Handeling

Datum publicatieOrganisatieVergaderjaarVergadernummerDatum vergadering
Tweede Kamer der Staten-Generaal2007-2008nr. 31, pagina 2421-2423

Aan de orde zijn de stemmingen over moties, ingediend bij de behandeling van het wetsvoorstel Vaststelling van de begrotingsstaten van het Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties (VII) voor het jaar 2008 (31200 VII), te weten:

- de motie-Van Raak over een fonds voor klokkenluiders (31200 VII, nr. 29);

- de motie-Van Raak over verbetering van de parlementaire controle op de inlichtingen- en veiligheidsdiensten (31200 VII, nr. 30);

- de motie-Schinkelshoek c.s. over proeftuinen voor burgerparticipatie (31200 VII, nr. 31);

- de motie-Schinkelshoek over de publieke beëdiging van burgemeesters (31200 VII, nr.32);

- de motie-Bilder over tijdelijke vervanging van volksvertegenwoordigers die worden uitgezonden in het kader van een vredesmissie (31200 VII, nr. 33);

- de motie-Heijnen/Bilder over een GBA-actieplan (31200 VII, nr. 34);

- de motie-Heijnen/Schinkelshoek over een actieplan voor de ontwikkeling van e-overheid (31200 VII, nr. 35);

- de motie-Brinkman over het opheffen van stadsdeelraden en deelgemeenten (31200 VII, nr. 36);

- de motie-Brinkman over verbetering van het salaris van politiemensen tot en met schaal 9 (31200 VII, nr. 37);

- de motie-Brinkman over de onwenselijkheid dat politieagentes met een hoofddoek lopen (31200 VII, nr. 38);

- de motie-Koşer Kaya over de bevoegdheid van een gekwalificeerde minderheid tot het instellen van een parlementaire enquête (31200 VII, nr. 39);

- de motie-Van der Staaij c.s. over intrekking van de wettelijke regeling voor burgemeestersrefenda (31200 VII, nr. 40).

(Zie vergadering van 29 november 2007.)

De voorzitter:

De motie-Brinkman (31200-VII, nr. 36) is in die zin gewijzigd dat zij thans luidt:

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

overwegende dat het functioneren van stadsdeelraden en deelgemeenten al sinds jaren ter discussie staat;

overwegende dat de meerwaarde van de gedelegeerde democratie naar dit microniveau vaak niet opweegt tegen de hoge kosten;

verzoekt het kabinet, te initiëren dat de stadsdeelraden in Amsterdam en de deelgemeenten in Rotterdam worden opgeheven,

en gaat over tot de orde van de dag.

Naar mij blijkt, wordt de indiening van deze gewijzigde motie voldoende ondersteund.

Zij krijgt nr. 41 (31200-VII).

Ik stel vast dat wij hierover nu kunnen stemmen.

Op verzoek van mevrouw Koşer Kaya stel ik voor, haar motie (31200-VII, nr. 39) van de agenda af te voeren.

Daartoe wordt besloten.

De voorzitter:

Ik geef gelegenheid tot het afleggen van stemverklaringen vooraf.

De heer Pechtold (D66):

Voorzitter. In de motie-Van der Staaij c.s. over het burgemeestersreferendum wordt naar de mening van mijn fractie terecht geconstateerd dat het burgemeestersreferendum was bedoeld als een opstap naar de gekozen burgemeester. Nu die echter met deze minister achter de horizon is verdwenen, dient ook de opstap te verdwijnen. Het dictum van de motie generaliseert nogal. Daarin wordt gezegd dat het referendum in Utrecht geen succes was en de andere referenda ook niet. Deze zijn naar de mening van mijn fractie wel een succes geweest. Met die kanttekening zullen wij voor deze motie stemmen.

De heer Anker (ChristenUnie):

Voorzitter. Ik wil een stemverklaring afleggen over de motie-Brinkman op stuk nr. 38 over het verbod op het dragen van hoofddoeken door agenten. Wij vinden dat ook een ongewenste situatie. Echter, deze discussie moet breder en zorgvuldig worden gevoerd en niet worden verengd door alleen te spreken over politie en moslima's. De minister heeft zelfs toegezegd hiervoor nog naar de Kamer te komen. Daarom hebben wij nu geen behoefte aan deze motie en zullen wij tegenstemmen.

De heer Van Raak (SP):

Voorzitter. De SP is voor een grote diversiteit bij de politie. De politie moet openstaan voor mensen van iedere religie. Politieagenten vertegenwoordigen echter ook de hele samenleving. Daarom dragen zij een uniform. Voor de uitoefening van deze functie is de religie van de diender niet relevant. De SP is van mening dat politieagenten door hun functie gehouden zijn aan het uniform en daardoor geen religieuze symbolen moeten dragen. Het is erg jammer dat de motie van de heer Brinkman op stuk nr. 38 alleen spreekt over hoofddoekjes. Naar onze mening gaat het hierbij ook om kruisjes, keppeltjes, tulbanden en alle andere religieuze symbolen. De motie is te beperkt, maar binnen dit perspectief toch juist. Daarom steunen wij deze motie.

In stemming komt de motie-Van Raak (31200-VII, nr. 29).

De voorzitter:

Ik constateer dat de aanwezige leden van de fracties van de SP, de PvdA, GroenLinks, D66, de PvdD, de ChristenUnie, de PVV en het lid Verdonk voor deze motie hebben gestemd en die van de overige fracties ertegen, zodat zij is aangenomen.

In stemming komt de motie-Van Raak (31200-VII, nr. 30).

De voorzitter:

Ik constateer dat de aanwezige leden van de fracties van de SP, de PvdA, GroenLinks en de PvdD voor deze motie hebben gestemd en die van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.

In stemming komt de motie-Schinkelshoek c.s. (31200-VII, nr. 31).

De voorzitter:

Ik constateer dat de aanwezige leden van de fracties van de SP, de PvdA, GroenLinks, D66, de PvdD, de ChristenUnie, de SGP, het CDA en het lid Verdonk voor deze motie hebben gestemd en die van de overige fracties ertegen, zodat zij is aangenomen.

In stemming komt de motie-Schinkelshoek (31200-VII, nr. 32).

De voorzitter:

Ik constateer dat de aanwezige leden Voorzittervan de fractie van de SP tegen deze motie hebben gestemd en die van de overige fracties ervoor, zodat zij is aangenomen.

In stemming komt de motie-Bilder (31200-VII, nr. 33).

De voorzitter:

Ik constateer dat de aanwezige leden van de fracties van de PvdA, GroenLinks, D66, het CDA, de PVV en het lid Verdonk voor deze motie hebben gestemd en die van de overige fracties ertegen, zodat zij is aangenomen.

In stemming komt de motie-Heijnen/Bilder (31200-VII, nr. 34).

De voorzitter:

Ik constateer dat deze motie met algemene stemmen is aangenomen.

In stemming komt de motie-Heijnen/Schinkelshoek (31200-VII, nr. 35).

De voorzitter:

Ik constateer dat de aanwezige leden van de fractie van de PVV tegen deze motie hebben gestemd en die van de overige fracties ervoor, zodat zij is aangenomen.

In stemming komt de gewijzigde motie-Brinkman (31200-VII, nr. 41).

De voorzitter:

Ik constateer dat de aanwezige leden van de fracties van de SP, de VVD, de PVV en het lid Verdonk voor deze gewijzigde motie hebben gestemd en die van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.

In stemming komt de motie-Brinkman (31200-VII, nr. 37).

De voorzitter:

Ik constateer dat de aanwezige leden van de fracties van GroenLinks, de PVV en het lid Verdonk voor deze motie hebben gestemd en die van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.

In stemming komt de motie-Brinkman (31200-VII, nr. 38).

De voorzitter:

Ik constateer dat de aanwezige leden van de fracties van de SP, D66, de PvdD, de VVD, de SGP, het CDA, de PVV en het lid Verdonk voor deze motie hebben gestemd en die van de overige fracties ertegen, zodat zij is aangenomen.

In stemming komt de motie-Van der Staaij c.s. (31200-VII, nr. 40).

De voorzitter:

Ik constateer dat de aanwezige leden van de fracties van de SP, GroenLinks, D66, de PvdD, de VVD, de ChristenUnie, de SGP en het CDA voor deze motie hebben gestemd en die van de overige fracties ertegen, zodat zij is aangenomen.

Het woord is aan de heer Van Raak.

De heer Van Raak (SP):

Voorzitter. Excuses voor mijn late reactie, maar ik wil graag binnen twee weken een brief van de minister ontvangen waarin zij meldt hoe zij uitvoering gaat geven aan de motie op stuk nr. 29 over de oprichting van een fonds voor klokkenluiders.

De voorzitter:

ik stel voor, het stenogram van dit gedeelte van de vergadering door te geleiden naar het kabinet.

Daartoe wordt besloten.