Aan de orde is het debat naar aanleiding van een algemeen
overleg op 4 juli 2002 over de Noord-Zuidlijn.
Mevrouw Giskes (D66):
Voorzitter. De Noord-Zuidlijn in Amsterdam is een grootscheeps openbaarvervoerproject.
Er zijn heel duidelijke en niet voor tweeërlei uitleg vatbare afspraken
gemaakt tussen de Kamer en de minister over de financiering ervan, althans
over de bijdrage van het Rijk. Hoe mooi openbaar vervoer ook is, er zijn grenzen
aan de hoeveelheid geld die wij daaraan willen uitgeven. Daarom heeft de Kamer
daar vrij stevig over gesproken. Nu doet allerlei verwarrende informatie de
ronde over de manier waarop er toch weer geld bij wordt geplust voor dit project.
Een aantal dingen is vastgelegd, maar veel bevindt zich nog in het stadium
van afspraken die nog vastgelegd moeten worden. Als er al geld bij moet, bijvoorbeeld
voor indexering of fietstunnels, dan zou dat expliciet in de Kamer besproken
moeten worden. Dat moet niet pas gebeuren als iemand toevallig iets hoort
of leest in de krant. Dat is geen duidelijk vervolg op de lumpsumfinanciering
waar de minister met gepaste trots over heeft gesproken met de Kamer. Alle
risico's waren afgekocht en overschrijdingen waren niet aan de orde. Er zou
"nee" verkocht worden als er bij het Rijk zou worden aangeklopt om geld. Dit
heeft ons ertoe gebracht om de volgende motie op te stellen.
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
overwegende dat het kabinet een- en andermaal heeft verzekerd dat de Noord-Zuidlijn
een lumpsumfinanciering kent waar "geen cent bij zal komen";
voorts overwegende dat die garantie nodig was om de Tweede Kamer in te
laten stemmen met het project;
draagt het kabinet op, ook in de praktijk af te zien van aanvullende directe
of indirecte financiering van de Noord-Zuidlijn, inclusief de vastlegging
van reeds gemaakte afspraken,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door de leden Giskes, Gerkens, Hofstra, Jager
en Duyvendak.
Zij krijgt nr. 33(28000 A).
Mevrouw Giskes (D66):
Voorzitter. Nu rest mij nog te constateren dat minister Netelenbos als
allerlaatste minister van het zittende kabinet het woord heeft gevoerd in
deze Kamer. Daar feliciteer ik haar mee en ik wens haar alle goeds.
De voorzitter:
Ik denk dat u dit namens ons allen hebt gedaan.
De heer Hofstra (VVD):
Voorzitter. Dit is een project dat een lange voorgeschiedenis heeft. Er
waren tijden dat de kosten 900 mln gulden waren. Dat werd 1300 mln gulden;
dat werd 1800 mln gulden en inmiddels zijn wij aangeland bij 2,2 of 2,3 mld
gulden. Het spijt mij dat ik het in guldens uitdruk, maar ik had geen tijd
om het om te rekenen. De brieven van april en van eind juni, begin juli waren
niet duidelijk. Er bleek niet uit wat er precies was gebeurd en waar het geld
voor bestemd was. Wij als VVD-fractie vinden dat er grenzen zijn. Wij hebben
toentertijd heel nadrukkelijk een maximum gesteld en geen cent meer.
Helaas heeft de minister zo-even gezegd dat zij een motie van mijn hand
niet wilde uitvoeren, zelfs niet als de Kamer die motie zou aannemen. Ik moet
nu tegen haar zeggen dat wij niet kunnen accepteren dat de grens die eerder
is getrokken toch zal worden overschreden. Het stelt ons dan ook bijzonder
teleur dat dit nu gebeurt.
Minister Netelenbos:
Voorzitter. Ik heb op 15 april, dus alweer vrij lang geleden, een brief
aan de Tweede Kamer gezonden waarin ik de onderwerpen heb genoemd waarover
overleg werd gevoerd met de stad Amsterdam. Het ging om de risico's en de
aanneemsom, de indexering, de transfercapaciteit van het Centraal Station
en de ingroeiregeling voor de exploitatie. Ik heb vervolgens niets meer gehoord
van de Kamer, dus de gesprekken zijn doorgegaan en er zijn contracten gesloten
met de aannemers door de stad Amsterdam. Wij kunnen er dan nu wel tegen zijn,
maar de stad heeft zich verplicht door het sluiten van contracten met de aannemers.
Als de Kamer bezwaar had tegen het overleg dat werd gevoerd, en tegen de uitkomsten
ervan, was het wel goed geweest om in april te laten weten dat de minister
dit traject niet kon ingaan.
De fietstunnel is in dat geheel niet aan de orde. Ik vind het jammer dat
mevrouw Giskes dit weer herhaalt. De stad Amsterdam kan iets opschrijven,
maar ik weet dat ik geen fietstunnel financier en dan moet mevrouw Giskes
ook van mij aannemen dat ik dat niet doe. Misschien heeft men afspraken gemaakt
met de Nederlandse Spoorwegen of met RIB; dat is hun goed recht. Ik kan RIB
niet verbieden om dat soort afspraken te maken.
Er was bekend dat de indexering nog een open vraagstuk was, omdat wij
daar een conflict over hadden. Dat conflict is afgekocht ten gunste van het
Rijk, want Amsterdam vroeg 100 mln en dat heeft Amsterdam niet gekregen. Verder
leiden de exploitatietermijnen niet tot extra uitgaven van het Rijk. Dat moet
de Kamer ook meewegen.
Er is alleen sprake van extra uitgaven bij een deel van het regiobudget
uit het BOR. Dat is geld van de regio en dat heeft men hiervoor willen besteden.
Daarnaast is de transferruimte van het Centraal Station op zichzelf een additioneel
onderwerp.
Nu kan men vinden dat wij een en ander zouden moeten verbieden, maar dat
is niet meer uitvoerbaar, want de afspraken zijn al gemaakt. Men zou de stad
dan in grote moeilijkheden brengen. Ik meen dan ook dat mijn opvolger de motie
niet kan uitvoeren. De Kamer had dit dan in april moeten laten weten.
Mevrouw Giskes (D66):
Wij hebben drie brieven nodig gehad om duidelijkheid te krijgen. In de
laatste brief, van gisteren, zegt u dat bij de overige dossiers geldt dat
dit nog binnen de bestaande procedures moet worden vastgelegd. Het is dus
nog niet vastgelegd; het zijn nog geen definitieve afspraken. Verder hebt
u de brief van 19 april vlak voor het verkiezingsreces gestuurd. Dat is misschien
wel slim geweest, maar dan is het niet helemaal verwijtbaar dat de Kamer u
daarover niet direct naar de Kamer heeft geroepen.
Minister Netelenbos:
Hier maak ik bezwaar tegen, voorzitter. Mevrouw Giskes suggereerde al
in eerste termijn dat zij uit de krant had moeten vernemen dat er een en ander
aan de orde was, maar ik heb in april een brief gestuurd. De ingroeiregeling
kost het Rijk geen geld, dus niemand hoeft bang te zijn dat daardoor geen
andere uitgaven kunnen worden gedaan. Het geeft alleen rentevoordeel voor
de stad Amsterdam en dat voordeel kan men besteden.
Ik denk dat men nu maar moet accepteren dat de stad de Noord-Zuidlijn
gaat aanleggen. Ik vraag de Kamer dan ook dringend, de stad of mijn opvolger
niet in problemen te brengen.
Ten slotte dank ik de Kamer ervoor dat ik naar alle waarschijnlijkheid
als allerlaatste minister van Paars II hier heb mogen spreken. Ik zou willen
dat het iets fleuriger afliep.
De beraadslaging wordt gesloten.
De voorzitter:
Ik stel voor, straks over de ingediende motie te stemmen.
De vergadering wordt van 19.25 uur tot 19.35 uur geschorst.
De voorzitter:
Op verzoek van een aantal fracties stel ik voor om eerst te stemmen over
de moties, die zijn ingediend tijdens het debat over het Strategisch akkoord
en vervolgens over de motie-Van der Vlies over Women on Waves.