Handeling

Datum publicatieOrganisatieVergaderjaarVergadernummerDatum vergadering
Tweede Kamer der Staten-Generaal2007-2008nr. 73, pagina 5109

Aan de orde zijn de stemmingen over moties, ingediend bij het debat over het verslag van een algemeen overleg met de minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer over handhaving (29383,22343,25422, nr. 95), te weten:

- de motie-Van Leeuwen over een gedoogbeschikking voor mensen die al voor 31 oktober 2003 een recreatiewoning bewoonden (31200 XI, nr. 100);

- de motie-Neppérus over beëindiging van handhaven met terugwerkende kracht door gemeenten (31200 XI, nr. 101);

- de motie-Madlener over het aansporen van gemeenten om alleen op te treden bij overlast (31200 XI, nr. 102);

- de motie-Vermeij over een actie om de provincie Gelderland ertoe te bewegen het beleid in overeenstemming te brengen met de intentie van het kabinet (31200 XI, nr. 104).

(Zie vergadering van 2 april 2008.)

De voorzitter:

De motie-Neppérus (31200-XI, nr. 101) is in die zin gewijzigd dat zij thans luidt:

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

overwegende dat er over het al of niet gedogen van permanente bewoning van recreatiewoningen reeds vaak in de Kamer is gedebatteerd en dat het heeft geleid tot aanvaarding van de motie-Veenendaal c.s. in 2005;

overwegende dat per 1 januari 2010 aan de bewoners van vóór 31 oktober 2003 door de gemeenten duidelijkheid zal moeten zijn gegeven of zij gelegaliseerd, gedoogd of "gehandhaafd" zullen worden, en bij het niet geven van die duidelijkheid de gemeenten verplicht zijn om op verzoek daartoe een persoonsgebonden ontheffing te verlenen;

overwegende dat er nog steeds veel onrust is bij bezitters van recreatiewoningen in gemeenten waar gemeentebesturen de bewoning van recreatieverblijven niet willen legaliseren of een persoonsgebonden beschikking willen afgeven;

overwegende dat er gemeenten zijn die willen handhaven met terugwerkende kracht bij de permanente bewoning van recreatiewoningen, ook als zij vóór 31 oktober 2003 niet handhaafden in de praktijk;

van mening dat deze situatie niet wenselijk is, behalve bij gemeenten die kunnen aantonen dat zij vóór 31 oktober 2003 niet alleen op papier maar ook in de praktijk handhaafden, dan wel waar de rechter reeds uitspraak heeft gedaan;

verzoekt de regering om gemeenten die pas na 31 oktober 2003 zijn gaan handhaven, op te roepen om voor 1 januari 2010 de betrokken recreatiebewoners van vóór 31 oktober 2003 in die gemeenten alsnog een persoonsgebonden beschikking te geven,

en gaat over tot de orde van de dag.

Deze gewijzigde motie is voorgesteld door de leden Neppérus en Vermeij. Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund.

Zij krijgt nr. 105 (31200-XI).

Ik stel vast dat wij hierover nu kunnen stemmen.

In stemming komt de motie-Van Leeuwen (31200-XI, nr. 100).

De voorzitter:

Ik constateer dat de aanwezige leden van de fracties van de SP, D66, de PvdD, de PVV en het lid Verdonk voor deze motie hebben gestemd en de aanwezige leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.

In stemming komt de gewijzigde motie-Neppérus/Vermeij (31200-XI, nr. 105).

De voorzitter:

Ik constateer dat de aanwezige leden van de fracties van de SP, de PvdA, GroenLinks, D66, de PvdD, de VVD, de PVV en het lid Verdonk voor deze gewijzigde motie hebben gestemd en de aanwezige leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is aangenomen.

In stemming komt de motie-Madlener (31200-XI, nr. 102).

De voorzitter:

Ik constateer dat de aanwezige leden van de fracties van de PVV en het lid Verdonk voor deze motie hebben gestemd en de aanwezige leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.

In stemming komt de motie-Vermeij (31200-XI, nr. 104).

De voorzitter:

Ik constateer dat de aanwezige leden van de fracties van de SP, de PvdA, D66, de PvdD, de VVD, de SGP, het CDA, de PVV en het lid Verdonk voor deze motie hebben gestemd en de aanwezige leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is aangenomen.