Handeling

Datum publicatieOrganisatieVergaderjaarVergadernummerDatum vergadering
Tweede Kamer der Staten-Generaal2003-2004nr. 89, pagina 5723-5724

Aan de orde is het debat naar aanleiding van een algemeen overleg op 15 juni 2004 over innovatie in het energiebeleid.

De heer De Krom (VVD):

Voorzitter. In het afgelopen jaar heb ik het kabinet meerdere malen gevraagd om volledig inzicht te verschaffen in de consequenties van een windpark van 6000 megawatt op zee. Weliswaar ligt er nu een kostenplaatje op tafel, maar het onderliggende rapport bevat wat mij betreft nog veel vraagtekens. In tegenstelling tot wat de motie-De Krom/Hessels, ingediend op 11 maart, vroeg, heeft het kabinet niet de consequenties aangegeven voor de voorzieningszekerheid en voor de elektriciteitsprijzen, noch heeft het aangegeven in welke mate een windpark op zee bijdraagt aan de verdere technologische ontwikkeling. Ik constateer dat het kabinet de motie slechts gedeeltelijk heeft uitgevoerd. Overigens bestaat er ook geen inzicht in de baten. En daarover hebben wij in het algemeen overleg ook al gesproken.

Een heldere afweging die aantoont dat het zo grootschalig inzetten van windenergie de meest kostenefficiënte manier is, afgewogen tegen alternatieve vormen van duurzame energieopwekking, om de duurzame-energiedoelstellingen te halen, ontbreekt eveneens. De regering schat dat de publieke kosten van een windpark van zo'n omvang wel eens 8 tot 15 mld zouden kunnen bedragen. Mijn fractie vindt dat niet acceptabel zolang er in ieder geval onvoldoende inzicht bestaat in de kosten en de baten, ook vergeleken met andere bronnen van duurzame energie. Ik vraag het kabinet via een motie om een compleet verhaal op tafel te leggen. Gelet op de in spel zijnde belangen wil mijn fractie het kabinet deze kans nog één keer geven. Daarom dien ik de volgende motie in die ik dan maar beschouw als een "kabinet, doe uw huiswerk"-motie.

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

overwegende dat de regering de motie-De Krom/Hessels van 11 maart 2004 onvolledig heeft uitgevoerd;

overwegende dat de regering de kosten bestaande uit financiële ondersteuning uit publieke middelen voor de aanleg van een windpark op zee van 6000 megawatt schat op 8 mld tot 15 mld euro;

van oordeel dat kosten in deze orde van grootte niet acceptabel zijn zolang geen volledig inzicht bestaat in kosten en baten van windenergie, ook afgezet tegen alternatieve bronnen van duurzame energie;

verzoekt de regering:

  • - te onderzoeken op welke wijze de duurzame-energiedoelstellingen zo kostenefficiënt mogelijk kunnen worden behaald en de Kamer daarover te informeren;

  • - daartoe de kosten en baten van windenergie op zee in kaart te brengen afgewogen tegen alternatieve vormen van duurzame energie;

  • - dat in de kosten-batenanalyse voor elk van de alternatieven in kaart moet worden gebracht wat de consequenties zijn voor in ieder geval de rentabiliteit, voorzieningszekerheid, het milieu en ruimtelijke ordening, alvorens wordt besloten tot verdere uitbouw van het windpark op zee,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:

Deze motie is voorgesteld door de leden De Krom en Hessels. Naar mij blijkt, wordt zij voldoende ondersteund.

Zij krijgt nr. 2(29575).

Mevrouw Giskes (D66):

Het zou ook de fractie van D66 een lief ding waard zijn als wij op een goedkopere manier tot duurzame energie konden komen, maar aan welke alternatieve manieren om duurzame energie te realiseren denken de indieners van deze motie?

De heer De Krom (VVD):

Biomassa is een voor de hand liggende optie. Ik hoor graag van het kabinet welke opties er nog meer zijn. Ik vraag uitdrukkelijk om die in kaart te brengen. In eerste instantie kunt u denken aan bijvoorbeeld biomassa.

Mevrouw Giskes (D66):

U weet net zo goed als ik dat er niet zo heel veel alternatieve opties zijn.

De heer De Krom (VVD):

Nee, daarom vraag ik het kabinet, de opties die er zijn in kaart te brengen. Wellicht zijn er niet veel. Ik wil in ieder geval zeker weten dat ik het hele scala aan opties op tafel heb. Ik heb daar nu onvoldoende inzicht in. Ik weet niet wat de kosten en baten van die opties zijn. Daarom is de strekking van mijn motie: kabinet, leg ze op tafel en leg mij uit waarom dit allemaal noodzakelijk is. Dat beeld heb ik nog steeds niet.

Mevrouw Giskes (D66):

Wat dacht u van het feit dat Europa ons verplicht in ieder geval die 6% aan duurzame energie te halen?

De heer De Krom (VVD):

Ik doe niets aan de energiedoelstellingen van Europa af. Daar kunnen wij ook niet veel aan doen. Die discussie is gepasseerd. Mij gaat het erom hoe wij op een zo kosten efficiënte wijze die duurzame De Kromenergiedoelstellingen zoals geformuleerd door Europa kunnen halen. Ik wil er absoluut van overtuigd zijn dat wij datgene doen waardoor wij het hoogste rendement krijgen voor de ingezette milieu-euro. Ik heb dat tijdens het AO ook al gezegd.

Minister Brinkhorst:

Voorzitter. Ook bij deze motie heb ik een minuut de gelegenheid gehad, daarnaar te kijken. Vooral als een motie van deze strekking wordt ingediend door een van de regeringspartijen, mag men verwachten dat de regering van te voren inzicht daarin krijgt. Ik maak daar verder geen punt van.

Mevrouw Giskes (D66):

Dualisme!

Minister Brinkhorst:

Natuurlijk! Ik zie het ook als een bepaalde interpretatie van het dualisme. Ik wil graag zo zorgvuldig mogelijk op de inhoud van deze motie reageren.

Het eerste element van de overweging zegt dat de regering de motie-De Krom/Hessels onvolledig heeft uitgevoerd. Die constatering laat ik uiteraard aan het oordeel van de betrokken fracties over. Ik doe meestal mijn huiswerk. Een dergelijke aanmoediging heb ik niet nodig.

Mevrouw Giskes maakte echter een buitengewoon belangrijke opmerking. Er is in Europees verband een afspraak gemaakt, te weten de Europese Richtlijn inzake duurzame elektriciteit. In 2010 moet het aandeel van de duurzame elektriciteit 9% zijn. De regering acht zich daaraan gebonden. Ik neem aan dat alle fracties, zeker regeringsfracties, daaraan gebonden zijn. Het is een belangrijk element, omdat tegen die achtergrond het vasthouden aan die doelstelling bepaalde beperkingen oplegt. De discussie in Nederland gaat natuurlijk over alternatieve vormen van duurzame energie. Wij hebben geen waterkracht; het beperkt zich dus tot biomassa en windenergie. Het is dus zeker waar dat windenergie een hogere prijs heeft, met name wind op zee, omdat daarmee nog relatief weinig ervaring is opgedaan. In die zin ben ik evenzeer als de heer Crone en Hessels geïnteresseerd in de vraag hoe wij de kostenefficiëntie zo groot mogelijk kunnen maken. Dat is een evident onderliggend uitgangspunt. Op zich heb ik daar geen aanmoediging voor nodig, maar ik ben zeker bereid om dat verder te onderzoeken. Dan zal echter waarschijnlijk blijken dat bij wind op land sprake is van een factor van iets meer dan twee; de gasproductieprijs is ongeveer 2,7 à 3 eurocent, terwijl dit bij wind op land ongeveer vijf eurocent hoger ligt. Bij wind op zee gaat het waarschijnlijk om een factor vier; daarbij gaat het om ongeveer twaalf cent. De stroom die wordt opgewekt door biomassa, maakt op dit moment ongeveer 75% van de groene stroom uit. Een onderdeel van het kabinetsbeleid is natuurlijk het streven naar differentiatie en diversiteit. Het is dus zeker de moeite waard om de kosten en baten af te wegen tegen alternatieve vormen van duurzame energie; dat is het tweede element van het dictum.

Het derde element is de rentabiliteit. De voorzieningszekerheid, het milieu en de ruimtelijke ordening spelen daarbij natuurlijk een belangrijke rol. De vraag waar de geachte afgevaardigden niet op ingaan, is de vraag of zij zich gehouden achten aan de doelstelling van 9% duurzame elektriciteit in het jaar 2010. Dat is een erg belangrijk element, omdat die kosten natuurlijk ook verband houden met de haalbaarheid. In die zin is er niet erg veel te zeggen over de snelheid waarmee de reductie van kosten van wind op zee zal plaatsvinden. Ik onderzoek de kosten, bijvoorbeeld in Denemarken, het enige vergelijkbare land, waar 200 tot 300 megawatt is verwezenlijkt. In die zin is het dus belangrijk dat wij ook de baten bezien. Wij zullen in de toekomst ook de discussie zien over de stijging van de kosten van CO2-emissie.

De heer Hessels (CDA):

Eerlijk gezegd begrijp ik de zorg van de minister niet over de vraag of de indieners van de motie, collega De Krom en ik, de duurzaamheidsdoelstellingen willen halen. In het verzoek aan de regering wordt verzocht om te onderzoeken op welke wijze de doelstellingen op het punt van de duurzame energie zo kostenefficiënt mogelijk kunnen worden behaald. Daaruit blijkt dat wij daar geen vraagtekens bij plaatsen. Het gaat alleen om de vraag hoe wij dat zo goed mogelijk en zo kostenefficiënt mogelijk kunnen realiseren. Die doelstelling staat dus.

Minister Brinkhorst:

Ik ben zeer verheugd met deze mededeling. Ik twijfelde daar ook niet aan, want ik ken de heren Hessels en De Krom als gewetensvolle Kamerleden die zich zeker niet zouden willen onttrekken aan internationale verplichtingen. Ik hecht er echter aan om te benadrukken dat dit een belangrijke prioriteit van het kabinet is.

Daarmee kom ik tot mijn oordeel over deze motie. Ik zie de motie eigenlijk als een ondersteuning van de richting waarin het kabinet werkt en niet als "overdoen van het huiswerk". De motie noemt immers allemaal elementen die er een rol bij spelen. Dat betekent overigens niet dat het kabinet van mening is dat wind op zee geen aantrekkelijk alternatief is.

De beraadslaging wordt gesloten.

De voorzitter:

Ook over deze motie zal donderdag aan het eind van de vergadering worden gestemd.

De vergadering wordt van 17.55 uur tot 19.15 uur geschorst.

Voorzitter: Weisglas