Handeling

Datum publicatieOrganisatieVergaderjaarVergadernummerDatum vergadering
Tweede Kamer der Staten-Generaal2007-2008nr. 73, pagina 5091-5096

Aan de orde is het mondelinge vragenuur, overeenkomstig artikel 136 van het Reglement van Orde.

Vragen van het lid Brinkman aan de minister van Defensie en de minister voor Ontwikkelingssamenwerking over het bericht dat de minister van Defensie een visum is geweigerd voor Sudan.

De heer Brinkman (PVV):

Voorzitter. Sudan weigert volgens de Volkskrant onze minister van Defensie een visum. Deze weigering is een belediging voor ons land, de regering en onze actieve manschappen die in Sudan aanwezig zijn. Een minister de toegang tot het land ontzeggen, waaraan wij jaarlijks 140 mln. ontwikkelingshulp geven en waar circa 30 Nederlandse militairen met risico voor eigen leven proberen de vrede te handhaven, is onacceptabel en verdient een stevige, ondubbelzinnige reactie die niets te wensen overlaat. De fractie van de PVV wil van deze minister horen dat hij excuses van de Sudanese regering eist. Indien deze excuses niet gegeven worden, dienen alle betalingen aan dit land stopgezet te worden, dienen onze troepen teruggehaald te worden en mag wat ons betreft de ambassade in Khartoum gesloten worden. Geen visum betekent geen ontwikkelingshulp, geen diplomatieke betrekkingen, geen soldaten die de kogels opvangen voor die schijnheilige Sudanese bestuurders.

Overal in de media verschijnt het gerucht dat de visumweigering mogelijk het gevolg is van de film van collega Wilders. Ik hoor graag van de minister of hij daarvoor concrete bewijzen heeft. Of is dit weer een voorbeeld van mooie, ingelijste verzinsels, bedenksels en hersenspinsel, zonder enig bewijs? Gaarne een concreet antwoord.

Minister Van Middelkoop:

Voorzitter. Het was inderdaad mijn voornemen om hedenmorgen af te reizen voor een bezoek aan Sudan, Ethiopië en Burundi. Een van de doeleinden van dat bezoek was het bezoeken van de Nederlandse militairen in Zuid-Sudan. In Khartoum had ik gesprekken willen voeren – die waren ook gearrangeerd – met de ministers van Defensie en van Buitenlandse Zaken. Het feit dat ik hier sta en niet in Khartoum of halverwege, heeft ermee te maken dat een aantal regelingen die moesten worden getroffen met betrekking tot de visumverstrekking en de vliegvergunningen niet tijdig beschikbaar waren. Ik heb geen nadere informatie ontvangen van de Sudanese autoriteiten over waarom die benodigde vergunningen niet tijdig beschikbaar waren. Van een expliciete weigering is dus geen sprake. De heer Brinkman refereerde aan de fraaie kop vanmorgen in de Volkskrant"Sudan weigert minister", maar het werkwoord moet hier worden doorgestreept; daarvan is mij namelijk niet gebleken. Er is slechts sprake van het niet tijdig verstrekken van visa en vergunningen. Van beledigingen, zoals de heer Brinkman het noemt, is evenmin sprake. Ik zie dan ook geen reden om van de Sudanese autoriteiten excuses te vragen. Ik heb eerlijk gezegd liever dat zij over een paar maanden visa en vliegvergunningen verstrekken, want ik ben stellig voornemens om dat bezoek op een later tijdstip wel te gaan uitvoeren. Ik heb er alle vertrouwen in dat dat dan wel mogelijk is. Is er een relatie met de film van de heer Wilders? Hij vroeg of ik daarvoor een bewijs had. Dank voor de uitdrukkelijke vraagstelling. Ik heb geen bewijs dat dit daarvan de oorzaak is. Meer kan ik er niet over melden, omdat er simpelweg niet meer informatie over bestaat.

Geen misverstand: ik betreur dat ik niet op reis heb kunnen gaan, of beter gezegd, dat ik deze week geen bezoek kan brengen aan de militairen in Zuid-Sudan, die daar voortreffelijk werk verrichten. Maar ik heb er alle vertrouwen in dat ik dat binnen niet al te lange tijd kan goedmaken.

De heer Brinkman (PVV):

Voorzitter. Geen redenen en geen expliciete weigering, heb ik hier staan. De minister heeft een visum aangevraagd om op een bepaalde datum op een bepaald tijdstip op reis te gaan. Dat weet die regering toch ook? Als zij hier een visum voor een bepaald tijdstip aanvraagt, gaat deze regering dat visum toch ook niet verlenen drie dragen nadat de desbetreffende persoon op reis zou zijn gegaan? Ik vind dat de minister een slap antwoord geeft. Hij toont er niet mee aan dat hij een rechte rug heeft. In mijn beleving is het heel erg duidelijk: de regering van Sudan wilde hem gewoon geen visum geven. De minister zegt zelf dat hij de redenen daarvoor niet te horen heeft gekregen. Dat is een slap antwoord. De weigering is wel degelijk een belediging, een grove belediging zelfs! Er is een land dat militairen stuurt, een land dat geld geeft en vervolgens wordt de minister van dat land niet toegelaten. Dat is een schande.

Vervolgens verzoek ik de minister, als hij geen bewijs heeft over de redenen van de afwijzing, niet te suggereren dat een bepaalde film van collega Wilders er mogelijk een rol in zou spelen. Dat moet hij niet beweren. Ik wil hem verzoeken dat te laten. Hij kweekt daar alleen maar een bepaalde stemming mee en daar is hij volgens mijzelf ook geen voorstander van.

Minister Van Middelkoop:

Voorzitter. Om met het laatste punt te beginnen: wat gaan wij nu beleven? De heer Brinkman vroeg mij of ik een bewijs heb dat de film een reden voor de weigering zou kunnen zijn. Ik heb hem uitgelegd dat ik daarvan geen bewijs heb. Dan moet hij mij niet in de schoenen schuiven dat ik iets zou suggereren. De heer Brinkman heeft dit deelthema geagendeerd en ik heb erop geantwoord.

De heer Brinkman vindt mijn antwoord een slap antwoord. Sta mij toe dit te herformuleren; het was een adequaat antwoord. De hoge toon van verontwaardiging van de heer Brinkman is voor zijn rekening. Hij heeft helaas niet de mogelijkheid om de Sudanese autoriteiten ter verantwoording te roepen. Eigenlijk zou dat wel nodig zijn. Ik heb slechts naar beste weten en na goed contact met de ambassade in Khartoem het antwoord kunnen geven dat er geen sprake is van een expliciete weigering. Ik kan het de Kamer niet overleggen. Als ik erover zou beschikken zou ik dat melden. De visa zijn er gewoon niet, zij zijn niet verstrekt. Wij kunnen daar allemaal zo onze gedachten bij hebben, maar het lijkt mij niet zinnig die te formuleren. Ik kan nog wel zeggen dat wij tijdig met de aanvraag zijn begonnen en, nogmaals, dat ik betreur dat ik hier sta en niet onderweg ben naar mijn militairen in Zuid-Sudan.

De heer Boekestijn (VVD):

Voorzitter. Het is niet gebruikelijk in het diplomatieke verkeer dat er zo met ministers wordt gesold. Ik vind het een zeer ernstige aangelegenheid. Ik stel ook vast dat in Afghanistan onze minister van Defensie een keer onverrichter zake is teruggekeerd, omdat er geen helikopter was. Dat vond ik ook niet passen bij de waardigheid van een dienaar van de Kroon. Ik roep de ministers op, de ontwikkelingsrelatie met Khartoem als wapen te gebruiken om dit soort schandalig gedrag te voorkomen.

Minister Koenders:

Voorzitter. Ik heb geen vraag gehoord, maar de suggestie om de ontwikkelingssamenwerkingsrelatie te gebruiken als wapen tegen de regering van Sudan. Ik heb zojuist samen met de Kamer geluisterd naar de minister van Defensie. Hij maakte de reden duidelijk waarom er op dit moment niet vertrokken wordt naar Sudan. Ik wijs erop dat de ontwikkelingsrelatie met Sudan vooral gericht is op de bevolking van Sudan. Ik wil die mensen zeker niet de dupe laten worden van de discussie met nogal forse uitlatingen en beweringen die hier is ontbrand, terwijl de minister van Defensie al duidelijk heeft gemaakt wat de redenen zijn van het niet op bezoek gaan. Ik ben niet van plan om de mensen in Darfur of Zuid-Sudan slachtoffer te laten worden. Ik ga het dus niet als wapen gebruiken.

Mevrouw Van Gennip (CDA):

Voorzitter. De minister van Defensie zei zojuist dat het visum niet geweigerd is en dat hij op een later tijdstip alsnog gaat. Hij weet echter niet waarom het visum zo veel later komt. Ik neem aan dat hij ondertussen in overleg is, bijvoorbeeld met de ambassadeur van Sudan hier in Europa. Mijn eerste vraag aan de minister is dan ook wanneer hij wel gaat. Mijn tweede vraag is of hij het eens is met de CDA-fractie dat als hij niet krachtig stelling neemt tegen het niet binnenkomen van een land, dat een enorme precedentwerking heeft naar andere landen waar Nederlandse troepen actief zijn of naar landen waar wij eventueel actief gaan worden. Die landen krijgen de boodschap dat zij zomaar de minister van Defensie van een land dat militairen levert, de toegang kunnen weigeren. Mijn derde vraag is hoe de minister in contact staat met de militairen die daar zijn. Dit moet op hen een heel rare indruk maken. Ten slotte ben ik blij met het antwoord dat de minister voor Ontwikkelingssamenwerking zojuist gaf. Het kan niet zo zijn – ik zeg dit tegen de fractie van de VVD – dat wij de bevolking van Zuid-Sudan de hulp ontnemen die zij zo hard nodig heeft en die wij bovendien via ngo's en dus niet via begrotingssteun verstrekken.

De voorzitter:

Mevrouw Van Gennip, er staat maximaal één minuut voor een vraag.

Minister Van Middelkoop:

Voorzitter. Mevrouw Van Gennip, laat er geen enkel misverstand over bestaan dat hier een minister staat die het zeer betreurt dat geen vergunningen en geen visa zijn verstrekt voor hem en zijn delegatie. Ik betreur dat te meer, omdat ik mij had verheugd op het contact met de militairen. Omgekeerd ga ik ervan uit dat de militairen zich erop hadden verheugd dat de minister van Defensie een bezoek aan hen zou brengen. Dat dit niet doorgaat, is zeer te betreuren. Ik heb niet de neiging en het zou ook niet verstandig zijn om het te generaliseren naar andere landen. Laten wij het op dit moment hierbij laten. Ik heb geen aanleiding om naar andere landen te kijken.

Terecht vraagt mevrouw Van Gennip wanneer de reis dan wel doorgaat. Zij zal begrijpen dat ik op dit moment geen precieze data kan noemen, maar ik heb wel het stellige voornemen om het binnen niet al te lange tijd – gedacht kan worden aan de periode vanaf nu tot de zomer – opnieuw te proberen. Dat is echt een korte termijn gelet op de termijnen die nodig zijn voor het verkrijgen van vliegvergunningen en visa. Het gaat namelijk niet alleen om Sudan, maar ook om Ethiopië en Burundi die ik een bezoek had willen brengen. Ik ga er daarbij van uit dat het dan wel lukt. Ik heb in ieder geval geen aanwijzingen dat wanneer ik over een of twee maanden zal proberen via Sudan te reizen, er dan opnieuw problemen zouden ontstaan bij het verstrekken van visa en vliegvergunningen.

Mevrouw Van Gennip (CDA):

Ik zou dan nog graag van u willen vernemen of u nog in overleg bent met de ambassadeur om te zorgen dat u de volgende keer wel binnenkomt.

Minister Van Middelkoop:

Voorzitter. Het is op dit moment een paar uur na het geplande vertrek van de minister van Defensie naar het zuiden. Wij hebben de afgelopen weken vooral contacten gehad met de Nederlandse ambassadeur in Khartoem. Na telefonisch overleg met hem heb ik gisteren in de namiddag besloten dat mij niets anders te doen stond dan het afblazen van de reis. Mevrouw Van Gennip kan er zeker van zijn dat ik alle kanalen zal benutten om de reis te doen slagen. De Nederlandse ambassade in Khartoem is mijns inziens het meest aangewezen kanaal, maar als er andere kanalen nodig zijn dan weet ik die ook wel te vinden in goed overleg met het ministerie van Buitenlandse Zaken.

De heer Van Dam (PvdA):

Voorzitter. Mijn vraag is gericht aan de heer Brinkman van de PVV en de heer Boekestijn van de VVD. Zij weten toch beiden dat Nederland geen begrotingssteun verleent aan Sudan en dat de ontwikkelingshulp die naar Sudan gaat, is gericht op de bevolking die al jarenlang te lijden heeft onder de Sudanese regering? Als er dan iets een schande is, is dat dan niet dat de heer Brinkman voorstelt dat die mensen die al jarenlang het slachtoffer zijn van de Sudanese regering, nog eens gestraft worden door het gedrag van hun eigen regering? Dat is namelijk wat hij voorstelt.

De heer Brinkman (PVV):

Voorzitter. Het is voor de fractie van de PVV klip en klaar en honderd procent duidelijk: wij laten ons niet chanteren wat betreft hulp die in ieder geval voor degenen die het daar te vertellen hebben, niet welkom is. Zij maken ons belachelijk. Wij worden hier in ons hemdje gezet voor de gehele wereld. Onze minister krijgt geen visum. En dan kunt u wel met een prachtig verhaal komen dat het officieel nog niet gegeven was, maar punt is dat het wel te laat was. Dus wij laten ons als fractie van de PVV niet in de luren leggen wat dat betreft. Daarom is die 140 mln. voor ons einde verhaal.

De heer Boekestijn (VVD):

Wat misschien ook aardig ter informatie van de heer Van Dam is: het geld dat wij daar geven, komt niet altijd goed terecht, juist omdat wij daar te maken hebben met een buitengewoon bedenkelijk regime. Het kabinet laat zich nu chanteren door dit regime met deze visumaanvraag! Het is echt schandalig hoe Nederland zich laat behandelen! Wij moeten eindelijk eens zeggen: genoeg is genoeg. Wij laten ministers niet zomaar met een visumaanvraag het bos in sturen. Laten wij gewoon een keer de ontwikkelingsrelatie aan de orde stellen; dan wordt er wel anders gepiept in Khartoem.

De heer Irrgang (SP):

De minister van Defensie is misschien formeel geen visum geweigerd, maar het is natuurlijk wel een schoffering van de Nederlandse regering. Ik ben het met de minister voor Ontwikkelingssamenwerking eens dat de bevolking van Sudan en met name Darfur hiervan niet het slachtoffer mag worden. Ik begrijp dat Nederland ook een bijdrage geeft aan een internationaal fonds, het Multi-Donor Trust Fund. Is het niet zo dat ook de regering in Khartoem, de regering van Sudan in het noorden, projecten kan aanvragen en geld kan krijgen van dit internationale fonds waaraan Nederland een bijdrage levert?

Minister Koenders:

Het is juist dat de Nederlandse regering fondsen ter beschikking stelt van het Multi-Donor Trust Fund. Dat geld is bedoeld en wordt gebruikt voor voornamelijk opbouwwerkzaamheden in Sudan. Het is uiteraard mogelijk voor de regering van Sudan of een lokale overheid om hierop een beroep te doen. Wij geven geen directe steun, het kan wel indirecte steun zijn.

De heer Irrgang (SP):

Moet die bijdrage niet worden opgeschort, zoals de schuldkwijtschelding ook is opgeschort?

De voorzitter:

Ik onderbreek u, anders wordt het een tweede vraag.

Minister Koenders:

Het antwoord is nee. Ik ga hieraan geen consequenties verbinden voor de ontwikkelingsrelatie. Dit zijn buitengewoon belangrijke projecten voor de bevolking van Sudan. Er is ook geen reden om het te doen. De minister van Defensie heeft uitgebreid verteld wat er aan de hand is en het is echt een verkeerd signaal, en dat zeg ik ook in de richting van de fracties van de PVV en de VVD, om hiervan misbruik te maken en vervolgens de arme mensen in Sudan het slachtoffer te laten worden. Het gaat om adequate projecten, die goed worden voorbereid door de Wereldbank en die ook niet direct via de Sudanese regering lopen. Het schijnt in dit land een beetje de mode te worden om als er maar iets aan de hand is, gelijk de armste bevolking in de wereld daarvan het slachtoffer te laten worden.

Mevrouw Peters (GroenLinks):

Ik heb nog niet van de minister van Defensie vernomen waarom die op zichzelf tijdig aangevraagde vergunningen en visa niet tijdig zijn verstrekt. Is het misschien ook een voorbeeld van die haast schurkachtige tegenwerking die wij constant ondervinden van de Sudanese regering, bijvoorbeeld bij de verdere uitrol van de VN-missie? Ik ben benieuwd om van beide ministers te horen of de VN-missie meer van dit soort tegenwerking ondervindt als ministers willen afreizen. Geldt deze tegenwerking ook voor de minister voor Ontwikkelingssamenwerking als die zou willen gaan om op 140 mln. te letten? Kan de Sudanese ambassadeur niet op het matje worden geroepen om hem duidelijk te maken dat deze vorm van samenwerking in het kader van een VN-missie toch echt niet kan?

Minister Van Middelkoop:

Ik kan geen precies antwoord geven op de vraag waarom niet tijdig visa en vliegvergunningen zijn verstrekt. Ik ben geen ingewijde in de krochten van de bureaucratie van Khartoem, noch ben ik in staat om te peilen of er misschien politieke onwil achter schuilt. Ik weet dat niet, ik heb slechts te maken met voldongen feiten. Gisteren in de namiddag werd ik geconfronteerd met het voldongen feit dat de visa en vergunningen niet beschikbaar werden gesteld. Ik kon in goed overleg met de ambassadeur in Khartoem dan ook slechts één conclusie trekken, namelijk dat de reis moest worden afgeblazen.

Heeft dit repercussies op de VN-missie? Ik weet niet precies op welke VN-missie mevrouw Peters doelt. Zoals zij weet, ligt er een notificatiebrief bij de Kamer over UNAMID en denken wij al geruime tijd na over de vraag of wij daar al of niet een bijdrage aan zouden kunnen leveren. Op dat punt zie ik geen relatie. Heeft het dan iets te maken met UNMIS? Ik zie mevrouw Peters knikken. Ik heb gelukkig geen enkele aanleiding om te veronderstellen dat er op dat punt een relatie is of, beter gezegd, dat het niet tijdig beschikbaar komen van visa en vliegvergunningen een negatief effect zou hebben op UNMIS. Voor zover nodig wijs ik er, ook voor mevrouw Peters, voor het goede begrip op dat de hele UNMIS-operatie bestaat uit ongeveer 8000 à 9000 militairen, politiefunctionarissen en civiele personen, van wie er 30 van Nederlandse origine zijn. Ik zeg dit om de proporties aan te geven. Ik vind het ook niet nodig om er verder over te spreken, al was het alleen maar om niet anderen op gedachten te brengen.

Ik ben het geheel met collega Koenders eens dat wij ook een beetje proportioneel moeten zijn in onze beoordeling van dit bureaucratische feit, zoals ik het maar even noem. Ik heb met hem geen enkele aanleiding om te zoeken naar allerlei andere vormen van sanctionering, laat staan van verontwaardiging.

Minister Koenders:

Laat er geen misverstand over bestaan dat de Nederlandse regering een zeer kritische relatie heeft met Sudan. Het is een kwestie van kritische samenwerking. Ik ben niet zo lang geleden met collega Verhagen in Sudan geweest. Er zijn tal van zaken waarbij wij problemen hebben met de betrekkingen en de inhoud van het beleid van de regering van Sudan. Daar is geen twijfel over. Wij hebben daar niet voor niets de mensenrechten aan de orde gesteld. Wij hebben daar niet voor niets gesproken over de noodzaak om beter samen te werken aan het opzetten van UNAMID. Wij hebben niet voor niets de situatie in Darfur aan de orde gesteld. Daar hoeft dus geen misverstand over bestaan. Dat noemen wij een kritische samenwerking. Dat onze samenwerking kritisch is, weet de Kamer ook uit het debat dat wij daarover samen hebben gevoerd.

Waar het vervolgens over gaat, is dat wij met instemming van de Kamer een beleid hebben gevoerd van kritische samenwerking waardoor de mensen in het land zelf op allerlei manieren worden geholpen, bijvoorbeeld via noodhulp in Darfur. Met alle respect, maar ik vind het nogal ver gaan om de mensen in Darfur het slachtoffer te laten worden van deze discussie. Voorts zijn wij bezig met een discussie over de wederopbouw in het zuiden, waar het vredesproces tussen noord en zuid nu eindelijk een kans heeft. Wat is dan het zogenaamde wapen dat wij hebben om mee te bereiken dat de minister van Defensie bij wijze van spreken morgen een visum krijgt?

Laat ik er volstrekt duidelijk over zijn. Er is een kritische samenwerking met Sudan. Wij hebben op een groot aantal punten problemen, zoals ik heb aangegeven. Daarom wordt de hulp op een zodanige manier vormgegeven dat deze direct bij mensen terechtkomt. Uiteraard zoekt de Nederlandse regering, zoals de minister van Defensie al heeft aangegeven, nadere opheldering over wat hier aan de hand is. Maar om nu een conclusie te trekken alsof men allemaal weet hoe het zit en om ook nog eens een ontwikkelingsinstrument in te zetten, dat gaat mij echt veel te ver.

De heer Van der Staaij (SGP):

Ik begrijp dat om onduidelijke redenen een tijdig aangevraagd visum niet is verstrekt. Ik proef in de discussie dat je daar op twee manieren op kunt reageren: ofwel wij accepteren het gelaten en wachten op betere tijden, ofwel wij zetten nu maximaal allerlei sancties in. Is er niet simpelweg iets tussenin te vinden? Kunnen wij niet om opheldering vragen over het waarom dat is gebeurd en kunnen wij, als de beantwoording niet deugt, dan niet daarover op een passende manier ons ongenoegen uiten?

Minister Koenders:

Ik meen dat ik zojuist heb gezegd, dat uiteraard de Nederlandse regering opheldering vraagt over wat er hier aan de orde is. Uiteraard wordt de Kamer over het antwoord ingelicht. Ik zeg dit mede namens de minister van Defensie.

Mevrouw Koşer Kaya (D66):

Het roept een bepaald beeld op dat aan de minister van Defensie een visum niet is verleend. Ik wil het over dat beeld hebben. Dat beeld is dat een minister van Nederland toegang tot Sudan is geweigerd. Dat is een krachtig beeld, want vervolgens is er in de discussie gezegd: laten wij maar geen ontwikkelingssamenwerkingsgelden meer sturen. Ook is gezegd: wij moeten iedereen op het matje roepen. De bewindslieden moeten wel degelijk op dit beeld ingaan omwille van het feit dat ontwikkelingssamenwerking staat en valt met het beeld dat wij de mensen geven van hoe wij daar instaan. Noch de minister van Defensie noch die voor Ontwikkelingssamenwerking geeft daarop een antwoord.

Minister Van Middelkoop:

Het moge duidelijk zijn dat hier twee ministers staan die proberen proportioneel te reageren. Overigens, aan het adres van de heer Van der Staaij zeg ik nog: hier staat geen gelaten minister van Defensie. Nogmaals, ik betreur zeer dat ik geen bezoek kan brengen aan Sudan om daar gesprekken te voeren met de autoriteiten en ik betreur het zeker zo erg dat ik geen bezoek kan brengen aan de militairen daar. In feite is dit ook een antwoord op de vragen van mevrouw Koşer Kaya.

Het is helemaal niet nodig om deze gebeurtenis, waarvan ik zoals gezegd, het vertrouwen heb dat die over een paar maanden geschiedenis zal zijn en dat ik dan wel op bezoek kan gaan, te tillen naar het niveau van grote verontwaardiging en het op het matje roepen van ambassadeurs, laat staan om te denken in termen van het stoppen van ontwikkelingsrelaties. Als dat al een legitieme vorm van sanctionering zou zijn, zou ik mijn collega, de minister voor Ontwikkelingssamenwerking, adviseren om met geen enkel land een ontwikkelingsrelatie aan te gaan, want er is altijd wel wat. Het is volstrekt duidelijk dat er een kritische relatie bestaat tussen Nederland en Sudan, maar die beweegt zich vooral op het gebied van buitenlandse politiek en ontwikkelingssamenwerking. Dat kan goed samengaan met een proportionele reactie op het helaas weigeren – nu gebruik ikzelf het verkeerde woord – ik bedoel, op het helaas niet ter beschikking komen van visa en vergunningen.

De heer Voordewind (ChristenUnie):

Zien de ministers deze gebeurtenis als een bevestiging van en een steun in de rug voor de gedachte om de sancties aan te scherpen die nu aan de orde is in de Veiligheidsraad? Kan de minister voor Ontwikkelingszaken misschien iets zeggen over de ontwikkelingen op dit moment?

Minister Koenders:

De gedachten van de Nederlandse regering over eventuele sancties tegen de regering van Sudan zijn niet veranderd door de gebeurtenissen in de afgelopen dagen. Wat ons betreft hangen die sancties boven de markt en ze kunnen nog sterker worden door een gemeenschappelijke strategie die het mogelijk maakt dat ook de regering in Khartoem zich houdt aan de eisen van bijvoorbeeld de Veiligheidsraad en meewerkt aan de ontplooiing van UNAMID. In dit kader moet de discussie over de sancties worden gezien. Die positie is door de interpretatie van de gebeurtenissen van de afgelopen dagen niet veranderd. Nogmaals, ik ben van mening dat de regering helemaal niet laks reageert. Wij hebben gezegd dat wij om opheldering zullen vragen om achter de precieze redenen te komen van de beslissing om geen visum te verlenen.

Mevrouw Verdonk (Verdonk):

Ja, hoe gaat zo'n reis? Daar zijn ambtenaren maanden mee bezig onder andere om alle visa in orde te maken. Het getuigt toch wel van een soort onbeschoftheid van de Sudanese overheid als vlak te voren duidelijk wordt dat de benodigde papieren niet zullen worden verstrekt.

En wat zie ik dan hier? Een minister van Defensie die in een hoekje zit te treuren dat het allemaal toch zo erg is en die hoopt dat hij over een paar maanden wel naar Sudan kan gaan. En ik hoor minister Koenders die ons een soort schuldcomplex probeert aan te praten als wij hier sowieso praten over het iets korten van ontwikkelingshulp.

Zij zeggen nu: wij moeten er nog over denken wat wij gaan doen. Dat kan ik mij niet voorstellen. Zij hebben daar vast al een mooie nota over liggen van hun ambtenaren. Kunnen zij vertellen wat zij in de tijd tussen nu en het komend weekend zullen doen? Welk concreet resultaat ligt er voor komende zaterdag?

Minister Van Middelkoop:

Het zal toch zo langzamerhand ook mevrouw Verdonk wel duidelijk zijn dat wij helemaal niet denken in dit soort termen als zouden er binnen een paar dagen concrete resultaten moeten zijn. Hier staat overigens de minister van Defensie midden in de Tweede Kamer; hij zit niet ergens te treuren in een hoekje. Is er een mooiere plaats denkbaar dan deze zaal? Laat er geen enkel misverstand over bestaan...

Mevrouw Verdonk (Verdonk):

Een bezoek aan Sudan. Daar had u eigenlijk zullen zijn.

Minister Van Middelkoop:

Ik was liever op reis geweest, maar ik vind het ook heerlijk om hier te staan, zij het dat de aanleiding treurig is. Er is geen enkele aanleiding om te zoeken naar concrete resultaten voor de komende maanden. Wij herpakken de voornemens voor de reis.

Ik wil nog wel tegen mevrouw Verdonk zeggen dat zij voor zover deze gebeurtenis een oorzaak heeft in bureaucratische redenen, een kritisch oordeel mag vellen, of het nu gaat om Khartoem of om Nederland. Overigens gaat het in dit geval niet om Nederland want wij zijn echt tijdig begonnen.

Nogmaals, wij herpakken ons voornemen. Ik heb geen enkele indicatie dat het anders zou zijn en daarom heb ik er alle vertrouwen in dat wij binnen een paar maanden wel zullen slagen, zeker na de parlementaire aandacht voor het niet doorgaan van de reis.

Minister Koenders:

Ik wil mevrouw Verdonk een vraag stellen. Zij heeft zojuist gezegd dat ik haar een schuldcomplex...

De voorzitter:

Minister, u wilt mevrouw Verdonk een vraag stellen. Dat kan niet. U kunt wel antwoord geven op haar vraag.

Minister Koenders:

Ik zal haar vraag graag beantwoorden. Ik heb haast nog nooit in mijn leven last gehad van een schuldcomplex. Een heel enkel keertje komt dat naar boven, dat is bij iedereen wel eens zo in het leven. Ik wijs mevrouw Verdonk er wel op dat ik trots ben op Nederland, dat op dit moment bereid is om mensen te helpen die in het verdomhoekje zitten, die wachten op humanitaire hulp, 1,2 miljoen mensen in vluchtelingenkampen, mensen in het zuiden van Sudan die jaren geleden hebben. Nederland wil daar een bescheiden bijdrage aan de hulp leveren. Dan moet zij niet beginnen over een schuldcomplex. Het is fantastisch om dit op een boot tijdens een copieus diner te melden aan iedereen, maar ik laat mij hier geen schuldcomplex aanpraten.

De voorzitter:

Minister, dit is niet de bedoeling van het vragenuur. Dit moet u niet doen.

Mevrouw Verdonk (Verdonk):

Voorzitter. Ik zal het u niet lastig maken, maar dit kan natuurlijk niet.

De voorzitter:

Ik meen dat ik dit al namens u heb overgebracht. Fijn dat u er bent.