Handeling

Datum publicatieOrganisatieVergaderjaarVergadernummerDatum vergadering
Tweede Kamer der Staten-Generaal2003-2004nr. 89, pagina 5705-5706

Aan de orde zijn stemmingen over moties, ingediend bij het verantwoordingsdebat met de bijbehorende jaarverslagen 2003, te weten :

- de motie-Mastwijk c.s. over de betrouwbaarheid van derdeninformatie (29540, nr. 100);

- de motie-Mastwijk c.s. over omschakeling naar het baten-lastensysteem (29540, nr. 101);

- de motie-Douma over heldere en toetsbare doelstellingen (29540, nr. 102);

- de motie-Douma over het opnemen van de kosten van belastinguitgaven in de begroting (29540, nr. 103);

- de motie-Douma c.s. over een publieksjaarverslag op hoofdlijnen (29540, nr. 104);

- de motie-Blok c.s. over aanwezigheid van het kabinet bij het debat over het Rijksjaarverslag (29540, nr. 105);

- de motie-Blok c.s. over een lijst van beleidsprioriteiten in de jaarverslagen (29540, nr. 106);

- de motie-Kant/Vendrik over de rol van de Algemene Rekenkamer bij de keuze van de gepresenteerde informatie (29540, nr. 107).

(Zie vergadering van 22 juni 2004.)

De voorzitter:

Op verzoek van de heer Douma stel ik voor, zijn motie (29540, nr. 102) van de agenda af te voeren.

Daartoe wordt besloten.

De voorzitter:

De motie-Mastwijk (29540, nr. 100) is in die zin gewijzigd dat zij thans luidt:

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

overwegende:

  • - dat bij de samenstelling van VBTB-informatie de departementen voor een zeer groot deel afhankelijk zijn van de informatie van derden;

  • - dat – ook naar de mening van de Algemene Rekenkamer – op dit moment geen inzicht bestaat in de betrouwbaarheid van die informatie, hetgeen een optimale verantwoording in de weg staat;

verzoekt de regering, daarom maatregelen te treffen die ertoe leiden dat de zogenaamde "derdeninfomatie" ingaande het verslagjaar 2004 aan een risicoanalyse wordt onderworpen alvorens ze wordt opgenomen in de jaarverslagen,

en gaat over tot de orde van de dag.

Naar mij blijkt wordt deze gewijzigde motie voldoende ondersteund.

Zij krijgt nr. 120 (29540).

Deze gewijzigde motie is reeds rondgedeeld. Naar mij blijkt, wordt ermee ingestemd dat wij direct over deze gewijzigde motie stemmen.

In stemming komt de gewijzigde motie-Mastwijk c.s. (29540, nr. 120).

De voorzitter:

Ik constateer dat deze gewijzigde motie met algemene stemmen is aangenomen.

In stemming komt de motie-Mastwijk c.s. (29540, nr.101).

De voorzitter:

Ik constateer dat de aanwezige leden van de fracties van de PvdA, de Groep Lazrak, D66, de VVD, het CDA, de ChristenUnie, de SGP en de LPF voor deze motie hebben gestemd en die van de overige fracties ertegen, zodat zij is aangenomen.

In stemming komt de motie-Douma (29540, nr.103).

De voorzitter:

Ik constateer dat de aanwezige leden van de fracties van de SP, GroenLinks, de PvdA, de Groep Lazrak en de ChristenUnie voor deze motie hebben gestemd en die van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.

In stemming komt de motie-Douma c.s. (29540, nr.104).

De voorzitter:

Ik constateer dat deze motie met algemene stemmen is aangenomen.

In stemming komt de motie-Blok c.s. (29540, nr.105).

De voorzitter:

Ik constateer dat de aanwezige leden van de fracties van GroenLinks, de PvdA, de Groep Lazrak, D66, de VVD, de ChristenUnie, de SGP en de LPF voor deze motie hebben gestemd en die van de overige fracties ertegen, zodat zij is aangenomen.

In stemming komt de motie-Blok c.s. (29540, nr.106).

De voorzitter:

Ik constateer dat deze motie met algemene stemmen is aangenomen.

In stemming komt de motie-Kant/Vendrik (29540, nr.107).

De voorzitter:

Ik constateer dat de aanwezige leden van de fracties van de SP en GroenLinks voor deze motie hebben gestemd en die van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.

De wetsvoorstellen nrs. 29581 t/m 29603 en 29605 worden, na goedkeuring van de onderdelen, zonder stemming aangenomen.

De voorzitter:

Ik stel voor, de bij de jaarverslagen over het jaar 2003 van de ministeries en fondsen behorende rapporten van de Algemene Rekenkamer (29540) voor kennisgeving aan te nemen en de desbetreffende ministers decharge te verlenen voor het door hen gevoerde financiële beheer.

Daartoe wordt besloten.