer Fritsma selectief is in het kiezen van de berichtgeving, want we hebben deze week juist gezien dat de overlast, ook in Ter Apel, flink gedaald is en dat het aantal in Nederlandse azc's aanwezige Noord-Afrikaanse asielzoekers ook flink gedaald is. Ik laat de loze woorden in de motie — dat is niet mijn beleid — voor wat ze zijn. Ik ontraad daarom de motie-Fritsma op stuk nr. 2294. 

De voorzitter:

De motie-Fritsma op stuk nr. 2294 is ontraden. 

De heer Fritsma (PVV):

Het is een beetje raar dat de staatssecretaris de motie ontraadt, want de motie bevat in de meest letterlijke zin van het woord wat het kabinet zelf heeft beloofd. De staatssecretaris heeft gezegd dat overlastgevende asielzoekers worden uitgezet en de premier heeft gezegd dat deze asielzoekers uit Nederland moeten ophoepelen. Dat staat in de motie. Het lijkt nu wel alsof de staatssecretaris het eigen kabinetsstandpunt ontraadt. Dat kan toch niet? Je mag toch ten minste van het kabinet verwachten dat het woord houdt? 

Staatssecretaris Dijkhoff:

Daarom gaf ik aan op welke manier we al voortgang hebben geboekt in het terugdringen van de overlast en het verminderen van het aantal Noord-Afrikaanse asielzoekers in onze asielzoekerscentra. Ik vind deze motie dan ook niet nodig als een aansporing voor iets wat we toch al doen. Zeker als de heer Fritsma het ook nog zo duidt alsof er niks gebeurd zou zijn, vind ik het niet echt iets wat mij stimuleert. Die stimulans van de heer Fritsma heb ik ook niet nodig. Daarom ontraad ik de motie. In de motie wordt alleen opgeroepen tot iets waarmee we al bezig zijn en waarin we al voortgang geboekt hebben. 

De heer Fritsma (PVV):

Op die voortgang valt veel af te dingen. De staatssecretaris heeft zelf gezegd dat Marokko heel weinig laissez-passers geeft aan Marokkanen die moeten worden uitgezet. Die zijn letterlijk op de vingers van één hand te tellen. Het lukt dus niet voldoende. Als mijn motie, waarin het kabinet wordt gevraagd om te bewerkstelligen wat het zelf heeft gezegd, namelijk dat deze mensen uit Nederland moeten ophoepelen, wordt ontraden, voegt het kabinet gewoon niet de daad bij het woord. Daarmee draait het de Nederlanders een rad voor ogen. 

Staatssecretaris Dijkhoff:

Ik heb al langer de gewoonte om moties die volstrekt overbodig zijn, te ontraden, zeker als ze gebracht worden met een verhaal zoals de heer Fritsma hield, waarin hij miskende wat er al wel gelukt is. Ik heb niet gezegd dat we er al zijn — daarom noem ik het "voortgang" — want er moet nog veel gebeuren. Ik vind het niet terecht om hier een beeld te schetsen voor de Nederlandse bevolking alsof er sinds de hogere instroom van Noord-Afrikaanse asielzoekers en de flinke overlast in veel steden en dorpskernen geen successen zijn geboekt. Die zijn wel geboekt. We zijn er nog lang niet, maar we zijn op de goede weg. 

De strekking van de motie-Voordewind c.s. op stuk nr. 2295 kan ik overnemen. Het streven is om dit steeds verder aan te zetten om dit te verwezenlijken. We plaatsen minderjarige kinderen en hun familie zo veel mogelijk in asielzoekerscentra waarvan we weten dat die nog lange tijd openblijven. Ook proberen we, als dat mogelijk is, om gezinnen met minderjarige kinderen in of dicht bij de gemeente te plaatsen waaraan zij gekoppeld zijn voor huisvesting. Ik kan niet garanderen dat wordt voorkomen dat dit absoluut niet gebeurt, maar het is zeker het streven. Daarom doe ik suggestie dat ik deze motie overneem. 

De heer Voordewind (ChristenUnie):

De staatssecretaris heeft het over het streven, maar in het dictum staat "als uitgangspunt te hanteren", waarbij wij ook weten dat de praktijk weerbarstig is en dat soms een uitzondering moet worden gemaakt omdat azc's onverhoopt toch gaan sluiten. Als we elkaar kunnen vinden in het uitgangspunt, dan zijn we het eens. 

Staatssecretaris Dijkhoff:

Ja, dat kunnen we. 

De voorzitter:

Mij blijkt dat er geen bezwaar is tegen het overnemen van deze motie. 

De motie-Voordewind c.s. (19637, nr. 2295) is overgenomen. 

Staatssecretaris Dijkhoff:

De motie-Voordewind c.s. op stuk nr. 2296 gaat over het meewerkcriterium bij het kinderpardon. Het is een bewuste keuze bij het ontwerpen van de regeling om dit criterium wel te stellen. Het kabinet houdt daaraan vast. Daarom ontraad ik deze motie. 

De voorzitter:

De motie-Voordewind c.s. op stuk nr. 2296 wordt ontraden. 

Staatssecretaris Dijkhoff:

De motie-Gesthuizen op stuk nr. 2297, die gaat over humanitaire visa, ontraad ik met klem. Als we humanitaire visa gewoon openstellen zoals het advies van de advocaat-generaal lijkt te beogen, zou dat betekenen dat je op een Nederlandse ambassade of post in het buitenland asiel kunt aanvragen voor Nederland. Dat is een logica die wij niet hanteren en die het Vluchtelingenverdrag ook niet van ons vraagt. We hebben ons niet voor niks in de zaak gevoegd. We willen namelijk ook als Nederland zelf bepleiten dat we dit niet willen. Daarom ontraad ik deze motie. 

De voorzitter:

De motie op stuk nr. 2297 wordt ontraden. 

Staatssecretaris Dijkhoff:

De motie op stuk nr. 2298 ontraad ik ook. We doen het als we echt vinden dat een hele groep categorisch moet worden uitgezonderd. Deze motie lijkt de drempel daarvoor te willen verlagen. Ik wijs er nog op dat er altijd een individuele toets blijft, ook voor mensen uit veilige landen. Dat is in mijn ogen een voldoende waarborg. 

De voorzitter:

De motie op stuk nr. 2298 wordt ontraden. Er is nog één motie, op stuk nr. 2299. 

Staatssecretaris Dijkhoff:

Ik heb wel sympathie voor het idee van de motie op stuk nr. 2299. We doen er ook al heel veel aan. Maar ik vind het geen toevoeging aan het huidige beleid om iemand een handtekening te laten zetten onder een artikel waarvan ze, eerlijk gezegd, bij binnenkomst niet veel zullen snappen, laat staan dat ze, als ze al snappen wat er letterlijk staat, snappen wat wij ermee bedoelen. Het COA brengt nu op een veel intensievere manier de waarden van Nederland over, en daarbij wordt heel beeldend aangegeven wat we bedoelen. Daarom ontraad ik deze motie. 

De voorzitter:

De motie op stuk nr. 2299 wordt ontraden. De heer Monasch heeft nog een vraag voor u. 

De heer Monasch (Monasch):

Met deze inzet kun je natuurlijk alle tolken naar huis sturen. Als mensen niet begrijpen wat er in het Nederlands staat, waarom hebben we dan überhaupt nog tolken in dienst? Het is natuurlijk volstrekt de bedoeling dat mensen weten waar ze terechtkomen en dat dat ook duidelijk wordt uitgelegd, waarna ze daar ook op getoetst kunnen worden. Dezelfde motie is ook voorgelegd aan de minister van Sociale Zaken. Hij was er principieel op tegen. Ik constateer dat de staatssecretaris dat in ieder geval niet is. Dat is al winst. Ik vind zijn argumentatie echter flinterdun. We kunnen in de procedure heel goed uitleggen wat hier gaande is. We kunnen de mensen daar ook op testen. Daar hebben we ook tolken voor. Op die manier kunnen we zien of men ertoe bereid is. Het alternatief is: subsidies via het COC om uit te leggen wat hier gaande is. Dat lijkt me een beetje het paard achter de wagen spannen. Dus waarom niet het principiële standpunt: je bent op de vlucht voor oorlog en geweld, dus als je hier binnenkomt, kan het niet zo zijn dat je vervolgens hier anderen het leven onmogelijk gaat maken omdat je onze Grondwet niet ondersteunt? 

Staatssecretaris Dijkhoff:

Dat ben ik helemaal met de heer Monasch eens. Daarom hebben we de criteria op grond waarvan je asiel kunt weigeren of intrekken, ook aangescherpt zover als internationaalrechtelijk mogelijk is. Inhoudelijk ben ik het met de heer Monasch eens. Ik illustreer het. Als mensen in het kader van de relocatie vanuit Italië naar Nederland komen, dan zijn onze mensen van het COA en van de IND daar al. Het gaat dan vrij beeldend, met fotootjes van mannen en vrouwen en kinderen hand in hand en van naakte mensen. Daarmee leren we de mensen het verschil tussen wat normaal was in het land van herkomst en wat in Nederland normaal is. Dat doen we dus heel beeldend. We leveren dus heel veel inspanning op dit punt. Wat in de motie staat beschouw ik als een ceremoniële ondertekening van een grondwetsartikel. Daar zie ik niet zo veel toegevoegde waarde in. 

De heer Monasch (Monasch):

De toegevoegde waarde is: als men dat niet accepteert, dan wordt men niet toegelaten tot de asielzoekersprocedure, dan komt men niet verder. Ik zou willen dat het kabinet dat tot inzet van het beleid maakt. Dat kan misschien niet vandaag, maar met deze motie wordt wel gevraagd om erop in te zetten dat we die kant opgaan. 

Staatssecretaris Dijkhoff:

Als ik dit nu zou doen, dan krijg ik gegarandeerd bij 100% een handtekening, want "anders kom je niet in de asielprocedure". De vraag is vervolgens echter wel of de mensen het ook echt menen en doorleven. De manier waarop we het nu doen, namelijk met mensen in gesprek gaan en hen er heel visueel en heel concreet op wijzen wat we in Nederland wel en niet acceptabel vinden, is volgens mij veel effectiever om mensen ervan te doordringen en om mensen die echt over de schreef gaan sancties op te leggen. Dat is veel effectiever dan deze in mijn ogen toch wel bureaucratische manier. 

Mevrouw Keijzer (CDA):

Ik heb toch nog een vraag. De gedachte hierachter steunt het CDA ook. Ik zie op dit moment echter allerlei wetten en praktische bezwaren. Zou het voor de regering niet een idee zijn om het uitgangspunt hiervan wat beter in de gesprekken een rol te laten spelen en met wat zachte drang tot deze mensen door te dringen? Het is en blijft onverteerbaar dat mensen die vluchten voor oorlog en geweld, bijvoorbeeld omdat ze een minderheid vormen in het land waar ze vandaan komen, hier vervolgens andere minderheden het leven zuur maken. 

Staatssecretaris Dijkhoff:

Ook dat is onderdeel van wat we doen. Dat willen we ook graag uitbreiden zodra er een gemeente is die met ons de zogeheten EBTL wil openen, waar mensen heen moeten die al hebben laten zien dat ze er moeite mee hebben. Daar willen we een intensief begeleidingsprogramma op zetten, zoals wat minder vrijheid in de omgeving en wat strengere toezichtsmaatregelen, om ervoor te zorgen dat ze snappen wat er van hen wordt verwacht en dus ook wat ze dan verkeerd hebben gedaan. Verder werken we in alle azc's met diverse projecten om dit echt onder de aandacht te brengen en niet alleen via een papiertje. Het staat ook in de huisregels van het COA, die iedereen sowieso moet ondertekenen. In die zin doen we dat dus al, maar het is in mijn ogen niet genoeg om het daarbij te laten en alleen om een handtekening te vragen. 

De voorzitter:

Volgens mij wordt er te veel herhaald. Ik zou u dus willen vragen ... 

Staatssecretaris Dijkhoff:

Ik was klaar. 

De beraadslaging wordt gesloten. 

De voorzitter:

Ik dank de staatssecretaris voor het becommentariëren van de moties. Ik dank ook de leden. Over de ingediende moties wordt volgende week dinsdag gestemd. 

De vergadering wordt enkele ogenblikken geschorst.