U bekijkt een publicatie met

Toon versie van document

Regeling van de Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties, de Minister van Economische Zaken en Klimaat, de Staatssecretaris van Financiën – Fiscaliteit en Belastingdienst, de Minister van Infrastructuur en Waterstaat, de Minister van Justitie en Veiligheid, de Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit, de Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap en de Staatssecretaris van Sociale Zaken en Werkgelegenheid van 1 december 2020 tot aanvulling en wijziging van de Omgevingsregeling, intrekking en wijziging van andere regelingen en regeling van overgangsrecht voor de invoering van de Omgevingswet (Invoeringsregeling Omgevingswet)

De Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties, de Minister van Economische Zaken en Klimaat, de Staatssecretaris van Financiën – Fiscaliteit en Belastingdienst, de Minister van Infrastructuur en Waterstaat, de Minister van Justitie en Veiligheid, de Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit, de Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap en de Staatssecretaris van Sociale Zaken en Werkgelegenheid;

Gelet op de richtlijn gevaarlijke stoffen in de lucht, de richtlijn luchtkwaliteit, de richtlijn omgevingslawaai, de richtlijn storten afvalstoffen, de richtlijn winningsafval en het werelderfgoedverdrag;

Gelet op het Arbeidsomstandighedenbesluit, het Besluit detectie radioactief besmet schroot, het Besluit genetisch gemodificeerde organismen milieubeheer 2013, het Besluit investeringsplan en kwaliteit elektriciteit en gas, het Besluit kerninstallaties, splijtstoffen en ertsen, het Besluit kostenverevening reductie C02-emissies glastuinbouw, het Besluit kwaliteit gastouderbureaus, gastouders en voorzieningen voor gastouderopvang, de artikelen 8.47, vijfde lid, 8.48, vijfde lid, 8.53, vijfde lid, 8.55, vijfde lid, 8.56, tweede lid, 8.57, derde lid, 8.57a, vierde lid, 8.57b, vierde lid, 8.59, tweede lid, 8.62c, vijfde lid, 8.62h, derde lid, 8.62i, derde lid, 8.62l, vierde lid, 8.66, derde lid, en 8.68, derde lid, van het Besluit kwaliteit leefomgeving, het Besluit melden bedrijfsafvalstoffen en gevaarlijke afvalstoffen, het Besluit politiegegevens, het Besluit stimulering duurzame energieproductie, het Besluit stortplaatsen en stortverboden afvalstoffen, het Besluit toegelaten instellingen volkshuisvesting 2015, het Besluit vervoer gevaarlijke stoffen, het Besluit vervoer gevaarlijke stoffen door de lucht, het Drinkwaterbesluit, de Drinkwaterwet, de Erfgoedwet, het Inrichtingsbesluit WVO, het Inrichtingsbesluit WVO BES, de artikelen 5.37, onder b en c, en 6.1 van het Invoeringsbesluit Omgevingswet, de artikelen 2.17, onder k en l, 2.27, onder c, 2.45, onder n, en 3.1 van de Invoeringswet Omgevingswet, de Invorderingswet 1990, het Kaderbesluit nationale EZ-subsidies, het Kaderbesluit subsidies I en M, de Kaderwet subsidies I en M, de Kaderwet subsidies Verkeer en Waterstaat, de Landbouwwet, de Leegstandwet, de Meststoffenwet, het Mijnbouwbesluit, de Mijnbouwwet, de artikelen 2.15, derde en vierde lid, 2.20, tweede en derde lid, 2.21, eerste lid, 2.21a, eerste lid, 2.24, tweede lid, 4.1, tweede lid, 4.3, derde lid, 5.34, tweede lid, 13.1, tweede lid, 16.55, tweede lid, 16.88, derde en vierde lid, 18.21, eerste lid, 19.10, eerste lid, 19.11, 20.2, tweede lid, 20.3, eerste lid, 20.6, derde lid, aanhef en onder b, 20.14, zesde lid, 20.21, tweede en vierde lid, 20.25, tweede lid, 20.26, vierde lid, 20.28, derde lid, 20.29 en 20.30, aanhef en onder b, van de Omgevingswet, de Registratiewet 1970, het Reglement voor de binnenvisserij 1985, de Spoorwegwet, het Stortbesluit bodembescherming, de Visserijwet 1963, het Vuurwerkbesluit, het Warmtebesluit, het Waterbesluit, het Waterschapsbesluit, de Waterwet, de Wegenverkeerswet 1994, de Wet aanvullende regels veiligheid wegtunnels, de Wet beheer rijkswaterstaatswerken, de Wet bevordering integriteitsbeoordelingen door het openbaar bestuur, de Wet luchtvaart, de Wet maatregelen woningmarkt 2014 II, de Wet milieubeheer, de Wet op het BTW-compensatiefonds, de Wet taken meteorologie en seismologie, de Wet veiligheidsregio’s en de Wet vervoer gevaarlijke stoffen;

Besluiten:

HOOFDSTUK 1 AANVULLING EN WIJZIGING OMGEVINGSREGELING

Artikel 1.1 (Omgevingsregeling)   Verschilmarkering

De Omgevingsregeling wordt als volgt gewijzigd:

A

Na artikel 1.1 wordt een artikel ingevoegd, luidende:

  • Artikel 1.1a (grondslag)

    • 1.Deze regeling berust op de artikelen 1.5, tweede lid, 2.15, derde en vierde lid, 2.20, tweede en derde lid, 2.21, 2.21a, eerste lid, 2.24, tweede lid, 4.1, tweede lid, 4.3, derde lid, 5.34, tweede lid, 12.6, vijfde lid, 13.1, tweede lid, 16.6, 16.55, tweede en zesde lid, 16.88, derde en vierde lid, 18.21, eerste lid, 19.10, eerste lid, 19.11, 20.2, tweede lid, 20.3, eerste lid, 20.6, derde lid, aanhef en onder b, 20.14, zesde lid, 20.16, derde lid, 20.18, eerste lid, 20.21, tweede en vierde lid, 20.25, tweede lid, 20.26, vierde lid, 20.28, derde lid, 20.29 en 20.30, aanhef en onder b, van de wet.

    • 2.Deze regeling berust ook op de artikelen 8.47, vijfde lid, 8.48, vijfde lid, 8.53, vijfde lid, 8.55, vijfde lid, 8.56, tweede lid, 8.57, derde lid, 8.57a, vierde lid, 8.57b, vierde lid, 8.59, tweede lid, 8.62c, vijfde lid, 8.62h, derde lid, 8.62i, derde lid, 8.62l, vierde lid, 8.66, derde lid, en 8.68, derde lid, van het Besluit kwaliteit leefomgeving.

    • 3.De artikelen 14.1, 14.2, 14.18b, 14.28e en 14.31i berusten op artikel 133, derde lid, van de Mijnbouwwet.

B

Artikel 2.4 wordt verplaatst van paragraaf 2.2.2 naar paragraaf 2.2.1. Paragraaf 2.2.1 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

  • § 2.2.1 Rijkswateren

    Artikel 2.2 (geometrische begrenzing oppervlaktewaterlichamen in beheer bij het Rijk)

    Artikel 2.3 (aanwijzing en geometrische begrenzing rijkswateren niet in beheer bij het Rijk)

    • 1.In afwijking van artikel 2.20, tweedeeerste lid, onder a, van de wet, berust het waterstaatkundig beheer van de rijkswateren, voor zover deze liggen binnen de geometrische begrenzing die is vastgelegd in bijlage III, bij de in die bijlage bedoelde niet tot het Rijk behorende openbare lichamen.

    • 2.Het waterstaatskundigwaterstaatkundig beheer van de rijkswateren, voor zover het gaat om de zorg voor het voorkomen van schade aan waterstaatswerken veroorzaakt door muskus- en beverratten, bedoeld aan waterstaatswerken waarvan de geometrische begrenzing is vastgelegd in artikel 2.2, derde lidbijlage III, berust bij het waterschapsbestuur.

    Artikel 2.4 (geometrische plaatsbepalingbegrenzing primaire waterkeringen – dijktrajectenen andere dan primaire waterkeringen in beheer bij het Rijk)

    [Gereserveerd]

C

Artikel 2.4 wordt verplaatst van paragraaf 2.2.2 naar paragraaf 2.2.1. Paragraaf 2.2.2 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

  • § 2.2.2 WaterkeringenDijktrajecten

    Artikel 2.5 (geometrische plaatsbepalingbegrenzing locaties dijktrajecten van primaire waterkeringen en dijktrajecten van andere dan primaire waterkeringen in beheer bij het Rijk – dijktrajecten)

    • [Gereserveerd]

    • 1.Een dijktraject als bedoeld in artikel 2.0b van het Besluit kwaliteit leefomgeving wordt aan twee zijden begrensd door een lijn loodrecht op het dijktraject door een punt waarvan de rijksdriehoekscoördinaten zijn vastgesteld in bijlage IIIa.

    • 2.Een dijktraject als bedoeld in artikel 2.0h, onder a, van het Besluit kwaliteit leefomgeving wordt aan twee zijden begrensd door een lijn loodrecht op het dijktraject door een punt waarvan de rijksdriehoekscoördinaten zijn vastgesteld in bijlage IIIb.

D

Artikel 2.11 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

  • Artikel 2.11 (geometrische begrenzing PKB-Waddenzee en Waddengebied)

    • [Gereserveerd]

    • 1.De geometrische begrenzing van de PKB-Waddenzee, bedoeld in artikel 5.129a, eerste lid, van het Besluit kwaliteit leefomgeving, is vastgelegd in bijlage III.

    • 2.De geometrische begrenzing van het Waddengebied, bedoeld in artikel 5.129a, tweede lid, van het Besluit kwaliteit leefomgeving, is vastgelegd in bijlage III.

E

Artikel 2.12 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

  • Artikel 2.12 (geometrische begrenzing vrijwaringsgebieden rijksvaarwegen)

    De geometrische begrenzing van een vrijwaringsgebied van een rijkswater, met uitzondering van de Noordzee, de Waddenzee, de Westerschelde en het IJsselmeer, met inbegrip van het Zwarte Meer en het Ketelmeer, dat een vaarweg is als bedoeld in artikel 5.160 van het Besluit kwaliteit leefomgeving, is vastgelegd in bijlage III.

F

Paragraaf 2.2.9 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

  • § 2.2.9 Beperkingengebieden waterstaatswerken in beheer bij het Rijk

    Artikel 2.13 (aanwijzing en geometrische begrenzing beperkingengebieden oppervlaktewaterlichamen in beheer bij het Rijk, niet zijnde kanalen)

    [Gereserveerd]

    De beperkingengebieden met betrekking tot een oppervlaktewaterlichaam in beheer bij het Rijk dat geen kanaal is, bedoeld in artikel 6.17, eerste lid, van het Besluit activiteiten leefomgeving, zijn de locaties waarvan de geometrische begrenzing is vastgelegd in bijlage III.

    Artikel 2.14 (aanwijzing en geometrische begrenzing beperkingengebieden met betrekking tot kanalen in beheer bij het Rijk)

    [Gereserveerd]

    De beperkingengebieden met betrekking tot een kanaal in beheer bij het Rijk, bedoeld in artikel 6.17, tweede lid, van het Besluit activiteiten leefomgeving, zijn de locaties waarvan de geometrische begrenzing is vastgelegd in bijlage III.

    Artikel 2.15 (geometrische begrenzing beperkingengebieden vaarwegen in het beheer bij het Rijk)

    [Gereserveerd]

    De geometrische begrenzing van de vaarwegen, bedoeld in artikel 6.17, eerste lid, aanhef en onder d, onder 1° en 2°, en onder f, onder 2°, van het Besluit activiteiten leefomgeving, is vastgelegd in bijlage III.

    Artikel 2.16 (aanwijzing en geometrische begrenzing beperkingengebieden oppervlaktewaterlichamen in beheer bij het Rijk afmeren woonschip of ander drijvend werk)

    [Gereserveerd]

    De beperkingengebieden met betrekking tot een oppervlaktewaterlichaam in beheer bij het Rijk dat geen kanaal is, voor zover het gaat om het permanent afmeren van een woonschip of een ander drijvend werk, bedoeld in artikel 6.17, eerste lid, aanhef en onder e, van het Besluit activiteiten leefomgeving, zijn de locaties waarvan de geometrische begrenzing is vastgesteld in bijlage III.

    Artikel 2.17 (aanwijzing en geometrische begrenzing beperkingengebieden waterkeringen in beheer bij het Rijk)

    [Gereserveerd]

    De beperkingengebieden met betrekking tot waterkeringen in beheer bij het Rijk, bedoeld in artikel 6.18 van het Besluit activiteiten leefomgeving, zijn de locaties waarvan de geometrische begrenzing is vastgelegd in bijlage III.

G

Artikel 2.18 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

  • Artikel 2.18 (aanwijzing en geometrische begrenzing beperkingengebieden waterstaatswerkbeperkingengebied Noordzee)

    [Gereserveerd]

    Het beperkingengebied met betrekking tot de Noordzee, bedoeld in de artikelen 7.16, eerste lid, 7.17, eerste lid, 7.26, eerste lid, en 7.33 van het Besluit activiteiten leefomgeving, is de locatie waarvan de geometrische begrenzing is vastgelegd in bijlage III.

H

Artikel 2.19 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

  • Artikel 2.19 (aanwijzing en geometrische begrenzing beperkingengebieden waterstaatswerkbeperkingengebied Noordzee – zone tussen duinvoet en laagwaterlijn Noordzee)

    [Gereserveerd]

    De zone tussen de duinvoet en de laagwaterlijn van de Noordzee, bedoeld in artikel 7.17, tweede lid, van het Besluit activiteiten leefomgeving, is de locatie waarvan de geometrische begrenzing is vastgelegd in bijlage III.

I

Artikel 2.20 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

J

Artikel 2.22 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

  • Artikel 2.22 (aanwijzing en geometrische begrenzing in verband met mijnbouwlocatieactiviteiten in de Noordzee)

    • [Gereserveerd]

    • 1.De oefen- en schietgebieden, bedoeld in artikel 7.67, aanhef en onder b, onder 1°, en onder c, onder 1°, van het Besluit activiteiten leefomgeving, zijn de locaties waarvan de geometrische begrenzing is vastgelegd in bijlage III.

    • 2.De drukbevaren delen van de zee, bedoeld in artikel 7.67, aanhef en onder b, onder 2°, van het Besluit activiteiten leefomgeving, zijn de locaties waarvan de geometrische begrenzing is vastgelegd in bijlage III.

    • 3.De aanloopgebieden, bedoeld in artikel 7.67, aanhef en onder c, onder 2°, van het Besluit activiteiten leefomgeving, zijn de locaties waarvan de geometrische begrenzing is vastgelegd in bijlage III.

    • 4.De ankergebieden in de buurt van aanloophavens, bedoeld in artikel 7.67, aanhef en onder c, onder 3°, van het Besluit activiteiten leefomgeving, zijn de locaties waarvan de geometrische begrenzing is vastgelegd in bijlage III.

K

Het opschrift van paragraaf 2.3.1 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

  • § 2.3.1 Plaatsgebonden risico en aandachtsgebiedenAandachtsgebieden voor externe veiligheidsrisico’s

L

Artikel 2.23 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

  • Artikel 2.23 (aanwijzing in verbandwegen en spoorwegen met plaatsgebonden risicoaandachtsgebieden basisnet)

    • [Gereserveerd]

    • 1.Wegen waarvoor een brandaandachtsgebied en een explosieaandachtsgebied geldt als bedoeld in bijlage VII, onder C, bij het Besluit kwaliteit leefomgeving zijn de wegen, bedoeld in bijlage I bij de Regeling basisnet.

    • 2.Spoorwegen waarvoor een brandaandachtsgebied en een explosieaandachtsgebied geldt als bedoeld in bijlage VII, onder C, bij het Besluit kwaliteit leefomgeving zijn de spoorwegen, bedoeld in bijlage II bij de Regeling basisnet.

M

Artikel 2.24 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

  • Artikel 2.24 (aanwijzing delen van hetbrandvoorschriftengebieden basisnet met aandachtsgebieden voor externe veiligheidsrisico’s)

    [Gereserveerd]

    Brandvoorschriftengebieden als bedoeld in artikel 5.14, vijfde lid, van het Besluit kwaliteit leefomgeving zijn de brandaandachtsgebieden van:

    • a.

      de wegen die in bijlage I bij de Regeling basisnet zijn aangewezen en waarbij in kolom 5 van die bijlage "JA" is geplaatst; en

    • b.

      de spoorwegen die in bijlage II bij de Regeling basisnet zijn aangewezen en waarbij in kolom 7 van die bijlage "Ja" is geplaatst.

N

Het opschrift van artikel 2.25 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

  • Artikel 2.25 (geometrische begrenzing civiele opslagplaatsen)

O

Artikel 2.26 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

P

Artikel 2.29 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

Q

Artikel 2.30 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

  • Artikel 2.30 (aanwijzing en geometrische begrenzing beperkingengebieden hoofdspoorwegen)

R

Na paragraaf 2.3.4 wordt een paragraaf ingevoegd, luidende:

  • § 2.3.5 Bijzondere spoorwegen

    Artikel 2.30a (aanwijzing en begrenzing beperkingengebieden bijzondere spoorwegen ≤ 30 km/u)

    De beperkingengebieden, bedoeld in artikel 9.19, eerste lid, van het Besluit activiteiten leefomgeving, met betrekking tot bijzondere spoorwegen waarvoor geen toepassing is gegeven aan artikel 8, tweede lid, van het Besluit bijzondere spoorwegen, zijn:

    • a.

      de locaties die liggen binnen 3 m aan weerszijden van de bijzondere spoorweg; en

    • b.

      als het gaat om kruisingen tussen de bijzondere spoorweg en een weg die open staat voor het openbaar verkeer: de locaties die liggen binnen een vlak dat wordt gevormd door hoekpunten in het hart van het buitenste spoor op 50 m aan weerszijden van de as van de weg en op 11 m aan weerszijden van de bijzondere spoorweg in de as van de weg.

    Artikel 2.30b (aanwijzing en begrenzing beperkingengebieden bijzondere spoorwegen > 30 km/u)

    De beperkingengebieden, bedoeld in artikel 9.19, eerste lid, van het Besluit activiteiten leefomgeving, met betrekking tot bijzondere spoorwegen waarvoor toepassing is gegeven aan artikel 8, tweede lid, van het Besluit bijzondere spoorwegen, zijn:

    • a.

      als de bijzondere spoorweg als rechte baan is aangelegd: de locaties die liggen binnen 8 m aan weerszijden van de bijzondere spoorweg;

    • b.

      als de bijzondere spoorweg in gebogen richting is aangelegd: de locaties die liggen:

      • 1°.

        8 m langs de buitenzijde van de boog; en

      • 2°.

        20 m langs de binnenzijde van de boog;

    • c.

      als het gaat om kruisingen tussen een bijzondere spoorweg waarop een snelheid van ten hoogste 40 km/u is toegestaan en een weg die open staat voor het openbaar verkeer: de locaties die liggen binnen een vlak dat wordt gevormd door hoekpunten in het hart van het buitenste spoor op 220 m aan weerszijden van de as van de weg en op 11 m aan weerszijden van de bijzondere spoorweg in de as van de weg; en

    • d.

      als het gaat om kruisingen tussen een bijzondere spoorweg waarop een snelheid van meer dan 40 km/u is toegestaan en een weg die open staat voor het openbaar verkeer: de locaties die liggen binnen een vlak dat wordt gevormd door hoekpunten in het hart van het buitenste spoor op 500 m aan weerszijden van de as van de weg en op 11 m aan weerszijden van de bijzondere spoorweg in de as van de weg.

    Artikel 2.30c (meten afstand beperkingengebied bijzondere spoorwegen)

    De afstanden aan weerszijden van de bijzondere spoorweg en de afstanden langs de buitenzijde en binnenzijde van de boog, bedoeld in de artikelen 2.30a en 2.30b, gelden:

    • a.

      bij een spoorweg op maaiveldniveau: vanaf het hart van het buitenste spoor;

    • b.

      bij een ingegraven spoorweg: vanaf de bovenzijde van de ingraving; en

    • c.

      bij een opgehoogde spoorweg: vanaf de teen van het talud van de ophoging.

S

Het opschrift van paragraaf 2.3.5 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

  • § 2.3.52.3.6 Communicatie-, navigatie- en radarapparatuur voor de burgerluchtvaart

T

Artikel 2.31 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

U

Het opschrift van paragraaf 2.3.6 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

  • § 2.3.62.3.7 Buisleidingen van nationaal belang

V

Artikel 2.32 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

  • Artikel 2.32 (aanwijzing en geometrische begrenzing reserveringsgebieden buisleidingen van nationaal belang)

W

Het opschrift van paragraaf 2.3.7 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

  • § 2.3.72.3.8 Project Mainportontwikkeling Rotterdam

X

Het opschrift van paragraaf 2.3.8 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

  • § 2.3.82.3.9 Parallelle Kaagbaan

Y

Het opschrift van paragraaf 2.3.9 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

  • § 2.3.92.3.10 Installaties voor elektriciteitsvoorziening

Z

Artikel 2.37 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

  • Artikel 2.37 (geometrische begrenzing uitgezonderde locaties niet in betekenende mate luchtkwaliteit)

    [Gereserveerd]

    De geometrische begrenzing van de uitgezonderde locaties voor het exploiteren van een veehouderij, bedoeld in artikel 5.53, eerste lid, onder b, van het Besluit kwaliteit leefomgeving, is vastgelegd in bijlage III.

AA

Artikel 2.38 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

  • Artikel 2.38 (aanwijzing agglomeraties richtlijn luchtkwaliteit en richtlijn gevaarlijke stoffen in de lucht)

    De agglomeraties, bedoeld in de richtlijn luchtkwaliteit en de richtlijn gevaarlijke stoffen in de lucht, zijn:

    • a.

      Amsterdam/Haarlem, omvattend de gemeenten: Aalsmeer, Amstelveen, Amsterdam, Beverwijk, Bloemendaal, Diemen, Haarlem, Haarlemmermeer, Heemskerk, Heemstede, Ouder-Amstel, Uithoorn, Velsen, Zaanstad en Zandvoort;

    • b.

      Den Haag/Leiden, omvattend de gemeenten: Delft, Den Haag, Katwijk, Leiden, Leiderdorp, Leidschendam-Voorburg, Midden-Delfland, Oegstgeest, Rijswijk, Voorschoten, Wassenaar en Westland;

    • c.

      Eindhoven, omvattend de gemeenten: Best, Eindhoven, Geldrop-Mierlo, Helmond, Nuenen, Gerwen en Nederwetten en Veldhoven;

    • d.

      Heerlen/Kerkrade, omvattend de gemeenten: Beekdaelen, Brunssum, Heerlen, Kerkrade, Landgraaf, en Voerendaal;

    • e.

      Rotterdam/Dordrecht, omvattend de gemeenten: Albrandswaard, Barendrecht, Capelle aan de IJssel, Dordrecht, Hendrik-Ido-Ambacht, Maassluis, Nissewaard, Papendrecht, Ridderkerk, Rotterdam, Schiedam, Sliedrecht, Vlaardingen, Zuidplas en Zwijndrecht; en

    • f.

      Utrecht, omvattend de gemeenten: Houten, Nieuwegein, Utrecht en IJsselstein.

BB

Artikel 2.40 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

  • Artikel 2.40 (aanwijzing agglomeraties richtlijn omgevingslawaai)

    De agglomeraties, bedoeld in de richtlijn omgevingslawaai, zijn:

    • a.

      Alkmaar, omvattend de gemeenten: Alkmaar, Bergen, Heerhugowaard, Heiloo en Langedijk;

    • b.

      Almere;

    • c.

      Amersfoort;

    • d.

      Amsterdam/Haarlem, omvattend de gemeenten: Aalsmeer, Amstelveen, Amsterdam, Beverwijk, Bloemendaal, Diemen, Haarlem, Haarlemmermeer, Heemskerk, Heemstede, Ouder-Amstel, Uithoorn, Velsen, Zaanstad en Zandvoort;

    • e.

      Apeldoorn;

    • f.

      Arnhem;

    • g.

      Breda;

    • h.

      ‘s-Hertogenbosch;

    • i.

      Den Haag/Leiden, omvattend de gemeenten: Delft, Den Haag, Katwijk, Leiden, Leiderdorp, Leidschendam-Voorburg, Midden-Delfland, Oegstgeest, Pijnacker-Nootdorp, Rijswijk, Voorschoten, Wassenaar, Westland en Zoetermeer;

    • j.

      Eindhoven, omvattend de gemeenten: Best, Eindhoven, Geldrop-Mierlo, Helmond, Nuenen, Gerwen en Nederwetten en Veldhoven;

    • k.

      Enschede, omvattend de gemeenten: Almelo, Enschede en Hengelo;

    • l.

      Gouda, omvattend de gemeenten: Alphen aan deden Rijn, Gouda en Waddinxveen;

    • m.

      Groningen;

    • n.

      Heerlen/Kerkrade, omvattend de gemeenten: Beekdaelen, Brunssum, Heerlen, Kerkrade, Landgraaf en Voerendaal;

    • o.

      Hilversum, omvattend de gemeenten: Blaricum, Gooise Meren, Hilversum, Huizen, Laren en Weesp;

    • p.

      Maastricht;

    • q.

      Nijmegen;

    • r.

      Rotterdam/Dordrecht, omvattend de gemeenten: Albrandswaard, Barendrecht, Capelle aan den IJssel, Dordrecht, Hendrik-Ido-Ambacht, Nissewaard, Maassluis, Papendrecht, Ridderkerk, Rotterdam, Schiedam, Sliedrecht, Vlaardingen, Zuidplas en Zwijndrecht;

    • s.

      Tilburg;

    • t.

      Utrecht, omvattend de gemeenten: Houten, Nieuwegein, Stichtse Vecht, Utrecht en IJsselstein; en

    • u.

      Zwolle.

CC

Artikel 2.42 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

  • Artikel 2.42 (geometrische begrenzing werelderfgoed en erfgoed op de Voorlopige Lijst werelderfgoed)

    • 1.De geometrische begrenzing van de Droogmakerij de Beemster, bedoeld in artikel 7.3, eerste lid, van het Besluit kwaliteit leefomgeving, is vastgelegd in bijlage III.

    • 2.De geometrische begrenzing van de Stelling van Amsterdam, bedoeld in artikel 7.3, tweede lid, van het Besluit kwaliteit leefomgeving, is vastgelegd in bijlage III.

    • 3.De geometrische begrenzing van de Nieuwe Hollandse Waterlinie, bedoeld in artikel 7.3, derde lid, van het Besluit kwaliteit leefomgeving, is vastgelegd in bijlage III.

    • 4.De geometrische begrenzing van de Romeinse Limes, bedoeld in artikel 7.3, vierde lid, van het Besluit kwaliteit leefomgeving, is vastgelegd in bijlage III.

    • 5.De geometrische begrenzing van de Koloniën van Weldadigheid, bedoeld in artikel 7.3, vijfde lid, van het Besluit kwaliteit leefomgeving, is vastgelegd in bijlage III.

DD

Artikel 4.3 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

  • Artikel 4.3 (maatwerkvoorschriften of vergunningvoorschriften)

    • 1.Een maatwerkvoorschrift kan worden gesteld, of een vergunningvoorschrift als bedoeld in artikel 4.5 van de wet kan aan een omgevingsvergunning als bedoeld in hoofdstuk 3 van het Besluit activiteiten leefomgeving worden verbonden, over de afdelingen 4.2 tot en met 4.4.

    • 2.Met een maatwerkvoorschrift of een vergunningvoorschrift kan worden afgeweken van de afdelingen 4.2 tot en met 4.4, tenzij anders is bepaald.

    • 3.Een maatwerkvoorschrift wordt niet gesteld als over dat onderwerp een voorschrift aan een omgevingsvergunning als bedoeld in hoofdstuk 3 van het Besluit activiteiten leefomgeving kan worden verbonden.

    • 4.Op het stellen van een maatwerkvoorschrift zijn de beoordelingsregels en de bepalingen over vergunningvoorschriften in de artikelen 8.9, 8.10, 8.11, 8.17, 8.18, 8.20, 8.21, 8.22, 8.26, tweede tot en met vierde lid, 8.27, 8.28, 8.30, 8.31, 8.33 en 8.98 tot en met 8.100 van het Besluit kwaliteit leefomgeving van overeenkomstige toepassing.

EE

Artikel 4.6 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

  • Artikel 4.6 (rekenregels emissie ammoniak)

    • 1.De emissie van ammoniak per dierplaats per jaar, bedoeld in de artikelen 4.818, 4.819 en 4.820, van het Besluit activiteiten leefomgeving, is gelijk aan de in bijlage V vastgestelde emissiefactor voor ammoniak voor het in het dierenverblijf toegepaste huisvestingssysteem.

    • 2.In afwijking van het eerste lid wordt de emissie van ammoniak per dierplaats per jaar bij toepassing van een aanvullende techniek berekend met het voor die techniek in bijlage VI vastgestelde reductiepercentage en de in bijlage V vastgestelde emissiefactor voor ammoniak volgens de formule:

      • a.

        als één aanvullende techniek wordt toegepast, anders dan in een situatie als bedoeld onder b:

        emissie van ammoniak = emissiefactor ammoniak huisvestingssysteem x (100% – reductiepercentage ammoniak aanvullende techniek);

      • b.

        als een luchtwassysteem als aanvullende techniek wordt toegepast in combinatie met een huisvestingssysteem waarvan de emissiefactor voor ammoniak lager is dan 30% van de emissiefactor voor ammoniak voor een overig huisvestingssysteem:

        emissie van ammoniak = emissiefactor ammoniak overig huisvestingssysteem x (100% – reductiepercentage ammoniak luchtwassysteem) x 0,3; en

      • c.

        als een aanvullende techniek in combinatie met een andere aanvullende techniek wordt toegepast:

        emissie van ammoniak = emissiefactor ammoniak huisvestingssysteem x (100% – reductiepercentage ammoniak aanvullende techniek A) x (100% – reductiepercentage ammoniak aanvullende techniek B).

    • 3.Als de Minister van Infrastructuur en Waterstaat voorafgaand aan het in werking tredenvoor de inwerkingtreding van deze regelingde wet op grond van de Wet ammoniak en veehouderij een bijzondere emissiefactor voor ammoniak voor een huisvestingssysteem heeft vastgesteld en het huisvestingssysteem nog niet is vermeld in bijlage V of in die bijlage is vermeld met een hogere emissiefactor, wordt de bijzondere emissiefactor voor ammoniak in afwijking van het eerste en tweede lid de bijzondere emissiefactor voor ammoniak gebruikt voor het berekenen van de emissie, bedoeld in het eerste en tweede lid.

FF

Artikel 4.7 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

  • Artikel 4.7 (rekenregels emissie fijnstof)

    • 1.De emissie van PM10, bedoeld in artikel 4.823, van het Besluit activiteiten leefomgeving, is gelijk aan de in bijlage V vastgestelde emissiefactor voor PM10, voor het in het dierenverblijf toegepaste huisvestingssysteem.

    • 2.In afwijking van het eerste lid wordt de emissie van PM10 per dierplaats per jaar als volgt berekend:

      • a.

        als één aanvullende techniek wordt toegepast: met het voor die techniek in bijlage VI vastgestelde reductiepercentage en de in bijlage V vastgestelde emissiefactor voor PM10 volgens de formule:

        emissie van PM10 = emissiefactor PM10 huisvestingssysteem x (100% – verwijderingspercentage PM10 aanvullende techniek); en

      • b.

        als meer dan ééneen aanvullende techniek wordt toegepast: met het volgens rekenmodel Vee-combistof berekende reductiepercentage voor de combinatie van aanvullende technieken volgens de volgende formule:

        emissie van PM10 = emissiefactor PM10 huisvestingssysteem x (100% – reductiepercentage PM10 aanvullende technieken).

    • 3.Een aanvullende techniek die voor de reductie van PM10 een oliefilm aanbrengt met een leidingensysteem met sproeikoppen wordt niet gecombineerd met een andere aanvullende techniek die PM10 reduceert.

GG

Artikel 4.8 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

  • Artikel 4.8 (meetmethoden innovatieve dierenverblijven)

    • 1.Op het meten van de emissie van ammoniak afkomstig van een dierenverblijf waarop de meetverplichting van artikel 4.824 van het Besluit activiteiten leefomgeving van toepassing is, wordt het Protocol voor meting van ammoniakemissie uit huisvestingssystemen in de veehouderij toegepast.

    • 2.Op het meten van de emissie van PM10 afkomstig van een dierenverblijf waarop de meetverplichting van artikel 4.824 van het Besluit activiteiten leefomgeving van toepassing is, wordt het Protocol voor meting van fijnstofemissie uit huisvestingssystemen in de veehouderij toegepast.

    • 3.Op het meten van de emissie van geur afkomstig van een dierenverblijf waarop de meetverplichting van artikel 4.824 van het Besluit activiteiten leefomgeving van toepassing is, wordt het Protocol voor meting van geuremissie uit huisvestingssystemen in de veehouderij toegepast.

HH

Artikel 4.11 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

  • Artikel 4.11 (methode berekenen afstanden plaatsgebonden risico)

    Op het berekenen van de afstand voor het plaatsgebonden risico is van toepassing:

    • a.

      voor het exploiteren van een Seveso-inrichting, bedoeld in artikel 3.50 van het Besluit activiteiten leefomgeving: modules I en II van het Rekenvoorschrift omgevingsveiligheid en Safeti-NL;

    • b.

      voor het opwekken van elektriciteit met een windturbine, bedoeld in artikel 3.11 van het Besluit activiteiten leefomgeving: module IV van het Handboek Risicozonering WindturbinesRekenvoorschrift omgevingsveiligheid; en

    • c.

      voor het exploiteren van een buisleiding, bedoeld in artikel 3.101 van het Besluit activiteiten leefomgeving: module V van het Rekenvoorschrift omgevingsveiligheid en

      • 1°.

        voor ondergrondse buisleidingen voor aardgas: Carola; en

      • 2°.

        voor ondergrondse buisleidingen voor andere stoffen dan aardgas: Safeti-NL.

II

Afdeling 4.4 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

  • AFDELING 4.4 ENERGIEBESPARENDE MAATREGELEN MET BETREKKING TOT MILIEUBELASTENDE ACTIVITEITEN

    [Gereserveerd]

    Artikel 4.14 (energiebesparende maatregelen)

    • 1.Bij het verrichten van de milieubelastende activiteiten, bedoeld in tabel 4.14, wordt in ieder geval voldaan aan artikel 5.15, eerste lid, van het Besluit activiteiten leefomgeving, als door degene die de activiteit verricht de energiebesparende maatregelen zijn getroffen, die voor die activiteit zijn opgenomen in het onderdeel van bijlage VII waar in de tabel naar wordt verwezen.

    • 2.Bij het verrichten van milieubelastende activiteiten die een of meer van de in tabel 4.14 aangewezen activiteiten functioneel ondersteunen, wordt in ieder geval voldaan aan artikel 5.15, eerste lid, van het Besluit activiteiten leefomgeving, als door degene die de activiteit verricht de energiebesparende maatregelen zijn getroffen, die voor die activiteit zijn opgenomen in bijlage VII, onderdeel 16.

    • 3.In de gevallen, bedoeld in het eerste en tweede lid, is een energiebesparende maatregel uit bijlage VII die betrekking heeft op een stookinstallatie, een persluchtinstallatie, een elektromotor of een pomp niet van toepassing, als deze maatregel voornamelijk betrekking heeft op het verwarmen, koelen, ventileren, de warm tapwatervoorziening, het bevochtigen of ontvochtigen van een gebouw of de elektriciteitsopwekking ter plaatse ten behoeve van het gebouw.

      Tabel 4.14 Energiebesparende maatregelen

      Globale omschrijving activiteiten

      Milieubelastende activiteiten als bedoeld in:

      Energiebesparende maatregelen opgenomen in:

      Metaalproductenindustrie en metaalrecyclingbedrijf

      De artikelen 3.103 en 3.163 van het Besluit activiteiten leefomgeving

      Bijlage VII, onderdeel 1

      Autoschadeherstelbedrijven

      Artikel 3.276 van het Besluit activiteiten leefomgeving

      Bijlage VII, onderdeel 2

      Ziekenhuizen

      Artikel 3.256 van het Besluit activiteiten leefomgeving

      Bijlage VII, onderdeel 3

      Datacentra

      Artikel 3.235 van het Besluit activiteiten leefomgeving

      Bijlage VII, onderdeel 4

      Rubberindustrie en kunststofindustrie

      Artikel 3.134 van het Besluit activiteiten leefomgeving

      Bijlage VII, onderdeel 5

      Voedingsmiddelenindustrie

      Artikel 3.128 van het Besluit activiteiten leefomgeving

      Bijlage VII, onderdeel 6

      Agrarische sector

      De artikelen 3.200, 3.208 en 3.211 van het Besluit activiteiten leefomgeving

      Bijlage VII, onderdeel 7

      Mobiliteitssector

      De artikelen 3.253 en 3.280 van het Besluit activiteiten leefomgeving

      Bijlage VII, onderdeel 8

      Sport en recreatie sector

      De artikelen 3.308, 3.314 en 3.317 van het Besluit activiteiten leefomgeving

      Bijlage VII, onderdeel 9

      Papierindustrie en grafische industrie

      De artikelen 3.122 en 3.140 van het Besluit activiteiten leefomgeving

      Bijlage VII, onderdeel 10

      Minerale producten industrie

      Artikel 3.111 van het Besluit activiteiten leefomgeving

      Bijlage VII, onderdeel 11

      Chemische producten industrie

      Artikel 3.118 van het Besluit activiteiten leefomgeving

      Bijlage VII, onderdeel 12

      Autowasstraat en tankstation

      De artikelen 3.276 en 3.296 van het Besluit activiteiten leefomgeving

      Bijlage VII, onderdeel 13

      Houtindustrie

      Artikel 3.122 van het Besluit activiteiten leefomgeving

      Bijlage VII, onderdeel 14

      Opslag- en transportbedrijf

      De artikelen 3.285 en 3.229 van het Besluit activiteiten leefomgeving

      Bijlage VII, onderdeel 15

JJ

Het opschrift van paragraaf 5.1.1 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

  • § 5.1.1 Milieuprestatie en systeemrendementSysteemrendement

KK

Artikel 5.1 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

  • Artikel 5.1 (milieuprestatie)

    De uitkomst van de berekening, bedoeld in artikel 4.159, eerste en tweede lid, van het Besluit bouwwerken leefomgeving, mag worden verlaagd met 0.4, als bij de berekening gebruik is gemaakt van de Nationale Milieudatabase, release 2.0 of hoger.

    [Gereserveerd]

LL

Artikel 5.4 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

  • Artikel 5.4 (energielabeldeskundige)

    • 1.De energielabelplichtige stuurt de gegevens, bedoeld in artikel 5.5, tweede lid, aan een erkende energielabeldeskundige.

    • 2.De erkende energielabeldeskundige kan over de gegevens, bedoeld in artikel 5.5, tweede lid, bij de energielabelplichtige bewijsstukken opvragen als deze noodzakelijk zijn voor de beoordeling van die gegevens.

    • 3.De erkende energielabeldeskundige controleert de gegevens en de bewijsstukken op juistheid en certificeert de gegevens volgens de in bijlage IX opgenomen werkwijze.

    • 4.De energielabelplichtige dient het verzoek om een energielabel voor een woning in samen met de gecertificeerde gegevens bij de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland.

MM

Artikel 5.5 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

  • Artikel 5.5 (verstrekking energielabel woning)

    • 1.De Rijksdienst voor Ondernemend Nederland verstrekt op verzoek van een energielabelplichtige een energielabel voor een gebouw of een gedeelte daarvan met een woonfunctie als bedoeld in bijlage I bij het Besluit bouwwerken leefomgeving, met uitzondering van een woonfunctie voor zorg.

    • 2.Een energielabel als bedoeld in het eerste lid wordt vastgesteld op basis van gegevens over:

      • a.

        het woningtype;

      • b.

        het woningsubtype;

      • c.

        het bouwjaar of de bouwjaarklasse van de woning;

      • d.

        de woonoppervlakte in m2;

      • e.

        de beglazing van de leefruimte;

      • f.

        de beglazing van de slaapruimte;

      • g.

        de isolatie van de gevel;

      • h.

        de isolatie van het dak;

      • i.

        de isolatie van de vloer;

      • j.

        het verwarmingstoestel;

      • k.

        het tapwatertoestel;

      • l.

        het ventilatiesysteem;

      • m.

        de zonneboiler; en

      • n.

        het zonnepaneel.

    • 3.Als in opdracht van de eigenaar van de woning een energie-index voor de woning is vastgesteld, verstrekt de Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties na de registratie van de energie-index een energielabel voor die woning, als:

      • a.

        de energie-index is afgegevenvastgesteld door een bedrijf met een geldig NL-EPBD procescertificaat volgens de voorschriften, bedoeld in BRL KvINL 9500, delen -00 en -01 van 31 augustus 2011, inclusief het wijzigingsblad van 1 augustus 2015; en

      • b.

        de energie-index is geregistreerd bij de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland.

    • 4.De energie-index wordt met behulp van de in bijlage XIIa opgenomen tabel omgezet in een energieprestatie-indicator.

NN

Artikel 5.6 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

  • Artikel 5.6 (energielabel overige categorieën)

    • 1.Een energielabel voor overige categorieëneen gebouw of gedeelte daarvan met een gebruiksfunctie, niet zijnde een woonfunctie, met uitzondering van een woonfunctie voor zorg, wordt:

      • a.

        vastgesteld en afgegevenverstrekt door een bedrijf met een geldig NL-EPBD procescertificaat; en

      • b.

        vastgesteld volgens de voorschriften, bedoeld in BRL KvINL 9500, delen -00 en 03 van 31 augustus 2011, inclusief het wijzigingsblad van 1 augustus 2015, evenals deel -03 en -06 van 1 augustus 2015.

    • 2.Een energielabel wordt opgesteld volgens het in bijlage X opgenomen model ‘energielabel gebouw’.

    • 3.Een energielabel wordt verstrekt nadat degene die het energielabel heeft vastgesteld het energielabel heeft geregistreerd bij de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland.

OO

Artikel 5.7 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

  • Artikel 5.7 (bepalingsmethode overige categorieën)

    • 1.Een energielabel als bedoeld in artikel 5.6 wordt vastgesteld volgens het opnameprotocol, bedoeld in de hoofdstukken 6 en 7 van de ISSO 75.1 publicatie en de methode, bedoeld in de ISSO 75.3 publicatie.

    • 2.De rekenmethodieksoftware die wordt gebruikt bij het bepalen van de energie-index voldoet aan BRL KvINL 9501.

    • 3.De energie-index bij het energielabel wordt met behulp van de als bijlage XI opgenomen tabel omgezet in een als onderdeel van het energielabel opgenomen energieklasseenergielabelklasse.

PP

Artikel 5.8 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

  • Artikel 5.8 (afwijking bepalingsmethode energielabel overige categorieën)

    • 1.In afwijking van artikel 5.7, eerste lid, kan een energielabel voor een nieuw gebouw of een gebouw dat op basis van de bepalingsmethode, bedoeld in dat lid, een energielabelklasse A heeft, worden vastgesteld volgens:

      • a.

        het opnameprotocol, bedoeld in hoofdstuk 8 van de ISSO 75.1 publicatie; en

      • b.

        NEN 7120.

    • 2.In afwijking van artikel 5.7, eerste lid, kan een energielabel waarvoor de berekening Qpres;tot/Qpres;toel ten hoogste 1,35 is en waarvoor die berekening heeft plaatsgevonden ten behoeve van een aanvraag om een omgevingsvergunning voor een bouwactiviteit vandie is ingediend voor 1 juli 2012 worden vastgesteld volgens het opnameprotocol, bedoeld in het eerste lid, onder a.

    • 3.De rekenmethodieksoftware voor een energielabel dat wordt bepaaldvastgesteld volgens de methodiek, bedoeld in het eerste en tweede lid, die wordt gebruikt bij het bepalen van de energieprestatiecoëfficiënt, voldoet aan BRL KvINL 9501.

    • 4.De energieprestatiecoëfficiënt bij een energielabel die is bepaald volgens de methodiek, bedoeld in het eerste en tweede lid, wordt met behulp van de als bijlage XII opgenomen tabel omgezet in een energielabelklasse.

QQ

Artikel 5.9 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

  • Artikel 5.9 (registratie energielabels)

    • 1.De Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties registreert:

      • a.

        voor welke gebouwen een geldig energielabel is afgegevenverstrekt;

      • b.

        de datum van afgifte van het energielabel;

      • c.

        de gegevens, bedoeld in artikel 5.5, tweede lid;

      • d.

        de bewijsstukken, bedoeld in artikel 5.4, tweede lid;

      • e.

        de motivering van de erkende energielabeldeskundige die ten grondslag ligt aan de certificering, bedoeld in artikel 5.4, derde lid;

      • f.

        de gegevens op basis waarvan een energielabel als bedoeld in artikel 5.6 wordt vastgesteld; en

      • g.

        de gegevens op basis waarvan de energie-index, bedoeld in artikel 5.5, derde lid, wordt vastgesteld.

    • 2.De minister beheert de registratie.

    • 3.De minister is verwerkingsverantwoordelijke voor de registratie.

    • 4.De gegevens in de registratie worden ten hoogste twintig jaar bewaard, gerekend vanaf de datum van afgifte van een energielabel.

RR

Artikel 5.25 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

  • Artikel 5.25 (exameninstelling airconditioningsysteemdeskundige)

    • 1.De Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties wijst de instellingen aan die zijn belast met:

      • a.

        het afnemen van het examen airconditioningsysteemdeskundige;

      • b.

        het afnemen van het herexamen; en

      • c.

        het afnemen van het bijscholingsexamen.

    • 2.Een exameninstelling voor airconditioningsysteemdeskundigen:

      • a.

        bezit rechtspersoonlijkheid;

      • b.

        heeft een vestiging in Nederland;

      • c.

        beschikt over voldoende deskundigheid om examens op te stellen en af te nemen;

      • d.

        beschikt over een kwaliteitssysteem dat op schrift is gesteld; en

      • e.

        beschikt over faciliteiten om examens af te nemen.

    • 3.De minister kan een adviescommissie instellen die adviseert over de beoordeling van de deskundigheid, bedoeld in het tweede lid, onder c.

    • 4.De adviescommissie bestaat uit ten minste drie en ten hoogste zeven leden.

    • 5.De minister kan aan de aanwijzing voorschriften verbinden.

    • 6.De minister kan de aanwijzing intrekken als een exameninstelling niet voldoet aan de in het tweede lid bedoelde voorwaarden of de aan de aanwijzing verbonden voorschriften niet naleeft.

SS

Artikel 5.30 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

  • Artikel 5.30 (diploma airconditioningsysteemdeskundige)

    • 1.Een diploma voor airconditioningsysteemdeskundige vermeldt ten minste:

      • a.

        de volledige naam, geboortedatum en geboorteplaats van de houder van het diploma;

      • b.

        de datum van afgifte en de ondertekening door de minister; en

      • c.

        de geldigheidsduur.

    • 2.Een diploma is vijf jaar geldig.

TT

Artikel 5.31 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

  • Artikel 5.31 (registratie diploma airconditioningsysteemdeskundige)

    • 1.De Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties registreert:

      • a.

        aan welke personen een diploma EPBD A-airconditioningsystemen of een diploma EBPD B-airconditioningsystemen is afgegeven;

      • b.

        de datum van afgifte van het diploma; en

      • c.

        de geldigheidsduur van het diploma.

    • 2.De minister beheert de registratie.

    • 3.De minister is verwerkingsverantwoordelijke voor de registratie.

    • 4.De gegevens uit de registratie worden op verzoek kosteloos aan eenieder verstrekt voor zover dit noodzakelijk is voor het laten uitvoeren van de keuring, bedoeld in artikel 5.21.

    • 5.De gegevens in de registratie worden vijf jaar bewaard.

UU

Na subparagraaf 5.1.4.2 wordt een subparagraaf ingevoegd, luidende:

  • § 5.1.5 Energiebesparende maatregelen met betrekking tot gebouwen

    Artikel 5.32a (energiebesparende maatregelen)

    • 1.Aan artikel 3.84 van het Besluit bouwwerken leefomgeving wordt in ieder geval voldaan als de energiebesparende maatregelen zijn getroffen die voor de gebruiksfunctie zijn opgenomen in het in tabel 5.32a genoemde onderdeel van bijlage XVIIIa.

    • 2.Een in bijlage XVIIIa opgenomen energiebesparende maatregel voor een stookinstallatie, een persluchtinstallatie, een elektromotor of pompen hoeft niet te worden getroffen als deze niet voornamelijk betrekking heeft op het verwarmen, koelen, ventileren, de warm tapwatervoorziening, het bevochtigen of ontvochtigen van een gebouw of de elektriciteitsopwekking ter plaatse ten behoeve van het gebouw.

      Tabel 5.32a Energiebesparende maatregelen

      Gebruiksfunctie

      Energiebesparende maatregelen opgenomen in:

      Bijeenkomstfunctie voor kinderopvang

      Bijlage XVIIIa, onderdeel 1.a

      Andere bijeenkomstfunctie

      Bijlage XVIIIa, onderdeel 1.b

      Celfunctie

      Bijlage XVIIIa, onderdeel 2

      Gezondheidszorgfunctie

      Bijlage XVIIIa, onderdeel 3

      Industriefunctie

      Bijlage XVIIIa, onderdeel 4

      Kantoorfunctie

      Bijlage XVIIIa, onderdeel 5

      Logiesfunctie

      Bijlage XVIIIa, onderdeel 6

      Onderwijsfunctie

      Bijlage XVIIIa, onderdeel 7

      Sportfunctie

      Bijlage XVIIIa, onderdeel 8

      Winkelfunctie

      Bijlage XVIIIa, onderdeel 9

VV

Artikel 5.35 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

  • Artikel 5.35 (NEN 2535)

    Bij de toepassing van NEN 2535 is het in die norm bedoelde akkoord van de bevoegde autoriteit verkregen met een omgevingsvergunning voor een bouwactiviteit of brandveilig gebruik of een gebruiksmeldingmelding als bedoeld in artikel 6.7 van het Besluit bouwwerken leefomgeving.

WW

Artikel 5.36 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

  • Artikel 5.36 (NEN 2575)

    • 1.Bij de toepassing van NEN 2575 is het in die norm bedoelde akkoord van de bevoegde autoriteit verkregen met een omgevingsvergunning voor een bouwactiviteit of brandveilig gebruik of een gebruiksmeldingmelding als bedoeld in artikel 6.7 van het Besluit bouwwerken leefomgeving.

    • 2.Waar in de artikelen 3.119 en 4.213 van het Besluit bouwwerken leefomgeving wordt verwezen naar NEN 2575 geldt het volgende:

      • a.

        het in onderdeel 4, tabel 1, onder algemeen, bedoelde minimaal toelaatbaar geluidniveau van toonsignalen van 65 dB geldt alleen voor verkeersruimten; voor verblijfsruimten geldt alleen het in die tabel bedoelde geluidsniveau toonsignaal dat minimaal 6dB boven het gemiddelde omgevingsgeluid uitkomt;

      • b.

        het in onderdeel 4, tabel 2, onder algemeen, bedoelde minimaal toelaatbaar geluidniveau van gesproken berichten van 60 dB geldt alleen voor verkeerruimtenverkeersruimten; voor verblijfsruimten geldt alleen het in die tabel bedoelde geluidsniveau toonsignaal dat minimaal 6dB boven het gemiddelde omgevingsgeluid uitkomt;

      • c.

        onderdeel 12.4.2 Specificatie Luidsprekers is niet van toepassing;

      • d.

        onderdeel 17 Bekabeling is niet van toepassing.

    • 3.Het tweede lid is niet van toepassing op een ontruimingsalarminstallatie die behoort bij een brandmeldinstallatie met doormelding als bedoeld in de artikelen 3.115 en 4.208 van het Besluit bouwwerken leefomgeving en op een ontruimingsalarminstallatie die behoort bij een brandmeldinstallatie zonder doormelding die na 1 november 2008 is opgeleverd of gewijzigd.

XX

Artikel 5.41 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

  • Artikel 5.41 (NEN 1087)

    • 1.Waar in artikel 4.122 van het Besluit bouwwerken leefomgeving wordt verwezen naar NEN 1087, wordt bedoeld de hoofdstukken 5 en 8 van die norm.

    • 2.Waar in artikel 4.137, tweede lid, van het Besluit bouwwerken leefomgeving wordt verwezen naar NEN 1087, wordt bedoeld de onderdelen 5.1 en 5.3 van die norm.

YY

Artikel 5.44 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

  • Artikel 5.44 (NEN 2757)

    Waar in de artikelen 4.136, 4.1374.138 en 4.141 van het Besluit bouwwerken leefomgeving wordt verwezen naar NEN 2757, wordt bedoeld:

    • a.

      NEN 2757-1 voor verbrandingsinstallaties met een belasting kleiner dan of gelijk aan 130 kW op bovenwaarde; en

    • b.

      NEN 2757-2 voor verbrandingsinstallaties met een belasting groter dan 130 kW op bovenwaarde.

ZZ

Artikel 5.47 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

  • Artikel 5.47 (NEN-EN 1838)

    Waar in het Besluit bouwwerken leefomgeving wordt verwezen naar NEN-EN 1838, wordt bedoeld onderdeel 5.4.5 van die norm.

AAA

Artikel 5.48 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

  • Artikel 5.48 (NEN-EN 1990)

    Bij de toepassing van NEN-EN 1990 wordt tabel NB. 1- 2.1 gelezen als:

    Ontwerplevensduur

    Toepassing

    Klasse

    Jaren

    1A

    5

    Tijdelijke bouwwerken, anders dan een woonfunctie:

    waarbij de termijn, genoemd in een omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 2.15d van het Besluit bouwwerken leefomgeving, niet langer is dan 5 jaar, of die vergunningvrij zijn voor de activiteit bouwen.

    Bouwwerken in gevolgklasse CC2 of CC3: binnen deze klasse moeten de in rekening te brengen belastingen zijn gebaseerd op een referentieperiode van 15 jaar. Voor CC1 is dit 5 jaar.

    1B

    15

    Tijdelijke bouwwerken, anders dan bouwwerken die vallen in klasse 1A.

    2

    15

    Constructies en bouwwerken voor landbouw en tuinbouw en soortgelijke toepassingen, alleen voor productiedoeleinden, waarbij het aantal personen dat in het gebouw aanwezig is, beperkt is.

    Industriebouwwerken, wel ofal dan niet tijdelijk, met 1 of 2 bouwlagen.

    3

    50

    Bouwwerken anders dan bedoeld onder 1A, 1B en 2.

BBB

Hoofdstuk 6 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

  • HOOFDSTUK 6 MEET- EN REKENREGELS DECENTRAAL GEREGULEERDE ACTIVITEITEN

    [Gereserveerd]

    AFDELING 6.1 ALGEMEEN

    Artikel 6.1 (toepassingsbereik)

    Dit hoofdstuk is van toepassing op het bepalen van de gevolgen van activiteiten bij het vaststellen of wordt voldaan aan de regels in het omgevingsplan, de waterschapsverordening of de omgevingsverordening, als daarin op grond van artikel 4.1, eerste lid, van de wet regels zijn opgenomen over die activiteiten.

    Artikel 6.2 (normadressaat)

    Aan dit hoofdstuk wordt voldaan door degene die de activiteit verricht. Diegene draagt zorg voor de naleving van de regels over de activiteit.

    Artikel 6.3 (maatwerk- of vergunningvoorschriften)

    • 1.Een maatwerkvoorschrift kan worden gesteld, of een vergunningvoorschrift als bedoeld in artikel 4.5 van de wet kan aan een omgevingsvergunning als bedoeld in hoofdstuk 3 van het Besluit activiteiten leefomgeving worden verbonden, over artikel 6.14, vierde en vijfde lid.

    • 2.Met een maatwerkvoorschrift of een vergunningvoorschrift kan worden afgeweken van artikel 6.14, vierde en vijfde lid, tenzij anders is bepaald.

    • 3.Een maatwerkvoorschrift wordt niet gesteld als over dat onderwerp een voorschrift aan een omgevingsvergunning als bedoeld in hoofdstuk 3 van het Besluit activiteiten leefomgeving kan worden verbonden.

    • 4.Op het stellen van een maatwerkvoorschrift zijn de beoordelingsregels en de bepalingen over vergunningvoorschriften in de artikelen 8.9, 8.10, 8.11 en 8.20 van het Besluit kwaliteit leefomgeving van overeenkomstige toepassing.

    AFDELING 6.2 MEET- EN REKENREGELS ACTIVITEITEN WAAROVER IN OMGEVINGSPLANNEN REGELS ZIJN GESTELD

    § 6.2.1 Geluid

    Artikel 6.4 (toepassingsbereik)

    Deze paragraaf is van toepassing op het bepalen van het geluid door een activiteit, anders dan het wonen, op een geluidgevoelig gebouw, in geluidgevoelige ruimten binnen een in- en aanpandig geluidgevoelig gebouw en op een locatie die dichter bij de activiteit is gelegen als bedoeld in artikel 5.69 van het Besluit kwaliteit leefomgeving.

    Artikel 6.5 (bepalen: waar het geluid wordt bepaald)
    • 1.Het geluid op een geluidgevoelig gebouw wordt bepaald op een of meerdere punten waar het geluid representatief is en dat ligt:

      • a.

        als het gaat om een geluidgevoelig gebouw, anders dan een woonschip of woonwagen: op de gevel, op twee derde van de hoogte van een bouwlaag;

      • b.

        als het gaat om een nieuw te bouwen geluidgevoelig gebouw, anders dan een woonschip of woonwagen: op de locatie waar een gevel mag komen, op twee derde van de hoogte van een bouwlaag die gebouwd mag worden; en

      • c.

        als het gaat om een woonschip of woonwagen: op de begrenzing van de locatie voor het plaatsen van het woonschip of de woonwagen, op twee derde van de hoogte van een bouwlaag.

    • 2.In het eerste lid wordt onder woonschip verstaan: drijvend bouwwerk met een woonfunctie op een locatie die in het omgevingsplan is aangewezen als een ligplaats voor een woonschip.

    Artikel 6.6 (bepalen: geluid door activiteiten, anders dan specifieke activiteiten, op een geluidgevoelig gebouw of op een andere locatie)
    • 1.Op het bepalen van het geluid door een activiteit waarvoor een omgevingsplan een waarde als bedoeld in artikel 5.65, eerste lid, onder a, tweede, derde of vierde lid, 5.66, eerste lid, of 5.67 van het Besluit kwaliteit leefomgeving bevat, is de Handleiding meten en rekenen industrielawaai van toepassing.

    • 2.De bedrijfsduurcorrectie, bedoeld in de Handleiding meten en rekenen industrielawaai, wordt niet toegepast voor muziek.

    • 3.In afwijking van het eerste lid wordt het geluid door een schietbaan die ligt in een gebouw zonder open zijden en met een gesloten afdekking bepaald volgens bijlage XXIV.

    • 4.Bij het bepalen van het geluid worden het langtijdgemiddelde beoordelingsniveau LAr,LT en het maximale geluidniveau LAmax afgerond op hele getallen, waarbij een halve eenheid wordt afgerond naar het meest dichtbij gelegen even getal.

    Artikel 6.7 (bepalen: geluid door activiteiten, anders dan specifieke activiteiten, in geluidgevoelige ruimten binnen in- en aanpandige geluidgevoelige gebouwen)

    Op het bepalen van het geluid in geluidgevoelige ruimten binnen in- en aanpandige geluidgevoelige gebouwen zijn NEN 5077 en NEN 12354-3 van toepassing.

    Artikel 6.8 (berekenen: geluid door een windturbine of windpark)
    • 1.Het geluid door het opwekken van elektriciteit met een windturbine of windpark waarvoor een omgevingsplan een waarde als bedoeld in artikel 5.74, eerste of tweede lid, van het Besluit kwaliteit leefomgeving bevat, wordt berekend volgens bijlage XXV.

    • 2.Als het opwekken van elektriciteit met een windturbine of windpark wordt verricht in combinatie met een andere activiteit, wordt het gecumuleerde geluid berekend volgens bijlage XXVI.

    • 3.Bij het berekenen worden de waarden in dB Lden, dB Lnight en dB Lcum afgerond op hele getallen, waarbij een halve eenheid wordt afgerond naar het meest dichtbijgelegen even getal.

    Artikel 6.9 (berekenen: geluid door civiele buitenschietbanen, militaire buitenschietbanen en militaire springterreinen)
    • 1.Het geluid door het exploiteren van een in de buitenlucht of in een gebouw zonder gesloten afdekking of met een open zijde gelegen civiele of militaire schietbaan of militair springterrein, waarvoor een omgevingsplan een waarde als bedoeld in artikel 5.76, tweede of derde lid, van het Besluit kwaliteit leefomgeving bevat, wordt berekend volgens bijlage XXVII.

    • 2.In afwijking van het eerste lid kan het geluid door het exploiteren van een civiele schietbaan, als het gaat om een kleiduivenbaan of een schermenbaan voor het toepassingsgebied, bedoeld in bijlage XXVIII, ook volgens die bijlage worden berekend.

    § 6.2.2 Trillingen

    Artikel 6.10 (toepassingsbereik)

    Deze paragraaf is van toepassing op het bepalen van de trillingen door een activiteit, anders dan het wonen, die trillingen in een frequentie van 1 tot 80 Hz veroorzaakt in trillinggevoelige ruimten van een trillinggevoelig gebouw.

    Artikel 6.11 (bepalen: trillingen door activiteiten)

    Op het bepalen van de trillingen door een activiteit in trillinggevoelige ruimten van een trillinggevoelig gebouw waarvoor een omgevingsplan waarden als bedoeld in artikel 5.87, 5.87a, 5.88 of 5.89 van het Besluit kwaliteit leefomgeving bevat, is paragraaf 6.2 van de Meet- en beoordelingsrichtlijnen voor trillingen, deel B, van toepassing.

    § 6.2.3 Geur

    Artikel 6.12 (toepassingsbereik)

    Deze paragraaf is van toepassing op het berekenen van de geur door het exploiteren van een zuiveringtechnisch werk of het houden van landbouwhuisdieren in een dierenverblijf, op een geurgevoelig gebouw.

    Artikel 6.13 (berekenen: geur door het exploiteren van een zuiveringtechnisch werk)
    • 1.Op het berekenen van de geur door het exploiteren van een zuiveringtechnisch werk, waarvoor een omgevingsplan een waarde als bedoeld in artikel 5.100, eerste of tweede lid, 5.101 of 5.102 van het Besluit kwaliteit leefomgeving bevat, op een geurgevoelig gebouw is standaardrekenmethode luchtkwaliteit 3 van toepassing.

    • 2.Bij het toepassen van de standaardrekenmethode is de emissie van geur per seconde de som van de emissies van geur per seconde door de verschillende procesonderdelen.

    • 3.De emissie van geur per seconde door een procesonderdeel wordt:

      • a.

        als voor het procesonderdeel in bijlage XXIX een geuremissiefactor is vastgesteld: berekend door de geuremissiefactor te vermenigvuldigen met de oppervlakte of, als het gaat om overstorten, de lengte van het procesonderdeel; en

      • b.

        als voor het procesonderdeel in bijlage XXIX geen geuremissiefactor is vastgesteld: bepaald met een geuronderzoek volgens NTA 9065.

    Artikel 6.14 (berekenen: geur door het houden van landbouwhuisdieren in een dierenverblijf)
    • 1.Op het berekenen van de geur door het exploiteren van een ippc-installatie voor het houden van pluimvee of varkens of het houden van landbouwhuisdieren, waarvoor een omgevingsplan een waarde als bedoeld in artikel 5.109, eerste, tweede of derde lid, of 5.117, aanhef en onder a, van het Besluit kwaliteit leefomgeving bevat, op een geurgevoelig gebouw is het verspreidingsmodel V-Stacks vergunning van toepassing.

    • 2.Bij het toepassen van het verspreidingsmodel:

      • a.

        is de emissie van geur per seconde de som van de emissies van geur per seconde door de verschillende diercategorieën, gehouden in de verschillende dierenverblijven;

      • b.

        geldt als emissiepunt het emissiepunt, bedoeld in artikel 4.806, tweede lid, van het Besluit activiteiten leefomgeving; en

      • c.

        wordt bij een dierenverblijf met meer dan een emissiepunt het geometrisch gemiddelde van die punten aangemerkt als emissiepunt.

    • 3.De emissie van geur per seconde door een diercategorie wordt berekend door het aantal dieren van die diercategorie in een dierenverblijf te vermenigvuldigen met de voor die diercategorie geldende emissie van geur per dierplaats per seconde.

    • 4.De emissie van geur per dierplaats per seconde is gelijk aan de in bijlage V vastgestelde geuremissiefactor voor het in het dierenverblijf toegepaste huisvestingssysteem.

    • 5.In afwijking van het vierde lid wordt de emissie van geur per dierplaats per seconde bij het toepassen van een aanvullende techniek berekend met het voor die techniek in bijlage VI vastgestelde reductiepercentage voor geur en de in bijlage V vastgestelde geuremissiefactor volgens de formule:

      • a.

        als één aanvullende techniek wordt toegepast, anders dan in een situatie als bedoeld onder b:

        emissie van geur = geuremissiefactor huisvestingssysteem x (100% – reductiepercentage geur aanvullende techniek);

      • b.

        als een luchtwassysteem als aanvullende techniek wordt toegepast in combinatie met een huisvestingssysteem waarvan de geuremissiefactor lager is dan 30% van de geuremissiefactor voor een overig huisvestingssysteem:

        emissie voor geur = geuremissiefactor overig huisvestingssysteem x (100% – reductiepercentage geur luchtwassysteem) x 0,3; en

      • c.

        als een aanvullende techniek in combinatie met een andere aanvullende techniek wordt toegepast:

        emissie van geur = geuremissiefactor huisvestingssysteem x (100% – reductiepercentage geur aanvullende techniek A) x (100% - reductiepercentage geur aanvullende techniek B).

CCC

Voor afdeling 7.1 wordt een afdeling ingevoegd, luidende:

  • AFDELING 7.1 ALGEMEEN

    Artikel 7.1 (toepassingsbereik)

    Dit hoofdstuk is van toepassing op het verstrekken van gegevens en bescheiden:

    • a.

      bij een aanvraag om een besluit op grond van de wet;

    • b.

      ter voldoening aan een informatieverplichting op grond van artikel 4.3 van de wet;

    • c.

      bij een melding als bedoeld in artikel 4.4, eerste lid, van de wet; of

    • d.

      bij een andere informatieverplichting of ander bericht als bedoeld in artikel 16.1, tweede lid, van de wet.

    Artikel 7.1a (verstrekken van gegevens en bescheiden via de landelijke voorziening)

    • 1.Gegevens en bescheiden die via de landelijke voorziening worden ingediend, worden verstrekt in een van de volgende bestandsformaten: PNG, TIFF, JPG, ODT, SVG, CSV, ODS of PDF/A.

    • 2.Gegevens of bescheiden kunnen in een ander bestandsformaat worden verstrekt voor zover het bevoegd gezag dat kenbaar heeft gemaakt.

    Artikel 7.1b (verstrekken van coördinaten)

    Als coördinaten worden verstrekt, worden deze uitgedrukt in:

    • a.

      het stelsel van de Rijksdriehoeksmeting; of

    • b.

      als het gaat om een activiteit in de Noordzee: het European Terrestrial Reference System 1989, bedoeld in bijlage II, onder 1.2, van Verordening (EU) nr. 1089/2010 van de Commissie van 23 november 2010 ter uitvoering van Richtlijn 2007/2/EG van het Europees Parlement en de Raad betreffende de interoperabiliteit van verzamelingen ruimtelijke gegevens en van diensten met betrekking tot ruimtelijke gegevens (PbEU 2010, L 323).

DDD

Het opschrift van afdeling 7.1 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

  • AFDELING 7.17.2 AANVRAAG OMGEVINGSVERGUNNINGEN

EEE

Het opschrift van paragraaf 7.1.1 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

  • § 7.1.17.2.1 Algemene bepalingen

FFF

Artikel 7.1 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

  • Artikel 7.17.2 (toepassingsbereik)

    Deze afdeling is van toepassing op het verstrekken van gegevens en bescheiden bij een aanvraag om een omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 5.1 van de wet en, voor zover het gaat om artikelde artikelen 7.3 en 7.4, ook op het verstrekken van gegevens en bescheiden bij een aanvraag om een omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 5.3 of 5.4 van de wet.

GGG

Artikel 7.2 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

  • Artikel 7.27.3 (algemene aanvraagvereisten)

    Bij de aanvraag worden de volgende gegevens en bescheiden verstrekt:

    • a.

      een beschrijving van de activiteit waarvoor de omgevingsvergunning wordt aangevraagd;

    • b.

      het telefoonnummer van de aanvrager;

    • c.

      het adres, de kadastrale aanduiding of coördinaten van de locatie waarop de activiteit wordt verricht;

    • d.

      een aanduiding van de begrenzing van de locatie waarop de activiteit wordt verricht;

    • e.

      als de aanvraag wordt ingediend door een gemachtigde: naam, adres, telefoonnummer en woonplaats van de gemachtigde;

    • f.

      als de aanvraag elektronisch wordt ingediend: het e-mailadres van de aanvrager of de gemachtigde; en

    • g.

      als wordt gevraagd een voorschrift aan de omgevingsvergunning te verbinden over regels als bedoeld in paragraaf 4.1.1 van de wet: een beschrijving van het onderwerp van dat voorschrift; en

    • gh.

      als de aanvrager het voornemen heeftwordt gevraagd om in plaats vantoestemming om een maatregel die is voorgeschreven in regels als bedoeld in artikel 4.3 van de wet, een gelijkwaardige maatregel als bedoeld in artikel 4.7, eerste lid, van de wet te treffen: gegevens waaruit blijkt dat met de gelijkwaardige maatregel ten minste hetzelfde resultaat wordt bereikt als met de voorgeschreven maatregel is beoogd.

HHH

Artikel 7.3 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

  • Artikel 7.3 (aanvragen langs elektronische weg)

    • 1.Bij een aanvraag die elektronisch wordt ingediend worden gegevens en bescheiden verstrekt in een van de volgende bestandsformaten: PNG, TIFF, JPG, ODT, SVG, CSV, ODS of PDF/A.

    • 2.Gegevens of bescheiden kunnen in een ander bestandsformaat worden verstrekt voor zover het bevoegd gezag dat kenbaar heeft gemaakt.

III

Paragraaf 7.1.2 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

  • § 7.1.27.2.2 Bouwactiviteiten

    [Gereserveerd]

    § 7.2.2.1 Algemeen

    Artikel 7.5 (bouwactiviteit: toepassingsbereik)

    Deze paragraaf is van toepassing op het verstrekken van gegevens en bescheiden bij een aanvraag om een omgevingsvergunning voor een bouwactiviteit als bedoeld in artikel 2.15d van het Besluit bouwwerken leefomgeving.

    Artikel 7.6 (bouwactiviteit: algemene aanvraagvereisten)

    Bij een aanvraag wordt een opgave van de bouwkosten verstrekt.

    Artikel 7.7 (bouwactiviteit: veiligheid)

    • 1.Bij een aanvraag worden met het oog op het waarborgen van de veiligheid gegevens en bescheiden verstrekt over:

      • a.

        de belastingen en de belastingcombinaties voor sterkte en stabiliteit van de bouwconstructie en onderdelen daarvan;

      • b.

        de uiterste grenstoestand van de bouwconstructie en onderdelen daarvan;

      • c.

        de detaillering van trappen, hellingbanen en afscheidingen aan randen van vloeren, trappen of hellingbanen;

      • d.

        de beweegbare constructieonderdelen in de gevel;

      • e.

        de brandklasse en rookklasse van constructieonderdelen;

      • f.

        de brandcompartimentering en de kwaliteit van scheidingsconstructies;

      • g.

        de vluchtroutes, het verloop, de inrichting en de capaciteit hiervan, evenals de draairichting van de deuren waardoor een vluchtroute voert en de deuren grenzend aan de vluchtroute; en

      • h.

        de inbraakwerendheid.

    • 2.Als de aanvraag betrekking heeft op het veranderen of vergroten van een bestaand bouwwerk, blijkt uit de aangeleverde gegevens, bedoeld in het eerste lid, onder a en b, ook wat de opbouw van de bestaande constructie is en wat de toegepaste materialen zijn.

    • 3.Bij de aanvraag wordt een toelichting op het ontwerp van de constructies verstrekt over:

      • a.

        de aangehouden belastingen en belastingcombinaties;

      • b.

        de constructieve samenhang;

      • c.

        het stabiliteitsprincipe; en

      • d.

        de bouwconstructie en de brandwerendheid bij het bezwijken hiervan.

    Artikel 7.8 (bouwactiviteit: gezondheid)

    Bij een aanvraag worden met het oog op het beschermen van de gezondheid gegevens en bescheiden verstrekt over:

    • a.

      de geluidwering van buiten;

    • b.

      de bescherming tegen geluid van bouwwerkinstallaties;

    • c.

      de geluidsabsorptie van gemeenschappelijke verkeersruimten van een woongebouw;

    • d.

      de geluidwering tussen niet-gemeenschappelijke verblijfsruimten van dezelfde gebruiksfunctie en de geluidwering tussen ruimten van verschillende gebruiksfuncties;

    • e.

      de luchtvolumestroom en waterdichtheid, regenwerendheid, de factor van de temperatuur en wateropname van inwendige en uitwendige scheidingsconstructies;

    • f.

      de voorziening voor luchtverversing en de spuivoorziening;

    • g.

      de afvoer van rookgas en toevoer van verbrandingslucht;

    • h.

      het weren van ratten en muizen; en

    • i.

      de daglichtoppervlakte.

    Artikel 7.9 (bouwactiviteit: duurzaamheid)

    Bij een aanvraag worden met het oog op duurzaamheid gegevens en bescheiden verstrekt over:

    • a.

      de energieprestatiecoëfficient;

    • b.

      de thermische isolatie van een scheidingsconstructie;

    • c.

      de luchtvolumestroom; en

    • d.

      de milieubelasting van het gebouw door de toe te passen materialen, bepaald volgens de Bepalingsmethode Milieuprestatie Gebouwen en GWW-werken.

    Artikel 7.10 (bouwactiviteit: bruikbaarheid en toegankelijkheid)

    Bij een aanvraag worden met het oog op bruikbaarheid en toegankelijkheid gegevens en bescheiden verstrekt waaruit blijkt:

    • a.

      de aanduiding van de gebruiksfuncties, de verblijfsgebieden en de afmeting en de bezetting van alle ruimten inclusief totaaloppervlakten per gebruiksfunctie;

    • b.

      de aanduiding van bad- of toiletruimte, lift, buitenberging en buitenruimte;

    • c.

      de integrale toegankelijkheid van het bouwwerk en in het bouwwerk gelegen ruimten;

    • d.

      de aanduiding van de vloerpeilen ten opzichte van het aansluitende terrein; en

    • e.

      de aanduiding van de opstelplaats van een aanrecht en kook-, stook- en warmwatertoestellen.

    Artikel 7.11 (bouwactiviteit: bouwwerkinstallaties)

    • 1.Bij een aanvraag worden voor bouwwerkinstallaties gegevens en bescheiden verstrekt over:

      • a.

        de noodstroomvoorziening en -verlichting;

      • b.

        het leidingplan en aansluitpunten van breedbandconnectie, gas-, elektra- en waterleiding;

      • c.

        de aansluitpunten van de drinkwater- en warmwatervoorziening;

      • d.

        het leidingplan en aansluitpunten van riolering en hemelwaterafvoeren;

      • e.

        de aard en locatie van brandveiligheidinstallaties en van de vluchtrouteaanduiding;

      • f.

        gebouwgebonden veiligheidsvoorzieningen voor veilig onderhoud met behulp van de Checklist Veilig onderhoud op en aan gebouwen 2012; en

      • g.

        technische bouwsystemen en het daarbij behorende systeemrendement.

    • 2.Als de aanvraag gaat over een woongebouw worden gegevens en bescheiden verstrekt over:

      • a.

        zelfsluitende deuren;

      • b.

        spreekinstallaties; en

      • c.

        signaalvoorzieningen en deuropeners ter voorkoming van veel voorkomende criminaliteit.

    Artikel 7.12 (bouwactiviteit: veiligheid omgeving)

    Bij een aanvraag worden gegevens en bescheiden verstrekt over de maatregelen om de veiligheid te waarborgen en de gezondheid te beschermen in de directe omgeving van de bouwwerkzaamheden.

    Artikel 7.13 (bouwactiviteit: overige aanvraagvereisten)

    Bij een aanvraag worden gegevens en bescheiden verstrekt over kwaliteitsverklaringen bouw en CE-markeringen van bouwproducten.

    Artikel 7.14 (bouwactiviteit: aanvullende aanvraagvereisten woonwagens)

    Bij een aanvraag die gaat over een woonwagen, kan ter voldoening aan de artikelen 7.7 tot en met 7.11 en 7.13, documentatie van de leverancier van de woonwagen worden verstrekt.

    Artikel 7.15 (bouwactiviteit: aanvullende aanvraagvereisten wegtunnels)

    • 1.Bij een aanvraag die gaat over een wegtunnel als bedoeld in de Wet aanvullende regels veiligheid wegtunnels worden aanvullend op de artikelen 7.7, tot en met 7.13 de volgende gegevens en bescheiden verstrekt:

      • a.

        een toelichting waaruit blijkt dat het ontwerp van de tunnel voldoet aan de norm van artikel 6, eerste lid, van die wet;

      • b.

        een bouwplan dat voldoet aan bijlage 2, Leidraad veiligheidsdocumentatie voor wegtunnels, onder B2 (Bouwplan), bij de Regeling aanvullende regels veiligheid wegtunnels;

      • c.

        als er een gestandaardiseerde uitrusting wordt toegepast: een toelichting waaruit blijkt dat het ontwerp aansluit bij de standaarduitrusting van de tunnel waarvoor op grond van artikel 6b van die wet is gekozen; en

      • d.

        gegevens en bescheiden waaruit blijkt dat de tunnel voldoet aan de regels voor tunnelveiligheid, bedoeld in paragraaf 4.2.15 van het Besluit bouwwerken leefomgeving.

    • 2.Als ook gevraagd wordt om een voorschrift als bedoeld in artikel 7.3, onder g, worden voor wegtunnels ook gegevens en bescheiden verstrekt waaruit blijkt dat de toestemming als bedoeld in artikel 14 van de richtlijn 2004/54/EG van het Europees Parlement en de Raad van 29 april 2004 over minimumveiligheidseisen voor tunnels in het transeuropese wegennet (PbEU 2004, L 167, gerectificeerd in PbEU 2004, L 201) is verkregen om van eisen van die richtlijn af te wijken.

    § 7.2.2.2 Op een later tijdstip te verstrekken gegevens en bescheiden

    Artikel 7.16 (bouwactiviteit: uitgestelde aanvraagvereisten)

    • 1.Gegevens en bescheiden als bedoeld in artikel 8.3c, eerste lid, van het Besluit kwaliteit leefomgeving waarvoor het bevoegd gezag op grond van dat lid op verzoek van de aanvrager een voorschrift tot het later verstrekken van die gegevens en bescheiden aan de omgevingsvergunning voor de bouwactiviteit moet verbinden zijn:

      • a.

        de belastingen en de belastingcombinaties voor sterkte en stabiliteit en de uiterste grenstoestand van alle te wijzigen constructieve delen van het bouwwerk en van het bouwwerk als geheel, voor zover het niet gaat om de hoofdlijn van de constructie of het constructieprincipe; en

      • b.

        de details van de in of voor het bouwwerk toegepaste bouwwerkinstallaties, voor zover het niet gaat om de gegevens over de hoofdlijn of het principe van de toegepaste installaties.

    • 2.Het eerste lid, aanhef en onder a, is niet van toepassing als de gegevens en bescheiden betrekking hebben op tekeningen of berekeningen waaruit het constructieprincipe blijkt voor de nieuwe situatie en, als daarvan sprake is, voor de bestaande situatie. Dit gaat om:

      • a.

        tekeningen van de definitieve hoofdopzet van de constructie van alle verdiepingen met inbegrip van globale maatvoering;

      • b.

        een schematisch funderingsoverzicht of palenplan met globale plaatsing, aantallen en paalpuntniveaus, met inbegrip van globaal grondonderzoek waaruit de draagkracht van de ondergrond blijkt;

      • c.

        plattegronden van vloeren en daken, met inbegrip van globale maatvoering;

      • d.

        overzichtstekeningen van constructies in staal, hout en geprefabriceerd beton, met inbegrip van stabiliteitsvoorzieningen en dilataties, principedetails van karakteristieke constructieonderdelen in een schaal van 1:20, 1:10 of 1:5, met inbegrip van maatvoering; en

      • e.

        een toelichting op het ontwerp van de constructies als bedoeld in artikel 7.7, derde lid.

    • 3.De hoofdlijn, bedoeld in het eerste lid, onder b, gaat in ieder geval over de wijze van verwarming, koeling en luchtbehandeling, de locatie en wijze van verticaal transport en de locatie van en het type brandveiligheidinstallatie.

    • 4.Gegevens en bescheiden als bedoeld in artikel 8.3c, tweede lid, van het Besluit kwaliteit leefomgeving waarvoor het bevoegd gezag op grond van dat lid als naar zijn oordeel de bouwactiviteit daartoe aanleiding geeft een voorschrift tot het later verstrekken van die gegevens en bescheiden aan de omgevingsvergunning voor de bouwactiviteit kan verbinden zijn: de gegevens en bescheiden, bedoeld in de artikelen 7.7, eerste lid, onder c tot en met h, en 7.8 tot en met 7.12.

    § 7.2.2.3 Tekeningen en berekeningen

    Artikel 7.17 (bouwactiviteit: tekening)

    • 1.Bij een aanvraag worden tekeningen verstrekt met een duidelijke maatvoering en schaalaanduiding.

    • 2.Tenzij paragraaf 7.2.9.3 van toepassing is en de daarin aangegeven schaal geldt, heeft een tekening een schaal die niet kleiner is dan:

      • a.

        1:1.000, als het gaat om een situatietekening;

      • b.

        1:100, als het gaat om een geveltekening, plattegrond of doorsnede van een bouwwerk met een bruto-vloeroppervlakte van minder dan 10.000 m2; en

      • c.

        1:200, als het gaat om een geveltekening, plattegrond of doorsnede van een bouwwerk met een bruto-vloeroppervlakte van 10.000 m2 of groter.

    • 3.Tenzij paragraaf 7.2.9.3 van toepassing is, heeft een detailtekening een schaal van 1:5, 1:10 of 1:20.

    • 4.De situatietekening heeft een noordpijl waaruit de oriëntatie van het bouwwerk blijkt op het perceel en ten opzichte van de omgeving.

    Artikel 7.18 (bouwactiviteit: plattegrond, doorsnede en aanzicht)

    • 1.Bij een aanvraag worden plattegronden verstrekt met een doorsnede van een bouwlaag op 1.200 mm boven vloerniveau waarop zijn aangegeven:

      • a.

        uitwendige en inwendige scheidingsconstructies, met inbegrip van de materiaalaanduiding;

      • b.

        peilmaten van de vloer;

      • c.

        trappen en hellingbanen;

      • d.

        binnen- en buitenkozijnen;

      • e.

        kokers, schachten, kanalen en schoorstenen;

      • f.

        alle oppervlakken die een directe relatie hebben met of behoren tot:

        • 1°.

          gebruiksfuncties;

        • 2°.

          gebruiksoppervlakten en vloeroppervlakten;

        • 3°.

          verwarmde en onverwarmde zones;

        • 4°.

          gebruiksgebieden, functiegebieden en verblijfsgebieden;

        • 5°.

          verkeersruimten; en

        • 6°.

          toegankelijkheidssectoren; en

      • g.

        overige gegevens die zich hiervoor lenen, waaronder in ieder geval toiletruimten, badruimten, buitenbergingen, buitenruimten, liften, stallingsruimten, technische ruimten, opslagruimten en opstelplaatsen van het aanrecht en kook-, stook- en warmwatertoestellen.

    • 2.De vloerpeilen ten opzichte van het straatpeil en de hoogte van het maaiveld zijn aangeduid ter plaatse van de entree van het bouwwerk.

    • 3.Plattegronden en doorsneden zijn voorzien van maatvoering en hoogtelijnen.

    • 4.Alle aanzichten, met inbegrip van geveltekeningen, worden in loodrechte verticale projectie weergegeven.

    • 5.Alle dichte delen en kozijnen die een directe koppeling met de berekeningen hebben, zijn als zodanig terug te vinden in de berekening.

    Artikel 7.19 (bouwactiviteit: berekening)

    • 1.De aanvraag bevat over de bij die aanvraag gevoegde berekeningen, de volgende gegevens:

      • a.

        naam en versie van de gebruikte rekenprogramma’s;

      • b.

        invoergegevens en handberekeningen op doorlopend genummerde bladen;

      • c.

        de herkomst van basis- of invoergegevens;

      • d.

        symbolen en afkortingen weergegeven conform de voor de verschillende berekeningen geldende NEN-normen;

      • e.

        een toelichting op afwijkende symbolen of afkortingen, voor zover deze in rekenprogramma’s zijn gebruikt; en

      • f.

        numerieke gegevens, weergegeven in SI-eenheden als bedoeld in de internationale standaard van het Système International.

    • 2.Bij de aanvraag worden over de gebruikte rekenprogramma's de volgende gegevens en bescheiden verstrekt:

      • a.

        een beschrijving van de toegepaste rekenprogramma's;

      • b.

        een beschrijving van de rekenmethode;

      • c.

        een beschrijving van het toepassingsgebied;

      • d.

        een aanduiding van de betekenis van de gepresenteerde waarden;

      • e.

        een aanduiding van de nauwkeurigheid van de resultaten;

      • f.

        een beschrijving van het gekozen assenstelsel; en

      • g.

        een verklaring van de gebruikte symbolen en grootheden.

    Artikel 7.20 (bouwactiviteit: constructieve berekening)

    Bij een aanvraag wordt een constructieve berekening verstrekt, die ten minste de volgende gegevens bevat:

    • a.

      schematisering in overeenstemming met de NEN- of NEN-EN-norm die van toepassing is, met inbegrip van te hanteren belastingschema’s;

    • b.

      toerekening van materiaaleigenschappen in overeenstemming met de NEN- of NEN-EN-norm die van toepassing is;

    • c.

      doorsnedegrootheden die per constructieonderdeel zijn gemotiveerd, in de vorm van een berekening;

    • d.

      verantwoording van eigenschappen van ondersteuningen;

    • e.

      berekeningsresultaten per belastingschema uitgewerkt volgens de NEN- of NEN-EN-norm die van toepassing is; en

    • f.

      maatgevende waarden.

    Artikel 7.21 (bouwactiviteit: overige berekeningen)

    • 1.Bij een aanvraag wordt een berekening van de mechanische ventilatie verstrekt waarvan het resultaat ten minste de volgende gegevens en bescheiden bevat:

      • a.

        strangenschema's met diameters en lengten;

      • b.

        gegevens over drukverlies; en

      • c.

        merk en type van de toe te passen bouwwerkinstallatie.

    • 2.Een berekening van de thermische isolatie bevat ten minste de volgende gegevens en bescheiden:

      • a.

        de totale oppervlakte van kozijnen, ramen, deuren, dichte delen en daarmee gelijk te stellen constructiedelen;

      • b.

        de oppervlakte van elke toegepaste glassoort en de thermische eigenschappen hiervan;

      • c.

        een tekening waarop gehanteerde woningen voor de berekening van de energieprestatiecoëfficiënt zijn aangegeven;

      • d.

        gegevens en bescheiden over de begrenzing van de energieprestatiecoëfficiënt van woningen of woongebouw met een arcering op een plattegrondtekening;

      • e.

        gebruiksfunctie en energiesectoren die op een tekening voor niet tot bewoning bestemde gebouwen zijn gearceerd; en

      • f.

        invoergegevens van de energieprestatiecoëfficiëntberekening, met inbegrip van de bouwfysische eigenschappen van het bouwwerk en de bouwwerkinstallaties en het gehanteerde rekenprogramma.

    • 3.De berekening van de energieprestatie, bedoeld in het tweede lid, onder c, wordt uitgevoerd met een NL-EPBD®EPC geattesteerd computerprogramma als bedoeld in BRL KvINL 9501.

JJJ

Het opschrift van paragraaf 7.1.3 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

  • § 7.1.37.2.3 Milieubelastende activiteiten en lozingsactiviteiten

KKK

Subparagraaf 7.1.3.1 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

  • § 7.1.3.17.2.3.1 Algemeen: modules

    Artikel 7.22 (toepassingsbereik)

    DezeDe artikelen in deze paragraaf iszijn alleen van toepassing voor zover dat in deze paragraaf of de paragrafen 7.1.3.27.2.3.2 tot en met 7.1.3.127.2.3.12, 7.1.4.27.2.4.2 tot en met 7.1.4.87.2.4.8 en 7.1.5.27.2.5.2 tot en met 7.1.5.97.2.5.9 is bepaald.

    Artikel 7.22a (module: milieubelastende activiteiten met externe veiligheidsrisico’s)

    • 1.Bij een aanvraag om een omgevingsvergunning voor het verrichten van een milieubelastende activiteit die externe veiligheidsrisico’s veroorzaakt, bedoeld in hoofdstuk 3 van het Besluit activiteiten leefomgeving, worden de volgende gegevens en bescheiden verstrekt:

      • a.

        een beschrijving van de ongewone voorvallen die zich kunnen voordoen, de nadelige gevolgen daarvan en de passende maatregelen die worden getroffen voor het voorkomen van ongewone voorvallen en de nadelige gevolgen daarvan, bedoeld in artikel 19.1 van de wet;

      • b.

        de berekende afstand in meters tot waar het plaatsgebonden risico ten hoogste 1 op de 1.000.000, 1 op de 10.000.000 en 1 op de 100.000.000 per jaar is en de aan de berekening ten grondslag liggende rekenbestanden; en

      • c.

        de berekende afstand in meters voor de aandachtsgebieden, bedoeld in artikel 5.12 van het Besluit kwaliteit leefomgeving, en de aan de berekening ten grondslag liggende rekenbestanden.

    • 2.Op het berekenen van de afstanden voor het plaatsgebonden risico en de aandachtsgebieden zijn de artikelen 4.11, aanhef en onder a, en 4.12, eerste lid, van overeenkomstige toepassing.

    • 3.Als bij de aanvraag gegevens en bescheiden zijn verstrekt over de kans op het overlijden van een groep van tien of meer personen per jaar, bedoeld in artikel 8.10a, eerste lid, onder c, van het Besluit kwaliteit leefomgeving, is op het berekenen van die kans Safeti-NL van toepassing.

    Artikel 7.23 (module: lozen van afvalwater)

    Bij een aanvraag om een omgevingsvergunning voor het lozen van afvalwater op een oppervlaktewaterlichaam of een zuiveringtechnisch werk, bedoeld in hoofdstuk 3 van het Besluit activiteiten leefomgeving, worden de volgende gegevens en bescheiden verstrekt:

    • a.

      het maximale debiet in kubieke meters per uur van het te lozen afvalwater;

    • b.

      de regelmaat waarmee lozingen plaatsvinden;

    • c.

      een aanduiding of de lozing continu of niet-continu plaatsvindt;

    • d.

      een lijst met stoffen die worden geloosd;

    • e.

      een riooltekening;

    • f.

      de locaties van de lozingspunten;

    • g.

      de verwachte datum en het verwachte tijdstip van het begin van het lozen en de verwachte duur ervan;

    • h.

      een beschrijving van de maatregelen of voorzieningen die worden getroffen om de lozingen te voorkomen of te beperken;

    • i.

      een onderbouwing van de noodzaak om te lozen;

    • j.

      de samenstelling van het afvalwater dat wordt geloosd;

    • k.

      de bron of oorzaak van het afvalwater dat wordt geloosd;

    • l.

      de resultaten van de bepaling van de waterbezwaarlijkheid van de stoffen die worden geloosd, verricht volgens de Algemene BeoordelingsMethodiek, bedoeld in bijlage XVIII bij het Besluit kwaliteit leefomgeving;

    • m.

      de resultaten van de immissietoets voor de te lozen stoffen, verricht volgens het Handboek Immissietoets, bedoeld in bijlage XVIII bij het Besluit kwaliteit leefomgeving;

    • n.

      een beschrijving van de wijze waarop de lozing wordt vastgesteld en geregistreerd en de wijze waarop over de lozing wordt gerapporteerd;

    • o.

      als een andere lozingsroute dan naar het oppervlaktewater niet mogelijk is: de redenen waarom dat het geval is;

    • p.

      de eigenschappen van de opgeslagen stoffen; en

    • q.

      als de drempelwaarden van bijlage 2 bij het rapport Integrale aanpak van risico’s van onvoorziene lozingen worden overschreden: de resultaten van een milieurisicoanalyse.

    Artikel 7.24 (module: lozen van koelwater)

    Bij een aanvraag om een omgevingsvergunning voor het lozen van koelwater met een warmtevracht van meer dan 50 MW op een oppervlaktewaterlichaam, bedoeld in hoofdstuk 3 van het Besluit activiteiten leefomgeving, worden de volgende gegevens en bescheiden verstrekt:

    • a.

      het maximale debiet in kubieke meters per uur van het te lozen koelwater;

    • b.

      de regelmaat waarmee lozingen plaatsvinden;

    • c.

      een aanduiding of de lozing continu of niet-continu plaatsvindt;

    • d.

      de locaties van de lozingspunten;

    • e.

      de verwachte datum en het verwachte tijdstip van het begin van het lozen en de verwachte duur ervan;

    • f.

      de herkomst en eigenschappen van het koelwater;

    • g.

      de maximale temperatuur in graden Celsiuswarmtevracht van het koelwater dat wordt geloosd;

    • h.

      een beschrijving van de maatregelen of voorzieningen die worden getroffen om de warmtevracht van de lozingen te voorkomen of te beperken;

    • i.

      de resultaten van de immissietoets voor de warmtelozing, verricht volgens de CIW beoordelingssystematiek warmtelozingen, bedoeld in bijlage XVIII bij het Besluit kwaliteit leefomgeving;

    • j.

      een schema of tekening van de opzet van het koelwatersysteem en een beschrijving daarvan;

    • k.

      een beschrijving van de wijze waarop de lozing wordt vastgesteld en geregistreerd en de wijze waarop over de lozing wordt gerapporteerd; en

    • l.

      als stoffen aan het koelwater worden toegevoegd:

      • 1°.

        een lijst met stoffen die worden geloosd;

      • 2°.

        de eigenschappen van die stoffen;

      • 3°.

        een onderbouwing van de noodzaak om die stoffen te lozen;

      • 4°.

        de resultaten van de bepaling van de waterbezwaarlijkheid van de te lozen stoffen, verricht volgens de Algemene BeoordelingsMethodiek, bedoeld in bijlage XVIII bij het Besluit kwaliteit leefomgeving; en

      • 5°.

        de resultaten van de immissietoets voor de te lozen stoffen, verricht volgens het Handboek Immissietoets, bedoeld in bijlage XVIII bij het Besluit kwaliteit leefomgeving.

    Artikel 7.25 (module: lozen van afvalwater afkomstig van een ippc-installatie, andere milieubelastende installatie, Seveso-inrichting en verbranden van afvalstoffen)

    Bij een aanvraag om een omgevingsvergunning voor het lozen van afvalwater op een oppervlaktewaterlichaam of een zuiveringtechnisch werk afkomstig van het exploiteren van een ippc-installatie, een andere milieubelastende installatie, een Seveso-inrichting of het verbranden van bedrijfsafvalstoffen of gevaarlijke afvalstoffen, bedoeld in hoofdstuk 3 van het Besluit activiteiten leefomgeving, worden de volgende gegevens en bescheiden verstrekt:

    • a.

      een beschrijving van:

      • 1°.

        de milieubelastende activiteiten die worden verricht en de installaties;

      • 2°.

        de grondstoffen, hulpmaterialen en andere stoffen die worden gebruikt of gegenereerd;

      • 3°.

        de bronnen, aard en omvang van de emissies die zijn te voorzien in het oppervlaktewaterlichaam of zuiveringtechnisch werk, met een overzicht van de significante milieugevolgen van die emissies;

      • 4°.

        de technieken die worden toegepast om emissies die zijn te voorzien in het oppervlaktewaterlichaam of zuiveringtechnisch werk te voorkomen of, als dat niet mogelijk is, te verminderen;

      • 5°.

        een beschrijving van de maatregelen die worden getroffen om de emissies in het oppervlaktewaterlichaam of zuiveringtechnisch werk te controleren; en

      • 6°.

        de belangrijkste door de aanvrager bestudeerde alternatieven voor de voorgestelde technologie, technieken en maatregelen; en

      • 7°.

        de ongewone voorvallen die zich kunnen voordoen, de nadelige gevolgen daarvan en de passende maatregelen die worden getroffen voor het voorkomen van ongewone voorvallen en de nadelige gevolgen daarvan, bedoeld in artikel 19.1 van de wet; en

    • b.

      een beschrijving van de ongewone voorvallen als bedoeld in artikel 7.22a, eerste lid, onder a; en

    • bc.

      een niet-technische samenvatting van de gegevens en bescheiden, bedoeld onder a en b.

    Artikel 7.26 (module: milieubelastende activiteiten met bedrijfsafvalstoffen en gevaarlijke afvalstoffen en behandelen en zuiveren van afvalwater)

    Bij een aanvraag om een omgevingsvergunning voor het verrichten van activiteiten met bedrijfsafvalstoffen of gevaarlijke afvalstoffen of het behandelen of zuiveren van afvalwater, bedoeld in hoofdstuk 3 van het Besluit activiteiten leefomgeving, worden de volgende gegevens en bescheiden verstrekt:

    • a.

      de aard, samenstelling, hoeveelheid in tonnen, herkomst en wijze van registratie per afvalstof;

    • b.

      een beschrijving van de handelingen van nuttige toepassing of verwijdering per afvalstof;

    • c.

      een beschrijving van de handelingen van nuttige toepassing of verwijdering en de wijze van registratie van de afvalstoffen die bij de nuttige toepassing of verwijdering ontstaan;

    • d.

      een beschrijving van de wijze van afzet en registratie van de stoffen of materialen die geen afvalstoffen zijn en die zijn ontstaan bij de nuttige toepassing of verwijdering van de afvalstoffen;

    • e.

      per handeling van nuttige toepassing of verwijdering en per afvalstof de maximale opslagcapaciteit in tonnen en de maximale verwerkingscapaciteit in tonnen per jaar; en

    • f.

      als het gaat om afvalstoffen die via afgifte of inzameling worden verkregen: een beschrijving van de procedures van acceptatie van de afvalstoffen, administratieve organisatie en interne controle van de ontvangen afvalstoffen.

    Artikel 7.27 (module: exploiteren van een ippc-installatie, andere milieubelastende installatie, Seveso-inrichting, mijnbouwwerk, militaire zeehaven of luchthaven, milieubelastende activiteiten in de minerale producten industrie en voedingsmiddelenindustrie en verbranden of verwerken van afvalstoffen)

    Bij een aanvraag om een omgevingsvergunning voor het exploiteren van een ippc-installatie, andere milieubelastende installatie, Seveso-inrichting, mijnbouwwerk, militaire zeehaven of luchthaven, het verrichten van milieubelastende activiteiten in de minerale producten industrie of voedingsmiddelenindustrie of het verbranden of verwerken van bedrijfsafvalstoffen of gevaarlijke afvalstoffen, bedoeld in hoofdstuk 3 van het Besluit activiteiten leefomgeving, worden de volgende gegevens en bescheiden verstrekt:

    • a.

      een beschrijving van:

      • 1°.

        de milieubelastende activiteiten die worden verricht en de installaties;

      • 2°.

        de grondstoffen, hulpmaterialen, andere stoffen en energie die worden gebruikt of gegenereerd;

      • 3°.

        de emissiebronnen van de activiteiten;

      • 4°.

        de aard en omvang van de emissies die zijn te voorzien in de bodem, het water en de lucht, met een overzicht van de significante milieugevolgen van de emissies;

      • 5°.

        de toestand van het terrein van de installatie;

      • 6°.

        de technieken die worden toegepast ter voorkoming of, als dat niet mogelijk is, ter vermindering van de emissies die zijn te voorzien in de bodem, het water en de lucht;

      • 7°.

        een beschrijving van de maatregelen die worden getroffen om het ontstaan van afval te voorkomen of, wanneer dat niet mogelijk is, te beperken en om hergebruik, recycling of andere nuttige toepassing van afvalstoffen voor te bereiden;

      • 8°.

        een beschrijving van de maatregelen die worden getroffen om de emissies in de bodem, het water en de lucht te controleren;

      • 9°.

        de belangrijkste door de aanvrager bestudeerde alternatieven voor de voorgestelde technologie, technieken en maatregelen; en

      • 10°.

        een beschrijving van de maatregelen die worden getroffen om energie doelmatig te gebruiken; en

      • 11°.

        de ongewone voorvallen die zich kunnen voordoen, de nadelige gevolgen daarvan en de passende maatregelen die worden getroffen voor het voorkomen van ongewone voorvallen en de nadelige gevolgen daarvan, bedoeld in artikel 19.1 van de wet;

    • b.

      een beschrijving van de ongewone voorvallen als bedoeld in artikel 7.22a, eerste lid, onder a;

    • bc.

      als bodembedreigende stoffen worden gebruikt, gemaakt of uitgestoten: een rapport van een bodemonderzoek dat:

      • 1°.

        is verricht om de kwaliteit van de bodem en het grondwater vast te stellen;

      • 2°.

        gaat over het gedeelte van de locatie waarop de bodembedreigende stoffen worden gebruikt, gemaakt of uitgestoten;

      • 3°.

        voldoet aan NEN 5725 en NEN 5740, waarbij het veldwerk wordt verricht door een onderneming met een erkenning bodemkwaliteit voor BRL SIKB 2000 of een certificatie-instantie of inspectie-instantie met een erkenning bodemkwaliteit voor AS SIKB 2000;

      • 4°.

        de naam en het adres bevat van degene die het onderzoek heeft verricht;

      • 5°.

        een beschrijving bevat van de wijze waarop het onderzoek is verricht;

      • 6°.

        inzicht biedt in de aard en de mate van de aangetroffen verontreinigde stoffen en de herkomst daarvan;

      • 7°.

        informatie bevat over het huidige en eerdere gebruik van de locatie; en

      • 8°.

        bestaande informatie bevat over bodemmetingen en grondwatermetingen die de toestand van de bodem en het grondwater weergeven op het tijdstip van opstelling van het rapport, of anders nieuwe bodemmetingen en grondwatermetingen voor het constateren van eventuele verontreiniging van de bodem door de bodemverontreinigende stoffen die bij de activiteit zijn gebruikt, gemaakt of uitgestoten; en

    • cd.

      een niet-technische samenvatting van de gegevens en bescheiden, bedoeld onder a tot en bmet c.

    Artikel 7.27a (module: emissies in de lucht of het water)

    Bij een aanvraag om een omgevingsvergunning voor het verrichten van een milieubelastende activiteit die emissies in de lucht of het water veroorzaakt, bedoeld in hoofdstuk 3 van het Besluit activiteiten leefomgeving, worden de volgende gegevens en bescheiden verstrekt:

    • a.

      een aanduiding van de mate waarin de activiteit leidt tot een verhoging van de concentratie in de buitenlucht van de stoffen, bedoeld in artikel 8.17 van het Besluit kwaliteit leefomgeving;

    • b.

      een beschrijving van de maatregelen die worden getroffen om emissies in de lucht te voorkomen of, als dat niet mogelijk is, te beperken;

    • c.

      een aanduiding van de mate waarin zeer zorgwekkende stoffen in de lucht of het water worden geëmitteerd; en

    • d.

      een beschrijving van de mogelijkheden om de emissies van zeer zorgwekkende stoffen in de lucht of het water te beperken.

    Artikel 7.27b (module: doelmatig gebruik van energie)

    Bij een aanvraag om een omgevingsvergunning voor het verrichten van een milieubelastende activiteit met een significant verbruik van energie, bedoeld in hoofdstuk 3 van het Besluit activiteiten leefomgeving, worden de volgende gegevens en bescheiden verstrekt:

    • a.

      het elektriciteitsverbruik in kilowattuur per jaar;

    • b.

      het brandstofverbruik in kubieke meters per jaar; en

    • c.

      een beschrijving van de maatregelen die worden getroffen om energie doelmatig te gebruiken.

LLL

Het opschrift van subparagraaf 7.1.3.2 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

  • § 7.1.3.27.2.3.2 Lozen op een zuiveringtechnisch werk

MMM

Het opschrift van subparagraaf 7.1.3.3 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

  • § 7.1.3.37.2.3.3 Activiteiten die bedrijfstakken overstijgen

NNN

Artikel 7.29 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

  • Artikel 7.29 (milieubelastende activiteit: stookinstallatie)

    • [Gereserveerd]

    • 1.Bij een aanvraag om een omgevingsvergunning voor het exploiteren van een stookinstallatie met een nominaal thermisch ingangsvermogen van meer dan 100 kW, bedoeld in artikel 3.5, eerste lid, van het Besluit activiteiten leefomgeving, worden de gegevens en bescheiden, bedoeld in artikel 7.27a, onder c en d, verstrekt.

    • 2.Bij de aanvraag worden ook de volgende gegevens en bescheiden verstrekt:

      • a.

        gegevens over het nominaal thermisch ingangsvermogen in megawatt van de stookinstallatie;

      • b.

        gegevens over het type stookinstallatie, onderverdeeld naar gasmotor, dieselmotor, dual-fuelmotor, gasturbine, ketel, fornuis, droger, luchtverhitter en andere stookinstallatie; en

      • c.

        gegevens over het type gebruikte brandstoffen, onderverdeeld naar vaste rie-biomassa, andere vaste brandstoffen, andere vloeibare brandstoffen dan gasolie en andere gasvormige brandstoffen dan aardgas en vergistingsgas.

OOO

Na artikel 7.29 wordt een artikel ingevoegd, luidende:

  • Artikel 7.29a (lozingsactiviteit: stookinstallatie)

    Bij een aanvraag om een omgevingsvergunning voor het lozen van koelwater met een warmtevracht van meer dan 50 MW afkomstig van een stookinstallatie, bedoeld in artikel 3.5, tweede lid, van het Besluit activiteiten leefomgeving, worden de gegevens en bescheiden, bedoeld in artikel 7.24, verstrekt.

PPP

Artikel 7.31 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

  • Artikel 7.31 (milieubelastende activiteit: windpark met 3 of meer windturbines)

    • 1.Bij een aanvraag om een omgevingsvergunning voor een windpark met 3of3 of meer windturbines als bedoeld in artikel 3.13 van het Besluit activiteiten leefomgeving, worden voor iedereelke windturbine de volgende gegevens en bescheiden verstrekt:

      • a.

        het vermogen in kilowatt;

      • b.

        de diameter van de rotors in centimeters;

      • c.

        de hoogte van de masten in meters; en

      • d.

        de berekende afstand in meters tot waar het plaatsgebonden risico ten hoogste een1 op de miljoen100.000 en een1 op de honderdduizend1.000.000 per jaar is en de aan de berekening ten grondslag liggende rekenbestanden.

    • 2.Op het berekenen van de afstand voor het plaatsgebonden risico is artikel 4.11, aanhef en onder b, van overeenkomstige toepassing.

QQQ

Artikel 7.33 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

  • Artikel 7.33 (milieubelastende activiteit: koelinstallatie)

    • 1.Bij een aanvraag om een omgevingsvergunning voor het aanwezig hebben van een koelinstallatie, bedoeld in de artikelen 3.15, eerste lid, en 3.16, eerste lid, van het Besluit activiteiten leefomgeving, worden de volgende gegevens en bescheiden verstrekt:

      • a.

        het elektriciteitsverbruik van de koelinstallatie in kilowattuur per jaar;

      • b.

        het brandstofverbruik van de koelinstallatie in kubieke meters per jaar;

      • c.

        een beschrijving van de maatregelen die worden getroffen om energie doelmatig te gebruiken;

      • d.

        een beschrijving van de ongewone voorvallen die zich kunnen voordoen, de nadelige gevolgen daarvan en de passende maatregelen die worden getroffen voor het voorkomen van ongewone voorvallen en de nadelige gevolgen daarvan, bedoeld in artikel 19.1 van de wet;

      • e.

        als het gaat om een koelinstallatie met minder dan 10.000 kg ammoniak en met een diameter van de vloeistofleiding naar de verdamper van ten hoogste 80 mm, gegevens over:

        • 1°.

          het aantal koelinstallaties in een machinekamer;

        • 2°.

          de werktemperatuur in graden Celsius van de installatie met pompbeveiliging;

        • 3°.

          de hoeveelheidsklasse ammoniak in kilogrammen;

        • 4°.

          de opstellingsuitvoering;

        • 5°.

          de nominale diameter van de vloeistofleiding naar de verdamper vanaf de machinekamer en vanaf de vloeistofleiding; en

        • 6°.

          de coördinaten van de koelinstallatie;

      • f.

        als het gaat om een koelinstallatie met ten minste 10.000 kg ammoniak of met een diameter van de vloeistofleiding naar de verdamper van meer dan 80 mm, gegevens over:

        • 1°.

          de berekende afstand in meters tot waar het plaatsgebonden risico ten hoogste een op de miljoen, een op de tien miljoen en een op de honderd miljoen per jaar is en de aan de berekening ten grondslag liggende rekenbestanden; en

        • 2°.

          de berekende afstand in meters voor de aandachtsgebieden, bedoeld in artikel 5.12 van het Besluit kwaliteit leefomgeving, en de aan de berekening ten grondslag liggende rekenbestanden;

      • g.

        als het gaat om een koelinstallatie met ammoniak: een beschrijving van de maatregelen die worden getroffen om te voldoen aan PGS 13; en

      • h.

        als het gaat om een koelinstallatie met meer dan 100 kg koolwaterstoffen, gegevens over:

        • 1°.

          het soort koolwaterstof dat wordt toegepast in de koelinstallatie; en

        • 2°.

          de hoeveelheid koolwaterstof in kilogrammen die wordt toegepast in de koelinstallatie.

      Bij een aanvraag om een omgevingsvergunning voor het exploiteren van een koelinstallatie, bedoeld in de artikelen 3.15, eerste lid en 3.16, eerste lid, van het Besluit activiteiten leefomgeving, worden de gegevens en bescheiden, bedoeld in artikel 7.27b, verstrekt.

    • 2.Op het berekenen van de afstanden voor het plaatsgebonden risico en de aandachtsgebieden zijn de artikelen 4.11, aanhef en onder a, en 4.12, eerste lid, van overeenkomstige toepassing.

      Bij de aanvraag worden ook de volgende gegevens en bescheiden verstrekt:

      • a.

        een beschrijving van de ongewone voorvallen als bedoeld in artikel 7.22a, eerste lid, onder a;

      • b.

        als het gaat om een koelinstallatie met ammoniak: een beschrijving van de maatregelen die worden getroffen om te voldoen aan PGS 13;

      • c.

        als het gaat om een koelinstallatie met minder dan 10.000 kg ammoniak en met een diameter van de vloeistofleiding naar de verdamper van ten hoogste 80 mm: gegevens over:

        • 1°.

          het aantal koelinstallaties in een machinekamer;

        • 2°.

          de werktemperatuur in graden Celsius van de installatie met pompbeveiliging;

        • 3°.

          de hoeveelheidsklasse ammoniak in kilogrammen;

        • 4°.

          de opstellingsuitvoering;

        • 5°.

          de nominale diameter van de vloeistofleiding naar de verdamper vanaf de machinekamer en vanaf de vloeistofleiding; en

        • 6°.

          de coördinaten van de koelinstallatie;

      • d.

        als het gaat om een koelinstallatie met ten minste 10.000 kg ammoniak of met een diameter van de vloeistofleiding naar de verdamper van meer dan 80 mm: de gegevens en bescheiden, bedoeld in artikel 7.22a, eerste lid, onder b en c; en

      • e.

        als het gaat om een koelinstallatie met meer dan 100 kg koolwaterstoffen: gegevens over:

        • 1°.

          het soort koolwaterstof dat wordt toegepast in de koelinstallatie; en

        • 2°.

          de hoeveelheid koolwaterstof in kilogrammen die wordt toegepast in de koelinstallatie.

RRR

Artikel 7.34 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

  • Artikel 7.34 (lozingsactiviteit: koelinstallatie)

    Bij een aanvraag om een omgevingsvergunning voor het lozen van koelwater met een warmtevracht van meer dan 50 MW afkomstig van een koelinstallatie, bedoeld in artikel 3.16, tweede lid, van het Besluit activiteiten leefomgeving, worden de gegevens en bescheiden, bedoeld in artikel 7.24, verstrekt.

SSS

Artikel 7.35 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

  • Artikel 7.35 (milieubelastende activiteit: open bodemenergiesysteem)

    Bij een aanvraag om een omgevingsvergunning voor het aanleggen en gebruiken van een open bodemenergiesysteem, bedoeld in artikel 3.19, eerste lid, van het Besluit activiteiten leefomgeving, worden de volgende gegevens en bescheiden verstrekt:

    • a.

      de capaciteit van de pomp of pompen in kubieke meters water per uur per put;

    • b.

      de hoeveelheid water die ten hoogste in de bodem wordt gebracht en de hoeveelheid grondwater die wordt onttrokken, in kubieke meters water per uur, etmaal, maand en jaar;

    • c.

      een beschrijving van de hydrologische en hydrothermische gevolgen van het in de bodem brengen van water en het onttrekken van grondwater;

    • d.

      de maximale temperatuur in graden Celsius van het water dat in de bodem wordt gebracht;

    • e.

      de coördinaten van iedereelke put;

    • f.

      de diepte in meters van de onderkant en de bovenkant van de filters in meters van iedereelke put ten opzichte van het maaiveld en het Normaal Amsterdams Peil;

    • g.

      de lengte in meters van het effectieve filter in iedereelke put;

    • h.

      de omvang van de behoefte aan warmte en koude waarin het bodemenergiesysteem zal voorzien in megawattuur per jaar;

    • i.

      de lozingsroute van het afvalwater; en

    • j.

      een verklaring van degene die het open bodemenergiesysteem ontwerpt over het energierendement dat het systeem zal behalen, uitgedrukt als SPF, dat wordt berekend volgens de formule:

      stcrt-2020-64380-1.png

      waarbij wordt verstaan onder:

      Qw: de hoeveelheid warmte per jaar in megawattuur die door het open bodemenergiesysteem wordt geleverd;

      Qk: de hoeveelheid koude per jaar in megawattuur die door het systeem wordt geleverd;

      E: de hoeveelheid elektriciteit per jaar in megawattuur die door het systeem wordt verbruikt; en

      G: de hoeveelheid gas per jaar in megawattuur die door het systeem wordt verbruikt.

TTT

Artikel 7.37 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

  • Artikel 7.37 (milieubelastende activiteit: opslagtank voor gassen)

    • 1.Bij een aanvraag om een omgevingsvergunning voor het opslaan van gassen in een opslagtank, bedoeld in artikel 3.22 van het Besluit activiteiten leefomgeving, worden de volgende gegevens en bescheiden verstrekt:

      • a.

        een aanduiding van de stoffen die worden opgeslagen, de temperatuur van de stoffen in de opslagtank in graden Celsius en de hoeveelheid die ten hoogste wordt opgeslagen in kubieke meters;

      • b.

        de grootte van de opslagtank in kubieke meters;

      • c.

        een beschrijving van de installatie;

      • d.

        een aanduiding of het gaat om een bovengrondse of ondergrondse opslagtank;

      • e.

        een aanduiding van de mate waarin zeer zorgwekkende stoffen in de lucht worden geëmitteerd;

      • f.

        een beschrijving van de mogelijkheden om de emissies van zeer zorgwekkende stoffen in de lucht te beperken;

      • g.

        als de stoffen onder druk worden opgeslagen: vermelding van de druk in kilopascal;

      • h.

        als het gaat om het opslaan van ten hoogste 50 m3 propaan of propeen met een jaarlijkse doorzet van ten hoogste 600 m3:

        • 1°.

          de jaarlijkse doorzet in kubieke meters;

        • 2°.

          als het gaat om een bovengrondse opslagtank: de coördinaten van het vulpunt en de opslagtank;

        • 3°.

          als het gaat om een ondergrondse opslagtank: de coördinaten van het vulpunt, de bovengrondse vloeistofvoerende leiding en de aansluitpunten van die leiding en pomp; en

        • 4°.

          een beschrijving van de ongewone voorvallen die zich kunnen voordoen, de nadelige gevolgen daarvan en de passende maatregelen die worden getroffen voor het voorkomen van ongewone voorvallen en de nadelige gevolgen daarvan, bedoeld in artikel 19.1 van de wet;

      • i.

        als het gaat om het opslaan van meer dan 1.500 kg ammoniak, meer dan 1 m3 andere giftige of bijtende gassen van ADR-klasse 2, meer dan 1 m3 gassen in de gevarenklasse acute toxiciteit, categorie 1, 2 of 3, bedoeld in bijlage I, deel 3, bij de CLP-verordening, ten hoogste 50 m3 propaan of propeen met een jaarlijkse doorzet van meer dan 600 m3, meer dan 50 m3 propaan of propeen of meer dan 13 m3 acetyleen:

        • 1°.

          de berekende afstand in meters tot waar het plaatsgebonden risico ten hoogste een op de miljoen, een op de tien miljoen en een op de honderd miljoen per jaar is en de aan de berekening ten grondslag liggende rekenbestanden; en

        • 2°.

          de berekende afstand in meters voor de aandachtsgebieden, bedoeld in artikel 5.12 van het Besluit kwaliteit leefomgeving, en de aan de berekening ten grondslag liggende rekenbestanden;

      • j.

        als het gaat om het opslaan van zuurstof, kooldioxide, argon, helium of stikstof: een beschrijving van de maatregelen die worden getroffen om te voldoen aan PGS 9;

      • k.

        als het gaat om het opslaan van ammoniak: een beschrijving van de maatregelen die worden getroffen om te voldoen aan PGS 12; en

      • l.

        als het gaat om het opslaan van propaan, butaan of propeen: een beschrijving van de maatregelen die worden getroffen om te voldoen aan PGS 19.

      Bij een aanvraag om een omgevingsvergunning voor het opslaan van gassen in een opslagtank, bedoeld in de artikelen 3.21 en 3.22, eerste lid, van het Besluit activiteiten leefomgeving, worden de gegevens en bescheiden, bedoeld in artikel 7.27a, onder c en d, verstrekt.

    • 2.Op het berekenen van de afstanden voor het plaatsgebonden risico en de aandachtsgebieden zijn de artikelen 4.11, aanhef en onder a, en 4.12, eerste lid, van overeenkomstige toepassing.

      Bij de aanvraag worden ook de volgende gegevens en bescheiden verstrekt:

      • a.

        een aanduiding van de stoffen die worden opgeslagen, de temperatuur van de stoffen in de opslagtank in graden Celsius en de hoeveelheid die ten hoogste wordt opgeslagen in kubieke meters;

      • b.

        de grootte van de opslagtank in kubieke meters;

      • c.

        een beschrijving van de installatie;

      • d.

        een aanduiding of het gaat om een bovengrondse of ondergrondse opslagtank;

      • e.

        als de stoffen onder druk worden opgeslagen: de druk in kilopascal;

      • f.

        als het gaat om het opslaan van ten hoogste 50 m3 propaan of propeen met een jaarlijkse doorzet van ten hoogste 600 m3:

        • 1°.

          de jaarlijkse doorzet in kubieke meters;

        • 2°.

          een beschrijving van de ongewone voorvallen als bedoeld in artikel 7.22a, eerste lid, onder a;

        • 3°.

          als het gaat om een bovengrondse opslagtank: de coördinaten van het vulpunt en de opslagtank; en

        • 4°.

          als het gaat om een ondergrondse opslagtank: de coördinaten van het vulpunt, de bovengrondse vloeistofvoerende leiding en de aansluitpunten van die leiding en pomp.

      • g.

        als het gaat om het opslaan van meer dan 1.500 kg ammoniak, meer dan 1 m3 andere giftige of bijtende gassen van ADR-klasse 2, meer dan 1 m3 gassen in de gevarenklasse acute toxiciteit, categorie 1, 2 of 3, bedoeld in bijlage I, deel 3, bij de CLP-verordening, ten hoogste 50 m3 propaan of propeen met een jaarlijkse doorzet van meer dan 600 m3, meer dan 50 m3 propaan of propeen of meer dan 13 m3 acetyleen: de gegevens en bescheiden, bedoeld in artikel 7.22a, eerste lid;

      • h.

        als het gaat om het opslaan van zuurstof, kooldioxide, argon, helium of stikstof: een beschrijving van de maatregelen die worden getroffen om te voldoen aan PGS 9;

      • i.

        als het gaat om het opslaan van ammoniak: een beschrijving van de maatregelen die worden getroffen om te voldoen aan PGS 12; en

      • j.

        als het gaat om het opslaan van propaan, butaan of propeen: een beschrijving van de maatregelen die worden getroffen om te voldoen aan PGS 19.

UUU

Artikel 7.38 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

  • Artikel 7.38 (milieubelastende activiteit: opslagtank of tankcontainer of verpakking voor vloeistoffen)

    • 1.Bij een aanvraag om een omgevingsvergunning voor het opslaan van vloeistoffen in een opslagtank of een tankcontainer of verpakking die als opslagtank wordt gebruikt, bedoeld in artikel 3.25, eerste lid, van het Besluit activiteiten leefomgeving, worden de volgende gegevens en bescheiden verstrekt:

      • a.

        een aanduiding van de stoffen die worden opgeslagen, de temperatuur van de stoffen in de opslagtank en de hoeveelheid die ten hoogste wordt opgeslagen;

      • b.

        de grootte van de opslagtank, tankcontainer of verpakking in kubieke meters en het materiaal waarvan die is gemaakt;

      • c.

        een aanduiding of het gaat om:

        • 1°.

          een bovengrondse of ondergrondse opslagtank; en

        • 2°.

          een verticaal of horizontaal opgestelde opslagtank;

      • d.

        een beschrijving van de maatregelen die worden getroffen om verontreiniging van de bodem te voorkomen;

      • e.

        een aanduiding van de mate waarin zeer zorgwekkende stoffen in de lucht en in het water worden geëmitteerd;

      • f.

        een beschrijving van de mogelijkheden om de emissies van zeer zorgwekkende stoffen in de lucht en in het water te beperken;

      • g.

        als het gaat om het opslaan van:

        • 1°.

          meer dan 1 m3 vloeibare gevaarlijke stoffen van ADR-klasse 6.1;

        • 2°.

          meer dan 1 m3 vloeibare gevaarlijke stoffen in de gevarenklasse acute toxiciteit, categorie 1 of 2, bedoeld in bijlage I, deel 3, bij de CLP-verordening;

        • 3°.

          meer dan 1 m3 vloeibare gevaarlijke stoffen in de gevarenklasse acute toxiciteit, categorie 3, bedoeld in bijlage I, deel 3, bij de CLP-verordening, als die:

          • i.

            bij inademing acuut toxisch zijn; of

          • ii.

            bij opname door de mond acuut toxisch zijn, voor zover die stoffen niet kunnen worden ingedeeld in die klasse bij inademing of blootstelling aan de huid; of

        • 4°.

          vloeibare gevaarlijke stoffen van ADR-klasse 3, verpakkingsgroep I of II in een bovengrondse opslagtank of een tankcontainer of verpakking die als opslagtank wordt gebruikt met een inhoud van meer dan 150 m3:

          • i.

            de berekende afstand in meters tot waar het plaatsgebonden risico ten hoogste een op de miljoen, een op de tien miljoen en een op de honderd miljoen per jaar is en de aan de berekening ten grondslag liggende rekenbestanden;

          • ii.

            de berekende afstand in meters voor de aandachtsgebieden, bedoeld artikel 5.12 van het Besluit kwaliteit leefomgeving, en de aan de berekening ten grondslag liggende rekenbestanden; en

          • iii.

            een beschrijving van de ongewone voorvallen die zich kunnen voordoen, de nadelige gevolgen daarvan en de passende maatregelen die worden getroffen voor het voorkomen van ongewone voorvallen en de nadelige gevolgen daarvan, bedoeld in artikel 19.1 van de wet;

      • h.

        als de stoffen onder druk worden opgeslagen: vermelding van de druk in kilopascal;

      • i.

        als het gaat om het opslaan van vloeibare gevaarlijke stoffen van ADR-klasse 3 in een bovengrondse opslagtank met een inhoud van ten hoogste 150 m3: een beschrijving van de maatregelen die worden getroffen om te voldoen aan PGS 30;

      • j.

        als het gaat om het opslaan van andere vloeibare gevaarlijke stoffen dan stoffen van ADR-klasse 3 in een opslagtank met een inhoud van ten hoogste 150 m3: een beschrijving van de maatregelen die worden getroffen om te voldoen aan PGS 31;

      • k.

        als het gaat om het opslaan van vloeibare gevaarlijke stoffen van ADR-klasse 3 in een bovengrondse opslagtank met een inhoud van meer dan 150 m3: een beschrijving van de maatregelen die worden getroffen om te voldoen aan PGS 29; en

      • l.

        als de drempelwaarden van bijlage 2 bij het rapport Integrale aanpak van risico’s van onvoorziene lozingen worden overschreden: de resultaten van een milieurisicoanalyse.

      Bij een aanvraag om een omgevingsvergunning voor het opslaan van vloeistoffen in een opslagtank of een tankcontainer of verpakking die als opslagtank wordt gebruikt, bedoeld in de artikelen 3.24 en 3.25, eerste lid, van het Besluit activiteiten leefomgeving, worden de gegevens en bescheiden, bedoeld in artikel 7.27a, onder c en d, verstrekt.

    • 2.Op het berekenen van de afstanden voor het plaatsgebonden risico en de aandachtsgebieden zijn de artikelen 4.11, aanhef en onder a, en 4.12, eerste lid, van overeenkomstige toepassing.

      Bij de aanvraag worden ook de volgende gegevens en bescheiden verstrekt:

      • a.

        een aanduiding van de stoffen die worden opgeslagen, de temperatuur van de stoffen in de opslagtank en de hoeveelheid die ten hoogste wordt opgeslagen;

      • b.

        de grootte van de opslagtank, tankcontainer of verpakking in kubieke meters en het materiaal waarvan die is gemaakt;

      • c.

        een aanduiding of het gaat om:

        • 1°.

          een bovengrondse of ondergrondse opslagtank; en

        • 2°.

          een verticaal of horizontaal opgestelde opslagtank;

      • d.

        een beschrijving van de maatregelen die worden getroffen om verontreiniging van de bodem te voorkomen of, als dat niet mogelijk is, te beperken;

      • e.

        als het gaat om het opslaan van:

        • 1°.

          meer dan 1 m3 vloeibare gevaarlijke stoffen van ADR-klasse 6.1;

        • 2°.

          meer dan 1 m3 vloeibare gevaarlijke stoffen in de gevarenklasse acute toxiciteit, categorie 1 of 2, bedoeld in bijlage I, deel 3, bij de CLP-verordening;

        • 3°.

          meer dan 1 m3 vloeibare gevaarlijke stoffen in de gevarenklasse acute toxiciteit, categorie 3, bedoeld in bijlage I, deel 3, bij de CLP-verordening, als die:

          • i.

            bij inademing acuut toxisch zijn; of

          • ii.

            bij opname door de mond acuut toxisch zijn, voor zover die stoffen niet kunnen worden ingedeeld in die klasse bij inademing of blootstelling aan de huid; of

        • 4°.

          vloeibare gevaarlijke stoffen van ADR-klasse 3, verpakkingsgroep I of II in een bovengrondse opslagtank of een tankcontainer of verpakking die als opslagtank wordt gebruikt met een inhoud van meer dan 150 m3: de gegevens en bescheiden, bedoeld in artikel 7.22a, eerste lid;

      • f.

        als de stoffen onder druk worden opgeslagen: de druk in kilopascal;

      • g.

        als het gaat om het opslaan van vloeibare gevaarlijke stoffen van ADR-klasse 3 in een bovengrondse opslagtank met een inhoud van ten hoogste 150 m3: een beschrijving van de maatregelen die worden getroffen om te voldoen aan PGS 30;

      • h.

        als het gaat om het opslaan van andere vloeibare gevaarlijke stoffen dan stoffen van ADR-klasse 3 in een opslagtank met een inhoud van ten hoogste 150 m3: een beschrijving van de maatregelen die worden getroffen om te voldoen aan PGS 31;

      • i.

        als het gaat om het opslaan van vloeibare gevaarlijke stoffen van ADR-klasse 3 in een bovengrondse opslagtank met een inhoud van meer dan 150 m3: een beschrijving van de maatregelen die worden getroffen om te voldoen aan PGS 29; en

      • j.

        als de drempelwaarden van bijlage 2 bij het rapport Integrale aanpak van risico’s van onvoorziene lozingen worden overschreden: de resultaten van een milieurisicoanalyse.

VVV

Artikel 7.40 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

  • Artikel 7.40 (milieubelastende activiteit: gevaarlijke stoffen in verpakking)

    • 1.Bij een aanvraag om een omgevingsvergunning voor het in een opslagplaats opslaan van gevaarlijke stoffen, bedoeld in artikel 3.28 van het Besluit activiteiten leefomgeving, worden per opslagplaats de volgende gegevens en bescheiden verstrekt:

      • a.

        de maximale opslagcapaciteit in kilogrammen;

      • b.

        de hoeveelheid stoffen in kilogrammen die per ADR-klasse ten hoogste wordt opgeslagen;

      • c.

        een aanduiding van de stoffen die worden opgeslagen en de eigenschappen van die stoffen en een aanduiding of stoffen van verpakkingsgroep I worden opgeslagen;

      • d.

        de hoeveelheid stoffen in de gevarenklasse acute toxiciteit, categorie 1, 2 of 3, bedoeld in bijlage I, deel 3, bij de CLP-verordening, in kilogrammen, die ten hoogste per categorie wordt opgeslagen;

      • e.

        het beschermingsniveau volgens PGS 15;

      • f.

        de oppervlakte in vierkante meters van de opslagplaats;

      • g.

        een beschrijving van de brandbeveiligingsinstallatie en het daarvoor opgestelde uitgangspuntendocument volgens PGS 15;

      • h.

        een aanduiding of de gevaarlijke stoffen wel of niet gedurende korte tijd en in afwachting van aansluitend vervoer naar een vooraf bekende ontvanger worden opgeslagen;

      • i.

        de coördinaten van de opslagplaats, tenzij onderdeel l of m van toepassing is;

      • j.

        een beschrijving van de maatregelen die worden getroffen om te voldoen aan PGS 15;

      • k.

        een beschrijving van de ongewone voorvallen die zich kunnen voordoen, de nadelige gevolgen daarvan en de passende maatregelen die worden getroffen voor het voorkomen van ongewone voorvallen en de nadelige gevolgen daarvan,als bedoeld in artikel 19.1 van de wet7.22a, eerste lid, onder a;

      • l.

        als het gaat om het opslaan van meer dan 1.500 l giftige of bijtende gassen van ADR-klasse 2 of meer dan 1.500 l tot vloeistof verdichte gassen in de gevarenklasse acute toxiciteit, categorie 1, 2 of 3, bedoeld in bijlage I, deel 3, bij de CLP-verordening, in gasflessen, bedoeld in artikel 3.28, aanhef en onder a of g, van het Besluit activiteiten leefomgeving: gegevens over:

        • 1°.

          de berekende afstand in meters tot waar het plaatsgebonden risico ten hoogste een op de miljoen, een op de tien miljoen en een op de honderd miljoen is en de aan de berekening ten grondslag liggende rekenbestanden; en

        • 2°.

          de berekende afstand in meters voor de aandachtsgebieden, bedoeld in artikel 5.12 van het Besluit kwaliteit leefomgeving, en de aan de berekening ten grondslag liggende rekenbestanden;

        als het gaat om het opslaan van meer dan 1.500 l giftige of bijtende gassen van ADR-klasse 2 of meer dan 1.500 l tot vloeistof verdichte gassen in de gevarenklasse acute toxiciteit, categorie 1, 2 of 3, bedoeld in bijlage I, deel 3, bij de CLP-verordening, in gasflessen, bedoeld in artikel 3.28, aanhef en onder a of g, van het Besluit activiteiten leefomgeving: de gegevens en bescheiden, bedoeld in artikel 7.22a, eerste lid, onder b en c;

      • m.

        als het gaat om het opslaan van 10.000 kg of meer in totaal van de gevaarlijke stoffen, bedoeld in artikel 3.27, eerste lid, onder a, b of c, van het Besluit activiteiten leefomgeving, bedoeld in artikel 3.28, aanhef en onder h, van dat besluit, voor zover brandbare gevaarlijke stoffen met fluor-, chloor-, broom-, stikstof- of zwavelhoudende verbindingen worden opgeslagen, of zowel brandbare gevaarlijke stoffen als gevaarlijke stoffen met die verbindingen worden opgeslagen, en voor zover het gaat om:

        • 1°.

          brandbare gevaarlijke stoffen met fluor-, chloor-, broom-, stikstof- of zwavelhoudende verbindingen worden opgeslagen;

        • 2°.

          zowel brandbare gevaarlijke stoffen als gevaarlijke stoffen met die verbindingen worden opgeslagen;

        • 31°.

          deeen opslagplaats met een oppervlakte heeft van meer dan 100 m2; of

        • 42°.

          verpakkingseenheden van meer dan 100 kg met een stof van ADR-klasse 6.1, van verpakkingsgroep I, worden opgeslagen die in de open lucht worden gelost of geladen:

          • i.

            de berekende afstand in meters tot waar het plaatsgebonden risico ten hoogste een op de miljoen, een op de tien miljoen en een op de honderd miljoen per jaar is en de aan de berekening ten grondslag liggende rekenbestanden; en

          • ii.

            de berekende afstand in meters voor de aandachtsgebieden, bedoeld artikel 5.12 van het Besluit kwaliteit leefomgeving, en de aan de berekening ten grondslag liggende rekenbestanden; en

          verpakkingseenheden van meer dan 100 kg met een stof van ADR-klasse 6.1, van verpakkingsgroep I, die in de open lucht worden gelost of geladen:

          de gegevens en bescheiden, bedoeld in artikel 7.22a, eerste lid, onder b en c; en

      • n.

        als het gaat om het opslaan van gevaarlijke stoffen van ADR-klasse 5.2: een beschrijving van de maatregelen die worden getroffen om te voldoen aan PGS 8.

    • 2.Het eerste lid, onder m, is niet van toepassing als het gaat om:

      • a.

        het opslaan van ten hoogste 30.000 kg per opslagplaats, voor korte tijd en in afwachting van aansluitend vervoer naar een vooraf bekende ontvanger; of

      • b.

        een geval waarvoor afstanden zijn vastgesteld in tabel B.3 van bijlage VII bij het Besluit kwaliteit leefomgeving.

    • 3.Op het berekenen van de afstanden voor het plaatsgebonden risico en de aandachtsgebieden zijn de artikelen 4.11, aanhef en onder a, en 4.12, eerste lid, van overeenkomstige toepassing.

WWW

Artikel 7.41 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

  • Artikel 7.41 (milieubelastende activiteit: vuurwerk en pyrotechnische artikelen voor theatergebruik)

    • 1.Bij een aanvraag om een omgevingsvergunning voor het opslaan, herverpakken of bewerken van vuurwerk of van pyrotechnische artikelen voor theatergebruik, bedoeld in artikel 3.31, eerste lid, van het Besluit activiteiten leefomgeving, worden de volgende gegevens en bescheiden verstrekt:

      • a.

        het gewicht van het vuurwerk, de pyrotechnische artikelen voor theatergebruik en de andere stoffen en voorwerpen van ADR-klasse 1 in kilogrammen, onderscheiden naar ADR-klasse en compatibiliteitsgroep als bedoeld in de ADR en aangegeven met de letters A tot en met J, K tot en met N of S, dat ten hoogste wordt opgeslagen in iedereelke bewaarplaats en bufferbewaarplaats voor vuurwerk of pyrotechnische artikelen voor theatergebruik;

      • b.

        de coördinaten van de ruimte, bedoeld in artikel 4.1031, tweede lid, van dat besluit en iedereelke bewaarplaats en bufferbewaarplaats voor vuurwerk of pyrotechnische artikelen voor theatergebruik;

      • c.

        de grootte van de deuropening in vierkante meters van iedereelke bewaarplaats en bufferbewaarplaats voor vuurwerk of pyrotechnische artikelen voor theatergebruik;

      • d.

        een beschrijving van de ongewone voorvallen die zich kunnen voordoen, de nadelige gevolgen daarvan en de passende maatregelen die worden getroffen voor het voorkomen van ongewone voorvallen en de nadelige gevolgen daarvan,als bedoeld in artikel 19.1 van de wet7.22a, eerste lid, onder a;

      • e.

        als de aanvraag betrekking heeft op het opslaan van vuurwerk van categorie F4: de hoeveelheid NEM in kilogrammen; en

      • f.

        als de aanvraag betrekking heeft op het bewerken van vuurwerk van categorie F4 of pyrotechnische artikelen voor theatergebruik:

        • 1°.

          de namen van degenen door wie of onder toezicht van wie activiteiten met dat vuurwerk of die pyrotechnische artikelen voor theatergebruik worden verricht;

        • 2°.

          gegevens over de vakbekwaamheid van het personeel dat werkzaamheden met dat vuurwerk of die pyrotechnische artikelen verricht; en

        • 3°.

          een uitgangspuntendocument voor brandbeveiligingsinstallaties, waarin alle bouwkundige, organisatorische en installatietechnische eisen voor de met sprinklers te beveiligen ruimten en locaties zijn beschreven, dat voldoet aan Memorandum nr. 60 van het Centrum voor criminaliteitspreventie en veiligheid en dat is beoordeeld en goedgekeurd door een inspectie-instantie met een accreditatie volgens NEN-EN-ISO/IEC 17020 als type A voor dat memorandum.

    • 2.Voor het bepalen van het gewicht van vuurwerk of pyrotechnische artikelen voor theatergebruik in:

      • a.

        een bufferbewaarplaats wordt uitgegaan van het vuurwerk en de pyrotechnische artikelen voor theatergebruik met omhulsel en verpakking, maar zonder de transportverpakking, bedoeld in de ADR; en

      • b.

        een bewaarplaats wordt uitgegaan van het vuurwerk en de pyrotechnische artikelen voor theatergebruik met omhulsel en verpakking en met de transportverpakking, bedoeld in de ADR.

XXX

Artikel 7.42 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

  • Artikel 7.42 (milieubelastende activiteit: ontplofbare stoffen voor civiel gebruik)

    Bij een aanvraag om een omgevingsvergunning voor het opslaan van ontplofbare stoffen van ADR-klasse 1, bedoeld in artikel 3.34 van het Besluit activiteiten leefomgeving, worden per opslagplaats de volgende gegevens en bescheiden verstrekt:

    • a.

      de coördinaten van:

      • 1°.

        het brandcompartiment voor het opslaan van zwart kruit van ADR-klasse 1.1 of rookzwak kruit van ADR-klasse 1.3;

      • 2°.

        de opslagplaats voor noodsignalen van ADR-klasse 1.3 of 1.4;

      • 3°.

        de opslagplaats voor munitiepatronen of hagelpatronen voor vuurwapens van ADR-klasse 1.4;

      • 4°.

        de opslagplaats voor patronen voor schiethamers van ADR-klasse 1.4; en

      • 5°.

        de opslagplaats voor andere ontplofbare stoffen van ADR-klasse 1;

    • b.

      het type ontplofbare stoffen en de hoeveelheid in kilogrammen die ten hoogste wordt opgeslagen;

    • c.

      gegevens over de dikte van het metselwerk of beton in centimeters van de onderdelen van het bouwwerk die grenzen aan de buitenlucht en waarin de ontplofbare stoffen worden opgeslagen;

    • d.

      een aanduiding of het gaat om ADR-klasse 1.1, 1.2, 1.3, 1.4, 1.5 of 1.41.6 per ontplofbare stof die wordt opgeslagen;

    • e.

      de hoeveelheid NEM in kilogrammen;

    • f.

      als het gaat om het opslaan van gevaarlijke stoffen van ADR-klasse 1.1, 1.3 of 1.4: een beschrijving van de maatregelen die worden getroffen om te voldoen aan PGS 32; en

    • g.

      een beschrijving van de ongewone voorvallen die zich kunnen voordoen, de nadelige gevolgen daarvan en de passende maatregelen die worden getroffen voor het voorkomen van ongewone voorvallen en de nadelige gevolgen daarvan,als bedoeld in artikel 19.1 van de wet7.22a, eerste lid, onder a.

YYY

Artikel 7.43 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

  • Artikel 7.43 (milieubelastende activiteit: vaste minerale anorganische meststoffen)

    Bij een aanvraag om een omgevingsvergunning voor het opslaan van vaste minerale anorganische meststoffen, bedoeld in artikel 3.37 van het Besluit activiteiten leefomgeving, worden per opslagplaats de volgende gegevens en bescheiden verstrekt:

    • a.

      de coördinaten;

    • b.

      de opslagcapaciteit in kilogrammen;

    • c.

      de meststoffengroep, bedoeld in PGS 7, van de vaste minerale anorganische meststoffen die worden opgeslagen;

    • d.

      de hoeveelheid in kilogrammen vaste minerale anorganische meststoffen per meststoffengroep, bedoeld in PGS 7, die wordt opgeslagen;

    • e.

      een beschrijving van de maatregelen die worden getroffen om te voldoen aan PGS 7; en

    • f.

      een beschrijving van de ongewone voorvallen die zich kunnen voordoen, de nadelige gevolgen daarvan en de passende maatregelen die worden getroffen voor het voorkomen van ongewone voorvallen en de nadelige gevolgen daarvan,als bedoeld in artikel 19.1 van de wet7.22a, eerste lid, onder a.

ZZZ

Artikel 7.45 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

  • Artikel 7.45 (milieubelastende activiteit: op of in de bodem brengen van bedrijfsafvalstoffen of gevaarlijke afvalstoffen buiten stortplaatsen)

    • 1.Bij een aanvraag om een omgevingsvergunning voor het op of in de bodem brengen van bedrijfsafvalstoffen of gevaarlijke afvalstoffen, bedoeld in de artikelen 3.1823.40b, eerste lid, en 3.1833.40c, eerste lid, van het Besluit activiteiten leefomgeving, worden de gegevens en bescheiden, bedoeld in artikel 7.26, verstrekt.

    • 2.Als het op of in de bodem brengen van bedrijfsafvalstoffen of gevaarlijke afvalstoffen kan worden aangemerkt als het verwijderen van afvalstoffen, worden bij de aanvraag ook de volgende gegevens en bescheiden verstrekt:

      • a.

        de kwaliteit van de bodem op de locatie waar het op of in de bodem brengen van afvalstoffen plaatsvindt;

      • b.

        de bodemkundige gesteldheid en geohydrologische omstandigheden op de locatie waar het op of in de bodem brengen van afvalstoffen plaatsvindt, waaronder ten minste gegevens over:

        • 1°.

          de gemiddelde hoogste en laagste grondwaterstand, vastgesteld met metingen verricht volgens NEN 5766 op de 14e en 28e van iedereelke maand, gedurende een periode van ten minste een jaar voorafgaand aan de aanvraag;

        • 2°.

          de grondwaterstroming; en

        • 3°.

          de doorlatendheid in meters per etmaal, dikte in meters, samenstelling en zetting van de bodemlagen;

      • c.

        een beschrijving van het beheer van de afvalstoffen die op of in de bodem zijn gebracht en van de maatregelen of voorzieningen ter bescherming van het milieu die worden getroffen na beëindiging van het op of in de bodem brengen; en

      • d.

        een exploitatieplan en een controleplan die ten minste de volgende gegevens bevatten:

        • 1°.

          een beschrijving van de structuur van de onderneming en de organisatie;

        • 2°.

          de aard, samenstelling, hoeveelheid in tonnen, herkomst en wijze van registratie van de afvalstoffen;

        • 3°.

          per handeling en per afvalstof: de maximale opslagcapaciteit in tonnen en de verwerkingscapaciteit in tonnen per jaar; en

        • 4°.

          een beschrijving van de procedures van acceptatie, administratieve organisatie van afvalstoffen en interne controle van de afvalstoffen die worden ontvangenadministratieve organisatie en interne controle.

AAAA

Artikel 7.46 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

  • Artikel 7.46 (lozingsactiviteit: op of in de bodem brengen van bedrijfsafvalstoffen of gevaarlijke afvalstoffen buiten stortplaatsen]

    Bij een aanvraag om een omgevingsvergunning voor het lozen van afvalwater afkomstig van het op of in de bodem brengen van bedrijfsafvalstoffen of gevaarlijke afvalstoffen, bedoeld in de artikelen 3.182artikel 3.40c, eerste lid, en 3.183, derde lid, van het Besluit activiteiten leefomgeving, worden de gegevens en bescheiden, bedoeld in artikel 7.23, onder a tot en met h en l tot en met n, verstrekt.

BBBB

Artikel 7.47 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

  • Artikel 7.47 (milieubelastende activiteit: verbranden van afvalstoffen anders dan in een ippc-installatie)

    • 1.Bij een aanvraag om een omgevingsvergunning voor het verbranden van bedrijfsafvalstoffen enof gevaarlijke afvalstoffen in een andere milieubelastende installatie of buiten een installatie, bedoeld in de artikelen 3.1783.40d en 3.1793.40e, eerste en tweede lid, van het Besluit activiteiten leefomgeving, worden de gegevens en bescheiden, bedoeld in de artikelen 7.26 en 7.27, verstrekt.

    • 2.Als paragraaf 4.4 van het Besluit activiteiten leefomgeving van toepassing is, worden bij de aanvraag ook de volgende gegevens en bescheiden verstrekt:

      • a.

        een beschrijving van de maatregelen die worden getroffen om ervoor te zorgen dat:

        • 1°.

          de installatie zo wordt ontworpen, uitgerust, onderhouden en geëxploiteerd dat wordt voldaan aan paragraaf 4.4 van het Besluit activiteiten leefomgeving, waarbij rekening wordt gehouden met de afvalcategorieën die worden verbrand of meeverbrand;

        • 2°.

          de warmte die wordt opgewekt bij het verbrandings- en meeverbrandingsproces zoveel mogelijk wordt gebruikt voor het produceren van warmte, stoom of elektriciteit; en

        • 3°.

          het ontstaan van residuen en de schadelijkheid ervan zoveel mogelijk worden beperkt en residuen die ontstaan worden gerecycled;

      • b.

        een beschrijving van de meest ongunstige bedrijfsomstandigheden; en

      • c.

        een beschrijving van de structuur van de onderneming en de organisatie.

CCCC

Artikel 7.48 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

  • Artikel 7.48 (lozingsactiviteit: verbranden van afvalstoffen anders dan in een ippc-installatie)

    Bij een aanvraag om een omgevingsvergunning voor het lozen van afvalwater afkomstig van het verbranden van bedrijfsafvalstoffen enof gevaarlijke afvalstoffen in een andere milieubelastende installatie of buiten een installatie, bedoeld in artikel 3.1793.40e, vierdederde lid, van het Besluit activiteiten leefomgeving, worden de gegevens en bescheiden, bedoeld in artikel 7.25, verstrekt.

DDDD

Artikel 7.49 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

  • Artikel 7.49 (milieubelastende activiteit: zelfstandige afvalwaterzuiveringzuiveringsvoorziening voor ingezameld of afgegeven afvalwater)

    • 1.Bij een aanvraag om een omgevingsvergunning voor het exploiteren van een ippc-installatie voor het behandelen van afvalwater, bedoeld in de artikelen 3.41, onder a, en 3.42, eerste lid, van het Besluit activiteiten leefomgeving, worden de gegevens en bescheiden, bedoeld in de artikelen 7.26 en 7.27, verstrekt.

    • 2.Bij een aanvraag om een omgevingsvergunning voor het exploiteren van een zelfstandige afvalwaterzuiveringzuiveringsvoorziening voor het zuiveren van ingezameld of afgegeven afvalwater, bedoeld in de artikelen 3.41, onder b, en 3.42, eerste lid, van het Besluit activiteiten leefomgeving, worden de gegevens en bescheiden, bedoeld in artikelde artikelen 7.26 en 7.27a, onder c en d, verstrekt.

    • 3.Bij eende aanvraag als, bedoeld in het tweede lid, worden ook de volgende gegevens en bescheiden verstrekt:

      • a.

        een beschrijving van het afvalwater dat wordt ingenomen;

      • b.

        een beschrijving van de aanpak van het verwerken van het ingenomen afvalwater;

      • c.

        een riooltekening;

      • d.

        de ontwerpcapaciteit van het zuiveringtechnisch werk in inwonerequivalenten;

      • e.

        het gemiddelde lozingsdebiet in kubieke meters per dag;

      • f.

        de maximale hydraulische aanvoer in kubieke meters per uur;

      • g.

        de samenstelling van het te lozen afvalwater;

      • h.

        een aanduiding van de mate waarin zeer zorgwekkende stoffen in het water worden geëmitteerd;

      • i.

        een beschrijving van de mogelijkheden om de emissies van zeer zorgwekkende stoffen in het water te beperken;

      • jh.

        de ligging van de geuremissiepunten; en

      • ki.

        als de drempelwaarden van bijlage 2 bij het rapport Integrale aanpak van risico’s van onvoorziene lozingen worden overschreden: de resultaten van een milieurisicoanalyse.

EEEE

Artikel 7.50 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

  • Artikel 7.50 (lozingsactiviteit: zelfstandige afvalwaterzuiveringzuiveringsvoorziening voor ingezameld of afgegeven afvalwater)

    • 1.Bij een aanvraag om een omgevingsvergunning voor het lozen van afvalwater afkomstig van het exploiteren van een ippc-installatie voor het behandelen van afvalwater, bedoeld in de artikelen 3.41, onder a, en 3.42, tweede lid, van het Besluit activiteiten leefomgeving, worden de gegevens en bescheiden, bedoeld in artikel 7.25 verstrekt.

    • 2.Bij een aanvraag om een omgevingsvergunning voor het lozen van afvalwater afkomstig van het exploiteren van een zelfstandige afvalwaterzuiveringzuiveringsvoorziening voor het zuiveren van ingezameld of afgegeven afvalwater, bedoeld in de artikelen 3.41, onder b, en 3.42, tweede lid, van het Besluit activiteiten leefomgeving, worden de gegevens en bescheiden, bedoeld in artikel 7.23, onder a tot en met h en l tot en met n, verstrekt.

FFFF

Artikel 7.53 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

  • Artikel 7.53 (milieubelastende activiteit: afvangen kooldioxide voor ondergrondse opslag)

    Bij een aanvraag om een omgevingsvergunning voor het exploiteren van een ippc-installatie of een andere milieubelastende installatie voor het afvangen van CO2-stromen voor geologische opslag, bedoeld in de artikelen 3.47, onder a of b, en 3.48, van het Besluit activiteiten leefomgeving, worden de gegevens en bescheiden, bedoeld in artikel 7.27, verstrekt.

GGGG

Het opschrift van subparagraaf 7.1.3.4 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

  • § 7.1.3.47.2.3.4 Complexe bedrijven

HHHH

Artikel 7.54 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

  • Artikel 7.54 (milieubelastende activiteit: exploiteren van een Seveso-inrichting)

    • 1.Bij een aanvraag om een omgevingsvergunning voor het exploiteren van een Seveso-inrichting, bedoeld in de artikelen 3.50, eerste lid, en 3.51, eerste lid, van het Besluit activiteiten leefomgeving, worden de gegevens en bescheiden, bedoeld in artikelde artikelen 7.22a, eerste lid, en 7.27, onder a, c en d, verstrekt.

    • 2.Bij de aanvraag worden ook de volgende gegevens en bescheiden verstrekt:

      • a.

        de naam en functie van de bestuurder van de Seveso-inrichting, als dat een ander is dan degene die de Seveso-inrichting exploiteertactiviteit verricht;

      • b.

        de gegevens die nodig zijn om de gevaarlijke stoffen, bedoeld in artikel 3, tiende lid, van de Seveso-richtlijn, en de categorie van die gevaarlijke stoffen te identificeren die in de Seveso-inrichting aanwezig zijn of kunnen zijn;

      • c.

        een lijst met de hoeveelhedenhoeveelheid in kilogrammen, aard en fysische vormen van de gevaarlijke stoffen, bedoeld in artikel 3, tiende lid, van de Seveso-richtlijn, waarvoor vergunning wordt aangevraagddie aanwezig zijn of kunnen zijn in de Seveso-inrichting;

      • d.

        een beschrijving van de activiteiten die in de Seveso-inrichting worden verricht;

      • e.

        informatie over de directe omgeving van de Seveso-inrichting en de factoren die een zwaar ongeval kunnen veroorzaken of die de gevolgen ervan ernstiger kunnen maken, met gegevens over inrichtingen als bedoeld in artikel 9, eerste lid, van de Seveso-richtlijn, milieubelastende activiteiten waarop deze paragraaf niet van toepassing is en gebieden en ontwikkelingen die de bron kunnen zijn van of het risico of de gevolgen van een zwaar ongeval kunnen vergroten;

      • f.

        de berekende afstand in meters tot waar het plaatsgebonden risico ten hoogste een op de miljoen, een op de tien miljoen en een op de honderd miljoen per jaar is en de aan de berekening ten grondslag liggende rekenbestanden;

      • g.

        de berekende afstand in meters voor de aandachtsgebieden, bedoeld in artikel 5.12 van het Besluit kwaliteit leefomgeving, en de aan de berekening ten grondslag liggende rekenbestanden;

      • hf.

        voor de beoordeling of het risico op een zwaar ongeval of de gevolgen daarvan groter kunnen zijn door de geografische situatie of de ligging van de Seveso-inrichting ten opzichte van andere Seveso-inrichtingen, voor gevaarlijke stoffen die behoren tot de categorie ontplofbaarontplofbare stoffen, ontvlambaarontvlambare gassen, licht ontvlambaarontvlambare aerosolen of zeer licht ontvlambaarontvlambare vloeistoffen, bedoeld in bijlage I, deel 1, bij de Seveso-richtlijn:

        • 1°.

          het grootste insluitsysteem en de hoeveelheid gevaarlijke stoffen in kilogrammen die ten hoogste daarin aanwezig kan zijn;

        • 2°.

          de betrokken gevaarlijke stoffen en de categorieën waartoe deze behoren;

        • 3°.

          de plaats van het insluitsysteem in de Seveso-inrichting; en

        • 4°.

          de druk in kilopascal en de temperatuur in graden Celsius van de betrokken gevaarlijke stoffen in het insluitsysteem;

      • ig.

        een beschrijving van de passende maatregelen die worden getroffen ter bescherming van een Natura 2000-gebied dat in de nabijheid van eende Seveso-inrichting is gelegen; en

      • jh.

        als het gaat om een aanvraag om een omgevingsvergunning voor een hogedrempelinrichting: het veiligheidsrapport, bedoeld in artikel 4.14 van het Besluit activiteiten leefomgeving, en de gegevens en bescheiden die het veiligheidsrapport moet bevatten op grond van de artikelen 4.14 tot en met 4.17 van dat besluit.

    • 3.Op het berekenen van de afstanden voor het plaatsgebonden risico en de aandachtsgebieden zijn de artikelen 4.11, aanhef en onder a, en 4.12, eerste lid, van overeenkomstige toepassing.

IIII

Artikel 7.70 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

  • Artikel 7.70 (milieubelastende activiteit: complexe papierindustrie, houtindustrie en textielindustrie)

    Bij een aanvraag om een omgevingsvergunning voor het exploiteren van een ippc-installatie voor het maken van papierstof, papierpulp, papier, karton, of oriented strand board, spaanplaat of vezelplaat van hout of het voorbehandelen of verven van textielvezels of textiel, bedoeld in de artikelen 3.75, eerste lid, en 3.76, eerste lid, van het Besluit activiteiten leefomgeving, worden de gegevens en bescheiden, bedoeld in artikel 7.27, verstrekt.

JJJJ

Artikel 7.71 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

  • Artikel 7.71 (lozingsactiviteit: complexe papierindustrie, houtindustrie en textielindustrie)

    Bij een aanvraag om een omgevingsvergunning voor het lozen van afvalwater afkomstig van het exploiteren van een ippc-installatie voor het maken van papierstof, papierpulp, papier, karton, of oriented strand board, spaanplaat of vezelplaat van hout of het voorbehandelen of verven van textielvezels of textiel, bedoeld in artikel 3.76, tweede lid, van het Besluit activiteiten leefomgeving, worden de gegevens en bescheiden, bedoeld in artikel 7.25, verstrekt.

KKKK

Artikel 7.72 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

  • Artikel 7.72 (milieubelastende activiteit: afvalbeheer)

    • 1.Bij een aanvraag om een omgevingsvergunning voor het exploiteren van een ippc-installatie voor het verwijderen of nuttig toepassen van gevaarlijke of ongevaarlijke afvalstoffen, het tijdelijk opslaan van gevaarlijke afvalstoffen of het ondergronds opslaan van gevaarlijke afvalstoffen, bedoeld in de artikelen 3.78 en 3.79, eerste lid, van het Besluit activiteiten leefomgeving, worden de gegevens en bescheiden, bedoeld in de artikelen 7.26 en 7.27, verstrekt.

    • 2.Bij de aanvraag wordenwordt ook gegevens en bescheideneen beschrijving verstrekt overvan de structuur van de onderneming en de organisatie.

LLLL

Artikel 7.74 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

  • Artikel 7.74 (milieubelastende activiteit: kadavers en dierlijk afval)

    • 1.Bij een aanvraag om een omgevingsvergunning voor het exploiteren van een ippc-installatie voor de destructie of het verwerken van kadavers en dierlijk afval, bedoeld in de artikelen 3.81 en 3.82, eerste lid, van het Besluit activiteiten leefomgeving, worden de gegevens en bescheiden, bedoeld in de artikelen 7.26 en 7.27, verstrekt.

    • 2.Bij de aanvraag wordenwordt ook gegevens en bescheideneen beschrijving verstrekt overvan de structuur van de onderneming en de organisatie.

MMMM

Artikel 7.76 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

  • Artikel 7.76 (milieubelastende activiteit: stortplaats, algemeen)

    • 1.Bij een aanvraag om een omgevingsvergunning voor het exploiteren van een ippc-installatie of een andere milieubelastende installatie voor het storten van afvalstoffen, bedoeld in de artikelen 3.84, eerste lid, onder a of b, en tweede lid, en 3.85, eerste lid, van het Besluit activiteiten leefomgeving, worden de gegevens en bescheiden, bedoeld in de artikelen 7.26 en 7.27, verstrekt.

    • 2.Bij de aanvraag worden ook de volgende gegevens en bescheiden verstrekt:

      • a.

        de maximale stortcapaciteit in tonnen;

      • b.

        de kwaliteit van de bodem op de locatie waar het storten plaatsvindt;

      • c.

        de bodemkundige gesteldheid en geohydrologische omstandigheden op de locatie waar het storten plaatsvindt, waaronder ten minste gegevens over:

        • 1°.

          de gemiddelde hoogste en laagste grondwaterstand, vastgesteld met metingen verricht volgens NEN 5766 op de 14e en 28e van iedereelke maand, gedurende een periode van ten minste een jaar voorafgaand aan de aanvraag;

        • 2°.

          de grondwaterstroming; en

        • 3°.

          de doorlatendheid in meters per etmaal, dikte in meters, samenstelling en zetting van de bodemlagen;

      • d.

        een beschrijving van de nadelige gevolgen voor het milieu en de aard, omvang en duur daarvan die de locatie waar het storten plaatsvindt naar verwachting kan veroorzaken na beëindiging van het storten van afvalstoffen;

      • e.

        een beschrijving van het beheer van de gestorte afvalstoffen en van de maatregelen of voorzieningen ter bescherming van het milieu die worden getroffen na beëindiging van het storten;

      • f.

        een exploitatieplan en een controleplan die ten minste de volgende gegevens bevatten:

        • 1°.

          een beschrijving van de milieubelastende activiteiten die worden verricht en de installaties;

        • 2°.

          een beschrijving van de grondstoffen en hulpmaterialen, andere stoffen en energie die worden gebruikt of gegenereerd;

        • 3°.

          een beschrijving van de structuur van de onderneming en de organisatie;

        • 4°.

          de aard, samenstelling, hoeveelheid in tonnen, herkomst en wijze van registratie van de afvalstoffen;

        • 5°.

          per handeling en per afvalstof: de maximale opslagcapaciteit in tonnen en de verwerkingscapaciteit in tonnen per jaar;

        • 6°.

          een beschrijving van de procedures van acceptatie, administratieve organisatie van afvalstoffen en interne controle van de afvalstoffen die worden ontvangenadministratieve organisatie en interne controle; en

        • 7°.

          de capaciteit van de stortplaats;

      • g.

        als het gaat om het storten van afvalstoffen in de diepe ondergrond: een veiligheidsbeoordeling die voldoet aan onderdeel 2.5 van de bijlage bij Beschikking (EG) 2003/33 van de Raad van de Europese Unie van 19 december 2002 tot vaststelling van criteria en procedures voor het aanvaarden van afvalstoffen op stortplaatsen overeenkomstig artikel 16 en bijlage II van Richtlijn (EG) 1999/31 betreffende het storten van afvalstoffen (PbEG 2003, L 11); en

      • h.

        als de aanvrager om de omgevingsvergunning een ander is dan degene die de stortplaats exploiteert of gaat exploiteren: de naam en het adres van degene die de stortplaats exploiteert of gaat exploiteren.; en

      • i.

        als het gaat om een stortplaats waar niet alleen baggerspecie wordt gestort: bewijs dat financiële zekerheid is of wordt gesteld voor het nakomen van verplichtingen die gaan gelden op grond van de omgevingsvergunning over de bovenafdichting van de stortplaats.

NNNN

Artikel 7.77 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

  • Artikel 7.77 (milieubelastende activiteit: stortplaats baggerspecie)

    • 1.Bij een aanvraag om een omgevingsvergunning voor het exploiteren van een ippc-installatie of een andere milieubelastende installatie voor het storten van afvalstoffen, bedoeld in de artikelen 3.84, eerste lid, onder a of b, en tweede lid, en 3.85, eerste lid, van het Besluit activiteiten leefomgeving, worden, als het gaat om een stortplaats voor zover alleen baggerspecie op land als bedoeld in artikel 1, onder c, vanwordt gestort en de Regeling stortplaatsen voor baggerspecie op landinstallatie niet ligt in een oppervlaktewaterlichaam, de volgende gegevens en bescheiden verstrekt:

      • a.

        over de immissie van verontreiniging in het grondwater:

        • 1°.

          een aanduiding of in het poriënwater voor een stof de streefwaardestandaardwaarde, bedoeld in artikel 1, onder g, van die regelingbijlage XVIIIa bij het Besluit kwaliteit leefomgeving, wordt overschreden;

        • 2°.

          als voor een stof die streefwaardestandaardwaarde wordt overschreden: een aanduiding of de toelaatbare flux, bedoeld in artikel 1bijlage XXXII, onder h, van die regeling, voor die stof wordt overschreden;

        • 3°.

          als voor een stof die toelaatbare flux wordt overschreden: een aanduiding of de streefwaarde voor die stof door de immissie wordt overschreden buiten het toelaatbaar beïnvloed gebied, bedoeld in artikel 1, onder i, van die regeling, en wat de berekende jaarlijkse vracht aan verontreinigingen is in het poriënwater;

          als voor een stof die toelaatbare flux wordt overschreden:

          • i.

            een aanduiding of de standaardwaarde voor die stof door de immissie wordt overschreden buiten het toelaatbaar beïnvloede gebied, bedoeld in artikel 8.62c, derde lid, van het Besluit kwaliteit leefomgeving; en

          • ii.

            de berekende jaarlijkse vracht aan verontreinigingen in het poriënwater in grammen;

        • 4°.

          als voor een stof die streefwaardestandaardwaarde wordt overschreden buiten het toelaatbaar beïnvloedbeïnvloede gebied: gegevens over het direct buiten het toelaatbaar beïnvloedbeïnvloede gebied optreden van een natuurlijke en effectieve geohydrologische isolatie, en;

        • 5°.

          als voor een stof die streefwaardestandaardwaarde niet wordt overschreden buiten het toelaatbaar beïnvloed gebied: gegevens waaruit blijkt dat het niet overschrijden van de streefwaardestandaardwaarde alleen het gevolg is van verdunning door locatiespecifieke omstandigheden;

      • b.

        een beschrijving van de maatregelen, bedoeld in paragraaf 8.5.2.5artikel 8.62c van het Besluit kwaliteit leefomgeving, die worden getroffen om verspreiding van verontreinigende stoffen buiten de stortplaats te voorkomen of te beperken en om te voorkomen dat de streefwaardestandaardwaarde voor een stof wordt overschreden buiten het toelaatbaar beïnvloedbeïnvloede gebied;

      • c.

        een onderbouwing van de effectiviteit van de maatregelen, bedoeld onder b; en

      • d.

        een beschrijving van de aanleg, het in werking stellen en het onderhoud van het geohydrologisch isolatiesysteem, bedoeld in artikel 18.62c, eerste lid, onder jb, van die regelinghet Besluit kwaliteit leefomgeving, en het controlesysteem, bedoeld in paragraaf 8.5.2.5artikel 8.62g van het Besluit kwaliteit leefomgevingdat besluit, als dat in de directe nabijheid van de stortplaats wordt aangelegd.; en

      • e.

        bewijs dat financiële zekerheid is of wordt gesteld voor het nakomen van verplichtingen die gaan gelden op grond van de omgevingsvergunning over het aanbrengen van een geohydrologisch isolatiesysteem of een afdeklaag.

    • 2.De gegevens, bedoeld in het eerste lid, onder a en c, worden bepaald volgens bijlage 2 bij de Regeling stortplaatsen voor baggerspecie op landXXXI en berekend met een methode waarmee het bevoegd gezag heeft ingestemd.

OOOO

Artikel 7.79 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

  • Artikel 7.79 (milieubelastende activiteit: winningsafvalvoorziening)

    • 1.Bij een aanvraag om een omgevingsvergunning voor het exploiteren van een andere milieubelastende installatie voor het storten of verzamelen van winningsafvalstoffen, bedoeld in de artikelen 3.84, eerste lid, onder c, en tweede lid, en 3.85, eerste lid, van het Besluit activiteiten leefomgeving, worden de gegevens en bescheiden, bedoeld in de artikelen 7.26 en 7.27, verstrekt.

    • 2.Bij de aanvraag worden ook de volgende gegevens en bescheiden verstrekt:

      • a.

        een winningsafvalbeheersplan als bedoeld in artikel 5 van de richtlijn winningsafval;

      • b.

        bewijs dat de winningsafvalvoorziening geschikt is gelegen, in het bijzonder gelet op verplichtingen voor beschermde gebieden en geologische, hydrologische en hydrogeologische, seismische en geotechnische factoren;

      • c.

        bewijs dat de winningsafvalvoorziening zo is ontworpen dat wordt voldaan aan de noodzakelijke voorwaarden om:

        • 1°.

          verontreiniging van bodem, lucht, oppervlaktewaterlichamen of grondwater te voorkomen, waarbij rekening wordt gehouden met de kaderrichtlijn water en de grondwaterrichtlijn;

        • 2°.

          zeker te stellen dat verontreinigd water en percolaat op doelmatige wijze kunnen worden verzameld; en

        • 3°.

          erosie door water of wind wordt tegengegaan voor zover dat technisch mogelijk en economisch haalbaar is;

      • d.

        bewijs dat de winningsafvalvoorziening passend is gebouwd, wordt beheerd en onderhouden om:

        • 1°.

          de fysische stabiliteit te verzekeren;

        • 2°.

          verontreiniging of besmetting van bodem, lucht, oppervlaktewaterlichamen of grondwater te voorkomen; en

        • 3°.

          schade aan het landschap zoveel mogelijk te voorkomen of te beperken;

      • e.

        ontwerpen en regelingen voor:

        • 1°.

          periodieke monitoring en inspectie van de winningsafvalvoorziening door personen die beschikken over de daarvoor benodigde vakbekwaamheid; en

        • 2°.

          een beschrijving van de maatregelen die worden getroffen als de resultaten van de monitoring en inspectie wijzen op instabiliteit of verontreiniging van water of bodem;

      • f.

        regelingen voor:

        • 1°.

          de rehabilitatie en sluiting van de winningsafvalvoorziening; en

        • 2°.

          de fase na sluiting van de winningsafvalvoorziening;

      • g.

        bewijs dat in het ontwerp en bij de bouw van een winningsafvalvoorziening van categorie A rekening is gehouden met de noodzakelijke voorwaarden om een zwaar ongeval te voorkomen en de nadelige gevolgen van een dergelijk ongeval voor de gezondheid of het milieu te voorkomen of zoveel mogelijk te beperken; en

      • h.

        een beschrijving van de structuur van de onderneming en de organisatie.; en

      • i.

        bewijs dat financiële zekerheid is of wordt gesteld voor het nakomen van verplichtingen die gaan gelden op grond van de omgevingsvergunning en dat het bedrag waarvoor de zekerheid in stand wordt gehouden, is berekend overeenkomstig beschikking nr. 2009/335/EG van de Commissie van de Europese Gemeenschappen van 20 april 2009 inzake technische richtsnoeren voor het stellen van de financiële zekerheid overeenkomstig Richtlijn 2006/21/EG van het Europees Parlement en de Raad betreffende het beheer van afval van winningsindustrieën (PbEU 2006, L 102/15).

PPPP

Het opschrift van subparagraaf 7.1.3.5 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

  • § 7.1.3.57.2.3.5 Nutssector en industrie

QQQQ

Artikel 7.85 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

  • Artikel 7.85 (lozingsactiviteit: drinkwaterbedrijf)

    Bij een aanvraag om een omgevingsvergunning voor het lozen van afvalwater afkomstig van het bewerken van drinkwater voor de openbare drinkwatervoorziening, bedoeld in de artikelen 3.93, eerste lid, en 3.94, van het Besluit activiteiten leefomgeving, worden de gegevens en bescheiden, bedoeld in artikel 7.23, onder a tot en met h, j en l tot en met n, verstrekt.

RRRR

Artikel 7.86 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

  • Artikel 7.86 (milieubelastende activiteit: gasdrukregelstation of gasdrukmeetstationbehandelen, regelen en meten van aardgas)

    • 1.Bij een aanvraag om een omgevingsvergunning voor het regelen van aardgasdruk of het meten van de hoeveelheid of kwaliteit van aardgas, bedoeld in de artikelen 3.97 en 3.98 van het Besluit activiteiten leefomgeving, worden de volgende gegevens en bescheiden verstrekt:

      • a.

        de ontwerpcapaciteit in normaal kubieke meters per uur en de werkdruk in kilopascal aan de inlaatzijde van het gasdrukregelstation en gasdrukmeetstation;

      • b.

        een beschrijving van de ongewone voorvallen die zich kunnen voordoen, de nadelige gevolgen daarvan en de passende maatregelen die worden getroffen voor het voorkomen van ongewone voorvallen en de nadelige gevolgen daarvan, bedoeld in artikel 19.1 van de wet;

      • c.

        de berekende afstand in meters tot waar het plaatsgebonden risico ten hoogste een op de miljoen, een op de tien miljoen en een op de honderd miljoen per jaar is en de aan de berekening ten grondslag liggende rekenbestanden; en

      • d.

        de berekende afstand in meters voor de aandachtsgebieden, bedoeld in artikel 5.12 van het Besluit kwaliteit leefomgeving, en de aan de berekening ten grondslag liggende rekenbestanden.

      Bij een aanvraag om een omgevingsvergunning voor het behandelen van aardgas, het regelen van aardgasdruk of het meten van de hoeveelheid of kwaliteit van aardgas, bedoeld in de artikelen 3.97 en 3.98 van het Besluit activiteiten leefomgeving, worden de gegevens en bescheiden, bedoeld in artikel 7.22a, eerste lid, verstrekt.

    • 2.Op het berekenen van de afstanden voor het plaatsgebonden risico en de aandachtsgebieden zijn de artikelen 4.11, aanhef en onder a, en 4.12, eerste lid, van overeenkomstige toepassing.

      Bij de aanvraag worden ook de volgende gegevens en bescheiden verstrekt:

      • a.

        de ontwerpcapaciteit in normaal kubieke meters per uur en de werkdruk in kilopascal aan de inlaatzijde van de installatie; en

      • b.

        de opstelling van de installatie.

SSSS

Het opschrift van artikel 7.87 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

  • Artikel 7.87 (milieubelastende activiteit: metaalproductenindustrie, ippc-installatie)

TTTT

Het opschrift van artikel 7.88 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

  • Artikel 7.88 (lozingsactiviteit: metaalproductenindustrie, ippc-installatie)

UUUU

Artikel 7.89 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

  • Artikel 7.89 (milieubelastende activiteit: metaalproductenindustrie, overige activiteiten)

    • 1.Bij een aanvraag om een omgevingsvergunning voor het smelten van non-ferrometalen, het harden of gloeien van metalen of het diffunderen van stoffen in het metaaloppervlak, bedoeld in artikel 3.105, aanhef en onder a, b of c, van het Besluit activiteiten leefomgeving, worden de volgende gegevens en bescheiden verstrekt:

      • a.

        een aanduiding van de metalen die worden verwerkt;

      • b.

        een aanduiding van de mate waarin de activiteit leidt tot een verhoging van de concentratie in de buitenlucht van de stoffen, bedoeld in artikel 8.17 van het Besluit kwaliteit leefomgeving;

      • c.

        een beschrijving van de maatregelen die worden getroffen om emissies in de lucht te voorkomen of, als dat niet mogelijk is, te beperken;

      • d.

        een aanduiding van de mate waarin zeer zorgwekkende stoffen in de lucht worden geëmitteerd;

      • e.

        een beschrijving van de mogelijkheden om de emissies van zeer zorgwekkende stoffen in de lucht te beperken;

      • f.

        het elektriciteitsverbruik in kilowattuur per jaar;

      • g.

        het brandstofverbruik in kubieke meters per jaar; en

      • h.

        een beschrijving van de maatregelen die worden getroffen om energie doelmatig te gebruiken.

      Bij een aanvraag om een omgevingsvergunning voor het smelten of gieten van non-ferrometalen, het harden of gloeien van metalen of het diffunderen van stoffen in het metaaloppervlak, bedoeld in artikel 3.105, aanhef en onder a, b of c, van het Besluit activiteiten leefomgeving, worden de gegevens en bescheiden, bedoeld in artikel 7.27a en 7.27b, verstrekt.

    • 2.Bij een aanvraag om een omgevingsvergunning voor het aanbrengen van metaallagen met een cyanidehoudend bad met een inhoud van ten minste 100 l, bedoeld in artikel 3.105, onder d, van het Besluit activiteiten leefomgeving, worden de volgende gegevens en bescheiden verstrekt:

      • a.

        een beschrijving van de ongewone voorvallen die zich kunnen voordoen, de nadelige gevolgen daarvan en de passende maatregelen die worden getroffen voor het voorkomen van ongewone voorvallen en de nadelige gevolgen daarvan, bedoeld in artikel 19.1 van de wet; en

      • b.

        gegevens over:

        • 1°.

          de berekende afstand in meters tot waar het plaatsgebonden risico ten hoogste een op de miljoen, een op de tien miljoen en een op de honderd miljoen per jaar is en de aan de berekening ten grondslag liggende rekenbestanden; en

        • 2°.

          de berekende afstand in meters voor de aandachtsgebieden, bedoeld in artikel 5.12 van het Besluit kwaliteit leefomgeving, en de aan de berekening ten grondslag liggende rekenbestanden.

      Bij de aanvraag wordt ook een aanduiding verstrekt van de metalen die worden verwerkt.

    • 3.Op het berekenen van de afstandenBij een aanvraag om een omgevingsvergunning voor het plaatsgebonden risico en aanbrengen van metaallagen met een cyanidehoudend bad met een inhoud van ten minste 100 l of voor het behandelen van het oppervlak van metalen met een bad met een inhoud van ten minste 1 m3 vloeibare gevaarlijke stoffen van ADR-klasse 6.1 of vloeibare gevaarlijke stoffen in de aandachtsgebieden zijngevarenklasse acute toxiciteit, categorie 1, 2 of 3, bedoeld in bijlage I, deel 3, bij de artikelen 4.11CLP-verordening, bedoeld in artikel 3.105, aanhef en onder ad of e, van het Besluit activiteiten leefomgeving, worden de gegevens en 4.12bescheiden, bedoeld in artikel 7.22a, eerste lid, van overeenkomstige toepassingverstrekt.

VVVV

Artikel 7.90 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

  • Artikel 7.90 (milieubelastende activiteit: metaalproductenindustrie, andere milieubelastende installatie)

    • [Gereserveerd]

    • 1.Bij een aanvraag om een omgevingsvergunning voor het exploiteren van een andere milieubelastende installatie voor het verwerken van ferrometalen, het smelten van non-ferrometalen, het behandelen van het oppervlak van metalen, het maken van auto’s of motoren of het assembleren van auto’s, het bouwen of repareren van luchtvaartuigen of het maken van spoorwegmaterieel, bedoeld in artikel 3.106, eerste lid, van het Besluit activiteiten leefomgeving of het met testbanken beproeven van motoren, turbines of reactoren of het uitstampen van metalen met springstoffen, bedoeld in artikel 3.106, tweede lid, van het Besluit activiteiten leefomgeving, worden de gegevens en bescheiden, bedoeld in de artikelen 7.27a en 7.27b, verstrekt.

    • 2.Bij de aanvraag worden ook de volgende gegevens en bescheiden verstrekt:

      • a.

        een aanduiding van de metalen die worden verwerkt; en

      • b.

        als gasflessen worden gevuld met propaan of butaan: de hoeveelheid gassen in liters die ten hoogste wordt opgeslagen.

WWWW

Artikel 7.91 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

  • Artikel 7.91 (milieubelastende activiteit: metaalproductenindustrie, vanwege geluidemissieandere milieubelastende installatie en productieoppervlakte ten minste 2.000 m2)

    • Bij een aanvraag om een omgevingsvergunning voor het exploiteren van een andere milieubelastende installatie voor het verwerken van metalen, bedoeld in artikel 3.107 van het Besluit activiteiten leefomgeving, worden de volgende gegevens en bescheiden verstrekt:

      • a.

        een aanduiding van de metalen die worden verwerkt;

      • b.

        een aanduiding van de aard en omvang van de geluidemissies en geluidimmissies die door de activiteit worden veroorzaakt;

      • c.

        een beschrijving van de maatregelen die worden getroffen om geluidemissies te voorkomen of, als dat niet mogelijk is, te beperken;

      • d.

        het elektriciteitsverbruik in kilowattuur per jaar;

      • e.

        het brandstofverbruik in kubieke meters per jaar; en

      • f.

        een beschrijving van de maatregelen die worden getroffen om energie doelmatig te gebruiken.

    • 1.Bij een aanvraag om een omgevingsvergunning voor het exploiteren van een andere milieubelastende installatie voor het verwerken van metalen, bedoeld in artikel 3.107 van het Besluit activiteiten leefomgeving, worden de gegevens en bescheiden, bedoeld in artikel 7.27b, verstrekt.

    • 2.Bij de aanvraag worden ook de volgende gegevens en bescheiden verstrekt:

      • a.

        een aanduiding van de metalen die worden verwerkt;

      • b.

        een aanduiding van de aard en omvang van de geluidemissies en geluidimmissies die door de activiteit worden veroorzaakt;

      • c.

        een beschrijving van de maatregelen die worden getroffen om geluidemissies te voorkomen of, als dat niet mogelijk is, te beperken; en

      • d.

        als gasflessen worden gevuld met propaan of butaan: de hoeveelheid gassen in liters die ten hoogste wordt opgeslagen.

XXXX

Artikel 7.92 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

  • Artikel 7.92 (lozingsactiviteit: metaalproductenindustrie, lozen van koelwater)

    Bij een aanvraag om een omgevingsvergunning voor het lozen van koelwater met een warmtevracht van meer dan 50 MW afkomstig van het verwerken van metalen, het op metaal aanbrengen van deklagen of conversielagen, het behandelen van het oppervlak van metalen, het harden en gloeien van metalen, het diffunderen van stoffen in het metaaloppervlak of het maken van producten van metaal, bedoeld in de artikelen 3.103, onder b tot en met f, en 3.108 van het Besluit activiteiten leefomgeving, worden de gegevens en bescheiden, bedoeld in artikel 7.24, verstrekt.

YYYY

Het opschrift van artikel 7.93 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

  • Artikel 7.93 (milieubelastende activiteit: minerale productenindustrie, ippc-installatie)

ZZZZ

Het opschrift van artikel 7.94 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

  • Artikel 7.94 (lozingsactiviteit: minerale productenindustrie, ippc-installatie)

AAAAA

Het opschrift van artikel 7.95 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

  • Artikel 7.95 (milieubelastende activiteit: minerale productenindustrie, asfalt, asfaltproducten, kalkzandsteen en cellenbeton)

BBBBB

Artikel 7.96 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

  • Artikel 7.96 (milieubelastende activiteit: minerale producten industrie, andere milieubelastende installatie voor keramische producten)

    • [Gereserveerd]

    • 1.Bij een aanvraag om een omgevingsvergunning voor het exploiteren van een andere milieubelastende installatie voor het maken van keramische producten door verhitting, bedoeld in artikel 3.114 van het Besluit activiteiten leefomgeving, worden de gegevens en bescheiden, bedoeld in de artikelen 7.27a en 7.27b, verstrekt.

    • 2.Bij de aanvraag worden ook de volgende gegevens en bescheiden verstrekt:

      • a.

        een aanduiding van de materialen die worden verwerkt;

      • b.

        als steen mechanisch wordt bewerkt: een opsomming van de steensoorten die worden bewerkt; en

      • c.

        als gasflessen worden gevuld met propaan of butaan: de hoeveelheid gassen in liters die ten hoogste wordt opgeslagen.

CCCCC

Artikel 7.97 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

  • Artikel 7.97 (milieubelastende activiteit: minerale productenindustrie, vanwege geluidemissieandere milieubelastende installatie overig)

    • Bij een aanvraag om een omgevingsvergunning voor het exploiteren van een andere milieubelastende installatie voor het breken, malen, zeven of drogen van mergel, zand, grind, kalk, steenkolen of andere mineralen of derivaten daarvan, het winnen van steen, mergel, zand, grind of kalk of het maken van betonmortel of producten van betonmortel, bedoeld in artikel 3.115 van het Besluit activiteiten leefomgeving, worden de volgende gegevens en bescheiden verstrekt:

      • a.

        een aanduiding van de materialen die worden verwerkt;

      • b.

        een aanduiding van de mate waarin de activiteit leidt tot een verhoging van de concentratie in de buitenlucht van de stoffen, bedoeld in artikel 8.17 van het Besluit kwaliteit leefomgeving;

      • c.

        een beschrijving van de maatregelen die worden getroffen om emissies in de lucht te voorkomen of, als dat niet mogelijk is, te beperken;

      • d.

        een aanduiding van de aard en omvang van de geluidemissies en geluidimmissies die door de activiteit worden veroorzaakt; en

      • e.

        een beschrijving van de maatregelen die worden getroffen om geluidemissies te voorkomen of, als dat niet mogelijk is, te beperken.

    • 1.Bij een aanvraag om een omgevingsvergunning voor het exploiteren van een andere milieubelastende installatie voor het breken, malen, zeven of drogen van mergel, zand, grind, kalk, steenkolen of andere mineralen of derivaten daarvan, het winnen van steen, mergel, zand, grind of kalk of het maken van betonmortel of producten van betonmortel, bedoeld in artikel 3.115 van het Besluit activiteiten leefomgeving, worden de gegevens en bescheiden, bedoeld in artikel 7.27a, onder a en b, verstrekt.

    • 2.Bij de aanvraag worden ook de volgende gegevens en bescheiden verstrekt:

      • a.

        een aanduiding van de materialen die worden verwerkt;

      • b.

        als steen mechanisch wordt bewerkt: een opsomming van de steensoorten die worden bewerkt;

      • c.

        als gasflessen worden gevuld met propaan of butaan: de hoeveelheid gassen in liters die ten hoogste wordt opgeslagen;

      • d.

        een aanduiding van de aard en omvang van de geluidemissies en geluidimmissies die door de activiteit worden veroorzaakt; en

      • e.

        een beschrijving van de maatregelen die worden getroffen om geluidemissies te voorkomen of, als dat niet mogelijk is, te beperken.

DDDDD

Het opschrift van artikel 7.100 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

  • Artikel 7.100 (milieubelastende activiteit: papierindustrie, houtindustrie, textielindustrie en leerindustrie, ippc-installatie)

EEEEE

Het opschrift van artikel 7.101 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

  • Artikel 7.101 (lozingsactiviteit: papierindustrie, houtindustrie, textielindustrie en leerindustrie, ippc-installatie)

FFFFF

Artikel 7.102 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

  • Artikel 7.102 (milieubelastende activiteit: papierindustrie, houtindustrie, textielindustrie en leerindustrie, conserveren hout)

    • Bij een aanvraag om een omgevingsvergunning voor het conserveren van hout of houtproducten, bedoeld in artikel 3.124, eerste lid, van het Besluit activiteiten leefomgeving, worden de volgende gegevens en bescheiden verstrekt:

      • a.

        de mate waarin zeer zorgwekkende stoffen in de lucht worden geëmitteerd;

      • b.

        een beschrijving van de mogelijkheden om de emissies van zeer zorgwekkende stoffen in de lucht te beperken;

      • c.

        een beschrijving van de houtconserveringsmiddelen die worden toegepast; en

      • d.

        een beschrijving van de maatregelen die worden getroffen om het gebruik van houtconserveringsmiddelen te voorkomen of, als dat niet mogelijk is, te beperken.

    • 1.Bij een aanvraag om een omgevingsvergunning voor het conserveren van hout of houtproducten, bedoeld in artikel 3.124, eerste lid, van het Besluit activiteiten leefomgeving, worden de gegevens en bescheiden, bedoeld in artikel 7.27a, onder c en d, verstrekt.

    • 2.Bij de aanvraag worden ook de volgende gegevens en bescheiden verstrekt:

      • a.

        een beschrijving van de houtconserveringsmiddelen die worden toegepast; en

      • b.

        een beschrijving van de maatregelen die worden getroffen om het gebruik van houtconserveringsmiddelen te voorkomen of, als dat niet mogelijk is, te beperken.

GGGGG

Het opschrift van artikel 7.103 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

  • Artikel 7.103 (lozingsactiviteit: papierindustrie, houtindustrie, textielindustrie en leerindustrie, conserveren hout)

HHHHH

Artikel 7.104 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

  • Artikel 7.104 (milieubelastende activiteit: papierindustrie, houtindustrie, textielindustrie en leerindustrie, andere milieubelastende installatie)

    • [Gereserveerd]

    • 1.Bij een aanvraag om een omgevingsvergunning voor het exploiteren van een andere milieubelastende installatie voor het maken van papierstof, papier of karton, het looien van huiden of het voorbehandelen of verven van vezels of textiel, bedoeld in artikel 3.125, eerste lid, van het Besluit activiteiten leefomgeving, worden de gegevens en bescheiden, bedoeld in artikel 7.27a, onder c en d, verstrekt.

    • 2.Bij de aanvraag worden ook de volgende gegevens en bescheiden verstrekt:

      • a.

        de locaties van de lozingspunten waar op het vuilwaterriool of schoonwaterriool wordt geloosd;

      • b.

        de samenstelling van het afvalwater dat op het vuilwaterriool en schoonwaterriool wordt geloosd; en

      • c.

        een beschrijving van de maatregelen die worden getroffen om het ontstaan van afvalwater te voorkomen of, als dat niet mogelijk is, te beperken.

IIIII

Artikel 7.105 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

  • Artikel 7.105 (lozingsactiviteit: papierindustrie, houtindustrie, textielindustrie en leerindustrie, andere milieubelastende installatie)

    [Gereserveerd]

    Bij een aanvraag om een omgevingsvergunning voor het lozen van afvalwater afkomstig van het exploiteren van een andere milieubelastende installatie voor het maken van papierstof, papier of karton, het looien van huiden of het voorbehandelen of verven van vezels of textiel, bedoeld in artikel 3.125, tweede lid, van het Besluit activiteiten leefomgeving, worden de gegevens en bescheiden, bedoeld in artikel 7.23, onder a tot en met h en l tot en met n, verstrekt.

JJJJJ

Het opschrift van artikel 7.106 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

  • Artikel 7.106 (milieubelastende activiteit: voedingsmiddelenindustrie, ippc-installatie)

KKKKK

Het opschrift van artikel 7.107 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

  • Artikel 7.107 (lozingsactiviteit: voedingsmiddelenindustrie, ippc-installatie)

LLLLL

Artikel 7.108 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

  • Artikel 7.108 (milieubelastende activiteit: voedingsmiddelenindustrie, andere milieubelastende installatie)

    • [Gereserveerd]

    • 1.Bij een aanvraag om een omgevingsvergunning voor het exploiteren van een andere milieubelastende installatie voor het maken van dierlijke of plantaardige oliën en vetten, het maken van conserven van dierlijke en plantaardige producten, het maken van zuivel, het brouwen van bier of het mouten, het maken van siroop of suikerwaren, het slachten van dieren of het maken van zetmeel, vismeel, visolie of suiker, bedoeld in artikel 3.130 van het Besluit activiteiten leefomgeving, worden de gegevens en bescheiden, bedoeld in artikel 7.27a, onder c en d, verstrekt.

    • 2.Bij de aanvraag worden ook de volgende gegevens en bescheiden verstrekt:

      • a.

        de maximale verwerkingscapaciteit in tonnen per jaar;

      • b.

        de ligging van de geuremissiepunten; en

      • c.

        als in het vuilwaterriool zuurstofbindende stoffen met een jaargemiddelde vervuilingswaarde van 5.000 inwonerequivalenten of meer worden geloosd: een overzicht van de spreiding van de lozing over het jaar.

MMMMM

Het opschrift van artikel 7.109 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

  • Artikel 7.109 (milieubelastende activiteit: voedingsmiddelenindustrie, voedingsmiddelen voor landbouwhuisdieren)

NNNNN

Het opschrift van artikel 7.110 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

  • Artikel 7.110 (milieubelastende activiteit: rubberindustrie en kunststofindustrie, ippc-installatie)

OOOOO

Het opschrift van artikel 7.111 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

  • Artikel 7.111 (lozingsactiviteit: rubberindustrie en kunststofindustrie, ippc-installatie)

PPPPP

Artikel 7.112 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

  • Artikel 7.112 (milieubelastende activiteit: rubberindustrie en kunststofindustrie, blazen, expanderen of schuimen van kunststof)

    • Bij een aanvraag om een omgevingsvergunning voor het blazen, expanderen of schuimen van kunststof met een blaasmiddel anders dan lucht, kooldioxide of stikstof, bedoeld in artikel 3.136 van het Besluit activiteiten leefomgeving, worden de volgende gegevens en bescheiden verstrekt:

      • a.

        de blaasmiddelen die worden toegepast;

      • b.

        een aanduiding van de mate waarin zeer zorgwekkende stoffen in de lucht worden geëmitteerd;

      • c.

        een beschrijving van de mogelijkheden om de emissies van zeer zorgwekkende stoffen in de lucht te beperken;

      • d.

        het elektriciteitsverbruik in kilowattuur per jaar;

      • e.

        het brandstofverbruik in kubieke meters per jaar; en

      • f.

        een beschrijving van de maatregelen die worden getroffen om energie doelmatig te gebruiken.

    • 1.Bij een aanvraag om een omgevingsvergunning voor het blazen, expanderen of schuimen van kunststof met een blaasmiddel anders dan lucht, kooldioxide of stikstof, bedoeld in artikel 3.136 van het Besluit activiteiten leefomgeving, worden de gegevens en bescheiden, bedoeld in de artikelen 7.27a, onder c en d, en 7.27b, verstrekt.

    • 2.Bij de aanvraag wordt ook een aanduiding verstrekt van de blaasmiddelen die worden toegepast.

QQQQQ

Artikel 7.113 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

  • Artikel 7.113 (milieubelastende activiteit: rubberindustrie en kunststofindustrie, andere milieubelastende installatie)

    • [Gereserveerd]

    • 1.Bij een aanvraag om een omgevingsvergunning voor het exploiteren van een andere milieubelastende installatie voor het behandelen van het oppervlak van kunststof met een elektrolytisch of chemisch procedé of voor het maken of behandelen van producten op basis van elastomeren, bedoeld in artikel 3.137 van het Besluit activiteiten leefomgeving, worden de gegevens en bescheiden, bedoeld in de artikelen 7.27a, onder c en d, en 7.27b, verstrekt.

    • 2.Bij de aanvraag worden ook de volgende gegevens en bescheiden verstrekt:

      • a.

        als polyesterhars wordt verwerkt:

        • 1°.

          de maximale verwerkingscapaciteit in tonnen per jaar; en

        • 2°.

          de ligging van de geuremissiepunten; en

      • b.

        als gasflessen worden gevuld met propaan of butaan: de hoeveelheid gassen in liters die ten hoogste wordt opgeslagen.

RRRRR

Artikel 7.114 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

  • Artikel 7.114 (lozingsactiviteit: grafische industrie)

    Bij een aanvraag om een omgevingsvergunning voor het lozen van koelwater met een warmtevracht van meer dan 50 MW afkomstig van het bedrukken van materialen met zeefdruk, vellenoffset, rotatieoffset, illustratiediepdruk of flexografie, bedoeld in de artikelen 3.140, eerste en tweede lid, en 3.141 van het Besluit activiteiten leefomgeving, worden de gegevens en bescheiden, bedoeld in artikel 7.24, verstrekt.

SSSSS

Artikel 7.115 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

  • Artikel 7.115 (milieubelastende activiteit: scheepswerven)

    • [Gereserveerd]

    • 1.Bij een aanvraag om een omgevingsvergunning voor het exploiteren van een andere milieubelastende installatie voor het maken van metalen pleziervaartuigen met een langs de waterlijn te meten lengte van ten minste 25 m of het maken, onderhouden, repareren, schoonmaken of behandelen van de scheepshuid van vaartuigen of drijvende werktuigen, anders dan pleziervaartuigen, bedoeld in artikel 3.145, eerste lid, van het Besluit activiteiten leefomgeving, worden de gegevens en bescheiden, bedoeld in artikel 7.27a, onder c en d, verstrekt.

    • 2.Bij de aanvraag worden ook de volgende gegevens en bescheiden verstrekt:

      • a.

        als polyesterhars wordt verwerkt:

        • 1°.

          de maximale verwerkingscapaciteit in tonnen per jaar; en

        • 2°.

          de ligging van de geuremissiepunten; en

      • b.

        als gasflessen worden gevuld met propaan of butaan: de hoeveelheid gassen in liters die ten hoogste wordt opgeslagen.

TTTTT

Artikel 7.116 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

  • Artikel 7.116 (lozingsactiviteit: scheepswerven)

    Bij een aanvraag om een omgevingsvergunning voor het lozen van afvalwater afkomstig van een andere milieubelastende installatie voor het maken van metalen pleziervaartuigen met een langs de waterlijn te meten lengte van ten minste 25 m of het maken, onderhouden, repareren, schoonmaken of behandelen van de scheepshuid van schepenvaartuigen of drijvende werktuigen, anders dan pleziervaartuigen, bedoeld in artikel 3.145, tweede lid, van het Besluit activiteiten leefomgeving, worden de gegevens en bescheiden, bedoeld in artikel 7.23, onder a tot en met h en l tot en met o, verstrekt.

UUUUU

Artikel 7.117 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

  • Artikel 7.117 (lozingsactiviteit: andere industrie)

    Bij een aanvraag om een omgevingsvergunning voor het lozen van koelwater met een warmtevracht van meer dan 50 MW afkomstig van het maken van materialen, eindproducten of halffabrikaten met een stookinstallatie, koelinstallatie of oplosmiddeleninstallatie, bedoeld in de artikelen 3.148, eerste en tweede lid, en 3.149 van het Besluit activiteiten leefomgeving, worden de gegevens en bescheiden, bedoeld in artikel 7.24, verstrekt.

VVVVV

Subparagraaf 7.1.3.6 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

  • § 7.1.3.67.2.3.6 Afvalbeheer

    Artikel 7.118 (milieubelastende activiteit: autodemontage en tweewielerdemontagebedrijf)

    [Gereserveerd]

    Bij een aanvraag om een omgevingsvergunning voor het opslaan van metaalschroot of autowrakken, bedoeld in artikel 3.153 van het Besluit activiteiten leefomgeving, worden de gegevens en bescheiden, bedoeld in artikel 7.26, verstrekt.

    Artikel 7.119 (lozingsactiviteit: rubberrecyclingbedrijf en kunststofrecyclingbedrijf)

    Bij een aanvraag om een omgevingsvergunning voor het lozen van koelwater met een warmtevracht van meer dan 50 MW afkomstig van het voorbehandelen van ingezameld of afgegeven rubberafval of kunststofafval voor verdere recycling, bedoeld in artikelde artikelen 3.159 en 3.160 van het Besluit activiteiten leefomgeving, worden de gegevens en bescheiden, bedoeld in artikel 7.24, verstrekt.

    Artikel 7.120 (milieubelastende activiteit: metaalrecyclingbedrijf)

    [Gereserveerd]

    Bij een aanvraag om een omgevingsvergunning voor het opslaan van metaalschroot of autowrakken, bedoeld in artikel 3.164 van het Besluit activiteiten leefomgeving, worden de gegevens en bescheiden, bedoeld in de artikelen 7.26 en 7.27a, onder c en d, verstrekt.

    Artikel 7.121 (milieubelastende activiteit: zuiveringtechnisch werk)

    Bij een aanvraag om een omgevingsvergunning voor het exploiteren van een zuiveringtechnisch werk, bedoeld in de artikelen 3.173 en 3.174 van het Besluit activiteiten leefomgeving, worden de volgende gegevens en bescheiden verstrekt:

    • a.

      de locaties van de lozingspunten waar op het vuilwaterriool of schoonwaterriool wordt geloosd;

    • b.

      de ontwerpcapaciteit van het zuiveringtechnisch werk in inwonerequivalenten;

    • c.

      het gemiddelde lozingsdebiet in kubieke meters per dag;

    • d.

      de maximale hydraulische aanvoer in kubieke meters per uur;

    • e.

      de resultaten van de immissietoets voor fosforverbindingen en stikstofverbindingen, uitgevoerd volgens het Handboek Immissietoets, bedoeld in bijlage XVIII bij het Besluit kwaliteit leefomgeving;

    • f.

      de ligging van de geuremissiepunten;

    • g.

      een overzicht van de in te nemen afvalstoffen en de te verrichten activiteiten met afvalstoffen;

    • h.

      per afvalstof de opslagcapaciteit en de verwerkingscapaciteit in tonnen per jaar; en

    • i.

      een beschrijving van de procedures van acceptatie van afvalstoffen en controle van de ontvangen afvalstoffen, bedoeld in artikel 4.620 van het Besluit activiteiten leefomgevingadministratieve organisatie en interne controle.

    Artikel 7.122 (milieubelastende activiteit: verwerken van bedrijfsafvalstoffen en gevaarlijke afvalstoffen)

    • 1.Bij een aanvraag om een omgevingsvergunning voor het verwerken van bedrijfsafvalstoffen of gevaarlijke afvalstoffen, bedoeld in de artikelen 3.185, eerste en tweede lid, 3.186, eerste en tweede lid, 3.191, eerste en tweede lid, 3.192, eerste en tweede lid, 3.195, eerste en tweede lid, of 3.196, eerste en tweede lid, en 3.197, eerste en tweede lid, van het Besluit activiteiten leefomgeving, worden de gegevens en bescheiden, bedoeld in de artikelen 7.26 en 7.27, verstrekt.

    • 2.Bij een aanvraag om een omgevingsvergunning voor het verwerken van bedrijfsafvalstoffen of gevaarlijke afvalstoffen, bedoeld in artikel 3.187, eerste lid, 3.188, eerste lid, 3.189, eerste lid, 3.190, 3.193, eerste lid, en 3.194, eerste lid, of 3.197, eerste lid, van het Besluit activiteiten leefomgeving, worden de gegevens en bescheiden, bedoeld in artikelde artikelen 7.26 en 7.27a, onder c en d, verstrekt.

    • 3.Bij eende aanvraag als, bedoeld in het eerste of tweede lid wordenwordt ook gegevens en bescheideneen beschrijving verstrekt overvan de structuur van de onderneming en de organisatie.

    • 4.Bij een aanvraag als bedoeld in het tweede lid worden ook de volgende gegevens en bescheiden verstrekt:

      • a.

        een aanduiding van de mate waarin zeer zorgwekkende stoffen in het water worden geëmitteerd; en

      • b.

        een beschrijving van de mogelijkheden om de emissies van zeer zorgwekkende stoffen in het water te beperken.

    Artikel 7.123 (lozingsactiviteit: verwerken van bedrijfsafvalstoffen en gevaarlijke afvalstoffen)

    • 1.Bij een aanvraag om een omgevingsvergunning voor het lozen van afvalwater afkomstig van het verwerken van bedrijfsafvalstoffen of gevaarlijke afvalstoffen, bedoeld in de artikelen 3.185, vijfde lid, 3.186, vierde lid, 3.187, derde lid, 3.191, vierde lid, 3.192, vierde lid, enof 3.197, derdetweede lid, van het Besluit activiteiten leefomgeving, worden de gegevens en bescheiden, bedoeld in artikel 7.23, onder a tot en met h en l tot en met o, verstrekt.

    • 2.Bij de aanvraag wordt ook een beschrijving verstrekt van de aanpak van het verwerken van het ingenomen afvalwater.

WWWWW

Het opschrift van subparagraaf 7.1.3.7 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

  • § 7.1.3.77.2.3.7 Agrarische sector

XXXXX

Artikel 7.124 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

  • Artikel 7.124 (milieubelastende activiteit: veehouderij, ippc-installatie)

    • 1.Bij een aanvraag om een omgevingsvergunning voor het exploiteren van een ippc-installatie voor het houden van pluimvee of varkens, bedoeld in artikel 3.201, aanhef en onder a, van het Besluit activiteiten leefomgeving, worden de gegevens en bescheiden, bedoeld in artikel 7.27, verstrekt.

    • 2.Bij de aanvraag worden ook de volgende gegevens en bescheiden verstrekt:

      • a.

        een opgave van het aantal landbouwhuisdieren per diercategorie als bedoeld in bijlage V dat ten hoogste zal worden gehouden;

      • b.

        per dierenverblijf:

        • 1°.

          een opgave van het aantal landbouwhuisdieren per diercategorie als bedoeld in bijlage V dat ten hoogste zal worden gehouden;

        • 2°.

          een beschrijving van het huisvestingssysteem en van de aanvullende techniek; en

        • 3°.

          een beschrijving van de wijze van ventilatie;

      • c.

        per dierenverblijf waar landbouwhuisdieren worden gehouden waarvoor in bijlage V een emissiefactor voor geur of PM10 is vastgesteld:

        • 1°.

          een plattegrondtekening op schaal met de ligging van de dierenverblijven, de emissiepunten en een overzicht van ventilatoren met diameter; en

        • 2°.

          een doorsnedetekening met de goothoogte, de nokhoogte en de hoogte van het emissiepunt;

      • d.

        de lozingsroutes; en

      • e.

        als er sprake is van het opslaan van vaste mest, champost of dikke fractie met een totaal volume van meer dan 3 m3: een opgave van het totaal volume van de opslagcapaciteit in kubieke meters bij een opslag van meer dan 600 m3;

      • f.

        als er sprake is van het opslaan van drijfmest, digestaat of dunne fractie in een mestbassin:

        • 1°.

          het volume in kubieke meters en de oppervlakte van het mestbassin in vierkante meters; en

        • 2°.

          het totaal volume of de totale oppervlakte van de mestbassins op de locatie als het gezamenlijke volume meer is dan 2.500 m3 of de gezamenlijke oppervlakte ten minste 350 m2 is;

      • eg.

        als oper sprake is van het composteren en opslaan van groenafval met een oppervlaktewaterlichaam wordt geloosdvolume van 3 m3 tot en met 600 m3: de locatieshet maximale volume in kubieke meters van de lozingspunten.opslag of het composteren;

      • h.

        als er sprake is van het reinigen van voertuigen of werktuigen voor agrarische activiteiten: gegevens of bescheiden waaruit blijkt welke handelingen met gewasbeschermingsmiddelen worden verricht; en

      • i.

        als gasflessen worden gevuld met propaan of butaan: de hoeveelheid gassen in liters die ten hoogste wordt opgeslagen.

YYYYY

Artikel 7.125 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

  • Artikel 7.125 (milieubelastende activiteit: veehouderij, andere milieubelastende installatie)

    [Gereserveerd]

    Bij een aanvraag om een omgevingsvergunning voor het exploiteren van een andere milieubelastende installatie voor het houden van landbouwhuisdieren, bedoeld in artikel 3.202 van het Besluit activiteiten leefomgeving, worden de gegevens en bescheiden, bedoeld in artikel 7.124, tweede lid, verstrekt.

ZZZZZ

Artikel 7.126 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

  • Artikel 7.126 (milieubelastende activiteit: bedrijf voor teelt en kweek van waterplanten en waterdieren)

    • Bij een aanvraag om een omgevingsvergunning voor het kweken van consumptievis of ongewervelde waterdieren of het telen van waterplanten, bedoeld in artikel 3.222, eerste lid, van het Besluit activiteiten leefomgeving, worden de volgende gegevens en bescheiden verstrekt:

      • a.

        een riooltekening;

      • b.

        de samenstelling van het afvalwater dat op het vuilwaterriool en schoonwaterriool wordt geloosd;

      • c.

        de bron of oorzaak van het afvalwater dat op het vuilwaterriool en schoonwaterriool wordt geloosd;

      • d.

        de maatregelen die worden getroffen om het ontstaan van afvalwater te voorkomen of, als dat niet mogelijk is, te beperken;

      • e.

        het elektriciteitsverbruik in kilowattuur per jaar;

      • f.

        het brandstofverbruik in kubieke meters per jaar; en

      • g.

        een beschrijving van de maatregelen die worden getroffen om energie doelmatig te gebruiken.

    • 1.Bij een aanvraag om een omgevingsvergunning voor het kweken van consumptievis of ongewervelde waterdieren of het telen van waterplanten, bedoeld in artikel 3.222, eerste lid, van het Besluit activiteiten leefomgeving, worden de gegevens en bescheiden, bedoeld in artikel 7.27b, verstrekt.

    • 2.Bij de aanvraag worden ook de volgende gegevens en bescheiden verstrekt:

      • a.

        een riooltekening;

      • b.

        de samenstelling van het afvalwater dat op het vuilwaterriool en schoonwaterriool wordt geloosd;

      • c.

        de bron of oorzaak van het afvalwater dat op het vuilwaterriool en schoonwaterriool wordt geloosd; en

      • d.

        een beschrijving van de maatregelen die worden getroffen om het ontstaan van afvalwater te voorkomen of, als dat niet mogelijk is, te beperken.

AAAAAA

Artikel 7.128 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

  • Artikel 7.128 (milieubelastende activiteit: bedrijf voor mestbehandeling)

    • Bij een aanvraag om een omgevingsvergunning voor het drogen of indampen van dierlijke meststoffen, het vergisten van dierlijke meststoffen of plantaardig materiaal, bedoeld in artikel 3.226, eerste lid, van het Besluit activiteiten leefomgeving, worden de volgende gegevens en bescheiden verstrekt:

      • a.

        de gebruikte behandelingstechniek;

      • b.

        de hoeveelheid dierlijke meststoffen in kubieke meters per jaar die ten hoogste wordt behandeld;

      • c.

        de hoeveelheid plantaardig materiaal in kubieke meters per jaar die ten hoogste wordt vergist;

      • d.

        de samenstelling van het afvalwater dat op het vuilwaterriool en schoonwaterriool wordt geloosd;

      • e.

        een riooltekening;

      • f.

        het debiet in kubieke meters per uur dat ten hoogste wordt geloosd;

      • g.

        de maatregelen die worden getroffen om het ontstaan van afvalwater te voorkomen of, als dat niet mogelijk is, te beperken;

      • h.

        de aard en omvang van de emissies in de lucht;

      • i.

        de maatregelen die worden getroffen om emissies in de lucht te voorkomen of, als dat niet mogelijk is, te beperken;

      • j.

        het elektriciteitsverbruik in kilowattuur per jaar;

      • k.

        het brandstofverbruik in kubieke meters per jaar;

      • l.

        een beschrijving van de maatregelen die worden getroffen om energie doelmatig te gebruiken; en

      • m.

        als sprake is van covergisting: de aard van de cosubstraten.

    • 1.Bij een aanvraag om een omgevingsvergunning voor het drogen of indampen van dierlijke meststoffen, het vergisten van dierlijke meststoffen in combinatie met afvalstoffen, het vergisten van plantaardig materiaal, het verbranden van dierlijke meststoffen of het composteren van dierlijke meststoffen, bedoeld in artikel 3.226, eerste lid, van het Besluit activiteiten leefomgeving, worden de gegevens en bescheiden, bedoeld in de artikelen 7.26, 7.27a en 7.27b, verstrekt.

    • 2.Bij de aanvraag worden ook de volgende gegevens en bescheiden verstrekt:

      • a.

        de hoeveelheid plantaardig materiaal in kubieke meters per jaar die ten hoogste wordt vergist;

      • b.

        de samenstelling van het afvalwater dat op het vuilwaterriool en schoonwaterriool wordt geloosd;

      • c.

        een riooltekening;

      • d.

        het debiet in kubieke meters per uur dat ten hoogste wordt geloosd;

      • e.

        een beschrijving van de maatregelen die worden getroffen om het ontstaan van afvalwater te voorkomen of, als dat niet mogelijk is, te beperken;

      • f.

        als er sprake is van het vergisten van dierlijke meststoffen:

        • 1°.

          de maximale verwerkingscapaciteit van dierlijke meststoffen in kubieke meter per jaar;

        • 2°.

          de maximale opslagcapaciteit van het vergistingsgas in kubieke meter;

        • 3°.

          de coördinaten van:

          • i.

            het middelpunt van een gaszak waarin vergistingsgas wordt opgeslagen; en

          • ii.

            het aftappunt van een opslagtank waarin vloeibaar gemaakt vergistingsgas wordt opgeslagen;

        • 4°.

          de methode van bewerking en de bestemming van het vergistingsgas; en

        • 5°.

          de methode van stabilisatie van het digestaat; en

      • g.

        als sprake is van covergisting: de aard van de cosubstraten.

BBBBBB

Artikel 7.129 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

  • Artikel 7.129 (lozingsactiviteit: bedrijf voor mestbehandeling)

    Bij een aanvraag om een omgevingsvergunning voor het lozen van afvalwater afkomstig van het drogen of indampen van dierlijke meststoffen, het vergisten van dierlijke meststoffen ofin combinatie met afvalstoffen, het vergisten van plantaardig materiaal, het verbranden van dierlijke meststoffen of het composteren van dierlijke meststoffen, bedoeld in artikel 3.226, tweede lid, van het Besluit activiteiten leefomgeving, worden de gegevens en bescheiden, bedoeld in artikel 7.23, onder a tot en met h en l tot en met o, verstrekt.

CCCCCC

Het opschrift van subparagraaf 7.1.3.8 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

  • § 7.1.3.87.2.3.8 Dienstverlening, onderwijs en zorg

DDDDDD

Artikel 7.130 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

  • Artikel 7.130 (lozingsactiviteit: datacentrum)

    Bij een aanvraag om een omgevingsvergunning voor het lozen van koelwater met een warmtevracht van meer dan 50 MW afkomstig van het exploiteren van een rekencentrum of datacentrum, bedoeld in artikel 3.236 van het Besluit activiteiten leefomgeving, worden de gegevens en bescheiden, bedoeld in artikel 7.24, verstrekt.

EEEEEE

Artikel 7.132 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

  • Artikel 7.132 (milieubelastende activiteit: voorziening voor het oefenen van brandbestrijdingstechnieken)

    • Bij een aanvraag om een omgevingsvergunning voor het oefenen van brandbestrijdingstechnieken, bedoeld in artikel 3.260, eerste lid, van het Besluit activiteiten leefomgeving, worden de volgende gegevens en bescheiden verstrekt:

      • a.

        de locaties van de lozingspunten waar op het vuilwaterriool of schoonwaterriool wordt geloosd;

      • b.

        de samenstelling van het afvalwater dat op het vuilwaterriool en schoonwaterriool wordt geloosd;

      • c.

        de maatregelen die worden getroffen om het ontstaan van afvalwater te voorkomen of, als dat niet mogelijk is, te beperken;

      • d.

        de maatregelen die worden getroffen om verontreiniging van de bodem te voorkomen of, als dat niet mogelijk is, te beperken;

      • e.

        een aanduiding van de mate waarin zeer zorgwekkende stoffen in de lucht en in het water worden geëmitteerd; en

      • f.

        een beschrijving van de mogelijkheden om de emissies van zeer zorgwekkende stoffen in de lucht en in het water te beperken.

    • 1.Bij een aanvraag om een omgevingsvergunning voor het oefenen van brandbestrijdingstechnieken, bedoeld in artikel 3.260, eerste lid, van het Besluit activiteiten leefomgeving, worden de gegevens en bescheiden, bedoeld in artikel 7.27a, onder c en d, verstrekt.

    • 2.Bij de aanvraag worden ook de volgende gegevens en bescheiden verstrekt:

      • a.

        de locaties van de lozingspunten waar op het vuilwaterriool of schoonwaterriool wordt geloosd;

      • b.

        de samenstelling van het afvalwater dat op het vuilwaterriool en schoonwaterriool wordt geloosd;

      • c.

        een beschrijving van de maatregelen die worden getroffen om het ontstaan van afvalwater te voorkomen of, als dat niet mogelijk is, te beperken; en

      • d.

        een beschrijving van de maatregelen die worden getroffen om verontreiniging van de bodem te voorkomen of, als dat niet mogelijk is, te beperken.

FFFFFF

Het opschrift van subparagraaf 7.1.3.9 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

  • § 7.1.3.97.2.3.9 Transport, logistiek en ondersteuning daarvan

GGGGGG

Artikel 7.134 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

  • Artikel 7.134 (milieubelastende activiteit: brandstoffenhandel en tankopslagbedrijven)

    • 1.

      Bij een aanvraag om een omgevingsvergunning voor het parkeren van voertuigen, opleggers of aanhangers met gevaarlijke stoffen, bedoeld in artikel 3.269, eerste lid, van het Besluit activiteiten leefomgeving, worden de volgende gegevens en bescheiden verstrekt:

      • a.

        het aantal en het soort voertuigen, opleggers of aanhangers met gevaarlijke stoffen dat wordt geparkeerd;

      • b.

        de coördinaten van de opstelplaats van voertuigen, opleggers of aanhangers met gevaarlijke stoffen;

      • c.

        de hoeveelheid stoffen in liters die ten hoogste wordt opgeslagen;

      • d.

        de ADR-klasse en de eigenschappen van de gevaarlijke stoffen die worden opgeslagen; en

      • e.

        een beschrijving van de ongewone voorvallen die zich kunnen voordoen, de nadelige gevolgen daarvan en de passende maatregelen die worden getroffen voor het voorkomen van ongewone voorvallen en de nadelige gevolgen daarvan, bedoeld in artikel 19.1 van de wet.

    • 2.

      Bij een aanvraag om een omgevingsvergunning voor andere milieubelastende activiteiten met gevaarlijke stoffen die worden verricht op dezelfde locatie als de activiteiten, bedoeld in het eerste lid, als bedoeld in artikel 3.269, tweede lid, van het Besluit activiteiten leefomgeving worden de volgende gegevens en bescheiden verstrekt:

      • a.

        een beschrijving van die andere milieubelastende activiteiten;

      • b.

        de hoeveelheid gevaarlijke stoffen in liters; en

      • c.

        de ADR-klassen van die gevaarlijke stoffen.

    • 3.

      Bij een aanvraag om een omgevingsvergunning voor andere milieubelastende activiteiten met gevaarlijke stoffen die worden verricht op dezelfde locatie als bedoeld in artikel 3.269, derde lid, van het Besluit activiteiten leefomgeving worden de volgende gegevens en bescheiden verstrekt:

      • a.

        de gegevens en bescheiden, bedoeld in de artikelen 7.37, 7.38, 7.40, 7.41, 7.42 en 7.43;

      • b.

        een beschrijving van die andere milieubelastende activiteiten;

      • c.

        de hoeveelheid gevaarlijke stoffen in liters; en

      • d.

        de ADR-klassen van die gevaarlijke stoffen.

    Bij een aanvraag om een omgevingsvergunning voor milieubelastende activiteiten met gevaarlijke stoffen die worden verricht op dezelfde locatie als een milieubelastende activiteit als bedoeld in artikel 3.16, 3.22, 3.25, 3.28, 3.31, 3.34 of 3.37 van het Besluit activiteiten leefomgeving als bedoeld in artikel 3.269 van dat besluit, worden de volgende gegevens en bescheiden verstrekt:

    • a.

      een beschrijving van die milieubelastende activiteiten met gevaarlijke stoffen;

    • b.

      de hoeveelheid gevaarlijke stoffen in liters; en

    • c.

      de ADR-klassen van die gevaarlijke stoffen.

HHHHHH

Artikel 7.135 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

  • Artikel 7.135 (milieubelastende activiteit: bunkerstations en andere tankplaatsen voor schepen)

    • 1.Bij een aanvraag om een omgevingsvergunning voor het bieden van gelegenheid voor het tanken van gemotoriseerde vaartuigen of drijvende werktuigen bij een bunkerstation of vanaf de wal met een vaste installatie voor het tanken, voor zover het gaat om het opslaan van meer dan 25 m3 gevaarlijke stoffen van ADR-klasse 3, bedoeld in artikelde artikelen 3.272 en 3.273, aanhef en onder a, van het Besluit activiteiten leefomgeving, worden de volgende gegevens en bescheiden verstrekt:

      • a.

        het aantal opslagtanks dat aanwezig is;

      • b.

        de vloeistoffen die worden opgeslagen in de opslagtanks;

      • c.

        de coördinaten van:

        • 1°.

          de zijden van het bunkerstation; en

        • 2°.

          het vulpunt van het bunkerstation;

      • d.

        de hoeveelheid in liters van de vloeistoffen die ten hoogste wordt opgeslagen in de opslagtanks; en

      • e.

        de doorzet in kubieke meters per jaar van de opgeslagen vloeistoffen in de opslagtanks.

    • 2.Bij een aanvraag om een omgevingsvergunning voor het bieden van gelegenheid voor het tanken van gemotoriseerde vaartuigen of drijvende werktuigen met LPG bij een bunkerstation of vanaf de wal met een vaste installatie voor het tanken, bedoeld in artikelde artikelen 3.272 en 3.273, aanhef en onder b, van het Besluit activiteiten leefomgeving, worden de volgende gegevens en bescheiden verstrekt:

      • a.

        het aantal opslagtanks voor LPG dat aanwezig is;

      • b.

        de coördinaten van:

        • 1°.

          de opslagtank voor LPG;

        • 2°.

          het vulpunt van de opslagtank voor LPG;

        • 3°.

          de bovengrondse vloeistofvoerende leiding en pomp; en

        • 4°.

          het aansluitpunt van die leiding;

      • c.

        de hoeveelheid LPG in kubieke meters die ten hoogste wordt opgeslagen; en

      • d.

        de doorzet in kubieke meters per jaar.

    • 3.Bij een aanvraag om een omgevingsvergunning voor het bieden van gelegenheid voor het tanken van gemotoriseerde vaartuigen of drijvende werktuigen met LNG bij een bunkerstation of vanaf de wal met een vaste installatie voor het tanken, bedoeld in artikelde artikelen 3.272 en 3.273, aanhef en onder c, van het Besluit activiteiten leefomgeving, worden de volgende gegevens en bescheiden verstrekt:

      • a.

        het aantal opslagtanks voor LNG dat aanwezig is;

      • b.

        de coördinaten van het vulpunt van de opslagtank;

      • c.

        de reactietijd in seconden van de noodstopvoorziening;

      • d.

        een aanduiding of sprake is van ondervulling of bovenvulling;

      • e.

        een aanduiding of sprake is van verlading met een pomp;

      • f.

        de gebruikte voordruk in kilopascal; en

      • g.

        de berekende afstand in meters tot waar het plaatsgebonden risico ten hoogste een op de miljoen, een op de tien miljoengegevens en een op de honderd miljoen per jaar isbescheiden, bedoeld in artikel 7.22a, eerste lid, onder a en de aan de berekening ten grondslag liggende rekenbestandenb.

    • 4.Bij een aanvraag om een omgevingsvergunning voor het bieden van gelegenheid voor het tanken van gemotoriseerde vaartuigen of drijvende werktuigen met waterstof bij een bunkerstation of vanaf de wal met een vaste installatie voor het tanken, bedoeld in artikelde artikelen 3.272 en 3.273, aanhef en onder d, van het Besluit activiteiten leefomgeving, worden de volgende gegevens en bescheiden verstrekt:

      • a.

        de coördinaten van:

        • 1°.

          de tussenopslag, voor zover de waterstof wordt aangevoerd met een buisleiding of op de locatie wordt geproduceerd; en

        • 2°.

          het vulpunt van de opslagtank, voor zover de waterstof wordt aangevoerd met tankwagenstanks; en

        • 3°.

          de opslagtank;

      • b.

        als waterstof wordt opgeslagen: de hoeveelheid in kubieke meters die ten hoogste wordt opgeslagen.; en

      • c.

        een beschrijving van de ongewone voorvallen als bedoeld in artikel 7.22a, eerste lid, onder a.

    • 5.Op het berekenen van de afstand voor het plaatsgebonden risico is artikel 4.11, aanhef en onder a, van overeenkomstige toepassing.

IIIIII

Artikel 7.137 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

  • Artikel 7.137 (milieubelastende activiteit: motorrevisiebedrijf)

    • Bij een aanvraag om een omgevingsvergunning voor het proefdraaien van straalmotoren of straalturbines, bedoeld in artikel 3.281 van het Besluit activiteiten leefomgeving, worden de volgende gegevens en bescheiden verstrekt:

      • a.

        een aanduiding van de mate waarin de activiteit leidt tot een verhoging van de concentratie in de buitenlucht van de stoffen, bedoeld in artikel 8.17 van het Besluit kwaliteit leefomgeving;

      • b.

        een beschrijving van de maatregelen die worden getroffen om emissies in de lucht te voorkomen of, als dat niet mogelijk is, te beperken;

      • c.

        een aanduiding van de aard en omvang van de geluidemissies en geluidimmissies die door de activiteit worden veroorzaakt; en

      • d.

        een beschrijving van de maatregelen die worden getroffen om geluidemissies te voorkomen of, als dat niet mogelijk is, te beperken.

    • 1.Bij een aanvraag om een omgevingsvergunning voor het proefdraaien van straalmotoren of straalturbines of het proefdraaien met testbanken van motoren, turbines of reactoren, bedoeld in artikel 3.281 van het Besluit activiteiten leefomgeving, worden de gegevens en bescheiden, bedoeld in artikel 7.27a, onder a en b, verstrekt.

    • 2.Bij de aanvraag worden ook de volgende gegevens en bescheiden verstrekt:

      • a.

        een aanduiding van de aard en omvang van de geluidemissies en geluidimmissies die door de activiteit worden veroorzaakt; en

      • b.

        een beschrijving van de maatregelen die worden getroffen om geluidemissies te voorkomen of, als dat niet mogelijk is, te beperken.

JJJJJJ

Artikel 7.139 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

  • Artikel 7.139 (milieubelastende activiteit: opslag- en transportbedrijf, groothandel en containerterminal – opslag steenkool en ertsen)

    • Bij een aanvraag om een omgevingsvergunning voor het voor het vervoer van stoffen of goederen opslaan van steenkool, ertsen of derivaten van ertsen, bedoeld in artikel 3.286, eerste lid, aanhef en onder a, van het Besluit activiteiten leefomgeving, worden de volgende gegevens en bescheiden verstrekt:

      • a.

        een aanduiding van de mate waarin de activiteit leidt tot een verhoging van de concentratie in de buitenlucht van de stoffen, bedoeld in artikel 8.17 van het Besluit kwaliteit leefomgeving;

      • b.

        een beschrijving van de maatregelen die worden getroffen om emissies in de lucht te voorkomen of, als dat niet mogelijk is, te beperken;

      • c.

        een beschrijving van de maatregelen of voorzieningen die worden getroffen om de negatieve gevolgen van stofvorming te voorkomen of te beperken;

      • d.

        een beschrijving van de maatregelen die worden getroffen om verontreiniging van de bodem te voorkomen;

      • e.

        de locaties van de lozingspunten waar op het vuilwaterriool of schoonwaterriool wordt geloosd;

      • f.

        de samenstelling van het afvalwater dat op het vuilwaterriool en schoonwaterriool wordt geloosd;

      • g.

        de bron of oorzaak van het afvalwater dat op het vuilwaterriool en schoonwaterriool wordt geloosd; en

      • h.

        een beschrijving van de maatregelen die worden getroffen om het ontstaan van afvalwater te voorkomen of, als dat niet mogelijk is, te beperken.

    • 1.Bij een aanvraag om een omgevingsvergunning voor het opslaan van steenkool, ertsen of derivaten van ertsen, bedoeld in artikel 3.286, eerste lid, aanhef en onder a, van het Besluit activiteiten leefomgeving, worden de gegevens en bescheiden, bedoeld in artikel 7.27a, onder a en b, verstrekt.

    • 2.Bij de aanvraag worden ook de volgende gegevens en bescheiden verstrekt:

      • a.

        een beschrijving van de mogelijke negatieve gevolgen van stofvorming en van de maatregelen of voorzieningen die worden getroffen om die gevolgen te voorkomen of te beperken;

      • b.

        een beschrijving van de maatregelen die worden getroffen om verontreiniging van de bodem te voorkomen of, als dat niet mogelijk is, te beperken;

      • c.

        de locaties van de lozingspunten waar op het vuilwaterriool of schoonwaterriool wordt geloosd;

      • d.

        de samenstelling van het afvalwater dat op het vuilwaterriool en schoonwaterriool wordt geloosd;

      • e.

        de bron of oorzaak van het afvalwater dat op het vuilwaterriool en schoonwaterriool wordt geloosd; en

      • f.

        een beschrijving van de maatregelen die worden getroffen om het ontstaan van afvalwater te voorkomen of, als dat niet mogelijk is, te beperken.

KKKKKK

Artikel 7.140 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

  • Artikel 7.140 (milieubelastende activiteit: opslag- en transportbedrijf, groothandel en containerterminal – parkerenopstellen en andere milieubelastende activiteiten met gevaarlijke stoffen)

    • 1.Bij een aanvraag om een omgevingsvergunning voor het parkeren van voertuigen, opleggers of aanhangers met gevaarlijke stoffen, bedoeld in artikel 3.286, eerste lid, aanhef en onder b en c, van het Besluit activiteiten leefomgeving, worden de gegevens en bescheiden, bedoeld in artikel 7.134, eerste lid, verstrekt.

      Bij een aanvraag om een omgevingsvergunning voor het opstellen van voertuigen, opleggers of aanhangers met gevaarlijke stoffen, bedoeld in artikel 3.286, eerste lid, aanhef en onder b of c, van het Besluit activiteiten leefomgeving, worden per opstelplaats van voertuigen, opleggers of aanhangers met gevaarlijke stoffen de volgende gegevens en bescheiden verstrekt:

      • a.

        het aantal en het soort voertuigen, opleggers of aanhangers met gevaarlijke stoffen dat wordt opgesteld;

      • b.

        de coördinaten van de opstelplaats;

      • c.

        de hoeveelheid stoffen in liters of kilogrammen die ten hoogste aanwezig is in de voertuigen, opleggers of aanhangers;

      • d.

        de ADR-klasse en de eigenschappen van de gevaarlijke stoffen die aanwezig zijn in de voertuigen, opleggers of aanhangers; en

      • e.

        een beschrijving van de ongewone voorvallen als bedoeld in artikel 7.22a, eerste lid, onder a.

    • 2.Bij een aanvraag om een omgevingsvergunning voor andere milieubelastende activiteiten met gevaarlijke stoffen die worden verricht op dezelfde locatie als de activiteiten, bedoeld in artikel 3.286, eerste lid, onder b tot en met l, van het Besluit activiteiten leefomgeving, als bedoeld in artikel 3.286, tweede lid, van dat besluit worden de gegevens en bescheiden, bedoeld in artikel 7.134, tweede lid, verstrekt.

      Bij een aanvraag om een omgevingsvergunning voor andere milieubelastende activiteiten met gevaarlijke stoffen die worden verricht op dezelfde locatie als de activiteiten, bedoeld in artikel 3.286, eerste lid, onder b tot en met k, van het Besluit activiteiten leefomgeving, of op dezelfde locatie als een milieubelastende activiteit als bedoeld in artikel 3.16, 3.22, 3.25, 3.28, 3.31, 3.34 of 3.37 van dat besluit als bedoeld in artikel 3.286, tweede lid, van dat besluit worden de volgende gegevens en bescheiden verstrekt:

      • a.

        een beschrijving van die andere milieubelastende activiteiten met gevaarlijke stoffen;

      • b.

        de hoeveelheid gevaarlijke stoffen in liters; en

      • c.

        de ADR-klassen van die gevaarlijke stoffen.

    • 3.Bij een aanvraag om een omgevingsvergunning voor andere milieubelastende activiteiten met gevaarlijke stoffen die worden verricht op dezelfde locatie als bedoeld in artikel 3.286, derde lid, van het Besluit activiteiten leefomgeving worden de gegevens en bescheiden, bedoeld in artikel 7.134, derde lid, verstrekt.

LLLLLL

Artikel 7.141 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

  • Artikel 7.141 (milieubelastende activiteit: opslag- en transportbedrijf, groothandel en containerterminal – begassen of ontgassen van containers)

    Bij een aanvraag om een omgevingsvergunning voor het voor het vervoer van stoffen of goederen opslaan van stoffen of goederen, worden, als het gaat om het begassen of ontgassen van containers, bedoeld in artikel 3.286, eerste lid, aanhef en onder d, van het Besluit activiteiten leefomgeving, de volgende gegevens en bescheiden verstrekt:

    • a.

      de eigenschappen van de stoffen die worden gebruikt om te begassen of ontgassen;

    • b.

      de hoeveelheid in kubieke meters van de stoffen die worden gebruikt om te begassen of ontgassen; en

    • c.

      een beschrijving van de maatregelen of voorzieningen die worden getroffen om vrijkomende dampen op te vangen.

MMMMMM

Artikel 7.142 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

  • Artikel 7.142 (milieubelastende activiteit: opslag- en transportbedrijf, groothandel en containerterminal – tanken van voertuigen met LNG of waterstof)

    • 1.Bij een aanvraag om een omgevingsvergunning voor het voor het vervoer van stoffen of goederen opslaan van stoffen of goederen of het onderhouden, repareren en schoonmaken van motorvoertuigen, als het gaat om het tanken van voertuigen met LNG, bedoeld in artikel 3.286, eerste lid, aanhef en onder f, van het Besluit activiteiten leefomgeving, worden de volgende gegevens en bescheiden verstrekt:

      • a.

        het aantal opslagtanks voor LNG dat aanwezig is;

      • b.

        de coördinaten van het vulpunt van de opslagtank;

      • c.

        de reactietijd in seconden van de noodstopvoorziening;

      • d.

        een aanduiding of sprake is van ondervulling of bovenvulling;

      • e.

        een aanduiding of sprake is van verlading met een pomp;

      • f.

        de gebruikte voordruk in kilopascal;

      • g.

        een beschrijving van de ongewone voorvallen die zich kunnen voordoen, de nadelige gevolgen daarvan en de passende maatregelen die worden getroffen voor het voorkomen van ongewone voorvallen en de nadelige gevolgen daarvan, bedoeld in artikel 19.1 van de wet; en

      • h.

        de berekende afstand in meters tot waar het plaatsgebonden risico ten hoogste een op de miljoen, een op de tien miljoen en een op de honderd miljoen per jaar is en de aan de berekening ten grondslag liggende rekenbestanden.

      Bij een aanvraag om een omgevingsvergunning voor het tanken van voertuigen of werktuigen met LNG, bedoeld in artikel 3.286, eerste lid, aanhef en onder e, van het Besluit activiteiten leefomgeving, worden de gegevens en bescheiden, bedoeld in artikel 7.22a, eerste lid, onder a en b, verstrekt.

    • 2.Bij de aanvraag worden ook de volgende gegevens en bescheiden verstrekt:

      • a.

        het aantal opslagtanks voor LNG dat aanwezig is;

      • b.

        de coördinaten van het vulpunt van de opslagtank;

      • c.

        de reactietijd in seconden van de noodstopvoorziening;

      • d.

        een aanduiding of sprake is van ondervulling of bovenvulling;

      • e.

        een aanduiding of sprake is van verlading met een pomp; en

      • f.

        de gebruikte voordruk in kilopascal.

    • 23.Bij een aanvraag om een omgevingsvergunning voor het voor het vervoertanken van stoffenvoertuigen of goederen opslaan van stoffen of goederen of het onderhouden, repareren en schoonmaken van motorvoertuigen, als het gaat om het tanken van voertuigenwerktuigen met waterstof, bedoeld in artikel 3.286, eerste lid, aanhef en onder gf, van het Besluit activiteiten leefomgeving, worden de volgende gegevens en bescheiden verstrekt:

      • a.

        de coördinaten van:

        • 1°.

          de tussenopslag, voor zover de waterstof wordt aangevoerd met een buisleiding of op de locatie wordt geproduceerd;

        • 2°.

          het vulpunt van de opslagtank, voor zover de waterstof wordt aangevoerd met tankwagenstanks; en

        • 3°.

          de opslagtank;

      • b.

        als waterstof wordt opgeslagen: de hoeveelheid in kubieke meters die ten hoogste wordt opgeslagen; en

      • c.

        een beschrijving van de ongewone voorvallen die zich kunnen voordoen, de nadelige gevolgen daarvan en de passende maatregelen die worden getroffen voor het voorkomen van ongewone voorvallen en de nadelige gevolgen daarvan,als bedoeld in artikel 19.1 van de wet7.22a, eerste lid, onder a.

    • 3.Op het berekenen van de afstand voor het plaatsgebonden risico is artikel 4.11, aanhef en onder a, van overeenkomstige toepassing.

NNNNNN

Artikel 7.143 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

  • Artikel 7.143 (milieubelastende activiteit: opslag- en transportbedrijf, groothandel en containerterminal – onverpakt in bulk en in container opslaan van gevaarlijke stoffen)

    Bij een aanvraag om een omgevingsvergunning voor het voor het vervoer van stoffen of goederen opslaan van stoffen of goederen, als het gaat om het onverpakt in bulk opslaan van meer dan 1 kg vaste gevaarlijke stoffen of het opslaan van gevaarlijke stoffen in container, bedoeld in artikel 3.286, eerste lid, aanhef en onder hg en ih, van het Besluit activiteiten leefomgeving, worden per opslagplaats de volgende gegevens en bescheiden verstrekt:

    • a.

      de maximale opslagcapaciteit in kilogrammen;

    • b.

      de hoeveelheid stoffen in kilogrammen die per ADR-klasse ten hoogste wordt opgeslagen;

    • c.

      het soort verpakkingen waarin de gevaarlijke stoffen worden opgeslagen; en

    • d.

      een beschrijving van de maatregelen die worden getroffen om bodemverontreiniging te voorkomen.

OOOOOO

Artikel 7.144 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

  • Artikel 7.144 (milieubelastende activiteit: opslag- en transportbedrijf, groothandel en containerterminal – tijdelijk opslaan van gevaarlijke stoffen voor vervoer)

    • 1.Bij een aanvraag om een omgevingsvergunning voor het voor het vervoer van stoffen of goederen opslaan van vuurwerk of pyrotechnische artikelen voor theatergebruik voor korte tijd en in afwachting van aansluitend vervoer naar een vooraf bekende ontvanger, bedoeld in artikel 3.286, eerste lid, onder ji, van het Besluit activiteiten leefomgeving, worden per opslagplaats de volgende gegevens en bescheiden verstrekt:

      • a.

        het gewicht van het vuurwerk en de pyrotechnische artikelen voor theatergebruik in kilogrammen, onderscheiden naar ADR-klasse en compatibiliteitsgroep als bedoeld in de ADR en aangegeven met de letters A tot en met J, K tot en met N of S, dat ten hoogste wordt opgeslagen; en

      • b.

        een beschrijving van de ongewone voorvallen die zich kunnen voordoen, de nadelige gevolgen daarvan en de passende maatregelen die worden getroffen voor het voorkomen van ongewone voorvallen en de nadelige gevolgen daarvan,als bedoeld in artikel 19.1 van de wet7.22a, eerste lid, onder a.

    • 2.Bij een aanvraag om een omgevingsvergunning voor het voor het vervoer van stoffen of goederen opslaan van ontplofbare stoffen van ADR-klasse 1 door een ander dan de Nederlandse of bondgenootschappelijke krijgsmacht voor korte tijd en in afwachting van aansluitend vervoer naar een vooraf bekende ontvanger, bedoeld in artikel 3.286, eerste lid, onder kj, van het Besluit activiteiten leefomgeving, worden per opslagplaats de volgende gegevens en bescheiden verstrekt:

      • a.

        het type ontplofbare stoffen en de hoeveelheid in kilogrammen die ten hoogste wordt opgeslagen;

      • b.

        een aanduiding of het gaat om ADR-klasse 1.1, 1.2, 1.3, 1.4, 1.5 of 1.41.6 per type ontplofbare stof die wordt opgeslagen;

      • c.

        de hoeveelheid NEM van de ontplofbare stoffen in kilogrammen; en

      • d.

        een beschrijving van de ongewone voorvallen die zich kunnen voordoen, de nadelige gevolgen daarvan en de passende maatregelen die worden getroffen voor het voorkomen van ongewone voorvallen en de nadelige gevolgen daarvan,als bedoeld in artikel 19.1 van de wet7.22a, eerste lid, onder a.

    • 3.Bij een aanvraag om een omgevingsvergunning voor het voor het vervoer van stoffen of goederen opslaan van gevaarlijke stoffen als bedoeld in artikel 3, tiende lid, van de Seveso-richtlijn voor korte tijd en in afwachting van aansluitend vervoer naar een vooraf bekende ontvanger, bedoeld in artikel 3.286, eerste lid, onder l, van het Besluit activiteiten leefomgeving, worden de volgende gegevens en bescheiden verstrekt:

      • a.

        de gegevens die nodig zijn om de gevaarlijke stoffen, bedoeld in artikel 3, tiende lid, van de Seveso-richtlijn, en de categorie van die gevaarlijke stoffen te identificeren die op de locatie waarop de activiteit wordt verricht, aanwezig zijn of kunnen zijn;

      • b.

        een lijst met de hoeveelheid in kilogrammen, aard en fysische vormen van de gevaarlijke stoffen, bedoeld in artikel 3, tiende lid, van de Seveso-richtlijn, waarvoor een omgevingsvergunning wordt aangevraagd;

      • c.

        de berekende afstand in meters tot waar het plaatsgebonden risico ten hoogste een op de miljoen, een op de tien miljoen en een op de honderd miljoen per jaar is en de aan de berekening ten grondslag liggende rekenbestanden;

      • d.

        de berekende of bepaalde afstand in meters voor de aandachtsgebieden, bedoeld in artikel 5.12 van het Besluit kwaliteit leefomgeving, en als de afstand is berekend: de aan de berekening ten grondslag liggende rekenbestanden; en

      • e.

        een beschrijving van de ongewone voorvallen die zich kunnen voordoen, de nadelige gevolgen daarvan en de passende maatregelen die worden getroffen voor het voorkomen van ongewone voorvallen en de nadelige gevolgen daarvan, bedoeld in artikel 19.1 van de wet.

      Bij een aanvraag om een omgevingsvergunning voor het buiten een Seveso-inrichting opslaan van gevaarlijke stoffen als bedoeld in artikel 3, tiende lid, van de Seveso-richtlijn voor korte tijd en in afwachting van aansluitend vervoer naar een vooraf bekende ontvanger, bedoeld in artikel 3.286, eerste lid, onder k, van het Besluit activiteiten leefomgeving, worden de gegevens en bescheiden, bedoeld in artikel 7.22a, eerste lid, verstrekt.

    • 4.Op het berekenen van de afstanden voor het plaatsgebonden risico en de aandachtsgebieden zijn de artikelen 4.11, aanhef en onder a, en 4.12, eerste lid, van overeenkomstige toepassing.

      Bij de aanvraag, bedoeld in het derde lid, worden per opslagplaats ook de volgende gegevens en bescheiden verstrekt:

      • a.

        de gegevens die nodig zijn om de gevaarlijke stoffen, bedoeld in artikel 3, tiende lid, van de Seveso-richtlijn, en de categorie van die gevaarlijke stoffen te identificeren die aanwezig zijn of kunnen zijn;

      • b.

        een lijst met de hoeveelheid in kilogrammen, aard en fysische vormen van de gevaarlijke stoffen, bedoeld in artikel 3, tiende lid, van de Seveso-richtlijn, die aanwezig zijn of kunnen zijn; en

      • c.

        de jaarlijkse doorzet in kilogrammen van de gevaarlijke stoffen, bedoeld in artikel 3, tiende lid, van de Seveso-richtlijn.

PPPPPP

Artikel 7.145 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

  • Artikel 7.145 (lozingsactiviteit: opslag- en transportbedrijf, groothandel en containeroverslag)

    Bij een aanvraag om een omgevingsvergunning voor het lozen van afvalwater afkomstig van het voor het vervoer van goederen opslaan van stoffen, bedoeld in artikel 3.286, vierdederde lid, van het Besluit activiteiten leefomgeving, worden de gegevens en bescheiden, bedoeld in artikel 7.23, onder e, f, h, n, o, p en q, verstrekt.

QQQQQQ

Artikel 7.146 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

  • Artikel 7.146 (milieubelastende activiteit: onderhoudswerkplaats voor vliegtuigen)

    • [Gereserveerd]

    • 1.Bij een aanvraag om een omgevingsvergunning voor het exploiteren van een andere milieubelastende installatie voor het repareren van vliegtuigen, bedoeld in artikel 3.293 van het Besluit activiteiten leefomgeving, worden de gegevens en bescheiden, bedoeld in de artikelen 7.27a en 7.27b, verstrekt.

    • 2.Bij de aanvraag worden ook de volgende gegevens en bescheiden verstrekt:

      • a.

        een aanduiding van de metalen die worden verwerkt;

      • b.

        als polyesterhars wordt verwerkt:

        • 1°.

          de maximale verwerkingscapaciteit in tonnen per jaar; en

        • 2°.

          de ligging van de geuremissiepunten; en

      • c.

        als gasflessen worden gevuld met propaan of butaan: de hoeveelheid gassen in liters die ten hoogste wordt opgeslagen.

RRRRRR

Artikel 7.147 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

  • Artikel 7.147 (milieubelastende activiteit: spoorwegemplacementen)

    • [Gereserveerd]

    • 1.Bij een aanvraag om een omgevingsvergunning voor het exploiteren van een spoorwegemplacement, bedoeld in de artikelen 3.295a en 3.295b van het Besluit activiteiten leefomgeving, worden de gegevens en bescheiden, bedoeld in artikel 7.22a, eerste lid, onder a en b, verstrekt.

    • 2.Bij de aanvraag worden ook de volgende gegevens en bescheiden verstrekt:

      • a.

        het aantal wagons met gevaarlijke stoffen dat per jaar het spoorwegemplacement aandoet;

      • b.

        de hoeveelheid gevaarlijke stoffen in kilogrammen die per ADR-klasse ten hoogste tegelijkertijd op het spoorwegemplacement aanwezig is; en

      • c.

        een beschrijving van de maatregelen die worden getroffen om verontreiniging van de bodem te voorkomen of, als dat niet mogelijk is, te beperken.

SSSSSS

Artikel 7.148 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

  • Artikel 7.148 (milieubelastende activiteit: tankstation)

    • 1.Bij een aanvraag om een omgevingsvergunning voor het bieden van gelegenheid voor het tanken van voertuigen met LNG, bedoeld in artikel 3.297, aanhef en onder b, van het Besluit activiteiten leefomgeving, worden de volgende gegevens en bescheiden verstrekt:

      • a.

        het aantal opslagtanks voor LNG dat aanwezig is;

      • b.

        de coördinaten van het vulpunt van de opslagtank;

      • c.

        de reactietijd in seconden van de noodstopvoorziening;

      • d.

        een aanduiding of sprake is van ondervulling of bovenvulling;

      • e.

        een aanduiding of sprake is van verlading met een pomp;

      • f.

        de gebruikte voordruk in kilopascal;

      • g.

        een beschrijving van de ongewone voorvallen die zich kunnen voordoen, de nadelige gevolgen daarvan en de passende maatregelen die worden getroffen voor het voorkomen van ongewone voorvallen en de nadelige gevolgen daarvan, bedoeld in artikel 19.1 van de wet; en

      • h.

        de berekende afstand in meters tot waar het plaatsgebonden risico ten hoogste een op de miljoen, een op de tien miljoen en een op de honderd miljoen per jaar is en de aan de berekening ten grondslag liggende rekenbestanden.

      Bij een aanvraag om een omgevingsvergunning voor het bieden van gelegenheid voor het tanken van voertuigen of werktuigen met LNG, bedoeld in de artikelen 3.296 en 3.297, aanhef en onder a, van het Besluit activiteiten leefomgeving, worden de gegevens en bescheiden, bedoeld in artikel 7.22a, eerste lid, onder a en b, verstrekt.

    • 2.Bij eende aanvraag om een omgevingsvergunning voor het bieden van gelegenheid voor het tanken van voertuigen met waterstof, bedoeld in artikel 3.297, aanhef en onder c, van het Besluit activiteiten leefomgeving, worden ook de volgende gegevens en bescheiden verstrekt:

      • a.

        het aantal opslagtanks voor LNG dat aanwezig is;

      • ab.

        de coördinaten van:

        • 1°.

          de tussenopslag, voor zover de waterstof wordt aangevoerd met een buisleiding of op de locatie wordt geproduceerd;

        • 2°.

          het vulpunt van de opslagtank, voor zover de waterstof wordt aangevoerd met tankwagens; en

        • 3°.

          de opslagtank;

        de coördinaten van het vulpunt van de opslagtank;

      • c.

        de reactietijd in seconden van de noodstopvoorziening;

      • bd.

        als waterstof wordt opgeslagen: de hoeveelheid in kubieke meters die ten hoogste wordt opgeslageneen aanduiding of sprake is van ondervulling of bovenvulling; en

      • e.

        een aanduiding of sprake is van verlading met een pomp; en

      • cf.

        een beschrijving van de ongewone voorvallen die zich kunnen voordoen, de nadelige gevolgen daarvan en de passende maatregelen die worden getroffen voor het voorkomen van ongewone voorvallen en de nadelige gevolgen daarvan, bedoeldgebruikte voordruk in artikel 19.1 van de wetkilopascal.

    • 3.Op het berekenen van de afstand voor het plaatsgebonden risico is artikel 4.11, aanhef en onder a, van overeenkomstige toepassing.

      Bij een aanvraag om een omgevingsvergunning voor het bieden van gelegenheid voor het tanken van voertuigen of werktuigen met waterstof, bedoeld in de artikelen 3.296 en 3.297, aanhef en onder b, van het Besluit activiteiten leefomgeving, worden de volgende gegevens en bescheiden verstrekt:

      • a.

        de coördinaten van:

        • 1°.

          de tussenopslag, voor zover de waterstof wordt aangevoerd met een buisleiding of op de locatie wordt geproduceerd;

        • 2°.

          het vulpunt van de opslagtank, voor zover de waterstof wordt aangevoerd met tanks; en

        • 3°.

          de opslagtank;

      • b.

        als waterstof wordt opgeslagen: de hoeveelheid in kubieke meters die ten hoogste wordt opgeslagen; en

      • c.

        een beschrijving van de ongewone voorvallen als bedoeld in artikel 7.22a, eerste lid, onder a.

TTTTTT

Het opschrift van subparagraaf 7.1.3.10 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

  • § 7.1.3.107.2.3.10 Sport en recreatie

UUUUUU

Artikel 7.151 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

  • Artikel 7.151 (milieubelastende activiteit: autosport en motorsport, zoals crossterrein, racebaan of kartbaan, vanwege geluidemissie)

    Bij een aanvraag om een omgevingsvergunning voor het sporten of recreëren met voertuigen met een verbrandingsmotor in de buitenlucht, bedoeld in artikel 3.305 van het Besluit activiteiten leefomgeving, worden de volgende gegevens en bescheiden verstrekt:

    • a.

      een beschrijving van de maatregelen die worden getroffen om verontreiniging van de bodem te voorkomen of, als dat niet mogelijk is, te beperken;

    • b.

      een aanduiding van de aard en omvang van de geluidemissies en geluidimmissies die door de activiteit worden veroorzaakt; en

    • c.

      een beschrijving van de maatregelen die worden getroffen om geluidemissies te voorkomen of, als dat niet mogelijk is, te beperken.

VVVVVV

Het opschrift van subparagraaf 7.1.3.11 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

  • § 7.1.3.117.2.3.11 Mijnbouw

WWWWWW

Artikel 7.152 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

  • Artikel 7.152 (milieubelastende activiteit: mijnbouw)

    • 1.Bij een aanvraag om een omgevingsvergunning voor het aanleggen enof het exploiteren van een mijnbouwwerk, bedoeld in de artikelen 3.320 en 3.321, eerste lid, van het Besluit activiteiten leefomgeving, worden de gegevens en bescheiden, bedoeld in artikel 7.27, verstrekt.

    • 2.Bij de aanvraag worden ook de volgende gegevens en bescheiden verstrekt:

      • a.

        de capaciteit van het mijnbouwwerk die ten hoogste wordt bereikt in kubieke meters per dag;

      • b.

        het motorische of thermische vermogen in kilowatt van de installaties die tot het mijnbouwwerk behoren dat ten hoogste wordt bereikt;

      • c.

        de tijdenverwachte datum en dagen waarophet verwachte tijdstip van het mijnbouwwerk ofbegin van de installaties die tot het mijnbouwwerk behoren in bedrijf zullen zijnactiviteit en de verwachte duur ervan;

      • d.

        de coördinaten van het mijnbouwwerk; en

      • e.

        een beschrijving van de maatregelen of voorzieningen die worden getroffen voor het opslaan van afvalstoffen in het mijnbouwwerk; en

      • ef.

        als het gaat om het opsporen of winnen van delfstoffen of het opslaan van stoffende gegevens en bescheiden, bedoeld in artikel 7.22a, eerste lid, onder b en c, voor zoverals het gaat om het winnen, opslaan, bewerken of opslaan van gevaarlijke stoffengereedmaken voor transport van:

        • 1°.

          de berekende afstand in meters tot waar het plaatsgebonden risico ten hoogste een op de miljoen, een op de tien miljoen en een op de honderd miljoen per jaar is en de aan de berekening ten grondslag liggende rekenbestanden; en

          gevaarlijke stoffen in de gevarenklasse:

          • i.

            ontvlambare gassen, categorie 1 of 2, bedoeld in bijlage I, deel 2, bij de CLP-verordening;

          • ii.

            ontvlambare vloeistoffen, categorie 1, 2 of 3, bedoeld in bijlage I, deel 2, bij de CLP-verordening; of

          • iii.

            acute toxiciteit, categorie 1, 2 of 3, bedoeld in bijlage I, deel 3, bij de CLP-verordening;

        • 2°.

          de berekende afstand in meters voor de aandachtsgebieden, bedoeld in artikel 5.12ontplofbare stoffen van het Besluit kwaliteit leefomgeving, en de aan de berekening ten grondslag liggende rekenbestanden.ADR-klasse 1; of

        • 3°.

          gevaarlijke stoffen van ADR-klasse 2, 3, 4.1, 4.2, 4.3, 5.1, 5.2, 6.1 of 8.

    • 3.Op het berekenen van de afstanden voor het plaatsgebonden risico en de aandachtsgebieden zijn de artikelen 4.11, aanhef en onder a, en 4.12, eerste lid, van overeenkomstige toepassing.

XXXXXX

Het opschrift van subparagraaf 7.1.3.12 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

  • § 7.1.3.127.2.3.12 Defensie

YYYYYY

Artikel 7.156 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

  • Artikel 7.156 (milieubelastende activiteit: opslaan en bewerken van ontplofbare stoffen en voorwerpen op militaire objecten)

    Bij een aanvraag om een omgevingsvergunning voor het opslaan en bewerken van stoffen of voorwerpen van ADR-klasse 1.1 of 1.2, of meer dan 50 kg NEM in stoffen of voorwerpen van ADR-klasse 1.3, met inbegrip van het terrein, bedoeld in artikel 5.150, eerste lid, van het Besluit kwaliteit leefomgeving, bedoeld in de artikelen 3.331 en 3.332 van het Besluit activiteiten leefomgeving, worden de volgende gegevens en bescheiden verstrekt:

    • a.

      per opslagplaats: het type ontplofbare stoffen of voorwerpen en de hoeveelheid in kilogrammen die ten hoogste wordt opgeslagen; en

    • b.

      als sprake is van een militair explosieaandachtsgebied als bedoeld in artikel 5.32, aanhef en onder a, van het Besluit kwaliteit leefomgeving: de berekening van de begrenzing van de locatie van dat gebied.

ZZZZZZ

Artikel 7.157 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

  • Artikel 7.157 (milieubelastende activiteit: het gebruik van ontplofbare stoffen of voorwerpen op militaire objecten)

    Bij een aanvraag om een omgevingsvergunning voor het gebruik van ontplofbare stoffen enof voorwerpen op een schietbaan of combinatie van schietbanen waar meer dan 3 miljoen3.000.000 schoten per jaar worden afgevuurd, een permanente voorziening waarop ontplofbare voorwerpen uit militaire luchtvaartuigenvliegtuigen worden geworpen of springterreinen, met inbegrip van het terrein, bedoeld in artikel 5.150, eerste lid, van het Besluit kwaliteit leefomgeving, bedoeld in de artikelen 3.334 en 3.335, eerste lid, van het Besluit activiteiten leefomgeving, worden de volgende gegevens en bescheiden verstrekt:

    • a.

      informatie over de fysieke begrenzing van de locatie waarop de activiteit zal worden verricht;

    • b.

      informatie over het type schietbaan;

    • c.

      een beschrijving van de maatregelen die worden getroffen om verontreiniging van de bodem te voorkomen of, als dat niet mogelijk is, te beperken;

    • d.

      een aanduiding van de aard en omvang van de geluidemissies en geluidimmissies die door de activiteit worden veroorzaakt; en

    • e.

      een beschrijving van de maatregelen die worden getroffen om geluidemissies te voorkomen of, als dat niet mogelijk is, te beperken.

AAAAAAA

Na artikel 7.157 wordt een artikel ingevoegd, luidende:

  • Artikel 7.157a (lozingsactiviteit: het gebruik van ontplofbare stoffen of voorwerpen op militaire objecten)

    Bij een aanvraag om een omgevingsvergunning voor het in een oppervlaktewaterlichaam brengen van ontplofbare stoffen of voorwerpen afkomstig van het gebruik van ontplofbare stoffen of voorwerpen door de Nederlandse of een bondgenootschappelijke krijgsmacht, bedoeld in artikel 3.335, tweede lid, van het Besluit activiteiten leefomgeving, worden de volgende gegevens en bescheiden verstrekt:

    • a.

      van de ontplofbare stoffen en voorwerpen die in het oppervlaktewaterlichaam worden gebracht:

      • 1°.

        een aanduiding van het type;

      • 2°.

        een aanduiding van het kaliber;

      • 3°.

        een indicatie van de samenstelling; en

      • 4°.

        de totale jaarvracht in kilogrammen; en

    • b.

      een beschrijving van de maatregelen of voorzieningen die worden getroffen om verontreiniging van het oppervlaktewaterlichaam te beperken.

BBBBBBB

Het opschrift van paragraaf 7.1.4 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

  • § 7.1.47.2.4 Activiteiten in of bij waterstaatswerken in beheer bij het Rijk

CCCCCCC

Subparagraaf 7.1.4.1 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

  • § 7.1.4.17.2.4.1 Algemeen: modules

    Artikel 7.158 (toepassingsbereik)

    DezeDe artikelen in deze paragraaf en artikel 7.23 zijn alleen van toepassing voor zover dat in de paragrafen 7.1.4.27.2.4.2 tot en met 7.1.4.87.2.4.8 of 7.1.5.27.2.5.2 tot en met 7.1.5.97.2.5.9 is bepaald.

    Artikel 7.159 (module: waterstaatswerk in beheer bij het Rijk)

    Bij een aanvraag om een omgevingsvergunning voor een beperkingengebiedactiviteit met betrekking tot een waterstaatswerk in beheer bij het Rijk als bedoeld in hoofdstuk 6 van het Besluit activiteiten leefomgeving worden de volgende gegevens en bescheiden verstrekt:

    • a.

      een werkplan waarin wordt beschreven hoe de activiteit wordt verricht;

    • b.

      een toelichtende tekening en de coördinaten van de activiteit met daarbij het ontwerp en de afmetingen van het werk of het tracé van de kabel of de leiding;

    • c.

      de verwachte datum en het verwachte tijdstip van het begin van de activiteit en de verwachte duur ervan;

    • d.

      een beschrijving van de gevolgen van de activiteit voor de waterkwaliteit, waterkwantiteit, waterveiligheid en maatschappelijke functies van het waterstaatswerk;

    • e.

      contactgegevens van de partijen die direct bij het verrichten van de activiteit zijn betrokken; en

    • f.

      als een waterstaatswerk wordt gekruist door een boring: een boorplan met de volgende informatie:

      • 1°.

        een beschrijving van de horizontaal gestuurde boring overeenkomstig de Handleiding wegenbouw, ontwerp onderbouw, richtlijn Boortechnieken, uitgegeven door Rijkswaterstaat;

      • 2°.

        een tekening met een aanduiding van de boorlijn;

      • 3°.

        een tekening van de dwarsdoorsnede in de langsrichting van de gekozen boorlijn; en

      • 4°.

        gegevens over de controleberekening of sterkteberekening van de buis op basis van een grondmechanisch onderzoek;

      als een waterstaatswerk wordt gekruist door een boring: een boorplan met een beschrijving van de horizontaal gestuurde boring overeenkomstig Richtlijn Boortechnieken en open ontgraving voor kabels en leidingen, uitgegeven door Rijkswaterstaat.

    • g.

      als de activiteit op, in of bij een kade of waterkering plaatsvindt: een stabiliteitsberekening van de kade of waterkering;

    • h.

      als het gaat om het plaatsen of in stand houden van een kabel of leiding: een erosieberekening; en

    • i.

      als het gaat om het aanleggen of in stand houden van een terreinophoging of het ontgraven, verplaatsen of toepassen van grond of baggerspecie: een globale grondbalans die aantoont waar de grond vandaan komt en waar de grond naartoe gaat.

DDDDDDD

Subparagraaf 7.1.4.2 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

  • § 7.1.4.27.2.4.2 Bouwwerken, werken en objecten

    Artikel 7.160 (beperkingengebiedactiviteit: bouwwerken, werken en objecten in een oppervlaktewaterlichaam)

    Bij een aanvraag om een omgevingsvergunning voor het bouwen, of in stand houden of slopen van bouwwerken, het aanleggen, plaatsen, in stand houden, veranderen of verwijderen van werken die geen bouwwerken zijn of het plaatsen, in stand houden of verwijderen van andere objecten in een beperkingengebied met betrekking tot een oppervlaktewaterlichaam of een kanaal in beheer bij het Rijk, bedoeld in artikel 6.17, eerste of tweede lid, van het Besluit activiteiten leefomgeving, worden de gegevens en bescheiden, bedoeld in artikel 7.159, verstrekt.

    Artikel 7.161 (beperkingengebiedactiviteit: bouwwerken, werken en objecten in een waterkering)

    Bij een aanvraag om een omgevingsvergunning voor het bouwen, of in stand houden of slopen van bouwwerken, het aanleggen, plaatsen, in stand houden, veranderen of verwijderen van werken die geen bouwwerken zijn of het plaatsen, in stand houden of verwijderen van andere objecten in een beperkingengebied met betrekking tot een waterkering in beheer bij het Rijk, bedoeld in artikel 6.18 van het Besluit activiteiten leefomgeving, worden de gegevens en bescheiden, bedoeld in artikel 7.159, verstrekt.

EEEEEEE

Het opschrift van subparagraaf 7.1.4.3 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

  • § 7.1.4.37.2.4.3 Grondverzet

FFFFFFF

Artikel 7.162 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

  • Artikel 7.162 (ontgrondingsactiviteit: oppervlaktewaterlichaam in beheer bij het Rijk)

    Bij een aanvraag om een omgevingsvergunning voor een ontgrondingsactiviteit als bedoeld in artikel 5.1, eerste lid, onder dc, van de wet die bestaat uit het ontgronden in een oppervlaktewaterlichaam in beheer bij het Rijk, worden de volgende gegevens en bescheiden verstrekt:

    • a.

      een beschrijving van:

      • 1°.

        de wijze waarop de activiteit wordt verricht;

      • 2°.

        de oppervlakte die ten hoogste wordt ontgrond;

      • 3°.

        de diepte in meters die ten hoogste wordt bereikt ten opzichte van Normaal Amsterdams Peil;

      • 4°.

        de bestaande maaiveldhoogte;

      • 5°.

        de dwarsprofielen van de activiteit; en

      • 6°.

        de opleveringshoogten;

    • b.

      de coördinaten van de locatie waarop de ontgrondingsactiviteit wordt verricht;

    • c.

      een beschrijving van de locatie waarop de activiteit wordt verricht en een vermelding van het huidige gebruik;

    • d.

      de reden van de activiteit en het toekomstig gebruik van de te ontgronden locatie;

    • e.

      de hoeveelheid in kubieke meters en de soort stoffen die naar verwachting:

      • 1°.

        worden ontgraven;

      • 2°.

        worden toegepast op een andere locatie dan de locatie waarop de activiteit wordt verricht;

      • 3°.

        worden toegepast op de locatie waarop de activiteit wordt verricht en afkomstig zijn van een andere locatie; en

      • 4°.

        de herkomst van de stoffen die worden toegepast op de locatie waarop de activiteit wordt verricht en afkomstig zijn van een andere locatie;

    • f.

      de verwachte datum en het verwachte tijdstip van het begin van de activiteit en de verwachte duur ervan;

    • g.

      een beschrijving van de wijze waarop is verzekerd dat de locatie, zowel tijdens het verrichten van de activiteit als daarna, veilig en stabiel is;

    • h.

      een beschrijving en tekening van de inrichting en het beheer van de locatie na beëindiging van de activiteit;

    • i.

      een tekening met daarop aangegeven de begrenzing van de te ontgronden en in te richten locatie;

    • j.

      naam, type en registratiegegevens van het te gebruiken schipvaartuig of drijvend werktuig;

    • k.

      een beschrijving van de gevolgen van de activiteit voor het oppervlaktewaterlichaam en de omgeving;

    • l.

      een rapportage met een weergave van een verricht hydrologisch en geohydrologisch onderzoek naar de gevolgen van de activiteit; en

    • m.

      als het gaat om een activiteit in een rivier: een rivierkundig onderzoek.

GGGGGGG

Het opschrift van subparagraaf 7.1.4.4 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

  • § 7.1.4.47.2.4.4 Onttrekken van water

HHHHHHH

Artikel 7.166 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

  • Artikel 7.166 (wateronttrekkingsactiviteit: onttrekken oppervlaktewater)

    Bij een aanvraag om een omgevingsvergunning voor het onttrekken van water aan een oppervlaktewaterlichaam in beheer bij het Rijk, bedoeld in artikel 6.36, eerste lid, van het Besluit activiteiten leefomgeving, worden de volgende gegevens en bescheiden verstrekt:

    • a.

      het doel waarvoor het te onttrekken oppervlaktewater wordt gebruikt;

    • b.

      de coördinaten van elk onttrekkingspunt;

    • c.

      de capaciteit van de pomp in kubieke meters water per uur per onttrekkingspunt;

    • d.

      de hoeveelheid water in kubieke meters water per uur, etmaal, maand en jaar die ten hoogste wordt onttrokken;

    • e.

      de verwachte datum en het verwachte tijdstip van het begin van de activiteit en de verwachte duur ervan; en

    • f.

      een beschrijving van de mogelijke negatieve gevolgen van de onttrekking en van de maatregelen of voorzieningen die worden getroffen om die gevolgen te voorkomen of te beperken.

IIIIIII

Artikel 7.167 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

  • Artikel 7.167 (wateronttrekkingsactiviteit: onttrekken grondwater)

    Bij een aanvraag om een omgevingsvergunning voor het onttrekken van grondwater door een daarvoor bestemdebedoelde voorziening in een oppervlaktewaterlichaam in beheer bij het Rijk of het in de bodem brengen van water voor aanvulling van het grondwater, in samenhang met het onttrekken van grondwater door een daarvoor bestemdebedoelde voorziening in een oppervlaktewaterlichaam in beheer bij het Rijk, bedoeld in artikel 6.37, eerste lid, van het Besluit activiteiten leefomgeving, worden de volgende gegevens en bescheiden verstrekt:

    • a.

      het doel waarvoor het te onttrekken grondwater wordt gebruikt;

    • b.

      het aantal in te richten putten;

    • c.

      de coördinaten van iedereelke put;

    • d.

      de diepte in meters van de onderkant en de bovenkant van de filters van iedereelke put ten opzichte van het maaiveld en het Normaal Amsterdams Peil;

    • e.

      de lengte in meters van het effectieve filter in iedereelke put;

    • f.

      de capaciteit van de pomp in kubieke meters water per uur per put;

    • g.

      de hoeveelheid water in kubieke meters water per uur, etmaal, maand en jaar, die ten hoogste wordt onttrokken;

    • h.

      de verwachte datum en het verwachte tijdstip van het begin van de activiteit en de verwachte duur ervan; en

    • i.

      een beschrijving van de mogelijke negatieve gevolgen van de onttrekking en van de maatregelen of voorzieningen die worden getroffen om die gevolgen te voorkomen of te beperken.

JJJJJJJ

Het opschrift van subparagraaf 7.1.4.5 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

  • § 7.1.4.57.2.4.5 Lozen van huishoudelijk afvalwater

KKKKKKK

Na subparagraaf 7.1.4.5 wordt een subparagraaf ingevoegd, luidende:

  • § 7.2.4.5a Mijnbouwlocatieactiviteiten

    Artikel 7.168a (mijnbouwlocatieactiviteit: gebruik van een locatie voor een mijnbouwinstallatie en verkenningsonderzoek)

    • 1.Bij een aanvraag om een omgevingsvergunning voor het gebruiken van een locatie in een oppervlaktewaterlichaam in beheer bij het Rijk voor een mijnbouwinstallatie, bedoeld in artikel 6.46, aanhef en onder a, van het Besluit activiteiten leefomgeving, worden de volgende gegevens en bescheiden verstrekt:

      • a.

        de verwachte datum en het verwachte tijdstip van het begin van de activiteit en de verwachte duur ervan;

      • b.

        de coördinaten van de locatie waarop de activiteit wordt verricht; en

      • c.

        een beschrijving van de maatregelen of voorzieningen die worden getroffen in het belang van de landsverdediging en de veiligheid.

    • 2.Bij een aanvraag om een omgevingsvergunning voor het gebruiken van een locatie in een oppervlaktewaterlichaam in beheer bij het Rijk voor een verkenningsonderzoek met gebruikmaking van kunstmatig opgewekte trillingen, bedoeld in artikel 6.46, aanhef en onder b, van het Besluit activiteiten leefomgeving, worden de volgende gegevens en bescheiden verstrekt:

      • a.

        de verwachte datum en het verwachte tijdstip van het begin van de activiteit en de verwachte duur ervan; en

      • b.

        de wijze waarop het verkenningsonderzoek zal worden verricht en de technieken en hulpmiddelen die daarbij worden gebruikt.

LLLLLLL

Het opschrift van subparagraaf 7.1.4.6 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

  • § 7.1.4.67.2.4.6 Telen en kweken in een oppervlaktewaterlichaam

MMMMMMM

Het opschrift van subparagraaf 7.1.4.7 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

  • § 7.1.4.77.2.4.7 Andere lozingen

NNNNNNN

Artikel 7.171 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

  • Artikel 7.171 (lozingsactiviteit: onderhouden, repareren, schoonmaken of behandelen van de scheepshuid van schepen)

    Bij een aanvraag om een omgevingsvergunning voor het lozen van stoffen of water afkomstig van het onderhouden, repareren, schoonmaken of behandelen van de scheepshuid van schepenvaartuigen of drijvende werktuigen op een oppervlaktewaterlichaam in beheer bij het Rijk, bedoeld in artikel 6.55, eerste lid, aanhef en onder a, van het Besluit activiteiten leefomgeving, worden de gegevens en bescheiden, bedoeld in artikel 7.23, onder a, f tot en met h en l tot en met n, verstrekt.

OOOOOOO

Artikel 7.172 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

  • Artikel 7.172 (lozingsactiviteit: lozen van meer dan 5.000 m3 water per uur)

    • 1.Bij een aanvraag om een omgevingsvergunning voor het lozen van meer dan 5.000 m3 water per uur op een oppervlaktewaterlichaam in beheer bij het Rijk, bedoeld in artikel 6.55, eerste lid, aanhef en onder b, van het Besluit activiteiten leefomgeving, worden de gegevens en bescheiden, bedoeld in artikel 7.23, onder a tot en met c, g en i, verstrekt.

    • 2.Bij de aanvraag worden ook de volgende gegevens en bescheiden verstrekt:

      • a.

        een beschrijving en toelichtende tekening van de uitstroomvoorziening;

      • b.

        de capaciteit van de pomp in kubieke meters water per uur per uitstroomvoorziening;

      • c.

        een aanduiding van de afmetingen van de uitstroomvoorziening; en

      • d.

        de coördinaten van de uitstroomvoorziening.

PPPPPPP

Artikel 7.173 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

  • Artikel 7.173 (lozingsactiviteit: lozen van water door een uitstroomvoorziening)

    Bij een aanvraag om een omgevingsvergunning voor het lozen van water door een uitstroomvoorziening op een oppervlaktewaterlichaam, bedoeld in artikel 6.55, eerste lid, aanhef en onder c, van het Besluit activiteiten leefomgeving, worden de gegevens en bescheiden, bedoeld in artikel 7.23, onder a tot en met cd, f tot en met h en lj tot en met n, verstrekt.

QQQQQQQ

Na artikel 7.173 wordt een artikel ingevoegd, luidende:

  • Artikel 7.173a (beperkingengebiedactiviteit: mijnbouwinstallatie waterstaatswerk)

    Bij een aanvraag om een omgevingsvergunning voor het verrichten van activiteiten in een beperkingengebied met betrekking tot een mijnbouwinstallatie in een waterstaatswerk in beheer bij het Rijk, bedoeld in artikel 6.56j, eerste lid, van het Besluit activiteiten leefomgeving, worden de volgende gegevens en bescheiden verstrekt:

    • a.

      de verwachte datum en het verwachte tijdstip van het begin van de activiteit en de verwachte duur ervan;

    • b.

      de coördinaten van de locatie waarop de activiteit wordt verricht; en

    • c.

      een beschrijving van de maatregelen die worden getroffen om eventuele risico’s voor de mijnbouwinstallatie zoveel mogelijk te beperken.

RRRRRRR

Het opschrift van subparagraaf 7.1.4.8 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

  • § 7.1.4.87.2.4.8 Andere beperkingengebiedactiviteiten in of bij rijkswateren

SSSSSSS

Artikel 7.174 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

  • Artikel 7.174 (beperkingengebiedactiviteit: werkzaamheden, materiaal of vaste substanties in oppervlaktewaterlichaam)

    Bij een aanvraag om een omgevingsvergunning voor het plaatsen, laten staan of laten liggen van materieel, materialen of vaste substanties in een beperkingengebied met betrekking tot een oppervlaktewaterlichaam in beheer bij het Rijk tussen 1 oktober en 1 april, bedoeld in artikel 6.58 van het Besluit activiteiten leefomgeving, worden de gegevens en bescheiden, bedoeld in artikel 7.159, verstrekt.

TTTTTTT

Het opschrift van paragraaf 7.1.5 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

  • § 7.1.57.2.5 Activiteiten in de Noordzee

UUUUUUU

Het opschrift van subparagraaf 7.1.5.1 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

  • § 7.1.5.17.2.5.1 Algemeen: modules

VVVVVVV

Artikel 7.176 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

  • Artikel 7.176 (toepassingsbereik)

    De artikelen 7.23 en 7.159 zijn alleen van toepassing voor zover dat in de paragrafen 7.1.5.27.2.5.2 tot en met 7.1.5.97.2.5.9 is bepaald.

WWWWWWW

Het opschrift van subparagraaf 7.1.5.2 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

  • § 7.1.5.27.2.5.2 Bouwwerken, werken en objecten

XXXXXXX

Artikel 7.177 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

  • Artikel 7.177 (beperkingengebiedactiviteit: bouwwerken, werken en objecten in de Noordzee)

    • 1.Bij een aanvraag om een omgevingsvergunning voor het bouwen, in stand houden of slopen van bouwwerken, het aanleggen, plaatsen, in stand houden, veranderen of verwijderen van werken die geen bouwwerken zijn of het plaatsen, in stand houden of verwijderen van andere objecten in de Noordzee, bedoeld in de artikelen 7.16, eerste lid, enartikel 7.17, eerste of tweede lid, van het Besluit activiteiten leefomgeving, worden de gegevens en bescheiden, bedoeld in artikel 7.159, verstrekt.

    • 2.Als de aanvraag betrekking heeft op een locatie buiten het provinciaal en gemeentelijk ingedeelde gebied, wordt bij de aanvraag ook een rapport verstrekt waarin de archeologische waarde van de locatie in voldoende mate is vastgesteld.

YYYYYYY

Subparagraaf 7.1.5.3 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

  • § 7.1.5.37.2.5.3 Grondverzet

    Artikel 7.178 (ontgrondingsactiviteit: Noordzee)

    • 1.Bij een aanvraag om een omgevingsvergunning voor een ontgrondingsactiviteit als bedoeld in artikel 5.1, eerste lid, onder dc, van de wet die bestaat uit het ontgronden in de Noordzee, worden de gegevens en bescheiden, bedoeld in artikel 7.162, onder a tot en met k, verstrekt.

    • 2.Als de aanvraag betrekking heeft op een locatie buiten het provinciaal en gemeentelijk ingedeelde gebied, wordt bij de aanvraag ook een rapport verstrekt waarin de archeologische waarde van de locatie in voldoende mate is vastgesteld.

    Artikel 7.179 (beperkingengebiedactiviteit: ontgraven, verplaatsen of toepassen van grond of baggerspecie in de Noordzee)

    • 1.Bij een aanvraag om een omgevingsvergunning voor het ontgraven, verplaatsen of toepassen van grond of baggerspecie in de Noordzee, bedoeld in de artikelen 7.26, eerste lid, enartikel 7.28, eerste of tweede lid, van het Besluit activiteiten leefomgeving, worden de gegevens en bescheiden, bedoeld in artikel 7.159, verstrekt.

    • 2.Als de aanvraag betrekking heeft op een locatie buiten het provinciaal en gemeentelijk ingedeelde gebied, wordt bij de aanvraag ook een rapport verstrekt waarin de archeologische waarde van de locatie in voldoende mate is vastgesteld.

ZZZZZZZ

Het opschrift van subparagraaf 7.1.5.4 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

  • § 7.1.5.47.2.5.4 Beperkingengebiedactiviteiten bij installaties in zee

AAAAAAAA

Artikel 7.180 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

  • Artikel 7.180 (beperkingengebiedactiviteit: mijnbouwinstallatie en andere installatie)

    • 1.Bij een aanvraag om een omgevingsvergunning voor het verrichten van activiteiten in het beperkingengebied met betrekking tot een mijnbouwinstallatie in de Noordzee, bedoeld in artikel 7.47, eerste lid, van het Besluit activiteiten leefomgeving, worden de volgende gegevens en bescheiden verstrekt:

      • a.

        de verwachte datum en het verwachte tijdstip van het begin van de activiteit en de verwachte duur ervan;

      • b.

        een beschrijving van de maatregelen die worden getroffen om eventuele risico’s voor de mijnbouwinstallatie zoveel mogelijk te beperken; en

      • c.

        de coördinaten van de locatie waarop de activiteit wordt verricht.; en

      • d.

        een kaart met de locatie van de mijnbouwinstallatie, het beperkingengebied met betrekking tot die installatie en de bijzonderheden van het omliggende gebied.

    • 2.Bij een aanvraag om een omgevingsvergunning voor het verrichten van activiteiten in het beperkingengebied met betrekking tot een andere installatie dan een mijnbouwinstallatie in de Noordzee, bedoeld in artikel 7.47, tweede lid, van het Besluit activiteiten leefomgeving, worden de gegevens en bescheiden, bedoeld in artikel 7.159, onder a tot en met c en e tot en met i, verstrekt.

    • 3.Bij eende aanvraag als, bedoeld in het tweede lid, worden ook de coördinaten van de locatie waarop de activiteit wordt verricht verstrekt.

BBBBBBBB

Het opschrift van subparagraaf 7.1.5.5 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

  • § 7.1.5.57.2.5.5 Lozen van huishoudelijk afvalwater

CCCCCCCC

Artikel 7.181 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

  • Artikel 7.181 (beperkingengebiedactiviteit: uitstroomvoorziening voor lozen huishoudelijk afvalwater)

    Bij een aanvraag om een omgevingsvergunning voor het bouwen of in stand houden van een uitstroomvoorziening voor het lozen van huishoudelijk afvalwater in de Noordzee, bedoeld in de artikelen 7.48, tweede lid, enartikel 7.49 van het Besluit activiteiten leefomgeving, worden de gegevens en bescheiden, bedoeld in artikel 7.159, verstrekt.

DDDDDDDD

Het opschrift van subparagraaf 7.1.5.6 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

  • § 7.1.5.67.2.5.6 Telen en kweken in een oppervlaktewaterlichaam

EEEEEEEE

Artikel 7.182 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

  • Artikel 7.182 (beperkingengebiedactiviteit: telen en kweken)

    • 1.Bij een aanvraag om een omgevingsvergunning voor het kweken van consumptievis, het kweken of houden van ongewervelde waterdieren, het telen van waterplanten en het invangen van mosselzaad in de Noordzee, bedoeld in de artikelen 7.54, eerste lid, enartikel 7.55 van het Besluit activiteiten leefomgeving, worden de gegevens en bescheiden, bedoeld in artikel 7.159, verstrekt.

    • 2.Als de aanvraag betrekking heeft op een locatie buiten het provinciaal en gemeentelijk ingedeelde gebied, wordt bij de aanvraag ook een rapport verstrekt waarin de archeologische waarde van de locatie in voldoende mate is vastgesteld.

FFFFFFFF

Het opschrift van subparagraaf 7.1.5.7 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

  • § 7.1.5.77.2.5.7 Andere lozingen

GGGGGGGG

Artikel 7.183 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

  • Artikel 7.183 (beperkingengebiedactiviteit: uitstroomvoorziening voor brengen van stoffen, water of warmte in de Noordzee)

    Bij een aanvraag om een omgevingsvergunning voor het bouwen of in stand houden van een uitstroomvoorziening voor het brengen van stoffen, water of warmte in de Noordzee, bedoeld in de artikelen 7.58 enartikel 7.59 van het Besluit activiteiten leefomgeving, worden de gegevens en bescheiden, bedoeld in artikel 7.159, verstrekt.

HHHHHHHH

Artikel 7.184 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

  • Artikel 7.184 (lozingsactiviteit: onderhouden, repareren, schoonmaken of behandelen van de scheepshuid van schepen)

    Bij een aanvraag om een omgevingsvergunning voor het lozen van stoffen of water afkomstig van het onderhouden, repareren, schoonmaken of behandelen van de scheepshuid van schepenvaartuigen of drijvende werktuigen in de Noordzee, bedoeld in artikel 7.60, eerste lid, onder a, van het Besluit activiteiten leefomgeving, worden de gegevens en bescheiden, bedoeld in artikel 7.23, onder a tot en met c, g, h en l tot en met n, verstrekt.

IIIIIIII

Artikel 7.185 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

  • Artikel 7.185 (lozingsactiviteit: lozen van meer dan 5.000 m3 water per uur)

    • 1.Bij een aanvraag om een omgevingsvergunning voor het lozen van meer dan 5.000 m3 water per uur in de Noordzee, bedoeld in artikel 7.60, eerste lid, onder b, van het Besluit activiteiten leefomgeving, worden de gegevens en bescheiden, bedoeld in artikel 7.23, onder a tot en met c, g en i, verstrekt.

    • 2.Bij de aanvraag worden ook de volgende gegevens en bescheiden verstrekt:

      • a.

        een beschrijving en een toelichtende tekening van de uitstroomvoorziening;

      • b.

        de capaciteit van de pomp in kubieke meters water per uur per uitstroomvoorziening;

      • c.

        een aanduiding van de afmetingen van de uitstroomvoorziening; en

      • d.

        de coördinaten van de uitstroomvoorziening.

JJJJJJJJ

Het opschrift van subparagraaf 7.1.5.8 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

  • § 7.1.5.87.2.5.8 Stortingsactiviteiten op zee

KKKKKKKK

Artikel 7.187 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

  • Artikel 7.187 (stortingsactiviteit: Noordzee)

    Bij een aanvraag om een omgevingsvergunning voor een stortingsactiviteit op zee als bedoeld in artikel 5.1, eerste lid, onder ed, van de wet worden de volgende gegevens en bescheiden verstrekt:

    • a.

      een beschrijving van de aard, samenstelling, eigenschappen en herkomst van de stoffen die worden gestort;

    • b.

      een aanduiding van de hoeveelheid in kubieke meters van de stoffen die worden gestort;

    • c.

      een beschrijving van de methode van storten;

    • d.

      een beschrijving van de gevolgen voor het mariene milieu van de stoffen die worden gestort; en

    • e.

      het onderzoeksprotocol en de onderzoeksstrategie, bedoeld in NEN 5720.

LLLLLLLL

Het opschrift van subparagraaf 7.1.5.9 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

  • § 7.1.5.97.2.5.9 MijnbouwactiviteitenMijnbouwlocatieactiviteiten

MMMMMMMM

Artikel 7.188 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

  • Artikel 7.188 (mijnbouwactiviteitmijnbouwlocatieactiviteit: plaatsengebruik van een locatie voor een mijnbouwinstallatie en verkenningsonderzoek)

    • 1.Bij een aanvraag om een omgevingsvergunning voor het plaatsengebruiken van een mijnbouwinstallatielocatie in de Noordzee voor een mijnbouwinstallatie voor het opsporen of winnen van delfstoffen, bedoeld in artikel 7.67, aanhef en onder a, van het Besluit activiteiten leefomgeving, worden de volgende gegevens en bescheiden verstrekt:

      • a.

        de verwachte datum waarop de mijnbouwinstallatie wordt geplaatst;

      • ba.

        de verwachte datum en het verwachte tijdstip van het begin van de activiteit en de verwachte duur ervan; en

      • cb.

        de coördinaten van de mijnbouwinstallatie;locatie waarop de activiteit wordt verricht.

      • d.

        als de mijnbouwinstallatie, met inbegrip van het om die installatie gelegen beperkingengebied, is voorzien in een oefen- en schietgebied als bedoeld in artikel 8.5, eerste lid, onder a, van het Besluit kwaliteit leefomgeving: de maatregelen of voorzieningen die worden getroffen in het belang van de landsverdediging en de veiligheid; en

      • e.

        als de mijnbouwinstallatie, met inbegrip van het om die installatie gelegen beperkingengebied, is voorzien in een gebied dat druk wordt bevaren als bedoeld in artikel 8.5, eerste lid, onder b, van het Besluit kwaliteit leefomgeving: de maatregelen of voorzieningen die worden getroffen in het belang van de scheepvaart en de veiligheid.

    • 2.Bij een aanvraag om een omgevingsvergunning voor het gebruiken van een locatie in de Noordzee voor een mijnbouwinstallatie die geheel of gedeeltelijk boven het wateroppervlak uitsteekt, bedoeld in artikel 7.67, aanhef en onder b, van het Besluit activiteiten leefomgeving, worden de volgende gegevens en bescheiden verstrekt:

      • a.

        de verwachte datum en het verwachte tijdstip van het begin van de activiteit en de verwachte duur ervan;

      • b.

        de coördinaten van de locatie waarop de activiteit wordt verricht;

      • c.

        als de mijnbouwinstallatie, met inbegrip van het om die installatie gelegen beperkingengebied, is voorzien in een in bijlage III aangewezen oefen- en schietgebied: een beschrijving van de maatregelen of voorzieningen die worden getroffen in het belang van de landsverdediging en de veiligheid;

      • d.

        als de mijnbouwinstallatie met inbegrip van het om die installatie gelegen beperkingengebied, is voorzien in een in bijlage III aangewezen gebied dat druk wordt bevaren: een beschrijving van de maatregelen of voorzieningen die worden getroffen in het belang van de scheepvaart en de veiligheid; en

      • e.

        als de mijnbouwinstallatie, met inbegrip van het om die installatie gelegen beperkingengebied, is voorzien in een gebied dat is aangewezen in een kavelbesluit of een voorbereidingsbesluit bevaren als bedoeld in artikel 3, eerste lid, respectievelijk, artikel 9, eerste lid, van de Wet windenergie op zee: een beschrijving van de maatregelen of voorzieningen die worden getroffen in het belang van de elektriciteitsopwekking en de veiligheid.

    • 23.Bij een aanvraag om een omgevingsvergunning voor het verrichtengebruiken van een locatie in de Noordzee voor een verkenningsonderzoek met gebruikmaking van kunstmatig opgewekte trillingen in de Noordzee, bedoeld in artikel 7.67, aanhef en onder bc, van het Besluit activiteiten leefomgeving, worden de volgende gegevens en bescheiden verstrekt:

      • a.

        de verwachte datum en het verwachte tijdstip van het begin van de activiteit en de verwachte duur ervan;

      • b.

        de wijze waarop het verkenningsonderzoek wordtzal worden verricht en de technieken en hulpmiddelen die daarbij worden gebruikt;

      • c.

        de coördinaten van de locatie waarop het verkenningsonderzoek wordt verricht;

      • d.

        als het verkenningsonderzoek wordt verricht in of boven delen van een in bijlage III aangewezen oefen- en schietgebied: een beschrijving van de maatregelen of voorzieningen die worden getroffen in het belang van de landsverdediging en de veiligheid;

      • de.

        als het verkenningsonderzoek wordt verricht in of boven delen van de territoriale zee en de exclusieve economische zone die worden gebruikt als ankergebieden nabij aanloophavens als bedoeldeen in artikel 8.5, tweede lid, onder a,bijlage III aangewezen aanloopgebied: een beschrijving van het Besluit kwaliteit leefomgeving: de maatregelen of voorzieningen die worden getroffen in het belang van de scheepvaart en de veiligheid; en

      • ef.

        als het verkenningsonderzoek wordt verricht in of boven delen van oppervlaktewateren die worden gebruikt als oefen- en schietgebied als bedoeldeen in artikel 8.5, tweede lid, onder b,bijlage III aangewezen ankergebied in de buurt van het Besluit kwaliteit leefomgeving:een aanloophaven: een beschrijving van de maatregelen of voorzieningen die worden getroffen in het belang van de landsverdedigingscheepvaart en de veiligheid.

NNNNNNNN

Het opschrift van paragraaf 7.1.6 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

  • § 7.1.67.2.6 Activiteiten rond rijkswegen

OOOOOOOO

Het opschrift van subparagraaf 7.1.6.1 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

  • § 7.1.6.17.2.6.1 Algemeen

PPPPPPPP

Het opschrift van subparagraaf 7.1.6.2 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

  • § 7.1.6.27.2.6.2 Te verstrekken gegevens en bescheiden voor specifieke beperkingengebiedactiviteiten

QQQQQQQQ

Artikel 7.192 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

  • Artikel 7.192 (beperkingengebiedactiviteit: informatieborden)

    Bij een aanvraag om een omgevingsvergunning voor het bouwen, aanleggen, plaatsen of in stand houden van informatieborden in het beperkingengebied met betrekking tot een weg in beheer bij het Rijk, bedoeld in artikel 8.16, eerste lid, aanhef en onder b, onder 2°, van het Besluit activiteiten leefomgeving, worden de volgende gegevens en bescheiden verstrekt:

    • a.

      een ontwerp van de opschriften;

    • b.

      de maten van het informatiebord en de bijbehorende constructie;

    • c.

      een beschrijving van de materialen die worden toegepast;

    • d.

      een tekening van de nieuwe situatie, met inbegrip van aanzichten, details, maatvoering, materialen die worden toegepast en verlichting;

    • e.

      de wijze van verankering; en

    • f.

      als sprake is van grondverankering: de diepte in meters.

RRRRRRRR

Artikel 7.193 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

  • Artikel 7.193 (beperkingengebiedactiviteit: technische installatie)

    Bij een aanvraag om een omgevingsvergunning voor het bouwen, aanleggen, plaatsen of in stand houden van een technische installatie voor een nutsvoorziening, het telecommunicatieverkeer, het wegverkeer of het reguleren van het wegverkeer in het beperkingengebied met betrekking tot een weg in beheer bij het Rijk, bedoeld in artikel 8.16, eerste lid, aanhef en onder b, onder 3°, van het Besluit activiteiten leefomgeving, worden de volgende gegevens en bescheiden verstrekt:

    • a.

      een beschrijving van de technische installatie, de maatvoering en de materialen die worden toegepast;

    • b.

      een tekening van de nieuwe situatie;

    • c.

      de wijze van verankering; en

    • d.

      als sprake is van grondverankering: de diepte in meters.

SSSSSSSS

Artikel 7.194 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

  • Artikel 7.194 (beperkingengebiedactiviteit: overige bouwwerken, werken, en objecten)

    Bij een aanvraag om een omgevingsvergunning voor het bouwen of in stand houden van andere bouwwerken, het aanleggen, plaatsen of in stand houden van overige bouwwerken, andere werken die geen bouwwerken zijn of het plaatsen of in stand houden van andere objecten in het beperkingengebied met betrekking tot een weg in beheer bij het Rijk, bedoeld in artikel 8.16, eerste lid, aanhef en onder b, onder 4°, van het Besluit activiteiten leefomgeving, worden de volgende gegevens en bescheiden verstrekt:

    • a.

      een tekening van de nieuwe situatie, met inbegrip van aanzichten, details, maatvoering, materialen die worden toegepast, afwatering en verlichting;

    • b.

      als sprake is van een tijdelijke infrastructuur: een tekening daarvan;

    • c.

      als sprake is van bemaling: een bemalingsplan; en

    • d.

      als de grond moet worden voorbelast: een stabiliteitsonderzoek, een monitoringsplan en dwarsprofielen.

TTTTTTTT

Artikel 7.195 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

  • Artikel 7.195 (beperkingengebiedactiviteit: gebouw op een verzorgingsplaats)

    Bij een aanvraag om een omgevingsvergunning voor het bouwen of in stand houden van een gebouw in het deel van het beperkingengebied met betrekking tot een weg in beheer bij het Rijk dat hoort bij een verzorgingsplaats, bedoeld in artikel 8.16, tweede lid, onder bc, onder 1°, van het Besluit activiteiten leefomgeving, worden de volgende gegevens en bescheiden verstrekt:

    • a.

      een tekening van de nieuwe situatie, met inbegrip van aanzichten, details, maatvoering, dwarsprofielen, materialen die worden toegepast, afwatering en verlichting;

    • b.

      als sprake is van bemaling: een bemalingsplan; en

    • c.

      als de grond moet worden voorbelast: een stabiliteitsonderzoek, een monitoringsplan en dwarsprofielen.

UUUUUUUU

Artikel 7.196 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

  • Artikel 7.196 (beperkingengebiedactiviteit: bouwwerk voor leveren van energie aan voertuigen)

    Bij een aanvraag om een omgevingsvergunning voor het bouwen of in stand houden van een bouwwerk voor het leveren van energie aan voertuigen in het deel van het beperkingengebied met betrekking tot een weg in beheer bij het Rijk dat hoort bij een verzorgingsplaats, bedoeld in artikel 8.16, tweede lid, onder bc, onder 2°, van het Besluit activiteiten leefomgeving, worden de volgende gegevens en bescheiden verstrekt:

    • a.

      een tekening van de nieuwe situatie, met inbegrip van aanzichten, details, maatvoering, dwarsprofielen, materialen die worden toegepast, afwatering en verlichting; en

    • b.

      als sprake is van bemaling: een bemalingsplan.

VVVVVVVV

Artikel 7.197 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

  • Artikel 7.197 (beperkingengebiedactiviteit: herinrichten van verzorgingsplaats)

    Bij een aanvraag om een omgevingsvergunning voor het herinrichten van een verzorgingsplaats dat nadelige gevolgen kan hebben voor de staat of werking van de weg in het deel van het beperkingengebied met betrekking tot een weg in beheer bij het Rijk dat hoort bij een verzorgingsplaats, bedoeld in artikel 8.16, tweede lid, onder bc, onder 3°, van het Besluit activiteiten leefomgeving, worden de volgende gegevens en bescheiden verstrekt:

    • a.

      een tekening van de nieuwe situatie, met inbegrip van aanzichten, details, maatvoering, dwarsprofielen, materialen die worden toegepast, afwatering en verlichting;

    • b.

      als sprake is van tijdelijke infrastructuur: een tekening daarvan;

    • c.

      als sprake is van bemaling: een bemalingsplan; en

    • d.

      als de grond moet worden voorbelast: een stabiliteitsonderzoek, een monitoringsplan en dwarsprofielen.

WWWWWWWW

Paragraaf 7.1.7 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

  • § 7.1.77.2.7 Activiteiten rond spoorwegen

    [Gereserveerd]

    § 7.2.7.1 Algemeen

    Artikel 7.197a (beperkingengebiedactiviteit: spoorwegen)

    Bij een aanvraag om een omgevingsvergunning voor het verrichten van activiteiten in het beperkingengebied met betrekking tot een hoofdspoorweg, een bijzondere spoorweg of een lokale spoorweg als bedoeld in artikel 9.20, 9.31, 9.38, 9.44, eerste lid, of 9.48, van het Besluit activiteiten leefomgeving, worden de volgende gegevens en bescheiden verstrekt:

    • a.

      een situatietekening op een schaal van ten minste 1:1000 waarop de locatie is aangegeven waar de activiteit wordt verricht met coördinaten, voorzien van een legenda, noordpijl, kilometrering en aanduiding van de spoorweg en het bijbehorende beperkingengebied;

    • b.

      een beschrijving van de locatie en de inrichting van het werkterrein waarbij in elk geval is aangegeven de locatie van bouwketen, werkmaterieel inclusief draaicirkels, opslagtanks en aan- en afvoerwegen;

    • c.

      de verwachte datum en het verwachte tijdstip waarop met de activiteit wordt begonnen en de verwachte duur ervan;

    • d.

      een werkplan waarin wordt beschreven hoe de activiteit wordt verricht;

    • e.

      contactgegevens van de partijen die direct bij het verrichten van de activiteiten zijn betrokken; en

    • f.

      een beschrijving van de gevolgen van de werkzaamheden voor de toegankelijkheid, de veiligheid en het doelmatig gebruik van de spoorweginfrastructuur.

    § 7.2.7.2 Activiteiten rond hoofdspoorwegen en bijzondere spoorwegen

    Artikel 7.197b (beperkingengebiedactiviteit: kabels en leidingen bij een hoofdspoorweg of een bijzondere spoorweg)

    Bij een aanvraag om een omgevingsvergunning voor het bouwen, aanleggen, plaatsen of in stand houden van elektriciteitskabels en beschermbuizen voor kabels en leidingen in het beperkingengebied met betrekking tot een hoofdspoorweg of een bijzondere spoorweg, bedoeld in artikel 9.20 van het Besluit activiteiten leefomgeving, worden de volgende gegevens en bescheiden verstrekt:

    • a.

      een aanduiding op de situatietekening, bedoeld in artikel 7:197a, onder a, van de ligging van de kabel, leiding of objecten die daarmee samenhangen met coördinaten;

    • b.

      bij een kabel of een beschermbuis voor een kabel: een dwarsprofieltekening op een schaal van 1:100 van de kabel of beschermbuis met de volgende informatie:

      • 1°.

        een aanduiding van de diepte in meters ten opzichte van het Normaal Amsterdams Peil;

      • 2°.

        een aanduiding van de diepte in meters ten opzichte van de bovenkant van de spoorstaaf;

      • 3°.

        een aanduiding van de inwendige- en uitwendige diameter in centimeters;

      • 4°.

        de materiaalsoort;

      • 5°.

        het type kabel;

      • 6°.

        het aantal kabels; en

      • 7°.

        het doel van de kabel;

    • c.

      bij een beschermbuis voor een leiding: een dwarsprofieltekening op een schaal van 1:100 van de beschermbuisleiding met de volgende informatie:

      • 1°.

        een aanduiding van de diepte in meters ten opzichte van het Normaal Amsterdams Peil;

      • 2°.

        een aanduiding van de diepte in meters ten opzichte van de bovenkant van de spoorstaaf;

      • 3°.

        een aanduiding van de inwendige en uitwendige diameter in centimeters;

      • 4°.

        de materiaalsoort;

      • 5°.

        de soort door te voeren stof; en

      • 6°.

        de te onderhouden maximum werkdruk in bar;

    • d.

      bij een beschermbuis voor een leiding onder druk: een erosiekraterberekening;

    • e.

      bij een beschermbuis voor een transportleiding: een slijtageberekening;

    • f.

      als een gestuurde boring of persing wordt gebruikt: een boorplan; en

    • g.

      als de activiteit plaatsvindt bij de fundering van een brug of viaduct: een stabiliteitsberekening.

    Artikel 7.197c (beperkingengebiedactiviteit: bouwwerken, werken en objecten bij een hoofdspoorweg of een bijzondere spoorweg)

    Bij een aanvraag om een omgevingsvergunning voor het bouwen of in stand houden van bouwwerken, het aanleggen, plaatsen, in stand houden of veranderen van werken die geen bouwwerken zijn en het plaatsen of in stand houden van andere objecten in de kernzone, overwegzone of beschermingszone van een beperkingengebied met betrekking tot een hoofdspoorweg of een bijzondere spoorweg, bedoeld in artikel 9.31 van het Besluit activiteiten leefomgeving, worden de volgende gegevens en bescheiden verstrekt:

    • a.

      een aanduiding op de situatietekening, bedoeld in artikel 7.197a, onder a, van de ligging van het bouwwerk, werk of object ten opzichte van de spoorweginfrastructuur met coördinaten;

    • b.

      een tekening van de nieuwe situatie met inbegrip van aanzichten, details, maatvoering, materialen die worden toegepast, de hoogte van het bouwwerk, werk of object ten opzichte van het Normaal Amsterdams Peil en ten opzichte van de bovenkant spoorstaaf, en het aantal bouwlagen;

    • c.

      als de grond moet worden voorbelast: een stabiliteitsonderzoek, een monitoringsplan en dwarsprofielen; en

    • d.

      als er sprake is van bemaling: een bemalingsplan.

    Artikel 7.197d (beperkingengebiedactiviteit: activiteiten op perrons en stations bij een hoofdspoorweg of een bijzondere spoorweg)

    Bij een aanvraag om een omgevingsvergunning voor het bouwen van bouwwerken, het aanleggen, plaatsen en veranderen van werken die geen bouwwerken zijn, het plaatsen van andere objecten of het verrichten van werkzaamheden, waarbij de opzet van het perron of station wezenlijk verandert, in het beperkingengebied met betrekking tot een hoofdspoorweg of een bijzondere spoorweg, bedoeld in artikel 9.38 van het Besluit activiteiten leefomgeving, worden de gegevens en bescheiden, bedoeld in artikel 7.197c, verstrekt.

    Artikel 7.197e (beperkingengebiedactiviteit: andere activiteiten bij hoofdspoorwegen of een bijzondere spoorweg)

    Bij een aanvraag om een omgevingsvergunning voor het verrichten van werkzaamheden, het storten van stoffen of het opslaan van licht ontvlambare stoffen in het beperkingengebied met betrekking tot een hoofdspoorweg of een bijzondere spoorweg, bedoeld in artikel 9.44, eerste lid, van het Besluit activiteiten leefomgeving, worden de volgende gegevens en bescheiden verstrekt:

    • a.

      als werkzaamheden worden verricht: een omschrijving van de werkzaamheden en het te gebruiken materieel;

    • b.

      als stoffen worden gestort: een omschrijving van de stoffen; en

    • c.

      als licht ontvlambare stoffen worden opgeslagen: de hoeveelheid stoffen in kilogrammen die per ADR-klasse aanwezig is.

    § 7.2.7.3 Activiteiten rond lokale spoorwegen

    Artikel 7.197f (beperkingengebiedactiviteit: lokale spoorwegen)

    Bij een aanvraag om een omgevingsvergunning voor het verrichten van werkzaamheden of het bouwen of in stand houden van bouwwerken, het aanleggen, plaatsen, in stand houden of veranderen van werken die geen bouwwerken zijn of het plaatsen of in stand houden van andere objecten in het beperkingengebied met betrekking tot een lokale spoorweg, bedoeld in artikel 9.48 van het Besluit activiteiten leefomgeving, worden de volgende gegevens en bescheiden verstrekt:

    • a.

      een tekening van de nieuwe situatie met inbegrip van aanzichten, details, maatvoering en materialen die worden toegepast, de hoogte van het bouwwerk, werk of object ten opzichte van het Normaal Amsterdams Peil en ten opzichte van de bovenkant spoorstaaf en het aantal bouwlagen;

    • b.

      als er sprake is van het boren in of persen van grond: werktekeningen van de persaannemer en erosiekraterberekeningen;

    • c.

      als graaf-, hei- of bronneringswerkzaamheden plaatsvinden: een monitoringsplan; en

    • d.

      bij een mogelijke belemmering van het zicht van de bestuurder: een zichtlijnenanalyse.

XXXXXXXX

Paragraaf 7.1.8 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

  • § 7.1.87.2.8 Activiteiten rond luchthavens

    [Gereserveerd]

    Artikel 7.197g (beperkingengebiedactiviteiten met betrekking tot een luchthaven)

    Bij een aanvraag om een omgevingsvergunning voor het plaatsen of aanleggen van objecten in strijd met een regel in het Luchthavenindelingsbesluit Schiphol of een luchthavenbesluit over de maximale hoogte van objecten in een beperkingengebied met betrekking tot een luchthaven, bedoeld in artikel 10.11, eerste lid, van het Besluit activiteiten leefomgeving, worden de volgende gegevens en bescheiden verstrekt:

    • a.

      een beschrijving van het object;

    • b.

      een tekening van het object met de afmetingen van het object;

    • c.

      de verwachte datum en het verwachte tijdstip waarop met de activiteit wordt begonnen en de verwachte duur ervan;

    • d.

      een werkplan waarin wordt beschreven hoe de activiteit wordt verricht;

    • e.

      contactgegevens van de partijen die direct bij het verrichten van de activiteit zijn betrokken;

    • f.

      de hoogte van het object ten opzichte van het maaiveld;

    • g.

      de ligging van het maaiveld ten opzichte van Normaal Amsterdams Peil;

    • h.

      de hoogte van het object ten opzichte van Normaal Amsterdams Peil;

    • i.

      de locatie van het object, uitgedrukt in coördinaten;

    • j.

      een werktuigenplan; en

    • k.

      als het gaat om een beperkingengebiedactiviteit met betrekking tot de luchthaven Schiphol: een uitdraai van de LIB-tool.

YYYYYYYY

Het opschrift van paragraaf 7.1.9 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

  • § 7.1.97.2.9 Rijksmonumentenactiviteit

ZZZZZZZZ

Het opschrift van subparagraaf 7.1.9.1 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

  • § 7.1.9.17.2.9.1 Algemeen

AAAAAAAAA

Artikel 7.198 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

  • Artikel 7.198 (rijksmonumentenactiviteit: algemeen)

    • 1.Paragraaf 7.1.97.2.9 is van toepassing op het verstrekken van gegevens en bescheiden bij een aanvraag om een omgevingsvergunning voor een rijksmonumentactiviteit als bedoeld in artikel 5.1, eerste lid, onder cb, van de wet.

    • 2.Bij de aanvraag worden de volgende gegevens en bescheiden verstrekt:

      • a.

        het rijksmonumentnummer en, voor zover van toepassing, de naam van het monument of de plaatselijke aanduiding van het archeologisch monument;

      • b.

        de opgave van het huidige gebruik van het monument of archeologisch monument en het voorgenomen gebruik, als dat afwijkt van het huidige gebruik; en

      • c.

        de motivering voor het verrichten van de activiteit en een omschrijving van de gevolgen ervan voor het monument of het archeologisch monument.

BBBBBBBBB

Het opschrift van subparagraaf 7.1.9.2 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

  • § 7.1.9.27.2.9.2 Archeologische monumenten

CCCCCCCCC

Artikel 7.199 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

  • Artikel 7.199 (rijksmonumentenactiviteit: archeologische monumenten)

    • 1.Bij de aanvraag worden, voor zover het gaat om een archeologisch monument, de volgende gegevens en bescheiden verstrekt:

      • a.

        een omschrijving van de aard van de activiteit, met vermelding van:

        • 1°.

          de omvang in vierkante meters; en

        • 2°.

          de diepte, in centimeters ten opzichte van het maaiveld;

      • b.

        een topografische kaart voorzien van noordpijl en ten minste twee coördinatenparen, met de exacte locatie en omvang van de activiteit;

      • c.

        doorsnedetekeningen met de exacte locatie, omvang en diepte van de afzonderlijke ingrepen ten opzichte van het maaiveld;

      • d.

        als sprake is van een opgraving, ook als deze alleen bestaat uit een proefsleuvenonderzoek of een proefputtenonderzoek: een programma van eisen voor de opgraving;

      • e.

        als sprake is van een booronderzoek met boren met een diameter groter dan 10 cm: een plan van aanpak voor een booronderzoek;

      • f.

        als sprake is van een zichtbaar archeologisch monument: overzichtsfoto’s van de bestaande situatie en plantekeningen van de nieuwe toestand; en

      • g.

        voor zover de activiteit bestaat uit een bouwactiviteit: funderingstekeningen.

    • 2.Zo nodig worden de volgende gegevens en bescheiden verstrekt:

      • a.

        een rapport waarin de archeologische waarde van dat deel van het archeologisch monument waarop de activiteit van invloed is, in voldoende mate nader is vastgesteld;

      • b.

        een rapport waarin de gevolgen van de activiteit op de archeologische waarden in voldoende mate inzichtelijk zijn vastgesteldgemaakt;

      • c.

        detailtekeningen met van de afzonderlijke ingrepen:

        • 1°.

          de exacte locatie;

        • 2°.

          de omvang; en

        • 3°.

          de diepte ten opzichte van het maaiveld;

      • d.

        voor zover de activiteit bestaat uit aanlegwerkzaamheden of een ontgrondingsactiviteit:

        • 1°.

          een bestek met bijbehorende tekeningen; of

        • 2°.

          een werkomschrijving met bijbehorende tekeningen;

      • e.

        als sprake is van een sloopactiviteit: bestaande funderingstekeningen; of

      • f.

        als sprake is van een archeologisch monument onder water: een vlakdekkende hoge resolutie sonaropname van de waterbodem en ultrahoge resolutie sonaropnamen van details.

DDDDDDDDD

Het opschrift van subparagraaf 7.1.9.3 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

  • § 7.1.9.37.2.9.3 Monumenten

EEEEEEEEE

Artikel 7.203 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

  • Artikel 7.203 (rijksmonumentenactiviteit: wijzigen van een monument of monument door herstel ontsieren of in gevaar brengen)

    • 1.Bij de aanvraag worden, voor zover het gaat om het wijzigen van een monument of het herstellen daarvan waardoor het kan worden ontsierd of in gevaar kan worden gebracht, de volgende gegevens en bescheiden verstrekt:

      • a.

        de volgende kleurenfoto’s die een duidelijke indruk geven van het monument in relatie tot de voorgenomen activiteit:

        • 1°.

          overzichtsfoto’s van de bestaande situatie; en

        • 2°.

          detailfoto’s van de bestaande toestand, die een duidelijke indruk geven van het onderdeel van het monument waar de voorgenomen activiteit zal worden verricht;

      • b.

        de volgende tekeningen:

        • 1°.

          een situatietekening van de bestaande situatie, en als de nieuwe situatie daarvan afwijkt: een situatietekening van de nieuwe situatie;

        • 2°.

          opnametekeningen van de bestaande toestand met, voor zover noodzakelijk voor de beoordeling van de aanvraag:

          • i.

            plattegronden;

          • ii.

            doorsneden;

          • iii.

            gevelaanzichten; of

          • iv.

            een dakaanzicht;

        • 3°.

          als er gebreken worden hersteld: gebrekentekeningen;

        • 4°.

          plantekeningen van de nieuwe toestand en van de voorgenomen werkzaamheden, met inbegrip van de te vervangen of te veranderen onderdelen en de te verhelpen gebreken, met, voor zover noodzakelijk voor de beoordeling van de aanvraag:

          • i.

            plattegronden;

          • ii.

            doorsneden;

          • iii.

            gevelaanzichten; of

          • iv.

            een dakaanzicht; en

        • 5°.

          als sprake is van verwijdering van materiaal: slooptekeningen; en

      • c.

        een omschrijving van de aard en omvang van de activiteit in de vorm van een bestek of werkomschrijving, met:

        • 1°.

          de te gebruiken en de te vervangen materialen, de toe te passen constructies, afwerkingen en kleuren en de wijze van uitvoering of verwerking; en

        • 2°.

          als sprake is van verwijdering van materiaal: de sloopmethode en de aard van en bestemming voor het vrijkomend materiaal.

    • 2.Zo nodig worden de volgende gegevens en bescheiden verstrekt:

      • a.

        een nadere bepaling van de monumentale waarde van het monument aan de hand van cultuurhistorische rapporten, met inbegrip van rapporten over architectuurhistorie, bouwhistorie, interieurhistorie, kleurhistorie of tuinhistorie;

      • b.

        als sprake is van verstoring van de bodem: een rapport waarin de archeologische waarde van het terrein dat volgens de aanvraag door de activiteit zal worden verstoordlocatie in voldoende mate is vastgesteld;

      • c.

        een beschrijving van de technische staat van het monument of het onderdeel van het monument waarop de voorgenomen activiteit betrekking heeft;

      • d.

        een onderbouwing van de beschrijving van de technische staat aan de hand van technische rapporten, met inbegrip van rapporten over bouwfysische, constructieve, materiaaltechnische of preventieve aspecten;

      • e.

        aanvullende tekeningen van de bestaande en nieuwe toestand, met inbegrip van detailtekeningen;

      • f.

        voor zover er algemene kwaliteitsnormen of uitvoeringsrichtlijnen voor de instandhouding van monumenten op de activiteit van toepassing zijn: een opgave of de voorgenomen activiteit hierop is afgestemd; of

      • g.

        als de activiteit een monument betreft dat een tuinaanleg, parkaanleg of andere groenaanleg is: een beheervisie.

FFFFFFFFF

Het opschrift van paragraaf 7.1.10 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

  • § 7.1.107.2.10 Grondwateronttrekkingen en ontgrondingen op land en in regionale wateren

GGGGGGGGG

Het opschrift van subparagraaf 7.1.10.1 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

  • § 7.1.10.17.2.10.1 Wateronttrekkingsactiviteiten

HHHHHHHHH

Artikel 7.206 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

  • Artikel 7.206 (wateronttrekkingsactiviteit: onttrekken grondwater)

    Bij een aanvraag om een omgevingsvergunning voor een wateronttrekkingsactiviteit voor een industriële toepassing of voor de openbare drinkwatervoorziening als bedoeld in de artikelen 16.3 enartikel 16.4 van het Besluit activiteiten leefomgeving worden de volgende gegevens en bescheiden verstrekt:

    • a.

      het aantal in te richten putten;

    • b.

      de coördinaten van iedereelke put;

    • c.

      de diepte in meters van de onderkant en de bovenkant van de filters in meters van iedereelke put ten opzichte van het maaiveld en het Normaal Amsterdams Peil;

    • d.

      de lengte in meters van het effectieve filter in iedereelke put;

    • e.

      de capaciteit van de pomp in kubieke meters water per uur per put;

    • f.

      de hoeveelheid water in kubieke meters water per uur, etmaal, maand en jaar, die ten hoogste wordt onttrokken;

    • g.

      een beschrijving van de mogelijke negatieve gevolgen van de onttrekking en van de maatregelen of voorzieningen die worden getroffen om die gevolgen te voorkomen of te beperken;

    • h.

      als het gaat om een wateronttrekkingsactiviteit voor een industriële toepassing: het doel waarvoor het te onttrekken grondwater wordt gebruikt; en

    • i.

      als het gaat om het in samenhang met het onttrekken van grondwater in de bodem brengen van water ter aanvulling van het grondwater:

      • 1°.

        de hoeveelheid water in kubieke meters water per uur, etmaal, maand en jaar die ten hoogste in de bodem wordt gebracht;

      • 2°.

        de diepte in meters waarop het water in de bodem wordt gebracht;

      • 3°.

        een beschrijving van de samenhang van het brengen van water in de bodem met de onttrekking;

      • 4°.

        de herkomst en samenstelling van het water dat in de bodem wordt gebracht; en

      • 5°.

        een beschrijving van de maatregelen of voorzieningen die worden getroffen om demogelijke negatieve gevolgen van het brengen van water in de bodem en van de maatregelen of voorzieningen die worden getroffen om die gevolgen te voorkomen of te beperken.

IIIIIIIII

Het opschrift van subparagraaf 7.1.10.2 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

  • § 7.1.10.27.2.10.2 Ontgrondingsactiviteiten

JJJJJJJJJ

Artikel 7.207 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

  • Artikel 7.207 (ontgrondingsactiviteit: land, regionaal water en winterbed)

    Bij een aanvraag om een omgevingsvergunning voor een ontgrondingsactiviteit als bedoeld in artikel 5.1, eerste lid, onder dc, van de wet die bestaat uit een ontgrondingsactiviteit op land, in regionale wateren en in het winterbed van een rivier in beheer bij het Rijk, worden de gegevens en bescheiden, bedoeld in artikel 7.162, onder a tot en met i, k en l, verstrekt.

KKKKKKKKK

Na paragraaf 7.1.10 worden twee paragrafen ingevoegd, luidende:

  • § 7.2.11 Lozen van stoffen of afvalwater afkomstig van een vaartuig

    Artikel 7.207a (lozingsactiviteit: lozen van stoffen of afvalwater afkomstig van een vaartuig)

    Bij een aanvraag om een omgevingsvergunning voor het lozen van stoffen of afvalwater afkomstig van een vaartuig, bedoeld in artikel 17.18, van het Besluit activiteiten leefomgeving, worden de gegevens en bescheiden, bedoeld in artikel 7.23, onder a, d en h tot en met n, verstrekt.

  • § 7.2.12 Omgevingsplanactiviteiten

    Artikel 7.207b (omgevingsplanactiviteit)

    • 1.Bij een aanvraag om een omgevingsvergunning voor een omgevingsplanactiviteit als bedoeld in artikel 5.1, eerste lid, onder a, van de wet, worden, als het gaat om een activiteit waarvoor in het omgevingsplan is bepaald dat het is verboden deze zonder omgevingsvergunning te verrichten, de gegevens en bescheiden verstrekt die op grond van het omgevingsplan bij die aanvraag moeten worden verstrekt.

    • 2.Bij een aanvraag om een omgevingsvergunning voor een buitenplanse omgevingsplanactiviteit worden de gegevens en bescheiden verstrekt die nodig zijn om de gevolgen van die activiteit te beoordelen voor:

      • a.

        een evenwichtige toedeling van functies aan locaties;

      • b.

        de op grond van de artikelen 2.22 en 2.24 van de wet gestelde regels over omgevingsplannen en de op grond van de artikelen 2.33 en 2.34 van de wet gegeven instructies over omgevingsplannen; en

      • c.

        het uitvoeren van een project waarvoor een projectbesluit is vastgesteld door een bestuursorgaan van de provincie of het Rijk.

LLLLLLLLL

Het opschrift van afdeling 7.2 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

  • AFDELING 7.27.3 GEDOOGPLICHTBESCHIKKINGENAANVRAAG GEDOOGPLICHTBESCHIKKING

MMMMMMMMM

Het opschrift van paragraaf 7.2.1 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

  • § 7.2.17.3.1. Algemene bepalingen

NNNNNNNNN

Artikel 7.210 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

  • Artikel 7.210 (aanvragen langs elektronische weg)

    • 1.Bij een aanvraag die elektronisch wordt ingediend worden gegevens en bescheiden verstrekt in een van de volgende bestandsformaten: PNG, TIFF, JPG, ODT, SVG, CSV, ODS of PDF/A.

    • 2.Gegevens of bescheiden kunnen in een ander bestandsformaat worden verstrekt voor zover het bevoegd gezag dat kenbaar heeft gemaakt.

    • [Gereserveerd]

OOOOOOOOO

Paragraaf 7.2.2 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

  • § 7.2.27.3.2 Gedoogplicht werken van algemeen belang

    Artikel 7.211 (gedoogplicht werken van algemeen belang: algemene situatie)

    Bij een aanvraag om een gedoogplichtbeschikking voor werken van algemeen belang als bedoeld in de artikelen 10.13 tot en met 10.18 en 10.19a van de wet worden de volgende gegevens en bescheiden verstrekt:

    • a.

      een algemene beschrijving van het werk;

    • b.

      een overzichtstekening die de ligging van het werk ten opzichte van de omgeving toont en voor zover van toepassing het gehele traject waarop het werk betrekking heeft met, als dit van toepassing is, de dwarsdoorsneden;

    • c.

      een aanduiding van de gemeente of gemeenten waarin het perceel is gelegen;

    • d.

      de toelichting op de reden voor de aanvraag, met een omschrijving van de gevolgen van het werk;

    • e.

      de stand van zaken van het op het perceel van toepassing zijnde omgevingsplan of projectbesluit;

    • f.

      de stand van zaken van de aangevraagde en verleende vergunningen en andere publiekrechtelijke toestemmingen;

    • g.

      als sprake is van de uitvoering van een werk:

      • 1°.

        een toelichting op de wijze van de uitvoering;

      • 2°.

        een beschrijving van de tijdsplanning, de beoogde datum van aanvang van de werkzaamheden en de verwachte datum van ingebruikstelling; en

    • h.

      als sprake is van een tracé: een beschrijving van de tracékeuze.

    Artikel 7.212 (gedoogplicht werken van algemeen belang: perceel gebonden situatie)

    Bij een aanvraag om een gedoogplichtbeschikking voor werken van algemeen belang als bedoeld in de artikelen 10.13 tot en met 10.18 en 10.19a van de wet worden per perceel en per rechthebbende de volgende gegevens en bescheiden als een aparte set gegevens verstrekt:

    • a.

      de naam en het adres van de rechthebbende;

    • b.

      de kadastrale gegevens van het perceel waarop de aanvraag betrekking heeft en een actuele kadastrale kaart;

    • c.

      de vermogensrechtelijke status van de rechthebbende op het perceel;

    • d.

      een beschrijving van het werk op het perceel;

    • e.

      een situatietekening waarop het werk en het perceel is aangegeven en waarop het gedeelte van het perceel is ingetekend waarop de gedoogplicht komt te rusten, waarbij onderscheid wordt gemaakt tussen:

      • 1°.

        het gedeelte van het perceel waarop tijdelijk werken of werkzaamheden moeten worden gedoogd; en

      • 2°.

        het gedeelte van het perceel waarop permanent werken of werkzaamheden moeten worden gedoogd;

    • f.

      alle gegevens en bescheiden die betrekking hebben op het minnelijk overleg en in ieder geval het logboek van het minnelijk overleg; en

    • g.

      als de rechthebbende tot een rechtspersoon behoort: een uittreksel uit het register van de Kamer van Koophandel over deze rechtspersoon.

PPPPPPPPP

Het opschrift van paragraaf 7.2.3 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

  • § 7.2.37.3.3 Gedoogplicht archeologisch onderzoek

QQQQQQQQQ

Het opschrift van paragraaf 7.2.4 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

  • § 7.2.47.3.4 Gedoogplicht vanwege maken ontwerp

RRRRRRRRR

Het opschrift van paragraaf 7.2.5 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

  • § 7.2.57.3.5 Gedoogplicht andere werken van algemeen belang

SSSSSSSSS

Artikel 7.215 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

  • Artikel 7.215 (gedoogplicht andere werken van algemeen belang)

    • 1.Bij een aanvraag om een gedoogplichtbeschikking voor andere werken van algemeen belang, bedoeld in artikel 10.21 van de wet, worden de gegevens en bescheiden, bedoeld in de artikelen 7.211 en 7.212, verstrekt.

    • 2.Bij de aanvraag worden ook de volgende gegevens en bescheiden verstrekt:

      • a.

        een beschrijving van het werk waaruit in ieder geval blijkt dat het geen werk of activiteit als bedoeld in de artikelen 10.13 tot en met 10.1910.19a van de wet is; en

      • b.

        een beschrijving waaruit blijkt dat het opleggen van de gedoogplicht noodzakelijk is in het belang van de openbare veiligheid of het beschermen van de fysieke leefomgeving of vanwege zwaarwegende economische of andere maatschappelijke belangen.

TTTTTTTTT

Het opschrift van afdeling 7.3 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

  • AFDELING 7.37.4

UUUUUUUUU

Na afdeling 7.3 wordt een afdeling ingevoegd, luidende:

  • AFDELING 7.5 ANDERE GEGEVENSVERSTREKKINGEN

    Artikel 7.216 (gegevens bij wijziging normadressaat)

    Bij het informeren van het bevoegd gezag dat een aangevraagde of verleende omgevingsvergunning zal gaan gelden voor een ander dan de aanvrager of de vergunninghouder, bedoeld in artikel 5.37, tweede lid, van de wet, worden de volgende gegevens en bescheiden verstrekt:

    • a.

      naam en adres van de aanvrager of vergunninghouder;

    • b.

      een aanduiding van de omgevingsvergunning krachtens welke de activiteiten worden verricht;

    • c.

      naam, adres en telefoonnummer van degene voor wie de omgevingsvergunning zal gaan gelden;

    • d.

      de verwachte datum dat de omgevingsvergunning zal gaan gelden voor een ander dan de aanvrager of de vergunninghouder; en

    • e.

      als de gegevens en bescheiden elektronisch worden verstrekt: de e-mailadressen van de personen, bedoeld onder a en c.

    Artikel 7.217 (aanvraagvereisten maatwerkvoorschrift)

    • 1.Bij een aanvraag om een maatwerkvoorschrift worden de volgende gegevens en bescheiden verstrekt:

      • a.

        een beschrijving van de activiteit en het onderwerp waarvoor het maatwerkvoorschrift wordt aangevraagd;

      • b.

        het telefoonnummer van de aanvrager;

      • c.

        het adres, de kadastrale aanduiding of coördinaten van de locatie waarop de activiteit wordt verricht;

      • d.

        een aanduiding van de begrenzing van de locatie waarop de activiteit wordt verricht;

      • e.

        als de aanvraag wordt ingediend door een gemachtigde: naam, adres, telefoonnummer en woonplaats van de gemachtigde; en

      • f.

        als de aanvraag elektronisch wordt ingediend: het e-mailadres van de aanvrager of de gemachtigde.

    • 2.Dit artikel is niet van toepassing als het onderwerp, bedoeld in het eerste lid, onder a, onderdeel is van een aanvraag om een omgevingsvergunning.

    Artikel 7.218 (aanvraagvereisten gelijkwaardige maatregel)

    • 1.Bij een aanvraag om toestemming om een gelijkwaardige maatregel te treffen worden de volgende gegevens en bescheiden verstrekt:

      • a.

        een beschrijving van de activiteit en het onderwerp waarvoor de toestemming wordt aangevraagd;

      • b.

        gegevens waaruit blijkt dat met de gelijkwaardige maatregel ten minste hetzelfde resultaat wordt bereikt als met de voorgeschreven maatregel is beoogd;

      • c.

        het telefoonnummer van de aanvrager;

      • d.

        het adres, de kadastrale aanduiding of coördinaten van de locatie waarop de activiteit wordt verricht;

      • e.

        een aanduiding van de begrenzing van de locatie waarop de activiteit wordt verricht;

      • f.

        als de aanvraag wordt ingediend door een gemachtigde: naam, adres, telefoonnummer en woonplaats van de gemachtigde; en

      • g.

        als de aanvraag elektronisch wordt ingediend: het e-mailadres van de aanvrager of de gemachtigde.

    • 2.Dit artikel is niet van toepassing als de gelijkwaardige maatregel onderdeel is van een aanvraag om een omgevingsvergunning.

VVVVVVVVV

Artikel 8.4 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

  • Artikel 8.4 (toepassingsbereik)

    Deze paragraaf is van toepassing op het bepalen van afstanden voor het plaatsgebonden risico en afstanden voor aandachtsgebieden en het berekenen van het groepsrisico, bij het toelaten van:

    • a.

      activiteiten als bedoeld in bijlage VII bij het Besluit kwaliteit leefomgeving; en

    • b.

      beperkt kwetsbare, kwetsbare en zeer kwetsbare gebouwen en beperkt kwetsbare en kwetsbare locaties waar externe veiligheidsrisico’s worden veroorzaakt door een activiteit als bedoeld onder a.

WWWWWWWWW

Artikel 8.5 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

  • Artikel 8.5 (berekenen: afstanden plaatsgebonden risico)

    Op het berekenen van de afstand voor het plaatsgebonden risico, bedoeld in de artikelen 5.8, eerste lid, aanhef en onder c, en tweede lid, aanhef en onder b, 5.10, tweede lid, en 5.11, vierde lid, van het Besluit kwaliteit leefomgeving, is van toepassing:

    • a.

      voor een activiteit als bedoeld in bijlage VII, onder A en B, bij het Besluit kwaliteit leefomgeving: modules I en II van het Rekenvoorschrift omgevingsveiligheid en Safeti-NL;

    • b.

      voor windturbines als bedoeld in bijlage VII, onder D, onder 1, en onder E, onder 1, bij het Besluit kwaliteit leefomgeving: module IV van het Handboek Risicozonering WindturbinesRekenvoorschrift omgevingsveiligheid;

    • c.

      voor buisleidingen als bedoeld in bijlage VII, onder D, onder 2, bij het Besluit kwaliteit leefomgeving: module V van het Rekenvoorschrift omgevingsveiligheid en:

      • 1°.

        voor ondergrondse buisleidingen voor aardgas: Carola; en

      • 2°.

        voor ondergrondse buisleidingen voor andere stoffen dan aardgas: Safeti-NL; en

    • d.

      voor een activiteit als bedoeld in bijlage VII, onder E, onder 2 tot en met 13, bij het Besluit kwaliteit leefomgeving: modules I en II van het Rekenvoorschrift omgevingsveiligheid en Safeti-NL.

XXXXXXXXX

Artikel 8.7 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

  • Artikel 8.7 (berekenen: afstand aandachtsgebieden en groepsrisico)

    • 1.Op het berekenen van de afstand voor een aandachtsgebied, bedoeld in de artikelen 5.12, vierde lid, en 5.13, eerste lid, aanhef en onder b, en tweede lid, van het Besluit kwaliteit leefomgeving, is van toepassing:

      • a.

        voor een brandaandachtsgebied: het Stappenplan bepalen brandaandachtsgebieden, het Rekenvoorschrift omgevingsveiligheid en Safeti-NL;

      • b.

        voor een explosieaandachtsgebied: het Stappenplan bepalen explosieaandachtsgebieden, het Rekenvoorschrift omgevingsveiligheid en Safeti-NL; en

      • c.

        voor een gifwolkaandachtsgebied: het Stappenplan bepalen gifwolkaandachtsgebieden, het Rekenvoorschrift omgevingsveiligheid en Safeti-NL.

    • 2.In afwijking van het eerste lid, aanhef en onder a, zijn op het berekenen van de afstand voor een brandaandachtsgebied van ondergrondse buisleidingen voor aardgas het Stappenplan bepalen brandaandachtsgebieden, het Rekenvoorschrift omgevingsveiligheid en Carola van toepassing.

    • 3.Als de kans op het overlijden van een groep van tien of meer personen per jaar, bedoeld in artikel 5.15, eerste lid, van het Besluit kwaliteit leefomgeving, wordt berekend, is op het berekenen van die kans Safeti-NL van toepassing.

YYYYYYYYY

Na artikel 8.7 wordt een artikel ingevoegd, luidende:

  • Artikel 8.7a (meten: afstanden aandachtsgebieden)

    • 1.De afstanden voor de aandachtsgebieden, bedoeld in bijlage VII, onder C, bij het Besluit kwaliteit leefomgeving, worden gemeten:

      • a.

        bij een weg, met uitzondering van het onder b bedoelde wegvak: vanaf de buitenste kantstrepen van de weg of een verbindingsboog die daarvan aftakt;

      • b.

        bij wegvak N12 van de A10, knooppunt De Nieuwe Meer tot knooppunt Amstel: vanaf de buitenste kantstrepen van de hoofdrijbanen; en

      • c.

        bij een spoorweg: vanaf de buitenste spoorstaven van de spoorbundel voor doorgaand verkeer.

    • 2.Voor de ligging van een aandachtsgebied van een weg of spoorweg is de feitelijke situatie bepalend.

    • 3.Als een besluit tot wijziging van weg of spoorweg is bekendgemaakt, is de ligging van die weg of spoorweg zoals weergegeven in dat besluit bepalend voor de ligging van het aandachtsgebied, totdat de feitelijke situatie overeenstemt met dat besluit.

ZZZZZZZZZ

Artikel 8.9 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

  • Artikel 8.9 (toepassingsbereik)

    Deze paragraaf is van toepassing op het berekenen van de concentratie van stikstofdioxide of PM10 bij het toelaten van:

    • a.

      activiteiten als bedoeld in artikel 5.50, eerste lid, van het Besluit kwaliteit leefomgeving; en

    • b.

      het gebruik van wegen, bedoeld in artikel 5.51, eerste lid, onder a, van het Besluit kwaliteit leefomgeving.

AAAAAAAAAA

Artikel 8.15 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

  • Artikel 8.15 (toepassingsbereik)

    Deze paragraaf is van toepassing op het berekenen van de concentratie van stikstofdioxide of PM10 bij het toelaten van milieubelastende activiteiten als bedoeld in 5.51, eerste lid, onder b, van het Besluit kwaliteit leefomgevinghet Besluit activiteiten leefomgeving waarover regels zijn gesteld met het oog op het beperken van verontreiniging van de lucht.

BBBBBBBBBB

Artikel 8.18 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

  • Artikel 8.18 (berekenen: invoergegevens milieubelastende activiteiten)

    • 1.Voor het berekenen van de concentraties van stoffen stikstofdioxide en PM10 wordt gebruik gemaakt van:

      • a.

        grootschalige concentratiegegevens, grootschalige dubbeltellingcorrectiegegevens, meteorologische gegevens en gegevens over de terreinruwheid, bedoeld in bijlage XX;

      • b.

        gegevens die standaardrekenmethode luchtkwaliteit 3 vereist over:

        • 1°.

          de fysieke kenmerken van de bron;

        • 2°.

          de kenmerken van de emissie; en

        • 3°.

          de kenmerken van de directe omgeving van de milieubelastende activiteit.

    • 2.Als het gaat om een veehouderij als bedoeld in artikel 3.200 van het Besluit activiteiten leefomgeving waarvan de emissie van PM10 meer dan 800 kg bedraagt, omvatten de gegevens, bedoeld in het eerste lid, onder b, onder 3°, in ieder geval de kenmerken van de emissie per veehouderij, voor alle veehouderijen met een emissie van PM10 van meer dan 800 kg/jaar, waarvan de dierenverblijven geheel of gedeeltelijk liggen binnen een straal van 500 m van het dichtstbijzijnde emissiepunt.

    • 3.In afwijking van het tweede lid omvatten de gegevens, bedoeld in het eerste lid, onder b, onder 3°, in ieder geval de kenmerken van de emissie per veehouderij, voor alle veehouderijen met een emissie van PM10 van meer dan 500 kg/jaar, waarvan de dierenverblijven geheel of gedeeltelijk liggen binnen een straal van 500 m van het dichtstbijzijnde emissiepunt, als:

      • a.

        het gaat om een veehouderij als bedoeld in artikel 3.200 van het Besluit activiteiten leefomgeving waarvan de emissie van PM10 meer dan 500 kg bedraagt; en

      • b.

        uit de grootschalige concentratiegegevens, bedoeld in het eerste lid, onder a, blijkt dat de achtergrondconcentratie hoger is dan 27 µg/m3.

    • 24.Op het geschikt maken voor het gebruik van de gegevens is PreSRM van toepassing.

CCCCCCCCCC

Subparagraaf 8.2.3.2 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

  • § 8.2.3.2 Geluid

    Artikel 8.20 (toepassingsbereik)

    Deze paragraaf is van toepassing op het bepalen van het geluid op geluidgevoelige gebouwen, in geluidgevoelige ruimten binnen in- en aanpandige geluidgevoelige gebouwen en op locatieseen locatie die dichter bij de activiteit is gelegen als bedoeld in artikel 5.69 van het Besluit kwaliteit leefomgeving, bij het toelaten van:

    • a.

      een activiteit als bedoeld in artikel 5.55, eerste lid, onder a, van het Besluit kwaliteit leefomgeving; en

    • b.

      een geluidgevoelig gebouw waarop geluid wordt veroorzaakt door een activiteit als bedoeld onder a.

    Artikel 8.21 (bepalen: waar het geluid wordt bepaald)

    • Het geluid op een geluidgevoelig gebouw wordt bepaald:

      • a.

        als het gaat om een geluidgevoelig gebouw, anders dan een drijvende woonfunctie of woonwagen: op de verticale lijn van de gevel waarop het meeste geluid wordt veroorzaakt;

      • b.

        als het gaat om een nieuw te bouwen geluidgevoelig gebouw, anders dan een drijvende woonfunctie of woonwagen: op de verticale lijn op de locatie waar een gevel mag komen, waarop het meeste geluid wordt veroorzaakt; en

      • c.

        als het gaat om een drijvende woonfunctie of woonwagen: op de verticale lijn op de begrenzing van de locatie voor het plaatsen van de drijvende woonfunctie of de woonwagen, waarop het meeste geluid wordt veroorzaakt.

    • 1.Het geluid op een geluidgevoelig gebouw wordt bepaald op een of meerdere punten waar het geluid representatief is en dat ligt:

      • a.

        als het gaat om een geluidgevoelig gebouw, anders dan een woonschip of woonwagen: op de gevel, op twee derde van de hoogte van een bouwlaag;

      • b.

        als het gaat om een nieuw te bouwen geluidgevoelig gebouw, anders dan een woonschip of woonwagen: op de locatie waar een gevel mag komen, op twee derde van de hoogte van een bouwlaag die gebouwd mag worden; en

      • c.

        als het gaat om een woonschip of woonwagen: op de begrenzing van de locatie voor het plaatsen van het woonschip, op twee derde van de hoogte van een bouwlaag.

    • 2.In het eerste lid wordt onder woonschip verstaan: drijvend bouwwerk met een woonfunctie op een locatie die in het omgevingsplan is aangewezen als een ligplaats voor een woonschip.

    Artikel 8.22 (bepalen: geluid door activiteiten, anders dan door specifieke activiteiten, op een geluidgevoelig gebouw)

    • 1.Op het bepalen van het geluid door een activiteit als bedoeld in artikel 5.63 van het Besluit kwaliteit leefomgeving op een geluidgevoelig gebouw, is de Handleiding meten en rekenen industrielawaai van toepassing.

    • 2.De bedrijfsduurcorrectie, bedoeld in de Handleiding meten en rekenen industrielawaai, wordt niet toegepast voor muziek.

    • 3.In afwijking van het eerste lid wordt het geluid door een schietbaan die ligt in een gebouw zonder open zijden en met een gesloten afdekking, als bedoeld in artikel 4.687 van het Besluit activiteiten leefomgeving bepaald volgens bijlage XXIV.

    • 4.Bij het bepalen van het geluid, bedoeld in het eerste en derde lid, worden het langtijdgemiddelde beoordelingsniveau (LAr,LT) en het maximale geluidniveau (LAmax) afgerond op hele getallen, waarbij een halve eenheid wordt afgerond naar het meest dichtbijgelegen even getal.

    Artikel 8.23 (bepalen: geluid door activiteiten, anders dan door specifieke activiteiten, in geluidgevoelige ruimten binnen in- en aanpandige geluidgevoelige gebouwen)

    [Gereserveerd]

    Op het bepalen van het geluid in geluidgevoelige ruimten binnen in- en aanpandige geluidgevoelige gebouwen zijn NEN 5077 en NEN 12354-3 van toepassing.

    Artikel 8.24 (bepalen: geluid door activiteiten, anders dan door specifieke activiteiten, in geluidgevoelige ruimten binnen niet in- of aanpandige geluidgevoelige gebouwen)

    • 1.

      Het geluid in geluidgevoelige ruimten binnen geluidgevoelige gebouwen, anders dan binnen in- en aanpandige geluidgevoelige gebouwen, bedoeld in artikel 5.66, tweede lid, van het Besluit kwaliteit leefomgeving, wordt bepaald door het geluid op de gevel te verminderen met de karakteristieke geluidwering van de uitwendige scheidingsconstructie, bepaald volgens NEN 5077.

    • 2.

      In afwijking van het eerste lid kan het geluid ook worden bepaald volgens NEN-EN-ISO 12354-3.

    Het geluid in geluidgevoelige ruimten binnen geluidgevoelige gebouwen, anders dan binnen in- en aanpandige geluidgevoelige gebouwen, wordt bepaald door het geluid op de gevel te verminderen met de karakteristieke geluidwering van de uitwendige scheidingsconstructie, bepaald volgens NEN 5077 of NEN-EN-ISO 12354-3.

    Artikel 8.25 (berekenen: geluid door een windturbine of windpark)

    • 1.Het geluid door het opwekken van elektriciteit met een windturbine of windpark als bedoeld in artikel 5.74 van het Besluit kwaliteit leefomgeving op een geluidgevoelig gebouw wordt berekend volgens bijlage XXV.

    • 2.De windsnelheid op ashoogte kan in afwijking van paragraaf 2.3.2 van bijlage XXV met een alternatieveandere methode worden bepaald, als deze een gelijkwaardige nauwkeurigheid heeft of nauwkeuriger is.

    • 3.Het geluid door activiteiten als bedoeld in het eerste lidAls het opwekken van elektriciteit met een windturbine of windpark wordt verricht in combinatie met een andere activiteitenactiviteit, wordt het gecumuleerde geluid berekend volgens bijlage XXVI.

    • 4.Bij het berekenen worden de waarden in dB Lden en, dB Lnight en dB Lcum afgerond op hele getallen, waarbij een halve eenheid wordt afgerond naar het meest dichtbijgelegen even getal.

    Artikel 8.26 (berekenen: geluid door civiele buitenschietbanen, militaire buitenschietbanen en militaire springterreinen)

    • [Gereserveerd]

    • 1.Het geluid door het exploiteren van een in de buitenlucht of in een gebouw zonder gesloten afdekking of met een open zijde gelegen civiele of militaire schietbaan of militair springterrein wordt berekend volgens bijlage XXVII.

    • 2.In afwijking van het eerste lid kan het geluid door het exploiteren van een in de buitenlucht of in een gebouw zonder gesloten afdekking of met een open zijde gelegen civiele schietbaan, als het gaat om een kleiduivenbaan of een schermenbaan als bedoeld in het toepassingsbereik van bijlage XXVIII, ook worden berekend volgens die bijlage.

DDDDDDDDDD

Artikel 8.28 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

  • Artikel 8.28 (bepalen: trillingen door activiteiten)

    Op het bepalen van de trillingen, bedoeld in de artikelen 5.87, 5.87a, 5.88 en 5.89 van het Besluit kwaliteit leefomgeving, door een activiteit in trillinggevoelige ruimten van een trillinggevoelig gebouw, is paragraaf 6.2 van de Meet- en beoordelingsrichtlijnen voor trillingen, deel B, van toepassing.

EEEEEEEEEE

Subparagraaf 8.2.3.4 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

  • § 8.2.3.4 Geur

    Artikel 8.29 (toepassingsbereik)

    Deze paragraaf is van toepassing op het berekenen van de geur op een geurgevoelig gebouw bij het toelaten van:

    • a.

      het exploiteren van een zuiveringtechnisch werk, bedoeld in artikel 5.98 van het Besluit kwaliteit leefomgeving, of het houden van landbouwhuisdieren in een dierenverblijf, bedoeld in artikel 5.105 van het Besluit kwaliteit leefomgeving; en

    • b.

      een geurgevoelig gebouw waarop geur wordt veroorzaakt door een activiteit als bedoeld onder a.

    Artikel 8.30 (berekenen: geur door zuiveringtechnische werken)

    • 1.Op het berekenen van de geur, bedoeld in artikel 5.100 van het Besluit kwaliteit leefomgeving, door een zuiveringtechnisch werk op een geurgevoelig gebouw is standaardrekenmethode luchtkwaliteit 3 van toepassing. Bij het toepassen van de standaardrekenmethode is de emissie van geur per seconde de som van de emissies van geur per seconde door de verschillende procesonderdelen.

    • 2.Bij het toepassen van de standaardrekenmethode is de emissie van geur per seconde de som van de emissies van geur per seconde door de verschillende procesonderdelen.

    • 23.De emissie van geur per seconde door een procesonderdeel wordt:

      • a.

        als voor het procesonderdeel in bijlage XXIX een geuremissiefactor is vastgesteld,: berekend door de geuremissiefactor te vermenigvuldigen met de oppervlakte of, als het gaat om overstorten, de lengte van het procesonderdeel; en

      • b.

        als voor het procesonderdeel in bijlage XXIX geen geuremissiefactor is vastgesteld,: bepaald met een geuronderzoek volgens NTA 9065.

    Artikel 8.31 (berekenen: geur door het houden van landbouwhuisdieren)

    • 1.Op het berekenen van de geur, bedoeld in artikel 5.109 van het Besluit kwaliteit leefomgeving, door het houden van landbouwhuisdieren op een geurgevoelig gebouw is verspreidingsmodel V-Stacks vergunning van toepassing. Bij het toepassen van het verspreidingsmodel:

      • a.

        is de emissie van geur per seconde de som van de emissies van geur per seconde door de verschillende diercategorieën, gehouden in de verschillende dierenverblijven;

      • b.

        geldt als emissiepunt het emissiepunt, bedoeld in artikel 4.806, tweede lid, van het Besluit activiteiten leefomgeving; en

      • c.

        wordt bij een dierenverblijf met meer dan een emissiepunt het geometrisch gemiddelde van die punten aangemerkt als emissiepunt.

      Op het berekenen van de geur, bedoeld in artikel 5.109 van het Besluit kwaliteit leefomgeving, door het houden van landbouwhuisdieren op een geurgevoelig gebouw is verspreidingsmodel V-Stacks vergunning van toepassing.

    • 2.Bij het toepassen van het verspreidingsmodel:

      • a.

        is de emissie van geur per seconde de som van de emissies van geur per seconde door de verschillende diercategorieën, gehouden in de verschillende dierenverblijven;

      • b.

        geldt als emissiepunt het emissiepunt, bedoeld in artikel 4.806, tweede lid, van het Besluit activiteiten leefomgeving; en

      • c.

        wordt bij een dierenverblijf met meer dan een emissiepunt het geometrisch gemiddelde van die punten aangemerkt als emissiepunt.

    • 23.De emissie van geur per seconde door een diercategorie wordt berekend door het aantal dieren van die diercategorie in een dierenverblijf te vermenigvuldigen met de voor die diercategorie geldende emissie van geur per dierplaats per seconde.

    • 34.De emissie van geur per dierplaats per seconde is gelijk aan de in bijlage V vastgestelde geuremissiefactor voor het in het dierenverblijf toegepaste huisvestingssysteem.

    • 45.In afwijking van het derdevierde lid wordt de emissie van geur per dierplaats per seconde bij toepassing van een aanvullende techniek berekend met het voor die techniek in bijlage VI vastgestelde reductiepercentage voor geur en de in bijlage V vastgestelde geuremissiefactor volgens de formule:

      • a.

        als één aanvullende techniek wordt toegepast, anders dan in een situatie als bedoeld onder b:

        emissie van geur = geuremissiefactor huisvestingssysteem x (100% – reductiepercentage geur aanvullende techniek);

      • b.

        als een luchtwassysteem als aanvullende techniek wordt toegepast in combinatie met een huisvestingssysteem waarvan de geuremissiefactor lager is dan 30% van de geuremissiefactor voor een overig huisvestingssysteem:

        emissie van geur = geuremissiefactor overig huisvestingssysteem x (100% – reductiepercentage geur luchtwassysteem) x 0,3; en

      • c.

        als een aanvullende techniek in combinatie met een andere aanvullende techniek wordt toegepast:

        emissie van geur = geuremissiefactor huisvestingssysteem x (100% – reductiepercentage geur aanvullende techniek A) x (100% – reductiepercentage geur aanvullende techniek B).

FFFFFFFFFF

Artikel 9.2 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

  • Artikel 9.2 (beoordeling milieubelastende activiteit externe veiligheid)

    • 1.Op het berekenen van de afstand voor het plaatsgebonden risico, bedoeld in artikel 8.12de artikelen 8.10a, tweedeeerste lid, onder b, en derde lid8.12, onder btweede lid, van het Besluit kwaliteit leefomgeving, is artikel 8.5 van overeenkomstige toepassing.

    • 2.Op het berekenen van de afstand voor een brandaandachtsgebied, een explosieaandachtsgebied en een gifwolkaandachtsgebied, bedoeld in artikel 8.128.10a, derdeeerste lid, onder c, van het Besluit kwaliteit leefomgeving, is artikel 8.7 van overeenkomstige toepassing.

    • 3.Als de kans op het overlijden van een groep van tien of meer personen per jaar, bedoeld in artikel 8.10a, eerste lid, onder c, van het Besluit kwaliteit leefomgeving, wordt berekend, is op het berekenen van die kans Safeti-NL van toepassing.

GGGGGGGGGG

Artikel 9.4 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

  • Artikel 9.4 (beoordeling milieubelastende activiteit luchtkwaliteit – andere stoffen)

    Op het berekenen van de concentratie van de stoffen zwaveldioxide, stikstofoxiden, PM2,5, benzeen, lood en koolmonoxide zijn de artikelen 8.14, 8.16, 8.17 en 8.18 van overeenkomstige toepassing.

HHHHHHHHHH

Na artikel 9.5 wordt een artikel ingevoegd, luidende:

  • Artikel 9.5a (beoordeling milieubelastende activiteit geluid – grenswaarden bij militaire buitenschietbanen en militaire springterreinen)

    Op het berekenen van het geluid op geluidgevoelige gebouwen, bedoeld in artikel 8.19, tweede lid, van het Besluit kwaliteit leefomgeving, is artikel 8.26 van overeenkomstige toepassing.

IIIIIIIIII

Afdeling 9.3 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

  • AFDELING 9.3 VOORSCHRIFTEN OMGEVINGSVERGUNNING MILIEUBELASTENDE ACTIVITEIT - BODEMBESCHERMING STORTPLAATSEN, ANDERS DAN VOOR ALLEEN BAGGERSPECIE OP LAND

    [Gereserveerd]

    Artikel 9.8 (toepassingsbereik voorschriften bodembescherming stortplaatsen)

    Deze afdeling is van toepassing op het verbinden van voorschriften aan een omgevingsvergunning voor een milieubelastende activiteit als bedoeld in artikel 8.44 van het Besluit kwaliteit leefomgeving.

    Artikel 9.9 (voorschriften zettingsgevoeligheid bodem)

    Aan een omgevingsvergunning worden voorschriften verbonden die inhouden dat de vergunninghouder:

    • a.

      een deskundige inschakelt om op de plaats waar is of wordt gestort een onderzoek uit te voeren naar de gevoeligheid van de bodem voor zettingen onder invloed van de stortplaats als bedoeld in artikel 8.47, vierde lid, van het Besluit kwaliteit leefomgeving; en

    • b.

      de resultaten van het onderzoek betrekt bij het bepalen van de ligging van de stortzool ten opzichte van de te verwachten gemiddeld hoogste grondwaterstand.

    Artikel 9.10 (voorschriften onderzoek geohydrologische situatie)

    • 1.Aan een omgevingsvergunning worden voorschriften verbonden die inhouden dat het onderzoek naar de geohydrologische situatie, bedoeld in artikel 8.47, vierde lid, van het Besluit kwaliteit leefomgeving, eenmaal voor het inrichten van de stortplaats wordt uitgevoerd en vervolgens jaarlijks plaatsvindt door een door de vergunninghouder ingeschakelde deskundige.

    • 2.Aan een omgevingsvergunning worden voorschriften verbonden die inhouden dat de vergunninghouder de resultaten van het onderzoek zendt naar het bevoegd gezag.

    Artikel 9.11 (voorschriften over onder- en bovenafdichting)

    • 1.Aan een omgevingsvergunning worden voorschriften verbonden die inhouden dat de onderafdichting, bedoeld in 8.48, eerste lid, van het Besluit kwaliteit leefomgeving, een beschermingsniveau biedt dat ten minste gelijkwaardig is aan de bescherming van de bodem die is beoogd met de Richtlijn onderafdichtingen voor stort- en opslagplaatsen.

    • 2.Aan een omgevingsvergunning worden voorschriften verbonden die inhouden dat tussen de capillair onderbrekende laag van grind als onderdeel van de onderafdichting, bedoeld in artikel 8.47, eerste lid, onder b, van het Besluit kwaliteit leefomgeving, en de te storten afvalstoffen een steunmat wordt aangebracht.

    • 3.Aan een omgevingsvergunning worden voorschriften verbonden die inhouden dat de te treffen civieltechnische of geohydrologische maatregelen, bedoeld in artikel 8.48, tweede en derde lid, van het Besluit kwaliteit leefomgeving, ten minste voldoen aan:

      • a.

        de Richtlijn geohydrologische isolatie van bestaande stortplaatsen; en

      • b.

        de Ontwerpprocedure grondwatermonitoring stortplaatsen.

    • 4.Aan een omgevingsvergunning worden voorschriften verbonden die inhouden dat de bovenafdichting, bedoeld in artikel 8.48, vierde lid, van het Besluit kwaliteit leefomgeving, een beschermingsniveau biedt dat ten minste gelijkwaardig is aan de bescherming van de bodem die is beoogd met de Richtlijn voor dichte eindafwerking op afval- en reststofbergingen.

    Artikel 9.12 (voorschriften over stortgas)

    • 1.Aan een omgevingsvergunning worden voorschriften verbonden die inhouden dat de metingen van de samenstelling en de atmosferische druk van de gasuitstoot, bedoeld in artikel 8.53, eerste lid, onder c, van het Besluit kwaliteit leefomgeving:

      • a.

        betrekking hebben op gassen die vrijkomen bij de biologische afbraak van het organisch materiaal in de afvalstoffen, waaronder in ieder geval CH4, CO2 en O2;

      • b.

        maandelijks plaatsvinden; en

      • c.

        representatief zijn voor elk gedeelte van de stortplaats.

    • 2.In afwijking van het eerste lid, aanhef en onder b, kunnen aan een omgevingsvergunning voorschriften worden verbonden die inhouden dat, voor zover het gaat om de atmosferische druk, de metingen eenmaal per jaar plaatsvinden als het vrijkomende gas wordt benut of afgefakkeld.

    • 3.In afwijking van het eerste lid, aanhef en onder b, kunnen aan een omgevingsvergunning voorschriften worden verbonden die inhouden dat, voor zover het gaat om de samenstelling van de gasuitstoot, de metingen:

      • a.

        eenmaal per jaar plaatsvinden als het vrijkomende gas wordt afgefakkeld; of

      • b.

        voortdurend plaatsvinden als die nodig zijn voor de goede werking van de benuttingsinstallatie voor zover het vrijkomende gas wordt benut en de gassen CH4, CO2 en O2 omvat.

    • 4.Aan een omgevingsvergunning worden voorschriften verbonden die inhouden dat de metingen van de samenstelling van de gasuitstoot bij het affakkelen en benutten van het vrijkomende gas plaatsvinden in de verzamelleiding van het stortgasonttrekkingssysteem.

    • 5.In afwijking van het eerste lid, aanhef en onder b, kunnen aan een omgevingsvergunning voorschriften worden verbonden die inhouden dat de metingen van de samenstelling en de atmosferische druk van de gasuitstoot minder frequent mogen plaatsvinden als uit evaluatie van de gegevens blijkt dat metingen met langere tussenpozen even effectief zijn.

    Artikel 9.13 (voorschriften grondwaterstand)

    • 1.Aan een omgevingsvergunning worden voorschriften verbonden die inhouden dat de vergunninghouder een deskundige inschakelt om de grondwaterstand van de bodem te meten op de plaats waar is of wordt gestort, bedoeld in artikel 8.55, tweede lid, van het Besluit kwaliteit leefomgeving.

    • 2.Aan een omgevingsvergunning worden voorschriften verbonden die inhouden dat de ingeschakelde deskundige de meting van de grondwaterstand:

      • a.

        ten minste tweemaal per maand verricht, op of nabij de 14e en 28e van de maand; en

      • b.

        volgens NEN-EN-ISO 22475-1 uitvoert.

    • 3.Aan een omgevingsvergunning worden voorschriften verbonden die inhouden dat de ingeschakelde deskundige vaststelt of de gegevens die zijn verkregen uit de metingen, bedoeld in het eerste lid, representatief zijn voor de bodem op de plaats waar is of wordt gestort. Dit doet de deskundige door de gegevens te vergelijken met de beschikbare gegevens van de grondwaterstanden verkregen uit peilbuizen in hetzelfde geohydrologische systeem die zijn opgenomen in het Archief van grondwaterstanden van TNO, voor zover laatstbedoelde gegevens betrekking hebben op dezelfde periode en op de daaraan voorafgaande aaneengesloten periode van ten minste vijf jaar.

    Artikel 9.14 (voorschriften gemiddeld hoogste en gemiddeld laagste grondwaterstand

    • 1.Aan een omgevingsvergunning worden voorschriften verbonden die inhouden dat de vergunninghouder een deskundige inschakelt om de gemiddeld hoogste en gemiddeld laagste grondwaterstand te bepalen.

    • 2.Aan een omgevingsvergunning worden voorschriften verbonden die inhouden dat bij het bepalen van de gemiddeld hoogste en de gemiddeld laagste grondwaterstand gebruik wordt gemaakt van:

      • a.

        de resultaten van het onderzoek naar de geohydrologische toestand, bedoeld in artikel 9.10;

      • b.

        de resultaten van de metingen, bedoeld in artikel 9.13, eerste lid; en

      • c.

        de profielbeschrijvingen van de bodem op de plaats van de aanleg van de stortplaats.

    • 3.Aan een omgevingsvergunning worden voorschriften verbonden die inhouden dat de door de vergunninghouder ingeschakelde deskundige een andere gemiddeld hoogste of gemiddeld laagste grondwaterstand kan vaststellen, als de verwachting bestaat dat de werkelijke gemiddeld hoogste of gemiddeld laagste grondwaterstand onder invloed van een kunstmatige grondwaterstandverandering significant zal afwijken van de in overeenstemming met het tweede lid vastgestelde grondwaterstand.

    Artikel 9.15 (voorschriften over oppervlaktewaterlichamen)

    • 1.Aan een omgevingsvergunning worden voorschriften verbonden die inhouden dat het bepalen en bemonsteren van de hoeveelheid en de samenstelling van het in de nabijheid van de stortplaats aanwezige oppervlaktewaterlichaam, bedoeld in artikel 8.56, eerste lid, van het Besluit kwaliteit leefomgeving, elke drie maanden plaatsvindt.

    • 2.In afwijking van het eerste lid kunnen aan de omgevingsvergunning voorschriften worden verbonden die inhouden dat de metingen van de hoeveelheid en samenstelling:

      • a.

        op grond van de kenmerken van de stortplaats niet zijn vereist; of

      • b.

        minder frequent mogen worden uitgevoerd als uit evaluatie van de gegevens blijkt dat metingen met langere tussenpozen even effectief zijn.

    • 3.Aan een omgevingsvergunning worden voorschriften verbonden die inhouden dat de bemonstering van de hoeveelheid en de samenstelling, bedoeld in het eerste lid, op ten minste twee punten wordt uitgevoerd waarvan een stroomopwaarts en een stroomafwaarts ligt.

    Artikel 9.16 (voorschriften over onderzoek drainagesystemen en controledrainagesystemen)

    • 1.Aan een omgevingsvergunning worden voorschriften verbonden die inhouden dat de drainagesystemen van de onder- en bovenafdichting en het controledrainagesysteem onder de onderafdichting in het grondwater elke zes maanden worden geïnspecteerd.

    • 2.Aan een omgevingsvergunning worden voorschriften verbonden die inhouden dat na het aanbrengen van de drainagebuizen van de systemen, bedoeld in het eerste lid:

      • a.

        direct wordt vastgesteld of de drainagebuizen open zijn; en

      • b.

        de drainagebuizen regelmatig en ten minste een keer per jaar worden doorgespoten met het oog op het waarborgen van een goede werking.

    • 3.Aan een omgevingsvergunning worden voorschriften verbonden die inhouden dat het inspecteren van het functioneren van het drainagesysteem voor percolaat van de onderafdichting en het controledrainagesysteem in het grondwater voor de vloeistofstroming in drains en leidingen, plaatsvindt:

      • a.

        in de daarvoor aangebrachte schachten en inspectieputten of verzamelleidingen; en

      • b.

        in overeenstemming met de in de Richtlijn drainagesystemen en controlesystemen grondwater voor stort- en opslagplaatsen aangegeven methode.

    Artikel 9.17 (voorschriften over onderzoek bovenafdichting)

    • 1.Aan een omgevingsvergunning worden voorschriften verbonden die inhouden dat de dichtheid van de bovenafdichting elke zes maanden wordt geïnspecteerd.

    • 2.Aan een omgevingsvergunning worden voorschriften verbonden die inhouden dat de inspectie van de dichtheid van de bovenafdichting bestaat uit:

      • a.

        een onderzoek naar het uittreden van stortgas door de bovenafdichting, als redelijkerwijs is te verwachten dat stortgas uit de stortplaats vrijkomt; en

      • b.

        een inspectie van de taluds op uittredend percolaat.

    • 3.Aan een omgevingsvergunning worden voorschriften verbonden die inhouden dat het onderzoek naar het uittreden van stortgas, bedoeld in het tweede lid, onder a, plaatsvindt in overeenstemming met hoofdstuk 13 van de Richtlijn voor dichte eindafwerking op afval- en reststofbergingen.

    • 4.Aan een omgevingsvergunning worden voorschriften verbonden die inhouden dat de inspectie van taluds op uittredend percolaat, bedoeld in het tweede lid, onder b, plaatsvindt door bij de teenconstructie, zijnde het verbindingsgedeelte tussen de onder- en bovenafdichting en het nabijgelegen deel van het talud, de elektrische geleidbaarheid van het water uit het drainagesysteem boven de bovenafdichting te meten, in overeenstemming met de methode uit hoofdstuk 13 van de Richtlijn voor dichte eindeafwerking op afval- en reststofbergingen.

    • 5.Aan een omgevingsvergunning worden voorschriften verbonden die inhouden dat de bovenafdichting jaarlijks wordt gecontroleerd op zakking door hoogtemeting van het eindafwerkingsoppervlak in overeenstemming met de methode uit paragraaf 1.3 van de Richtlijn voor dichte eindafwerking op afval- en reststofbergingen.

    Artikel 9.18 (voorschriften over onderzoek staat bodem onder de stortplaats)

    • 1.Aan een omgevingsvergunning worden voorschriften verbonden die inhouden dat het onderzoek naar de staat van de bodem onder de stortplaats, bedoeld in artikel 8.57, eerste lid, onder c, van het Besluit kwaliteit leefomgeving, bestaat uit een bemonstering van:

      • a.

        het percolaat, dat op representatieve plaatsen wordt genomen en representatief is voor de gemiddelde samenstelling van het percolaat;

      • b.

        het water in de verschillende bemonsteringsbuizen en verzamelleidingen of inspectieputten van het drainagesysteem onder de onderafdichting van de stortplaats; en

      • c.

        het grondwater in de grondwaterbemonsteringsbuizen.

    • 2.Aan een omgevingsvergunning worden voorschriften verbonden die inhouden dat de frequentie van de bemonstering, bedoeld in het eerste lid, wordt bepaald door de stroomsnelheid van het grondwater onder de stortplaats en dat die frequentie is:

      • a.

        eenmaal per jaar bij een stroomsnelheid tussen 0 en 5 m/jaar;

      • b.

        tweemaal per jaar bij een stroomsnelheid tussen 5 tot 30 m/jaar; of

      • c.

        driemaal per jaar bij een stroomsnelheid van meer dan 30 m/jaar.

    • 3.Aan een omgevingsvergunning worden voorschriften verbonden die inhouden dat de stroomsnelheid van het grondwater, bedoeld in het tweede lid, door een door de vergunninghouder ingeschakelde deskundige wordt vastgesteld.

    • 4.Aan een omgevingsvergunning worden voorschriften verbonden die inhouden dat de verkregen monsters worden geanalyseerd op:

      • a.

        zuurgraad (pH);

      • b.

        elektrische geleidbaarheid;

      • c.

        chemisch zuurstofverbruik (CZV);

      • d.

        minerale olie;

      • e.

        vluchtige organische gehalogeneerde koolwaterstoffen (VOX);

      • f.

        chloride; en

      • g.

        Kjeldahl-N of ammoniak (NH3).

    • 5.Aan een omgevingsvergunning worden voorschriften verbonden die inhouden dat de analyse van een of meer van de parameters, bedoeld in het vierde lid, achterwege kan blijven als op grond van de samenstelling van het te storten afval buiten twijfel staat dat deze niet voorkomen in het percolaat van de stortplaats.

    Artikel 9.19 (voorschriften over onderzoek staat bodem onder stortplaats: gaschromatografisch-massaspectrometrisch onderzoek)

    • 1.Aan een omgevingsvergunning worden voorschriften verbonden die inhouden dat eenmaal per jaar een gaschromatografisch-massaspectrometrisch onderzoek op organische verbindingen wordt uitgevoerd.

    • 2.Aan een omgevingsvergunning worden voorschriften verbonden die inhouden dat als een gaschromatografisch-massaspectrometrisch onderzoek op organische verbindingen wordt uitgevoerd, in afwijking van de voorschriften die aan de vergunning zijn verbonden ter uitvoering van artikel 9.18, vierde lid, aanhef en onder e, geen analyse op vluchtige organische gehalogeneerde koolwaterstoffen (VOX) hoeft plaats te vinden.

    Artikel 9.20 (voorschriften over onderzoek staat bodem onder stortplaats: analyseren andere parameters)

    Aan een omgevingsvergunning kunnen voorschriften worden verbonden die inhouden dat in verband met de samenstelling van het gestorte afval naast de parameters, genoemd in artikel 9.18, vierde lid, ook andere parameters worden geanalyseerd.

    Artikel 9.21 (voorschriften over onderzoek staat bodem onder stortplaats: frequentie meten hoeveelheid percolaat)

    • 1.Aan een omgevingsvergunning worden voorschriften verbonden die inhouden dat het meten van de hoeveelheid percolaat maandelijks plaatsvindt.

    • 2.In afwijking van het eerste lid kunnen aan een omgevingsvergunning voorschriften worden verbonden die inhouden dat een andere frequentie wordt gehanteerd als:

      • a.

        de structuur, de opbouw en de samenstelling van het gestorte afval hiertoe aanleiding geven; of

      • b.

        uit evaluatie van de gegevens blijkt dat metingen met langere tussenpozen even effectief zijn.

    Artikel 9.22 (voorschriften over geohydrologische maatregelen bij bereiken interventiepunt)

    Aan een omgevingsvergunning worden voorschriften verbonden die inhouden dat de geohydrologische maatregelen die worden getroffen bij het bereiken van het in het urgentieplan bepaalde interventiepunt in overeenstemming zijn met de Richtlijn geohydrologische isolatie van bestaande stortplaatsen.

    Artikel 9.23 (voorschriften over wanneer interventiepunten worden bereikt)

    • 1.Aan een omgevingsvergunning worden voorschriften verbonden die inhouden dat voor de parameters, bedoeld in de artikelen 9.18, vierde lid, 9.20 en 9.25, tweede tot en met vierde lid, onder a, standaardwaarden worden vastgesteld ter bepaling van de verslechtering van de grondwaterkwaliteit.

    • 2.Aan een omgevingsvergunning worden voorschriften verbonden die inhouden dat de standaardwaarde als volgt wordt berekend:

      • a.

        als minder dan 30 metingen op een referentiepunt zijn uitgevoerd: het rekenkundig gemiddelde van de achtergrondwaarden voor het grondwater die bij de onderzoeken, bedoeld in de artikelen 8.57 en 8.59 van het Besluit kwaliteit leefomgeving, op een referentiepunt zijn gemeten, vermenigvuldigd met 1,3 en vermeerderd met de detecteerbare overschrijdingswaarde; of

      • b.

        als meer dan 30 metingen op een referentiepunt zijn uitgevoerd: de waarde waaronder 98% van die metingen liggen, vermeerderd met de detecteerbare overschrijdingswaarde.

    • 3.Aan een omgevingsvergunning worden voorschriften verbonden die inhouden dat:

      • a.

        de bevestiging van de overschrijding, bedoeld in artikel 8.57b, eerste lid, onder b, van het Besluit kwaliteit leefomgeving, wordt uitgevoerd door een door de vergunninghouder ingeschakelde deskundige door middel van bemonstering en een analyse; en

      • b.

        de vaststelling van de referentiemeetpunten en de controlemeetpunten, bedoeld in artikel 8.57b, derde lid, van het Besluit kwaliteit leefomgeving, plaatsvindt op basis van een schriftelijk advies van een door de vergunninghouder ingeschakelde deskundige.

    Artikel 9.24 (voorschriften over inspectie en keuring bodembeschermende maatregelen)

    • 1.Aan een omgevingsvergunning worden voorschriften verbonden die inhouden dat een door de vergunninghouder ingeschakelde deskundige de inspectie, de keuring en het onderzoek naar de technische staat van de bodembeschermende maatregelen, bedoeld in artikel 8.59, eerste lid, onder a, onder 1° tot en met 4°, van het Besluit kwaliteit leefomgeving, elke twee jaar uitvoert in overeenstemming met:

      • a.

        hoofdstuk 15 van de Richtlijn voor dichte eindafwerking op afval- en reststofbergingen voor de bovenafdichting;

      • b.

        de Richtlijn drainagesystemen en controlesystemen grondwater voor stort- en opslagplaatsen, met uitzondering van de paragrafen 3.11 en 4.3.2, voor:

        • 1°.

          het opvang- en afvoersysteem van percolaat;

        • 2°.

          de controle van de drainagevoorzieningen; en

        • 3°.

          de bemonsteringsdrainagebuizen;

      • c.

        de Ontwerpprocedure grondwatermonitoring stortplaatsen voor de bemonsteringspeilbuizen, met uitzondering van bijlage V; en

      • d.

        de Richtlijn geohydrologische isolatie van bestaande stortplaatsen, voor zover geohydrologische isolatie is vereist.

    • 2.Aan een omgevingsvergunning worden voorschriften verbonden die inhouden dat een door de vergunninghouder ingeschakelde deskundige bij de analyse van het percolaat, bedoeld in artikel 8.59, eerste lid, onder a, onder 4°, van het Besluit kwaliteit leefomgeving, de voorgeschreven stoffen analyseert in verband met:

      • a.

        eventuele aantasting van de afdichting;

      • b.

        de processen in de stortplaats; en

      • c.

        de afvoer van het percolaat.

    • 3.Aan een omgevingsvergunning worden voorschriften verboden die inhouden dat de door de vergunninghouder ingeschakelde deskundige in het kader van het onderzoek, bedoeld in artikel 8.59, eerste lid, onder a, onder 3°, van het Besluit kwaliteit leefomgeving, een inschatting maakt van de resterende levensduur van de maatregelen.

    Artikel 9.25 (voorschriften over inspectie en keuring onderzoek staat bodem onder de stortplaats)

    • 1.Aan een omgevingsvergunning worden voorschriften verbonden die inhouden dat een door de vergunninghouder ingeschakelde deskundige het onderzoek naar de staat van de bodem onder de stortplaats, bedoeld in artikel 8.59, eerste lid, onder a, onder 5°, van het Besluit kwaliteit leefomgeving, elke twee jaar uitvoert door een bemonstering van:

      • a.

        het percolaat;

      • b.

        het water in de verschillende bemonsteringsbuizen en verzamelleidingen van het drainagesysteem onder de onderafdichting van de stortplaats; en

      • c.

        het grondwater in de grondwaterbemonsteringsbuizen.

    • 2.Aan een omgevingsvergunning worden voorschriften verbonden die inhouden dat de verkregen monsters worden geanalyseerd op:

      • a.

        cadmium, chroom, koper, nikkel, lood, zink, kwik en arseen;

      • b.

        chloride, sulfaat, zuurgraad (pH), elektrische geleidbaarheid;

      • c.

        vluchtige organische gehalogeneerde koolwaterstoffen (VOX);

      • d.

        minerale olie; en

      • e.

        polycyclische aromatische koolwaterstoffen (PAK's).

    • 3.Aan een omgevingsvergunning worden voorschriften verbonden die inhouden dat de verkregen monsters worden geanalyseerd op aromaten, als bij het onderzoek, bedoeld in artikel 9.19, de aanwezigheid daarvan is gesignaleerd.

    • 4.Aan een omgevingsvergunning kunnen voorschriften worden verbonden die inhouden dat:

      • a.

        naast de in het tweede en derde lid bedoelde parameters ook andere parameters worden geanalyseerd; of

      • b.

        analyse van een of meer van de parameters, bedoeld in het tweede en derde lid, achterwege kan blijven als op grond van de samenstelling van het te storten afval buiten twijfel staat dat deze niet voorkomen in het percolaat van de stortplaats.

    • 5.Aan een omgevingsvergunning worden voorschriften verbonden die inhouden dat de analyse van de monsters plaatsvindt door een laboratorium dat een kwaliteitsborgingssysteem hanteert volgens NEN-EN-ISO 17025.

JJJJJJJJJJ

Afdeling 9.4 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

  • AFDELING 9.4 VOORSCHRIFTEN OMGEVINGSVERGUNNING MILIEUBELASTENDE ACTIVITEIT – BODEMBESCHERMING STORTPLAATSEN VOOR ALLEEN BAGGERSPECIE OP LAND

    [Gereserveerd]

    Artikel 9.26 (toepassingsbereik voorschriften bodembescherming stortplaatsen voor baggerspecie op land)

    Deze afdeling is van toepassing op het verbinden van voorschriften aan een omgevingsvergunning voor een milieubelastende activiteit als bedoeld in artikel 8.62a van het Besluit kwaliteit leefomgeving.

    Artikel 9.27 (voorschriften over voorkomen overschrijding standaardwaarden)

    • 1.Aan een omgevingsvergunning worden voorschriften verbonden die inhouden dat de bepaling van het toelaatbaar beïnvloede gebied, bedoeld in artikel 8.62c, derde lid, van het Besluit kwaliteit leefomgeving, plaatsvindt volgens bijlage XXXI.

    • 2.Aan een omgevingsvergunning worden voorschriften verbonden die inhouden dat de berekening of sprake is van een overschrijding als bedoeld in artikel 8.62c, tweede lid, van het Besluit kwaliteit leefomgeving, plaatsvindt volgens bijlage XXXI.

    Artikel 9.28 (voorschriften over controle oppervlaktewater)

    • 1.Aan een omgevingsvergunning worden voorschriften verbonden die inhouden dat in het oppervlaktewater dat in de potentiële invloedssfeer van de stortplaats is gelegen ten minste twee meetpunten worden aangewezen, die zo zijn gekozen dat uit de daar uitgevoerde metingen een beïnvloeding door de stortplaats kan worden vastgesteld.

    • 2.Aan een omgevingsvergunning worden voorschriften verbonden die inhouden dat de inventarisatie, bedoeld in artikel 8.62h, eerste lid, onder a, en de metingen, bedoeld in artikel 8.62h, eerste lid, onder b, van het Besluit kwaliteit leefomgeving, ten minste eenmaal per drie maanden worden uitgevoerd, of met een lagere frequentie als uit evaluatie van de gegevens blijkt dat inventarisaties met langere tussenpozen even effectief zijn.

    Artikel 9.29 (voorschriften over controle grondwater: frequentie bepaling niveau grondwater)

    Aan een omgevingsvergunning worden voorschriften verbonden die inhouden dat het vaststellen van het niveau van het grondwater, bedoeld in artikel 8.62i, eerste lid, van het Besluit kwaliteit leefomgeving, ten minste elk half jaar plaatsvindt.

    Artikel 9.30 (voorschriften over controle grondwater: referentiepunten en controlemeetpunten)

    • 1.Aan een omgevingsvergunning worden voorschriften verbonden die inhouden dat de referentiepunten en de controlemeetpunten, bedoeld in artikel 8.62i, eerste lid, van het Besluit kwaliteit leefomgeving, worden aangewezen op basis van een schriftelijk advies van een door de vergunninghouder ingeschakelde deskundige.

    • 2.Aan een omgevingsvergunning worden voorschriften verbonden die inhouden dat als referentiepunt of referentiepunten als bedoeld in artikel 8.62i, eerste lid, van het Besluit kwaliteit leefomgeving, een of meer meetpunten worden aangewezen die samen een betrouwbaar beeld geven van de concentratie van de betrokken stoffen in het grondwater in de nabijheid van de stortplaats zonder dat beïnvloeding van de stortplaats heeft plaatsgevonden.

    • 3.Aan een omgevingsvergunning worden voorschriften verbonden die inhouden dat als controlemeetpunt of controlemeetpunten als bedoeld in artikel 8.62i, eerste lid, van het Besluit kwaliteit leefomgeving, een of meer meetpunten worden aangewezen in het toelaatbaar beïnvloede gebied, bedoeld in artikel 8.62c, derde lid, van het Besluit kwaliteit leefomgeving:

      • a.

        die samen een betrouwbaar beeld geven van de verspreiding van de betrokken stoffen; en

      • b.

        die zo gelegen zijn dat tijdig maatregelen kunnen worden getroffen om te voorkomen dat de concentratie van een stof buiten het toelaatbaar beïnvloede gebied gelijk is aan of groter is dan de signaalwaarde voor die stof, vermeerderd met de standaardwaarde voor die stof, bedoeld in bijlage XVIIIa bij het Besluit kwaliteit leefomgeving.

    Artikel 9.31 (voorschriften over controle grondwater: frequentie meting parameters)

    Aan een omgevingsvergunning worden voorschriften verbonden die inhouden dat de metingen, bedoeld in artikel 8.62i, tweede lid, onder c, ten minste eenmaal per jaar plaatsvinden.

    Artikel 9.32 (voorschriften over wanneer interventiepunten worden bereikt

    • 1.Aan een omgevingsvergunning worden voorschriften verbonden die inhouden dat de signaalwaarde, bedoeld in artikel 8.62l, eerste lid, onder a, van het Besluit kwaliteit leefomgeving, is:

      • a.

        als één referentiepunt is aangewezen:

        • 1°.

          als minder dan 30 metingen zijn verricht: de concentratie van een stof op het referentiepunt, vermenigvuldigd met 1,3; of

        • 2°.

          als 30 of meer metingen zijn verricht: de waarde waaronder 98% van de metingen liggen;

      • b.

        als meer dan een referentiepunt is aangewezen: het gemiddelde van de signaalwaarden op de afzonderlijke referentiepunten.

    • 2.Aan een omgevingsvergunning worden voorschriften verbonden die inhouden dat de herhaalde meting, bedoeld in artikel 8.62l, eerste lid, onder b, van het Besluit kwaliteit leefomgeving, wordt uitgevoerd door een door de vergunninghouder ingeschakelde deskundige.

KKKKKKKKKK

Afdeling 9.5 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

  • AFDELING 9.5 VOORSCHRIFTEN OMGEVINGSVERGUNNING MILIEUBELASTENDE ACTIVITEIT – WINNINGSAFVALVOORZIENINGEN

    [Gereserveerd]

    Artikel 9.33 (toepassingsbereik voorschriften bodembescherming winningsafvalvoorzieningen)

    Deze afdeling is van toepassing op het verbinden van voorschriften aan een omgevingsvergunning voor een milieubelastende activiteit als bedoeld in artikel 8.63 van het Besluit kwaliteit leefomgeving.

    Artikel 9.34 (voorschriften over aanleg, aanpassing of bouw van een winningsafvalvoorziening)

    Aan een omgevingsvergunning worden voorschriften verbonden die inhouden dat de controle, bedoeld in artikel 8.66, eerste lid, onder b, onder 3°, van het Besluit kwaliteit leefomgeving, en de validatie, bedoeld in artikel 8.68, tweede lid, van dat besluit, worden uitgevoerd door een door de vergunninghouder ingeschakelde deskundige.

LLLLLLLLLL

Hoofdstuk 11 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

  • HOOFDSTUK 11 HANDHAVING EN UITVOERING

    [Gereserveerd]

    Artikel 11.1 (kringen van gemeenten)

    De volgende gemeenten die deelnemen aan een genoemde omgevingsdienst worden aangewezen als een kring van gemeenten als bedoeld in artikel 18.21, eerste lid, van de wet:

    • a.

      Noord-Veluwe: Elburg, Ermelo, Harderwijk, Hattem, Heerde, Nunspeet, Oldebroek en Putten;

    • b.

      Veluwe IJssel: Apeldoorn, Brummen, Epe en Voorst;

    • c.

      Achterhoek: Aalten, Berkelland, Bronckhorst, Doetinchem, Lochem, Montferland, Oost Gelre, Oude IJsselstreek, Winterswijk en Zutphen;

    • d.

      de Vallei: Barneveld, Ede, Nijkerk, Scherpenzeel en Wageningen;

    • e.

      Regio Arnhem: Arnhem, Doesburg, Duiven, Lingewaard, Overbetuwe, Renkum, Rheden, Rijnwaarden, Rozendaal, Westervoort en Zevenaar;

    • f.

      Rivierenland: Buren, Culemborg, Geldermalsen, Lingewaal, Maasdriel, Neder-Betuwe, Neerijnen, Tiel, West Maas en Waal en Zaltbommel;

    • g.

      Regio Nijmegen: Berg en Dal, Beuningen, Druten, Heumen, Nijmegen en Wijchen;

    • h.

      Regio Utrecht: Bunnik, De Bilt, De Ronde Venen, Montfoort, Oudewater, Renswoude, Rhenen, Stichtse Vecht, Utrechtse Heuvelrug, Veenendaal, Vianen, Wijk bij Duurstede, Woerden, IJsselstein en Zeist;

    • i.

      RUD Utrecht: Amersfoort, Baarn, Bunschoten, Eemnes, Houten, Leusden, Lopik, Nieuwegein, Soest, Utrecht en Woudenberg;

    • j.

      IJmond: Beemster, Beverwijk, Haarlem, Heemskerk, Purmerend, Uitgeest en Velsen;

    • k.

      Noordzeekanaalgebied: Aalsmeer, Amstelveen, Amsterdam, Diemen, Haarlemmermeer, Ouder-Amstel, Uithoorn en Zaanstad;

    • l.

      Midden-Holland: Alphen aan den Rijn, Bodegraven-Reeuwijk, Gouda, Krimpenerwaard, Zuidplas en Waddinxveen;

    • m.

      West-Holland: Hillegom, Kaag en Braassem, Katwijk, Leiden, Leiderdorp, Lisse, Nieuwkoop, Noordwijk, Oegstgeest, Teylingen, Voorschoten en Zoeterwoude; en

    • n.

      Midden-West Brabant: Aalburg, Alphen-Chaam, Baarle-Nassau, Bergen op Zoom, Breda, Dongen, Drimmelen, Etten-Leur, Geertruidenberg, Gilze-Rijen, Goirle, Halderberge, Heusden, Hilvarenbeek, Loon op Zand, Moerdijk, Oisterwijk, Oosterhout, Roosendaal, Rucphen, Steenbergen, Tilburg, Waalwijk, Werkendam, Woensdrecht, Woudrichem en Zundert.

MMMMMMMMMM

Paragraaf 12.1.1 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

  • § 12.1.1 Externe veiligheidsrisico’s

    Artikel 12.1 (methode berekenen afstanden plaatsgebonden risico)

    Op het berekenen van de afstanden voor het plaatsgebonden risico, bedoeld in de artikelen 10.2, onder d, 10.3, onder c en d, 10.4, onder a, en 10.5, eerste lid, onder b, onder 1°, van het Besluit kwaliteit leefomgeving, is van toepassing:

    • a.

      voor een activiteit als bedoeld in bijlage VII, onder A en B, bij het Besluit kwaliteit leefomgeving: modules I en II van het Rekenvoorschrift omgevingsveiligheid en Safeti-NL;

    • b.

      voor windturbines als bedoeld in bijlage VII, onder D, onder 1, en onder E, onder 1, bij het Besluit kwaliteit leefomgeving: module IV van het Handboek Risicozonering WindturbinesRekenvoorschrift omgevingsveiligheid;

    • c.

      voor buisleidingen als bedoeld in bijlage VII, onder D, onder 2, bij het Besluit kwaliteit leefomgeving: module V van het Rekenvoorschrift omgevingsveiligheid en:

      • 1°.

        voor ondergrondse buisleidingen voor aardgas: Carola; en

      • 2°.

        voor ondergrondse buisleidingen voor andere stoffen dan aardgas: Safeti-NL; en

    • d.

      voor een activiteit als bedoeld in bijlage VII, onder E, onder 2 tot en met 13, bij het Besluit kwaliteit leefomgeving: modules I en II van het Rekenvoorschrift omgevingsveiligheid en Safeti-NL.

    Artikel 12.2 (methode berekenen afstand aandachtsgebieden)

    • 1.Op het berekenen van de afstand voor een aandachtsgebied, bedoeld in de artikelen 10.3, onder e, 10.4, onder b, en 10.5, eerste lid, onder b, onder 2°, van het Besluit kwaliteit leefomgeving, is van toepassing:

      • a.

        voor een brandaandachtsgebied: het Stappenplan bepalen brandaandachtsgebieden, het Rekenvoorschrift omgevingsveiligheid en Safeti-NL;

      • b.

        voor een explosieaandachtsgebied: het Stappenplan bepalen explosieaandachtsgebieden, het Rekenvoorschrift omgevingsveiligheid en Safeti-NL; en

      • c.

        voor een gifwolkaandachtsgebied: het Stappenplan bepalen gifwolkaandachtsgebieden, het Rekenvoorschrift omgevingsveiligheid en Safeti-NL.

    • 2.In afwijking van het eerste lid, onder a, zijn op het berekenen van de afstand voor een brandaandachtsgebied van ondergrondse buisleidingen voor aardgas het Stappenplan bepalen brandaandachtsgebieden, het Rekenvoorschrift omgevingsveiligheid en Carola van toepassing.

NNNNNNNNNN

Paragraaf 12.1.2 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

  • § 12.1.2 Veiligheid primaire waterkeringen

    [Gereserveerd]

    Artikel 12.2a (toepassingsbereik)

    Deze paragraaf is van toepassing op:

    • a.

      de monitoring, bedoeld in artikel 10.8a van het Besluit kwaliteit leefomgeving, voor de omgevingswaarden voor de veiligheid van primaire waterkeringen, bedoeld in artikel 2.0c van dat besluit;

    • b.

      de monitoring, bedoeld in artikel 10.8c van het Besluit kwaliteit leefomgeving, voor de andere parameters voor signalering over de veiligheid van primaire waterkeringen, bedoeld in artikel 10.8c, eerste lid, van dat besluit; en

    • c.

      de monitoring, bedoeld in artikel 20.2, tweede lid, van de wet, voor de alarmeringswaarden voor hoogwaterstanden die een gevaar voor primaire waterkeringen kunnen opleveren, bedoeld in artikel 15.3.

    Artikel 12.2b (monitoring omgevingswaarden en andere parameters voor signalering veiligheid primaire waterkeringen: bepalen hydraulische belasting en sterkte)

    • 1.Op het bepalen van de hydraulische belasting op dijktrajecten als bedoeld in bijlage II, onder A, bij het Besluit kwaliteit leefomgeving, zijn de Voorschriften bepaling hydraulische belasting primaire waterkeringen en de Oplegger WBI onder de Omgevingswet van toepassing.

    • 2.Op het bepalen van de sterkte van dijktrajecten als bedoeld in bijlage II, onder A, bij het Besluit kwaliteit leefomgeving, zijn de Voorschriften bepaling sterkte en veiligheid primaire waterkeringen en de Oplegger WBI onder de Omgevingswet van toepassing.

    Artikel 12.2c (monitoring omgevingswaarden en andere parameters voor signalering veiligheid primaire waterkeringen: methode)

    De monitoring van de omgevingswaarden voor de veiligheid van primaire waterkeringen en de andere parameters voor signalering over de veiligheid van primaire waterkeringen vindt plaats volgens de Procedure beoordeling veiligheid primaire waterkeringen en de Oplegger WBI onder de Omgevingswet.

    Artikel 12.2d (monitoring omgevingswaarden en andere parameters voor signalering veiligheid primaire waterkeringen: frequentie)

    De monitoring voor de omgevingswaarde voor de veiligheid van primaire waterkeringen en de andere parameters voor signalering over de veiligheid van primaire waterkeringen vindt voor elk dijktraject ten minste eenmaal per twaalf jaar plaats.

    Artikel 12.2e (monitoring omgevingswaarden en andere parameters voor signalering veiligheid primaire waterkeringen: verslaglegging)

    De verslaglegging over de resultaten van de monitoring voor de omgevingswaarden voor de veiligheid van primaire waterkeringen en de andere parameters voor signalering over de veiligheid van primaire waterkeringen vindt plaats volgens hoofdstuk 4 van de Procedure beoordeling veiligheid primaire waterkeringen en de Oplegger WBI onder de Omgevingswet.

    Artikel 12.2f (monitoring alarmeringswaarden: methode)

    De monitoring van de alarmeringswaarden voor hoogwaterstanden die een gevaar voor primaire waterkeringen kunnen opleveren, bedoeld in artikel 15.3, vindt plaats volgens het Landelijk Draaiboek Hoogwater en Overstromingen.

OOOOOOOOOO

Paragraaf 12.1.3 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

  • § 12.1.3 Veiligheid andere dan primaire waterkeringen in beheer bij het Rijk

    [Gereserveerd]

    Artikel 12.2g (toepassingsbereik)

    Deze paragraaf is van toepassing op de monitoring, bedoeld in artikel 10.8b van het Besluit kwaliteit leefomgeving, voor de omgevingswaarden voor de veiligheid van andere dan primaire waterkeringen in beheer bij het Rijk, bedoeld in artikel 2.0i van dat besluit.

    Artikel 12.2h (monitoring omgevingswaarden veiligheid andere dan primaire waterkeringen in beheer bij het Rijk: methode)

    De monitoring van de omgevingswaarden voor de veiligheid van andere dan primaire waterkeringen in beheer bij het Rijk vindt plaats volgens het Voorschrift monitoring veiligheid andere dan primaire waterkeringen in beheer bij het Rijk.

    Artikel 12.2i (monitoring omgevingswaarden veiligheid andere dan primaire waterkeringen in beheer bij het Rijk: frequentie)

    De monitoring voor de omgevingswaarde voor de veiligheid van andere dan primaire waterkeringen in beheer bij het Rijk vindt voor elk dijktraject ten minste eenmaal per twaalf jaar plaats.

PPPPPPPPPP

Artikel 12.3 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

  • Artikel 12.3 (toepassingsbereik)

    • Op de monitoring voor de omgevingswaarden voor de kwaliteit van de buitenlucht, bedoeld in de artikelen 2.3 tot en met 2.8 van het Besluit kwaliteit leefomgeving, en de monitoring voor andere parameters voor de kwaliteit van de buitenlucht, bedoeld in artikel 10.13 van dat besluit, zijn van toepassing:

      • a.

        als het gaat om het meten: de artikelen 12.4 tot en met 12.48; en

      • b.

        als het gaat om het berekenen: de artikelen 12.49 tot en met 12.58.

    • 1.De paragrafen 12.2.1.2 en 12.2.1.3 zijn van toepassing op:

      • a.

        de monitoring, bedoeld in artikel 10.11 van het Besluit kwaliteit leefomgeving, voor de omgevingswaarden voor de kwaliteit van de buitenlucht, bedoeld in de artikelen 2.3 tot en met 2.8 van dat besluit; en

      • b.

        de monitoring, bedoeld in artikel 10.13 van het Besluit kwaliteit leefomgeving, voor de andere parameters voor de kwaliteit van de buitenlucht, bedoeld in artikel 10.13, eerste lid, van dat besluit.

    • 2.De artikelen 12.4 tot en met 12.27 en 12.34 tot en met 12.37 zijn van toepassing op de monitoring, bedoeld in artikel 20.2, tweede lid, van de wet, voor de alarmeringswaarden voor concentraties van verontreinigende stoffen in de buitenlucht, bedoeld in artikel 15.2.

QQQQQQQQQQ

Artikel 12.14 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

  • Artikel 12.14 (aantal monitoringspunten ook gebruiken voor luchtkwaliteit NOx, VOS en PAK’s)

    • 1.Van de in de artikelen 12.4 tot en met 12.9 bedoelde monitoringspunten voor het meten van de concentratiesconcentratie van ozon, wordt ten minste één monitoringspunt in stedelijk of voorstedelijk gebied ook gebruikt voor het meten van de concentratiesconcentratie van stikstofoxiden en vluchtige organische stoffen.

    • 2.Van de in de artikelen 12.4 en 12.8 bedoelde monitoringspunten voor het meten van de concentratiesconcentratie van benzo(a)pyreen, wordt ten minste één monitoringspunt ook gebruikt voor het meten van de concentratiesconcentratie van andere relevante polycyclische aromatische koolwaterstoffen, waaronder in ieder geval benzo(a)antraceen, benzo(b)fluorantheen, benzo(j)fluorantheen, benzo(k)fluorantheen, indeno(1,2,3-cd)pyreen en dibenzo(a,h)antraceen.

RRRRRRRRRR

Artikel 12.15 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

  • Artikel 12.15 (aantal monitoringspunten ook gebruiken voor chemische samenstellingen PM2,5)

    Van de in de artikelen 12.10 tot en met 12.12 bedoelde monitoringspunten voor het meten van de concentratiesconcentratie van PM2,5, wordt ten minste één monitoringspunt ook gebruikt voor het meten van de concentraties van de chemische samenstellingen van PM2,5, waaronder in ieder geval sulfaat, nitraat, natrium, kalium, ammonium, chloride, calcium, magnesium, elementair koolstof en organisch koolstof.

SSSSSSSSSS

Artikel 12.16 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

  • Artikel 12.16 (locatie monitoringspunten algemeen)

    • 1.De monitoringspunten voor het meten van de concentratiesconcentratie van zwaveldioxide, stikstofdioxide, PM2,5, PM10, lood, koolmonoxide, arseen, cadmium, nikkel en benzo(a)pyreen liggen:

      • a.

        op locaties waar de hoogste concentratie voorkomt waaraan de bevolking wel of niet rechtstreeks kan worden blootgesteld gedurende een periode die in vergelijking met de middelingstijd van de omgevingswaarde significant is;

      • b.

        op een andere locatie dan bedoeld onder a die representatief is voor de blootstelling van de bevolking als geheel; en

      • c.

        op een locatie waar het meten van zeer kleine micromilieus in de directe omgeving wordt voorkomen, waaraan in ieder geval wordt voldaan als een monitoringspunt representatief is voor de kwaliteit van de buitenlucht:

        • 1°.

          van een straatsegment met een lengte van ten minste 100 m op locaties die sterk door het verkeer worden beïnvloed, voor stikstofdioxide, PM2,5 en PM10, lood en koolmonoxide;

        • 2°.

          van een locatie van ten minste 200 m2 die sterk door het verkeer wordt beïnvloed, voor arseen, cadmium, nikkel en benzo(a)pyreen;

        • 3°.

          van een locatie van ten minste 250 m bij 250 m die sterk door industriële bronnen wordt beïnvloed; en

        • 4°.

          van een locatie van enkele vierkante kilometers in stedelijk gebied.

    • 2.De monitoringspunten voor het meten van de verhoging van de concentratie door een milieubelastende activiteit worden zo geplaatst dat ten minste één monitoringspunt benedenwinds van die activiteit in het meest dichtbijgelegen woongebied ligt.

    • 3.De monitoringspunten zijn zo mogelijk ook representatief voor soortgelijke locaties buiten de directe omgeving.

    • 4.Het eerste tot en met derde lid is niet van toepassing op de monitoring van de omgevingswaarden voor zwaveldioxide, bedoeld in artikel 2.3, eerste lid, aanhef en onder c en d, van het Besluit kwaliteit leefomgeving.

    • 5.Het eerste tot en met vierde lid is van overeenkomstige toepassing op de monitoring van:

      • a.

        de achtergrondconcentraties van arseen, cadmium, nikkel, benzo(a)pyreen en de andere in artikel 12.14, tweede lid, genoemde polycyclische aromatische koolwaterstoffen;

      • b.

        de depositie van:

        • 1°.

          arseen, cadmium, kwik, nikkel en benzo(a)pyreen;

        • 2°.

          de andere in artikel 12.14, tweede lid, genoemde polycyclische aromatische koolwaterstoffen.

TTTTTTTTTT

Artikel 12.17 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

  • Artikel 12.17 (locatie monitoringspunten ozon)

    • 1.De monitoringspunten voor het meten van concentratiesde concentratie van ozon liggen op locaties:

      • a.

        binnen de zones en agglomeraties, bedoeld in de artikelen 2.38 en 2.39, waar de hoogste concentraties voorkomen waaraan de bevolking of de vegetatie kan worden blootgesteld gedurende een periode die ten opzichte van de middelingstijd significant is; en

      • b.

        waarvan aannemelijk is dat ze niet direct worden beïnvloed door plaatselijke emissiebronnen.

    • 2.De monitoringspunten zijn zo mogelijk ook representatief voor soortgelijke locaties buiten hun directe omgeving

UUUUUUUUUU

Artikel 12.20 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

  • Artikel 12.20 (wijze van bemonsteren bij wegen)

    • 1.Als het gaat om het bemonsteren van concentratiesde concentratie van stikstofdioxide, PM2,5 en PM10, lood, koolmonoxide en benzeen op locaties die sterk door het verkeer worden beïnvloed, ligt de inlaatbuis:

      • a.

        ten minste 25 m van de rand van grote kruispunten, waarbij de verkeersstroom wordt onderbroken en de uitstoot verschilt ten opzichte van het overige gedeelte van de weg; en

      • b.

        niet meer dan 10 m van de wegrand.

    • 2.Als het gaat om het bemonsteren van concentraties van arseen, cadmium, nikkel en benzo(a)pyreen op locaties die sterk door het verkeer worden beïnvloed, ligt de inlaatbuis:

      • a.

        ten minste 25 m van de rand van grote kruispunten, waarbij de verkeersstroom wordt onderbroken en de uitstoot verschilt ten opzichte van het overige gedeelte van de weg;

      • b.

        ten minste 4 m van het midden van de dichtstbij gelegen rijbaan; en

      • c.

        op een locatie die representatief is voor de kwaliteit van de buitenlucht in de nabijheid van de rooilijn.

VVVVVVVVVV

Artikel 12.21 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

  • Artikel 12.21 (zwaveldioxide: meetmethode)

    • 1.Op het bemonsteren en het meten van concentratiesde concentratie van zwaveldioxide is NEN-EN 14212 van toepassing.

    • 2.De meetonzekerheid, bij 95% betrouwbaarheid van de in de buitenlucht gemeten waarden, voor zwaveldioxide is ten hoogste 15% voor:

      • a.

        een uurgemiddelde waarde van 350 µg/m3; en

      • b.

        een 24-uurgemiddelde waarde van 125 µg/m3.

    • 3.In afwijking van het tweede lid is op locaties als bedoeld in artikel 2.3, derde lid, van het Besluit kwaliteit leefomgeving de meetonzekerheid, bij 95% betrouwbaarheid van de in de buitenlucht gemeten waarden, voor zwaveldioxide ten hoogste 15% voor een jaargemiddelde waarde van 20 µg/m3.

    • 4.Op het bepalen van de meetonzekerheid is NEN-EN 14212 van toepassing.

WWWWWWWWWW

Artikel 12.22 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

  • Artikel 12.22 (zwaveldioxide: gemiddelden)

    • 1.Per monitoringspunt voor het meten van concentratiesde concentratie van zwaveldioxide worden uurgemiddelde en 24-uurgemiddelde concentraties bepaald.

    • 2.Er wordt een 24-uurgemiddelde bepaald als:

      • a.

        per etmaal ten minste achttien uurgemiddelde concentraties beschikbaar zijn; of

      • b.

        op grond van de beschikbare uurgemiddelde concentraties aannemelijk is dat de omgevingswaarde, bedoeld in artikel 2.3, eerste lid, aanhef en onder b, van het Besluit kwaliteit leefomgeving, wordt of zal worden overschreden.

    • 3.Het aantal gevalideerde uurgemiddelde concentraties per kalenderjaar is ten minste 90%.

    • 4.Op grond van de beschikbare uurgemiddelde concentraties wordt bepaald of aannemelijk is dat de omgevingswaarden, bedoeld in artikel 2.3, eerste lid, van het Besluit kwaliteit leefomgeving worden of zullen worden overschreden.

    • 5.Uurgemiddelde concentraties waarvan aannemelijk is dat de afwijking ten opzichte van de werkelijke concentratie groter is dan bepaald in artikel 12.21, tweede of derde lid, worden niet gebruikt.

XXXXXXXXXX

Artikel 12.23 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

  • Artikel 12.23 (stikstofdioxide en stikstofoxiden: meetmethode)

    • 1.Op het bemonsteren en het meten van concentratiesde concentratie van stikstofdioxide en stikstofoxiden is NEN-EN 14211 van toepassing.

    • 2.De meetonzekerheid, bij 95% betrouwbaarheid van de in de buitenlucht gemeten waarden, voor stikstofdioxide is ten hoogste 15% voor:

      • a.

        een uurgemiddelde waarde van 200 µg/m3; en

      • b.

        een jaargemiddelde waarde van 40 µg/m3.

    • 3.De meetonzekerheid, bij 95% betrouwbaarheid van de in de buitenlucht gemeten waarden, voor stikstofoxiden is kleiner dan, of gelijk aan 15% voor een jaargemiddelde waarde van 30 µg/m3.

    • 4.Op het bepalen van de meetonzekerheid is NEN-EN 14211 van toepassing.

YYYYYYYYYY

Artikel 12.24 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

  • Artikel 12.24 (stikstofdioxide en stikstofoxiden: gemiddelden)

    • 1.Per monitoringspunt voor het meten van concentratiesde concentratie van stikstofdioxide en stikstofoxiden worden uurgemiddelde concentraties bepaald.

    • 2.Het aantal gevalideerde uurgemiddelde concentraties per kalenderjaar is ten minste 90%.

    • 3.Op grond van de beschikbare uurgemiddelde concentraties wordt bepaald of aannemelijk is dat de omgevingswaarde, bedoeld in artikel 2.4, tweede lid, van het Besluit kwaliteit leefomgeving, wordt of zal worden overschreden.

    • 4.Uurgemiddelde concentraties waarvan aannemelijk is dat de afwijking ten opzichte van de werkelijke concentratie groter is dan bepaald in artikel 12.23, tweede of derde lid, worden niet gebruikt.

ZZZZZZZZZZ

Artikel 12.25 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

  • Artikel 12.25 (PM10: meetmethode)

    • 1.Op het bemonsteren en het meten van concentratiesde concentratie van PM10 is NEN-EN 12341 van toepassing.

    • 2.De meetonzekerheid, bij 95% betrouwbaarheid van de in de buitenlucht gemeten waarden, voor PM10 is ten hoogste 25% voor een 24-uurgemiddelde waarde van 50 µg/m3.

    • 3.Op het bepalen van de meetonzekerheid is NEN-EN 14907 van toepassing.

AAAAAAAAAAA

Artikel 12.26 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

  • Artikel 12.26 (PM10: gemiddelden)

    • 1.Per monitoringspunt voor het meten van concentratiesde concentratie van PM10 worden 24-uurgemiddelde concentraties bepaald.

    • 2.Er wordt een 24-uurgemiddelde bepaald als:

      • a.

        per etmaal ten minste achttien uur bemonsterd is; of

      • b.

        op grond van de beschikbare uurgemiddelde concentraties aannemelijk is dat de omgevingswaarde, bedoeld in artikel 2.5, eerste lid, aanhef en onder a, van het Besluit kwaliteit leefomgeving, wordt of zal worden overschreden.

    • 3.Het aantal gevalideerde 24-uurgemiddelde concentraties per kalenderjaar is ten minste 90%.

    • 4.Op grond van de beschikbare 24-uurgemiddelde concentraties wordt bepaald of aannemelijk is dat de omgevingswaarden, bedoeld in artikel 2.5, eerste lid, van het Besluit kwaliteit leefomgeving, wordt of zullen worden overschreden.

    • 5.24-uurgemiddelde concentraties waarvan aannemelijk is dat de afwijking ten opzichte van de werkelijke concentratie groter is dan bepaald in artikel 12.25, tweede lid, worden niet gebruikt.

BBBBBBBBBBB

Artikel 12.28 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

  • Artikel 12.28 (PM2,5: meetmethode)

    • 1.Op het bemonsteren en het meten van concentratiesde concentratie van PM2,5 is NEN-EN 12341 van toepassing.

    • 2.De meetonzekerheid, bij 95% betrouwbaarheid van de in de buitenlucht gemeten waarden, voor PM2,5 is ten hoogste 25% voor een jaargemiddelde waarde van 25 µg/m3.

    • 3.Op het bepalen van de meetonzekerheid is NEN-EN 12341 van toepassing.

CCCCCCCCCCC

Artikel 12.29 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

  • Artikel 12.29 (meting PM2,5: gemiddelden)

    • 1.Per monitoringspunt voor het meten van concentratiesde concentratie van PM2,5 worden 24-uurgemiddelde concentraties bepaald.

    • 2.Er wordt een 24-uurgemiddelde concentratie bepaald als per etmaal ten minste achttien uur bemonsterd is.

    • 3.Het aantal gevalideerde 24-uurgemiddelde concentraties per kalenderjaar is ten minste 90%.

    • 4.Op grond van de beschikbare 24-uurgemiddelde concentraties wordt bepaald of de omgevingswaarden, bedoeld in artikel 2.5, tweede lid, onder a en c, van het Besluit kwaliteit leefomgeving, worden of zullen worden overschreden.

    • 5.24-uurgemiddelde concentraties waarvan aannemelijk is dat de afwijking ten opzichte van de werkelijke concentratie groter is dan bepaald in artikel 12.28, tweede lid, worden niet gebruikt.

DDDDDDDDDDD

Artikel 12.30 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

  • Artikel 12.30 (lood: meetmethode)

    • 1.Op het bemonsteren van concentratiesde concentratie van lood is NEN-EN 12341 van toepassing.

    • 2.Op het meten van concentratiesde concentratie van lood is NEN-EN 14902 van toepassing.

    • 3.De meetonzekerheid, bij 95% betrouwbaarheid van de in de buitenlucht gemeten waarden, voor lood is ten hoogste 50% voor een 24-uurgemiddelde waarde van 0,5 µg/m3.

    • 4.Op het bepalen van de meetonzekerheid is NEN-EN 14902 van toepassing.

EEEEEEEEEEE

Artikel 12.31 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

  • Artikel 12.31 (lood: gemiddelden)

    • 1.Per monitoringspunt voor het meten van concentratiesde concentratie van lood worden gedurende ten minste 14% van de tijd in een kalenderjaar concentraties bepaald. De metingen vinden gelijkmatig over het kalenderjaar gespreid plaats.

    • 2.Het aantal gevalideerde meetwaarden per kalenderjaar is ten minste 90%.

    • 3.Meetresultaten waarvan aannemelijk is dat de afwijking ten opzichte van de werkelijke concentratie groter is dan bepaald in artikel 12.30, derde lid, worden niet gebruikt.

FFFFFFFFFFF

Artikel 12.32 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

  • Artikel 12.32 (koolmonoxide: meetmethode)

    • 1.Op het bemonsteren en het meten van concentratiesde concentratie van koolmonoxide is NEN-EN 14626 van toepassing.

    • 2.De meetonzekerheid, bij 95% betrouwbaarheid van de in de buitenlucht gemeten waarden, voor koolmonoxide is ten hoogste 15% voor een acht-uurgemiddelde waarde van 10.000 µg/m3.

    • 3.Op het bepalen van de meetonzekerheid is NEN-EN 14626 van toepassing.

GGGGGGGGGGG

Artikel 12.33 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

  • Artikel 12.33 (koolmonoxide: gemiddelden)

    • 1.Per monitoringspunt voor het meten van concentratiesde concentratie van koolmonoxide worden uurgemiddelde en acht-uurgemiddelde concentraties bepaald.

    • 2.Er wordt een acht-uurgemiddelde concentratie berekend als ten minste zes uurgemiddelde concentraties beschikbaar zijn.

    • 3.Uurgemiddelde concentraties waarvan aannemelijk is dat de afwijking ten opzichte van de werkelijke concentraties groter is dan bepaald in artikel 12.32, tweede lid, worden niet gebruikt.

    • 4.Acht-uurgemiddelde concentraties worden voortschrijdend berekend uit acht achtereenvolgende uurgemiddelde concentraties. Het eerste acht-uurgemiddelde op een dag is de periode van 17.00 uur op de voorgaande dag tot 01.00 uur. Het laatste acht-uurgemiddelde op een dag is de periode van 16.00 uur tot 24.00 uur.

    • 5.Het aantal gevalideerde uurgemiddelde concentraties per kalenderjaar is ten minste 90%.

    • 6.Op grond van de beschikbare uurgemiddelde concentraties wordt bepaald of aannemelijk is dat de omgevingswaarde, bedoeld in artikel 2.6, derde lid, van het Besluit kwaliteit leefomgeving, wordt of zal worden overschreden.

HHHHHHHHHHH

Artikel 12.34 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

  • Artikel 12.34 (ozon: meetmethode)

    • 1.Op het bemonsteren en het meten van concentratiesde concentratie van ozon is NEN-EN 14625 van toepassing.

    • 2.De meetonzekerheid, bij 95% betrouwbaarheid van de in de buitenlucht gemeten waarden, voor ozon is ten hoogste 15% voor een acht-uurgemiddelde waarde van 120 µg/m3.

    • 3.Op het bepalen van de meetonzekerheid is NEN-EN 14625 van toepassing.

IIIIIIIIIII

Artikel 12.35 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

  • Artikel 12.35 (ozon: uurgemiddelde concentratie)

    • 1.Per monitoringspunt voor het meten van concentratiesde concentratie van ozon worden uurgemiddelde concentraties bepaald.

    • 2.Er wordt een uurgemiddelde concentratie bepaald als ten minste vijfenveertig minuten meetsignalen beschikbaar zijn.

JJJJJJJJJJJ

Artikel 12.37 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

  • Artikel 12.37 (ozon: AOT40)

    • 1.Uit de uurgemiddelde concentraties, bedoeld in artikel 12.35, wordt voor de periode 1 mei tot en met 31 juli en de periode 1 april tot en met 30 september een AOT40-waarde berekend, zijnde het gesommeerde verschil tussen de uurgemiddelde concentraties boven de 80 µg/m3 en 80 µg/m3.

    • 2.Er worden AOT40-waarden berekend als ten minste 90% van de uurwaarden tussen 08.00 uur en 20.00 uur in de periode van 1 mei tot en met 31 juli en in de periode van 1 april tot en met 30 september beschikbaar zijn.

    • 3.Als ten minste 90% maar minder dan 100% van de uurwaarden tussen 08.00 uur en 20.00 uur in de periode van 1 mei tot en met 31 juli en in de periode van 1 april tot en met 30 september beschikbaar zijn, worden de AOT40-waarden bepaald door de gemeten AOT40-waarde te vermenigvuldigen met de uitkomst van het totaaltotale aantal mogelijke uren in die periodes gedeeld door het aantal gemeten uurgemiddelde concentraties.

    • 4.Als het vijf-jaargemiddelde van de AOT40-waarde, bedoeld in artikel 2.7, eerste lid, aanhef en onder c, van het Besluit kwaliteit leefomgeving niet kan worden bepaald op basis van een volledige en ononderbroken reeks jaargegevens, wordt gebruik gemaakt van de gegevens van ten minste drie jaar.

KKKKKKKKKKK

Artikel 12.38 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

  • Artikel 12.38 (concentratie arseen, cadmium en nikkel: meetmethode)

    • 1.Op het bemonsteren van concentratiesde concentratie van arseen, cadmium en nikkel is NEN-EN 12341 van toepassing.

    • 2.Op het meten van concentratiesde concentratie van arseen, cadmium en nikkel is NEN-EN 14902 van toepassing.

    • 3.De meetonzekerheid, bij 95% betrouwbaarheid van de in de buitenlucht gemeten waarden, voor arseen is ten hoogste 40% voor een 24-uurgemiddelde waarde van 6 ng/m3.

    • 4.De meetonzekerheid, bij 95% betrouwbaarheid van de in de buitenlucht gemeten waarden, voor cadmium is ten hoogste 40% voor een 24-uurgemiddelde waarde van 5 ng/m3.

    • 5.De meetonzekerheid, bij 95% betrouwbaarheid van de in de buitenlucht gemeten waarden, voor nikkel is ten hoogste 40% voor een 24-uurgemiddelde waarde van 20 ng/m3.

    • 6.Op het bepalen van de meetonzekerheid is NEN-EN 12341 van toepassing.

LLLLLLLLLLL

Artikel 12.39 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

  • Artikel 12.39 (concentratie arseen, cadmium en nikkel: gemiddelden)

    • 1.Per monitoringspunt voor het meten van concentratiesde concentratie van arseen, cadmium en nikkel worden gedurende ten minste 50% van de tijd in een kalenderjaar, 24-uurgemiddelde concentraties bepaald. De metingen vinden gelijkmatig over de weekdagen en het kalenderjaar gespreid plaats.

    • 2.Het aantal gevalideerde 24-uurgemiddelde concentraties per kalenderjaar is ten minste 90%.

    • 3.Op grond van de beschikbare 24-uurgemiddelde concentraties wordt bepaald of aannemelijk is dat de omgevingswaarden, bedoeld in artikel 2.8, eerste lid, onder a tot en met c, van het Besluit kwaliteit leefomgeving, worden of zullen worden overschreden.

    • 4.24-uurgemiddelde concentraties waarvan aannemelijk is dat de afwijking ten opzichte van de werkelijke concentratie groter is dan bepaald in artikel 12.38, derde, vierde of vijfde lid, worden niet gebruikt.

MMMMMMMMMMM

Artikel 12.40 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

  • Artikel 12.40 (concentratie benzo(a)pyreen: meetmethode)

    • 1.Op het bemonsteren en het meten van concentratiesde concentratie van benzo(a)pyreen is NEN-EN 15549 van toepassing.

    • 2.De meetonzekerheid, bij 95% betrouwbaarheid van de in de buitenlucht gemeten waarden, voor benzo(a)pyreen is ten hoogste 50%.

    • 3.Op het bepalen van de meetonzekerheid is NEN-EN 15549 van toepassing.

NNNNNNNNNNN

Artikel 12.41 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

  • Artikel 12.41 (concentratie benzo(a)pyreen: gemiddelden)

    • 1.Per monitoringspunt voor het meten van concentratiesde concentratie van benzo(a)pyreen worden gedurende ten minste 33% van de tijd in een kalenderjaar, 24-uurgemiddelde concentraties bepaald. De metingen vinden gelijkmatig over de weekdagen en het kalenderjaar gespreid plaats.

    • 2.Het aantal gevalideerde 24-uurgemiddelde concentraties per kalenderjaar is ten minste 90%.

    • 3.Op grond van de beschikbare 24-uurgemiddelde concentraties wordt bepaald of aannemelijk is dat de omgevingswaarde, bedoeld in artikel 2.8, eerste lid, onder d, van het Besluit kwaliteit leefomgeving, wordt of zal worden overschreden.

    • 4.24-uurgemiddelde concentraties waarvan aannemelijk is dat de afwijking ten opzichte van de werkelijke concentratie groter is dan bepaald in artikel 12.40, tweede lid, worden niet gebruikt.

OOOOOOOOOOO

Artikel 12.42 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

  • Artikel 12.42 (concentratie andere PAK’s: meetmethode)

    • 1.Op het bemonsteren en het meten van concentratiesde concentratie van andere polycyclische aromatische koolwaterstoffen dan benzo(a)pyreen is NEN-EN 15549 van toepassing.

    • 2.Op het analyseren van monsters van andere polycyclische aromatische koolwaterstoffen dan benzo(a)pyreen is NEN-EN 12341 van toepassing.

    • 3.De meetonzekerheid, bij 95% betrouwbaarheid van de in de buitenlucht gemeten waarden, voor andere polycyclische aromatische koolwaterstoffen dan benzo(a)pyreen is ten hoogste 50%.

    • 4.Op het bepalen van de meetonzekerheid is NEN-EN 15549 van toepassing.

PPPPPPPPPPP

Artikel 12.43 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

  • Artikel 12.43 (concentratie andere PAK’s: gemiddelden)

    • 1.Per monitoringspunt voor het meten van concentratiesde concentratie van andere polycyclische aromatische koolwaterstoffen dan benzo(a)pyreen worden gedurende ten minste 14% van de tijd in een kalenderjaar concentraties bepaald. De metingen vinden gelijkmatig over het kalenderjaar gespreid plaats.

    • 2.Het aantal gevalideerde meetwaarden per kalenderjaar is ten minste 90%.

    • 3.Meetresultaten waarvan aannemelijk is dat de afwijking ten opzichte van de werkelijke concentratie groter is dan bepaald in artikel 12.42, derde lid, worden niet gebruikt.

QQQQQQQQQQQ

Artikel 12.55 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

  • Artikel 12.55 (berekenen: invoergegevens veehouderij)

    • 1.Voor het berekenen van concentratiesde concentratie van stikstofdioxide en PM10 wordt gebruik gemaakt van:

      • a.

        grootschalige concentratiegegevens, grootschalige dubbeltellingcorrectiegegevens, meteorologische gegevens en gegevens over de terreinruwheid, bedoeld in bijlage XX;

      • b.

        gegevens die standaardrekenmethode luchtkwaliteit 3 vereist over:

        • 1°.

          de fysieke kenmerken van de bron;

        • 2°.

          de kenmerken van de emissie; en

        • 3°.

          de kenmerken van de directe omgeving van de milieubelastende activiteit.

    • 2.Op het geschikt maken voor het gebruik van de gegevens is PreSRM van toepassing.

RRRRRRRRRRR

Artikel 12.58 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

  • Artikel 12.58 (verslaglegging)

    • 1.De resultaten van het vaststellen van de concentratie van stikstofdioxide en PM10 worden vastgelegd in het verslag, bedoeld in artikel 10.29, derde lid, van het Omgevingsbesluit.

    • 2.Het verslag bevat:

      • a.

        een vermelding van alle gegevens die zijn gebruikt, een toelichting en onderbouwing over de totstandkoming en de kwaliteit van die gegevens en van de wijze van invoer daarvan;

      • b.

        een vermelding van de waarden van de concentraties op de monitoringspunten;

      • c.

        een verantwoording van de toegepaste rekenmethode voor het berekenen van de concentratiesconcentratie bij wegen en een motivering dat die situatie valt binnen het toepassingsbereik van die rekenmethode, bedoeld in artikel 12.50;

      • d.

        een verantwoording van de toegepaste rekenmethode voor het berekenen van de concentratiesconcentratie bij het exploiteren van een ippc-installatie voor het houden van pluimvee of varkens, bedoeld in artikel 3.200, eerste lid, onder a, van het Besluit activiteiten leefomgeving, of bij het houden van landbouwhuisdieren, bedoeld in artikel 3.200, eerste lid, onder b, van dat besluit, en een motivering dat die situatie valt binnen het toepassingsbereik van die rekenmethode, bedoeld in artikel 12.53.

    • 3.Als gebruik is gemaakt van een monitoringspunt op meer dan 10 m van de wegrand of meer dan 25 m van de rand van grote kruispunten als bedoeld in artikel 12.51, bevat het verslag een motivering daarvan en een toelichting op de gebruikte afstand.

SSSSSSSSSSS

Na subparagraaf 12.2.1.3 wordt een subparagraaf ingevoegd, luidende:

  • § 12.2.1.4 Monitoring decentrale afwijkende omgevingswaarden

    Artikel 12.58a (monitoring afwijkende omgevingswaarden)

    Als bij omgevingsplan of omgevingsverordening een afwijkende omgevingswaarde wordt vastgesteld die strenger is dan een omgevingswaarde voor de kwaliteit van de buitenlucht als bedoeld in de artikelen 2.3 tot en met 2.8 van het Besluit kwaliteit leefomgeving, zijn op de monitoring daarvan de regels in de paragrafen 12.2.1.2 en 12.2.1.3 van overeenkomstige toepassing.

TTTTTTTTTTT

Paragraaf 12.2.2 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

  • § 12.2.2 Waterkwaliteit

    [Gereserveerd]

UUUUUUUUUUU

Het opschrift van paragraaf 12.2.3 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

  • § 12.2.312.2.2 Zwemwaterkwaliteit

VVVVVVVVVVV

Het opschrift van subparagraaf 12.2.3.1 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

  • § 12.2.3.112.2.2.1 Monitoring en beoordeling zwemwaterkwaliteit

WWWWWWWWWWW

Artikel 12.59 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

  • Artikel 12.59 (toepassingsbereik)

    Deze paragraaf is van toepassing op de monitoring, bedoeld in artikel 10.20 van het Besluit kwaliteit leefomgeving, voor de omgevingswaarde voor zwemlocaties, bedoeld in artikel 2.19 van het Besluit kwaliteit leefomgevingdat besluit.

XXXXXXXXXXX

Het opschrift van subparagraaf 12.2.3.2 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

  • § 12.2.3.212.2.2.2 Monitoring decentrale afwijkende omgevingswaarden

YYYYYYYYYYY

Artikel 12.71 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

  • Artikel 12.71 (monitoring afwijkende omgevingswaarden)

    [Gereserveerd]

    Als bij omgevingsverordening een afwijkende omgevingswaarde wordt vastgesteld die strenger is dan de omgevingswaarde voor de kwaliteit van een zwemlocatie, bedoeld in artikel 2.19 van het Besluit kwaliteit leefomgeving, zijn voor de monitoring daarvan de regels in paragraaf 12.2.2.1 van toepassing.

ZZZZZZZZZZZ

Het opschrift van paragraaf 12.2.4 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

  • § 12.2.412.2.3 Geluid

AAAAAAAAAAAA

Subparagraaf 12.2.4.1 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

  • § 12.2.4.112.2.3.1 Gegevensverzameling geluidbelasting

    [Gereserveerd]

    Artikel 12.71a (toepassingsbereik)

    Deze paragraaf is van toepassing op het berekenen van de geluidbelasting Lden en de geluidbelasting Lnight bij het vaststellen van geluidbelastingkaarten als bedoeld in artikel 10.24 van het Besluit kwaliteit leefomgeving.

    Artikel 12.71b (methode berekenen geluidbelasting)

    Op het berekenen van de geluidbelasting Lden en de geluidbelasting Lnight is van toepassing:

    • a.

      voor geluidbelasting afkomstig van wegen en spoorwegen: de reken- en meetmethoden opgenomen in bijlage XXXIII;

    • b.

      voor geluidbelasting afkomstig van activiteiten of een samenstel van activiteiten: de reken- en meetmethoden opgenomen in bijlage XXXIII; en

    • c.

      voor geluidbelasting afkomstig van luchthavens: de hoofdstukken 2.6 tot en met 4 van de bijlage Bepalingsmethoden voor de geluidsbelastingsindicatoren bij Richtlijn 2015/996/EU van de Commissie van 19 mei 2015 tot vaststelling van gemeenschappelijke bepalingsmethoden voor lawaai overeenkomstig Richtlijn 2002/49/EG van het Europees Parlement en de Raad van 25 juni 2012 inzake de evaluatie en beheersing van omgevingslawaai (PbEU 2015, L 168).

BBBBBBBBBBBB

Het opschrift van subparagraaf 12.2.4.2 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

  • § 12.2.4.212.2.3.2 Geluidbelastingkaarten

CCCCCCCCCCCC

Het opschrift van subsubparagraaf 12.2.4.2.1 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

  • § 12.2.4.2.112.2.3.2.1 Algemene bepalingen

DDDDDDDDDDDD

Het opschrift van subsubparagraaf 12.2.4.2.2 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

  • § 12.2.4.2.212.2.3.2.2 Geluidbelastingkaarten voor agglomeraties

EEEEEEEEEEEE

Artikel 12.77 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

  • Artikel 12.77 (verbeelding van luchthavens op geografische kaarten)

    • 1.Luchthavens als bedoeld in artikel 10.23, eerste lid, onder b, van het Besluit kwaliteit leefomgeving worden op geografische kaarten weergegeven door verbeelding van:

      • a.

        de ligging van de luchthaven,;

      • b.

        een beperkingengebied als bedoeld in hoofdstuk 8 of artikel 10.17 van de Wet luchtvaart;

      • c.

        de ten hoogste toelaatbare geluidbelasting door de luchthaven, door:

        • 1°.

          contouren, die liggen buiten de luchthaven, die overeenkomen met een geluidbelasting Lden van 55, 60, 65, 70 en 75 dB; en

        • 2°.

          contouren, die liggen buiten de luchthaven, die overeenkomen met een geluidbelasting Lnight van 50, 55, 60, 65 en 70 dB; en

      • d.

        de geluidgevoelige gebouwen die liggen binnen de contouren, bedoeld onder c.

    • 2.De luchthaven Schiphol wordt op geografische kaarten verbeeld door verbeelding van:

      • a.

        de ligging van de luchthaven;

      • b.

        de waarde of waarden van de ten hoogste toelaatbare geluidbelasting;

      • c.

        de punten buiten de luchthaven waar de ten hoogste toelaatbare geluidbelasting door de luchthaven is bepaald; en

      • d.

        de geluidgevoelige gebouwen die de ten hoogste toelaatbare geluidbelasting door de luchthaven ondervinden.

FFFFFFFFFFFF

Het opschrift van subsubparagraaf 12.2.4.2.3 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

  • § 12.2.4.2.312.2.3.2.3 Geluidbelastingkaarten voor belangrijke wegen, spoorwegen en luchthavens

GGGGGGGGGGGG

Paragraaf 14.1.1 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

  • § 14.1.1 Algemene bepalingen

    Artikel 14.1 (toepassingsbereik)

    Deze afdeling is van toepassing op het heffen van rechten bij een aanvraag om een besluit als bedoeld in artikel 13.1 van de wet.

    Deze afdeling is van toepassing op het heffen van rechten bij:

    • a.

      een aanvraag om een besluit als bedoeld in artikel 13.1 van de wet; en

    • b.

      de gevallen, bedoeld in artikel 161a, tweede lid, onder h en j, van het Mijnbouwbesluit.

    Artikel 14.2 (besluiten waarvoor rechten worden geheven)

    • 1.Voor het in behandeling nemen van een aanvraag om de volgende besluiten waarvoor een minister het bevoegd gezag is, heft die minister rechten:

      • a.

        een omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 5.1 van de wet, met uitzondering van een rijksmonumentenactiviteit met betrekking tot een archeologisch monument of een beperkingengebiedactiviteit met betrekking tot een militaire luchthaven; en

      • b.

        een maatwerkvoorschrift als bedoeld in artikel 4.5 van de wet, met uitzondering van maatwerkvoorschriften die betrekking hebben op een rijksmonumentenactiviteit met betrekking tot een archeologisch monument of een beperkingengebiedactiviteit met betrekking tot een militaire luchthaven.

    • 2.Het eerste lid is van overeenkomstige toepassing op een aanvraag om wijziging van een besluit als bedoeld in dat lid.

    • 3.Geen rechten worden geheven voor de behandeling van een aanvraag waarvan de kosten op grond van hoofdstuk 12 van de wet zijn of worden verhaald.

    • 4.De Minister van Economische Zaken en Klimaat heft naast de besluiten, bedoeld in het eerste lid, rechten voor het op aanvraag verlenen, wijzigen, intrekken of beoordelen van:

      • a.

        een melding als bedoeld in artikel 2.7 van het Besluit activiteiten leefomgeving;

      • b.

        een toestemming als bedoeld in artikel 2.7 van het Besluit activiteiten leefomgeving; en

      • c.

        gegevens en bescheiden als bedoeld in de artikelen 4.1117, 6.47a en 7.69 van het Besluit activiteiten leefomgeving.

    Artikel 14.2a (besluit over instemming)

    • 1.Als de voorgenomen beslissing op een aanvraag instemming behoeft van een minister op grond van artikel 16.16 van de wet, heft die minister voor het in behandeling nemen van de aanvraag om het besluit over instemming van het bevoegd gezag rechten.

    • 2.De rechten worden geheven met overeenkomstige toepassing van de bepalingen in dit hoofdstuk over het heffen van rechten voor het in behandeling nemen van de aanvraag waarop de instemming betrekking heeft, met uitzondering van de artikelen 14.4 tot en met 14.6.

    Artikel 14.3 (bepalen tarief)

    • Als een aanvraag betrekking heeft op meerdere activiteiten, is het tarief opgebouwd uit de som van de tarieven behorend bij die activiteiten.

    • 1.Als een aanvraag betrekking heeft op meerdere activiteiten, is het tarief opgebouwd uit de som van de tarieven behorend bij die activiteiten.

    • 2.Het tarief behorend bij een aanvraag om een maatwerkvoorschrift of bij een aanvraag om toestemming om een gelijkwaardige maatregel te treffen is niet van toepassing als het onderwerp waarop het maatwerkvoorschrift betrekking heeft of de gelijkwaardige maatregel onderdeel is van een aanvraag om een omgevingsvergunning.

    • 3.Als de voorgenomen beslissing op een aanvraag instemming behoeft van een ander bestuursorgaan op grond van artikel 16.16 van de wet, wordt het tarief verhoogd met het tarief dat dat bestuursorgaan voor het in behandeling nemen van de aanvraag om het besluit over instemming in rekening brengt.

    Artikel 14.4 (gereduceerd tarief)

    • 1.Als het bevoegd gezag op grond van een aanvraag om een omgevingsvergunning oordeelt dat voor de voorgenomen activiteit geen omgevingsvergunning is vereist, bedraagt het tarief 15% van het oorspronkelijke tarief voor het in behandeling nemen van die aanvraag.

    • 2.Als na toepassing van artikel 4:5 van de Algemene wet bestuursrecht een aanvraag buiten behandeling wordt gelaten, bedraagt het tarief 15% van het oorspronkelijke tarief voor het in behandeling nemen van die aanvraag.

    • 3.Als een aanvraag om een omgevingsvergunning of een aanvraag om een maatwerkvoorschrift op de voorbereiding waarvan afdeling 3.4 van de Algemene wet bestuursrecht van toepassing is geheel of gedeeltelijk is ingetrokken, geldt voor de activiteiten waarvoor de aanvraag is ingetrokken het volgende percentage van het oorspronkelijke tarief dat bij die activiteiten behoort:

      • a.

        bij gehele of gedeeltelijke intrekking binnen zes weken na de indiening van de aanvraag: 25%;

      • b.

        bij gehele of gedeeltelijke intrekking op een tijdstip vanaf zes weken tot achttien weken na de indiening van de aanvraag: 50%;

      • c.

        bij gehele of gedeeltelijke intrekking op een tijdstip vanaf achttien weken na de indiening van de aanvraag: 75%.

    • 4.Als een aanvraag om een omgevingsvergunning of een aanvraag om een maatwerkvoorschrift op de voorbereiding waarvan afdeling 3.4 van de Algemene wet bestuursrecht niet van toepassing is geheel of gedeeltelijk wordt ingetrokken, geldt voor de activiteiten waarvoor de aanvraag is ingetrokken het volgende percentage van het oorspronkelijke tarief dat bij die activiteiten behoort:

      • a.

        bij gehele of gedeeltelijke intrekking binnen vier weken na indiening van de aanvraag: 25%;

      • b.

        bij gehele of gedeeltelijke intrekking na vier weken en binnen zes weken na indiening van de aanvraag: 50%; of

      • c.

        bij gehele of gedeeltelijke intrekking na zes weken na indiening van de aanvraag: 75%.

    Artikel 14.5 (heffen bij beschikking)

    • 1.De rechten worden geheven bij beschikking.

    • 2.Als voor de beslissing op een aanvraag om een besluit een uurtarief is opgenomen, bevat de beschikking een begroting van de kosten.

    • 3.Het bevoegd gezag zendt de beschikking drie weken na ontvangst van de aanvraag toe aan de aanvrager.

    • 4.De betaling geschiedt binnen vijf weken na toezending van de beschikking.

    • 5.De beslissing op een aanvraag om een besluit als bedoeld in deze afdeling wordt niet eerder genomen dan nadat de aanvrager het verschuldigde recht heeft betaald.

    • 6.Het tweede tot en met vijfde lid zijn niet van toepassing als de Minister van Economische Zaken en Klimaat het bevoegd gezag is.

    Artikel 14.6 (terugbetaling of wijziging)

    • 1.Bij de beslissing op een aanvraag om een besluit waarvoor een uurtarief is opgenomen worden teveel betaalde kosten terugbetaald. De terugbetaling wordt berekend door het bedoelde uurtarief te vermenigvuldigen met het aantal werkelijk bestede uren, verminderd met het al betaalde tarief, bedoeld in artikel 14.5, vijfde lid. Het teveel betaalde wordt binnen zes weken na de beslissing op de aanvraag terugbetaald.

    • 2.Als bij een aanvraag om een besluit een van de gevallen, bedoeld in artikel 14.4, van toepassing is, en:

      • a.

        de aanvrager het verschuldigde recht niet heeft betaald, wordt de beschikking tot het heffen van het recht ambtshalve daaraan aangepast,; of

      • b.

        de aanvrager het verschuldigde recht heeft betaald, wordt ambtshalve een teruggaaf verleend.

    • 3.Het eerste en tweede lid zijn niet van toepassing als de Minister van Economische Zaken en Klimaat het bevoegd gezag is.

HHHHHHHHHHHH

Paragraaf 14.1.2 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

  • § 14.1.2 Bouwactiviteiten

    [Gereserveerd]

    Artikel 14.7 (bouwactiviteit: tarief omgevingsvergunning)

    • 1.Als een aanvraag om een omgevingsvergunning betrekking heeft op een bouwactiviteit als bedoeld in artikel 2.15d van het Besluit bouwwerken leefomgeving, bedraagt het tarief € 250.

    • 2.Het tarief in het eerste lid wordt vermeerderd met:

      • a.

        0,24% van de bouwkosten over het deel van de bouwkosten tussen de € 0 en € 25.000;

      • b.

        0,23% van de bouwkosten over het deel van de bouwkosten tussen de € 25.000 en € 50.000;

      • c.

        1,10% van de bouwkosten over het deel van de bouwkosten tussen de € 50.000 en € 200.000;

      • d.

        1,57% van de bouwkosten over het deel van de bouwkosten tussen de € 200.000 en € 2.500.000; en

      • e.

        1,61% van de bouwkosten over het deel van de bouwkosten tussen de € 2.500.000 en elk bedrag daarboven.

    • 3.Het eerste lid is van overeenkomstige toepassing op een aanvraag om wijziging van de omgevingsvergunning.

    Artikel 14.8 (bouwactiviteit: modaliteiten)

    Als op grond van artikel 10.24, eerste lid, van het Omgevingsbesluit afdeling 3.4 van de Algemene wet bestuursrecht van toepassing is op de voorbereiding van het besluit, wordt het tarief, bedoeld in artikel 14.7, tweede lid, verhoogd met € 1.600.

    Artikel 14.9 (bouwactiviteit: tarief maatwerkvoorschrift)

    Als een aanvraag om een maatwerkvoorschrift betrekking heeft op:

    • a.

      het in stand houden van een bestaand bouwwerk, bedoeld in artikel 3.1 van het Besluit bouwwerken leefomgeving;

    • b.

      bouwactiviteiten die het bouwen van nieuwe bouwwerken betreffen als bedoeld in artikel 4.1 van het Besluit bouwwerken leefomgeving;

    • c.

      het gebruik van een bouwwerk, bedoeld in artikel 6.1 van het Besluit bouwwerken leefomgeving; of

    • d.

      het verrichten van bouw- of sloopwerkzaamheden als bedoeld in artikel 7.1 van het Besluit bouwwerken leefomgeving,

    bedraagt het uurtarief € 125.

    Artikel 14.10 (bouwactiviteit: tarief verlengen omgevingsvergunning)

    Als een aanvraag betrekking heeft op het verlengen van de in een omgevingsvergunning voor een bouwactiviteit gestelde termijn, bedoeld in artikel 10.23, tweede lid, van het Omgevingsbesluit, bedraagt het tarief € 500.

IIIIIIIIIIII

Paragraaf 14.1.3 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

  • § 14.1.3 AfwijkactiviteitenOmgevingsplanactiviteiten

    Artikel 14.11 (afwijkactiviteitomgevingsplanactiviteit: tarief omgevingsvergunning)

    • 1.Als een aanvraag om een omgevingsvergunning betrekking heeft op een afwijkactiviteitomgevingsplanactiviteit van nationaal belang als bedoeld in artikel 4.8 van het Omgevingsbesluit, bedraagt het tarief € 5.000.

    • 2.Het eerste lid is van overeenkomstige toepassing op een aanvraag om wijziging van de omgevingsvergunning.

    Artikel 14.12 (afwijkactiviteitomgevingsplanactiviteit: modaliteiten)

    Als op grond van artikel 10.24, eerste lid, van het Omgevingsbesluit afdeling 3.4 van de Algemene wet bestuursrecht van toepassing is op de voorbereiding van het besluit, wordt het tarief, bedoeld in artikel 14.11, eerste lid, verhoogd met € 1.600.

JJJJJJJJJJJJ

Paragraaf 14.1.4 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

  • § 14.1.4 Milieubelastende activiteiten en lozingsactiviteiten

    Artikel 14.13 (lozingsactiviteit: tarief omgevingsvergunning)

    • 1.Als een aanvraag om een omgevingsvergunning betrekking heeft op een lozingsactiviteit op een oppervlaktewaterlichaam of een zuiveringtechnisch werk en het gaat om het lozen van afvalwater afkomstig van een milieubelastende activiteit als bedoeld in hoofdstuk 3 van het Besluit activiteiten leefomgeving, bedraagt het tarief € 607.

    • 2.Het eerste lid is van overeenkomstige toepassing op een aanvraag om wijziging van de omgevingsvergunning.

    Artikel 14.14 (lozingsactiviteit: modaliteiten)

    • 1.Als op grond van artikel 16.43, eerste lid, van de wet bij de voorbereiding van het besluit een milieueffectrapport moet worden gemaakt, wordt het tarief, bedoeld in artikel 14.13, eerste lid, verhoogd met € 8.422.

    • 2.Als op grond van artikel 10.24, eerste lid, van het Omgevingsbesluit afdeling 3.4 van de Algemene wet bestuursrecht van toepassing is op de voorbereiding van het besluit, wordt het tarief, bedoeld in artikel 14.13, eerste lid, verhoogd met € 8.974.

    • 3.Als kennisgeving van het ontwerp en van het besluit of van de zakelijke inhoud ervan in een dag-, nieuws- of huis-aan-huisblad of in de Staatscourant geschiedt, wordt het tarief, bedoeld in artikel 14.13, eerste lid, verhoogd met € 520.

    • 4.Als een aanvraag als bedoeld in artikel 14.13 wordt ingediend:

      • a.

        waarop afdeling 3.3 van het Besluit activiteiten leefomgeving van toepassing is, wordt het tarief, bedoeld in artikel 14.13, eerste lid, verhoogd met € 3.786,; of

      • b.

        voor een lozingsactiviteit vanuit een ippc-installatie waarop afdeling 3.3 van het Besluit activiteiten leefomgeving niet van toepassing is, wordt het tarief, bedoeld in artikel 14.13, eerste lid, verhoogd met € 2.243.

    • 5.Als bij een aanvraag om een omgevingsvergunning voor een hogedrempelinrichting een veiligheidsrapport als bedoeld in artikel 4.14 van het Besluit activiteiten leefomgeving is ingediend, wordt het tarief, bedoeld in artikel 14.13, eerste lid, verhoogd met € 3.365.

    Artikel 14.15 (lozingsactiviteit: tarief maatwerkvoorschrift)

    Als een aanvraag om een maatwerkvoorschrift betrekking heeft op een lozingsactiviteit op een oppervlaktewaterlichaam of een zuiveringtechnisch werk en het gaat om het lozen van afvalwater afkomstig van een milieubelastende activiteit als bedoeld in hoofdstuk 3 van het Besluit activiteiten leefomgeving, bedraagt het tarief € 3.786.

    Artikel 14.16 (milieubelastende activiteit voor mijnbouw: tarief omgevingsvergunning)

    • [Gereserveerd]

    • 1.Als een aanvraag om een omgevingsvergunning betrekking heeft op het aanleggen of het exploiteren van een mijnbouwwerk, bedoeld in de artikelen 3.320 en 3.321, eerste lid, van het Besluit activiteiten leefomgeving, bedraagt het tarief € 7.280.

    • 2.Het eerste lid is van overeenkomstige toepassing op een aanvraag om wijziging van de omgevingsvergunning.

    Artikel 14.17 (milieubelastende activiteit voor mijnbouw: modaliteiten)

    • [Gereserveerd]

    • 1.Als op grond van artikel 16.43, eerste lid, van de wet bij de voorbereiding van het besluit moet worden beoordeeld of het besluit aanzienlijke milieueffecten kan hebben, wordt het tarief, bedoeld in artikel 14.16, eerste lid, verhoogd met € 2.750.

    • 2.Als op grond van artikel 16.43, eerste lid, van de wet bij de voorbereiding van het besluit een milieueffectrapport moet worden gemaakt, wordt het tarief, bedoeld in artikel 14.16, eerste lid, verhoogd met € 5.250.

    • 3.Als op grond van artikel 10.24, eerste lid, van het Omgevingsbesluit afdeling 3.4 van de Algemene wet bestuursrecht van toepassing is op de voorbereiding van het besluit, wordt het tarief, bedoeld in artikel 14.16, eerste lid, verhoogd met € 2.750.

    • 4.Als kennisgeving van het ontwerp van het besluit en bekendmaking, kennisgeving of mededeling van het besluit of de zakelijke inhoud ervan in een huis-aan-huisblad geschiedt, wordt het tarief, bedoeld in artikel 14.16, eerste lid, verhoogd met € 520 per publicatie en, voor zover de kennisgeving, bekendmaking of mededeling in een landelijk dagblad of in andere media geschiedt, met de daarvoor in rekening gebrachte kosten.

    • 5.Als een aanvraag om wijziging van de omgevingsvergunning wordt gedaan en de wijziging geen significante nadelige gevolgen heeft voor de gezondheid of het milieu als bedoeld in artikel 10.24, vierde lid, van het Omgevingsbesluit, wordt het tarief, bedoeld in artikel 14.16, tweede lid, verminderd met € 2.080.

    Artikel 14.18 (milieubelastende activiteit voor mijnbouw: tarief maatwerkvoorschrift)

    • [Gereserveerd]

    • 1.Als een aanvraag om een maatwerkvoorschrift betrekking heeft op het aanleggen of het exploiteren van een mijnbouwwerk, bedoeld in artikel 3.320 van het Besluit activiteiten leefomgeving, bedraagt het tarief € 1.920.

    • 2.Als kennisgeving van het ontwerp van het besluit en bekendmaking, kennisgeving of mededeling van het besluit of de zakelijke inhoud ervan in een huis-aan-huisblad geschiedt, wordt het tarief verhoogd met € 520 per publicatie en, voor zover de kennisgeving, bekendmaking of mededeling in een landelijk dagblad of in andere media geschiedt, met de daarvoor in rekening gebrachte kosten.

    Artikel 14.18a (milieubelastende activiteit voor mijnbouw: tarief toestemming)

    • [Gereserveerd]

    • 1.Als een aanvraag om toestemming om een gelijkwaardige maatregel te treffen betrekking heeft op het aanleggen of het exploiteren van een mijnbouwwerk, bedoeld in artikel 3.320 van het Besluit activiteiten leefomgeving, bedraagt het tarief € 1.920.

    • 2.Als kennisgeving van het ontwerp van het besluit en bekendmaking, kennisgeving of mededeling van het besluit of de zakelijke inhoud ervan in een huis-aan-huisblad geschiedt, wordt het tarief verhoogd met € 520 per publicatie en, voor zover de kennisgeving, bekendmaking of mededeling in een landelijk dagblad of in andere media geschiedt, met de daarvoor in rekening gebrachte kosten.

    Artikel 14.18b (milieubelastende activiteit voor mijnbouw: tarief gegevens en bescheiden)

    [Gereserveerd]

    Als voor het aanleggen, aanpassen, testen, onderhouden, repareren of buiten gebruik stellen van een boorgat met een verplaatsbaar mijnbouwwerk of voor het stimuleren van een voorkomen via een boorgat met een verplaatsbaar mijnbouwwerk gegevens en bescheiden worden verstrekt, als bedoeld in de artikelen 4.1116 en 4.1117, eerste lid, van het Besluit activiteiten leefomgeving, bedraagt het tarief € 1.920.

    Artikel 14.19 (militaire zeehaven: tarief omgevingsvergunning)

    Als een aanvraag om een omgevingsvergunning betrekking heeft op het exploiteren van een militaire zeehaven als, bedoeld in artikelde artikelen 3.323 en 3.324 van het Besluit activiteiten leefomgeving, bedraagt het uurtarief € 125.

    Artikel 14.20 (militaire luchthaven: tarief omgevingsvergunning)

    Als een aanvraag om een omgevingsvergunning betrekking heeft op het exploiteren van een militaire luchthaven als, bedoeld in artikelde artikelen 3.326 en 3.327 van het Besluit activiteiten leefomgeving, bedraagt het uurtarief € 125.

    Artikel 14.21 (opslaan en bewerken van ontplofbare stoffen of voorwerpen op militaire objecten: tarief omgevingsvergunning)

    Als een aanvraag om een omgevingsvergunning betrekking heeft op het opslaan en bewerken van ontplofbare stoffen of voorwerpen als, bedoeld in artikelde artikelen 3.331 en 3.332 van het Besluit activiteiten leefomgeving, bedraagt het uurtarief € 125.

    Artikel 14.22 (het gebruik van ontplofbare stoffen en voorwerpen op militaire objecten: tarief omgevingsvergunning)

    Als een aanvraag om een omgevingsvergunning betrekking heeft op het gebruik van ontplofbare stoffen of voorwerpen als, bedoeld in artikelde artikelen 3.334 en 3.335 van het Besluit activiteiten leefomgeving, bedraagt het uurtarief € 125.

    Artikel 14.23 (overige milieubelastende activiteit: tarief omgevingsvergunning)

    Als een aanvraag om een omgevingsvergunning betrekking heeft op een milieubelastende activiteit als bedoeld in hoofdstuk 3 van het Besluit activiteiten leefomgeving, anders dan bedoeld in de artikelen 14.13, 14.16 en 14.19 tot en met 14.22, bedraagt het uurtarief € 125.

    Artikel 14.24 (milieubelastende activiteit: tarief wijziging omgevingsvergunning)

    Voor het in behandeling nemen van een aanvraag om wijziging van een omgevingsvergunning als bedoeld in de artikelen 14.19 tot en met 14.23 die betrekking heeft op:

    • a.

      één milieubelastende activiteit als bedoeld in hoofdstuk 3 van het Besluit activiteiten leefomgeving, bedraagt het tarief € 2.500,;

    • b.

      twee tot vijf milieubelastende activiteiten als bedoeld in hoofdstuk 3 van het Besluit activiteiten leefomgeving, bedraagt het tarief, in afwijking van artikel 14.3 € 4.375,;

    • c.

      vijf tot tien milieubelastende activiteiten als bedoeld in hoofdstuk 3 van het Besluit activiteiten leefomgeving, bedraagt het tarief, in afwijking van artikel 14.3 € 8.125,;

    • d.

      tien tot vijftien milieubelastende activiteiten als bedoeld in hoofdstuk 3 van het Besluit activiteiten leefomgeving, bedraagt het tarief, in afwijking van artikel 14.3 € 11.250,; of

    • e.

      vijftien of meer milieubelastende activiteiten als bedoeld in hoofdstuk 3 van het Besluit activiteiten leefomgeving, bedraagt het tarief, in afwijking van artikel 14.3 € 15.000.

    Artikel 14.25 (milieubelastende activiteit: tarief maatwerkvoorschrift)

    • 1.Voor een aanvraag om een maatwerkvoorschrift als bedoeld in hoofdstuk 3 van het Besluit activiteiten leefomgeving, anders dan bedoeld in artikelde artikelen 14.15 en 14.18, die betrekking heeft op:

      • a.

        één milieubelastende activiteit als bedoeld in hoofdstuk 3 van het Besluit activiteiten leefomgeving, bedraagt het tarief € 2.500,;

      • b.

        twee tot vijf milieubelastende activiteiten als bedoeld in hoofdstuk 3 van het Besluit activiteiten leefomgeving, bedraagt het tarief, in afwijking van artikel 14.3 € 4.375,;

      • c.

        vijf tot tien milieubelastende activiteiten als bedoeld in hoofdstuk 3 van het Besluit activiteiten leefomgeving, bedraagt het tarief, in afwijking van artikel 14.3 € 8.125,;

      • d.

        tien tot vijftien milieubelastende activiteiten als bedoeld in hoofdstuk 3 van het Besluit activiteiten leefomgeving, bedraagt het tarief, in afwijking van artikel 14.3 € 11.250,; of

      • e.

        vijftien of meer milieubelastende activiteiten als bedoeld in hoofdstuk 3 van het Besluit activiteiten leefomgeving, bedraagt het tarief, in afwijking van artikel 14.3 € 15.000.

    • 2.Het eerste lid is van overeenkomstige toepassing op een aanvraag om wijziging van het maatwerkvoorschrift.

KKKKKKKKKKKK

Paragraaf 14.1.5 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

  • § 14.1.5 Activiteiten in of bij waterstaatswerken in beheer bij het Rijk

    Artikel 14.26 (activiteit in of bij waterstaatswerken in beheer bij het Rijk: tarief omgevingsvergunning)

    • 1.Als een aanvraag om een omgevingsvergunning betrekking heeft op een beperkingengebiedactiviteit met betrekking tot een waterstaatswerk in beheer bij het Rijk, een lozingsactiviteit op een oppervlaktewaterlichaam in beheer bij het Rijk, een ontgrondingsactiviteit in een oppervlaktewaterlichaam in beheer bij het Rijk of een wateronttrekkingsactiviteit in een oppervlaktewaterlichaam in beheer bij het Rijk als bedoeld in hoofdstuk 6artikel 6.1, eerste lid, onder a tot en met c en e, van het Besluit activiteiten leefomgeving, bedraagt het tarief € 607.

    • 2.Het eerste lid is van overeenkomstige toepassing op een aanvraag om wijziging van de omgevingsvergunning.

    Artikel 14.27 (activiteit in of bij waterstaatswerken in beheer bij het Rijk: modaliteiten)

    • 1.Als op grond van artikel 16.43, eerste lid, van de wet bij de voorbereiding van het besluit een milieueffectrapport moet worden gemaakt, wordt het tarief, bedoeld in artikel 14.26, eerste lid, verhoogd met € 8.422.

    • 2.Als op grond van artikel 10.24, eerste lid, van het Omgevingsbesluit afdeling 3.4 van de Algemene wet bestuursrecht van toepassing is op de voorbereiding van het besluit, wordt het tarief, bedoeld in artikel 14.26, eerste lid, verhoogd met € 8.974.

    • 3.Als kennisgeving van het ontwerp en van het besluit of van de zakelijke inhoud ervan in een dag-, nieuws- of huis-aan-huisblad of in de Staatscourant geschiedt, wordt het tarief, bedoeld in bedoeld in artikel 14.26, eerste lid, verhoogd met € 520.

    Artikel 14.28 (activiteit in of bij waterstaatswerken in beheer bij het Rijk: tarief maatwerkvoorschrift)

    Als een aanvraag om een maatwerkvoorschrift betrekking heeft op een beperkingengebiedactiviteit met betrekking tot een waterstaatswerk in beheer bij het Rijk, een lozingsactiviteit op een oppervlaktewaterlichaam in beheer bij het Rijk, een ontgrondingsactiviteit in een oppervlaktewaterlichaam in beheer bij het Rijk, of een wateronttrekkingsactiviteit in een oppervlaktewaterlichaam in beheer bij het Rijk als bedoeld in hoofdstuk 6artikel 6.1, eerste lid, onder a tot en met c en e, van het Besluit activiteiten leefomgeving, bedraagt het tarief € 2.725.

    Artikel 14.28a (mijnbouwlocatieactiviteit: tarief omgevingsvergunning)

    • [Gereserveerd]

    • 1.Als een aanvraag om een omgevingsvergunning betrekking heeft op een mijnbouwlocatieactiviteit als bedoeld in artikel 6.46, aanhef en onder a, van het Besluit activiteiten leefomgeving, bedraagt het tarief € 1.920.

    • 2.Het eerste lid is van overeenkomstige toepassing op een aanvraag om wijziging van de omgevingsvergunning.

    Artikel 14.28b (mijnbouwlocatieactiviteit: modaliteiten)

    • [Gereserveerd]

    • 1.Als op grond van artikel 16.43, eerste lid, van de wet bij de voorbereiding van het besluit moet worden beoordeeld of het besluit aanzienlijke milieueffecten kan hebben, wordt het tarief, bedoeld in artikel 14.28a, eerste lid, verhoogd met € 2.750.

    • 2.Als op grond van artikel 16.43, eerste lid, van de wet bij de voorbereiding van het besluit een milieueffectrapport moet worden gemaakt, wordt het tarief, bedoeld in artikel 14.28a, eerste lid, verhoogd met € 5.250.

    • 3.Als op grond van artikel 10.24, eerste lid, van het Omgevingsbesluit afdeling 3.4 van de Algemene wet bestuursrecht van toepassing is op de voorbereiding van het besluit, wordt het tarief, bedoeld in artikel 14.28a, eerste lid, verhoogd met € 2.750.

    • 4.Als kennisgeving van het ontwerp van het besluit en bekendmaking, kennisgeving of mededeling van het besluit of de zakelijke inhoud ervan in een huis-aan-huisblad geschiedt, wordt het tarief, bedoeld in artikel 14.28a, eerste lid, verhoogd met € 520 per publicatie en, voor zover de kennisgeving, bekendmaking of mededeling in een landelijk dagblad of in andere media geschiedt, met de daarvoor in rekening gebrachte kosten.

    • 5.Als een aanvraag om wijziging van de omgevingsvergunning wordt gedaan en de wijziging geen significante nadelige gevolgen heeft voor de gezondheid of het milieu als bedoeld in artikel 10.24, vierde lid, van het Omgevingsbesluit, wordt het tarief, bedoeld in artikel 14.28a, tweede lid, verminderd met € 2.080.

    Artikel 14.28c (mijnbouwlocatieactiviteit: tarief maatwerkvoorschrift)

    [Gereserveerd]

    Als een aanvraag om een maatwerkvoorschrift betrekking heeft op een mijnbouwlocatieactiviteit als bedoeld in artikel 6.45 van het Besluit activiteiten leefomgeving, bedraagt het tarief € 1.920.

    Artikel 14.28d (mijnbouwlocatieactiviteit: tarief toestemming)

    [Gereserveerd]

    Als een aanvraag om toestemming om een gelijkwaardige maatregel te treffen betrekking heeft op een mijnbouwlocatieactiviteit als bedoeld in artikel 6.45, van het Besluit activiteiten leefomgeving, bedraagt het tarief € 1.920.

    Artikel 14.28e (mijnbouwlocatieactiviteit: tarief melding)

    [Gereserveerd]

    Als voor het gebruiken van een locatie in een oppervlaktewaterlichaam in beheer bij het Rijk voor een mijnbouwinstallatie, met inbegrip van het voor die installatie geldende beperkingengebied, een melding wordt gedaan als bedoeld in artikel 6.47, eerste lid, van het Besluit activiteiten leefomgeving, bedraagt het tarief € 1.920.

    Artikel 14.28f (beperkingengebiedactiviteit mijnbouwinstallatie waterstaatswerk: tarief omgevingsvergunning)

    • [Gereserveerd]

    • 1.Als een aanvraag om een omgevingsvergunning betrekking heeft op een beperkingengebiedactiviteit met betrekking tot een mijnbouwinstallatie in een waterstaatswerk als bedoeld in de artikelen 6.56i en 6.56j van het Besluit activiteiten leefomgeving, bedraagt het tarief € 1.920.

    • 2.Het eerste lid is van overeenkomstige toepassing op een aanvraag om wijziging van de omgevingsvergunning.

    Artikel 14.28g (beperkingengebiedactiviteit mijnbouwinstallatie waterstaatswerk: modaliteiten)

    • [Gereserveerd]

    • 1.Als op grond van artikel 10.24, eerste lid, van het Omgevingsbesluit afdeling 3.4 van de Algemene wet bestuursrecht van toepassing is op de voorbereiding van het besluit, wordt het tarief, bedoeld in artikel 14.28f, eerste lid, verhoogd met € 2.750.

    • 2.Als kennisgeving van het ontwerp van het besluit en bekendmaking, kennisgeving of mededeling van het besluit of de zakelijke inhoud ervan in een huis-aan-huisblad geschiedt, wordt het tarief, bedoeld in artikel 14.28f, eerste lid, verhoogd met € 520 per publicatie en, voor zover de kennisgeving, bekendmaking of mededeling in een landelijk dagblad of in andere media geschiedt, met de daarvoor in rekening gebrachte kosten.

    Artikel 14.28h (beperkingengebiedactiviteit mijnbouwinstallatie waterstaatswerk: tarief maatwerkvoorschrift)

    [Gereserveerd]

    Als een aanvraag om een maatwerkvoorschrift betrekking heeft op een beperkingengebiedactiviteit met betrekking tot een mijnbouwinstallatie in een waterstaatswerk als bedoeld in artikel 6.56i van het Besluit activiteiten leefomgeving, bedraagt het tarief € 1.920.

    Artikel 14.28i (beperkingengebiedactiviteit mijnbouwinstallatie waterstaatswerk: tarief toestemming)

    [Gereserveerd]

    Als een aanvraag om toestemming om een gelijkwaardige maatregel te treffen betrekking heeft op een beperkingengebiedactiviteit met betrekking tot een mijnbouwinstallatie in een waterstaatswerk als bedoeld in artikel 6.56i van het Besluit activiteiten leefomgeving, bedraagt het tarief € 1.920.

LLLLLLLLLLLL

Paragraaf 14.1.6 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

  • § 14.1.6 Activiteiten in de Noordzee

    Artikel 14.29 (activiteit in de Noordzee: tarief omgevingsvergunning)

    • 1.Als een aanvraag om een omgevingsvergunning betrekking heeft op een beperkingengebiedactiviteit met betrekking tot een waterstaatswerk, een beperkingengebiedactiviteit met betrekking tot een installatie in een waterstaatswerk, een lozingsactiviteit op een oppervlaktewaterlichaam, een stortingsactiviteit op zee, een ontgrondingsactiviteit of een wateronttrekkingsactiviteit als bedoeld in hoofdstuk 7artikel 7.1, onder a tot en met e en g, van het Besluit activiteiten leefomgeving, bedraagt het tarief € 607.

    • 2.Het eerste lid is van overeenkomstige toepassing op een aanvraag om wijziging van de omgevingsvergunning.

    Artikel 14.30 (activiteit in de Noordzee: modaliteiten)

    • 1.Als op grond van artikel 16.43, eerste lid, van de wet bij de voorbereiding van het besluit een milieueffectrapport moet worden gemaakt, wordt het tarief, bedoeld in artikel 14.29, eerste lid, verhoogd met € 8.422.

    • 2.Als op grond van artikel 10.24, eerste lid, van het Omgevingsbesluit afdeling 3.4 van de Algemene wet bestuursrecht van toepassing is op de voorbereiding van het besluit, wordt het tarief, bedoeld in artikel 14.29, eerste lid, verhoogd met € 8.974.

    • 3.Als kennisgeving van het ontwerp en van het besluit of van de zakelijke inhoud ervan in een dag-, nieuws- of huis-aan-huisblad of in de Staatscourant geschiedt, wordt het tarief, bedoeld in bedoeld in artikel 14.29, eerste lid, verhoogd met € 6.500.

    Artikel 14.31 (activiteit in de Noordzee: tarief maatwerkvoorschrift)

    Als een aanvraag om een maatwerkvoorschrift betrekking heeft op een beperkingengebiedactiviteit met betrekking tot een waterstaatswerk, een beperkingengebiedactiviteit met betrekking tot een installatie in een waterstaatswerk, een lozingsactiviteit op een oppervlaktewaterlichaam, een stortingsactiviteit op zee, een ontgrondingsactiviteit of een wateronttrekkingsactiviteit als bedoeld in hoofdstuk 7artikel 7.1, onder a tot en met e en g, van het Besluit activiteiten leefomgeving, bedraagt het tarief € 2.725.

    Artikel 14.31a (beperkingengebied mijnbouwinstallatie Noordzee: tarief omgevingsvergunning)

    • [Gereserveerd]

    • 1.Als een aanvraag om een omgevingsvergunning betrekking heeft op een beperkingengebiedactiviteit met betrekking tot een installatie in een waterstaatswerk als bedoeld in de artikelen 7.46 en 7.47, eerste lid, van het Besluit activiteiten leefomgeving, bedraagt het tarief € 1.920.

    • 2.Het eerste lid is van overeenkomstige toepassing op een aanvraag om wijziging van de omgevingsvergunning.

    Artikel 14.31b (beperkingengebiedactiviteit mijnbouwinstallatie Noordzee: modaliteiten)

    • [Gereserveerd]

    • 1.Als op grond van artikel 10.24, eerste lid, van het Omgevingsbesluit afdeling 3.4 van de Algemene wet bestuursrecht van toepassing is op de voorbereiding van het besluit, wordt het tarief, bedoeld in artikel 14.31a, eerste lid, verhoogd met € 2.750.

    • 2.Als kennisgeving van het ontwerp van het besluit en bekendmaking, kennisgeving of mededeling van het besluit of de zakelijke inhoud ervan in een huis-aan-huisblad geschiedt, wordt het tarief, bedoeld in artikel 14.31a, eerste lid, verhoogd met € 520 per publicatie en, voor zover de kennisgeving, bekendmaking of mededeling in een landelijk dagblad of in andere media geschiedt, met de daarvoor in rekening gebrachte kosten.

    Artikel 14.31c (beperkingengebiedactiviteit mijnbouwinstallatie Noordzee: tarief maatwerkvoorschrift)

    [Gereserveerd]

    Als een aanvraag om een maatwerkvoorschrift betrekking heeft op een beperkingengebiedactiviteit met betrekking tot een installatie in een waterstaatswerk als bedoeld in artikel 7.46 van het Besluit activiteiten leefomgeving, bedraagt het tarief € 1.920.

    Artikel 14.31d (beperkingengebiedactiviteit mijnbouwinstallatie Noordzee: tarief toestemming)

    [Gereserveerd]

    Als een aanvraag om toestemming om een gelijkwaardige maatregel te treffen betrekking heeft op een beperkingengebiedactiviteit met betrekking tot een installatie in een waterstaatswerk als bedoeld in artikel 7.46 van het Besluit activiteiten leefomgeving, bedraagt het tarief € 1.920.

    Artikel 14.31e (mijnbouwlocatieactiviteit: tarief omgevingsvergunning)

    • [Gereserveerd]

    • 1.Als een aanvraag om een omgevingsvergunning betrekking heeft op een mijnbouwlocatieactiviteit als bedoeld in de artikelen 7.66, aanhef en onder a, en 7.67, onder a of b, van het Besluit activiteiten leefomgeving, bedraagt het tarief € 4.300.

    • 2.Het eerste lid is van overeenkomstige toepassing op een aanvraag om wijziging van de omgevingsvergunning.

    Artikel 14.31f (mijnbouwlocatieactiviteit: modaliteiten)

    • [Gereserveerd]

    • 1.Als op grond van artikel 10.24, eerste lid, van het Omgevingsbesluit afdeling 3.4 van de Algemene wet bestuursrecht van toepassing is op de voorbereiding van het besluit, wordt het tarief, bedoeld in artikel 14.31e, eerste lid, verhoogd met € 2.750.

    • 2.Als kennisgeving van het ontwerp van het besluit en bekendmaking, kennisgeving of mededeling van het besluit of de zakelijke inhoud ervan in een huis-aan-huisblad geschiedt, wordt het tarief, bedoeld in artikel 14.31e, eerste lid, verhoogd met € 520 per publicatie en, voor zover de kennisgeving, bekendmaking of mededeling in een landelijk dagblad of in andere media geschiedt, met de daarvoor in rekening gebrachte kosten.

    Artikel 14.31g (mijnbouwlocatieactiviteit: tarief maatwerkvoorschrift)

    [Gereserveerd]

    Als een aanvraag om een maatwerkvoorschrift betrekking heeft op een mijnbouwlocatieactiviteit als bedoeld in artikel 7.66 van het Besluit activiteiten leefomgeving, bedraagt het tarief € 1.920.

    Artikel 14.31h (mijnbouwlocatieactiviteit: tarief toestemming)

    [Gereserveerd]

    Als een aanvraag om toestemming om een gelijkwaardige maatregel te treffen betrekking heeft op een mijnbouwlocatieactiviteit als bedoeld in artikel 7.66 van het Besluit activiteiten leefomgeving, bedraagt het tarief € 1.920.

    Artikel 14.31i (mijnbouwlocatieactiviteit: tarief melding)

    [Gereserveerd]

    Als voor het gebruiken van een locatie in de Noordzee voor een mijnbouwinstallatie, met inbegrip van het voor die installatie geldende beperkingengebied, een melding wordt gedaan als bedoeld in artikel 7.68, eerste lid, van het Besluit activiteiten leefomgeving, bedraagt het tarief € 1.920.

MMMMMMMMMMMM

Artikel 14.33 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

  • Artikel 14.33 (activiteit rond rijkswegen: modaliteiten)

    • 1.Als op grond van artikel 16.43, eerste lid, van de wet bij de voorbereiding van het besluit een milieueffectrapport moet worden gemaakt, wordt het tarief, bedoeld in artikel 14.32, eerste lid, verhoogd met € 8.422.

    • 2.Als op grond van artikel 10.24, eerste lid, van het Omgevingsbesluit afdeling 3.4 van de Algemene wet bestuursrecht van toepassing is op de voorbereiding van het besluit, wordt het tarief, bedoeld in artikel 14.32, eerste lid, verhoogd met € 8.974.

    • 3.Als kennisgeving van het ontwerp en van het besluit of van de zakelijke inhoud ervan in een dag-, nieuws- of huis-aan-huisblad of in de Staatscourant geschiedt, wordt het tarief, bedoeld in bedoeld in artikel 14.32, eerste lid, verhoogd met € 520.

NNNNNNNNNNNN

Artikel 14.34 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

  • Artikel 14.34 (activiteit rond rijkswegen: tarief maatwerkvoorschrift)

    Als een aanvraag om een maatwerkvoorschrift betrekking heeft op een beperkingengebiedactiviteit met betrekking tot een weg als bedoeld in artikel 8.78.1, eerste lid, onder a, van het Besluit activiteiten leefomgeving, bedraagt het tarief € 2.211.

OOOOOOOOOOOO

Paragraaf 14.1.8 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

  • § 14.1.8 Activiteiten rond spoorwegen

    Artikel 14.35 (activiteit rond spoorwegen: tarief omgevingsvergunning)

    • [Gereserveerd]

    • 1.Als een aanvraag om een omgevingsvergunning betrekking heeft op een beperkingengebiedactiviteit met betrekking tot een hoofdspoorweg als bedoeld in artikel 9.20 van het Besluit activiteiten leefomgeving, bedraagt het tarief € 1.665.

    • 2.Als een aanvraag om een omgevingsvergunning betrekking heeft op een beperkingengebiedactiviteit met betrekking tot een hoofdspoorweg als bedoeld in artikel 9.31 van het Besluit activiteiten leefomgeving, bedraagt het tarief:

      • a.

        in de gevallen, bedoeld in artikel 9.31, aanhef en onder a en c, van het Besluit activiteiten leefomgeving: € 11.300; en

      • b.

        in de gevallen, bedoeld in artikel 9.31, aanhef en onder b, van het Besluit activiteiten leefomgeving: € 1.665.

    • 3.Als een aanvraag om een omgevingsvergunning betrekking heeft op een beperkingengebiedactiviteit met betrekking tot een hoofdspoorweg als bedoeld in artikel 9.38 van het Besluit activiteiten leefomgeving, bedraagt het tarief € 1.665.

    • 4.Als een aanvraag om een omgevingsvergunning betrekking heeft op een beperkingengebiedactiviteit met betrekking tot een hoofdspoorweg als bedoeld in artikel 9.44 van het Besluit activiteiten leefomgeving, bedraagt het tarief € 1.665.

    • 5.Als een aanvraag om een omgevingsvergunning betrekking heeft op een beperkingengebiedactiviteit met betrekking tot een bijzondere spoorweg als bedoeld in de artikelen 9.20, 9.31, 9.38 of 9.44 van het Besluit activiteiten leefomgeving, bedraagt het tarief € 775.

    • 6.Het eerste tot en met vijfde lid zijn van overeenkomstige toepassing op een aanvraag om wijziging van de omgevingsvergunning.

    Artikel 14.36 (activiteit rond spoorwegen: modaliteiten)

    • [Gereserveerd]

    • 1.Als kennisgeving van het ontwerp en van het besluit of van de zakelijke inhoud ervan in een dag-, nieuws- of huis-aan-huisblad geschiedt, wordt het tarief, bedoeld in artikel 14.35, eerste tot en met vierde lid, verhoogd met € 590.

    • 2.Als kennisgeving van het ontwerp en van het besluit of van de zakelijke inhoud ervan in de Staatscourant geschiedt, wordt het tarief, bedoeld in artikel 14.35, eerste tot en met vierde lid, verhoogd met € 6.500.

    Artikel 14.37 (activiteit rond spoorwegen: tarief maatwerkvoorschrift)

    • [Gereserveerd]

    • 1.Als een aanvraag om een maatwerkvoorschrift betrekking heeft op een beperkingengebiedactiviteit met betrekking tot een hoofdspoorweg als bedoeld in artikel 9.1, onder a, van het Besluit activiteiten leefomgeving, bedraagt het tarief € 950.

    • 2.Als een aanvraag om een maatwerkvoorschrift betrekking heeft op een beperkingengebiedactiviteit met betrekking tot een bijzondere spoorweg als bedoeld in artikel 9.1, onder c, van het Besluit activiteiten leefomgeving, bedraagt het tarief € 775.

PPPPPPPPPPPP

Paragraaf 14.1.9 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

  • § 14.1.9 Activiteiten rond luchthavens

    Artikel 14.38 (activiteit rond luchthavens: tarief omgevingsvergunning)

    • [Gereserveerd]

    • 1.Als een aanvraag om een omgevingsvergunning betrekking heeft op een beperkingengebiedactiviteit met betrekking tot een luchthaven als bedoeld in artikel 10.11, eerste lid, van het Besluit activiteiten leefomgeving, bedraagt het tarief € 1.568.

    • 2.Het eerste lid is van overeenkomstige toepassing op een aanvraag om wijziging van de omgevingsvergunning.

    Artikel 14.39 (activiteit rond luchthavens: modaliteiten)

    [Gereserveerd]

    Artikel 14.40 (activiteit rond luchthavens: tarief maatwerkvoorschrift)

    [Gereserveerd]

    Als een aanvraag om een maatwerkvoorschrift betrekking heeft op een beperkingengebiedactiviteit met betrekking tot een luchthaven als bedoeld in artikel 10.1 van het Besluit activiteiten leefomgeving, bedraagt het tarief € 1.568.

QQQQQQQQQQQQ

Hoofdstuk 15 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

  • HOOFDSTUK 15 BEVOEGDHEDEN IN BIJZONDERE OMSTANDIGHEDEN

    [Gereserveerd]

    AFDELING 15.1

    [Gereserveerd]

    AFDELING 15.2

    [Gereserveerd]

    AFDELING 15.3 ALARMERINGSWAARDEN

    § 15.3.1 Algemene bepalingen

    Artikel 15.1 (toepassingsbereik)

    Deze afdeling is van toepassing op het vaststellen van de alarmeringswaarden, bedoeld in artikel 19.10, eerste lid, van de wet, en op het geven van informatie of waarschuwingen bij overschrijding of dreigende overschrijding van een alarmeringswaarde als bedoeld in artikel 19.11 van de wet.

    § 15.3.2 Vaststelling alarmeringswaarden

    Artikel 15.2 (alarmeringswaarden verontreinigende stoffen in de buitenlucht)
    • 1.Voor zwaveldioxide geldt een alarmeringswaarde van 500 μg/m3 als uurgemiddelde concentratie gedurende drie achtereenvolgende uren.

    • 2.Voor stikstofdioxide geldt een alarmeringswaarde van 400 μg/m3 als uurgemiddelde concentratie gedurende drie achtereenvolgende uren.

    • 3.Voor ozon gelden de volgende alarmeringswaarden:

      • a.

        180 μg/m3 als uurgemiddelde concentratie; en

      • b.

        240 μg/m3 als uurgemiddelde concentratie.

    • 4.Voor PM10 gelden de volgende alarmeringswaarden:

      • a.

        70 μg/m3 als daggemiddelde concentratie; en

      • b.

        100 μg/m3 als daggemiddelde concentratie.

    • 5.De alarmeringswaarden, bedoeld in het eerste, tweede en vierde lid, gelden in gebieden van ten minste 100 km2 of in een volledige agglomeratie of zone als bedoeld in artikel 2.38 respectievelijk artikel 2.39.

    Artikel 15.3 (alarmeringswaarden hoogwaterstanden)

    De alarmeringswaarden voor hoogwaterstanden die een gevaar voor primaire waterkeringen kunnen opleveren, bedoeld in artikel 19.10, eerste lid, onder b, van de wet, zijn vastgesteld in bijlage XXXV.

    § 15.3.3 Informatie en waarschuwing bij overschrijding of dreigende overschrijding van alarmeringswaarden voor concentraties van verontreinigende stoffen in de buitenlucht

    Artikel 15.4 (niveaus van verhoogde concentratie van verontreinigende stoffen in de buitenlucht)
    • 1.Van geringe smog is sprake wanneer:

      • a.

        de concentratie van zwaveldioxide of stikstofdioxide lager is dan de omgevingswaarden, bedoeld in artikel 2.3, eerste lid, onder a, respectievelijk artikel 2.4, eerste lid, onder a, van het Besluit kwaliteit leefomgeving;

      • b.

        de concentratie van ozon lager is dan de alarmeringswaarde, bedoeld in artikel 15.2, derde lid, onder a; of

      • c.

        de daggemiddelde concentratie van PM10 lager is dan de alarmeringswaarde, bedoeld in artikel 15.2, vierde lid, onder a.

    • 2.Van matige smog is sprake wanneer:

      • a.

        de concentratie van zwaveldioxide of stikstofdioxide hoger is dan de omgevingswaarden, bedoeld in artikel 2.3, eerste lid, onder a, respectievelijk artikel 2.4, eerste lid, onder a, van het Besluit kwaliteit leefomgeving, maar lager is dan de alarmeringswaarden, bedoeld in artikel 15.2, eerste lid, respectievelijk tweede lid;

      • b.

        de concentratie van ozon hoger is dan de alarmeringswaarde, bedoeld in artikel 15.2, derde lid, onder a, maar lager is dan de alarmeringswaarde, bedoeld in artikel 15.2, derde lid, onder b; of

      • c.

        de daggemiddelde concentratie van PM10 zich bevindt tussen de alarmeringswaarde, bedoeld in artikel 15.2, vierde lid, onder a, en de alarmeringswaarde, bedoeld in artikel 15.2, vierde lid, onder b.

    • 3.Van ernstige smog is sprake wanneer:

      • a.

        de concentratie van zwaveldioxide of stikstofdioxide hoger is dan de alarmeringswaarden, bedoeld in artikel 15.2, eerste lid, respectievelijk tweede lid;

      • b.

        de concentratie van ozon hoger is dan de alarmeringswaarde, bedoeld in artikel 15.2, derde lid, onder b; of

      • c.

        de daggemiddelde concentratie van PM10 hoger is dan de alarmeringswaarde, bedoeld in artikel 15.2, vierde lid, onder b.

    Artikel 15.5 (vaststellen niveau van verontreinigende stoffen in de buitenlucht)

    Het vaststellen of sprake is van geringe, matige of ernstige smog vindt plaats door het RIVM overeenkomstig artikel 12.3, tweede lid.

    Artikel 15.6 (basisinformatie)
    • 1.Het RIVM stelt basisinformatie over zwaveldioxide, stikstofdioxide, ozon en PM10 beschikbaar op www.luchtmeetnet.nl en zo mogelijk via andere landelijke media.

    • 2.Basisinformatie als bedoeld in het eerste lid omvat ten minste:

      • a.

        een beschrijving van het ontstaan van concentraties van zwaveldioxide, stikstofdioxide, ozon en PM10 in de buitenlucht;

      • b.

        een weergave van de actuele concentraties van zwaveldioxide, stikstofdioxide, ozon en PM10 per agglomeratie en zone als bedoeld in artikel 2.38 respectievelijk artikel 2.39 en een toelichting daarop; en

      • c.

        een aanduiding van de actuele concentraties van zwaveldioxide, stikstofdioxide, ozon en PM10 als geringe, matige of ernstige smog.

    Artikel 15.7 (analyse luchtkwaliteit bij matige of ernstige smog)

    Als naar redelijke verwachting van het RIVM het risico bestaat op matige of ernstige smog en in perioden van matige of ernstige smog, analyseert het RIVM ieder uur de ontwikkeling van de kwaliteit van de buitenlucht op basis van de vaststelling van de concentraties, bedoeld in artikel 12.3, tweede lid.

    Artikel 15.8 (matige of ernstige smog: informatie aan het publiek en bijzonder gevoelige bevolkingsgroepen)
    • 1.Bij matige of ernstige smog stelt het RIVM, in aanvulling op de in artikel 15.6 genoemde basisinformatie, beschikbaar:

      • a.

        een beschrijving van het ontstaan van smog en van de verontreinigende stoffen in de buitenlucht die matige of ernstige smog veroorzaken;

      • b.

        een prognose van de concentraties van zwaveldioxide, stikstofdioxide, ozon en PM10 voor de eerstvolgende middag, dag of dagen;

      • c.

        een beschrijving van de bevolkingsgroep of bevolkingsgroepen waarvoor matige of ernstige smog risico’s kan inhouden voor de gezondheid, van te verwachten symptomen en van door die bevolkingsgroep of bevolkingsgroepen te treffen voorzorgsmaatregelen; en

      • d.

        een verwijzing naar het Longfonds, de GGD en het RIVM als bronnen van nadere informatie over smog.

    • 2.De in het eerste lid bedoelde informatie wordt beschikbaar gesteld op www.luchtmeetnet.nl en zo mogelijk via andere landelijke media.

    Artikel 15.9 (matige smog: informatie aan bestuursorganen en andere instanties)

    Als matige smog is vastgesteld in een of meer agglomeraties of zones als bedoeld in artikel 2.38 respectievelijk artikel 2.39 en de matige smog is veroorzaakt door verhoogde concentraties van zwaveldioxide of stikstofdioxide als bedoeld in artikel 15.4, tweede lid, onder a, stelt het RIVM gedeputeerde staten van de betreffende provincies, het ANP, de GGD en het Departementaal Coördinatiecentrum Crisisbeheersing van het Ministerie van Infrastructuur en Waterstaat in kennis van de actuele concentraties van zwaveldioxide en stikstofdioxide.

    Artikel 15.10 (ernstige smog: informatie en waarschuwing aan bestuursorganen en andere instanties)
    • 1.Als ernstige smog is vastgesteld in een of meer agglomeraties of zones als bedoeld in artikel 2.38 respectievelijk artikel 2.39, stelt het RIVM gedeputeerde staten van de betreffende provincies, het ANP, de GGD en het Departementaal Coördinatiecentrum Crisisbeheersing van het Ministerie van Infrastructuur en Waterstaat, onmiddellijk in kennis van:

      • a.

        de actuele concentraties van zwaveldioxide, stikstofdioxide, ozon en PM10;

      • b.

        de alarmeringswaarde die wordt overschreden;

      • c.

        de hoogste uurgemiddelde concentratie en voor ozon de hoogste acht-uurgemiddelde concentratie;

      • d.

        de datum, het tijdstip van aanvang, de duur, de plaats en, voor zover bekend, de oorzaak van de overschrijding van de betreffende alarmeringswaarde;

      • e.

        een gemotiveerde prognose van de concentraties van zwaveldioxide, stikstofdioxide, ozon en PM10 voor de eerstvolgende middag, dag of dagen in het betreffende geografische gebied en de verwachte duur van de ernstige smog;

      • f.

        een beschrijving van de bevolkingsgroep of bevolkingsgroepen waarvoor ernstige smog risico’s kan inhouden voor de gezondheid, van te verwachten symptomen en van door die bevolkingsgroep of bevolkingsgroepen te treffen voorzorgsmaatregelen; en

      • g.

        informatie over de stoffen waarvan de concentratie tijdelijk is verhoogd.

    • 2.Op de dagen die volgen op een dag dat ernstige smog is vastgesteld, stelt het RIVM de instanties, genoemd in het eerste lid, ten minste eenmaal per dag in kennis van geactualiseerde gegevens als bedoeld in het eerste lid, onder a tot en met g.

    • 3.De commissaris van de Koning doet van het optreden van ernstige smog zo spoedig mogelijk mededeling aan het publiek door middel van radio en televisie of op een andere door de commissaris te bepalen wijze. De mededeling omvat de informatie, bedoeld in het eerste lid, en:

      • a.

        een verwijzing naar het Longfonds, de GGD en het RIVM als bronnen van nadere informatie over smog; en

      • b.

        voor zover van toepassing, gegevens over de belangrijkste bronsectoren die bijdragen aan de ernstige smog en aanbevelingen voor maatregelen om de emissies te verminderen.

    • 4.Het eerste en derde lid zijn van overeenkomstige toepassing wanneer naar redelijke verwachting van het RIVM ernstige smog dreigt te ontstaan.

    Artikel 15.11 (informatie bij dreigende overschrijding alarmeringswaarde ozon of PM10)

    Artikel 15.10, eerste tot en met derde lid, is van overeenkomstige toepassing wanneer naar redelijke verwachting van het RIVM het risico bestaat op overschrijding van de alarmeringswaarde voor ozon of PM10, bedoeld in artikel 15.2, derde lid, onder a, respectievelijk artikel 15.2, vierde lid, onder a, of wanneer overschrijding van die alarmeringswaarde is vastgesteld.

    Artikel 15.12 (vaststellen Smogdraaiboek)

    Gedeputeerde staten stellen voor de uitvoering van de artikelen 15.10, derde en vierde lid, en 15.11 een provinciaal draaiboek smog vast op basis van het Modeldraaiboek Smog 2010.

    § 15.3.4 Informatie en waarschuwing bij overschrijding en dreigende overschrijding van alarmeringswaarden voor hoogwaterstanden

    Artikel 15.13 (informatie en waarschuwing bij overschrijding alarmeringswaarden: hoogwaterstanden)

    Op het geven van informatie of waarschuwingen bij een overschrijding of dreigende overschrijding van de alarmeringswaarden voor hoogwaterstanden, bedoeld in artikel 15.3, is het Landelijk Draaiboek Hoogwater en Overstromingen van toepassing.

RRRRRRRRRRRR

Hoofdstuk 16 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

  • HOOFDSTUK 16 DIGITAAL STELSEL OMGEVINGSWET

    [Gereserveerd]

    AFDELING 16.1 INRICHTING EN BEHEER LANDELIJKE VOORZIENING

    Artikel 16.1 (tactisch beheer)

    Aan de Dienst, bedoeld in artikel 2 van de Organisatiewet Kadaster, wordt een uitsluitend recht verleend voor het in opdracht van de Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties verrichten van werkzaamheden die verband houden met het coördineren van het beheer van de landelijke voorziening.

    AFDELING 16.2 INSTANDHOUDING, WERKING EN BEVEILIGING LANDELIJKE VOORZIENING

    Artikel 16.2 (beschikbaarheid, integriteit en vertrouwelijkheid van de landelijke voorziening)

    • 1.De Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties neemt passende generieke maatregelen om de beschikbaarheid, integriteit en vertrouwelijkheid van de landelijke voorziening te waarborgen.

    • 2.Tot de maatregelen behoort in ieder geval het vastleggen en implementeren van een noodherstelplan bij verlies van gegevens in de landelijke voorziening.

    Artikel 16.3 (storingen, aantastingen en beveiligingsincidenten landelijke voorziening)

    • 1.De Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties verhelpt storingen, aantastingen van de beschikbaarheid, integriteit en vertrouwelijkheid van de landelijke voorziening en beveiligingsincidenten binnen een redelijke termijn.

    • 2.De Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties kan zonder voorafgaande kennisgeving de toegang tot of de beschikbaarheid van de landelijke voorziening onderbreken, als sprake is van een storing, een aantasting van de beschikbaarheid, integriteit en vertrouwelijkheid van de landelijke voorziening of een beveiligingsincident. De Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties verstrekt informatie over de aard en verwachte duur van de onderbreking via een algemeen toegankelijk kanaal.

    Artikel 16.4 (bevoegdheden minister bij misbruik van de landelijke voorziening)

    Om aantasting van de beveiliging, misbruik of oneigenlijk gebruik van de landelijke voorziening te signaleren en adequaat te beëindigen, kan de Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties:

    • a.

      controles uitvoeren op de gegevens in de landelijke voorziening;

    • b.

      bij het vermoeden van misbruik of oneigenlijk gebruik de toegang tot de landelijke voorziening onderbreken; of

    • c.

      bij geconstateerd misbruik of oneigenlijk gebruik de toegang tot de landelijke voorziening beëindigen.

    AFDELING 16.3 STANDAARDEN VOOR INFORMATIE-UITWISSELING

    Artikel 16.5 (systeembeschrijving)

    De systeembeschrijving, bedoeld in artikel 20.29 van de wet, bestaat uit:

    • a.

      hoofdstuk 8 van de in bijlage XXXVI opgenomen Standaard toepasbare regels, versie 1.1, en de hoofdstukken 5 tot en met 9 van het daarbij behorende en in die bijlage opgenomen Informatiemodel toepasbare regels; en

    • b.

      de hoofdstukken 3 en 4 van de in bijlage XXXVII opgenomen Standaard aanvragen en meldingen, versie 1.0.

    Artikel 16.6 (levering informatie voor formulier)

    Informatie voor het samenstellen van het via de landelijke voorziening te verstrekken formulier, bedoeld in artikel 14.2, derde lid, van het Omgevingsbesluit, wordt beschikbaar gesteld volgens het onderdeel van de systeembeschrijving, bedoeld in artikel 16.5, onder a.

    Artikel 16.7 (levering statusinformatie)

    Een in bijlage VIII bij het Omgevingsbesluit bedoeld gegeven over de status van een besluit of andere rechtsfiguur wordt verstrekt volgens de standaard en met gebruikmaking van de voorziening zoals op grond van de Bekendmakingswet is bepaald voor de publicatie van het besluit of de andere rechtsfiguur waarop het gegeven betrekking heeft.

    Artikel 16.8 (facultatieve levering toepasbare regels)

    Als een bestuursorgaan voor ontsluiting via de landelijke voorziening informatie beschikbaar stelt die is bedoeld om een ieder in staat te stellen op eenvoudige wijze inzicht te verkrijgen in regels die gelden voor een bepaalde activiteit, gebeurt dit volgens het onderdeel van de systeembeschrijving, bedoeld in artikel 16.5, onder a.

    AFDELING 16.4 VERANTWOORDELIJKHEDEN BIJ VERWERKING PERSOONSGEGEVENS IN SAMENWERKFUNCTIONALITEIT

    Artikel 16.9 (toepassingsbereik)

    Deze afdeling is van toepassing op het via de landelijke voorziening uitwisselen van persoonsgegevens bij het voorbereiden van een beslissing op een aanvraag of het beoordelen van een melding of gegevens en bescheiden ter voldoening aan een andere informatieverplichting dan een melding op grond van de wet, waarvoor de Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties en het bestuursorgaan dat het initiatief heeft genomen tot het uitwisselen van gegevens, gezamenlijke verwerkingsverantwoordelijken zijn.

    Artikel 16.10 (informatieverstrekking aan betrokkene)

    Het bestuursorgaan dat het initiatief heeft genomen tot het uitwisselen van gegevens, draagt zorg voor het verstrekken van informatie aan de betrokkene in overeenstemming met de artikelen 13 en 14 van de Algemene verordening gegevensbescherming.

    Artike 16.11 (rechten van betrokkene)

    • 1.Betrokkene kan een verzoek over de uitoefening van de aan hem toegekende rechten als bedoeld in de artikelen 15 tot en met 22 van de Algemene verordening gegevensbescherming richten aan de Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties. De Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties richt hiervoor een contactpunt in.

    • 2.De Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties geleidt een verzoek als bedoeld in het eerste lid zo spoedig mogelijk door naar het bestuursorgaan dat het initiatief heeft genomen tot het uitwisselen van gegevens. Dit bestuursorgaan handelt het verzoek af.

    Artikel 16.12 (melden datalek in verband met operationele werking landelijke voorziening)

    • 1.De Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties meldt een inbreuk in verband met persoonsgegevens die verband houdt met de inrichting, instandhouding, werking en beveiliging van de landelijke voorziening aan de Autoriteit persoonsgegevens en informeert het bestuursorgaan dat het initiatief heeft genomen tot het uitwisselen van gegevens daarover.

    • 2.De Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties stelt degene om wiens persoonsgegevens het gaat onverwijld in kennis van een inbreuk in verband met persoonsgegevens als bedoeld in het eerste lid als de inbreuk waarschijnlijk een hoog risico inhoudt voor diens rechten en vrijheden.

    Artikel 16.13 (melden datalek in verband met gebruik landelijke voorziening)

    • 1.Het bestuursorgaan dat het initiatief heeft genomen tot het uitwisselen van gegevens, meldt een inbreuk in verband met persoonsgegevens die verband houdt met het gebruik van de landelijke voorziening aan de Autoriteit persoonsgegevens en informeert de Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties daarover.

    • 2.Het bestuursorgaan stelt degene om wiens persoonsgegevens het gaat onverwijld in kennis van een inbreuk in verband met persoonsgegevens als bedoeld in het eerste lid als de inbreuk waarschijnlijk een hoog risico inhoudt voor diens rechten en vrijheden.

    Artikel 16.14 (melden datalek bij onduidelijkheid oorsprong)

    • 1.Als niet duidelijk is of een inbreuk in verband met persoonsgegevens verband houdt met de inrichting, instandhouding, werking en beveiliging van de landelijke voorziening of het gebruik daarvan, meldt de Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties de inbreuk aan de Autoriteit persoonsgegevens en informeert hij het bestuursorgaan dat het initiatief heeft genomen tot het uitwisselen van gegevens daarover.

    • 2.De Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties stelt degene om wiens persoonsgegevens het gaat onverwijld in kennis van een inbreuk in verband met persoonsgegevens als bedoeld in het eerste lid als de inbreuk waarschijnlijk een hoog risico inhoudt voor diens rechten en vrijheden.

    Artikel 16.15 (registratie datalekken)

    • 1.De Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties documenteert alle inbreuken in verband met persoonsgegevens die verband houden met de inrichting, instandhouding, werking en beveiliging van de landelijke voorziening.

    • 2.Het bestuursorgaan dat het initiatief heeft genomen tot het uitwisselen van gegevens, documenteert alle inbreuken in verband met persoonsgegevens die verband houden met het gebruik van de landelijke voorziening.

    • 3.De Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties documenteert alle overige inbreuken in verband met persoonsgegevens.

SSSSSSSSSSSS

Hoofdstuk 17 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

  • HOOFDSTUK 17 OVERGANGSRECHT

    Artikel 17.1 (overgangsrecht emissiefactoren ammoniak en PM10 voor pelsdieren)

    • 1.Dit artikel is van toepassing op het houden van pelsdieren in een dierenverblijf.

    • 2.Voor de toepassing van de artikelen 4.6, 4.7 en 4.9, eerste en tweede lid, geldt bijlage XXXVIXXXVIII in plaats van bijlage V.

    • 3.Dit artikel vervalt op 1 januari 2024.

    Artikel 17.1a (overgangsrecht aanvraagvereisten omgevingsplanactiviteit)

    Artikel 7.207b, eerste lid, is van overeenkomstige toepassing op een aanvraag om een omgevingsvergunning voor een omgevingsplanactiviteit die is vereist op grond van:

    • a.

      een gemeentelijke verordening in samenhang met artikel 22.8 van de Omgevingswet; of

    • b.

      artikel 4.35, tweede lid, van de Invoeringswet Omgevingswet.

TTTTTTTTTTTT

Artikel 18.1 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

  • Artikel 18.1 (inwerkingtreding)

    • Deze regeling treedt in werking op het tijdstip dat artikel 1.1 van de Omgevingswet in werking treedt met uitzondering van de artikelen PM die in werking treden op een bij ministerieel besluit te bepalen tijdstip, dat voor de verschillende artikelen of onderdelen daarvan verschillend kan worden vastgesteld.

    • 1.Deze regeling treedt in werking op een bij ministerieel besluit te bepalen tijdstip, dat voor de verschillende artikelen of onderdelen daarvan verschillend kan worden vastgesteld.

    • 2.Een ministerieel besluit als bedoeld in het eerste lid wordt in de Staatscourant bekendgemaakt.

UUUUUUUUUUUU

Bijlage I wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

  • BIJLAGE I BIJ ARTIKEL 1.1 VAN DEZE REGELING (BEGRIPSBEPALINGEN)

    Voor de toepassing van deze regeling wordt verstaan onder:

    airconditioningsysteemdeskundige:

    persoon die in het bezit is van een diploma EPBD A-airconditioningsystemen of een diploma EPBD B-airconditioningsystemen;

    ANP:

    Algemeen Nederlands Persbureau;

    bewijs van vakbekwaamheid erkende energielabeldeskundige woningbouw:

    diploma dat wordt afgegeven aan degene die blijkens een examen voldoet aan de in bijlage XIII opgenomen eisen;

    bouwkosten:
    • a.

      aannemingssom exclusief omzetbelasting, bedoeld in paragraaf 1, eerste lid, van het Besluit vaststelling Uniforme administratieve voorwaarden voor de uitvoering van werken en van technische installatiewerken 2012, voor het uit te voeren werk,

    • b.

      voor zover een aannemingssom ontbreekt: een raming van de bouwkosten exclusief omzetbelasting, bedoeld in het normblad NEN 2699, uitgave 2017,; of zoals dit normblad laatstelijk is vervangen of gewijzigd, of

    • c.

      als het bouwen geheel of gedeeltelijk door zelfwerkzaamheid geschiedt: de prijs die aan een derde in het economisch verkeer zou moeten worden betaald voor het bouwen van het bouwwerk waarop de aanvraag betrekking heeft.

    civiele en cultuurtechniek:

    werkzaamheden als bedoeld in bijlage IV, onder a, b en c, bij het Omgevingsbesluit, met uitzondering van het saneren van de bodem als bedoeld in bijlage I bij het Besluit activiteiten leefomgeving, ook als het voorzieningen als bedoeld in artikel 12.2, tweede lid, onder b, van de wet betreft;

    complexiteitsfactor grondexploitatie:

    percentage waarmee de kosten van in bijlage XXXV specifiek aangeduide producten of activiteiten of onderdelen daarvan worden verlaagd of verhoogd als een omgevingsplan door een samenspel van kenmerken een relatief eenvoudig of [juist]respectievelijk ingewikkeld karakter heeft;

    diploma EPBD B-airconditioningsystemen:

    diploma dat wordt afgegeven aan degene die blijkens een examen voldoet aan de in bijlage XVIII opgenomen eisen;

    energie-index:

    cijfer dat het energiegebruik aangeeft op basis van de hoeveelheid energie die nodig wordt geacht voor de verschillende behoeften die verband houden met een gestandaardiseerd gebruik van een gebouw;

    energielabelplichtige:

    degene die op grond van artikel 6.27, eerste tot en met vierde lid, van het Besluit bouwwerken leefomgeving verplicht is een energielabel voor een woning beschikbaar te stellen of aanwezig te hebben;

    energieprestatiecoëfficiënt:

    energieprestatiecoëfficiënt als bedoeld in artikel 4.149 van het Besluit bouwwerken leefomgeving;

    erkende energielabeldeskundige:

    persoon die in het bezit is van een geldig bewijs van vakbekwaamheid erkende energielabeldeskundige woningbouw;

    examen airconditioningsysteemdeskundige:

    examen om een diploma EPBD A-airconditioningsystemen of een diploma EPBD B-airconditioningsystemen te behalen;

    examen energielabeldeskundige:

    examen om een bewijs van vakbekwaamheid erkende energielabeldeskundige woningbouw te behalen;

    exameninstelling voor airconditioningsysteemdeskundige:

    instelling, bedoeld in artikel 5.25, eerste lid;

    exameninstelling voor energielabeldeskundigen:

    instelling, bedoeld in artikel 5.12, eerste lid;

    exploitatiedeelgebied:

    deel van het exploitatiegebied waarin de werkzaamheden niet gelijktijdig met die in een aangrenzend deel van het exploitatiegebied plaatsvinden;

    exploitatielooptijd:

    periode van voorbereiding van het omgevingsplan tot en met het einde van de in de exploitatieregels of exploitatievoorschriften bepaalde periode van uitvoering van de grondexploitatie;

    GGD:

    Gemeentelijke Gezondheidsdienst;

    invloedsfactor grondexploitatie:

    percentage waarmee de kosten van in bijlage XXXVXXXIV specifiek aangeduide producten of activiteiten of onderdelen daarvan worden verlaagd of verhoogd als sprake is van een omstandigheid die leidt tot relatief lagere of [juist]respectievelijk hogere plankosten;

    ISSO:

    publicatie die door het Kennisinstituut voor de Installatiesector is uitgegeven;

    klasse 1 airconditioningsystemen:

    airconditioningsystemen met een totaal, op gebouwniveau, opgesteld nominaal koelvermogen van meer dan 12 kW tot en met 45 kW;

    klasse 2 airconditioningsystemen:

    airconditioningsystemen met een totaal, op gebouwniveau, opgesteld nominaal koelvermogen van meer dan 45 kW tot en met 270 kW;

    klasse 3 airconditioningsystemen:

    airconditioningsystemen met een totaal, op gebouwniveau, opgesteld nominaal koelvermogen van meer dan 270 kW;

    overige categorieën:

    een gebouw of gedeelte daarvan met een gebruiksfunctie als bedoeld in bijlage I bij het Besluit bouwwerken leefomgeving, niet zijnde een woonfunctie als bedoeld in bijlage I bij dat besluit, met uitzondering van een woonfunctie voor zorg;

    plankosten:

    kosten als bedoeld in bijlage IV, onder d, f en g, bij het Omgevingsbesluit;

    RIVM:

    Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu;

    smog:

    een tijdelijk verhoogde concentratie van de stoffen zwaveldioxide, stikstofdioxide, ozon en PM10;

    toelaatbare flux:

    de toelaatbare maat voor het stoftransport, uitgedrukt in grammen per hectare per jaar, die is weergegeven in bijlage XXXII;

    wet:

    Omgevingswet.

VVVVVVVVVVVV

Bijlage II komt te luiden:

  • BIJLAGE II BIJ ARTIKEL 1.4 VAN DEZE REGELING (UITGAVEN EN VERWIJZINGEN)

    Norm

    Naam

    Datum of versie

    Uitgever

    Hoofdstuk in besluit of regeling waarin verwijzing staat1

    Algemene BeoordelingsMethodiek

    Algemene BeoordelingsMethodiek (ABM), methode ter bepaling van de benodigde saneringsinspanning bij lozingen op basis van stofeigenschappen

    2016

    Ministerie van Infrastructuur en Waterstaat

    (www.infomil.nl)

    Hoofdstuk 7 van deze regeling

    API 1004

    Bottom Loading and Vapor Recovery for MC-306 & DOT-406 Tank Motor Vehicles

    01‑01‑2003

    American Petroleum Institute

    (www.api.org)

    Hoofdstuk 4 Bal

    AS SIKB 2000

    Accreditatieschema Veldwerk bij Milieuhygiënisch Bodem- en waterbodemonderzoek

    Versie 2.8, 07‑02‑2014, met wijzigingsblad van 01‑02‑2018

    SIKB

    (www.sikb.nl)

    Hoofdstuk 4 Bal

    AS SIKB 3000

    Accreditatieschema Laboratoriumanalyses voor grond-, grondwater- en waterbodemonderzoek

    Versie 7, 23‑06‑2016

    SIKB

    (www.sikb.nl)

    Hoofdstuk 4 Bal

    AS SIKB 6700

    Accreditatieschema Inspectie bodembeschermende voorzieningen

    Versie 3.0, 15‑02‑2018

    SIKB

    (www.sikb.nl)

    Hoofdstukken 4 en 5 Bal

    AS SIKB 6800

    Accreditatieschema Controle en keuring tank(opslag)installaties

    Versie 2.0, 15‑02‑2018

    SIKB

    (www.sikb.nl)

    Hoofdstuk 4 Bal

    Bepalingsmethode MPG

    Bepalingsmethode Milieuprestatie Gebouwen en GWW-werken

    2019, met wijzigingsblad van 01‑07‑2019

    Stichting Bouwkwaliteit

    (www.bouwkwaliteit.nl en www.milieudatabase.nl)

    Bbl

    Blauwalgenprotocol

    Blauwalgenprotocol 2012, zoals vastgesteld door het Nationaal Water Overleg

    2012

    Rijkswaterstaat

    (www.helpdeskwater.nl)

    Hoofdstuk 10 Bkl

    Bodembescherming: combinaties van voorzieningen en maatregelen

    Bodembescherming: combinaties van voorzieningen en maatregelen

    Versie 2020-01, april 2020

    Rijkswaterstaat

    (www.bodemplus.nl)

    Bijlage XVIII Bkl

    BRL 2307-1

    Beoordelingsrichtlijn voor het KOMO productcertificaat voor AVI-bodemas voor ongebonden toepassing op of in de bodem in grond- en wegenbouwkunde

    27‑05‑2008, met wijzigingsblad van 14‑04‑2016

    Kiwa

    (www.kiwa.nl)

    Hoofdstuk 4 Bal

    BRL 9320

    Bitumineus gebonden mengsels

    24‑04‑2009, met wijzigingsblad van 31‑12‑2014

    Kiwa

    (www.kiwa.nl)

    Hoofdstuk 4 Bal

    BRL-K519

    Beoordelingsrichtlijn voor het Kiwa productcertificaat voor Afdichtingsfolie van weekgemaakt polyvinylchloride (PVC-P), met of zonder versterking

    15‑06‑2006

    Kiwa

    (www.kiwa.nl)

    Hoofdstuk 4 Bal

    BRL-K537

    Beoordelingsrichtlijn voor het Kiwa procescertificaat voor Verwerken van Kunststoffolie

    01‑01‑2010

    Kiwa

    (www.kiwa.nl)

    Hoofdstuk 4 Bal

    BRL-K538

    Beoordelingsrichtlijn voor het Kiwa productcertificaat voor Afdichtingsfolie van hoge dichtheid polyetheen zonder versterking

    15‑06‑2006

    Kiwa

    (www.kiwa.nl)

    Hoofdstuk 4 Bal

    BRL-K546

    Beoordelingsrichtlijn voor het Kiwa productcertificaat voor Afdichtingsfolie van lage dichtheid polyetheen, met of zonder versterking

    15‑06‑2006

    Kiwa

    (www.kiwa.nl)

    Hoofdstuk 4 Bal

    BRL-K580

    Beoordelingsrichtlijn K580, Polyethyleen (PE) tanks met opvangbak voor niet-stationaire of mobiele opslag van vloeistoffen

    Versie 01

    Kiwa

    (www.kiwa.nl)

    Hoofdstuk 4 Bal

    BRL-K744

    Beoordelingsrichtlijn K744 voor het Kiwa productcertificaat voor Metalen niet-stationaire en mobiele opslag- en afleverinstallaties van ten hoogste 3 m³ voor bovengrondse drukloze opslag van vloeistoffen en controle en onderhoud ervan

    01‑07‑2013

    Kiwa

    (www.kiwa.nl)

    Hoofdstuk 4 Bal

    BRL-K779

    Beoordelingsrichtlijn voor het Kiwa productcertificaat voor Inwendige bekleding op stalen tanks voor brandbare vloeistoffen

    15‑07‑2010, met wijzigingsblad van 15‑03‑2015

    Kiwa

    (www.kiwa.nl)

    Hoofdstuk 4 Bal

    BRL-K790

    Beoordelingsrichtlijn K790, Appliceren van bekledingen op stalen opslagtanks of stalen leidingen

    Versie 03

    Kiwa

    (www.kiwa.nl)

    Hoofdstuk 4 Bal

    BRL-K902

    Beoordelingsrichtlijn voor het Kiwa procescertificaat voor Tanksanering HBO/diesel

    Versie 04, 26‑07‑2011, met wijzigingsbladen van 14‑09‑2012 en 29‑05‑2015

    Kiwa

    (www.kiwa.nl)

    Hoofdstuk 4 Bal

    BRL-K903

    Beoordelingsrichtlijn voor het Kiwa procescertificaat voor de Regeling Erkenning Installateurs Tankinstallaties

    Versie 08, 01‑02‑2011, met wijzigingsbladen van 14‑02‑2015, 01‑04‑2015 en 21‑09‑2015

    Kiwa

    (www.kiwa.nl)

    Hoofdstuk 4 Bal

    BRL-K904

    Beoordelingsrichtlijn voor het Kiwa procescertificaat voor Tanksaneringen, KIWA Nederland B.V.

    Versie 4, 15‑06‑2016

    Kiwa

    (www.kiwa.nl)

    Hoofdstuk 4 Bal

    BRL-K1149

    Nationale Beoordelingsrichtlijn voor het KOMO procescertificaat voor verwerken van kunststof folie

    14‑06‑2002, met wijzigingsblad van 21‑03‑2005

    Kiwa

    (www.kiwa.nl)

    Hoofdstuk 4 Bal

    BRL KvINL 6000-21/00

    BRL 6000 Deel 21, Ontwerpen en installeren van energiecentrales van bodemenergiesystemen en het beheren van bodemenergiesystemen Beoordelingsrichtlijn voor het KvINL procescertificaat voor 'ontwerpen, installeren en beheren van installaties'

    01‑09‑2017

    Stichting InstallQ

    (www.installq.nl)

    Hoofdstuk 4 Bal

    BRL KvINL 9500-00

    BRL 9500: Energieprestatieadvisering, deel 00, Algemeen deel energieprestatieadvisering

    31‑08‑2011, met wijzigingsblad van 01‑08‑2015

    Stichting InstallQ

    (www.installq.nl)

    Hoofdstuk 5 van deze regeling

    BRL KvINL 9500-01

    BRL 9500: Energieprestatieadvisering, deel 01, Energie-index, bestaande woningen

    21‑10‑2016

    Stichting InstallQ

    (www.installq.nl)

    Hoofdstuk 5 van deze regeling

    BRL KvINL 9500-03

    BRL 9500: Energieprestatieadvisering, deel 03, Energielabel bestaande utiliteitsbouwen

    31‑08‑2011, met wijzigingsblad van 01‑08‑2015

    Stichting InstallQ

    (www.installq.nl)

    Hoofdstuk 5 van deze regeling

    BRL KvINL 9500-06

    BRL 9500:

    Energieprestatieadvisering, deel 06, Energielabel utiliteitsgebouwen, detailmethode

    12‑09‑2013

    Stichting InstallQ

    (www.installq.nl)

    Hoofdstuk 5 van deze regeling

    BRL KvINL 9501

    Methoden voor het berekenen van het energiegebruik van gebouwen

    06‑12‑2006, met wijzigingsblad van 01‑01‑2015

    Stichting InstallQ

    (www.installq.nl)

    Hoofdstuk 5 van deze regeling

    BRL SIKB 2000

    Beoordelingsrichtlijn Veldwerk bij milieuhygiënisch bodem- en waterbodemonderzoek

    Versie 6.0, 01‑02‑2018

    SIKB

    (www.sikb.nl)

    Hoofdstukken 4 en 5 Bal

    BRL SIKB 2100

    Beoordelingsrichtlijn Mechanisch boren

    Versie 4.0, 01‑02‑2018

    SIKB

    (www.sikb.nl)

    Hoofdstuk 4 Bal

    BRL SIKB 7000

    Beoordelingsrichtlijn Uitvoering van (water)bodemsaneringen en ingrepen in de waterbodem

    Versie 6.0, 01‑02‑2018 met wijzigingsblad van 28‑03‑2019

    SIKB

    (www.sikb.nl)

    Hoofdstuk 5 Bal

    BRL SIKB 7700

    Beoordelingsrichtlijn Aanleg of herstel van een vloeistofdichte voorziening

    Versie 2.0, 15‑02‑2018, met wijzigingsblad van 18‑02‑2016

    SIKB

    (www.sikb.nl)

    Hoofdstukken 4 en 5 Bal

    BRL SIKB 11000

    Beoordelingsrichtlijn Ontwerp, realisatie, beheer en onderhoud van het ondergrondse deel van installaties voor bodemenergie

    Versie 2.0, 02‑10‑2014, met wijzigingsblad van 08‑10‑2015

    SIKB

    (www.sikb.nl)

    Hoofdstuk 4 Bal

    CAP 764

    Civil Aviation Authority Policy and Guidelines on Wind Turbines

    Versie 6, 01‑02‑2016

    Civil Aviation Authority

    (www.caa.co.uk)

    Hoofdstuk 7 Bal

    Carola

    Computer Applicatie voor Risicoberekeningen aan Ondergrondse Leidingen met Aardgas

    Versie 1.0.0

    RIVM

    (www.rivm.nl)

    Hoofdstukken 4, 8 en 12 van deze regeling

    CCV-inspectieschema Brandbeveiliging

    CCV- inspectieschema Brandbeveiliging, Inspectie brandbeveiligingssysteem (VBB-BMI-OAI-RBI) op basis van afgeleide doelstellingen

    Versie 12.0, 01‑01‑2019

    CCV

    (www.hetccv.nl)

    Bbl

    CCV-inspectieschema Brandbeveiliging Vuurwerk

    CCV-inspectieschema Brandbeveiliging Vuurwerk

    Versie 1.0, 01‑02‑2019 + A1

    CCV

    (www.hetccv.nl)

    Hoofdstuk 4 Bal

    CCV-inspectieschema Uitgangspuntendocument Brandbeveiliging Vuurwerk

    CCV-inspectieschema Uitgangspuntendocument Brandbeveiliging Vuurwerk

    Versie 1.0, 15‑11‑2019 + A1

    CCV

    (www.hetccv.nl)

    Hoofdstuk 4 Bal

    Checklist Veilig onderhoud

    Checklist veilig onderhoud op en aan gebouwen

    2012

    Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties

    (www.rijksoverheid.nl)

    Bbl

    CIW beoordelingssystematiek warmtelozingen

    CIW beoordelingssystematiek warmtelozingen

    2004

    Ministerie van Infrastructuur en Waterstaat

    (www.helpdeskwater.nl)

    Hoofdstuk 7 van deze regeling

    Handboek Immissietoets

    Handboek Immissietoets

    2019

    Ministerie van Infrastructuur en Waterstaat

    (www.infomil.nl)

    Hoofdstuk 4 Bal, bijlage XVII Bkl en hoofdstuk 7 van deze regeling

    Handleiding Meten en Rekenen Industrielawaai

    Handleiding Meten en Rekenen Industrielawaai

    2004

    Ministerie van Infrastructuur en Waterstaat

    (www.rijksoverheid.nl)

    Hoofdstuk 8 van deze regeling

    Handreiking aanleg, beheer en monitoring bezinkbassins voor de bloembollensector

    Handreiking aanleg, beheer en monitoring bezinkbassins voor de bloembollensector

    Versie 2.0, 20‑02‑2014

    SIKB

    (www.sikb.nl)

    Hoofdstuk 4 Bal

    IALA Recommendation O-139

    IALA Recommendation O-139 on The Marking of Man-Made Offshore Structures

    Versie 2, 13‑12‑2013

    International Association of Marine Aids to Navigation and Lighthouse Authorities

    (http://www.iala-aism.org)

    Hoofdstuk 7 Bal

    INRS 007/V01.01

    Trichlorure d'azote et autres composés chlorés M-104

    November 2017

    INRS

    (http://www.inrs.fr/metropol)

    Hoofdstuk 15 Bal

    Integrale aanpak

    van

    risico’s van onvoorziene lozingen

    Integrale aanpak

    van

    risico’s van onvoorziene lozingen

    2000

    Ministerie van Infrastructuur en Waterstaat

    (www.helpdeskwater.nl)

    Hoofdstuk 7 van deze regeling

    Integrale bedrijfstakstudie tankautoreiniging

    Integrale bedrijfstakstudie tankautoreiniging

    April 2002

    Ministerie van Infrastructuur en Waterstaat

    (www.helpdeskwater.nl)

    Bijlage XVIII Bkl

    ISO 5815-1

    Water - Bepaling van het biochemisch zuurstofverbruik na n dagen (BZVn) - Deel 1: Verdunning en enting onder toevoeging van allylthioureum

    2003

    NNI

    (www.nen.nl)

    Hoofdstukken 4, 6 en 7 Bal

    ISO 7899-1

    Percentielwaarde intestinale enterokokken

    1998 en correctie 2000

    NNI

    (www.nen.nl)

    Hoofdstuk 15 Bal en Hoofdstuk 12 van deze regeling

    ISO 7899-2

    Percentielwaarde intestinale enterokokken

    2000

    NNI

    (www.nen.nl)

    Hoofdstuk 15 Bal en Hoofdstuk 12 van deze regeling

    ISO 9308-3

    Percentielwaarde escherichia coli

    1999 en correctie 2000

    NNI

    (www.nen.nl)

    Hoofdstuk 15 Bal en Hoofdstuk 12 van deze regeling

    ISO 17201-2

    Acoustics, Noise from shooting ranges, Part 1: Determination of muzzle blast by measurement

    2005 en correctie 1:2009

    NNI

    (www.nen.nl)

    Bijlage XXIV bij deze regeling

    ISSO 75.1

    Handleiding Energieprestatie utiliteitsgebouwen

    12‑09‑2013

    ISSO

    (https://isso.nl)

    Bbl

    ISSO 75.3

    Formulestructuur energieprestatie advies utiliteitsgebouwen

    2011

    ISSO

    (https://isso.nl)

    Bbl

    Kosteneffectiviteit van maatregelen ter beperking van wateremissies

    Kosteneffectiviteit van maatregelen ter beperking van wateremissies

    2018

    Ministerie van Infrastructuur en Waterstaat

    (www.helpdeskwater.nl)

    Bijlage XVIII Bkl

    Landelijk Draaiboek Hoogwater en Overstromingen

    Landelijk Draaiboek Hoogwater en Overstromingen

    20‑09‑2016

    Ministerie van Infrastructuur en Waterstaat

    (www.helpdeskwater.nl)

    Hoofdstuk 15 van deze regeling

    LIB-tool

    LIB Applicatie Schiphol

     

    Ministerie van Infrastructuur en Waterstaat

    (http://lib-schiphol.nl/login)

    Hoofdstuk 7 van deze regeling

    Lozingen uit tijdelijke baggerspeciedepots

    Lozingen uit tijdelijke baggerspeciedepots

    April 1998

    Ministerie van Infrastructuur en Waterstaat

    (www.helpdeskwater.nl)

    Bijlage XVIII Bkl

    Lozingseisen Wvo-vergunningen

    Lozingseisen Wvo-vergunningen

    November 2005

    Ministerie van Infrastructuur en Waterstaat

    (www.helpdeskwater.nl)

    Bijlage XVIII Bkl

    Meet- en beoordelingsrichtlijnen voor trillingen, deel B

    Meet- en beoordelingsrichtlijnen voor trillingen, deel B ’Hinder voor personen in gebouwen’

    2002

    CROW

    (https://www.crow.nl)

    Hoofdstukken 6 en 8 van deze regeling

    Meetprotocol voor het testen van het zuiveringsrendement van zuiveringsinstallaties glastuinbouw

    Meetprotocol voor het testen van het zuiveringsrendement van zuiveringsinstallaties glastuinbouw

    01‑07‑2017

    Ministerie van Infrastructuur en Waterstaat (www.helpdeskwater.nl)

    Hoofdstuk 4 Bal

    Meetprotocol voor het vaststellen van de driftreductie van neerwaartse en op- en zijwaartse spuittechnieken

    Meetprotocol voor het vaststellen van de driftreductie van neerwaartse en op- en zijwaartse spuittechnieken

    01‑07‑2017

    Ministerie van Infrastructuur en Waterstaat (www.helpdeskwater.nl)

    Hoofdstuk 4 Bal

    Memorandum 60

    Memorandum 60, Brandbeveiliging voor opslag en verkoop van vuurwerk

    08‑04‑2020

    Centrum voor criminaliteitspreventie en veiligheid

    (www.hetccv.nl)

    Hoofdstuk 4 Bal en Hoofdstuk 7 van deze regeling

    Modeldraaiboek Smog 2010

    Modeldraaiboek Smog 2010

    2010

    Ministerie van Infrastructuur en Waterstaat

    (www.infomil.nl)

    Hoofdstuk 15 van deze regeling

    MP40-21

    Ministeriële Publicatie 40-21, Voorschrift opslag en behandeling ontplofbare stoffen en voorwerpen Defensie

    Staatscourant 2011, nr. 21309, 28‑11‑2011

    Ministerie van Defensie

    (https://puc.overheid.nl)

    Hoofdstuk 4 Bal

    MP40-30

    Ministeriële Publicatie 40-30, Voorschrift voor de inrichting en het gebruik van schietinrichtingen

    Staatscourant 2010, nr. 1619, 5‑2‑2010

    Ministerie van Defensie

    (https://puc.overheid.nl)

    Hoofdstuk 4 Bal

    NATO Guidelines for the Storage of Military Ammunition and Explosives

    NATO Standardization Agreement 4440 met de daarbij behorende NATO Guidelines for the Storage of Military Ammunition and Explosives

    11‑12‑2015

    Noord-Atlantische Verdragsorganisatie

    (www.nato.int)

    Hoofdstuk 5 Bkl

    NEN 1006

    Algemene voorschriften voor leidingwaterinstallaties

    2018 + A1: 2018

    NNI

    (www.nen.nl)

    Bbl

    NEN 1006

    Algemene voorschriften voor drinkwaterinstallaties (AVWI - 1981)

    1981 + C1: 1990

    NNI

    (www.nen.nl)

    Bbl

    NEN 1010

    Elektrische installaties voor laagspanning - Nederlandse implementatie van de HD-IEC 60364-reeks

    2015 + C2: 2016

    NNI

    (www.nen.nl)

    Bbl

    NEN 1010

    Veiligheidsvoorschriften voor laagspanningsinstallaties (Installatievoorschriften I) (bestaande bouw)

    1962

    NNI

    (www.nen.nl)

    Bbl

    NEN 1059

    Gasvoorzieningsystemen - Gasdrukregel- en meetstations voor transport en distributie - Nederlandse editie op basis van NEN-EN 12186 en NEN-EN 12279 -

    2019

    NNI

    (www.nen.nl)

    Hoofdstuk 4 Bal

    NEN 1068

    Thermische isolatie van gebouwen - Rekenmethoden

    2012 + C1:2014 (bij toepassing van artikel 4.151 van het Besluit bouwwerken leefomgeving geldt C2:2016 in plaats van C1: 2014)

    NNI

    (www.nen.nl)

    Bbl

    NEN 1078

    Voorziening voor gas met een werkdruk tot en met 500 mbar - Prestatie-eisen - Nieuwbouw

    2018

    NNI

    (www.nen.nl)

    Bbl

    NEN 1087

    Ventilatie van gebouwen - Bepalingsmethoden voor nieuwbouw

    2001

    NNI

    (www.nen.nl)

    Bbl

    NEN 1413

    Symbolen voor veiligheidsvoorzieningen op bouwkundige tekeningen en in schema’s

    2011 + A1:2013

    NNI

    (www.nen.nl)

    Bbl

    NEN 1594

    Droge blusleidingen in en aan gebouwen

    2006 + C2:2015

    NNI

    (www.nen.nl)

    Bbl

    NEN 1594

    Droge blusleidingen in en aan gebouwen (bestaande bouw)

    1991 + A1:1997

    NNI

    (www.nen.nl)

    Bbl

    NEN 1775

    Bepaling van de bijdrage tot brandvoortplanting van vloeren, inclusief wijzigingsblad (bestaande bouw)

    1991 + A1:1997

    NNI

    (www.nen.nl)

    Bbl

    NEN 2057

    Daglichtopeningen van gebouwen - Bepaling van de equivalente daglichtoppervlakte van een ruimte

    2011 + C1:2011

    NNI

    (www.nen.nl)

    Bbl

    NEN 2057

    Daglichtopeningen van gebouwen - Bepaling van de equivalente daglichtoppervlakte van een ruimte (bestaande bouw)

    2001 + C1:2003

    NNI

    (www.nen.nl)

    Bbl

    NEN 2078

    Voorschriften voor aardgasinstallaties GAVO 1987 - Deel 2: Aanvullende voorschriften voor grotere bijzondere installaties (bestaande bouw)

    1987

    NNI

    (www.nen.nl)

    Bbl

    NEN 2535

    Brandveiligheid van gebouwen - Brandmeldinstallaties - Systeem- en kwaliteitseisen en projecteringsrichtlijnen (bestaande bouw)

    1996

    NNI

    (www.nen.nl)

    Bbl

    NEN 2535

    Brandveiligheid van gebouwen - Brandmeldinstallaties - Systeem- en kwaliteitseisen en projectierichtlijnen

    2017

    NNI

    (www.nen.nl)

    Bbl

    NEN 2555

    Brandveiligheid van gebouwen - Rookmelders voor woonfuncties

    2008

    NNI

    (www.nen.nl)

    Bbl

    NEN 2555

    Brandveiligheid van gebouwen - Rookmelders voor woonfuncties (bestaande bouw)

    2002 + A1:2006

    NNI

    (www.nen.nl)

    Bbl

    NEN 2575

    Brandveiligheid van gebouwen - Ontruimingsinstallaties - Systeem- en kwaliteitseisen en projecteringsrichtlijnen (bestaande bouw)

    2000

    NNI

    (www.nen.nl)

    Bbl

    NEN 2575-1

    Brandveiligheid van gebouwen - Ontruimingsalarminstallaties - Systeem- en kwaliteitseisen en projecteringsrichtlijnen - Deel 1: Algemeen

    2012

    NNI

    (www.nen.nl)

    Bbl

    NEN 2575-2

    Brandveiligheid van gebouwen - Ontruimingsalarminstallaties - Systeem- en kwaliteitseisen en projecteringsrichtlijnen - Deel 2: Luidalarm -Ontruimingsalarminstallatie type A

    2012 + A1:2018

    NNI

    (www.nen.nl)

    Bbl

    NEN 2575-3

    Brandveiligheid van gebouwen - Ontruimingsalarminstallaties - Systeem- en kwaliteitseisen en projecteringsrichtlijnen - Deel 3: Luidalarm - Ontruimingsalarminstallatie van type B

    2012 + A2:2018

    NNI

    (www.nen.nl)

    Bbl

    NEN 2575-4

    Brandveiligheid van gebouwen - Ontruimingsalarminstallaties - Systeem- en kwaliteitseisen en projectierichtlijnen - Deel 4: Stilalarminstallatie, draadloos

    2013

    NNI

    (www.nen.nl)

    Bbl

    NEN 2575-5

    Brandveiligheid van gebouwen - Ontruimingsalarminstallaties - Systeem- en kwaliteitseisen en projectierichtlijnen - Deel 5: Stilalarminstallatie met attentiepanelen

    2012

    NNI

    (www.nen.nl)

    Bbl

    NEN 2580

    Oppervlakten en inhouden van gebouwen - Termen, definities en bepalingsmethoden

    2007 + C1:2008

    NNI

    (www.nen.nl)

    Bbl

    NEN 2608

    Vlakglas voor gebouwen - Eisen en bepalingsmethode

    2014

    NNI

    (www.nen.nl)

    Bbl

    NEN 2686

    Luchtdoorlatendheid van gebouwen - Meetmethode

    1988 + A2:2008

    NNI

    (www.nen.nl)

    Bbl

    NEN 2690

    Luchtdoorlatendheid van gebouwen - Meetmethode voor de specifieke luchtvolumestroom tussen kruipruimte en woning

    1991 + A2:2008

    NNI

    (www.nen.nl)

    Bbl

    NEN 2757-1

    Bepalingsmethoden van de geschiktheid van systemen voor de afvoer van rookgas van gebouwgebonden installaties - Deel 1: Installaties met een belasting kleiner dan of gelijk aan 130 kW op bovenwaarde

    2011

    NNI

    (www.nen.nl)

    Bbl

    NEN 2757-2

    Afvoer van rook van gebouwgebonden verbrandingsinstallaties met een belasting groter dan 130 kW op bovenwaarde - Bepalingsmethoden geschiktheid afvoersystemen

    2006

    NNI

    (www.nen.nl)

    Bbl

    NEN 2768

    Meterruimten en bijbehorende voorzieningen in een woonfunctie

    2016

    NNI

    (www.nen.nl)

    Bbl

    NEN 2778

    Vochtwering in gebouwen

    2015

    NNI

    (www.nen.nl)

    Bbl

    NEN 2826

    Luchtkwaliteit - Uitworp door stationaire puntbronnen - Monsterneming en bepaling van het gehalte aan gasvormig ammoniak

    1999

    NNI

    (www.nen.nl)

    Hoofdstukken 4 en 5 Bal

    NEN 2991

    Lucht - Bepaling van de asbestconcentraties in de binnenlucht en risicobeoordeling in en rondom bouwwerken, constructies of objecten waarbij asbesthoudende materialen zijn verwerkt

    2015

    NNI

    (www.nen.nl)

    Bbl

    NEN 3011

    Veiligheidskleuren en -tekens in de werkomgeving en in de openbare ruimte

    2015

    NNI

    (www.nen.nl)

    Bbl

    NEN 3011

    Veiligheidskleuren en -tekens in de werkomgeving en in de openbare ruimte (bestaande bouw)

    2004 + C1:2007

    NNI

    (www.nen.nl)

    Bbl

    NEN 3028

    Eisen voor verbrandingsinstallaties

    2011

    NNI

    (www.nen.nl)

    Bbl

    NEN 3215

    Binnenriolering - Eisen en bepalingsmethoden (bestaande bouw)

    2007

    NNI

    (www.nen.nl)

    Bbl

    NEN 3215

    Gebouwriolering en buitenriolering binnen de perceelgrenzen - Bepalingsmethoden voor de afvoercapaciteit, water- en luchtdichtheid en afstand van dakuitmondingen

    2018 +C1+A1:2018

    NNI

    (www.nen.nl)

    Bbl

    NEN 5077

    Geluidwering in gebouwen - Bepalingsmethoden voor de grootheden geluidwering van uitwendige scheidingsconstructies, luchtgeluidisolatie, contactgeluidisolatie, geluidniveaus veroorzaakt door installaties en nagalmtijd

    2006 + C3:2012

    NNI

    (www.nen.nl)

    Bbl

    NEN 5087

    Inbraakveiligheid van woningen - Bereikbaarheid van dak- en gevelelementen: deuren, ramen en kozijnen

    2013 + A1:2016

    NNI

    (www.nen.nl)

    Bbl

    NEN 5096

    Inbraakwerendheid - Dak- of gevelelementen met deuren, ramen, luiken en vaste vullingen - Eisen, classificatie en beproevingsmethoden

    2012 + A1:2015

    NNI

    (www.nen.nl)

    Bbl

    NEN 5720

    Bodem - Waterbodem - Strategie voor het uitvoeren van milieuhygiënisch onderzoek

    2017

    NNI

    (www.nen.nl)

    Hoofdstukken 7 en 9 van deze regeling

    NEN 5725

    Bodem - Landbodem - Strategie voor het uitvoeren van milieuhygiënisch vooronderzoek

    2017

    NNI

    (www.nen.nl)

    Hoofdstuk 5 Bal

    NEN 5740

    Bodem - Landbodem - Strategie voor het uitvoeren van verkennend bodemonderzoek - Onderzoek naar de milieuhygiënische kwaliteit van bodem en grond

    2009 + A1:2016

    NNI

    (www.nen.nl)

    Hoofdstukken 4 en 5 Bal

    NEN 5766

    Bodem - Plaatsing van peilbuizen ten behoeve van milieukundig bodemonderzoek

    2003

    NNI

    (www.nen.nl)

    Hoofdstuk 4 Bal en hoofdstuk 7 van deze regeling

    NEN 6060

    Brandveiligheid van grote brandcompartimenten

    2015

    NNI

    (www.nen.nl)

    Bbl

    NEN 6061

    Bepaling van de weerstand tegen het ontstaan van brand bij stookplaatsen

    1991 + A3:2012

    NNI

    (www.nen.nl)

    Bbl

    NEN 6062

    Bepaling van de brandveiligheid van rookgasafvoervoorzieningen - Algemeen

    2017

    NNI

    (www.nen.nl)

    Bbl

    NEN 6063

    Bepaling van het brandgevaarlijk zijn van daken

    2008

    NNI

    (www.nen.nl)

    Bbl

    NEN 6064

    Bepaling van de onbrandbaarheid van bouwmaterialen (bestaande bouw)

    1991 + A2:2001

    NNI

    (www.nen.nl)

    Bbl

    NEN 6065

    Bepaling van de bijdrage tot brandvoortplanting van bouwmateriaal(combinaties) (bestaande bouw)

    1991 + A1:1997

    NNI

    (www.nen.nl)

    Bbl

    NEN 6066

    Bepaling van de rookproductie bij brand van bouwmateriaal(combinaties) (bestaande bouw)

    1991 + A1:1997

    NNI

    (www.nen.nl)

    Bbl

    NEN 6068

    Bepaling van de weerstand tegen branddoorslag en brandoverslag tussen ruimten

    2016 + C1:2016

    NNI

    (www.nen.nl)

    Bbl

    NEN 6069

    Beproeving en klassering van de brandwerendheid van bouwdelen en bouwproducten

    2019 + A1 + C1:2019

    NNI

    (www.nen.nl)

    Bbl

    NEN 6075

    Bepaling van de weerstand tegen rookdoorgang tussen ruimten

    2012 + C1:2012

    NNI

    (www.nen.nl)

    Bbl

    NEN 6079

    Brandveiligheid van grote brandcompartimenten - Risicobenadering

    2016

    NNI

    (www.nen.nl)

    Bbl

    NEN 6088

    Brandveiligheid van gebouwen - Vluchtwegaanduiding - Eigenschappen en bepalingsmethoden

    2002

    NNI

    (www.nen.nl)

    Bbl

    NEN 6090

    Bepaling van de vuurbelasting

    2017

    NNI

    (www.nen.nl)

    Bbl

    NEN 6265

    Bacteriologisch onderzoek van water - Onderzoek naar de aanwezigheid en het aantal kolonievormende eenheden (KVE) van Legionella-bacteriën

    1991

    NNI

    (www.nen.nl)

    Hoofdstuk 15 Bal

    NEN 6411

    Water - Bepaling van de pH

    1981

    NNI

    (www.nen.nl)

    Hoofdstuk 15 Bal

    NEN 6414

    Water en slib - Bepaling van de temperatuur

    2008

    NNI

    (www.nen.nl)

    Hoofdstuk 4 Bal

    NEN 6480

    Water - Titrimetrische bepaling van de gehalten aan vrij beschikbaar en totaal beschikbaar chloor met ijzer(II)-ammoniumsulfaat en 1-amino-4-diethylaminobenzeen-waterstofsulfaat (N,N-diethyl-p-phenyl eendiamine (DPD)-sulfaat) als indicator

    1982 +

    C2: 1984

    NNI

    (www.nen.nl)

    Hoofdstuk 15

    NEN 6494

    Water - Enzymatische bepaling van het gehalte aan ureum in zwemwater

    1984

    NNI

    (www.nen.nl)

    Hoofdstuk 15 Bal

    NEN 6531

    Water - Titrimetrische bepaling van het gehalte aan waterstofcarbonaat in water met een pH lager dan of gelijk aan 8,35

    1986

    NNI

    (www.nen.nl)

    Hoofdstuk 15 Bal

    NEN 6573

    Bacteriologisch onderzoek van water - Onderzoek met behulp van membraanfiltratie naar de aanwezigheid en het aantal kolonievormende eenheden (KVE) van Pseudomonas aeruginosa

    1987

    NNI

    (www.nen.nl)

    Hoofdstuk 15 Bal

    NEN 6600-1

    Water - Monsterneming - Deel 1: Afvalwater

    2009

    NNI

    (www.nen.nl)

    Hoofdstukken 4, 6 en 7 Bal

    NEN 6633

    Water en (zuiverings)slib - Bepaling van het chemisch zuurstofverbruik (CZV

    2007

    NNI

    (www.nen.nl)

    Hoofdstukken 4, 6 en 7 Bal

    NEN 6646

    Water - Fotometrische bepaling van het gehalte aan ammoniumstikstof en van de som van de gehalten aan ammoniumstikstof en organisch gebonden stikstof volgens Kjeldahl, door mineralisatie met seleen, met behulp van een doorstroomanalysesysteem - Ontsluiting met zwavelzuur, seleen en kaliumsulfaat

    2015 + C1:2015

    NNI

    (www.nen.nl)

    Hoofdstukken 4, 6, 7 en 15 Bal

    NEN 6707

    Bevestiging van dakbedekkingen - Eisen en bepalingsmethoden

    2011

    NNI

    (www.nen.nl)

    Bbl

    NEN 6965

    Milieu - Analyse van geselecteerde elementen in water, eluaten en destruaten - Atomaire-absorptiespectrometrie met vlamtechniek

    2005

    NNI

    (www.nen.nl)

    Hoofdstuk 4 Bal

    NEN 6966

    Milieu - Analyse van geselecteerde elementen in water, eluaten en destruaten - Atomaire emissiespectrometrie met inductief gekoppeld plasma

    2005 + C1:2006

    NNI

    (www.nen.nl)

    Hoofdstuk 4 Bal

    NEN 8062

    Brandveiligheid van gebouwen - Methode voor het beoordelen van de brandveiligheid van rookgasafvoervoorzieningen van bestaande gebouwen (bestaande bouw)

    2011

    NNI

    (www.nen.nl)

    Bbl

    NEN 8078

    Voorziening voor gas met een werkdruk tot en met 500 mbar - Prestatie-eisen - Bestaande bouw (bestaande bouw)

    2018 + A1:2018

    NNI

    (www.nen.nl)

    Bbl

    NEN 8087

    Ventilatie van gebouwen - Bepalingsmethoden voor bestaande gebouwen (bestaande bouw)

    2001

    NNI

    (www.nen.nl)

    Bbl

    NEN 8700

    Beoordeling constructieve veiligheid van een bestaand bouwwerk bij verbouw en afkeuren - Grondslagen (bestaande bouw en verbouw)

    2011

    NNI

    (www.nen.nl)

    Bbl

    NEN 8701

    Beoordeling van de constructieve veiligheid van een bestaand bouwwerk bij verbouw en afkeuren - Belastingen

    2011

    NNI

    (www.nen.nl)

    Bbl

    NEN 8757

    Afvoer van rook van verbrandingstoestellen in gebouwen - Bepalingsmethoden voor bestaande bouw

    2005

    NNI

    (www.nen.nl)

    Bbl

    NEN-EN 179

    Hang- en sluitwerk - Sluitingen voor nooduitgangen met een deurkruk of een drukplaat, voor gebruik bij vluchtroutes - Eisen en beproevingsmethoden

    2008

    NNI

    (www.nen.nl)

    Bbl

    NEN-EN 858-1

    Afscheiders en slibvangputten voor lichte vloeistoffen (bijv. olie en benzine) - Deel 1: Ontwerp, eisen en beproeving, merken en kwaliteitsconstrole

    2002 + A1:2004

    NNI

    (www.nen.nl)

    Hoofdstuk 4 Bal

    NEN-EN 858-2

    Afscheiders en slibvangputten voor lichte vloeistoffen (bijv. olie en benzine) - Deel 2: Bepaling van nominale afmeting, installatie, functionering en onderhoud

    2003

    NNI

    (www.nen.nl)

    Hoofdstuk 4 Bal

    NEN-EN 872

    Water - Bepaling van het gehalte aan onopgeloste stoffen - Methode door filtratie over glasvezelfilters

    2005

    NNI

    (www.nen.nl)

    Hoofdstuk 4 Bal

    NEN-EN 1125

    Hang- en sluitwerk - Panieksluitingen voor vluchtdeuren met een horizontale bedieningsstang voor het gebruik bij vluchtroutes - Eisen en beproevingsmethoden

    2008

    NNI

    (www.nen.nl)

    Bbl

    NEN-EN 1825-1

    Vetafscheiders en slibvangputten - Deel 1: Ontwerp, eisen en beproeving, merken en kwaliteitscontrole

    2004 + C1:2006

    NNI

    (www.nen.nl)

    Hoofdstuk 4 Bal

    NEN-EN 1825-2

    Vetafscheiders en slibvangputten - Deel 2: Bepaling van nominale afmeting, installatie, functionering en onderhoud

    2002

    NNI

    (www.nen.nl)

    Hoofdstuk 4 Bal

    NEN-EN 1838

    Toegepaste verlichtingstechniek - Noodverlichting

    2013

    NNI

    (www.nen.nl)

    Bbl

    NEN-EN 1838

    Toegepaste verlichtingstechniek - Noodverlichting (bestaande bouw en bij toepassing van artikel 4.215, tweede lid, van het Besluit bouwwerken leefomgeving ook voor te bouwen bouwwerken)

    1999

    NNI

    (www.nen.nl)

    Bbl

    NEN-EN 1899-1

    Water - Bepaling van het biochemisch zuurstofverbruik na n dagen (BODn) - Deel 1: Verdunnings- en entmethode met toevoeging van allylthioreum

    1998

    NNI

    (www.nen.nl)

    Hoofdstukken 4, 6 en 7 Bal

    NEN-EN 1911

    Emissies van stationaire bronnen - Bepaling van de massa concentratie van gasvormige chloride van HCI - Standaard referentiemethode

    2010

    NNI

    (www.nen.nl)

    Hoofdstukken 4 en 5 Bal

    NEN-EN 1948-1

    Emissies van stationaire bronnen - Bepaling van de concentratie aan PCDD's/PCDF's en dioxine-achtige PCB's - Deel 1: Monsterneming van PCDD's/PCDF's

    2006

    NNI

    (www.nen.nl)

    Hoofdstukken 4 en 5 Bal

    NEN-EN 1948-2

    Emissies van stationaire bronnen - Bepaling van de concentratie aan PCDD's/PCDF's en dioxine-achtige PCB's - Deel 2: Extractie en opwerking van PCDD's/PCDF's

    2006

    NNI

    (www.nen.nl)

    Hoofdstukken 4 en 5 Bal

    NEN-EN 1948-3

    Emissie van stationaire bronnen - Bepaling van de concentratie aan PCDD's en PCDF's en dioxine-achtige PCB's - Deel 3: Identificatie en kwantificering van PCDD's en PCDF's

    2006

    NNI

    (www.nen.nl)

    Hoofdstukken 4 en 5 Bal

    NEN-EN 1990

    Eurocode - Grondslagen van het constructief ontwerp

    2011 + A1:2011 C2:2011 + NB:2011

    NNI

    (www.nen.nl)

    Bbl

    NEN-EN 1991‑1‑1

    Eurocode 1: Belastingen op constructies - Deel 1-1: Algemene belastingen - Volumieke gewichten, eigengewicht en opgelegde belastingen voor gebouwen

    2011 + C1:2011 + NB:2011

    NNI

    (www.nen.nl)

    Bbl

    NEN-EN 1991‑1‑2

    Eurocode 1: Belastingen op constructies - Deel 1-2: Algemene belastingen - Belasting bij brand

    2011 + C1:2011 + C3:2013 + NB:2011

    NNI

    (www.nen.nl)

    Bbl

    NEN-EN 1991‑1‑3

    Eurocode 1: Belastingen op constructies - Deel 1-3: Algemene belastingen - Sneeuwbelasting

    2011 + C1:2011 + A1:2015 + NB:2011

    NNI

    (www.nen.nl)

    Bbl

    NEN-EN 1991‑1‑4

    Eurocode 1: Belastingen op constructies - Deel 1-4: Algemene belastingen - Windbelasting

    2011 + A1 + C2:2011 + NB:2011

    NNI

    (www.nen.nl)

    Bbl

    NEN-EN 1991‑1‑5

    Eurocode 1: Belastingen op constructies - Deel 1-5: Algemene belastingen - Thermische belasting

    2011 + C1:2011 + NB:2011

    NNI

    (www.nen.nl)

    Bbl

    NEN-EN 1991‑1‑7

    Eurocode 1: Belastingen op constructies - Deel 1-7: Algemene belastingen - Buitengewone belastingen: stootbelastingen en ontploffingen

    2015 + C1+A1:2015 + NB:2011

    NNI

    (www.nen.nl)

    Bbl

    NEN-EN 1991-2

    Eurocode 1: Belastingen op constructies - Deel 2: Verkeersbelasting op bruggen

    2015 + C1:2015 + NB:2011

    NNI

    (www.nen.nl)

    Bbl

    NEN-EN 1991-3

    Eurocode 1: Belastingen op constructies - Deel 3: Belastingen veroorzaakt door kranen en machines

    2006 + C1:2012 + NB:2013

    NNI

    (www.nen.nl)

    Bbl

    NEN-EN 1991-4

    Eurocode 1: Belastingen op constructies - Deel 4: Silo’s en opslagtanks

    2006 + C1:2012 + NB:2013

    NNI

    (www.nen.nl)

    Bbl

    NEN-EN 1992‑1‑1

    Eurocode 2: Ontwerp en berekening van betonconstructies - Deel 1-1: Algemene regels en regels voor gebouwen

    2011 + C2:2011 + A1: 2015 + NB:2016

    NNI

    (www.nen.nl)

    Bbl

    NEN-EN 1992‑1‑2

    Eurocode 2: Ontwerp en berekening van betonconstructies - Deel 1-2: Algemene regels - Ontwerp en berekening van constructies bij brand

    2011+ C1:2011 + C11:2017 + NB:2011

    NNI

    (www.nen.nl)

    Bbl

    NEN-EN 1992-2

    Eurocode 2: Ontwerp en berekening van betonconstructies- Betonnen bruggen - Regels voor ontwerp, berekening en detaillering

    2011 + C1:2011 + NB:2016

    NNI

    (www.nen.nl)

    Bbl

    NEN-EN 1992-3

    Eurocode 2: Ontwerp en berekening van betonconstructies - Deel 3: Constructies voor keren en opslaan van stoffen

    2006 + NB:2011

    NNI

    (www.nen.nl)

    Bbl

    NEN-EN 1993‑1‑1

    Eurocode 3: Ontwerp en berekening van staalconstructies - Deel 1-1: Algemene regels en regels voor gebouwen

    2006 + C2 + A1:2016 + NB: 2016

    NNI

    (www.nen.nl)

    Bbl

    NEN-EN 1993‑1‑2

    Eurocode 3: Ontwerp en berekening van staalconstructies - Deel 1-2: Algemene regels - Ontwerp en berekening van constructies bij brand

    2005 + C2:2011 + NB:2015

    NNI

    (www.nen.nl)

    Bbl

    NEN-EN 1993‑1‑3

    Eurocode 3: Ontwerp en berekening van staalconstructies - Deel 1-3: Algemene regels - Aanvullende regels voor koudgevormde dunwandige profielen en platen

    2006 + C3:2009 + NB:2011

    NNI

    (www.nen.nl)

    Bbl

    NEN-EN 1993‑1‑4

    Eurocode 3: Ontwerp en berekening van staalconstructies - Deel 1-4: Algemene regels - Aanvullende regels voor corrosievaste staalsoorten

    2006 + A1:2015 + NB:2012

    NNI

    (www.nen.nl)

    Bbl

    NEN-EN 1993‑1‑5

    Eurocode 3: Ontwerp en berekening van staalconstructies - Deel 1-5: Constructieve plaatvelden

    2006 + C1:2012 + A1:2017 + NB:2011

    NNI

    (www.nen.nl)

    Bbl

    NEN-EN 1993‑1‑6

    Eurocode 3: Ontwerp en berekening van staalconstructies - Deel 1-6: Algemene regels - Sterkte en Stabiliteit van Schaalconstructies

    2007 + A1:2017, C1:2009 + NB:2011

    NNI

    (www.nen.nl)

    Bbl

    NEN-EN 1993‑1‑7

    Eurocode 3: Ontwerp en berekening van staalconstructies - Deel 1-7: Sterkte en stabiliteit haaks op het vlak belaste platen

    2008 + C1:2009 + NB:2011

    NNI

    (www.nen.nl)

    Bbl

    NEN-EN 1993‑1‑8

    Eurocode 3: Ontwerp en berekening van staalconstructies - Deel 1-8: Ontwerp en berekening van verbindingen

    2006 + C2:2011 + C11:2016 + NB:2011

    NNI

    (www.nen.nl)

    Bbl

    NEN-EN 1993‑1‑9

    Eurocode 3: Ontwerp en berekening van staalconstructies - Deel 1-9: Vermoeiing

    2006 + C2:2012 + NB:2011

    NNI

    (www.nen.nl)

    Bbl

    NEN-EN 1993‑1‑10

    Eurocode 3: Ontwerp en berekening van staalconstructies - Deel 1-10: Materiaaltaaiheid en eigenschappen in de dikterichting

    2006 + C2:2011 + C11:2015 + NB:2007

    NNI

    (www.nen.nl)

    Bbl

    NEN-EN 1993‑1‑11

    Eurocode 3: Ontwerp en berekening van staalconstructies - Deel 1-11: Ontwerp en berekening van op trek belaste componenten

    2007 + C1:2011 + NB:2011

    NNI

    (www.nen.nl)

    Bbl

    NEN-EN 1993‑1‑12

    Eurocode 3: Ontwerp en berekening van staalconstructies - Deel 1-12: Aanvullende regels voor de uitbreiding van EN 1993 voor staalsoorten tot en met S 700

    2007 + C1:2011 + NB:2011

    NNI

    (www.nen.nl)

    Bbl

    NEN-EN 1993-2

    Eurocode 3: Ontwerp en berekening van staalconstructies - Deel 2: Stalen bruggen

    2007 + C1:2011 + NB:2011

    NNI

    (www.nen.nl)

    Bbl

    NEN-EN 1993‑3‑1

    Eurocode 3: Ontwerp en berekening van staalconstructies - Deel 3-1: Torens, masten en schoorstenen - Torens en masten

    2007 + C1:2009 + NB:2012

    NNI

    (www.nen.nl)

    Bbl

    NEN-EN 1993‑3‑2

    Eurocode 3: Ontwerp en berekening van staalconstructies - Deel 3-2: Torens, masten en schoorstenen - Schoorstenen

    2007 + NB:2012

    NNI

    (www.nen.nl)

    Bbl

    NEN-EN 1993‑4‑1

    Eurocode 3: Ontwerp en berekening van staalconstructies - Deel 4-1: Silo's

    2007 + C1:2009 + A1:2017 + NB:2012

    NNI

    (www.nen.nl)

    Bbl

    NEN-EN 1993‑4‑2

    Eurocode 3: Ontwerp en berekening van staalconstructies - Deel 4-2: Opslagtanks

    2007 + A1:2017, C1:2009 + NB:2012

    NNI

    (www.nen.nl)

    Bbl

    NEN-EN 1993‑4‑3

    Eurocode 3 - Ontwerp en berekening van staalconstructies - Deel 4-3: Buisleidingen

    2009 + C1:2009

    NNI

    (www.nen.nl)

    Bbl

    NEN-EN 1993-5

    Eurocode 3: Ontwerp en berekening van staalconstructies - Deel 5: Palen en damwanden

    2008 + C1:2009 + NB:2012

    NNI

    (www.nen.nl)

    Bbl

    NEN-EN 1993-6

    Eurocode 3: Ontwerp en berekening van staalconstructies - Deel 6: Kraanbanen

    2008 + C1:2009 + NB:2012

    NNI

    (www.nen.nl)

    Bbl

    NEN-EN 1994‑1‑1

    Eurocode 4: Ontwerp en berekening van staal-betonconstructies - Deel 1-1: Algemene regels en regels voor gebouwen

    2011+ C1:2011 + NB:2012

    NNI

    (www.nen.nl)

    Bbl

    NEN-EN 1994‑1‑2

    Eurocode 4: Ontwerp en berekening van staal-betonconstructies - Deel 1-2: Algemene regels - Ontwerp en berekening van constructies bij brand

    2011 + C1:2011 + A1:2014 + NB:2007

    NNI

    (www.nen.nl)

    Bbl

    NEN-EN 1994-2

    Eurocode 4: Ontwerp en berekening van staal-betonconstructies - Deel 2: Algemene regels en regels voor bruggen

    2006 + C1:2011 + NB:2011

    NNI

    (www.nen.nl)

    Bbl

    NEN-EN 1995‑1‑1

    Eurocode 5: Ontwerp en berekening van houtconstructies - Deel 1-1: Algemeen - Gemeenschappelijke regels en regels voor gebouwen

    2005 + C1 + A1:2011 + C1:2012 + A2:2014 + NB:2013

    NNI

    (www.nen.nl)

    Bbl

    NEN-EN 1995‑1‑2

    Eurocode 5: Ontwerp en berekening van houtconstructies - Deel 1-2: Algemeen - Ontwerp en berekening van constructies bij brand

    2005 + C2:2011 + NB:2011

    NNI

    (www.nen.nl)

    Bbl

    NEN-EN 1995-2

    Eurocode 5: Ontwerp en berekening van houtconstructies - Deel 2: Bruggen

    2005 + NB:2011

    NNI

    (www.nen.nl)

    Bbl

    NEN-EN 1996‑1‑1

    Eurocode 6: Ontwerp en berekening van constructies van metselwerk - Deel 1-1: Algemene regels voor constructies van gewapend en ongewapend metselwerk

    2006 + A1:2013 + NB:2018

    NNI

    (www.nen.nl)

    Bbl

    NEN-EN 1996‑1‑2

    Eurocode 6: Ontwerp en berekening van constructies van metselwerk - Deel 1-2: Algemene regels - Ontwerp en berekening van constructies bij brand

    2005 + C1:2011 + NB:2011

    NNI

    (www.nen.nl)

    Bbl

    NEN-EN 1996-2

    Eurocode 6: Ontwerp en berekening van constructies van metselwerk - Deel 2: Ontwerp, materiaalkeuze en uitvoering van constructies van metselwerk

    2006 + C1:2011 + NB:2011

    NNI

    (www.nen.nl)

    Bbl

    NEN-EN 1996-3

    Eurocode 6: Ontwerp en berekening van constructies van metselwerk - Deel 3: Vereenvoudigde berekeningsmodellen voor constructies van ongewapend metselwerk

    2006 + C1:2011 + NB:2011

    NNI

    (www.nen.nl)

    Bbl

    NEN-EN 1997-1

    Eurocode 7: Geotechnisch ontwerp - Deel 1: Algemene regels (aangewezen voor bestaande bouw en verbouw als tweedelijns norm in NEN 8700)

    2005 + C1:2012 + NB:2012

    NNI

    (www.nen.nl)

    Bbl

    NEN-EN 1997-1

    Eurocode 7: Geotechnisch ontwerp - Deel 1: Algemene regels

    2005 + C1 + A1:2016 + NB+ C1: 2018

    NNI

    (www.nen.nl)

    Bbl

    NEN-EN 1997-2

    Eurocode 7: Geotechnisch ontwerp - Deel 2: Grondonderzoek en beproeving

    2007 + C1:2010 + NB:2011

    NNI

    (www.nen.nl)

    Bbl

    NEN-EN 1999‑1‑1

    Eurocode 9: Ontwerp en berekening van aluminiumconstructies - Deel 1-1: Algemene regels

    2007 + A1:2011 + A2:2014 + NB:2011

    NNI

    (www.nen.nl)

    Bbl

    NEN-EN 1999‑1‑2

    Eurocode 9: Ontwerp en berekening van aluminiumconstructies - Deel 1-2: Ontwerp en berekening van constructies bij brand

    2007 + C1:2011 + NB:2011

    NNI

    (www.nen.nl)

    Bbl

    NEN-EN 1999‑1‑3

    Eurocode 9: Ontwerp en berekening van aluminiumconstructies - Deel 1-3: Vermoeiing

    2007 + A1:2011

    NNI

    (www.nen.nl)

    Bbl

    NEN-EN 1999‑1‑4

    Eurocode 9: Ontwerp en berekening van aluminiumconstructies - Deel 1-4: Koudgevormde dunne platen

    2007 + C1 + A1:2011 + NB:2011

    NNI

    (www.nen.nl)

    Bbl

    NEN-EN 1999‑1‑5

    Eurocode 9: Ontwerp en berekening van aluminiumconstructies - Deel 1-5: Schaalconstructies

    2007 + C1:2009

    NNI

    (www.nen.nl)

    Bbl

    NEN-EN 12341

    Luchtkwaliteit - Algemene gravimetrische referentiemethode voor de bepaling van de PM10 of PM2,5-massafractie van zwevende stof in de buitenlucht

    2014

    NNI

    (www.nen.nl)

    Hoofdstuk 12 van deze regeling

    NEN-EN 12354-6

    Geluidwering in gebouwen - Berekening van de akoestische eigenschappen van gebouwen met de eigenschappen van bouwelementen - Deel 6: Geluidabsorptie in gesloten ruimten

    2004

    NNI

    (www.nen.nl)

    Bbl

    NEN-EN 12566-1

    Kleine afvalwaterzuiveringsinstallaties ≤ 50 IE - Deel 1: Geprefabriceerde septictanks

    2016

    NNI

    (www.nen.nl)

    Hoofdstukken 6 en 7 Bal

    NEN-EN 12619

    Emissies van stationaire bronnen - Bepaling van de massaconcentratie van totaal gasvormig organisch koolstof in lage concentraties in verbrandingsgassen - Continue methode met vlamionisatiedetector

    2013

    NNI

    (www.nen.nl)

    Hoofdstukken 4 en 5 Bal

    NEN-EN 13211

    Luchtkwaliteit - Emissies van stationaire bronnen - Bepaling van de concentratie aan totaal kwik

    2001 + C1:2007

    NNI

    (www.nen.nl)

    Hoofdstukken 4 en 5 Bal

    NEN-EN 13284-1

    Emissies van stationaire bronnen - Bepaling van massaconcentratie van stof in lage concentraties - Deel 1: Manuele gravimetrische methode

    2017

    NNI

    (www.nen.nl)

    Hoofdstukken 4 en 5 Bal

    NEN-EN 13284-2

    Emissies van stationaire bronnen - Bepaling van massaconcentratie van stof in lage concentraties - Deel 2: Geautomatiseerde meetsystemen

    2017

    NNI

    (www.nen.nl)

    Hoofdstukken 4 en 5 Bal

    NEN-EN 13501-1

    Brandclassificatie van bouwproducten en bouwdelen - Deel 1: Classificatie op grond van resultaten van beproeving van het brandgedrag

    2007 + A1:2009

    NNI

    (www.nen.nl)

    Bbl

    NEN-EN 13616-1

    Overvulbeveiligingsmiddelen voor niet-verplaatsbare tanks voor vloeibare brandstoffen - Deel 1: Overvulbeveiligingsmiddelen met sluitmechanisme

    2016

    NNI

    (www.nen.nl)

    Hoofdstuk 4 Bal

    NEN-EN 14181

    Emissies van stationaire bronnen - Kwaliteitsborging van geautomatiseerde meetsystemen

    2014

    NNI

    (www.nen.nl)

    Hoofdstuk 4 en 5 Bal

    NEN-EN 14211

    Luchtkwaliteit - Buitenlucht - Standaard methode voor meten van de concentratie stikstofdioxide en stikstofmonoxide door middel van chemoluminescentie

    2012

    NNI

    (www.nen.nl)

    Hoofdstuk 12 van deze regeling

    NEN-EN 14212

    Luchtkwaliteit - Buitenlucht - Standaard methode voor het meten van de concentratie zwaveldioxide door middel van ultraviolette fluorescentie

    2012

    NNI

    (www.nen.nl)

    Hoofdstuk 12 van deze regeling

    NEN-EN 14385

    Emissies van stationaire bronnen - Bepaling van de totale emissie van As, CD, Cr, CO, Cu, Mn, Ni, Pb, Sb, Tl en V

    2004

    NNI

    (www.nen.nl)

    Hoofdstuk 4 Bal

    NEN-EN 14625

    Luchtkwaliteit - Buitenlucht - Standaard methode voor het meten van de concentratie ozon door middel van ultraviolette fotometrische methode

    2012

    NNI

    (www.nen.nl)

    Hoofdstuk 15 Bal en hoofdstuk 12 van deze regeling

    NEN-EN 14626

    Luchtkwaliteit - Buitenlucht - Standaard methode voor het meten van de concentratie koolstofmonoxide door middel van niet-dispersieve infraroodspectroscopie

    2012

    NNI

    (www.nen.nl)

    Hoofdstuk 12 van deze regeling

    NEN-EN 14789

    Emissies van stationaire bronnen - Bepaling van de volumeconcentratie van zuurstof (O2) - Referentiemethode - Paramagnetisme

    2017

    NNI

    (www.nen.nl)

    Hoofdstukken 4 en 5 Bal

    NEN-EN 14790

    Emissies van stationaire bronnen - Bepaling van de waterdamp in leidingen - Standaard referentiemethode

    2017

    NNI

    (www.nen.nl)

    Hoofdstukken 4 Bal

    NEN-EN 14791

    Emissies van stationaire bronnen - Bepaling van de massaconcentratie aan zwaveldioxide - referentiemethode

    2017

    NNI

    (www.nen.nl)

    Hoofdstukken 4 en 5 Bal

    NEN-EN 14792

    Emissies van stationaire bronnen - Bepaling van massaconcentratie aan stikstofoxiden - referentiemethode: Chemiluminescentie

    2017

    NNI

    (www.nen.nl)

    Hoofdstukken 4 en 5 Bal

    NEN-EN 14902

    Luchtkwaliteit - Standaard methode voor de meting van Pb, Cd, As, and Ni in de PM 10 fractie van zwevend stof

    2005

    NNI

    (www.nen.nl)

    Hoofdstuk 12 van deze regeling

    NEN-EN 14907

    Luchtkwaliteit - Algemene gravimetrische referentiemethode voor de bepaling van de PM2,5-massafractie van zwevende stof in de buitenlucht

    2005

    NNI

    (www.nen.nl)

    Hoofdstuk 12 van deze regeling

    NEN-EN 15001-1

    Gasinfrastructuur - Gasinstallatieleidingen met bedrijfsdrukken groter dan 0,5 bar voor industriële en groter dan 5 bar voor industriële en niet-industriële gasinstallaties - Deel 1: Gedetailleerde functionele eisen voor ontwerp, materialen, constructie, inspectie en beproeving

    2009

    NNI

    (www.nen.nl)

    Bbl

    NEN-EN 15058

    Emissies van stationaire bronnen - Bepaling van de massaconcentratie van koolstofmonoxide (CO) - Referentiemethode: Niet-dispersieve infrarood spectrometrie

    2017

    NNI

    (www.nen.nl)

    Hoofdstuk 4 Bal

    NEN-EN 15204

    Kwaliteit van water - Richtlijn voor het tellen van fytoplankton met behulp van omgekeerde microscopie (Utermöhl-techniek)

    2006

    NNI

    (www.nen.nl)

    Hoofdstuk 15 Bal

    NEN-EN 15259

    Luchtkwaliteit - Meetmethode emissies van stationaire bronnen - Eisen voor meetvlakken en meetlokaties en voor doelstelling, meetplan en rapportage van de meting

    2007

    NNI

    (www.nen.nl)

    Hoofdstukken 4 en 5 Bal

    NEN-EN 15549

    Luchtkwaliteit - Standaardmethode voor het meten van de concentratie benzo[a]pyreen in buitenlucht

    2008

    NNI

    (www.nen.nl)

    Hoofdstuk 12 van deze regeling

    NEN-EN 15841

    Luchtkwaliteit - Buitenlucht - Bepaling van de atmosferische depositie van lood, nikkel, arseen en cadmium

    2009

    NNI

    (www.nen.nl)

    Hoofdstuk 12 van deze regeling

    NEN-EN 15853

    Luchtkwaliteit - Standaardmethode voor de bepaling van de depositie van kwik

    2010

    NNI

    (www.nen.nl)

    Hoofdstuk 12 van deze regeling

    NEN-EN 15980

    Luchtkwaliteit - Bepaling van de depositie van benz[a]anthraceen, benzo[b]fluorantheen, benzo[j]fluorantheen, benzo[k]fluorantheen, benzo[a]pyreen, dibenz[a,h]anthraceen en indeno[1,2,3-cd]pyreen

    2011

    NNI

    (www.nen.nl)

    Hoofdstuk 12 van deze regeling

    NEN-EN 16321-1

    Terugwinning van benzinedamp tijdens het vullen van motorvoertuigen bij tankstations - Deel 1: Beproevingsmethoden voor efficiënte goedkeuring van terugwinningssystemen van benzinedampen

    2013

    NNI

    (www.nen.nl)

    Hoofdstuk 4 Bal

    NEN-EN 16321-2

    Terugwinning van benzinedamp tijdens het vullen van motorvoertuigen bij tankstations - Deel 2: Beproevingsmethoden voor de controle van dampwinningssystemen bij tankstations

    2013

    NNI

    (www.nen.nl)

    Hoofdstuk 4 Bal

    NEN-EN 50522

    Aarding van hoogspanningsinstallaties van meer dan 1 kV wisselspanning

    2010

    NNI

    (www.nen.nl)

    Bbl

    NEN-EN-IEC 60079‑10‑2

    Explosieve atmosferen - Deel 10-2: Classificatie van gebieden - Explosieve stofatmosferen

    2015

    NNI

    (www.nen.nl)

    Hoofdstuk 4 Bal

    NEN-EN-IEC 61400-1

    Windturbines - Deel 1: Ontwerpeisen

    2005

    NNI

    (www.nen.nl)

    Hoofdstuk 4 Bal

    NEN-EN-IEC 61400-2

    Windturbines - Deel 2: Kleine windturbines

    2014

    NNI

    (www.nen.nl)

    Hoofdstuk 4 Bal

    NEN-EN-IEC 61400-22

    Generatorsystemen voor windturbines - Deel 22: Conformiteitsbeproeving en certificatie

    2011

    NNI

    (www.nen.nl)

    Hoofdstuk 4 Bal

    NEN-EN-IEC 61672

    Elektro-akoestiek - Geluidniveaumeters

    2014

    NNI

    (www.nen.nl)

    Bijlagen XXIV en XXV bij deze regeling

    NEN-EN-IEC 61936-1

    Sterkstroominstallaties met meer dan 1 kV wisselspanning - Deel 1: Algemene bepalingen

    2012 + C1: 2012, C11:2011, C12:2013, C13:2013 + A1: 2014

    NNI

    (www.nen.nl)

    Bbl

    NEN-EN-IEC 62305-1

    Bliksembeveiliging - Deel 1: Algemene principes

    2011

    NNI

    (www.nen.nl)

    Hoofdstuk 4 Bal

    NEN-EN-IEC 62305-2

    Bliksembeveiliging - Deel 2: Risicomanagement

    2012

    NNI

    (www.nen.nl)

    Hoofdstuk 4 Bal

    NEN-EN-IEC 62305-4

    Bliksembeveiliging - Deel 4: Elektrische en elektronische systemen in objecten

    2011

    NNI

    (www.nen.nl)

    Hoofdstuk 4 Bal

    NEN-EN-ISO 5667-3

    Water - Monsterneming - Deel 3: Conservering en behandeling van watermonsters

    2012

    NNI

    (www.nen.nl)

    Hoofdstukken 4, 6 en 7 Bal

    NEN-EN-ISO 6878

    Water - Bepaling van fosfor - Ammoniummolybdaat spectometrische methode

    2004

    NNI

    (www.nen.nl)

    Hoofdstukken 4 en 15 Bal

    NEN-EN-ISO 7027-1

    Water - Bepaling van troebelheid - Deel 1: Kwantitatieve methoden

    2016

    NNI

    (www.nen.nl)

    Hoofdstuk 15 Bal

    NEN-EN-ISO 7027-2

    Waterkwaliteit - Bepaling van de mate van troebelheid - Deel 2: Semi-kwantitatieve methoden for het testen van transparantie van wateren

    2019

    NNI

    (www.nen.nl)

    Hoofdstuk 15 Bal

    NEN-EN-ISO 7393-1

    Water - Bepaling van het vrije chloorgehalte en het totale chloorgehalte - Deel 1: Titrimetrische methode met gebruik van N,N-diethyl-1,4-phenylenediamine

    2000

    NNI

    (www.nen.nl)

    Hoofdstukken 4 en 15 Bal

    NEN-EN-ISO 7393-2

    Water - Bepaling van het vrije chloorgehalte en het totale chloorgehalte - Deel 2: Colorimetrische methode met gebruik van N,N-diethyl-1,4-phenylenediamine, voor routine controledoeleinden

    2000

    NNI

    (www.nen.nl)

    Hoofdstuk 4 Bal

    NEN-EN-ISO 7393-3

    Water - Bepaling van het vrije chloorgehalte en het totale chloorgehalte - Deel 3: Jodometrische titratiemethode voor de bepaling van het totale chloorgehalte

    2000

    NNI

    (www.nen.nl)

    Hoofdstuk 4 Bal

    NEN-EN-ISO 7888

    Water - Bepaling van het elektrisch geleidingsvermogen

    1994

    NNI

    (www.nen.nl)

    Hoofdstuk 15 Bal

    NEN-EN-ISO 8467

    Water - Bepaling van de permanganaatindex

    1995

    NNI

    (www.nen.nl)

    Hoofdstuk 15 Bal

    NEN-EN-ISO 9308-1

    Water - Telling van Escherichia coli en bacteriën van de coligroep - Deel 1: Methode met membraanfiltratie voor water met een lage achtergrondconcentratie aan bacteriën

    2014

    NNI

    (www.nen.nl)

    Hoofdstuk 15

    NEN-EN-ISO 9377-2

    Water - Bepaling van de minerale-olie-index - Deel 2: Methode met vloeistofextractie en gas-chromatografie

    2000

    NNI

    (www.nen.nl)

    Hoofdstuk 4 Bal

    NEN-EN-ISO 9562

    Water - Bepaling van adsorbeerbare organisch gebonden halogenen (AOX)

    2004

    NNI

    (www.nen.nl)

    Hoofdstuk 4 Bal

    NEN-EN-ISO 9963-1

    Water - Bepaling van de alkaliniteit - Deel 1: Bepaling van de totale en de samengestelde alkaliniteit

    1996

    NNI

    (www.nen.nl)

    Hoofdstuk 15 Bal

    NEN-EN-ISO 9963-2

    Water - Bepaling van de alkaliniteit - Deel 2: Bepaling van de carbonaatalkaliniteit

    1996

    NNI

    (www.nen.nl)

    Hoofdstuk 15 Bal

    NEN-EN-ISO 10301

    Water - Bepaling van zeer vluchtige gehalogeneerde koolwaterstoffen - Gaschromatografische methoden

    1997

    NNI

    (www.nen.nl)

    Hoofdstuk 4 Bal

    NEN-EN-ISO 10304-1

    Water - Bepaling van opgeloste anionen met vloeistofionchromatografie - Deel 1: Bepaling van bromide, chloride, fluoride, nitraat, nitriet, fosfaat en sulfaat

    2009

    NNI

    (www.nen.nl)

    Hoofdstuk 15 Bal

    NEN-EN-ISO 10304-4

    Water - Bepaling van opgeloste anionen met vloeistofionchromatografie - Deel 4: Bepaling van het gehalte aan chloraat, chloride en chloriet in water met een lichte verontreiniging

    1999

    NNI

    (www.nen.nl)

    Hoofdstuk 15 Bal

    NEN-EN-ISO 10523

    Water - Bepaling van de pH

    2012

    NNI

    (www.nen.nl)

    Hoofdstukken 4 en 15 Bal

    NEN-EN-ISO 11143

    Tandheelkunde - Amalgaamscheiders

    2008

    NNI

    (www.nen.nl)

    Hoofdstuk 4 Bal

    NEN-EN-ISO 11731

    Water - Telling van Legionella

    2017

    NNI

    (www.nen.nl)

    Hoofdstuk 15 Bal

    NEN-EN-ISO 11732

    Water - Bepaling van ammonium stikstof - Methode voor doorstroomanalyse (CFA en FIA) en spectrometrische detectie

    2005

    NNI

    (www.nen.nl)

    Hoofdstukken 4 en 15 Bal

    NEN-EN-ISO 11885

    Water - Bepaling van geselecteerde elementen met atomaire-emissiespectrometrie met inductief gekoppeld plasma (ICP-AES)

    2009

    NNI

    (www.nen.nl)

    Hoofdstuk 4 Bal

    NEN-EN-ISO 11969

    Water - Bepaling van het arseengehalte - Methode met atomaire-absorptiespectrometrie (hydridetechniek)

    1997

    NNI

    (www.nen.nl)

    Hoofdstuk 4 Bal

    NEN-EN-ISO 12354-3

    Geluidwering in gebouwen - Berekening van de akoestische eigenschappen van gebouwen met de eigenschappen van de bouwelementen - Deel 3: Luchtgeluidisolatie tegen geluiden van buitenaf

    2017

    NNI

    (www.nen.nl)

    Hoofdstuk 8 van deze regeling

    NEN-EN-ISO 12846

    Water - Bepaling van kwik - Methode met atomaire-absorptiespectrometrie met en zonder concentratie

    2012

    NNI

    (www.nen.nl)

    Hoofdstuk 4 Bal

    NEN-EN-ISO 13395

    Water - Bepaling van het stikstofgehalte in de vorm van nitriet en in de vorm van nitraat en de som van beide met doorstroomanalyse (CFA en FIA) en spectrometrische detectie

    1997

    NNI

    (www.nen.nl)

    Hoofdstukken 4 en 15 Bal

    NEN-EN-ISO 14403-1

    Water - Bepaling van het totale gehalte aan cyanide en het gehalte aan vrij cyanide met doorstroomanalyse (FIA en CFA) - Deel 1: Methode met doorstroominjectie analyse (FIA)

    2012

    NNI

    (www.nen.nl)

    Hoofdstuk 4 Bal

    NEN-EN-ISO 15061

    Water - Bepaling van opgelost bromaat - Methode met vloeistofchromatografie van ionen

    2001

    NNI

    (www.nen.nl)

    Hoofdstuk 15 Bal

    NEN-EN-ISO 15587-1

    Water - Ontsluiting voor de bepaling van geselecteerde elementen in water - Deel 1: Koningswater ontsluiting

    2002

    NNI

    (www.nen.nl)

    Hoofdstuk 4 Bal

    NEN-EN-ISO 15587-2

    Water - Ontsluiting voor de bepaling van geselecteerde elementen in water - Deel 2: Ontsluiting met salpeterzuur

    2002

    NNI

    (www.nen.nl)

    Hoofdstuk 4 Bal

    NEN-EN-ISO 15680

    Water - Gaschromatografische bepaling van een aantal monocyclische aromatische koolwaterstoffen, naftaleen en verscheidene gechloreerde verbindingen met 'purge-and-trap' en thermische desorptie

    2003

    NNI

    (www.nen.nl)

    Hoofdstukken 4 en 15 Bal

    NEN-EN-ISO 15681-1

    Water - Bepaling van het gehalte aan orthofosfaat en het totale gehalte aan fosfor met behulp van doorstroomanalyse (FIA en CFA) - Deel 1: Methode met een doorstroominjectiesysteem (FIA)

    2005

    NNI

    (www.nen.nl)

    Hoofdstukken 4 en 15 Bal

    NEN-EN-ISO 15681-2

    Water - Bepaling van het gehalte aan orthofosfaat en het totale gehalte aan fosfor met behulp van doorstroomanalyse (FIA en CFA) - Deel 2: Methode met een continu doorstroomanalysesysteem (CFA)

    2018

    NNI

    (www.nen.nl)

    Hoofdstukken 4 en 15 Bal

    NEN-EN-ISO 15682

    Water - Bepaling van het gehalte aan chloride met doorstroomanalyse (CFA en FIA) en fotometrische of potentiometrische detectie

    2001

    NNI

    (www.nen.nl)

    Hoofdstuk 4 Bal

    NEN-EN-ISO 16000-2

    Binnenlucht - Deel 2: Monsternemingsstrategie voor formaldehyde

    2006

    NNI

    (www.nen.nl)

    Bbl

    NEN-EN-ISO 16266

    Water - Detectie en telling van Pseudomonas aeruginosa - Methode met membraanfiltratie

    2008

    NNI

    (www.nen.nl)

    Hoofdstuk 15 Bal

    NEN-EN-ISO 16911-1

    Emissies van stationaire bronnen - Bepaling van de stroomsnelheid en het debiet in afgaskanalen - Deel 1: Handmatige referentiemethode

    2013

    NNI

    (www.nen.nl)

    Hoofdstuk 4 Bal

    NEN-EN-ISO 16911-2

    Emissies van stationaire bronnen - Bepaling van de stroomsnelheid en het debiet in afgaskanalen - Deel 2: Geautomatiseerde meetsystemen

    2013

    NNI

    (www.nen.nl)

    Hoofdstuk 4 Bal

    NEN-EN-ISO 17294-2

    Water - Toepassing van massaspectrometrie met inductief gekoppeld plasma - Deel 2: Bepaling van geselecteerde elementen inclusief uranium isotopen

    2016

    NNI

    (www.nen.nl)

    Hoofdstukken 4 en 15 Bal

    NEN-EN-ISO 17852

    Water - Bepaling van kwik - Methode met atomaire fluorecentiespectometrie

    2008

    NNI

    (www.nen.nl)

    Hoofdstuk 4 Bal

    NEN-EN-ISO 17993

    Water - Bepaling van 15 polycyclische aromatische koolwaterstoffen (PAK) in water met HPLC met fluorescentiedetectie na vloeistof-vloeistof extractie

    2004

    NNI

    (www.nen.nl)

    Hoofdstuk 4 Bal

    NEN-EN-ISO/IEC 17020

    Conformiteitsbeoordeling - Eisen voor het functioneren van verschillende soorten instellingen die keuringen uitvoeren

    2012

    NNI

    (www.nen.nl)

    Hoofdstuk 4 Bal

    NEN-EN-ISO/IEC 17025

    Algemene eisen voor de competentie van beproevings- en kalibratielaboratoria

    2018

    NNI

    (www.nen.nl)

    Hoofdstuk 4 Bal

    NEN-EN-ISO/IEC 17065

    Conformiteitsbeoordeling - Eisen voor certificatie-instellingen die certificaten toekennen aan producten, processen en diensten

    2012

    NNI

    (www.nen.nl)

    Hoofdstuk 4 Bal

    NEN-ISO 5663

    Water - Bepaling van het gehalte aan Kjeldahl-stikstof - Methode na mineralisatie met seleen

    1993

    NNI

    (www.nen.nl)

    Hoofdstuk 4 Bal

    NEN-ISO 5664

    Water - Bepaling van ammonium - Destillatie en titratie methode

    2004

    NNI

    (www.nen.nl)

    Hoofdstuk 15 Bal

    NEN-ISO 5813

    Water - Bepaling van het gehalte aan opgeloste zuurstof - Iodometrische methode

    1993

    NNI

    (www.nen.nl)

    Hoofdstuk 15 Bal

    NEN-ISO 5814

    Water - Bepaling van het gehalte aan opgeloste zuurstof - Elektrochemische methode

    2012

    NNI

    (www.nen.nl)

    Hoofdstuk 15 Bal

    NEN-ISO 6059

    Water - Bepaling van de som van calcium en magnesium - EDTA titrimetrische methode

    2005

    NNI

    (www.nen.nl)

    Hoofdstuk 15 Bal

    NEN-ISO 6461-2

    Water - Detectie en telling van de sporen van sulfietreducerende anaerobe micro-organismen (clostridia) - Deel 2: Methode door middel van membraanfiltratie

    1993

    NNI

    (www.nen.nl)

    Hoofdstuk 15 Bal

    NEN-ISO 7027

    Water - Bepaling van de troebelheid

    1994

    NNI

    (www.nen.nl)

    Hoofdstuk 15 Bal

    NEN-ISO 7150-1

    Water - Bepaling van ammonium - Deel 1: Handmatige spectrometrische methode

    2002

    NNI

    (www.nen.nl)

    Hoofdstuk 15 Bal

    NEN-ISO 9096

    Emissie van stationaire bronnen - Bepaling van de concentratie aan vaste deeltjes

    2017

    NNI

    (www.nen.nl)

    Hoofdstukken 6 en 7 Bal

    NEN-ISO 10849

    Emissies van stationaire bronnen - Bepaling van de concentratie aan stikstofoxiden - Prestatiekenmerken van geautomatiseerde meetsystemen

    1998

    NNI

    (www.nen.nl)

    Hoofdstukken 4 en 5 Bal

    NEN-ISO 11083

    Water - Bepaling van chroom (VI) - Spectrometrische methode met 1,5-difenylcarbazide

    2006

    NNI

    (www.nen.nl)

    Hoofdstuk 4 Bal

    NEN-ISO 11338-1

    Emissie van stationaire bronnen - Bepaling van de gas en deeltjesfase van polycyclische aromatische koolwaterstoffen - Deel 1: Monsterneming

    2012

    NNI

    (www.nen.nl)

    Hoofdstuk 4 Bal

    NEN-ISO 11338-2

    Emissie van stationaire bronnen - Bepaling van de gas en deeltjesfase van polycyclische aromatische koolwaterstoffen - Deel 2: Monsterbehandeling, reiniging en bepaling

    2012

    NNI

    (www.nen.nl)

    Hoofdstuk 4 Bal

    NEN-ISO 15705

    Water - Bepaling van het chemisch zuurstofverbruik (ST-COD) - Kleinschalige gesloten buis methode

    2003

    NNI

    (www.nen.nl)

    Hoofdstukken 4, 6 en 7 Bal

    NEN-ISO 15713

    Emissie van stationaire bronnen - Monsterneming en bepaling van het gasvormige fluoridegehalte

    2011

    NNI

    (www.nen.nl)

    Hoofdstukken 4 en 5 Bal

    NEN-ISO 15923-1

    Waterkwaliteit - Bepaling van de ionen met een discreet analysesysteem en spectrofotometrische detectie - Deel 1: Ammonium, chloride, nitraat, nitriet, ortho-fosfaat, silicaat en sulfaat

    2013

    NNI

    (www.nen.nl)

    Hoofdstukken 4, 6, 7 en 15 Bal

    NEN-ISO 16740

    Werkplekatmosfeer - Bepaling van van het gehalte aan zeswaardig chroom in deeltjes in lucht - Methode door ion chromatografie en spectrofotometrische metingen met gebruik van difenyl carbazide

    2005

    NNI

    (www.nen.nl)

    Hoofdstukken 4 en 5 Bal

    NEN-ISO 18073

    Water - Bepaling van tetra- tot octa-gechloreerde dioxinen en furanen - Methode met isotoopverdunning-HRGC/HRMS

    2004

    NNI

    (www.nen.nl)

    Hoofdstuk 4 Bal

    NEN-ISO 22743

    Water - Bepaling van sulfaat met een doorstroomanalysesysteem (CFA)

    2006

    NNI

    (www.nen.nl)

    Hoofdstuk 4 Bal

    NPR 7600

    Toepassing van brandbare koudemiddelen in koelinstallaties en warmtepompen

    2020

    NNI

    (www.nen.nl)

    Hoofdstuk 4 Bal

    NPR 7601

    Toepassing van kooldioxide als koudemiddel in koelinstallaties en warmtepompen.

    2020

    NNI

    (www.nen.nl)

    Hoofdstuk 4 Bal

    NPR-CEN/TS 13649

    Emissies van stationaire bronnen - Bepaling van de massaconcentratie van individuele gasvormige organische componenten - Geactiveerde koolstof en vloeistofmethode

    2014

    NNI

    (www.nen.nl)

    Hoofdstukken 4 en 5 Bal

    NTA 7379

    Richtlijnen 'Predictive Emission Monitoring System' (PEMS) - Realisatie en kwaliteitsborging

    2014

    NNI

    (www.nen.nl)

    Hoofdstuk 4 Bal

    NTA 8029

    Bepaling en registratie van industriële fijnstofemissies

    2012 + C1:2013

    NNI

    (www.nen.nl)

    Hoofdstuk 5 Bal

    NTA 9065

    Luchtkwaliteit - Geurmetingen - Meten en rekenen geur

    2012

    NNI (www.nen.nl)

    Hoofdstuk 6 van deze regeling

    NTA 9766

    Veiligheidsaspecten van installaties voor monomestvergisting en vergistingsgasopwerking op boerderijschaal

    2014

    NNI

    (www.nen.nl)

    Hoofdstuk 4 Bal

    NVN 7125

    Energieprestatienorm voor maatregelen op gebiedsniveau (EMG) - Bepalingsmethode

    2011

    (Bij toepassing van artikel 4.151 van het Besluit bouwwerken leefomgeving geldt versie 2017)

    NNI

    (www.nen.nl)

    Bbl

    NVN 11400-0

    Windturbines - Deel 0: Voorschriften voor typecertificatie - Technische eisen

    1999 + A1:2005

    NNI

    (www.nen.nl)

    Hoofdstuk 4 Bal

    Oplegger WBI onder de Omgevingswet

    Oplegger WBI onder de Omgevingswet

    2020

    Ministerie van Infrastructuur en Waterstaat

    (www.helpdeskwater.nl)

    Hoofdstuk 12 van deze regeling

    Overzicht Interventiewaarden

    Overzicht Interventiewaarden

    2018

    RIVM

    (www.rivm.nl)

    Hoofdstuk 8 van deze regeling

    PGS 7

    Publicatiereeks gevaarlijke stoffen 7, Vaste minerale anorganische meststoffen - Opslag - Richtlijn voor de veilige opslag van vaste minerale anorganische meststoffen

    Versie 0.2, 2020

    PGS

    (www.publicatiereeksgevaarlijkestoffen.nl)

    Hoofdstuk 4 Bal en bijlage XVIII Bkl

    PGS 8

    Publicatiereeks gevaarlijke stoffen 8, Organische peroxiden - Opslag - Richtlijn voor het veilig opslaan van organische peroxiden

    Versie 0.2, 2020

    PGS

    (www.publicatiereeksgevaarlijkestoffen.nl)

    Hoofdstuk 4 Bal en bijlage XVIII Bkl

    PGS 9

    Publicatiereeks gevaarlijke stoffen 9, Cryogene gassen - Opslag van 0,150 m3 - 100 m3 - Richtlijn voor de veilige opslag van cryogene gassen

    Versie 0.2, 2020

    PGS

    (www.publicatiereeksgevaarlijkestoffen.nl)

    Hoofdstuk 4 Bal en bijlage XVIII Bkl

    PGS 12

    Publicatiereeks gevaarlijke stoffen 12, Ammoniak - Opslag en verlading - Richtlijn voor het veilig opslaan en verladen van ammoniak

    Versie 0.2, 2020

    PGS

    (www.publicatiereeksgevaarlijkestoffen.nl)

    Bijlage XVIII Bkl

    PGS 13

    Publicatiereeks gevaarlijke stoffen 13, Ammoniak als koudemiddel in koelinstallaties en warmtepompen - Richtlijn voor veilig gebruik van ammoniak als koudemiddel in koelinstallaties en warmtepompen

    Versie 0.2, 2020

    PGS

    (www.publicatiereeksgevaarlijkestoffen.nl)

    Hoofdstuk 4 Bal en bijlage XVIII Bkl

    PGS 15

    Publicatiereeks gevaarlijke stoffen 15, Opslag van verpakte gevaarlijke stoffen - Richtlijn voor opslag en tijdelijke opslag met betrekking tot brandveiligheid, arbeidsveiligheid en milieuveiligheid

    Versie 0.2, 2020

    PGS

    (www.publicatiereeksgevaarlijkestoffen.nl)

    Hoofdstuk 4 Bal en bijlage XVIII Bkl

    PGS 16

    Publicatiereeks gevaarlijke stoffen 16, LPG: Afleverinstallaties, vulinstallaties en skid-installaties - Richtlijn voor het veilig opslaan en afleveren van LPG en het veilig vullen van gasflessen en ballonvaarttanks, ingebouwde reservoirs en wisselreservoirs met vulinstallaties

    Versie 0.2, 2020

    PGS

    (www.publicatiereeksgevaarlijkestoffen.nl)

    Hoofdstuk 4 Bal en bijlage XVIII Bkl

    PGS 18

    Publicatiereeks gevaarlijke stoffen 18, LPG: depots, butaan, propaan en hun mengsels

    Versie 1.0, 2013

    PGS

    (www.publicatiereeksgevaarlijkestoffen.nl)

    Bijlage XVIII Bkl

    PGS 19

    Publicatiereeks gevaarlijke stoffen 19, Propaan - Opslag - Richtlijn voor de veilige opslag van propaan, propeen en butaan en mengsels daarvan

    Versie 0.2, 2020

    PGS

    (www.publicatiereeksgevaarlijkestoffen.nl)

    Hoofdstuk 4 Bal en bijlage XVIII Bkl

    PGS 22

    Publicatiereeks gevaarlijke stoffen 22, Toepassing van propaan, Richtlijn voor de brandveilige, arbeidsveilige en milieuveilige toepassing van propaan

    Versie 1.10, 2008

    PGS

    (www.publicatiereeksgevaarlijkestoffen.nl)

    Bijlage XVIII Bkl

    PGS 25

    Publicatiereeks gevaarlijke stoffen 25, Aardgas-afleverinstallaties voor motorvoertuigen - Richtlijn voor de arbeidsveilige, milieuveilige en brandveilige toepassing van installaties voor het afleveren van aardgas aan motorvoertuigen

    Versie 0.2, 2020

    PGS

    (www.publicatiereeksgevaarlijkestoffen.nl)

    Hoofdstuk 4 Bal en bijlage XVIII Bkl

    PGS 26

    Publicatiereeks gevaarlijke stoffen 26, CNG en LNG - Richtlijn voor het veilig bedrijfsmatig stallen, onderhouden en repareren van motorvoertuigen

    Versie 0.2, 2020

    PGS

    (www.publicatiereeksgevaarlijkestoffen.nl)

    Hoofdstuk 4 Bal en bijlage XVIII Bkl

    PGS 28

    Publicatiereeks gevaarlijke stoffen 28, Vloeibare brandstoffen in ondergrondse installaties en aflevertoestellen - Richtlijn voor het veilig opslaan en afleveren van vloeibare brandstoffen in/vanuit ondergrondse tanks en voor het veilig verwijderen van ondergrondse opslagtanks

    Versie 0.2, 2020

    PGS

    (www.publicatiereeksgevaarlijkestoffen.nl)

    Hoofdstuk 4 Bal en bijlage XVIII Bkl

    PGS 29

    Publicatiereeks gevaarlijke stoffen 29, Brandbare vloeistoffen - Opslag - Richtlijn voor de veilige bovengrondse opslag van brandbare vloeistoffen in verticale cilindrische tanks

    Versie 0.2, 2020

    PGS

    (www.publicatiereeksgevaarlijkestoffen.nl)

    Bijlage XVIII Bkl

    PGS 30

    Publicatiereeks gevaarlijke stoffen 30, Vloeibare brandstoffen in bovengrondse tank- en afleverinstallaties - Richtlijn voor het veilig vullen, opslaan, afleveren van vloeibare brandstoffen in en vanuit bovengrondse tanks en het verwijderen van bovengrondse opslagtanks

    Versie 0.2, 2020

    PGS

    (www.publicatiereeksgevaarlijkestoffen.nl)

    Hoofdstuk 4 Bal en bijlage XVIII Bkl

    PGS 31

    Publicatiereeks gevaarlijke stoffen 31, Overige gevaarlijke vloeistoffen: opslag in ondergrondse en bovengrondse tankinstallaties

    Versie 0.2, 2020

    PGS

    (www.publicatiereeksgevaarlijkestoffen.nl)

    Hoofdstuk 4 Bal en bijlage XVIII Bkl

    PGS 32

    Publicatiereeks gevaarlijke stoffen 32, Richtlijn voor de bovengrondse opslag van explosieven voor civiel gebruik

    Versie 1.0, 2016

    PGS

    (www.publicatiereeksgevaarlijkestoffen.nl)

    Bijlage XVIII Bkl

    PGS 33-1

    Publicatiereeks gevaarlijke stoffen 33-1, Afleverinstallaties van vloeibaar aardgas (LNG) voor voertuigen en werktuigen - Richtlijn voor de veilige aflevering aan voertuigen en werktuigen

    Versie 0.2, 2020

    PGS

    (www.publicatiereeksgevaarlijkestoffen.nl)

    Hoofdstuk 4 Bal en bijlage XVIII Bkl

    PGS 33-2

    Publicatiereeks gevaarlijke stoffen 33-2, Aardgas afleverinstallaties van vloeibaar aardgas (LNG) voor vaartuigen en drijvende werktuigen - Bunkeren van vaartuigen en drijvende werktuigen (shore to ship)

    Versie 0.2, 2020

    PGS

    (www.publicatiereeksgevaarlijkestoffen.nl)

    Hoofdstuk 4 Bal en bijlage XVIII Bkl

    PGS 35

    Publicatiereeks gevaarlijke stoffen 35, Waterstofinstallaties voor het afleveren van waterstof aan voertuigen en werktuigen - Richtlijn voor de arbeidsveilige, milieuveilige en brandveilige toepassing van installaties voor het afleveren van waterstof aan voertuigen en werktuigen

    Versie 0.2, 2020

    PGS

    (www.publicatiereeksgevaarlijkestoffen.nl)

    Hoofdstuk 4 Bal en bijlage XVIII Bkl

    PreSRM

    Preprocessor Standaard Rekenmethoden

    Versie 1.702, 01‑06‑2017

    TNO

    (www.presrm.nl)

    Hoofdstukken 8 en 12 van deze regeling

    Procedure beoordeling veiligheid primaire waterkeringen

    Procedure beoordeling veiligheid primaire waterkeringen

    2017

    Ministerie van Infrastructuur en Waterstaat

    (www.helpdeskwater.nl)

    Hoofdstuk 12 van deze regeling

    Protocol voor meting van ammoniakemissie uit huisvestingssystemen in de veehouderij

    Protocol voor meting van ammoniakemissie uit huisvestingssystemen in de veehouderij

    Versie 2013a

    Rijksdienst voor Ondernemend Nederland

    (www.rvo.nl)

    Hoofdstuk 4 van deze regeling

    Protocol voor meting van fijnstofemissie uit huisvestingssystemen in de veehouderij

    Protocol voor meting van fijnstofemissie uit huisvestingssystemen in de veehouderij

    2010

    Wageningen UR Livestock Research

    (www.edepot.wur.nl)

    Hoofdstuk 4 van deze regeling

    Protocol voor meting van geuremissie uit huisvestingssystemen in de veehouderij

    Protocol voor meting van geuremissie uit huisvestingssystemen in de veehouderij

    2010

    Wageningen UR Livestock Research

    (www.edepot.wur.nl)

    Hoofdstuk 4 van deze regeling

    Rekenmodel Vee-combistof

    Rekenmodel V-combistof

    2018

    Infomil

    (www.infomil.nl)

    Hoofdstuk 4 van deze regeling

    Rekensysteem windturbines

    Rekensysteem windturbines, module IV van het Rekenvoorschrift Omgevingsveiligheid

    Oktober 2019

    RIVM

    (https://omgevingsveiligheid.rivm.nl)

    Hoofdstukken 4, 8 en 11 van deze regeling

    Rekenvoorschrift omgevingsveiligheid

    Rekenvoorschrift omgevingsveiligheid

    2019

    RIVM

    (https://omgevingsveiligheid.rivm.nl)

    Hoofdstukken 4, 8 en 12 van deze regeling

    Richtlijn Boortechnieken en open ontgraving voor kabels en leidingen

    Richtlijn Boortechnieken en open ontgraving voor kabels en leidingen

    Juni 2019

    Rijkswaterstaat

    (http://publicaties.minienm.nl)

    Hoofdstuk 8 Bal en Hoofdstuk 7 van deze regeling

    Richtlijn drainagesystemen en controlesystemen grondwater voor stort- en opslagplaatsen

    Richtlijn drainagesystemen en controlesystemen grondwater voor stort- en opslagplaatsen;

    Februari 1993

    Ministerie van Infrastructuur en Waterstaat

    (www.bodemplus.nl)

    Hoofdstuk 9 van deze regeling

    Richtlijn geohydrologische isolatie van bestaande stortplaatsen

    Richtlijn geohydrologische isolatie van bestaande stortplaatsen

    Juli 1997

    Vereniging van Afvalverwerkers

    (www.bodemplus.nl)

    Hoofdstuk 9 van deze regeling

    Richtlijn onderafdichtingen voor stort- en opslagplaatsen

    Richtlijn onderafdichtingen voor stort- en opslagplaatsen

    Februari 1993

    Ministerie van Infrastructuur en Waterstaat

    (www.bodemplus.nl)

    Hoofdstuk 9 van deze regeling

    Richtlijn voor dichte eindafwerking op afval- en reststofbergingen

    Richtlijn voor dichte eindafwerking op afval- en reststofbergingen

    Juli 1991

    Ministerie van Infrastructuur en Waterstaat

    (www.bodemplus.nl)

    Hoofdstuk 9 van deze regeling

    Riooloverstorten deel 1: Knelpuntcriteria riooloverstorten

    Riooloverstorten deel 1: Knelpuntcriteria riooloverstorten

    Juni 2001

    Ministerie van Infrastructuur en Waterstaat

    (www.helpdeskwater.nl)

    Bijlage XVIII Bkl

    Riooloverstorten deel 2: Eenduidige basisinspanning

    Riooloverstorten deel 2: Eenduidige basisinspanning

    Juni 2001

    Ministerie van Infrastructuur en Waterstaat

    (www.helpdeskwater.nl)

    Bijlage XVIII Bkl

    Riooloverstorten deel 3: Model voor vergunningverlening riooloverstorten

    Riooloverstorten deel 3: Model voor vergunningverlening riooloverstorten

    Juni 2001

    Ministerie van Infrastructuur en Waterstaat

    (www.helpdeskwater.nl)

    Bijlage XVIII Bkl

    Riooloverstorten deel 4a: Nadere uitwerking monitoring riooloverstorten, spoor 1

    Riooloverstorten deel 4a: Nadere uitwerking monitoring riooloverstorten, spoor 1

    September 2002

    Ministerie van Infrastructuur en Waterstaat

    (www.helpdeskwater.nl)

    Bijlage XVIII Bkl

    Riooloverstorten deel 4b: Nadere uitwerking monitoring riooloverstorten, fase B

    Riooloverstorten deel 4b: Nadere uitwerking monitoring riooloverstorten, fase B

    April 2003

    Ministerie van Infrastructuur en Waterstaat

    (www.helpdeskwater.nl)

    Bijlage XVIII Bkl

    Safeti-NL

    Safeti-NL

    Versie 8, 2019

    RIVM

    (www.rivm.nl)

    Hoofdstukken 4, 8 en 12 van deze regeling

    SBR Handreiking Hoogbouw

    Handreiking Brandveiligheid in hoge gebouwen

    2014

    CROW

    (www.crow.nl)

    Bbl

    SBR-publicatie 248

    Constructieve veiligheid van uitkragende platen

    2014 - tweede herziene uitgave

    Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties

    (www.rijksoverheid.nl)

    Hoofdstuk 5 van deze regeling

    SIKB Protocol 6802

    Protocol WBM-controle, Controle op water/bezinksel/micro-organismen in onder- of bovengrondse tanks

    Versie 2.0, 15‑02‑2018

    SIKB

    (www.sikb.nl)

    Hoofdstuk 4 Bal

    Standaardrekenmethode luchtkwaliteit 1

    Technische beschrijving van standaardrekenmethode 1 (SRM1) voor luchtkwaliteitsberekeningen, RIVM Briefrapport 2014-0127

    01‑08‑2015

    Ministerie van Infrastructuur en Waterstaat

    (www.rivm.nl)

    Hoofdstukken 8 en 12 van deze regeling

    Standaardrekenmethode luchtkwaliteit 2

    Technische beschrijving van standaardrekenmethode 2 (SRM2) voor luchtkwaliteitsberekeningen, RIVM Briefrapport 2014-0109

    01‑08‑2015

    Ministerie van Infrastructuur en Waterstaat

    (www.rivm.nl)

    Hoofdstukken 8 en 12 van deze regeling

    Standaardrekenmethode luchtkwaliteit 3

    Het nieuw nationaal model. Model voor de verspreiding van luchtverontreiniging uit bronnen over korte afstanden en het rapport aanvullende afspraken NNM

    01‑03‑2002

    Ministerie van Infrastructuur en Waterstaat

    (www.infomil.nl)

    Hoofdstukken 8 en 12 van deze regeling

    Stappenplan bepalen brandaandachtsgebieden

    Stappenplan bepalen brandaandachtsgebieden

    Februari 2020

    RIVM

    (https://omgevingsveiligheid.rivm.nl)

    Hoofdstukken 4, 8 en 12 van deze regeling

    Stappenplan bepalen explosieaandachtsgebieden

    Stappenplan bepalen explosieaandachtsgebieden

    Februari 2020

    RIVM

    (https://omgevingsveiligheid.rivm.nl)

    Hoofdstukken 4, 8 en 12 van deze regeling

    Stappenplan bepalen gifwolkaandachtsgebieden

    Stappenplan bepalen gifwolkaandachtsgebieden

    Februari 2020

    RIVM

    (https://omgevingsveiligheid.rivm.nl)

    Hoofdstukken 4, 8 en 12 van deze regeling

    Stowa-rapport voor natuurlijke watertypen

    Referenties en maatlatten voor natuurlijke watertypen voor de Kaderrichtlijn Water 2015-2021, Stowa rapport 2012-31

    2012

    Stichting Toegepast Onderzoek Waterbeheer

    (Stowa)

    Hoofdstuk 2 Bkl

    Toelichting op toepassen van methoden voor meten en rekenen aan schietgeluid

    TNO-rapport. TNO 2014 R10135 | 1.1. Toelichting op toepassen van methoden voor meten en rekenen aan schietgeluid

    11‑11‑2015

    TNO

    (www.infomil.nl)

    Bijlagen XXVII en XXVIII bij deze regeling

    V 1041

    Leidraad voor den aanleg en een veilig bedrijf van electrische sterkstroominstallaties in fabrieken en werkplaatsen (Fabrieksvoorschriften) - Deel II - Hooge spanning (bestaande bouw)

    1942

    NNI

    (www.nen.nl)

    Bbl

    Verspreidingsmodel V-Stacks vergunning

    Verspreidingsmodel V-Stacks vergunning

    2010

    Ministerie van Infrastructuur en Waterstaat

    (www.infomil.nl)

    Hoofdstuk 8 van deze regeling

    Verwerking waterfractie gevaarlijke en niet-gevaarlijke afvalstoffen

    Verwerking waterfractie gevaarlijke en niet-gevaarlijke afvalstoffen

    April 2001

    Ministerie van Infrastructuur en Waterstaat

    (www.helpdeskwater.nl)

    Bijlage XVIII Bkl

    Voorschriften bepaling hydraulische belasting primaire waterkeringen

    Voorschriften bepaling hydraulische belasting primaire waterkeringen

    2017

    Ministerie van Infrastructuur en Waterstaat

    (www.helpdeskwater.nl)

    Hoofdstuk 12 van deze regeling

    Voorschriften bepaling sterkte en veiligheid primaire waterkeringen

    Voorschriften bepaling sterkte en veiligheid primaire waterkeringen

    2017

    Ministerie van Infrastructuur en Waterstaat

    (www.helpdeskwater.nl)

    Hoofdstuk 12 van deze regeling

    Voorschrift monitoring veiligheid andere dan primaire waterkeringen in beheer bij het Rijk

    Voorschrift monitoring veiligheid andere dan primaire waterkeringen in beheer bij het Rijk

    Versie 3, 2020

    Ministerie van Infrastructuur en Waterstaat

    (www.helpdeskwater.nl)

    Hoofdstuk 12 van deze regeling

    • 1

      Bal: Besluit activiteiten leefomgeving; Bbl: Besluit bouwwerken leefomgeving; Bkl: Besluit kwaliteit leefomgeving. Terug naar link van noot.

WWWWWWWWWWWW

Bijlage III komt te luiden:

XXXXXXXXXXXX

Na bijlage III worden twee bijlagen ingevoegd, luidende:

  • BIJLAGE IIIA BIJ ARTIKEL 2.5, EERSTE LID, VAN DEZE REGELING (RIJKSDRIEHOEKSCOORDINATEN BEGRENZINGEN DIJKTRAJECTEN VAN PRIMAIRE WATERKERINGEN)

    Dijktraject

    Beginpunt

    Eindpunt

     
     

    X

    Y

    X

    Y

     

    1-1

    209653

    610745

    206219

    609839

     

    1-2

    206219

    609839

    209653

    610745

     

    2-1

    185760

    606974

    170840

    605505

     

    2-2

    170840

    605505

    185760

    606974

     

    3-1

    155445

    602424

    144741

    598119

     

    3-2

    144742

    598119

    155445

    602424

     

    4-1

    133194

    589741

    134090

    590038

     

    4-2

    134090

    590038

    133194

    589741

     

    5-1

    112567

    558327

    119733

    576775

     

    5-2

    119733

    576775

    112567

    558327

     

    6-1

    177262

    539619

    153258

    544493

     

    6-2

    153258

    544493

    154105

    567249

     

    6-3

    154105

    567249

    179480

    592644

     

    6-4

    179480

    592644

    204405

    601934

     

    6-5

    204405

    601934

    216161

    601054

     

    6-6

    216161

    601054

    253851

    603456

     

    6-7

    253851

    603456

    276791

    584521

     

    7-1

    195173

    519105

    185608

    514144

     

    7-2

    185608

    514144

    177263

    539622

     

    8-1

    160680

    475073

    138779

    482584

     

    8-2

    138779

    482584

    155909

    500652

     

    8-3

    155909

    500652

    171994

    513513

     

    8-4

    171994

    513513

    186770

    503645

     

    8-5

    186770

    503645

    177821

    492155

     

    8-6

    177821

    492155

    167033

    486659

     

    8-7

    167033

    486659

    160680

    475073

     

    9-1

    223120

    504085

    201902

    516879

     

    9-2

    201902

    516879

    195249

    519182

     

    10-1

    200190

    502567

    199187

    515698

     

    10-2

    199187

    515698

    191128

    508821

     

    10-3

    191128

    508821

    200190

    502567

     

    11-1

    202254

    497760

    187519

    503868

     

    11-2

    193009

    505087

    193009

    505087

    (gesloten traject)

    11-3

    187519

    503868

    184503

    492932

     

    12-1

    122746

    545196

    131682

    549716

     

    12-2

    131682

    549716

    135858

    531917

     

    13-1

    102162

    498527

    104555

    526714

     

    13-2

    104555

    526714

    106093

    532122

     

    13-3

    106093

    532122

    110007

    550827

     

    13-4

    110007

    550827

    114952

    549715

     

    13-5

    114952

    549715

    122746

    545196

     

    13-6

    135858

    531917

    147789

    522936

     

    13-7

    147789

    522936

    129694

    512795

     

    13-8

    129694

    512795

    133452

    503197

     

    13-9

    133452

    503197

    126138

    488518

     

    13a-1

    129369

    484290

    129369

    484290

    (gesloten traject)

    13b-1

    136234

    496309

    136234

    496309

    (gesloten traject)

    14-1

    109982

    446912

    99230

    436695

     

    14-2

    99230

    436695

    84432

    436197

     

    14-3

    84432

    436197

    71043

    441849

     

    14-4

    71043

    441849

    67837

    444644

     

    14-5

    67837

    444644

    77756

    456910

     

    14-6

    77756

    456910

    79853

    459315

     

    14-7

    79853

    459315

    86592

    467952

     

    14-8

    86592

    467952

    87622

    469672

     

    14-9

    87622

    469672

    90297

    474328

     

    14-10

    90297

    474328

    101923

    497548

     

    15-1

    135883

    447236

    118596

    439655

     

    15-2

    118596

    439655

    99456

    436741

     

    15-3

    99456

    436741

    109982

    446912

     

    16-1

    127067

    426810

    115089

    426090

     

    16-2

    115089

    426090

    110825

    435075

     

    16-3

    110825

    435075

    126731

    441023

     

    16-4

    126731

    441023

    140327

    441632

     

    16-5

    140327

    441632

    127067

    426810

     

    17-1

    103936

    429891

    87353

    429164

     

    17-2

    87353

    429164

    97847

    435094

     

    17-3

    97847

    435094

    103936

    429891

     

    18-1

    85998

    432719

    85998

    432719

    (gesloten traject)

    19-1

    77476

    434792

    77476

    434792

    (gesloten traject)

    20-1

    64432

    429234

    66654

    438200

     

    20-2

    66654

    438200

    75533

    432676

     

    20-3

    75533

    432676

    79292

    424880

     

    20-4

    79292

    424880

    64432

    429234

     

    21-1

    82193

    425313

    102631

    417657

     

    21-2

    102631

    417657

    82193

    425313

     

    22-1

    110911

    421984

    102666

    419360

     

    22-2

    102666

    419360

    110911

    421984

     

    23-1

    119764

    424127

    119764

    424127

    (gesloten traject)

    24-1

    136718

    416981

    120742

    414799

     

    24-2

    120742

    414799

    119831

    424128

     

    24-3

    119831

    424128

    131431

    422736

     

    25-1

    50187

    423075

    61809

    426798

     

    25-2

    61809

    426798

    81755

    413105

     

    25-3

    81755

    413105

    70445

    411726

     

    25-4

    70445

    411726

    50187

    423075

     

    26-1

    47016

    417935

    39836

    409941

     

    26-2

    39836

    409941

    52832

    406943

     

    26-3

    52832

    406943

    65464

    409401

     

    26-4

    65464

    409401

    47016

    417935

     

    27-1

    72311

    405585

    71261

    403770

     

    27-2

    71261

    403770

    70970

    392499

     

    27-3

    71280

    401961

    70970

    392499

     

    27-4

    72311

    405585

    71280

    401961

     

    28-1

    49374

    396428

    36840

    402588

     

    29-1

    36840

    402588

    20067

    394383

     

    29-2

    20067

    394383

    30502

    386511

     

    29-3

    30502

    386511

    34921

    387049

     

    29-4

    34921

    387049

    39584

    384436

     

    30-1

    49557

    395609

    59287

    385942

     

    30-2

    59287

    385942

    56848

    386903

     

    30-3

    56848

    386903

    39007

    383426

     

    30-4

    39007

    383426

    39584

    384436

     

    31-1

    73211

    379721

    59363

    385948

     

    31-2

    59363

    385948

    73614

    383309

     

    31-3

    73614

    383309

    73211

    379721

     

    32-1

    14829

    376195

    29538

    379138

     

    32-2

    29538

    379138

    39383

    374562

     

    32-3

    39383

    374562

    49087

    372961

     

    32-4

    49087

    372961

    74526

    373616

     

    33-1

    75178

    385198

    74875

    378665

     

    34-1

    116711

    406448

    103347

    414028

     

    34-2

    103347

    414028

    87346

    411453

     

    34-3

    87346

    411453

    85158

    407600

     

    34-4

    85158

    407600

    76741

    404715

     

    34-5

    76741

    404715

    75178

    385198

     

    34a-1

    116265

    413379

    116265

    413379

    (gesloten traject)

    35-1

    133353

    413856

    120590

    414313

     

    35-2

    120590

    414313

    117472

    406225

     

    36-1

    194776

    406311

    188281

    418489

     

    36-2

    188281

    418489

    173995

    422801

     

    36-3

    173995

    422801

    160100

    424249

     

    36-4

    160100

    424249

    147185

    416146

     

    36-5

    147185

    416146

    133353

    413856

     

    36a-1

    176268

    421159

    176268

    421159

    (gesloten traject)

    37-1

    136718

    416981

    141523

    417804

     

    38-1

    131982

    423063

    152240

    423529

     

    38-2

    152240

    423529

    141523

    417804

     

    39-1

    151648

    422304

    151648

    422304

    (gesloten traject)

    40-1

    156762

    427809

    153475

    423826

     

    40-2

    153475

    423826

    157057

    426954

     

    41-1

    188437

    429004

    179024

    432495

     

    41-2

    179024

    432495

    156762

    427809

     

    41-3

    157057

    426954

    174242

    423107

     

    41-4

    174242

    423107

    188549

    418869

     

    42-1

    201472

    430613

    188637

    428760

     

    43-1

    140327

    441632

    152879

    440541

     

    43-2

    152879

    440541

    181026

    441462

     

    43-3

    181026

    441462

    198792

    433566

     

    43-4

    198792

    433566

    179281

    433453

     

    43-5

    179281

    433453

    159698

    434666

     

    43-6

    159698

    434666

    127067

    426810

     

    44-1

    159724

    445337

    135883

    447236

     

    44-2

    126138

    488518

    142448

    479755

     

    44-3

    101923

    497548

    102162

    498527

     

    45-1

    174665

    441898

    170286

    440653

     

    45-2

    154906

    463364

    160892

    474315

     

    45-3

    160892

    474315

    165407

    475139

     

    46-1

    147367

    476951

    146261

    470296

     

    47-1

    189183

    444062

    200034

    446939

     

    48-1

    208669

    428833

    196600

    442843

     

    48-2

    196600

    442843

    206063

    446733

     

    48-3

    206063

    446733

    216660

    442082

     

    49-1

    216220

    442421

    207390

    446304

     

    49-2

    207390

    446304

    212047

    457222

     

    50-1

    212047

    457222

    210107

    461154

     

    50-2

    210107

    461154

    212966

    463772

     

    51-1

    212925

    463941

    219480

    473284

     

    52a-1

    202081

    487555

    202081

    487555

    (gesloten traject)

    52-1

    204945

    451730

    207141

    466939

     

    52-2

    207141

    466939

    201740

    486557

     

    52-3

    201740

    486557

    202849

    494718

     

    52-4

    202849

    494718

    202254

    497760

     

    53-1

    214277

    474030

    204320

    480019

     

    53-2

    204320

    480019

    200247

    502522

     

    53-3

    200247

    502522

    223095

    503033

     

    54-1

    188575

    418852

    199502

    414044

     

    55-1

    196514

    408294

    196107

    412299

     

    56-1

    198600

    404749

    196965

    406916

     

    57-1

    200805

    401651

    199362

    403853

     

    58-1

    197562

    402562

    196559

    403624

     

    59-1

    200244

    399885

    200353

    399664

     

    60-1

    204317

    396354

    201451

    397996

     

    61-1

    204290

    394684

    200650

    396222

     

    63-1

    205024

    394303

    208375

    390752

     

    64-1

    208814

    389363

    208375

    390752

     

    65-1

    209965

    385965

    209861

    390107

     

    66-1

    208893

    385844

    209041

    386385

     

    67-1

    208098

    381024

    208059

    381628

     

    68-1

    206047

    371417

    208554

    378793

     

    68-2

    208554

    378793

    209422

    383535

     

    69-1

    208277

    378117

    207921

    374808

     

    70-1

    204683

    370579

    207228

    374077

     

    71-1

    205042

    369008

    205474

    369641

     

    72-1

    200430

    366239

    200544

    366331

     

    73-1

    199624

    364130

    200498

    365031

     

    74-1

    196533

    363209

    198066

    363575

     

    75-1

    196240

    359983

    196463

    360760

     

    76-1

    196568

    355447

    196814

    356790

     

    76-2

    196814

    356790

    197507

    357256

     

    76a-1

    196387

    355283

    196387

    355283

    (gesloten traject)

    77-1

    194708

    353336

    196682

    354266

     

    78-1

    188262

    354004

    191587

    355019

     

    78a-1

    192597

    355730

    192545

    356136

     

    79-1

    188222

    353922

    186634

    351562

     

    80-1

    190683

    351761

    191854

    351385

     

    81-1

    186301

    348601

    186301

    348601

    (gesloten traject)

    82-1

    186854

    345661

    186993

    346140

     

    83-1

    182024

    335563

    186136

    344319

     

    85-1

    181373

    333439

    181572

    333937

     

    86-1

    179697

    331607

    179697

    331607

    (gesloten traject)

    87-1

    180503

    330368

    181184

    332548

     

    88-1

    179298

    325217

    180215

    326880

     

    89-1

    178661

    324033

    178792

    324312

     

    90-1

    178064

    312736

    177147

    320508

     

    91-1

    177690

    322649

    177690

    322649

    (gesloten traject)

    92-1

    176455

    320388

    176455

    320388

    (gesloten traject)

    93-1

    176764

    318968

    175495

    321230

     

    94-1

    176728

    316261

    176894

    317096

     

    95-1

    177054

    309624

    177395

    310485

     

    201

    154105

    567249

    131682

    549716

     

    202

    195173

    519105

    195249

    519182

     

    204a

    147798

    522938

    158288

    504524

     

    204b

    147798

    522938

    158288

    504524

     

    205

    160680

    475073

    160892

    474315

     

    206

    200190

    502567

    200247

    502522

     

    208

    71046

    441844

    75202

    437260

     

    209

    80598

    431187

    77484

    434797

     

    210

    99456

    436741

    99230

    436695

     

    211

    64432

    429234

    61801

    426806

     

    212

    119764

    424127

    119831

    424128

     

    213

    131982

    423063

    131431

    422736

     

    214

    50187

    423075

    47016

    417935

     

    215

    87357

    411458

    81758

    413108

     

    216

    65464

    409401

    70445

    411726

     

    217

    69404

    410732

    72311

    405585

     

    218

    39836

    409941

    36840

    402588

     

    219

    70970

    392499

    73614

    383309

     

    221

    49557

    395609

    49374

    396428

     

    222

    59287

    385942

    59363

    385948

     

    223

    75465

    376811

    73211

    379721

     

    224

    153475

    423826

    152240

    423529

     

    225

    191128

    508821

    185608

    514144

     

    226

    186686

    506469

    187005

    506522

     

    227

    187519

    503868

    186770

    503645

     
  • BIJLAGE IIIB BIJ ARTIKEL 2.5, TWEEDE LID, VAN DEZE REGELING (RIJKSDRIEHOEKSCOORDINATEN BEGRENZINGEN DIJKTRAJECTEN VAN ANDERE DAN PRIMAIRE WATERKERINGEN IN BEHEER BIJ HET RIJK)

    Dijktraject

    Beginpunt

    Eindpunt

     

    X

    Y

    X

    Y

    301

    128792

    483775

    129611

    482978

    302

    129659

    482881

    129864

    481920

    303

    129864

    481920

    130159

    479715

    304

    130174

    479697

    130148

    476448

    305

    130019

    476392

    129169

    471663

    306

    129169

    471663

    128359

    466968

    307

    128359

    466968

    128201

    464837

    308

    128202

    464829

    128486

    463324

    309

    128486

    463324

    132167

    459958

    310

    153134

    440639

    159707

    434675

    311

    159638

    434592

    152869

    440528

    312

    239151

    487160

    239837

    487926

    313

    241307

    473450

    239087

    487004

    314

    239865

    487952

    238939

    486082

    315

    238926

    485490

    241348

    473498

    316

    243077

    473933

    244573

    474647

    317

    246046

    474659

    246275

    474658

    318

    246462

    474651

    248987

    474537

    319

    251738

    474078

    253409

    473445

    320

    243120

    473866

    244569

    474599

    321

    248381

    474520

    245533

    474608

    322

    253378

    473406

    251771

    474001

    323

    213092

    463941

    223927

    464804

    324

    223933

    464723

    213013

    463788

    325

    186884

    420282

    184823

    429349

    326

    184955

    429400

    184620

    428639

    327

    184521

    428420

    185598

    422919

    328

    185598

    422919

    187066

    420376

    329

    112030

    404672

    116488

    406747

    330

    116496

    406697

    112058

    404544

    331

    117295

    405488

    117054

    406167

    332

    120168

    404499

    127579

    400982

    333

    127647

    400929

    129615

    399718

    334

    129768

    399584

    121134

    404177

    335

    130618

    399305

    131310

    399189

    336

    131205

    399168

    130614

    399221

    337

    134460

    398854

    134977

    398267

    338

    135866

    396697

    136850

    393973

    339

    136824

    393797

    136104

    395932

    340

    139625

    391290

    141644

    390190

    341

    141538

    390205

    139608

    391259

    342

    142541

    389961

    148695

    390121

    343

    148698

    390093

    142457

    389866

    344

    159968

    390603

    161584

    390684

    345

    161385

    390641

    159970

    390560

    346

    162495

    390729

    167449

    391501

    347

    167449

    391501

    168620

    391628

    348

    167828

    391501

    162097

    390673

    349

    169637

    391670

    170527

    391699

    350

    170828

    391677

    170429

    391657

    351

    150940

    409367

    149590

    408825

    352

    151375

    416698

    154157

    410165

    353

    153921

    410335

    151260

    416645

    354

    151409

    410786

    153921

    410335

    355

    154157

    410165

    154611

    409664

    356

    156121

    408035

    151299

    410760

    357

    154611

    409664

    156177

    408090

    358

    159020

    406636

    163991

    403088

    359

    163971

    403065

    159003

    406566

    360

    165060

    402175

    168817

    398761

    361

    168771

    398743

    165041

    402155

    362

    168895

    398658

    171341

    395359

    363

    170683

    396187

    168852

    398636

    364

    171314

    395339

    170683

    396187

    365

    172151

    394255

    175432

    389212

    366

    172983

    392466

    172117

    394234

    367

    171497

    391884

    172943

    392366

    368

    173416

    390588

    171603

    391880

    369

    175295

    389374

    173447

    390592

    370

    176341

    386361

    176863

    380897

    371

    175941

    383990

    176281

    386350

    372

    176664

    381605

    175911

    383970

    373

    176878

    380802

    178613

    378627

    374

    178599

    378588

    176840

    380798

    375

    178705

    378537

    179811

    373544

    376

    179607

    375209

    178691

    378502

    377

    179799

    373543

    179674

    374611

    378

    179835

    373451

    180063

    371335

    379

    180040

    371333

    179802

    373449

    380

    180080

    371231

    180390

    368448

    381

    180408

    367943

    180047

    371227

    382

    191070

    370900

    193614

    372279

    383

    190871

    370791

    191053

    370894

    384

    189706

    370139

    190837

    370777

    385

    193614

    372279

    189706

    370139

    386

    181122

    365499

    189636

    370083

    387

    189636

    370083

    181110

    365406

    388

    181066

    365179

    181143

    365048

    389

    181021

    364977

    180804

    365012

    390

    174664

    361849

    180317

    364908

    391

    180322

    364897

    177181

    363247

    392

    168677

    358598

    174572

    361798

    393

    174580

    361785

    168709

    358585

    394

    183167

    361613

    188117

    354091

    395

    188066

    354010

    183113

    361586

    396

    189260

    350012

    184840

    341596

    397

    182474

    335555

    189057

    350009

    398

    183939

    338580

    182526

    335527

    399

    180540

    330392

    181548

    333206

    400

    179309

    325211

    180912

    328765

    401

    178666

    324029

    178801

    324304

    402

    180966

    328729

    177982

    322507

    403

    177812

    322133

    177161

    320677

    404

    45856

    372704

    49373

    365467

    405

    46671

    368308

    45480

    371927

    406

    44147

    359119

    46671

    368308

    407

    49374

    365468

    44422

    359397

    408

    149547

    408913

    150894

    409506

    409

    125661

    486553

    125680

    486422

    410

    125680

    486422

    128487

    483809

    411

    128487

    483809

    128584

    483724

    412

    128584

    483724

    129911

    479711

    413

    129911

    479711

    129906

    479689

    414

    129906

    479689

    128445

    468143

    415

    128445

    468143

    128439

    468129

    416

    128439

    468129

    128081

    464855

    417

    128081

    464855

    128083

    464844

    418

    128083

    464844

    130818

    460898

    419

    133679

    456818

    136131

    448171

    420

    133361

    413838

    135436

    409642

    421

    74724

    385149

    77269

    376894

YYYYYYYYYYYY

Bijlage V wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

  • BIJLAGE V BIJ DE ARTIKELEN 4.5, 4.6, 4.7, EERSTE EN TWEEDE LID, 6.14, VIERDE EN TWEEDEVIJFDE LID, 7.124, TWEEDE LID, 8.31, DERDEVIERDE EN VIERDEVIJFDE LID, EN 9.3, DERDE LID, VAN DEZE REGELING (HUISVESTINGSSYSTEMEN EN EMISSIEFACTOREN)

    Code

    Beschrijving huisvestingssysteem

    Nummer systeembeschrijving

    Emissiefactor per dierplaats

    ammoniak

    (kg NH3/jaar)

    geur

    (ouE/sec)

    fijn stof

    (g PM10/jaar)

    HOOFDCATEGORIE A: RUNDVEE

    HA1

    Diercategorie melk- en kalfkoeien van 2 jaar en ouder (inclusief kalveren jonger dan 14 dagen)

     
     
     
     

    HA1.1

    Grupstal met drijfmest

    OW 1993.09.V1

    5,7

    81

    HA1.2

    Ligboxenstal met hellende vloer en giergoot

    OW 1993.03.V1,

    OW 1993.04.V1,

    OW 1993.05.V1,

    OW 1993.06.V1,

    OW 1994.08.V1

    10,2

    148

    HA1.3

    Ligboxenstal met hellende vloer en spoelsysteem

    OW 1994.03.V1

    9,2

    148

    HA1.4

    Ligboxenstal met hellende vloer en giergoot met spoelsysteem of roostervloer met spoelsysteem

    OW 2001.28.V1

    10,2

    148

    HA1.5

    Ligboxenstal met dichte geprofileerde hellende vloer

    OW 2009.11.V1

    11,0

    148

    HA1.6

    Ligboxenstal met dichte hellende vloer met rubber toplaag

    OW 2009.22.V1

    11,0

    148

    HA1.7

    Ligboxenstal met sleufvloer

    OW 2010.14.V1,

    OW 2010.24.V1

    11,8

    148

    HA1.8

    Ligboxenstal met roostervloer met bolle rubber toplaag en afdichtflappen in roosterspleten

    OW 2010.30.V1

     
     
     

    HA1.8.1

    Huisvestingssysteem in gebruik voor 12 april 2017

     

    6,0

    148

    HA1.8.2

    Huisvestingssysteem in gebruik op of na 12 april 2017

     

    13

    148

    HA1.9

    Ligboxenstal met roostervloer met bolle rubber toplaag

    OW 2010.31.V1

    7

    148

    HA1.10

    Ligboxenstal met geprofileerde vloer met hellende sleuven en regelmatige mestafstorten

    OW 2010.32.V1

     
     
     

    HA1.10.1

    Huisvestingssysteem in gebruik voor 20 juli 2018

     

    11,8

    148

    HA1.10.2

    Huisvestingssysteem in gebruik op of na 20 juli 2018

     

    13

    148

    HA1.11

    Ligboxenstal met geprofileerde vloer met hellende sleuven en regelmatige mestafstorten

    OW 2010.33.V1

     
     
     

    HA1.11.1

    Huisvestingssysteem in gebruik voor 20 juli 2018

     

    12,2

    148

    HA1.11.2

    Huisvestingssysteem in gebruik op of na 20 juli 2018

     

    13

    148

    HA1.12

    Ligboxenstal met roostervloer met cassettes in roosterspleten

    OW 2010.34.V1

    7

    148

    HA1.13

    Ligboxenstal met geprofileerde vloer met hellende sleuven en regelmatige mestafstorten met afdichtflappen

    OW 2010.35.V1

    7

    148

    HA1.14

    Ligboxenstal met geprofileerde vloer met hellende sleuven en regelmatige mestafstorten met afdichtkleppen

    OW 2010.36.V1

     
     
     

    HA1.14.1

    Huisvestingssysteem in gebruik voor 20 juli 2018

     

    10,3

    148

    HA1.14.2

    Huisvestingssysteem in gebruik op of na 20 juli 2018

     

    13

    148

    HA1.15

    Ligboxenstal met geprofileerde hellende vloer van gietasfalt met gierafvoerbuis

    OW 2012.01.V1

     
     
     

    HA1.15.1

    Huisvestingssysteem in gebruik voor 20 juli 2018

     

    11,7

    148

    HA1.15.2

    Huisvestingssysteem in gebruik op of na 20 juli 2018

     

    13

    148

    HA1.16

    Mechanisch geventileerde stal met een chemisch luchtwassysteem

    OW 2012.02.V1

     
     
     

    HA1.16.1

    Huisvestingssysteem in gebruik voor 20 juli 2018

     

    5,1

    96

    HA1.16.2

    Huisvestingssysteem in gebruik op of na 20 juli 2018

     

    13

    148

    HA1.17

    Ligboxenstal met geprofileerde hellende vloer met gierafvoerbuis

    OW 2012.04.V1

    8

    148

    HA1.18

    Ligboxenstal met roostervloer met hellende groeven of hellend gelegd met afdichtkleppen in roosterspleten

    OW 2012.05.V1

    11

    148

    HA1.19

    Ligboxenstal met geprofileerde hellende vloer met perforaties

    OW 2012.08.V1

    10,1

    148

    HA1.20

    Ligboxenstal met geprofileerde vloer met hellende sleuven en regelmatige mestafstorten met afdichtingen

    OW 2013.01.V1

    7

    148

    HA1.21

    Ligboxenstal met sleufvloer met in doorsteken, wachtruimte en doorlopen een roostervloer met bolle rubber toplaag en afdichtflappen in roosterspleten

    OW 2013.03.V1

    11,0

    148

    HA1.22

    Ligboxenstal met geprofileerde vloer met hellende sleuven met urineafvoergat of met regelmatige mestafstorten met afdichtkleppen

    OW 2013.04.V1

    6

    148

    HA1.23

    Ligboxenstal met geprofileerde vloer met hellende sleuven, aaneengesloten of met regelmatige mestafstorten met afdichtflappen

    OW 2013.05.V1

    9,1

    148

    HA1.24

    Ligboxenstal met vloer met geprofileerde rubber matten met hellend profiel en regelmatige mestafstorten met afdichtflappen

    OW 2013.06.V1

    10,3

    148

    HA1.25

    Ligboxenstal met hellende vloer met geprofileerde rubber matten en centrale giergoot

    OW 2013.07.V1

    8

    148

    HA1.26

    Ligboxenstal met roostervloer met hellende groeven of hellend gelegd met afdichtkleppen in roosterspleten en vernevelsysteem

    OW 2014.02.V1

    8

    148

    HA1.27

    Ligboxenstal met roostervloer met rubber matten en composietnokken met hellend profiel en cassettes in roosterspleten

    OW 2015.05.V1

    6

    148

    HA1.28

    Ligboxenstal met geprofileerde hellende vloer met holtes voor gieropvang en -afvoer aan zijkant

    OW 2015.06.V1

     

    148

    HA1.28.1

    Huisvestingssysteem in gebruik voor 1 januari 2019

     

    9,9

    148

    HA1.28.2

    Huisvestingssysteem in gebruik op of na 1 januari 2019

     

    13

    148

    HA1.29

    Ligboxenstal met roostervloer met bolle rubber toplaag

    OW 2017.06.V1

    9,4

    148

    HA1.30

    Ligboxenstal met sleufvloer met geprofileerde rubber tegels

    OW 2018.02.V1

    8,1

    148

    HA1.31

    Ligboxenstal met geprofileerde vloer met hellende sleuven, giergoten en giergaten

    OW 2018.03.V1

    9,1

    148

    HA1.32

    Ligboxenstal met geprofileerde rubber oplegsleufvloer met hellende sleuven met gierafvoergaatjes

    OW 2018.06.V1

    7,1

    148

    HA1.33

    Ligboxenstal met dichte geprofileerde vloer met rubber matten en composietnokken met hellend profiel

    OW 2018.07.V1

    9,0

    148

    HA1.100

    Overige huisvestingssystemen

     

    13

    148

     
     
     
     
     
     

    HA2

    Diercategorie vrouwelijk jongvee jonger dan 2 jaar, diercategorie fokstieren jonger dan 2 jaar

     
     
     
     

    HA2.100

    Overige huisvestingssystemen

     

    4,4

    38

     
     
     
     
     
     

    HA3

    Diercategorie vleeskalveren jonger dan 1 jaar

     
     
     
     

    HA3.1

    Mechanisch geventileerde stal met hellende roostervloer en hellende schijnvloer onder roostervloer

    OW 2012.09.V1

    2,5

    35,6

    33

    HA3.2

    Roostervloer met bolle rubber toplaag en afdichtflappen

    OW 2018.04.V1

    1,9

    35,6

    33

    HA3.100

    Overige huisvestingssystemen

     

    3,5

    35,6

    33

     
     
     
     
     
     

    HA4

    Diercategorie zoogkoeien van 2 jaar en ouder (inclusief ongespeende kalveren)

     
     
     
     

    HA4.100

    Overige huisvestingssystemen

     

    4,1

    86

     
     
     
     
     
     

    HA5

    Diercategorie overig vleesvee vanaf spenen en jonger dan 2 jaar

     
     
     
     

    HA5.100

    Overige huisvestingssystemen

     

    5,3

    35,6

    170

     
     
     
     
     
     

    HA6

    Diercategorie overig rundvee van 2 jaar en ouder

     
     
     
     

    HA6.100

    Overige huisvestingssystemen

     

    6,2

    170

     
     
     
     
     
     

    HOOFDCATEGORIE B: SCHAPEN

     
     
     
     

    HB1

    Diercategorie schapen van 1 jaar en ouder (inclusief lammeren)

     
     
     
     

    HB1.100

    Overige huisvestingssystemen (beweiden)

     

    0,7

    7,8

     
     
     
     
     
     

    HOOFDCATEGORIE C: GEITEN

     
     
     
     

    HC1

    Diercategorie geiten van 1 jaar en ouder

     
     
     
     

    HC1.100

    Overige huisvestingssystemen

     

    1,9

    18,8

    19

     
     
     
     
     
     

    HC2

    Diercategorie geiten vanaf 61 dagen tot 1 jaar

     
     
     
     

    HC2.100

    Overige huisvestingssystemen

     

    0,8

    11,3

    10

     
     
     
     
     
     

    HC3

    Diercategorie geiten tot 61 dagen

     
     
     
     

    HC3.100

    Overige huisvestingssystemen

     

    0,2

    5,7

    10

     
     
     
     
     
     

    HOOFDCATEGORIE D: VARKENS

     
     
     
     

    HD1

    Diercategorie gespeende biggen minder dan 25 kg

     
     
     
     

    HD1.1

    Vlakke gecoate keldervloer met mestschuif

    OW 1993.01.V1

    0,20

    5,4

    56

    HD1.2

    Gedeeltelijk rooster met spoelgotensysteem

    OW 1994.09.V1,

    OW 1997.01.V1

    0,24

    7,8

    74

    HD1.3

    Mestopvang in en spoelen met aangezuurde vloeistof

     
     
     
     

    HD1.3.1

    Volledig rooster

    OW 1996.05.V1

    0,18

    7,8

    56

    HD1.3.2

    Gedeeltelijk rooster

    OW 1996.05.V1

    0,25

    7,8

    74

    HD1.4

    Mestband in mestkanaal met metalen driekantrooster

    OW 1996.06.V1

    0,23

    5,4

    74

    HD1.5

    Ondiepe mestkelders met water- en mestkanaal

     
     
     
     

    HD1.5.1

    Oppervlakte mestkanaal ten hoogste 0,13 m2 per dierplaats

    OW 1996.01.V1

    0,26

    5,4

    74

    HD1.5.2

    Oppervlakte mestkanaal ten hoogste 0,19 m2 per dierplaats

    OW 2001.14.V1

    0,33

    7,8

    74

    HD1.6

    Schuine putwand

     
     
     
     

    HD1.6.1

    Emitterende mestoppervlakte ten hoogste 0,07 m2 per dierplaats, ongeacht groepsgrootte

    OW 2001.13.V1

    0,17

    5,4

    74

    HD1.6.2

    Emitterende mestoppervlakte 0,07–0,10 m2 per dierplaats in groepen tot 30 dieren

    OW 2004.06.V1

    0,21

    5,4

    74

    HD1.6.3

    Emitterende mestoppervlakte 0,07–0,10 m2 per dierplaats in groepen vanaf 30 dieren zonder spoelgoten

    OW 2010.04.V1

    0,18

    5,4

    74

    HD1.6.4

    Emitterende mestoppervlakte 0,07–0,10 m2 per dierplaats in groepen vanaf 30 dieren met spoelgoten

    OW 1999.05.V1,

    OW 1999.06.V1

    0,18

    7,8

    74

    HD1.7

    Gedeeltelijk rooster met verkleindemestoppervlakte

    OW 2001.16.V1

    0,39

    7,8

    74

    HD1.8

    Mestopvang in water met mestafvoersysteem

    OW 2006.07.V1

    0,15

    5,4

    56

    HD1.9

    Volledig rooster met water- en mestkanaal

    OW 2010.05.V1

    0,20

    5,4

    56

    HD1.10

    Koeldeksysteem (150% koeloppervlakte)

    OW 2010.12.V1

    0,17

    5,4

    56

    HD1.100

    Overige huisvestingssystemen

     

    0,69

    7,8

    74

     
     
     
     
     
     

    HD2

    Diercategorie kraamzeugen (inclusief biggen tot spenen)

     
     
     
     

    HD2.1

    Spoelgotensysteem, spoelen met dunne mest

    OW 1993.12.V1,

    OW 1999.02.V1

    3,3

    27,9

    160

    HD2.2

    Kunststof schijnvloer met schuif onder rooster

    OW 1994.02.V1

    3,7

    27,9

    160

    HD2.3

    Vlakke gecoate keldervloer met mestschuif

    OW 1994.06.V1

    4,0

    27,9

    160

    HD2.4

    Hellende gecoate keldervloer met giergoot en mestschuif

    OW 1994.07.V1

    3,1

    27,9

    160

    HD2.5

    Ondiepe mestkelders met mest- en waterkanaal

    OW 1995.08.V1

    4,0

    27,9

    160

    HD2.6

    Mestopvang in en spoelen met aangezuurde vloeistof

    OW 1996.04.V1

    3,1

    27,9

    160

    HD2.7

    Mestkanaal en hellende (schijn)vloer onder roostervloer

    OW 2001.17.V1

    5,0

    27,9

    160

    HD2.8

    Schuiven in mestgoot

    0W 2001.18.V1

    2,5

    27,9

    160

    HD2.9

    Waterkanaal met afgescheiden mestkanaal of mestbak

    OW 2004.07.V1

    2,9

    27,9

    160

    HD2.10

    Mestpan

    OW 2006.08.V1

    2,9

    27,9

    160

    HD2.11

    Mestgoot met mestafvoersysteem

    OW 2010.06.V1

    3,2

    27,9

    160

    HD2.12

    Mestpan met water- en mestkanaal

    OW 2010.07.V1

    2,9

    27,9

    160

    HD2.13

    Mestpan met water- en mestkanaal en koelsysteem

    OW 2018.01.V1

    1,3

    27,9

    160

    HD2.14

    Koeldeksysteem (150% koeloppervlakte)

    OW 2010.15.V1

    2,4

    27,9

    160

    HD2.100

    Overige huisvestingssystemen

     

    8,3

    27,9

    160

     
     
     
     
     
     

    HD3

    Diercategorie guste en dragende zeugen

     
     
     
     

    HD3.1

    Smalle ondiepe mestkanalen met metalen driekantrooster en rioleringssysteem (individuele huisvesting)

    OW 1995.02.V1

    2,4

    18,7

    175

    HD3.2

    Mestgoot met combinatierooster en frequente mestafvoer (individuele huisvesting)

    OW 1995.05.V1

    1,8

    18,7

    175

    HD3.3

    Spoelgotensysteem met dunne mest

     
     
     
     

    HD3.3.1

    Individuele huisvesting

    OW 1995.07.V1

    2,5

    18,7

    175

    HD3.3.2

    Groepshuisvesting

    OW 1998.01.V1,

    OW 1999.03.V1

    2,5

    18,7

    175

    HD3.4

    Mestopvang in en spoelen met aangezuurde vloeistof

     
     
     
     

    HD3.4.1

    Individuele huisvesting

    OW 1996.03.V1

    1,8

    18,7

    175

    HD3.4.2

    Groepshuisvesting

    OW 1998.02.V1

    1,8

    18,7

    175

    HD3.5

    Schuiven in mestgoot (individuele huisvesting)

    OW 2001.19.V1

    2,2

    18,7

    175

    HD3.6

    Mestband in mestkanaal met metalen driekantrooster

    OW 2008.11.V1

    2,2

    18,7

    175

    HD3.7

    Koeldeksysteem

     
     
     
     

    HD3.7.1

    115% koeloppervlakte (individuele huisvesting)

    OW 2010.16.V1

    2,2

    18,7

    175

    HD3.7.2

    135% koeloppervlakte (groepshuisvesting)

    OW 2010.17.V1

    2,2

    18,7

    175

    HD3.8

    Groepshuisvesting zonder strobed met voerligboxen of voerstations en schuine putwanden in mestkanaal

     
     
     
     

    HD3.8.1

    Met metalen driekantrooster

    OW 2010.08.V1

    2,3

    18,7

    175

    HD3.8.2

    Met anders dan metalen driekantrooster

    OW 2006.09.V1

    2,5

    18,7

    175

    HD3.9

    Rondloopstal met voerstation en strobed

    OW 2010.09.V1

    2,6

    18,7

    175

    HD3.100

    Overige huisvestingssystemen (groepshuisvesting)

     

    4,2

    18,7

    175

    HD3.101

    Overige huisvestingssystemen (individuele huisvesting)

     

    4,2

    18,7

    175

     
     
     
     
     
     

    HD4

    Diercategorie dekberen van 7 maanden en ouder

     
     
     
     

    HD4.100

    Overige huisvestingssystemen

     

    5,5

    18,7

    180

     
     
     
     
     
     

    HD5

    Diercategorie vleesvarkens van 25 kg en meer, diercategorie opfokberen van 25 kg meer en jonger dan 7 maanden

    diercategorie opfokzeugen van 25 kg en meer

     
     
     
     

    HD5.1

    Scharrelvleesvarkens in beddenstal

    OW 2001.30.V1

    1,9

    23,0

    153

    HD5.2

    Gehele dierplaats onderkelderd zonder stankafsluiter

    OW 2001.23.V1

    4,5

    23,0

    153

    HD5.3

    Mestopvang in en spoelen met ammoniakarme vloeistof (inclusief aanzuren)

    OW 1993.10.V1,

    OW 1993.11.V1,

    OW 1995.03.V1,

    OW 2001.24.V1

    1,6

    17,9

    153

    HD5.4

    Metalen driekantrooster met mestopvang in met formaldehyde behandelde mestvloeistof

    OW 1995.01.V1

    1,0

    17,9

    153

    HD5.5

    Metalen driekantrooster met mestopvang in water

    OW 1995.06.V1

    1,3

    17,9

    153

    HD5.6

    Spoelgotensysteem met metalen driekantrooster

    OW 1998.03.V1

    1,2

    23,0

    153

    HD5.7

    Spoelgotensysteem met rooster

    OW 1998.04.V1,

    OW 1999.04.V1

    1,7

    23,0

    153

    HD5.8

    Water- en mestkanaal

    OW 2001.03.v1

    1,7

    23,0

    153

    HD5.9

    Mestkanaal met schuine putwand (en waterkanaal)

     
     
     
     

    HD5.9.1

    Met metalen driekantrooster op mestkanaal

     
     
     
     

    HD5.9.1.1

    Emitterende mestoppervlakte ten hoogste 0,18 m2 per dierplaats met spoelgoten

    OW 1997.04.V1

    1,0

    23,0

    153

    HD5.9.1.2

    Emitterende mestoppervlakte 0,18–0,27 m2 per dierplaats zonder spoelgoten

    OW 2004.03.V1

    1,0

    17,9

    153

    HD5.9.1.3

    Emitterende mestoppervlakte 0,18–0,27 m2 per dierplaats met spoelgoten

    OW 1997.04.V1

    1,4

    23.0

     

    HD5.9.1.4

    Emitterende mestoppervlakte 0,18–0,27 m2 per dierplaats zonder spoelgoten

    OW 2004.04.V1

    1,4

    17,9

    153

    HD5.9.2

    Met anders dan metalen driekantrooster op mestkanaal

     
     
     
     

    HD5.9.2.1

    Emitterende mestoppervlakte ten hoogste 0,18 m2 per dierplaats

    OW 2004.05.V1

    1,5

    17,9

    153

    HD5.9.2.2

    Emitterende mestoppervlakte 0,18–0,27 m2 per dierplaats

    OW 2010.10.V1

    1,9

    23,0

    153

    HD5.10

    Koeldeksysteem (200% koeloppervlakte)

     
     
     
     

    HD5.10.1

    Met metalen driekantrooster

     
     
     
     

    HD5.10.1.1

    Emitterende mestoppervlakte ten hoogste 0,5 m2 per dierplaats

    OW 2004.08.V1

    1,2

    17,9

    153

    HD5.10.1.2

    Emitterende mestoppervlakte ten hoogste 0,8 m2 per dierplaats

    OW 2010.19.V1

    1,5

    17,9

    153

    HD5.10.2

    Met anders dan metalen driekantrooster

     
     
     
     

    HD5.10.2.1

    Emitterende mestoppervlakte ten hoogste 0,6 m2 per dierplaats

    OW 2010.20.V1

    1,6

    17,9

    153

    HD5.10.2.2

    Emitterende mestoppervlakte 0,6–0,8 m2 per dierplaats

    OW 2001.01.V1

    2,4

    23,0

    153

    HD5.11

    Koeldeksysteem (170% koeloppervlakte) met metalen driekantrooster

    OW 2001.25.V1

    1,7

    23,0

    153

    HD5.12

    BollevloerBollevloerhok met betonnen morsrooster en metalen driekantrooster

     
     
     
     

    HD5.12.1

    Emitterende mestoppervlakte ten hoogste 0,22 m2 per dierplaats

    OW 2001.27.V1

    1,4

    17,9

    153

    HD5.12.2

    Emitterende mestoppervlakte ten hoogste 0,33 m2 per dierplaats

    OW 2001.27.V1

    2,0

    23,0

    153

    HD5.13

    Mestband in mestkanaal met metalen driekantrooster

    OW 2008.11.V1

    1,1

    17,9

    153

    HD5.100

    Overige huisvestingssystemen

     

    3,0

    23,0

    153

     
     
     
     
     
     

    HOOFDCATEGORIE E: KIPPEN

     
     
     
     

    HE1

    Diercategorie opfokhennen en -hanen van legkippen jonger dan 18 weken

     
     
     
     

    HE1.1

    Kooihuisvesting

     
     
     
     

    HE1.1.1

    Batterij met mestband

    OW 1993.07.V1

    0,020

    0,18

    2

    HE1.1.2

    Batterij met mestbandbeluchting

     
     
     
     

    HE1.1.2.1

    Beluchting 0,2 m3/uur per dierplaats per uur

    OW 1993.08.V1

    0,020

    0,18

    2

    HE1.1.2.2

    Beluchting 0,4 m3/uur per dierplaats per uur

    OW 1997.03.V1

    0,006

    0,18

    2

    HE1.1.3

    Batterij met mestbandbeluchting en bovenliggende droogtunnel

    OW 1999.01.V1

    0,010

    0,18

    2

    HE1.1.4

    Batterij met mestschuiven en centrale mestband

    OW 1995.04.V1

    0,011

    0,18

    2

    HE1.1.5

    Batterij met open mestopslag

    OW 2001.04.V1

    0,045

    0,18

    2

    HE1.1.6

    batterijBatterij met mest- en luchtkanaal

    OW 2001.05.V1

    0,208

    0,18

    2

    HE1.1.7

    Koloniehuisvesting met mestbandbeluchting 0,7 m3/uur per dierplaats per uur

    OW 2009.10.V1

    0,016

    0,18

    8

    HE1.2

    Grondhuisvesting

     
     
     
     

    HE1.2.1

    Strooiselvloer (eventueel met roostervloer)

    OW 2001.06.V1

    0,170

    0,18

    30

    HE1.2.2

    Warmteheaters en ventilatoren

    OW 2009.14.V1

    0,088

    0,18

    30

    HE1.2.3

    verhoogdeVerhoogde roostervloer met daarboven oplierbare en/of opklapbare roosters

    OW 2015.03.V1

    0,110

    0,18

    30

    HE1.3

    Volièrehuisvesting

     
     
     
     

    HE1.3.1

    Ten minste 50% rooster met mestband

    OW 2005.02.V1

    0,050

    0,18

    23

    HE1.3.2

    65–70% rooster en mestbandbeluchting 0,3 m3/uur per dierplaats per uur

    OW 2005.03.V1

    0,030

    0,18

    23

    HE1.3.3

    45–55% rooster en mestbandbeluchting

     
     
     
     

    HE1.3.3.1

    Beluchting 0,1 m3/uur per dierplaats per uur

    OW 2006.10.V1

    0,030

    0,18

    23

    HE1.3.3.2

    Beluchting 0,3 m3/uur per dierplaats per uur

    OW 2006.10.V1

    0,023

    0,18

    23

    HE1.3.4

    30–35% rooster en mestbandbeluchting 0,4 m3/uur per dierplaats per uur

    OW 2006.11.V1

    0,014

    0,18

    23

    HE1.3.5

    55-60% rooster en mestbandbeluchting 0,4 m3/uur per dierplaats per uur

    OW 2006.12.V1

    0,020

    0,18

    23

    HE1.100

    Overige huisvestingssystemen (niet-batterijhuisvesting)

     

    0,170

    0,18

    30

    HE1.101

    Overige huisvestingssystemen (batterijhuisvesting)

     

    0,045

    0,18

    30

     
     
     
     
     
     

    HE2

    Diercategorie legkippen van 18 weken en ouder, diercategorie ouderdieren van legkippen van 18 weken en ouder

     
     
     
     

    HE2.1

    Kooihuisvesting

     
     
     
     

    HE2.1.1

    Verrijkte kooien met mestbandbeluchting

    OW 2005.11.V1

    0,030

    0,35

    23

    HE2.1.2

    Koloniehuisvesting met mestbandbeluchting

    OW 2009.10.V1

    0,030

    0,35

    23

    HE2.2

    Grondhuisvesting

     
     
     
     

    HE2.2.1

    Circa 1/3 strooiselvloer en circa 2/3 roostervloer

    OW 2001.09.V1

    0,402

    0,34

    84

    HE2.2.2

    Met beluchting onder gedeeltelijk verhoogde roostervloer

    OW 2010.21.V1

    0,110

    0,34

    84

    HE2.2.3

    Met mestbeluchting via buizen onder beun

    OW 2001.10.V1

    0,125

    0,34

    84

    HE2.2.4

    Met enkele buis onder beun aan beide zijden van legnest

    OW 2011.09.V1

    0,150

    0,34

    84

    HE2.2.5

    Met mestbeluchting via verticale ventilatiekokers

    OW 2011.10.V1

    0,150

    0,34

    84

    HE2.2.6

    Twee verdiepingen met mestbanden onder roosters

    OW 2004.11.V1

    0,068

    0,34

    84

    HE2.2.7

    Met frequente mest- en strooiselverwijdering

    OW 2004.12.V1

    0,106

    0,34

    84

    HE2.3

    Volièrehuisvesting

     
     
     
     

    HE2.3.1

    Ten minste 50% rooster met mestband

    OW 2004.09.V1

    0,090

    0,34

    65

    HE2.3.2

    45–55% roosters en mestbandbeluchting

     
     
     
     

    HE2.3.2.1

    beluchtingBeluchting ten minste 0,2 m3/uur per dierplaats per uur

    OW 2004.10.V1

    0,055

    0,34

    65

    HE2.3.2.2

    Beluchting ten minste 0,5 m3/uur per dierplaats per uur

    OW 2004.10.V1

    0,042

    0,34

    65

    HE2.3.3

    30–35% roosters en mestbandbeluchting 0,7 m3/uur per dierplaats per uur

    OW 2005.04.V1

    0,025

    0,34

    65

    HE2.3.4

    55–60% roosters en mestbandbeluchting 0,7 m3/uur per dierplaats per uur

    OW 2005.05.V1

    0,037

    0,34

    65

    HE2.100

    Overige huisvestingssystemen

     

    0,315

    0,34

    84

     
     
     
     
     
     

    HE3

    Diercategorie ouderdieren van vleeskuikens in opfok jonger dan 19 weken

     
     
     
     

    HE3.1

    Mixluchtventilatie

    OW 2005.10.V1

    0,114

    0,18

    23

    HE3.2

    Warmteheaters en ventilatoren

    OW 2009.14.V1

    0,129

    0,18

    23

    HE3.3

    Warmteheaters met luchtmengsysteem voor droging strooisellaag

    OW 2011.13.V1

    0,129

    0,18

    23

    HE3.4

    Luchtmengsysteem voor droging strooisellaag met warmtewisselaar

    OW 2010.13.V1

    0,077

    0,18

    23

    HE3.5

    Buizenverwarming

    OW 2017.01.V1

    0,144

    0,18

    23

    HE3.100

    Overige huisvestingssystemen

     

    0,250

    0,18

    23

     
     
     
     
     
     

    HE4

    Diercategorie ouderdieren van vleeskuikens van 19 weken en ouder

     
     
     
     

    HE4.1

    Groepskooi met mestband en geforceerde mestdroging

    OW 1995.09.V1,

    OW 1996.07.V1,

    OW 2009.23.V1

    0,080

    0,93

    8

    HE4.2

    Volièrehuisvesting

     
     
     
     

    HE4.2.1

    Met geforceerde mestdroging

    OW 2010.22.V1

    0,170

    0,93

    43

    HE4.2.2

    Met geforceerde mest- en strooiseldroging

    OW 2010.23.V1

    0,130

    0,93

    43

    HE4.3

    Perfosysteem op gedeeltelijk verhoogde roostervloer

    OW 1998.05.V1

    0,230

    0,93

    43

    HE4.4

    Grondhuisvesting met mestbeluchting

     
     
     
     

    HE4.4.1

    Van bovenaf

    OW 2004.13.V1

    0,250

    0,93

    43

    HE4.4.2

    Met verticale slangen in mest

    OW 2004.14.V1

    0,435

    0,93

    43

    HE4.4.3

    Via buizen onder beun

    OW 2010.03.V1

    0,435

    0,93

    43

    HE4.4.4

    Via verticale ventilatiekokers

    OW 2010.37.V1

    0,435

    0,93

    43

    HE4.5

    Grondhuisvesting met mestbanden onder de roosters

    OW 2007.10.V1

    0,245

    0,93

    43

    HE4.100

    Overige huisvestingssystemen

     

    0,580

    0,93

    43

     
     
     
     
     
     

    HE5

    Diercategorie vleeskuikens

     
     
     
     

    HE5.1

    Zwevende vloer met strooiseldroging

    OW 1993.02.V1,

    OW 1994.05.V1,

    OW 1996.02.V1,

    OW 1996.09.V1

    0,004

    0,33

    22

    HE5.2

    Geperforeerde vloer met strooiseldroging

    OW 1994.04.V1,

    OW 1996.08.V1

    0,012

    0,33

    22

    HE5.3

    Etagesysteem met volledige roostervloer en mestbandbeluchting

    OW 1997.02.V1

    0,004

    0,33

    22

    HE5.4

    Grondhuisvesting met vloerverwarming en vloerkoeling

    OW 2001.11.V1

    0,038

    0,33

    22

    HE5.5

    Mixluchtventilatie

    OW 2005.10.V1

    0,031

    0,33

    22

    HE5.6

    Etagesysteem met mestband en strooiseldroging

    OW 2006.13.V1

    0,017

    0,33

    22

    HE5.7

    Warmteheaters en ventilatoren

    OW 2009.14.V1

    0,035

    0,33

    22

    HE5.8

    luchtmengsysteemLuchtmengsysteem voor droging strooisellaag met warmtewisselaar

    OW 2010.13.V1

    0,021

    0,33

    22

    HE5.9

    Luchtmengsysteem voor droging strooisellaag met warmteheaters

    OW 2011.13.V1

    0,035

    0,33

    22

    HE5.10

    Buizenverwarming

    OW 2017.01.V1

    0,012

    0,33

    22

    HE5.100

    Overige huisvestingssystemen

     

    0,068

    0,33

    22

     
     
     
     
     
     

    HOOFDCATEGORIE F: PARELHOENDERS

     
     
     
     

    HF1

    Diercategorie vleesparelhoenders

     
     
     
     

    HF1.1

    Zwevende vloer met strooiseldroging

    OW 1993.02.V1,

    OW 1994.05.V1,

    OW 1996.02.V1,

    OW 1996.09.V1

    0,004

    0,33

    22

    HF1.2

    Geperforeerde vloer met strooiseldroging

    OW 1994.04.V1,

    OW 1996.08.V1

    0,012

    0,33

    22

    HF1.3

    Etagesysteem met volledige roostervloer en mestbandbeluchting

    OW 1997.02.V1

    0,004

    0,33

    22

    HF1.4

    Grondhuisvesting met vloerverwarming en vloerkoeling

    OW 2001.11.V1

    0,038

    0,33

    22

    HF1.5

    Mixluchtventilatie

    OW 2005.10.V1

    0,031

    0,33

    22

    HF1.6

    Etagesysteem met mestband en strooiseldroging

    OW 2006.13.V1

    0,017

    0,33

    22

    HF1.7

    Warmteheaters en ventilatoren

    OW 2009.14.V1

    0,035

    0,33

    22

    HF1.8

    Luchtmengsysteem voor droging strooisellaag met een warmtewisselaar

    OW 2010.13.V1

    0,021

    0,33

    22

    HF1.9

    Warmteheaters met luchtmengsysteem voor droging strooisellaag

    OW 2011.13.V1

    0,035

    0,33

    22

    HF1.10

    Buizenverwarming

    OW 2017.01.V1

    0,012

    0,33

    22

    HF1.100

    Overige huisvestingssystemen

     

    0,068

    0,33

    22

     
     
     
     
     
     

    HOOFDCATEGORIE G: KALKOENEN

     
     
     
     

    HG1

    Diercategorie ouderdieren van vleeskalkoenen jonger dan 6 weken

     
     
     
     

    HG1.1

    Verwarmingssysteem met warmteheaters en ventilatoren

    OW 2009.14.V1

    0,08

    0,29

    23

    HG1.2

    Warmteheaters met luchtmengsysteem voor droging strooisellaag

    OW 2011.13.V1

    0,08

    0,29

    23

    HG1.3

    Luchtmengsysteem voor droging strooisellaag met warmtewisselaar

    OW 2010.13.V1

    0,05

    0,29

    23

    HG1.4

    Buizenverwarming

    OW 2017.01.V1

    0,03

    0,29

    23

    HG1.100

    Overige huisvestingssystemen

     

    0,15

    0,29

    23

     
     
     
     
     
     

    HG2

    Diercategorie ouderdieren van vleeskalkoenen van 6 weken en ouder en jonger dan 30 weken

     
     
     
     

    HG2.1

    Verwarmingssysteem met warmteheaters en ventilatoren

    OW 2009.14.V1

    0,24

    1,55

    163

    HG2.2

    Warmteheaters met luchtmengsysteem voor droging strooisellaag

    OW 2011.13.V1

    0,24

    1,55

    163

    HG2.3

    Luchtmengsysteem voor droging strooisellaag met warmtewisselaar

    OW 2010.13.V1

    0,15

    1,55

    163

    HG2.100

    Overige huisvestingssystemen

     

    0,47

    1,55

    163

     
     
     
     
     
     

    HG3

    Diercategorie ouderdieren van vleeskalkoenen van 30 weken en ouder

     
     
     
     

    HG3.100

    Overige huisvestingssystemen

     

    0,59

    1,55

    207

     
     
     
     
     
     

    HG4

    Diercategorie vleeskalkoenen

     
     
     
     

    HG4.1

    Gedeeltelijk verhoogde strooiselvloer

    OW 2001.12.V1

    0,36

    1,55

    86

    HG4.2

    Mechanisch geventileerde stal met frequente strooiselverwijdering

    OW 2005.07.V1

    0,26

    1,55

    86

    HG4.3

    Verwarmingssysteem met warmteheaters en ventilatoren

    OW 2009.14.V1

    0,35

    1,55

    86

    HG4.4

    Warmteheaters met luchtmengsysteem voor droging strooisellaag

    OW 2011.13.V1

    0,35

    1,55

    86

    HG4.5

    Luchtmengsysteem voor droging strooisellaag met warmtewisselaar

    OW 2010.13.V1

    0,21

    1,55

    86

    HG4.100

    Overige huisvestingssystemen

     

    0,68

    1,55

    86

     
     
     
     
     
     

    HOOFDCATEGORIE H: EENDEN

     
     
     
     

    HH1

    Diercategorie ouderdieren van vleeseenden

     
     
     
     

    HH1.100

    Overige huisvestingssystemen

     

    0,320

    0,49

    182

     
     
     
     
     
     

    HH2

    Diercategorie vleeseenden

     
     
     
     

    HH2.1

    Binnen mesten

     
     
     
     

    HH2.1.100

    Overige huisvestingssystemen

     

    0,210

    0,49

    84

    HH2.2

    Buiten mesten (per afgeleverd dier)

     

    0,019

    0,49

     
     
     
     
     
     

    HOOFDCATEGORIE I: STRUISVOGELS

     
     
     
     

    HI1

    Diercategorie struisvogels jonger dan 4 maanden

     
     
     
     

    HI1.100

    Overige huisvestingssystemen

     

    0,3

     
     
     
     
     
     

    HI2

    Diercategorie struisvogels van 4 maanden en ouder en jonger dan 12 maanden

     
     
     
     

    HI2.100

    Overige huisvestingssystemen

     

    1,8

     
     
     
     
     
     

    HI3

    Diercategorie struisvogels van 12 maanden en ouder

     
     
     
     

    HI3.100

    Overige huisvestingssystemen

     

    2,5

     
     
     
     
     
     

    HOOFDCATEGORIE K: KONIJNEN

     
     
     
     

    HK1

    Diercategorie voedster

     
     
     
     

    HK1.1

    Mechanisch geventileerde stal met gescheiden afvoer van mest en urine

    OW 2005.08.V1

    0,77

    HK1.100

    Overige huisvestingssystemen

     

    1,20

     
     
     
     
     
     

    HK2

    Diercategorie vlees- en opfokkonijnen tot dekleeftijd

     
     
     
     

    HK2.1

    Mechanisch geventileerde stal met gescheiden afvoer van mest en urine

    OW 2005.09.V1

    0,12

    HK2.100

    Overige huisvestingssystemen

     

    0,20

     
     
     
     
     
     

    HOOFDCATEGORIE L: PAARDEN

     
     
     
     

    HL1

    Diercategorie paarden van 3 jaar en ouder

     
     
     
     

    HL1.100

    Overige huisvestingssystemen

     

    5,0

     
     
     
     
     
     

    HL2

    Diercategorie paarden jonger dan 3 jaar

     
     
     
     

    HL2.100

    Overige huisvestingssystemen

     

    2,1

     
     
     
     
     
     

    HL3

    Diercategorie pony’s van 3 jaar en ouder

     
     
     
     

    HL3.100

    Overige huisvestingssystemen

     

    3,1

     
     
     
     
     
     

    HL4

    Diercategorie pony’s jonger dan 3 jaar

     
     
     
     

    HL4.100

    Overige huisvestingssystemen

     

    1,3

ZZZZZZZZZZZZ

Bijlage VI komt te luiden:

  • BIJLAGE VI BIJ DE ARTIKELEN 4.5, 4.6, TWEEDE LID, 4.7, TWEEDE LID, 6.14, VIJFDE LID, 8.31, VIJFDE LID, EN 9.3, VIERDE LID, VAN DEZE REGELING (AANVULLENDE TECHNIEKEN EN REDUCTIEPERCENTAGES)

    Code

    Omschrijving aanvullende techniek

    Nummer

    systeembeschrijving

    Omgevingswet

    Toepasbaar bij diercategorie

    Reductiepercentage

    Voldoen ook aan nummer systeembeschrijving

    Omgevingswet

    Ammoniak

    Geur

    PM10

    LW

    Luchtwassystemen

     
     
     
     
     
     

    LW1

    Enkelvoudige biologische luchtwassystemen

     
     
     
     
     
     

    LW1.1

    Biologisch luchtwassysteem

    OW 2006.02.V1,

    OW 2007.03.V1,

    OW 2010.27.V1,

    OW 2011.11.V1,

    OW 2013.02.V1

    HA3, HD t/m HH2.1

    70%

    45%

    75%

     

    HC

    67%

    43%

    71%

    OW 2017.07

    HK

    70%

    -

    -

     

    LW1.2

    Biologisch luchtwassysteem

    OW 2008.05.V1,

    OW 2011.12.V1

    HA3, HD

    70%

    45%

    75%

     

    HC

    67%

    43%

    71%

    OW 2017.07

    LW1.3

    Biologisch luchtwassysteem

    OW 2004.01.V1,

    OW 2008.01.V1,

    OW 2008.02.V1,

    OW 2008.03.V1,

    OW 2008.04.V1,

    OW 2008.12.V1,

    OW 2009.20.V1,

    OW 2009.21.V1

    HA3, HD

    70%

    45%

    60%

     

    HC

    67%

    43%

    57%

    OW 2017.07

    LW1.4

    Biologisch luchtwassysteem

    OW 2009.13.V1,

    OW 2010.28.V1,

    OW 2015.04.V1

    HA3, HD t/m HH2.1

    70%

    45%

    60%

     

    HC

    67%

    43%

    57%

    OW 2017.07

    HK

    70%

    -

    -

     

    LW1.5

    Biologisch luchtwassysteem

    OW 2012.07.V1

    HA3, HD

    85%

    45%

    60%

     

    HC

    81%

    43%

    57%

    OW 2017.07

    LW1.6

    Biofilter

    OW 2011.03.V1

    HE1 t/m HH2.1

    70%

    45%

    80%

     

    LW2

    Enkelvoudige chemische luchtwassystemen

     
     
     
     
     
     

    LW2.1

    Chemisch luchtwassysteem

    OW 2001.31.V1, OW 2007.06.V1

    HE1.1.2.1

    90%

    30%

    35%

     

    LW2.2

    Chemisch luchtwassysteem

    OW 2001.32.V1,

    OW 2007.07.V1

    HE1.1.2.2

    90%

    30%

    35%

     

    LW2.3

    Chemisch luchtwassysteem

    OW 2004.02.V1,

    OW 2006.04.V1,

    OW 2006.05.V1,

    OW 2008.07.V1,

    OW 2009.01.V1,

    OW 2010.25.V1,

    OW 2011.14.V1

    HA3, HD

    70%

    30%

    35%

     

    HC

    67%

    29%

    33%

    OW 2017.07

    LW2.4

    Chemisch luchtwassysteem

    OW 2005.01.V1,

    OW 2008.06.V1,

    OW 2014.01.V1

    HA3, HD t/m HH2.1

    70%

    30%

    35%

     

    HC

    67%

    29%

    33%

    OW 2017.07

    HK

    70%

    -

    -

     

    LW2.5

    Chemisch luchtwassysteem

    OW 2007.05.V1

    HA3, HD

    95%

    30%

    35%

     

    HC

    90%

    29%

    33%

    OW 2017.07

    HE1 t/m HH2.1

    90%

    40%

    35%

     

    HK

    90%

    -

    -

     

    LW2.6

    Chemisch luchtwassysteem

    OW 2008.08.V1

    HA3, HD

    95%

    30%

    35%

     

    HC

    90%

    29%

    33%

    OW 2017.07

    HE1 t/m HH2.1

    90%

    30%

    35%

     

    HK

    90%

    -

    -

     

    LW2.7

    Chemisch luchtwassysteem

    OW 2008.09.V1,

    OW 2010.26.V1

    HA3, HD

    95%

    30%

    35%

     

    HC

    90%

    29%

    33%

    OW 2017.07

    LW2.8

    Chemisch luchtwassysteem

    OW 2013.08.V1

    HA3, HD t/m HH2.1

    90%

    30%

    35%

     

    HC

    86%

    29%

    33%

    OW 2017.07

    HK

    90%

    -

    -

     

    LW3

    Water luchtwassystemen

     
     
     
     
     
     

    LW3.1

    Water luchtwassysteem

    OW 2009.19.V1

    HE1 t/m HH2.1

    0%

    0%

    33%

     

    LW4

    Meervoudige luchtwassystemen

     
     
     
     
     
     

    LW4.1

    Biologische luchtwassysteem met watergordijn

    OW 2007.02.V1,

    OW 2009.12.V1,

    OW 2010.02.V1

    HA3, HD

    85%

    45%

    80%

     

    HC

    81%

    43%

    76%

    OW 2017.07.V1

    LW4.2

    Biologisch en water luchtwassysteem met geurverwijderingssectie

    OW 2011.07.V1

    HA3, HD

    85%

    45%

    80%

     

    HC

    81%

    43%

    76%

    OW 2017.07.V1

    LW4.3

    Biologisch en chemisch luchtwassysteem met biofilter

    OW 2011.08.V1

    HA3, HD

    90%

    45%

    80%

     

    HC

    86%

    43%

    76%

    OW 2017.07.V1

    LW4.4

    Chemisch luchtwassysteem (lamellenfilter) en water luchtwassysteem

    OW 2006.14.V1

    HA3, HD

    85%

    30%

    80%

     

    HC

    81%

    29%

    76%

    OW 2017.07.V1

    LW4.5

    Chemisch en water luchtwassysteem met biofilter

    OW 2006.15.V1

    HA3, HD

    70%

    30%

    80%

     

    HC

    67%

    29%

    76%

    OW 2017.07.V1

    LW4.6

    Chemisch en water luchtwassysteem met biofilter

    OW 2007.01.V1

    HA3, HD

    85%

    30%

    80%

     

    HC

    81%

    29%

    76%

    OW 2017.07.V1

    AR

    Aanvullende technieken rundvee

     
     
     
     
     
     

    AR1

    Beweiden

     
     
     
     
     
     

    AR1.1

    Beweiden

     

    HA1

    0%

    0%

    20%

     

    AV

    Aanvullende technieken varkens

     
     
     
     
     
     

    AV1

    Schuine wanden in mestkanaal

     
     
     
     
     
     

    AV1.1

    Schuine wanden in mestkanaal

    OW 2016.01.V1

    HD1.100

    40%

    0%

    0%

     

    AV1.2

    Schuine wanden in mestkanaal

    OW 2016.02.V1

    HD2.100, HD5.100

    15%

    0%

    0%

     

    AV1.3

    Schuine wanden in mestkanaal

    OW 2016.03.V1

    HD3.100, HD3.101

    20%

    0%

    0%

     

    AV100

    Overige technieken varkens

     
     
     
     
     
     

    AV100.1

    Drijvende ballen in mest

    OW 2010.01.V1

    HD

    29%

    0%

    0%

     

    AP

    Aanvullende technieken pluimvee

     
     
     
     
     
     

    AP1

    Oliefilm

     
     
     
     
     
     

    AP1.1

    Oliefilm met drukleidingen

    OW 2009.17.V1

    HE3, HE5, HF1

    0%

    0%

    54%

     

    AP1.2

    Oliefilm met sproeikoppen

    OW 2015.01.V1

    HE1.3, HE2.3, HE4.3

    0%

    0%

    15%

     

    AP1.3

    Oliefilm met robot

    OW 2015.02.V1

    HE1.2, HE1.100, HE2.2, HE2.100, HE4.3, HE4.100

    0%

    0%

    30%

     

    AP2

    Ionisatie

     
     
     
     
     
     

    AP2.1

    Ionisatie met negatieve coronadraden

    OW 2009.18.V1

    HE5.1 t/m HE5.5, HE5.7 t/m HE5.100

    0%

    0%

    49%

     

    AP2.2

    Ionisatiefilter

    OW 2011.01.V1

    HE1 t/m HH2.1

    0%

    0%

    57%

     

    AP3

    Warmtewisselaar

     
     
     
     
     
     

    AP3.1

    Warmtewisselaar

    OW 2012.03.V1

    HE1 t/m HH2.1

    0%

    0%

    13%

     

    AP3.2

    Warmtewisselaar

    OW 2011.02.V1

    HE1 t/m HH2.1

    0%

    0%

    31%

     

    AP3.3

    Warmtewisselaar

    OW 2017.03.V1

    HE1 t/m HH2.1

    0%

    0%

    37%

     

    AP3.4

    Warmtewisselaar

    OW 2018.05.V1

    HE1 t/m HH2.1

    0%

    0%

    50%

     

    AP4

    Mestdrogen

     
     
     
     
     
     

    AP4.1

    Droogtunnel met geperforeerde banden

    OW 2005.06.V1

    HE1.1.2.1, HE1.1.2.2, HE1.1.6, HE1.3, HE2.2.6, HE2.2.7, HE2.3, HE4.1, HE4.2.3, HE4.3, HE5.6, HF1.6

    0%

    0%

    30%

     

    AP4.2

    Droogtunnel met geperforeerde metalen platen

    OW 2007.09.V1

    HE1.1.2.1, HE1.1.2.2, HE1.1.6, HE1.3, HE2.2.6, HE2.2.7, HE2.3, HE4.1, HE4.2.3, HE4.3, HE5.6, HF1.6

    0%

    0%

    55%

     

    AP4.3

    Mestdroogsysteem met geperforeerde doek

    OW 2001.36.V1

    HE1.1.2.1, HE1.1.2.2, HE1.1.6, HE1.3, HE2.2.6, HE2.2.7, HE2.3, HE4.1, HE4.2.3, HE4.3, HE5.6, HF1.6

    0%

    0%

    55%

     

    AP5

    Uitbroeden eieren en opfokken vleeskuikens

     
     
     
     
     
     

    AP5.1

    Uitbroeden eieren en opfokken vleeskuikens tot 13 dagen

    OW 2009.02.V1

    HE5.4

    10%

    10%

    10%

     

    OW 2009.03.V1

    HE5.5

    10%

    10%

    10%

     

    OW 2009.04.V1

    HE5.6

    10%

    10%

    10%

     

    OW 2009.15.V1

    HE5.7

    10%

    10%

    10%

     

    OW 2017.08.V1

    HE5.8

    10%

    10%

    10%

     

    OW 2017.09.V1

    HE5.10

    0%

    10%

    10%

     

    OW 2009.08.V1

    HE5.100

    10%

    10%

    10%

     

    AP5.2

    Uitbroeden eieren en opfokken vleeskuikens tot 19 dagen

    OW 2009.05.V1

    HE5.4

    15%

    20%

    23%

     

    OW 2009.06.V1

    HE5.5

    10%

    20%

    23%

     

    OW 2009.07.V1

    HE5.6

    25%

    20%

    23%

     

    OW 2009.16.V1

    HE5.7

    15%

    20%

    23%

     

    OW 2017.10.V1

    HE5.8

    10%

    20%

    23%

     

    OW 2017.11.V1

    HE5.10

    0%

    20%

    23%

     

    OW 2009.09.V1

    HE5.100

    25%

    20%

    23%

     

    AP100

    Overige technieken pluimvee

     
     
     
     
     
     

    AP100.1

    Droogfilterwand

    OW 2010.29.V1

    HE1 t/m HH2.1

    0%

    0%

    40%

     

    AP100.2

    Strooiselschuif

    OW 2017.02.V1

    HE2.3

    20%

    0%

    20%

     

AAAAAAAAAAAAA

Bijlage VII wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

  • BIJLAGE VII BIJ ARTIKEL 4.14 VAN DEZE REGELING (ENERGIEBESPARENDE MAATREGELEN MET BETREKKING TOT MILIEUBELASTENDE ACTIVITEITEN)

    [Gereserveerd]

    De in deze bijlage opgenomen energiebesparende maatregelen vallen in drie categorieën uiteen:

    • A)

      maatregelen die betrekking hebben op het gebouw;

    • B)

      maatregelen die betrekking hebben op faciliteiten; en

    • C)

      maatregelen die betrekking hebben op processen.

    Het merendeel van de energiebesparende maatregelen dat betrekking heeft op het gebouw is opgenomen in bijlage XVIIIa. Echter, verlichting die kan worden aangemerkt als niet-ingebouwde verlichting (zoals buitenverlichting en reclameverlichting) en bepaalde maatregelen aan de gebouwschil of technische bouwsystemen die direct het gevolg zijn van het proces (zoals de aanwezigheid van een zwembad of van dierenverblijven) zijn in deze bijlage opgenomen.

    Onderdeel 1 (Energiebesparende maatregelen metaalproductenindustrie en metaalrecyclingbedrijf):

    A) Maatregelen die betrekking hebben op het gebouw:

    Activiteit

    Ventileren van een ruimte.

    Nummer maatregel

    GB1.

    Omschrijving maatregel

    Onnodig draaien afzuigventilator voorkomen door frequentie-gestuurde afzuigventilator.

    Mogelijke technieken ten opzichte van uitgangssituatie

    Frequentie-gestuurde afzuigventilator, op basis van het benodigde debiet.

    Uitgangssituatie op basis van een referentietechniek

    Er is een centraal ongeregeld afzuigsysteem aanwezig, waarbij er decentraal kleppen aanwezig zijn.

    Technische randvoorwaarden

    Bezinking van stof of snippers is aandachtspunt. Luchtsnelheid mag niet te ver afnemen, waardoor stof en snippers bezinken en er verstoppingen kunnen ontstaan.

    Economische randvoorwaarden

    Niet van toepassing.

    Toepasbaar op een zelfstandig of natuurlijk moment?

    Zelfstandig moment: ja.

    Natuurlijk moment: ja.

    Bijzondere omstandigheden

    Niet van toepassing.

    Activiteit

    In werking hebben van een ruimte- en buitenverlichtingsinstallatie.

    Nummer maatregel

    GD4.

    Omschrijving maatregel

    Onnodig branden van buitenverlichting voorkomen.

    Mogelijke technieken ten opzichte van uitgangssituatie

    Schemer- en tijdschakelaars toepassen.

    Uitgangssituatie op basis van een referentietechniek

    Automatische aan- en uitschakeling ontbreekt.

    Buitenverlichting (niet zijnde reclame- of noodverlichting) is overdag en/of ‘s nachts aan.

    Technische randvoorwaarden

    Niet van toepassing.

    Economische randvoorwaarden

    Buitenverlichting is in de nacht ten minste 6 uur uit.

    Toepasbaar op een zelfstandig of natuurlijk moment?

    Zelfstandig moment: ja.

    Natuurlijk moment: ja.

    Bijzondere omstandigheden

    Niet van toepassing.

    Activiteit

    In werking hebben van een ruimte- en buitenverlichtingsinstallatie.

    Nummer maatregel

    GD5.

    Omschrijving maatregel

    Onnodig branden van reclameverlichting voorkomen.

    Mogelijke technieken ten opzichte van uitgangssituatie

    Schemer- en/of tijdschakelaars toepassen.

    Uitgangssituatie op basis van een referentietechniek

    Automatische aan- en uitschakeling ontbreekt.

    Reclameverlichting is overdag en ’s nachts aan.

    Technische randvoorwaarden

    Niet van toepassing.

    Economische randvoorwaarden

    Reclameverlichting kan in de nacht ten minste 6 uur worden uitgeschakeld.

    Toepasbaar op een zelfstandig of natuurlijk moment?

    Zelfstandig moment: ja.

    Natuurlijk moment: ja.

    Bijzondere omstandigheden

    Niet van toepassing.

    Activiteit

    In werking hebben van een ruimte- of buitenverlichtingsinstallatie.

    Nummer maatregel

    GD7.

    Omschrijving maatregel

    Geïnstalleerd vermogen reclameverlichting beperken.

    Mogelijke technieken ten opzichte van uitgangssituatie

    Ledlampen in bestaande armaturen toepassen.

    Uitgangssituatie op basis van een referentietechniek

    a) Gloei-, halogeen- en/of neonlampen zijn aanwezig.

    b) Conventionele langwerpige fluorescentielampen (TL) zijn aanwezig.

    Technische randvoorwaarden

    Technische staat van de bestaande armaturen is volgens de installateur voldoende.

    Economische randvoorwaarden

    Niet van toepassing.

    Toepasbaar op een zelfstandig of natuurlijk moment?

    Zelfstandig moment: nee.

    Natuurlijk moment: ja.

    Bijzondere omstandigheden

    Niet van toepassing.

    Activiteit

    In werking hebben van een ruimte- of buitenverlichtingsinstallatie.

    Nummer maatregel

    GD8.

    Omschrijving maatregel

    Geïnstalleerd vermogen buitenverlichting beperken.

    Mogelijke technieken ten opzichte van uitgangssituatie

    Ledlampen in bestaande en/of nieuwe armaturen toepassen.

    Uitgangssituatie op basis van een referentietechniek

    a) Halogeenlampen zijn en/of halogeen breedstralers zijn aanwezig.

    b) Hogedrukkwiklampen zijn aanwezig

    Technische randvoorwaarden

    Niet van toepassing.

    Economische randvoorwaarden

    a) Niet van toepassing.

    b) Aantal branduren is ten minste 4.000 uur/jaar.

    Toepasbaar op een zelfstandig of natuurlijk moment?

    Zelfstandig moment: ja.

    Natuurlijk moment: ja.

    Bijzondere omstandigheden

    Niet van toepassing.

    B) Maatregelen die betrekking hebben op faciliteiten:

    Activiteit

    In werking hebben van een persluchtinstallatie.

    Nummer maatregel

    FB1.

    Omschrijving maatregel

    Nullasturen persluchtcompressoren beperken.

    Mogelijke technieken ten opzichte van uitgangssituatie

    Persluchtcompressoren met frequentieregeling toepassen.

    Uitgangssituatie op basis van een referentietechniek

    Vollast/nullast- of vollast/nullast/uitschakelingen zijn aanwezig.

    Technische randvoorwaarden

    Bij meerdere compressoren uitvoeren bij leidende compressor en rest op basis van aan/uitschakeling.

    Economische randvoorwaarden

    Aantal nullasturen is ten minste 1.100 uur/jaar.

    Toepasbaar op een zelfstandig of natuurlijk moment?

    Zelfstandig moment: nee.

    Natuurlijk moment: ja.

    Bijzondere omstandigheden

    Niet van toepassing.

    Activiteit

    In werking hebben van een persluchtinstallatie.

    Nummer maatregel

    FB2.

    Omschrijving maatregel

    Energiezuinig perslucht maken door koude lucht te gebruiken.

    Mogelijke technieken ten opzichte van uitgangssituatie

    Luchtkanaal toepassen voor aanzuigen van buitenlucht of van binnenlucht uit een onverwarmde ruimte.

    Uitgangssituatie op basis van een referentietechniek

    Compressoren zuigen door zichzelf opgewarmde warme lucht of warme proceslucht aan.

    Technische randvoorwaarden

    Opening in gevel is mogelijk binnen een afstand van 3 m.

    Economische randvoorwaarden

    Energieverbruik compressor is ten minste 65.000 kWh/jaar. Elektriciteitsverbruik op de locatie waar de milieubelastende activiteit(en) wordt/worden verricht is minder dan 10.000.000 kWh/jaar.

    Toepasbaar op een zelfstandig of natuurlijk moment?

    Zelfstandig moment: ja.

    Natuurlijk moment: ja.

    Bijzondere omstandigheden

    Niet van toepassing.

    Activiteit

    In werking hebben van een persluchtinstallatie.

    Nummer maatregel

    FB3.

    Omschrijving maatregel

    Onnodig aanstaan persluchtsysteem voorkomen.

    Mogelijke technieken ten opzichte van uitgangssituatie

    a) Bij drukvat groepsafsluiter en tijdschakelaar toepassen.

    b) Tijdschakelaar met overwerktimer toepassen.

    Uitgangssituatie op basis van een referentietechniek

    Schroef- of zuigercompressor is alleen handmatig uit te schakelen.

    Technische randvoorwaarden

    Niet van toepassing.

    Economische randvoorwaarden

    a) Energieverbruik compressor is ten minste 18.000 kWh/jaar.

    Elektriciteitsverbruik is minder dan 10.000.000 kWh/jaar.

    b) Energieverbruik compressor is ten minste 9.500 kWh/jaar.

    Toepasbaar op een zelfstandig of natuurlijk moment?

    Zelfstandig moment: ja.

    Natuurlijk moment: ja.

    Bijzondere omstandigheden

    Niet van toepassing.

    Activiteit

    In werking hebben van een persluchtinstallatie.

    Nummer maatregel

    FB4.

    Omschrijving maatregel

    Perslucht voor blazen voorkomen.

    Mogelijke technieken ten opzichte van uitgangssituatie

    Decentrale blower toepassen.

    Uitgangssituatie op basis van een referentietechniek

    Blazen gebeurt met perslucht van circa 7 bar(o).

    Technische randvoorwaarden

    Blazen met circa 1 bar(o) is mogelijk.

    Geen aanpassingen aan proces voor blazen met groter volume lucht.

    Blower is dichtbij de toepassing te plaatsen.

    Economische randvoorwaarden

    Niet van toepassing.

    Toepasbaar op een zelfstandig of natuurlijk moment?

    Zelfstandig moment: ja, als het jaarlijks elektriciteitsverbruik minder dan 10.000.000 kWh bedraagt.

    Natuurlijk moment: ja.

    Bijzondere omstandigheden

    Niet van toepassing.

    Activiteit

    Gebruiken van informatie- en communicatietechnologie.

    Nummer maatregel

    FD1.

    Omschrijving maatregel

    Pas energiezuinig printen en/of kopiëren op de werkplek toe.

    Mogelijke technieken ten opzichte van uitgangssituatie

    Centraal printen en kopiëren.

    Uitgangssituatie op basis van een referentietechniek

    Ten minste 10 lokale printers en/of kopieermachines zijn aanwezig.

    Technische randvoorwaarden

    Niet van toepassing.

    Economische randvoorwaarden

    Niet van toepassing.

    Toepasbaar op een zelfstandig of natuurlijk moment?

    Zelfstandig moment: nee.

    Natuurlijk moment: ja.

    Bijzondere omstandigheden

    Niet van toepassing.

    Activiteit

    In werking hebben van elektromotoren.

    Nummer maatregel

    FE1.

    Omschrijving maatregel

    Energiezuinige motoren toepassen.

    Mogelijke technieken ten opzichte van uitgangssituatie

    IE4-motoren toepassen of beter.

    Uitgangssituatie op basis van een referentietechniek

    Motoren met vermogen minder dan 375 kW en meer dan 4 kW en met rendementsklasse IE1, IE2 of lager zijn aanwezig.

    Technische randvoorwaarden

    Niet van toepassing.

    Economische randvoorwaarden

    De motor heeft ten minste 4.500 bedrijfsuren per jaar

    Toepasbaar op een zelfstandig of natuurlijk moment?

    Zelfstandig moment: nee.

    Natuurlijk moment: ja.

    Bijzondere omstandigheden

    Niet van toepassing.

    Activiteit

    In werking hebben van pompen.

    Nummer maatregel

    FF1.

    Omschrijving maatregel

    Energieverbruik van pompen beperken door vermogen vraag gestuurd te regelen.

    Mogelijke technieken ten opzichte van uitgangssituatie

    Pomp met toerenregeling toepassen.

    Uitgangssituatie op basis van een referentietechniek

    Pomp wordt geregeld met smoorregeling.

    Technische randvoorwaarden

    Variabel debiet is inpasbaar in installatie.

    Economische randvoorwaarden

    Bedrijfstijd pomp is ten minste 1.400 uur/jaar.

    Elektriciteitsverbruik op de locatie waar de milieubelastende activiteit(en) wordt/worden verricht is minder dan 10.000.000 kWh/jaar.

    Toepasbaar op een zelfstandig of natuurlijk moment?

    Zelfstandig moment: nee.

    Natuurlijk moment: ja.

    Bijzondere omstandigheden

    Niet van toepassing.

    C) Maatregelen die betrekking hebben op processen:

    Activiteit

    Gebruiken van een spuitcabine.

    Nummer maatregel

    PA1.

    Omschrijving maatregel

    Voorkomen van onnodig aanstaan spuitcabineverlichting.

    Mogelijke technieken ten opzichte van uitgangssituatie

    Automatisch schakelen van verlichting in spuitcabines door middel van bewegingsmelder.

    Uitgangssituatie op basis van een referentietechniek

    De verlichting wordt handmatig aan- en uitgeschakeld.

    Technische randvoorwaarden

    Niet van toepassing.

    Economische randvoorwaarden

    De verlichting kan per dag ten minste 1 uur extra worden uitgeschakeld.

    Toepasbaar op een zelfstandig of natuurlijk moment?

    Zelfstandig moment: ja.

    Natuurlijk moment: ja

    Bijzondere omstandigheden

    Niet van toepassing.

    Activiteit

    Reinigen, lijmen of coaten van metalen.

    Nummer maatregel

    PB1.

    Omschrijving maatregel

    Aanstaan van werpstralers (werpwielen, straalmiddeltransport, rollenbaan en afzuiging) tijdens productie-onderbreking voorkomen.

    Mogelijke technieken ten opzichte van uitgangssituatie

    Bewegingsmelders op transportbanen (signaal aandrijfmotoren) of loadcellen aan straaljukken toepassen.

    Uitgangssituatie op basis van een referentietechniek

    Bewegingsmelders of loadcellen ontbreken.

    Technische randvoorwaarden

    Niet van toepassing.

    Economische randvoorwaarden

    Vermogen motor werpstralers is ten minste 20 kW.

    Takttijd is meer dan 25% van bedrijfstijd van werpstralers.

    Toepasbaar op een zelfstandig of natuurlijk moment?

    Zelfstandig moment: nee.

    Natuurlijk moment: ja.

    Bijzondere omstandigheden

    Niet van toepassing.

    Activiteit

    Reinigen, lijmen of coaten van metalen.

    Nummer maatregel

    PB2.

    Omschrijving maatregel

    Aanstaan van ventilatie van handspuitcabine of handspuitwand voor poedercoaten beperken.

    Mogelijke technieken ten opzichte van uitgangssituatie

    Automatische schakeling (verbreekcontact) van afzuigingen toepassen.

    Uitgangssituatie op basis van een referentietechniek

    Automatische schakelingen ontbreken.

    Technische randvoorwaarden

    Cabines kunnen op onderdruk blijven.

    Economische randvoorwaarden

    Aardgasverbruik op de locatie waar de milieubelastende activiteit(en) wordt/worden verricht is minder dan 170.000 m3/jaar. Het te vermijden ventilatielucht is ten minste 600.000 m3/jaar.

    Toepasbaar op een zelfstandig of natuurlijk moment?

    Zelfstandig moment: ja.

    Natuurlijk moment: ja.

    Bijzondere omstandigheden

    Niet van toepassing.

    Activiteit

    Reinigen, lijmen of coaten van metalen.

    Nummer maatregel

    PB3.

    Omschrijving maatregel

    Vollasturen ventilatoren van moffelovens beperken door automatisch regelen op basis van bezettingsgraad.

    Mogelijke technieken ten opzichte van uitgangssituatie

    Toerenregeling met bezettingsgraaddetectie toepassen.

    Uitgangssituatie op basis van een referentietechniek

    a) Toerenregeling of bezettingsgraaddetectie ontbreekt op doorloopoven.

    b) Toerenregeling of bezettingsgraaddetectie ontbreekt op batchoven.

    Technische randvoorwaarden

    Toerenregeling dusdanig instellen dat er geen doorverwarming van elektromotor mogelijk is.

    Economische randvoorwaarden

    Bedrijfstijd moffeloven is meer dan 2.500 uur/jaar.

     

    a) Vermogen ventilator is meer dan 8 kW.

    Ovenbezetting is meer dan 25% en oven is meer dan 75% van bedrijfstijd niet maximaal bezet.

    b) Vermogen ventilator is meer dan 12 kW.

    Ovenbezetting is meer dan 50%.

    Toepasbaar op een zelfstandig of natuurlijk moment?

    Zelfstandig moment: nee.

    Natuurlijk moment: ja.

    Bijzondere omstandigheden

    Niet van toepassing.

    Activiteit

    Reinigen, lijmen of coaten van metalen.

    Nummer maatregel

    PB4.

    Omschrijving maatregel

    Warmteverlies via distributieleidingen van procesbaden beperken.

    Mogelijke technieken ten opzichte van uitgangssituatie

    Isolatie aanbrengen om distributieleidingen.

    Uitgangssituatie op basis van een referentietechniek

    Isolatie om leidingen ontbreekt.

    Technische randvoorwaarden

    Niet van toepassing.

    Economische randvoorwaarden

    Aardgasverbruik op de locatie waar de milieubelastende activiteit(en) wordt/worden verricht is minder dan 170.000 m3/jaar.

    Energieverbruik verwarming procesbad is ten minste 100.000 kWhthermisch/jaar.

    Temperatuur distributieleiding is meer dan 40oC.

    Lengte ongeïsoleerde distributieleiding is meer dan 4 m.

    Toepasbaar op een zelfstandig of natuurlijk moment?

    Zelfstandig moment: nee.

    Natuurlijk moment: ja.

    Bijzondere omstandigheden

    Niet van toepassing.

    Activiteit

    Reinigen, lijmen of coaten van metalen.

    Nummer maatregel

    PB5.

    Omschrijving maatregel

    Warmteverlies via badoppervlak van procesbaden beperken.

    Mogelijke technieken ten opzichte van uitgangssituatie

    Isolerende drijflichamen van inerte materialen toepassen.

    Uitgangssituatie op basis van een referentietechniek

    Isolerende voorzieningen ontbreken.

    Technische randvoorwaarden

    Contact drijflichamen en product is toegestaan.

    Economische randvoorwaarden

    Aardgasverbruik op de locatie waar de milieubelastende activiteit(en) wordt/worden verricht is minder dan 170.000 m3/jaar.

    Energieverbruik procesbad is ten minste 24.000 kWh/jaar.

    Temperatuur procesbad is tussen 70 en 100°C.

    Oppervlakte van procesbad is meer dan 2 m2.

    Toepasbaar op een zelfstandig of natuurlijk moment?

    Zelfstandig moment: ja.

    Natuurlijk moment: ja.

    Bijzondere omstandigheden

    Niet van toepassing.

    Activiteit

    Reinigen, lijmen of coaten van metalen.

    Nummer maatregel

    PB6.

    Omschrijving maatregel

    Pompen voor badagitatie toepassen in procesbaden.

    Mogelijke technieken ten opzichte van uitgangssituatie

    Beluchtingspompen en/of dompelpompen toepassen.

    Uitgangssituatie op basis van een referentietechniek

    Perslucht wordt gebruikt voor badagitatie.

    Technische randvoorwaarden

    Blowerlucht moet schoon zijn, zodat kwaliteit niet wordt beïnvloed.

    Economische randvoorwaarden

    Debiet is ten minste 3.000 m3/jaar.

    Persluchtdruk is meer dan 2 bar.

    Toepasbaar op een zelfstandig of natuurlijk moment?

    Zelfstandig moment: nee.

    Natuurlijk moment: ja.

    Bijzondere omstandigheden

    Niet van toepassing.

    Activiteit

    Reinigen, lijmen of coaten van metalen.

    Nummer maatregel

    PB7.

    Omschrijving maatregel

    Energiezuinige warmteopwekking van procesbaden toepassen.

    Mogelijke technieken ten opzichte van uitgangssituatie

    a) Hoogrendementsketel 107 (HR 107-ketel) met warmtewisselaar (voor) toepassen.

    b) Hoogrendementsketel 100, 104 of 107 (HR 100-, HR 104-, of HR 107-ketels) toepassen.

    Uitgangssituatie op basis van een referentietechniek

    a) Elektrische warmteopwekking is aanwezig.

    b) Conventioneelrendementsketel (CR-ketel) is aanwezig voor bad met retourtemperatuur lager dan 55°C.

    Technische randvoorwaarden

    a) Aansluitmogelijkheid voor cv-ketel(s) met voldoende capaciteit.

    Aansluiting aardgas, rookgasafvoer en condensafvoer zijn eenvoudig realiseerbaar.

    Baden zijn geschikt voor ombouw (warmtewisselaar in bad of plaats voor externe warmtewisselaar met pompen).

    b) Condensafvoer is eenvoudig realiseerbaar.

    Economische randvoorwaarden

    a) Energieverbruik van de warmteopwekking is ten minste 100.000 kWh/jaar.

    b) Aardgasverbruik op de locatie waar de milieubelastende activiteit(en) wordt/worden verricht is minder dan 170.000 m3/jaar.

    Toepasbaar op een zelfstandig of natuurlijk moment?

    a) Zelfstandig moment: ja.

    Natuurlijk moment: ja.

    b) Zelfstandig moment: nee.

    Natuurlijk moment: ja.

    Bijzondere omstandigheden

    Niet van toepassing.

    Activiteit

    Drogen van metalen.

    Nummer maatregel

    PC1.

    Omschrijving maatregel

    Warmte uit uitgaande drogerlucht gebruiken voor voorverwarmen ingaande drogerlucht.

    Mogelijke technieken ten opzichte van uitgangssituatie

    a) Platenwarmtewisselaars (met rendement van ten minste 65%) toepassen.

    b) Twincoilsysteem (met rendement van ten minste 65%) toepassen.

    Uitgangssituatie op basis van een referentietechniek

    Warmteterugwinsysteem ontbreekt.

    Technische randvoorwaarden

    Niet van toepassing.

    Economische randvoorwaarden

    Aardgasverbruik is minder dan 170.000 m3/jaar.

    Debiet drooglucht is meer dan 12.000.000 m3/jaar.

    Temperatuurverschil tussen ingaande en uitgaande drogerlucht is ten minste 85°C.

    Toepasbaar op een zelfstandig of natuurlijk moment?

    Zelfstandig moment: ja.

    Natuurlijk moment: ja.

    Bijzondere omstandigheden

    Niet van toepassing.

    Activiteit

    Drogen van metalen.

    Nummer maatregel

    PC2.

    Omschrijving maatregel

    Energiezuinige voorverwarming van metalen bij moffelovens toepassen.

    Mogelijke technieken ten opzichte van uitgangssituatie

    Infrarood voorverwarming toepassen.

    Uitgangssituatie op basis van een referentietechniek

    Voorverwarmen met warme lucht.

    Technische randvoorwaarden

    Niet van toepassing.

    Economische randvoorwaarden

    Aardgasverbruik is minder dan 170.000 m3/jaar.

    Bedrijfstijd moffeloven is meer dan 3.300 uur/jaar.

    Temperatuur moffelovens is meer dan 220°C.

    Toepasbaar op een zelfstandig of natuurlijk moment?

    Zelfstandig moment: nee.

    Natuurlijk moment: ja.

    Bijzondere omstandigheden

    Niet van toepassing.

    Activiteit

    Drogen van metalen.

    Nummer maatregel

    PC3.

    Omschrijving maatregel

    Energiezuinige branderpijpen bij doorloopgloeioven toepassen.

    Mogelijke technieken ten opzichte van uitgangssituatie

    Hoogrendementsbranderpijpen (HR-branderpijpen) toepassen.

    Uitgangssituatie op basis van een referentietechniek

    Conventionele branderpijpen zijn aanwezig.

    Technische randvoorwaarden

    Niet van toepassing.

    Economische randvoorwaarden

    Aardgasverbruik is minder dan 170.000 m3/jaar.

    het gasverbruik van de branders is ten minste 6.000 m3/jaar.

    Toepasbaar op een zelfstandig of natuurlijk moment?

    Zelfstandig moment: nee.

    Natuurlijk moment: ja.

    Bijzondere omstandigheden

    Niet van toepassing.

    Activiteit

    In werking hebben van een oven.

    Nummer maatregel

    PD1.

    Omschrijving maatregel

    Debiet koelwaterpompen voor ovenwandkoeling van kroesoven automatisch regelen op basis van koudebehoefte.

    Mogelijke technieken ten opzichte van uitgangssituatie

    Toerenregeling op koelwaterpompen toepassen.

    Uitgangssituatie op basis van een referentietechniek

    Parallel systeem met twee toerenregelaars is aanwezig.

    Technische randvoorwaarden

    Niet van toepassing.

    Economische randvoorwaarden

    Het energieverbruik dat is te besparen door de toerengeregelde koelwaterpomp(en) is ten minste 25.000 kWh/jaar.

    Toepasbaar op een zelfstandig of natuurlijk moment?

    Zelfstandig moment: ja.

    Natuurlijk moment: ja.

    Bijzondere omstandigheden

    Niet van toepassing.

    Onderdeel 2 (Energiebesparende maatregelen autoschadeherstelbedrijven):

    A) Maatregelen die betrekking hebben op het gebouw:

    Activiteit

    Ventileren van een ruimte.

    Nummer maatregel

    GB4.

    Omschrijving maatregel

    Debiet centrale stofafzuiging beperken door lager toerental van ventilatoren.

    Mogelijke technieken ten opzichte van uitgangssituatie

    Toerenregeling op ventilatoren toepassen.

    Uitgangssituatie op basis van een referentietechniek

    Toerenregeling op ventlatoren ontbreekt en gebruikers kunnen afzuigingen op de werkplek dichtzetten.

    Technische randvoorwaarden

    Niet van toepassing.

    Economische randvoorwaarden

    Niet van toepassing.

    Toepasbaar op een zelfstandig of natuurlijk moment?

    Zelfstandig moment: nee.

    Natuurlijk moment: ja.

    Bijzondere omstandigheden

    Niet van toepassing.

    Activiteit

    In werking hebben van een ruimte- en buitenverlichtingsinstallatie.

    Nummer maatregel

    GD5.

    Omschrijving maatregel

    Branden van hefbrugverlichting beperken.

    Mogelijke technieken ten opzichte van uitgangssituatie

    Schakelaar toepassen die verlichting automatisch uitschakelt zodra hefbrug in laagste stand staat.

    Uitgangssituatie op basis van een referentietechniek

    Automatische schakelingen ontbreken.

    Technische randvoorwaarden

    Hefbrugverlichting is apart schakelbaar.

    Economische randvoorwaarden

    Geïnstalleerd vermogen is ten minste 0,22 kW.

    Hefbrugverlichting is ten minste 750 uur/jaar onnodig aan.

    Toepasbaar op een zelfstandig of natuurlijk moment?

    Zelfstandig moment: nee.

    Natuurlijk moment: ja.

    Bijzondere omstandigheden

    Niet van toepassing.

    Activiteit

    In werking hebben van een ruimte- en buitenverlichtingsinstallatie.

    Nummer maatregel

    GD6.

    Omschrijving maatregel

    Onnodig branden van buitenverlichting voorkomen.

    Mogelijke technieken ten opzichte van uitgangssituatie

    Schemer- en tijdschakelaars toepassen.

    Uitgangssituatie op basis van een referentietechniek

    Automatische aan- en uitschakeling ontbreekt.

    Buitenverlichting (niet zijnde reclame- of noodverlichting) is overdag en/of ‘s nachts aan.

    Technische randvoorwaarden

    Niet van toepassing.

    Economische randvoorwaarden

    Buitenverlichting is in de nacht ten minste 6 uur uit.

    Toepasbaar op een zelfstandig of natuurlijk moment?

    Zelfstandig moment: ja.

    Natuurlijk moment: ja.

    Bijzondere omstandigheden

    Niet van toepassing.

    Activiteit

    In werking hebben van een ruimte- of buitenverlichtingsinstallatie.

    Nummer maatregel

    GD7.

    Omschrijving maatregel

    Geïnstalleerd vermogen buitenverlichting beperken.

    Mogelijke technieken ten opzichte van uitgangssituatie

    Ledlampen in bestaande en/of nieuwe armaturen toepassen.

    Uitgangssituatie op basis van een referentietechniek

    a) Halogeenlampen zijn en/of halogeen breedstralers zijn aanwezig.

    b) Hogedrukkwiklampen zijn aanwezig.

    Technische randvoorwaarden

    Niet van toepassing.

    Economische randvoorwaarden

    a) Niet van toepassing.

    b) Aantal branduren is ten minste 4.000 uur/jaar.

    Toepasbaar op een zelfstandig of natuurlijk moment?

    Zelfstandig moment: ja.

    Natuurlijk moment: ja.

    Bijzondere omstandigheden

    Niet van toepassing.

    Activiteit

    In werking hebben van een ruimte- en buitenverlichtingsinstallatie.

    Nummer maatregel

    GD8.

    Omschrijving maatregel

    Onnodig branden van reclameverlichting voorkomen.

    Mogelijke technieken ten opzichte van uitgangssituatie

    Schemer- en/of tijdschakelaars toepassen.

    Uitgangssituatie op basis van een referentietechniek

    Automatische aan- en uitschakeling ontbreekt.

    Reclameverlichting is overdag en ’s nachts aan.

    Technische randvoorwaarden

    Niet van toepassing.

    Economische randvoorwaarden

    Reclameverlichting kan in de nacht ten minste 6 uur worden uitgeschakeld.

    Toepasbaar op een zelfstandig of natuurlijk moment?

    Zelfstandig moment: ja.

    Natuurlijk moment: ja.

    Bijzondere omstandigheden

    Niet van toepassing.

    Activiteit

    In werking hebben van een ruimte- of buitenverlichtingsinstallatie.

    Nummer maatregel

    GD9.

    Omschrijving maatregel

    Geïnstalleerd vermogen reclameverlichting beperken.

    Mogelijke technieken ten opzichte van uitgangssituatie

    Ledlampen toepassen in bestaande armaturen.

    Uitgangssituatie op basis van een referentietechniek

    a) Gloei-, halogeen- en/of neonlampen zijn aanwezig.

    b) Conventionele langwerpige fluorescentielampen (TL) zijn aanwezig.

    Technische randvoorwaarden

    Technische staat van het bestaande armaturen is voldoende.

    Economische randvoorwaarden

    Niet van toepassing.

    Toepasbaar op een zelfstandig of natuurlijk moment?

    Zelfstandig moment: ja

    Natuurlijk moment: ja.

    Bijzondere omstandigheden

    Niet van toepassing.

    Activiteit

    In werking hebben van een ruimte- en buitenverlichtingsinstallatie.

    Nummer maatregel

    GD10.

    Omschrijving maatregel

    Voorkomen van onnodig aanstaan spuitcabineverlichting.

    Mogelijke technieken ten opzichte van uitgangssituatie

    Automatisch schakelen van verlichting in spuitcabines door middel van bewegingsmelder.

    Uitgangssituatie op basis van een referentietechniek

    De verlichting wordt handmatig aan- en uitgeschakeld.

    Technische randvoorwaarden

    Niet van toepassing.

    Economische randvoorwaarden

    De verlichting kan per dag ten minste 1 uur extra worden uitgeschakeld.

    Toepasbaar op een zelfstandig of natuurlijk moment?

    Zelfstandig moment: ja.

    Natuurlijk moment: ja

    Bijzondere omstandigheden

    Niet van toepassing.

    B) Maatregelen die betrekking hebben op faciliteiten:

    Activiteit

    In werking hebben van een persluchtinstallatie.

    Nummer maatregel

    FB1.

    Omschrijving maatregel

    Nullasturen persluchtcompressoren beperken.

    Mogelijke technieken ten opzichte van uitgangssituatie

    Persluchtcompressoren met frequentie- of toerenregeling toepassen.

    Uitgangssituatie op basis van een referentietechniek

    Compressor heeft vollast/nullast- of vollast/nullast/uitschakeling.

    Technische randvoorwaarden

    Niet van toepassing.

    Economische randvoorwaarden

    Niet van toepassing.

    Toepasbaar op een zelfstandig of natuurlijk moment?

    Zelfstandig moment: nee.

    Natuurlijk moment: ja.

    Bijzondere omstandigheden

    Niet van toepassing.

    Activiteit

    In werking hebben van een persluchtinstallatie.

    Nummer maatregel

    FB2.

    Omschrijving maatregel

    Energiezuinig perslucht maken door koude lucht te gebruiken.

    Mogelijke technieken ten opzichte van uitgangssituatie

    Luchtkanaal toepassen voor aanzuigen van buitenlucht of van binnenlucht uit een onverwarmde ruimte.

    Uitgangssituatie op basis van een referentietechniek

    Compressoren zuigen door zichzelf opgewarmde warme lucht of warme proceslucht aan.

    Technische randvoorwaarden

    Opening in gevel is mogelijk binnen een afstand van 3 m.

    Economische randvoorwaarden

    Energieverbruik compressor is ten minste 65.000 kWh/jaar. Elektriciteitsverbruik op de locatie waar de milieubelastende activiteit(en) wordt/worden verricht is minder dan 10.000.000 kWh/jaar.

    Toepasbaar op een zelfstandig of natuurlijk moment?

    Zelfstandig moment: ja.

    Natuurlijk moment: ja.

    Bijzondere omstandigheden

    Niet van toepassing.

    Activiteit

    In werking hebben van een persluchtinstallatie.

    Nummer maatregel

    FB3.

    Omschrijving maatregel

    Warmte van persluchtcompressoren nuttig gebruiken.

    Mogelijke technieken ten opzichte van uitgangssituatie

    Warmte gebruiken voor ruimteverwarming.

    Uitgangssituatie op basis van een referentietechniek

    Warmte van compressoren wordt naar buiten afgevoerd.

    Technische randvoorwaarden

    Niet van toepassing.

    Economische randvoorwaarden

    Afstand tot te verwarmen ruimte is minder dan 3 m.

    Toepasbaar op een zelfstandig of natuurlijk moment?

    Zelfstandig moment: ja.

    Natuurlijk moment: ja.

    Bijzondere omstandigheden

    Niet van toepassing.

    Activiteit

    In werking hebben van elektromotoren.

    Nummer maatregel

    FC1.

    Omschrijving maatregel

    Energiezuinige motoren toepassen.

    Mogelijke technieken ten opzichte van uitgangssituatie

    IE4-motoren toepassen of beter.

    Uitgangssituatie op basis van een referentietechniek

    Motoren met vermogen minder dan 375 kW en meer dan 4 kW en met rendementsklasse IE1, IE2 of lager zijn aanwezig.

    Technische randvoorwaarden

    Niet van toepassing.

    Economische randvoorwaarden

    De motor heeft ten minste 4.500 bedrijfsuren per jaar

    Toepasbaar op een zelfstandig of natuurlijk moment?

    Zelfstandig moment: nee.

    Natuurlijk moment: ja.

    Bijzondere omstandigheden

    Niet van toepassing.

    C) Maatregelen die betrekking hebben op processen:

    Activiteit

    Reinigen, lijmen of coaten van metalen.

    Nummer maatregel

    PA1.

    Omschrijving maatregel

    Energieverbruik van spuitcabine beperken door automatisch over te schakelen van ventilatiestand naar circulatiestand.

    Mogelijke technieken ten opzichte van uitgangssituatie

    Automatische omschakeling op basis van persluchtafname toepassen.

    Uitgangssituatie op basis van een referentietechniek

    Automatisch omschakelmodule op basis van persluchtverbruik ontbreekt.

    Technische randvoorwaarden

    Voldoende afvoer van vervuilde lucht alvorens over te schakelen naar circulatiestand.

    Economische randvoorwaarden

    Debiet tijdens ventilatie dat kan worden gecirculeerd in plaats van geventileerd is ten minste 1.200.000 m3/jaar.

    Temperatuurverschil tussen ingaande en uitgaande ventilatielucht is ten minste 20°C.

    Toepasbaar op een zelfstandig of natuurlijk moment?

    Zelfstandig moment: ja.

    Natuurlijk moment: ja.

    Bijzondere omstandigheden

    Niet van toepassing.

    Activiteit

    Reinigen, lijmen of coaten van metalen.

    Nummer maatregel

    PA2.

    Omschrijving maatregel

    Energiezuinig open brandersysteem bij spuitcabine toepassen.

    Mogelijke technieken ten opzichte van uitgangssituatie

    Open brandersysteem toepassen.

    Uitgangssituatie op basis van een referentietechniek

    Conventioneel brandersysteem is aanwezig.

    Technische randvoorwaarden

    Niet van toepassing.

    Economische randvoorwaarden

    Aardgasverbruik op de locatie waar de milieubelastende activiteit(en) wordt/worden verricht is minder dan 170.000 m3/jaar.

    Aardgasverbruik spuitcabine is ten minste 13.500 m3/jaar.

    Verschil tussen ruimte- en droogtemperatuur is ten minste 20°C.

    Toepasbaar op een zelfstandig of natuurlijk moment?

    Zelfstandig moment: nee.

    Natuurlijk moment: ja.

    Bijzondere omstandigheden

    Niet van toepassing.

    Activiteit

    Reinigen, lijmen of coaten van metalen.

    Nummer maatregel

    PA3.

    Omschrijving maatregel

    Energiezuinig droogsysteem toepassen voor spotreparaties.

    Mogelijke technieken ten opzichte van uitgangssituatie

    Infrarood droogsysteem (IR-A) toepassen.

    Uitgangssituatie op basis van een referentietechniek

    Spuitcabine wordt gebruikt voor spotreparaties.

    Technische randvoorwaarden

    Niet van toepassing.

    Economische randvoorwaarden

    Aardgasverbruik op de locatie waar de milieubelastende activiteit(en) wordt/worden verricht is minder dan 170.000 m3/jaar.

    Aardgasverbruik spuitcabine is ten minste 16.000 m3/jaar.

    Ten minste 50% van uitgevoerde reparaties zijn spotreparaties.

    Toepasbaar op een zelfstandig of natuurlijk moment?

    Zelfstandig moment: ja.

    Natuurlijk moment: ja.

    Bijzondere omstandigheden

    Niet van toepassing.

    Activiteit

    Gebruiken van een spuitcabine.

    Nummer maatregel

    PB1.

    Omschrijving maatregel

    In werking hebben van een verf- en laksysteem.

    Mogelijke technieken ten opzichte van uitgangssituatie

    Toepassen van verfspuiten die werken zonder perslucht (Airless).

    Uitgangssituatie op basis van een referentietechniek

    Er wordt een perslucht gedreven verf- of lakspuit toegepast.

    Technische randvoorwaarden

    Niet van toepassing.

    Economische randvoorwaarden

    Er wordt ten minste 200 uur/jaar gebruik gemaakt van deze spuit.

    Toepasbaar op een zelfstandig of natuurlijk moment?

    Zelfstandig moment: ja

    Natuurlijk moment: ja

    Bijzondere omstandigheden

    Niet van toepassing

    Onderdeel 3 (Energiebesparende maatregelen ziekenhuizen):

    A) Maatregelen die betrekking hebben op het gebouw:

    Activiteit

    Isoleren van de gebouwschil.

    Nummer maatregel

    GB2.

    Omschrijving maatregel

    Warmteverlies via spouwmuur van de zwembadruimte beperken.

    Mogelijke technieken ten opzichte van uitgangssituatie

    Toepassen van spouwmuurisolatie.

    Uitgangssituatie op basis van een referentietechniek

    In zwembadruimte is niet-geïsoleerde (spouw)muur aanwezig.

    Technische randvoorwaarden

    Niet van toepassing.

    Economische randvoorwaarden

    Niet van toepassing.

    Toepasbaar op een zelfstandig of natuurlijk moment?

    Zelfstandig moment: ja.

    Natuurlijk moment: ja.

    Bijzondere omstandigheden

    Niet van toepassing.

    Activiteit

    Isoleren van de gebouwschil.

    Nummer maatregel

    GB3.

    Omschrijving maatregel

    Warmteverlies van zwembadruimte via dak beperken.

    Mogelijke technieken ten opzichte van uitgangssituatie

    Oud dak vervangen en isoleren met een Rc-waarde van ten minste 3,5 [m2K/W].

    Uitgangssituatie op basis van een referentietechniek

    Zwembadruimte heeft onvoldoende geïsoleerd dak.

    Technische randvoorwaarden

    Niet van toepassing.

    Economische randvoorwaarden

    Niet van toepassing.

    Toepasbaar op een zelfstandig of natuurlijk moment?

    Zelfstandig moment: nee.

    Natuurlijk moment: ja.

    Bijzondere omstandigheden

    Niet van toepassing.

    Activiteit

    Isoleren van de gebouwschil.

    Nummer maatregel

    GB4.

    Omschrijving maatregel

    Warmteverlies via beglazing zwembadruimte beperken.

    Mogelijke technieken ten opzichte van uitgangssituatie

    a) HR++-beglazing in geïsoleerde kozijnen toepassen.

    b) HR+++-beglazing in geïsoleerde kozijnen toepassen.

    Uitgangssituatie op basis van een referentietechniek

    a) Zwembadruimte heeft dubbele beglazing in kozijnen.

    b) Zwembadruimte heeft enkele beglazing in kozijnen.

    Technische randvoorwaarden

    Niet van toepassing.

    Economische randvoorwaarden

    Niet van toepassing.

    Toepasbaar op een zelfstandig of natuurlijk moment?

    Zelfstandig moment: nee.

    Natuurlijk moment: ja.

    Bijzondere omstandigheden

    Niet van toepassing.

    Activiteit

    Ventileren van een ruimte.

    Nummer maatregel

    GC5.

    Omschrijving maatregel

    Warmteverlies via ventilatielucht beperken.

    Mogelijke technieken ten opzichte van uitgangssituatie

    a) Enkele kruisstroomwisselaar met hoger rendement toepassen.

    b) Dubbele kruisstroomwisselaar met hoger rendement toepassen.

    c) Dubbele kruisstroomwisselaar met modulaire separate opzet conform het DWARS-systeem, met hoger rendement toepassen.

    Uitgangssituatie op basis van een referentietechniek

    Luchtbehandeling met twincoilsysteem als warmteterugwinning is aanwezig in zwembadruimte.

    Technische randvoorwaarden

    c) Gezamenlijke opstellingsruimte van meerdere luchtbehandelingskasten in een technische ruimte.

    Economische randvoorwaarden

    Niet van toepassing.

    Toepasbaar op een zelfstandig of natuurlijk moment?

    a)

    Zelfstandig moment: nee.

    Natuurlijk moment: ja.

    b en c)

    Zelfstandig moment: ja, als het jaarlijks aardgasverbruik minder is dan 170.000 m3.

    Natuurlijk moment: ja.

    Bijzondere omstandigheden

    Niet van toepassing.

    Activiteit

    Ventileren van een ruimte.

    Nummer maatregel

    GC6.

    Omschrijving maatregel

    Verlies warmte via ventilatielucht beperken.

    Mogelijke technieken ten opzichte van uitgangssituatie

    a) Recirculeren van ventilatiedebiet op basis van vocht en temperatuur met recirculatieklepsturing.

    b) Recirculeren van ventilatiedebiet op basis van vocht en temperatuur.

    Uitgangssituatie op basis van een referentietechniek

    a) 100% ventilatie met twincoil als warmteterugwinning is aanwezig in zwembadruimte

    (zwembadafdekking is afwezig).

    b) 100% ventilatie met twincoil als warmteterugwinning is aanwezig in zwembadruimte

    (zwembadafdekking is aanwezig).

    Technische randvoorwaarden

    Toe- en afvoerkanalen en andere onderdelen zijn 100% gecoat en chloorbestendig.

    Economische randvoorwaarden

    Niet van toepassing.

    Toepasbaar op een zelfstandig of natuurlijk moment?

    Zelfstandig moment: ja, als jaarlijks aardgas verbruik minder is dan 170.000 m3.

    Natuurlijk moment: ja.

    Bijzondere omstandigheden

    Niet van toepassing.

    Activiteit

    Ventileren van een ruimte.

    Nummer maatregel

    GC7.

    Omschrijving maatregel

    Warmteverlies via ventilatielucht beperken.

    Mogelijke technieken ten opzichte van uitgangssituatie

    a) Luchtdebiet beperken op basis van vocht en temperatuur met toerenregeling.

    b) Luchtdebiet beperken op basis van vocht en temperatuur met frequentieregelaars met difuusinblaas.

    c) Luchtdebiet beperken op basis van het drogen van buitenlucht met frequentieregelaar.

    d) Energie onttrekken uit de afblaaslucht met een warmtepomp in combinatie met temperatuur en vochtregeling, frequentieregelaars om debiet te beperken.

    Uitgangssituatie op basis van een referentietechniek

    Luchtbehandeling met twincoilsysteem als warmteterugwinning is aanwezig in zwembadruimte.

    Technische randvoorwaarden

    a) Motoren zijn geschikt voor toerenregeling.

    b) Motoren zijn geschikt voor toerenregeling en extra regeling luchtdichte constructie.

    c en d) Kasten moeten passen in de technische ruimte.

    Economische randvoorwaarden

    Niet van toepassing.

    Toepasbaar op een zelfstandig of natuurlijk moment?

    a en b)

    Zelfstandig moment: ja, als jaarlijks aardgas verbruik minder is dan 170.000 m3.

    Natuurlijk moment: ja.

    c)

    Zelfstandig moment: nee.

    Natuurlijk moment: ja.

    d)

    Zelfstandig moment: ja.

    Natuurlijk moment: ja.

    Bijzondere omstandigheden

    Niet van toepassing.

    Activiteit

    Verwarmen van een ruimte.

    Nummer maatregel

    GD2.

    Omschrijving maatregel

    Energiezuinige warmteopwekking toepassen.

    Mogelijke technieken ten opzichte van uitgangssituatie

    HR-ketel toepassen.

    Uitgangssituatie op basis van een referentietechniek

    Conventionele cv-ketel of VR cv-ketel is aanwezig in zwembadruimte.

    Technische randvoorwaarden

    Niet van toepassing.

    Economische randvoorwaarden

    Niet van toepassing.

    Toepasbaar op een zelfstandig of natuurlijk moment?

    Zelfstandig moment: nee.

    Natuurlijk moment: ja.

    Bijzondere omstandigheden

    Niet van toepassing.

    Activiteit

    In werking hebben van een ruimte- en buitenverlichtingsinstallatie.

    Nummer maatregel

    GE3.

    Omschrijving maatregel

    Onnodig branden van buitenverlichting voorkomen.

    Mogelijke technieken ten opzichte van uitgangssituatie

    a) Bewegingssensoren, schemer- en tijdschakelaars toepassen.

    b) Schemer- en tijdschakelaars toepassen.

    Uitgangssituatie op basis van een referentietechniek

    Automatische aan- en uitschakeling ontbreekt.

    Buitenverlichting (niet zijnde reclame- of noodverlichting) is overdag, in de avond en / of ’s nachts aan.

    Technische randvoorwaarden

    Niet van toepassing.

    Economische randvoorwaarden

    Buitenverlichting is in de nacht ten minste 6 uur uit.

    Toepasbaar op een zelfstandig of natuurlijk moment?

    Zelfstandig moment: ja, als ten minste 50 armaturen aanwezig zijn.

    Natuurlijk moment: ja.

    Bijzondere omstandigheden

    Niet van toepassing.

    Activiteit

    In werking hebben van een ruimte- en buitenverlichtingsinstallatie.

    Nummer maatregel

    GE4.

    Omschrijving maatregel

    Onnodig branden van reclameverlichting voorkomen.

    Mogelijke technieken ten opzichte van uitgangssituatie

    Schemer-, en/of tijdschakelaars toepassen.

    Uitgangssituatie op basis van een referentietechniek

    Automatische aan- en uitschakeling ontbreekt.

    Reclameverlichting is overdag en/of ’s nachts aan.

    Technische randvoorwaarden

    Niet van toepassing.

    Economische randvoorwaarden

    Reclameverlichting kan in de nacht ten minste 6 uur worden uitgeschakeld.

    Toepasbaar op een zelfstandig of natuurlijk moment?

    Zelfstandig moment: ja, als ten minste 5 armaturen aanwezig zijn.

    Natuurlijk moment: ja.

    Bijzondere omstandigheden

    Niet van toepassing.

    Activiteit

    In werking hebben van een ruimte- of buitenverlichtingsinstallatie.

    Nummer maatregel

    GE5.

    Omschrijving maatregel

    Geïnstalleerd vermogen buitenverlichting beperken.

    Mogelijke technieken ten opzichte van uitgangssituatie

    Ledlampen toepassen in bestaand of nieuw armaturen.

    Uitgangssituatie op basis van een referentietechniek

    a) Halogeenlampen en/of halogeen breedstralers zijn aanwezig.

    b) Hogedrukkwiklampen zijn aanwezig.

    Technische randvoorwaarden

    Niet van toepassing.

    Economische randvoorwaarden

    a) Niet van toepassing.

    b) Aantal branduren is ten minste 4.000 uur/jaar.

    Toepasbaar op een zelfstandig of natuurlijk moment?

    Zelfstandig moment: ja.

    Natuurlijk moment: ja.

    Bijzondere omstandigheden

    Niet van toepassing.

    Activiteit

    In werking hebben van een ruimte- of buitenverlichtingsinstallatie.

    Nummer maatregel

    GE6.

    Omschrijving maatregel

    Geïnstalleerd vermogen reclameverlichting beperken.

    Mogelijke technieken ten opzichte van uitgangssituatie

    Ledlampen toepassen in bestaande armaturen.

    Uitgangssituatie op basis van een referentietechniek

    a) Gloeilampen, halogeenlampen of neonverlichting zijn aanwezig.

    b) Conventionele langwerpige fluorescentielampen zijn aanwezig.

    Technische randvoorwaarden

    Technische staat van het bestaande armaturen moet voldoende zijn.

    Economische randvoorwaarden

    Niet van toepassing.

    Toepasbaar op een zelfstandig of natuurlijk moment?

    Zelfstandig moment: nee.

    Natuurlijk moment: ja.

    Bijzondere omstandigheden

    Niet van toepassing.

    Activiteit

    In werking hebben van een ruimte- en buitenverlichtingsinstallatie.

    Nummer maatregel

    GE7.

    Omschrijving maatregel

    Geïnstalleerd vermogen accentverlichting beperken.

    Mogelijke technieken ten opzichte van uitgangssituatie

    Ledlampen in bestaande armaturen toepassen.

    Uitgangssituatie op basis van een referentietechniek

    a) Halogeenlampen of gloeilampen zijn aanwezig.

    b) Hogedrukkwiklampen zijn aanwezig.

    Technische randvoorwaarden

    Technische staat van de armaturen moet voldoende zijn.

    Economische randvoorwaarden

    a) Niet van toepassing.

    b) Aantal branduren is ten minste 4.000 uur/jaar.

    Toepasbaar op een zelfstandig of natuurlijk moment?

    Zelfstandig moment: ja.

    Natuurlijk moment: ja.

    Bijzondere omstandigheden

    Niet van toepassing.

    B) Maatregelen die betrekking hebben op faciliteiten:

    Activiteit

    In werking hebben van een stookinstallatie (emissies naar de lucht).

    Nummer maatregel

    FA5.

    Omschrijving maatregel

    Warmte uit spuiwater stoomketel nuttig gebruiken.

    Mogelijke technieken ten opzichte van uitgangssituatie

    a) Ontspanningsvat toepassen waarin spuiwater in druk wordt verlaagd.

    b) Warmtewisselaar toepassen.

    Uitgangssituatie op basis van een referentietechniek

    Warmteterugwinsysteem ontbreekt voor spuiwater.

    Technische randvoorwaarden

    Niet van toepassing.

    Economische randvoorwaarden

    Energieverbruik stoominstallatie is ten minste 4.500 MWhthermisch/jaar.

    Ten minste 50% van voedingswater bestaat uit vers suppletiewater.

    a) Stoomvrager is aanwezig die met discontinu aanbod van ontspanningsstoom kan worden gevoed (veelal de ontgasser).

    b) Warmtevrager is aanwezig die met discontinu aanbod van warmte uit spuiwater kan worden gevoed (veelal suppletiewater).

    Toepasbaar op een zelfstandig of natuurlijk moment?

    Zelfstandig moment: ja.

    Natuurlijk moment: ja.

    Bijzondere omstandigheden

    Niet van toepassing.

    Activiteit

    In werking hebben van een stookinstallatie (emissies naar de lucht).

    Nummer maatregel

    FA6.

    Omschrijving maatregel

    Warmte uit rookgassen stoomketel nuttig gebruiken.

    Mogelijke technieken ten opzichte van uitgangssituatie

    a) Economizer toepassen (bijvoorbeeld voor voorwarmen van voedingswater).

    b) Rookgascondensor toepassen (bijvoorbeeld voor voorverwarmen van suppletiewater).

    c) Luvo (luchtvoorverwarmer) toepassen.

    Uitgangssituatie op basis van een referentietechniek

    Warmteterugwinsysteem ontbreekt voor rookgassen.

    Technische randvoorwaarden

    Er is rondom stoomketel en in rookgaskanaal ten minste 2 m vrije ruimte om een warmteterugwinsysteem in te bouwen.

    Economische randvoorwaarden

    Bedrijfstijd stoominstallatie is ten minste 500 uur/jaar.

    Jaarlijks aardgasverbruik is minder dan 170.000 m3.

    Toepasbaar op een zelfstandig of natuurlijk moment?

    Zelfstandig moment: ja.

    Natuurlijk moment: ja.

    Bijzondere omstandigheden

    Niet van toepassing.

    Activiteit

    In werking hebben van een stookinstallatie (emissies naar de lucht).

    Nummer maatregel

    FA7.

    Omschrijving maatregel

    Stoom energiezuinig produceren door warmere verbrandingslucht toevoer aan de branderventilator.

    Mogelijke technieken ten opzichte van uitgangssituatie

    Verticale luchtkoker vanaf plafond ketelhuis tot dichtbij luchtaanzuigopening van brander toepassen.

    Uitgangssituatie op basis van een referentietechniek

    Brander zuigt koudere lucht aan uit directe omgeving op een hoogte van minder dan 1 m vanaf vloer.

    Technische randvoorwaarden

    Brander moet geschikt zijn voor hogere verbrandingsluchttemperatuur en geringe toename van luchtweerstand.

    Economische randvoorwaarden

    Bedrijfstijd stoominstallatie is ten minste 500 uur/jaar.

    Temperatuur dichtbij plafond is ten minste 10°C hoger dan temperatuur dichtbij brander.

    Toepasbaar op een zelfstandig of natuurlijk moment?

    Zelfstandig moment: ja.

    Natuurlijk moment: ja.

    Bijzondere omstandigheden

    Niet van toepassing.

    Activiteit

    In werking hebben van een stookinstallatie (emissies naar de lucht).

    Nummer maatregel

    FA8.

    Omschrijving maatregel

    Luchtovermaat stoomketel beperken.

    Mogelijke technieken ten opzichte van uitgangssituatie

    a) Automatische regeling luchtovermaat op basis van temperatuurcorrectie toepassen.

    b) Automatische regeling luchtovermaat op basis van zuurstofcorrectie toepassen.

    Uitgangssituatie op basis van een referentietechniek

    Automatische regeling luchtovermaat ontbreekt.

    a) Gasgestookte stoomketel is aanwezig.

    b) Stoomketel is aanwezig die wordt bijgestookt met biogas of een andere brandstof (niet zijnde aardgas).

    Technische randvoorwaarden

    Niet van toepassing.

    Economische randvoorwaarden

    Energieverbruik stoominstallatie is ten minste 1.500 MWhthermisch/jaar.

    a) Verbrandingsluchttemperatuur varieert met meer dan 35°C.

    b) Niet van toepassing.

    Toepasbaar op een zelfstandig of natuurlijk moment?

    Zelfstandig moment: ja, als bedrijfstijd stoominstallatie meer is dan 2.000 uur/jaar.

    Natuurlijk moment: ja.

    Bijzondere omstandigheden

    Niet van toepassing.

    Activiteit

    In werking hebben van een stookinstallatie (emissies naar de lucht).

    Nummer maatregel

    FA9.

    Omschrijving maatregel

    Energiezuinige aardgasgestookte ventilatorbrander toepassen bij stoominstallatie.

    Mogelijke technieken ten opzichte van uitgangssituatie

    Brander met modulerende regeling op basis van druksensor toepassen.

    Uitgangssituatie op basis van een referentietechniek

    Brander met hoog/laagregeling is aanwezig.

    Technische randvoorwaarden

    Niet van toepassing.

    Economische randvoorwaarden

    Vermogen brander is meer dan 250 kW.

    Bedrijfstijd stoominstallatie is ten minste 500 uur/jaar.

    Toepasbaar op een zelfstandig of natuurlijk moment?

    Zelfstandig moment: nee.

    Natuurlijk moment: ja.

    Bijzondere omstandigheden

    Niet van toepassing.

    Activiteit

    In werking hebben van een koelinstallatie.

    Nummer maatregel

    FB1.

    Omschrijving maatregel

    Binnentreden van warme en/of vochtige lucht in koelcel beperken.

    Mogelijke technieken ten opzichte van uitgangssituatie

    Deurschakeling toepassen om verdampingsventilatoren te onderbreken.

    Uitgangssituatie op basis van een referentietechniek

    Deurschakeling ontbreekt.

    Technische randvoorwaarden

    Sensoren zijn aanwezig om koeling te onderbreken.

    Economische randvoorwaarden

    Niet van toepassing.

    Toepasbaar op een zelfstandig of natuurlijk moment?

    Zelfstandig moment: ja.

    Natuurlijk moment: ja.

    Bijzondere omstandigheden

    Niet van toepassing.

    Activiteit

    In werking hebben van productkoeling.

    Nummer maatregel

    FC1.

    Omschrijving maatregel

    Branden van verlichting in koel- en vriescel beperken.

    Mogelijke technieken ten opzichte van uitgangssituatie

    Deurschakeling of bewegingsmelder toepassen.

    Uitgangssituatie op basis van een referentietechniek

    Deurschakeling en bewegingsmelder ontbreken.

    Technische randvoorwaarden

    Niet van toepassing.

    Economische randvoorwaarden

    Geïnstalleerd vermogen verlichting in koel- en vriescel is ten minste 250 W.

    Toepasbaar op een zelfstandig of natuurlijk moment?

    Zelfstandig moment: ja.

    Natuurlijk moment: ja.

    Bijzondere omstandigheden

    Niet van toepassing.

    Activiteit

    In werking hebben van productkoeling.

    Nummer maatregel

    FC2.

    Omschrijving maatregel

    Beperken van ijsvorming op de verdamper(s).

    Mogelijke technieken ten opzichte van uitgangssituatie

    Automatische ontdooiing van de verdamper(s) toepassen.

    Uitgangssituatie op basis van een referentietechniek

    Regeling voor ontdooiing en/of ontdooibeëindigingsthermostaat ontbreekt.

    Technische randvoorwaarden

    Niet van toepassing.

    Economische randvoorwaarden

    Niet van toepassing.

    Toepasbaar op een zelfstandig of natuurlijk moment?

    Zelfstandig moment: nee.

    Natuurlijk moment: ja.

    Bijzondere omstandigheden

    Niet van toepassing.

    Activiteit

    In werking hebben van productkoeling.

    Nummer maatregel

    FC3.

    Omschrijving maatregel

    Energiezuinige lampen in koelcel toepassen.

    Mogelijke technieken ten opzichte van uitgangssituatie

    Armaturen met ledlampen toepassen.

    Uitgangssituatie op basis van een referentietechniek

    Conventionele armaturen met langwerpige fluorescentielampen (TL8) zijn aanwezig.

    Technische randvoorwaarden

    Niet van toepassing.

    Economische randvoorwaarden

    Niet van toepassing.

    Toepasbaar op een zelfstandig of natuurlijk moment?

    Zelfstandig moment: nee.

    Natuurlijk moment: ja.

    Bijzondere omstandigheden

    Niet van toepassing.

    Activiteit

    Bereiden van voedingsmiddelen.

    Nummer maatregel

    FD1.

    Omschrijving maatregel

    Het debiet van afzuigsystemen in grootkeukens beperken.

    Mogelijke technieken ten opzichte van uitgangssituatie

    Rook- en/of dampdetectieapparatuur in combinatie met meet- en regelapparatuur van de afzuiginstallatie toepassen.

    Uitgangssituatie op basis van een referentietechniek

    Meet- en regelapparatuur van de afzuiginstallatie ontbreekt.

    Technische randvoorwaarden

    Motoren zijn geschikt om frequentie te schakelen.

    Economische randvoorwaarden

    Niet van toepassing.

    Toepasbaar op een zelfstandig of natuurlijk moment?

    Zelfstandig moment: nee.

    Natuurlijk moment: ja.

    Bijzondere omstandigheden

    Niet van toepassing.

    Activiteit

    Bereiden van voedingsmiddelen.

    Nummer maatregel

    FD2.

    Omschrijving maatregel

    Een infrarood salamander met aan/uit of tijd schakelaar wordt ingezet voor het verwarmen of grillen van producten.

    Mogelijke technieken ten opzichte van uitgangssituatie

    Automatische pan detectie, waardoor onnodig aanstaan van het grill element wordt voorkomen.

    Uitgangssituatie op basis van een referentietechniek

    Ongeregelde infrarood salamander worden ingezet voor het verwarmen of grillen van producten.

    Technische randvoorwaarden

    Niet van toepassing.

    Economische randvoorwaarden

    Niet van toepassing.

    Toepasbaar op een zelfstandig of natuurlijk moment?

    Zelfstandig moment: nee.

    Natuurlijk moment: ja.

    Bijzondere omstandigheden

    Niet van toepassing.

    Activiteit

    In werking hebben van een persluchtinstallatie.

    Nummer maatregel

    FE1.

    Omschrijving maatregel

    Nullasturen persluchtcompressoren beperken.

    Mogelijke technieken ten opzichte van uitgangssituatie

    Persluchtcompressoren met frequentie- of toerenregeling toepassen.

    Uitgangssituatie op basis van een referentietechniek

    Compressor heeft vollast/nullast- of vollast/nullast/uitschakeling.

    Technische randvoorwaarden

    Bij meerdere compressoren uitvoeren bij leidende compressor en rest op basis van aan/uitschakeling.

    Economische randvoorwaarden

    Aantal nullasturen is ten minste 1.100 uur/jaar.

    Toepasbaar op een zelfstandig of natuurlijk moment?

    Zelfstandig moment: nee.

    Natuurlijk moment: ja.

    Bijzondere omstandigheden

    Niet van toepassing.

    Activiteit

    In werking hebben van een persluchtinstallatie.

    Nummer maatregel

    FE2.

    Omschrijving maatregel

    Energiezuinig perslucht maken door koude lucht te gebruiken.

    Mogelijke technieken ten opzichte van uitgangssituatie

    Luchtkanaal toepassen voor aanzuigen van buitenlucht of van binnenlucht uit een onverwarmde ruimte.

    Uitgangssituatie op basis van een referentietechniek

    Compressoren zuigen door zichzelf opgewarmde warme lucht of warme proceslucht aan.

    Technische randvoorwaarden

    Opening in gevel is mogelijk binnen een afstand van 3 m.

    Economische randvoorwaarden

    Energieverbruik compressor is ten minste 65.000 kWh/jaar. Elektriciteitsverbruik op de locatie waar de milieubelastende activiteit(en) wordt/worden verricht is minder dan 10.000.000 kWh/jaar.

    Toepasbaar op een zelfstandig of natuurlijk moment?

    Zelfstandig moment: ja.

    Natuurlijk moment: ja.

    Bijzondere omstandigheden

    Niet van toepassing.

    Activiteit

    In werking hebben van een persluchtinstallatie.

    Nummer maatregel

    FE3.

    Omschrijving maatregel

    Warmte van persluchtcompressoren nuttig gebruiken.

    Mogelijke technieken ten opzichte van uitgangssituatie

    Warmte gebruiken voor ruimteverwarming.

    Uitgangssituatie op basis van een referentietechniek

    Warmte van compressoren wordt naar buiten afgevoerd.

    Technische randvoorwaarden

    Niet van toepassing.

    Economische randvoorwaarden

    Bij een aardgasverbruik van minder dan 170.000 m3, is het aantal vollasturen ten minste 1.400 uur per stookseizoen.

    Bij een aardgasverbruik van meer dan 170.000 m3, is het aantal vollasturen ten minste 2.200 uur per stookseizoen.

    Afstand tot te verwarmen ruimte is minder dan 3 m.

    Toepasbaar op een zelfstandig of natuurlijk moment?

    Zelfstandig moment: ja.

    Natuurlijk moment: ja.

    Bijzondere omstandigheden

    Niet van toepassing.

    Activiteit

    In werking hebben van een persluchtinstallatie.

    Nummer maatregel

    FE4.

    Omschrijving maatregel

    Persluchtgebruik bij blazen beperken.

    Mogelijke technieken ten opzichte van uitgangssituatie

    HR-blaaspistool of blaasmondje met nozzle met laag verbruik toepassen.

    Uitgangssituatie op basis van een referentietechniek

    Blaaspistool ouder dan 10 jaar of blaasmondje zonder nozzle is aanwezig.

    Technische randvoorwaarden

    Niet van toepassing.

    Economische randvoorwaarden

    Bedrijfstijd blaaspistool of blaasmondje is ten minste 250 uur/jaar.

    Toepasbaar op een zelfstandig of natuurlijk moment?

    Zelfstandig moment: ja.

    Natuurlijk moment: ja.

    Bijzondere omstandigheden

    Niet van toepassing.

    Activiteit

    In werking hebben van een persluchtinstallatie.

    Nummer maatregel

    FE5.

    Omschrijving maatregel

    Aanstaan persluchtsysteem beperken.

    Mogelijke technieken ten opzichte van uitgangssituatie

    a) Bij drukvat groepsafsluiter en schakelklok toepassen.

    b) Schakelklok met overwerktimer toepassen.

    Uitgangssituatie op basis van een referentietechniek

    Schroef- of zuigercompressor kan alleen handmatig worden uitgeschakeld.

    Technische randvoorwaarden

    Niet van toepassing.

    Economische randvoorwaarden

    a) Energieverbruik compressor is ten minste 15.000 kWh/jaar.

    b) Energieverbruik compressor is ten minste 9.500 kWh/jaar.

    Toepasbaar op een zelfstandig of natuurlijk moment?

    Zelfstandig moment: ja.

    Natuurlijk moment: ja.

    Bijzondere omstandigheden

    Niet van toepassing.

    Activiteit

    In werking hebben van een stoominstallatie, niet zijnde stookinstallatie.

    Nummer maatregel

    FF1.

    Omschrijving maatregel

    Warmteverlies stoominstallatie beperken.

    Mogelijke technieken ten opzichte van uitgangssituatie

    Isolatie aanbrengen om stoom- en condensaatleidingen, -appendages en -flenzen.

    Uitgangssituatie op basis van een referentietechniek

    Isolatie om leidingen en/of appendages en/of flenzen ontbreekt of is beschadigd.

    Technische randvoorwaarden

    Isoleer deze machines niet als leverancier een goede werking van het proces niet meer garandeert. Bij stoomgebruikers zijn machinedelen soms bewust ongeïsoleerd om juiste stoomcondities in het productieproces te kunnen garanderen.

    Economische randvoorwaarden

    Bedrijfstijd van stoominstallatie is ten minste 500 uur/jaar.

    Toepasbaar op een zelfstandig of natuurlijk moment?

    Zelfstandig moment: ja.

    Natuurlijk moment: ja.

    Bijzondere omstandigheden

    Niet van toepassing.

    Activiteit

    In werking hebben van een stoominstallatie, niet zijnde stookinstallatie.

    Nummer maatregel

    FF2.

    Omschrijving maatregel

    Condensaat of condensaatwarmte nuttig gebruiken.

    Mogelijke technieken ten opzichte van uitgangssituatie

    a) Ontspanningsvat toepassen waarin condensaat in druk wordt verlaagd (naar atmosferische druk).

    b) Retourleiding naar ontgasser van stoomketel toepassen voor condensaat.

    c) Warmtewisselaar toepassen.

    Uitgangssituatie op basis van een referentietechniek

    Warmteterugwinsysteem ontbreekt voor condensaat.

    Technische randvoorwaarden

    a en b) Condensaat mag niet verontreinigd zijn.

    c) Niet van toepassing.

    Economische randvoorwaarden

    Bedrijfstijd stoominstallatie is ten minste 500 uur/jaar.

    Toepasbaar op een zelfstandig of natuurlijk moment?

    Zelfstandig moment: nee.

    Natuurlijk moment: ja, als stoomgebruiker (waarbij het condensaat verloren gaat) wordt gemodificeerd, of stoom- en condensaatleidingnet voor meer dan 50% wordt gewijzigd.

    Bijzondere omstandigheden

    Niet van toepassing.

    Activiteit

    In werking hebben van een stoominstallatie, niet zijnde stookinstallatie.

    Nummer maatregel

    FF3.

    Omschrijving maatregel

    Verbeteren van de kwaliteit van het ketelvoedingswater.

    Mogelijke technieken ten opzichte van uitgangssituatie

    Waterbehandeling door middel van omgekeerde osmose.

    Uitgangssituatie op basis van een referentietechniek

    Er is geen waterbehandeling aanwezig. Spui is meer dan 10%.

    Technische randvoorwaarden

    Niet van toepassing.

    Economische randvoorwaarden

    Stoominstallatie is volcontinu in bedrijf. Gasverbruik is minder dan 170.000 m3/jaar.

    Toepasbaar op een zelfstandig of natuurlijk moment?

    Zelfstandig moment: ja.

    Natuurlijk moment: ja.

    Bijzondere omstandigheden

    Niet van toepassing.

    Activiteit

    Gebruiken van informatie- en communicatietechnologie.

    Nummer maatregel

    FI1.

    Omschrijving maatregel

    Pas energiezuinig printen en/of kopiëren op de werkplek toe.

    Mogelijke technieken ten opzichte van uitgangssituatie

    Centraal printen en kopiëren.

    Uitgangssituatie op basis van een referentietechniek

    Ten minste 10 lokale printers en/of kopieermachines zijn aanwezig.

    Technische randvoorwaarden

    Niet van toepassing.

    Economische randvoorwaarden

    Niet van toepassing.

    Toepasbaar op een zelfstandig of natuurlijk moment?

    Zelfstandig moment: nee.

    Natuurlijk moment: ja.

    Bijzondere omstandigheden

    Niet van toepassing.

    Activiteit

    In werking hebben van een serverruimte.

    Nummer maatregel

    FJ1.

    Omschrijving maatregel

    Inzet van fysieke servers in serverruimten beperken.

    Mogelijke technieken ten opzichte van uitgangssituatie

    Meerdere gevirtualiseerde servers werken op een minder aantal fysieke servers.

    Uitgangssituatie op basis van een referentietechniek

    Geen gevirtualiseerde omgeving aanwezig.

    Technische randvoorwaarden

    Niet van toepassing.

    Economische randvoorwaarden

    Serverruimte heeft opgesteld vermogen van ten minste 5 kW.

    Toepasbaar op een zelfstandig of natuurlijk moment?

    Zelfstandig moment: nee.

    Natuurlijk moment: ja.

    Bijzondere omstandigheden

    Niet van toepassing.

    Activiteit

    In werking hebben van een serverruimte.

    Nummer maatregel

    FJ2.

    Omschrijving maatregel

    Vrije koeling in serverruimten toepassen om bedrijfstijd van koelinstallatie te beperken.

    Mogelijke technieken ten opzichte van uitgangssituatie

    a) Direct vrije luchtkoeling inclusief compartimenteren en liftback-up door koelinstallatie toepassen.

    b) Verdampings-koeler(s), adiabatische of hybride koeler(s) via (vorstbestendige) bypass toepassen.

    c) Verdampingskoeler(s), adiabatische of hybride koeler(s) via (vorstbestendige) bypass toepassen inclusief compartimenteren en plaatsen van zaalkoelers die werken op hogere temperaturen.

    Uitgangssituatie op basis van een referentietechniek

    a) Airconditioning of DX- (directe expansie) koeling met seizoensgemiddelde COP van maximaal 2,5 is aanwezig.

    Temperatuur in koelsysteem en buitenklimaat maken ten minste 95% vrije koeling mogelijk.

    b en c) Compressiekoelinstallatie verzorgt de volledige koeling.

    b) De koelinstallatie en de zaalkoelers zijn geschikt om met hogere temperaturen te werken.

    Compressiekoelinstallatie met seizoensgemiddelde COP van maximaal 4 is aanwezig.

    Temperatuur in koelsysteem en buitenklimaat maken ten minste 50% vrije koeling mogelijk.

    c) Compressiekoelinstallatie met seizoensgemiddelde COP van maximaal 2,5 is aanwezig.

    Temperatuur in koelsysteem en buitenklimaat maken ten minste 50% vrije koeling mogelijk.

    Technische randvoorwaarden

    Bouwkundig moet het mogelijk zijn. Bv. het dak moet het gewicht van het systeem voor vrije koeling kunnen dragen en er moet ruimte zijn voor luchtkanalen en overige installaties.

    Economische randvoorwaarden

    Serverruimte heeft opgesteld vermogen van ten minste 5 kW.

    Toepasbaar op een zelfstandig of natuurlijk moment?

    a en b) Zelfstandig moment: ja.

    Natuurlijk moment: ja.

    c) Zelfstandig moment: nee.

    Natuurlijk moment: ja.

    Bijzondere omstandigheden

    Niet van toepassing.

    Activiteit

    In werking hebben van een serverruimte.

    Nummer maatregel

    FJ3.

    Omschrijving maatregel

    Energiezuinige koelinstallatie voor koeling serverruimten toepassen.

    Mogelijke technieken ten opzichte van uitgangssituatie

    Compressiekoelinstallatie met seizoensgemiddelde COP van ten minste 5,5 toepassen.

    Uitgangssituatie op basis van een referentietechniek

    Compressiekoelinstallatie met seizoensgemiddelde COP van maximaal 3 is aanwezig.

    Technische randvoorwaarden

    Niet van toepassing.

    Economische randvoorwaarden

    Serverruimte heeft opgesteld vermogen van ten minste 5 kW.

    Toepasbaar op een zelfstandig of natuurlijk moment?

    Zelfstandig moment: nee.

    Natuurlijk moment: ja.

    Bijzondere omstandigheden

    Niet van toepassing.

    Activiteit

    In werking hebben van een serverruimte.

    Nummer maatregel

    FJ4.

    Omschrijving maatregel

    Met hogere koeltemperatuur in serverruimte werken.

    Mogelijke technieken ten opzichte van uitgangssituatie

    Volledig gescheiden koude- en warme gangen (compartimenteren) en blindplaten op ongebruikte posities in racks toepassen.

    Uitgangssituatie op basis van een referentietechniek

    Warme en koude gangen en blindplaten zijn afwezig.

    Technische randvoorwaarden

    ICT-apparatuur in racks moet aan één zijde van apparatuur lucht aanzuigen.

    Economische randvoorwaarden

    Serverruimte heeft opgesteld vermogen van ten minste 5 kW.

    Toepasbaar op een zelfstandig of natuurlijk moment?

    Zelfstandig moment: ja.

    Natuurlijk moment: ja.

    Bijzondere omstandigheden

    Niet van toepassing.

    Activiteit

    In werking hebben van een serverruimte.

    Nummer maatregel

    FJ5.

    Omschrijving maatregel

    Toerental van ventilatoren in zaalkoelers (CRAH’s) in serverruimten beperken.

    Mogelijke technieken ten opzichte van uitgangssituatie

    a) Toerenregeling (sensoren en actuatoren) toepassen op bestaande ventilatoren.

    b) In nieuwe zaalkoelers (CRAH’s) ventilatoren met toerenregeling toepassen.

    Uitgangssituatie op basis van een referentietechniek

    Toerentalgeregelde ventilatoren zijn afwezig.

    Technische randvoorwaarden

    Niet van toepassing.

    Economische randvoorwaarden

    Serverruimte heeft opgesteld vermogen van ten minste 5 kW.

    Toepasbaar op een zelfstandig of natuurlijk moment?

    a) Zelfstandig moment: ja.

    Natuurlijk moment: ja.

    b) Zelfstandig moment: nee.

    Natuurlijk moment: ja.

    Bijzondere omstandigheden

    Niet van toepassing.

    Activiteit

    In werking hebben van een serverruimte.

    Nummer maatregel

    FJ6.

    Omschrijving maatregel

    Inzet van servers in serverruimten afstemmen op de vraag.

    Mogelijke technieken ten opzichte van uitgangssituatie

    Powermanagement op servers toepassen.

    Uitgangssituatie op basis van een referentietechniek

    De CPU (central processing unit) draait continu op volledige snelheid.

    Technische randvoorwaarden

    Niet van toepassing.

    Economische randvoorwaarden

    Serverruimte heeft opgesteld vermogen van ten minste 5 kW.

    Toepasbaar op een zelfstandig of natuurlijk moment?

    Zelfstandig moment: ja.

    Natuurlijk moment: ja.

    Bijzondere omstandigheden

    Niet van toepassing.

    Activiteit

    In werking hebben van een noodstroomvoorziening.

    Nummer maatregel

    FK1.

    Omschrijving maatregel

    Energiezuinige uninterrupted system (UPS) toepassen.

    Mogelijke technieken ten opzichte van uitgangssituatie

    Efficiënt UPS-systeem (bij dubbele conversie is 96% of hoger) toepassen.

    Uitgangssituatie op basis van een referentietechniek

    Inefficiënte UPS (efficiëntie in deellast is maximaal 91%) is aanwezig in datacenter of serverruimte.

    Technische randvoorwaarden

    Niet van toepassing.

    Economische randvoorwaarden

    Niet van toepassing.

    Toepasbaar op een zelfstandig of natuurlijk moment?

    Zelfstandig moment: nee.

    Natuurlijk moment: ja.

    Bijzondere omstandigheden

    Niet van toepassing.

    Activiteit

    Gebruiken van een zwembassin.

    Nummer maatregel

    FL1.

    Omschrijving maatregel

    Energieverbruik pompen beperken.

    Mogelijke technieken ten opzichte van uitgangssituatie

    a) Badwatercirculatiepompen met toerenregelaar- en tijdschakelaar voor optimalisatie werkpunt buiten gebruikstijden toepassen.

    b) Badwatercirculatiepomp met toerenregelaar toepassen voor optimalisatie werkpunt.

    Uitgangssituatie op basis van een referentietechniek

    Conventionele circulatiepomp is aanwezig in zwembadruimte.

    Technische randvoorwaarden

    a) Circulatiepomp is geschikt voor sturing met toerenregelaar en 100% overstroomgoot.

    b) Circulatiepomp is geschikt voor sturing met toerenregelaar.

    Economische randvoorwaarden

    Niet van toepassing.

    Toepasbaar op een zelfstandig of natuurlijk moment?

    Zelfstandig moment: ja.

    Natuurlijk moment: ja.

    Bijzondere omstandigheden

    Niet van toepassing.

    Activiteit

    Gebruiken van een zwembassin.

    Nummer maatregel

    FL2.

    Omschrijving maatregel

    Warmteverlies via wanden bassin beperken.

    Mogelijke technieken ten opzichte van uitgangssituatie

    Bassinwanden isoleren.

    Uitgangssituatie op basis van een referentietechniek

    Isolatie bassinwanden ontbreekt in zwembad.

    Technische randvoorwaarden

    Niet van toepassing.

    Economische randvoorwaarden

    Niet van toepassing.

    Toepasbaar op een zelfstandig of natuurlijk moment?

    Zelfstandig moment: ja.

    Natuurlijk moment: ja.

    Bijzondere omstandigheden

    Niet van toepassing.

    Activiteit

    Gebruiken van een zwembassin.

    Nummer maatregel

    FL3.

    Omschrijving maatregel

    Warmteverlies zwembadwater via leidingen beperken.

    Mogelijke technieken ten opzichte van uitgangssituatie

    (Aanvoer)leidingen zwembadwater voorzien van isolatie.

    Uitgangssituatie op basis van een referentietechniek

    (Aanvoer)leidingen zijn niet geïsoleerd.

    Technische randvoorwaarden

    (Aanvoer)leidingen zijn eenvoudig bereikbaar.

    Economische randvoorwaarden

    Niet van toepassing.

    Toepasbaar op een zelfstandig of natuurlijk moment?

    Zelfstandig moment: ja.

    Natuurlijk moment: ja.

    Bijzondere omstandigheden

    Niet van toepassing.

    Activiteit

    Gebruiken van een zwembassin.

    Nummer maatregel

    FL4.

    Omschrijving maatregel

    Warmteverlies via spoelwater beperken.

    Mogelijke technieken ten opzichte van uitgangssituatie

    Warmteterugwinning uit spoelwater (thermisch) spoelbufferkelder toepassen.

    Uitgangssituatie op basis van een referentietechniek

    Er is geen warmteterugwinning aanwezig in zwembad.

    Technische randvoorwaarden

    Spoelwaterbufferkelder van ten minste 55 m³ is aanwezig.

    Economische randvoorwaarden

    Niet van toepassing.

    Toepasbaar op een zelfstandig of natuurlijk moment?

    Zelfstandig moment: ja.

    Natuurlijk moment: ja.

    Bijzondere omstandigheden

    Niet van toepassing.

    Activiteit

    In werking hebben van elektromotoren.

    Nummer maatregel

    FM1.

    Omschrijving maatregel

    Energiezuinige motoren toepassen.

    Mogelijke technieken ten opzichte van uitgangssituatie

    IE4-motoren toepassen of beter.

    Uitgangssituatie op basis van een referentietechniek

    Motoren met vermogen minder dan 375 kW en meer dan 4 kW en met rendementsklasse IE1, IE2 of lager zijn aanwezig.

    Technische randvoorwaarden

    Niet van toepassing.

    Economische randvoorwaarden

    De motor heeft ten minste 4.500 bedrijfsuren per jaar.

    Toepasbaar op een zelfstandig of natuurlijk moment?

    Zelfstandig moment: nee.

    Natuurlijk moment: ja.

    Bijzondere omstandigheden

    Niet van toepassing.

    Onderdeel 4 (Energiebesparende maatregelen datacentra):

    A) Maatregelen die betrekking hebben op het gebouw:

    Activiteit

    In werking hebben van een ruimte- en buitenverlichtingsinstallatie.

    Nummer maatregel

    GD2.

    Omschrijving maatregel

    Onnodig branden van reclameverlichting voorkomen.

    Mogelijke technieken ten opzichte van uitgangssituatie

    Schemer-, en/of tijdschakelaars toepassen.

    Uitgangssituatie op basis van een referentietechniek

    Automatische aan- en uitschakeling ontbreekt.

    Reclameverlichting is overdag en ’s nachts aan.

    Technische randvoorwaarden

    Niet van toepassing.

    Economische randvoorwaarden

    Reclameverlichting kan in de nacht ten minste 6 uur worden uitgeschakeld.

    Toepasbaar op een zelfstandig of natuurlijk moment?

    Zelfstandig moment: nee.

    Natuurlijk moment: ja.

    Bijzondere omstandigheden

    Niet van toepassing.

    Activiteit

    In werking hebben van een ruimte- of buitenverlichtingsinstallatie.

    Nummer maatregel

    GD3.

    Omschrijving maatregel

    Geïnstalleerd vermogen reclameverlichting beperken.

    Mogelijke technieken ten opzichte van uitgangssituatie

    Ledlampen in bestaande armaturen toepassen.

    Uitgangssituatie op basis van een referentietechniek

    Gloei-, halogeen- en/of neonlampen zijn aanwezig.

    Technische randvoorwaarden

    Technische staat van de bestaande armaturen is volgens de installateur voldoende.

    Economische randvoorwaarden

    Niet van toepassing.

    Toepasbaar op een zelfstandig of natuurlijk moment?

    Zelfstandig moment: ja.

    Natuurlijk moment: ja.

    Bijzondere omstandigheden

    Niet van toepassing.

    Activiteit

    In werking hebben van een ruimte- of buitenverlichtingsinstallatie.

    Nummer maatregel

    GD4.

    Omschrijving maatregel

    Geïnstalleerd vermogen buitenverlichting beperken.

    Mogelijke technieken ten opzichte van uitgangssituatie

    Ledlampen in bestaande en/of nieuwe armaturen toepassen.

    Uitgangssituatie op basis van een referentietechniek

    a) Halogeenlampen en/of halogeen breedstralers zijn aanwezig.

    b) Hogedrukkwiklampen zijn aanwezig.

    Technische randvoorwaarden

    Technische staat van de bestaande armaturen is volgens de installateur voldoende.

    Economische randvoorwaarden

    a) Niet van toepassing.

    b) Aantal branduren is ten minste 4.000 uur/jaar.

    Toepasbaar op een zelfstandig of natuurlijk moment?

    Zelfstandig moment: ja.

    Natuurlijk moment: ja.

    Bijzondere omstandigheden

    Niet van toepassing.

    B) Maatregelen die betrekking hebben op faciliteiten:

    Activiteit

    In werking hebben van pompen.

    Nummer maatregel

    FB1.

    Omschrijving maatregel

    Energieverbruik van pompen beperken door vermogen vraag gestuurd te regelen.

    Mogelijke technieken ten opzichte van uitgangssituatie

    Pomp met toerenregeling toepassen.

    Uitgangssituatie op basis van een referentietechniek

    Pomp wordt geregeld met smoorregeling.

    Technische randvoorwaarden

    Variabel debiet is inpasbaar in installatie.

    Economische randvoorwaarden

    Bedrijfstijd pomp is ten minste 1.400 uur/jaar.

    Elektriciteitsverbruik op de locatie waar de milieubelastende activiteit(en) wordt/worden verricht is minder dan 10.000.000 kWh/jaar.

    Toepasbaar op een zelfstandig of natuurlijk moment?

    Zelfstandig moment: nee.

    Natuurlijk moment: ja.

    Bijzondere omstandigheden

    Niet van toepassing.

    Activiteit

    Gebruiken van en informatie- en communicatietechnologie.

    Nummer maatregel

    FC1.

    Omschrijving maatregel

    Pas energiezuinig printen en/of kopiëren op de werkplek toe.

    Mogelijke technieken ten opzichte van uitgangssituatie

    Centraal printen en kopiëren.

    Uitgangssituatie op basis van een referentietechniek

    Ten minste 10 lokale printers en/of kopieermachines zijn aanwezig.

    Technische randvoorwaarden

    Niet van toepassing.

    Economische randvoorwaarden

    Niet van toepassing.

    Toepasbaar op een zelfstandig of natuurlijk moment?

    Zelfstandig moment: nee.

    Natuurlijk moment: ja.

    Bijzondere omstandigheden

    Niet van toepassing.

    Activiteit

    In werking hebben van een serverruimte.

    Nummer maatregel

    FD1.

    Omschrijving maatregel

    Inzet van servers in serverruimte afstemmen op de vraag.

    Mogelijke technieken ten opzichte van uitgangssituatie

    Powermanagement op servers toepassen.

    Uitgangssituatie op basis van een referentietechniek

    De CPU (central processing unit) draait continu op maximale snelheid.

    Technische randvoorwaarden

    Niet van toepassing.

    Economische randvoorwaarden

    Serverruimte heeft opgesteld vermogen van ten minste 5 kW.

    Toepasbaar op een zelfstandig of natuurlijk moment?

    Zelfstandig moment: ja.

    Natuurlijk moment: ja.

    Bijzondere omstandigheden

    Niet van toepassing.

    Activiteit

    In werking hebben van een serverruimte.

    Nummer maatregel

    FD2.

    Omschrijving maatregel

    Met hogere koeltemperatuur werken door warme en koude lucht in zaal te scheiden.

    Mogelijke technieken ten opzichte van uitgangssituatie

    Volledig gescheiden koude- en warme gangen toepassen (compartimenteren).

    Uitgangssituatie op basis van een referentietechniek

    Warme en koude gangen zijn afwezig.

    Technische randvoorwaarden

    ICT-apparatuur in racks moet aan één zijde van apparatuur lucht aanzuigen.

    Economische randvoorwaarden

    Serverruimte heeft opgesteld vermogen van ten minste 5 kW.

    Toepasbaar op een zelfstandig of natuurlijk moment?

    Zelfstandig moment: ja.

    Natuurlijk moment: ja.

    Bijzondere omstandigheden

    Niet van toepassing.