Handeling

Datum publicatieOrganisatieVergaderjaarVergadernummerDatum vergadering
Tweede Kamer der Staten-Generaal2015-2016nr. 25, item 18

18 Pakket Belastingplan 2016

Aan de orde is de voortzetting van de behandeling van: 

  • - het wetsvoorstel Wijziging van enkele belastingwetten en enige andere wetten (Belastingplan 2016) ( 34302 );

  • - het wetsvoorstel Wijziging van enkele belastingwetten en enige andere wetten (Overige fiscale maatregelen 2016) ( 34305 );

  • - het wetsvoorstel Wijziging van de Wet op de vennootschapsbelasting 1969 en de Wet op de dividendbelasting 1965 in verband met de implementatie van aanpassingen in de Moeder-dochterrichtlijn (Wet implementatie wijzigingen Moeder-dochterrichtlijn 2015) ( 34306 );

  • - het wetsvoorstel Wijziging van de Wet inkomstenbelasting 2001 met het oog op een vrijstelling van bepaalde periodieke uitkeringen aan specifieke groepen oorlogsslachtoffers (Wet vrijstelling uitkeringen Artikel 2-Fonds) ( 34303 );

  • - het wetsvoorstel Tegemoetkomingen in de loonkosten van specifieke groepen (Wet tegemoetkomingen loondomein) ( 34304 );

  • - het wetsvoorstel Wijziging van de Wet op de internationale bijstandsverlening bij de heffing van belastingen en de Belastingwet BES in verband met de implementatie van Richtlijn 2014/107/EU van de Raad van 9 december 2014 tot wijziging van Richtlijn 2011/16/EU wat betreft verplichte automatische uitwisseling van inlichtingen op belastinggebied (PbEU 2014, L 359) en om uitvoering te geven aan de door de OESO ontwikkelde Common Reporting Standard (Wet uitvoering Common Reporting Standard) ( 34276 ),

en van: 

  • -de motie-Omtzigt c.s. over een overgangsrecht voor huurtoeslag voor ouderen (34302, nr. 54); 

  • -de motie-Omtzigt c.s. over op peil houden van de ouderenkorting (34302, nr. 55); 

  • -de motie-Omtzigt c.s. over gedragsprikkels waardoor het draagkrachtprincipe in de knel komt (34302, nr. 56); 

  • -de motie-Bashir c.s. over belasten van het werkelijk rendement op vermogen (34302, nr. 57); 

  • -de motie-Bashir/Groot over dichten van sluiproutes voor het ontlopen van box 2- of box 3-heffingen (34302, nr. 58); 

  • -de motie-Van Weyenberg c.s. over tolheffing voor vrachtwagens (34302, nr. 59); 

  • -de motie-Van Weyenberg/Van Veldhoven over uitfaseren van kolencentrales (34302, nr. 60); 

  • -de motie-Van Weyenberg/Grashoff over geen energiebelasting op laadpalen (34302, nr. 61); 

  • -de motie-Van Weyenberg over verlagen van het startniveau van de laagste loonschalen (34302, nr. 62); 

  • -de motie-Klein over ruimhartig verstrekken van een VAR aan zelfstandigen in de zorg (34302, nr. 63); 

  • -de motie-Klein over versoepelen van de fiscale vrijstellingsregeling voor vrijwilligers (34302, nr. 64); 

  • -de motie-Klein over mogelijke fiscale onrechtvaardigheid na echtscheiding (34302, nr. 65); 

  • -de motie-Klein over stimuleren van het verstrekken van bedrijfsfietsen (34302, nr. 66); 

  • -de motie-Klein over btw-vrijstelling voor alternatieve geneeskunde (34302, nr. 67); 

  • -de motie-Grashoff/Groot over afschaffen van de EU-vrijstellingsmogelijkheid voor energiebelasting (34302, nr. 68); 

  • -de motie-Grashoff over aanpassen van de EIA-regeling (34302, nr. 69); 

  • -de motie-Van Vliet over het schrappen van artikel 10b uit de Wet vennootschapsbelasting (34302, nr. 70); 

  • -de motie-Van Vliet over niet uitbreiden van de aftrek voor onderhoud van monumenten in andere EU-lidstaten (34302, nr. 71); 

  • -de motie-Neppérus over een plan om het Nederlandse fiscale vestigingsklimaat aantrekkelijk te houden (34302, nr. 73); 

  • -de motie-Krol over terugdraaien van de verhoging van de inkomensafhankelijke Zvw-premie (34302, nr. 74); 

  • -de motie-Krol over geen leeftijdsbovengrens voor de schenkingsvrijstelling (34302, nr. 75). 

(Zie vergadering van 11 november 2015.) 

De voorzitter:

Ik heet de staatssecretaris van Financiën van harte welkom. 

De algemene beraadslaging wordt heropend. 

De heer Krol (50PLUS):

Voorzitter. Vrijdag heeft de Kamer een soort eindbod van het kabinet ontvangen in de vorm van een vierde nota van wijziging van het Belastingplan 2016. Er wordt voor structureel rond de 500 miljoen verschoven. Het is goed dat wij nu daarover kunnen debatteren. 

In de nota van wijziging trekt het kabinet zijn eigen plan met de intentie, en kennelijk in de overtuiging, voldoende recht te doen aan alle wensen van de Kamer. Laat duidelijk zijn dat het kabinet volstrekt onvoldoende voldoet aan de wensen van 50PLUS. Er is inderdaad enige opening geboden voor de ouderen, maar wat ons betreft is het volstrekt onvoldoende. De bij het Belastingplan 2015 doorgevoerde verlaging van de ouderenkorting van €83 wordt in de nota van wijziging voor €54 teruggedraaid. Daarmee is de eerdere koopkrachtverslechtering niet eens teruggedraaid, laat staan dat kan worden gesproken van een koopkrachtverbetering. Met de voorgestelde koopkrachtreparatie is een bedrag van 100 miljoen structureel gemoeid. 50PLUS erkent dat dit een aardig bedrag is, maar het is toch volstrekt onvoldoende om aan onze redelijke wensen tegemoet te komen. 

Graag breng ik nog eens de passage in herinnering uit de nota naar aanleiding van het verslag van het Belastingplan 2016. Daar wordt op pagina 9 naar aanleiding van een vraag van mij uitgesplitst weergegeven wat de incidentele en structurele voor- en nadelen zijn die gepensioneerden toevallen, vooral als gevolg van dit belastingplan. Hierin kunnen we lezen dat voor 2016 eenmalig — dus niet structureel, zeg ik met nadruk — 900 miljoen is uitgetrokken om het koopkrachtbeleid voor 61% van de gepensioneerden in 2016 boven nul uit te tellen. Voor 39% van de gepensioneerden lukt dat niet. De passage wordt afgesloten met een volmondige erkenning van het kabinet dat de ouderen, grotendeels als gevolg van het Belastingplan 2016, blijven zitten met een financieel nadeel van structureel 400 miljoen. Dat structurele nadeel is het gevolg van de verlaging van de ouderenkorting na de incidentele verhoging in 2015, de verlaging van de zorgtoeslag, de bezuiniging op de huurtoeslag, de verhoging van het verlaagde IAB-tarief en de afschaffing van de ouderentoeslag. Zelfs met de structurele extra van 100 miljoen uit de vierde nota van wijziging blijven ouderen dus nog zitten met een structureel nadeel van 300 miljoen. Van echt koopkrachtherstel, laat staan van een evenredig en structureel aandeel voor ouderen in de 5 miljard aan lastenverlichting is geenszins sprake. Dat is steeds de inzet van 50PLUS geweest. 

Dit vormt voor 50PLUS aanleiding om het amendement voor het structureel maken van de eenmalige verhoogde ouderenkorting gewoon in stemming te brengen. Dat geldt ook voor ons amendement waarmee de afschaffing van de ouderentoeslag ongedaan wordt gemaakt. Is de staatssecretaris bereid om onze amendementen alsnog van een positief advies te voorzien? 

De heer Omtzigt (CDA):

Voorzitter. De vele uren belastingplandebat bleken niet voldoende om vorige week al over te gaan tot stemmingen. De coalitie heeft de voorstellen van de oppositie gehoord en heeft ervoor gekozen om zelf het wetsvoorstel aan te passen met de vierde nota van wijziging. De inzet van het CDA was altijd volstrekt helder. Wij zijn positief over de lastenverlaging van 5 miljard, want daar vragen wij al jaren om. Tegelijkertijd waren er punten van verbetering mogelijk: bij eenverdieners en bij ouderen. Ook wilden we het risicovolle box 3-plan uit het Belastingplan halen en zelfstandig behandelen. Daarom ligt er nog steeds een CDA-amendement om de ouderentoeslag te behouden. Ook ligt er nog steeds een amendement om de positie van de eenverdieners te versterken. Dat is een update van het amendement van collega Dijkgraaf, waarbij rekening is gehouden met de nota van wijziging. 

In tegenstelling tot de nota van wijziging geeft het amendement van SGP, ChristenUnie, CDA en SP uitzicht op een meerderheid voor het Belastingplan 2016 in de Eerste Kamer. Is de staatssecretaris na het definitief afhaken van D66 alsnog bereid om dit amendement te omarmen? 

Tot nu toe zagen wij in de debatten over het Belastingplan dat de papieren banen van het CPB belangrijker waren dan het draagkrachtprincipe van onze inkomstenbelasting. Gelukkig gaat de staatssecretaris niet mee in de wens van sommige partijen in de Kamer om het verschil tussen een- en tweeverdieners, dat al gauw €8.000 bedraagt bij hetzelfde bruto-inkomen, nog groter te maken. Zij zien niet dat er een grote groep eenverdieners is die wel wil werken, maar niet kan werken vanwege ziekte of handicap. In de nota van wijziging herkennen wij ons in de verhoging van de kinderbijslag, het structureel verhogen van de ouderenkorting, de vrijstelling voor de mineralogische en metallurgische industrie, de verhoging van de tegemoetkoming voor ouders met een gehandicapt kind (de TOG-plus), en de mogelijkheid om de verhoogde schenkingsvrijstelling in meerdere jaren te gebruiken. 

Laat ik namens het CDA volstrekt helder zijn. Wij willen 5 miljard lastenverlichting mogelijk maken. Hadden wij als partij een absolute meerderheid gehad, dan was het plan anders geweest. Maar zonder dit Belastingplan gaan vele groepen Nederlanders er in koopkracht op achteruit. Het plan bevat een zeer forse lastenverlichting en komt behoorlijk tegemoet aan onze wensen, niet alles, maar wel een heel groot deel op de 5 miljard. Tegen de partijen die in de laatste jaren alle lastenverzwaringen mogelijk gemaakt hebben, zou ik willen zeggen: wij zijn Nederland na alle offers van de afgelopen jaren verplicht om te kiezen voor lastenverlichting nu dat kan. 

Daartegenover staat een verschuiving van de belasting op gas en elektriciteit. Over deze verschuiving hebben wij nog een aantal vragen, aangezien wij hier nog weinig discussie over hebben kunnen voeren. Heeft de staatssecretaris de effecten van de schuif onderzocht? Welke bedrijven en sectoren worden met name geraakt en wat betekent deze verhoging voor een gewoon mkb-bedrijf in een groot bedrijfspand, bijvoorbeeld met werkplaats of kantoren? Daarom de volgende motie. 

Motie

De Kamer, 

gehoord de beraadslaging, 

overwegende dat de vierde nota van wijziging een forse verschuiving in de energiebelasting tussen aardgas en elektriciteit bevat; 

constaterende dat de effecten van deze verschuiving nog onvoldoende in beeld zijn gebracht voor met name de gasintensieve maakindustrie, de recreatie, de land- en tuinbouw en het deel van het mkb dat voor zijn bedrijfsvoering op aardgas is aangewezen; 

constaterende dat de verlaging van de Aof-premie voor deze bedrijven nauwelijks compensatie biedt en dat er betere mogelijkheden voor compensatie zijn; 

verzoekt de regering, de effecten van de verschuiving in de energiebelasting tussen aardgas en elektriciteit in beeld te brengen en betere mogelijkheden voor compensatie die in 2016 kunnen ingaan, aan de Kamer voor te leggen, 

en gaat over tot de orde van de dag. 

De voorzitter:

Deze motie is voorgesteld door het lid Omtzigt. Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund. 

Zij krijgt nr. 87 (34302). 

De heer Omtzigt (CDA):

Hierbij moet gedacht worden aan de EIA, de MIA en I en M-regelingen, alsmede de lijsten die daarbij horen. 

De coalitiepartijen hebben een stap voorwaarts gezet: van alleen maar luisteren tijdens het WGO ligt er nu een amendement. 

De heer Groot (PvdA):

De heer Omtzigt verwoordt terecht een zorg, maar zou het gevraagde onderzoek nog voor 2016 moeten zijn afgerond? Of kan hij zich voorstellen dat in een later stadium nog iets ter compensatie kan gebeuren, als dat nodig zou zijn? 

De heer Omtzigt (CDA):

Ik hoop dat het onderzoek zo snel mogelijk klaar kan zijn. Ik heb heel bewust niet "voor 31 december" in de motie gezet, want ik begrijp dat het misschien niet binnen vijf weken lukt. Ik noemde de mogelijkheid om zaken toe te voegen aan de EIA- en de MIA-lijst. Dat kan ook in februari. Als het onderzoek in januari klaar is en laat zien dat het voor bepaalde bedrijven of zwembaden juist een prikkel kan zijn om te verduurzamen, dan hopen wij dat die zaken in 2016 kunnen ingaan. Misschien kan dat al in februari of maart. Ik hoop dat wij niet tot 1 januari 2017 moeten wachten. 

Mevrouw Schouten (ChristenUnie):

Met de nota van wijziging wordt in tegenstelling tot het amendement van de ChristenUnie de glastuinbouw wel geraakt. Stemt de CDA-fractie ermee in dat de glastuinbouw te maken krijgt met hogere gastarieven? 

De heer Omtzigt (CDA):

Wij waren hier geen voorstander van. 

Mevrouw Schouten (ChristenUnie):

Dat betekent dat het voor de heer Omtzigt geen doorslaggevend argument is om straks een andere afweging te maken bij de stemmingen over het Belastingplan? 

De heer Omtzigt (CDA):

Dit is niet het fraaiste stuk van het Belastingplan, maar het is geen doorslaggevend argument. 

De heer Dijkgraaf (SGP):

Is het dan een overweging voor de CDA-fractie om met een amendement te komen om de glastuinbouw uit te zonderen? Tot nu toe zijn wij op dit dossier altijd samen opgetrokken, volgens mij. De glastuinbouw heeft het uiterst moeilijk, en die krijgt er dan 5 cent aan belasting bij. Dat kunnen wij toch niet doen met elkaar? 

De heer Omtzigt (CDA):

Ik zal het in overweging nemen. 

De heer Dijkgraaf (SGP):

Dank. Wij zullen dat zeker steunen en mee in overweging nemen. 

De heer Tony van Dijck (PVV):

Nu weten de glastuinbouwers in Nederland gelijk wat zij aan het CDA hebben! Het CDA had drie keiharde eisen om voor het Belastingplan te kunnen stemmen. Ten eerste: box 3 moest eruit. Dat gebeurt niet. Ten tweede: er moest iets gebeuren voor de ouderen. Dat gebeurt deels, want de ouderentoeslag is nog steeds weg. Ten slotte was er een eis over de kostwinners. Is het kostwinnersamendement van de vier partijen een voorwaarde om voor het Belastingplan te kunnen stemmen? 

De heer Omtzigt (CDA):

Wij hopen dat dat kostwinnersamendement wordt aangenomen. Dat is de reden waarom wij het heel bewust hebben voorgelegd aan deze Kamer. Daarover ging ook het verzoek dat ik al in mijn eerste alinea deed. Echter, wij hebben gezegd dat wij ons in het plan kunnen vinden en dat wij drie verbeteringen hadden gewild. Op het stuk van ouders met kinderen en op het stuk van ouderen is een gedeelte van onze wensen ingewilligd. Met betrekking tot box 3 heb ik in de Kamer kunnen constateren dat wij echt de enige partij waren die hiervoor is. Helaas, wij hebben maar 13 zetels. De andere 137 zouden het plan ongewijzigd door de Kamer hebben getild. Ja, ik wil het er graag uit, maar het maakt politiek helemaal niets uit, want het gaat toch niet behandeld worden. Ik verzoen me hier dus inderdaad mee. Ik wil wel graag aan de staatssecretaris vragen wat het verschil is voor bijvoorbeeld de kostwinners, de ouderen of andere groepen als het Belastingplan niet wordt aangenomen en wij dus met de oude belastingtarieven blijven zitten. In die vergelijking ben ik zeker geïnteresseerd. 

De voorzitter:

Tot slot, mijnheer Van Dijck. 

De heer Tony van Dijck (PVV):

Het werd de vorige keer al gezegd: het CDA is dus door de pomp. Van de drie eisen is nog een halve eis over, en dat is het structureel maken van de ouderenkorting. Aan de ouderentoeslag, aan de kostwinners en aan box 3 gebeurt niets. Nu zijn de tuinbouwers ook nog eens aan de beurt. 

De heer Omtzigt (CDA):

Het is heel simpel: de PVV heeft nul amendementen op tafel gelegd, nul tegenvoorstellen voor wat dan ook gedaan en heeft er in dit debat al 35 uur lang voor gekozen om alleen over andermans plannen te praten. Dat mag. 

De voorzitter:

Nee, nee, nee. Dit debat is uitvoerig gevoerd, en ik hoor steeds dezelfde argumenten terugkeren. 

De heer Tony van Dijck (PVV):

Alleen een korte opmerking: de PVV wil verkiezingen en het CDA wil door met dit kabinet. 

De voorzitter:

Dat hebt u de vorige keer ook gezegd. Dat geldt ook voor de heer Omtzigt. Ik stel voor dat u verdergaat met uw betoog, mijnheer Omtzigt, en dat u ook gaat afronden. 

De heer Omtzigt (CDA):

Voorzitter, dit is wetgeving. Ik heb nog ongeveer een minuut. 

De voorzitter:

Dit is niet onbeperkt. 

De heer Omtzigt (CDA):

Eén keer moet ik de heer Henk Krol gelijk geven. Er is een wijziging van 500 miljoen opgetreden. Dan vind ik het niet raar dat ik drie minuten spreektijd vraag. 

De voorzitter:

Die hebt u allang verbruikt. Daarom zeg ik dat u gaat afronden. 

De heer Omtzigt (CDA):

Voorzitter. Er ligt één amendement van de coalitiepartijen. Het is goed dat de samenwerkende huisartsen worden vrijgesteld, maar de dekking vind ik niet rechtvaardig. Ik hoop dat de collega's daarvoor nog een alternatieve dekking kunnen vinden. 

Voorlopig is dit het laatste debat over het Belastingplan in de Tweede Kamer. Het is een plan dat daadwerkelijk de lasten verlicht, in tegenstelling tot de Belastingplannen van de afgelopen jaren; laten wij ons dat wel goed realiseren. Ik vraag daarom aan deze staatssecretaris wat de effecten zijn als de lastenverlichting niet doorgaat, zowel juridisch als qua koopkracht, met name voor eenverdieners, ouderen en werkenden. Voor het CDA is het wel van belang om scherp te krijgen wat de route zal zijn als er daadwerkelijk een Eerste Kamermeerderheid is die tegen deze lastenverlichting stemt. Wat zijn de juridische consequenties en de consequenties voor de schatkist en de Belastingdienst als dit Belastingplan wordt weggestemd? Valt de 5 miljard acuut vrij voor aflossing staatsschuld als dit Belastingplan niet voor 1 januari door de Eerste Kamer is aangenomen? 

Het is mij opgevallen dat de collega's van D66 en de SP voorstellen in de media en op Twitter hebben gedaan die zij niet in de Kamer hebben gedaan. Ik hoop dus zo dadelijk nog een toelichting te krijgen van de heer Bashir op het gezamenlijke plan dat de SP en D66 hadden, en van D66 op hun nieuwe banenplan, dat wel in de achterkamertjes is toegelicht maar misschien ook even in de voorkamer kan worden toegelicht. 

De heer Bashir (SP):

Voorzitter. Wij hebben de afgelopen weken meer dan 35 uur over het Belastingplan gedebatteerd. Opmerkelijk was dat wij, nadat het debat was afgelopen, afgelopen vrijdag een pakket aan maatregelen kregen ter waarde van 525 miljoen euro. Nadat wij twee WGO's en twee keer een plenair debat hebben gehad en nadat wij zelf met verschillende voorstellen zijn gekomen, heeft het kabinet zich bedacht en is het met een nieuw pakket aan maatregelen gekomen. De allereerste vraag die bij ons opkomt, is waarom dit niet eerder kon gebeuren. Waarom is het kabinet pas achteraf, nadat het debat afgelopen was, tot het inzicht gekomen dat het anders moet? Is dit nu een zorgvuldige wetgeving, vraag ik de staatssecretaris. De staatssecretaris is met zijn wijzigingsvoorstellen dwars door een groot deel van onze amendementen gefietst, waardoor die nu herschreven moeten worden. 

De vraag is ook tot welke nieuwe inzichten het kabinet is gekomen; inzichten die het niet eerder heeft gehad. Waarom konden die nieuwe inzichten niet tijdens het debat gegeven worden? 

Vervolgens enkele inhoudelijke opmerkingen. Wat zijn de overwegingen geweest om de keuzes te maken die nu gemaakt zijn? Met wie is er gesproken, waarover is er gesproken en waarom is de staatssecretaris uiteindelijk tot deze keuzes gekomen en niet tot andere? 

Ook willen wij weten wat de koopkrachtgevolgen zijn van de maatregelen die nu worden aangekondigd. Welke mensen gaan erop vooruit en welke mensen gaan er op achteruit? In het bijzonder wil ik weten hoe het met de niet-werkenden staat. Gaan zij erop vooruit of niet? Of verandert er ondanks een pakket van 525 miljoen euro nog steeds niets voor de niet-werkenden? 

Het valt ons op dat het kabinet net doet of er met dit pakket iets wordt gedaan voor de ouderen. De heer Krol noemde zo-even al heel scherp alle maatregelen. Wij zien dat de ouderen er in het totale pakket nog steeds met 300 miljoen euro op achteruitgaan. Bijvoorbeeld de ouderenkorting ging in het wetsvoorstel met €83 naar beneden, terwijl die met €54 omhoog gaat in de nota van wijziging die wij afgelopen vrijdag ontvingen. Nog steeds gaan de ouderen er dus bijna €30 op achteruit. Zo kan ik er nog een aantal maatregelen bij pakken. De vraag is derhalve wat het kabinet met dit pakket wil bereiken. Als het kabinet de zaken echt wil veranderen, had het ook met een aantal van de ingediende amendementen kunnen instemmen. 

Wij zien ook een aantal positieve zaken. Bijvoorbeeld de mineralogische en metallurgische procedés worden, net als in andere landen in Europa, uitgezonderd van energiebelasting. In ons amendement hadden wij daar een heel goede dekking voor. Wij wilden het geld halen bij de grootverbruikers, die nu amper meebetalen aan energiebelasting. Tot onze verbazing kiest het kabinet er echter voor om het Belastingplan niet te vergroenen, maar te ontgroenen. In het Belastingplan zien wij dat vooral mkb'ers de lastenverhoging gaan betalen. Ik denk in dit verband aan de zwembaden. Ik vraag de staatssecretaris waarom de belasting op zwembaden omhoog moet. Wat zijn de andere gevolgen? Ik kan mij niet voorstellen dat de belasting op energie met 700 miljoen euro wordt verhoogd voor het mkb zonder dat dit grote gevolgen heeft. 

Wij hebben een aantal voorstellen gedaan. Wij hebben bijvoorbeeld voorgesteld om de grens tussen de derde en vierde schrijf niet te verlengen, zoals het kabinet wil. Daar is meer dan 800 miljoen euro mee gemoeid. Dat bedrag gaat nu, als het aan het kabinet ligt, naar de hoogste inkomens. Naar ons oordeel kan dat geld beter worden benut voor zowel het creëren van banen als het geven van een inkomensimpuls aan iedereen. Daarmee stimuleren wij ook de economie. Waarom heeft het kabinet niet naar die variant gekeken? Waarom is het kabinet niet bereid om te kiezen voor sociaal en groen, waarmee ook een meerderheid in de Eerste Kamer behaald kan worden? 

De heer Omtzigt (CDA):

Na afloop van het debat gaf de SP op Twitter aan dat er kon worden gekozen voor een gezamenlijk voorstel van D66 en de SP. Dat is heel constructief, want de staatssecretaris zocht naar zeventien Eerste Kamerzetels. Is dat nog steeds een geheim plan? Wij hebben hier wel 30 uur gedebatteerd, maar wij hebben geen enkel gezamenlijk amendement of een gezamenlijke nota van die partijen gezien. Of kan de SP dat plan openbaar maken? 

De heer Bashir (SP):

Wij hebben daarvoor plannen ingediend. Ik heb namens de SP een voorstel ingediend om de grens tussen de derde en de vierde schijf niet te verlengen en dat geld anders te gebruiken. Wij wilden bijvoorbeeld de belasting in de eerste schijf verlagen. Wij hebben van de fractie van D66 een soortgelijk voorstel gezien om het geld van de grens tussen de derde en de vierde schijf te gebruiken voor het verhogen van de arbeidskorting en voor andere zaken. Ik heb dat hier ook besproken in het debat met de staatssecretaris: er zijn varianten ingediend die dicht bij elkaar komen, waarom is het kabinet niet bereid om ook naar die varianten te kijken? Wij hebben geen enkele reactie van het kabinet gehad die in die richting wees. Wij kunnen wel zaken in elkaar schuiven en ambtenaren aan het werk zetten om amendementen te maken, maar het houdt op als er geen bereidheid is om voor sociaal en groen te kiezen. 

De voorzitter:

Tot slot, mijnheer Omtzigt. 

De heer Omtzigt (CDA):

Dus blijkt dat er geen gezamenlijk plan was. Er waren dingen die in dezelfde richting gingen, maar de SP heeft nooit op enig moment samen met D66 een plan gehad: dit gaan we doen. De SP suggereert dat in de pers, maar zegt hier: het ging dezelfde kant op, dat moest het kabinet maar doen. Lag er een gezamenlijk plan of lag er geen gezamenlijk plan? Ik krijg graag een ja of nee als antwoord. 

De heer Bashir (SP):

Het is heel simpel. De SP heeft constructief meegedacht en heeft voorstellen gedaan. Ik constateer dat er drie partijen zijn die, weliswaar in de Eerste Kamer, voor een meerderheid voor het kabinet kunnen zorgen voor het kabinet en die plannen hebben die heel erg op elkaar lijken. Ik was namens de SP-fractie bereid om te bewegen. Dan kun je denken aan een deel van het geld dat wij nu gebruiken om de eerste schijf te verlagen in ons amendement. Dat hadden wij ook best kunnen inzetten om de arbeidskorting te verhogen. Ik heb echter helemaal geen reactie gekregen van het kabinet. Ik heb het ook ingebracht bij collega-Kamerleden, maar heb van hen ook geen reactie gehoord. Ik constateer dan dat wij bereid zijn om te bewegen, maar dat het kabinet niet bereid is om een meerderheid te vinden. 

De heer Van Weyenberg (D66):

Voorzitter. Veertien maanden geleden begon het kabinet aan een zoektocht naar een echte belastinghervorming. Daarvoor was 5 miljard smeerolie beschikbaar. De lasten op arbeid zouden daardoor met 15 miljard naar beneden gaan en dat zou ons 100.000 banen opleveren. Vandaag moet ik constateren dat die ambitie van het kabinet niet is waargemaakt. Twee derde van de beloofde banen blijkt verdampt en ook die 15 miljard aan lagere lasten op arbeid zijn er allerminst gekomen. 

Dan vinden wij het niet verantwoord om jaar in, jaar uit 5 miljard te lenen op het moment dat wij nog steeds een tekort hebben van bijna 9 miljard euro per jaar, de staatsschuld nog steeds ruim boven de 60% is en alleen al de rentelasten bijna 8 miljard euro per jaar zijn ondanks de lage rentestand. Ook D66 was bereid 5 miljard als smeerolie in te brengen voor een belastinghervorming, maar dan wel een die leidt tot veel meer banen, tot veel meer vergroening en tot echt lagere lasten op arbeid. Daarom hebben wij allerlei voorstellen gedaan. De lasten op arbeid gingen met meer dan 10 miljard omlaag en het aantal banen kon naar 75.000. Maar helaas, wij vonden geen steun bij het kabinet, de VVD, de Partij van de Arbeid en het CDA voor die plannen, die leiden tot meer banen en minder vergroening. Wij hebben er inmiddels 35 uur over gedebatteerd. Vrijdag leidde dat tot de nota van wijziging: een nota waarmee bijna 500 miljoen euro wordt versleuteld, maar een wijziging die niet tot extra banen leidt, niet één extra baan 

Mevrouw Neppérus (VVD):

Begrijp ik het goed dat de heer Van Weyenberg liever verder gaat met vergroenen en liever geen 35.000 extra banen heeft, dus dat vergroenen belangrijker is? Ik probeer even helderheid te krijgen. 

De heer Van Weyenberg (D66):

Ik zal die duidelijkheid graag geven. Wij willen dat de lasten op arbeid met in totaal meer dan 10 miljard euro naar beneden gaan. Dat doen wij door te hervormen en door te vergroenen. Dat is goed voor het milieu en het biedt de kans om de lasten op arbeid heel fors te verlagen, maar helaas is er bij het kabinet en ook bij mevrouw Neppérus blijkbaar geen bereidheid om ervoor te zorgen dat wij naar 75.000 banen in plaats van naar 35.000 banen gaan. Ik vind dat jammer. 

De voorzitter:

Mevrouw Neppérus, tot slot! 

Mevrouw Neppérus (VVD):

Er wordt al behoorlijk vergroend in het stuk dat er nu ligt, de nota van wijziging. Ik begrijp dus, als ik ook de fractievoorzitter van de heer Van Weyenberg goed heb beluisterd, dat het nul extra banen betekent als het plan niet doorgaat. Nou, dat noteren we dan. 

De heer Van Weyenberg (D66):

Dit is toch opmerkelijk. Het lukt het kabinet blijkbaar niet om steun te vinden en in blijkbaar enige paniek wijst de coalitie met de vinger naar allemaal andere partijen. Nu is het D66, maar misschien gebeurt dat ook met de collega's van de SGP, GroenLinks en de ChristenUnie. Maar het kabinet regeert, mevrouw Neppérus, en heeft 34 uur lang geprobeerd draagvlak te krijgen. De constatering is dat het kabinet, eerst met de blik op de drie christelijke partijen en later op D66, in die periode vooral steun is kwijtgeraakt. In tegenstelling tot mevrouw Neppérus en haar partij steunen wij het Belastingplan niet als wij vinden dat er niet genoeg lastenverlichting is. Dat heeft de VVD in het verleden ook gedaan. Toen kwam er meteen een motie van wantrouwen van de toenmalige fractievoorzitter Rutte. Dat zal D66 niet doen, maar zoals de VVD dat eerder deed toen de lasten op arbeid te weinig naar beneden gingen, zal D66 dat bij de stemming over dit Belastingplan doen. 

De voorzitter:

Gaat u verder! 

Mevrouw Neppérus (VVD):

Nou, nul banen dus. Dat weten we dan. 

De voorzitter:

Nee, mevrouw Neppérus. Mijnheer Van Weyenberg, gaat u verder. 

De heer Van Weyenberg (D66):

Ik constateer dat er enige mate van paniek in de coalitiebankjes is. 

De voorzitter:

Gaat u verder! 

De heer Van Weyenberg (D66):

Voorzitter … 

De heer Tony van Dijck (PVV):

Het is toch een historisch moment dat D66 niet voor het Belastingplan stemt. Betekent dit nu het einde van het constructieve gedogen dat D66 drie jaar lang gedaan heeft? 

De heer Van Weyenberg (D66):

D66 is altijd bereid om zaken te doen met het kabinet om haar eigen ambities te bereiken. Dat was bij het begrotingsakkoord elk jaar 0,5 miljard extra in het onderwijs. Daar ben ik nog steeds buitengewoon trots op. Ook hier geldt dat wij op elk moment bereid zijn om met het kabinet te praten over andere belastingplannen die wel leiden tot veel meer werk, minder vervuiling en veel lagere lasten op werk. 

De voorzitter:

Tot slot, de heer Van Dijck? 

De heer Tony van Dijck (PVV):

Wat zegt de heer Van Weyenberg als dit Belastingplan het niet haalt? Zegt hij dan dat het kabinet is uitgeregeerd is en dat wij beter naar de stembus kunnen gaan of modderen we nog anderhalf jaar door met een semi-gedoogpartner als D66? 

De heer Van Weyenberg (D66):

Dat zegt wat mij betreft vooral dat het een oproep aan het kabinet is om nog eens te kijken hoe het steun kan verwerven voor een plan dat wel ambitieus is en dat wel tot meer banen leidt, tot minder vervuiling en tot veel lagere lasten op arbeid. 

De voorzitter:

Gaat u verder. 

De heer Van Weyenberg (D66):

Het plan dat er nu ligt, de nota van wijziging — die geen enkele extra baan oplevert — is voor D66 te mager. Zoals ik zojuist al zei, blijven wij altijd bereid om met het kabinet te praten over plannen die wel zorgen voor meer banen, minder vervuiling en veel lagere lasten op arbeid. 

Ik heb nog een aantal vragen. Als dadelijk blijkt dat het kabinet alle oppositiepartijen van zich heeft vervreemd en alleen de steun van het CDA overblijft, wat gaat het dan doen? De tweede vraag is of het kabinet kan bevestigen dat de kinderopvangtoeslag volgend jaar nog steeds met 300 miljoen en in 2017 met 400 miljoen omhooggaat als het Belastingplan niet wordt aangenomen. Dat zit in de begroting van Sociale Zaken. Gaat het lage-inkomensvoordeel dat het in dienst nemen van mensen rond het minimumloon goedkoper maakt, gewoon door? Daarmee is in totaal 500 miljoen gemoeid. Kan het kabinet bevestigen dat de kolenbelasting blijft bestaan als het Belastingplan niet door beide Kamers wordt aangenomen? Dat zou betekenen dat we 189 miljoen vergroening overeind houden. Dat is meer dan de 185 miljoen die nu in de nota van wijziging van het kabinet zitten. In die zin leidt het verwerpen van het Belastingplan tot meer vergroening dan het aannemen ervan. 

We hebben 34 uur gepraat; D66 is altijd bereid geweest om daarover te spreken, maar helaas is het kabinet er niet in geslaagd om draagvlak voor de plannen te vinden. 

De heer Groot (PvdA):

D66 wil liever de staatsschuld aflossen, maar kan zij uitleggen wat de voordelen daarvan zijn boven het verlagen van lasten en het verhogen van de koopkracht van de burgers? Wij spreken dus over nul banen erbij in plaats van 35.000 en het aflossen van staatsschuld. Waarom is dat nou voordeliger dan een flinke verbetering van de koopkracht en meer dan 35.000 banen erbij? 

De heer Van Weyenberg (D66):

D66 wil juist veel meer dan 35.000 banen. Daartoe hebben wij voorstel na voorstel gedaan en de PvdA wil blijkbaar niet mee in banen die leiden tot veel meer werkgelegenheid en tot veel meer vergroening. Dat is een constatering die ik na het debat moet maken. Dat verbaast mij en ik vind het jammer, maar het betekent wel dat het kabinet jaar in jaar uit 5 miljard extra moet lenen. Dat vind ik verantwoord als je het ook echt gebruikt als smeerolie voor een belastinghervorming. Dat waren de plannen van het kabinet en van de coalitiepartijen en dat is niet gelukt. Alle pogingen van allerlei oppositiepartijen met verschillende agenda's om meer ambitie in die plannen te doen, zijn door PvdA, VVD en CDA tegengehouden. Dat is helaas het feit van vandaag. En dan resteren er plannen met zo weinig ambitie dat wij het inderdaad niet verantwoord vinden om daarvoor zo veel extra te lenen. 

De heer Groot (PvdA):

En dus kiest D66 voor geen koopkrachtverbetering en geen 35.000 banen. Mijn vraag blijft: is dat wel zo verstandig? We zitten op een meerjarig pad naar begrotingsevenwicht. Dat blijft zo. Lenen kost op het ogenblik nauwelijks geld. Tegelijkertijd is het heel belangrijk om de economie te versterken en de bestedingen aan te jagen. Is dit nou de nieuwe vorm van economische politiek die D66 voorstaat? De staatsschuld aflossen: fantasielozer kun je het niet bedenken. 

De heer Van Weyenberg (D66):

Bij het sluiten van de markt blijkt zo langzamerhand ook bij de heer Groot enige paniek over het feit dat het niet gelukt is om steun te verwerven. Hij slaat wat om zich heen naar partijen die zeggen dat ze poging op poging hebben gedaan om het kabinet te bewegen tot meer ambitie, tot veel meer banen en tot veel meer vergroening. Dat zijn allemaal dingen waar de Partij van de Arbeid blijkbaar alleen in verkiezingstijd de mond van vol heeft. Ik zeg de heer Groot één ding: wat in het vat zit, verzuurt niet. Wij willen graag werken aan een ambitieus belastingplan, met veel meer werk en veel meer vergroening. Maar op dit moment is het juist de partij van de heer Groot, de Partij van de Arbeid, die dat blijkbaar allemaal blokkeert, vastzittend in de verdeeldheid van de coalitie. Dat vind ik jammer. Wellicht verandert dat, en dan kan hij altijd op ons rekenen om een echt ambitieuze belastinghervorming vorm te geven. 

De voorzitter:

Was u klaar? 

De heer Van Weyenberg (D66):

Ik was klaar, maar ik zag de heer Omtzigt nog … 

De voorzitter:

Ja, u keek hem ook uitnodigend aan, zag ik. 

De heer Omtzigt (CDA):

Uitnodigingen van dames sla je niet af. Begrijp ik nu dat de D66-fractie een lastenverlichting op arbeid van rond de 4 miljard blokkeert en zich nu vastklampt aan een aantal subsidieregelingen voor laagbetaalde banen als de manier om Nederland aan de gang te krijgen en Nederlanders na jarenlange, door D66 gesteunde lastenverhogingen weer wat gelukkiger te maken? 

De heer Van Weyenberg (D66):

D66 wilde een veel lagere belasting op arbeid. Ik heb genoteerd dat de heer Omtzigt toen het zwaar weer was binnen in het hokje school en hij, nu het zonnetje schijnt, als eerste weer naar buiten huppelt en denkt: ah, we kunnen geld uitgeven! D66 wil heel graag lastenverlichting, maar wel verantwoord. Wij willen de 5 miljard euro gebruiken om de belasting op arbeid veel verder te verlagen. Helaas vindt het CDA dat soort plannen voor meer banen en meer vergroening blijkbaar te ver gaan. Dat vind ik een gemiste kans. 

De voorzitter:

Tot slot, de heer Omtzigt. 

De heer Omtzigt (CDA):

Ik heb zelden zo'n slechte verdediging gezien van een in de afgelopen jaren zo constructieve partij. Die partij heeft geen idee waar zij nog voor staat. Ik stel aan de D66 dezelfde vraag als aan de SP-fractie. We hebben de nieuwe onderhandelaar van de heer Van Weyenberg, de heer Pechtold, de hele dag op het ministerie van Financiën gezien. Is er op enig moment sprake geweest van een gezamenlijke onderhandeling met de SP en van een gezamenlijk plan? En zouden de plannen die uitgewerkt zijn door D66 en waarmee zij schermt, ook aan de Kamer voorgelegd kunnen worden? Ik doel op zowel de plannen samen met de SP als de plannen van D66 alleen. Of waren die alleen voor de achterkamers bestemd, om er daarna maar gewoon een beetje mee te schermen? 

De heer Van Weyenberg (D66):

Ik snap dat de heer Omtzigt na zijn omgang van oppositiehengst naar coalitiepony allemaal gekke woorden moet gaan gebruiken voor de plannen van anderen. Wij hebben serieus met het kabinet willen praten. Nu daagt de heer Omtzigt mij uit, maar ik ga niet in detail vertellen wat er gebeurd is. Ik wil wel vertellen dat dit plannen waren die leidden tot een veel hogere arbeidskorting en een veel hogere kinderopvangtoeslag, zodat werkenden er veel meer op vooruit zouden gaan. Ik had daarover ook graag verantwoording afgelegd. Ik constateer dat die plannen in de achterkamer juist door het CDA zijn geblokkeerd. 

De voorzitter:

Dank u wel. Dan geef ik nu het woord aan … de heer Groot? Het is een heropening; u bent niet verplicht om hier gebruik van te maken. Er is al 35 uur gedebatteerd. 

De heer Groot (PvdA):

Voorzitter. In het heel lange debat is gebleken dat het nog moeilijker is om geld uit te delen dan om te bezuinigen. Dat is jammer, want we zien in de CBS-cijfers van vorige week dat zich tekenen van economische aarzeling voordoen. Dat maakt het des te belangrijker dat we de economie een impuls geven door lastenverlichting. Nederland was toch al toe aan eindelijk meer koopkracht, eindelijk meer banen en eindelijk flink minder lasten op arbeid. Helaas is de zekerheid er nog niet dat mensen volgend jaar meer en vaak flink meer te besteden krijgen. Wij hebben al diverse percentages gezien. Kan de staatssecretaris deze voor enkele voorbeeldhuishoudens ook in bedragen uitdrukken? 

De Partij van de Arbeid was bereid tot flinke aanpassingen in het vijfmiljardpakket: vergroening en meer geld voor kinderen, chronisch zieken en ouderen. Zelfs de fiscale positie van kostwinners met een partner zonder betaald werk was bespreekbaar. Het amendement over de overdraagbare heffingskorting is echt een brug te ver. Dit amendement kost 35.000 banen en doet de gehele banenwinst van het Belastingplan teniet. Je kunt als kleine partij veel vragen. Ik snap dat partijen het versnipperde politieke landschap willen benutten als hefboom voor eigen partijpolitieke standpunten. Wat je ons niet kunt vragen, is om de hele richting van het Belastingplan — die richting is lage lasten op arbeid en meer banen — 180 graden te draaien. Dat is overvragen. In het geval van de SGP is dat wat mij betreft een breuk met de lange traditie van constructieve samenwerking met de regering. 

De voorzitter:

Dit valt onder de categorie uitlokken. De heer Dijkgraaf. 

De heer Dijkgraaf (SGP):

Ik vind het een bijzonder mooie tekst van de heer Groot. Ik ben dat niet van hem gewend. Laten wij bij de feiten blijven. Volgens het CPB-model zou het werkgelegenheidseffect voor de komende jaren uit het bestedingseffect voortkomen. Zal het voorstel dat de SGP heeft gedaan daar ook maar iets aan veranderen? Zal hierdoor ook maar één baan verdwijnen in de komende vijf jaar? 

De heer Groot (PvdA):

De spelregel in dit huis is dat we ons hebben te houden aan de spelregels van het Centraal Planbureau. 

De heer Dijkgraaf (SGP):

Dat is mijn vraag niet. Het gaat mij om de komende vijf jaar. Geef nou gewoon eens antwoord op die vraag! 

De voorzitter:

Mijnheer Dijkgraaf, eerst de heer Groot. 

De heer Groot (PvdA):

Het is duidelijk dat zo'n amendement wel degelijk een trendbreuk betekent. Aan de afbouw van de overdraagbare algemene heffingskorting zitten baaneffecten vast. Het Centraal Planbureau rekent dit eerlijk door. Wij hebben ons aan die spelregels te houden. 

De heer Dijkgraaf (SGP):

Ik krijg geen antwoord op mijn vraag. Het CPB rekent niet ons voorstel door, maar rekent door dat ons voorstel jaarlijks wordt herhaald tot en met 2040. Ik wil van de PvdA-fractie een klip-en-klaar antwoord hebben, volstrekt conform de doorrekening van het Centraal Planbureau, waarbij de onderzoeker van het Centraal Planbureau zegt dat het op korte termijn niet om het arbeidsaanbod gaat, want dat is er genoeg, maar om het bestedingseffect. Dit amendement verandert niets aan het bestedingseffect. Mijn vraag is simpel. Zal dit amendement voor de korte termijn, voor de komende jaren, en gezien het feit dat er 650.000 werklozen zijn ook maar één baan kosten? 

De heer Groot (PvdA):

Wij vervallen in herhaling. Deze discussie is ook in voorgaande termijnen gevoerd. Wij hebben het met regelmaat ook moeilijk gevonden hoe het CPB maatregelen beoordeelt. Dit zijn de spelregels en wij hebben ons daaraan te houden. Ik geloof inderdaad dat alle maatregelen die wij sinds de jaren negentig hebben genomen om de arbeidsparticipatie, ook van niet-werkende partners, te bevorderen, heel veel effect hebben gehad. 

De heer Bashir (SP):

Ik vind dat de heer Dijkgraaf wel een punt heeft. Het Centraal Planbureau heeft het een en ander nagerekend, maar niet hetgeen hier is ingediend. Je kunt daar wel over debatteren, maar je debatteert dan niet over het amendement, maar over iets anders. 

Ik heb een andere vraag. De heer Groot zei dat de PvdA-fractie bereid was om ver te gaan. 

De heer Groot (PvdA):

Zeker. 

De heer Bashir (SP):

Was de PvdA-fractie ook bereid om richting het voorstel van de SP te bewegen? Het voorstel om de hoogste inkomens geen €1.000 belastingvoordeel te geven, maar het geld aan iedereen te geven, dus ook aan niet-werkende gepensioneerden en mensen met een laag inkomen. 

De heer Groot (PvdA):

Het belangrijkste punt dat de SP steeds naar voren heeft gebracht, is de verlenging van de derde schijf. Ik kijk naar de staatssecretaris of hij kan bevestigen dat als je gewoon naar de verdeling van de bruto inkomens kijkt, juist bij die groep waarvoor de derde schijf wordt verlengd, de inkomensvooruitgang het minst groot is. De verlenging van de derde schijf diende met name voor de compensatie van de afbouw van de algemene heffingskorting en de arbeidskorting. Ik denk dat de maatregel om die derde schijf te verlengen heel terecht genomen is. Ik denk dat de je de verdeling uit balans zou brengen door de derde schijf niet te verlengen. 

De heer Bashir (SP):

Samenvattend begrijp ik dus dat de PvdA-fractie heeft gekeken naar alle voorstellen die langskwamen. De PvdA was bereid om ver te gaan, maar het voorstel om iets te doen voor de lage inkomens, de niet-werkenden en de ouderen was voor het PvdA-fractie onbespreekbaar, omdat hetgeen wat nu gebeurt een compensatie is voor de allerhoogste inkomens. 

De heer Groot (PvdA):

Het uitgangspunt van deze belastingherziening was dat het min of meer inkomensneutraal zou gebeuren. De uiteindelijke uitkomst laat dat ook ongeveer zien. Er is wel een accentverschil, want lage en middeninkomens gaan er procentueel wat meer op vooruit dan hoge inkomens. Ik denk dat we blij kunnen zijn met dat resultaat, want dat zijn de groepen die de laatste jaren de hardste klappen hebben gekregen. Denk aan de politieagent en de wijkverpleegster. Met name zij profiteren van deze belastingverlaging. 

We hebben er alles aan gedaan om een akkoord het bereiken. De staatssecretaris deed zelfs nog meer dan dat; waarvoor dank. Maar de verdeeldheid onder de oppositiepartijen bleek gewoon te groot. Is het hele debat dan voor niets geweest? Nee. Het goede nieuws van dit lange debat is dat op basis van de wensen van de oppositiepartijen die wij hebben gehoord, een pakket maatregelen valt samen te stellen dat het Belastingplan verbetert. Dat heeft het kabinet dan ook gedaan. Ik wijs op de 100 miljoen meer kinderbijslag en de 100 miljoen meer voor kinderopvang. Ook noem ik de reparatie voor de kosten van ouders met gehandicapte kinderen. Zij krijgen er €600 bij. De reparatie van de koopkracht van ouderen wordt deels structureel. Er is sprake van een heel pakket vergroening. Lokale opwekking van elektriciteit wordt eindelijk echt aantrekkelijk. Er komt meer geld voor de Energie-investeringsaftrek. Er komen lagere werkgeverspremies op arbeid. Kortom, er ligt een heel pakket op basis van de wensen die we de afgelopen 38 uur in dit debat hebben gehoord. Het Belastingplan is dankzij het debat groener en socialer geworden, zonder dat dit ten koste gaat van het aantal extra banen. Dat zou ook D66 tevreden moeten stellen. 

Er is veel gesproken over de belastinghervorming als een gemiste kans. Een gemiste kans die wat mij betreft de tol is die we betalen voor een verdeelde Tweede en Eerste Kamer. Het zou een nog grotere gemiste kans zijn als we burgers de kans op meer koopkracht en meer banen ontnemen, enkel en alleen omdat alle partijen wel bijna hun zin krijgen, maar niet helemaal. De Partij van de Arbeid hoopt en rekent er, met 17 miljoen Nederlanders, op dat het zover niet hoeft te komen. 

Mevrouw Schouten (ChristenUnie):

Ik heb de heer Groot een aantal keer horen zeggen dat de schuld voor het feit dat er nu geen plan is, ligt in de verdeeldheid van de oppositie. Onderkent de heer Groot dat er voorstellen hebben gelegen waarmee de coalitie vier partijen met zich mee kon krijgen, te weten CDA, ChristenUnie, SGP en zelfs de SP, hetgeen voldoende zetels zou opleveren in de Eerste Kamer? Erkent hij dat het probleem dus niet bij een verdeelde oppositie ligt, maar bij een onwillige coalitie? 

De heer Groot (PvdA):

Daarover heb ik in het begin van mijn betoog iets gezegd. We waren tot veel aanpassingen bereid. We zijn echter niet bereid om een amendement te steunen dat de volledige banenwinst van 5 miljard lastenverlichting helemaal teniet zou doen. Daarbij zijn de doorrekeningen die het Centraal Planbureau doorgeeft leidend. 

Mevrouw Schouten (ChristenUnie):

Dat bevestigt dus mijn stelling: dit Belastingplan dreigt niet te gaan sneuvelen door een verdeelde oppositie, maar door een onwillige coalitie. 

De heer Groot (PvdA):

Het gaat om voorstellen die de hele banenwinst tenietdoen. De staatssecretaris is daar heel helder over geweest. Zover willen wij niet gaan. Dat zou ook niet kunnen, want dat zou helemaal geen recht doen aan het uitgangspunt waarmee we aan deze belastingherziening begonnen zijn. 

De heer Grashoff (GroenLinks):

Langs de kant van vergroening en meer werk lagen er ook uitstekende kansen. Daarover heeft de heer Groot een aantal keer in het debat dingen gezegd als "ik luister goed" en "ik ben bereid om mee te bewegen", maar we moeten toch constateren dat dit buitengewoon mager is. Ik heb tijdens het debat een paar keer geprobeerd om de heer Groot uit te dagen. Wat vindt hij bijvoorbeeld van de voorstellen over energiebelasting voor grootverbruikers? 

De voorzitter:

En wat is uw vraag? 

De heer Grashoff (GroenLinks):

Ik vraag het daarom nog een keer. Waarom gaat de heer Groot niet mee in die lijn? 

De heer Groot (PvdA):

Het gaat om het vinden van een goed evenwicht, zodat je de kans maximaliseert dat dit Belastingplan twee Kamers passeert. Alleen steun van GroenLinks is daarvoor onvoldoende. Dat gezegd hebbende, denk ik dat er betekenisvolle stappen richting vergroening zijn gezet ten opzichte van wat er lag. De heer Weyenberg en ook de heer Grashoff vroegen om een substantiële schuif conform de benadering van Onderzoeksbureau CE Delft. Wij maken elektriciteit substantieel goedkoper en gas duurder. Daarmee sparen wij de gasbel in de Groningen. Wij maken lokale opwekking van elektriciteit aantrekkelijker en wij gaan zelfs iets doen voor laadpalen. Dat heeft D66 al met al weten binnen te halen. Dat is het resultaat van de inbreng van D66 in dit geheel. 

De voorzitter:

Tot slot, mijnheer Grashoff. 

De heer Grashoff (GroenLinks):

Volgens mij rekent de heer Groot in deze kwestie op een wonderlijke manier. Als je alle partijen die zich hebben uitgesproken voor vergroening en overigens ook voor meer werk — ik dacht de Partij van de Arbeid voor meer werk was — bij elkaar optelt, zou het wetvoorstel hier en aan de overkant een ruimschootse meerderheid halen. 

De heer Groot (PvdA):

Wij gaan er nog steeds vanuit dat dit een redelijk pakket is, gezien alle wensen die er leefden. Het levert banen op en vergroent ook. Bovendien komt het tegemoet aan de diverse wensen. Wij beseffen dat wij geen meerderheid hebben in de Eerste Kamer en daarom doen wij een beroep op het gezonde verstand van alle andere partijen die dit mogelijk moeten maken. Meer kun je niet doen. 

De heer Van Weyenberg (D66):

Ik constateer dat de teleurstelling bij de heer Groot blijkbaar nog zo groot is dat hij de ene na de andere jij-bak nodig heeft; maar goed. De heer Groot heeft echter gelijk. D66 heeft qua vergroening tot nu toe heel weinig binnengehaald, namelijk de postcoderoos, iets met de gas- en elektratarieven en … 

De heer Groot (PvdA):

De postcoderoos … 

De heer Van Weyenberg (D66):

Was ik aan het woord of was u aan het woord? 

De voorzitter:

Mijnheer Van Weyenberg, u was aan het woord. Ik werd even afgeleid en daar maakte de heer Groot gebruik van. 

De heer Van Weyenberg (D66):

Dank u wel, voorzitter. Ja, de postcoderoos is er naar aanleiding van een amendement van een aantal partijen. Er is inderdaad iets met laadpalen. Dat is prima; hartstikke mooi. Ook gebeurt er iets met gas en elektra. Nu zijn er allerlei andere plannen om te vergroenen, want vergroenen is goed voor het milieu, maar met die plannen wordt ook de last op arbeid verlaagd; meer banen dus. De heer Groot was net kritisch op partijen wier plannen haaks staan op die ambitie. Dit zijn concrete voorstellen van D66 en andere partijen die leiden tot meer vergroening en meer werk. Dan moet de heer Groot mij toch eens uitleggen wat de Partij van de Arbeid daartegen heeft. 

De heer Groot (PvdA):

De Partij van de Arbeid heeft uiteraard niets tegen vergroening, maar nogmaals, het gaat om een balans. Het gaat om wat mogelijk is. In ons verkiezingsprogramma staat de invoering van de Maut, maar andere partijen zijn daar heel erg tegen. Met die verschillende wensen heb je rekening te houden. Binnen die randvoorwaarden zeg ik nog steeds dat wij substantiële stappen hebben gezet naar verdere vergroening ten opzichte van het Belastingplan dat er oorspronkelijk lag: lokale opwekking van energie, de postcoderoos en de betekenisvolle schuif van gas naar elektriciteit. 

De heer Van Weyenberg (D66):

Eigenlijk is de heer Groot hiermee heel eerlijk. Het ligt dus inderdaad helemaal niet aan een verdeelde oppositie, maar aan een totaal verdeelde coalitie. 

De heer Groot (PvdA):

Deze woorden zijn voor rekening van de heer Van Weyenberg. Ik denk dat wij op deze manier een evenwichtig pakket hebben. 

De voorzitter:

Ik druk u op het volgende op het hart. Wij hebben rekening gehouden met een korte heropening. Ik heb toevallig een deel van de behandeling van het Belastingplan voorgezeten. Ik hoor heel veel herhalingen. U hebt 35 uur met elkaar gedebatteerd. Ik zou niet weten hoe u binnen een halfuur tot een ander voorstel zou kunnen komen. Ik doe het dringende beroep op u allen om echt kort te interrumperen; één vraag dus. Anders ga ik heel vervelend worden als voorzitter. 

De heer Van Weyenberg (D66):

Voorzitter, dat vind ik prima, maar de heer Groot neemt hier andere partijen de maat. Hij kijkt naar andere partijen, in plaats van naar het falen van het kabinet en de coalitie. U kunt het dan niet gek vinden dat oppositiepartijen daarop reageren. 

De voorzitter:

U hebt alle gelegenheid gekregen om daar iets op terug te zeggen. 

De heer Omtzigt (CDA):

Ik heb een vraag voor de Partij van de Arbeid. De heer Groot kan goed tellen in de Eerste Kamer. Als de partijen doen wat ze hier zeggen, is er op dit moment geen meerderheid voor het Belastingplan. We hebben geen aanleiding om te denken dat ze dat niet zullen doen, zeker met het oog op de verhoudingen die alleen maar slechter worden in dit debat. Wat is dan de route van de Partij van de Arbeid om ervoor te zorgen dat er alsnog een belastingplan door de Kamers komt dat op voldoende draagvlak in zowel de Tweede als de Eerste Kamer kan rekenen? Of gaan we erop gokken dat we zonder belastingplan komen te zitten? 

De heer Groot (PvdA):

Die vraag kan ik niet zo een-twee-drie beantwoorden. Ik denk dat die ook vooral bij het kabinet ligt. In dat geval is het kabinet aan zet, zoals het kabinet ook de laatste weken vooral aan zet is geweest. Ik vind het wel een goede vraag, maar ik verwijs de heer Omtzigt hiervoor door naar de staatssecretaris. 

De heer Klein (Klein):

Voorzitter. Nederland is toe aan een grondige herziening van het belastingstelsel. Een herziening kost geld. Er is nu 5 miljard "beschikbaar" dat als strooigoed verdeeld wordt over Nederland, zonder echter een broodnodige, grondige herziening van dat belastingstelsel. Een fundamentele wijziging die wij hadden voorgesteld om de onrechtvaardige erfbelasting af te schaffen, lijkt het niet te halen. Dat betekent dat we nu te maken hebben met weggegooid geld op korte termijn. Het is eigenlijk tijd voor vrijzinnig denken. Daarom heb ik andere voorstellen gedaan om de grootste eigenaardigheden uit het voorliggende voorstel te halen. 

Het gerommel tussen de coalitie en de verschillende oppositiepartijen maakt het beeld er echter niet geloofwaardiger op. Het is eigenlijk heel jammer. Het laatste bod in de vierde nota van wijziging kan ook nog eens als onevenwichtig beschouwd worden. Er wordt niets opgelost. Er komen geen banen, geen hervormingen en geen echte koopkrachtverbeteringen voor eenverdieners en gepensioneerden. Het geld kan volgens ons, als onafhankelijke fractie, daarom deels beter ingezet worden om de staatsschuld te verlagen. Dat levert winst op in de vorm van een betere financiële positie, ruimte voor vrijzinnige hervormingen in de toekomst en lagere rentelasten die we kunnen inzetten voor een evenwichtiger koopkrachtbeeld. 

Lagere lasten bij gemeenten kunnen ook winst opleveren. Het schrappen van de opschalingskorting bij de gemeenten kost 975 miljoen. Dit rudiment uit de gatenkaas die het regeerakkoord inmiddels is, moet weg. Er wordt namelijk niets opgeschaald bij de gemeenten, er wordt wel gekort en gemeenten worden gedwongen om de lasten voor de burger te verhogen met de ozb. Daarom dien ik daarover nu de volgende motie in. 

Motie

De Kamer, 

gehoord de beraadslaging, 

constaterende dat het kabinet eerder al een opschalingskorting heeft ingeboekt met het idee dat gemeenten verplicht zouden moeten fuseren en dat dit tot 2025 975 miljoen zou opleveren; 

overwegende dat het kabinet twee jaar geleden heeft afgezien van het streven naar opschaling van gemeenten naar 100.000+, zonder deze structurele korting echter te schrappen; 

overwegende dat het kabinet nu 5 miljard euro extra beschikbaar stelt waarmee men deze korting dus zou kunnen afdekken; 

verzoekt de regering, af te zien van de opschalingskorting voor gemeenten, 

en gaat over tot de orde van de dag. 

De voorzitter:

Deze motie is voorgesteld door het lid Klein. Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund. 

Zij krijgt nr. 88 (34302). 

De heer Klein (Klein):

Ik rond af. De onafhankelijke Tweede Kamerfractie Klein wijst dit Belastingplan af. Het ziet ernaar uit dat ook de Eerste Kamer dit zal doen, maar met de politiek weet je het maar nooit. 

De heer Grashoff (GroenLinks):

Voorzitter. Wat nu voorligt, met de vierde nota van wijziging erbij opgeteld, kan wat onze fractie betreft de toets der kritiek niet doorstaan. Er gebeurt te weinig met de essentiële punten die we hebben aangedragen. Eén ding kan onze fractie in ieder geval niet ontzegd worden, namelijk dat zij kraakhelder was in wat zij wilde en waar zij voor stond. Daar wordt niet, ook niet voor de helft, aan voldaan. Ook GroenLinks is, met vier zetels in de Kamer, weleens bereid om met minder dan het hele gelijk genoegen te nemen, maar dit is toch echt ruim een onsje te weinig. Het begint echt het karakter te krijgen van windowdressing. Er zijn een paar leuke dingetjes, maar deze coalitie durft de echte essentie niet aan te pakken. 

Na het enorm lange debat met al die termijnen kan ik toch niet anders dan constateren dat de regering en deze coalitie een schokkend gebrek aan regie op het proces hebben getoond. Het lijkt erop dat ik daarbij mijn pijlen moet richten op deze staatssecretaris in vak-K, maar dat zou onterecht zijn. We moeten vaststellen dat dit omvangrijke en gewichtige Belastingplan een belangrijke prioriteit was voor het kabinet als geheel, maar desondanks hebben we onze minister-president alleen in de media gehoord. Hij heeft geen rol gespeeld in het actief bij elkaar brengen van partijen. Hij heeft niet geprobeerd om de regie over dit belangrijke onderwerp in handen te nemen. Dat is niet goed. 

Woensdagavond moesten we aan het einde van het debat horen dat de staatssecretaris een cruciaal amendement, dat leek op een akkoord met de christelijke partijen, naar de prullenbak moest verwijzen. Dat was overigens volstrekt terecht. Dan kan ik niet anders dan vaststellen dat er bij de hele aanpak sprake is geweest van een volstrekt gebrek aan regie. Ik verwijt dat de coalitie en de regering in den brede. Het is niet zo dat partijen overvragen, maar zij vragen wel datgene wat zij willen. Het is aan deze coalitie, dit kabinet, om daarin te kiezen. Je kunt over twee kanten gaan, maar je kunt niet van beide kanten een klein beetje nemen. Dan houd je namelijk uiteindelijk geen vrienden over. Het lijkt erop dat elke partij waarmee serieus is gesproken, uiteindelijk min of meer gefrustreerd van tafel is vertrokken, ongeacht of het ging in de richting van meer werk en meer vergroening of in de richting van het contenteren van eenverdieners. 

Het kabinet speelt hoog spel. Het is hoog spel om te vragen wie 5 miljard lastenverlichting voor de burger naar de prullenbak durft te verwijzen. Laat duidelijk zijn dat mijn fractie daar geen enkele moeite mee heeft. Wij zijn niet de partij van de lastenverlichting, maar wel die van de vergroening en de werkgelegenheid. Wij dienen de volgende motie in. 

Motie

De Kamer, 

gehoord de beraadslaging, 

overwegende dat vergroening thans in het Belastingplan 2016 ruim onvoldoende tot stand is gekomen; 

overwegende dat voor het behalen van de benodigde 15 megaton extra CO2-reductie om aan de uitspraak van de Urgendazaak en de motie-Klaver c.s. (34300, nr. 24) te voldoen, nadere fiscale maatregelen nodig zullen zijn; 

verzoekt de regering om voor 1 april 2016 een aanvullend pakket fiscale en andere maatregelen aan de Kamer voor te leggen waarmee die extra 15 megaton CO2-reductie wordt behaald, en dit plan door een onafhankelijk bureau te laten doorrekenen; 

verzoekt de regering voorts om de benodigde extra fiscale maatregelen uit dit pakket op te nemen in het Belastingplan 2017, 

en gaat over tot de orde van de dag. 

De voorzitter:

Deze motie is voorgesteld door het lid Grashoff. Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund. 

Zij krijgt nr. 89 (34302). 

De heer Groot (PvdA):

Ik kan mij voorstellen dat GroenLinks ontevreden is met het pakket vergroening. Er is wel een stap gezet, maar GroenLinks is het aan haar stand verplicht om altijd meer te vragen. Ik snap dat hier het betere de vijand van het goede is. Maar er zitten ook nog een paar andere dingen in het Belastingplan en daar is een collega van de heer Grashoff heel druk mee geweest. Het gaat dan om belastingontwijking en gelijker verdelen van vermogens. Er zit ook een box 3-voorstel in het Belastingplan en allerlei maatregelen tegen belastingontwijking. Realiseert GroenLinks zich dat zij ook dat moet meenemen bij haar afweging over het geheel aan belastingwetten dat nu voorligt? 

De heer Grashoff (GroenLinks):

Dat realiseren wij ons zeer. Het is dan ook niet met plezier of met welk genoegen dan ook dat wij aankoersen op een tegenstem bij het Belastingplan. Het komt er echter op neer dat het evenwicht in dit Belastingplan niet is gevonden en dat deze coalitie en deze regering ervoor verantwoordelijk zijn dat dit niet is bereikt waar dat wel binnen handbereik lag. 

Mevrouw Neppérus (VVD):

Voorzitter. Na jaren van bezuinigen kwam er met Prinsjesdag van het kabinet een belastingplan waarin ruimte was, waarin extra banen zaten, 35.000, plus een stuk verlichting van belastingen. Eindelijk, dacht ik, en dat denken een heleboel mensen in dit land. Eindelijk lastenverlichting en meer banen. Toen kwamen de debatten. Als woordvoerders belastingen nemen wij daar altijd de tijd voor, maar dat mag, want het is de hele inkomstenkant van de overheid. Toen bleek dat er andere wensen waren en dat de plannen aangepast moesten worden. Wij hebben toen geluisterd. Het kabinet heeft ook geluisterd en per saldo is er een aantal dingen uit gehaald. Er is alsnog meer uitgetrokken voor de kinderbijslag, de kinderopvangtoeslag, de ouderentoeslag en ook een stuk vergroening. Is vergroening nu het eerste waar een woordvoerder van de VVD op zit te wachten? Nee, maar wij zeggen wel dat het belang van een belastingplan, juist met banen en lastenverlichting, voor ons essentieel is. 

In het Belastingplan gingen, ook na de nota van wijziging, gewone huishoudens erop vooruit. Nu partijen dreigen tegen te stemmen, hoor ik graag van de staatssecretaris wat de gevolgen zijn als het Belastingplan niet zou worden aangenomen. Wat betekent dat voor banen en voor de inkomenspositie van huishoudens? Dat is immers echt essentieel. In het Belastingplan ging iedereen er licht, maar sommigen wat meer, op vooruit. Eindelijk! 

De voorzitter:

Bent u klaar met uw betoog, mevrouw Neppérus? 

Mevrouw Neppérus (VVD):

Ik zie de heer Van Weyenberg nu voor de interruptiemicrofoon staan, dus ik dacht … 

De voorzitter:

Ja, die zag ik ook, maar als u toch bijna klaar bent met uw betoog dan geef ik u de gelegenheid dat nu af te ronden. 

Mevrouw Neppérus (VVD):

Goed. Ook al zitten er nu elementen in het Belastingplan die bepaald niet onze eerste keuze zijn, het belang van de lastenverlichting en de extra banen is voor ons essentieel. Mijn vraag aan de staatssecretaris is dan ook wat het niet doorgaan ervan betekent voor de verschillende typen huishoudens qua inkomen, voor de banen en voor de uitvoering door de overheid en de Belastingdienst. 

De heer Van Weyenberg (D66):

Maak dan een beter plan dat wel gedragen wordt, zou mijn reactie dan zijn. Maar mijn vraag gaat over iets anders. Kan mevrouw Neppérus zeggen hoeveel extra banen de nota van wijziging oplevert? 

Mevrouw Neppérus (VVD):

De vergroening zit er er heel helder in. Dat is niet onze eerste keuze, maar de vergroening zit er gewoon in. Wellicht kan de staatssecretaris ook de gevolgen hiervan voor de banen aangeven. Die vergroening zit er dus meer dan voldoende in. Wat anderen echter willen, is nog meer vergroenen en nul banen. En dat vind ik jammer. 

De heer Van Weyenberg (D66):

Dat is natuurlijk een heel gek antwoord. Mijn vraag was hoeveel extra banen die nota van wijziging oplevert. Het eerlijke antwoord is nul en misschien zelfs wel een klein beetje min. Waarom geeft mevrouw Neppérus dat niet gewoon toe? 

Mevrouw Neppérus (VVD):

Het zijn nog altijd 35.000 banen. Wij vinden het wezenlijk dat die 35.000 banen er komen. Dat heb ik de afgelopen 36 uur ook al gezegd en ik zal dat blijven herhalen. Wij zijn er gewoon trots op dat die er komen. Nog meer extra banen zijn nu niet meer aan de orde, maar wij hebben een aantal dingen gedaan om partijen tegemoet te komen. De kern blijft in ieder geval fier overeind staan. 

De heer Tony van Dijck (PVV):

35.000 banen voor 5 miljard is natuurlijk een lachertje. Dat is €170.000 per baan. Dat zou dan het resultaat zijn. Daar gaat mijn vraag overigens niet over. Mijn vraag aan mevrouw Neppérus is: is dit nog een werkbare situatie? De VVD heeft zo veel water bij de wijn gedaan en bij de laatste wijziging weer een kwak water. Die wijn die smaakt allang niet meer. Is de VVD het niet spuugzat om door te modderen met dit kabinet terwijl er hier een motie van wantrouwen ligt tegen een lastenverlichting van 5 miljard die een meerderheid haalt in de Eerste Kamer? Wat zegt dat? 

Mevrouw Neppérus (VVD):

Ik heb al van veel moties van wantrouwen van de partij van de heer Van Dijck gehoord. Dus wij wachten dat af. Wij als VVD vinden het essentieel dat er nu een lastenverlichting komt ten bedrage van 5 miljard plus 35.000 extra banen. Dat is essentieel voor Nederland en daar zijn wij trots op. Wij willen dan ook dat dit doorgaat. Dit kabinet heeft eraan gewerkt, gelukkig vaak met steun van anderen, dat het land er weer bovenop komt. Laten we dan nu zorgen voor extra banen en lastenverlichting. 

De heer Tony van Dijck (PVV):

Ik vroeg mevrouw Neppérus of dit nog wel een werkbare situatie is. Als zelfs een plan van 5 miljard en 35.000 banen wordt weggestemd door een meerderheid in de Eerste Kamer, dan betekent dit dat de meerderheid in de Eerste Kamer dit kabinet niet meer ziet zitten en dat dit kabinet naar huis moet en eigenlijk zijn conclusie moet trekken. Dat is het signaal. Is mevrouw Neppérus dat met mij eens? 

Mevrouw Neppérus (VVD):

Dat ben ik niet, want ik hoor de heer Van Dijck of zijn partijgenoten ongeveer elke week praten over het wegsturen van het kabinet. Dat is ieders recht want we leven in een democratie, maar ons gaat het om extra banen en lastenverlichting. Daar blijven wij als VVD, ook na vandaag, voor gaan. 

De voorzitter:

Dan geef ik het woord aan de heer Dijkgraaf van de SGP-fractie. Nee, nee, dat moet zijn de heer Van Dijck van de PVV-fractie. Oh, toch niet? Dan is alsnog het woord aan de heer Dijkgraaf. 

De heer Dijkgraaf (SGP):

Ja, voorzitter, ik had inderdaad een ander lijstje voor me. 

De voorzitter:

Ik ook. 

De heer Dijkgraaf (SGP):

Dus ik dacht dat er nog andere sprekers voor mij waren. 

Voorzitter. Na 35 uur debat is er veel verdeeldheid. Er is echter hoop, namelijk een eensgezind deel van de oppositie. Er is maar een clubje dat wel bij elkaar zit, te weten CDA, ChristenUnie en SGP, met in totaal zeventien zetels. Ze hebben een duidelijk voorstel. Ten eerste: verhoog de kinderbijslag. Ten tweede: help chronisch zieken. Ten derde: verhoog de overdraagbare heffingskorting voor eenverdieners. En met dat laatste doet de SP ook mee. Dan is er een meerderheid in de Eerste Kamer. Na alle debatten en discussies die we gevoerd hebben, zeg ik tegen het kabinet en de coalitie: dat geldt nog steeds. Morgen zijn de stemmingen. Als deze amendementen worden aangenomen, zullen wij voor het Belastingplan stemmen. 

De verkleining van de kloof tussen eenverdieners en tweeverdieners is voor ons cruciaal; dat kan niemand ontgaan zijn. Nog steeds — we hebben nog niet gestemd — zijn alternatieven voor ons bespreekbaar. Wij blijven constructief. Het hoeft geen overdraagbare algemene heffingskorting te zijn. Het mag ook een overdraagbare inkomensafhankelijke combinatiekorting of een overdraagbare arbeidskorting zijn. Wij zijn constructief en denken graag mee over de instrumenten. Misschien is er nog wel een deal te sluiten met de fractie van D66. Als de fractieleden van D66 ook meedoen, verhogen zij de korting en maken wij haar overdraagbaar; dan komen we iedereen tegemoet. Voor ons is één ding essentieel, namelijk dat die kloof, die opnieuw veel groter wordt, eindelijk eens kleiner wordt. 

De voorzitter:

Bent u klaar met uw betoog, mijnheer Dijkgraaf? 

De heer Dijkgraaf (SGP):

Nee. Zal ik mijn betoog vervolgen? 

De voorzitter:

Ik zie dat de heer Van Weyenberg wil interrumperen. Heel kort dan, één vraag graag, zonder vervolgvraag. 

De heer Van Weyenberg (D66):

Voorzitter, dit debat is heropend. Het kabinet is een half miljard euro aan het vertimmeren. Ik wil slechts tegen de heer Dijkgraaf zeggen dat ik het deel van zijn betoog over het verhogen van de combinatiekorting echt een stap vooruit vind in het debat. Daar ben ik hem erkentelijk voor. 

De voorzitter:

Kijk, u kunt het wel. 

De heer Dijkgraaf (SGP):

Kijk, nu gaan we elkaar vinden. Nu heeft de D66-fractie ingestemd met die verhoging. Als zij nu ook instemt met de overdraagbaarheid, zijn we er. Doe het! U hebt nog één mogelijkheid. 

De voorzitter:

Wat is uw antwoord? 

De heer Van Weyenberg (D66):

Het is bijna onmogelijk om nee te zeggen tegen de heer Dijkgraaf, maar op dit punt kiezen wij een andere route. Dat weet de heer Dijkgraaf. De heer Dijkgraaf is met drie andere partijen bezig om het kabinet te verleiden. Het is helder dat de D66-fractie om emancipatoire redenen niet kiest voor die route. De heer Dijkgraaf pleit hier echter met passie voor en daar heb ik altijd respect voor. 

De heer Dijkgraaf (SGP):

Wat jammer dat D66 in de 20ste-eeuwse politiek blijft steken. 

Het kabinet zegt dat het banen kost. Dit argument heeft een centrale rol gespeeld in het debat. Als het in werkelijkheid banen zou kosten, zou ik dit argument heel goed begrijpen. We moeten immers banen hebben; de werkloosheid moet naar beneden. Weet u wat ik het trieste vind? Als ons amendement over de eenverdieners, over de overdraagbaarheid, wordt aangenomen, stijgt de werkloosheid de komende jaren niet, maar daalt zij. Lees maar wat de onderzoeker van het Centraal Planbureau schrijft. Op de korte termijn is namelijk niet het arbeidsaanbod effectbepalend voor de werkgelegenheid, maar het bestedingseffect. Wij veranderen het bestedingseffect niet; het arbeidsaanbod daalt iets, dus de werkloosheid daalt. Op de lange termijn, zo zou je kunnen zeggen, wordt de werkgelegenheid bepaald door de overdraagbare heffingskorting, als die er zou zijn, maar aan het basispad verandert helemaal niets. Lees het voorstel nog maar eens goed, zou ik tegen de staatssecretaris zeggen. In werkelijkheid kan dit amendement dus geen enkele impact hebben op de werkgelegenheid op de lange termijn. 

Ik moet dus constateren dat de coalitie 5 miljard aan lastenverlichting laat liggen vanwege een foutieve interpretatie van de doorrekening van het CBP. Ik heb geen enkele kritiek op het CBP; het is een prima stuk, opgesteld volgens zijn spelregels. Onze spelregels betreffen de wijze waarop wij dit soort studies interpreteren. Het is duidelijk dat de doorrekening gebaseerd is op een jaarlijkse herhaling van hetgeen in het amendement wordt voorgesteld, waarvan iedereen in de Kamer weet dat dit in de praktijk nooit zal plaatsvinden. Dan moet de coalitie inderdaad maar kiezen: laat zij die 5 miljard lopen, ja of nee? 

Mevrouw Schouten (ChristenUnie):

Voorzitter. Het is al een aantal keer gezegd: wat heeft 35 uur aan debat opgeleverd? Ik constateer dat wij elkaar hier nu allemaal aan het bevechten zijn. Allerlei partijen wijzen naar elkaar. Zelf heb ik daaraan ook meegedaan, dus ik zal mijzelf daarvan niet vrijpleiten. Wat is er allemaal gebeurd? Laat ik alleen voor onszelf, voor mijn fractie, spreken. Wij hebben al ruim een jaar geleden aangegeven waar de belastingherziening volgens ons om zou moeten gaan. Wij willen een rechtvaardig stelsel. Daarin hebben wij steeds drie elementen genoemd: de chronisch zieken en gehandicapten, de eenverdieners en vergroening. 

Met het plan dat het kabinet afgelopen vrijdag naar buiten heeft gebracht zijn twee van de drie punten gesneuveld. Er komt een tegemoetkoming van 3 miljoen voor ouders met een gehandicapt kind. Dat vind ik mooi, maar op een pakket van 5 miljard is dat natuurlijk totaal niets. Op het punt van de kloof tussen een- en tweeverdieners is er ook niets gebeurd. Er is alleen een gebaar gekomen richting de kinderbijslag dat wij op zich waarderen, maar dat helemaal niets doet aan die kloof. Op het punt van vergroening onderken ik dat er wel een aantal zaken is geregeld. Daarvoor dank ik de staatssecretaris. 

Ik constateer echter ook dat het kabinet zich vooral door berekeningen heeft laten leiden en niet door het zoeken naar draagvlak in deze Kamer voor een lastenverlichting van 5 miljard. De staatssecretaris zei vandaag nog: het lijkt onmogelijk om meerderheden te vinden die zich van tevoren aftekenen. Hij zei ook: ik hoef maar een vin te verroeren om iemand tegemoet te komen, of ik verlies iemand anders. Hij had het daarbij ook over de oppositie. Ik heb het net al in een interruptie aangeven: er heeft een plan op tafel gelegen, en dat ligt er nog steeds, van CDA, ChristenUnie en SGP waarmee de zeventien benodigde zetels in de Eerste Kamer zeker gesteld kunnen worden. De Eerste Kamer heeft daar zelf ook in meerderheid om gevraagd. Het is niet alleen een wens vanuit hier. De staatssecretaris gaat ook daar straks een moeilijk debat tegemoet, want daar ligt een aangenomen motie waarin staat dat de kloof tussen een- en tweeverdieners moet worden verkleind. 

Het kabinet heeft een keuze gemaakt. De coalitie heeft een keuze gemaakt. Wij zeggen het nog één keer. De stemmingen zijn nog niet geweest, het kan nog steeds. Er liggen hier plannen waarmee in ieder geval de steun van een aantal partijen kan worden verzekerd, partijen die een meerderheid vormen in de Eerste Kamer. Ik ga ervan uit dat de coalitie zich nog bedenkt en dat zij nog nadenkt over wat zij nu aan het verspelen is; niet omdat wij per se een politieke winst willen boeken, maar juist voor al die mensen in het land die inderdaad ook wel snakken naar een lastenverlichting. 

De algemene beraadslaging wordt geschorst. 

De vergadering wordt van 17.14 uur tot 17.24 uur geschorst.