Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal
Den Haag, 5 december 2017
Het Amerikaanse Government Accountability Office (GAO) heeft op 26 oktober jl. een rapport over het F-35 programma gepubliceerd, getiteld
«F-35 AIRCRAFT Sustainment: DOD Needs to Address Challenges Affecting Readiness and
Cost Transparency». Het rapport treft u bijgaand aan1.
Het GAO, dat vergelijkbaar is met de Algemene Rekenkamer, publiceert regelmatig rapporten
over het F-35 programma, in eerste instantie bestemd voor het Amerikaanse congres.
Het GAO was de afgelopen jaren kritisch over het programma en heeft diverse keren
aanbevelingen ter verbetering gedaan. Het Pentagon heeft de meeste daarvan ter harte
genomen en in een aantal gevallen heeft dit geleid tot aanpassingen in het F-35 programma.
F-35 instandhouding
De focus van het F-35 programma verschuift steeds meer van ontwikkeling naar productie,
instandhouding en doorontwikkeling. Het laatste GAO-rapport gaat vooral in op de instandhoudingsproblematiek.
Zoals ook in de laatste voortgangsrapportages (Kamerstuk 26 488, nrs. 404, 416, 431 en 435) gemeld blijft de bedrijfszekerheid van de F-35 achter ten opzichte van de planning.
Een van de belangrijkste oorzaken die het GAO-rapport noemt, is het gebrek aan beschikbare
reservedelen dat op zijn beurt mede wordt veroorzaakt door de beperkte reparatiecapaciteit
bij de Amerikaanse krijgsmacht. Zo duurt de reparatie van een reservedeel gemiddeld
twee keer langer dan beoogd.
Het rapport doet vier aanbevelingen2 die het Pentagon onderschrijft en waarop actie is en wordt ondernomen:
-
– actualiseer de instandhoudingsplannen op een zodanige manier dat wordt veiliggesteld
dat de belangrijkste voorwaarden en beslispunten uit die plannen bij de implementatie
van de F-35 instandhoudingsstrategie en de bijbehorende financieringsplannen worden
betrokken;
-
– herbezie de prestatie-indicatoren waarmee contractanten verantwoordelijk worden gehouden
op basis van performance based contracten met vaste prijzen. Zorg dat die indicatoren objectief meetbaar zijn, de
processen weerspiegelen waarover de contractant invloed kan uitoefenen en alle stakeholders ertoe aanzetten het gewenste gedrag te vertonen;
-
– zorg dat voldoende kennis beschikbaar is over de actuele kosten van de instandhouding
en de technische karakteristieken van het vliegtuig voordat meerjarige, performance based contracten met een vaste prijs worden afgesloten;
-
– neem stappen om de communicatie met de krijgsmachtdelen van de Verenigde Staten te
verbeteren en geef meer informatie over de relatie tussen de in rekening gebrachte
instandhoudingskosten van de F-35 en de capaciteiten die de afnemer heeft ontvangen.
Beoordeling GAO-rapport
De conclusies en aanbevelingen van het GAO worden door het F-35 Joint Program Office (JPO) onderkend. De GAO-aanbevelingen richten zich op de spanning tussen de huidige
en de gewenste situatie. De verbetering van de informatievoorziening over de instandhoudingskosten
aan de Amerikaanse krijgsmachtdelen zal naar verwachting ook de Nederlandse informatiepositie
ten goede komen.
Met toenemende productieaantallen en een grotere F-35 vloot die opereert vanaf steeds
meer locaties wereldwijd wordt steeds meer gevraagd van de instandhouding. Om aan
de toenemende vraag te kunnen voldoen, zal de instandhoudingscapaciteit zowel kwantitatief
en kwalitatief voldoende snel moeten meegroeien. Navraag bij JPO heeft uitgewezen
dat intussen een groot aantal maatregelen is getroffen dat zowel op de korte als de
langere termijn effect gaat sorteren. Nederland houdt dit nauwgezet in de gaten.
De instandhoudingsproblematiek raakt niet alleen de Amerikaanse toestellen en die
van partnerlanden, maar ook de twee Nederlandse testtoestellen. Deze zijn gestationeerd
op Edwards Air Force Base (AFB) in Californië en worden soms geconfronteerd met een tekort aan reservedelen.
Niettemin halen zij over het algemeen het aantal geplande vlieguren. De eerstvolgende
toestellen ontvangt Nederland in 2019, als de acht toestellen die in 2015 zijn besteld
worden afgeleverd. Zes daarvan zullen op Luke AFB worden gestationeerd voor de vliegeropleiding
en twee op vliegbasis Leeuwarden. Nederland volgt de ontwikkelingen nauwlettend en
zal zelf actief een bijdrage leveren aan de instandhouding in de vorm van een regional warehouse en een motorenonderhoudsfaciliteit op Woensdrecht.
De Staatssecretaris van Defensie,
B. Visser