Kamerstuk

Datum publicatieOrganisatieVergaderjaarDossier- en ondernummer
Tweede Kamer der Staten-Generaal2017-201829521 nr. 363

29 521 Nederlandse deelname aan vredesmissies

33 694 Internationale Veiligheidsstrategie

Nr. 363 BRIEF VAN DE MINISTERS VAN BUITENLANDSE ZAKEN, VAN DEFENSIE, VOOR BUITENLANDSE HANDEL EN ONTWIKKELINGSSAMENWERKING EN VAN JUSTITIE EN VEILIGHEID

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal

Den Haag, 15 juni 2018

Hierbij informeert het kabinet uw Kamer over de voorziene besluitvorming over toekomstige Nederlandse militaire bijdragen aan missies en operaties en de tijdlijn die het kabinet daarbij voor ogen heeft. Mede met het oog op verzoeken van internationale partners en de Nederlandse inzet tijdens de NAVO-top van 11 en 12 juli as., is het kabinet voornemens om op korte termijn een aantal besluiten te nemen over de Nederlandse inspanningen in missies. De voorliggende brief bouwt hierbij voort op de brief over de Nederlandse inspanningen in missies (Kamerstukken 33 694 en 29 521, nr. 11) die uw Kamer op 4 september 2017 toeging en de daarin geschetste uitgangspunten voor de Nederlandse inzet in missies evenals de geldende strategische kaders.

In voorliggende brief vermeldt het kabinet dat de huidige bijdrage aan de VN-missie MINUSMA in Mali per 1 mei 2019 wordt beëindigd. Heden gaat u tevens de artikel 100-brief over de geïntensiveerde Nederlandse bijdrage aan de NAVO-Resolute Support missie in Afghanistan tot en met 2021 toe (Kamerstuk 27 925, nr. 630). Het kabinet heeft tevens besloten tot een meerjarige bijdrage (tot en met 2020) aan de vooruitgeschoven NAVO-aanwezigheid in Litouwen. In de tweede helft van 2018 is het kabinet voornemens besluiten te nemen over een mogelijke hernieuwde maritieme inzet en de bijdrage aan de strijd tegen ISIS.

Strategische kaders

De Geïntegreerde Buitenland en Veiligheidsstrategie (GBVS (Kamerstuk 33 694, nr. 12)), de Defensienota (Kamerstuk 34 919, nr. 1) en de nota Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking (Kamerstuk 34 952, nr. 1) gingen uw Kamer op respectievelijk 19, 26 maart en 18 mei jl. reeds toe. Hierin schetst het kabinet de strategische kaders voor de internationale inzet voor de veiligheid van Nederland en de wereld en de rol van de krijgsmacht die het kabinet daarbij voor ogen heeft. De inzet blijft zich primair richten op de instabiele regio’s rondom Europa en vooral daar waar de Nederlandse veiligheid en belangen in het geding zijn.

Concrete dreigingen voor de veiligheid van Nederland en Europa betreffen het voortdurende en zorgwekkende Russische optreden in de Krim en Oost-Oekraïne, de slagkracht en invloedssfeer van jihadistische groeperingen in regio’s rondom Europa en de daaruit volgende terroristische dreiging evenals irreguliere migratie richting Europa. Deze dreigingen maken dat het kabinet de ogen niet kan sluiten voor de instabiliteit in de wereld om ons heen. Het kabinet zet dan ook in op een internationale aanpak voor de veiligheid van Nederland. De toekomstige Nederlandse bijdrage aan militaire missies die het kabinet voor ogen heeft vormt hiervan een onlosmakelijk onderdeel1.

Inzet NAVO-Top

Het kabinet hecht aan de rol van Nederland als betrouwbare partner en de Nederlandse fair share als het gaat om inzet van de krijgsmacht in militaire missies. In dat kader streeft Nederland naar een meer proportionele bijdrage aan de internationale inspanningen om dreigingen voor Europa en Nederland tegen te gaan en de internationale rechtsorde te versterken. Dat beroep doen onze partners ook op Nederland. Dit past tevens bij het ambitieniveau van het kabinet en de Nederlandse inzet tijdens de NAVO-Top.

De NAVO en VS verzochten Nederland om intensivering van de Nederlandse bijdrage aan de NAVO-missie Resolute Support in Afghanistan. Ook is door de NAVO gevraagd om een Nederlandse bijdrage aan de NAVO-capaciteitsopbouwmissie in Irak. Met het oog op de voortdurende Russische dreiging rekent het Bondgenootschap tevens op een meerjarig Nederlands mandaat ten behoeve van de vooruitgeschoven NAVO-aanwezigheid in Litouwen. De inzet van het kabinet is dan ook om tijdens de NAVO-top aan bovengenoemde verzoeken tegemoet te kunnen komen. Dit is tevens een betekenisvolle stap richting de Nederlandse fair share voor wat betreft de Nederlandse inzet in NAVO-missies en vormt dan ook een belangrijk onderdeel van de Nederlandse inzet tijdens de Top. Over de algehele Nederlandse inzet tijdens de NAVO-Top wordt uw Kamer vooraf schriftelijk geïnformeerd (Kamerstuk 28 676, nr. 301).

Geïntegreerde aanpak

Het kabinet acht het onverminderd van belang dat de inzet van de krijgsmacht waar mogelijk deel uitmaakt van een geïntegreerde aanpak. Het voorkomen en duurzaam oplossen van conflicten vraagt naast militaire inzet bovenal een inclusieve politieke oplossing en de aanpak van grondoorzaken door middel van ontwikkelingssamenwerking. Tevens benadrukt het kabinet dat het bestendigen van stabiliteit een lange adem vergt. Waar nodig en mogelijk zet het kabinet dan ook in op meerjarige betrokkenheid, die ook de effectiviteit van de Nederlandse bijdrage ten goede komt. Nederland doet dit in samenwerking en nauwe afstemming met internationale partners. De Nederlandse bijdrage aan militaire missies is daarbij ook in de bredere diplomatieke relaties met onze internationale partners van groot belang.

Gereedheid

Op 13 juni jl. publiceerde de Algemene Rekenkamer het onderzoek naar de inzet van de krijgsmacht in de VN-missie MINUSMA in Mali (Kamerstuk 29 521, nr. 360). Zoals gesteld in de bestuurlijke reactie op het Rekenkamerrapport onderschrijft het kabinet de constatering van de Rekenkamer dat de afgelopen jaren een groot beroep op de krijgsmacht is gedaan ten behoeve van inzet in missiegebieden en dat dit niet zonder gevolgen is gebleven voor de inzetbaarheid van de krijgsmacht. Het aanhoudende beroep op de krijgsmacht heeft, in combinatie met knelpunten in de materiële gereedheid, schaarse (gevechts-)ondersteuning en een dalend aantal militaire medewerkers, geleid tot beperkingen in de inzetbaarheid die vooral het vermogen hebben aangetast om eenheden langdurig, gelijktijdig en in hogere dreigingsscenario’s in te zetten2. Het kabinet geeft zich terdege rekenschap van de conclusies van het onderzoek van de Algemene Rekenkamer. De conclusies van het onderzoek zijn dan ook nadrukkelijk betrokken bij de besluitvorming van het kabinet over de toekomst van de Nederlandse bijdrage aan de VN-missie in Mali en over de bijdragen aan andere missies. Het kabinet benadrukt dat het herstel van de gereedheid van de krijgsmacht conform de afspraken in het regeerakkoord die zijn uitgewerkt in de Defensienota voorop staat. Daarom investeren we in onze mensen, middelen en manieren. Het voorgenomen tijdspad voor het herstel van de basisgereedheid komt met de in deze brief beschreven missies en operaties niet in gevaar.

Het spreekt voor zich dat de krijgsmacht alleen wordt ingezet als dit ook verantwoord is. Inzet, nationaal en internationaal, is een kerntaak van de krijgsmacht. Het kabinet is zich ervan bewust dat de krijgsmacht de afgelopen jaren veelvuldig en langdurig is ingezet en dat daarmee een groot beroep werd gedaan op mens en materieel, waaronder diverse capaciteiten, schaarse ondersteuningsmiddelen, voorraden en munitie. Inzet van militairen, materieel en voorraden heeft impact op het voortzettingsvermogen van de krijgsmacht en staat in directe relatie met het plan voor het herstel van de gereedheid en geoefendheid van de krijgsmacht. In de respectievelijke Kamerbrieven zal per missie of inzet nadrukkelijker worden ingegaan op de specifieke gevolgen van de inzet voor de gereedheid van de krijgsmacht. De jaarlijkse inzetbaarheidsrapportage die uw Kamer op Prinsjesdag zal toegaan, gaat uitvoerig in op de gevolgen van inzet voor de gereedheid.

Conclusies

Op grond van de grondwettelijke en internationale verdragsverplichtingen van Nederland, de bovengenoemde strategische kaders en de uitgangspunten voor Nederlandse inzet in missies informeert het kabinet u hierbij over de toekomstige Nederlandse bijdragen aan missies en de tijdlijn die het kabinet bij de te nemen besluiten voor ogen heeft.

Nederlandse bijdrage aan Resolute Support missie in Afghanistan

Heden gaat uw Kamer de artikel 100-brief over de geïntensiveerde Nederlandse bijdrage aan de NAVO-missie Resolute Support in Afghanistan tot en met 2021 toe (Kamerstuk 27 925, nr. 630). Op verzoek van de NAVO, de VS en Afghanistan, en in nauwe samenwerking met Duitsland, heeft het kabinet besloten de Nederlandse bijdrage aan Resolute Support nog in 2018 te intensiveren met ongeveer zestig militairen ter begeleiding van de Afghan Special Security Forces (ASSF) als onderdeel van Resolute Support. Door het verplaatsen van de Nederlandse special operations forces van Irak naar Afghanistan, alsmede de ondersteuning van NAVO en van partners (vooral Duitsland als lead nation) en de reeds aanwezige Nederlandse ondersteunende elementen wordt geen beroep gedaan op aanvullende Nederlandse enablers. De bijdrage is een onderdeel van het Nederlandse geïntegreerde Afghanistanbeleid, waar ook het uitoefenen van stevige diplomatieke druk op voortgang in het politieke proces deel van uitmaakt. Een politieke oplossing is immers noodzakelijk voor duurzame stabiliteit in Afghanistan.

Nederlandse bijdrage aan capaciteitsopbouw missie Irak

Nederland is door de NAVO verzocht bij te dragen aan de NAVO-capaciteitsopbouwmissie in Irak. Op verzoek van Irak en in nauw overleg met de anti-ISIS coalitie wordt de huidige NAVO-activiteit omgezet in een capaciteitsopbouwmissie ten behoeve van het versterken van de Iraakse veiligheidssector middels training en advies aan onder andere het Ministerie van Defensie. Het kabinet onderzoekt of een proportionele Nederlandse bijdrage met individuele trainers en adviseurs mogelijk is. Mede met het oog op de brede Nederlandse inzet in Irak volgt het kabinet de ontwikkelingen in Irak, waaronder de impact van de verkiezingsuitslag, nauwlettend.

Zoals gemeld in de Voortgangsrapportage over de Nederlandse bijdrage in de strijd tegen ISIS van 13 april jl. (Kamerstuk 27 925, nr. 629) traint Nederland de Koerdische strijdkrachten in coalitieverband.3 Nederland is daarbij voornemens om, in aansluiting bij Duitsland en het Verenigd Koninkrijk, het Ministry of Peshmerga (MoP) in de Koerdische regio te ondersteunen bij de implementatie van het hervormingsplan voor de Koerdische veiligheidssector. Dit plan heeft als doel het MoP te hervormen naar een moderne en goed georganiseerde veiligheidsorganisatie die in staat is de regionale stabiliteit te garanderen. Respect voor internationale normen op het gebied van mensenrechten speelt daarbij een belangrijke rol. Een ander doel is om de samenwerking met de federale overheid te verbeteren. Rekening houdend met de soms weerbarstige situatie op de grond onderzoekt Nederland of het adviseurs kan leveren die de uitvoering van dit hervormingsplan kunnen ondersteunen, bijvoorbeeld op het gebied van professionaliseren van de opleiding en training, het bevorderen van de uniformiteit, het vergroten van integriteit en het tegengaan van corruptie. Een andere mogelijkheid die het kabinet actief onderzoekt is het leveren van een bijdrage aan een door de EU gefinancierd politieprogramma, geleid door Italië en dat ook in Erbil wordt uitgevoerd. Uw Kamer wordt na de zomer per brief over de concrete invulling hiervan en de Nederlandse bijdrage aan de NAVO-capaciteitsopbouwmissie geïnformeerd.

Nederlandse bijdrage aan enhanced Forward Presence (eFP)

Zolang Rusland zijn huidige opstelling handhaaft, ligt voortzetting van de vooruitgeschoven NAVO-aanwezigheid in de Baltische Staten en Polen voor de hand. In het kader van betrouwbaar Bondgenootschap is het kabinet voornemens tijdens de NAVO-Top een meerjarig Nederlands mandaat (tot en met 2020, met een jaarlijks ijkmoment) aan de vooruitgeschoven NAVO-aanwezigheid in Litouwen aan te kondigen. Deelname aan eFP draagt, gezien de aard van de inzet waarbij veelvuldig wordt geoefend en getraind, overigens bij aan de gereedheid van de eenheden. Over de concrete invulling van de Nederlandse bijdrage wordt uw Kamer jaarlijks, middels de Kamerbrief «inzet snelle reactiemachten», geïnformeerd. De brief met daarin de inzet voor 2019 zal uw Kamer in het najaar van 2018 toegaan.

MINUSMA

De Nederlandse bijdrage heeft MINUSMA effectiever gemaakt. Dit is van belang want het werk van MINUSMA is cruciaal voor stabiliteit in Mali. Vanaf het begin van de missie heeft Nederland zich in VN-verband ingespannen voor de overdracht van taken en blijft dit doen. In de afgelopen jaren zijn reeds enkele Nederlandse taken overgedragen en in overleg met partners zal dit ook moeten gaan gelden voor de resterende Nederlandse bijdrage. Het kabinet heeft besloten dat de huidige Nederlandse inzet in MINUSMA per 1 mei 2019 wordt beëindigd om een ordentelijke afbouw en verantwoorde overdracht te realiseren. De afbouw (redeployement)gaat per 1 mei 2019 van start. Onze belangrijkste partners, waaronder de VN, zijn over dit besluit geïnformeerd. Nederland blijft zich tijdens de zetel in de VN-Veiligheidsraad en in de toekomst inspannen voor het hervormen van VN-missies. Om dreigingen zoals terrorisme en irreguliere migratie tegen te gaan blijft de Sahel een prioritaire regio. Het kabinet heeft dan ook besloten om de bijdrage aan de EU-capaciteitsopbouwmissies in de Sahel voort te zetten en uit te breiden van acht naar 15 functionarissen. Daarbij onderzoekt het kabinet mogelijkheden om de EU-missies in de Sahel financieel te ondersteunen. Zowel de personele als mogelijke financiële bijdrage zal primair gericht zijn op het versterken van grensbeheer en migratiemanagement, waaronder het tegengaan van documentfraude. Nederland blijft de regionale G5-troepenmacht steunen en het kabinet heeft in dit kader ook besloten om het mandaat voor de EU-trainingsmissie in de Sahel te hernieuwen met een bijdrage van vijf militairen. Om de inzet in MINUSMA te bestendigen en de link met overige Nederlandse inzet in de Sahel te waarborgen, behoudt het kabinet de mogelijkheid om in 2019 nog enkele stafofficieren, politie – en civiele functionarissen in te zetten. Het kabinet zal u na de zomer met een artikel 100-brief nader informeren over de inzet tot 1 mei 2019 en de modaliteiten van de beëindiging van de Nederlandse bijdrage aan MINUSMA evenals de overige Nederlandse inzet in de Sahel.

Effecten beëindiging MINUSMA op herstel van de gereedheid

Nadat de huidige inzet is beëindigd zal het personeel en materieel terugkeren naar de organieke eenheden en weer worden ingezet voor opleiding en training. Vooral de schaarse categorieën personeel (logistiek, technisch, medisch en verbindingen) zijn zeer nodig in het gereedstellingsproces van eenheden. Het feit dat deze missie wordt gestopt levert een belangrijke bijdrage aan het herstel van de gereedheid.

Het materieel dat nu is ingezet, zal na een intensieve onderhoud- en herstelperiode weer terugkeren naar de organieke eenheden en daarmee weer beschikbaar zijn voor het gereedstellingsproces. Een voorbeeld hiervan is dat de in Mali ingezette terreinwagens van het type MB 280 CDI terugkeren naar de eenheden van 13 Lichte Brigade in Oirschot, waar zij gedurende de duur van de missie aan onttrokken zijn geweest. Ditzelfde geldt voor ander materieel en uitrusting zoals (schaarse) verbindingen en nachtzichtapparatuur.

Dit is nodig om de basisgereedheid en het voortzettingsvermogen na jarenlange intensieve inzet weer op het gewenste niveau te brengen. Ook andere factoren bepalen in belangrijke mate het tempo van het herstel van de gereedheid van de Krijgsmacht. Denk daarbij aan de personele vulling van de eenheden en het ter beschikking krijgen van noodzakelijke additionele enablers, zoals voorzien in de Defensienota.

Overige mogelijke missies en inzet

Tevens onderzoekt het kabinet momenteel de wenselijkheid en mogelijkheid van voortzetting van de Nederlandse bijdrage aan de strijd tegen ISIS en wordt bezien of een maritieme inzet in internationaal verband mogelijk is. Over de concrete bijdragen in 2019 aan de strijd tegen ISIS en mogelijke maritieme inzet in 2019 wordt uw Kamer in de tweede helft van 2018 per afzonderlijke artikel-100 brief geïnformeerd.

Financiering

In de afzonderlijke Kamerbrieven en waar nodig in overeenstemming met de artikel-100-procedure en conform het Toetsingskader (2014), zal het kabinet nader ingaan op de aard van de bijdragen, inclusief het financiële beslag.

De Minister van Buitenlandse Zaken, S.A. Blok

De Minister van Defensie, A.Th.B. Bijleveld-Schouten

De Minister voor Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking, S.A.M. Kaag

De Minister van Justitie en Veiligheid, F.B.J. Grapperhaus


X Noot
1

Raadpleegbaar via www.tweedekamer.nl.

X Noot
2

Zie inzetbaarheidsrapportage 2017 (aangeboden aan de Kamer op 16 mei 2018) (Kamerstuk 34 919, nr. 6).

X Noot
3

In de voortgangsrapportage over de Nederlandse bijdrage in de strijd tegen ISIS van 13 april jl. (Kamerstuk 27 925, nr. 629) informeerde het kabinet u over het besluit dat op grond van de wijzigende behoeften en veranderingen op de grond nog één trainingsteam en de Nederlandse Special Operations Forces (SOF-)bijdrage worden teruggetrokken uit Noord-Irak. De Nederlandse SOF-bijdrage in Bagdad en één resterend trainingsteam in Noord-Irak worden vooralsnog gehandhaafd.