Handeling

Datum publicatieOrganisatieVergaderjaarVergadernummerDatum vergadering
Tweede Kamer der Staten-Generaal2016-2017nr. 52, item 3

3 Vragenuur: Vragen Veldman

Vragen van het lid Veldman aan de minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties over het bericht "Forum-onderzoek: OZB steeds vaker uit bedrijfskas". 

De heer Veldman (VVD):

Voorzitter. Jaar op jaar maakt de minister afspraken met gemeenten over de maximale stijging van de ozb voor eigenaren en bedrijven. De afgelopen jaren heb ik meermaals aandacht gevraagd voor het feit dat gemeenten de macronorm die de minister met ze afspreekt, jaar op jaar overschrijden. Eerder heeft de minister aangegeven: daar kan ik weinig aan doen. Daar komt nu iets nieuws bij. We zien nu dat gemeenten de belastingen verschuiven naar het midden- en kleinbedrijf. De ozb voor bedrijven wordt fors verhoogd. Uit onderzoek van het opinieblad Forum blijkt dat voor volgend jaar de macronorm van 1,97% ruim wordt overschreden en dat men bijna naar 3,5% à 4% verhoging gaat. Is dat normaal? Volgens mij is het niet normaal dat gemeenten jaar op jaar de norm überhaupt hebben overschreden. Ik vind het niet normaal dat er een verschuiving plaatsvindt richting bedrijven, naar het mkb. Juist het mkb dat moet zorgen voor banen. Juist het mkb dat moet zorgen voor werkgelegenheid. Vindt de minister het normaal dat gemeenten hun belastingen steeds meer verschuiven en een steeds grotere greep doen uit de bedrijfskas van bedrijven? Is hij bereid om hieraan iets te doen? Is hij bereid om iets aan die macronorm te doen? 

Minister Plasterk:

Voorzitter. Inderdaad is het eerder voorgekomen dat we in het voorjaar met elkaar spreken over de macronorm voor de onroerendezaakbelasting. Zoals vaker moeten we oppassen met conclusies en moeten we eerst de definitieve cijfers hebben. In dit geval wil ik er specifiek op wijzen dat ik twee maanden geleden op basis van een peiling van de Vereniging Eigen Huis onder 100 gemeenten de Kamer kon meedelen dat de stijging ruim binnen de norm zou blijven. Dit is, naar ik heb begrepen, een peiling van VNO-NCW onder twintig gemeenten. Die lijkt erop te wijzen dat er een overschrijding plaatsvindt. Ik denk dat we moeten wachten met een oordeel totdat we van het Centrum voor Onderzoek van de Economie van de Lagere Overheden, het COELO, in maart de definitieve cijfers hebben. 

In het vervolg van de vraag zat de gedachte dat er een verschuiving zou plaatsvinden van de ozb voor bewoners naar die voor bedrijven. Het zal moeten blijken of dat het geval is. Ik weet wel dat het COELO niet zo lang geleden in Het Financieele Dagblad heeft gezegd dat er geen trend is waarbij er lokaal een verschuiving zou zijn van de ene naar de andere groep. Als er een beweging zou zijn — nogmaals, ik heb geen reden om te denken dat die er is — is het aan de lokale democratie om daarover te besluiten. 

De heer Veldman (VVD):

De reactie "ik wacht nog even op nadere cijfers" heeft de minister al eerder gegeven, maar vervolgens hebben we wel in de jaren 2012 tot 2015 gezien dat de macronorm werd overschreden. Ik snap wel dat de minister zegt dat het uiteindelijk de lokale democratie is die de keuze maakt. Maar je zult maar winkelier zijn, bijvoorbeeld in de gemeente Breda, waar expliciet de keuze wordt gemaakt om de ozb voor eigenaren te verlagen en die voor bedrijven te verhogen. Je zult maar winkelier zijn in Breda en zelf in Oosterhout wonen. Je kunt dan niet je stem laten gelden in de gemeente Breda omdat je volgend jaar niet mag stemmen bij de gemeenteraadsverkiezingen daar. Als winkelier heb je dan wel degelijk een probleem, zeker met een gemeente die er expliciet voor uitkomt dat zij de lasten verschuift naar het bedrijfsleven, naar die winkelier. Je zult maar die winkelier zijn die net op het kantelpunt zit om iemand wel of niet te kunnen aannemen, waarna je vervolgens wordt geconfronteerd met hogere lasten. Volgens mij willen wij met z'n allen dat de werkgelegenheid groeit. Die groei moet juist uit het midden- en kleinbedrijf komen. Juist dan is het nodig om daar iets aan te doen. Ik verwacht van deze minister dat hij daar iets aan doet. 

Ik zie dat de macronorm jaar op jaar, het grootste deel van deze kabinetsperiode, niet wordt gehaald door gemeenten en dat ze daar ruim overheen gaan. Daarom moet je je afvragen of de macronorm nog wel op een goede manier hanteerbaar is. Wordt het niet tijd om daarbij orde op zaken te stellen en misschien wel naar een micronorm te gaan? Maak individuele afspraken met gemeenten dat als we de norm stellen, elke gemeente zich daaraan moet houden, zodat ook het midden- en kleinbedrijf met een normale verhoging wordt geconfronteerd. Die verhoging kan bijvoorbeeld gerelateerd zijn aan de inflatie, en dan niet hoger zijn, zodat men datgene wat men kan en wil, daadwerkelijk kan uitvoeren zonder dat men geconfronteerd wordt met het niet kunnen laten gelden van zijn stem in de gemeente waar de ozb verhoogd wordt omdat men zelf in een andere gemeente woont. Is de minister bereid om nu eindelijk eens stappen te zetten en de gemeenten die ruim over de macronorm heen gaan niet alleen aan te spreken, maar ook het systeem te veranderen, zodat zij zich aan de norm houden? 

Minister Plasterk:

De wethouder Financiën van de gemeente Breda, die als voorbeeld werd genoemd, heeft kennelijk in de media gezegd: we hebben voor de hele coalitieperiode vastgesteld hoeveel we de tarieven laten stijgen; we zagen namelijk dat vergeleken met andere gemeenten de woningen wat hoog en de bedrijven wat laag in de tarieven zaten. Voor de goede orde merk ik op dat deze wethouder niet afkomstig is uit de kringen waaruit ik afkomstig ben, maar van D66 is. Maar hoe dan ook, het is de vrijheid van de coalitie daar om daartoe te besluiten. 

Wat betreft het stelsel heeft collega Wiebes samen met de VNG en met mij het voornemen uitgewerkt om tot een herziening van het gemeentelijk belastingstelsel te komen. Dat zou overigens meer ruimte geven aan gemeenten om daarin eigen keuzen te maken. Als je dat doet, kun je inderdaad af van de macronorm, waarvan ik al vaker heb gezegd die ook niet ideaal te vinden. 

De heer Veldman (VVD):

Ik vind het wat makkelijk om te verwijzen naar eventuele stappen in het lokale belastinggebied. De minister weet net zo goed als ik dat dit, áls we daar al afspraken over weten te maken, iets van een langjarige termijn is. Dat hebben we echt niet in een aantal jaren geregeld, waarbij het bovendien nog maar de vraag is wat de uitkomst is. Ik constateer dat in de tussentijd de ondernemer die bijvoorbeeld in Breda actief is, maar daar niet woont, geconfronteerd wordt met een meer dan gemiddelde stijging van het ozb-tarief. In directe zin kan die ondernemer daar niks aan doen omdat hij de wethouders in Breda daar niet op kan aanspreken en afrekenen omdat hij niet kan stemmen in die gemeente. Dat is volgens mij zeer betreurenswaardig, dus ik vind het bijzonder jammer dat deze minister niet nu al de stappen wil zetten om het systeem te veranderen. 

Minister Plasterk:

Ik heb mede op instigatie van de VVD hierover regelmatig gesproken, eerst met mevrouw Jorritsma, toenmalig voorzitter van de VNG, en daarna met de heer Van Zanen, huidig voorzitter van de VNG. De conclusie was steeds, die ook in de Kamer werd gedragen, dat we op dit moment niet zomaar een beter alternatief hebben voor de macronorm. Ik ben het er wel volledig mee eens dat die norm de prikkels aanbrengt voor de gemeenten om de opbrengsten bij elkaar op te tellen in plaats van de tarieven. Dat is geen ideaal instrument. Ik wijs er wel op dat het juist de VVD is die in er in de afgelopen periode op heeft aangedrongen om zo veel mogelijk taken en verantwoordelijkheden te decentraliseren naar de gemeenten. Dan worden daar de keuzes gemaakt. En er worden ook weleens keuzes gemaakt die de fractie van de VVD in de Tweede Kamer misschien anders gemaakt zou hebben, maar goed, het is aan de burgers van die gemeenten.