34 Regeling van werkzaamheden

De voorzitter:

Op verzoek van de aanvragers stel ik voor, de volgende debatten en dertigledendebatten van de agenda van de Kamer af te voeren: 

  • -het debat over het bericht dat het Slotervaartziekenhuis verdiende op de productie van heroïne; 

  • -het debat over een toename van het aantal verwarde personen; 

  • -het debat over de biologische landbouw in Nederland; 

  • -het debat over het kernafval in Petten; 

  • -het debat over de rechtspositie van burgers na de overgang van de zorg naar gemeenten; 

  • -het debat over het bericht dat kinderen in de jeugdzorg in de knel komen na hun 18de; 

  • -het debat over financiering van terrorisme via fraudecarrousels; 

  • -het dertigledendebat over de regeldruk in de zorg; 

  • -het dertigledendebat over het rapport van de Nationale ombudsman over schuldhulpverlening; 

  • -het dertigledendebat over de erkenning van de Armeense genocide door Duitsland; 

  • -het dertigledendebat over 18-plussers met verstandelijke beperkingen; 

  • -het dertigledendebat over het bericht dat de Lelie zorggroep stopt met wijkverpleging in Zwolle en Amersfoort; 

  • -het dertigledendebat over de wachtlijsten in de geestelijke gezondheidszorg; 

  • -het dertigledendebat over de besteding van zorggeld door gemeenten; 

  • -het dertigledendebat over het bericht dat de Belastingdienst informatie achterhield voor het gerechtshof en de Hoge Raad. 

Op verzoek van een aantal leden stel ik voor, de volgende door hen ingediende moties opnieuw aan te houden: 31477-13; 34300-X-105. 

Ik stel voor, de volgende stukken van de stand van werkzaamheden af te voeren: 29362-251; 31839-537; 26643-444; 26643-441; 34550-XVI-130; 34587-3; 29407-205; 29407-206; 29861-42; 29477-386; 29477-389; 32620-178; 29477-395; 29477-394; 29477-399; 22112-2247; 29477-404; 29477-405; 31996-73; 29477-403; 29477-402; 29477-410; 29477-408; 29477-409; 29477-407; 32793-255; 29477-413; 29477-412; 29477-414; 30952-264; 30952-261; 21501-02-1717; 21501-02-1716; 30196-506; 31239-255; 30196-505; 31239-253; 34362-27; 29477-390; 29477-391; 34587; 34563-5; 34563-4. 

Ik stel voor, toe te voegen aan de agenda: 

  • -het VAO Arbeidsmigratie, loondoorbetaling bij ziekte, arbeidsongeschiktheid en arbeidsmarktbeleid, met als eerste spreker het lid Ulenbelt namens de SP. 

Overeenkomstig de voorstellen van de voorzitter wordt besloten. 

De voorzitter:

Dan geef ik nu het woord aan de heer Van Raak namens de SP-fractie. 

De heer Van Raak (SP):

Voorzitter. Oud-staatssecretaris Teeven is voorgedragen als lid van de Raad van State. Dat baart ons zorgen, omdat iemand die zo kort geleden nog lid was van de regering nu onderdeel wordt van de belangrijkste adviseur van de regering. Wij maken ons ook zorgen omdat politieke benoemingen de onafhankelijkheid van de Raad van State kunnen ondermijnen. Daarom willen wij deze week nog een kort debat — dat kan heel kort — om de Kamer om een uitspraak te vragen. 

De heer Verhoeven (D66):

Namens D66 steun voor het verzoek. 

Mevrouw Ouwehand (PvdD):

Ook de Partij voor de Dieren heeft die zorgen, dus steun voor het verzoek. 

Mevrouw Van Toorenburg (CDA):

Dit is een belangrijk orgaan, dus zeker steun voor het verzoek. 

De heer Martin Bosma (PVV):

Steun. 

De heer Öztürk (Groep Kuzu/Öztürk):

Steun voor het verzoek. 

De heer Monasch (Monasch):

Steun voor het verzoek. 

De heer Klein (Klein):

Steun voor het verzoek. 

De heer Bisschop (SGP):

Ik dacht even dat het een cadeautje van de SP was voor de minister-president in het kader van zijn verjaardag en Valentijnsdag. Als het zo bedoeld is, wil ik wel mijn steun uitspreken voor het verzoek. 

De heer Krol (50PLUS):

Steun. 

Mevrouw Dik-Faber (ChristenUnie):

Steun. 

De heer Veldman (VVD):

Volgens mij is het aan het kabinet om een benoeming te doen. Volgens mij is er nog helemaal geen sprake van een benoeming en dus geen enkele reden om een debat te voeren. 

Mevrouw Van Tongeren (GroenLinks):

Steun. 

Mevrouw Fokke (PvdA):

Er ligt geen benoeming, dus wat de PvdA betreft geen steun voor het verzoek. 

De voorzitter:

Mijnheer Van Raak. 

De heer Van Raak (SP):

Er is een voordracht gedaan door de minister van het departement Veiligheid en Justitie waar de heer Teeven nog niet zo lang geleden staatssecretaris was. Die voordracht is ook gesteund door de minister van Binnenlandse Zaken. Er is dus een voordracht. Als we de media moeten geloven, wordt daarover vrijdag in de ministerraad beslist. Ik constateer dat de gehele oppositie — ik zeg nogmaals "de gehele oppositie" — hierover een uitspraak wil doen. We hebben te maken met een Hoog College van Staat, met de belangrijkste adviseur van onze regering, namelijk met de Raad van State. Het kan toch niet zo zijn dat hier iemand wordt benoemd terwijl alle oppositiepartijen — het gaat dus om de brede oppositie: alle oppositiepartijen van deze Kamer — zeggen dat zij daarover eerst een uitspraak willen doen? Ik hoop toch niet dat wij in dit land zo omgaan met onze Hoge Colleges van Staat. Oppositiebreed ligt er een verzoek tot het houden van een kort debat om daarin een motie te kunnen indienen — het is dus een uitzonderlijke situatie — en daarom verzoek ik de voorzitter om gebruik te maken van haar mogelijkheid om dit heel korte debat deze week te plannen, ondanks het feit dat de Partij van de Arbeid en de VVD daaraan geen steun kunnen verlenen. 

De voorzitter:

Er is geen meerderheid, maar goed ... Ik kijk naar de heer Zijlstra. 

De heer Zijlstra (VVD):

Laat ik het zo zeggen: ik vind het wat onsmakelijk. Als het over benoemingen en personen gaat, hebben we in dit huis de gewoonte om het uit dit soort sferen te houden. Gezien de geschiedenis snap ik best dat hierover gevoelens zijn, maar dit is de verantwoordelijkheid van het kabinet. Ik zal eerlijk zeggen dat ik even bij het kabinet heb nagevraagd of er vrijdag iets voorligt en het antwoord was nee. Kennelijk ligt er dus komende vrijdag geen voordracht voor maar in bredere zin zeg ik, dus los van komende vrijdag, dat het kabinet zijn verantwoordelijkheid heeft, dat het over personen gaat en dat enige terughoudendheid dus netjes zou zijn. 

De heer Verhoeven (D66):

Als er op vrijdag geen benoeming aanstaande is in het kabinet, ga ik ervan uit dat dit niet meer voor de verkiezingen geregeld wordt. De heer Zijlstra meldde dit net. Hij heeft dit blijkbaar van bronnen gehoord die wij niet kennen. Ik zou dit graag bevestigd hebben, indien dit mogelijk is. Mocht dit niet aan de orde zijn voor de verkiezingen, dan lijkt het mij ook overbodig om een debat hierover te voeren. Dan wordt het na de verkiezingen geregeld en kan de nieuwe Tweede Kamer haar oordeel hierover vellen. Maar de suggestie wordt toch gewekt dat dit op het laatste moment even snel wordt gedaan en mijn fractie zou het geen goed idee vinden als in dat geval niet werd toegelaten een debat te voeren terwijl de hele oppositie dit wil. 

Als de heer Zijlstra dus zegt dat dit niet aan de orde is, vind ik dat prima. Dan hoeft het wat ons betreft niet. Anders denk ik dat het goed is dat ook naar de hele oppositie geluisterd wordt, ook omdat de heer Zijlstra zelf aangeeft dat hij die twijfels wel begrijpt. Dat zei hij net tenminste. 

De voorzitter:

U mag daar kort op reageren, want anders wordt het debat nu gevoerd en dat is niet de bedoeling. 

De heer Zijlstra (VVD):

Ik houd een beetje van het scheiden van rollen. Ik gaf net al aan — ik ging er natuurlijk een beetje overheen — dat ik even ben nagegaan wat er komende vrijdag ligt. Nou, er ligt niets. Verder is het de verantwoordelijkheid van het kabinet. Ik kan hier moeilijk uitspreken wat het kabinet gaat doen, maar ik ken het kabinet niet zo dat het in de laatste paar weken nog even iets erdoorheen wil "rommelen", zoals de oppositie dat zegt. Ik vind dat een verkeerd woord in dit geheel. Het gaat hier over personen. Het zou de Kamer dan ook sieren om terughoudend te zijn. Het kabinet doet nooit mededelingen over benoemingen totdat deze gedaan zijn en dat is niet voor niets. 

De voorzitter:

U hebt uw punt gemaakt. Mevrouw Van Toorenburg. 

Mevrouw Van Toorenburg (CDA):

Ik kijk intussen naar de klok. Volgens mij heeft de heer Zijlstra al een minuut spreektijd gehad voor het debat dat hij hiermee zelf heeft geopend. Ik denk dat ook de andere leden nu het debat zouden moeten kunnen voeren. 

De voorzitter:

Mijnheer Van Raak, ik stel voor om het stenogram van dit deel van de vergadering door te geleiden naar het kabinet. 

De heer Van Raak (SP):

Dat is hartstikke goed. Ik constateer dus nu dat de heer Zijlstra blijkbaar door de minister-president op de hoogte is gebracht van het feit dat dit in de ministerraad niet besproken zal worden. Het lijkt mij goed dat de regering een brief aan de Kamer stuurt met een bevestiging of een ontkenning van de woorden van de heer Zijlstra maar vooral met woorden waaruit blijkt of de regering voornemens is om nog deze kabinetsperiode een benoeming te doen bij de Raad van State. Zo'n brief lijkt mij in lijn te liggen met de opmerkingen van de heer Zijlstra. Als dat namelijk niet het geval is en als dit op een latere vrijdag, op een latere ministerraad, wel ter sprake komt, zullen wij dit ook moeten weten, omdat we anders geen verzoek tot een debat meer kunnen doen. 

De voorzitter:

Mijnheer Zijlstra, ik begrijp dat u uitgedaagd wordt om te reageren, maar ik zou eigenlijk willen voorstellen om deze discussie af te ronden en het stenogram van dit deel van de vergadering door te geleiden naar het kabinet. 

De heer Zijlstra (VVD):

Dat lijkt mij heel verstandig. 

De voorzitter:

Dank u wel. 

Dan geef ik nu het woord aan de heer Omtzigt namens het CDA. 

De heer Omtzigt (CDA):

Voorzitter. De komende dagen zullen wij verblijd worden met allerlei modelmatige banen die gecreëerd zullen worden door alle politieke partijen. Dan heeft de ene partij in 2060 10.000 banen meer dan de andere. Maar gisteren kwam het onderzoek van de Kamer van Koophandel naar buiten waarin staat dat niet modelbanen verloren gegaan waren maar dat 122.000 zzp'ers als gevolg van de wet van Wiebes en Asscher minder werk gekregen hebben. Overigens moet u dit naast het feit leggen dat er nu zeven bedrijven in het vizier zijn omdat ze misbruik zouden plegen, maar dat die niet eens aangepakt worden. 

De voorzitter:

Oké. U hebt het rapport samengevat, hoor ik. 

De heer Omtzigt (CDA):

Ja. Dus, voorzitter, daar zou ik graag een brief over willen ontvangen voor morgen. Hoe kunnen die 122.000 mensen geholpen worden in die zin dat ze wel werk hebben? Want dat is de verantwoordelijkheid van dit kabinet. Waarom worden de bedrijven die echt misbruik plegen, nog niet aangepakt? Daarnaast zou ik er nog graag voor het verkiezingsreces een debat over houden, want deze mensen moeten weten waar ze aan toe zijn. 

De heer Van Weyenberg (D66):

D66 steunt dit verzoek. Wij hebben vorige week ook al geprobeerd om een debat te houden. Heel veel mensen hebben last van deze wet van het kabinet. Laten wij daar nog over praten en bekijken wat wij voor hen kunnen regelen. 

De heer Bashir (SP):

Schijnzelfstandigen zijn amper aangepakt, maar echte ondernemers zijn massaal de pineut. Duizenden en duizenden ondernemers zitten in de onzekerheid. De SP wil hier graag een debat over voeren. Wat mij betreft kan dat deze week of volgende week. Wij zouden inderdaad ook een brief willen waarin de staatssecretaris uitlegt hoe hij deze problemen eindelijk eens gaat aanpakken. 

De heer Ziengs (VVD):

Ook vorige week hebben wij aangegeven dat er voor komende week, op de 22ste, een AO Handhavingsbeleid Belastingdienst gepland is. Volgens mij is dat een uniek moment om de zaak in ieder geval inhoudelijk te behandelen. Wellicht in april zou de voortgangsrapportage komen. Laten wij dat moment afwachten om inderdaad te bekijken of de cijfers daadwerkelijk zo zijn als ze hier gepresenteerd worden. Want hier ging het, dacht ik, om 580 respondenten. 

De voorzitter:

Dus? 

De heer Ziengs (VVD):

Geen steun. 

De heer Klein (Klein):

In een eerder debat heeft de staatssecretaris aangegeven dat zzp'ers geen last meer zullen hebben en dat het werk gewoon door zal gaan. Maar uit deze publicatie blijkt nu dat er wel degelijk last is. Het is dus verstandig om dat debat te voeren om die zelfstandigen juist hun werk te geven. 

De voorzitter:

Oké, steun dus. 

De heer Bisschop (SGP):

Dit is een aangelegen punt. Het lijkt mij het verstandigste om hier een schriftelijke reactie van de staatssecretaris op te vragen en dit te betrekken bij het eerstvolgende debat dat daartoe geëigend is. Als dat het AO Handhavingsbeleid Belastingdienst is, dan lijkt mij dat uitstekend. 

De heer Omtzigt (CDA):

Nee, dat is een totaal ander debat. 

De voorzitter:

Dus voorlopig geen steun. 

De heer Monasch (Monasch):

Steun voor het verzoek van de heer Omtzigt om een debat te hebben voordat het verkiezingsreces begint. 

Mevrouw Dik-Faber (ChristenUnie):

Ik steun het verzoek om een brief. De ChristenUnie wil hier ook wel over spreken, maar ziet ook dat de agenda erg knelt. Dus als dit aan een algemeen overleg gekoppeld kan worden, heeft dat de voorkeur. 

De heer Madlener (PVV):

Namens de PVV steun voor het verzoek, ook voor het reces, omdat dit toch een van de grotere blunders is van dit kabinet. 

Mevrouw Mei Li Vos (PvdA):

Een brief zou kunnen. Ik denk niet dat er veel in zal staan. Ik denk dat de voortgangsrapportage die wij krijgen, heel nuttig is, juist ook voor deze gegevens. Er wordt volgende week al een AO gehouden, dus geen steun voor een debat. Als men dat echt wil bespreken, kan dat volgende week 

De voorzitter:

Mijnheer Omtzigt, u hebt geen meerderheid voor het houden van een debat. Voor de rest stel ik voor om het stenogram van dit deel van de vergadering door te geleiden naar het kabinet. 

De heer Omtzigt (CDA):

Het AO Handhavingsbeleid gaat over de tax gap. Dat gaat over totaal andere onderwerpen. Dit zou een totaal ander AO vergen. Ik moet zeggen dat de regeringspartijen mij hier zwaar teleurstellen. 

De voorzitter:

Niet alleen de regeringspartijen, ook andere partijen hebben geen steun hieraan verleend. 

De heer Omtzigt (CDA):

Het zijn speciaal de regeringspartijen die spotjes maken waarin wordt gezegd dat het is opgelost en die er in de Kamer niet over willen spreken. 

De voorzitter:

Nee, mijnheer Omtzigt, dank u wel. 

Het woord is aan mevrouw Van Toorenburg namens het CDA. 

Mevrouw Van Toorenburg (CDA):

Voorzitter. Wij behandelen vanavond het vervolg van de initiatiefwet van D66 over het coffeeshopbeleid. Ik heb begrepen dat er op het ministerie een advies van het Openbaar Ministerie over deze wet voorhanden is. Wij zouden graag zien dat dit advies zo spoedig mogelijk naar de Kamer wordt gestuurd opdat wij dit bij de behandeling van de wet vanavond kunnen meenemen. 

De voorzitter:

Ik zie iedereen naar de interruptiemicrofoon lopen, maar ik stel voor om het stenogram van dit deel van de vergadering door te geleiden naar het kabinet. 

Mevrouw Van Toorenburg (CDA):

Oké. 

De voorzitter:

Hiermee zijn wij aan het einde gekomen van ... 

Mevrouw Keijzer? Nee, wij zijn niet aan het einde gekomen van mevrouw Keijzer, maar aan het einde van de regeling van werkzaamheden. Gelukkig niet. Wij willen u nog langer meemaken. 

Mevrouw Keijzer (CDA):

Nee, gelukkig niet. Ik wil op zijn minst nog oma worden. 

Voorzitter. U stelde de Kamer voor om een aantal debatten van de agenda af te voeren. Er is iets misgegaan in de communicatie, want het dertigledendebat over de zorgkosten van chronisch zieken hoort daar wat mij betreft niet bij. Het verzoek is om dat niet van de agenda af te voeren. 

De voorzitter:

Dat heeft dus niets met het vorige punt te maken. 

Mevrouw Keijzer (CDA):

Nee, voorzitter, daar is mevrouw Van Toorenburg zeer geschikt voor. 

De voorzitter:

Dank u wel. 

Hiermee zijn wij nu wel gekomen aan het einde van de regeling van werkzaamheden. 

De vergadering wordt van 16.12 uur tot 16.16 uur geschorst. 

Voorzitter: Elias

Naar boven