Handeling

Datum publicatieOrganisatieVergaderjaarVergadernummerDatum vergadering
Tweede Kamer der Staten-Generaal2015-2016nr. 13, item 5

5 Vragenuur: Vragen Koşer Kaya

Vragen van het lid Koşer Kaya aan de staatssecretaris van Sociale Zaken en Werkgelegenheid over het bericht "Banenplan loopt vast door regels". 

De voorzitter:

De staatssecretaris van Sociale Zaken en Werkgelegenheid is er nog niet, maar ik zie dat ze er nu net aan komt. Dus ga uw gang mevrouw Koşer Kaya. 

Mevrouw Koşer Kaya (D66):

Voorzitter. Kwetsbare mensen snel en goed aan het werk helpen, ervoor zorgen dat zij niet van het kastje naar de muur worden gestuurd en geen bureaucratisch circus. Dat zijn de doelen van de nieuwe Participatiewet. Maar nu is er alsnog een groot bureaucratisch circus ontstaan. Dat is de noodkreet van een PvdA-wethouder, de heer Depla. De gemeenten zijn namelijk meer bezig met regeltjes en administratie dan met het helpen van kwetsbare mensen aan een baan. De gemeenten komen niet toe aan begeleiding, coaching en het aan de slag helpen van mensen. Dat is toch niet de bedoeling. Eindhoven alleen al zegt ongeveer €750.000 aan het regelwoud kwijt te zijn. Voor alle gemeenten spreek je dan al gauw over 30 tot 40 miljoen euro, aldus wethouder Depla. Dat is geld dat hoognodig is voor deze kwetsbare mensen, maar dat nu opgaat aan bureaucratie. 

Ik heb twee vragen aan de staatssecretaris. Gaat de staatssecretaris onmiddellijk met de gemeenten praten om te kijken welke regeltjes overbodig zijn? Gaat zij ook kijken hoeveel geld met het afschaffen van die regeltjes vrijkomt en dus kan worden besteed aan het aan een baan helpen van mensen? 

Staatssecretaris Klijnsma:

Voorzitter. Het zijn twee heel heldere vragen. De Participatiewet is op 1 januari jongstleden van start gegaan. Sinds 1 januari hebben wij over en weer, samen met de gemeenten en de sociale partners, een aantal verbeteringen doorgevoerd rond de no-riskpolis, rond de mobiliteitsbonus, rond de leerlingen van het speciaal onderwijs die linea recta naar het UWV kunnen en ook rond het feit dat gemeenten niet meer alle 393 apart hoeven af te rekenen met het UWV. Ik ben dus ontzettend in voor verbeteringen daar waar het kan. Ik doe dat ook heel graag samen met de gemeenten en de sociale partners. Als mevrouw Koşer Kaya mij vraagt of ik met gemeenten samen wil kijken of ik ook op dit onderdeel zaken eenvoudiger en helderder kan maken, is het antwoord: volgaarne. Er is natuurlijk wel een maar, en ik maak mij sterk dat mevrouw Koşer Kaya die maar met mij kan delen. Het gaat natuurlijk wel om mensen die individueel bejegend moeten worden, omdat alle mensen verschillend zijn. Dat moet zo objectief mogelijk gebeuren. Ik zie morgenavond de wethouders uit de 35 arbeidsmarktregio's en ik zal heel graag met hen verder praten. 

De tweede vraag is of we in het geval dat die vereenvoudiging van regels nu geld zou opleveren, dat geld zullen besteden aan de mensen die het betreft. Dat is natuurlijk altijd aan de orde binnen deze context. Het antwoord daarop kan "ja" zijn, maar dan moet er eerst wel echt een plus te melden zijn. 

Mevrouw Koşer Kaya (D66):

Juist voor het individueel begeleiden van mensen heb je dat geld nodig. Het is belangrijk dat dit geld aan de mensen wordt besteed in plaats van aan regeltjes en gedoe. De staatssecretaris zegt in gesprek te gaan met gemeenten. Ik zou graag willen dat zij wat breder dan slechts met een aantal gemeenten spreekt. Ik zou willen dat zij met de VNG om tafel gaat en dat zij snel een brief naar de Kamer stuurt waarin zij aangeeft wat de uitkomst van dat gesprek is en welke oplossingen er zijn om die regeltjes weg te nemen. Vervolgens hebben wij op 29 oktober hierover een debat. Voor zover ik weet, willen ook de woordvoerders van de PvdA en de VVD deze regeltjes, die mensen niet helpen maar die voor meer bureaucratie zorgen, niet hebben. 

Staatssecretaris Klijnsma:

In mijn eerste beantwoording zei ik al dat ik volcontinu in gesprek ben. Dat gebeurt ook in de context van de zogenaamde Werkkamer, waarin de VNG, de sociale partners, het UWV en wij elkaar treffen, ook op dit onderdeel. Als het gaat om de loonwaardebepaling — want daar gaat dit natuurlijk specifiek om — is het belangrijk om te kijken of dingen te vereenvoudigen zijn. Als dat zo is, laat ik de Kamer als eerste weten of we daarmee door kunnen gaan. Maar dan moeten wij wel eerst ordentelijk die bijeenkomst hebben gehad. De bijeenkomst van De Werkkamer staat echter niet onmiddellijk op de rol. Ik zal kijken of ik, na ommekomst van mijn bespreking morgen met de wethouders van de G35, de Kamer een brief kan doen toekomen op dit punt. 

Mevrouw Koşer Kaya (D66):

Nu wil ik het even heel precies weten. Ik ben blij dat de staatssecretaris ons morgen een brief stuurt waarin zij aangeeft of er eventueel regeltjes kunnen worden weggenomen. Dat is echter nog niet helder genoeg. Ik wil ook weten hoeveel geld ermee gemoeid is en wat we vervolgens met dat geld kunnen doen om mensen aan het werk te helpen. Het succes van deze wet is buitengewoon belangrijk. Je moet een en ander tijdig aanpassen als dat nodig is en je moet de vinger aan de pols houden. Ik wil dat de staatssecretaris ook op mijn tweede vraag ingaat en in de brief opneemt wat er kan worden gedaan om die regeltjes weg te nemen. 

Staatssecretaris Klijnsma:

De Tweede Kamer der Staten-Generaal, en overigens ook de Eerste Kamer, heeft ingestemd met de Participatiewet. Ook de partij van mevrouw Koşer Kaya heeft voor gestemd. In de Participatiewet hebben wij niet voor niets zaken opgenomen rondom de loonwaardebepaling voor mensen die loonkostensubsidie kunnen krijgen. Dat is heel helder. Nu vraagt mevrouw Koşer Kaya of wij nog een keer naar dat onderdeel van de Participatiewet kunnen kijken. Ik ben daar natuurlijk toe bereid, maar ik zeg erbij dat we natuurlijk niet even, op een achternamiddag, dit onderdeel van de wet van iets nieuws kunnen voorzien. Ik heb net toegezegd dat ik met alle plezier de Kamer een verslag wil doen toekomen van de bijeenkomst die ik morgenavond met de wethouders van de grootste steden heb. Dat betekent echter niet per definitie dat het hele chapiter rond de loonwaardebepaling exit is. Sterker nog, ik ga daar ook niet op voorhand van uit. Ik ga in conclaaf met mijn partners, mijn medeoverheden, en ik zal de Kamer vertellen wat daaruit voortvloeit, maar ik kan niet op voorhand zeggen dat we afscheid nemen van de loonwaardebepaling, aangezien dit een essentieel onderdeel van de Participatiewet is. 

Mevrouw Koşer Kaya (D66):

Voor het succes van deze wet is het ook van belang dat wij goed en tijdig kijken naar wat er in de praktijk gebeurt. Dat vraag ik dan ook aan de staatssecretaris. Als het betekent dat regeltjes tot bureaucratie leiden en als het geld dat daarmee gemoeid is, niet naar de meest kwetsbare mensen in de samenleving gaat, is mijn vraag aan de staatssecretaris om daarnaar te kijken en ons daarover te berichten. Als zij dat in haar brief naar de Kamer kan aangeven, zullen we daarover op 29 oktober verder praten. 

Staatssecretaris Klijnsma:

Er rest mij niets anders dan te duiden, nogmaals, dat ik bij uitstek altijd heel graag met mensen uit de praktijk wil verifiëren of onze regelgeving goed uitwerkt, of je ermee kunt werken en of het het goede instrument is. Dat hebben wij al menigmaal gedaan. Wij hebben in de Kamer nog zeer recent op twee onderdelen de Participatiewet meer uitvoerbaar gemaakt. Ik noem de mobiliteitsbonus en een aantal andere instrumenten. Kortom, ik heb al toegezegd dat ik een verslagje van de bijeenkomst van morgen graag naar de Kamer zal sturen. 

Mevrouw Karabulut (SP):

De invoering van de Participatiewet is gepaard gegaan met een bezuiniging van 3 miljard op werk en inkomen, maar ook met een bureaucratisch monstrum, dat mede door D66 is goedgekeurd door de Kamer. Mijn vraag is: kan de staatssecretaris ons voor het eerstvolgende debat over de Participatiewet een verslag doen toekomen waarin de volgende vragen worden beantwoord? Vraag 1:is dit inderdaad een wet die bijdraagt aan gelijke kansen en extra banen voor arbeidsgehandicapten? Vraag 2: hoe verhoudt zich dit tot de 70.000 geplande te schrappen banen in de sociale werkvoorziening en hoeveel banen zijn daarvoor in de plaats gekomen? Vraag 3: welke uitvoeringsproblemen ervaren gemeenten en welke kosten zijn daarmee gemoeid? 

Staatssecretaris Klijnsma:

Wij hebben in de week na het herfstreces een algemeen overleg over de Participatiewet. Daar zullen de vragen die mevrouw Karabulut nu stelt natuurlijk aan de orde komen. De Kamer weet dat wij al een evaluatie hebben gepland van de Participatiewet. Ook daarbij zullen deze vragen uiteraard en rol spelen. 

De heer Krol (50PLUS):

Wij praten hier vooral vanwege de opmerkingen die gemaakt werden door een partijgenoot van de staatssecretaris: Staf Depla, wethouder in Eindhoven. Het is maar een voorstel, maar is het denkbaar om van Eindhoven een soort proeftuin te maken om te bezien hoe het zou zijn als wij het op die manier zouden gaan regelen? 

Staatssecretaris Klijnsma:

Ik ben niet alleen met Eindhoven, maar ook met een aantal andere gemeenten in conclaaf, om te bezien of wij binnen de experimenteerruimte die al in de Participatiewet verankerd is, een aantal experimenten zouden kunnen uitvoeren. Het is altijd goed om te bezien of je de regelgeving kunt vervolmaken, maar dan wel naar de letter en de geest van datgene wat ook in de Kamer is gewisseld. Ik denk dat dit het antwoord is op de vraag van de heer Krol. 

De voorzitter:

Ik dank de staatssecretaris voor haar antwoorden en voor haar komst naar de Kamer.