Kamerstuk

Datum publicatieOrganisatieVergaderjaarDossier- en ondernummer
Tweede Kamer der Staten-Generaal2015-201634475-VI nr. 1

34 475 VI Jaarverslag en slotwet Ministerie van Veiligheid en Justitie 2015

Nr. 1 JAARVERSLAG VAN HET MINISTERIE VAN VEILIGHEID EN JUSTITIE (VI)

Aangeboden 18 mei 2016

Gerealiseerde uitgaven van het ministerie in 2015 verdeeld over de beleidsartikelen en niet-beleidsartikelen

Gerealiseerde uitgaven van het ministerie in 2015 verdeeld over de beleidsartikelen en niet-beleidsartikelen

Gerealiseerde ontvangsten van het ministerie in 2015 verdeeld over de beleidsartikelen en niet-beleidsartikelen

Gerealiseerde ontvangsten van het ministerie in 2015 verdeeld over de beleidsartikelen en niet-beleidsartikelen

Inhoudsopgave

A.

Algemeen

7

     

1.

Aanbieding en dechargeverlening

7

2.

Leeswijzer

9

     

B.

Beleidsverslag

11

     

3.

Beleidsprioriteiten

11

     

4.

Beleidsartikelen

36

 

31. Nationale Politie

36

 

32. Rechtspleging en rechtsbijstand

43

 

33. Veiligheid en criminaliteitsbestrijding

51

 

34. Sanctietoepassing

61

 

35. Jeugd

73

 

36. Contraterrorisme en Nationaal Veiligheidsbeleid

80

 

37. Vreemdelingenzaken

85

     

5.

Niet-beleidsartikelen

95

 

91. Apparaat kerndepartement

95

 

92. Nominaal en onvoorzien

100

 

93. Geheim

101

     

6.

Bedrijfsvoeringsparagraaf

102

     

7.

Raad voor de rechtspraak

112

     

C.

Jaarrekening

115

     

8.

Departementale verantwoordingsstaat 2015 van het Ministerie van VenJ (VI)

115

     

9.

Samenvattende verantwoordingsstaat 2015 inzake de baten-lastenagentschappen van het Ministerie van VenJ (VI)

116

     

10.

Agentschapsparagrafen

117

 

10.1 Dienst Justitiële Inrichtingen (DJI)

117

 

10.2 Immigratie- en naturalisatiedienst (IND)

131

 

10.3 Centraal Justitieel Incassobureau (CJIB)

139

 

10.4 Nederlands Forensische Instituut (NFI)

146

 

10.5 Justitiële Uitvoeringsdienst Toetsing, Integriteit, Screening (Dienst Justis)

152

     

11.

Departementale saldibalans

160

     

12.

WNT-Verantwoording 2015 Ministerie van Veiligheid en Justitie (VI)

169

     

D.

Bijlagen

175

     

13.

Toezichtrelaties en Zelfstandige Bestuursorganen en Rechtspersonen met Wettelijke Taak

175

     

14.

Afgerond evaluatie en overig onderzoek

180

     

15.

Externe inhuur

182

     

16.

Overzicht van in 2015 tot stand gekomen wetten

184

A. ALGEMEEN

1. AANBIEDING EN DECHARGEVERLENING

AAN de voorzitters van de Eerste en de Tweede Kamer van de Staten-Generaal.

Hierbij bied ik, mede namens de Staatssecretaris van Veiligheid en Justitie, het departementale jaarverslag van het Ministerie van Veiligheid en Justitie (VI) over het jaar 2015 aan.

Onder verwijzing naar de artikelen 63 en 64 van de Comptabiliteitswet 2001 verzoek ik de beide Kamers van de Staten-Generaal de Minister van Veiligheid en Justitie decharge te verlenen over het in het jaar 2015 gevoerde financiële beheer.

Ten behoeve van de oordeelsvorming van de Staten-Generaal over dit verzoek tot dechargeverlening is door de Algemene Rekenkamer als externe controleur op grond van artikel 82 van de Comptabiliteitswet 2001 een rapport opgesteld. Dit rapport wordt separaat door de Algemene Rekenkamer aan de Staten-Generaal aangeboden. Het rapport bevat de bevindingen en het oordeel van de Rekenkamer met betrekking tot:

  • a. het gevoerde financieel beheer en materieel beheer;

  • b. de ten behoeve van dat beheer bijgehouden administraties;

  • c. de financiële informatie in het jaarverslag;

  • d. de betrokken saldibalans;

  • e. de totstandkoming van de informatie over het gevoerde beleid en de bedrijfsvoering;

  • f. de in het jaarverslag opgenomen informatie over het gevoerde beleid en de bedrijfsvoering.

Bij het besluit tot dechargeverlening dienen verder de volgende, wettelijk voorgeschreven, stukken te worden betrokken:

  • a. het Financieel jaarverslag van het Rijk over 2015;

  • b. het voorstel van de Slotwet dat met het onderhavige jaarverslag samenhangt;

  • c. het rapport van de Algemene Rekenkamer met betrekking tot het onderzoek van de centrale administratie van ’s Rijks schatkist en van het Financieel jaarverslag van het Rijk;

  • d. de verklaring van goedkeuring van de Algemene Rekenkamer met betrekking tot de in het Financieel jaarverslag van het Rijk over 2015 opgenomen rekening van uitgaven en ontvangsten van het Rijk over 2015, alsmede met betrekking tot de Saldibalans van het Rijk over 2015 (de verklaring van goedkeuring, bedoeld in artikel 83, derde lid, van de Comptabiliteitswet 2001).

Het besluit tot dechargeverlening kan niet worden genomen, voordat de betrokken Slotwet is aangenomen en voordat de verklaring van goedkeuring van de Algemene Rekenkamer is ontvangen.

De Minister van Veiligheid en Justitie, G.A. van der Steur

Dechargeverlening door de Tweede Kamer

Onder verwijzing naar artikel 64 van de Comptabiliteitswet 2001 verklaart de voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal dat de Tweede Kamer aan het hiervoor gedane verzoek tot dechargeverlening tegemoet is gekomen door een daartoe strekkend besluit, genomen in de vergadering van

De Voorzitter van de Tweede Kamer,

Handtekening:

Datum:

Op grond van artikel 64, tweede lid van de Comptabiliteitswet 2001 wordt dit originele exemplaar van het onderhavige jaarverslag, na ondertekening van de hierboven opgenomen verklaring, ter behandeling doorgezonden aan de voorzitter van de Eerste Kamer.

Dechargeverlening door de Eerste Kamer

Onder verwijzing naar artikel 64 van de Comptabiliteitswet 2001 verklaart de Voorzitter van de Eerste Kamer der Staten-Generaal dat de Eerste Kamer aan het hiervoor gedane verzoek tot dechargeverlening tegemoet is gekomen door een daartoe strekkend besluit, genomen in de vergadering van

De Voorzitter van de Eerste Kamer,

Handtekening:

Datum:

Op grond van artikel 64, derde lid van de Comptabiliteitswet 2001 wordt dit originele exemplaar van het onderhavige jaarverslag, na ondertekening van de hierboven opgenomen verklaring, doorgezonden aan de Minister van Financiën.

2. LEESWIJZER

In dit departementaal jaarverslag 2015 legt de Minister van Veiligheid en Justitie, mede namens de Staatssecretaris van Veiligheid en Justitie, verantwoording af over het gevoerde beleid, de bereikte resultaten van dit beleid en de kosten van het beleid in 2015. In dit departementaal jaarverslag wordt tevens verantwoord over het gevoerde beheer over het jaar 2015.

Inhoud

Het jaarverslag van het Ministerie van Veiligheid en Justitie (VenJ) bestaat uit vier onderdelen, zijnde Algemeen (A), Beleidsverslag (B), Jaarrekening (C) en Bijlagen (D).

Algemeen

Het onderdeel Algemeen omvat het verzoek tot dechargeverlening en deze leeswijzer.

Beleidsverslag

Het beleidsverslag is opgebouwd uit vijf onderdelen. De paragraaf beleidsprioriteiten bevat een uiteenzetting op hoofdlijnen van de bereikte resultaten van het gevoerde beleid. De beleidsartikelen verantwoorden meer in detail in hoeverre de doelstellingen van VenJ zijn behaald. Tevens is hier de financiële toelichting te vinden op opmerkelijke verschillen tussen realisatie en begroting. Als uitgangspunt geldt dat verschillen van minstens € 5 mln., dan wel politiek of anderszins relevant, worden toegelicht. De toelichting op mutaties die in eerdere begrotingsstukken (waaronder suppletoire begrotingen) aan de Tweede Kamer zijn gemeld, zijn in de financiële toelichting op hoofdlijnen opgenomen. In de beleidsartikelen wordt bij ieder artikel een algemene doelstelling en de rol en verantwoordelijkheid van de Minister beschreven. Voor de begroting 2015 is aan deze beschrijving aandacht besteed, resulterend in een verbeterde en nauwkeuriger formulering. Deze nieuwe formulering is ook in dit jaarverslag opgenomen. De niet-beleidsartikelen verantwoorden de financiële afwikkeling van de apparaatsuitgaven van het kerndepartement, de onvoorziene uitgaven en de loon- en prijsbijstellingen en een artikel voor geheime uitgaven. Realisatiecijfers van voor 2013 kunnen door overgang op Verantwoord begroten niet opgenomen worden. In de bedrijfsvoeringsparagraaf wordt verslag gedaan van de opmerkelijke zaken in de bedrijfsvoering. Tot slot bevat dit onderdeel het hoofdstuk over de Raad voor de rechtspraak.

Jaarrekening

De jaarrekening is opgebouwd uit de departementale verantwoordingsstaat en de samenvattende verantwoordingsstaat agentschappen, de saldibalans met de bij dit onderdeel behorende financiële toelichting, de jaarverantwoording van de agentschappen en de rapportage over de topinkomens.

Bijlagen

Het jaarverslag bevat vier bijlagen, te weten «Toezichtrelaties ZBO’s en RWT’s», «Afgerond evaluatie- en overig onderzoek», «Externe inhuur» en het «Overzicht van in 2015 tot stand gekomen wetten».

Groeiparagraaf

Op 1 juli 2015 is het Besluit Financieel Beheer politie in werking getreden. Dit besluit regelt dat de algemene bijdrage niet meer als voorschot wordt toegerekend en dat voor de bijzondere bijdragen een keuze kan worden gemaakt (voorschot/geen voorschot). Vanwege het moment van in werking treden van het besluit is er voor gekozen om de wijze van verwerken van voorschotten tot met het einde van het jaar ongewijzigd te laten. Per jaareinde staat er dus meer voorschotten open dan nodig. Het grootste deel van de voorschotten zal aan de hand van de jaarrekening van de Nationale Politie over 2015 worden afgerekend.

Specifieke aandachtspunten

Raad voor de rechtspraak

In de Wet op de rechterlijke organisatie is de verantwoordelijkheid voor de bedrijfsvoering toegekend aan de gerechten en aan de Raad voor de rechtspraak. De Raad kent een bekostigingssystematiek die gebaseerd is op outputfinanciering. Door VenJ is gekozen voor een bijdrage-constructie. Deze bijdrage is op artikel 32 opgenomen. Voor de Raad is in het jaarverslag zoals gebruikelijk een apart hoofdstuk opgenomen, met daarin een verantwoording over de uitgaven van de Raad.

Stelselwijziging DJI en CJIB

Het agentschap DJI heeft een stelselwijziging doorgevoerd waar het gaat om de verdeling materiële kosten en materiële programmakosten. In verband hiermee zijn de vergelijkende cijfers (i.c. de realisatie 2014) van tabel 10.1.01 aangepast. Ook bij het CJIB heeft ten behoeve van het inzicht een her-rubricering plaatsgevonden. Hierbij gaat om een verschuiving van materiele kosten naar personeelskosten (interim functie vervulling).

Stelselwijziging IND

Per 1 januari 2015 heeft de IND een stelselwijziging voor de waardering van (vaste) activa doorgevoerd. Dit heeft geleid tot een herwaardering van de boekwaarde van activa.

B. BELEIDSVERSLAG

3. BELEIDSPRIORITEITEN

Inleiding

Het Ministerie van Veiligheid en Justitie staat voor een krachtige rechtsstaat in een veilig democratisch Nederland. Het departement zorgt ervoor dat «Veiligheid» en «Justitie», de V en de J, elkaar goed aanvullen, zodat iedereen in Nederland in vrijheid kan leven en ervan op aan kan dat het recht wordt gehandhaafd.

In 2015 leverde het Ministerie van Veiligheid en Justitie opnieuw een belangrijke bijdrage aan het veiliger maken van Nederland. Zo leidde de aanpak van de High Impact Crimes tot een verdere afname van delicten als overvallen, woninginbraak en straatroof. Ook in de strijd tegen de ondermijnende (zware, georganiseerde) criminaliteit werden resultaten geboekt, door een combinatie van verstorende interventies en het aanhouden van verdachten. Deze intensivering leidde tot een toename van het aantal (grootschalige) strafrechtelijke onderzoeken naar criminele samenwerkingsverbanden.

Tegelijkertijd zijn in 2015 belangrijke stappen gezet om de rechtstaat te versterken. Zo kwam de Contourennota gereed, waarin de hoofdlijnen worden geschetst van het nieuwe Wetboek van Strafvordering. De verbeterde samenwerking tussen de partners in de strafrechtketen werpt zijn vruchten af: de keten als geheel presteert sneller en beter. Ook op de weg naar een eenvoudiger en sneller (burgerlijk en bestuurs-)procesrecht zette het departement in 2015 belangrijke stappen: de drie belangrijkste wetten van het programma Kwaliteit en Innovatie Rechtspraak werden door de Tweede Kamer aangenomen.

Een andere bijdrage aan het versterken van de rechtsstaat, de vorming van de Nationale Politie, vergt meer tijd en geld dan voorzien. Met de herijking van de reorganisatie hebben we hiervoor in 2015 een nieuw kader opgesteld. Op weg naar die nieuwe politieorganisatie is al veel bereikt. Er zijn forse stappen gezet bij de vorming van basisteams, districtsrecherches en real-time intelligence centra. Dat geldt ook voor de dienstverlening. Maar er is méér nodig om met de kwantiteit en de kwaliteit van de opsporing op een hoger niveau komen. Financieel-economische en cybercrime-specialisten worden versneld geworven. Na een jaar met acties, sloten de politiebonden eind 2015 een CAO-akkoord.

2015 werd in belangrijke mate ook beheerst door een aantal bijzondere ontwikkelingen. Bijvoorbeeld op het terrein van migratie. Het aanhoudend geweld in enkele brandhaarden en een gebrek aan perspectief, heeft een enorme groep mensen op drift doen raken. Vanuit de directe omgeving en van ver daarbuiten bereiken steeds meer mensen de laatste tijd de Europese Lidstaten, ook Nederland. De hoge instroom stelde de Vreemdelingenketen voor een enorme uitdaging. Om deze instroom het hoofd te bieden, zijn in 2015 ministeriële en hoogambtelijke commissies ingesteld en is de interdepartementale en interbestuurlijke samenwerking versterkt. Het bestuursakkoord tussen Rijk, provincies en gemeenten is in dit geheel een belangrijke stap. Ook is actief de verbinding gemaakt met NGO’s en andere organisaties, ver buiten het Veiligheid en Justitie-domein. Er is daarbij niet alleen gewerkt aan nieuwe vormen van opvang (sober en rechtvaardig) en het versnellen van de uitstroom van statushouders uit diezelfde opvang, maar ook aan maatregelen op het terrein van onder andere onderwijs, zorg en huisvesting. Ondertussen is – ook internationaal – gewerkt aan instroombeperkende maatregelen, mede met het oog op het voorzitterschap van de Raad van de Europese Unie in de eerste helft van 2016.

Daarnaast werd de wereld in 2015 opgeschrikt door terroristische aanslagen met een grote impact, zoals in Parijs. Deze hadden ook gevolgen voor Nederland. Het dreigingsniveau bleef «substantieel». Maar met het oog op het verwachte langdurige karakter van het dreigingsbeeld, besloot het Kabinet in februari 2015 de veiligheidsketen de komende jaren op een aantal punten substantieel en structureel te versterken. Met deze versterking van de veiligheidsketen zal de jihadistische dreiging, bij voortzetting van het huidige dreigingsbeeld, ook op de middellange en langere termijn het hoofd worden geboden. Precies een jaar na de ramp is in samenwerking met de Stichting Vliegramp MH17 een herdenkingsbijeenkomst georganiseerd voor familie, vrienden en bekenden van de slachtoffers. Ten aanzien van het onderzoeksrapport van de OVV is op 8 december 2015 de kabinetsreactie uitgebracht.

2015 was voor het Ministerie van Veiligheid en Justitie ook het jaar van enkele spraakmakende incidenten, zoals de «bonnetjesaffaire», die de voormalige bewindslieden tot aftreden noopten, gevolgd door het onderzoek van de commissie-Oosting. De aanbevelingen van de commissie-Oosting die de informatievoorziening rond de bonnetjeszaak onderzocht, worden meegenomen in het interne programma VenJ Verandert.

De commissie-Hoekstra deed onderzoek naar het optreden van het OM en de politie in de zaak Bart van U. De aanbevelingen van deze commissie zijn in 2015 door beide organisaties opgepakt en worden inmiddels doorgevoerd. Ook is het probleem van (het stijgende aantal) verwarde mensen dat op straat zwerft met urgentie aangepakt. In dat kader is samen met het Ministerie van VWS en de VNG het Ministerie van Veiligheid en Justitie opdrachtgever geworden van het Aanjaagteam Verwarde Personen. Op 29 oktober 2015 is het plan van aanpak «Aandacht voor verwardheid» naar de Tweede Kamer gestuurd. De wijze waarop triage landelijk plaatsvindt, is in kaart gebracht met het oog op onderkennen van best practices en verbetermogelijkheden.

Op internationaal gebied stond 2015 voor een belangrijk deel in het teken van de voorbereidingen op het EU-voorzitterschap, dat Nederland van 1 januari tot 30 juni 2016 bekleedt.

Met Frankrijk, België en Luxemburg is in juni 2015 op ministerieel niveau een overeenkomst getekend over verdere samenwerking tussen deze landen in het kader van de bestrijding van (drugs)criminaliteit en mobiel banditisme. Er zijn acht aandachtsvelden benoemd. Met Duitsland zijn afspraken gemaakt op operationeel en strategisch niveau over de aanpak van criminaliteit in het algemeen en motorbendes in het bijzonder.

In de onderstaande zeven kernthema’s wordt de ambitie om te komen tot een veiliger Nederland, ingebed in een sterke rechtsstaat, per thema verder uitgewerkt.

3.1 Nederland Veiliger (artikel 31, 32, 33, 34, 35)

Bij het vergroten van de veiligheid waren de landelijke beleidsdoelstellingen van de Veiligheidsagenda 2015–2018 leidend. Dan gaat het om de aanpak van ondermijnende criminaliteit, cybercrime, horizontale fraude, kinderporno en High Impact Crimes, waaronder criminele jeugdgroepen en afpakken van crimineel vermogen.

Het Ministerie van Veiligheid en Justitie ondersteunde in 2015 het lokaal bestuur bij de aanpak van georganiseerde en ondermijnende criminaliteit via de Regionale Informatie en Expertise Centra (RIEC’s) en in Zuid-Nederland via de Taskforce Brabant Zeeland. De RIEC’s werkten aan het versterken van het bewustzijn van burgemeesters, wethouders, raadsleden en gemeenteambtenaren op kwetsbaarheden ten aanzien van ondermijning. Hierover wordt de Tweede Kamer jaarlijks geïnformeerd via het jaarverslag RIEC/LIEC. In november 2015 hebben we, gezamenlijk met het Ministerie van BZK, een brief ondermijning lokaal bestuur aan de Tweede Kamer verzonden1. Hierin wordt de agenda op het gebied van de bestrijding van ondermijning gedeeld.

Versterking geïntegreerde aanpak ondermijnende criminaliteit

In 2015 zijn door het Openbaar Ministerie en de Nationale Politie 1.188 criminele samenwerkingsverbanden (csv’s) aangepakt, waarmee de doelstelling van 950 aangepakte csv’s ruimschoots is behaald.

Taskforce Brabant Zeeland

De aanpak van de Taskforce Brabant Zeeland (BZ) om vanuit één overheid de criminele industrie effectief te verstoren, heeft in 2015 geleid tot een combinatie van interventies, zoals het aanpakken van growshops en stekkerijen, het sluiten van panden op grond van artikel 13b Opiumwet, BIBOB-toetsingen en het verrichten van aanhoudingen in het kader van strafrechtelijke onderzoeken. De Taskforce BZ werkt daarin nauw samen met de ondermijningsteams van OM en politie, die sinds eind 2014 actief zijn. Het afpakken van vermogen wordt vooral zichtbaar door het gelegde beslag, nog niet door het concrete incassoresultaat. Daarnaast richt de Taskforce BZ zich op het versterken van de bestuurlijke weerbaarheid en integriteit. In nagenoeg alle Brabantse gemeenten zijn de afgelopen twee jaar awareness-trainingen gevolgd. Die training is ontwikkeld met VenJ subsidie en richt zich op het beter herkennen van signalen van ondermijnende criminaliteit door medewerkers van de Belastingdienst, de gemeente, de politie en het OM. De conferentie «Weerbare Overheid» op 4 november 2015, georganiseerd door de provincie en de Taskforce BZ, werd druk bezocht en voorziet duidelijk in een behoefte.

In september 2015 zijn de laatste ondermijningsbeelden gereed gekomen; daarmee beschikken alle districten in Brabant en Zeeland over inzicht in criminaliteits-fenomenen, criminele kopstukken, locaties en faciliteerders. Het ondermijningsbeeld is voor de Zeeuwse diensten de aanleiding om de aanpak van ondermijning te verstevigen en te verbreden: zowel met overheidsinstanties als met private partijen. De aanpak van de Taskforce BZ en de ondermijningsteams sorteert effect. Door de intensieve aanpak wordt echter ook steeds duidelijker dat de problematiek van ondermijnende criminaliteit in Zuid-Nederland hardnekkig is en de aanpak ervan tijd en volharding vergt. Voor de zomer van dit jaar zal de Tweede Kamer de resultaten ontvangen van de Taskforce Brabant Zeeland, samen met de resultaten van de eind 2014 ingezette intensivering van de strafrechtelijke aanpak door politie en OM.

Outlaw Motorcycle Gangs (OMG’s)

OMG’s worden gezien als vormen van ondermijnende criminaliteit die geen ruimte mogen krijgen. Deze doelstelling van het Landelijk Strategisch Overleg OMG’s heeft steeds breder draagvlak bij gemeenten en algemeen publiek. De aandacht die OM en politie aan OMG’s besteden legt duidelijk bloot wat hun bezigheden zijn, namelijk sterke betrokkenheid bij handel in mensen en wapens, productie van en handel in drugs en, afpersing en intimidatie. Dat heeft in 2015 geleid tot méér strafrechtelijke onderzoeken. Ook het aantal grote, meer complexe onderzoeken is gestegen: er zijn er 160 uitgevoerd (met 361 verdachten) waarvan er 146 zijn afgerond met een eindvonnis of een OM-afdoening. De rest is nog onder de rechter. Eind 2015 liepen er nog 45 grote strafrechtelijke onderzoeken. De intensieve voorbereidingen voor een civielrechtelijk verbod van hele OMG’s zijn in volle gang. De integrale aanpak van OMG’s en de samenwerking tussen de betrokken partners waaronder de Belastingdienst en gemeenten verloopt steeds beter. De RIEC’s spelen daarbij een belangrijke rol. Daarnaast is er in 2015 goed contact gelegd met de buurlanden om informatie uit te wisselen, waterbedeffecten te voorkomen en gezamenlijke acties voor te bereiden.

Intensivering Zuid Nederland

Binnen het OM-politie project Intensivering Zuid Nederland ligt de focus op de aanpak van georganiseerde hennepteelt en de productie van synthetische drugs. Een belangrijk verbetering in 2015 is het eenduidig optreden in geval van een dumping, zoals vastgelegd in het dumpingenprotocol. Iedere dumping wordt voortaan benaderd als een plaats delict en goed geregistreerd. De ondermijning in Zeeland, Brabant en Limburg kent vanzelfsprekend grensoverschrijdende aspecten. De collega’s van Federale Gerechtelijke Politie in Antwerpen en de Federale Gerechtelijke politie Limburg participeren daarom in het project.

Het faciliteren van de hennepteelt lijkt binnen sommige maatschappelijk kringen sociaal geaccepteerd. Door publiek-private samenwerking en publiciteit tracht de Intensivering Zuid Nederland dit proces van «normalisering» te doorbreken. Het OM en de Nationale Politie hebben de beroepsgroep elektriciens en installateurs voorlichting gegeven over de nieuwe Opiumwet en gewezen op de risico’s en gevaren van het faciliteren van de illegale hennepteelt.

Bestrijding cybercrime

Voor 2015 lag het totaal aantal te realiseren onderzoeken op 175 reguliere onderzoeken en 25 complexe. Deze doelstellingen zijn deels behaald. De regionale eenheden hebben in 2015 extra digitaal experts geworven. Hierdoor is de capaciteit, binnen de operationele sterkte, op dit terrein toegenomen. De samenwerking met de bancaire sector is in 2015 onverminderd voortgezet. Ten behoeve van de efficiëntie van die samenwerking is geïnvesteerd in de ontwikkeling van een ondersteunend gezamenlijk informatiesysteem. Bovendien is het Landelijk Meldpunt Internet Oplichting (LMIO) sinds mei 2015 bereikbaar via politie.nl en werden door het meldpunt weer goede resultaten behaald op preventief en repressief gebied. Het Wetsvoorstel Computercriminaliteit III is inmiddels aan het parlement gestuurd. Het Openbaar Ministerie en de politie hebben in 2015 voorbereidingen getroffen voor de uitvoering van deze wet. Het betreft vooral de inzet van de nieuwe bevoegdheid tot binnendringen in een geautomatiseerd werk.

Fraudebestrijding

De uitvoering van de maatregelen uit de rijksbrede aanpak van fraude heeft ook in 2015 een sterke impuls gegeven aan het op integrale wijze voorkomen en detecteren van alsmede optreden tegen fraude met publieke middelen. Hiervoor verwijs ik naar mijn brief van 21 december jl., waarin ik uw Kamer uitvoering heb gerapporteerd over de resultaten en voortgang van de aanpak van fraude over 20152. Samenvattend is het bewustzijn ten aanzien van het toetsen op frauderisico’s bij nieuwe wet- en regelgeving toegenomen, hetgeen heeft geleid tot fraudebestendiger wet- en regelgeving. In beter functionerende basisregistraties, met name de Basisregistratie Personen, is fors geïnvesteerd, onder meer door het project landelijke aanpak adreskwaliteit. Mogelijke risico’s op fraude met rijkssubsidies zijn geïdentificeerd en de komende periode worden vijf aanbevelingen met concrete maatregelen daaromtrent opgepakt door de departementen. Tevens zijn en worden maatregelen getroffen ter verbetering van de informatiepositie en informatie-uitwisseling. De samenwerking tussen overheidsdiensten en private partijen, waaronder banken en curatoren, is verbeterd. Een intensivering heeft plaatsgevonden ten aanzien van het voorkómen en bestrijden van een drietal «faciliterende» fraudefenomenen, te weten: faillissementsfraude, gefingeerde dienstbetrekkingen en identiteitsfraude. Maatregelen op het gebied van het integraal afpakken, de subjectgerichte aanpak en het terughalen en terugvorderen uit het buitenland hebben in belangrijke mate bijgedragen aan een versterkt en effectiever optreden tegen fraudeurs.

Ook de aanpak van fraude tegen burgers en bedrijven is verder verstevigd. De belangrijkste onderdelen van deze aanpak zijn het versterken van de bewustwording en weerbaarheid van burgers en bedrijven en van de preventie van fraude door het opwerpen van barrières alsmede de gerichte inzet van het strafrecht. Publieke en private partners, welke onder meer zijn verenigd in het Nationaal Platform Criminaliteitsbeheersing, werken steeds meer samen en zetten zich hiervoor gezamenlijk in. Zo zijn er verschillende publieke en private organisaties, die actief informatie aan (potentiële) slachtoffers van fraude verstrekken. Onderzoek heeft uitgewezen dat er voor alle vormen van horizontale fraude meldpunten zijn en dat de verschillende meldpunten daar waar nodig goed naar elkaar doorverwijzen. Daarnaast zijn expertadviezen opgesteld op onder meer het terrein van acquisitiefraude en internet-gerelateerde fraude, waarin barrières worden benoemd. Naast de getroffen preventieve maatregelen en de versterkte publieke-private samenwerking geldt dat het aantal strafzaken bij de regionale eenheden in 2015 is gestegen naar 2.077. Daarmee is de in de Veiligheidsagenda 2015–2018 opgenomen doestelling voor 2015 van 1.500 ruimschoots gehaald.

Aanpak mensenhandel

Op 18 juni 2015 is de wegwijzer mensenhandel gelanceerd op www.wegwijzermensenhandel.nl. Dit is een online toegankelijk overzicht van het ondersteuningsaanbod voor slachtoffers van mensenhandel. Daarnaast is dit jaar een pre-pilot van start gegaan voor de multidisciplinaire vaststelling van aannemelijkheid van het slachtofferschap. Het gaat hier om een multidisciplinaire identificatie, waarbij gebruik wordt gemaakt van verschillende vormen van expertise, zoals politiële, vreemdelingenrechtelijke, medische of psychologische. Ze moet een aanvulling vormen op de strafrechtelijke vaststelling van het slachtofferschap binnen het strafproces. Zo kunnen ook slachtoffers bij wie geen vervolging en veroordeling van de dader heeft plaatsgevonden, toch de juiste bescherming krijgen. Gegeven de complexiteit is in 2015 gestart met een pre-pilotfase.

In 2015 is gewerkt aan de pilot verhoorstudio’s op locatie. Op drie opvanglocaties voor slachtoffers mensenhandel zijn verhoorstudio’s ingericht, om zo de drempel voor het doen van aangifte te verlagen.

Ook is gewerkt aan het vervolg op de rijksbrede aanpak loverboyproblematiek.

In april 2015 is de campagne «Gedwongen prostitutie», van Meld Misdaad Anoniem afgerond. Deze campagne was niet alleen gericht op klanten van prostituees, maar ook op de prostituees zelf, en op de professionals in de zorg. Er kwamen 297 meldingen binnen. Dit is een stijging van 34% ten opzichte van het jaar ervoor. Nooit eerder werd Meld Misdaad Anoniem zo vaak gebeld over mensenhandel.

Ter voorbereiding op het EU-voorzitterschap zijn in 2015 – in samenwerking met SZW- de betrokken uitvoeringsorganisaties, gemeente Amsterdam en Fairwork – workshops gehouden voor EU-experts over multidisciplinair samenwerken tegen mensenhandel met het oogmerk van arbeidsuitbuiting. Op basis van deze workshops is een handleiding ontwikkeld over dit thema.

Bestrijding kinderporno en kindersekstoerisme

De invulling van de focus op vervaardigers en verspreiders van kinderpornografie is doorgezet. Voor 2015 ligt het totaal aantal te behalen interventies op 600. Deze doelstelling is ruim gehaald met 842 interventies die hebben plaatsgevonden. Verder is in 2015, meer dan tot nu toe, het accent gelegd op het ontzetten van slachtoffers van misbruik. Er is speciale aandacht besteed aan recidivisten, daders opererend in besloten netwerken en daders in risicovolle beroepen en posities. Daarbij is van belang het evenwicht tussen het type zaak (kwaliteit) en het aantal zaken (kwantiteit). Verder is de aanpak van downloadzaken, met ruimte voor alternatieve interventies zoals verwijzing naar Stop It Now, een hulplijn voor pedoseksuelen, gehandhaafd. Ook is een concept wetsvoorstel naar de Tweede Kamer verzonden3. Dit maakt het straks mogelijk om door middel van de inzet van de «lokpuber», grooming preventief op te sporen.

Het Plan van Aanpak Kindersekstoerisme uit 2013 is in 2015 voorzien van een nieuwe impuls. Bijvoorbeeld door de voortgezette (tijdelijke) inzet van een politieliaison die ten behoeve van de bestrijding van kindersektstoerisme geplaatst is in Manilla voor de regio Zuid-Oost Azië. De politieliaison heeft een belangrijke intermediaire rol en tevens meer aandacht gegenereerd bij de lokale autoriteiten. De betrokkenheid van de Nederlandse opsporingsautoriteiten bij internationale kindersekstoerisme onderzoeken is toegenomen. Zo werken Nederlandse functionarissen nu samen met buitenlandse collega’s en NGO’s aan kindersekstoerismezaken, waarvan uiteindelijk ook verwacht wordt dat Nederlandse verdachten berecht zullen worden.

Maatregelen naar aanleiding van het rapport van de Commissie Hoekstra over de zaak Bart van U.

Op 20 november 2015 heeft de Minister van Veiligheid en Justitie, mede namens de Staatssecretaris van Veiligheid en Justitie en zijn ambtgenoot van Volksgezondheid, Welzijn en Sport het Verbeterprogramma Maatschappelijke Veiligheid toegezonden aan de Tweede Kamer. Het verbeterprogramma is opgesteld door het College van procureurs-generaal. Aanleiding daarvoor was het Rapport van de onderzoekscommissie strafrechtelijke beslissingen OM naar aanleiding van de zaak Bart van U. (Commissie Hoekstra), dat op 25 juni 2015 werd aangeboden aan de Minister van Veiligheid en Justitie.

Het verbeterprogramma heeft betrekking op de uitvoering van de Wet DNA-onderzoek bij veroordeelden (wet DNA-V), de tenuitvoerlegging van strafrechtelijke beslissingen, maatregelen op grond van de Wet bijzondere opnemingen in psychiatrische ziekenhuizen (Wet bopz), het wetsvoorstel verplichte geestelijke gezondheidszorg en maatregelen op gebied van informatietechnologie. Beide ministers hebben met de Vereniging van Nederlandse Gemeenten een aanjaagteam ingesteld dat zich richt op de problematiek van personen die verward gedrag vertonen. Alle maatregelen zijn erop gericht structureel verbetering te brengen in de aanpak van de problemen die kunnen ontstaan met personen die verward gedrag vertonen.

High Impact Crimes

In 2015 zijn er wederom goede resultaten geboekt in de aanpak van High Impact Crimes. Zo daalde het aantal overvallen met 2% ten opzichte 2014. Het aantal komt hiermee uit op 1.239. Daarmee is de doelstelling van maximaal 1.648 overvallen in 2015 ruim gehaald. In 2015 zijn 4.731 straatroven geregistreerd. Dit is een daling van 13% ten opzichte van 2014.

Daarmee is ook de doelstelling van maximaal 6.723 straatroven in 2015 gehaald. Het aantal woninginbraken inclusief pogingen is met 9% gedaald. Er zijn in totaal 64.560 woninginbraken geregistreerd door de politie. Daarmee is de doelstelling van 84.855 woninginbraken in 2015 ruimschoots gerealiseerd.

Afpakken

De afpakdoelstelling voor 2015 (90,6 miljoen euro) is gehaald. In 2015 is in totaal 143,5 miljoen euro crimineel vermogen afgepakt.

Veiligheid kinderen

Het nieuwe jeugdstelsel en het daarmee gepaard gaande decentralisatieproces is goed en zonder incidenten verlopen. De beoogde transformatie van de jeugdbescherming is ingezet: het aantal kinderbeschermingsmaatregelen blijft dalen en nieuwe werkvormen worden ontwikkeld. Gemeenten maken zich hun nieuwe verantwoordelijkheden steeds beter eigen. De Raad voor de Kinderbescherming levert een stabiele bijdrage door het vervullen van een adviesfunctie in de keten. In het kader van de praktische aanpak van kindermishandeling heeft het Ministerie van Veiligheid en Justitie, samen met de VNG, VWS, OCW en de Taskforce kindermishandeling en seksueel misbruik in 2015 zes gemeenten bij de Collectieven tegen kindermishandeling ondersteund. Deze Collectieven werken aan de hand van lokale verbeterpunten aan een effectieve aanpak van kindermishandeling, zodat kinderen weer veilig kunnen opgroeien. Tegelijkertijd is met de genoemde departementen geïnvesteerd in zeven landelijke speerpunten4, voor het Ministerie van Veiligheid en Justitie zijn daarbij het gebruik van het huisverbod, de inzet van forensisch medische expertise, informatie-uitwisseling en de verbinding tussen zorgpartners en justitiepartners relevant. Wat betreft die informatie-uitwisseling heeft het Ministerie van Veiligheid en Justitie samen met VWS een overzicht opgesteld van wet- en regelgeving ter ondersteuning van het uitwisselen van gegevens tussen professionals ten behoeve van de aanpak van kindermishandeling. Duidelijk is nu dat het samenspel van wet- en regelgeving niet eenvoudig is, maar niet conflicteert. Een afwegingskader helpt professionals bij het legitiem en zorgvuldig maken van de afwegingen in elke casus van kindermishandeling.

Naar aanleiding van het rapport van de Commissie Samson zijn twee regelingen ingesteld voor financiële tegemoetkoming aan slachtoffers van seksueel geweld in de jeugdzorg. Van rechtswege zouden de regelingen eindigen per 31 december 2015. Het kabinet heeft samen met Jeugdzorg Nederland besloten om deze slachtoffers langer de gelegenheid te bieden – tot eind februari 2017 – om een aanvraag in te dienen voor een financiële tegemoetkoming5. Daarmee is de indieningstermijn gelijk aan de indieningstermijn van de regeling van de Rooms-Katholieke Kerk (naar aanleiding van de Commissie Deetman).

Daarnaast is De Commissie Vooronderzoek naar geweld in jeugdzorg (Commissie De Winter) op 5 november geïnstalleerd. De commissie doet vooronderzoek naar geweld in de jeugdzorg en staat onder leiding van de hoogleraar pedagogiek Micha de Winter6. Dit vooronderzoek heeft tot doel te verhelderen of een vervolgonderzoek op dit domein mogelijk is en zo ja, in welke vorm en omvang. Voor de zomer 2016 brengt de commissie verslag uit en wordt besloten over een mogelijk vervolgonderzoek.

Zedendelinquenten

Op 24 november 2015 heeft de Eerste Kamer ingestemd met het wetsvoorstel langdurig toezicht, gedragsbeïnvloeding en vrijheidsbeperking7. Ter voorbereiding op de wet langdurig toezicht werd in 2015 in Noord Nederland en Rotterdam een pilot «toezicht op zedendelinquenten» uitgevoerd. In deze pilot werkten de reclassering, politie en het OM intensief samen om in de adviesfase en tijdens het toezicht informatie en gezamenlijk optreden te verstevigen. De pilot heeft een raamwerk opgeleverd voor de samenwerking tussen voornoemde organisaties in de uitvoering van langdurig toezicht op zedendelinquenten. Het raamwerk beschrijft hoe informatie-uitwisseling en afstemming verstevigd kan worden zodat toezicht op zedendelinquenten aan kwaliteit wint. Ook is dankzij de pilot een beter beeld verkregen van de te verwachten doelgroep en wat nodig is om langdurig toezicht te adviseren. De eindevaluatie komt in april 2016 beschikbaar en wordt aangewend om de implementatie van de wet vorm te geven. De tussenevaluatie heeft een positief beeld opgeleverd. De contactfunctionarissen hebben de informatie-uitwisseling en afstemming verstevigd. Ook is een beter beeld verkregen van de doelgroep van de wet langdurig toezicht en wat nodig is om de samenwerking tussen OM, reclassering en politie vorm te geven na inwerkingtreding. De pilot wordt begin 2016 afgerond.

Criminele Jeugdgroepen

In 2015 is ingezet op het nog verder terugdringen van het aantal hinderlijke, overlastgevende en criminele jeugdgroepen door het ondersteunen van de lokale aanpak in samenwerking met in elk geval lokaal bestuur, politie en OM. De aanpak op de zwaarste en meest hardnekkige jeugdgroepen (criminele jeugdgroepen) is aangescherpt.

In circa 20 «proeftuingemeenten» is geïnvesteerd in een doorontwikkeling van de aanpak op problematische jeugdgroepen. Het nieuwe en integrale werkproces zet in op een gezamenlijke probleemanalyse, onder regie van de gemeente. De drie decentralisaties boden ruimte voor een verdere versterking van de verbinding tussen zorg en veiligheid, met name binnen de justitiële en integrale casusoverleggen (o.a. top x, driehoeksoverleg, Veiligheidshuizen).

3.2 Nationale veiligheid (artikel 36)

Bestrijding extremisme en terrorisme

De terroristische dreiging in Nederland is sinds maart 2013 substantieel; dat betekent dat de kans op een aanslag reëel is. De dreiging die van het jihadisme uitgaat en het voorkomen van aanslagen vroeg en vraagt ook de komende periode om een krachtige, offensieve, brede aanpak om zowel de harde kern van jihadisten te bestrijden, als te voorkomen dat de jihadistische beweging verder groeit.

Met de maatregelen in het Actieprogramma Integrale Aanpak Jihadisme blijft het kabinet stevig inzetten op de bestrijding en verzwakking van de jihadistische beweging in Nederland en het tegengaan van radicalisering. In drie voortgangsrapportages heeft het kabinet de Tweede Kamer in 2015 geïnformeerd over de uitvoering van dit Actieprogramma. Het Actieprogramma omvat een overzicht van alle 38 maatregelen die het kabinet inzet in de aanpak van gewelddadig jihadisme. Dit actieprogramma wordt uitgevoerd in nauwe samenwerking tussen de betrokken ministeries en overige organisaties, zoals het Openbaar Ministerie, de Nationale Politie en de inlichtingen- en veiligheidsdiensten. Voortdurend kijken we waar aanvullingen en aanscherpingen in de aanpak nodig zijn. Dit gebeurt mede op basis van het Dreigingsbeeld Terrorisme Nederland (DTN), dat in 2015 driemaal is uitgebracht en waarin een laatste inschatting van de terroristische dreiging tegen en in Nederland wordt gegeven.

Ter uitvoering van het actieprogramma zijn in 2015 diverse uitbreidingen van het wettelijk instrumentarium bij het parlement ingediend. Na inwerkingtreding kan met de nieuwe wettelijke bevoegdheden de bewegingsvrijheid van geradicaliseerde personen in Nederland worden beperkt, onder andere door het opleggen van een uitreisverbod8. Ook is voorgesteld de mogelijkheden uit te breiden om personen het Nederlanderschap te ontnemen9.

Het actieprogramma kent verder voorzieningen ter ondersteuning van de lokale bestuurlijke aanpak. Zo worden er doorlopend praktische ervaringen in kaart gebracht en gedeeld met de partners. Het Ministerie van Veiligheid en Justitie heeft voorlichting en trainingen georganiseerd voor onder andere gemeenten en politie, om te komen tot een goede, vroegtijdige signalering van radicalisering en van (potentiële) jihadgangers. Er is een expertise-unit opgericht die overheden, professionals en gemeenschappen praktische ondersteuning kan bieden bij de problematiek van radicalisering en sociale spanningen. Het Rijksopleidingsinstituut tegengaan Radicalisering (ROR) verzorgt gecertificeerde opleidingen voor professionals in de (brede) Veiligheids-, CT-, en Vreemdelingenketen en van (jeugd)zorg, Raad voor de Kinderbescherming en gemeenten. Om gezinnen en families te ondersteunen in het omgaan met radicaliserende of geradicaliseerde familieleden is in 2015 een Familiesteunpunt Radicalisering opgericht. De exit-faciliteit («Exits») biedt begeleiding voor jihadistische personen die openstaan voor een alternatief («spijtoptanten») om te re-integreren in de samenleving buiten het jihadistische netwerk.

De aanslagen die in 2015 hebben plaatsgevonden, hebben te meer duidelijk gemaakt dat internationale samenwerking noodzakelijk is. Internationaal is er in 2015 concrete voortgang geboekt op het gebied van informatie-uitwisseling, aangescherpte wet- en regelgeving, zoals de verordening over de ontmanteling van vuurwapens, de aanpak van radicalisering via internet en het tegengaan van terrorismefinanciering.

Cyber Security

Op 14 oktober 2015 is aan uw Kamer het Cybersecurity Beeld Nederland 2015 en de daarbij behorende voortgangsrapportage aangeboden. Deze stukken illustreren eens te meer dat onze samenleving en economie kwetsbaar zijn door de toenemende afhankelijkheid van ICT. Hierbij gaan de maatschappelijke ontwikkelingen snel en de dreiging evolueert snel. Dit bevestigt de noodzaak tot een integrale, publiek-private, (inter)nationale cybersecurity-aanpak, zoals ingezet met de tweede Nationale Cyber Security Strategie (NCSS2). Onder coördinatie van het Ministerie van Veiligheid en Justitie is in 2015 voortvarend doorgewerkt aan de uitvoering van de activiteiten uit deze strategie. Zoals reeds aangegeven in de beleidsreactie op het Cybersecurity Beeld Nederland van 14 oktober jongstleden krijgt de uitwerking van het actieprogramma van de NCSS2 vorm en naderen de acties uit het actieprogramma hun voltooiing door middel van de actieve inzet van betrokken publieke en private partijen. Hiermee zijn belangrijke stappen gezet om de weerbaarheid van Nederland te versterken.

Een belangrijk hoogtepunt hierin was de door Nederland georganiseerde vierde internationale Global Conference on Cyberspace, die in april 2015 plaatsvond. Tijdens deze conferentie is aandacht besteed aan de mogelijkheden voor verdere versterking van de internationale samenwerking bij de opsporing op internet, en aan het jurisdictievraagstuk op internet. De conferentie heeft geresulteerd in de oprichting van het Global Forum on Cyber Expertise om kennis over cybersecurity internationaal te delen. Het secretariaat hiervan is in Nederland gevestigd.

Ook op nationaal vlak zijn bij de uitvoering van de Strategie belangrijke mijlpalen bereikt. Zo is het Nationaal Cyber Security Centrum verder versterkt en is de publiek-private samenwerking verder vormgegeven. Onder meer door de uitbouw van het Nationaal Detectie en Respons Netwerk. Het wetsvoorstel «gegevensverwerking en meldplicht cybersecurity» voorziet onder meer in een meldplicht voor ICT-inbreuken. Dit voorstel is in 2015 in consultatie gegaan en vervolgens in verdere procedure gebracht.

Crisisbeheersing

In 2015 is een nieuwe systematiek vastgesteld voor de bescherming van de nationale veiligheid. In 2015 heeft een herijking van de vitale infrastructuur geleid tot een actueel en duidelijk inzicht in de vitale processen van onze samenleving. Daarmee is de basis gelegd voor een geactualiseerde en aangescherpte aanpak om de vitale infrastructuur in Nederland te beschermen tegen uitval.

In dit kader zijn in 2015 voor de veiligheidsregio's en de Rijksoverheid gezamenlijke meerjarige doelstellingen vastgelegd op het gebied van water en evacuatie, versterking risico en crisisbeheersing bij stralingsincidenten en continuïteit van de samenleving.

In het kader van de versterking van de civiel-militaire samenwerking is in 2015 de hernieuwde Catalogus Nationale Operaties opgeleverd. Deze bevat een overzicht van alle beschikbare militaire capaciteiten voor inzet onder civiel bevoegd gezag. In 2015 is gestart met een verkenning van de mogelijkheden en randvoorwaarden om militaire planningscapaciteit in te zetten ten behoeve van de civiele rampenbestrijding en crisisbeheersing.

In interdepartementaal verband is beoordeeld of het overheidsinstrumentarium voldoende adequaat is om de nationale veiligheidsbelangen te kunnen waarborgen bij buitenlandse overnames en investeringen van de energiesector en de sector waterkeren. Conclusies waren daarbij onder andere dat er ten aanzien van het waterkeren geen risico voor de nationale veiligheid bestaat aangezien het beheer van waterstaatkundige objecten volledig in overheidshanden is. Ten aanzien van de energiesector bleek dat een klein aantal specifieke onderdelen van die sector mogelijk kwetsbaar zou kunnen zijn bij overnames door kwaadwillende partijen. Om meer zicht te krijgen op deze risico’s en om te zien of aanvullend instrumentarium nodig is, zal de Minister van Economische Zaken deze specifieke gevallen nader onderzoeken. Daarnaast hebben in 2015 kleinschalige publiek-private dialogen plaatsgevonden over de wijze waarop overheid en bedrijfsleven gezamenlijk de economische veiligheidsrisico’s tegen kunnen gaan. Een van de conclusies daarbij was dat er op dit moment niet zozeer sprake is van acute problemen, wel van denkbare risico’s op langere termijn. Een voorbeeld hiervan is de mogelijke geleidelijke opbouw van onwenselijke strategische afhankelijkheden van (spelers uit) andere landen voor bepaalde vitale goederen of diensten.

3.3. Bestendiging en versterking rechtsstaat (artikel 32, 33)

Versterking Prestaties strafrechtketen

De samenwerking tussen de ketenorganisaties binnen het programma Versterking Prestaties Strafrechtketen is in de loop der tijd hechter geworden en heeft geleid tot het besef dat het met het oog op de toekomst van belang is om de samenwerking een duurzaam karakter te geven. De focus van de samenwerking richt zich primair op de rechtspleging die zichtbaar en voelbaar voor de burger plaatsvindt, vooral op lokaal en regionaal niveau. Ter ondersteuning hiervan hebben de ketenorganisaties samen met het departement in 2015 afgesproken een permanent Bestuurlijk Strafrechtketenberaad in het leven te roepen. Dit beraad zal zich met de benodigde ondersteuning richten op een verdere versterking van de ketenprestaties, waaronder de verbetering van de logistieke samenwerking, zoals de verdere ontwikkeling en inrichting van de gezamenlijke (IT-)voorzieningen.

Een voorbeeld van een dergelijke voorziening is het Advocatenportaal dat in 2015 landelijk is uitgerold. Een ander voorbeeld is het Burgerportaal van het Centraal Justitieel Incassobureau (CJIB) en de Centrale Verwerkingseenheid van het Openbaar Ministerie (CVOM), dat op 30 juni 2015 door de Minister is geopend. Het portaal biedt burgers de mogelijkheid om «online» verkeersboetes en flitsfoto’s in te zien, te betalen en beroep in te stellen.

Daarnaast is in 2015 de Strafrechtketenmonitor verder ontwikkeld, die onder meer inzicht geeft in de zaakstromen binnen de keten. Ook is ze voor het eerst openbaar gemaakt en aan de Eerste en Tweede Kamer gezonden. De monitor maakt de prestaties van de keten transparant en biedt mogelijkheden om ook de kwaliteit van de prestaties beter inzichtelijk te maken. Op basis van de monitor is dan ook een doelstelling voor de doorlooptijd van zaken die aan de rechter worden voorgelegd aangekondigd. Mede in het licht van de hiervoor genoemde duurzame ketensamenwerking hebben de ketenorganisaties besloten ook prestatie-indicatoren te zullen ontwikkelen. Deze indicatoren worden voor een groot deel in de Strafrechtketenmonitor opgenomen.

Noemenswaardig is verder de voortgang van de modernisering van het Wetboek van Strafvordering. Verschillende wetsvoorstellen zijn in consultatie gegaan of bij de Tweede Kamer in behandeling Daarnaast is de contourennota, waarin de hoofdlijnen van het nieuwe Wetboek worden geschetst, op 30 september 2015 aan de Eerste en Tweede Kamer gezonden.

Uitvoeringsketen strafrechtelijke beslissingen

Met het wetsvoorstel herziening tenuitvoerlegging strafrechtelijke beslissing wordt de verantwoordelijkheid voor de tenuitvoerlegging van straffen verschoven van het OM naar de Minister van Veiligheid en Justitie. Om op een daadkrachtige manier invulling te kunnen geven aan deze verantwoordelijkheid is het Administratie- en Informatiecentrum Executie (AICE) bij het CJIB ingericht. In 2015 is gewerkt aan de voorbereiding van de wetswijziging. Zo zijn de ICT-systemen aangepast waardoor informatie-uitwisseling tussen CJIB en politie over te executeren sancties mogelijk is. Sinds december 2015 wordt dit als eerste getest in de politie-eenheid Amsterdam. Hiermee ontstaat bij de politie een actueel en bovendien landelijk beeld van alle openstaande straffen, hetgeen de pakkans vergroot. Zoals in augustus 2015 aan uw Kamer gerapporteerd gaat het om 2.843 openstaande vrijheidsstraffen die voor actieve opsporing in aanmerking komen10.

Ook is gestart met het aanpassen van de systemen ten behoeve van een betere informatie-uitwisseling tussen CJIB en DJI. Daarnaast zijn in 2015 de voorbereidingen getroffen voor een verbeterde verwerking van contante betalingen en pinbetalingen van boetes. Sinds 1 juli 2015 is het mogelijk om verkeersboetes vanaf € 225,– in termijnen te betalen.

Een nieuw ingerichte zelfmeldprocedure zorgt ervoor dat 10% meer personen zich bij de penitentiaire inrichting melden en dat de termijn waarbinnen ze dat doen is ingekort van ruim 60 naar 33 dagen.

Verbeterde rechtsgang

In het civiele recht en het bestuursrecht wordt digitaal procederen ingevoerd. Dit wordt alleen verplicht voor professionele partijen. Daarnaast wordt het procesrecht vereenvoudigd. Dit komt de snelheid en de kwaliteit van de rechtsgang ten goede. De informatiepositie van procespartijen wordt daarmee verbeterd. In 2015 is hierop goede vooruitgang geboekt. De drie KEI wetsvoorstellen11 die dit mogelijk maken zijn door de Tweede Kamer aangenomen en sinds eind december in behandeling bij de Eerste Kamer. De bouw van het digitale systeem vordert gestaag en is gereed gekomen voor de afhandeling van de standaard civiele zaken. Bij de bouw van de systemen zijn de toekomstige gebruikers, waaronder advocaten en deurwaarders, nauw betrokken.

In het voorjaar van 2015 is in Amsterdam een kleinschalige pilot gestart met digitaal procederen in asiel- en bewaringszaken. De pilot heeft geleid tot positieve resultaten en is in oktober 2015 uitgebreid naar 7 rechtbanken. In april12 en oktober 201513 is de Tweede Kamer bij voortgangsrapportage geïnformeerd over het programma KEI.

Toezicht en tuchtrecht

In 2015 is een wetsvoorstel ingediend dat de doorbelasting regelt van de kosten van de toezichthouder op het notariaat en de gerechtsdeurwaarders, het Bureau Financieel Toezicht (BFT) en tuchtrechtspraak voor het notariaat, de gerechtsdeurwaarders en de advocatuur14. De nota naar aanleiding van het verslag is eind 2015 naar de Tweede Kamer gestuurd15. Daarnaast heeft de Wet positie en toezicht advocatuur met ingang van 1 januari 2015 het toezicht op de advocatuur gemoderniseerd. Dit onder meer door de toezichtsbevoegdheden van de lokale dekens uit te breiden en systeemtoezicht neer te leggen bij het College van toezicht advocatuur, een nieuw orgaan van de Nederlandse Orde van Advocaten (NOvA). De landelijke deken krijgt tevens de bevoegdheid om aanwijzingen te geven aan de lokale dekens, gehoord de andere leden van het college van toezicht.

Stelselvernieuwing rechtsbijstand

De voorgenomen vernieuwing van het stelsel van gesubsidieerde rechtsbijstand is in februari 2015 opgeschort, naar aanleiding van de door de Eerste Kamer aangenomen moties-Franken en Scholten16). Het kabinet heeft een commissie ingesteld met de opdracht onderzoek te doen naar de oorzaken van het stijgen van de kosten in de gesubsidieerde rechtsbijstand. Ook doet deze commissie-Wolfsen aanbevelingen voor vernieuwing van het stelsel. De commissie heeft haar rapport op 30 november 2015 uitgebracht. Bij de uitreiking van het rapport heeft de Minister opgemerkt dat uiterlijk in het voorjaar van 2016 een kabinetsreactie aan het parlement zal worden gezonden17.

3.4. Nationale Politie (artikel 31)

De politie werkt steeds beter, vanuit een versterkte lokale inbedding, op een professionele wijze en met minder bureaucratie aan een veiliger Nederland.

Doorontwikkeling van de Nationale Politie

Begin 2015 zijn de basisteams en districtsrecherche conform planning van start gegaan en heeft de politie verder gewerkt aan de realisatie conform het Inrichtingsplan Nationale Politie.

Begin december 2015 hebben 57.500 politiemedewerkers bericht ontvangen over hun voorgenomen plaatsing bij de personele reorganisatie. Daarmee werd een randvoorwaardelijke stap gezet in de verdere inrichting van de eenheden, de vorming van het politiedienstencentrum (PDC) en de Staf van de politie. In de loop van 2015 bleek dat meer tijd nodig was om de hele politieorganisatie in te richten volgens het Inrichtingsplan Nationale Politie. De Tweede Kamer is daarover eind augustus 2015 geïnformeerd met de voortgangsbrief politie en de daarbij gevoegde Herijkingsnota18.

Met het Tussenbericht herijking van november 201519 is de Tweede Kamer geïnformeerd over de stand van zaken op de herijking en de naar aanleiding daarvan genomen maatregelen.

Het traject om te komen tot een geborgde continuïteit van de politie ICT is bijna afgerond. 2015 was daarmee vooral gericht op het verbeteren van de systemen voor de ondersteuning van het politiewerk en het in werking brengen van de basisteam en de districtsrecherches. Er is een start gemaakt met de uitrol van een nieuwe digitale werkomgeving, waar eind 2015 52.000 politiemedewerkers op waren aangesloten. De Basisvoorziening Handhaving is voorzien van een gebruiksvriendelijker interface en in december is gestart met een pilot voor een nieuw systeem voor de executie van vonnissen en het signaleren van personen. In het kader van het programma Mobiel Effectiever op straat zijn bijna 19.000 smartphones uitgerold in de basisteams waarmee de agent op straat informatie kan opvragen en digitale bonnen kan uitschrijven. Door de prioriteit voor het verbeteren en standaardiseren van ICT-systemen om de basis van de Nationale Politie op orde te brengen, schuift de structurele vernieuwing van de politie ICT op in de tijd.

Ook is verder gewerkt aan de uitvoering van het actieprogramma «Minder regels, meer op straat» Dit programma beoogt het presterend vermogen van de politie te vergroten. Enerzijds door de administratieve lasten voor de politiemedewerkers te verminderen, anderzijds via slimmer politiewerk en versnelling in de (strafrecht)keten. Het einddoel van het programma is een productiviteitswinst van 5.000 fte eind 201520 Op 31 december 2015 is daarvan volgens de voorlopige opgave 4872fte gerealiseerd. In het tweede kwartaal 2016 vindt nog een definitieve bijstelling plaats.

Inbedding van de Politieacademie in het politiebestel

In 2015 is een wetsvoorstel ingediend tot wijziging van de Politiewet 2012 in verband met de inbedding van de politieacademie in het nieuwe politiebestel.21 In dit wetsvoorstel blijft de Politieacademie een zelfstandig bestuursorgaan. De huidige sterkte en middelen van de Politieacademie gaan over naar de politie, met uitzondering van de directeur en zijn plaatsvervanger. De Minister bepaalt welk deel van de sterkte en de middelen van de politie door de korpschef aan de Politieacademie ter beschikking wordt gesteld

Vorming van de landelijke meldkamerorganisatie (LMO)

In 2015 zijn belangrijke voorbereidende stappen gezet voor de vorming van de landelijke meldkamerorganisatie. Alvorens met de daadwerkelijke uitvoering van de plannen te starten is in oktober 2015 een Gateway–review uitgevoerd. Daaruit bleek dat de opdracht om te komen tot een LMO niet binnen de huidige afspraken van tijd en geld gerealiseerd kan worden. Een heroriëntatie is nodig. Het einddoel blijft staan, maar de transitiestrategie wordt bijgesteld naar een meer realistische aanpak. De prioriteit komt te liggen bij de regionale samenvoegingstrajecten en het vormen van de landelijke ICT die noodzakelijk is om de 10 meldkamers als één virtuele organisatie te laten samenwerken22.

3.5. Slachtoffer centraal (artikel 34)

Wetgeving

In 2015 is het wetsvoorstel ter implementatie van de EU-richtlijn minimumnormen voor slachtoffers bij de Tweede Kamer ingediend23. De wet ter invoering van het Europees beschermingsbevel is op 1 maart 2015 in werking getreden. Het wetsvoorstel ter uitbreiding van het spreekrecht en van de reikwijdte van het Schadefonds Geweldsmisdrijven24, en het wetsvoorstel bijdrage kosten strafvordering en slachtofferzorg zijn in 2015 behandeld door de Tweede Kamer25.

Belangen slachtoffers

In 2015 is het evaluatieonderzoek afgerond naar de in 2013 gestarte vijf pilots herstelbemiddeling in en rond het strafproces. Het onderzoek bevestigde dat een gesprek tussen verdachte en slachtoffer over de gevolgen van het delict voor het slachtoffer en over de ontstane schade, kan helpen bij het te boven komen van een delict. Het evaluatieonderzoek geeft aanbevelingen voor criteria waaraan herstelbemiddeling moet voldoen. Hiermee wordt in 2016 het beleidskader aangescherpt voor een zorgvuldige en efficiënte toepassing van herstelbemiddeling in en rond het strafproces.

Door structureel aanvullend budget beschikbaar te stellen, heeft Slachtofferhulp Nederland in 2015 gerealiseerd dat alle ZSM locaties zeven dagen per week 12 uur bemand zijn. Tevens werden kennisbijeenkomsten tussen de ketenpartners georganiseerd, waar knelpunten in de uitvoering tussen Slachtofferhulp Nederland, Reclassering, OM en DJI werden gesignaleerd en verbeterpunten uitgevoerd. Binnen DJI zijn alle casemanagers geschoold in slachtoffer- en herstelgericht denken middels masterclasses van Restorative Justice en workshops door het Opleidingsinstituut DJI.

De rechtsbijstand aan slachtoffers is in samenwerking met Slachtofferhulp Nederland in 2015 verder versterkt: behalve casemanagers volgen nu ook vrijwilligers van Slachtofferhulp Nederland het doorverwijzingsprotocol. Dit heeft geleid tot een betere doorverwijzing naar advocaten. Het aantal slachtoffers dat is doorverwezen naar een advocaat is in 2015 met 15 procentpunt gestegen, hetgeen leidt tot betere juridische ondersteuning van slachtoffers in zware zaken.

In 2015 is verder een kwaliteitsverhoging van de slachtofferadvocatuur gerealiseerd. Driehonderd advocaten hebben de basisopleiding Slachtofferrecht afgerond, waarmee zij voldoen aan de inschrijvingsvoorwaarden. Daarnaast is er in 2015 een specialisatieopleiding slachtofferrecht van start gegaan, waarmee advocaten zich kunnen specialiseren op de slachtofferadvocatuur. Hiermee is een voldoende grote groep gekwalificeerde advocaten gecreëerd voor slachtofferbijstand.

Affectieschade

Het wetsvoorstel Affectieschade is in juli 2015 aangeleverd bij de Tweede Kamer26. Met dit voorstel wordt een ruimere vergoeding van schade als gevolg van letsel en overlijden voor slachtoffers en nabestaanden beoogd. Zo kunnen slachtoffers een ruimere vergoeding van de kosten voor verzorging, verpleging en begeleiding krijgen als naasten deze zorgtaken op zich nemen.

Implementatieprogramma recht doen aan slachtoffers

Binnen het programma «recht doen aan slachtoffers» is in 2015 per organisatie in beeld gebracht wat de grootste verbeterpunten zijn. In 2015 heeft het programma eraan gewerkt de dienstverlening voor slachtoffers te verbeteren. Daartoe is een groot aantal brieven van politie en OM ten behoeve van het slachtoffer aangepast naar B1 taalniveau. Er is een nieuwe brief «bevestiging van de aangifte» ingevoerd, alsook een nieuw schadeformulier en gegevensblad. In 2015 ging ook de ontwikkeling van een ketenbreed slachtofferportaal van start. Een betere dienstverlening wordt ook bereikt door de start van een ketenbrede e-learning module.

Om meer slachtoffergericht te kunnen werken, zijn in samenwerking met ketenpartners werkprocessen en werkinstructies aangepast en is er een cliëntdossier ingevoerd voor slachtoffers in maatwerkzaken.

Om het slachtoffer «in Hoofd, Hart en Handelen» van professionals te krijgen, zijn regionale ketenbijeenkomsten georganiseerd. In samenwerking met DJI en Slachtoffer in Beeld is binnen penitentiaire inrichtingen, door middel van een estafette van de Dag van Herstel, het gesprek over slachtoffers en het nadenken over de gevolgen van een delict op gang gebracht. Verder zijn er binnen de reclassering ambassadeurs aangewezen.

3.6. Immigratie en Asiel (artikel 37)

Asiel

Als gevolg van de verhoogde instroom is de gehele vreemdelingenketen onder druk komen te staan. Het totaal aantal mensen in de opvang is in 2015 verdubbeld. Het is in 2015 gelukt om alle asielzoekers onderdak te bieden. Zo zijn er veel nieuwe opvangplekken gerealiseerd om deze druk het hoofd te kunnen bieden en hebben wij ook gebruik moeten maken van crisisnoodopvang door gemeenten. Om de verhoogde instroom verder in goede banen te geleiden hebben de partners binnen de vreemdelingenketen de samenwerking geïntensiveerd. De samenwerking ziet toe op de volledige keten, van eerste opvang tot bijvoorbeeld het verkrijgen van een status of de uitzetting. Hiertoe zijn nieuwe structuren in het leven geroepen, zijn knelpunten geïdentificeerd en weggenomen en zijn best practices ontwikkeld.

Het Rijk en medeoverheden hebben een akkoord gesloten over onder meer de opvangcapaciteit en doorstroming van vergunninghouders naar huisvesting in de gemeenten. Om ervoor te zorgen dat nieuwe asielzoekers de komende tijd een bed aangeboden kan worden is afgesproken dat voor eind 2015 per veiligheidsregio 500 extra noodopvangplekken worden gerealiseerd en dat voorbereidingen worden getroffen voor 2.500 opvangplekken per provincie waar mensen ten minste voor een periode van langer dan een jaar kunnen worden opgevangen.

Op 3 november 2015 is de Tweede Kamer geïnformeerd dat de landen van de westelijke Balkan aangemerkt worden als veilige landen van herkomst. Als een asielzoeker afkomstig is uit een veilig land van herkomst, kan de aanvraag worden afgewezen als kennelijk ongegrond.

Alhoewel de praktische tenuitvoerlegging de nodige uitdagingen en opstartproblemen met zich brengt, zijn in een relatief kort tijdsbestek op Europees niveau verschillende maatregelen genomen die bijdragen aan de vermindering van ongecontroleerde stromen van asielzoekers binnen de Europese Unie. Er zijn Raadsbesluiten aangenomen die strekken tot herplaatsing van in totaal 160.000 kansrijke asielzoekers vanuit Griekenland en Italië naar andere Lidstaten. Ook worden met ondersteuning van de Commissie en de EU agentschappen EASO, Frontex en Europol zogenaamde hotspots ingericht in Griekenland en Italië die ertoe dienen aangekomen migranten en asielzoekers adequaat te registreren, en vervolgens de asielprocedure aldaar, de herplaatsingsprocedure, of terugkeerprocedure in te geleiden. Nederland draagt, evenals andere Lidstaten, bij aan de inrichting en uitvoering van het hotspot concept, door de levering van experts aan EASO en Frontex.

In reactie op de migratiecrisis en in het bijzonder de ongekende toestroom van vluchtelingen naar Europa via Turkije heeft de Europese Unie op 29 november 2015 met Turkije afspraken gemaakt in een zogenoemd Gemeenschappelijk Actieplan. Doel van het actieplan is om er voor te zorgen dat de ongecontroleerde toestroom vanuit Turkije naar Europa significant en duurzaam wordt teruggebracht. Het Actieplan bestaat uit twee delen. Het eerste deel betreft maatregelen om de juridische en sociaaleconomische situatie van Syrische vluchtelingen in Turkije te verbeteren. Het tweede deel heeft als doel om de samenwerking tussen de EU en Turkije te verstevigen op het gebied van de bestrijding van illegale migratie.

De EU-procedurerichtlijn is tijdig geïmplementeerd. Daarmee is het belangrijkste deel van de tweede fase van het gemeenschappelijk asielsysteem (GEAS) tot een afronding gekomen.

Toegang en toezicht

Uitbreiding API toepassing

Sinds 1 oktober kan 73% van het totaal aantal inkomende vluchten van buiten de EU, door middel van API (passagiersgegevens) worden gecontroleerd. Dat is een verdubbeling van het aantal herkomstbestemmingen. Hierdoor kan de grenscontrole efficiënter en effectiever worden uitgevoerd. Dit past ook in de internationale ontwikkelingen om meer informatie gestuurd buitengrenstoezicht te bewerkstelligen.

Op Schiphol is gewerkt aan de uitbreiding van het aantal zogenaamde e-gates; poortjes voor de selfservice paspoort controle voor EU-burgers. In 2015 hebben 3 mln. passagiers gebruik gemaakt van de e-gates tegen 1.8 mln. passagiers in heel 2014.

Aanpak mensensmokkel en mobiel toezicht veiligheid (MTV)

In het kader van de aanpak van de verhoogde instroom zijn bovendien maatregelen genomen ter bestrijding van mensensmokkel, waaronder de verhoging van de strafmaat voor mensensmokkel. Het wetsvoorstel verhoging strafmaat voor mensensmokkel is in november naar de Tweede Kamer verzonden27. Sinds 17 september 2015 zijn de mobiele controles in de binnengrenszone geïntensiveerd. Deze intensivering van de controles vindt plaats in samenwerking met andere onderdelen van Defensie en douane. Het aantal controles is in duur en frequentie verdubbeld. Het aantal aanhoudingen van verdachten van mensensmokkel bij MTV was in 2015 circa 200. Sinds de intensivering van het MTV, vanaf 17 september t/m 31 december, zijn er 80 verdachten aangehouden. Ook is in 2015 het Gemeenschappelijk Mensensmokkel Team opgericht bestaande uit Openbaar Ministerie (OM), Koninklijke Marechaussee (KMar), politie, IND, COA, Expertisecentrum mensenhandel/ mensensmokkel (EMM) en NCTV dat actief mensensmokkelaars gaat opsporen.

Overlastgevende EU-burgers

Begin 2015 is de pilot overlastgevende EU-burgers landelijk uitgerold. Dit heeft geleid tot een stijging in het aantal verblijf beëindigingen. Waar in 2014 van 86 overlastgevers het verblijf werd beëindigd, steeg dit aantal tot 90 in de eerste 9 maanden van 2015. Aangezien elke overlastgever staat voor vele contacten met politie en justitie, leidt dit tot een daling van de overlast die EU-burgers veroorzaken.

Regulier

Een beleidssucces over 2015 dat niet in de beleidsagenda 2015 is opgenomen is de invoering van de verblijfsregeling voor innovatieve startups per 1 januari 2015. In 2015 zijn er 95 aanvragen ingediend en zijn er ongeveer 20 verblijfsvergunningen verleend.

Daarnaast heeft het kabinet in 2015 een voorstel gedaan om de toegang voor kennismigranten te versoepelen en goedkoper te maken (de kabinetsreactie op het SER-advies over arbeidsmigratie), zoals aangekondigd in de beleidsagenda 2015.

Medische zorg voor vreemdelingen

De handreiking voor het uitwisselen van gegevens door zorgprofessionals in de vreemdelingenketen is klaar. Deze handreiking zal de communicatie tussen zorgprofessionals en overige professionals in de vreemdelingenketen vergemakkelijken.

Terugkeer

In 2015 is geïnvesteerd in de terugkeer van (illegale) vreemdelingen naar het land van herkomst dan een ander land waar de toegang is gewaarborgd. Een van de aanbevelingen van de Adviescommissie Vreemdelingenzaken (ACVZ) die de strategische landenbenadering migratie heeft geëvalueerd, was in te zetten op bevordering van (gedwongen) terugkeer in het EU-kader. De Europese Commissie heeft het EU Actieplan terugkeer gepubliceerd en de Raad heeft diverse conclusies aangenomen waarin het belang van terugkeer wordt onderstreept. Het gaat enerzijds om verbetering van het terugkeerproces in de EU zelf. Mede op initiatief van NL is meer-voor-meer het uitgangspunt en wordt conditionaliteit niet langer uitgesloten. In het kader van genoemd actieplan wordt terugkeer ook op politiek niveau door de Europese Commissie en de Hoge Vertegenwoordiger aangekaart bij herkomstlanden.

Voorts is NL in Europa leidend in het bevorderen van de samenwerking tussen lidstaten op terugkeer via de door NL geleide samenwerkingsverbanden EURINT en ERIN. Alleen al in 2015 keerden ruim 350 vreemdelingen terug via ERIN.

Terugkeer en Bewaring

Het wetsvoorstel Wet terugkeer en vreemdelingenbewaring is begin september 2015 ingediend bij de Tweede Kamer28. Dit voorstel bevat onder meer de invoering van een bestuursrechtelijk regime voor vreemdelingen in vreemdelingenbewaring of grensdetentie. Het wetsvoorstel draagt bij aan de terugkeer van vreemdelingen die niet (langer) in Nederland mogen blijven. Verder is het Besluit terugkeer en vreemdelingenbewaring gelijktijdig met indiening van het wetsvoorstel in (internet)consultatie geplaatst.

Nationaliteit

In 2015 had een wijziging van de Rijkswet op het Nederlanderschap in werking moeten treden: verlenging van de naturalisatietermijn van 5 naar 7 jaar. Omdat de Kamer nog geen datum heeft bepaald voor de behandeling van dit wetsvoorstel- zal deze wijziging van de Rijkswet op het Nederlanderschap naar verwachting in 2016 in werking treden.

Keteninformatisering

Het programma keteninformatisering vreemdelingenketen richt zich op digitalisering van de informatie-uitwisseling binnen deze keten. Het programma maakt de gezamenlijke uitvoering van het vreemdelingenbeleid efficiënter, effectiever en flexibeler. In 2015 is de papieren uitwisseling binnen de kleine keten volledig gedigitaliseerd en maken andere ketenpartners de volgende stappen in de digitalisering. Bovendien is het Ketenmanagementsysteem (KMI+) opgeleverd en operationeel.

3.7. Kansspelen

Modernisering kansspelbeleid

De kansspelmarkt wordt gereguleerd via een vergunningstelsel. Het kansspelbeleid richt zich op het beschermen van de consument, het voorkomen van kansspelverslaving en het voorkomen van criminaliteit, witwassen en overige fraude. De modernisering van dit beleid heeft tot doel het kanaliseren van de (online) speler naar passend en attractief aanbod en het transparant en non-discriminatoir verlenen van vergunningen. Hierbij wordt (op termijn) geen rol meer voorzien voor de overheid als aanbieder van kansspelen, maar als toezichthouder op de markt, die via strikte vergunningsvoorwaarden wordt gereguleerd.

Het wetsvoorstel kansspelen op afstand is sinds juli 2014 aanhangig bij de Tweede Kamer. In april 2015 en december 2015 zijn de twee rondes schriftelijke vragen van de Tweede Kamer beantwoord29. Dit wetsvoorstel heeft tot doel de honderdduizenden consumenten te beschermen die nu reeds deelnemen aan online kansspelen bij illegale, niet vergunde aanbieders.

Op basis van de in 2014 aan de Tweede Kamer gezonden beleidsvisie speelcasinoregime is in 2015 een wetsvoorstel uitgewerkt. De Raad van State heeft hierover in december 2015 advies uitgebracht. Voorts is gewerkt aan de herziening van het vergunningstelsel voor loterijen. Over de wijziging van het Kansspelenbesluit tot verlaging van het afdrachtspercentage voor goede doelen loterijen is door de Raad van State in 2015 geadviseerd. Tevens is het kansspelbeleid ten aanzien van de fusie Staatsloterij-Lotto voorbereid. Als laatste is onderzocht welke mogelijkheden voor modernisering van het Speelautomatenbesluit 2000 wenselijk, nodig en haalbaar zijn.

In oktober 2015 is de wijzigingswet financiële markten door Tweede en Eerste Kamer aanvaard. Deze wet zorgt ervoor dat de kansspelautoriteit per 1 januari 2016 is aangewezen als toezichthouder voor de kansspelmarkt op grond van de Wet ter voorkoming van witwassen en financieren van terrorisme.

Tenslotte is in het najaar van 2015 een evaluatiekader opgeleverd dat zal worden gebruikt om het effect van de moderniseringsstappen te evalueren. De hierop gebaseerde nulmeting is in het najaar gestart.

Overzicht prestatie-indicatoren Veiligheidsagenda

Tabel 3.1. Overzicht prestatie-indicatoren Veiligheidsagenda
 

Nulwaarde

Realisatie 2014

Realisatie 2015

Doel 2015

Verschil

High Impact Crimes 1

         

Aantal overvallen

1.633

1.267

1.239

1.648

– 409

Aantal straatroven

7.002

5.429

4.731

6.723

– 1.992

Aantal woninginbraken2

87.345

71.100

64.560

84.855

– 20.295

           

Ondermijnende en financieel-economische criminaliteit 3

         

Aantal aangepakte criminele samenwerkingsverbanden (csv’s)

950

1.188

950

238

           

Afnemen crimineel vermogen 4

         

Crimineel vermogen dat langs strafrechtelijke weg wordt afgepakt (x € 1 mln.)

70

136

143,5

90,6

52,9

           

Aanpak cybercrime 5

         

Aantal complexe onderzoeken naar cybercrime

20

32

25

7

Aantal reguliere onderzoeken naar cybercrime

180

124

175

– 51

           

Aanpak kinderporno 6

         

Totaal aantal interventies

600

842

600

242

Aantal complexe en grootschalige onderzoeken

20

25

20

5

Aantal reguliere grootschalige onderzoeken

215

364

215

149

           

Aanpak horizontale fraude 7

         

Aantal aan OM aan te leveren zaken

1.500

1.500

2.077

1.500

577

X Noot
1

Bron: Gezamenlijke monitor Veiligheidsagenda politie & OM december 2015-. De nulwaardes betreffen waarden uit 2013. In de Veiligheidsagenda zijn naast de streefwaarden voor de aantallen ook ophelderingspercentages voor High Impact Crimes te vinden. De genoemde doelen zijn maxima.

X Noot
2

Dit betreft de optelsom van afspraken gezagen en resultaat aanvullende maatregelen.

X Noot
3

Bron: Gezamenlijke monitor Veiligheidsagenda politie & OM december 2015. Genoemde aantallen zijn een minimum streefwaarde van het aantal criminele samenwerkingsverbanden dat middels strafrechtelijk onderzoek wordt aangepakt (zij het projectmatig onderzoek of TGO-onderzoek). Handhaving van het aantal onderzoeken gaat gepaard met kwalitatieve versterking van de strafrechtelijke aanpak, waarbij deze meer gericht wordt op kopstukken en sleutelfiguren. Sturing op het aantal onderzoeken betreft een wijziging ten opzichte van de voor 2013 en 2014 gehanteerde indicator «percentage bekende csv’s dat wordt aangepakt».

X Noot
4

Bron: Gezamenlijke monitor Veiligheidsagenda politie & OM december 2015.

X Noot
5

Bron: Gezamenlijke monitor Veiligheidsagenda politie & OM december 2015 en Jaarverslag NP 2015. In de Veiligheidsagenda 2015–2018 is overeengekomen dat het aantal complexe onderzoeken stijgt tot 50, en het totaal aantal onderzoeken tot 360. Het aantal complexe onderzoeken is inclusief tenminste 20 grote internationale zaken dat wordt opgepakt door het Team High Tech Crime. De geformuleerde doelstelling betreft een wijziging ten opzichte van de jaren 2013 en 2014, waarin enkel de complexe onderzoeken door het Team High Tech Crime werden geregistreerd.

X Noot
6

Bron: Gezamenlijke monitor Veiligheidsagenda politie & OM december 2015 en Jaarverslag NP 2015. In de gemeenschappelijke Veiligheidsagenda 2015–2018 is overeengekomen dat de aanpak van kinderporno wordt versterkt. Concreet is afgesproken dat het aantal interventies zal stijgen tot 700, waarvan tenminste 265 complexe en grootschalige onderzoeken in 2018. Dit betekent een wijziging van de doelstelling ten opzichte van 2013 en 2014, waarin werd gekeken naar het aantal ingestroomde verdachten. Door middel van de nieuwe prestatie-indicator kan effectiever op de aanpak worden gestuurd.

X Noot
7

Bron: Gezamenlijke monitor Veiligheidsagenda politie & OM december 2015. In de Veiligheidsagenda is overeengekomen dat het aantal strafzaken horizontale fraude zal stijgen van 1.500 tot 2.300.

Overzicht realisatie beleidsdoorlichtingen

Tabel 3.2. Overzicht realisatie beleidsdoorlichtingen

I

II

III

IV

V

VI

VII

VIII

IX

X

Art.

Omschrijving artikel

2009

2010

2011

2012

2013

2014

2015

Geheel Artikel J/N

31

Nationale Politie

             

N

 

– Nationale Politie (31.)

               
 

– Veiligheid regio’s en politie (oud od. 23)1

       

X

     
 

– Bekostiging Nationale Politie (31.2)2

               
 

– Kwaliteit, arbeidsvoorwaarden

en ICT politie (31.3)3

       

X

     

32

Rechtspleging en rechtsbijstand

             

J

 

– Adequate toegang tot het rechtsbestel (32.2)

               
 

– Optimale randvoorwaarden voor doelmatig en doeltreffend rechtsbestel (32.3)

               

33

Rechtshandhaving en vervolging

             

J

 

– Bestuur, informatie en technologie (33.2)

         

X

   
 

– Opsporing en vervolging (33.3)

         

X

   

34

Sanctietoepassing

             

N

 

– Preventieve maatregelen (34.2)

       

X

     
 

– Tenuitvoerlegging strafrechtelijke sancties en

Vreemdelingenbewaring (34.3)

               
 

– Slachtofferzorg (34.4)

         

X

   

35

Jeugd

             

N

 

– Uitvoering jeugdbescherming en

Voogdij AMV’s (35.2)4

     

X

       
 

– Tenuitvoerlegging justitiële sancties

Jeugd (35.3)

 

X

           

36

Contraterrorisme en nationale veiligheidsbeleid

             

N

 

– Nationale Veiligheid en. terrorismebestrijding (36.2)

X

             
 

– Veiligheid (radicalisering) () (36.2, oud 25.1)

       

X

     
 

– Onderzoeksraad Voor Veiligheid (36.3)5

               

37

Vreemdelingen

             

N

 

– Toegang, toelating en opvang vreemdelingen (37.2)

               
 

– Terugkeer (37.3)

               
X Noot
1

Dit betreft een oude operationele doelstelling 23, nu opgega.an in de operationele doelstellingen 31 en 36

X Noot
2

De Nationale Politie was per 1 januari 2013 ingesteld. Doorlichting vindt plaats in 2018.

X Noot
3

Voorheen Veiligheid (ICT) In 2013 is de beleidsdoorlichting van art. 25.2 (oud) uitgevoerd. Onderwerp was het bevorderen van het effectief en efficiënt gebruik van informatietechnologie door veiligheidspartners.

X Noot
4

Voorheen Interlandelijk Adoptie en Kinderopvang

X Noot
5

Voor de eerste maal doorlichting 2017

Meerjarenplanning beleidsdoorlichtingen

Toelichting

Algemeen

De afronding van de in 2015 geplande onderzoeken hebben vertraging opgelopen en oplevering vindt begin 2016 plaats. Het gaat om:

  • 1) de IBO van de NP (artikel 31);

  • 2) de doorlichting van de Rechtsbijstand (artikel 32.2); en

  • 3) de doorlichting van de Rechtspraak (artikel 32.3).

Artikel 31

In 2013 is getracht om het gehele artikel 31 Nationale Politie door te lichten. Echter door de wijziging in het bestel naar één Nationale Politie (2013) was het op dat moment nog niet opportuun om ook het onderdeel 31.2 Bekostiging Nationale Politie door te lichten. Derhalve is de doorlichting van alleen het onderdeel 32.1 gepland voor 2018.

Artikel 32 en 33

De beleidsdoorlichtingen van 32.2 Rechtsbijstand en 32.3 Rechtsspraak worden begin 2016 afgerond (i.p.v. 2015) 42. De beleidsdoorlichting van beleidsartikel 33 Veiligheid en criminaliteitsbestrijding43 is in 2014 afgerond.

Artikel 34 en 35

De artikelen 34 en 35 zijn zodanig breed qua beleidsonderwerpen, dat het niet zinvol is om het artikel in zijn geheel door te lichten. Een doorlichting op het niveau van artikelonderdelen is dan ook meer aangewezen, hetgeen de afgelopen jaren ook het geval is geweest. De vernieuwde artikelindeling (waar o.a. die verbreding uit voortkwam, maar waarbij ook verschuivingen van begrotingsposten plaatsvonden) kan ook als (technische) oorzaak worden genoemd voor het niet doorlichten van een geheel artikel volgens de huidige indeling.

Artikel 36

Een gehele doorlichting van dit artikel vergt een te brede scoop aan beleidsonderwerpen. Het gaat dan namelijk onder meer over cyber, jihadisme, vitaal, burgerluchtvaart, crisisbeheersing, contraterrorisme etc. Die onderwerpen verhouden zich slecht bij een integrale evaluatie.

Artikel 37

Door de herzieningen op regulier en asiel en vanwege het onderbrengen van DGVZ bij BZK en later bij VenJ is besloten de doorlichtingen uit te voeren in 2017 en 2018 (zie meerjarige programmering).

Overzicht garanties en achterborgstellingen

Tabel 3.3 Overzicht van verstrekte garanties x € 1.000

Art.

Omschrijving

Uitstaande garanties

Verleende garanties

Vervallen garanties

Uitstaande garanties

Garantie- plafond

Totaal plafond

Totaal stand risico-voorziening

   

2014

2015

2015

2015

2015

2015

2015

31

Inkoop Max en FLO

1.004.793

0

14.118

990.675

n.v.t.

n.v.t.

n.v.t.

34

Garantiestelling Faillissementscuratoren dienst JUSTIS

18.515

5.681

4.035

20.161

n.v.t.

n.v.t.

n.v.t.

35

Garantstelling Hypothecaire leningen aan JJI's

28.898

0

1.028

27.870

n.v.t.

n.v.t.

n.v.t.

 

Totaal

1.052.206

5.681

19.181

1.038.706

n.v.t.

n.v.t.

n.v.t.

Tabel 3.4 Overzicht uitgaven1 en ontvangsten garanties x € 1.000

Art.

Omschrijving

Uitgaven

Ontvangsten

Saldo

Uitgaven

Ontvangsten

Saldo

Totaalstand mutatie volume risicovoorziening

   

2014

2014

2014

2015

2015

2015

2014–2015

34

Garantiestelling Faillissementscuratoren dienst JUSTIS

1.333

0

1.333

1.429

0

1.429

n.v.t.

X Noot
1

bij de uitgaven betreft het de opgaven tot betaling

31. Inkoop Max en FLO

In de stand is de meerjarige verplichting die VenJ naar de politie en de politieacademie heeft, in het kader van de VUT, prepensioen en levensloopregeling (Inkoop Max regeling) en functioneel leeftijdsontslag (FLO regeling), opgenomen. De verplichtingen die hieruit voortvloeien zijn gerelateerd aan de bedragen welke als vordering in de jaarrekeningen van de politie en de Politieacademie worden opgenomen (TK 29 628, nr. 407). De garantie FLO is in 2015 komen te vervallen. De jaarrekeningen voor 2015 van de politie en de Politieacademie waren bij het opstellen van het jaarverslag van VenJ nog niet beschikbaar om de mutaties over 2015 aangaande inkoop Max op te nemen.

34. Garantiestelling Faillissementscuratoren dienst JUSTIS

De garantstellingsregeling faillissementscuratoren (GSR) is voor faillissementen waarin sprake lijkt te zijn van kennelijk onbehoorlijk bestuur, maar in de boedel onvoldoende middelen aanwezig zijn om onderzoek te doen of een procedure te starten en zo onrechtmatig aan de boedel onttrokken gelden en goederen terug te halen. De GSR wordt herzien en zal hiermee aan het garantiekader voldoen. Dit betekent onder andere dat er een premiegefinancierde begrotingsreserve komt met het doel om de budgettaire risico’s voor de begroting te dekken. Daarnaast zal de GSR cyclisch worden geëvalueerd (horizonbepaling) en worden de uitvoeringskosten van de regeling geoptimaliseerd.

35. Garantstelling Hypothecaire leningen aan JJI's

Het feitelijk risico van de verleende garanties aan particuliere jeugdinrichtingen betreft borgstellingen ten behoeve van het restantbedrag van leningen die particuliere inrichtingen zijn aangegaan ter financiering van de gebouwen. Zonder garantie verlening was het niet mogelijk tegen gunstige condities dergelijke leningen bij externe financiers af te sluiten. Omdat DJI de kapitaalslasten van de betreffende leningen bovennormatief vergoedt aan de inrichtingen was het uit efficiencyoverwegingen van belang dat de leningen tegen een zo gunstig mogelijk rentepercentage konden worden afgesloten.

Tabel 3.5 Overzicht rekening-courant limieten en gebruik leenfaciliteit x 1.000

Art.

Omschrijving

Saldo uitstaande leningen

Aangegane Lening

Aflossing uitstaande leningen

Saldo uitstaande leningen

Uitstaande garanties

Vrije ruimte

Gem. looptijd

Rekening courant limiet

   

2014

2015

2015

2015

 

2015

2015

 

31

Nationale Politie

470.443

600.000

– 50.438

1.020.005

1.020.005

0

14,2

250.000

31

Politieacademie

102.971

35.000

– 6.760

131.211

173.250

42.039

12,9

18.500

31

Meldkamer Noord Nederland

10.800

0

– 400

10.400

10.400

0

30,0

 

34

Kansspelautoriteit

2.000

1.700

0

3.700

3.700

0

10,8

3.000

35

particuliere JJI's

73.711

0

– 24.143

49.568

49.568

0

21,4

 

37

COA

0

0

0

0

73.000

73.000

70.000

 

Totaal

659.925

636.700

– 81.741

1.214.884

1.329.923

115.039

17,9

341.500

Het Ministerie van VenJ kent geen risicovoorziening(en); de begrotingsreserve Asiel is niet gekoppeld aan een risicoregeling.

Leenfaciliteit

Deze organisaties hebben toegang tot het geïntegreerd middelenbeheer van het Ministerie van Financiën (MvF). Voor de financiering van investeringen kunnen ze een beroep doen op de leenfaciliteit van MvF. In deze garantstelling is bepaald dat wanneer er niet aan de verplichtingen wordt voldaan die uit de overeenkomst van geldlening voortvloeien, MvF deze verplichting ten laste zal brengen van het Ministerie van VenJ.

Het gemeenschappelijke Hof en de Raad voor de rechtspraak worden in de leenadministratie van het Ministerie van Financiën gekernmerkt als een agentschap en zijn daarom in bovenstaand overzicht niet opgenomen. Het totaal van de uitstaande leningen voor de Raad van de Rechtspraak bedroeg per ultimo 2015 € 93.320.236 en voor het Gemeenschappelijk Hof € 137.265.

RC-limiet

De betreffende organisaties hebben bij het Ministerie van Financiën een rekening-courant faciliteit, waarbij VenJ garant staat voor de aanzuivering van een mogelijk debetsaldo wanneer de betrokken organisaties daarbij in gebreke blijven.

4. BELEIDSARTIKELEN

31. Nationale Politie

Realisatie begrotingsuitgaven Veiligheid en Justitie € 12.718 miljoen art. 31 Nationale Politie 40,5%

Realisatie begrotingsuitgaven Veiligheid en Justitie € 12.718 miljoen art. 31 Nationale Politie 40,5%

Algemene doelstelling

Een veilige samenleving met behulp van een goed functionerende politieorganisatie.

Rol en verantwoordelijkheid

De Minister heeft een financierende en regisserende rol ten aanzien van de Nationale Politie. Hierbij zijn drie verschillende verantwoordelijkheden te onderscheiden:

  • De eerste verantwoordelijkheid betreft die voor de inrichting, werking en ontwikkeling van het politiebestel.

  • De tweede verantwoordelijkheid is voor bevoegdheden en het beheer ten aanzien van de politie. Onder deze beheersverantwoordelijkheid van de Minister45 valt het vaststellen van de begroting, de meerjarenraming, de jaarrekening, het beheersplan, het jaarverslag en de operationele sterkte. De Minister kan de korpschef te allen tijde over alle beheeraangelegenheden algemene en bijzondere aanwijzingen geven.

  • Tot slot stelt de Minister vanuit zijn beleidsverantwoordelijkheid, gehoord het College van procureurs-generaal en de regioburgemeesters, ten minste eens in de vier jaar de landelijke beleidsdoelstellingen van de politie vast.

De Minister van VenJ heeft ten aanzien van zowel het brandweer- als het politiekorps Bonaire, Sint Eustatius en Saba (Caribisch Nederland) een financierende en regisserende rol. De beheersverantwoordelijkheid voor het politie- en brandweerkorps Bonaire, Sint Eustatius en Saba (BES) berust bij hem46.

Beleidsconclusies

De inwerkingtreding van de Politiewet 2012 op 1 januari 2013 markeerde de start van de realisatie van de Nationale Politie. Om de Nationale Politie in de basis neer te zetten was twee jaar voorzien, gevolgd door een periode van drie jaar voor optimalisatie. Er is in de voorbije drie jaar veel bereikt. Er staat nu één korps dat beter dan tevoren operationeel kan samenwerken. Een korps dat de prestaties op peil heeft gehouden en verbeterd en dat tijdens een aantal grootschalige en complexe evenementen de veiligheid heeft gegarandeerd. Niettemin is er sprake van een niet geringe vertraging in de vorming van de Nationale Politie ten opzichte van het voorgenomen tijdpad. Dit tijdpad is te optimistisch gebleken. De personele reorganisatie is nog gaande. Ook de basis van de bedrijfsvoering staat nog onvoldoende. De conclusie is dat het eerste gedeelte van de vorming van de Nationale Politie niet geheel binnen de beoogde tijd is afgerond, mede doordat er zoals gaandeweg is vastgesteld is, te veel in te korte tijd moest gebeuren. Andere knelpunten zijn dat de benodigde kennis en kunde niet voldoende voorhanden zijn; dat de sturing nog niet voldoende is aangepast aan de wenselijke eindsituatie, waardoor er onvoldoende ruimte is voor lokaal maatwerk en dat de organisatie meer ruimte nodig heeft om het welzijn van de medewerkers te borgen. Een herijking van de plannen bleek noodzakelijk. De Tweede Kamer is daarover geïnformeerd met Herijkingsnota bij de voortgangsbrief politie 201647 en het Tussenbericht herijking48. In die stukken wordt tevens ingegaan op de voortgang bij de verbetering van de ICT van de politie en de vorming van de landelijke meldkamerorganisatie (LMO). Het traject om te komen tot een geborgde continuïteit van de politie ICT is bijna afgerond. 2015 was daarmee vooral gericht op het verbeteren van de systemen voor de ondersteuning van het politiewerk en het in werking brengen van de basisteams en districtsrecherches. Door de prioriteit voor het verbeteren en standaardiseren van ICT-systemen om de basis van de Nationale Politie op orde te brengen, schuift de structurele vernieuwing van de politie ICT op in de tijd.

In 2015 zijn belangrijke voorbereidende stappen gezet voor de vorming van de landelijke meldkamerorganisatie. Alvorens met de daadwerkelijke uitvoering van de plannen te starten is een Gateway review uitgevoerd. Een heroriëntatie op de vorming van de LMO bleek nodig. Het einddoel blijft staan, maar de transitiestrategie wordt bijgesteld naar een meer realistische aanpak. De Tweede Kamer is daarover nader geïnformeerd bij brief van 4 januari 201649.

In 2015 is uitvoering gegeven aan de afspraken uit de Veiligheidsagenda 2015–2018. Deze gezamenlijke agenda van het Ministerie van VenJ, het lokaal bestuur, het OM en de politie brengt, naast zes prioritaire onderwerpen, tevens tot uitdrukking dat het lokale, regionale en het landelijke niveau samenwerken aan het vergroten van de veiligheid. Voor het eerst worden hierin ook de bijdragen van de partners benoemd De bereikte resultaten in 2015 zijn voorzien van een toelichting opgenomen in Hoofdstuk 3. Beleidsprioriteiten, in het overzicht prestatie- indicatoren Veiligheidsagenda.

Budgettaire gevolgen van beleid

Tabel 31.1 Budgettaire gevolgen van beleid (bedragen x € 1.000)
   

Realisatie

Realisatie

Realisatie

Vastgestelde begroting

Verschil

   

2013

2014

2015

2015

 

Verplichtingen

229.265

5.298.340

5.136.389

5.132.936

3.453

             

Programma-uitgaven

5.250.519

5.265.815

5.146.049

5.132.936

13.113

             

31.2 Bekostiging Nationale Politie

         
 

Bijdrage ZBO's/RWT's

         
 

Nationale Politie

4.976.547

4.971.272

4.861.910

4.877.789

– 15.879

 

VtsPN

90.460

0

0

0

0

 

Politieacademie

132.323

124.524

113.991

112.012

1.979

 

Bijdrage medeoverheden

         
 

BES brandweer- en politiekorps

18.193

20.485

21.200

16.653

4.547

 

Opdrachten

         
 

Gerechtstolken

0

0

8.508

0

8.508

             

31.3 Kwaliteit, Arbeidsvoorwaarden en ICT politie

         
 

Bijdrage ZBO's/RWT's

         
 

Bestuur en Organisatie

9.674

0

0

0

0

 

Internationale samenwerkingsoperaties

0

23.283

11.005

10.981

24

 

Informatiebeleid politie: Innovatieprojecten

4.358

0

0

0

0

 

C2000 / GMS

0

102.703

105.700

93.424

12.276

 

overig Kwaliteit, Arbeidsvoorwaarden en ICT

0

870

4.605

791

3.814

 

Bijdrage medeoverheden

         
 

Bijdragen in het kader van de kwaliteit van de politiezorg

3.129

3.644

720

1.266

– 546

 

Subsidies

         
 

Stichting NL Confidential

750

1.228

1.056

700

356

 

overig Kwaliteit, Arbeidsvoorwaarden en ICT

0

734

758

0

758

 

Opdrachten

         
 

Providers

10.502

9.167

9.761

11.000

– 1.239

 

overig Kwaliteit, Arbeidsvoorwaarden en ICT

0

3.116

2.416

3.820

– 1.404

 

Bijdragen Sociale fondsen

         
 

Stichting Arbeidsmarkt en Opleidingsfonds Politie

4.583

4.789

4.419

4.500

– 81

             

Ontvangsten

269

1.431

431

500

– 69

31.2 Bekostiging Nationale Politie

Toelichting op de instrumenten

Bijdrage aan ZBO’s en RWT’s

Nationale Politie (NP)

Aan de politie zijn op basis van artikel 33 van de Politiewet 2012 bijdragen verstrekt voor de taakuitvoering. Dit betrof de algemene bijdrage met een omvang van € 4.707 mln. De algemene bijdrage is als lumpsumbudget ter beschikking gesteld aan de politie en ten goede gekomen aan een adequate politiezorg. De politie heeft daarmee ook in 2015 bijgedragen aan het handhaven en vergroten van de openbare orde en veiligheid in Nederland. Het grootste deel van de algemene bijdrage wordt besteed aan de bekostiging van het politiepersoneel. Tevens zijn verschillende bijzondere bijdragen voor specifieke taken verstrekt, waaronder voor de verkeershandhavingsteams (€ 48 mln.). Bijzondere bijdragen worden bij uitzondering gegeven voor de realisatie van een bepaald doel zoals l de realisatie van een stabiel niveau van verkeershandhaving. Voor de frictiekosten die optreden bij de vorming van de Nationale Politie is in 2015 een bedrag van € 14 mln. aan de politie ter beschikking gesteld. Ook heeft de politie in 2015 een aanvullende bijdrage ontvangen voor de kosten van de ramp met de MH17. Het verschil van € 15,9 mln. tussen de begrote en gerealiseerde bijdragen aan de Nationale Politie betreft overheveling van budget naar andere posten binnen artikel 31, waaronder Gerechtstolken (€ 9,5 mln.), bijdrage BES brandweer- en politiekorps in verband met koersfluctuaties (€ 2 mln.) en bijdrage ZBO’s/RWT’s (€ 2,2 mln.) voor het beheer van groot materieel door het Nederlands Instituut voor Fysieke Veiligheid.

Met de Tweede Kamer en het gezag is een operationele sterkte van 49.500 fte afgesproken. Dit aantal is uitgangspunt voor de bekostiging van de politie. Eind 2015 beschikt de politie over een operationele sterkte van 50.509.fte. Deze hogere operationele sterkte wordt, gegeven de dalende algemene bijdrage, afgebouwd tot een omvang van 49.802 operationele fte’s in 2020.

Tabel 31.2 Kengetal operationele sterkte Nationale Politie
     

realisatie

begroting

 

2013

2014

2015

2015

Operationele sterkte in fte

(incl. aspiranten)

51.598

51.442

50.509

50.955

Bron: Jaarverslag Nationale Politie 2015

Andere kengetallen aangaande de politie zijn de vermindering van de administratieve lastendruk bij de politie en het aantal politie-vrijwilligers.

Tabel 31.3 Kengetallen vermindering administratieve lastendruk en vrijwillige ambtenaren

Omschrijving

Nulmeting

Waarde ultimo 2014

Streefwaarde 2015

Realisatie 2015

Vermindering administratieve lastendruk politie met 25% (5.000 fte)1

Heeft plaatsgevonden door de politieacademie in 2011.

20% = 4.000 fte’s

25%=5.000 fte’s

24,4%=4.872 fte’s2

Aantal vrijwillige ambtenaren van politie.

2010: 2.406

3.038

5.000

3.003

Bronnen: Jaarverslag Nationale Politie 2015 en «Rapportage activiteiten en resultaten ALV per 3 februari 2016» van de politie aan VenJ.

X Noot
1

Zie actieprogramma «Minder regels, meer op straat» (Kamerstukken TK, 29 628, nr.238) en de voortgangsrapportages (Kamerstuk TK, 29 628, nrs. 285, 328 en 391). Over het aantal gerealiseerde fte ultimo 2015 wordt de Tweede Kamer separaat geïnformeerd in het eerstvolgende voortgangsbericht administratieve lastenverlichting.

X Noot
2

Voorlopige cijfers

De vermindering van de administratieve lastendruk bij de politie is nagenoeg behaald. Dit is nog op basis van een voorlopige opgave van de Nationale Politie van eind 2015. In het tweede kwartaal 2016 volgt een definitieve bijstelling.

Eind 2015 waren er 3.003 vrijwillige ambtenaren van politie; een daling 35 ten opzichte van 2014 (3.038). In 2015 heeft de Minister van VenJ aangegeven vast te houden aan de doelstelling van 5.000 vrijwilligers, maar dat dit doel niet al eind 2015 hoeft te zijn bereikt.52

In het jaarverslag en de jaarrekening van de Nationale Politie, die alle twee als bijlage bij dit jaarverslag zijn verstuurd, is meer verantwoordingsinformatie te vinden.

Politieacademie

De Minister geeft een bijdrage aan de Politieacademie voor goed opgeleid politiepersoneel. Hierdoor komt de kwaliteit van de politie op een hoger peil. De rijksbijdrage omvat een algemene bijdrage en bijzondere bijdragen. De algemene bijdrage (circa 90 procent van het totaal) is voor de kosten van het ontwikkelen en aanbieden van een samenhangend stelsel van politieonderwijs, werving en selectie en examinering. De bijzondere bijdragen zijn bedoeld om specifieke activiteiten op het terrein van onderwijs, kennis en onderzoek mogelijk te maken.

In 2015 is de voorbereiding van de personele reorganisatie gestart. VenJ heeft in het reguliere landelijk overleg met de politievakbonden afspraken gemaakt over de personele reorganisatie van de Politieacademie. Deze gaat van start zodra het wetsvoorstel inbedding van de Politieacademie in het politiebestel wordt aangenomen.

Bijdrage aan medeoverheden

BES brandweer- en politiekorps

Om in Caribisch Nederland de veiligheid te handhaven en te vergroten is er een brandweer- en politiekorps Caribisch Nederland. De Minister van VenJ is korpsbeheerder en verstrekt een bijdrage ter bekostiging van de personele en materiële uitgaven van de korpsen. Ten behoeve van een intensievere samenwerking hebben de verschillende ketenpartners die in het BES-gebied operationeel zijn, in 2015 een inventarisatie opgemaakt van de taken waarop de samenwerking kan worden bevorderd. Het zogenaamde ontschotten en flexibel werken. Het verschil van € 4,5 mln tussen de begroting en realisatie betreft voornamelijk de toevoeging van € 4,2 mln aan het budget van het BES brandweer- en politiekorps in verband met gestegen kosten, onder andere veroorzaakt door valutaeffecten.

Opdrachten

Gerechtstolken

In het kader van Verantwoord Begroten is in 2015 het budget voor de declaraties van de gerechtstolken uit het budget voor de bijdrage Nationale Politie structureel overgeheveld naar de post Opdrachten/Gerechtstolken. Voor 2015 bedroeg dat budget € 9,5 mln. Zie ook onder Toelichting Nationale Politie (NP).

31.3 Kwaliteit, Arbeidsvoorwaarden en ICT politie

Bijdrage aan ZBO’s/RWT’s

Internationale samenwerkingsorganisaties

Dit zijn uitgaven voor de uitvoering van interNationale Politiesamenwerking (IPS), strategische landenprogramma’s (SLP’s) en de coördinatie van uitzendingen.

C2000/GMS

In opdracht van het Ministerie van VenJ voert de politie informatievoorzieningsorganisatie het beheer over het C2000-netwerk. Het C2000 communicatienetwerk is van cruciaal belang voor de taakuitvoering van de Nederlandse hulpdiensten. Het verschil van € 12,3 mln tussen begroting en realisatie betreft primair de jaarlijkse bijdragen van de Ministeries van Defensie, VWS en Financiën voor het gebruik van het netwerk door de Koninklijke Marechaussee, Ambulancezorg en Douane. Deze bijdragen worden bij suppletoire wijziging naar het Ministerie van Veiligheid en Justitie overgeboekt. In 2015 geeft de gunning van en vernieuwd netwerk plaats gevonden en is de implementatie van de vernieuwing gestart. De daaraan gerelateerde aanbestedingen Opstelpunten en Testinstantie zijn afgerond.

Overige Kwaliteit, Arbeidsvoorwaarden en ICT

Het verschil van € 3,8 mln tussen begroting en realisatie betreft onder meer bijdragen voor een totaal van € 2,7 mln aan het Nederlands Instituut voor Fysieke Veiligheid voor onderhoud en inzet groot materieel voor MH17.

Bijdrage aan medeoverheden

Bijdragen in het kader van de kwaliteit van de politiezorg

Dit budget wordt met name gebruikt voor de ondersteuning van de regioburgemeesters. In 2015 is een bijdrage van € 0,7 mln. verstrekt aan het bureau Ondersteuning regioburgemeesters. Ook is een klein deel van het budget besteed aan nagekomen uitgaven in het kader van de zogenaamde Bommenregeling die is overgegaan naar het Gemeentefonds.

Subsidies

In 2015 zijn meerdere subsidies verstrekt, onder andere aan Stichting NL Confidential. Deze onafhankelijke stichting exploiteert onder andere de anonieme meldlijn Meld Misdaad Anoniem. Voor deze exploitatie ontvangt de stichting jaarlijks een subsidie van € 700.000. Aanvullend is een bedrag van € 200.000 verstrekt voor de overbrugging van een tijdelijk liquiditeitstekort bij de stichting en een bedrag van € 156.000 voor de ontwikkeling van een online meldpunt voor Sint Maarten en Curaçao,

Opdrachten

Providers

Op grond van hoofdstuk 13 Telecommunicatiewet zijn telecomaanbieders verplicht om hun netwerken en diensten aftapbaar te maken en mee te werken aan verzoeken tot aftappen en gegevensverstrekking over hun klanten. De Staat is op grond van de Regeling vergoeding kosten aftappen en gegevensverstrekking gehouden om bepaalde kosten te vergoeden die aanbieders in dit verband maken. Met de zes grote providers is voor de periode 2014–2016 een overeenkomst afgesloten ter vergoeding van de lasten.

Overig kwaliteit, arbeidsvoorwaarden en ICT

Dit budget is uitgegeven aan vele kleinere opdrachten in het kader van overige kwaliteit, arbeidsvoorwaarden en ICT. Gedacht moet worden aan opdrachten voor onderzoek en de uitvoering van impactanalyses.

Bijdragen aan Sociale fondsen

Stichting Arbeidsmarkt en Opleidingsfonds Politie (SAOP)

De Stichting Arbeidsmarkt en Opleidingsfonds Politie, het A&O fonds voor de sector politie, subsidieert, adviseert en registreert scholings-, arbeidsmarkt- en werkgelegenheidsprojecten. Het primaire doel van de SAOP is het bevorderen van het goed functioneren van de arbeidsmarkt van de politie en het stimuleren van opleidingsactiviteiten. Dit doet de SAOP met behulp van de bijdrage die zij ontvangt van het Ministerie van Veiligheid en Justitie die voortkomt uit een arbeidsvoorwaardenafspraak met de politievakorganisaties.

32. Rechtspleging en rechtsbijstand

Realisatie begrotingsuitgaven Veiligheid en Justitie € 12.718 miljoen art. 32 Rechtshandhaving en criminaliteitsbestrijding 11,5%

Realisatie begrotingsuitgaven Veiligheid en Justitie € 12.718 miljoen art. 32 Rechtshandhaving en criminaliteitsbestrijding 11,5%

Algemene doelstelling

Een doeltreffend en doelmatig rechtsbestel.

Rol en verantwoordelijkheid

Als stelselverantwoordelijke schept de Minister van Veiligheid en Justitie optimale randvoorwaarden voor het in stand houden en verbeteren van een goed en toegankelijk rechtsbestel. De bevoegdheid van de Minister ten aanzien van het rechtsbestel is beperkt. Hij heeft:

  • Een financierende rol voor de rechtspraak. De Minister houdt toezicht op het beheer en is de werkgever voor de rechterlijke macht;

  • Een financierende rol voor de Raad voor Rechtsbijstand, het Bureau Financieel Toezicht en het Register beëdigde tolken en vertalers53. Hij is verantwoordelijk voor het wettelijk kader waar binnen tolken, vertalers, advocaten, notarissen en andere zelfstandige professionals binnen het justitiële domein opereren;

  • Een stimulerende rol voor alternatieve geschillenbeslechting en schuldsanering. Ten aanzien van de schuldsanering is hij verantwoordelijk voor het wettelijke traject van de schuldsaneringsregeling, de faillissementsrechters en de bewindvoerders54.

Beleidsconclusies

Met behulp van monitoren, trendrapportages, beleidsdoorlichtingen en beleidsevaluaties (zie ook hoofdstuk 14 Afgerond evaluatie en overig onderzoek) wordt op kwantitatieve, maar ook op kwalitatieve wijze, inzicht verkregen in de effecten van het beleid om de toegang tot de rechtspleging te bevorderen. Geconcludeerd kan worden dat onderzoek en evaluaties inzicht bieden en input zijn voor nieuw beleid. Een voorbeeld hiervan is de monitor «Gesubsidieerde Rechtsbijstand». Deze monitor biedt de mogelijkheid om de ontwikkelingen binnen de gesubsidieerde rechtsbijstand te volgen. Ook heeft de monitor als input gediend voor, het onderzoek van de «commissie-Wolfsen».

Over de rechtsbijstand kan geconcludeerd worden dat de voorgenomen vernieuwing van het stelsel van gesubsidieerde rechtsbijstand in februari 2015 opgeschort is, naar aanleiding van de door de Eerste Kamer aangenomen moties-Franken en -Scholten55. Wel is op 1 februari 2015 een AMvB in werking getreden die een aantal vergoedingen aanpast. Deze AMvB is een maand later dan gepland in werking getreden als gevolg van de motie- Kox56, waarin de regering werd verzocht om de AMvB niet in te voeren voordat een beleidsdebat op de stelselvernieuwing heeft plaatsgevonden57.

Naar aanleiding van de moties-Franken en -Scholten heeft het kabinet een commissie ingesteld met de opdracht om onderzoek te doen naar de oorzaken van het stijgen van de kosten in de gesubsidieerde rechtsbijstand en daarnaast aanbevelingen te doen voor vernieuwing van het stelsel. Deze commissie-Wolfsen heeft haar rapport op 30 november 2015 uitgebracht. Het is nog te vroeg om conclusies te verbinden aan de uitkomsten van dit traject. Dat zal het kabinet in 2016 oppakken.

Wetsvoorstellen

Een tweede belangrijke ontwikkeling ten aanzien van de rechtspleging en rechtsbijstand zijn de inwerking treding of het in behandeling genomen wetten/wetvoorstellen. Het gaat om drie wetsvoorstellen in het kader van KEI, het wetsvoorstel tot wijzing van de Gerechtsdeurwaarderswet58, het wetsvoorstel dat de doorberekening regelt van het toezicht en tuchtrecht juridische beroepen59. De Wet positie en toezicht advocatuur is met ingang van 1 januari 2015 in werking getreden60. Ook is met ingang van 1 januari 2015 een College van Toezicht van de Nederlandse orde van advocaten ingesteld. Zowel de Tweede Kamer als de Eerste Kamer hebben in 2015 het wetsvoorstel tot herziening van de initiële opleiding van rechters en officieren van justitie aanvaard61. Tot slot is bij de behandeling van de begroting van Veiligheid en Justitie aangekondigd dat er wetsvoorstellen ingetrokken zullen worden. Hierover is de Tweede Kamer op 20 november 2015 per brief geïnformeerd62. Het kabinet is tot de conclusie gekomen dat voor het wetsvoorstel aanpassing griffierechten slechts beperkt draagvlak is. Ook het wetsvoorstel eigen bijdrage regeling verblijf in justitiële inrichting kon niet op genoeg draagvlak rekenen.

Naast de drie wetsvoorstellen in het kader van KEI is de Kamer in het voor- en najaar geïnformeerd over de voortgang van het programma KEI. Hierin werd geconcludeerd dat zowel de vereiste wet- en regelgeving als de bouw van het digitale systeem gestaag vorderen. Daarnaast heeft de Raad voor Rechtspraak het Meerjarenplan van de Rechtspraak 2015–2020 gepresenteerd.

Budgettaire gevolgen van beleid

Tabel 32.1 Budgettaire gevolgen van beleid (bedragen x € 1.000)
   

Realisatie

Realisatie

Realisatie

Vastgestelde begroting

Verschil

   

2013

2014

2015

2015

 

Verplichtingen

1.544.910

1.489.787

1.469.308

1.439.713

29.595

             

32.1 Apparaatsuitgaven Hoge Raad

         
 

Personeel

21.902

21.689

22.403

20.745

1.658

 

waarvan eigen personeel

21.511

21.146

21.455

19.997

1.458

 

waarvan externe inhuur

391

543

948

0

948

 

waarvan overige personele uitgaven

0

0

0

748

– 748

 

Materieel

3.545

3.250

4.872

4.223

649

 

waarvan ICT

1.374

892

2.282

499

1.783

 

waarvan SSO's

82

162

83

0

83

 

waarvan overige materiele uitgaven

2.089

2.196

2.507

3.724

– 1.217

             

Programma-uitgaven

1.518.733

1.463.857

1.439.560

1.414.745

24.815

32.2 Adequate toegang tot het rechtsbestel

         
 

Bijdrage ZBO's/RWT's

         
 

Raad voor de Rechtsbijstand

54.089

52.270

47.251

51.809

– 4.558

 

Bureau Financieel Toezicht

6.250

6.250

6.316

2.408

3.908

 

Subsidies

         
 

Stichting Geschillencommissies voor Consumentenzaken

1.243

1.627

1.382

1.328

54

 

Overig Adequate toegang tot het rechtsbestel

417

359

254

179

75

 

Opdrachten

         
 

Wet Schuldsanering Natuurlijke Personen

16.953

15.414

12.870

14.478

– 1.608

 

Toevoegingen rechtsbijstand

448.393

382.022

390.346

369.649

20.697

 

Overig Adequate toegang tot het rechtsbestel

1.271

0

493

1.598

– 1.105

             

32.3 Optimale randvoorwaarden voor een doelmatig en doeltreffend rechtsbestel

         
             
 

Bijdrage aan Raad voor de rechtspraak

973.412

987.050

962.086

953.130

8.956

             
 

Bijdrage ZBO's/RWT's

         
 

Autoriteit Persoonsgegevens

7.827

8.211

8.358

8.191

167

 

College voor de Rechten van de Mens

6.113

5.835

6.247

6.016

231

 

Centraal Administratiekantoor

 

1.809

792

2.700

– 1.908

 

Overig: Optimale randvoorwaarden voor een doelmatig en doeltreffend rechtsbestel

 

1.026

549

686

– 137

 

Bijdrage medeoverheden

         
 

Bijdragen Rechtspleging

0

48

0

86

– 86

 

Subsidies

         
 

Subsidies Rechtspleging

812

803

793

891

– 98

 

Subsidies Wetgeving

1.856

1.130

1.770

1.437

333

 

Opdrachten

         
 

Opdrachten en onderzoeken rechtspleging

97

3

53

159

– 106

             

Ontvangsten

222.147

221.419

201.948

274.980

– 73.032

 

waarvan griffie

216.660

217.194

198.293

240.526

– 42.233

32.1 Apparaatsuitgaven Hoge Raad

Toelichting op de instrumenten

Hoge Raad

De Hoge Raad der Nederlanden is het hoogste rechtscollege in Nederland op het gebied van het civiele-, straf- en fiscale recht. Voor het civiele- en strafrecht is hij dat tevens voor Aruba, Curaçao, Sint Maarten en Bonaire, Saba en Sint Eustatius. De Hoge Raad is cassatierechter, wat betekent dat er wordt getoetst of het gerechtshof – en in voorkomende gevallen de rechtbank – in zijn uitspraak het recht juist heeft toegepast en of de gegeven motivering begrijpelijk is. De cassatieprocedure is er op gericht de rechtseenheid, rechtsontwikkeling en rechtsbescherming te bevorderen en te verzekeren.

32.2 Adequate toegang tot het rechtsbestel

Bijdragen ZBO’s en RWT’s

Raad voor Rechtsbijstand (RvR)

Het betreft hier de financiering voor apparaatsuitgaven van de RvR en het Juridisch loket, een advies- en doorverwijsinstelling voor eerstelijns rechtshulp.

Bureau Financieel Toezicht (BFT)

Het Bureau Financieel Toezicht houdt financieel toezicht op zo’n 1.300 notarissen en 380 gerechtsdeurwaarders en integrale notariële toezicht op 1.300 notarissen, 1.700 kandidaat-notarissen en 50 toegevoegd notarissen. In totaal betreft het derhalve ruim 3.000 personen in ongeveer 950 vestigingen waarop het toezicht van toepassing is. Ook ondersteunt het BFT de Commissies van deskundigen, die door de Minister van Veiligheid en Justitie worden benoemd, bij het beoordelen van ondernemingsplannen van gerechtsdeurwaarders en het notariaat. Het BFT is ook belast met het toezicht op de naleving van de Wet ter voorkoming van witwassen en financieren van terrorisme (WWFT). Het aantal ondertoezichtstaanden WWFT bedraagt ruim 32.000 kantoren c.q. beroepsbeoefenaren. Het budget voor de bijdrage aan het BFT is naar beneden bijgesteld in verband met de verwachte inwerkingtreding van het wetsvoorstel doorberekening kosten toezicht en tuchtrecht juridische beroepen. Deze inwerkingtreding heeft echter niet in 2015 plaatsgevonden waardoor de bijdrage aan het BFT voor 2015 onveranderd € 6,25 mln. bedroeg.

Subsidies

Stichting Geschillencommissie voor Consumentenzaken(SGC)

De SGC beoordeelt consumentenklachten. De SGC heeft op dit moment ruim 50 geschillencommissies die klachten over verschillende onderwerpen behandelen

Opdrachten

Wet Schuldsanering Natuurlijke Personen (WSNP)

Het Bureau WSNP bij de Raad voor Rechtsbijstand coördineert de uitvoering van de Wet schuldsanering en reguleert de kwaliteit van de bewindvoering, onder andere door het register WSNP en een helpdesk. Via het bureau WSNP wordt een bijdrage verstrekt aan de bewindvoerder die een schuldsaneringsprocedure naar behoren afwikkelt. In 2015 zijn door de rechter circa 12.000 schuldsaneringen uitgesproken waardoor er een bedrag van ongeveer € 1,6 mln. onbesteed is gebleven ten opzichte van de begroting.

Toevoegingen Raad voor Rechtsbijstand

De Raad voor Rechtsbijstand verstrekt subsidie door middel van een toevoeging aan een advocaat of mediator voor de verlening van rechtsbijstand aan rechtzoekenden met een laag inkomen en vermogen. De door de cliënt te betalen eigen bijdrage wordt verrekend met de kosten van de rechtsbijstand. De financiering van de Raad voor Rechtsbijstand vindt plaats aan de hand van het aantal afgegeven toevoegingen over de periode 1 september tot en met 31 augustus. Naast de financiering van de Raad voor Rechtsbijstand worden ook de uitgaven aan gerechtsdeurwaarders voor toevoegingszaken ten laste van dit budget gebracht.

In tabel 32.2 is een uitsplitsing in uitgaven en in aantallen weergegeven van de productiegegevens van de Raad over de verschillende onderdelen binnen de rechtsbijstand.

Het totaal aantal afgegeven toevoegingen (inclusief lichte adviestoevoegingen) was in 2015 lager dan in 2014, zij het hoger dan bij begroting was geraamd. De aantallen afgegeven toevoegingen in civiele en bestuursrechtelijke zaken en in ambtshalve strafzaken zijn gedaald in 2015 ten opzichte van 2014. De aantallen afgegeven toevoegingen in asielzaken en reguliere strafzaken zijn in 2015 gestegen. Bij de lichte adviestoevoegingen was sprake van een kleine daling. Het aantal piketten ligt lager dan in 2014, maar was ook enigszins hoger dan de raming in de begroting.

In totaal was het beroep op de rechtsbijstand circa € 16 mln. euro hoger dan in de begroting was voorzien. Dit hangt met name samen met de grotere behoefte aan rechtsbijstand ten opzichte van de raming in de begroting.

Tabel 32.2 Productiegegevens Raad voor de Rechtsbijstand1
 

Oude indeling

Nieuwe indeling2

Oude indeling

Nieuwe indeling

 

Realisatie

Realisaties

Realisatie

Realisatie

Realisatie

Begroting

 
 

2013

2013

2014

2014

2015

2015

verschil

Strafzaken (ambtshalve)

             

Aantal afgegeven toevoegingen

87.164

49.373

83.346

47.400

44.164

50.559

6.395

Uitgaven (mln.)

€ 103,1

– 

€ 109,9

– 

€ 73,3

€ 85,9

€ 12,6

               

Strafzaken (regulier)

             

Aantal afgegeven toevoegingen

69.295

68.699

77.509

77.015

78.576

60.207

18.369

Uitgaven (mln.)

€ 55,4

€ 57,9

€ 55,0

€ 43,5

€ 11,5

               

Civiele zaken3

             

Aantal afgegeven toevoegingen

263.859

210.393

254.559

201.452

191.391

159.256

32.135

Uitgaven (mln.)

€ 203,4

€ 166,9

€ 127,8

€ 122,5

€ 5,3

               

Bestuur

             

Aantal afgegeven toevoegingen

 

91.853

 

89.547

81.090

67.108

13.892

Uitgaven (mln.)

 

 

€ 53,2

€ 40,9

€ 12,3

               

Piketten

             

Aantal toevoegingen

116.908

116.908

123.644

123.644

118.279

117.566

713

Uitgaven (mln.)

€ 29,2

€ 30,2

€ 27,3

€ 27,0

€ 0,3

               

Lichte adviestoevoeging

             

Aantal afgegeven toevoegingen

10.371

10.371

10.041

10.041

9.899

6.895

3.004

Uitgaven (mln.)

€ 2,4

€ 1,8

€ 1,8

€ 1,2

€ 0,64

               

Asiel

             

Instroom (eerste asielaanvragen, tweede en opvolgende aanvragen en inreis van nareizigers)3

17.190

17.190

29.890

29.890

58.880

21.000

37.880

Aantal afgegeven toevoegingen

20.741

20.741

24.424

24.424

29.618

31.283

– 1.665

Uitgaven (mln.)

€ 35,6

€ 40,4

€ 48,5

€ 44,1

4,4

Overige (rogatoire commissie, pilots ZSM en rechtsbijstand, inning en restitutie)

             

Uitgaven (mln.)

€ 0

€ 1,0

– € 1,1

– € 1,1

               

Het Juridisch Loket

             

Aantal klantencontacten

978.267

978.267

873.233

873.233

681.993

978.267

296.274

Uitgaven (mln.)

€ 24,2

€ 23,2

€ 23,6

€ 23,6

€ 0,0

               

Uitvoeringslasten Rechtsbijstand

             

Raad voor Rechtsbijstand

€ 30,5

€ 24,7

€ 23,9

€ 28,4

– € 4,6

               

Totaal uitgaven (x € 1 mln.)

€ 498,1

€ 498,1

€ 429,4

€ 429,4

€ 433,3

417,0

€ 16,3

Mutatie Vordering Raad voor Rechtsbijstand

– € 14,4

–  € 14,4

€ 26,8

€ 26,8

     

Totaal uitgaven (x € 1 mln.), excl. mutatie Vordering

€ 483,7

€ 483,7

€ 456,2

€ 456.2

€ 433,3

€ 417,0

€ 16,3

Bronnen: Subsidiebrieven aan Raad voor Rechtsbijstand, Raad voor Rechtsbijstand, Prognosemodel Justitiële Ketens

X Noot
1

De aantallen afgegeven toevoegingen in de tabel wijken af van de aantallen die vermeld worden in het Jaarverslag van de Raad voor Rechtsbijstand. Dit heeft te maken met het feit dat voor de financiering van de Raad voor Rechtsbijstand de aantallen over de periode 1 september t/m 31 augustus worden gehanteerd.

X Noot
2

In de nieuwe indeling is de toevoegingscategorie civiele zaken gesplitst in toevoegingen in civiele zaken en toevoegingen in bestuurszaken. Binnen de categorie civiele zaken zijn nu de zogenoemde toevoegingen op het rechtsgebied bijzondere opname psychiatrisch ziekenhuis opgenomen en onder de categorie bestuurszaken vallen nu de toevoegingen inzake vreemdelingenbewaring (beide waren in de oude indeling opgenomen binnen strafzaken ambtshalve).

X Noot
3

De aantallen zijn afgerond op tientallen.

32.3 Optimale randvoorwaarden voor een doelmatig en doeltreffend rechtsbestel

Bijdrage aan Raad voor de rechtspraak

De Minister van Veiligheid en Justitie bekostigt de rechtspraak via de Raad voor de rechtspraak. De Raad voor de rechtspraak is het overkoepelende bestuur van de Rechtspraak die verder bestaat uit de rechtbanken, de gerechtshoven, de Centrale Raad van Beroep en het College van Beroep voor het Bedrijfsleven. De Raad bevordert de kwaliteit en eenheid van de rechtspraak, verzorgt de financiën, houdt toezicht en ondersteunt de bedrijfsvoering bij de gerechten. De Raad spreekt zelf geen recht.

In dit beleidsartikel wordt de beleidsdoelstelling van de Minister van Veiligheid en Justitie ten aanzien van de rechtspleging toegelicht. In hoofdstuk 7 «Raad voor de rechtspraak» wordt de feitelijke vertaling van de aan de rechterlijke organisatie ter beschikking gestelde bijdrage in concrete beleidsdoelstellingen en prestaties van de Raad en de gerechten gegeven. Op grond van de Wet op de rechterlijke organisatie is de verantwoordelijkheid voor de bedrijfsvoering, zoals geschetst in hoofdstuk 7, toegekend aan de gerechten en de Raad voor de rechtspraak.

Er is € 8,9 mln. meer uitgegeven aan de rechtspraak dan geraamd. Dit wordt met name verklaard door de compensatie voor loon- en prijsontwikkelingen (loon- en prijsbijstelling) van € 11,4 mln. Daarnaast is er sprake van neerwaartse bijstelling van het budget vanwege een lager aantal gefinancierde producten (€ 7,5 mln.) en een aanvulling van de bijdrage vanwege de implementatie van de Europese procedurerichtlijn op het terrein van asiel (€ 5,5 mln.).

Instroom en productie

Tabel 32.3 Instroomontwikkeling rechtspraak
     

Realisaties

Prognoses

 

2013

2014

2015

2015

Instroom totaal aantal (x € 1.000)

1.767

1.758

1.674

1.754

Jaarlijkse mutatie

5%

0%

– 5%

 

Bronnen: Raad voor de rechtspraak, Prognosemodel Justitiële Ketens

Tabel 32.4 Productieafspraak Raad voor de Rechtspraak
     

Realisaties

Prognoses

 

2013

2014

2015

2015

Productie totaal aantal (x € 1.000)

1.716

1.752

1.697

1.655

Jaarlijkse mutatie

2%

2%

– 3%

 

Bronnen: Raad voor de rechtspraak

Toelichting

Zowel de instroom als het aantal afgehandelde zaken was in 2015 lager dan in 2014 maar iets hoger dan aanvankelijk bij de begroting was geraamd. In 2015 stroomde er ruim 1,67 miljoen zaken in bij de gerechten.

Het aantal afgehandelde zaken bedroeg bijna 1,7 miljoen. Er is ten opzichte van 2014 sprake van een daling bij de meeste zaakscategorieën, behoudens bij strafzaken en bestuurszaken bij de rechtbank en zaken bij de Centrale Raad van Beroep. In het jaarverslag van de Rechtspraak, uitgebracht door de Raad voor de rechtspraak, dat tevens aan de Staten-Generaal wordt aangeboden, wordt meer gedetailleerd ingegaan op de diverse ontwikkelingen binnen de rechtspraak in 2015.

Bijdragen ZBO’s en RWT’s

Autoriteit Persoonsgegevens (AP)

Het AP houdt toezicht op de naleving en toepassing van de Wet bescherming persoonsgegevens (Wbp), de Wet politiegegevens (Wpg) en de Wet gemeentelijke basisadministratie (Wet GBA).

Het AP was in 2015 gastheer van de 37e Internationale Conferentie van Toezichthouders voor Privacy en Gegevensbescherming. «Privacy bridges» of «hoe kunnen bruggen worden geslagen tussen de trans-Atlantische verschillen in privacy regimes» was het thema van de conferentie.

College voor de Rechten van de Mens (CRM)

Het CRM ontvangt een bijdrage voor het vervullen van zijn wettelijke taak als waakhond op het gebied van mensenrechten in Nederland. Het doet dit door gevraagd en ongevraagd onderzoek te doen naar het verboden onderscheid. Dat kan zijn op basis van individuele klachten of naar aanleiding van concrete verzoeken over hoe gelijke behandelingswetgeving toe te passen. Het CRM rapporteert jaarlijks over de mensenrechtensituatie in Nederland en adviseert over wet- en regelgeving. Ook brengt het CRM jaarlijks een jaarverslag uit over haar werkzaamheden.

Centraal Administratie Kantoor (CAK)

In 2015 zouden twee maatregelen uit het Regeerakkoord worden geïmplementeerd, waarmee een eigen bijdrage wordt geïntroduceerd voor de kosten van het strafproces en slachtofferzorg en een bijdrage voor de kosten van verblijf in een justitiële inrichting. Het Ministerie van VenJ heeft het CAK (een ZBO onder het Ministerie van VWS) aangewezen om de bijdragen te innen. Het wetsvoorstel eigen bijdrage voor de kosten van verblijf in een justitiële inrichting is eind 2015 door het kabinet ingetrokken. De bijdrage voor de kosten van het strafproces en slachtofferzorg is naar aanleiding van bezwaren in de kamer verlaagd. De kosten betreffen de in 2015 gemaakte implementatiekosten.

Ontvangsten

Griffie

Het Ministerie van VenJ ontvangt griffierechten van burgers, overheden, bedrijven en ander rechtspersonen die civiele of bestuursrechtelijke procedures starten. Deze ontvangst stijgt wegens de aanpassing van de hoogte van de te betalen griffierechten66. Bij brief van 20 november 2015 heeft de Minister van Veiligheid en Justitie aan de Tweede Kamer laten weten dat het kabinet tot de conclusie is gekomen dat voor het wetsvoorstel aanpassing griffierechten slechts beperkt draagvlak is en heeft besloten het wetsvoorstel in te trekken.

De daling van de ontvangsten ten opzichte van 2014 hangt samen met de daling van het aantal zaken waarbij sprake is van griffierechten.

33. Veiligheid en criminaliteitsbestrijding

Realisatie begrotingsuitgaven Veiligheid en Justitie € 12.718 miljoen art. 33 Veiligheid en criminaliteitsbestrijding 5,9%

Realisatie begrotingsuitgaven Veiligheid en Justitie € 12.718 miljoen art. 33 Veiligheid en criminaliteitsbestrijding 5,9%

Algemene doelstelling

Een veiliger samenleving door een doelmatige en effectieve rechtshandhaving en criminaliteitsbestrijding, en door versterking van de bestuurlijke aanpak van criminaliteit door de decentrale overheden.

Opsporing en vervolging

Rol en verantwoordelijkheid

  • De Minister van Veiligheid en Justitie heeft een regisserende rol. Hij is beleidsverantwoordelijk voor het landelijke opsporings- en vervolgingsbeleid en financiert daartoe onder andere het Openbaar Ministerie (OM) en het Nederlands Forensisch Instituut (NFI). Het OM is belast met de strafrechtelijke handhaving van de rechtsorde (Wet op de rechtelijke organisatie). Het voert het gezag over de opsporing door politie en bijzondere opsporingsdiensten, beslist over de vervolging van strafbare feiten en ziet erop toe dat de opgelegde straf naar behoren wordt uitgevoerd.

Veiligheid en lokaal bestuur

  • De Minister van Veiligheid en Justitie heeft op het gebied van veiligheid en lokaal bestuur een stimulerende rol. Dit betreft onder meer het ontwikkelen van visie, beleid en samenwerkingsvormen op het terrein van de bestuurlijke aanpak van onveiligheid en criminaliteit.

  • Inspanningen zijn er op gericht het lokaal bestuur zo effectief en efficiënt als mogelijk in staat te stellen de lokale veiligheid te vergroten, onder andere door het bewaken van de bestuurlijke integriteit (Bibob) en de inzet van de Regionale Informatie- en Expertise Centra (RIEC’s) het Landelijk Informatie- en Expertise Centrum (LIEC).

  • VenJ faciliteert en ondersteunt de aanpak van de meest voorkomende vormen van overlast, zoals overlast gerelateerd aan jeugdgroepen, alcohol, uitgaan, voetbal en evenementen. Dit wordt ingevuld samen met het lokale bestuur, onder andere via structureel overleg met de G4, de G32 en de VNG.

Beleidsconclusies

Met behulp van periodieke onderzoeken zoals «Criminaliteit en Rechtshandhaving1» en de «Veiligheidsmonitor2», beleidsdoorlichtingen en beleidsevaluaties (zie ook hoofdstuk 14 Afgerond evaluatie en overig onderzoek) wordt op kwantitatieve en kwalitatieve wijze inzicht verkregen in de criminaliteitsgegevens en onveiligheidsgevoelens. De Veiligheidsmonitor laat o.a. zien dat de dat de ervaren sociale overlast en algemene onveiligheidsgevoelens in 2015 zijn gedaald en onveiligheidsgevoelens in de eigen buurt gelijk zijn gebleven. Deze resultaten ondersteunen de voortzetting van het ingezette beleid op het gebied van overlast en terugdringen onveiligheidsgevoelens. De doelstelling voor het aanpakken van 950 criminele samenwerkingsverbanden is in 2015 ruimschoots behaald.

De commissie-Hoekstra deed onderzoek naar het optreden van het OM en de politie in de zaak Bart van U. De aanbevelingen van deze commissie zijn in 2015 door beide organisaties, maar ook door het CJIB (executie), en NFI, Justid, GGZ en gemeenten opgepakt en worden inmiddels doorgevoerd.

Het wetsvoorstel tot wijziging van het wetsvoorstel regulering prostitutie en bestrijding misstanden seksbranche 3 is in 2015 gereed gemaakt voor behandeling in de Tweede Kamer. In 2015 heeft dit niet geleid tot behandeling en derhalve ook niet tot aanvaarding van het wetsvoorstel.

Overlast en criminaliteit in wijk en buurt

Tabel 33.1 Overlast en criminaliteit in wijk en buurt
 

Nulwaarde

     

Realisatie

   

2012

2013

2014

2015

Vermindering onveiligheidsgevoelens met 10% in periode 2012–2017

         

Aandeel van de bevolking dat zich wel eens onveilig voelt

36,6%

36,6%

36,7%

35,9%

35,6%

Aandeel van de bevolking dat zich wel eens onveilig voelt in de eigen buurt1

18,0%

18,0%

18,8%

18,2%

18,1%

Vermindering ervaren overlast met 10% in periode 2012–2017

         

Aandeel van de bevolking dat één of meer vormen van sociale overlast2 in de eigen buurt ervaart moet met 10% dalen

12,9%

12,9%

12,7%

12,0%

11,6%

Terugbrengen woninginbraken met 25%3

89.244

91.583

87.500

71.100

 

Bron: Veiligheidsmonitor 2015 (www.veiligheidsmonitor.nl)

X Noot
1

Vormen van sociale overlast zijn overlast van dronken mensen op straat, drugshandel of -gebruik, buurtbewoners, op straat worden lastig gevallen en rondhangende jongeren. Bron: Jaarverslag Nationale Politie.

X Noot
2

Bron: Tweede Kamer, 29 628, nr. 385 en nr. 256, nulwaarde 2009; Bron: Jaarverslag Nederlandse Politie 2009.

X Noot
3

Het streven woninginbraken terug te brengen is eerder als een percentage gepresenteerd. Aantallen geven hier echter beter inzicht in de resultaten. In de begroting 2014 staat abusievelijk dat het betreft «woninginbraken gevolgd door geweld.»

Toelichting

In de beleidsagenda 2014 is aangegeven dat zowel de ervaren ernstige sociale overlast als de algemene en lokale onveiligheidsgevoelens in de periode 2012–2017 met 10% zouden moeten dalen. In onderstaande tabel zijn de resultaten in percentages van de bevolking gegeven voor deze periode. Deze resultaten komen overeen met een daling van 10% bij de ervaren sociale overlast, een daling van 3% van de algemene onveiligheidsgevoelens en gelijkblijvende onveiligheidsgevoelens in de eigen buurt.

Centraal Informatiepunt Onderzoek en Telecommunicatie (CIOT)

Tabel 33.2 Centraal Informatiepunt Onderzoek en Telecommunicatie (CIOT)
             

Realisatie

   

2010

2011

2012

2013

2014

2015

Aantal v ragen

2.592.320

2.328.595

2.758.435

2.337.715

2.079.595

1.724.414

Hit-rate (%)1

93

91

89

90

88

88

Bron: Centraal Informatiepunt Onderzoek en Telecommunicatie (De jaarcijfers van het CIOT worden gelijk met de aanbieding van het jaarverslag van VenJ aan de Kamer via deze link https://www.rijksoverheid.nl/documenten gepubliceerd.)

X Noot
1

Hit-rate is het aantal hits gedeeld door het aantal vragen maal 100%. De hit-rate wordt bepaald door het aantal aangesloten aanbieders, de kwaliteit van de vragen en de kwaliteit van de aangeleverde gegevens. Een hit op een vraag kan een of meerdere antwoorden bevatten.

Toelichting

Zoals toegezegd bij brief van 1 juli 201576 worden de jaarcijfers van het CIOT over het aantal afgehandelde informatie verzoeken opgenomen in het Jaarverslag van Veiligheid en Justitie.

De autonome realisatie van de bevragingsmodule van het CIOT is afhankelijk van de behoefte van de (bijzondere) opsporings-, inlichtingen- en veiligheidsdiensten ((B)OID-en).

Indicatoren ULI

Tabel 33.3 Indicatoren ULI
 

2010

2011

2012

2013

2014

2015

Aantal nummers waarvoor een bevel tot aftappen is gegeven

22.006

24.718

25.487

26.150

25.181

24.063

Gemiddeld aantal taps per dag

1.635

1.638

1.293

1.391

1.386

1.415

IP-taps1

1.704

3.331

16.676

17.806

2

 

Gemiddeld aantal IP- taps per dag

131

339

727

829

53

 

Aantal aanvragen op historische gegevens3

24.0124

49.695

56.825

62.554

62.533

56.100

Bron: Landelijke Eenheid Nationale Politie

X Noot
1

Dit betreft zowel internettaps als e-mailtaps.

X Noot
2

Sinds de invoering van de nieuwe interceptiestandaard wordt, zowel technisch als procedureel, geen onderscheid meer gemaakt tussen een telefoontap en een internettap. Het onderscheid in de tellingen komt hiermee te vervallen.

X Noot
3

Zoals verkeersgegevens en identificerende gegevens. Het gaat bij deze nummers niet alleen over telefoonnummers, maar ook over IP-adressen en emailadressen.

X Noot
4

Cijfers over de tweede helft van 2010. De cijfers over de eerste helft van 2010 zijn niet betrouwbaar, omdat nog niet alle regiokorpsen al hun historische aanvragen indiende via de ULI.

Toelichting

Zoals toegezegd bij brief van 13 november 200781 en daaropvolgend bij brief van 27 mei 200882 worden de jaarlijkse tapstatistieken opgenomen in het Jaarverslag van Veiligheid en Justitie.

Budgettaire gevolgen van beleid

Tabel 33.4 Budgettaire gevolgen van beleid (bedragen x € 1.000)
   

Realisatie

Realisatie

Realisatie

Vastgestelde begroting

Verschil

   

2013

2014

2015

2015

 

Verplichtingen

786.426

788.041

688.928

662.722

26.206

             

33.1 Apparaatsuitgaven Openbaar Ministerie

         
 

Personeel

377.024

364.851

359.937

352.440

7.497

 

waarvan eigen personeel

351.344

335.554

336.658

320.988

15.670

 

waarvan externe inhuur

23.543

26.597

21.277

31.452

– 10.175

 

waarvan overige personele uitgaven

2.137

2.700

2.002

0

2.002

 

Materieel

201.011

117.625

124.273

102.367

21.906

 

waarvan ICT

40.833

12.251

12.545

39.686

– 27.141

 

waarvan SSO's

55.627

30.375

51.218

28.747

22.471

 

waarvan overige materiele uitgaven

104.551

74.999

60.510

33.934

26.576

             

Programma-uitgaven

197.081

228.570

269.890

207.915

61.975

33.2 Bestuur, informatie en technologie

         
 

Bijdrage medeoverheden

         
 

RIEC's/LIEC

7.903

7.078

7.350

6.673

677

 

Uitstapprogramma's prostituees

0

463

1.853

0

1.853

 

Overig bestuur, informatie en technologie

559

1.331

1.081

1.627

– 546

 

Subsidies

         
 

Centrum voor Criminaliteitspreventie en Veiligheid

0

0

10.201

2.208

7.993

 

Keurmerk Veilig Ondernemen

1.340

1.511

1.389

1.498

– 109

 

Uitstapprogramma's prostituees

0

1.458

1.103

3.000

– 1.897

 

Overig bestuur, informatie en technologie

463

0

784

0

784

 

Opdrachten

         
 

Overig bestuur, informatie en technologie

666

464

723

1.888

– 1.165

             

33.3 Opsporing en vervolging

         
 

Bijdrage Agentschappen

         
 

Nederlands Forensisch Instituut

68.273

68.062

70.244

65.320

4.924

 

Domeinen Roerende Zaken

12.819

12.754

0

0

0

 

Bijdrage ZBO's/RWT's

         
 

College gerechtelijk deskundigen

1.701

1.532

1.765

1.723

42

 

Bijdrage (inter)nationale organisaties

         
 

FIU-Nederland

0

4.045

0

4.052

– 4.052

 

Bijdrage medeoverheden

         
 

PV-vergoedingen Bestuurlijke strafbeschikking

13.430

12.786

11.321

0

11.321

 

Staatkundige hervorming Nederlandse Antillen

4.150

4.015

4.658

3.912

746

 

Overig opsporing en vervolging

4.241

7.989

15.754

2.393

13.361

 

Subsidies

         
 

Overig opsporing en vervolging

6.628

3.311

2.870

2.712

158

 

Opdrachten

         
 

Schadeloosstellingen

17.312

27.362

53.727

17.395

36.332

 

Keten Informatie Management

3.532

154

62

764

– 702

 

Onrechtmatige Detentie

12.335

11.654

10.776

11.180

– 404

 

Herontwerp Strafrechtketen

4.385

344

156

0

156

 

Gerechtskosten Openbaar Ministerie

32.827

33.360

30.933

25.537

5.396

 

Innovatieagenda

1.276

164

0

0

0

 

Restituties ontvangsten voorgaande jaren

0

0

3.010

0

3.010

 

Verkeershandhaving Openbaar Ministerie

0

25.484

27.333

33.543

– 6.210

 

Afpakken

0

2.231

240

10.531

– 10.291

 

Bewaring, verkoop en vernietiging in beslaggenomen goederen

0

0

12.056

11.959

97

 

Overig opsporing en vervolging

3.241

1.018

501

0

501

             

Ontvangsten

1.086.824

1.101.777

933.123

1.066.898

– 133.775

 

waarvan Boeten en Transacties

982.386

949.383

777.262

966.338

– 189.076

 

waarvan Afpakken

89.982

135.972

143.577

90.560

53.017

33.1 Apparaatsuitgaven Openbaar Ministerie

Toelichting op instrumenten

Openbaar Ministerie

Het OM bepaalt als enige instantie in Nederland wie voor de strafrechter moet verschijnen en voor welk strafbaar feit. Dit is vastgelegd in de Wet op de rechterlijke organisatie, waarin de taak van het OM omschreven is als «de strafrechtelijke handhaving van de rechtsorde en met andere bij wet vastgestelde taken». Het OM maakt deel uit van de rechterlijke macht, maar de leden van het OM zijn, anders dan de rechters, niet met rechtspraak belast. In tegenstelling tot de rechters worden de leden van het OM niet voor het leven benoemd. Ten opzichte van de ontwerpbegroting is in 2015 het tekort op het budget Personeel en Materieel in 2015 ca. € 29,5 mln. Op het totale budget van het Openbaar Ministerie is een tekort van ca. € 18,5 mln. Het tekort wordt m.n. veroorzaakt door de detachering van een kleiner aantal parketsecretarissen bij de politie dan geraamd en het hierdoor ontbreken van de geldelijke compensatie van politie aan het Openbaar Ministerie. Een ander oorzaak is gelegen in de leegstand van panden. Het afstoten/onderverhuren van de panden hebben in 2015 beperkt financieel resultaat gehad. Tenslotte zijn de kosten van de deskundigen in het strafproces hoger dan geraamd.

Tabel 33.5 Productie en prestaties arrondissementsparketten
     

Realisatie

Prognoses

 
 

2013

2014

2015

2015

verschil

Uitstroom rechtbankzaken (afdoeningen)

215.222

211.357

211.898

203.428

8.470

Wv. overdracht aan buitenland

100

100

100

100

Wv. onvoorwaardelijk sepot

42.300

43.104

42.532

30.514

12.018

Wv. transactie, strafbeschikking en voorwaardelijk sepot

64.476

60.182

52.321

60.664

– 8.343

Wv. voegen (ter berechting of ad info)

3.045

2.432

1.822

4.150

– 2.328

Wv. Afdoeningen door de rechter1

105.301

105.539

115.123

108.000

7.123

Wv. meervoudige kamer (inclusief economisch en militair)

14.314

14.817

14.210

14.700

– 490

Wv. politierechter (inclusief economisch en militair)

84.530

86.669

95.186

85.050

10.136

Wv. kinderrechter

6.457

6.053

5.551

8.250

– 2.699

Interventiepercentage (%)

80%

76%

83%

85%

– 2%

Doorloopsnelheid jeugd binnen 3 maanden afgedaan OM (%)

 

60%

NVT

80%

 
           

Uitstroom kantonzaken (afdoeningen)

98.080

101.537

132.165

138.093

– 5.928

Wv. afdoeningen door het OM

 

53.113

59.880

69.047

– 9.167

Wv. afdoeningen door de kantonrechter

 

48.424

72.228

69.047

3.181

           

Uitstroom Mulderzaken (afdoeningen- beroepen Openbaar Ministerie)

515.847

377.051

368.777

265.420

103.357

           

Doelstelling VPS (zie beleidsprioriteiten)

         

% zaken afgedaan binnen 1 maand[1]

NVT

NVT

NVT

   

Bronnen: OM, FactFactory

X Noot
1

Cijfers 2015 realisatie afdoening door rechter is incl. de oproepingen na verzet tegen de OM-strafbeschikking

Tabel 33.6 Productie en prestatie Ressortparketten
     

Realisatie

Prognoses

 
 

2013

2014

2015

2015

verschil

Uitstroom

         

Rechtbankappels

16.745

18.313

17.867

18.558

– 691

Kantongerechtsappels

3.423

2.668

2.649

2.705

– 56

Klachten artikel 12 Sv

2.648

2.400

3.116

2.400

716

Mulderberoepen

1.904

1.893

4.320

1.896

2.424

Bronnen: OM, FactFactory

33.2 Bestuur, Informatie en Technologie

Bijdrage medeoverheden

Regionale Informatie en Expertise Centra / Landelijk Informatie en Expertise Centrum (RIEC's/LIEC)

In 2015 is via de Regionaal Informatie en Expertisecentra (RIEC’s) en het Landelijk Informatie en Expertise Centrum (LIEC) ondersteuning verleend aan het lokaal bestuur om de georganiseerde en ondermijnende criminaliteit aan te pakken. DE RIEC-partners hebben gewerkt aan concrete casussen in een geïntegreerde aanpak. Elk RIEC heeft één of meerdere bestuurlijke criminaliteitsbeelden ontwikkeld en zodoende criminele activiteiten en onderliggende structuren zichtbaar gemaakt en tevens handelingsperspectief voor lokaal bestuur gegeven. Dit stimuleert de bestuurlijke weerbaarheid. Vanuit VenJ is voorzien in een meerjarige cofinanciering tot en met 2017. In juli 2015 is het RIEC-LIEC jaarverslag over 2014 met de resultaten van de samenwerking aan de Kamer aangeboden84.

Subsidies

Het Centrum voor Criminaliteitspreventie en Veiligheid (CCV)

Het CCV heeft in 2015 subsidie ontvangen om publieke en private organisaties te ondersteunen door middel van het stimuleren van een effectieve aanpak van onveiligheid en preventie van criminaliteit en het verhogen van het veiligheidsbewustzijn. Het CCV heeft in 2015 hiervoor kennis en instrumenten ontwikkeld op het terrein van criminaliteitspreventie en veiligheid. Het CCV is ook belast geweest met de uitvoering van een groot aantal activiteiten ter ondersteuning en realisatie van het VenJ beleid waaronder de vermindering met 10% van de ervaren overlast en onveiligheidsgevoelens. De uitgaven voor het CCV worden geheel verantwoord op dit artikel. Het daarbij horende budget (€ 7,1 mln.) van artikel 34 is bij Voorjaarsnota 2015 overgeheveld naar dit artikel. Daarnaast is bij Najaarsnota 0,9 mln. aan het budget toegevoegd ten behoeve van nalevingesexpertise.

Keurmerk Veilig Ondernemen(KVO)

In 2015 is gewerkt volgens een vernieuwde systematiek voor KVO, waarbij de inzet wordt gefocust op nieuwe locaties, in plaats van op reeds bestaande KVO-gebieden waar de samenwerking inmiddels tot stand is gebracht. Naar verwachting zijn 125 nieuwe certificaten uitgereikt.

Uitstapprogramma Prostituees

Bij de ontwerpbegroting 2014 is de motie van der Staaij aangenomen85. Met deze motie zijn voor de periode 2014–2017 middelen vrijgemaakt voor de financiering van regionale uitstapprogramma’s voor prostituees. De eerste inhoudelijke rapportages uit 2015 geven aan dat de twaalf programma’s goed van start zijn gegaan. Door de komst van nieuwe en de intensivering van bestaande uitstapprogramma’s hebben alle prostituees in Nederland toegang tot een uitstapprogramma. Het totale budget voor het uitstapprogramma van € 3 mln. is uitgeput via de instrumenten bijdragen (aan gemeenten) en subsidies (aan organisaties).

33.3 Opsporing en vervolging

Bijdragen agentschappen

Nederlands Forensisch Instituut (NFI)

Het NFI levert forensische diensten met behulp van state-of-the-art technologie en wetenschap. Het NFI verleent diensten binnen de strafrechtketen, onder andere aan het OM en de politie. Ook kan een advocaat in een strafzaak de stafofficier of de rechter-commissaris verzoeken om het NFI een onderzoek te laten uitvoeren. Het NFI levert daarnaast diensten aan andere personen of instanties, zoals de Immigratie- en Naturalisatiedienst, buitenlandse politie of justitie of aan bijzondere opsporingsdiensten. In 2015 heeft het NFI extra middelen gekregen voor onderzoek in het kader van de MH17-vliegramp. Meer informatie over NFI is te vinden in de agentschapsparagraaf van het NFI.

Dienst Roerende Zaken (DRZ)

De Minister van Financiën is volgens de Comptabiliteitswet verantwoordelijk voor het beheer van het overtollige materieel bij het Rijk. DRZ is belast met de bewaring, verkoop en vernietiging van strafrechtelijk inbeslaggenomen voorwerpen en bekommert zich daarnaast over overtollige rijksgoederen. Per 1 januari 2015 heeft Domeinen Roerende Zaken haar agentschapsstatus verloren. Daarom is de agentschapsbijdrage aan Domeinen Roerende Zaken vanaf 2015 omgezet in de opdracht bewaring, verkoop en vernietiging inbeslaggenomen goederen.

Bijdragen ZBO/RWT

Nederlands Register voor Gerechtelijk Deskundigen (NRGD)

Het NRGD is opgericht bij de inwerkingtreding van de Wet deskundige in strafzaken op 1 januari 2010. Deze wet stelt eisen aan de kwaliteit, betrouwbaarheid en bekwaamheid van deskundigen. Het Besluit register deskundige in strafzaken bepaalt op hoofdniveau hoe het NRGD wordt beheerd.

Het College gerechtelijke deskundigen valt onder de kaderwet ZBO en kent een verplichtingen-kasstelsel. Het NRGD ontvangt een jaarlijkse bijdrage van het Ministerie van Veiligheid en Justitie.

Bijdrage medeoverheden

Pv-vergoeding Bestuurlijke strafbeschikking

Bij de inwerkingtreding van de bestuurlijke strafbeschikking overlast in 2009 is tussen het Ministerie van Veiligheid en Justitie en de VNG afgesproken dat gemeenten een vergoeding krijgen voor de kosten die zij maken voor het uitschrijven van processen-verbaal (pv’s) in het kader van de bestuurlijke strafbeschikking overlast. De afrekening van deze vergoeding vindt achteraf plaats op basis van de werkelijk ingediende processen-verbaal in 2013. Deze regeling is per 31 december 2014 beëindigd. Voor het jaar 2014 was er nog een juridische verplichting om de gemeenten te compenseren voor deze vergoedingsregeling. Deze afrekening van ca. € 11 mln. heeft in 2015 plaatsgevonden.

Staatkundige hervorming Nederlandse Antillen (shna)

De periode na de staatkundige hervorming kenmerkt zich door het steeds verder vorm geven aan de inrichting van de BES eilanden. Daaraan draagt een goede inrichting van de rechtspraak en het Openbaar Ministerie bij. Zo wordt vanuit Europees Nederland gestimuleerd dat het aantal rechters zowel kwantitatief als kwalitatief op goed niveau blijft. Ook is de capacitaire sterkte van het OM BES de afgelopen jaren gegroeid om te kunnen voldoen aan haar rol in de samenleving en strafrechtketen. De bijdrage aan de Raad voor de Rechtshandhaving zorgt voor een goede bijdrage aan de inrichting van de keten door voldoende, goede en gekwalificeerde onderzoeken

Overige opsporing en vervolging

Het budget op het subartikelonderdeel «overig opsporing en vervolging» is bij Najaarsnota met € 12 mln. verhoogd ter dekking van met name de overschrijding op de programma's ter versnelling van de doorlooptijden binnen de strafrechtketen. Dekking is voornamelijk gevonden in de meevaller op de Rechtsbijstand en de WSNP.

Financial Intelligence Unit Nederland (FIU-Nederland)

In het kader van de bestrijding witwassen en terrorisme financiering ontvangt de FIU-Nederland op grond van de Wet ter voorkoming van Witwassen en Terrorisme Financiering (WWFT) signalen over ongebruikelijke transacties (OT’s) van meldplichtige instellingen zoals banken, geldtransactiekantoren, autohandelaren en notarissen. FIU analyseert de ongebruikelijke transacties en kan besluiten ze als verdachte transactie (VT) door te melden aan de opsporing.

Tabel 33.7 Kengetallen FIU-NL
     

Realisaties

Prognose

 
 

2012

2013

2014

2015

2015

verschil

Aantal LOvJ-verzoeken1

1.097

1.167

1.093

1.219

1.270

51

Aantal Eigen onderzoeksdossiers

633

1.219

1.488

1.464

1.200

264

Bron: Jaarbericht FIU 2015.

X Noot
1

Een verzoek of dossier kan meerdere verdachte transacties bevatten

Het aantal LOvJ verzoeken laat een stijging zien ten opzichte van voorgaande jaren, maar het beoogde doel is nog niet bereikt. De FIU-Nederland brengt actief de mogelijkheden tot het indienen van deze verzoeken onder de aandacht bij de verschillende opsporingsdiensten.

FIU-Nederland heeft in 2015, net als in 2014, stevig ingezet op het verrichten van eigen onderzoeken, waardoor het aantal dossiers hoger was dan geprognotiseerd. De FIU houdt prioritaire criminaliteitsthema's in de gaten en speelt daarop in.

De bijdrage aan FIU-Nederland zou met ingang van 2015 niet meer vanuit dit beleidsartikel bekostigd worden. Dit stuitte echter op een aantal technische bezwaren waardoor, evenals in voorgaande jaren, de bekostiging FIU-Nederland alsnog vanuit dit artikelonderdeel heeft plaatsgevonden.

Opdrachten

Schadeloosstellingen

Dit betreft het budget voor schadeloosstellingen buiten de strafrechtelijke keten, zoals vergoedingen vanwege onrechtmatige vreemdelingenbewaring en in het geval van bijzondere opnemingen in psychiatrische ziekenhuizen (BOPZ). Daarnaast kunnen ook vergoedingen worden verstrekt voor bijvoorbeeld juridische bijstand. De realisatie is fors hoger uitgekomen, met name als gevolg van de getroffen schikking tussen de Nederlandse Staat en Stichting Thuiskopie in het geschil over de hoogte van de thuiskopieheffing in de jaren 2007–2012. VenJ heeft in 2015 € 33,5 mln. betaald aan de stichting. Het budget hiervoor is bij Voorjaarsnota 2015 aan dit onderdeel toegevoegd.

Keten Informatie Management (KIM)

Het doel van KIM is het realiseren van innovatie op het gebied van informatiegestuurde opsporing, vervolging en executie. Binnen KIM zijn er verschillende programma’s zoals de Digitalisering Strafrechtketen, het Digitaal Proces Dossier en het E-justice programma.

Onrechtmatige Detentie

Ten laste van dit budget worden de vergoedingen verantwoord aan ex justitiabelen waarvan is vastgesteld dat recht is ontstaan op een vergoeding. Over het algemeen worden deze vergoedingen vastgesteld door de rechter. Deze uitgaven zijn vooraf lastig in te schatten.

Gerechtskosten OM

Ten laste van dit budget worden de uitgaven gebracht die betrekking hebben op deskundigen, tolken en vertalers, die een bijdrage leveren aan het strafproces en worden bekostigd in overeenstemming met het Besluit tarieven in strafzaken. De uitgaven zijn ca. 5 mln. hoger uitgevallen als gevolg van het grotere aantal zaken dan waarmee vooraf rekening was gehouden.

In 2015 is een onderzoek afgerond naar de verdeling van verantwoordelijkheden tussen Openbaar Ministerie en Raad voor de Rechtspraak. Een belangrijke conclusie van dat onderzoek is dat het niet in de rede ligt om wijzigingen aan te brengen in die verdeling. Op aantal andere onderdelen wordt wel geadviseerd om aanpassingen door te voeren, zoals de vergoeding van kosten van onderzoek dat in opdracht van de verdachte wordt verricht en regelingen die zien op de kosten verbonden aan de toepassing van dwangmiddelen en bijzondere opsporingsbevoegdheden.

Verkeershandhaving OM

Het OM voert het programma verkeershandhaving uit. Uit dit budget worden de uitgaven voor dit programma gedaan, niet zijnde bijdragen aan ZBO of agentschap, bijvoorbeeld trajectcontrolesystemen. De onderuitputting op het budget verkeerhandhaving OM in 2015 (– € 6 mln.) wordt met name veroorzaakt door efficiëntere aanschaf en beheer van handhavingsinstrumenten.

Afpakken

Vanaf 2013 zijn intensiveringen aan het OM toegekend ten behoeve van het versterken van de strafrechtketen voor het afpakken van crimineel vermogen. Uit dit budget worden de uitgaven voor partijen in de strafrechtketen bekostigd.

Vanaf 2011 is een bedrag oplopend tot 20 miljoen euro per jaar vanaf 2013 geïnvesteerd in de strafrechtketen teneinde het afpakken van crimineel vermogen te versterken. Aan deze investering is een reeks jaarlijks oplopende doelstellingen verbonden. De aan deze investering verbonden doelstelling voor 2015 betrof 90,6 miljoen euro.

Bewaring, verkoop en vernietiging inbeslaggenomen goederen

De Minister van Financiën is volgens de Comptabiliteitswet verantwoordelijk voor het beheer van het overtollige materieel bij het Rijk. Domeinen Roerende Zaken is belast met de bewaring, verkoop en vernietiging van strafrechtelijk inbeslaggenomen voorwerpen en bekommert zich daarnaast over overtollige rijksgoederen. Per 1 januari 2015 heeft Domeinen Roerende Zaken haar agentschapsstatus verloren. Daarom is de agentschapsbijdrage aan Domeinen Roerende Zaken vanaf 2015 omgezet in de opdracht bewaring, verkoop en vernietiging inbeslaggenomen goederen.

Ontvangsten

Boeten en Transacties

Het tekort in 2015 ten opzichte van het begrotingskader voor boeten en transacties bedraagt € 192,4 mln. Dit tekort is met name toe te schrijven aan de CAO-acties van de politiebonden. Daarnaast is het aantal opgelegde beschikkingen vanuit de trajectcontrolesystemen, parkeerovertredingen, de registervergelijkingen APK en de strafbeschikkingen lager uitgevallen dan in de raming was voorzien, hetgeen een tekort oplevert van ca. € 50 mln. Het aantal beschikkingen in het kader van de registervergelijking 30 WAM (onverzekerd) was daarentegen hoger dan in de raming rekening was gehouden (€ 25 mln.).

Afpakken

Het afpakken van crimineel vermogen is een prioriteit van het kabinet en het stuurt met het ketenprogramma afpakken dan ook op ambitieuze doelstellingen. Het Openbaar Ministerie zet in het kader van de strafrechtelijke vervolging onder meer in op ontnemingsvorderingen van wederrechtelijk verkregen voordeel, verbeurdverklaringen en ontnemingen als onderdeel van een transactie. De afpakdoelstelling voor 2015 (90,6 miljoen euro) is gehaald. In 2015 is 143,5 miljoen euro aan crimineel vermogen afgepakt.

34. Sanctietoepassing

Realisatie begrotingsuitgaven Veiligheid en Justitie € 12.718 miljoen art. 34 Sanctietoepassing 19,7%

Realisatie begrotingsuitgaven Veiligheid en Justitie € 12.718 miljoen art. 34 Sanctietoepassing 19,7%

Algemene doelstelling

Het borgen van de veiligheid van de Nederlandse samenleving door de tenuitvoerlegging van strafrechtelijke sancties en maatregelen en het beperken van de recidive, het voorkomen van slachtofferschap door middel van het bevorderen van het nemen van preventieve maatregelen door burgers en bedrijven en het versterken van de positie van slachtoffers.

Tenuitvoerlegging van sancties en strafrechtelijke maatregelen

Rol en verantwoordelijkheid

  • De Minister heeft een uitvoerende rol bij tenuitvoerlegging van vrijheidsbenemende straffen en maatregelen door de Dienst Justitiële Inrichtingen (DJI).

  • Ten aanzien van de forensische zorg heeft de Minister een regisserende rol. Hij is verantwoordelijk voor de tijdige beschikbaarheid van de juiste, kwalitatief hoogwaardige zorg, waar nodig in combinatie met afdoende beveiliging.

  • De uitvoering van toezicht in het strafrechtelijk kader, advisering aan het OM en de rechter over justitiabelen en taakstraffen is opgedragen aan drie erkende reclasseringsorganisaties. Ook hier heeft de Minister een regisserende rol. De taken van de reclasseringsorganisaties dragen bij aan het terugdringen van recidive.

Preventie en Kansspelen

De Minister stimuleert preventie door het beschikbaar stellen van integriteitsinstrumenten zoals de Verklaring Omtrent het Gedrag (VOG) en het toezicht op rechtspersonen. De Minister kent een regisserende rol voor de kansspelen. De Minister wil ervoor zorgen dat Nederlandse burgers op een veilige en verantwoorde manier kunnen deelnemen aan kansspelen.

Slachtofferzorg

De Minister kent een financierende rol op het gebied van slachtofferzorg. De Minister draagt beleidsverantwoordelijkheid voor de zorg – in brede zin – aan slachtoffers en nabestaanden die getroffen zijn door een strafbaar feit en is verantwoordelijk voor de uitvoering van het slachtofferbeleid.

Kansspelen

Beleidsconclusies

De Tweede Kamer heeft een tweede nota «naar aanleiding van het nader verslag» op het wetsvoorstel Kansspelen op afstand (Wetsvoorstel Koa) opgesteld. In december 2015 zijn de antwoorden hierop bij de Tweede Kamer ingediend88. Doordat de parlementaire behandeling van het wetsvoorstel Koa langer duurde dan voorzien, verschuift de inwerkingtreding naar een latere datum. Hetzelfde geldt voor een aantal trajecten dat van deze inwerkingtreding afhankelijk is, zoals de verlaging van het afdrachtspercentage van de goede doelen loterijen en de modernisering van het Speelautomatenbesluit.

In december 2015 is het advies ontvangen van de Raad van State op het wetsvoorstel voor het moderniseren van het speelcasinoregime. Dit wetsvoorstel loopt daarmee enkele maanden achter op de in de beleidsagenda 2015 aangekondigde planning.

De overige beleidsactiviteiten ten aanzien van kansspelen zijn verlopen conform begroting.

Slachtoffer Centraal

Doorlichting Slachtofferbeleid

De kwalitatieve kritieke prestatie-indicatoren (KPI’s) zijn conform verwachting in de slachtoffermonitor opgenomen. Kwantitatieve KPI’s zijn opgesteld, maar daarbij is uit overleg met ketenpartners gebleken dat er nauwelijks tot geen betrouwbare metingen verricht kunnen worden. In veel ICT-systemen wordt wel informatie met betrekking tot de rechtszaak en dader opgeslagen, maar nauwelijks informatie met betrekking tot het slachtoffer. Bij verbetering/vervanging van systemen zal rekening gehouden worden met verbeterde slachtofferregistratie, met het oog op toekomstige toegang tot managementinformatie.

Wetgeving

Doordat de parlementaire behandeling van het wetsvoorstel uitbreiding spreekrecht en reikwijdte van het Schadefonds Geweldsmisdrijven langer duurde dan voorzien verschuift de inwerkingtreding naar een latere datum, mogelijk 1 juli 201689.

Belangen slachtoffers

  • Mediation

    Mediation in het strafrecht kan een waardevol instrument zijn voor slachtoffers en verdachten. Het zal echter niet in alle strafzaken een passende oplossing bieden. In een pilot (2013–215) is mediation uitgevoerd in bijna 400 zaken. De pilot is in 2015 geëvalueerd. Op basis hiervan heeft de Minister de Tweede Kamer geïnformeerd dat hij voornemens is mediation in het strafrecht voort te zetten en dat hij verwacht dat dit mogelijk is binnen de huidige financiële kaders90. In 2016 zullen de praktische, financiële en juridische randvoorwaarden voor toepassing van mediation in het strafrecht worden uitgewerkt.

  • Slachtofferhulp Nederland

    Door het gevoerde beleid zijn in 2015 circa 50.000 slachtoffers van veel voorkomende criminaliteit bereikt die voorheen niet bereikt werden (stand augustus 2015, rapport ZSM diensten Slachtofferhulp Nederland). Deze resultaten zijn conform de verwachtingen.

Europees voorzitterschap

Uit het voorbereidend seminar in Luxemburg op 17 november 2015 bleek dat er onder de Lidstaten steun bestond voor het oprichten van het European Network on Victims» Rights. Het oprichten van het netwerk verloopt conform verwachting.

Eigen bijdrage gedetineerden

Gelet op het geconstateerde beperkte draagvlak ervoor heeft het kabinet besloten om het wetsvoorstel bijdrage voor verblijf in een justitiële inrichting in te trekken. De ministers van Veiligheid en Justitie en van Financiën hebben de Tweede Kamer hierover geïnformeerd bij brief van 20 november 201591. De geraamde opbrengst van € 7 mln. structureel wordt hiermee niet gerealiseerd.

Programma Uitvoeringsketen Strafrechtelijke Beslissingen

De verwachte inwerkingtreding van de wet herziening tenuitvoerlegging strafrechtelijke beslissingen op 1 juli 2015 is niet gerealiseerd. Dit laat onverlet dat het AICE steeds beter in staat is invulling te geven aan de met het wetsvoorstel beoogde coördinerende rol. In juni 2015 was van 89% van de opgelegde principale vrijheidsstraffen de tenuitvoerlegging binnen 24 maanden gestart dan wel afgerond. De verwachting is dat naarmate de implementatie van het wetsvoorstel vordert, dit percentage de doelstelling van 92% gaat naderen92. Op basis van deze informatie is geen noodzaak gebleken tot bijstelling van het beleid.

High Impact Crimes

Aanpak High Impact Crimes

Aan de integrale benadering van de aanpak van High Impact Crimes is gezamenlijk geïnvesteerd en is vorm en inhoud gegeven door een groot aantal publieke en private partijen

De doelstellingen voor het aantal overvallen, geregistreerde straatroven, aantal woninginbraken incl. pogingen zijn allen behaald. Op absolute aantallen High Impact Crimes is zelfs beter gescoord dan voorgaande jaren. Dit laat zien dat de probleemgerichte ketenaanpak van High Impact Crimes onder lokale gemeentelijke regie met ondersteuning vanuit het Ministerie van Veiligheid en Justitie succesvol is.

Voor wat betreft de ophelderingspercentages geldt dat dit voor overvallen op 49,6%, voor straatroven op 28,5% en voor woninginbraken op 9,4% is uitgekomen. Dit betekent dat voor wat betreft de overvallen de tussentijdse doelstelling van 48,7% is gerealiseerd. De tussentijdse doelstellingen voor straatroven en woninginbraken van respectievelijk 28,9% en 9,9% zijn net niet gerealiseerd. In 2016 wordt onder meer extra ingezet in het verhogen van de heterdaad kracht om de resultaten te verbeteren.

DJI

In 2015 heeft DJI geïnvesteerd in verschillende vormen van samenwerkingsbanden met ketenpartners. Voorbeelden daarvan zijn de Gesloten Gezins Voorziening in Zeist (samenwerkingsverband met de COA en IND), het vaak in zeer korte tijd beschikbaar stellen van capaciteit aan het COA, de opvang van Noorse gedetineerden in Veenhuizen en de aandacht voor slachtoffers.

Voorts heeft DJI in 2015 conform planning uitvoering gegeven aan het Masterplan DJI, het grootschalige hervormingsplan waartoe in 2013 is besloten en wat loopt tot en met 2018. Uitvoering is conform planning gegeven aan de voorgenomen sluitingen van penitentiaire inrichtingen en de realisatie van meerpersoonscellen.

Sinds januari 2013 is de personele bezetting van DJI met 2.027 fte afgenomen: van 16.212 fte naar 14.185 fte (stand ultimo 2015). Daarnaast hebben in 2015 863 interne verplaatsingen binnen DJI plaats gevonden. Zowel de benoemde afname van bezetting als de interne mobiliteit dragen bij aan het beperken van de boventalligheid. Op 31 december 2015 is de vrijwillige fase nog voor 765 DJI medewerkers van kracht gegaan. Om de DJI medewerkers ander werk buiten DJI aan te bieden zijn er met enkele grote organisaties convenanten afgesloten zoals: de Rijks Beveiligings Organisatie, Reclassering Nederland, Politie, de Douane en het COA.

De vraag naar celcapaciteit vertoonde in 2015 nog altijd een afnemende trend. De leegstand binnen DJI is waar mogelijk geconcentreerd met het oog op een zo efficiënt mogelijke uitvoering. Daarnaast is vanaf oktober een deel van de PI Alphen aan de Eikenlaan ter beschikking gesteld aan het COA voor de tijdelijke opvang van circa 1.100 asielzoekers. Binnen een extreem korte periode was de overdracht in samenwerking met onze ketenpartners, waaronder de gemeente Alphen aan den Rijn, succesvol gerealiseerd.

DJI heeft in 2015 een aanpak weten te realiseren waarmee in de toekomst een verantwoord en zo flexibel mogelijk capaciteitsbeheer VenJ-breed kan worden gevoerd én die ruimte biedt voor kwaliteitsverbeteringen. Het vakmanschap van de DJI medewerkers wordt verder versterkt. Zij hebben te maken met een steeds complexer wordende doelgroep. Vanuit hun professionaliteit en vakdeskundigheid moeten zij in kunnen spelen op de mogelijkheden om gedetineerden te motiveren om te werken aan hun re-integratie.

Budgettaire gevolgen van beleid

Tabel 34.1 Budgettaire gevolgen van beleid (bedragen x € 1.000)
   

Realisatie

Realisatie

Realisatie

Vastgestelde begroting

Verschil

   

2013

2014

2015

2015

 

Verplichtingen

2.561.345

2.585.861

2.520.029

2.416.080

103.949

             

Programma-uitgaven

2.536.821

2.583.351

2.501.165

2.416.080

85.085

34.2 Preventieve maatregelen

         
 

Bijdrage Agentschappen

         
 

Dienst Justis

17.054

15.766

14.325

12.225

2.100

 

Bijdrage ZBO's/RWT's

         
 

Overig preventieve maatregelen

0

1.300

0

0

0

 

Bijdrage medeoverheden

         
 

Overig preventieve maatregelen

0

4.170

4.570

0

4.570

 

Subsidies

         
 

Preventie bedrijfsleven

6.926

6.660

0

5.800

– 5.800

 

Integriteit

1.356

836

1.362

1.050

312

 

Centrum voor Criminaliteitsbestrijding en Veiligheid

5.925

5.253

0

1.602

– 1.602

 

Overig preventieve maatregelen

6.332

2.227

3.449

2.960

489

 

Opdrachten

         
 

Kansspelbeleid

0

589

363

1.085

– 722

 

Overig preventieve maatregelen

0

2.644

2.239

4.067

– 1.828

 

Garanties

         
 

Faillissementscuratoren

0

929

1.702

703

999

             

34.3 Tenuitvoerlegging strafrechtelijk sancties en vreemdelingenbewaring

         
 

Bijdrage Agentschappen

         
 

DJI-gevangeniswezen-regulier

1.249.866

1.227.508

1.218.667

1.128.774

89.893

 

DJI-Forensische zorg

723.202

791.133

756.591

757.607

– 1.016

 

DJI-Vreemdelingenbewaring en uitzetcentra

126.845

135.915

98.667

99.209

– 542

 

CJIB

109.157

95.009

101.660

88.649

13.011

 

Bijdrage ZBO's/RWT's

         
 

Reclassering Nederland

135.235

139.350

136.781

125.362

11.419

 

Leger des Heils

20.836

21.039

19.598

21.025

– 1.427

 

Stichting Verslavingsreclassering GGZ Nederland

71.631

65.515

65.597

62.885

2.712

 

Centraal Administratiekantoor

0

2.044

557

2.700

– 2.143

 

Bijdrage medeoverheden

         
 

Overige Tenuitvoerlegging strafrechtelijk sancties en vreemdelingenbewaring

0

3.444

1.313

0

1.313

 

Subsidies

         
 

24 uurs nazorg gedetineerden

11.696

0

0

0

0

 

DJI-Vrijwilligerswerk gedetineerden

0

0

3.198

0

3.198

 

Overige Tenuitvoerlegging strafrechtelijk sancties en vreemdelingenbewaring

0

1.322

2.945

0

2.945

 

Opdrachten

         
 

Forensische zorg

531

147

0

5.997

– 5.997

 

Vrijwilligerswerk gedetineerden

0

3.175

0

3.200

– 3.200

 

Uitvoeringskosten ketenregie tenuitvoerlegging

0

0

0

18.486

– 18.486

 

Overig sanctietoepassing

5.060

4.358

2.096

9.169

– 7.073

             

34.4 Slachtofferzorg

         
 

Bijdrage ZBO's/RWT's

         
 

Schadefonds Geweldsmisdrijven

18.536

6.332

6.509

5.321

1.188

 

Slachtofferhulp Nederland

25.293

27.634

33.860

34.043

– 183

 

Bijdrage medeoverheden

         
 

Overige Slachtofferzorg

0

837

3.432

0

3.432

 

Subsidies

         
 

Stichting Slachtoffer in Beeld en onderzoeken

1.340

1.250

1.582

601

981

 

Overige Slachtofferzorg

0

223

287

0

287

             
 

Opdrachten

         
 

Slachtofferzorg

0

331

619

8.200

– 7.581

 

Opdrachten Schadefonds Geweldsmisdrijven

0

16.411

18.218

15.360

2.858

 

Voorschotregelingen slachtoffervergoedingsregelingen

0

0

978

0

978

 

Overige Slachtofferzorg

0

0

0

0

0

             

Ontvangsten

98.054

80.644

73.862

79.665

– 5.803

34.2 Preventieve maatregelen

Bijdragen agentschappen

Dienst Justis

De Dienst Justis toetst of personen antecedenten hebben die het uitoefenen van bepaald werk in de weg staat. Daarnaast toetst Justis of partijen die bepaalde verklaringen, vergunningen en subsidies aanvragen, aan integriteitseisen voldoen. Deze screening van betrouwbaarheid vermindert veiligheidsrisico’s en draagt zo bij aan een integere en veiligere samenleving.

Naast ontvangsten uit met name VOG’s krijgt Dienst Justis jaarlijks een bijdrage vanuit het moederdepartement. Zoals gemeld in de 2e suppletoire begroting is de extra bijdrage van € 2,1 mln. ten opzichte van de vastgestelde begroting is verstrekt ten behoeve toezicht op rechtspersonen (doorontwikkeling Radar) en de gratis VOG vrijwilligers

Bijdrage aan medeoverheden

Overige preventieve maatregelen

Gedurende het jaar 2015 is besloten een deel van de middelen die oorspronkelijk geraamd waren voor opdrachten in te zetten via bijdragen ZBO’s/RWT’s of bijdragen aan medeoverheden met als doel preventieve maatregelen.

Subsidies

Preventie bedrijfsleven

De subsidies voor preventie bedrijfsleven zijn verantwoord op artikel 33.

Subsidies Integriteit

Met het subsidiëren van de ontwikkeling van integriteitsinstrumenten zijn vrijwilligersorganisaties en kerkelijke instanties gestimuleerd om uniforme gedragscodes op te stellen voor vrijwilligers die met kinderen omgaan. Het integriteitsbeleid heeft tot doel het risico op misbruik van kwetsbare groepen te beperken.

Centrum voor Criminaliteitsbestrijding en Veiligheid (CCV)

De subsidie voor het CCV is verantwoord op artikel 33.2.

Opdrachten

Kansspelbeleid

De Tweede Kamer heeft een tweede nota «naar aanleiding van het nader verslag» op het wetsvoorstel Kansspelen op afstand (Wetsvoorstel Koa) opgesteld. In december 2015 zijn de antwoorden hierop bij de Tweede Kamer ingediend. Doordat de Kamer twee schriftelijke rondes met vragen heeft afgewacht, duurde de parlementaire behandeling van het wetsvoorstel Koa langer dan voorzien en verschuift de inwerkingtreding naar een latere datum. In plaats van afsluiting van het wetstraject Koa in het eerste kwartaal 2015, loopt dit proces als gevolg van het parlementaire proces nog door, met een afwijking op de begroting als gevolg.

In december 2015 is het advies ontvangen van de Raad van State op het wetsvoorstel voor het moderniseren van het speelcasinoregime. Dit wetsvoorstel loopt daarmee enkele maanden achter op de in de beleidsagenda 2015 aangekondigde planning.

De overige beleidsactiviteiten ten aanzien van kansspelen zijn verlopen conform begroting.

Garanties

Faillissementscuratoren

De Garantieregeling Faillissementscuratoren is voor faillissementen waarin sprake lijkt te zijn van kennelijk onbehoorlijk bestuur, maar in de boedel onvoldoende middelen aanwezig zijn om onderzoek te doen of een procedure te starten om onrechtmatig aan de boedel onttrokken gelden en goederen terug te halen. Als aan bepaalde eisen wordt voldaan, staat het Ministerie van Veiligheid en Justitie garant voor de kosten van het onderzoek of de procedure. Bij succes hoeft de garantie niet te worden ingeroepen. Is onrechtmatig aan de boedel onttrokken dan worden middelen teruggehaald en zien schuldeisers in het geval van een faillissement mogelijk meer terug van hun vordering dan eerst het geval was. Zaken waarin dit niet lukt leiden tot het betalen van het garant gestelde bedrag door het ministerie.

34.3 Tenuitvoerlegging strafrechtelijke sancties en vreemdelingenbewaring

Bijdragen Agentschappen

Dienst Justitiële Inrichtingen (DJI)

DJI levert een bijdrage aan de veiligheid van de samenleving door de tenuitvoerlegging van vrijheidsstraffen en vrijheidsbenemende maatregelen en door de aan hun zorg toevertrouwde personen de kans te bieden een maatschappelijk aanvaardbaar bestaan op te bouwen. In het kader hiervan heeft DJI onder meer de volgende taken:

  • Flexibel capaciteitsbeheer om ervoor te zorgen dat er op een efficiënte wijze voldoende celcapaciteit voorhanden is.

  • Persoonsgerichte aanpak die er zoveel mogelijk op gericht is gedetineerden met succes terug te leiden naar de vrije maatschappij. Hiermee levert DJI een bijdrage aan de beperking van de recidive.

  • Bij vreemdelingen, die binnenkort Nederland moeten verlaten, zorgt DJI dat samenwerkingspartners alle ruimte krijgen om de uitzetting zo goed mogelijk voor te bereiden.

Tabel 34.2. Belangrijkste productiegegevens DJI
 

Raming

Gerealiseerd

Productie 2015

Aantal

Dagprijs in €

Aantal

Dagprijs in €

Strafrechtelijke sanctiecapaciteit

10.967

240

10.877

240

Tbs capaciteit

1.630

528

1.630

504

Vreemdelingenbewaring

1.179

208

1.179

198

Toelichting

Verschil ten opzichte van begroting bij strafrechtelijke sanctiecapaciteit bedraagt 90 plaatsen en betreft een neerwaartse bijstelling capacitaire taakstelling 2015 in ontwerpbegroting 2016 in verband met verhuur capaciteit aan Noorwegen.

In 2015 was een bijdrage van € 1.128.774 begroot en gerealiseerd is € 1.218.668. Het verschil van ruim € 89 mln. komt door:

  • Aanzuivering negatief eigen vermogen van DJI tot nihil (+ € 77 mln.) Dit is toegelicht in de eerste suppletoire begroting;

  • Capaciteitsgerelateerde mutaties (PMJ) en diverse taakstellingen (– € 3,7 mln.) Deze worden nader toegelicht in de agentschapsparagraaf van DJI;

  • Het dekken van de frictiekosten huisvesting (afkoop boekwaarden) in het kader van het Masterplan DJI vanaf de zgn. Aanvullende Post bij Financiën (+ € 34 mln.);

  • Loon- en prijsbijstelling 2015 (+ € 14 mln.)

  • Verlaging bijdrage DJI 2015 (kasschuif) (– € 62.6 mln.) In de 2e sup 2015 wordt deze kasschuif toegelicht;

  • Diverse beleidsmatige mutaties voor o.a. extra kosten rechtbankvervoer van gedetineerden, aanschaf van apparatuur voor de uitvoering van elektronisch toezicht en de inkoop van gedragsinterventies ten behoeve van de reclassering (+ € 31,2 mln.).

In 2015 is DJI -capaciteit aan het COA ter beschikking gesteld. De waarde van deze capaciteit betrof voor vreemdelingenbewaring € 5,35 mln. en -rekening houdend met een besparing op huisvestingslasten- voor het gevangeniswezen € 12,54 mln.

Centraal Justitieel Incasso Bureau (CJIB)

Het CJIB is de uitvoeringsorganisatie van het Ministerie die alleen voor of in opdracht van de overheid werkt, met aangewezen taken binnen de justitieketen voor het ten uitvoerleggen en coördineren van opgelegde (Europese) financiële straffen, sancties, transacties, strafbeschikkingen, maatregelen en confiscatiebeslissingen.

De bijdrage aan het agentschap CJIB is verhoogd met € 13 mln. Dit saldo bestaat uit diverse mutaties. De beleidsmatige mutaties betreffen bijdragen aan het CJIB voor uitvoering van het programma Afpakken (€ 0,5 mln.), het programma Uitvoeringsketen strafrechtelijke beslissingen (USB) (€ 2 mln.), het dossier Verkeersveelplegers (€ 1,2 mln.) en Financiële Sancties (€ 1,9 mln.). De mutaties in het kader van meerproductie zijn voor Voorwaardelijke Invrijheidsstelling & Routeren Toezicht (€ 1,3 mln.) en Jeugdreclassering (€ 0,5 mln.). De bijdrage is daarnaast verhoogd voor CAO & LPO (€ 1,1 mln.), de overgang naar datacentrum noord (€ 1,5 mln.) en kosten verbonden aan aanpassingen van de ICT systemen i.v.m. het Rijksbrede nieuwe bankcontract. (€ 1,2 mln.). Het overige betreft diverse kleinere posten.

Bijdrage aan ZBO’s/RWT’s

Reclasseringsorganisaties

Er zijn drie erkende reclasseringsorganisaties: Reclassering Nederland, de Stichting Verslavingsreclassering GGZ (SVG) met elf regionale instellingen voor verslavingsreclassering en het Leger des Heils Jeugdzorg & Reclassering. In 2015 werkten de drie organisaties nauw met elkaar samen, zij het dat ze elk hun eigen aandachtsgebied hadden:

  • De SVG richt zich vooral op cliënten met verslavingsproblematiek.

  • Het Leger des Heils heeft als doelgroep met name de dak- en thuisloze cliënten binnen de Reclassering.

  • Reclassering Nederland kent geen specifieke doelgroep, maar bedient alle andere cliënten.

Deze reclasseringsorganisaties zijn belangrijke actoren binnen de strafrechtsketen, met als kerntaken advies, toezicht, werkstraffen en gedragsinterventies. Deze taken zijn rechtstreeks verbonden aan de

specifieke behoeften van de partners in de strafrechtsketen (OM, zittende magistratuur en DJI). Het verminderen van recidive en het voorkomen van slachtoffers staat hierbij centraal. De drie reclasseringsorganisaties ontvingen voor hun werkzaamheden ook in 2015 afzonderlijk een bijdrage in de vorm van een subsidie van het Ministerie van Veiligheid en Justitie.

Met betrekking tot de drie reclasseringsorganisaties (3RO) is in totaal € 12,7 mln. meer uitgegeven. Vanwege het feit dat de drie organisaties in 2015 nauw samenwerken en voor hen dezelfde bekostigingsvoorwaarden gelden, is er voor gekozen om een toelichting op totaalniveau te presenteren. De extra uitgaven hebben onder meer betrekking op de volgende onderwerpen:

  • € 8,8 mln. meer uitgegeven als gevolg van bijstelling van de verwachte vraag naar reclasseringsproducten (PMJ);

  • € 2,5 mln. meer uitgegeven als gevolg van meerproductie door de invoering van het Adolescenten strafrecht;

  • € 4 mln. meer uitgegeven als gevolg van deelname van de 3RO aan de ZSM-tafels en Veiligheidshuizen;

  • € 1,3 mln. meer uitgegeven als gevolg van nabetalingen naar aanleiding van de vaststellingen van de subsidies 2014 in 2015;

  • € 4,5 mln. minder uitgegeven als gevolg van het overhevelen van de bekostiging van gedrag interventies naar de Dienst Justitiële Inrichtingen;

  • De overige mutaties betreffen diverse kleinere posten.

Tabel 34.3. Productiegegevens reclasseringsorganisaties
 

Begroting

Realisatie

Productgroep

Aantal

Gemiddelde prijs

Aantal

Gemiddelde prijs

Adviezen

57.660

816

66.021

715

Toezichten

37.525

3.380

38.455

3.252

Gedragsinterventies

2.759

2.411

280

2.502

Werkstraffen

31.050

980

36.487

1.015

PM: Realisatiecijfers zijn voorlopig, definitieve cijfers volgen in mei.

Centraal Administratie Kantoor (CAK)

Het budget was bestemd voor het uitvoeren van de drie eigen bijdrage regelingen, welke in 2015 niet tot uitvoering konden komen door parlementaire behandeling. Het deel van het budget dat wel is gerealiseerd is besteed aan eerste ontwikkelingskosten.

Bijdrage aan (inter)nationale organisaties, medeoverheden

Overige Tenuitvoerlegging strafrechtelijk sancties en vreemdelingenbewaring

Dit betreft diverse kleinere bijdrage aan medeoverheden in het kader van tenuitvoerlegging strafrechtelijke sancties. Gedurende 2015 is budget dat voor opdrachten begroot was na een technische correctie ingezet als bijdrage aan (inter)nationale organisaties, medeoverheden.

Subsidies

DJI Vrijwilligerswerk gedetineerden

Dit betreft de door DJI uitgekeerde subsidie voor vrijwilligerswerk bij gedetineerden om zo de kansen op een duurzame resocialisatie en het terugdringen van recidive te vergroten.

In de ontwerpbegroting stond deze onder de opdrachten, daarom is hier niet op begroot maar wel op uitgegeven.

Overige Tenuitvoerlegging strafrechtelijk sancties en vreemdelingenbewaring

Dit betreft diverse kleinere subsidies aan medeoverheden in het kader van tenuitvoerlegging strafrechtelijke sancties. Gedurende 2015 is budget dat voor opdrachten begroot was na een technische correctie ingezet als subsidie.

Opdrachten

Forensische Zorg

De onderuitputting op forensische zorg is veroorzaakt door vertraging in de invoering van de Wet forensische zorg en de Wet verplichte GGZ. Door de vertraging zijn extra kosten die door de invoering verwacht waren niet opgetreden.

Vrijwilligerswerk gedetineerden

Dit betreft de door DJI uitgekeerde subsidie voor vrijwilligerswerk bij gedetineerden om zo de kansen op een duurzame resocialisatie en het terugdringen van recidive te vergroten.

In de ontwerpbegroting stond deze onder opdrachten, het is echter niet op opdrachten maar op subsidies gerealiseerd.

Uitvoeringskosten ketenregie tenuitvoerlegging

Gedurende het jaar is beschikbare budget overgeheveld naar CJIB en OM voor de uitvoering van het programma USB/financiële sancties (€ 7,6 mln.) en USB/Direct Betalen (€ 2,5 mln.).

Daarnaast is er voor circa € 5 mln. ingezet voor tenuitvoerlegging strafrechtelijke sancties en heeft een mutatie plaatsgevonden van € 2,5 mln. ten behoeve van de uitvoering van het project Centrale Coördinatie Betekenen.

Overige sanctietoepassing

Op dit artikel zijn middelen gereserveerd met als doel om de ketenregie in de executieketen te kunnen verbeteren.

De onderuitputting op opdrachten overige sanctietoepassing wordt veroorzaakt doordat een deel van de uitgaven er niet als opdracht is uitgegaan, maar als subsidie onder overige tenuitvoerlegging strafrechtelijke sancties en vreemdelingenbewaring of bijdrage medeoverheden op overige tenuitvoerlegging strafrechtelijke sancties en vreemdelingenbewaring.

34.4 Slachtofferzorg

Bijdrage ZBO’s/RWT’s

Schadefonds Geweldsmisdrijven

De commissie Schadefonds Geweldsmisdrijven krijgt jaarlijks de beschikking over een budget vanuit VenJ voor de bureaukosten. Het Schadefonds Geweldsmisdrijven geeft een financiële tegemoetkoming aan slachtoffers met ernstig psychisch of fysiek letsel wanneer zij hun schade niet op andere wijze vergoed krijgen. Er zijn hier extra kosten gemaakt door het wegwerken van achterstanden.

Slachtofferhulp Nederland

Slachtofferhulp Nederland biedt gratis juridische, praktische en emotionele ondersteuning aan slachtoffers, getuigen of nabestaanden na een misdrijf, verkeersongeluk of calamiteit.

Bijdrage aan (inter)nationale organisaties, medeoverheden

Overige slachtofferzorg

Conform de uitgangspunten van Verantwoord Begroten worden subsidies en bijdragen aan medeoverheden separaat gepresenteerd in de tabel budgettaire gevolgen van beleid. Gedurende het jaar 2015 is besloten een deel van de middelen voor slachtofferzorg die oorspronkelijk geraamd worden voor opdrachten in te zetten via subsidies of bijdragen aan medeoverheden met als doel slachtofferzorg.

Subsidies

Stichting Slachtoffer in Beeld en onderzoeken (SiB)

Slachtoffer in Beeld brengt slachtoffers en daders op vrijwillige basis met elkaar in contact, begeleid door een professionele bemiddelaar. Naast slachtoffer-dadergesprekken faciliteert Slachtoffer in Beeld ook briefwisselingen en bemiddelingen. Slachtoffer in Beeld is een zusterorganisatie van Slachtofferhulp Nederland. De hogere realisatie ten opzichte van de begroting komt doordat een andere interne directie ook bijdraagt aan de subsidie aan de stichting Slachtoffer in Beeld. Dit is bij de 2e suppletoire begroting aangevuld.

Overige slachtofferzorg

De uitgegeven middelen staan oorspronkelijk geraamd op «opdrachten slachtofferzorg», maar gedurende het jaar zijn er ook uitgaven gedaan middels een subsidie die onder dit artikel verantwoord worden.

Opdrachten

Slachtofferzorg

Conform de uitgangspunten van Verantwoord Begroten worden subsidies en bijdragen aan medeoverheden separaat gepresenteerd in de tabel budgettaire gevolgen van beleid. Gedurende het jaar 2015 is besloten een deel van de middelen voor slachtofferzorg die oorspronkelijk geraamd worden voor opdrachten in te zetten via subsidies of bijdragen aan medeoverheden met als doel slachtofferzorg.

Opdrachten Schadefonds Geweldsmisdrijven (SGM)

Onder deze post worden de financiële uitkeringen voor slachtoffers met ernstig psychisch of fysiek letsel geraamd, indien deze schade niet op andere wijze wordt vergoed. Deze uitkering wordt verstrekt via het Schadefonds Geweldsmisdrijven.

In 2015 zijn meer uitkeringen verstrekt aan slachtoffers als gevolg van het wegwerken van achterstand.

Ontvangsten

In 2015 is per saldo € 5,8 mln. minder ontvangen dan begroot. De belangrijkste oorzaak is dat er € 10,8 mln. minder aan administratiekostenvergoedingen CJIB is ontvangen als gevolg van minder opgelegde boetes. Daarnaast heeft het kabinet besloten om het wetsvoorstel bijdrage voor verblijf in een justitiële inrichting in te trekken. De geraamde opbrengst van € 6,4 mln. is daarmee niet gerealiseerd. Tegenover deze tegenvallers stonden meevallers met betrekking tot terugbetalingen van DJI (€ 7,1 mln.), Justis (€ 2,0 mln.) en andere bijdragen en subsidies.

35. Jeugd

Realisatie begrotingsuitgaven Veiligheid en Justitie € 12.718 miljoen art. 35 Jeugd 2,9%

Realisatie begrotingsuitgaven Veiligheid en Justitie € 12.718 miljoen art. 35 Jeugd 2,9%

Algemene doelstelling

Het beschermen van jeugdigen die in hun ontwikkeling worden bedreigd in de opvoed- en leefsituatie en het bestrijden van jeugdcriminaliteit en geweld in huiselijke kring.

Jeugdbescherming en jeugdreclassering

Rol en verantwoordelijkheid

In 2014 had de Minister op het gebied van jeugdbescherming en jeugdreclassering een regisserende rol op basis van de Wet op de Jeugdzorg. Vanaf 1 januari 2015 is de financiering van de jeugdbescherming en de jeugdreclassering gedecentraliseerd en loopt dit via het gemeentefonds. De Minister van Veiligheid en Justitie behoudt na de decentralisatie stelselverantwoordelijkheid voor het jeugdstelsel.

Jeugdsancties en preventie

De Minister heeft op het gebied van jeugdsancties en preventie verschillende rollen:

  • Een uitvoerende rol: de Minister beschikt over financiële en inhoudelijke voorwaarden op basis waarvan Halt, de Raad voor de Kinderbescherming (RvdK) en de sector Justitiële Jeugdinrichtingen (JJI) van DJI hun werkzaamheden uitvoeren in de strafrechtketen. De Minister is verantwoordelijk voor de beschikbaarheid van voldoende middelen (capaciteit, kwaliteit, tijdigheid) voor de tenuitvoerlegging van de sancties. Sturing geschiedt door middel van regelgeving, kaderstelling en financiering.

  • Een regisserende rol: de Minister is verantwoordelijk voor het (jeugd)strafrechtstelsel waarmee door middel van een effectieve aanpak jeugdcriminaliteit voorkomen wordt. De Minister heeft de regie op en een samenwerkingsrelatie met de gemeenten/steden, brancheorganisaties en de VNG betreffende de aanpak van jeugdcriminaliteit. Sturing geschiedt door middel van regelgeving, kaderstelling en financiering. De financiële middelen voor de uitvoering van de jeugdreclassering zijn overgeheveld naar de integratie-uitkering sociaal domein (onderdeel van het gemeentefonds).

Adoptie

De Minister heeft een uitvoerende rol op het gebied van interlandelijke adoptie en heeft in deze ook een sturingsverantwoordelijkheid ten aanzien van de Raad voor de Kinderbescherming en de vergunninghouders.

Decentralisatie Jeugdzorg

Beleidsconclusies

Per 1 januari 2015 is de jeugdbescherming en jeugdreclassering naar gemeenten gedecentraliseerd. Bij brief van 6 juli 201593 is de Tweede Kamer geïnformeerd over de verwachte dalende trend in het aantal ondertoezichtstellingen en uithuisplaatsingen en de daling in de gemiddelde doorlooptijd tussen de datum waarop de kinderrechter een maatregel uitspreekt en het eerste contact van de gezinsvoogd met de cliënt (cijfers 2014). Het aantal jeugdreclasseringsmaatregelen is in medio 2015 ten opzichte begin 2015 gedaald met 255 naar 7.87594. Hoewel het nog te vroeg is om conclusies te trekken over de doeltreffendheid van de decentralisatie, is op basis van deze informatie geen noodzaak gebleken tot bijstelling van het beleid.

Kinderbeschermingswetgeving

De herziene kinderbeschermingswetging is gelijktijdig met de jeugdwet in werking getreden. Daarmee is gehoor gegeven aan de motie-Ypma/ Voordewind95.

Budgettaire gevolgen van beleid

Tabel 35.1 Budgettaire gevolgen van beleid (bedragen x € 1.000)
   

Realisatie

Realisatie

Realisatie

Vastgestelde begroting

Verschil

   

2013

2014

2015

2015

 

Verplichtingen

821.589

346.145

372.558

372.566

– 8

             
             

35.1 Apparaatsuitgaven Raad voor de Kinderbescherming

         
 

Personeel

138.152

139.981

147.354

134.177

13.177

 

waarvan eigen personeel

130.578

129.248

130.596

127.338

3.258

 

waarvan externe inhuur

6.363

8.944

15.483

5.569

9.914

 

waarvan overige personele uitgaven

1.211

1.789

1.275

1.270

5

 

Materieel

40.921

29.199

31.399

32.744

– 1.345

 

waarvan ICT

6.618

3.147

7.998

6.364

1.634

 

waarvan SSO's

17.460

17.503

15.405

15.910

– 505

 

waarvan overige materiele uitgaven

16.843

8.549

7.996

10.470

– 2.474

             

Programma-uitgaven

661.291

550.532

191.383

205.645

– 14.262

35.2 Uitvoering jeugdbescherming en voogdij AMV's

         
 

Bijdrage aan ZBO's/RWT's

         
 

Landelijk Bureau inning Onderhoudsbijdrage

4.066

4.732

1.607

2.772

– 1.165

 

NIDOS – opvang

25.501

0

0

0

0

 

Bijdrage medeoverheden

         
 

Bureaus jeugdzorg – jeugdbescherming

302.406

282.043

653

0

653

 

BES Voogdijraad

 

1.069

1.348

1.248

100

 

Overig Uitvoering jeugdbescherming en voogdij AMV's

 

1.920

72

0

72

 

Subsidies

         
 

Subsidies jeugdbescherming

3.812

5.964

1.203

4.893

– 3.690

 

Overig Uitvoering jeugdbescherming en voogdij AMV's

 

2.926

537

0

537

 

Opdrachten

         
 

Jeugdbescherming – Regeling tegemoetkoming adoptiekosten

1.576

13

126

900

– 774

 

Stelsel Jeugdzorg

192

193

470

100

370

 

Bestrijding huiselijke geweld en kindermisbruik

2.003

367

526

277

249

 

Overig Uitvoering jeugdbescherming en voogdij AMV's

 

120

5

0

5

35.3 Tenuitvoerlegging justitiële sancties jeugd

         
 

Bijdrage Agentschappen

         
 

DJI – jeugd

241.199

169.690

165.167

160.998

4.169

 

Bijdrage ZBO's/RWT's

         
 

Halt

13.542

11.954

10.825

11.723

– 898

 

Bijdrage medeoverheden

         
 

Bureaus jeugdzorg – jeugdreclassering

65.133

62.204

0

0

0

 

Overig Tenuitvoerlegging justitiële sancties jeugd

 

806

287

0

287

 

Subsidies

         
 

Overig Tenuitvoerlegging justitiële sancties jeugd

 

670

342

0

342

 

Opdrachten

         
 

Bestrijding jeugdcriminaliteit & jeugdgroepen

0

1.410

1.288

4.020

– 2.732

 

Projecten jeugd straf

1.410

909

3.482

14.914

– 11.432

 

Veiligheidshuizen

451

0

0

0

0

 

Taakstraffen/erkende gedragsinterventies

0

3.542

3.445

3.800

– 355

             

Ontvangsten

13.082

13.321

16.998

1.487

15.511

35.1 Apparaatsuitgaven Raad voor de Kinderbescherming

De Raad voor de Kinderbescherming (RvdK), een onderdeel van het Ministerie van VenJ, heeft de taak om kinderen te beschermen indien de ontwikkeling van het kind in gevaar komt. De RvdK heeft een taak op terrein van bescherming, gezag en omgang, straf en ASAA (Afstand, Screening van pleeg en Aspirant-adoptiegezinnen, Adoptie en Afstemmingsvragen). Vanuit dit artikel worden de apparaatsuitgaven van de Raad voor de Kinderbescherming gefinancierd.

Bij de Raad voor de Kinderbescherming is er voor € 9,9 mln. meer geld uitgegeven aan externe inhuur. Het merendeel van deze extra uitgaven heeft betrekking op de verbetering van inkoop, financieel beheer (€ 1,5 mln.) en ICT-beheer (€ 4,2 mln.). Ook is meer ingehuurd vanwege het tijdelijk invullen van formatieplaatsen en vacatures gelet op de kwartiermakersfase voor een organisatieverandering (€ 1,5 mln.). De overige mutaties betreffen diverse kleinere posten.

Tabel 35.2 Productiegegevens RvdK
   

Realisatie

Raming

 

2014

2015

2015

Coördinatie taakstraffen

11.100

7.829

10.276

Strafonderzoek 2A

14.628

10.924

14.628

Strafonderzoek 2B

8.135

7.114

7.403

Onderzoeken schoolverzuim

4.700

3.216

4.700

Strafonderzoek GBM

170

118

170

Aantal beschermingszaken

18.209

15.482

17.622

RvdK Adoptiegerelateerde zaken

2.500

1.945

2.500

Aantal gezag en omgangszaken

4.900

5.204

4.900

Bron: Twaalfmaandsrapportages 2015

Toelichting

De RvdK is in 2013 begonnen via selectiviteit op de producten invulling te geven aan de bezuinigingen. De afgelopen drie jaar is er door selectiever werken sprake van een dalende instroom. De RvdK loopt voor op de overeengekomen afspraken waardoor realisaties lager zijn dan begroot en lager dan in 2014.

35.2 Uitvoering Jeugdbescherming en voogdij AMV’s

Bijdrage aan ZBO's/RWT's

Landelijk Bureau Inning Onderhoudsbijdrage (LBIO)

Het LBIO is een overheidsinstelling (ZBO) en verricht in opdracht van de Ministers van VenJ en VWS wettelijke taken op het gebied van onderhoudsbijdragen (inning kinder- en partneralimentatie en inning internationale alimentatie).

Tabel 35.3 Productiegegevens LBIO
 

Realisatie

2013

Realisatie

2014

Raming

2015

Realisatie

2015

Aantallen producten

       

Alimentatie

43.277

41.414

44.900

40.595

Internationale alimentatie

4.167

4.380

3.910

4.561

ouderbijdragen

169.760

160.506

0

21.3031

         

Kosten per geïnde euro

       

Alimentatie

€ 0

€ 0,01

€ 0,05

€ 0,01

Internationale alimentatie

€ 0,18

€ 0,15

€ 0,20

€ 0,16

ouderbijdragen

€ 0,17

€ 0,13

€ 0,04

X Noot
1

Per 1 januari 2015 is de taak voor het innen van ouderbijdragen overgedragen aan het Centraal Administratie Kantoor (CAK) van VWS. Met het LBIO is afgesproken dat zij reeds bij het LBIO lopende zaken afronden. De gerealiseerde productie voor ouderbijdragen betreft deze reeds lopende zaken.

Bijdrage aan medeoverheden

Bureaus jeugdzorg (BJZ) – jeugdbescherming

De realisatie op dit artikel betreft een nabetaling subsidievaststelling.

BES Voogdijraad

De BES Voogdijraad heeft civielrechtelijke en strafrechtelijke taken. De voogdijraad is, naast de civiele onderzoeks- en rekestrerende taak, bezig met het opzetten en ontwikkelen van taakstraffen en sinds juni 2010 met de uitvoering van jeugdreclassering. Daarnaast heeft de voogdijraad nog een financiële taak: bemiddeling, inning en uitbetaling van kinderalimentatie.

Subsidies

Subsidies Jeugdbescherming

De Minister subsidieert meerdere organisaties en initiatieven die betrekking hebben op de jeugdbescherming. Onder deze post vallen diverse kleinere subsidies zoals Centrum Internationale Kinderontvoering (IKO) en Stichting Adoptievoorzieningen (SAV)) en internationale contributies. De onderuitputting is deels te verklaren doordat een aantal projecten bij jeugdbescherming is vertraagd en uiteindelijk geen doorgang gevonden hebben in 2015.

Opdrachten

Regeling tegemoetkoming adoptiekosten

De Regeling tegemoetkoming adoptiekosten tot het verstrekken van een vergoeding van € 3.700,– voor buitenlandse kinderen waarvan de adoptie is afgerond in de periode 2009 tot en met 2012. De periode waarin een aanvraag voor een vergoeding kon worden ingediend verliep op 1 januari 2016. Er is minder aanspraak op deze regeling gemaakt dan verwacht.

Stelsel jeugdzorg

Het nieuwe jeugdstelsel en het daarmee gepaard gaande decentralisatieproces is goed en zonder incidenten verlopen. De beoogde transformatie van de jeugdbescherming is ingezet: het aantal kinderbeschermingsmaatregelen blijft dalen, nieuwe werkvormen worden ontwikkeld. Gemeenten maken zich hun nieuwe verantwoordelijkheden steeds meer eigen.

Bestrijding huiselijk geweld en kindermisbruik

Huiselijk geweld, kindermishandeling en seksueel misbruik zijn omvangrijke problemen in Nederland. Dit geldt in het bijzonder voor minderjarige slachtoffers. Doordat het geweld veelal achter gesloten deuren plaatsvindt, is een belangrijke doelstelling het vergroten van de zichtbaarheid van de problematiek. In 2014 is aan het Actieplan aanpak kindermishandeling 2012–2016 «Kinderen Veilig» uit voering gegeven. Diverse acties zijn gefinancierd, zo ontving het Nederlands Forensisch Instituut een bijdrage om het team forensisch artsen voor kinderen te gaan uitbreiden en om trainingen op te zetten voor regionaal werkende forensisch artsen over kindermishandeling. Ook de Taskforce Kindermishandeling ontving een bijdrage voor haar activiteiten. Zoals in het actieplan is aangekondigd heeft halverwege de looptijd een midterm review plaatsgevonden. Het merendeel van de acties is inmiddels afgerond.

35.3 Tenuitvoerlegging justitiële sancties jeugd

Bijdrage aan agentschappen

DJI-Jeugd

De DJI zorgt namens de Minister voor de tenuitvoerlegging van straffen en vrijheidsbenemende maatregelen, die na een beslissing van een rechter zijn opgelegd. Voor jeugdigen vindt deze tenuitvoerlegging plaats in een justitiële jeugdinrichting (JJI). Jaarlijks krijgt DJI een budget toegewezen vanuit het VenJ en worden afspraken gemaakt over de door DJI te leveren prestaties.

Tabel 35.4 Prestatie-indicator Jeugdsancties
 

Realisatie

Prognoses

2013

2014

2015

2015

Percentage jeugdigen waarvoor binnen 3 weken na instroom JJI eerste perspectiefplan gereed is

62%

80%

67%

85%

Percentage jeugdigen dat bij uitstroom JJI beschikt over dagbesteding

90%

90%

83%

90%

Percentage jeugdigen dat bij uitstroom JJI beschikt over een woonplek

97%

92%

92%

92%

Toelichting

In 2015 is binnen een pilot geëxperimenteerd met een nieuwe werkwijze met betrekking tot de perspectiefplannen. Deze pilot is positief geëvalueerd. In 2016 worden de uitkomsten van de pilot geïmplementeerd binnen de gehele sector. Dat de totaalcijfers over 2015 enigszins achterblijven bij de verwachting, hangt samen met de lopende reorganisatie in het kader van de samenvoeging van de rijksinrichtingen op grond van het Masterplan DJI. De particuliere inrichtingen scoren over het algemeen dicht bij het streefpercentage.

Bijdragen aan ZBO’s/RWT’s

HALT

Halt is als RWT verantwoordelijk voor de uitvoering van de Halt-afdoening (artikel 77e Wetboek van Strafrecht). De Minister financiert de Halt-afdoening. Naast deze repressieve activiteiten voert Halt ook preventieve activiteiten uit. Deze activiteiten worden grotendeels door gemeenten gefinancierd (aangevuld met incidentele bijdragen van provincies of andere fondsen).

Tabel 35.5 Productiegegevens Halt
 

2010

2011

2012

2013

2014

Realisatie 2015

Raming 2015

Haltafdoeningen

18.082

17.205

18.820

16.733

16.891

16.508

18.500

Opdrachten

Bestrijding Jeugdcriminaliteit en Jeugdgroepen

De aanpak van jeugdcriminaliteit en jeugdgroepen is door gemeenten, politie en OM met ondersteuning van VenJ ook in 2015 succesvol voortgezet. De aanpak jeugdgroepen is gericht op het stellen van grenzen bij onaanvaardbaar gedrag en het bieden van perspectief aan deze jongeren. De lokale partners worden door VenJ ondersteund door middel van een integrale aanpak: tijdig signaleren, ingrijpen, nazorg en het verbinden van straf, zorg, onderwijs en werk. De werkzame formule van de lokale integrale werkwijze wordt inmiddels op meer thema’s toegepast: kindermishandeling, Licht Verstandelijk Beperkte personen (LVB) en herijking Veiligheidshuizen. De lokale integrale aanpak wordt verder doorontwikkeld en uitgerold.

Projecten Jeugdstraf

De onderuitputting op projecten jeugd straf is met name veroorzaakt doordat het verwachte beroep op frictiekosten in het kader van de Transitie Autoriteit Jeugd (TAJ) zich maar in zeer beperkte mate heeft voorgedaan (ca. € 4 mln. onderuitputting). Daarnaast zijn bij Najaarsnota 2015 verschillende posten op artikel 35.3 de kaders naar beneden bijgesteld en zijn er budgetten overgeboekt naar andere artikelen in het kader van de reorganisatie bij de beleidsdirecties binnen DGSenB zoals bijvoorbeeld Adolescentenstrafrecht en EC Jeugd. Bij bestrijding jeugdcriminaliteit en jeugdgroepen is sprake geweest van overheveling van beleidsgeld naar apparaat conform de «Bloktoets» en goedgekeurd door het Ministerie van Financiën en DFEZ.

Taakstraffen/erkende gedragsinterventies

Gedragsinterventies worden bij jongeren ingezet met het doel recidive in de toekomst te verminderen.

Ontvangsten

Op artikel 35 Jeugd is voor € 17 mln. aan ontvangsten verantwoord. Dit betreffen met name terugbetalingen van LBIO (€ 3,1 mln.), Jeugdzorg Nederland (€ 1,6 mln.), PRIMA gelden (€ 3,5 mln.), DJI (€ 1,9 mln.) en Stichting HALT (€ 1,0 mln.).

Verder is bij de Raad voor de Kinderbescherming voor € 3,2 mln. aan meerontvangsten opgetreden dit met name als gevolg van selectiever werken en mobiliteit (met daaruit voortvloeiende extra ontvangsten IF-contracten/detacheringen).

36. Contraterrorisme en Nationaal Veiligheidsbeleid

Realisatie begrotingsuitgaven Veiligheid en Justitie € 12.718 miljoen art. 36 Contraterrorisme en Nationaal Veiligheidsbeleid 2,1%

Realisatie begrotingsuitgaven Veiligheid en Justitie € 12.718 miljoen art. 36 Contraterrorisme en Nationaal Veiligheidsbeleid 2,1%

Algemene doelstelling

Bijdragen aan een veilig en stabiel Nederland door het voorkomen en beperken van maatschappelijke ontwrichting door dreigingen te onderkennen, de weerbaarheid van burgers, bedrijfsleven en overheidsorganen te verhogen en de bescherming van vitale belangen te versterken.

  • De Minister van Veiligheid en Justitie heeft een regisserende rol op het gebied van nationale veiligheid en crisisbeheersing, terrorismebestrijding en cyber security. De taken worden namens de Minister uitgevoerd door de Nationaal Coördinator Terrorismebestrijding en Veiligheid (NCTV).

  • Daarnaast is bij koninklijk besluit vastgelegd dat de Minister van Veiligheid en Justitie doorzettingsmacht heeft wanneer het gaat om het voorkomen van terroristische misdrijven.

  • De Minister van Veiligheid en Justitie heeft, op basis van onder andere de Politiewet 2012, de verantwoordelijkheid voor de veiligheid van de leden van het Koninklijk Huis en is daarmee verantwoordelijk voor een adequate en proportionele uitvoering van de beveiliging rondom de leden van het Koninklijk Huis en woon- en werkverblijven. Deze beveiliging, afhankelijk van de uitvoeringsafspraken per persoon en object, wordt in personele zin uitgevoerd door de ministers van Veiligheid en Justitie en van Defensie. De Minister voor Wonen en Rijksdienst zorgt voor een adequate uitvoering van fysieke beveiliging van woon- en werkverblijven. Vanwege veiligheidsbelangen zijn gedane uitgaven niet nader toegerekend, omdat daar informatie over de beveiliging aan zou kunnen worden ontleend naar de te beveiligen objecten en personen.

  • De maatschappelijke effecten van het beleid ter bescherming van de nationale veiligheid (o.a. crisis- en cybersecuritybeleid en terrorismebestrijding) laten zich door het grote aantal activiteiten en instrumenten, de afhankelijkheid van derden bij de realisatie van de doelstellingen en met name de onvoorspelbaarheid van gebeurtenissen die de nationale veiligheid bedreigen, niet (altijd) in prestatie-indicatoren of kengetallen uitdrukken. Kwalitatieve indicatoren zijn te vinden in de voortgangsrapportages met betrekking tot contraterrorisme en -extremisme, cyber security en nationale veiligheid die jaarlijks aan de Tweede Kamer worden aangeboden.

Rol en verantwoordelijkheid

Beleidsconclusies

Het op dit artikel uitgevoerde beleid en de bijbehorende resultaten waren het afgelopen jaar conform de verwachtingen zoals vermeld in de begroting. Er was geen noodzaak tot afwijkingen van het voorgenomen beleid om door effectieve samenwerking in risico- en crisisbeheersing grootschalige uitval, verstoring of aantasting van de continuïteit van de samenleving te voorkomen of te minimaliseren.

Nationale veiligheid is in toenemende mate verweven met de internationale veiligheidsontwikkelingen. Dit geldt niet alleen in de fysieke wereld, maar ook in het digitale domein. Dat per definitie geen grenzen kent. Versterking van de nationale veiligheid en versterking van de internationale veiligheid gaan dan ook hand in hand. De NCTV werkt daarin nauw samen met de ministeries van Buitenlandse Zaken, Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties en Defensie.

Gezien het verwachte langdurige karakter van het jihadistische dreigingsbeeld, heeft het Kabinet in februari 2015 besloten de veiligheidsketen de komende jaren op een aantal punten substantieel en structureel te versterken. Daarmee is de veiligheidsketen in staat te doen wat redelijkerwijs nodig is op het terrein van contraterrorisme. Zo is de inlichtingencapaciteit uitgebreid, evenals de capaciteit om objecten te bewaken.

Door aanpassing van de lagere regelgeving behorend bij de Wet veiligheidsregio’s zijn enkele knelpunten van organisatorische aard in de crisisbeheersing en rampenbestrijding opgelost97. Het verder professionaliseren van de bevolkingszorg gebeurt aan de hand van een medio 2015 door het Veiligheidsberaad vastgesteld projectplan. De Nationale Academie Crisisbeheersing heeft in 2015 haar opleidingen, trainingen, oefeningen opengesteld voor medeoverheden en private partijen.

Budgettaire gevolgen van beleid

Tabel 36.1 Budgettaire gevolgen van beleid (bedragen x € 1.000)
   

Realisatie

Realisatie

Realisatie

Vastgestelde begroting

Verschil

   

2013

2014

2015

2015

 

Verplichtingen

284.113

248.370

277.987

248.052

29.935

             

Programma-uitgaven

210.768

250.529

262.894

248.052

14.842

36.2 Nationale Veiligheid en terrorismebestrijding

         
 

Bijdrage Agentschappen

         
 

Overige bijdragen Agentschappen

 

0

0

320

– 320

 

Bijdrage ZBO/RWT's

         
 

Instituut Fysieke Veiligheid

36.565

30.978

30.635

30.807

– 172

 

Bijdrage medeoverheden

         
 

Brede Doeluitkering Rampenbestrijding

128.462

177.293

176.097

175.225

872

 

Overig Nationale Veiligheid en terrorismebestrijding

9.529

4.993

9.992

5.140

4.852

 

Subsidies

         
 

Nederlands Rode Kruis

1.827

1.690

1.611

1.693

– 82

 

Nationaal Veiligheids Instituut

934

1.544

1.340

1.305

35

 

Onderwijs Veiligheidsregio's

250

0

0

0

0

 

Overig Nationale Veiligheid en terrorismebestrijding

2.905

1.548

10.290

2.057

8.233

 

Opdrachten

         
 

Project NL-Alert

3.254

5.963

6.693

5.931

762

 

Opdrachten NCSC

4.489

2.551

2.052

3.628

– 1.576

 

Overig terrorismebestrijding

2.556

2.289

481

500

– 19

 

Overig Nationale Veiligheid

8.774

10.540

9.455

10.294

– 839

             

36.3 Onderzoeksraad voor Veiligheid

         
 

Bijdrage ZBO/RWT's

         
 

Onderzoeksraad voor Veiligheid

11.223

11.140

14.248

11.152

3.096

             

Ontvangsten

212

351

2.589

0

2.589

Verplichtingen

Toelichting op de instrumenten

Het saldo van aangegane verplichtingen wijkt af van het begrotingstotaal. Ten eerste vanwege betalingen voor extra controlemaatregelen op handbagage op de luchthavens. Daarnaast zijn de verplichtingen verhoogd wegens het onderzoek naar de ramp met de MH17. Ook is in 2015 de bijdrage aan de OvV voor zowel 2015, als 2016 verplicht. Die verhoging is louter boekhoudkundig van aard en heeft geen gevolgen voor de uitgaven gehad.

36.2 Nationale Veiligheid en terrorismebestrijding

Bijdrage ZBO/RWT’s

Instituut Fysieke Veiligheid (IFV)

Het IFV verricht taken op het terrein van brandweer, GHOR, rampenbestrijding en crisisbeheersing. De taken betreffen onder meer het brandweeronderwijs (opleiden, trainen en oefenen), het ontwikkelen van lesstof, de uitvoering en organisatie van examens alsmede de verwerving en het beheer van (rampenbestrijdings-)materieel. Andere taken zijn het verzamelen en beheren van relevante kennis en het doen van onderzoek. Daarnaast maakt ook USAR.NL deel uit van het IFV.

De bijdrage aan het Instituut Fysieke Veiligheid (IFV) bedroeg € 30,6 mln.

Bijdrage aan medeoverheden

Brede Doeluitkering Rampenbestrijding (BDuR)

Van het totaal aan uitgaven voor de brandweer, GHOR, rampenbestrijding en crisisbeheersing op lokaal en regionaal niveau wordt ongeveer 90% bekostigd door de gemeenten uit hun algemene uitkering van het gemeentefonds. Daarnaast ontvangen de veiligheidsregio’s van het Ministerie van VenJ, op grond van het Besluit veiligheidsregio's, een Brede Doeluitkering Rampenbestrijding (BDuR) in de vorm van een lumpsum als financiële tegemoetkoming voor alle taken die in de Wet veiligheidsregio’s zijn opgenomen. De bijdrage ten behoeve van de brandweerzorg, rampenbestrijding en crisisbeheersing bedroeg € 176,1 mln.

Overige Bijdragen

Naast de reguliere bijdragen zijn bijzondere bijdragen toegekend voor aanvullende veiligheidsmaatregelen in het kader van het stelsel bewaken en beveiligen (€ 1,7 mln.) en bijzondere bijdragen voor het actieprogramma integrale aanpak jihadisme (€ 2,0 mln.).

Subsidies

Nederlands Rode Kruis

Het Nederlandse Rode Kruis start levensreddende activiteiten bij rampen en conflicten door het bieden van onderdak, voedsel, drinkwater en medische voorzieningen. De bijdrage ten behoeve van de rampenbestrijding aan het Nederlands Rode Kruis bedroeg € 1,6 mln.

Nationaal Veiligheidsinstituut

VenJ heeft in 2015 de jaarlijkse subsidie aan het Nationaal Veiligheidsinstituut verstrekt om een landelijk expositiecentrum op het terrein van veiligheid te beheren.

Overige Nationale Veiligheid en terrorismebestrijding

Onder dit instrument vallen de subsidies die worden verstrekt met het doel de aantasting van de nationale veiligheid te voorkomen en crisis beheersing te verbeteren.

Er is meer uitgegeven dan begroot, doordat in 2015 extra beveiligingsmaatregelen zijn getroffen op de luchthavens naar aanleiding van een voorstel van de Europese Commissie. Vanwege de korte termijn beslissing van de Europese Commissie tot afkondiging van de Verordening en het feit dat voor de implementatie van de extra maatregelen een tijdige doorwerking in de havengelden niet mogelijk is gebleken, is op basis van artikel 37ac, tweede lid van de Luchtvaartwet een tijdelijke vergoeding toegekend ter dekking van de kosten in de periode van 1 maart 2015 tot 1 november 2015.

Opdrachten

Project NL-Alert

NL-Alert is het systeem van de overheid om rampen- en crisisinformatie per mobiele telefoon te verzenden naar mensen in de omgeving van een acute ramp of crisis. Om mensen te laten controleren of hun mobiele telefoon is ingesteld voor NL-Alert, zijn in 2015 twee controleberichten uitgezonden. De controleberichten zijn ondersteund met een publiekscampagne. Als stap in de verdere ontwikkeling van NL-Alert, worden de berichten sinds eind 2015 ook op 4G uitgezonden. Dit heeft geresulteerd in een toename van het bereik tot 49% van de bevolking van 12 jaar en ouder (7,1 miljoen mensen).

Nationaal Cyber Security Centrum (NCSC)

Het NCSC is het centrum in Nederland waar publieke en private partijen, wetenschap en onderzoeksinstellingen operationele informatie en kennis bijeen brengen rondom cyber security. Daarnaast treedt het NCSC op als Computer Emergency Response Team (CERT) namens de Nederlandse overheid en fungeert in deze hoedanigheid als Nationaal Contactpunt voor cyber security. In 2015 heeft het NCSC 675 incidenten afgehandeld en 2.379 adviezen over beveiliging verstrekt. Daarnaast is onder andere in oktober 2015 het (vijfde) Cybersecuritybeeld Nederland (CSBN) gepubliceerd1. Het Cybersecuritybeeld Nederland wordt jaarlijks opgesteld. Doel is het bieden van inzicht in ontwikkelingen, belangen, dreigingen en weerbaarheid op het gebied van cybersecurity.

Van 26 oktober tot 6 november 2015 vond de vierde campagne Alert Online plaats, de landelijke awarenesscampagne waarmee de – inmiddels 151 – deelnemende partners aandacht vragen voor bewust online veilig gedrag. Daarnaast is in 2015 het wetsvoorstel «meldplicht en gegevensverwerking cybersecurity» in consultatie, gebracht en aan de Raad van State aangeboden.

36.3 Onderzoeksraad voor Veiligheid

Bijdragen ZBO’s en RWT’s

Onderzoeksraad voor Veiligheid (OvV)

De OvV verricht op grond van de rijkswet Onderzoeksraad voor veiligheid onafhankelijk onderzoek en stelt op basis daarvan aanbevelingen op voor het structureel vergroten van de veiligheid.

De OvV fungeert als onafhankelijk onderzoeksorgaan, dat op eigen gezag kan besluiten tot het doen van onderzoek naar de oorzaak van (ernstige) ongevallen en rampen of een dreiging daartoe.

De werkzaamheden van de raad zijn gekoppeld aan het zich voordoen van een voorval of een reeks van voorvallen. Ten behoeve van onderzoek naar de ramp met de MH17 is € 3,2 mln. aan de begroting toegevoegd. De onderzoeken die zijn gedaan in 2015 zijn te vinden op www.onderzoeksraad.nl.

37. Vreemdelingenzaken

Realisatie begrotingsuitgaven Veiligheid en Justitie € 12.718 miljoen art. 37 Vreemdelingen 13,9%

Realisatie begrotingsuitgaven Veiligheid en Justitie € 12.718 miljoen art. 37 Vreemdelingen 13,9%

Algemene doelstelling

Een op maatschappelijk verantwoorde wijze en in overeenstemming met internationale verplichtingen gereglementeerde en beheerste toelating tot, verblijf in en vertrek uit Nederland van vreemdelingen, alsmede verkrijging van het Nederlanderschap of de intrekking daarvan.

Rol en verantwoordelijkheid

De Minister van Veiligheid en Justitie ontwikkelt en geeft uitvoering aan het vreemdelingenbeleid en het beleid op grond van de rijkswet op het Nederlanderschap. Hij heeft daarbij:

  • een financierende rol ten aanzien van de opvang van asielzoekers, de afwikkeling van toelatingsprocedures in Nederland en de terugkeer van vreemdelingen uit Nederland;

  • verantwoordelijkheid voor de uitvoering van de Vreemdelingenwet en de Rijkswet op het Nederlanderschap door het geheel aan overheidsorganisaties dat zich (primair) met het vreemdelingen- en nationaliteitsbeleid bezighoudt;

  • verantwoordelijkheid voor de uitvoeringsorganisaties Immigratie- en Naturalisatiedienst (IND), Dienst Terugkeer en Vertrek (DT&V), het zelfstandig bestuursorgaan Centraal Orgaan opvang Asielzoekers (COA) en voor de centra van de Dienst Justitiële Inrichtingen (DJI) waar de vreemdelingenbewaring en de grensdetentie ten uitvoer wordt gelegd;

  • een gezagsrelatie met de Koninklijke Marechaussee en de Nationale Politie voor wat betreft het vreemdelingentoezicht.

Implementatie Gemeenschappelijk Europees Asiel Systeem

Beleidswijzigingen

In 2015 is het wetsvoorstel Wijziging van de Vreemdelingenwet 2000 ter implementatie van de Opvangrichtlijn en de Procedurerichtlijn aan uw Kamer aangeboden. Uw Kamer heeft deze wet op 21 april 2015 aangenomen. De Eerste Kamer heeft het wetsvoorstel op 7 juli 2015 aangenomen en de wet is op 20 juli 2015 in werking getreden. Deze wet heeft de asielprocedure op verschillende onderdelen gewijzigd teneinde deze in overeenstemming te brengen met de genoemde richtlijnen.

Ten eerste is de mogelijkheid geïntroduceerd om asielaanvragen niet-ontvankelijk of kennelijk ongegrond te verklaren. Hieraan zijn gevolgen verbonden ten aanzien van het al dan niet verlenen van schorsende werking aan het instellen van beroep. Ook biedt het de mogelijkheid om een verkorte procedure te voeren, bijvoorbeeld in het geval een asielzoeker afkomstig is uit een veilig land van herkomst.

Ten tweede is voor wat betreft het beroep bij de rechtbank de volledige en ex nunc toets van kracht geworden. Dit betekent dat de rechter een voortaan een volledige toets toepast ten aanzien de geloofwaardigheid van het asielrelaas. Als gevolg hiervan worden de beschikkingen van de IND op dit punt sinds 1 januari 2015 uitvoeriger gemotiveerd.

Voorts is een wijziging doorgevoerd van het stelsel van de gronden waarop schorsende werking bij beroep in eerste aanleg kan worden onthouden.

Tot slot zijn in de wet nieuwe bepalingen opgenomen met betrekking tot het weigeren en opschorten van toegang, de toepassing van de grensprocedure en inbewaringstelling.

Alternatieven vreemdelingenbewaring

Het wetsvoorstel Wet Terugkeer en Vreemdelingenbewaring is in 2015 aan uw Kamer aangeboden. Dit voorstel zal in 2016 verder worden behandeld. In dit voorstel wordt een eigen bestuursrechtelijk regime voor vreemdelingen in vreemdelingenbewaring of grensdetentie neergelegd. Het wetsvoorstel draagt bij aan de terugkeer van vreemdelingen die niet (langer) in Nederland mogen blijven. Uitgangspunt in het wetsvoorstel is dat de terugkeer van vreemdelingen die niet (langer) in Nederland mogen blijven zelfstandig plaatsvindt al dan niet via alternatieven voor bewaring, zoals een vrijheidsbeperkende maatregel of een meldplicht en dat vreemdelingenbewaring het uiterste middel is om terugkeer te realiseren.

Beleidsconclusies

Als gevolg van de verhoogde instroom is de vreemdelingenketen onder druk komen te staan. De druk betrof niet alleen het moeten realiseren van veel opvangplekken, maar de gehele keten. Het totaal aantal mensen in de opvang is in 2015 verdubbeld. Het is in 2015 gelukt om alle asielzoekers onderdak te bieden. Zo zijn er veel nieuwe opvangplekken gerealiseerd om deze druk het hoofd te kunnen bieden en hebben wij ook gebruik moeten maken van crisisnoodopvang door gemeenten. Om de verhoogde instroom verder in goede banen te geleiden hebben de partners binnen de vreemdelingenketen de samenwerking geïntensiveerd. De samenwerking ziet toe op de volledige keten, van eerste opvang tot bijvoorbeeld het verkrijgen van een status of de uitzetting. Hiertoe zijn nieuwe structuren in het leven geroepen, zijn knelpunten geïdentificeerd en weggenomen en zijn best practices ontwikkeld.

Verder zijn in 2015 internationaal eerste stappen gezet om de hoge instroom in goede banen te leiden, zoals Europese afspraken over hervestiging en herverdeling. Eerste nationale maatregelen die het Kabinet in 2015 heeft genomen betreffen onder meer het instellen van een lijst van veilige landen.

De verhoging van de budgetten van de uitvoeringsorganisaties houdt direct verband met de fors hoger dan geraamde asielinstroom in 2015.

Budgettaire gevolgen van beleid

Tabel 37.1. Budgettaire gevolgen van beleid (bedragen x € 1.000)
   

Realisatie

Realisatie

Realisatie

Vastgestelde begroting

Verschil

   

2013

2014

2015

2015

 

Verplichtingen

173.932

1.142.847

1.922.710

757.030

1.165.680

             
             

Programma-uitgaven

751.429

1.136.888

1.763.195

757.030

1.006.165

37.2

Toegang, toelating en opvang vreemdelingen

         
 

Bijdrage Agentschappen

         
 

Immigratie- en Naturalisatiedienst

312.131

323.621

389.717

278.503

111.214

 

Bijdrage ZBO/RWT's

         
 

Centraal Orgaan opvang asielzoekers (COA)

388.752

740.909

1.267.861

399.951

867.910

 

Nidos-opvang

 

24.738

43.302

23.273

20.029

 

Subsidies

         
 

Vluchtelingenwerk Nederland (VWN) e.a.

5.272

6.260

10.718

5.730

4.988

 

Overig toegang, toelating en opvang vreemdelingen

605

458

2.466

1.654

812

 

Opdrachten

         
 

Biometrie

1.188

400

0

2.504

– 2.504

 

Vernieuwing Grensmanagement

4.041

3.626

0

160

– 160

 

Keteninformatisering

13.100

12.009

19.220

14.537

4.683

 

Versterking vreemdelingenketen

495

592

7.377

3.038

4.339

             

37.3

Terugkeer

         
 

Bijdrage Agentschappen

         
 

DJI (DVenO)

7.700

6.910

6.385

8.400

– 2.015

 

Subsidies

         
 

REAN-regeling

6.600

8.833

9.089

6.424

2.665

 

Opdrachten

         
 

Vreemdelingen vertrek

11.545

8.532

7.060

12.856

– 5.796

             

Ontvangsten

27.466

1.369

70.537

0

70.537

Asielreserve

Voor het opvangen van hoeveelheidsfluctuaties in de Vreemdelingenketen houdt het Ministerie van Veiligheid en Justitie een begrotingsreserve aan bij het Ministerie van Financiën. De omvang van de reserve bedraagt momenteel € 804,1 mln. Onderstaande tabel geeft een overzicht van de mutaties van de asielreserve.

Tabel 37.2 Asielreserve (bedragen x € 1.000)

Stand 1-1-2015

€ 284.400

Toevoeging

€ 575.000

wv IND

€ 20.500

wv Nidos

€ 8.900

wv COA

€ 545.600

Onttrekking

– € 55.300

wv IND

– € 49.500

wv Nidos

– € 5.800

Stand 31-12-2015

€ 804.100

Onderstaande tabel geeft een overzicht van de belangrijkste kengetallen voor de vreemdelingenketen.

Tabel 37.3 Kengetallen vreemdelingenketen

Vreemdelingenketen (aantallen)1

Realisatie

Prognose

 

2011

2012

2013

2014

2015

2015

Asielinstroom2

14.630

13.360

17 190

29.890

58.800

21.000

Overige instroom3

10.330

9.150

13 260

18.050

23.200

11.850

Opvang COA

           

Instroom in de opvang4

13.760

13.300

16.470

29.820

60.430

21.000

Uitstroom uit de opvang

18.640

14.800

15.490

20.280

36.930

20.000

Gemiddelde bezetting in de opvang

18.720

14.400

14.700

19.590

30.280

25.200

Toegang en Toelating IND

           

Machtiging tot voorlopig verblijf (MVV)

49.720

46.600

6.580

14.040

24.100

6.000

Verblijfsvergunning regulier (VVR)

58.930

58.520

25.530

22.260

31.340

27.200

Toelating en verblijf (TEV)

– 

– 

39.820

35.840

41.870

39.000

Visa

2.420

1.480

1.760

1.190

1.010

2.500

             

Aantal naturalisatie verzoeken

26.300

28.890

24.230

24.820

25.450

17.400

Streefwaarden Terugkeer DT&V

           

Zelfstandig vertrek (%)

20%

20%

23%

26%

28%

20%

Gedwongen vertrek (%)

32%

29%

31%

28%

27%

30%

Zelfstandig vertrek zonder toezicht (%)

48%

50%

46%

47%

45%

50%

Bronnen: INDIS/INDiGO, Maandrapportage COA, Meerjarenraming Vreemdelingenketen en VenJ/KMI.

X Noot
1

Cijfers IND zijn afgerond op tientallen.

X Noot
2

Tot de asielinstroom behoren de eerste asielaanvragen, opvolgende asielaanvragen en nareis.

X Noot
3

Tot de overige asielinstroom behoren zijinstroom, uitgenodigde vluchtelingen, aanvragen voor verlenging van een asielvergunning, herbeoordelingen/intrekkingen van asielvergunningen, de verleningsaanvragen van reguliere asielgerelateerde vergunningen, de ongewenst verklaringen en de overige reguliere asielgerelateerde vergunningen.

X Noot
4

Er is altijd sprake van verklaarbare verschillen tussen de asielinstroom bij IND en bij het COA. Bij het COA stromen bepaalde categorieën vreemdelingen in, die geen nieuwe asielprocedure starten (zoals kinderen die geboren worden geboortes in de opvang. Ook stromen personen in die eerder in de opvang hebben verbleven en nog een lopende procedure hebben. Ook vangt het COA personen op die op andere gronden dan asielprocedures recht op opvang hebben, bijvoorbeeld slachtoffers van mensenhandel). Bij de IND stromen mensen in die niet bij het COA worden opgevangen (zoals mensen die een 2e of volgende asielaanvraag indienen en nog bij het COA verblijven of amv’s die in pleeggezinnen worden opgevangen).

Toelichting

Het totaal aantal geregistreerde asielaanvragen is aanzienlijk hoger uitgevallen dan bij het opstellen van de begroting was geraamd. De Tweede Kamer is over de financiële consequenties hiervan in het kader van de Najaarsnota/Tweede Suppletoire begroting reeds geïnformeerd. De sterkste toename deed zich voor in de tweede helft van het jaar. De hoge instroom is ook de verklaring voor de hoger dan geraamde instroom en bezetting in de opvang. Door de hoge asielinstroom is de vreemdelingen-keten onder grote druk komen te staan, zowel wat betreft het realiseren van voldoende opvangcapaciteit als wat betreft de uitbreiding van de personele capaciteit om de vele aanvragen tijdig te kunnen registreren en afhandelen. Onder meer door dat gemeenten crisisnoodopvang beschikbaar stelden, kon aan alle asielzoekers in Nederland een bed geboden worden.

Bij regulier wijkt vooral de realisatie van MVV Nareis af van hetgeen was geraamd. Ook dit heeft te maken met de hoge asielinstroom. Nadat een asielverzoek is ingewilligd, bestaat onder voorwaarden de mogelijkheid voor gezinshereniging, waarvoor eerst een MVV nareisverzoek moet worden ingediend. De toename van het aantal MVV-verzoeken komt door de hogere asielinstroom in de tweede helft van 2014 en in 2015.

Het aantal verblijfsvergunningen regulier (VVR) is hoger dan in 2014, omdat vanaf 2015 ook het aantal verzoeken om wijziging van het verblijfsdoel worden meegenomen.

De realisatie van het aantal visazaken in 2015 wijkt niet noemenswaardig af van de realisatie in 2014. Wel is bij de begroting voor 2015 al rekening gehouden met het feit dat de IND in 2015 een aantal Visataken van Buitenlandse Zaken heeft overgenomen. De informatiesystemen van de IND zijn er op dit moment nog niet op ingericht om hierover te kunnen rapporteren. In 2016 wordt dit opgelost.

Wat betreft het aantal naturalisatieverzoeken was ten tijde van het opstellen van de begroting de verwachting dat een aangepaste Rijkswet Nederlanderschap op 1 januari 2015 in werking zou treden. De termijn voor het aanvragen van naturalisatie wordt in het wetsvoorstel verlengd van vijf naar zeven jaar. Een dergelijke verlenging zou leiden tot een daling van de instroom in 2015. Omdat de Kamer nog geen datum heeft bepaald voor de behandeling van dit wetsvoorstel- zal deze wijziging van de Rijkswet op het Nederlanderschap naar verwachting in 2016 in werking treden.

Hierdoor heeft de verwachte daling niet plaatsgevonden en is de instroom vergelijkbaar met de instroom in 2014.

37.2 Toegang, toelating en opvang vreemdelingen

Toelichting op de instrumenten

Bijdrage aan agentschappen

Immigratie- en Naturalisatiedienst

De Immigratie- en Naturalisatiedienst (IND) is verantwoordelijk voor de uitvoering van het vreemdelingenbeleid en het beleid ten aanzien van de Rijkswet op het Nederlanderschap. Dat houdt in dat de IND alle aanvragen beoordeelt van vreemdelingen die in Nederland willen verblijven of Nederlander willen worden. Het kan gaan om vluchtelingen die niet veilig zijn in eigen land, maar ook om mensen die in Nederland willen werken en wonen of zich willen laten naturaliseren tot Nederlander.

Tabel 37.4 Bekostiging IND (x € 1.000)
 

Realisatie

Begroting

Verschil

Productgroep

2015

2015

 

Lumpsum

157.033 (45%)

139.598 (50%)

17.435

       

Asiel

115.199 (33%)

88.533 (32%)

26.666

Regulier

108.577(31%)

84.239 (30%)

24.338

Naturalisatie

8.600 (2%)

9.990 (4%)

– 1.390

Ketenondersteuning

3.265 (1%)

2.763 (1%)

502

       

Leges

– 48.696 (14%)

– 46.903 (17%)

– 1.793

Overige omzet

8.258 (2%)

 

8.258

 

352.235 (100%)

278.219 (100%)

68.042

De gestegen uitgaven aan de IND hangen voor een belangrijk deel samen met de hoger dan geraamde asielinstroom. De IND wordt hiervoor grotendeels op PxQ-basis (prijs maal aantal asielbeslissingen) gefinancierd door VenJ, maar het had ook gevolgen voor de hoogte van de lumpsumkosten (huisvesting, staven, ICT en materieel). Vanwege de hoge asielinstroom is bijvoorbeeld een extra aanmeldcentrum geopend en is extra personeel aangetrokken.

Verder zijn in 2015 de kostprijzen (de prijs die het departement aan de IND betaalt voor haar producten) herijkt. Na deze herijking wordt een iets groter deel van de lumpsumkosten nu toegerekend aan de producten, waardoor de lumpsumkosten relatief gezien zijn gedaald ten opzichte van de directe kosten. Bij Voor- en Najaarsnota is het budget voor de IND verhoogd.

Het verschil ad € 111.214 (tabel 37.1) in 2015 komt uit de 1e en 2e suppletoire begroting. De gestegen uitgaven aan de IND hangen voor een belangrijk deel samen met de hoger dan geraamde asielinstroom. Daarnaast is bij Najaarsnota 2015 de begrotingsstaat 2015 opgehoogd met € 26,5 mln. Dit betreft de onderuitputting op verschillende begrotingen die wordt ingezet als dekking voor de IND problematiek in 2016. Deze middelen zullen niet tot besteding komen in 2015 en worden d.m.v. de asielreserve doorgeschoven naar 2016.

Tabel 37.5 Kengetallen IND doorlooptijden:

Vreemdelingenzaken waarop binnen de wettelijke termijn is besloten.

 

Realisatie

Streefwaarde

 

2011

2012

2013

2014

2015

2015

Asiel

88%

88%

85%

93%

96%

89%

Regulier

87%

89%

87%

91%

91%

95%

Naturalisatie

87%

91%

70%

86%

96%

95%

De doorlooptijden van asiel en naturalisatie liggen binnen de streefwaarden en zijn bovendien verbeterd ten opzichte van het voorgaande jaar. De doorlooptijd van reguliere producten ligt iets beneden de streefwaarde. Dit heeft ermee te maken dat vanwege de hoge asielinstroom medewerkers in het reguliere proces zijn ingezet op asiel.

Bijdragen aan ZBO’s en RWT’s

Centraal Orgaan opvang asielzoekers

Het Centraal Orgaan opvang asielzoekers (COA) draagt zorg voor de opvang van vreemdelingen in Nederland. Het COA biedt vreemdelingen huisvestingen begeleiding. Het opvangbeleid is gericht op opvang van asielzoekers gedurende de asielprocedure.

Na een afwijzing van een asielverzoek moet de vreemdeling verplicht het land uit, al dan niet met ondersteuning van Dienst Terugkeer en Vertrek (DT&V) en/of de Internationale Organisatie voor Migratie (IOM) danwel zelfstandig terug te keren. Na afloop van de vertrektermijn wordt de opvang in beginsel beëindigd, waarna mogelijk nog plaatsing in een locatie voor vrijheidsbeperking of in een gezinslocatie aan de orde kan zijn om verder aan het vertrek te werken. In het geval van vergunningverlening is snelle doorstroming naar gemeentelijke huisvesting van belang om op die wijze integratie en participatie te bevorderen.

Het COA wordt op PxQ-basis (prijs maal de gemiddelde bezetting) gefinancierd. De verhoging van de bijdrage aan het COA houdt direct verband met de fors hoger dan geraamde asielinstroom in 2015. Hierdoor waren zowel de gerealiseerde bezetting als de gemiddelde kostprijs hoger dan begroot. De hogere gemiddelde kostprijs was het gevolg van het feit dat de kostprijzen voor de opvangmodaliteiten voor asielzoekers die zich in toelatingsprocedure bevinden, duurder zijn dan de overige opvangvormen. De kostprijs bestaat uit kosten huisvesting, gezondheidszorg, begeleiding, voor levensonderhoud en overhead. Onderstaand is de kostenverhouding tussen deze verschillende productgroepen zichtbaar gemaakt.

Tabel 37. 6 Bekostiging COA
 

Aandeel

Productgroep

Realisatie

Begroting

Huisvesting

32%

32%

Gezondheidszorg

28%

28%

Begeleiding

20%

20%

Levensonderhoud

20%

20%

     

Totaal

100%

100%

Tabel 37.6 Bekostiging COA: Voorlopige cijfers, COA- jaarverslag wordt na medio mei goedgekeurd.

De eerstejaarsopvang van asielzoekers uit zogeheten DAC-landen wordt bekostigd vanuit de ODA-middelen. Dit betreft een groot deel van de kosten van het COA, in 2015 ging het om € 1.219 mln. Vanuit het budget voor opvang is € 545,6 mln. in de asielreserve gestort ten behoeve van de opvang in 2016. In de HGIS-nota van de Minister van Buitenlandse Zaken wordt verder op deze ODA-toerekening ingegaan.

Tabel 37.7 Prestatie-indicator Centraal Orgaan opvang Asielzoekers (gemiddelde verblijfsduur in maanden)
 

Realisatie

Prognose

 

2012

2013

2014

2015

2015

Gemiddelde opvangduur vergunninghouders na vergunningverlening

5

3,7

4,7

4,6

3,5

Gemiddelde verblijfsduur opvang op basis van uitstroom

14

13

9,8

8,1

12

Bron: Maandrapportage COA

De gemiddelde opvangduur van vergunninghouders na vergunningverlening is iets gedaald ten opzichte van 2014. Het ligt nog steeds boven de streefwaarde van 3,5 maanden. In 2015 is het aantal ingewilligde asielaanvragen sterk gestegen. Hierdoor is de wachttijd voor huisvesting in een gemeente in de 2e helft van 2015 gestegen. Er zijn maatregelen genomen om de uitplaatsing van vergunninghouders te versnellen onder andere door het afsluiten van een bestuursakkoord met de VNG.

De daling van de gemiddelde opvangduur van alle uit de opvang van het COA gestroomde vreemdelingen houdt verband met het feit dat het inwilligingspercentage hoger is dan eerdere jaren. Over het algemeen is de opvangduur van asielzoekers die in aanmerking komen voor een vergunning namelijk korter dan van asielzoekers die een afwijzing op de asielaanvraag ontvangen.

Door de hoge asielinstroom en het hoge inwilligingspercentage zijn echter zowel het aantal uitplaatsingen naar gemeenten als het aantal vergunninghouders in de opvang gestegen.

Het verschil ad € 867.910 (x 1.000.) (tabel 37.1) in 2015 komt uit de 1e en 2e suppletoire begroting. Dit is het gevolg van de hoge asielinstroom en de stijgende bezetting van de gemiddelde opvangduur bij het COA.

Subsidies

Vereniging Vluchtelingenwerk Nederland

Vereniging Vluchtelingenwerk Nederland (VWN) zet zich op basis van Universele verklaring voor de Rechten van de Mens in voor de bescherming en het behartigen van de belangen van vluchtelingen en asielzoekers. Daarnaast ondersteunt VWN direct of indirect vluchtelingen en asielzoekers bij het opbouwen van een nieuw bestaan in Nederland. Activiteiten van VWN betreffen met name de voorlichting aan vluchtelingen over procedures.

Het verschil ad € 4.988 (tabel 37.1) (x 1.000.) in 2015 komt uit de 1e en 2e suppletoire begroting. Er is meer subsidie verstrekt dan was begroot. Dit heeft te maken met de hoge asielinstroom en de uitbreiding van het aantal opvang- en noodopvanglocaties.

Stichting Nidos

Het Ministerie van Veiligheid en Justitie verstrekt een bijdrage aan Stichting Nidos. Deze stichting is belast met de voogdij over alleenstaande minderjarige vreemdelingen en met het uitvoeren van de kinderbeschermingsmaatregel ondertoezichtstelling wanneer het om kinderen uit vluchtelingengezinnen gaat.

De subsidie aan Nidos bestaat uit verzorgingskosten en uit begeleidingskosten. Deze subsidie wordt op basis van jaarplannen verstrekt en is voor wat betreft de begeleidingskosten direct gerelateerd aan het aantal pupillen onder Nidos begeleiding. Daarnaast is de jaarlijkse instroom van AMV’s van invloed op het aantal pupillen onder Nidos begeleiding.

Tabel 37. 8 Productiegegevens Nidos
 

Realisatie

Realisatie

Begroot

 

2014

2015

2015

Instroom AMV’s

1.490

4.505

1.590

Aantal pupillen onder Nidos-begeleiding

2.960

6.335

3.230

Het verschil ad € 20.029 (x1.000) uit de tabel 37.1 budgettaire gevolgen van beleid komt uit de 1e en 2e suppletoire begroting. De gestegen uitgaven aan de Nidos hangen voor een belangrijk deel samen met de hoger dan geraamde instroom van alleenstaande minderjarige vreemdelingen.

Opdrachten

Keteninformatisering en biometrie

De budgetten voor Keteninformatisering en biometrie zijn gebruikt voor opdrachten aan de verschillende ontwikkelprogramma’s en het structurele beheer van de hierbij opgeleverde voorzieningen.

Het programma Keteninformatisering heeft belangrijke stappen gezet in het efficiënter, effectiever en flexibeler maken van de gezamenlijke uitvoering van het vreemdelingenbeleid. De vervanging van papieren uitwisseling naar digitale uitwisseling is in 2015 voortgezet. De gegevensuitwisseling tussen de IND en DT&V vindt sinds Q3 2015 volledig digitaal plaats.

Verder zijn de bestaande voorzieningen voor digitale uitwisseling verder uitgebouwd, waardoor binnen de Vreemdelingenketen digitaal beschikbare informatie eenvoudiger kan worden ontsloten voor de medewerkers van de uitvoeringsorganisaties. Voor het bieden van inzicht in het gezamenlijk functioneren van de Vreemdelingenketen wordt vanaf 2015 gebruik gemaakt van het in 2014 opgeleverde systeem voor Ketenmanagementinformatie. In 2015 zijn op basis van dit systeem naast de al bestaande rapportages nieuwe, meer geïntegreerde ketenrapportages opgesteld die nauw aansluiten bij het Ketenplan.

De voornaamste mutaties ad. € 2.019 (Biometrie, Vernieuwing Grensmanagement en Keteninformatisering) uit de tabel 37.1 budgettaire gevolgen van beleid wordt o.a. veroorzaakt door het samenvoegen van budgetcodes en een kasschuif van Biometrie naar Keteninformatisering.

Versterking Vreemdelingenketen

In 2015 zijn vanuit dit budget diverse kleinere opdrachten gefinancierd met als doel verbeteringen in de vreemdelingenketen te bereiken. Het betreft hier vooral jaarlijkse bijdrages of subsidies aan organisaties en instellingen die zich inzetten voor de belangen van de vreemdeling of de versterking van de vreemdelingenketen.

De voornaamste mutaties uit tabel 37.1 komen uit de1e en 2e suppletoire begroting. Ten tijde van de 2e suppletoire begroting 2015 is € 13,3 mln. door het Kabinet beschikbaar gesteld voor de voorziening op bed, bad en brood voor uitgeprocedeerde asielzoekers. Via een decentralisatie uitkering is een bedrag van € 10,3 mln. uitgekeerd aan de gemeenten.

Het resterende bedrag heeft niet in 2015 tot uitgaven geleid en wordt toegevoegd aan de Asielreserve, conform de afspraken.

37.3 Terugkeer

Bijdrage aan agentschappen

DJI/Dienst Vervoer en Ondersteuning

De DT&V schakelt de Dienst Vervoer en Ondersteuning (DV&O) in voor het vervoer van vreemdelingen.

Subsidies

REAN-regeling

De DT&V en de Internationale Organisatie voor Migratie (IOM) werken met elkaar samen op het gebied van zelfstandige terugkeer.

Opdrachten

Terugkeer vreemdelingen

De DT&V bevordert het daadwerkelijke vertrek van vreemdelingen door de regie over het vertrekproces van individuele vreemdelingen te voeren. Dat gebeurt onder meer door het voeren van gesprekken met vreemdelingen, het faciliteren van het verkrijgen van reisdocumenten, het geven van voorlichting en het voorbereiden van het daadwerkelijke vertrek. Daarnaast bevordert de DT&V de samenwerking op het terrein van terugkeer met landen van herkomst en landen van de Europese Unie.

Ook in 2015 heeft de prioriteit in eerste instantie gelegen bij zelfstandig of vrijwillig vertrek en hebben vreemdelingen van de overheid praktische en financiële ondersteuning voor terugkeer ontvangen. Door de IOM, gemeenten, onderwijsinstellingen en maatschappelijke organisaties zijn met nationale en Europese middelen verschillende projecten uitgevoerd waarin aan vreemdelingen «in natura» ondersteuning is geboden, zoals het bieden van een (vak)opleiding en het opstellen van een businessplan. Indien vreemdelingen desondanks niet vrijwillig vertrekken, wordt ingezet op gedwongen vertrek, waarbij medewerking van landen van herkomst essentieel is. Kabinetsbreed is ingezet op het verkrijgen van deze medewerking van herkomstlanden.

De onderuitputting op programmagelden bij de DT&V van € 5,796 mln. (tabel 37.1) wordt veroorzaakt doordat enerzijds het aantal vreemdelingen dat vertrekt achterblijft en anderzijds het aantal reisbewegingen voor rekening van de DT&V (dienstverlening door de Dienst vervoer en ondersteuning) minder is. Het effect van de hoge instroom in de Vreemdelingenketen heeft zich in 2015 (nog) nog niet merkbaar voorgedaan bij de DT&V die zich achteraan in de keten bevindt.

5. NIET-BELEIDSARTIKELEN

91. Apparaat kerndepartement

Realisatie begrotingsuitgaven Veiligheid en Justitie € 12.718 miljoen Niet-beleidsartikelen (91, 92, 93) 3,6%

Realisatie begrotingsuitgaven Veiligheid en Justitie € 12.718 miljoen Niet-beleidsartikelen (91, 92, 93) 3,6%
Tabel 91.1 Budgettaire gevolgen van beleid (bedragen x € 1.000)
 

Realisatie

Realisatie

Realisatie

Vastgestelde begroting

Verschil

 

2013

2014

2015

2015

 

Verplichtingen

522.949

470.159

440.667

387.481

53.186

           

91.1 Apparaatsuitgaven kerndepartement

         

Personeel

249.780

261.951

268.198

236.640

31.558

waarvan eigen personeel

213.215

223.912

233.150

199.151

33.999

waarvan externe inhuur

35.407

35.968

33.490

35.031

– 1.541

waarvan overige personele uitgaven

1.158

2.071

1.558

2.458

– 900

Materieel

220.965

203.630

183.249

166.398

16.851

waarvan ICT

23.968

15.926

21.803

10.364

11.439

waarvan SSO's

159.040

153.408

133.064

107.944

25.120

waarvan overige materiele uitgaven

37.957

34.296

28.382

48.090

– 19.708

           

Ontvangsten

17.223

23.765

77.180

706

76.474

Toelichting uitgaven en verplichtingen

Ten opzichte van de begroting is in 2015 € 48,4 mln. meer uitgegeven. Het budgettaire kader van artikel 91 «Apparaat kerndepartement» is bij eerste en tweede suppletoire begrotingswet 2015 verhoogd met € 52 mln.

Eigen personeel

De belangrijkste oorzaken van de hogere uitgaven aan personeel zijn:

  • JustID (Justitiële Informatiedienst) heeft opdrachten uitgevoerd voor derden. De kosten en opbrengsten van deze opdrachten waren niet begroot en zijn in 2015 aan het budgettair kader toegevoegd (€ 16,2 mln.).

  • De overige € 17,7 mln. bestaat uit vele kleinere mutaties die kleiner zijn dan € 5mln.

ICT

Het saldo wordt verklaard door diverse mutaties (kleiner dan € 5 mln.) zoals extra kosten die gemaakt zijn bij het invoeren van digitaal werken bij Dienst terugkeer & Vertrek, een hogere betaling voor Microsoft licenties, het I-plan en opdrachten uitgevoerd door JustID.

Shared Service Organisaties (SSO’s)

De kosten voor gebruikersvergoedingen (huisvesting) en generieke dienstverlening (Facilitair en ICT) zijn hoger uitgevallen dan geraamd (ruim € 15,8 mln.). Ook extra eisen aan beveiliging speelt daarbij een rol. Daarnaast is sprake van een tendens dat uitbestedingen vaker via een SSO worden gedaan. Verder zijn er een groot aantal mutaties geboekt die kleiner zijn dan € 5mln., waaronder een budgetverhoging in verband met centralisatie van betalingen aan EC&OP (Expertisecentrum organisatie en personeel voor rijksoverheid).

Overige materiële uitgaven

De budgetverlaging bestaat uit vele mutaties kleiner dan € 5 mln.

Ontvangsten

In 2015 is € 76,5 mln. meer aan ontvangsten geboekt dan oorspronkelijk begroot. Het budgettaire kader van artikel 91 «Apparaat kerndepartement» is bij eerste en tweede suppletoire begrotingswet 2015 verhoogd met € 76,3 mln.

De belangrijkste oorzaken zijn:

  • Ontvangsten JustID voor uitgevoerde opdrachten voor derden. De vergoedingen voor deze opdrachten worden door middel van een desaldering toegevoegd aan het budgettaire kader. Tegenover de (extra) ontvangsten staan ook (extra) uitgaven van € 16,2 mln. De vergoedingen hiervoor zijn bij de tweede suppletoire begroting door middel van een desaldering aan het budgettaire kader toegevoegd

  • Tariefsverlaging Rijksvastgoedbedrijf (RVB)

  • Er is gebleken dat er ruimte is binnen de tarieven die de RVB in rekening brengt. Naar aanleiding hiervan zijn de huren geanalyseerd. Het resultaat is dat de tarieven structureel verlaagd worden, ook onder andere vanwege het verlengen van de afschrijvingstermijnen en de lagere rente. In 2015 hebben departementen in plaats van een huurverlaging een teruggave vanuit de RVB ontvangen. Voor VenJ betreft het € 52,3 mln. aan extra ontvangsten die bij de eerste suppletoire begroting 2015 zijn verwerkt.

  • De overige € 8 mln. bestaat uit diverse mutaties kleiner dan € 5 mln.

Totaaloverzicht apparaatsuitgaven/kosten inclusief agentschappen en ZBO’s en RWT’s

Tabel 91.2 Totaaloverzicht apparaatsuitgaven en -kosten inclusief agentschappen en ZBO’s/RWT’s (x € 1.000)
 

Realisatie

Realisatie

Realisatie

begroting

Verschil

(x EUR 1.000)

20131

20141

20151 2

2015

 

Kerndepartement

470.745

465.581

451.447

403.038

48.409

           

Grote uitvoeringsorganisaties

         

Openbaar Ministerie

578.035

482.476

484.210

454.807

29.403

Raad voor de rechtspraak

973.412

864.050

881.167

899.831

– 18.664

Raad voor de Kinderbescherming

179.073

169.180

178.753

166.921

11.832

Hoge Raad

25.447

24.939

27.275

24.968

2.307

           

Agentschappen

         

Dienst Justitiële Inrichtingen

1.149.013

1.113.585

1.090.085

1.125.075

– 34.990

Immigratie en Naturalisatiedienst

307.434

309.437

332.534

265.870

66.664

Centraal Justitieel Incasso Bureau

90.490

97.620

105.466

100.043

5.423

Nederlands Forensisch Instituut

71.656

46.544

50.358

44.353

6.005

Dienst Justis

32.151

36.435

34.727

29.544

5.183

           

Totaal apparaatskosten ZBO's en RWT's

         

Nationale Politie

4.976.547

4.971.272

n.n.b.

4.877.789

– 93.483

Politieacademie (PA)

132.323

124.524

n.n.b.

112.012

– 12.512

Raad voor rechtsbijstand (RvR)

54.089

52.270

47.251

51.809

4.558

Bureau Financieel Toezicht (Bft)

6.250

6.250

6.316

2.408

– 3.908

Autoriteit persoonsgegevens (AP)

7.827

8.211

8.358

8.191

– 167

College voor de Rechten van de Mens (CRM)

6.113

5.835

6.247

6.016

– 231

College van toezicht collectieve beheersorganisaties auteurs- en naburige rechten

549

685

n.n.b.

686

1

College gerechtelijk deskundigen (NRGD)

1.701

1.532

1.765

1.723

– 42

Raad voor de rechtshandhaving

363

363

377

350

– 27

Reclasseringsorganisaties (cluster):

         

– Stichting Reclassering Nederland (SRN)

135.235

139.350

n.n.b.

125.362

– 13.988

– Leger des Heils, Jeugdbescherming en Reclassering

20.836

21.039

n.n.b.

21.025

– 14

– Regionale instellingen voor verslavingszorg met een reclasseringserkenning (cluster)

71.631

65.515

n.n.b.

62.885

– 2.630

Commissie Schadefonds Geweldsmisdrijven (SGM)

18.536

6.332

n.n.b.

5.321

– 1.011

Slachtofferhulp Nederland (SHN)

25.293

27.634

n.n.b.

34.043

6.409

Particuliere forensisch psychiatrische centra (cluster)

209.917

0

0

0

0

Landelijk Bureau Inning Onderhoudsbijdragen (LBIO)

4.066