Kamerstuk

Datum publicatieOrganisatieVergaderjaarDossier- en ondernummer
Tweede Kamer der Staten-Generaal2017-201831532 nr. 193

31 532 Voedingsbeleid

Nr. 193 BRIEF VAN DE MINISTER VAN LANDBOUW, NATUUR EN VOEDSELKWALITEIT EN DE STAATSSECRETARIS VAN VOLKSGEZONDHEID, WELZIJN EN SPORT

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal

Den Haag, 16 april 2018

In deze brief informeren wij u over het voedselbeleid en de specifieke accenten die wij hierin de komende jaren willen zetten. Wij doen dit in de gezamenlijke verantwoordelijkheid van de Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit (LNV) en de Staatssecretaris van Volksgezondheid, Welzijn en Sport (VWS), mede namens de Minister voor Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking (BHOS) en de Minister van Economische Zaken en Klimaat (EZK).

Het voedselbeleid wordt door dit kabinet voorzien van nieuwe ambities en impulsen. Zo werkt de Staatssecretaris van VWS aan een Nationaal Preventieakkoord, waarin het bestrijden van overgewicht één van de thema’s is. Naar verwachting wordt het Nationaal Preventieakkoord rond de zomer afgesloten. De Minister van LNV is voornemens om voor de zomer haar visie op de toekomst van landbouw, natuur en voedselkwaliteit uit te brengen. Deze ambities zullen mede richting geven voor de wijze waarop het voedselbeleid in de komende periode gestalte krijgt. Hiermee bevestigen wij de beweging naar een integraal voedselbeleid, die door het vorige kabinet op basis van het WRR-advies Naar een voedselbeleid is ingezet.

In het voedselbeleid staan wat ons betreft de waarde van voedsel, de waarde van de productie van voedsel en de beschikbaarheid van voldoende en verantwoord geproduceerd voedsel wereldwijd centraal. Bij de waarde van voedsel gaat het om gezond en duurzaam eten voor iedereen. Een onderwerp als voedselverspilling en voedselverliezen krijgt hierbij specifieke aandacht. Bij de waarde van de productie van voedsel geven wij extra accent aan de beloning van de producent, de prijs van voedsel, de relatie tussen boer(in) en burger en de betekenis van transparantie in de keten. Internationaal willen we onze kennis over voedsel en de duurzame productie ervan delen.

In deze brief schetsen wij het belang dat wij hechten aan voldoende, gezond en duurzaam voedsel voor iedereen en de betekenis daarvan voor het voedselbeleid. Daarna lichten wij de voortgang en ontwikkelingen in het (lopende) beleid toe langs vijf actielijnen:

  • 1. het verder stimuleren van de gezonde en duurzame voedselkeuze,

  • 2. perspectieven op goede verdienmodellen voor de boer(in) in de keten,

  • 3. transparantie en consumentenvertrouwen,

  • 4. voedingsinterventies gericht op specifieke doelgroepen,

  • 5. de mondiale en Europese context.

Voor sommige vraagstukken is de brief daarbij al uitgewerkt tot het niveau van concrete acties, maar voor een aantal belangrijke onderdelen geeft de brief nu een richting aan, die de komende tijd nog verdere uitwerking moet en zal krijgen. Wij staan open voor ideeën en voorstellen vanuit uw Kamer die kunnen helpen om aan deze thema’s nadere invulling te geven.

Voedsel van waarde

De keuze voor ongezonde voeding is vaak de gemakkelijke keuze, we gooien eten te makkelijk weg, we hebben geen oog voor de consequenties van onze voedselkeuzes voor het klimaat en voor de schaarse grondstoffen zoals water en biodiversiteit en de bodemvruchtbaarheid. De consument staat ver af van de productie en ziet goed en goedkoop voedsel meestal als een vanzelfsprekendheid. Tenslotte is in het licht van de honger elders in de wereld een evenwichtigere verdeling van voedsel en schaarse hulpbronnen nodig.

Tegelijk is de Nederlandse agrofoodsector dagelijks voor ons allemaal aan de slag voor veilig, gezond, duurzaam en betaalbaar voedsel, levert een belangrijke bijdrage aan de economie (inclusief werkgelegenheid) én realiseert door efficiënte werkwijze een relatief lage impact per kilogram voedsel op milieu, klimaat en biodiversiteit. Maar de totale impact van voedselproductie en -consumptie op deze aspecten, op de volksgezondheid en op de leefomgeving – hier en elders op aarde – is dermate groot dat we deze niet kunnen negeren bij de besluiten die we nemen over de toekomst van ons eten.1 Immers ook wij dragen bij aan internationale afspraken, zoals het Klimaatakkoord van Parijs, en aan het behalen van de Sustainable Development Goals (SDG’s).

De meerwaarde van voedselbeleid ten opzichte van landbouw-, klimaat-, natuur- en volksgezondheidsbeleid is dat «dit de consument en het voedselsysteem als uitgangspunt neemt, waardoor het verband tussen consumptie en productie beter zichtbaar wordt», zoals het Planbureau voor de Leefomgeving schrijft2. In antwoord op het WRR-advies Naar een voedselbeleid (2014) is het rijk een dialoog gestart, is een voedselagenda opgesteld3 en een voedseltop4 georganiseerd. De WRR heeft het denken over het voedselsysteem in een versnelling gebracht: het advies heeft breed in de samenleving geleid tot nieuwe impulsen voor het voedselbeleid.

Het gaat erom dat we een goede balans vinden tussen duurzaam, gezond en betaalbaar eten. Het goede nieuws is dat gezond en duurzaam eten heel goed hand in hand kunnen gaan. Het Voedingscentrum geeft met de Schijf van Vijf concrete handelingsperspectieven en tips voor een evenwichtig, duurzaam en gezond voedingspatroon, met o.a. de juiste balans tussen dierlijke en plantaardige eiwitten.

Internationaal willen we onze kennis over voedsel en voedselproductie delen. Hierbij gaat het onder meer om kennis over het op duurzame wijze verhogen van opbrengsten (inclusief het voorkomen van verliezen na de oogst), de voedingswaarden van de gewassen en het goed anticiperen op veranderende productieomstandigheden, zoals de effecten van klimaatverandering en schaarser wordende grondstoffen.

Vijf richtingen voor actie

Op veel plekken in de samenleving werken bedrijven, burgers, maatschappelijke organisaties en kennisinstellingen al volop aan de transitie naar een toekomstbestendig voedselsysteem. Zo werken partijen uit de gouden driehoek van bedrijfsleven, overheid en kennisinstellingen via het topsectorbeleid aan innovaties op het vlak van duurzame landbouw en voeding. Wij willen die maatschappelijke kracht – in al zijn diversiteit – blijven benutten, ruimte geven en waar nodig ondersteunen.

Hieronder schetsen wij onze inzet in de komende periode langs de genoemde vijf actielijnen, waarmee we met betrokken partijen concreet invulling willen geven aan het voedselbeleid.

1. Het verder stimuleren van de gezonde en duurzame voedselkeuze

We blijven de komende jaren onverminderd inzetten op het stimuleren van een gezonde en duurzame voedselkeuze. Een voedingspatroon volgens de Schijf van Vijf is hierbij het uitgangspunt, zowel voor gezondheid als duurzaamheid. Daarnaast blijft het verbeteren van de productsamenstelling van met name bewerkte producten (minder zout, verzadigd vet en suikers) een prioriteit. In de voortgangsbrief over het Akkoord Verbetering Productsamenstelling van 28 december 20175 is aangegeven dat alle partijen er de schouders onder moeten zetten om de ambities in 2020 halen. Rond de zomer zal de Staatssecretaris van VWS zijn beleid hierop voor de komende jaren vaststellen en uw Kamer hierover informeren. Dan zal bepaald worden of de huidige aanpak toereikend is om deze doelen te behalen of dat aanpassingen nodig zijn.

Het stimuleren van de consumptie van groenten en fruit, voedseleducatie, het gezonder maken van het aanbod in horeca, bedrijfsrestaurants, kantines en publieke instellingen zijn onderwerpen waaraan door dit kabinet nieuwe impulsen worden gegeven, onder andere:

  • Het Nationaal Actieplan Groente en Fruit (NAGF) heeft sinds de start vorig jaar onder het motto «Ga voor Kleur» ruim vijf miljoen mensen aangespoord om meer groenten en fruit te eten. Het informatieplatform www.veggipedia.nl trekt gemiddeld 1000 bezoekers per dag. Het NAGF richt zich de komende jaren in het bijzonder op jonge gezinnen, de consumptie van groenten en fruit in de gezondheidszorg en «out of home».

  • De Stichting Natuur & Milieu en «Variatie in de Keuken» werken in het meerjarige project «Restaurants van Morgen» met horecaondernemers aan de verduurzaming van hun restaurants. Daarbij richten zij zich op streekproducten en korte ketens, meer groenten, minder zout, suiker en vet op het menu en op het terugdringen van voedselverspilling. Dutch Cuisine zet zich hier ook voor in, met accent op de waarde en cultuur van de Nederlandse keuken.

  • De ministeries van LNV, VWS, BZ, en EZK hebben het initiatief genomen om de aanbestedingscriteria voor de rijkscatering aan te passen om het eigen aanbod gezond en duurzaam te maken (uitvoering door Rijkswaterstaat).

Regionale partijen zoals gemeenten en provincies spelen een belangrijke rol in het voedselbeleid. We zien dat een groeiend aantal gemeenten het voedselbeleid oppakt en dat veel lokale partijen (onder andere bedrijven, zorg en maatschappelijke partners) de burgers direct betrekken bij het voedselbeleid. Het programma Jongeren op Gezond Gewicht (JOGG) en de City Deal Voedsel zijn goede voorbeelden. Veel gemeenten nemen hieraan deel en wij hopen en stimuleren dat meer gemeenten enthousiast worden voor deze initiatieven.

Het kabinet heeft in het regeerakkoord (bijlage bij Kamerstuk 34 700, nr. 34) ambitieuze klimaatdoelen gesteld, waaronder het verminderen van de broeikasgasuitstoot uit de landbouw en landgebruik. In bepaalde regio’s is de huidige landbouw zonder aanpassingen niet houdbaar. In het kader van de kabinetsinzet voor het Klimaatakkoord is een sectortafel landbouw en landgebruik ingesteld, die zich ook richt op klimaatvriendelijk consumeren. Ook heeft het kabinet aangekondigd verder te werken aan de circulaire economie (als onderdeel van de klimaatopgave).

De «Transitieagenda biomassa en voedsel» (bijlage bij Kamerstukken 32 852 en 33 043, nr. 53) laat zien dat er goede (circulaire) kansen met potentieel zijn voor reductie van de emissie van broeikasgassen in het agrodomein. Binnenkort brengt het kabinet een reactie uit op deze Transitieagenda. In de visie die de Minister van LNV over enkele maanden zal uitbrengen over landbouw, natuur en voedsel, zal zij specifiek ingaan op de klimaatdoelen in relatie tot de veehouderij – dit ook in reactie op het recent uitgebrachte Rli-advies «Duurzaam en Gezond; samen naar een houdbaar voedselsysteem».

Het terugdringen van de voedselverspilling is één van de speerpunten voor de komende periode. Op 20 maart jongstleden is de Nationale agenda van de Taskforce Circular Economy in Food gelanceerd en aan uw Kamer aangeboden.6 De Taskforce, die bestaat uit bedrijven uit de hele voedselketen, maatschappelijke organisaties, Wageningen University & Research, de Alliantie Verduurzaming Voedsel en het Ministerie van LNV, is opgericht om dit gemeenschappelijke doel de komende jaren te realiseren.7 De Taskforce richt zich op het vinden van innovatieve oplossingen om de voedselverspilling in de gehele voedselketen te reduceren. Zo komt er bijvoorbeeld een marktplaats voor reststromen en zullen alle aangesloten bedrijven en organisaties campagne voeren onder het motto «Samen tegen verspilling» (#samenminder).

Om de voortgang in het terugdringen van voedselverspilling te meten zullen bedrijven gestimuleerd worden hieraan mee te werken door via zelfmonitoring gegevens beschikbaar te stellen. Daarnaast zal gekeken worden naar wetgeving en instrumentarium ten dienste van een circulaire economie. Ook sluit de inzet van de Green Deal «Over de datum» aan bij de ambities van de Taskforce Circular Economy. In deze Green Deal werken LNV, VWS, CBL, FNLI, NZO en WUR samen aan een beter begrip en gebruik van houdbaarheidsdata op levensmiddelen onder consumenten. In Europa pleit ik voor het uitbreiden van de lijst met lang houdbare producten waar geen (houdbaarheids)datum op hoeft, zoals rijst, pasta, koffie en bronwater.

De in 2015 door Nederland geïnitieerde Champions 12.3-coalitie werkt mondiaal hard aan oplossingen om voedselverspilling en -verliezen tegen te gaan. Vooral in Afrika, waar voedselverliezen en honger hand in hand gaan, ligt nog een grote opgave. Voedselverliezen zijn niet alleen het gevolg van conflicten en klimaatverandering, maar worden ook veroorzaakt door een gebrek aan infrastructuur en technologie om voedsel te verwerken. Een betere samenwerking tussen de publieke en private sector kan hiervoor oplossingen bieden. Het Nederlandse bedrijfsleven speelt daarin een grote rol.

Enige jaren geleden zijn de Vereniging van Nederlandse Voedselbanken en de Alliantie Verduurzaming Voedsel een samenwerking aangegaan om ervoor te zorgen dat een groter deel van de hiervoor geschikte voedseloverschotten bij voedselbanken belandt. Het accent van die samenwerking komt inmiddels meer te liggen bij capaciteit, kennis, kunde en het beschikbaar stellen van apparatuur en logistiek. De komende tijd wordt het gesprek aangegaan met de Voedselbanken en de Alliantie Verduurzaming Voedsel om – zoals het in het regeerakkoord verwoord staat (bijlage bij Kamerstuk 34 700, nr. 34) – samen na te gaan welke ruimte nodig en mogelijk is voor het doneren van nog meer voedseloverschotten van goede kwaliteit.

Sinds 2011 wordt de monitor duurzaam voedsel gepubliceerd. In 2016 is meer duurzaam voedsel verkocht (+26% t.o.v. 2015) en het marktaandeel van dit voedsel is gestegen naar 10% in de drie belangrijkste verkoopkanalen: supermarkten, de foodservice en speciaalzaken voor duurzame voeding. In de komende jaren wordt een nieuwe monitor ontwikkeld die inzicht geeft in de verduurzaming van de voedselketen en daarmee breder kijkt dan alleen naar de omzet van duurzame producten. Daartoe wordt informatie verzameld en gestructureerd over het aanbod van duurzaam voedsel en andere verduurzamingsprestaties op verschillende plekken in de voedselketen.

2. Perspectieven op goede verdienmodellen voor de primaire producent in de keten

Het is belangrijk dat de positie van de boer(in) in de keten wordt versterkt. Het is voor boer(inn)en en tuinders een stevige uitdaging om de noodzakelijke transitie naar duurzame voedselproductie gelijk op te laten lopen met de maatschappelijke opgaven en wensen vanuit de markt en de samenleving. Een belangrijke opgave voor ondernemers is daarom het ontwikkelen van bedrijfsvormen en verdienmodellen die meerdere maatschappelijke waarden creëren, zoals gezondheid, biodiversiteit en een goede prijs voor producenten.

In de praktijk zien we veelbelovende, inspirerende voorbeelden ontstaan van ketens waarin de boer(in) een maatschappelijk gewaardeerde positie inneemt en leveringszekerheid wordt geboden voor een product dat aan hogere dan de wettelijk vereisten voldoet. Het regeerakkoord (bijlage bij Kamerstuk 34 700, nr. 34) bevat een aantal acties om de positie van de boer(in) in de keten verder te versterken, ook in relatie tot duurzaamheid. De Minister van LNV zal samen met de Staatssecretaris van EZK de Kamer voor de zomer informeren over de nadere uitwerking van deze passages uit het regeerakkoord.

Veel van de ruimte voor ondernemers om te verduurzamen wordt bepaald door gebiedsspecifieke randvoorwaarden, knelpunten en maatschappelijke doelen. In het kader van het onderdeel Vitaal Platteland van het Interbestuurlijke Programma wordt gezocht naar optimale keuzen voor gebieden waar met prioriteit moet worden geïnvesteerd in duurzame landbouw zonder ongewenste risico’s voor de leefbaarheid van boeren, burgers en milieu.

True pricing – het betrekken van onbetaalde milieukosten (en gezondheidskosten) in de prijs van voedsel – is een benadering die verdere uitwerking moet krijgen.8 Samen met maatschappelijke partijen en kennisinstellingen wil de Minister van LNV een meerjarig programma initiëren om te experimenteren met werkwijzen waarmee we de werkelijke kosten van voedsel niet alleen op een transparante manier in beeld kunnen brengen, maar ook het inzicht kunnen vergroten in hoe partijen, waaronder de overheid, kunnen sturen op het verlagen van de externe kosten. Dit is onder andere voorgesteld door de Transitiecoalitie Voedsel.

Als wij spreken over voedsel, denken we doorgaans eerst aan akkers, weiden, tuinen en kassen, en vergeten we water. Echter zo’n 20% van het dierlijk eiwit op het bord is vis. De Nederlandse Noordzee is qua oppervlakte groter dan het Nederlandse landoppervlak. De Noordzee draagt in belangrijke mate bij aan beleidsspeerpunten als verantwoorde voedselvoorziening en het oplossen van klimaatproblemen. De Minister van LNV wil de komende jaren de voedselvoorziening uit zee sterker integreren in het voedselbeleid. Dit betekent ook dat meer gekeken wordt naar het intensiveren van de teelt en de consumptie van schaal- en schelpdieren en zeewier en algen. De Minister voor Medische Zorg en Sport is hierbij de bewaker van de veiligheid van deze (nieuwe) voedselproducten.

3. Transparantie en consumentenvertrouwen

Transparantie in de voedselketen is fundamenteel voor consumentenvertrouwen, juist als dit door incidenten ter discussie komt te staan. Goede en toegankelijke informatie over de herkomst van ons eten, de voedingswaarde, de samenstelling van levensmiddelen en de duurzaamheid is nodig zodat consumenten een gezonde en duurzame keuze kunnen maken. Met deze informatie wordt ook de relatie tussen de boer(in) en de burger versterkt en kan de consument zelf werk maken van het verkleinen van haar ecologische voetafdruk.

Een vergelijking van het gezonde en duurzame aanbod in supermarkten kan een stimulans zijn voor supermarkten om hun maatschappelijke verantwoordelijkheid verder op te pakken. We zien goede ideeën voor het ontwikkelen van een «benchmark», waarmee het brede publiek kan zien hoe supermarkten «scoren» op het aanbod gezond en duurzaam voedsel, en zullen kijken op welke manier dit nuttig kan zijn om te zien of het gezonde en duurzame aanbod in supermarkten zich uitbreidt.

In januari van dit jaar heeft het Voedingscentrum de Kies-Ik-Gezond?-app geïntroduceerd. Met deze app kunnen consumenten eenvoudig producten scannen en vergelijken op de voedingswaarde (zout, verzadigd vet, calorieën) en vaststellen of een product in de Schijf van Vijf zit. We roepen het bedrijfsleven op om verder te gaan met het beschikbaar stellen van digitale informatie over voedingsmiddelen. De Kies-ik-Gezond?-app is niet de opvolger van het voedselkeuzelogo Vinkje. Eventuele introductie van een nieuw logo zal de Staatssecretaris van VWS in de komende periode onderzoeken. Dit zal ook aan bod komen in de gesprekken over het Nationaal Preventieakkoord. Het «Consumentenonderzoek Voedselkeuzelogo’s» van de Consumentenbond, dat op 12 april jl. door de Consumentenbond aan uw Kamer is aangeboden, wordt hierin betrokken. Ook zal de Minister voor Medische Zorg het in 2016 ingezette Actieplan etikettering van Levensmiddelen (Kamerstuk 31 532, nr. 167) evalueren en bezien op welke wijze er in de komende periode aandacht moet zijn voor «eerlijke» etikettering.

Deze ontwikkelingen vragen van bedrijven in de agro- en foodsector dat ze op een meer transparante en gestandaardiseerde wijze keuzes maken en onderbouwen en informatie verschaffen over hun impact op en afhankelijkheid van de natuur. Het gaat dan om inzicht in relatie tot aanvoerketens, productieprocessen en producten met maatschappelijke waarden, zoals grondgebruik (en ontbossing), milieubelasting, biodiversiteit, sociale omstandigheden en dierenwelzijn. De overheid stimuleert en faciliteert in dit kader de samenwerking binnen het bedrijfsleven om de ervaringen van voorlopers op het gebied van natuurlijk kapitaal te kunnen benutten en op te schalen naar veel meer bedrijven. Dit omvat onder andere ook het verder bevorderen van de ontwikkeling en toepassing van praktische tools zoals de Grondstoffenscanner en sectorspecifieke vormen van biodiversiteitsmonitoring.

Het vertrouwen in voedsel kan verbeteren door de afstand die is ontstaan tussen boer(inn)en en burgers te verkleinen via bijvoorbeeld kortere ketens, stadslandbouw en streekproducten. Veel lokale, ambachtelijke producten hebben inmiddels een goede reputatie opgebouwd en vinden hun weg naar de consument. De meerwaarde ervan moet behouden blijven door herkenbaarheid tot aan de klant, een onderscheidend en transparant verhaal achter een product en de uitstraling in het uiteindelijke verkooppunt. Hierbij is het wenselijk dat de informatievoorziening voor producenten van streekproducten ook beter wordt gestroomlijnd. Het virtuele «Streekproductenloket» en het recentere initiatief «Foodshed» zijn instrumenten die dit helpen mogelijk maken. Onderzoek van Wageningen Economic Research9 naar transparantie in de varkensketen laat zien dat consumenten in Nederland (en Duitsland en het Verenigd Koninkrijk) het waarderen als zij over herkomstinformatie kunnen beschikken. Het gaat hier specifiek om informatie over de wijze waarop de varkens worden gehouden en van welke boer(in) dit komt. Consumenten geven aan dat zij zelfs bereid zijn daar extra voor te betalen.10

Dutch Agri Food Week (DAFW) is een jaarlijks terugkerend (groeiend) podium waarop boeren, bedrijven, kennisinstellingen, overheid en consumenten met elkaar in contact zijn. Momenteel wordt eraan gewerkt om tijdens de DAFW nog meer aandacht te besteden aan boeren, tuinders en vissers en of dit gekoppeld kan worden aan de Floriade, in lijn ook met wat tijdens de begrotingsbehandeling LNV is gesuggereerd (Handelingen II 2017/18, nr. 32, item 11).

Circa 20% van de boer(inn)en zoekt momenteel het directe contact met burgers op via taakverbreding, zoals zorg, kinderopvang, recreatie, educatie en directe verkoop van producten. Naast zichtbaarheid en herkenbaarheid is een belangrijke reden om voedsel in en nabij de stad te produceren dat op die manier beter inhoud gegeven kan worden aan het principe van de circulaire economie: afval is grondstof. Het programma DuurzaamDoor van de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland (RVO.nl) zorgt met de participatietafel Voedseltransitie, regionale netwerken en met ondersteuning van het kennisplatform Stadslandbouw Nederland ervoor dat kennis wordt ontwikkeld en gedeeld die door anderen kan worden gebruikt om hun projecten te versnellen (bijvoorbeeld in de Korte Keten Coalitie i.o.).

Consumenten willen kunnen kiezen voor gezonde, veilige en betaalbare voedingsmiddelen die duurzaam en eerlijk geproduceerd worden. Behoefte aan betrouwbare informatie over product en proces door de keten heen is daarom een essentiële voorwaarde voor leverancier en consument. In het project Trusted Source wordt hieraan samen met de Alliantie Verduurzaming Voedsel gewerkt binnen verschillende pilots, zoals een pilot gericht op gestandaardiseerde duurzaamheidsinformatie voor inkoop door cateringbedrijven, een pilot ter verbetering van informatie over herkomst van soja als diervoedergrondstof in biologische producten, en een pilot waarin productvergelijking tot stand komt voor duurzaamheidsindicatoren voor consumenten op basis van betrouwbare ketendata.

4. Voedingsinterventies gericht op specifieke doelgroepen

Zoals blijkt uit de kennissynthese «Voeding als behandeling van chronische ziekten», die in 2017 door ZonMw is uitgevoerd, kan voeding in belangrijke mate bijdragen aan gezondheidswinst bij diabetes mellitus type 2, cardiovasculaire ziekten en diverse darmaandoeningen. Het is belangrijk te weten welke voedingsinterventies patiënten helpen bij de behandeling van ziekten. Veel partijen in de zorg werken aan het delen van «best practices» om de rol van voeding in de zorg te identificeren en in hun dagelijkse praktijk in te bouwen. Met name de Alliantie Voeding in de Zorg, de Stuurgroep ondervoeding en de Taskforce Gezond eten met ouderen brengen veel partijen bij elkaar om de ideeën en ervaringen hieromtrent uit te wisselen.

Activiteiten die de komende periode veel aandacht zullen krijgen:

  • De opvolging van bovengenoemde kennissynthese. De nadruk zal hierbij liggen op bewezen effectieve dieetinterventies als behandeling van chronische ziekten.

  • Het verder stimuleren van best practices om het belang van goede voeding in de zorg in de dagelijkse praktijk in te bouwen. Met name de Alliantie Voeding in de Zorg brengt veel partijen bij elkaar om de ideeën en ervaringen hieromtrent uit te wisselen. Onder meer het RIVM en de topsectoren Tuinbouw & Uitgangsmaterialen en Agri & Food ontwikkelen innovaties die bijdragen aan goede voeding in de zorg.

  • De aandacht voor goede voeding voor ouderen. De Taskforce Gezond eten met ouderen heeft goede praktijkvoorbeelden geïnventariseerd en komt in mei aanstaande met aanbevelingen voor het vervolg. Ondervoeding bij ouderen is hierbij een aandachtspunt.

  • Naar aanleiding van een amendement van uw Kamer (Kamerstuk 34 775 XVI, nr. 53) zal de Stuurgroep ondervoeding de komende periode haar activiteiten gericht op het vergroten van de kennis over ondervoeding bij ouderen en bij hun mantelzorgers en de zorgprofessionals uitbreiden.

Voor het ontwikkelen van een gezond en duurzaam voedingspatroon zijn de eerste levensjaren cruciaal. De acceptatie én waardering van smaakverschillen kan daarom niet vroeg genoeg beginnen. Wij willen de inzet op educatie daarom in deze kabinetsperiode actief voortzetten. Het programma Gezonde School stimuleert scholen in het primair onderwijs, secundair onderwijs en het middelbaar beroepsonderwijs om te werken aan een gezonde leefstijl op school11.

Vanuit het programma Gezonde School worden scholen ondersteund om structureel en samenhangend in te zetten op gezondheidsbevorderende thema’s. Dit ondersteuningsaanbod voorziet jaarlijks in een grote behoefte. Daarom wordt in het kader van het Preventieakkoord ingezet op een verdere uitrol van dit programma in het onderwijs. Om zich te laten toetsen en zich te profileren kunnen scholen hierop een vignet behalen: het vignet Gezonde School. Eén van de gezondheidsbevorderende thema’s is het thema voeding.

Vanuit het programma Jong Leren Eten wordt op dit thema nauw samengewerkt met het programma Gezonde School. Concreet ziet deze samenwerking toe op het realiseren van bijvoorbeeld 300 vignetten per jaar op het thema voeding. Daarnaast levert Jong Leren Eten via Gezonde School stimuleringsvouchers voor scholen, zodat zij hun educatie over voeding kunnen uitbreiden met praktijkervaringen, zoals (moes)tuinieren, koken en boerderij-educatie. Op deze manier werken we samen aan een samenhangend en passend aanbod op het thema voeding voor scholen in het primair, voortgezet en middelbaar beroepsonderwijs.

Verder lopen er in het kader van Jong Leren Eten verschillende trajecten. Succesvolle landelijk programma’s als Smaaklessen en Schoolfruit hebben een update gekregen. Met een zevental organisaties ontwikkelt het Voedingscentrum een handleiding voor voedselvaardigheden. Met LTO/Platform boerderij-educatie is een versterking van het netwerk van aangesloten boer(inn)en gerealiseerd; niet alleen meer boeren, maar ook beter lesmateriaal, betere training en certificering. 2018 is «het jaar van de kinderopvang»; ter gelegenheid daarvan worden op meer dan 150 locaties «moestuinen» aangelegd voor jonge kinderen, inclusief begeleidende programma’s gericht op het ontdekken van voedsel, smaak en gezond gedrag. In de vorm van publiek-private samenwerking (PPS) wordt binnen de Topsectoren gewerkt aan het versterken van een gezonde en duurzame voedselkeuze, onder meer in het programma over voedseleducatie, waarin projecten «Gezonde schoollunch» en Smaaklessen met steun van LNV en VWS worden (door)ontwikkeld.

5. Nederlands voedselbeleid in mondiale en Europese context

Prijzen en aanbod van voedsel en voedselgrondstoffen krijgen hun beslag in een grensoverschrijdend krachtenveld. Het Nederlandse voedselsysteem lijkt sterk genoeg om schokken op te vangen, maar er zijn trends en ontwikkelingen die aanleiding geven ons te bezinnen op de vraag of Nederland in zijn multilaterale en bilaterale beleid prioriteiten moet bijstellen. Bijvoorbeeld voor wat betreft de grote afhankelijkheid van grondstofimporten. Het kabinet zal mede vanuit dat perspectief zijn thematische en geografische focus onder de loep nemen.

In het verlengde van het WRR-voedseladvies heeft Nederland de afgelopen jaren binnen de EU de discussie geopend over de vraag of het GLB zou moeten doorontwikkelen naar een GLVB: een Gemeenschappelijk Landbouw- en Voedselbeleid. Nederland zet sterk in op het sturen vanuit het GLB op maatschappelijke doelen, door boer(inn)en meer gericht te willen belonen voor prestaties op het gebied van ecologie en klimaat. Daarnaast kan het GLB de bewustwording bij consumenten van het belang van duurzaam geproduceerd en gezond voedsel versterken (voorlichting), evenals de transparantie daarover in de handel (etikettering) en de bevordering van regelingen gericht op duurzaam geproduceerd en gezond voedsel voor jong en oud (o.a. schoolregelingen voor fruit en zuivel). Wanneer die mogelijkheden in het toekomstige GLB terugkeren, wat de inzet is, zullen die benut worden.

Om kennis en innovatie op het gebied van een duurzaam en gezond voedselsysteem te stimuleren komt de Europese Commissie in mei a.s. met een mededeling over haar FOOD 2030 agenda. Het kabinet streeft ernaar om op het gebied van kennis en innovatie zoveel mogelijk synergie te zoeken met de Europese activiteiten.

De toenemende vraag naar voedsel van een groeiende wereldbevolking biedt economische kansen voor Nederland. Maar er ligt ook een internationale verantwoordelijkheid: de honger neemt – vooral in conflictgebieden – voor het eerst sinds lange tijd weer toe, kleinschalig producerende boer(inn)en en vissers(vrouwen) ontberen veelal de middelen (landrechten, inputs, water, kennis) om hun bedrijven rendabel te maken en ecologische en klimatologische grenzen zetten voedselproductiesystemen steeds meer onder druk. Het garanderen van voedselzekerheid is een veelzijdige, complexe opgave, die een samenhangende benadering vergt op verschillende onderdelen: ondervoeding, productiviteit en inkomens van kleinschalige voedselproducenten, veerkracht van voedselproductiesystemen en het duurzame gebruik van biodiversiteit en genetische hulpbronnen.

Met zijn sterk kennis- en innovatief vermogen op het gebied van landbouw en voedsel kan Nederland hier wereldwijd een belangrijke rol spelen, van zaadveredeling tot naoogsttechnologie en logistiek. Het kabinet heeft dan ook de ambitie om met Nederlandse kennis en kunde stevig bij te blijven dragen aan het realiseren van de Sustainable Development Goals, waaronder SDG-2 (uitbannen van honger en ondervoeding en duurzame verhoging van de kleinschalige landbouwproductie in 2030) maar ook in relatie tot SDG’s die betrekking hebben op armoedebestrijding, klimaat, water, oceanen en duurzaam bodembeheer. Binnen de kaders van de nieuwe BHOS beleidsbrief, die uw Kamer binnenkort toekomt, zal het kabinet aan deze inzet verder invulling geven.

Het kabinet richt zich niet alleen op de productie van voedsel, maar op de gehele keten en duurzame voedselsystemen, geworteld in duurzame economische ontwikkeling. Naast het bedrijfsleven wordt nauw samengewerkt met ambassades, de topsectoren Tuinbouw & Uitgangsmateriaal en Agri & Food, kennisinstellingen, relevante maatschappelijke organisaties en internationale organisaties (zoals Codex Alimentarius, FAO, IFAD, CGIAR en Wereldbank). Investeren in de plattelandsjeugd in Afrika betekent met name investeren in toegang tot kennis, land, kredieten en waardenketens. Nederland kan dit ondersteunen via (korte) uitwisselingen, leernetwerken met praktijkscholing en hoge agrarische scholen in samenwerking met jonge boer(inn)en in Nederland. Juist het over en weer van elkaar leren biedt een verrijking in kennis en expertise.

De afgelopen jaren heeft de regering in nauwe samenwerking met lokale, internationale en Nederlandse partners gewerkt aan innovatieve, klimaat-slimme oplossingen die productiviteit en inkomens verhogen en de lokale voedselvoorziening verbeteren. De ambitie is om relevante partijen en krachten nog sterker te bundelen, mogelijk in de vorm van een «Netherlands Food Partnership».

Tot slot

Tot slot willen wij herhalen dat de komende periode voor verschillende onderdelen die het voedselbeleid raken nog specifieke, meer uitgewerkte brieven aan uw Kamer zullen worden aangeboden.

De Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit, C.J. Schouten

De Staatssecretaris van Volksgezondheid, Welzijn en Sport, P. Blokhuis


X Noot
1

«Van de totale Nederlandse voetafdruk aan broeikasgasemissies is 13% toe te rekenen aan voedselconsumptie, voor biodiversiteitsverlies is de bijdrage van voedsel zelfs 53%. [...] Het voedsel dat Nederlanders eten is afkomstig uit de hele wereld – circa 75% van de landbouwgrond die nodig is om dat voedsel te verbouwen ligt in het buitenland.» (PBL-notitie «Voedsel in Nederland...»)

X Noot
2

Notitie «Voedsel in Nederland: verduurzaming bewerkstelligen in een veelvormig systeem». Den Haag, 2018.

X Noot
3

Kamerstuk 31 532, nr. 156 en Kamerstuk 31 532, nr. 174.

X Noot
4

Kamerstuk 31 532, nr. 180.

X Noot
5

Kamerstukken 31 899 en 32 793, nr. 288

X Noot
6

Kamerstuk 31 532, nr. 190.

X Noot
7

De Taskforce bestaat nu nog uit 25 leden. Naar verwachting gaat het aantal aangesloten organisaties de komende tijd (snel) oplopen.

X Noot
8

Zie Kamerstuk 31 532, nr. 187 en de beantwoording van de vragen van het lid De Groot over het rapport The hidden cost of UK Food (26 januari 2018: Aanhangsel Handelingen II 2017/18, nr. 976).

X Noot
9

W.H.M. Baltussen e.a., Transparantie in de varkensketen, Wageningen Economic Research 2017–093, 2017

X Noot
10

Deze specifieke herkomstinformatie is nu niet in wetgeving verankerd. De Europese etiketteringswetgeving verplicht om op het vleesetiket (van vers, gekoeld, bevroren varkens-, schapen-, geiten- en pluimveevlees) aan te geven in welk land het dier is gehouden en geslacht.

X Noot
11

Kamerstuk 31 899, nr. 28