Aan de orde is de behandeling van:

het wetsvoorstel Wijziging van de begrotingsstaat van het Ministerie van Verkeer en Waterstaat) (XII) voor het jaar 2004 (wijziging samenhangende met de Voorjaarsnota) (29560).

De algemene beraadslaging wordt geopend.

De heer Hofstra (VVD):

Voorzitter. De minister heeft 35 mln euro beschikbaar voor het baggeren op de Waal en andere rivieren, maar er is nog niets gebeurd. Als ik het goed heb begrepen, is dit omdat het aanbestedingsbeleid niet goed functioneert. Op dat punt ligt er nog een niet uitgevoerde motie van mij waarin wordt gevraagd om modernisering vóór 1 juli, de datum van heden. De VVD-fractie begrijpt niet waarom er niet wordt gebaggerd want daarmee zijn grote economische belangen gemoeid.

Wij hebben eerder uitvoerig gesproken over het Smedinghuis en er zijn nu een paar mutaties. Is de minister inderdaad van plan om dat gebouw niet te herstellen zodat er, ondanks de grotere toeschietelijkheid van Financiën, toch geld bespaard kan worden op de begroting van Verkeer en Waterstaat?

Tot slot spreek ik over de "meevaller" op het tegenvalproject Betuweroute van 161 mln euro. Daarvan heeft de minister 150 mln euro moeten inleveren bij Financiën. Ik wil haar ermee complimenteren dat dit bedrag op korte termijn toch weer terugkomt. Als dit geld terugkomt, kan de minister toezeggen dat daarvan minimaal 100 mln euro gaat naar de nieuwbouw van rails. Het geld komt tenslotte uit de spoorsector. Maximaal 50 mln euro moet gaan naar de nieuwbouw van vaarwegen want dat is een post waar structureel te weinig geld voor is.

De heer Van Hijum (CDA):

Voorzitter. Ook de CDA-fractie is tevreden met het feit dat het de minister is gelukt om de meevaller die aanvankelijk moest worden afgedragen, te laten terugvloeien in het infrastructuurfonds. Wij roepen de regering op om die middelen primair ten goede te laten komen aan de sectoren die het meest te lijden hebben gehad onder verdringing door die Betuweroute. Het gaat dan om nieuwbouw en onderhoud van spoor- en vaarwegen. Inzake het spoor merk ik nadrukkelijk op dat extra middelen voor onderhoud van het spoor mede zouden kunnen dienen om de verhoging van de inkomsten uit de infraheffing ongedaan te maken. Die bezuiniging en extra inkomstenpost lopen parallel aan elkaar. Dat oordeel zou mijn fractie graag willen vellen op het moment dat de concessie wordt besproken en de effecten van de stijging van de infraheffing in beeld zijn.

De voorzitter:

Gezien het regime van vandaag zullen er weinig mensen bij de interruptiemicrofoon worden toegelaten, maar de heer Duyvendak mag nog een korte vraag stellen.

De heer Duyvendak (GroenLinks):

Begrijp ik goed dat u een deel van de drie maal 50 mln euro die terugkomt, zou willen besteden aan het eventueel verlagen van de verhoging van de infraheffing?

De heer Van Hijum (CDA):

Ja, op het moment dat wij dat noodzakelijk achten. Ik zeg er nadrukkelijk bij dat wij het oordeel daarover willen geven bij de behandeling van de concessie omdat ik op dit moment niet kan inschatten wat de effecten daarvan zijn. Daarom wil ik daarover op dat moment spreken.

De heer Duyvendak (GroenLinks):

Voorzitter. Ook ik ga in op het bedrag van drie maal 50 mln euro die er nu uitgaat, maar die de komende jaren terugkomt in de begroting van Verkeer en Waterstaat. Ik ben het grotendeels eens met de uitspraken van de collega's van de fracties van VVD en CDA daarover. Het geld wordt nu teruggeboekt bij de Betuwelijn en dat lijkt mij een gekke figuur. Ik hoor graag toezeggingen dat dit geld beschikbaar komt voor nieuwbouw en onderhoud van het spoor en vaarwegen, maar wij kunnen daarover in het najaar natuurlijk verder spreken. Ik sta positief tegenover de suggestie van de CDA-fractie om opnieuw te kijken naar de verhoging van de infraheffing – die nu mede leidt tot verhoging van de treinkaartjes – en dat onderwerp in dat debat te betrekken.

Ik heb nog een opmerking over een andere begrotingspost. Over het jaar 2003 blijkt er een meevaller te zijn van maar liefst 225 mln euro. Dat bedrag wordt met deze Voorjaarsnota als volgt verdeeld: 150 mln naar de rijkswegen, 23 mln naar duurzaam veilig, 25 mln naar vaarwegen en 22 mln naar rail. Dit is ongeveer de verdeling die het kabinet steeds hanteert als het geld te verdelen heeft in de begroting: het merendeel gaat naar de rijkswegen en verder nog wat naar de andere posten. Mijn fractie heeft hier heel grote problemen mee. Wij herinneren ons allemaal wel de debatten over de begroting. De pijn en de tekorten lagen bij onder andere Venlo, de Hanzelijn en Delft. Die punten vinden wij nu niet terug.

Ik roep de minister op om dit bedrag niet te verdelen zoals zij heeft voorgesteld. Ik vraag haar om dit geld beschikbaar te houden voor bijvoorbeeld de eerder genoemde punten. Ik verneem hierover graag een toezegging van de minister. Anders overwegen wij hiervoor alsnog snel een amendement in elkaar te zetten en in te dienen.

Mevrouw Dijksma (PvdA):

Voorzitter. Mijn collega Hofstra maande zojuist de voorzitter van een algemeen overleg tot het tellen van de koppen. Misschien is dat bij dit onderwerp ook wel van belang. Alleen al om die reden wil ik mij heel graag aansluiten bij wat de heer Van Hijum aan het adres van de heer Hofstra heeft opgemerkt. Ook mijn fractie vindt het namelijk van het grootste belang dat de drie keer 50 mln in de toekomst goed besteed worden. Ik denk hierbij aan het achterstallig onderhoud van het spoor, de vaarwegen en de infraheffing.

De Kamer heeft wat dit laatste betreft herhaaldelijke pogingen gedaan om via verlaging van de infraheffing de te hoge prijs van de treinkaartjes tegen te houden. Dit zou toch nog een mooi moment kunnen zijn om de consumenten in Nederland te laten zien dat wij het beste met ze voor hebben.

Het lijkt mij belangrijk om dit nog even gezegd te hebben. Ik sluit mij ook aan bij wat de heer Duyvendak zojuist zei over de verdeling van de andere meevaller. Ik kan mij heel goed voorstellen dat een dergelijk amendement, waarover hij sprak, de steun van mijn fractie zal krijgen.

Minister Peijs:

Voorzitter. Ik ben een beetje onthand. Vanmorgen heb ik twee keer laten informeren of deze suppletoire begroting in de Kamer aan de orde zou komen. Daarop werd steeds geen antwoord vernomen. Nu wij het er toch over hebben, zal ik mijn mening erover geven.

Het Smedinghuis wordt opgeknapt. Deze kwestie is door Financiën overgenomen. Als de heer Hofstra in zijn bijdrage op de financiële aspecten heeft gedoeld, is hij nu bij de verkeerde minister. Het Smedinghuis is opnieuw nodig. Ik weet dat de heer Hofstra van oordeel is dat het aan de buitenkant door de brand niet erg beschadigd is. De binnenkant is echter wel erg beschadigd. Als wij daar mensen willen laten werken, moeten wij de binnenkant eerst herstellen.

Ik kom te spreken over de meevaller van 150 mln van de Betuweroute. Alleen al het uitspreken van het woord "meevaller" is plezierig. Wij hebben dat bedrag tijdelijk afgestaan aan de minister van Financiën. Inderdaad krijgen wij dat in drie jaarlijkse termijnen van 50 mln terug. Ik ben daar net zo verheugd over als de Kamer. Dit geld gaat voorlopig terug naar het infrafonds. Ik stel mij voor dat wij er bij de begroting en het MIT een goede bestemming voor vinden. Daarbij houd ik in gedachten wat de Kamer mij in dit verband aan boodschappen heeft meegegeven over de besteding.

Dit bedrag wordt dus niet teruggestort bij de Betuweroute, zoals sommige leden denken, maar het gaat naar het Infrafonds. Ik herhaal dat wij de opmerkingen van de Kamer over de besteding van het geld meenemen bij het nieuwe MIT en de nieuwe begroting.

Bij de meevaller van 225 mln is het van hetzelfde laken een pak. Ik wilde een verantwoorde besteding van dat bedrag voorstellen bij het opstellen van het MIT en van de begroting. Ik denk dat het te kort door de bocht is om te zeggen dat ik hier nu 225 mln aan besteed, want ik heb het niet voorbereid. Als u het mij niet kwalijk niet neemt, houd ik hier op een verantwoorde manier rekening mee bij het opstellen van de begroting.

De heer Duyvendak (GroenLinks):

Op zichzelf zou ik daar zeer gelukkig mee zijn, maar u hebt het in de voorjaarsnota al over deze verschillende posten verdeeld. Als u toezegt dat u dat materieel ongedaan maakt, zodat wij in het najaar vrijelijk over dat bedrag kunnen debatteren, ben ik een veel gelukkiger mens.

Minister Peijs:

Het ligt eraan waar die 225 mln vandaan komen. In eerste instantie gaat dat bedrag terug naar de post waarop die meevaller zich heeft voorgedaan. Bij het opstellen van de begroting kunnen wij nadenken over wat wij met die meevallers doen. Begrotingstechnisch is de gang van zaken dat een meevaller in bijvoorbeeld het Infrafonds eerst terugvloeit naar het Infrafonds. Bij het opstellen van de begroting en het MIT kunnen wij bedenken wat wij ermee doen.

Mevrouw Dijksma (PvdA):

U kunt het dus op dit moment niet anders doen dan op deze wijze? Zegt u ook dat de 150 mln voor bijvoorbeeld wegen een al dan niet gedeeltelijk andere bestemming kunnen krijgen?

Minister Peijs:

Die macht heeft de Kamer altijd. Technisch gezien moet wat het Infrafonds overhoudt, in eerste instantie bestemd blijven voor het Infrafonds.

Mevrouw Dijksma (PvdA):

U verbindt er dus geen politieke consequentie aan?

Minister Peijs:

Op dit moment niet.

Mevrouw Dijksma (PvdA):

Goed.

De heer Hofstra (VVD):

De Waal vormt in onze ogen een belangrijk economisch knelpunt, maar de minister beantwoordt mijn vraag daarover niet.

Minister Peijs:

Neemt u mij niet kwalijk. Het is een groot misverstand dat wij de Waal niet baggeren. Wij baggeren op dit ogenblik de Waal, maar wel volgens het van tevoren vastgestelde profiel. Wij baggeren de Waal dus niet dieper dan aanvankelijk afgesproken. Sommigen willen dat wij een meter dieper baggeren. Als wij dat doen, is er sprake van een scopewijziging. Die moet eerst worden besproken met de Tweede Kamer. De Waal wordt op dit ogenblik dus gewoon gebaggerd, maar volgens het van tevoren afgesproken profiel.

De voorzitter:

De minister zei dat zij verrast was. Ik heb er behoefte aan om op te merken dat er een aantal malen contact is geweest met haar medewerkers over het tijdstip van deze suppletore begroting, dus daar kan geen misverstand over bestaan. Ik ben zo langzamerhand niet meer gediend van dergelijke opmerkingen van de minister van Verkeer en Waterstaat.

De algemene beraadslaging wordt gesloten.

De voorzitter:

Ik stel voor, aan het eind van de vergadering over dit wetsvoorstel te stemmen.

Daartoe wordt besloten.

Naar boven