Handeling

Datum publicatieOrganisatieVergaderjaarVergadernummerDatum vergadering
Tweede Kamer der Staten-Generaal2018-2019nr. 19, item 26

26 Invest-NL

Aan de orde is het VAO Invest-NL (AO d.d. 06/09).

De voorzitter:

Aan de orde is het VAO Invest-NL. Ik heet de minister van Economische Zaken en Klimaat van harte welkom. Ik heb begrepen dat de heer Sjoerdsma van iedereen toestemming heeft gekregen om vandaag als eerste te spreken. O, van de heer Graus niet, hoor ik, maar het zij zo: de meerderheid vindt het geen probleem. De heer Sjoerdsma.

De heer Sjoerdsma (D66):

Voorzitter, dank u. Maar ook dank aan alle collega's die mij in staat stellen om even als eerste te spreken. Dat houdt verband met een algemeen overleg Raad Algemene Zaken, waar ik eigenlijk nu al bij had moeten zijn. Ik dank ook de heer Graus voor zijn toestemming na het feit.

Ik heb één motie namens D66. Die lees ik kort voor.

Motie

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

overwegende dat met de oprichting van Invest-NL en de bijbehorende kapitaalstorting van 2,5 miljard euro geïnvesteerd kan worden in bedrijven en projecten die zich richten op grote transitievraagstukken;

overwegende dat Invest-NL zich ook specifiek ten doel stelt om start-ups en scale-ups te helpen met het aantrekken van risicokapitaal of door zelf deel te nemen in deze ondernemingen;

overwegende dat start-ups en scale-ups een complexe financieringsbehoefte en -opbouw hebben;

constaterende dat de regering voornemens is het wetsvoorstel in het eerste kwartaal van 2019 aan de Kamer toe te sturen;

constaterende dat in het conceptwetsvoorstel diverse bepalingen zijn opgenomen waardoor start-ups en scale-ups mogelijk worden uitgesloten van steun door Invest-NL;

verzoekt de regering om bij de uitwerking van het wetsvoorstel de mogelijkheid open te houden om met Invest-NL te kunnen investeren in hooginnovatieve bedrijven en projecten die niet per se een vooraf vastgesteld positief rendement kunnen overleggen bij hun aanvraag;

verzoekt de regering daarnaast om een verduidelijkende invulling te geven aan het begrip "financieel gezonde onderneming" en aan te geven hoe dit zich verhoudt tot het Europees staatssteunkader,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:

Deze motie is voorgesteld door de leden Sjoerdsma en Veldman. Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund.

Zij krijgt nr. 290 (28165).

Dank u wel.

De heer Sjoerdsma (D66):

Nogmaals, dank aan de collega's.

De voorzitter:

Dank. Nu is de volgorde een beetje overhoop gehaald. Dan ga ik nu naar de heer Van der Lee, toch? Ja. Namens GroenLinks, de heer Van der Lee.

De heer Van der Lee (GroenLinks):

Dank u wel, voorzitter. Mijn fractie ziet uit naar het definitieve wetsontwerp. We hebben dan vast alle tijd om daar diepgaand over te debatteren.

Maar op één punt had ik mijn zorgen in het algemeen overleg ook al geuit. Die zorg heb ik verwoord in een motie met daarin een bepaalde oproep aan het eind. De motie luidt als volgt.

Motie

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

overwegende dat Invest-NL tot doel heeft om bij te dragen aan de financiering van maatschappelijke transitieopgaven voor ondernemingen, daar waar de markt daar onvoldoende in voorziet;

overwegende dat het overwinnen van marktfalen of mismatches tussen vraag en aanbod van risicokapitaal van Invest-NL vereist dat het uitsluitend een additionele rol vervult, waarbij iedere investering waarschijnlijk een uniek risicoprofiel, innovatiebelofte, onderliggende businesscase en verwacht rendement over sterk wisselende tijdvakken zal kennen;

overwegende dat sturing op een vooraf vastgelegd kwantitatief rendementsdoel voor de hele Invest-NL-portefeuille tot een te knellend keurslijf kan leiden voor het echt goed op waarde schatten van dit type unieke investeringen;

verzoekt de regering dat de beoordeling van investeringen door Invest-NL echt op individuele projectbasis zal plaatsvinden, waarbij ook een projectspecifiek rendementsdoel wordt afgesproken dat inherent is aan de businesscase en daaraan verbonden risico's van het project,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:

Deze motie is voorgesteld door het lid Van der Lee. Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund.

Zij krijgt nr. 291 (28165).

De heer Van der Lee (GroenLinks):

Sorry dat het een beetje ingewikkeld klinkt, maar dat was echt nodig.

De voorzitter:

Dank u wel. Ik zag de minister wel ja knikken, dus die begreep de motie wel. Dat is belangrijk.

Dan de heer Amhaouch namens het CDA.

De heer Amhaouch (CDA):

Voorzitter. Ik zal proberen niet ingewikkeld te doen, maar dat is geen garantie.

Voorzitter. Het CDA vindt het belangrijk dat ook het mkb betrokken wordt bij Invest-NL, omdat Invest-NL van groot belang is voor het realiseren van die grote transitieopgave. We proefden dat de minister hier oog voor wil hebben, maar op welke manier bleef nog te onduidelijk. Daarom de volgende motie.

Motie

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat Invest-NL moet bijdragen aan het tot stand brengen van risicovolle projecten gericht op de grote maatschappelijke transities;

overwegende dat voor het realiseren voor de grote transitieopgaven het midden- en kleinbedrijf (het mkb) van groot belang is;

overwegende dat nog onduidelijkheid bestaat op welke manier het mkb de reële mogelijkheid krijgt om via Invest-NL hieraan bij te dragen;

verzoekt de regering om Invest-NL in de uitvoering en organisatie zo vorm te geven dat het mkb reële mogelijkheden krijgt om gebruik te maken van de kansen die Invest-NL biedt en in de memorie van toelichting van het wetsvoorstel duidelijkheid te verschaffen over welke mogelijkheden dat zijn,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:

Deze motie is voorgesteld door de leden Amhaouch en Veldman. Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund.

Zij krijgt nr. 292 (28165).

De heer Amhaouch (CDA):

Voorzitter. Het CDA ziet verder een flinke spanning tussen de zakelijke overwegingen en de brede missies van Invest-NL. Hoe wordt voorkomen dat investeringen niet van de grond gaan komen omdat zakelijke overwegingen te veel de doorslag geven? Het CDA ziet hierbij differentiatie van de revolverendheid als goede optie. Ziet de minister dat ook zo?

Het CDA vindt het ook van belang om er genoeg zicht op te kunnen hebben dat Invest-NL inderdaad doet wat het beoogt. Hoe houden we als Kamer deze controle en hoe meten we of dit slaagt? Wanneer is Invest-NL dus geslaagd? Krijgt de Rekenkamer nog een rol in dezen?

Verder is het CDA benieuwd hoe het staat met de uitwerking van de internationale component van Invest-Nederland, nu dit doel in een apart wetsvoorstel wordt geregeld.

De voorzitter:

Wordt de indiening van deze motie ... Had u een motie? Nee, hè? Ik ben helemaal geconditioneerd. Dank u wel, meneer Amhaouch.

De heer Moorlag, namens de PvdA.

De heer Moorlag (PvdA):

Dank u wel, voorzitter. De PvdA-fractie vindt het belangrijk dat ook sociale ondernemingen zo goed mogelijk toegang krijgen tot investeringskapitaal. Daarom dien ik de volgende motie in.

Motie

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

overwegende dat sociale ondernemingen veelal doelstellingen op onder meer het terrein van inclusiviteit en duurzaamheid nastreven en daarmee publieke belangen dienen;

overwegende dat uit het verkennend advies van de SER over sociale ondernemingen blijkt dat de toegang tot financiering voor sociale ondernemingen een knelpunt is;

verzoekt de regering te bevorderen dat Invest-NL gaat bijdragen aan betere toegang tot financiering voor sociale ondernemingen,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:

Deze motie is voorgesteld door het lid Moorlag. Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund.

Zij krijgt nr. 293 (28165).

De heer Moorlag (PvdA):

Voorzitter. Ik heb nog overwogen een motie in te dienen over de criteria die Invest-NL moet toepassen, bijvoorbeeld door bij de beoordeling van projecten criteria te gebruiken als de OESO-richtlijnen en de richtlijnen voor internationaal maatschappelijk verantwoord ondernemen. De minister heeft in het algemeen overleg gezegd dat dat terug zal komen in de wet, althans in de memorie van toelichting. Ik wacht dat met belangstelling af. Ik hoop dat het bij de behandeling van de wet dan verder niet hoeft te komen tot het indienen van amendementen.

De voorzitter:

Dank u wel, meneer Moorlag.

De heer Alkaya namens de SP, tot slot.

De heer Alkaya (SP):

Dank, voorzitter. Allereerst: ik deel met het CDA dat het belangrijk is — dat heeft het CDA net benadrukt — dat het midden- en kleinbedrijf meeprofiteert van deze investeringsinstelling. Vandaar mijn eerste motie, iets specifieker dan die van het CDA.

Motie

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat Invest-NL rechtstreeks zal kunnen investeren in ondernemingen;

voorts constaterende dat het kleinbedrijf nog steeds moeilijk aan bankfinanciering kan komen;

verzoekt de regering er zorg voor te dragen dat gezonde kleine bedrijven die worden afgewezen voor private financiering gemakkelijk bij Invest-NL een aanvraag kunnen doen,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:

Deze motie is voorgesteld door het lid Alkaya. Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund.

Zij krijgt nr. 294 (28165).

De heer Alkaya (SP):

Ik heb nog een tweede motie, voorzitter. In het AO hebben de heer Jetten en ik namelijk aandacht gevraagd voor de hoge beloning van de heer Wouter Bos, beoogd directeur van Invest-NL. Ik zal voor het gemak even de heer Jetten citeren. Hij zegt: "Op dit moment hebben we het over een kwartiermaker, die gewoon ambtenaar wordt van Economische Zaken. Ik vind het voor het beeld niet goed dat een kwartiermaker in dienst van het ministerie zo'n fors salaris krijgt. (...) Ik had het chiquer gevonden als de minister van Financiën en de minister van Economische Zaken tot een andere uitkomst waren gekomen." De heer Sjoerdsma zit hier helaas niet meer. Hij heeft de heer Jetten opgevolgd in deze commissie. Ik zal toch een uitspraak van de Kamer vragen met de volgende motie.

Motie

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat de heer Wouter Bos tot de statutaire oprichting van Invest-NL een tijdelijke ambtelijke aanstelling zal krijgen met een duur van maximaal tweeënhalf jaar;

constaterende dat hem voor die periode een vergoeding is beloofd die ruim boven zowel het bezoldigingsmaximum volgens de Wet normering topinkomens als het maximumsalaris volgens het Algemeen Rijksambtenarenreglement ligt;

verzoekt de regering de bezoldiging van de heer Wouter Bos gedurende zijn ambtelijke aanstelling te verlagen tot onder het niveau van een ministerssalaris,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:

Deze motie is voorgesteld door het lid Alkaya. Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund.

Zij krijgt nr. 295 (28165).

Ik zat na te denken over de naam van de heer Wouter Bos. Het is niet gebruikelijk om namen van personen in moties op te nemen, zeker niet van mensen die niet aan het debat deelnemen. Dat is mijn eerste opmerking. Ten tweede is het volgens mij een beoogde benoeming. Het is dus nog niet definitief. U mag wel de functie noemen.

De heer Alkaya (SP):

Ik kan toezeggen dat ik dat zal wijzigen, maar het is ook al in een brief aan de Kamer meegedeeld. De installatie van de heer Wouter Bos zal een dezer dagen plaatsvinden. De minister kan daar misschien een toelichting op geven. Maar dat zou in oktober zijn geweest.

De voorzitter:

Dank u wel.

Ik kijk even of de minister meteen kan antwoorden. Hij heeft nog niet alle moties in zijn bezit. Die worden nu gekopieerd en rondgedeeld. We wachten nog heel even op de laatste twee moties.

De moties zijn rondgedeeld. Ik geef het woord aan de minister.

Minister Wiebes:

Voorzitter. Ik behandel de moties en probeer tegelijkertijd de bijbehorende vragen te beantwoorden.

De motie van de heer Sjoerdsma op stuk nr. 290 krijgt van mij oordeel Kamer, waarbij ik zeg dat het wetsvoorstel ook uitdrukkelijk bedoeld kan zijn voor start-ups en scale-ups, maar natuurlijk wel met voldoende perspectief op rendement. We zullen daar in Europa in het kader van het staatssteunkader nog een gesprek over hebben. De motie krijgt dus oordeel Kamer.

De heer Van der Lee wil graag diepgaand met mij debatteren over het onderwerp van zijn motie op stuk nr. 291. Dat hebben wij al kort gedaan. We hebben elkaar, denk ik, wederzijds toegejubeld. Ik laat deze motie, waar ik het geheel mee eens ben, aan het oordeel van de Kamer.

Dan ben ik bij de motie van de heer Amhaouch op stuk nr. 292. Hij wil zeker stellen dat het mkb een reële mogelijkheid krijgt om gebruik te maken van de kansen die Invest-NL biedt, uiteraard binnen de focus en de doelstellingen van Invest-NL. Gezien het feit dat er een additionaliteittoets is, zou je zelfs kunnen verwachten dat het mkb in sommige gevallen zelfs eerder in aanmerking komt, want dat heeft minder toegang tot andere financiering. Dat zou dus in het voordeel kunnen werken. Het kan echter ook via fondsvorming, zoals ik in het AO heb toegelicht. Ik laat deze motie dus oordeel Kamer.

De heer Amhaouch vraagt ook hoe we voorkomen dat het te zakelijk wordt en of differentiatie van revolverendheid daarvoor een optie is. Ik verwijs daarvoor naar motie op stuk nr. 291 van de heer Van der Lee. Daarin wordt gesproken over differentiatie van de rendementseis, wat een andere manier is om naar revolverendheid te differentiëren. Die voorkomt ook dat het te zakelijk wordt, want te zakelijk is onzakelijk. Als we een te hoge rendementseis stellen, dan is dat vanuit maatschappelijk oogpunt heel onzakelijk. Ik verwijs dus naar de motie van de heer Van der Lee waarin dit eigenlijk wordt gezegd.

Wanneer is Invest-NL geslaagd? Dat is het geval als we een wezenlijke bijdrage weten te leveren aan de maatschappelijke doelen die erachter zitten, want daar het gaat over. Het staat de ARK vrij om zich op staatsdeelnemingen te richten, maar dat gebeurt niet erg frequent. Er is ook geen systematische toets van de ARK op staatsdeelnemingen.

Ik hoop ook geruststellend te kunnen zijn in de richting van de heer Moorlag. Ook zijn motie, op stuk nr. 293, verdient het oordeel Kamer. Het gaat namelijk niet om het type onderneming, maar om het type doel, het risico en de soliditeit van de businesscase. Welke onderneming er ook voor kandideert, als dat goed zit, dan worden sociale ondernemingen op geen enkele manier uitgesloten. Wat betreft mvo was de inbreng van de heer Moorlag op dat terrein in het AO — dat wil ik wel verklappen — voor mij zelfs aanleiding om nog eens goed naar het voorstel te kijken en deze specifieke passage nog wat aan te sterken. Wij gaan daarover spreken zodra het voorstel er is.

De heer Alkaya wil natuurlijk dat bedrijven die bij de bank bot hebben gevangen wel een aanvraag kunnen doen bij Invest-NL. Dat is ten principale natuurlijk mogelijk, maar ik moet wel zeggen dat niet iedereen die een bakkersbedrijf heeft binnen de doelstellingen van deze onderneming past, want die is zeer gefocust. Daar moeten wij wel rekening mee houden, maar dat ontkent de heer Alkaya ook niet. Het is ten principale ook een kwestie van additionaliteit, dus juist bedoeld voor zaken waarvoor je geen andere leningen of deelnemingen krijgt.

De voorzitter:

Oordeel?

Minister Wiebes:

Oordeel Kamer wat betreft de motie op stuk nr. 294.

Ten aanzien van de motie op stuk nr. 295 zal het de heer Alkaya niet verbazen, na de discussie in het AO, dat ik die ontraad. Ik kan er geen ander oordeel aan hechten, maar het was hem ook meer te doen om het oordeel Kamer dan het oordeel kabinet. Dat zal hem, denk ik, worst zijn.

De heer Amhaouch (CDA):

Nogmaals een poging om niet complex te doen, maar er staat nog een vraag open. Die gaat over de internationale component van Invest-NL. Wanneer komt de minister daarmee?

Minister Wiebes:

Dat spoor is losgeknipt. De intenties zijn er nog steeds, maar ik kan dat niet zo goed voorspellen, want dat ligt zwaarwegend bij twee andere departementen. Ik heb wel begrepen dat die daarover constructief in discussie zijn, maar ik heb geen laatste stand van zaken. Ik zou niet weten wanneer dat komt, maar laten wij op het moment van verzending van het wetsvoorstel zorgen dat ook de timing van de rest, voor zover bekend, wordt toegelicht. Dan ligt de laatste stand van zaken op tafel voordat het debat begint. Is dat een goed voorstel?

De voorzitter:

Prima.

De heer Amhaouch (CDA):

Het is wel een open eind. Komt dat eind dit jaar, of hebben we het over halverwege volgend jaar, want dan heb ik er moeite mee. Kan de minister een beetje een indicatie geven?

Minister Wiebes:

Dat is zoiets waarvan ik mij herinner dat ik het mij ooit herinnerde, maar ik kan nu het getal niet meer produceren.

De voorzitter:

Misschien schriftelijk?

Minister Wiebes:

Laten we niet te moeilijk doen: ik zal op een of andere manier laten weten wanneer ik dat wetsvoorstel verwacht. Op het moment dat ik het verwacht zal ik dan melden hoe het met dat andere traject staat. Ik ben er zeker van dat we daar wel uitkomen.

De beraadslaging wordt gesloten.

De voorzitter:

Dank u wel. Over de ingediende moties zullen we volgende week dinsdag stemmen.