Kamerstuk

Datum publicatieOrganisatieVergaderjaarDossier- en ondernummer
Tweede Kamer der Staten-Generaal2018-201935000-XIV nr. 2

35 000 XIV Vaststelling van de begrotingsstaten van het Ministerie van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit (XIV) en het Diergezondheidsfonds (F) voor het jaar 2019

Nr. 2 MEMORIE VAN TOELICHTING

Inhoudsopgave

A.

ARTIKELSGEWIJZE TOELICHTING

3

       

B.

BEGROTINGSTOELICHTING

4

       
 

1.

LEESWIJZER

4

       
 

2.

BELEIDSAGENDA

7

 

2.1

Beleidsprioriteiten

7

 

2.2

Belangrijkste beleidsmatige mutaties

18

 

2.3

Overzicht niet-juridisch verplichte uitgaven

22

 

2.4

Meerjarenplanning beleidsdoorlichtingen

22

 

2.5

Overzicht van Risicoregelingen

23

       
 

3.

BELEIDSARTIKELEN

25

   

11 Concurrerende, duurzame, veilige agro-, visserij- en voedselketens

25

   

12 Natuur en biodiversiteit

41

       
 

4.

NIET-BELEIDSARTIKELEN

50

   

50 Apparaat

50

   

51 Nog onverdeeld

53

       
 

5.

BEGROTING AGENTSCHAPPEN

55

   

Aansluiting raming begroting agentschappen met financiering door moederdepartement LNV

55

   

Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit (NVWA)

56

       
 

6.

BEGROTING DIERGEZONDHEIDSFONDS

62

       
 

7.

BIJLAGEN

72

   

Bijlage 1: Zelfstandige Bestuursorganen en Rechtspersonen met een Wettelijke Taak

72

   

Bijlage 2: Verdiepingsbijlage

76

   

Bijlage 3: Moties en toezeggingen

83

   

Bijlage 4: Subsidieoverzicht

92

   

Bijlage 5: Evaluatie- en overig onderzoek

96

   

Bijlage 6: Europese geldstromen

100

   

Bijlage 7: Regionale opgaven

107

   

Lijst van afkortingen

110

A. ARTIKELSGEWIJZE TOELICHTING

Wetsartikel 1

De begrotingsstaten die onderdeel zijn van de Rijksbegroting, worden op grond van artikel 2.3, eerste lid, van de Comptabiliteitswet 2016 elk afzonderlijk bij de wet vastgesteld.

Het wetsvoorstel strekt ertoe om de onderhavige begrotingsstaat voor het jaar 2019 vast te stellen.

Alle voor dit jaar vastgestelde begrotingswetten tezamen vormen de Rijksbegroting voor dat jaar. Een toelichting bij de Rijksbegroting als geheel is opgenomen in de Miljoenennota.

Met de vaststelling van dit wetsartikel worden de uitgaven, verplichtingen en de ontvangsten vastgesteld. De in de begrotingsstaat opgenomen begrotingsartikelen worden in onderdeel B van deze memorie van toelichting toegelicht (de zogenoemde begrotingstoelichting).

Wetsartikel 2

Met de vaststelling van dit wetsartikel worden de baten en de lasten, het saldo van de baten en de lasten en de kapitaaluitgaven en -ontvangsten van de in de staat opgenomen baten-lastenagentschappen voor het onderhavige jaar vastgesteld en worden de verplichtingen, ontvangsten en uitgaven van verplichtingen-kasagentschappen voor het onderhavige jaar vastgesteld. De in die begrotingen opgenomen begrotingsartikelen worden toegelicht in onderdeel B (Begrotingstoelichting) van deze memorie van toelichting en wel in de paragraaf inzake de agentschappen.

Wetsartikel 3

De begrotingsstaten die onderdeel zijn van de Rijksbegroting, worden op grond van artikel 2.3, eerste lid, van de Comptabiliteitswet 2016 elk afzonderlijk bij de wet vastgesteld.

Het wetsvoorstel strekt ertoe om de onderhavige begrotingsstaat van het Diergezondheidsfonds voor het jaar 2019 vast te stellen.

Met de vaststelling van dit wetsartikel worden de uitgaven, verplichtingen en de ontvangsten vastgesteld. Het in de begrotingsstaat opgenomen begrotingsartikel wordt in onderdeel B van deze memorie van toelichting toegelicht (de zogenoemde begrotingstoelichting).

De Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit, C.J. Schouten

B. BEGROTINGSTOELICHTING

1. LEESWIJZER

De leeswijzer gaat in op de volgende onderwerpen:

  • 1. Begrotingsstructuur;

  • 2. Prestatiegegevens;

  • 3. Groeiparagraaf;

  • 4. Verwerking motie Schouw en motie Hachchi c.s..

1. Begrotingsstructuur

Beleidsagenda

De beleidsagenda begint met het onderdeel beleidsprioriteiten. Na het onderdeel beleidsprioriteiten volgen: de belangrijkste begrotingsmutaties voor de uitgaven en de ontvangsten, het overzicht van de niet-juridisch verplichte uitgaven, de meerjarenplanning van de beleidsdoorlichtingen en tenslotte het overzicht van de risicoregelingen.

Beleidsartikelen

Aansluitend op de beleidsagenda volgt de toelichting op de beleidsartikelen. Per beleidsartikel is een algemene doelstelling en een beschrijving van de rol en verantwoordelijkheid van de bewindspersoon opgenomen. Voor elk beleidsartikel zijn de belangrijkste beleidswijzigingen apart opgenomen onder het kopje «beleidswijzigingen». De financiële instrumenten zijn voorzien van een korte toelichting. Waar mogelijk wordt, voor een meer inhoudelijke en gedetailleerde beleidstoelichting, verwezen naar de relevante beleidsnota’s of brieven die al naar de Tweede Kamer zijn gestuurd.

In de budgettaire tabellen van de beleidsartikelen zijn de financiële instrumenten onderverdeeld naar de volgende categorieën: subsidies, opdrachten, garanties, leningen, bekostiging, bijdrage aan agentschappen, bijdrage aan ZBO’s/RWT’s, bijdrage aan (inter)nationale organisaties en bijdragen aan medeoverheden. Deze onderverdeling komt ook terug in de structuur van het beleidsartikel.

Begrotingsreserves

Een begrotingsreserve mag met toestemming van de Minister van Financiën ten laste van een begrotingsartikel worden aangehouden (artikel 2.21, lid 1 Comptabiliteitswet 2016). De begrotingsreserves zijn bestemd voor een concreet doel en kunnen alleen voor dat doel worden gebruikt. De begrotingsreserves op de begroting van het Ministerie van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit (LNV) worden ingezet voor de volgende doelen:

  • Als borg voor de afgegeven garantstellingen (Borgstellingsfaciliteit voor de landbouw). Uit deze begrotingsreserve kan een eventuele mismatch in de tijd tussen (premie-)inkomsten en uitgaven (verliesdeclaraties) worden opgevangen.

  • De uitfinanciering (op kasbasis) van reeds aangegane en deels nog aan te gane verplichtingen (reserves voor landbouw en visserij). Via de reserves blijven de middelen beschikbaar voor het specifieke doel tot het moment van uitbetaling.

  • Het terugbetalen van financiële correcties van de Europese Commissie (begrotingsreserve voor apurement).

In het beleidsartikel 11 van deze begroting wordt de bovengenoemde begrotingsreserves apart toegelicht (conform artikel 2.21, lid 2 Comptabiliteitswet 2016). Naar aanleiding van de toezegging van de Minister van Financiën aan de Algemene Rekenkamer wordt het percentage juridisch verplicht voor de begrotingsreserve toegelicht. Daarnaast zijn conform de motie Van Veldhoven en Koolmees (Kamerstuk 34 475-XIII, nr. 12) de eventuele aanvullende afspraken over de begrotingsreserves opgenomen. Als opvolging van de motie Geurts (Kamerstuk 34 000-XIII, nr. 64) worden de geraamde wijzigingen gedurende het begrotingsjaar in de 1e en 2e suppletoire begroting inzichtelijk gemaakt.

Overzichtstabel agentschappen

In het hoofdstuk «De agentschappen» is een overzichtstabel agentschappen opgenomen. In deze tabel is de aansluiting te maken tussen de «opbrengst moederdepartement» zoals opgenomen in de agentschapsparagrafen en de «bijdrage aan agentschappen» zoals opgenomen in de begrotingsartikelen. Eventuele resterende verschillen zijn toegelicht.

2. Prestatiegegevens

In de beleidsartikelen wordt onder de algemene doelstelling aangegeven waar de Minister van LNV voor verantwoordelijk is. Indien voor deze doelstellingen een directe relatie gelegd kan worden tussen het gevoerde beleid en de gewenste (maatschappelijke) uitkomst, zijn prestatie-indicatoren opgenomen. De voorwaarde voor het opnemen van een indicator is een (doen) uitvoerende rol van de Minister. Bij de doelstellingen waarbij LNV een belangrijke bijdrage kan leveren door de juiste randvoorwaarden te creëren en het resultaat afhankelijk is van externe factoren, is het niet of beperkt mogelijk om prestatie-indicatoren op te nemen en wordt volstaan met kengetallen over ontwikkelingen op het betreffende beleidsterrein. Daarnaast zijn, waar mogelijk, prestatie-indicatoren en kengetallen opgenomen op instrumentniveau, die inzicht geven in het bereiken van specifieke resultaten.

3. Groeiparagraaf

De ontwerpbegroting 2019 is de eerste zelfstandige begroting van het Ministerie van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit van kabinet Rutte III. In 2018 is nog sprake van een EZK-begroting (met naast een begrotingsstaat voor EZK een aparte begrotingsstaat voor LNV). Deze aparte begrotingsstaten zijn ook de basis voor deze nieuwe zelfstandige begrotingen van LNV en EZK. De beleidsartikelen 6 en 8 uit de EZK-begroting 2018 zijn volledig overgeheveld naar de LNV-begroting (XIV). De nummering van deze beleidsartikelen is gewijzigd in respectievelijk artikel 11 en artikel 12. Op begrotingshoofdstuk LNV (XIV) zijn ook twee niet-beleidsartikelen vormgegeven. Het gaat om het apparaatsartikel 50 en artikel 51 Nog onverdeeld. Dit waren de artikelen 42 en 43 op begrotingshoofdstuk XIII van EZK. De Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit (NVWA) en het Diergezondheidsfonds vallen nu onder de verantwoordelijkheid van de Minister van LNV.

De beleidsartikelen 11 en 12 worden inclusief t-1 en t-2 weergegeven op de LNV begroting. Dit geldt ook voor de risicoregelingen waar LNV voor verantwoordelijk is. Hiervoor is gekozen om zoveel mogelijk de inzichtelijkheid van de cijfers te ondersteunen. De uitgaven, ontvangsten en verplichtingen van 2017 en 2018 zijn gemaakt op de begroting van EZK (XIII), maar worden vanaf de begroting 2019 daar niet meer op gepresenteerd. De cijfers van de jaren 2017 en 2018 zijn daarom cursief weergegeven in de tabellen budgettaire gevolgen van beleid van deze beleidsartikelen. Het apparaatsartikel 50 en het artikel 51 Nog onverdeeld worden vanaf het jaar 2018 gepresenteerd in begrotingshoofdstuk XIV.

De belangrijkste beleidsmatige mutaties die zijn gedaan binnen de begrotingsstaat van LNV, maar nog binnen het begrotingshoofdstuk XIII van EZK, worden ook in deze nieuwe begroting van LNV toegelicht. Formeel zijn de mutaties uitgevoerd op de begroting van EZK, maar gekozen is voor de toelichting in de begroting van LNV voor meer inzichtelijkheid en samenhang.

De herverkaveling raakt de Begroting Agentschappen en het Diergezondheidsfonds niet, dus daar zijn geen bijzonderheden of aanpassingen in de presentatie aangebracht.

De nieuwe Comptabiliteitswet schrijft voor dat voorstellen voor nieuw beleid aan de Kamer worden vergezeld van een toelichting op de doelen, instrumenten, verwachte doeltreffendheid en doelmatigheid en de financiële gevolgen voor het Rijk en derden. Een dergeljke toelichting kan behulpzaam zijn bij de politieke besluitvorming, maakt duidelijk voor de samenleving waarom bepaald beleid wordt ingezet en moet ervoor zorgen dan de effecten van beleid beter geëvalueerd kunnen worden. Door bij aanvang van beleid expliciet in te gaan op te verwachte doeltreffendheid en doelmatigheid, wordt de discussie over de maatschappelijke toegevoegde waarde van beleid bevorderd. In deze begroting is daarom extra aandacht gegeven aan de onderbouwing van nieuwe beleidsvoornemens.

Naar aanleiding van de bij het wetgevingsoverleg over het jaarverslag 2016 (28 juni 2017) aangenomen motie Weverling c.s. (Kamerstuk 34 725-XIII, nr. 10) is er bij het opstellen van de ontwerpbegroting 2019 van LNV extra aandacht geweest voor de kwaliteit van de toelichtingen vanuit het perspectief van beleidsinformatie.

4. Verwerking motie Schouw en motie Hachchi c.s.

Motie Schouw

In juni 2011 is de motie Schouw c.s. ingediend en aangenomen (Kamerstuk 21 501–20, nr. 537). Deze motie beoogt de landenspecifieke aanbevelingen van de Raad op grond van de nationale hervormingsprogramma's een eigenstandige plaats te geven in de departementale begrotingen. De Europese Commissie heeft geen landenspecifieke aanbeveling gedaan voor de LNV begroting.

Motie Hachchi c.s.

Ter uitvoering van de motie Hachchi c.s. (Kamerstuk 33 000-IV, nr. 28) brengen departementen in kaart welke uitgaven zij doen in Caribisch Nederland, uitgesplitst per instrument. Hiervoor geldt een ondergrens van € 1 mln. De totale uitgaven van LNV voor Caribisch Nederland in 2019 op het beleidsartikel 12 bedragen € 0,6 mln.

2. BELEIDSAGENDA

2.1 Beleidsprioriteiten

1. Inleiding

Met de oprichting van het Ministerie van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit (LNV) heeft het kabinet zich sterk gepositioneerd in het agro- en natuurdomein, zowel in Nederland als internationaal. Met de instelling van een nieuw Ministerie van LNV wordt tegelijk een stevige ambitie neergezet. Het beleidsterrein van LNV kent grote maatschappelijke uitdagingen, zoals de verbinding van natuur en landbouw, het behoud en herstel van de biodiversiteit, het verduurzamen van de veehouderij, aandacht voor de plattelandsregio’s, circulaire landbouw en een duurzaam en veilig voedselsysteem. Om al deze uitdagingen aan te kunnen gaan en om de ambities van het kabinet op de LNV-terreinen waar te maken, wordt hard gewerkt om een volwaardig functionerend departement neer te zetten. In mijn brief van 28 mei jl. heb ik uw Kamer hier nader over geïnformeerd (Kamerstuk 34 775-XIII, nr. 138). Dit is de eerste begroting van LNV sinds de oprichting van het departement op 26 oktober 2017 (Kamerstuk 34 700, nr. 44).

Het Ministerie van LNV staat voor een eerlijke en verantwoorde landbouw en visserij. Voor boeren, tuinders en vissers is economisch perspectief van belang en zij produceren in verbondenheid met waarden van duurzaamheid en welzijn. Samen met alle betrokkenen wordt er gewerkt aan het herstel en behoud van Nederlandse natuur. Het Ministerie van LNV wil de internationale koppositie van de agrarische sector verstevigen met een nadruk op het ontwikkelen en benutten van kennis en innovatie. Daarmee draagt Nederland bij aan de aanpak van het wereldvoedselvraagstuk (voldoende en veilig voedsel). Verder stimuleert het Ministerie de vitalisering van de plattelandsregio’s in Nederland en is de Minister van LNV in het kabinet verantwoordelijk voor de samenwerking tussen Rijk en regio op meervoudige opgaven die bijdragen aan brede welvaart in Nederland (Regio Deals).

2. Prioriteiten

2.1 Zorgvuldig gebruik van hulpbronnen, minimale impact op mens, dier, klimaat, natuur en milieu (kringlooplandbouw)

In een duurzaam Nederland heeft de landbouw idealiter geen negatieve invloed meer op de kwaliteit van lucht, is het effect op de gezondheid van omwonenden minimaal, wordt de bodem blijvend gezond gehouden, zijn de insectenpopulaties weer gezond en stabiel en worden dieren gehouden op een manier die tegemoet komt aan hun natuurlijke behoeften. Ook de visserij en aquacultuur zijn duurzaam, met respect voor natuur, waterkwaliteit en dierenwelzijn. Dit vraagt om een aantal grote systeemveranderingen die met kleine stappen worden gerealiseerd – bijvoorbeeld door kringlopen te sluiten, het gebruik van kunstmest terug te dringen en uit te gaan van beste landbouwpraktijken en bedrijfsvoering – met verduurzamingsopgaven in aanvulling op de reeds bestaande verduurzamingsplannen.

2.1.a Gezonde bodem en circulaire landbouw

Een gezonde bodem staat aan de basis van een circulaire landbouw. De bodemgesteldheid is van belang voor het stimuleren van natuurlijke bodemvruchtbaarheid, optimaliseren van het waterbergend- en vochtleverend vermogen en voor het vastleggen van koolstof in de bodem om klimaatdoelstellingen te realiseren. Hiertoe heeft LNV een bodemstrategie opgesteld die samen met externe partijen wordt uitgewerkt in een bodemprogramma (Kamerstuk 30 015, nr. 54).

LNV wil bijdragen aan het zetten van verdere stappen door telers in geïntegreerde gewasbescherming te ondersteunen, door samen met het bedrijfsleven via onderzoek alternatieve maatregelen te ontwikkelen voor het bestrijden van ziekten en plagen, door in de Europese Unie (EU) en op nationaal niveau te werken aan het sneller beschikbaar komen van laagrisico middelen en basisstoffen en door in diverse onderzoeks- en beleidsprojecten met het bedrijfsleven te werken aan oplossingen voor de verduurzaming van gewasbescherming in specifieke teelten. Voorbeelden zijn de Nationale Proeftuin Precisielandbouw, de kennisimpuls groene gewasbescherming en pilots rondom systeemaanpak (Kamerstuk 27 858, nr. 417).

Als onderdeel van de voedseltransitie is de veehouderij onderdeel van een circulair agro-ecosysteem waarin biomassa optimaal wordt ontsloten en hoogproductieve voedselkringlopen duurzaam worden gesloten. Naast voedsel levert de veehouderij andere belangrijke producten voor de samenleving zoals duurzame energie, natuur- en landschapskwaliteit en biobased grondstoffen. Dit vraagt om brongerichte aanpassing van bestaande en om nieuwe emissiearme houderijsystemen, waarbij integraal verbeteringen worden doorgevoerd op maatschappelijke duurzaamheidsthema’s zoals volksgezondheid, milieu en dierenwelzijn.

Geuroverlast door varkenshouderijen zorgt in toenemende mate voor aantasting van het leefklimaat, maatschappelijke onrust en daarmee een negatieve waardering van de sector. Het kabinet reserveert daarom € 120 mln. voor het op korte termijn verminderen van de geuroverlast door varkensbedrijven in veedichte gebieden door het saneren en beëindigen van locaties of bedrijven die willen stoppen. Daarbij wordt tevens, conform het regeerakkoord, gestreefd naar het in veedichte gebieden verminderen van risico’s voor de gezondheid van omwonenden en het verbeteren van de kwaliteit van de leefomgeving. Voor het spoor van innovatie in stal- en veehouderijsystemen en brongerichte verduurzaming reserveert het kabinet € 60 mln., waarvan € 40 mln. in de varkenshouderij. Voorts is het van belang bij de sanering ook de verbinding te leggen met andere doelen, zoals die in het klimaatakkoord. De aanpak via de twee sporen van saneren enerzijds en verduurzamen anderzijds is vastgelegd in het Hoofdlijnenakkoord warme sanering varkenshouderij (Kamerstuk 28 973, nr. 200). De maatregelen uit het akkoord worden in de tweede helft van 2018 nader uitgewerkt, in nauwe samenwerking met de ketenpartijen uit de coalitie Vitale Varkenshouderij, provincies (Noord-Brabant, Limburg, Gelderland, Overijssel en Utrecht) en de Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG). Het is de verwachting dat de regelingen in de eerste helft van 2019 gepubliceerd kunnen worden.

De definitieve verdeling vindt vervolgens plaats op basis van een evaluatie van de resultaten (onder meer op doelmatigheid en doeltreffendheid) van de eerste tranche van de sanerings- en beëindigingsregeling.

2.1.b Klimaat

Er wordt met veel partijen gewerkt aan het Klimaatakkoord. Op 10 juli jl. is een voorstel voor hoofdlijnen van een Klimaatakkoord gepresenteerd, als eerste stap naar een Klimaatakkoord dat voor het einde van het jaar gereed zou moeten zijn. Doel van het Klimaatakkoord is om over de volle breedte van de Nederlandse samenleving afspraken te maken om de emissies van broeikasgassen te reduceren. Een van de tafels waaraan gewerkt wordt aan een Klimaatakkoord is de tafel Landbouw en Landgebruik.

De transitie in landbouw en landgebruik om aan de klimaatopgave te voldoen, zeker voor de langere termijn, vraagt om nieuwe standaarden en normen, investeren in kennis, innovaties en grote systeemveranderingen, mede vanwege langjarige biologische processen.

2.1.c Mestbeleid

In 2018 heeft de Europese Commissie Nederland voor een periode van twee jaar een derogatie verleend in het kader van de Nitraatrichtlijn. Hierdoor is het voor Nederlandse agrarische ondernemers mogelijk om onder voorwaarden meer dierlijke mest te gebruiken dan de Europese norm uit de Nitraatrichtlijn. Daarbij heeft de Europese Commissie Nederland verzocht te komen met een handhavingsstrategie. Op basis daarvan zal gesproken worden over een derogatie voor de periode 2020–2021. Om agrarische ondernemers tijdig duidelijkheid te bieden wordt er op ingezet in 2019 overeenstemming te bereiken met de Europese Commissie over deze derogatie. Vanuit de middelen uit het regeerakkoord voor Natuur en Waterkwaliteit is € 60 mln. gereserveerd voor de uitvoering van het zesde actieprogramma nitraatrichtlijn. Deze middelen zullen worden ingezet voor onder andere onderzoeksprogramma’s zoals aangekondigd in het actieprogramma, investeringen in handhaving en communicatie over de maatregelen in het actieprogramma en goede landbouwpraktijk.

Vanuit het traject herbezinning op het mestbeleid zal LNV in 2019 mede op basis van een externe consultatie aangeven hoe zij aankijkt tegen de toekomst van het mestbeleid. Deze herbezinning heeft als doel te bekijken of het mogelijk is te komen tot een robuust en daarmee minder fraudegevoelig mestbeleid met een verlaging van de administratieve lasten van ondernemers en uitvoeringskosten bij de overheid. Dit traject is aangekondigd in de Kamerbrief van 22 december 2017 (Kamerstuk 33 037, nr. 250).

2.1.d Dierenwelzijn en -gezondheid

Dierenwelzijn is integraal onderdeel van duurzaam ondernemen en de verbetering van het dierenwelzijn van landbouwhuisdieren is van groot belang. Speciale aandacht vanaf 2019 is daarbij voor het terugdringen van stalbranden, verbeteren van transport en de inzet op verbetering van het dierenwelzijn en een gelijk speelveld in Europa en daarbuiten. Bij handelsverdragen wordt niet getornd aan de Europese standaarden. Om de NVWA als organisatie te versterken ontvangt zij vanaf 2019 structureel € 5 mln. [en eenmalig € 4 mln.] extra, onder andere om het toezicht op dierenwelzijn aan te scherpen en de reputatie van de Nederlandse agro- en foodsector beter te beschermen. Voorkomen van mishandeling en verwaarlozing van dieren én de opvang van in bewaring en in beslag genomen dieren blijft een aandachtspunt. Bij gezelschapsdieren ligt de focus op het bevorderen van verantwoord houden van deze dieren, een gezonde fokkerij van rashonden en katten, werken aan het tegengaan van illegale handel in pups (onder andere de witte lijst van bonafide handelaren) en het bevorderen van verantwoord houderschap door huisdiereigenaren (onder andere de positieflijsten en hoog risico honden).

Gezonde dieren zijn de norm, ziekte de uitzondering. Dit uitgangspunt in beleid moet leiden tot een minimaal en verantwoord gebruik van antibiotica wat bijdraagt aan het voorkomen van de ontwikkeling en verspreiding van antibioticaresistentie. In 2019 wordt het sectorspecifieke antibioticabeleid verder voortgezet. In overleg met sectoren en dierenartsen wordt ingezet op activiteiten om de sectorspecifieke reductiedoelstellingen – die in het najaar 2018 in afstemming met het Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport (VWS) worden vastgesteld – voor het antibioticagebruik te realiseren. Daartoe zullen sectoren hun sectorplannen voor vermindering van het antibioticagebruik uit 2016 aanscherpen (Kamerstuk 29 683, nr. 220). LNV zal in nauwe samenwerking met VWS bijdragen aan specifieke projecten, waaronder pilots om het effect van kritische succesfactoren uit te testen op bedrijven die veel antibiotica gebruiken.

Nederland wil internationaal voorop lopen in de Transitie proefdiervrije innovatie (TPI); het versnellen en experimenteren naar mogelijkheden voor onderzoek en testen zonder dieren. In de Kamerbrief van 1 juni 2018 is aangegeven (Kamerstuk 32 336, nr. 71) hoe aan TPI vorm wordt gegeven samen met maatschappelijke partijen en andere ministeries. LNV neemt, op verzoek van de Tweede Kamer, de regie over dit transitietraject.

2.2 Bevorderen dat de positie van de mensen die ons voedsel produceren in de keten wordt versterkt

Voor de ondernemers en al diegenen die voor hun bestaan mede afhankelijk zijn van wat zij in het voedselsysteem kunnen verdienen, is van belang dat zij de veranderingen die in de toekomst besloten liggen kunnen dragen; voor hun levensonderhoud nu en ook omdat ze een levensvatbaar bedrijf willen overdragen aan de volgende generatie. Ondernemers hebben daarvoor passende marktstrategieën en verdienmodellen nodig.

Hier ligt niet alleen een uitdaging voor Nederland, maar ook wereldwijd waar voldoende en veilig voedsel niet vanzelfsprekend is en een duurzame voedselproductie voor (mega)stad en platteland een belangrijke uitdaging is. Hier kan Nederland zijn kennis en kunde op het gebied van landbouw en voedsel internationaal inzetten en oplossingen bieden. Dit levert ook weer nieuwe (markt)kansen voor Nederlandse producenten.

Het gemiddelde inkomen uit bedrijf voor de land- en tuinbouwbedrijven in 2017 werd geraamd op circa € 70.000 per onbetaalde arbeidsjaareenheid. Dat is een forse stijging ten opzichte van 2016 en historisch gezien een zeer hoog niveau. Er zijn echter grote verschillen tussen en binnen de sectoren. Akkerbouwers kenden in 2017 een lage prijs voor uien, suikerbieten en aardappelen en daardoor lagere inkomens. Voor melkveehouders ging het gemiddeld wat beter en de varkenshouderij hield het relatief hoge inkomen van 2016 vast. In de pluimveesector kenden we winnaars en extreme verliezers vanwege de fipronil-affaire (eieren).

Ondanks de sterke groei van de landbouwexport en het inkomen neemt het aantal bedrijven in de Nederlandse land- en tuinbouw nog steeds af. De daling in de minst sterk grondgebonden sectoren – de intensieve veehouderij en de glastuinbouw – zit op het niveau van het gemiddelde in de periode 2000 -2015. In de melkveehouderij komt de afname van het aantal bedrijven in 2016 met 1,2% overeen met het gemiddelde van de laatste vijf jaar. In de opengrondstuinbouw is dit fors hoger dan het langjarig gemiddelde, namelijk een afname van 8% in 2016.

2.2.a Positie van de boer in de keten, mededinging en oneerlijke handelspraktijken

Het versterken van de positie van de boer in de keten is een belangrijke beleidsprioriteit. In het kader daarvan zal er in 2019 worden gewerkt aan de uitvoering van verschillende maatregelen zoals aangekondigd in de Kamerbrief d.d. 29 juni 2018 (Kamerstuk 28 265, nr. 257) met betrekking tot de mogelijkheden tot samenwerking in de land- tuinbouw, in het bijzonder met het oog op duurzaamheid, de prijzen die boeren en tuinders ontvangen voor bovenwettelijke eisen en initiatieven die de verbinding tussen boer en burger versterken. Thans hebben boeren niet altijd voldoende inkomen om maatregelen te kunnen betalen die noodzakelijk zijn om de kwaliteit van de leefomgeving te verbeteren en de effecten op het milieu te verminderen. In lijn met het regeerakkoord zullen oneerlijke handelspraktijken worden aangepakt, waarbij in 2019 voorbereiding zal worden getroffen voor de uitvoering van het Commissievoorstel voor een richtlijn Oneerlijke handelspraktijken in nationale wet- en regelgeving.

2.2.b Jonge boeren, bedrijfsovername fonds

Voor de Nederlandse landbouwsector is de continuïteit van gezinsbedrijven belangrijk om een bijdrage te kunnen blijven leveren aan verduurzaming van de voedselvoorziening voor een groeiende wereldbevolking. Onder het huidige Gemeenschappelijk Landbouwbeleid is een aantal maatregelen dat zich richt op jonge boeren, zoals de regeling Jonge Landbouwers en de top-up van de inkomenssteun. Deze maatregelen staan open voor alle jonge boeren en richten zich niet specifiek op het ondersteunen van bedrijfsovernames. Met het oog op het laatste is in het regeerakkoord € 75 mln. vrijgemaakt. Hieruit zullen jonge boeren worden ondersteund om de overname van het gezinsbedrijf en investeringen in innovatie te financieren. Hierbij zijn ook ondersteuning van coaching en begeleiding van het overnameproces van belang.

2.2.c Visserij-innovatie

Hoewel in de zeevisserijsector in de achterliggende jaren goed is verdiend, zijn er enkele grote uitdagingen die in 2019 een belangrijke rol spelen in het overheidsbeleid, ten aanzien van de pulsvisserij, de aanlandplicht, de Brexit en windmolenparken op zee. Ook in de kust- en binnenvisserij spelen grote vraagstukken die in 2019 om aandacht vragen.

Ook voor visserij is de inzet in 2019 gericht op een transitie naar betere verdienmogelijkheden voor een duurzame visserijvloot. Dit door gerichte oplossingen per gebied te zoeken waarin voedsel, energie en natuur integraal worden gewogen. Innovatie is ook hier belangrijk: een toekomstbestendige visserij is duurzamer, selectiever, met minder uitstoot, minder bodemberoering en minder ongewenste bijvangsten.

In het regeerakkoord is € 15 mln. uitgetrokken ter cofinanciering van een innovatieprogramma in de visserij. Na de zomer van 2018 wordt een voorstel over hoe deze middelen te besteden aan de Tweede Kamer gezonden Daarnaast zal in 2019 onderhandeld worden over de nieuwe verordening van het Europees Fonds voor Maritieme Zaken en Visserij (EFMZV).

In de visserij wordt in 2019 verder gewerkt aan kaders en regelgeving ten behoeve van verduurzaming van de visserij. Belangrijk daarbij is dat de uitvoerbaarheid in het oog gehouden wordt en vereenvoudiging wordt nagestreefd. In Brussel loopt het onderhandelingsproces rond de Verordening Technische Maatregelen, waarin Nederland nog steeds ijvert voor een toelating van pulsvisserij.

Ook in 2019 wordt uitvoering gegeven aan de motie De Groot (D66) (Kamerstuk 29 664, nr. 181) waarin wordt verzocht de vangstcapaciteit op het IJsselmeer structureel af te stemmen op de hoeveelheid verantwoord te onttrekken vis. Voor dit doel worden aanvullende maatregelen genomen op het IJsselmeer en worden diverse opties onderzocht.

2.2.d Nederlandse expertise in het buitenland

De internationale markt is een pilaar voor de versterking van het verdienmodel voor Nederlandse boeren en tuinders. Tegelijk kan Nederland met de inzet in derde landen en multilaterale fora en vanuit de unieke positie van het bedrijfsleven en kennisinstellingen een bijdrage leveren aan het invullen van de Sustainable Development Goals en internationale afspraken zoals het klimaatakkoord van Parijs. Uitgangspunten daarbij zijn effectiviteit en het verbinden van uitdagingen aan concrete oplossingen, ook door publiek private samenwerking. Thema’s waarop LNV zich in 2019 zal richten zijn klimaatslimme landbouw, het verminderen van food and waste losses en het benutten van genetische bronnen en oceanen.

2.3 Meer waardering voor voedsel

Maatschappelijke vraagstukken die aan eten gerelateerd zijn op het gebied van gezondheid en ecologische houdbaarheid vergen betrokkenheid van alle actoren binnen het voedselsysteem en een samenhangende aanpak. Belangrijk thema daarbij is de «waarde van voedsel», vooral de verschillende waarden bij voedsel die partijen in de samenleving hanteren.

Op basis van het WRR-advies Naar een voedselbeleid is in Nederland een beweging ingezet naar een integraal voedselbeleid. Centraal in dit integrale voedselbeleid – waar meerdere ministeries bij betrokken zijn – staan de thema’s «waarde van voedsel», «waarde van de productie van voedsel» en «beschikbaarheid van voldoende en verantwoord geproduceerd voedsel wereldwijd». Op veel plekken in de samenleving werken bedrijven, burgers, maatschappelijke organisaties en kennisinstellingen aan de transitie naar een toekomstbestendig voedselsysteem. LNV wil die maatschappelijke kracht blijven benutten, ruimte geven en waar mogelijk ondersteunen om zo invulling te geven aan de vijf onderscheiden actielijnen in het integrale voedselbeleid (Kamerstuk 31 532, nr. 193). De prioriteiten voor 2019 liggen op het verder stimuleren van gezonde en duurzame voedselkeuze, transparantie en de aanpak van voedselverspilling. Een randvoorwaarde hierbij is dat voedsel veilig is. Incidenten zoals met paardenvlees, salmonella in zalm en fipronil in eieren moeten worden voorkomen en zo nodig snel en effectief worden aangepakt. De verbeterpunten naar aanleiding van aanbevelingen van de Commissie Sorgdrager (Kamerstuk 26 991, nr. 529) worden zo snel mogelijk doorgevoerd. Hierin werkt LNV samen met VWS.

Om de voedselverspilling in 2030 te halveren, dragen we ervoor zorg dat de uitvoering van de agenda van de Taskforce Circular Economy in Food op schema ligt. Belangrijke onderdelen van de agenda zijn gericht op het bieden van concrete oplossingen om voedselverspilling te reduceren in de keten, inclusief bij huishoudens. In 2019 wordt ingezet op het stimuleren van het eten volgens de schijf van vijf zodat meer mensen kunnen eten volgens een gezond en duurzaam voedingspatroon. Dit gebeurt onder andere door het Voedingscentrum via gerichte media-inzet. Bij Jong Leren Eten ligt in 2019 het accent op Voorgezet onderwijs en MBO. Specifieke resultaten daarbij zijn professionalisering VO docenten, Gezonde schoolkantines en aandacht voor voedingscompetenties in specifieke beroepsgroepen die op MBO worden opgeleid.

In 2019 komt duidelijk zicht op kansrijke richtingen voor het ontwikkelen van True Pricing en langs welke routes het beste (efficiënt, effectief, politiek en maatschappelijk gewenst) gestuurd kan worden op het reduceren van de externe kosten of bewustwording van consumenten.

De roep om transparantie in de keten is groot. De resultaten van de pilots trusted source en blockchain krijgen een concrete doorwerking in de keten. Korte ketens, al dan niet gecombineerd met het gebruik van keurmerken, dragen ook bij aan transparantie voor de consument. Een belangrijke andere reden om voedsel in en nabij de stad te produceren is dat op die manier beter inhoud gegeven kan worden aan het principe van de circulaire economie: afval is grondstof. Hiervoor is het noodzakelijk om claims ten aanzien van duurzaamheid, klimaat, inclusiviteit enz. te kunnen objectiveren. Begin 2019 zullen de resultaten bekend zijn van de monitoring van verbrede landbouw uitgebreid met korte ketens.

2.4 Landbouw en natuur zoveel mogelijk verbinden

Versterking van de verbinding tussen natuur en landbouw is een belangrijke beleidsprioriteit. Natuur en landbouw moeten meer met elkaar in balans worden gebracht en meer gebruik maken van elkaars potentieel. Natuur dient als basis voor voedselproductie (onder andere bodembiodiversiteit) en landbouw als leefgebied voor plant- en diersoorten (biodiversiteit).

In 2019 zet LNV in op de uitvoering van de afspraken uit het interbestuurlijk programma Vitaal Platteland waarin de verbinding van landbouw en natuur een grote rol speelt. Die afspraken zijn in 2018 tussen provincies, waterschappen, gemeenten en het Rijk gemaakt. Veel inzet wordt verwacht op experimenten en proeftuinen op dit gebied en op het verzamelen en ontsluiten van kennis. Vanuit het oogpunt van natuur gaat het daarbij om bijvoorbeeld de natuurinclusieve landbouw. Waar mogelijk zal hierbij ook worden geanticipeerd op de ambities en ideeën uit het deltaplan biodiversiteit, dat door maatschappelijke partijen in voorbereiding is.

2.4.a Natuur en grote wateren

In het regeerakkoord heeft het kabinet in totaal € 275 mln. vrijgemaakt voor het thema Natuur & Waterkwaliteit. De Nederlandse natuur is een belangrijk goed voor de gehele Nederlandse samenleving. Iedere Nederlander is gebaat bij een sterke natuur; natuur zorgt voor een gezonde leefomgeving om in te wonen en te recreëren en levert de basis voor talloze producten en diensten. Uit onderzoek van onder meer het Planbureau van de Leefomgeving en het Centraal Bureau van de Statistiek is gebleken dat de natuur in natuurgebieden iets verbetert maar ook dat het herstel kwetsbaar is. De biodiversiteit buiten de natuurgebieden gaat nog steeds achteruit. Er is extra inspanning nodig om de natuur te versterken en de achteruitgang tegen te gaan.

Het Ministerie versterkt het fundament voor een gezonde en veerkrachtige natuur in Nederland, draagt bij aan de natuur elders in de wereld en geeft ook mede invulling aan Europese en mondiale afspraken om de achteruitgang van natuur te stoppen, waar mogelijk te herstellen en duurzaam te benutten.

Samen met het Ministerie van Infrastructuur en Waterstaat (IenW) wordt geïnvesteerd in de ecologie van de Grote Wateren, die zowel nationaal als internationaal van grote betekenis zijn. Vanuit de regeerakkoordmiddelen Natuur en Waterkwaliteit is hier € 95 mln. voor vrijgemaakt in de periode 2018–2020. Het gaat daarbij onder meer om inrichtingsmaatregelen in de Zuidwestelijke Delta en het Waddengebied. De komende jaren zal LNV, in de aanpak Grote Wateren en de Gebiedsagenda’s voor de Grote Wateren, samen met met IenW, Rijkswaterstaat en de regio in kaart brengen welke maatregelen het best kunnen worden uitgevoerd. Met IenW worden de vervolgstappen in kaart gebracht voor de planuitwerking van het doorlaatmiddel voor de Brouwersdam/Grevelingen, de verkenning buitendijkse slibinvang Eems-Dollard en enkele onderzoeken in Waddenzee en Markermeer die zijn gericht op toekomstige maatregelen.

Met IenW, BZK en het Ministerie van Economische Zaken en Klimaat (EZK) wordt gewerkt aan een duurzame afstemming tussen de energietransitie (wind op zee), ander energiegebruik, klimaatadaptatie en de benodigde ecologisch ruimte. Een toenemende vraag naar energie leidt zeer waarschijnlijk tot een hogere doelstelling voor wind op zee, zolang dat binnen de kaders past. Het is van belang dat de bescherming van de kwetsbare natuur en de van nature voorkomende soorten en habitats gewaarborgd blijft met Natura 2000, de Europese Kaderrichtlijn Mariene Strategie en het OSPAR-verdrag (Verdrag inzake de bescherming van het mariene milieu in het noordoostelijk deel van de Atlantische Oceaan).

3. Horizontale prioriteiten

3.1 Regio

3.1.a Het belang van de regio’s voor brede welvaart

De regio’s zijn de plek waar burgers wonen, werken en leven, waar ondernemers en werknemers nieuwe producten en diensten ontwikkelen en waar mensen genieten van natuur, landschap en recreatie. De regio is ook de plek waar maatschappelijke problemen, bijvoorbeeld over werkloosheid, sociale achterstanden of milieuproblemen zich concreet manifesteren. De regio is de omgeving waar maatschappelijke opgaven (kansen én uitdagingen) samenkomen, of het nu gaat om het stimuleren van de economie, het oplossen van ecologische uitdagingen of het versterken van de sociale cohesie. Als Rijk, regionale overheden en de bedrijven, kennisinstellingen en maatschappelijke organisaties in regio’s samen optrekken om deze opgaven aan te pakken kunnen we meer doen voor de regio en dragen we bij aan de brede welvaart in Nederland. Dit is het uitgangspunt van de Regio Deals.

3.1.b Regio Deals: in partnerschap werken aan opgaven die in de regio spelen

Met de Regio Deals wil het kabinet in partnerschap met de regio’s meervoudige opgaven aanpakken die bijdragen aan de brede welvaart. Samen met publieke en private partners werken we aan een integrale aanpak van economische, sociale en ecologische opgaven die in de regio spelen. Elke regio staat voor verschillende opgaven, of het nu gaat om het verzilveren van groeipotenties, het verbeteren van de kwaliteit van leven of leefomgeving of het bieden van nieuwe perspectieven aan burgers en bedrijven. Vandaar dat het van belang is dat de regio’s zelf met voorstellen voor Regio Deals komen, dat ze aangeven wat ze zelf kunnen doen om opgaven aan te pakken en helder maken waar het Rijk voor nodig is om tot oplossingen te komen. Het kabinet streeft naar concrete afspraken die op relatief korte termijn tot uitvoering kunnen komen en ook tot merkbare resultaten leiden voor burgers en bedrijven. De afspraken in de Regio Deals kunnen gaan over de inzet van financiële middelen, maar ook over andere zaken zoals het aanpakken knellende wet- en regelgeving of ruimte voor experimenten.

Bij de formatie is uitvoerig stilgestaan bij de uitdagingen waar de regio’s voor staan. Het kabinet is er voor heel Nederland, voor stedelijke regio’s en voor het landelijk gebied. Vanuit samenhang, krachtenbundeling en gedeelde belangen, niet vanuit tegenstellingen. Hier is een nieuwe taak uit voortgekomen die bij het constituerend beraad aan de portefeuille van het Ministerie van LNV is toegevoegd: regie aanpak regionale knelpunten en regionale deals. In 2018 is een tranche gestart met een omvang van € 200 mln. vanuit de Envelop Regionale knelpunten voor het ontwikkelen van Regio Deals (Kamerstuk 29 697, nr. 48). De deals uit deze komende tranche worden naar verwachting uiterlijk in het voorjaar van 2019 ondertekend. De Minister van LNV coördineert in het kabinet de besluitvorming over de Envelop Regionale knelpunten in overleg met de Minister van BZK.

De regio is van belang voor LNV. Dit betreft niet alleen de inzet van de in het regeerakkoord genoemde € 950 mln. in de Envelop Regionale knelpunten en het afsluiten van Regio Deals. Het gaat breder om het voelen en nemen van verantwoordelijkheid om – samen met betreffende regio’s – uitdagingen waar de regio voor staat aan te pakken.

Een belangrijke uitdaging voor LNV is het «landelijk gebied». Nederland is, ondanks het dichtbevolkte karakter, een groen land; meer dan vier vijfde van het oppervlak is in gebruik voor natuur, bos, landbouw en recreatie. Het beleid van LNV, de transities op het gebied van landbouw en natuur, heeft hiermee direct impact op de omgeving en leefbaarheid van het landelijk gebied. Naast de impact ligt ook de oplossing voor zowel het behoud van leefbaarheid als voor landelijk spelende opgaven als verduurzaming veehouderij, klimaat, de sociaal economische vitaliteit van de voedselsector, behoud van biodiversiteit en de verbinding tussen landbouw en natuur in het samen met en in de regio zelf werken aan die oplossingen. Het is hiermee niet alleen onderdeel van de ambitie van het kabinet, maar ook van de aanpak van LNV bij het realiseren van de maatschappelijke opgaven.

3.2 Kennis en innovatie

Nederland loopt voorop met kennis en innovaties voor landbouw, natuur en voedselkwaliteit. Inzet op kennis en innovatie is cruciaal voor het vinden van oplossingen voor grote maatschappelijke opgaven zoals kringlooplandbouw, een verdere verduurzaming van de landbouw en voedselproductie, voor het stoppen van de achteruitgang van de biodiversiteit en het versterken van de verbinding tussen natuur en landbouw. Dat vraagt om een stevige kennisbasis, een innovatief bedrijfsleven en overheid en een sterkere verbinding van de primaire sector, (groene) onderwijs- en kennisinstellingen, topsectoren, bedrijfsleven en ngo’s, gericht op de maatschappelijke opgaven.

Zo zijn de Kennis- en Innovatieagenda’s van de topsectoren Agri & Food en Tuinbouw & Uitgangsmaterialen recent geactualiseerd (Kamerstuk 31 532, nr. 193). De programmering richt zich via missiegedreven programma’s nog meer op de maatschappelijke opgaven in het agro- en voedseldomein.

In het najaar van 2018 zal een brede Strategische Kennis- en Innovatieagenda (SKIA) worden gepubliceerd. Deze agenda zal zich richten op de noodzakelijke systeemtransities. Het kabinet is voornemens om deze agenda vanaf 2019 in de vorm van meerjarige missiegedreven programma’s, samen met maatschappelijke partners, uit te voeren. Ook het Groen Onderwijs en praktijkgericht onderzoek maken daar deel van uit, opdat kennis en kunde worden benut en toegepast in de praktijk. Systeemveranderingen vragen ook om innovatief ondernemerschap. Halverwege 2019 wordt een steunpunt bij Rijksdienst voor Ondernemend Nederland (RVO.nl) ingericht, gericht op professionalisering van duurzaam ondernemerschap en waarde creatie in het groen onderwijs. In 2019 start de tweede fase van de uitvoering van het Groenpact als innovatieplatform voor groen onderwijs en onderzoek. Hierbij worden de HBO-centers of expertise en de MBO-centra voor innovatief vakmanschap doorontwikkeld.

Nederlandse kennis en kunde wordt internationaal verder op de kaart gezet. Bijvoorbeeld door concrete programma’s naar verduurzaming van de visteelt in Azië en klimaatslimme landbouw en veehouderij in Oost-Afrika. In 2019 wordt de samenwerking via het Borderless Network (internationaal onderwijsnetwerk) gecontinueerd. Ook aansluiting tijdens missies en deelname aan internationale programma’s zijn hierbij van belang.

In 2019 zal de Europese Commissie de strategische programmering starten voor de eerste werkprogramma’s van Horizon Europa (2021–2027). Vooral de mogelijkheden voor onderzoek en innovatie in het onderdeel «Voedsel en Natuurlijke hulpbronnen» kunnen mogelijk een grote steun bieden aan de maatschappelijke opgave van LNV. Daarom zal LNV zich in Europa inzetten om dat programma zo nauw mogelijk te laten aansluiten bij de Nederlandse beleidsprioriteiten.

3.3 Gemeenschappelijk landbouwbeleid en Brexit

Het jaar 2019 zal in het teken staan van de hervormingen van het Gemeenschappelijk Landbouwbeleid (GLB). De Nederlandse inzet, conform het regeerakkoord, is dat het toekomstige GLB minder gericht wordt op inkomensondersteuning en meer op innovatie en duurzaamheid, met andere woorden zorg draagt voor een moderne landbouw die economie, mens en leefomgeving verbindt en daarmee draagvlak en maatschappelijke legitimiteit heeft. Daarnaast moet het GLB samenwerking tussen landbouwers faciliteren en bijdragen aan risicomanagement in de sector. Tegelijkertijd met modernisering zet het kabinet in op vereenvoudiging van het GLB en daarmee op een verlaging van de regeldruk vanuit de EU. Hervorming van het GLB valt onder de onderhandelingen over het toekomstig meerjarig financieel kader (MFK). Een modern en vereenvoudigd GLB draagt bij aan een toekomstgericht en financieel houdbaar MFK.

Daarbij staan drie opgaven centraal:

  • De opgave op sociaal vlak is om te zorgen dat boeren en tuinders, juist ook vanwege dat krimpende GLB-budget, in staat worden gesteld om een eerlijke prijs te bedingen voor hun producten, die recht doet aan de productiekosten, inclusief kosten voor duurzaamheid.

  • De opgave op economisch vlak is om, bij een krimpend GLB-budget, de koploperspositie van de landbouw en bijbehorende agroketens te behouden en duurzaam te versterken. Dat vraagt met behoud van de marktoriëntatie om verduurzaming en integratie met meer regionale, circulaire landbouw en inzet op korte ketens, zodat een sterkere verbinding wordt gelegd tussen burger en boer en tussen stad en platteland.

  • De opgave met betrekking tot de leefomgeving is om te zorgen dat de landbouw bijdraagt aan het tegengaan van en aanpassen aan klimaatverandering (die ook mede door de landbouw veroorzaakt wordt), in evenwicht komt met natuur en milieu, en samengaat met het behoud van het historisch cultuurlandschap en versterking van de biodiversiteit en het dierenwelzijn. Een landbouw die primair gericht is op de wereldmarkt en daarom intensief en grootschalig is, zal de kosten daarvan niet altijd willen of kunnen verdisconteren. Het GLB moet ertoe bijdragen dat ook in een marktgerichte landbouw de «zwakke» maatschappelijke waarden actief worden beschermd.

Onafhankelijk van hoe de relatie met het VK er na de Brexit uit zal gaan zien, zal die hoe dan ook gevolgen hebben voor de handel in agrifoodproducten als ook voor de visserijsector, waarvoor blijvende toegang tot de Britse wateren van groot belang is. De inzet voor de handel in agrifoodproducten en voor de visserijsector is daarbij om de negatieve gevolgen van de Brexit tot een minimum te beperken.

De NVWA en overige keuringsdiensten binnen LNV zijn reeds gestart met de voorbereidingen op de Brexit. In 2019 heeft het kabinet hier ten behoeve van LNV € 22 mln. voor vrijgemaakt. De voorbereiding bij de NVWA loopt langs drie sporen: werving van extra medewerkers, in het bijzonder dierenartsen; de mogelijkheden in kaart brengen om de export- en importcontroles zo efficiënt mogelijk te laten verlopen en goede afstemming met ministeries, andere overheidsdiensten en bedrijfsleven (Kamerstuk 23 987, nr. 228).

4 Handhaving en uitvoering

4.1 NVWA

De Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit (NVWA) houdt toezicht bij bedrijven en instellingen op de naleving van wetten en voorschriften en draagt zo bij aan de realisatie van de ambities van de visie en beleidsagenda. Een deel van de extra beschikbaar gestelde middelen uit het regeerakkoord dragen bij aan een versterking van het toezicht. Verbeteringen hiertoe zijn al ingezet in het plan van aanpak NVWA 2020. Daarbij gaat de NVWA als toezichthouder uit van vertrouwen, maar treedt stevig op als dat vertrouwen beschaamd wordt. Met de in het regeerakkoord beschikbaar gestelde middelen wordt specifiek ingezet op de aanscherping van het toezicht, teneinde het dierenwelzijn en de voedselveiligheid te borgen. Voor 2019 en verder is een eerste tranche middelen hiervoor beschikbaar gesteld. Door toezicht aan te scherpen wordt mede ingezet op het beschermen van de reputatie van de Nederlandse agro-foodsector. Ook wordt de openbaarmaking van inspectiegegevens voortgezet; transparantie biedt handelingsperspectief aan bedrijven en burgers en draagt bij aan de naleving.

4.2 RVO.nl

Rijksdienst Voor Ondernemend Nederland (RVO.nl) stimuleert ondernemend Nederland bij duurzaam, agrarisch innovatief en internationaal ondernemen. RVO.nl zet zich in voor een kwalitatief hoogwaardige uitvoering van het beleid. RVO.nl werkt ook mee aan de hervormingen van het Gemeenschappelijk Landbouw- en Visserijbeleid. Daarnaast werkt RVO.nl in 2019 verder aan de implementatie van het landbouwperceelsregister in de Basisregistratie Grootschalige Topografie (BGT), een basisregistratie van de Nederlandse Overheid.

2.2 Belangrijkste beleidsmatige mutaties

Tussen ontwerpbegroting 2018 en 2019 was er geen sprake van een zelfstandige LNV-begroting. Onderstaand overzicht toont de belangrijkste beleidsmatige mutaties binnen de LNV-begrotingsstaat van de begroting van EZK.

Belangrijkste beleidsmatige mutaties t.o.v. vorig jaar (uitgaven) (bedragen x € 1.000)
 

Art. nr.

2018

2019

2020

2021

2022

2023

Stand Ontwerpbegroting 2018 EZK

 

739.546

677.183

669.289

671.548

673.689

 

Mutaties Voorjaarsnota 2018

 

114.301

104.017

91.472

81.358

62.177

 

Stand Voorjaarsnota 2018

 

853.847

781.200

760.761

752.906

735.866

 
               

Nieuwe mutaties:

             

Versterking NVWA

11

 

6.000

3.333

3.333

3.333

3.333

Wageningen Research

11

 

17.848

25.380

25.380

25.380

25.380

RVO.nl

11

2.400

10.000

10.000

10.000

10.000

10.000

Ontwikkelagenda Groen onderwijs

11

 

4.400

       

ACM

11

200

1.300

1.300

1.300

1.300

1.300

Desaldering uitgaven/ontvangsten NVWA

11

5.520

Dutch Food Initiative

11

4.100

4.100

4.100

Grondwaterbeschermings-gebieden

11

– 4.614

Kasschuif WR

11

– 6.000

6.000

       

Loon- en prijsbijstellingstranche 2018

11 en 12

10.960

10.552

10.351

10.232

10.171

10.255

Project Mainport Rotterdam

12

7.993

7.842

7.999

     

Herinrichting apparaat

50

67.661

66.122

64.344

64.344

64.344

Dekking diverse problematiek

51

– 34.696

– 31.996

– 30.042

– 30.123

– 28.101

– 28.101

Restant loon en prijsbijstelling LNV

51

3.591

         

Reservering regionale opgaven

51

179.500

5.500

25.100

     

Regionale opgaven Nucleair

51

– 117.000

         

Regionale opgaven ESTEC

51

– 15.000

 

– 25.000

     

Regionale opgaven Brainport Eindhoven

51

– 39.900

         

Regionale opgaven provincie Zeeland

51

– 7.600

– 5.500

– 100

     

Overige

div

– 1.373

– 1.564

– 1.155

1.570

1.870

Stand Ontwerpbegroting 2019 LNV

837.828

882.341

856.359

843.042

828.263

834.756

Toelichting

Versterking NVWA

Dit betreft de overheveling van een deel van de middelen uit de regeerakkoord envelop «capaciteit NVWA» naar de begroting van LNV. Deze eerste tranche heeft een totale omvang van € 5 mln. structureel vanaf 2019. Van deze middelen is 2/3 beschikbaar voor LNV en 1/3 voor VWS. Daarnaast is door het vorige kabinet eenmalig € 25 miljoen extra beschikbaar gesteld voor de NVWA. Vanuit die extra middelen is € 4 mln. incidenteel voor 2019 ingezet (idem voor LNV 2/3 en VWS 1/3). De extra middelen worden ingezet voor meer capaciteit voor het toezicht op voedselveiligheid en dierenwelzijn. De intensivering bij de NVWA vindt onder andere plaats door te investeren in digitaal toezicht, het versterken van de Inlichtingen en Opsporingsdienst (IOD) en door een pilot te starten met cameratoezicht in slachthuizen.

Wageningen Research

Deze mutatie betreft de inzet uit de regeerakkoord envelop Toegepast Onderzoek aan Wageningen Research. De bijdrage voor de kennisbasis wordt vanaf 2019 structureel met € 13,2 mln. verhoogd. Daarnaast is er een extra intensivering van € 4,6 mln. in 2019 voor missiegedreven programma’s. Vanaf 2020 bedraagt de extra bijdrage voor missiegedreven programma’s structureel € 12,2 mln.

RVO.nl

Uit de voorlopige kostenraming van RVO.nl voor de Agro-opdracht blijkt een grote kostenstijging. Met het oog hierop wordt structureel € 10 mln. voor de Agro-opdracht gereserveerd. Dit wordt gedekt uit middelen die bij Voorjaarsnota aan de LNV-begroting zijn toegevoegd. Daarnaast wordt er in 2018 meerwerk aan RVO.nl opgedragen, onder andere voor de implementatie van de wettelijke verplichte Basisregistratie Grootschalige Topografie. Verder is er in 2017 ca. € 0,5 mln. te weinig bevoorschot op de opdracht aan RVO.nl. Dit wordt in 2018 verrekend.

Ontwikkelagenda Groen onderwijs

In 2019 wordt € 4,4 mln. besteed aan de bijdrage aan de Ontwikkelagenda Groen onderwijs. Dit betreft een bijdrage naar aanleiding van een bestuurlijke afspraak met 40 partijen met een inspanningsverplichting voor het onderwijs, bedrijfsleven en de overheid.

ACM

Om oneerlijke handelspraktijken in de voedselketen aan te pakken, is in het regeerakkoord voorgenomen een speciaal team voor de agro-nutriketen bij ACM in te richten. Hiervoor wordt structureel € 1,3 mln. aangewend.

Loon- en prijsbijstellingstranche 2018

Met deze mutatie wordt de loon- en prijsbijstelling verdeeld naar de LNV-beleidsartikelen.

Desaldering uitgaven/ontvangsten NVWA

Met betrekking tot de afrekening van de NVWA over 2017 (positief resultaat) wordt in 2018 een bedrag van € 5,5 mln. door LNV ontvangen. Hiervan wordt € 4,3 mln. ingezet voor de LNV-bijdrage aan de NVWA voor de uitbreiding van het opdrachtenpakket. Het restant van € 1,2 mln. is gelabeld voor de fusie van de laboratoria van de NVWA en WR-RIKILT. Deze verhoging van de eigenaarsbijdrage betreft de eenmalige kosten voor de afkoop van het verschil in arbeidsvoorwaarden van het personeel dat overgaat van de NVWA naar WR-RIKILT.

Overboeking TNO naar WR

Deze mutatie betreft het structureel maken van de overboeking van middelen van TNO naar art. 11 ten behoeve van de oprichting van het Dutch Food Initiative (de versterking van voedselonderzoek bij Wageningen Research). Dit organisatieonderdeel van TNO is in 2016 overgegaan naar Wageningen Research.

Grondwaterbeschermingsgebieden

Dit betreft de budgetoverboeking naar het Provinciefonds inzake de bestuursovereenkomst grondwaterbeschermingsgebieden, waarvoor de betreffende provincies activiteiten ondernemen. Het gaat om een bedrag van € 3,8 mln. in 2018 dat verdeeld wordt over de volgende provincies: Overijssel (€ 1,2 mln.), Limburg (€ 1,0 mln.), Gelderland (€ 0,8 mln.), Noord-Brabant (€ 0,6 mln.) en Drenthe (€ 0,2 mln.). Tegelijkertijd met deze mutatie wordt een budgetoverboeking van € 0,8 mln. naar het BTW compensatiefonds gedaan. Dekking voor deze middelen komt uit de envelop «Natuur en waterkwaliteit» waarvan het 6e Actieprogramma Nitraatrichtlijn onderdeel van uit maakt.

Kasschuif WR

De Regeerakkoordmidelen voor klimaatonderzoek zijn verstrekt voor uitgaven in 2018. De verplichtingen die hiervoor aangegaan zijn bij Wageningen Research hebben echter een meerjarig karakter waardoor een deel van de betalingen in 2019 plaatsvindt. Dat deel van de in 2018 verstrekte kasmiddelen schuift door naar 2019.

Project Mainport Rotterdam

Met de ontvlechting van voormalige Ministerie van Economische Zaken, gaat de uitfinanciering van het Project Mainport Rotterdam over van artikel 2 op de begroting van EZK (XIII) naar artikel 12 op de begroting van LNV (XIV). Dit project wordt overgeheveld omdat het betrekking heeft op de LNV-beleidsterreinen op het gebied van natuur en regio.

Dekking diverse problematiek

Op artikel Nog onverdeeld stond vanaf de Voorjaarsnota een reeks middelen gereserveerd voor diverse problematiek: meerkosten RVO, implementatie AVG, ICT/DICTU tegenvallers EZK/LNV. Deze middelen worden hier nu overgeboekt – deels naar de begroting van EZK – en ingezet op de betreffende onderdelen.

Herinrichting apparaat

Dit betreft een overboeking van de begroting van EZK naar de LNV-begroting. De uitgaven bestaan uit het LNV-deel van de personele- en materiële uitgaven voor de dienstonderdelen die samen worden gedeeld met het Ministerie van EZK (o.a. de directie Bedrijfsvoering en de directie Wetgeving en Juridische Zaken (Kamerstuk 34 775-XIII, nr. 138). Het budgettaire beslag van deze onderdelen slaat volgens een verdeelsleutel neer op beide begrotingen. Ook worden middelen overgeheveld van de begroting van EZK naar de begroting van LNV voor enkele specifieke taken.

Reservering regionale opgaven

De Minister van LNV coördineert de besteding van de regeerakkoord envelop «Regionale opgaven» (in totaal € 950 mln., zie bijlage 7 in de begroting). De bijdragen aan de regio’s worden na toevoeging aan de LNV-begroting verdeeld richting de betreffende regionale opgaven. Uit het tot nu toe vanaf de aanvullende post overgehevelde bedrag is een bijdrage geleverd voor Nucleair, ESTEC, Brainport Eindhoven en een project in de provincie Zeeland.

Overig

Diverse overhevelingen van budget naar andere departementen.

Belangrijkste beleidsmatige mutaties t.o.v. vorig jaar (ontvangsten) (bedragen x € 1.000)
 

Art. nr.

2018

2019

2020

2021

2022

2023

Stand Ontwerpbegroting 2018 EZK

 

99.706

80.211

72.483

70.543

64.100

 

Mutaties Voorjaarsnota 2018

 

2.809

0

0

0

0

 

Stand Voorjaarsnota 2018

 

102.515

80.211

72.483

70.543

64.100

 

Nieuwe mutaties:

             

Desaldering uitgaven/ontvangsten NVWA

11

5.520

         

Verkoop gronden SBB

12

5.000

       

Overige

div

816

3.386

3.286

2.693

2.686

 

Stand Ontwerpbegroting 2019 LNV

 

108.851

88.597

75.769

73.236

66.786

62.367

Toelichting

Desaldering uitgaven/ontvangsten NVWA

Met betrekking tot de afrekening van de NVWA over 2017 wordt in 2018 een bedrag van € 5,5 mln. ontvangen. Hiervan wordt € 4,3 mln. ingezet voor de LNV-bijdrage aan de NVWA voor de uitbreiding van het opdrachtenpakket. De meerjarige consequenties hiervan worden vanaf 2019 ingepast in het totale opdrachtenpakket. Het restant van € 1,2 mln. is gelabeld voor de fusie van de laboratoria van de NVWA en WR-RIKILT. Deze verhoging van de eigenaarsbijdrage betreft de eenmalige kosten voor de afkoop van het verschil in arbeidsvoorwaarden van het personeel dat overgaat van de NVWA naar WR-RIKILT. Door middel van onderhavige mutatie wordt derhalve hiertoe voor 2018 een desaldering aangevraagd door verhoging van de ontvangsten en de uitgaven met de genoemde bedragen. Zie ook de voorgaande toelichting bij de uitgaven.

Verkoop gronden SBB

De reeds eerder geraamde inkomsten die Staatsbosbeheer afdraagt uit de verkoop van erfpachtpercelen op de Waddeneilanden worden over een langere periode ontvangen. In 2017 vielen de ontvangsten € 5 mln. lager uit. Voor 2019 wordt € 5 mln. meer voorzien.

Diversen

Dit betreft onder meer additionele ontvangsten vanuit het Groenfonds en een overboeking voor de herinrichting apparaat naar de begroting van LNV. De ontvangsten bestaan uit het LNV-deel van de ontvangsten van de samen gedeelde directie Bedrijfsvoering.

2.3 Overzicht niet-juridisch verplichte uitgaven

Overzicht niet-juridisch verplichte uitgaven en bestemming (bedragen x € 1.000)

Art.nr.

Naam artikel

(€ tot. Uitg. art.)

Juridisch verplichte uitgaven

Niet-juridisch verplichte uitgaven

Bestemming van de belangrijkste niet-juridisch verplichte uitgaven

11

Concurrerende, duurzame, veilige agro-, visserij- en voedselketens (€ 623.000)

€ 603.000

(97%)

€ 20.000

(3%)

– Opdrachten (€ 20.000) waarvan Agrarisch Ondernemerschap (€ 2.000), Mestbeleid (€ 5.100), Plantgezondheid (€ 3.100), Integraal Voedselbeleid (€ 2.400), Kennisontwikkeling & (agrarische) Innovatie (€ 2.600), medebewind voormalige productschappen (€ 4.000) en Overig (€ 800)

12

Natuur en biodiversiteit

(€ 120.000)

€ 108.000

(90%)

€ 12.000

(10%)

– Opdrachten (€ 12.000) waarvan Natuur & Biodiversiteit Grote Wateren (€ 4.200), Vermaatschappelijking Natuur & Biodiversiteit (€ 3.300), Natuur & Biodiversiteit op land (€ 2.200), Internationale Samenwerking (€ 1.900) en Overig (€ 200)

Totaal aan niet verplichte uitgaven

 

€ 32.000

 

2.4 Meerjarenplanning beleidsdoorlichtingen

Artikel

2017

2018

2019

2020

2021

2022

2023

Geheel artikel?

11

Concurrerende, duurzame en veilige agro-, visserij- en voedselketens

   

X

       

Ja

12

Natuur en biodiversiteit

       

X

   

Ja

(NB Onderstaande artikelnummering is nog gebaseerd op de oude artikelindeling bij EZ)

Artikel 11: Het Interdepartementaal Beleidsonderzoek (IBO) agro-, visserij-, en voedselketens is geïntegreerd met de geplande beleidsdoorlichting van voormalig artikel 16. Het IBO is 26 juni 2015 met de kabinetsreactie aan de Tweede Kamer aangeboden (Kamerstuk 30 991, nr. 25). Een nieuwe beleidsdoorlichting bevindt zich momenteel in de opstartfase en wordt in 2019 afgerond (Kamerstuk 31 104, nr. 4).

Artikel 12: De beleidsdoorlichting van voormalig artikel 18 is op 24 december 2015 aan de Tweede Kamer aangeboden (Kamerstuk 30 991, nr. 29).

Voor het meest recente overzicht van de realisatie van beleidsdoorlichtingen, zie: http://www.rijksbegroting.nl/beleidsevaluaties/evaluaties-en-beleidsdoorlichtingen/2016/afgerond-beleidsdoorlichtingen/xiii-economische-zaken-en-diergezondheidsfonds.

Voor een verdere onderbouwing van de meerjarenprogrammering zie bijlage 5 «Evaluatie- en overig onderzoek».

2.5 Overzicht van Risicoregelingen

Overzicht verstrekte garanties (bedragen x € 1.000)

Artikel

Omschrijving

Uitstaande garanties 20171

Geraamd te verlenen 2018

Geraamd te vervallen 2018

Uitstaande garanties 2018

Geraamd te verlenen 2019

Geraamd te vervallen 2019

Uitstaande garanties 2019

Garantieplafond 2019

Totaal plafond

Artikel 11 Concurrerende, duurzame, veilige agro-, visserij- en voedselketens

Garantie voor investeringen & werkkapitaal landbouwondernemingen

339.322

60.000

40.000

359.322

60.000

45.000

374.322

120.000

 

Artikel 12 Natuur en biodiversiteit

Garantie voor natuurgebieden en landschappen

364.866

0

18.700

346.166

 

19.100

327.066

 

364.866

 

Totaal

704.188

60.000

58.700

705.488

60.000

64.100

701.388

120.000

364.866

X Noot
1

De uitstaande garanties 2017 zijn uitgezet op de EZK-begroting.

Overzicht uitgaven en ontvangsten garanties (bedragen x € 1.000). «Saldo» bestaat uit «uitgaven» (schadebetalingen) en «ontvangsten» (premieontvangsten)

Artikel

Omschrijving

Uitgaven 2017

Ontvangsten 2017

Stand risicovoorziening 2017

Saldo 2017

Uitgaven 2018

Ontvangsten 2018

Stand risicovoorziening 2018

Saldo 2018

Uitgaven 2019

Ontvangsten 2019

Stand risicovoorziening 2019

Saldo

2019

Artikel 11 Concurrerende, duurzame, veilige agro-, visserij- en voedselketens

Garantie voor investeringen & werkkapitaal landbouwondernemingen

2.050

2.682

14.167

632

3.125

2.925

13.967

– 200

3.125

2.925

13.767

– 200

Artikel 12 Natuur en biodiversiteit

Garantie voor natuurgebieden en landschappen

– 

– 

– 

– 

– 

– 

– 

– 

– 

– 

– 

– 

 

Totaal

2.050

2.682

14.167

632

3.125

2.925

13.967

– 200

3.125

2.925

13.767

– 200

Artikel 11 Concurrerende, duurzame, veilige agro-, visserij- en voedselketens

Borgstelling MKB Landbouwkredieten (BL)

Met de regeling Borgstelling MKB Landbouwkredieten (BL) kunnen banken een borgstelling aan land- en tuinbouwondernemers verstrekken indien deze bedrijven voor leningen onvoldoende zekerheden bieden aan de bank. Het beoogde doel van deze borgstelling is dat in de kern gezond bedrijven – met voldoende zicht op rentabiliteit en continuïteit – maar niet of onvoldoende in hun kredietbehoefte kunnen voorzien door een tekort aan zekerheden toch leningen kunnen aangaan bij banken. Voor de borgstelling moeten de landbouwers een provisie betalen. De provisie wordt gebruikt om verliesdeclaraties die uit de regeling kunnen volgen te dekken. Jaarlijks worden de premieontvangsten en een bijdrage van LNV in de begrotingsreserve Borgstellingsfaciliteit gestort. Vanuit deze reserve worden de verliesdeclaraties betaald.

De horizonbepaling voor de BL is 1 januari 2022. In 2018 zal de Garantstelling Landbouw geëvalueerd worden. In totaliteit is het garantieplafond van de overheid € 120 mln. Voor de voorwaarden van de BL wordt verwezen naar de website van RVO.nl. Zie ook de toelichting op de begrotingsreserves in hoofdstuk 11.

Artikel 12 Natuur en biodiversiteit

Garantie voor natuurgebieden en landschappen

Het betreft het garant staan voor de leningen die aangetrokken zijn via het Groenfonds voor het realiseren van de EHS-gronden. Deze gronden zijn opgegaan in het Natuur Netwerk Nederland.

Overzicht uitstaande leningen per ultimo 2017 (bedragen x € 1.000)

Artikel

Omschrijving

Uitstaande lening

Looptijd

Lening

Rente

percentage

Wijze van

aflossing

Artikel 11 Concurrerende, duurzame, veilige agro-, visserij- en voedselketens

Wageningen Research

30.753

tot en met 2028

4,5%

jaarlijks

Artikel 11 Concurrerende, duurzame, veilige agro-, visserij- en voedselketens

Wageningen Research

11.309

tot en met 2022

4,5%

jaarlijks

Artikel 11 Concurrerende, duurzame, veilige agro-, visserij- en voedselketens

Wageningen Research

12.198

tot en met 2030

5,2%

jaarlijks

Artikel 11 Concurrerende, duurzame, veilige agro-, visserij- en voedselketens

Wageningen Research

2.579

tot en met 2031

5,0%

jaarlijks

Deze leningen zijn verstrekt in de context van het genoemde beleidsartikel.

3. BELEIDSARTIKELEN

11 Concurrerende, duurzame, veilige agro-, visserij- en voedselketens

Algemene doelstelling

LNV streeft naar internationaal toonaangevende, concurrerende, sociaal verantwoorde, veilige, en dier- en milieuvriendelijke agro-, visserij- en voedselketens.

Rol en verantwoordelijkheid

De Minister van LNV is verantwoordelijk voor:

Stimuleren

  • Het versterken van de positie van de Nederlandse agro-, visserij- en voedselketens, het stimuleren van groene economische groei en het bevorderen van transparantie en ketenverantwoordelijkheid in de Nederlandse agro- visserij- en voedselketens.

  • Het stimuleren van een adequate en duurzame voedselvoorziening/voedselzekerheid, voedselkwaliteit op Europees en mondiaal niveau evenals het bijdragen aan het Europese en internationale landbouw- en visserijbeleid.

  • Het stimuleren van kennisontwikkeling en -doorwerking (ook via onderwijs), innovatie en nieuwe technologieën voor de maatschappelijke opgaven op het terrein van agro en natuur.

  • Het stimuleren van verduurzaming van de productie en de consumptie van dierlijke en plantaardige producten door middel van nieuwe vormen van ketensamenwerking en nieuwe marktstrategieën.

  • Het breder toepassen van geïntegreerde gewasbescherming door agrarische ondernemers, evenals het borgen en verbeteren van plant- en diergezondheid en dierenwelzijn

Regisseren

  • Het borgen van voedselveiligheid. Producenten en partijen uit de voedselketen zijn primair verantwoordelijk voor de veiligheid van hun producten en productiewijze. De Minister van VWS is verantwoordelijk voor wetgeving voor voedselveiligheid, met uitzondering van wetgeving voor het slachten van dieren en het keuren en uitsnijden van vlees, waar de Minister van LNV verantwoordelijk voor is.

Uitvoeren

  • Het doen uitvoeren van een effectief beleid ter realisatie van de doelstellingen uit de Europese regelgeving.

  • Het uitvoeren van adequaat veterinair en fytosanitair beleid.

  • Het uitoefenen van toezicht en het handhaven van de regelgeving op het gebied van dier- en plantgezondheid, dierenwelzijn, mest, natuur en voedselveiligheid (primaire productie en slachterijfase).

  • Het uitvoeren van het gemeenschappelijk landbouw- en visserijbeleid.

Beleidswijzigingen

  • Jonge boeren, bedrijfsovernamefonds: In het regeerakkoord zijn middelen beschikbaar gesteld voor het bedrijfsovernamefonds voor jonge boeren (€ 75 mln.). Het doel van het fonds is jonge boeren te ondersteunen bij de overname van het agrarisch bedrijf en investeringen in innovatie te financieren. De plannen hiervoor worden verder uitgewerkt.

  • Toegepast onderzoek: In het regeerakkoord is een stapsgewijze verhoging van het budget voor toegepast onderzoek aangekondigd. De intensivering wordt ingezet op de kennisbasis van de instituten voor toegepast onderzoek, publiek-private samenwerkingen en de innovatiekracht van het MKB. Voor Wageningen Research houdt dit in dat de bijdrage voor de kennisbasis is verhoogd met € 13,2 mln. In 2019 is er een extra intensivering van € 4,6 mln. voor missiegedreven programma’s. Dit bedrag zal vanaf 2020 structureel € 12,2 mln. bedragen. De jaarlijkse extra bijdrage voor toegepast onderzoek bij Wageningen Research bedraagt daarmee € 25,4 mln. vanaf 2020.

  • Warme sanering varkenshouderij: Met diverse partijen is medio 2018 een gecombineerde aanpak langs twee sporen overeengekomen (Kamerstuk 28 973, nr. 200). Het eerste spoor zet in op het verminderen van de geuroverlast door varkensbedrijven in veedichte gebieden door het saneren en beëindigen van locaties of bedrijven die willen stoppen. Het tweede spoor zet in op de ontwikkeling van en investeringen in nieuwe stal- en houderijsystemen voor varkens-, pluimvee- en melkgeitenhouderij die gericht zijn op een reductie en het voorkomen van emissies aan de bron. Er wordt naar gestreefd om de benodigde regelgeving in het eerste kwartaal van 2019 te publiceren waarna het maatregelenpakket ten uitvoer gebracht kan worden. De betreffende financiële middelen staan nog op de Aanvullende Post bij het Ministerie van Financiën.

  • Visserij: In het regeerakkoord is € 15 mln. gereserveerd voor cofinanciering van een innovatieprogramma in de visserij. De plannen hiervoor worden nog uitgewerkt.

  • 6e Actieprogramma Nitraatrichtlijn: In het regeerakkoord is € 275 mln. voor natuur en waterkwaliteit gereserveerd. Hieruit is € 60 mln. bij de 1e suppletoire begroting 2018 (Kamerstuk 34 960-XIII, nr. 1) aan de LNV-begroting toegevoegd voor de uitvoering 6e Actieprogramma Nitraatrichtlijn. Door dit programma heeft Europa een uitzondering («derogatie») van de Nitraatrichtlijn aan Nederland verleend.

Beleidsinformatie

Kengetal

   

2013

2014

2015

2016

2017

1. Maatschappelijke appreciatiescore (schaal 1–10)

   

7,6

Geen meting

7,6

Geen meting

7,7

2. Mate van vertrouwen consumenten in voedsel (schaal 1–5)

   

3,2

Geen meting

3,2

Geen meting

Geen meting

3. Export van agrarische producten uit Nederland (bedragen x € 1 mln.)

– 

Duitsland

21.079

20.820

20.711

22.229

23.365

– 

België

8.479

5.652

8.581

9.317

10.373

– 

Verenigd Koninkrijk

7.843

8.067

8.269

8.461

8.621

– 

Frankrijk

7.481

7.122

6.714

7.129

8.048

– 

Italië

3.787

3.479

3.183

3.409

3.701

– 

Overige landen

32.287

33.561

33.926

34.973

37.594

Totaal

   

80.956

81.702

81.384

85.517

91.703

Ad. 1. De maatschappelijke appreciatiescore is een rapportcijfer waarmee de waardering van de Nederlandse samenleving voor de agrarische- en visserijsector, productiewijzen en de verwerking van agrofood en visproducten wordt uitgedrukt. Bron: TNS/NIPO.

Ad. 2. De NVWA meet op een schaal van 1–5 het vertrouwen van de consument in de veiligheid van voedsel. Meting vindt in beginsel om de 2 jaar plaats. Vanwege de grote capaciteitsinzet van de NVWA voor het fipronil incident is de meting van 2017 doorgeschoven naar 2018. Bron: NVWA monitor.

Ad. 3. Bron: Wageningen Economic Research (WEcR) en het CBS.

Indicator

Referentiewaarde

Peildatum

Raming 2019

Streefwaarde

Planning

Bron

Verhouding duurzame / totale investeringen

28%

2014

35%

30%

Nog niet bepaald

WEcR

Indicator

Referentiewaarde

Peildatum

Raming 2019

Streefwaarde

Planning

Bron

Totale CO2-emissie glastuinbouw

Circa 7,5 Mton

2013

5.2 Mton

4.6 Mton1

2020

LEI

Energie-efficiency index voedings- en genotmiddelenindustrie (VGI)

100

2005

76%

70%

2020

RVO.nl

X Noot
1

De convenantspartijen hebben op basis van resultaten van de evaluatie van de CO2 sturing (zie Kamerstuk 32 813, nr. 149), afgesproken het CO2-doel voor 2020 technisch aan te scherpen van 6,2 Mton naar 4,6 Mton.

De indicatoren geven inzicht in de voortgang van de verduurzaming op energie- en klimaatgebied van deze twee sectoren.

Indicator

Referentiewaarde

Peildatum

2017

Raming 2019

Streefwaarde

Planning

Bron

Mate van afname van antibioticagebruik in de dierhouderij

Antibiotica-verkoop in 2009

2009

63,4%

p.m. najaar 2018)

70% reductie

(ten opzichte van 2009)

Nog niet bepaald

SDa

Het betreft de reductie van het antibioticagebruik in de dierhouderij ten opzichte van 2009. De raming 2019 is afhankelijk van het vervolgbeleid 2016–2020 (zie ook Kamerstuk 29 683, nr. 234). Najaar 2018 worden in overleg met sectoren sectorspecifieke reductiedoelstellingen vastgesteld.

Indicator

Referentie-waarde

Peildatum

Raming 2019

Streef-waarde

Planning

Bron

1. Klanttevredenheid

8,3

2017

8,4

8,0

2020

Wageningen Research

2. Kennisbenutting door beleid, bedrijfsleven en maatschappelijke organisaties

97%

2017

>90%

>80%

2020

Wageningen Research

3. Percentage innoverende agrarische bedrijven

10,8%

2015

10%

10%

Nog niet bepaald

WEcR

Ad 1. en 2. In 2015 zijn alle TO2-instituten (waaronder WR) overgegaan op een nieuwe, uniforme methode voor het meten van klanttevredenheid en kennisbenutting. De scores in bovenstaande tabel geven de gerealiseerde waarden van klanttevredenheid en kennisbenutting voor het onderzoek dat WR in opdracht uitvoert.

Ad 3. Dit geeft het percentage van de bedrijven weer dat product- of procesinnovaties heeft doorgevoerd. Het gaat hierbij zowel om bedrijven die als eerste bedrijf iets nieuws hebben doorgevoerd als om innovatieve volgers (vroege volgers).

Indicator

Referentiewaarde

Peildatum

Raming 2018

Streefwaarde

Planning

Bron

Nalevingsniveau HACCP-verplichting

80%

April 2009

90%

90%

2019

NVWA

Het betreft het percentage van het totale aantal gecontroleerde bedrijven met een wettelijk verplicht Hazard Analysis and Critical Control Points (HACCP)-systeem uit het eerste deel van de vleesketen (slachthuizen, uitsnijderijen en koel- en vrieshuizen) dat aan alle controle-items voor HACCP voldoet.

Budgettaire gevolgen van beleid artikel 11 (bedragen x € 1.000)
 

2017

2018

2019

2020

2021

2022

2023

VERPLICHTINGEN

662.357

791.472

721.694

709.864

712.610

697.603

704.096

Waarvan Garantieverplichtingen

49.379

123.015

124.627

124.627

124.627

124.627

124.627

               

UITGAVEN

614.513

645.511

622.720

611.662

612.426

596.821

603.314

Waarvan juridisch verplicht (percentage)

   

97%

       
               

Subsidies

47.117

127.700

97.369

98.640

99.046

100.152

96.815

Agrarisch ondernemerschap

5.695

5.318

5.318

5.318

5.318

7.318

7.318

Duurzame veehouderij

16.464

154

110

80

80

80

80

Plantaardige productie

7.496

17.946

7.147

10.961

10.961

10.961

10.961

Kennisontwikkeling en (agrarische) innovatie

34

99.227

79.439

76.933

77.372

76.478

72.932

Visserij

225

0

0

0

0

0

0

Europees Fonds voor Maritieme Zaken en Visserij

6.970

5.055

5.355

5.348

5.315

5.315

5.524

Regeling apurement

8.312

0

0

0

0

0

0

Storting begrotingsreserve landbouw

1.812

0

0

0

0

0

0

Storting begrotingsreserve apurement

108

0

0

0

0

0

0

               

Garanties

2.682

5.140

6.752

5.432

5.432

5.432

5.432

Storting bijdrage begrotingsreserve

Borgstellingsfaciliteit

632

2.015

3.627

3.627

3.627

3.627

3.627

Verliesdeclaraties Borgstellingsfaciliteit

2.050

3.125

3.125

1.805

1.805

1.805

1.805

               

Opdrachten

117.395

55.319

73.093

71.899

72.801

57.245

59.857

Agrarisch ondernemerschap

2.114

2.540

3.682

3.807

3.807

3.807

3.807

Duurzame veehouderij

2.896

4.522

2.822

1.956

2.006

2.066

2.066

Plantaardige productie

1.416

5.155

2.867

2.342

2.592

2.666

2.666

Mestbeleid

2.950

6.130

13.081

16.108

15.597

1.111

3.703

Visserij

1.243

335

70

5

59

167

585

Integraal voedselbeleid

4.412

6.766

20.950

21.687

22.602

22.743

22.743

Plantgezondheid

1.360

5.330

5.138

5.555

5.555

5.555

5.555

Diergezondheid, dierenwelzijn en antibiotica

6.680

8.331

10.128

6.020

5.976

5.976

5.976

Kennisontwikkeling en (agrarische) innovatie

83.189

13.126

11.401

10.040

10.828

9.375

8.977

Voedselzekerheid en internationaal en Europees landbouwbeleid

11.138

3.084

2.954

4.379

3.779

3.779

3.779

               

Bijdrage aan agentschappen

336.754

343.438

329.100

315.997

315.438

313.911

320.255

Rijksrederij

7.513

7.987

7.686

7.688

7.689

7.689

7.689

Rijksdienst voor Volksgezondheid en Milieu

6.827

7.852

5.760

5.161

5.047

3.518

3.568

Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit

157.072

180.058

168.767

156.371

156.322

156.323

162.617

Rijksdienst Voor Ondernemend Nederland

165.342

147.541

146.887

146.777

146.380

146.381

146.381

               

Bijdrage aan ZBO/RWT

79.327

99.133

101.755

99.043

99.058

99.430

100.304

College toelating gewasbeschermingsmiddelen en biociden

3.740

1.425

1.291

1.191

1.191

1.191

1.191

Centrale Commissie Dierproeven

0

12

750

750

750

750

750

Wageningen Research

74.443

94.528

92.660

89.964

89.964

90.336

91.210

ZonMw (dierproeven)

0

1.618

1.876

1.960

1.960

1.960

1.960

Medebewind/voormalige productschappen

1.144

1.550

5.178

5.178

5.193

5.193

5.193

               

Bijdragen aan (internationale) organisaties

9.975

10.394

10.264

10.264

10.264

10.264

10.264

FAO en overige contributies

9.975

10.394

10.264

10.264

10.264

10.264

10.264

               

Bijdrage aan andere begrotingshoofdstukken

21.263

4.387

4.387

10.387

10.387

10.387

10.387

Diergezondheidsfonds

21.263

4.387

4.387

10.387

10.387

10.387

10.387

               

ONTVANGSTEN

110.457

50.171

39.950

38.480

37.880

37.880

35.029

Agrarisch ondernemerschap

11.331

245

245

245

245

245

245

Agroketens

10.222

0

0

0

0

0

0

Agrarische innovatie en overig

268

0

0

0

0

0

0

Mestbeleid

6.917

7.209

7.209

7.209

7.209

7.209

7.209

Visserij

5.688

7.295

6.993

6.993

6.993

6.993

6.993

Garanties (provisies borgstellingsfaciliteit)

2.682

2.925

2.925

1.800

1.800

1.800

1.800

Plant- en diergezondheid

253

0

0

0

0

0

0

Diergezondheid en dierenwelzijn

6.580

2.288

1.000

900

900

900

900

Kennisontwikkeling en (agrarische) innovatie

23.326

13.673

12.157

12.107

12.107

12.107

9.256

Voedselzekerheid en internationaal en Europees landbouwbeleid

14.428

5.926

5.926

5.926

5.926

5.926

5.926

Agentschappen

471

5.520

         

Onttrekkingen begrotingsreserve

28.290

5.090

3.495

3.300

2.700

2.700

2.700

De standen voor 2017 en 2018 vallen formeel niet onder het begrotingshoofdstuk van LNV, maar worden hier voor de inzichtelijkheid wel getoond. De gerealiseerde begrotingsstanden voor het jaar 2017 zijn formeel verantwoord in artikel 6 van het jaarverslag van EZK. De vermoedelijke uitkomsten voor 2018 vallen formeel onder artikel 6 van de begroting van EZK en zullen op die plek ook worden verantwoord middels achtereenvolgens de tweede suppletoire wet en de Slotwet/Jaarverslag 2018 EZK.

Budgetflexibiliteit

Het budget voor 2019 is voor € 597 mln. (97%) juridisch verplicht. Dat komt met name door de verplichtingen die rusten op het onderdeel Kennisontwikkeling (meerjarige programma’s en wettelijke onderzoekstaken bij Wageningen Research). Ook voor het onderdeel Agentschappen zijn de verplichtingen al in het voorafgaande jaar aangegaan.

Toelichting op de financiële instrumenten

Subsidies

Agrarisch ondernemerschap

Vergroting van het concurrentievermogen is essentieel voor het agrocomplex. Het beleid is gericht op goed en duurzaam presterende agrarische ondernemers. Het bedrag is bestemd voor tegemoetkoming aan landbouwers op de premie voor de Brede Weersverzekering. De brede weersverzekering verzekert actieve landbouwers tegen schade aan gewassen door extreme en ongunstige weersomstandigheden, zoals storm, hagel, regenval of droogte.

Plantaardige productie

De inzet van LNV is gericht op een duurzame plantaardige productie die toekomstbestendig is en maatschappelijk wordt gewaardeerd. De veranderingen die daarvoor nodig zijn in verband met maatschappelijke, economische en klimatologische uitdagingen staan daarbij centraal. Speciale aandacht krijgen klimaat, bodem, de productie van gebiedseigen eiwitten, robuuste plantaardige productie en kringlooplandbouw. De ambitieuze klimaat- en energiedoelen die voor de tuinbouw gesteld zijn, worden conform de Meerjarenafspraak Energietransitie glastuinbouw 2014 – 2020 en bijbehorende versnellingsplannen uitgewerkt. Voor de overige landbouwsectoren en de voedings- en genotmiddelenindustrie zal uitvoering worden gegeven aan de ambities en doelen van respectievelijk het herijkte convenant Schone en Zuinige Agrosectoren en de geactualiseerde Meerjarenafspraken Energiebesparing (MEE en MJA3). De begrote bedragen betreffen met name betalingen op zowel eerdere als nieuwe openstellingen van de regeling Marktintroductie energie innovaties (MEI ca. € 5,5 mln.) en het subsidie-instrument Energie-efficiëntie en hernieuwbare energie glastuinbouw (EHG) € 1,4 mln. in 2019. Het lagere bedrag voor 2019 houdt verband met de hogere verwachte kasuitgave in 2018 door een ander verwacht kasritme bij de uitfinanciering van de regeling. Verder vindt de uitfinanciering plaats van de eerder opengestelde en inmiddels afgesloten regelingen Verbetering honingproductie en Set-aside (€ 0,2 mln.).

Kennisontwikkeling en (agrarische) innovatie

Kennisontwikkeling en (agrarische) innovatie leveren een belangrijke bijdrage aan de oplossing van maatschappelijke vraagstukken die zich voordoen in het agro- en natuurdomein. Tevens draagt een goed functionerend kennissysteem bij aan de economische positie van de Nederlandse agro-, visserij- en voedselketens. De maatschappelijke vraagstukken zijn samen te vatten in drie transities voor een duurzame groei, te weten naar:

  • 1. klimaatslim en circulair produceren van gezond voedsel en non-food;

  • 2. integraal zorgvuldige en duurzame dierlijke productieketens;

  • 3. natuurinclusiviteit.

Om de gewenste veranderingen in gang te zetten, leveren missiegedreven programma’s (ca. € 49 mln. in 2019) de benodigde kennis en stimuleren ze innovaties. De Strategische Kennis- en Innovatie Agenda van LNV en de kennis- en innovatie-agenda’s van de topsectoren Agri & Food en Tuinbouw & Uitgangsmaterialen zijn hiervoor richtinggevend. Deze agenda’s zijn met draagvlak van de rijksoverheid, ondernemers, kennisinstellingen en ngo’s opgesteld. De samenwerking in cross-overs met andere topsectoren (o.a. High Tech Systemen & Materialen (HTSM) en Water) wordt verder versterkt. Naast de samenwerking met (primaire) agrarische bedrijven en de foodsector wordt samenwerking met HBO-instellingen en startups extra gestimuleerd.

Voor ondersteuning van beleidsontwikkeling, beantwoording van Kamervragen en politieke besluitvorming wordt onderzoek gedaan op de thema’s internationale markt- en handelstoegang in relatie tot veterinaire en fytosanitaire problematiek, oplossing mestprobleem, de relatie volksgezondheid en intensieve veehouderij, verduurzaming van de veehouderij, waarborgen voedselveiligheid en diergezondheid, welzijn van landbouwhuisdieren en gezelschapsdieren, geïntegreerde gewasbescherming, platteland en omgeving, natuurinclusieve landbouw, circulaire economie, klimaatneutraal produceren, voedselverspilling en voedselzekerheid. Hiervoor is in 2019 ca. € 20 mln. beschikbaar.

Voor het ontwikkelen van maatregelen om negatieve gevolgen van verdroging, vermesting en verzuring tegen te gaan is subsidie. beschikbaar (ca € 1 mln.) voor het kennisnetwerk Ontwikkeling en Beheer Natuurkwaliteit (OBN). De ontwikkelde kennis wordt gebruikt voor de implementatie van belangrijke beleidsitems zoals Natura 2000, realiseren van natuurterreinen en leefgebiedplannen.

De Minister van LNV is, vanuit de vakinhoudelijke rol, verantwoordelijk voor de bijdrage die het groen onderwijs kan bieden aan innovatie en vraagstukken rondom klimaat, gezond en veilig voedsel, een duurzame circulaire economie, natuur en omgeving. Deze maatschappelijke opgaven vragen om flexibel onderwijs dat aansluit bij de behoefte van de arbeidsmarkt, zodat nieuwe kennis kan worden toegepast en er goed opgeleide mensen beschikbaar zijn. De inzet is gericht op het versterken van de samenwerking in de gouden driehoek van onderwijs, bedrijfsleven en overheid rondom deze thema’s, onder andere via het Groenpact en daarmee samenhangend de doorontwikkeling van kenniscentra (HBO centers of Expertise Agrodier, Open teelten Greenports, Food, Natuur en Leefomgeving en MBO Centra voor Innovatief Vakmanschap Agrofood en Tuinbouw en Uitgangsmaterialen) en het Borderless Network. Voor het integraal meenemen van het onderwijs bij de inhoudelijke thematische programmering van kennis en innovatie voor LNV is in 2019 € 4,4 mln. extra beschikbaar, naast het structurele budget ad € 4,4 mln.

Het lagere budget in 2017 ten opzichte van latere jaren is te verklaren door een herrubricering met ingang van 2018 van opdrachten aan WR naar subsidies. Dit komt doordat opdrachten met een TO2 regeling als subsidieregeling aangemerkt worden (€ 68,4 mln.). Het budget in 2019 is lager ten opzichte van 2018 omdat de uitgaven voor de kennisimpuls binnen de voedselagenda, missie gedreven onderzoeksprogrammering bij WR en voor Duurzaam Door / Jong Leren Eten begroot staan onder de post «Integraal Voedselbeleid». Het budget wordt jaarlijks vanuit deze post overgeboekt naar dit begrotingsonderdeel. Zie ook de toelichting bij de post opdrachten Integraal Voedselbeleid.

Europees Fonds voor Maritieme Zaken en Visserij (EFMZV)

Het EFMZV is het fonds voor het Europees beleid op het gebied van maritieme zaken en visserij voor 2014–2020. De belangrijke uitdagingen voor de visserijsector in 2019 zijn aangeven in de beleidsagenda. Het begrote bedrag is voor nieuwe openstellingen binnen het EFMZV voor onder andere partnerschappen tussen vissers en wetenschappers, innovatie en Jonge vissers. Daarnaast worden vanuit het Nationale innovatiefonds subsidies verstrekt.

Storting begrotingsreserve apurement

De Europese Commissie kan financiële correcties opleggen. Op basis van de monitoring van het verloop van correctievoorstellen en -besluiten is de omvang van deze reserve op dit moment proportioneel in relatie tot de financiële dreigingen uit lopende onderzoeken. Daarom is voor 2019 geen storting in de reserve voorzien. Zie ook de toelichting bij de begrotingsreserve apurement.

Garanties

LNV verleent steun aan bedrijven in de primaire sector (landbouwondernemingen) door het verstrekken van garanties op leningen voor investeringen. Hierdoor wordt de financiering mogelijk gemaakt van investeringen die in de markt niet tot stand komen omdat de betreffende bedrijven niet voldoende zekerheden kunnen bieden. Tegelijkertijd wordt er met deze faciliteit een extra stimulans gegeven aan de verduurzamingsopgave van de primaire sector.

Opdrachten

Agrarisch ondernemerschap

Het budget heeft voor € 2,4 mln. betrekking op het Programma Internationale Agrarische samenwerking (PIA). Het wordt ingezet voor diverse projecten die moeten leiden tot versterking van de internationale positie van de Nederlandse agro-sector. Hierbij vervult het Landbouwraden netwerk een belangrijke rol. Verder wordt uit dit budget de uitgave (€ 1,3 mln.) voor de inrichting van het team voor de agro-nutriketen bij ACM betaald. Deze maatregelen ter versterking van de positie van de boer in de keten volgt uit het regeerakkoord.

Duurzame veehouderij

Het budget heeft betrekking op opdrachten en bijdragen aan derden die ondersteunend zijn aan de beleidsontwikkeling en -uitvoering, op het gebied van intensieve veehouderij en biologische landbouw, ontwikkeling duurzame stallen, uitrijden van dierlijke mest en voer- en managementmaatregelen. Hieronder vallen onder andere de bijdragen aan de Stichting zeldzame huisdierrassen, het COKZ voor cross compliance, follow-up bevindingen uit commissie-Nijpels, uitvoeringskosten voor regelingen vleeskalveren, welzijnsvloeren en ammoniakreductie.

Het budget in 2019 is lager dan in 2018, omdat in 2018 incidentele middelen uit de klimaatenveloppe zijn toegevoegd.

Plantaardige productie

Het budget heeft betrekking op (onderzoeks)opdrachten op het gebied van de innovatieagenda energie en energietransitie en de maatregelen in het kader van klimaat en bodem die gefinancierd worden uit de klimaatenveloppe. Het budget in 2019 is lager dan in 2018, omdat in 2018 incidentele middelen uit de klimaatenveloppe zijn toegevoegd.

Mestbeleid

Met het nationale mestbeleid wordt invulling gegeven aan de verplichtingen die volgen uit de Nitraatrichtlijn (91/676/EEG) en een bijdrage geleverd aan realisatie van de doelen van de Kaderrichtlijn Water (2000/60/EG). Doel van het mestbeleid is een verbetering van de kwaliteit van het grond- en oppervlaktewater door het bevorderen van een effectief en efficiënt gebruik van meststoffen in de landbouw. De Meststoffenwet kent verschillende stelsels. Het stelsel van gebruiksnormen en gebruiksvoorschriften stuurt rechtstreeks op de hoeveelheid meststoffen en de wijze en het moment van toediening. Het stelsel van productierechten (varkens- en pluimveerechten en fosfaatrechten voor melkvee) stuurt op de productie van dierlijke mest en de stelsels van verplichte mestverwerking, en verantwoorde en grondgebonden groei melkveehouderij sturen op een verantwoorde afzet van dierlijke mest. Nederland is op grond van de Nitraatrichtlijn verplicht om het effect van de maatregelen van de actieprogramma’s te monitoren en hierover elke vier jaar te rapporteren. Nederland heeft in 2018 een derogatie voor twee jaar toegekend gekregen. De monitoring vindt plaats in het Landelijk Meetnet effecten Mestbeleid (LMM).

Op de Meststoffenwet vindt elke vier jaar een beleidsevaluatie plaats. De jaarlijkse derogatierapportages en de vierjaarlijkse evaluatie van de Meststoffenwet worden aan de Tweede Kamer aangeboden. De vierjaarlijkse Nitraatrichtlijnrapportage (waarvoor het Ministerie van Infrastructuur en Waterstaat (IenW) eerstverantwoordelijk is) en de resultaten van het Landelijk Meetnet effecten Mestbeleid worden gepubliceerd op de website van het Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu (RIVM). De middelen zullen met name worden ingezet voor de uitvoering van het zesde Actieprogramma Nitraatrichtlijn 2018–2021.

Integraal voedselbeleid

Samen met maatschappelijke partijen en andere ministeries (waaronder VWS) geeft LNV uitvoering aan de Voedselagenda voor veilig, gezond en duurzaam voedsel (Kamerstuk 31 532, nr. 156). Een van de actielijnen – gekoppeld aan het thema waarde van voedsel – heeft betrekking op het verder stimuleren van de gezonde en duurzame voedselkeuze. In dat kader worden diverse maatschappelijke initiatieven ondersteund, zoals het Nationaal Actieprogramma Groente en Fruit en Dutch Cuisine. Het Voedingscentrum is voor LNV een belangrijke en onafhankelijke instelling om consumenten te voorzien van objectieve informatie waar zij hun voedselkeuze op kunnen baseren. Om dit te borgen wordt het Voedingscentrum ondersteund (met ca. € 2,7 mln.) bij het op peil houden van zijn kennisfunctie, als ook bij het uitvoeren specifieke opdrachten zoals het tegengaan van voedselverspilling en hoe consumenten daar aan kunnen bijdragen. Binnen hetzelfde thema –  waarde van voedsel – is het terugdringen van voedselverspilling een belangrijk speerpunt voor de komende periode. Recent is de gezamenlijke agenda van de Taskforce Circular Economy in Food (TCEF) aangeboden aan de Kamer (Kamerstuk 31 532, nr. 190). In het regeerakkoord is toegezegd om het Rijksbrede Programma Circulaire Economie en de transitieagenda’s uit te voeren als onderdeel van de klimaatopgave. In dit kader is het optimaal verwaarden van reststromen van de voedselproductie relevant. Vanuit dit budget wordt in 2019 een bedrag overgeheveld naar het begrotingsonderdeel subsidies Kennisontwikkeling en (agrarische) innovatie voor onderzoeksprogrammering en topsectoren bij WR (ca. € 10 mln.) en voor de regeling Duurzaam door/Jong leren eten (ca. € 4,8 mln.).

Borging van voedselveiligheid en het tegengaan van voedselfraude draagt bij aan het verkleinen van risico’s voor de volksgezondheid, het vergroten van het vertrouwen in voedsel en het versterken van de (internationale) positie van de agrofoodketen. Europese wetgeving is hierbij het kader. Bedrijven in de voedselketen zijn primair verantwoordelijk voor de voedselveiligheid.

Het budget voor opdrachten heeft met name betrekking op een bijdrage aan de coördinatie van Codex comités, specifiek voor het jaarlijkse Codex Alimentarius comité voor contaminanten in voedsel waarvan Nederland organisator en permanent voorzitter is, en voor beleidsadvisering en beoordeling van diergeneesmiddelen door het Bureau Diergeneesmiddelen. In totaal is voor beleid op voedselveiligheid een bedrag begroot van € 2 mln.

Plantgezondheid

Een hoogwaardige kwaliteit en een hoog plantgezondheidsniveau van plantaardige producten zijn voor de Nederlandse concurrentiekracht van groot belang. Belangrijk speerpunt is het voorkomen van de in- en uitsleep van plantenziekten in Nederland. Het beleid voor plantgezondheid/fytosanitair speelt zich in hoge mate af in een internationale context. Nederland kent een grote handel in plantaardig materiaal en het maken van goede afspraken hierover in internationaal kader is essentieel. Nederland blijft de inzet zowel in multilateraal kader als in bilaterale afspraken (markttoegang) in 2019 voortzetten. Verder zal de implementatie van de herziening van het nieuwe Europese fytosanitaire stelsel worden voortgezet. Het beschermen van gewassen tegen ziekten, plagen en onkruiden is een belangrijke randvoorwaarde om een hoogwaardige productie te blijven realiseren. Voor de beleidsdoelen, waaronder het verminderen van de milieulast veroorzaakt door de toepassing van gewasbeschermingsmiddelen en de concrete gestelde beleidsdoelen is de beleidsnota duurzame gewasbescherming 2013–2023 «Gezonde groei, duurzame oogst» (Kamerstuk 27 858, nr. 146) het kader. De nadruk ligt op opdrachten die bijdragen aan het breder toepassen van geïntegreerde gewasbescherming door agrarische ondernemers. Het budget wordt onder andere ingezet voor:

  • het stimuleren van geïntegreerde gewasbescherming voor kleine toepassingen via het «Fonds Kleine Toepassingen» (ca. € 0,2 mln.);

  • het zetten van vervolgstappen op het realiseren van de doelen van de nota «Gezonde Groei, Duurzame Oogst» (Kamerstuk 27 858, nr. 146) op basis van de resultaten van de tussenevaluatie;

  • het stimuleren van het goed functioneren van het Europese coördinatiepunt voor kleine toepassingen;

  • het doorlopende traject «systeemaanpak duurzame gewasbescherming»;

  • de doorlopende kennisimpuls «groene gewasbescherming en bestuiverstrategie»;

  • bijdrage aan de Raad voor plantenrassen (€ 0,9 mln.),

  • bijdrage aan de keuringsinstellingen KCB en Naktuinbouw voor de voorbereidingskosten voor de Brexit (€ 3,1 mln.).

Diergezondheid, dierenwelzijn en antibiotica

Aandacht voor diergezondheid en dierenwelzijn van landbouwhuisdieren is van belang voor een sterke duurzame veehouderij en komt tegemoet aan de toenemende belangstelling vanuit de samenleving voor de veehouderij. Het vervolgbeleid antibiotica in de dierhouderij kenmerkt zich door een verschuiving van generiek naar meer sectorgericht beleid. Najaar 2018 zal dit beleid verder vorm hebben gekregen door het vaststellen van sectorspecifieke reductiedoelstellingen.

Het budget voor opdrachten wordt onder meer ingezet voor de volgende activiteiten:

  • Early warning, monitoring en bewaking van dierziekten en zoönosen door onder andere Gezondheidsdienst voor dieren, Erasmus MC en Dutch Wildlife Health Centre.

  • Voorzieningen voor de crisisparaatheid, zodat een eventuele dierziekte-uitbraak snel, efficiënt en op een maatschappelijk verantwoorde manier bestreden kan worden.

  • Borging, bevordering en verbetering van dierenwelzijn door implementatie van (Europese) wetgeving en door het stimuleren van (keten)partijen. Speciale aandacht bij landbouwhuisdieren voor terugdringen stalbranden, verbeteren transport. En bij gezelschapsdieren voor het bevorderen van verantwoord houden van gezelschapsdieren.

  • De uitvoering van de regeling In Beslag genomen Goederen. Dit is een reservering voor kosten die gemaakt moeten worden voor de opvang van in beslag genomen gezelschapsdieren en landbouwhuisdieren (€ 2,4 mln.).

  • Diverse projecten voor zorgvuldig antibioticagebruik die bijdragen aan een vervolgbeleid voor 2016–2020 dat meer gericht is op vermindering van resistentierisico’s en meer sectorspecifiek is. Hieronder vallen pilotprojecten om het effect uit te testen van toepassing van kritische succesfactoren op bedrijven die structureel veel antibiotica gebruiken. Daarnaast blijft LNV de inzet van de SDa ondersteunen om het antibioticagebruik bij dieren in kaart te brengen en het zorgvuldig antibioticagebruik te bevorderen.

  • Ondersteuning geven aan de ontwikkeling van een benchmark voor varkensgezondheid in relatie tot dierenwelzijn.

  • Bijdragen aan onder andere de Landelijke Inspectiedienst Dierenbescherming (€ 1,6 mln.), Dutch Wildlife Health Centre (€ 0,5 mln.), het CIBG (ca. € 0,5 mln.) en het Landelijk Informatie Centrum Gezelschapsdieren (maximaal ca. € 0,3 mln.).

  • LNV heeft voor de Transitie Proefdiervrije Innovatie (transitie van wetenschappelijk onderzoek mét proefdieren naar onderzoek zónder proefdieren) in 2019 een bedrag van € 1,0 mln. beschikbaar (voor regie en vernieuwingsnetwerken).

Kennisontwikkeling en (agrarische) innovatie

Het budget voor opdrachten is met name bestemd voor:

  • Internationale samenwerking in Joint Programming Initiatives (JPI’s) en in het European Research Area Network (ERA-Net) en multilaterale samenwerking op het gebied van voedselzekerheid (ca. € 2 mln.).

  • Het uitvoeren van evaluaties en opdrachten voor agrarische innovatie, waarbij de focus op de activiteiten binnen het GLB ligt: vergroening, klimaat, hernieuwbare energie, water en biodiversiteit (ca. € 3 mln.).

  • Programmering van het RIVM (€ 4,8 mln.).

Het hogere budget in 2017 ten opzichte van latere jaren is te verklaren door een herrubricering met ingang van 2018 van opdrachten aan WR naar subsidies. Dit komt doordat opdrachten met een TO2 regeling als subsidieregeling aangemerkt worden (€ 68,4 mln.).

Voedselzekerheid en internationaal en Europees landbouwbeleid

Via de topsectorenaanpak worden door Nederlandse bedrijven, kennisinstellingen en overheden voedseloplossingen voor de toekomst bedacht, uitgevoerd en geëxporteerd. Hiermee kan Nederland een grote bijdrage leveren aan de wereldwijde voedselzekerheid. Tegelijkertijd wordt hiermee de internationale (concurrentie-)positie van Nederland versterkt. LNV werkt daarbij nauw samen met het Ministerie van Buitenlandse Zaken.

Het budget wordt ingezet voor de volgende activiteiten;

  • Samenwerking met transitielanden en ontwikkelingslanden op het gebied van voedselzekerheid, nieuwe initiatieven en partnerschappen op het gebied van mondiale voedselzekerheid en duurzame economische ontwikkeling op de volgende pijlers (totaal ca. € 2 mln.):

    • Klimaatslimme landbouw;

    • Duurzaam gebruik van oceanen;

    • Biodiversiteit (genetische bronnen en uitgangsmateriaal);

    • Voedselverlies en -verspilling. Uit dit budget wordt ook de consumptie van melk, fruit en groente door kinderen gestimuleerd.

  • Voorbereiding op de hervorming van het Gemeenschappelijk Landbouwbeleid voor de periode na 2020(ca. € 0,9 mln.).

  • Technische bijstand bij de uitvoering van EU programma’s voor POP3.

Bijdragen aan agentschappen

Rijksrederij

De bijdrage aan de Rijksrederij is bestemd voor het uitvoeren van taken op het gebied van visserijonderzoek en het beheer en de inspectie voor natuur en visserij.

Rijksdienst voor Volksgezondheid en Milieu (RIVM)

De bijdrage aan RIVM is bestemd voor advisering voedselveiligheid, duurzame voeding en alternatieven voor dierproeven, het Landelijk meetnet effecten mestbeleid en het Programma aanpak stikstof.

Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit (NVWA)

De bijdrage aan de NVWA is bestemd voor het toezicht op het gebied van dier- en plantgezondheid, dierenwelzijn, diervoeders, diergeneesmiddelen, dierlijke bijproducten, dierproeven, mest, natuur en de veiligheid van voedsel. Zie hiervoor ook de toelichting bij de agentschapsparagraaf van de NVWA. Vanaf 2019 komt € 5 mln. structureel extra beschikbaar uit de regeerakkoord envelop «capaciteit NVWA». Van deze middelen is 2/3 aan de begroting van LNV toegevoegd en 1/3 aan die van VWS. Daarnaast is door het vorige kabinet eenmalig € 25 miljoen extra beschikbaar gesteld voor de NVWA. Vanuit die extra middelen is € 4 mln. incidenteel voor 2019 ingezet (idem voor LNV 2/3 en VWS 1/3). De extra middelen worden ingezet voor meer capaciteit voor het toezicht op voedselveiligheid en dierenwelzijn. De intensivering bij de NVWA vindt onder andere plaats door te investeren in digitaal toezicht, het versterken van de Inlichtingen en Opsporingsdienst (IOD) en door een pilot te starten met cameratoezicht in slachthuizen.

De bijdragereeks aan de NVWA laat, ondanks de bovengenoemde extra beschikbare middelen, een daling na 2018 zien. Deze daling wordt verklaard door de verwachte efficiencyverbetering en daling van de kosten arbeidsvoorwaarden, zoals verwerkt in het financieel meerjarenkader uit 2016.

Rijksdienst Voor Ondernemend Nederland (RVO.nl)

De bijdrage aan RVO.nl is onder andere bedoeld voor de uitvoering van zijn taak als Europees betaalorgaan. Vanwege deze status kan RVO.nl Europese subsidies uitbetalen, bijvoorbeeld de basisbetaling, de betaling voor jonge landbouwers en de betaling voor klimaat- en milieuvriendelijke landbouwpraktijken en de uitvoering van het Europees Fonds Maritieme Zaken en Visserij. In het kader van het Gemeenschappelijke markt- en prijsbeleid behandelt RVO.nl aanvragen voor invoercertificaten en tariefcontingenten. Voorts worden taken uitgevoerd betreffende identificatie en registratie van dieren en het mestbeleid. Daarnaast verleent RVO.nl vergunningen voor agrarische ondernemers en voor bezit en handel in beschermde plant- en diersoorten. Verder wordt het landbouwradennetwerk vanuit deze post gefinancierd.

Bijdragen aan ZBO’s/RWT’s

College toelating gewasbeschermingsmiddelen en biociden (Ctgb)

De ministeries van LNV, IenW, SZW en VWS geven opdracht aan het College voor de toelating van gewasbeschermingsmiddelen en biociden voor het geven van beleidsadviezen en voor het afhandelen van bezwaar- en beroepschriften en verzoeken in het kader van de Wet openbaarheid van bestuur.

Centrale Commissie Dierproeven (CCD)

De CCD verstrekt vergunningen voor het mogen verrichten van dierproeven.

Wageningen Research

Dit betreft zowel kennisbasisonderzoek (KB) als wettelijke onderzoekstaken (WOT). Het strategisch plan Wageningen UR is de basis voor het meerjarig programma kennisbasisonderzoek 2019–2022. Wettelijke onderzoekstaken richten zich op voedselveiligheid, besmettelijke dierziekten, economische informatievoorziening, visserij, genetische bronnen en natuur en milieu. De taken vloeien voort uit (inter)nationale wetten, verordeningen en verdragen. De hogere budgetten ten opzichte van 2017 worden verklaard door de toevoeging van € 13,2 mln. uit de enveloppe voor toegepast onderzoek ter versterking van de kennisbasis bij WR.

ZonMW (dierproeven)

Het budget is bestemd voor de ontwikkeling en de uitvoering van alternatieven voor dierproeven.

Medebewind en overige voormalige publieke PBO-taken

In 2014 zijn publieke taken van de PBO’s overgaan naar de centrale overheid. Het begrote bedrag is onder meer bestemd voor reorganisatie en-afvloeiingskosten van voormalig medebewinds-personeel bij de PBO’s.

Bijdragen aan (internationale) organisaties

Betreft (jaarlijkse) contributies aan internationale organisaties, waarvan de grootste Food and Agriculture Organization of the United Nations (€ 7,8 mln.) en United Nations Environment Programme (€ 0,3 mln.) betreffen.

Bijdragen aan andere begrotingshoofdstukken

Dit betreft de LNV-bijdrage aan de DGF-begroting voor de monitoring en bestrijding van (bestrijdingsplichtige) dierziekten en voor de uitgaven voor voorzieningen in geval van een dierziekte-uitbraak (zoals vaccins, destructiecapaciteit en bestrijdingsmaterialen).

Zie ook het hoofdstuk Diergezondheidsfonds.

Ontvangsten

Ontvangsten Mestbeleid

De ontvangsten betreffen de boete-inkomsten voor de handhaving van het mestbeleid en de bijdrage van bedrijven die gebruik maken van de derogatie aan de kosten van het derogatiemeetnet binnen het LMM en kosten verbonden aan het verlenen van een vergunning voor derogatie vanaf 2019.

Ontvangsten Visserij

De ontvangsten hebben met name betrekking op de geïnde leges van afgegeven visserijvergunningen (zoals mosselpercelen).

Ontvangsten Garanties

De ontvangsten betreffen inkomsten uit door agrariërs betaalde provisies voor door LNV afgegeven garantstellingen aan banken.

Ontvangsten Diergezondheid en dierenwelzijn

De ontvangsten hebben vooral betrekking op overtreders verhaalde kosten en dwangsommen die worden opgelegd voor handhaving van de Gezondheids- en welzijnswet voor Dieren (Gwwd).

Ontvangsten Kennisontwikkeling en (agrarische) innovatie

De ontvangsten hebben betrekking op terugontvangen rente en aflossing van leningen aan Wageningen Research en diverse ontvangsten samenhangend met de onderzoeksfinanciering.

Ontvangsten Voedselzekerheid en internationaal en Europees landbouwbeleid

De ontvangsten vanaf 2019 betreffen voornamelijk ontvangsten van vervallen waarborgsommen.

Ontvangsten begrotingsreserves

Zie hieronder bij de toelichting op de begrotingsreserves.

Toelichting op de begrotingsreserves

Artikel 11 kent vier begrotingsreserves. Door middel van de begrotingsreserves worden uitgaven opgevangen die jaarlijks sterk in omvang kunnen variëren. Daarnaast is de begrotingsreserve Apurement gevormd om financiële correcties op te kunnen vangen die door de Europese Commissie worden opgelegd. Uit de reserves kunnen middelen worden onttrokken ter dekking van uitgaven of middelen worden gestort voor toekomstige uitgaven (voeding).

Overzicht geraamd verloop begrotingsreserves (x 1 mln.)

Reserve

Juridisch verplicht

Stand per 1/1/2018

Verwachte toevoegingen 2018

Verwachte onttrekkingen 2018

Verwachte stand per 1\1\2019

Verwachte toevoegingen 2019

Verwachte onttrekkingen 2019

Verwachte stand per 31/12/2019

Begrotingsreserve Landbouw

100%

26,7

1,9

24,8

0,6

24,2

Begrotingsreserve Visserij

39%

17,4

17,4

17,4

Begrotingsreserve Borgstellingsfaciliteit

100%

14,2

2,0

0,2

16,0

3,6

0,2

19,4

Begrotingsreserve Apurement

6%

101,8

3,0

98,8

2,7

96,1

Totaal begrotingsreserves

 

160,1

2,0

5,1

157,0

3,6

3,5

157,1

Landbouw

De begrotingsreserve Landbouw is bestemd voor uitgaven op het gebied van landbouwbeleid. Het grootste deel van de middelen is bestemd voor het flankerend beleid pelsdierhouderij (€ 22 mln.). Het restant is bestemd voor verplichtingen die zijn aangegaan voor projecten duurzame landbouw, College Toelating Gewasbeschermingsmiddelen en Biociden en de VAMIL compensatieregeling. Het bedrag in deze reserve is 100% juridisch verplicht, waartoe ook de middelen voor flankerend beleid pelsdierhouderij gerekend worden.

Visserij

De begrotingsreserve Visserij is bestemd voor uitgaven op de regelingen van het Europees Fonds voor Maritieme Zaken en Visserij (EFMZV 2014–2020). Daarmee wordt zeker gesteld dat de nationale bijdrage die is vastgesteld in het door de Europese Commissie goedgekeurde Operationeel Programma EFMZV, bij vertragingen in de uitgaven beschikbaar blijft.

Borgstellingsfaciliteit

De begrotingsreserve Borgstellingsfaciliteit is bedoeld om de verliesdeclaraties te betalen die voortvloeien uit garantstellingen aan banken waarmee innovatieve en duurzame investeringen in de landbouw en visserij worden gefaciliteerd. De begrotingsreserve fluctueert door het economische tij. In goede tijden wordt gespaard om verliesdeclaraties in slechte tijden, zoals in de jaren 2009 – 2015 te kunnen uitbetalen. Het totaal uitstaande bedrag waarvoor garant wordt gestaan is per 1-1-2018 € 339 mln. en daarmee is de begrotingsreserve 100% juridisch verplicht.

Apurement

Apurement heeft betrekking op correcties van de Europese Commissie (EC) vanwege een niet EU-conforme uitvoering van EU-subsidieregelingen. LNV monitort het verloop van correctievoorstellen en -besluiten en bepaalt of de omvang van deze reserve proportioneel is in relatie tot de financiële dreigingen uit lopende onderzoeken. Pas op het moment van de ontvangen uitspraak van de EC is er sprake van een juridische verplichting. Op grond van de tot nu toe ontvangen definitieve besluiten is 6% van de reserve juridisch verplicht.

Volledigheidshalve zijn in de aansluitende tabel de mutaties weergegeven die gemeld zijn in de 1e suppletoire begroting 2018.

Mutaties reserves (bedragen x € 1.000)

Mutaties reserves na 31-12-2017

Totaal

 

Specificatie naar begrotingsreserve

Landbouw en Visserij

Borgstellingsfaciliteit

Apurement

Stand eind 2017

160.100

44.100

14.200

101.800

Mutaties 1e suppletoire begroting 2018

– 20

– 20

   

Stand na 1e suppletoire begroting 2018

160.080

44.080

14.200

101.800

Extracomptabele fiscale regelingen

Naast de in dit begrotingsartikel genoemde instrumenten, zijn er fiscale regelingen die betrekking hebben op dit beleidsterrein. In onderstaande tabel is ter informatie het budgettaire belang van deze regelingen vermeld. De cijfers zijn ontleend aan de corresponderende bijlage «Fiscale regelingen» in de Miljoenennota. Voor een beschrijving van de regelingen, de doelstelling, de ramingsgrond, een verwijzing naar de laatst uitgevoerde evaluatie en het beoogde jaar van afronding van de volgende evaluatie wordt verwezen naar de bijlage bij de Miljoenennota «Toelichting op de fiscale regelingen».

Tabel Fiscale regelingen 2017–2019, budgettair belang op transactiebasis in lopende prijzen (x € miljoen)1
 

2017

2018

2019

Landbouwvrijstelling in de winstsfeer

1.471

1.409

1.347

OVB Vrijstelling cultuurgrond2

118

123

128

EB Verlaagd tarief glastuinbouw3

127

136

161

X Noot
1

[–] = regeling is in dat jaar niet van toepassing; [0] = budgettair belang van de regeling bedraagt in dat jaar afgerond nihil.

X Noot
2

OVB = Overdrachtsbelasting

X Noot
3

EB = Energiebelasting

12 Natuur en biodiversiteit

Algemene doelstelling

LNV streeft naar een sterke en veerkrachtige natuur, verweven met de economie en optimaal bijdragend aan duurzaam maatschappelijk welzijn.

Rol en verantwoordelijkheid

De Minister van LNV is verantwoordelijk voor het in nationaal, EU- en mondiaal verband beschermen en versterken, alsmede duurzaam benutten van natuur en biodiversiteit. Het Rijk werkt hieraan, in lijn met de Rijksnatuurvisie Natuurlijk verder (2014), in verschillende rollen op uiteenlopende werkterreinen. Voor natuur op land is binnen de overheid de samenwerking met de provincies cruciaal: binnen de kaders van de Wet natuurbescherming zijn de provincies verantwoordelijk voor het realiseren van natuurdoelen. De Minister van LNV is verantwoordelijk voor de kaders van behoud, versterken en duurzaam benutten van de nationale natuur en biodiversiteit. Voor de natuurkwaliteit van de Rijkswateren en voor de internationale samenwerking op natuurgebied, treedt de Minister als eerstverantwoordelijke op. De Minister is mede verantwoordelijk voor het stimuleren en anderszins versterken van de maatschappelijke betrokkenheid bij het beschermen, versterken en duurzaam benutten van natuur en biodiversiteit.

Stimuleren en faciliteren

  • Ondersteunen van de positieversterking nationale parken.

  • Helpen realiseren van innovatieve combinaties tussen natuur en maatschappelijke en economische activiteiten.

  • Bevorderen van behoud en duurzaam gebruik van biodiversiteit in het agrarisch gebied en agroketens.

  • Versterken van internationale aandacht voor regulering van handel in bedreigde soorten en tegengaan van illegale handel.

  • Ontwikkeling en toepassing van natuurlijk-kapitaal-rekening in zowel publiek domein als bedrijfsleven en bevorderen dat bedrijven, financiële instellingen en de overheid transparant zijn over hun impact op en afhankelijkheid van natuurlijk kapitaal.

  • Stimuleren van de inzet van de Nederlandse bos-, natuur- en houtsector in het energie- en klimaatbeleid en het bevorderen van de duurzame bijdrage van bos en natuur aan de groene grondstoffenvoorziening.

  • Maatschappelijke initiatieven in lijn met de natuurvisie van het Rijk.

Regisseren

  • Samen met andere overheden en bedrijfsleven inzetten op het bereiken van beleidsdoelen voor 2020 van het mondiale biodiversiteitsverdrag (Convention on Biological Diversity, CBD), de Europese Biodiversiteitsstrategie en de Agenda 2030 voor Duurzame Ontwikkeling (Sustainable Development Goals) op het terrein van natuur en biodiversiteit.

  • Ten behoeve van het ontwikkelen van een nieuw CBD raamwerk van beleidsdoelen voor de periode 2020–2030, de Nederlandse inzet in internationaal overleg over natuur en biodiversiteit zó organiseren, dat publieke en private sectoren hun rol en verantwoordelijkheid kunnen nemen in de keten voor behoud en versterking van natuur en biodiversiteit.

  • Versterken van natuurkwaliteit in de Grote Wateren.

Uitvoeren

  • Met provincies nakomen van afspraken die gemaakt zijn in het Natuurpact en samen met provincies en IenW/RWS monitoren van de toestand van de natuur en biodiversiteit en benutting van natuur op land en in het water.

  • Onderhouden en handhaven Wet natuurbescherming en Wet grondslagen natuurbeheer- en bescherming Caribisch Nederland.

  • Voorbereiding en uitvoering van internationale en in EU-verband gemaakte afspraken over de internationale handel in bedreigde dieren en planten.

  • Implementatie van het Europese exotenbeleid. De provincies zijn verantwoordelijk voor het beheer van invasieve exoten.

  • Het doen uitvoeren – onder andere door de diensten (RVO.nl, NVWA) – van de in de Wet natuurbescherming vastgelegde rijkstaken.

  • Het doen uitvoeren van regelingen en programma’s (zoals met provincies, en ministeries IenW en Defensie realiseren van Programma Aanpak Stikstof, Programma naar een Rijke Waddenzee, de natuuronderdelen van de Mariene Strategie en het beheer van Kroondomeinen).

  • Staatsbosbeheer, in samenhang met zijn maatschappelijke omgeving, in staat stellen uitvoering te geven aan zijn kerntaken en overige opgedragen taken, zoals bedoeld in de Wet verzelfstandiging Staatsbosbeheer.

Beleidsinformatie

Indicator

1995

2006

2014

2016

2017

Percentage «niet bedreigde soorten»

61,4%

61,2%

61,8%

61,8%

60,2%

Bron: CBS

Deze indicator geeft het percentage soorten dat niet op de rode lijst van bedreigde soorten staat. Bij een waarde van 100% staan er geen zoogdieren, vogels, reptielen, amfibieën, vlinders, libellen of vaatplanten meer op een rode Lijst. De cijfers voor deze indicator worden jaarlijks door het CBS geactualiseerd.

Kengetal

1992

1995

2000

2005

2010

2015

2016

Aantal leden natuurbeschermingsorganisaties (x 1.000)

1.174

1.662

1.980

2.221

2.130

1.962

1.938

Bron: Vroege Vogels Parade 1999, 2003, 2004, 2005 t/m 2016; Tot 2003: Natuurmonumenten, de Landschappen, Wereld Natuur Fonds, Vogelbescherming. Gegevens ontleend aan Compendium voor de leefomgeving (WR/2016).

Betreft het aantal leden van Wereld Natuur Fonds, Natuurmonumenten, Provinciale landschappen en de Vogelbescherming. Particuliere natuurbeschermingsorganisaties spelen in Nederland een grote rol bij het beheer van natuurgebieden en het vergroten van maatschappelijk draagvlak voor natuur en landschap. Het aantal leden in 2017 wordt in augustus bekend en wordt opgenomen in het jaarverslag van 2018.

Beleidswijzigingen

In het regeerakkoord is voor deze kabinetsperiode een intensivering van € 275 mln. opgenomen voor natuur en waterkwaliteit. Het kabinet heeft aangegeven hoe deze middelen worden ingezet (Kamerstuk 27 625, nr. 422). Daaruit volgt onder andere dat samen met het Ministerie van Infrastructuur en Waterstaat (IenW) € 95 mln. wordt geïnvesteerd in de natuur van de Grote Wateren die zowel nationaal als internationaal van grote betekenis is. Ook is aangegeven dat in het Interbestuurlijk Programma (Kamerstuk 29 362, nr. 266) de opgave «Naar een vitaal platteland» is opgenomen dat gaat over de integrale aanpak van de veranderingsopgaven in het landelijk gebied. Hierbij gaat de aandacht met name uit naar kansrijke gebieden rondom Natura2000, veenweidegebieden en gebieden met een hoge veedichtheid. Voor deze integrale aanpak van de veranderingsopgaven is voor deze kabinetsperiode € 40 mln. gereserveerd.

Budgettaire gevolgen van beleid artikel 12 (bedragen x € 1.000)
 

2017

2018

2019

2020

2021

2022

2023

VERPLICHTINGEN

111.508

110.568

105.364

108.724

109.438

109.644

109.644

Waarvan garantieverplichtingen

             
               

UITGAVEN

115.829

117.313

119.510

123.317

116.014

116.818

116.818

Waarvan juridisch verplicht

   

90%

       
               

Subsidies

8.225

2.594

2.515

2.515

2.515

2.515

2.515

Vermaatschappelijking Natuur en Biodiversiteit

6.106

1.037

1.037

1.037

1.037

1.037

1.037

Natuur en biodiversiteit op land

1.329

772

693

693

693

693

693

Beheer Kroondomein

790

785

785

785

785

785

785

             

Leningen

26.731

27.345

27.345

27.345

27.345

27.345

27.345

Rente en aflossingen voor bestaande leningen

26.731

27.345

27.345

27.345

27.345

27.345

27.345

             

Opdrachten

17.483

30.898

33.864

37.865

30.734

31.538

31.538

Natuur en Biodiversiteit Grote wateren

5.547

7.412

11.311

11.264

10.474

10.561

10.561

Vermaatschappelijking Natuur en Biodiversiteit

6.099

3.371

5.859

6.952

8.134

8.851

8.851

Overige stelsel activiteiten

1.543

1.569

1.599

4.374

4.374

4.374

4.374

Internationale Samenwerking

3.479

3.341

3.715

3.715

3.715

3.715

3.715

Natuur en Biodiversiteit op land

371

9.457

10.961

11.137

3.573

3.573

3.573

Caribisch Nederland

443

423

419

423

464

464

464

Klimaatimpuls natuur en biodiversiteit

0

5.325

0

0

0

0

0

               

Bijdragen aan medeoverheden

1.459

600

200

0

0

0

0

Caribisch Nederland

1.459

600

200

0

0

0

0

             

Bijdragen aan ZBO’s/RWT’s

26.688

26.646

26.505

26.504

26.379

26.379

26.379

Staatsbosbeheer

26.688

26.646

26.505

26.504

26.379

26.379

26.379

             

Bijdragen aan (inter)nationale organisaties

1.103

1.338

1.188

1.188

1.188

1.188

1.188

Contributies

1.103

1.338

1.188

1.188

1.188

1.188

1.188

             

Bijdragen aan agentschappen

34.140

27.892

27.893

27.900

27.853

27.853

27.853

Rijksdienst Voor Ondernemend Nederland

24.311

18.338

18.336

18.342

18.295

18.295

18.295

Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit

9.829

9.554

9.557

9.558

9.558

9.558

9.558

             

ONTVANGSTEN

65.691

57.180

45.861

34.503

32.563

26.120

23.907

Landinrichtingsrente

40.581

37.259

34.940

31.418

29.478

23.035

21.853

Verkoop gronden

20.000

15.000

5.000

0

0

0

0

Overige

5.110

4.921

5.921

3.085

3.085

3.085

2.054

De standen voor 2017 en 2018 vallen formeel niet onder het begrotingshoofdstuk van LNV, maar worden hier voor de inzichtelijkheid wel getoond. De gerealiseerde begrotingsstanden voor het jaar 2017 zijn formeel verantwoord in artikel 8 van het jaarverslag van EZK. De vermoedelijke uitkomsten voor 2018 vallen formeel onder artikel 8 van de begroting van EZK en zullen op die plek ook worden verantwoord middels achtereenvolgens de tweede suppletoire wet en de Slotwet/het Jaarverslag 2018 EZK.

Budgetflexibiliteit

Het budget 2019 is voor circa € 108 mln. (90%) juridisch verplicht. Dat komt met name door de verplichtingen die rusten op de onderdelen rente en aflossingen, bijdragen aan agentschappen, de bijdragen aan Staatsbosbeheer en aan internationale organisaties (HGIS).

Toelichting op de financiële instrumenten

Subsidies

Vermaatschappelijking natuur en biodiversiteit

Er wordt jaarlijkse een subsidie van ca. € 1 mln. verleend voor activiteiten op het gebied van communicatie, educatie, samenwerking en promotie van Nationale Parken.

Natuur en biodiversiteit op land

Het Rijk heeft met de decentralisatie van het natuurbeleid naar de provincies een beperkte rol bij natuur en biodiversiteit op land. Het budget wordt met name ingezet voor subsidieregelingen waarvoor geen nieuwe subsidies meer worden verstrekt, maar waarvoor nog wel (langlopende) betalingen plaatsvinden. Het gaat om Stimulering bosuitbreiding op landbouwgronden en de Tijdelijke regeling Particulier Natuurbeheer.

Natuur en biodiversiteit op land; Beheer kroondomeinen

Het Loo is een landgoed van circa 10.400 hectare en bestaat uit twee deelgebieden: de Staatsdomeinen bij Het Loo en het eigenlijke Kroondomein. Voor het gehele Kroondomein bestaat eenheid van beheer. Bij de Staatsdomeinen bij Het Loo zijn de baten en lasten voor rekening van de Staat. De Kroondrager is economisch eigenaar van het eigenlijke Kroondomein en heeft hierop het vruchtgebruik en gebruikersrechten alsmede de lasten. Het juridisch eigendom berust bij de Staat. Het Rijk verstrekt jaarlijks een subsidie van circa € 0,8 mln. aan de Kroondrager, als privaatrechtelijk vruchtgebruiker van het eigenlijke Kroondomein, voor beheers- en inrichtingsmaatregelen van het Kroondomein Het Loo.

Leningen

Rente en aflossingen voor verstrekte leningen

Voor de realisatie (verwerving en doorlevering van gronden) van het Natuurnetwerk Nederland (voorheen de Ecologische Hoofdstructuur) zijn in het verleden leningen verstrekt met tussenkomst van het Groenfonds. Door de decentralisatie van het natuurbeleid naar de provincies worden geen nieuwe leningen meer aangegaan. LNV betaalt aan het Groenfonds de rente en aflossing van de leningen die zij hiervoor heeft uitstaan.

Opdrachten

Natuur en biodiversiteit Grote Wateren

Het Rijk is verantwoordelijkheid voor het beschermen en versterken van natuur en biodiversiteit in de Grote Wateren (het Waddengebied, de Zuidwestelijke Delta, het IJsselmeergebied, de Noordzee, het kustgebied en het rivierengebied). LNV zorgt ervoor dat het natuurbelang goed is geborgd bij het gebruik, beheer en onderhoud van Grote Wateren en bij de uitvoering van projecten. Vanuit deze verantwoordelijkheid worden opdrachten verstrekt voor een aantal projecten en programma’s rond dit thema, zoals:

  • Waddenzee: LNV is onder meer verantwoordelijk voor de trilaterale samenwerking tussen Denemarken, Duitsland en Nederland voor de Waddenzee en is tevens de siteholder (voor Nederland) van dit internationale UNESCO Werelderfgoed-gebied. De Nederlandse delegatie bestaat uit vertegenwoordigers van LNV en IenW, de Waddenprovincies en -gemeenten. Het hiermee samenhangende opdrachtenbudget bedraagt ca. € 1,5 mln. per jaar.

  • Noordzee met een gezond natuurlijk systeem en duurzaam en verantwoord gebruik: De Noordzee wordt intensief gebruikt, waardoor het noodzakelijk is de natuur en het natuurlijk systeem te beschermen. LNV zet naast bescherming van natuur en het ecosysteem ook in op duurzaam en verantwoord gebruik, onder meer door de Implementatie van de EU-Kaderrichtlijn Mariene Strategie (KRM). Zo draagt LNV samen met IenW bij aan het Informatiehuis Marien, bedoeld om alle mariene informatie en onderzoeksgegevens over de Noordzee op één plek toegankelijk te maken voor belangstellenden, overheden en professionals. Daarnaast draagt LNV bij aan de coördinerende rol in de uitvoering van het KRM-monitoringsprogramma die het Informatiehuis Marien uitvoert. Het totale geraamde opdrachtenbudget voor Mariene strategie bedraagt ca. € 1 mln.

  • Natuur Grote Wateren: Het Rijk is verantwoordelijk voor het beleid en beheer in de Grote Wateren en wil komen tot een delta waarin verschillende maatschappelijke functies optimaal tot ontwikkeling kunnen komen. Om de natuur een bestendige plaats te geven te midden van ons intensieve gebruik, wordt geïnvesteerd in de veerkracht van het natuurlijk systeem. Deze investeringen verlopen via verschillende wegen. LNV werkt gebiedsgericht samen met andere overheden, natuurorganisaties en bedrijven om deze veerkracht en Natura2000 doelen in de Grote Wateren te realiseren. LNV draagt bijvoorbeeld bij aan de ontwikkeling van het Eems-Dollard gebied en de herintroductie van schelpdieren. Ook werken de Ministeries van IenW en LNV gezamenlijk aan het verbeteren van de hoogwaterveiligheid en aan de ontwikkeling van natuur in riviergebieden. In het EU-programma LIFE IP natuur pakt LNV samen met maatschappelijke partijen en andere overheden lastige vraagstukken op rond de relatie vis & natuur, energie & natuur, landbouw & natuur en waterveiligheid & natuur. Het hiermee samenhangende opdrachtenbudget in 2019 bedraagt ca. € 9 mln.

Vermaatschappelijking natuur en biodiversiteit

LNV is verantwoordelijk voor het stimuleren en anderszins versterken van de maatschappelijke betrokkenheid bij het duurzaam benutten van natuur en biodiversiteit, onder andere door inzet op duurzame productie, vermarkting en benutting van natuurlijk kapitaal (zie het Rijksbrede Circulaire Economie programma). Hier wordt invulling aan gegeven door het bevorderen van duurzaam gebruik, transparantie over de impact van activiteiten op natuurlijk kapitaal en het stimuleren van (innovatie) combinaties van natuur met maatschappelijke en economische activiteiten. De budgetten worden onder meer ingezet voor:

  • Natuurlijk kapitaal (€ 2 mln.): Het Ministerie van LNV werkt samen met VNO-NCW, IUCN Nederland, de Nederlandse Beroepsorganisatie voor Accountants en MVO Nederland om gezamenlijk de implementatie van bruikbare methoden en tools om natuurlijk kapitaal mee te wegen in besluiten te versnellen en op te schalen. De middelen zijn gericht op het ondersteunen en stimuleren van private partners en op het op orde krijgen van de overheidsinformatie op het gebied van impacts en afhankelijkheden van natuurlijk kapitaal. Het gaat bij dit laatste om het opstellen van Natuurlijke Kapitaal Rekeningen voor Nederland door het CBS en het versterken van het natuurelement in het instrument Maatschappelijke Kosten Baten Analyse.

  • Natuurcombinaties (€ 3 mln.): Onder de noemer natuurcombinaties werkt LNV aan het betrekken van het natuurbelang bij de activiteiten in andere sectoren. Het beschikbare budget wordt ingezet voor ondersteuning van kansrijke maatschappelijke initiatieven, opbouw van kennis door ondersteuning van onderzoeken en pilots, verspreiding van kennis, netwerkvorming waardoor initiatiefnemers en koplopers van elkaar kunnen leren en het sluiten van Green Deals. Daarbij richt de inzet zich met name op natuurinclusieve landbouw.

  • Programmatische Aanpak Stikstof (€ 1 mln.): Nederland zet de Programmatische Aanpak Stikstof (PAS) in voor het realiseren van de Natura 2000-doelen, terwijl tegelijkertijd economische ontwikkeling mogelijk wordt gemaakt. Het opdrachtenbudget wordt onder andere ingezet voor het meten van effecten van het PAS op de stikstof en ammoniakconcentraties, kosten voor herzieningen van het plan als gevolg van monitoring en bijsturing, en het beheer van het rekeninstrument Aerius.

Overige stelsel activiteiten

Het budget wordt met name ingezet voor (internationaal) verplichte monitoring van natuurinformatie, waaronder het verzamelen, statistisch bewerken en toegankelijk maken van de gegevens. Het verzamelen van gegevens over planten, dieren en habitats (monitoring) is nodig om de internationale natuurdoelen te kunnen volgen en voor het opstellen van de internationale rapportages op het gebied van natuur- en biodiversiteit (waaronder de EU-richtlijnen, CBD, Verdrag van Bern, -Bonn, Waddenverdrag). De gegevens worden vooral via het Netwerk Ecologische Monitoring (NEM) verzameld. Voor 2019 is hiervoor het budget al overgeheveld naar Artikel 11 voor de uitvoering in de WOT Natuur en Milieu (€ 2,7 mln.). Verder verstrekt LNV een bijdrage aan BIJ12 voor het beheer van de Nationale Databank Flora en Fauna (NDFF) en aan het CBS voor de statistische bewerking van natuurgegevens en publicaties daarover in het Compendium voor de Leefomgeving. Het totale geraamde opdrachtenbudget bedraagt ca. € 1,6 mln.

Internationale samenwerking

Dit budget wordt onder meer ingezet voor de uitvoering van acties die zijn overeengekomen in internationale verdragen en afspraken over biodiversiteit: Kennis en wetenschap, handel in bedreigde dier- en plantensoorten (CITES), migrerende soorten, bestrijden van wildlife crime, wetlands, bos, hout en walvissen. In Nederland worden uitgaven gedaan voor de regeling In Beslag genomen Goederen (IBG) in het kader van de opslag en opvang van in beslag genomen goederen bij overtreding van de regels voor handel in bedreigde dier- en plantensoorten.

Verder wordt een bijdrage verstrekt voor de implementatie van de aan biodiversiteit gerelateerde onderdelen van de VN Agenda 2030 voor duurzame ontwikkeling en de daaraan gekoppelde doelstellingen (Sustainable Development Goals). Zo wordt er internationaal aandacht besteed aan de synergie tussen natuur en voedselproductie en integraal landgebruik. Ook wordt gewerkt aan het beperken van de ecologische voetafdruk van Nederland door het tegengaan van ontbossing, het bevorderen van duurzaam bosbeheer en het verduurzamen van de productie van en de handel in de belangrijkste handelsketens die in relatie tot ontbossing en duurzaam bosbeheer van grote invloed zijn, zoals die van palmolie, soja en hout (inclusief houtige biomassa voor energiedoeleinden). Het verduurzamen van deze handelsketens wordt samen met het bedrijfsleven en NGO’s opgepakt. Het totale geraamde opdrachtenbudget bedraagt ca. € 3,7 mln.

Natuur en biodiversiteit op land

Het Rijk heeft met de decentralisatie van het natuurbeleid naar de provincies een beperkte rol bij natuur en biodiversiteit op land. Het Rijk is verantwoordelijk voor de kaders van behoud, versterken en duurzaam benutten van de nationale natuur en biodiversiteit. Zo is het aanwijzen van Natura 2000 gebieden en het onderhouden van deze besluiten de verantwoordelijkheid van LNV. Tevens is LNV verantwoordelijk voor rapportage aan de Europese Commissie over de «staat van instandhouding» van beschermde soorten in het kader van de Vogel- en Habitatrichtlijn. Daarnaast wordt Project Mainport Rotterdam voor het onderdeel ontwikkeling 750 hectare natuur- en recreatiegebied afgrond in de periode tot en met 2020 (ca. € 8 mln. per jaar).

Het totale geraamde opdrachtenbudget bedraagt in 2019 ca. € 11,0 mln.

Natuur en biodiversiteit op land; Caribisch Nederland

LNV is op grond van de Wet grondslagen natuurbeheer en bescherming BES verantwoordelijk voor de implementatie van Internationale verdragen in Caribisch Nederland (Bonaire, Sint Eustatius en Saba; BES). Het opdrachtenbudget wordt voor bovengenoemde onderwerpen ingezet.

Bijdragen aan mede overheden

Natuur en biodiversiteit op land (in Caribisch Nederland)

Voor de periode 2014–2017 is eenmalig een bedrag toegezegd van € 7,5 mln. voor natuurprojecten in Caribisch Nederland. De doelen die hiermee worden nagestreefd zijn: behoud van koraal, in het bijzonder erosiebestrijding; duurzaam gebruik van natuur bijvoorbeeld door de toegankelijkheid te vergroten; synergie tussen natuur en landgebruik (landbouw en toerisme). De uitgaven zijn voor uitfinanciering van in dit kader verstrekte toezeggingen uit de periode 2014–2017.

Bijdrage ZBO’s/RWT’s

Staatsbosbeheer

Het betreft een bijdrage aan de organisatiekosten van Staatsbosbeheer en voor aanvullende rijksopdrachten aan Staatsbosbeheer, zoals bijvoorbeeld het nationale parken bureau, de nationale boomfeestdag en het beheer van rijksmonumenten.

Bijdragen aan (internationale) organisaties

Contributies

Nederland is partij bij een aantal internationale verdragen met als doel dat de mondiale biodiversiteit en de relatie die dit met de Nederlandse biodiversiteit heeft, behouden wordt. Ondertekening en toetreding bij een verdrag leidt tot contributieverplichting aan de betreffende organisatie. Uit deze post worden de contributies betaald aan (inter)nationale organisaties zoals United Nations Environment Programme, Wetlands International en International Union for Conservation of Nature

Bijdragen aan agentschappen

Rijksdienst Voor Ondernemend Nederland (RVO.nl)

De bijdrage is onder meer voor de uitvoering van taken voor het versterken van de natuur en biodiversiteit, uitvoering van de natuurwetgeving en uitvoering van CITES.

Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit (NVWA)

De NVWA levert een bijdrage aan duurzame instandhouding van de biodiversiteit, tegengaan van illegale handel en bezit van bedreigde dier- en plantensoorten en producten daarvan, tegengaan van illegale handel in hout(producten) en toezien op rechtmatig gebruik van natuursubsidies. Het betreft handhaving op de Wet natuurbescherming, FLEGT en CITES-regelgeving. De NVWA opereert in een handhavingsketen van partijen zoals Douane, Politie, OM, Staatsbosbeheer, Kustwacht, RVO.nl en omgevingsdiensten.

Toelichting op de ontvangsten

Landinrichtingsrente

Tot aan de start van het Investeringsbudget Landelijk Gebied (ILG) in 2007 werd wettelijke landinrichting uitgevoerd op basis van de Landinrichtingswet. Op grond van deze wet schiet het Rijk de kosten van een landinrichting voor en worden de kosten daarna door de gezamenlijke eigenaren terugbetaald. Dit gebeurt door middel van de zogenaamde landinrichtingsrente waarbij wordt voorzien dat het Rijk in een aflopende reeks nog circa 25 jaar landinrichtingsrente zal ontvangen.

Verkoop gronden

Op grond van het regeerakkoord uit 2010 is er sprake van een inkomenstaakstelling uit de verkoop van gronden van de ZBO’s Bureau Beheer Landbouwgronden en Staatsbosbeheer of via overige inkomstenbronnen.

Extracomptabele fiscale regelingen

Naast de in dit begrotingsartikel genoemde instrumenten, zijn er fiscale regelingen die betrekking hebben op dit beleidsterrein. In onderstaande tabel is ter informatie het budgettaire belang van deze regelingen vermeld. De cijfers zijn ontleend aan de corresponderende bijlage «Fiscale regelingen» in de Miljoenennota. De fiscale regelingen die niet in onderstaande tabel zijn opgenomen, maar wel op dit beleidsartikel betrekking hebben, zijn:

  • Vrijstelling bos- en natuurterreinen box 3

  • OVB (overdrachtsbelasting) Vrijstelling inrichting landelijk gebied

  • OVB Vrijstelling Bureau Beheer Landbouwgronden

  • OVB Vrijstelling natuurgrond

Voor een beschrijving van de regelingen, de doelstelling, de ramingsgrond, een verwijzing naar de laatst uitgevoerde evaluatie en het beoogde jaar van afronding van de volgende evaluatie wordt verwezen naar de bijlage bij de Miljoenennota «Toelichting op de fiscale regelingen».

Tabel Fiscale regelingen 2017–2019, budgettair belang op transactiebasis in lopende prijzen (x € miljoen)1
 

2017

2018

2019

Bosbouwvrijstelling

2

2

2

Vrijstelling vergoeding bos- en natuurbeheer

7

11

11

Natuurschoonwet

37

37

38

X Noot
1

[–] = regeling is in dat jaar niet van toepassing; [0] = budgettair belang van de regeling bedraagt in dat jaar afgerond nihil.

4. NIET-BELEIDSARTIKELEN

50 Apparaat

Op dit artikel zijn de personele- en materiële uitgaven en ontvangsten van LNV geraamd, voor zover die betrekking hebben op het kerndepartement (Directoraten-Generaal en stafdirecties). De uitgaven aan externe inhuur, de uitgaven aan ICT en de bijdragen aan shared service organisaties (SSO’s) worden apart inzichtelijk gemaakt en meerjarig geraamd. Tevens bevat dit artikel onder SSO DICTU een raming voor de bijdragen aan agentschappen voor zover het opdrachten betreft ten behoeve van het kernministerie LNV.

Apparaatsuitgaven kerndepartement en diensten (bedragen x € 1.000)
 

2017

2018

2019

2020

2021

2022

2023

VERPLICHTINGEN

 

41.354

108.907

107.302

105.525

105.525

105.525

UITGAVEN

 

41.354

108.907

107.302

105.525

105.525

105.525

Personele uitgaven

 

35.303

73.513

73.383

73.392

73.392

73.392

– waarvan eigen personeel

 

28.216

65.197

65.431

65.440

65.440

65.440

– waarvan externe inhuur

 

1.207

2.150

2.150

2.150

2.150

2.150

– waarvan overige personele uitgaven

 

5.880

6.166

5.802

5.802

5.802

5.802

Materiële uitgaven

 

6.051

35.394

33.919

32.133

32.133

32.133

– waarvan ICT1

 

802

520

520

520

520

520

– waarvan bijdrage aan SSO’s (exclusief DICTU)

 

2.674

11.873

11.873

11.873

11.873

11.873

– waarvan SSO DICTU

   

11.772

11.772

11.772

11.772

11.772

– waarvan overige materiële uitgaven

 

2.575

11.229

9.754

7.968

7.968

7.968

ONTVANGSTEN

 

1.500

2.786

2.786

2.793

2.786

3.431

De standen voor 2018 vallen formeel niet onder het begrotingshoofdstuk van LNV, maar worden hier voor de inzichtelijkheid wel getoond. De vermoedelijke uitkomsten voor 2018 vallen formeel onder artikel 42 van de begroting van EZK en zullen op die plek ook worden verantwoord middels achtereenvolgens de tweede suppletoire wet en de Slotwet/Jaarverslag 2018 EZK. In 2017 vielen de apparaatsuitgaven voor LNV onder artikel 40 op de begroting van EZK.

X Noot
1

Het totaal van de ICT uitgaven van het kerndepartement en buitendiensten bestaan uit de ICT-uitgaven geraamd onder de post materiële uitgaven en de bijdrage aan de SSO DICTU.

Toelichting op de uitgaven

Personele uitgaven

Betreft alle personeelsuitgaven voor het kerndepartement en de diensten. Deze uitgaven zijn inclusief het LNV-deel van de uitgaven die worden gedaan voor de dienstonderdelen die samen worden gedeeld met het Ministerie van EZK (Kamerstuk 34 775-XIII, nr. 138). Deze gezamenlijke onderdelen (o.a. directie Bedrijfsvoering, directie Wetgeving en Juridische Zaken) zijn formeel opgehangen onder het Ministerie van EZK. De kosten van de gezamenlijke onderdelen worden volgens een verdeelsleutel aan de begrotingen van LNV en EZK toegedeeld. Overschrijdingen, meevallers, taakstellingen, etc. bij deze onderdelen worden door beide departementen gezamenlijk gedragen. De personele uitgaven zijn in 2018 lager ten opzichte van 2019 e.v. doordat een gedeelte van de uitgaven (waaronder de dienstonderdelen die samen worden gedeeld met het Ministerie van EZK) nog niet uitgesplitst waren en daardoor onder EZK vielen.

Materiële uitgaven

Betreft de materiële uitgaven van de ondersteunende processen voor het kerndepartement en de buitendiensten. Ook hier geldt dat de uitgaven inclusief het LNV-deel van de uitgaven van de gezamenlijke onderdelen van EZK en LNV zijn. De materiële uitgaven in 2018 zijn lager ten opzichte van 2019 e.v. doordat een gedeelte van de uitgaven (waaronder ICT kosten) nog niet uitgesplitst waren en daardoor onder EZK vielen.

Toelichting op de ontvangsten

De ontvangsten van het kerndepartement bestaan onder andere uit ontvangsten voor detacheringen en ontvangsten voor doorbelaste kosten.

Totaaloverzicht apparaatsuitgaven/kosten inclusief agentschappen, ZBO’s en RWT’s

De onderstaande tabel geeft de totale apparaatsuitgaven voor LNV weer. Hierbij zijn de apparaatsuitgaven voor het kernministerie alsmede de apparaatskosten van de agentschappen en de ZBO’s en RWT’s (voor zover deze via de Rijksbegroting gefinancierd worden) weergegeven.

Totaaloverzicht apparaatsuitgaven/kosten inclusief agentschappen, ZBO’s en RWT’s (bedragen x € 1.000)
 

2017

2018

2019

2020

2021

2022

2023

1. Apparaatsuitgaven Departement

 

41.354

108.907

107.302

105.525

105.525

105.525

Kerndepartement (beleid en staf)

 

41.354

108.907

107.302

105.525

105.525

105.525

               

2. Apparaatskosten Agentschappen

326.721

333.073

345.581

332.930

333.483

333.683

340.076

Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit (NVWA)

326.721

333.073

345.581

332.930

333.483

333.683

340.076

               

3. Apparaatskosten ZBO’s en RWT’s

323.937

330.948

         

Staatsbosbeheer

88.865

83.498

         

Raad voor Plantenrassen

778

734

         

Ctgb (College voor de toelating van gewasbeschermingsmiddelen en biociden)

15.094

15.816

         

Wageningen Research

219.200

230.900

         

De standen voor 2017 en 2018 vallen formeel niet onder het begrotingshoofdstuk van LNV, maar worden hier voor de inzichtelijkheid wel getoond. De vermoedelijke uitkomsten voor 2018 vallen formeel onder artikel 42 van de begroting van EZK en zullen op die plek ook worden verantwoord middels achtereenvolgens de tweede suppletoire wet en de Slotwet/Jaarverslag 2018 EZK. In 2017 vielen de apparaatsuitgaven voor LNV onder artikel 40 op de begroting van EZK.

In de tabel zijn onder andere de personele en materiële apparaatskosten van de agentschappen, ZBO’s en RWT’s vermeld. Echter, deze apparaatskosten worden niet alleen door LNV gefinancierd, maar ook door andere opdrachtgevende ministeries en derden. In de betreffende agentschapsparagrafen en de bijlage ZBO’s en RWT’s wordt dit nader toegelicht.

Tabel apparaatsuitgaven per dienstonderdeel van het kerndepartement en diensten (bedragen x € 1.000)
 

2019

Totaal apparaat

108.907

DG Agro en Natuur

41.246

Kerndepartement overig en diensten

67.661

Dit betreft de personeelsuitgaven van het kerndepartement en diensten. Materiële kosten worden verantwoord op het onderdeel kerndepartement en diensten.

51 Nog onverdeeld

Artikel 51 (bedragen x € 1.000)
 

2017

2018

2019

2020

2021

2022

2023

VERPLICHTINGEN

 

33.650

31.204

14.078

9.077

9.099

9.099

UITGAVEN

 

33.650

31.204

14.078

9.077

9.099

9.099

               

51.10 Prijsbijstelling

             

51.20 Loonbijstelling

             

51.30 Onvoorzien

             

51.40 Nog te verdelen

 

33.650

31.204

14.078

9.077

9.099

9.099

De standen voor 2018 vallen formeel niet onder het begrotingshoofdstuk van LNV, maar worden hier voor de inzichtelijkheid wel getoond. De vermoedelijke uitkomsten voor 2018 vallen formeel onder artikel 43 van de begroting van EZK en zullen op die plek ook worden verantwoord middels achtereenvolgens de tweede suppletoire wet en de Slotwet/Jaarverslag 2018 EZK.

Dit artikel is een administratief begrotingstechnisch artikel. Dit betekent dat er geen daadwerkelijke uitgaven ten laste van artikel 51 worden gedaan. Vanuit dit artikel vinden overboekingen van loon- en prijsbijstellingen naar de loon- en prijsgevoelige artikelen binnen de begroting plaats. Ook worden er taakstellingen of extra middelen op dit artikel geplaatst die nog niet aan de beleidsartikelen zijn toegevoegd.

Het budget op het artikel Nog onverdeeld betreft hoofdzakelijk het restant van de bij Voorjaarsnota toegekende middelen voor de herinrichting van LNV/EZK. Een groot deel van de toegekende middelen is verdeeld over de andere begrotingsartikelen. Het hier nog resterende bedrag betreft met name de voor de inrichting van LNV geraamde investeringen in ICT. Deze gelden zullen bij Najaarsnota (voor 2018) en Voorjaarsnota 2019 worden verdeeld naar de relevante onderdelen.

Regionale opgaven

De Minister van LNV coördineert in het kabinet de besluitvorming over de Regio Envelop (ad. € 950 mln.) in overleg met de Minister van BZK. Om deze rol tot uitdrukking te brengen worden middelen uit de Regio Envelop vanaf de Aanvullende Post eerst overgeboekt naar artikel 51 op de LNV begroting en vanaf hier uitgekeerd naar het Gemeente- of Provinciefonds dan wel naar de begroting van een ander departement. Dit artikel is dus tevens verdeelartikel voor de middelen uit de Regio Envelop.

De regio is de omgeving waar maatschappelijke opgaven (kansen én uitdagingen) samenkomen, of het nu gaat om het stimuleren van de economie, het oplossen van ecologische uitdagingen of het versterken van de sociale cohesie. Als Rijk, regionale overheden en de bedrijven, kennisinstellingen en maatschappelijke organisaties in regio’s samen optrekken om deze opgaven aan te pakken, kunnen we meer doen voor de regio en dragen we bij aan de brede welvaart in Nederland. Met de Regio Deals wil het kabinet in partnerschap met de regio’s meervoudige opgaven aanpakken die bijdragen aan de brede welvaart. Samen met publieke en private partners werken we aan een integrale aanpak van ecologische, economische en sociale opgaven die in de regio spelen.

Bij de formatie is uitvoerig stilgestaan bij de uitdagingen waar de regio’s voor staan. Het kabinet is er voor heel Nederland, voor stedelijke regio’s en voor het landelijk gebied. Vanuit samenhang, krachtenbundeling en gedeelde belangen, niet vanuit tegenstellingen. Hier is een nieuwe taak uit voortgekomen die bij het constituerend beraad aan de portefeuille van het Ministerie van LNV is toegevoegd: regie aanpak regionale knelpunten en regionale deals.

Voor meer uitleg over de regionale opgaven zie bijlage 7.

5. BEGROTING AGENTSCHAPPEN

Aansluiting raming begroting agentschappen met financiering door moederdepartement LNV

A – Begroting agentschappen 2019

Bedragen x € 1.000

Bijdrage moederdepartement (LNV)

Bijdrage overige departementen

Bijdrage derden

Overige baten

Totale baten

Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit

171.728

90.786

103.418

0

365.932

Totaal

171.728

90.786

103.418

0

365.932

B – Bijdragen aan agentschappen per begrotingsartikel LNV (begroting 2019)

Bedragen x € 1.000

Raming Ontwerpbegroting 2019

Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit (NVWA)

171.728

Art. 11 Concurrerende, duurzame, veilige agro-, visserij- en voedselketens

168.767

Art. 12 Natuur en biodiversiteit

9.557

Af: BTW-compensatie

– 6.596

Totaal geraamde bijdrage ten laste van de begrotingsartikelen

171.728

Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit (NVWA)

Begroting agentschap 2019 (bedragen x € 1.000)
 

2017

Stand Slotwet

2018

Stand vastgestelde begroting

2019

2020

2021

2022

2023

Baten

             

Omzet moederdepartement

137.059

151.705

171.728

159.330

159.281

159.282

165.576

Omzet overige departementen

84.368

84.491

90.786

89.515

89.515

89.520

89.520

Omzet derden

100.579

100.343

103.418

103.418

103.418

103.418

103.418

Rentebaten

             

Vrijval voorzieningen

4.656

           

Bijzondere baten

17.495

12.300

0

0

0

0

0

Totaal baten

344.157

348.839

365.932

352.263

352.214

352.220

358.514

               

Lasten

             

Apparaatskosten

326.721

333.073

345.581

332.930

333.483

333.683

340.076

Personele kosten

209.024

216.142

205.270

192.880

192.831

192.832

199.126

Waarvan eigen personeel

180.125

178.955

171.390

163.500

163.451

163.452

169.746

Waarvan externe inhuur

18.658

27.841

20.581

16.081

16.081

16.081

16.081

Waarvan overige personele kosten

10.241

9.346

13.299

13.299

13.299

13.299

13.299

Materiële kosten

117.697

116.931

140.311

140.050

140.652

140.852

140.950

Waarvan bijdrage aan SSO's

41.866

40.301

47.166

45.366

45.366

45.366

45.366

Waarvan overige materiële kosten

75.831

76.630

93.145

94.684

95.286

95.486

95.584

Rentelasten

112

99

98

98

98

98

98

Afschrijvingskosten

10.847

15.167

19.753

18.736

18.134

17.939

17.841

Materieel

6.357

6.534

5.489

4.472

3.870

3.676

3.577

Waarvan apparaat ICT

0

0

0

0

0

0

0

Immaterieel

4.490

8.633

14.264

14.264

14.264

14.264

14.264

Overige kosten

431

500

500

500

500

500

500

– Dotaties voorzieningen

129

500

500

500

500

500

500

– Bijzondere lasten

302

0

0

0

0

0

0

Totaal lasten

338.111

348.839

365.932

352.264

352.215

352.221

358.515

               

Saldo van baten en lasten

6.046

0

0

0

0

0

0

Toelichting op de baten

Omzet moederdepartement

De NVWA bewaakt de veiligheid van voedsel, de gezondheid van dieren en planten, het dierenwelzijn en handhaaft de natuurwetgeving. De NVWA streeft naar effectief toezicht binnen de gegeven financiële kaders, met adequate beheersing van budgettaire en bedrijfsmatige risico’s waarbij gestreefd wordt naar een meerjarige stabiele formatieve omvang. De post omzet moederdepartement ad € 171,7 mln. is gerelateerd aan de opbrengsten voortvloeiend uit het opdrachtenpakket dat met het moederdepartement is afgesproken. Hierbij is rekening gehouden met een bijdrage van € 6,0 mln. inzet extra middelen en € 18,2 mln. voor inzet Brexit. De bijdrage van LNV in de hogere kosten van ICT-beheer van € 15,4 mln., die voorheen onder de bijzondere baten verantwoord werd, is als gevolg van het structurele karakter opgenomen onder omzet moederdepartement. Deze bijdrage van LNV aan deze ICT-kosten vormt onderdeel van de maatregelen uit 2016 om te komen tot een financieel gezonde en toekomstbestendige NVWA.

In de onderstaande tabel is de verwachte omzet moederdepartement per product opgenomen. Met ingang van 2018 is de producten- en dienstencatalogus van de NVWA aangepast. De acht bestaande producten zijn vervangen door twee nieuwe producten: handhaven en keuren waarbij het product keuren is onderverdeeld in 3 categorieën. Onder de post «Overig» zijn opbrengsten geraamd die niet op basis van een uurtarief in rekening worden gebracht, zoals directe bijdragen voor uitbesteed onderzoek en voor andere kosten.

Omzet moederdepartement (bedragen x € 1.000)
 

2017

Stand Slotwet

2018

Stand vastgestelde begroting

2019

2020

2021

2022

2023

Handhaven

76.245

103.303

91.771

91.725

91.726

97.581

Keuren

30.778

Keuren certificering op afstand

580

515

515

515

548

Keuren import

285

253

253

253

269

Keuren export, slachthuizen en overige activiteiten

6.885

6.116

6.113

6.113

6.504

Overig

24.967

44.682

60.675

60.675

60.675

60.675

60.675

Totaal

143.349

151.705

171.728

159.330

159.281

159.282

165.576

Omzet overige departementen

De NVWA bewaakt de veiligheid van voedsel- en consumentenproducten. De omzet overige departementen ad € 90,8 mln. bestaat uit de bijdrage van VWS (€ 86,7 mln., inclusief € 3 mln. inzet extra middelen), de bijdrage van EZK (€ 0,7 mln.), een bijdrage van het Diergezondheidsfonds (€ 0,9 mln.), en een provinciale bijdrage (€ 2,5 mln.) voor de uitvoering van taken in het kader van Agrarisch Natuur- en Landschapsbeheer (ANLb). De toename van «Overige omzet» is het gevolg van de voorgenomen uitplaatsing in 2019 van het laboratorium voor voeder- en voedselveiligheid van NVWA naar het RIKILT.

Omzet overige departementen (bedragen x € 1.000)
 

2017

Stand Slotwet

2018

Stand vastgestelde begroting

2019

2020

2021

2022

2023

Handhaven

 

52.810

65.973

64.640

64.640

64.640

64.640

Keuren

 

21.318

         

Keuren certificering op afstand

   

73

73

73

73

73

Keuren import

   

618

618

618

618

618

Keuren export, slachthuizen en overige activiteiten

   

1.288

1.288

1.288

1.288

1.288

Overig

10.378

10.363

22.834

22.896

22.896

22.901

22.901

Totaal

82.541

84.491

90.786

89.515

89.515

89.520

89.520

Omzet derden

De omzet derden ad € 103,4 mln. bestaat uit opbrengsten retributies NVWA, retributies Kwaliteitskeuring Dierlijke Sector (KDS) en overige baten. Het bedrijfsleven betaalt retributies voor de diensten die de NVWA en KDS verrichten, bijvoorbeeld voor toezicht in de vorm van inspecties en keuringen bij import, export en slachthuizen. Uitgaande van een stabiele marktvraag en de voorgenomen tarieven 2018 wordt een omzet geraamd van € 83,2 mln. aan retributies NVWA. Daarnaast ontvangt de NVWA € 17,9 mln. aan retributies KDS. Naast de retributieopbrengsten realiseert de NVWA ook nog voor € 2,3 mln. aan overige baten. Deze bestaan voornamelijk uit opbrengsten voor de uitvoering van projecten voor met name de Europese Commissie.

Rentebaten

Er zijn geen rentebaten begroot. De rentepercentages die door het Ministerie van Financiën dagelijks worden vastgesteld liggen rond de 0%.

Bijzondere baten

De bijdrage van LNV in de ICT-kosten van € 15,4 mln., die voorheen onder de bijzondere baten verantwoord werd, is als gevolg van het structurele karakter opgenomen onder omzet moederdepartement.

Toelichting op de lasten

Personele kosten

De personele kosten bestaan uit € 171,4 mln. salariskosten en kosten woon-werkverkeer en € 13,3 mln. overige personeel gerelateerde kosten, waaronder reis- en verblijfkosten, opleidingen e.d. De verwachte gemiddelde bezetting van de NVWA voor 2019 is 2.350 fte, waarvan 2.159 fte eigen (ambtelijk) personeel. De gemiddelde ambtelijke personeelskosten in 2019 zijn € 79.399 per fte. De stijging wordt veroorzaakt door een gemiddelde CAO-loonsverhoging van circa 4,5% in 2019.

De inhuur van externen ad € 20,6 mln. betreft met name tijdelijke inhuur voor ondersteuning bij de uitvoering van NVWA 2020 en ondersteuning van de bedrijfsvoering.

Materiële kosten

De materiële kosten bestaan uit bijdragen aan Shared Service Organisaties (SSO’s) en overige kosten. Voor SSO’s is € 47,2 mln. aan kosten begroot. Dit betreft de bijdrage van € 37,2 mln. aan DICTU voor ICT-beheer en € 10,0 mln. aan het Rijks Vastgoed Bedrijf (RVB) voor huurkosten kantoorpanden en laboratoria. De NVWA heeft geen panden in eigendom. De € 93,1 mln. voor overige materiële kosten bestaan voornamelijk uit uitbesteed onderzoek (€ 33,2 mln.), inzet practitioners (€ 17,6 mln.) en uitbesteding (€ 20,9 mln.) waaronder KDS (€ 17,9 mln.), overige specifieke kosten (€ 6,6 mln.), bureaukosten (€ 3,3 mln.) en diverse materiële kosten (€ 11,5 mln.). De stijging van de materiële kosten komt voornamelijk door de voorgenomen uitplaatsing van het laboratorium voor voeder- en voedselveiligheid van NVWA naar het RIKILT. Daarnaast is de NVWA overgestapt van aankoop naar het leasen van dienstauto’s en is de NVWA meer aangewezen op de flexibele schil van dierenartsen in de vorm van practitioners die beide onder materiële kosten verantwoord worden.

Rentelasten

De rentelasten vloeien voort uit rentedragend vermogen waarvan het rentepercentage varieert tussen 0,0% en 1,34%.

Afschrijvingskosten

De afschrijvingskosten voor materiële en immateriële activa bedragen respectievelijk € 5,5 mln. en € 14,3 mln. Met ingang van 2017 worden de dienstauto’s geleased in plaats van aangekocht. Als gevolg hiervan dalen de materiële afschrijvingskosten. De immateriële afschrijvingskosten stijgen als gevolg van het op niveau brengen van de ICT-voorzieningen in het kader van NVWA 2020.

De materiële vaste activa worden lineair afgeschreven waarbij de afschrijvingstermijn van de verschillende soorten activa ligt tussen 4 en 10 jaar. De immateriële vaste activa hebben een afschrijvingstermijn van 4 jaar.

Dotaties aan voorzieningen

Dit betreft de dotatie aan de voorziening claims, geschillen en rechtsgedingen.

Kasstroomoverzicht over het jaar 2019 (bedragen x € 1.000)
   

2017

Stand slotwet

2018

Stand vastgestelde begroting

20191

2020

2021

2022

2023

1.

Rekening courant RHB 1 januari (incl. deposito)

64.362

64.535

66.831

73.545

71.255

65.444

63.096

+/+ totaal ontvangsten operationele kasstroom

327.670

348.839

365.932

352.263

352.214

352.220

358.514

–/– totaal uitgaven operationele kasstroom

– 313.137

–  333.672

– 346.179

– 333.528

– 334.081

– 334.281

– 340.674

2.

Totaal operationele kasstroom

14.533

15.167

19.753

18.736

18.134

17.939

17.841

–/– totaal investeringen

– 17.976

–  11.825

– 15.315

– 15.315

– 15.315

– 15.315

– 15.315

+/+ totaal boekwaarde desinvesteringen

5.295

1.855

3.408

2.625

0

0

0

3.

Totaal investeringskasstroom

– 12.681

–  9.970

– 11.907

– 12.690

– 15.315

– 15.315

– 15.315

–/– eenmalige uitkering aan moederdepartement

0

0

0

0

0

0

0

+/+ eenmalige storting door moederdepartement

0

0

0

0

0

0

0

–/– aflossingen op leningen

– 13.452

–  14.726

– 16.446

– 18.251

– 18.545

– 14.887

– 11.317

+/+ beroep op leenfaciliteit

11.560

11.825

15.315

9.915

9.915

9.915

9.915

4.

Totaal financieringskasstroom

– 1.892

–  2.901

– 1.131

– 8.336

– 8.630

– 4.972

– 1.402

5.

Rekening courant RHB 31 december (incl. deposito) (=1+2+3+4)

64.322

66.831

73.545

71.255

65.444

63.096

64.220

X Noot
1

Door wijziging van de afschrijvingstermijn dienstauto's van 5 naar 4 jaar stijgt in 2019 de desinvestering eenmalig. In 2017 is de NVWA overgestapt van aankoop naar leasen van dienstauto's waardoor vanaf 2021 de desinvesteringen vervallen.

Operationele kasstroom

De netto operationele kasstroom 2019 bedraagt € 19,8 mln.

Investeringskasstroom

Materiële activa

De investeringen in het laboratoriuminventaris bedragen € 1,1 mln. en betreffen vooral vervangingsinvesteringen. De investeringen in aanpassingen van gebouwen, aanschaf van hardware, vaartuigen, kantoorinventaris en controleapparatuur bedragen € 3,4 mln. Met ingang van 2017 worden de dienstauto’s geleased in plaats van aangekocht. Als gevolg hiervan dalen de investeringsbedragen en worden de desinvesteringsbedragen op termijn nul.

Immateriële activa

De investeringen in Inspect bedragen € 7,9 mln. Naast Inspect beschikt de NVWA over systemen die geen onderdeel van Inspect zijn, maar essentieel zijn voor het functioneren van de NVWA zoals de informatievoorziening van de divisie Laboratoria en het realiseren van aansluiting op de nieuwe EU IMSOC-voorziening voortvloeiend uit de nieuwe controleverordening met betrekking tot import/export.

Daarnaast zijn er reeds lopende programma’s waarvoor investeringen zijn voorzien van € 2,9 mln.

Financieringskasstroom

De financieringskasstroom van – € 1,1 mln. geeft het saldo weer van de benodigde leningen en de aflossing op de lopende leningen.

Overzicht doelmatigheidsindicatoren
 

2017

Slotwet

2018

Stand vastgestelde begroting

2019

2020

2021

2022

2023

Gemiddelde kostprijs (€/uur)

99,16

100,53

104,29

104,29

104,29

104,29

104,29

Tarieven

             

Index 2012 = € 94,07 = 100

105,41

106,87

110,86

110,86

110,86

110,86

110,86

Omzet per productgroep (in € mln.)

             

Handhaven

 

129,1

188,4

175,5

175,5

175,5

181,3

Keuren

 

149,6

         

Keuren certificering op afstand

   

6,6

6,6

6,6

6,6

6,6

Keuren import

   

11,8

11,8

11,8

11,8

11,8

Keuren export, slachthuizen en overige activiteiten

   

57,7

56,9

56,9

56,9

57,3

FTE

             

Aantal FTE (excl. Externe inhuur)1

2.373

2.335

2.159

2.059

2.059

2.059

2.138

Verhouding FTE direct/indirect (exclusief externe inhuur)

1.848/525

1.818/517

1.689/470

1.612/447

1.611/448

1.611/448

1.673/465

Salariskosten per fte

75.915

75.622

79.399

79.399

79.399

79.399

79.399

Saldo van baten en lasten

             

Saldo van baten en lasten als % van de totale baten

1,76%

0%

0%

0%

0%

0%

0%

Kwaliteit

             

Afhandelsnelheid informatieverzoeken, klachten en meldingen

84%

85%

90%

93%

95%

95%

95%

Tijdig betaalde facturen (< 30 dagen)

97%

95%

95%

95%

95%

95%

95%

X Noot
1

De gerealiseerde gemiddelde bezetting is niet alleen exclusief herplaatsingskandidaten, maar ook exclusief VanWerkNaarWerk-kandidaten.

6. BEGROTING DIERGEZONDHEIDSFONDS

Leeswijzer

De leeswijzer gaat in op de volgende onderwerpen:

  • 1. Begrotingsstructuur DGF;

  • 2. Relatie DGF-begroting met de LNV-begroting;

  • 3. Groeiparagraaf.

1. Begrotingsstructuur DGF

Inleiding en achtergrond

Vanuit het Diergezondheidsfonds (DGF) worden de kosten betaald die verband houden met de bestrijding, bewaking en preventie van besmettelijke dierziekten en zoönosen.

In dit onderdeel wordt een korte inleiding en achtergrond gegeven ten aanzien van de uitgaven en de financiering van het DGF.

Beleidsartikel

Aansluitend op de inleiding en achtergrond volgt beleidsartikel 1: Bewaking en bestrijding van dierziekten en voorkomen en verminderen van welzijnsproblemen. Voor het beleidsartikel is een algemene doelstelling en een beschrijving van de rol en verantwoordelijkheid van de bewindspersoon opgenomen. Voor het beleidsartikel zijn de beleidswijzigingen apart opgenomen onder het kopje beleidswijzigingen. In de tabel budgettaire gevolgen van beleid zijn de uitgaven van het beleidsartikel onderverdeeld naar de volgende categorieën: bewaking van dierziekten, bestrijding van dierziekten, voorkomen en verminderen van welzijnsproblemen en overig. De ontvangsten zijn onderverdeeld in ontvangsten van LNV, EU en de sector. Het begin en het vermoedelijke eindsaldo van het DGF in 2018 is vermeld en toegelicht. Daarnaast worden wijzigingen in uitgaven en ontvangsten toegelicht. De te verwachten ontvangsten van de sector in 2018 en 2019 zijn toelicht in een separaat tabel.

2. Relatie tussen de DGF-begroting en de LNV-begroting

Het DGF is een apart begrotingshoofdstuk net zoals de LNV-begroting een apart begrotingshoofdstuk is. Het dierziektenbeleid wordt weergegeven in artikel 11 van de LNV-begroting. De LNV-bijdrage aan het DGF is als uitgave bij LNV beleidsartikel 11 opgenomen (bijdrage aan andere begrotingshoofdstukken). Deze bijdrage wordt vervolgens als ontvangst opgenomen in de DGF-begroting in de tabel budgettaire gevolgen van beleid.

3. Groeiparagraaf

Conform de geldende systematiek worden de ontvangsten gelijk gesteld aan de uitgaven. In de voorliggende begroting is dan ook geen prognose opgenomen voor de ontvangsten inclusief de sectorbijdragen in de jaren 2018 en 2019. Het saldo DGF van 2017 is conform de vigerende systematiek toegevoegd aande DGF-uitgaven en -ontvangsten in 2018 Over de sytematiek en presentatie van de DGF begroting wordt met het Ministerie van Financiën overleg gevoerd.

Inleiding en achtergrond

Vanuit het DGF worden de kosten betaald die verband houden met de bestrijding, bewaking en preventie van besmettelijke dierziekten en zoönosen.

Uitbraken van besmettelijke dierziekten kunnen een grote impact op de Nederlandse samenleving als geheel en op de agrarische sector in het bijzonder hebben, inclusief de aanverwante voedselverwerkende industrie. Voor dergelijke potentieel snel om zich heen grijpende dierziekten gelden speciale bestrijdings- en preventieregimes die grotendeels in Europese regelgeving zijn voorgeschreven. Bij een aantal van deze dierziekten bevat de Europese regelgeving een plicht tot bestrijding. Daarnaast kan sprake zijn van een plicht tot het nemen van preventieve maatregelen, zoals onderzoek naar de aan- of afwezigheid van een dierziekte via het monitoren van (een selectie van) dieren.

De verdeling van de kosten tussen bedrijfsleven en het Rijk is vastgelegd in het «Convenant financiering bestrijding besmettelijke dierziekten 2015–2019» (Kamerstuk 29 683, nr. 198). De kosten van bewaking van dierziekten worden in beginsel 50% door het Rijk en 50% door het bedrijfsleven gefinancierd met uitzondering van de bewakingsprogramma’s die LNV heeft overgenomen van de voormalige productschappen. Het gaat hierbij om het voorkomen en/of bestrijden van dierziekten waaronder de ziekte van Aujeszky, Salmonella (enteritidis, s.e. en typhimurium, s.t.), Leukose, en een monitoringsprogramma voor Aviaire Influenza (AI), New Castle Disease (NCD), non-zoönotische Salmonella, en Mycoplasma. Deze worden voor 100% door de betreffende sector gefinancierd. De financiering van de kosten van bestrijding is afhankelijk van de dierziekte en de noodzakelijke voorzieningen. In aanleg worden deze kosten – tot een per diersoort afgesproken plafondbedrag – voor 100% doorberekend aan de veehouderijsectoren, met uitzondering van de kosten van de voorzieningen. Deze worden gefinancierd door overheid en sector, beide voor 50%. Boven de plafondbedragen draagt de overheid de resterende kosten. Voor de basismonitoring en de overgenomen PBO-taken zijn de plafonds niet van toepassing.

De voeding van het fonds wordt gevormd door jaarlijkse bijdragen vanuit de begroting van LNV, de heffingen bij de sector op grond van de Gezondheids-en welzijnswet voor dieren (Gwwd) en de middelen die de Europese Unie ter beschikking stelt in verband met het weren en bestrijden van besmettelijke dierziekten.

De plafondbedragen

De tarieven voor de diergezondheidsheffing voor de jaren 2018 en 2019 voor de diersoorten runderen, varkens, kippen, kalkoenen, eenden, schapen en geiten worden zodanig vastgesteld dat de totale opbrengst van de diergezondheidsheffing en de bijdragen van de sectorpartijen, bedoeld in artikel 2 van het Convenant financiering bestrijding besmettelijke dierziekten 2015–2019 (Staatscourant, 2015, 13794), gerekend over de jaren 2015 tot en met 2019, niet meer bedraagt dan onderstaande plafonds:

Plafondbedragen (bedragen x € 1.000)

Sector

   

Plafondbedragen

Rundveehouderij

   

23.540

 

Varkenshouderij

   

53.447

 
 

– 

waarvan voor Afrikaanse Varkenspest en Swine Vesicular Disease

 

30.000

Schapen/geitenhouderij

   

5.074

 

Pluimveehouderij

   

47.138

 
 

– 

waarvan voor Newcastle Disease

 

2.113

Totaal

   

129.199

 

Beleidsartikel 1 Bewaking en bestrijding van dierziekten en voorkomen en verminderen van welzijnsproblemen

Algemene doelstelling

Bewaking en bestrijding van specifieke dierziekten en het voorkomen en verminderen van welzijnsproblemen.

Rol en verantwoordelijkheid

De Minister van LNV is:

  • Verantwoordelijk voor het bestrijden van dierziekten die op basis van wetgeving verplicht moeten worden bestreden en indirect verantwoordelijk – houders van dieren zijn zelf primair verantwoordelijk – voor welzijnsaspecten bij de bestrijding.

  • Verantwoordelijk voor het tijdig signaleren en afhandelen van verdenkingen en besmettingen door onderzoek en monitoring/bewaking van bepaalde dierziekten (bijvoorbeeld Scrapie, Blauwtong, Brucella melitensis, Klassieke en Afrikaanse varkens pest (KVP en AVP), Mond-en-klauwzeer (MKZ), Aviaire Influenza (AI, vogelgriep), ziekte van Aujeszky (ZvA), Salmonella, Mycoplasma en Bovine Spongiforum Encephalopathy (BSE).

  • Verantwoordelijk voor effectieve en doelmatige crisisorganisatie bij dierziektenuitbraken.

Beleidswijzigingen

Geen wijzigingen in het beleid ten opzichte van 2018.

Budgettaire gevolgen van beleid (bedragen x € 1.000)
 

2017

2018

2019

20201

2021

2022

2023

01 Bewaking en bestrijding van dierziekten en voorkomen en verminderen van welzijnsproblemen

             
               

Beginsaldo DGF 2

12.039

19.396

         
               

Programma-uitgaven:

             

Verplichtingen

38.600

53.903

34.585

34.585

34.585

34.585

34.585

Uitgaven

38.600

53.903

34.585

34.585

34.585

34.585

34.585

waarvan juridisch verplicht

   

70%

       
               

Opdrachten

             

1. Bewaking van dierziekten

20.255

18.811

19.686

19.686

19.686

19.686

19.686

2. Bestrijding van dierziekten

15.088

13.436

12.139

12.139

12.139

12.139

12.139

3. Voorkomen en verminderen van welzijnsproblemen

             

4. Overig

3.257

2.260

2.760

2.760

2.760

2.760

2.760

               

Ontvangsten

45.957

34.507

34.585

34.585

34.585

34.585

34.585

               

Specificatie ontvangsten:

             

Ontvangsten van LNV

21.263

4.387

4.387

10.387

10.387

10.387

10.387

Overige ontvangsten (zoals EU en sector)

24.694

30.120

30.198

30.198

30.198

30.198

30.198

Eindsaldo DGF

19.396

           
X Noot
1

De prognose voor 2020 en verdere jaren is voor de totale uitgaven en ontvangsten conform de vigerende begrotingssystematiek gelijk gesteld aan de begroting 2019.

X Noot
2

Het eindsaldo DGF per ultimo 2017 ad € 19,396 mln. is bij Voorjaarsnota 2018 als beginsaldo toegevoegd aan de begroting van 2018.

Toelichting uitgaven

De prognoses voor uitgaven wijzigen jaarlijks op een aantal punten, vooral als gevolg van nieuwe aanbestedingen, op basis van realisatie in voorgaande jaren of wijzigingen in de verdeling van uitgaven over de jaren.

Toelichting ontvangsten

De bijdrage LNV is in verband met de voorfinanciering van de sectorbijdrage in voorgaande jaren voor zowel 2018 als 2019 met € 6 mln. verlaagd tot € 4,4 mln. per jaar. De overige ontvangsten in deze tabel zijn een sluitpost omdat de totale ontvangsten conform de vigerende systematiek zijn gelijkgesteld aan de uitgaven. De praktijk laat echter zien dat het ritme van de ontvangsten niet gelijk is aan de uitgaven.

Gelet op de destijds met betrekking tot de heffingen nog goed te keuren wijzigingen van de Gezondheids- en welzijnswet voor dieren (Gwwd) en de Wet dieren waren de ontvangsten van de sector in de begroting 2018 als PM-post opgenomen. Inmiddels is de wetgeving aangepast.

Onder hoofdstuk 5 is daarom opgenomen wat naar verwachting voor het begrotingsjaar 2018 respectievelijk voor 2019 door ontvangsten van de sector moet worden gefinancierd. Deze ontvangsten zullen in veel gevallen niet in hetzelfde jaar binnen komen. Aangezien de werkelijke ontvangsten voor een aantal sectoren niet geïnd worden in het jaar waarvoor ze tot dekking dienen, wijken deze af van de werkelijk te ontvangen bedragen.

Budgetflexibiliteit

Er zijn doorlopende contracten met bedrijven om bewakingsprogramma’s uit te voeren en/of om beschikbaar te zijn voor dienstverlening tijdens crises, waardoor uitgaven voor bijna 70% juridisch verplicht zijn. De resterende 30% is op basis van het convenant aan bestuurlijke afspraken gebonden en betreft de jaarlijks terugkerende bestrijdingskosten, de basismonitoring, de sectorbijdragen aan de Stichting Diergeneesmiddelen Autoriteit (SDa) en de High Containment Unit (HCU).

Toelichting op de financiële instrumenten

1. Bewaking van dierziekten

Het signaleren van (mogelijke) dierziekten vindt plaats door houders van dieren, dierenartsen en/of medewerkers van laboratoria/onderzoeksinstellingen, hetzij op basis van klinische verschijnselen dan wel op basis van de uitkomsten van laboratoriumonderzoek. In het geval deze verschijnselen kunnen wijzen op een aangifteplichtige ziekte, dient dit onmiddellijk bij de Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit (NVWA) te worden gemeld. Naast de meldplicht worden in opdracht van LNV bewakings- en monitoringsprogramma’s uitgevoerd die deels door de Europese Unie (EU) verplicht zijn gesteld ter behoud van de dierziektevrij-status. Ook een vrijstatus voor de Wereldorganisatie voor diergezondheid (Office International des Épizooties, OIE) vereist voor sommige ziekten een monitoringsprogramma. Door bewakingsonderzoeken uit te voeren wordt het risico dat een ziekte niet of niet tijdig wordt opgemerkt gereduceerd.

De EU en de OIE verlenen onder bepaalde voorwaarden aan lidstaten officiële erkenningen voor het vrij zijn van besmettelijke dierziekten. De door de EU erkende statussen «vrij van dierziekten» worden bewaakt op basis van meldingen van actuele uitbraken en voor bepaalde dierziekten- door het periodiek uitvoeren van bewakingsprogramma’s. Lidstaten zijn verplicht om uitbraken van ziekten direct te melden aan de EU.

Naast deze officiële vrijstatus zijn er andere redenen voor het uitvoeren van monitoringprogramma’s, bijvoorbeeld de volksgezondheid of nationale diergezondheidsbelangen. Zo is voor Nederland de monitoring op Q-koorts, Mycoplasma gallisepticum en Salmonella s.t./s.e. belangrijk. In 2019 worden deze monitoringsprogramma’s voortgezet.

Voor een snelle opsporing van dierziekten is de overheid in sterke mate afhankelijk van de opmerkzaamheid van veehouders en dierenarts en van hun bereidheid een eventuele verdenking te melden. Hiervoor worden in aanvulling op de monitoringsprogramma’s, waarbij een aangewezen aantal bedrijven wordt bemonsterd, zogenaamde «early warning»-programma’s uitgevoerd voor AI, KVP en AVP. Deze early warning verplicht de dierhouder om bij zieke dieren, waarbij AI, KVP of AVP niet kan worden uitgesloten op basis van het klinische beeld, monsters op te sturen voor uitsluitingsdiagnostiek.

Toelichting op de uitgaven

Opdrachten

Het budget voor opdrachten wordt onder meer ingezet voor de volgende activiteiten:

Uitgaven bewaking van dierziekten (bedragen x € 1.000)

Bewaking van dierziekten

Uitgaven

Basismonitoring

8.044

Brucella (schaap, geit)

450

Blauwtong (rund, schaap, geit)

74

BSE rund, bij destructor en bij noodslachting

2.233

TSE schaap/geit, bij destructor

146

KVP (varkens)

431

AI (bedrijfsmatig pluimvee: early warning)

98

   

AI (wilde vogels)

80

Q-koorts (melkmonsters)

540

Leukose

316

Salmonella s.e./ s.t. (pluimvee)

5.250

Monitoring AI, NCD, Mycoplasma en niet-zoönotische Salmonella

2.024

Totaal bewaking van dierziekten

19.686

2. Bestrijding van dierziekten

Onder de bestrijding van dierziekten vallen:

Voorzieningen.

  • Treffen van voorzieningen om onmiddellijk te kunnen bestrijden;

Verdenkingen.

  • Onderzoek naar verschijnselen die kunnen duiden op een aangifteplichtige dierziekte na een melding door een (vee)houder en/of door een dierenarts;

  • Onderzoek van verdachte dieren;

Bestrijding

  • Bestrijding van besmettelijke dierziekten zoals tuberculose, brucellose, leukose, AI, MKZ en KVP.

Als veehouders verschijnselen signaleren bij hun dieren die kunnen duiden op een aangifteplichtige dierziekte, is melding daarvan verplicht. Het onderzoeken van deze meldingen is een belangrijke structurele taak van de NVWA. Naast dit structureel onderzoeken van verschijnselen bij dieren als gevolg van een melding, wordt structureel onderzoek uitgevoerd naar brucellose bij runderen als deze runderen binnen een bepaalde periode hun vrucht hebben verloren. Ook bij een positief testresultaat in een bewakingsonderzoek van een aangifteplichtige ziekte wordt dit gemeld bij de NVWA. Indien een bevestigingstest positief is, wordt het bedrijf door de NVWA besmet verklaard en wordt tot bestrijding overgegaan.

Zodra sprake is of moet worden uitgegaan van een besmetting, worden onmiddellijk bestrijdingsmaatregelen getroffen door de (permanente) crisisorganisatie van LNV. Vertraging van de bestrijding leidt tot meer besmettingen en daarmee tot langduriger bestrijdingsmaatregelen. Bestrijding vindt plaats volgens Europese bestrijdingsrichtlijnen. De aanpak is geregeld in diverse draaiboeken van het Ministerie. Op Rijksoverheid.nl staan de actuele bestrijdingsdraaiboeken.

In bepaalde gevallen kan de inzet van beschermende noodvaccinatie (vaccinatie «voor het leven») een effectieve bestrijdingsmethode zijn. In plaats van het in grote aantallen preventief ruimen van dieren kan de uitbraak bij bepaalde dierziekten tot staan worden gebracht door vaccinatie, in een bepaalde cirkel rondom besmette bedrijven. Gezonde gevaccineerde dieren worden niet meer gedood. Op basis van de huidige EU-regelgeving is beschermende noodvaccinatie mogelijk bij de bestrijding van uitbraken van MKZ, KVP en AI. Deze aanpak is alleen uitvoerbaar bij dierziekten waarvoor een effectief en praktisch toepasbaar vaccin beschikbaar is, te weten MKZ en KVP. De mogelijkheid van noodvaccinatie is beschreven in de betreffende beleidsdraaiboeken.

Beleidsinstrumenten

Voor de bestrijding van dierziekten staan onder andere de volgende instrumenten ter beschikking:

  • wettelijke verplichting van houders van dieren en dierenartsen om verschijnselen die duiden op een aangifteplichtige dierziekte te melden;

  • klinische inspectie door een zogenaamde deskundigenteam, bestaande uit dierenartsen (bedrijfsdierenarts van veehouder, dierenarts van de Gezondheidsdienst van Dieren en NVWA-dierenarts op bedrijven waar mogelijk sprake is van aangifteplichtige dierziekten);

  • monsternames en diagnostisch onderzoek van afgenomen monsters bij dieren;

  • instellen van stand-still, vervoersverboden, compartimenten;

  • vaccineren van dieren;

  • onderzoek van dieren op buurt-/contactbedrijven en andere relevante bedrijven;

  • tracering van een besmetting (van en naar);

  • doden van besmette dieren en van dieren die een reëel gevaar zijn voor verspreiding van de besmetting;

  • destructie van gedode (besmette) dieren;

  • reinigen en ontsmetten van bedrijven.

De grondslag voor de inzet van bovenstaande instrumenten zijn:

  • EU-richtlijnen en EU-verordeningen;

  • Gezondheids- en welzijnswet voor dieren; Wet Dieren

  • (Beleids)draaiboeken;

  • crisisorganisatie en voorzieningen.

Toelichting op de uitgaven

Opdrachten

Een mogelijke dierziektecrisis valt niet op voorhand te voorspellen, daarom kunnen de werkelijke bestrijdingskosten niet worden begroot.

Het budget voor opdrachten voor voorzieningen en verdenkingen wordt onder meer ingezet voor de volgende activiteiten:

Uitgaven bestrijding van dierziekten (bedragen x € 1.000)

Bestrijding van dierziekten

Uitgaven1

Voorzieningen:

 

Middelenbeheer

625

Calamiteitenreserve destructie

1.454

Waakvlamcontracten

403

Voorziening vaccinatie ZvA, MKZ en KVP

2.408

Overige voorzieningen (HCU)

600

Subtotaal Voorzieningen

5.490

   

Verdenkingen:

 

Brucellose (verwerpersonderzoek)2

1.405

AI (LPAI)

479

   

Diagnostiek verdenkingen3

270

Ziekte van Aujeszky

38

Salmonella verificatieonderzoek leg- en vermeerderingsbedrijven

450

Overige4

487

Subtotaal Verdenkingen:

3.129

   

Bestrijding:

 

Jaarlijks terugkerende kosten bestrijding:

1.270

Salmonella

 

– ruimingskosten

500

– vergoeding waarde dieren5

1.500

Mycoplasma Gallisepticum

250

Subtotaal Bestrijding

3.520

   

Totaal

12.139

X Noot
1

Begrote bedragen gebaseerd op gerealiseerde kosten 2013–2016 (zie jaarverslagen DGF), daarbij rekening houdend met meerjarige trends en structurele veranderingen.

X Noot
2

Aantal bemonsterde dieren geraamd op 11.000.

X Noot
3

Met betrekking tot de diagnostiek verdenkingen is een contract gesloten met het Centraal Veterinair Instituut waarbij naar schatting € 0,6 mln. ten laste van bestrijding dierziekten komt. Hier valt ook diagnostiek Ziekte van Aujeszky (ZvA) onder. De kosten worden uiteindelijk afgerekend per diersoort. In bovenstaande begroting is de toerekening al grotendeels doorgevoerd.

X Noot
4

Onder de post overige bij verdenkingen is een aantal dierziekten samengevoegd ( o.a. KVP, AVP. SVD, MKZ, NCD, BSE, TSE, Psitacosse, TBC, BT, Rabiës, Brucella en Q-koorts).

X Noot
5

Betreft 50% cofinanciering door EU en 50% door sector.

3. Voorkomen en verminderen van welzijnsproblemen

Bij uitbraken van wettelijk te bestrijden dierziekten treden – op basis van het draaiboek – diverse veterinaire maatregelen in werking. Eén van de maatregelen is het instellen van een vervoersverbod waardoor in bepaalde gebieden het vervoer van bepaalde diercategorieën niet meer is toegestaan dan wel aan stringente voorwaarden is gebonden. Als gevolg van het vervoersverbod kunnen in deze gebieden welzijns- en huisvestingsproblemen ontstaan (meer of grotere dieren dan de beschikbare hokcapaciteit toelaat, met als gevolg onder andere gezondheidsproblemen, agressiviteit, stress etc.).

Opdrachten

Een mogelijke dierziektecrisis valt niet op voorhand te voorspellen, daarom kunnen de uitgaven voor de daaruit volgende welzijnsmaatregelen niet worden begroot.

4. Overig

Opdrachten

Dit instrument is onder andere voor de financiering van overige uitgaven.

Het budget 2019 voor overige opdrachten wordt onder meer ingezet voor de volgende activiteiten:

  • de sectorbijdragen aan de Stichting Diergeneesmiddelen Autoriteit, € 0,4 mln.

  • de uitvoeringskosten voor het innen van heffingen, € 1,6 mln.

  • de LNV Gezondheidsdienst voor Dieren Percelen (€ 0,8 mln.). Dit betreft veterinaire kennis (inclusief opleiding) en beleidsadvisering, deelname aan de zoönosenstructuur, assistentie van de NVWA bij verdenkingen en de afhaaldienst voor onderzoek dode dieren.

5. Ontvangsten van de sector

Nadere toelichting financiële gevolgen wijziging Gezondheids- en welzijnswet voor dieren (Gwwd) en de Wet dieren

Sinds de inwerkingtreding van het wetvoorstel per 1 januari 2018 is het mogelijk om een heffingstarief reeds na een jaar te wijzigen en er kan een crisisreserve worden opgebouwd. De tarieven worden bij algemene maatregel van bestuur vastgesteld en gewijzigd. Een tarief wordt vastgesteld voor een bepaald kalenderjaar. Wordt niet tijdig een ander tarief vastgesteld, dan blijft vigerende tarief gelden voor het volgende kalenderjaar. In het wetsvoorstel zijn de componenten benoemd die de hoogte van een tarief bepalen zoals: 1) een raming van de uitgaven voor het jaar waarin de heffing met gebruikmaking van de tarieven worden geheven; dit zijn met name de uitgaven voor het weren van besmettelijke dierziekten (preventieve maatregelen) en 2) een berekening van de uitgaven in de voorafgaande vijf jaren die niet gedekt zijn door de inkomsten uit heffingen. Hierdoor sluiten de opbrengsten van de heffingen beter aan op de uitgaven.

Benodigde bijdrage van de sectoren voor 2018 en 2019

De benodigde bijdragen van de sectoren betreffen de reguliere jaarlijkse bijdragen uit de DGF-tarifering alsmede ontvangsten die betrekking hebben op verrekeningen van door LNV in voorgaande jaren voorgefinancierde bedragen. Als gevolg van de wijzigingen in de Gezondheids- en welzijnswet voor dieren (Gwwd) en de Wet dieren zijn voor de sectoren schaap/geit en pluimvee de tarieven aangepast, waardoor tekorten uit voorgaande jaren kunnen worden ingelopen vanaf 2018. Tevens is in het convenant afgesproken dat in het Diergezondheidsfonds crisisreserves worden gevormd en in stand gehouden uit de bijdragen van de sectoren ter grootte van 20% van de geraamde bestrijdingskosten per sector in de convenantsperiode. De reserves zijn bedoeld om in geval van een crisis direct de bestrijdingskosten te kunnen betalen. Tegenover de ontvangsten ten behoeve van de crisisreserve staan uiteraard nog geen begrote uitgaven omdat uitbraken van dierziekten en daarmee samenhangende uitgaven in enig jaar niet te voorspellen zijn.

In onderstaande twee tabellen is opgenomen wat naar verwachting voor het begrotingsjaar 2018 respectievelijk voor 2019 door ontvangsten van de sector moet worden gefinancierd. Deze ontvangsten zullen in veel gevallen niet in hetzelfde jaar binnen komen.

Aangezien de werkelijke ontvangsten voor de sectoren varkens, pluimvee en schaap/geit niet geïnd worden in het jaar waarvoor ze tot dekking dienen, wijken deze af van de werkelijk te ontvangen bedragen.

Zo wordt van het totaal van de sector te ontvangen bedrag voor 2018 ad € 40,1 mln. naar verwachting een bedrag ad € 16,9 mln. pas ontvangen in 2019. Dit betreft met name een bedrag van € 12,4 mln. voor de pluimveesector die vooral samenhangt met een inhaalslag voor de jaren 2015 tot en met 2017 en die op basis van de gewijzigde Gwwd en de Wet dieren nu pas kan worden doorberekend. Een deel van de pluimveeheffingen voor 2017 is voorts mede door de fipronil in 2018 gefactureerd en er zijn betalingsregelingen getroffen. Verder wordt € 4,0 mln. van de varkenssector en bijna € 0,5 mln. van de sector schapen en geiten pas verwacht in 2019.

Benodigde sectorbijdrage 2018 (bedragen x € 1.000)
 

Runderen

Varkens

Schaap/geit

Pluimvee

Totaal

Benodigde sectorbijdrage voor uitgaven 2018

5.917

3.289

1.454

10.169

20.829

Sectorbijdrage voor de inhaalslag tekorten voorgaande jaren

   

50

14.234

14.284

Crisisreserve

 

4.900

49

 

4.949

Totaal benodigde sector bijdrage over 2018

5.917

8.189

1.553

24.403

40.062

Benodigde sectorbijdrage 2019 (bedragen x € 1.000)
 

Runderen

Varkens

Schaap/geit

Pluimvee

Totaal

Benodigde sectorbijdrage voor uitgaven 2019

5.956

3.063

1.466

10.650

20.235

Crisisreserve

 

4.900

49

3.711

9.560

Totaal benodigde sectorbijdrage over 2019

5.956

7.963

1.515

14.361

29.795

7. BIJLAGEN

Bijlage 1: Zelfstandige Bestuursorganen en Rechtspersonen met een Wettelijke Taak

Overzicht Rechtspersonen met een Wettelijke Taak en Zelfstandige Bestuursorganen (vallend onder het Ministerie van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit)
 

Naam organisatie

RWT

ZBO

Functie

Begrotingsartikel(en)

Begrotingsramingen

X € 1.000

Verwijzing

(URL-link) naar website RWT/ZBO

Hyperlink uitgevoerde evaluatie ZBO onder Kaderwet

1

Bureau Beheer Landbouwgronden/

Commissie Beheer Landbouwgronden

X

X1

Bureau Beheer Landbouwgronden is belast met de verwerving in opdracht van EZ en andere overheden van onroerend goed dat wordt doorgeleverd aan overheids- en andere organisaties die daarmee overheidsdoelen in het landelijk gebied realiseren met betrekking tot de thema’s natuur, landbouw, recreatie, landschap, water en milieu

12

Geen bijdrage

www.dlg.nl

www.rvo.nl

Evaluatieplicht niet van toepassing

2

Centrale Commissie Dierproeven

 

X

De CCD verleent vergunningen voor het verrichten van dierproeven op basis van adviezen van een van de Dierexperimenten Commissies (DEC).

11

750

www.centralecommissiedierproeven.nl

Voorzien voor 2020

3

College voor de toelating van gewasbeschermings-middelen en biociden

X

X

Het Ctgb oordeelt over de toelating van gewasbeschermingsmiddelen en biociden.

11

991

www.ctgb.nl

Kamerstuk 27 858, nr. 399

4

AOC Raad (Bureau Erkenningen)

X

 

Bureau Erkenningen (BE) van de AOC Raad is in de Regeling gewasbeschermingsmiddelen en biociden (Rgb), aangewezen als instantie voor het verstrekken van vakbekwaamheidsbewijzen gewasbescherming.

 

Geen directe bijdrage

www.erkenningen.nl

Evaluatieplicht niet van toepassing

5

Grondkamers (5)

 

X

Bevorderen van goede pachtverhoudingen in Nederland, toetsen van de inhoud van pachtovereenkomsten aan de dwingend rechtelijke bepalingen van de Pachtwet, uitvoeren van een prijstoetsing en toetsen van overeenkomsten van korte duur, bepalen van verpachte waarde.

Geen bijdrage

www.grondkamers.nl

Evaluatie wordt meegenomen bij de Pachtherziening

6

Kamer voor de Binnenvisserij

 

X1

Toetsen van overeenkomsten van huur en verhuur van visrechten en het goedkeuren van toestemmingen om te vissen, uitgegeven door visrechthebbenden; beide met het oog op een doelmatige bevissing van binnenwateren.

Geen bijdrage

www.kamervoordebinnenvisserij.nl

Evaluatie

is niet voorzien. Besluitvorming wordt overgelaten aan volgend kabinet

7

Raad voor Plantenrassen

 

X

De Raad voor plantenrassen geeft uitvoering aan de Zaaizaad- en Plantgoedwet 2005 op het gebied van toelating van plantenrassen en verlening van intellectuele eigendomsbescherming m.b.t. plantenrassen (kwekersrecht).

11

866

www.plantenrassen.nl

Kamerstuk 25 268, nr. 75

8

Rendac BV

X

 

Ophalen, verwerken en (laten) vernietigen van dierlijke restmaterialen en kadavers (categorie 1- en 2-materiaal, niet bestemd voor consumptie).

 

Geen bijdrage

www.rendac.nl

Evaluatieplicht niet van toepassing

9

Staatsbosbeheer

X

X1

Staatsbosbeheer richt zich op de volgende hoofddoelstellingen:

het instandhouden, herstellen en ontwikkelen van natuur-, landschaps- en cultuurhistorische waarden in de gebieden van Staatsbosbeheer;

het bevorderen van recreatie in zo veel mogelijk gebieden van Staatsbosbeheer;

het leveren van een bijdrage aan de productie van milieuvriendelijke en vernieuwbare grondstoffen zoals hout.

12

26.505

www.staatsbosbeheer.nl

Evaluatieplicht niet van toepassing

10

Stichting Bloembollenkeuringsdienst

X

X

Stichting BKD geeft uitvoering aan de Landbouwkwaliteitswet (Plantenziektenwet) in de sector bloembollen.

Geen bijdrage

www.bloembollenkeuringsdienst.nl

Kamerstuk 25 268-H

11

Stichting Centraal Orgaan Kwaliteitsaangelegenheden in de Zuivel

X

X

Stichting COKZ geeft uitvoering aan de Landbouwkwaliteitswet in de zuivelsector en in de sector pluimvee en eieren (COKZ/NCAE).

11

150

www.cokz.nl

Besluit over evaluatie valt in kader van plan van aanpak n.a.v. het advies van de Commissie Sorgdrager (Kamerstuk 26 991, nr. 525)

12

Wageningen Research

X

 

In het algemeen belang bijdragen aan strategisch en toepassingsgericht onderzoek op het gebied van productie, verwerking, afzet en handel van agrarische producten, van de visserij, van het natuur- en milieubeheer, van de openluchtrecreatie en van het beheer en de inrichting van het landelijk gebied.

11

156.715

www.wur.nl

Evaluatieplicht niet van toepassing

13

Stichting Skal

X

X

Stichting Skal geeft uitvoering aan de Landbouwkwaliteitswet m.b.t. biologische productiemethoden.

Geen bijdrage

www.skal.nl

Kamerstuk 25 268, nr. 162

14

Stichting Kwaliteits-Controle-Bureau

X

X

Stichting KCB geeft uitvoering aan de Landbouwkwaliteitswet en de Plantenziektenwet in de sector groenten en fruit.

11

2.419

www.kcb.nl

Kamerstuk 25 268-H

15

Stichting Nederlandse Algemene Kwaliteitsdienst Tuinbouw

X

X

Stichting Naktuinbouw geeft uitvoering aan de Zaaizaad- en Plantgoedwet 2005 (en de Plantenziektenwet) m.b.t. teeltmateriaal in sectoren tuinbouw- en de bosbouwgewassen.

 

1.030

www.naktuinbouw.nl

Kamerstuk 25 268-H

16

Stichting Nederlandse Algemene Keuringsdienst voor zaaizaad en pootgoed van landbouwgewassen

X

X

Stichting NAK geeft uitvoering aan de Zaaizaad- en Plantgoedwet 2005 (en de Plantenziektenwet) m.b.t. zaaizaad en pootgoed in de sector landbouwgewassen.

Geen bijdrage

www.nak.nl

Kamerstuk 25 268-H

X Noot
1

Valt niet onder Kaderwet ZBO.

Bijlage 2: Verdiepingsbijlage

Beleidsartikel 11 Concurrerende, duurzame, veilige agro-, visserij- en voedselketens

Uitgaven beleidsartikel 11 (bedragen x € 1.000)
 

2018

2019

2020

2021

2022

2023

Stand ontwerpbegroting 2018 EZK

548.488

523.628

515.606

517.246

518.759

 

Mutatie nota van wijziging 2018

           

Mutatie amendement 2018

           

Mutatie ISB 2018

37.900

         

Mutatie 1e suppletoire begroting 2018

51.509

40.882

47.282

42.193

24.886

 

Nieuwe mutaties:

           

Loon- en prijsbijstellingstranche 2018

9.555

9.039

8.867

8.894

8.833

 

Desaldering uitgaven/ontvangsten NVWA

5.520

         

Grondwaterbeschermingsgebieden naar Provinciefonds en BTW-fonds

– 4.614

         

Wageningen Research

 

17.846

25.380

25.380

25.380

 

Versterking NVWA

 

6.000

3.333

3.333

3.333

 

Overboeking TNO naar Wageningen Research

     

4.100

4.100

 

RVO.nl

2.400

10.000

10.000

10.000

10.000

 

Ontwikkelagenda Groen onderwijs

 

4.400

       

ACM team agro-nutriketen

200

1.300

1.300

1.300

1.300

 

Bijdrage aan klimaatpilots

1.275

225

       

Bijdrage aan netwerk ecologische monitoring

2.741

       

Kasschuif WR

– 6.000

6.000

       

Overig

– 722

659

– 106

– 20

230

 

Stand ontwerpbegroting 2019 LNV

645.511

622.720

611.662

612.426

596.821

603.314

Loon- en prijsbijstellingstranche 2018

Met deze mutatie wordt de loon- en prijsbijstelling verdeeld naar de LNV beleidsartikelen.

Desaldering uitgaven/ontvangsten NVWA

Met betrekking tot de afrekening van de NVWA over 2017 (positief resultaat) wordt in 2018 een bedrag van € 5,5 mln. door LNV ontvangen. Hiervan wordt € 4,3 mln. ingezet voor de LNV-bijdrage aan de NVWA voor de uitbreiding van het opdrachtenpakket. Het restant van € 1,2 mln. is gelabeld voor de fusie van de laboratoria van de NVWA en WR-RIKILT. Deze verhoging van de eigenaarsbijdrage betreft de eenmalige kosten voor de afkoop van het verschil in arbeidsvoorwaarden van het personeel dat overgaat van de NVWA naar WR-RIKILT.

Grondwaterbeschermingsgebieden naar Provinciefonds en BTW-fonds

Betreft de overboeking inzake de bestuursovereenkomst grondwaterbeschermingsgebieden, waarvoor de betreffende provincies netwerk activiteiten ondernemen. De middelen komen oorspronkelijk uit de enveloppe «Natuur en waterkwaliteit»- onderdeel 6e Actieprogramma Nitraatrichtlijn.

Wageningen Research

Deze mutatie betreft de inzet uit de regeerakkoord envelop Toegepast Onderzoek aan Wageningen Research. De bijdrage voor de kennisbasis wordt vanaf 2019 structureel met € 13,2 mln. verhoogd. Daarnaast is er een extra intensivering van € 4,6 mln. in 2019 voor missiegedreven programma’s. Vanaf 2020 bedraagt de extra bijdrage voor missiegedreven programma’s structureel € 12,2 mln.

Versterking NVWA

Dit betreft de overheveling van een deel van de middelen uit de regeerakkoord envelop «capaciteit NVWA» naar de begroting van LNV. Deze eerste tranche heeft een totale omvang van € 5 mln. structureel vanaf 2019. Van deze middelen is 2/3 beschikbaar voor LNV en 1/3 voor VWS. Daarnaast is door het vorige kabinet eenmalig € 25 miljoen extra beschikbaar gesteld voor de NVWA. Vanuit die extra middelen is € 4 mln. incidenteel voor 2019 ingezet (idem voor LNV 2/3 en VWS 1/3). De extra middelen worden ingezet voor meer capaciteit voor het toezicht op voedselveiligheid en dierenwelzijn. De intensivering bij de NVWA vindt onder andere plaats door te investeren in digitaal toezicht, het versterken van de Inlichtingen en Opsporingsdienst (IOD) en door een pilot te starten met cameratoezicht in slachthuizen.

Overboeking TNO naar WR

Deze mutatie betreft het structureel maken van de overboeking van middelen van TNO naar art. 11 ten behoeve van de oprichting van het Dutch Food Initiative (de versterking van voedselonderzoek bij Wageningen Research). Dit organisatieonderdeel van TNO is overgegaan naar Wageningen Research.

RVO.nl

Uit de voorlopige kostenraming van RVO.nl voor de Agro-opdracht blijkt een grote kostenstijging. Met het oog hierop wordt structureel € 10 mln. voor de Agro-opdracht gereserveerd. Dit wordt gedekt uit middelen die bij Voorjaarsnota aan de LNV-begroting zijn toegevoegd. Daarnaast wordt er in 2018 meerwerk aan RVO.nl opgedragen, onder andere voor de implementatie van de wettelijke verplichte Basisregistratie Grootschalige Topografie. Verder is er in 2017 ca. € 0,5 mln. te weinig bevoorschot op de opdracht aan RVO.nl. Dit wordt in 2018 verrekend.

Ontwikkelagenda Groen onderwijs

In 2019 wordt € 4,4 mln. besteedt aan de bijdrage aan de Ontwikkelagenda Groen onderwijs. Dit betreft een bijdrage naar aanleiding van een bestuurlijke afspraak met 40 partijen met een inspanningsverplichting voor het onderwijs, bedrijfsleven en de overheid.

ACM team agro-nutriketen

Om oneerlijke handelspraktijken in de voedselketen aan te pakken, is in het regeerakkoord voorgenomen een speciaal team voor de agri-nutriketen bij ACM in te richten. Hiervoor wordt structureel € 1,3 mln. aangewend.

Bijdrage aan klimaatpilots

Het betreft de bijdrage aan klimaatpilots uitgevoerd via het onderdeel onderzoeksprogrammering Wageningen Research.

Bijdrage aan netwerk ecologische monitoring

De bijdrage aan het Netwerk Ecologische Monitoring voor het verzamelen en verwerken van de gegevens in het Netwerk Ecologische Monitoring wordt van artikel overgeheveld naar de instellingen van Wageningen Research op artikel 11.

Kasschuif WR

De Regeerakkoordmidelen voor klimaatonderzoek zijn verstrekt voor uitgaven in 2018. De verplichtingen die hiervoor aangegaan zijn bij Wageningen Research hebben echter een meerjarig karakter waardoor een deel van de betalingen in 2019 plaatsvindt. Dat deel van de in 2018 verstrekte kasmiddelen schuift door naar 2019.

Ontvangsten beleidsartikel 11 (bedragen x € 1.000)
 

2018

2019

2020

2021

2022

2023

Stand ontwerpbegroting 2018 EZK

41.026

38.850

37.480

37.480

37.480

 

Mutatie nota van wijziging 2018

           

Mutatie amendement 2018

           

Mutatie ISB 2018

           

Mutatie 1e suppletoire begroting 2018

2.809

0

0

0

0

 

Nieuwe mutaties:

           

Desaldering uitgaven/ontvangsten NVWA

5.520

         

Overig

816

1.100

1.000

400

400

 

Stand ontwerpbegroting 2019 LNV

50.171

39.950

38.480

37.880

37.880

35.029

Desaldering uitgaven/ontvangsten NVWA

Zie toelichting bij de uitgaven.

Overig

Het betreft hier onder meer bestuurlijke boete ontvangsten.

Beleidsartikel 12 Natuur en biodiversiteit

Uitgaven beleidsartikel 12 (bedragen x € 1.000)
 

2018

2019

2020

2021

2022

2023

Stand ontwerpbegroting 2018 EZK

105.204

112.309

112.503

113.121

113.749

 

Mutatie nota van wijziging 2018

           

Mutatie amendement 2018

           

Mutatie ISB 2018

6.600

         

Mutatie 1e suppletoire begroting 2018

– 1.963

– 65

– 10

– 35

91

 

Nieuwe mutaties:

           

Project Mainport Rotterdam

7.993

7.842

7.999

     

Bijdrage aan klimaatpilots

– 1.275

– 225

       

Bijdrage aan Netwerk Ecologische Monitoring

 

– 2.741

       

Overig

754

2.390

2.825

2.928

2.978

 

Stand ontwerpbegroting 2019 LNV

117.313

119.510

123.317

116.014

116.818

116.818

Project Mainport Rotterdam

Met de ontvlechting van het voormalige Ministerie van Economische Zaken, gaat de uitfinanciering van het Project Mainport Rotterdam over van EZK naar de begroting van LNV, vanwege de aansluiting met de LNV beleidsterreinen natuur en regio.

Bijdrage aan klimaatpilots

De uitvoering van de klimaatpilots wordt uitgevoerd via de onderzoeksprogrammering van Wageningen Research. Dit betreft pilots op het terrein van klimaatslim bosbeheer en natuur,

Bijdrage aan Netwerk Ecologische Monitoring

De bijdrage aan het Netwerk Ecologische Monitoring voor het verzamelen en verwerken van de gegevens in het Netwerk Ecologische Monitoring wordt van artikel 12 overgeheveld naar de instellingen van Wageningen Research op artikel 11.

Overig

Betreft onder meer de toedeling loon en prijsbijstellingstranche 2018.

Ontvangsten beleidsartikel 12 (bedragen x € 1.000)
 

2018

2019

2020

2021

2022

2023

Stand ontwerpbegroting 2018 EZK

57.180

39.861

33.503

31.563

25.120

 

Mutatie nota van wijziging 2018

           

Mutatie amendement 2018

           

Mutatie ISB 2018

           

Mutatie 1e suppletoire begroting 2018

0

         

Nieuwe mutaties:

           

Verkoop gronden SBB

 

5.000

       

Overig

 

1.000

1.000

1.000

1.000

 

Stand ontwerpbegroting 2019 LNV

57.180

45.861

34.503

32.563

26.120

23.907

Verkoop gronden SBB

De reeds eerder geraamde inkomsten die Staatsbosbeheer afdraagt uit de verkoop van erfpachtpercelen op de Waddeneilanden worden over hee langere periode ontvangen. Voor 2019 wordt € 5 mln. meer voorzien.

Overig

Het betreft hier diverse geraamde ontvangsten op het terrein van natuur en biodiversiteit.

Artikel 50 Apparaat

Uitgaven apparaatsartikel 50 (bedragen x € 1.000)
 

2018

2019

2020

2021

2022

2023

Stand ontwerpbegroting 2018 EZK

           

Mutatie nota van wijziging 2018

41.354

41.246

41.180

41.181

41.181

 

Mutatie amendement 2018

           

Mutatie ISB 2018

           

Mutatie 1e suppletoire begroting 2018

0

         

Nieuwe mutaties:

           

Herinrichting apparaat

 

67.661

66.122

64.344

64.344

 

Stand ontwerpbegroting 2019 LNV

41.354

108.907

107.302

105.525

105.525

105.525

Herinrichting apparaat

Dit betreft een overboeking van de begroting van EZK naar de LNV-begroting. De uitgaven bestaan uit het LNV-deel van de personele- en materiële uitgaven voor de dienstonderdelen die samen worden gedeeld met het Ministerie van EZK (o.a. de directie Bedrijfsvoering en de directie Wetgeving en Juridische Zaken (Kamerstuk 34 775 XIII, nr. 138). Het budgettaire beslag van deze onderdelen slaat volgens een verdeelsleutel neer op beide begrotingen. Ook worden middelen overgeheveld van de begroting van EZK naar de begroting van LNV voor enkele specifieke taken.

Ontvangsten apparaatsartikel 50 (bedragen x € 1.000)
 

2018

2019

2020

2021

2022

2023

Stand ontwerpbegroting 2018 EZK

           

Mutatie nota van wijziging 2018

1.500

1.500

1.500

1.500

1.500

 

Mutatie amendement 2018

           

Mutatie ISB 2018

           

Mutatie 1e suppletoire begroting 2018

0

         

Nieuwe mutaties:

           

Herinrichting apparaatsartikelen deel LNV

 

1.286

1.286

1.293

1.286

 

Stand ontwerpbegroting 2019 LNV

1.500

2.786

2.786

2.793

2.786

3.431

Herinrichting apparaatsartikelen deel LNV

Dit betreft een overboeking naar de begroting van LNV. De ontvangsten bestaan uit het LNV-deel van de ontvangsten van de samen gedeelde directie Bedrijfsvoering.

Artikel 51 Nog onverdeeld

Uitgaven niet-beleidsartikel 51 (bedragen x € 1.000)
 

2018

2019

2020

2021

2022

2023

Stand ontwerpbegroting 2018 EZK

0

0

0

0

0

 

Mutatie nota van wijziging 2018

           

Mutatie amendement 2018

           

Mutatie ISB 2018

           

Mutatie 1e suppletoire begroting 2018

64.755

63.200

44.200

39.200

37.200

 

Nieuwe mutaties:

           

Minister LNV

– 175

– 175

– 175

– 175

– 175

 

Dekking diverse problematiek

– 30.603

– 33.759

– 31.118

– 28.966

– 27.026

 

Kasschuif augustusbrief LNV

– 327

1.938

1.171

– 982

– 900

– 900

Stand ontwerpbegroting 2019 LNV

33.650

31.204

14.078

9.077

9.099

9.099

Dekking diverse problematiek

Op het artikel Nog onverdeeld stond vanaf de Voorjaarsnota een reeks middelen gereserveerd voor diverse problematiek. Deze middelen worden hier nu overgeboekt – deels naar de begroting van EZK – en ingezet op de betreffende onderdelen.

Ontvangsten niet-beleidsartikel 51 (bedragen x € 1.000)
 

2018

2019

2020

2021

2022

2023

Stand ontwerpbegroting 2018 EZK

0

0

0

0

0

 

Mutatie nota van wijziging 2018

           

Mutatie amendement 2018

           

Mutatie ISB 2018

           

Mutatie 1e suppletoire begroting 2018

0

0

0

0

0

 

Nieuwe mutaties:

           
             

Stand ontwerpbegroting 2019 LNV

– 

– 

– 

– 

– 

– 

Verdiepingsbijlage Diergezondheidsfonds (DGF) – Beleidsartikel 01 Bewaking en bestrijding van dierziekten en voorkomen en verminderen van welzijnsproblemen

Uitgaven DGF (bedragen x € 1.000)
 

2018

2019

2020

2021

2022

2023

Stand ontwerpbegroting 2018 EZK

34.507

34.507

34.507

34.507

34.507

 

Mutatie nota van wijziging 2018

           

Mutatie amendement 2018

           

Mutatie ISB 2018

           

Mutatie 1e suppletoire begroting 2018

19.396

         

Nieuwe mutaties:

           

Ramingsbijstelling uitgaven

 

78

78

78

78

 

Stand ontwerpbegroting 2019 LNV

53.903

34.585

34.585

34.585

34.585

34.585

Ontvangsten DGF (bedragen