Kamerstuk

Datum publicatieOrganisatieVergaderjaarDossier- en ondernummer
Tweede Kamer der Staten-Generaal2014-201529279 nr. 271

29 279 Rechtsstaat en Rechtsorde

Nr. 271 BRIEF VAN DE STAATSSECRETARIS VAN VEILIGHEID EN JUSTITIE

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal

Den Haag, 13 augustus 2015

De aanpak van openstaande gevangenisstraffen is één van de gezamenlijke prioriteiten van politie, CJIB en het OM op het gebied van de tenuitvoerlegging van straffen. Conform toezegging door mijn ambtsvoorganger wordt u jaarlijks geïnformeerd over de voortgang van de aanpak. Met deze brief ontvangt u in navolging hierop een actuele stand van zaken. De verrichtte inspanningen dusver leiden tot zichtbaar resultaat. Dit is bemoedigend en geeft aan dat het zaak is op deze ingeslagen weg voort te gaan om het aantal openstaande gevangenisstraffen verder terug te dringen.

1. Actieve opsporing openstaande vrijheidsstraffen

In zijn brief van 2 juli 2014 heeft mijn ambtsvoorganger duidelijk gemaakt dat op dat moment actieve opsporing nodig en mogelijk was bij 2.417 openstaande vrijheidsstraffen (Kamerstuk 29 279, nr. 203). Overeenkomstig de wens van uw Kamer, richten mijn inspanningen zich op het reduceren van deze zaken door het actief opsporen en zo mogelijk aanhouden van de betreffende veroordeelden. Het resultaat is dat van 1 april 2014 tot 1 mei 2015 19% van deze straffen daadwerkelijk zijn of worden uitgezeten. Dat is een bemoedigend resultaat, zeker gezien de doelgroep, die zich vaak bewust onttrekt aan de tenuitvoerlegging van de vrijheidsstraf en daarom moeilijk traceerbaar is.

Ik zal de komende jaren onverminderd blijven inzetten op het opsporen en aanhouden van deze groep, onder meer door de verdere professionalisering van de executietaken bij de politie en het Administratie- en Informatie Centrum voor de Executieketen (AICE), als spin in het web van de executieketen. Zo wordt de informatie-uitwisseling tussen het AICE en de politie sterk verbeterd met als gevolg dat een actueel beeld van alle openstaande straffen snel beschikbaar komt. Dit stelt de politie in staat de opsporingsopdrachten met betrekking tot bijvoorbeeld openstaande straffen niet alleen zaaksgericht, maar ook persoonsgericht uit te voeren. Agenten op straat krijgen bovendien inzicht in alle openstaande straffen binnen Nederland, in plaats van alleen binnen de eigen politie-eenheid.

Aanhoudingen groep «actieve opsporing»

De veroordeelden, die het afgelopen jaar actief zijn opgespoord en aangehouden, hadden 460 openstaande vrijheidsstraffen met een totale strafduur van 122 celjaren en een gemiddelde strafduur van 103 dagen. De meest voorkomende delicten zijn diefstallen, geweld en inbraken die samen goed zijn voor ongeveer de helft van de zaken. In incidentele gevallen gaat het om zware misdrijven als zedendelicten, mensenhandel of deelname aan een criminele organisatie.

Deze groep is opgespoord en aangehouden door lokale en regionale politie-eenheden, voor de openstaande straffen van meer dan 120 dagen in nauwe samenwerking met het «Fugitive Active Search Team» (FAST)1 van OM en politie. FAST fungeert tevens als liaison met de buitenlandse autoriteiten in geval van veroordeelden, die in het buitenland verblijven. Deze groep wordt door FAST internationaal gesignaleerd en actieve opsporing vindt plaats bij een strafduur (of strafrestant) van meer dan 300 dagen. Bij een geringe strafduur wordt door de buitenlandse autoriteiten doorgaans geen prioriteit aan het opsporen van deze personen gegeven.

Huidige volume openstaande vrijheidsstraffen «actieve opsporing»

Het totale bestand «actieve opsporing» bestaat op 1 mei 2015 uit 2.843 zaken. Dit wordt veroorzaakt door een hoge instroom van korte onherroepelijke gevangenisstraffen bij veroordeelden met een buitenlandse of onbekende verblijfplaats in het afgelopen jaar. Deze groep is na veroordeling moeilijk te traceren, waardoor de straf niet wordt uitgevoerd en vaak langdurig openstaat. In deze gevallen zal worden ingezet op een ruimere toepassing van het (super)snelrecht en daarmee de onmiddellijke tenuitvoerlegging van de straf. Ik verwacht dat daardoor het langdurig openstaan van dergelijke straffen wordt teruggebracht. Hiervoor hebben de Raad voor de Rechtspraak en het College van Procureurs-generaal in een brief aan de lokale rechtbanken en parketten reeds aandacht gevraagd.

Tevens kan de betrokkenheid van het AICE bij de landelijke aanpak «Adreskwaliteit» ertoe leiden dat veel vaker betrouwbare adressen van veroordeelde personen bekend zijn of worden. Bij deze aanpak, geïnitieerd door het Ministerie van BZK in het kader van de rijksbrede aanpak van fraude, komen adresmeldingen uit meerdere bronnen samen in 1 omgeving, waardoor vergelijking en verrijking van informatie mogelijk is. Met die informatie kunnen gemeenten effectiever adresonderzoek doen om de juiste verblijfplaats (o.a. van veroordeelden) te achterhalen.

2. Resultaten «zelfmelders»

Bij het CJIB zijn de afgelopen 5 jaar gemiddeld 12.000 vonnissen per jaar ingestroomd met een gehele of gedeeltelijke onvoorwaardelijke gevangenisstraf. Iets minder dan de helft van de personen, waar deze vonnissen betrekking op hebben, wordt in eerste instantie aangemerkt als zogenaamde «zelfmelder». Een zelfmelder is een veroordeelde met een onherroepelijke onvoorwaardelijke vrijheidsstraf die zich, na een daartoe ontvangen oproep, dient te melden bij een penitentiaire inrichting (P.I.) voor het ondergaan van de opgelegde vrijheidsstraf.

Indien de persoon zich niet meldt, krijgt de politie een arrestatiebevel om deze persoon aan te houden.

Om de tenuitvoerlegging van het vonnis te versnellen, is een aangescherpte werkwijze t.a.v. de groep van zelfmelders tussen het AICE en de Dienst Justitiële Inrichtingen ontwikkeld en via een pilot vanaf 1 september 2014 tot medio december uitgevoerd. De vooraankondiging van het AICE is komen te vervallen en daardoor komt de zaak eerder binnen bij DJI om de zelfmeldprocedure in gang te zetten. DJI roept dagelijks personen met een openstaand vonnis op om zich te melden bij een P.I. in de buurt van het woonadres. Betrokkene wordt te kennen gegeven dat, indien hij/zij zich niet meldt, aanhouding zal volgen en plaatsing in een inrichting met een sober regime. De personen, die zich wel zelf melden, worden geplaatst in een regime met een aantal vrijheden (plusregime).

De nieuwe werkwijze heeft geleid tot een hoger meldingspercentage van zelfmelders bij de P.I.»s en een eerdere start van de tenuitvoerlegging.

Voor de uitvoering van de pilot was het gemiddelde meldingspercentage 30%. Tijdens de pilotperiode zijn 3369 vrijheidsstraffen ingestroomd, waarvan 1613 veroordeelden als zelfmelder zijn aangemerkt en door DJI zijn aangeschreven. Het meldingspercentage is gedurende de pilot gestegen naar gemiddeld 40%.

De doorlooptijd tussen het aanschrijven van de betreffende personen en het melden aan de gevangenispoort, is teruggebracht naar ruim 30 dagen, een halvering ten opzichte van de oorspronkelijke werkwijze die rond de 60 dagen kostte.

Deze positieve resultaten zijn voor mij aanleiding om de werkwijze te bestendigen, als ook om te onderzoeken of ook andere doelgroepen, zoals personen wier taakstraf is mislukt en vervolgens is omgezet in een gevangenisstraf, in aanmerking komen voor deze werkwijze.

De Staatssecretaris van Veiligheid en Justitie, K.H.D.M. Dijkhoff


X Noot
1

FAST is de nieuwe benaming van de voormalige Teams Executie Strafvonnissen van OM en politie en opereert in een internationaal netwerk