Kamerstuk

Datum publicatieOrganisatieVergaderjaarDossier- en ondernummer
Tweede Kamer der Staten-Generaal2017-201823987 nr. 228

23 987 Lidmaatschap van de Europese Unie

Nr. 228 BRIEF VAN DE MINISTER VAN LANDBOUW, NATUUR EN VOEDSELKWALITEIT

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal

Den Haag, 27 maart 2018

Hierbij informeer ik u, mede namens de Minister van Buitenlandse Zaken, over de gevolgen van Brexit voor de land- en tuinbouw, en visserij en ook informeer ik u over de inzet voor de nieuwe relatie en de inzet van maatregelen ter voorbereiding op Brexit. Tevens beantwoord ik middels deze brief de vragen van de vaste commissie voor Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit van 22 februari jl. over de uittreding van het Verenigd Koninkrijk uit de Europese Unie (Brexit).

Graag wil ik u erop wijzen dat een deel van de in deze brief behandelde thema’s eveneens aan de orde komt in:

  • de beantwoording van de Kamervragen over de economische consequenties van Brexit van de leden Amhaouch, Geurts en Omtzigt (allen CDA) van 6 februari 2018 (Aanhangsel Handelingen II 2017/18, nr. 1068),

  • de beantwoording van de Kamervragen over de economische consequenties van de Brexit voor Nederland van de leden Amhaouch, Geurts en Omtzigt (allen CDA) van 19 februari 2018 (Aanhangsel Handelingen II 2017/18, nr. 1206),

  • de kabinetsreactie op het KPMG-rapport en op vragen omtrent Brexit van 20 februari 2018 (Kamerstuk 23 987, nr. 217),

  • de beantwoording van het verzoek van de vaste commissie voor Europese Zaken van 18 januari 2018 (Kamerstuk 23 987, nr. 212),

  • en de beantwoording van de feitelijke vragen van de vaste commissie voor Europese Zaken van 13 februari 2018 (Kamerstuk 23 987, nr. 208).

Gevolgen Brexit voor Nederlandse land- en tuinbouw en visserij

Het Verenigd Koninkrijk is een belangrijke handelspartner van Nederland en onze economieën zijn nauw verweven. De export van goederen en diensten naar het VK draagt voor 3,2% bij aan het bbp en het VK is na Duitsland en België de derde exportbestemming van Nederlandse bedrijven.

De verwevenheid geldt in het bijzonder voor de Nederlandse land- en tuinbouw. In 2017 exporteerde Nederland voor € 8,6 miljard aan agrarische producten naar het VK, goed voor 9,4% van de totale export van Nederlandse agrarische goederen wereldwijd. Na Duitsland en België is het VK daarmee de belangrijkste afzetmarkt voor agrarische goederen, voor onder andere pluimveevlees, bloemen, boomkwekerijproducten en groenten. Ook is het VK een belangrijke afzetmarkt voor in Nederland verwerkte producten. Nederland is daarmee de belangrijkste leverancier van agrarische goederen in het VK, dat voor zijn voedselvoorziening een zelfvoorzieningsgraad heeft van slechts 60%1.

Het feit dat het VK uit de Europese Unie treedt zal effect hebben op deze handelsstromen. De mate waarin, zal afhankelijk zijn van de toekomstige relatie. In het meest ongunstige scenario (cliff edge) wordt teruggevallen op het WTO-regime, waarbij importtarieven en hoge handelskosten gelden. Wageningen Economic Research2 heeft een schatting gemaakt van de impact van een dergelijk scenario op de agrarische handelspositie van Nederland op langere termijn (2025) voor met name vlees, zuivel en groenten. De studie concludeert dat per saldo de totale exportwaarde van de Nederlandse agrarische sector daalt. Door de prijsdruk die daarmee gepaard gaat resulteert dat in een daling van de totale agrarische productiewaarde van grofweg 2%, circa € 500 miljoen. Ook zijn de effecten geschat die optreden wanneer het VK en de EU een vrijhandelsverdrag afsluiten, waarbij ervan uit wordt gegaan dat er geen importtarieven worden geheven en handelskosten lager zijn. De schatting laat zien dat bij een dergelijk scenario de Nederlandse exportvolumes naar het VK en naar de rest van de wereld weinig veranderen. Wageningen Economic Research heeft voor haar onderzoek gebruik gemaakt van een model, waarbij sommige factoren die in de praktijk van belang zijn en de handel in agrarische producten sterk beïnvloeden, zoals kwaliteitsverschillen en productspecificaties, niet goed te modelleren zijn. Ook wordt in de studie van Wageningen Economic Research verondersteld dat Britse standaarden niet afwijken van de Europese standaarden, bijvoorbeeld op het gebied van voedselveiligheid, en er wordt uitgegaan van een soepele afhandeling van douaneformaliteiten aan Britse zijde. Dergelijke effecten kunnen ook optreden wanneer de EU en het VK een vrijhandelsverdrag afsluiten en kunnen grote gevolgen hebben voor de handel en voor individuele bedrijven die daarbij betrokken zijn. De mate waarin deze effecten zullen optreden zijn afhankelijk van de uitkomsten van de onderhandelingen.

De Ministeries van LNV en EZK hebben een onderzoek uitgezet bij KPMG om een beter inzicht te verkrijgen in de non-tarifaire belemmeringen voor ondernemers3. U bent geïnformeerd middels een Kamerbrief met een reactie op de bevindingen in het rapport en op de verschillende aanbevelingen (Kamerstuk 23 987, nr. 217). Het onderzoek is uitgegaan van een cliff edge scenario waarbij terug wordt gevallen op het WTO-regime. De studie laat zien dat handel met het VK gepaard zal gaan met kosten als gevolg van douaneformaliteiten (administratieve lasten) en kosten als gevolg van sectorspecifieke markttoegangsvereisten, zoals controle op benodigde certificaten. Dit geldt in het bijzonder voor de twee land- en tuinbouw gerelateerde case studies; de vleessector en snijbloemen. Hier wordt een kostenstijging verwacht van ongeveer 0,7% tot 1,9% (vlees) en 0,8% tot 1,3% (snijbloemen) ten opzichte van de huidige waarde van de in- en uitvoer tussen Nederland en het VK (dit is excl. douanerechten en btw). Uit de studie zijn ook zorgen naar voren gekomen die op dit moment niet gekwantificeerd kunnen worden. Een voorbeeld daarvan zijn de effecten van potentiële problemen in de afhandeling van grensprocedures. Mogelijke vertragingen kunnen vooral voor bederfelijke producten grote gevolgen hebben. Waar snelle levering voor bepaalde producten op dit moment een unique selling point is voor Nederland, kan het de concurrentiepositie aantasten t.o.v. andere leveranciers op de Britse markt. Een belangrijke non-tarifaire handelsbelemmering waar ondernemers in de toekomst mee te maken kunnen krijgen zijn de kosten die gepaard gaan met divergerende Britse standaarden. Zowel in de studie van KPMG als in de studie van Wageningen Economic Research zijn deze kosten niet meegenomen.

Voor de Nederlandse visserijsector kan de Brexit ook grote gevolgen met zich meebrengen4. Bepaalde Nederlandse visserijsectoren zijn sterk afhankelijk van de VK-wateren, in het bijzonder de pelagische vriestrawlers die op haring, makreel en blauwe wijting vissen en de boomkotters die op tong en schol vissen. Op basis van inkomsten is de vriestrawlersvloot gemiddeld tot 60% afhankelijk van de Britse en Schotse wateren, terwijl de bodemtrawlers die in Britse wateren vissen daar gemiddeld ongeveer 30% van hun inkomsten halen. Van de ongeveer 105 Nederlandse kotters die in VK-wateren vissen halen 30–35 schepen meer dan 50% van hun inkomsten uit deze wateren. Het is onzeker of EU-vissersschepen na Brexit nog in VK-wateren mogen vissen en zo ja, onder welke voorwaarden.

Sommige Nederlandse visafslagen zijn niet alleen afhankelijk van de visaanvoer door de Nederlandse vissersvloot, maar ook van vis die wordt aangevoerd door VK-gevlagde vaartuigen (vrijwel allen van Nederlandse eigenaren). In 2016 landden schepen onder Britse vlag in totaal meer dan € 75 miljoen vis en schelpdieren aan in Nederland. Op de visveiling in Urk wordt meer dan 25% van de totale waarde van de aangevoerde vis binnengebracht door VK-gevlagde vaartuigen. Het is onzeker of deze vloot zijn vangst na de Brexit net zo gemakkelijk en zonder transactiekosten kan aanlanden als nu het geval is. Dat zal afhankelijk zijn van de toekomstige relatie tussen EU en VK.

Inzet toekomstige relatie

Gezien de economische verwevenheid is het van groot belang dat de Europese Unie en het VK komen tot een nieuwe relatie. Na het vaststellen van voldoende vooruitgang door de Europese Raad in december jl. bevinden de Brexit-onderhandelingen zich nu in de tweede fase. Naast het voltooien van gesprekken en het vastleggen van de afspraken over de eerste-fase onderwerpen wordt nu ook gesproken over het kader van de toekomstige betrekkingen en de overgangsperiode. De inzet van Nederland en de EU27 is een ambitieuze en vergaande toekomstige relatie. De opties hiervoor worden echter sterk beperkt door de zogeheten «rode lijnen» van het VK.

De onderhandelingen met het VK over de nieuwe relatie worden gevoerd door de Europese Commissie. Het Kabinet brengt de Nederlandse belangen en zorgen actief onder de aandacht bij de Europese Commissie en in de contacten met andere lidstaten. Voor het kabinet is behoud van de eenheid van de EU-27 daarbij van groot belang.

De gevolgen voor de Nederlandse land- en tuinbouw volgen niet alleen uit herintroductie van invoerheffingen, maar ook uit mogelijke non-tarifaire belemmeringen en toenemende verschillen op gebied van regelgeving. Nederland zet daarom in op een ambitieus handelsakkoord met behoud van soepele markttoegang, waarbij het niet alleen van belang is dat tarifaire belemmeringen worden voorkomen, maar ook dat non-tarifaire belemmeringen tot een minimum worden beperkt. Daarbij moeten idealiter import- en exportprocedures en doorvoervereisten gestroomlijnd worden en controle- en inspectiesystemen wederzijds erkend worden. Bij deze inzet dient geen afbreuk gedaan te worden aan het EU-beleid ter bescherming van mens, dier, plant en milieu. Een belangrijke voorwaarde voor deze soepele markttoegang is het behoud van een gelijk speelveld. Het is daarom belangrijk om in een akkoord over de nieuwe relatie een balans te zoeken tussen enerzijds het bieden van markttoegang en anderzijds afspraken over het borgen van het gelijke speelveld.

Ook voor de visserijsector is het van groot belang dat er afspraken worden gemaakt over de nieuwe relatie. In het Regeerakkoord is afgesproken dat Nederland in het kader van de Brexit-onderhandelingen zal opkomen voor de Nederlandse visserijbelangen. De Nederlandse inzet daarbij is het behoud van toegang tot de Britse wateren en het voortzetten van het gezamenlijk beheer door de EU en het VK van de visbestanden. Nederland zal zich ook inzetten voor een aantal specifieke onderwerpen die voor de Nederlandse land- en tuinbouw van groot belang zijn, zoals het maken van afspraken over het behoud van EU-kwekersrecht op bestaande plantenrassen in het VK en wederzijdse erkenning van rassenverkeerslijsten voor markttoegang.

Maatregelen ter voorbereiding op Brexit

Zoals beschreven zal de toekomstige handelsrelatie met het VK in alle gevallen ingrijpend veranderen met meer belemmeringen dan nu het geval is, ook ten gevolge van de huidige onderhandelingsinzet van het VK. Het is van groot belang dat zowel overheden als het bedrijfsleven zich voorbereiden op deze veranderingen. Vanwege de inherente onzekerheid die het onderhandelingsproces met zich meebrengt houdt het kabinet tevens rekening met een cliff edge scenario, waarin wordt teruggevallen op het WTO-regime.

Om hier voorbereid op te zijn is recent besloten dat de NVWA het aannamebeleid in het kader van Brexit verder kan uitbreiden, geraamd op uiteindelijk 143 fte. Deze nieuwe medewerkers zullen zorg dragen voor de controle en keuring van veterinaire import en export met het VK, op het moment dat dit een derde land wordt, evenals andere voor de NVWA relevante werkzaamheden in het kader van Brexit. Het opzetten van de benodigde faciliteiten voor veterinaire importkeuring (de zogeheten keurpunten) is een verantwoordelijkheid van het bedrijfsleven. De NVWA adviseert bedrijven over de wettelijke mogelijkheid en de praktische logistiek voor het vaststellen van de locatie en inrichten van een keurpunt.

Ook heeft het kabinet besloten dat de relevante landbouwgerelateerde keuringsdiensten, het Kwaliteits- Controle-Bureau (KCB), Naktuinbouw en het Centraal Orgaan voor Kwaliteitsaangelegenheden in de Zuivel vooruitlopend op de voorjaarsbesluitvorming reeds kunnen beginnen met het werven en opleiden van personeel ter voorbereiding op Brexit. Uit de impactanalyses voor deze organisaties komt naar voren dat uiteindelijk tot 48 fte nodig zijn in geval van een cliff edge Brexit. Deze organisaties dragen zorg voor de fytosanitaire en kwaliteitscontrole op onder meer sierteelt, groente, fruit, zuivel en uitgangsmaterialen. Ook heeft het kabinet besloten de capaciteit bij de douane uit te breiden, zoals ook aangegeven in de Kamerbrief van 19 februari jl. Hiermee bereidt de Douane zich voor op de gevolgen van een Brexit voor het goederenverkeer met het VK (Aanhangsel Handelingen II 2017/18, nr. 1068). Het gaat daarbij zowel om het inrichten van nieuwe processen aan de buitengrens van de EU (zoals het toezicht op het ferry-verkeer) als om het opvangen van de grote volumetoename in de goederenstroom die onderworpen zal moeten worden aan douaneformaliteiten en -toezicht.

De uiteindelijke verantwoordelijkheid om voorbereid te zijn op de gevolgen van Brexit, zowel qua contingency als in voorbereiding op de toekomstige relatie, ligt bij het bedrijfsleven zelf. Een gedegen voorbereiding kost tijd en zekerheid over de uitkomst van de onderhandelingen zal te laat komen. Om het bedrijfsleven in staat te stellen zich goed voor te bereiden biedt het kabinet verschillende vormen van ondersteuning. Zo is er direct na het referendum een Brexit loket (www.brexitloket.nl) opgericht, wat recent is aangesloten op de dienstverlening vanuit RVO.nl en de Kamer van Koophandel (KvK). Bij dit loket kunnen ondernemers terecht met vragen over Brexit. Ook wordt er binnenkort een activatietool gelanceerd, waarmee bedrijven in kaart kunnen brengen welke voorbereidingen van belang zijn in aanloop naar de datum van de uittreding van het VK uit de EU. Hierbij kan gedacht worden aan het in kaart brengen van de gevolgen voor import, export, contracten, digitale gegevens, intellectueel eigendom, transport en toelevering. Ook worden ondernemers begeleid bij het intensiveren van de handel met derde landen om zodoende de gevolgen van de Brexit te mitigeren en, conform de motie Azarkan (Kamerstuk 21 501-20, nr. 1228), worden ondernemers geholpen de kansen van de Brexit te benutten, zoals ook aangegeven in de Kamerbrief van 6 februari jl.

Om deze voorbereidingen en de inzet voor de nieuwe relatie verder vorm te geven treedt het ministerie regelmatig in overleg met relevante stakeholders. Zo wordt er met relevante uitvoeringsorganisaties (zoals de NVWA, de KVK, de Douane en RVO.nl), werkgeversorganisaties (zoals LTO, VNO-NCW en MKB-Nederland) en brancheorganisaties samengewerkt aan eenduidige bedrijfsvoorlichting in voorbereiding op de Brexit. Er worden bijvoorbeeld met grote regelmaat informatiebijeenkomsten voor bedrijfsleven georganiseerd in Nederland en Brussel, en wordt door het kabinet intensief overleg gevoerd met het bedrijfsleven en andere belanghebbenden, zoals vakbonden. Een goed voorbeeld hiervan is de Brexit agro-stakeholdersbijeenkomst.

Deze stakeholderbijeenkomsten worden in 2018 verder geïntensiveerd, onder meer door op verschillende locaties in Nederland regio-bijeenkomsten te organiseren. Ook is er in samenwerking met VNO-NCW de website www.hulpbijbrexit.nl gelanceerd, waar bedrijven worden geïnformeerd over mogelijke relevante voorbereidingsmaatregelen en waar ervaringen kunnen worden uitgewisseld. Aan dit platform zijn zowel brancheverenigingen, banken, als de rijksoverheid verbonden, om bedrijven te informeren over de praktische voorbereidingen die ze kunnen treffen.

De Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit, C.J. Schouten