7 Tabaksontmoedigingsbeleid

Aan de orde is het VAO Tabaksontmoedigingsbeleid (AO d.d. 23/06). 

Mevrouw Dik-Faber (ChristenUnie):

Voorzitter. Ik wil drie moties indienen. 

Motie

De Kamer, 

gehoord de beraadslaging, 

constaterende dat niet ieder schoolplein rookvrij is; 

van mening dat schoolpleinen voor kinderen zijn en roken daar niet thuishoort; 

verzoekt de regering om te onderzoeken welke mogelijkheden er zijn om scholen zonder rookvrij schoolplein te sanctioneren per 1 januari 2017 en de Kamer hierover uiterlijk 1 oktober 2015 te informeren, 

en gaat over tot de orde van de dag. 

De voorzitter:

Deze motie is voorgesteld door de leden Dik-Faber en Rebel. Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund. 

Zij krijgt nr. 36 (32011). 

Motie

De Kamer, 

gehoord de beraadslaging, 

constaterende dat de naleving van verkoop van tabaksproducten via automaten niet op orde is; 

overwegende dat de horeca 100% rookvrij wordt en het daarom merkwaardig is om in de horeca tabaksproducten te verkopen; 

verzoekt de regering, met de horeca afspraken te maken over het uitfaseren van tabaksautomaten en de Kamer hierover eind 2015 te informeren, 

en gaat over tot de orde van de dag. 

De voorzitter:

Deze motie is voorgesteld door het lid Dik-Faber. Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund. 

Zij krijgt nr. 37 (32011). 

Motie

De Kamer, 

gehoord de beraadslaging, 

constaterende dat vermindering van het aantal verkooppunten bijdraagt aan verminderde zichtbaarheid van tabak en effectievere handhaving; 

overwegende dat steeds meer landen een vergunningenstelsel invoeren voor een effectief handhavingsbeleid, hetgeen bovendien kan leiden tot vermindering van het aantal verkooppunten; 

overwegende dat uit onderzoek blijkt dat "zien roken, doet roken" is; 

verzoekt de regering, nader onderzoek te doen naar de mogelijkheden voor de introductie van een vergunningenstelsel; 

verzoekt de regering tevens, voorstellen aan de Kamer voor te leggen voor vermindering van het aantal verkooppunten, 

en gaat over tot de orde van de dag. 

De voorzitter:

Deze motie is voorgesteld door het lid Dik-Faber. Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund. 

Zij krijgt nr. 38 (32011). 

Mevrouw Dik-Faber (ChristenUnie):

De ChristenUnie pleit al jaren voor het invoeren van een display-ban. Mijn collega, mevrouw Rebel, heeft daarvoor een motie voorbereid die wij mede hebben ondertekend. 

Mevrouw Agema (PVV):

Voorzitter. Ik dien de volgende motie in. 

Motie

De Kamer, 

gehoord de beraadslaging, 

constaterende dat de waterpijp onder de Tabakswet valt en daarmee onder het algehele rookverbod in de horeca; 

concluderende dat de exploitatie van een waterpijpcafé (of shishalounge) daardoor materieel onmogelijk is, omdat het feitelijk net zoiets is als de exploitatie van een "rookcafé" hetgeen materieel ook niet kan; 

verzoekt de regering, te bewerkstelligen dat het algehele rookverbod in de horeca ook gehandhaafd en dus 100% beboet wordt in waterpijpcafés (of shishalounges), 

en gaat over tot de orde van de dag. 

De voorzitter:

Deze motie is voorgesteld door het lid Agema. Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund. 

Zij krijgt nr. 39 (32011). 

De heer Van Gerven (SP):

Voorzitter. Iedere roker die je het vraagt, zegt: laat jongeren niet beginnen. Ons tabaksontmoedigingsbeleid moet er dan ook op gericht zijn te voorkomen dat een nieuwe generatie verslaafden en rokers ontstaat. Iedereen weet echter ook dat de tabaksindustrie zich juist richt op jongeren. Hoe jonger, hoe bevattelijker voor verslaving en hoe meer garantie voor lang gebruik tijdens het leven. Daar is een reclame op gericht. Ondanks het feit dat we de motie van de PvdA over het in het zicht verkopen van de pakjes sigaretten en shag wat vrijblijvend vinden, zullen we die toch steunen. Laten we die stap maar eens zetten. 

Wij dienen graag een motie in over de handhaving van de verkoopleeftijd voor alcohol en tabak. Want niet alleen zijn de cijfers abominabel slecht, ons is ook een schrijven van de industrie onder ogen gekomen van één dag na ons overleg, waarin men erover pocht nog drie jaar de tijd te krijgen om de naleving van de leeftijd op orde te krijgen. Herkent de staatssecretaris die uitspraak? Wij niet. Hij sprak er toch over dat er volgend jaar een substantiële verbetering te zien moet zijn, omdat er anders maatregelen komen, of wetgeving? De SP dient daarom de volgende motie in. 

Motie

De Kamer, 

gehoord de beraadslaging, 

constaterende dat de handhavingscijfers als het gaat om verkoop van alcohol en tabak aan jongeren erg teleurstellend zijn; 

constaterende dat de staatssecretaris heeft aangegeven dat volgend jaar het nalevingspercentage fors hoger moet zijn; 

constaterende dat de handhavingscijfers, ondanks forse inspanningen, de afgelopen jaren niet wezenlijk zijn verbeterd; 

van mening dat het verstandig is om maatregelen en/of wetgeving voor te bereiden voor het geval dat volgend jaar de naleving niet substantieel verbeterd is, teneinde geen tijd te verliezen als blijkt dat de naleving inderdaad achterblijft; 

verzoekt de regering, maatregelen en/of wetgeving voor te bereiden die snel in werking kunnen treden als in 2016 blijkt dat de nalevingscijfers van de verkoopleeftijd voor alcohol en tabak niet substantieel verbeterd zijn, 

en gaat over tot de orde van de dag. 

De voorzitter:

Deze motie is voorgesteld door het lid Van Gerven. Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund. 

Zij krijgt nr. 40 (32011). 

Mevrouw Rebel (PvdA):

Voorzitter. Mijn partij is blij met de voortvarendheid van deze staatssecretaris op dit dossier. Ik heb een drietal moties om hem met enige druk verder voortvarend op dit dossier te laten zijn. 

Motie

De Kamer, 

gehoord de beraadslaging, 

constaterende dat supermarkten tabaksproducten zichtbaar en aantrekkelijk uitstallen; 

overwegende dat kinderen fijngevoelig zijn voor merkherkenning; 

van mening dat blootstelling van tabaksproducten aan kinderen ongewenst is; 

verzoekt de regering, in 2015 met de supermarktbranche een convenant te sluiten waarin wordt toegewerkt naar een displayban voor tabaksproducten en de Kamer daar uiterlijk 1 januari 2016 over te informeren, 

en gaat over tot de orde van de dag. 

De voorzitter:

Deze motie is voorgesteld door de leden Rebel en Dik-Faber. Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund. 

Zij krijgt nr. 41 (32011). 

Motie

De Kamer, 

gehoord de beraadslaging, 

constaterende dat de slaagkans van een aankooppoging bij tabaksautomaten voor minderjarigen hoog is; 

van mening dat horeca-aanbieders de leeftijdsgrens bij tabaksautomaten onvoldoende handhaven; 

verzoekt de regering, nog in 2015 tot nadere afspraken te komen met Koninklijke Horeca Nederland die leiden tot verbeterde naleving van de leeftijdsgrens voor tabaksautomaten en de Kamer daar uiterlijk 1 januari 2016 over te informeren, 

en gaat over tot de orde van de dag. 

De voorzitter:

Deze motie is voorgesteld door de leden Rebel en Pia Dijkstra. Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund. 

Zij krijgt nr. 42 (32011). 

Motie

De Kamer, 

gehoord de beraadslaging, 

constaterende dat bewustwording van de gevaren van tabak beter kan bij middelbare- en mbo-scholieren; 

van mening dat een nieuwe publiekscampagne nodig is die goed aansluit bij de belevingswereld van middelbare- en mbo-scholieren; 

verzoekt de regering, een publiekscampagne voor 2016 met rolmodellen gekoppeld aan een voorlichtingshulplijn uit te werken en de Kamer daar uiterlijk 1 december 2015 over te informeren, 

en gaat over tot de orde van de dag. 

De voorzitter:

Deze motie is voorgesteld door de leden Rebel, Pia Dijkstra en Bruins Slot. Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund. 

Zij krijgt nr. 43 (32011). 

Mevrouw Pia Dijkstra (D66):

Voorzitter. We hebben in het AO over tabaksontmoediging gewisseld dat er meer maatregelen nodig zijn om het tabaksgebruik terug te dringen. Ik heb mede daarom een paar moties van de Partij van de Arbeid medeondertekend. Zelf heb ik nog de volgende motie. 

Motie

De Kamer, 

gehoord de beraadslaging, 

constaterende dat de Wereldgezondheidsorganisatie stelt dat verhoging van de accijns op tabak de meest effectieve maatregel is om tabaksgebruik terug te dringen; 

constaterende dat uit onderzoek van het Centraal Bureau voor de Statistiek blijkt dat een ruime meerderheid van de bevolking overheidsbeleid om tabaksmiddelen duurder te maken steunt; 

constaterende dat onderzoek van Trimbos stelt dat een prijsverhoging van tabak leidt tot een verlaging van de consumptie en daarmee significante winst voor de volksgezondheid oplevert; 

verzoekt de regering, te onderzoeken wat de effecten zijn van een substantiële jaarlijkse verhoging van de tabaksaccijns op tabaksgebruik onder jongeren en de volksgezondheid, in acht nemende wat de neveneffecten zijn, 

en gaat over tot de orde van de dag. 

De voorzitter:

Deze motie is voorgesteld door het lid Pia Dijkstra. Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund. 

Zij krijgt nr. 44 (32011). 

De vergadering wordt enkele ogenblikken geschorst. 

Staatssecretaris Van Rijn:

Voorzitter. Ik begin met de motie van de leden Dik-Faber en Rebel op stuk nr. 36 over rookvrije schoolpleinen. Zoals ik in het debat al zei, streven wij ernaar om schoolpleinen 100% rookvrij te krijgen. In de komende twee jaar doe ik een flinke schep bovenop het beleid. Samen met de drie onderwijsraden, het Longfonds, de GGD en het Trimbos-instituut werken we toe naar die 100% rookvrije scholen, ook in het mbo. De kennis en expertise van het Longfonds worden gekoppeld aan het netwerk en de aanpak van het programma De gezonde school en genotmiddelen, waarmee de effectiviteit groter wordt. Ik hecht eraan om die aanpak, met eigenlijk een soort verleidingsstrategie, te kunnen doorzetten. Mocht nu blijken dat deze er niet toe leidt dat de schoolpleinen 100% rookvrij worden, dan moeten we inderdaad verdergaande maatregelen nemen. Gevraagd wordt om te streven naar 100% rookvrije schoolpleinen op 1 januari 2017, en te kijken of wij de Kamer voor het einde van dit jaar kunnen informeren over de stand van zaken. Ik wil het oordeel over de motie aan de Kamer laten, met als kanttekening de voortzetting van het verleidingsprogramma met die 100% als doel, zodat we met elkaar kunnen kijken of nadere maatregelen nodig zijn. 

Ik kom dan bij de motie op stuk nr. 37, waarin mevrouw Dik-Faber vraagt of ik met de horeca afspraken wil maken over het uitfaseren van tabaksautomaten. Ik wil en ben in gesprek met de branchevereniging. Ik wil de branche aanspreken op het feit dat we een wet hebben op basis waarvan de leeftijdsgrens gewoon moet worden nageleefd. Ik wil eigenlijk geen nadere afspraken maken over uitfasering. Men moet gewoon de wet naleven. Als dat onvoldoende resultaat heeft, kunnen we vervolgens overwegen of verdere stappen nodig zijn en kijken of in de tussentijd extra toezicht nodig is. Ik dacht dat we dat in het debat ook hadden gezegd. Op dit moment zou ik de motie willen ontraden. Ik doe daarbij de toezegging dat we met de branche in overleg zijn, dat ik de branche zal aanspreken op goede naleving en dat we aanvullend met elkaar zullen spreken over mogelijke nadere maatregelen als die naleving niet goed is. 

Mevrouw Dik-Faber (ChristenUnie):

Ik wil graag een interruptie plegen. 

De voorzitter:

Ja, ik zag u, mevrouw Dik-Faber. Ik wil u vragen om interrupties echt heel kort te houden, en ze alleen te plegen als ze betrekking hebben op de ingediende motie. 

Mevrouw Dik-Faber (ChristenUnie):

Fijn dat de staatssecretaris met de horecabranche spreekt over de naleving. Dat moet ook gewoon gebeuren. Het blijft echter merkwaardig dat er zo veel verkooppunten voor tabak zijn op plekken waar niet meer gerookt wordt. Ook dat element staat in de motie. Ik zeg niet dat tabaksautomaten morgen allemaal uit de horeca moeten verdwijnen, hoewel dat misschien wel mijn diepste wens is. Ik vraag om stapsgewijs te kijken hoe, zoals ook in het debat aan de orde is geweest, we een verandering van eigenaar of vergelijkbare momenten kunnen aangrijpen om de automaten uit de horeca weg te halen. Wil de staatssecretaris daarnaar kijken? 

Staatssecretaris Van Rijn:

Ik wil mevrouw Dik-Faber toezeggen dat ik de sector in het overleg zal aanspreken op naleving van de wet. Dan zullen ongetwijfeld ook andere mogelijkheden aan de orde komen. We hadden al afgesproken dat ik de Kamer zou informeren over de nieuwe nalevingscijfers en over de vraag of er goed gehandhaafd wordt. Aan de hand daarvan kunnen we beoordelen of nadere maatregelen nodig zijn. Ik zal dit dus betrekken bij mijn overleg met de sector. 

Ik kom dan toe aan de motie op stuk nr. 38, waarin wij worden verzocht om een vergunningsstelsel in te voeren. Naar mijn mening doen we al heel veel en staat er ook nog veel te gebeuren om ervoor te zorgen dat jongeren niet meer beginnen met roken. Een vergunningsstelsel is ook door andere landen overwogen, maar het brengt met zich mee dat we administratieve lasten aan het systeem toevoegen. Daar komt bij dat er een registratiesysteem moet zijn dat we moeten bijhouden. Dat heeft centraal en decentraal impact. Ik vind dat we die organisatorische energie beter kunnen benutten om door te gaan met ons beleid en onze campagne om ervoor te zorgen dat mensen worden ontmoedigd om te gaan roken. Ik verwacht van deze maatregel dus eigenlijk niet veel extra's. Ik wijs erop dat ook in Noorwegen, een land waar vergaande maatregelen zijn overwogen, uiteindelijk is afgezien van de introductie van een vergunningsstelsel, juist vanwege de administratieve lasten. Om die reden ontraad ik de motie. 

Ik kom op de motie op stuk nr. 39. In het debat over het rookverbod voor waterpijpen hebben wij hier uitgebreid over gesproken. Als er tabak in waterpijpen zit, dan wordt dat gewoon gehandhaafd, zoals ook in andere gelegenheden. Ik heb mevrouw Agema toegezegd dat ik nader onderzoek doe naar de aard en samenstelling van die waterpijpen. Ook als er geen tabak in zit, kunnen er schadelijke stoffen in zitten die à la de e-sigaret ertoe moeten leiden dat wij nadere maatregelen nemen. Om die reden zou ik de motie op dit moment willen ontraden tot nadat wij dat onderzoek hebben afgerond. 

Mevrouw Agema (PVV):

Wij weten allemaal dat de Partij van de Arbeid structureel de PVV discrimineert door categoraal tegen al onze moties te stemmen, maar dat betekent nog niet dat de staatssecretaris de Partij van de Arbeid daarbij hoeft te helpen door standaard mijn moties te ontraden. Ik heb gelijk met deze motie. Er wordt niet gehandhaafd bij waterpijpcafés. Dat lazen wij in de rapportage. Wij weten allemaal dat de waterpijp onder de Tabakswet valt. De enige juiste conclusie is een "oordeel Kamer" bij deze motie. 

Staatssecretaris Van Rijn:

Ik kijk bij alle moties naar de inhoud en probeer te beargumenteren waarom ik ze aan het oordeel van de Kamer wil overlaten of ze wil ontraden. Als er tabak in de waterpijp zit, wordt er gewoon gehandhaafd. Uit de rapportages van de Voedsel- en Warenautoriteit hebt u kunnen zien dat er ook gewoon boetes en waarschuwingen zijn uitgedeeld. Ik blijf bij mijn oordeel. 

Ik kom op de motie op stuk nr. 40. Daarin wordt de regering verzocht om wetgeving voor te bereiden die snel in werking kan treden als de nalevingscijfers van de verkoopleeftijd niet substantieel verbeterd zijn. 

De voorzitter:

Mevrouw Agema wil nog iets zeggen over de vorige motie. 

Mevrouw Agema (PVV):

Ik ga mijn motie intrekken en weet u waarom? Als de motie straks weer standaard verworpen wordt, kunnen al die waterpijpcafés met dit verhaal van de staatssecretaris gewoon hun goddelijke gang gaan. Ze kunnen net zo goed "rookcafé" op de gevel zetten. 

De voorzitter:

Aangezien de motie-Agema (32011, nr. 39) is ingetrokken, maakt zij geen onderwerp van beraadslaging meer uit. 

Staatssecretaris Van Rijn:

Bij de motie op stuk nr. 40 vroeg de heer Van Gerven mij of ik herken dat men drie jaar de tijd krijgt. Dat herken ik niet. Daar hebben wij ook nog niet over gesproken; dat zal nog gebeuren. Ik zal de sector aanspreken op de handhavingscijfers, die sterk moeten verbeteren. Om die reden handhaaf ik mijn toezegging dat ik met de sector in overleg ga om ervoor te zorgen dat de handhavingscijfers zullen verbeteren, zodat de naleving van de wet op orde komt, in elke sector waarmee ik spreek. 

De heer Van Gerven (SP):

Ik citeer de opmerking van de tabaksdetailhandel in reactie op het cijfer dat maar in een derde van de gevallen de wet effectief wordt nageleefd: "Als overheid en verkooppunten beter gaan samenwerken, kan en wil de NSO de ambitie waarmaken dat over drie jaar het nalevingspercentage in de tabaksdetailhandel fors hoger is." Dat schrijft de NSO. Moet de overheid niet een stok achter de deur hebben, in dit geval wetgeving, zodat er niet over drie jaar een mogelijk substantieel betere naleving is, maar dat die volgend jaar al gerealiseerd kan worden? 

Staatssecretaris Van Rijn:

Dat is precies wat ik in het debat heb gezegd. Ik heb gezegd dat wij een wet hebben die nageleefd moet worden. De cijfers zijn niet goed. Ik ga in overleg met de branche om ervoor te zorgen dat men op zo kort mogelijke termijn de nalevingscijfers gaat verbeteren. Daar zal men voorstellen voor doen; kennelijk zijn er al een paar. Als de nalevingscijfers onvoldoende zijn, zullen wij nadere maatregelen nemen. In het debat heb ik dat al gezegd. 

De voorzitter:

En dat debat hoeven wij nu niet opnieuw te voeren. 

De heer Van Gerven (SP):

Ik constateer dat de branche ervan uitgaat dat het over drie jaar substantieel beter moet zijn. Dat duurt veel te lang. De staatssecretaris weet niet zeker of het volgend jaar gebeurt. Is het niet verstandig om op dit punt wetgeving klaar te hebben liggen? 

Staatssecretaris Van Rijn:

Nogmaals, wij hebben een wet en wij spreken de sector aan op de naleving ervan. Dat moeten wij serieus nemen. Wij kunnen nu over als-danvragen spreken. Als de naleving onvoldoende snel op orde komt, dan zullen wij nadere maatregelen voorbereiden. Daar zullen we ook in deze Kamer over spreken. Ik heb in het debat aangegeven dat ik het resultaat van het overleg met de branches aan de Kamer zal melden. Dan kunnen we transparant met elkaar bespreken of het een voldoende snel pad is. Ik wil daar nu niet op vooruitlopen, omdat ik vind dat er een open en eerlijk overleg moet plaatsvinden. Er is echter wel één conditie: we hebben een wet en die moet nageleefd worden. De branches moeten zich daaraan houden. Gebeurt dat niet, dan worden er nadere maatregelen overwogen. Ik ga daar nu niet op vooruitlopen, maar het gaat wel gebeuren als dat aan de orde is. Deze motie vind ik dus sympathiek, maar voorbarig. Laten we dit overleg een kans geven. Maar de heer Van Gerven vindt mij aan zijn zijde als de nalevingscijfers niet voldoende zijn: dan moeten we nadere maatregelen overwegen. 

In de motie op stuk nr. 41 wordt verzocht om nog dit jaar een convenant met de supermarktbranche te sluiten en te komen tot een display-ban. Ik heb in het debat al gezegd dat ik bereid ben om met de supermarktbranche in gesprek te gaan, met het doel een convenant te sluiten. Ik wijs er echter op dat voor het sluiten van een convenant twee partijen nodig zijn. It takes two to tango. Ik kan dus niet toezeggen dat een convenant dit jaar haalbaar is. Ik kan wel iets zeggen over mijn intentie, maar het moet blijken of die intentie wederzijds is. Nogmaals, voor een convenant zijn twee partijen nodig. Als de indieners het ermee eens zijn dat ik deze inspanning wil plegen, dat het mijn intentie is om te komen tot een convenant en dat ik de Kamer daar aan het einde van het jaar over zal rapporteren, dan laat ik het oordeel over deze motie aan de Kamer. 

Ik kom op de motie op stuk nr. 42. In deze motie wordt het kabinet verzocht om tot een verbeterde naleving van de leeftijdsgrens voor de tabaksautomaten te komen en nog dit jaar een convenant af te sluiten. Ik zal ook deze branche aanspreken op deze cijfers en de naleving van de wet. Ik voel er echter niet voor om hierover een convenant af te sluiten. Deze branche moet zich gewoon aan de wet houden en dat betekent dat hij conform de wet moet handelen. Ik ben bereid om met Koninklijke Horeca Nederland in gesprek te gaan om de handhaving te verbeteren en om daar nadere afspraken over te maken. Ik ben ook bereid om de Kamer daar dit jaar over te informeren. Als de indieners het ermee eens zijn dat er, in plaats van het afsluiten van een convenant, overleg wordt gevoerd om tot nadere afspraken te komen, dan laat ik het oordeel aan de Kamer. Het naleven van de wet is namelijk niet tweezijdig: de wet moet gewoon worden nageleefd. 

Mevrouw Rebel (PvdA):

In de motie noemen we ook "nadere afspraken". In zoverre staat er exact wat de staatssecretaris wil. Overigens klopt het: it takes two to tango. Dat geldt voor deze en de vorige motie. Maar iemand moet leiden en in dit geval denk ik dat de staatssecretaris dat moet zijn. Ik ga akkoord met wat de staatssecretaris zegt, maar in mijn versie van de motie staat "nadere afspraken" en wordt het woord "convenant" niet genoemd. 

Staatssecretaris Van Rijn:

Mevrouw Rebel heeft gelijk. Ik laat het oordeel aan de Kamer. 

In de motie op stuk nr. 43 wordt het kabinet gevraagd een publiekscampagne te ontwerpen, met rolmodellen en een voorlichtingshulplijn, en daar de Kamer op 1 december over te informeren. Dit acht ik ondersteuning van beleid en ik laat het oordeel aan de Kamer. 

Dan hebben we nog de motie op stuk nr. 44 van mevrouw Dijkstra. Ik denk dat we geen nieuw onderzoek nodig hebben om vast te stellen dat accijnsverhoging een effectief middel kan zijn om jongeren ervan te weerhouden met roken te beginnen. Dat zal ik niet ontkennen. Uit de onderzoeken die ik aan de Kamer heb gestuurd, blijkt dat ook. Tegelijkertijd spelen er nog andere aspecten een rol, ten aanzien van bijvoorbeeld de exportpositie en de illegale handel. Ook is er de vraag hoe het zit met mensen die verslaafd zijn en die je dan weer op kosten jaagt. Er zijn dus nog allerlei andere aspecten. We hebben volgens mij geen onderzoek nodig om te constateren dat een prijsverhoging van producten tot minder gebruik leidt. Nieuw onderzoek voegt niets toe aan die constatering. We hebben echter wel met elkaar een afweging te maken of dat een effectief middel is, gelet op de andere omstandigheden. We zullen uiteindelijk met elkaar een politieke afweging moeten maken over wat het meest effectieve pakket is. Om die reden ontraad ik de motie. 

De beraadslaging wordt gesloten. 

De voorzitter:

Hiermee zijn we aan het einde gekomen van dit VAO. Over de ingediende moties zullen we vanavond stemmen. 

De vergadering wordt enkele ogenblikken geschorst. 

Naar boven