Kamerstuk

Datum publicatieOrganisatieVergaderjaarDossier- en ondernummer
Tweede Kamer der Staten-Generaal2017-201834919 nr. 4

34 919 Defensienota

Nr. 4 BRIEF VAN DE MINISTER EN STAATSSECRETARIS VAN DEFENSIE

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal

Den Haag, 28 maart 2018

Inleiding

Hierbij bieden wij u het plan van aanpak «Een veilige defensieorganisatie» aan1. Dit plan is gericht op het concreet invulling geven aan het structureel verbeteren van de sociale en fysieke veiligheid binnen Defensie.

Defensiepersoneel voert zijn taken vaak uit onder gevaarlijke omstandigheden. Juist daarom is het van belang om risico’s te onderkennen en te beheersen. We zijn de afgelopen periode door verscheidene tragische ongevallen hard met onze neus op de feiten gedrukt. Deze ongevallen kunnen we helaas niet meer ongedaan maken, maar we moeten er wel alles aan doen om herhaling te voorkomen door ervan te leren. Er mag dan ook geen misverstand over bestaan: werken bij Defensie moet en kan veiliger. Het veiliger maken van de werkomgeving is daarom topprioriteit voor de komende jaren.

Grondslag

Dit plan is gericht op de structurele verbeteringen binnen Defensie. We geven uitvoering aan de aanbevelingen uit het recent aangeboden rapport van de commissie-Van der Veer (Kamerstuk 34 775 X, nr. 75). Deze commissie is ingesteld naar aanleiding van de bevindingen van de Onderzoeksraad voor Veiligheid (OVV) inzake het tragische mortierongeval in Mali. De commissie-Van der Veer heeft aanbevelingen gedaan om de veiligheid van de taakuitvoering en het lerend vermogen van Defensie te verbeteren. Tevens zijn in het plan van aanpak de tussentijdse bevindingen van de commissie-Giebels voor zover mogelijk verwerkt. Deze commissie doet onderzoek naar het verbeteren van de sociale veiligheid. Zie ook de kamerbrief, waarin u wordt geïnformeerd over de tussentijdse rapportage van de commissie-Giebels, welke afzonderlijk aan u is aangeboden (Kamerstuk 34 775 X, nr. 92).

Maatregelen

Defensie stelt de komende vier jaar 75 miljoen euro beschikbaar om de maatregelen uit dit plan van aanpak te financieren. Daarna wordt jaarlijks 25 miljoen euro vrijgemaakt. Door middel van een evaluatie eind 2020 zal worden bepaald of dat budget voldoende is. De maatregelen zijn geformuleerd langs vier sporen, te weten strategie, structuur, systeem en cultuur. Onze ambitie is het aantal incidenten op het vlak van sociale en fysieke veiligheid zoveel mogelijk te reduceren en te voorkomen door veiligheid integraal deel te laten uitmaken van ons dagelijks werk, aansturing en bedrijfsvoering. Veiligheid moet onderdeel van het DNA van Defensie worden. We moeten een lerende organisatie zijn waar veiligheid de norm wordt. Dit betekent concreet dat iedere defensiemedewerker een verantwoordelijkheid heeft voor het versterken van de veiligheid. Het begint ermee dat de commandanten primair verantwoordelijk zijn voor een veilige taakuitvoering. De commandanten worden ondersteund bij de uitvoering van hun veiligheidstaken door onderzoekers en deskundigen. Het lerend vermogen wordt vergroot door het melden van incidenten en ongewenste situaties te stimuleren, interne onderzoeken te professionaliseren en de planning en control-cyclus sluitend te maken. Andere belangrijke maatregelen zijn de versterking van de veiligheidsorganisatie op alle niveaus, aandacht voor veiligheid in de opleiding en de aanstelling van een onafhankelijke toezichthouder veiligheid, de Inspecteur-generaal Veiligheid (IGV).

Tot slot

Om Defensie een organisatie te laten zijn waar veiligheid de norm is, is de gezamenlijke inzet van alle medewerkers, zowel militairen als burgers, op elk niveau nodig. Dit is niet van de ene op de andere dag geregeld. Het vergt moed van ons allemaal om elkaar aan te spreken en misstanden te melden. Het vergt van ons dat we ontvankelijk zijn voor kritiek en het vereist doorzettingsvermogen om de benodigde verbeteringen werkelijk voor elkaar te krijgen.

We gaan de uitvoering van het plan van aanpak nauwlettend volgen. Dit is geen statisch proces, er zal steeds bijsturing nodig zijn. U wordt in ieder geval op de vaste momenten, zoals het jaarverslag en bij de begroting over de voortgang van dit plan geïnformeerd.

De Minister van Defensie, A.Th.B. Bijleveld-Schouten

De Staatssecretaris van Defensie, B. Visser


X Noot
1

Raadpleegbaar via www.tweedekamer.nl