Kamerstuk

Datum publicatieOrganisatieVergaderjaarDossier- en ondernummer
Tweede Kamer der Staten-Generaal2018-201935000-X nr. 2

35 000 X Vaststelling van de begrotingsstaten van het Ministerie van Defensie (X) voor het jaar 2019

Nr. 2 MEMORIE VAN TOELICHTING

INHOUDSOPGAVE

A.

ARTIKELSGEWIJZE TOELICHTING

3

       

B.

BEGROTINGSTOELICHTING

4

       
 

1.

LEESWIJZER

4

       
 

2.

BELEIDSAGENDA

7

       
 

3.

BELEIDSARTIKELEN

28

 

3.1.

Beleidsartikel 1: Inzet

28

 

3.2.

Beleidsartikel 2: Taakuitvoering zeestrijdkrachten

35

 

3.3.

Beleidsartikel 3: Taakuitvoering landstrijdkrachten

42

 

3.4.

Beleidsartikel 4: Taakuitvoering luchtstrijdkrachten

47

 

3.5.

Beleidsartikel 5: Taakuitvoering Marechaussee

52

 

3.6.

Beleidsartikel 6: Investeringen krijgsmacht

58

 

3.7.

Beleidsartikel 7: Ondersteuning krijgsmacht door Defensie Materieel Organisatie

77

 

3.8.

Beleidsartikel 8: Ondersteuning krijgsmacht door Defensie Ondersteuningscommando

80

       
 

4.

NIET-BELEIDSARTIKELEN

82

 

4.1.

Niet-beleidsartikel 9: Algemeen

82

 

4.2.

Niet-beleidsartikel 10: Apparaat Kerndepartement

84

 

4.3.

Niet-beleidsartikel 11: Geheim

90

 

4.4.

Niet-beleidsartikel 12: Nog onverdeeld

91

       
 

5.

BEGROTING AGENTSCHAP PARESTO

92

       
 

6.

BIJLAGEN

96

 

6.1.

Zelfstandige Bestuursorganen en Rechtspersonen met een Wettelijke Taak

96

 

6.2.

Verdiepingsbijlage

97

 

6.3.

Moties en toezeggingen

107

 

6.4

Subsidieoverzicht

126

 

6.5.

Evaluatie- en overig onderzoek

129

 

6.6.

Overzicht uitgaven veteranen en uitgaven zorg en nazorg

130

 

6.7.

Overzicht uitgaven IT

136

 

6.8.

Lijst van afkortingen

137

A. ARTIKELSGEWIJZE TOELICHTING BIJ HET BEGROTINGSWETSVOORSTEL

Wetsartikel 1 (begrotingsstaat ministerie)

De begrotingsstaten die onderdeel zijn van de Rijksbegroting, worden op grond van artikel 2.3, eerste lid, van de Comptabiliteitswet 2016 elk afzonderlijk bij de wet vastgesteld.

Het wetsvoorstel strekt ertoe om de onderhavige begrotingsstaat/begrotingsstaten voor het aangegeven jaar vast te stellen.

Alle voor dit jaar vastgestelde begrotingswetten tezamen vormen de Rijksbegroting voor dat jaar. Een toelichting bij de Rijksbegroting als geheel is opgenomen in de Miljoenennota.

Met de vaststelling van dit wetsartikel worden de uitgaven, verplichtingen en de ontvangsten vastgesteld. De in de begrotingsstaat/begrotingsstaten opgenomen begrotingsartikelen worden in onderdeel B van deze memorie van toelichting toegelicht (de zogenoemde begrotingstoelichting).

Wetsartikel 2 (begrotingsstaat baten-lastendiensten)

Met de vaststelling van dit wetsartikel worden de baten en de lasten, het saldo van de baten en de lasten en de kapitaaluitgaven en -ontvangsten van de in de staat opgenomen baten-lastenagentschappen voor het onderhavige jaar vastgesteld en worden de verplichtingen, ontvangsten en uitgaven van verplichtingen-kasagentschappen voor het onderhavige jaar vastgesteld. De in die begrotingen opgenomen begrotingsartikelen worden toegelicht in onderdeel B (Begrotingstoelichting) van deze memorie van toelichting en wel in de paragraaf inzake de agentschappen.

De Minister van Defensie, A.Th.B. Bijleveld-Schouten

B. BEGROTINGSTOELICHTING

1. LEESWIJZER

Beleidsartikelen

In beleidsartikel 1 Inzet wordt de inzet van de krijgsmacht begroot. Dit betreft de bijdragen van Defensie aan crisisbeheersingsoperaties, contributies aan door de leden gemeenschappelijk gefinancierde (common funded) NAVO- en EU-operaties, inzet voor nationale en koninkrijkstaken en overige inzet. Het artikel bevat ook een overzicht voor de structurele inzet die in andere beleidsartikelen is begroot, bijvoorbeeld door de Koninklijke Marechaussee en de Explosieven Opruimingsdienst Defensie. Vanaf 2018 zijn de geraamde middelen in het kader van het Budget Internationale Veiligheid (BIV) overgeheveld naar de Ministeries van Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking (BH&OS; € 30 miljoen) en Buitenlandse Zaken (BZ; € 30 miljoen) en naar de defensieonderdelen (€ 59,5 miljoen).

In de beleidsartikelen 2 tot en met 5 wordt de taakuitvoering geraamd voor zeestrijdkrachten (CZSK), landstrijdkrachten (CLAS), luchtstrijdkrachten (CLSK), de marechaussee (KMar) en de aan hen gemandateerde inzet, voor zover deze niet valt onder artikel 1. De bedragen die zijn opgenomen in de tabellen «budgettaire gevolgen van beleid» betreffen de exploitatie-uitgaven. Daarnaast worden ook de relevante investeringsprojecten gepresenteerd in afzonderlijke tabellen. Vanaf 2018 zijn de middelen voor de Kustwacht Caribisch gebied overgeheveld van het Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties naar beleidsartikel 2 taakuitvoering zeestrijdkrachten (Kamerstukken II 2017–2018, 34 775 X, nr. 64).

In beleidsartikel 6 zijn de investeringen voor de krijgsmacht opgenomen, te weten investeringen voor materieel, infrastructuur, IT, wetenschappelijk onderzoek en bijdragen aan de NAVO-investeringen. Daarnaast zijn de verkoopopbrengsten voor afstoting van materieel en infrastructuur in dit beleidsartikel opgenomen.

In de beleidsartikelen 7 Ondersteuning door Defensie Materieel Organisatie (DMO) en 8 Ondersteuning door Defensie Ondersteuningscommando (DOSCO) zijn de uitgaven, verplichtingen en ontvangsten geraamd voor de ondersteunende en dienstverlenende defensieorganisaties.

Niet-beleidsartikelen

In het niet-beleidsartikel 9 Algemeen worden de niet specifiek aan een defensieonderdeel toe te wijzen programma-uitgaven opgenomen. In het niet-beleidsartikel 10 Apparaat Kerndepartement worden de uitgaven ten behoeve van het centrale apparaat van Defensie begroot, waaronder de Bestuursstaf met de defensietop, (hoofd)directies (inclusief Defensiestaf), bijzondere organisatie-eenheden (bijvoorbeeld Inspecteur Generaal der Krijgsmacht), alsmede de niet aan een specifiek artikel toe te wijzen apparaatsuitgaven voor pensioenen en wachtgelden. Ten slotte zijn er ramingen voor de niet-beleidsartikelen 11 Geheim en 12 Nog onverdeeld opgenomen.

Overig

In de bijlagen van de begroting wordt de raming voor de baten-lastendienst Paresto weergegeven. Daarnaast is in de bijlagen informatie opgenomen over de ZBO/RWT’s, de mutaties, moties en toezeggingen, subsidies, evaluaties, de uitgaven voor veteranen en de uitgaven voor zorg en nazorg alsmede de uitgaven voor IT. De begroting van het Ministerie van Defensie is ook digitaal beschikbaar op de website www.rijksbegroting.nl. Om de toegankelijkheid verder te vergroten zijn in de digitale versie, waar mogelijk, hyperlinks aangebracht naar de achterliggende documenten.

Defensie Materieelprojectenoverzicht

Zoals gebruikelijk ontvangt de Kamer op Prinsjesdag het Materieelprojectenoverzicht (MPO). Hierin wordt per project meer gedetailleerde informatie gegeven dan in de begroting. Zo wordt de samenhang met het defensiebeleid en met andere projecten duidelijk gemaakt. In het MPO zijn de lopende en de geplande wapensysteemgebonden materieel- en IT-projecten en vastgoed opgenomen met een financiële omvang van meer dan € 25 miljoen. Daarnaast wordt ingegaan op af te stoten materieel. In deze begroting worden alleen de wijzigingen bij projecten met een omvang van meer dan € 100 miljoen toegelicht.

Groeiparagraaf

In de begroting 2019 zijn ten opzichte van de begroting 2018 de volgende wijzigingen doorgevoerd:

  • De cirkeldiagrammen die inzicht bieden in de realisatie op artikel-niveau zijn gewijzigd in staafdiagrammen. Daarmee wordt visueel meer inzicht geboden in de uitgaven en ontvangsten per beleidsartikel, die daarmee onderling beter vergelijkbaar worden;

  • In de begroting 2019 zijn voor het eerst in de beleids- en niet beleidsartikelen de geraamde uitgaven voor overige personele exploitatie zichtbaar onder de «personele uitgaven». Voorheen waren de uitgaven voor overige personele en materiële exploitatie geclusterd onder de noemer «materiële uitgaven»;

  • In beleidsartikel 2 Taakuitvoering zeestrijdkrachten wordt de Kustwacht Caribisch gebied toegelicht. Het exploitatiebudget is in 2018 overgeheveld van de begroting van Koninkrijksrelaties naar de defensiebegroting (Kamerstukken II 2017–2018, 34 775 X, nr. 64). Het investeringsbudget voor een goede taakuitvoering van de Kustwacht Caribisch gebied is toegevoegd aan beleidsartikel 6 Investeringen;

  • In beleidsartikel 6 Investeringen is een aantal wijzigingen doorgevoerd. De belangrijkste daarvan zijn:

    • De budgettaire tabel van uitgaven en ontvangsten is doorgetrokken naar 15 jaar, in lijn met de presentatie in de Defensienota;

    • Er wordt meer dan voorheen inzicht gegeven in de status van projecten: de fase (onderzoeks-, voorbereidings- of realisatiefase) wordt zichtbaar, evenals de onderverdeling in het investeringsprogramma in zee, land, lucht, infra, etc.

    • Niet alleen in beleidsartikel 6, maar ook bij de artikelen van de operationele commando’s zijn de relevante investeringsprojecten opgenomen. Hiermee zorgen we ervoor dat de investerings- en exploitatieuitgaven in samenhang zichtbaar zijn, ter ondersteuning van het life cycle costing-denken. Deze cijfers worden dus twee keer gepresenteerd in de begroting;

    • De A-, B- en D-brieven die de Kamer het komend jaar naar verwachting zal ontvangen worden aangekondigd;

  • De naam van het Commando DienstenCentra (CDC) is in 2017 veranderd in Defensie Ondersteuningscommando (DOSCO);

  • In niet-beleidsartikel 9 Algemeen zijn de nieuwe financiële instrumenten «opdrachten» en «bekostiging» toegevoegd. Daarnaast zijn de budgetten met het karakter van apparaatsuitgaven, zoals voorlichting, overgeheveld van niet-beleidsartikel 9 (=programma uitgaven) naar het niet-beleidsartikel 10 Apparaat Kerndepartement (= apparaatsuitgaven);

  • Niet-beleidsartikel 10 Centraal apparaat is conform de Rijksbegrotingsvoorschriften gewijzigd in niet-beleidsartikel 10 Apparaat Kerndepartement, niet-beleidsartikel 11 Geheime uitgaven in niet-beleidsartikel 11 Geheim en niet-beleidsartikel 12 Nominaal en onvoorzien in niet-beleidsartikel 12 Nog onverdeeld;

  • Het agentschap Defensie Telematica Organisatie (DTO) gaat samen met het Joint Informatievoorzieningscommando (JIVC) op in het nieuwe IT-bedrijf binnen Beleidsartikel 7 Ondersteuning krijgsmacht door Defensie Materieel Organisatie per 1 januari 2019. De agentschapsstatus vervalt daarmee en de agentschapsbijlage voor DTO is daarom niet meer opgenomen in deze begroting;

  • De bijlage Financieel overzicht wapensystemen vervalt. In de plaats daarvan is ervoor gekozen de informatie over de wapensystemen integraler in de begroting te presenteren. In beleidsartikel 6 wordt hiertoe op een nieuwe manier inzicht gegeven in de investeringsplanning. Ook in de artikelen van de operationele commando’s wordt de samenhang tussen investerings- en exploitatieuitgaven beter zichtbaar. Het doel hiervan is aan de Kamer op een toegankelijkere en transparante wijze de informatie te presenteren binnen de daaraan gerelateerde beleidsartikelen;

  • In 2018 volgt (als zelfstandig document) de nieuwe Defensie Cyber Strategie. Hierin wordt de Kamer geïnformeerd over de ontwikkelingen op cyber-gebied. De bijlage cyber vervalt hierdoor bij deze begroting.

2. BELEIDSAGENDA «En nu de uitvoering»

Inleiding

In de in maart jl. gepresenteerde Defensienota «Investeren in onze mensen, slagkracht en zichtbaarheid» (Kamerstukken II 2017–2018, 34 919, nr. 1) hebben wij de plannen uiteengezet om de krijgsmacht te moderniseren en het vertrouwen van onze mensen terug te winnen. We investeren in onze mensen, middelen en manieren. In 2019 komt daarvoor structureel € 1,2 miljard extra beschikbaar, waarvan ongeveer € 300 miljoen ten goede komt aan ondersteuning van de krijgsmacht en we meer dan € 200 miljoen besteden aan werkgeverschap en bedrijfsveiligheid. Ruim € 700 miljoen wordt gereserveerd voor investeringen in de modernisering van de krijgsmacht.

De in de Defensienota genoemde plannen zijn leidend voor de samenstelling en de toerusting van de krijgsmacht, die beter is uitgerust om huidige en toekomstige dreigingen het hoofd te bieden. De plannen zijn afgestemd met de Geïntegreerde Buitenland en Veiligheidsstrategie. De verslechterde veiligheidssituatie vraagt steeds meer van Defensie, zowel in het Koninkrijk zelf, als in het kader van de bondgenootschappelijke verdediging (NAVO), de Europese defensiesamenwerking (EU) en in het kader van de tweede hoofdtaak. We moeten opgewassen zijn tegen zeer uiteenlopende dreigingen en daarbij langer kunnen optreden, ook in onverhoopte conflicten met een hoog geweldsniveau.

In dat licht hebben de NAVO-bondgenoten in 2014 afgesproken om in tien jaar tijd de defensie-uitgaven in de richting van de NAVO-norm van twee procent van het bruto binnenlands product (BBP) te bewegen. Op die manier kunnen we gezamenlijk verantwoordelijkheid nemen voor de bescherming van onze veiligheid. Om hier als Nederland onze bijdrage hieraan te leveren zijn vervolgstappen nodig.

Op basis van de meest recente cijfers van het Centraal Planbureau ontwikkelt het percentage van het bruto binnenlands product (BBP) dat Nederland aan Defensie uitgeeft zich tijdens deze kabinetsperiode als volgt:

Ontwikkeling % BBP dat aan Defensie wordt besteed

Norm

2019

2020

2021

2022

2023

2%

1,30%

1,34%

1,34%

1,28%

1,23%

Nederland, België, Luxemburg en Slovenië geven, van de Europese NAVO-landen, op dit moment het kleinste BBP-percentage uit aan Defensie. De Europese defensie-uitgaven, waaronder ook die van Nederland, zijn de afgelopen jaren wel fors gestegen.

Bij de recente NAVO-Top in Brussel bleek een duidelijk besef van de bondgenoten dat de huidige veiligheidsdreigingen vragen om een verhoging van de defensie-uitgaven. De veiligheidssituatie vraagt erom dat Europese landen meer verantwoordelijkheid nemen voor hun eigen veiligheid. Nederland heeft aangegeven het gevoel van urgentie van vervolgstappen te delen in het licht van de ontwikkeling van de internationale veiligheidssituatie en het belang van een evenwichtige trans-Atlantische lastenverdeling. Ook heeft de NAVO verzocht om een plan voor het uitvoeren van de afspraken tijdens de NAVO-top van Wales.

Prioriteiten

Wat Defensie wil zijn

• Betrouwbare en betrokken werkgever;

• Veilige organisatie waar wordt geleerd van fouten;

• Transparante en zichtbare organisatie in een betrokken samenleving;

• Goede partner voor onze bondgenoten en strategische partners, civiele autoriteiten, maatschappelijke organisaties en het bedrijfsleven;

• Organisatie met de basis op orde;

• Kwalitatief en technologisch hoogwaardige organisatie;

• Informatiegestuurde organisatie;

• Robuust en wendbaar;

• Snel inzetbaar op alle geweldsniveaus.

Wat gaan we doen

• Mensen

Een organisatie met een veilige werkomgeving die het vertrouwen heeft van haar mensen, hen weet te behouden en voldoende nieuwe mensen werft.

• Middelen

Een informatiegestuurde krijgsmacht die is opgewassen tegen technologisch hoogwaardige tegenstanders en «hybride» dreigingen.

• Manieren

Een robuuste én wendbare organisatie gericht op samenwerking en vernieuwing.

Zoals in de Defensienota is uiteengezet investeert Defensie de komende jaren in haar mensen, middelen en manieren. Belangrijke onderdelen daarvan zijn de uitvoering van het plan van aanpak «Een veilige defensieorganisatie» (Kamerstukken II 2017–2018, 34 919, nr. 4) en het plan van aanpak behoud en werving (Kamerstukken II 2017–2018, 33 763, nr. 134). Ondertussen blijven we deze kabinetsperiode werken aan de versterking van de operationele gereedheid van de krijgsmacht (zijn we klaar om te doen wat nodig is?) en aan de modernisering van de slagkracht. We brengen daarmee de huidige krijgsmacht op orde. Daarbij kiezen we voor een technologisch hoogwaardige en informatiegestuurde krijgsmacht.

We willen transparant en betrouwbaar zijn in wat we doen, wat we bereiken en wanneer. En we zijn realistisch. Opbouwen kost tijd en plannen zijn niet van vandaag op morgen gerealiseerd. Dit geldt niet alleen voor het gevuld krijgen en houden van de organisatie en de aanschaf van groot materieel. Ook de aanschaf van «gewonere» zaken, zoals munitie en communicatiemiddelen, duurt vaak lang, zelfs als we nu de bestelling doen en producten van de plank aanschaffen. We hebben ook dan bijna altijd te maken met lange wachttijden bij de producent. Dit betekent dat de betaling van deze producten ook op zich laat wachten. Omdat Defensie voor het investeringsartikel beschikt over een ongelimiteerde eindejaarsmarge, kunnen we eventueel budget dat we niet besteden meenemen naar volgende jaren. Dit neemt niet weg dat Defensie alles op alles zet om investeringen zo goed en zo snel mogelijk te realiseren.

In het regeerakkoord geeft het kabinet aan te zullen komen met voorstellen om de voorspelbaarheid en schokbestendigheid van de Defensiematerieelbegroting te vergroten. Hieraan geven we invulling door het instellen van een Defensiematerieelbegrotingsfonds, waarin de uitgaven aan investeringen en de instandhouding daarvan worden opgenomen. Om schokken in de Defensiebegroting als gevolg van valutaschommelingen beter op te kunnen vangen zal de in 2017 gecreëerde valutareserve binnen artikel 6 Investeringen voortaan beschikbaar zijn voor alle investeringsprojecten, inclusief de verwerving F-35. Voorts wordt in de tweede helft van 2018 het vervolgonderzoek naar de prijsontwikkeling bij Defensie afgerond. Na afronding van het onderzoek wordt u hierover geïnformeerd.

In het Wetgevingsoverleg Jaarverslag 2017 (d.d. 20 juni 2018) verzochten de rapporteurs Kamerleden Belhaj en Diks namens de vaste commissie Defensie om met heldere indicatoren beter inzicht te geven in de begrotings- en jaarverslagen. Defensie ziet het gebruik van indicatoren als een goede mogelijkheid om de organisatie beter aan te sturen, daarom moeten deze weloverwogen worden vastgesteld. Daar is tijd en aandacht mee gemoeid. In deze begroting is al een aantal indicatoren opgenomen. Het gaat concreet om het BBP-percentage en de investeringsquote. De werknemerstevredenheid en het ziekteverzuim rapporteren we in de personeelsrapportage, die gelijktijdig met de ontwerpbegroting wordt aangeboden aan de Tweede Kamer. Defensie werkt aan de ontwikkeling van meer indicatoren en zal met de vaste commissie Defensie nadere afspraken maken over hoe vervolg wordt gegeven aan het gebruik en de verdere ontwikkeling hiervan.

Mensen

De Defensienota is duidelijk over wat we willen zijn voor onze mensen: een aantrekkelijke en betrouwbare werkgever met een stevige verankering in de samenleving. Een organisatie met een veilige werkomgeving die het vertrouwen heeft van haar mensen. Een organisatie die haar mensen weet te behouden en voldoende nieuwe mensen werft. Een organisatie waarvoor mensen graag willen werken en met trots kunnen werken. In de personeelsrapportage rapporteren we over de actuele status van het personeelsdomein.

Defensie is in 2018 voortvarend aan de slag gegaan met de uitvoering van de plannen. Deze zijn onderverdeeld in vier meerjarige programma’s. Hieronder volgen de prioriteiten binnen deze programma’s voor 2019:

Programma personeelsmodel

We ontwikkelen een nieuw personeelsmodel dat bijdraagt aan de ontwikkeling van onze mensen, dat de in-, door- en uitstroom van personeel beter in balans brengt en dat meer duidelijkheid geeft aan onze mensen en zorgt voor meer flexibiliteit voor hen en voor Defensie. We willen daarmee de in-, door- en uitstroom zo goed mogelijk kunnen sturen. In 2019 richten we ons onder meer op:

  • Het creëren van flexibele aanstellingsmogelijkheden en contractvormen;

  • Het realiseren van een meer flexibel medewerkersbestand zodat we als organisatie wendbaarder worden. Denk hierbij bijvoorbeeld aan het aantrekken van meer reservisten en het werken met andere tijdelijke krachten om knelpunten op te lossen;

  • Het mogelijk maken om langer op een functie te blijven;

  • Het ontwikkelen van meer tijdelijke in- en uitstroommogelijkheden als onderdeel van een loopbaantraject («wisselstroom»);

  • Het herzien van maximale looptijd in rang.

Programma Behoud en Werving

We nemen maatregelen die een bijdrage leveren aan behoud en werving van zowel vast als flexibel personeel. We stimuleren de in-, door- en uitstroom kwantitatief en kwalitatief door onze mensen te helpen bij het creëren van kansen voor, tijdens en na de loopbaan bij Defensie. In 2019 richten we ons onder meer op:

  • Het verder differentiëren van het keurings- en wervingstraject en de aanname- en vooropleidingseisen;

  • Het verder verkorten van de wachttijden zodat mensen eerder bij Defensie kunnen gaan werken;

  • Meer regionale werving en loopbaanontwikkeling, met als doel meer mensen aan te trekken en lokale expertise en samenwerkingsverbanden te realiseren. Hiermee vergroten we ook de zichtbaarheid in de regio;

  • Afspraken met andere overheidsorganisaties en het bedrijfsleven om samen garant te staan voor de opleiding en loopbaan van (potentiële) medewerkers en daarmee meer werkzekerheid te bieden;

  • Het beleggen van meer personele bevoegdheden bij lagere lijncommandanten;

  • Het verder aanpassen en vereenvoudigen van regelgeving;

  • Het versterken van de diversiteit en inclusiviteit van de organisatie.

Programma personeelszorg

We nemen maatregelen die ervoor zorgen dat Defensie een zo veilig mogelijke werkomgeving biedt, waarin onze mensen worden gewaardeerd om wie ze zijn, en waar integer wordt gehandeld. We streven arbeidsomstandigheden na die het personeel optimaal ondersteunen en rekening houden met de verschillende levensfasen en bijbehorende wensen en behoeftes. We bevorderen de duurzame inzetbaarheid van onze mensen en de inzetbaarheid van Defensie door het stimuleren van een gezonde fysieke en mentale levensloop. Ook voorzien we de militaire gezondheidszorg van een stevig nieuw fundament. We willen daarbij weten of we het goed doen en meten daarom de tevredenheid van onze medewerkers. We monitoren hierbij onder meer de werknemerstevredenheid en het ziekteverzuim.

In 2019 richten we ons binnen het programma onder meer op:

  • Het ontwikkelen van levensfasebewust personeelsbeleid;

  • Het verbeteren van de gezondheidszorg, specifiek de IT en de modernisering van apparatuur;

  • De verdere uitvoering van het plan van aanpak dat is opgesteld naar aanleiding van de evaluatie van het veteranenbeleid in 2016;

  • Een zo veilig mogelijke werkomgeving door te investeren in lerend vermogen, de veiligheidscultuur, de veiligheidsstructuur, de capaciteit en het toezicht.

Programma arbeidsvoorwaarden

Defensie en de centrales voor overheidspersoneel hebben op 20 augustus 2018 een onderhandelaarsakkoord bereikt over nieuwe arbeidsvoorwaarden. Wanneer deze afspraken worden geformaliseerd in een AV-akkoord, gaan ze gelden vanaf 1 oktober 2018. Het onderhandelaarsakkoord bevat afspraken over het pensioenstelsel, loonontwikkeling, toelagen en een nieuw loongebouw. De verbeterde primaire en secundaire arbeidsvoorwaarden dragen mede bij aan het vertrouwen van het personeel in de organisatie. De nieuwe arbeidsvoorwaarden sluiten beter aan bij de wensen van onze mensen en de eisen die een moderne krijgsmacht stelt.

In 2019 zal dit programma zich richten op de uitwerking en (de start van de) invoering van de afspraken over de nieuwe arbeidsvoorwaarden.

Een veilige werkomgeving

Wij geven prioriteit aan het met elkaar realiseren van een zo veilig mogelijke werkomgeving. Defensie moet een lerende organisatie zijn waar veilig werken de norm is en blijft. In het plan van aanpak «Een veilige defensieorganisatie» zijn maatregelen langs vier sporen aangekondigd die in samenhang moeten worden beschouwd: strategie, structuur, systeem en cultuur (Kamerstukken II 2017–2018, 34 919, nr. 4). In 2019 gaan we met voorrang verder met het zo snel mogelijk en in samenhang implementeren van de maatregelen uit het plan van aanpak.

Iedere defensiemedewerker heeft een verantwoordelijkheid voor het versterken van de veiligheid. Commandanten zijn primair verantwoordelijk voor een veilige taakuitvoering en krijgen hiervoor de juiste (deskundige) ondersteuning, capaciteit en middelen. Vanaf 2018 is voor vier jaar € 75 miljoen vrijgemaakt om de veiligheidsorganisaties bij alle defensieonderdelen te versterken. Zo zijn in 2018 onder meer de Directie Veiligheid en de Inspectie Veiligheid Defensie opgericht. Ook is er een visitatiecommissie ingesteld. Vanaf 2022 is jaarlijks € 25 miljoen beschikbaar.

In 2019 richten we ons onder meer op:

  • Het inspecteren van alle opleidingen op veiligheidsaspecten en het realiseren van een speciale module veiligheid in alle initiële opleidingen;

  • Het verbeteren van de wijze waarop we nabestaanden en slachtoffers van ongevallen en incidenten betrekken bij de afhandeling van een zaak;

  • Het verbeteren van de sociale veiligheid. Hierbij worden de aanbevelingen betrokken die volgen uit het onderzoek van de commissie Giebels, dat medio oktober 2018 is voltooid.

Middelen

Prioriteiten middelen van de krijgsmacht

  • 1. De krijgsmacht blijft veelzijdig inzetbaar omdat de dreigingen zeer verschillend van aard en intensiteit zijn en de veiligheidssituatie continu verandert;

  • 2. We moderniseren eerst de wapensystemen die we nu hebben. Onze tegenstanders beschikken over steeds meer wapens van technologisch hoogwaardige kwaliteit. Hier moeten we een antwoord op hebben, ook om onze mensen zo veilig mogelijk te houden;

  • 3. We gaan meer en meer informatiegestuurd optreden met een stevige IT-infrastructuur.

Door te investeren in het moderniseren en vervangen van middelen versterken we onze slagkracht en ons voortzettingsvermogen. We vernieuwen ook. We investeren in capaciteiten die onze informatiepositie en ons omgevingsbewustzijn verbeteren. Met onder andere een stevige IT-infrastructuur wordt informatiegestuurd optreden beter mogelijk. Tevens investeren we in capaciteiten die ons helpen om huidige en toekomstige dreigingen in het cyber- en informatiedomein beter het hoofd te bieden. Bij onze investeringen werken we altijd conform het Defensie Materieel Proces (DMP), waarbij aandacht wordt besteed aan doeltreffendheid en doelmatigheid van onze investeringen. Bij veel projecten (de niet-gemandateerde projecten) vergelijkt Defensie een aantal alternatieven bovendien met behulp van een kosten-batenanalyse.

We reserveren minimaal 20 procent van de defensiebegroting voor uitgaven aan investeringen, wat de NAVO ook als richtlijn hanteert. Het voortschrijdend vijfjaarsgemiddelde van de geraamde investeringsquote ontwikkelt zich tijdens deze begrotingsperiode als volgt:

Voortschrijdend vijfjaarsgemiddelde geraamde investeringsquote1

NAVO-richtlijn

2019

2020

2021

2022

2023

20%

19%

22%

25%

27%

28%

X Noot
1

Dit vijfjaarsgemiddelde wordt berekend op basis van het gemiddelde van het desbetreffende jaar en de vier jaar ervoor. Voorbeeld: de investeringsquote (IQ) voor 2019 wordt berekend op basis van het gemiddelde van de gerealiseerde IQ van 2015 (15%), 2016 (16%) en 2017 (17%) en de geraamde IQ voor 2018 (20%) en 2019 (28%).

Bij het verwervingsproces van de middelen passen we artikel 346 VWEU actief toe en laten zo het nationaal veiligheidsbelang meewegen. Ook kiezen we voor de uitgangspunten «snel, tenzij» en «van de plank, tenzij» bij bewezen goede opties («proven technology»). Waar mogelijk laten we de verwerving van niet-defensiespecifieke spullen over aan externe partijen.

De komende jaren werken we hard aan:

  • Vervanging van de M-fregatten samen met België;

  • Vervanging van de mijnenbestrijdingscapaciteit samen met België. We werken aan een innovatief concept van moederplatforms en onbemande mijnenbestrijdingssystemen. Later zijn Maritieme (semi-)autonome systemen voor mijnenbestrijding (een van de PESCO-projecten waaraan we deelnemen) hiervoor van belang;

  • Voorbereiding van de vervanging van de onderzeeboten;

  • Midlife updates van de Bushmaster (pantserwielvoertuig), Fennek (gepantserd verkenningsvoertuig), Pantserhouwitser, CV90 (infanteriegevechtsvoertuig);

  • De Apache remanufacture en de Chinook vervanging en modernisering. Het aantal Chinooks wordt vergroot;

  • De eerste F-35 gevechtsvliegtuigen worden in Nederland gestationeerd en we maken een begin met het uitfaseren van de F-16.

  • Het versneld invoeren van de Medium Altitude Long Endurance Unmanned Vehicle (MALE UAV). Dit is een capaciteit die langdurig tactische en strategische informatie vanuit de lucht kan vergaren;

  • De air-to-air refueling capaciteit (KDC-10) wordt vervangen door de Multi-Role Tanker Transportvliegtuigen (MRTT). De MRTT-vliegtuigen voor luchttransport en bijtanken in de lucht worden samen met België, Duitsland, Luxemburg en Noorwegen aangeschaft. Ze zijn ook inzetbaar voor humanitaire noodhulp en (medische) evacuaties;

  • De luchtverdedigingssystemen voor schepen worden gemoderniseerd door Evolved Sea Sparrow Missile Block 2 raketten aan te schaffen voor de fregatten en de huidige Goalkeeper-snelvuurkanons voor de meeste grote oppervlakteschepen te vervangen;

  • De Surface-to-Surface Missiles van de fregatten worden vervangen voor het aanvallen van oppervlakteschepen;

  • Defensiebrede Vervanging Operationele Wielvoertuigen (DVOW). In 2019 worden de eerste containers van 1.433 command & control –, verbindings-, werkplaats- en magazijncontainers opgeleverd;

  • Uitbreiding van simulatiecapaciteit ten behoeve van het operationeel systeem. Dit betreft een uitbreiding voor multi ship multi type simulator voor het helikopteroptreden en een levensduurverlenging van mobile combat training centre voor het landoptreden.

Informatiegestuurd optreden, IT en Cyber

Om het informatiegestuurd optreden en ons optreden in het cyber- en informatiedomein te versterken nemen we onder andere de volgende maatregelen:

  • We gaan in stappen sensoren en informatiesystemen in een netwerk aan elkaar koppelen om het informatiegestuurde optreden te verbeteren. In dit kader investeren we ook fors in onze IT-infrastructuur en de inlichtingen-, verzamel- en analysecapaciteit (inclusief MIVD);

  • Aan de hand van een concept van de NAVO werken we samen met partners (onder andere Duitsland) aan het verbeteren van het gezamenlijke informatiegestuurde optreden;

  • We breiden onze cybercapaciteit uit om een grotere rol te kunnen vervullen bij de bescherming van ons land tegen digitale dreigingen. Dit staat ook vermeld in de Geïntegreerde Buitenland en Veiligheidsstrategie. Daarnaast vernieuwen we de Defensie Cyber Strategie in samenhang met de Nationale Cybersecurity Agenda;

  • Met het programma Grensverleggende IT (GrIT) vervangen we de IT-infrastructuur, bestaande uit datacenters, netwerken, beveiliging, werkplekken voor toepassingen in Nederland en tijdens inzet;

  • Onder de verantwoordelijkheid van het Ministerie van Justitie en Veiligheid (JenV) richten we een Passenger Information Unit op bij de Koninklijke Marechaussee. Deze heeft tot doel terrorisme en ernstige criminaliteit te voorkomen, op te sporen en te vervolgen door gegevens te controleren van luchtvaartpassagiers. Zo geven we invulling aan de EU-richtlijn hierover.

Ondersteuning krijgsmacht

Om er te kunnen staan als dat nodig is, versterken we ook de internationaal schaarse operationele (gevechts)ondersteuning. Hiervoor is een samenhangend geheel aan maatregelen ontworpen dat is onder te verdelen in de gebieden gevechtsondersteuning, inlichtingen- en waarnemingsmiddelen, bevelvoeringssystemen, logistiek en opleiding en training. Deze maatregelen zijn beschreven in de nota van wijziging op de begrotingsstaat 2018 (Kamerstukken II 2017–2018, 34 775 X, nr. 25). We gaan onder andere:

  • Een nieuw schip voor bevoorrading op zee aanschaffen (Combat Support Ship, CSS);

  • De vlieguren van de jachtvliegtuigen en de helikopters verhogen;

  • Investeren in logistiek en Information Surveillance & Reconnaissance (ISR).

In 2019 komen onder andere de volgende projecten (deels) tot realisatie:

  • Nieuwe gevechtskleding (o.a. DOKS (Defensie Operationeel Kledingsysteem)): militairen die op missie gaan hebben reeds nieuwe gevechtskleding ontvangen. Overige militairen ontvangen vanaf 2019 nieuwe kleding. De uitrusting zal tot 2028 in batches worden uitgeleverd, waarbij voortdurend verbetering mogelijk is;

  • Medevac voor C-130 transportvliegtuigen: in 2019 worden vier stuks palletized high care medevac systemen geleverd voor het vervoer van intensive care patiënten in C-130 transportvliegtuigen. Hiervoor is een leveringscontract afgesloten met Marshall Aerospace & Defence Group (UK);

  • Vervanging communicatiesysteem Compatriot: het verbindingssysteem compatriot ondersteunt de commandovoering en vuurleiding van het Patriot wapensysteem. De inbouw van de nieuwe communicatiemiddelen in het Patriot-wapensysteem is voltooid. Verificatietesten en uitrol vinden vanaf 2019 plaats;

  • Vervanging handgedragen warmtebeeldkijker: het betreft een vervanging van twee kleine verouderde waarnemingssystemen, de LION en de Cobra. Deze systemen maken optreden mogelijk bij duisternis en onder omstandigheden van verminderd zicht, zoals neerslag en rook. Levering van de beeldkijkers is voorzien vanaf november 2018 (100 stuks) en de rest (1.166 stuks) in batches per kwartaal in de jaren 2019 en 2020;

  • In 2019 worden de acht in 2015 bestelde F-35 toestellen aan Nederlands overgedragen. Zes daarvan, geproduceerd in de fabriek in Ft Worth, Texas (VS), worden afgeleverd op Luke Air Force Base in Arizona voor opleidingsdoeleinden. Twee toestellen, afkomstig uit de F-35 fabriek in Cameri, Italië, komen op vliegbasis Leeuwarden te staan.

Vastgoed

Op vastgoedgebied zijn de inspanningen gericht op de forse opgave om de defensiegebouwen te laten voldoen aan wet- en regelgeving met betrekking tot brandveiligheid en hygiëne en dat achterstanden in onderhoud worden verminderd of weggewerkt. Een nieuw vastgoedplan zal een actueel beeld geven van de stand van zaken met betrekking tot onderhoudsachterstanden, voedsel- en brandveiligheid, keuringsachterstanden, beoogde verbeteringen in de leefomgeving en verduurzaming. Dit plan biedt ook inzicht in welke prioriteit wordt toegekend aan de verschillende werkzaamheden om het defensievastgoed op orde te krijgen. Dit nieuwe plan zal in 2019 aan de Kamer worden aangeboden.

Om de personele en materiële uitbreidingen te kunnen huisvesten, herijken we onze volledige vastgoedportefeuille. De volgende defensielocaties blijven in ieder geval open: het Complex Brasserskade in Den Haag, het munitiecomplex in Alphen, de Korporaal van Oudheusdenkazerne in Hilversum, de Joost Dourleinkazerne op Texel, Kamp Nieuw Milligen in Uddel, de Koningin Wilhelminakazerne in Ossendrecht en een groter deel van het Marine Etablissement Amsterdam.

Manieren

Om beter te kunnen inspelen op de steeds veranderende veiligheidssituatie om ons heen is het belangrijk dat we wendbaar zijn. Wendbaarheid is ook van belang om de groei van de organisatie op een goede manier te laten verlopen. Tegelijk is behoefte aan een robuuste krijgsmacht die er staat als dat nodig is.

Onderdeel van deze wendbare en robuuste krijgsmacht is dat kennis en middelen op het juiste moment beschikbaar zijn. We willen een organisatie zijn die slagvaardig te werk gaat – ook in bestuurlijk opzicht. We nemen daarom afscheid van interne regels die ons niet (langer) helpen en vereenvoudigen waar mogelijk. We worden een lerende en innoverende organisatie.

De groei naar een meer adaptieve krijgsmacht vergt het vergroten van wendbaarheid (flexibel, snel) en robuustheid (veilig, er staan als het nodig is) en het beter omgaan met het spanningsveld dat vaak tussen die twee bestaat.

Een adaptieve krijgsmacht speelt snel in op veranderingen in de veiligheidssituatie:

  • We zijn langer en beter in te zetten met behulp van samenwerking (o.a. met ziekenhuizen, onderwijsinstellingen, technologische bedrijven en de inschakeling van reservisten);

  • We blijven innoveren om beter te anticiperen op nieuwe dreigingen en ontwikkelingen;

  • Door aanpassing van onze interne processen (o.a. inkoop en gereedstelling) kunnen we waar en wanneer nodig beschikken over extra capaciteiten.

We kunnen dit niet zonder de samenwerking met onze partners. Wij zijn langer en beter in te zetten door intensieve samenwerking met hen. Hiervoor heeft de organisatie een open karakter waarbij de blik naar buiten is gericht. Dit alles natuurlijk met inachtneming van onze beveiliging van systemen en gegevens.

Samenwerken

We gaan intensiever samenwerken met onze bondgenoten en strategische partners, andere overheidsorganisaties, maatschappelijke organisaties en het bedrijfsleven. Dit doen we onder andere op het gebied van personeel, kennis en innovatie, de aanschaf en het onderhoud van materieel en bij oefenen, trainen en inzet.

In het kader van de nationale veiligheid herijken we met Ministerie van JenV de civiel-militaire samenwerking. We zijn ook bezig met het Ministerie van JenV en andere partners om in kaart te brengen welke bijstand (civiele en militaire capaciteiten) nodig is in het kader van nationale crisisbeheersing en de ondersteuning bij rampenbestrijding. Een voorbeeld is de inzet van Chinooks bij het blussen van grote branden in de zomer van 2018.

Om de militaire samenwerking in de EU te versterken heeft Nederland zich inmiddels gecommitteerd aan deelname aan zeven van de zeventien PESCO (permanent gestructureerde samenwerking)-projecten. Naast militaire mobiliteit, waarvan Nederland de trekker is, zijn dit projecten op het gebied van maritieme mijnenbestrijding, logistieke netwerken, radiocommunicatie, cyber, medische capaciteiten en een Europees militair trainingscentrum. We werken bovendien actief mee aan het vorig jaar opgezette EU-planningsproces.

De Defensie Industrie Strategie wordt geactualiseerd om de samenwerking met het bedrijfsleven beter te kunnen bestendigen. Het project FRONTDOOR, de toegangspoort voor iedereen die samenwerking zoekt met Defensie, wordt ook verder uitgebouwd.

Innoveren

Defensie innoveert om beter te anticiperen op nieuwe dreigingen en ontwikkelingen en om militairen de juiste middelen te geven zodat zij hun werk in deze uitdagende omstandigheden goed kunnen doen. We geven daarbij voorrang aan onderzoek naar nieuwe dreigingen en kansen. We investeren in kennisopbouw op onder andere het gebied van cyber, informatiegestuurd optreden, slagkracht en nieuwe technologieën als kunstmatige intelligentie, robotica en 3D-printing.

Defensie gaat extra investeren in research en development, mede in het licht van de hiervoor geldende EDA-norm. De uitgaven in het kader van het centrale budget voor defensieonderzoek en technologieontwikkeling (R&D) stijgen van € 72,1 miljoen in 2018 naar € 75,2 miljoen in 2019 en € 77,3 miljoen in 2020 en verder. Naast deze centrale uitgaven worden er ook uitgaven voor onderzoek, technologieontwikkeling en kennistoepassing gedaan ten laste van investeringsprojecten. Deze uitgaven zijn tot nu toe niet meegenomen in de cijfers die aan het Europees Defensie Agentschap (EDA) en het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) zijn gerapporteerd. In onderstaande tabel is een eerste inschatting opgenomen van deze uitgaven. De precieze uitgaven zullen worden meegenomen in toekomstige EDA-rapportages.

Uitgaven aan kennisontwikkeling en onderzoek (in miljoenen euro)
 

2019

2020

2021

2022

2023

Uitgaven binnen investeringsprojecten (schatting)

115

160

175

170

95

Centraal budget wetenschappelijk onderzoek

75

77

77

77

77

We stellen een nieuwe innovatiestrategie op, die aansluit op de nieuwe manier van werken. We betrekken onze huidige en nieuwe partners om de innovatie te versnellen en versterken. Ook sluiten we aan bij de ontwikkelingen vanuit de EU. Een sterker en autonomer Europa vraagt investeringen om het concurrentievermogen en de innovatie in de Europese defensie-industrie te versterken. De Europese Commissie heeft hiertoe een aantal voorstellen uitgewerkt. Nederland steunt deze voorstellen.

Een van de voorstellen, het European Defence Action Plan (EDAP), is erop gericht om de Europese technologische en industriële defensiebasis en de Europese defensiemarkt te versterken. Onderdeel van het EDAP is het Europees Defensiefonds (EDF) met als doel om lidstaten te stimuleren om meer samen te werken op gebied van onderzoek en ontwikkeling en uiteindelijk ook aanschaf van defensiecapaciteiten. Op deze manier kunnen kosten worden bespaard (schaalvoordeel) en beschikken de lidstaten over capaciteiten en systemen die op elkaar zijn afgestemd (interoperabiliteit).

Voorbeelden van concrete maatregelen voor 2019 in het kader van innovatie zijn:

  • Samen met andere departementen starten we nieuwe gemeenschappelijke cyber onderzoeks- en innovatieprojecten;

  • Met cofinanciering van het Ministerie van EZK voeren we innovatieve technologieprojecten uit;

  • De Faculteit Militaire Wetenschappen stelt een Chief Scientific Advisor (CSA) aan die intermediair wordt tussen de (internationale) academische wereld en Defensie;

  • Er wordt een Cyber Innovation Hub (CIH) opgericht waarin departementen, onderzoeksinstellingen en bedrijven samen aan uitdagingen op het gebied van cyber werken.

Verbeteren operationele gereedheid

In het kader van het herstel van de operationele gereedheid wordt in 2019 verder gewerkt aan de personele gereedheid, de materiële gereedheid en de geoefendheid. Deze drie elementen worden in samenhang bekeken. Om goed te kunnen oefenen is er personeel en materieel nodig. Zonder voldoende reserveonderdelen kan de materiële gereedheid niet verbeteren, maar zonder voldoende (gekwalificeerd) personeel verbeteren ook de materiele gereedheid en geoefendheid onvoldoende.

In het bijzonder de personele component vergt tijd. Maatregelen uit het plan van aanpak Behoud en Werving moeten leiden tot hoger behoud en hogere instroom van personeel. Daarnaast zorgen we waar nodig voor extra capaciteit door deze in te huren, onderzoeken we of samenwerking met de civiele sector mogelijk is en sluiten we full service onderhoudscontracten met de industrie.

De uitvoering van het plan van aanpak materiële gereedheid werpt zijn vruchten af (Kamerstukken II 2015–2016, 33 763, nr. 109). De voorraadbeschikbaarheid van alle artikelen is gestegen van 62 procent begin 2016 naar 84 procent halverwege 2018. De aandacht wordt nu verlegd naar de verbetering van de voorraadbeschikbaarheid en leverbetrouwbaarheid van de inzetbaarheidsbepalende reserveonderdelen en repareerbare reserveonderdelen. Ook wordt er in 2019 gewerkt aan de invulling van een aantal randvoorwaarden, zoals beschikbaarheid van infrastructuur, IT-ondersteuning en beschikbaarheid van opleidingen.

In 2019 zal een groot aantal uiteenlopende oefeningen worden uitgevoerd. Voorbeelden van grote oefeningen in 2019 zijn de oefeningen in NAVO-verband Noble Jump en de Alert exercise gevolgd door de Deployment exercise van de flitsmacht. Ter voorbereiding op de EU Battlegroup 2020-II vindt een binationale certificeringsoefening plaats met Duitsland. We nemen deel aan Frisian Flag 2019, Europa’s grootste oefening voor jachtvliegtuigen in het hoogste geweldsspectrum.

Voorziene inzet in 2019

Defensie werkt onafgebroken aan de veiligheid van Nederland. Het beroep op de krijgsmacht is groot en aanhoudend. Iedere dag zijn ongeveer vijfduizend militairen actief in het kader van de nationale taken van de krijgsmacht en nog eens hetzelfde aantal is daarvoor gegarandeerd beschikbaar. Daarnaast zijn de afgelopen jaren jaarlijks ruim drieduizend Nederlandse militairen ingezet voor crisisbeheersingsoperaties en de opbouw van lokale veiligheidsorganisaties.

Voor de bondgenootschappelijke verdediging en de geruststellende maatregelen (Enhanced Forward Presence) wordt ook in 2019 een indringend beroep op ons land gedaan. Nederland levert permanente bijdragen in NAVO-verband waaronder op zee (de standing NATO Maritime Groups) en stelt eenheden beschikbaar voor de snelle reactiemachten van de NAVO en de EU. Voor de bescherming van het Koninkrijk is Defensie ook permanent met militaire middelen aanwezig in het Caribisch gebied. De huidige bijdrage aan de VN-missie MINUSMA in Mali wordt per 1 mei 2019 beëindigd (Kamerstukken II 2017–2018, 29 521, nr. 363). In juni heeft het kabinet de Tweede Kamer geïnformeerd over de geïntensiveerde bijdrage aan de NAVO-Resolute Support missie in Afghanistan (Kamerstukken II 2017–2018, 27 925, nr. 630). Het kabinet is voornemens om in de tweede helft van 2018 een besluit te nemen over een mogelijk hernieuwde maritieme inzet en de bijdrage aan de strijd tegen ISIS.

Grondwet, hoofdtaken en inzetbaarheidsdoelen

Defensie beschermt wat ons dierbaar is. De Nederlandse defensie-inspanning is een afgeleide van de Grondwet, het Statuut voor het Koninkrijk der Nederlanden en onze internationale verdragsverplichtingen, waaronder het Handvest van de Verenigde Naties, het Noord-Atlantische Verdrag en het EU-Verdrag van Lissabon.

De drie hoofdtaken van Defensie die hieruit voortvloeien zijn:

  • 1. Bescherming van het eigen en bondgenootschappelijke grondgebied, inclusief het Caribisch deel van het Koninkrijk;

  • 2. Bescherming en bevordering van de internationale rechtsorde en stabiliteit;

  • 3. Ondersteuning van civiele autoriteiten bij rechtshandhaving, rampenbestrijding en humanitaire hulp, zowel nationaal als internationaal.

Onderstaande inzetbaarheidsdoelen geven weer met welke capaciteiten Defensie – gegeven de huidige samenstelling en toerusting van de krijgsmacht – invulling kan geven aan deze hoofdtaken. De krijgsmacht heeft daarvoor de beschikking over een «single set of forces». Alle capaciteiten zijn in beginsel inzetbaar voor alle hoofdtaken. Capaciteiten kunnen echter maar voor één taak tegelijk worden ingezet en de inzet van een capaciteit voor de ene taak heeft effect op de gereedheid en inzetmogelijkheden voor de andere taken. De vertaling van de inzetbaarheidsdoelen per operationeel commando naar concrete gereedstellingsopdrachten is opgenomen in de opdrachtenmatrix per operationeel commando (zie artikel 2, 3, 4, 5). Deze opdrachtenmatrices vormen de basis voor de sturing en verantwoording van het gereedstellingsproces.

De inzetbaarheidsdoelen op basis van de Defensienota 2018 zijn hieronder weergegeven. Over de realisatie daarvan wordt de Tweede Kamer vertrouwelijk geïnformeerd. Daadwerkelijke inzetmogelijkheden zijn mede afhankelijk van de mate van operationele gereedheid van een capaciteit, de geografische spreiding van Nederlandse inzet en de ondersteuningsmogelijkheden van partnerlanden.

Financiële gevolgen

In onderstaande tabel staan de mutaties ten opzichte van de vastgestelde begroting 2018 (in bijlage 6.2 verdiepingshoofdstuk is dit nader uitgewerkt).

Totaal Defensie (in miljoenen euro)
 

2018

2019

2020

2021

2022

2023

Standen ontwerpbegroting 2018 (incl NvW)

9.450,3

9.442,7

9.479,7

9.398,1

9.314,5

9.360,0

Belangrijkste mutaties

           

1. Incidentele 1e suppletoire begroting 2018

3,4

1,4

       

2. Mutaties 1e suppletoire begroting 2018

1.247,4

993,8

1.133,3

1.178,7

1.148,3

1.138,8

3. Interdepartementale Budgetoverhevelingen

– 1,1

2,5

4,2

– 3,8

– 1,2

– 0,5

4. Kasschuif investeringen

0,0

0,0

– 250,0

– 25,0

275,0

0,0

5. Kasschuif pensioenen

0,0

4,4

– 29,1

– 7,7

24,7

7,7

6. Kasschuif nog onverdeeld

0,0

22,6

6,1

– 8,8

– 23,0

3,1

7. BIV trekkingsrechten naar BZ & BHOS

0,0

– 60,0

– 60,0

– 60,0

– 60,0

– 60,0

8. Intensivering Kustwacht Carib incl prijsbijstelling

11,0

10,8

10,8

10,8

10,8

10,8

9. Prijsbijstelling over restant regeerakkoord

19,2

23,5

27,9

30,1

30,1

30,1

10. Bijdrage bestrijding computercriminaliteit

 

0,3

0,3

0,3

0,3

0,3

11. Extrapolatie bijdrage Maritiem Operations Centre (MOC)

         

2,0

12. Middelen aanvullende post tbv arbeidsvoorwaarden

20,0

10,0

10,0

10,0

10,0

10,0

13. Kasschuif incidentele uitkering

30,0

– 30,0

       

14. Kasschuif exploitatie

– 55,0

55,0

       

15. Kasschuif investeringen

– 1.200,0

 

600,0

600,0

   

Standen ontwerpbegroting 2019

9.525,2

10.477,1

10.933,2

11.122,7

10.729,6

10.502,2

Toelichting

  • 1. Met de incidentele suppletoire begroting zijn extra middelen toegevoegd aan de defensiebegroting voor versterking van het grenstoezicht van Sint Maarten.

  • 2. Met de 1e suppletoire begroting zijn o.a. extra middelen uit het regeerakkoord «vertrouwen in de toekomst» toegekend voor het moderniseren en versterken van de slagkracht en het voortzettingsvermogen.

  • 3. Vanuit diverse ministeries is budget naar Ministerie van Defensie overgeheveld voor het uitvoeren van activiteiten. Het betreft onder meer de uitbreiding van personele capaciteit voor de Kustwacht Nederland, de bijdragen voor Passagiers Informatie-eenheid Nederland (PI-NL) en de bijdrage voor NATO Communications and Information Agency (NCIA). Per saldo stijgt de begroting van Defensie in 2019 als gevolg van de interdepartementale budgetoverhevelingen met € 2,5 miljoen. Een volledig overzicht van de interdepartementale budgetoverhevelingen is hieronder toegevoegd.

Overzicht interdepartementale overboekingen (bedragen x € 1.000)

No.

Omschrijving

Beleids

artikel

2018

2019

2020

2021

2022

2023

3.a

Bijdrage IenW uitbreiding personele capaciteit Kustwacht Nederland

3

 

1.190

1.190

1.190

1.190

1.190

Bijdrage FIN uitbreiding personele capaciteit Kustwacht Nederland

3

 

170

170

170

170

170

Bijdrage LNV uitbreiding personele capaciteit Kustwacht Nederland

3

 

170

170

170

170

170

Bijdrage JenV uitbreiding personele capaciteit Kustwacht Nederland

3

 

170

170

170

170

170

3.b

Bijdrage JenV uitbreiding vervanging varende middelen kustwacht NL

3

       

2.581

2.581

3.c

Bijdrage BZ voor NCIA

6

   

8.000

     

3.d

Bijdrage aan FIN voor categorie management

7

– 708

– 708

– 717

– 717

– 718

0

3.e

Bijdrage pilot rijksinkoop (bijdrage aan circulaire co2-arme economie)

7, 8

115

         

3.f

Bijdrage aan BZ project Progress

9

– 800

         

3.g

Bijdrage aan BZ voor detachering medewerker

10

– 143

– 132

– 132

– 88

0

0

3.h

Bijdrage JenV voor frontoffice capaciteit voor Pi-NL

5,7,8,10

676

1.159

1.159

1.159

1.159

1.159

3.i

Bijdrage JenV voor impact capaciteit voor Pi-NL

5,7,8,10

 

625

625

625

625

625

3.j

Bijdrage aan JenV voor exploitatie meldkamer (C 2000)

7

   

– 6.310

– 6.310

– 6.310

– 6.310

3.k

Bijdrage aan BZK voor Staatssecretaris defensie

10

– 166

– 166

– 166

– 166

– 166

– 166

3.l

Bijdrage AZ detachering adviseur defensie

10

57

114

114

57

   

3.m

Bijdrage aan BZK voor het werk van de veteranenombudsman

 

– 100

– 100

– 100

– 100

– 100

– 100

 

Totaal

 

– 1.069

2.492

4.173

– 3.840

– 1.229

– 511

  • 4. Kasschuif Investeringen

    Ten behoeve van het generale beeld schuift investeringsbudget van 2020 (- € 250 miljoen) en 2021 (- € 25 miljoen) naar 2022 (€ 275 miljoen).

  • 5. Kasschuif Pensioenen

    De kasschuif Pensioenen (op artikel 10 Apparaat kerndepartement) leidt tot een betere aansluiting van de uitgaven op de nieuwste pensioenramingen.

  • 6. Kasschuif Nog onverdeeld

    De kasschuif Nog onverdeeld (artikel 12 Nog onverdeeld) zorgt ervoor dat de middelen evenredig gespreid worden over de jaren 2019–2023.

  • 7. BIV trekkingsrechten naar BZ en BH&OS

    Het budget voor Internationale Veiligheid binnen het artikel Inzet wordt structureel overgeheveld naar de begrotingen van Buitenlandse Zaken en Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking. Met dit budget worden activiteiten op het terrein van veiligheidssectorhervorming, rechtsstaatontwikkeling, capaciteitsopbouw en bescherming van diplomaten en ambassades waar dat noodzakelijk is gefinancierd.

  • 8. Intensivering Kustwacht Caribisch gebied

    Met de maatregel «Intensivering Kustwacht Caribisch gebied» uit het regeerakkoord wordt structureel € 10 miljoen toegevoegd, inclusief prijsbijstelling, voor goede taakuitoefening van de Kustwacht Caribisch gebied.

  • 9. Prijsbijstelling regeerakkoord

    De prijsbijstelling tranche 2018 is met de 1e suppletoire begroting 2018 uitgedeeld op basis van de stand ontwerpbegroting 2018 en nota van wijzigingen. Met deze mutatie wordt over de maatregelen uit het regeerakkoord de prijsbijstelling uitgekeerd.

  • 10. Bijdrage bestrijding computercriminaliteit

    Vanuit de aanvullende post van het Ministerie van Financiën is bij de begroting van de KMar structureel € 0,3 miljoen toegevoegd voor de bestrijding van computercriminaliteit.

  • 11. Extrapolatie bijdrage Maritiem Operations Centre (MOC)

    Dit betreft de verwerking van de extrapolatie (vanaf 2023) van de met de 1e suppletoire begroting ontvangen bijdrages voor het Maritiem Operations Centre.

  • 12. Middelen aanvullende post t.b.v. arbeidsvoorwaarden

    Er zijn middelen overgeheveld vanaf de aanvullende post naar de defensie begroting voor de afspraken over arbeidsvoorwaarden.

  • 13. Kasschuif incidentele uitkering

    Naar aanleiding van het onderhandelingsresultaat wordt budget ten behoeve van incidentele uitkering van 2019 naar 2018 verschoven.

  • 14. Kasschuif exploitatie

    Defensie verwacht de RA-middelen voor exploitatie in een ander ritme uit te geven dan aanvankelijk begroot. Met deze kasschuif wordt ervoor gezorgd dat de exploitatiemiddelen weer in het juiste ritme komen.

  • 15. Kasschuif investeringen

    De verwachte onderrealisatie in 2018 binnen het investeringsartikel wordt via de eindejaarmarge doorgeschoven naar de jaren 2020 en 2021 zodat de investeringsplanning aansluit bij het beschikbare budget.

Overzicht niet-verplichte uitgaven en bestemmingen

Overzicht niet-verplichte uitgaven en bestemmingen (bedragen x € 1.000)

Art. Nr.

Naam artikel

Uitgaven Budget

Juridisch

verplicht

Niet-juridisch

verplichte uitgaven

Bestemming van de niet-juridisch verplichte uitgaven

1

Inzet

199.488

25.990

173.498

Het betreft de voorziening HGIS voor het aangaan van nieuwe missies en verlengen van bestaande missies.

13%

87%

2

Taakuitvoering zeestrijdkrachten

842.097

629.367

212.730

Het niet-juridisch verplichte deel van de uitgaven is bestemd voor gereedstelling (oefenvaardagen, operationele zaken), instandhouding van de zeesystemen en overige personele en materiële exploitatie.

75%

25%

3

Taakuitvoering landstrijdkrachten

1.427.287

1.174.878

252.409

Het niet-juridisch verplichte deel van de uitgaven is bestemd voor gereedstelling (het inhuren van oefen- en schietterreinen, operationele zaken), instandhouding van de landsystemen en overige personele en materiële exploitatie.

82%

18%

4

Taakuitvoering luchtstrijdkrachten

799.984

579.448

220.536

Het niet-juridisch verplichte deel van de uitgaven is bestemd voor gereedstelling (het inhuren van oefen- en schietterreinen, operationele zaken), instandhouding van de luchtsystemen en overige personele en materiële exploitatie.

72%

28%

5

Taakuitvoering marechaussee

405.344

375.041

30.303

Het niet-juridisch verplichte deel van de uitgaven is bestemd voor de overige personele en materiële exploitatie voor alle districten van de KMar.

93%

7%

6

Investeringen krijgsmacht

2.839.964

1.855.537

984.427

Het niet-juridisch verplichte deel van de uitgaven is bestemd voor investeringen nieuw materieel (waaronder kleine (bandbreedte)projecten), defensiebrede vervanging wielvoertuigen (DVOW); defensie operationeel kledingsysteem (DOKS); F-35, de Michiel Adriaanszoon de Ruyterkazerne in Vlissingen; vervanging MK 46 Light Torpedo; Chinook, aanpassingen aan infrastructuur, IT-projecten, wetenschappelijk onderzoek en bijdrage NAVO investeringsprojecten.

65%

35%

7

Ondersteuning krijgsmacht door Defensie Materieel Organisatie

932.220

486.977

445.243

Het niet-juridisch verplichte deel van de uitgaven is bestemd voor brandstof, munitie, communicatie verbindingen, kleding en uitrusting en informatievoorziening.

52%

48%

8

Ondersteuning krijgsmacht door Defensie Ondersteuningscommando

1.279.776

639.023

640.753

Het niet-juridisch verplichte deel van de uitgaven is bestemd voor transport; gebruik en onderhouden van infrastructuur en de overige personele en materiële exploitatie (opleidingen, werving en selectie, schadevergoedingen, ondersteuning personeel op buitenlandse posten, sociaal beleidskader).

50%

50%

 

Totaal niet verplichte uitgaven

   

2.959.899

 

Overzicht beleidsdoorlichtingen

Op verzoek van de Tweede Kamer is de defensiebegroting ingericht naar organisatieonderdelen in plaats van beleidsartikelen. Beleidsartikelen zijn normaal gesproken het aanknopingspunt voor beleidsdoorlichtingen. Beleid heeft bij Defensie vaak betrekking op meerdere organisatieonderdelen. Een beleidsdoorlichting kan derhalve onderdelen van verschillende begrotingsartikelen bevatten. Zo worden per beleidsdoorlichting alle gerelateerde uitgaven van Defensie verantwoord. De programmering van de beleidsdoorlichtingen is ondanks de afwijkende ordening van de begroting – conform de Regeling Periodiek Evaluatieonderzoek – dekkend. Dat wil zeggen dat beleidsdoorlichtingen voor de beleidsthema’s binnen de gestelde termijn van zeven jaar zijn gepland. In elke beleidsdoorlichting wordt aandacht besteed aan de behaalde (maatschappelijke) effecten. De verantwoording over verrichte activiteiten en geleverde prestaties staat centraal. Indien hierbij de causale relatie tussen de defensie-inzet en de beoogde effecten niet kan worden aangetoond, wordt ingegaan op de plausibiliteit.

Beleidsdoorlichtingen
 

Realisatie

Planning

 
 

2017

2018

2019

2020

2021

2022

2023

Geheel

artikel

Artikel / Operationele doelstelling

               
                 

Artikel 1; Inzet

               

Budget Internationale Veiligheid

V

             
                 

Artikel 2; CZSK

               
                 

Artikel 3; CLAS

               

Nationale veiligheid: samenwerking met civiele partners

V

             

Omvorming 13 gemechaniseerde brigade

   

X

         

Nederlands-Duitse samenwerkingsverbanden gericht op interoperabiliteit in het informatiedomein

           

X

 
                 

Artikel 4; CLSK

               

Vorming joint Defensie Helikopter Commando

 

X

           
                 

Artikel 5; KMar

               

Informatiegestuurd optreden (IGO)

       

X

     
                 

Artikel 6; Investeringen krijgsmacht

               

IBO Wapensystemen 2015, incl. professionalisering inkoop

     

X

       
                 

Artikel 7; Ondersteuning krijgsmacht door DMO

               

IBO Wapensystemen 2015, incl. professionalisering inkoop

     

X

       
                 

Artikel 8; Ondersteuning krijgsmacht door DOSCO

               

Beleidswijzigingen Militaire Gezondheidszorg

         

X

   

V = afgehandeld, X = in uitvoering of in planning

Ten opzichte van de begroting 2018 is de programmering op drie punten gewijzigd. De beleidsdoorlichtingen van het Budget Internationale Veiligheid (BIV) en Nationale Veiligheid: samenwerking met civiele partners zijn in 2017 voltooid. Toegevoegd is de beleidsdoorlichting Nederlands-Duitse samenwerkingsverbanden gericht op interoperabiliteit in het informatiedomein in 2023. Er bestaat een aantal samenwerkingsverbanden tussen Nederland en Duitsland gericht op de verbetering van interoperabiliteit in het informatiedomein. Een recent voorbeeld hiervan is de in mei jl. door de Nederlandse en Duitse Minister van Defensie ondertekende Letter of Intent, waarin afspraken staan die moeten leiden tot de digitale integratie van Nederlandse en Duitse landmachteenheden. Onderzoek naar (een van) deze samenwerkingsverbanden zal leiden tot meer inzicht in de best practices en doelmatigheid van deze samenwerkingen.

Overzicht van risicoregelingen

Defensie heeft sinds 2003 een overeenkomst met de Vereniging Verbond van Verzekeraars over de verzekerbaarheid van defensiepersoneel, in het bijzonder voor personeel dat deelneemt aan vredes- en humanitaire operaties. De overeenkomst regelt de verhouding tussen het Ministerie van Defensie en de Vereniging. Het doel hiervan is het wegnemen van belemmeringen die defensieambtenaren in het maatschappelijk verkeer ondervinden door uitsluitingsclausules bij levensverzekeringen die zijn gekoppeld aan de financiering van een woning.

Bij het sluiten van levensverzekeringen en de vaststelling van de hoogte van de premie is geen rekening gehouden met het verhoogde risico op overlijden in geval van deelname aan militaire missies. Zodra defensiepersoneel met een dergelijke levensverzekering bij een bij de Vereniging aangesloten verzekeraar tijdens deelname aan vredes- en humanitaire missies komt te overlijden, zal binnen de kaders van de overeenkomst – ondanks een eventuele molestclausule – tot uitkering worden overgegaan. Dit is van toepassing als de aan de woningfinanciering gekoppelde levensverzekering kleiner is dan € 400.000 per situatie. Defensie vergoedt de verzekeraar de helft, zodra die tot uitkering overgaat.

Er wordt een nulraming gehanteerd. De overeenkomst is potentieel van toepassing op een kleine groep, waarvan de omvang vooraf niet te bepalen is. Er wordt geen aanvullende premie gevraagd aan de uitgezonden defensieambtenaren, er bestaat geen begrotingsreserve. Mocht een beroep worden gedaan op de regeling, dan komt dit ten laste van de defensiebegroting.

De duur van de overeenkomst is vijf jaar met een stilzwijgende verlenging voor onbepaalde tijd met een opzegtermijn van een jaar. De regeling wordt periodiek geëvalueerd. De overeenkomst kent geen plafondwaarde.

3. DE BELEIDSARTIKELEN

3.1. Beleidsartikel 1: Inzet

Algemene doelstelling

De krijgsmacht is er voor de verdediging en bescherming van de belangen van het Koninkrijk, alsmede voor de handhaving en de bevordering van de internationale rechtsorde. Tevens ondersteunt de krijgsmacht civiele autoriteiten bij rechtshandhaving, rampenbestrijding en humanitaire hulp, zowel nationaal als internationaal. Om deze taken te kunnen uitvoeren stelt Defensie militaire eenheden gereed die daarvoor kunnen worden ingezet.

Rol en verantwoordelijkheid Minister

De Minister is verantwoordelijk voor het beschikbaar stellen en daadwerkelijk inzetten van eenheden om de veiligheid van het eigen en bondgenootschappelijk grondgebied te handhaven. Verder is de Minister in samenwerking met bondgenoten verantwoordelijk voor de uitvoering van bijdragen aan missies voor conflictpreventie, crisisbeheersing en vredesopbouw, zowel in Europa als daarbuiten. Het Koninkrijk der Nederlanden draagt daarmee bij aan de handhaving en bevordering van de internationale rechtsorde. De eenheden kunnen ook worden ingezet voor nationale taken en het verlenen van (internationale) noodhulp.

Onder Beleidsartikel 1 Inzet wordt een overzicht geboden van de inzet van de krijgsmacht. Dit betreft de bijdragen van Defensie aan crisisbeheersingsoperaties, contributies aan common funded NAVO- en EU-operaties, inzet voor nationale en koninkrijkstaken en overige inzet. Het artikel is daartoe uitgebreid met een niet-financieel overzicht voor de structurele inzet voor nationale en koninkrijkstaken, bijvoorbeeld door de KMar en de Explosieven Opruimingsdienst Defensie (EODD). In Beleidsartikel 1 is ook de begroting opgenomen van de additionele uitgaven voor inzet onder verantwoordelijkheid van de Commandant der Strijdkrachten. In de beleidsartikelen 2 tot en met 5 wordt de taakuitvoering begroot voor zeestrijdkrachten, landstrijdkrachten, luchtstrijdkrachten, de marechaussee en de aan hen gemandateerde inzet, voor zover deze niet valt onder artikel 1.

Beleidswijzigingen

In het begrotingsjaar 2019 zullen de Nederlandse bijdragen aan de volgende missies van start gaan dan wel worden verlengd of beëindigd:

  • Resolute Support (Afghanistan, uitbreiding en verlenging tot en met 31 december 2021);

  • MINUSMA (Mali, beëindiging per 1 mei 2019);

  • EFP (Enhanced Forward Presence, Litouwen, verlenging tot en met 31 december 2020);

  • Inzet Irak incl. strijd tegen ISIS (verlenging tot en met 31 december 2019);

  • European Union Rule of Law Mission in Kosovo (EULEX Kosovo, verlenging tot 14 juni 2020).

  • European Union Training Mission in Mali (EUTM Mali; start per 1 november 2018 tot en met 31 december 2021);

  • European Capacity Building Mission Sahel (EUCAP Sahel; start per 1 januari 2019 tot en met 31 december 2021).

In 2018 wordt nog een besluit voorzien over de verlenging (in 2019) van de lopende missies ATALANTA, UNMISS (na februari 2019) en een aantal kleine missies. Defensie blijft Vessel Protection Detachments (VPD’s) inzetten ter bescherming van de koopvaardij. Dit wordt begroot en verantwoord onder overige inzet.

Budgettaire gevolgen van beleid en budgetflexibiliteit

Artikel 1 Inzet (bedragen x € 1.000)
 

2017

2018

2019

2020

2021

2022

2023

Verplichtingen

136.386

251.234

171.739

171.739

171.738

171.739

172.008

               

Uitgaven

198.791

278.983

199.488

199.488

199.487

199.488

199.487

waarvan juridisch verplicht

   

13%

       
               

Opdracht Inzet

198.791

278.983

199.488

199.488

199.487

199.488

199.487

– Crisisbeheersingsoperaties (BIV/HGIS)

197.553

265.025

188.482

188.482

188.482

188.482

188.482

– Financiering nationale inzet krijgsmacht

1.238

3.207

3.206

3.206

3.205

3.206

3.205

– Overige inzet

 

10.751

7.800

7.800

7.800

7.800

7.800

               

Ontvangsten

20.569

26.707

6.707

6.707

6.707

6.707

6.707

– Crisisbeheersingsoperaties (BIV/HGIS)

20.569

21.407

1.407

1.407

1.407

1.407

1.407

– Overige inzet

0

5.300

5.300

5.300

5.300

5.300

5.300

Toelichting op de instrumenten

Het aandeel «juridisch verplicht» heeft betrekking op programma-uitgaven voor levering van goederen en/of diensten ten behoeve van inzet waarvoor Defensie een overeenkomst is aangegaan. Voor 2019 gaat het om 13 procent.

Binnen artikel 1 worden de defensie-uitgaven voor inzet voor internationale veiligheid verantwoord en de uitgaven voor nationale inzet begroot.

De inzet van Defensie voor internationale veiligheid wordt met ingang van 2014 gefinancierd vanuit het Budget Internationale Veiligheid (BIV). Het BIV maakt deel uit van de HGIS. In 2017 is het BIV onderwerp geweest van een beleidsdoorlichting (Kamerstukken II 2016–2017, 31 516, nr. 20). De aanbeveling om de trekkingsrechten van BZ, BH&OS en Defensie structureel te ontvlechten en over te hevelen is gestand gedaan met deze ontwerpbegroting 2019.

De zogenaamde 3D-benadering (Defence, Diplomacy and Development) is het uitgangspunt voor de handhaving en bevordering van de internationale rechtsorde. Om het geïntegreerde karakter te borgen, wordt besluitvorming over het BIV interdepartementaal voorbereid en uitgevoerd. Middelen voor hervorming van de veiligheidssector, beveiliging van diplomaten en ambassades in gebieden waar dat noodzakelijk is, rechtsstaatontwikkeling en capaciteitsopbouw zullen met ingang van deze ontwerpbegroting conform de aanbevelingen van de beleidsdoorlichting BIV structureel worden ontvlochten naar de begrotingen van de Ministeries van BH&OS (€ 30 miljoen per jaar) en BZ (€ 30 miljoen per jaar). Tevens wordt de ontvlechting van de trekkingsrechten Defensie (€ 59,5 miljoen per jaar) in dit kader bewerkstelligd en worden daarom structurele bijdragen aan de artikelen 6, 7, 8 en 10 geleverd.

Overzicht missies

Toelichting uitgaven per missie

Overzicht missies en kleinschalige bijdragen (bedragen x € 1.000)
 

2019

2020

2021

2022

2023

Resolute support mission (RSM)

29.000

24.000

24.000

10.000

 

Strijd tegen ISIS in Irak (ATF-ME en CBMI)

10.120

       

Inzet Irak

14.510

       

United Nations Multidimensional Integrated Stabilization Mission in Mali (MINUSMA)

48.000

14.000

     

Enhanced Forward Presence (EFP)

22.000

22.000

22.000

22.000

22.000

Missies Algemeen

9.000

9.000

9.000

8.500

8.500

Contributies

33.000

33.000

33.000

33.000

33.000

Kleinschalige bijdragen aan missies (< € 2,5 miljoen per jaar)

4.650

4.275

4.100

2.900

2.900

Totaal

170.280

106.275

92.100

76.400

66.400

Toelichting per missie

Resolute Support (Afghanistan)

De Nederlandse inzet wordt uitgebreid en bedraagt dan ca. 160 militairen in Kabul en de noordelijke provincie Balkh, in de omgeving van de stad Mazar-e-Sharif, waar Duitsland de leiding heeft. De Nederlandse inzet is gericht op de advisering van de Afghan National Defence and Security Forces, het trainen en begeleiden van een Afghaanse speciale politie-eenheid, het leveren van medische capaciteit evenals transport en beveiliging. Ook zijn in Mazar-e-Sharif militairen werkzaam in de nationale ondersteuning en in Kabul op het missie-hoofdkwartier. Voorts levert Nederland politie-adviseurs aan Resolute Support. Het budget van ongeveer € 10 miljoen in 2022 is nodig voor de redeployment en het weer inzetbaar maken van het materieel na terugkeer van de missies. Het huidige mandaat van de Nederlandse bijdrage aan Resolute Support loopt tot en met 31 december 2021.

Strijd tegen ISIS

De Nederlandse bijdrage aan Inzet Irak incl. de strijd tegen ISIS zal in 2019 bestaan uit trainers die in Noord-Irak de Iraakse strijdkrachten trainen, inclusief de Koerdische Peshmerga. De bijdrage met 4 F-16’s en het ondersteunend detachement voor inzet boven Irak en Oost-Syrië wordt op 31 december 2018 beëindigd, waarna redeployment plaatsvindt.

United Nations Multidimensional Integrated Stabilization Mission in Mali (MINUSMA)

De Nederlandse deelname tot 1 mei 2019 is gericht op een goede en overdraagbare inlichtingenketen. Ook na de stopzetting van de missie blijft Nederland betrokken bij de Sahelregio om dreigingen zoals terrorisme en irreguliere migratie tegen te gaan. De budgetten na 2019 zijn benodigd voor de redeployment en het weer inzetbaar maken van het materieel. Het mandaat van de Nederlandse bijdrage aan MINUSMA loopt tot 1 mei 2019.

Contributies

Nederland draagt met contributies bij aan de gemeenschappelijke uitgaven voor crisisbeheersingsoperaties van de NAVO en de EU. Deze contributies staan los van een eventuele Nederlandse deelname aan een specifieke missie van de NAVO of de EU. Onderdeel van de contributies is ook de jaarlijkse bijdrage aan de Strategic Airlift Capability (SAC) C-17, gehuisvest op Papa Air Base te Hongarije. Dit is een internationaal samenwerkingsverband van tien NAVO-lidstaten.

Kleinschalige bijdragen

In onderstaand overzicht staan de kleinschalige Nederlandse bijdragen met een financiële omvang van minder dan € 2,5 miljoen per jaar. De personele omvang van de missies varieert in tijd gedurende de missie van 0 tot de maximale omvang. Over de eventuele verlenging van de overige kleinschalige bijdragen in 2019 wordt dit najaar een besluit genomen, net zoals de verlenging van UNMISS na eind februari 2019.

Overzicht kleinschalige bijdragen 2019
 

Max personele omvang

Combined Maritime Forces (CMF)

2

United Nations Truce Supervision Organisation (UNTSO)

12

Netherlands Liaison Team CENTCOM (NLTC)

2

European Union Rule of Law Mission in Kosovo (EULEX Kosovo)

5

United Nations Mission in the Republic of South Sudan (UNMISS)

21

European Union Training Mission in Mali (EUTM Mali)

5

European Capacity Building Mission Sahel (EUCAP Sahel)

15

Opbouw regionale vredeshandhavingscapaciteit

Programma’s voor regionale vredeshandhavingscapaciteit worden door derden (met name door het Ministerie van Buitenlandse Zaken) gefinancierd en mede door Defensie uitgevoerd.

Africa Contingency Operations Training and Assistance (ACOTA)

Het ACOTA-samenwerkingsprogramma draagt bij aan de versterking van de capaciteit van Afrikaanse partnerlanden, zodat zij kunnen deelnemen aan multinationale operaties onder leiding van de VN of Afrikaanse Unie. Nederland zet enkele tientallen militairen in voor verschillende trainingen. Defensie neemt tot 1 oktober 2020 deel aan dit programma.

Toelichting op nationale inzet

Structurele nationale taken

Defensie voert structurele taken uit ten behoeve van civiele overheden. De financiële middelen van deze structurele taken zijn opgenomen in de verschillende begrotingsartikelen van Defensie. Deze structurele taken zijn vastgelegd in wet- of regelgeving, inclusief ministeriële besluiten, maar ook convenanten of arrangementen. Onder de structurele taken vallen de taken van de KMar, de Kustwachten in Nederland en het Caribisch gebied, luchtruimbewaking, de Bijzondere Bijstandseenheden en de Explosievenopruiming.

Militaire bijstand en steunverlening (Financiering Nationale Inzet Krijgsmacht (FNIK))

Defensie verleent militaire bijstand voor de handhaving van de openbare orde en veiligheid en voor de strafrechtelijke handhaving van de rechtsorde. Deze inzet wordt bekostigd vanuit dit artikel via de afspraken over de FNIK. Deze bijstand wordt zowel door de KMar geleverd als door andere eenheden van Defensie. Daarnaast wordt bijstand verleend in geval van een ramp of crisis, of de vrees voor het ontstaan daarvan.

De tabel indicatieve inzet voor 2019 geeft de geprognosticeerde nationale inzet weer. Over de hele linie genomen is er een lichte stijging zichtbaar in de aantallen.

Indicatieve inzet in 2019
 

Betreft

Aantal

Artikel

Explosieven opruiming

Aantal ruimingen

1.930

CLAS/FNIK

Explosieven opruiming Noordzee

Aantal ruimingen

30

CZSK

Duikassistentie

Aantal aanvragen

15

CZSK/FNIK

Strafrechtelijke handhaving rechtsorde

Aantal aanvragen

10

CZSK/FNIK

Onderscheppingen luchtruim

Aantal onderscheppingen

13

CLSK

Strafrechtelijke handhaving rechtsorde

Aantal aanvragen

45

KMar/CLAS/FNIK

Handhaving openbare orde en veiligheid

Aantal aanvragen

21

KMar/FNIK

Wet veiligheidsregio

Aantal aanvragen

50

KMar/CLAS/FNIK

Militaire steunverlening in het openbaar belang

Aantal aanvragen

15

Alle krijgsmachtdelen/FNIK

Bijstand Caribisch gebied

Aantal aanvragen

43

CZSK/FNIK

Toelichting op ontvangsten

De ontvangsten hebben betrekking op de eventuele vergoedingen van de EU, NAVO en VN-partners voor de door Nederland geleverde diensten of ingezette personele en materiële middelen. Ook wordt de bijdrage van de reders voor de inzet van VPD’s hier geraamd. Er vloeien ontvangsten voort uit missies waarbij vooraf overeengekomen afspraken met partnerlanden zijn gemaakt, zoals CBMI en ATFME.

3.2. Beleidsartikel 2: Taakuitvoering zeestrijdkrachten

Algemene doelstelling

De zeestrijdkrachten leveren operationeel gerede maritieme expeditionaire capaciteit, zowel vloot als mariniers, voor nationale en internationale operaties.

Rol en verantwoordelijkheid Minister

De Minister is verantwoordelijk voor de vaststelling van de omvang en samenstelling van de zeestrijdkrachten alsmede de (mate van) gereedheid van maritieme eenheden. Het Commando Zeestrijdkrachten (CZSK) is verantwoordelijk voor het operationeel gereedstellen en in stand houden van deze eenheden. De zeestrijdkrachten zijn inzetbaar voor zowel internationale als nationale taken.

Om de inzetbaarheidsdoelen te bereiken worden de volgende capaciteiten en inzetbare eenheden van het CZSK gereed gesteld.

CZSK

Capaciteit

Aantal

Inzetbare eenheid

Omschrijving

Maritieme taakgroep van 5 schepen (kortdurend)

1

NLMARFOR staf

Expeditionair maritiem hoofdkwartier inclusief (gevechts)ondersteuning

   

Amfibische taakeenheid

Of

Eenheid van schepen (zoals LPD, HOV, AMBV) en mariniers inclusief (gevechts)ondersteuning (zoals helikopters) voor amfibische operaties

   

SOMTG

Eenheid van schepen (zoals LPD, HOV, AMBV) en mariniers inclusief (gevechts)ondersteuning (zoals helikopters) voor maritieme speciale operaties

   

Maritieme taakeenheid

Eenheid van schepen (zoals LCF, MFF, JSS) inclusief (gevechts)ondersteuning (zoals helikopters) voor maritieme operaties

OF

     

Maritieme capaciteit van oppervlakteschepen (langdurig)

2

Maritieme taakeenheid (expeditionair)

Schip (zoals LCF, MFF, JSS) inclusief (gevechts)ondersteuning (zoals helikopters)

IAMD taakeenheid

Schip (LCF)

Bataljon mariniers (kortdurend)

1

Infanterie eenheid van bataljonsomvang met eigen organieke CS en CSS

Marinierseenheid van bataljonsgrootte

Maritieme logistieke capaciteit (kortdurend)

1

Maritiem logistieke taakeenheid

Schip (zoals JSS of AOR) inclusief (gevechts)ondersteuning (zoals helikopters)

EN ALTIJD

     

Mijnenbestrijdingscapaciteit (langdurig)

1

Mijnbestrijdingstaakeenheid

Schip (AMBV) en Defensie Duikgroep inclusief ondersteuning

Onderzeebootcapaciteit (langdurig)

1

Onderzeeboot

Onderzeeboot

Permanente MARSOF capaciteit tbv kortdurende Speciale Operaties

1

SOMTG

Peloton MARSOF voor incidentele en onverwachte Speciale Operaties met een korte reactietijd inclusief (gevechts)ondersteuning

MARSOF eenheid tbv Speciale Operaties (langdurig, i.s.m. met CLAS)

1

SOMTG

Peloton MARSOF voor geplande Speciale operaties inclusief (gevechts)ondersteuning

Permanente capaciteit NLD t.b.v. nationale veiligheid

1

Mijnenbestrijdingstaakeenheid

Schip (AMBV) met mijnbestrijdingstaak uMCM

   

Havenbeveiligingstaakeenheid

Eenheid voor veiligheid in havens (DDG/AMBV)

   

Hydrografietaakeenheid

Schip (HOV) met hydrografische taak

   

UIM

Marinierseenheid voor Speciale Interventies

Permanente capaciteit Caribisch gebied

1

CZMCARIB

Eenheid voor taken in het Caribische gebied inclusief ondersteuning

 

1

Stationsschip Caribisch gebied

Schip (OPV) voor inzet in Caribisch gebied inclusief (gevechts)ondersteuning (zoals helikopters)

Beleidswijzigingen

Met het regeerakkoord «Vertrouwen in de toekomst» heeft het kabinet besloten de investeringen in Defensie fors op te voeren. De investering loopt op tot ruim € 1,5 miljard per jaar. De doelstellingen zijn in detail beschreven in de Defensienota. De volgende beleidswijzigingen voor de aankomende begrotingsperiode vloeien hieruit voort voor het Commando Zeestrijdkrachten.

Uitbreiden van de capaciteit voor mijnenbestrijding

De mijnenbestrijdingscapaciteit van de krijgsmacht wordt verder uitgebreid met onbemande mijnenbestrijdingssubsystemen en verkenningssystemen. Hierdoor beschikt de krijgsmacht over een innovatieve mijnenbestrijdingscapaciteit die kan worden ingezet voor taken op de Noordzee. Hiermee wordt tevens het voorzettingsvermogen gecreëerd om een (expeditionaire) inzet-as met conventionele mijnenbestrijdingsvaartuigen in te vullen. Bovendien worden met de innovatieve capaciteit noodzakelijke ervaringen opgedaan voor de vervanging van de huidige zes mijnenbestrijdingsvaartuigen, die in een binationaal project met België worden vervangen.

Oprichten van een Fleet Marine Squadron

Een nieuwe vaste eenheid, bestaande uit mariniers en vlootpersoneel, het Fleet Marine Squadron (FMS) wordt geformeerd ten behoeve van taken als beveiliging koopvaardij, boarding en militaire assistentie (waaronder de taken op Sint Maarten). Hierdoor wordt de gereedheid van de bestaande Marine Combat Groups (MCG’s) vergroot omdat het personeel van de MCG’s niet meer ingezet wordt voor deze taken. Het FMS moet deze taken vanaf 2021 gaan uitvoeren.

Versterken capaciteit voor Bevoorrading op zee

De capaciteit voor het Bevoorraden op zee wordt versterkt door het verwerven van aanvullende maritieme bevoorradingscapaciteit, het Combat Support Ship (CSS). Met deze capaciteit kan aaneengesloten inzet van een maritieme taakgroep en een volledig gereedstellingsprogramma worden gegarandeerd. Vanaf 2023 wordt zo het voortzettingsvermogen van maritieme operaties vergroot en wordt de maritieme bevoorradingscapaciteit duurzaam gegarandeerd.

Verbeteren materiële instandhouding en opleidingen

De onderhoudscapaciteit en materieel-logistieke gevechtsondersteuning wordt versterkt door uitbreiding van de materieelsdienst met circa 100 functies. Daarnaast wordt de capaciteit voor het verzorgen van opleidingen en individuele training voor het operationele personeel uitgebreid, door aanschaf van extra leermiddelen, het uitbesteden van opleidingen en een beperkte formatie uitbreiding. Het is de verwachting dat dit in de periode 2019–2021 gereed is.

Versterken inlichtingen- en waarnemingsmiddelen en bevelvoerings-systemen

De C4ISR-capaciteit (Command, Control, Communications, Computers and Intelligence (Surveillance and Reconnaissance)) wordt verder versterkt. Dit betekent dat de capaciteit voor inlichtingenverwerking op het maritiem hoofdkwartier wordt uitgebreid, dat de inlichtingenketen versterkt wordt met cyberkennis, dat de maritieme datalink-capaciteit wordt vergroot en dat bestaande databases en applicaties worden verbeterd en uitgebreid. Het is de verwachting dat dit in de periode 2019–2021 gereed is.

Kustwacht voor het Caribisch gebied

Het Nederlandse deel van het budget voor de Kustwacht Caribisch gebied is per 2018 overgegaan van het Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties (BZK) naar de begroting van Defensie (Kamerstukken II 2017–2018, 34 775 X, nr. 25). Deze middelen zijn opgenomen in artikel 2 Taakuitvoering zeestrijdkrachten en zijn exclusief bestemd voor Kustwacht Caribisch gebied. Daarnaast wordt uit het regeerakkoord structureel € 10 miljoen toegevoegd aan artikel 6 Investeringen om een goede taakuitoefening mogelijk te maken. Ook deze middelen zijn exclusief bestemd voor Kustwacht Caribisch gebied.

Budgettaire gevolgen van het beleid en budgetflexibiliteit

Artikel 2 Taakuitvoering Zeestrijdkrachten (bedragen x € 1.000)
 

2017

2018

2019

2020

2021

2022

2023

Verplichtingen

805.852

875.946

842.097

864.324

873.722

866.366

867.175

               

Uitgaven

794.409

875.946

842.097

864.324

873.722

866.366

867.175

waarvan juridisch verplicht

   

75%

       
               

Opdracht Gereedstelling en instandhouding CZSK

163.386

212.873

173.191

178.235

177.939

165.731

165.179

– waarvan gereedstelling

34.425

38.003

30.644

39.435

39.109

32.874

32.324

– waarvan instandhouding

128.961

174.870

142.547

138.800

138.830

132.857

132.855

Personele uitgaven

564.118

591.608

630.314

640.970

646.056

650.005

650.240

– waarvan eigen personeel

556.965

588.300

596.426

608.417

614.503

618.765

618.663

– waarvan externe inhuur

7.153

3.308

1.841

270

259

259

259

– waarvan overige personele exploitatie1

   

32.047

32.283

31.294

30.981

31.318

Materiële uitgaven

66.905

71.465

38.592

45.119

49.727

50.630

51.756

– waarvan IT

2.327

3.418

1.264

1.322

1.321

1.321

1.320

– waarvan huisvesting en infra

3.891

6.168

5.232

5.073

5.061

5.051

5.050

– waarvan overige materiële exploitatie1

60.687

61.879

32.096

38.724

43.345

44.258

45.386

               

Apparaatsontvangsten

18.101

21.725

20.429

20.396

20.396

20.396

20.396

X Noot
1

De uitgaven voor overige personele exploitatie zijn in 2017 en 2018 verantwoord onder de materiële exploitatie.

Toelichting op de instrumenten

Het aandeel «juridisch verplicht» heeft betrekking op programma-uitgaven voor levering van goederen en/of diensten waarvoor Defensie een overeenkomst is aangegaan en op de apparaatsuitgaven die voor het merendeel uit personele uitgaven bestaan. Voor 2019 gaat het om 75 procent.

Gereedstelling

De geraamde uitgaven voor gereedstelling worden gedaan voor opwerk- en oefenactiviteiten. Een deel van de uitgaven voor gereedstelling zijn gerelateerd aan de vlieguren en vaardagen van de kustwacht in Nederland en de kustwacht in het Caribisch gebied.

Instandhouding

De geraamde uitgaven voor instandhouding van materieel betreffen het onderhoud van wapensystemen (wapensysteemlogistiek), walinstellingen en procesgebonden installaties en de herbevoorrading van operationele en ondersteunende eenheden (ketenlogistiek).

Personele uitgaven

De personele uitgaven bestaan hoofdzakelijk uit salarissen, sociale lasten en uitgaven voor toelagen en reiskosten woon-werkverkeer. De overige personele exploitatie bestaat uit opleidingen, werving, dienstreizen en de overige personeelsgebonden uitgaven.

Materiële uitgaven

De overige materiële exploitatie bestaan voornamelijk uit niet-(wapen) systeem gebonden artikelen en diensten, geneeskundige diensten, catering, kennistoepassing en voorlichting.

Groene Draeck

De Groene Draeck is in 1957 door de Nederlandse bevolking aan toenmalig kroonprinses Beatrix geschonken. De Staat gaf bij deze gelegenheid mede het onderhoud van de Groene Draeck als geschenk. De uitgaven voor het onderhoud aan de Groene Draeck betreffen met name personele uitgaven en worden daarom onder dit instrument begroot. Naar aanleiding van het second opinion onderzoek bij brief van 2 juni 2016 (Kamerstukken II, 2015–2016, 34 300 X, nr. 110) en de motie Van der Burg (Kamerstukken II, 2015–2016, 34 300-I, nr. 6) heeft de Minister-President, mede namens de Minister van Defensie, gemeld dat het jaarlijkse onderhoudsbudget naar € 87.000 is bijgesteld. De uitvoering van het onderhoud blijft bij het Ministerie van Defensie zolang Prinses Beatrix gebruik maakt van de Groene Draeck.

Daarbij is aangegeven dat de daadwerkelijke uitgaven over de jaren heen fluctueren. Gestuurd wordt op het niet overschrijden van het totale bedrag (€ 435.000 over een periode van vijf jaar (2016 t/m 2020), gemiddeld € 87.000 per jaar). Dit gemiddelde is geëxtrapoleerd naar 2023. Dit betreft het hieronder gepresenteerde begrote budget.

Artikel 2 Taakuitvoering Zeestrijdkrachten (bedragen x € 1.000)
 

2019

2020

2021

2022

2023

Onderhoud Groene Draeck

87

87

87

87

87

Kustwacht Caribisch gebied

De Kustwacht is belast met de maritieme rechtshandhaving in het Caribische deel van het Koninkrijk. Bestrijding van de handel in drugs, de bestrijding van vuurwapensmokkel en de bestrijding van mensenhandel, mensensmokkel en illegale immigratie hebben prioriteit. Daarnaast levert de Kustwacht een belangrijke bijdrage aan de veiligheid op het water door het uitvoeren van zoek- en reddingsoperaties en visserij-, scheepvaart- en milieu-inspecties. De Kustwacht functioneert op basis van de Rijkswet Kustwacht. Het jaarplan en jaarverslag doorlopen een separaat besluitvormend (door de Rijksministerraad) en parlementair proces, waarbij inzicht wordt gegeven in taken, middelen en procesindicatoren. Het jaarplan wordt voorbereid door de Kustwachtcommissie, die is samengesteld uit vertegenwoordigers van de vier landen en één keer per jaar bijeenkomt. De Rijksministerraad stelt het jaarplan van de Kustwacht vast.

Tot en met 2017 werden de uitgaven verantwoord in de begroting van Koninkrijksrelaties. Vanaf dit jaar wordt de Kustwacht grotendeels vanuit de defensiebegroting gefinancierd. Het betreft de volgende uitgaven en ontvangsten:

Uitgaven en ontvangsten Kustwacht Caribisch gebied (bedragen x € 1.000)
 

2018

2019

2020

2021

2022

2023

Uitgaven

64.693

50.381

48.269

48.184

48.087

47.531

Uitgaven in artikel 2 Taakuitvoering zeestrijdkrachten

45.950

40.163

38.051

37.966

37.869

37.313

Uitgaven in artikel 6 Investeringen

18.743

10.218

10.218

10.218

10.218

10.218

             

Ontvangsten

6.120

4.857

4.857

4.857

4.857

4.857

Ontvangsten in artikel 2 Taakuitvoering zeestrijdkrachten

6.120

4.857

4.857

4.857

4.857

4.857

De exploitatie van de Kustwacht wordt voor 69% gefinancierd vanuit de defensiebegroting. Aruba, Curaçao en Sint Maarten dragen achteraf de overige 31% bij, respectievelijk 11%, 16% en 4%. De ontvangsten betreffen de bijdragen van de landen aan de Kustwacht over het voorafgaande jaar. Uitzondering op deze medefinanciering zijn de inzet van Defensiemiddelen en de luchtverkenningscapaciteit, die volledig vanuit de defensiebegroting worden bekostigd. Aruba, Curaçao en Sint Maarten dragen hier niet aan bij.

Voor het Lange Termijn Plan Kustwacht Caribisch Gebied is in het regeerakkoord vanaf 2018 per jaar € 10 miljoen beschikbaar gesteld. Met de toevoeging van deze structurele middelen kan worden begonnen met noodzakelijke vervangingsinvesteringen. Defensie is inmiddels vanuit de «Nederlandse bijdrage» gestart met de verwervingstrajecten voor een nieuwe luchtverkenningscapaciteit en een walradar voor de Benedenwinden. Over de gezamenlijke financiering van het volledige Lange Termijn Plan zijn de landen van het Koninkrijk nog in overleg.

Kustwacht Nederland

De Kustwacht Nederland is een nationale organisatie, waarvan het Ministerie van IenW het coördinerend ministerie is. In bijlage 3 van de begroting van het Infrastructuurfonds is de overzichtsconstructie Kustwacht Nederland opgenomen. Daarin staat hoe de uitgaven met betrekking tot de Kustwacht Nederland worden begroot op de verschillende hoofdstukken van de rijksbegroting.

Investeringen zeestrijdkrachten

Naast de exploitatie-uitgaven, die in de tabel budgettaire gevolgen van beleid zijn opgenomen en in dit artikel worden toegelicht, worden er voor de zeestrijdkrachten ook investeringen gedaan. Onderstaande tabellen tonen de investeringsprojecten van CZSK voor de planperiode van vijftien jaar, onderverdeeld naar realisatiefase, onderzoeksfase en voorbereidingsfase. Dit betreft de uitgaven voor de investeringsprojecten. Als een project wijzigingen in de exploitatie-uitgaven tot gevolg heeft, dan is dit onderdeel van het budget van het betreffende investeringsproject. De investeringsprojecten worden integraal toegelicht bij beleidsartikel 6 Investeringen.

Projecten in realisatiefase (in miljoenen euro)

Omschrijving projecten in realisatie

Projectvolume

t/m 2017

2018

2019

2020

2021

2022

2023

2024 e.v.

Zeestrijdkrachten

                 

Instandhoudingsprogramma Luchtverdedigings- en Commandofregatten (LCF)

182,6

43,4

45,7

37,5

17,0

15,6

9,4

8,9

5,1

Maritime Ballistic Missile Defence (MBMD)

143,5

113,6

7,1

11,0

8,8

1,1

0,9

1,0

0,0

Verbetering MK48 Heavyweight Torpedo

147,4

62,2

16,0

15,3

17,8

18,0

17,2

0,1

0,8

Vervanging Harpoon Missile (surface-to-surface missile)

100–250 miljoen

Commercieel vertrouwelijk

Vervanging MK46 Lightweight Torpedo

100–250 miljoen

Commercieel vertrouwelijk

Verwerving Torpedo Defensiesysteem (vlootbreed)

100–250 miljoen

Commercieel vertrouwelijk

Projecten in onderzoeksfase

Omschrijving projecten in onderzoek

Projectvolume

2018

2019

2020

2021

2022

2023

Zeestrijdkrachten

Vervanging Onderzeebootcapaciteit

> 2,5 miljard

B-brief

         

Vervanging Multipurpose Fregat (MFF)

1.000–2.500 miljoen

 

B-brief

       

Vervanging Maritime Counter Measures (MCM) Capaciteit

1.000–2.500 miljoen

 

D-brief

       

Verwerving Combat Support Ship (CSS)

250–1.000 miljoen

 

D-brief

       

Verwerving & Integratie Evolved Sea Sparrow Missile (ESSM) Block 2

250–1.000 miljoen

 

B-brief

       

Vervanging Goalkeeper (Close-in Weapon System)

100–250 miljoen

 

B-brief

       

Vervanging Kanons Luchtverdedigings- en Commandofregatten (LCF)

100–250 miljoen

Gemandateerd project, er volgt geen kamerbrief

Projecten in voorbereidingsfase

Omschrijving projecten in voorbereiding

Projectvolume

2018

2019

2020

2021

2022

2023

Zeestrijdkrachten

Vervanging Luchtverdedigings- en Commandofregatten (LCF) (incl. studies)

> 2,5 miljard

     

A-brief

   

Vervanging All Terrain Vehicle (ATV)

250–1.000 miljoen

 

A-brief

       

Vervanging Zr. Ms. Rotterdam (LPD-1)

250–1.000 miljoen

         

A-brief

Vervanging Standard Missile 2 Block IIIA (SM2-IIIA)

250–1.000 miljoen

         

A-brief

Vervanging Middelzwaar Landingsvaartuig (LCVP)

100–250 miljoen

   

A-brief

     

Vervanging Zr. Ms. Mercuur en Hydrografische Opname Vaartuigen (HOV’s)

100–250 miljoen

   

A-brief

     

Midlife Update Oceangoing Patrol Vessel (OPV)

100–250 miljoen

     

A-brief

   

Midlife Update Zr. Ms. Karel Doorman (Joint Support Ship, JSS)

100–250 miljoen

       

A-brief

 

3.3. Beleidsartikel 3: Taakuitvoering landstrijdkrachten

Algemene doelstelling

De landstrijdkrachten leveren operationeel gerede grondgebonden expeditionaire capaciteit voor nationale en internationale operaties.

Rol en verantwoordelijkheid Minister

De Minister is verantwoordelijk voor de vaststelling van de omvang en samenstelling van de landstrijdkrachten alsmede de mate van gereedheid van de grondgebonden eenheden. Het Commando Landstrijdkrachten (CLAS) is verantwoordelijk voor het operationeel gereedstellen en in stand houden van de eenheden. De landstrijdkrachten zijn inzetbaar voor zowel internationale als nationale taken.

Om de inzetbaarheidsdoelen te bereiken worden de volgende capaciteiten en inzetbare eenheden van het CLAS gereed gesteld.

CLAS

Capaciteit

Aantal

Inzetbare eenheid

Omschrijving

Brigade combat team (kortdurend)

1

HQ

Brigadehoofdkwartier inclusief (gevechts)ondersteuning

Battle groups

Eenheden van bataljons omvang inclusief (gevechts)ondersteuning (zoals helikopters)

   

NSE

National Support Element voor logistieke ondersteuning van de inzet van het brigade combat team

   

MTF

Medical Treatment Facility voor medische ondersteuning van de inzet van het brigade combat team

OF

Battle group (langdurig)

1

Battle group staf

Bataljonshoofdkwartier inclusief (gevechts)ondersteuning

Manoeuvre compagnieën

Eenheden van compagniesomvang inclusief (gevechts)ondersteuning (zoals helikopters)

   

NSE

National Support Element voor logistieke ondersteuning van de inzet van de battle group

   

MTF

Medical Treatment Facility voor medische ondersteuning van de inzet van de battle group

Bataljon (kortdurend) en kleinere bijdragen (langdurig)

1

Battle group staf

Bataljonshoofdkwartier inclusief (gevechts)ondersteuning

   

Compagnieën

Eenheden van compagniesomvang inclusief (gevechts)ondersteuning (zoals helikopters)

   

NSE

National Support Element voor logistieke ondersteuning van de inzet van het bataljon

   

MTF

Medical Treatment Facility voor medische ondersteuning van de inzet van het bataljon

HQ Brigade (langdurig)

1

HQ Brigade

Brigadehoofdkwartier voor de aansturing van operaties inclusief (gevechts)ondersteuning

EN ALTIJD

KCT capaciteit tbv Speciale Operaties (langdurig i.s.m. met CZSK)

1

SOLTG

KCT-eenheid van compagniesomvang voor Speciale Operaties inclusief (gevechts)ondersteuning.

Permanente KCT capaciteit tbv kortdurende Speciale Operaties

1

SOLTG

KCT-eenheid van compagniesomvang voor incidentele en onverwachte Speciale Operaties met een korte reactietijd inclusief (gevechts)ondersteuning

NLD/DEU Corps HQ (kortdurend)

1

NLD/DEU Corps HQ

Nederlands deel van het Hoofdkwartier voor de aansturing van landoperaties als land component command of als corps hoofdkwartier

HQ (Re)deployment Task Force (kortdurend)

1

HQ (Re)deployment Task Force

Hoofdkwartier voor de aansturing van (re)deployment inclusief (gevechts)ondersteuning

Air Defense task force (kortdurend)

1

Patriot Fire Unit

Patriot- luchtverdedigingseenheid inclusief (gevechts)ondersteuning

Army Ground Based Air Defence System (AGBADS)

Army Ground Based luchtverdedigingseenheid inclusief (gevecht)ondersteuning

Permanente capaciteit NLD t.b.v. nationale veiligheid

1

Bataljons Nationale Reserve

Eenheden van bataljonsomvang als Nationale reserve inclusief (gevechts)ondersteuning

   

EODD teams

Explosievenopruimingsteams inclusief ondersteuning

   

CBRN response eenheid

Team voor reactie bij biologische, radiologische en nucleaire dreiging

Beleidswijzigingen

Met het regeerakkoord «Vertrouwen in de toekomst» heeft het kabinet besloten de investeringen in Defensie fors op te voeren. De investering loopt op tot ruim € 1,5 miljard per jaar. De doelstellingen zijn in meer detail beschreven in de Defensienota. De volgende beleidswijzigingen voor de aankomende begrotingsperiode vloeien hieruit voort voor het Commando Landstrijdkrachten.

Versterken van luchtverdedigingscapaciteit

De grondgebonden luchtverdedigingscapaciteit voor de (zeer) korte afstand (Very Short Range Air Defence (VSHORAD)) wordt ontdubbeld4. Dit leidt tot een verbeterde beschikbaarheid en toenemende professionalisering van zowel het Man-Portable Air-Defence system (MANPAD) als de Army Ground Based Air Defence Systems (AGBADS)-capaciteit, die in staat is om eenheden van het CZSK en CLAS te beschermen. De MANPAD-capaciteit is een hoog-mobiele luchtverdedigingscapaciteit met voorwaarschuwing tegen moderne laagvliegende doelen.

Versterken van de Role 1 en Role 2 capaciteit

Het versterken van de Role 1 capaciteit draagt bij aan het herstellen van het Operationeel Gezondheidszorg Systeem. De versterking vindt plaats bij de manoeuvre-brigades. Met de versterking van de Role 2 capaciteit bij 400 Geneeskundig bataljon beschikt het CLAS over een Role 2 Medical Treatment Facility (hospitaalfunctie) die zelfstandig kan optreden, waardoor de schaarse geneeskundige middelen effectiever in kunnen worden gezet.

Versterken grondgebonden vuursteun-capaciteit

De huidige capaciteit voor grondgebonden vuursteun wordt weer ontdubbeld5 en bovendien wordt een deel van de pantserhouwitsers die in de verkoop stonden, weer in het bestand opgenomen. Dankzij deze maatregelen komen meer vuursteunmiddelen beschikbaar voor de gereedstelling van eenheden en voor de gelijktijdige of langdurige inzet in missies.

Budgettaire gevolgen van het beleid en budgetflexibiliteit

Artikel 3 Taakuitvoering Landstrijdkrachten (bedragen x € 1.000)
 

2017

2018

2019

2020

2021

2022

2023

Verplichtingen

1.336.389

1.371.466

1.427.287

1.465.734

1.499.013

1.528.201

1.521.673

               

Uitgaven

1.282.344

1.371.466

1.427.287

1.465.734

1.499.013

1.528.201

1.521.673

waarvan juridisch verplicht

   

82%

       
               

Opdracht Gereedstelling en instandhouding CLAS

201.348

236.599

227.387

224.077

237.262

267.543

261.166

– waarvan gereedstelling

53.456

60.378

77.294

79.780

82.040

81.590

81.524

– waarvan instandhouding

147.892

176.221

150.093

144.297

155.222

185.953

179.642

Personele uitgaven

954.840

988.628

1.130.223

1.166.878

1.178.753

1.176.619

1.176.728

– waarvan eigen personeel

950.928

983.747

1.077.771

1.111.301

1.123.073

1.121.936

1.121.409

– waarvan externe inhuur

3.912

4.881

2.204

2.830

3.298

3.394

3.394

– waarvan overige personele exploitatie1

   

50.248

52.747

52.382

51.289

51.925

Materiële uitgaven

126.156

146.239

69.677

74.779

82.998

84.039

83.779

– waarvan overige materiële exploitatie

126.156

146.239

69.677

74.779

82.998

84.039

83.779

               

Apparaatsontvangsten

8.016

6.489

6.432

10.375

10.375

10.375

10.375

X Noot
1

De uitgaven voor overige personele exploitatie zijn in 2017 en 2018 verantwoord onder de materiële exploitatie.

Toelichting op de instrumenten

Het aandeel «juridisch verplicht» heeft betrekking op programma-uitgaven voor levering van goederen en/of diensten waarvoor Defensie een overeenkomst is aangegaan en op de apparaatsuitgaven die voor het merendeel uit personele uitgaven bestaan. Voor 2019 gaat het om 82 procent.

Gereedstelling

De geraamde uitgaven voor gereedstelling worden gedaan voor opwerk- en oefenactiviteiten.

Instandhouding

De geraamde uitgaven voor instandhouding van materieel betreffen het onderhoud van wapensystemen (wapensysteemlogistiek) en de herbevoorrading van operationele en ondersteunende eenheden door het CLAS.

Personele uitgaven

De personele uitgaven bestaan hoofdzakelijk uit salarissen, sociale lasten en uitgaven voor toelagen, reiskosten woon-werkverkeer, activiteit gebonden (oefen)toelagen. De overige personele exploitatie bestaat uit opleidingen, werving, dienstreizen en de overige personeelsgebonden uitgaven.

Materiële uitgaven

De overige materiële exploitatie bestaat voornamelijk uit niet-(wapen)systeemgebonden artikelen en diensten, geneeskundige diensten, catering, kennistoepassing en voorlichting.

Investeringen landstrijdkrachten

Naast de exploitatie-uitgaven, die in de tabel budgettaire gevolgen van beleid zijn opgenomen en in dit artikel worden toegelicht, worden er voor de landstrijdkrachten ook investeringen gedaan. Onderstaande tabellen tonen de investeringsprojecten van CLAS voor de planperiode van 15 jaar, onderverdeeld naar realisatiefase, onderzoeksfase en voorbereidingsfase. Dit betreft de uitgaven voor de investeringsprojecten. Als een project wijzigingen in de exploitatie-uitgaven tot gevolg heeft, dan is dit onderdeel van het budget van het betreffende investeringsproject. De investeringsprojecten worden integraal toegelicht bij beleidsartikel 6 Investeringen.

Projecten in realisatiefase (in miljoenen euro)

Omschrijving projecten in realisatie

Projectvolume

t/m 2017

2018

2019

2020

2021

2022

2023

2024 e.v.

Landstrijdkrachten

Groot Pantserwielvoertuig (GPW, Boxer), productie

806,3

784,9

8,8

12,6

0,0

0,0

0,0

0,0

0,0

Verwerving C-RAM/Class 1 UAV detectiecapaciteit

100–250 miljoen

Commercieel vertrouwelijk

Army Ground Based Air Defence System (AGBADS)

100–250 miljoen

Commercieel vertrouwelijk

Verlenging levensduur Patriot

100,1

3,2

10,3

11,3

15,0

15,9

27,1

6,1

11,3

Midlife Update Fennek

250–1.000 miljoen

Commercieel vertrouwelijk

Projecten in onderzoeksfase

Geen

Projecten in voorbereidingsfase

Omschrijving projecten in voorbereiding

Projectvolume

2018

2019

2020

2021

2022

2023

Landstrijdkrachten

Midlife Update CV90

250–1.000 miljoen

A-brief

         

Vervanging Wissellaadsysteem

250–1.000 miljoen

 

A-brief

       

Vervanging Medium en Short Range Anti-Tank (MRAT/SRAT)

250–1.000 miljoen

     

A-brief

   

Verwerving Very Short Range Air Defence (VSHORAD)

100–250 miljoen

 

A-brief

       

Vervanging Amarok

100–250 miljoen

     

A-brief

   

3.4. Beleidsartikel 4: Taakuitvoering luchtstrijdkrachten

Algemene doelstelling

De luchtstrijdkrachten leveren lucht- en grondgebonden capaciteit voor nationale en internationale operaties.

Rol en verantwoordelijkheid Minister

De Minister is verantwoordelijk voor de vaststelling van de omvang en de samenstelling van de luchtstrijdkrachten en van de mate van gereedheid van de luchtstrijdkrachten.

Het Commando Luchtstrijdkrachten (CLSK) is verantwoordelijk voor het operationeel gereedstellen en in stand houden van de lucht- en grondgebonden capaciteit van de krijgsmacht. De luchtstrijdkrachten zijn inzetbaar voor zowel expeditionaire taken als nationale taken.

Om de inzetbaarheidsdoelen te bereiken worden de volgende capaciteiten en inzetbare eenheden van het CLSK gereed gesteld.

CLSK

Capaciteit

Aantal

Inzetbare eenheid

Omschrijving

Jachtvliegtuigen (kortdurend)

1

2 x vlucht F-16

Twee groepen jachtvliegtuigen inclusief (gevechts) ondersteuning

   

Advanced Target Development

Een team ter ondersteuning van het targeting proces

Tactisch luchttransport (kortdurend)

1

C-130

C-130 inclusief (gevechts)ondersteuning

OF

Jachtvliegtuigen (langdurig)

1

1 x vlucht F-16

Een groep jachtvliegtuigen inclusief (gevechts) ondersteuning

   

Advanced Target Development

Een team ter ondersteuning van het targeting proces

Tactisch luchttransport (langdurig)

1

C-130

C-130 inclusief (gevechts)ondersteuning

EN ALTIJD

Dual capable aircraft

1

1 x vlucht dual capable aircraft

Een groep jachtvliegtuigen met dual capable capaciteit inclusief ondersteuning

Strategisch luchttransport (langdurig) of AAR (kortdurend)

1

KDC-10

KDC-10 voor strategisch luchttransport of AAR inclusief (gevechts) ondersteuning

Strategic medevac

1

Aeromedical evacuation team

Medisch team voor evacuatie door de lucht

Onbemande luchtsystemen (langdurig)

1

Processing Exploration Dissemination Cell

Een team analisten en inlichtingenpersoneel ter ondersteuning van het joint ISR proces

   

Vlucht MQ9

Onbemande luchtverkenning

Permanente capaciteit NLD t.b.v. nationale veiligheid

 

Luchtruimbewaking Benelux

Een groep jachtvliegtuigen voor quick reaction alert inclusief (gevechts) ondersteuning

Beleidswijzigingen

Met het regeerakkoord «Vertrouwen in de toekomst» heeft het kabinet besloten de investeringen in Defensie fors op te voeren. De investering loopt op tot ruim € 1,5 miljard per jaar. De doelstellingen zijn in detail beschreven in de Defensienota. De volgende beleidswijzigingen voor de aankomende begrotingsperiode vloeien hieruit voort.

Vergroten inzetbaarheid jachtvliegtuigen

Door het verruimen van het gereedstellingsbudget voor de jachtvliegtuigen wordt het mogelijk het oefenprogramma van de F-16 uit te breiden en de inzetbaarheid te herstellen in de volle breedte van het takenspectrum. Hierdoor neemt de operationele gereedheid van de krijgsmacht toe en wordt tevens het voortzettingsvermogen t.b.v. missies beter gewaarborgd.

Daarnaast start de transitie van F-16 naar F-35 gedurende deze begrotingsperiode. De transitie naar de F-35 heeft een grote impact op CLSK. De expeditionaire taakstelling voor de F-16 wordt vanaf 2020 afgebouwd naar vier kortdurend in 2021 en tegelijkertijd wordt voor de F-35 gepland om eind 2021 de status Initial Operational Capable te behalen. In de periode van 2019 tot 2025 wordt de F-16 vloot en de vulling van de bijbehorende organisatie af- dan wel omgebouwd. Begin 2019 arriveert de eerste van zes nieuwe F-35’s op het Pilot Training Center in Luke Air Force Base (VS) teneinde de vliegertraining in 2019 aan te kunnen vangen. Eind 2019 begint de opbouw van de F-35 vloot op vliegbasis Leeuwarden.

Vergroten inzetbaarheid helikopters

Het aantal vlieguren van alle helikoptertypes wordt structureel uitgebreid. Hierdoor neemt de beschikbaarheid van de helikopters en de geoefendheid van de bemanningen toe. Dit vergroot het voortzettingsvermogen en de beschikbaarheid van de helikopters. Eenheden die met helikopters opereren, zoals de luchtmobiele bataljons en het Korps Mariniers en de schepen/vlooteenheden, raken daardoor beter getraind.

Daarnaast start in 2019 het vervangings- en moderniseringsprogramma voor de Chinook en wordt de vloot met drie toestellen uitgebreid. Gedurende de transitieperiode, die duurt tot begin 2022, heeft CLSK minimaal één toestel minder ter beschikking voor het operationele gereedstellingsproces.

Langer doorvliegen Cougar

De eerder voorgenomen uitfasering van de Cougar is herroepen. Hierdoor kan de Cougar tot 2023 onder andere gebruikt worden om taken over te nemen van de NH-90 in het maritieme domein, in verband met beperkte beschikbaarheid van de NH-90. Daarnaast kan een eerste aanvang worden gemaakt met het ontwikkelen, trainen en uitvoeren van SOF-air gerelateerde taken. Vanaf 2023 tot en met 2030 wordt de Cougar naar verwachting gebruikt ter ondersteuning van de speciale strijdkrachten.

Versneld invoeren van de MALE UAV

De Nederlandse krijgsmacht verkrijgt met de Medium Altitude Long Endurance Unmanned Aerial Vehicle (MALE UAV) een capaciteit die langdurig tactische en strategische informatie vanuit de lucht kan vergaren waardoor eigen en bondgenootschappelijke troepen een eerdere en betere informatiepositie hebben en sneller en beter politieke en militaire besluitvorming kan plaatsvinden. Nederlandse eenheden worden ook minder afhankelijk van bondgenoten die andere prioriteiten kunnen stellen dan het belang van Nederlandse eenheden. De capaciteit versterkt ook de positie van de inlichtingendienst in het internationale domein. In 2018 is de verwerving gestart van de MALE-UAV capaciteit. Naar verwachting beschikt Defensie over de initiële capaciteit vanaf 2020, waardoor de kwaliteit van de inlichtingenondersteuning van missies toeneemt.

Aanhouden Gulfstream

De Gulfstream IV, die wordt gebruikt voor niet-operationeel personen-transport, wordt niet uitgefaseerd per 1 januari 2019 maar vliegt langer door en zal worden vervangen.

Vervanging KDC-10

In 2019 vangt de transitie van de KDC-10 naar de Multi Role Tanker Transport (MRTT) aan, hetgeen effect zal hebben op de urenverdeling voor strategisch transport en Air to Air refuelling (AAR). De eerste KDC-10 wordt eind 2019 uitgefaseerd, waardoor minder vlieguren worden gemaakt. Het tekort aan strategisch luchttransport wordt zoveel als mogelijk in 2019 ingevuld met inhuur, maar het risico blijft bestaan dat mogelijk niet aan de volledige behoefte kan worden voldaan.

Budgettaire gevolgen van het beleid en budgetflexibiliteit

Artikel 4 Taakuitvoering Luchtstrijdkrachten (bedragen x € 1.000)
 

2017

2018

2019

2020

2021

2022

2023

Verplichtingen

657.334

770.308

799.984

818.442

832.701

818.482

815.479

               

Uitgaven

745.213

770.308

799.984

818.442

832.701

818.482

815.479

waarvan juridisch verplicht

   

72%

       
               

Opdracht Gereedstelling en instandhouding CLSK

217.963

237.703

258.651

267.946

274.092

254.894

256.177

– waarvan gereedstelling

12.693

21.164

18.884

18.353

19.222

19.139

18.336

– waarvan instandhouding

205.270

216.539

239.767

249.593

254.870

235.755

237.841

Personele uitgaven

420.972

432.340

470.447

480.194

485.854

488.781

495.743

– waarvan eigen personeel

417.212

428.051

435.022

442.320

447.857

452.138

454.451

– waarvan externe inhuur

3.760

4.289

         

– waarvan overige personele exploitatie1

   

35.425

37.874

37.997

36.643

41.292

Materiële uitgaven

106.278

100.265

70.886

70.302

72.755

74.807

63.559

– waarvan overige materiële exploitatie

106.278

100.265

70.886

70.302

72.755

74.807

63.559

               

Apparaatsontvangsten

12.876

12.055

12.043

12.032

12.032

12.032

12.032

X Noot
1

De uitgaven voor overige personele exploitatie zijn in 2017 en 2018 verantwoord onder de materiële exploitatie.

Toelichting op de instrumenten

Het aandeel «juridisch verplicht» heeft betrekking op programma-uitgaven voor levering van goederen en/of diensten waarvoor Defensie een overeenkomst is aangegaan en op de apparaatsuitgaven die voor het merendeel uit personele uitgaven bestaan. Voor 2019 gaat het om 72 procent.

Gereedstelling

De geraamde uitgaven voor gereedstelling worden gedaan voor opwerk- en oefenactiviteiten.

Instandhouding

De geraamde uitgaven voor instandhouding van materieel betreffen het onderhoud van wapensystemen (wapensysteemlogistiek). De instandhoudingsuitgaven van het Logistiek Centrum Woensdrecht zijn hierin opgenomen. Naast uitgaven voor de diverse ondersteunende installaties gaat het om uitgaven voor de instandhouding van de wapensystemen.

Personele uitgaven

De personele uitgaven bestaan hoofdzakelijk uit salarissen, sociale lasten en uitgaven voor toelagen en reiskosten woon-werkverkeer. De overige personele exploitatie bestaat uit opleidingen, werving, dienstreizen en de overige personeelsgebonden uitgaven.

Materiële uitgaven

De overige materiële exploitatie bestaat voornamelijk uit niet-(wapen) systeem gebonden artikelen en diensten, geneeskundige diensten, catering, kennistoepassing en voorlichting en de specifieke wapensysteemgebonden opleidingen.

Investeringen luchtstrijdkrachten

Naast de exploitatie-uitgaven, die in de tabel budgettaire gevolgen van beleid zijn opgenomen en in dit artikel worden toegelicht, worden er voor de luchtstrijdkrachten ook investeringen gedaan. Onderstaande tabellen tonen de investeringsprojecten van CLSK voor de planperiode van vijftien jaar, onderverdeeld naar realisatiefase, onderzoeksfase en voorbereidingsfase. Dit betreft de uitgaven voor de investeringsprojecten. Als een project wijzigingen in de exploitatie-uitgaven tot gevolg heeft, dan is dit onderdeel van het budget van het betreffende investeringsproject. De investeringsprojecten worden integraal toegelicht bij beleidsartikel 6 Investeringen.

Projecten in realisatiefase (in miljoenen euro)

Omschrijving projecten in realisatie

Projectvolume

t/m 2017

2018

2019

2020

2021

2022

2023

2024 e.v.

Luchtstrijdkrachten

Verwerving F-35

4.863,2

779,4

310,7

487,9

621,5

675,1

531,4

480,8

976,4

Vervanging en Modernisering (V&M) Chinook

989,4

19,6

135,6

205,6

167,8

136,4

238,4

73,0

13,0

Apache Remanufacture

901,4

0,0

18,6

4,0

5,7

26,0

121,1

294,0

432,0

Verwerving Medium Altitude Long Endurance Unmanned Aerial Vehicle (MALE UAV)

404,8

0,3

13,8

37,5

38,5

57,0

48,1

14,6

195,0

AH-64D block II upgrade

121,2

59,5

16,4

11,6

17,1

6,9

0,0

9,8

0,0

F-35: Verwerving middellange tot lange afstandsraket

118,5

0,0

1,9

4,7

9,5

29,0

10,6

42,4

20,3

Verwerving strategisch luchttransport en AAR (Multi Role Tanker Transport (MRTT))

250–1.000 miljoen

Commercieel vertrouwelijk

Projecten in onderzoeksfase

Geen

Projecten in voorbereidingsfase

Omschrijving projecten in voorbereiding

Projectvolume

2018

2019

2020

2021

2022

2023

Luchtstrijdkrachten

Vervanging C-130

250–1.000 miljoen

       

A-brief

 

Vervanging PC-7

100–250 miljoen

   

A-brief

     

Block Upgrade NH-90

100–250 miljoen

   

A-brief

     

3.5. Beleidsartikel 5: Taakuitvoering Marechaussee

Algemene doelstelling

De Koninklijke Marechaussee (KMar) voert politietaken uit op grond van de Politiewet 2012 (PW). Deze taak wordt zowel nationaal als internationaal en tijdens missies uitgevoerd. Daarnaast levert de KMar capaciteit aan de CDS voor deelname aan (militaire) missies waarbij de KMar andere taken uitvoert dan die in de Politiewet (PW) zijn opgedragen.

Rol en verantwoordelijkheid Minister

De Minister is beheersverantwoordelijk en verantwoordelijk voor de vaststelling van de omvang, samenstelling en de vereiste mate van gereedheid van de KMar. De uitvoering is opgedragen aan de KMar. Het gezag over de KMar berust bij meerdere ministeries. Afhankelijk van de betreffende taak zijn dat de Ministeries van Justitie en Veiligheid (inclusief de DG migratie, het Openbaar Ministerie en de Nationaal Coördinator Terrorismebestrijding en Veiligheid), Buitenlandse Zaken, Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties en Defensie.

In artikel 4 van de Politiewet 2012 wordt de KMar de onderstaande taken opgedragen;

  • Bewaken en beveiligen van koninklijke paleizen, ambassades in risicogebieden8, de Nederlandsche Bank en militaire objecten en personen;

  • De uitvoering van de politietaak ten behoeve van Nederlandse en andere strijdkrachten, alsmede internationale militaire hoofdkwartieren, en ten aanzien van tot die strijdkrachten en hoofdkwartieren behorende personen;

  • De uitvoering van de politietaak op plaatsen onder beheer van Onze Minister van Defensie, op verboden plaatsen die krachtens de Wet bescherming staatsgeheimen ten behoeve van de landsverdediging zijn aangewezen, alsmede op het terrein van de ambtswoning van Onze Minister-President;

  • Politietaken op en beveiliging van burgerluchtvaartterreinen;

  • Bijstand aan en samenwerking met de Nationale Politie (bijvoorbeeld inzet voor de bewaking en beveiliging van hoog risico objecten);

  • De uitvoering van de vanuit de Vreemdelingenwet opgedragen taken, waaronder de grenspolitietaken (ook in Frontex-verband ter ondersteuning van de grensbewaking van Schengen-lidstaten);

  • De bestrijding van mensensmokkel en fraude met reis- en identiteitsdocumenten.

Door de uitvoering van deze taken in binnen- en buitenland levert de KMar continu een bijdrage aan de veiligheid van de Staat.

Om de inzetbaarheidsdoelen te bereiken worden de volgende capaciteiten en inzetbare eenheden van de KMar gereed gesteld.

KMar

Capaciteit

Aantal

Inzetbare eenheid

Omschrijving

(Inter)nationale en militaire politie(zorg)taken

1

Expeditionaire taken (langdurig, gezag: MvD)

Elementen voor diverse vormen van expeditionaire inzet zoals civiele politiemissies, Stability Policing en overige expeditionaire taken

   

Crowd & Riot Control taken (kortdurend, gezag: MvD)

Peloton voor crowd & riot control voor Defensie als onderdeel van een missie

   

Close protection capaciteit CDS (langdurig, gezag: MvD)

Eenheid met speciale beveiligingsopdracht in opdracht van CDS

   

Bijstandsverlening (niet cf. art 57 Politiewet 2012) (Kortdurend, gezag MvD)

 

Geplande inzet

Het takenpakket van de KMar is gericht op de veiligheid van de Staat en kent drie operationele pijlers: bewaken en beveiligen, de grenspolitietaken en (inter)nationale en (militaire) politie(zorg)taken.

A. Bewaken en Beveiligen

De KMar draagt zorg voor de bewaking en beveiliging van bepaalde vitale objecten, personen en diensten. De KMar doet dit zelfstandig, in bijstand aan de politie en ook in samenwerking met nationale en internationale publieke en private partners op het gebied van bewaken en beveiligen.

Kengetallen bewaken en beveiligen
 

Prognose 2019

Het percentage uitvoering Toezichtprogramma Beveiliging burgerluchtvaart

100%

Het aantal permanent te bewaken objecten

8

Het aantal inzetbare Hoog Risico Beveiligingspelotons voor non-permanente bewaking van te bewaken objecten

6

Het servicepercentage beveiligde waardetransporten voor De Nederlandsche Bank

100%

Beschikbare operationele KMar-eenheden voor expeditionaire beveiligingsopdrachten

(zie indicatoren algemene doelstellingenmatrix)

B. Grenspolitietaak

De grenspolitietaken van de KMar worden uitgevoerd op basis van de Politiewet, de Vreemdelingenwet en de Schengengrenscode. Vanuit de grenspolitietaak richt de KMar zich op de bestrijding van illegale migratie, grensoverschrijdende criminaliteit en terrorisme. Naast de grenspolitietaken voert de KMar op de luchthavens tegelijkertijd ook de «civiele» politietaak uit.

Deze taken worden (binnen juridische kaders en zo veel mogelijk) informatie- en risico gestuurd verricht door het optimaal benutten van zowel de informatiepositie van de KMar als die van de ketenpartners, in het fysieke en het digitale domein.

Kengetallen grenspolitietaak
 

Prognose 2019

Aantal luchthavens waar grensbewaking wordt uitgevoerd

8

waarvan permanent

6

Aantal weigeringen

2.400

Aantal asielaanvragen

1.100

Aantal uitgevoerde terugkeer (uitzettingen en verwijderingen)

4.300

Aantal aanhoudingen mensensmokkelaars

150

Aantal inklimmers maritieme grens

900

Aantal onderkende illegalen tijdens MTV controles

750

Aantal gecontroleerde personen tijdens MTV controles

150.000

C. (Inter)nationale en militaire politie(zorg)taken

Binnen de pijler (inter)nationale- en (militaire) politie(zorg)taken valt een onderscheid te maken tussen militaire politiezorgtaken, civiele vredes- en internationale taken (waaronder de NAVO Militaire Politietaken en Stability Policing taken), Defensietaken en de taken van de liaison officieren in het buitenland. In de Politiewet zijn de militaire politiezorgtaken voor Defensie opgedragen aan de KMar. Door het uitvoeren van die taak levert de KMar een belangrijke bijdrage aan de integriteit van Defensie. De uitoefening van deze taken beperkt zich niet alleen tot het Nederlands grondgebied; de KMar gaat ook mee tijdens uitzendingen, inzet en oefeningen van Nederlandse militaire eenheden buiten Nederland. De KMar kan onder aansturing van de CDS bijvoorbeeld als een «combat support force enabler» internationaal worden ingezet op militaire politietaken-functies, ter ondersteuning van militaire operaties onder bevel van een militaire commandant.

In Caribisch Nederland is de KMar zelfstandig verantwoordelijk voor de taken die de organisatie ook in het Europese deel van het Koninkrijk heeft. Zo is de KMar onder andere verantwoordelijk voor de grensbewaking van de luchthavens en de zeegrenzen op de eilanden Sint Maarten, Bonaire, Sint-Eustatius en Saba. Op Bonaire is de KMar verantwoordelijk voor het bewaken van en het toezicht houden op de beveiliging van Flamingo Airport. Op Sint Maarten, Sint-Eustatius en Saba is de KMar belast met de uitvoering van het vreemdelingentoezicht. De KMar ondersteunt daarnaast het politiekorps Caribisch Nederland.

Kengetallen (inter)nationale en militaire politie(zorg)taken
 

Prognose 2019

Aantal misdrijfdossiers (aangeleverd aan militair parket)

500

Beschikbare operationele KMar-eenheden voor internationale crisis- en humanitaire operaties

(zie indicatoren algemene doelstellingenmatrix)

Beleidswijzigingen

Brexit

Op 29 maart 2017 heeft het Verenigd Koninkrijk formeel aangegeven de Europese Unie te willen verlaten (artikel 50-procedure). Daardoor ontstaat er vanaf 29 maart 2019 een fundamenteel nieuwe relatie tussen het Verenigd Koninkrijk en de EU. Verenigd Koninkrijk-onderdanen vallen niet meer onder het Unie-recht vrij verkeer en moeten een grondige controle ondergaan. Reisdocumenten worden gestempeld bij in- en uitreis. Daarnaast moet de KMar passagiersgegevens van vluchten afkomstig uit het Verenigd Koninkrijk gaan verwerken op basis van de API Richtlijn. Op het gebied van politiële informatie-uitwisseling moet de KMar terugvallen op Interpol-systemen en liaisons. Dit alles heeft een toename van de werklast voor de KMar tot gevolg.

Voor 2019 staat € 2,6 miljoen (en daarna structureel € 2,7 miljoen) gereserveerd op artikel 92 bij JenV. Deze middelen komen vrij wanneer er meer bekend is over de verdere invulling van de Brexit en het effect op de KMar. De nu gemaakte plannen worden aangepast wanneer de situatie verandert.

Luchthaven en maritieme behoeftestelling 2e batch

Het kabinet Rutte II heeft in de voorjaarsnota 2017 structureel € 20 miljoen extra jaar beschikbaar gesteld voor de grenspolitietaak van de Koninklijke Marechaussee. In aanvulling hierop is in de begroting 2018 structureel vanaf 2019 € 23,4 miljoen vrijgemaakt voor de verdere intensivering van de grensbewakingstaak. Met het vanaf 2019 toegezegde structurele budget kan de Koninklijke Marechaussee de personele sterkte verder ophogen met 417 vte’n. Daarnaast worden de noodzakelijke investeringen op het gebied van materieel, IV en infrastructuur uitgevoerd. Hiermee kan de KMar een groot deel van de problematiek op Schiphol, de andere luchthavens en de maritieme doorlaatposten oplossen. Er blijft sprake van druk op de organisatie. Het laatste deel van de luchthaven en maritieme behoeftestelling (€ 5 miljoen) dat nog niet is toegekend wordt meegenomen in de herijking van de behoeftestelling in 2019. Bij de herijking die begin 2018 heeft plaatsgevonden is besloten dit tekort nog niet te claimen.

Tevens spelen er een aantal ontwikkelingen als gevolg van nieuwe EU wetgeving inzake een Europees In- en Uitreissysteem (EES), een Europees Informatie- en Reisautorisatiesysteem (ETIAS), wijzigingen in het Schengen Informatiesysteem, de voorstellen voor aanpassing van EURODAC, het Visum Informatiesysteem en inzake de interoperabiliteit tussen deze systemen, die op termijn consequenties hebben voor de organisatie.

Eurostar

Met ingang van december 2019 zal Eurostar het bestaande treintraject tussen Londen en Brussel verlengen naar Rotterdam en Amsterdam. Aangezien er grenscontrole moet plaatsvinden op Rotterdam en Amsterdam Centraal heeft dit gevolgen voor de KMar. Over de financiële consequenties hiervan vindt overleg plaats met JenV.

Budgettaire gevolgen van het beleid en budgetflexibiliteit

Artikel 5 Taakuitvoering Koninklijke Marechaussee (bedragen x € 1.000)
 

2017

2018

2019

2020

2021

2022

2023

Verplichtingen

379.524

399.674

405.344

409.011

410.499

409.775

409.778

               

Uitgaven

371.318

399.674

405.344

409.011

410.499

409.775

409.778

waarvan juridisch verplicht

   

93%

       
               

Opdracht Inzet KMAR

6.252

5.924

6.628

6.628

6.628

6.628

6.628

– waarvan gereedstelling

6.215

5.924

6.628

6.628

6.628

6.628

6.628

– waarvan instandhouding

37

           

Personele uitgaven

328.681

362.135

385.090

388.199

387.961

387.237

387.281

– waarvan eigen personeel

324.889

356.880

366.457

370.180

370.259

369.848

369.717

– waarvan externe inhuur

3.792

5.255

863

       

– waarvan overige personele exploitatie1

   

17.770

18.019

17.702

17.389

17.564

Materiële uitgaven

36.385

31.615

13.626

14.184

15.910

15.910

15.869

– waarvan overige materiële exploitatie

36.385

31.615

13.626

14.184

15.910

15.910

15.869

               

Apparaatsontvangsten

7.548

4.597

4.587

4.576

4.376

4.376

4.376

X Noot
1

De uitgaven voor overige personele exploitatie zijn in 2017 en 2018 verantwoord onder de materiële exploitatie.

Toelichting op de instrumenten

Het aandeel «juridisch verplicht» heeft betrekking op programma-uitgaven voor levering van goederen en/of diensten waarvoor Defensie een overeenkomst is aangegaan en op de apparaatsuitgaven die voor het merendeel uit personele uitgaven bestaan. Voor 2019 gaat het om 93 procent.

Gereedstelling

De uitgaven voor de gereedstelling betreffen diensten, die tolken en vertalers leveren aan de KMar (met name in de vreemdelingenketen), de inhuur van faciliteiten ten behoeve van oefeningen en overige (meerdaagse) activiteiten, die direct met de operationele inzet zijn verbonden.

Personele uitgaven

De personele uitgaven bestaan hoofdzakelijk uit salarissen, sociale lasten en uitgaven voor toelagen, reiskosten woon-werkverkeer. De overige personele exploitatie bestaat uit opleidingen, werving, dienstreizen en de overige personeelsgebonden uitgaven.

Materiële uitgaven

De overige materiële exploitatie bestaan voornamelijk uit niet-(wapen) systeem gebonden artikelen en diensten, geneeskundige diensten, catering, kennistoepassing en voorlichting.

Investeringen Marechaussee

De KMar kent geen investeringsprojecten boven de 100 miljoen in de planperiode van 15 jaar. Alle investeringsprojecten worden integraal toegelicht bij beleidsartikel 6 Investeringen.

3.6. Beleidsartikel 6: Investeringen krijgsmacht

Algemene doelstelling

Defensie voorziet in nieuw materieel, infrastructuur en IT-middelen en zij verkoopt, indien aan de orde, groot materieel en infrastructuur.

Rol en verantwoordelijkheid Minister

De Minister is verantwoordelijk voor het tijdig voorzien in nieuw materieel, infrastructuur en IT-middelen alsmede de afstoting van overtollig groot materieel en infrastructuur. Tot de investeringen worden gerekend alle planbehoeften met een meerjarig karakter. Dit omvat ook de bijdragen aan de NAVO voor het doen van investeringen en wetenschappelijk onderzoek. Tot de investeringen worden ook bijdragen gerekend aan de instandhouding, die direct samenhangen met de betreffende investering.

Budgettaire gevolgen van het beleid en budgetflexibiliteit

Artikel 6 Investeringen Krijgsmacht (bedragen x € 1.000)
 

2017

2018

2019

2020

2021

2022

2023

Verplichtingen

2.129.841

4.226.730

5.115.563

4.007.736

6.098.100

1.785.087

2.465.796

Opdracht Voorzien in nieuw materieel

1.732.810

3.393.228

4.447.178

3.367.477

5.534.127

1.228.911

1.817.123

Opdracht Voorzien in infrastructuur

190.522

321.575

226.249

214.591

199.819

211.603

205.458

Opdracht Voorzien in IT

128.685

368.298

332.230

311.856

247.696

222.672

311.316

Bekostiging Wetenschappelijk onderzoek

59.727

72.112

75.236

77.267

77.298

77.328

77.328

Bijdrage aan de NAVO

18.097

28.017

31.770

32.045

30.760

30.273

28.571

Reserve valutaschommelingen

0

43.500

2.900

4.500

8.400

14.300

28.571

               

Uitgaven

1.441.839

1.817.097

2.839.964

3.130.724

3.256.135

2.875.688

2.665.766

Waarvan juridisch verplicht

   

65%

       

Opdracht Voorzien in nieuw materieel

1.040.082

944.176

2.133.671

2.452.010

2.653.211

2.282.345

1.983.781

Opdracht Voorzien in infrastructuur

212.451

360.994

264.157

253.046

238.770

248.770

238.770

Opdracht Voorzien in IT

112.078

368.298

332.230

311.856

247.696

222.672

311.316

Bekostiging Wetenschappelijk onderzoek

56.860

72.112

75.236

77.267

77.298

77.328

77.328

Bijdrage aan de NAVO

20.368

28.017

31.770

32.045

30.760

30.273

28.571

Reserve valutaschommelingen

0

43.500

2.900

4.500

8.400

14.300

26.000

               

Programma ontvangsten

154.679

234.241

123.056

75.228

65.128

58.298

95.998

– Verkoopopbrengsten groot materieel (strategisch)

101.920

151.686

73.886

34.958

32.358

26.558

61.958

– Overige ontvangsten materieel

21.302

55.200

33.700

30.700

23.700

23.700

23.700

– Verkoopopbrengsten infrastructuur (strategisch)

17.603

15.050

10.050

5.050

5.000

4.950

7.250

– Overige ontvangsten infrastructuur

12.023

9.720

2.120

1.220

770

1.220

1.220

– Overige ontvangsten IT, WOO en NAVO

1.831

2.585

3.300

3.300

3.300

1.870

1.870

Artikel 6 Investeringen Krijgsmacht (bedragen x € 1.000)
 

2024

2025

2026

2027

2028

2029

2030

2031

2032

Uitgaven

2.680.867

2.700.210

2.701.001

2.723.821

2.719.647

2.711.350

2.711.124

2.705.550

2.703.959

Opdracht Voorzien in nieuw materieel

2.126.411

2.145.094

2.148.991

2.184.799

2.182.103

2.167.344

2.166.610

2.162.661

2.161.070

Opdracht Voorzien in infrastructuur

238.770

238.770

242.647

241.611

238.770

238.770

238.770

238.770

238.770

Opdracht Voorzien in IT

201.690

206.296

202.897

191.145

190.908

199.170

199.678

198.053

198.053

Bekostiging Wetenschappelijk onderzoek

77.328

77.328

77.328

77.328

77.328

77.328

77.328

77.328

77.328

Bijdrage aan de NAVO

28.668

28.622

28.638

28.638

28.638

28.638

28.638

28.638

28.638

Reserve valutaschommelingen

8.000

4.100

500

300

1.900

100

100

100

100

                   

Programma ontvangsten

95.998

95.998

95.998

95.998

95.998

87.098

87.098

87.098

87.098

– Verkoopopbrengsten groot materieel (strategisch)

61.958

61.958

61.958

61.958

61.958

53.058

53.058

53.058

53.058

– Overige ontvangsten materieel

23.700

23.700

23.700

23.700

23.700

23.700

23.700

23.700

23.700

– Verkoopopbrengsten infrastructuur (strategisch)

7.250

7.250

7.250

7.250

7.250

7.250

7.250

7.250

7.250

– Overige ontvangsten infrastructuur

1.220

1.220

1.220

1.220

1.220

1.220

1.220

1.220

1.220

– Overige ontvangsten IT, WOO en NAVO

1.870

1.870

1.870

1.870

1.870

1.870

1.870

1.870

1.870

De komende jaren zal Defensie er alles aan doen om alle maatregelen te realiseren. De maatregelen zoals verwoord in de Defensienota zullen echter niet allemaal op korte termijn zijn gerealiseerd. Dit geldt niet alleen voor de aanschaf van groot materieel, maar ook voor de aanschaf van «gewonere» zaken, zoals munitie en communicatiemiddelen. Deze hebben vaak een lange doorlooptijd (verwerving) voordat deze inzetbaar zijn. Defensie verwacht over 2018 onderrealisatie op de investeringsmiddelen. De onderrealisatie wordt samen met de bijbehorende eindejaarsmarge nu reeds verwerkt. Defensie beschikt voor investeringen over een ongelimiteerde eindejaarsmarge. Dit neemt niet weg dat Defensie alles op alles zet om investeringen zo goed en zo snel mogelijk te realiseren.

Om het inzicht in de investeringsplanning te vergroten, worden in de tabel budgettaire gevolgen van beleid dit jaar voor het eerst de uitgaven en ontvangsten voor vijftien jaar gepresenteerd. De verplichtingen zijn, net als in voorgaande jaren, voor vijf jaar opgenomen omdat de onzekerheid over het af te sluiten contract en het moment waarop de verplichting wordt aangegaan, toeneemt naarmate dit moment verder in de tijd ligt. Het aandeel «juridisch verplicht» heeft betrekking op programma-uitgaven voor levering van goederen of diensten waarvoor Defensie een overeenkomst is aangegaan. Voor 2019 betreft het juridisch verplichte deel 65 procent.

Aan te gane verplichtingen

De geraamde verplichtingen Voorzien in nieuw materieel voor de periode 2019 tot en met 2023 zijn gedetailleerd onderbouwd. Hiermee wordt een duidelijk inzicht gegeven op langjarige effecten op de uitgaven. De raming is (deels) gebaseerd op het geplande moment dat voor een project een contract getekend wordt. Het moment waarop een contract daadwerkelijk wordt getekend, als eindfase van de verwerving, is afhankelijk van diverse factoren. Definitieve politieke besluitvorming over de scope en fasering van een project, samenwerking met derden en onderhandeling met een leverancier, kunnen leiden tot een ander moment van het aangaan van de verplichting dan op dit moment is voorzien. Deze raming is daarmee nadrukkelijk een momentopname: hoewel de raming van de verplichtingen een betrouwbare weergave is van het actuele beeld, zullen de realisatie en de raming van de aan te gane verplichtingen bij iedere begroting wijzigen.

Projecten waarvoor een juridische verplichting groter dan € 100 miljoen wordt aangegaan in 2019 zijn separaat weergegeven in de navolgende tabel.

Verplichtingen voorzien in nieuw materieel
 

Aan te gaan in 2019

Verwerving F-35

250–1.000 miljoen

Vervangende Maritime Counter Measures (MCM) Capaciteit

1.000–2.500 miljoen

Defensiebrede Vervanging Operationele Wielvoertuigen (DVOW)

1.000–2.500 miljoen

Midlife Update Fennek

250–1.000 miljoen

Vervanging Kanons Luchtverdedigings- en Commandofregatten (LCF)

100–250 miljoen

Investeringsprogramma en projectfasen

In de grafiek verdeling investeringsbudget wordt het investeringsprogramma over vijftien jaar weergegeven, onderverdeeld naar categorieën met standdatum 17 juli 2018. De rode lijn is het investeringsbudget zoals dat ook is opgenomen in de tabel «budgettaire gevolgen van beleid» en dat geldt als het budgettaire uitgavenplafond. De grafiek maakt zichtbaar dat in de eerste jaren het investeringsprogramma optelt tot een hoger bedrag dan het daadwerkelijke budget; er is sprake van overprogrammering in de eerste jaren. Deze systematiek is bedoeld om onderrealisatie van het beschikbare budget te voorkomen. Vanaf 2027 telt het totaal van het investeringsprogramma op tot een lager bedrag dan het daadwerkelijke budget; er is sprake van onderprogrammering. Omdat de ervaring van eerdere jaren leert dat het risico op vertragingen groot is, onder andere als gevolg van onvoorziene externe factoren, worden in de eerste jaren meer projecten gepland dan totaal aan budget beschikbaar is in een jaar. Door met deze overprogrammering te werken wordt zoveel als mogelijk getracht te voorkomen dat vertragingen bij individuele projecten leiden tot onderrealisering van het beschikbare budget. Door in latere jaren te werken met onderprogrammering past het volledige investeringsprogramma in de totale periode – tot en met 2033 – binnen het totale budgettaire kader.

Verdeling investeringsbudget

De grafiek fasen investeringsprojecten geeft inzicht in de mate van flexibiliteit van het totale investeringsprogramma van € 43,5 miljard in de periode 2018 tot en met 2033. De investeringsprojecten zijn onderverdeeld naar de volgende fasen:

  • projecten voorbereidingsfase (groen): voor deze projecten wordt de behoeftestelling uitgewerkt. Voor de DMP-plichtige projecten worden de A-brieven naar de Kamer verzonden;

  • projecten onderzoeksfase (oranje): voor deze projecten geldt dat de behoeftestelling is onderkend, maar nog wordt onderzocht hoe invulling gegeven wordt aan de behoefte. Voor DMP-plichtige projecten geldt dat de A-brieven zijn aangeboden aan de Kamer;

  • projecten realisatiefase (blauw): dit betekent dat de realisatiefase is gestart (de opdracht voor verwerving is aan de uitvoeringsorganisaties gegeven).

Er is in de voorbereidingsfase nog sprake van flexibiliteit in de programmering van de projecten; voor de besteding van deze budgetten zijn nog geen bestuurlijke bindende afspraken gemaakt.

Fasen investeringsprojecten

Investeringsquote

Defensie streeft ernaar om op termijn gemiddeld ten minste twintig procent van haar uitgavenbudget te besteden aan investeringen. Ook de NAVO hanteert dit percentage als richtlijn. Dit streven komt voort uit het besef dat een moderne krijgsmacht voldoende investeringsruimte moet hebben om haar inzetbaarheid op langere termijn te garanderen en haar materieel te kunnen moderniseren. Het kengetal hiervoor is de investeringsquote. Voor het bepalen van de (gewenste) investeringsquote voor de begrotingsperiode wordt gebruik gemaakt van een voortschrijdend vijfjaars gemiddelde. Voor het jaar 2019 is dit negentien procent.

Navolgende figuur toont de gerealiseerde investeringsquote van 2010 tot en met 2017 en het verwachte vijfjaarlijks voortschrijdend gemiddelde vanaf 2018.

Investeringsquote

Toelichting op de instrumenten

In het Materieelprojectenoverzicht (MPO) worden alle DMP-plichtige investeringsprojecten met een financiële omvang van meer dan € 25 miljoen toegelicht. In dit beleidsartikel worden alle projecten opgenomen met een financiële omvang van meer dan € 100 miljoen, onderverdeeld naar realisatie-, onderzoeks- en voorbereidingsfase. Bij projecten in realisatiefase worden de verwachte uitgaven per jaar gepresenteerd, tenzij dit commercieel vertrouwelijke informatie betreft. Bij projecten in onderzoeksfase worden per project de bandbreedtes volgens het DMP-proces gepresenteerd, met daarbij de planning van de DMP-brieven. Voor projecten in voorbereidingsfase worden de projecten opgesomd waarvan in deze begrotingsperiode een A-brief verstuurd wordt. Wezenlijke veranderingen ten opzichte van de Defensienota ten aanzien van het budget of de planning worden hierbij toegelicht. Tevens wordt aangegeven wat de verwachte risico’s zijn voor de realisatie van de uitgaven. Als een project wijzigingen in de exploitatie-uitgaven tot gevolg heeft, dan is dit onderdeel van het budget van het betreffende investeringsproject.

Voorzien in nieuw materieel

Projecten in realisatiefase (in miljoenen euro)

Omschrijving projecten in realisatie

Projectvolume

t/m 2017

2018

2019

2020

2021

2022

2023

2024 e.v.

Zeestrijdkrachten

Instandhoudingsprogramma Luchtverdedigings- en Commandofregatten (LCF)

182,6

43,4

45,7

37,5

17,0

15,6

9,4

8,9

5,1

Maritime Ballistic Missile Defence (MBMD)

143,5

113,6

7,1

11,0

8,8

1,1

0,9

1,0

0,0

Verbetering MK48 Heavyweight Torpedo

147,4

62,2

16,0

15,3

17,8

18,0

17,2

0,1

0,8

Vervanging Harpoon Missile (surface-to-surface missile)

100–250 miljoen

Commercieel vertrouwelijk

Vervanging MK46 Lightweight Torpedo

100–250 miljoen

Commercieel vertrouwelijk

Verwerving Torpedo Defensiesysteem (vlootbreed)

100–250 miljoen

Commercieel vertrouwelijk

Landstrijdkrachten

Groot Pantserwielvoertuig (GPW, Boxer), productie

806,3

784,9

8,8

12,6

0,0

0,0

0,0

0,0

0,0

Army Ground Based Air Defence System (AGBADS)

100–250 miljoen

Commercieel vertrouwelijk

Verlenging levensduur Patriot

100,1

3,2

10,3

11,3

15,0

15,9

27,1

6,1

11,3

Verwerving C-RAM/Class 1 UAV detectiecapaciteit

100–250 miljoen

Commercieel vertrouwelijk

Midlife Update Fennek

250–1.000 miljoen

Commercieel vertrouwelijk

Luchtstrijdkrachten

Verwerving F-35

4.863,2

779,4

310,7

487,9

621,5

675,1

531,4

480,8

976,4

Vervanging en Modernisering (V&M) Chinook

989,4

19,6

135,6

205,6

167,8

136,4

238,4

73,0

13,0

Apache Remanufacture

901,4

0,0

18,6

4,0

5,7

26,0

121,1

294,0

432,0

Verwerving Medium Altitude Long Endurance Unmanned Aerial Vehicle (MALE UAV)

404,8

0,3

13,8

37,5

38,5

57,0

48,1

14,6

195,0

AH-64D block II upgrade

121,2

59,5

16,4

11,6

17,1

6,9

0,0

9,8

0,0

F-35: Verwerving middellange tot lange afstandsraket

118,5

0,0

1,9

4,7

9,5

29,0

10,6

42,4

20,3

Verwerving strategisch luchttransport en AAR (Multi Role Tanker Transport (MRTT))

250–1.000 miljoen

Commercieel vertrouwelijk

Defensiebreed

NH-90

1.201,7

1.048,5

28,4

26,4

55,8

15,2

10,1

17,3

0,0

Verbeterd Operationeel Soldaat Systeem (VOSS)

405,5

44,8

56,1

44,1

85,0

46,7

8,7

9,2

110,7

Verwerving Defensie Bewaking- en Beveiligingssysteem (DBBS)

221,8

11,0

22,0

43,2

83,6

36,2

25,6

0,2

0,0

Militaire Satelliet Communicatie lange termijn defensiebreed (MILSATCOM)

132,6

122,2

3,8

3,8

2,8

0,0

0,0

0,0

0,0

Munitie t.b.v. aanvulling inzetvoorraden

114,0

34,1

60,4

19,5

0,0

0,0

0,0

0,0

0,0

Defensiebrede Vervanging Operationele Wielvoertuigen (DVOW)

1.000 – 2.500 miljoen

Commercieel vertrouwelijk

Defensie Operationeel Kledingsysteem (DOKS)

250–1.000 miljoen

Commercieel vertrouwelijk

Nieuw in realisatiefase zijn de projecten:

  • Vervanging MK46 Lightweight Torpedo;

  • Vervanging Harpoon Missile (surface-to-surface missile);

  • Verwerving Torpedo Defensiesysteem (vlootbreed);

  • Verwerving C-RAM/Class 1 UAV detectiecapaciteit;

  • Midlife Update Fennek;

  • Vervanging en Modernisering (V&M) Chinook;

  • Apache Remanufacture;

  • Verwerving Medium Altitude Long Endurance Unmanned Aerial Vehicle (MALE UAV);

  • F-35: Verwerving middellange tot lange afstandsraket.

Er zijn wijzigingen ten opzichte van de Defensienota opgetreden bij de volgende projecten:

  • Defensie Operationeel Kledingsysteem (DOKS): het budget voor DOKS is verhoogd. Als gevolg daarvan valt het project niet meer in de bandbreedte van € 100 – 250 miljoen, maar in de bandbreedte van € 250 – 1.000 miljoen. Het huidige budget is slechts voldoende voor het realiseren van de huidige kwaliteit gevechtskleding met daarbovenop deels een verbetering van de vlam- en insectenwerendheid. Het programma van eisen van de DOKS-kleding stelt echter hogere eisen. Het project DOKS kan binnen het huidige projectvolume (investering en exploitatie) niet voorzien in de noodzakelijke operationele kwaliteitsverhoging ten aanzien van functionaliteit, pasvorm, comfort en uitstraling. Om deze operationele kwaliteitsverhoging te waarborgen is het budget aangepast. De Kamer wordt hierover nader geïnformeerd in een commercieel vertrouwelijke brief.

  • Army Ground Based Air Defence System (AGBADS): AGBADS kent op dit moment inzetbaarheidsproblemen als gevolg van onvoldoende functionerende communicatiemiddelen en C2-software. Om deze problemen op te lossen is het project herijkt: budget uit latere jaren is naar 2019 en 2020 verschoven.

  • Verwerving Medium Altitude Long Endurance Unmanned Aerial Vehicle (MALE UAV): de inzet van een MALE UAV vereist een voor Nederland nieuw operatieconcept. Deze aanpassing en de prijsopgave leiden tot een verhoging van het projectbudget met circa 100 miljoen zoals in juli aan de Kamer is gemeld (Kamerstukken II 2017–2018, 30 806, nr. 47).

  • Verbeterd Operationeel Soldaat Systeem (VOSS): de exploitatie, als onderdeel van de life cycle costs (LCC), is in het projectbudget zichtbaar gemaakt (circa € 147 miljoen) en daarbij is het projectbudget verhoogd als gevolg van het aanschaffen van 1.726 extra VOSS Smartvest systemen.

Verwerving F-35

Raming uitgaven (in miljoenen euro)

Project

omschrijving

Project

volume

 

Raming uitgaven

Fasering tot

   

t/m 2018

2019

2020

2021

2022

2023

2024 en verder

 

Budget VF-35

4.863,2

1.090,1

487,9

621,5

675,1

531,4

480,8

976,4

2026

Raming VF-35

5.171,1

1.086,4

537,8

685,1

744,2

585,8

530,0

1.001,9

2026

Waarvan voorziening risicoreservering investeringen

415,7

0

0

95,0

95,0

95,0

95,0

35,7

2026

De huidige raming voor de aanschaf van 37 F-35 toestellen van € 5.171,1 miljoen is gebaseerd op een plandollarkoers van 1,22. In deze raming van 2018 is nog een risicoreservering van € 415,7 miljoen opgenomen. Op jaarlijkse basis worden, in samenwerking met TNO, risicosessies gehouden, waarbij op basis van de actuele stand van het project mogelijke risico’s worden gekwantificeerd. Uit de meest recente risicosessie is gebleken dat nog € 120,8 miljoen aan mogelijke financiële risico’s wordt verwacht. Het zal daarom niet noodzakelijk zijn om het gehele bedrag aan risicoreservering (€ 415,7 miljoen) aan te houden. Na verwerking van de aangepaste risicoreservering komt de raming uit op € 4.876,2 miljoen. Afgezet tegen het huidige investeringsbudget van € 4.863,2 miljoen is er nog een tekort van € 13 miljoen. Omdat nog niet de volledige prijsbijstelling 2018 aan het projectbudget is toegekend, dient nog een bedrag van € 11,7 miljoen aan het budget te worden toegevoegd. Met dit bedrag zou het tekort uitkomen op € 1,3 miljoen. In de jaarrapportage project Verwerving F-35, die met Prinsjesdag naar de Kamer wordt verstuurd, wordt u nader geïnformeerd.

Projecten in onderzoeksfase

Omschrijving projecten in onderzoek

Projectvolume

2018

2019

2020

2021

2022

2023

Zeestrijdkrachten

Vervanging Onderzeebootcapaciteit

> 2,5 miljard

B-brief

         

Vervanging Multipurpose Fregat (MFF)

1.000–2.500 miljoen

 

B-brief

       

Vervanging Maritime Counter Measures (MCM) Capaciteit

1.000–2.500 miljoen

 

D-brief

       

Verwerving Combat Support Ship (CSS)

250–1.000 miljoen

 

D-brief

       

Verwerving & Integratie Evolved Sea Sparrow Missile (ESSM) Block 2

250–1.000 miljoen

 

B-brief

       

Vervanging Goalkeeper (Close-in Weapon System)

100–250 miljoen

 

B-brief

       

Vervanging Kanons Luchtverdedigings- en Commandofregatten (LCF)

100–250 miljoen

Gemandateerd project, er volgt geen kamerbrief

Projecten in voorbereidingsfase

Omschrijving projecten in voorbereiding

Projectvolume

2018

2019

2020

2021

2022

2023

Zeestrijdkrachten

Vervanging Luchtverdedigings- en Commandofregatten (LCF) (incl. studies)

> 2,5 miljard

     

A-brief

   

Vervanging All Terrain Vehicle (ATV)

250–1.000 miljoen

 

A-brief

       

Vervanging Zr. Ms. Rotterdam (LPD-1)

250–1.000 miljoen

         

A-brief

Vervanging Standard Missile 2 Block IIIA (SM2-IIIA)

250–1.000 miljoen

         

A-brief

Vervanging Middelzwaar Landingsvaartuig (LCVP)

100–250 miljoen

   

A-brief

     

Vervanging Zr. Ms. Mercuur en Hydrografische Opname Vaartuigen (HOV’s)

100–250 miljoen

   

A-brief

     

Midlife Update Oceangoing Patrol Vessel (OPV)

100–250 miljoen

     

A-brief

   

Midlife Update Zr. Ms. Karel Doorman (Joint Support Ship, JSS)

100–250 miljoen

       

A-brief

 

Landstrijdkrachten

Midlife Update CV90

250–1.000 miljoen

A-brief

         

Vervanging Wissellaadsysteem

250–1.000 miljoen

 

A-brief

       

Vervanging Medium en Short Range Anti-Tank (MRAT/SRAT)

250–1.000 miljoen

     

A-brief

   

Verwerving Very Short Range Air Defence (VSHORAD)

100–250 miljoen

 

A-brief

       

Vervanging Amarok

100–250 miljoen

     

A-brief

   

Luchtstrijdkrachten

Vervanging C-130

250–1.000 miljoen

       

A-brief

 

Vervanging PC-7

100–250 miljoen

   

A-brief

     

Block Upgrade NH-90

100–250 miljoen

   

A-brief

     

Defensiebreed

Aanvullen munitie voorraden

250–1.000 miljoen

A-brief

         

Vervanging Klein Kaliber Wapens

100–250 miljoen

       

A-brief

 

Risico’s bij Voorzien in nieuw materieel

Aan de uitvoering van projecten zijn diverse risico’s verbonden. Hierdoor kan de realisatie afwijken van de initiële planning. Naast risico’s van meer algemene aard, zoals juridische procedures, kan bij de uitvoering van projecten sprake zijn van omstandigheden die kunnen leiden tot een verhoogd risicoprofiel. In deze begroting worden een aantal algemene risico’s benoemd. Specifiekere risico’s per project worden benoemd in het Materieel Projecten Overzicht en uiteraard in de Kamerbrieven over de projecten.

Internationale samenwerking/cofinanciering

Sommige projecten worden in samenwerking met andere landen gepland en uitgevoerd. Het NH-90 project is hier een voorbeeld van. Internationale samenwerking brengt, naast voordelen, risico’s met zich mee. De doorlooptijd van de nationale en internationale besluitvorming kan bijvoorbeeld niet altijd worden beïnvloed en duurt mogelijk langer dan initieel voorzien. Vertraging in het sluiten van (gezamenlijke) contracten kan leiden tot latere levering waardoor later in de behoeften van de deelnemende landen wordt voorzien. Bij projecten met cofinanciering bestaat bovendien een risico op het niet tijdig – door alle partners – zekerstellen van de financiering. Vertraging hierin kan leiden tot vertraging in de realisatie.

Wijziging project / scope

Wanneer tijdens de plannings- of realisatiefase de scope van een project wijzigt, bijvoorbeeld als gevolg van ervaringen tijdens missies, kan dit leiden tot vertragingen of kostenstijging. Herprioriteren binnen het investeringsplan kan nodig zijn om uitvoering mogelijk te blijven maken. Hierdoor kunnen kasuitgaven vertraagd tot realisatie komen.

Vertraging in levering

Het risico bestaat dat zich vertragingen voordoen ten opzichte van het beoogde of overeengekomen leverschema, waardoor budget moet worden doorgeschoven.

Kwaliteit

Als bij een levering blijkt dat niet is voldaan aan de kwaliteitseisen worden betalingen opgeschort. In dat geval zullen geplande budgetten pas tot betaling komen nadat aan de kwaliteitseisen is voldaan.

Voorzien in infrastructuur

Tabel toelichting investeringsuitgaven t.b.v. infrastructuur (in miljoenen euro)

In realisatiefase

Projectvolume

t/m 2017

2018

2019

2020

2021

2022

2023

2024 e.v.

DBFMO Kromhoutkazerne

624,0

69,4

34,3

32,8

33,1

33,5

31,8

28,2

361,0

Aanpassingen vastgoed agv wijziging regelgeving

299,2

12,1

14,2

20,3

20,3

20,3

20,3

20,3

171,4

DBFMO Nationaal Militair Museum

136,2

10,2

5,1

5,1

5,4

5,4

5,3

5,1

94,6

Bouwtechnische verbeteringen brandveiligheid

130,4

19,9

33,5

38,6

38,5

0,0

0,0

0,0

0,0

                   

In onderzoeksfase

Projectvolume

t/m 2017

2018

2019

2020

2021

2022

2023

2024 e.v.

Co-locatie AIVD en MIVD op Frederikkazerne (AMF)

250–1.000 miljoen

   

Kamerbrief

         

Michiel Adriaanzoon de Ruijterkazerne Zeeland (MARKAZ)

250–1.000 miljoen

   

Kamerbrief

         

Nieuw opgenomen in de begroting, in realisatiefase, is de investeringsreeks voor de projecten DBFMO Kromhoutkazerne en DBFMO Nationaal Militair Museum. Beide projecten zijn als project gerealiseerd als Design, Build, Finance, Maintain and Operate. Over de looptijd van 25 jaar moet voor het gebruik van de kazerne en het museum als investering een jaarlijkse beschikbaarheidsvergoeding worden betaald. Deze investeringsreeks wordt met ingang van 2019 in de begroting vermeld. Als gevolg van gewijzigd beleid binnen Defensie om een beter onderscheid tussen vastgoedexploitatie en -investeringen te maken, worden de aflossings- en rentekosten nu geboekt ten laste van de investeringen.

Het project Aanpassingen vastgoed als gevolg van wijziging regelgeving betreft het aanpassen van bestaande infrastructuur aan nieuwe en aangescherpte wet- en regelgeving. Fase 1 is in uitvoering en zal in 2024 worden afgerond. Fase 1 bestaat uit de zeven deelprojecten: o.a. vervanging installaties HCFK’s, op norm brengen van drinkwaterinstallaties, verwijderen van asbest, vervangen brandmeldinstallaties, onderhouden monumenten, middelgrote stookinstallaties en brandveilig maken van overige gebouwen niet zijnde legering. Ook na 2024 zal regelgeving wijzigen waarvoor in de begroting 2019 voor 2024 e.v. een meerjarige reservering is opgenomen.

Het project Bouwtechnische verbetering brandveiligheid betreft het op veiligheidsniveau aanpassen van de legeringsgebouwen en is in uitvoering. Waar nodig worden interim-maatregelen getroffen voor de legering. Het kritieke tijdspad wordt periodiek besproken met de Inspectie Leefomgeving en Transport.

Co-locatie AIVD en MIVD op Frederikkazerne (AMF)

Dit project voorziet in gezamenlijke huisvesting van de AIVD en MIVD. Momenteel is dit project in afwachting van politieke besluitvorming op basis van een actualisatie van het project. De actualisatie vindt plaats onder andere gegeven de groei van de beide diensten.

Michiel Adriaanszoon de Ruyterkazerne (MARKAZ)

Met de bouw van een geheel nieuwe kazerne te Vlissingen wordt de verhuizing mogelijk gemaakt van het Mariniers Trainingscommando vanuit de Van Braam Houckgeestkazerne te Doorn en het Logistiek Centrum Maartensdijk. De behoeftestelling die op 31 augustus 2012 aan de Kamer is gestuurd (Kamerstukken II 2011–2012, 33 358, nr. 1) is op de gebieden van reikwijdte, tijdspad en financiën gewijzigd. Deze wijzigingen zijn onder andere in juli 2018 aan de Kamer gemeld (Kamerstukken II 2017–2018, 33 358, nr. 7).

Risico’s bij Voorzien in infrastructuur

In het algemeen geldt dat projecten een beperkt risico hebben als zij in de realisatiefase zitten en dus aanbesteed zijn. Alle benodigde vergunningen zijn verleend. Er is sprake van een fixed price, behoudens onvoorzien werk. De risico’s in de realisatie van nieuwbouwprojecten zitten met name in het voortraject en de voorbereidingscapaciteit. Voor de nog aan te besteden projecten geldt dat de projectkosten worden beïnvloed door veranderende materiaal- en loonkosten en de marktconjunctuur (vraag versus aanbod). Tevens moet de capaciteit van het Rijksvastgoedbedrijf worden uitgebreid om de grotere vraag van Defensie volledig te realiseren. Het risico bestaat dat dit onvoldoende en niet snel genoeg wordt gerealiseerd. Daarnaast kunnen projecten vertragen als gevolg van gewijzigde behoeftes. Ook kan het wijzigen van wet- en regelgeving invloed hebben op de projectkosten. Een voorbeeld is dat in 2019 een gebouw bijna energieneutraal moet zijn, wat extra investeringskosten vereist maar een besparing geeft op de exploitatiekosten. Specifiek voor het project bouwtechnische verbetermaatregelen brandveiligheid is onderkend dat de planning, die met de Inspectie Leefomgeving en Transport is overeengekomen, kritiek is gezien de complexiteit.

Voorzien in IT

Investeringsuitgaven t.b.v. informatie technologie (in miljoenen euro)

In realisatiefase

Projectvolume

t/m 2017

2018

2019

2020

2021

2022

2023

2024 e.v.

ERP M/F/P Fase 2

125,1

45,3

29,0

18,3

11,3

7,1

6,0

3,1

5,1

                   

In onderzoeksfase

Projectvolume

t/m 2017

2018

2019

2020

2021

2022

2023

2024 e.v.

GrIT

250–1.000 miljoen

   

kamerbrief

         

Zoals reeds gemeld in de voortgangsrapportage (Kamerstukken II 2017–2018, 31 125 X, nr. 83) is het budget voor GrIT verhoogd. In het najaar 2018 wordt u nader geïnformeerd over dit project.

Risico’s bij Voorzien in IT

In de begroting 2018 was een eerste reservering opgenomen voor de vernieuwing van de IT. Dit betrof met name de dubbele beheerlasten. Inmiddels hebben beide marktpartijen een eerste budgettaire indicatie afgegeven van de totale geschatte kosten van het programma Grensverleggende IT (GrIT). Deze indicaties zijn met behulp van externe expertise gevalideerd en hebben de input gevormd voor een eerste conceptversie van de businesscase en de budgettaire raming zoals opgenomen in de voortgangsrapportage IT (Kamerstukken II 2017–2018, 31 125 X, nr. 83). De belangrijkste risico’s van het programma zijn naar voren gekomen in het tweede BIT-advies (Kamerstukken II 2017–2018, 31 125, nr. 84). Een aantal ramingen in de businesscase wordt op grond van dit BIT-advies nader bekeken waarbij eventuele bijstellingen worden verwerkt in een volgende versie van de businesscase. Voor ondertekening van het contract met de te selecteren leverancier is een nieuw BIT-advies voorzien. Op deze wijze wordt actief gestuurd op het mitigeren van de risico’s, die inherent zijn aan een dergelijk complex programma. Het is mogelijk dat het derde BIT-advies op dit programma zal leiden tot een aanpassing van de planning van het programma.

Bekostiging Wetenschappelijk onderzoek

Bekostiging Wetenschappelijk onderzoek (bedragen x € 1.000)

Omschrijving

2017

2018

2019

2020

2021

2022

2023

Programmafinanciering TNO

36.647

40.308

42.808

42.808

42.808

42.808

42.808

Programmafinanciering NLR

517

517

517

517

517

517

517

Contractonderzoek technologieontwikkeling

14.315

19.521

20.053

20.052

20.052

20.052

20.052

Contractonderzoek kennistoepassing

3.277

6.766

6.860

8.890

8.921

8.951

8.951

Overig Wetenschappelijk Onderzoek

2.104

5.000

5.000

5.000

5.000

5.000

5.000

Totaal

56.860

72.112

75.238

77.267

77.298

77.328

77.328

Defensie gebruikt het centrale budget voor wetenschappelijk onderzoek om bij MARIN, NLR en TNO een defensiespecifieke kennisbasis in stand te houden voor technologieontwikkeling, kennistoepassing en het faciliteren van innovaties. Met de beschikbare middelen worden defensieonderzoeksprogramma’s, contractonderzoek en nationale en internationale technologieprojecten uitgevoerd. Zo kan de krijgsmacht worden voorzien van innovatieve operationele capaciteiten, werkwijzen of concepten in de defensieorganisatie, waarmee het operationeel handelingsvermogen wordt vergroot, verbeterd of tegen lagere (levensduur) kosten beschikbaar komt. Met de uitvoering van onderzoeksprogramma’s en -projecten krijgt de Strategie-, Kennis- en Innovatieagenda 2016 – 2020 invulling. De Defensienota voorziet in extra onderzoek op het terrein van cyber, informatiegestuurd optreden, slagkracht in het land-, lucht- en zeedomein en nieuwe technologieën.

Programmafinanciering TNO (inclusief MARIN) en het Nederlands Lucht- en Ruimtevaartcentrum (NLR)

De instandhouding van de kennisbasis bij TNO, MARIN en NLR krijgt concreet vorm via programmafinanciering. Via vraagsturing wordt jaarlijks een deel van de defensieonderzoekprogramma’s bij de kennisinstituten vernieuwd. De vernieuwing krijgt deels gestalte in de vorm van risicodragend verkennend onderzoek naar nieuwe technologieën, waaronder kunstmatige intelligentie, robotica, 3-D printing en bio- en nanotechnologie. Met de opgebouwde kennis laat Defensie zich vervolgens adviseren en ondersteunen bij de beleidsvorming, verwerving en onderhoud van materieel, opleiding en training, bedrijfsvoering en operationeel optreden.

Contractonderzoek technologieontwikkeling

Van het extra toegekende budget uit de Defensienota 2018 is € 1 miljoen bestemd voor kennisopbouw bij het NLR. Deze projectmatige uitgaven worden ingezet waar technologie een oplossing kan bieden voor (operationele) tekortkomingen, de (operationele) output van Defensie kan verbeteren of tot besparingen kan leiden. De uitvoering gebeurt vaak binnen de gouden driehoek van overheid, industrie en kennisinstituten. Dit instrument draagt bij aan de versterking van het innovatief vermogen van de Nederlandse defensie-gerelateerde industrie en daarmee aan de doelstelling van de Defensie Industrie Strategie (DIS; Kamerstukken II 2017–2018, 31 125, nr. 20) en het Rijksbrede topsectorenbeleid. Technologieprojecten worden, indien van toepassing, interdepartementaal (topsectorenbeleid) en internationaal (NAVO en European Defence Agency, EDA) afgestemd en ingebed.

Bijdragen en contractonderzoek kennistoepassing

De toepassing van (met centrale middelen) opgebouwde kennis wordt primair gefinancierd uit de decentrale budgetten van de defensieonderdelen. Op centraal niveau is een beperkt budget beschikbaar voor acute, onvoorziene kennisondersteuning. Verder draagt Defensie met deze middelen bij aan de instandhouding van grote onderzoeksfaciliteiten bij TNO en het NLR.

Overig wetenschappelijk onderzoek

Onder overig wetenschappelijk onderzoek vallen de uitgaven die niet direct toe te schrijven zijn aan technologieontwikkeling en kennistoepassing. Het betreft hier onder andere het faciliteren van innovatie. In dat kader organiseert Defensie bijvoorbeeld in de jaarlijkse Defensie Innovatie Competitie en investeert in innovatie- en kennisnetwerken.

Totale uitgaven voor onderzoek, technologieontwikkeling en kennistoepassing

In het centrale budget voor wetenschappelijk onderzoek dat onder artikel 6 valt zijn niet alle uitgaven voor onderzoek (kennisopbouw), technologieontwikkeling en kennistoepassing begrepen. Naast deze uitgaven worden er ook uitgaven gedaan ten laste van investeringsprojecten en uit de budgetten voor instandhouding en gereedstelling van de defensieonderdelen. Deze uitgaven zijn tot dusverre niet meegenomen in de cijfers die aan het Europees Defensie Agentschap (EDA) en het Centraal Bureau voor Statistiek (CBS) zijn gerapporteerd, omdat deze niet rechtstreeks uit de administratie kunnen worden gehaald. Als deze uitgaven wel worden meegerekend, vallen de totale uitgaven significant hoger uit. Mede tegen de achtergrond van de richtlijn van het EDA om minimaal 2% van de defensiebegroting te besteden aan onderzoek en technologieontwikkeling is Defensie voornemens om de inrichting van de administratie aan te passen om vanaf de rapportage over 2019 meer inzicht te kunnen bieden in deze uitgaven. Er wordt naar gestreefd om vanaf de rapportage over 2019 ook aan te kunnen geven welke omvang en eventuele groei de uitgaven binnen gereedstelling en instandhouding hebben.

In lijn met de motie Belhaj (Kamerstukken II 2017–2018, 34 775 X, nr. 45) stijgen de centrale uitgaven voor defensieonderzoek en technologieontwikkeling van € 72,1 miljoen in 2018 naar € 75,2 miljoen in 2019 en € 77,3 miljoen in 2020 en verder. Naast deze centrale uitgaven worden er ook uitgaven voor onderzoek, technologieontwikkeling en kennistoepassing gedaan ten laste van investeringsprojecten. Deze uitgaven zijn tot nu toe niet meegenomen in de cijfers die aan het Europees Defensie Agentschap (EDA) en het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) zijn gerapporteerd. In onderstaande tabel is een eerste inschatting opgenomen van deze uitgaven. De precieze uitgaven zullen worden meegenomen in toekomstige EDA-rapportages.

Uitgaven aan kennisontwikkeling en onderzoek (in miljoenen euro)
 

2019

2020

2021

2022

2023

Uitgaven binnen investeringsprojecten (schatting)

115

160

175

170

95

Centraal budget wetenschappelijk onderzoek

75

77

77

77

77

Bijdragen aan de NAVO

De uitgaven hebben betrekking op de Nederlandse bijdrage in gemeenschappelijk gefinancierde NAVO-investeringsprogramma’s. Ook de investeringsuitgaven voor de AWACS-vliegtuigen zijn hierin opgenomen.

CODEMO

De CODEMO-regeling (Commissie Defensie Materieel Ontwikkeling) is een aansprekend instrument dat vooral wordt ingezet voor innovatieve productontwikkeling met het midden- en kleinbedrijf (MKB). Defensie neemt, van goedgekeurde projectvoorstellen, 50 procent van de ontwikkelingskosten voor haar rekening. Eventuele opbrengsten voor Defensie, in de vorm van royalty’s over de verkoop van de ontwikkelde producten, zijn beschikbaar voor nieuwe ontwikkelingsvoorstellen. Defensie heeft € 10 miljoen beschikbaar gesteld voor de CODEMO-regeling. Ook zijn vanuit de oude CODEMA-regeling, de voorloper van de CODEMO-regeling, royalty’s toegevoegd aan de oorspronkelijke € 10 miljoen. In totaal is voor een bedrag van € 9,8 miljoen aan projectvoorstellen goedgekeurd.

CODEMO

Ingediende voorstellen

85

Gehonoreerde voorstellen

25

Afgewezen voorstellen

60

Afgeronde voorstellen

14

De gehonoreerde voorstellen betreffen tweeëntwintig midden- en klein bedrijven en drie grootbedrijven.

Verkoopopbrengsten Groot Materieel

Het uitgavenkader wordt aangepast vanwege bijgestelde ontvangsten. De wijzigingen in de ontvangsten betreffen de neerwaartse bijstelling van verkoopopbrengsten van groot materieel onder meer door het uit de verkoop halen van Pantserhouwitser 2000 (€ 7,9 miljoen) en mijnenbestrijdingsvaartuigen (€ 5,8 miljoen).

Afstotingen

Het volgende materieel is nog beschikbaar om verkocht te worden:

  • Pantserrupsvoertuigen, M-577 en voorraad wielvoertuigen: dit betreft de reguliere vervanging en invoering van nieuwe wielvoertuigen conform het project DVOW;

  • Overtollige voorraden, onderdelen, etc.: dit betreft het doelmatig afstoten van voorraden die de Nederlandse krijgsmacht niet meer nodig heeft, maar die voor andere landen wel bruikbaar zijn.

Verkoopopbrengsten Infrastructuur

De Verkoopopbrengsten Infrastructuur hebben betrekking op de opbrengsten van de af te stoten objecten. Er worden nog opbrengsten verwacht voor het afstoten van onder meer het Binckhorsthof, LCW Rhenen en PWA Gouda. Het overtollig vastgoed wordt inmiddels in vrijwel alle gevallen eerst op basis van het Kader Overname Rijksvastgoed (KORV) door het RVB ingekocht. Incidenteel vinden nog verkopen onder de oude werkwijze plaats.

Overige ontvangsten infrastructuur

Dit betreft een meerjarige ontvangstenreeks voor de gedeclareerde zorg, waar uitgaven voor de renovatie en nieuwbouw van het Centraal Militair Hospitaal tegenover staan.

3.7. Beleidsartikel 7: Ondersteuning krijgsmacht door Defensie Materieel Organisatie

Algemene doelstelling

De Defensie Materieel Organisatie (DMO) zorgt voor de verwerving van modern, robuust en kwalitatief hoogwaardig en inzetbaar materieel en de beschikbaarstelling van IT-middelen, brandstof, munitie, kleding en uitrusting aan de defensieonderdelen.

Rol en verantwoordelijkheid Minister

De Minister is verantwoordelijk voor de aanschaf en de instandhouding van materieel en de afstoting van overtollig materieel van de krijgsmacht.

Om de inzetbaarheidsdoelen te bereiken worden de volgende capaciteiten en inzetbare eenheden van de DMO gereed gesteld.

DMO

Capaciteit

Aantal

Inzetbare eenheid

Omschrijving

Permanent capaciteit t.b.v. informatiesystemen in operaties

1

DefCERT Rapid Reaction Teams

Computer Emergency Response Teams

Beleidswijzigingen

De doelstellingen uit het regeerakkoord «Vertrouwen in de toekomst» zijn in meer detail beschreven in de Defensienota. Specifiek voor de DMO gaat dit met name over het inrichten van Service Support Mission Teams voor de ondersteuning van missies. Hiervoor is in 2019 € 3,0 miljoen beschikbaar gesteld en structureel vanaf 2020 € 6,0 miljoen. Ook zijn tweede en derde orde effecten vanuit de maatregelen bij de andere defensieonderdelen toegevoegd aan de begroting van DMO. Dit gaat met name om de dienstverlening aan de operationele commando’s op het gebied van instandhouding en gereedstelling.

De Defensie Telematica Organisatie (DTO) en het Joint Informatievoorzieningscommando (JIVC) zullen worden samengevoegd tot het nieuwe IT-bedrijf. Per 1 januari 2019 wordt volledig overgegaan op het kasverplichtingen-stelsel. De budgettaire aanpassingen als gevolg van de opheffing zijn in deze begroting verwerkt. De agentschapsbijlage voor DTO is dan ook niet meer opgenomen in deze begroting.

Budgettaire gevolgen van het beleid en budgetflexibiliteit

Artikel 7 Ondersteuning krijgsmacht door Defensie Materieel Organisatie (bedragen x € 1.000)
 

2017

2018

2019

2020

2021

2022

2023

Verplichtingen

959.296

877.117

932.220

969.497

986.801

994.171

1.000.801

               

Uitgaven

816.269

877.117

932.220

969.497

986.801

994.171

1.000.801

waarvan juridisch verplicht

   

52%

       
               

Opdracht Logistieke ondersteuning

318.730

369.989

386.696

411.557

414.119

419.885

425.731

– waarvan gereedstelling

221.912

268.701

282.103

295.115

291.806

292.193

291.559

– waarvan instandhouding

96.818

101.288

104.593

116.442

122.313

127.692

134.172

Personele uitgaven

191.248

204.703

357.098

363.800

368.668

368.166

368.271

– waarvan eigen personeel

177.778

187.157

312.707

319.932

325.574

325.271

324.653

– waarvan externe inhuur

13.470

17.546

31.384

30.584

29.897

29.771

27.767

– waarvan overige personele exploitatie1

   

13.007

13.284

13.197

13.124

15.851

Materiële uitgaven

306.291

302.425

188.426

194.140

204.014

206.120

206.799

– waarvan IT

251.151

231.791

132.554

131.754

132.978

131.974

132.919

– waarvan overige exploitatie

55.140

70.634

55.872

62.386

71.036

74.146

73.880

               

Apparaatsontvangsten

30.204

51.640

32.406

43.405

43.405

43.405

43.405

X Noot
1

De uitgaven voor overige personele exploitatie zijn in 2017 en 2018 verantwoord onder de materiële exploitatie.

Toelichting op de instrumenten

Het aandeel «juridisch verplicht» heeft betrekking op programma-uitgaven voor levering van goederen en/of diensten waarvoor Defensie een overeenkomst is aangegaan en op de apparaatsuitgaven die voor het merendeel uit personele uitgaven bestaan. Voor 2019 gaat het om 52 procent. Het betreft verplichtingen die zijn aangegaan voor de apparaatsuitgaven, de aanschaf van munitie, brandstof en instandhoudingsuitgaven.

Gereedstelling

De uitgaven voor gereedstelling bestaan vooral uit brandstof voor varend, rijdend en vliegend materieel en munitie. DMO is als assortimentshouder van deze artikelen verantwoordelijk voor het vervullen van de Defensiebrede behoefte op deze assortimenten.

Instandhouding

De uitgaven voor instandhouding betreffen vooral grote wapensystemen en eenheden van de operationele commando’s. In de doelstellingenmatrices bij de beleidsartikelen van de operationele commando’s staan de wapensystemen vermeld waarvoor uitgaven worden geraamd.

Personele uitgaven

De personele uitgaven bestaan hoofdzakelijk uit salarissen, sociale lasten en uitgaven voor toelagen, reiskosten woon-werkverkeer. De overige personele exploitatie bestaat uit opleidingen, werving, dienstreizen en de overige personele uitgaven.

Door de budgetontvlechtingen voortkomend uit de opheffing van het agentschap is het formatiebudget opgehoogd.

Materiële uitgaven

De uitgaven voor de exploitatie IT zijn met ingang van 2013 voor alle defensieonderdelen verantwoord op dit artikel. Dit betreffen uitgaven voor de werkplekdiensten en het onderhoud van IT-systemen. Door de opheffing van het agentschap komen de doorbelaste (loon)tarieven niet meer ten laste van de IT exploitatie, maar worden deze verantwoord onder de personele uitgaven.

De overige materiële exploitatie bestaat voornamelijk uit kleding en uitrusting.

3.8. Beleidsartikel 8: Ondersteuning krijgsmacht door het Defensie Ondersteuningscommando

Algemene doelstelling

Het Defensie Ondersteuningscommando (DOSCO) voorziet in een doelmatige en doeltreffende ondersteuning van de krijgsmacht. Het DOSCO draagt zorg voor de levering van ondersteunende diensten aan de krijgsmacht. Een groot deel van de ondersteuning levert het DOSCO zelf, een deel van de ondersteuning wordt geleverd door organisaties buiten het Ministerie van Defensie. Het DOSCO is daarbij de verbindende schakel tussen vraag en aanbod.

De ondersteuning van het DOSCO is ingedeeld in drie categorieën, te weten normgestuurd (vast, zoals vastgoed, gezondheidszorg), capaciteitgestuurd (semi-flexibel, zoals opleidingen) en budgetgestuurd (flexibel, zoals transport en media). De drie categorieën zijn nader onderverdeeld in achttien dienstenclusters.

Rol en verantwoordelijkheid Minister

De Minister is verantwoordelijk voor een doeltreffende en doelmatige dienstverlening binnen Defensie waaraan het DOSCO een bijdrage levert.

Beleidswijzigingen

In de Defensienota staan de plannen in detail beschreven. Specifiek voor DOSCO gaat het de aankomende begrotingsperiode om de volgende beleidswijzigingen.

Voor het project «Behoud & Werving» is € 15,0 miljoen in 2019 en structureel € 5,0 miljoen beschikbaar vanaf 2020 met als doel het behouden van gekwalificeerd personeel en het verhogen van de instroom van nieuw personeel. Dit budget is voor een groot deel toegevoegd aan de DOSCO begroting. Het gaat om maatregelen die gericht zijn op het versterken van de in- & doorstroomketen, het intensiveren van de samenwerking met externe partners, het door ontwikkelen van de regelgeving en het vergroten van de zichtbaarheid en aantrekkelijkheid van Defensie als werkgever. Daarnaast wordt € 4,0 miljoen in 2019, oplopend tot € 8,0 miljoen structureel in 2020, toegevoegd aan het internationaal functiebestand vanwege de sterk toegenomen internationale samenwerking. Daarbovenop draagt Nederland bij aan de verbetering van de NATO Command Structure (NCS). Voor het verminderen van het achterstallig onderhoud is in 2019, 2020 en 2021 per jaar € 25,0 miljoen toegevoegd. Verder zijn vanwege de groei van de krijgsmacht eerdere afstotingsbesluiten teruggedraaid waardoor Defensie voor zowel de korte als lange termijn beschikt over ontwikkelingspotentieel, dat wordt uitgewerkt in een strategisch vastgoedplan. Vooruitlopend op dit plan is het budget voorlopig structureel verhoogd met € 9,0 miljoen.

Vanuit de middelen van het regeerakkoord is het Nationaal Fonds Ereschuld opgericht. Defensie heeft dit fonds opgericht voor militairen die een handicap, trauma of andere aandoening hebben opgelopen tijdens missies naar het buitenland. In dit fonds zijn de bestaande regelingen voor schadevergoedingen voor veteranen ondergebracht. Deze budgetten voor veteranenclaims vielen voorheen ook onder DOSCO, maar worden op deze wijze apart inzichtelijk gemaakt.

Budgettaire gevolgen van het beleid en budgetflexibiliteit

Artikel 8 Defensie Ondersteuningscommando (bedragen x € 1.000)
 

2017

2018

2019

2020

2021

2022

2023

Verplichtingen

1.245.160

1.276.086

1.279.776

1.290.764

1.267.012

1.248.789

1.253.313

               

Uitgaven

1.223.267

1.276.086

1.279.776

1.290.764

1.267.012

1.248.789

1.253.313

waarvan juridisch verplicht

   

50%

       
               

Opdracht Dienstverlenende eenheden

190

0

0

0

0

0

0

– waarvan gereedstelling

190

           

– waarvan instandhouding

             

Personele uitgaven

543.248

571.657

705.328

719.792

721.237

715.031

717.039

– waarvan eigen personeel

510.000

535.492

564.034

578.341

580.867

579.874

581.886

– waarvan externe inhuur

21.158

20.871

2.678

2.678

2.678

2.678

2.678

– waarvan overige personele exploitatie1

   

127.578

127.781

126.700

121.487

121.483

– waarvan overig; attachés

12.090

15.294

11.038

10.992

10.992

10.992

10.992

Materiële uitgaven

679.829

666.035

537.942

534.041

523.887

528.633

531.149

– waarvan bijdrage huisvesting en infrastructuur

366.892

340.387

336.671

345.714

327.773

331.282

335.114

– waarvan overige materiële exploitatie1

307.893

318.142

194.353

181.445

189.232

190.469

189.153

– waarvan overige exploitatie; attachés

5.044

7.506

6.918

6.882

6.882

6.882

6.882

Nationaal Fonds Ereschuld

 

38.394

36.506

36.931

21.888

5.125

5.125

               

Apparaatsontvangsten

85.812

81.361

80.988

81.355

81.355

81.355

81.355

X Noot
1

De uitgaven voor overige personele exploitatie zijn in 2017 en 2018 verantwoord onder de materiële exploitatie.

Toelichting op de instrumenten

Het aandeel «juridisch verplicht» heeft betrekking op programma-uitgaven voor levering van goederen en/of diensten waarvoor Defensie een overeenkomst is aangegaan en op de apparaatsuitgaven die voor het merendeel uit personele uitgaven bestaan. Voor 2019 gaat het om 50 procent.

Personele uitgaven

De apparaatsuitgaven bevatten personele uitgaven. Deze uitgaven bestaan hoofdzakelijk uit salarissen, sociale lasten en uitgaven voor toelagen en reiskosten woon-werkverkeer.

De overige personele exploitatie bestaat uit opleidingen, werving, dienstreizen en de overige personeelsgebonden uitgaven.

Materiële uitgaven

De materiële uitgaven bestaan voornamelijk uit ondersteuning op het gebied van het vastgoed, facilitair, het wereldwijd transport van personen en goederen, beveiliging, P&O diensten, opleidingen en gezondheidszorg. De ondersteuning die het DOSCO levert, is voornamelijk voor de defensieonderdelen en haar personeel in Nederland en het buitenland.

4. DE NIET-BELEIDSARTIKELEN

4.1. Niet-beleidsartikel 9: Algemeen

Algemene doelstelling

In dit artikel worden de departementsbrede programma-uitgaven begroot. Het betreft subsidies en bijdragen, bijdragen aan de NAVO-exploitatie uitgaven en internationale militaire samenwerking en overige (departementsbrede) uitgaven.

Beleidswijzigingen

Met het regeerakkoord «Vertrouwen in de toekomst» heeft het kabinet besloten de investeringen in Defensie fors op te voeren. De investering loopt op tot ruim € 1,5 miljard per jaar. De doelstellingen zijn in meer detail beschreven in de Defensienota.

In niet-beleidsartikel 9 Algemeen zijn de nieuwe financiële instrumenten «opdrachten» en «bekostiging» toegevoegd. Daarnaast zijn de budgetten met het karakter van apparaatsuitgaven, zoals voorlichting, overgeheveld van niet-beleidsartikel 9 (=programma uitgaven) naar het niet-beleidsartikel 10 Apparaat Kerndepartement (= apparaatsuitgaven).

Budgettaire gevolgen

Artikel 9 Algemeen (bedragen x € 1.000)
 

2017

2018

2019

2020

2021

2022

2023

Verplichtingen

82.955

114.819

105.779

100.408

101.934

102.103

102.069

               

Uitgaven

85.193

114.819

105.779

100.408

101.934

102.103

102.069

               

Subsidies

30.741

30.985

30.980

30.346

30.445

30.511

30.581

Bijdrage aan (inter)nationale organisaties

36.479

52.962

57.143

58.230

59.244

59.244

59.242

Opdrachten

 

26.872

13.656

7.832

8.045

8.148

8.046

Bekostiging

 

4.000

4.000

4.000

4.200

4.200

4.200

Overige materiële exploitatie

17.973

           
               

Programmaontvangsten

0

0

0

0

0

0

0

Toelichting op de instrumenten

Subsidies

De subsidies worden verleend aan instellingen die voor Defensie een toegevoegde waarde hebben en die defensiebeleid voor bijzondere doelgroepen uitvoeren, omdat zij hiertoe beter geëquipeerd zijn. De defensiesubsidies zijn er op gericht de exploitatie van stichtingen en daarmee de uitvoering van hun doelen, in stand te houden. De subsidies zijn te verdelen in subsidies voor Veteranenzorg, bijzondere vormen van personeelszorg en doelgroepenbeleid. Daarnaast worden er subsidies verstrekt in het kader van het cultureel erfgoed en tradities en op het gebied van onderwijs, kennis en technologie. Een overzicht van de subsidies is opgenomen in bijlage 6.4.

Bijdrage aan (inter)nationale organisaties

De bijdragen aan de NAVO hebben betrekking op NAVO-exploitatie uitgaven, waaronder uitgaven voor AWACS-vliegtuigen en voor de NAVO-commandostructuur en -programma’s. De Internationale Militaire Samenwerking omvat militaire samenwerkingsactiviteiten die Defensie in internationaal verband uitvoert.

Opdrachten

Dit betreft directe bestedingen aan derden ten behoeve van het beleid en rechtspositionele ondersteuning. Overige uitgaven hebben tevens betrekking op de behandeling en uitvoering van schadevergoedingen en de beleidsuitgaven voorafgaand aan energie- en milieuwetgeving van de Defensie organisatie.

Bekostiging

Dit betreft uitgaven voor beleidsuitvoering aan instellingen zoals de Stichting Faciliteiten Centraal Georganiseerd Overleg Militairen, ondersteuning sector defensie en de collectiviteitsregeling LZV.

4.2. Niet-beleidsartikel 10: Apparaat Kerndepartement

Algemene doelstelling

Defensie is een operationele en uitvoerende organisatie, bedoeld om de belangen van het Koninkrijk te verdedigen en de internationale rechtsorde te bevorderen. Ten behoeve van de drie hoofdtaken van de krijgsmacht stelt zij militaire eenheden gereed en zet deze in nationaal en internationaal verband in. Die inzet is de kerntaak van Defensie. De Bestuursstaf (BS) geeft hier namens de Minister sturing aan door het formuleren van het defensiebeleid, het toewijzen van middelen aan alle defensieonderdelen, het toezicht houden op de besteding daarvan, het opstellen van kaders voor de Defensiebrede bedrijfsvoering en het bijdragen aan militaire pensioenen en uitkeringen.

Beleidswijzigingen

Met het regeerakkoord «Vertrouwen in de toekomst» heeft het kabinet besloten de investeringen in Defensie fors op te voeren. De investering loopt op tot ruim € 1,5 miljard per jaar. De doelstellingen zijn in meer detail beschreven in de Defensienota. De volgende beleidswijzigingen voor de aankomende begrotingsperiode vloeien hieruit voort voor niet-beleidsartikel 10:

  • Vanuit CLAS komt het Cybercommando over naar niet-beleidsartikel 10 en gaat verder onder de naam Defensie Cyber Commando;

  • Het Special Operations Command (SOCOM) is opgehangen onder de Bestuursstaf.

Budgettaire gevolgen

Artikel 10 Apparaat Kerndepartement (bedragen x € 1.000)
 

2017

2018

2019

2020

2021

2022

2023

Verplichtingen

1.572.559

1.660.606

1.626.034

1.574.934

1.607.071

1.582.691

1.568.865

               

Uitgaven

1.572.368

1.660.606

1.626.034

1.574.934

1.607.071

1.582.691

1.568.865

               

Personele uitgaven

1.556.940

1.633.065

1.601.300

1.548.318

1.576.110

1.550.034

1.528.997

– waarvan eigen personeel

137.422

165.651

209.379

220.240

228.476

230.874

231.380

– waarvan externe inhuur

3.932

4.605

30

30

30

30

30

– waarvan overige personele exploitatie1

   

8.957

9.291

9.669

9.825

9.890

– waarvan uitkeringen

1.415.586

1.462.809

1.382.934

1.318.757

1.337.935

1.309.305

1.287.697

Materiele uitgaven

15.428

27.541

24.734

26.616

30.961

32.657

39.868

– waarvan overige materiele exploitatie1

15.428

27.541

24.734

26.616

30.961

32.657

39.868

               

Apparaatsontvangsten

39.784

82.927

25.045

26.592

35.417

43.005

58.324

X Noot
1

De uitgaven voor overige personele exploitatie zijn in 2017 en 2018 verantwoord onder de materiële exploitatie.

Toelichting op de instrumenten

Personele uitgaven

De personele uitgaven bestaan hoofdzakelijk uit salarissen, sociale lasten en uitgaven voor toelagen en reiskosten woon-werkverkeer. De overige personele exploitatie bestaat uit opleidingen, dienstreizen en overige persoonsgebonden uitgaven. De post «waarvan uitkeringen» betreft de militaire pensioenen, AOW-gat compensatie, UKW en verstrekking van uitkeringen in het kader van de sociale zekerheid, waaronder het Sociaal Beleidskader en overige regelingen voor voormalig defensiepersoneel.

Toelichting op de uitgaven naar organisatie

Artikel 10 Apparaat Kerndepartement naar organisatie indeling (bedragen x € 1.000)
 

2017

2018

2019

2020

2021

2022

2023

Verplichtingen

1.572.559

1.660.606

1.626.034

1.574.934

1.607.071

1.582.691

1.568.865

               

Uitgaven

1.572.368

1.660.606

1.626.034

1.574.934

1.607.071

1.582.691

1.568.865

               

Bestuursstaf

76.824

96.725

111.655

120.741

125.173

125.473

126.117

Militaire Inlichtingen en Veiligheidsdienst

79.958

101.072

131.445

135.436

143.963

147.913

155.051

Pensioenen

1.265.223

1.321.013

1.257.355

1.205.091

1.235.395

1.212.686

1.203.557

Wachtgelden en SBK-gelden

150.363

141.796

125.579

113.666

102.540

96.619

84.140

               

Apparaatsontvangsten

39.784

82.927

25.045

26.592

35.417

43.005

58.324

Bestuursstaf

De Bestuursstaf (bestaande uit (hoofd)directies, Defensiestaf en bijzondere organisatie eenheden) draagt zorg voor een beheerste uitvoering van het beleidsproces en de bedrijfsvoering van het Ministerie van Defensie. De uitgaven die daarmee gemoeid zijn, betreffen vooral salarissen voor burger- en militair personeel, persoonsgebonden uitgaven, externe inhuur en overige exploitatie. De Bijzondere Organisatie Eenheden van de Bestuursstaf bestaan uit de Inspecteur-Generaal van de Krijgsmacht (IGK), Inspecteur-Generaal Veiligheid (IGV) die aan het hoofd staat van een Inspectie Veiligheid Defensie, de Militaire Luchtvaart Autoriteit, het Militair Huis van de Koning en de Militaire Inlichtingen- en Veiligheidsdienst (MIVD).

Commando Speciale Strijdkrachten (SOCOM)

Het SOCOM valt rechtstreeks onder de CDS en is verantwoordelijk voor de coördinatie van de gereedstelling voor inzet en de inzet zelf van de Special Operations Forces (SOF). De SOF bestaan uit het Korps Commandotroepen (KCT) van het CLAS en van de Maritime Special Operations Forces (MARSOF) van CZSK. Bij de oprichting van het SOCOM verandert er niets aan de ophanging van het KCT onder het commando landstrijdkrachten en de MARSOF onder het commando zeestrijdkrachten. Die blijven verantwoordelijk voor de basis opleiding en training van deze eenheden. De toegevoegde waarde van het SOCOM is:

  • 1. dat de inzet van KCT en MARSOF voortaan op één plek wordt gecoördineerd;

  • 2. een versterking van de kwaliteit en efficiëntie van de SOF-opleidingen en trainingen;

  • 3. een impuls aan de speciaal op SOF-operaties toegesneden gevechts- en logistieke ondersteuning.

Om de inzetbaarheidsdoelen te bereiken worden de volgende capaciteiten en inzetbare eenheden van het Commando Speciale Strijdkrachten gereed gesteld.

Commando Speciale Strijdkrachten

Capaciteit

Aantal

Inzetbare eenheid

Omschrijving

Permanent capaciteit t.b.v. aansturen nationale operaties speciale eenheden

1

NLD Special Operations Command

Nationaal operationeel hoofdkwartier voor de inzet, aansturing en coördinatie van nationaal en/of internationaal aangestuurde speciale operaties

NLD/BEL/DNK CSOCC (kortdurend)

1

NLD/BEL/DNK CSOCC

Nederlands deel van een hoofdkwartier (i.s.m. Denemarken en België) voor de inzet van Speciale Operaties

Defensie Cyber Commando (DCC)

Om de inzetbaarheidsdoelen te bereiken worden de volgende capaciteiten en inzetbare eenheden van het DCC gereed gesteld.

Defensie Cyber Commando

Capaciteit

Aantal

Inzetbare eenheid

Omschrijving

Cybercapaciteit

1

Cyberteams

Teams voor operationele militaire cybercapaciteit.

Militaire inlichtingen- en Veiligheidsdienst

Als grootste Bijzondere Organisatie Eenheid ressorterend onder de Bestuursstaf is de MIVD belast met de ondersteuning van Defensie op het gebied van het leveren van kwalitatief hoogwaardige inlichtingen- en veiligheidsinformatie. Daarmee levert de MIVD een onmisbare bijdrage aan de opbouw, de gereedstelling en de inzet van de krijgsmacht en de informatiepositie van Nederland. De uitgaven die daarmee binnen dit artikel gemoeid zijn, betreffen vooral salarissen voor burger- en militair personeel, persoonsgebonden uitgaven en overige niet gecentraliseerde exploitatie uitgaven.

Militaire pensioenen en uitkeringen

Op verzoek van de Kamer is in onderstaande grafiek te zien wat de relatieve verdeling is van de militaire pensioenen en uitkeringen ten opzichte van de absolute begroting:

De pensioenen en uitkeringen zijn als volgt verdeeld:

Defensiebreed overzicht

De apparaatsuitgaven van Defensie zijn als volgt verdeeld over de beleids- en niet beleidsartikelen:

Apparaatsuitgaven Defensie (bedragen x € 1.000)
 

2017

2018