Handeling

Datum publicatieOrganisatieVergaderjaarVergadernummerDatum vergadering
Tweede Kamer der Staten-Generaal2015-2016nr. 13, item 30

30 Ouderenmishandeling

Aan de orde is het VAO Ouderenmishandeling (AO d.d. 07/10). 

De voorzitter:

Ik moet melden dat wij niet aanstaande dinsdag stemmen over de moties die in dit en de hieraan voorafgegane VAO's zijn en worden ingediend, maar in de week erna. 

Het woord is aan de heer Krol. 

De heer Krol (50PLUS):

Voorzitter. Ouderenmishandeling is iets afschuwelijks en 50PLUS is verheugd over de aandacht die er nu voor is. 50PLUS is ook verheugd dat het bestaande actieplan wordt verlengd. Dit is in onze ogen echter niet genoeg. Het gaat ook niet snel genoeg. Na alle onderzoeken die zijn gedaan moet in brede zin alles in het werk worden gesteld om ouderen te beschermen tegen mishandeling, preventief door het versterken van de weerbaarheid, maar ook door het beschermen van kwetsbaren. Ik dien daarom de volgende motie in. 

Motie

De Kamer, 

gehoord de beraadslaging, 

overwegende dat ouderenmishandeling een veelvoorkomend probleem is; 

constaterende dat het Actieplan Ouderen in veilige handen een veelheid aan maatregelen en intenties beschrijft; 

overwegende dat alles in het werk gesteld moet worden om kwetsbare ouderen te beschermen; 

verzoekt de regering, de mogelijkheid te onderzoeken om een raad voor de ouderenbescherming in het leven te roepen en de Kamer daarover binnen een halfjaar te informeren, 

en gaat over tot de orde van de dag. 

De voorzitter:

Deze motie is voorgesteld door het lid Krol. Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund. 

Zij krijgt nr. 137 (28345). 

Mevrouw Van der Burg (VVD):

De heer Krol moest tijdens het AO eerder weg, dus ik kon het daar niet doen. Ik heb een vraag aan de heer Krol. De Raad voor de Kinderbescherming waaraan hij refereerde, stelt kinderen onder toezicht en plaatst kinderen uit huis. Is dit wat hij voorstelt voor ouderen? Stelt hij een onderzoek voor naar de mogelijkheid van een Raad voor de Ouderenbescherming? Ik kan mij dat bijna niet voorstellen. 

De heer Krol (50PLUS):

Ik ben blij dat mevrouw Van der Burg zich dit niet kan voorstellen, want dat kan ik mij ook niet. Naar analogie van wat we op het ene front kennen, zou ik het heel fijn vinden als met nadruk wordt gekeken naar deze ouderenproblematiek. Een dergelijke raad zou daar enorm bij kunnen helpen. 

Mevrouw Van der Burg (VVD):

Dan vraag ik mij toch echt af wat de heer Krol aan de staatssecretaris vraagt. Als ouders niet goed voor hun kinderen zorgen, kunnen deze kinderen onder toezicht worden gesteld en onder voogdij of uit huis worden geplaatst. De Raad voor de Kinderbescherming regelt dit. Is dit wat de heer Krol, naar analogie, voor ouderen beoogt? Ik wil duidelijkheid over wat hij aan de staatssecretaris vraagt. 

De heer Krol (50PLUS):

Die duidelijkheid heb ik mevrouw Van der Burg net proberen te geven. Ik wil juist zeggen dat de Raad voor de Kinderbescherming veel meer doet. Ik wil de nadruk op die punten leggen als het gaat om een dergelijke raad. 

Mevrouw Van der Burg (VVD):

De Raad voor de Kinderbescherming doet precies dit. Ik geloof dat de heer Krol even moet nadenken over wat hij hier vraagt. 

De heer Krol (50PLUS):

Ik kan mevrouw Van der Burg alleen maar aanraden om de website een keer te bezoeken. Ze kan dan zien dat er heel veel dingen opstaan die enorm in het belang van ouderen zouden zijn. Dat is wat ik wil bevorderen. 

De heer Van Gerven (SP):

Voorzitter. Onder artsen en andere hulpverleners is er toenemende ongerustheid over het kabinetsbeleid. Wij zien bezuinigingen zonder weerga in de afgelopen jaren. Wij hebben signalen gehoord van mensen die dat ouderenmishandeling noemen. Deze leidden tot commotie bij Kamerleden en wij hebben daarover al gediscussieerd. Wij zouden graag het een en ander uitgezocht willen zien. Ik heb daarvoor de volgende motie. 

Motie

De Kamer, 

gehoord de beraadslaging, 

constaterende dat het aantal heupfracturen en het aantal brandwonden bij ouderen toenemen en de relatie tussen deze toename en het kabinetsbeleid wordt gelegd; 

constaterende dat er nog steeds flink wordt bezuinigd op de dagbesteding, de wijkverpleging en de huishoudelijke verzorging waardoor de druk op mantelzorgers toeneemt, en dat een relatie niet uit te sluiten is tussen het kabinetsbeleid, een toename van het aantal overbelaste mantelzorgers en een toename in het aantal ouderen dat mishandeld wordt; 

verzoekt de regering, bij het komende onderzoek naar ouderenmishandeling ook het rijksbeleid mee te nemen als mogelijke oorzaak, 

en gaat over tot de orde van de dag. 

De voorzitter:

Deze motie is voorgesteld door het lid Van Gerven. Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund. 

Zij krijgt nr. 138 (28345). 

De heer Van Gerven (SP):

De portee van deze motie wordt steeds belangrijker, ook na vandaag. Wij hebben zojuist stemmingen gehad over de bezuinigingen op de wijkverpleging. Wij hebben moeten constateren dat — ik kijk even rond — de Partij van de Arbeid, de VVD, het CDA, D66 en de ChristenUnie tegen onze motie hebben gestemd die de bezuiniging op de wijkverpleging wil terugdringen of stopzetten. Het is heel erg jammer dat dat gebeurd is vanmiddag. 

De voorzitter:

Op het gevaar af dit zich een heel debat ontspint, geef ik mevrouw Bergkamp kort de gelegenheid te interrumperen. 

Mevrouw Bergkamp (D66):

Wij hebben uitvoerig gediscussieerd over de link die de SP legt tussen het beleid van het kabinet en ouderenmishandeling. Ik vond dat niet chic, maar ik heb in het debat ook aangegeven: geen taboes. Dat lijkt mij goed. D66 heeft ervoor gepleit dat er een uitgebreid onderzoek komt naar de oorzaken. Het lijkt mij heel goed als wij een goede analyse hebben van de oorzaken van ouderenmishandeling. Maar de suggestie die de heer Van Gerven nu doet om een link te leggen tussen de wijkverpleging en ouderenmishandeling, vind ik zelfs onder het niveau van de SP. Ik wil dan ook vragen, voorzitter, of u hier in ieder geval een aantekening van kunt maken. Anders kunnen wij alles wel onder het kopje "ouderenmishandeling" stoppen. Ik vind dat vrij goedkoop. 

De voorzitter:

U vraagt mij iets. Ik zit hier neutraal voor. In dit huis kunnen allerlei dingen worden gezegd. Die zijn voor rekening van de spreker, tenzij ze verregaand buiten de orde zijn. Dat lijkt mij hier net niet het geval. 

Mevrouw Dik-Faber (ChristenUnie):

Ik kan mij helemaal bij de woorden van mevrouw Bergkamp aansluiten. De heer Van Gerven verwees naar een stemming deze middag. Ik kijk ook even naar de agenda. Wij hebben donderdag een uitvoerig debat over de wijkverpleging. Dan gaan wij met elkaar zoeken naar een oplossing. Ik vind het niet gepast om dit soort suggesties neer te zetten, zoals de heer Van Gerven heeft gedaan. 

De voorzitter:

De heer Van Gerven kan daar natuurlijk op reageren. 

Mevrouw Keijzer (CDA):

Ik sluit mij graag aan bij de woorden van mevrouw Dik. Als je moties indient, moet je ook heel goed kijken hoe je ze betaalt. Daar is de SP niet altijd heel sterk in. 

Mevrouw Van der Burg (VVD):

Ik sluit mij ook aan bij die woorden, want ik vind dit ongepast. 

De heer Van Gerven (SP):

Dit noopt natuurlijk toch nog tot een reactie mijnerzijds. 

De voorzitter:

Maar daarna sluit ik de discussie hierover. 

De heer Van Gerven (SP):

Op de wijkverpleging wordt een half miljard bezuinigd. Op de thuiszorg wordt een half miljard bezuinigd. Op de dagbesteding worden honderden miljoenen bezuinigd en ga zo maar door. Het is niet ik die dat verband legt. Het was zelfs mevrouw Keijzer zelf die het verband legde in het debat! 

De voorzitter:

Maar nu gaan wij een hele discussie beginnen. Zou u kort willen reageren? 

De heer Van Gerven (SP):

Maar, voorzitter, ik word aangevallen door mevrouw Keijzer, die zelf in het debat het verband legde tussen de overbelaste mantelzorger en mogelijke ouderenmishandeling. 

De voorzitter:

Oké, uw punt is duidelijk. 

De heer Van Gerven (SP):

Dus kom nou er niet mee aan dat dat niet aan de orde is. Ik constateer gewoon dat die bezuinigingen niet gestopt worden. Een meerderheid van de Kamer blijft daar gewoon achterstaan. Dus er is alle reden voor dat onderzoek. 

De voorzitter:

Prima. Daarmee hebt u uw constatering gedaan. U bent bovendien door uw tijd heen. Dank u zeer. 

Mag ik het woord geven aan … 

Mevrouw Van der Burg (VVD):

Voorzitter, ik heb een punt van orde. 

De voorzitter:

Dan moet het ook echt een punt van orde zijn. 

Mevrouw Van der Burg (VVD):

Het is ook een punt van orde. De heer Van Gerven doet nu net alsof mevrouw Keijzer de eerste was, maar hij zat toch als eerste spreker in het debat en hij legde dit verband. Het lijkt mij goed om dat te constateren. Nu loopt de SP daar kennelijk voor weg. Dat is niet heel erg moedig. Ik vind het werkelijk beneden alle niveau. 

De voorzitter:

Waarvan akte. 

De heer Van Gerven (SP):

Voorzitter, een punt van orde. 

De voorzitter:

Er is over en weer gesproken over deze kwestie. 

De heer Van Gerven (SP):

Voorzitter, … 

De voorzitter:

Ik sluit het hiermee af. 

De heer Van Gerven (SP):

Nee, voorzitter. Dat … 

De voorzitter:

Ik sluit dit punt nu gewoon af! U moet zich voegen naar wat ik zeg. 

De heer Van Gerven (SP):

Voorzitter, … 

De voorzitter:

Ik sluit dit punt nu af! 

De heer Van Gerven (SP):

Ik heb een punt van orde. 

De voorzitter:

Nee, ik sluit dit punt nu af en geef het woord aan mevrouw Keijzer. 

De heer Van Gerven (SP):

Er worden hier onwaarheden verteld. Dat mag niet. In het debat heb ik de discussie rond de bezuinigingen en de ouderenmishandeling aan de orde gesteld. Daarna, in tweede instantie, heeft het CDA ook daarover gesproken en heeft het niet uitgesloten. Laten we wel bij de feiten blijven. 

De voorzitter:

Ik sluit de gedachtewisseling op dit punt nu echt en geef het woord aan mevrouw Keijzer van het CDA. 

Mevrouw Keijzer (CDA):

Voorzitter. Ik ga maar gewoon mijn motie voorlezen. Daaruit zal blijken wat het CDA precies heeft gezegd. 

Motie

De Kamer, 

gehoord de beraadslaging, 

constaterende dat de regering grote hervormingen en bezuinigingen heeft doorgevoerd op diverse taken (hulp bij het huishouden, begeleiding, dagbesteding) die verband houden met langer thuis wonen; 

constaterende dat dit ertoe kan leiden dat mantelzorgers meer taken krijgen, waardoor zij overbelast kunnen raken; 

constaterende dat het kabinet onderschrijft dat een van de twee aanleidingen voor ouderenmishandeling een overbelaste mantelzorger is, waardoor mantelzorg kan ontsporen; 

verzoekt de regering, te erkennen dat de hervormingen in de Wmo het risico op overbelasting van mantelzorgers kan doen toenemen en in overleg te gaan met de Veilig Thuisorganisaties en de VNG om te bewerkstelligen dat (dreigende) ontsporing van mantelzorgers ook in het wijkteam een onderwerp van gesprek wordt, en de Tweede Kamer hier bij de volgende voortgangsrapportage over te informeren; 

en gaat over tot de orde van de dag. 

De voorzitter:

Deze motie is voorgesteld door de leden Keijzer en Agema. Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund. 

Zij krijgt nr. 139 (28345). 

De vergadering wordt enkele ogenblikken geschorst. 

De voorzitter:

Mevrouw Keijzer heeft een kort punt van orde. 

Mevrouw Keijzer (CDA):

Ik heb net verzuimd te melden dat mijn motie medeondertekend is door mevrouw Agema. Bij dezen. 

De voorzitter:

Dat is de motie op stuk nr. 139. Zij is medeondertekend door mevrouw Agema. Het is dus de motie-Keijzer/Agema. 

Ik geef graag het woord aan de staatssecretaris voor zijn beantwoording. 

Staatssecretaris Van Rijn:

Voorzitter. In de motie op stuk nr. 137 wordt ons gevraagd om de mogelijkheid te onderzoeken om een "Raad voor de Ouderenbescherming" in het leven te roepen. Het is in het debat al even besproken: het principiële uitgangspunt bij de Raad voor de Kinderbescherming, waarmee analogie wordt gezocht, is dat kinderen tot 18 jaar niet handelingsbekwaam zijn. Er is dan sprake van een gezagsrelatie met de ouders. De Raad voor de Kinderbescherming doet dan een uitspraak over die gezagsrelatie. Dat is wezenlijk anders dan de problematiek die zich bij ouderen zou kunnen voordoen. Dan zijn er wel een aantal mogelijkheden. Als bijvoorbeeld iemand de gevolgen van zijn handelen in zijn geheel niet meer kan overzien, dan is er curatele door de kantonrechter. Als er een verminderd vermogen van de belangen is, kan er een bewindvoerder worden aangesteld. En als iemand bijvoorbeeld in financiële zin niet voor zichzelf kan zorgen, bestaat de mogelijkheid om een mentor te benoemen. Ik constateer dat de analogie met de Raad voor de Kinderbescherming misschien minder opgaat en dat er al een aantal maatregelen zijn die voorzien in de situatie dat een oudere in de problemen komt, zoals een handelingsbekwaambeslissing, een curator of een mentor. Kortweg, ik zie eigenlijk geen toegevoegde waarde van nogmaals onderzoeken of er iets naar analogie van de Raad voor de Kinderbescherming mogelijk is. Daarom ontraad ik de motie. 

De heer Krol (50PLUS):

Ik begrijp de argumentatie. "Naar analogie van de Raad voor de Kinderbescherming" wordt al niet genoemd in de motie, maar ik zal de tekst nog verder aanpassen, opdat helderder zal zijn wat ik precies bedoel. 

De voorzitter:

Er komt dus een gewijzigde motie. 

Staatssecretaris Van Rijn:

Nu kom ik op de motie-Van Gerven op stuk nr. 138. In het debat hebben wij intensief en soms een beetje emotioneel gesproken over ouderenmishandeling. Ik denk dat er twee zaken spelen. Ten eerste moeten er geen taboes zijn. Over alles moet gesproken kunnen worden. Ten tweede vind ik dat wij niet moeten doorslaan in te gemakkelijke een-op-eenredeneringen, omdat het heel ingewikkeld is dat die relaties worden gelegd. Ik geef een voorbeeld. Natuurlijk is het verminderen van huishoudelijke hulp een probleem voor degene van wie de huishoudelijke hulp wordt verminderd. Tegelijkertijd heb ik echter geen enkele illusie dat er, als iemand van vier naar twee uur huishoudelijke hulp gaat, de andere 22 uur niets aan de orde zou zijn voor bijvoorbeeld een mantelzorger die al overbelast is of voor iemand die het slachtoffer is van financiële uitbuiting hetgeen helemaal niet te maken heeft met de zorgverlening. Ik waak ervoor om te eenduidige relaties te leggen. Die klinken misschien wel aardig in het debat, maar zullen de zaak niet verder helpen. Ik vind het een belangrijk speerpunt dat er een echt actieplan komt voor ouderen en ouderenmishandeling. Daarvoor moeten wij kijken naar overbelaste mantelzorgers en financiële uitbuiting. Ook moeten wij erop toezien dat dit onderwerp hoog op de agenda komt in de wijkteams. Wij moeten zorgen voor een situatie van veilig melden. De heer Krol wijst er terecht op dat wij daar veel meer aandacht voor moeten hebben. Ik denk dat hij dat goed zag. Dat is een oplossing waar mensen op zitten te wachten. Wij moeten de ouderenmishandeling hoog op de agenda krijgen en een beetje wegblijven van het leggen van al te gemakkelijke relaties die in mijn ogen niet zomaar gelegd kunnen worden. Om die reden ontraad ik ook de motie op stuk nr. 138. 

Nu ga ik in op de motie op stuk nr. 139 van mevrouw Keijzer en mevrouw Agema. Deze motie is genuanceerder — dat zie ik ook wel — maar volgens mij legt die toch ook een iets te gemakkelijke relatie. In de motie wordt de regering gevraagd om te erkennen dat dat een van de oorzaken is. Dat weten wij niet. Ik constateer alleen dat het nu al zo is dat wij met zijn allen proberen om zo goed mogelijke zorg te verlenen als ouderen zorgbehoevend zijn. Tegelijkertijd moeten wij ervoor zorgen dat overbelasting van mantelzorgers wordt voorkomen. Niet in de laatste plaats hebben wij dat onderkend in bijvoorbeeld de Wet maatschappelijke ondersteuning. Als er passende voorzieningen moeten worden geboden, moeten wij niet alleen kijken naar de behoeften en noden van de cliënt en de patiënt, maar juist ook naar de mantelzorgers. Wellicht is een passende voorziening er juist op gericht om overbelasting van mantelzorgers te voorkomen. Misschien kan ik samen met mevrouw Keijzer constateren dat het al in het actieplan zit. Overbelasting en ontspoorde mantelzorg zijn al heel belangrijke onderdelen van het actieplan. Ook zonder onderzoek zorgen wij er al voor dat het onderwerp van de overbelasting van mantelzorgers nadrukkelijker aan de orde komt in de wijkteams. Ik ben bovendien bereid om dat met de wijkverpleging te bespreken. Ik zeg dus toe dat ik met de gemeenten en de wijkorganisaties zal bespreken dat zij meer aandacht moeten hebben voor mantelzorg en ontspoorde mantelzorg. Is dat misschien een reden voor mevrouw Keijzer om de motie in te trekken? 

De voorzitter:

Het is wel zinnig dat u een oordeel over de motie geeft voor het geval dat niet gebeurt. 

Staatssecretaris Van Rijn:

Er is een actieplan. Ik zeg mevrouw Keijzer toe dat ik haar punten over overbelasting van mantelzorgers daarin zal mee nemen. Om die reden vind ik de motie overbodig en wil ik die ontraden. Misschien wil mevrouw Keijzer overwegen om de motie in te trekken, gelet op mijn toezeggingen en gelet op de discussie die wij hebben gevoerd over het iets te gemakkelijk leggen van relaties. 

Mevrouw Keijzer (CDA):

Ik hoor nogal wat mitsen en maren. Ik zal er even over nadenken. 

De voorzitter:

Vooralsnog staat de motie gewoon op de rol voor de stemming. 

De beraadslaging wordt gesloten. 

De voorzitter:

Ik stel voor de stemming op 27 oktober 2015 te houden. Ik dank de staatssecretaris voor de antwoorden. 

Daartoe wordt besloten. 

De vergadering wordt van 18.05 uur tot 18.50 uur geschorst.