34 000 X Vaststelling van de begrotingsstaten van het Ministerie van Defensie (X) voor het jaar 2015

Nr. 2 MEMORIE VAN TOELICHTING

Inhoudsopgave

A.

Artikelsgewijze toelichting bij het begrotingswetsvoorstel

3

     

B.

Begrotingstoelichting

4

     

1.

Leeswijzer

7

     

2.

Het beleid

10

     

2.1

De beleidsagenda 2015

10

     

2.2

De beleidsartikelen

26

2.2.1.

Beleidsartikel 1 Inzet

26

2.2.2.

Beleidsartikel 2 Taakuitvoering zeestrijdkrachten

34

2.2.3.

Beleidsartikel 3 Taakuitvoering landstrijdkrachten

38

2.2.4.

Beleidsartikel 4 Taakuitvoering luchtstrijdkrachten

43

2.2.5.

Beleidsartikel 5 Taakuitvoering marechaussee

47

2.2.6.

Beleidsartikel 6 Investeringen krijgsmacht

52

2.2.7.

Beleidsartikel 7 Ondersteuning krijgsmacht door Defensie Materieel Organisatie

67

2.2.8.

Beleidsartikel 8 Ondersteuning krijgsmacht door Commando DienstenCentra

69

     

2.3

De niet-beleidsartikelen

72

2.3.1.

Niet-beleidsartikel 9 Algemeen

72

2.3.2.

Niet-beleidsartikel 10 Centraal apparaat

73

2.3.3.

Niet-beleidsartikel 11 Geheime uitgaven

79

2.3.4.

Niet-beleidsartikel 12 Nominaal en onvoorzien

80

     

3.

Baten-lastenagentschappen

81

3.1.

Defensie Telematica Organisatie

81

3.2.

Dienst Vastgoed Defensie

85

3.3.

Paresto

90

     

4.

Bijlagen

94

4.1.

Verdiepingshoofdstuk

94

4.2.

Financieel overzicht Wapensystemen

106

4.3.

Overzicht Budget Internationale Veiligheid

111

4.4.

Overzicht uitgaven veteranen en uitgaven zorg en nazorg

112

4.5.

Overzicht Cyber

116

4.6.

Overzicht Subsidies

118

4.7.

Overzicht Evaluaties

120

4.8.

Toezichtrelaties en ZBO/RWT’s

121

4.9.

Moties en toezeggingen

122

4.10.

Lijst van afkortingen

136

A. ARTIKELSGEWIJZE TOELICHTING BIJ HET BEGROTINGSWETSVOORSTEL

Wetsartikel 1 (begrotingsstaat ministerie)

De begrotingsstaten die onderdeel zijn van de Rijksbegroting, worden op grond van artikel 1, derde lid, van de Comptabiliteitswet 2001 elk afzonderlijk bij de wet vastgesteld.

Het wetsvoorstel strekt ertoe om de onderhavige begrotingsstaten voor het aangegeven jaar vast te stellen.

Alle voor dit jaar vastgestelde begrotingswetten tezamen vormen de Rijksbegroting voor dat jaar. Een toelichting bij de Rijksbegroting als geheel is opgenomen in de Miljoenennota.

Met de vaststelling van dit wetsartikel worden de uitgaven, verplichtingen en de ontvangsten vastgesteld. De in de begrotingsstaten opgenomen begrotingsartikelen worden in onderdeel B van deze memorie van toelichting toegelicht (de zogenoemde begrotingstoelichting).

Wetsartikel 2 (begrotingsstaat baten-lastenagentschappen)

Met de vaststelling van dit wetsartikel worden de baten en de lasten, het saldo van de baten en de lasten en de kapitaaluitgaven en -ontvangsten van de in de staat opgenomen baten-lastenagentschappen Defensie Telematica Organisatie (DTO), Dienst Vastgoed Defensie (DVD) en Paresto voor het onderhavige jaar vastgesteld. De in die begrotingen opgenomen begrotingsartikelen worden toegelicht in onderdeel B (Begrotingstoelichting) van deze memorie van toelichting en wel in de paragraaf inzake de agentschappen.

De Minister van Defensie, J.A. Hennis-Plasschaert

B. BEGROTINGSTOELICHTING

1.

LEESWIJZER

7

     

2.

HET BELEID

10

     

2.1.

De beleidsagenda 2015

10

 

Financiële gevolgen

18

 

Inzetbaarheidsdoelstellingen Defensie

19

 

Overzicht beleidsdoorlichtingen

21

 

Garanties en achterborgstellingen

23

     

2.2.

De beleidsartikelen

26

     

2.2.1.

Beleidsartikel 1: Inzet

26

 

Algemene doelstelling

26

 

Rol en verantwoordelijkheid Minister

26

 

Beleidswijzigingen

26

 

Budgettaire gevolgen van beleid en budgetflexibiliteit

27

 

Toelichting op de financiële instrumenten

27

     

2.2.2.

Beleidsartikel 2: Taakuitvoering zeestrijdkrachten

34

 

Algemene doelstelling

34

 

Rol en verantwoordelijkheid Minister

34

 

Indicatoren algemene doelstelling

34

 

Beleidswijzigingen

34

 

Budgettaire gevolgen van beleid en budgetflexibiliteit

35

 

Toelichting op de financiële instrumenten

36

     

2.2.3.

Beleidsartikel 3: Taakuitvoering landstrijdkrachten

38

 

Algemene doelstelling

38

 

Rol en verantwoordelijkheid Minister

38

 

Indicatoren algemene doelstelling

38

 

Beleidswijzigingen

40

 

Budgettaire gevolgen van beleid en budgetflexibiliteit

41

 

Toelichting op de financiële instrumenten

41

     

2.2.4.

Beleidsartikel 4: Taakuitvoering luchtstrijdkrachten

43

 

Algemene doelstelling

43

 

Rol en verantwoordelijkheid Minister

43

 

Indicatoren algemene doelstelling

43

 

Beleidswijzigingen

44

 

Budgettaire gevolgen van beleid en budgetflexibiliteit

45

 

Toelichting op de financiële instrumenten

45

     

2.2.5.

Beleidsartikel 5: Taakuitvoering marechaussee

47

 

Algemene doelstelling

47

 

Rol en verantwoordelijkheid Minister

47

 

Indicatoren algemene doelstelling

47

 

Beleidswijzigingen

49

 

Budgettaire gevolgen van beleid en budgetflexibiliteit

50

 

Toelichting op de financiële instrumenten

50

     

2.2.6.

Beleidsartikel 6: Investeringen krijgsmacht

52

 

Algemene doelstelling

52

 

Rol en verantwoordelijkheid Minister

52

 

Beleidswijzigingen

52

 

Budgettaire gevolgen van beleid en budgetflexibiliteit

54

 

Toelichting op de financiële instrumenten

55

     

2.2.7.

Beleidsartikel 7: Ondersteuning krijgsmacht door Defensie Materieel Organisatie

67

 

Algemene doelstelling

67

 

Rol en verantwoordelijkheid Minister

67

 

Beleidswijzigingen

67

 

Budgettaire gevolgen van beleid en budgetflexibiliteit

67

 

Toelichting op de financiële instrumenten

68

     

2.2.8.

Beleidsartikel 8: Ondersteuning krijgsmacht door Commando DienstenCentra

69

 

Algemene doelstelling

69

 

Rol en verantwoordelijkheid Minister

69

 

Beleidswijzigingen

69

 

Budgettaire gevolgen van beleid en budgetflexibiliteit

69

 

Toelichting op de financiële instrumenten

70

     

2.3.

De niet-beleidsartikelen

72

     

2.3.1.

Niet-beleidsartikel 9: Algemeen

72

 

Algemene doelstelling

72

 

Budgettaire gevolgen

72

 

Toelichting op de financiële instrumenten

72

     

2.3.2.

Niet-beleidsartikel 10: Centraal Apparaat

73

 

Algemene doelstelling

73

 

Budgettaire gevolgen

73

 

Toelichting op de financiële instrumenten

73

     

2.3.3.

Niet-beleidsartikel 11: Geheime uitgaven

79

     

2.3.4.

Niet-beleidsartikel 12: Nominaal en onvoorzien

80

     

3.

BATEN-LASTENAGENTSCHAPPEN

81

     

3.1.

Defensie Telematica Organisatie (DTO)

81

3.2.

Dienst Vastgoed Defensie (DVD)

85

3.3.

Paresto

90

     

4.

BIJLAGEN

94

     

4.1.

Verdiepingshoofdstuk

94

4.2.

Financieel overzicht wapensystemen

106

4.3.

Overzicht Budget Internationale Veiligheid

111

4.4.

Overzichtsconstructie uitgaven veteranen en uitgaven zorg en nazorg

112

4.5.

Overzicht Cyber

116

4.6.

Overzicht Subsidies

118

4.7.

Overzicht Evaluaties

120

4.8.

Toezichtrelaties en ZBO/RWT’s

121

4.9.

Moties en toezeggingen

122

4.10.

Lijst van afkortingen

136

1. LEESWIJZER

Op 20 april 2011 is de aanpassing van de presentatie van de Rijksbegroting onder de naam «Verantwoord Begroten» in de Tweede Kamer behandeld (Kamerstukken II, 31 865, nr. 26 (https://zoek.officielebekendmakingen.nl/kst-31865-26.html)). De nieuwe presentatie geeft meer inzicht in de financiële informatie, de rol en verantwoordelijkheid van de Minister en laat een duidelijke splitsing tussen apparaat en programma zien. In deze begroting zijn alle begrotingsartikelen ingevuld volgens de nieuwe voorschriften, inclusief de aanpassing van de tabel Budgettaire gevolgen van beleid.

Groeiparagraaf

De begroting 2015 bevat ten opzichte van de begroting 2014 de volgende wijzigingen:

  • Vanaf 2015 is het Budget Internationale Veiligheid (BIV) overgeheveld van de begroting voor Buitenlandse Handel & Ontwikkelingssamenwerking (BH&OS) naar de begroting van Defensie. Vanuit dit budget worden middelen op het terrein van hervorming van de veiligheidssector, bescherming burgers in fragiele staten, rechtstaatontwikkeling en capaciteitsopbouw jaarlijks overgeheveld naar BH&OS en BZ. Besluitvorming wordt interdepartementaal voorbereid en uitgevoerd. Hiermee blijft het geïntegreerde karakter van de inzet van diplomatieke, civiele en/of militaire activiteiten uit het BIV gewaarborgd. Vanwege deze wijziging zijn de toelichtingen per missie verplaatst van het verdiepingshoofdstuk naar beleidsartikel 1 Inzet en is bijlage 3 «Overzicht Budget Internationale Veiligheid» toegevoegd aan de begroting 2015;

  • De beleidsartikelen 2, 3, 4, 5, 7 en 8 kregen bij de invoering van «Verantwoord Begroten» de status van «Grote Uitvoerende Dienst». Voor deze status en uitzondering heeft het Ministerie van Financiën toestemming verleend. De reden hiervoor is de wens om de diverse defensieonderdelen herkenbaar te laten terugkomen in de begroting. Tevens is het financiële belang als criterium gehanteerd. Het gevolg hiervan is dat in deze artikelen zowel programma- als apparaatsuitgaven zijn opgenomen. De onderverdeling van de apparaatsuitgaven is in overeenstemming gebracht met de definities uit de Rijksbegrotingsvoorschriften;

  • Naar aanleiding van de motie Günal-Gezer/Eijsink (Kamerstuk 33 750-X, nr. 24) is additionele informatie over de CODEMO-regeling (Commissie Defensie Materieel Ontwikkeling) opgenomen in artikel 6 Investeringen krijgsmacht;

  • De bijlage «Volumes per rang en schaal defensiebreed» is vervallen en deze informatie is verwerkt in een overzicht van de gemiddelde jaarsterkte van militairen en burgers in artikel 10 Centraal apparaat, zoals toegezegd in het wetgevingsoverleg over het jaarverslag van Defensie op 24 juni 2014;

  • In Bijlage 4.2 is een Financieel overzicht Wapensystemen toegevoegd. De financiële onderbouwing van de nota «In het belang van Nederland» (Kamerstuk 33 763, nr. 1) berustte mede op de wapensysteemsjablonen met de investeringen, de relevante exploitatie en de ontvangsten van de wapensystemen. Met de brief Inzicht in kosten en uitgaven van wapensystemen en het plan van aanpak daarvoor (Kamerstuk 33 763, nr. 27) is gemeld hoe Defensie haar financiële duurzaamheid op langere termijn structureel zal verankeren in de bedrijfsvoering. Daarbij is toegezegd dat de Ontwerpbegroting 2015 het geactualiseerde inzicht naar wapensystemen zal bieden met daarbij ook een aansluiting op de bestaande begrotingsindeling. Dat gebeurt met deze bijlage.

Beleidsartikelen

In beleidsartikel 1 Inzet wordt de inzet van de krijgsmacht verantwoord. Dit betreft de bijdragen van Defensie aan crisisbeheersingsoperaties, contributies aan common funded Navo en EU-operaties, inzet voor nationale en koninkrijkstaken en overige inzet. Het artikel bevat ook een overzicht voor de structurele inzet die in andere beleidsartikelen is verantwoord, bijvoorbeeld door de Koninklijke Marechaussee, de Explosieven Opruimingsdienst Defensie en de Kustwachten. Tevens worden vanaf 2015 de middelen van BH&OS en BZ in het kader van BIV op dit artikel geraamd.

In de beleidsartikelen 2 tot en met 5 wordt de taakuitvoering geraamd voor zeestrijdkrachten (CZSK), landstrijdkrachten (CLAS), luchtstrijdkrachten (CLSK), de marechaussee (KMar) en de aan hen gemandateerde inzet, voor zover deze niet valt onder artikel 1. In beleidsartikel 6 zijn de investeringen opgenomen voor de krijgsmacht, te weten investeringen voor materieel, infrastructuur, ICT, wetenschappelijk onderzoek en bijdragen aan de Navo-investeringen. Daarnaast zijn de verkoopopbrengsten voor afstoting van materieel en infrastructuur in dit beleidsartikel opgenomen.

In de beleidsartikelen 7 Ondersteuning door Defensie Materieel Organisatie (DMO) en 8 Ondersteuning door Commando DienstenCentra (CDC) zijn de uitgaven, verplichtingen en ontvangsten geraamd voor de ondersteunende en dienstverlenende defensieorganisaties.

Niet-beleidsartikelen

In het niet-beleidsartikel 9 Algemeen worden de niet specifiek aan een defensieonderdeel toe te wijzen programma-uitgaven opgenomen. In het niet-beleidsartikel 10 Centraal apparaat worden de uitgaven ten behoeve van het centrale apparaat van Defensie begroot, waaronder voor de Bestuursstaf en de Militaire Inlichtingen- en Veiligheidsdienst (MIVD), alsmede de niet aan een specifiek artikel toe te wijzen apparaatsuitgaven voor pensioenen en wachtgelden. Ten slotte worden in de niet-beleidsartikelen 11 en 12 de Geheime uitgaven respectievelijk de ramingen voor Nominaal en onvoorzien opgenomen.

Overig

In de begroting worden ook de ramingen voor de baten-lastenagentschappen Defensie Telematica Organisatie, de Dienst Vastgoed Defensie en Paresto weergegeven. Daarnaast is in de bijlagen informatie opgenomen over de mutaties, de wapensystemen, het budget internationale veiligheid, de uitgaven voor veteranen en de uitgaven voor zorg en nazorg, cyber, subsidies, evaluaties, de toezichtrelaties en ZBO/RWT’s alsmede moties en toezeggingen.

De begroting van het Ministerie van Defensie is ook digitaal beschikbaar op de website www.rijksbegroting.nl. Om de toegankelijkheid verder te vergroten zijn in de digitale versie, waar mogelijk, hyperlinks aangebracht naar de achterliggende documenten.

Defensie Materieelprojectenoverzicht

Zoals gebruikelijk ontvangt de Kamer op Prinsjesdag het Materieelprojectenoverzicht (MPO). Hierin wordt per project meer gedetailleerde informatie gegeven dan in de begroting. Zo wordt de samenhang met het defensiebeleid en met andere projecten duidelijk gemaakt. In het MPO zijn de lopende en de geplande strategische materieelprojecten opgenomen met een financiële omvang van meer dan € 25 miljoen, evenals de politiek gevoelige projecten. Daarnaast wordt ingegaan op af te stoten materieel. In deze begroting worden daarom alleen de grotere projectwijzigingen verder toegelicht. Defensie werkt momenteel aan een herziening van het Defensie Materieel Proces (DMP).

2. HET BELEID

2.1 DE BELEIDSAGENDA 2015

Inleiding

De internationale veiligheidssituatie is voortdurend aan verandering onderhevig. Zo zijn de conflicten in het Midden-Oosten en Oekraïne evenals de situatie in Noord-Afrika en de Sahel-regio zeer zorgwekkend. Deze ontwikkelingen zijn ook van invloed op de Nederlandse belangen, direct of indirect. Zij onderstrepen de noodzaak van een betrouwbare en slagvaardige krijgsmacht. Het is dan ook van belang dat de Nederlandse krijgsmacht zo goed mogelijk kan omgaan met uiteenlopende dreigingen en risico’s, nu en in de toekomst.

Het kabinet heeft besloten om extra geld vrij te maken voor Defensie.

Het gaat om € 50 miljoen in 2015, € 150 miljoen in 2016 en vanaf 2017 € 100 miljoen per jaar. De aanwending van de extra middelen berust op de uitgangspunten zoals uiteengezet in de nota In het belang van Nederland. Centraal staan operationele en financiële duurzaamheid, toekomstbestendigheid en de verdere intensivering van samenwerkingsverbanden, nationaal en internationaal. Met het extra budget kan het militaire handelingsvermogen worden versterkt.

Personeel is de meest kritische succesfactor van de krijgsmacht. Het personeel moet goed geoefend en met voldoende materieel van goede kwaliteit haar werk kunnen doen. Tegelijkertijd ondergaat Defensie al jarenlang grootscheepse veranderingen. Die veranderingen hebben onmiskenbaar hun weerslag op het personeel en de organisatie gehad. Het merendeel van de reorganisaties, die met de beleidsbrief van 2011 in gang zijn gezet, wordt in 2014 voltooid. Maar ook in 2015 staat er nog het nodige te gebeuren. De inspanningen om de bedrijfsvoering verder te verbeteren, worden de komende jaren onverminderd voortgezet.

Met ingang van 2015 zal het Budget Internationale Veiligheid (BIV) van de begroting van Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking (BH&OS) naar de begroting van Defensie worden overgedragen. De geïntegreerde benadering blijft onveranderd het uitgangspunt.

Inzetbaarheidsdoelstellingen

De krijgsmacht verdedigt het eigen en het bondgenootschappelijk grondgebied, bevordert de internationale stabiliteit en rechtsorde, voorziet in noodhulp bij rampen en humanitaire crises en beschermt de belangen van het Koninkrijk. Ook in 2015 is de krijgsmacht daarvoor inzetbaar. De inzetbaarheidsdoelstellingen, zoals verwoord in de nota In het belang van Nederland, zijn hierbij leidend. In 2015 is er vanzelfsprekend blijvende aandacht voor het op peil brengen van munitie en reservedelen.

Zoals bekend, is de gewenste inzetbaarheid van helikopters de afgelopen jaren niet gerealiseerd. Vooral de vertraagde invoering van de NH-90 springt hierbij in het oog. De vraag naar helikopters overtreft al geruime tijd de beschikbare capaciteit. De verbetering van de helikoptercapaciteit blijft in 2015 dan ook een belangrijk punt van aandacht. De helikopter is immers een kritische capaciteit, die ook in internationaal verband schaars is.

Zoals toegezegd, ontvangt de Kamer bij zowel begroting als jaarverslag een rapportage over de mate waarin Defensie aan de inzetbaarheidsdoelstellingen kan voldoen.

Internationale inzet

In 2015 lopen verschillende mandaten af van Nederlandse bijdragen aan internationale missies. Besluitvorming hierover is in de tweede helft van 2014 of in 2015 voorzien.

De Navo bereidt zich voor op de nieuwe missie Resolute Support in Afghanistan. Deze missie ziet per 1 januari 2015 toe op het trainen, adviseren en assisteren om de resultaten van de ISAF-missie te consolideren. Het kabinet heeft tot deelneming besloten. Ontplooiing van de Nederlandse bijdrage zal pas plaatsvinden als Afghanistan een Bilateral Security Agreement met de Verenigde Staten heeft gesloten en een Status of Forces Agreement met de Navo heeft getekend.

De Patriotmissie in Turkije (Ballistic Missile Defence Taskforce) zal niet nogmaals worden verlengd. De Nederlandse Patriot-systemen blijven nog tot eind januari 2015 gestationeerd in Turkije.

Nederland is voornemens actief te blijven op het gebied van piraterijbestrijding. Een besluit over een Nederlandse bijdrage aan de Navo-operatie Ocean Shield en de EU-operatie Atalanta in 2015 is voorzien voor de tweede helft van 2014. In het kader van de geïntegreerde benadering neemt Nederland ook deel aan andere EU-missies in de Hoorn van Afrika, te weten EUCAP Nestor en EUTM Somalië. Ook blijft Defensie Vessel Protection Detachments (VPD’s) inzetten ter bescherming van de Koninkrijksgevlagde koopvaardij.

Sinds januari 2014 neemt Nederland deel aan de VN-missie in Mali, MINUSMA. Het belangrijkste doel van de militaire bijdrage is om, binnen MINUSMA, een goede en overdraagbare inlichtingenketen op te zetten. De Nederlandse militaire bijdrage bestaat uit analisten en inlichtingenpersoneel voor de hoofdkwartieren in Bamako en Gao. Ook levert Nederland een verkenningseenheid die vanuit Gao opereert. Op het vliegveld nabij Gao is voorts een helikopterdetachement met vier Apache-gevechtshelikopters gestationeerd. In maart 2014 heeft het kabinet tevens besloten om drie Chinook-transporthelikopters aan het Nederlandse contingent toe te voegen.

In 2015 heeft Nederland een leidende rol in de aansturing van de Immediate Response Force (IRF) van de NATO Response Force (NRF). Alle operationele commando’s leveren een bijdrage. Voor de IRF zal Nederland, gedurende het hele jaar, samen met België, via de organisatie van Admiral Benelux, het commando voeren over de Standing NATO Mine Counter Measures Group 1 (SNMCMG 1). Daarnaast stelt Defensie twee keer een mijnenjager beschikbaar aan de IRF voor een periode van drie tot vier maanden, te weten vanaf maart en vanaf augustus. Tevens zal worden bezien welke bijdrage Defensie kan leveren aan de Standing NATO Maritime Group 1 (SNMG 1). Verder vervult het hoofdkwartier van het Duits-Nederlandse legerkorps de rol van Land Component Command. Daarnaast neemt Nederland deel met een brigadestaf, een samengestelde bataljonstaakgroep, gevechtsondersteuning, acht F-16’s, drie Chinook-helikopters, vier Apaches, een C-130 transportvliegtuig en stafcapaciteit van het Commando Luchtstrijdkrachten (CLSK). In de tweede helft van 2015 is tevens een Nederlandse onderzeeboot beschikbaar voor de Response Forces Pool (RFP). Het totaaloverzicht van de missies waaraan Nederland in 2015 deelneemt, is opgenomen in Artikel 1.

Nationale inzet

Nationale inzet ter ondersteuning van civiele autoriteiten is één van de hoofdtaken van Defensie. Civiele partners en Defensie weten elkaar steeds beter te vinden. Ook wint de samenwerking, bijvoorbeeld in de voorbereiding op crisissituaties, aan kwaliteit. Ter versterking van de civiel-militaire samenwerking (VCMS) blijven de inspanningen gericht op het verder intensiveren van gezamenlijke opleiden, trainen en oefenen inclusief simulatie. Steeds weer zal worden gekeken naar mogelijkheden om de professionalisering van de crisisbeheersing en rampenbestrijding verder te bevorderen. De samenwerking tussen Defensie en de Nationale Politie verdient bijzondere aandacht. Die samenwerking moet leiden tot een doeltreffende en doelmatige bijdrage aan de nationale veiligheid, waarbij onnodige duplicatie van capaciteiten wordt voorkomen.

Personeel

Zoals gezegd, hebben de veranderingen van de afgelopen jaren onmiskenbaar hun weerslag gehad op het personeel en de organisatie. Het aanhoudende beroep op een kleiner wordende krijgsmacht is voelbaar. Zorg voor het personeel staat dan ook centraal in 2015.

Zo gaat Defensie de personeelszorg verbeteren door P&O-capaciteit op de werklocaties dichterbij de medewerkers te brengen. Hierdoor kunnen medewerkers direct geholpen worden bij specifieke vragen en problemen. Ook andere punten van onvrede worden aangepakt, zoals het verplicht solliciteren in de onderbouw en de maximale functieduur.

Ook worden tekortkomingen in de eerstelijns medische verzorging in overleg met de bonden opgelost en worden de voorzieningen toegankelijker voor het personeel. Hierbij gaat het onder andere om de introductie van de mobiele tandheelkundige zorg en het oprichten van een afdeling bedrijfsgeneeskundige zorg bij het Coördinatiecentrum Expertise Arbeidsomstandigheden en Gezondheid.

Beperkingen in de oefenmogelijkheden dragen niet bepaald bij aan de motivatie. Een aantal van de voorgestelde materiële intensiveringen is dan ook gericht op het ondervangen van deze tekortkomingen, zoals het reactiveren van extra Cougar-helikopters en de aanschaf van extra Bushmasters. Defensie investeert voorts in specialistische functies voor de verwerving van materieel.

De agenda voor de toekomst van het personeelsbeleid komt in het najaar van 2014 beschikbaar. Zoals beschreven in de nota In het belang van Nederland berust het personeelsbeleid van de toekomst op de pijlers aanpassingsvermogen, samenwerking, vulling en betaalbaarheid. Deze pijlers worden ondersteund met toekomstbestendige arbeidsvoorwaarden. Defensie sluit, waar mogelijk, aan bij het rijksbrede P&O-beleid.

Door onder meer de verdere ontwikkeling van het flexibel personeelssysteem en een intensievere inzet van reservisten, beoogt Defensie haar aanpassingsvermogen verder te vergroten. Ook versterkt Defensie de samenwerking met andere overheidsdiensten, het bedrijfsleven, onderwijsinstellingen en internationale partners. Die samenwerking richt zich vooral op opleidingen en de door- dan wel uitstroom van personeel.

Met de inwerkingtreding van het Veteranenbesluit is ook de Veteranenwet van kracht geworden. Tevens is het Veteranenloket geopend. Dit zijn belangrijke impulsen voor de bijzondere zorg voor veteranen.

Het personeelsbudget van Defensie berust op de gemiddelde jaarsterkte van het personeel bij de defensieonderdelen. Zoals toegezegd in het wetgevingsoverleg over het jaarverslag op 24 juni jl., is een overzicht van deze gemiddelde jaarsterkten opgenomen bij beleidsartikel 10.

Verbetering slagkracht krijgsmacht

De nota In het belang van Nederland beoogt meer evenwicht te bereiken tussen ambities, capaciteiten, activiteiten en de beschikbare financiële middelen. Met het extra geld dat vanaf 2015 beschikbaar komt, wordt Defensie in staat gesteld verdere maatregelen te treffen om de inzetbaarheid en het voortzettingsvermogen, en daarmee de slagkracht, van de krijgsmacht te verbeteren.

  • Helikoptercapaciteit is schaars, zowel in Nederland als daarbuiten. Vanwege het achterblijven van de NH90-capaciteit neemt Defensie voor de transporttaken extra Cougar-helikopters opnieuw in gebruik. Dit in aanvulling op de huidige acht Cougar-toestellen. Ook breidt Defensie de Chinook-capaciteit uit. Voorts investeert Defensie in een multidisciplinaire helikoptersimulator waarmee, voor alle Nederlandse helikoptertypen, complexe missies kunnen worden geoefend.

  • Defensie schaft twintig extra Bushmaster-pantservoertuigen aan voor de verbetering van het voortzettingsvermogen van het Commando Landstrijdkrachten, het Korps Commando Troepen en het Korps Mariniers. Met de extra Bushmasters kunnen eenheden beter worden getraind voor missies en zijn meer eenheden inzetbaar met hetzelfde voertuigtype.

  • De informatie die wordt vergaard met onbemande systemen is van grote waarde voor de commandant te velde. Daarom investeert Defensie in de nieuwste generatie tactische onbemande luchtsystemen. Hiermee beschikken grondtroepen over betere en real time informatie.

  • Cyberaanvallen en -spionage leiden tot ernstige verstoringen van onze samenleving. Defensie investeert dan ook verder in de kennis en deskundigheid van haar personeel en in capaciteit ten behoeve van datavergaring en analyse.

  • Goede bescherming tegen gevaarlijke stoffen (CBRN) verbetert de inzetbaarheid van militairen in een missiegebied of ten behoeve van de nationale veiligheid. Met een nieuwe generatie CBRN-uitrusting voor de individuele militair blijft slagvaardig optreden mogelijk.

  • De munitievoorraad voor inzet is en blijft een belangrijk punt van aandacht. Er wordt gewerkt aan een Beleidskader Inzetnormen. De munitievoorraden voor belangrijke zee-, land- en luchtwapensystemen worden verder aangevuld.

  • De inzet van eenheden bij missies leidt tot een verhoogd verbruik van reservedelen. Het hanteren van een minimale voorraad leidt tot tekorten bij de niet-ingezette eenheden. Dit gaat ten koste van de geoefendheid en de reactietijd en daarmee ten koste van het voorzettingsvermogen. De reservedelenvoorraad wordt daarom verder aangevuld. Voor 2016 zijn bovendien incidenteel extra middelen gereserveerd voor munitie en reservedelen.

  • Het is van cruciaal belang om over specialistische kennis te beschikken voor de verwerving van materieel. Defensie investeert in specialistische functies op relevante plekken (smart buyers/specifiers).

  • Moderne wapensystemen verzamelen en verwerken grote hoeveelheden informatie. Ook in de toekomst moet Defensie in staat blijven de informatie van uiteenlopende systemen bijeen te brengen, te verwerken en te analyseren. Defensie investeert daarom in de benodigde personele deskundigheid evenals systemen die dergelijke analyses mogelijk maken.

  • Om aan de toenemende vraag naar informatie over risicogebieden en (potentiële) inzetgebieden te kunnen voldoen, is het essentieel dat Defensie zelf inlichtingen kan vergaren en verwerken. De MIVD wordt versterkt met relevante personele capaciteit. Ook wordt er geïnvesteerd in specialistische IV/ICT.

  • Samenwerking, nationaal en internationaal, is essentieel in een operationele omgeving. Met uiteenlopende ICT-systemen en softwarepakketen moet bij voorkeur worden gebruikgemaakt van een gestandaardiseerde structuur waarmee naadloos kan worden voorzien in de uitwisseling van data en informatie. Dit maakt een volledig geïntegreerde en eenvoudiger commandovoering, evenals betere ondersteuning van de logistiek, mogelijk. Daarom investeert Defensie in meer en betere middelen die de mogelijkheden van «genetwerkt optreden» (Network Enabled Capabilities) vergroten.

  • Een beperkt deel van het extra budget wordt vrijgemaakt om enkele knelpunten weg te nemen die het personeel ervaart in de bedrijfsvoering. Dit betreft verbeteringen op het gebied van infrastructuur, zoals legering, en IV/ICT-ondersteuning zoals selfservice faciliteiten.

Innovatie

Defensie heeft nu en in de toekomst behoefte aan modern, kwalitatief hoogwaardig en betaalbaar materieel. Het materieel moet voorts breed toepasbaar zijn en over een groot aanpassingsvermogen beschikken. Het op de voet volgen van ontwikkelingen, om risico’s en bedreigingen een stap voor te blijven, is essentieel. Defensie wil dan ook verder investeren in kennisopbouw en technologieontwikkeling. De geactualiseerde Strategie Kennis- en Innovatieagenda (SKIA), die begin 2015 beschikbaar komt, geeft daar richting aan.

Een intensiever gebruik van de mogelijkheden die Concept Development and Experimentation (CD&E) biedt, zorgt ervoor dat nieuwe capaciteiten en concepten beter voldoen aan de wensen van de gebruiker. Defensie versterkt de CD&E-capaciteit om technologische toepassingen, gekoppeld aan operationele behoeften, in een vroeg stadium te kunnen testen. Dit komt tevens ten goede aan het concurrentievermogen van de Nederlandse industrie. Hiermee geeft Defensie tevens gestalte aan een belangrijke doelstelling van de geactualiseerde Defensie Industrie Strategie (DIS).

Ook de CODEMO-regeling (Commissie Defensie Materieel Ontwikkeling) is in dat kader een aansprekend instrument. Deze regeling wordt vooral ingezet voor innovatieve productontwikkeling met het Midden- en Kleinbedrijf (MKB).

Om het innovatieve vermogen van Defensie verder te vergroten, werkt

Defensie vanzelfsprekend nauw samen met kennisinstellingen en het bedrijfsleven.

Investeringen

Defensie investeert in de toekomstbestendigheid van de krijgsmacht. Hiervoor worden instandhoudingsprogramma’s gehanteerd, vervangingsinvesteringen gedaan en nieuwe technieken en wapensystemen aangeschaft. Het is de bedoeling dat het investeringspercentage vanaf 2016 weer de streefwaarde van 20 zal benaderen. In de brief over de ontwikkeling van het investeringspercentage van 2 juli jl. zijn de initiatieven daartoe uiteengezet (Kamerstuk 33 750-X, nr. 68).

Voorbeelden van investeringsprojecten die in 2015 de aandacht hebben:

  • Defensie bereidt de instroom voor (vanaf 2019) van de F-35. Daartoe zal Defensie in 2015 aan het F-35 Joint Program Office (JPO) melden voor welk aantal toestellen de eerste financiële verplichtingen kunnen worden aangegaan. De Kamer wordt daarover begin 2015 geïnformeerd.

  • In 2014 is het proces gestart voor de verwerving van een MALE UAV-systeem. Dit proces zal in 2015 worden voortgezet.

  • Defensie investeert in raketverdediging door de SMART-L radars aan boord van de Luchtverdedigings- en Commandofregatten te moderniseren. Hierdoor beschikt Defensie vanaf 2018 over capaciteit om ook ballistische raketten op zeer grote afstand te detecteren en ze gedurende de hele baan – ook buiten de atmosfeer – te kunnen volgen.

  • Zoals bekend, wordt het Defensie Cyber Commando (DCC) versneld opgericht. Het DCC moet eind 2015 operationeel zijn. De werving en opleiding van personeel zijn in volle gang.

  • Defensie verbetert de bescherming van personeel en materieel door Counter-IED maatregelen een structurele plek in de organisatie te geven.

  • Ook het Verbeterd Operationeel Soldaat Systeem (VOSS) heeft tot doel de overlevingskansen van de militair te laten toenemen. Tevens wordt hiermee de commandovoering versterkt. De mobiliteit, de effectiviteit en het voortzettingsvermogen van de individuele militair nemen daarmee toe.

  • Vanwege hun specifieke eigenschappen zijn de onderzeeboten van de Walrusklasse een waardevolle nichecapaciteit voor de Navo en de EU. Defensie werkt aan een visie op de toekomst van de onderzeedienst.

Joint

Defensie blijft zoeken naar mogelijkheden om de samenwerking en integratie van capaciteiten, middelen en eenheden verder te intensiveren. Zo beoogt de krijgsmacht een joint aansturing van speciale eenheden, zowel bij opleiding en training als bij inzet. Op deze wijze kunnen schaarse middelen doelmatiger worden gebruikt. Tevens wordt gewerkt aan een command and control capaciteit die eenvoudiger te koppelen is aan systemen van partnerlanden.

De MIVD en de AIVD werken aan de verdere ontwikkeling van de Joint Sigint Cyber Unit, de vorming van een gezamenlijke eenheid voor veiligheidsonderzoeken en het optimaliseren van de operationele samenwerking. Ook bezien zij de mogelijkheden van gezamenlijke huisvesting. De samenwerking in het nationale en internationale inlichtingen- en veiligheidsnetwerk wordt verder geïntensiveerd. Nationaal gaat het om het gehele netwerk van inlichtingen- en veiligheidsorganisaties, zoals JISTARC, de AIVD, de NCTV en het NCSC. Internationaal worden contacten met partnerdiensten, waar mogelijk, versterkt. De organisatie van de MIVD zal verder worden aangepast om de informatiestromen, die beschikbaar komen met de introductie van nieuwe sensoren en onbemande systemen, aan te kunnen. Meer in het algemeen geldt dat het informatie-gestuurd optreden in rap tempo terrein wint. Zonder inlichtingen is een militaire operatie niet mogelijk.

Internationale defensiesamenwerking

Onze belangen zijn verknoopt met de wereld om ons heen. Om dreigingen en risico’s het hoofd te kunnen blijven bieden, is verdere verdieping van de defensiesamenwerking noodzakelijk. Hiermee kunnen de inzetbaarheid en het voortzettingsvermogen worden versterkt en kunnen ontbrekende capaciteiten worden gecompenseerd. Wel moet duidelijk zijn dat internationale samenwerking een proces is dat tijd vergt. Ook moeten de partners elkaar voldoende te bieden hebben. Voorts gaat de kost niet zelden voor de baat uit.

De Navo en de EU vormen het voornaamste multilaterale raamwerk voor zowel de inrichting als de inzet van de krijgsmacht.

De Navo richt zich in 2015 op de versterking van capaciteiten en zal daartoe initiatieven zoals Smart Defence, het Connected Forces Initiative (CFI) en het Framework Nations Concept voortzetten en verder ontwikkelen. Nederland zal daarin een zeer actieve rol blijven spelen. En dat geldt ook voor de versterking van het Navo-defensieplanningsproces. Dit proces kan nog veel meer worden toegesneden op een multinationale aanpak van de militaire tekorten.

Midden 2015 zal de Europese Raad de voortgang beoordelen van de afspraken die zijn gemaakt op het gebied van veiligheid en defensie. Dit betreft onder meer de vergroting van de effectiviteit van het Gemeenschappelijk Veiligheids- en Defensiebeleid (GVDB), de capaciteitenversterking en de bevordering van een goed functionerende defensiemarkt en industrie. De capaciteitenversterking, gericht op het bundelen van de krachten en schaalvoordelen, verdient bijzondere aandacht. Ook de harmonisering van beleid en planning ten behoeve van de ontwikkeling en de verwerving van capaciteiten (Policy Framework) heeft de volle aandacht.

Bilaterale samenwerking is evenzeer van groot belang. Zo zal de samenwerking met Duitsland zich onder meer richten op de verdere ontwikkeling van het Duits-Nederlandse Legerkorpshoofdkwartier tot een Joint Task Force (land) hoofdkwartier voor de Navo. Daarnaast zullen stappen worden gezet voor de integratie van de Grondgebonden Lucht- en Raketverdediging en de vuursteuneenheden. De inbedding van de luchtmobiele brigade in de Division Schnelle Kräfte (DSK) zal verder vorm krijgen. Ook met België en Luxemburg zal Defensie de samenwerking verder uitbouwen. In 2015 kunnen de parlementen van België en Nederland zich buigen over een verdrag dat voorziet in de gezamenlijke luchtruimbewaking. De samenwerking met het Verenigd Koninkrijk wordt verder geïntensiveerd door Nederlandse deelname aan de Joint Expeditionary Force. Hiertoe is in september 2014 een Letter of Intent ondertekend. Ook de samenwerking met onder meer Denemarken, Frankrijk, Noorwegen en de Verenigde Staten zal worden voortgezet.

Mede met het oog op de (mogelijke) besluitvorming over de gezamenlijke (snelle) inzet van militaire eenheden en capaciteiten, wordt de betrokkenheid van de nationale parlementen cruciaal geacht. Dit onderwerp wordt dan ook betrokken bij de voorbereidingen voor het Nederlandse EU-voorzitterschap in de eerste helft van 2016.

Eind 2015 zal duidelijkheid worden geboden over de mogelijkheden van gezamenlijk gebruik van het Joint Support Ship (JSS) en de hiervoor benodigde internationale partner(s).

Verbeteringen en veranderingen in de bedrijfsvoering

Met de nota In het belang van Nederland zijn maatregelen aangekondigd die decentraal worden uitgevoerd, in de begroting zijn verwerkt en elk een eigen planning hebben. Over de voortgang van de maatregelen wordt u geïnformeerd in een afzonderlijke brief.

Zoals bekend, werkt Defensie langs verschillende lijnen aan verbeteringen en veranderingen in de bedrijfsvoering. In overeenstemming met het advies van de Algemene Rekenkamer richt Defensie zich op een gedoseerde en consistente aanpak. De trajecten kennen een eigen planning en dynamiek. Soms is sprake van beïnvloeding of afhankelijkheid, vaak ook niet. Waar trajecten onafhankelijk van elkaar en op verschillende plekken in de organisatie kunnen worden uitgevoerd, gebeurt dat. Waar dat niet kan, geldt de onderstaande prioritering.

• IV/ICT

De effectiviteit van de bedrijfsvoering en de operationele inzet is afhankelijk van tijdige en betrouwbare informatie. Defensie heeft onderzoek laten doen naar de staat van de IV/ICT. Maatregelen zijn nodig. Het verbetertraject omvat de modernisering en het robuuster maken van de ICT-infrastructuur, de herijking van het sourcingstraject, de opstelling van een toekomstvisie IV/ICT en de herziening van de besturing. De dekking voor het oplossen van de problemen is gereserveerd op artikel 6: Investeringen Krijgsmacht onder Opdracht voorzien in ICT.

• Enterprise Resource Planning

ERP ondersteunt de bedrijfsvoering. De basisvoorzieningen zullen in 2015 worden voltooid. ERP is gebaat bij een goede werking van de IV/ICT-infrastructuur. Aanvullende activiteiten voor ERP zullen in samenhang met het plan van aanpak IV/ICT worden bezien.

• Financiële duurzaamheid

Defensie werkt in 2015 verder aan de financiële duurzaamheid. Dit is van belang om het evenwicht tussen ambities en middelen te kunnen handhaven. Een belangrijk element daarvan is life cycle costing (LCC). In bijlage 4.2 bij deze begroting is het geactualiseerde financieel overzicht wapensystemen opgenomen, conform de bijlage bij de nota In het belang van Nederland. Daarbij wordt tevens de aansluiting op de bestaande begrotingsindeling weergegeven. De inbedding in de bedrijfsvoering (processen en systemen) vergt de komende jaren een niet aflatende inspanning. Dit is eerder uiteengezet in de brief Inzicht in kosten en uitgaven van wapensystemen en plan van aanpak daarvoor van 1 november 2013 (Kamerstuk 33 763, nr. 27).

• Verwervingsketen

Defensie verbetert de verwervingsketen. Het doel is verwervingstrajecten sneller te doorlopen en de regeldruk te verminderen. Het aantal raamovereenkomsten wordt uitgebreid en de samenwerking en informatievoorziening worden verbeterd.

• Technisch personeel

Defensie blijft zich inspannen om voldoende technisch personeel te werven. Vertrouwen is daarbij van groot belang, mede omdat dit segment van de arbeidsmarkt gespannen blijft.

• Reservedelen

Per wapensysteem doen zich verschillende problemen met reservedelen voor. Defensie vult de voorraden reservedelen verder aan om knelpunten op te lossen. Hiertoe zijn, en worden, contracten met leveranciers gesloten.

• Financieel beheer

Door de reorganisatie van het financiële controleveld, waaronder de vorming van het Financieel Administratie en Beheer Kantoor (FABK), is de kwaliteit van het financieel beheer tijdelijk verminderd. De reorganisatie is inmiddels voltooid en Defensie verwacht in 2015 een structurele verbetering.

• Vastgoed

Defensie heeft samen met de Algemene Rekenkamer een review uitgevoerd van het vastgoedbeleid en -management bij Defensie. Defensie wil toe naar een realistisch, overkoepelend vastgoedbeleid waarbij rekening wordt gehouden met rijksbrede ontwikkelingen, zoals de vorming van het Rijksvastgoedbedrijf (RVB). Op basis van de bevindingen van de review werkt Defensie een nieuwe visie op vastgoed uit, die eind 2014 gereed zal zijn. Op 1 juli 2014 is het startsein gegeven voor het Rijksvastgoedbedrijf, waarin de Dienst Vastgoed Defensie grotendeels zal opgaan. Het personeel gaat formeel begin 2015 over naar het Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties.

Financiële gevolgen

In de onderstaande tabel staan de mutaties ten opzichte van de vastgestelde begroting 2014:

TOTAAL DEFENSIE (bedragen x € 1 miljoen)
 

2013

2014

2015

2016

2017

2018

2019

Standen ontwerpbegroting 2014 inclusief NvW

7.702,1

7.602,0

7.476,1

7.449,1

7.458,0

7.409,2

7.427,9

               

Mutaties 1e suppletoire begroting 2014

0,0

285,1

146,4

106,0

101,5

97,0

97,4

               

Stand voorjaarsnota 2014

7.702,1

7.887,1

7.622,5

7.555,1

7.559,6

7.506,2

7.525,3

               

Belangrijkste mutaties

             

1 Doorwerking ontvangsten NCIA en inzet VPD's

   

6,2

6,4

5,8

5,3

5,3

2 Doorwerking verkoopopbrengsten

   

28,3

35,3

46,1

60,1

10,9

3 Financiering vanuit het BIV

   

293,4

250,0

250,0

250,0

250,0

4 Begrotingsoverleg augustus 2014

   

50,0

150,0

100,0

100,0

100,0

Standen ontwerpbegroting 2015

7.702,1

7.887,1

8.000,4

7996,8

7.961,5

7.921,6

7.891,5

1. Doorwerking ontvangsten NCIA en inzet VPD’s

De doorwerking van ontvangsten op de uitgaven heeft betrekking op de bijgestelde ontvangsten door de bijdrage van de gemeente Den Haag voor de uitbreiding van het NATO Communications and Information Agency (NCIA) en de bijdrage vanuit de rederijen voor de inzet van Vessel Protection Detachments (VPD’s).

2. Doorwerking verkoopopbrengsten

Door een aantal recente ontwikkelingen laten de verkoopopbrengsten een positief resultaat zien ten opzichte van de conservatief geraamde opbrengsten. Deze ontvangsten verhogen het kader van investeringen. In deze ramingen zijn onder meer de Zr. Ms. Amsterdam en CV-90 als zekere (100 procent) opbrengst geraamd gezien de status van de contractonderhandelingen.

3. Financiering vanuit BIV

Het Budget voor Internationale Veiligheid (BIV) wordt vanaf 2015 structureel overgeheveld van de begroting voor Buitenlandse Handel & Ontwikkelingssamenwerking (BH&OS) naar de begroting van Defensie. Het budget bedraagt € 293 miljoen in 2015 en € 250 miljoen structureel vanaf 2016. Het budget is onder meer bestemd voor crisisbeheersingsoperaties, de bescherming van burgers in fragiele staten, opleiding en training, hervorming van de veiligheidssector, rechtsstaatontwikkeling, capaciteitsopbouw, oefeningen en luchttransport. Jaarlijks wordt bij Voorjaarsnota de inzet voor de hervorming van de veiligheidssector, de bescherming van burgers in fragiele staten, rechtsstaatontwikkeling en capaciteitsopbouw overgeheveld (€ 60 miljoen) naar het Ministerie van Buitenlandse Zaken en BH&OS. Tevens worden op dat moment de middelen vanuit artikel 1 Inzet beschikbaar gesteld bij de operationele commando’s voor de geplande activiteiten in het kader van het BIV (€ 59,5 miljoen in 2015). In bijlage 4.3 Budget Internationale Veiligheid is een overzicht opgenomen.

4. Begrotingsoverleg augustus 2014

Het kabinet heeft besloten om extra geld vrij te maken voor Defensie. Het gaat om € 50 miljoen in 2015, € 150 miljoen in 2016 en vanaf 2017 € 100 miljoen per jaar. Het extra geld stelt Defensie in staat maatregelen te nemen om de inzetbaarheid en het voortzettingsvermogen van de krijgsmacht te verbeteren. Het grootste deel van het extra geld wordt gebruikt voor maatregelen om de gevechtskracht van de krijgsmacht te versterken. Een ander deel wordt geïnvesteerd in de informatieverwerking, een cruciale capaciteit. De maatregelen zijn verder uitgewerkt in het verdiepingshoofdstuk (bijlage 4.1).

Inzetbaarheidsdoelstellingen Defensie

Vanaf 2015 is de krijgsmacht inzetbaar voor:

  • 1. De verdediging van het eigen en het bondgenootschappelijke grondgebied, inclusief de Caribische delen van het Koninkrijk, zo nodig met alle beschikbare middelen. Deze taak wordt in bondgenootschappelijk verband uitgevoerd. In dat kader kan ook de Navo een beroep doen op Nederland.

  • 2. De deelneming aan operaties wereldwijd ter bevordering van de internationale stabiliteit en rechtsorde, voor noodhulp bij rampen en humanitaire crises en voor de bescherming van de belangen van het Koninkrijk. Deze operaties worden meestal in internationaal verband uitgevoerd, waarbij bijdragen van verschillende partners in samengestelde eenheden worden geïntegreerd. In dat kader kan de krijgsmacht de volgende bijdragen leveren:

    • Op land: Eenmalig een samengestelde taakgroep van brigadeomvang of langdurig een samengestelde taakgroep van bataljonsomvang. Naast de langdurige inzet van een bataljonstaakgroep kunnen gedurende kortere tijd een tweede bataljonstaakgroep en langere tijd kleinere bijdragen worden ingezet (inclusief de presentie in het Caribisch gebied).

    • Op en vanaf zee: Eenmalig een maritieme taakgroep van vijf schepen of langdurig twee schepen afzonderlijk, waarbij vloot en mariniers geïntegreerd optreden.

    • In de lucht: Tot de vervanging van de F-16 – voorzien in 2023 – eenmalig een groep van acht jachtvliegtuigen of langdurig een groep van vier jachtvliegtuigen. Na de vervanging van de F-16 – voorzien in 2023 – eenmalig of langdurig een groep van vier jachtvliegtuigen. Helikopters ondersteunen het optreden op land en zee.

    • Speciale operaties: Langdurige deelneming van compagniesomvang aan een joint taakgroep Special Forces.

    • Cyberoperaties: defensieve en offensieve cybertaken evenals inlichtingenvergaring.

    • Nichecapaciteiten (naast Special Forces en offensieve cybercapaciteit): onderzeeboten, het Duits-Nederlandse Legerkorpshoofdkwartier, Luchttransport, Air-to-Air Refuelling, Patriots en het Civil-Military Interaction commando.

Al deze vormen van inzet zijn inclusief ondersteunende eenheden, zowel de gevechtsondersteuning (combat support) als de logistieke ondersteuning (combat service support). Vooral voor logistieke ondersteuning kan een beroep worden gedaan op internationale partners. Andersom is de ondersteuning van internationale partners door onze krijgsmacht eveneens mogelijk. De inzet van afzonderlijke modules van ondersteunende capaciteiten is ook een optie.

  • 3. Het bijdragen aan de nationale veiligheid onder civiel gezag. In dat kader levert de krijgsmacht de in wettelijke en interdepartementale afspraken vastgelegde bijdragen. Het gaat hierbij om:

    • De uitvoering van structurele nationale taken zoals de politietaken van de Koninklijke Marechaussee, de beveiliging van het Nederlandse luchtruim met jachtvliegtuigen, de coördinatie van en de bijdrage aan de Kustwacht Nederland evenals de hydrografische taak;

    • Het samen met veiligheidspartners kunnen optreden tegen digitale bedreigingen en aanvallen (cybercapaciteit);

    • Militaire bijstand en steunverlening bij handhaving van de rechtsorde, de openbare orde en veiligheid, in het bijzonder met de in de ICMS-catalogus gegarandeerde capaciteiten;

    • Militaire bijstand bij de bestrijding van terrorisme, rampen en crises – zo nodig met alle op dat moment beschikbare eenheden.

  • 4. Een permanente militaire presentie in het Caribisch gebied, zowel voor de verdedigingstaak (zie doelstelling 1) als voor de ondersteuning van lokale en regionale civiele autoriteiten (zie doelstelling 3, in het bijzonder de ondersteuning van de Kustwacht, de regionale drugsbestrijding, de politietaken van de Marechaussee en het beteugelen van woelingen). De permanente presentie bestaat uit een vaste 1 compagnie van het CZSK en een roulerende compagnie van het CLAS, een bootpeloton, een groot bovenwaterschip, een ondersteuningsschip en een brigade Marechaussee. Als de situatie dit vereist, kan de militaire presentie in het Caribisch gebied worden vergroot. Dit zal dan wel ten koste gaan van de overige inzetmogelijkheden.

Interdepartementaal Beleidsonderzoek (IBO)

In 2014 en 2015 wordt een Interdepartementaal Beleidsonderzoek (IBO) uitgevoerd naar wapensystemen. Onderzocht wordt of er mogelijkheden zijn om verwerving, beheer en onderhoud van wapensystemen efficiënter te organiseren. Daarbij wordt onder andere gekeken naar internationale samenwerking en de mogelijkheid van geïntegreerde contracten bij de aanschaf en onderhoud van wapensystemen. Dit IBO moet in het voorjaar van 2015 gereed zijn.

Overzicht beleidsdoorlichtingen

Op verzoek van de Tweede Kamer is de defensiebegroting ingericht naar organisatieonderdelen in plaats van beleidsartikelen. Beleidsartikelen zijn normaal gesproken het aanknopingspunt voor beleidsdoorlichtingen. Beleid heeft bij Defensie vaak betrekking op meer organisatieonderdelen. Een beleidsdoorlichting van een beleidsthema kan derhalve delen van de verschillende begrotingsartikelen bevatten. Zo worden per beleidsdoorlichting alle gerelateerde defensie-uitgaven verantwoord. De programmering van de beleidsdoorlichtingen is ondanks de afwijkende ordening van de begroting – conform de Regeling Periodiek Evaluatieonderzoek – dekkend. Dat wil zeggen dat beleidsdoorlichtingen voor alle beleidsthema’s binnen de gestelde termijn van zeven jaar zijn gepland.

In elke beleidsdoorlichting wordt aandacht besteed aan de behaalde (maatschappelijke) effecten. Verantwoording van verrichte activiteiten en geleverde prestaties staat centraal. Indien hierbij de causale relatie tussen de defensie-inzet en de beoogde effecten niet kan worden aangetoond, wordt zo mogelijk ingegaan op de plausibiliteit van een relatie tussen defensie-inzet en de beoogde effecten. Ten slotte wordt in de beleidsdoorlichting op meer jaren teruggekeken, waarbij periodieke en tussentijdse evaluaties als bouwstenen kunnen worden gebruikt.

Beleidsdoorlichtingen

Planning

2013

2014

2015

2016

2017

2018

2019

Artikel / Operationele doelstelling

             
               

Artikel 1; Inzet

             

Bescherming kwetsbare schepen nabij Somalië

V

           

Budget Internationale Veiligheid

     

X

     

Digitale weerbaarheid en cyber operations

       

X

   
               

Artikel 2; CZSK

             

Wijziging samenstelling Koninklijke marine (2005)

   

X

       
               

Artikel 3; CLAS

             

Civiel-militaire samenwerking

       

X

   
               

Artikel 4; CLSK

             

Vorming joint Defensie Helikopter Commando

         

X

 
               

Artikel 5; CKmar

             

Informatiegestuurd optreden

           

X

               

Artikel 6; Investeringen krijgsmacht

             

Defensie Materieel Proces

   

X

       

NH90 of sourcing

         

X

 
               

Artikel 7; Ondersteuning krijgsmacht door DMO

             

Basisimplementatie ERP (SPEER)

     

X

     
               

Artikel 8; Ondersteuning krijgsmacht door CDC

             

Flexibel Personeelssysteem

 

X

         

Integriteit

     

X

     

Veteranenzorg

       

X

   

Toelichting op bovenstaande tabel:

Omdat de begroting van Defensie is ingedeeld op grond van organisatiedelen en niet, zoals gebruikelijk bij andere ministeries, naar beleidsmatige thema’s, richt Defensie zich in de verantwoording van het gevoerde beleid op specifieke beleidsonderwerpen of op de verrichte activiteiten. Wijzigingen in de door te lichten onderwerpen leiden daarmee tot wijzigingen van de programmering van de beleidsdoorlichtingen. Wijzigingen kunnen daarnaast het gevolg zijn van een andere prioritering. Vertragingen van doorlichtingen worden in een afzonderlijke brief aan de Kamer gemeld.

De volgende beleidsdoorlichtingen voor 2014 en 2015 zijn gewijzigd ten opzichte van de begroting 2014:

  • Voor beleidsartikel 6 (Investeringen krijgsmacht) was nog geen beleidsdoorlichting opgenomen. Daarvoor is nu de evaluatie van het Defensie Materieel Proces in 2015 opgenomen;

  • De beleidsdoorlichting «Wijziging samenstelling Koninklijke Marine (2005)» zal vanwege een gewijzigde prioritering niet in 2014 worden voltooid, maar in 2015. Dit houdt verband met de nieuwe evaluatie van het Defensie Materieel Proces en de introductie van een Interdepartementaal Beleidsonderzoek (IBO) naar wapensystemen;

  • De eindevaluatie SPEER zal aanvangen na voltooiing van de basisimplementatie ERP. Sinds de begroting 2014 is dit met een half jaar vertraagd tot midden 2015. Het gevolg hiervan is dat de eindevaluatie niet in 2015 maar in 2016 gereed zal zijn;

  • De evaluatie van de veteranenzorg en de ondersteuning van het defilé Wageningen zal op andere wijze gebeuren. Dit hangt samen met de Veteranenwet die per 1 juli 2014 in werking is getreden, tezamen met het Veteranenbesluit en de regeling voor volledige schadevergoeding en de ereschuld. In 2016 zal het veteranenbeleid voor zover mogelijk aan de hand van effecten, doelstellingen en meetbare resultaten worden beschreven in de Veteranennota. Op grond hiervan kan het veteranenbeleid in 2017 worden geëvalueerd. De ontwikkelingen m.b.t. de ondersteuning van het defilé Wageningen zullen worden verwerkt in de Veteranennota van 2016.

  • Met de overheveling van het Budget Internationale Veiligheid naar de defensiebegroting in 2015 zal Defensie ook de evaluatie uitvoeren. De evaluatie wordt opgesteld in samenwerking met het Ministerie van Buitenlandse Zaken en de Inspectie Ontwikkelingssamenwerking en Beleidsevaluatie.

Voor 2018 en 2019 zijn doorlichtingen opgenomen die de KMar, het CLSK en de investeringen betreffen. Met deze toevoegingen wordt voldaan aan de eis om beleidsthema’s binnen de gestelde termijn van zeven jaar door te lichten.

  • V afgehandeld

  • X = in uitvoering of in planning

Garanties en achterborgstellingen

Defensie heeft sinds 2003 een overeenkomst met de Vereniging Verbond van Verzekeraars over de verzekerbaarheid van defensiepersoneel voor personeel dat deelneemt aan vredes- en humanitaire operaties. De overeenkomst regelt de verhouding tussen het Ministerie van Defensie en de Vereniging. Het doel hiervan is de belemmeringen weg te nemen die defensieambtenaren in het maatschappelijk verkeer ondervinden als gevolg van uitsluitingsclausules bij levensverzekeringen die zijn gekoppeld aan de financiering van een woning.

Bij het sluiten van levensverzekeringen in het algemeen en de vaststelling van de hoogte van de premie is geen rekening gehouden met het verhoogde risico op overlijden in geval van deelname aan vredes- en humanitaire missies. Zodra defensiepersoneel met een dergelijke levensverzekering bij een bij de Vereniging aangesloten verzekeraar tijdens deelname aan vredes- en humanitaire missies komt te overlijden, zal binnen de kaders van de overeenkomst – ondanks een eventuele molestclausule – tot uitkering worden gekomen. Dit is van toepassing als de aan de woningfinanciering gekoppelde levensverzekeringen kleiner is dan € 400.000 per situatie. Defensie vergoedt de verzekeraar de helft, zodra die tot uitkering overgaat.

Defensie geeft invulling aan zorg voor personeel dat op uitzending is in het kader van vredes- en humanitaire operaties. Daartoe behoort het treffen van adequate veiligheidsvoorzieningen tijdens de uitvoering van dergelijke operaties, zoals passende bewapening, uitrusting en faciliteiten zoals huisvesting. Met de overeenkomst wordt mede invulling gegeven aan een zorgaspect dat daaraan gerelateerd is.

Er wordt uitgegaan van een nulraming. De overeenkomst is potentieel van toepassing op een kleine groep, waarvan de omvang vooraf niet te bepalen is. Er wordt geen aanvullende premie gevraagd aan de uitgezonden defensieambtenaren, er bestaat geen begrotingsreserve. Mocht een beroep worden gedaan op de regeling, dan komt dit ten laste van de defensiebegroting.

De duur van de overeenkomst is vijf jaar met een stilzwijgende verlenging voor onbepaalde tijd met een opzegtermijn van een jaar. De regeling wordt periodiek geëvalueerd. De overeenkomst kent geen plafond.

De afgelopen vijf jaar is eenmalig sprake geweest van een uitkering.

Garantieregeling «vredes- en humanitaire operaties 2003»

Artikel

(Bedragen x

€ 1.000)

Omschrijving

Uitstaande garantie 2013

Geraamd te verlenen 2014

Geraamd te vervallen 2014

Uitstaande garanties 2014

Garantieplafond 2014

Geraamd te verlenen 2015

Geraamd te vervallen 2015

Uitstaande garanties 2015

Garantie plafond 2015

Totaal plafond

Artikel 8 – Ondersteuning krijgsmacht door Commando DienstenCentra

Garantie overeenkomst vredes- en humanitaire operaties

0

0

0

0

0

0

0

0

0

n.v.t.

 

Totaal

0

0

0

0

0

0

0

0

0

 

2.2 DE BELEIDSARTIKELEN

2.2.1. Beleidsartikel 1: Inzet

Algemene doelstelling

De krijgsmacht is er voor de verdediging en bescherming van de belangen van het Koninkrijk, alsmede voor de handhaving en de bevordering van de internationale rechtsorde. Tevens ondersteunt de krijgsmacht civiele autoriteiten bij rechtshandhaving, rampenbestrijding en humanitaire hulp, zowel nationaal als internationaal. Om deze taken te kunnen uitvoeren stelt Defensie militaire eenheden gereed die daarvoor kunnen worden ingezet.

Rol en verantwoordelijkheid Minister

De Minister is verantwoordelijk voor de beschikbaarstelling en inzet van eenheden om de veiligheid van het eigen en bondgenootschappelijk grondgebied te handhaven. Verder is de Minister in samenwerking met bondgenoten verantwoordelijk voor de uitvoering van bijdragen aan missies voor conflictpreventie, crisisbeheersing en vredesopbouw, zowel in Europa als daarbuiten. Het Koninkrijk der Nederlanden draagt daarmee bij aan de handhaving en bevordering van de internationale rechtsorde. De eenheden kunnen ook worden ingezet voor nationale taken en het verlenen van (internationale) noodhulp.

Beleidswijzigingen

In het begrotingsjaar 2014 zijn Nederlandse bijdragen aan de volgende missies aangevangen dan wel verlengd:

  • KFOR (verlenging);

  • EULEX Kosovo (verlenging);

  • EUFOR Althea (verlenging);

  • UNDOF (verlenging);

  • Operatie Active Fence (Patriot-inzet in Turkije; verlenging);

  • MFO (Multinational Force of Observers; verlenging);

  • EUBAM Rafah (verlenging);

  • ISAF (bijdrage stafofficieren aan staf ISAF HQ en IJC; verlenging);

  • EUNAVFOR Atalanta (antipiraterij; verlenging);

  • Operatie Ocean Shield (antipiraterij; verlenging);

  • EUTM Somalië (verlenging);

  • MINUSMA (Multidimensional Integrated Stabilization Mission Mali; nieuwe missie);

  • EUTM Mali (verlenging);

  • UNMISS (United Nations Mission in the republic of South Sudan, verlenging);

  • EUFOR RCA (European Union Force Republique Centrafricaine, nieuwe missie);

  • UNAMA (United Nations Assistance Mission in Afghanistan, verlenging).

Voor 2015 worden nog besluiten voorzien over de verlenging van de lopende missies of de aanvang van nieuwe missies. Vanaf 2015 wordt het Budget voor Internationale Veiligheid (BIV) opgenomen op de begroting van Defensie. Jaarlijks wordt de inzet voor veiligheidssectorhervormingen en vredes- en capaciteitsopbouw overgeheveld naar het Ministerie van Buitenlandse Zaken en Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking.

Budgettaire gevolgen van beleid en budgetflexibiliteit

Artikel 1 Inzet (Bedragen x € 1.000)
 

2013

2014

2015

2016

2017

2018

2019

Verplichtingen

153.728

248.374

304.026

257.632

257.632

257.632

257.631

Uitgaven

177.246

248.374

304.026

257.632

257.632

257.632

257.631

waarvan juridisch verplicht

   

5%

       

Uitgaven na uitdelen vanuit het BIV

   

252.526

206.132

206.132

206.132

206.131

               

Programma uitgaven

177.246

248.374

304.026

257.632

257.632

257.632

257.631

Opdracht Inzet

             

– Crisisbeheersingsoperaties (HGIS)

170.420

232.674

293.350

250.000

250.000

250.000

250.000

– Crisisbeheersingsoperaties (HGIS); Waarvan nog uit te delen vanuit BIV tbv geplande activiteiten bij de defensieonderdelen 1

   

59.500

59.500

59.500

59.500

59.500

– Financiering nationale inzet krijgsmacht

2.581

2.300

2.376

2.332

2.332

2.332

2.331

– Overige inzet

4.245

13.400

16.300

13.300

13.300

13.300

13.300

– Correctie Overige inzet i.v.m. nog te ontvangen bijdrage vanuit het BIV t.b.v. oefeningen1

   

-8.000

-8.000

-8.000

-8.000

-8.000

Ontvangsten

4.807

6.707

6.707

32.207

32.207

6.707

6.707

Programma ontvangsten

             

– Crisisbeheersingsoperaties (HGIS)

1.603

1.407

1.407

26.907

26.907

1.407

1.407

– Overige inzet

3.204

5.300

5.300

5.300

5.300

5.300

5.300

X Noot
1

Jaarlijks wordt besloten over de beschikbare middelen vanuit het BIV.

Het aandeel «juridisch verplicht» heeft betrekking op overeenkomsten voor lopende missies en inzet. Voor 2015 gaat het om 5 procent.

Toelichting op de instrumenten

Toelichting algemeen

Binnen artikel 1 Inzet worden de defensie-uitgaven voor inzet voor internationale veiligheid verantwoord en de uitgaven voor nationale inzet begroot en verantwoord.

Toelichting op inzet voor internationale veiligheid

De inzet van Defensie voor internationale veiligheid wordt met ingang van 2014 gefinancierd vanuit het BIV. Uit het budget kunnen zowel activiteiten in het kader van officiële ontwikkelingshulp (Official Development Assistance; ODA) als non-ODA activiteiten, militair of civiel, worden gefinancierd. Alle middelen blijven deel uitmaken van de Homogene groep Internationale Samenwerking (HGIS) en vallen met ingang van deze begroting onder de begrotingsverantwoordelijkheid van de Minister van Defensie. Na de jaarlijkse interdepartementale besluitvorming worden de middelen gefaseerd toegekend aan andere begrotingsartikelen binnen de HGIS. Tevens worden de middelen van BH&OS en BZ in het kader van BIV (€ 60 miljoen) op dit artikel geraamd. Dit wordt gemeld aan de Kamer bij eerste of tweede suppletoire begroting of in de slotwet.

De post «correctie Overige inzet i.v.m. nog te ontvangen bijdrage vanuit het BIV t.b.v. oefeningen» is opgenomen, omdat in de planning al rekening wordt gehouden met uit te voeren activiteiten voor de inzet van VPD’s, maar de middelen hiervoor zijn nog niet beschikbaar gesteld vanuit het BIV. Dit is afhankelijk van de jaarlijkse besluitvorming.

Overzicht missies

Overzicht missies
Toelichting uitgaven per missie

(bedragen x € 1.000)

2015

2016

2017

2018

2019

Overzicht crisisbeheersingsoperaties

         

Afghanistan (inclusief redeployment PTG)

10.400

5.000

     

Combined Maritime Forces (CMF)

250

       

Netherlands Liaison Team CENTCOM (NLTC)

175

       

United Nations Disengagement Observer Force (UNDOF)

80

       

United Nations Truce Supervision Organisation (UNTSO)

600

600

600

600

600

Missies Algemeen

5.500

5.500

5.500

5.500

5.500

Multinational Force & Observers (MFO)

10

       

Active Fence (Patriots Turkije)

10.500

5.000

     

European Union Training Mission Somalië (EUTM Somalië)

300

       

United Nations Multidimensional Integrated Stabilization Mission in Mali (MINUSMA)

80.850

16.000

10.000

   

Contributies

33.000

33.000

33.000

33.000

33.000

Totaal

141.540

65.100

49.100

39.100

39.100

Specifieke toelichting per missie

Afghanistan

International Security Assistance Force (ISAF) heeft een VN-mandaat om de Afghaanse regering te assisteren bij het handhaven en verbeteren van de veiligheid, zodat de Afghaanse regering en ontwikkelingsorganisaties in een veilige omgeving kunnen opereren. De Nederlandse bijdrage aan ISAF is in 2014 deels beëindigd. Op 1 juli 2014 is begonnen met de redeployment van de Air Task Force (ATF) uit Mazar-e-Sharif.

Daarnaast levert Nederland een personele bijdrage aan de hoofdkwartieren van ISAF, het daaronder geplaatste operationeel hoofdkwartier (ISAF Joint Command – IJC) en aan de trainingsmissie NATO Training Mission Afghanistan (NTM-A).

Combined Maritime Forces (CMF)

De CMF richten zich op de strijd tegen het internationale terrorisme en op piraterijbestrijding. Nederland levert twee militairen aan de staf van het hoofdkwartier van de CMF in Bahrein. Deze deelneming is gekoppeld aan de Nederlandse deelname aan Navo operatie Ocean Shield en EUNAVFOR Atalanta.

Netherlands Liaison Team CENTCOM (NLTC)

In verband met de coördinatie en het volgen van de ontwikkelingen in de Verenigde Staten in de strijd tegen het internationale terrorisme en de operaties, die worden uitgevoerd onder CENTCOM, levert Nederland vier militairen aan NLTC in Tampa (Verenigde Staten). Deze capaciteit wordt periodiek geëvalueerd.

United Nations Disengagement Observer Force (UNDOF)

UNDOF is een VN-waarnemingsmissie die sinds 1974 op de Golan toeziet op de handhaving van het staakt-het-vuren tussen Syrië en Israël (VNVR-resolutie 350). Daarnaast levert UNDOF bescherming aan de UNTSO missie waaraan Nederland waarnemers levert. Nederland levert sinds september 2013 twee stafofficieren aan UNDOF. Het Nederlands mandaat is verlengd tot 1 september 2015.

United Nations Truce Supervision Organisation (UNTSO)

UNTSO ziet toe op de naleving van de bestaande bestandsafspraken tussen de landen in de regio rond Israël. Nederland levert in 2015 twaalf officieren voor verschillende waarnemersgroepen in Syrië, Israël, en Libanon en op het hoofdkwartier van UNTSO te Jeruzalem. Er is geen einddatum voor deze bijdrage voorzien.

Multinational Forces and Observers (MFO)

MFO is een onafhankelijke organisatie die in de Sinaï toezicht houdt op de naleving van de Camp David vredesakkoorden tussen Israël en Egypte uit 1979. De missie kent geen mandaat van de Verenigde Naties, maar komt overeen met een artikel 6 peacekeeping operatie. De Nederlandse bijdrage bestaat uit vier militairen. Het mandaat voor deze bijdrage is verlengd tot 1 februari 2015.

Operation Active Fence (inzet Patriots Turkije)

De inzet van de Patriot-eenheden ter bescherming van de bevolking en het grondgebied van Navo-bondgenoot Turkije en de-escalatie van de crisis langs de zuidoostelijke grenzen van het bondgenootschap loopt tot eind januari 2015. Het budget van € 15,5 miljoen is nodig voor de redeployment en het weer inzetbaar maken van het materieel na terugkeer van de missies.

European Union Training Mission Somalië

Met EUTM Somalië levert de EU een bijdrage aan de ontwikkeling van de veiligheidssector van Somalië door middel van training, mentor- en adviescapaciteit ter versterking van de Somali Federal Government (SFG). De Nederlandse bijdrage aan EUTM bestaat uit maximaal 15 militairen. De EU heeft naar aanleiding van de Strategic Review besloten om de EU trainingsmissie in Somalië (EUTM) te verlengen tot en met 31 maart 2015.

United Nations Multidimensional Integrated Stabilization Mission in Mali (MINUSMA)

Met de VN-missie MINUSMA begeleidt de VN Mali naar een functionerende overheid die veiligheid en andere diensten aan de bevolking levert in het hele land. De Nederlandse bijdrage van bijna 450 militairen is gericht op een militaire niche-capaciteit, namelijk inlichtingen en verkenningen. Daarnaast draagt Nederland bij aan de VN-missie met drie Chinook helikopters voor transport en medische evacuatie. Hiermee voorziet Nederland de VN van kritieke behoeftes in de missie. Het Nederlands mandaat loopt tot eind december 2015.

European Union Training Mission Mali (EUTM Mali)

Met EUTM Mali levert de EU een bijdrage aan de bevordering van de capaciteit van operationele eenheden en de hervorming van de commandostructuur van het Malinese leger. Het mandaat van de missie loopt tot en met 18 mei 2016. Nederland levert een militair aan het Belgische detachement dat aan de trainingsmissie deelneemt. De Nederlandse bijdrage staat gepland tot het einde van het mandaat van de missie.

Opbouw regionale vredeshandhavingscapaciteit

Security Sector Development (SSD) Burundi

Nederland heeft in april 2009 een Memorandum of Understanding (MoU) gesloten met de Burundese regering met afspraken over de samenwerking op het gebied van de hervorming van de veiligheidssector voor een periode van acht jaar. Het programma richt zich op de verdere professionalisering van het Burundese leger. Nederland heeft daartoe drie functionarissen in Burundi geplaatst die samenwerken met een Burundees projectteam. Deze bijdrage heeft een doorlopend mandaat.

Africa Contingency Operations Training and Assistance (ACOTA)

ACOTA is een door de Verenigde Staten geleid programma ter versterking van de capaciteit van Afrikaanse partnerlanden om VN/Afrikaanse Unie-gemandateerde vredesmissies in Afrika uit te voeren. Nederland ondersteunt het programma financieel en sinds 2008 ook militair. Defensie levert jaarlijks 10 tot 15 personele bijdragen aan ACOTA-trainingen in Burundi, Oeganda, Rwanda en Niger.

Regional Fusion and Law Enforcement Center Safety and Security at Sea (REFLECS3)

REFLECS3, voorheen het Regional Anti-Piracy Prosecution and Intelligence Center (RAPPICC) op de Seychellen, is een multidisciplinair en multinationaal samenwerkingsverband op Brits initiatief dat uitvoering geeft aan de United Nations Convention on Transnational Crime, artikel 19 (joint investigative bodies). Begin 2012 heeft Nederland een overeenkomst gesloten over deelneming aan dit samenwerkingsverband, waaronder het leveren van opsporingsambtenaren met een specialisatie in piraterij. Hierdoor is het mogelijk Nederlandse operationele en strafrechtelijke informatie eenvoudiger met andere landen te delen. Eén militair van de Koninklijke Marechaussee is werkzaam in het REFLECS3.

European Union Border Assistance Mission Rafah (EUBAM RAFAH)

EUBAM Rafah heeft als taak om de grensbewaking van het Rafah Crossing Point door de Palestijnse Autoriteit (PA) te monitoren en te begeleiden. Sinds de machtsovername door Hamas in de Gaza-strook in juni 2007 is de missie opgeschort. Nederland heeft drie marechaussees op stand-by staan die kunnen worden uitgezonden in het geval van reactivering van de missie.

United States Security Coordinator (USSC)

USSC beoogt de Palestijnse veiligheidssector te professionaliseren, als basisvoorwaarde voor een levensvatbare toekomstige Palestijnse staat en om een veilige leefomgeving voor de Palestijnse burgers en de regio te creëren. Nederland leverde vijf militairen. Het Nederlands mandaat loopt tot 31 december 2015.

Contributies

Nederland draagt bij aan de gemeenschappelijke uitgaven voor crisisbeheersings-operaties van de Navo en de EU. Dit staat los van een eventuele Nederlandse deelneming aan een specifieke missie van de Navo of de EU. Tevens is hierin opgenomen de jaarlijkse bijdrage aan de Strategic Airlift Capability (SAC) C-17, gehuisvest op Papa Air Base te Hongarije. Dit is een internationaal samenwerkingsverband van tien Navo-lidstaten en twee EU-partners die samen drie C-17 transportvliegtuigen beheren.

Toelichting op nationale inzet

De ministers van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties, Veiligheid en Justitie en Defensie hebben bestuursafspraken gemaakt over de gegarandeerde beschikbaarheid van militaire (specialistische) capaciteiten voor nationale veiligheid, crisisbeheersing en de operationele aansturing daarvan onder civiel gezag (Bestuursafspraken inzake intensivering civiel militaire samenwerking).

Defensie levert de volgende vormen van ondersteuning aan de civiele autoriteiten, zowel in Nederland als in het Caribisch deel van het Koninkrijk:

  • Structurele nationale taken:

    • Inzet van de Koninklijke Marechaussee voor politietaken zoals beschreven in artikel 4 van de Politiewet 2012:

    • Beveiliging Koninklijk Huis;

    • Politietaak ten behoeve van Defensie;

    • Politietaak op Schiphol en andere aangewezen luchthavens;

    • Beveiliging burgerluchtvaart;

    • Verlening van bijstand aan en samenwerking met de politie alsmede assistentieverlening bij grensoverschrijdende criminaliteit;

    • Politietaak op plaatsen onder beheer van de Minister van Defensie, op aangewezen verboden plaatsen en de ambtswoning van de Minister-President;

    • Uitvoering van vreemdelingentaken op basis van de Vreemdelingenwet 2000;

    • Bestrijding van mensensmokkel en van fraude met reis- en identiteitsdocumenten;

    • Beveiligingswerkzaamheden voor De Nederlandsche Bank N.V.

    • Kustwacht Nederland;

    • Kustwacht Caribisch gebied;

    • Explosievenopruiming;

    • Luchtruimbewaking/bestrijding luchtvaartterrorisme, waaronder de Quick Reaction Alert (QRA) van twee bewapende F-16’s;

    • Bijzondere bijstandseenheden, waaronder de Unit Interventie Mariniers (UIM), een Aanhoudings- en Ondersteuningseenheid van de Koninklijke Marechaussee en een personele bijdrage aan de Dienst Speciale Interventies (DSI) van de Landelijke Eenheid van de Nationale Politie;

    • Calamiteitenhospitaal;

    • Patiëntenvervoer van en naar de Waddeneilanden 2;

    • Hydrografische opneming van de zeebodem en de verwerking daarvan tot zeekaarten.

  • Incidentele nationale taken:

    • Militaire bijstand op grond van de Politiewet 2012:

    • Ondersteuning van de handhaving van de openbare orde;

    • Ondersteuning van de strafrechtelijke handhaving van de rechtsorde.

    • Militaire bijstand op grond van de Wet Veiligheidsregio’s;

    • Militaire steunverlening in het openbaar belang.

Naast de uitvoering van de structurele taken worden op hoofdlijnen de volgende incidentele inzetten verwacht die vallen onder de uitvoering van Militaire Bijstand en Militaire Steunverlening.

Indicatieve inzet in 2015

betreft

aantal

artikel

Explosieven opruiming

Aantal ruimingen

1.900

CLAS/FNIK

Explosieven opruiming Noordzee

Aantal ruimingen

40

CZSK

Duikassistentie

Aantal aanvragen

10

CZSK/FNIK

Strafrechtelijke handhaving rechtsorde

Aantal aanvragen

30

CZSK/FNIK

Patiëntenvervoer

Aantal uitgevoerde transporten

100 1

CLSK

Onderscheppingen luchtruim

Aantal onderscheppingen

5

CLSK

Strafrechtelijke handhaving rechtsorde

Aantal aanvragen

100

KMAR/CLAS/FNIK

Handhaving openbare orde en veiligheid

Aantal aanvragen

30

KMAR/FNIK

Wet veiligheidsregio

Aantal aanvragen

10

KMAR/CLAS/FNIK

Militaire steunverlening in het openbaar belang

Aantal aanvragen

40

Alle krijgsmachtdelen/FNIK

Bijstand Caribisch gebied

Aantal aanvragen

10

CZSK/FNIK

Toelichting: In de rechter kolom staat het artikel dat de uitgaven draagt die worden gemaakt om de taken te kunnen uitvoeren. Indien de inzet voldoet aan de criteria, worden de additionele uitgaven met FNIK verrekend. Soms zijn er meer krijgsmachtdelen die de taken kunnen uitvoeren.

X Noot
1

Aantal is gehalveerd ten opzichte van het langjarig gemiddelde in verband met de beleidswijziging patiëntenvervoer, zie Beleidsartikel 4 Taakuitvoering luchtstrijdkrachten / beleidswijzigingen.

De additionele uitgaven die het gevolg zijn van de uitvoering van militaire bijstand en militaire steunverlening worden gefinancierd uit het budget Financiering Nationale Inzet Krijgsmacht (FNIK). Hiervoor hebben het Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties, het Ministerie van Veiligheid en Justitie en het Gemeentefonds gezamenlijk structureel € 2,3 miljoen overgeheveld naar de defensiebegroting. Deze bijdrage is bedoeld voor routinematige incidentele inzetten. Indien er sprake is van uitzonderlijke inzet die niet binnen de voorziening kan worden opgevangen, zoals in 2014 de ondersteuning door Defensie aan de NSS, worden met de betrokken partijen afzonderlijke afspraken gemaakt over de verrekening.

Toelichting op overige inzet

Nederland organiseert in 2015 een internationale Cyberconferentie. Voor de voorbereiding kan gebouwd worden op de ervaringen die zijn opgedaan bij de organisatie van andere grootschalige internationale conferenties, waaronder de Nuclear Security Summit. In de ministerraad is besloten dat de Cyber conferentie een sober karakter krijgt. De kosten van de conferentie worden verdeeld over de betrokken departementen: het Ministerie van Buitenlandse Zaken draagt 50 procent van de kosten en de ministeries van Veiligheid en Justitie, Defensie en Economische Zaken nemen de overige 50 procent voor hun rekening. Het benodigde bedrag voor Defensie is via een claim ten laste gebracht van HGIS en toegevoegd aan artikel 1 Inzet.

Vessel Protection Detachments (VPD’s)

In overleg met reders is de maximaal beschikbare VPD-capaciteit in 2012 uitgebreid tot 175 inzetten. In de begroting is dekking zeker gesteld voor dit volume. De veiligheids-situatie in het operatiegebied waar de VPD’s worden ingezet bepaalt mede wat de definitieve vraag van de reders wordt. Op basis van de huidige veiligheidssituatie en de daaraan gekoppelde vraag wordt verwacht dat in 2015 tussen de 75 en 100 VPD’s worden ingezet. De additionele uitgaven bestaan hoofdzakelijk uit toelagen, reis- en verblijfskosten alsmede de kosten van de opslag van materieelpakketten in de regio. De Nederlandse reders dragen bij aan de uitgaven voor de VPD’s.

Toelichting op ontvangsten

Ontvangsten crisisbeheersingsoperaties (HGIS)

De ontvangsten hebben voornamelijk betrekking op de verrekening met de EU, de Navo en VN-partners van de door Nederland in het verleden (incidenteel) geleverde diensten, goederen of ingezette personele en materiële middelen.

Ontvangsten overige inzet

Dit betreft de bijdrage van de reders voor de inzet van VPD’s (€ 5,3 miljoen).

2.2.2. Beleidsartikel 2: Taakuitvoering zeestrijdkrachten

Algemene doelstelling

De zeestrijdkrachten leveren operationeel gerede maritieme expeditionaire capaciteit, zowel vloot als mariniers, voor nationale en internationale operaties.

Rol en verantwoordelijkheid Minister

De Minister is verantwoordelijk voor de vaststelling van de omvang en samenstelling van de zeestrijdkrachten en van de mate van gereedheid van maritieme eenheden. Voor de maritieme capaciteit van de krijgsmacht is het Commando Zeestrijdkrachten (CZSK) verantwoordelijk voor het operationeel gereedstellen en in stand houden van de eenheden. De zeestrijdkrachten zijn inzetbaar voor zowel expeditionaire als voor nationale taken.

Indicatoren algemene doelstelling

In de onderstaande tabel staan de operationeel gerede eenheden en het voortzettingsvermogen van het CZSK voor 2015 tot en met 2019. De genoemde gereedheidsdoelstellingen worden permanent gerealiseerd.

Doelstellingenmatrix CZSK 2015 – 2019

Groep

Organieke component

Totaal aantal

Operationeel gereed

Voortzettingsvermogen

Staf

NLMARFOR

1

1

0

Vlooteenheden

Fregatten

LC-fregat

4

2

2

M-fregat

2

1

1

Patrouilleschepen

4

2

2

Bevoorradingsschip 1

0->1

0->1

0

Landing Platform Docks

2

1

1

Onderzeeboten

4

1

3

Ondersteuningsvaartuig OZD

1

0,2 2

0,8

Mijnenbestrijdingsvaartuigen

6

3

3

Hydrografische opnemingsvaartuigen

2

1

1

Marinierseenheden

Marines Combat Group

2

1

1

Surface Assault & Training Group 3

1

0,5

0,5

Sea-based Support Group

1

1

0

Squadron NLMARSOF

2

1,5

0,5

Commandant der Zeemacht in het Caribisch gebied (CZMCARIB)

Infanteriecompagnie Curaçao

1

1

0

Marinierscompagnie Caribisch gebied

1

1

0

Infanteriepeloton Sint Maarten

1

1

0

Boottroop Caribisch gebied

1

1

0

Ondersteuningsvaartuig Caribisch gebied

1

0,72

0,3

Overige eenheden

Defensie Duikgroep

1

1

0

Toelichting: De gereedheidsdoelstellingen per operationeel commando worden weergegeven in de doelstellingenmatrix. In de kolom «Totaal aantal» staat vermeld hoeveel eenheden er zijn. Deze eenheden zijn daarnaast verdeeld over de kolommen «Operationeel gereed» en «Voortzettingsvermogen». In de kolom «Operationeel gereed» is weergegeven hoeveel eenheden permanent beschikbaar zijn als directe bijdrage aan de inzetbaarheidsdoelstellingen. In de kolom «Voortzettingsvermogen» zijn de overige eenheden weergegeven. Deze eenheden zijn weliswaar aan het opwerken, maar zijn inzetbaar afhankelijk van de aard, duur en ambitie van de opdracht.

X Noot
1

Zr.Ms. Amsterdam is in 2014 verkocht, JSS is volgens planning eind 2015 operationeel gereed;

X Noot
2

Deze waarden betreffen een gemiddelde gereedheid over het jaar, omdat dit unieke, ondeelbare eenheden betreft.

X Noot
3

Een Surface Assault & Training Group bestaat uit twee Landing Craft & Control Teams, waarvan er een Operationeel Gereed is en een tot het voorzettingsvermogen behoort.

Beleidswijzigingen

De volgende beleidswijzigingen zijn opgetreden na het uitkomen van de nota In het belang van Nederland:

Marinierscompagnie Aruba

De extra middelen uit het begrotingsakkoord 2013 hebben het mogelijk gemaakt de voorgenomen maatregel terug te draaien om eenheden van het CLAS en het CZSK te laten rouleren op Aruba. De permanente aanwezigheid op Aruba is een taak van het Korps Mariniers.

Joint Support Ship (JSS)

Na oplevering wordt het JSS in dienst gesteld met het oog op internationale samenwerking. In eerste instantie wordt het schip vanaf eind 2015 ingezet voor de maritieme bevoorradingsfunctie. Zr.Ms. Amsterdam is in 2014 verkocht.

Behoud van de Marinierskazerne Rotterdam

Op grond van de uitkomsten van de business case van de Van Ghentkazerne, waarvan andere overheidsdiensten eveneens gebruik gaan maken, is besloten dat de Van Ghentkazerne behouden blijft.

Budgettaire gevolgen van het beleid en budgetflexibiliteit

Artikel 2 Taakuitvoering Zeestrijdkrachten (bedragen x € 1.000)
 

2013

2014

2015

2016

2017

2018

2019

Verplichtingen

697.563

721.334

696.160

675.413

670.782

663.370

663.243

Uitgaven

711.618

721.334

696.160

675.413

670.782

663.370

663.243

Waarvan juridisch verplicht

   

84%

       

Uitgaven incl. nog te ontvangen bijdrage vanuit BIV

   

700.610

676.863

675.232

667.820

667.693

               

Programma uitgaven

155.982

133.137

124.517

121.080

118.879

114.886

114.801

Opdracht Gereedstelling en instandhouding Commando ZSK

155.982

133.137

124.517

121.080

118.879

114.886

114.801

– Gereedstelling

59.002

20.609

18.877

18.721

18.715

14.071

14.060

– Correctie Gereedstelling i.v.m. nog te ontvangen bijdrage vanuit het BIV t.b.v. oefeningen 1

   

– 4.450

– 4.450

– 4.450

– 4.450

– 4.450

– Instandhouding

96.980

99.028

93.292

96.828

91.633

92.284

92.210

– Bijdrage aan agentschap

 

13.500

16.798

12.981

12.981

12.981

12.981

– waarvan bijdrage RWS

 

13.500

16.798

12.981

12.981

12.981

12.981

               

Apparaatsuitgaven

555.636

588.197

571.643

551.333

551.903

548.484

548.442

Personele uitgaven

491.414

529.641

509.112

489.997

490.715

487.687

488.173

– waarvan eigen personeel

491.414

525.941

509.112

489.997

490.715

487.687

488.173

– waarvan externe inhuur

 

3.700

         

Materiële uitgaven

64.222

58.556

62.531

61.336

61.188

60.797

60.269

– waarvan ICT

2.139

3.018

3.214

2.657

2.656

2.656

2.656

– waarvan overige exploitatie

57.376

52.738

55.989

55.512

55.365

54.974

54.446

– waarvan bijdrage aan SSO Paresto

 

2.800

3.328

3.167

3.167

3.167

3.167

               

Apparaatsontvangsten

18.882

19.951

19.951

19.951

19.951

19.951

19.951

X Noot
1

Jaarlijks wordt besloten over de beschikbare middelen vanuit het BIV.

Het aandeel «juridisch verplicht» heeft betrekking op programma-uitgaven voor levering van goederen en/of diensten waarvoor Defensie een overeenkomst is aangegaan en op de apparaatsuitgaven die voor het grootste deel bestaan uit personele uitgaven. Voor 2015 gaat het om 84 procent. Het betreft verplichtingen die zijn aangegaan voor de apparaatsuitgaven, de instandhouding van de zeewapensystemen, inzet en de verplichtingen voor het oefenprogramma.

Toelichting op de instrumenten

Programma-uitgaven

Inzet en gereedstelling

De geraamde uitgaven voor inzet zijn gerelateerd aan de vlieguren en de vaardagen van de kustwacht in Nederland en de kustwacht in het Caribisch gebied. De overige inzet wordt verantwoord in beleidsartikel 1 Inzet. De jaarplannen en jaarverslagen van de kustwachten bevatten nadere informatie over hun activiteiten en middelen.

De geraamde uitgaven voor gereedstelling worden gedaan voor opwerk- en oefenactiviteiten.

Bijdrage aan agentschap (onder programma-uitgaven)

Binnen de programma-uitgaven maakt de post «Bijdrage aan agentschap» een onderdeel uit van het instrument Opdracht Gereedstelling en instandhouding Commando ZSK. Het betreft hier de uitgaven aan Rijkswaterstaat (RWS), voor de Rijksbrede Civiele Rederij (RCR). Dit is een baten-lastenagentschap van het Ministerie van Infrastructuur en Milieu (€ 16,4 miljoen voor 2015). De activiteiten die zij verrichten voor het CZSK hebben betrekking op gereedstelling.

Instandhouding

De geraamde uitgaven voor de instandhouding van materieel betreffen het onderhoud van wapensystemen (wapensysteemlogistiek), walinstellingen en procesgebonden installaties en de herbevoorrading van operationele en ondersteunende eenheden (ketenlogistiek).

De post «Correctie Gereedstelling i.v.m. nog te ontvangen bijdrage vanuit het BIV t.b.v. oefeningen» is opgenomen, omdat in het oefenprogramma al rekening wordt gehouden met trainingen en oefeningen ter voorbereiding op de inzet, maar de middelen hiervoor zijn nog niet beschikbaar gesteld vanuit het BIV.

Apparaatsuitgaven

De apparaatsuitgaven bevatten vooral personele uitgaven. Deze uitgaven bestaan hoofdzakelijk uit salarissen, sociale lasten en uitgaven voor toelagen en reiskosten woon-werkverkeer. De personele uitgaven worden besteed aan de volgende aantallen personeel (gemiddelde jaarsterktes):

2013

2014

2015

2016

2017

2018

2019

10.236

10.192

9.913

9.632

9.613

9.583

9.583

De uitgaven voor huisvesting en ICT zijn met ingang van 2013 overgeheveld naar CDC en DMO. De resterende uitgaven worden gedaan voor de kustwacht.

De overige exploitatie is voor het grootste deel personeelsgebonden. Deze uitgaven bestaan voornamelijk uit opleidingen, dienstreizen en overige materiële uitgaven.

Bijdragen aan SSO’s (onder apparaatsuitgaven)

Om de apparaatsuitgaven binnen de baten-lastenagentschappen beter te laten aansluiten bij de uitgavenbegroting, worden Rijksbreed de betalingen aan de baten-lastenagentschappen zichtbaar gemaakt in de uitgavenbegroting, onder de noemer «waarvan bijdragen aan SSO’s» (Shared Service Organisations). Het betreft hier de uitgaven aan Paresto (€ 3,3 miljoen voor 2015).

Voor een nadere toelichting op de apparaatsuitgaven wordt verwezen naar de personeelsrapportage die periodiek aan de Tweede Kamer wordt aangeboden en het niet-beleidsartikel 10 Centraal apparaat.

2.2.3. Beleidsartikel 3: Taakuitvoering landstrijdkrachten

Algemene doelstelling

De landstrijdkrachten leveren operationeel gerede grondgebonden expeditionaire capaciteit voor nationale en internationale operaties.

Rol en verantwoordelijkheid Minister

De Minister is verantwoordelijk voor de vaststelling van de omvang en samenstelling van de landstrijdkrachten en van de mate van gereedheid van de grondgebonden eenheden. Voor de grondgebonden capaciteit van de krijgsmacht is het Commando Landstrijdkrachten (CLAS) verantwoordelijk voor het operationeel gereedstellen en in stand houden van de eenheden. De landstrijdkrachten zijn inzetbaar voor zowel expeditionaire als voor nationale taken.

Indicatoren algemene doelstelling

In de volgende tabel staan de operationeel gerede eenheden en het voortzettingsvermogen van het CLAS voor 2015 tot en met 2019. De genoemde gereedheidsdoelstellingen worden permanent gerealiseerd.

Doelstellingenmatrix CLAS 2015 – 2019

Groep

Organieke component

Totaal aantal

Operationeel gereed

Voortzettingsvermogen

High Readiness Forces (Land) Headquarters

NLD deel staf HRF HQ

1

1

0

NLD deel CIS Battalion

1

1

0

NLD deel Staff Support Battalion

1

1

0

Brigade Hoofdkwartier

Staf

3

1

2

Verkenningseskadron

3

1

2

ISTAR Module

5

2

3

CIMIC Support Element

4

2

2

Psyops Support Element

4

2

2

(Re)Deployment Taskforce HQ

Hoofdkwartier OOCL

1

1

0

Defensie Grondgebonden Luchtverdedigingscommando

Staf

1

1

0

Patriot Fire Unit

3

1

2

AMRAAM-Peloton

2

1

1

Stinger-Peloton

3

2

1

Korps Commandotroepen

Commandotroepencompagnie

4

2

2

Bataljonstaakgroep

Gemechaniseerd bataljon/gemotoriseerd bataljon

4

1

3

Luchtmobiel bataljon

3

1

2

Pantserhouwitser /Mortier batterij

3

2

1

Pantsergeniecompagnie

4

1

3

Luchtmobiel Geniepeloton

3

1

2

CIS-Compagnie

3

1

2

ROLE 1 Medical Treatment Facility

22

9

13

Cybercommando

Cybercommando

1

0,5 1

0,51

Combat Support Elements

Staf Vuursteuncommando

1

1

0

Staf Geniebataljon

3

1

2

Constructiecompagnie

2

1

1

Brugmodule

2

1

1

CBRN-Compagnie

2

1

1

EODD Ploeg

48

20

28

Combat Service Support Elements

Bataljonsstaf National Support Element

1

1

0

Bataljonsstaf Geneeskundig bataljon

1

0,251

0,751

Compagniestaf NSE

8

3

5

Transportcompagnie

3

1,51

1,51

Zware Transportcompagnie

1

0,51

0,51

Clustercompagnie

2

1

1

Dienstencompagnie

1

0,51

0,51

Bevoorradingspeloton

3

1

2

Herstelpeloton

11

5

6

ROLE 2 Medical Treatment Facility

4

2

2

Nationale Reserve

Bataljon

3

3

0

Toelichting: De gereedheidsdoelstellingen per operationeel commando worden weergegeven in de doelstellingenmatrix. In de kolom «Totaal aantal» staat vermeld hoeveel eenheden er zijn. Deze eenheden zijn daarnaast verdeeld over de kolommen «Operationeel gereed» en «Voortzettingsvermogen». In de kolom «Operationeel gereed» is weergegeven hoeveel eenheden permanent beschikbaar zijn als directe bijdrage aan de inzetbaarheidsdoelstellingen. In de kolom «Voortzettingsvermogen» zijn de overige eenheden weergegeven. Deze eenheden zijn weliswaar aan het opwerken, maar kunnen ingezet worden, afhankelijk van de aard, duur en ambitie van de opdracht.

X Noot
1

De «afgebroken» getallen geven delen van c.q. capaciteiten van (organieke) eenheden weer die operationeel gereedgesteld worden. Dit kunnen subeenheden (pelotons of compagnieën) zijn, dan wel functionaliteiten zoals (staf)adviseurs.

Beleidswijzigingen

Omvorming 13 Gemechaniseerde Brigade naar gemotoriseerde brigade

13 Gemechaniseerde Brigade in Oirschot begint in 2015 met de omvorming naar een gemotoriseerde brigade. Dit betekent dat de CV-90 pantservoertuigen van de twee gemechaniseerde bataljons in deze brigade worden vervangen door een combinatie van wielvoertuigen (Bushmaster, Mercedes-Benz terreinwagen, Fennek en Boxer) waarover Defensie reeds beschikt of die binnenkort bij Defensie instromen. De helft van deze CV-90’s (44 stuks) wordt afgestoten, de andere helft wordt aangehouden voor opleiding en training, als logistieke reserve en voor reservedelen.

In de nieuwe opzet bestaat de operationele kern van het Commando Landstrijdkrachten uit drie capaciteiten waarmee het in alle inzetscenario’s een bijdrage kan leveren: een luchtmobiele brigade, een gemechaniseerde brigade en een gemotoriseerde brigade. De luchtmobiele brigade blijft een belangrijke initial entry 3 capaciteit van de landstrijdkrachten, al dan niet samen met het Korps Commandotroepen. Deze samenwerking, die in het bijzonder het derde luchtmobiele bataljon betreft, is momenteel onderwerp van studie. Het derde bataljon luchtmobiel wordt beperkt opgeleid voor de uitvoering van Air Assault taken.

Inlichtingen

Bij het Joint Intelligence Surveillance, Target Acquisition and Reconnaissance Commando (JISTARC) wordt één verkenningseskadron omgevormd naar een inlichtingenverkenningseskadron dat specialistische verkenningstaken kan uitvoeren. Het tweede verkenningseskadron van JISTARC wordt in 2015 opgeheven en de activiteiten daarvan worden voortgezet door het nieuwe Brigade Verkenningseskadron van 11 Luchtmobiele Brigade. Hierdoor beschikken zowel 11 Luchtmobiele Brigade, de huidige 13 Gemechaniseerde Brigade als 43 Gemechaniseerde Brigade over een Brigade Verkenningseskadron.

Bevoorrading en transport

Het CLAS voert een herschikking uit van de bevoorradings-en transportcapaciteit. Na de overname van de goederenvervoerstaak, als gevolg van de in 2011 in gang gezette reorganisatie, worden deze taak geïntegreerd en wordt de gehele bevoorradings-en transportcapaciteit heringericht en aangepast aan de nieuwe landmachtorganisatie. Hiertoe worden verschillende capaciteiten of subeenheden uit de bevoorradings- en transporteenheden geclusterd in één eenheid, namelijk het Bevoorradings- en Transport (B&T)-commando.

Budgettaire gevolgen van het beleid en budgetflexibiliteit

Artikel 3 Taakuitvoering Landstrijdkrachten (bedragen x € 1.000)
 

2013

2014

2015

2016

2017

2018

2019

Verplichtingen

1.175.948

1.163.728

1.121.002

1.096.057

1.093.592

1.095.340

1.097.114

Uitgaven

1.155.056

1.163.728

1.121.002

1.096.057

1.093.592

1.095.340

1.097.114

Waarvan juridisch verplicht

   

87%

       

Uitgaven incl. nog te ontvangen bijdrage vanuit BIV

   

1.131.452

1.106.507

1.104.042

1.105.790

1.107.564

               

Programma uitgaven

154.992

132.959

151.062

165.031

167.582

171.162

171.044

Opdracht Gereedstelling en instandhouding Commando LAS

154.992

132.959

151.062

165.031

167.582

171.162

171.044

– Gereedstelling

87.150

54.123

51.003

51.261

51.266

51.265

51.265

Correctie Gereedstelling i.v.m. nog te ontvangen bijdrage vanuit het BIV t.b.v. oefeningen 1

   

– 4.450

– 4.450

– 4.450

– 4.450

– 4.450

– Instandhouding

67.842

78.836

104.509

118.220

120.766

124.347

124.229

               

Apparaatsuitgaven

1.000.064

1.030.769

969.940

931.026

926.010

924.178

926.070

Personele uitgaven

931.372

944.274

901.595

864.552

859.237

855.608

856.372

– waarvan eigen personeel

931.372

939.695

907.095

870.552

865.237

861.608

862.372

Correctie personele uitgaven i.v.m. nog te ontvangen bijdrage vanuit het BIV t.b.v. civiele militaire capaciteiten1

– 6.000

– 6.000

– 6.000

– 6.000

– 6.000

– waarvan externe inhuur

4.579

500

Materiële uitgaven

68.692

86.495

68.345

66.474

66.773

68.570

69.698

– waarvan overige exploitatie

68.692

78.095

58.489

57.065

57.364

59.161

60.289

– waarvan bijdrage aan SSO Paresto

8.400

9.856

9.409

9.409

9.409

9.409

               

Apparaatsontvangsten

26.772

20.523

20.523

20.523

20.523

20.523

20.523

X Noot
1

Jaarlijks wordt besloten over de beschikbare middelen vanuit het BIV.

Het aandeel «juridisch verplicht» heeft betrekking op programma-uitgaven voor levering van goederen en/of diensten waarvoor Defensie een overeenkomst is aangegaan en op de apparaatsuitgaven die voor het grootste deel bestaan uit personele uitgaven. Voor 2015 gaat het om 87 procent. Het betreft verplichtingen die zijn aangegaan voor de apparaatsuitgaven, de instandhouding van de landwapensystemen en voor het oefenprogramma.

Toelichting op de instrumenten

Programma-uitgaven

Inzet

De inzet wordt verantwoord in beleidsartikel 1 Inzet.

Gereedstelling

De geraamde uitgaven voor gereedstelling worden gedaan voor oefenactiviteiten.

Instandhouding

De geraamde uitgaven voor de instandhouding van materieel betreffen het onderhoud van wapensystemen (wapensysteemlogistiek) en bevoorrading van operationele en ondersteunende eenheden door het Defensie Bedrijf Grondgebonden Systemen (systeemlogistiek bedrijf).

De post «Correctie Gereedstelling i.v.m. nog te ontvangen bijdrage vanuit het BIV t.b.v. oefeningen» is opgenomen, omdat in het oefenprogramma al rekening wordt gehouden met trainingen en oefeningen ter voorbereiding op de inzet, maar de middelen hiervoor zijn nog niet beschikbaar gesteld vanuit het BIV. Dit is afhankelijk van de jaarlijkse besluitvorming.

Apparaatsuitgaven

De apparaatsuitgaven bevatten vooral personele uitgaven. Deze uitgaven bestaan hoofdzakelijk uit salarissen, sociale lasten en uitgaven voor toelagen en reiskosten woon-werkverkeer. De personele uitgaven worden besteed aan de volgende aantallen personeel (gemiddelde jaarsterktes):

2013

2014

2015

2016

2017

2018

2019

20.014

19.823

19.179

19.076

18.990

18.986

18.986

De overige exploitatie is voor het grootste deel personeelsgebonden. Deze uitgaven bestaan voornamelijk uit opleidingen, werving, dienstreizen en overige materiële uitgaven.

Bijdragen aan SSO’s

Om de apparaatsuitgaven binnen de baten-lastenagentschappen beter te laten aansluiten bij de uitgavenbegroting, worden Rijksbreed de betalingen aan de baten-lastenagentschappen zichtbaar gemaakt in de uitgavenbegroting onder de noemer «waarvan bijdragen aan SSO’s» (Shared Service Organisations). Het betreft hier de uitgaven voor Paresto (€ 9,9 miljoen voor 2015).

De post «Correctie personele uitgaven i.v.m. nog te ontvangen bijdrage vanuit het BIV t.b.v. civiele militaire capaciteiten» is opgenomen, omdat in de planning rekening wordt gehouden met het beschikbaar stellen van personeel voor het leveren van civiele militaire capaciteiten, maar de middelen hiervoor zijn nog niet beschikbaar gesteld vanuit het BIV. Dit is afhankelijk van de jaarlijkse besluitvorming.

Voor een nadere toelichting op de apparaatsuitgaven wordt verwezen naar de personeelsrapportage die periodiek aan de Tweede Kamer wordt aangeboden en het niet-beleidsartikel 10 Centraal apparaat.

2.2.4. Beleidsartikel 4: Taakuitvoering luchtstrijdkrachten

Algemene doelstelling

De luchtstrijdkrachten leveren lucht- en grondgebonden capaciteit voor nationale en internationale operaties.

Rol en verantwoordelijkheid Minister

De Minister is verantwoordelijk voor de vaststelling van de omvang en de samenstelling van de luchtstrijdkrachten en van de mate van gereedheid van de luchtstrijdkrachten.

Voor de lucht- en grondgebonden capaciteit van de krijgsmacht is het Commando Luchtstrijdkrachten (CLSK) verantwoordelijk voor het operationeel gereedstellen en in stand houden van de eenheden. De luchtstrijdkrachten zijn inzetbaar voor zowel expeditionaire taken als voor nationale taken.

Indicatoren algemene doelstelling

In de onderstaande tabel staan de operationeel gerede eenheden en het voorzettingsvermogen van het CLSK voor 2015 tot en met 2019. De genoemde gereedheidsdoelstellingen worden permanent gerealiseerd.

Doelstellingenmatrix CLSK 2015 – 2019

Groep

Organieke component

Totaal aantal

Operationeel gereed

Voortzettingsvermogen

Jachtvliegtuigen

F-16

61

11

50

Helikopters

AH-64D Apache

29

10 1

19

CH-47 Chinook

17

61

11

AS-532 Cougar

12 2

6

6

NH-90

13 -> 20

2 -> 5 3

11 -> 15

Transport-

vliegtuigen

KDC-10

2

1

1

C-130H Hercules

4

2

2

Kustwacht

Nederland

Dornier DO-228 4

2

1

1

Unmanned Aerial Systems (UAS)

MALE UAV eenheid

1

0 5

1

Force Protection

OGRV eenheden

4

2

2

C2 element

2

1

1

Air C4ISR

Air Operations Control Station (AOCS)

1

1

Nationale Datalink Managementcel (NDMC)

1

1

Toelichting: De gereedheidsdoelstellingen per operationeel commando worden weergegeven in de doelstellingenmatrix. In de kolom «Totaal aantal» staat vermeld hoeveel eenheden er zijn. Deze eenheden zijn daarnaast verdeeld over de kolommen «Operationeel gereed» en «Voortzettingsvermogen». In de kolom «Operationeel gereed» is weergegeven hoeveel eenheden permanent beschikbaar zijn als directe bijdrage aan de inzetbaarheidsdoelstellingen. In de kolom «Voortzettingsvermogen» zijn de overige eenheden weergegeven. Deze eenheden zijn weliswaar aan het opwerken, maar kunnen ingezet worden, afhankelijk van de aard, duur en ambitie van de opdracht. Ook de permanent in de Verenigde Staten gestationeerde toestellen van het CLSK zijn opgenomen in de doelstellingenmatrix. Het betreft tien F-16’s, acht Apaches en drie Chinooks. Deze zijn permanent in gebruik voor opleidingen en training, maar hebben een operationele configuratie. Het (niet-operationele) F-16 testtoestel wordt voortaan meegeteld in het voortzettingsvermogen.

X Noot
1

Toelichting Apache en Chinook: Voor Apache en Chinook worden bemanningen opgeleid tot Deployable Combat Ready. Dit betekent dat voor missies in de hoogste geweldscenario’s, waarbij de tegenstander nog over een werkend luchtverdedigingssysteem beschikt, additionele training benodigd is.

X Noot
2

Toelichting Cougar. Met Kamerbrief 2014Z12237 d.d. 27 juni 2014 is aangegeven dat de Cougar meer en langer wordt ingezet om de gevolgen van de introductie vertraging NH-90 te beperken.

X Noot
3

Toelichting NH-90: Met Kamerbrief 2014Z12237 d.d. 27 juni 2014 is aangegeven dat de introductie van de NH-90 helikopter vertraging oploopt. Vanaf 1 januari 2015 worden de SAR-taken voor Kustwacht Nederland voor vijf jaar uitbesteed. Ten behoeve van het vlootoptreden is vanaf 1 januari 2015 één NH-90 helikopter beschikbaar.

X Noot
4

Toelichting Dornier: Defensie treedt tot november 2017 op als eigenaar, operator en toezichthouder van de Dornier, waarbij een verdere positiebepaling van Kustwacht Nederland noodzakelijk is om de rol van Defensie vanaf november 2017 in te kunnen vullen.

X Noot
5

Toelichting MALE UAV eenheid: Het Unmanned Aerial System wordt ingevoerd vanaf 2015. Fully Operational Capability wordt in 2017 bereikt.

Beleidswijzigingen

Omvorming vliegbasis Leeuwarden.

Een deel van de intensivering in de begrotingsafspraken 2013 komt ten goede aan het exploitatiebudget van het Commando Luchtstrijdkrachten (CLSK). Hierdoor komt de maatregel om de vliegbasis Leeuwarden vooruitlopend op de invoering van de F-35 om te vormen van Main Operating Base (MOB) naar een kleinere Deployable Operating Base (DOB) te vervallen. De toekomstige inrichting van de vliegbasis Leeuwarden wordt in de transitieplannen voor de invoering van de F-35 en de MALE UAV opgenomen.

Search and Rescue (SAR) en Patiëntenvervoer ten behoeve van de Waddeneilanden

Op 27 juni 2014 is de Kamer geïnformeerd over de voortgang van het NH-90 project (Kamerstuk 2014Z12237). Zoals daarin geschreven staat tijdens de introductieperiode van de NH-90 de uitvoering van de Search and Rescue (SAR) taken door Defensie onder druk. Om die reden heeft Defensie al eerder besloten tot de tijdelijke uitbesteding van de SAR-taken gedurende de nachtelijke uren. Overleg met het beleidsverantwoordelijke Ministerie van Infrastructuur en Milieu heeft tot de conclusie geleid dat algehele uitbesteding van deze taken voor de komende jaren noodzakelijk is, zo lang de NH-90 nog niet volledig operationeel is. Dit heeft geresulteerd in een aanbesteding van de SAR taken met helikopters tot tenminste 31 december 2019.

Op 4 juni 2014 is de Kamer geïnformeerd over het besluit om de patiëntenvervoertaak niet langer door Defensie te laten uitvoeren (Kamerstuk 33 750, nr. 62). Defensie zal haar verplichtingen uit het convenant nakomen tot een alternatieve oplossing is gevonden die voor alle partijen aanvaardbaar is. Defensie acht het mogelijk binnen een jaar een alternatieve oplossing te vinden waardoor Defensie in de eerste helft van 2015 kan stoppen met deze taak.

Invulling «capability gap» helikopters

Op 27 juni 2014 is de Kamer geïnformeerd over de voortgang van het NH-90 project (Kamerstuk 2014Z12237). Door de vertraagde invoering van de NH-90 ontstaat een capability gap. De Cougar helikopter zal meer en langer worden ingezet om het capaciteitstekort op korte tot middellange termijn te verminderen.

Bovenop de acht helikopters die in 2011 zijn aangehouden, worden extra Cougar-helikopters ingezet. Deze worden onttrokken aan de pool van te verkopen toestellen. De Cougar-helikopter kan echter niet alle taken van de NH-90 uitvoeren, zoals een belangrijk deel van de maritieme taken. De uitfasering van de Cougars zal gelijke tred moeten houden met de introductie van de NH-90 helikopters.

Gulfstream

Defensie behoudt behoefte aan snel en flexibel transport naar missiegebieden. De Gulfstream wordt daarom later afgestoten. Tot die tijd kan de Gulfstream, net als in de huidige situatie, ook voor regeringsvluchten worden ingezet.

Budgettaire gevolgen van het beleid en budgetflexibiliteit

Artikel 4 Taakuitvoering Luchtstrijdkrachten (bedragen x € 1.000)
 

2013

2014

2015

2016

2017

2018

2019

Verplichtingen

857.262

649.527

644.308

636.517

626.342

631.743

628.011

Uitgaven

651.319

649.527

644.308

636.517

626.342

631.743

628.011

Waarvan juridisch verplicht

   

82%

       

Uitgaven incl. nog te ontvangen bijdrage vanuit BIV

   

666.308

658.517

648.342

653.743

650.011

               

Programma uitgaven

149.516

138.559

149.533

155.472

146.887

154.541

148.661

Opdracht Gereedstelling en instandhouding Commando LSK

149.516

138.559

149.533

151.472

146.887

154.541

148.661

– Gereedstelling

20.538

13.138

13.252

13.245

13.240

13.230

13.272

– Instandhouding

128.978

125.421

158.281

164.227

155.647

163.311

157.389

Correctie Instandhouding i.v.m. nog te ontvangen bijdrage vanuit het BIV t.b.v. luchttransport 1

   

– 22.000

– 22.000

– 22.000

– 22.000

– 22.000

               

Apparaatsuitgaven

501.803

510.968

494.775

481.045

479.455

477.202

479.350

Personele uitgaven

401.910

403.163

388.274

373.176

372.003

374.495

374.613

– waarvan eigen personeel

401.910

402.163

387.274

372.176

371.003

374.495

374.613

– waarvan externe inhuur

 

1.000

1.000

1.000

1.000

   

Materiële uitgaven

99.893

107.805

106.501

107.869

107.452

102.707

104.737

– waarvan overige exploitatie

99.893

105.955

105.477

106.904

106.487

101.742

103.772

– waarvan bijdrage aan SSO Paresto

1.850

1.024

965

965

965

965

               

Apparaatsontvangsten

15.256

15.227

15.227

15.227

15.227

15.227

15.227

X Noot
1

Jaarlijks wordt besloten over de beschikbare middelen vanuit het BIV.

Het aandeel «juridisch verplicht» heeft betrekking op programma-uitgaven voor levering van goederen en/of diensten waarvoor Defensie een overeenkomst is aangegaan en op de apparaatsuitgaven die voor het grootste deel bestaan uit personele uitgaven. Voor 2015 gaat het om 82 procent. Het betreft verplichtingen die zijn aangegaan voor de apparaatsuitgaven, de instandhouding van de luchtwapensystemen en voor het oefenprogramma.

Toelichting op de instrumenten

Programma-uitgaven

Inzet

De inzet wordt verantwoord in beleidsartikel 1 Inzet.

Gereedstelling

De geraamde uitgaven voor gereedstelling worden gedaan voor oefenactiviteiten.

Instandhouding

De geraamde uitgaven voor de instandhouding van materieel betreffen het onderhoud van de wapensystemen. De instandhoudingsuitgaven van het Logistiek Centrum Woensdrecht zijn hierin opgenomen. Naast uitgaven voor de diverse ondersteunende installaties gaat het om uitgaven voor de instandhouding van de wapensystemen die in de doelstellingenmatrix zijn genoemd.

De post «Correctie Instandhouding i.v.m. nog te ontvangen bijdrage vanuit het BIV t.b.v. luchttransport» is opgenomen, omdat in de planning rekening wordt gehouden met het beschikbaar stellen van luchttransportcapaciteit, maar de middelen hiervoor zijn nog niet beschikbaar gesteld vanuit het BIV. Dit is afhankelijk van de jaarlijkse besluitvorming.

Apparaatsuitgaven

De apparaatsuitgaven bevatten vooral personele uitgaven. Deze uitgaven bestaan hoofdzakelijk uit salarissen, sociale lasten en uitgaven voor toelagen en reiskosten woon-werkverkeer. De personele uitgaven worden besteed aan de volgende aantallen personeel (gemiddelde jaarsterktes):

2013

2014

2015

2016

2017

2018

2019

7.471

7.522

7.384

7.336

7.332

7.297

7.297

Bijdragen aan SSO’s

Om de apparaatsuitgaven binnen de baten-lastenagentschappen beter te laten aansluiten bij de uitgavenbegroting, worden Rijksbreed de betalingen aan de baten-lastenagentschappen zichtbaar gemaakt in de uitgavenbegroting onder de noemer «waarvan bijdragen aan SSO’s» (Shared Service Organisations). Het betreft hier de uitgaven aan Paresto (€ 1,0 miljoen voor 2015).

De overige exploitatie is voor het grootste deel personeelsgebonden. Deze uitgaven bestaan voornamelijk uit (vlieger)opleidingen, werving, dienstreizen en overige materiële uitgaven.

Voor een nadere toelichting op de apparaatsuitgaven wordt verwezen naar de personeelsrapportage die periodiek aan de Tweede Kamer wordt aangeboden en het niet-beleidsartikel 10 Centraal apparaat.

2.2.5. Beleidsartikel 5: Taakuitvoering Marechaussee

Algemene doelstelling

Het Commando Koninklijke marechaussee (CKMar) voert politietaken uit op grond van de Politiewet 2012 (PW). Deze taak wordt zowel nationaal als internationaal en tijdens missies uitgevoerd. Daarnaast levert het CKMar capaciteit aan de CDS voor deelname aan (militaire) missies waarbij het CKMar andere taken uitvoert dan die in de PW zijn opgedragen.

Rol en verantwoordelijkheid Minister

De Minister is beheersverantwoordelijk en verantwoordelijk voor de vaststelling van de omvang, samenstelling en de vereiste mate van gereedheid van de KMar. De uitvoering is opgedragen aan het Commando Koninklijke Marechaussee (CKMar). Het gezag over de Koninklijke Marechaussee berust bij meerdere ministeries. Afhankelijk van de betreffende taak zijn dat de ministeries van Veiligheid en Justitie (inclusief het Openbaar Ministerie en de Nationaal Coördinator Terrorismebestrijding en Veiligheid); Buitenlandse Zaken; Binnenlandse Zaken en Koninkrijkrelaties en het Ministerie van Defensie.

Het CKMar heeft een takenpakket in binnen- en buitenland, zij houdt zich bezig met:

  • Bewaken en beveiligen van Koninklijke paleizen, ambassades in risicogebieden, de Nederlandse Bank en personen;

  • Handhaving van de Vreemdelingenwetgeving waaronder grenstoezicht en bestrijding van identiteit- en documentfraude, mensenhandel en mensensmokkel;

  • Handhaving openbare orde ten behoeve van Defensie en opsporing van strafbare feiten;

  • Bijdrage aan de opbouw van veiligheidssector in missiegebieden;

  • Politietaken en beveiliging van burgerluchtvaartterreinen;

  • Samenwerking met en bijstand aan de politie.

Naast het reguliere takenpakket fungeert het CKMar als strategische reserve voor de Nederlandse politie. Hiermee levert het CKMar direct of indirect een bijdrage aan de veiligheid van de Staat door optreden in binnen- en buitenland.

Indicatoren algemene doelstelling

In onderstaande tabel staan de operationeel gerede eenheden en het voortzettingsvermogen van het CKMar voor 2015 tot en met 2019. De gereedstelling voor onderstaande taken wordt onder beheersverantwoordelijkheid van de Minister van Defensie uitgevoerd. De genoemde gereedheidsdoelstellingen worden permanent gerealiseerd.

Doelstellingenmatrix CKMar 2015–2019

Groep

Organieke component

Totaal aantal

Operationeel gereed

Voortzettings-vermogen

District Landelijke en Buitenlandse Eenheden/ Brigade Buitenland Missies en districten

Vte'n voor expeditionaire inzet

306

153

153

Landelijke bijstandsorganisatie KMar

Peloton voor Crowd Riot Control (CRC)

1

1

District Landelijke en Buitenlandse Eenheden/ Brigade Speciale Beveiligingsopdrachten

Vte’n voor Close Protection Team (CPT) ter begeleiding van VIP’s in buitenland.

26

13

13

Toelichting: De gereedheidsdoelstellingen per operationeel commando worden weergegeven in de doelstellingenmatrix. In de kolom «Totaal aantal» staat vermeld hoeveel eenheden er zijn. Deze eenheden zijn daarnaast verdeeld over de kolommen «Operationeel gereed» en «Voortzettingsvermogen». In de kolom «Operationeel gereed» is weergegeven hoeveel eenheden permanent beschikbaar zijn als directe bijdrage aan de inzetbaarheidsdoelstellingen. In de kolom «Voortzettingsvermogen» zijn de overige eenheden weergegeven.

Geplande inzet

Het takenpakket van het CKMar is gericht op de veiligheid van de Staat en kent drie operationele speerpunten: bewaken en beveiligen, de grenspolitietaak en internationale en militaire politietaken.

Bewaken en Beveiligen

Het CKMar draagt zorg voor de bewaking en beveiliging van bepaalde vitale objecten en personen. Het CKMar doet dit in samenwerking met nationale en internationale publieke en private partners.

Kengetallen

Prognose 2015

Het percentage uitvoering Toezichtprogramma Beveiliging burgerluchtvaart

100%

Het aantal permanent te bewaken objecten

7

Het servicepercentage beveiligde waardetransporten voor De Nederlandsche Bank

100%

Beschikbare operationele KMar-eenheden voor expeditionaire beveiligingsopdrachten

(zie indicatoren algemene doelstelling)

Grenspolitietaak

Het CKMar richt zich op de bestrijding van illegale migratie, grensoverschrijdende criminaliteit en terrorisme. Deze taak wordt doelmatig en flexibel, en zo mogelijk risicogestuurd, uitgevoerd met informatie van zowel het CKMar als van ketenpartners. Als grenspolitie wendt het CKMar bedreigingen af voor Nederland en het Schengengebied bij en voor de grens.

Kengetallen

Prognose 2015

Aantal luchthavens waar grensbewaking wordt uitgevoerd

8

waarvan permanent

6

Aantal prioriteitsmeldingen (op luchthavens waar politietaken worden uitgevoerd)

12.000

Aantal verwijderingen (directe verwijderingen zonder tussenkomst Dienst Terugkeer & Vertrek (DT&V) en verwijderingen na aanlevering van DT&V)

6.000

waarvan begeleid

2.000

Internationale taken en politietaak ten behoeve van Defensie

Het CKMar is als één van de vier operationele commando’s van Defensie mede verantwoordelijk voor de uitvoering van het buitenland- en veiligheidsbeleid van Nederland. Het CKMar voert op grond van de PW politietaken uit in Nederland (incl. Caribisch Nederland). Bij inzet van Nederlandse militairen in het binnen- en buitenland wordt aan hen politiezorg verleend door het CKMar, onder meer door strafrechtelijke handhaving van de rechtsorde. Daarnaast zorgt het CKMar voor de bewaking van de integriteit van de krijgsmacht. Vanwege de specifieke organisatiekenmerken kan het CKMar met de andere krijgsmachtsonderdelen en als zelfstandige (politie)organisatie in binnen- en buitenland optreden. Daarbij kan capaciteit ook worden ingezet in instabiele landen, bijvoorbeeld door deelname aan opbouwoperaties.

Kengetallen

Prognose 2015

Aantal misdrijfdossiers (aangeleverd aan OM Arnhem)

725

Beschikbare operationele KMar-eenheden voor internationale crisis- en humanitaire operaties

(zie indicatoren algemene doelstelling)

Beleidswijzigingen

Er zijn geen significante beleidswijzigingen ten opzichte van de begroting 2014.

Budgettaire gevolgen van het beleid en budgetflexibiliteit

Artikel 5 Taakuitvoering Koninklijke Marechaussee (bedragen x € 1.000)
 

2013

2014

2015

2016

2017

2018

2019

Verplichtingen

329.085

328.518

311.472

301.679

300.798

298.355

298.732

Uitgaven

328.658

328.518

311.472

301.679

300.798

298.355

298.732

Waarvan juridisch verplicht

   

99%

       

Uitgaven incl. nog te ontvangen bijdrage vanuit BIV

   

316.072

306.279

305.398

302.955

302.332

               

Programma uitgaven

2.252

2.282

97

97

97

97

97

Opdracht Inzet KMAR

2.252

2.282

97

97

97

97

97

– Gereedstelling

2.252

2.282

97

97

97

97

97

               

Apparaatsuitgaven

326.406

326.236

311.375

301.582

300.701

298.258

298.635

Personele uitgaven

288.490

291.516

281.575

273.020

272.862

270.618

270.988

– waarvan eigen personeel

288.490

291.516

281.575

273.020

272.862

270.618

270.988

– waarvan externe inhuur

             

Materiële uitgaven

37.916

34.720

29.800

28.562

27.839

27.640

27.647

– waarvan overige exploitatie

37.916

34.420

34.011

32.796

32.073

31.874

31.881

– waarvan bijdrage aan SSO Paresto

 

300

389

366

366

366

366

Correctie exploitatie i.v.m. nog te ontvangen bijdrage vanuit het BIV t.b.v. Kmar-Pool 1

   

– 4.600

– 4.600

– 4.600

– 4.600

– 4.600

               

Apparaatsontvangsten

7.154

4.590

4.590

4.590

4.590

4.590

4.590

X Noot
1

Jaarlijks wordt besloten over de beschikbare middelen vanuit het BIV.

Het aandeel «juridisch verplicht» heeft betrekking op programma-uitgaven voor levering van goederen en/of diensten waarvoor Defensie een overeenkomst is aangegaan en op de apparaatsuitgaven die voor het merendeel uit personele uitgaven bestaan. Voor 2015 gaat het om 99 procent. Deze verplichtingen hebben volledig betrekking op de apparaatsuitgaven.

Toelichting op de instrumenten

Programma uitgaven

Gereedstelling

De uitgaven voor gereedstelling betreffen vooral de uitgaven voor meerdaagse (oefen) activiteiten (ongeveer 600.000 oefenuren). Voor 2015 zijn hiervan 50.700 oefenuren geraamd voor de bijstandsorganisatie.

Apparaatsuitgaven

De apparaatsuitgaven bevatten vooral personele uitgaven. Deze uitgaven bestaan hoofdzakelijk uit salarissen, sociale lasten en uitgaven voor toelagen en reiskosten woon-werkverkeer. De personele uitgaven worden besteed aan de volgende aantallen personeel (gemiddelde jaarsterktes):

2013

2014

2015

2016

2017

2018

2019

6.107

6.068

6.001

5.980

5.953

5.935

5.935

Bijdragen aan SSO’s

Om de apparaatsuitgaven binnen de baten-lastenagentschappen beter te laten aansluiten bij de uitgavenbegroting, worden Rijksbreed de betalingen aan de baten-lastenagentschappen zichtbaar gemaakt in de uitgavenbegroting onder de noemer «waarvan bijdragen aan SSO’s» (Shared Service Organisations). Het betreft hier de uitgaven voor Paresto (€ 0,4 miljoen voor 2015).

De overige exploitatie is voor het grootste deel personeelsgebonden. Deze uitgaven bestaan voornamelijk uit opleidingen, werving, dienstreizen en overige materiële uitgaven.

De post «Correctie exploitatie i.v.m. nog te ontvangen bijdrage vanuit het BIV t.b.v. Kmar-Pool» is opgenomen, omdat in de planning rekening wordt gehouden met het beschikbaar stellen van personeel voor het leveren van politietaken, maar de middelen hiervoor zijn nog niet beschikbaar gesteld vanuit het BIV. Dit is afhankelijk van de jaarlijkse besluitvorming.

Voor een nadere toelichting op de apparaatsuitgaven wordt verwezen naar de personeelsrapportage die periodiek aan de Tweede Kamer wordt aangeboden en het niet-beleidsartikel 10 Centraal apparaat.

2.2.6. Beleidsartikel 6: Investeringen krijgsmacht

Algemene doelstelling

Defensie voorziet in nieuw materieel, infrastructuur en ICT-middelen en zij verkoopt, indien aan de orde, groot materieel en infrastructuur.

Rol en verantwoordelijkheid Minister

De Minister van Defensie is verantwoordelijk voor het tijdig voorzien in nieuw materieel, infrastructuur en ICT-middelen en voor de afstoting van overtollig groot materieel en infrastructuur.

Investeringsquote

De investeringsquote is het percentage van de investeringen ten opzichte van het gecorrigeerde defensiebudget (gecorrigeerd met HGIS). De investeringsquote van Defensie is in onderstaande grafiek weergegeven, waarbij het percentage voor 2013 is gerealiseerd, het percentage 2014 berust op de eerste suppletoire begroting 2014 en de percentages voor de overige jaren zijn geraamd conform de begroting 2015. De voorspellende waarde van de grafiek is overigens betrekkelijk, omdat zich in de praktijk onder invloed van uiteenlopende factoren fluctuaties zullen voordoen.

Investeringsquote

Investeringsquote

Beleidswijzigingen

Investeringsquote (IQ)

Defensie streeft ernaar om op termijn tenminste 20 procent van haar uitgavenbudget te besteden aan investeringen. Dit percentage komt voort uit het besef dat een moderne krijgsmacht voldoende investeringsruimte moet hebben om haar hoofdwapensystemen te vervangen of te moderniseren ter bestendiging van haar relevantie in de toekomst. De Navo hanteert dit percentage als richtlijn. De gerealiseerde percentages zullen overigens altijd fluctueren. Het laat zich namelijk vaak moeilijk voorspellen wanneer de kasuitgaven precies zullen worden gedaan. Dit is ook de reden voor de onbeperkte eindejaarsmarge die Defensie sinds 2013 heeft verkregen voor de investeringen.

De financiële taakstellingen sinds de beleidsbrief 2011 zijn op de korte termijn behaald door het investeringsbudget te verlagen, omdat de structurele maatregelen, zoals de reorganisaties, pas op langere termijn tot besparingen leiden. Op de korte termijn leidt een terugval in de investeringen niet direct tot beperkingen in de gereedstelling of inzet, zelfs niet als de terugval enige jaren duurt. De bestaande wapensystemen worden namelijk in stand gehouden vanuit het exploitatiebudget (onderhoud, gereedstellingsactiviteiten en de aanschaf van brandstof en niet-kapitale munitie).

Op de langere termijn zou een laag investeringspercentage wel een negatieve invloed op de gereedstelling, de inzet en innovatie hebben. De wapensystemen verouderen, krijgen meer last van storingen en hebben meer onderhoud nodig. Dit kan leiden tot extra kosten, een lagere beschikbaarheid of verminderde inzetbaarheid of operationele relevantie. Ook kunnen noodzakelijk geachte operationele vernieuwingen niet of pas later worden gerealiseerd. Het is daarom van belang de balans tussen investeringen en exploitatie te bewaren. De door te voeren life cycle costing (LCC) benadering zal hierbij behulpzaam zijn. In het kader van financiële duurzaamheid zal Defensie de komende jaren meer op basis hiervan gaan werken om investeringen en exploitatie beter in samenhang te kunnen beoordelen. Daarom kan het investeringspercentage als gevolg van veranderende verwervingsstrategieën, onderhoudsprincipes of internationale samenwerking in de toekomst anders uitkomen. Uiteindelijk gaat het om de meest effectieve en efficiënte wijze van samenstellen van de benodigde capaciteiten. De LCC benadering zal Defensie helpen die keuzes te maken. In de brief over de ontwikkeling van het investeringspercentage van 2 juli jl. (Kamerstuk 33 750-X, nr. 68) wordt nader op de investeringsquote ingegaan.

Om de investeringsprojecten werkelijk te realiseren, wordt de verwervingsketen versterkt. Stabiliteit in de organisatie en een consistent toekomstbeeld zijn hierbij van belang. Na het besluitvormingstraject over de nota In het belang van Nederland en de uitwerking van de reorganisaties, inclusief de verkleining van de staven, zijn alle ketens opnieuw ingericht. Het geheel komt geleidelijk in de komende jaren weer in rustiger vaarwater. Vervolgens zijn de lage personele vulling van de DMO-organisatie en de daarmee samenhangende capaciteitsproblemen in de gehele verwervingsketen onderzocht. Er zijn diverse maatregelen getroffen om het capaciteitstekort te beperken. Onderdeel daarvan is het op korte termijn vullen van de DMO-organisatie, zo nodig door middel van inhuur. De effecten van de maatregelen moeten de komende jaren zichtbaar worden.

Voor zover er beleidswijzigingen zijn, betreffen dat wijzigingen in projecten. De belangrijkste wijzigingen worden per project toegelicht.

Budgettaire gevolgen van het beleid en budgetflexibiliteit

Artikel 6 Investeringen Krijgsmacht (bedragen x € 1.000)
 

2013

2014

2015

2016

2017

2018

2019

Verplichtingen

633.007

1.147.372

1.556.041

1.672.644

1.605.934

1.580.537

1.669.015

Opdracht Voorzien in nieuw materieel

318.071

866.817

1.197.713

1.329.738

1.230.159

1.244.141

1.333.403

Opdracht Voorzien in infrastructuur

183.028

141.551

194.194

167.741

167.731

139.548

142.164

Opdracht Voorzien in ICT

47.153

44.801

75.297

89.697

122.797

111.597

108.197

Bekostiging Wetenschappelijk onderzoek

55.641

62.800

59.445

57.175

56.954

56.957

56.957

Bijdrage aan de Navo

29.114

31.403

29.392

28.293

28.293

28.294

28.294

               

Uitgaven

1.019.656

1.122.806

1.408.438

1.525.769

1.603.634

1.578.237

1.663.815

Waarvan juridisch verplicht

   

66%

       

Programma uitgaven

1.019.656

1.122.806

1.408.438

1.590.769

1.603.634

1.578.237

1.663.815

Opdracht Voorzien in nieuw materieel

739.145

762.258

1.015.200

1.153.642

1.227.859

1.241.841

1.328.203

Opdracht Voorzien in infrastructuur

142.451

172.477

191.483

228.362

167.731

139.548

142.164

– waarvan bijdragen SSO (DVD)

27.143

26.100

26.600

27.000

26.100

25.900

Opdracht Voorzien in ICT

47.460

93.868

112.918

123.297

122.797

111.597

108.197

– waarvan bijdragen SSO (DTO)

51.735

52.462

48.718

51.570

51.560

51.570

Bekostiging Wetenschappelijk onderzoek

59.166

62.800

59.445

57.175

56.954

56.957

56.957

Bijdrage aan de Navo

31.434

31.403

29.392

28.293

28.293

28.294

28.294

               

Programma ontvangsten

118.077

133.788

152.556

128.336

139.436

167.956

136.856

– Verkoopopbrengsten groot materieel

98.603

116.218

117.386

111.686

122.186

150.586

126.986

– Verkoopopbrengsten infrastructuur

13.736

15.700

33.300

14.780

15.380

15.500

8.000

– Overige ontvangsten

5.738

1.870

1.870

1.870

1.870

1.870

1.870

Het aandeel «juridisch verplicht» heeft betrekking op programma-uitgaven voor levering van goederen of diensten waarvoor Defensie een overeenkomst is aangegaan. Voor 2015 betreft het 66 procent.

Met de eerste suppletoire begroting 2014 is de verplichtingenbegroting voor «Voorzien in nieuw materieel» in 2014 verlaagd. De verplichtingenbegroting kwam daarmee op een bedrag van € 867 miljoen. Deze verlaging kwam voort uit een actualisering van de verplichtingenraming, waaruit bleek dat de verplichtingenraming voor 2014 te hoog was. Dit was een gevolg van het terughoudend aangaan van verplichtingen ten tijde van de nota In het belang van Nederland en de beperkte verwervingscapaciteit als gevolg van de reorganisaties in 2013. Ook de meerjarige doorwerking van de geactualiseerde raming is verwerkt in deze begroting. De meerjarige verplichtingenbegroting «Voorzien in nieuw materieel» voor de jaren 2015 en 2016 is verhoogd tot € 1.198 miljoen in 2015 en tot

€ 1.308 miljoen in 2016.

Verplichtingen leiden niet onmiddellijk tot betalingen. Zeker bij grote projecten worden verplichtingen in een bepaald jaar aangegaan, maar worden de uitgaven verspreid over latere jaren. De brief over de ontwikkeling van het investeringspercentage (Kamerstuk 33 750-X, nr. 68) gaat hier nader op in.

Bijdragen aan SSO’s

Om de apparaatsuitgaven binnen de baten-lastenagentschappen beter te laten aansluiten bij de uitgavenbegroting, worden Rijksbreed de betalingen aan de baten-lastenagentschappen zichtbaar gemaakt in de uitgavenbegroting, onder de noemer «waarvan bijdragen aan SSO’s» (Shared Service Organisations). Het betreft voor 2015 de uitgaven voor de Defensie Vastgoed Dienst (DVD, € 26,1 miljoen voor 2015) en DTO

(€ 44,1 miljoen voor 2015).

Toelichting op de instrumenten

Voorzien in nieuw materieel

Alle projecten in realisatie met een financiële omvang van meer dan € 25 miljoen zijn opgenomen in de onderstaande tabellen. De projecten in realisatie waarvan de financiële omvang met meer dan € 10 miljoen of de planning met meer dan een jaar is gewijzigd, worden onderaan de tabellen nader toegelicht. Tevens worden de projecten in planning opgesomd waarvan wordt verwacht dat deze in 2015 tot uitgaven leiden, waarbij wezenlijke veranderingen ten opzichte van de begroting 2014 worden toegelicht.

In het Materieelprojectenoverzicht (MPO) worden alle strategische materieelprojecten met een financiële omvang van meer dan € 25 miljoen uitgebreid toegelicht. Daarbij wordt voor de projecten in planning bovendien de verwachte fasering in het Defensie Materieel Proces (DMP) vermeld.

Projecten Zeestrijdkrachten

Projecten in realisatie zeestrijdkrachten (bedragen x € 1 miljoen)

Projectomschrijving

Project

volume

Raming uitgaven

Fasering

Tot

t/m 2014

2015

2016

2017

2018

2019

Evoled Sea Sparrow Missile Block II: deelneming internationaal ontwikkelingstraject

37,2

35,5

1,7

       

2015

Instandhouding M-fregatten

58,7

53,2

2,8

2,7

     

2016

Instandhouding Walrusklasse onderzeeboten

96,0

42,2

15,6

9,1

7,6

8,1

6,8

2020

Instandhouding Goalkeeper

34,5

20,5

7,7

6,2

     

2016

Low Frequency Active Sonar (LFAS)

27,4

22,6

2,5

2,3

     

2016

Luchtverdedigings- en Commandofregatten

1.560,3

1.553,8

6,5

       

2015

Maritime Ballistic Missile Defence (MBMD)

124,6

60,4

22,9

13,0

15,6

6,4

6,3

2021

Patrouilleschepen

529,9

522,7

7,2

       

2015

Verbetering MK 48 torpedo

71,8

24,0

15,8

16,1

15,9

   

2017

Verwerving Joint Logistiek Ondersteuningsschip (JSS)

409,3

379,9

29,4

       

2015

JSS

De JSS wordt na afbouw in de vaart genomen. De voorgenomen afstoting is hierdoor niet meer van toepassing.

Bij de overige projecten zijn er geen significante veranderingen.

Project in planning met verwachte uitgaven in 2015

Instandhoudingsprogramma Luchtverdedigings- en Commandofregatten

Zoals toegelicht in Kamerbrief 27 830, nr. 123, is het financieel projectvolume toegenomen als gevolg van onder anderen het opnemen van uitstaande restpunten uit het nieuwbouwprogramma LC-fregatten en aanvullende instandhoudingsactiviteiten. Daarnaast is door de reorganisaties bij de betrokken organisatiedelen veel capaciteit verdwenen, waardoor de noodzaak tot aanvullende inhuur van personeel en/of uitbesteding van deelprojecten is toegenomen.

Midlife upgrade BV206D

Naar aanleiding van een optimalisatiestudie zijn de eisen en het aantal te modificeren BV206D’s aangepast. Hierdoor is het projectbudget met € 4,3 miljoen toegenomen.

Mid Life Upgrade Landing Craft Utility

Het project, voorheen Vervangende capaciteit Landing Craft Utility, bevindt zich in de A-fase van het DMP-proces en zal handelen over het aanpassen van de bestaande vaartuigen en niet de aankoop van nieuwe.

Projecten Landstrijdkrachten

Projecten in realisatie landstrijdkrachten (bedragen x € 1 miljoen)

Projectomschrijving

Project

volume

Raming uitgaven

Fasering

Tot

 

t/m 2014

2015

2016

2017

2018

2019

Datacommunicatie Mobiel Optreden (DCMO)

43,0

39,2

2,0

1,8

     

2016

Patriot vervanging COMPATRIOT

30,8

17,0

13,8

       

2017

Groot Pantserwielvoertuig (GPW, Boxer) (productie)

794,4

470,7

132,3

126,9

53,4

11,1

 

2018

Infanterie Gevechtsvoertuig (IGV), productie en training

1.118,1

1.116,6

1,5

       

2015

Vervanging genie- en doorbraaktank

90,5

85,1

5,4

       

2015

Bij deze projecten zijn er geen significante veranderingen.

Project in planning met verwachte uitgaven in 2015

Verwerving CE-Pakketten Infanterie Gevechtsvoertuig (IGV)

In verband met onder anderen de implementatie van de nieuwe aanbestedingswet voor Defensie, de afstemming met de leveranciers van de CV9035NL en de harmonisatie van ambitie en middelen heeft er een herijking plaatsgevonden. Deze herijking heeft geleid tot een aangepast tijdschema waardoor het project in 2019 wordt gerealiseerd.

Daarnaast is het project in twee delen gesplitst, te weten de studie- en testfase (2015) en de selectieprocedure en de volledige integratie van het bestaande systeem met de CV-90 (2016). Het daadwerkelijk seriematig aanschaffen en instromen van de pakketten staat nu gepland in de jaren 2017 tot en met 2019.

Bij de projecten C-RAM- en CLASS 1-UAV-detectiecapaciteit en Levensduurverlenging zwaar bergingsvoertuig (voorheen Vervanging zware bergingscapaciteit) zijn geen significante wijzigingen opgetreden.

Projecten Luchtstrijdkrachten

Projecten in realisatie luchtstrijdkrachten (bedragen x € 1 miljoen)

Projectomschrijving

Project

volume

Raming uitgaven

Fasering

Tot

 

t/m 2014

2015

2016

2017

2018

2019

AH-64D Block II upgrade

120,0

41,5

32,5

41,0

5,0

   

2017

AH-64D verbetering bewapening

25,9

2,7

9,6

12,0

1,6

   

2017

AH-64D zelfbescherming (ASE)

76,1

12,4

25,3

34,4

3,9

   

2017

Chinook uitbreiding en versterking (vier + twee)

356,2

351,5

4,7

       

2015

F-16 Infrarood geleide lucht-lucht raket

31,9

2,3

15,3

14,3

     

2016

F-16 mode 5 IFF

39,7

26,4

4,0

9,3

     

2016

F-16 M5 modificatie

38,8

36,1

2,7

       

2015

F-16 verbetering lucht-grond bewapening, fase 1

59,1

52,7

6,4

       

2015

F-16 zelfbescherming (ASE)

82,0

32,5

25,5

24,0

     

2016

Langer doorvliegen F-16 – vliegveiligheid & luchtwaardigheid

37,0

2,4

6,7

7,6

7,3

6,5

3,5

2021

Nieuw in realisatie zijn de projecten AH-64 zelfbescherming (ASE), F-16 Infrarood geleide lucht-lucht raket en Langer doorvliegen F-16 vliegveiligheid & luchtwaardigheid.

Project in planning met verwachte uitgaven in 2015

Verwerving F-35

Raming uitgaven (bedragen x € 1 miljoen)

Projectomschrijving

Projectvolume

Raming uitgaven

Fasering tot

   

t/m 2014

2015

2016

2017

2018

2019

2020 en verder

 

Budget verwerving F-35

4.628,2

488,3

38,3

73,0

314,7

594,1

822,0

2.297,8

2023

Raming verwerving F-35

4.617,6

488,3

38,3

73,0

314,7

594,2

822,0

2.286,9

2023

Waarvan verwerving 2 testtoestellen (inclusief bijkomende middelen)

283,2

283,2

0,0

0,0

0,0

0,0

0,0

0,0

2013

Waarvan verwerving toestellen (inclusief bijkomende middelen)

3.864,8

205,1

38,3

73,0

314,7

500,5

728,3

2.004,8

2023

Waarvan PSFD MoU

165,6

120,1

7,6

8,6

7,7

6,1

4,1

11,4

2023

Waarvan deelname IOT&E (inclusief exploitatie testtoestellen t/m 2019)

79,0

17,4

14,4

14,2

15,1

16,7

1,2

0,0

2019

Waarvan risicoreservering investeringen

469,6

0,0

0,0

0,0

0,0

93,7

93,7

282,2

2023

In bovenstaande tabel is weergegeven hoe het investeringsbudget en de kosten van het project F-35 zich ontwikkelen. De Nederlandse prijsbijstelling wordt aan het projectbudget toegevoegd. Het project F-35 wordt geconfronteerd met een, in vergelijking met Nederland, hogere inflatie in de Verenigde Staten. Deze hogere inflatie kan dit jaar binnen het projectbudget worden gedekt vanwege een ramingsmeevaller en een wisselkoersmeevaller. Het saldo van het projectbudget is naar het huidige inzicht en op grond van de meest actuele kostenraming van het F-35 Joint Program Office voldoende voor de aanschaf van 37 toestellen van de F-35.

In onderstaande tabel is de ontwikkeling van het beschikbare budget voor de verwerving F-35 weergegeven.

Aanpassing taakstellend budget investeringen (bedragen x € 1 miljoen)
 

Bedrag

Budget verwerving F-35 in prijspeil 2012

4.520,6

Bijstelling budget o.b.v. Nederlandse prijsindexatie

107,6

Budget verwerving F-35 in prijspeil 2014

4.628,2

Bij de volgende projecten zijn geen significante wijzigingen opgetreden:

  • Langer doorvliegen F-16 vanwege vliegveiligheid en luchtwaardigheid;

  • Vervanging Medium Power Radars Wier en Nieuw Milligen.

Projecten Marechaussee

Dit betreft de investeringsprojecten – voor zover niet in infrastructuur en informatievoorziening – ten behoeve van de Koninklijke Marechaussee. Geen van de projecten heeft een investeringsbudget van meer dan € 25 miljoen.

Projecten Defensiebreed

Projecten in realisatie defensiebreed (bedragen x € 1 miljoen)

Projectomschrijving

Project

volume

Raming uitgaven

Fasering

Tot

 

t/m 2014

2015

2016

2017

2018

2019

Counter Improvised Explosive Devices (C-IED) blok 1 & 2

29,6

27,4

2,2

       

2015

Counter Improvised Explosive Devices (C-IED) Blok 3

53,6

6,6

13,7

11,1

5,1

6,6

8,1

2022

Militaire Satelliet Communicatie lange termijn defensiebreed (MILSATCOM)

132,1

121,0

9,0

1,8

0,3

   

2017

Militaire Satelliet Capaciteit (MILSATCAP)

31,4

16,1

7,5

5,3

1,4

1,1

 

2018

Modernisering navigatiesystemen

39,0

20,9

3,4

2,5

6,0

2,2

4,0

2019

NH-90

1.197,4

964,8

70,9

72,1

64,1

25,5

 

2018

Uitbreiding Chemische Biologische Radiologische en Nucleaire (CBRN)-capaciteit in het kader van de Intensivering Civiel Militaire Samenwerking (ICMS), materieel

60,3

21,3

20,8

18,2

     

2016

NH-90

De recente ontwikkelingen op het gebied van de technische inzetbaarheid van de NH-90 naar aanleiding van corrosie- en slijtageproblematiek, leidt mogelijk tot vertraging van de huidige transitieplanning. Er zijn momenteel dertien toestellen geleverd. De afname van de laatste zeven helikopters is opgeschort. Defensie is in gesprek met de fabrikant om passende oplossingen te vinden en onderzoekt de gevolgen voor de lange termijn. De consequenties voor inzet vanaf 2018 moeten nader worden onderzocht.

Het project Counter Improvised Explosive Devices (C-IED) Blok 3 is nieuw in realisatie.

Bij de overige projecten zijn er geen significante veranderingen.

Projecten in planning met verwachte uitgaven in 2015

Bij de defensiebrede projecten in planning zijn geen significante wijzigingen opgetreden:

  • Defensiebrede vervanging operationele wielvoertuigen;

  • MALE UAV;

  • Nieuwe generatie identificatiesystemen (IFF mode 5/mode S) (NGIS);

  • Verbeterd Operationeel Soldaat Systeem (VOSS);

  • Vernieuwing TITAAN;

  • Verwerving HV-brillen;

  • Defensiebrede vervanging handgedragen warmtebeeldkijker;

  • Joint Fires;

  • Defensie Operationeel Kledingsysteem (DOKS);

  • Defensie Bewakings- en Beveiligingssysteem (DBBS); uitvoering van dit project ligt bij het CDC;

  • Vervanging ondersteunende wapens KKW-familie.

Voorzien in infrastructuur

Grote infrastructuurprojecten in realisatie (bedragen x € 1 miljoen)

Project-omschrijving

Defensie-

onderdeel

Project

volume

t/m 2014

2015

2016

2017

2018

2019 e.v.

Fasering

t/m

Hoger onderhoud Woensdrecht

CLSK

77,6

38,8

2,0

21,6

15,2

   

2017

Nieuwbouw Schiphol

KMar

136,5

136,5

         

2014

Nieuwbouw OTCKMar

KMar

85,4

47,2

6,3

19,2

12,7

   

2017

Strategisch vastgoedplan KMar

KMar

26,3

22,4

3,8

       

2015

EPA Maatregelen

Algemeen

65,3

30,1

6,0

6,0

11,6

11,6

 

2018

Bouwtechnische verbetermaatregelen brandveiligheid

Algemeen

43,7

15,5

12,4

15,8

     

2017

Deelproject 1.3.7.1 HVD: Schuifplan Ermelo (GSK, JPK, PMK en VHK)

CLAS

65,6

46,6

7,8

1,6

1,6

0,0

8,0

2023

Deelproject 1.3.7.4 HVD: Herbeleggen ORK Schaarsbergen

CLAS

27,7

4,9

0,1

0,0

0,0

1,9

20,8

2020

Deelproject 1.3.7.5 HVD: Herbeleggen RVS Oirschot

CLAS

60,2

19,9

10,6

2,7

5

15,8

6,2

2019

Deelproject 2a.6 HVD: Belegging Breda (KvB, TvZ, Seelig)

CDC

35,7

5,4

8,1

8,6

8,1

0,0

5,5

2021

Deelproject 2b.3 CLAS Reorganisatie Materieellogistieke Eenheden

CLAS

25,8

11,6

9,0

5,1

     

2016

Hoger onderhoud Woensdrecht

Het project betreft de totale behoefte aan infrastructuur om het Logistiek Centrum Woensdrecht (LCW) op Vliegbasis Woensdrecht te kunnen huisvesten. Hiermee kunnen defensielocaties LCW Rhenen en LCW Dongen worden afgestoten. De nieuwbouw legering is opgeleverd, evenals het werkcentrum Avionica en het Logistiek Complex. Nieuwbouw voor het squadron Technologie en Missieondersteuning is in ontwikkeling. De behoefte voor een nieuw stafgebouw is als gevolg van de LCW-reorganisatie in heroverweging. Het LCW Rhenen is begin 2014 voor afstoting overgedragen aan het Rijksvastgoed en Ontwikkelingsbedrijf (RVOB).

Nieuwbouw Schiphol

In de nabijheid van de luchthaven Schiphol wordt voor het District Schiphol van de KMar een nieuw complex gerealiseerd ter vervanging van de gehuurde en verspreid liggende accommodaties. De Koningin Maximakazerne is in 2013 in gebruik genomen. Een aantal deelprojecten wordt nu nog voltooid.

Nieuwbouw OTCKMar (Opleidings- en Trainings Centrum KMar)

Het OTCKMar wordt ondergebracht op het complex Koning Willem III/Frank van Bijnenkazerne in Apeldoorn. De realisatieperiode duurt naar verwachting tot en met 2017.

Strategisch Vastgoedplan KMar

Dit project betreft de herindeling van de districten van de KMar, verdeeld in vier projecten. Twee projecten zijn inmiddels gerealiseerd, twee zijn nog in uitvoering. De herindeling van de districten houdt onder andere in dat een aantal districten wordt samengevoegd.

Energie Prestatie Adviezen (EPA) Maatregelen

Dit project betreft een verzameling van energiebesparende maatregelen voor de bestaande infrastructuur. De kasgeldreeks is iets naar voren gehaald met het doel besparingen in de exploitatiesfeer eerder te kunnen realiseren.

Bouwtechnische verbetermaatregelen brandveiligheid

Met de uitvoering van verbetermaatregelen brengt Defensie de brandveiligheid van de meest risicovolle gebouwen op orde en biedt ze haar personeel een veilige woon- (legering) en werkomgeving (onder meer ook de kinderdagverblijven). De planning is in lijn met de nalevingsafspraak die is overeengekomen met de Inspectie Leefomgeving en Transport van het Ministerie van Infrastructuur & Milieu.

Deelproject 1.3.7.1. HVD Schuifplan Ermelo

Het schuifplan Ermelo zorgt ervoor dat de verhuizing en sluiting van de KMS in Weert mogelijk wordt. Daarvoor moet eerst ruimte worden gemaakt door eenheden na elkaar te verhuizen van Havelte naar Wezep, van Ermelo naar Havelte en tot slot van Weert naar Ermelo. De KMS zal volgens planning eind 2014 verhuizen.

Deelproject 1.3.7.4. HVD Herbeleggen Oranjekazerne Schaarsbergen

De herbelegging van de kazerne omvat het doorvoeren van enkele kleine aanpassingen en de sloop van een aantal gebouwen. Daarna worden oude gebouwen vervangen die aan het einde van de levensduur zijn. De realisatie hiervan hangt voor een deel af van de uitwerking van lopende reorganisaties.

Deelproject 1.3.7.5. HVD Herbeleggen Ruiter van Steveninckkazerne Oirschot

Door gebruik te maken van vrijgevallen infrastructuur (tankbataljons) is een schuifplan opgesteld om oude gebouwen leeg te maken en te slopen en vooral goede infrastructuur aan te houden en te gebruiken voor het huisvesten van de nieuwe organisatie. Aanvullende nieuwbouw wordt gerealiseerd voor de nieuw opgerichte CBRN-eenheid. Het project is volop in uitvoering.

Deelproject 2.a.6. HVD Belegging Breda

Met dit project wordt de verhuizing mogelijk van het Instituut Defensie Leergangen van Rijswijk naar Breda, onder meer door aanvullende nieuwbouw van legering en aanpassing van lesaccommodaties en kantoren op de Trip van Zoutlandkazerne (TvZ). Een verdere concentratie op de TvZ, het Kasteel van Breda en de Luchtmachttoren maakt het mogelijk elders in de stad locaties af te stoten.

Deelproject 2.b.3. CLAS Reorganisatie materieel-logistieke eenheden

Door de reorganisatie van de materieellogistiek worden het Defensie Bedrijf Grondgebonden Systemen (DBGS) en de huidige zes herstelcompagnieën omgevormd tot het Materieellogistiek Commando en drie nieuwe Brigade Herstelcompagnieën. De totale personele omvang van de materieellogistieke eenheden vermindert met ongeveer een derde. Op de verschillende locaties is het aanpassen van werkplaatsen noodzakelijk.

Projecten in planning met verwachte uitgaven in 2015

Grote infrastructuurprojecten in planning (bedragen x € 1 miljoen)

Projectomschrijving

Defensie

onderdeel

Project

volume

Verwachte

uitgaven

2014

Verwachte

uitgaven

2015 e.v.

Fasering

Nieuwbouw/renovatie NCIA

Algemeen

37,6

0,1

37,5

2014–2017

Deelproject 1.3.6.2 HVD: MARKAZ Vlissingen

CZSK

180,0

0,0

180,0

2016–2019

Deelproject 2a.5 HVD: Realisatie 20 GZHC en 7 THKC

CDC

27,3

0,0

27,3

2015–2017

Deelproject 2b.4 HVD Herbeleggen IDGO

CDC

42,2

0,0

42,2

2015–2017

Nieuwbouw/renovatie NCIA

Nabij de Waalsdorpervlakte in Den Haag bevindt zich één van de vestigingen van het NATO Communications and Information Agency (NCIA). Momenteel heeft het agentschap een drietal hoofdvestigingen in Brussel, Mons (beiden België) en Den Haag. Met het oog op een doelmatige bedrijfsvoering is besloten een groter aantal activiteiten te concentreren op de NCIA-hoofdvestiging in Den Haag. Om dit mogelijk te maken heeft Nederland zich als Host Nation bereid verklaard om in de jaren 2014–2016 een grootschalig nieuwbouw- en renovatieproject uit te voeren en te financieren, met bijdragen van de ministeries van Buitenlandse Zaken, Economische Zaken, Defensie en de gemeente Den Haag.

Deelproject HVD 1.3.6.2. MARNS naar Zeeland

Met de bouw van een geheel nieuwe kazerne te Vlissingen wordt de verhuizing mogelijk gemaakt van het Mariniers Trainingscommando vanuit de Van Braam Houckgeestkazerne te Doorn en het Logistiek Centrum Maartensdijk. Het project wordt gerealiseerd met een geïntegreerd contract. De exacte financieringsvorm binnen het contract is nog onderwerp van discussie. In de tabel zijn de werkelijke bouwkosten vermeld.

Deelproject 2.a.5. HVD Realisatie 20 Gezondheidscentra (GZHC) en 7 tandheelkundige centra (THKC)

Dit project betreft de aanpassing van de huisvesting aan de nieuwe organisatie van de bedrijfsgroep Gezondheidszorg, door aanpassing van bestaande infrastructuur en door nieuwbouw op verschillende locaties. De realisatie loopt vertraging op als gevolg van het uitblijven van een goedgekeurd reorganisatieplan.

Deelproject 2b.4. HVD Herbeleggen IDGO

Het kennis- en trainingscentrum Logistieke Geneeskundige Dienst zal als gevolg van de reorganisatie van de geneeskundige opleidingen overgaan van het CLAS naar het Instituut Defensie Geneeskundige Opleidingen (IDGO) van het CDC. Besloten is om het IDGO in Ermelo te huisvesten en de Korporaal van Oudheusdenkazerne in Hilversum te sluiten.

Voorzien in ICT

Projecten in realisatie JIVC (bedragen x € 1 miljoen)

Projectomschrijving

Project

volume

Raming uitgaven

Fasering

Tot

 

t/m 2014

2015

2016

2017

2018

2019

ERP/M&F (SPEER)

277,3

276,5

0,8

       

2015

Projecten in planning met verwachte uitgaven in 2015

Doorontwikkeling ERP

De basisimplementatie ERP M&F wordt in 2015 voltooid. De doorontwikkeling ERP valt buiten de reikwijdte van het programma ERP M&F en is onderdeel van de reguliere bedrijfsvoering binnen Defensie. De verdere doorontwikkeling ERP wordt geconcretiseerd in een plan met de verzamelde behoeften voor de periode 2015–2022 en de behoeften worden in separate projecten uitgewerkt.

Voorziening IV/ICT

De technische staat van de IV/ICT binnen Defensie is door gebrek aan modernisering zorgelijk. De continuïteit is niet geborgd en Defensie loopt risico’s. Er is behoefte aan een nieuwe ICT-infrastructuur die de gehele (operationele) keten moet ondersteunen. De technische infrastructuur wordt naast de oude ICT-infrastructuur ontwikkeld en gerealiseerd. Voor het plan is een bedrag van circa € 40 miljoen geraamd in «Voorzien in ICT» voor de jaren 2015 tot en met 2017. Er is geen directe relatie tussen de doorontwikkeling van ERP en de ontwikkeling van nieuwe IV/ICT-infrastructuur. Wel wordt de ERP-omgeving op de nieuwe IV/ICT-infrastructuur geïnstalleerd. De nieuwe IV/ICT-infrastructuur vormt daarmee het fundament voor de informatievoorziening van Defensie als geheel.

Bekostiging Wetenschappelijk onderzoek

Bekostiging Wetenschappelijk onderzoek (bedragen x € 1.000)

Omschrijving

2013

2014

2015

2016

2017

2018

2019

Programmafinanciering TNO

33.533

32.558

33.543

33.528

33.307

33.308

33.308

Programmafinanciering NLR

517

517

517

517

517

517

517

Contractonderzoek technologieontwikkeling

24.206

23.630

20.290

18.035

18.035

18.037

18.037

Contractonderzoek kennistoepassing

4.745

6.095

5.095

5.095

5.095

5.095

5.095

Totaal

63.001

62.800

59.445

57.175

56.954

56.957

56.957

Het centrale kennis- en technologiebudget voor wetenschappelijk onderzoek wordt gebruikt om een defensiespecifieke kennisbasis op te bouwen en in stand te houden. Hiermee kan Defensie wetenschappelijk worden ondersteund in haar taakuitvoering. Het budget wordt ook ingezet om innovatieve operationele capaciteiten, werkwijzen of concepten in de defensieorganisatie mogelijk te maken waarmee het operationeel handelingsvermogen wordt vergroot, verbeterd of tegen lagere (levensduur)kosten beschikbaar komt. Met de uitvoering van onderzoekprogramma’s en -projecten onder dit artikel wordt tevens invulling gegeven aan de prioriteiten uit de Strategie-, Kennis- en Innovatieagenda (SKIA, Kamerstuk 32 733, nr. 3 van 19 mei 2011).

Programmafinanciering TNO (inclusief MARIN) en NLR

De uit te voeren onderzoeksprogramma’s bouwen een defensiespecifieke kennisbasis op bij TNO (inclusief kennisinstituut MARIN) en het NLR en houden deze in stand conform de herijking kennisportfolio defensie (HKD, Kamerstuk 27 830, nr. 71 van 28 januari 2010). Programmatisch onderzoek betreft investeringen in een kennisbasis die niet binnen Defensie aanwezig is en die zonder een gerichte financiële inspanning van Defensie niet beschikbaar komt of toegankelijk is. Met de opgebouwde kennis laat Defensie zich vervolgens adviseren en ondersteunen bij de beleidsvorming, verwerving en onderhoud van materieel, opleiding en training, bedrijfsvoering en operationeel optreden. De advisering richt zich onder meer op noodzakelijke verbeteringen en innovatieve vernieuwingen op deze gebieden. De programmafinanciering bedraagt in 2015 ongeveer € 34 miljoen.

Contractonderzoek technologieontwikkeling

Voor technologieontwikkeling is in 2015 ruim € 20 miljoen beschikbaar. Deze projectmatige uitgaven worden ingezet waar technologie een oplossing kan bieden voor (operationele) tekortkomingen, de (operationele) output van Defensie kan verbeteren of tot besparingen kan leiden. De uitvoering gebeurt vaak binnen de gouden driehoek van overheid, industrie en kennisinstituten. Het instrument draagt bij aan de versterking van het innovatief vermogen van de Nederlandse defensiegerelateerde industrie en daarmee aan de doelstelling van de Defensie Industrie Strategie (DIS, Kamerstuk 31 125, nr. 20 van 13 december 2013) en het rijksbrede topsectorenbeleid. De bijdrage van € 1 miljoen die Defensie levert aan de bezuiniging uit het regeerakkoord op subsidies aan het bedrijfsleven (topsectoren), is vanaf 2014 dan ook verwerkt in de budgetreeks voor technologieontwikkeling. Ook in de begrotingsafspraken van 2013 is een bezuiniging doorgevoerd op subsidies in het kader van het bedrijfslevenbeleid. De defensiebijdrage van € 0,5 miljoen in 2015 oplopend naar € 1 miljoen in 2016 is in deze reeks verwerkt. De technologieprojecten worden, waar van toepassing, interdepartementaal (topsectorenbeleid) en internationaal (Navo en European Defence Agency, EDA) afgestemd en ingebed. Interdepartementale R&D-projecten waarvan Defensie de regievoerder is, worden ook via dit instrument uitgevoerd. Het betreft in de periode 2011–2015 het project Sensor Technology Applied in Reconfigurable systems for sustainable Security (STARS) met een totale omvang van ongeveer € 18 miljoen.

Bijdragen en contractonderzoek kennistoepassing

De toepassing van met centrale middelen opgebouwde kennis primair wordt gefinancierd uit de decentrale budgetten van de behoeftestellende defensieonderdelen. Op centraal niveau is een beperkt budget beschikbaar voor acute, onvoorziene kennisondersteuning. Vooral de interdepartementaal afgesproken bijdragen aan de instandhouding van grote experimentele onderzoeksfaciliteiten bij TNO en het NLR worden uit de centrale middelen betaald. In 2015 is hiervoor ongeveer € 5 miljoen beschikbaar.

CODEMO

De CODEMO-regeling (Commissie Defensie Materieel Ontwikkeling) is een aansprekend instrument dat vooral wordt ingezet voor innovatieve productontwikkeling met het Midden- en Kleinbedrijf (MKB). Defensie neemt, van goedgekeurde projectvoorstellen, 50 procent van de ontwikkelingskosten voor haar rekening. Eventuele opbrengsten voor Defensie in de vorm van royalties over de verkoop van de ontwikkelde producten zijn beschikbaar voor nieuwe projecten. Defensie heeft € 10 miljoen beschikbaar gesteld voor de CODEMO-regeling, waarvan € 7 miljoen is besteed. Zeventien projecten zijn gehonoreerd waarvan vier projecten inmiddels succesvol zijn afgesloten. In het tweede kwartaal van 2014 zijn vijf nieuwe contracten tot stand gekomen. Drie van de vijf contracten zijn op 19 juni jl. ondertekend door CODEMO en het bedrijfsleven.

Naar aanleiding van de motie Günal-Gezer/Eijsink (Kamerstuk 33 750-X, nr. 24) treft u hierbij de gevraagde gegevens.

CODEMO

Ingediende voorstellen

54

Gehonoreerde voorstellen

17

Afgewezen voorstellen

37

Afgeronde voorstellen

4

De registratie van de doorlooptijd is in 2014 gestart. In het Jaarverslag 2014 wordt hierover voor het eerst gerapporteerd.

Bijdragen aan de Navo

De uitgaven hebben betrekking op de Nederlandse bijdrage in gemeenschappelijk gefinancierde Navo-investeringsprogramma’s. Ook de investeringsuitgaven voor de AWACS-vliegtuigen zijn hierin opgenomen.

Verkoopopbrengsten Groot Materieel

Afstotingen

Onder meer als gevolg van de maatregelen zoals opgenomen in de nota In het belang van Nederland wordt materieel afgestoten. Op hoofdlijnen betreft het:

  • De Pantserhouwitser 2000 (PzH2000) en het infanteriegevechtsvoertuig CV-90: dit behoort bij de verlaagde ambities van de Nederlandse krijgsmacht;

  • Rupsvoertuigen YPR en voorraad wielvoertuigen: reguliere vervanging en invoering van nieuwe wielvoertuigen conform het project DVOW;

  • Luchtmaterieel zoals de Agusta Bell 412-reddingshelikopter (Search And Rescue): reguliere vervanging;

  • Reguliere vervanging van bevoorradingsschip (Fast Combat Supply Ship) Zr.Ms. Amsterdam: de taken van de Amsterdam worden overgenomen door het JSS;

  • Mijnenbestrijdingsvaartuigen: dit betreft afname van deze capaciteit;

  • Overtollige voorraden, onderdelen, etcetera: dit betreft het doelmatig afstoten van voorraden die de Nederlandse krijgsmacht niet meer nodig heeft, maar die voor andere landen wel bruikbaar zijn.

Verkoopopbrengsten Infrastructuur

De verkoopopbrengsten Infrastructuur hebben betrekking op opbrengsten van af te stoten objecten, zoals Kamp van Zeist in Soest, het Officierscasino in Soesterberg, LCW te Rhenen en Fort de Bilt Zuidzijde in Utrecht. Bij de vaststelling van de Rijksvastgoedportefeuillestrategie voor 2014 door de ministerraad is te kennen gegeven dat departementen en diensten met ingang van 1 juli 2014 het vastgoed dat zij niet langer nodig hebben voor hun bedrijfsvoering tegen betaling moeten overdragen aan het Rijksvastgoedbedrijf (RVB). Het RVB zal op basis van het Kader Overname Vastgoed Rijksvastgoed (KORV) het overtollige vastgoed van de departementen en rijksdiensten overnemen tegen een inkoopprijs. De inkoopprijs wordt vastgesteld door gecertificeerde (onafhankelijke) vastgoedtaxateurs van het RVB. De opbrengsten van alle objecten die voor ingangsdatum van het KORV zijn aangeboden aan het RVOB worden geëffectueerd na daadwerkelijke verkoop aan een marktpartij.

2.2.7. Beleidsartikel 7: Ondersteuning krijgsmacht door Defensie Materieel Organisatie

Algemene doelstelling

De Defensie Materieel Organisatie (DMO) zorgt voor de verwerving van modern, robuust en kwalitatief hoogwaardig en inzetbaar materieel en de beschikbaarstelling van ICT-middelen, brandstof, munitie en kleding en uitrusting aan de defensieonderdelen.

Rol en verantwoordelijkheid Minister

De Minister is verantwoordelijk voor de aanschaf en de instandhouding van materieel en de afstoting van overtollig materieel van de krijgsmacht.

Beleidswijzigingen

Er zijn geen significante beleidswijzigingen ten opzichte van de begroting 2014.

Budgettaire gevolgen van het beleid en budgetflexibiliteit

Artikel 7 Ondersteuning krijgsmacht door Defensie Materieel Organisatie (bedragen x € 1.000)
 

2013

2014

2015

2016

2017

2018

2019

Verplichtingen

846.181

794.878

742.400

747.392

738.916

736.707

721.324

Uitgaven

853.972

794.878

742.400

747.392

738.916

736.707

721.324

Waarvan juridisch verplicht

   

74%

       

Uitgaven incl. nog te ontvangen bijdrage vanuit BIV

             
               

Programma uitgaven

361.145

336.743

307.572

328.493

320.651

324.469

301.640

Opdracht Logistieke ondersteuning

361.145

336.743

307.572

328.493

320.651

324.469

301.640

– Gereedstelling

246.323

239.207

218.200

231.127

221.924

224.703

214.351

– Instandhouding

114.822

97.536

89.372

97.366

98.727

99.766

87.289

               

Apparaatsuitgaven

492.827

458.135

434.828

418.899

418.265

412.238

419.684

Personele uitgaven

178.093

201.645

180.881

171.463

172.415

169.184

173.158

– waarvan eigen personeel

178.093

179.845

172.521

164.133

164.336

164.450

164.550

– waarvan externe inhuur

 

21.800

8.360

7.330

8.079

4.734

8.608

Materiële uitgaven

314.734

256.490

253.947

247.436

245.850

243.054

246.526

– waarvan ICT

220.486

0

20.678

30.892

35.365

35.345

35.355

– waarvan ICT; bijdrage aan SSO DTO

207.122

172.099

156.844

150.492

150.502

150.467

– waarvan overige exploitatie

94.248

49.056

60.837

59.386

59.679

56.893

60.390

– waarvan overige exploitatie; bijdrage aan SSO Paresto

312

333

314

314

314

314

               

Apparaatsontvangsten

59.554

42.933

42.933

42.933

43.433

43.433

43.433

Het aandeel «juridisch verplicht» heeft betrekking op programma-uitgaven voor levering van goederen en/of diensten waarvoor Defensie een overeenkomst is aangegaan en op de apparaatsuitgaven die voor het merendeel uit personele uitgaven bestaan. Voor 2015 gaat het om 74 procent. Het betreft verplichtingen die zijn aangegaan voor de apparaatsuitgaven, de aanschaf van munitie en instandhoudingsuitgaven.

Toelichting op de instrumenten

Gereedstelling

De uitgaven voor gereedstelling bestaan vooral uit brandstof voor varend, rijdend en vliegend materieel en munitie. Dit betreft uitgaven voor defensiebrede contracten.

Instandhouding

De uitgaven voor instandhouding betreffen vooral grote wapensystemen en eenheden van de operationele commando's. In de doelstellingenmatrices bij de beleidsartikelen van de operationele commando’s staan de wapensystemen vermeld waarvoor uitgaven worden geraamd.

Apparaatsuitgaven

De apparaatsuitgaven bevatten vooral personele uitgaven. Deze uitgaven bestaan hoofdzakelijk uit salarissen, sociale lasten en uitgaven voor toelagen en reiskosten woon-werkverkeer. De uitgaven voor salarissen en sociale lasten worden besteed aan de volgende aantallen personeel (gemiddelde jaarsterktes):

2013

2014

2015

2016

2017

2018

2019

2.439

2.473

2.511

2.520

2.514

2.512

2.512

De uitgaven ICT worden met ingang van 2013 voor alle defensieonderdelen verantwoord op dit artikel. het betreft uitgaven voor de werkplekdiensten en het onderhoud van IV-systemen.

Bijdragen aan SSO’s

Om de apparaatsuitgaven binnen de baten-lastenagentschappen beter te laten aansluiten bij de uitgavenbegroting, worden rijksbreed de betalingen aan de baten-lastenagentschappen zichtbaar gemaakt in de uitgavenbegroting onder de noemer «waarvan bijdragen aan SSO’s» (Shared Service Organisations). Het betreft voor 2015 de uitgaven voor DTO (alle informatievoorziening € 172,1 miljoen) en Paresto

(€ 0,3 miljoen).

De overige exploitatie is voor het grootste deel personeelsgebonden. Deze uitgaven bestaan voornamelijk uit opleidingen, werving, dienstreizen en kleding en uitrusting en overige materiële uitgaven.

Voor een nadere toelichting op de apparaatsuitgaven wordt verwezen naar de personeelsrapportage die periodiek aan de Tweede Kamer wordt aangeboden en het niet-beleidsartikel 10 Centraal apparaat.

2.2.8. Beleidsartikel 8: Ondersteuning krijgsmacht door Commando DienstenCentra

Algemene doelstelling

Het Commando DienstenCentra (CDC) voorziet in een doelmatige en doeltreffende ondersteuning van de krijgsmacht. Het CDC draagt zorg voor de levering van ondersteunende diensten aan de krijgsmacht. Een groot deel van de ondersteuning levert het CDC zelf, een deel van de ondersteuning wordt geleverd door organisaties buiten het Ministerie van Defensie. CDC is daarbij de verbindende schakel tussen vraag en aanbod.

De ondersteuning van het CDC is ingedeeld in drie categorieën ondersteuning, te weten normgestuurd (vast, zoals vastgoed, gezondheidszorg), capaciteitgestuurd (semi-flexibel, zoals opleidingen) en budgetgestuurd (flexibel, zoals transport en media). De drie categorieën zijn nader onderverdeeld in achttien dienstenclusters.

Rol en verantwoordelijkheid Minister

De Minister is verantwoordelijk voor een doeltreffende en doelmatige dienstverlening binnen Defensie waaraan het CDC een bijdrage levert.

Beleidswijzigingen

Er zijn geen significante beleidswijzigingen ten opzichte van de begroting 2014.

Budgettaire gevolgen van het beleid en budgetflexibiliteit

Artikel 8 Ondersteuning krijgsmacht door Commando DienstenCentra (bedragen x € 1.000)
 

2013

2014

2015

2016

2017

2018

2019

Verplichtingen

1.111.277

1.069.891

1.037.650

1.001.998

991.819

971.830

955.734

Uitgaven

1.040.029

1.069.891

1.037.650

1.001.998

991.819

971.830

955.734

Waarvan juridisch verplicht

   

48%

       

Uitgaven incl. nog te ontvangen bijdrage vanuit BIV

   

1.047.650

1.011.998

1.001.819

981.830

965.734

               

Programma uitgaven

7.600

           

Opdracht Dienstverlenende eenheden

7.600

           

– Gereedstelling

7.590

           

– Instandhouding

10

           

           

Apparaatsuitgaven

1.032.429

1.069.891

1.037.650

1.001.998

991.819

971.830

955.734

Personele uitgaven

424.809

442.795

467.947

458.863

448.270

445.118

440.388

– waarvan eigen personeel

411.204

415.630

458.200

449.624

439.599

436.447

431.717

– waarvan externe inhuur

 

16.800

         

– waarvan overig; attachés

13.605

10.365

9.747

9.239

8.671

8.671

8.671

Materiële uitgaven

607.620

627.096

569.703

543.135

543.549

526.712

515.346

– waarvan bijdrage aan SSO's

 

176.901

204.826

192.953

192.953

192.952

192.791

– waarvan overig

 

441.982

357.755

343.060

343.474

326.638

315.433

– waarvan overig; attachés

 

8.213

7.122

7.122

7.122

7.122

7.122

Correctie exploitatie i.v.m. nog te ontvangen bijdrage vanuit het BIV t.b.v. nazorg uitgezonden militairen 1

   

– 10.000

– 10.000

– 10.000

– 10.000

– 10.000

               

Apparaatsontvangsten

55.319

55.470

53.764

52.290

51.566

51.572

51.572

X Noot
1

Jaarlijks wordt besloten over de beschikbare middelen vanuit het BIV.

Het aandeel «juridisch verplicht» heeft betrekking op programma-uitgaven voor levering van goederen en/of diensten waarvoor Defensie een overeenkomst is aangegaan en op de apparaatsuitgaven die voor het merendeel uit Materiële uitgaven bestaan. Voor 2015 gaat het om 48 procent. Deze verplichtingen hebben volledig betrekking op de apparaatsuitgaven.

Toelichting op de instrumenten

Apparaatsuitgaven

De apparaatsuitgaven bevatten vooral personele uitgaven. Deze uitgaven bestaan hoofdzakelijk uit salarissen, sociale lasten en uitgaven voor toelagen en reiskosten woon-werkverkeer. De personele uitgaven worden besteed aan de volgende aantallen personeel (gemiddelde jaarsterktes):

2013

2014

2015

2016

2017

2018

2019

6.195

6.432

7.031

7.076

6.944

6.887

6.872

De materiële uitgaven betreffen uitgaven voor Huisvesting & Infrastructuur, overige exploitatie, bijdragen aan SSO’s, attachés en departementsbrede uitgaven.

Het CDC biedt alle ondersteuning op het gebied van het vastgoed van Defensie. Defensie beschikt momenteel over circa 35.000 hectare terreinoppervlak en 6,3 miljoen m2 bruto oppervlak gebouwen. De ondersteuning bestaat uit de volgende activiteiten:

  • Het onderhoud van alle vastgoedobjecten;

  • Beheer van alle huurobjecten en PPS-constructies alsmede het leveren van rijkshuisvesting in het buitenland;

  • Facilitaire ondersteuning ten behoeve van het vastgoed zoals beveiliging en schoonmaak;

  • Zorg voor alle nutscontracten.

De overige ondersteuning is voornamelijk ten behoeve van het defensiepersoneel in Nederland en het buitenland. De ondersteuning bestaat uit de volgende activiteiten:

  • Verzorgen van catering en voeding;

  • Verzorgen van facilitaire diensten zoals centraal wagenparkbeheer en audiovisuele diensten;

  • Verzorgen van P&O diensten voor circa 53.500 defensiemedewerkers;

  • Verzorgen van gezondheidsdiensten voor circa 41.500 militairen;

  • Verzorgen van wereldwijd vervoer van personen en goederen;

  • Leveren van producten op het gebied van kennis en ontwikkeling.

Bijdragen aan SSO’s

De bijdrage aan SSO DVD (€ 174,4 miljoen) respectievelijk SSO Paresto (€ 30,5 miljoen) zijn begrepen in bovengenoemde uitgaven Huisvesting & Infrastructuur en uitgaven Overige Exploitatie.

Bijdrage aan SSO's

2015

2016

2017

2018

2019

SSO DVD; huisvesting en infrastructuur

174.355

164.243

164.243

164.243

164.083

SSO Paresto; overige exploitatie

30.471

28.710

28.710

28.709

28.708

Totale bijdrage SSO's

204.826

192.953

192.953

192.952

192.791

De post «Correctie exploitatie i.v.m. nog te ontvangen bijdrage vanuit het BIV t.b.v. nazorg uitgezonden militairen» is opgenomen, omdat in de planning rekening wordt gehouden met het leveren van diensten op het gebied van nazorg van de uitgezonden militairen, maar de middelen hiervoor zijn nog niet beschikbaar gesteld vanuit het BIV. Dit is afhankelijk van de jaarlijkse besluitvorming.

Voor een nadere toelichting op de apparaatsuitgaven wordt verwezen naar de personeelsrapportage die periodiek aan de Tweede Kamer wordt aangeboden en het niet-beleidsartikel 10 Centraal apparaat.

2.3. DE NIET-BELEIDSARTIKELEN

2.3.1. Niet-beleidsartikel 9: Algemeen

Algemene doelstelling

In dit artikel worden de departementsbrede programma-uitgaven begroot. Het betreft subsidies en bijdragen, bijdragen aan de Navo-exploitatie uitgaven en internationale militaire samenwerking en overige (departementsbrede) uitgaven.

Budgettaire gevolgen

Artikel 9 Algemeen (bedragen x € 1.000)
 

2013

2014

2015

2016

2017

2018

2019

Verplichtingen

84.443

114.592

102.460

99.846

96.905

97.753

97.467

Uitgaven

100.566

114.592

102.460

99.846

96.905

97.753

97.467

Programma uitgaven

             

Subsidies en bijdragen

21.682

25.982

23.848

23.283

23.255

23.243

23.226

Bijdrage NAVO en internationale samenwerking

39.906

41.006

42.449

42.364

42.303

42.320

42.190

Overige uitgaven

38.978

47.604

36.163

34.199

31.347

32.190

32.051

Toelichting op de instrumenten

Subsidies en bijdragen

De subsidies en bijdragen worden verleend aan instellingen die voor Defensie een toegevoegde waarde hebben en defensiebeleid voor bijzondere doelgroepen uitvoeren, omdat zij hiertoe beter geëquipeerd zijn. De defensiesubsidies zijn er op gericht de exploitatie van stichtingen, en daarmee de uitvoering van hun doelen, in stand te houden. De subsidies zijn te verdelen in subsidies voor veteranenzorg, bijzondere vormen van personeelszorg en doelgroepenbeleid. Subsidies worden verstrekt in het kader van het cultureel erfgoed en tradities en op het gebied van onderwijs, kennis en technologie. Een overzicht van de subsidies is opgenomen in bijlage 4.6.

Bijdragen aan de Navo en Internationale militaire samenwerking

De bijdragen aan de Navo hebben betrekking op Navo-exploitatie uitgaven, waaronder uitgaven voor AWACS-vliegtuigen. De Internationale Militaire Samenwerking omvat militaire samenwerkingsactiviteiten die Defensie in internationaal verband uitvoert. Het betreft onder meer militair-operationele samenwerking, defensiematerieelsamenwerking, militaire inlichtingensamenwerking en juridische samenwerking.

Overige uitgaven

Deze defensiebrede uitgaven hebben onder meer betrekking op de voorlichtings- en communicatieactiviteiten. Voor de jaren 2015 en 2016 worden uitgaven verwacht voor het EU-voorzitterschap. Overige uitgaven hebben tevens betrekking op de schadevergoedingen via de landsadvocaat en uitgaven aan de Belastingdienst.

2.3.2. Niet-beleidsartikel 10: Centraal Apparaat

Algemene doelstelling

Defensie is een operationele en uitvoerende organisatie bedoeld om de belangen van het Koninkrijk te verdedigen en de internationale rechtsorde te bevorderen. Ten behoeve van de drie hoofdtaken van de krijgsmacht stelt zij militaire eenheden gereed en zet deze in nationaal en internationaal verband in. Die inzet is de kerntaak van Defensie. De Bestuursstaf geeft hier namens de Minister sturing aan door het formuleren van het defensiebeleid, het toewijzen van middelen aan alle defensieonderdelen, het toezicht houden op de besteding daarvan en het opstellen van kaders voor de defensiebrede bedrijfsvoering.

Budgettaire gevolgen

Artikel 10 Centraal apparaat (bedragen x € 1.000)
 

2013

2014

2015

2016

2017

2018

2019

Verplichtingen

1.655.999

1.602.594

1.599.771

1.543.874

1.535.300

1.547.420

1.462.633

Uitgaven

1.658.703

1.602.594

1.599.771

1.543.874

1.535.300

1.547.420

1.462.633

Apparaatsuitgaven

1.658.703

1.602.594

1.599.771

1.543.874

1.535.300

1.547.420

1.462.633

Personele uitgaven

1.638.573

1.579.940

1.583.978

1.529.534

1.521.992

1.534.016

1.448.716

– waarvan eigen personeel

128.622

124.410

121.225

122.703

122.759

122.503

122.737

– waarvan externe inhuur

3.080

2.060

1.981

1.981

1.981

– waarvan pensioenen, wachtgelden en uitkeringen

1.509.951

1.455.530

1.459.673

1.404.771

1.397.252

1.409.532

1.323.998

Materiële uitgaven

20.130

22.654

15.793

14.340

13.308

13.404

13.917

– waarvan overig

20.130

22.484

15.583

14.142

13.110

13.206

13.719

– waarvan bijdrage aan SSO Paresto

170

210

198

198

198

198

               

Totaal ontvangsten

2.669

22.331

6.811

6.811

6.811

6.811

6.811

Toelichting op de instrumenten

Bestuursstaf

De Bestuursstaf draagt zorg voor een beheerste uitvoering van het beleidsproces en de bedrijfsvoering van het Ministerie van Defensie. De Bestuursstaf geeft namens de Minister sturing aan de defensieorganisatie. Dat gebeurt door het formuleren van het defensiebeleid, het toewijzen van middelen aan de defensieonderdelen, het toezicht houden op de besteding daarvan en het opstellen van kaders voor de defensiebrede bedrijfsvoering. De uitgaven die daarmee gemoeid zijn, betreffen vooral salarissen voor burger- en militair personeel, persoonsgebonden uitgaven, bovenformatieve inhuur en overig materieel.

Militaire inlichtingen- en Veiligheidsdienst

Als Bijzondere Organisatie Eenheid (BOE) ressorterend onder de Bestuursstaf is de MIVD belast met de ondersteuning van Defensie op het gebied van het leveren van kwalitatief hoogwaardig inlichtingen- en veiligheidsinformatie. Daarmee levert de MIVD een onmisbare bijdrage aan de opbouw, de gereedstelling en de inzet van de Nederlandse krijgsmacht en de informatiepositie van Nederland. De uitgaven die daarmee binnen dit artikel gemoeid zijn, betreffen vooral salarissen voor burger- en militair personeel, persoonsgebonden uitgaven, informatievoorziening en overige materiële uitgaven.

Personele uitgaven

De apparaatsuitgaven bevatten vooral personele uitgaven. Deze uitgaven bestaan hoofdzakelijk uit salarissen, sociale lasten en uitgaven voor toelagen en reiskosten woon-werkverkeer. De uitgaven voor salarissen en sociale lasten worden besteed aan de volgende aantallen personeel van de Bestuursstaf (gemiddelde jaarsterktes):

2013

2014

2015

2016

2017

2018

2019

1.469

1.488

1.513

1.548

1.547

1.547

1.547

Pensioenen en uitkeringen

Deze uitgaven betreffen de betaling van ouderdomspensioen en overige uitkeringen aan voormalig defensiepersoneel. Deze zijn als volgt onderverdeeld:

Tabel: Onderverdeling pensioenen en uitkeringen

Tabel: Onderverdeling pensioenen en 						uitkeringen

De invaliditeitspensioenen en nabestaandenpensioenen betreffen de uitkeringen voor militaire oorlogs- en dienstslachtoffers of hun nabestaanden.

De uitkeringswet gewezen militairen betreft het functioneel leeftijdsontslag voor militairen.

Wachtgelden, inactiviteitswedden en SBK-gelden

Deze post betreft de verstrekking van uitkeringen krachtens het Sociaal Beleidskader en overige regelingen aan voormalig defensiepersoneel.

De overige exploitatie is voor het grootste deel personeelsgebonden. Deze uitgaven bestaan voornamelijk uit opleidingen, werving, dienstreizen en kleding en uitrusting en overige materiële uitgaven.

Bijdragen aan SSO’s

Om de apparaatsuitgaven binnen de baten-lastenagentschappen beter te laten aansluiten bij de uitgavenbegroting, worden Rijksbreed de betalingen aan de baten-lastenagentschappen zichtbaar gemaakt in de uitgavenbegroting, onder de noemer «waarvan bijdragen aan SSO’s» (Shared Service Organisations). Het betreft hier de uitgaven voor Paresto (€ 0,2 miljoen voor 2015).

Voor een nadere toelichting op de personele uitgaven wordt verwezen naar de personeelsrapportage die periodiek aan de Tweede Kamer wordt aangeboden.

Totaal apparaatsuitgaven en apparaatskosten Defensie inclusief baten-lastenagentschappen

Bedragen x € 1.000

2013

2014

2015

2016

2017

2018

2019

Verplichtingen

5.567.868

5.586.790

5.419.982

5.230.756

5.204.453

5.180.610

5.090.548

Kerndepartement

1.658.703

1.602.594

1.599.771

1.543.874

1.535.300

1.547.420

1.462.633

               

Uitvoeringsorganisaties

3.909.165

3.984.196

3.820.211

3.686.883

3.669.153

3.633.190

3.627.915

Inzet

0

0

0

0

0

0

0

Taakuitvoering Zeestrijdkrachten

555.636

588.197

571.643

551.333

551.903

548.484

548.442

Taakuitvoering Landstrijdkrachten

1.000.064

1.030.769

969.940

931.026

926.010

924.178

926.070

Taakuitvoering Luchtstrijdkrachten

501.803

510.968

494.775

482.045

480.455

478.202

479.350

Taakuitvoering Koninklijke marechaussee

326.406

326.236

311.375

301.582

300.701

298.258

298.635

Ondersteuning krijgsmacht door Defensie Materieel Organisatie

492.827

458.135

434.828

418.899

418.265

412.238

419.684

Ondersteuning krijgsmacht door Commando DienstenCentra

1.032.429

1.069.891

1.037.650

1.001.998

991.819

971.830

955.734

               

Totaal apparaatsuitgaven

5.567.868

5.586.790

5.419.982

5.230.756

5.204.453

5.180.610

5.090.548

               

Batenlastenagentschappen:

605.715

522.652

526.483

494.313

491.213

490.313

489.928

Defensie Telematica Organsiatie

307.259

303.000

254.722

235.722

232.222

232.222

232.197

Dienst Vastgoed Defensie

220.187

146.235

200.455

190.843

191.243

190.343

189.983

Paresto

78.269

73.417

71.306

67.748

67.748

67.748

67.748

Totaal apparaatskosten

605.715

522.652

526.483

494.313

491.213

490.313

489.928

De uitgaven voor salarissen en sociale lasten worden besteed aan de volgende aantallen personeel van het Ministerie van Defensie in totaal (gemiddelde jaarsterktes):

2013

2014

2015

2016

2017

2018

2019

53.931

53.998

53.532

53.168

53.893

52.747

52.732

Overzicht gemiddelde jaarsterkte defensiepersoneel

 

formatie voor reorganisatie

formatie 2015

gemiddelde jaarsterkte 2015

budget in 2015 (bedrag * 1.000)

formatie 2019

budget in 2019 (bedrag * 1.000)

Burgerpersoneel

           

Schaal 16 t/m 18

35

18

24

3.092

18

2.273

schaal 15

46

35

37

4.092

35

3.793

schaal 14

107

84

91

9.523

83

8.512

schaal 13

275

267

290

27.110

265

24.277

schaal 12

743

704

722

60.098

719

58.651

schaal 11

1.109

1.030

1.015

74.488

1.019

73.286

schaal 10

1.389

1.208

1.197

76.479

1.199

75.075

schaal 9

1.046

834

838

49.609

815

47.282

schaal 8

969

769

814

43.193

747

38.845

schaal 7

1.442

1.153

1.217

59.226

1.116

53.225

schaal 6

1.480

1.221

1.208

53.755

1.168

50.936

schaal 5

2.141

1.884

1.923

82.052

1.815

75.895

schaal 1 t/m 4

3.224

2.952

2.610

104.624

2.846

111.803

Totaal burgerpersoneel

14.006

12.159

11.986

647.341

11.845

623.853

             

Militair personeel

           

GEN

95

60

66

8.615

60

7.675

KOL

365

293

343

43.668

293

36.556

LKOL

1.562

1.283

1.380

135.989

1.270

122.647

MAJ

2.813

2.180

2.216

175.483

2.148

166.696

KAP

3.106

2.757

2.770

168.750

2.746

163.942

LNT

2.490

2.203

2.021

99.788

2.136

103.357

AOO

3.551

2.755

2.965

177.825

2.678

157.400

SM

5.587

4.417

4.546

224.774

4.373

211.896

SGT (1)

12.598

10.872

9.137

340.823

10.750

392.971

SLD/KPL

14.391

11.826

12.498

376.568

11.473

338.771

totaal op functie

46.558

38.646

37.942

1.752.284

37.927

1.701.911

Initiële opleidingen (NBOF)

4.841

2.960

3.604

79.975

2.960

65.684

Totaal militair personeel (inclusief NBOF)

51.399

41.606

41.546

1.832.259

40.887

1.767.595

             

Totaal burger en militair personeel

65.405

53.765

53.532

2.479.600

52.732

2.391.448

             

Overige uitgaven voor personeel

     

378.357

 

329.885

             

Totaal personele uitgaven

     

2.857.957

 

2.721.333

             

Agentschappen

           

Defensie Telematica Organisatie

   

1.530

105.049

1.202

82.524

Dienst Vastgoed Defensie

   

796

50.136

734

47.223

Paresto

   

781

35.305

735

33.035

In de tabel zijn alleen de salarissen en sociale lasten opgenomen, zoals gerapporteerd in het overzicht van de numerus fixus. De totale uitgaven voor formatie per defensieonderdeel, alsmede de geraamde aantallen per defensieonderdeel, zijn terug te vinden in de desbetreffende hoofdstukken per defensieonderdeel.

In de eerste kolom is de organisatie opgenomen zoals deze was, voordat de reorganisatie als gevolg van de beleidsbrief 2011 van start ging.

In de tweede kolom is de geplande formatie voor 2015 opgenomen. De derde kolom geeft de verwachte gemiddelde jaarsterkte voor 2015 weer. De formatie betreft de organisatie en daarmee de functies. De gemiddelde jaarsterkte betreft het aantal personeelsleden dat aanwezig is. Een verklaring voor de verschillen tussen deze twee kolommen is dat de reorganisaties in 2015 nog niet geheel zijn afgerond. Daarnaast lopen de reorganisaties naar aanleiding van de nota In het belang van Nederland na 2015 door. Tot slot draagt het begrotingsakkoord 2014 bij aan het verschil tussen de formatie en de gemiddelde jaarsterkte. In de vierde kolom is de verwachte gemiddelde jaarsterkte financieel gemaakt.

De vijfde kolom geeft de formatie aan voor het jaar 2019. Daarbij is de verwachte gemiddelde jaarsterkte gelijk aan de formatie. In de laatste kolom is de formatie (en dus ook de gemiddelde jaarsterkte) financieel gemaakt voor het jaar 2019. Budgettair is hier echter rekening gehouden met de verwachting dat er gedurende het jaar sprake zal zijn van 98% vulling.

Bij de agentschappen zijn de eerste twee kolommen niet ingevuld aangezien daar niet wordt gewerkt met een vaste formatie.

Taakstelling Rijksdienst

In het huidige regeerakkoord is vanaf 2016 een apparaatstaakstelling voor Defensie opgenomen die oploopt tot € 48 miljoen. Binnen Defensie is de taakstelling belegd bij de apparaatsbudgetten van Defensie, de DMO en het CDC:

Extracomptabele tabel invulling taakstelling

(Bedragen x € 1 miljoen)

2016

2017

2018

Structureel

Departementale taakstelling (totaal)

17

39

48

48

Kerndepartement

6,6

26

31

31

Agentschappen

       

DTO

7,2

8,8

8,8

8,8

DVD

3,2

4,2

7,2

7,2

Paresto

   

1

1

Totaal agentschappen

10,4

13

17

17

Bedrijfsvoering bij Defensie

Samenhangende bedrijfsvoering

De wijze waarop Defensie haar interne bedrijfsvoering inricht en de wijze waarop met anderen wordt samengewerkt, moet de hoofdtaken van de krijgsmacht optimaal ondersteunen. De inrichting van de bedrijfsvoering volgt de behoeften van het primaire proces van gereedstelling en inzet van militaire capaciteiten. De ontwikkeling van de bedrijfsvoering van Defensie kenmerkt zich door een streven naar flexibiliteit, vereenvoudiging en eenduidige belegging van processen, ruimte voor de uitvoering, integraliteit en een kleinere footprint.

Vereenvoudiging in besturing en integraliteit in de ondersteuning gaan gepaard met meer rolvast sturen en samenwerken. Dit krijgt bijvoorbeeld vorm door meer geïntegreerde dienstverlening en integratie tussen diverse ketens. Vereenvoudiging krijgt tevens meer inhoud door het terugdringen van de regeldruk. Dit leidt tot meer ruimte voor de uitvoering en meer flexibiliteit. Zo ontstaat een versterkend effect.

De kaders voor bedrijfsvoering zijn van toepassing op diverse ketens en bedrijfsonderdelen. Het streven naar een integrale bedrijfsvoering vereist focus en samenhang in behoeften, prioriteiten en de daaraan verbonden middelen. Binnen Defensie worden daarom de veranderingen en vernieuwingen binnen bedrijfsvoering en hun effecten op processen en ondersteunende systemen in samenhang beschouwd.

2.3.3. Niet-beleidsartikel 11: Geheime uitgaven
Artikel 11 Geheime uitgaven (bedragen x € 1.000)
 

2013

2014

2015

2016

2017

2018

2019

Verplichtingen

5.264

5.264

5.339

5.337

5.336

5.338

5.335

Geheime uitgaven

5.264

5.264

5.339

5.337

5.336

5.338

5.335

Totaal uitgaven

5.264

5.264

5.339

5.337

5.336

5.338

5.335

2.3.4. Niet-beleidsartikel 12: Nominaal en onvoorzien
Artikel 12 Nominaal en onvoorzien (bedragen x € 1.000)
 

2013

2014

2015

2016

2017

2018

2019

Verplichtingen en uitgaven

0

65.587

27.337

40.252

40.389

37.894

40.440

Loonbijstelling

             

Prijsbijstelling

             

Nader te verdelen

0

65.587

27.337

40.252

40.389

37.894

40.440

Onvoorzien

             

Totaal uitgaven

0

65.587

27.337

40.252

40.389

37.894

40.440

Toelichting

Op de post «Nader te verdelen» wordt loon- en prijsbijstelling ondergebracht. Voor het jaar 2014 geldt dat deze middelen met de tweede suppletoire begroting 2014 worden uitgedeeld naar de verschillende begrotingsartikelen.

3. BATEN- LASTENAGENTSCHAPPEN

3.1. Defensie Telematica Organisatie

Algemeen

De Defensie Telematica Organisatie (DTO) maakt als agentschap deel uit van de DMO. DTO levert geïntegreerde hoogwaardige IV-diensten aan Defensie en ketenpartners binnen de rijksoverheid op het gebied van de openbare orde en veiligheid. Tevens steunt DTO de operationele informatievoorziening van de operationele commando’s bij internationale en nationale inzet.

Begroting van baten en lasten

(Bedragen x € 1.000)

realisatie 2013

begroting 2014

ramingen 2015

2016

2017

2018

2019

Baten

             

Omzet moederdepartement

270.638

269.000

224.562

205.562

202.062

202.062

202.037

Omzet overige departementen

36.473

32.000

30.160

30.160

30.160

30.160

30.160

Omzet derden

120

2.000

Rentebaten

Vrijval voorzieningen

28

Bijzondere baten

Totaal baten

307.259

303.000

254.722

235.722

232.222

232.222

232.197

Lasten

             

Apparaatskosten

             

Personele kosten

153.025

165.000

133.049

114.049

110.549

110.549

110.524

 

– waarvan eigen personeel

120.855

130.000

105.049

86.049

82.549

82.549

82.524

 

– waarvan externe inhuur t.b.v. apparaat

10.393

12.250

20.000

20.000

20.000

20.000

20.000

 

– waarvan externe inhuur t.b.v. IV projecten

21.777

22.750

8.000

8.000

8.000

8.000

8.000

Materiële kosten

128.773

107.000

96.073

96.073

96.073

96.073

96.073

 

– waarvan apparaat ICT

9.691

9.000

 

– waarvan bijdrage aan SSO's

550

2.888

Rentelasten

642

3.000

600

600

600

600

600

Afschrijvingskosten

25.004

28.000

25.000

25.000

25.000

25.000

25.000

– materieel

21.774

25.000

22.000

 

– waarvan apparaat ICT

18.000

– immaterieel

3.230

3.000

3.000

Overige kosten

522

– dotaties voorzieningen

27

– bijzondere lasten

495

Totaal lasten

307.966

303.000

254.722

235.722

232.222

232.222

232.197

 

Taakstelling nog in te vullen

Saldo van baten en lasten

– 707

Toelichting op de begroting baten en lasten

Baten

De verwachte omzet is min of meer een gegeven. De omzet van het agentschap volgt uit het budget van de opdrachtgever, dus uit de IV-budgetten van de opdrachtgevers. Het agentschap wordt betaald uit het IV Exploitatiebudget, het IV Investeringsbudget, budget van de agentschappen DVD en Paresto en budget van externe (niet Defensie) opdrachtgevers.

Omzet moederdepartement

De omzet van het moederdepartement loopt vanaf 2012 terug. Door de verlaging van het aantal defensiemedewerkers – en daarmee verlaging van het aantal werkplekken – daalt de omzet. Tevens worden door het moederdepartement diverse doelmatigheidsmaatregelen geïnitieerd, zoals normering van het aantal werkplekken en het strikter op noodzaak beoordelen van ICT-aanvragen. Dat leidt tot vraagdemping.

Omzet overige departementen

De omzet van de overige departementen betreft de IV-ondersteuning van ketenpartners van Defensie. Dit zijn onder andere de ministeries van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties, Veiligheid en Justitie, Buitenlandse Zaken en Algemene Zaken. Ook hier wordt een kleine daling van de omzet voorzien.

Lasten

Apparaatskosten

Door (natuurlijk) verloop en kostenbesparingsprogramma’s worden de kosten voor personeel lager (taakstelling van € 7,1 miljoen). Ook de materiële kosten dalen daardoor. De inhuur voor het eigen apparaat wordt daarnaast verder verlaagd. Daarnaast wordt de eigen organisatie steeds doelmatiger. Dit leidt eveneens tot een reductie van de kosten.

Bijdragen aan SSO’s

Om de apparaatsuitgaven binnen de baten-lastenagentschappen beter te laten aansluiten bij de uitgavenbegroting, worden Rijksbreed de betalingen aan de baten-lastenagentschappen zichtbaar gemaakt in de uitgavenbegroting onder de noemer «waarvan bijdragen aan SSO’s» (Shared Service Organisations). Het betreft hier de uitgaven aan de SSO’s van het Ministerie van Binnenlandse Zaken, te weten Logius

(€ 0,6 miljoen voor 2015), de werkmaatschappij Strategisch Beheer Organisatie Overheidstelefonie (€ 0,3 miljoen voor 2015) en het Shared Service Centrum-ICT (€ 1,9 miljoen voor 2015).

Kasstroomoverzicht

(Bedragen x € 1.000)

realisatie 2013

begroting 2014

2015

2016

2017

2018

2019

1. Rekening Courant RHB 1 januari incl. deposito

61.017

2.722

               

2. Operationele kasstromen

5.303

6.878

11.000

10.000

8.000

6.000

4.500

               

–/– Totale investeringen

– 23.404

– 37.000

– 25.000

– 25.000

– 25.000

– 25.000

– 25.000

+/+ Totale boekwaarde desinvesteringen

             

3. Totaal investeringskasstroom

– 23.404

– 37.000

– 25.000

– 25.000

– 25.000

– 25.000

– 25.000

               

–/– Eenmalige uitkeringen aan moederdepartement

-39.965

-1.000

+/+ Eenmalige stortingen door moederdepartement

–/– Aflossingen op leningen

– 24.029

– 8.600

– 11.000

– 10.000

– 8.000

– 6.000

– 4.500

+/+ Beroep op leenfaciliteit

23.800

37.000

25.000

25.000

25.000

25.000

25.000

4. Totaal financieringskasstroom

– 40.194

27.400

14.000

15.000

17.000

19.000

20.500

               

5. Rekening Courant RHB 31 december incl. deposito

2.722

Toelichting op het kasstroomoverzicht

Operationele kasstroom

De kasstroom wordt voornamelijk bepaald door het jaarlijkse bedrijfsresultaat en de mutaties in de balans van DTO.

Investeringskasstroom

In 2015 en de jaren daarna wordt de omvang van de investeringen geraamd op € 25 miljoen. Het grootste deel van de investeringen betreft computerapparatuur, gebouwen (voornamelijk datacentra) en kleinere investeringen in software, machines en installaties. Desinvesteringen worden niet verwacht.

Financieringskasstroom

De financieringskasstroom geeft het (vreemd) vermogen weer dat aangetrokken wordt voor de financiering van de investeringen via de leenfaciliteit.

Doelmatigheidsparagraaf

Doelmatigheid is te onderscheiden in operationele prestaties (generiek deel) en financiële doelmatigheid (specifiek deel).

Indicator Generiek

2013

2014

ramingen 2015

2016

2017

2018

2019

Omzet

             

Housing

1.857

2.000

1.359

1.281

1.262

1.262

1.262

Defensiepas / MFSC

5.051

7.000

6.515

6.141

6.050

6.050

6.050

Handelsgoederen

19.875

2.000

Dienstontwikkeling en klantopdrachten

6.503

5.000

2.653

2.500

2.463

2.463

2.463

Werkplekdiensten

91.951

95.000

79.779

73.135

71.768

71.764

71.756

Communicatie

20.145

22.000

14.427

13.599

13.397

13.397

13.396

Connectivity

37.425

33.000

30.715

28.953

28.523

28.523

28.520

Totale omzet product(groep) Generiek

182.807

166.000

135.447

125.610

123.463

123.459

123.446

Advies en applicaties

14.041

8.000

7.446

7.019

6.915

6.915

6.914

IV Services

86.324

101.000

85.768

78.527

77.643

77.647

77.639

IV-I (inhuur + inkoop)

23.500

27.000

25.130

23.689

23.337

23.337

23.334

Niet standaard aanvragen

587

1.000

931

877

864

864

864

Totale omzet product(groep) Specifiek

124.451

137.000

119.275

110.112

108.759

108.763

108.751

Te hoge vraag

Totale omzet

307.259

303.000

254.722

235.722

232.222

232.222

232.197

Gemiddeld gewogen tarief per uur

€ 79,39

€ 76,40

€ 76,50

€ 76,60

€ 76,70

€ 76,70

€ 76,70

Totaal aantal FTE per 31 december T-1 (exclusief inhuur)

1.760

1.857

1.530

1.253

1.202

1.202

1.202

Saldo baten/lasten als percentage totale baten

0%

0%

0%

0%

0%

0%

0%

Betrouwbaarheid informatievoorziening

99%

97%

97%

97%

97%

97%

97%

Indicator specifiek

2013

2014

2015

2016

2017

2018

2019

Ontwikkeling tarief werkplek Defensie (2007 = 100%)

59%

60%

62%

62%

62%

62%

62%

Gemiddeld gewogen kostprijs applicatietaken

€ 67,11

€ 64,00

€ 64,10

€ 64,20

€ 64,30

€ 64,30

€ 64,40

Gemiddeld gewogen kostprijs ontwikkeltaken

€ 72,93

€ 69,90

€ 70,00

€ 70,10

€ 70,20

€ 70,30

€ 70,30

Percentage niet facturabele medewerkers

12%

14%

13%

13%

13%

13%

13%

Declarabiliteit in uren per jaar

1.450

1.450

1.450

1.450

1.450

1.450

1.450

Aantal externe inhuur t.b.v. eigen apparaat

80

70

125

125

125

125

125

Aantal externe inhuur t.b.v. klanten(opdrachten)

138

142

50

50

50

50

50

Toelichting

Door het nemen van maatregelen is het gemiddelde tarief per werkplek in 2013 gedaald. In de jaren daarna blijft het gemiddelde tarief vrijwel constant. Doordat de defensieorganisatie kleiner wordt, is minder personeel nodig om aan de vraag te voldoen.

De doelmatigheidsindicator «Betrouwbaarheid Informatievoorziening» geeft de beschikbaarheid weer van de IV-systemen, zoals de gebruiker deze ervaart. Hiervoor worden geautomatiseerd op verschillende locaties en over verschillende diensten transacties uitgevoerd. De indicator geeft het aantal geslaagde transacties weer in procenten van het totale aantal transacties.

De gemiddeld gewogen kostprijs voor zowel applicatietaken als voor ontwikkeltaken is gestabiliseerd vanaf 2014. Ten opzichte van 2014 daalt, als gevolg van diverse doelmatigheidsmaatregelen, het percentage niet-facturabele medewerkers.

Het aantal declarabele uren per medewerker blijft de komende jaren gelijk.

De benodigde externe inhuur is ten opzichte van de afgelopen jaren gedaald.

3.2. Dienst Vastgoed Defensie

Algemeen

De Dienst Vastgoed Defensie (DVD) is verantwoordelijk voor het doelmatige en maatschappelijk verantwoorde beheer en inrichting van het defensievastgoed. De DVD geeft adviezen en treedt op als intermediair voor de waarborging van de ruimtelijke belangen van de klanten bij Defensie. De DVD staat de klanten bij in hun zorg voor de beschikbaarheid en bruikbaarheid van het vastgoed.

De DVD maakt samen met de Defensie Bewakings- en Beveiligingsorganisatie (DBBO) en de Divisiestaf deel uit van de Divisie Vastgoed & Beveiliging. Deze begroting heeft betrekking op de DVD inclusief de Divisiestaf. De DBBO is een kasverplichtingen eenheid en valt buiten het bestek van de Baten en Lasten Dienst.

De DVD bevindt zich momenteel in een fusietraject. Defensie en het Ministerie van BZK hebben op 1 juli 2014 een overdrachtsconvenant getekend waarin is afgesproken dat de DVD samen met de RGD, het RVOB en de Directie Vastgoed wordt gefuseerd tot het Rijksvastgoedbedrijf (RVB). In 2015 zal de formele integratie tot één agentschap RVB een feit zijn. Hiertoe wordt in het najaar van 2014 formeel instemming van de Tweede Kamer gevraagd.

Om niet vooruit te lopen op formele besluitvorming over agentschapsvorming van het RVB, is de ontwerpbegroting 2015 nog opgesteld met de DVD als een zelfstandig agentschap. Een deel van de huidige DVD organisatie blijft achter bij Defensie en wordt opgenomen in de begroting van het CDC. De nu voorliggende ontwerpbegroting DVD wordt vervangen door een nieuwe begroting RVB bij de 1e suppletoire begroting 2015.

Begroting baten en lasten

(Bedragen x € 1.000)

realisatie

2013

begroting

2014

ramingen

2015

2016

2017

2018

2019

BATEN

             

Omzet moederdepartement

70.866

61.010

63.537

61.125

60.625

59.625

58.965

Programmagelden instandhouding

140.267

75.588

125.290

117.290

117.290

117.290

117.290

Programmagelden Expertise & Advies

   

1.828

1.828

1.828

1.828

1.828

Omzet huisvestingsactiviteiten

4.508

9.637

9.800

10.600

11.500

11.600

11.900

Omzet overige departementen

1.438

           

Omzet derden

1

           

Mutatie onderhanden projecten

– 193

           

Rentebaten

43

           

Vrijval voorzieningen

             

Bijzondere baten

2.388

           
               

Totaal baten

219.318

146.235

200.455

190.843

191.243

190.343

189.983

               

LASTEN

             

Apparaatskosten

             

Personele kosten

56.379

55.080

52.100

50.123

49.713

48.893

48.351

– waarvan eigen personeel

53.343

50.136

49.133

48.150

48.187

47.223

– waarvan inhuur

3.036

1.964

990

1.563

706

1.128

Materiële kosten

15.214

1.639

9.143

8.790

8.700

8.520

8.402

– waarvan apparaat ICT

159

           

– waarvan bijdrage aan SSO» s

3.774

           

Kosten uitbesteding

2.500

1.500

1.500

1.500

1.500

1.500

Programmagelden instandhouding

142.261

75.588

125.290

117.290

117.290

117.290

117.290

Programmagelden expertise & advies

   

1.828

1.828

1.828

1.828

1.828

Rentelasten

985

776

312

312

312

312

312

Rentelasten huisvestingsactiviteiten

2.681

6.042

9.800

10.600

11.500

11.600

11.900

Rentelasten rekening-courant

             

Afschrijvingskosten

             

– materieel

631

515

482

400

400

400

400

waarvan apparaat ICT

           

– materieel huisvestingsactiviteiten

1.730

3.595

0

0

0

0

0

– immaterieel

             

Overige kosten

             

– Dotaties voorzieningen

 

500

         

– Bijzondere lasten

306

           
               
               

Totaal lasten

220.187

146.235

200.455

190.843

191.243

190.343

189.983

               

saldo van baten en lasten

– 869

0

0

0

0

0

0

Toelichting begroting baten en lasten

Algemeen

Het budget van CDC is opgehoogd om een duurzaam financieel evenwicht te bereiken tussen de omvang van de vastgoedportefeuille en de defensiebrede vraag naar huisvesting en infrastructuur.

Baten

Omzet moederdepartement

De omzet van het moederdepartement is opgebouwd uit het honorarium voor het totale dienstverleningspakket van de DVD. Door het krimpende vastgoedbestand, vanwege afstotingen, daalt de omzet meerjarig.

Programmagelden instandhouding

De programmagelden Instandhouding zijn de vergoedingen die de DVD ontvangt voor de aannemerskosten voor het planbaar en niet-planbaar onderhoud.

Omzet huisvestingsactiviteiten

De omzet huisvestingsactiviteiten bestaat uit de vergoeding die de divisie binnen Defensie ontvangt voor de met de leenfaciliteit gefinancierde projecten. De vergoeding dekt de rentelasten en afschrijvingskosten van de leningen.

Lasten

Apparaatskosten

De apparaatskosten omvatten alle capaciteitskosten, zowel van direct personeel als indirect personeel en de overige exploitatiekosten.

De personele lasten hebben een relatie met de werklast die tot uitdrukking komt in de begrotingspost «Omzet Moederdepartement». De daling van de personele lasten in 2015 houdt verband met de reorganisatie van de DVD die per 1 juni 2014 zijn beslag heeft gekregen. Deze reorganisatie staat los van de vorming van het Rijksvastgoedbedrijf. In de daaropvolgende jaren is uitgegaan van een lichte daling. Weliswaar is er sprake van natuurlijk verloop, er is ook behoefte aan extra technische expertise bij capaciteitsknelpunten. De werklast ligt de komende jaren hoger dan de omvang van het personeelsbestand en daarom blijft externe capaciteit (inhuur) noodzakelijk (flexibele schil).

Programmagelden instandhouding

Zie baten.

Rentelasten huisvestingsactiviteiten

De rentelasten huisvestingsactiviteiten vormen een component van de kosten die samenhangen met de financiering vanuit de leenfaciliteit.

Afschrijvingskosten

De afschrijvingen zijn terug te voeren op de materiële vaste activa van de bedrijfsgroep.

Kasstroomoverzicht

(Bedragen x € 1.000)

realisatie

2013

begroting

2014

ramingen

2015

2016

2017

2018

2019

1. Rekening courant RHB 1 janauri

58.569

46.884

47.340

43.759

41.791

42.926

40.317

               

2. Totaal operationele kasstroom

– 18.570

4.050

557

2.386

5.825

2.118

4.500

               
 

–/– totaal investeringen

– 30.482

– 26.415

– 12.564

– 24.049

– 14.340

– 2.890

– 600

 

–/– totaal boekwaarde desinvesteringen

1.543

15.000

         

3. Totaal investeringskasstroom

– 28.939

– 11.415

– 12.564

– 24.049

– 14.340

– 2.890

– 600

               
 

–/– eenmalige uitkering aan moederdepartement

             
 

–/– eenmalige storting door moederdepartement

             
 

–/– aflossingen op leningen

– 6.532

– 18.594

– 4.138

– 4.354

– 4.690

– 4727

– 4.839

 

+/+ beroep op leenfaciliteit

35.575

26.415

12.564

24.049

14.340

2.890

600

4. Totaal financieringskasstroom

29.043

7.821

8.426

19.695

9.650

– 1.837

-4.239

               

5. Rekening courant RHB 31 december

40.103

47.340

43.759

41.791

42.926

40.317

39.978

(inclusief deposito) (=1+2+3+4)

             

Toelichting bij het kasstroomoverzicht

Operationele kasstroom

De operationele kasstroom bestaat onder andere uit het jaarlijkse bedrijfsresultaat, aangevuld met de afschrijvingen op de materiële activa en de dotaties aan de voorzieningen.

Investeringskasstroom

De investeringskasstroom vloeit voort uit de financiering van «Nieuwbouw CKmar Schiphol», Opleidingscentrum KMar en Hoger onderhoud Woensdrecht. Voor de periode 2014 en verder zijn ook investeringen gepland.

Financieringskasstroom

De financieringskasstroom representeert het (vreemd) vermogen dat aangetrokken wordt voor de financiering van de investeringen via de leenfaciliteit. Deze correspondeert met de investeringskasstroom.

De verwachting is dat de totale liquiditeitspositie van het agentschap op een voldoende niveau zal blijven.

Doelmatigheidsparagraaf

Doelmatigheidsindicatoren c.q. kengetallen

2013

2014

2015

2016

2017

2018

2019

Omschrijving generieke deel

             

Vte'n totaal

858,5

810

831

805

795

781

770

– waarvan in eigen dienst

 

810

796

780

764

749

734

– waarvan inhuur

   

35

25

31

32

36

Saldo van baten en lasten (%)

– 0,4%

0,0%

0,3%

0,1%

0,1%

0,1%

0,0%

               

Omschrijving specifiek deel

             
               

Kostprijzen per product(groep) DVD

             

Expertise &advies

76

69

72

66

69

62

65

Verwerving & Afstoting excl. COVO

71

69

67

66

64

62

61

COVO

63

58

60

55

57

52

54

Instandhouding

61

52

58

49

55

47

53

Gemiddelde kostprijs product

65

64

62

61

59

58

56

               

Tarieven

zie kostprijzen per product

           
               

Omzet per productgroep (pxq) in K€

             

Expertise &advies

6.509

6.821

6.793

6.793

6.793

6.793

6.793

Verwerving & Afstoting excl. COVO

15.366

17.300

16.300

16.000

15.500

14.500

14.000

COVO

3.666

1.400

1.600

1.600

1.600

1.600

1.600

Instandhouding

44.770

33.400

30.260

28.260

28.260

28.260

28.260

Categoriemanagement Energie& Water

700

700

700

700

700

PPS

390

390

390

390

390

Storingsdienst

8.750

8.750

8.750

8.750

8.750

Overig

1.090

1.090

460

460

460

460

300

               

Servicelevels (norm = 80%)

85%

83%

83%

83%

83%

83%

83%

Productiviteit (omzet K€ per directe medewerker)

87,9

90

90

90

90

90

90

Projecttevredenheid (norm = 90%)

94%

95%

95%

95%

95%

95%

95%

Toelichting

Het aantal vte’n daalt fors in 2015, omdat dan de regionale eenheden binnen de DVD zijn opgeheven als gevolg van de in 2014 doorgevoerde reorganisatie.

De kostprijzen per uur dalen licht, omdat de tijdregistratie methodiek enige verandering heeft ondergaan met ingang van 2014. Dit is niet te zien in de kolom 2014, omdat in deze kolom conform de begrotingsregels de cijfers uit de oorspronkelijke begroting 2014 zijn opgenomen. De daling treedt voor het eerst op in 2015 en moet worden afgezet tegen de realisatie 2013.

De categorie «overig» in de tabel «omzet per productgroep» laat een lagere omzet zien vanaf 2015. Vanaf 2015 betreft dit slechts de instandhoudingactiviteiten voor de Uitvoeringsorganisatie Vriezenveen die overtollig materieel van Defensie afstoot. In 2013 en 2014 betrof deze post meer – vooral lokaal afgesloten – opdrachten. Deze zijn voor de daaropvolgende jaren verwerkt in de overige productregels.

De productiviteit wordt vanaf 2014 vooralsnog constant verondersteld in verband met de ontwikkelingen waarin de DVD zich momenteel bevindt.

De aandacht voor de klant op projectniveau scoort onverminderd hoog. De inspanningen zijn gericht op het handhaven van dit ambitieniveau.

3.3. Paresto

Algemeen

Het baten-lastenagentschap Paresto maakt deel uit van het Commando DienstenCentra. Paresto en is een professionele cateringorganisatie die een hoogwaardig pakket aan cateringdiensten levert aan de gehele defensieorganisatie en aan (Navo-)bondgenoten op Nederlands grondgebied. Dit gebeurt op een zo doelmatig, doeltreffend en klantgericht mogelijke wijze.

Begroting van baten en lasten

(Bedragen x € 1.000)

realisatie

2013

begroting

2014

ramingen

2015

2016

2017

2018

2019

BATEN

             

Omzet moederdepartement

77.479

72.711

70.460

66.902

66.902

66.902

66.902

Omzet overige departementen

             

Omzet derden

642

781

781

781

781

781

781

Rentebaten

77

65

65

65

65

65

65

Vrijval voorzieningen

           

Bijzondere baten

1.204

           

Totaal baten

79.402

73.557

71.306

67.748

67.748

67.748

67.748

LASTEN

             

Apparaatskosten

             

Personele kosten

42.385

40.112

39.418

36.985

36.985

36.985

36.985

 

– waarvan eigen personeel

39.080

36.885

35.305

33.035

33.035

33.035

33.035

 

– waarvan externe inhuur

3.305

3.227

4.113

3.950

3.950

3.950

3.950

Materiële kosten

32.942

32.960

31.889

30.764

30.764

30.764

30.764

 

– waarvan apparaat ICT

1.421

1.422

1.376

1.327

1.327

1.327

1.327

 

– waarvan bijdrage aan SSO’s

1.004

1.005

972

938

938

938

938

Rentelasten

             

Afschrijvingskosten

             

– materieel

73

12

         
 

– waarvan apparaat ICT

 

12

         

– immaterieel

             

– desinvesteringen

             

Overige kosten

             

– dotaties voorzieningen

2.830

         

– bijzondere lasten

39

333

         

Totaal lasten

78.269

73.417

71.306

67.748

67.748

67.748

67.748

Saldo van baten en lasten

1.133

140

0

0

0

0

0

Toelichting bij begroting baten en lasten

Baten

Omzet moederdepartement

Voor 2015 is rekening gehouden met sluitingen van locaties vanwege de nota In het belang van Nederland en de aanvullingen hierop. Voor 2016 en verder is rekening gehouden met sluitingen van locaties in lijn met de uitgangspunten van het project Uitbesteden Cateringdiensten (UCD).

De omzet moederdepartement bestaat uit de omzet uit de lopende bedrijfsvoering en de omzet werkgeversbijdragen. De omzet werkgeversbijdragen bestaat uit de aan de opdrachtgever in rekening gebrachte bedragen ter dekking van de personele en overige kosten die gemaakt worden om de service op locaties te kunnen bieden.

De omzet bedrijfsvoering is onder te verdelen in omzet regulier (bedrijfskantines), niet regulier (vergaderingen en banqueting) en de omzet van de logistieke ondersteuning.

Omzet derden

De omzet derden betreft de opbrengst die Paresto in rekening brengt bij het CDC voor de cateringkosten van het Militair Revalidatie Centrum en de hofmeesters bij het Koninklijk Huis.

Rentebaten

De rentebaten betreffen renteopbrengsten op basis van een uitstaand deposito en het rekening courant saldo bij het Ministerie van Financiën.

Lasten

Personele kosten

In 2014 bestaat de personele sterkte van Paresto uit 829 vaste vte’n. Vanwege de pensioenuitstroom en sluiting van locaties neemt de personele sterkte in 2015 af tot 781 vte’n, wat de daling in personele kosten verklaart. Op plekken waar dit noodzakelijk is, wordt deze weggevallen capaciteit opgevangen met inhuur.

Materiële kosten

De materiële kosten bestaan voor 85 procent uit de kosten van de ingrediënten voor maaltijden en consumpties. Deze ingrediëntkosten dalen in 2015 vanwege verdere vraagversobering (sluiten van locaties). De overige materiële kosten bestaan voornamelijk uit exploitatiekosten van de locaties en het servicekantoor en het onderhoud van ICT, waaronder kassa’s.

Afschrijving materieel

De afschrijvingskosten betreffen ICT-middelen, infrastructuur van het servicekantoor, kassa’s en overige materiële middelen. Vooruitlopend op uitbesteding zijn de meeste activa van Paresto versneld afgeschreven en zijn er in 2015 geen afschrijvingen meer. Kosten voor Paresto met betrekking tot het vervangen van de chipknip komen direct ten laste van het resultaat.

Kasstroomoverzicht

(Bedragen x € 1.000)

realisatie

2013

begroting

2014

ramingen

2015

2016

2017

2018

2019

1. Rekening courant RHB 1 januari (inclusief deposito)

15.285

18.363

17.198

16.833

16.573

16.399

16.302

               

2. Totaal operationele kasstroom

3.078

– 492

0

0

0

0

0

               
 

–/– totaal investeringen

             
 

–/– totaal boekwaarde desinvesteringen

             

3. Totaal investeringskasstroom

0

0

0

0

0

0

0

               
 

–/– eenmalige uitkering aan moederdepartement

 

– 674

– 365

– 260

– 174

– 97

– 59

 

–/– eenmalige storting door moederdepartement

             
 

–/– aflossingen op leningen

             
 

+/+ beroep op leenfaciliteit

             

4. Totaal financieringskasstroom

0

– 674

– 365

– 260

– 174

– 97

– 59

               

5. Rekening courant RHB 31 december

18.363

17.198

16.833

16.573

16.399

16.302

16.243

(inclusief deposito) (=1+2+3+4)

             

Toelichting bij het kasstroomoverzicht

In het overzicht van de kasstromen staan de meerjarige verwachting van de omvang en de besteding van de beschikbare investeringsruimte en de liquiditeitsverwachting in het algemeen centraal.

De kasstroom bestaat uit de operationele kasstroom, de investeringskasstroom en de financieringskasstroom.

In 2015 en verder verwacht Paresto alleen mutaties in de financieringskasstroom. Dit betreft het afstorten aan het moederdepartement van het overschot aan eigen vermogen van Paresto, indien de realisatie in 2014 en verder conform begroting verloopt.

Doelmatigheidsparagraaf

Onderstaande tabel is onderverdeeld in een generiek deel en een specifiek deel. Deze indeling vloeit voort uit de aard van de dienstverlening door Paresto dat stuurt op de bruto marge van de locaties. Hiermee samenhangende indicatoren zijn daarom als specifiek benoemd.

Doelmatigheidsindicatoren c.q. kengetallen

2013

2014

2015

2016

2017

2018

2019

Omschrijving generieke deel

             
               

Omzet verkopen (x € 1.000)

44.568

44.380

42.714

40.863

40.863

40.863

40.863

Vte’n totaal

918

885

853

804

804

804

804

– waarvan in eigen dienst

860

829

781

735

735

735

735

– waarvan inhuur

58

57

72

69

69

69

69

               
               

Saldo van baten en lasten (%)

1,4%

0,2%

0,0%

0,0%

0,0%

0,0%

0,0%

               

Omschrijving specifiek deel

             
 

2013

2014

2015

2016

2017

2018

2019

Aantal locaties

85

85

81

75

75

75

75

Productiviteit per medewerker (omzet per vte)

48.536

50.140

50.068

50.799

50.799

50.799

50.799

% Ziekteverzuim

8,0%

8,0%

8,0%

8,0%

8,0%

8,0%

8,0%

% Bruto marge locaties

37,3%

37,8%

37,8%

37,8%

37,8%

37,8%

37,8%

Gasttevredenheid

             

Toelichting

Het overgrote deel van de kosten van Paresto (85 procent) bestaat uit personele en ingrediëntkosten. De doelmatigheid van Paresto komt onder meer tot uitdrukking in een zo doelmatig mogelijke inzet van deze middelen. Twee belangrijke graadmeters daarvoor zijn de productiviteit per vte (omzet / aantal vte) en het percentage bruto marge (verbruik ten opzichte van de omzet). De productiviteit per vte zal door de daling van het aantal vte’n naar verwachting nog licht stijgen. Paresto verwacht de bruto marge op hetzelfde niveau als 2014 te kunnen houden.

4. BIJLAGEN

4.1. Verdiepingshoofdstuk

In het verdiepingshoofdstuk worden de belangrijkste mutaties ten opzichte van de begroting 2014 kort toegelicht.

De algemene mutaties

De meest voorkomende mutaties die op alle overige artikelen van toepassing zijn, worden hieronder toegelicht. Daarna worden de specifieke mutaties per artikel nader toegelicht.

Reguliere formatiewijzigingen

De reguliere formatiewijzigingen bestaan voornamelijk uit het verwerken van de intensiveringen als gevolg van de Beleidsbrief uit 2011 en een aantal overhevelingen tussen de defensieonderdelen. Er is slechts sprake van een zeer beperkt aantal andere mutaties.

Prijsbijstelling 2013 en 2014

Dit betreft het exploitatiedeel van de prijsbijstelling 2013 en 2014.

Loonbijstelling 2013

Vanuit Nominaal en Onvoorzien wordt de loonbijstelling tranche 2013, inclusief de aanvulling voor het tekort Compensatie Loon en Sociale lasten (CLS) en de post veteranen pensioenen toegevoegd.

Herschikking tussen defensieonderdelen

De herschikkingen betreffen diverse mutaties waarbij de taken met de bijbehorende budgetten overgeheveld worden tussen de defensieonderdelen. Veel van deze mutaties zijn de meerjarige doorwerking van de in de eerste suppletoire begroting 2013 opgenomen mutaties. Zoals het budget instandhouding voor onderhoud wapensystemen Land van de DMO naar het CLAS (€ 19,4 miljoen) en voor onderhoud van de helikopter (NH-90) van het CLSK naar de DMO (€ 6 miljoen), en de budgetten voor personeelszorg (€ 17 miljoen) van het centraal apparaat naar het CDC. Tevens is het langer aanhouden van de Gulfstream verwerkt.

Budgetontvlechting ontslagbescherming (UKW)

De budgetten voor ontslagbescherming uit het sociaal beleidskader zijn overgeheveld van het centraal apparaat naar de defensieonderdelen (€ 28 miljoen).

Ontvlechting wervingsbudgetten

De budgetten voor werving zijn van de defensieonderdelen overgeheveld naar het CDC.

Veteranen pensioenen en schadeloosstelling

Om de gevolgen van de Veteranenwet en de schadeloosstelling te bekostigen was een reservering opgenomen van € 7,2 miljoen. Deze reservering wordt nu aangewend voor de financiering van de uitvoering van deze regelingen. Hiervoor worden de budgetten structureel toegevoegd aan de (niet-)beleidsartikelen 8, 9 en 10.

Bijdrage vanuit het BIV

Vanuit het artikel Internationale Veiligheid van BH&OS is voor 2015 € 293,4 miljoen toegevoegd aan de defensiebegroting, waarvan € 173,9 miljoen voor het uitvoeren van crisisbeheersingsoperaties (artikel 1 Inzet). Aan BZ en BH&OS staat € 60 miljoen ter beschikking voor activiteiten op het terrein van hervorming van de veiligheidssector, bescherming van civiel personeel in fragiele staten, rechtsstaatontwikkeling en capaciteitsopbouw. Dit wordt jaarlijks overgeheveld naar BH&OS en BZ. Het overige budget van € 59,5 miljoen is bestemd voor de operationele commando’s en het CDC, voor de inzet van VPD’s en het uitvoeren van trainingen en capaciteitsopbouw in Afrika en ontwikkelingslanden, het leveren van civiele militaire capaciteit en luchttransport, inzet vanuit de Kmar-pool en de nazorg voor de uitgezonden militairen.

Correctie op de defensiebegroting vanwege de bijdrage BIV

Met deze post wordt de defensiebegroting met € 59,5 miljoen gecorrigeerd voor de activiteiten in het kader van de internationale vrede en veiligheid. Het betreft € 8 miljoen voor de inzet van VPD’s (artikel 1), € 8,9 miljoen voor training en capaciteitsopbouw (artikel 2 en 3), € 6 miljoen voor civiel-militaire capaciteiten (artikel 3), € 22 miljoen voor luchttransport (artikel 4), € 4,6 miljoen voor de KMar pool (artikel 5) en € 10 miljoen voor nazorg (artikel 8).

Begrotingsoverleg augustus 2014

Het kabinet heeft besloten om extra geld vrij te maken voor Defensie. Het gaat om € 50 miljoen in 2015, € 150 miljoen in 2016 en vanaf 2017 € 100 miljoen per jaar. Het extra geld stelt Defensie in staat maatregelen te nemen om de inzetbaarheid en het voortzettingsvermogen van de krijgsmacht te verbeteren en om te investeren in de verdere versterking en vernieuwing van capaciteiten:

  • Helikopters: Vanwege het achterblijven van de NH90-capaciteit neemt Defensie voor de transporttaken extra Cougar-helikopters opnieuw in gebruik. Dit in aanvulling op de huidige acht Cougar-toestellen. Ook breidt Defensie de Chinook-capaciteit uit. Tevens investeert Defensie in een multidisciplinaire helikoptersimulator waarmee, voor alle Nederlandse helikoptertypen, complexe missies kunnen worden geoefend;

  • Bushmasters: Defensie schaft twintig extra Bushmaster-pantservoertuigen aan voor de verbetering van het voortzettingsvermogen van het Commando Landstrijdkrachten, het Korps Commando Troepen en het Korps Mariniers;

  • Tactische UAV korte afstand: De informatie die wordt vergaard met onbemande systemen is van grote waarde voor de commandant te velde. Daarom investeert Defensie in de nieuwste generatie tactische onbemande luchtsystemen. Hiermee beschikken grondtroepen over betere en real time informatie;

  • Nieuwe generatie CBRN bescherming: Defensie investeert in een nieuwe generatie CBRN-uitrusting voor de individuele militair. Deze uitrusting beschermt tegen de modernste stoffen, waardoor slagvaardig optreden mogelijk blijft;

  • Cyber: Defensie investeert verder in de kennis en deskundigheid van haar personeel, in relevante opleidingen, cyberwapens, detectiesystemen, een cyberlaboratorium en in capaciteit ten behoeve van datavergaring en analyse;

  • Inzetvoorraden: De munitievoorraden voor belangrijke zee-, land- en luchtwapensystemen, zoals onderzeeboten, LC-fregatten en de Apache-helikopter worden verder aangevuld;

  • Reservedelen: Om het voortzettingsvermogen van eenheden te verbeteren wordt de reservedelenvoorraad verder aangevuld. Voor 2016 zijn bovendien incidenteel extra middelen gereserveerd voor munitie en reservedelen.

  • Versterken kennisbasis: Defensie investeert in specialistische functies op relevante plekken (smart buyers/specifiers). Dit vergroot de effectiviteit van Defensie, zowel operationeel als bestuurlijk;

  • Joint ISR: Moderne wapensystemen, zoals LC-fregatten, F-35 jachtvliegtuigen en onbemande luchtsystemen, verzamelen en verwerken steeds grotere hoeveelheden informatie. Ook in de toekomst moet Defensie in staat blijven de informatie van uiteenlopende systemen bijeen te brengen, te verwerken en te analyseren. Defensie investeert daarom in de benodigde personele deskundigheid en in systemen die dergelijke data-analyse mogelijk maken;

  • Versterken Command & Control: Operationele samenwerking, nationaal en internationaal, is essentieel. Defensie investeert in meer en betere middelen die de mogelijkheden van «genetwerkt militair optreden» vergroten;

  • Inlichtingen en veiligheid (I&V): Om tegemoet te kunnen komen aan de toenemende vraag naar Inlichtingen & Veiligheids informatie over risicogebieden en (potentiële) inzetgebieden is het essentieel dat Defensie zelf inlichtingen kan vergaren en verwerken. Hiervoor wordt de MIVD versterkt met daarvoor relevante personele capaciteit en wordt daarnaast onder andere geïnvesteerd in specialistische IV/ICT.

  • Een beperkt deel van het extra budget wordt vrijgemaakt om enkele knelpunten weg te nemen die het personeel ervaart in de bedrijfsvoering. Dit betreft verbeteringen op het gebied van infrastructuur, zoals legering, en IV/ICT-ondersteuning zoals selfservice faciliteiten.

Maatregelen (bedragen in M€)

2015

2016

2017

2018

2019

2020

2021

2022

2023

2024

2025 e.v.

Helikopters

10,8

19,8

11,6

23,5

27,5

22,7

16,8

61,5

55,1

57,1

6,1

Bushmasters

10,0

0,5

0,5

0,5

0,5

0,5

0,5

0,5

0,5

0,5

0,5

Tactische UAV korte afstand

0,0

1,9

10,3

6,6

4,5

4,5

4,5

4,5

4,5

4,5

4,5

Nieuwe generatie CBRN-bescherming

6,4

15,0

2,0

               

Cyber

5,0

7,0

9,0

9,0

9,0

9,0

9,0

9,0

9,0

9,0

9,0

Inzetvoorraden

8,2

7,2

46,9

50,3

48,7

55,5

39,5

0,7

0,7

0,7

0,7

Versterken kennisbasis

 

1,5

3,0

3,0

3,0

3,0

3,0

3,0

3,0

3,0

3,0

Joint ISR

 

5,8

2,8

2,8

2,8

2,8

2,8

2,8

2,8

2,8

2,8

Versterken Command & Control

4,0

4,6

7,0

3,9

0,4

0,4

0,4

0,4

0,4

0,4

0,4

Inlichtingen en veiligheid (I&V)

6,5

12,9

8,0

3,1

3,1

3,1

3,1

3,1

3,1

3,1

3,1

Beschikbaar voor aanvullende investeringen

 

40,0

       

20,0

15,0

20,0

20,0

70,0

Inzetvoorraad optimaliseren

 

10,0

                 

Aanvullende kapitale munitie

 

20,0

                 

Versterken IV/ICT-ondersteuning

 

2,0

                 

Verbeteren infrastructuur

 

3,2

                 

Totaal

50,9

151,4

101,1

102,7

99,5

101,5

99,6

100,5

99,1

101,1

100,1

Specifieke toelichting per artikel

Artikel 1 Inzet uitgaven (bedragen x € 1.000)
 

2013

2014

2015

2016

2017

2018

2019

Stand ontwerpbegroting 2014

177.246

6.250

2.250

2.250

2.250

2.250

2.250

Mutaties 1e suppletoire begroting 2014

 

242.124

         

Stand 1e suppletoire begroting 2014

177.246

248.374

2.250

2.250

2.250

2.250

2.250

Nieuwe mutaties

   

       

Cyberconferentie

   

3.000

       

Prijsbijstelling tranche 2013 + 2014

   

126

82

82

82

81

Financiering vanuit het BIV

   

293.350

250.000

250.000

250.000

250.000

Doorwerking ontvangsten inzet VPD's

   

5.300

5.300

5.300

5.300

5.300

Stand ontwerpbegroting 2015

177.246

248.374

304.026

257.632

257.632

257.632

257.631

Cyberconferentie

In 2015 wordt een internationale Cyber conferentie door Nederland georganiseerd. Een deel van het benodigde bedrag is gefinancierd vanuit van HGIS budget (€ 3 miljoen).

Artikel 2 Taakuitvoering zeestrijdkrachten (bedragen x € 1.000)
 

2013

2014

2015

2016

2017

2018

2019

Stand ontwerpbegroting 2014 incl NvW

711.618

694.784

681.606

674.206

670.248

664.509

664.083

Mutaties 1e suppletoire begroting 2014

 

26.550

3.907

       

Stand 1e suppletoire begroting 2014

711.618

721.334

685.513

674.206

670.248

664.509

664.083

Nieuwe mutaties

             

Reguliere formatiewijzigingen

   

4.100

– 100

2.100

400

900

Prijsbijstelling tranche 2013 + 2014

   

7.197

6.871

6.707

6.565

6.442

Loonbijstelling tranche 2013

   

1.508

1.485

1.477

1.476

1.476

Herschikking tussen defensieonderdelen

   

– 508

– 1.179

– 1.160

– 990

– 1.068

Budgetontvlechting ontslagbescherming (UKW-4)

   

7.500

       

Ontvlechting wervingsbudgetten

   

– 4.700

– 4.700

– 4.700

– 4.700

– 4.700

Correctie Gereedstelling i.v.m. nog te ontvangen bijdrage vanuit het BIV t.b.v. oefeningen

   

– 4.450

– 4.450

– 4.450

– 4.450

– 4.450

Begrotingsoverleg: Versterken kennisbasis

     

280

560

560

560

Begrotingsoverleg: Inzetvoorraad optimaliseren

     

3.000

     

Stand ontwerpbegroting 2015

711.618

721.334

696.160

675.413

670.782

663.370

663.243

Artikel 3 Taakuitvoering landstrijdkrachten (bedragen x € 1.000)
 

2013

2014

2015

2016

2017

2018

2019

Stand ontwerpbegroting 2014 incl NvW

1.155.056

1.105.853

1.079.988

1.056.237

1.045.202

1.050.115

1.051.273

Mutaties 1e suppletoire begroting 2014

 

57.875

         

Stand 1e suppletoire begroting 2014

1.155.056

1.163.728

1.079.988

1.056.237

1.045.202

1.050.115

1.051.273

Nieuwe mutaties

             

Reguliere formatiewijzigingen

   

3.500

– 3.900

– 2.600

– 4.500

– 3.600

Prijsbijstelling tranche 2013 + 2014

   

5.493

5.480

5.512

5.603

5.529

Loonbijstelling tranche 2013

   

4.800

4.500

4.400

4.550

4.500

Herschikking tussen defensieonderdelen

   

20.971

26.803

29.015

26.909

27.649

Bijstellen Materiële exploitatie

   

14.200

19.300

27.100

27.700

26.800

Budgetontvlechting ontslagbescherming (UKW-4)

   

9.300

       

Ontvlechting wervingsbudgetten

   

– 6.800

– 6.800

– 6.800

– 6.800

– 6.800

Correctie Gereedstelling i.v.m. nog te ontvangen bijdrage BIV

   

– 10.450

– 10.450

– 10.450

– 10.450

– 10.450

Begrotingsoverleg: Versterken kennisbasis

     

327

653

653

653

Begrotingsoverleg: Joint ISR

     

1.560

1.560

1.560

1.560

Begrotingsoverleg: Inzetvoorraad optimaliseren

     

3.000

     

Stand ontwerpbegroting 2015

1.155.056

1.163.728

1.121.002

1.096.057

1.093.592

1.095.340

1.097.114

Bijstellen materiële exploitatie

De exploitatiereeksen van de projecten Verbeterd Operationeel Soldaat Systeem (VOSS), Counter -Improvised Explosive Devices (C-IED) en het pantservoertuig Boxer zijn meerjarig bijgesteld.

Artikel 4 Taakuitvoering luchtstrijdkrachten (bedragen x € 1.000)
 

2013

2014

2015

2016

2017

2018

2019

Stand ontwerpbegroting 2014 incl NvW

651.319

638.348

636.271

633.177

630.576

616.544

616.641

Mutaties 1e suppletoire begroting 2014

 

11.179

         

Stand 1e suppletoire begroting 2014

651.319

649.527

636.271

633.177

630.576

616.544

616.641

Nieuwe mutaties

             

Reguliere formatiewijzigingen

   

– 1.600

– 5.400

– 7.700

– 1.100

– 500

Prijsbijstelling tranche 2013 + 2014

   

10.082

9.812

9.549

9.505

9.158

Loonbijstelling tranche 2013

   

1.007

969

964

964

963

Herschikking tussen defensieonderdelen

   

– 5.222

– 6.489

– 6.522

– 6.320

– 6.728

Bijstellen Materiële exploitatie

   

23.280

22.520

21.313

23.936

20.263

Budgetontvlechting ontslagbescherming (UKW-4)

   

5.100

       

Ontvlechting wervingsbudgetten

   

– 4.700

– 4.700

– 4.700

– 4.700

– 4.700

Correctie Gereedstelling i.v.m. nog te ontvangen bijdrage vanuit het BIV t.b.v. luchttransport

   

– 22.000

– 22.000

– 22.000

– 22.000

– 22.000

Begrotingsoverleg: Helikopters

   

2.090

4.275

4.275

14.327

14.327

Begrotingsoverleg: Versterken kennisbasis

     

233

467

467

467

Begrotingsoverleg: Joint ISR

     

120

120

120

120

Begrotingsoverleg: Inzetvoorraad optimaliseren

     

4.000

     

Stand ontwerpbegroting 2015

651.319

649.527

644.308

636.517

626.342

631.743

628.011

Bijstellen materiële exploitatie

Dit betreft de herschikking van de instandhoudingsbudgetten van de KDC-10 en de C-130 van de DMO naar het CLSK.

Artikel 5 Taakuitvoering Koninklijke Marechaussee (bedragen x € 1.000)
 

2013

2014

2015

2016

2017

2018

2019

Stand ontwerpbegroting 2014 incl NvW

328.658

311.529

307.514

302.224

300.728

300.286

299.955

Mutaties 1e suppletoire begroting 2014

16.989

952

Stand 1e suppletoire begroting 2014

328.658

328.518

308.466

302.224

300.728

300.286

299.955

Nieuwe mutaties

             

Reguliere formatiewijzigingen

   

3.400

2.400

2.800

800

1.500

Prijsbijstelling tranche 2013 + 2014

   

1.286

1.207

1.192

1.192

1.180

Loonbijstelling tranche 2013

   

745

733

731

730

730

Herschikking tussen defensieonderdelen

   

– 25

– 18

– 20

– 20

 

Budgetontvlechting ontslagbescherming (UKW-4)

   

2.700

       

Ontvlechting wervingsbudgetten

   

– 500

– 500

– 500

– 500

– 500

Correctie exploitatie i.v.m. nog te ontvangen bijdrage BIV

   

– 4.600

– 4.600

– 4.600

– 4.600

– 4.600

Begrotingsoverleg: Versterken kennisbasis

     

233

467

467

467

Stand ontwerpbegroting 2015

328.658

328.518

311.472

301.679

300.798

298.355

298.732

Artikel 6 Investeringen Krijgsmacht (bedragen x € 1.000)
 

2013

2014

2015

2016

2017

2018

2019

Stand ontwerpbegroting 2014 incl NvW

1.019.656

1.193.654

1.346.677

1.388.729

1.438.241

1.420.349

1.538.298

Mutaties 1e suppletoire begroting 2014

– 70.848

5.124

7.473

2.198

– 1.481

– 1.424

Stand 1e suppletoire begroting 2014

1.019.656

1.122.806

1.351.801

1.396.202

1.440.439

1.418.868

1.536.874

Nieuwe mutaties

   

Opdracht Voorzien in nieuw materieel

   

9.479

106.429

131.557

155.911

125.983

Benutten risicovoorziening

   

8.600

3.200

3.200

3.200

2.000

Doorwerking verkoopopbrengsten

   

5.999

32.900

44.400

74.800

24.600

AWBZ kosten MODS

   

– 2.500

0

0

0

0

Participatiewet

   

– 1.200

0

0

0

0

Veteranenwet en schadeloosstelling

   

– 3.400

– 4.600

– 6.100

– 4.500

– 2.100

Bureau Reservisten

   

– 500

– 500

– 500

– 500

– 500

Bijstellen Materiële exploitatie

   

– 14.700

– 19.800

– 27.600

– 28.200

– 27.300

Bijstellen formatie

   

– 4.000

– 2.400

– 1.300

– 500

– 500

Oplossing restantproblematiek

   

6.700

7.800

Transitiekosten sourcing

   

– 11.900

– 3.200

– 3.200

– 3.200

– 2.000

Prijsbijstelling tranche 2013 + 2014

   

19.400

54.050

55.700

56.000

57.900

Herschikking tussen defensieonderdelen

   

– 4.045

– 3.476

– 3.393

– 3.639

233

Interne herschikking

   

– 3.600

Risicovoorziening ICT projecten

   

– 11.000

– 10.400

– 3.000

Begrotingsoverleg: Helikopters

   

8.600

15.400

7.100

6.800

10.800

Begrotingsoverleg: Bushmasters

   

10.000

500

500

500

500

Begrotingsoverleg: Tactische UAV korte afstand

   

1.900

10.300

6.600

4.500

Begrotingsoverleg: Inzet voorraden

   

8.200

7.200

46.900

50.300

48.700

Begrotingsoverleg: Joint ISR

   

1.000

1.000

1.000

1.000

Begrotingsoverleg: Delta maatregelen

   

– 875

– 1.345

– 1.150

– 2.750

350

Begrotingsoverleg: Nieuwe generatie individuele CBRN

   

6.400

15.000

2.000

Begrotingsoverleg: Nader te verdelen

     

1.000

     

Begrotingsoverleg: Aanvullende kapitale munitie

     

20.000

     

Opdracht Voorzien in infrastructuur

   

23.100

59.880

8.280

– 8.700

– 7.800

Interne herschikking

   

3.600

Doorwerking verkoopopbrengsten

   

22.300

2.400

1.700

– 14.700

– 13.700

Leenconstructie Schiphol

   

6.300

6.200

6.100

6.000

5.900

Herschikking vastgoed

   

– 10.000

       

Doorwerking overige ontvangsten (NCIA)

   

900

1.080

480

   

Begrotingsoverleg: Joint ISR

     

3.000

     

Begrotingsoverleg: Versterken I&V capaciteit (basis op orde)

     

5.000

     

Begrotingsoverleg: Nader te verdelen

     

39.000

     

Begrotingsoverleg: Verbeteren infrastructuur

     

3.200

     

Opdracht Voorzien in ICT

   

24.058

26.458

23.358

12.158

8.758

Herschikking tussen defensieonderdelen

   

– 1.542

– 1.542

– 1.542

– 1.542

– 1.542

Prijsbijstelling tranche 2014

   

600

800

600

400

400

Risicovoorziening ICT projecten

   

11.000

10.400

3.000

Begrotingsoverleg: Cyber wapens

   

5.000

7.000

9.000

9.000

9.000

Begrotingsoverleg: Versterken I&V capaciteit (basis op orde)

   

5.000

5.200

5.300

400

400

Begrotingsoverleg: Versterken Command & Control

   

4.000

4.600

7.000

3.900

500

Begrotingsoverleg: Versterken IV/ICT-onderdelen

     

2.000

     

Stand ontwerpbegroting 2015

1.019.656

1.122.806

1.408.438

1.590.769

1.603.634

1.578.237

1.663.815

Artikel 6 Investeringen Krijgsmacht (bedragen x € 1.000)
 

2020

2021

2022

2023

2024

2025

2026

2027

2028

Stand ontwerpbegroting 2014 incl NvW

1.502.118

1.499.218

1.529.518

1.542.318

1.555.418

1.569.318

1.570.118

1.589.318

1.590.718

Mutaties 1e suppletoire begroting 2014

– 1.424

– 1.424

– 1.424

– 1.424

– 1.424

– 1.424

– 1.424

– 1.424

– 1.424

Stand 1e suppletoire begroting 2014

1.500.694

1.497.794

1.528.094

1.540.894

1.553.994

1.567.894

1.568.694

1.587.894

1.589.294

Nieuwe mutaties

                 

Opdracht Voorzien in nieuw materieel

93.083

93.283

101.683

110.133

110.333

110.483

110.583

110.833

110.833

Benutten risicovoorziening

                 

Doorwerking verkoopopbrengsten

                 

AWBZ kosten MODS

                 

Participatiewet

                 

Veteranenwet en schadeloosstelling

– 2.100

– 2.100

– 2.100

– 2.100

– 2.100

– 2.100

– 2.100

– 2.100

– 2.100

Bureau Reservisten

– 500

– 500

– 500

– 500

– 500

– 500

– 500

– 500

– 500

Bijstellen Materiële exploitatie

– 27.100

– 26.900

– 26.900

– 26.900

– 26.900

– 26.900

– 26.900

– 26.900

– 26.900

Bijstellen formatie

– 500

– 500

– 500

– 500

– 500

– 500

– 500

– 500

– 500

Oplossing restantproblematiek

                 

Transitiekosten sourcing

                 

Prijsbijstelling tranche 2013 + 2014

57.200

57.200

57.300

57.350

57.550

57.700

57.800

58.050

58.050

Herschikking tussen defensieonderdelen

233

233

233

233

233

233

233

233

233

Interne herschikking

                 

Risicovoorziening ICT projecten

                 

Begrotingsoverleg: Helikopters

6.000

100

53.100

55.100

57.100

6.100

6.100

6.100

6.100

Begrotingsoverleg: Bushmasters

500

500

500

500

500

500

500

500

500

Begrotingsoverleg: Tactische UAV korte afstand

4.500

4.500

4.500

4.500

4.500

4.500

4.500

4.500

4.500

Begrotingsoverleg: Inzet voorraden

55.500

39.500

800

800

800

800

800

800

800

Begrotingsoverleg: Joint ISR

1.000

1.000

1.000

1.000

1.000

1.000

1.000

1.000

1.000

Begrotingsoverleg: Delta maatregelen

– 1.650

20.250

14.250

20.650

18.650

69.650

69.650

69.650

69.650

Begrotingsoverleg: Nieuwe generatie individuele CBRN

                 

Opdracht Voorzien in infrastructuur

5.800

5.700

5.600

5.500

5.400

5.300

5.200

5.100

5.000

Interne herschikking

                 

Doorwerking verkoopopbrengsten

                 

Leenconstructie Schiphol

5.800

5.700

5.600

5.500

5.400

5.300

5.200

5.100

5.000

Herschikking vastgoed

                 

Doorwerking overige ontvangsten (NCIA)

                 

Begrotingsoverleg: Joint ISR

                 

Begrotingsoverleg: Versterken I&V capaciteit (basis op orde)

                 

Opdracht Voorzien in ICT

8.758

8.758

8.758

8.758

8.758

8.758

8.758

8.758

8.758

Herschikking tussen defensieonderdelen

– 1.542

– 1.542

– 1.542

– 1.542

– 1.542

– 1.542

– 1.542

– 1.542

– 1.542

Prijsbijstelling tranche 2014

400

400

400

400

400

400

400

400

400

Risicovoorziening ICT projecten

                 

Begrotingsoverleg: Cyber wapens

9.000

9.000

9.000

9.000

9.000

9.000

9.000

9.000

9.000

Begrotingsoverleg: Versterken I&V capaciteit (basis op orde)

400

400

400

400

400

400

400

400

400

Begrotingsoverleg: Versterken Command & Control

500

500

500

500

500

500

500

500

500

Stand ontwerpbegroting 2015

1.608.335

1.605.535

1.644.135

1.665.285

1.678.485

1.692.435

1.693.235

1.712.585

1.713.885

Risicovoorziening ICT projecten

Voor de mogelijke risico’s in de lopende ICT projecten is een risicovoorziening opgenomen.

Doorwerking verkoopopbrengsten

De verkoopopbrengsten laten door een aantal recente ontwikkelingen een positief resultaat zien ten opzichte van de conservatief geraamde opbrengsten. Deze ontvangsten verhogen het kader van investeringen. In deze ramingen zijn onder meer de Zr. Ms. Amsterdam en CV-90 als zekere (100%) opbrengst geraamd gezien de status van de contractonderhandelingen.

Leenconstructie Schiphol

Het budget voor de leenconstructie Schiphol wordt vanuit exploitatie overgeheveld naar investeringen infrastructuur, om hiermee uniformiteit te krijgen met de andere leenconstructies binnen de infrastructuur.

Herschikking vastgoed

Vanuit investeringen infrastructuur is budget overgeheveld naar de exploitatie van de infrastructuur om de problematiek van het budgettekort voor de instandhouding van het vastgoed op te lossen.

Doorwerking ontvangsten NCIA

De doorwerking van ontvangsten op de uitgaven heeft betrekking op de bijgestelde ontvangsten door de bijdrage van de gemeente Den Haag voor de uitbreiding van het NATO Communications and Information Agency (NCIA).

Artikel 7 Ondersteuning krijgsmacht door Defensie Materieel Organisatie (bedragen x € 1.000)
 

2013

2014

2015

2016

2017

2018

2019

Stand ontwerpbegroting 2014 incl NvW

853.972

815.316

758.354

765.851

758.542

755.258

741.046

Mutaties 1e suppletoire begroting 2014

 

– 20.438

– 588

– 588

– 588

– 588

– 588

Stand 1e suppletoire begroting 2014

853.972

794.878

757.766

765.263

757.954

754.670

740.458

Nieuwe mutaties

             

Reguliere formatiewijzigingen

   

– 700

2.700

2.900

2.800

2.900

Prijsbijstelling tranche 2013 en 2014

   

22.247

21.961

21.489

21.650

20.494

Loonbijstelling tranche 2013

   

830

802

799

782

782

Budgetontvlechting ontslagbescherming (UKW-4)

   

1.600

       

Herschikking tussen defensieonderdelen

   

– 16.231

– 21.267

– 23.408

– 21.368

– 25.156

Bijstellen Materiële exploitatie

   

– 23.280

– 22.520

– 21.313

– 23.936

– 20.263

Begrotingsoverleg: Helikopters

   

110

225

225

1.839

1.839

Begrotingsoverleg: Versterken kennisbasis

     

43

85

85

85

Begrotingsoverleg: Joint ISR

     

85

85

85

85

Begrotingsoverleg: Versterken I&V capaciteit (basis op orde)

   

58

100

100

100

100

Stand ontwerpbegroting 2015

853.972

794.878

742.400

747.392

738.916

736.707

721.324

Bijstellen materiële exploitatie

Dit betreft de herschikking van de instandhoudingsbudgetten van de KDC-10 en de C-130 van de DMO naar het CLSK.

Artikel 8 Ondersteuning krijgsmacht door Commando DienstenCentra (bedragen x € 1.000)
 

2013

2014

2015

2016

2017

2018

2019

Stand ontwerpbegroting 2014 incl NvW

1.040.029

972.277

959.668

943.595

938.580

924.526

916.345

Mutaties 1e suppletoire begroting 2014

 

97.614

95

925

1.695

1.695

1.695

Stand 1e suppletoire begroting 2014

1.040.029

1.069.891

959.763

944.520

940.275

926.221

918.040

Reguliere formatiewijzigingen

   

– 4.300

4.600

1.800

400

– 3.200

Prijsbijstelling tranche 2013 + 2014

   

20.220

19.039

18.781

18.489

18.348

Loonbijstelling tranche 2013

   

1.837

1.800

1.788

1.788

1.788

Budgetontvlechting ontslagbescherming (UKW-4)

   

1.800

       

Herschikking tussen defensieonderdelen

   

29.930

20.901

16.375

13.098

12.424

Leenconstructie Schiphol

   

– 6.300

– 6.200

– 6.100

– 6.000

– 5.900

Transitiekosten sourcing

   

11.900

3.200

3.200

3.200

2.000

Herschikking vastgoed

   

10.000

       

Ontvlechting wervingsbudgetten

   

16.700

16.700

16.700

16.700

16.700

Veteranenwet en schadeloosstelling

   

6.100

7.300

8.800

7.200

4.800

Correctie defensiebegroting i.v.m. nog te ontvangen bijdrage BIV

   

– 10.000

– 10.000

– 10.000

– 10.000

– 10.000

Begrotingsoverleg: Helikopters

         

534

534

Begrotingsoverleg: Versterken kennisbasis

     

63

125

125

125

Begrotingsoverleg: Joint ISR

     

75

75

75

75

Stand ontwerpbegroting 2015

1.040.029

1.069.891

1.037.650

1.001.998

991.819

971.830

955.734

Leenconstructie Schiphol

Het budget voor de leenconstructie Schiphol wordt vanuit exploitatie overgeheveld naar investeringen infrastructuur, om hiermee uniformiteit te krijgen met de andere leenconstructies binnen de infrastructuur.

Transitiekosten sourcing

Dit betreft de verwachte transitiekosten voor de uitbesteding van de cateringdiensten (UCD) en kosten van de projectorganisatie, die de omschakeling zal begeleiden voor het Defensie-brede bewakings en beveiligingssysteem (DBBS).

Herschikking vastgoed

Vanuit investeringen infrastructuur is budget overgeheveld naar de exploitatie van de infrastructuur om de problematiek van het budgettekort voor de instandhouding van het vastgoed op te lossen.

Artikel 9 Algemeen (bedragen x € 1.000)
 

2013

2014

2015

2016

2017

2018

2019

Stand ontwerpbegroting 2014 incl NvW

100.566

113.716

102.147

98.434

93.561

94.188

94.176

Mutaties 1e suppletoire begroting 2014

 

876

         

Stand 1e suppletoire begroting 2014

100.566

114.592

102.147

98.434

93.561

94.188

94.176

Prijsbijstelling tranche 2013 + 2014

   

4.117

3.817

3.649

3.715

3.634

Herschikking tussen defensieonderdelen

   

– 7.504

– 6.404

– 1.804

– 1.649

– 1.843

Bijstellen Materiële exploitatie

   

500

500

500

500

500

Veteranenwet en schadeloosstelling

   

500

500

500

500

500

EU voorzitterschap

   

2.200

2.500

     

Bureau reservisten

   

500

500

500

500

500

Stand ontwerpbegroting 2015

100.566

114.592

102.460

99.847

96.906

97.754

97.467

Bureau reservisten

In de Defensiestaf is een bureau reservisten opgenomen. Dit bureau bestaat voornamelijk uit reservisten en heeft totaal een sterkte van ongeveer vijf vte’n.

EU Voorzitterschap

Van 1 januari tot en met 30 juni 2016 zal Nederland voor de twaalfde keer het voorzitterschap bekleden van de Raad van de Europese Unie. Tijdens het voorzitterschap worden diverse activiteiten georganiseerd, uiteenlopend van ministeriële vergaderingen tot ambtelijke overleggen en seminars. De kosten voor projectvoering en activiteiten ten behoeve van het EU Voorzitterschap worden gefinancierd vanuit het artikel 12 Nominaal en onvoorzien.

Niet-beleidsartikel 10 centraal apparaat (bedragen x € 1.000)
 

2013

2014

2015

2016

2017

2018

2019

Stand ontwerpbegroting 2014 incl NvW

1.658.703

1.698.315

1.603.521

1.546.784

1.536.465

1.545.999

1.460.319

Mutaties 1e suppletoire begroting 2014

 

– 95.721

23.514

– 11.443

– 11.459

– 11.457

– 11.462

Stand 1e suppletoire begroting 2014

1.658.703

1.602.594

1.627.035

1.535.341

1.525.006

1.534.542

1.448.857

Nieuwe mutaties

             

Reguliere formatiewijzigingen

   

– 400

2.100

2.000

1.700

2.500

Prijsbijstelling tranche 2013

   

468

398

359

365

357

Loonbijstelling tranche 2013

   

6.825

6.439

6.221

6.039

5.585

Herschikking tussen defensieonderdelen

   

– 15.274

– 7.331

– 5.539

– 2.479

– 1.919

Ontvlechting ontslagbescherming

   

– 28.000

       

Veteranenwet en schadeloosstelling

   

4.000

4.000

4.000

4.000

4.000

Participatiewet

   

1.200

       

AWBZ kosten

   

2.500

       

Begrotingsoverleg: Versterken kennisbasis

     

327

653

653

653

Begrotingsoverleg: Versterken I&V capaciteit (basis op orde)

   

1.417

2.600

2.600

2.600

2.600

Stand ontwerpbegroting 2015

1.658.703

1.602.594

1.599.771

1.543.874

1.535.300

1.547.420

1.462.633

Niet-beleidsartikel 12 Nominaal en onvoorzien (bedragen x € 1.000)
 

2013

2014

2015

2016

2017

2018

2019

Stand ontwerpbegroting 2014 incl NvW

0

46.727

– 7.175

32.383

38.391

29.918

38.157

Mutaties 1e suppletoire begroting 2014

 

18.860

110.655

109.787

109.857

108.932

109.383

Stand 1e suppletoire begroting 2014

0

65.587

103.480

142.170

148.248

138.850

147.540

Nieuwe mutaties

             

EU voorzitterschap

   

– 2.200

– 2.500

     

Prijsbijstelling tranche 2013

   

– 47.001

– 79.000

– 78.999

– 79.001

– 79.000

Prijsbijstelling tranche 2014

   

– 47.000

– 47.000

– 47.000

– 47.000

– 47.000

Loonbijstelling tranche 2013

   

– 15.092

– 14.518

– 14.260

– 14.055

– 13.600

Benutten risicovoorziening

   

– 8.600

– 3.200

– 3.200

– 3.200

– 2.000

Herschikking tussen defensieonderdelen

   

– 550

 

– 2.000

– 2.000

– 2.000

Oplossing restantproblematiek

       

– 6.700

 

– 7.800

Veteranenwet en schadeloosstelling

   

– 7.200

– 7.200

– 7.200

– 7.200

– 7.200

Inzet VPD's

   

– 8.000

– 8.000

– 8.000

– 8.000

– 8.000

Correctie begroting door toevoeging BIV

   

59.500

59.500

59.500

59.500

59.500

Stand ontwerpbegroting 2015

0

65.587

27.337

40.252

40.389

37.894

40.440

Benutten risicovoorziening reorganisatie gerelateerde tegenvallers

Ten behoeve de transitiekosten voor de projecten Uitbesteding Cateringdiensten Defensie en het Defensie Bewaking- en Beveiligingssysteem (DBBS) wordt de risicoreservering aangewend. In 2015 is deze echter niet volledig dekkend. Het restant van de behoefte wordt opgenomen in de restproblematiek formatie.

4.2. Financieel overzicht Wapensystemen

De financiële onderbouwing van de nota In het belang van Nederland (Kamerstuk 33 763, nr. 1) was mede gebaseerd op de wapensysteemsjablonen. Deze bevatten de investeringen, de relevante exploitatie en de ontvangsten van de wapensystemen. Met de brief Inzicht in kosten en uitgaven van wapensystemen en plan van aanpak daarvoor (Kamerstuk 33 763, nr. 27) is gemeld hoe Defensie zijn financiële duurzaamheid op langere termijn structureel zal verankeren in de bedrijfsvoering. Daarbij is toegezegd dat bij de ontwerpbegroting 2015 het geactualiseerde inzicht in wapensystemen wordt geboden met daarbij ook een aansluiting op de bestaande begrotingsindeling. Met deze bijlage wordt deze toezegging nagekomen.

Totstandkoming financiële gegevens

De sjablonen worden gebruikt om vast te stellen of de financiële onderbouwing bij de nota In het belang van Nederland nog steeds een consistent beeld blijft geven. Evenals vorig jaar zijn zij nog grotendeels handmatig en via een tijdrovend en complex proces tot stand gekomen en vergen zij bewerkingen van brondata, waarbij er schattingen en toerekeningsregels zijn gebruikt. De begroting van Defensie is ingedeeld naar de defensieonderdelen. De uitgaven per defensieonderdeel zijn daardoor gemakkelijk uit de begroting te halen, maar de totale uitgaven en ontvangsten van wapensystemen (investeringen, exploitatie en afstoting) zijn juist lastig in de begroting te vinden. De financiële systemen en ramingsmethodieken van Defensie zijn hier nog niet op ingericht. De aanpassing van de financiële systemen en ramingsmethodieken is een ingrijpend proces dat een niet-aflatende inspanning vergt en naar verwachting pas in 2017 zal kunnen worden voltooid. Deze sjablonen zijn dan ook een tussenstap.

Geactualiseerd financieel overzicht wapensystemen (sjablonen)

Bij de nota In het belang van Nederland is in bijlage B de eerste aanzet gegeven van inzicht in wapensystemen. Dit financiële overzicht is in onderstaande tabel 1 geactualiseerd. Doordat de gehanteerde systematiek dezelfde is als vorig jaar bij de nota In het belang van Nederland, is het mogelijk een vergelijking te maken.

Uit een vergelijking blijkt dat het totale financiële volume van de wapensystemen binnen de begroting is toegenomen ten opzichte van vorig jaar. Dit wordt voornamelijk veroorzaakt door:

  • de verwerking van de nota van wijziging op de ingediende ontwerpbegroting 2014 (Kamerstuk 33 750-X, nr. 7);

  • de toekenning van de prijsbijstelling.

Deze mutaties zijn verwerkt in de beleidsartikelen en vinden hun weg naar de sjablonen via het hierboven beschreven complexe, handmatige proces. Zoals gebruikelijk ontvangt u op Prinsjesdag tevens het Materieelprojectenoverzicht (MPO). Hierin wordt per project meer gedetailleerde informatie gegeven dan in de begroting.

Door de onzekerheid in de planning op de lange termijn is de betekenis van kasritmeverschillen in verder weg liggende jaren gering. Zeker bij de laatste tien jaren dient er dan ook rekening te worden gehouden met een grotere planonzekerheid. In de sjablonen zoals gebruikt voor de nota In het belang van Nederland was nog sprake van correctieregels om de ramingen voor de Materiële exploitatie binnen budget te brengen (de zogenaamde ambitiedelta). Deze ambitiedelta was het gevolg van het feit dat destijds nog geen exploitatieramingen beschikbaar waren die rekening hielden met de verlaagde ambitie van de nota. Inmiddels zijn – zoals destijds ook aangekondigd – nieuwe exploitatieramingen beschikbaar, waarin de verlaagde ambitie uit de nota IHBVN wel is verwerkt. Daardoor is het in de huidige versie van de sjablonen niet langer noodzakelijk om correctieregels bij de Materiële exploitatie toe te passen. De ambitiedelta is daarmee opgelost.

Aansluitingstabel sjablonen met begroting

Tabel 2 geeft de aansluiting weer van de sjablonen met de beleidsartikelen in de begroting. Dit is een doorontwikkeling van de tabel die in de nota In het belang van Nederland was opgenomen om de financiële inpasbaarheid van de maatregelen inzichtelijk maken. Vergelijking van beide tabellen met de financiële onderbouwing bij de nota In het belang van Nederland laat zien dat er ook na verwerking van de mutaties in de Ontwerpbegroting 2015, nog steeds sprake is van inpasbaarheid van de wapensystemen in de begroting. Van belang is tevens dat de verhoudingen tussen de opgenomen uitgavencategorieën Defensiebreed, Organieke eenheden en Wapensystemen ten opzichte van de nota In het belang van Nederland een consistent beeld geven. Er is dus geen sprake van verdringingseffecten tussen de verschillende uitgavencategorieën. Evenwicht tussen ambitie, capaciteiten en middelen blijft gehandhaafd. Dit is van groot belang voor de gereedheid en inzet van de krijgsmacht. «Evenwicht» is in het kader van financiële duurzaamheid een belangrijk begrip geworden. Dit kan het beeld oproepen van een stabiele, statische situatie, die zich niet goed verdraagt met de (dagelijks) veranderende, dynamische werkelijkheid waarin Defensie opereert. Bij een gelijkblijvend budget zal er dan echter sprake zijn van het zoeken naar een nieuw evenwicht. Het is daarom noodzakelijk om voortdurend nieuwe situaties en de daarbij behorende problematiek te analyseren en op te lossen. Het plan van aanpak voor financiële duurzaamheid helpt daarbij.

Tabel 1 Overzicht Wapensystemen en overige kostensoorten

FINANCIEEL OVERZICHT 2014 BIJ ONTWERPBEGROTING 2015

2009

2010

2011

2012

2013

2014

2015

2016

2017

2018

2019

2020

2021

2022

2023

2024

2025

2026

2027

2028

2029

TOTAAL BEGROTING NAAR BELEIDSARTIKELEN

8.733

8.472

8.156

8.067

7.702

7.887

8.000

7.997

7.961

7.922

7.891

7.880

7.842

7.848

7.829

7.829

7.829

7.829

7.829

7.829

7.821

                                           

INZET

                                         

subtotaal 1 (Inzet)

360

320

188

191

177

248

304

258

258

258

258

258

258

258

258

258

258

258

258

258

258

                                           

DEFENSIEBREED

                                         

Algemeen

100

110

97

86

101

115

102

100

97

98

97

97

97

97

97

97

97

97

97

97

97

Centraal apparaat

1.386

1.445

1.521

1.743

1.659

1.603

1.600

1.544

1.535

1.547

1.463

1.445

1.443

1.406

1.375

1.361

1.346

1.344

1.323

1.321

1.316

Geheime uitgaven

2

2

6

5

5

5

5

5

5

5

5

5

5

5

5

5

5

5

5

5

5

Nominaal en onvoorzien

0

0

0

0

0

66

27

40

40

38

40

78

45

58

54

57

57

59

61

46

60

Exploitatie huisvesting en infrastructuur

441

417

403

425

400

380

359

340

337

335

332

314

314

314

315

315

315

315

315

315

315

Exploitatie ICT

295

324

326

281

223

208

196

190

189

189

189

189

189

189

189

189

189

189

189

189

189

Niet toerekenbare apparaatskosten ondersteunende diensten CDC/DMO

647

593

659

642

581

659

645

630

623

603

593

618

618

617

617

617

617

617

617

617

617

Investeringen overig (niet gespecificeerd naar wapensystemen)

507

486

461

436

259

423

444

421

358

297

261

225

219

211

197

182

238

237

234

234

218

subtotaal 2 (Defensiebrede uitgaven)

3.378

3.378

3.473

3.618

3.228

3.458

3.379

3.270

3.185

3.113

2.981

2.971

2.930

2.898

2.849

2.823

2.864

2.864

2.842

2.824

2.817

                                           

ORGANIEKE EENHEDEN

                                         

Formatie organieke eenheden

1.760

1.780

1.659

1.549

1.547

1.610

1.532

1.451

1.447

1.439

1.431

1.439

1.446

1.452

1.456

1.476

1.476

1.476

1.476

1.475

1.475

Formatie operationeel commando indirect

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

Gereedstelling en overige exploitatie operationeel commando indirect

649

600

547

522

468

268

300

299

302

313

243

247

236

225

205

222

221

220

220

237

228

Dienstverlening CDC indirect

122

107

87

84

97

92

92

92

92

91

91

88

88

88

88

88

88

88

88

88

88

subtotaal 3 (Organieke eenheden)

2.531

2.487

2.292

2.154

2.112

1.970

1.924

1.842

1.841

1.843

1.764

1.775

1.770

1.764

1.748

1.786

1.785

1.784

1.784

1.800

1.791

                                           

WAPENSYSTEMEN

                                         

Wapensysteem 1 – Luchtverdedigings- en commandofregatten

100

73

98

92

159

125

117

114

132

146

126

108

99

88

80

80

80

80

355

355

355

Wapensysteem 2 – Multipurpose fregatten

36

42

59

40

56

62

45

44

39

37

37

37

37

37

52

183

320

328

37

37

37

Wapensysteem 3 – Patrouilleschepen

154

161

94

80

57

49

39

31

28

32

30

30

30

30

30

30

30

30

30

30

30

Wapensysteem 4 -

Landing Platform Docks

33

37

34

35

32

52

35

43

42

37

35

35

35

35

35

35

35

35

49

101

35

Wapensysteem 5 -

Joint Support Ship

16

51

124

105

76

120

50

20

17

23

18

18

18

18

18

18

18

18

18

18

18

Wapensysteem 6 – Onderzeeboten

53

49

60

65

63

88

93

81

76

60

79

79

73

53

553

553

553

553

553

53

53

Wapensysteem 7 – Mijnenbestrijdingsvaartuigen

49

50

47

38

42

32

32

31

30

31

31

31

55

90

98

93

93

93

86

86

83

Wapensysteem 8 – CV9035NL Infanteriegevechtsvoertuigen

278

216

121

46

80

62

47

57

59

55

56

40

40

55

55

55

55

40

40

40

40

Wapensysteem 9 – Pantserwielvoertuigen

98

91

125

165

122

204

222

209

139

97

99

99

99

99

87

87

87

87

87

87

87

Wapensysteem 10 – Grondgebonden luchtverdediging

76

56

54

72

65

71

60

48

75

68

83

67

58

71

79

99

49

49

49

49

49

Wapensysteem 11 – WisselLaadSystemen en TrekkerOpleggerCombinaties

38

42

40

38

38

38

37

38

38

38

38

38

38

103

123

138

148

131

38

38

38

Wapensysteem 12 – Ondersteunende tanks

28

32

19

20

14

54

26

20

24

39

36

15

25

27

15

15

15

15

15

15

15

Wapensysteem 13 -

Artillerie

124

44

41

31

25

34

31

125

94

92

65

57

52

51

33

33

33

33

33

33

33

Wapensysteem 14 – Unmanned Aerial Vehicles

11

5

6

5

9

8

17

11

17

12

9

9

9

24

14

14

14

9

9

9

9

Wapensysteem 15 – Mercedes Benz Terreinvoertuigen

133

125

123

123

128

130

140

124

123

123

124

124

124

124

124

124

124

124

124

124

124

Wapensysteem 16A – Jachtvliegtuigen F-16

270

259

266

240

258

287

326

300

244

218

210

174

121

81

40

0

10

36

4

0

0

Wapensysteem 16B – Vervanging jachtvliegtuigen F-16 (F-35)

52

131

157

71

101

81

51

88

323

608

896

919

844

651

399

303

301

256

256

256

256

Wapensysteem 17 – Tankvliegtuigen KDC-10

45

49

57

53

52

50

48

45

43

58

66

66

146

146

196

168

46

46

46

46

46

Wapensysteem 18 – Transportvliegtuigen C-130

25

41

31

38

27

37

27

25

21

23

24

24

24

24

24

24

24

24

24

24

24

Wapensysteem 19 – Gevechtshelikopters AH-64 Apache

67

72

74

59

77

108

138

155

79

72

68

68

71

186

189

254

70

70

70

70

70

Wapensysteem 20 – Transporthelikopters CH-47 Chinook

68

57

56

124

92

79

96

125

208

133

111

177

202

186

120

122

71

71

71

71

71

Wapensysteem 21 – Transporthelikopters AS-532 Cougar

26

29

21

19

30

24

41

27

17

15

14

14

14

7

0

0

0

0

0

0

0

Wapensysteem 22 – Maritieme helikopters NH-90

179

118

109

136

124

88

119

128

122

86

64

68

68

58

58

58

58

58

58

58

58

Wapensysteem 23 -

Klein Kaliber Wapens

48

61

56

39

53

55

58

74

61

44

45

50

60

63

63

78

45

45

45

45

45

Wapensysteem 24 – Kleding en Persoonlijke Uitrusting

51

33

25

24

47

74

77

88

119

89

64

41

41

41

41

41

41

41

41

41

41

Wapensysteem 25 – Militaire Satelliet Communicatie

28

16

13

32

24

37

41

28

16

14

9

9

9

14

14

14

14

14

14

14

14

Wapensysteem 26 – TITAAN commandovoeringssysteem

30

22

20

19

17

27

29

41

22

23

25

18

18

18

18

18

18

18

18

18

18

Wapensysteem 27 – Mobile Combat Training Centre

15

6

8

6

6

5

5

5

5

5

5

5

5

5

15

50

50

5

5

5

5

Wapensysteem 28 -

overige (wapen)systemen

333

319

265

288

311

506

647

671

634

576

563

456

480

562

399

245

234

287

195

195

195

Vrije ruimte / spanning 1

0

0

0

0

0

-375

-301

-167

-168

-144

-142

1

-12

-17

3

32

288

328

577

1.031

1.107

subtotaal 4 (wapensystemen)

2.464

2.286

2.203

2.103

2.186

2.211

2.394

2.627

2.678

2.708

2.889

2.877

2.884

2.928

2.975

2.964

2.923

2.924

2.946

2.948

2.955

                                           

TOTAAL BEGROTING NAAR WAPENSYSTEMEN

8.733

8.472

8.156

8.067

7.702

7.887

8.000

7.997

7.961

7.922

7.891

7.880

7.842

7.848

7.829

7.829

7.829

7.829

7.829

7.829

7.821

X Noot
1

Een negatief bedrag betekent spanning. Een positief bedrag betekent dat er sprake is van vrije ruimte.

Tabel 2 Aansluitingstabel met beleidsartikel in de begroting.

Begrotingsoverzicht conform nota

2013

2014

2015

2016

2017

2018

2019

2020

2021

2022

2023

2024

2025

2026

2027

2028

2029

TOTAAL BEGROTING

7.702

7.887

8.000

7.997

7.961

7.922

7.891

7.880

7.842

7.848

7.829

7.829

7.829

7.829

7.829

7.829

7.821

INZET volgens financieel overzicht

177

248

304

258

258

258

258

258

258

258

258

258

258

258

258

258

258

INZET naar begrotingsartikel

177

248

304

258

258

258

258

258

258

258

258

258

258

258

258

258

258

 

waarvan beleidsartikel 1 – Inzet

177

248

304

258

258

258

258

258

258

258

258

258

258

258

258

258

258

DEFENSIEBREED volgens financieel overzicht

3.228

3.458

3.379

3.270

3.185

3.113

2.981

2.971

2.930

2.898

2.849

2.823

2.864

2.864

2.842

2.824

2.817

DEFENSIEBREED naar begrotingsartikel

3.228

3.458

3.379

3.270

3.185

3.113

2.981

2.971

2.930

2.898

2.849

2.823

2.864

2.864

2.842

2.824

2.817

 

waarvan beleidsartikel 2 – taakuitvoering zeestrijdkrachten

7

7

7

6

6

6

6

6

6

6

6

6

6

6

6

6

6

 

waarvan beleidsartikel 6 – Investeringen

259

423

444

421

358

297

261

225

219

211

197

182

238

237

234

234

218

 

waarvan beleidsartikel 7 – Defensie Materieel Organisatie

254

262

247

244

242

239

242

245

245

245

247

247

247

247

247

247

247

 

waarvan beleidsartikel 8 – Commando DienstenCentra

943

978

946

910

900

881

865

869

869

869

867

867

867

867

868

867

868

 

waarvan niet-beleidsartikel 9 – Algemeen

101

115

102

100

97

98

97

97

97

97

97

97

97

97

97

97

97

 

waarvan niet-beleidsartikel 10 – Centraal Apparaat

1.659

1.603

1.600

1.544

1.535

1.547

1.463

1.445

1.443

1.406

1.375

1.361

1.346

1.344

1.323

1.321

1.316

 

waarvan niet-beleidsartikel 11 – Geheime uitgaven

5

5

5

5

5

5

5

5

5

5

5

5

5

5

5

5

5

 

waarvan niet-beleidsartikel 12 – Nominaal en Onvoorzien

0

66

27

40

40

38

40

78

45

58

54

57

57

59

61

46

60

ORGANIEKE EENHEDEN volgens financieel overzicht

2.112

1.970

1.924

1.842

1.841

1.843

1.764

1.775

1.770

1.764

1.748

1.786

1.785

1.784

1.784

1.800

1.791

ORGANIEKE EENHEDEN naar begrotingsartikel

2.112

1.970

1.924

1.842

1.841

1.843

1.764

1.775

1.770

1.764

1.748

1.786

1.785

1.784

1.784

1.800

1.791

 

waarvan beleidsartikel 2 – taakuitvoering zeestrijdkrachten

429

438

421

398

398

391

389

390

390

390

390

390

389

390

390

389

390

 

waarvan beleidsartikel 3 – taakuitvoering landstrijdkrachten

819

785

773

742

742

744

738

733

735

733

735

735

735

733

734

749

740

 

waarvan beleidsartikel 4 – taakuitvoering luchtstrijdkrachten

233

233

239

232

236

243

198

196

187

182

162

190

192

192

190

191

191

 

waarvan beleidsartikel 5 – taakuitvoering marechaussee

325

325

308

298

297

295

295

295

295

295

295

295

295

295

295

295

295

 

waarvan beleidsartikel 7 – Defensie Materieel Organisatie

209

97

90

81

75

79

54

73

75

76

78

89

87

87

87

87

87

 

waarvan beleidsartikel 8 – Commando DienstenCentra

97

92

92

92

92

91

91

88

88

88

88

88

88

88

88

88

88

WAPENSYSTEMEN volgens financieel overzicht

2.186

2.211

2.394

2.627

2.678

2.708

2.889

2.877

2.884

2.928

2.975

2.964

2.923

2.924

2.946

2.948

2.955

WAPENSYSTEMEN naar begrotingsartikel

2.186

2.211

2.394

2.627

2.678

2.708

2.889

2.877

2.884

2.928

2.975

2.964

2.923

2.924

2.946

2.948

2.955

 

waarvan beleidsartikel 2 – taakuitvoering zeestrijdkrachten

276

277

268

271

266

266

268

268

268

268

268

268

268

268

268

268

268

 

waarvan beleidsartikel 3 – taakuitvoering landstrijdkrachten

336

379

348

354

351

351

359

359

359

359

359

359

359

359

359

359

359

 

waarvan beleidsartikel 4 – taakuitvoering luchtstrijdkrachten

419

416

405

404

391

388

430

437

443

443

458

428

428

428

428

428

428

 

waarvan beleidsartikel 5 – taakuitvoering marechaussee

3

3

3

3

3

3

3

3

3

3

3

3

3

3

3

3

3

 

waarvan beleidsartikel 6 – Investeringen

761

1.075

1.266

1.337

1.414

1.425

1.545

1.382

1.398

1.450

1.465

1.465

1.166

1.127

901

449

380

 

waarvan beleidsartikel 6 – Investeringen (spanning) 1

0

-375

-301

-167

-168

-144

-142

1

-12

-17

3

32

288

328

577

1.031

1.107

 

waarvan beleidsartikel 7 – Defensie Materieel Organisatie

391

436

406

423

421

419

426

426

424

422

419

408

409

409

409

409

409

X Noot
1

Een negatief bedrag betekent spanning. Een positief bedrag betekent dat er sprake is van vrije ruimte.

4.3. Overzicht Budget Internationale Veiligheid

Het Budget voor Internationale Veiligheid (BIV) wordt vanaf 2015 structureel overgeheveld naar de begroting van Defensie. Het totale budget van € 293,5 miljoen voor 2015 en € 250 miljoen voor 2016 en verdere jaren wordt in eerste instantie aangehouden op beleidsartikel 1 Inzet. Binnen het kabinet is afgesproken dat een bedrag van € 60 miljoen beschikbaar blijft voor BZ en BH&OS op de terreinen veiligheidssectorhervormingen, bescherming van civiel personeel in fragiele staten, vredes- en capaciteitsopbouw en beveiliging van hoog-risico posten. Voor Defensie blijft er in 2015 € 59,5 miljoen beschikbaar voor onder andere ondersteunende capaciteiten en training ten aanzien van crisisbeheersingsoperaties.

Onderstaand overzicht geeft een indicatief overzicht van de inzet van deze middelen in 2015, gebaseerd op een extrapolatie van de afspraken gemaakt voor 2014.

Jaarlijks wordt besloten over de inzet van middelen en deze besluitvorming wordt interdepartementaal voorbereid en uitgevoerd. Hiermee is het geïntegreerde karakter van de inzet van diplomatieke, civiele en/of militaire activiteiten uit het BIV geborgd.

(bedragen x € 1.000)

2015

Crisisbeheersingsoperaties (Artikel 1)

173.850

Veiligheidssectorhervormingen en vredesopbouw (Artikel 1)

40.000

Beveiligen van civiel personeel in fragiele staten

(Artikel 1)

20.000

Inzet VPD’s (Artikel 1)

8.000

Training en capaciteitsopbouw (Artikel 2 & 3)

8.900

Civiel-militaire capaciteiten (Artikel 3)

6.000

Luchttransport (Artikel 4)

22.000

KMar pool (Artikel 5)

4.600

Nazorg (Artikel 8)

10.000

   

Totaal

293.350

4.4. Overzicht uitgaven veteranen en uitgaven zorg en nazorg

Aan de Kamer is toegezegd dat in de begroting een overzicht wordt opgenomen van de begrote uitgaven in het kader van het veteranenbeleid. De uitgaven zijn verwerkt in het onderstaande overzicht van de verschillende relevante begrotingsartikelen. In onderstaand overzicht zijn alleen posten opgenomen die tot meeruitgaven leiden. Posten die niet tot meeruitgaven leiden, zoals de benodigde inzet van defensiepersoneel, zijn niet opgenomen. Ook de kosten verbonden aan maatregelen ten behoeve van militair personeel dat nog in werkelijke dienst is, zijn opgenomen in verschillende posten van de defensie begroting en niet in dit overzicht. Hetzelfde geldt voor de kosten verbonden aan erkenning en waardering.

Erkenning en waardering begroot op het niet-beleidsartikel 9 Algemeen

Stichting het Veteraneninstituut

De Stichting het Veteraneninstituut is door Defensie belast met de uitvoering van het veteranenbeleid op het gebied van de erkenning van, de waardering voor, dienstverlening aan en toegang tot de zorg voor veteranen. Daarnaast verzorgt de Stichting het Veteraneninstituut de informatievoorziening over de zorg voor veteranen. Ook het Veteranenloket is bij de Stichting het Veteraneninstituut ondergebracht.

Nederlandse Veteranendag

Tot het stimuleren van maatschappelijke erkenning en waardering in het veteranenbeleid behoort de organisatie van de jaarlijkse Nederlandse Veteranendag. Stichting Nederlandse Veteranendag ontvangt jaarlijks een subsidie voor de organisatie van de Nederlandse Veteranendag, een publiciteitscampagne, educatieve projecten en overige activiteiten, zoals het bevorderen van regionale Veteranendagen.

Stichting het Veteranen Platform

De stichting Veteranen Platform (VP) behartigt, als overkoepelend samenwerkingsverband van de Nederlandse veteranenorganisaties, de belangen van veteranen. Het VP is hiermee een belangrijke intermediair en aanspreekpunt op het gebied van veteranen. Het VP voert de regie over de inrichting van een landelijk dekkend en financieel zelfdragend systeem voor nuldelijns ondersteuning en de aansluiting daarvan op de professionele hulpverlening van het LZV. Voor dit project heeft het Nationaal Fonds voor Vrede, Vrijheid en Veteranenzorg (V-fonds) tot 2016 in beginsel

€ 245.000 per jaar beschikbaar gesteld. Het project omvat onder andere de organisatie, opleiding en kwaliteitsborging van de nuldelijns-ondersteuning binnen veteranenorganisaties en het bevorderen van de samenwerking tussen veteranenorganisaties. Verder besteedt het project aandacht aan het ontwikkelen van een Digitale Sociale Kaart Veteranen waarmee veteranen de nuldelijns-helpers gemakkelijker kunnen vinden.

Erkenning en waardering begroot op diverse beleidsartikelen

Reüniefaciliteiten

Geregistreerde verenigingen voor veteranen, post-actieven en militaire oorlogs- en dienstslachtoffers maken eenmaal per jaar aanspraak op reüniefaciliteiten. De organisatie hiervan ligt in handen van de verenigingen zelf. Daarnaast organiseert elk operationeel commando een eigen Veteranendag die waar mogelijk wordt gecombineerd met de Open Dag van het operationeel commando.

Het bedrag voor deze faciliteiten op de begrotingen van de operationele commando’s is als volgt te specificeren:

Operationele commando’s

Bedragen

 

x € 1.000

Commando Zeestrijdkrachten

294

Commando Landstrijdkrachten

900

Commando Luchtstrijdkrachten

160

Commando Koninklijke Marechaussee

125

   

Totaal

1.479

Totaaloverzicht van uitgaven voor veteranen erkenning en waardering

Omschrijving

Bedragen

 

x € 1.000

Subsidie Nederlandse Veteranendag

2.468

Subsidie Stichting het Veteraneninstituut (exclusief uitgaven voor zorg en nazorg. Kosten zorg en nazorg zijn onderdeel van de kosten van het Veteranenloket)

5.369

Subsidie Stichting Veteranen Platform

165

Ondersteunen veteranenzaken door operationele commando’s (zie

 

bovenstaande tabel)

1.479

   

Totaal

9.481

Zorg en nazorg begroot op het beleidsartikel 8 Ondersteuning krijgsmacht door Commando DienstenCentra en de niet-beleidsartikelen 9 Algemeen en 10 Centraal apparaat

Ook ten aanzien van de uitgaven voor zorg en nazorg is de Kamer toegezegd dat deze in de begroting zichtbaar worden gemaakt.

Sociale zekerheidswetgeving en Kaderwet militaire pensioenen

Deze wetgeving bevat het geheel aan wet- en regelgeving voor veteranen, militaire oorlogs- en dienstslachtoffers, militairen buiten dienst en ex- militairen die niet meer (volledig) kunnen werken of aanvullende voorzieningen nodig hebben vanwege arbeidsongeschiktheid of hun pensioengerechtigde leeftijd. Voor 2015 zijn de uitgaven begroot op € 63,6 miljoen. Tevens is het nabestaandenpensioen onderdeel van deze wetgeving. Voor 2015 zijn de uitgaven begroot op € 25,2 miljoen.

Medio 2014 is de volledige schadevergoedingsregeling voor militaire oorlogs- en dienstslachtoffers vastgesteld. Deze regeling beoogt finale kwijting te bieden voor alle ten gevolge van een dienstongeval of dienstverbandaandoening veroorzaakte schade. Het betreft onder andere de militaire oorlogs- en dienstslachtoffers die op of na 1 juli 2007 zijn ontslagen. Hiermee is het laatste hiaat in de materiële rechtspositie van militaire oorlogs- en dienstslachtoffers gevuld. Gedurende 2015 en 2016 worden zaken met terugwerkende kracht tot 1 juli 2007 afgewikkeld alsmede lopende zaken. De hiermee gemoeide uitgaven zijn voor 2015 begroot op € 6,1 miljoen.

Uitgaven voor ondersteuning van veteranen die eerst onder de AWBZ vielen, worden met ingang van 2015 de verantwoordelijkheid van de gemeenten waarin zij wonen. Vanuit haar wettelijke zorgplicht voor veteranen zal Defensie indien nodig ervoor zorgen dat voorzieningen die niet, of niet meer volledig worden toegekend uit de Wet Maatschappelijke Ondersteuning (WMO), aanvullend vergoed worden via de Voorzieningenregeling militaire oorlogs- en dienstslachtoffers. Met het Ministerie van VWS zijn afspraken gemaakt om eventuele meerkosten voor Defensie te vergoeden. De benodigde ondersteuning blijft daarmee voor de groep veteranen en MOD-ers ongewijzigd op het niveau zoals dat is vastgelegd in de Veteranenwet en de Voorzieningenregeling.

Het Veteranenloket

Sinds 11 juni 2014 is er één loket voor alle Veteranen dat toegang geeft tot de zorg. Het Veteranenloket ondersteunt en begeleidt de veteraan en zijn relaties bij hulp- en zorgvragen en vragen over de veteranenstatus. Het veteranenloket ondersteunt de veteraan en zijn relaties bij re-integratie, revalidatie, maatschappelijke ondersteuning en de aanvraag van een uitkering bij het Algemeen Burgerlijk Pensioenfonds (ABP). Het Veteranenloket betreft een samenwerkingsverband tussen het Veteraneninstituut, het ABP, Stichting de Basis, Defensie, het Landelijk Zorgsysteem Veteranen en het Veteranenplatform. De kosten betreffen de centrale kosten voor het veteranenloket en de totale uitvoeringskosten (inclusief zorgcoördinatoren van het ABP).

Re-integratie

Met de beleidsintensivering op het gebied van re-integratie van veteranen en de re-integratie van hun relaties als bedoeld in de artikelen 4 en 5 van de wet is € 0,75 miljoen respectievelijk € 0,25 miljoen gemoeid. Deze extra inspanningen vallen voornamelijk bij het ABP.

Dag voor het dienstslachtoffer

Sinds 2006 worden dagen voor militaire oorlogs- en dienstslachtoffers georganiseerd. De doelstellingen van deze dagen zijn het bieden van erkenning aan de betrokkenen en hun partners, het bieden van informatie over de pensioenregelingen en voorzieningen en het luisteren naar de behoeften van de doelgroep.

Maatschappelijke ondersteuning voor veteranen

Binnen het Landelijk Zorgsysteem Veteranen verzorgt de Stichting de Basis het maatschappelijk werk voor veteranen die een traumatische ervaring hebben meegemaakt. De kosten van het maatschappelijk werk voor veteranen worden per 1 januari 2011 gedragen door het Ministerie van Defensie. Het begrote bedrag voor 2015 bedraagt € 2,1 miljoen per jaar.

Raad voor civiel-militaire Zorg en Onderzoek (RZO)

In de RZO is deskundigheid verenigd op de gebieden van psychiatrie, psychologie, interne geneeskunde, huisartsgeneeskunde, sociologie en gezondheidsrecht. De RZO adviseert over (de richting van) het wetenschappelijk onderzoek op het gebied van aandoeningen die verband houden met uitzendingen en draagt zorg voor en bewaakt de noodzakelijk convergentie tussen de onderzoeken. Voor 2015 bedragen de begrote uitgaven € 187.000

Inkomensvoorziening in verband met zorg

Voor de inkomensvoorziening bedoeld zoals opgenomen in artikel 7 van de Veteranenwet is een bedrag van € 3,0 miljoen geraamd.

Landelijk Zorgsysteem Veteranen

Defensie heeft een belangrijke verantwoordelijkheid voor veteranen met maatschappelijke of psychische problemen. Hiervoor is het Landelijk Zorgsysteem Veteranen (LZV) ingericht dat bestaat uit militaire en civiele instellingen voor maatschappelijk werk en geestelijke gezondheidszorg. Voor 2015 zijn de uitgaven begroot op € 745.000.

Onderzoeken

Het CDC (beleidsartikel 8) financiert verscheidene onderzoeken. De Wetenschappelijk Onderzoeksgroep van de Militaire Geestelijke gezondheidszorg (MGGZ), verricht onder andere onderzoek onder veteranen en uitgezonden actief dienende militairen naar uitzend-gerelateerde stoornissen, in het bijzonder de Post Traumatische Stress Stoornis (PTSS). Binnen dit onderzoeksprogramma loopt onder andere het grootschalig prospectief onderzoek onder militairen die naar Afghanistan uitgezonden zijn geweest (het PRISMO-onderzoek), dat doorloopt tot 2018. Daarnaast loopt het onderzoek naar slaapstoornissen bij PTSS en het onderzoek BETER naar veranderingen op neurobiologisch gebied bij mensen die behandeld worden voor PTSS. Voor 2015 bedraagt de totale begroting voor dit wetenschappelijk onderzoek vanuit de MGGZ € 0,5 miljoen voor bovengenoemd PTSS onderzoek.

Overige

Verscheidene organisatiedelen houden zich bezig met de zorg en nazorg aan veteranen in werkelijke dienst, post-actieven en Militaire oorlogs- en dienstslachtoffers, zoals de gezondheidscentra, het Centraal Militair Hospitaal, de MGGZ, het Dienstencentrum Bedrijfsmaatschappelijk werk, de Geestelijke Verzorging en het Militair Revalidatie Centrum. Omdat de taken van deze organisatiedelen verder gaan dan alleen de zorg en nazorg aan veteranen is een gedetailleerde ontvlechting naar doelgroep van deze uitgaven niet mogelijk. Deze blijft dan ook achterwege.

Totaaloverzicht van uitgaven voor zorg en nazorg voor veteranen

Omschrijving

Bedragen

 

x € 1.000

Invaliditeitspensioenen

63.636

Nabestaandenpensioenen

25.235

Volledige Schadevergoedingsregeling voor MOD slachtoffers

6.100

Veteranenloket

4.609

Re-integratie

1.000

Ondersteuning organisatie dag voor de dienstslachtoffers

330

Maatschappelijk ondersteuning voor veteranen (subsidie)

2.135

De Raad voor civiele-militaire Zorg en Onderzoek (RZO)

187

Inkomensvoorziening in verband met zorg

3.000

Landelijk Zorgsysteem Veteranen

745

Bijdragen aan onderzoeken MGGZ

500

   

Totale uitgaven

107.477

4.5. Overzicht Cyber

Het digitale domein is, naast het land, de lucht, de zee en de ruimte, inmiddels het vijfde domein voor militair optreden. Om de inzetbaarheid van de Nederlandse krijgsmacht te waarborgen en haar effectiviteit te verhogen, versterkt Defensie haar digitale weerbaarheid en het vermogen om cyberoperaties uit te voeren.

In 2012 is begonnen met de cyberintensivering op basis van de Defensie Cyber Strategie (Kamerstuk 33 321, nr. 1). Deze geeft richting, samenhang en focus aan de integrale aanpak voor de ontwikkeling van het militaire vermogen in het digitale domein. De Defensie Cyber Strategie is een brondocument van de Nationale Cyber Security Strategie 2 (Kamerstuk 26 643, nr. 291) die in oktober 2013 is vastgesteld.

De Defensie Cyber Strategie omvat zes speerpunten:

  • 1. de totstandkoming van een integrale aanpak;

  • 2. de versterking van de digitale weerbaarheid van Defensie («defensief»);

  • 3. de ontwikkeling van het militaire vermogen om cyberoperaties uit te voeren («offensief»);

  • 4. de versterking van de inlichtingenpositie in het digitale domein («inlichtingen»);

  • 5. de versterking van de kennispositie en het innovatieve vermogen van Defensie in het digitale domein, met inbegrip van de werving en het behoud van gekwalificeerd personeel («adaptief en innovatief»);

  • 6. de intensivering van de samenwerking in nationaal en internationaal verband («samenwerking»).

In de nota In het belang van Nederland is aangekondigd dat het Defensie Cyber Commando (DCC) versneld zal worden opgericht vanwege het toenemende belang van het digitale domein voor militaire operaties. Het DCC zal al in het najaar van 2014 beginnen met een stafelement, een afdeling operaties, een afdeling technologie en het Defensie Cyber Expertise Centrum (DCEC). Het DCEC is al operationeel sinds 20 mei jl. Het DCC is een joint organisatiedeel dat in single service management wordt ondergebracht bij het CLAS. Het DCC wordt onder meer verantwoordelijk voor de ontwikkeling van het militaire vermogen om cyberoperaties uit te voeren en is naar verwachting eind 2015 volledig operationeel.

De defensieve maatregelen richten zich op de versterking van de bescherming van netwerken en wapen- en regelsystemen. Het Defensie Computer Emergency Response Team (DefCERT) is inmiddels volledig operationeel. DefCERT maakt deel uit van het Joint IV Commando en monitort en analyseert digitale kwetsbaarheden van defensienetwerken en adviseert en ondersteunt bij cyberincidenten door het aandragen van mogelijke oplossingen. Het DefCERT heeft de samenwerking met het Nationaal Cyber Security Centrum (NCSC) versterkt en afspraken gemaakt voor wederzijdse ondersteuning bij cyberincidenten en calamiteiten. Op internationaal vlak is DefCERT lid van de internationale CERT organisatie (FIRST) en heeft zij een samenwerkingsovereenkomst met het NATO CERT (NCIRC).

De MIVD versterkt in de periode 2012–2015 de cyber inlichtingencapaciteit door de werving van personeel en materiële investeringen ten behoeve van de uitvoering van inlichtingenactiviteiten in het digitale domein, versterking van de digitale weerbaarheid van Defensie en de defensie-industrie en het op operationeel niveau houden van hoogwaardige rekencapaciteit. Verder intensiveren de MIVD en de AIVD de samenwerking door de oprichting van de Joint SIGINT Cyber Unit (JSCU).

De uitvoering van de verschillende speerpunten van de Defensie Cyber Strategie verloopt zoals voorzien en zal voortgaan in 2015. Defensie zal zich richten op het vergaren van kennis en kunde, het verder ontwikkelen van de capaciteiten en het inbedden van cyberaspecten op de verschillende terreinen van militair opereren. Voor een verdere doorontwikkeling van Defensie in het digitale domein zal de Defensie Cyber Strategie worden geactualiseerd.

4.6. Overzicht Subsidies

De subsidies worden verleend aan instellingen die voor Defensie een toegevoegde waarde hebben. Verder zijn de subsidie beschikkingen die Defensie verstrekt alleen bedoeld voor de specifieke subsidieaanvrager en berusten niet op een wettelijk voorschrift anders dan gelegen in de begroting en de regeling defensiesubsidies (http://wetten.overheid.nl/BWBR0013110/geldigheidsdatum_23-07-2014). Defensie publiceert deze beschikkingen niet en kan daarom geen externe publicaties of bronnen weergeven. Bij reguliere verantwoording over beleid wordt de Tweede Kamer geïnformeerd over de effectiviteit van het instrument. De subsidies worden jaarlijks bij Defensie aangevraagd, door Defensie bezien en op risico's beoordeeld. De grootte en eventuele risico's zijn medebepalend voor het controle arrangement, waaronder de subsidie valt. De subsidies worden elke vijf jaar apart geëvalueerd. Tijdens de evaluatie wordt het gezamenlijk belang heroverwogen en afhankelijk van de uitkomst kan worden besloten tot afbouw van de subsidierelatie. Daar waar n.v.t. is opgenomen, is volgend uit een eerder evaluatie moment, besloten de subsidie te stoppen en zal een volgend evaluatiemoment niet meer van toepassing zijn (zie kolom einddatum). Voor de overige subsidies betreft de einddatum, voor zover er geen specifieke andere afspraken bestaan omtrent eindigheid, het jaar van de volgende evaluatie.

Naam Subsidies

2013

2014

2015

2016

2017

2018

2019

Laatste evaluatie 1

Volgende evaluatie

Einddatum

Stichting Homosexualiteit en Krijgsmacht

47

50

10

10

10

10

0

2013

2018

2018

Nederlandse Reservisten Federatie Krijgsmacht

0

42

0

0

0

0

0

2013

n.v.t. 2

2014

Stichting Protestants Interkerkelijk Thuisfront

15

15

15

15

15

0

0

2012

2017

2017

Stichting Nationaal Katholiek Thuisfront

0

10

10

10

10

0

0

2012

2017

2017

Stichting Nederlandse Veteranendag

2.616

2.467

2.468

2.468

2.468

0

0

2012

2017

2017

Nationaal Comité Herdenking Capitulatie 1945 Wageningen

15

15

15

0

0

0

0

2013

n.v.t.2

2015

Steun oud strijders en ex-militairen Suriname

6

6

6

6

6

6

0

2013

2018

2018

Multicultureel netwerk Defensie

0

0

0

0

0

0

0

2012

2014

2014

Defensie Vrouwennetwerk

0

0

0

0

0

0

0

-

2014

2014

Stichting Veteranen Platform

158

165

165

165

165

0

0

2012

2017

2017

Stichting Veteraneninstituut

4.810

5.869

5.869

5.869

5.869

0

0

2012

2017

2017

Hotel de Wereld

54

54

0

0

0

0

0

2013

n.v.t.2

2014

Stichting Militair-historisch Museum

8.056

4.437

0

0

0

0

0

2012

n.v.t. 3

2014

Stichting Defensie Musea

0

2.594

7.500

7.500

7.500

7.500

7.500

nieuw

2019

2019 4

Stichting Nationale Taptoe

195

173

173

173

173

0

0

2012

2017

2017

Maatschappelijk werk voor veteranen (Stichting de Basis)

2.000

2.535

2.135

2.135

2.135

0

0

2012

2017

2017

Leerstoel GU Amsterdam

74

74

74

74

74

0

0

2012

2017

2017

Stichting Maritiem Kenniscentrum

56

28

28

28

28

0

0

2012

2017

2017

Stichting Gasturbine Onderwijs

10

5

5

5

5

0

0

2012

2017

2017

Phantasy in Blue

19

18

18

18

18

0

0

2012

2017

2017

Stichting Museum der Koninklijke Marechaussee

300

75

0

0

0

0

0

2012

n.v.t.3

2014

Stichting Historische Vlucht

100

100

100

100

100

0

0

2012

2017

2017

SWOON NLDA

22

22

22

22

22

0

0

nieuw

2017

2017

ASL BISL Foundation

20

40

40

40

40

0

0

nieuw

2017

2017

Wapen- en dienstvakverenigingen

27

35

35

35

35

0

0

2012

2017

2017

Koude Oorlogs Veteranen en Oud-Militairen (KVOM)

3

3

3

3

3

0

0

nieuw

2017

2017

stichting Vincent van Gogh

390

390

0

0

0

0

0

nieuw

2015

2014

Subsidies te verstrekken na evaluatie

50

944

880

852

12.020

12.002

     

Totaal subsidies

18.993

19.272

19.635

19.556

19.528

19.536

19.502

     
X Noot
1

Voor toekomstige evaluaties wordt onderzocht hoe deze op effectieve wijze kunnen worden ontsloten d.m.v. publicatie;

X Noot
2

Volgend uit eerdere evaluatie is besloten deze subsidies te stoppen;

X Noot
3

Deze subsidie gaat vanaf 2015 op in de subsidie aan de Stichting Defensie Musea;

X Noot
4

Einddatum betreft eerstvolgend evaluatiemoment. Onderliggende verplichtingen, volgend uit o.a. de publiek-private samenwerking die hierbij van toepassing is, lopen echter door tot 2040 (Kamerstuk 33 864, nr. A/1).

4.7. Overzicht Evaluaties

Tot het overige evaluatieonderzoek behoren de toetsingskaderevaluaties naar lopende en voltooide operaties waaraan Nederlandse militairen deelnemen. Op grond van het Toetsingskader 2014 sturen de ministers van Defensie en Buitenlandse Zaken elk jaar op de derde woensdag in mei een tussentijdse evaluatie van lopende operaties naar het parlement. Na beëindiging van de inzet wordt een eindevaluatie opgesteld waarin zowel militaire als politieke aspecten aan de orde komen. Indien dit opportuun is, bijvoorbeeld bij een specifiek verzoek van de Kamer of vanwege de omvang van de Nederlandse bijdrage, wordt de evaluatie afzonderlijk aan het parlement aangeboden. Evaluatie en monitoring van Nederlandse bijdragen aan internationale operaties dienen twee doelen: zij bieden de mogelijkheid tussentijds bij te sturen om de effectiviteit van de inzet verder te vergroten en zij zijn instrumenteel met het oog op de verantwoording van de inzet van Nederlands personeel en materieel in internationale operaties, waarbij sprake is van bijzondere risico’s.

Onderwerp

Artikel

Aanvang

Voltooiing

Tussentijdse evaluatie lopende operaties 2014:

– MINUSMA

– Atalanta/Ocean Shield

– Patriot Deployment

– UNMISS

– Overige operaties

1 Inzet

2015

2015

Eindevaluatie operaties 2014

ISAF Air Task Force

1 Inzet

2015

2015

4.8. Toezichtrelaties en ZBO/RWT’s

Overzicht Rechtspersonen met een Wettelijke Taak en Zelfstandige Bestuursorganen

Naam Organisatie

RWT

ZBO

Functie

Begrotingsartikel

Begrotingsraming

Stichting Ziektekosten-

Verzekering Krijgsmacht (SZVK)

X

 

De SZVK is namens het Ministerie van Defensie belast met de uitvoering van de ministeriële Regeling Ziektekostenverzekering militairen. De activiteiten van de SZVK richten zich uitsluitend op militairen in actieve dienst: militairen vallen niet onder de werking van de Zorgverzekeringswet (ZVW).

Wordt per Defensieonderdeel (artikel 2, 3, 4, 5, 7, 8 en 10) betaald uit de post salarissen en sociale lasten

€ 96,2 miljoen

Stichting Wetenschappelijk Onderwijs en Onderzoek NLDA (SWOON)

X

 

In 2011 is de stichting Wetenschappelijk Onderwijs en Onderzoek NLDA (SWOON) opgericht. De stichting verzorgt als onderdeel van de officiersopleiding van officieren in de Nederlandse krijgsmacht de wetenschappelijke bachelor en master programma’s, in overeenstemming met de eisen van de Wet op het hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek. Verder verleent de stichting graden die behoren bij wetenschappelijk onderwijs, laat opleidingen accrediteren en geaccrediteerd houden en verzorgt het wetenschappelijk onderzoek ter ondersteuning van de wetenschappelijke opleidingen. Defensie ondersteunt de stichting met een jaarlijkse subsidie (zie 4.6 Subsidies). Tevens stelt Defensie «om niet» middelen ter beschikking. Deze middelen bestaan uit uitgaven voor salarissen en sociale lasten, IV/ICT, huisvesting en overige ondersteuning. De middelen zijn begroot in artikel 8.

8 Ondersteuning krijgsmacht door Commando Dienstencentra

€ 14,2 miljoen

4.9. Moties en toezeggingen

Door de Staten-Generaal aanvaarde moties

Omschrijving van de motie

Vindplaats

Stand van zaken

Jasper van Dijk over geen nucleaire taak voor de vervanger van de F-16

Notaoverleg toekomst van de krijgsmacht, 6 november 2013, 33 763, nr. 14

Afgedaan met 33 783, nr. 5 van 14 januari 2014

Knops over een visie op de toekomst van de onderzeedienst

Notaoverleg toekomst van de krijgsmacht, 6 november 2013, 33 763, nr. 18

In behandeling

Eijsink c.s. over monitoren van geluidscontouren rond vliegbases Volkel en Leeuwarden

Notaoverleg toekomst van de krijgsmacht, 6 november 2013, 33 763, nr. 22

In behandeling

Hachchi/Eijsink over verkennen van mogelijkheden tot samenwerking met België

Notaoverleg toekomst van de krijgsmacht, 6 november 2013, 33 763, nr. 30

In behandeling. Zie ook 33 279, nr. 10 van 13 februari 2013

Günal Gezer/Eijsink over geschikte kades voor het afmeren van het bevoorradingsschip JSS

Begrotingsbehandeling, 14 november 2013, 33 750-X, nr. 23

Afgedaan met 33 750-X, nr. 44 van 5 maart 2014 en 33 750-X, nr. 53 van 25 april 2014

Günal Gezer/Eijsink over het gebruik van het fonds CODEMO door het mkb

Begrotingsbehandeling, 14 november 2013, 33 750-X, nr. 24

Afgedaan in deze begroting

Hachchi c.s. over besparen via pooling and sharing

Begrotingsbehandeling, 14 november 2013, 33 750-X, nr. 28

In behandeling

Van Tongeren/Smaling over de Kamer op de hoogte houden over de voortgang van de aanplant van compensatiebos

VAO AWACS, 13 mei 2014, 33 750-XII, nr. 86

In behandeling

Cegerek over afspraken met de Navo over het structureel maken van de 35 procent geluidsreductie

VAO AWACS, 13 mei 2014, 33 750-XII, nr. 88

In behandeling

Knops c.s. over volledig verhalen van alle kosten van onderhoud en aanpassingen van de NH-90 op de fabrikant

VAO NH-90 helikopter, 3 juli 2014, 25 928, nr. 63

In behandeling

Sjoerdma/Knops over inzichtelijk maken van de consequenties indien de laatste zeven Nederlandse NH-90 helikopters niet worden afgenomen

VAO NH-90 helikopter, 3 juli 2014, 25 928, nr. 64

In behandeling

Sjoerdsma c.s. over een plan van aan pak inclusief een kostenoverzicht om de problemen bij de informatievoorziening en ICT bij het Ministerie van Defensie op te lossen

VAO informatievoorziening en ICT bij Defensie, 3 juli 2014, 31 125, nr. 30

In behandeling

Eijsink c.s. over geen onomkeerbare stappen nemen totdat de IV/ICT-visie is afgerond

VAO informatievoorziening en ICT bij Defensie, 3 juli 2014, 31 125, nr. 31

In behandeling

Knops c.s. over onderzoeken van de mogelijkheden om het transitieproces uit te besteden aan een marktpartij

VAO informatievoorziening en ICT bij Defensie, 3 juli 2014, 31 125, nr. 32

In behandeling

Door de Minister gedane toezeggingen

Omschrijving van de toezegging

Vindplaats

Stand van zaken

Daar waar het kan, zal de Minister de Kamer informeren over nieuwe afspraken met betrekking tot de kernwapentaak.

AO Navo Defensie Ministeriële, 17 oktober 2013, 28 676, nr. 190

Afgedaan met 33 783, nr. 1 van 24 oktober 2013

De Kamer ontvangt voor de Europese Raad de Defensie Industrie Strategie (DIS).

Notaoverleg toekomst van de krijgsmacht, 6 november 2013, 33 763, nr. 33

Afgedaan met 31 125, nr. 20 van 13 december 2013

De functie van bijzonder vertegenwoordiger ten behoeve van de Nederlandse industrie in het F-35-project wordt dit jaar ingevuld, zo spoedig mogelijk na het besluit van de Kamer.

Notaoverleg toekomst van de krijgsmacht, 6 november 2013, 33 763 nr. 33

Afgedaan met 26 488, nr. 337 van 3 december 2013

De Kamer zal nadere cijfers ontvangen over de rol van de Nederlandse industrie in het F-35-project. Daarvoor worden de jaarrapportages uitgebreid.

Notaoverleg toekomst van de krijgsmacht, 6 november 2013, 33 763, nr. 33

In behandeling

De Kamer ontvangt een aparte brief over de effectuering van de afspraken met de industrie.

Notaoverleg toekomst van de krijgsmacht, 6 november 2013, 33 763, nr. 33

Afgedaan met 26 488, nr. 337 van 3 december 2013

De Kamer ontvangt voor de begrotingsbehandeling een brief over de systematiek van gastvliegers in de F-35-toestellen.

Notaoverleg toekomst van de krijgsmacht, 6 november 2013, 33 763, nr. 33

Afgedaan met 33 750-X, nr. 32 van 12 november 2013

De Kamer ontvangt de nieuwe berekeningen voor geluidsoverlast van de F-35 na doorberekening van cijfers van de VS die in het voorjaar van 2014 beschikbaar komen.

Notaoverleg toekomst van de krijgsmacht, 6 november 2013, 33 763, nr. 33

In behandeling

De Kamer ontvangt een brief naar aanleiding van lopende gesprekken over mogelijk openhouden van de kazerne in Rotterdam, in relatie tot de kazerne in Vlissingen.

Notaoverleg toekomst van de krijgsmacht, 6 november 2013, 33 763, nr. 33

Afgedaan met 33 763, nr. 37 van 5 maart 2014

De Kamer ontvangt bij voorkeur in februari, maar uiterlijk in het voorjaar van 2014 een brief over de stand van zaken van de voorbereidingen voor de kazerne in Vlissingen.

Notaoverleg toekomst van de krijgsmacht, 6 november 2013, 33 763, nr. 33

Afgedaan met 33 763, nr. 37 van 5 maart 2014

De Minister stuurt een brief ter nadere beantwoording van vragen over landstrijdkrachten voor de begrotingsbehandeling naar de Kamer.

Notaoverleg toekomst van de krijgsmacht, 6 november 2013, 33 763, nr. 33

Afgedaan met 33 763, nr. 34 van 14 november 2013

Voor de begrotingsbehandeling ontvangt de Kamer een brief over de de re-integratie van militaire oorlogs-en dienstslachtoffers en over het Dienstencentrum Re-integratie.

Notaoverleg toekomst van de krijgsmacht, 6 november 2013, 33 763, nr. 33

Afgedaan met 30 139, nr. 123 van 12 november 2013

De Minister koppelt in het verslag terug over de artikel 81 discussie.

AO Defensieraad, 12 november 2013, 21 501-28, nr. 107

Afgedaan met 21 501-28, nr. 105 van 6 december 2013

De Minister start op korte termijn het traject van de interdepartementale herijking van het convenant Financiering Nationale Inzet Krijgsmacht (FNIK), samen met haar collega's van BZK en van V&J.

Begrotingsbehandeling, 14 november 2013

In behandeling

Kamer ontvangt in de loop van 2014 nieuwe cijfers, na die van McKinsey uit het voorjaar van 2010, over de verhouding tussen het personeel dat operationeel kan worden ingezet en de staf die dat mede mogelijk maakt. Mede in internationale context.

Begrotingsbehandeling, 14 november 2013

In behandeling

De Kamer ontvangt ten behoeve van het AO Defensiepersoneel op 18 december 2013 een nadere brief over de oplossing van de problemen met de instructiecapaciteit bij Het Korps Commandotroepen (KCT).

Begrotingsbehandeling, 14 november 2013

Afgedaan met 33 750-X, nr. 40 van 21 januari 2014 en 33 750-X, nr. 46 van 12 maart 2014

De Kamer ontvangt voor het uitgestelde algemeen overleg over digitale oorlogvoering een brief over de offensieve inzet van digitale oorlogvoering.

Begrotingsbehandeling, 14 november 2013

Afgedaan met 33 321, nr. 3 van 17 maart 2014

De Kamer ontvangt een brief over de integratie van en de samenwerking tussen de Krijgsmachtdelen, de verpaarsing, en eventueel bestaande beperkingen en bezwaren.

Begrotingsbehandeling, 14 november 2013

Afgedaan met 33 763, nr. 26 van 7 februari 2014

De Kamer ontvangt voor de behandeling van de begroting voor 2016 het evaluatierapport over Life Cycle Costs bij defensiematerieel.

Begrotingsbehandeling, 14 november 2013

In behandeling

De Kamer ontvangt voor het Notaoverleg op 9 december een brief over de uitvoering van de schaderegeling voor militaire oorlogs- en dienstslachtoffers die na 1 juli 2007 de dienst hebben verlaten (zgn. restschaderegeling).

Begrotingsbehandeling, 14 november 2013

Afgedaan met 30 139, nr. 124 van 2 december 2013

De Kamer ontvangt voor het AO Materieel Defensie op 17 december 2013 een nadere brief over outsourcing.

Begrotingsbehandeling, 14 november 2013

Afgedaan met 31 125, nr. 21 van 13 december 2013

De Kamer ontvangt een brief over uitzendbescherming van militairen naar aanleiding van de motie (Jasper) Van Dijk (33 750-X, nr. 16)

Begrotingsbehandeling, 14 november 2013

Afgedaan met 32 623, nr. 122 van 19 december 2013

De Kamer ontvangt een brief over de mogelijkheden in Nederland voor het afmeren en afhandelen van schepen als de Joint Support Ship (JSS), mede naar aanleiding van motie Günal-Gezer en Eijsink (33 750-X, nr. 23).

Begrotingsbehandeling, 14 november 2013

Afgedaan met 33 750-X, nr. 44 van 5 maart 2014 en 33 750-X, nr. 53 van 25 april 2014

Vanaf begin 2014 ontvangt de Kamer aan het begin van ieder jaar een overzicht van de status van de defensiesamenwerking met de partnerlanden.

Begrotingsbehandeling, 14 november 2013

In behandeling. Zie ook 33 279, nr. 10 van 13 februari 2013 en 33 750-X, nr. 48 van 28 maart 2014

Kamer blijft ieder jaar een rapportage ontvangen over de herbeleggingen vastgoed Defensie, al is het nu dus geen plan meer, maar uitvoering.

AO Vastgoed, 12 december 2013, 33 763, nr. 35

In behandeling. Zie ook 33 750-X, nr. 48 van 28 maart 2014

De Kamer ontvangt in het voorjaar van 2014 nieuwe informatie over de casus van de nieuwe kazerne in Vlissingen.

AO Vastgoed, 12 december 2013, 33 763, nr. 35

Afgedaan met 33 763, nr. 37 van 5 maart 2014 en 33 763, nr. 40 van 16 april 2014

In de eerstvolgende rapportage over vastgoed Defensie komt de Minister terug op de geleerde lessen naar aanleiding van het traject «Verkocht wegens vrede». Daarnaast komt ze in deze rapportage terug op de door het lid Günal-Gezer aangekaarte punten van informatievoorziening en op de gevolgen van de verantwoordelijkheidsverdeling tussen Minister van Defensie en de Minister voor Wonen en Rijksdienst.

AO Vastgoed, 12 december 2013, 33 763, nr. 35

In behandeling

De Minister informeert de Kamer zodra meer bekend is over de compensatie bij nog te verdelen werkpakketten en onderhoud voor de NH-90 helikopter.

AO Materieel, 17 december 2013, 27 830, nr. 124

In behandeling

Indien en nadat de Minister een overeenkomst inzake de nadeelcompensatie met de drie families bij Gilze-Rijen heeft gesloten, wordt de Kamer daarover geïnformeerd.

AO Materieel, 17 december 2013, 27 830, nr. 124

Afgedaan met nr. 2014D23663 van 24 juni 2014

De Minister zal het fenomeen van de bijzonder vertegenwoordiger voor de NH-90 bespreken met de Minister van Economische Zaken en de Kamer over de uitkomst van dit overleg informeren.

AO Materieel, 17 december 2013, 27 830, nr. 124

In behandeling

De Minister zal de Kamer informeren over de business case voor wat betreft het uitbesteden van de Search and Rescue-taken van de NH-90.

AO Materieel, 17 december 2013, 27 830, nr. 124

In behandeling. Zie ook Handelingen TK 2013–2014, aanhangsel 2393 van 1 juli 2014

De Minister zal de Europese dimensie meenemen in het DMP.

AO Materieel, 17 december 2013, 27 830, nr. 124

In behandeling

De Minister van Defensie zegt toe de Kamer bij brief te informeren over de EU-strategie (zodra deze is vastgesteld) en over de op basis daarvan te realiseren inzet.

AO Piraterijbestrijding, 22 januari 2014, 29 521, nr. 236

Afgedaan met 21 501-28, nr. 110 van 3 april 2014

De Minister van Defensie zegt toe de Kamer bij brief te informeren over de stand van zaken met betrekking tot «berechting piraten» door middel van een geactualiseerde fact sheet.

AO Piraterijbestrijding, 22 januari 2014, 29 521, nr. 236

Afgedaan door minVenJ met 32 706, nr. 60 van 27 februari 2014

In het voorjaar van 2014 ontvangt de Kamer een nader beleidsdocument over het reservistenbeleid 2020, zoals ook in de laatste brief al toegezegd.

AO Personeel, 23 januari 2014, 33 763, nr. 38

In behandeling

De Kamer ontvangt bij de volgende Personeelsrapportage in april 2014 een overzicht van de stand van zaken bij alle reorganisaties.

AO Personeel, 23 januari 2014, 33 763, nr. 38

Afgedaan met 33 763, nr. 43 van 20 mei 2014

De Kamer ontvangt medio februari 2014 een brief over de opzet en planning van het traject om te komen tot een langere termijn personeelsbeleid, inclusief diversiteitsbeleid.

AO Personeel, 23 januari 2014, 33 763, nr. 38

Afgedaan met 33 750-X, nr. 45 van 7 maart 2014

De Minister komt terug op de vragen van het lid Eijsink over de re-integratie van langdurig zieken in relatie tot het Dienstencentrum Re-integratie.

AO Personeel, 23 januari 2014, 33 763, nr. 38

In behandeling

De Kamer ontvangt in het derde kwartaal van 2014 een evaluatie van de specifieke afspraken over uitzendbescherming bij de Patriotmissie, zoals al eerder toegezegd.

AO Personeel, 23 januari 2014, 33 763, nr. 38

In behandeling

De Kamer ontvangt een nadere brief naar aanleiding van de kritiek van vakbonden over de omgang met getuigen in een strafrechtelijk onderzoek.

AO Personeel, 23 januari 2014, 33 763, nr. 38

Afgedaan met 29 521, nr. 227 van 27 januari 2014 en 29 521, nr. 239 van 11 april 2014

De Kamer ontvang eind 2014 een nadere brief over de uitkomsten van het lopende onderzoek naar homo's, lesbiennes, bi en transgenders

AO Personeel, 23 januari 2014, 33 763, nr. 38

In behandeling. Zie ook 33 763, nr. 49 van 27 juni 2014

De Kamer ontvangt voor het zomerreces 2014 een nadere brief over de stand van zaken met de problematiek van de Afghaanse tolken.

AO Personeel, 23 januari 2014, 33 763, nr. 38

Afgedaan met 30 139, nr. 134 van 21 mei 2014, 30 139 nr. 135 van 2 juni 2014 en 29 521, nr. 249 van 20 juni 2014

Kamer ontvangt een brief met nadere informatie, als er meer helderheid is over de gevolgen van de hervorming van de langdurige zorg voor de veteranenzorg. Indien mogelijk ontvangt de Kamer een update ten behoeve van het algemeen overleg op 6 maart 2014.

Notaoverleg veteranen, 27 januari 2014, 30 139, nr. 126

Afgedaan met 30 139, nr. 136 van 20 juni 2014

De Kamer ontvangt, zodra dit bekend is, een nader inzicht over de invulling van het Budget Internationale Veiligheid, waarbij de inzet is dat ook de kosten van de zorg voor veteranen hier uit bekostigd worden.

Notaoverleg veteranen, 27 januari 2014, 30 139, nr. 126

In behandeling

In de volgende Veteranennota gaat de Minister in op de stand van zaken met de afhandeling van de (op dit moment 280) individuele bezwaren en eventuele mogelijkheid voor extra capaciteit bij BMNO om deze af te handelen.

Notaoverleg veteranen, 27 januari 2014, 30 139, nr. 126

Afgedaan met 30 139, nr. 134 van 21 mei 2014

In de volgende Veteranennota gaat de Minister in op de mogelijkheden om, eventueel juridisch, een verplichtend karakter te geven aan het invullen van de nazorgvragenlijst.

Notaoverleg veteranen, 27 januari 2014, 30 139, nr. 126

Afgedaan met 30 139, nr. 134 van 21 mei 2014

In de volgende Veteranennota gaat de Minister in op de wel bekende informatie over de stand van zaken met de ISAF-veteranen.

Notaoverleg veteranen, 27 januari 2014, 30 139, nr. 126

Afgedaan met 30 139, nr. 134 van 21 mei 2014

De Kamer ontvangt een reactie op de brief van de heer Knoops (2013Z18482) aan de Kamer over de gevolgen van de uitspraak in de zaak van de heer Maat voor andere individuele gevallen. Daarnaast komt de Minister in de volgende veteranennota terug op de stand van zaken met de gevallen.

Notaoverleg veteranen, 27 januari 2014, 30 139, nr. 126

Afgedaan met 30 139, nr. 129 van 28 maart 2014 en 30 139, nr. 134 van 21 mei 2014

Na haar overleg in februari ontvangt de Kamer uiterlijk 1 maart 2014 een brief over de mogelijkheid voor het behoud van het monument van de gesneuvelde Limburgse Jagers in Weert.

Notaoverleg veteranen, 27 januari 2014, 30 139, nr. 126

Afgedaan met 30 139, nr. 128 van 5 maart 2014

In de volgende Veteranennota gaat de Minister in op de ontwikkelingen rond de DSM-5 protocollen, mede in Navo-verband. Dit naar aanleiding van de diverse vragen tijdens het algemeen overleg.

Notaoverleg veteranen, 27 januari 2014, 30 139, nr. 126

Afgedaan met 30 139, nr. 134 van 21 mei 2014

Binnen twee weken ontvangt de Kamer een nadere brief over het voornemen om militairen, ingezet bij de gijzelingsacties bij De Punt in 1977, in aanmerking te laten komen voor de veteranenstatus.

Notaoverleg veteranen, 27 januari 2014, 30 139, nr. 126

Afgedaan met 30 139, nr. 127 van 10 februari 2014

De Kamer ontvangt naar aanleiding van de gestelde vragen een brief over de financiële middelen van het V-fonds voor alle activiteiten voor de veteranen.

Notaoverleg veteranen, 27 januari 2014, 30 139, nr. 126

Afgedaan met 30 139, nr. 134 van 21 mei 2014

De Minister zegt toe de Kamer bij brief te informeren over haar visie op de, in een uitzending van Reporter in maart 2012 gedane, voorspelling dat de Reaper zal worden aangeschaft. Daarbij betrekt de Minister tevens eerdere beantwoordingen op Kamervragen over dit aspect.

AO Drones/UAV’s, 5 februari 2014, 30 806, nr. 22

Afgedaan met 30 806, nr. 20 van 4 maart 2014

De Minister zegt toe de Kamer bij brief meer duidelijkheid te verschaffen over de LCC-systematiek, voor zover de vertrouwelijkheid zich daartegen niet verzet.

AO Drones/UAV’s, 5 februari 2014, 30 806, nr. 22

In behandeling

De Kamer ontvangt een brief over de samenhang en de verschillen tussen de maritieme strategie van de Navo en die van de Europese Unie.

AO Navo Defensie Ministeriële, 18 februari 2014, 28 676, nr. 200

Afgedaan met 21 501-28, nr. 110 van 3 april 2014

Eind 2014 of zodra deze beschikbaar is, ontvangt de Kamer een update van de matrix over de Nederlandse input en output, die als bijlage zat bij geannoteerde agenda.

AO Navo Defensie Ministeriële, 18 februari 2014, 28 676, nr. 200

Afgedaan met 21501-28, nr. 114 van 30 juni 2014

In het verslag van de Navo Defensie ministeriële van 26/27 februari 2014 zal de Minister uitgebreid ingaan op de financiële situatie rond het Navo-hoofdkwartier, op het overleg met de Turkse Minister van Defensie en op het Framework Nation Concept.

AO Navo Defensie Ministeriële, 18 februari 2014, 28 676, nr. 200

Afgedaan met 28 676, nr. 197 van 17 maart 2014.

De Minister van Defensie is bereid deel te nemen aan een informele bijeenkomst met de commissie over de gang van zaken bij Internationale gremia als de Europese Defensieraad.

AO Navo Defensie Ministeriële, 18 februari 2014, 28 676, nr. 200

In behandeling

De inzet van de Minister is om de toekomstige geannoteerde agenda's en verslagen van Navo-bijeenkomsten te verbeteren qua informatie over inhoud van de agendapunten en het Nederlandse standpunt.

AO Navo Defensie Ministeriële, 18 februari 2014, 28 676, nr. 200

In behandeling

Bij het verslag van deze Europese Defensieraad wordt een bijlage gevoegd met een appreciatie door het Nederlandse kabinet bij de 22 conclusies van de Europese Raad van december 2013 aangaande GVDB. Bij de komende agenda's en verslagen van de Defensieraden zal een actuele stand van zaken worden weergegeven van de uitwerking van deze conclusies. In het verslag over deze raad zal de Minister uitgebreid ingaan op wat besproken is naar aanleiding van de raadsconclusies en de prioritering.

AO EU Defensieraad, 18 februari 2014, 21 501-28, nr. 111

Afgedaan met 21 501-28, nr. 109 van 14 maart 2014

De Kamer ontvangt een brief met een reactie op het rapport Eurodrones Inc. van Transnational Institute en Statewatch over bewapende UAV's.

AO EU Defensieraad, 18 februari 2014, 21 501–28, nr. 111

Afgedaan door minBuZa met 30 806, nr. 23 van 18 april 2014

De Minister zegt toe het plan van aanpak over de wijze van informatieverschaffing over het veteranenloket in de komende veteranennota op te nemen.

AO Veteranen, 6 maart 2014, 30 139, nr.133

Afgedaan met 30 139, nr. 134 van 21 mei 2014

De Minister zegt toe haar reactie op de brief van advocaat Knoops (van september 2013), houdende een pleidooi voor een collectieve compensatieregeling voor Dutchbat-veteranen, in de maand maart 2014 aan de Kamer te doen toekomen.

AO Veteranen, 6 maart 2014, 30 139, nr.133

Afgedaan met 30 139, nr. 129 van 28 maart 2014

De Minister zegt toe om in de Veteranennota van 2015 duidelijkheid te verschaffen over de organisatie en de financiering van de nuldelijnsondersteuning van veteranen.

AO Veteranen, 6 maart 2014, 30 139, nr.133

In behandeling

De Minister zegt toe de Kamer in mei 2014 bij brief te informeren over de uitkomsten van haar gesprekken met de Minister van VWS over de financiering van maatschappelijke ondersteuning van veteranen die niet langer onder de WMO valt en over de financiering van het LZV.

AO Veteranen, 6 maart 2014, 30 139, nr.133

Afgedaan met 30 139, nr. 136 van 20 juni 2014

De Minister zegt toe de resultaten van de gateway-review, over het al dan niet doorgaan van één of twee kavels, eind mei 2014 of begin juni 2014 bij brief aan de Kamer te doen toekomen. Daarbij gaat de Minister tevens in op de risico's die gepaard gaan met een twee-kavels-aanpak, de ervaringen in Duitsland en de ervaringen die eerder in de geschiedenis zijn opgedaan.

AO Sourcing, 26 maart 2014, 31 125, nr. 27

In behandeling. Deels afgedaan met 31 125, nr. 35 van 1 juli 2014.

De Minister zegt toe de Kamer binnen twee weken bij brief te informeren over hoe de gateway-review wordt vormgegeven. Daarbij gaat zij tevens in op de wijze waarop de rapportage wordt vormgegeven.

AO Sourcing, 26 maart 2014, 31 125, nr. 27

Afgedaan met 31 125, nr. 25 van 10 april 2014

De Minister zegt toe de Kamer met een aparte brief bij de begrotingsstukken vóór Prinsjesdag 2014 te informeren over de stand van zaken met betrekking tot de taakstelling van € 48 miljoen.

AO Sourcing, 26 maart 2014, 31 125, nr. 27

In behandeling

De Minister zegt toe de Kamer in oktober 2014 te rapporteren over de zeven prioritaire projecten.

AO Sourcing, 26 maart 2014, 31 125, nr. 27

In behandeling

De Minister zegt toe om de Kamer vóór het WGO Personeel naar aanleiding van de begrotingsstukken 2014 per brief te informeren over de resultaten van het, in het kader van het sourcingproject lopende, onderzoek in het P&O-domein.

AO Sourcing, 26 maart 2014, 31 125, nr. 27

In behandeling

De Kamer ontvangt in juni 2014 de reservistennota, inclusief passages over cyberreservisten.

AO Digitale Oorlogvoering, 26 maart 2014, 33 321, nr. 4

In behandeling

De Kamer ontvangt in januari 2015 de geactualiseerde cyberstrategie en neemt daarin de diverse punten mee, zoals in het algemeen overleg besproken, inclusief de dilemma's uit het artikel in Vrij Nederland van 25 maart 2014; «Het Nederlandse

cyberleger».

AO Digitale Oorlogvoering, 26 maart 2014, 33 321, nr. 4

In behandeling

De Minister van Defensie zal de Kamer de Nederlandse appreciatie en prioritering van de 22 Europese Raadsconclusies over het GVDB toezenden alsook, na ommekomst, het Europese voorstel tot herziening van het financiële mechanisme en de kabinetsappreciatie ervan. De appreciatie van de Europese Raadsconclusies zal in de geannoteerde agenda van elke EU-Defensieraad bij wijze van werkdocument worden geactualiseerd.

AO Defensieraad, 9 april 2014, 21 501-28, nr. 113

In behandeling. Zie ook 21 501-28, nr. 109 van 14 maart 2014

De Minister van Defensie zal voor 1 mei 2014 een kabinetsappreciatie van het Clingendaelrapport «Sovereignty, parliamentary involvement and European Defence Cooperation» aan de Kamer toezenden.

AO Defensieraad, 9 april 2014, 21 501-28, nr. 113

Afgedaan met 33 279, nr. 11 van 12 mei 2014

De Minister van Defensie zal het door de Kamerdelegatie tijdens de interparlementaire conferentie in Athene ingebrachte document [over parlementaire goedkeuringsprocedures bij militaire uitzendingen en EU-Battlegroups] onder de aandacht van haar Europese ambtgenoten brengen en de Kamer berichten over de ontvangen reacties.

AO Defensieraad, 9 april 2014, 21 501–28, nr. 113

Afgedaan met 33 279, nr. 11 van 12 mei 2014

De Minister van Defensie informeert de Kamer in de tweede helft van 2014 over het plan met doorontwikkelingsbehoeften van ERP.

AO SPEER/ERP, 10 april 2014, 31 460, nr. 48

In behandeling

Tot de basisimplementatie van ERP informeert de Minister de Kamer bij de halfjaarlijkse rapportage over de voortgang van het product, het tijdsbestek en de kosten. Deze rapportage zal geschieden volgens het model van grote IV-projecten. Na de voltooiing van de basisimplementatie volgt een eindevaluatie, die de Minister aan de Kamer doet toekomen. In deze evaluatie wordt ook duidelijkheid verschaft over de geraamde en gerealiseerde bezuiniging op FTE's.

AO SPEER/ERP, 10 april 2014, 31 460, nr. 48

In behandeling

In de eerstvolgende rapportage wordt de Kamer nader geïnformeerd over de vragen van het lid Knops over de 50 vte’n en de € 130 miljoen met betrekking tot de kazerne in Vlissingen.

AO vastgoed, 22 april 2014, 33 763, nr. 47

Afgedaan met 33 358, nr. 5 van 12 juni 2014

De Kamer blijft ieder half jaar een rapportage vastgoed Defensie ontvangen en de Kamer wordt daarnaast, zoals gebruikelijk geïnformeerd over grotere tussentijdse wijzigingen in projecten e.d.

AO vastgoed, 22 april 2014, 33 763, nr. 47

In behandeling

De Kamer ontvangt de Public Provate Comperator als een vertrouwelijk document direct na het meireces.

AO vastgoed, 22 april 2014, 33 763, nr. 47

Afgedaan met 33 358, nr. 5 van 12 juni 2014

De Kamer ontvangt nadere informatie over de mogelijkheden voor het integreren van regionale werkgelegenheid in de aanbestedingsprocedures bij DBFMO rond de Marinierskazerne Vlissingen.

AO vastgoed, 22 april 2014, 33 763, nr. 47

Afgedaan met 33 358, nr. 5 van 12 juni 2014

De Minister van Defensie zegt toe de resultaten van het aanvullende onderzoek naar de staat van de IV/ICT van de Defensieorganisatie vóór het zomerreces aan de Kamer toe te zenden.

AO Sourcing, 15 mei 2014

Afgedaan met 31 125, nr. 35 van 1 juli 2014

De Minister van Defensie zegt toe de onderzoeksopzet van het aanvullende onderzoek naar de staat van de IV/ICT van de Defensieorganisatie zo spoedig mogelijk aan de Kamer toe te zenden.

AO Sourcing, 15 mei 2014

Afgedaan met 31 125, nr. 29 van 6 juni 2014

De Minister van Defensie zegt toe de Kamer zo gestructureerd als mogelijk te informeren over de uitkomsten van de Gateway Review.

AO Sourcing, 15 mei 2014

In behandeling

De Minister van Defensie zegt toe de Kamer in de volgende voortgangsrapportage te informeren over de uitkomsten van de onderhandelingen over de kosten van helikopterinzet.

AO MINUSMA, 21 mei 2014

In behandeling

De Minister van Defensie zegt toe de Kamer in de volgende voortgangsrapportage te informeren over de rechtspositionele regeling voor tolken, met name inzake verzekeringen.

AO MINUSMA, 21 mei 2014

In behandeling

De Minister van Defensie zegt toe de Kamer in de volgende voortgangsrapportage te informeren over de stand van zaken met betrekking tot de vier getrainde bataljons van de Malinese strijdkrachten.

AO MINUSMA, 21 mei 2014

In behandeling

De Minister van Defensie zegt toe de Kamer in de volgende voortgangsrapportage te informeren over de gehele aanschaf en toepassing van gevechtskleding.

AO MINUSMA, 21 mei 2014

In behandeling

De Minister van Defensie zegt toe contact op te nemen met de speciale VN-vertegenwoordiger Koenders om aan te dringen op spoedige ontplooiing van MINUSMA in Noord-Mali en zij zal de Kamer daarover informeren in de volgende voortgangsrapportage.

AO MINUSMA, 21 mei 2014

In behandeling

De Kamer ontvangt na de afhandeling van het lopende geschil meer informatie over de stand van zaken met de voorgenomen verhuizing van DMO naar de Kromhoutkazerne

AO personeel, 27 mei 2014

In behandeling

De Kamer ontvang in de volgende rapportage nadere informatie over de stand van zaken met integriteit, onder andere naar aanleiding van de recente risico-analyse NLDA.

AO personeel, 27 mei 2014

In behandeling

De Kamer ontvangt vanaf de volgende rapportage een gewijzigde opzet van de rapportage.

AO personeel, 27 mei 2014

In behandeling

De Kamer wordt bij toekomstige missies/operaties voortaan geïnformeerd over de mogelijke gevolgen van de betreffende missie voor de personeelscapaciteit bij de (ondersteunende) onderdelen van de krijgsmacht.

AO personeel, 27 mei 2014

In behandeling

De Kamer wordt later dit jaar nader geïnformeerd over de afhandeling van het incident dat het overlijden van sergeant Van Geffen tot gevolg had.

AO personeel, 27 mei 2014

In behandeling

In het najaar 2014 komt de Minister terug op de samenstelling van medezeggenschapsraden en specifiek het aandeel officieren daarin.

AO personeel, 27 mei 2014

In behandeling

De Kamer ontvangt nog steeds voor het zomerreces 2014 de reservistennota en daarin zal de Minister terug komen op de in het algemeen overleg gestelde vragen, waaronder over de inzet van reservisten in Mali.

AO personeel, 27 mei 2014

In behandeling

De Kamer ontvangt tijdig, zodra mogelijk, informatie over de Nederlandse inzet bij de Navo-top in Wales.

AO Navo Defensie ministeriële, 27 mei 2014

In behandeling

De Kamer ontvangt een brief over de financiering van de Navo-taken nu en in het nabije verleden.

AO Navo Defensie ministeriële, 27 mei 2014

In behandeling

De Kamer ontvangt, zodra beschikbaar, meer informatie over het Duitse initiatief «Framework Nation Concept» om te komen tot een gezamenlijke effectieve en doelmatige ontwikkeling van capaciteiten.

AO Navo Defensie ministeriële, 27 mei 2014

In behandeling

De Minister zegt toe de Kamer te informeren over grote tegenvallers, buiten de reguliere informatie-afspraken (dat wil zeggen bovenop de informatievoorziening zoals afgesproken na het combineren van de B, C en D-fase).

AO Materieel, 5 juni 2014

In behandeling

De Minister zegt toe om in de aanloop naar de komende begroting in beeld te brengen c.q. te onderzoeken hoe het staat met de doorlooptijden van CODEMO-aanvragen.

AO Defensie Industrie Strategie en compensatiebeleid, 11 juni 2014

In behandeling

De Minister van Defensie verschaft in de volgende Veteranennota nadere informatie over het collegiaal netwerk.

Notaoverleg veteranen, 23 juni 2014, 30 139 nr. 137

In behandeling

De Minister van Defensie zegt toe de Kamer, naar aanleiding van de diversiteitsbrief, nader te informeren over het thema «vrouwen in de krijgsmacht».

Notaoverleg veteranen, 23 juni 2014, 30 139 nr. 137

In behandeling

De Minister van Defensie zal in de volgende Veteranennota inzicht geven in de positie van vrouwen met betrekking tot hun zorgvraag.

Notaoverleg veteranen, 23 juni 2014, 30 139 nr. 137

In behandeling

De Minister van Defensie zal in de volgende Veteranennota rapporteren over de participatiegraad van scholen in het Scholenproject Veteranen.

Notaoverleg veteranen, 23 juni 2014, 30 139 nr. 137

In behandeling

De Minister van Defensie zegt toe de Kamer in januari 2015 te informeren over de stand van zaken met betrekking tot het Veteranenfonds.

Notaoverleg veteranen, 23 juni 2014, 30 139 nr. 137

In behandeling

De Minister van Defensie zegt toe de regeling en stand van zaken van de nazorg aan reservisten op te nemen in de volgende reservistennota en veteranennota.

Notaoverleg veteranen, 23 juni 2014, 30 139 nr. 137

In behandeling

De Minister van Defensie informeert de Kamer uiterlijk in september 2014 over de procedure met betrekking tot de aanvraag en afwijzing van het Militair invaliditeitspensioen.

Notaoverleg veteranen, 23 juni 2014, 30 139 nr. 137

In behandeling

De Minister van Defensie stelt een stand van zaken op inzake nazorglijsten en informeert de Kamer daarover in de volgende Veteranennota.

Notaoverleg veteranen, 23 juni 2014, 30 139 nr. 137

In behandeling

De Minister van Defensie zal onderzoek doen naar het bericht dat veteranen voor hun kansen op de arbeidsmarkt uitzendingen van hun curriculum vitae moeten schrappen, omdat werkgevers het idee hebben dat militairen beschadigd van uitzendingen terugkomen. De Minister informeert de Kamer in januari 2015 over de uitkomsten hiervan.

Notaoverleg veteranen, 23 juni 2014, 30 139 nr. 137

In behandeling

De Minister van Defensie zal vóór 1 januari 2015 afspraken maken met de Minister van VWS en de zorgverzekeraars over verzekeringen van veteranen en zij zal de Kamer informeren over de inhoud van die afspraken.

Notaoverleg veteranen, 23 juni 2014, 30 139 nr. 137

In behandeling

De Minister van Defensie zal de Kamer op de hoogte stellen van het vervolg van herdenkingen in Wageningen.

Notaoverleg veteranen, 23 juni 2014, 30 139 nr. 137

In behandeling

De Minister van Defensie zegt toe de Kamer bij brief (nader) te informeren over het besluit tot tijdelijke stillegging van de gezondheidscentra in Ermelo.

AO Jaarverslag IMG, 24 juni 2014

In behandeling

De Minister van Defensie zegt toe vóór de begrotingsbehandeling van 2014 aan de Kamer verslag te doen van uitgevoerde analyse van de problemen bij re-integratiebegeleiding.

AO Jaarverslag IGK, 24 juni 2014

In behandeling

De Kamer ontvangt uiterlijk woensdag 2 juli 2014, 18.00 uur, een brief naar aanleiding van de discussie in het algemeen overleg over de investeringsquota.

WGO jaarverslag en Slotwet Defensie 2013, 24 juni 2014

Afgedaan met 33 750-X, nr. 68 van 2 juli 2014

De weergave van de personeelscijfers in het jaarverslag zullen meer in lijn worden gebracht met de verantwoording in plaats van (alleen) in een personeelsrapportage.

WGO jaarverslag en Slotwet Defensie 2013, 24 juni 2014

In behandeling

De Kamer ontvangt eind 2014 een brief over het resultaat van de vervolgacties van de review van het vastgoed Defensie.

WGO jaarverslag en Slotwet Defensie 2013, 24 juni 2014

In behandeling

De Minister zegt toe in het volgende jaarverslag in te gaan op de opties voor de inzet van drones.

AO Kustwacht Caribisch gebied, 26 juni 2014

In behandeling

De Minister zal bij het Joint Program Office F-35 insisteren op zo spoedig mogelijke openbaarmaking van het SAR-rapport.

AO Informatievoorziening aan de Kamer, 1 juli 2014

In behandeling

De Minister informeert de Kamer zodra het mogelijk is een F-35 naar Nederland te halen.

AO Informatievoorziening aan de Kamer, 1 juli 2014

In behandeling

De Minister neemt ontwikkelingen met betrekking tot de nucleaire taak van de F-35 op in de tweede voortgangsrapportage.

AO Informatievoorziening aan de Kamer, 1 juli 2014

In behandeling

De Minister zegt toe dat de uitgangspuntennotitie van 4 april 2014 (kenmerk 2014Z05826/2014D12139) de leidraad vormt voor de informatieverschaffing aan de Kamer over het groot project Vervanging F-16.

AO Informatievoorziening aan de Kamer, 1 juli 2014

In behandeling

De Minister onderzoekt of een nader antwoord over de consequenties van de IV/ICT-problematiek voor VOSS aangewezen is.

AO IV/ICT, 2 juli 2014

In behandeling

De Minister zendt een voortgangsrapportage over wat in gang is gezet met betrekking tot het oplossen van de IV/ICT-problematiek en zij zal de Kamer tevens informeren over de financiële consequenties van deze operatie.

AO IV/ICT, 2 juli 2014

In behandeling

De Minister zal onderzoeken welke delen van het Forrester-rapport openbaar gemaakt kunnen worden en zij zal de Kamer daarover zo spoedig mogelijk informeren.

AO IV/ICT, 2 juli 2014

In behandeling

De Minister informeert de Kamer bij brief over de invulling van de HALT-afdoening.

AO MIVD, 2 juli 2014

In behandeling

De Minister informeert de Kamer voor de komende begrotingsbehandeling over de invulling van het beleid met betrekking tot maatwerk.

AO MIVD, 2 juli 2014

In behandeling

De Kamer ontvangt nadere informatie over de inspanningen van Defensie om de capaciteit van de Defensie Materieel Organisatie op orde te houden.

AO Helikopters, 2 juli 2014

In behandeling

De Kamer ontvangt een brief, waarin inzicht wordt gegeven in de financiering van de SAR-taken van Defensie en waarin tevens een relatie wordt gelegd met de helikoptercapaciteit.

AO Helikopters, 2 juli 2014

In behandeling

De Kamer ontvangt in de volgende rapportage nadere informatie over de zogenaamde roadmap van de fabrikant over de oplossing van de problematiek.

AO Helikopters, 2 juli 2014

In behandeling

De Kamer ontvangt met de volgende rapportage ook een overzicht van alle extra kosten en de afhandeling daarvan. Tevens zal dit worden verwerkt in de volgende begroting.

AO Helikopters, 2 juli 2014

In behandeling

De Kamer ontvangt nadere informatie over de afspraken met de fabrikant over de afhandeling van de problematiek en de kosten zodra deze beschikbaar is.

AO Helikopters, 2 juli 2014

In behandeling

De Kamer wordt geïnformeerd over wanneer de politie en marechaussees handvuurwapens krijgen

AO Repatriëringsmisse 29 juli 2014

Afgedaan met 33 997-7, nr. 7 van 1 augustus 2014

De Kamer wordt geïnformeerd over de rol en positie van journalisten (embedded dan wel niet-embedded)

AO Repatriëringsmisse 29 juli 2014

Afgedaan met 33 997-7, nr. 7 van 1 augustus 2014

De Kamer wordt geïnformeerd over de medische capaciteiten

AO Repatriëringsmisse 29 juli 2014

Afgedaan met 33 997-7, nr. 7 van 1 augustus 2014

4.10. Lijst van afkortingen

ABP

Algemeen Burgerlijk Pensioenfonds

ACOTA

African Contingency Operations Training and Assistance

AEHF

Advanced Extreme High Frequency

AIVD

Algemene Inlichtingen- en Veiligheidsdienst

AO

Algemeen Overleg

AOCS

Air Operations Control Station

AR

Algemene Rekenkamer

AWACS

Airborne Early Warning and Control System

BES

Bonaire, Sint Eustatius en Saba

BETER

Biologische effecten van traumatische ervaringen, behandeling en herstel

BH&OS

Buitenlandse Handel & Ontwikkelingssamenwerking

BSB

Brigade Speciale Beveiligingsopdrachten

C4ISR

Command & Control, Communications, Computers & Information and Intelligence, Surveillance & Reconnaissance

CAO

Collectieve Arbeidsovereenkomst

CARIB

Caribisch Gebied

CBRN

Chemisch, Biologisch, Radiologisch, Nucleair

CC

Central Command

CDC

Commando DienstenCentra

CDS

Commandant der Strijdkrachten

C-IED

Counter Improvised Explosive Devices

CIMIC

Civil-Military Cooperation

CIS

Communicatie- en informatiesysteem

CKMAR

Commando Koninklijke marechaussee

CLAS

Commando landstrijdkrachten

CLSK

Commando luchtstrijdkrachten

CMF

Combined Maritime Forces

CODEMO

Commissie Defensie Materieelontwikkeling

COMPATRIOT

Communication Patriot

CPT

Close Protection Team

CRC

Crowd and Riot Control

CV

Commandovoertuig

CZMCARIB

Commandant der Zeemacht in het Caribisch Gebied

CZSK

Commando zeestrijdkrachten

DBBO

Defensie Bewaking en Beveiligingsorganisatie

DBBS

Defensie Bewakings- en Beveiligingssysteem

DBGS

Defensie Bedrijf Grondgebonden Systemen

DC

DienstenCentrum

DCEC

Defensie Cyber Expertise Centrum

DCMO

Datacommunicatie Mobiel Optreden

DEFCERT

Defensiebreed Computer Emergency Response Team

DI

Documentaire Informatie

DIS

Defensie Industrie Strategie

DMO

Defensie Materieel Organisatie

DMP

Defensie Materieel Proces

DSI

Dienst Speciale Interventies

DTO

Defensie Telematica Organisatie

DVD

Dienst Vastgoed Defensie

EOD

Explosieven Opruimingsdienst

EPA

Energie Prestatie Adviezen

ERP

Enterprise Resource Planning

EU

Europese Unie

EUFOR

European Force

EULEX

European Union Rule of Law Mission (Kosovo)

FNIK

Financiering Nationale Inzet Krijgsmacht

FS

Facility Services

GPW

Groot Pantserwielvoertuig

GZ

Gezondheidszorg

HF

High Frequency

HGIS

Homogene Groep Internationale Samenwerking

HQ

Headquarter

HR

Human Resource

HRF(L)

High Readiness Forces (Land)

HV

Helderheid Versterkend

ICMS

Intensivering Civiel-Militaire Samenwerking

ICT

Informatie- en Communicatietechnologie

IDS

Indringer Detectie Systeem/Intrusion Detection System

IED

Improvised Explosive Device

IFF

Identification Friend or Foe

IG

Innovation Game

IGK

Inspecteur-Generaal der Krijgsmacht

IGV

Infanterie Gevechtsvoertuig

IJC

ISAF Joint Command

IOT&E

Initial Operational Test & Evaluation

IRF

Immediate Response Force

ISAF

International Security Assistance Force

ISTAR

Intelligence Surveillance, Target Acquisition and Reconnaissance

IV

Informatie Voorziening

JISTARC

Joint ISTAR Commando

JIVC

Joint Informatievoorziening Commando

JSCU

Joint SIGINT Cyber Unit

JSS

Joint Support Ship

KFOR

Kosovo Force

KMA

Koninklijke Militaire Academie

KMS

Koninklijke Militaire School

LCW

Logistiek Centrum Woensdrecht

LZV

Landelijk Zorgsysteem Veteranen

MALE UAV

Medium Altitude Long Endurance Unmanned Air Vehicle

MARIN

Maritiem Research Instituut Nederland

MBMD

Maritime Ballistic Missile Defence

ME

Mobiele eenheid

MECHBRIG

Gemechaniseerde Brigade

MGGZ

Militair Geestelijke Gezondheidszorg

MILSATCOM

Military Satellite Communications

MIVD

Militaire Inlichtingen- en Veiligheidsdienst

MKB

Midden- en Kleinbedrijf

MOD

Militair Oorlogs- of Dienstslachtoffer

MOR

Mortier Opsporingsradar

MOU

Memorandum of Understanding

MPO

Materieel Projecten Overzicht

NATO

North Atlantic Treaty Organization

NAVFOR

Naval Force

NAVO

Noord-Atlantische Verdragsorganisatie

NCIRC

NATO Computer Incident Response Capability

NCSC

Nationaal Cyber Security Center

NDMC

Nationale Datalink Managementcel

NIC

Nationale Inlichtingen Cel

NLD

Nederland

NLDA

Nederlandse Defensie Academie

NLMARFOR

Netherlands Maritime Force

NLR

Nationaal Lucht- en Ruimtevaartlaboratorium

NLTC

Netherlands Liaison Team CENTCOM

NRF

NATO Response Force

NSE

National Support Element

NTM (-A)

NATO Training Mission (- Afghanistan)

NTM-I

NATO Training Mission – Iraq

ODA

Official Development Assistance

OG

Operationeel Gereed

OGRV

Object Grondverdediging

OOCL

Operationeel Ondersteuningscommando Land

OZD

Onderzeedienst

PI

Prestatie-Indicator

PPS

Publiek-Private Samenwerking

PRISMO

Prospectie in stressgerelateerd militair onderzoek

PSFD

Production, Sustainment and Follow – on Development

PTG

Police Trainings Group

PTSS

Post-Traumatisch Stress Syndroom

PZH

Pantserhouwitser

QRA

Quick Reaction Alert

R&D

Research and Development

RC

Regional Command

REFLECS3

Regional Fusion and Law Enforcement Center Safety and Security at Sea

RGD

Rijksgebouwendienst

ROC

Regionaal Opleidingscentrum

RVOB

Rijksvastgoed en Ontwikkelingsbedrijf

RWT

Rechtspersoon met een wettelijke taak

RZO

Raad voor civiel-militaire Zorg en Onderzoek

SAR

Search and Rescue

SBK

Sociaal Beleidskader

SKIA

Strategische Kennis- en Innovatieagenda

SLA

Service Level Agreements

SNMCMG

Standing NATO Mine Countermeasures Group

SNMG

Standing NATO Maritime Group

SPEER

Strategic Process and Enterprise Resource Planning Enabled Reengineering

SSO

Shared Service Organisatie

SSD

Security Sector Development

STARS

Sensor Technology Applied in Reconfigurable Systems for Sustainable Security

SZVK

Stichting Ziektekostenverzekering Krijgsmacht

TACTIS

Tactische Indoor Simulation

TITAAN

Theatre Independent Tactical Army and Airforce Network

TNO

Toegepast Natuurwetenschappelijk Onderzoek

UAS

Unmanned Aerial Systems

UIM

Unit Interventie Mariniers

UN

United Nations

UNMIS

United Nations Mission in Sudan

UNTSO

United Nations Truce and Supervision Organization

VAO

Verslag Algemeen Overleg

VN

Verenigde Naties

VNVR

Verenigde Naties Veiligheidsraad

VOSS

Verbeterd Operationeel Soldaat Systeem

VPD

Vessel Protection Detachment

VTE

Voltijdsequivalent

WGO

Wetgevingsoverleg

WMO

Wet Maatschappelijke Ondersteuning

YPR

Pantserrupsvoertuig, type Y

ZBO

Zelfstandig Bestuursorgaan

ZVW

Zorgverzekeringswet


X Noot
1

Het behoud van de vaste compagnie mariniers, wat mogelijk werd door de begrotingsafspraken 2013, leidt in het Caribisch gebied tot aanwezigheid van één vaste compagnie van CZSK.

X Noot
2

De Kamer is geïnformeerd over het besluit om de civiele SAR en patiëntenvervoertaak niet langer door Defensie te laten uitvoeren (Kamerstuk 33 750, nr. 62). Defensie komt haar verplichtingen uit het convenant na tot een alternatieve oplossing is gevonden die voor alle partijen aanvaardbaar is. Defensie acht het mogelijk binnen een jaar een alternatieve oplossing te vinden, waardoor Defensie in de eerste helft van 2015 kan stoppen met deze taak.

X Noot
3

Initial entry: snel inzetbaar binnen het volledige spectrum van Navo-missies, waarbij zij optreden als voorste eenheden om voorwaarden te creëren voor opvolgende eenheden, dan wel tijdelijk als «stand-alone» eenheid opdrachten kunnen uitvoeren.

Naar boven