Handeling

Datum publicatieOrganisatieVergaderjaarVergadernummerDatum vergadering
Tweede Kamer der Staten-Generaal2012-2013nr. 87, item 10

10 Stemmingen Noordzee en Wadden

Aan de orde zijn de stemmingen over moties, ingediend bij het debat over de Noordzee en de Wadden,

te weten:

  • - de motie-Van Gerven over één integrale structuurvisie Noordzee (30195, nr. 33);

  • - de motie-Van Gerven over het faciliteren van afgifte van scheepsgebonden afval (30195, nr. 34);

  • - de motie-Van Veldhoven/Hachchi over katalysatoren op zeeschepen (30195, nr. 36);

  • - de motie-Remco Dijkstra/Jacobi over vergroten van de pakkans en verhogen van de boetes (30195, nr. 37);

  • - de motie-Dik-Faber over een centraal en openbaar register van natuur- en milieueffecten (30195, nr. 38);

  • - de motie-Dik-Faber over eerst duidelijkheid over de gevolgen van zoutwinning (30195, nr. 39).

(Zie vergadering van 21 mei 2013.)

De voorzitter:

Op verzoek van de heer Van Gerven stel ik voor, zijn motie (30195, nr. 33) aan te houden. Op verzoek van mevrouw Van Veldhoven stel ik voor, haar motie (30195, nr. 36) aan te houden. Op verzoek van mevrouw Dik-Faber stel ik voor, haar motie (30195, nr. 39) aan te houden.

Daartoe wordt besloten.

De voorzitter:

De motie-Dik-Faber (30195, nr. 38) is in die zin gewijzigd dat zij thans luidt:

Motie

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat er door verschillende overheden honderden vergunningen zijn verleend voor activiteiten in het Waddengebied;

constaterende dat er geen centraal overzicht is van de cumulatieve effecten van vergunde activiteiten in het Waddengebied en bij elke aanvraag dit overzicht ad hoc moet worden gemaakt;

overwegende dat van initiatiefnemers wordt verwacht voorafgaand aan de vergunningaanvraag in de passende beoordeling systematisch alle relevante effecten op beschermde natuurwaarden, waaronder cumulatieve effecten van andere projecten of activiteiten, te beschrijven;

overwegende dat door het ontbreken van een centraal overzicht initiatiefnemers veel moeite moeten doen, hun aanvraag te onderbouwen en er een groot risico is dat cumulatieve effecten over het hoofd worden gezien;

overwegende dat het Regiecollege Waddengebied (RCW) is opgericht als overlegplatform van overheden, bedrijfsleven en natuurorganisaties om belangen rondom het Waddengebied af te stemmen en informatie te delen, maar dat dit college niet initiatiefnemers van individuele vergunningaanvragen ondersteunt;

verzoekt de regering, in samenwerking met de betrokken partijen in het Regiecollege Waddengebied een centraal en openbaar register te maken van de natuur- en milieueffecten van de verschillende activiteiten in het Waddengebied,

en gaat over tot de orde van de dag.

Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund.

Zij krijgt nr. 40, was nr. 38 (30195).

Op verzoek van mevrouw Dik-Faber stel ik voor, haar motie (30195, nr. 40, was nr. 38) aan te houden.

Daartoe wordt besloten.

In stemming komt de motie-Van Gerven (30195, nr. 34).

De voorzitter:

Ik constateer dat de aanwezige leden van de fracties van de ChristenUnie, 50PLUS, GroenLinks, de PvdD en de SP voor deze motie hebben gestemd en de aanwezige leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.

In stemming komt de motie-Remco Dijkstra/Jacobi (30195, nr. 37).

De voorzitter:

Ik constateer dat deze motie met algemene stemmen is aangenomen.