Handeling

Datum publicatieOrganisatieVergaderjaarVergadernummerDatum vergadering
Tweede Kamer der Staten-Generaal2011-2012nr. 23, item 24

24 Belastingplan 2012

Aan de orde is de behandeling van:

  • - het wetsvoorstel Wijziging van enkele belastingwetten en enige andere wetten (Belastingplan 2012) (33003);

  • - het wetsvoorstel Wijziging van enkele belastingwetten en enige andere wetten (Overige fiscale maatregelen 2012) (33004);

  • - het wetsvoorstel Wijziging van de Algemene wet inkomensafhankelijke regelingen en Overige fiscale maatregelen 2009 in verband met de dwangsomregeling van de Algemene wet bestuursrecht (Wet toepassing dwangsomregeling toeslagen) (33005);

  • - het wetsvoorstel Wijziging van enkele belastingwetten (Geefwet) (33006);

  • - het wetsvoorstel Wijziging van de Wet op de belasting van personenauto's en motorrijwielen 1992, de Wet op de motorrijtuigenbelasting 1994 en enige andere wetten (Wet uitwerking autobrief) (33007).

De voorzitter:

Er is meer dan tweeënhalf uur spreektijd aangevraagd. Ik sta per spreker één interruptie toe met één vervolgvraag. Vanavond kunnen de Kamerleden moties indienen. Als er morgen nog een nabrander is, dan kan dat.

De heer Bashir (SP):

Één interruptie per spreker lijkt mij wat weinig bij een debat over het Belastingplan. Als wij het Belastingplan goed willen behandelen, moeten wij de mogelijkheid hebben om vragen te stellen.

De voorzitter:

Ik wijs u erop dat er al twee keer over het Belastingplan gesproken is. Morgen vindt de afronding plaats. Ik vraag u om uw medewerking. Anders wordt het hier opnieuw middernacht. Dat is voor de mensen die hier werken ook niet altijd plezierig.

De algemene beraadslaging wordt geopend.

De heer Van Vliet (PVV):

Voorzitter. Wij hebben twee maandagen wetgevingsoverleg gehad en nu twee avonden een plenaire afronding. Dat is niet voor niets, want ik denk dat dit in de Kamer het belangrijkste debat van het jaar is. Deze woordvoerders zijn ook de belangrijkste woordvoerders, zo constateer ik. Ik maak de staatssecretaris een compliment voor zijn constructieve opstelling en de adequate beantwoording van de vele vragen. Dat mag ook wel een keer gezegd worden. Ik maak ook andere fiscale woordvoerders een compliment. Ik vind dat wij met elkaar een constructief debat hebben gevoerd. Mijn dank voor deze plezierige samenwerking.

Ik kom op mijn inbreng, die zal leiden tot een aantal moties. Die moet ik er nu even bij pakken.

De voorzitter:

Het wordt toch niet die hele stapel die u nu pakt?

De heer Van Vliet (PVV):

Nee hoor, ik vis er wat uit.

Ik kom op de 30%-regeling, ook wel expatregeling genoemd. Voor het zomerreces pleitten wij voor een versobering van die regeling, omdat wij van mening waren dat de regeling veel te ruimhartig werd toegepast. De staatssecretaris heeft een serieuze poging gedaan om tot een versobering te komen. Wij hebben een aantal wijzigingen gezien die onze goedkeuring kunnen wegdragen. Wij hebben een Algemene Maatregel van Bestuur in concept gezien, alsmede een memorie van toelichting. Stel dat iemand na de eerste vijfjaarsperiode niet meer voldoet aan de voorwaarden. Is hij dan op dag één van jaar zes de faciliteit kwijt? Daarnaast heb ik een vraag over het toetsloon in relatie tot het buitenlandse loon. Wordt het buitenlandse loon meegeteld voor dat toetsloon? Zo ja, welk loon is dat? Ik dien hierover een motie in.

Motie

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

overwegende dat de 30%-regeling uit de loonbelasting is bedoeld om Nederland aantrekkelijker te maken voor mensen die hier een duidelijke toegevoegde meerwaarde kunnen leveren op grond van hun specifieke economische expertise;

constaterende dat desondanks een aantal profvoetballers gebruikmaakt van de 30%-regeling en zodoende een aanzienlijk deel van hun vaak hoge inkomen belastingvrij ontvangen;

verzoekt de regering, ervoor te zorgen dat de 30%-regeling zodanig gericht wordt dat alleen werknemers met een duidelijke toegevoegde meerwaarde voor de Nederlandse arbeidsmarkt onder deze regeling kunnen vallen,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:

Deze motie is voorgesteld door het lid Van Vliet. Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund.

Zij krijgt nr. 43 (33003).

De heer Van Vliet (PVV):

Over de overnameholdings is heel veel te doen geweest. Het was een wens van mijn fractie en volgens mij ook van heel veel andere fracties om te komen tot een versobering van het regime van renteaftrek, zodat met name de excessen zoals bij een bekend Nederlands warenhuis voortaan worden voorkomen. Het kan niet zo zijn dat in Nederland een bedrijf wordt overgenomen en vervolgens alleen door de overnamestructuur nooit meer vennootschapsbelasting betaalt. Dat leidt tot een zeer ongewenste uitholling van onze Nederlandse belastinggrondslag. Hulde dus voor de staatssecretaris voor al zijn plannen om te komen tot een versobering van het renteaftrekregime. Ook die plannen kunnen de goedkeuring van mijn fractie wegdragen. Op dat punt heb ik een amendement. Dat zal ik hier dus niet voorlezen; volgens mij is dat niet de bedoeling.

De voorzitter:

Ik wil u even in de rede vallen. Volgens mij heeft de heer Groot namelijk nog een vraag over de zojuist ingediende motie.

De heer Groot (PvdA):

Ja, over de expatregeling. Ik heb de heer Van Vliet ook tijdens het notaoverleg verschillende keren horen zeggen dat de Belastingdienst niet voor sinterklaas zou moeten spelen. Voor buitenlandse topmanagers is de 30%-regeling heel royaal. Ik hoorde de heer Van Vliet ook zeggen dat die regeling versoberd zou moeten worden. Betekent dit dat de heer Van Vliet akkoord gaat met het instellen van een maximale inkomensgrens voor expats?

De heer Van Vliet (PVV):

Dat is een interessante vraag. Het klinkt sympathiek, maar de PVV doet niet aan jaloeziebelastingen. Wat bedoel ik daar in dit verband mee? Van topmanagers, zeker bij grote ondernemingen, mag je aannemen dat de dynamiek van het bedrijfsleven zodanig werkt dat die mensen wel over bijzondere gaven moeten beschikken om uiteindelijk op die stoel terecht te komen. Vervolgens zegt mijn fractie dat men in het bedrijfsleven ook zelf moet weten wat men aan iemand betalen. Dat is iets anders dan bonussen bij systeembanken; daar hebben wij het nu niet over. Als men dat zelf mag weten en als we het hebben over een fiscale faciliteit, zeg ik op mijn beurt dat wij die fiscale faciliteit uitsluitend moeten toepassen in de gevallen waarvoor zij oorspronkelijk bedoeld was, namelijk voor schaarse expertise enzovoorts. Als het bedrijfsleven kan aantonen dat het die mensen alleen binnenhaalt vanwege schaarse expertise voor die heel belangrijke stoel, kan ik mij voorstellen dat er wordt voldaan aan de criteria die wij nu met z'n allen flink strenger gaan maken. De hoogte van het salaris vind ik daarbij niet doorslaggevend.

De voorzitter:

Mijnheer Groot, nog één vraag.

De heer Groot (PvdA):

Ik ben het met de heer Van Vliet eens dat het bedrijfsleven zelf moet weten wat het aan topmanagers betaalt, maar het kan toch niet zo zijn dat de fiscus daar limietloos vele tonnen bij legt? We hebben het over salarissen van 3 mln. of 4 mln., waar de Belastingdienst zo 1 mln. bij legt. Dat is toch niet nodig?

De heer Van Vliet (PVV):

Nogmaals: op zich is dit een sympathiek en goed punt van de heer Groot, maar "limietloos" kun je anders opvatten of invullen. Mijn fractie zegt dat "limietloos" vooral geldt voor de reikwijdte van de regeling zoals wij die tot nu hebben. Die reikwijdte is namelijk veel te groot. Ik zeg dat die reikwijdte terug moet naar de gevallen waarvoor de regeling echt bedoeld is, de mensen die wij per se naar Nederland willen halen omdat zij meerwaarde toevoegen aan onze nationale economie. Als "limietloos" wordt betrokken op de hoogte van het inkomen, is dat gewoon een iets andere benadering. Ik heb daar sympathie voor, maar wij kiezen in dit verband toch voor die smallere reikwijdte van de toepassing van de regeling, voor beperking in de tijd, voor uitsluiting van grensarbeiders enzovoorts.

De voorzitter:

Nee, mijnheer Groot. Ik had gezegd: één interruptie en één vervolgvraag. Mijnheer Van Vliet, gaat uw gang.

De heer Van Vliet (PVV):

Ik was bij de overnameholdings. Het regime van versobering van de renteaftrek …

De voorzitter:

Mijnheer Bashir, hebt u ook nog een vraag over de motie? Wilt u dan wel bij de microfoon gaan staan? Dan kunnen we door.

De heer Bashir (SP):

Dit is een heel belangrijk onderwerp, want Henk en Ingrid zijn volgens mij geen buitenlandse CEO's die tonnen verdienen. Waarom is het amendement dat ik samen met de heer Braakhuis over dit onderwerp heb ingediend om de bovenkant af te toppen, wel sympathiek voor de fractie van de heer Van Vliet, maar niet sympathiek genoeg om het te steunen?

De heer Van Vliet (PVV):

Ik heb net zelf een motie ingediend over profvoetballers. Die verdienen bij hun club vaak zeer aanzienlijke salarissen en strijken vervolgens een deel belastingvrij op. Daar plaatst de PVV vraagtekens bij. Daarom ben ik zelfs met een motie gekomen, want dat is flauwekul. Daar moeten Henk en Ingrid niet mede voor opdraaien. Als het gaat om de regeling die wij dadelijk overhouden, die aanzienlijk versoberd wordt ten aanzien van de oude regeling, zijn de schaarse gevallen die blijkbaar nodig zijn om meerwaarde aan de Nederlandse economie toe te voegen voor mij geen reden om de grens te trekken alleen vanwege het feit dat zij een hoog inkomen verdienen. Er kan best sprake zijn van scheefgroei binnen een onderneming, waardoor iemand een heel hoog inkomen verdient. Ik heb ook ooit eens in een ander debat geroepen dat misschien de medezeggenschap wat sterker opgesierd moet worden, zodat ook de stakeholders en medewerkers er nog iets over mogen zeggen. Een fiscale faciliteit alleen versoberen vanwege de hoogte van het inkomen is voor mij echter niet de juiste weg. Ik kijk in dit verband naar welke specifieke meerwaarde iemand toevoegt aan ons aller welvaart.

De heer Bashir (SP):

Het amendement gaat niet over het maximaliseren van salarissen, maar over aftopping van het belastingvoordeel. Een buitenlandse CEO die € 600.000 verdient, mag € 200.000 belastingvrij in zijn zak stoppen. Andere mensen die in Nederland zo'n bedrag verdienen, moeten voor het volle pond belasting betalen. Dat is gewoon rechtsongelijkheid. Waarom is de 30%-regel bedacht? Dat is om deze mensen tegemoet te komen vanwege reizen naar het buitenland, naar familie en zo. Wat maakt het voor de PVV rechtvaardig dat deze mensen van € 600.000 zo maar € 200.000 belastingvrij in de zak mogen stoppen?

De heer Van Vliet (PVV):

De regeling wordt aanzienlijk versoberd. Daarmee zijn wij uitzonderlijk blij. Want als het aan ons ligt, zou de hele regeling snel afgeschaft worden en zou iedereen exact gelijk behandeld worden. Dat was de oorspronkelijke insteek. Wij zijn echter realistisch. GroenLinks en andere fracties roepen allemaal dat kenniswerkers belangrijk zijn, dat wij Indiase ICT'ers een kans moeten gunnen, dat wij internationaal moeten scholen enzovoort. De kans dat de 30%-regel van tafel gaat is daarmee nihil. Er is geen meerderheid voor in de Kamer. En ik ga geen voorstellen doen waarvoor ik absoluut nooit een meerderheid krijg. Ik ben dan ook akkoord gegaan met een zeer stringente versobering van het regime. Een paar keer zijn er versoepelingen aangebracht, die te maken hebben met wetenschappers en weet ik wat allemaal. Het is echter nog steeds een zeer stringente versobering van het regime. Iemand die zes ton verdient in Nederland, kan misschien niet net zoals die CEO twee ton netto in de zak steken. De buitenlandse CEO waar dat voor geldt, moet echter wel voldoen aan de zeer stringente criteria van de nieuwe, uitgeklede en sobere 30%-regeling. Als die er niet aan voldoet, wordt de hele handel van zes ton bruto gewoon belast.

De heer Braakhuis (GroenLinks):

Het is altijd zorgelijk als een fiscalist niet kan rekenen. Ik verzeker de heer Van Vliet dat er een meerderheid te vinden is voor het afschaffen van de huidige regeling en de invoering van een echte kenniswerkersregeling. Feit blijft dat het een onderneming vrij staat om een CEO het salaris te geven dat het wil. Het kabinet vraagt echter aan de burgers om 18 mld. te bezuinigen. Daardoor dreigen wij in een recessie terecht te komen. De economie wordt over de rug van de gewone belastingbetaler kapot bezuinigd. De PVV zegt dan: jammer voor Henk en Ingrid, want de CEO die zo veel verdient heeft recht op nog eens 30% korting op zijn belasting. Hoe rechtvaardigt de heer Van Vliet dat? Mijn partij kan dat niet.

De heer Van Vliet (PVV):

Dat komt door het grote verschil tussen de partij van de heer Braakhuis en mijn partij. De partij van de heer Braakhuis is communistisch en mijn partij niet. Dat is een heel groot verschil! De heer Braakhuis vraagt waarom de PVV vindt dat iemand die zes ton verdient ongemoeid wordt gelaten terwijl Henk en Ingrid de broekriem aan moeten halen. Ik zeg nogmaals, net als tegen de heer Bashir, dat de CEO in dit specifieke voorbeeld moet voldoen aan de zeer strenge criteria van de uitgeklede 30%-regeling. Als die er niet aan voldoet, zit hij in exact dezelfde situatie als een gemiddelde Nederlandse CEO die zes ton in Nederland verdient. Als er geen verschil zou zijn, had de heer Braakhuis gelijk. Het verschil is er echter wel, want er moet aan de strenge criteria worden voldaan. Ik roep bij deze de staatssecretaris op om bij de uitgeklede regeling, met de strenge criteria, heel streng te toetsen of iemand eraan voldoet. Mensen moeten niet zomaar het stempel van goedkeuring van de fiscus krijgen.

De heer Braakhuis (GroenLinks):

Wij hebben het over mensen met een wat mij betreft dubieuze moraliteit die een beslissing nemen om zich met hun bedrijf in Nederland te vestigen vanwege hun eigen inkomen en de fiscale voordelen die zij hier genieten. Dat type mensen steunt de PVV blijkbaar. Het amendement-Bashir/Braakhuis beoogt dit af te toppen met een plafond. Dan krijg je nog steeds extra korting, maar het levert wel 100 mln. op ten faveure van de Nederlandse belastingbetaler, uw electoraat.

De heer Van Vliet (PVV):

Nog één keer. Dit was niet echt een vraag van de heer Braakhuis, maar ik begrijp hem zo dat hij niemand naar Nederland wil halen omdat die expertise op de Nederlandse arbeidsmarkt ook echt schaars is. Als hij zegt dat het alleen om het hoge inkomen gaat en dat je daarom hier nooit een faciliteit mag genieten, gaat dat wel erg ver. Op dit punt verschillen onze fracties duidelijk van mening.

De voorzitter:

Nee, mijnheer Braakhuis. Ik heb gezegd: één interruptie met één vervolgvraag. Ik word een beetje streng.

De heer Van Vliet (PVV):

Ik ga toch nog weer een keer naar die overnameholdings; ik doe nog een keer een poging. Wij zagen daar een versobering van het regime in de renteaftrek en dat kan de goedkeuring van mijn fractie zeker wegdragen. Ik ben van mening dat wij hiervan zo snel mogelijk serieus werk moeten maken. Daarom heb ik een amendement ingediend/voorgesteld waarvan ik aanneem dat het inmiddels is rondgestuurd. Dit amendement komt erop neer dat als wij donderdag stemmen over het Belastingplan en het amendement zou worden aangenomen, vanaf dat moment alle renteaftrekbeperkingen zoals voorgesteld, direct van kracht worden en wij niet nog eens wachten tot 1 januari aanstaande. Dat is wel het meest duidelijke signaal dat wij over deze excessieve overnamepraktijken kunnen geven. Dat over de overnameholdings. Nogmaals, ik ben blij dat wij eindelijk wat substantieels doen aan deze praktijken.

Ik loop nu de overige punten nog even langs en dan kom ik vanzelf bij een ander belangrijk onderdeel van het Belastingplan, namelijk de Geefwet. De heer Huizing van de VVD zal straks mede namens mij een motie indienen over de algemeen nut beogende instellingen, de zogenaamde anbi's. De motie heeft met name betrekking op eventuele strafbare gedragingen van mensen die bij de anbi's betrokken zijn. Ik laat dat initiatief even aan de heer Huizing, maar ik kondig wel aan dat dit mijn volle steun heeft.

In het debat heb ik gezegd dat een mulitplier zoals voorgesteld, een aftrek in de inkomstenbelasting en overigens in de Vpb, niet de goedkeuring van mijn fractie kan wegdragen. Ik heb voorbeelden gegeven van mensen die zullen worden verleid tot ongebreidelde giften vanwege de zeer, zeer riante aftrek. Ik heb goed geluisterd naar alle inbrengen en debatten en daarom heb ik gemeend ook op dit punt namens mijn fractie een amendement te moeten voorstellen. Het bevat de volgende twee belangrijke elementen. De multiplier in de inkomstenbelasting wordt in ieder geval verlaagd van het absurde percentage van 150 naar 125 per saldo. Tegelijkertijd gaan wij met een plafond werken waardoor wij maximaal op € 1250 uitkomen. Dit past veel meer bij de visie van mijn fractie op dit aspect van de Geefwet. Het amendement is rondgestuurd dus ik neem aan dat een ieder hier daarvan heeft kunnen kennisnemen.

Overigens zal de heer Omtzigt nog een aantal moties indienen en ook daaraan heb ik mijn naam namens mijn fractie verbonden. Die hebben ook te maken met sbbi's.

De heer Koolmees (D66):

De beperking van de multiplier die de heer Van Vliet voorstelt, levert 7 mln. op, lees ik in het amendement. Wat wil hij met die 7 mln. doen?

De heer Van Vliet (PVV):

Dat is een goede vraag van iemand die over begrotingen gaat, want die houdt de getallen in de gaten. Ik doe dat ook, want er is ook een amendement ingediend door de collega's van de CDA- en de VVD-fractie over de zogenaamde sbbi's. Ik noem ze voor het gemak maar even zo, maar het gaat eigenlijk over de ondersteuningsstichtingen. Wij gaan daarmee een laagje lager in het maatschappelijke giftenveld. Mijn fractie is van mening dat het goed zou zijn daar wat meer te doen dan voorzien in de oorspronkelijke plannen. Wij voegen dus een extra element aan de Geefwet toe en die 7 mln. wordt daarin rond gepompt.

De heer Koolmees (D66):

Dat betekent dat naast de grote bezuinigingen op cultuur van 200 mln. en naast de verhoging van de btw voor podiumkunsten nu weer een bezuiniging op cultuur plaatsvindt. De 7 mln. die in de Geefwet was bestemd voor met name culturele instellingen wordt door het amendement van de heer Van Vliet weer bij de cultuur weggehaald en naar een andere sector overgebracht. Wordt het niet een beetje bezuiniging op bezuiniging stapelen op deze manier?

De heer Van Vliet (PVV):

Daarmee komen we bij de zeer gewichtige vraag: wat is een culturele instelling eigenlijk? Volgens mij is dat straks onderwerp van een andere motie. Voor de multiplier is dat een heel belangrijke kwestie. U zegt dat we weer gaan bezuinigen op cultuur. Maar wat is cultuur? Cultuur is een heel breed begrip. Vroeger op de middelbare school leerde ik bij het vak geschiedenis dat bij de culturele ontwikkeling van een samenleving, zaken als onderwijs en zelfs het aanleggen van wegen behoren. Cultuur mag je dus best wel wat breder trekken. We hadden het over sbbi's en over de fanfares op straat, waaraan Henk en Ingrid veel plezier beleven. Het heeft niet alleen te maken met dure theaters aan de grachtengordel. Mijn stelling is: als die 7 mln. daarnaartoe gaat, blijft hij gewoon binnen de culturele sector.

De heer Bashir (SP):

Voorzitter. De heer Van Vliet heeft een wetswijziging ingediend. We gaan daar donderdag over stemmen, dus ik wil hem daar nu over bevragen. Met zijn wetswijziging wil hij ervoor zorgen dat de multiplier die voor cultuur was bestemd, eruit gaat, of in ieder geval voor de helft. Daarmee bespaart hij 7 mln. Tegelijk zegt de heer Van Vliet dat hij cultuur helemaal niet haat. Hoe moet ik die twee dingen samen zien? Hij kan toch niet volhouden dat hij zo veel wil bezuinigen op cultuur, maar de cultuur niet haat?

De heer Van Vliet (PVV):

De discussie hebben we ook al een keer gevoerd. De heer Bashir kan toch niet echt volhouden dat ik een cultuurhater zou zijn? Als fiscaal PVV-woordvoerder kom ik met een voorstel voor een multiplier van 125% in de inkomstenbelasting voor giften aan culturele anbi's. Wie noemt men hier een cultuurhater? Dat bestaat toch niet?

Ik heb ook gezegd, en dat meende ik heel oprecht, dat iedereen van mij miljoenen aan cultuur mag geven. Ik ben ook graag bereid om een arme kunstenaar te helpen door hem € 1000 te betalen als zijn schilderij mij bevalt. De vraag is echter: waarom moet de belastingbetaler daar per se aan meebetalen? Ik hang nog steeds de stelling aan dat echte kunst zichzelf wel verkoopt. Maar nogmaals, die multiplier zit er voor een deel nog steeds in. Ik vind oprecht dat die culturele anbi's nog steeds een extraatje krijgen ten opzichte van alle andere, heel nobele goede doelen in onze maatschappij. De 7 mln. die verschuift, gaat volgens mij ook naar een heel, heel goed doel, waar vele Nederlanders warme gevoelens van krijgen.

De voorzitter:

Mijnheer Bashir, ik sta u nu nog één vraag toe. Als wij een cultuurdebat zouden gaan voeren, vrees ik dat we echt tot diep in de nacht bezig zullen zijn.

De heer Bashir (SP):

De multiplier die de staatssecretaris heeft bedacht, wordt gedekt door te bezuinigen op de monumentenzorg. Nu haalt de heer Van Vliet weer 7 mln. van de multiplier af, waarmee door de PVV dus weer 7 mln. op cultuur wordt bezuinigd. Vervolgens stopt hij dat geld bij andere instellingen. Als hij dat per se wil doen, vraag ik hem om ervoor te zorgen dat de monumentenzorg het geld terugkrijgt dat hij heeft ingeleverd.

De heer Van Vliet (PVV):

Ieder politiek debat gaat over keuzes; het gaat altijd over het verdelen van geld, over waar geld naartoe gaat. Wij maken op dit punt deze keuze. Volgens mij is er best steun voor te vinden in de Kamer – maar dat zullen we in de loop van het debat nog wel horen – om dit geld binnen de "giftenindustrie" te laten blijven. Inderdaad betekent dit een verschuiving van die 7 mln. naar andere goede doelen, die naar mijn mening ook een duidelijke culturele ondergrond hebben. U zult dit straks wel zien in het amendement van de collega's van CDA en VVD. Volgens mij komen er dus meerdere moties over de sbbi's, waaronder ook mijn naam zal staan.

Ik ga verder over de autobelastingen. Al voor het zomerreces hebben wij daarover met deze staatssecretaris een uitgebreid debat gevoerd. Ik heb mijn best gedaan voor een bepaalde groep in Nederland die de weg gebruikt: de bezitters en rijders van oldtimers. Waarom heb ik me voor hen zo sterk gemaakt? Oorspronkelijk hadden die mensen een vrijstelling van de wegenbelasting, ook wel de houderschapsbelasting, als hun auto 25 jaar of ouder was. De Kamer heeft sindsdien gedebatteerd over rekeningrijden en de kilometerheffing, maar dat is er allemaal niet van gekomen. Maar voordat een en ander duidelijk was, is gezegd dat die vrijstelling van de wegenbelasting zou worden afgetopt omdat de kilometerheffing zou komen. Dat was een duidelijke toezegging van de overheid. Nu heeft de Nederlandse politiek bepaald dat we voorlopig geen kilometerheffing krijgen. Ik heb gezegd: laten we terugkomen op die toezegging, die aftopping moet eruit. Internationaal, met name in Duitsland en België, zijn oldtimers auto's van 30 jaar en ouder. Als we willen toegroeien naar een model zoals in de landen om ons heen, zou de leeftijdsgrens 30 jaar moeten worden. Ik stel een ingroeimodel voor, zodat mensen die een auto hebben van 30 jaar en ouder, er vanaf volgend jaar al een klein beetje van kunnen profiteren. Ik heb gemeend dit te moeten vervatten in een amendement op het gebied van de oldtimers. Als ik het goed heb, is dat inmiddels verspreid, zodat de collega's er kennis van hebben kunnen nemen. Wat de autobelastingen betreft, wil ik het hierbij laten. De rest gaat over vergroening, verduurzaming, CO2 en Porsche Cayennes. Dat spreek je overigens uit als "porsje" en niet als "porsj". Ik hoor veel collega's het altijd op de verkeerde manier zeggen.

Eigenlijk heb ik toch nog iets over auto's. Tot mijn grote verbazing heb ik begrepen dat bij de Belastingdienst auto's met een chauffeur rondrijden, die zijn gekoppeld aan een specifieke werknemer van deze rijksdienst. Dat is een rare zaak. We spreken over het aanhalen van broekriemen en bezuinigingen. Dan kan het niet zo zijn dat ik zonder signaal hierover het spreekgestoelte verlaat. Daarom de volgende motie.

Motie

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

overwegende dat het zeker in deze tijden van versobering een juist signaal is om ambtenaren alleen een dienstauto met chauffeur te geven bij uiterste noodzaak;

constaterende dat het gebruik van dienstauto's met chauffeur bij de Belastingdienst vragen heeft opgeroepen;

constaterende dat de beleidslijn binnen de rijksoverheid is om slechts wegens strikte doelmatigheidsredenen topambtenaren bij uitvoerende diensten recht te geven op het gebruik van een dienstauto met chauffeur;

verzoekt de regering, kritisch te kijken naar de praktijk bij de Belastingdienst met als uitgangspunt beperking van het aantal dienstauto's tot een minimum en daarover te rapporteren in het komende beheersverslag van de Belastingdienst,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:

Deze motie is voorgesteld door het lid Van Vliet. Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund.

Zij krijgt nr. 44 (33003).

De heer Van Vliet (PVV):

Onder dankzegging voor alle stukken die ik in de tussentijd heb mogen ontvangen, houd ik het hierbij.

Mevrouw Schouten (ChristenUnie):

Voorzitter. De afronding van een belastingplan is altijd weer een memorabel moment. Wij hebben er alle vele uren aan debatten met elkaar op zitten. Het is goed om hier in de plenaire zaal de definitieve standpunten te wisselen. Ik dank de staatssecretaris op voorhand voor de vele uren die hij met ons in een zaal heeft doorgebracht. Ik hoop dat we daar morgen een mooi einde aan kunnen maken.

De kernvraag voor de ChristenUnie is of we met dit Belastingplan goed voorgesorteerd staan om de economische klappen op te vangen. Dat die klappen nog zullen volgen, is duidelijk. De cijfers van het CBS van vandaag liegen er niet om: een krimp van de economie met 0,3%. Er is sprake van een daling van de gezins- en de overheidsconsumptie, een beperkte exportgroei en een stagnerende banengroei. In deze economisch onzekere tijden is het daarom hard nodig om zorgvuldig om te gaan met crisismaatregelen die bedrijven en werknemers in moeilijke tijden ondersteunen. Daarom een laatste oproep aan het kabinet om te denken vanuit het perspectief van het bedrijfsleven en van werknemers, om goede crisismaatregelen te behouden. We hebben ze nodig. Ze helpen het groeivermogen te versterken, zeg ik minister Verhagen na.

Al eerder pleitte de ChristenUnie voor het verlagen van de loon- en inkomstenbelasting, zodat werken meer loont. Ook heeft mijn fractie gepleit voor het voortzetten van het lage btw-tarief in de bouw om de werkgelegenheid in deze sector te ondersteunen. Ondanks dat wij nul op het rekest kregen van het kabinet, blijft de ChristenUnie pleiten voor goede maatregelen. Daarom heb ik vorige week bij de begrotingsbehandeling van ELI een motie ingediend om de tijdelijke maatregel voor willekeurige afschrijving nog eens te overwegen en om die met een jaar te verlengen. Gezien het gunstige effect voor het bedrijfsleven, juist in deze tijden. De ChristenUnie weet zich gesteund door een grote groep bedrijven. Ik noem er slechts enkele: Eneco, Gasunie, IHC Merwede, E.ON, Scheepsbouw Nederland. De laatste geeft bijvoorbeeld aan dat door een verlenging van deze regeling tussen de 20 en 45 scheepsorders kunnen doorgaan. Die betreffen schepen die in Nederland zullen worden gebouwd op voornamelijk Noord-Nederlandse werven. Dat vertaalt zich in een werkgelegenheid van 2100 tot 4300 fte voor 2012 en een omzet voor de bv Nederland van 340 tot 680 mln. Hiervan vloeit tussen 58 en 116 mln. terug naar de Staat. Dit kan de staatssecretaris toch niet koud laten? Daarom heb ik een amendement ingediend over de willekeurige afschrijving. Wij hopen oprecht dat het kabinet hier nogmaals kritisch naar kijkt. Het zijn immers niet de minste bedrijven die hierom vragen. Bovendien levert deze regeling ons veel meer op dan zij ons kost.

Met het oog op het stimuleren van investeringen, in het bijzonder in de kwetsbare innovatieve hoek, heb ik ook een amendement ingediend voor behoud van de heffingskorting voor groen beleggen, in navolging van het amendement dat de fractie van de ChristenUnie vorig jaar heeft ingediend.

De heer Groot (PvdA):

Sorry, ik ben opnieuw iets te laat. Ik heb nog een vraag over de willekeurige afschrijving. Ik hoor mevrouw Schouten zeggen dat zij de oprechte hoop heeft dat de staatssecretaris haar tegemoet komt. De laatste lijst van antwoorden laat er toch helemaal geen onduidelijkheid over bestaan dat de staatssecretaris niet van zins is om die motie uit te voeren? Ik begrijp dat de mores van de Kamer zijn dat als een motie niet wordt uitgevoerd, de bewindsman wordt geacht op te stappen. Denkt mevrouw Schouten ook in die zin?

Mevrouw Schouten (ChristenUnie):

In de motie wordt niet meteen gevraagd om de regeling te continueren, maar om de mogelijkheden te bezien die er zijn. De staatssecretaris zegt die mogelijkheden niet te zien. Wij hebben nu een amendement ingediend omdat wij die mogelijkheden wel zien. Wij hebben ook een dekking genoemd. In die zin helpen wij de staatssecretaris een handje.

Ik was bij het groen beleggen. Behoud van deze regeling is cruciaal voor ondernemers, omdat zij daardoor gebruik kunnen blijven van goedkopere financiering, zoals in de glastuinbouw, of omdat zij van doorslaggevend belang is voor het al dan niet starten van duurzame innovatieve projecten. De ChristenUnie weet zich in dit pleidooi gesteund door een grote groep bedrijven, onder andere verenigd in LTO Nederland, Energie-Nederland en Bouwend Nederland. De staatssecretaris geeft in zijn beantwoording aan open te staan voor alternatieven indien dit praktisch werkbaar is. Vervolgens komt hij met een aantal bezwaren. Dat zijn bezwaren waaraan door de sector goed aan tegemoet kan worden gekomen. Ik vraag hem daarom nu uit te spreken dat hij de regeling wil behouden. Mijn amendement biedt daarvoor een goede basis.

Ik kom te spreken over mijn overige amendementen, allereerst dat over de Edelweissroute. Dat amendement is van belang om binnen de wetgeving de bonafide executeurs te beschermen tegen hoofdelijke aansprakelijkheid. Ik dank de staatssecretaris hartelijk voor zijn positieve reactie hierop.

Ik heb ook een amendement ingediend over de WOZ-waarde en de tegenbewijsregeling. Dit amendement komt tegemoet aan degenen die een huis hebben geërfd en in een tijd van dalende huizenprijzen moeten afrekenen volgens een veel hogere WOZ-waarde uit de voorafgaande jaren. Ik dank de staatssecretaris voor het meedenken op dit punt. Hij heeft een oplossingsrichting gesuggereerd door het introduceren van een systeem op grond waarvan naar keuze kan worden uitgegaan van een actuelere WOZ-beschikking, dus ook die van het komende jaar. Dat lijkt mij een goede suggestie, die bovendien nu al kan worden gerealiseerd. Als de staatssecretaris hier positief tegenover staat, ben ik bereid om mijn amendement op dat punt aan te passen. Ik hoor graag hoe hij in dat geval aankijkt tegen het voorstel om dat te dekken door de eerste schuif in de erf- en schenkbelasting enigszins te verkorten.

Bij de invoering van de Wet inkomstenbelasting 2001 werd het maatschappelijk ongewenst gevonden om in erfrechtelijke vruchtgebruiksituaties de eigenwoningregeling te onthouden. Daarom is uitdrukkelijk bepaald dat in dergelijke gevallen sprake is van een eigen woning. Het gevolg is dat de degenen die het vruchtgebruik hebben van de woning ook de eigenwoningschuld kunnen aftrekken in box 1. Deze bedoeling lijkt nu te worden ondergraven door de recente uitlating van de regering dat de eigenwoningregeling in dergelijke gevallen niet van toepassing is als de gewone lasten en herstellingen door de vruchtgebruiker worden gedragen en verricht. Ik heb een amendement ingediend zodat conform de bestaande opvattingen in de praktijk de eigenwoningregeling in dergelijke gevallen van toepassing blijft. Als de staatssecretaris toezegt dat de eigenwoningregeling toch ook voor vruchtgebruiksituaties van toepassing is, trek ik uiteraard mijn amendement in. Voor de praktijk is het echter erg van belang om hierop een duidelijk antwoord te krijgen. Er is nu immers wel grote verwarring hierover ontstaan.

Ik kom bij het amendement over de vrijstelling voor bossen, natuurterreinen en landgoederen. Na herhaaldelijk vragen is het de fractie van de ChristenUnie nog niet duidelijk waarom vol eigendom wel is vrijgesteld van box 3, en bloot eigendom en vruchtgebruik niet. In de praktijk is er geen misbruik. Er is dus ook geen noodzaak om vrijstelling te weigeren. Dit wordt ook geconstateerd in het rapport Fiscale faciliteiten en knelpunten bij natuurontwikkeling door particulieren, dat in opdracht van het toenmalige ministerie van LNV is opgesteld. Daarom heb ik een amendement ingediend, maar laat ik de staatssecretaris een handreiking doen. Als hij op dit punt nog eens op een constructieve manier met de Federatie Particulier Grondbezit in overleg wil gaan, ben ik bereid mijn amendement in te trekken. Ik hoor graag zijn reactie daarop.

Ik kom bij het amendement over de defiscalisering van nalatenschappen die voor de Wet IB 2001 zijn opengevallen. Deze discussie hebben wij al vele malen gevoerd. Vele malen heb ik geconstateerd dat wij niet verder tot elkaar komen. Dat betreur ik oprecht. Ik handhaaf mijn amendement. Ik laat het aan de Kamer over hoe zij daartegenaan kijkt.

Dan kom ik bij de informatieverplichting. Ik dank de staatssecretaris voor de toezegging om in het Besluit Bestuurlijke Boeten Belastingdienst de samenloop weg te nemen. Ik verzoek de staatssecretaris wel om die gevallen duidelijk te onderkennen in het Besluit Bestuurlijke Boeten. Dubbele beboeting kan alleen als er ook feitelijk twee verschillende gedragingen zijn aan te wijzen. Waar het niet nakomen van informatieplicht ongeveer inherent is aan de primaire gedragingen, mag niet dubbel worden beboet. Ik vraag de staatssecretaris wel om de aangepaste besluiten ter informatie naar de Kamer te sturen. Als hij dit toezegt, ben ik bereid mijn amendement op dit punt in te trekken.

We hebben met de staatssecretaris een discussie gevoerd over het vitaliteitsplan en over de tijdigheid van het opnemen van de maatregelen in dit Belastingplan. Er vinden nog steeds onderhandelingen plaats, ook met de sociale partners. De discussie hierover wordt ook nog steeds gevoerd in de commissie voor SZW. De fractie van de ChristenUnie wil wel graag de garantie dat de discussie over het vitaliteitssparen nog open is. Mijn fractie wil ook dat na de aanname van het Belastingplan nog ruimte is voor wijzigingen. Daarom dien ik de volgende motie in.

Motie

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat het Belastingplan 2012 voorstellen bevat voor de vormgeving van het vitaliteitspakket;

overwegende dat de gesprekken tussen het kabinet en de bonden over de vormgeving van het vitaliteitspakket nog gaande zijn;

van mening dat het vaststellen van het Belastingplan 2012 de onderhandelingen over het vitaliteitspakket niet mag beperken;

verzoekt de regering, te bevestigen dat de discussie over het vitaliteitspakket nog open is, en dat er ook na aanname van het Belastingplan nog ruimte is voor wijzigingen,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:

Deze motie is voorgesteld door de leden Schouten en Braakhuis. Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund.

Zij krijgt nr. 45 (33003).

De heer Van Vliet (PVV):

Dit gaat over de voorgestelde regeling rond het vitaliteitssparen. Als ik het goed begrijp, stelt de fractie van de ChristenUnie voor om na aanname van het Belastingplan cum annexis, toch nog de mogelijkheid open te houden om erover te discussiëren en het debat erover open te breken. Is dat niet wat vreemd? Als wij dat zo zouden doen, zouden wij dat met alle elementen van het Belastingplan op dezelfde manier kunnen gaan doen. Waarom is dit speciaal voor dit thema nodig?

Mevrouw Schouten (ChristenUnie):

Omdat de discussie hierover nog wordt gevoerd. In de discussie met de staatssecretaris is ook gewisseld dat mijn fractie er moeite mee heeft dat zaken nu al worden opgenomen in het Belastingplan, terwijl die eigenlijk nog nader moeten worden uitgewerkt met de sociale partners en in de commissie voor Sociale Zaken. Er liggen ook nog verschillende opties op tafel. De staatssecretaris hecht er sterk aan dat dit onderdeel nu in het Belastingplan blijft staan. Hij heeft zelf geopperd dat wij kunnen amenderen. Mijn fractie wil dat de sociale partners expliciet weten dat hierdoor hun ruimte niet wordt beknot. Zij kunnen nog een open discussie voeren over de vraag hoe dit moet worden vormgegeven in het kader van het pensioenakkoord. Ik weet dat de PVV niet voor het pensioenakkoord is. Mijn fractie heeft daar wel voor gestemd. Wij willen dan ook dat de sociale partners hiervoor wel de ruimte krijgen.

De heer Van Vliet (PVV):

Het gaat mij niet om de mening van mijn fractie over het pensioenakkoord. Nadat hierover echter iets werd toegezegd aan de partij van de heer Groot, bleek die toezegging vervolgens een impact te hebben op de discussie die wij in fiscalibus met elkaar voerden. Volgens mij zijn de openingen er dus gewoon. Wij spreken over het Belastingplan cum annexis. Ik zou het jammer vinden als partijen gaan vragen om bepaalde onderdelen ervan toch nog maar even op tafel te houden. Dat zou ik een verkeerd principe vinden. Volgens mij komt dit gewoon met het pensioenplan. Ik zie dat principe niet zitten.

Mevrouw Schouten (ChristenUnie):

Als ik dit argument van de heer Van Vliet omdraai, zou dit betekenen dat alle maatregelen die wij ooit in een belastingplan opnemen, niet meer te amenderen zijn. Ooit is een heel mooi amendement op stuk nr. 10 ingediend. Dit amendement gaat over oldtimers. Als de heer Van Vliet dit er nu uit wil amenderen, zeg ik: gelijke monniken, gelijke kappen; dan halen we zijn amendement er ook uit. Natuurlijk staat het de Kamer altijd vrij om zaken te amenderen. Dat geldt ook voor dit punt, ook omdat het pas in 2013 ingaat. Ons signaal aan de sociale partners is om dit niet beperkend te laten zijn voor de discussie over het vitaliteitspakket, aangezien deze discussie gevoerd moet worden.

De Geefwet heeft veel losgemaakt en er is veel over gedebatteerd in de laatste weken. Wat de ChristenUnie betreft, had het wetsvoorstel ambitieuzer gekund, met meer visie, met name op het vrijwilligerswerk dat in Nederland wordt verricht. We zullen beoordelen wat er ligt, samen met de ingediende amendementen.

De ChristenUnie behoudt haar grote twijfels over de multiplier. We zullen bezien wat er aan amendementen ligt en zijn benieuwd naar de reactie van de staatssecretaris hierop.

De ChristenUnie vindt het daarnaast nog steeds onwenselijk dat onderscheid wordt gemaakt tussen sbbi's en anbi's, maar wij vinden het idee van een steunanbi wel een charmante oplossing. Op die manier kunnen de kleinere verenigingen, die veel betekenen voor lokale gemeenschappen, nog steeds ondersteund worden. In die zin staan wij positief tegenover het amendement-Omtzigt/Neppérus dat hiervoor een oplossing biedt.

De ChristenUnie heeft vragen gesteld over de gevolgen van de uitvoeringsregeling voor beleggingsactiviteiten. In de gesprekken die de staatssecretaris overeenkomstig zijn toezegging met de betrokken organisaties heeft gevoerd, blijkt dat dit nu naar wens is opgelost. Ik dank hem daarvoor. Om het genoemde punt van de vrijwilligers in de Geefwet een extra impuls te geven, dien ik een motie in waarin ik verzoek om te onderzoeken of vakantiedagen fiscaalvriendelijk kunnen worden omgezet in een gift.

Motie

De Kamer,

overwegende dat veel Nederlanders een groot aantal niet-opgenomen vakantiedagen hebben opgebouwd;

overwegende de inzet van het kabinet om de mogelijkheid om niet-opgenomen vakantiedagen mee te nemen naar volgende jaren te beperken tot een halfjaar;

van mening dat het inleveren van vakantiedagen voor een goed doel een goede bestemming kan zijn voor niet op te nemen vakantiedagen;

verzoekt de regering, de mogelijkheid te onderzoeken, hoe vakantiedagen om te zetten zijn in een gift en de Kamer hierover in het voorjaar 2012 te informeren,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:

Deze motie is voorgesteld door de leden Schouten en Omtzigt. Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund.

Zij krijgt nr. 46 (33003).

Mevrouw Schouten (ChristenUnie):

Ik sluit af met een opmerking over de autobrief. Ook hierover is veel gezegd. Ik wil op dit moment nog slechts één punt onder de aandacht brengen, het amendement-Huizing/Omtzigt op stuk nr. 8 dat als doel heeft om de bijtelling voor elektrische auto's naar 7% te brengen. Het is nota bene niet het kabinet, maar het zijn de coalitiepartijen die dit voorstellen. De ChristenUnie is hier zeer op tegen. Het is totaal in strijd met het eerder aangenomen amendement-Cramer voor 0% bijtelling. Ik hoor graag van de staatssecretaris in zijn reactie hoe dit amendement zich verhoudt tot de green deal die het kabinet heeft gesloten en die gericht is op het stimuleren van elektrisch rijden. Onzes inziens zit hier nog wel een discrepantie.

De heer Bashir (SP):

Ik heb iets ongebruikelijks. Mevrouw Schouten had het zojuist over een motie over willekeurige afschrijvingen. Over deze motie, die is ingediend bij de begrotingsbehandeling van Economische Zaken, is op 8 november gestemd. Het gaat om motie op stuk nr. 42 (33000-XIII). Mijn fractie heeft per abuis voor deze motie gestemd. Wij hadden tegen willen stemmen. De motie blijft nog steeds aangenomen, maar eigenlijk is er met terugwerkende kracht voor die motie geen meerderheid. Het amendement dat mevrouw Schouten over dit onderwerp heeft ingediend, zal ook niet de steun van mijn fractie krijgen.

De voorzitter:

Wij gaan daar verder helemaal niets aan veranderen.

Mevrouw Schouten (ChristenUnie):

Jammer!

De voorzitter:

Het is leuk voor de Handelingen, maar het heeft verder geen rechtsgevolg.

De heer Huizing (VVD):

Mevrouw Schouten sprak over mijn amendement over de bijtelling. Ik wil toch vragen hoe mevrouw Schouten dan de bijtelling als een belastinginstrument ziet. Naar mijn mening is die bedoeld om loon in natura te belasten. Mevrouw Schouten stelt nu voor om de bijtelling te gebruiken als milieu-instrument. En deelt mevrouw Schouten mijn mening dat er in deze categorie ook heel veel auto's zitten die werkelijk geen enkele positieve bijdrage leveren aan milieuverbetering, omdat ze bijvoorbeeld elektrisch kunnen rijden maar ook op benzine kunnen rijden? Het is dan een kwestie van het omdraaien van een knopje. In veel gevallen rijden die auto's alleen op benzine en hebben ze dus de bijbehorende uitstoot.

Mevrouw Schouten (ChristenUnie):

Het amendement-Cramer c.s. is destijds ingediend omdat dit een innovatieve technologie was – dat moet de VVD toch aanspreken – die een impuls nodig had omdat de ontwikkelingskosten en de aanschafkosten van de auto hoog waren en wij het allemaal erg belangrijk vonden om dergelijke innovatieve technologieën te stimuleren door een bijtelling van 0%. Ik kan mij herinneren dat de VVD-fractie daar ook positief tegenover stond. Het is in die zin niet primair een milieumaatregel geweest, hoewel zij wel goed is in dat opzicht, maar een maatregel om de innovatie een impuls te geven. De vraagprijs van dat soort auto's moest geen belemmering vormen voor mensen die een dergelijke auto wilden aanschaffen. Ik bestrijd dus dat het destijds alleen een milieumaatregel is geweest, hoewel het natuurlijk wel een technologie is die op de lange termijn heel goed kan uitpakken voor het milieu. Mij lijkt dat iets wat je kunt stimuleren voor de VVD niet iets is wat je per se moet tegenhouden.

Dan het omzetten van het knopje. Naar mijn weten is het amendement vooral gericht geweest op de elektrische auto's die nu in ontwikkeling zijn en die op smart grids kunnen worden opgeladen. Daarvan is het echt de bedoeling dat ze op elektriciteit rijden.

De heer Huizing (VVD):

Het gaat om een norm: als je minder uitstoot hebt dan 50 gram CO2 per kilometer, val je niet meer in de 0%-bijtelling maar straks in de 7%-bijtelling. Is mevrouw Schouten het met mij eens dat het veel beter is als de overheid normen stelt waarvan zij vindt dat die bijdragen aan het bereiken van het grotere doel, een beter milieu, dan dat zij daar de instrumenten bij gaat verzinnen? De overheid kan die instrumenten laten invullen door de markt en daarmee ook innovatie stimuleren.

Mevrouw Schouten (ChristenUnie):

Dit is een wonderlijke situatie. Dit is nu eindelijk een maatregel waarbij de belasting laag of nihil is, en toch is de VVD tegen. Ik ken de VVD als een partij die juist altijd voor lage belastingen is. Nu stelt zij eigenlijk een belastingverhoging voor, omdat zij hier ook iets aan wil verdienen. Dat is feitelijk wat de heer Huizing zegt. Wij vinden dat die technologie nog verder doorontwikkeld moet en kan worden en het daarom belangrijk is dat nog steeds de impuls bestaat voor mensen om de auto aan te schaffen, waarbij de vraagprijs geen belemmering vormt. Daardoor kun je ook concurrerend zijn ten opzichte van het buitenland in de ontwikkeling van de auto's.

De voorzitter:

Mijnheer Huizing, ik wil u niet te veel belasten met uw voet. Ook hadden wij één interruptie met één vervolgvraag afgesproken.

De heer Huizing (VVD):

Dat klopt. Dan kom ik er in mijn eigen termijn nog even op terug.

De heer Van Vliet (PVV):

Mevrouw Schouten zei dat elektrische auto's in de 7%-categorie gaan vallen. Dat is niet correct. Elektrische auto's blijven vrijgesteld. Er zit een heel dikke fiscale faciliteit op, op kosten van alle belastingbetalers. Het gaat om de auto's met range extender, de Opel Ampera. Als we daar helemaal niets aan doen en alles maar op 0% laten, op kosten van alle belastingbetalers, is mevrouw Schouten dan niet, net als ik, bevreesd dat volgend jaar 47 automerken met 112 modellen komen die allemaal precies binnen die regeltjes passen en wij weer een openeinderegeling hebben, die weer leidt tot een volgende discussieronde?

Mevrouw Schouten (ChristenUnie):

De voorwaarde die eraan verbonden is, is dat sprake is van een lage uitstoot. Als het de markt lukt om 47 modellen met zo'n lage uitstoot tegelijk op de markt te brengen, ben ik alleen maar heel gelukkig.

De heer Van Vliet (PVV):

Mevrouw Schouten is heel duidelijk. De ChristenUnie gunt het de Nederlanders niet om de auto van hun eigen keuze te kiezen. Er moet per se een fiscale sturing op plaatsvinden. Mijn fractie is het daar absoluut niet mee eens en heel veel Nederlanders ook niet, volgens mij. Wij zien elkaar na de volgende verkiezingen.

Mevrouw Schouten (ChristenUnie):

Als de heer Van Vliet consequent zou zijn in zijn betoog, zou hij alle belastingen van auto's moeten halen. Ook in dit Belastingplan zit een differentiatie op de autobelastingen. Ik heb de heer Van Vliet geen amendementen zien indienen waarin hij die tarieven ongedaan maakt. Hij is dus niet consequent in zijn betoog.

De heer Omtzigt (CDA):

Voorzitter. Dank aan de staatssecretaris voor de uitgebreide beantwoording – drie keer schriftelijk, twee keer mondeling – over een zeer omvangrijke set van belastingwetten. Het zijn vijf wetten en ze zijn behoorlijk groot. Hoe belangrijker de wetsvoorstellen, hoe leger de publieke tribune. Laten we maar zeggen dat het om de kwaliteit gaat en niet om de kwantiteit. Het Belastingplan 2012 was veel te groot. Dat is het eigenlijk ieder jaar, maar dit jaar was het nog omvangrijker dan in andere jaren.

Voor maatregelen die een bepalende factor zijn voor de investeringsbeslissingen – denk aan het bijtellingspercentage voor de auto van de zaak – is het te laat als deze maatregelen pas in november of december definitief worden. De markt kan hierdoor niet inspelen op deze maatregelen. Ik dien daarom een motie in waarin de regering wordt verzocht maatregelen die een bepalende factor zijn voor investeringsbeslissingen voor het zomerreces aangenomen te laten zijn of in een brief vastgelegd te laten zijn. In principe vonden wij de methode van werken zoals we met de autobrief deden zeer nuttig.

Motie

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

overwegende dat belastingen een belangrijke factor vormen voor investeringsbeslissingen;

overwegende dat het de rechtszekerheid ten goede komt als de overheid vroegtijdig duidelijkheid kan bieden over die belastingen die rechtstreeks zien op langetermijninvesteringen;

constaterende dat de wetswijzigingen in het Belastingplan slechts enkele weken voor het nieuwe jaar definitief zijn;

constaterende dat dit te laat is voor belangrijke langetermijninvesteringen;

verzoekt de regering, wetswijzigingen voor belastingen die een grote invloed hebben op langetermijninvesteringen aan het begin van het jaar aan de Kamer voor te leggen, met uitzondering van reparaties die zien op het bestrijden van misbruik, zodat deze wetswijzigingen nog voor het zomerreces door de Staten-Generaal aangenomen kunnen worden,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:

Deze motie is voorgesteld door het lid Omtzigt. Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund.

Zij krijgt nr. 47 (33003).

De heer Omtzigt (CDA):

Wij zullen het volgende Belastingplan ook op dit punt beoordelen. Zo nodig zullen wij aan de regering vragen bepaalde zaken die niet op tijd zijn aangekondigd op een andere manier te implementeren.

Van het afschaffen van een aantal kleine belastingen maakt deze staatssecretaris echt werk. Daar danken wij hem voor. We denken bijvoorbeeld aan het afschaffen van de verpakkingsbelasting.

Wat de stortbelasting betreft vragen we ons wel af of dit gaat leiden tot het heel snel storten van afval. Graag krijgen we de heldere toezegging dat de staatssecretaris daar samen met de staatssecretaris van I en M duidelijk de vinger aan de pols zal houden en de Kamer rond 1 april zal informeren of er ongewenste effecten zijn en of er meer gestort wordt naar aanleiding van het afschaffen van deze belasting. De staatssecretaris heeft in het wetgevingsoverleg namelijk zeer helder toegezegd dat dat nooit de bedoeling kon zijn van het afschaffen van de stortbelasting.

We blij zijn met het evaluatiemoment in februari van het eurovignet. Wat ons betreft houdt dat moment ook in dat wij kunnen heroverwegen als er niets dreigt te gebeuren in andere landen.

Wij wachten met interesse op de notitie over de drinkwaterbelasting. Het is goed dat die afgeschaft wordt, maar elke cent van de drinkwaterbelasting moet terugkomen bij de gebruikers van drinkwater; bij bedrijven, maar vooral bij burgers. Daar is de belastingverlaging namelijk voor bedoeld, niet voor het spekken van de kas van drinkwaterbedrijven. Wij wachten met zeer grote interesse het convenant daarover af. Als de drinkwaterbedrijven daar niet aan tegemoetkomen, kan deze maatregel worden heroverwogen in het volgende Belastingplan.

Ik kom op de overnameholding. De CDA-fractie is zeer tevreden over de maatregel zoals deze eruit ziet na de discussie in het wetgevingsoverleg. Het is heel belangrijk dat bedrijven een gezonde financiering hebben en niet overmatig met schuld gefinancierd worden om zo de Vpb-last weg te poetsen. Bedrijven moeten gestimuleerd worden om schulden op termijn af te lossen, niet om extra schulden aan te gaan. Tegelijkertijd is de te betalen rente wel een echte kostenpost en moeten reële bedrijfsovernames niet belemmerd worden. De uiteindelijke maatregel voor overnameholdings voldoet naar de mening van de CDA-fractie aan deze criteria. Omdat de maatregel transactiegebonden is, heeft de overnameholding zekerheid vooraf en komen reële bedrijfsovernames niet in gevaar. Omdat de maximaal aftrekbare schuld afloopt van 60% naar 25% in 7 jaar worden bedrijven op een juiste wijze gestimuleerd om elk jaar een deel van de schuld af te lossen. Dat is winst. Ik denk dat ik de NOB hier kan prijzen voor het meewerken aan dit alternatief.

De CDA-fractie heeft begrip voor de objectvrijstelling van de vaste inrichting. Nederland had wel een erg mooie en luxe regeling die bovendien erg goed was voor het vestigingsklimaat, maar in tijden van zware bezuiniging is het heel redelijk dat buitenlandse filialen waarvan wij de winst niet kunnen belasten, ook geen verlies in aftrek mogen brengen in Nederland. Wel vinden wij het heel jammer dat om dit te regelen acht volle pagina's aan wettekst nodig zijn. Wij hopen dat collega Van Vliet ze niet zal voorlezen bij de behandeling van het volgende Belastingplan. Graag roepen wij de staatssecretaris op om bij de volgende wetsvoorstellen met zijn ambtenaren en met wetgevingsjuristen uit de praktijk te proberen om hetzelfde te regelen, maar wel na te gaan of het iets korter kan.

De heer Bashir (SP):

Ik heb een vraag over de overnameholding. Klopt het dat de huidige excessieve renteaftrek bij overnames ervoor heeft gezorgd dat deze maatregelen zijn genomen? Zo ja, waarom wordt er dan niet voor gezorgd dat bestaande gevallen – ik denk aan HEMA, Ziggo, Van Gansewinkel – ook onder de nieuwe regeling komen te vallen?

De heer Omtzigt (CDA):

Het valt mij op dat na collega Schouten ook collega Bashir allerlei individuele bedrijven noemt. Daarvan wil ik enigszins wegblijven. Dat laat ik aan de heer Braakhuis over, denk ik.

Als wij overgaan op een nieuw fiscaal regime, is het normaal om daar overgangsrecht voor te hebben, mede omdat bepaalde bedrijven niet onmiddellijk tot herfinanciering kunnen overgaan. Met terugwerkende kracht zeg ik dat wij die regelgeving op dat moment beter niet hadden kunnen hebben, maar wij hadden haar wel. Dit doen wij ook met andere wetten: wij staan overgangsrecht toe. Dat is ook heel normaal bij de renteaftrekbeperking voor de overnameholdings. Het is tevens belangrijk voor het Nederlandse vestigingsklimaat. Als je met terugwerkende kracht bepaalde zaken ongedaan maakt zonder overgangsrecht, snijd je jezelf in de vingers. Een buitenlandse investeerder doet dan namelijk een project op basis van een verwachting die in de wet staat, maar de dag daarop kan alles veranderen. Dan worden investeringsbeslissingen in Nederland heel onzeker.

De heer Bashir (SP):

Private equity heeft ervoor gezorgd dat zij excessief rente konden aftrekken. Daarom zijn deze maatregelen genomen. De staatssecretaris heeft geen overgangsmaatregelen genomen. Het gevolg is dat huidige bedrijven die overgefinancierd zijn en heel veel rente aftrekken, buiten de maatregel vallen. Wij hebben een amendement ingediend voor een overgangsmaatregel tot 2013. Wij geven hun dus een jaar de tijd. Vanaf 2013 komen zij dan onder de nieuwe regeling te vallen. Steunt de CDA-fractie dit amendement?

De heer Omtzigt (CDA):

Wij zullen er met belangstelling naar kijken, maar vooralsnog denk ik dat een overgangsperiode van één jaar buitengewoon krap is. Wij kijken wel met een positieve grondhouding naar het amendement van de heer Van Vliet. Daarin staat "dit willen wij veranderen"; de verandering is dus niet per 1 januari, maar per vandaag. Het kan dus niet zo zijn dat iemand nu nog snel een constructie bedenkt. Ik sta er positief tegenover om dat te voorkomen.

De heer Bashir (SP):

De heer Omtzigt steekt een hand uit naar de SP-fractie. Hoeveel jaar zou dan goed zijn voor de CDA-fractie? Met hoeveel jaar kan zij wel akkoord gaan? Zou twee jaar bijvoorbeeld voldoende zijn? Dan pas ik het amendement namelijk aan. Dan zorgen wij ervoor dat ook de huidige gevallen, waardoor de staatssecretaris de maatregelen in feite genomen heeft, worden aangepakt door ze onder de nieuwe overnamemaatregel te brengen.

De heer Omtzigt (CDA):

Het lijkt mij in principe niet verstandig, maar ik zal even rustig naar het amendement kijken.

Ik kom nu op de Research en Development Aftrek. Innovatie is essentieel voor de toekomstige groei van de economie en de welvaart. Die is keihard nodig, zeker na de cijfers die vandaag bekend geworden zijn. Innovatie kan ook een belangrijke rol spelen bij het oplossen van maatschappelijke problemen. De nieuwe R&D-aftrek is een belangrijke stimulans voor innovatie. Samen met de WBSO voor de loonkosten van innovatie en de innovatiebox voor winsten uit innovatie, zijn de fiscale faciliteiten voor innovatie dan ook compleet. Ik geef de staatssecretaris een compliment ervoor dat hij in deze economisch moeilijke tijden toch de ruimte heeft gevonden om niet alleen te denken aan vandaag, maar ook aan de wijze waarop wij morgen ons geld gaan verdienen. Wij hebben er nog wel enige twijfel over of de nieuwe R&D-aftrek wel gebruikt zal kunnen worden door kleine bedrijven die in de eerste jaren volop aanloopverliezen lijden. Juist in de moeilijke beginjaren zouden deze innovatieve, kleine bedrijven moeten kunnen profiteren van de fiscale faciliteiten voor innovatie. Hoe staat het met het overleg tussen de ministeries van EL&I en Financiën om dit probleem op te lossen? Graag krijg ik de concrete toezegging dat dit punt bij de uitwerking van de regeling betrokken wordt.

Ik kom nu op de vitaliteitsregeling. Voor de CDA-fractie is het onbegrijpelijk dat de staatssecretaris de spaarloonregeling niet heeft gesloten voor nieuwe gevallen in de maanden na Prinsjesdag. Hij heeft zelfs meerdere keren aangegeven dat hij geen run op spaarloon verwachtte, maar ondertussen kunnen de banken de toeloop aan spaarloonrekeningen niet meer aan. In tijden van bezuinigingen achten wij het ongewenst dat de staatssecretaris honderden euro's uitgeeft aan mensen die een regeling gebruiken die totaal niet voor hen bedoeld is. De staatssecretaris heeft aangegeven dat slechts 50.000 mensen het FNV-voorstel voor het openen van een rekening gevolgd hebben. Hoe kan het dan dat banken aan RTL Nieuws gemeld hebben dat er een run op spaarloonrekeningen aan de hand is van alleen al 50.000 in de maand oktober? Hoeveel derving treedt daardoor op bij de schatkist in dit jaar? Klopt het dat het over minstens 6 mln. gaat alleen al voor de aanmeldingen in de maand oktober?

Wij hebben een amendement ondertekend over de wijziging van de 30%-regeling. Daar is net al aan gerefereerd. De bedoeling is om het bedrag omlaag te brengen van € 70.000 naar € 50.000 zodat ook onderzoekers uit het buitenland, jonge mensen met een master en mensen aan universiteiten daar volop gebruik van kunnen maken. Het geld wordt gedekt uit de innovatiebox. De eerste ondertekenaar van het amendement is de heer Huizing. Wij vinden het van groot belang voor de toekomstige innovatie van Nederland dat dit soort mensen naar Nederland getrokken wordt. Overigens is het nog wel interessant op welke wijze de 150 kilometergrens precies gaat werken. Je moet namelijk niet in bepaalde stukken van het Verenigd Koninkrijk wonen, want die vallen ook binnen de 150 kilometergrens. Staatssecretaris, knijp zo nu en dan even een oogje dicht, zodat die mensen hier naartoe kunnen komen. De staatssecretaris fronst nu, maar als hij zijn ogen daarbij dichtdoet, komt het helemaal goed.

Ik kom nu bij de Overige fiscale maatregelen. Wij danken de staatssecretaris voor de nota van wijziging op het gebied van defiscalisering van vorderingen en schulden krachtens het erfrecht. Eindelijk betaal je geen belasting meer voor vermogen waar je niet bij kunt, omdat je langstlevende ouder het vruchtgebruik daarvan heeft. Voor de afdrachtvermindering zijn wij ook erg blij met de nota van wijzigingen. Als uitzendbureaus nu zorgen voor goede stageplaatsen en daarvoor stagebegeleiders in dienst nemen, kunnen zij daarvan gebruikmaken. Het is goed dat de staatssecretaris dit beperkt tot de bonafide uitzendbranche. Dit is mijns inziens een goed compromis.

Wij zijn niet erg gelukkig met de modernisering van de vrijstelling van zorginstellingen. Wij vragen ons af hoe deze zich verhoudt tot de toezeggingen die de staatssecretaris in de Eerste Kamer gedaan heeft. Tot wat voor constructies zal het leiden als een zorginstelling wel zonder Vpb te betalen woningen kan aanbieden, maar een woningbouwvereniging niet? Wij kennen deze sector als buitengewoon creatief in het opnieuw ordenen van zijn activiteiten. Is dit nu wel zo wijs, ook met het oog op woonzorg? Graag zouden wij volgend jaar in het belastingplan een evaluatie krijgen van de wijze waarop dit loopt en of dit de uitwerking heeft die het had moeten hebben.

Wij vinden het jammer dat de 10%-regeling in toeslagen wordt afgeschaft, maar wij begrijpen dit. Het is heel goed dat bepaalde mogelijkheden van misbruik van een bankrekening worden afgeschaft. In het regeerakkoord is dit vastgelegd. Natuurlijk moet het niet meer mogelijk zijn om je toeslag te laten overmaken op meer dan een rekening. Het is echter goed dat de staatssecretaris met de nota van wijziging heeft laten blijken er oog voor te hebben dat kinderopvanginstellingen wel rechtstreeks toeslagen kunnen ontvangen en dat zij daarvoor hoofdelijk verantwoordelijk zijn. Het lijkt ons goed om de woningbouwcorporaties ook erbij te betrekken en dienen daartoe de volgende motie in.

Motie

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat door de maatregel dat alle uitbetalingen van de Belastingdienst op één rekeningnummer dienen te geschieden dat op naam van de belastingplichtige staat, het niet meer mogelijk is om huurtoeslag rechtstreeks over te laten maken naar de woningbouwcorporatie;

constaterende dat een aantal huurders graag de huurtoeslag rechtstreeks overmaakt naar de woningbouwcorporaties en dat daarmee problemen met huurschulden, die mogelijk eindigen in huisuitzettingen en schuldsaneringen, voorkomen kunnen worden;

verzoekt de regering, in overleg met de brancheorganisatie van woningbouwcorporaties een uitzondering op te nemen op de regel dat alle uitbetalingen van de Belastingdienst op één rekeningnummer geschieden, waardoor het mogelijk wordt om huurtoeslag rechtstreeks te laten overmaken naar de woningbouwcorporatie,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:

Deze motie is voorgesteld door de leden Omtzigt en Groot. Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund.

Zij krijgt nr. 49 (33003).

De heer Omtzigt (CDA):

Mocht het nodig zijn, dan hopen wij dat er ook overleg met zorgverzekeraars plaatsvindt, maar alles moet binnen het mogelijke geschieden.

Wat betreft het bestrijden van de Edelweissroute hebben wij sympathie voor het amendement van collega Schouten. Wij vinden het belangrijk dat de Edelweissroute niet mag bestaan, zo die bestaat, want daarover hebben wij namelijk nog steeds niet erg veel duidelijkheid. Het mag echter ook niet zo zijn dat mensen die oprecht niet konden weten dat er elders geld was, zich nooit meer als executeur-testamentair aanmelden, met alle gevolgen van dien. Maar goed, wij hebben begrepen dat de staatssecretaris ook wel iets voor het amendement voelt.

Voorzitter. Ik heb nog één punt over het Belastingplan en Overige fiscale maatregelen, namelijk het groen beleggen. Wij vinden dat de regering samen met de banken, maar ook met de investeerders in groen beleggen – dat zijn namelijk de mensen die echt weten hoe je de Nederlandse economie groener kunt maken – om tafel moet gaan zitten om serieus te bekijken of er binnen de budgettaire kaders een oplossing kan komen. Daarom dien ik de volgende motie in.

Motie

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

overwegende dat beleggingen in duurzame projecten een belangrijke bijdrage kunnen leveren aan doelstellingen op het gebied van milieu, innovatie en economie;

constaterende dat de staatssecretaris aan de Eerste Kamer heeft toegezegd de negatieve gevolgen van het afschaffen van de heffingskorting te monitoren;

constaterende dat veel innovatieve en duurzame projecten door de afbouw van de heffingskorting gestaakt zijn;

verzoekt de regering, in samenspraak met de aanbieders van groenfondsen en investeerders en gebruikers te komen met een budgettair-neutraal alternatief voor het afbouwen van de heffingskorting voor groen, cultureel en sociaal-ethisch beleggen, waarbij het fiscale voordeel bij de projecten voor groen beleggen terechtkomt,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:

Deze motie is voorgesteld door de leden Omtzigt, Groot, Koolmees, Braakhuis en Schouten.

Zij krijgt nr. 50 (33003).

De heer Omtzigt (CDA):

Het overleg dient dus niet alleen met de Nederlandse Vereniging van Banken plaats te hebben, maar ook met bijvoorbeeld LTO Nederland. Juist in de land- en tuinbouwsector hebben namelijk heel veel groene beleggingen plaatsgevonden.

Mevrouw Schouten (ChristenUnie):

Ik heb de motie op stuk nr. 50 meeondertekend, omdat het altijd goed is om in overleg te blijven en naar een goede regeling te zoeken. Ik vraag de heer Omtzigt echter het volgende. Er is een amendement ingediend waarin eigenlijk aan alle voorwaarden wordt voldaan waar in de motie-Omtzigt c.s. om wordt gevraagd. Is de heer Omtzigt daarom bereid om dat amendement te steunen?

De heer Omtzigt (CDA):

Ik zal het amendement zorgvuldig bekijken en ook even de reactie van de staatssecretaris daarop afwachten. Ik ga er echter van uit dat de staatssecretaris misschien wel morgen in overeenstemming met de branche met een initiatief komt. Volgens mij is het overleg namelijk al een tijdje gaande.

Mevrouw Schouten (ChristenUnie):

Het initiatief dat op tafel ligt, is al uit de sector zelf afkomstig. Juist de partijen die de heer Omtzigt noemt, de Nederlandse Vereniging van Banken, maar ook LTO Nederland en Bouwend Nederland, hebben namelijk al langere tijd met de staatssecretaris om tafel gezeten. Daar is het voorstel in kwestie uit voortgekomen. Ik ga er dus vanuit dat het niet nodig is dat de staatssecretaris morgen met een eigen alternatief komt en dat de heer Omtzigt ons voorstel steunt.

De heer Omtzigt (CDA):

Ik zal het voorstel zeker goed bekijken.

Voorzitter. Ik kom op de autobrief. Nederland is een gidsland voor elektrisch rijden, maar wij moeten elektrisch en semi-elektrisch niet onbeperkt gratis maken voor leaserijders. De CDA-fractie biedt liever zekerheid vooraf, dan dat wij de regeling over een paar jaar vervroegd moeten afschaffen omdat deze budgettair de spuigaten uitloopt. Daarom hebben wij een amendement van collega Huizing meeondertekend dat inhoudt dat voor auto's die na 1-1-2014 op naam gezet worden, na twee jaar een nog steeds supervoordelig tarief van 7% bijtelling gaat gelden. Hiermee wordt de voordelige regeling voor groen gas gefinancierd, zodat niet alleen duurzame technieken, maar ook duurzame brandstoffen fiscaal gestimuleerd worden.

Ik kom op de oldtimers. Wij vinden het heel goed dat in het amendement van de heer Van Vliet voor het eerst is opgenomen dat de nieuwe oldtimers op diesel niet volledig vrijgesteld worden van de bpm.

De heer Groot (PvdA):

Ik heb nog een vraag over het vorige punt. De heer Omtzigt zegt dat door de verhoogde bijtelling voor elektrische auto's groen gas gefinancierd wordt, maar in het amendement staat weliswaar dat de accijnsverhoging voor groen gas wordt gefaseerd, maar uiteindelijk komt die uit op hetzelfde niveau. Ik vraag mij af wat uiteindelijk het echte voordeel van groen gas is.

De heer Omtzigt (CDA):

Dat groen gas bij de introductie een voordeel heeft om het netwerk op te bouwen. Tijdens de introductieperiode heeft rijden op groen gas een tijdlang voordeel van wat lagere belastingen, net als bij elektrisch rijden, zodat er investeringen kunnen worden gedaan voor de opzet van een netwerk.

De heer Groot (PvdA):

Dat is een tijdelijk liquiditeitsvoordeel terwijl de bijtelling van 7% een structureel voordeel is. Valt er budgettair geen ruimte vrij te maken om iets meer te doen aan groen gas?

De heer Omtzigt (CDA):

Ook na de verhogingen blijft de belastingdruk op groen gas, overigens evenals die op lpg, per eenheid energie fors lager dan de belastingdruk op zaken als diesel en benzine, nog niet de helft. Daar zijn wij blij mee. Zelfs na de accijnsverhoging is een volle tank gas veel en veel goedkoper dan een volle tank diesel, ook als gecorrigeerd wordt voor het aantal kilometers dat men ermee kan rijden.

Voorzitter. Wij vinden het dus fraai dat er eindelijk een onderscheid wordt tussen oldtimers. Voor bepaalde oldtimers zien wij graag een vrijstelling: de auto's van hobbyisten die er graag in rijden, hun auto onderhouden en op die wijze aan het historisch erfgoed werken. Dat vinden wij zeer wenselijk. Wij vinden het veel minder wenselijk als grote groepen auto's van zo'n 25 jaar oud worden geïmporteerd uit landen als Duitsland en de VS omdat ze daar niet meer toegestaan zijn, waardoor de prijzen gedaald zijn en ze hierheen komen. Wij zijn dus blij dat in het amendement-Van Vliet opgenomen is dat de dieseltoeslag voor die auto's wel blijft gelden. Wij hopen dat de staatssecretaris bereid is om een stapje verder te gaan. Daarom de volgende motie.

Motie

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

overwegende dat de vrijstelling voor oldtimers in de motorrijtuigenbelasting bedoeld is voor auto's die als hobby gehouden worden;

constaterende dat er parallelimport van zeer vervuilende auto's van ongeveer 25 jaar uit omringende landen plaatsvindt, die leidt tot ongewenst gebruik van de oldtimervrijstelling;

verzoekt de regering, voor 1 maart 2012 met een plan te komen om de parallelimport van oude vervuilende "oldtimers" te beperken, bijvoorbeeld door eisen te stellen aan geïmporteerde auto's,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:

Deze motie is voorgesteld door de leden Omtzigt en Braakhuis. Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund.

Zij krijgt nr. 51 (33003).

De heer Omtzigt (CDA):

Voorzitter. Op het wetsvoorstel Wet toepassing dwangsomregeling toeslagen hebben wij een nota van wijziging gezien die precies deed wat wij vroegen. De heer Groot heeft daarover ook duidelijke opmerkingen gemaakt. Het is belangrijk dat er bij de definitieve vaststelling niet meer dan een jaar vertraging optreedt. Als dat wel gebeurt, dient de burger recht te hebben op een redelijke compensatie. Die wordt vastgesteld op ongeveer € 100 voor de gevallen waarin het om meer dan € 100 gaat. Wij vinden dat belangrijk. Wij vinden het heel mooi dat de regering nu raamde dat dit nooit tot uitbetaling zou leiden. Wij zijn bereid om de staatssecretaris een mooie bos bloemen te geven als hij erin slaagt dat alle toeslagen in 2015 binnen een jaar na dato, op tijd worden vastgesteld. Dat zou pas echt goed nieuws zijn, want mensen komen nu als zij pas drie of vier jaar later een rekening krijgen, cumulatief over die drie of vier jaar. Dat is prohibitief voor mensen. Wij hopen dus dat deze budgettaire doelstelling gehaald wordt. De staatssecretaris hoeft daar nu niet op te reageren, want wij komen vast nog eens terug op het nieuwe toeslagensysteem.

Het vijfde wetsvoorstel waarover wij vanavond praten is de Geefwet. Dit wordt een belangrijke wet die de overgang van overheidssteun aan goede doelen, bijvoorbeeld de cultuursector, naar private gelden voor goede doelen moet bevorderen. Niet de overheid bepaalt wat goede doelen zijn, maar de samenleving. De overheid moet vooral alle ruimte bieden aan deze initiatieven uit de samenleving: geen onnodig belemmerende regels, geen belastingheffing op giften aan goede doelen. Het CDA had graag gezien dat het particulier initiatief een belangrijke plaats had gekregen in de Geefwet en sluit zich aan bij de woorden van mevrouw Schouten over vrijwilligerswerk.

Tot nu toe kunnen goede doelen die een bepaald deel van de middelen voor het goede doel binnenhalen met commerciële activiteiten, deze activiteiten afsplitsen in een vennootschap. Deze vennootschap kan dan onbelaste winsten uitkeren aan het goede doel. Wij snappen de boodschap van de staatssecretaris dat van deze vrijstelling behoorlijk veel onbedoeld gebruik wordt gemaakt, maar het mag niet zo zijn dat wij met het badwater het kind weggooien. Voor oprechte activiteiten van goede doelen bedoeld om het goede doel te ondersteunen, moet het mogelijk blijven om middelen te werven zonder dat de Belastingdienst om de hoek komt kijken.

De staatssecretaris is echter met de heggenschaar aan de slag gegaan om de vrijstelling bij te knippen, met hetzelfde effect als wanneer ik een heg knip. Fondswervende instellingen moeten voldoen aan twee eisen: inzet van vrijwilligers en kenbaarheid van de fondswervende activiteiten. Het gaat om producten die voor een hoger bedrag dan de marktprijs worden aangeboden om het goede doel te steunen, of om producten die door de inzet van vrijwilligers een lagere kostprijs hebben, of om inzamelingsacties. Ouderwetse fondswervingsactiviteiten als postzegelacties zijn vrijgesteld, maar voor moderne vormen van fondswerving geldt dat niet helemaal.

Verder is de staatssecretaris niet helemaal duidelijk geweest over goede doelen die nu onder artikel 9.1.h van de Vpb vallen, ofwel de anbi die de commerciële activiteit in een bv heeft afgesplitst en daar de aandelen van houdt. In het wetgevingsoverleg heeft de staatssecretaris gezegd: als een anbi het zodanig heeft georganiseerd dat bijvoorbeeld het museum een stichting is, waarbij de commerciële activiteiten in een aparte bv zitten die onder de stichting hangt, dan kan de giftenaftrek tot een maximum van de helft van de winst worden uitgedeeld aan de bovenliggende anbi. Naar huidig recht kan een winstuitdeling aan een anbi helemaal niet tot giftenaftrek leiden. Dit is onder andere beslist door het Hof te Leeuwarden op 11 oktober 2011. Uit het citaat van de staatssecretaris begrijpen wij dat hij dit met de Geefwet wil wijzigen. Dat snappen wij, want ook het CDA vindt het erg onwenselijk dat voor deze giften de giftenaftrek niet van toepassing is. Is hier geen wetswijziging voor nodig? Kan de staatssecretaris dit bij nota van wijziging doen en het helder maken in de wetstekst, of verlangt hij van ons een amendement? Misschien is het een idee om de Geefwet na drie of vier jaar te evalueren om te bekijken hoe het gegaan is met de multiplier en de integrale Vpb-plicht. Dan weten wij of de wet ongeveer doet wat hij beoogt, en hoe het staat met de steunstichting. Overigens zouden wij het fijn vinden als er een voorhang zou komen op de ministeriële regeling die in de Geefwet zit. Ook dat kan zowel de Kamer als de regering doen.

In de Geefwet is er vrijwel geen aandacht voor sociaal belang behartigende instellingen, terwijl deze particuliere initiatieven van groot belang voor de samenleving zijn. Wij hebben meer dan een jaar geleden een motie hierover ingediend. De staatssecretaris maakt het verschil tussen de anbi en de sbbi steeds groter. Het Concertgebouworkest krijgt 78% op zijn giften. Na aanneming van het amendement is het nog steeds 65%. Dorps- en cultuurhuizen krijgen 0%. Fanfares krijgen 0%. Sportverenigingen krijgen helemaal niets. Daarom kom ik samen met collega Neppérus met een amendement waardoor sbbi's een steunstichting kunnen oprichten die kwalificeert voor de anbistatus. Deze steunstichting kan dan belastingvrij geld inzamelen voor duurzame investeringen voor de sociale instelling of bij voorbeeld voor het financieren van de contributie van jonge spelers van wie de ouders het zelf niet kunnen bekostigen. Dat stelde de staatssecretaris zelf voor in het wetgevingsoverleg. Daarmee krijgen de sbbi's een plaats in de Geefwet. Omdat goede doelen niet meer afgerekend worden op de commerciële activiteiten die zij ontplooien om het doel te financieren, is het des te meer van belang dat het goede doel niet in het niet valt bij de onderneming van het goede doel. Niet alleen de Belastingdienst moet hierop controleren, ook de samenleving en de donateur moeten kunnen zien waar de gift aan wordt besteed.

Engeland heeft een mooi voorbeeld van een register van charities waarin je heel precies kunt zien wat er met het geld gebeurt en wie er aansprakelijk is. Als je in het Nederlandse anbiregister gaat, kun je niet eens zien wie er in het bestuur ziet. Je kunt evenmin een contactadres of een contactwebsite vinden. Je moet dat er zelf maar bij zoeken. Dat vinden wij niet meer van deze tijd. Juist die transparantie leidt tot publieke controle op die anbi's. Dan wordt bekeken of die goede doelen nodig zijn. Wij vinden dat dit kan verschillen voor kleine en grote goede doelen. Voor grote goede doelen zul je waarschijnlijk iets meer moeten publiceren dan voor kleine. Dat doen ze in Engeland ook. Wij verzoeken de staatssecretaris om daarvoor te zorgen.

Motie

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat anbi's het algemeen nut dienen en daarom aanzienlijke belastingvoordelen genieten;

van mening dat zowel de belastingbetaler als de donateur recht heeft op toegang tot de financiële gegevens van anbi's,

verzoekt de regering, met een voorstel te komen voor een anbiregister, waarin de volgende zaken openbaar gemaakt worden en gratis toegankelijk zijn: 1. naam, adres en contactgegevens van de anbi; 2. bestuurssamenstelling van de anbi; 3. een verkort jaarverslag, waaronder een overzicht van de bestedingen van de anbi; 4. de beloningen van bestuurders en tevens de beloningen van medewerkers, voor zover deze de dg-norm overschrijden,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:

Deze motie is voorgesteld door de leden Omtzigt en Van Vliet. Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund.

Zij krijgt nr. 52 (33003).

De heer Omtzigt (CDA):

Tot slot nog een motie, die aansluit bij het amendement waarover ik zojuist gesproken heb. Wij realiseren ons dat de budgettaire ruimte voor ons amendement vooralsnog beperkt is en dat wij ervoor moeten zorgen dat dit niet tot meer administratie leidt.

Motie

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

van mening dat SBBI's royale mogelijkheden moeten hebben om voor bijzondere projecten fondsen te werven en daarvoor in aanmerking te komen voor de giftenaftrek;

verzoekt de regering, in overleg te treden met vertegenwoordigers van SBBI-koepels en voorstellen uit te werken waarbij zaken als bijvoorbeeld de periodieke gift en de steunstichting mogelijk gestroomlijnd worden en in ieder geval op eenvoudige en heldere wijze gebruikt kunnen worden door SBBI's en de Kamer hierover voor 1 april 2012 te informeren,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:

Deze motie is voorgesteld door de leden Omtzigt en Van Vliet. Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund.

Zij krijgt nr. 53 (33003).

De heer Koolmees (D66):

Ik heb even gewacht tot het einde van de inbreng van de heer Omtzigt. Hij heeft een aantal goede doelen aangewezen waar hij sympathiek tegenover staat, maar waarvoor het geld ontbreekt om echt een stap te zetten, bijvoorbeeld ten aanzien van groen gas – dat is nu gefaseerd – maar ook ten aanzien van de steun-anbi's. In het amendement dat de heer Omtzigt samen met mevrouw Neppérus heeft ingediend, haalt hij 7 mln. weg bij de cultuursector om aan de steun-anbi's te geven. Wij hebben een aantal amendementen ingediend die wel een budgettaire dekking geven, bijvoorbeeld voor groen gas. Samen met de heer Groot heb ik ook een aantal amendementen ingediend over de afvalstoffenheffing, waar ook de heer Omtzigt vragen over heeft gesteld. Wil de heer Omtzigt met een open blik naar onze amendementen kijken om geld te verdienen, juist om extra stappen te zetten met groen gas en, wat de Geefwet betreft, de cultuursector?

De heer Omtzigt (CDA):

Ik vind een multiplier een buitengewoon mooie tegemoetkoming aan de cultuursector. Als die zou leiden tot 78% subsidie, komen wij juist bij een subsidiepercentage dat wij niet willen. Het is mij opgevallen dat de D66-fractie een aantal amendementen heeft ingediend die leiden tot lastenverzwaring, terwijl zij minister-president Rutte altijd lastenverzwaring verwijt. Het is op zich niet een heel groot probleem om af en toe te zondigen. Dat zeggen wij als CDA; dat kan dus gebeuren. Wij kijken met grote belangstelling naar de amendementen, maar wij denken dat wij samen met de collega van de VVD en de collega van de PVV redelijk evenwichtige amendementen hebben ingediend.

De heer Koolmees (D66):

Dat is precies het punt. Ik wil de lasten natuurlijk niet verzwaren; dat zou heel fout van mij zijn. Daarom zoek ik nu naar een goede besteding van dat geld. Ik denk dat ik de heer Omtzigt ervan kan overtuigen dat ik bijvoorbeeld met groen gas of met de cultuursector zeer goede doelen kan vinden waarvoor de heer Omtzigt en de CDA-fractie een warm hart hebben. Ik verwacht dus steun van de CDA-fractie voor de besteding van die gelden.

De heer Omtzigt (CDA):

Wij hebben een warm hart voor de cultuursector en we zijn geenszins van plan om de belastingaftrek voor de cultuursector te schrappen. Sterker nog: er komt een multiplier die er voorheen niet was. Dat lijkt ons een bijzonder aardige geste, maar het idee dat je aan de ene kant niet wilt dat instellingen voor 78% gesubsidieerd worden maar dat je die instellingen aan de andere kant wel een belastingsubsidie van 78% wilt geven, snapten wij niet helemaal. Daarom kunnen wij ons prima vinden in het amendement van de heer Van Vliet. Bovendien vond ik het buitengewoon onredelijk dat, als het Concertgebouworkest, dat toch al redelijk royaal gesubsidieerd is, een viool cadeau krijgt, 78% van de waarde van die viool via de "violenvrijstelling" teruggaat naar de gever, terwijl er juist een impliciete "tubataks" is als je een tuba aan een harmonie of een fanfare geeft, want dan krijg je helemaal niets. De combinatie van het amendement van de heer Van Vliet en het amendement van ondergetekende wil daar meer evenwicht in brengen.

De voorzitter:

Ik stel voor dat u hier in uw eigen bijdrage verder op ingaat. Ik moet ook tegen u streng zijn. Anders wordt mij partijdigheid verweten.

De heer Dijkgraaf (SGP):

Voorzitter. Mark Twain zei het al: voorspellen is lastig, vooral als het de toekomst betreft. Toch durf ik wel de voorspelling aan dat deze staatssecretaris met de nieuwe fiscale agenda uiteindelijk, op middellange en lange termijn, voor een robuuster belastingstelsel met grondslagverbreding, lagere tarieven en minder instrumentalisme zal zorgen. Laten wij die ambitie vooral vasthouden. Ook dank voor het steunen van de bijna Kamerbreed gesteunde motie om een commissie in te stellen om dit voor de langere termijn te onderzoeken.

Voor de korte termijn doen wij het met de belastingplannen voor 2012. Er liggen enkele mooie plannen, maar wij vinden dat de staatssecretaris te terughoudend is met het langetermijndoel, de stip aan de horizon. Wat dat betreft mag er in de belastingplannen voor 2013 en 2014 een versnelling zitten richting die stip aan de horizon. Dat zouden wij helemaal niet erg vinden. Laten wij stoppen met bakken geld te stoppen in ineffectieve maatregelen.

Met de horizonbepaling heeft de staatssecretaris eigenlijk nu al een instrument in handen dat hij wat ons betreft vaker in kan zetten om precies dat te voorkomen wat wij de afgelopen jaren hebben gedaan. Eerst het belastingstelsel opschonen en vervolgens jaar op jaar debatten met elkaar voeren – ook vanavond zie ik het weer gebeuren – met grote stapels amendementen. Het is op zichzelf begrijpelijk vanuit de inhoudelijke discussie. Als wij niet oppassen, leidt dat ertoe, ook met de voorstellen van de staatssecretaris, dat wij over tien of vijftien jaar moeten constateren dat het onbedoeld een woud is geworden van ingewikkelde regelgeving. Daarom stellen wij voor om zo veel mogelijk bij nieuwe fiscale maatregelen een horizonbepaling in te voegen. Ook moet het doel vastgesteld worden van een specifieke maatregel. Heel vaak zit er een specifiek doel aan vast, arbeidsparticipatie of iets met auto's of koopkracht. Met een aan het doel gekoppelde horizonbepaling, zodat er iets moet gebeuren voor een, twee of vijf jaar, vervalt de nieuwe fiscale regel automatisch en wordt wildgroei voorkomen. Vandaar dat ik de volgende motie indien.

Motie

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat kwantitatieve beleidsdoelen van fiscale instrumenten op dit moment niet altijd geëxpliciteerd zijn;

van mening dat inzicht in de effectiviteit van fiscale instrumenten cruciaal is omdat daarmee getoetst kan worden of de beoogde doelen met zo weinig mogelijk publieke middelen worden bereikt;

verzoekt de regering, in het Belastingplan 2013:

  • - nieuwe fiscale instrumenten waar mogelijk te voorzien van kwantitatieve doelstellingen;

  • - een analyse te maken van de doelstellingen van bestaande fiscale instrumenten en deze waar mogelijk te voorzien van kwantitatieve toetsingscriteria;

  • - een horizonbepaling op te nemen voor zo veel mogelijk bestaande fiscale instrumenten,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:

Deze motie is voorgesteld door het lid Dijkgraaf. Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund.

Zij krijgt nr. 54 (33003).

De heer Dijkgraaf (SGP):

Ik kom opnieuw op de verhoging en de versnelde opbouw van de inkomensafhankelijke combinatiekorting. Eerlijk gezegd vind ik het onbegrijpelijk dat de staatssecretaris, die gelukkig altijd met mij hamert op het belang van minder rondpompen van geld, grondslagverbreding en lage tarieven, toch de verleiding niet heeft kunnen weerstaan om dit ineffectieve instrument opnieuw te verhogen. De staatssecretaris schrijft in de schriftelijke beantwoording dat het effectiever zou zijn dan een verlaging van de eerste schijf. Het kan langzamer zijn of niet, maar hier gaat het om een subsidie van € 33.500 per baan, die de overheid blijkbaar over heeft voor het doel van arbeidsparticipatie.

Ik snap dat er iets aan de koopkracht gerepareerd moet worden, gezien de maatregel. Toch is het geen heel sterk argument. De staatssecretaris zegt eigenlijk: wij hebben de kinderopvang te hard aangepakt, dus daarom moeten wij de boel met veel kunst- en vliegwerk proberen te verzachten. Het kan toch niet zo zijn dat je wat je met de ene hand geeft, met de andere hand weer neemt? Dat lijkt mij niet de bedoeling van overheidsbeleid. Ik denk ook niet dat de staatssecretaris morgen zal toegeven dat de bezuinigingen op de kinderopvang te rigoureus zijn geweest. Wat betekent dit dan precies?

In ieder geval is het naar onze mening principieel onjuist om arbeidsparticipatie-instrumenten te gebruiken voor koopkrachtdoeleinden. Door keer op keer verschillende doelen met elkaar te vermengen, is de inkomstenbelasting de tombola geworden die het nu is. Daarom heb ik een amendement ingediend om de verhoging terug te draaien en in plaats daarvan het tarief van niet de eerste – daarover hebben wij al schriftelijk de discussie gevoerd – maar de tweede schijf te verlagen omdat je daarmee wel degelijk arbeidsparticipatie stimuleert, maar met het eigenlijke doel, namelijk de tarieven. Dat is een geschikter instrument om zowel de koopkracht te verbeteren als de participatie te stimuleren.

Ik juich toe dat de staatssecretaris het met mij eens is dat er in het kader van mantelzorg ook moet worden gekeken naar fiscale aspecten. Wij hebben dat vorige week gewisseld. Ik zie de beloofde brief graag tegemoet waarin breed naar alle aspecten wordt gekeken, inclusief de fiscale. Ik vind het erg vreemd dat mensen die niet kunnen werken, de rekening betalen terwijl het afschaffen van de overdraagbare algemene heffingskorting bedoeld is om de arbeidsparticipatie te stimuleren, een doel waaraan zij per definitie niet kunnen bijdragen. Het was natuurlijk nog mooier geweest als de staatssecretaris nu al had kunnen toezeggen dat de overdraagbaarheid voor deze groep in stand wordt gehouden, maar het is goed dat hij er later in de brief op terugkomt.

Ik betreur het dat de Kamer geen inzicht heeft in de doorrekening van het vitaliteitspakket van het Centraal Planbureau en dat de discussie is afgerond, terwijl wij daarover donderdag wel moeten stemmen door middel van dit Belastingplan. Daardoor stemmen wij mogelijk in met niet-effectieve instrumenten of instrumenten die nog snel moeten worden aangepast. Ik hecht er dan ook aan dat de Kamer pas een besluit neemt over de maatregelen uit het vitaliteitspakket na het debat met minister Kamp, althans als het gaat om maatregelen die pas in 2013 ingaan. Volgens mij is dit het geval en dan kunnen wij dus ook de tijd nemen. Zou het toch niet beter zijn dat de staatssecretaris de Kamer een nota van wijziging stuurt waarmee deze onderdelen eruit worden gehaald? Die kunnen, mits bewezen effectief, worden opgenomen in het Belastingplan van volgend jaar.

Wij hebben een stevige discussie gevoerd over de Geefwet. Ik stip twee punten aan. De SGP-fractie is tegen de multiplier op culturele giften. Dat noemen wij ongelijke behandeling op basis van het enkele feit dat dit kabinet wil bezuinigen op cultuur. Wij achten het onwenselijk dat hiermee de schijn wordt gewekt dat het ene goede doel belangrijker is dan het andere. Dat principe moeten wij niet introduceren en ook niet moeten willen introduceren in de Geefwet.

Ik heb nog een paar vragen aan de staatssecretaris. Hij onderbouwt deze multiplier onder verwijzing naar het rapport Geven in Nederland. Daaruit zou blijken dat van de circa 2 mld. aan particuliere giften, slechts 40 mln. naar cultuur gaat. Ik herinner mij nog dat de heer Huizing van de VVD zei dat deze sector nog in de kinderschoenen staat en dat die nog een steuntje in de rug nodig heeft ten opzichte van andere sectoren. Als ik het rapport Ruimte voor geven lees, dan blijkt echter dat de cultuursector in totaal 454 mln. ontvangt aan giften, 10% van alle giften. De sector ontvangt inderdaad weinig van particuliere huishoudens, maar relatief veel uit allerlei andere bronnen. Dus ook bij dit deel van het verhaal heb ik grote twijfels of wij dit wel moeten doen. Volgens mij zijn zij wel degelijk in staat om erg veel geld uit de markt te halen en net zo veel geld als allerlei andere goede doelen. Als je zo veel uit de markt haalt, is toch niet vol te houden dat zij er bekaaid vanaf komen? Bovendien, als je naar de berekeningen kijkt – en dan kijk ik met name de coalitie aan – is het de vraag of de kans niet groot is dat de multiplier tot een budgettaire overschrijding leidt. Ik kan me al helemaal niet voorstellen dat het kabinet dat zou willen. De staatssecretaris rekent met een multiplier met een elasticiteit van 0,5. Volgens de literatuur ligt deze waarschijnlijk dichter in de buurt van 1, en misschien nog wel hoger. De literatuur stelt namelijk – de heer Koolmees kent deze, en gaat haar direct bestuderen – dat deze ergens tussen de 0,4 en 1,1 ligt; bovendien wordt de elasticiteit hoger naarmate het inkomen hoger wordt. We weten dat mensen die aan culturele instellingen geven, in het algemeen in de hogere inkomensklassen zitten. Daarom begrijp ik ook wel dat de VVD zich hier hard voor maakt. Je zit daarmee dus aan de hoge kant van de elasticiteit. Als die in de buurt van 1 komt, zal dit niet het bedrag gaan kosten dat de staatssecretaris hiervoor heeft gereserveerd, maar twee keer zo veel. Ik vraag de staatssecretaris met nadruk wat hij gaat doen als zo meteen blijkt – en dat is zeer waarschijnlijk – dat dit tot een grote budgettaire overschrijding gaat leiden.

Tot slot. De SGP vindt het jammer dat de regering heeft gekozen voor een plafond op de giftenaftrek in de vennootschapsbelasting. Daarom heb ik een amendement in voorbereiding om de multiplier op culturele giften te laten vervallen en in ruil daarvoor het plafond in de giftenaftrek in de vennootschapsbelasting te verhogen naar € 200.000. Overigens kunnen culturele doelen daarvan profiteren, maar ook andere doelen. In het licht van de systematiek van de Geefwet lijkt dat ons een veel beter plan.

De heer Bashir (SP):

Voorzitter. Ik ben ontzettend verbaasd over het feit dat iedereen, de coalitiepartijen maar ook deze indirecte gedoogpartner, er in feite voor kiest om de multiplier eruit te laten, maar het geld niet wil terugsluizen naar waar het vandaan komt: de monumentenzorg. Ik had begrepen dat de SGP juist een van de partijen is met een warm hart voor monumenten. Ik begrijp niet dat het geld dat eigenlijk daar vandaan wordt gehaald, niet gewoon wordt teruggesluisd.

De heer Dijkgraaf (SGP):

Ik begrijp deze vraag. Wij hebben daar ook mee geworsteld, omdat wij dit wel degelijk een zeer sympathiek doel vinden; dat heb ik in het overleg ook aangegeven. Laat ik heel transparant zijn: wij hebben moeten kiezen tussen teruggeven aan de monumentenzorg en ophogen van het maximum van een ton naar twee ton, omdat we een maximumaftrek van € 100.000 ook een grote tekortkoming vinden. Als de heer Bashir mij een extra financieringsbron kan aanleveren waarmee we allebei zouden kunnen doen, ben ik bereid om daar zeer positief naar te kijken.

De heer Bashir (SP):

Het bedrijfsleven is in de plannen nu niet bepaald de partij die aan alle kanten wordt gepakt. Volgens mij kent het al genoeg fiscale mogelijkheden. Ik begrijp daarom niet waarom de SGP ervoor kiest om het bedrijfsleven de mogelijkheid te geven om meer af te trekken. Ik ben ook niet voor die multiplier, ik had liever gezien dat de btw-verhoging ongedaan was gemaakt. Maar nu hij toch komt, laat hem dan ook maar komen. Waarom het geld niet gewoon teruggesluisd naar de monumentenzorg? Die is toch van grote historische en culturele waarde voor heel Nederland? Dat was toch ook de gedachte achter die regeling?

De heer Dijkgraaf (SGP):

Volgens mij is dit exact dezelfde vraag in andere bewoordingen. Ik kan dus exact hetzelfde antwoord in andere bewoordingen geven, maar gezien de tijd lijkt mij dat niet de bedoeling. Laat ik alleen nog het volgende zeggen. Ook monumenten kunnen natuurlijk profiteren van het hogere plafond van één ton naar twee ton. Ik weet dat veel bedrijven daarin investeren, juist daaraan hun giften geven. En er zit wel degelijk een beperking in als dat plafond op een ton wordt gezet; dat is met name een ontmoediging van het beleid van grotere bedrijven die heel veel geven aan goede doelen. Wij houden die prikkel er graag in.

De heer Van Vliet (PVV):

Voorzitter. De heer Dijkgraaf las zojuist een motie voor. Ik wil daarover een korte vraag stellen, zodat mijn fractie kan beoordelen of zij voor of tegen die motie is. Is het in het algemeen zijn opvatting dat de belastingheffing niet moet worden gebruikt als instrument van maatschappelijke sturing?

De heer Dijkgraaf (SGP):

Als uitgangspunt delen wij dat zeer. Wij zijn tegen ongebreideld instrumentalisme. Volgens mij strijden de heer Van Vliet en ik daarbij heel vaak aan dezelfde kant. Er zijn uitzonderingen, omdat je soms wel moet. Bij die uitzonderingen geldt: doe het in ieder geval alleen tijdelijk en stel doelen vast waarop het kan worden afgerekend. Door er een horizonbepaling aan te koppelen, blijf je niet zitten met iets wat niet meer effectief is: het is er nu eenmaal een keer in geslopen en dan blijft het erin staan.

De heer Van Vliet (PVV):

Dan denk ik dat wij elkaar begrijpen.

De heer Huizing (VVD):

In zijn betoog sprak de heer Dijkgraaf over onderzoeken die aantonen dat juist in de particuliere sector voor culturele instellingen nog wel wat te verbeteren valt. Ik begrijp in dat licht niet waarom hij de voorkeur geeft aan verruiming bij de vennootschapsbelasting in plaats van in de inkomstenbelasting.

De heer Dijkgraaf (SGP):

We kunnen natuurlijk elk elementje gaan optimaliseren. De materiële vraag is echter: slagen sectoren die wij met elkaar belangrijk vinden – zoals de kunstsector, de monumenten en de gezondheidszorg – erin om geld te krijgen voor hun doelen? Gezien de verdeling van die doelen in het totaal, slaagt de kunstsector daar net zo goed in als de zorg en de monumenten. We kunnen alle bronnen, zoals huishoudens, loterijen en bedrijven, gaan optimaliseren. Dit lijkt mij echter niet het goede plan als je constateert dat er jaarlijks 454 mln. naar de goede doelen in de sector kunst en cultuur gaat.

De heer Huizing (VVD):

Binnen de cirkel van de culturele instellingen zijn er mogelijkheden tot aftrek in de ib en de Vpb, voor enerzijds particulieren en anderzijds bedrijven. De particuliere sector is volgens de heer Dijkgraaf nog het minst ontwikkeld. Ik begrijp niet waarom hij dan met zijn motie via de Vpb de verruiming legt bij de bedrijven, door de maximumaftrek te verhogen naar € 200.000.

De heer Dijkgraaf (SGP):

De heer Huizing zou dit juist moeten toejuichen. Je ziet nu dat uit het bedrijfsleven heel veel geld gaat naar cultuur. In de Geefwet wordt voor het eerst een plafond geïntroduceerd van € 100.000, wat een beperking is ten opzichte van het verleden. Dat zou ervoor kunnen zorgen dat die 454 mln., die voor een belangrijk deel uit het bedrijfsleven komt, drastisch naar beneden gaat. Grote bedrijven die meer geven dan een ton, zullen zeggen: het spijt me zeer, maar ik kan het niet meer aftrekken, dus ik zal het bedrag naar beneden bijstellen. Als je dat kunt voorkomen, is dat veel effectiever dan het stimuleren van het kleine potje afkomstig van de huishoudens.

De heer Huizing (VVD):

Nog een slotopmerking, hoewel ik weet dat het eigenlijk niet mag. Het blijft namelijk nog steeds aftrekbaar. De heer Dijkgraaf zegt dat het geld uit het bedrijfsleven moet komen, maar daar komt al heel veel geld vandaan door de huidige methodiek. We proberen juist om extra ruimte te geven. De heer Dijkgraaf zou toch moeten zien dat in de private sector nog de meeste winst valt te behalen en dat we daar dus die ruimte moeten bieden. Hij is toch econoom.

De voorzitter:

Dit is meer een slotbetoog dan een slotopmerking.

De heer Huizing (VVD):

Ik besef het, voorzitter.

De heer Dijkgraaf (SGP):

Mijn slotopmerking is dat de heer Huizing een gigantisch risico loopt. Juist de grote bron van geld die nu vanuit het bedrijfsleven naar kunst en cultuur gaat, zou wel eens een stuk kleiner kunnen worden door die fiscale beperking.

De heer Braakhuis (GroenLinks):

Voorzitter, ik ben wel blij dat het weer mag, zo'n slotopmerking.

De voorzitter:

Nee, mijnheer Braakhuis. Mijnheer Huizing is niet zo mobiel. Dus als hij daar eenmaal staat, ben ik iets coulanter. U bent echter hartstikke mobiel.

De heer Braakhuis (GroenLinks):

Voortaan kom ik hinkelend aan.

Ik hoor de heer Dijkgraaf een paar dingen zeggen.

De heer Dijkgraaf (SGP):

Dat klopt.

De heer Braakhuis (GroenLinks):

Ten eerste zou er volgens hem geen uitzondering moeten worden gemaakt voor culturele anbi's: alle anbi's zijn gelijk. Ten tweede: als er een andere bron van financiering is, staat hij voor alles open. Ik kan aan beide tegemoetkomen. Het amendement dat ik heb ingediend, voorziet erin om alle anbi's gelijk te trekken. Het amendement gaat wel om veel geld: 170 mln. Het amendement zorgt er echter ook voor dat monumentzorg en de aftrek voor sociaal, cultureel en groen beleggen in stand wordt gehouden. Daarvoor verhogen we alleen de dieselaccijns met 3,5 cent, waarmee die bijna op het Duitse niveau komt. Gelet op zijn argumenten, verwacht ik warme steun van de heer Dijkgraaf voor mijn amendement.

De heer Dijkgraaf (SGP):

Volgens mij zit daar ook de verlaging van de btw voor kunst en cultuur in van 19% naar 6%.

De heer Braakhuis (GroenLinks):

Nee, vanwege een ander amendement hebben wij die eruit gehaald.

De heer Dijkgraaf (SGP):

Dan heb ik naar een oude versie zitten kijken. Wij zullen de nieuwe versie met belangstelling bekijken. Als je die bedragen echter bij elkaar optelt, is het wel een forse lastenverhoging voor alle burgers in Nederland. De cijfers die vandaag naar buiten zijn gekomen, laten een krimp van de consumptie van, naar ik meen, 1,1% zien. Die verhoging met drieënhalve cent klinkt weinig. Als je echter aardig wat kilometers rijdt, moet je die ook weer ophoesten. Dat gaat ook weer ten koste van de consumptie. Wij leven niet bepaald in tijden waarin je makkelijk besluit om de lasten te verhogen.

De heer Braakhuis (GroenLinks):

Ik constateer dat de burger de vrijheid heeft om wat minder mobiel te zijn. Bovendien zitten wij vaak met grensperikelen. Die worden hiermee opgeheven doordat de dieselprijs hiermee concurrerend wordt met die in Duitsland.

De heer Dijkgraaf (SGP):

In constateer dat de heer Braakhuis vindt dat je wel naar het museum mag, maar dat je er dan lopend naartoe moet. Dat kan voor mensen die er vlak bij wonen, maar helaas wonen heel veel mensen er een heel eind vandaan.

De heer Groot (PvdA):

Voorzitter. Ik wil allereerst een compliment maken aan de ambtenaren van het ministerie van Financiën voor al hun inspanningen wat betreft de amendementen. Ik denk dat zij echt overuren hebben gemaakt. Mijn dank daarvoor.

Wij weten dat de Nederlandse economie zich in zwaar weer bevindt. Er ligt een recessie op die loer en niemand weet hoe lang die gaat duren. Wat wij wel weten uit het verleden, is dat als de economie terugloopt de belastinginkomsten nog sneller teruglopen. Dat maakt de kans groot dat wij volgend jaar opnieuw met aanvullende bezuinigingen te maken krijgen. Wij zullen er ook voor moeten zorgen dat onze reputatie op de financiële markten overeind blijft. Een teken aan de wand vandaag was dat de Nederlandse rente steeg terwijl de Duitse verder daalde.

Tegen deze achtergrond ben ik het volledig eens met de kritiek van de Raad van State dat de afschaffing zeven rijksbelastingen op dit moment onverantwoord en zelfs roekeloos is. Het kabinet neemt met dit Belastingplan een nieuwe hypotheek op de toekomst. Daar komt nog bij dat de voorstellen tot afschaffing van belastingen op bijvoorbeeld leidingwater, grondwater, afvalstoffen en frisdranken heel slecht zijn onderbouwd. Dit zijn belastingen met lage inningskosten. Zij verstoren de economie nauwelijks, eerder het tegendeel: zij stimuleren een meer duurzame consumptie en productie bij burgers en bedrijven. De frisdrankbelasting helpt bij de bestrijding van suikerziekte en obesitas bij kinderen. Het gaat hier stuk voor stuk om heffingen die glansrijk voldoen aan de aanbeveling van de OESO over optimale belastingheffing. Als wij deze belastingen niet hadden, zouden wij ze morgen moeten invoeren. Dit kabinet schaft ze echter af. Het gevolg daarvan is dat de belastingheffing niet goedkoper wordt, maar juist duurder en verstorender. Door de versmalling van de totale belastingbasis wordt het stelsel niet meer solide, zoals de staatssecretaris beweert, maar minder solide.

En waarom gebeurt dat allemaal? Het gebeurt om werkgevers te compenseren voor de stijgende zorgkosten. De staatssecretaris weet echter zelf dat die kosten uiteindelijk niet door de werkgevers worden gedragen, maar door de werknemers. Terwijl de mensen in dit land massaal inkomen inleveren, slaat 600 mln., ofwel drie kwart van de belastingverlaging, neer bij bedrijven. Geen wonder dat de werkgevers staan te juichen. De PvdA-fractie is tegen de afschaffing van effectief gebleken milieubelastingen en de uitholling van de belastinggrondslag die hiervan het gevolg is. Wij hebben een amendement ingediend om de afschaffing van deze belastingen terug te draaien.

Ik heb tijdens het notaoverleg aandacht gevraagd voor de steeds ongelijkere fiscale behandeling van ondernemers ten opzichte van werknemers in loondienst. Ik weet dat dit een politiek gevoelig onderwerp is, maar ik ga het, anders dan andere fracties, niet uit de weg. Natuurlijk moet het nemen van risico worden beloond en natuurlijk moet je er rekening mee houden dat ondernemers hun eigen pensioen moeten opbouwen en zichzelf moeten verzekeren tegen ziekte en arbeidsongeschiktheid. Wij zien echter in de praktijk dat de opeenstapeling van fiscale voordelen voor ondernemers ertoe leidt dat vele tienduizenden ondernemers tegenwoordig helemaal geen belasting meer betalen en vaak zelfs geld toe krijgen van de Belastingdienst. Het kabinet ziet de ondernemers als de kurk waarop onze economie drijft. Voor de belastinginkomsten vormen echter juist de werknemers in loondienst de kurk. Ondernemers komen steeds meer als een baksteen daaronder te hangen. Het gebeurt immers steeds vaker dat kunstmatige zzp-constructies worden bedacht. Werknemers worden daarbij ontslagen en als goedkope zzp'ers terug gehuurd. Dat is een spel met één winnaar en twee verliezers. De winnaar is de werkgever die de sociale premies in zijn eigen zak steekt. De eerste verliezer is de zzp'er die zijn recht op sociale zekerheid kwijtraakt. De tweede verliezer is de overheid, die geen loonbelasting meer ontvangt, maar vaak een nettobetaler van toeslagen wordt. Zo wordt de kurk steeds kleiner en de baksteen steeds zwaarder.

De PvdA-fractie staat voor een eerlijke arbeidsmarkt. De belasting voor ondernemers moet in een eerlijke verhouding staan ten opzichte van de belasting voor werknemers. De PvdA-fractie zal de nieuwe winstbox beoordelen op die eerlijke verhouding.

Daarbij hoort ook dat ondernemers in een eerlijke verhouding gaan bijdragen aan de kosten van de zorg. Nu betalen ondernemers veel minder zorgpremie dan werknemers. Hun premie is lager en wordt vanwege de zelfstandigenaftrek geheven over een veel smallere grondslag. Dat leidt ertoe dat een directeur-grootaandeelhouder ongeveer € 800 minder zorgpremie afdraagt dan de leraar op de middelbare school. Dit is niet uit te leggen. Om dit soort verschillen in de toekomst toch recht te trekken, dien ik de volgende motie in.

Motie

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

overwegende dat de hoogtes van de heffingen op loon uit arbeid en op winst uit onderneming verschillen;

overwegende dat die verschillen effect hebben op de persoonlijke afweging tussen werken in loondienst en werken als ondernemer, maar ook op de belastinginkomsten en de financiële positie van de sociale fondsen;

verzoekt de regering, een overzicht te maken van de verschillen in het bruto-nettotraject en het besteedbaar inkomen van werknemers en ondernemers, van de argumenten voor die verschillen en van de effecten van die verschillen op de belastinginkomsten en de financiële positie van sociale fondsen, en de Kamer daarover voor 1 april 2012 te berichten,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:

Deze motie is voorgesteld door het lid Groot. Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund.

Zij krijgt nr. 55 (33003).

De heer Groot (PvdA):

Ik kom op de kindertoeslag in box 3. De staatssecretaris erkent dat door het schrappen van deze kindertoeslag in box 3 duizenden gezinnen zullen worden getroffen. Een deel van deze gezinnen zal ook nog de huurtoeslag kwijtraken, zonder dat zij dat nu nog beseffen. Het enige argument dat de staatssecretaris geeft voor dit schrappen van de kindertoeslag uit box 3, is dat de kindertoeslag nooit is bedoeld om een hoge vermogensnorm te stellen voor de huurtoeslag. Als dat al zo is, dan nog blijft mijn verwijt overeind dat mensen die te goeder trouw dit jaar nog sparen voor hun kinderen, volgend jaar opeens worden geconfronteerd met terugvordering van de huurtoeslag. Ik vind dat dit eigenlijk een vorm is van regeren met terugwerkende kracht, want de eerstkomende peildatum voor box 3 op 1 januari is direct al fataal. Wil het kabinet nu echt dat gezinnen de komende maand nog snel hun spaarpot gaan legen, zodat zij volgend jaar recht houden op huurtoeslag? De gezinnen die dat doen, hebben nog geluk, want de meeste van deze gezinnen weten niet eens dat hun deze maatregel boven het hoofd hangt. Het helpt daarbij niet als er een mededeling komt te staan op de website van de Belastingdienst. De staatssecretaris zegt zelf immers in zijn antwoorden dat het hierbij vaak gaat om gezinnen die niet zelf belastingaangifte doen. Zij zullen dus ook niet kijken op de website van de Belastingdienst. De gezinnen dus die te goeder trouw blijven sparen, kunnen volgend jaar zomer worden bestraft met de terugvordering van de huurtoeslag. Ik heb een amendement ingediend om deze maatregel in ieder geval een jaar uit te stellen. Ik zal zorgen voor een solide dekking van deze maatregel. Ik hoop dat ook de gezinspartijen in deze Kamer dit amendement willen steunen.

Ik kom te spreken over de expatregeling. Ik dank de staatssecretaris voor zijn aanbod om de expatregeling voor de echte kenniswerkers te versoepelen. Er is brede steun in de Kamer voor de gedachte om de 30%-regeling nauw te laten aansluiten bij de regelingen voor kennismigranten. Met het pakket van versoepelingen kan de PvdA-fractie instemmen. We zijn wel teleurgesteld over de dekking die zich aftekent. Het heeft onze sterke voorkeur om die dekking vooral te zoeken in het stellen van een bovengrens voor de inkomens die onder de expatregeling vallen. Als we de norm voor het maximale belastbare inkomen op € 500.000 stellen, levert dat al 20 mln. op. Dan hebben we het over inkomens, inclusief de belastingvrije vergoeding, van ruim € 714.000. Deze expats krijgen dan een belastingvrije som van € 214.000. Dat alleen is al meer dan de balkenendenorm. Zelfs voor topmanagers met een onhollandse levensstijl lijkt mij dit nog steeds meer dan genoeg. Stimulering van het vestigingsklimaat is mooi, maar dit betekent niet dat de fiscus voor Sinterklaas moet spelen, om de woorden van mijn PVV-collega eens te gebruiken. Deze collega is de deur uit, maar ik vraag hem toch om deze wijze van dekking te steunen. Hij heeft het gehad over profvoetballers. Ik stel vast dat Henk en Ingrid heel vaak naar voetbalwedstrijden gaan kijken, terwijl de mensen die werkelijk steun krijgen van de PVV, de CEO's zijn die Henk en Ingrid ontslaan als zij naar Nederland komen.

Ik vraag mij af of we de Geefwet niet met te veel stoom en kokend water door het parlement jagen, dit temeer omdat – laten we eerlijk zijn – de hele Geefwet een pr-stunt is van een kabinet dat op het gebied van cultuur terecht last heeft van een slecht geweten. Aan de ene kant krijgen anbi's vrij baan om commerciële activiteiten te ontwikkelen, maar aan de andere kant moet daarover voortaan wel eerst winstbelasting worden betaald. Hoeveel gaat die Vpb-plicht voor anbi's opleveren? Dat wordt nergens vermeld in het Belastingplan. Als dat meer is dan 22 mln., is de Geefwet dan niet eigenlijk een neemwet? Zit filantropisch Nederland dan echt op de Geefwet te wachten?

In de aanloop naar de Geefwet hebben wij een heel open dialoog gevoerd over de wijze waarop je de Geefwet zou moeten inrichten, met name voor de sector cultuur. Daarbij zijn verschillende varianten de revue gepasseerd. Ook mijn fractie had wel wat bedenkingen tegen de multiplier in de ib van 50%. Wij hebben het voorstel gedaan om een deel daarvan te schuiven naar de Vpb. Ons leek het ook een goed idee om de giftendrempel in de ib af te schaffen. Ik begrijp uit de antwoorden van de staatssecretaris dat de afschaffing van de giftendrempel toch te veel uitvoeringskosten zou opleveren, maar ik hoor daarvan graag een bevestiging in tweede termijn. In dat geval zouden wij graag terugvallen op de optie om de multiplier in de ib terug te brengen naar 25%. Daartoe hebben wij een amendement ingediend.

Het was zoeken naar de optimale aanwending, maar we hebben er nooit een misverstand over laten bestaan dat wij het volledige budget in de Geefwet voor cultuur wilden behouden. Wij zijn dus ook heel erg teleurgesteld dat zich nu aftekent dat er door middel van een amendement 7 mln. van dat budget wordt afgehaald. Dan blijft er nog maar 5 mln. over. Dat is 2 mln. in de Vpb en 3 mln. in de ib. Dat zijn symbolische bedragen geworden. Wat ons betreft kan niet meer gesproken worden van een Geefwet, in de zin dat deze een betekenisvolle impuls aan de cultuursector zal geven.

Nogmaals, dat wij het hele budget voor de cultuursector wilden bestemmen, had niet te maken met de idee dat wij de cultuur iets superieurs vinden ten opzichte van andere anbi's. Het had ermee te maken dat er al veel op cultuur wordt bezuinigd en dat de geefcultuur voor culturele instellingen onderontwikkeld is. Dat rechtvaardigt een tijdelijke fiscale impuls voor cultuur. Er wordt nu een streep door gehaald, althans, er gaat meer dan de helft van af. Ik kan niet anders dan de PVV een groot compliment maken, omdat zij er voor de derde keer op rij in is geslaagd om de culturele instellingen in dit land een zware slag toe te brengen. Ik vraag de heer Huizing echter waarom hij hiermee akkoord is gegaan. Ik heb in het eerdere notaoverleg namelijk echt gehoord dat hij de culturele instellingen ook een warm hart toedraagt. De heer Huizing kan mijn vraag beantwoorden in zijn eigen termijn als hij dat wil. Ik ben er heel verbaasd over. Maar nogmaals: alle complimenten aan de PVV.

De voorzitter:

Ik geef eerst de heer Van Vliet het woord. Als de heer Huizing vanaf zijn plek het woord wil voeren, dan kan dat. Dan krijg ik een seintje van hem en dan gaat zijn microfoon daar aan.

De heer Van Vliet (PVV):

Ik dank de heer Groot voor de complimenten. Ik moet daar wel bij zeggen dat in de gemeente Amsterdam, waar de PvdA al duizend jaar de opperbaas is, nu flink wordt gesneden in alle budgetten voor wat de heer Groot culturele instellingen noemt. Dit is dus een kwestie van de pot die de ketel verwijt dat hij zwart ziet.

De voorzitter:

Wat is uw vraag aan de heer Groot?

De heer Van Vliet (PVV):

Is de heer Groot zich ervan bewust dat ook de PvdA snijdt in de budgetten van de culturele heilige huisjes?

De heer Groot (PvdA):

Het is altijd leuk om een jij-bak te krijgen, maar die bezuinigingen in Amsterdam hebben er natuurlijk alles mee te maken dat er heel zwaar wordt gekort op de gemeentelijke budgetten, op de overheidsbijdragen aan de gemeenten. Ook Amsterdam staat dus met de rug tegen de muur. Des te belangrijker is het dat er vanuit de Geefwet een betekende impuls komt voor de culturele instellingen, die inderdaad voor een meer dan evenredig deel in Amsterdam staan.

De heer Van Vliet (PVV):

De heer Groot zegt terecht dat Amsterdam óók met de rug tegen de muur staat. Dat geldt natuurlijk ook voor de nationale schatkist. Het is een kwestie van keuzes maken: welke prioriteiten stel je bij het verdelen van je belastingopbrengsten? Dat gebeurt in Amsterdam ook. Daar maken ze ook keuzes. Ik vind het niet fair van de heer Groot dat hij ons nu complimenten maakt omdat wij cultuurhaters zouden zijn. Nee, het is een kwestie van keuzes maken. Wij bouwen liever ziekenhuizen van dat geld. Dat vinden wij een terechte keuze. In Amsterdam wordt die keuze ook gemaakt. Ik roep de heer Groot dus op om daar ook eens naar te kijken.

De heer Groot (PvdA):

Het compliment is wel gemeend. De staatssecretaris komt met een initiatief om de cultuursector toch wat te ontzien, ook gezien het feit dat er al honderden miljoenen op cultuur wordt bezuinigd en gezien het feit dat de btw op podiumkunsten is verhoogd. Als de PVV er dan alsnog in slaagt om meer dan de helft van die kleine tegemoetkoming toch weer uit de wet te slopen, dan past daarbij een heel groot compliment, vanuit de politieke doelstellingen van de PVV bezien. Ik kan niet anders zeggen. Maar nogmaals, mijn vraag was vooral gericht aan de VVD.

De voorzitter:

De heer Huizing zal daar wellicht straks op terugkomen.

De heer Huizing (VVD):

Ik kom er in mijn inbreng op terug.

De heer Groot (PvdA):

Dan de Autobrief en groen gas. Ik proef dat Kamerbreed het gevoel leeft dat groen gas geen eerlijke kans krijgt. Zo was het althans tijdens het notaoverleg. Weliswaar zijn aardgas en groen gas een stuk goedkoper dan benzine en diesel, maar het gaat om de vergelijking met elektrische auto's en plug-in hybrides. Als je die vergelijking maakt, valt de kostenvergelijking ongunstig uit voor groen gas. De staatssecretaris dacht in de Geefwet nog actief mee met de Kamer. Er lijkt niets van terecht te komen, maar hij heeft wel actief meegedacht. Van die bereidheid zie ik echter niets terug als het gaat om groen gas. We horen steeds wat niet kan, en we horen niet wat wel kan. De argumenten waarom het niet kan, deugen naar onze opvatting niet. Zo zegt de staatssecretaris dat het een groot probleem is dat je niet kunt controleren of een groengasauto echt op gas rijdt, of op benzine. Datzelfde argument gaat echter net zo goed op voor plug-in hybrides, die nota bene een 0%-bijtelling krijgen. In de praktijk is het trouwens een non-argument, want wie op groen gas rijdt, zal zo veel mogelijk gas tanken, omdat dat veel goedkoper is dan benzine. En als groen gas echt de steun krijgt die het verdient, zal het in zeer korte tijd zover zijn dat op honderden tankstations groen gas getankt kan worden.

Het kan toch niet de bedoeling zijn dat terwijl voor buitenlandse autofabrikanten de rode loper wordt uitgelegd, technologie van eigen bodem de pas wordt afgesneden? Mijn fractie zal daarom een amendement indienen om aan groen gas een lagere bijtelling toe te kennen. Dan kan groen gas van eigen bodem gelijkwaardig de concurrentie aan met andere doorbraaktechnologieën zoals de elektrische auto. Ik hoop echt op een constructief antwoord van de staatssecretaris dat verder gaat dan de constatering dat groen gas al veel profiteert van de SDE-plusregeling.

Dan kom ik op de woningcorporaties. Naar mijn mening heeft de staatssecretaris de Tweede Kamer op het verkeerde been gezet door te stellen dat de nadere invulling van de anbidefinitie niet bedoeld is om het anbibegrip anders in te vullen dan nu het geval is. Wat een anbi is, is door de rechtspraak voldoende uitgekristalliseerd staat in de memorie van toelichting van de Geefwet. Volgens diezelfde rechtspraak kwalificeren woningcorporaties zich wel degelijk als anbi's. Pas in de antwoorden in het nader verslag kwam de aap uit de mouw. Die nieuwe anbidefinitie is geen nadere invulling van wat we al wisten, maar komt neer op reparatiewetgeving. Het dreigement van de staatssecretaris luidt als volgt. Als die reparatie er niet komt, gaat dit 500 mln. kosten. Waarom stond dat dan niet in de memorie van toelichting? Over die ware bedoeling had de staatssecretaris open kaart moeten spelen.

Iets soortgelijks geldt voor de nieuwe regels rond de herbestedingsreserve. Ook hier wordt een rookgordijn opgetrokken. De bestedingsreserve wordt meer toegespitst op de doelgroep zoals dat dan eufemistisch heet. De achterliggende bedoeling is echter de woningcorporaties van de bestedingsreserve uit te sluiten.

Het sluitstuk van de vendetta tegen de woningcorporaties is dat ouderenhuisvesting via zorgcoöperaties niet langer wordt vrijgesteld van Vpb. Dat zal betekenen dat de bouw van aangepaste woningen voor ouderen een harde klap krijgt. Die is nu al zwaar verliesgevend vergeleken met de reguliere bouw. Het is bovendien penny wise, pound foolish, want aan aangepaste woningen voor ouderen is groot gebrek. Straks zal dat leiden tot een onnodige gang naar dure intramurale zorg.

Het geheel van deze maatregelen komt mij voor als het systematisch uitroken van woningcorporaties. De erfenis van Enneüs Heerma en tal van andere volkshuisvesters wordt te grabbel gegooid. De instituties van het maatschappelijk middenveld worden met de grond gelijkgemaakt. Om dit te voorkomen dien ik een drietal amendementen in. Ik hoop dat die kunnen rekenen op de sympathie van de CDA-fractie.

Meer in het algemeen wil ik de staatssecretaris vragen om een algehele bezinning op de belastingplicht voor woningcorporaties. Ik stel vast dat er momenteel een fiscale wapenwedloop aan de gang is tussen het ministerie van Financiën en de woningcorporaties. Dat kan toch niet de bedoeling zijn? Als het goed is, hebben de woningcorporaties en de overheid een gezamenlijk belang bij goede volkshuisvesting. Daar moet meer duidelijkheid over komen. Daarom wil een motie indienen. Ik merk dat ik de motie niet bij me heb, maar zie dat mijn medewerker achterin de zaal haar heeft. Ik ga de motie even halen en dien haar dan in.

Motie

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

overwegende dat de regering wijzigingen wil aanbrengen in de fiscale positie van woningcorporaties;

overwegende dat woningcorporaties geen gewone ondernemingen zijn maar organisaties met een specifieke maatschappelijke taak;

verzoekt de regering, in een nota aan de Tweede Kamer voor 1 april 2012 haar visie te geven op de maatschappelijke rol van woningcorporaties en de daarbij passende fiscale behandeling,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:

Deze motie is voorgesteld door de leden Groot en Omtzigt. Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund.

Zij krijgt nr. 56 (33003).

De heer Bashir (SP):

Voorzitter. Dit is niet de eerste keer dat de staatssecretaris een belastingplan verdedigt, maar dit Belastingplan heeft hij wel helemaal zelf mogen maken, vanaf het begin tot aan de indiening. Dat verdient natuurlijk een felicitatie. Bij dezen feliciteer ik hem dus namens de SP-fractie.

Na deze felicitatie schakel ik over naar een beetje opbouwende kritiek. Terwijl de Europese schuldencrisis alsmaar verontrustender wordt en de gewone man lijkt te gaan opdraaien voor de kosten van de bankencrisis, had dit Belastingplan natuurlijk iets aan de pijn kunnen doen. De inhoud van het Belastingplan stelt echter teleur. Er gebeurt bijvoorbeeld niets met de hypotheekrenteaftrek. De staatssecretaris had ervoor kunnen kiezen om de hypotheekrenteaftrek af te toppen en had een begin kunnen maken met de afbouw van het aftrekpercentage. De staatssecretaris had ook eindelijk werk kunnen maken van het bestrijden van belastingconstructies en gaten in de belastingwet waar grote bedrijven en multinationals gebruik van maken om de belasting te ontwijken. Dat doet de staatssecretaris niet. Sterker nog, hij is nog steeds niet van plan om het Bosalgat te dichten, terwijl de Kamer daar unaniem om had gevraagd. Ik kom straks nog wat uitgebreider op dit onderwerp terug.

In wat de staatssecretaris wel doet, schiet hij echter tekort. Neem bijvoorbeeld de 30%-regeling. We hebben de staatssecretaris er al meerdere malen mee gecomplimenteerd dat hij het misbruik van deze regeling aanpakt, maar hij pakt helaas niet door. Nu is de regeling nog ongelimiteerd. De topmanagers en de CEO's die vanuit het buitenland worden gehaald, hebben ongelimiteerd belastingvoordeel. Bij een inkomen van € 350.000 is het onbelaste deel al meer dan een ton. Dit lijkt ondertussen een vorm van goed bevonden graaien aan de top te zijn geworden. De SP-fractie heeft dan ook samen met de fractie van GroenLinks een amendement ingediend om de regeling een plafond te geven zodat er maximaal € 45.000 onbelast vergoed kan worden. Dit wordt bereikt door 30% van het onbelaste loon af te toppen op een inkomen van € 150.000. Dit levert maar liefst 95 mln. op. Dat is geld dat buitenlandse topmanagers en CEO's makkelijk kunnen missen en dat goed voor andere zaken gebruikt kan worden, bijvoorbeeld om het mogelijk te maken dat jonge wetenschappers die straks te weinig verdienen en buiten deze regeling vallen ook van de regeling gebruik kunnen maken.

In de discussie tijdens het wetgevingsoverleg van vorige week over de maatregelen voor de vennootschapsbelasting stelde de staatssecretaris meermalen dat hij op zoek is naar evenwicht. Dat klinkt mooi. Evenwicht impliceert een afweging van belangen; daar is uiteraard niemand op tegen. Zo'n belangenafweging staat of valt echter met het gewicht dat je aan de verschillende belangen toekent en daar gaat het mis. De staatssecretaris zegt dat wij ons moeten afvragen of wij de beperking van de renteaftrek voor de overnameholding wel moeten invoeren als het volledige bedrijfsleven zegt dat deze slecht is. Ik zou dat willen omdraaien: als het bedrijfsleven ontzettend tevreden is over het feit dat het effectief minder belasting betaalt, is dat een teken dat wij iets moeten doen zodat niet voornamelijk de hardwerkende burger de belasting moet ophoesten.

Een ander treffend voorbeeld vond ik in de discussie over het Bosalgat. Dit gat, veroorzaakt door een arrest van het Europees Hof van Justitie, zorgt ervoor dat de kosten die samenhangen met een buitenlandse vestiging aftrekbaar zijn van de Nederlandse winst, maar de winst wordt niet in Nederland belast. Er ligt echter een unaniem aangenomen motie van de Kamer waarin de regering opgeroepen wordt om dit gat te dichten. Dat is meteen een kritiekpunt, want de belangen van het bedrijfsleven lijken veruit het meeste gewicht in de schaal te leggen bij de staatssecretaris en het kabinet. De staatssecretaris zegt rekening te houden met de opinie van het topteam Hoofdkantoren en wil alleen excessen aanpakken. Daar werd in de motie echter niet om gevraagd. Ik vraag de staatssecretaris daarom nog een keer direct wat voor hem belangrijker is: een unanieme uitspraak van de volksvertegenwoordiging waarin opgeroepen wordt om het Bosalgat te dichten of de mening van een of ander schimmig, ondemocratisch overlegclubje?

Ik ga nog even door op dat laatste punt. Ik vroeg de staatssecretaris in een interruptie of hij het Bosalgat als een fiscale faciliteit ziet of als een gat in de fiscale wetgeving. De staatssecretaris wees erop dat het gat de afgelopen acht jaar niet is gedicht en dat dit het bewuste beleid van zijn ambtsvoorganger is geweest. Ik ben het daar helemaal niet mee eens. De voorganger van de staatssecretaris heeft namelijk ook hierop gestudeerd. Uiteindelijk heeft dit toen niet tot maatregelen geleid, maar het is niet zo dat hij er pertinent niets tegen wilde doen. De staatssecretaris zet op deze manier in feite een gat dat allang gedicht had moeten worden, om in een faciliteit. Ik blijf het Bosalgat dan ook als een gat zien en vindt dat dit gat gedicht moet worden. De Kamer, inclusief de partij waar deze staatssecretaris lid van is, wil namelijk niet alleen de aanpak van excessen, niet alleen het tegengaan van misbruik, maar simpelweg ook het dichttimmeren van een gat in onze belastingheffing. Ik daag de staatssecretaris daarom uit om met creatieve oplossingen te komen om tegemoet te komen aan de wens van de Kamer. Ik zal het hier echter niet bij laten. Samen met de heer Van Vliet, de mede-indiener van deze motie, zal ik mij beraden op vervolgstappen.

Ik kom nu bij de maatregelen voor de overnameholdings. Met dit Belastingplan worden eindelijk renteaftrekbeperkingen aan overnameholdings opgelegd. Zo wordt uiteindelijk iets gedaan aan de excessieve renteaftrek bij overnames. Denk in dit verband aan HEMA, Ziggo of Van Gansewinkel. Dit zijn bedrijven die overgenomen zijn door private equity en vervolgens volgestopt werden met overnameschuld. Een belangrijk pijnpunt van mijn fractie is dat toekomstige gevallen aangepakt worden, maar de bestaande gevallen die ik net noemde, door de staatssecretaris met rust worden gelaten. Hij is bang dat deze bedrijven failliet gaan, als zij wel met aftrekbeperkingen te maken krijgen. Dat is eigenlijk te zot voor woorden. Wij kunnen de renteaftrek blijkbaar niet aanpakken en niet aanpassen, omdat bedrijven voor hun overleven volgens de staatssecretaris volledig afhankelijk lijken van de renteaftrek. De Staat houdt dus eigenlijk de HEMA's van deze wereld overeind. Je zou bijna zeggen dat het staatssteun is. Het lijkt mijn fractie reden te meer om deze bedrijven wel onder de aftrekbeperking te scharen, want dan hebben ze tenminste een prikkel om zichzelf gezonder te financieren. Dat is volgens mij de reden geweest waarom deze regeling uiteindelijk opgenomen is. Ik heb daarom een amendement ingediend dat ervoor zorgt dat er een overgangstermijn van een jaar komt. Ik ben uiteraard bereid om te overleggen en de overgangstermijn bijvoorbeeld te veranderen in twee jaar. Ik zeg dit in aanvulling op mijn interruptie van zojuist op de heer Omtzigt.

In dit verband snapt mijn fractie ook niet zo goed waarom er volgens de staatssecretaris geen extra structurele opbrengst is als we bestaande gevallen wel meenemen. Als je zegt dat er geen extra structurele opbrengst is, neem je aan dat bestaande gevallen ongeacht de aftrekbeperking netjes hun schulden aflossen, zodat zij steeds minder beroep doen op de renteaftrek. De staatssecretaris zegt echter ook dat die bedrijven in zware problemen komen als ze te maken krijgen met die aftrekbeperking. Hij gaat er dus vanuit dat bestaande gevallen geen enkele prikkel hebben om hun schulden af te lossen, omdat ze anders de lucratieve renteaftrek verliezen. Dat kan niet allebei waar zijn: ofwel krijgen bestaande gevallen echt last van de aftrekbeperking en is er dus een structurele extra opbrengst, ofwel hebben bestaande gevallen er niet zo'n last van en is er dus ook geen extra structurele opbrengst. Graag hoor ik van de staatssecretaris wat nu het geval is.

De heer Groot (PvdA):

Ik heb het amendement nog niet uitvoerig bestudeerd, maar ik heb wel sympathie voor de aanpak van de bestaande gevallen van de excessieve schuldfinanciering. Heeft de heer Bashir zich ook de steun verzekerd van de heer Van Vliet? Hij heeft zich in het notaoverleg namelijk hiervoor sterk gemaakt. Is dit een gezamenlijk amendement? Mag ik dat aannemen?

De heer Bashir (SP):

Het is geen gezamenlijk amendement, maar ik heb mij net bereid getoond om de overgangstermijn aan te passen. Ik ben ook bereid om de ondertekening aan te passen. Dat geldt zowel voor de heer Groot als voor de heer Van Vliet. Ik ben dus heel soepel hierin. Dan zou het ook niet meer alleen een amendement van de SP-fractie zijn, maar een gezamenlijk initiatief waarmee ervoor wordt gezorgd dat ook bestaande gevallen die ons geïnspireerd hebben tot het nemen van deze maatregelen, onder de bepalingen voor aftrekbeperking vallen.

Voorzitter. Het is mijn fractie nog steeds niet helemaal duidelijk wat er nu precies gebeurt als een overnameschuld wordt geherfinancierd. Daarom geef ik een voorbeeld. Stel dat bedrijf A bedrijf B met behulp van een lening overneemt. Nadat de bedrijven een fiscale eenheid zijn gaan vormen, leent de fiscale eenheid opnieuw een bedrag om daarmee de overnameschuld in één klap geheel af te lossen. Wordt deze nieuwe schuld nog steeds gezien als overnameschuld en is de aftrekbeperking dus nog steeds van toepassing? Of is er hierbij sprake van een nieuwe schuld die fiscaal gezien geen verband houdt met de overname, waardoor de renteaftrekbeperking niet meer van toepassing is? Indien dit laatste het geval is, bouwt de staatssecretaris dan niet een gigantische ontwijkingsmogelijkheid in de nieuwe regeling in? Graag een reactie.

In het wetgevingsoverleg heb ik namens mijn fractie ook gepleit voor meer transparantie in de goededoelensector. Dit punt werd vrij breed gedeeld en daarom vraag ik de staatssecretaris hierbij om anbi's te verplichten om een jaarrekening en een kort beleidsplan op hun website te zetten en die bij de Belastingdienst of een andere overheidsinstantie te deponeren. Daarom dien ik de volgende motie in.

Motie

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat de Nederlandse goededoelensector verre van transparant is;

constaterende dat er een wirwar aan keurmerken, gedragscodes, vertegenwoordigingsorganen en databases voor goede doelen bestaat;

overwegende dat transparantie en eenduidigheid van belang zijn om het toezicht op de anbi's te verbeteren;

verzoekt de regering, een openbare database op te zetten waaraan anbi's verplicht worden om gegevens te leveren, zoals een jaarrekening en een beleidsplan,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:

Deze motie is voorgesteld door de leden Bashir en Irrgang. Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund.

Zij krijgt nr. 58 (33003).

De heer Bashir (SP):

Ik heb ook nog een amendement over dit onderwerp ingediend, waarmee ervoor wordt gezorgd dat instellingen de anbistatus wordt geweigerd of ontnomen als één van hun bestuurders, leidinggevenden of gezichtsbepalend personen, binnenlands of buitenlands beleid dat in strijd is met de regels van het internationaal recht, financieel steunt. Voorts heeft de SP-fractie ook nog een amendement ingediend waarin wordt voorgesteld om de anbistatus te linken aan het salaris van een bestuurder. Als een bestuurder meer verdient dan de dg-norm, verliest de desbetreffende anbi haar status en al haar fiscale voordelen.

Ik heb nog een opmerking over de vermogensrendementsheffing. Bij een vorige behandeling van het Belastingplan heb ik al eens voorgesteld om het gemiddelde rendement van de afgelopen tien jaar te nemen in plaats van het fictieve rendement zoals het nu geval is. De PvdA-fractie stemde toen helaas nog tegen ons voorstel. Nu komt de PvdA-fractie echter met een soortgelijk verhaal, maar zij toch zit met de kosten in haar maag. Hoe bekijkt de staatssecretaris de vermogensrendementsheffing an sich, meer specifiek het fictief rendement van 4% dat in deze tijden op een gewone spaarrekening nooit wordt gehaald?

Wij zijn natuurlijk niet bij mijn oude voorstel, dat ik twee jaar geleden heb ingediend, blijven hangen. Daarom kom ik nu met een nieuw voorstel: laten wij de vermogensrendementsheffing gewoon afschaffen. In plaats daarvan kunnen wij de vermogenswinstbelasting invoeren, waarmee wij alleen de werkelijk behaalde winst over vermogen belasten. Lukt het je om op de beurs tientallen procenten rendement te maken, dan betaal je meer belasting dan iemand met een spaarrekening die maar 2% of 3% rente incasseert. Hiermee stimuleer je het sparen en iedereen zal de belasting als eerlijker ervaren. Kan de staatssecretaris aangeven of hij iets ziet in een vermogenswinstbelasting?

De heer Groot (PvdA):

De heer Bashir heeft opgemerkt dat wij met de kosten in onze maag zitten als wij de heffing in box 3 beter laten aansluiten op het langjarig gemiddelde van staatsleningen. Dat is inderdaad tamelijk duur, maar de afschaffing van belastingen die nu wordt doorgevoerd, beslaat in totaal 800 mln. Wat ons betreft kan dit prima aangewend worden voor zo'n goed doel. Ik ga daarover graag verder spreken met de heer Bashir.

De voorzitter:

Ik geloof niet dat dit een vraag was.

De heer Bashir (SP):

In ieder geval neem ik de uitnodiging aan, want dit is een goed onderwerp om over door te spreken. Ik heb hierover ook een motie; wellicht wil de heer Groot zo dadelijk bij de interruptiemicrofoon aangeven dat hij die meeondertekent.

Motie

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat de vermogensrendementsheffing uitgaat van een fictief rendement van 4%;

overwegende dat dit fictief rendement in economisch betere tijden te laag is;

overwegende dat dit fictief rendement in economisch slechtere tijden te hoog is;

overwegende dat de vermogenswinstbelasting uitgaat van het werkelijk behaalde rendement;

verzoekt de regering om een vermogenswinstbelasting in te voeren in plaats van de vermogensrendementsheffing,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:

Deze motie is voorgesteld door het lid Bashir. Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund.

Zij krijgt nr. 59 (33003).

De heer Bashir (SP):

Voorzitter. Ik begon met de maatregelen die de staatssecretaris niet neemt. Zo had ik het over de hypotheekrenteaftrek. De totale hypotheekschuld is sinds 1995 explosief toegenomen van 140 mld. naar 653 mld. vorig jaar. Dit bevestigt eigenlijk dat de hypotheekrenteaftrek het aangaan van schulden stimuleert. Tegelijkertijd zijn de kosten die aan de hypotheekrenteaftrek zijn verbonden ook enorm opgelopen, van 3,8 mld. in 1995 tot 11,4 mld. in 2010. Daarom dien ik een motie in waarin de regering wordt opgeroepen om te komen met maatregelen om de hypotheekrenteaftrek te beperken.

Motie

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat de totale hypotheekschuld sinds 1995 explosief is toegenomen van 140 mld. naar 653 mld. in 2010;

constaterende dat de kosten die aan de hypotheekrenteaftrek zijn verbonden, enorm oplopen van 3,8 mld. in 1995 tot 11,4 mld. in 2010;

overwegende dat binnen de groep huiseigenaren de 10% hoogste inkomens 31% krijgt van het totale bedrag aan hypotheekrenteaftrek en de 10% laagste inkomens maar 3% van het totale bedrag;

verzoekt de regering, met voorstellen te komen om de hypotheekrenteaftrek te beperken,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:

Deze motie is voorgesteld door het lid Bashir. Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund.

Zij krijgt nr. 60 (33003).

De heer Bashir (SP):

Voorzitter. Ik heb namens de SP-fractie ook een amendement ingediend waarin wordt geregeld dat de aftrek voor levensonderhoud voor zorgafhankelijke of ernstig gehandicapte kinderen blijft gelden tot een leeftijd van 30 jaar en dus niet ingeperkt mag worden. Met dit amendement wordt voorkomen dat een bijzonder kwetsbare groep nog eens hard wordt getroffen.

Tot slot heeft de SP-fractie een amendement ingediend waarin in deze zware tijden van bezuinigingen ook een bijdrage wordt gevraagd van mensen met een heel hoog inkomen. Zo hopen wij de bezuinigingen deels terug te kunnen draaien en de pijn eerlijker te verdelen. Dit amendement zorgt ervoor dat er een 65%-tarief komt voor inkomens boven de € 150.000, waarbij de hypotheekrenteaftrek tegelijkertijd beperkt blijft tot maximaal 52% aftrek. Dit amendement levert 590 mln. op. Wij willen dit bedrag gebruiken om voorstellen te financieren die zijn ingediend op het gebied van SZW en BZK. Mijn collega Karabulut zal met verscheidene voorstellen komen om in ieder geval 5000 mensen in de sociale werkplaatsen aan het werk te houden, 3000 jonggehandicapten aan het werk te helpen en 7700 ID-banen te behouden. Zij zal met andere voorstellen komen waarin de bezuinigingen op de huurtoeslag teruggedraaid worden. Er zal 190 mln. geïnvesteerd kunnen worden in de buurt- en wijkaanpak. Door een kleine bijdrage van 5% van de mensen met de hoogste inkomens te vragen, kunnen wij heel veel problemen aan de onderkant van de samenleving oplossen. De pijn van de bezuinigingen die nu eenzijdig bij de mensen met een laag inkomen wordt gelegd, kan eerlijker en socialer worden opgevangen.

De heer Huizing (VVD):

De heer Bashir vraagt om een kleine bijdrage van 5% van de mensen. Is hij ervan op de hoogte dat in Nederland 10% van de mensen die loonbelasting betalen, 80% van de totale loonbelasting opbrengen? Van deze mensen wil de heer Bashir dus nog meer vragen.

De heer Bashir (SP):

Ik zet vraagtekens bij de som van de heer Huizing. Volgens mij klopt het percentage niet helemaal, maar het komt wel in die richting. Een klein percentage van mensen met een heel hoog inkomen betaalt een groot deel van de inkomstenbelasting. Dat wil niet zeggen dat zij niet bereid zijn om een nog hogere bijdrage te leveren in tijden van bezuinigingen. Het is een solidariteitsbelasting. Ik ken veel mensen met een heel hoog inkomen die er ontzettend trots op zijn dat zij zoveel belasting mogen betalen. Zij zijn er trots op dat zij met hun bijdrage de pijn van mensen in grote problemen kunnen verzachten. Niet iedereen met een hoog inkomen ervaart belastingen als iets slechts. Belastingen kunnen ook als iets positiefs worden gezien.

De heer Huizing (VVD):

Ik vraag de heer Bashir om mij uit te nodigen om met hem mee te gaan. Ik wil die mensen echt dolgraag ontmoeten. Dan neem ik hem mee naar al die mensen die al jarenlang als kleine groep het grootste deel van de kosten van Nederland op zich nemen, en die daar eigenlijk helemaal klaar mee zijn.

De heer Bashir (SP):

Ik zal de heer Huizing natuurlijk meevragen. Het is voor een deel de achterban van de SP. De heer Huizing denkt wellicht dat alleen mensen met een heel laag inkomen op de SP stemmen. Dat is niet het geval. Er zijn ook genoeg rijke mensen die op de SP stemmen. Er zijn ook heel veel VVD'ers die een hoog inkomen hebben en die tegelijkertijd trots kunnen zijn op het feit dat zij meebetalen aan sociale voorzieningen. De heer Huizing doet net alsof de hele achterban van de VVD alleen maar aan de eigen portemonnee denkt, alsof die hele achterban geen gevoel van solidariteit kent, alsof al die mensen er alleen maar op uit zijn om zo min mogelijk belasting te betalen. Dat kan ik mij niet voorstellen, ook niet van de achterban van de VVD. Ik neem de uitnodiging aan en zal samen met de heer Huizing naar de mensen gaan die er trots op kunnen zijn dat zij meebetalen aan de sociale voorzieningen in Nederland.

De heer Koolmees (D66):

Ik heb een vraag over de motie over de vermogensrendementsheffing. Ik deel de overwegingen. Die 4% of in ieder geval de rente wordt als onrechtvaardig gezien. Maar waarom heeft de heer Bashir er niet voor gekozen om iets te doen aan de rente waarmee wordt gerekend? Waarom kiest hij niet voor het introduceren van een vermogenswinstheffing? Is het niet veel simpeler om aan te grijpen op dat 4%-criterium?

De heer Bashir (SP):

In 2009 heb ik daartoe een motie ingediend, maar die is helaas verworpen. Ik stelde voor om bij het fictieve rendement uit te gaan van het behaalde rendement op Nederlandse staatsobligaties over de afgelopen tien jaar. Het probleem daarmee is dat je dan eigenlijk geen rekening houdt met andere bestanddelen in je portefeuille of op je beleggings- of spaarrekening. Iemand die een heel hoog rendement kan halen op de beurs, zal dan net zo veel betalen als iemand die investeert in Nederlandse staatsobligaties. Het voordeel van dit voorstel is dat iedereen op een veel eerlijkere manier wordt behandeld. Mensen die bijvoorbeeld een heel hoog rendement kunnen halen op de beurs, betalen dan immers relatief net zo veel belasting als iemand die ervoor kiest om niet te beleggen en alleen een spaarrekening te hebben.

De heer Koolmees (D66):

Rendement staat ook gelijk aan risico en is in de loop van de tijd dus veel volatieler dan een vaste rente. Bovendien is deze vermogenswinstheffing in de uitvoering juist heel lastig. Daarom is in 2001 bij de herziening van de inkomstenbelasting gekozen voor een vermogensrendementsheffing. Als de heer Bashir ervan overtuigd kan worden dat het misschien beter en makkelijker is om zo'n vermogensrendementsheffing te heffen en als daarbij dan wel wordt nagedacht over de rente waarmee wij rekenen, is hij dan bereid om die motie aan te passen?

De heer Bashir (SP):

Dan zou ik de heer Koolmees willen vragen om zelf met zo'n motie te komen. Die hebben wij zelf twee jaar geleden ingediend. Het punt is juist dat deze motie eigenlijk een verder ontwikkelde gedachte is dan mijn vorige motie, want met deze motie zorg je ervoor dat mensen die veel winst maken, relatief net zo veel belasting betalen als mensen die ervoor kiezen om alleen te sparen. In andere landen bestaat ook een vermogenswinstbelasting en daar wordt die ook gewoon toegepast. Ik zie dus geen grote uitvoeringsproblemen.

De heer Braakhuis (GroenLinks):

Ik probeer te doorvorsen wat de heer Bashir eigenlijk zegt. Een conjunctuurgevoelige en flexibele rente is toch net zo effectief als het veranderen van de grondslag?

De heer Bashir (SP):

Ja, maar dan houd je alleen rekening met één bestanddeel. Als het voorstel is om bij de vermogensrendementsheffing uit te gaan van het gemiddeld behaalde rendement over alle bestandsdelen – dus vastgoed, aandelen, obligaties en de spaarrekening – ben ik inderdaad bereid om in die richting mee te denken. Dat is in ieder geval een verbetering ten opzichte van de huidige situatie, maar de invoering van een vermogenswinstbelasting zou natuurlijk het mooiste zijn, want die kan iedereen eerlijk afrekenen aan de hand van de echt behaalde winsten.

De voorzitter:

Wij hebben vastgesteld dat u morgen nog een motie kunt indienen. Wellicht gaat dat dus nog gebeuren.

De heer Braakhuis (GroenLinks):

Voorzitter. In mijn inbreng in eerste termijn heb ik het gehad over de gesloten en naar binnen gerichte cultuur van de Belastingdienst. Dat blijkt, zoals de heer Van Vliet al aangaf, uit de tien dienstauto's met chauffeur, waarmee managers zich op kosten van de belastingbetaler elke dag op en neer laten rijden van de woonplaats, tot in Maastricht, naar Den Haag. Uit de antwoorden blijkt ook dat zij dit heel gewoon vinden. Collega Van Vliet en ik hebben dit punt dan ook gemaakt, ook bij PowNews, maar veel erger dan dit vind ik eigenlijk de weigerachtigheid waarmee de Belastingdienst het spel van "Kamervragen ontwijken" speelt met de Kamer, zich verschuilend achter artikel 67 van de Awr over geheimhouding. Als ik vragen stel die moeten leiden tot geanonimiseerde en niet te herleiden gegevens, wordt dat antwoord toch geweigerd.

Het ernstige hiervan is dat de Kamer daarmee eigenlijk de wettelijke controle op de ministeriële verantwoordelijkheid wordt ontzegd. Van de Belastingdienst wordt op die manier een soort black box gemaakt. De Kamer krijgt weinig tot geen inzicht in wat de Belastingdienst verstaat onder een "fair share", de uitonderhandelde belastingdruk voor internationale ondernemingen, en de rulingpraktijk. We krijgen geen zicht op de gevolgen van alle belastingverdragen en op de transfer pricing die alsnog plaatsvindt, bijvoorbeeld door definitieverschillen tussen de verdragslanden en Nederland. Wel weten we dat er allerlei geruchten gaan, dat de ontwikkelingslanden erop inleveren en dat een levendige consultingpraktijk op deze wijze de hand boven het hoofd wordt gehouden. Deze consultants zien het als hun wettelijke plicht om hun opdrachtgever zo weinig mogelijk belasting te laten betalen, zo bleek uit een eerlijk antwoord van consultants bij het rondetafelgesprek. Dit kabinet vraagt grote offers van de Nederlandse burgers en daarbij is het gevleugelde woord "vestigingsklimaat". Grote bedrijven en particulieren kunnen deels aan hun belastingplicht ontkomen doordat onder het mom van vestigingsklimaat heel veel wordt gefaciliteerd. Dat moge zo zijn. Dan heeft de Kamer er namens de Nederlandse burgers wel recht op om hierover iets te weten te komen. Nog langer geheim houden is onrechtvaardig voor de burgers en onwenselijk. Het kan niet zo zijn dat het geld van de belastingbetaler en het niet-betaalde belastinggeld van rijke en vermogende bedrijven zich aan het zicht ontrekt. Zo mag een democratie niet werken. Daarom week ik dit onderwerp los van partijpolitieke belangen. Het is in ons aller belang dat wij inzicht hebben in wat er in de "black belastingbox" gebeurt. Daarom wil ik meer inzicht en meer transparantie, met inachtneming van het recht op geheimhouding in individuele cases. Daar wil ik helemaal niet aan komen. Het door mij ingediende amendement hierover voorziet hierin. Tijdens de stemmingen zal zichtbaar worden of er partijen zijn die liever de vermogenden de hand boven het hoofd houden en hen cadeautjes gunt over de rug van de belastingbetaler. Ik weet dat die partijen er zijn. Daarom dien ik de volgende motie in, ter aanvulling op het amendement. Die legt het initiatief terug bij de staatssecretaris, in de hoop dat daar wel een meerderheid voor te vinden is.

Motie

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

van mening dat de geheimhoudingsplicht de parlementaire controle op de Belastingdienst bemoeilijkt;

overwegende dat een goede parlementaire controle van groot belang is;

overwegende dat meer transparantie daarvoor een vereiste is;

verzoekt de regering, een notitie op te stellen voor het overleg over de fiscale agenda hoe het parlementair toezicht op de Belastingdienst kan worden verbeterd,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:

Deze motie is voorgesteld door het lid Braakhuis. Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund.

Zij krijgt nr. 61 (33003).

De heer Braakhuis (GroenLinks):

In mijn eerste termijn heb ik het ook gehad over brievenbusmaatschappijen en trustkantoren. Dat zijn fiscale vehikels die gebruikt worden om belasting te ontwijken via Nederland, belastingparadijs. Daarmee worden de ontwikkelingslanden benadeeld. Als ik dan in de technische briefing hoor dat naleving van de zogenaamde substance-eisen voor brievenbusmaatschappijen niet aan hen is, maar een politieke beslissing moet zijn, neem ik die handschoen op. Dat leidt tot de volgende motie.

Motie

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat de huidige substance-eisen niet tegenhouden dat 13.000 doelvennootschappen via brievenbusmaatschappijen enorme geldbedragen door Nederland sluizen;

overwegende dat dit met name gebeurt vanwege de fiscale verdragen van Nederland;

van mening dat het niet wenselijk is dat ontwikkelingslanden hierdoor inkomsten mislopen;

verzoekt de regering, de substance-eisen en de naleving van de substance-eisen tegen het licht te houden en de Tweede Kamer hierover te informeren voor het AO fiscale agenda,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:

Deze motie is voorgesteld door de leden Braakhuis en Groot. Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund.

Zij krijgt nr. 62 (33003).

De heer Braakhuis (GroenLinks):

Het is inmiddels duidelijk dat de economie krimpt. Dat is ook niet zo gek. Bezuinigingen van de omvang van dit kabinet leiden vaak tot terugval in de economie. Waar de Duitsers de lasten verlagen om de economie te stimuleren, doen wij dat niet. Daarom laat zich daar een groei zien van 0,5% over het laatste kwartaal en bij ons een krimp van 0,3%. Dat betekent niet dat er geen ruimte is om te bezuinigen. Wij noemen dat alleen hervormen. Nog een h-woord! Het aanpakken van het pensioenakkoord en van de hypotheekrenteaftrek. Het zijn verboden woorden bij dit kabinet, dat daarmee miljarden domweg laat liggen, terwijl zelfs zelfbenoemd VVD-prominent Weisglas vindt dat het bespreekbaar zou moeten zijn. Ik vraag de staatssecretaris hoe hij erover denkt. Als partijgenoten van dit kaliber er zo over denken, dan moet het wel goed komen!

Ik schakel door naar de vitaliteitsregeling. De Tweede Kamer wordt gevraagd om in te stemmen met regelgeving over een vitaliteitspakket. Of de regelgeving over een belangrijk onderdeel van dit pakket, de doorwerkbonus, effectief is moet nog worden berekend door het Centraal Planbureau. Dat juist dit onderdeel van het pensioenakkoord komt te vervallen als het niet effectief blijkt te zijn, is blijkbaar jammer. Maar waarom die haast? De regelgeving gaat pas in in 2013 en de Tweede Kamer is nog volop in discussie met de sociale partners over het pensioenakkoord. Waarom wil de staatssecretaris ons dit vitaliteitspakket per se op dit moment door de strot duwen? Ik weet het niet, maar ik vind het in ieder geval discutabel omdat daarmee een ander proces, dat van het pensioenakkoord, mogelijk voor de voeten wordt gelopen. Daarom heb ik de motie hierover van mevrouw Schouten van de ChristenUnie meeondertekend. Ik wil graag dat de staatssecretaris ingaat op de vraag wat het belang is om dit uit de pensioenakkoordonderhandelingen te trekken en nu via dit Belastingplan erdoor te duwen.

Het kabinet zegt ook een kabinet te zijn voor ondernemers. Tegelijkertijd merk ik dat het weigert een van de grootste irritaties van ondernemers aan te pakken en dat is het urencriterium. Je hebt nu recht op zelfstandigenaftrek als je meer dan 1225 uur als zelfstandig ondernemer werkt. Dit betekent dat zelfstandig ondernemers het aantal gewerkte uren moeten bijhouden en die aannemelijk moeten kunnen maken tegenover de Belastingdienst. Dat zijn hoge administratieve lasten, maar er zit ook een ruisfactor in, want het gaat niet alleen om de declarabele uren, maar ook om de uren waarvan zij menen te kunnen aantonen dat zij in ieder geval met het bedrijf zijn bezig geweest, maar hoe betrouwbaar is dat dan? Dit is ook een oneerlijke behandeling van parttime ondernemers, van starters, van ondernemers die minder uren kunnen draaien vanwege een teloorgang in de economie. Zij hebben nu, door deze arbitraire grens van 1225 uur, vaak zelfs helemaal geen recht op de zelfstandigenaftrek en dat juist in een periode dat zij het moeilijk hebben. Ik wil daarvan af en ook de SER adviseert hierover. In die lijn heb ik dan ook de volgende motie.

Motie

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat het urencriterium in de zelfstandigenaftrek leidt tot grote irritatie bij zelfstandig ondernemers;

van mening dat er goede alternatieven denkbaar zijn, zoals een omzetcriterium of een winstcriterium;

overwegende dat de SER ook heeft geadviseerd deze alternatieven nader te onderzoeken;

verzoekt de regering, alternatieven voor het urencriterium in kaart te brengen en de Tweede Kamer daarover te informeren voor het overleg over de fiscale agenda,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:

Deze motie is voorgesteld door het lid Braakhuis. Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund.

Zij krijgt nr. 63 (33003).

De heer Braakhuis (GroenLinks):

Ik ben blij dat de staatssecretaris de 30%-regeling voor expats zo wil aanpassen dat het niet alleen maar een Zuidas-subsidie wordt, maar ook een onkostenvergoeding voor promovendi en jonge onderzoekers uit het buitenland. Net als de heer Bashir vind ik het oneerlijk dat iemand uit het buitenland met een inkomen van 1 mln. over € 300.000 geen belasting hoeft te betalen, terwijl een Nederlander wel over het gehele bedrag belasting moet betalen. Ik kijk dan ook de heer Van Vliet aan, want die zei dat een CEO best meer mag verdienen. Ik denk daar genuanceerder over, maar dat heeft hier niets mee te maken. Die CEO uit het buitenland krijgt wel die drie ton korting, terwijl een Nederlandse CEO dat niet krijgt. Bij die moraliteit heb ik vragen en daarom heb ik samen met de heer Bashir dit amendement ingediend.

Het argument – en dat stelt mij iedere keer teleur – is weer: het vestigingsklimaat. Daarover wordt dan meteen weer gezeurd. Waarom hoor ik dit argument alleen maar als het gaat om het niet willen aanpakken van belastingontwijking en over het willen blijven doorgaan met een subsidie van 5,8 mld. voor gevestigde, fossiele energieverslindende bedrijven? Er is maar één ding echt slecht voor het vestigingsklimaat en dat is naar mijn mening dit kabinet.

Ook de keuze voor de oude gevestigde bedrijven is slecht voor het Nederlandse vestigingsklimaat op de lange termijn. Deze keuze betekent dat innovatieve duurzame bedrijven in Nederland geen voet aan de grond krijgen. Uit onderzoek van het Wereld Natuur Fonds blijkt dat Nederland verder achterop raakt in de schonetechnologiesector. Ons land is intussen gedaald naar de achttiende plaats op de wereldranglijst. In Duitsland – weer Duitsland – heeft men de afgelopen zeven jaar al 250.000 banen gecreëerd alleen al met hernieuwbare energie. De Europese Commissie verwacht tot 2020 410.000 extra banen in deze sector. Maar wat doet het kabinet? Dit kabinet investeert 5,8 mld. in fossiele energie en vernietigt in totaal 110.000 banen met het kabinetsbeleid, althans dat blijkt uit de doorrekening van het regeerakkoord door het CPB. Waarom pakt de staatssecretaris nu niet zijn eigen partij en het CDA keihard aan, die goed hun best doen om het vestigingsklimaat voor innovatieve en duurzame bedrijven nog verder om zeep te helpen met hun amendementen op de Autobrief? Ineens willen zij alsnog belasting gaan heffen op elektrische auto's, al is dat nu, na ingrijpen van minister Verhagen, gelukkig pas per 2014. De Chinese en Amerikaanse bedrijven die zich in Nederland wilden vestigen om een bijdrage te leveren aan de reële economie met grote, duurzame innovatieprojecten voor elektrische auto's, kiezen natuurlijk niet voor een betrouwbare overheid, maar voor een overheid die jaarlijks de regels voor duurzame innovatie aanpast. Betrouwbare overheid? Ik hoor graag van de staatssecretaris dat hij het amendement van zijn eigen partij zal afraden en het oordeel over het amendement voor aftopping van de 30%-regeling van Bashir en Braakhuis en over mijn amendement voor de vergroening van banen alsnog aan de Kamer laat. Aan de vriendelijke lach van de staatssecretaris zie ik dat ik daarop kan rekenen.

De staatssecretaris heeft mij nog steeds geen antwoord gegeven op mijn vraag of het waar is dat er mogelijk niet alleen geen vennootschapsbelasting zal worden betaald op de BES-eilanden, maar ook dat de vervangende vastgoedbelasting aldaar opeens ter discussie staat. Volgens mij bleek dit uit het fractievoorzittersbezoek aan de Antillen. Ik wil eigenlijk gewoon van de staatssecretaris de harde toezegging dat daarvan eigenlijk geen sprake kan zijn en dat natuurlijk de vastgoedbelasting, die in de plaats komt van de vennootschapsbelasting, gewoon wordt doorgevoerd, zoals voorgenomen.

Ik schakel even door naar de autobrief. In eerste termijn heb ik al gezegd dat dit een adembenemend kabinet is, vooral voor kinderen en mensen met luchtwegaandoeningen. De eerste termijn heeft mij geen argumenten opgeleverd die mij konden uitleggen hoe het mogelijk is dat zuinige auto's opeens moeten gaan betalen en de slurpers een korting krijgen. Een factor 49 is opeens het rad dat sommige partijen voor ogen wordt gedraaid. Eigenlijk kan het me niet zo veel schelen, blijkbaar was het 60 of zo. Het gaat erom dat de nieuwe regeling domweg minder progressief is geworden en dus een soort nivellering betekent op uitstoot van CO2. Dat is namelijk netto het geval. Voor mij betekent dit weer een cadeautje aan de vermogenden, over de rug van de milieubewuste nu-opeens-toch-belastingbetalers. Gelukkig zijn er naast mijn partij ook andere die er zo over denken; vandaar dat ik volmondig en van harte het amendement van de heer Koolmees hierover steun.

Een andere poging heb ik vorig jaar al gedaan. Ik zal dit net zo lang volhouden totdat het eindelijk eens wordt aangenomen. We zouden namelijk veel meer werk moeten maken van fijnstofbestrijding, in en buiten de grote steden. Ik heb het over de tweetakt aangedreven motoren van brommers en scooters. We weten allemaal dat dit soort scooters acht keer meer fijnstof uitstoten dan normale dieselauto's; laat staan hoeveel meer in vergelijking met de gewone benzine-auto's, die natuurlijk minder uitstoten. Dit geeft enorme problemen voor de luchtkwaliteit in de steden. Er is een alternatief: de elektrische scooter. Toch wordt er niets gedaan om dit alternatief te stimuleren. Daarom dien ik de volgende motie in, om mensen te helpen kiezen voor een schone oplossing en, en passant, de staatssecretaris aan nog wat extra belastinginkomsten te helpen. Tenzij de regeling natuurlijk buitengewoon succesvol is, want dan verdwijnen die inkomsten als sneeuw voor de zon. Maar dan hebben we in ieder geval een wat schonere lucht in de steden, en hebben we een kans dat we de fijnstofdoelstellingen alsnog halen. Een en ander leidde tot de volgende motie.

Motie

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat geen wegen- of aanschafbelasting wordt betaald voor brom- en snorfietsen;

overwegende dat brom- en snorfietsen vijf keer zo veel lawaai maken als een gemiddelde auto en acht keer zo veel fijnstof uitstoten als een gemiddelde dieselauto;

overwegende dat fijnstof een groot probleem vormt voor de luchtkwaliteit in onze steden;

constaterende dat er inmiddels goede, stille en schone elektrische alternatieven voorhanden zijn;

verzoekt de regering, voor niet-elektrische brom- en snorfietsen en voor scooters een aanschafbelasting in te voeren,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:

Deze motie is voorgesteld door de leden Braakhuis en Groot. Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund.

Zij krijgt nr. 64 (33003).

De heer Braakhuis (GroenLinks):

Mijnheer Van Vliet?

De voorzitter:

Ik ben nog steeds de voorzitter. Ik houd het wel in de gaten of iemand wil interrumperen.

De heer Braakhuis (GroenLinks):

Ik gaf een tip aan de voorzitter.

Een ander dieptepunt, een kleintje, zijn de leasefietsen. De staatssecretaris heeft volgens mij fraudebestrijding hoog in het vaandel staan. Desalniettemin laat hij voor leaseauto's de vrijstelling van 500 privékilometers bestaan, terwijl een op de drie leaserijders hiermee fraude blijkt te plegen. De eerste de beste kilometer van de leasefiets wordt straks wel meteen belast. Dit lijkt echt meer op fiscale vergrijzing dan op fiscale vergroening, en leidt uiteraard tot een motie, waarvan ik nu al weet dat die zeker door de staatssecretaris zal worden aanbevolen.

Motie

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

overwegende dat autoleasemaatschappijen sinds kort de mogelijkheid bieden om fietsen te leasen;

constaterende dat het privégebruik van de leasefiets in de Wet op de loonbelasting 1964 aangemerkt wordt als "loon in natura" en daardoor belast wordt en/of op het budget van de werkkostenregeling drukt;

constaterende dat de leasefiets vanaf de eerste kilometer privégebruik belast wordt, terwijl voor de auto een vrijstelling tot 500 km per jaar geldt en de leasefiets hiermee onevenredig zwaar en maximaal belast wordt ten opzichte van auto's en andere ter beschikking gestelde middelen zoals mobiele telefoons;

constaterende dat het hanteren van een kilometerregistratie voor leasefietsen tot handhavingsproblemen en hoge administratieve lasten leidt;

van mening dat het gebruik van leasefietsen een gezonde en duurzame bijdrage kan leveren aan de oplossing voor regionale verkeersknelpunten;

verzoekt de regering om in de Wet op de loonbelasting 1964 een ondergrens voor zakelijk gebruik van de leasefiets vergelijkbaar met de mobiele telefoon op te nemen, waarbij geldt dat vanaf deze ondergrens het privégebruik nihil gewaardeerd wordt,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:

Deze motie is voorgesteld door de leden Braakhuis en Groot. Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund.

Zij krijgt nr. 65 (33003).

De heer Braakhuis (GroenLinks):

Ik wil nog even kort ingaan op de Geefwet. Het is in mijn ogen één pleister die dit kabinet plakt op drie slagaderlijke bloedingen. Zowel cultuur, natuur als ontwikkelingssamenwerking bloeden zeer hevig door de bezuinigingswoede van dit kabinet. Ik teken erbij aan dat het lachwekkend is dat het kabinet 500 tot 600 mln. weghaalt op deze drie gebieden, en dat we hier vervolgens een paar uur doorbrengen met het te hebben over een Geefwet van 22 mln.; dat is die pleister.

Het is wel van groot belang dat organisaties die zich inzetten voor cultuur, natuur en ontwikkelingssamenwerking, de mogelijkheid krijgen om meer eigen inkomsten te genereren. Daarom heb ik een amendement ingediend op de geefwet. Stap één is het niet afschaffen van de heffingskorting op cultureel, groen en sociaal-ethisch beleggen. Stap twee is het aantrekkelijker maken om te gaan geven. De multiplier in de giftenaftrek kan hieraan bijdragen, maar deze moet dan wel gelden voor alle algemeen nut beogende instellingen, zodat ook organisaties die zich inzetten voor natuur of ontwikkelingssamenwerking ervan profiteren. Verder moeten belemmeringen om te geven worden weggenomen. Daarom vervalt ook de verplichting tot een notariële akte.

We financieren dit amendement via een verhoging van de accijns op diesel met 3,5 cent. Hiermee geef ik ook uitvoering aan een verwaarloosd element uit het regeerakkoord: "Er komt geen kilometerheffing. Verschuiving van vaste lasten naar variabele lasten is mogelijk door verhoging van accijnzen op brandstoffen onder gelijktijdige en evenredige verlaging van vaste lasten." Daarvan is hier sprake. Het is dus ook nog eens in lijn met het regeerakkoord, wat de houdbaarheid aanzienlijk vergroot. Dit kabinet verlicht wel de vaste lasten op de bpm met meer dan een miljard, maar verhoogt niet de accijnzen op diesel. Dit terwijl de accijns op diesel in Nederland 5 cent lager is dan in Duitsland. Dit verschil wordt hiermee wel kleiner, maar blijft nog steeds 1,5 cent. Tenzij het eigenlijke doel van de staatssecretaris is om ontwikkelingssamenwerking en de Nederlandse cultuur en natuur te laten doodbloeden in de operatiekamer, verwacht ik dus eigenlijk een "oordeel Kamer" over dit amendement.

De vergadering wordt enkele ogenblikken geschorst.

De heer Koolmees (D66):

Voorzitter. Ik zie hoe vol de zaal is. Hoe later op de avond, hoe schoner het volk?

De heer Omtzigt (CDA):

Ik zie dat D66 in de meerderheid is.

De voorzitter:

Ik ben neutraal, mijnheer Omtzigt.

De heer Koolmees (D66):

Wij zijn inmiddels zo'n twintig uur verder, sinds de start van het eerste wetgevingsoverleg. Wij hebben uitgebreid gesproken over het Belastingplan. In de eerste plaats wil ik de staatssecretaris bedanken voor zijn schriftelijke beantwoording en zijn uitgebreide beantwoordingen in eerdere termijnen. Ook wil ik de ambtenaren van het ministerie van Financiën – ik zie dat die ook uit hun box zijn vertrokken – bedanken voor de goede amendementenservice. Wij hebben heel wat amendementen ingediend en die zijn heel snel behandeld, waarvoor dank.

Ik wil vandaag ingaan op vijf onderwerpen: het fiscaal stimuleren van schulden en het Vpb-pakket, de 30%-regeling, de Autobrief, de Geefwet en het stimuleren van groen beleggen. Ik begin met de fiscale stimulering van schulden. Ik heb twee weken geleden in mijn inbreng aandacht gevraagd voor het fiscaal stimuleren van schulden. Het kernpunt is dat het hebben van schulden in de fiscaliteit wordt gestimuleerd. Dat blijft een probleem. Voor burgers en bedrijven is het fiscaal voordelig om zo veel mogelijk schuld aan te houden, zowel in de fiscale behandeling van het vreemd vermogen in de vennootschapsbelasting als in de fiscale behandeling van het eigen huis. Er blijven simpelweg prikkels aanwezig om schulden kunstmatig op te pompen, met als gevolg dat de gehele economie gevoelig wordt voor deze schokken. Het kabinet komt nu met maatregelen in de vennootschapsbelasting. De D66-fractie vindt het goed dat de staatssecretaris het alternatief van de Nederlandse Orde van Belastingadviseurs met betrekking tot de overnameholding heeft overgenomen. In het voorstel zit namelijk een echte prikkel om schulden af te lossen en dat vinden wij positief. Bovendien wordt met dit voorstel duidelijkheid geschapen voor investeerders. Daarom steunt de fractie van D66 dit voorstel.

Ondanks de steun voor het aanpakken van de overnameholding, blijf ik met het gevoel zitten dat wij nu pleisters aan het plakken zijn en niet de kern van het probleem aanpakken. Ik ben dan ook blij met de toezegging van de staatssecretaris om begin volgend jaar, bij de behandeling van het Bosalgat, uitgebreider in te gaan op de meer fundamentele discussie over het stimuleren van schulden. Hij heeft toegezegd voor de behandeling van de aanpak van het Bosalgat met een notitie te komen over de fiscale behandeling van vreemd en eigen vermogen. Ik wacht deze notitie met veel belangstelling af.

Het punt van de hypotheekrente blijft dan natuurlijk open staan. De fractie van D66 vindt het onverstandig dat het kabinet de kop in het zand steekt. De president van de Nederlandsche Bank waarschuwde vorige week nog. Ook de heer Knot vindt dat het kabinet nu actie moet gaan ondernemen. Mevrouw Schouten, die er nu niet is, en ik zijn bezig met een initiatiefwet om dit probleem op te lossen, maar het zo zou veel beter zijn als het kabinet dit nu echt eens zou oppakken en aan de slag zou gaan met dit probleem. Daarom dien ik een motie in.

Motie

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat de Nederlandsche Bank in haar Overzicht Financiële Stabiliteit waarschuwt voor risico's van de grote particuliere schuld voor de stabiliteit van de Nederlandse economie;

overwegende dat deze schuld met name wordt gedreven door het gehanteerde fiscale regime;

verzoekt de regering, het fiscale regime zodanig aan te passen dat het hebben van schulden niet langer wordt gestimuleerd,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:

Deze motie is voorgesteld door de leden Koolmees, Verhoeven en Schouten. Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund.

Zij krijgt nr. 66 (33003).

De heer Koolmees (D66):

Mijn tweede punt is de 30%-regeling voor expats. Ik ben zeer tevreden met de tegemoetkoming van de staatssecretaris. Hierdoor kunnen jonge wetenschappers, promovendi en docenten van internationale scholen gebruik blijven maken van deze regeling en dat is winst voor ons vestigingsklimaat en ons kennisklimaat. Dan blijft alleen de dekking van het voorstel over. De heer Huizing van de VVD-fractie zal zo samen met ons een amendement indienen voor de financiering van dit voorstel. Wij zijn benieuwd naar de reactie van de staatssecretaris daarop.

Mijn derde punt is de autobrief. In grote lijnen zijn wij het eens met de voorgestelde behandeling van de autobelastingen. Op een cruciaal punt verschillen D66 en de staatssecretaris echter van mening, namelijk wat betreft de opbrengsten uit de bpm en de wijze waarop die zijn opgebouwd. In de Autobrief wordt uitgegaan van een bpm-opbrengst van 2,1 mld. Dit bedrag is gebaseerd op de opbrengst van 2011. Deze opbrengsten zijn echter sinds 2008 fors afgenomen door een grotere toename van bpm-vrijgestelde auto's, een systeem waar wij nu juist vanaf stappen. Ter vergelijking: de gemiddelde bpm-opbrengst van de afgelopen vijf jaar was 2.6 mld. Er is nu een forse aderlating van ongeveer 500 mln. Dat verdwijnt nu. Het systeem dat wordt voorgesteld, leidt ertoe dat de onwenselijke situatie ontstaat waarin schone auto's duurder worden en vervuilende auto's juist goedkoper. Daarom hebben wij een amendement ingediend. Daarmee willen wij de bpm-opbrengst optrekken richting de gemiddelde bpm-opbrengst van de afgelopen vijf jaar. Daarmee zijn wij coulant geweest, want wij hebben slechts 200 mln. in 2015 geprikt, dus niet het complete bedrag van 500 mln. dat nu wegvalt. Daarmee maken wij de meest vervuilende auto's duurder en dus minder aantrekkelijk.

Ik kom op groen gas. In de Autobrief worden voorstellen gedaan rond de accijnzen op gasvormige brandstoffen. Deze accijnzen zullen in twee stappen worden verhoogd. Tegelijkertijd probeert men met groen gas voet aan de grond te krijgen. Ook de heer Groot heeft het daarover gehad in zijn inbreng. Om de groengasketen verder te ontwikkelen, zijn aan de aanbodkant extra inspanningen nodig zei een collega van de heer Weekers, namelijk de minister van Economische Zaken Maxime Verhagen. Hij zei dit in het kader van zijn green deal. Ook D66 ziet kansen in de ontwikkeling van groen gas. Maar in plaats van groen licht te geven voor groen gas, zet de staatssecretaris het sein op rood door de accijnzen op gas te verhogen. D66 stelt voor om groen gas de kans te geven om verder te ontwikkelen door de verhoging van de accijns op CNG-brandstoffen met drie jaar uit te stellen. De dekking hiervoor is gevonden in de eerder genoemde bpm op vervuilende auto's. Sterker nog, er is hierbij sprake van overdekking. De staatssecretaris kent mij; ik ben een groot tegenstander van lastenverzwaring. Ik vermoed dat de staatssecretaris deze avond echter wel een paar goede doelen heeft gehoord waarvoor hij dat geld kan gebruiken. Ik noem straks ook nog een wens van mijn fractie. Daarbij wil ik de staatssecretaris oproepen om snel een keer met minister Verhagen om de tafel te gaan zitten voor de certificering van groen gas. Dat blijft namelijk in de praktijk een probleem. Groen gas is namelijk, net als elektrisch rijden, een van de green deals. Wellicht komt daarom afstemming ook op dit dossier goed van pas.

Mijn vierde punt gaat over de Geefwet. D66 maakt zich grote zorgen over de bezuinigingen op cultuur. Het kabinet wil dat de sector de eigen broek ophoudt, maar maakt het tegelijkertijd bijna onmogelijk voor de sector om zelf geld te verdienen, door enerzijds de kaartjes duurder te maken – ik duid op de btw-verhoging op de podiumkunsten – en anderzijds de subsidies terug te schroeven met 200 mln. per jaar. De sector krijgt niet de tijd om op eigen benen te gaan staan en te werken aan het verdienvermogen. Deze eigen verantwoordelijkheid moet de sector immers ook kúnnen nemen. De sector moet er de tijd voor krijgen. Het kabinet komt nu met een Geefwet. D66 is altijd positief geweest over een dergelijke wet, of althans over de gedachte achter zo'n wet. Het voorstel dat nu wordt gedaan, is echter een doekje voor het bloeden. Ik heb dan ook veel kritiek op de wet in deze vorm. Ik vraag mij bijvoorbeeld af of dit een robuuste regeling is. Biedt de regeling voldoende ruimte voor nieuwe vormen van vrijgevigheid? Zorgt de multiplier niet voor een verschuiving van giften in plaats van voor een verhoging van de giften? Ontstaat niet het gevaar dat kannibalisatie gaat optreden op doelen als natuur en milieu? Collega Stientje van Veldhoven zal bij de behandeling van de begrotingen van Landbouw en van Infrastructuur en Milieu voorstellen doen om natuur beter te beschermen. Ik richt mij nu even op de cultuur.

D66 vindt een gezonde cultuursector van groot belang. Op dit moment is onze positie dat wij de hoofdlijnen van de Geefwet zullen steunen. De heer Groot van de Partij van de Arbeid heeft een amendement ingediend om ervoor te zorgen dat het beschikbare geld daadwerkelijk voor cultuur wordt benut. Wij steunen dit amendement van harte. We willen niet dat er nog meer bezuinigd wordt op cultuur. Daarom hebben wij grote kritiek op het voorstel van de coalitiepartijen om wederom geld uit de cultuur te halen, 7 mln. van de 12 mln., en dit te besteden aan steun-anbi's. Daarmee hebben wij zelfs geen doekje voor het bloeden voor de cultuur en kleden we haar nog verder uit. Wij hopen dat de Geefwet de sector echt een boost kan geven, maar we twijfelen of dit voldoende is. Een echte oplossing voor dit probleem zou zijn om de verhoging van de btw op podiumkunsten terug te draaien. Daarom dienen wij samen met de Partij van de Arbeid een amendement in om de btw-verhoging van vorig jaar terug te draaien. Als de VVD en het CDA de cultuur daadwerkelijk een warm hart toedragen, stemmen zij natuurlijk in met het amendement. Het is keurig gedekt, dus daar hoeven zij zich geen zorgen over te maken. Ik had een beetje overdekking bij de bpm. Anders blijft de Geefwet een doekje voor het bloeden en kunnen wij de culturele sector geen echte boost geven. Ik kijk daarom heel indringend naar de woordvoerders van de VVD en het CDA. De heer Huizing kijkt heel indringend terug en ook heel warm. Ik neem aan dat de VVD het amendement dus gaat steunen. Dan is er toch weer steun voor het terugdraaien van de btw-verhoging. Ik hoor de heer Van Vliet lachen, dus het komt helemaal goed.

Ik rond af met mijn vijfde punt, de stimulering van groen beleggen. De ChristenUnie heeft een amendement ingediend om de groene beleggingen te blijven beschermen. Ook de heer Omtzigt heeft een motie ingediend, dat wij hebben medeondertekend. D66 steunt de groene beleggingen en is benieuwd naar de reactie van de staatssecretaris op dit amendement en op de motie van de heer Omtzigt. We hopen dat de regeling in stand kan blijven ter ondersteuning van de groene beleggingen.

De heer Groot (PvdA):

De heer Koolmees zegt dat hij de gedachte achter de Geefwet steunt, met name ook de Geefwet voor cultuur. Daar blijft nu 5 mln. van over. Kun je volgens de heer Koolmees dan nog steeds spreken van een Geefwet, die het steunen waard is?

De heer Koolmees (D66):

De heer Groot heeft een goed punt. Dat heb ik zojuist in mijn inbreng ook aangegeven. Er was 12 mln. gereserveerd om de cultuursector een boost te geven. Dankzij het amendement van de coalitie wordt daar nu 7 mln. uit gehaald voor steunanbi's. Dat betekent dat het wel heel karig wordt. Op dit moment sta ik er zo in dat als er inderdaad 7 mln. uit gehaald wordt, er geen sprake meer is van een Geefwet. Dan is het echt een doekje voor het bloeden en verdient het ook niet de benaming Geefwet. Ik ga er dan zeer aan twijfelen of wij het wetsvoorstel wel zullen steunen.

De voorzitter:

De heer Huizing is de laatste spreker. Omdat hij op krukken loopt, wordt hier voor hem een zetel neergezet.

De heer Huizing (VVD):

Voorzitter. Dit zit buitengewoon aangenaam. Ik kan het alle woordvoerders aanraden, vooral degenen die zo lang hebben gesproken. Ik begin met het uitspreken van mijn dank aan de staatssecretaris voor de prettige en uitgebreide beantwoording van de vele vragen, die zowel schriftelijk als mondeling zijn gesteld door de verschillende fracties in de afgelopen tijd. Ik dank ook voor het uitwerken van en meedenken met allerlei mogelijke scenario's.

De VVD is zeer tevreden over de drie speerpunten die ten grondslag liggen aan het Belastingplan. Het eerste speerpunt is de vereenvoudiging. Ons belastingstelsel kan en moet eenvoudiger en begrijpelijker. De VVD is dan ook te spreken over het afschaffen van een zevental rijksbelastingen.

Het tweede speerpunt is soliditeit. De overheid moet een redelijke inschatting kunnen maken van de belastinginkomsten. Daarom is het goed dat openeinderegelingen beperkt worden door het blijvend aanscherpen van normen.

Als derde en laatste speerpunt noem ik de fraudebestendigheid. De VVD wil dat fraude voorkomen en bestreden wordt. Fraude is gewoon diefstal van gemeenschapsgeld. Wij steunen dan ook de voorgestelde maatregelen op dit gebied.

Ik wil graag ingaan op een aantal specifieke punten in het Belastingplan. Om te beginnen de beperking van de renteaftrek door overnameholdings. We hebben hier uitgebreid over gediscussieerd tijdens het wetgevingsoverleg. De VVD kan zich prima vinden in het nieuwe voorstel van het kabinet, waarbij gekeken wordt naar de verhouding tussen overnameschuld en overnameprijs, en niet meer naar de verhouding tussen het totale eigen vermogen en het vreemde vermogen. Hiermee wordt voorkomen dat overnameconstructies waarbij geen sprake is van excessieve renteaftrek onterecht worden getroffen.

Het volgende punt is de zogenaamde 30%-regeling. Wij waren het er al eerder over eens dat deze regeling gebruikt wordt door te veel mensen voor wie hij niet bedoeld is. Ook is de VVD van mening dat deze regeling door de hoge salarisnorm ook mensen treft die we wel graag willen hebben, omdat ze iets bijzonders kunnen. Het is belangrijk dat Nederland blijft beschikken over hoogwaardige onderzoekers en kenniswerkers. De VVD wil daarom graag een uitzondering op de salarisnorm voor de wetenschap en een lagere salarisnorm voor de jonge masters. Ook zouden we de algemene salarisnorm naar beneden willen bijstellen. Dit heeft slechts beperkte budgettaire gevolgen, maar grote positieve gevolgen voor het aantrekken van deze kenniswerkers. Ten slotte blijft 50% van de jonge promovendi die naar Nederland komen, hier ook hangen voor een baan. De VVD heeft hiertoe een amendement ingediend, samen met een aantal andere partijen, die zichzelf daarmee al hebben gepresenteerd.

De VVD steunt het voorstel van de staatssecretaris om het uitbetalen van toeslagen nog maar op één bankrekeningnummer per individu toe te staan. Dit verkleint de kans op fraude en past in het streven naar een kleinere en efficiënte overheid. Onze enige zorg was dat de directe betaling van de toeslag voor kinderopvang aan de opvangorganisaties niet meer mogelijk zou zijn, met alle incassoproblematiek van dien. We zijn dan ook blij met de nota van wijziging, waarin een delegatiebevoegdheid is opgenomen om uitzonderingen toe te staan.

Ik ga nu in op de Wet toepassing dwangsomregeling toeslagen. De VVD vindt als geen ander dat de burger recht heeft op een betrouwbare overheid, die binnen de afgesproken termijnen beschikkingen afgeeft en betalingen doet. Tegelijkertijd dienen wij ook rekening te houden met de tijd die de Belastingdienst gewoon nodig heeft om hieraan te voldoen. De nota van wijziging die is ingediend, komt tegemoet aan de wens van de VVD om de beschikkingen met betrekking tot de voorschotfase hierbuiten te laten. Dank aan de staatssecretaris hiervoor.

Dan kom ik bij de auto. We kennen vier heffingen op het gebruik van motorvoertuigen: bpm, mrb, accijnzen en de bijtelling. Alle vier worden ingezet om milieudoelen te bereiken, wat een ongewenste en onlogische stapeling van fiscale voordelen geeft. Het liefst wil de VVD-fractie dat wordt gekozen voor minder instrumenten. Dat is begrijpelijker, eerlijker en eenvoudiger voor zowel overheid als burger. Verder wil de VVD dat autobelastingmaatregelen aan doelen en normen worden gekoppeld en niet aan middelen. Dat is namelijk dodelijk voor de noodzakelijke innovatie. Het gaat om de hoeveelheid uitstoot en niet om het type brandstof. Door de emissiegrenzen continu aan te scherpen, blijf je de markt uitdagen om innovatie te plegen, die weer bijdraagt aan een steeds schoner milieu. De VVD-fractie is dan ook tevreden over de aanpassingen die het kabinet voorstelt, zoals de introductie van een nieuwe 0-categorie in de bpm. Zoals gezegd stimuleert aanscherping van de normen de ontwikkeling van meer auto's met een nog lagere uitstoot.

Ook het gelijkstellen van diesel en benzine kan op onze steun rekenen. Nogmaals: het gaat om de CO2-uitstoot en niet om de brandstof. Ook het plan om de vrijstelling van motorrijtuigenbelasting voor zeer zuinige auto's af te schaffen en daarbij niet meer de CO2-uitstoot maar het gewicht als basis te nemen, heeft daarom onze steun. Iedere auto, zuinig of minder zuinig, maakt gewoon gebruik van de weg en dient dan ook aan de kosten daarvan bij te dragen. En dan de fiscale bijtelling. Deze wordt gebruikt als maatregel om een lagere CO2-uitstoot te bevorderen. Naar de mening van de VVD is dit typisch een onnodige stapeling van fiscale voordelen. De fiscale bijtelling is bedoeld als een belasting op loon in natura. Er zijn voldoende andere fiscale maatregelen en mogelijkheden om als zakelijke rijder voor een energiezuinige auto te kiezen. De VVD wil daarom de 0-categorie in de bijtelling afschaffen en in plaats daarvan een lagere bijtellingscategorie instellen van 7%. Uiteraard houden we rekening met bestaande gevallen en is een overgangstermijn op zijn plaats. De VVD staat tenslotte voor een betrouwbare overheid. Samen met mijn collega Omtzigt heb ik hiertoe een amendement ingediend. In datzelfde amendement regelen we dat de accijnsverhoging van gas niet in de voorgestelde twee, maar in vier stappen gaat. Daarmee geven we de groengassector iets meer ruimte, zoals men wil. Uiteindelijk gaat het ons echter nog steeds om het doel en niet om het middel.

De VVD-fractie is blij met de komst van de Geefwet. Wij willen namelijk een kleinere overheid. Het minder afhankelijk zijn van anbi's van de overheid hoort daarbij. Naast een kleinere overheid wil de VVD ook een overheid die onnodige belemmeringen wegneemt voor particulieren en organisaties die ernaar streven goede doelen te steunen. Deze Geefwet zorgt ervoor dat anbi's meer ruimte krijgen om het heft in eigen handen te nemen. Anbi's krijgen in deze Geefwet meer mogelijkheden om commerciële activiteiten te ontplooien zonder dat daarmee hun anbistatus wordt bedreigd. Wel zal de VVD-fractie scherp in de gaten houden of deze verruiming gaat leiden tot te veel oneigenlijke concurrentie met ondernemingen die hun dagelijks brood moeten verdienen met die activiteiten.

Culturele instellingen hebben te maken met bezuinigingen en zijn minder gewend zelfstandig fondsen te werven. De VVD-fractie omarmt het plan van het kabinet om deze instellingen een extra duwtje in de rug te geven met de introductie van een extra multiplier op giftenaftrek. Wij gaan ervan uit dat deze maatregel zorg draagt voor meer zelfstandig verworven inkomsten en zijn benieuwd naar de evaluatie eind 2015.

Ook de verruiming van de vrijwilligersregeling heeft onze steun. De VVD-fractie is blij te constateren dat het kabinet meteen heeft nagedacht over mogelijk misbruik en het voorkomen hiervan met de introductie van de negatieve giftaftrek.

De heer Groot (PvdA):

De heer Huizing kan dit toch niet menen? Als je de multiplier terugbrengt tot 2 mln. en tot 3 mln. in de ib, geef je de culturele instellingen toch niet veel meer dan een fooi? Hij kan toch niet met droge ogen beweren dat dit ook maar iets gaat helpen?

De heer Huizing (VVD):

Ik begrijp de vraag niet. Wat brengen wij terug?

De heer Groot (PvdA):

De multiplier zal volgens de heer Huizing een betere geefcultuur tot ontwikkeling brengen. Tegelijkertijd wordt dat bedrag teruggebracht van 12 mln. naar 5 mln.: 2 mln. in de Vpb en 3 mln. in de ib.

De heer Huizing (VVD):

Dan hebt u het over het amendement. Ik heb nog niets over het amendement gezegd, dus ik begrijp niet waar deze vraag vandaan komt.

De heer Groot (PvdA):

Dat amendement is bekend, want het is ingediend. U was me nog het antwoord schuldig op de vraag hoe u hiermee akkoord kon gaan.

De heer Huizing (VVD):

Daar kom ik zo op.

De heer Groot (PvdA):

Dan wachten we dat af. Wat u net zei, kon u toch echt niet waarmaken, lijkt mij.

De heer Huizing (VVD):

Volgens mij heeft de heer Van Vliet een amendement ingediend waar ik nog niets over heb gezegd, in ieder geval niet in dit gremium. De heer Groot heeft er desalniettemin al allemaal gedachten bij. Ik hoop dat ik zijn vragen afdoende kan beantwoorden.

Uiteraard had de VVD-fractie de multiplier van 150% voor zowel de inkomsten- als de vennootschapsbelasting willen handhaven. Culturele instellingen werven hun inkomsten zowel bij bedrijven als particulieren. Voor beide categorieën is een steun in de rug op zijn plaats. De heer Van Vliet heeft de wens geuit de multiplier voor de inkomstenbelasting te willen beperken. Om te beginnen kan ik net als veel andere VVD'ers gewoon koppen tellen. Het is voor de VVD van groot belang dat er een multiplier in de inkomstenbelasting blijft bestaan. Met dit amendement wordt 7 mln. vrijgemaakt en gebruikt voor het mogelijk maken van giftenaftrek in de inkomstenbelasting voor eenmalige giften aan steunstichtingen, wat wij belangrijk vinden. Dat laatste wordt vormgegeven door het amendement van de heer Omtzigt en mijn collega Neppérus. Daarom zal de VVD-fractie het amendement van de heer Van Vliet steunen.

De heer Koolmees (D66):

Dan kom ik nu wel terug op de vraag van de heer Groot. Hoe kan de VVD, die de cultuur toch een warm hart toedraagt, na 200 mln. bezuiniging op cultuur, na de verhoging van de btw op de podiumkunsten, nu wederom het budget voor kunst en cultuur verlagen met deze amendementen?

De heer Huizing (VVD):

De Geefwet zal culturele instellingen de ruimte bieden om het heft in eigen handen te nemen en zelf meer inkomsten te verwerven. Wij geven hun daarbij een steuntje in de rug. Van ons had dat steuntje in de rug voor de komende vijf jaar wat steviger mogen zijn. Tegelijkertijd realiseren wij ons echter ook – dat is een fact of life – dat wij hier te maken hebben met een groot Belastingplan, met een Geefwet, met een uitwerking van de autobrief, met overige fiscale maatregelen et cetera. Als je dat pakket en de gesprekken die wij hebben gehad bij elkaar neemt en als je dan de koppen telt, is dit het resultaat van de gesprekken die wij hebben gevoerd. De VVD-fractie is tevreden over het feit dat wij in de inkomstenbelasting nog steeds een multiplier van 125% overhouden.

De heer Koolmees (D66):

De multiplier van 125% is ontzettend beknot door de verlaging van het plafond. De heer Groot heeft een amendement ingediend; de heer Braakhuis en ik hebben dat medeondertekend. Als wij met ons vieren het amendement van de heer Groot steunen, kunnen wij de cultuursector daadwerkelijk een steuntje in de rug geven. De 7 mln. voor steun aan de anbi's vinden wij ook wel ergens; er is genoeg overdekking in de amendementen. Als via deze weg een meerderheid kan worden gevonden – dat wordt koppen tellen – om het geld dat bedoeld was voor de cultuursector bij de cultuursector te laten, kunnen wij dan op de steun van de heer Huizing rekenen?

De heer Huizing (VVD):

Nee, dat kunt u niet. Zoals gezegd, het gaat om het grotere geheel. U hebt helemaal gelijk: op dit punt zouden wij misschien in een andere samenstelling zaken kunnen doen. Nogmaals: dit is maar een van de tien punten waarover wij met elkaar hebben gesproken. Over het totale pakket is de VVD-fractie heel tevreden. Het amendement van de heer Van Vliet maakt daar onderdeel van uit. Dat is een onlosmakelijk onderdeel van het totale pakket aan maatregelen dat de VVD-fractie graag ziet in het Belastingplan 2012.

De heer Braakhuis (GroenLinks):

De VVD-fractie sloopt eerst honderden miljoenen weg bij deze sector. Vervolgens komt zij met een Geefweg van 22 mln. Ik heb deze net een pleister op drie slagaderlijke bloedingen genoemd. Vervolgens speelt de heer Huizing het ook nog klaar om 7 mln. van de 12 mln. – dat was al zo'n fooi – weg te trekken bij de culturele sector en te verdelen over 250.000 sociaal belang behartigende instellingen. Dat is gemiddeld € 28 per ssbi. Dat kan de heer Huizing toch niet serieus menen?

De heer Huizing (VVD):

Wij kunnen het bedrag ook door 16,5 miljoen Nederlanders delen. Het aantal steunstichtingen in Nederland is natuurlijk veel kleiner dan het aantal ssbi's dat de heer Braakhuis noemt. Ik vind dat dus geen juiste rekensom. De heer Braakhuis zei dat wij 7 mln. weghalen bij de culturele sector, maar de Geefwet is in de basis iets anders dan alleen het geven van fiscaal voordeel. Als wij dat zouden doen en als wij weer tot het bedrag zouden komen dat wij bezuinigd hebben in de cultuursector, dan hadden wij dat laatste niet hoeven doen, want dan gaat de belastingbetaler uiteindelijk toch de hele cultuur in Nederland betalen. Dan deel ik de opmerking van de heer Van Vliet. Op deze manier kunnen culturele instellingen zelf actie ondernemen zonder te veel belemmeringen om aan eigen inkomstenwerving te doen. Het aardige is dat nu in de praktijk al blijkt dat de instellingen die meteen de handschoen hebben opgepakt – ik noem Museum Boerhaave – aangeven dat het hen ook nog lukt.

De heer Braakhuis (GroenLinks):

Dat zal dan ook wel voor de ssbi's gelden. De heer Huizing versnippert het geld zo ontzettend, dat het totaal zijn effect verliest. Dat is het probleem. Nogmaals: de heer Huizing trekt steeds meer geld weg bij de cultuursector. Bij de een, bijvoorbeeld een museum, zal het wellicht beter gaan dan bij de ander. Bij de podiumkunsten is het een drama. Hen lukt het helemaal niet. Zij hebben geen café of restaurant om zichzelf in leven te kunnen houden. Voor die partijen is wat hier gebeurt echt een drama. De heer Huizing neemt 7 mln. weg en verdeelt dit bedrag over talloze stichtingen van dit soort waardoor er in the end eigenlijk niets overblijft. Dat kan hij niet menen!

De heer Huizing (VVD):

Dat menen wij wel. Overigens zou je juist van de culturele instellingen enige creativiteit verwachten. Als een instelling niet verder komt dan het runnen van een bar om extra inkomsten te verwerven, vraag ik mij af of het een goede instelling voor podiumkunsten is. Ik kan zo een paar dingen verzinnen die je ook zou kunnen doen. Nogmaals, de fractie van de VVD had graag gezien dat de Geefwet door de Kamer was gekomen zoals de staatssecretaris die gepresenteerd heeft. De praktijk blijkt echter anders te zijn. Wij kiezen nu voor een totaalpakket waar de fractie van de VVD niet alleen mee kan leven, maar waarvan wij ook denken dat het goed is voor wat wij allemaal willen in dit land. Als daarbij hoort dat wij een stukje van de Geefwet moeten inleveren, vinden wij dit jammer, maar hebben wij daar wel vrede mee.

De heer Braakhuis heeft het almaar erover dat de Geefwet een doekje voor het bloeden is en dat de fiscale voordelen een doekje voor het bloeden zijn. Ik begrijp daarom niet helemaal waarom hij hier nu zo'n heisa over maakt, want van een heel klein beetje kun je ook niet heel veel afhalen.

De heer Bashir (SP):

Ik begrijp het niet helemaal. Misschien kan de heer Huizing het mij uitleggen. De heer Huizing heeft het over koppen tellen. Als ik de koppen tel, is er volgens mij echter een meerderheid voor de multiplier in de vorm zoals die in de Geefwet van de staatssecretaris stond. De SP-fractie had liever geen multiplier gehad. De SP-fractie had liever de verhoging van de btw teruggedraaid, maar omdat daar geen meerderheid voor is, zeggen wij: dit is doekje voor het bloeden, maar vooruit, wij kunnen ermee leven. Als ik de koppen tel en de fractie van de VVD meetel, dan had de multiplier kunnen bestaan. In feite wordt er dus flink bezuinigd op cultuur, maar de hele sector wordt wel blij gemaakt met een dooie mus. Kan de heer Huizing mij dus uitleggen hoe hij de koppen heeft geteld?

De heer Huizing (VVD):

De heer Bashir is blijkbaar wel in staat om goed koppen te tellen, maar hij luistert niet goed. Ik heb dit volgens mij namelijk net uitgebreid uitgelegd aan de heren Braakhuis en Koolmees. Als je de koppen op dit ene punt telt, heeft de heer Bashir gelijk. Zoals wel vaker in deze zaal is het ook in dit geval de vraag of je tevreden bent met het totaalpakket dat je met elkaar kunt afspreken. Daar zit geven en nemen in. Dit heeft de fractie van de VVD nog net niet in zijn geheel binnengehaald. Dat vind ik jammer, maar het is een fact of life. Dit hoort nu eenmaal bij het besturen van dit land met meerdere partijen. Als ik 76 zetels achter mij zou hebben, was dit geen probleem geweest.

De heer Bashir (SP):

Die 76 zetels voor die maatregel zijn er. De heer Huizing begon dit onderwerp met te zeggen dat hij koppen had geteld en dat hij vervolgens conclusies moest trekken. Hij kan dit zelf nalezen in de Handelingen. Mijn vraag is dan: stel dat de heer Huizing besluit om alsnog de multiplier waar de hele cultuursector in feite mee blij is gemaakt en die vervolgens helemaal of half afgebouwd wordt, dat die zeg maar op de een of andere manier door …. Ik zal mijn vraag nog een keer formuleren. De VVD kiest er in feite voor om de multiplier voor de helft af te bouwen. Was het dan niet eerlijker geweest om het geld terug te sluizen naar waar het vandaan komt, bijvoorbeeld de monumentenzorg? Dat is volgens mij een van de onderwerpen waar de achterban van de VVD de afgelopen jaren heel veel gebruik van heeft gemaakt, als ik de woorden van de heer Huizing mag geloven dat het daarbij alleen om rijke mensen gaat.

De heer Huizing (VVD):

Ik ga meteen even in op dat laatste. Minstens de helft van het bedrag dat bij de monumentenzorg is weggehaald, komt van het niet meer kwijtschelden van allerlei belastingen die gewoon horen bij het ergens wonen. Dit had dus niet zo veel te maken met het stimuleren van monumenten in Nederland. In die zin vind ik het volkomen terecht dat dit geld daar sowieso weggehaald wordt.

Ik kom nog eens terug op het koppen tellen. De heer Bashir beperkt zich nu tot dit ene punt, maar ik heb het over het totaal waarover wij vanavond spreken. Inmiddels liggen er al 56 amendementen, geloof ik, en een stapel moties. Daar zitten er vele van de kant van de SP bij. De VVD is daar helemaal niet blij mee en zal die ook absoluut niet steunen. Gelukkig hebben wij echter collega's in deze zaal, in dit parlement, met wie wij op heel veel gebieden goede zaken kunnen doen, ook op dit gebied. In die onderhandelingen hebben wij inderdaad 25% van de multiplier ingeleverd.

De heer Groot (PvdA):

De heer Huizing is in ieder geval eerlijk als hij zegt: nou ja, wij hadden het liever anders gedaan. Waarom zegt hij dan ook niet: ik feliciteer de PVV ermee dat wij iets aan cultuur hadden willen geven, maar dat dit niet doorgaat? Waarom zegt hij dan nog steeds dat hij tevreden is met de Geefwet, als de heer Huizing zelf weet dat er materieel niks van overblijft?

De heer Huizing (VVD):

Nogmaals, wij zijn tevreden over de Geefwet omdat die veel meer is dan alleen maar de fiscale voordelen die ermee geboden worden. Het gaat namelijk ook over het wegnemen van heel veel belemmeringen om juist ervoor te zorgen dat anbi's in staat zijn om zelf hun inkomsten te werven, in plaats van dat zij aan de subsidiekraan blijven lurken. Ik wil de PVV met liefde feliciteren, maar dan zal de heer Van Vliet mij waarschijnlijk terug feliciteren vanwege het feit dat wij in ruil hiervoor op andere belangrijke punten dingen hebben binnengehaald.

De voorzitter:

Mijnheer Groot, een korte vraag alstublieft.

De heer Groot (PvdA):

Ik zal het heel kort houden.

De heer Huizing zegt dat anbi's op allerlei andere manieren tegemoet worden gekomen. Ik kan alleen vaststellen dan anbi's hun Vpb-vrijstelling kwijtraken en dat instellingen zoals het Van Gogh Museum en de Anne Frank Stichting inschatten dat zij daardoor tonnen kwijtraken. Zij komen namelijk onder de Vpb-plicht komen te vallen. Ook langs die weg wordt er dus juist geld bij die instellingen weggehaald. Wat dat betreft, kan de heer Huizing niet volhouden dat de Geefwet zo veel meer is dan alleen dit.

De heer Huizing (VVD):

Het wordt voor een anbi juist extra mogelijk om inkomsten uit commerciële activiteiten een-op-een te verrekenen met kosten die zij maakt voor het doel dat zij nastreeft. Daarmee heeft die anbi helemaal geen last van de Vpb. Pas als je het geld uit de stichting wilt halen om het op een andere manier te besteden, kom je eerst in aanmerking voor de Vpb. Dat is wel waar. De meeste anbi's in Nederland zijn echter gewoon een stichting met inkomsten, zowel donaties als inkomsten uit commerciële activiteiten. Er zitten kosten in ten behoeve van het doel. Die kan je keurig met elkaar verrekenen, zolang het maar niet de grens van € 15.000 te boven gaat. Dan hoef je er ook geen vennootschapsbelasting over te betalen. En, by the way, mag je ook nog een stuk van die inkomsten in een bestedingsreserve stoppen, om die in een later stadium aan je goede doel te geven. Dan moet niet jaren duren – daar zit ook wel een termijn aan vast – maar dat kan ook nog. Wat de heer Groot zegt, geldt misschien voor een aantal stichtingen, maar die hebben wel een heel ingewikkelde constructie bedacht.

De voorzitter:

Mijnheer Huizing, wilt u uw betoog alstublieft afmaken?

De heer Huizing (VVD):

Dat doe ik graag.

Voorzitter. Ik maak nog een aantal opmerkingen over anbi's in het algemeen. Allereerst maken wij ons net als anderen zorgen over de transparantie van anbi's. Van de circa 50.000 anbi's die wij in Nederland kennen, is vaak niet terug te vinden wat zij doen en waar het geld terechtkomt. Tijdens het wetgevingsoverleg heb ik daarom ook aangegeven dat wat ons betreft een publicatieplicht bij het hebben van een anbistatus hoort, net als een gratis systeem dat de burger in staat stelt om zich op eenvoudige wijze te informeren over de activiteiten van een bepaalde anbi en de besteding van het geld.

Wij danken de staatssecretaris dan ook voor zijn uitgebreide toezegging om het conceptwetsvoorstel dat het ministerie van Veiligheid en Justitie in voorbereiding heeft en waarin de publicatieplicht van stichtingen wordt geregeld, uit te breiden met een specifieke plicht voor anbi's om via de Kamer van Koophandel informatie als een balans en een overzicht van baten en lasten te geven, maar ook informatie te geven over de doelstelling van een bepaalde anbi en over de vraag of deze bereikt wordt. Daarnaast zullen anbi's informatie moeten geven over de kosten van de organisatie in kwestie, bijvoorbeeld over huisvesting en salarissen. Vanwege deze uitgebreide toezegging vindt de VVD-fractie het niet nodig om een motie in te dienen of een motie te meeondertekenen. Wij hebben daarom het idee dat de moties die zojuist ingediend zijn, wellicht overbodig zijn.

Een ander punt is dat er anbi's zijn die met de strafrechter in aanmerking komen vanwege het willens en wetens in gevaar brengen van andere mensen of vanwege het schade toebrengen aan eigendommen van de overheid of burgers. Daarover hebben wij het in het wetgevingsoverleg ook gehad. De VVD vindt dat er dan geen sprake kan zijn van het beogen van algemeen nut en al helemaal niet van fiscale voordelen. De burger hoeft niet mee te betalen aan het overtreden van de wet. Binnen onze democratische rechtsstaat zijn er vele mogelijkheden om je mening kenbaar te maken. De grenzen waarbinnen je dat doet en mag doen, worden bepaald door de wet. Hierover wil ik graag mede namens mijn collega Van Vliet de volgende motie indienen.

Motie

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat in 2009 met de wijziging anbiregeling de integriteitseis voor algemeen nut beogende instellingen (anbi's) is ingevoerd waarbij organisaties de anbistatus onthouden of ontnomen kan worden indien de organisatie, een bestuurder, een feitelijk leidinggevende of een gezichtsbepalend persoon in de laatste vier jaar onherroepelijk is veroordeeld wegens het aanzetten tot haat, aanzetten tot geweld of gebruik van geweld;

constaterende dat nog altijd organisaties of personen in dienst van deze organisaties na wetsovertredingen hun anbistatus blijvend genieten;

overwegende dat een anbi die de Nederlandse wet overtreedt onmogelijk kan spreken van het dienen van algemeen nut;

verzoekt de regering, te komen tot een voorstel waarbij de huidige regelgeving wordt aangescherpt zodat een organisatie met de anbistatus, of een bestuurder, een feitelijk leidinggevende of een gezichtsbepalend persoon die de Nederlandse wet overtreedt en daarvoor onherroepelijk strafrechtelijk veroordeeld wordt, de anbistatus voor een periode van vijf jaar wordt ontnomen,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:

Deze motie is voorgesteld door de leden Huizing en Van Vliet. Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund.

Zij krijgt nr. 67 (33003).

Mevrouw Schouten (ChristenUnie):

Dit is een manier om elke anbi tot een ontzettende screening van het personeelsbeleid te bewegen. Sterker nog, dit kan aanleiding geven om tussentijds continu te blijven screenen, bijvoorbeeld hoe iemand in zijn huwelijk zit en of iemand geen vijanden heeft in privézaken. Als ik de motie van de heer Huizing goed begrijp, kunnen "gezichtsbepalende figuren" – wat die term ook in mag houden – van een anbi ertoe leiden dat een anbi haar status verliest voor ten minste vijf jaar. Dat kan toch nooit de bedoeling van de heer Huizing zijn?

De heer Huizing (VVD):

Dan heeft mevrouw Schouten de motie niet goed begrepen, want uiteraard is dat niet de bedoeling. Het gaat om activiteiten die iemand onderneemt in het kader van de doelstelling van deze organisatie.

Mevrouw Schouten (ChristenUnie):

Ik zal de motie er nog eens goed op nakijken, maar als ik deze zo heb beluisterd, betreft het verzoek bestuurders of gezichtsbepalende figuren die onherroepelijk strafrechtelijk veroordeeld zijn wegens een strafbaar feit. In de motie wordt daaraan niet gekoppeld dat het strafbaar feit begaan moet zijn in het kader van activiteiten voor de anbi. Dit gaat over een strafrechtelijke veroordeling in het algemeen. Ik hoop uiteraard niet dat het gebeurt, maar als iemand een ander op een goede borrelavond in elkaar slaat, kan de anbi daarvan de klos worden. Dat vraagt de heer Huizing met deze motie.

De heer Huizing (VVD):

Ik zal nog even met mevrouw Schouten naar de motie kijken. Als blijkt dat de formulering verwarring schept omdat mevrouw Schouten het zo interpreteert, zullen we die aanpassen. Het is namelijk geenszins de bedoeling dat de anbi gestraft wordt als mensen een wetsovertreding begaan in een totaal ander kader dan hun activiteiten voor de anbi. Het gaat uitsluitend om activiteiten die betrekking hebben op deze organisatie.

De heer Braakhuis (GroenLinks):

Het maakt mij eigenlijk geen klap uit; al is het wel in dienst van de anbi! We hebben in Nederland zoiets als de wet. Dat houdt in dat iemand die strafbare feiten pleegt, daarvoor gewoon verantwoordelijk kan worden gesteld. Daar hebben wij rechters voor. Wat de heer Huizing nu voorstelt, is dat de activiteit van één persoon in dienst van een anbi, ertoe leidt dat de anbi wordt opgeheven. Het voor vijf jaar opheffen van het recht om anbi te zijn, is het opheffen van de anbi. Daarmee wordt een groep van mensen gestraft die zich gemeenschappelijk voor een goed doel instelt, terwijl het gaat om strafrechtelijke activiteiten van een paar mensen. Is dat rechtvaardig? Ik weet dat de wet rechtspreekt en dat de wet niet rechtvaardig is, maar wij hebben wetten in Nederland. Mensen die strafbare feiten plegen, kunnen gewoon veroordeeld worden.

De heer Huizing (VVD):

Dat is helemaal juist, maar er zijn mensen die handelingen verrichten in het kader van het bereiken van het doel van een bepaalde organisatie. Als er dan geweld wordt gepleegd, als er dan zaken worden vernield, als er dan eigendommen van de overheid of van particulieren worden aangetast, dan kunnen wij niet spreken van een algemeen nut beogende instelling. Daar moeten u en ik natuurlijk niet aan meebetalen. De stelling dat een anbi die haar status voor vijf jaar kwijtraakt, meteen opgeheven wordt, deel ik niet. Dan is het blijkbaar een organisatie die volkomen afhankelijk is van de belastingbetaler en die niet in staat is zonder die bijdrage haar broek op te houden.

De voorzitter:

Mijnheer Braakhuis, alstublieft heel kort. Het loopt nu wel heel erg uit.

De heer Braakhuis (GroenLinks):

Is de heer Huizing zich ervan bewust dat hij met de acties van een paar mensen hele organisaties criminaliseert? Dat is wat hier gebeurt.

De heer Huizing (VVD):

Die opmerking begrijp ik echt helemaal niet. Hoe kan ik organisaties criminaliseren? Het is de rechter die bepaalt of iemand in het kader van een organisatie een strafbaar feit heeft gepleegd. De Belastingdienst zal dan zeggen: het spijt ons, maar u komt niet in aanmerking voor de anbistatus. Geen goed doel, geen van de 50.000 anbi's in Nederland die zich bij het bereiken van hun doel gewoon normaal aan de wet houden, zal daar ooit last van hebben.

De heer Omtzigt (CDA):

Ik ben blij met de toezegging van de heer Huizing dat het er inderdaad om gaat dat de personen de overtreding begaan in het kader van activiteiten die door de anbi expliciet gesanctioneerd zijn. Het staat niet in de motie, maar ik neem aan dat zij in die zin zal worden aangepast.

De voorzitter:

Dat heeft de heer Huizing al toegezegd.

De heer Omtzigt (CDA):

Maar er zitten nog meer vraagtekens aan deze motie vast. Hoe operationaliseer je de motie? Wat doe je met anbi's die mensen in dienst nemen in het kader van resocialisatie en die bewust ex-gedetineerden een plaats bieden? Dat kunnen overwegingen zijn die je niet rechtshalve wilt verbieden. Wat doe je met kleine wetsovertredingen? De CDA-fractie heeft sympathie voor het voorstel als er levens in gevaar worden gebracht, maar bij kleine overtredingen is de sanctie disproportioneel. Zou het een idee zijn om de motie zo in te richten, dat de regering aangeeft welke opties er zijn voor wat in de wet kan worden verboden? Dat is een tussenstap. Als deze motie rechtstreeks in het wetsvoorstel terechtkomt, gaan wij wel heel kort door de bocht.

De heer Huizing (VVD):

Wij vragen het kabinet ook om daar heel goed over na te denken. De staatssecretaris moet in overleg met de staatssecretaris van Veiligheid en Justitie met een voorstel komen. Wij zetten drie kaders neer. Wat onvoldoende in de motie is terug te vinden, zal leiden tot een aanpassing. Het moet een overtreding zijn in het kader van het bereiken van de doelstelling van de organisatie. Een ex-gedetineerde die voor iets heel anders veroordeeld is, zal daar nooit last van hebben en de anbi uiteraard evenmin. Het tweede kader wordt gevormd door die termijn van vijf jaar. Het derde kader is dat het moet gaan om een misdrijf waar bijvoorbeeld een straf van minimaal een jaar op staat. Als je op dat niveau komt, kom je terecht bij serieuze misdrijven.

De heer Omtzigt (CDA):

Ik neem aan dat de heer Huizing doelt op een maximumstraf. Over minimumstraffen komen wij nog te spreken.

De heer Huizing (VVD):

Daar ga ik nu niet over praten.

De heer Omtzigt (CDA):

Het moet gaan om een maximumstraf voor een bepaald misdrijf en niet over de vraag of de desbetreffende persoon daartoe veroordeeld is. Dat begrijp ik en dat steun ik, maar is de motie dan zo te interpreteren dat u verwacht dat de minister van Justitie en de staatssecretaris van Financiën met een wetsvoorstel komen? Of gaat het om een notitie waarin zij duidelijk aangeven welke pro's en contra's er aan bepaalde keuzes zitten?

De heer Huizing (VVD):

Ik denk dat wij altijd een eerste stap moeten nemen. Dan is een notitie daarover wat mij betreft prima. Het gaat erom dat wij hier als parlement op z'n minst uitspreken dat de grenzen van wat je wel en niet mag in dit land, bepaald worden door de wet en niet door mensen die denken dat zij de wet mogen overtreden omdat zij groot gelijk hebben. Dat is een zeer principieel punt en dat is het enige waar het op dit moment over gaat.

De heer Bashir (SP):

De motie van de heer Huizing biedt geen oplossing voor gevallen waarin de instelling of de bestuurders daarvan niet zelf strafrechtelijk veroordeeld zijn maar wel geld inzamelen voor doelen die niet helemaal deugen; stel bijvoorbeeld dat er in Nederland een anbi zou zijn die voor de moedjahedien of voor de Tamil Tijgers geld inzamelt. Over de Tamil Tijgers hebben wij diverse nieuwsartikelen kunnen lezen, omdat diverse instellingen, al dan niet met een anbistatus, geld inzamelden voor de Tamil Tijgers.

De voorzitter:

Wilt u uw vraag aan de heer Huizing alstublieft formuleren?

De heer Bashir (SP):

Mijn vraag is hoe de heer Huizing daartegen aankijkt.

De heer Huizing (VVD):

Het spijt me; het was een heel lange vraag, maar ik begrijp de vraag gewoon niet. U noemde allerlei organisaties die ook in de ogen van Nederland strafbare feiten plegen. Als een organisatie in Nederland echter niet verboden is en niet door een Nederlandse rechter strafrechtelijk veroordeeld is voor activiteiten in Nederland of daarbuiten, kunnen wij als Nederlands parlement hoog of laag springen, maar dan zullen wij die organisatie de anbistatus niet kunnen ontnemen, tenzij de Belastingdienst op basis van andere argumenten kan zeggen dat die organisatie helemaal niet een algemeen nut beogende instelling is. Ik vraag mij dus af of dit soort organisaties überhaupt ooit een anbistatus zou krijgen, ook zonder een wetsovertreding in Nederland.

De voorzitter:

Ik wil niet verder gaan met deze discussie, want ik heb het gevoel dat wij afdrijven van de motie van de heer Huizing. Mijnheer Bashir, als u over die motie nog een vraag ter verduidelijking hebt, stelt u die dan, maar haal er niet van alles en nog wat bij wat weer een nieuwe discussie gaat oproepen.

De heer Bashir (SP):

Ik heb samen met het lid Van Bommel over dit onderwerp een amendement ingediend. Dat amendement zorgt ervoor dat ook een instelling die niet zelf strafrechtelijk veroordeeld is maar wel geld inzamelt voor een doel dat in strijd is met het internationale recht, uitgesloten wordt van de anbistatus. Mijn vraag is of de heer Huizing ook die richting kunnen steunen.

De heer Huizing (VVD):

Als het over de anbistatus gaat: natuurlijk.

De heer Groot (PvdA):

Ik weet nog steeds niet hoe serieus ik het hele voorstel moet nemen. Het komt op mij zo over dat je dan collectief gaat straffen voor individuele overtredingen. Dat roept bij mij heel nare associaties op. Ik wil in dit verband nog vragen wat de heer Huizing verstaat onder "gezichtsbepalende personen". Is dat ter beoordeling van een comité van vertegenwoordigers van de PVV en de VVD? Hoe moet ik mij dat voorstellen?

De heer Huizing (VVD):

Zoals u weet, wordt de anbistatus afgegeven door de Belastingdienst, die daar een inspecteur voor heeft. De Belastingdienst beoordeelt dus of een organisatie het algemeen nut beoogt. Ik vind het jammer dat de heer Groot zegt dat wij proberen om hele instellingen te straffen voor het gedrag van één persoon. Nee, de strekking van de motie betreft mensen die dit in het kader van het bereiken van de doelstelling van die organisatie doen. Wij kunnen allemaal eigen voorbeelden noemen waarin organisaties doelbewust bezig zijn geweest met het vernielen van andermans spullen, met het op een andere wijze overtreden van de wet en met het in gevaar proberen te brengen van andere mensen. Wij als VVD, inclusief mijn collega Van Vliet namens de PVV, zijn van mening dat je dan niet het algemeen nut beoogt en dus zeker niet gesubsidieerd moet worden door de Nederlandse belastingbetaler.

De heer Dijkgraaf (SGP):

Ik heb zelf het gevoel dat wij een drempel overgaan. Ik begrijp wat de heer Huizing zegt. Intussen wordt wel een organisatie gestraft voor wat een individu doet. Ik zal geen betoog houden, maar mijn kernvraag is of de heer Huizing bereid is om in de motie het kabinet te verzoeken om de voor- en nadelen in kaart te brengen. De heer Omtzigt suggereerde dat al. Ik ben bang dat er nogal wat juridische valkuilen zijn. Daar moeten wij niet in willen vallen.

De heer Huizing (VVD):

Wij willen het kabinet vragen om met een voorstel te komen zodat een organisatie de anbistatus verliest ingeval iemand of meerdere personen namens die organisatie op een bepaalde manier de wet overtreden en daarvoor door de rechter veroordeeld worden. Het is altijd aan de rechter om een oordeel te vellen. Ik moet eerlijk zeggen dat ik de weerstand hiertegen moeilijk begrijp. Het lijkt alsof vertegenwoordigers van het Nederlands parlement het normaal vinden dat organisaties met hun mensen, bestuurders, vrijwilligers of activisten de wet mogen overtreden. Ik begrijp dat niet.

De heer Dijkgraaf (SGP):

Die weerstand zit bij het gehele parlement of in ieder geval bij een groot deel, denk ik. Als de heer Huizing zegt dat de organisatie individuen aanstuurt om de wet te overtreden, dat de organisatie dus leidend is, dan kan de organisatie toch ook veroordeeld worden? Dan zou ik het begrijpen. Als wij het principe van de heer Huizing toepassen, waarom wordt dan niet de subsidie aan een school ingetrokken als een leerkracht op school een strafbaar feit pleegt? In Nederland geldt het rechtsprincipe dat organisaties en individuen ieder veroordeeld worden voor hun strafbare feiten. Ik wil hier in juridische zin nog eens goed naar laten kijken. Misschien kan de heer Huizing met een aanpassing van de motie alsnog zijn doel bereiken. Dat kan door het kabinet te vragen de voor- en nadelen op een rijtje te zetten. Dan kunnen wij altijd nog de volgende stap zetten. Dan hebben wij wel het juridische perspectief glashelder.

De heer Huizing (VVD):

Ik zeg dat toe aan de heer Dijkgraaf. Overigens pleegt een leraar op school geen misdrijf in het kader van het bereiken van de doelstelling van de school. Dat lijkt mij in ieder geval heel vergezocht. De doelstelling van een school is niet om ergens een punt van te maken in de wereld, hekken door te knippen, stenen te gooien of whatever.

De voorzitter:

Mijnheer Huizing, wilt u afronden?

De heer Huizing (VVD):

Ik heb nog een motie. Ik hoop dat die minder tijd kost! Die motie gaat over de definitie van een culturele anbi, een nieuw begrip dat per 1 januari aanstaande ingaat. Om continue discussie te voorkomen, is het verstandig om een heldere, eenduidige en omvattende definitie van het begrip culturele instelling te geven. Daarvoor dien ik de volgende motie in.

Motie

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat cultureel ondernemerschap en de aftrek van giften aan algemeen nut beogende instellingen (anbi's) die als culturele instelling zijn aangemerkt binnen de Geefwet wordt gestimuleerd;

constaterende dat volgens de huidige definiëring sprake zal zijn van een culturele instelling als deze statutair en feitelijk activiteiten ontwikkelt gericht op realisatie van cultureel aanbod en deze toegankelijk is voor publiek;

overwegende dat met bovenstaande beschrijving de begrippen "culturele instelling" en "cultureel aanbod" onvoldoende zijn gedefinieerd waardoor de fiscale beheersbaarheid van de Geefwet wordt bemoeilijkt;

verzoekt de regering, te komen tot nadere definitie van het begrip "culturele instelling" zoals deze wordt toegepast binnen de Geefwet,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:

Deze motie is voorgesteld door het lid Huizing. Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund.

Zij krijgt nr. 68 (33003).

De heer Huizing (VVD):

Ik sluit graag af met de staatssecretaris nogmaals te complimenteren met een zeer gedegen Belastingplan, waarin duidelijk stappen genomen worden naar meer eenvoud, soliditeit en fraudebestendigheid. Ook dank ik hem voor zijn open en constructieve houding richting de Kamer.

De algemene beraadslaging wordt geschorst.

De voorzitter:

Wij zijn gekomen aan het einde van de beraadslagingen. Morgenavond zal de plenaire afronding in één termijn van het Belastingplan 2012 plaatsvinden. Ik dank de leden van de Kamer en de staatssecretaris. Ook complimenteer ik de twee mensen op de publieke tribune die het tot het einde toe zijn gebleven!

Sluiting 00.30 uur.