Handeling

Datum publicatieOrganisatieVergaderjaarVergadernummerDatum vergadering
Tweede Kamer der Staten-Generaal2007-2008nr. 31, pagina 2425-2427

Aan de orde is het debat naar aanleiding van een algemeen overleg op 21 november 2007 over de evaluatie van de modernisering van de rechterlijke macht.

De heer Teeven (VVD):

Voorzitter. Ik heb begrepen dat collega Heerts van de PvdA-fractie als mede-indiener van de motie straks nog iets wil zeggen. Ik wil hem die ruimte graag geven.

De voorzitter:

Daar gaat u niet over.

De heer Teeven (VVD):

Dat begrijp ik. U gaat daarover, dat weet ik als geen ander.

De voorzitter:

U dient de motie in. Als de heer Heerts zelf geen motie indient, dan voert hij verder ook niet het woord.

De heer Teeven (VVD):

Ik dien de motie mede in namens collega Heerts van de PvdA-fractie.

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

overwegende dat het een goede zaak is dat de provincie Flevoland te Lelystad een zelfstandige arrondissementsrechtbank en arrondissementsparket krijgt;

overwegende dat de regio Twente dient te beschikken over een zelfstandig en goed functionerende arrondissementsrechtbank en Openbaar Ministerie in die regio;

constaterende dat de minister overweegt, de arrondissementen Zwolle en Almelo samen te voegen en niet bereid is om Almelo zelfstandig te laten bestaan;

overwegende dat een volledige reorganisatie van de gerechtelijke kaart van Nederland eerst pas over een aantal jaren haar beslag krijgt;

van oordeel dat de arrondissementsrechtbank Almelo en het arrondissementsparket Almelo zelfstandig moeten blijven bestaan;

verzoekt de regering, dienovereenkomstig te handelen,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:

Deze motie is voorgesteld door de leden Teeven en Heerts. Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund.

Zij krijgt nr. 60(29279).

Minister Hirsch Ballin:

Voorzitter. Ik wil de zojuist ingediende motie graag serieus beantwoorden en dat betekent dat ik aandacht moet schenken aan de overwegingen die daarin staan. In mijn reactie op het advies van de commissie-Deetman ben ik ingegaan op het breed gedeelde gevoelen dat met de huidige territoriale indeling van de gerechten in Nederland de spankracht wordt overtrokken van wat de kwaliteit van de rechtspraak vereist. Sinds verscheidene jaren is een ontwikkeling op gang waarin gerechten steeds meer samenwerking zoeken. In de provincie Noord-Holland is bijvoorbeeld door de rechtbanken zelf het initiatief genomen om een hechte vorm van samenwerking te zoeken. Er wordt ook steeds meer gebruik gemaakt van de mogelijkheid om via wederzijds plaatsvervangerschap taken over te nemen, bijvoorbeeld in verband met milieustrafzaken. Ik verwijs in dit verband naar de betogen die de heer Teeven bij andere gelegenheden daarover heeft gehouden.

Er is een duidelijke behoefte aan specialisatie. In de Kamer is onlangs bij de behandeling van de Justitiebegroting gewezen op het gewicht en het belang van het bestrijden van financieeleconomische criminaliteit. Ik herinner mij dat de heer Heerts daarover een zeer waardevol betoog heeft gehouden. Dat zijn allemaal taken die een graad van specialisatie vereisen die wij met negentien rechtbanken eigenlijk niet meer kunnen volhouden. Er tekent zich dan ook een consensus af bij de rechtspraak om grotere verbanden te zoeken. Er is trouwens een vergelijkbare ontwikkeling bij het Openbaar Ministerie. Ook dankzij de betere verbindingen in Nederland, de verkeersmiddelen die een aanzienlijk grotere snelheid hebben bereikt dan op het tijdstip waarop de gerechtelijke kaart van Nederland werd getekend, zijn wij inmiddels in staat om op een praktische manier afstanden te overbruggen. Het aantal zittingsplaatsen kan ook worden afgestemd op de behoefte om in de centra aanwezig te zijn. Dat zijn allemaal ontwikkelingen die in dezelfde richting wijzen. Tegelijkertijd moeten de rechterlijke colleges, als deel van rechterlijke organisatie, natuurlijk wel doelmatig worden bestuurd. Dat vereist dat wij niet te veel bestuurde eenheden hebben. Er is dus eigenlijk een brede consensus dat het aantal van negentien rechtbanken moet worden verminderd.

Al deze overwegingen geven aanleiding om nu een herziening van de gerechtelijke kaart van Nederland voor te bereiden. Ik leid uit het laatste onderdeel van de overwegingen van de motie af dat dit ook door de indieners van de motie, de heren Teeven en Heerts, wordt onderkend. Ik zie de heer Teeven op dit moment instemmend knikken. Op dat onderdeel is er namelijk sprake van dat een volledige reorganisatie van de gerechtelijke kaart van Nederland pas over een aantal jaar haar beslag krijgt. Ik zie ook de heer Heerts instemmend knikken. Ik begrijp dus dat dit niet ter discussie staat. Het is dan goed om daar even bij aan te knopen en de indieners te verzekeren dat er inderdaad aan het hertekenen van de kaart van Nederland, met de parameters die ik net heb verwoord, wordt gewerkt. Ik hoop trouwens dat het eerder dan over een aantal jaren zal zijn, want de behoefte hieraan is wel dringend. Dat betekent dus dat "over een aantal jaren" hopelijk eerder zal zijn. Ik sluit ook niet uit dat wij op dat punt veel eerder, wellicht in de vorm van een nota van wijziging op een wetsvoorstel ter uitvoering van de conclusies naar aanleiding van de commissie-Deetman, aan uw Kamer voorstellen zullen kunnen voorleggen.

De heer Heerts (PvdA):

Ik heb een korte vraag ter verheldering. Ik begrijp dat het werken met de functionele parketten en de hoeveelheid rechtbanken waarmee de minister wil werken, onderdeel uitmaken van de totale evaluatie. Daar ging het mijn fractie ook met name om, om Almelo daar niet separaat uit te halen maar onderdeel te laten uitmaken van de uitwerking van met hoeveel functionele parketten wij gaan werken en hoeveel rechtbanken daar uiteindelijk voor nodig zijn. Ik begrijp dat de minister zegt dat het functionele parket en het functioneren ook onderdeel uitmaakt van de nieuwe gerechtelijke kaart.

Minister Hirsch Ballin:

Niet het functionele parket, maar wel de vervulling van gespecialiseerde functies binnen de arrondissementsparketten, dus de regionale parketten. Dat was, geloof ik, ook de strekking van wat de heer Heerts zei.

Mevrouw Van Vroonhoven-Kok (CDA):

De minister zegt dat er een nieuwe gerechtelijke kaart komt. Dat gebeurt over een aantal jaar. Is hij ook bereid om, daarop vooruitlopend, geen onomkeerbare stappen te zetten?

Minister Hirsch Ballin:

Ik kom dadelijk op de vragen van mevrouw Van Vroonhoven.

De vraag waarvoor wij komen te staan, die eigenlijk hiermee door mevrouw Van Vroonhoven al in het goede kader wordt geplaatst, is of wij iets kunnen doen vooruitlopend op, in afwachting van het hertekenen van de gerechtelijke kaart van Nederland. Daaraan zijn voor- en nadelen verbonden, die je niet voor het gehele land gelijkelijk kunt tekenen. Als er verschillende alternatieven zouden moeten worden overwogen, is dat natuurlijk iets dat onmiskenbaar in de richting wijst van maar even wachten totdat de kaart eind 2008, wellicht eind 2009 kan worden ingebracht in de vorm van een nota van wijziging op het wetsvoorstel naar aanleiding van de commissie-Deetman. Dat is namelijk de route die ik in gedachten heb indien er behoefte bestaat aan het zo spoedig mogelijk onder ogen zien van het geheel. Dat heeft echter wel consequenties. Als wij vooruitlopend daarop zeggen dat wij helemaal niets doen, houdt dat inderdaad in dat er enige tijd zal worden gewacht met een zelfstandig arrondissement Flevoland. Mocht de conclusie zijn dat duidelijk is wat er moet gebeuren, dan kunnen wij natuurlijk ook voor die voor de hand liggende oplossing kiezen. Het kabinetsstandpunt is dat er kan worden gewerkt aan een verandering, namelijk het combineren van het niet-zelfstandige westelijke deel van Overijssel met het oostelijke. Die combinatie is plausibel met het oog op de toekomstige indeling. Tot nu toe zijn er veel suggesties in die richting gedaan. Als de Kamer die wil laten gelden, zou zij de voorliggende motie niet moeten aannemen. Misschien is het verstandig om die motie aan te houden, maar ik ontraad de Kamer dus om die aan te nemen.

Als de gedachtegang is dat wij het allemaal nog niet goed weten, lijkt het mij onverstandig om nu een klein, nieuw arrondissement in Zwolle te creëren waarvan Flevoland wordt afgesplitst. Het is naar mijn oordeel beter om het gehele proces zoveel mogelijk te versnellen met als doel tot een volledige gerechtelijke kaart van Nederland te komen. Ik doe dus een beroep op de Kamer om ruimte open te houden voor het geval dat er overeenstemming wordt bereikt met belanghebbenden van de rechtbanken en de parketten Zwolle en Almelo. Indien wij die weg opgaan, wordt het een constructie die volledig vergelijkbaar is met de huidige constructie Zwolle/Lelystad. Dan is er sprake van gelijkwaardigheid en dus niet van de constructie Zwolle onder Almelo of omgekeerd. Mocht het inzicht er toch zijn dat die mogelijkheid wordt afgewezen, dan zou ik dat betreuren. Er zit dan echter niets anders op dan het zo snel mogelijk toevoegen van de totale kaart van Nederland met een nota van wijziging.

De heer Teeven (VVD):

Het bevreemdt mij enigszins dat de minister tijdens het algemeen overleg op een belangrijke vraag van mij heeft geantwoord dat het inderdaad nog een aantal jaren zal duren. Nu deze motie voorligt, zegt de minister dat het in 2008 zal gebeuren. Die twee uitspraken kan ik niet met elkaar rijmen. Is de haast ingegeven door de voorliggende motie, of is het opeens mogelijk om ervoor te zorgen dat die gerechtelijke kaart drie jaar eerder tot stand komt?

Minister Hirsch Ballin:

Het verheugt mij om van de heer Teeven te vernemen dat wij tijdens een algemeen overleg naar elkaar luisteren. Uiteraard heb ik tijdens dat overleg begrepen dat er een significante stroming was die niet onmiddellijk overtuigd was van het belang om het probleem van Lelystad, Zwolle en Almelo zodanig op te lossen dat twee arrondissementen blijven bestaan met een verschillende grens. Ik heb daarom onder ogen gezien dat het mogelijk is om dit proces verder te versnellen indien er onverhoopt problemen ontstaan. Ik gebruik het woord "onverhoopt" omdat ik het nog steeds beter zou vinden als wij de weg gingen zoals ik die in mijn brief heb geschetst. Die wijziging in denken is dus inderdaad het resultaat van het algemeen overleg.

De beraadslaging wordt gesloten.

De voorzitter:

Ik stel voor, volgende week dinsdag over de motie te stemmen.

Daartoe wordt besloten.