Handeling

Datum publicatieOrganisatieVergaderjaarVergadernummerDatum vergadering
Tweede Kamer der Staten-Generaal2015-2016nr. 67, item 32

32 Wet bijzondere maatregelen grootstedelijke problematiek

Aan de orde is de behandeling van: 

  • - het wetsvoorstel wijziging van de Wet bijzondere maatregelen grootstedelijke problematiek in verband met de selectieve woningtoewijzing ter beperking van overlastgevend en crimineel gedrag ( 34314 ).

De voorzitter:

Ik heet de minister voor Wonen en Rijksdienst van harte welkom. 

De algemene beraadslaging wordt geopend. 

De heer Van der Linde (VVD):

Voorzitter. Je huis is de belangrijkste plek op aarde, de plek waar je 's ochtends wakker wordt, waar je 's avonds met je gezin eet, waar je op zaterdag een potje klaverjast of tv-kijkt. Die plek moet veilig en plezierig zijn en in een veilige omgeving liggen. Je moet 's avonds met de fiets of de tram naar huis kunnen, geluidsoverlast hoort een uitzondering te zijn en criminaliteit moet minimaal zijn. Met deze ogen kijkt de VVD naar wonen, en ook naar deze wijziging van de Rotterdamwet, of deftiger: de Wet bijzondere maatregelen grootstedelijke problematiek. 

We hebben in Nederland enkele tientallen buurten waarin het leefklimaat ronduit slecht is. Het gaat niet om die ene buurman die weleens dronken is of zijn muziek te hard zet. In een gemiddelde woonwijk is er voldoende veerkracht om dat op te vangen en te corrigeren. Nee, ik heb het over wijken waarin 50 jaar lang overlast op overlast is gestapeld en waarin kleine en grote criminaliteit aan de orde van de dag zijn, plaatsen die werken als een magneet op vandalen. In die wijken lijden goedwillende, hardwerkende mensen onder de overlast van enkele herrieschoppers. Lange tijd hebben we die wijken aangeduid als "aandachtswijken", "Vogelaarwijken", "prachtwijken" en "krachtwijken". Er werd jaarlijks bijna €400 per bewoner extra uitgegeven aan alle mooie ideeën. Daar kun je van alles van vinden — de VVD doet dat misschien ook wel — maar het goede nieuws is dat we door de evaluaties van het beleid in 2009, 2011 en 2013 vrij precies weten wat er werkt en wat er niet werkt. De meeste sociale investeringen in sportvelden en buurthuizen en extraatjes in het onderwijs hebben geen positieve effecten op de leefbaarheid. Nieuwbouw, verkoop van sociale huurwoningen en renovatie hebben wel een positief effect, evenals handhaving en onderhoud. Schoon, heel en veilig dus: een schone omgeving, goed onderhouden huizen en veilige wijken. In dat kader hebben we in de afgelopen jaren een reeks wetten aangenomen die het gemeentebestuur de mogelijkheid geven om hun wijken schoon, heel en veilig te houden, zoals de Wet Bibob, de Opiumwet, de Rotterdamwet, aanpassingen van de Woningwet en de Huisvestingswet. Die wetten zijn vooral gericht op de paar wijken in Nederland waarin het nog niet voor elkaar is. 

De gemeente kan nu huisjesmelkers aanpakken, overlastgevers aanspreken, verkrotting tegengaan en arbeidsmigranten zonder perspectief weren. Een logische bevoegdheid ontbreekt nog, namelijk het vooraf tegenhouden van echte herrieschoppers en criminelen. We hebben het dan niet over mensen met een smetje op hun cv, maar over echte aso's met een strafblad die op geen enkele wijze bijdragen aan de omgeving waarin ze wonen. Het voorstel voor die bevoegdheid bespreken we vandaag. Uit mijn bewoording kan terecht worden opgemaakt dat wij dit wetsvoorstel zullen steunen. Wij willen niet dat probleemwijken verder de puree in worden gedraaid. Nederland heeft geen getto's zoals andere landen die hebben. Daar moeten we ons best voor blijven doen. 

De heer Bashir (SP):

De woordvoerder van de VVD-fractie wijst er terecht op dat mensen die problemen veroorzaken, aangepakt moeten worden. Met dit wetsvoorstel worden deze mensen echter verspreid over het land. Deze mensen en hun problemen worden niet aangepakt, maar verspreid. Waarom kiest de VVD er niet voor om de problemen aan te pakken? 

De heer Van der Linde (VVD):

Voor iedereen in Nederland kunnen we wel een plek vinden, maar het gaat ons erom dat we de angel uit probleemgebieden willen trekken. Wanneer je die mensen bij elkaar zet, versterken ze elkaars gedrag. 

De heer Bashir (SP):

Dan versterk je niet dat gedrag, maar verspreid je wel de problemen over het land. Nu zijn er een paar wijken waarin problemen zijn en waarin heel veel mensen daar last van hebben, maar straks heeft heel Nederland last van die problemen. Waarom voert het kabinet geen wijkenbeleid? Er wordt nog maar 0,2% van het budget van de vorige kabinetten uitgegeven aan wijkenbeleid. Waarom doet het kabinet niets aan de problemen zelf? Waarom gaat het kabinet niet na wat er mankeert aan die mensen, welke problemen zij hebben en hoe we die kunnen aanpakken in plaats van dat de problemen verspreid worden over het land? 

De heer Van der Linde (VVD):

Over de verspreiding van problemen zeg ik het volgende. Gewone woonwijken zijn sterk en veerkrachtig genoeg om dit soort mensen netjes te houden. Daar zit het probleem niet. Als ik het in paastermen mag gieten: één aso is geen aso, twee aso's is een probleem, drie aso's is een probleemwijk. Ik heb dus inderdaad liever dat ze verspreid worden. 

Dit alles betekent niet dat de VVD, als liberale partij, licht denkt over de grondrechten die hier in het geding zijn. Wij moeten ons realiseren dat dit wetsvoorstel een inbreuk maakt op de privacy. Het is ook een forse inbreuk op de vrijheid van vestiging. Dat zijn kernwaarden waarvoor de VVD staat, maar mijn fractie hoeft niet lang na te denken als ze een afweging moet maken tussen enerzijds een leefbare wijk, waarin mensen zich kunnen ontplooien en gelukkig kunnen zijn, en anderzijds het recht van vrije vestiging voor mensen met een crimineel verleden. Met dit wetsvoorstel wordt recht gedaan aan alle beginselen. Het huidige houtje-touwtjebeleid, waarbij achttien gemeenten naar eigen inzicht en zonder wettelijke grondslag een screening uitvoeren, wordt in de ban gedaan. Daardoor wordt de privacy min of meer in goede banen geleid. Bovendien worden de wettelijke mogelijkheden van bezwaar en beroep netjes geregeld. 

Er is ook nog het punt van de proportionaliteit, of in gewoon Nederlands: schieten we hier met een kanon op een mug? De proportionaliteit wordt bewaakt doordat een gemeente alleen met toestemming van de minister kan screenen. De gemeente is er vervolgens aan gehouden om een zorgvuldige afweging te maken. Niet elk vergrijp leidt in elke wijk tot afwijzing. 

Is de VVD dan helemaal tevreden? We hebben nog een aantal vragen. De eerste vraag gaat over de aanwijzing tot Rotterdamwetgebied. Dat is een langdurige procedure. Ik begrijp dat dit zorgvuldig moet gebeuren, maar kan dit sneller, vooral als gemeenten een probleem hebben? Kan het bijvoorbeeld in twee weken? 

Vraag twee gaat over de doorloopsnelheid van de screening. We hebben die nu op acht weken gesteld. Ik begrijp dat vanuit de procedure om een verklaring omtrent het gedrag, een vog, aan te vragen, maar vanuit het perspectief van de verhuurder betekent dat twee maanden leegstand. Zeker in een probleemwijk kun je daarmee niet uit de voeten. Hoe ziet de minister dit? Kunnen we dat terugbrengen tot een maand of een week? Wie zou voor de schade moeten opdraaien als het langer duurt? 

Ten derde vraag ik hoe wij mensen screenen die van buiten Nederland komen. Deze mensen zijn niet geregistreerd, terwijl we in Nederland voorbeelden hebben van mensen die ernstige misdrijven in hun land van herkomst hebben gepleegd. 

Mijn vierde vraag gaat over de twee routes waaruit de gemeente kan kiezen: een politiescreening en de aanvraag van een verklaring omtrent het gedrag. Waarom combineren we dat echter niet gewoon? Hoe gaan we om met AIVD-informatie, die al dan niet bij de burgemeester bekend is? Als we er dan toch induiken, waarom kijken we maar vier jaar terug? Ik begrijp dat voor lichte vergrijpen, maar missen we daarmee niet de echt zware criminaliteit? 

Met dit wetsvoorstel zijn we er nog niet. Mijn collega Ockje Tellegen heeft een initiatiefwetsvoorstel over woningoverlast ingediend — beter bekend als de "aso-wet" — waarmee we concrete gedragsaanwijzingen kunnen geven. Als we ook dat wetsvoorstel behandeld hebben, hebben we de gereedschapskist van de burgemeester en wethouder goed gevuld. Uiteindelijk zijn zij degenen die het voor ons moeten regelen. We wensen hun daarbij veel sterkte en succes. 

De heer Bashir (SP):

De heer Van der Linde stelt een aantal goede, kritische vragen. Voor mij zouden die aanleiding zijn om nog eens goed naar dit wetsvoorstel te kijken. Wat de minister nu echter doet, is de voormalige Rotterdamwet uitbreiden. Deze wet is recent geëvalueerd. Die evaluatie heb ik hier voor me. Wat is de conclusie van het onderzoek? De conclusie van de UvA-onderzoekers is dat de leefbaarheid en de veiligheid in deze buurten niet aantoonbaar zijn verbeterd sinds de invoering van de Rotterdamwet. Waarom zou het nu wel werken? Wat is nu het verschil? Wat doet de minister anders dan wat hij tot nu toe heeft gedaan? 

De heer Van der Linde (VVD):

U hebt daar het UvA-onderzoek. We hebben ook het onderzoek gekregen naar de politiescreening. Daaruit blijkt dat vijftien gemeenten — later bleken het er volgens mij achttien te zijn — dit allemaal op hun eigen wijze doen. Dat is voor verbetering vatbaar en dat gaan we nu regelen. 

De heer Bashir (SP):

Achttien gemeenten doen het nu inderdaad met een screening, maar veel meer gemeenten kunnen de problemen ook zonder die politiescreening aanpakken. Nu wordt de screening van die achttien gemeenten gelegaliseerd, maar dit was geen antwoord op mijn vraag. De Rotterdamwet is aangenomen en is al tien jaar in werking, maar onderzoekers concluderen dat de Rotterdamwet niet werkt. In plaats van dat we iets anders gaan proberen, gaan we weer hetzelfde doen. Wat doen we nu anders dan voorheen en waarom zou het nu wel werken? 

De heer Van der Linde (VVD):

Ik heb mij gebaseerd op twee analyses van het Sociaal en Cultureel Planbureau en het onderzoek uit 2009 van de minister van Economische Zaken over sociale investeringen, de zachtere componenten van zo'n wijkaanpak. Daarvan weten we zeker dat zij niet werken. Uit diezelfde onderzoeken blijkt ook dat "schoon, heel en veilig" wel bijdraagt aan de ontwikkeling van die wijken. Die weg is ingeslagen en op die weg willen we graag verder. Natuurlijk hebben we nog niet alle componenten van de Rotterdamwet compleet. Laten we dat dus snel doen. Ik wil heel graag de uitdaging met u aangaan. Wat mij betreft, gaan we dit over een paar jaar opnieuw evalueren. Ik geef u op een briefje dat daar goede resultaten uit zullen komen. 

De heer Bashir (SP):

Voorzitter. In je huis wil je je veilig voelen en tot rust kunnen komen. Dat woongenot moet beschermd worden. Overlast en criminele activiteiten kunnen verschrikkelijk storend en ontwrichtend werken. Daarom moeten gemeenten en woningcorporaties mogelijkheden hebben om overlast aan te pakken. Het kabinet wil daarom de Rotterdamwet aanpassen om overlastgevers te weren uit de wijken. Dat is een eenvoudige, makkelijke oplossing. Zo worden probleemveroorzakers namelijk verspreid over de stad en over Nederland. 

Je zou het natuurlijk ook anders kunnen doen. Je kunt problemen natuurlijk ook aanpakken in plaats van verspreiden. Daarvoor heb je wijkenbeleid nodig. Nederland en met name bepaalde buurten hebben behoefte aan een structureel en duurzaam wijkenbeleid. Daarbij moet het dus niet gaan om wat plannetjes voor vier jaar, maar om een langetermijnvisie waarbij bewoners betrokken worden. Dat is niet de invulling waar het kabinet voor kiest, want het kabinet wil gemeenten meer taken geven met minder geld. Ik doel concreet op vier punten. 

Als eerste doel ik op genoeg middelen voor adequate wijkondersteuning en voor voldoende oren en ogen in de wijk, bijvoorbeeld door wijkagenten en buurtmeesters. De twee kabinetten-Rutte hebben elk wijkenbeleid opzijgezet, op Rotterdam-Zuid na. Er wordt 500 keer minder aan uitgegeven door dit kabinet. Dat is dus 0,2%. Overal is de stekker uitgetrokken, terwijl er juist behoefte is aan samenhang. Als er problemen zijn in de wijk, moet de buurtmeester daarop afgaan. Problemen moeten besproken en aangepakt worden. De oorzaak moet weggenomen worden. Wanneer kiest dit kabinet weer voor preventie in plaats van voor repressie? In samenwerking met buurtbewoners, professionals en gemeenten is veel mogelijk. Daar zijn veel voorbeelden van in het land. Geef bewoners bijvoorbeeld buurtrechten. Daarmee bedoel ik: meer zeggenschap over de eigen leefomgeving. Laat bewoners meedoen en meedenken in de wijk, bijvoorbeeld bij het ontwikkelen van een speeltuin of de programmering van een buurthuis. Met buurtrechten, meer wijkagenten en huismeesters worden de leefbaarheid en veiligheid echt verbeterd. Hoe denkt de minister hierover? 

De heer Van der Linde (VVD):

Aan welk budget denkt de heer Bashir voor deze mooie plannen? 

De heer Bashir (SP):

Aan genoeg budget. Als er problemen zijn in de wijk, waar mensen last van hebben, moet je die aanpakken. Nu dreigen problemen verspreid te worden door het land. Meer mensen gaan er last van ondervinden. Daar heb je inderdaad geld voor nodig. Twee kabinetten geleden werd daar nog geld voor uitgetrokken. Ik stel voor dat we dat weer gaan doen. 

De heer Van der Linde (VVD):

Dat vroeg ik niet. We praten in dit huis over de inzet van schaarse belastingcenten. Als u geld nodig hebt, moet u aangeven hoeveel, wat u niet gaat doen en waar u het vandaan gaat halen. 

De heer Bashir (SP):

Ik ga mij niet aan concrete bedragen wagen. Als de bereidheid wordt uitgesproken om weer wijkenbeleid te voeren, wil ik graag meedenken over hoeveel geld er nodig is, op welke wijze het gefinancierd moet worden en hoe we dat gaan doen. Op dit moment is die bereidheid er echter niet. Overal is de stekker uitgetrokken. Op dit moment wordt nog 0,2% van het budget van een aantal kabinetten geleden uitgetrokken voor wijkenbeleid. Er wordt niets meer geïnvesteerd. Er moet geld naartoe. Ik heb wel een aantal posten waar het vandaan kan komen. Denk aan de verhuurderheffing. Je kunt het bij de miljonairsbelasting vandaan halen. Je kunt ook kijken naar de hypotheekrenteaftrek. Als die bereidheid er is, kunnen we daar wat aan doen. 

Als tweede doel ik op het bouwen van en investeren in gemengde wijken. Ik noem weer de verhuurderheffing. Die moet worden geschrapt zodat er geïnvesteerd kan worden. Wanneer gaat de minister daarvoor zorgen? Wanneer gaat hij investeren in goede, leuke en veilige wijken voor iedereen? 

Het derde punt is het tegengaan van tweedeling. Hoe moeten kinderen later samen met elkaar leven, samen werken en een samenleving vormen, als zij nu apart opgroeien? Ze komen elkaar op school niet tegen en zien elkaar niet. Hoe moeten zij elkaar straks begrijpen? Geef gemeenten de mogelijkheid om voor spreiding van mensen te zorgen. Geef gemeenten via de Huisvestingswet de mogelijkheid om te sturen op leefbaarheid en sociaal-economische kenmerken. Zorg ervoor dat mensen gemengd naar school gaan, dat er gemengd gebouwd wordt en dat wijken gemengd bewoond worden. 

Ten vierde. Heb vertrouwen in politie en justitie. Als je als kind in Nederland iets fout doet, krijg je straf van je ouders of van de leraar op school. Doe je als volwassene iets fout, dan krijg je straf van de rechter. Dat hebben we zo afgesproken. Criminelen moeten door politie en justitie worden aangepakt. Tijdens hun straf en daarna moeten zij begeleid worden om op een goede manier weer een plek te vinden in de samenleving. Maar waarom maakt het kabinet het mogelijk dat gemeenten woningzoekenden straks kunnen straffen of zelfs dubbel kunnen straffen? Komt het door de bezuinigingen op de politie waardoor er 2.000 agenten weg moesten? 

De heer Albert de Vries (PvdA):

Ik moest het lang onthouden, maar ik probeer de vorige passage van de heer Bashir te begrijpen. Hij zegt dat hij een voorstander is van gemengde wijken. Op dat punt krijgt hij mij onmiddellijk aan zijn kant. Met deze wet zorgen we ervoor dat er geen opeenhoping van ellende komt en dat de mensen die last hebben van die opeenhoping van ellende, gevrijwaard worden voor extra ellende. We willen juist voorkomen dat er eendimensionale wijken ontstaan en dat die verder uitgroeien. Dat is precies wat u zelf bepleit. Ik snap daarom niet wat uw bezwaar is tegen deze wet. 

De heer Bashir (SP):

Ik had het over leefbaarheid en sociaal-economische kenmerken. In dit wetsvoorstel gaat het over criminelen. Ik heb het over samen opgroeien, gemengd bouwen, gemengd wonen en samen naar school gaan. In dit wetsvoorstel gaat het over het verspreiden van criminelen door heel Nederland, zodat iedereen er last van heeft. Ik heb het over het aanpakken van problemen, het bestrijden ervan en het erop zetten van de buurtpreventie en de wijkagent. Ik wil dat iemand uit de buurt het weet als er problemen zijn, denk daarbij aan drank- of drugsproblemen. Die persoon kan vervolgens bekijken wat er aan de hand is, bijvoorbeeld een gokprobleem, en hij kan met mensen in gesprek gaan om de problemen aan te pakken en op te lossen. In dit wetsvoorstel gaat het alleen over het verspreiden van problemen. 

De heer Albert de Vries (PvdA):

Dan blijf ik het niet begrijpen. Wat de heer Bashir allemaal wil, dat wil de Partij van de Arbeid ook allemaal. Maar eigenlijk zegt u dat u voor de concentratie van die ellende bent, want u bent niet voor de spreiding ervan. Als er ergens dus al een heleboel mensen met een drankprobleem of met criminele antecedenten wonen, dan zegt u: laat de volgende er dan ook maar gaan wonen, want dan wordt het beter omdat we het niet verspreiden. Dat zegt u met zo veel woorden. 

De voorzitter:

Wilt u via de voorzitter spreken? Want ik zeg helemaal niks. 

De heer Bashir (SP):

De vorige spreker, de heer Van der Linde, zei dat er in sommige wijken al 50 jaar problemen zijn, dat die zich opstapelen en niet aangepakt worden. Waarom worden die problemen niet aangepakt? Omdat er geen wijkenbeleid is. Er is amper geld voor leefbaarheid en er is amper geld om de problemen aan te pakken. Er zijn 2.000 wijkagenten wegbezuinigd. Ja inderdaad, dan zijn er problemen en die stapelen zich op. In plaats van die problemen aan te pakken door geld beschikbaar te stellen voor de aanpak van wijken, gaat men die problemen nu verspreiden door heel Nederland zodat iedereen er last van heeft. Dat is niet de aanpak waar ik voor kies. 

De heer Ronnes (CDA):

Ik heb hier toch een beetje moeite mee. De rode draad in het verhaal van de heer Bashir is dat hij wijken weer gezelliger, mooier en leefbaarder wil maken. Hij spreekt de minister aan omdat hij vindt dat die daarvoor moet zorgen. Al die gemeentebesturen zijn hard bezig om in hun wijken de zaak leefbaarder te krijgen. Uit het verleden is gebleken dat zij gereedschap nodig hebben om die wijken leefbaar te houden. Wat is er mis mee om het lokale bestuur gereedschap mee te geven om datgene te bereiken wat de heer Bashir wil? Dat is volgens mij het doel van deze wet. 

De heer Bashir (SP):

Op dit moment zijn er achttien gemeenten die al aan het screenen zijn op basis van de mogelijkheid die dit wetsvoorstel gaat scheppen, terwijl de wet dat nog niet mogelijk maakt. Ze screenen op basis van politiegegevens. Dat gebeurt in achttien gemeenten. In een aantal van die achttien gemeenten hebben er al evaluaties plaatsgevonden over de vraag hoe effectief dat is. Daaruit blijkt dat er niet heel veel overlastgevers worden geweerd. Het gaat maar om een paar mensen, terwijl het tegelijkertijd wel een grote inbreuk is op de privacy van iedereen. De politiegegevens van iedereen moeten immers verstrekt worden. Dat is een. 

Twee. Wij hebben de evaluatie van de Rotterdamwet gehad. Wat staat daarin? In die evaluatie staat dat het niet aantoonbaar bijgedragen heeft aan leefbare wijken. Mijn conclusie is dat wij tien jaar lang hetzelfde geprobeerd hebben, dus laten wij het nu anders doen. Laten wij nu in plaats van op repressie inzetten op preventie. Dan ga je inderdaad naar wijkpreventie. Als er problemen zijn, moeten de mensen in de wijk daarop afgaan. Je moet dan bekijken wat er aan de hand is en de problemen aanpakken. Dat is iets anders dan mensen door het land spreiden, want dan houden die mensen nog steeds hun problemen. 

De heer Ronnes (CDA):

Ik hoor de reactie van de SP. Als ik het goed beluister, zegt de heer Bashir dat het helemaal geen zin heeft om het wetsvoorstel op deze manier neer te leggen. Ik denk dat het voorliggende wetsvoorstel niet dé oplossing is, maar wel een onderdeel van een oplossing. Dat dit geen oplossing voor het totale spectrum zal zijn, ben ik met de heer Bashir eens, maar het is nadrukkelijk een gereedschapstool in de gereedschapskist van de gemeentebesturen. Daar waar dit wel werkt, kunnen ze dit gebruiken. 

De heer Bashir (SP):

Maar dan zegt de heer Ronnes: ja, ik ben voorstander van dit wetsvoorstel, mits er meer gebeurt, namelijk dat er meer zaken worden opgepakt en meer gereedschap in de gereedschapskist van de minister en de gemeente wordt gedaan. Maar dat zie ik niet. Ik zie dat er nog maar 0,2% van het budget voor het wijkenbeleid over is. De rest is wegbezuinigd. Ik zie dat er bezuinigd is op de politie. Ik zie dat er bezuinigd wordt op de ggz-instellingen. Ik zie alleen maar bezuinigingen en ook dit wetsvoorstel. Ik zou zeggen: laat dan ook de andere maatregelen zien waar de heer Ronnes het over heeft. 

De heer Ronnes (CDA):

Voorzitter, mag ik hier nog kort op reageren? Ik denk dat dit voorstel niet blokkeert dat wij met elkaar spreken over andere goede voorstellen, als die er zijn. Als mensen daar ideeën over hebben, kunnen wij die hier gewoon met elkaar bepraten. 

De heer Van der Linde (VVD):

Ik vind het verhaal van de heer Bashir een beetje lastig. Hij pleit voor een wijkaanpak en doet net of wij niet jarenlang een beleid van aandachtwijken, prachtwijken en vogelaarwijken hebben gehad, indertijd warm ondersteund door de SP. Uit elke analyse is gebleken dat dit beleid helemaal niets heeft gedaan voor de leefbaarheid. Wat wil de heer Bashir nu nieuw? Wat hadden wij vroeger dan niet? 

De heer Bashir (SP):

Ik heb net vier punten genoemd. Ik wil ze best nog een keer opsommen. Mag dat van u, voorzitter? Oké, dan begin ik gewoon opnieuw. 

De voorzitter:

Nou, niet helemaal bij het begin. 

De heer Van der Linde (VVD):

Ik zal de heer Bashir een beetje helpen. Dit zat toch allemaal in het beleid voor de vogelaarwijken? Daar zit toch niets anders bij? 

De heer Bashir (SP):

Nee, dat is het probleem. Het beleid van Vogelaar is overigens niet helemaal afgemaakt. Het begon met gebrek aan budget. Ik zat in de parlementaire enquêtecommissie Woningcorporaties, die geconcludeerd heeft dat er weliswaar geld was uitgetrokken maar dat het door stommiteiten zoals rekenfouten niet helemaal beschikbaar werd gesteld. Mevrouw Vogelaar moest dus een groot deel van haar tijd gebruiken om achter het geld aan te gaan dat haar beloofd was maar uiteindelijk niet gegeven is. Vervolgens is er amper tijd geweest om dat beleid uit te voeren, want daarna kwam het volgende kabinet, dat korte metten heeft gemaakt met het wijkenbeleid. 

De heer Van der Linde (VVD):

Dat delen we nog wel met elkaar, maar die analyses waren al van veel eerder. Die kwamen uit 2009, 2011 en 2013. Ook met het geld dat er was, is gewoon niets gebeurd. Als de heer Bashir niet kan aangeven welke kosten hij in gedachten heeft, vind ik het moeilijk discussiëren. 

De heer Bashir (SP):

Ik wil best bedragen noemen, maar ik weet niet of dat effectief is in dit debat. We hebben het dan nog steeds over fictieve bedragen, die toch niet uitgetrokken worden omdat de VVD alleen kiest voor het verspreiden van problemen in plaats van de aanpak ervan. 

De voorzitter:

Ik heb het gevoel dat het zou kunnen bijdragen aan het debat, maar dat is maar een gevoel. 

De heer Bashir (SP):

Ik laat het in dit geval in het midden, maar als ik toch een bedrag moet noemen, zou ik zeggen: 20% of 10% van de verhuurderheffing. Gebruik dat om wijkenbeleid te voeren, als beginnetje. 

De heer Van der Linde (VVD):

Daar is de VVD niet automatisch voor, maar ik hoor de heer Bashir nu wel zeggen dat hij de verhuurderheffing in stand wil laten. 

De heer Bashir (SP):

Nee, dat zeg ik niet. Ik wil de verhuurderheffing ombouwen tot een investeringsplicht. Je kunt inderdaad een deel van de opbrengst gebruiken om wijkenbeleid te voeren. Anders hebben we natuurlijk de hypotheekrenteaftrek, de miljonairsbelasting en de fregatten die er niet moeten komen. 

De heer Van der Linde (VVD):

Die verhuurderheffing heb ik voor u genoteerd, dank u wel. 

De heer Bashir (SP):

Ik had het over de bezuinigingen, want die vallen keihard neer in onze wijken. Op de ggz is bijvoorbeeld miljoenen bezuinigd. Een derde van de bedden is geschrapt. Mensen met een ggz-aandoening zitten nu noodgedwongen thuis, ook als zij een behandeling nodig hebben. Sommigen zitten niet alleen noodgedwongen thuis, maar ook in de trein, in het winkelcentrum en in de wijken. Daar zorgen ze voor overlast. Het is niet vreemd dat een deel van deze mensen overlast veroorzaakt voor de buurtbewoners, want zij hebben een probleem dat aangepakt moet worden. Dit wetsvoorstel wil ook dat zij in bepaalde wijken niet mogen wonen. Dat kan toch niet waar zijn? Deze mensen hebben een probleem. Pak dat eerst aan en draai de bezuinigingen op de ggz terug. Graag een reactie van de minister. 

De voorloper van dit wetsvoorstel is de Rotterdamwet. Mensen met een laag inkomen kunnen uit sommige wijken geweerd worden. Het moest een duurzame verbetering van de leefbaarheid in sommige wijken brengen. Dat zijn de woorden van de minister zelf. Is die duurzame verbetering er gekomen? Nee. Uit een evaluatie blijkt dat de Rotterdamwet niet heeft bijgedragen aan een aantoonbare verbetering van de veiligheid en leefbaarheid in de aangewezen buurten. Ook blijkt dat mensen die uit bepaalde gebieden zijn geweerd, in andere, armere wijken zijn gaan wonen. In die wijken is een afname van de leefbaarheid geconstateerd en is een nieuwe concentratie van mensen met lage inkomens ontstaan. Met andere woorden, de problemen waar de Rotterdamwet voor is bedacht, hebben zich voor een groot deel verplaatst. Wat vindt de minister hiervan? Is de Rotterdamwet voor het kabinet nog steeds een goed middel om het doel van leefbaarheid en veiligheid te halen? Zo ja, wanneer wordt het doel dan gehaald? Tien jaar na invoering van de wet is het namelijk nog steeds niet bereikt. 

Nu wordt de Rotterdamwet uitgebreid. De SP-fractie vond de Rotterdamwet altijd al gelegenheidswetgeving. Nu wil het kabinet ook mensen die overlast geven gaan weren. Waarom kiest het kabinet er niet voor om de leefbaarheid en veiligheid te verbeteren? Is dit niet enkel weer een verplaatsing van problemen? Welke andere maatregelen zijn onderzocht of overwogen om deze problemen aan te pakken? Waarom zijn die andere maatregelen het uiteindelijk niet geworden? 

Wat betekent de uitgebreide Rotterdamwet voor de wijken en buurten waar de Rotterdamwet niet geldt? Wat betekent de uitbreiding voor de buurtgemeenten van Rotterdam, voor Vlaardingen of Capelle aan den IJssel? Gaan die straks meer overlast krijgen? Wat betekent de uitbreiding van dit wetsvoorstel voor gemeenten in de rest van Nederland? Krijgen die straks ook meer overlast? Wat antwoordt de minister aan al de bestuurders in het land die zich straks gaan melden bij het ministerie en gaan klagen over mensen die voorheen in een ggz-instelling zaten of mensen die net uit de gevangenis komen en niet voldoende begeleid worden? 

De gemeente Rotterdam staat aan de vooravond van een referendum over een omstreden woonvisie. De gemeente wil namelijk af van 20.000 goedkope huurwoningen. Bovendien wil Rotterdam duizenden woningen slopen. Hoe verhoudt de omstreden woonvisie van Rotterdam zich tot de nieuwe Rotterdamwet? Waar moeten mensen met een laag inkomen straks naartoe? Waar moeten mensen met een psychiatrische achtergrond die ooit overlast hebben veroorzaakt naartoe? Heeft de minister daar al een antwoord op? 

De minister pleegt ook een inbreuk op de grondrechten van huurders. Wanneer iemand het recht wordt ontzegd om ergens te wonen, is dat een grote inbreuk op het recht van vrije vestiging. Kan deze liberale minister uitleggen waarom hij zo'n onliberale inbreuk pleegt? Waarom ontneemt dit kabinet mensen vrijheden? 

In mijn commentaren sta ik niet alleen. De Raad van State maakt namelijk gehakt van dit wetsvoorstel. Hij schrijft dat de effectiviteit onvoldoende is aangetoond. Ook is hij niet overtuigd van de noodzaak en proportionaliteit van het gebruik van politiegegevens voor de screening. Volgens de Raad van State maakt het wetsvoorstel een ernstige inbreuk op grondrechten als de vrijheid van vestiging, het vrije verkeer van personen en de eerbiediging van de persoonlijke levenssfeer. Waarom heeft het kabinet dit voorstel dan toch gedaan? Dit kan toch niet? 

Ook het College voor de Rechten van de Mens maakt gehakt van dit wetsvoorstel. Het wijst er namelijk terecht op dat bij het delen van politiegegevens het ook kan gaan om zaken die niet tot strafvervolging hebben geleid. Kan de minister daarop ingaan? Kan een huurder ook op grond van alleen een melding worden geweerd of zelfs op grond van vermoedens? Waarom is het verstrekken van alleen een vog niet genoeg voor het kabinet? Er zijn maar achttien gemeenten die gebruikmaken van politiescreening. Dan maken er dus 380 geen gebruik van. Toch gaat het daar niet zo heel slecht mee. Dat is toch zo, of is het volgens de minister in die gemeenten ook een ramp? Waarom kiest het kabinet er niet voor om alleen mensen met een strafblad onder de wet te laten vallen? Waarom heeft het kabinet daar niet specifiek voor gekozen? Kan de minister garanderen dat deze nieuwe Rotterdamwet de test van het Europese Verdrag tot bescherming van de Rechten van de mens en de fundamentele vrijheden doorstaat? 

Deze minister kiest voor een gemakkelijke oplossing, namelijk het verspreiden van problemen. Ik weet dat deze minister meer kan doen. Ik weet ook dat deze minister de problemen zelf echt kan gaan aanpakken. Ik wil hem dan ook verzoeken en ertoe oproepen om meer te gaan doen. Pak de problemen van de mensen aan. Pak de oorzaken van de problemen aan. Ga ze niet spreiden. 

De heer Ronnes (CDA):

De negatieve grondhouding van de SP ten opzichte van deze wet verbaast mij enigszins. Wij ontvangen bijvoorbeeld signalen uit de gemeente Nijmegen, waar de SP volgens mij sinds 2002 in het college van B en W heeft gezeten. Onder leiding van de SP is toentertijd politiescreening ingevoerd. Dat gebeurt dus al veertien jaar en vrij recent zijn er nog nieuwe convenanten over afgesloten om ermee door te gaan. Blijkbaar is het in Nijmegen een succes om dit toe te passen. Ik begrijp het dus niet goed: hoort de heer Bashir uit zijn achterban geen geluiden dat de wet op een positieve manier ingezet zou kunnen worden? 

De heer Bashir (SP):

Ik zou de heer Ronnes willen verzoeken om in de gemeenteraad van Nijmegen plaats te gaan nemen en dit debat daar met bestuurders te voeren. Zij hebben daar zelf een eigen afweging gemaakt. Ik weet hier ook verder geen details van. Ik kan daar ook niet verder op aangesproken worden want ik ben alleen verantwoordelijk voor mijn eigen handelen. Ik heb dit wetsvoorstel onderzocht en bestudeerd en ik kwam tot de conclusie, ook dankzij de meerdere evaluaties waarnaar ik al verwees, dat dit wetsvoorstel alleen maar zorgt voor het verspreiden van de problemen in plaats van de aanpak ervan. Die mensen zijn geen probleem, maar ze hebben een probleem. Die mensen hebben een reden voor hun problemen. De buurtpreventie en de politieagent moeten daarop afgaan. Die problemen moeten aangepakt worden. Dan kun je mensen gaan weren en verspreiden, maar dan heb je de problemen nog niet aangepakt. 

De heer Ronnes (CDA):

Ik had verwacht dat de SP ook haar oor te luisteren zou leggen bij gemeentebesturen waar zij in vertegenwoordigd is en die zelf op de werkvloer met die wet te maken hebben. Dus vandaar mijn opmerkingen in deze interruptie. 

De heer Bashir (SP):

Voor de Handelingen wil ik dan voor de volledigheid nog zeggen dat ik voor de behandeling van dit wetsvoorstel in deze Kamer onze lokale mensen heb gevraagd om reacties te leveren. Ik heb echter niets gehoord van hen wat wijst op hetgeen de heer Ronnes hier zegt. 

De heer Madlener (PVV):

Als ex-lid van de Rotterdamse raad wijs ik erop dat er een goede reden is dat Rotterdam mensen wil verspreiden. Die is namelijk dat Rotterdam de stad is waar de meeste multiculturele problemen ontstaan zijn, waar heel veel niet-westerse allochtonen naartoe zijn getrokken, met alle problemen van dien, zoals armoede, werkloosheid en integratieproblemen. Er zijn wijken in Rotterdam waar meer dan de helft van de mensen bestaat uit allochtonen, van wie ook heel veel met een islamitische achtergrond. Die problemen komen daar samen. Dus je kunt het Rotterdam niet verwijten dat het er iets aan wil doen. 

De voorzitter:

En wat is uw vraag? 

De heer Madlener (PVV):

In die zin ben ik het eens met de SP dat verspreiding alleen geen zin heeft, maar je moet natuurlijk wel dweilen met de kraan dicht in plaats van met de kraan open. De SP heeft hier een heel grote mond over Rotterdam, over dat die stad het allemaal niet goed doet, maar de SP weigert de oorzaak van het probleem te benoemen en dat is de massa-immigratie. Ik hoor de SP daar nooit over. De heer Bashir kan hier wel een grote mond hebben door te zeggen dat Rotterdam en al die andere steden die met die problemen kampen het niet goed doen, maar mijn vraag is dan wel waar de SP blijft als het gaat om het wegnemen van de oorzaak. Waarom hoor ik de SP niet over immigratiebeperking en het stoppen van de constante toevloed van mensen — niet-westerse allochtonen met enorme achterstanden — die de problemen opnieuw vergroten? 

De voorzitter:

Probeert u de interrupties iets korter te doen. De kern is helder. 

De heer Bashir (SP):

De heer Madlener haalt natuurlijk weer zijn stokpaardje te voorschijn van de massa-immigratie en de problemen die worden veroorzaakt. Ik verzoek hem toch om in te gaan op datgene wat in dit wetsvoorstel wordt voorgesteld en om zijn eigen oplossingen aan te dragen. Die hoor ik niet. 

De heer Madlener (PVV):

Ik heb al gezegd dat ik het eens ben met een aantal zaken die de SP hier aandraagt, namelijk dat spreiden op zich geen zin heeft en dat je het moet aanpakken. De SP vergeet echter dat als je dat doet maar je tegelijkertijd het opengrenzenbeleid van de SP doorzet, je ervoor zorgt dat er opnieuw achterstanden worden geïmporteerd. Dat gebeurt op dit moment; de immigratierecords worden weer gebroken. Dat zijn geen Canadese tandartsen, maar mensen die de taal niet spreken, die niet kunnen rekenen en schrijven. De SP laat de mensen totaal in de steek en komt hier met een grote mond vertellen dat de steden het niet goed doen. Ik zou zeggen: SP, ga het eindelijk eens opnemen voor de mensen in de wijken die last hebben van de nieuwe immigratiegolf, waar u niets aan wilt doen. 

De heer Bashir (SP):

Ik kan me een Kamerdebat van een paar weken geleden herinneren, waar het besluit viel om ook in Syrië te gaan bombarderen. Wie stemde daarvoor? Dat was de partij van de heer Madlener, de PVV. Die stemde voor het bombarderen van Syrië. Als je dat doet, ontstaan er vervolgens … 

De voorzitter:

Mijnheer Bashir, ik heb de indruk dat dit een beetje buiten de orde van dit debat valt. 

De heer Bashir (SP):

Ik vertel waarom er migratiegolven ontstaan, voorzitter. Die ontstaan op het moment dat je oorlog gaat voeren. Als de PVV daar voorstemt, ontstaan er vluchtelingenstromen. Dan kun je wel roepen dat je die wilt stoppen, maar ook daar geldt: pak de oorzaak aan in plaats van zelf de oorzaak te zijn. 

De voorzitter:

Ik wijs er voor de volledigheid op dat het hier gaat om de wijziging van de Wet bijzondere maatregelen grootstedelijke problematiek en niet over de artikel 100-procedure. 

De heer Albert de Vries (PvdA):

Ik wilde ook graag weer terug naar de kern van die wet, voorzitter. Over de verschillen tussen de SP en de Partij van de Arbeid en over het feit dat er meer aandacht moet zijn voor wijken waar het niet helemaal crescendo gaat, hoeven we niet lang te discussiëren. Het gaat hier onder meer om de mensen die al jaren worden geconfronteerd met overlast, overlast van criminele mensen maar ook van mensen die psychiatrisch gestoord zijn, die lawaai veroorzaken enzovoorts. De heer Bashir houdt hier vanavond een betoog dat deze mensen moeten worden geconfronteerd met nog meer van die mensen. De heer Bashir wil ze niet vrijwaren van nog meer van dat soort gevallen. Daar gaat het vanavond over. Gaan we die mensen, die al jaren in de shit zitten, nu beschermen of niet? 

De heer Bashir (SP):

Ik ben voor beschermen, maar dan moet je buurtpreventie inzetten en de wijkagent erop afsturen en niet de problemen gaan verspreiden. Overigens vergeet de heer De Vries nog een klein puntje toe te voegen. Alle mensen die al problemen hebben in die wijken, hebben niets aan dit wetsvoorstel. Daar gaat het namelijk alleen om de screening van nieuwe gevallen. Als er nieuwe mensen willen komen, worden die gescreend, maar alle bestaande problemen blijven bestaan. De buurtpreventie wordt niet ingezet, de wijkagenten worden er niet op afgestuurd. Er zullen alleen maar meer mensen in Nederland last ondervinden van de problemen. 

De heer Albert de Vries (PvdA):

Dat zijn we allemaal met de heer Bashir eens. Wij vinden ook dat de mensen die overlast veroorzaken, moeten worden aangepakt. Laat ik het maar concreet vragen. Laat de SP de kiezers die al jaren in de shit zitten, nog verder geconfronteerd worden met nog meer mensen die overlast veroorzaken, op welke manier dan ook? Daar gaat dit wetsvoorstel namelijk over. 

De heer Bashir (SP):

De heer De Vries gebruikt Engelse woorden, voorzitter. Ik weet niet of dat mag. Misschien kunt u ze vertalen? 

De voorzitter:

U ziet dat de heer Elias niet voorzit, dus ik laat het gewoon toe. 

De heer Bashir (SP):

Dan vind ik het prima, voorzitter. 

Nee, ik laat die mensen niet in de steek. Ik heb voorgesteld wat ik voorgesteld heb. Er is geld nodig voor wijkenbeleid. Ik kan het niet mooier maken dan het is. We hebben het nu tien jaar geprobeerd met de Rotterdamwet. Sorry, die werkt niet. Ik zeg dat niet; dat concluderen de onderzoekers. Nu moeten we het anders doen. Nu moeten we de problemen aanpakken in plaats van de mensen verspreiden. 

De heer Madlener (PVV):

Voorzitter. Ik heb vandaag nog niet gesproken, dus ik wil eerst graag mijn afschuw uitspreken over de aanslagen in Brussel. Ik wil mijn medeleven betuigen met alle slachtoffers, de gewonden, de familie en de vrienden van de overleden slachtoffers. Dit raakt ons allemaal heel diep. Het voelt dan ook ongemakkelijk om op de dag van deze vreselijke aanslagen in Brussel over de aanpak van overlast en criminaliteit te spreken, terwijl de excessen van de geïslamiseerde multiculturele samenleving steeds toenemen. Overlast is soms het begin van veel erger. Het lijkt steeds gemakkelijker te ontaarden in grof geweld en terreur, gevoed door een diepe haat tegen de westerse manier van leven. 

Dit debat gaat over overlast en criminaliteit in relatie tot de leefbaarheid van wijken. Onze maatschappij raakt steeds verder ontwricht door de veranderende bevolkingssamenstelling die het gevolg is van een opengrenzenbeleid en massa-immigratie door niet-westerse allochtonen. Het absorptievermogen van ons land om deze immigranten op te nemen, is al lang overschreden. De ambitie van veel nieuwkomers om echt westers te worden of Nederlander te worden, te assimileren en iets van je leven te maken, is vaak ver te zoeken. Nee, een uitkering, een moskee en lekker in je eigen taal en armoedecultuur blijven hangen, is vaak het resultaat. Deze geïmporteerde armoede komt samen in oude stadswijken, hetgeen tot gettovorming leidt. De arme wijken gaan als eerste ten onder aan de negatieve spiraal van armoede, uitzichtloosheid, agressie, drugs en negativisme. 

Dit proces van verloedering en verharding van onze samenleving is al gaande sinds de jaren tachtig en negentig van de vorige eeuw. Pim Fortuyn heeft er talloze boeken over geschreven. Maar als ik nu kijk naar wat er gebeurt, dan heeft Nederland nog steeds niets geleerd. De politiek weigert nog steeds om te benoemen dat de aanhoudende massa-immigratie van niet-westerste culturen in het algemeen en islamitische culturen in het bijzonder tot enorme problemen leidt. Ons land verloedert, onze wijken verloederen en uiteindelijk zal onze beschaving ten onder gaan. Wat in de jaren tachtig en negentig in de achterstandswijken van Rotterdam als eerste zichtbaar werd, zie je tegenwoordig in steeds meer middelgrote steden. Steeds meer wijken in Nederland verloederen en worden onveilig. Nederland begint steeds meer te lijken op een grote achterstandswijk oftewel een vogelaarwijk, zoals we die een aantal jaren geleden nog noemden. Het heeft geen zin om te dweilen met de kraan open, zei prof. Pim Fortuyn jaren geleden al. En kijk nu eens om je heen. 

Deze wet probeert stelselmatige overlastgevers uit sommige wijken te weren, maar daarmee verspreid je het probleem. Goede wijken krijgen meer probleemgevallen en worden zo ook probleemwijken. Dat is een kortetermijnoplossing die uiteindelijk niet effectief zal blijken. De PVV wil echte oplossingen om verloedering, overlast en criminaliteit in ons land tegen te gaan. Die moeten echt allemaal worden gerealiseerd om het tij te keren en niet slechts deze wet. Dit is slechts een deel van de oplossing. Ik schets in het kort wat de PVV voorstaat als echte oplossingen: 

1. Sluit de grenzen voor niet-westerse immigranten. Dat is wat alle partijen, op de PVV na, hier steeds maar weer vergeten: het heeft geen zin om te dweilen met de kraan open. 

2. Zet criminele overlastplegers met een dubbele nationaliteit uit. Terug naar eigen land als het je hier niet bevalt. 

3. Strenger straffen en beter handhaven van criminaliteit en overlast. De gedoogcultuur kan echt niet meer, zeker niet in deze wijken. 

4. Gestoorde verslaafden of verwarde mensen moeten beter worden opgevangen in instellingen. Die lopen nu te veel op straat en plegen daar ook overlast. Daar heeft de SP gewoon een terecht punt. 

5. Stelselmatige overlastplegers, waar deze wet specifiek over gaat, moeten wij niet verspreiden over de stad of naar buurgemeenten, maar opvangen in speciale tuigdorpen. Pas als de overlastplegers bewezen hebben dat ze zonder overlast te veroorzaken kunnen wonen, mogen ze weer terug naar een normale woning. 

Deze wet biedt gemeenten een wettelijke basis om personen of gezinnen te kunnen weren uit bepaalde wijken, maar regelt niet waar ze dan naartoe moeten. De PVV vindt dat een halve maatregel, want het is geen oplossing voor de lange termijn. Het verspreiden van allochtonen, arme mensen of overlastplegers is geen structurele oplossing, maar zadelt buurgemeenten of aanliggende wijken op met de problemen. Het is een noodmaatregel die op korte termijn de gettovorming iets zal tegengaan op de ene plek maar uiteindelijk steeds meer gebieden tot probleemgebied zal maken. 

De heer Van der Linde (VVD):

Ik hoor de heer Madlener zingen uit de vaste liedbundel van de PVV. Wij krijgen nogal wat cijfers van deze minister, onder andere de Staat van de Woningmarkt. Volgens mij is de algemene trend dat het aantal slechte wijken in Nederland juist enorm is gedaald de afgelopen vijf jaar. Kan de heer Madlener daarop bespiegelen? 

De heer Madlener (PVV):

Het is natuurlijk maar hoe je het bekijkt, wat een slechte wijk is. Als ik kijk naar de problemen van Rotterdam, dan zie ik dat die gigantisch waren en nog steeds gigantisch zijn. Kinderen groeien op in wijken waar meisjes van 16 buschauffeurs beroven en steken met een mes en waar harde criminaliteit is, met vechtpartijen die zo wreed zijn dat je denkt: hoe is het mogelijk dat dit gebeurt? Mensen groeien op in wijken waar amper nog Nederlands wordt gesproken en waar amper meer goed les wordt gegeven op scholen. Dan denk ik bij mezelf: dit is toch niet wat we willen? Als de VVD zegt dat het allemaal meevalt en dat het goed gaat in Nederland, dan denk ik: kom eens uit Wassenaar en ga eens kijken in het land. Want, zoals de heer Van der Linde het voorstelt is het helaas niet de werkelijkheid voor veel mensen. 

De heer Van der Linde (VVD):

Ik ben geboren op Rotterdam-Zuid, dus ik heb enig recht van spreken. Maar goed, laten we het daar niet over hebben. 

De heer Madlener (PVV):

En snel weer weggegaan, denk ik. 

De heer Van der Linde (VVD):

Nou, niet eens. Nee, ik heb het er ook nog erg naar mijn zin gehad. 

De heer Madlener (PVV):

Gehad. 

De heer Van der Linde (VVD):

Maar dat is mijn vraag niet. 

De heer Madlener (PVV):

Er staan goedkope huizen te koop, dus u kunt er zo weer gaan wonen. 

De voorzitter:

Mijnheer Madlener, wilt u de heer Van der Linde zijn vraag laten stellen? 

De heer Van der Linde (VVD):

Wij vinden elkaar volkomen bij de bestrijding van criminaliteit. Dat doet niet af aan de waarneming dat het aantal slechte wijken is gedaald. Wat ik de heer Madlener hoor zeggen is: wij willen geen getto's, dus wij gaan tuigwijken maken. Dat komt op mij over als het creëren van nieuwe getto's. Of zie ik dat nu helemaal verkeerd? 

De heer Madlener (PVV):

Wat u verkeerd ziet, is ten eerste dat het in Rotterdam-Zuid nu fantastisch is. Rotterdam-Zuid is juist een gebied waar gigantisch veel problemen zijn, die voortkomen uit de multiculturele samenleving waar u verantwoordelijk voor bent. De VVD is op dit moment verantwoordelijk voor de immigratierecords. Dat wil ik ten eerste gezegd hebben. 

Ten tweede heeft Rotterdam zelf ook de wens om die mensen niet te verspreiden, maar in speciale woningen te plaatsen. Die mensen wilt u ook niet naast u hebben. Die probleemgevallen krijgt u nu niet naast u, want u woont waarschijnlijk ergens in een prachtig huis, niet in Rotterdam-Zuid. Die mensen in Rotterdam-Zuid willen die mensen ook niet naast zich hebben. Wat moet je dan doen? Je moet niet alleen maar zeggen: u mag hier niet wonen. Maar je moet ook zeggen: ga daar maar in zo'n containerwoning wonen. Dit kabinet heeft aangegeven 100.000 woningen te kunnen bouwen voor allerlei asielzoekers. Ik zeg dan: laten we dan maar die aso's in die containerwoningen plaatsen en niet die asielzoekers. 

De heer Van der Linde (VVD):

Ik weet dat de vrienden van de heer Madlener het voor het zeggen hebben in Rotterdam, namelijk Leefbaar Rotterdam. Vanuit Rotterdam hebben wij volgens mij warme steun voor deze aanscherping van de Rotterdamwet. Ik kan het dus even niet bij elkaar brengen. 

De heer Madlener (PVV):

Rotterdam is niet alleen voorstander van deze Rotterdamwet. Rotterdam zegt ook: wij willen speciale huizen aanwijzen waar dit soort aso's naartoe gaat. Dan heb je pas een wetgeving die sluitend is. Je moet niet alleen maar zeggen: overlastgevers, ga maar ergens anders wonen. Dan plegen ze daar overlast en ben je alleen maar de problemen aan het verspreiden. Zet ze dan begeleid in een containerwoning. Dan mogen ze pas terug in een gewoon huis als ze het afgeleerd hebben. Dat alles heeft geen enkele zin als je de grenzen open laat staan, zoals de VVD nu doet. Dan importeren we natuurlijk weer nieuwe armoede en achterstanden. Dat willen we absoluut niet. Dat is geen oplossing. De VVD steunt deze wet als deel van een oplossing, maar vergeet om te beginnen met het sluiten van de kraan bij het dweilen. Dat is natuurlijk dom VVD-beleid. 

De PVV wil niet alleen maar verspreiding van overlastgevers. Wij willen de aanpak van overlastgevers sluitend te maken door alternatieve huisvesting aan te bieden in tuigdorpen, skaeve huse, zoals ze in Denemarken worden genoemd, of asowoningen. Is de minister bereid om dit te regelen met de gemeenten en dit altijd deel te laten uitmaken van de aanpak? Is de minister bereid om tegen een gemeente die van oordeel is dat iemand niet geschikt is om in een gewone wijk te wonen wegens ernstige overlast die strafrechtelijk moeilijk is aan te pakken — ik heb het niet eens over criminelen, want die horen in de gevangenis — te zeggen: prima, plaats hem uit huis, maar niet naast andere mensen? Tenzij het naast de heer Van der Linde is, natuurlijk. Daar mag het wel. Plaats ze gewoon in een containerdorp, zoals de minister ze ook voor asielzoekers zegt te gaan bouwen. 

De heer Bashir (SP):

De heer Madlener heeft een aantal voorstellen van de SP omarmd. Hij zei dat de SP goede voorstellen heeft gedaan. Voordat Rutte I aantrad, werd er bijna 1 miljard aan wijkenbeleid uitgegeven. Daar is nu niks meer van over. De PVV had de mogelijkheid om er iets moois van te maken, maar het is allemaal wegbezuinigd. Mijn vraag aan de heer Madlener is dan ook: hoezo bent u voor wijkenbeleid? U hebt meegeholpen om het helemaal af te bouwen. 

De heer Madlener (PVV):

Wij zijn helemaal niet voor het wijkenbeleid dat de SP voorstaat. Wij geloven niet dat je met wat geld strooien en cadeautjes uitdelen dit soort overlastgevers aanpakt. Waar ik voor pleit, is het sluiten van de grenzen. Dat wil de SP niet en dat doet de VVD niet. Dat is nummer een. Ten tweede: criminele overlastgevers horen in de gevangenis en niet in de wijk. Wij willen criminelen hard aanpakken. Dat is ook iets wat ik de SP nooit hoor zeggen. De SP is altijd voor pamperen en uitkeringen uitdelen. Ten derde geef ik de heer Bashir gelijk als hij zegt dat verspreiden niet helpt. Dat is ook mijn betoog. Alleen verspreiden helpt niet. Je moet het aanpakken. De bezuiniging in de geestelijke gezondheidszorg leidt dus tot extra problemen. Wij zien dat in het openbaar vervoer, wij zien dat aan het aantal mensen dat op straat zwerft. Het zijn allemaal overlastgevers die wij niet willen. Daar heeft de heer Bashir een punt: de bezuinigingen op de zorg zijn ook ons een bron van ergernis. Maar voor de rest laat de SP het volkomen afweten als het gaat om een echt werkende aanpak van de probleemwijken. 

De heer Bashir (SP):

De PVV deed een aantal voorstellen, waaronder: grenzen dicht. Nou, daar heb je agenten voor nodig. Dat kost geld. De PVV wil de problemen in de wijken aanpakken. Daar heb je ook agenten voor nodig. Dat kost ook geld. Voor wijkenbeleid was 1 miljard euro beschikbaar. Mede dankzij de PVV is daar niets van over. 

De heer Madlener (PVV):

Het geld voor het vogelaarwijkenbeleid dat de heer Bashir nu noemt, ging niet naar grensbewaking. Dat ging allemaal naar speelplaatsjes en wat opknapwerkzaamheden in de wijk. Het was vaak gewoon weggegooid geld. Dat moeten wij dus niet doen. Ik heb hier duidelijk uiteengezet waar wij voor staan. Daar laat de SP het afweten en daarmee laat de SP juist de mensen die in die zwakke wijken wonen in de steek. En zo kennen wij de SP al jaren. 

De heer Albert de Vries (PvdA):

Voorzitter. De Partij van de Arbeid vindt dat iedereen recht heeft op een goede woning in een fijne straat en in een veilige buurt. Als dat in het gedrang komt door overlast veroorzaakt door andere mensen, dan vinden wij een stevige aanpak gerechtvaardigd. 

Helaas zijn er ook in Nederland buurten waar de leefbaarheid ernstig onder druk staat door overlast, intimidatie, discriminatie en criminaliteit. Dat zijn buurten waar kinderen niet veilig kunnen opgroeien. In die wijken is gerichte en bewezen effectieve inzet nodig om de leefbaarheid te herstellen. Wij staan daar aan de kant van de bewoners die willen werken aan een veilige en plezierige woonomgeving, zeker als zij daar al lang op hebben moeten wachten. Wij willen de machteloosheid wegnemen van bewoners en overheid tegenover een verloederende, onveilige en intimiderende omgeving. Om de leefbaarheid te herstellen zijn tal van instrumenten beschikbaar. De voorliggende wijziging van de wet kan daar naar onze mening een goede en effectieve aanvulling op zijn, maar wel een aanvulling die alleen als ultimum remedium ingezet kan worden en de nodige zorgvuldigheid vereist. Selectieve toewijzing van woningen en screening van woningzoekenden zijn immers zeer vergaande instrumenten. 

Is het nu zo dat de achttien gemeenten die zonder wettelijke basis al jaren woningzoekenden screenen, nu helemaal in de lijn van deze wet moeten gaan werken? Waarom zijn deze achttien gemeenten niet eerder aangepakt omdat zij iets deden wat de wet niet dekte? Het is namelijk belangrijk dat er goede spelregels zijn voor gemeenten als zij een verzoek bij de minister indienen om gebieden aan te wijzen om daar de screening van woningzoekenden te mogen toepassen. Zij moeten dan duidelijk aantonen dat dit middel echt nodig is om verdere toename van leefbaarheidsproblemen te voorkomen. Verder moet wat ons betreft een voorwaarde zijn dat de gemeente voorafgaand aan de aanvraag overleg voert met huurders en verhuurders. Waarom is die verplichting niet in de wet opgenomen? Kan die nog wel in de ministeriële regeling komen? Kan de minister dat toezeggen? 

Wij vinden dat de minister bij zijn beoordeling van een aanvraag ook moet betrekken of de gemeente voldoende heeft aangetoond dat alle andere bestaande instrumenten effectief zijn ingezet. Ik noem bijvoorbeeld maatregelen waarmee kamerverhuurbedrijven gesloten kunnen worden of het aantal van dat soort bedrijven kan worden beperkt, en maatregelen om zittende huurders die ernstige overlast veroorzaken, begeleiding te geven en in gevallen waarin dat niet werkt, uit huis te zetten. Ik denk ook aan het nemen van alle maatregelen om drugsoverlast aan te pakken en in beeld te hebben waar haarden van radicalisering zijn of kunnen ontstaan, en aan maatregelen om woningeigenaren aan te schrijven als zij hun bezit ernstig verwaarlozen. De gemeente moet kortom hebben aangetoond dat zij alles heeft gedaan wat denkbaar is. Kan de minister toezeggen dat hij aanvragen hierop zal beoordelen? 

Verder vinden wij het van belang dat gemeenten aantonen dat toepassing van een selectieve woningtoewijzing onderdeel uitmaakt van een totaalaanpak voor de betreffende buurt, een totaalaanpak van zachte en harde maatregelen en van sociale en fysieke ingrepen. Het moet een totaalaanpak zijn waarin ook ingezet wordt op het verbeteren van de kwaliteit van onderwijs, zorg en voorzieningen en het vergroten van de kansen op werk. Het moet om een aanpak gaan waarbij begeleiding wordt geboden aan mensen die vanwege psychiatrische problematiek problemen veroorzaken en ondersteuning wordt geboden aan daklozen en aan verwarde personen, en een aanpak die ervoor zorgt dat er voor ex-gedetineerden en voor mensen die uit een instelling komen, voldoende kansen zijn om weer zelfstandig te gaan wonen. Het moet een aanpak zijn die ervoor zorgt dat personen wie een huisvestingsvergunning geweigerd wordt, elders in de regionale woningmarkt een gerede kans op passende huisvesting hebben, en een aanpak die ervoor zorgt dat zij daar niet het begin zullen zijn van het veroorzaken van een nieuwe haard van overlast. 

Verder vinden wij het van belang dat de minister vervolgaanvragen zal beoordelen op basis van een gedegen evaluatie, waarin aangetoond wordt dat de maatregelen aantoonbaar effect hebben en dat voortzetting zal bijdragen aan het verder versterken van de leefbaarheid. Wij vinden het een goede keuze van de minister om de screening zeer gericht in te zetten, bijvoorbeeld in specifieke complexen of in een bepaalde straat waar de harde kern van de problematiek zit. Wij verwachten van de minister dat hij aanvragen toetst op een totaalaanpak, gericht op het beschermen van het grondrecht van mensen om zowel binnen als buiten de woning ongestoord hun privéleven vorm te geven. 

Een belangrijk instrument voor het versterken van de leefbaarheid van kwetsbare buurten, was de wijkaanpak. Door het schrappen van het Investeringsbudget Stedelijke Vernieuwing is dat instrument helaas verdwenen. Wij pleiten ervoor om herinvoering van dat instrument te overwegen. Is de minister bereid om bij de evaluatie van de verhuurderheffing de mogelijkheden van herinvoering van een budget stedelijke vernieuwing te onderzoeken? Op dit punt overweegt mijn fractie een motie. 

Ondanks dat wij positief staan ten opzichte van dit wetsvoorstel, plaatst de Partij van de Arbeid wel een aantal kanttekeningen. De eerste kanttekening gaat over de verhouding tot de artikelen 8 en 9 van de wet. In dit voorstel tot wijziging van de wet gaat het om een gericht weren van mensen die overlast veroorzaken of crimineel gedrag vertonen. Het gaat om mensen van wie een gerede verwachting bestaat dat zij het ongestoord woongenot van andere bewoners in gevaar kunnen brengen, een risico dat toeneemt als de concentratie van mensen met die kenmerken te groot wordt. Of iemand een laag inkomen heeft of al dan niet betaald werk heeft, ligt zeer vaak buiten de directe invloed van de bewuste persoon. Die mensen uitsluiten is naar de mening van de Partij van de Arbeid discutabel. Volgens het in 2014 door de Universiteit van Amsterdam uitgevoerde evaluatieonderzoek van de wet kon geen enkel verband worden aangetoond met de leefbaarheid van de buurt. Wij vragen ons af of de introductie van de in het wetsvoorstel beoogde gerichte screeningsmogelijkheid niet zou moeten betekenen dat de bestaande, veel minder gerichte weigeringsgrond in artikel 8 zou kunnen worden geschrapt. Als het verband niet kan worden aangetoond, bestaat er voor het weigeren van een huisvestingsvergunning toch niet echt een grond? Is de minister bereid om dit discutabele schieten met hagel uit de wet te schrappen, nu er met dit wetsvoorstel een instrument komt waarmee veel gerichter geschoten kan worden? Zo niet, wil hij dan toezeggen dat hij artikel 8 zal heroverwegen als bij de eerstvolgende evaluatie nog steeds niet het verband kan worden aangetoond tussen het veroorzaken van overlast enerzijds en een laag inkomen en/of het hebben van werk anderzijds? Is het sowieso niet veel eleganter om niet te werken met weigeringstitels op basis van sociaal-economische kenmerken, maar in plaats daarvan met artikel 9 van deze wet, door voorrang te verlenen aan huishoudens die een bijdrage kunnen leveren aan een grotere diversiteit van de betreffende buurt, de betreffende straat of het betreffende complex? Kan de minister zijn visie hierop geven? 

De tweede kanttekening die wij willen plaatsen, is dat volgens het wetsvoorstel informatie uit politiedossiers zal worden verstrekt aan het college van burgemeester en wethouders. De Partij van de Arbeid vraagt zich af waarom niet gekozen is voor de burgemeester als bestuursorgaan, net als bij het verstrekken van andere vertrouwelijke informatie en privacygevoelige zaken. Daarmee blijft de vertrouwelijke informatie in veel kleinere kring. Wij overwegen om op dit punt een amendement in te dienen. 

Een derde kanttekening gaat over de duur van de procedures; de heer Van der Linde sprak daar ook al over. In de wet staat "maximaal acht weken". Dat kan de duur van leegstand vergroten, en daarmee de schaarste aan woonruimte en de derving van inkomsten voor de verhuurder. Waarom is niet gekozen voor een kortere termijn, bijvoorbeeld een week, met de mogelijkheid tot verlenging voor ingewikkelde gevallen? Ook op dit punt overwegen wij een amendement in te dienen. 

Een vierde kanttekening gaat over het verstrekken en duiden van informatie uit de dagelijkse politiedossiers. Zitten daar geen grote risico's aan? Bestaat de kans niet dat mensen op basis van onbewezen meldingen worden uitgesloten? Bestaat vanwege de beperkte omschrijving van de criteria niet de kans op willekeur? Zijn de politiedossiers wel in alle gevallen betrouwbaar? Zijn die dagelijkse dossiers niet vaak vervuild? Wat gebeurt er met aanvragers van een huisvestingsvergunning die in het buitenland wonen of hebben gewoond? Lopen we bij het gebruik van de politiedossiers niet aan tegen lange bezwaar- en beroepsprocedures? Kortom, is het niet verstandig om altijd de route van de verklaring omtrent het gedrag te volgen? Daarbij komt dan wel de vraag of het niet redelijk is dat de kosten van die verklaring niet voor rekening komen van de mensen die zo'n vergunning krijgen. Zeker bij grote gezinnen, die wij graag in zulke woningen zien wonen, kan dat behoorlijk oplopen en komt het bovenop de borg die voor de nieuwe woning moet worden betaald. Vindt de minister het net als de Partij van de Arbeid onjuist als de goeden moeten betalen om de kwaden buiten te houden? 

Onze vijfde kanttekening is dat de voorgestelde screeningmaatregel alleen voor huurders gaat gelden en niet voor aspirant-kopers in het betreffende complex, de betreffende straat of het betreffende gebied. Kan de minister uitleggen waarom voor deze vorm van rechtsongelijkheid is gekozen? Waarom hoeven kopers geen huisvestingsvergunning te overleggen? Ook op dit punt overwegen wij een amendement. 

Een zesde kanttekening, eigenlijk meer een laatste vraag, is hoe het gaat met mensen die willen intrekken bij een bewoner in het aangewezen gebied, de aangewezen straat of het aangewezen complex. Voor familieleden geldt de hardheidsclausule, zo lezen wij in de memorie van toelichting, maar hoe zit dat met mensen die een relatie hebben gekregen en willen gaan samenwonen? Wij willen graag een antwoord op die vraag. 

De voorzitter:

Mijnheer De Vries, u zei zojuist twee keer dat u overwoog om een amendement in te dienen, maar die amendementen zijn al rondgegaan. 

De heer Albert de Vries (PvdA):

Goed zo. Dan werkt mijn medewerker harder dan ik had verondersteld. 

De heer Van der Linde (VVD):

Ik heb een vraag over de huisvestingsvergunning voor koopwoningen. Wij praten over buurten waar juist een groot gebrek is aan eigenaren-bewoners. Die wil je zo veel mogelijk in die buurten hebben. Wat schieten we ermee op als we die mensen gaan afremmen met een huisvestingsvergunning? 

De heer Albert de Vries (PvdA):

We doen precies hetzelfde als met de huurders. Als iemand bijvoorbeeld met crimineel geld een huis wil kopen, dan moeten we niet willen dat hij daar gaat wonen. Dan doet hij hetzelfde als iemand met een criminele achtergrond die wil huren. Ik snap echt niet waarom we onderscheid maken tussen huurders en kopers. Iedereen is in dit land toch gelijk? 

De heer Van der Linde (VVD):

Ja, maar je zet in het systeem wel een enorme rem op koopwoningen. Daar zit mijn probleem even. 

De heer Albert de Vries (PvdA):

Nee hoor. Een koper maakt vaak het voorbehoud van het verkrijgen van financiering. In dit geval maakt hij het voorbehoud van het verkrijgen van een huisvestingsvergunning. Volgens mij is dat niet heel absurd. 

De heer Bashir (SP):

Heel af en toe als we hier een wetsvoorstel behandelen, vergeet de minister een evaluatiebepaling in het wetsvoorstel op te nemen. De heer De Vries is dan heel scherp en dient een amendement in waarin staat dat er alsnog een evaluatie moet komen. Nu hebben we een evaluatie van de Rotterdamwet en daaruit blijkt dat de wet niet werkt. Wat betekent dit voor een groot pleitbezorger van evaluaties? Wat gaan we hiermee doen? 

De heer Albert de Vries (PvdA):

Ik heb daar in mijn spreektekst ruim aandacht aan besteed. De Partij van de Arbeid zet grote vraagtekens bij weigeringsgronden als het hebben van werk of het hebben van een laag inkomen. Als bij de volgende evaluatie opnieuw blijkt dat artikel 8 geen enkel verband heeft met de toe- of afname van de leefbaarheid, dan pleiten wij ervoor om dat artikel uit de wet te schrappen en het accent te leggen op artikel 9. Met dat artikel kun je mensen juist positief toelaten in de wijk, mensen die die wijk kunnen versterken. 

De heer Bashir (SP):

Maar de wet werkt niet, zo blijkt uit de evaluatie. Dit wetsvoorstel breidt de wet die niet werkt alleen maar uit naar nog meer doelgroepen. Moeten we het niet totaal anders gaan doen? 

De heer Albert de Vries (PvdA):

Nu zegt de wet dat we gericht mensen gaan weigeren die notoir overlast veroorzaken, crimineel gedrag vertonen, haatzaaien of intimideren, als er in een bepaald complex al heel veel van zulke mensen zijn. De Partij van de Arbeid is daarvoor, want wij staan aan de kant van de mensen die daar last van hebben. Wij willen hen vrijwaren van verdere ellende. Daarnaast willen wij dat de mensen die al in dat complex zitten ook worden aangepakt, maar deze maatregel is echt nodig om een halt toe te roepen aan verdere opeenhoping van ellende. Wij geloven dus wel in deze wijziging, maar plaatsen vraagtekens bij een onderdeel van de lopende wet. Daar zijn wij het kennelijk over eens. 

De heer Madlener (PVV):

Is het de heer De Vries van de PvdA bekend dat er een relatie bestaat tussen achterstanden in wijken en de etnische samenstelling van de wijk? Is de heer De Vries op de hoogte van het verband dat veel niet-westerse allochtonen een wijk per definitie zwak maken? 

De heer Albert de Vries (PvdA):

Nee, wij zien vooral een verband met mensen met een lage sociaal-economische status, mensen met weinig kansen in dit land, mensen die hier dagelijks gediscrimineerd worden, aan de kant gezet worden en apart gezet worden door sommige partijen. Er zijn problemen omdat die mensen geen kansen krijgen. 

De heer Madlener (PVV):

Dus de PvdA ziet geen verband tussen niet-westerse allochtonen en afkomst en hier slecht kunnen integreren in de samenleving, de taal niet spreken et cetera. Dat ziet de PvdA niet. Dan begrijp ik nu waarom de PvdA zo graag al die mensen hierheen wil halen. 

De heer Albert de Vries (PvdA):

Er zijn allerlei plannen om daar enige regulering in aan te brengen, maar daar ging het in dit debat niet over. Wij zien dat mensen die weinig kansen hebben, vaak in de zwakke wijken wonen en dat het vaak mensen zijn die in onze samenleving door toedoen van sommige partijen in dit parlement gewoon weggezet worden, geen kansen krijgen en als minderwaardig worden gekenschetst. Dat maakt dat ze geen kans hebben, maar er zijn onder de categorie mensen die de heer Madlener steeds ten tonele voert mensen die het fantastisch doen in Nederland en die wonen soms in andere wijken, in de wijken waarin hij, ik en de collega's wonen. Dat zijn er ook een heleboel. 

De heer Koolmees (D66):

Voorzitter. Al sinds de invoering roept de Rotterdamwet tegenstrijdige gevoelens op. Aan de ene kant zien we hardnekkige problemen in sommige wijken. Het verbeteren van de leefbaarheid is daar echt belangrijk. Aan de andere kant is de vrijheid van mensen om te gaan wonen waar ze willen ons heel veel waard. Datzelfde dilemma — de vrijheid van vestiging versus de leefbaarheid in de probleemwijken — speelt bij het wetsvoorstel dat wij in dit debat behandelen. 

Daar komt nog een extra aspect bij, namelijk het gebruik van politiegegevens. Die zijn erg privacygevoelig. Gemeenten hebben geen brandschoon trackrecord in de omgang met zulke gegevens. Daarnaast worden politiegegevens niet door een rechter getoetst, waardoor het gebruik behoorlijk subjectief is. Met name bij dat deel van het wetsvoorstel heb ik aarzelingen. Ik heb daarover ook nog de nodige vragen aan de minister. 

Ik constateer echter ook dat gemeenten en woningcorporaties die hier praktisch al mee werken, het een nuttig instrument vinden. Van een corporatie uit Nijmegen hoorde ik het voorbeeld van een buurt met veel problemen: hennepteelt, vervuiling, overlast. Als de buurt vroeger graag iemand wilde hebben die bijvoorbeeld op nummer tien op de wachtlijst stond, werden de nummers één tot en met negen gewoon weggepest. Autobanden werden lek gestoken en er gingen stenen door de ruiten. Nu duidelijk is dat het vriendje van de bewoners toch de woning niet krijgt, is het wegpesten zinloos en lukt het om de buurt vooruit te krijgen. 

Als je de leefbaarheid wilt verbeteren, is het dan niet veel eerlijker om te kijken naar een verleden van crimineel en overlast gevend gedrag in plaats van naar inkomen? Dat kun je ook stellen. D66 kijkt daarom met wisselende gevoelens naar dit wetsvoorstel. Dat begint met de vraag: werkt het wel? De Raad van State is daar erg kritisch over. Die wijst erop dat uit evaluaties niet blijkt dat selectieve toewijzing echt bijdraagt aan de verbetering van de leefbaarheid. Directbetrokkenen menen echter van wel, maar uit de overlastcijfers blijkt dat niet. Ook uit de evaluatie door de UVA blijkt dat de Rotterdamwet geen aantoonbaar effect heeft gehad op de leefbaarheid. Overlast kan bijvoorbeeld al komen door mensen die van buiten de wijk komen en daar helpt selectieve toewijzing niet bij. Daarom wil ik de minister vragen om uitgebreid te beargumenteren waarom dit voorstel toch effectief zou zijn. Als de minister overtuigd is van de effectiviteit, heeft hij dan overwogen om toewijzing op basis van de aard van het inkomen of sociaal-economische gegevens uit de wet te schrappen? Ik sluit mij aan bij de opmerking die de heer De Vries daarover maakte, want uiteindelijk heeft leefbaarheid meer te maken met woonoverlast dan met het aantal uitkeringen in de wijk. Is toetsing op én de aard van het inkomen én crimineel gedrag niet dubbelop? Ik krijg daar graag een reactie op van de minister. 

De grootste aarzeling van D66 bij de inhoud van deze wet zit zoals gezegd in het gebruik van politiegegevens door gemeenten. Deze gegevens zijn niet door een rechter geverifieerd en vaak subjectief. Als iemand vaak harde muziek draait, kan de ene buurman dat geluidsoverlast vinden en daarover de politie bellen, terwijl een andere buurman dat misschien wel helemaal geen probleem vindt. Als er nu in iemands politiedossier staat dat zijn buren een paar keer hebben geklaagd over geluidsoverlast, dan kan aan die persoon een huisvestingsvergunning worden geweigerd, terwijl iemand anders die misschien wel hetzelfde geluidsniveau produceert maar waarover nooit geklaagd is, wel een vergunning moet krijgen. Hoe kijkt de minister tegen deze spanning aan? 

Hoe komen deze gegevens tot stand? Zit daar een systeem in? Als bijvoorbeeld iemand zijn vuilnis op straat gooit, dan kunnen mensen klagen bij de politie en dan komt dat in een dossier. Maar mensen kunnen ook de reinigingsdienst bellen of de woningcorporatie en dan staat er helemaal niets in de politiegegevens. Hoe is gewaarborgd dat overlastgevers op dezelfde manier worden behandeld? Er zitten wel degelijk waarborgen in de wet, zoals de duiding door de politie, het recht om gehoord te worden en de mogelijkheid tot een gedragsaanwijzing, maar is dat nu stevig genoeg om te voorkomen dat mensen bij wie de overlast eigenlijk wel meevalt, toch geen huisvestingsvergunning krijgen? Daar krijg ik graag een reactie op. 

Volgens het voorstel mag de politie alleen gegevens delen over woongerelateerde overlast of criminaliteit. Aan de ene kant begrijp ik dat, want het gaat uiteindelijk om de overlast in de buurt. Maar betekent dat nu concreet dat je wel een huisvestigingsvergunning kunt krijgen als je een hennepplantage op een industrieterrein hebt gehad of een paar keer bij het uitgaan mensen hebt mishandeld, maar dat je vergunning kan worden geweigerd als je een paar keer thuis de radio te hard hebt gezet? Het is de vraag of dat wel evenwichtig is. 

De politie mag ook alleen de voor deze wet relevante gegevens delen. Dat vind ik terecht. In het voorstel is dat ook goed afgebakend. We weten allemaal dat de politie veel administratie en weinig capaciteit heeft. Wie garandeert dat de politie niet even gemakkelijk het hele dossier aan de gemeente stuurt? Is de minister bereid om de Autoriteit Persoonsgegevens hier steekproefsgewijs onderzoek naar te laten doen? 

Hetzelfde geldt voor de omgang met het dossier binnen de gemeente. De wet regelt dat ambtenaren die niet over de huisvestingsvergunning gaan, geen toegang mogen hebben tot de politiegegevens. Op papier ziet dat er goed en zorgvuldig uit. Bij het verstrekken van die gegevens voor uitkeringen in het kader van Suwinet voldeed twee jaar geleden slechts 14% van de gemeenten aan alle normen voor de beveiliging van privacygevoelige informatie. Flink aandringen van Kamer en kabinet en een intensief onderzoek bij alle gemeenten waren nodig om hierin verbetering te krijgen. Wil de minister de Autoriteit Persoonsgegevens vragen om gemeenten te controleren op de omgang met deze politiegegevens? 

Er volgt nog een Algemene Maatregel van Bestuur waarin meer regels worden gesteld over de wijze waarop gemeenten met de gegevens moeten omgaan. Ik zou het op prijs stellen als die AMvB eerst aan de Kamer wordt voorgelegd. Het lijkt mij bijvoorbeeld goed dat daarin staat dat politiegegevens bij de gemeente worden vernietigd zodra er een definitief en onherroepelijk besluit over de vergunning is genomen. Kan de minister toezeggen dat de AMvB met de Kamer kan worden besproken voordat hij deze definitief vaststelt? Een toezegging is voor mij voldoende, maar anders zal ik hiervoor een amendement indienen. 

Er is één element dat ik zo belangrijk vind dat ik het niet in een AMvB wil hebben, maar in de wet wil verankeren, namelijk dat de gemeenten gegevens uitsluitend kunnen gebruiken voor het geven van een huisvestingsvergunning en dat op geen enkele andere manier de politiegegevens opeens gebruikt worden door een sociaal wijkteam of voor enig ander doel. Daarom heb ik daarover een amendement ingediend. 

Ik heb nog een specifieke vraag. Het college van burgemeester en wethouders beslist over de huisvestingsvergunning. Het college kan dat delegeren naar een ambtenaar. Dat lijkt mij ook praktisch. In het wetsvoorstel is dat ook goed en helder geregeld. De wet regelt dat de politiechef duiding moet geven aan de politiegegevens. We hebben in dit land tien regionale politiechefs. Hoe kunnen die duiding geven aan de gegevens over individuele gevallen? Mag de politiechef dan ook delegeren aan een ondergeschikte, zoals ook bij het college van burgemeester en wethouders is geregeld? Daar zegt de wet namelijk niets over, terwijl zo'n duiding pas waarde krijgt als bijvoorbeeld de wijkagent die doet, aangezien hij bekend is in de buurt en weet hoe het werkt in de praktijk. Hoe gaat deze procedure werken in de praktijk? Kan de minister dat toelichten? 

Ik heb een aantal vragen gesteld: gedetailleerde, principiële en praktische. Uiteindelijk gaat het erom dat de leefbaarheid in de buurten verbetert, maar ook dat de mensen niet onterecht geraakt worden door een wet als deze. Ik houd bij deze wet, net als bij de Rotterdamwet, een dubbel gevoel. Dat zal, ongeacht of we de wet steunen, ook wel zo blijven, maar ik hoop dat de minister mij in ieder geval comfort kan bieden dat de wet effectief zal zijn en dat deze zorgvuldig wordt toegepast. 

De heer Ronnes (CDA):

Voorzitter. Het CDA was en is er groot voorstander van om gemeenten samen met de corporaties het gereedschap te geven om problematieken in probleemwijken aan te pakken. Als Kamerlid blijkt mij regelmatig uit mails van burgers en gemeentebestuurders hoe belangrijk het is om een goed woon- en leefklimaat te bewerkstelligen in probleemwijken. Het is dus goed dat de verbetering van de Rotterdamwet vandaag wordt besproken. 

Tijdens het schriftelijk overleg was de CDA-fractie wel kritisch op het wetsvoorstel Wijziging van de Wet bijzondere maatregelen grootstedelijke problematiek. We werden hierin gesterkt door de kritiek van de Raad van State. De kritiek en de vragen richten zich onder andere op de proportionaliteit en de effectiviteit en op het niet goed gewaarborgd zijn van privacy van betrokkenen, specifiek in de gevallen waarin er sprake is van screening van politiegegevens. Verder dient de noodzaak voor het invoeren van deze wet duidelijk vast te staan, aangezien er sprake is van ingrijpende maatregelen die een ernstige inbreuk kunnen maken op de grondrechten van vrijheid van vestiging en eerbiediging van de persoonlijke levenssfeer. Ook vroegen wij om de noodzaak aan te tonen aan de hand van een overzicht met daarbij de aard, de omvang en de ernst van de overlast en de plaatsen waar deze ervaren wordt. In de nota naar aanleiding van het verslag geeft de minister daarop een uitgebreide reactie, voor een groot deel naar tevredenheid. Voor ons resteren toch nog een tweetal vragen. Hoe wordt er omgegaan met de financiële schade door huurderving in verband met de langere leegstand? Dit is ook al door vorige sprekers aangeroerd. Bovendien ondervinden corporaties niet alleen huurderving, maar moeten ze voor het toepassen van de wet ook extra kosten maken. Is het redelijk dat zij met de kosten worden opgezadeld? Of kan de procedure sneller? Dat is door een aantal andere sprekers ook al voorgesteld en gevraagd aan de minister. 

Tot slot kom ik op de brief over het wetsvoorstel die het College voor de Rechten van de Mens onlangs aan de voorzitter van de Tweede Kamer heeft gestuurd. Het college noemt in het advies en in de aanvullende brief een aantal zorgpunten ten aanzien van dit wetsvoorstel. Het college meent dat het wetsvoorstel inbreuk maakt op het recht op vrijheid van vestiging en het recht op bescherming van de persoonlijke levenssfeer. Dat punt brachten wij al eerder in. Deze mensenrechten zijn niet absoluut. Er mogen inbreuken op gemaakt worden, maar deze moeten dan wel noodzakelijk en proportioneel zijn en een goede wettelijke basis hebben. Dat ontbreekt in dit voorstel volgens het College voor de Rechten van de Mens. Hoe gaat de minister met deze opmerkingen om? Heeft hij contact gehad met het college en, zo ja, heeft hij het college kunnen overtuigen op de zorgpunten die het had? 

Samenvattend denkt de CDA-fractie dat er met het wetsvoorstel een goede stap wordt gezet om de overlast in bepaalde wijken te beperken. Corporaties vragen om dergelijke maatregelen. Gemeenten willen graag instrumenten hebben waarmee zij kunnen ingrijpen. Het CDA wil hen daar op deze manier graag bij helpen. 

De heer Bashir (SP):

De heer Ronnes zei zojuist in zijn betoog, maar ook bij interrupties, dat hij dit wetsvoorstel ziet als een gereedschap in de gereedschapskist van de bestuurders, maar dat er meer nodig is om de problemen ook echt aan te pakken. Kan de heer Ronnes uitleggen wat voor voorstellen hij in gedachten had? 

De heer Ronnes (CDA):

Dat zijn geen voorstellen die alleen hier besproken moeten worden. Dat zijn vooral voorstellen waarmee het lokale bestuur samen met de partijen die een rol spelen in de volkshuisvesting — onder andere de corporaties, maar ook andere betrokkenen — lokaal bekijken hoe je een wijk kunt bewegen naar een gezondere situatie, of zoals de heer Bashir het zojuist zei: een prettige en een gezellige wijk. 

De heer Bashir (SP):

Daarvoor heb je natuurlijk geld nodig. Mij werd zojuist gevraagd om geld beschikbaar te maken; er werd gedaan alsof ik de minister van Financiën was. Je hebt daar geld voor nodig, ook rijksgeld. Is het CDA bereid om de SP erin te steunen om ook geld beschikbaar te maken? 

De heer Ronnes (CDA):

Het CDA heeft in twee begrotingen achter elkaar een deel van de verhuurdersheffing willen inzetten voor de investeringscapaciteit van de corporaties. Daar is geen meerderheid voor gevonden, maar ik denk dat daar in de toekomst zeker nog wel over te praten zal zijn met het CDA. 

De voorzitter:

Hiermee is een einde gekomen aan de eerste termijn van de zijde van de Kamer. 

De vergadering wordt van 21.51 uur tot 22.02 uur geschorst. 

De voorzitter:

Ik wijs de leden erop dat het al na tienen is. De minister moet nog antwoorden. Ik verzoek de leden dus om zich enigszins te matigen in de interrupties, zodat we dit debat vanavond enigszins ordentelijk en tijdig kunnen afronden. 

Minister Blok:

Voorzitter. Het grote belang van veilig kunnen wonen en tegelijkertijd de moeilijke afweging die een wetgever op het punt van veilig wonen moet maken, lagen wat mij betreft besloten in de eerste woorden van zowel de heer Van der Linde als de heer Bashir. Later gingen zij in hun bijdragen uit elkaar lopen, maar zij begonnen allebei met de constatering hoe ongelooflijk belangrijk het voor iedereen is dat je in je huis veilig bent, dat je je daar ook veilig voelt en dat je je gesteund weet door de overheid. Dat is voor mij ook de reden geweest om dit wetsvoorstel in te dienen. Ik realiseer mij dat je daarbij steeds bij een lastige afweging komt: om dat grondrecht op een veilige woonomgeving — ook dat is immers in feite een grondrecht — te kunnen waarborgen, moet je de grondrechten van de overlastgever soms kunnen beperken; daar wezen met name de heren Koolmees en De Vries op. Europese verdragen bieden overigens ook die mogelijkheid van een belangenafweging; ik zal later ingaan op de vragen die de heer Ronnes daarover heeft gesteld. Ik herken dus de spanning die eigenlijk in alle bijdragen tot uitdrukking kwam, maar voor mij weegt uiteindelijk het zwaarst dat de overheid aan de kant moet staan van de welwillende burger en hem in redelijkheid moet beschermen tegen de overlast van de overlastgever. 

De voorzitter:

Mijnheer Madlener, u was nog niet binnen toen ik een opmerking maakte over de tijd en de interrupties. U kunt dus wel interrumperen, maar als u die opmerking had gehoord, was u misschien niet naar voren gelopen. Dat wil ik toch even zeggen. 

Minister Blok:

Zoals de Kamer van mij gewend is, zal ik mijn antwoorden indelen in een aantal hoofdstukken. Het eerste hoofdstuk betreft de vragen over het bredere thema van de leefbaarheid en de ervaringen tot op heden met de Wet bijzondere maatregelen grootstedelijke problematiek. Het tweede hoofdstukje gaat over de wijze waarop wordt omgegaan met screening. Dan komt er een hoofdstukje "diverse" en tot slot zal ik ingaan op de ingediende amendementen. 

Ik ga eerst in op de vraag van de heer Bashir of er niet meer moet worden ingezet op de thema's leefbaarheid en veiligheid; de heer De Vries sloot zich daarbij aan. Het voorstel is nadrukkelijk bedoeld als een sluitstuk van maatregelen op het punt van leefbaarheid en veiligheid. Bij de toetsing van een aanvraag van een gemeente — die toets wordt niet voor niets bij de minister gelegd; er is zeer bewust voor gekozen om deze procedure niet helemaal in handen van gemeenten te leggen — zal dus zeer nadrukkelijk bekeken worden of eerst andere maatregelen zijn genomen en of die maatregelen ook doorgezet worden. Die zullen inderdaad niet alleen op de veiligheid, maar ook op de leefbaarheid betrekking moeten hebben. 

De heer Bashir vroeg specifiek hoe ik denk over de inzet van huismeesters en wijkagenten. Ik zou willen antwoorden: wie kan daartegen zijn? Dat moet inderdaad een integraal onderdeel zijn van de aanpak. We hebben natuurlijk wel een aparte discussie gehad over de precieze rol van de huismeester. Ik ben het met de heer Bashir eens dat er meer nodig is dan de maatregelen die deze wet mogelijk maakt, en dat er aantoonbaar meer ingezet moet worden. 

De heer Bashir vroeg ook wat de effecten van deze maatregelen zullen zijn voor omliggende gemeenten. De reden dat de toetsing plaatsvindt door de minister en er ook een visie gevraagd wordt aan de provincie — de naasthogere bestuurslaag — is juist het meewegen van de effecten op gemeenten in de omgeving. 

De heer Bashir vroeg daarbij ook nadrukkelijk wat ik doe met de lessen tot op heden van de evaluatie van de Wet bijzondere maatregelen grootstedelijke problematiek. Die evaluatie laat inderdaad niet zien dat er een afname is van overlast; dat constateert de heer Bashir terecht. De evaluatie laat wel zien dat er een toename is van het aandeel bewoners met inkomen uit werk. Dat was ook het doel van die maatregel. Je wilt immers dat er in een wijk niet het beeld ontstaat dat geen enkele vader of moeder 's ochtends om half acht met het boterhammentrommeltje achterop naar het werk gaat. Dat is ook belangrijk voor de wereld waarin je opgroeit. De constatering dat er in deze evaluatie op het gebied van veiligheid en het verminderen van overlast nog geen stappen voorwaarts waren gezet, sluit eigenlijk nauw aan op evaluaties van het wijkenbeleid. Mij viel op dat de heer Bashir zeer enthousiast was over het wijkenbeleid. Er zijn echter ook veel evaluaties van het wijkenbeleid die over het algemeen toch nogal kritisch zijn over de effecten van de grote bedragen die daar zijn ingezet. Bijvoorbeeld de Leefbaarometer, die ik recentelijk met de Kamer heb gedeeld, geeft aan dat veiligheid en overlast bij uitstek de thema's zijn die de leefbaarheid bepalen. Het is juist dit soort evaluaties dat mij ertoe aangezet heeft om maatregelen mogelijk te maken gericht op veiligheid en overlast, maatregelen die nu nog niet mogelijk zijn. 

De heer Madlener vroeg in dit kader of je, als je deze maatregelen neemt, niet meteen de mogelijkheid van de "Skaeve Huse", de Deense term die hij daarvoor gebruikte, moet gebruiken. Die mogelijkheid bestaat. De gemeente en een woningcorporatie kunnen samen afspreken dat er woningen in een gebied komen waar weinig overlast voor omwonenden is. Door de Wet doorstroming huurmarkt wordt het, zodra de Eerste Kamer die ook behandeld heeft, vanwege het amendement van de heer De Vries mogelijk om voor specifieke doelgroepen ook door woningcorporaties tijdelijke huurcontracten te laten sluiten. Dan kun je die ook toepassen op mensen met een verleden van woonoverlast. Het deel waar de heer Madlener om vraagt, is mogelijk. Een gemeente en een woningcorporatie zullen natuurlijk de afweging maken of ze geen nieuw probleemgebied creëren, maar het type maatregel van gerichte woonvormen voor mensen met een verleden van overlast is mogelijk. 

De heer Madlener (PVV):

Dat is maar goed ook, zo zeg ik tegen de minister. Als iemand ongeschikt is en overlast veroorzaakt voor zijn buren, kun je zeggen dat die maar ergens anders moet gaan wonen, maar dan krijgt die persoon vervolgens weer buren en heb je het probleem dus alleen maar verplaatst. Dat is natuurlijk een terecht punt. Niemand wil zo'n huurder naast zich, op de heer Van der Linde na. Overlast op de ene plek betekent namelijk vaak ook overlast op de andere plek. Vindt de minister dat dit instrument, dat kán worden ingezet, eigenlijk ook veel meer moet worden ingezet? Ik heb gezien dat nog maar een paar gemeenten dat soms doen, maar lang niet altijd. Als gemeenten een overlastgever willen herplaatsen, dan zou het toch beter zijn als ze dat altijd doen op een plek waar die niet meer tot overlast is. Zet ze maar lekker bij elkaar. In Denemarken heeft dat goed gewerkt. 

Minister Blok:

Het is natuurlijk een lokale afweging of een gemeente dat wil inzetten. Ik kan moeilijk vanuit Den Haag verkondigen dat de gemeente Capelle aan den IJssel of Roermond dat moet doen. Dat hangt immers af van de lokale wensen en behoeften. Ik begreep uit de vraag van de heer Madlener dat hij wil weten of dit mogelijk is. Het antwoord daarop is volmondig: ja. Er zijn her en der ook gemeenten en woningcorporaties die daarin stappen hebben gezet. De heer Madlener verwees daar ook naar. 

De heer Madlener (PVV):

Het risico bestaat natuurlijk dat er een waterbedeffect ontstaat, omdat een gemeente zegt: wij weren ze uit onze goedkope wijken. Het probleem is dan vanzelf voor de buurgemeente. Als het aantal goedkope woningen in de ene gemeente beperkt is, gaan ze automatisch naar de andere. Gemeenten kunnen dus in de verleiding komen om dit probleem maar half aan te pakken. Op die manier zijn we natuurlijk problemen aan het rondpompen en dat moet niet gebeuren. Nogmaals, is de minister met ons van mening dat het beter zou zijn als gemeenten voor de mensen die ze niet willen hebben in bepaalde wijken, een plek zouden aanwijzen waar ze wel kunnen gaan wonen? 

Minister Blok:

Ik ben het met de heer Madlener eens dat het niet werkt als een gemeente met een halve aanpak komt. Als een gemeente daarvan gebruik wil maken en daarvoor een concrete aanvraag doet, vindt er een toetsing plaats door mij of mijn opvolgers. Het aanbieden van Skaeve Huse, of een soortgelijke variant, zou een onderdeel kunnen zijn van zo'n aanpak. Ik ga hier niet precies voorschrijven hoe iedere gemeente dat moet doen, net zo min als voor de rest van de aanpak. Nogmaals, dat hangt echt af van lokaal maatwerk. Ik kan mij voorstellen dat een gemeente zegt: ik heb dit probleem echt in een specifieke straat of aantal straten, maar niet gemeentebreed. 

Het voorbeeld van D66 waaruit blijkt dat mensen echt weggepest worden, is helaas heel herkenbaar. Dat heeft over het algemeen betrekking op een straat of zelfs een portiek. Zo'n gemeente kan dus heel goed zeggen: ik hoef niet per se elders nieuwe woningen neer te zetten om dit probleem toch goed aan te kunnen pakken. Als zo'n aanvraag komt, zal ik goed bekijken of er een totaalaanpak is voor dat gebied, maar ik ga niet precies voorschrijven hoe die aanpak zal moeten zijn, of het nu gaat om Skaeve Huse of om een ander onderdeel. Het moet echter wel een complete en perspectiefvolle aanpak zijn. De heer Bashir vroeg of ggz-patiënten niet specifiek geraakt worden door deze wet. In deze wet wordt gekeken naar criminele antecedenten. Als dat niet goed gaat via de verklaring omtrent gedrag maar wel via de politiegegevens, verplicht deze wet de politie tot het geven van een duiding. De politie zal over iemand die duidelijk een psychiatrische patiënt is, niet zomaar zeggen: dit is een crimineel op grond van kwader trouw. De politie zal in dat geval aangeven dat de persoon bekend staat als iemand die onder behandeling is. Daarnaast behoren de mensen die terugkeren uit de ggz, tot de prioritaire doelgroepen van woningcorporaties. Om beide redenen is het dus zeer onwaarschijnlijk dat deze wet juist ggz-patiënten of voormalige ggz-patiënten voor de voeten zou lopen. 

De heer De Vries vroeg naar aanleiding van de evaluatie van de wet die er nu is, of het niet voor de hand ligt om artikel 8, dat het mogelijk maakt om inkomenseisen te stellen, te heroverwegen en je meer te richten op artikel 9, dat een voorrangspositie voor hogere inkomens mogelijk maakt. Het lijkt mij niet logisch om deze maatregelen te schrappen. Zo lees ik de evaluatie ook niet. Ik gaf net al aan dat daaruit blijkt dat enerzijds de overlast niet is afgenomen, maar anderzijds het aandeel mensen met een inkomen uit werk is toegenomen. Dat is een belangrijk doel op zich. 

Als de heer De Vries mij vervolgens vraagt of ik bereid ben om bij een volgende evaluatie nog eens kritisch te kijken naar deze artikelen, zeg ik dat graag toe. Het doel van een evaluatie is natuurlijk om kritisch te kijken naar de werking van de wet en deze beide artikelen zijn in feite de kern van de wet. 

De heer Albert de Vries (PvdA):

Ik ben blij met die toezegging. Ik wil nog een vraag stellen over een redenering van de minister. Als je concludeert dat er in een wijk meer mensen met werk wonen, nadat je jarenlang mensen zonder werk hebt geweerd, lijkt mij dat niet zo'n gekke uitkomst. Als je alleen maar mensen met blauwe ogen toelaat, zie je na verloop van tijd dat het aantal mensen met blauwe ogen toeneemt. Ik hoop dat de evaluatie niet daarop ziet, maar op het feit dat je mensen weert en dat je dan toch geen verbetering in de leefbaarheid ziet. 

Minister Blok:

Een volgende evaluatie zal ook weer ingaan op de leefbaarheid. Nogmaals, ik vind het feit dat meer mensen 's ochtends om 7.30 uur met hun boterhamtrommeltje naar hun werk fietsen, een winstpunt op zich. Onderdeel van het voorkomen van gettovorming is ook dat je kinderen het beeld geeft dat je een inkomen met werken verdient. 

De heer Albert de Vries (PvdA):

Ook daarover zijn we het eens, maar daar staat de prijs tegenover dat je mensen die geen werk hebben, die daar vaak niets aan kunnen doen, uitsluit van een huisvestingsvergunning. Als het geen enkele invloed op de leefbaarheid heeft dat er ook mensen zijn die dagelijks met een boterhamtrommeltje naar hun werk gaan, behalve dat het in onze hoofden goed overkomt, dan is dat denk ik onvoldoende om de mensen zonder werk te weren. Dat is mijn punt. 

Minister Blok:

Ik vind niet dat je die conclusie nu kunt trekken. Ik wil ook een kanttekening plaatsen bij de manier waarop de heer De Vries het formuleert. Ook voor deze maatregel geldt dat een gemeente die alleen kan nemen als onderdeel van een breder plan van aanpak, na goedkeuring door de minister. Ook daar zijn dus strenge waarborgen voor. Onderdeel daarvan is wel degelijk dat wordt bekeken of de mensen die geen inkomen uit werk hebben voldoende kansen hebben op onderdak elders. Uit de evaluatie blijkt dat dit onderdeel geen problemen oplevert. Mensen vinden inderdaad elders onderdak. 

Ik kom bij de vragen over de screening. De heer Van der Linde vroeg waarom het wetsvoorstel uitgaat van een keuze voor screening, ofwel op basis van politiegegevens ofwel via een verklaring omtrent het gedrag. Dat is gedaan omdat de meerwaarde van stapeling wat mij betreft niet voor de hand ligt. Een verklaring omtrent het gedrag is gebaseerd op echte, harde veroordelingen. Het voegt weinig toe om die boven op politiegegevens te stapelen. Je maakt dan in feite twee keer inbreuk op de privacy van mensen. Daardoor is zo'n stapeling kwetsbaarder bij de weging van de grondrechten die iedere Nederlander heeft. Vandaar dat we het in dit wetsvoorstel voorleggen in de vorm van of/of. 

De heer Van der Linde vroeg ook waarom er vier jaar wordt teruggekeken. Is dat niet te kort bij zware vergrijpen? We hebben voor vier jaar gekozen omdat dit bij een vog-aanvraag ook de terugkijkperiode is. Daar wilden we consistent in zijn. Op een bepaald moment moet je mensen een nieuwe kans geven, omdat ze kennelijk een lange periode niet in hun oude gedrag zijn vervallen. 

De heer Bashir vroeg of een huurder op grond van slechts een melding of een vermoeden kan worden geweerd. Hij gaf daarbij het voorbeeld dat iemand alleen maar vuilnis op straat gooit of alleen maar de muziek hard zet. Het is van belang nogmaals te benadrukken dat deze procedure alleen van kracht kan worden in een gebied waar kennelijk langdurige leefbaarheidsproblemen zijn, en waar de gemeente daarvoor een duidelijke aanpak heeft. Het is dus niet zo dat iemand in een willekeurige wijk ergens in Nederland hiermee geconfronteerd kan worden als die de muziek een keer te hard heeft staan of afval op straat gooit, hoe verwerpelijk beide ook zijn. Het moet echt gaan om een wijk waar sprake is van structurele leefbaarheidsproblematiek. De vog zal in dit geval, als er geen andere feiten bekend zijn, verleend worden. Dit zijn zeer overlastgevende zaken, maar ze vallen niet in de categorie misdrijven. Dat illustreert precies waarom het voor de leefbaarheid toch zo van belang kan zijn om met politiegegevens te werken. De politie moet daarbij volgens het wetsvoorstel ook een duiding geven. Zo'n duiding zal juist gaan over de vraag of iemand één keer bij een examenfeestje de muziek te hard heeft gezet, of dat de politie jaar na jaar gebeld wordt, een aantal keren heeft aangebeld en iemands gedrag niet verbetert, in een wijk waar de leefbaarheid toch al een probleem is. In zo'n geval zal de overheid uiteindelijk de kant moeten kiezen van de goedwillende bewoner, die wil dat de kinderen 's nachts kunnen slapen om de volgende dag uitgerust naar school te gaan. Zo'n maatregel is in dat geval ook proportioneel. Ik geef hiermee ook meteen aan waarom de stelling van de heer Bashir, namelijk dat een vog voldoende zou zijn, wat mij betreft niet opgaat. Zeer overlastgevend gedrag levert namelijk nog niet per se een misdrijf op. Zulk gedrag kan niet aangepakt worden als alleen de vog-route beschikbaar is. 

De heer Madlener (PVV):

Dit voorbeeld brengt mij ertoe een vraag te stellen, want geluidsoverlast dringt vaak niet door tot een hele wijk, maar tot het naastgelegen huis of het appartement eronder. Het gaat dus om heel plaatselijke overlast. Die kan heel ernstig zijn: we kennen misschien allemaal wel gevallen in onze omgeving waarbij dit echt tot een soort terreur leidt en mensen hun huis uit worden gepest. Als je de mensen die hun buren het leven zo zuur maken gaat verplaatsen naar een andere woning, dan heb je alleen maar het probleem verplaatst. Dan heb je de wijk niet verbeterd, maar dan heb je andere mensen opgezadeld met de problemen van de overlastgever. Ik herhaal dus mijn vraag. Vindt de minister het nu echt een oplossing om tegen zo'n overlastgever te zeggen: gaat u maar ergens anders wonen en daar overlast plegen? Het zal niet in een vrijstaande villa zijn, kan ik me zo voorstellen. Vindt de minister het dan niet beter dat de gemeente toch nadenkt over de vraag waar zulke mensen geplaatst moeten worden? Is het niet beter om ze gewoon lekker bij elkaar te zetten, die mensen met die harde muziek? 

Minister Blok:

De heer Madlener formuleert het een beetje alsof wij tegenover elkaar staan, maar volgens mij is dat niet zo. Het is niet zo dat de gemeente alleen maar ja of nee kan zeggen. De gemeente kan juist bij de screening op politiegegevens ook een vergunning met voorwaarden geven. Een voorwaarde kan bijvoorbeeld zijn dat er geen lawaai meer gemaakt wordt. Een voorwaarde zou inderdaad ook kunnen zijn dat er onder begeleiding wordt gewoond in een bepaald complex. Deze wet maakt dus datgene wat de heer Madlener wil juist mogelijk. Omgekeerd kan wat de heer Madlener wil niet uitgevoerd worden, als deze wet er niet is. 

De heer Madlener (PVV):

Je kunt mensen als voorwaarde opleggen dat ze geen herrie mogen maken, maar dat gebeurt nu juist steeds niet. Die mensen zullen daar niet naar luisteren. Het zijn immers structurele overlastgevers die al hebben aangetoond zich daar niks van aan te trekken. Dat zijn de heel hardnekkige gevallen. Als de gemeente constateert dat iemand een heel hardnekkig geval is voor zijn buren, moeten we die persoon natuurlijk niet gaan verplaatsen naar andere buren, want dan heb je hetzelfde probleem. Zulke overlastgevers moeten echt in Skaeve Huse of in zo'n tuigdorp wonen en ik wil de minister toch vragen om dat iets meer dwingend mogelijk te maken. 

Minister Blok:

Nogmaals, een gemeente kan die keuze maken, althans, als deze wet wordt aangenomen, want nu is dat instrument er niet. Ik kan niet centraal bepalen dat dat ook altijd de ideale oplossing is van Roermond tot aan Capelle aan den IJssel en Rotterdam. Ik kan wel aangeven dat de gemeente zonder deze wet in feite de benodigde instrumenten niet heeft, en daarom staan we hier ook. 

De heer De Vries vroeg of de kosten van de verklaring omtrent het gedrag voor rekening van de gemeente zouden kunnen komen. Dat mag, maar dat ga ik niet centraal voorschrijven want ik ga niet over de gemeentefinanciën. 

De heer Albert de Vries (PvdA):

Dat snap ik, maar het gaat hierbij volgens mij om een belangrijker principe. Gaan we nu de mensen die we graag in die huizen, die complexen en die gebieden willen hebben, laten betalen om de mensen die we niet willen hebben te kunnen weren? Dat vind ik principieel echt een raar punt. 

Minister Blok:

Juist met het oog daarop is het mogelijk dat een gemeente de kosten van de verklaring omtrent het gedrag voor haar rekening neemt van de mensen van wie zij het juist van belang vindt dat ze daar gaan wonen. Nogmaals, het gaat om specifieke gebieden, niet om wijken met tienduizenden inwoners. Echter, als het gaat om gemeentefinanciën — als oud-wethouder zal de heer De Vries dat herkennen — voel ik mij niet geroepen om dat verplicht te stellen. 

De heer Albert de Vries (PvdA):

Deze oud-wethouder zou niet graag een debat met de raad erover voeren maar zou liever hebben dat het Rijk bepaalt dat die kosten voor rekening van de gemeente komen, omdat het gewoon rechtvaardig is. Voor een gezin bestaande uit vier of vijf personen kan het namelijk aardig oplopen, zeker als het ook nog een maand of anderhalve maand huur als borg moet betalen. Dat gaat voor zo'n gezin dat wel van goede wil is en dat wel past in die wijk, echt oplopen. 

Minister Blok:

Dan kan een gemeente als onderdeel van haar aanpak die kosten voor haar rekening nemen ten aanzien van die goedwillenden van wie de gemeente ook graag wil dat die in die wijk gaan wonen. Dus er is een oplossing, maar ik kan die hier niet met een knip van de vingers verplichtend opleggen. 

De heer Albert de Vries (PvdA):

Vaak is dat een legesverordening ... 

De voorzitter:

Mijnheer De Vries, ik stel voor dat u uw interruptie kort en bondig formuleert. Volgens mij was het antwoord van de minister helder op dit punt. 

De heer Albert de Vries (PvdA):

De vraag is of een gemeente hetgeen de minister nu zegt, wel kan doen. Vaak worden gelden in rekening gebracht op basis van een belasting- of legesverordening die je dus niet selectief kunt toepassen. Je kunt die kosten alleen niet in rekening brengen als het Rijk zegt dat dit niet mag. Daarom vraag ik aan de minister om te bepalen dat dit niet mag. 

Minister Blok:

Nogmaals, dan grijp ik centraal in in de financiële afwegingen van een gemeente, zonder dat dit hoeft. Een gemeente kan zo'n afweging namelijk zelf maken. 

De heer De Vries vroeg ook of iemand die een relatie heeft — of eigenlijk krijgt — met iemand die al woont in een gebied waarvoor deze maatregel geldt, kan worden geblokkeerd in het intrekken bij de liefde van zijn of haar leven. In dit geval zullen we het al snel hebben over het familieleven. Ook het hebben van een bestendige relatie, zelfs als daarbij niet braaf wordt getrouwd, zal toch worden beschouwd als onderdeel van het familieleven. Je moet wel redelijkerwijs kunnen aantonen dat het een echte relatie is. In dat geval zal de vergunning inderdaad niet worden geweigerd, omdat het om het familieleven gaat. 

De heer De Vries vroeg ook waarom kopers geen onderdeel zijn van deze wet. Dat komt doordat dit voorstel een wijziging is van de Huisvestingswet. Indertijd is bij de behandeling in deze Kamer — ik meen in 2013 — ervoor gekozen om de Huisvestingswet betrekking te laten hebben op sociale woningen, woningen waarbij in veel gemeenten sprake is van schaarste- en verdelingsvraagstukken. Ook in deze wijziging is aangesloten bij het type woningen waarvoor de wet nu van kracht is. Ik herinner me dat er alleen een uitzondering is gemaakt voor koopwoningen op de Waddeneilanden, omdat daar ook bij koopwoningen een schaarstevraagstuk heerst. 

De heer Koolmees vroeg, net zoals de heer De Vries dat deed, of de voorgestelde toetsing op basis van crimineel gedrag geen dubbeling wordt van de toetsing die al mogelijk is op typen inkomen. Ik zie daar geen dubbeling in. Het is een aanpak van twee verschillende leefbaarheidsvraagstukken. Een daarvan is het aandeel mensen met inkomen uit werk. Het wetsvoorstel heeft echter echt betrekking op overlastgevend of crimineel gedrag. 

De heer Koolmees vroeg hoe de duiding door de politie precies gaat. In de AMvB die we aan het uitwerken zijn, is daaraan nog geen precieze uitwerking gegeven, omdat ik daar eerlijk gezegd nog geen signalen over heb gekregen. We hebben natuurlijk nauw overlegd met gemeenten, politie en woningcorporaties over deze wet. De wens is gewoon niet opgekomen; vandaar dat er geen invulling aan is gegeven. 

De heer Koolmees vroeg ook hoe je voorkomt dat er heel verschillende duidingen in de verschillende politieregio's ontstaan. We zijn van plan, zoals het ook hoort bij inwerkingtreding van een nieuwe wet, om degenen die aan de slag moeten met deze maatregelen via een opleidingstraject mee te nemen in de manier waarop de politie en andere betrokkenen omgaan met de gegevens. Ik ben het zeer met de heer Koolmees eens dat het vertrouwelijk omgaan met gegevens cruciaal is. In de AMvB die nog op dit wetsvoorstel zal volgen, zullen we dan ook een groot aantal waarborgen opnemen omtrent het zorgvuldig omgaan met de politiegegevens. 

De heer Koolmees vroeg of ik de AMvB wil voorleggen aan de Kamer voordat die van kracht wordt. Ik ben graag bereid om dat te doen, zodat de heer Koolmees mij niet alleen nu op mijn woord hoeft te geloven, maar het ook nog eens rustig kan nalezen. 

De heer Koolmees vroeg hoe de Autoriteit Persoonsgegevens wordt betrokken. Die heeft een eigen bevoegdheid om onderzoek te doen. De omgang met politiegegevens zullen we natuurlijk ook zelf bij de evaluatie van de wet meenemen. 

De heer Koolmees (D66):

Ik hecht zeer aan dit punt. Mijn collega, Steven van Weyenberg, heeft in het kader van Suwinet en privacygevoelige gegevens op gemeentelijk niveau in relatie tot bijstandsuitkeringen en dat soort sociale uitkeringen, heel veel misstanden geconstateerd. We hebben er heel hard aan moeten trekken om dat in de praktijk goed uitgevoerd te krijgen. Wat gebeurde er? Er werden dossiers gelicht van bekende Nederlanders door allerlei ambtenaren die allerlei inloggegevens hadden. Omdat dit heel privacygevoelige informatie is, of kan zijn, lijkt het mij heel verstandig om daar vooraf heel duidelijk over te zijn en dat goed te regelen. Is de minister dat van plan, bijvoorbeeld met behulp van een opleidingstraject en met dit soort waarborgen? Het lijkt mij heel verstandig als de Autoriteit Persoonsgegevens actief wordt betrokken bij de uitwerking hiervan om te voorkomen dat we een herhaling van Suwinet krijgen. 

Minister Blok:

Daar ben ik het mee eens. Vandaar mijn aanbod om de AMvB aan de Kamer voor te leggen. De heer Koolmees heeft ook een amendement ingediend, volgens mij precies met dit doel. Het oordeel over het amendement laat ik aan de Kamer over, omdat het wettelijk waarborgen wat dat betreft past in de zorgvuldige manier waarop ook ik wil omgaan met de politiegegevens. 

De heer Koolmees (D66):

Dat is heel positief, maar ik heb over drie onderwerpen vragen gesteld. De eerste had betrekking op het voorhangen van de AMvB. De tweede, het amendement, had betrekking op het belang om een en ander alleen te gebruiken voor de vergunning. De derde vraag was of de minister de Autoriteit Persoonsgegevens wil vragen om gemeenten te controleren op de omgang met deze politiegegevens. De autoriteit heeft een zelfstandige bevoegdheid. Ik begrijp dat, maar ik verwacht toch een iets actievere houding. 

Minister Blok:

Ik heb er geen probleem mee om die vragen aan de autoriteit te stellen. Ik ben altijd een beetje terughoudend om tegen autoriteiten die onafhankelijk staan ten opzichte van de minister te zeggen: zou u geen controle uitvoeren? Als ik dat antwoord geef, scoor ik volgens mij drie uit drie, dus ik zeg dat de heer Koolmees graag toe. 

Dan een aantal vragen over verschillende onderwerpen. De heer Van der Linde heeft een vraag gesteld — anderen sloten zich bij hem aan — over het verkorten van de periode voor de afgifte van de huisvestingsvergunning. Ik ben het ermee eens dat een snelle behandeling van groot belang is. De termijnen voor behandeling van overheidsbeslissingen zijn geregeld in de Algemene wet bestuursrecht. Het is niet erg logisch om bij deze wet aparte tijdslimieten af te spreken die daar weer van afwijken. De heer Van der Linde vroeg ook naar de rol van de provincie. Ik gaf al aan dat de provincie geraadpleegd wordt over de gevolgen voor de woningmarkt. Verder is de provincie de toezichthouder op gemeenten. Als er reden tot zorg is over de manier waarop de gemeente deze wet en andere wetten invult, is de provincie de aangewezen instantie om in te grijpen. 

De heer Bashir vroeg wat er is gedaan met de brief van het College voor de Rechten van de Mens. Naar aanleiding daarvan is een limitatieve lijst met overlastgevende en criminele feiten in het wetsvoorstel opgenomen. Er is tevens besloten om een AMvB, waarnaar ik al verwees in de richting van de heer Koolmees, op te stellen waarin extra waarborgen omtrent de privacy worden opgenomen. 

De heer Bashir (SP):

Zowel het College voor de Rechten van de Mens als de Raad van State heeft forse kritiek geuit op dit wetsvoorstel. Ik had eigenlijk verwacht dat de minister zijn inbreng zou beginnen met principiële redenen waarom hij dit wetsvoorstel toch belangrijker vindt dan de bezwaren die genoemd worden. Als ik lees wat beide organisaties schrijven, kan ik niet anders stellen dan dat er eigenlijk gehakt wordt gemaakt van dit wetsvoorstel. Er wordt gesproken over een ernstige inbreuk op de grondrechten: de vrijheid van vestiging, het vrij verkeer van personen en de eerbiediging van persoonlijke levenssfeer. Het gaat vrij ver. Hoe kijkt de minister daarnaar? 

Minister Blok:

De heer Bashir vroeg waarom ik mijn betoog niet ben begonnen met de grondrechten. Ik bén mijn betoog begonnen met de grondrechten. Eigenlijk ben ik begonnen met een verwijzing naar de woorden van de heren Bashir en Van der Linde, omdat zij zo goed aangaven hoezeer het grondrecht op veilig en ongestoord wonen van belang is voor alle inwoners van Nederland. Dat is zo belangrijk, dat je als overheid genoodzaakt kunt zijn om onder strenge waarborgen grondrechten van de overlastveroorzakers te beperken. In die afweging kies ik uiteindelijk de kant van de goedwillende burger die wil dat zijn kinderen een ongestoorde nachtrust hebben en dat hij veilig over straat kan. Zo heb ik dat ook gezegd. Daarmee waarborg ik het grondrecht van die mensen. Dat doen we niet licht, vandaar de uitgebreide toetsingsprocedure in deze wet. Maar het is een afweging tussen grondrechten. 

De heer Bashir (SP):

Dat snap ik. Sterker nog, als wat de minister nu zegt de kern was van zijn wetsvoorstel, had ik het wetsvoorstel omarmd. Wie is nou tegen de aanpak van overlast? De overlast wordt alleen niet aangepast, hij wordt verspreid over Nederland. Nu hebben een paar wijken daar last van, maar straks worden die mensen gedwongen naar andere wijken te verhuizen. Dan heeft heel Nederland daar last van. Dat is de kern van de kritiek van het College voor de Rechten van de Mens. Dat zegt: straks kunnen bijvoorbeeld de gemeenten en de woningcorporaties mogelijk de gegevens bekijken van alle Nederlanders die ergens willen wonen, om een paar overlastgevers uit een bepaalde wijk te weren, waarna die mensen vervolgens door heel Nederland verspreid worden. Dat is een vrij ernstige inbreuk op de rechten van beide personen, zowel de overlastgever als degenen die overlast ervaren, zonder dat we de problemen hebben aangepakt. Daarom kom ik terug op mijn eerste vraag, naar de principiële redenen om dit te doen. Wat de minister voorstelt is toch vrij fors, zonder dat er concreet zaken worden opgepakt? 

Minister Blok:

Het lange betoog van de heer Bashir bevat echt een aantal onjuistheden. Hij stelt dat er niets wordt gedaan aan de oorzaken, maar dat er alleen wordt verspreid. Ik heb omstandig betoogd — dat stond ook al in de wet — dat ik alleen toestemming zal verlenen wanneer de gemeente aantoont dat het gaat om een gebied met ernstige, langdurige problemen waar de gemeente ook andere maatregelen neemt. Die stelling klopt dus gewoon niet. De heer Bashir zegt dat een woningcorporatie beschikking krijgt over gegevens. Dat klopt ook niet. Het kan zijn dat de heer Bashir en ik het inhoudelijk oneens zijn, maar dan moeten we wel heel precies zijn over op welk punt we het inhoudelijk oneens zijn. 

De heer Bashir vroeg of deze maatregelen te maken hebben met de bezuinigingen bij de politie en of er niet gewoon meer geld moet naar de politie. Nee, deze maatregelen worden ingegeven door een dringende wens van gemeenten en woningcorporaties, die behoefte hebben aan extra gereedschap, zoals de heer Ronnes zei. Over bezuinigen op de politie gesproken: er is enige discussie over het doorrekenen van verkiezingsprogramma's, maar ik heb toch nog even snel gekeken hoeveel de SP bezuinigde op de politie, en dat was toch echt een kwart miljard. Dan moet je blij zijn dat er toch maatregelen worden genomen. 

De heer De Vries vroeg waarom niet is opgetreden tegen gemeenten die nu al screening toepassen. Het feit dat er door een groot aantal gemeenten al screening wordt toegepast — het gaat om gemeenten met colleges van heel verschillende politieke kleur — geeft al aan hoe groot de behoefte is aan dit type maatregelen. De manier waarop het nu gebeurt, is niet illegaal, maar ook niet goed juridisch gewaarborgd. Ik heb dus geen reden gezien om daar met de knoet overheen te gaan. In de manier waarop het toezicht op de gemeentes geregeld is, zou dat overigens ook aan de provincie zijn. Omdat ik vind dat het nu niet goed gewaarborgd is, heb ik juist dit wetsvoorstel aan de Kamer voorgelegd. Op dit moment zijn er geen harde waarborgen vastgelegd over de manier waarop precies moet worden omgegaan met die politiegegevens. Er is niet geregeld om welk type politiegegevens het gaat en hoe met de privacy moet worden omgegaan. Met de huidige toepassing van het instrument door gemeenten zijn beroep en bezwaar niet goed geregeld en is er geen toetsing door de minister, die de effecten op omliggende gemeenten beoordeelt en die bekijkt of er voldoende andere instrumenten zijn ingezet. Het feit dat er al op vrij grote schaal screening wordt toegepast, is een belangrijk signaal, dat ik graag goed juridisch inkader. 

De heer Albert de Vries (PvdA):

Daarmee plegen die gemeenten toch een inbreuk op de grondrechten van mensen, zonder dat daar een wettelijke basis voor was? 

Minister Blok:

Het staat natuurlijk iedere huurder of huurder in spe vrij om in zo'n gemeente naar de rechter te stappen en het punt van de heer De Vries te maken. Dat wordt dan een spannende rechtszaak. Maar dat is wat anders dan de vraag van de heer De Vries aan mij of ik al aanleiding heb gezien om op te treden. Ja, ik heb aanleiding gezien om op te treden op de manier die wij hier vanavond bespreken. Ik heb niet de gemeentes willen aanspreken dat het helemaal onwenselijk is wat zij doen, omdat ik ook wel zie hoe groot de behoefte is aan instrumenten om overlast aan te pakken. 

Vervolgens vroeg de heer De Vries waarom er in de wet geen verplichting is opgenomen tot overleg met huurders en verhuurders. Omdat wij al in de Woningwet hebben vastgelegd dat dit overleg moet plaatsvinden en het logisch is dat dit onderwerp daarbij ook op tafel ligt, leek het mij dubbelop om dit ook nog in deze wet op te nemen. Ik ga ervan uit dat de drie partijen elkaar echt wel weten te vinden. Als je deze maatregelen wilt nemen, is dat immers wel een groot onderwerp, dat echt expliciet aan de orde komt in de gemeenteraad, maar wat mij betreft ook in dat overleg over de lokale prestatieafspraken. 

De heer De Vries vroeg voorts of er bij de evaluatie van de verhuurderheffing later dit jaar gekeken wordt naar de mogelijkheid om een Investeringsbudget Stedelijke Vernieuwing te creëren. Die toezegging heb ik eerder gedaan, natuurlijk binnen de financiële spelregels die wij met elkaar hebben afgesproken. Ik zal inderdaad ingaan op de mogelijkheden daarvoor. 

Ik kom bij de ingediende amendementen. Het eerste is het amendement op stuk nr. 8 van de heer Koolmees, dat een extra waarborging voor de omgang met politiegegevens vraagt. Zonet gaf ik in een interruptiedebatje al aan dat ik dit amendement graag aan het oordeel van de Kamer laat. 

Vervolgens kom ik op het amendement op stuk nr. 9 van de heer Bashir, waarin wordt voorgesteld om de screening door middel van politiegegevens te schrappen en alleen screening op basis van de verklaring omtrent het gedrag toe te staan. Ik gaf al aan dat veel overlastgevend gedrag op die manier niet in beeld zal komen. Bovendien missen wij dan de mogelijkheid om aan een huisvestingsvergunning ook een gedragsvoorschrift te koppelen, toch ook een belangrijk instrument, omdat je in dat geval niet tot weigeren hoeft over te gaan maar een extra waarborg kunt inbouwen om de omwonenden te beschermen. Om beide redenen ontraad ik dit amendement op stuk nr. 9. 

Het amendement op stuk nr. 10 van de heren De Vries en Van der Linde beoogt de proceduretijd voor het verstrekken van de huisvestingsvergunning te verkorten van acht weken naar vier weken met een mogelijkheid tot verlenging. Ik gaf net al aan dat in de Algemene wet bestuursrecht termijnen zijn opgenomen voor overheidsbeslissingen. In het wetsvoorstel zoals dat nu voorligt, wordt daarbij aangesloten. Ik vind het in de systematiek van de Nederlandse wetgeving lastig om opeens af te wijken van wat eigenlijk de overkoepelende wet is voor beslistermijnen. Omdat ik de zorg van de Kamer over het leegstaan van huurwoningen wel begrijp, ben ik wel bereid om nog eens in overleg te gaan met gemeentes en politie, degenen die de gegevens ook zullen moeten verwerken, over de vraag of zij in de praktijk naar een kortere doorlooptijd kunnen werken. Bij de AMvB die ik nog zal voorleggen aan de Kamer, zal ik daarop terugkomen. Dit nu hard regelen bij amendement, moet ik echter per saldo ontraden. 

In het amendement op stuk nr. 11 van de heer De Vries wordt voorgesteld om de screening ook toe te passen op kopers, niet alleen op huurders. Ik heb al aangegeven dat de achtergrond van het toepassen op huurders is dat de Huisvestingswet zich op dit moment, uitgezonderd de Waddeneilanden, richt op schaarse woningen, dus op sociale huurwoningen. Aangezien het hierbij gaat om de bestrijding van overlast en crimineel gedrag, wat toch weer iets anders is dan schaarste, heb ik ook wel begrip voor de wens van de heer De Vries. Alles afwegend, laat ik dit amendement dus aan het oordeel van de Kamer. 

De heer Van der Linde (VVD):

Ik heb één vraag ter verduidelijking. Dan zouden dus de sociale huurwoningen eronder vallen evenals koopwoningen, maar de vrije huurwoningen niet. Begrijp ik dat goed? 

Minister Blok:

Nee, dan valt ook vrije huur eronder. 

Dan kom ik op het amendement op stuk nr. 12 van de heer De Vries en de heer Van der Linde. Hierin wordt voorgesteld om de bevoegdheid tot afgifte van de woonverklaring niet bij het college van burgemeester en wethouders te leggen, maar uitsluitend bij de burgemeester. Bij de keuze voor het college van burgemeester en wethouders is opnieuw aangesloten bij de systematiek van de Huisvestingswet zoals die nu al is. Een extra argument nu het gaat om gegevens omtrent overlast en crimineel gedrag is dat we in het wetsvoorstel heel scherp afkaderen welk type gegevens daarbij gebruikt kan worden. Een burgemeester heeft uit hoofde van zijn functie kennis van meer feiten omtrent bewoners die bekend zijn bij politie. Het wordt dan een opgave voor een burgemeester om in zijn hoofd een scheiding te maken tussen de feiten die hij kent, maar niet mag gebruiken bij het toepassen van deze wet, en de feiten die hij kent en die hij wel mag gebruiken bij het toepassen van deze wet, omdat hij ze in het kader van deze wet van de politie heeft gekregen. Op beide fronten moet ik dit amendement per saldo ontraden. 

De heer Albert de Vries (PvdA):

Daar heb ik echt moeite mee. Ik heb een heleboel vragen gesteld over de validiteit van de politiegegevens en de zware inbreuk die een en ander maakt op de privacy van mensen. Ik weet uit ervaring dat als een college van burgemeester en wethouders op de hoogte is van antecedenten, een heleboel ambtenaren daarbij betrokken zijn. Er is dan een redelijk brede verspreiding. Het is heel gebruikelijk dat vertrouwelijke gegevens via het bestuursorgaan burgemeester lopen. Ik ga er ook van uit dat wij burgemeesters benoemen die in staat zijn om onderscheid te maken tussen gegevens zij mogen gebruiken voor de ene taak en gegevens die zij mogen gebruiken voor de andere. Het argument van de minister op dat punt lijkt me dan ook niet echt een goed argument. Ik neem aan dat we burgemeesters benoemen die dat kunnen. 

Minister Blok:

Ik sluit niet uit dat burgemeesters dit kunnen. Ik gaf aan dat ik twee redenen heb voor de keuze voor het college van burgemeester en wethouders in plaats van voor alleen de burgemeester. De ene reden is dat de wet dat ook op andere onderdelen zo doet en de andere is dat een burgemeester in een ingewikkelde positie kan komen. Niet per definitie onmogelijk, maar wel ingewikkeld. Die twee factoren samen brengen mij tot het oordeel, dit amendement te ontraden. 

Ten slotte is er het amendement op stuk nr. 13 van de heer Van der Linde. Dit beoogt de procedure voor de gebiedsaanwijzing te verkorten tot maximaal acht weken in plaats van de dertien weken die daar nu voor staan. Deze verkorting zou wel kunnen, dus dit amendement laat ik graag aan het oordeel van de Kamer. 

Ik hoop hiermee de vragen in eerste termijn beantwoord te hebben. 

De voorzitter:

Dank u wel. Ik kijk even naar de leden. U hebt een tweede termijn, dus mochten er nog vragen overgebleven zijn, dan geef ik u in overweging om die in die tweede termijn aan de orde te stellen. 

Als eerste in de tweede termijn geef ik het woord aan de heer Van der Linde. 

De heer Van der Linde (VVD):

Voorzitter. Ik denk dat ik het heel kort kan houden. Ik dank de minister voor zijn uitvoerige beantwoording. Ik ben blij dat hij voor ons inzichtelijk maakt dat we minder ver uit elkaar liggen dan we misschien zelf af en toe denken. In ieder geval dienen we met z'n allen hetzelfde doel. Van de vragen die ik gesteld had, is er eentje nog niet beantwoord, maar ik vermoed dat ik het antwoord daarop al weet. Het gaat om de derde vraag: hoe screenen wij mensen die van buiten Nederland komen? Ik vermoed dat de realiteit is dat wij dat gewoon niet kunnen. Laten wij dat dan maar onder ogen zien. 

Ik heb voor de rest geen vragen meer. 

De heer Bashir (SP):

Voorzitter. Ik dank de minister voor de uitgebreide beantwoording van de gestelde vragen. De minister begon zijn inbreng met het herhalen van zowel mijn woorden als die van de heer Van der Linde. Dat vat ik maar op als een aanzet om een voorstel in te dienen om de leefbaarheid een impuls te geven. Dat ga ik ook doen, want wil je leefbaarheid en leefbare wijken, dan moet je daar ook geld voor vrijmaken. Vandaar dan ook de volgende motie. 

Motie

De Kamer, 

gehoord de beraadslaging, 

overwegende dat gemeenten meer taken hebben gekregen met minder budget; 

overwegende dat een effectieve wijkenaanpak met zeggenschap van buurtbewoners overlast voorkomt; 

constaterende dat er op dit moment geen budget of beleid is voor wijkaanpak; 

verzoekt de regering om in overleg met de Vereniging van Nederlandse Gemeenten, de Woonbond, Aedes en de Vereniging Eigen Huis een voorstel uit te werken om te komen tot een landelijk buurtverbeteringsfonds, waarbij rekening wordt gehouden met lokale verschillen en de zeggenschap van buurtbewoners, en dit voor te leggen aan de Tweede Kamer, 

en gaat over tot de orde van de dag. 

De voorzitter:

Deze motie is voorgesteld door het lid Bashir. Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund. 

Zij krijgt nr. 14 (34314). 

De heer Ronnes (CDA):

Is het niet beter om het eerst over de beschikbaarheid van voldoende financiering te hebben, alvorens over een dergelijk fonds te gaan spreken? Zou de evaluatie van de verhuurderheffing daar geen mooi moment voor zijn? Dan zouden wij daarna kunnen bezien hoe wij hier invulling aan kunnen geven. 

De heer Bashir (SP):

Wij hebben het nu over de aanpak van de problemen. Wij hebben daar nu uitgebreid over gesproken. Het kabinet stelt voor om problemen te spreiden, maar wij willen dat ze ook echt aangepakt worden. In eerste termijn hebt u mij uitgedaagd om bedragen te noemen. Dat heb ik gedaan, maar ik heb ze niet in mijn achterhoofd bij de uitwerking van deze motie. Deze motie vraagt het kabinet om samen met maatschappelijke partijen te zoeken naar budget en dat vervolgens ook uit te werken. Ik vind dat het nu tijd is om maatregelen te nemen. Wij moeten niet te lang wachten. 

Wat moet er nog meer gebeuren? Aedes heeft onderzoek gedaan onder 174 corporaties waaruit blijkt dat de problemen echt verminderd worden als je voor een sluitende aanpak kiest. Ik verzoek de minister dan ook om daar werk van te maken. Vandaar de volgende motie. 

Motie

De Kamer, 

gehoord de beraadslaging, 

overwegende dat mensen worden geacht steeds langer zelfstandig thuis te wonen; 

overwegende dat er miljoenen euro's zijn bezuinigd op welzijnswerk en in de geestelijke gezondheidszorg; 

constaterende dat woningcorporaties in 2015 zo'n 18.000 meldingen van structurele overlast door verwarde personen kregen; 

constaterende dat een sluitende aanpak van gemeente, politie, ggz en maatschappelijke organisaties overlast kan tegengaan, zoals ook bleek uit een enquête van Aedes onder 174 corporaties; 

verzoekt de regering om samen met gemeenten, politie, ggz en maatschappelijke organisaties te zorgen voor een sluitende aanpak om de oorzaken en gevolgen van overlast te minimaliseren, 

en gaat over tot de orde van de dag. 

De voorzitter:

Deze motie is voorgesteld door het lid Bashir. Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund. 

Zij krijgt nr. 15 (34314). 

De heer Bashir (SP):

Tot slot. Ik ben benieuwd hoe de minister aan de cijfers komt over de bezuinigingen die de SP op de politie zou willen doen. Ik heb die niet kunnen vinden. Ik heb ons verkiezingsprogramma erbij gepakt met de doorrekening die daarbij zat, het financieel plaatje. De SP investeert 100 miljoen in veiligheid en 100 miljoen in het versterken van de rechtsstaat. Wij trekken ook nog eens 140 miljoen euro uit voor de politie. In totaal is dat 340 miljoen euro. Wij bezuinigen inderdaad ook, namelijk door softdrugs te legaliseren. Volgens het CPB is dat een bezuiniging. Ik zie alleen maar een meeropbrengst van 160 miljoen. Misschien moeten we even kijken waar het niet helemaal goed zit tussen de cijfers van de minister en die van mij. 

De voorzitter:

De minister komt zo met een iPad en laat de cijfers zien. 

De heer Madlener (PVV):

Voorzitter. We zien de problemen in de achterstandswijken alleen maar toenemen door de constante stroom van nieuwe kansarme niet-westerse allochtonen. Dat vergeten eigenlijk alle partijen in dit huis op mijn partij, de PVV, na. Je moet niet dweilen met de kraan open. Als je dit niet aanpakt, dan heeft de rest natuurlijk weinig zin. 

Als je mensen wilt aanpakken die structureel en ernstig overlast veroorzaken voor hun buren, dan moet je ze natuurlijk niet zomaar ergens anders naartoe laten verhuizen. Dan zullen zij daar opnieuw overlast veroorzaken. Je moet ze eigenlijk in een apart huis stoppen, in hufterhutten, tuigdorpen of Skaeve Huse, om het op zijn Deens te zeggen, want daar zijn goede ervaringen mee opgedaan. Daartoe dien ik een motie in. 

Motie

De Kamer, 

gehoord de beraadslaging, 

overwegende dat het weren van overlastgevers uit slechte wijken de problemen alleen maar verspreidt en niet oplost; 

overwegende dat de kwetsbare, maar nog relatief leefbare wijken hierdoor versneld zullen verloederen; 

overwegende dat in Denemarken de zogenaamde Skaeve Huse een beproefde aanpak bieden voor overlastgevers; 

verzoekt de regering om gemeenten die gebruik willen maken van selectieve woningtoewijzing in verband met ernstig en herhaaldelijk overlastgevend gedrag, te verplichten om alternatieve woonruimte aan te bieden op plekken waar dit niet tot overlast zal leiden (Skaeve Huse, tuigdorpen of hufterhutten genoemd), 

en gaat over tot de orde van de dag. 

De voorzitter:

Deze motie is voorgesteld door het lid Madlener. Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund. 

Zij krijgt nr. 16 (34314). 

De heer Madlener (PVV):

Deze motie gaat over het structureel veroorzaken van overlast en niet over selectie op basis van inkomen, want dan heeft het natuurlijk geen zin. In gevallen van overlast moeten we de mensen natuurlijk niet alleen maar ergens anders overlast laten veroorzaken. Dat was nog even een opmerking over de afbakening van de motie. Ik hoop op een positief oordeel van de minister. 

De heer Albert de Vries (PvdA):

Voorzitter. Ik dank de minister voor zijn antwoorden. Ik ben blij dat ik kan constateren dat als het echt spannend wordt, we dezelfde opvatting hebben, namelijk dat het recht op veilig wonen en een veilige woonomgeving mag prevaleren boven de rechten van mensen die ernstige overlast veroorzaken. Ik ben ook blij dat de minister onomwonden heeft gezegd dat de maatregel die in deze wet wordt toegevoegd het sluitstuk is en een onderdeel van een totaalaanpak. Hij heeft toegezegd dat hij bij de evaluatie van de verhuurderheffing wil kijken naar een mogelijkheid voor een nieuw budget stedelijke vernieuwing. De Partij van de Arbeid hecht er zeer aan om in relatie tot deze wet en ter stipulering van de totaalaanpak hierover een motie in te dienen. 

Motie

De Kamer, 

gehoord de beraadslaging, 

overwegende dat er in Nederland nog steeds buurten en wijken zijn waar de leefbaarheid ernstig onder druk staat; 

overwegende dat dit in ieder geval speelt in wijken waarin door de minister voor Wonen en Rijksdienst complexen, straten of gebieden zijn aangewezen voor het toepassen van het instrumentarium van de Wet bijzondere maatregelen grootstedelijke problematiek; 

overwegende dat het toepassen van dat instrumentarium alleen effectief is als het onderdeel is van een totaalaanpak van de leefbaarheid in de betreffende wijk; 

overwegende dat aanpak van leefbaarheid beter al eerder kan starten om te voorkomen dat verstrekkende middelen als die uit de Wet bijzondere maatregelen grootstedelijke problematiek moeten worden ingezet en dat het Investeringsbudget Stedelijke Vernieuwing daarvoor destijds een effectief hulpmiddel was; 

verzoekt de regering, bij de evaluatie van de verhuurderheffing de mogelijkheden te onderzoeken om opnieuw een Investeringsbudget Stedelijke Vernieuwing te creëren, 

en gaat over tot de orde van de dag. 

De voorzitter:

Deze motie is voorgesteld door het lid Albert de Vries. Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund. 

Zij krijgt nr. 17 (34314). 

De heer Albert de Vries (PvdA):

De Partij van de Arbeid is blij met de toezegging van de minister om de toepassing van artikel 8 opnieuw kritisch te beoordelen bij de volgende evaluatie. Wij hechten er echt zeer aan dat dan bekeken wordt of er een verband kan worden gelegd tussen het weren van mensen zonder baan en de leefbaarheid en dat dat het criterium wordt om te bepalen of artikel 8 gehandhaafd kan worden. 

Wij vinden het onterecht dat mensen die een vog moeten overleggen omdat zij een huisvestingsvergunning nodig hebben, die zelf moeten betalen. Wij dienen daarom de volgende motie in. 

Motie

De Kamer, 

gehoord de beraadslaging, 

overwegende dat voor het verkrijgen van een verklaring omtrent het gedrag leges verschuldigd zijn; 

overwegende dat bij toepassing van de Wet bijzondere maatregelen grootstedelijke problematiek zo'n verklaring verplicht gesteld kan worden voor het verkrijgen van een huisvestingsvergunning en dat alleen daarmee toegang verkregen kan worden tot een woning waarvoor een huishouden volgens de voorrangsregels in aanmerking komt; 

overwegende dat zo kosten terechtkomen bij huishoudens die juist wel welkom zijn in een aangewezen complex, straat of gebied; 

verzoekt de regering, te bezien of deze kosten voor rekening van de betreffende gemeente of verhuurder kunnen worden genomen, 

en gaat over tot de orde van de dag. 

De voorzitter:

Deze motie is voorgesteld door het lid Albert de Vries. Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund. 

Zij krijgt nr. 18 (34314). 

De heer Albert de Vries (PvdA):

Verder ben ik er blij mee dat de minister het voorstel om ook voor de toegang tot koopwoningen een huisvestingsvergunning te moeten kunnen overleggen, aan de Kamer laat. Ik zou het echt heel eerlijk vinden als dat zou gebeuren. Ik hoop dus dat daar voldoende steun voor is in de Kamer. 

Ik wil de minister tot slot nog vragen of hij bereid is om bij de beoordeling van aanvragen ook te bezien of er overleg is gepleegd met huurders en de woningcorporatie. Ik snap dat dit niet per se in de wet moet worden opgenomen, maar ik vind het toch wel een belangrijk toetspunt. 

Mijn allerlaatste punt gaat over de burgemeester. Politiegegevens bevatten echt zeer gevoelige informatie. Dat is heel iets anders dan de gegevens die nu bij de huisvestingsverordening toegepast worden. Ik snap dat politiegegevens gedeeld kunnen worden door B en W, maar ik vind het niet wenselijk dat uitgerekend die gegevens breed in het ambtelijk apparaat verspreid kunnen worden. Wij zullen daarom vasthouden aan het amendement dat wij daarover hebben ingediend. 

De heer Koolmees (D66):

Voorzitter. Ik dank de minister voor zijn beantwoording. Ik wil sowieso een compliment geven voor de stukken. Ik denk dat er een heel gestructureerde aanpak met zorgvuldige stappen en ook goede waarborgen en een wettelijke verankering ligt om dit toch heel gevoelige punt netjes te regelen. 

Ik heb in mijn eerste termijn gezegd dat ik wel dilemma's zie, omdat je dus echt een uitruil hebt van grondrechten, waarbij de leefbaarheid toch botst met de vrijheid van vestiging. Ik heb in mijn eerste termijn drie punten naar voren gebracht. Het eerste ging over de effectiviteit. Ik ben nu ook overtuigd van de en-enbenadering als het gaat om de leefbaarheid. Daarbij moet je dus zowel naar sociaal-economische criteria als naar de overlastgevende criteria kijken. Tegelijkertijd vind ik het heel goed dat de heer De Vries de minister een toezegging heeft uitgelokt over de evaluatie van artikel 8. Als bij de volgende evaluatie inderdaad blijkt dat het gewoon niet effectief is, dat het niet werkt en dat deze aanpak, het beperken van overlast, wel werkt, maar dat een heel brede benadering op basis van sociaal-economische indicatoren niet werkt, dan zou het ook wat mijn fractie betreft tijd worden om dat artikel 8 eruit te halen. Maar laten we die evaluatie afwachten. 

Ik ben zeer blij met mijn 3-uit-3-score op het punt van de zorgvuldigheid van het gebruik van politiegegevens. Ik heb het dan over het betrekken van de Autoriteit Persoonsgegevens bij de omgang met die data, om te voorkomen dat we een Suwinet-debacle krijgen, maar ook over het voorhangen van een AMvB — daar ben ik ook blij mee — en het positieve advies over het amendement waarin wordt geregeld dat de gegevens alleen gebruikt kunnen worden voor de vergunning en niet voor andere doeleinden. Dus dank daarvoor. Dat zorgt echt voor wat waarborgen. 

Ik heb nog één klein neuzelpuntje, om het zo maar te noemen, maar het is wel belangrijk. Ik ben econoom en geen jurist, dus misschien begeef ik mij nu op glad ijs. In de wet is heel erg duidelijk geregeld dat het college van burgemeester en wethouders een delegatiebepaling heeft met betrekking tot ambtenaren die deze wet mogen uitvoeren. Met betrekking tot de politiechef is er geen delegatiebepaling. Er zijn nu tien politiechefs in Nederland. De minister gaf in zijn eerste termijn aan dat dit wordt uitgewerkt in een AMvB, maar dan heb je wel een haakje nodig, zeg ik als niet-jurist, om het ook toe te wijzen aan een functionaris. Is dat nu goed geregeld? 

De voorzitter:

De heer Ronnes ziet af van een inbreng in tweede termijn. 

Mij blijkt dat de minister direct kan antwoorden. 

Minister Blok:

Voorzitter. Ik zal de antwoorden geven in de volgorde van de vraagstellers. 

De eerste vraag van de heer Van der Linde was of het mogelijk is om mensen die uit het buitenland komen, te screenen. Nee, dat kan niet vanwege de praktische overweging dat er noch via de politiegegevens noch in het kader van de verklaring omtrent het gedrag gegevens beschikbaar zullen zijn. 

Ik heb nog een precisering van mijn kant. De heer Van der Linde vroeg of ook vrijesectorhuurwoningen onderdeel van de screening zijn. Ik antwoordde daarop "ja". Dat "ja" blijft staan, maar de gemeente moet in de huisvestingsverordening wel de hoogte van de huur opnemen waarop de screening betrekking heeft. Het "ja" hangt dus af van de manier waarop de gemeente dat invult. 

De heer Bashir heb ik deels via mijn iPad bediend. Voor de Handelingen merk ik op dat ik hem de doorrekening van Keuzes in Kaart heb laten zien, waarin ik het bedrag van een korting van een kwart miljard op veiligheid had gevonden. 

De heer Bashir (SP):

Voor de volledigheid: de minister heeft helemaal gelijk; het staat er zo in. Er staat ook bij dat de SP die kwart miljard op apparaatskosten bezuinigt, terwijl zij meer uitgeeft aan extra agenten. Dat staat er letterlijk. De SP geeft dus wel degelijk meer uit aan agenten. 

Minister Blok:

Om de discussie even af te maken: als de agenten hun processen-verbaal uitgewerkt willen zien, kijken zij in een leeg bureau rond, want daar is dan een en ander wegbezuinigd. Voor de effectiviteit van die agenten helpt dat niet echt. Maar goed, dat is niet de kern van discussie die we in dit debat voeren. 

Voorzitter. In de motie-Bashir op stuk nr. 14 wordt de regering verzocht om in overleg met de VNG, de Woonbond, Aedes en de Vereniging Eigen Huis een voorstel uit te werken om te komen tot een landelijk buurtverbeteringsfonds. De heer Ronnes wees er al terecht op dat deze motie geen dekking biedt en niet aansluit bij de evaluatie van de verhuurderheffing. Een ongedekte motie — de heer Bashir kent mij — zal ik altijd moeten ontraden. 

In zijn motie op stuk nr. 15 verzoekt de heer Bashir de regering om samen met gemeenten, politie, ggz en maatschappelijke organisaties te zorgen voor een sluitende aanpak om de oorzaken en gevolgen van overlast te minimaliseren. Als ik de motie zo mag interpreteren dat daaraan invulling wordt gegeven via het aanjaagteam verwarde personen, een initiatief van mijn collega Van Rijn, dan kan ik haar als ondersteuning van beleid beschouwen. Als de heer Bashir een nieuw initiatief bedoelt, dan moet ik haar ontraden. Misschien kan de heer Bashir toelichten hoe de motie geïnterpreteerd moet worden. 

De voorzitter:

Mijnheer Bashir, ik kijk even in uw richting. We kunnen dit punt dan wellicht afronden. 

De heer Bashir (SP):

Deze motie sluit aan bij hetgeen waarnaar Aedes onderzoek heeft gedaan. Aedes heeft bij 174 corporaties bekeken hoe het daar werkt en heeft gezien dat er in een aantal gemeenten wordt gewerkt met een sluitende aanpak. Ik doel op dezelfde sluitende aanpak als uit dat onderzoek. 

Minister Blok:

Dan vrees ik dat ik niet kan constateren dat aangesloten wordt bij het initiatief van Van Rijn, maar dat gevraagd wordt om een nieuw initiatief. Daarvoor is eerlijk gezegd ook geen financiering. In dat geval moet ik de motie toch ontraden. Ik heb geprobeerd om een handreiking te doen aan de heer Bashir. 

De heer Bashir (SP):

Zou het dan een idee zijn dat ik de motie aanhoud en dat de minister samen met Aedes en de collega-minister bekijkt wat het verschil is tussen het aanjaagteam en datgene wat Aedes heeft bepleit en dat we daar in een later stadium op terugkomen? 

Minister Blok:

Als dat niet betekent dat de stemming over het hele wetsvoorstel wordt uitgesteld, ben ik graag bereid om terug te komen — dat wordt dan schriftelijk — op de overlap die we wellicht kunnen vinden tussen de door de heer Bashir bedoelde maatregel van Aedes en de plannen van staatsecretaris Van Rijn. Dan kom ik daarop terug. 

De heer Bashir (SP):

In dat geval wil ik de motie aanhouden. 

De voorzitter:

Op verzoek van de heer Bashir stel ik voor, zijn motie (34314, nr. 15) aan te houden. 

Daartoe wordt besloten. 

De heer Van der Linde (VVD):

Ik heb een ordevraag. We hebben op het langetermijnschema ook een debat over verwarde huurders staan. Is dat hiermee ingetrokken? Ik neem immers aan dat de heer Bashir zijn punt heeft gemaakt. 

De voorzitter:

De heer Bashir geeft aan dat dat debat niet is ingetrokken. Dat blijft dus gewoon op de langetermijnplanning staan. De heer Bashir bepaalt uiteraard zelf wanneer hij de motie alsnog in stemming laat komen en of hij de motie in stemming laat komen. 

Minister Blok:

De heer Madlener verzoekt de regering in zijn motie op stuk nr. 16 om gemeenten die gebruik willen maken van selectieve woningtoewijzing, te verplichten om alternatieve woonruimte aan te bieden op plekken waar dat niet tot overlast zal leiden. Ik heb al aangegeven dat dat heel goed mogelijk is, maar dat ik het niet logisch vind dat ik dat vanuit Den Haag verplicht voor alle gemeenten in Nederland, ook voor de gemeenten die zelf aangeven dat zij daar geen behoefte aan hebben omdat zij elders over voldoende woonruimte beschikken. Per saldo moet ik deze motie dus ontraden. 

De heer De Vries constateert met mij dat de maatregelen op grond van deze wet alleen mogelijk zijn als onderdeel van een totaalaanpak en dat ik of mijn opvolger bij de volgende evaluatie ook artikel 8 weer kritisch onder de loep zal nemen; dat zeg ik ook tegen de heer Koolmees. 

De heer De Vries vroeg of ik bij aanvragen van gemeenten ook wil bekijken of er overleg heeft plaatsgevonden met woningcorporaties en huurdersorganisaties. Het lijkt mij redelijk om dat te toetsen. Dat zeg ik dus graag toe. 

De heer De Vries sprak zijn zorgen uit over een brede verspreiding van politiegegevens. Ik gaf al aan dat ik in de Algemene Maatregel van Bestuur extra waarborgen wil opnemen over het zorgvuldig omgaan met politiegegevens en dat het nadrukkelijk niet de bedoeling is dat daaraan een brede verspreiding gegeven zal worden. Er moet ook vastgelegd worden wie daar binnen de gemeente gebruik van kan maken. 

De heer De Vries heeft twee moties ingediend. Met de motie op stuk nr. 17 verzoekt hij de regering om bij de evaluatie van de verhuurderheffing de mogelijkheden te onderzoeken om opnieuw een investeringsbudget stedelijke vernieuwing te creëren. Dat heb ik eerder toegezegd. Nu daar nog een keer om gevraagd wordt, laat ik het oordeel over de motie aan de Kamer. 

Met de motie op stuk nr. 18 verzoekt de heer De Vries de regering om te bezien of de kosten van een verklaring omtrent het gedrag voor rekening van de betreffende gemeente of verhuurder kunnen komen. Ik heb aangegeven — en ik blijf daarbij — dat een gemeente dit kan doen, maar dat ik het onjuist vind om gemeenten centraal voor te schrijven dat zij dit moeten doen. Per saldo moet ik deze motie dus ontraden. 

De heer Koolmees dankte mij voor de toezeggingen die ik heb gedaan over de omgang met politiegegevens en de privacy. Hij had, zoals hij zelf zei, een neuzelpunt over de mogelijkheid om door de politiechef te laten delegeren. Mandatering door de politiechef van de regionale eenheid aan een ondergeschikte is mogelijk. Daarmee is het neuzelpunt beantwoord. 

Ik hoop hiermee alle resterende vragen beantwoord te hebben, voorzitter. 

De heer Madlener (PVV):

Ik wil nog een poging doen om mijn motie, die ontraden is, aan te passen. Zou de minister wel kunnen leven met een term als "bevorderen" of "stimuleren" in plaats van de verplichting van het aanbieden van alternatieve woonruimte? Dan is het dus geen verplichting maar wel een aansporing voor de gemeenten om toch voor die oplossing te kiezen en niet alleen te zeggen dat iemand ergens niet mag wonen. 

Minister Blok:

Als het verzoek zou zijn dat de gemeente in haar overwegingen de mogelijkheid betrekt om alternatieve woonruimte te bieden, dan kan ik ermee uit te voeten. Dan kan een gemeente daar maatwerk op leveren. 

De heer Madlener (PVV):

"Betrekt" vind ik net weer wat te vrijblijvend. Het gaat mij er echt om dat de minister werk maakt van die oplossingen en tegen gemeenten zegt dat zij dat wel mogen doen, maar dat ze ervoor moeten zorgen dat het probleem zich niet alleen verplaatst, maar dat er ook een oplossing komt, zoals Rotterdam dat doet. 

Minister Blok:

Laten we het als volgt doen, want om nu tegen half twaalf 's avonds hier nog een precieze tekst over te maken … Ik ben graag bereid naar een alternatief tekstvoorstel te kijken en de andere Kamerleden schriftelijk te laten weten wat mijn oordeel daarover is. Dat biedt ook de gelegenheid om er eventueel nog even op te kauwen. Ik zal mijn oordeel schriftelijk met de Kamer delen, want ik neem aan dat de stemming dinsdag zal zijn. 

De heer Madlener (PVV):

Daar maak ik graag gebruik van. 

De voorzitter:

Ik ga ervan uit dat de minister dat dan voor aanstaande dinsdag doet. 

De heer Bashir (SP):

Ik ben wel verbaasd over dit antwoord van de minister. Dat zou betekenen dat we tuigdorpen gaan krijgen in Nederland. Is de minister daarvoor? De PVV heeft het over tuigdorpen. In de motie staat het woord hufterhutten. Ik kan me niet voorstellen dat de minister dit wil. Misschien help ik hem door nog even op die laatste zinnen van de motie te wijzen. 

Minister Blok:

Ik heb aangegeven dat ik de motie met deze tekst ontraad. Ik heb geprobeerd ter plekke te helpen, maar dat lukte niet. Toen heb ik aangegeven dat we het misschien niet nu moeten proberen te doen. De heer Bashir heeft wel een punt als hij zegt dat de woordkeuze wellicht iets diplomatieker kan. Dat zullen we meenemen in de overwegingen en het oordeel over de uiteindelijke motie. 

De algemene beraadslaging wordt gesloten. 

De voorzitter:

De moties, amendementen en het wetsvoorstel zullen aanstaande dinsdag in stemming komen. Ik wijs erop dat het amendement op stuk nr. 19 inmiddels dat op stuk nr. 13 vervangt, met een nieuwe ondertekening door de heer Ronnes. Ik dank de minister voor zijn komst en de leden voor hun inbreng.