Handeling

Datum publicatieOrganisatieVergaderjaarVergadernummerDatum vergadering
Tweede Kamer der Staten-Generaal2012-2013nr. 87, item 8

8 Regeling van werkzaamheden

Regeling van werkzaamheden

De voorzitter:

Op verzoek van het lid Lodders stel ik voor, haar motie op stuk 21501-32, nr. 672 opnieuw aan te houden. Dit betekent dat de in artikel 69, tweede lid, van het Reglement van Orde genoemde termijn van twee maanden voor deze motie opnieuw gaat lopen.

Voorts stel ik voor, vanmiddag ook te stemmen over de aangehouden motie-Omtzigt (31066, nr. 166).

Ik stel voor, toe te voegen aan de agenda:

  • - het VAO Bouwregelgeving, energiebesparing en brandveiligheid, naar aanleiding van een algemeen overleg, gehouden op 23 mei, met als eerste spreker de heer De Graaf van de PVV;

  • - het VSO inzake de inwerkingtreding wetsvoorstel Overhevelen buitenonderhoud primair onderwijs, met als eerste spreker de heer Van Meenen van D66;

  • - het VAO Arbeidsmarktbeleid, naar aanleiding van een algemeen overleg, gehouden op 22 mei, met als eerste spreker de heer Heerma van het CDA.

Overeenkomstig de voorstellen van de voorzitter wordt besloten.

De voorzitter:

Het woord is aan mevrouw Leijten.

Mevrouw Leijten (SP):

Voorzitter. Daar waar de politiek omkoping terecht onacceptabel vindt in vele sectoren, is het in de zorg zeer gebruikelijk dat door artsen lucratieve contracten worden gesloten met de medische industrie. Ik heb de minister daarover net vragen gesteld, maar ik vind haar beantwoording echt onvoldoende. Daarom wil ik graag een debat aanvragen over deze situatie.

De voorzitter:

Een verzoek om steun voor het houden van een debat met de minister van VWS over belangenverstrengeling.

Mevrouw Klever (PVV):

Steun voor het verzoek om een debat.

De heer Van Veen (VVD):

Het lijkt erop dat het bij de SP altijd en-en is: eerst de mondelinge vragen en dan daarna ook nog een debat aanvragen. Tot vier keer toe heeft de minister netjes geantwoord op de vragen van de SP. We hebben geen behoefte aan een debat.

De heer Kuzu (PvdA):

Geen steun voor het verzoek om een debat, maar ik zou dit wel breder willen trekken. Er is ook een inspectierapport geweest over metaal-op-metaal-heupimplantaten. In dat kader gaan wij in de procedurevergadering voorstellen om hier een AO van te maken.

De voorzitter:

Mevrouw Leijten, ik stel vast dat u niet de steun van een meerderheid hebt voor het houden van een debat.

Mevrouw Leijten (SP):

In reactie op de opmerking van de heer Van Veen van de VVD: de reden waarom ik het debat wil, is dat ik de Kamer wil voorstellen om dit soort omkooppraktijken strafbaar te maken. De minister kan dat niet willen, maar ik vind dat wij daar een Kameruitspraak over kunnen doen. Als wij dat kunnen regelen via een snel algemeen overleg, zal ik dat zeker doen, maar dit gaat wat mij betreft over meer dan alleen het inspectierapport. Het gaat ook over deze meldingen. Ik zal de uitspraak hoe dan ook aan de Kamer voorleggen.

De voorzitter:

Dank u wel.

Het woord is aan de heer Van Klaveren van de PVV.

De heer Van Klaveren (PVV):

Voorzitter. In Amsterdam zwaait een topfunctionaris van de Koeweitse regering de scepter in een moskee. We weten dat het Turkse ministerie van Godsdienstzaken alle imams van Diyanet-moskeeën in Nederland bekostigt. Zelfs uit Qatar, Libië en de Verenigde Arabische Emiraten komen bakken met geld om moskeeën in Nederland te financieren. Dat hier grote gevaren in schuilen, hebben we al in een brief van enkele kabinetten geleden kunnen lezen, maar daar is verder nooit iets concreets mee gedaan. Dit onderwerp is te belangrijk om het in een of ander AO'tje te proppen. De PVV wil dus dat dit apart wordt behandeld en vraagt een specifiek debat aan over de buitenlandse financiering van moskeeën in Nederland.

De voorzitter:

Een verzoek om steun voor het houden van een debat.

Mevrouw Yücel (PvdA):

Zowel in het debat met minister Asscher tijdens het integratiedebat als vorige week in het debat over radicalisering met de minister van Justitie is dit probleem al geagendeerd. Ik weet niet beter dan dat er een onderzoek komt om inderdaad meer transparantie te krijgen. Het lijkt mij zinvol om op basis daarvan het debat te voeren. Dus geen steun voor dit debat.

De heer Segers (ChristenUnie):

In een VAO dat hierna wordt gehouden, hoop ik een motie in te dienen die al wordt gesteund door vier partijen. De PVV kan die motie aan een meerderheid helpen. Die motie vraagt om dat in kaart te brengen en aan de hand daarvan verder te debatteren. Het lijkt mij dat wij eerst veel beter zicht moeten krijgen op de omvang en aard van die buitenlandse steun. Dan kunnen we daar inderdaad over spreken, maar nu lijkt dat mij ontijdig. Ik denk dat wij eerst dat onderzoek moeten hebben en dat we dan verder kunnen spreken.

De voorzitter:

Op dit moment verleent u dus geen steun aan het verzoek.

De heer Bisschop (SGP):

Ik zou het op prijs stellen als die informatie op korte termijn op tafel zou komen. Aansluitend kan daarover een debat plaatsvinden. Daarvoor is de zaak urgent genoeg.

De voorzitter:

U verleent dus op dit moment geen steun aan het verzoek voor een debat.

De heer Bisschop (SGP):

Eerst een brief. Eerst informatie en dan dat debat.

Mevrouw Van Toorenburg (CDA):

Wij steunen die laatste suggestie. Wij willen eerst informatie krijgen en het onderzoek afwachten waarvan de CDA-fractie twee jaar geleden ook een punt heeft gemaakt. Vervolgens kan een echt, fundamenteel debat worden gevoerd.

De voorzitter:

U geeft op dit moment dus geen steun aan het verzoek? Of zegt u: ik wil een brief en daarna dat debat voeren?

Mevrouw Van Toorenburg (CDA):

Wij willen het onderzoek dat is toegezegd, wat straks nog wordt bekrachtigd in een VAO. Dan hebben wij de gegevens en kunnen wij een debat voeren.

De voorzitter:

Ik stel vast dat u steun geeft aan het verzoek. Dezelfde conclusie trek ik uit de woorden van de heer Bisschop.

De heer Schouw (D66):

Geen steun voor een debat.

De voorzitter:

Mijnheer Van Klaveren, u krijgt onvoldoende steun voor het houden van een meerderheidsdebat.

De heer Van Klaveren (PVV):

Ik constateer dat ik wel voldoende steun heb voor het houden van een dertigledendebat.

De voorzitter:

Dat klopt.

De heer Van Klaveren (PVV):

Het lijkt mij dan verstandig om dat dertigledendebat zo snel mogelijk in te plannen.

De voorzitter:

Ik zal dit gedeelte van het stenogram doorgeleiden naar het kabinet en ik zal proberen om het dertigledendebat zo snel mogelijk in te plannen, met spreektijden van drie partijen per fractie. Pardon, ik bedoel natuurlijk drie minuten per fractie. Dat wens ik niemand toe: drie partijen per fractie.

Het woord is aan de heer Oskam van de CDA-fractie.

De heer Oskam (CDA):

Voorzitter. Er is in het laatste halfjaar veel gedoe geweest met het Openbaar Ministerie. Aan het begin van het jaar rapporteerde de staatssecretaris dat 1.400 mensen die in de gevangenis horen te zitten nog op vrije voeten zijn. Het lukt niet om hen binnen te takelen. Vorige week spraken wij met de minister over een individuele strafzaak waarbij een officier van justitie kennelijk had gelogen, met ernstige gevolgen. Vorige week klaagden de NVvR en de strafrechtadvocatuur in de krant en de media over de bezuinigingen op het OM. Zaterdag stond de krant vol over de fouten van het OM in het oosten van het land. Collega Recourt had al vragen gesteld over het noorden van het land, collega De Wit over de bezuinigingen. Wij nemen die graag mee in een debat met de minister van Justitie over het Openbaar Ministerie.

Mevrouw Berndsen-Jansen (D66):

Van harte steun voor dit debat. Ik maak hierbij wel de opmerking dat als er geen meerderheid is voor een plenair debat, er een AO over moet plaatsvinden, geen dertigledendebat. Ik vind namelijk dat we er zo snel mogelijk over moeten spreken.

De voorzitter:

U geeft dus wel steun aan een meerderheidsdebat, maar geen steun aan een dertigledendebat?

Mevrouw Berndsen-Jansen (D66):

Als er geen meerderheid te vinden is voor een gewoon debat, dan moeten wij er via de procedurevergadering een AO van maken.

De voorzitter:

Dank u wel voor dit heldere standpunt.

De heer Recourt (PvdA):

Namens de PvdA-fractie steun ik het verzoek. Er leven grote zorgen. Ik vraag wel om een brief van de minister voorafgaand aan dat debat. De heer Oskam betrekt ook de vragen over de bezuinigingen bij het te houden debat. Als in de brief een invulling wordt gegeven van de bezuiniging, dan kunnen wij daarover debatteren. Als dat niet wordt gedaan, dan is het prematuur om daarover in het debat al te spreken.

De voorzitter:

U steunt het verzoek om een debat.

De heer Van der Steur (VVD):

Ik sluit mij aan bij de woorden van de heer Recourt. Ik steun het verzoek om een debat en het verzoek om een brief over de problematiek die net nog is toegelicht door de staatssecretaris namens de minister.

De heer De Wit (SP):

Namens de SP-fractie steun ik het verzoek van harte.

Mevrouw Van Tongeren (GroenLinks):

Namens de GroenLinks-fractie steun ook ik het verzoek om een debat dat echt belangrijk is.

De heer Segers (ChristenUnie):

Steun voor de brief, steun voor het debat.

De heer Van der Staaij (SGP):

Steun van de SGP-fractie.

De heer Bontes (PVV):

De PVV-fractie steunt het verzoek om een brief en een debat.

De heer Klein (50PLUS):

De fractie van 50PLUS steunt het verzoek om een brief en een debat.

De voorzitter:

Mijnheer Oskam, ik hoor brede steun voor uw verzoek om het houden van een debat. Er is ook breed behoefte aan een brief. Ik zal daarom dit gedeelte van het stenogram doorgeleiden naar het kabinet. Ik zal het debat zo snel mogelijk inplannen met spreektijden van vier minuten per fractie.

Het woord is aan de heer Omtzigt van de CDA-fractie.

De heer Omtzigt (CDA):

Voorzitter. Ik heb twee verzoeken. Het eerste verzoek betreft het debat van morgen over het bericht over de stakende EU-ambtenaren. Dit bericht is al maanden oud. Wij hebben een toezegging van de minister van Buitenlandse Zaken, die ook Europese Zaken doet, dat hij vorige week in Brussel overleg zou hebben en dat hij daarna zou vertellen wat de hoogte van de ambtenarensalarissen is, of wanneer hij ons daarover zou kunnen berichten. Hij zou per ommegaande rapporteren en hij zou niet uit Brussel terugkomen voordat hij kon rapporteren. Welnu, hij is uit Brussel teruggekomen, dus wij zouden graag voor morgen 12.00 uur een brief willen hebben, waarin hij precies uiteenzet hoe het nu zit met de salarissen van de EU-ambtenaren, met een antwoord op alle vragen die vanuit de Kamer nog open staan.

De heer Van Bommel (SP):

Ik steun dit verzoek, maar zou er de voorwaarde aan willen verbinden dat wij, als wij die brief niet voor het debat van morgen krijgen, het debat uitstellen. Dit is de kern van het debat en zonder precieze cijfers kunnen wij het debat wat mij betreft niet voeren.

De heer Madlener (PVV):

Ook ik steun het verzoek en vraag daarbij specifiek aandacht voor al die toelagen die ambtenaren genieten. Ik zal er een aantal noemen: de ontheemdingstoelage, de kostwinnerstoelage, de gezinstoelage, de toelage voor schoolgaande kinderen, een toelage voor niet-leerplichtige kinderen en pensioen vanaf 63 jaar, met de mogelijkheid van vervroegd pensioen op 55-jarige leeftijd. Ik wil al die zaken betrekken bij het debat. Verder wil ik specifieke informatie over het artikel in Die Welt, waarin staat dat maar liefst 11.000 ambtenaren meer verdienen dan bondskanselier Merkel.

De heer Sjoerdsma (D66):

Ik steun het verzoek en de opmerking van de heer Van Bommel.

De heer Segers (ChristenUnie):

Steun voor het verzoek.

De voorzitter:

Ik zal het stenogram van dit gedeelte van de vergadering doorgeleiden naar het kabinet. Ik ga ervan uit dat het kabinet voldoet aan het verzoek dat de Kamer heeft gedaan.

De heer Omtzigt (CDA):

Die brief ontvangen wij graag voor 12.00 uur, zodat wij met de opmerking van de heer Van Bommel eventueel iets kunnen doen bij de regeling van werkzaamheden. Wij gaan er echter van uit dat wij volledig antwoord krijgen.

Mijn tweede verzoek betreft Syrië. Wij hebben net een aantal antwoorden gekregen van de minister van Buitenlandse Zaken, maar mijn fractie heeft er wel degelijk behoefte aan om, samen met de conclusies van de Raad van Ministers van Buitenlandse Zaken van gisteren, ook een appreciatie te krijgen van hoe de minister dit nu ziet in volkenrechtelijk perspectief en hoe hij dit ziet in het kader van het wapenvolgsysteem. Welke vervolgafspraken zijn daarover gemaakt? Aangezien dit ook tijdens de Europese top ter sprake is gekomen, ook bij de agenda, zouden wij de brief graag voor morgen willen ontvangen. Eigenlijk willen wij ook de minister van Buitenlandse Zaken uitnodigen voor het debat over het verslag van de Europese top dat wij morgen voeren.

De heer Van Bommel (SP):

Steun voor dit verzoek. De complicatie is dat de termijn die gesteld is in de verklaring van de Raad op 1 augustus ligt. Dan is de Kamer met reces. Ik wil voorkomen dat wij in het reces worden geconfronteerd met besluiten die volgen uit het verstrijken van die datum. Dit betekent dat wij op korte termijn duidelijkheid moeten krijgen over de precieze betekenis van de voorwaarden die gesteld zijn tijdens de Raad en die ook in de verklaring over de Raad staan. Omdat het onderwerp in de Europese Raad aan de orde is geweest, steun ik ook het verzoek van de heer Omtzigt om de minister van Buitenlandse Zaken morgen bij de bespreking van het verslag van de Europese Raad in de Kamer aanwezig te laten zijn, zodat wij hem kunnen bevragen.

De heer Voordewind (ChristenUnie):

Steun voor het verzoek. Ik had zelf al een debat aangevraagd naar aanleiding van de mondelinge vragen, omdat er nog veel vragen niet zijn beantwoord door de minister. Graag ontvangen wij een brief, voorafgaand aan het debat, over de volkenrechtelijke consequenties van het gedeeltelijk opheffen van het wapenembargo.

Mevrouw Bonis (PvdA):

Geen steun voor dit verzoek, omdat het accent van de Europese Raad elders lag. Het betreft belangrijke onderwerpen die de volledige aandacht van de Kamer verdienen. Het besluit tot opheffing van het wapenembargo tegen Syrië is gisteren genomen tijdens de Raad Buitenlandse Zaken. Mijn voorstel zou dan ook zijn om tijdens de procedurevergadering BZ, die aanstaande donderdag al plaatsvindt, te bezien waar wij het onderwerp Syrië de komende weken een plaats gaan geven.

De voorzitter:

Even ter verduidelijking voor mij: u geeft geen steun aan het verzoek om het aan de agenda van morgen toe te voegen, maar u blokkeert het verzoek om een brief met meer informatie niet?

Mevrouw Bonis (PvdA):

Nee, dat blokkeer ik niet. Ik steun echter het verzoek om behandeling in het debat van morgen niet.

De heer Verheijen (VVD):

Geen steun voor behandeling morgen in het debat over de Europese top en geen steun voor het apart uitnodigen van de minister van Buitenlandse Zaken daarvoor. Een brief blokkeren wij, zoals gebruikelijk, niet.

De heer Pechtold (D66):

Inhoudelijk begrijp ik de vraag van de heer Omtzigt aan de collega's. Wij hebben echter goede procedures wat betreft die toppen, namelijk om die kort van tevoren goed voor te bespreken en kort erna na te bespreken. Als wij er een traditie van maken om er alles bij op te tellen – dat is mijn aarzeling – wordt het elke keer zo ongeveer alles behandelen. Ik zou willen kijken of wij een brief kunnen krijgen en misschien een spoed-AO te houden naar aanleiding daarvan. Ik zou de behandeling van de toppen een beetje willen vrijwaren van alle actuele gebeurtenissen.

De heer Van Bommel (SP):

Syrië is op de Europese Raad aan de orde geweest. Het zou heel raar zijn als de Europese regeringleiders bij elkaar zijn en er zo'n brandhaard in de wereld is, zij daar niet over zouden spreken. Dus wat betreft het niet aan de orde verklaren voor het debat van morgen: het is morgen in het debat aan de orde.

Mevrouw Bonis (PvdA):

Ik dacht dat ik een mooi tussenvoorstel had gedaan door het verzoek om een brief niet te blokkeren. Laten wij vooral de informatie krijgen. Laten wij daar echter ook voldoende aandacht aan besteden. Laten wij niet alles op elkaar stapelen en in de procedurevergadering van overmorgen besluiten wanneer wij het onderwerp Syrië apart behandelen. Die aandacht verdient het.

De voorzitter:

Ik kijk even naar de heer Pechtold. Ik ben niet bij de Europese top aanwezig geweest. Ik hoor nu twee dingen. Aan de ene kant zegt iemand dat het niet aan de orde is geweest en aan de andere kant zegt iemand dat dit wel het geval was. Ik moet een oordeel vellen, maar dan moet ik wel voldoende informatie hebben.

De heer Pechtold (D66):

De heer Van Bommel heeft gelijk. Er staat een regel in het verslag over Syrië. Daarmee heeft het kabinet de weg gebaand voor het verzoek van de heer Omtzigt. Mijn aarzeling was er echter in gelegen, dat wij dat dan elke keer gaan doen en dat u dan op een gegeven moment zegt: ja, maar dan kunnen wij die behandeling niet meer tijdig plannen. Een uitzondering, nu door het kabinet zelf gecreëerd, vind ik prima. Dat was mijn overweging zojuist.

De voorzitter:

Mijnheer Omtzigt, ook u hebt de collega's gehoord. Misschien kunt u er iets over zeggen.

De heer Omtzigt (CDA):

Mijn overweging was ook – dank voor de steun – om in elk geval die informatie zo snel mogelijk te krijgen, vooral over de vragen van volkenrechtelijke aard en over het wapenvolgsysteem, dat de minister ook ingewikkeld heeft genoemd. In dit geval had ik het graag willen toevoegen. Ik snap de overwegingen van de collega's ook, dat wij het er apart over moeten hebben. Als dat hier niet gebeurt, zullen wij dat heel snel elders doen. Het stond op de agenda, vandaar mijn verzoek. Ik heb niet getracht om iets toe te voegen. Het is bovendien helaas heel erg relevant.

De voorzitter:

Ik heb gehoord dat er brede steun is voor het verzoek om meer informatie middels een brief. Dit gedeelte van het stenogram geleid ik door naar het kabinet. Ik heb ook veel aarzelingen gehoord. Een meerderheid heeft gezegd het liever niet toe te voegen aan het debat van morgen. Ik ben het eens met de heer Pechtold. Wij zijn nu bezig met een proef om ook achteraf een debat te plannen over Europese toppen. Ik denk dat wij terughoudend moeten zijn om te voorkomen dat de agenda vol wordt gestopt. Ik heb ook gehoord dat veel leden de behoefte hebben om snel te praten over dit onderwerp. Misschien lukt dat in een algemeen overleg. Achteraf moeten de leden in de commissie dan kijken hoe dat is bevallen. Wij zijn allemaal een beetje aan het zoeken. Ik hoop dat de Kamer zich kan vinden in deze conclusie. Wij nodigen dan niet de minister van Buitenlandse Zaken uit voor het debat van morgen. De commissie besluit dan wel in haar procedurevergadering wanneer zij over Syrië gaat praten.

De heer Omtzigt (CDA):

Daar kan ik mee leven. Wij zullen echter morgen wel één of twee vragen stellen aan de minister-president over dit onderwerp, omdat het ter sprake is geweest. De diepere discussie over de precieze conclusies in de Raad Buitenlandse Zaken zullen wij dan elders voeren.

De heer Voordewind (ChristenUnie):

Ik handhaaf mijn verzoek om een apart debat over Syrië, maar dat zal ik dan straks in de regeling moeten doen.

De voorzitter:

Dat komt dan straks aan de orde. Zoals gezegd, wordt het stenogram doorgeleid naar het kabinet.

Het woord is aan mevrouw Kooiman.

Mevrouw Kooiman (SP):

Voorzitter. Het afbraakplan gevangeniswezen – dus het sluiten van gevangenissen en tbs-inrichtingen in combinatie met de plannen voor elektronische detentie – is volgens de SP-fractie een aanslag op de veiligheid. Wat was de reden van dit plan? De staatssecretaris van Veiligheid en Justitie zei dat wij moeten bezuinigen. Maar nu blijkt uit antwoorden op vragen van de SP-fractie over dit afbraakplan, maar ook volgens de berekeningen in De Telegraaf van vandaag, dat dit de komende tijd helemaal geen geld oplevert. Ik zou daarom heel graag een brief willen ontvangen van de staatssecretaris van Veiligheid en Justitie waarin hij wat breder ingaat op deze berekeningen. Die brief ontvang ik graag voor het debat over het gevangeniswezen.

De voorzitter:

Voordat ik de andere leden het woord geef, vraag ik u of u alstublieft in de zaal wilt proberen iets minder herrie te maken. Wij vragen de mensen die op de publieke tribune zitten altijd om hun mond dicht te houden. Het is best moeilijk om uit te leggen waarom zij dat moeten als wij zelf zo onrustig zijn.

Mevrouw Van Toorenburg (CDA):

Steun voor dit verzoek. De reden waarom wij er toch een opmerking over willen maken is dat wij het belangrijk vinden dat hierop kabinetsbreed wordt gereageerd, ook vanuit het ministerie van Financiën. Dit lijkt namelijk wel een heel schimmig verhaal te zijn, over waar geld nu wordt terugverdiend of niet, of naar voren geschoven en verplaatst naar andere ministeries. Dus graag een brede brief over hoe dit financiële gegoochel nu leidt tot geen enkele bezuiniging.

De heer Segers (ChristenUnie):

De berichtgeving was een bevestiging van wat wij al wisten en vermoedden, namelijk dat dit een slecht plan is en dat het uiteindelijk meer kost dan opbrengt. Dus gaarne steun voor dit verzoek.

De heer Schouw (D66):

De fractie van D66 vindt het een heel goed verzoek en wil niet alleen een brede brief maar vooral een precieze brief. Ik voeg er het verzoek aan toe om die brief een week voor het debat te hebben, zodat wij daarover nog eens heel goed met elkaar kunnen spreken voordat wij er met de staatssecretaris mee aan de slag gaan.

De heer Van der Staaij (SGP):

Ook de SGP-fractie is voorstander van zo'n goede, brede, precieze brief.

De heer Bontes (PVV):

Een slecht plan, dus steun voor een debat.

De voorzitter:

Mevrouw Kooiman, ik hoor de heer Schouw zeggen dat de brief een week voor het debat binnen moet zijn, maar het debat is waarschijnlijk volgende week donderdag. Misschien is het een idee om te vragen of wij die brief aanstaande donderdag voor de regeling kunnen ontvangen, want morgen is wel heel kort dag. Dan kunt u er eventueel in de regeling van donderdag nog iets mee.

Mevrouw Kooiman (SP):

Laten wij dan inderdaad het verzoek doen om die brief in ieder geval voor donderdag te hebben. Dat lijkt mij een juist voorstel.

De voorzitter:

Donderdag 12.00 uur. Ik zal dit gedeelte van het stenogram doorgeleiden naar het kabinet.

Ik geef het woord aan de heer Van Hijum voor een nagekomen spoedverzoek.

De heer Van Hijum (CDA):

Voorzitter. Vandaag kwam de minister van Financiën in een interview met RTL tot de uitspraak dat het kabinet er serieus rekening mee houdt dat er in 2014 nieuwe miljardenbezuinigingen op komst zijn. Dat zou geen nieuws zijn geweest, ware het niet dat het kabinet zelf een aantal weken geleden heeft besloten om de officiële CPB-ramingen te negeren, Nederland op te roepen om een auto en een huis te kopen en in augustus de balans op te maken. Mijn fractie is in elk geval zeer verbaasd over deze winstwaarschuwing van de minister op dit moment in de media en ook over het verwachtingenmanagement van het kabinet in de richting van de Kamer maar ook in de richting van de sociale partners. Wij willen graag een debat met het kabinet over de inzet voor 2014.

De voorzitter:

Dit is een verzoek tot het houden van een debat met de minister van Financiën over diens uitspraken.

De heer Tony van Dijck (PVV):

Van harte steun.

Mevrouw Schouten (ChristenUnie):

Het is inderdaad wel heel wonderlijk dat de minister van Financiën nu opeens een soort glazen bol heeft waarin hij kan zien wat er gebeurt, terwijl wij anders altijd naar het CPB kijken. Maar het lijkt me wel wijs om eerst een brief te hebben voordat wij ook een debat aanvragen. Steun voor een debat maar ook graag een brief.

De heer Dijkgraaf (SGP):

Steun. Tot nu toe, als wij dit soort suggesties doen, dan wordt dit altijd ontkend van kabinetszijde. Graag een brief en naar aanleiding daarvan een debat.

De heer Van Raak (SP):

Ook namens de SP alle steun.

De heer Harbers (VVD):

Een brief lijkt mij goed, maar wat mij betreft nog geen debat, want het nieuws van vandaag wijkt tot dusverre nog niet af van de conclusie die wij hebben getrokken in het debat over het stabiliteitsprogramma op 27 april. Daar was deze boodschap ook al helder.

De heer Klein (50PLUS):

Wel steun voor het verzoek, zeker omdat een en ander zou betekenen dat niet alleen bezuinigingen, maar mogelijkerwijs ook extra lastenverzwaringen aan de orde komen. Daar zou 50PLUS even goed over met de minister willen doorpraten. Dus steun.

De heer Klaver (GroenLinks):

Steun voor de brief en steun voor het debat.

De heer Koolmees (D66):

Steun voor de brief, maar nog niet voor het debat.

De heer Nijboer (PvdA):

Steun voor de brief, maar nog niet voor het debat.

De voorzitter:

Mijnheer Van Hijum. Ik stel vast dat u brede steun hebt voor de brief, maar op dit moment niet de steun van een meerderheid voor het houden van een debat. U hebt wel voldoende steun voor een dertigledendebat.

De heer Van Hijum (CDA):

Naar aanleiding van de nieuwe ramingen van het CPB komt er wellicht een nieuwe kans. Laten wij voor die tijd maar een brief vragen van het kabinet. Ik wil daar nog wel expliciet de vraag aan toevoegen of de bezuinigingen nu wel of niet van tafel zijn tot nader order. Dat is namelijk de mist die de minister van Financiën nu opwerpt.

De voorzitter:

Ik zal het stenogram van dit gedeelte van de vergadering, inclusief uw laatste vraag, doorgeleiden naar het kabinet.

Ik stel voor om de leden van de tijdelijke commissie onderzoek financieel stelsel en de parlementaire enquêtecommissie financieel stelsel decharge van hun werkzaamheden te verlenen. Namens de Kamer dank ik de leden en de staf voor hun werkzaamheden.

(geroffel op de bankjes)

De voorzitter:

We gaan stemmen. Hebben alle leden de presentielijst getekend? Ik zie niemand rennen. Dan verzoek ik u allemaal uw plaatsen in te nemen.