Handeling

Datum publicatieOrganisatieVergaderjaarVergadernummerDatum vergadering
Tweede Kamer der Staten-Generaal2018-2019nr. 19, item 5

5 Vragenuur: Vragen Slootweg

Vragen van het lid Slootweg aan de staatssecretaris van Volksgezondheid, Welzijn en Sport over het bericht "Gebruikers GHB vaker op eerste hulp".

De voorzitter:

Ik geef tot slot het woord aan de heer Slootweg namens het CDA voor zijn vragen aan de staatssecretaris van Volksgezondheid, Welzijn en Sport, die ik van harte welkom heet, over de toename van gebruikers van GHB op de eerste hulp. Het woord is aan de heer Slootweg.

De heer Slootweg (CDA):

Dank u wel, voorzitter. Het bericht van de NRC waarin staat dat gebruikers van GHB vaker op de eerste hulp komen heeft mij en mijn fractie diep gechoqueerd. Het aantal mensen tussen de 20 en 30 die op de spoedeisende hulp belanden, bleek uit het artikel, is explosief gestegen. Artsen geven aan dat de drug bij het maken lastig te doseren is. Hij is goedkoop, hij is extreem verslavend en ook eenmalig gebruik kan ernstige gevolgen hebben, zoals het stoppen met ademen. Als ik arts David Baden van het Diakonessenhuis in Utrecht mag citeren: "Recentelijk is er een meisje bij ons binnengebracht. Ze was op haar verjaardagsfeestje helemaal out gegaan, omdat ze te veel GHB had ingenomen, maar haar vriendinnen deden er luchtig over."

Dit maakt mij sprakeloos. Dit kan toch niet waar zijn? Is de staatssecretaris het met mij eens dat wij meer moeten doen om dit beeld te doorbreken? Hoe zorgen wij ervoor dat jongeren op de hoogte worden gebracht van de gevaren van GHB? Is de staatssecretaris bereid om hier een campagne aan te wijden? Welke actie zet de staatssecretaris op om dat GHB-gebruik tegen te gaan?

Dan ook nog even iets over de informatievoorziening richting de Kamer. Wij hebben onlangs de nationale monitor drugsincidenten gekregen. Daarin werd over het GHB-gebruik gezegd dat er sprake is van een licht dalende trend. Hoe kan ik dat rijmen met het onderzoek van de NRC waaruit blijkt dat de artsen op de spoedeisende hulp met de handen in het haar zitten door het aantal jongeren die worden binnengebracht? Ik zou graag willen weten hoe wij deze zaken met elkaar kunnen rijmen.

De voorzitter:

Het woord is aan de staatssecretaris.

Staatssecretaris Blokhuis:

Dank u wel, voorzitter. Terecht vraagt de heer Slootweg aandacht voor deze alarmerende berichten. Ik ben ook geschrokken toen ik daar gisteren kennis van nam. Het is dus terecht dat er vragen over gesteld worden. Wij weten met z'n allen dat GHB een zeer risicovolle drug is. Het heeft een extreem verslavende werking. Een onjuiste dosering kan leiden tot zeer ernstige gevolgen. Daar heeft de heer Slootweg zelf ook op gewezen. Er is geen discussie over de risico's die GHB met zich meebrengt. Volgens mij kunnen wij het kort samenvatten: GHB is troep!

Een aantal artsen van de spoedeisende hulp signaleert een grote toename van het aantal gezondheidsincidenten met patiënten als gevolg van het gebruik van GHB. Dat baart mij natuurlijk zorgen. Kennelijk wordt het gebruik van GHB bij het uitgaan steeds normaler gevonden en nemen gebruikers de risico's voor lief. Wat mij ook zorgen baart, is dat er geen of nauwelijks ziektebesef is bij veel gebruikers. Daar refereert de heer Slootweg ook aan. Daar werd gisteren ook door woordvoerders, onder andere van het OLVG in Amsterdam, op geattendeerd. Mensen denken: een ziekenhuisopname is me één keer overkomen, maar ik ga gewoon weer opnieuw verder.

Voorzitter. Ik wil twee dingen doen in reactie op de vragen van de heer Slootweg. In de eerste plaats wil ik de omvang van het probleem goed in beeld hebben. De berichtgeving is overduidelijk. In een aantal ziekenhuizen is bij de spoedeisende eerstehulpdienst een toename waarneembaar. Wij hebben daarop gelijk de opdracht gegeven om te kijken hoe dat bij andere ziekenhuizen is. Dat geeft een wat gedifferentieerd beeld. Er zijn ook ziekenhuizen waar sprake is van een stabilisatie. Feit is ook dat in de laatste jaarrapportage van het Trimbos-instituut een dalende trend wordt gesignaleerd, zoals de heer Slootweg ook zei. Dat lijkt inmiddels achterhaald. Ik denk dat de heer Slootweg het logisch zal vinden dat ik het naadje van de kous wil weten en dat ik dat dus exact in beeld wil brengen. Uiteraard zal ik de Kamer informeren over de uitkomst daarvan. Het gaat dan niet alleen om deze drie ziekenhuizen, maar om het hele beeld in Nederland, voor zover we dat kunnen krijgen. Er zijn immers ook mensen die thuis gebruiken. Het is heel ingewikkeld en zelfs onmogelijk om dat in beeld te brengen. Dat wat betreft het in kaart brengen van de omvang van het probleem.

Dan de vraag: wat ga je eraan doen? We moeten inzetten op preventie. Natuurlijk hebben we preventief beleid. Ik refereer daarbij aan het debat over de begroting van VWS van een paar weken geleden. Verschillende woordvoerders hebben toen aandacht gevraagd voor drugsgebruik. In reactie daarop heb ik het volgende gezegd. We hebben preventief beleid. Dat is door de vorige regering opgesteld. Al voor de begrotingsbehandeling heb ik de opdracht gegeven om te bekijken of het preventieve beleid dat we hebben nog adequaat en toereikend is. Ik wil dat laten uitzoeken met relevante partijen, met de mensen die daar veel van weten. Ik heb bij de begrotingsbehandeling gezegd dat ik begin 2019 daarover zal rapporteren aan de Kamer. Ik stel voor dat ik dat in één setje doe. Daarin informeer ik de Kamer dan over de actuele cijfers en breng ik eventuele extra acties in de preventieve sfeer in beeld. Ik beloof de heer Slootweg en daarmee de hele Kamer dat mijn speciale aandacht daarbij zal uitgaan naar GHB.

De heer Slootweg (CDA):

Ik dank de staatssecretaris voor deze toezeggingen. Mijn fractie maakt zich toch nog wel heel erg zorgen over de kennis hierover. Is die er wel? We weten dat er bijvoorbeeld in West-Brabant al preventieve projecten zijn geweest. We zouden graag willen weten wat de gevolgen daarvan zijn. Op welke wijze wordt deze kennis die misschien geconcentreerd is op een aantal plekken in het land, verspreid? We weten dat er ook rond Heerenveen zo'n project is, maar we zien dat het nu oprukt naar de Randstad. Ten tweede: is de focus bij de partydrugs bijvoorbeeld niet te veel op xtc gelegd de laatste tijd? Zou de aandacht niet veel meer moeten worden gericht op het GHB-gebruik?

Staatssecretaris Blokhuis:

In reactie op die laatste vraag zou ik wel willen zeggen dat de heer Slootweg volgens mij niet wil dat wij minder aandacht gaan geven aan xtc. Maar zoals ik net expliciet heb aangegeven, zal GHB zal heel nadrukkelijk worden betrokken bij de vormgeving van het beleid dat volgend jaar van de grond komt. Als er aanvullingen nodig zijn, zal GHB daar zeker nadrukkelijk bij betrokken worden. De heer Slootweg vraagt wat we doen met de kennis die we hebben en hoe we die verspreiden. Er loopt een pilot in Oost-Nederland voor wat we een "sluitende aanpak" noemen. Daarin worden alle hulpverleners in stelling gebracht en wordt gekeken hoe je goede zorg daaromheen kunt organiseren, ook voor mensen die thuis GHB gebruiken, voor de thuisgebruikers, zeg maar. Met de kennis die we daarmee opdoen — die wordt begin volgend jaar ook verzameld — kunnen we in Nederland verdere stappen zetten om de verslaving gericht aan te pakken. Je hebt het dan immers echt over verslaving. Het gaat dan om mensen die thuis gebruiken en verslaafd zijn. Ik zeg de heer Slootweg toe dat ook dat aspect, het uitrollen van de kennis die wij in de pilot opdoen, wordt meegenomen in die brief.

De heer Slootweg (CDA):

Ten slotte, voorzitter. Veel van de grondstoffen die worden gebruikt, zijn verkrijgbaar bij bouwmarkten. Ik begrijp wel dat er nu niet meteen bij iedere bouwmarkt stickers daarop moeten komen, maar ik zou toch wel graag willen weten of daar een signaleringsfunctie kan komen en ook kennis kan worden verspreid op het moment dat iemand een zodanige selectie van materialen meeneemt dat de grondstoffen als een beetje verdacht worden beschouwd. Hoe kijkt de staatssecretaris daartegen aan?

Staatssecretaris Blokhuis:

Dit vind ik een spannende vraag, want de heer Slootweg zal er net als ik kennis van hebben dat bijvoorbeeld rioolontstopper een bestanddeel is van GHB. Het wordt wel ingewikkeld als we kassières bij de bouwmarkt gaan vragen om iedereen die rioolontstopper aanschaft diep in de pupillen te kijken met de vraag: wat ga je daarmee doen? Hierbij speelt eigenlijk hetzelfde als bij de lachgasdiscussie. We hebben met de sector die dat verkoopt ook afspraken gemaakt voor het geval dat mensen patronen kopen in een meer dan gebruikelijke hoeveelheid en het vermoeden bestaat dat ze meer willen doen dan slagroom spuiten. Ik kan me voorstellen dat er iets vergelijkbaars wordt gedaan bij de bouwmarkten. Ook dat aspect wil ik betrekken bij de brief.

De voorzitter:

Dank u wel. De heer Van der Staaij, SGP.

De heer Van der Staaij (SGP):

Ook de SGP kan zich heel goed voorstellen dat je een gezellig feest hebt zonder dat er iets van een gootsteenontstopper gebruikt hoeft te worden, maar het wordt steeds normaler om die drug te gebruiken. Helpt voorlichting, het nog eens even uitleggen, wel voldoende? Is er ook niet meer een daadkrachtige aanpak nodig tegenover illegaal spul waar we het hier over hebben?

Staatssecretaris Blokhuis:

Het lastige is dat het gebruik van GHB bij het uitgaan heel moeilijk te traceren is. Het is een vloeistof die je bij je hebt. We gaan niet iedereen fouilleren die een uitgaansgelegenheid in gaat. Als de heer Van der Staaij daarop doelt, dat wordt heel ingewikkeld. De ingrediënten die nodig zijn om GHB te produceren, kan je overal vrijelijk verkrijgen. Dat maakt de aanpak nog ingewikkelder dan de aanpak van xtc.

De heer Van der Staaij (SGP):

Als ik bijvoorbeeld op de website van Jellinek kijk, zie ik staan dat GHB illegaal is, maar dat er niet actief wordt opgetreden tegen gebruikers. Is dat niet bijna een soort aanmoediging: als je gebruikt, kan je het toch eigenlijk wel straffeloos doen? Moet dat ook niet de aandacht krijgen?

Staatssecretaris Blokhuis:

Ik vind dat een heel logische vraag, maar handhaven is juist bij GHB heel ingewikkeld omdat het kleine flesjes vloeistof betreft die mensen bij zich hebben. Ik wil die vraag serieus nemen en wil kijken of we daar wat mee kunnen en of het handhaven een serieus aspect kan zijn. Feit is wel dat het handhaven op het hebben en/of gebruiken van GHB veel en veel ingewikkelder is dan in het geval van allerlei andere drugs. Maar ik heb de vraag gehoord en ik beloof dat ik daar serieus aandacht aan besteed. De conclusie zou kunnen zijn dat het niet of nauwelijks mogelijk is om daarop te handhaven.

De heer Veldman (VVD):

Het is spijtig om te zien dat sommigen GHB als een partydrug zien, alsof het een soort feestje is. De staatssecretaris zegt terecht: het is troep; er zit gootsteenontstopper in. Toch verbaast zijn antwoord mij dan een beetje. De staatssecretaris geeft aan dat hij onderzoek gaat doen naar de omvang en dat hij gaat kijken of ons preventiebeleid of de voorlichting werkt. Als je de toename ziet, zou toch ook deze staatssecretaris de conclusie kunnen trekken dat hij een paar pasjes harder moet gaan lopen en dat hij mensen duidelijk moet maken dat men niet zomaar een soort partydrug neemt, maar dat men gootsteenontstopper in zijn lijf stopt?

Staatssecretaris Blokhuis:

De heer Veldman suggereert hiermee misschien — misschien bedoelt hij dat niet — dat de huidige voorlichting daarin niet expliciet genoeg is. Daar wil ik juist dat onderzoek op richten: is het huidige preventieve beleid toereikend? Als wij bijvoorbeeld explicieter moeten communiceren over het gemak waarmee je het kunt produceren en over het gif dat je tot je neemt, ben ik de laatste om daarvoor weg te lopen. Nogmaals, ik heb bij de begrotingsbehandeling beloofd dat ik dat zeer nadrukkelijk onder de loep neem en dat ik begin 2019 terugkom met zo nodig aanvullende maatregelen. Dat heeft ook te maken met het in beeld brengen van de omvang.

De voorzitter:

Dank u wel. Daarmee zijn we aan het eind gekomen van dit vragenuur. Ik schors de vergadering tot 15.00 uur. Dan gaan we stemmen.

De vergadering wordt enkele ogenblikken geschorst.