Handeling

Datum publicatieOrganisatieVergaderjaarVergadernummerDatum vergadering
Tweede Kamer der Staten-Generaal2007-2008nr. 73, pagina 5108

Aan de orde zijn de stemmingen over moties, ingediend bij het debat over kernenergie, te weten:

- motie-Graus over de bouw van een kerncentrale van de derde generatie (30000, nr. 49);

- de motie-Duyvendak/Ouwehand over het formuleren van strikte voorwaarden voor het bouwen van nieuwe kerncentrales (30000, nr. 50);

- de motie-Jansen over instemming van de Tweede Kamer met het afgeven van een vergunning voor een nieuwe kerncentrale (30000, nr. 51);

- de motie-Zijlstra over het vaststellen van concrete randvoorwaarden voor het exploiteren van een kerncentrale (30000, nr. 52);

- de motie-Zijlstra over de uitspraak van de minister van VROM over een blokkade van kernenergie tot 2030 (30000, nr. 53);

- de motie-Van der Ham over maatregelen om de ontwikkeling van CO2-opslag te bespoedigen (30000, nr. 54).

(Zie vergadering van 2 april 2008.)

De voorzitter:

Ik geef gelegenheid tot het afleggen van stemverklaringen vooraf.

De heer Jansen (SP):

Mevrouw de voorzitter. In zijn advies over kernenergie stelt de Sociaal-Economische Raad voor om bij de herijking van het klimaat- en energiebeleid in 2010 alle opties voor elektriciteitsopwekking serieus en op een gelijkwaardige manier op hun wenselijkheid te laten onderzoeken. De SP-fractie is het daarmee eens en zal om die reden tegen de twee moties stemmen die nu al voorwaarden formuleren voordat die herijking heeft plaatsgevonden.

In plaats daarvan hebben wij in een motie voorgesteld (stuk nr. 51) dat de eventuele bouw van nieuwe kerncentrales slechts kan plaatsvinden na voorafgaande instemming van de Tweede Kamer.

De heer Van der Ham (D66):

Mevrouw de voorzitter. Met dezelfde argumentatie als de heer Jansen stemmen wij voor de moties die nu vooruit zouden lopen. Wij stemmen overigens ook voor de motie van de heer Jansen waarin wordt voorgesteld dat de Kamer altijd betrokken zou moeten worden bij een eventuele plaatsvinden van nieuwe kerncentrales.

Voorzitter. In het debat heb ik gemerkt dat zo'n beetje iedereen een eigen opvatting heeft over mijn motie. Iedereen zal dat ook wel in zijn stemgedrag tot uiting brengen. Ik handhaaf mijn motie, ook al zal mijn fractie waarschijnlijk als enige voor deze motie stemmen.

De heer Van Haersma Buma (CDA):

Voorzitter. Dit is een stemverklaring over een eigen motie!

De voorzitter:

U hebt helemaal gelijk. Dank u wel.

Mijnheer Van der Ham, dat mag niet!

De heer Van der Ham (D66):

Wij doen dat, omdat wij niet onder een nieuwe discussie uitkomen als wij nu onvoldoende investeren.

(gejoel)

De voorzitter:

De heer Van Haersma Buma stelt terecht vast dat dit niet de bedoeling is. Ik had het niet opgemerkt, maar dan moet u wel stoppen.

U mag dit echt nooit meer doen!

(gelach)

De voorzitter:

U mag de heer Van der Ham niet uitlachen.

(gelach)

In stemming komt de motie-Graus (30000, nr. 49).

De voorzitter:

Ik constateer dat de aanwezige leden van de fracties van de VVD, de PVV en het lid Verdonk voor deze motie hebben gestemd en de aanwezige leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.

In stemming komt de motie-Duyvendak/Ouwehand (30000, nr. 50).

De voorzitter:

Ik constateer dat de aanwezige leden van de fracties van GroenLinks en de PvdD voor deze motie hebben gestemd en die van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.

In stemming komt de motie-Jansen (30000, nr. 51).

De voorzitter:

Ik constateer dat de aanwezige leden van de fracties van de SP, GroenLinks, D66 en de PvdD voor deze motie hebben gestemd en die van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.

In stemming komt de motie-Zijlstra (30000, nr. 52).

De voorzitter:

Ik constateer dat de aanwezige leden van de fracties van de VVD, de SGP, de PVV en het lid Verdonk voor deze motie hebben gestemd en de aanwezige leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.

In stemming komt de motie-Zijlstra (30000, nr. 53).

De voorzitter:

Ik constateer dat de aanwezige leden van de fracties van de VVD, de PVV en het lid Verdonk voor deze motie hebben gestemd en de aanwezige leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.

In stemming komt de motie-Van der Ham (30000, nr. 54).

De voorzitter:

Ik constateer dat de aanwezige leden van de fracties van D66 en het lid Verdonk voor deze motie hebben gestemd en de aanwezige leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.