Kamerstuk

Datum publicatieOrganisatieVergaderjaarDossier- en ondernummer
Tweede Kamer der Staten-Generaal2014-201534000-X nr. 2

34 000 X Vaststelling van de begrotingsstaten van het Ministerie van Defensie (X) voor het jaar 2015

Nr. 2 MEMORIE VAN TOELICHTING

Inhoudsopgave

A.

Artikelsgewijze toelichting bij het begrotingswetsvoorstel

3

     

B.

Begrotingstoelichting

4

     

1.

Leeswijzer

7

     

2.

Het beleid

10

     

2.1

De beleidsagenda 2015

10

     

2.2

De beleidsartikelen

26

2.2.1.

Beleidsartikel 1 Inzet

26

2.2.2.

Beleidsartikel 2 Taakuitvoering zeestrijdkrachten

34

2.2.3.

Beleidsartikel 3 Taakuitvoering landstrijdkrachten

38

2.2.4.

Beleidsartikel 4 Taakuitvoering luchtstrijdkrachten

43

2.2.5.

Beleidsartikel 5 Taakuitvoering marechaussee

47

2.2.6.

Beleidsartikel 6 Investeringen krijgsmacht

52

2.2.7.

Beleidsartikel 7 Ondersteuning krijgsmacht door Defensie Materieel Organisatie

67

2.2.8.

Beleidsartikel 8 Ondersteuning krijgsmacht door Commando DienstenCentra

69

     

2.3

De niet-beleidsartikelen

72

2.3.1.

Niet-beleidsartikel 9 Algemeen

72

2.3.2.

Niet-beleidsartikel 10 Centraal apparaat

73

2.3.3.

Niet-beleidsartikel 11 Geheime uitgaven

79

2.3.4.

Niet-beleidsartikel 12 Nominaal en onvoorzien

80

     

3.

Baten-lastenagentschappen

81

3.1.

Defensie Telematica Organisatie

81

3.2.

Dienst Vastgoed Defensie

85

3.3.

Paresto

90

     

4.

Bijlagen

94

4.1.

Verdiepingshoofdstuk

94

4.2.

Financieel overzicht Wapensystemen

106

4.3.

Overzicht Budget Internationale Veiligheid

111

4.4.

Overzicht uitgaven veteranen en uitgaven zorg en nazorg

112

4.5.

Overzicht Cyber

116

4.6.

Overzicht Subsidies

118

4.7.

Overzicht Evaluaties

120

4.8.

Toezichtrelaties en ZBO/RWT’s

121

4.9.

Moties en toezeggingen

122

4.10.

Lijst van afkortingen

136

A. ARTIKELSGEWIJZE TOELICHTING BIJ HET BEGROTINGSWETSVOORSTEL

Wetsartikel 1 (begrotingsstaat ministerie)

De begrotingsstaten die onderdeel zijn van de Rijksbegroting, worden op grond van artikel 1, derde lid, van de Comptabiliteitswet 2001 elk afzonderlijk bij de wet vastgesteld.

Het wetsvoorstel strekt ertoe om de onderhavige begrotingsstaten voor het aangegeven jaar vast te stellen.

Alle voor dit jaar vastgestelde begrotingswetten tezamen vormen de Rijksbegroting voor dat jaar. Een toelichting bij de Rijksbegroting als geheel is opgenomen in de Miljoenennota.

Met de vaststelling van dit wetsartikel worden de uitgaven, verplichtingen en de ontvangsten vastgesteld. De in de begrotingsstaten opgenomen begrotingsartikelen worden in onderdeel B van deze memorie van toelichting toegelicht (de zogenoemde begrotingstoelichting).

Wetsartikel 2 (begrotingsstaat baten-lastenagentschappen)

Met de vaststelling van dit wetsartikel worden de baten en de lasten, het saldo van de baten en de lasten en de kapitaaluitgaven en -ontvangsten van de in de staat opgenomen baten-lastenagentschappen Defensie Telematica Organisatie (DTO), Dienst Vastgoed Defensie (DVD) en Paresto voor het onderhavige jaar vastgesteld. De in die begrotingen opgenomen begrotingsartikelen worden toegelicht in onderdeel B (Begrotingstoelichting) van deze memorie van toelichting en wel in de paragraaf inzake de agentschappen.

De Minister van Defensie, J.A. Hennis-Plasschaert

B. BEGROTINGSTOELICHTING

1.

LEESWIJZER

7

     

2.

HET BELEID

10

     

2.1.

De beleidsagenda 2015

10

 

Financiële gevolgen

18

 

Inzetbaarheidsdoelstellingen Defensie

19

 

Overzicht beleidsdoorlichtingen

21

 

Garanties en achterborgstellingen

23

     

2.2.

De beleidsartikelen

26

     

2.2.1.

Beleidsartikel 1: Inzet

26

 

Algemene doelstelling

26

 

Rol en verantwoordelijkheid Minister

26

 

Beleidswijzigingen

26

 

Budgettaire gevolgen van beleid en budgetflexibiliteit

27

 

Toelichting op de financiële instrumenten

27

     

2.2.2.

Beleidsartikel 2: Taakuitvoering zeestrijdkrachten

34

 

Algemene doelstelling

34

 

Rol en verantwoordelijkheid Minister

34

 

Indicatoren algemene doelstelling

34

 

Beleidswijzigingen

34

 

Budgettaire gevolgen van beleid en budgetflexibiliteit

35

 

Toelichting op de financiële instrumenten

36

     

2.2.3.

Beleidsartikel 3: Taakuitvoering landstrijdkrachten

38

 

Algemene doelstelling

38

 

Rol en verantwoordelijkheid Minister

38

 

Indicatoren algemene doelstelling

38

 

Beleidswijzigingen

40

 

Budgettaire gevolgen van beleid en budgetflexibiliteit

41

 

Toelichting op de financiële instrumenten

41

     

2.2.4.

Beleidsartikel 4: Taakuitvoering luchtstrijdkrachten

43

 

Algemene doelstelling

43

 

Rol en verantwoordelijkheid Minister

43

 

Indicatoren algemene doelstelling

43

 

Beleidswijzigingen

44

 

Budgettaire gevolgen van beleid en budgetflexibiliteit

45

 

Toelichting op de financiële instrumenten

45

     

2.2.5.

Beleidsartikel 5: Taakuitvoering marechaussee

47

 

Algemene doelstelling

47

 

Rol en verantwoordelijkheid Minister

47

 

Indicatoren algemene doelstelling

47

 

Beleidswijzigingen

49

 

Budgettaire gevolgen van beleid en budgetflexibiliteit

50

 

Toelichting op de financiële instrumenten

50

     

2.2.6.

Beleidsartikel 6: Investeringen krijgsmacht

52

 

Algemene doelstelling

52

 

Rol en verantwoordelijkheid Minister

52

 

Beleidswijzigingen

52

 

Budgettaire gevolgen van beleid en budgetflexibiliteit

54

 

Toelichting op de financiële instrumenten

55

     

2.2.7.

Beleidsartikel 7: Ondersteuning krijgsmacht door Defensie Materieel Organisatie

67

 

Algemene doelstelling

67

 

Rol en verantwoordelijkheid Minister

67

 

Beleidswijzigingen

67

 

Budgettaire gevolgen van beleid en budgetflexibiliteit

67

 

Toelichting op de financiële instrumenten

68

     

2.2.8.

Beleidsartikel 8: Ondersteuning krijgsmacht door Commando DienstenCentra

69

 

Algemene doelstelling

69

 

Rol en verantwoordelijkheid Minister

69

 

Beleidswijzigingen

69

 

Budgettaire gevolgen van beleid en budgetflexibiliteit

69

 

Toelichting op de financiële instrumenten

70

     

2.3.

De niet-beleidsartikelen

72

     

2.3.1.

Niet-beleidsartikel 9: Algemeen

72

 

Algemene doelstelling

72

 

Budgettaire gevolgen

72

 

Toelichting op de financiële instrumenten

72

     

2.3.2.

Niet-beleidsartikel 10: Centraal Apparaat

73

 

Algemene doelstelling

73

 

Budgettaire gevolgen

73

 

Toelichting op de financiële instrumenten

73

     

2.3.3.

Niet-beleidsartikel 11: Geheime uitgaven

79

     

2.3.4.

Niet-beleidsartikel 12: Nominaal en onvoorzien

80

     

3.

BATEN-LASTENAGENTSCHAPPEN

81

     

3.1.

Defensie Telematica Organisatie (DTO)

81

3.2.

Dienst Vastgoed Defensie (DVD)

85

3.3.

Paresto

90

     

4.

BIJLAGEN

94

     

4.1.

Verdiepingshoofdstuk

94

4.2.

Financieel overzicht wapensystemen

106

4.3.

Overzicht Budget Internationale Veiligheid

111

4.4.

Overzichtsconstructie uitgaven veteranen en uitgaven zorg en nazorg

112

4.5.

Overzicht Cyber

116

4.6.

Overzicht Subsidies

118

4.7.

Overzicht Evaluaties

120

4.8.

Toezichtrelaties en ZBO/RWT’s

121

4.9.

Moties en toezeggingen

122

4.10.

Lijst van afkortingen

136

1. LEESWIJZER

Op 20 april 2011 is de aanpassing van de presentatie van de Rijksbegroting onder de naam «Verantwoord Begroten» in de Tweede Kamer behandeld (Kamerstukken II, 31 865, nr. 26 (https://zoek.officielebekendmakingen.nl/kst-31865-26.html)). De nieuwe presentatie geeft meer inzicht in de financiële informatie, de rol en verantwoordelijkheid van de Minister en laat een duidelijke splitsing tussen apparaat en programma zien. In deze begroting zijn alle begrotingsartikelen ingevuld volgens de nieuwe voorschriften, inclusief de aanpassing van de tabel Budgettaire gevolgen van beleid.

Groeiparagraaf

De begroting 2015 bevat ten opzichte van de begroting 2014 de volgende wijzigingen:

  • Vanaf 2015 is het Budget Internationale Veiligheid (BIV) overgeheveld van de begroting voor Buitenlandse Handel & Ontwikkelingssamenwerking (BH&OS) naar de begroting van Defensie. Vanuit dit budget worden middelen op het terrein van hervorming van de veiligheidssector, bescherming burgers in fragiele staten, rechtstaatontwikkeling en capaciteitsopbouw jaarlijks overgeheveld naar BH&OS en BZ. Besluitvorming wordt interdepartementaal voorbereid en uitgevoerd. Hiermee blijft het geïntegreerde karakter van de inzet van diplomatieke, civiele en/of militaire activiteiten uit het BIV gewaarborgd. Vanwege deze wijziging zijn de toelichtingen per missie verplaatst van het verdiepingshoofdstuk naar beleidsartikel 1 Inzet en is bijlage 3 «Overzicht Budget Internationale Veiligheid» toegevoegd aan de begroting 2015;

  • De beleidsartikelen 2, 3, 4, 5, 7 en 8 kregen bij de invoering van «Verantwoord Begroten» de status van «Grote Uitvoerende Dienst». Voor deze status en uitzondering heeft het Ministerie van Financiën toestemming verleend. De reden hiervoor is de wens om de diverse defensieonderdelen herkenbaar te laten terugkomen in de begroting. Tevens is het financiële belang als criterium gehanteerd. Het gevolg hiervan is dat in deze artikelen zowel programma- als apparaatsuitgaven zijn opgenomen. De onderverdeling van de apparaatsuitgaven is in overeenstemming gebracht met de definities uit de Rijksbegrotingsvoorschriften;

  • Naar aanleiding van de motie Günal-Gezer/Eijsink (Kamerstuk 33 750-X, nr. 24) is additionele informatie over de CODEMO-regeling (Commissie Defensie Materieel Ontwikkeling) opgenomen in artikel 6 Investeringen krijgsmacht;

  • De bijlage «Volumes per rang en schaal defensiebreed» is vervallen en deze informatie is verwerkt in een overzicht van de gemiddelde jaarsterkte van militairen en burgers in artikel 10 Centraal apparaat, zoals toegezegd in het wetgevingsoverleg over het jaarverslag van Defensie op 24 juni 2014;

  • In Bijlage 4.2 is een Financieel overzicht Wapensystemen toegevoegd. De financiële onderbouwing van de nota «In het belang van Nederland» (Kamerstuk 33 763, nr. 1) berustte mede op de wapensysteemsjablonen met de investeringen, de relevante exploitatie en de ontvangsten van de wapensystemen. Met de brief Inzicht in kosten en uitgaven van wapensystemen en het plan van aanpak daarvoor (Kamerstuk 33 763, nr. 27) is gemeld hoe Defensie haar financiële duurzaamheid op langere termijn structureel zal verankeren in de bedrijfsvoering. Daarbij is toegezegd dat de Ontwerpbegroting 2015 het geactualiseerde inzicht naar wapensystemen zal bieden met daarbij ook een aansluiting op de bestaande begrotingsindeling. Dat gebeurt met deze bijlage.

Beleidsartikelen

In beleidsartikel 1 Inzet wordt de inzet van de krijgsmacht verantwoord. Dit betreft de bijdragen van Defensie aan crisisbeheersingsoperaties, contributies aan common funded Navo en EU-operaties, inzet voor nationale en koninkrijkstaken en overige inzet. Het artikel bevat ook een overzicht voor de structurele inzet die in andere beleidsartikelen is verantwoord, bijvoorbeeld door de Koninklijke Marechaussee, de Explosieven Opruimingsdienst Defensie en de Kustwachten. Tevens worden vanaf 2015 de middelen van BH&OS en BZ in het kader van BIV op dit artikel geraamd.

In de beleidsartikelen 2 tot en met 5 wordt de taakuitvoering geraamd voor zeestrijdkrachten (CZSK), landstrijdkrachten (CLAS), luchtstrijdkrachten (CLSK), de marechaussee (KMar) en de aan hen gemandateerde inzet, voor zover deze niet valt onder artikel 1. In beleidsartikel 6 zijn de investeringen opgenomen voor de krijgsmacht, te weten investeringen voor materieel, infrastructuur, ICT, wetenschappelijk onderzoek en bijdragen aan de Navo-investeringen. Daarnaast zijn de verkoopopbrengsten voor afstoting van materieel en infrastructuur in dit beleidsartikel opgenomen.

In de beleidsartikelen 7 Ondersteuning door Defensie Materieel Organisatie (DMO) en 8 Ondersteuning door Commando DienstenCentra (CDC) zijn de uitgaven, verplichtingen en ontvangsten geraamd voor de ondersteunende en dienstverlenende defensieorganisaties.

Niet-beleidsartikelen

In het niet-beleidsartikel 9 Algemeen worden de niet specifiek aan een defensieonderdeel toe te wijzen programma-uitgaven opgenomen. In het niet-beleidsartikel 10 Centraal apparaat worden de uitgaven ten behoeve van het centrale apparaat van Defensie begroot, waaronder voor de Bestuursstaf en de Militaire Inlichtingen- en Veiligheidsdienst (MIVD), alsmede de niet aan een specifiek artikel toe te wijzen apparaatsuitgaven voor pensioenen en wachtgelden. Ten slotte worden in de niet-beleidsartikelen 11 en 12 de Geheime uitgaven respectievelijk de ramingen voor Nominaal en onvoorzien opgenomen.

Overig

In de begroting worden ook de ramingen voor de baten-lastenagentschappen Defensie Telematica Organisatie, de Dienst Vastgoed Defensie en Paresto weergegeven. Daarnaast is in de bijlagen informatie opgenomen over de mutaties, de wapensystemen, het budget internationale veiligheid, de uitgaven voor veteranen en de uitgaven voor zorg en nazorg, cyber, subsidies, evaluaties, de toezichtrelaties en ZBO/RWT’s alsmede moties en toezeggingen.

De begroting van het Ministerie van Defensie is ook digitaal beschikbaar op de website www.rijksbegroting.nl. Om de toegankelijkheid verder te vergroten zijn in de digitale versie, waar mogelijk, hyperlinks aangebracht naar de achterliggende documenten.

Defensie Materieelprojectenoverzicht

Zoals gebruikelijk ontvangt de Kamer op Prinsjesdag het Materieelprojectenoverzicht (MPO). Hierin wordt per project meer gedetailleerde informatie gegeven dan in de begroting. Zo wordt de samenhang met het defensiebeleid en met andere projecten duidelijk gemaakt. In het MPO zijn de lopende en de geplande strategische materieelprojecten opgenomen met een financiële omvang van meer dan € 25 miljoen, evenals de politiek gevoelige projecten. Daarnaast wordt ingegaan op af te stoten materieel. In deze begroting worden daarom alleen de grotere projectwijzigingen verder toegelicht. Defensie werkt momenteel aan een herziening van het Defensie Materieel Proces (DMP).

2. HET BELEID

2.1 DE BELEIDSAGENDA 2015

Inleiding

De internationale veiligheidssituatie is voortdurend aan verandering onderhevig. Zo zijn de conflicten in het Midden-Oosten en Oekraïne evenals de situatie in Noord-Afrika en de Sahel-regio zeer zorgwekkend. Deze ontwikkelingen zijn ook van invloed op de Nederlandse belangen, direct of indirect. Zij onderstrepen de noodzaak van een betrouwbare en slagvaardige krijgsmacht. Het is dan ook van belang dat de Nederlandse krijgsmacht zo goed mogelijk kan omgaan met uiteenlopende dreigingen en risico’s, nu en in de toekomst.

Het kabinet heeft besloten om extra geld vrij te maken voor Defensie.

Het gaat om € 50 miljoen in 2015, € 150 miljoen in 2016 en vanaf 2017 € 100 miljoen per jaar. De aanwending van de extra middelen berust op de uitgangspunten zoals uiteengezet in de nota In het belang van Nederland. Centraal staan operationele en financiële duurzaamheid, toekomstbestendigheid en de verdere intensivering van samenwerkingsverbanden, nationaal en internationaal. Met het extra budget kan het militaire handelingsvermogen worden versterkt.

Personeel is de meest kritische succesfactor van de krijgsmacht. Het personeel moet goed geoefend en met voldoende materieel van goede kwaliteit haar werk kunnen doen. Tegelijkertijd ondergaat Defensie al jarenlang grootscheepse veranderingen. Die veranderingen hebben onmiskenbaar hun weerslag op het personeel en de organisatie gehad. Het merendeel van de reorganisaties, die met de beleidsbrief van 2011 in gang zijn gezet, wordt in 2014 voltooid. Maar ook in 2015 staat er nog het nodige te gebeuren. De inspanningen om de bedrijfsvoering verder te verbeteren, worden de komende jaren onverminderd voortgezet.

Met ingang van 2015 zal het Budget Internationale Veiligheid (BIV) van de begroting van Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking (BH&OS) naar de begroting van Defensie worden overgedragen. De geïntegreerde benadering blijft onveranderd het uitgangspunt.

Inzetbaarheidsdoelstellingen

De krijgsmacht verdedigt het eigen en het bondgenootschappelijk grondgebied, bevordert de internationale stabiliteit en rechtsorde, voorziet in noodhulp bij rampen en humanitaire crises en beschermt de belangen van het Koninkrijk. Ook in 2015 is de krijgsmacht daarvoor inzetbaar. De inzetbaarheidsdoelstellingen, zoals verwoord in de nota In het belang van Nederland, zijn hierbij leidend. In 2015 is er vanzelfsprekend blijvende aandacht voor het op peil brengen van munitie en reservedelen.

Zoals bekend, is de gewenste inzetbaarheid van helikopters de afgelopen jaren niet gerealiseerd. Vooral de vertraagde invoering van de NH-90 springt hierbij in het oog. De vraag naar helikopters overtreft al geruime tijd de beschikbare capaciteit. De verbetering van de helikoptercapaciteit blijft in 2015 dan ook een belangrijk punt van aandacht. De helikopter is immers een kritische capaciteit, die ook in internationaal verband schaars is.

Zoals toegezegd, ontvangt de Kamer bij zowel begroting als jaarverslag een rapportage over de mate waarin Defensie aan de inzetbaarheidsdoelstellingen kan voldoen.

Internationale inzet

In 2015 lopen verschillende mandaten af van Nederlandse bijdragen aan internationale missies. Besluitvorming hierover is in de tweede helft van 2014 of in 2015 voorzien.

De Navo bereidt zich voor op de nieuwe missie Resolute Support in Afghanistan. Deze missie ziet per 1 januari 2015 toe op het trainen, adviseren en assisteren om de resultaten van de ISAF-missie te consolideren. Het kabinet heeft tot deelneming besloten. Ontplooiing van de Nederlandse bijdrage zal pas plaatsvinden als Afghanistan een Bilateral Security Agreement met de Verenigde Staten heeft gesloten en een Status of Forces Agreement met de Navo heeft getekend.

De Patriotmissie in Turkije (Ballistic Missile Defence Taskforce) zal niet nogmaals worden verlengd. De Nederlandse Patriot-systemen blijven nog tot eind januari 2015 gestationeerd in Turkije.

Nederland is voornemens actief te blijven op het gebied van piraterijbestrijding. Een besluit over een Nederlandse bijdrage aan de Navo-operatie Ocean Shield en de EU-operatie Atalanta in 2015 is voorzien voor de tweede helft van 2014. In het kader van de geïntegreerde benadering neemt Nederland ook deel aan andere EU-missies in de Hoorn van Afrika, te weten EUCAP Nestor en EUTM Somalië. Ook blijft Defensie Vessel Protection Detachments (VPD’s) inzetten ter bescherming van de Koninkrijksgevlagde koopvaardij.

Sinds januari 2014 neemt Nederland deel aan de VN-missie in Mali, MINUSMA. Het belangrijkste doel van de militaire bijdrage is om, binnen MINUSMA, een goede en overdraagbare inlichtingenketen op te zetten. De Nederlandse militaire bijdrage bestaat uit analisten en inlichtingenpersoneel voor de hoofdkwartieren in Bamako en Gao. Ook levert Nederland een verkenningseenheid die vanuit Gao opereert. Op het vliegveld nabij Gao is voorts een helikopterdetachement met vier Apache-gevechtshelikopters gestationeerd. In maart 2014 heeft het kabinet tevens besloten om drie Chinook-transporthelikopters aan het Nederlandse contingent toe te voegen.

In 2015 heeft Nederland een leidende rol in de aansturing van de Immediate Response Force (IRF) van de NATO Response Force (NRF). Alle operationele commando’s leveren een bijdrage. Voor de IRF zal Nederland, gedurende het hele jaar, samen met België, via de organisatie van Admiral Benelux, het commando voeren over de Standing NATO Mine Counter Measures Group 1 (SNMCMG 1). Daarnaast stelt Defensie twee keer een mijnenjager beschikbaar aan de IRF voor een periode van drie tot vier maanden, te weten vanaf maart en vanaf augustus. Tevens zal worden bezien welke bijdrage Defensie kan leveren aan de Standing NATO Maritime Group 1 (SNMG 1). Verder vervult het hoofdkwartier van het Duits-Nederlandse legerkorps de rol van Land Component Command. Daarnaast neemt Nederland deel met een brigadestaf, een samengestelde bataljonstaakgroep, gevechtsondersteuning, acht F-16’s, drie Chinook-helikopters, vier Apaches, een C-130 transportvliegtuig en stafcapaciteit van het Commando Luchtstrijdkrachten (CLSK). In de tweede helft van 2015 is tevens een Nederlandse onderzeeboot beschikbaar voor de Response Forces Pool (RFP). Het totaaloverzicht van de missies waaraan Nederland in 2015 deelneemt, is opgenomen in Artikel 1.

Nationale inzet

Nationale inzet ter ondersteuning van civiele autoriteiten is één van de hoofdtaken van Defensie. Civiele partners en Defensie weten elkaar steeds beter te vinden. Ook wint de samenwerking, bijvoorbeeld in de voorbereiding op crisissituaties, aan kwaliteit. Ter versterking van de civiel-militaire samenwerking (VCMS) blijven de inspanningen gericht op het verder intensiveren van gezamenlijke opleiden, trainen en oefenen inclusief simulatie. Steeds weer zal worden gekeken naar mogelijkheden om de professionalisering van de crisisbeheersing en rampenbestrijding verder te bevorderen. De samenwerking tussen Defensie en de Nationale Politie verdient bijzondere aandacht. Die samenwerking moet leiden tot een doeltreffende en doelmatige bijdrage aan de nationale veiligheid, waarbij onnodige duplicatie van capaciteiten wordt voorkomen.

Personeel

Zoals gezegd, hebben de veranderingen van de afgelopen jaren onmiskenbaar hun weerslag gehad op het personeel en de organisatie. Het aanhoudende beroep op een kleiner wordende krijgsmacht is voelbaar. Zorg voor het personeel staat dan ook centraal in 2015.

Zo gaat Defensie de personeelszorg verbeteren door P&O-capaciteit op de werklocaties dichterbij de medewerkers te brengen. Hierdoor kunnen medewerkers direct geholpen worden bij specifieke vragen en problemen. Ook andere punten van onvrede worden aangepakt, zoals het verplicht solliciteren in de onderbouw en de maximale functieduur.

Ook worden tekortkomingen in de eerstelijns medische verzorging in overleg met de bonden opgelost en worden de voorzieningen toegankelijker voor het personeel. Hierbij gaat het onder andere om de introductie van de mobiele tandheelkundige zorg en het oprichten van een afdeling bedrijfsgeneeskundige zorg bij het Coördinatiecentrum Expertise Arbeidsomstandigheden en Gezondheid.

Beperkingen in de oefenmogelijkheden dragen niet bepaald bij aan de motivatie. Een aantal van de voorgestelde materiële intensiveringen is dan ook gericht op het ondervangen van deze tekortkomingen, zoals het reactiveren van extra Cougar-helikopters en de aanschaf van extra Bushmasters. Defensie investeert voorts in specialistische functies voor de verwerving van materieel.

De agenda voor de toekomst van het personeelsbeleid komt in het najaar van 2014 beschikbaar. Zoals beschreven in de nota In het belang van Nederland berust het personeelsbeleid van de toekomst op de pijlers aanpassingsvermogen, samenwerking, vulling en betaalbaarheid. Deze pijlers worden ondersteund met toekomstbestendige arbeidsvoorwaarden. Defensie sluit, waar mogelijk, aan bij het rijksbrede P&O-beleid.

Door onder meer de verdere ontwikkeling van het flexibel personeelssysteem en een intensievere inzet van reservisten, beoogt Defensie haar aanpassingsvermogen verder te vergroten. Ook versterkt Defensie de samenwerking met andere overheidsdiensten, het bedrijfsleven, onderwijsinstellingen en internationale partners. Die samenwerking richt zich vooral op opleidingen en de door- dan wel uitstroom van personeel.

Met de inwerkingtreding van het Veteranenbesluit is ook de Veteranenwet van kracht geworden. Tevens is het Veteranenloket geopend. Dit zijn belangrijke impulsen voor de bijzondere zorg voor veteranen.

Het personeelsbudget van Defensie berust op de gemiddelde jaarsterkte van het personeel bij de defensieonderdelen. Zoals toegezegd in het wetgevingsoverleg over het jaarverslag op 24 juni jl., is een overzicht van deze gemiddelde jaarsterkten opgenomen bij beleidsartikel 10.

Verbetering slagkracht krijgsmacht

De nota In het belang van Nederland beoogt meer evenwicht te bereiken tussen ambities, capaciteiten, activiteiten en de beschikbare financiële middelen. Met het extra geld dat vanaf 2015 beschikbaar komt, wordt Defensie in staat gesteld verdere maatregelen te treffen om de inzetbaarheid en het voortzettingsvermogen, en daarmee de slagkracht, van de krijgsmacht te verbeteren.

  • Helikoptercapaciteit is schaars, zowel in Nederland als daarbuiten. Vanwege het achterblijven van de NH90-capaciteit neemt Defensie voor de transporttaken extra Cougar-helikopters opnieuw in gebruik. Dit in aanvulling op de huidige acht Cougar-toestellen. Ook breidt Defensie de Chinook-capaciteit uit. Voorts investeert Defensie in een multidisciplinaire helikoptersimulator waarmee, voor alle Nederlandse helikoptertypen, complexe missies kunnen worden geoefend.

  • Defensie schaft twintig extra Bushmaster-pantservoertuigen aan voor de verbetering van het voortzettingsvermogen van het Commando Landstrijdkrachten, het Korps Commando Troepen en het Korps Mariniers. Met de extra Bushmasters kunnen eenheden beter worden getraind voor missies en zijn meer eenheden inzetbaar met hetzelfde voertuigtype.

  • De informatie die wordt vergaard met onbemande systemen is van grote waarde voor de commandant te velde. Daarom investeert Defensie in de nieuwste generatie tactische onbemande luchtsystemen. Hiermee beschikken grondtroepen over betere en real time informatie.

  • Cyberaanvallen en -spionage leiden tot ernstige verstoringen van onze samenleving. Defensie investeert dan ook verder in de kennis en deskundigheid van haar personeel en in capaciteit ten behoeve van datavergaring en analyse.

  • Goede bescherming tegen gevaarlijke stoffen (CBRN) verbetert de inzetbaarheid van militairen in een missiegebied of ten behoeve van de nationale veiligheid. Met een nieuwe generatie CBRN-uitrusting voor de individuele militair blijft slagvaardig optreden mogelijk.

  • De munitievoorraad voor inzet is en blijft een belangrijk punt van aandacht. Er wordt gewerkt aan een Beleidskader Inzetnormen. De munitievoorraden voor belangrijke zee-, land- en luchtwapensystemen worden verder aangevuld.

  • De inzet van eenheden bij missies leidt tot een verhoogd verbruik van reservedelen. Het hanteren van een minimale voorraad leidt tot tekorten bij de niet-ingezette eenheden. Dit gaat ten koste van de geoefendheid en de reactietijd en daarmee ten koste van het voorzettingsvermogen. De reservedelenvoorraad wordt daarom verder aangevuld. Voor 2016 zijn bovendien incidenteel extra middelen gereserveerd voor munitie en reservedelen.

  • Het is van cruciaal belang om over specialistische kennis te beschikken voor de verwerving van materieel. Defensie investeert in specialistische functies op relevante plekken (smart buyers/specifiers).

  • Moderne wapensystemen verzamelen en verwerken grote hoeveelheden informatie. Ook in de toekomst moet Defensie in staat blijven de informatie van uiteenlopende systemen bijeen te brengen, te verwerken en te analyseren. Defensie investeert daarom in de benodigde personele deskundigheid evenals systemen die dergelijke analyses mogelijk maken.

  • Om aan de toenemende vraag naar informatie over risicogebieden en (potentiële) inzetgebieden te kunnen voldoen, is het essentieel dat Defensie zelf inlichtingen kan vergaren en verwerken. De MIVD wordt versterkt met relevante personele capaciteit. Ook wordt er geïnvesteerd in specialistische IV/ICT.

  • Samenwerking, nationaal en internationaal, is essentieel in een operationele omgeving. Met uiteenlopende ICT-systemen en softwarepakketen moet bij voorkeur worden gebruikgemaakt van een gestandaardiseerde structuur waarmee naadloos kan worden voorzien in de uitwisseling van data en informatie. Dit maakt een volledig geïntegreerde en eenvoudiger commandovoering, evenals betere ondersteuning van de logistiek, mogelijk. Daarom investeert Defensie in meer en betere middelen die de mogelijkheden van «genetwerkt optreden» (Network Enabled Capabilities) vergroten.

  • Een beperkt deel van het extra budget wordt vrijgemaakt om enkele knelpunten weg te nemen die het personeel ervaart in de bedrijfsvoering. Dit betreft verbeteringen op het gebied van infrastructuur, zoals legering, en IV/ICT-ondersteuning zoals selfservice faciliteiten.

Innovatie

Defensie heeft nu en in de toekomst behoefte aan modern, kwalitatief hoogwaardig en betaalbaar materieel. Het materieel moet voorts breed toepasbaar zijn en over een groot aanpassingsvermogen beschikken. Het op de voet volgen van ontwikkelingen, om risico’s en bedreigingen een stap voor te blijven, is essentieel. Defensie wil dan ook verder investeren in kennisopbouw en technologieontwikkeling. De geactualiseerde Strategie Kennis- en Innovatieagenda (SKIA), die begin 2015 beschikbaar komt, geeft daar richting aan.

Een intensiever gebruik van de mogelijkheden die Concept Development and Experimentation (CD&E) biedt, zorgt ervoor dat nieuwe capaciteiten en concepten beter voldoen aan de wensen van de gebruiker. Defensie versterkt de CD&E-capaciteit om technologische toepassingen, gekoppeld aan operationele behoeften, in een vroeg stadium te kunnen testen. Dit komt tevens ten goede aan het concurrentievermogen van de Nederlandse industrie. Hiermee geeft Defensie tevens gestalte aan een belangrijke doelstelling van de geactualiseerde Defensie Industrie Strategie (DIS).

Ook de CODEMO-regeling (Commissie Defensie Materieel Ontwikkeling) is in dat kader een aansprekend instrument. Deze regeling wordt vooral ingezet voor innovatieve productontwikkeling met het Midden- en Kleinbedrijf (MKB).

Om het innovatieve vermogen van Defensie verder te vergroten, werkt

Defensie vanzelfsprekend nauw samen met kennisinstellingen en het bedrijfsleven.

Investeringen

Defensie investeert in de toekomstbestendigheid van de krijgsmacht. Hiervoor worden instandhoudingsprogramma’s gehanteerd, vervangingsinvesteringen gedaan en nieuwe technieken en wapensystemen aangeschaft. Het is de bedoeling dat het investeringspercentage vanaf 2016 weer de streefwaarde van 20 zal benaderen. In de brief over de ontwikkeling van het investeringspercentage van 2 juli jl. zijn de initiatieven daartoe uiteengezet (Kamerstuk 33 750-X, nr. 68).

Voorbeelden van investeringsprojecten die in 2015 de aandacht hebben:

  • Defensie bereidt de instroom voor (vanaf 2019) van de F-35. Daartoe zal Defensie in 2015 aan het F-35 Joint Program Office (JPO) melden voor welk aantal toestellen de eerste financiële verplichtingen kunnen worden aangegaan. De Kamer wordt daarover begin 2015 geïnformeerd.

  • In 2014 is het proces gestart voor de verwerving van een MALE UAV-systeem. Dit proces zal in 2015 worden voortgezet.

  • Defensie investeert in raketverdediging door de SMART-L radars aan boord van de Luchtverdedigings- en Commandofregatten te moderniseren. Hierdoor beschikt Defensie vanaf 2018 over capaciteit om ook ballistische raketten op zeer grote afstand te detecteren en ze gedurende de hele baan – ook buiten de atmosfeer – te kunnen volgen.

  • Zoals bekend, wordt het Defensie Cyber Commando (DCC) versneld opgericht. Het DCC moet eind 2015 operationeel zijn. De werving en opleiding van personeel zijn in volle gang.

  • Defensie verbetert de bescherming van personeel en materieel door Counter-IED maatregelen een structurele plek in de organisatie te geven.

  • Ook het Verbeterd Operationeel Soldaat Systeem (VOSS) heeft tot doel de overlevingskansen van de militair te laten toenemen. Tevens wordt hiermee de commandovoering versterkt. De mobiliteit, de effectiviteit en het voortzettingsvermogen van de individuele militair nemen daarmee toe.

  • Vanwege hun specifieke eigenschappen zijn de onderzeeboten van de Walrusklasse een waardevolle nichecapaciteit voor de Navo en de EU. Defensie werkt aan een visie op de toekomst van de onderzeedienst.

Joint

Defensie blijft zoeken naar mogelijkheden om de samenwerking en integratie van capaciteiten, middelen en eenheden verder te intensiveren. Zo beoogt de krijgsmacht een joint aansturing van speciale eenheden, zowel bij opleiding en training als bij inzet. Op deze wijze kunnen schaarse middelen doelmatiger worden gebruikt. Tevens wordt gewerkt aan een command and control capaciteit die eenvoudiger te koppelen is aan systemen van partnerlanden.

De MIVD en de AIVD werken aan de verdere ontwikkeling van de Joint Sigint Cyber Unit, de vorming van een gezamenlijke eenheid voor veiligheidsonderzoeken en het optimaliseren van de operationele samenwerking. Ook bezien zij de mogelijkheden van gezamenlijke huisvesting. De samenwerking in het nationale en internationale inlichtingen- en veiligheidsnetwerk wordt verder geïntensiveerd. Nationaal gaat het om het gehele netwerk van inlichtingen- en veiligheidsorganisaties, zoals JISTARC, de AIVD, de NCTV en het NCSC. Internationaal worden contacten met partnerdiensten, waar mogelijk, versterkt. De organisatie van de MIVD zal verder worden aangepast om de informatiestromen, die beschikbaar komen met de introductie van nieuwe sensoren en onbemande systemen, aan te kunnen. Meer in het algemeen geldt dat het informatie-gestuurd optreden in rap tempo terrein wint. Zonder inlichtingen is een militaire operatie niet mogelijk.

Internationale defensiesamenwerking

Onze belangen zijn verknoopt met de wereld om ons heen. Om dreigingen en risico’s het hoofd te kunnen blijven bieden, is verdere verdieping van de defensiesamenwerking noodzakelijk. Hiermee kunnen de inzetbaarheid en het voortzettingsvermogen worden versterkt en kunnen ontbrekende capaciteiten worden gecompenseerd. Wel moet duidelijk zijn dat internationale samenwerking een proces is dat tijd vergt. Ook moeten de partners elkaar voldoende te bieden hebben. Voorts gaat de kost niet zelden voor de baat uit.

De Navo en de EU vormen het voornaamste multilaterale raamwerk voor zowel de inrichting als de inzet van de krijgsmacht.

De Navo richt zich in 2015 op de versterking van capaciteiten en zal daartoe initiatieven zoals Smart Defence, het Connected Forces Initiative (CFI) en het Framework Nations Concept voortzetten en verder ontwikkelen. Nederland zal daarin een zeer actieve rol blijven spelen. En dat geldt ook voor de versterking van het Navo-defensieplanningsproces. Dit proces kan nog veel meer worden toegesneden op een multinationale aanpak van de militaire tekorten.

Midden 2015 zal de Europese Raad de voortgang beoordelen van de afspraken die zijn gemaakt op het gebied van veiligheid en defensie. Dit betreft onder meer de vergroting van de effectiviteit van het Gemeenschappelijk Veiligheids- en Defensiebeleid (GVDB), de capaciteitenversterking en de bevordering van een goed functionerende defensiemarkt en industrie. De capaciteitenversterking, gericht op het bundelen van de krachten en schaalvoordelen, verdient bijzondere aandacht. Ook de harmonisering van beleid en planning ten behoeve van de ontwikkeling en de verwerving van capaciteiten (Policy Framework) heeft de volle aandacht.

Bilaterale samenwerking is evenzeer van groot belang. Zo zal de samenwerking met Duitsland zich onder meer richten op de verdere ontwikkeling van het Duits-Nederlandse Legerkorpshoofdkwartier tot een Joint Task Force (land) hoofdkwartier voor de Navo. Daarnaast zullen stappen worden gezet voor de integratie van de Grondgebonden Lucht- en Raketverdediging en de vuursteuneenheden. De inbedding van de luchtmobiele brigade in de Division Schnelle Kräfte (DSK) zal verder vorm krijgen. Ook met België en Luxemburg zal Defensie de samenwerking verder uitbouwen. In 2015 kunnen de parlementen van België en Nederland zich buigen over een verdrag dat voorziet in de gezamenlijke luchtruimbewaking. De samenwerking met het Verenigd Koninkrijk wordt verder geïntensiveerd door Nederlandse deelname aan de Joint Expeditionary Force. Hiertoe is in september 2014 een Letter of Intent ondertekend. Ook de samenwerking met onder meer Denemarken, Frankrijk, Noorwegen en de Verenigde Staten zal worden voortgezet.

Mede met het oog op de (mogelijke) besluitvorming over de gezamenlijke (snelle) inzet van militaire eenheden en capaciteiten, wordt de betrokkenheid van de nationale parlementen cruciaal geacht. Dit onderwerp wordt dan ook betrokken bij de voorbereidingen voor het Nederlandse EU-voorzitterschap in de eerste helft van 2016.

Eind 2015 zal duidelijkheid worden geboden over de mogelijkheden van gezamenlijk gebruik van het Joint Support Ship (JSS) en de hiervoor benodigde internationale partner(s).

Verbeteringen en veranderingen in de bedrijfsvoering

Met de nota In het belang van Nederland zijn maatregelen aangekondigd die decentraal worden uitgevoerd, in de begroting zijn verwerkt en elk een eigen planning hebben. Over de voortgang van de maatregelen wordt u geïnformeerd in een afzonderlijke brief.

Zoals bekend, werkt Defensie langs verschillende lijnen aan verbeteringen en veranderingen in de bedrijfsvoering. In overeenstemming met het advies van de Algemene Rekenkamer richt Defensie zich op een gedoseerde en consistente aanpak. De trajecten kennen een eigen planning en dynamiek. Soms is sprake van beïnvloeding of afhankelijkheid, vaak ook niet. Waar trajecten onafhankelijk van elkaar en op verschillende plekken in de organisatie kunnen worden uitgevoerd, gebeurt dat. Waar dat niet kan, geldt de onderstaande prioritering.

• IV/ICT

De effectiviteit van de bedrijfsvoering en de operationele inzet is afhankelijk van tijdige en betrouwbare informatie. Defensie heeft onderzoek laten doen naar de staat van de IV/ICT. Maatregelen zijn nodig. Het verbetertraject omvat de modernisering en het robuuster maken van de ICT-infrastructuur, de herijking van het sourcingstraject, de opstelling van een toekomstvisie IV/ICT en de herziening van de besturing. De dekking voor het oplossen van de problemen is gereserveerd op artikel 6: Investeringen Krijgsmacht onder Opdracht voorzien in ICT.

• Enterprise Resource Planning

ERP ondersteunt de bedrijfsvoering. De basisvoorzieningen zullen in 2015 worden voltooid. ERP is gebaat bij een goede werking van de IV/ICT-infrastructuur. Aanvullende activiteiten voor ERP zullen in samenhang met het plan van aanpak IV/ICT worden bezien.

• Financiële duurzaamheid

Defensie werkt in 2015 verder aan de financiële duurzaamheid. Dit is van belang om het evenwicht tussen ambities en middelen te kunnen handhaven. Een belangrijk element daarvan is life cycle costing (LCC). In bijlage 4.2 bij deze begroting is het geactualiseerde financieel overzicht wapensystemen opgenomen, conform de bijlage bij de nota In het belang van Nederland. Daarbij wordt tevens de aansluiting op de bestaande begrotingsindeling weergegeven. De inbedding in de bedrijfsvoering (processen en systemen) vergt de komende jaren een niet aflatende inspanning. Dit is eerder uiteengezet in de brief Inzicht in kosten en uitgaven van wapensystemen en plan van aanpak daarvoor van 1 november 2013 (Kamerstuk 33 763, nr. 27).

• Verwervingsketen

Defensie verbetert de verwervingsketen. Het doel is verwervingstrajecten sneller te doorlopen en de regeldruk te verminderen. Het aantal raamovereenkomsten wordt uitgebreid en de samenwerking en informatievoorziening worden verbeterd.

• Technisch personeel

Defensie blijft zich inspannen om voldoende technisch personeel te werven. Vertrouwen is daarbij van groot belang, mede omdat dit segment van de arbeidsmarkt gespannen blijft.

• Reservedelen

Per wapensysteem doen zich verschillende problemen met reservedelen voor. Defensie vult de voorraden reservedelen verder aan om knelpunten op te lossen. Hiertoe zijn, en worden, contracten met leveranciers gesloten.

• Financieel beheer

Door de reorganisatie van het financiële controleveld, waaronder de vorming van het Financieel Administratie en Beheer Kantoor (FABK), is de kwaliteit van het financieel beheer tijdelijk verminderd. De reorganisatie is inmiddels voltooid en Defensie verwacht in 2015 een structurele verbetering.

• Vastgoed

Defensie heeft samen met de Algemene Rekenkamer een review uitgevoerd van het vastgoedbeleid en -management bij Defensie. Defensie wil toe naar een realistisch, overkoepelend vastgoedbeleid waarbij rekening wordt gehouden met rijksbrede ontwikkelingen, zoals de vorming van het Rijksvastgoedbedrijf (RVB). Op basis van de bevindingen van de review werkt Defensie een nieuwe visie op vastgoed uit, die eind 2014 gereed zal zijn. Op 1 juli 2014 is het startsein gegeven voor het Rijksvastgoedbedrijf, waarin de Dienst Vastgoed Defensie grotendeels zal opgaan. Het personeel gaat formeel begin 2015 over naar het Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties.

Financiële gevolgen

In de onderstaande tabel staan de mutaties ten opzichte van de vastgestelde begroting 2014:

TOTAAL DEFENSIE (bedragen x € 1 miljoen)
 

2013

2014

2015

2016

2017

2018

2019

Standen ontwerpbegroting 2014 inclusief NvW

7.702,1

7.602,0

7.476,1

7.449,1

7.458,0

7.409,2

7.427,9

               

Mutaties 1e suppletoire begroting 2014

0,0

285,1

146,4

106,0

101,5

97,0

97,4

               

Stand voorjaarsnota 2014

7.702,1

7.887,1

7.622,5

7.555,1

7.559,6

7.506,2

7.525,3

               

Belangrijkste mutaties

             

1 Doorwerking ontvangsten NCIA en inzet VPD's

   

6,2

6,4

5,8

5,3

5,3

2 Doorwerking verkoopopbrengsten

   

28,3

35,3

46,1

60,1

10,9

3 Financiering vanuit het BIV

   

293,4

250,0

250,0

250,0

250,0

4 Begrotingsoverleg augustus 2014

   

50,0

150,0

100,0

100,0

100,0

Standen ontwerpbegroting 2015

7.702,1

7.887,1

8.000,4

7996,8

7.961,5

7.921,6

7.891,5

1. Doorwerking ontvangsten NCIA en inzet VPD’s

De doorwerking van ontvangsten op de uitgaven heeft betrekking op de bijgestelde ontvangsten door de bijdrage van de gemeente Den Haag voor de uitbreiding van het NATO Communications and Information Agency (NCIA) en de bijdrage vanuit de rederijen voor de inzet van Vessel Protection Detachments (VPD’s).

2. Doorwerking verkoopopbrengsten

Door een aantal recente ontwikkelingen laten de verkoopopbrengsten een positief resultaat zien ten opzichte van de conservatief geraamde opbrengsten. Deze ontvangsten verhogen het kader van investeringen. In deze ramingen zijn onder meer de Zr. Ms. Amsterdam en CV-90 als zekere (100 procent) opbrengst geraamd gezien de status van de contractonderhandelingen.

3. Financiering vanuit BIV

Het Budget voor Internationale Veiligheid (BIV) wordt vanaf 2015 structureel overgeheveld van de begroting voor Buitenlandse Handel & Ontwikkelingssamenwerking (BH&OS) naar de begroting van Defensie. Het budget bedraagt € 293 miljoen in 2015 en € 250 miljoen structureel vanaf 2016. Het budget is onder meer bestemd voor crisisbeheersingsoperaties, de bescherming van burgers in fragiele staten, opleiding en training, hervorming van de veiligheidssector, rechtsstaatontwikkeling, capaciteitsopbouw, oefeningen en luchttransport. Jaarlijks wordt bij Voorjaarsnota de inzet voor de hervorming van de veiligheidssector, de bescherming van burgers in fragiele staten, rechtsstaatontwikkeling en capaciteitsopbouw overgeheveld (€ 60 miljoen) naar het Ministerie van Buitenlandse Zaken en BH&OS. Tevens worden op dat moment de middelen vanuit artikel 1 Inzet beschikbaar gesteld bij de operationele commando’s voor de geplande activiteiten in het kader van het BIV (€ 59,5 miljoen in 2015). In bijlage 4.3 Budget Internationale Veiligheid is een overzicht opgenomen.

4. Begrotingsoverleg augustus 2014

Het kabinet heeft besloten om extra geld vrij te maken voor Defensie. Het gaat om € 50 miljoen in 2015, € 150 miljoen in 2016 en vanaf 2017 € 100 miljoen per jaar. Het extra geld stelt Defensie in staat maatregelen te nemen om de inzetbaarheid en het voortzettingsvermogen van de krijgsmacht te verbeteren. Het grootste deel van het extra geld wordt gebruikt voor maatregelen om de gevechtskracht van de krijgsmacht te versterken. Een ander deel wordt geïnvesteerd in de informatieverwerking, een cruciale capaciteit. De maatregelen zijn verder uitgewerkt in het verdiepingshoofdstuk (bijlage 4.1).

Inzetbaarheidsdoelstellingen Defensie

Vanaf 2015 is de krijgsmacht inzetbaar voor:

  • 1. De verdediging van het eigen en het bondgenootschappelijke grondgebied, inclusief de Caribische delen van het Koninkrijk, zo nodig met alle beschikbare middelen. Deze taak wordt in bondgenootschappelijk verband uitgevoerd. In dat kader kan ook de Navo een beroep doen op Nederland.

  • 2. De deelneming aan operaties wereldwijd ter bevordering van de internationale stabiliteit en rechtsorde, voor noodhulp bij rampen en humanitaire crises en voor de bescherming van de belangen van het Koninkrijk. Deze operaties worden meestal in internationaal verband uitgevoerd, waarbij bijdragen van verschillende partners in samengestelde eenheden worden geïntegreerd. In dat kader kan de krijgsmacht de volgende bijdragen leveren:

    • Op land: Eenmalig een samengestelde taakgroep van brigadeomvang of langdurig een samengestelde taakgroep van bataljonsomvang. Naast de langdurige inzet van een bataljonstaakgroep kunnen gedurende kortere tijd een tweede bataljonstaakgroep en langere tijd kleinere bijdragen worden ingezet (inclusief de presentie in het Caribisch gebied).

    • Op en vanaf zee: Eenmalig een maritieme taakgroep van vijf schepen of langdurig twee schepen afzonderlijk, waarbij vloot en mariniers geïntegreerd optreden.

    • In de lucht: Tot de vervanging van de F-16 – voorzien in 2023 – eenmalig een groep van acht jachtvliegtuigen of langdurig een groep van vier jachtvliegtuigen. Na de vervanging van de F-16 – voorzien in 2023 – eenmalig of langdurig een groep van vier jachtvliegtuigen. Helikopters ondersteunen het optreden op land en zee.

    • Speciale operaties: Langdurige deelneming van compagniesomvang aan een joint taakgroep Special Forces.

    • Cyberoperaties: defensieve en offensieve cybertaken evenals inlichtingenvergaring.

    • Nichecapaciteiten (naast Special Forces en offensieve cybercapaciteit): onderzeeboten, het Duits-Nederlandse Legerkorpshoofdkwartier, Luchttransport, Air-to-Air Refuelling, Patriots en het Civil-Military Interaction commando.

Al deze vormen van inzet zijn inclusief ondersteunende eenheden, zowel de gevechtsondersteuning (combat support) als de logistieke ondersteuning (combat service support). Vooral voor logistieke ondersteuning kan een beroep worden gedaan op internationale partners. Andersom is de ondersteuning van internationale partners door onze krijgsmacht eveneens mogelijk. De inzet van afzonderlijke modules van ondersteunende capaciteiten is ook een optie.

  • 3. Het bijdragen aan de nationale veiligheid onder civiel gezag. In dat kader levert de krijgsmacht de in wettelijke en interdepartementale afspraken vastgelegde bijdragen. Het gaat hierbij om:

    • De uitvoering van structurele nationale taken zoals de politietaken van de Koninklijke Marechaussee, de beveiliging van het Nederlandse luchtruim met jachtvliegtuigen, de coördinatie van en de bijdrage aan de Kustwacht Nederland evenals de hydrografische taak;

    • Het samen met veiligheidspartners kunnen optreden tegen digitale bedreigingen en aanvallen (cybercapaciteit);

    • Militaire bijstand en steunverlening bij handhaving van de rechtsorde, de openbare orde en veiligheid, in het bijzonder met de in de ICMS-catalogus gegarandeerde capaciteiten;

    • Militaire bijstand bij de bestrijding van terrorisme, rampen en crises – zo nodig met alle op dat moment beschikbare eenheden.

  • 4. Een permanente militaire presentie in het Caribisch gebied, zowel voor de verdedigingstaak (zie doelstelling 1) als voor de ondersteuning van lokale en regionale civiele autoriteiten (zie doelstelling 3, in het bijzonder de ondersteuning van de Kustwacht, de regionale drugsbestrijding, de politietaken van de Marechaussee en het beteugelen van woelingen). De permanente presentie bestaat uit een vaste 1 compagnie van het CZSK en een roulerende compagnie van het CLAS, een bootpeloton, een groot bovenwaterschip, een ondersteuningsschip en een brigade Marechaussee. Als de situatie dit vereist, kan de militaire presentie in het Caribisch gebied worden vergroot. Dit zal dan wel ten koste gaan van de overige inzetmogelijkheden.

Interdepartementaal Beleidsonderzoek (IBO)

In 2014 en 2015 wordt een Interdepartementaal Beleidsonderzoek (IBO) uitgevoerd naar wapensystemen. Onderzocht wordt of er mogelijkheden zijn om verwerving, beheer en onderhoud van wapensystemen efficiënter te organiseren. Daarbij wordt onder andere gekeken naar internationale samenwerking en de mogelijkheid van geïntegreerde contracten bij de aanschaf en onderhoud van wapensystemen. Dit IBO moet in het voorjaar van 2015 gereed zijn.

Overzicht beleidsdoorlichtingen

Op verzoek van de Tweede Kamer is de defensiebegroting ingericht naar organisatieonderdelen in plaats van beleidsartikelen. Beleidsartikelen zijn normaal gesproken het aanknopingspunt voor beleidsdoorlichtingen. Beleid heeft bij Defensie vaak betrekking op meer organisatieonderdelen. Een beleidsdoorlichting van een beleidsthema kan derhalve delen van de verschillende begrotingsartikelen bevatten. Zo worden per beleidsdoorlichting alle gerelateerde defensie-uitgaven verantwoord. De programmering van de beleidsdoorlichtingen is ondanks de afwijkende ordening van de begroting – conform de Regeling Periodiek Evaluatieonderzoek – dekkend. Dat wil zeggen dat beleidsdoorlichtingen voor alle beleidsthema’s binnen de gestelde termijn van zeven jaar zijn gepland.

In elke beleidsdoorlichting wordt aandacht besteed aan de behaalde (maatschappelijke) effecten. Verantwoording van verrichte activiteiten en geleverde prestaties staat centraal. Indien hierbij de causale relatie tussen de defensie-inzet en de beoogde effecten niet kan worden aangetoond, wordt zo mogelijk ingegaan op de plausibiliteit van een relatie tussen defensie-inzet en de beoogde effecten. Ten slotte wordt in de beleidsdoorlichting op meer jaren teruggekeken, waarbij periodieke en tussentijdse evaluaties als bouwstenen kunnen worden gebruikt.

Beleidsdoorlichtingen

Planning

2013

2014

2015

2016

2017

2018

2019

Artikel / Operationele doelstelling

             
               

Artikel 1; Inzet

             

Bescherming kwetsbare schepen nabij Somalië

V

           

Budget Internationale Veiligheid

     

X

     

Digitale weerbaarheid en cyber operations

       

X

   
               

Artikel 2; CZSK

             

Wijziging samenstelling Koninklijke marine (2005)

   

X

       
               

Artikel 3; CLAS

             

Civiel-militaire samenwerking

       

X

   
               

Artikel 4; CLSK

             

Vorming joint Defensie Helikopter Commando

         

X

 
               

Artikel 5; CKmar

             

Informatiegestuurd optreden

           

X

               

Artikel 6; Investeringen krijgsmacht

             

Defensie Materieel Proces

   

X

       

NH90 of sourcing

         

X

 
               

Artikel 7; Ondersteuning krijgsmacht door DMO

             

Basisimplementatie ERP (SPEER)

     

X

     
               

Artikel 8; Ondersteuning krijgsmacht door CDC

             

Flexibel Personeelssysteem

 

X

         

Integriteit

     

X

     

Veteranenzorg

       

X

   

Toelichting op bovenstaande tabel:

Omdat de begroting van Defensie is ingedeeld op grond van organisatiedelen en niet, zoals gebruikelijk bij andere ministeries, naar beleidsmatige thema’s, richt Defensie zich in de verantwoording van het gevoerde beleid op specifieke beleidsonderwerpen of op de verrichte activiteiten. Wijzigingen in de door te lichten onderwerpen leiden daarmee tot wijzigingen van de programmering van de beleidsdoorlichtingen. Wijzigingen kunnen daarnaast het gevolg zijn van een andere prioritering. Vertragingen van doorlichtingen worden in een afzonderlijke brief aan de Kamer gemeld.

De volgende beleidsdoorlichtingen voor 2014 en 2015 zijn gewijzigd ten opzichte van de begroting 2014:

  • Voor beleidsartikel 6 (Investeringen krijgsmacht) was nog geen beleidsdoorlichting opgenomen. Daarvoor is nu de evaluatie van het Defensie Materieel Proces in 2015 opgenomen;

  • De beleidsdoorlichting «Wijziging samenstelling Koninklijke Marine (2005)» zal vanwege een gewijzigde prioritering niet in 2014 worden voltooid, maar in 2015. Dit houdt verband met de nieuwe evaluatie van het Defensie Materieel Proces en de introductie van een Interdepartementaal Beleidsonderzoek (IBO) naar wapensystemen;

  • De eindevaluatie SPEER zal aanvangen na voltooiing van de basisimplementatie ERP. Sinds de begroting 2014 is dit met een half jaar vertraagd tot midden 2015. Het gevolg hiervan is dat de eindevaluatie niet in 2015 maar in 2016 gereed zal zijn;

  • De evaluatie van de veteranenzorg en de ondersteuning van het defilé Wageningen zal op andere wijze gebeuren. Dit hangt samen met de Veteranenwet die per 1 juli 2014 in werking is getreden, tezamen met het Veteranenbesluit en de regeling voor volledige schadevergoeding en de ereschuld. In 2016 zal het veteranenbeleid voor zover mogelijk aan de hand van effecten, doelstellingen en meetbare resultaten worden beschreven in de Veteranennota. Op grond hiervan kan het veteranenbeleid in 2017 worden geëvalueerd. De ontwikkelingen m.b.t. de ondersteuning van het defilé Wageningen zullen worden verwerkt in de Veteranennota van 2016.

  • Met de overheveling van het Budget Internationale Veiligheid naar de defensiebegroting in 2015 zal Defensie ook de evaluatie uitvoeren. De evaluatie wordt opgesteld in samenwerking met het Ministerie van Buitenlandse Zaken en de Inspectie Ontwikkelingssamenwerking en Beleidsevaluatie.

Voor 2018 en 2019 zijn doorlichtingen opgenomen die de KMar, het CLSK en de investeringen betreffen. Met deze toevoegingen wordt voldaan aan de eis om beleidsthema’s binnen de gestelde termijn van zeven jaar door te lichten.

  • V afgehandeld

  • X = in uitvoering of in planning

Garanties en achterborgstellingen

Defensie heeft sinds 2003 een overeenkomst met de Vereniging Verbond van Verzekeraars over de verzekerbaarheid van defensiepersoneel voor personeel dat deelneemt aan vredes- en humanitaire operaties. De overeenkomst regelt de verhouding tussen het Ministerie van Defensie en de Vereniging. Het doel hiervan is de belemmeringen weg te nemen die defensieambtenaren in het maatschappelijk verkeer ondervinden als gevolg van uitsluitingsclausules bij levensverzekeringen die zijn gekoppeld aan de financiering van een woning.

Bij het sluiten van levensverzekeringen in het algemeen en de vaststelling van de hoogte van de premie is geen rekening gehouden met het verhoogde risico op overlijden in geval van deelname aan vredes- en humanitaire missies. Zodra defensiepersoneel met een dergelijke levensverzekering bij een bij de Vereniging aangesloten verzekeraar tijdens deelname aan vredes- en humanitaire missies komt te overlijden, zal binnen de kaders van de overeenkomst – ondanks een eventuele molestclausule – tot uitkering worden gekomen. Dit is van toepassing als de aan de woningfinanciering gekoppelde levensverzekeringen kleiner is dan € 400.000 per situatie. Defensie vergoedt de verzekeraar de helft, zodra die tot uitkering overgaat.

Defensie geeft invulling aan zorg voor personeel dat op uitzending is in het kader van vredes- en humanitaire operaties. Daartoe behoort het treffen van adequate veiligheidsvoorzieningen tijdens de uitvoering van dergelijke operaties, zoals passende bewapening, uitrusting en faciliteiten zoals huisvesting. Met de overeenkomst wordt mede invulling gegeven aan een zorgaspect dat daaraan gerelateerd is.

Er wordt uitgegaan van een nulraming. De overeenkomst is potentieel van toepassing op een kleine groep, waarvan de omvang vooraf niet te bepalen is. Er wordt geen aanvullende premie gevraagd aan de uitgezonden defensieambtenaren, er bestaat geen begrotingsreserve. Mocht een beroep worden gedaan op de regeling, dan komt dit ten laste van de defensiebegroting.

De duur van de overeenkomst is vijf jaar met een stilzwijgende verlenging voor onbepaalde tijd met een opzegtermijn van een jaar. De regeling wordt periodiek geëvalueerd. De overeenkomst kent geen plafond.

De afgelopen vijf jaar is eenmalig sprake geweest van een uitkering.

Garantieregeling «vredes- en humanitaire operaties 2003»

Artikel

(Bedragen x

€ 1.000)

Omschrijving

Uitstaande garantie 2013

Geraamd te verlenen 2014

Geraamd te vervallen 2014

Uitstaande garanties 2014

Garantieplafond 2014

Geraamd te verlenen 2015

Geraamd te vervallen 2015

Uitstaande garanties 2015

Garantie plafond 2015

Totaal plafond

Artikel 8 – Ondersteuning krijgsmacht door Commando DienstenCentra

Garantie overeenkomst vredes- en humanitaire operaties

0

0

0

0

0

0

0

0

0

n.v.t.

 

Totaal

0

0

0

0

0

0

0

0

0

 

2.2 DE BELEIDSARTIKELEN

2.2.1. Beleidsartikel 1: Inzet

Algemene doelstelling

De krijgsmacht is er voor de verdediging en bescherming van de belangen van het Koninkrijk, alsmede voor de handhaving en de bevordering van de internationale rechtsorde. Tevens ondersteunt de krijgsmacht civiele autoriteiten bij rechtshandhaving, rampenbestrijding en humanitaire hulp, zowel nationaal als internationaal. Om deze taken te kunnen uitvoeren stelt Defensie militaire eenheden gereed die daarvoor kunnen worden ingezet.

Rol en verantwoordelijkheid Minister

De Minister is verantwoordelijk voor de beschikbaarstelling en inzet van eenheden om de veiligheid van het eigen en bondgenootschappelijk grondgebied te handhaven. Verder is de Minister in samenwerking met bondgenoten verantwoordelijk voor de uitvoering van bijdragen aan missies voor conflictpreventie, crisisbeheersing en vredesopbouw, zowel in Europa als daarbuiten. Het Koninkrijk der Nederlanden draagt daarmee bij aan de handhaving en bevordering van de internationale rechtsorde. De eenheden kunnen ook worden ingezet voor nationale taken en het verlenen van (internationale) noodhulp.

Beleidswijzigingen

In het begrotingsjaar 2014 zijn Nederlandse bijdragen aan de volgende missies aangevangen dan wel verlengd:

  • KFOR (verlenging);

  • EULEX Kosovo (verlenging);

  • EUFOR Althea (verlenging);

  • UNDOF (verlenging);

  • Operatie Active Fence (Patriot-inzet in Turkije; verlenging);

  • MFO (Multinational Force of Observers; verlenging);

  • EUBAM Rafah (verlenging);

  • ISAF (bijdrage stafofficieren aan staf ISAF HQ en IJC; verlenging);

  • EUNAVFOR Atalanta (antipiraterij; verlenging);

  • Operatie Ocean Shield (antipiraterij; verlenging);

  • EUTM Somalië (verlenging);

  • MINUSMA (Multidimensional Integrated Stabilization Mission Mali; nieuwe missie);

  • EUTM Mali (verlenging);

  • UNMISS (United Nations Mission in the republic of South Sudan, verlenging);

  • EUFOR RCA (European Union Force Republique Centrafricaine, nieuwe missie);

  • UNAMA (United Nations Assistance Mission in Afghanistan, verlenging).

Voor 2015 worden nog besluiten voorzien over de verlenging van de lopende missies of de aanvang van nieuwe missies. Vanaf 2015 wordt het Budget voor Internationale Veiligheid (BIV) opgenomen op de begroting van Defensie. Jaarlijks wordt de inzet voor veiligheidssectorhervormingen en vredes- en capaciteitsopbouw overgeheveld naar het Ministerie van Buitenlandse Zaken en Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking.

Budgettaire gevolgen van beleid en budgetflexibiliteit

Artikel 1 Inzet (Bedragen x € 1.000)
 

2013

2014

2015

2016

2017

2018

2019

Verplichtingen

153.728

248.374

304.026

257.632

257.632

257.632

257.631

Uitgaven

177.246

248.374

304.026

257.632

257.632

257.632

257.631

waarvan juridisch verplicht

   

5%

       

Uitgaven na uitdelen vanuit het BIV

   

252.526

206.132

206.132

206.132

206.131

               

Programma uitgaven

177.246

248.374

304.026

257.632

257.632

257.632

257.631

Opdracht Inzet

             

– Crisisbeheersingsoperaties (HGIS)

170.420

232.674

293.350

250.000

250.000

250.000

250.000

– Crisisbeheersingsoperaties (HGIS); Waarvan nog uit te delen vanuit BIV tbv geplande activiteiten bij de defensieonderdelen 1

   

59.500

59.500

59.500

59.500

59.500

– Financiering nationale inzet krijgsmacht

2.581

2.300

2.376

2.332

2.332

2.332

2.331

– Overige inzet

4.245

13.400

16.300

13.300

13.300

13.300

13.300

– Correctie Overige inzet i.v.m. nog te ontvangen bijdrage vanuit het BIV t.b.v. oefeningen1

   

-8.000

-8.000

-8.000

-8.000

-8.000

Ontvangsten

4.807

6.707

6.707

32.207

32.207

6.707

6.707

Programma ontvangsten

             

– Crisisbeheersingsoperaties (HGIS)

1.603

1.407

1.407

26.907

26.907

1.407

1.407

– Overige inzet

3.204

5.300

5.300

5.300

5.300

5.300

5.300

X Noot
1

Jaarlijks wordt besloten over de beschikbare middelen vanuit het BIV.

Het aandeel «juridisch verplicht» heeft betrekking op overeenkomsten voor lopende missies en inzet. Voor 2015 gaat het om 5 procent.

Toelichting op de instrumenten

Toelichting algemeen

Binnen artikel 1 Inzet worden de defensie-uitgaven voor inzet voor internationale veiligheid verantwoord en de uitgaven voor nationale inzet begroot en verantwoord.

Toelichting op inzet voor internationale veiligheid

De inzet van Defensie voor internationale veiligheid wordt met ingang van 2014 gefinancierd vanuit het BIV. Uit het budget kunnen zowel activiteiten in het kader van officiële ontwikkelingshulp (Official Development Assistance; ODA) als non-ODA activiteiten, militair of civiel, worden gefinancierd. Alle middelen blijven deel uitmaken van de Homogene groep Internationale Samenwerking (HGIS) en vallen met ingang van deze begroting onder de begrotingsverantwoordelijkheid van de Minister van Defensie. Na de jaarlijkse interdepartementale besluitvorming worden de middelen gefaseerd toegekend aan andere begrotingsartikelen binnen de HGIS. Tevens worden de middelen van BH&OS en BZ in het kader van BIV (€ 60 miljoen) op dit artikel geraamd. Dit wordt gemeld aan de Kamer bij eerste of tweede suppletoire begroting of in de slotwet.

De post «correctie Overige inzet i.v.m. nog te ontvangen bijdrage vanuit het BIV t.b.v. oefeningen» is opgenomen, omdat in de planning al rekening wordt gehouden met uit te voeren activiteiten voor de inzet van VPD’s, maar de middelen hiervoor zijn nog niet beschikbaar gesteld vanuit het BIV. Dit is afhankelijk van de jaarlijkse besluitvorming.

Overzicht missies

Overzicht missies
Toelichting uitgaven per missie

(bedragen x € 1.000)

2015

2016

2017

2018

2019

Overzicht crisisbeheersingsoperaties

         

Afghanistan (inclusief redeployment PTG)

10.400

5.000

     

Combined Maritime Forces (CMF)

250

       

Netherlands Liaison Team CENTCOM (NLTC)

175

       

United Nations Disengagement Observer Force (UNDOF)

80

       

United Nations Truce Supervision Organisation (UNTSO)

600

600

600

600

600

Missies Algemeen

5.500

5.500

5.500

5.500

5.500

Multinational Force & Observers (MFO)

10

       

Active Fence (Patriots Turkije)

10.500

5.000

     

European Union Training Mission Somalië (EUTM Somalië)

300

       

United Nations Multidimensional Integrated Stabilization Mission in Mali (MINUSMA)

80.850

16.000

10.000

   

Contributies

33.000

33.000

33.000

33.000

33.000

Totaal

141.540

65.100

49.100

39.100

39.100

Specifieke toelichting per missie

Afghanistan

International Security Assistance Force (ISAF) heeft een VN-mandaat om de Afghaanse regering te assisteren bij het handhaven en verbeteren van de veiligheid, zodat de Afghaanse regering en ontwikkelingsorganisaties in een veilige omgeving kunnen opereren. De Nederlandse bijdrage aan ISAF is in 2014 deels beëindigd. Op 1 juli 2014 is begonnen met de redeployment van de Air Task Force (ATF) uit Mazar-e-Sharif.

Daarnaast levert Nederland een personele bijdrage aan de hoofdkwartieren van ISAF, het daaronder geplaatste operationeel hoofdkwartier (ISAF Joint Command – IJC) en aan de trainingsmissie NATO Training Mission Afghanistan (NTM-A).

Combined Maritime Forces (CMF)

De CMF richten zich op de strijd tegen het internationale terrorisme en op piraterijbestrijding. Nederland levert twee militairen aan de staf van het hoofdkwartier van de CMF in Bahrein. Deze deelneming is gekoppeld aan de Nederlandse deelname aan Navo operatie Ocean Shield en EUNAVFOR Atalanta.

Netherlands Liaison Team CENTCOM (NLTC)

In verband met de coördinatie en het volgen van de ontwikkelingen in de Verenigde Staten in de strijd tegen het internationale terrorisme en de operaties, die worden uitgevoerd onder CENTCOM, levert Nederland vier militairen aan NLTC in Tampa (Verenigde Staten). Deze capaciteit wordt periodiek geëvalueerd.

United Nations Disengagement Observer Force (UNDOF)

UNDOF is een VN-waarnemingsmissie die sinds 1974 op de Golan toeziet op de handhaving van het staakt-het-vuren tussen Syrië en Israël (VNVR-resolutie 350). Daarnaast levert UNDOF bescherming aan de UNTSO missie waaraan Nederland waarnemers levert. Nederland levert sinds september 2013 twee stafofficieren aan UNDOF. Het Nederlands mandaat is verlengd tot 1 september 2015.

United Nations Truce Supervision Organisation (UNTSO)

UNTSO ziet toe op de naleving van de bestaande bestandsafspraken tussen de landen in de regio rond Israël. Nederland levert in 2015 twaalf officieren voor verschillende waarnemersgroepen in Syrië, Israël, en Libanon en op het hoofdkwartier van UNTSO te Jeruzalem. Er is geen einddatum voor deze bijdrage voorzien.

Multinational Forces and Observers (MFO)

MFO is een onafhankelijke organisatie die in de Sinaï toezicht houdt op de naleving van de Camp David vredesakkoorden tussen Israël en Egypte uit 1979. De missie kent geen mandaat van de Verenigde Naties, maar komt overeen met een artikel 6 peacekeeping operatie. De Nederlandse bijdrage bestaat uit vier militairen. Het mandaat voor deze bijdrage is verlengd tot 1 februari 2015.

Operation Active Fence (inzet Patriots Turkije)

De inzet van de Patriot-eenheden ter bescherming van de bevolking en het grondgebied van Navo-bondgenoot Turkije en de-escalatie van de crisis langs de zuidoostelijke grenzen van het bondgenootschap loopt tot eind januari 2015. Het budget van € 15,5 miljoen is nodig voor de redeployment en het weer inzetbaar maken van het materieel na terugkeer van de missies.

European Union Training Mission Somalië

Met EUTM Somalië levert de EU een bijdrage aan de ontwikkeling van de veiligheidssector van Somalië door middel van training, mentor- en adviescapaciteit ter versterking van de Somali Federal Government (SFG). De Nederlandse bijdrage aan EUTM bestaat uit maximaal 15 militairen. De EU heeft naar aanleiding van de Strategic Review besloten om de EU trainingsmissie in Somalië (EUTM) te verlengen tot en met 31 maart 2015.

United Nations Multidimensional Integrated Stabilization Mission in Mali (MINUSMA)

Met de VN-missie MINUSMA begeleidt de VN Mali naar een functionerende overheid die veiligheid en andere diensten aan de bevolking levert in het hele land. De Nederlandse bijdrage van bijna 450 militairen is gericht op een militaire niche-capaciteit, namelijk inlichtingen en verkenningen. Daarnaast draagt Nederland bij aan de VN-missie met drie Chinook helikopters voor transport en medische evacuatie. Hiermee voorziet Nederland de VN van kritieke behoeftes in de missie. Het Nederlands mandaat loopt tot eind december 2015.

European Union Training Mission Mali (EUTM Mali)

Met EUTM Mali levert de EU een bijdrage aan de bevordering van de capaciteit van operationele eenheden en de hervorming van de commandostructuur van het Malinese leger. Het mandaat van de missie loopt tot en met 18 mei 2016. Nederland levert een militair aan het Belgische detachement dat aan de trainingsmissie deelneemt. De Nederlandse bijdrage staat gepland tot het einde van het mandaat van de missie.

Opbouw regionale vredeshandhavingscapaciteit

Security Sector Development (SSD) Burundi

Nederland heeft in april 2009 een Memorandum of Understanding (MoU) gesloten met de Burundese regering met afspraken over de samenwerking op het gebied van de hervorming van de veiligheidssector voor een periode van acht jaar. Het programma richt zich op de verdere professionalisering van het Burundese leger. Nederland heeft daartoe drie functionarissen in Burundi geplaatst die samenwerken met een Burundees projectteam. Deze bijdrage heeft een doorlopend mandaat.

Africa Contingency Operations Training and Assistance (ACOTA)

ACOTA is een door de Verenigde Staten geleid programma ter versterking van de capaciteit van Afrikaanse partnerlanden om VN/Afrikaanse Unie-gemandateerde vredesmissies in Afrika uit te voeren. Nederland ondersteunt het programma financieel en sinds 2008 ook militair. Defensie levert jaarlijks 10 tot 15 personele bijdragen aan ACOTA-trainingen in Burundi, Oeganda, Rwanda en Niger.

Regional Fusion and Law Enforcement Center Safety and Security at Sea (REFLECS3)

REFLECS3, voorheen het Regional Anti-Piracy Prosecution and Intelligence Center (RAPPICC) op de Seychellen, is een multidisciplinair en multinationaal samenwerkingsverband op Brits initiatief dat uitvoering geeft aan de United Nations Convention on Transnational Crime, artikel 19 (joint investigative bodies). Begin 2012 heeft Nederland een overeenkomst gesloten over deelneming aan dit samenwerkingsverband, waaronder het leveren van opsporingsambtenaren met een specialisatie in piraterij. Hierdoor is het mogelijk Nederlandse operationele en strafrechtelijke informatie eenvoudiger met andere landen te delen. Eén militair van de Koninklijke Marechaussee is werkzaam in het REFLECS3.

European Union Border Assistance Mission Rafah (EUBAM RAFAH)

EUBAM Rafah heeft als taak om de grensbewaking van het Rafah Crossing Point door de Palestijnse Autoriteit (PA) te monitoren en te begeleiden. Sinds de machtsovername door Hamas in de Gaza-strook in juni 2007 is de missie opgeschort. Nederland heeft drie marechaussees op stand-by staan die kunnen worden uitgezonden in het geval van reactivering van de missie.

United States Security Coordinator (USSC)

USSC beoogt de Palestijnse veiligheidssector te professionaliseren, als basisvoorwaarde voor een levensvatbare toekomstige Palestijnse staat en om een veilige leefomgeving voor de Palestijnse burgers en de regio te creëren. Nederland leverde vijf militairen. Het Nederlands mandaat loopt tot 31 december 2015.

Contributies

Nederland draagt bij aan de gemeenschappelijke uitgaven voor crisisbeheersings-operaties van de Navo en de EU. Dit staat los van een eventuele Nederlandse deelneming aan een specifieke missie van de Navo of de EU. Tevens is hierin opgenomen de jaarlijkse bijdrage aan de Strategic Airlift Capability (SAC) C-17, gehuisvest op Papa Air Base te Hongarije. Dit is een internationaal samenwerkingsverband van tien Navo-lidstaten en twee EU-partners die samen drie C-17 transportvliegtuigen beheren.

Toelichting op nationale inzet

De ministers van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties, Veiligheid en Justitie en Defensie hebben bestuursafspraken gemaakt over de gegarandeerde beschikbaarheid van militaire (specialistische) capaciteiten voor nationale veiligheid, crisisbeheersing en de operationele aansturing daarvan onder civiel gezag (Bestuursafspraken inzake intensivering civiel militaire samenwerking).

Defensie levert de volgende vormen van ondersteuning aan de civiele autoriteiten, zowel in Nederland als in het Caribisch deel van het Koninkrijk:

  • Structurele nationale taken:

    • Inzet van de Koninklijke Marechaussee voor politietaken zoals beschreven in artikel 4 van de Politiewet 2012:

    • Beveiliging Koninklijk Huis;

    • Politietaak ten behoeve van Defensie;

    • Politietaak op Schiphol en andere aangewezen luchthavens;

    • Beveiliging burgerluchtvaart;

    • Verlening van bijstand aan en samenwerking met de politie alsmede assistentieverlening bij grensoverschrijdende criminaliteit;

    • Politietaak op plaatsen onder beheer van de Minister van Defensie, op aangewezen verboden plaatsen en de ambtswoning van de Minister-President;

    • Uitvoering van vreemdelingentaken op basis van de Vreemdelingenwet 2000;

    • Bestrijding van mensensmokkel en van fraude met reis- en identiteitsdocumenten;

    • Beveiligingswerkzaamheden voor De Nederlandsche Bank N.V.

    • Kustwacht Nederland;

    • Kustwacht Caribisch gebied;

    • Explosievenopruiming;

    • Luchtruimbewaking/bestrijding luchtvaartterrorisme, waaronder de Quick Reaction Alert (QRA) van twee bewapende F-16’s;

    • Bijzondere bijstandseenheden, waaronder de Unit Interventie Mariniers (UIM), een Aanhoudings- en Ondersteuningseenheid van de Koninklijke Marechaussee en een personele bijdrage aan de Dienst Speciale Interventies (DSI) van de Landelijke Eenheid van de Nationale Politie;

    • Calamiteitenhospitaal;

    • Patiëntenvervoer van en naar de Waddeneilanden 2;

    • Hydrografische opneming van de zeebodem en de verwerking daarvan tot zeekaarten.

  • Incidentele nationale taken:

    • Militaire bijstand op grond van de Politiewet 2012:

    • Ondersteuning van de handhaving van de openbare orde;

    • Ondersteuning van de strafrechtelijke handhaving van de rechtsorde.

    • Militaire bijstand op grond van de Wet Veiligheidsregio’s;

    • Militaire steunverlening in het openbaar belang.

Naast de uitvoering van de structurele taken worden op hoofdlijnen de volgende incidentele inzetten verwacht die vallen onder de uitvoering van Militaire Bijstand en Militaire Steunverlening.

Indicatieve inzet in 2015

betreft

aantal

artikel

Explosieven opruiming

Aantal ruimingen

1.900

CLAS/FNIK

Explosieven opruiming Noordzee

Aantal ruimingen

40

CZSK

Duikassistentie

Aantal aanvragen

10

CZSK/FNIK

Strafrechtelijke handhaving rechtsorde

Aantal aanvragen

30

CZSK/FNIK

Patiëntenvervoer

Aantal uitgevoerde transporten

100 1

CLSK

Onderscheppingen luchtruim

Aantal onderscheppingen

5

CLSK

Strafrechtelijke handhaving rechtsorde

Aantal aanvragen

100

KMAR/CLAS/FNIK

Handhaving openbare orde en veiligheid

Aantal aanvragen

30

KMAR/FNIK

Wet veiligheidsregio

Aantal aanvragen

10

KMAR/CLAS/FNIK

Militaire steunverlening in het openbaar belang

Aantal aanvragen

40

Alle krijgsmachtdelen/FNIK

Bijstand Caribisch gebied

Aantal aanvragen

10

CZSK/FNIK

Toelichting: In de rechter kolom staat het artikel dat de uitgaven draagt die worden gemaakt om de taken te kunnen uitvoeren. Indien de inzet voldoet aan de criteria, worden de additionele uitgaven met FNIK verrekend. Soms zijn er meer krijgsmachtdelen die de taken kunnen uitvoeren.

X Noot
1

Aantal is gehalveerd ten opzichte van het langjarig gemiddelde in verband met de beleidswijziging patiëntenvervoer, zie Beleidsartikel 4 Taakuitvoering luchtstrijdkrachten / beleidswijzigingen.

De additionele uitgaven die het gevolg zijn van de uitvoering van militaire bijstand en militaire steunverlening worden gefinancierd uit het budget Financiering Nationale Inzet Krijgsmacht (FNIK). Hiervoor hebben het Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties, het Ministerie van Veiligheid en Justitie en het Gemeentefonds gezamenlijk structureel € 2,3 miljoen overgeheveld naar de defensiebegroting. Deze bijdrage is bedoeld voor routinematige incidentele inzetten. Indien er sprake is van uitzonderlijke inzet die niet binnen de voorziening kan worden opgevangen, zoals in 2014 de ondersteuning door Defensie aan de NSS, worden met de betrokken partijen afzonderlijke afspraken gemaakt over de verrekening.

Toelichting op overige inzet

Nederland organiseert in 2015 een internationale Cyberconferentie. Voor de voorbereiding kan gebouwd worden op de ervaringen die zijn opgedaan bij de organisatie van andere grootschalige internationale conferenties, waaronder de Nuclear Security Summit. In de ministerraad is besloten dat de Cyber conferentie een sober karakter krijgt. De kosten van de conferentie worden verdeeld over de betrokken departementen: het Ministerie van Buitenlandse Zaken draagt 50 procent van de kosten en de ministeries van Veiligheid en Justitie, Defensie en Economische Zaken nemen de overige 50 procent voor hun rekening. Het benodigde bedrag voor Defensie is via een claim ten laste gebracht van HGIS en toegevoegd aan artikel 1 Inzet.

Vessel Protection Detachments (VPD’s)

In overleg met reders is de maximaal beschikbare VPD-capaciteit in 2012 uitgebreid tot 175 inzetten. In de begroting is dekking zeker gesteld voor dit volume. De veiligheids-situatie in het operatiegebied waar de VPD’s worden ingezet bepaalt mede wat de definitieve vraag van de reders wordt. Op basis van de huidige veiligheidssituatie en de daaraan gekoppelde vraag wordt verwacht dat in 2015 tussen de 75 en 100 VPD’s worden ingezet. De additionele uitgaven bestaan hoofdzakelijk uit toelagen, reis- en verblijfskosten alsmede de kosten van de opslag van materieelpakketten in de regio. De Nederlandse reders dragen bij aan de uitgaven voor de VPD’s.

Toelichting op ontvangsten

Ontvangsten crisisbeheersingsoperaties (HGIS)

De ontvangsten hebben voornamelijk betrekking op de verrekening met de EU, de Navo en VN-partners van de door Nederland in het verleden (incidenteel) geleverde diensten, goederen of ingezette personele en materiële middelen.

Ontvangsten overige inzet

Dit betreft de bijdrage van de reders voor de inzet van VPD’s (€ 5,3 miljoen).

2.2.2. Beleidsartikel 2: Taakuitvoering zeestrijdkrachten

Algemene doelstelling

De zeestrijdkrachten leveren operationeel gerede maritieme expeditionaire capaciteit, zowel vloot als mariniers, voor nationale en internationale operaties.

Rol en verantwoordelijkheid Minister

De Minister is verantwoordelijk voor de vaststelling van de omvang en samenstelling van de zeestrijdkrachten en van de mate van gereedheid van maritieme eenheden. Voor de maritieme capaciteit van de krijgsmacht is het Commando Zeestrijdkrachten (CZSK) verantwoordelijk voor het operationeel gereedstellen en in stand houden van de eenheden. De zeestrijdkrachten zijn inzetbaar voor zowel expeditionaire als voor nationale taken.

Indicatoren algemene doelstelling

In de onderstaande tabel staan de operationeel gerede eenheden en het voortzettingsvermogen van het CZSK voor 2015 tot en met 2019. De genoemde gereedheidsdoelstellingen worden permanent gerealiseerd.

Doelstellingenmatrix CZSK 2015 – 2019

Groep

Organieke component

Totaal aantal

Operationeel gereed

Voortzettingsvermogen

Staf

NLMARFOR

1

1

0

Vlooteenheden

Fregatten

LC-fregat

4

2

2

M-fregat

2

1

1

Patrouilleschepen

4

2

2

Bevoorradingsschip 1

0->1

0->1

0

Landing Platform Docks

2

1

1

Onderzeeboten

4

1

3

Ondersteuningsvaartuig OZD

1

0,2 2

0,8

Mijnenbestrijdingsvaartuigen

6

3

3

Hydrografische opnemingsvaartuigen

2

1

1

Marinierseenheden

Marines Combat Group

2

1

1

Surface Assault & Training Group 3

1

0,5

0,5

Sea-based Support Group

1

1

0

Squadron NLMARSOF

2

1,5

0,5

Commandant der Zeemacht in het Caribisch gebied (CZMCARIB)

Infanteriecompagnie Curaçao

1

1

0

Marinierscompagnie Caribisch gebied

1

1

0

Infanteriepeloton Sint Maarten

1

1

0

Boottroop Caribisch gebied

1

1

0

Ondersteuningsvaartuig Caribisch gebied

1

0,72

0,3

Overige eenheden

Defensie Duikgroep

1

1

0

Toelichting: De gereedheidsdoelstellingen per operationeel commando worden weergegeven in de doelstellingenmatrix. In de kolom «Totaal aantal» staat vermeld hoeveel eenheden er zijn. Deze eenheden zijn daarnaast verdeeld over de kolommen «Operationeel gereed» en «Voortzettingsvermogen». In de kolom «Operationeel gereed» is weergegeven hoeveel eenheden permanent beschikbaar zijn als directe bijdrage aan de inzetbaarheidsdoelstellingen. In de kolom «Voortzettingsvermogen» zijn de overige eenheden weergegeven. Deze eenheden zijn weliswaar aan het opwerken, maar zijn inzetbaar afhankelijk van de aard, duur en ambitie van de opdracht.

X Noot
1

Zr.Ms. Amsterdam is in 2014 verkocht, JSS is volgens planning eind 2015 operationeel gereed;

X Noot
2

Deze waarden betreffen een gemiddelde gereedheid over het jaar, omdat dit unieke, ondeelbare eenheden betreft.

X Noot
3

Een Surface Assault & Training Group bestaat uit twee Landing Craft & Control Teams, waarvan er een Operationeel Gereed is en een tot het voorzettingsvermogen behoort.

Beleidswijzigingen

De volgende beleidswijzigingen zijn opgetreden na het uitkomen van de nota In het belang van Nederland:

Marinierscompagnie Aruba

De extra middelen uit het begrotingsakkoord 2013 hebben het mogelijk gemaakt de voorgenomen maatregel terug te draaien om eenheden van het CLAS en het CZSK te laten rouleren op Aruba. De permanente aanwezigheid op Aruba is een taak van het Korps Mariniers.

Joint Support Ship (JSS)

Na oplevering wordt het JSS in dienst gesteld met het oog op internationale samenwerking. In eerste instantie wordt het schip vanaf eind 2015 ingezet voor de maritieme bevoorradingsfunctie. Zr.Ms. Amsterdam is in 2014 verkocht.

Behoud van de Marinierskazerne Rotterdam

Op grond van de uitkomsten van de business case van de Van Ghentkazerne, waarvan andere overheidsdiensten eveneens gebruik gaan maken, is besloten dat de Van Ghentkazerne behouden blijft.

Budgettaire gevolgen van het beleid en budgetflexibiliteit

Artikel 2 Taakuitvoering Zeestrijdkrachten (bedragen x € 1.000)
 

2013

2014

2015

2016

2017

2018

2019

Verplichtingen

697.563

721.334

696.160

675.413

670.782

663.370

663.243

Uitgaven

711.618

721.334

696.160

675.413

670.782

663.370

663.243

Waarvan juridisch verplicht

   

84%

       

Uitgaven incl. nog te ontvangen bijdrage vanuit BIV

   

700.610

676.863

675.232

667.820

667.693

               

Programma uitgaven

155.982

133.137

124.517

121.080

118.879

114.886

114.801

Opdracht Gereedstelling en instandhouding Commando ZSK

155.982

133.137

124.517

121.080

118.879

114.886

114.801

– Gereedstelling

59.002

20.609

18.877

18.721

18.715

14.071

14.060

– Correctie Gereedstelling i.v.m. nog te ontvangen bijdrage vanuit het BIV t.b.v. oefeningen 1

   

– 4.450

– 4.450

– 4.450

– 4.450

– 4.450

– Instandhouding

96.980

99.028

93.292

96.828

91.633

92.284

92.210

– Bijdrage aan agentschap

 

13.500

16.798

12.981

12.981

12.981

12.981

– waarvan bijdrage RWS

 

13.500

16.798

12.981

12.981

12.981

12.981

               

Apparaatsuitgaven

555.636

588.197

571.643

551.333

551.903

548.484

548.442

Personele uitgaven

491.414

529.641

509.112

489.997

490.715

487.687

488.173

– waarvan eigen personeel

491.414

525.941

509.112

489.997

490.715

487.687

488.173

– waarvan externe inhuur

 

3.700

         

Materiële uitgaven

64.222

58.556

62.531

61.336

61.188

60.797

60.269

– waarvan ICT

2.139

3.018

3.214

2.657

2.656

2.656

2.656

– waarvan overige exploitatie

57.376

52.738

55.989

55.512

55.365

54.974

54.446

– waarvan bijdrage aan SSO Paresto

 

2.800

3.328

3.167

3.167

3.167

3.167

               

Apparaatsontvangsten

18.882

19.951

19.951

19.951

19.951

19.951

19.951

X Noot
1

Jaarlijks wordt besloten over de beschikbare middelen vanuit het BIV.

Het aandeel «juridisch verplicht» heeft betrekking op programma-uitgaven voor levering van goederen en/of diensten waarvoor Defensie een overeenkomst is aangegaan en op de apparaatsuitgaven die voor het grootste deel bestaan uit personele uitgaven. Voor 2015 gaat het om 84 procent. Het betreft verplichtingen die zijn aangegaan voor de apparaatsuitgaven, de instandhouding van de zeewapensystemen, inzet en de verplichtingen voor het oefenprogramma.

Toelichting op de instrumenten

Programma-uitgaven

Inzet en gereedstelling

De geraamde uitgaven voor inzet zijn gerelateerd aan de vlieguren en de vaardagen van de kustwacht in Nederland en de kustwacht in het Caribisch gebied. De overige inzet wordt verantwoord in beleidsartikel 1 Inzet. De jaarplannen en jaarverslagen van de kustwachten bevatten nadere informatie over hun activiteiten en middelen.

De geraamde uitgaven voor gereedstelling worden gedaan voor opwerk- en oefenactiviteiten.

Bijdrage aan agentschap (onder programma-uitgaven)

Binnen de programma-uitgaven maakt de post «Bijdrage aan agentschap» een onderdeel uit van het instrument Opdracht Gereedstelling en instandhouding Commando ZSK. Het betreft hier de uitgaven aan Rijkswaterstaat (RWS), voor de Rijksbrede Civiele Rederij (RCR). Dit is een baten-lastenagentschap van het Ministerie van Infrastructuur en Milieu (€ 16,4 miljoen voor 2015). De activiteiten die zij verrichten voor het CZSK hebben betrekking op gereedstelling.

Instandhouding

De geraamde uitgaven voor de instandhouding van materieel betreffen het onderhoud van wapensystemen (wapensysteemlogistiek), walinstellingen en procesgebonden installaties en de herbevoorrading van operationele en ondersteunende eenheden (ketenlogistiek).

De post «Correctie Gereedstelling i.v.m. nog te ontvangen bijdrage vanuit het BIV t.b.v. oefeningen» is opgenomen, omdat in het oefenprogramma al rekening wordt gehouden met trainingen en oefeningen ter voorbereiding op de inzet, maar de middelen hiervoor zijn nog niet beschikbaar gesteld vanuit het BIV.

Apparaatsuitgaven

De apparaatsuitgaven bevatten vooral personele uitgaven. Deze uitgaven bestaan hoofdzakelijk uit salarissen, sociale lasten en uitgaven voor toelagen en reiskosten woon-werkverkeer. De personele uitgaven worden besteed aan de volgende aantallen personeel (gemiddelde jaarsterktes):

2013

2014

2015

2016

2017

2018

2019

10.236

10.192

9.913

9.632

9.613

9.583

9.583

De uitgaven voor huisvesting en ICT zijn met ingang van 2013 overgeheveld naar CDC en DMO. De resterende uitgaven worden gedaan voor de kustwacht.

De overige exploitatie is voor het grootste deel personeelsgebonden. Deze uitgaven bestaan voornamelijk uit opleidingen, dienstreizen en overige materiële uitgaven.

Bijdragen aan SSO’s (onder apparaatsuitgaven)

Om de apparaatsuitgaven binnen de baten-lastenagentschappen beter te laten aansluiten bij de uitgavenbegroting, worden Rijksbreed de betalingen aan de baten-lastenagentschappen zichtbaar gemaakt in de uitgavenbegroting, onder de noemer «waarvan bijdragen aan SSO’s» (Shared Service Organisations). Het betreft hier de uitgaven aan Paresto (€ 3,3 miljoen voor 2015).

Voor een nadere toelichting op de apparaatsuitgaven wordt verwezen naar de personeelsrapportage die periodiek aan de Tweede Kamer wordt aangeboden en het niet-beleidsartikel 10 Centraal apparaat.

2.2.3. Beleidsartikel 3: Taakuitvoering landstrijdkrachten

Algemene doelstelling

De landstrijdkrachten leveren operationeel gerede grondgebonden expeditionaire capaciteit voor nationale en internationale operaties.

Rol en verantwoordelijkheid Minister

De Minister is verantwoordelijk voor de vaststelling van de omvang en samenstelling van de landstrijdkrachten en van de mate van gereedheid van de grondgebonden eenheden. Voor de grondgebonden capaciteit van de krijgsmacht is het Commando Landstrijdkrachten (CLAS) verantwoordelijk voor het operationeel gereedstellen en in stand houden van de eenheden. De landstrijdkrachten zijn inzetbaar voor zowel expeditionaire als voor nationale taken.

Indicatoren algemene doelstelling

In de volgende tabel staan de operationeel gerede eenheden en het voortzettingsvermogen van het CLAS voor 2015 tot en met 2019. De genoemde gereedheidsdoelstellingen worden permanent gerealiseerd.

Doelstellingenmatrix CLAS 2015 – 2019

Groep

Organieke component

Totaal aantal

Operationeel gereed

Voortzettingsvermogen

High Readiness Forces (Land) Headquarters

NLD deel staf HRF HQ

1

1

0

NLD deel CIS Battalion

1

1

0

NLD deel Staff Support Battalion

1

1

0

Brigade Hoofdkwartier

Staf

3

1

2

Verkenningseskadron

3

1

2

ISTAR Module

5

2

3

CIMIC Support Element

4

2

2

Psyops Support Element

4

2

2

(Re)Deployment Taskforce HQ

Hoofdkwartier OOCL

1

1

0

Defensie Grondgebonden Luchtverdedigingscommando

Staf

1

1

0

Patriot Fire Unit

3

1

2

AMRAAM-Peloton

2

1

1

Stinger-Peloton

3

2

1

Korps Commandotroepen

Commandotroepencompagnie

4

2

2

Bataljonstaakgroep

Gemechaniseerd bataljon/gemotoriseerd bataljon

4

1

3

Luchtmobiel bataljon

3

1

2

Pantserhouwitser /Mortier batterij

3

2

1

Pantsergeniecompagnie

4

1

3

Luchtmobiel Geniepeloton

3

1

2

CIS-Compagnie

3

1

2

ROLE 1 Medical Treatment Facility

22

9

13

Cybercommando

Cybercommando

1

0,5 1

0,51

Combat Support Elements

Staf Vuursteuncommando

1

1

0

Staf Geniebataljon

3

1

2

Constructiecompagnie

2

1

1

Brugmodule

2

1

1

CBRN-Compagnie

2

1

1

EODD Ploeg

48

20

28

Combat Service Support Elements

Bataljonsstaf National Support Element

1

1

0

Bataljonsstaf Geneeskundig bataljon

1

0,251

0,751

Compagniestaf NSE

8

3

5

Transportcompagnie

3

1,51

1,51

Zware Transportcompagnie

1

0,51

0,51

Clustercompagnie

2

1

1

Dienstencompagnie

1

0,51

0,51

Bevoorradingspeloton

3

1

2

Herstelpeloton

11

5

6

ROLE 2 Medical Treatment Facility

4

2

2

Nationale Reserve

Bataljon

3

3

0

Toelichting: De gereedheidsdoelstellingen per operationeel commando worden weergegeven in de doelstellingenmatrix. In de kolom «Totaal aantal» staat vermeld hoeveel eenheden er zijn. Deze eenheden zijn daarnaast verdeeld over de kolommen «Operationeel gereed» en «Voortzettingsvermogen». In de kolom «Operationeel gereed» is weergegeven hoeveel eenheden permanent beschikbaar zijn als directe bijdrage aan de inzetbaarheidsdoelstellingen. In de kolom «Voortzettingsvermogen» zijn de overige eenheden weergegeven. Deze eenheden zijn weliswaar aan het opwerken, maar kunnen ingezet worden, afhankelijk van de aard, duur en ambitie van de opdracht.

X Noot
1

De «afgebroken» getallen geven delen van c.q. capaciteiten van (organieke) eenheden weer die operationeel gereedgesteld worden. Dit kunnen subeenheden (pelotons of compagnieën) zijn, dan wel functionaliteiten zoals (staf)adviseurs.

Beleidswijzigingen

Omvorming 13 Gemechaniseerde Brigade naar gemotoriseerde brigade

13 Gemechaniseerde Brigade in Oirschot begint in 2015 met de omvorming naar een gemotoriseerde brigade. Dit betekent dat de CV-90 pantservoertuigen van de twee gemechaniseerde bataljons in deze brigade worden vervangen door een combinatie van wielvoertuigen (Bushmaster, Mercedes-Benz terreinwagen, Fennek en Boxer) waarover Defensie reeds beschikt of die binnenkort bij Defensie instromen. De helft van deze CV-90’s (44 stuks) wordt afgestoten, de andere helft wordt aangehouden voor opleiding en training, als logistieke reserve en voor reservedelen.

In de nieuwe opzet bestaat de operationele kern van het Commando Landstrijdkrachten uit drie capaciteiten waarmee het in alle inzetscenario’s een bijdrage kan leveren: een luchtmobiele brigade, een gemechaniseerde brigade en een gemotoriseerde brigade. De luchtmobiele brigade blijft een belangrijke initial entry 3 capaciteit van de landstrijdkrachten, al dan niet samen met het Korps Commandotroepen. Deze samenwerking, die in het bijzonder het derde luchtmobiele bataljon betreft, is momenteel onderwerp van studie. Het derde bataljon luchtmobiel wordt beperkt opgeleid voor de uitvoering van Air Assault taken.

Inlichtingen

Bij het Joint Intelligence Surveillance, Target Acquisition and Reconnaissance Commando (JISTARC) wordt één verkenningseskadron omgevormd naar een inlichtingenverkenningseskadron dat specialistische verkenningstaken kan uitvoeren. Het tweede verkenningseskadron van JISTARC wordt in 2015 opgeheven en de activiteiten daarvan worden voortgezet door het nieuwe Brigade Verkenningseskadron van 11 Luchtmobiele Brigade. Hierdoor beschikken zowel 11 Luchtmobiele Brigade, de huidige 13 Gemechaniseerde Brigade als 43 Gemechaniseerde Brigade over een Brigade Verkenningseskadron.

Bevoorrading en transport

Het CLAS voert een herschikking uit van de bevoorradings-en transportcapaciteit. Na de overname van de goederenvervoerstaak, als gevolg van de in 2011 in gang gezette reorganisatie, worden deze taak geïntegreerd en wordt de gehele bevoorradings-en transportcapaciteit heringericht en aangepast aan de nieuwe landmachtorganisatie. Hiertoe worden verschillende capaciteiten of subeenheden uit de bevoorradings- en transporteenheden geclusterd in één eenheid, namelijk het Bevoorradings- en Transport (B&T)-commando.

Budgettaire gevolgen van het beleid en budgetflexibiliteit

Artikel 3 Taakuitvoering Landstrijdkrachten (bedragen x € 1.000)
 

2013

2014

2015

2016

2017

2018

2019

Verplichtingen

1.175.948

1.163.728

1.121.002

1.096.057

1.093.592

1.095.340

1.097.114

Uitgaven

1.155.056

1.163.728

1.121.002

1.096.057

1.093.592

1.095.340

1.097.114

Waarvan juridisch verplicht

   

87%

       

Uitgaven incl. nog te ontvangen bijdrage vanuit BIV

   

1.131.452

1.106.507

1.104.042

1.105.790

1.107.564

               

Programma uitgaven

154.992

132.959

151.062

165.031

167.582

171.162

171.044

Opdracht Gereedstelling en instandhouding Commando LAS

154.992

132.959

151.062

165.031

167.582

171.162

171.044

– Gereedstelling

87.150

54.123

51.003

51.261

51.266

51.265

51.265

Correctie Gereedstelling i.v.m. nog te ontvangen bijdrage vanuit het BIV t.b.v. oefeningen 1

   

– 4.450

– 4.450

– 4.450

– 4.450

– 4.450

– Instandhouding

67.842

78.836

104.509

118.220

120.766

124.347

124.229

               

Apparaatsuitgaven

1.000.064

1.030.769

969.940

931.026

926.010

924.178

926.070

Personele uitgaven

931.372

944.274

901.595

864.552

859.237

855.608

856.372

– waarvan eigen personeel

931.372

939.695

907.095

870.552

865.237

861.608

862.372

Correctie personele uitgaven i.v.m. nog te ontvangen bijdrage vanuit het BIV t.b.v. civiele militaire capaciteiten1

– 6.000

– 6.000

– 6.000

– 6.000

– 6.000

– waarvan externe inhuur

4.579

500

Materiële uitgaven

68.692

86.495

68.345

66.474

66.773

68.570

69.698

– waarvan overige exploitatie

68.692

78.095

58.489

57.065

57.364

59.161

60.289

– waarvan bijdrage aan SSO Paresto

8.400

9.856

9.409

9.409

9.409

9.409

               

Apparaatsontvangsten

26.772

20.523

20.523

20.523

20.523

20.523

20.523

X Noot
1

Jaarlijks wordt besloten over de beschikbare middelen vanuit het BIV.

Het aandeel «juridisch verplicht» heeft betrekking op programma-uitgaven voor levering van goederen en/of diensten waarvoor Defensie een overeenkomst is aangegaan en op de apparaatsuitgaven die voor het grootste deel bestaan uit personele uitgaven. Voor 2015 gaat het om 87 procent. Het betreft verplichtingen die zijn aangegaan voor de apparaatsuitgaven, de instandhouding van de landwapensystemen en voor het oefenprogramma.

Toelichting op de instrumenten

Programma-uitgaven

Inzet

De inzet wordt verantwoord in beleidsartikel 1 Inzet.

Gereedstelling

De geraamde uitgaven voor gereedstelling worden gedaan voor oefenactiviteiten.

Instandhouding

De geraamde uitgaven voor de instandhouding van materieel betreffen het onderhoud van wapensystemen (wapensysteemlogistiek) en bevoorrading van operationele en ondersteunende eenheden door het Defensie Bedrijf Grondgebonden Systemen (systeemlogistiek bedrijf).

De post «Correctie Gereedstelling i.v.m. nog te ontvangen bijdrage vanuit het BIV t.b.v. oefeningen» is opgenomen, omdat in het oefenprogramma al rekening wordt gehouden met trainingen en oefeningen ter voorbereiding op de inzet, maar de middelen hiervoor zijn nog niet beschikbaar gesteld vanuit het BIV. Dit is afhankelijk van de jaarlijkse besluitvorming.

Apparaatsuitgaven

De apparaatsuitgaven bevatten vooral personele uitgaven. Deze uitgaven bestaan hoofdzakelijk uit salarissen, sociale lasten en uitgaven voor toelagen en reiskosten woon-werkverkeer. De personele uitgaven worden besteed aan de volgende aantallen personeel (gemiddelde jaarsterktes):

2013

2014

2015

2016

2017

2018

2019

20.014

19.823

19.179

19.076

18.990

18.986

18.986

De overige exploitatie is voor het grootste deel personeelsgebonden. Deze uitgaven bestaan voornamelijk uit opleidingen, werving, dienstreizen en overige materiële uitgaven.

Bijdragen aan SSO’s

Om de apparaatsuitgaven binnen de baten-lastenagentschappen beter te laten aansluiten bij de uitgavenbegroting, worden Rijksbreed de betalingen aan de baten-lastenagentschappen zichtbaar gemaakt in de uitgavenbegroting onder de noemer «waarvan bijdragen aan SSO’s» (Shared Service Organisations). Het betreft hier de uitgaven voor Paresto (€ 9,9 miljoen voor 2015).

De post «Correctie personele uitgaven i.v.m. nog te ontvangen bijdrage vanuit het BIV t.b.v. civiele militaire capaciteiten» is opgenomen, omdat in de planning rekening wordt gehouden met het beschikbaar stellen van personeel voor het leveren van civiele militaire capaciteiten, maar de middelen hiervoor zijn nog niet beschikbaar gesteld vanuit het BIV. Dit is afhankelijk van de jaarlijkse besluitvorming.

Voor een nadere toelichting op de apparaatsuitgaven wordt verwezen naar de personeelsrapportage die periodiek aan de Tweede Kamer wordt aangeboden en het niet-beleidsartikel 10 Centraal apparaat.

2.2.4. Beleidsartikel 4: Taakuitvoering luchtstrijdkrachten

Algemene doelstelling

De luchtstrijdkrachten leveren lucht- en grondgebonden capaciteit voor nationale en internationale operaties.

Rol en verantwoordelijkheid Minister

De Minister is verantwoordelijk voor de vaststelling van de omvang en de samenstelling van de luchtstrijdkrachten en van de mate van gereedheid van de luchtstrijdkrachten.

Voor de lucht- en grondgebonden capaciteit van de krijgsmacht is het Commando Luchtstrijdkrachten (CLSK) verantwoordelijk voor het operationeel gereedstellen en in stand houden van de eenheden. De luchtstrijdkrachten zijn inzetbaar voor zowel expeditionaire taken als voor nationale taken.

Indicatoren algemene doelstelling

In de onderstaande tabel staan de operationeel gerede eenheden en het voorzettingsvermogen van het CLSK voor 2015 tot en met 2019. De genoemde gereedheidsdoelstellingen worden permanent gerealiseerd.

Doelstellingenmatrix CLSK 2015 – 2019

Groep

Organieke component

Totaal aantal

Operationeel gereed

Voortzettingsvermogen

Jachtvliegtuigen

F-16

61

11

50

Helikopters

AH-64D Apache

29

10 1

19

CH-47 Chinook

17

61

11

AS-532 Cougar

12 2

6

6

NH-90

13 -> 20

2 -> 5 3

11 -> 15

Transport-

vliegtuigen

KDC-10

2

1

1

C-130H Hercules

4

2

2

Kustwacht

Nederland

Dornier DO-228 4

2

1

1

Unmanned Aerial Systems (UAS)

MALE UAV eenheid

1

0 5

1

Force Protection

OGRV eenheden

4

2

2

C2 element

2

1

1

Air C4ISR

Air Operations Control Station (AOCS)

1

1

Nationale Datalink Managementcel (NDMC)

1

1

Toelichting: De gereedheidsdoelstellingen per operationeel commando worden weergegeven in de doelstellingenmatrix. In de kolom «Totaal aantal» staat vermeld hoeveel eenheden er zijn. Deze eenheden zijn daarnaast verdeeld over de kolommen «Operationeel gereed» en «Voortzettingsvermogen». In de kolom «Operationeel gereed» is weergegeven hoeveel eenheden permanent beschikbaar zijn als directe bijdrage aan de inzetbaarheidsdoelstellingen. In de kolom «Voortzettingsvermogen» zijn de overige eenheden weergegeven. Deze eenheden zijn weliswaar aan het opwerken, maar kunnen ingezet worden, afhankelijk van de aard, duur en ambitie van de opdracht. Ook de permanent in de Verenigde Staten gestationeerde toestellen van het CLSK zijn opgenomen in de doelstellingenmatrix. Het betreft tien F-16’s, acht Apaches en drie Chinooks. Deze zijn permanent in gebruik voor opleidingen en training, maar hebben een operationele configuratie. Het (niet-operationele) F-16 testtoestel wordt voortaan meegeteld in het voortzettingsvermogen.

X Noot
1

Toelichting Apache en Chinook: Voor Apache en Chinook worden bemanningen opgeleid tot Deployable Combat Ready. Dit betekent dat voor missies in de hoogste geweldscenario’s, waarbij de tegenstander nog over een werkend luchtverdedigingssysteem beschikt, additionele training benodigd is.

X Noot
2

Toelichting Cougar. Met Kamerbrief 2014Z12237 d.d. 27 juni 2014 is aangegeven dat de Cougar meer en langer wordt ingezet om de gevolgen van de introductie vertraging NH-90 te beperken.

X Noot
3

Toelichting NH-90: Met Kamerbrief 2014Z12237 d.d. 27 juni 2014 is aangegeven dat de introductie van de NH-90 helikopter vertraging oploopt. Vanaf 1 januari 2015 worden de SAR-taken voor Kustwacht Nederland voor vijf jaar uitbesteed. Ten behoeve van het vlootoptreden is vanaf 1 januari 2015 één NH-90 helikopter beschikbaar.

X Noot
4

Toelichting Dornier: Defensie treedt tot november 2017 op als eigenaar, operator en toezichthouder van de Dornier, waarbij een verdere positiebepaling van Kustwacht Nederland noodzakelijk is om de rol van Defensie vanaf november 2017 in te kunnen vullen.

X Noot
5

Toelichting MALE UAV eenheid: Het Unmanned Aerial System wordt ingevoerd vanaf 2015. Fully Operational Capability wordt in 2017 bereikt.

Beleidswijzigingen

Omvorming vliegbasis Leeuwarden.

Een deel van de intensivering in de begrotingsafspraken 2013 komt ten goede aan het exploitatiebudget van het Commando Luchtstrijdkrachten (CLSK). Hierdoor komt de maatregel om de vliegbasis Leeuwarden vooruitlopend op de invoering van de F-35 om te vormen van Main Operating Base (MOB) naar een kleinere Deployable Operating Base (DOB) te vervallen. De toekomstige inrichting van de vliegbasis Leeuwarden wordt in de transitieplannen voor de invoering van de F-35 en de MALE UAV opgenomen.

Search and Rescue (SAR) en Patiëntenvervoer ten behoeve van de Waddeneilanden

Op 27 juni 2014 is de Kamer geïnformeerd over de voortgang van het NH-90 project (Kamerstuk 2014Z12237). Zoals daarin geschreven staat tijdens de introductieperiode van de NH-90 de uitvoering van de Search and Rescue (SAR) taken door Defensie onder druk. Om die reden heeft Defensie al eerder besloten tot de tijdelijke uitbesteding van de SAR-taken gedurende de nachtelijke uren. Overleg met het beleidsverantwoordelijke Ministerie van Infrastructuur en Milieu heeft tot de conclusie geleid dat algehele uitbesteding van deze taken voor de komende jaren noodzakelijk is, zo lang de NH-90 nog niet volledig operationeel is. Dit heeft geresulteerd in een aanbesteding van de SAR taken met helikopters tot tenminste 31 december 2019.

Op 4 juni 2014 is de Kamer geïnformeerd over het besluit om de patiëntenvervoertaak niet langer door Defensie te laten uitvoeren (Kamerstuk 33 750, nr. 62). Defensie zal haar verplichtingen uit het convenant nakomen tot een alternatieve oplossing is gevonden die voor alle partijen aanvaardbaar is. Defensie acht het mogelijk binnen een jaar een alternatieve oplossing te vinden waardoor Defensie in de eerste helft van 2015 kan stoppen met deze taak.

Invulling «capability gap» helikopters

Op 27 juni 2014 is de Kamer geïnformeerd over de voortgang van het NH-90 project (Kamerstuk 2014Z12237). Door de vertraagde invoering van de NH-90 ontstaat een capability gap. De Cougar helikopter zal meer en langer worden ingezet om het capaciteitstekort op korte tot middellange termijn te verminderen.

Bovenop de acht helikopters die in 2011 zijn aangehouden, worden extra Cougar-helikopters ingezet. Deze worden onttrokken aan de pool van te verkopen toestellen. De Cougar-helikopter kan echter niet alle taken van de NH-90 uitvoeren, zoals een belangrijk deel van de maritieme taken. De uitfasering van de Cougars zal gelijke tred moeten houden met de introductie van de NH-90 helikopters.

Gulfstream

Defensie behoudt behoefte aan snel en flexibel transport naar missiegebieden. De Gulfstream wordt daarom later afgestoten. Tot die tijd kan de Gulfstream, net als in de huidige situatie, ook voor regeringsvluchten worden ingezet.

Budgettaire gevolgen van het beleid en budgetflexibiliteit

Artikel 4 Taakuitvoering Luchtstrijdkrachten (bedragen x € 1.000)
 

2013

2014

2015

2016

2017

2018

2019

Verplichtingen

857.262

649.527

644.308

636.517

626.342

631.743

628.011

Uitgaven

651.319

649.527

644.308

636.517

626.342

631.743

628.011

Waarvan juridisch verplicht

   

82%

       

Uitgaven incl. nog te ontvangen bijdrage vanuit BIV

   

666.308

658.517

648.342

653.743

650.011

               

Programma uitgaven

149.516

138.559

149.533

155.472

146.887

154.541

148.661

Opdracht Gereedstelling en instandhouding Commando LSK

149.516

138.559

149.533

151.472

146.887

154.541

148.661

– Gereedstelling

20.538

13.138

13.252

13.245

13.240

13.230

13.272

– Instandhouding

128.978

125.421

158.281

164.227

155.647

163.311

157.389

Correctie Instandhouding i.v.m. nog te ontvangen bijdrage vanuit het BIV t.b.v. luchttransport 1

   

– 22.000

– 22.000

– 22.000

– 22.000

– 22.000

               

Apparaatsuitgaven

501.803

510.968

494.775

481.045

479.455

477.202

479.350

Personele uitgaven

401.910

403.163

388.274

373.176

372.003

374.495

374.613

– waarvan eigen personeel

401.910

402.163

387.274

372.176

371.003

374.495

374.613

– waarvan externe inhuur

 

1.000

1.000

1.000

1.000

   

Materiële uitgaven

99.893

107.805

106.501

107.869

107.452

102.707

104.737

– waarvan overige exploitatie

99.893

105.955

105.477

106.904

106.487

101.742

103.772

– waarvan bijdrage aan SSO Paresto

1.850

1.024

965

965

965

965

               

Apparaatsontvangsten

15.256

15.227

15.227

15.227

15.227

15.227

15.227

X Noot
1

Jaarlijks wordt besloten over de beschikbare middelen vanuit het BIV.

Het aandeel «juridisch verplicht» heeft betrekking op programma-uitgaven voor levering van goederen en/of diensten waarvoor Defensie een overeenkomst is aangegaan en op de apparaatsuitgaven die voor het grootste deel bestaan uit personele uitgaven. Voor 2015 gaat het om 82 procent. Het betreft verplichtingen die zijn aangegaan voor de apparaatsuitgaven, de instandhouding van de luchtwapensystemen en voor het oefenprogramma.

Toelichting op de instrumenten

Programma-uitgaven

Inzet

De inzet wordt verantwoord in beleidsartikel 1 Inzet.

Gereedstelling

De geraamde uitgaven voor gereedstelling worden gedaan voor oefenactiviteiten.

Instandhouding

De geraamde uitgaven voor de instandhouding van materieel betreffen het onderhoud van de wapensystemen. De instandhoudingsuitgaven van het Logistiek Centrum Woensdrecht zijn hierin opgenomen. Naast uitgaven voor de diverse ondersteunende installaties gaat het om uitgaven voor de instandhouding van de wapensystemen die in de doelstellingenmatrix zijn genoemd.

De post «Correctie Instandhouding i.v.m. nog te ontvangen bijdrage vanuit het BIV t.b.v. luchttransport» is opgenomen, omdat in de planning rekening wordt gehouden met het beschikbaar stellen van luchttransportcapaciteit, maar de middelen hiervoor zijn nog niet beschikbaar gesteld vanuit het BIV. Dit is afhankelijk van de jaarlijkse besluitvorming.

Apparaatsuitgaven

De apparaatsuitgaven bevatten vooral personele uitgaven. Deze uitgaven bestaan hoofdzakelijk uit salarissen, sociale lasten en uitgaven voor toelagen en reiskosten woon-werkverkeer. De personele uitgaven worden besteed aan de volgende aantallen personeel (gemiddelde jaarsterktes):

2013

2014

2015

2016

2017

2018

2019

7.471

7.522

7.384

7.336

7.332

7.297

7.297

Bijdragen aan SSO’s

Om de apparaatsuitgaven binnen de baten-lastenagentschappen beter te laten aansluiten bij de uitgavenbegroting, worden Rijksbreed de betalingen aan de baten-lastenagentschappen zichtbaar gemaakt in de uitgavenbegroting onder de noemer «waarvan bijdragen aan SSO’s» (Shared Service Organisations). Het betreft hier de uitgaven aan Paresto (€ 1,0 miljoen voor 2015).

De overige exploitatie is voor het grootste deel personeelsgebonden. Deze uitgaven bestaan voornamelijk uit (vlieger)opleidingen, werving, dienstreizen en overige materiële uitgaven.

Voor een nadere toelichting op de apparaatsuitgaven wordt verwezen naar de personeelsrapportage die periodiek aan de Tweede Kamer wordt aangeboden en het niet-beleidsartikel 10 Centraal apparaat.

2.2.5. Beleidsartikel 5: Taakuitvoering Marechaussee

Algemene doelstelling

Het Commando Koninklijke marechaussee (CKMar) voert politietaken uit op grond van de Politiewet 2012 (PW). Deze taak wordt zowel nationaal als internationaal en tijdens missies uitgevoerd. Daarnaast levert het CKMar capaciteit aan de CDS voor deelname aan (militaire) missies waarbij het CKMar andere taken uitvoert dan die in de PW zijn opgedragen.

Rol en verantwoordelijkheid Minister

De Minister is beheersverantwoordelijk en verantwoordelijk voor de vaststelling van de omvang, samenstelling en de vereiste mate van gereedheid van de KMar. De uitvoering is opgedragen aan het Commando Koninklijke Marechaussee (CKMar). Het gezag over de Koninklijke Marechaussee berust bij meerdere ministeries. Afhankelijk van de betreffende taak zijn dat de ministeries van Veiligheid en Justitie (inclusief het Openbaar Ministerie en de Nationaal Coördinator Terrorismebestrijding en Veiligheid); Buitenlandse Zaken; Binnenlandse Zaken en Koninkrijkrelaties en het Ministerie van Defensie.

Het CKMar heeft een takenpakket in binnen- en buitenland, zij houdt zich bezig met:

  • Bewaken en beveiligen van Koninklijke paleizen, ambassades in risicogebieden, de Nederlandse Bank en personen;

  • Handhaving van de Vreemdelingenwetgeving waaronder grenstoezicht en bestrijding van identiteit- en documentfraude, mensenhandel en mensensmokkel;

  • Handhaving openbare orde ten behoeve van Defensie en opsporing van strafbare feiten;

  • Bijdrage aan de opbouw van veiligheidssector in missiegebieden;

  • Politietaken en beveiliging van burgerluchtvaartterreinen;

  • Samenwerking met en bijstand aan de politie.

Naast het reguliere takenpakket fungeert het CKMar als strategische reserve voor de Nederlandse politie. Hiermee levert het CKMar direct of indirect een bijdrage aan de veiligheid van de Staat door optreden in binnen- en buitenland.

Indicatoren algemene doelstelling

In onderstaande tabel staan de operationeel gerede eenheden en het voortzettingsvermogen van het CKMar voor 2015 tot en met 2019. De gereedstelling voor onderstaande taken wordt onder beheersverantwoordelijkheid van de Minister van Defensie uitgevoerd. De genoemde gereedheidsdoelstellingen worden permanent gerealiseerd.

Doelstellingenmatrix CKMar 2015–2019

Groep

Organieke component

Totaal aantal

Operationeel gereed

Voortzettings-vermogen

District Landelijke en Buitenlandse Eenheden/ Brigade Buitenland Missies en districten

Vte'n voor expeditionaire inzet

306

153

153

Landelijke bijstandsorganisatie KMar

Peloton voor Crowd Riot Control (CRC)

1

1

District Landelijke en Buitenlandse Eenheden/ Brigade Speciale Beveiligingsopdrachten

Vte’n voor Close Protection Team (CPT) ter begeleiding van VIP’s in buitenland.

26

13

13

Toelichting: De gereedheidsdoelstellingen per operationeel commando worden weergegeven in de doelstellingenmatrix. In de kolom «Totaal aantal» staat vermeld hoeveel eenheden er zijn. Deze eenheden zijn daarnaast verdeeld over de kolommen «Operationeel gereed» en «Voortzettingsvermogen». In de kolom «Operationeel gereed» is weergegeven hoeveel eenheden permanent beschikbaar zijn als directe bijdrage aan de inzetbaarheidsdoelstellingen. In de kolom «Voortzettingsvermogen» zijn de overige eenheden weergegeven.

Geplande inzet

Het takenpakket van het CKMar is gericht op de veiligheid van de Staat en kent drie operationele speerpunten: bewaken en beveiligen, de grenspolitietaak en internationale en militaire politietaken.

Bewaken en Beveiligen

Het CKMar draagt zorg voor de bewaking en beveiliging van bepaalde vitale objecten en personen. Het CKMar doet dit in samenwerking met nationale en internationale publieke en private partners.

Kengetallen

Prognose 2015

Het percentage uitvoering Toezichtprogramma Beveiliging burgerluchtvaart

100%

Het aantal permanent te bewaken objecten

7

Het servicepercentage beveiligde waardetransporten voor De Nederlandsche Bank

100%

Beschikbare operationele KMar-eenheden voor expeditionaire beveiligingsopdrachten

(zie indicatoren algemene doelstelling)

Grenspolitietaak

Het CKMar richt zich op de bestrijding van illegale migratie, grensoverschrijdende criminaliteit en terrorisme. Deze taak wordt doelmatig en flexibel, en zo mogelijk risicogestuurd, uitgevoerd met informatie van zowel het CKMar als van ketenpartners. Als grenspolitie wendt het CKMar bedreigingen af voor Nederland en het Schengengebied bij en voor de grens.

Kengetallen

Prognose 2015

Aantal luchthavens waar grensbewaking wordt uitgevoerd

8

waarvan permanent

6

Aantal prioriteitsmeldingen (op luchthavens waar politietaken worden uitgevoerd)

12.000

Aantal verwijderingen (directe verwijderingen zonder tussenkomst Dienst Terugkeer & Vertrek (DT&V) en verwijderingen na aanlevering van DT&V)

6.000

waarvan begeleid

2.000

Internationale taken en politietaak ten behoeve van Defensie

Het CKMar is als één van de vier operationele commando’s van Defensie mede verantwoordelijk voor de uitvoering van het buitenland- en veiligheidsbeleid van Nederland. Het CKMar voert op grond van de PW politietaken uit in Nederland (incl. Caribisch Nederland). Bij inzet van Nederlandse militairen in het binnen- en buitenland wordt aan hen politiezorg verleend door het CKMar, onder meer door strafrechtelijke handhaving van de rechtsorde. Daarnaast zorgt het CKMar voor de bewaking van de integriteit van de krijgsmacht. Vanwege de specifieke organisatiekenmerken kan het CKMar met de andere krijgsmachtsonderdelen en als zelfstandige (politie)organisatie in binnen- en buitenland optreden. Daarbij kan capaciteit ook worden ingezet in instabiele landen, bijvoorbeeld door deelname aan opbouwoperaties.

Kengetallen

Prognose 2015

Aantal misdrijfdossiers (aangeleverd aan OM Arnhem)

725

Beschikbare operationele KMar-eenheden voor internationale crisis- en humanitaire operaties

(zie indicatoren algemene doelstelling)

Beleidswijzigingen

Er zijn geen significante beleidswijzigingen ten opzichte van de begroting 2014.

Budgettaire gevolgen van het beleid en budgetflexibiliteit

Artikel 5 Taakuitvoering Koninklijke Marechaussee (bedragen x € 1.000)
 

2013

2014

2015

2016

2017

2018

2019

Verplichtingen

329.085

328.518

311.472

301.679

300.798

298.355

298.732

Uitgaven

328.658

328.518

311.472

301.679

300.798

298.355

298.732

Waarvan juridisch verplicht

   

99%

       

Uitgaven incl. nog te ontvangen bijdrage vanuit BIV

   

316.072

306.279

305.398

302.955

302.332

               

Programma uitgaven

2.252

2.282

97

97

97

97

97

Opdracht Inzet KMAR

2.252

2.282

97

97

97

97

97

– Gereedstelling

2.252

2.282

97

97

97

97

97

               

Apparaatsuitgaven

326.406

326.236

311.375

301.582

300.701

298.258

298.635

Personele uitgaven

288.490

291.516

281.575

273.020

272.862

270.618

270.988

– waarvan eigen personeel

288.490

291.516

281.575

273.020

272.862

270.618

270.988

– waarvan externe inhuur

             

Materiële uitgaven

37.916

34.720

29.800

28.562

27.839

27.640

27.647

– waarvan overige exploitatie

37.916

34.420

34.011

32.796

32.073

31.874

31.881

– waarvan bijdrage aan SSO Paresto

 

300

389

366

366

366

366

Correctie exploitatie i.v.m. nog te ontvangen bijdrage vanuit het BIV t.b.v. Kmar-Pool 1

   

– 4.600

– 4.600

– 4.600

– 4.600

– 4.600

               

Apparaatsontvangsten

7.154

4.590

4.590

4.590

4.590

4.590

4.590

X Noot
1

Jaarlijks wordt besloten over de beschikbare middelen vanuit het BIV.

Het aandeel «juridisch verplicht» heeft betrekking op programma-uitgaven voor levering van goederen en/of diensten waarvoor Defensie een overeenkomst is aangegaan en op de apparaatsuitgaven die voor het merendeel uit personele uitgaven bestaan. Voor 2015 gaat het om 99 procent. Deze verplichtingen hebben volledig betrekking op de apparaatsuitgaven.

Toelichting op de instrumenten

Programma uitgaven

Gereedstelling

De uitgaven voor gereedstelling betreffen vooral de uitgaven voor meerdaagse (oefen) activiteiten (ongeveer 600.000 oefenuren). Voor 2015 zijn hiervan 50.700 oefenuren geraamd voor de bijstandsorganisatie.

Apparaatsuitgaven

De apparaatsuitgaven bevatten vooral personele uitgaven. Deze uitgaven bestaan hoofdzakelijk uit salarissen, sociale lasten en uitgaven voor toelagen en reiskosten woon-werkverkeer. De personele uitgaven worden besteed aan de volgende aantallen personeel (gemiddelde jaarsterktes):

2013

2014

2015

2016

2017

2018

2019

6.107

6.068

6.001

5.980

5.953

5.935

5.935

Bijdragen aan SSO’s

Om de apparaatsuitgaven binnen de baten-lastenagentschappen beter te laten aansluiten bij de uitgavenbegroting, worden Rijksbreed de betalingen aan de baten-lastenagentschappen zichtbaar gemaakt in de uitgavenbegroting onder de noemer «waarvan bijdragen aan SSO’s» (Shared Service Organisations). Het betreft hier de uitgaven voor Paresto (€ 0,4 miljoen voor 2015).

De overige exploitatie is voor het grootste deel personeelsgebonden. Deze uitgaven bestaan voornamelijk uit opleidingen, werving, dienstreizen en overige materiële uitgaven.

De post «Correctie exploitatie i.v.m. nog te ontvangen bijdrage vanuit het BIV t.b.v. Kmar-Pool» is opgenomen, omdat in de planning rekening wordt gehouden met het beschikbaar stellen van personeel voor het leveren van politietaken, maar de middelen hiervoor zijn nog niet beschikbaar gesteld vanuit het BIV. Dit is afhankelijk van de jaarlijkse besluitvorming.

Voor een nadere toelichting op de apparaatsuitgaven wordt verwezen naar de personeelsrapportage die periodiek aan de Tweede Kamer wordt aangeboden en het niet-beleidsartikel 10 Centraal apparaat.

2.2.6. Beleidsartikel 6: Investeringen krijgsmacht

Algemene doelstelling

Defensie voorziet in nieuw materieel, infrastructuur en ICT-middelen en zij verkoopt, indien aan de orde, groot materieel en infrastructuur.

Rol en verantwoordelijkheid Minister

De Minister van Defensie is verantwoordelijk voor het tijdig voorzien in nieuw materieel, infrastructuur en ICT-middelen en voor de afstoting van overtollig groot materieel en infrastructuur.

Investeringsquote

De investeringsquote is het percentage van de investeringen ten opzichte van het gecorrigeerde defensiebudget (gecorrigeerd met HGIS). De investeringsquote van Defensie is in onderstaande grafiek weergegeven, waarbij het percentage voor 2013 is gerealiseerd, het percentage 2014 berust op de eerste suppletoire begroting 2014 en de percentages voor de overige jaren zijn geraamd conform de begroting 2015. De voorspellende waarde van de grafiek is overigens betrekkelijk, omdat zich in de praktijk onder invloed van uiteenlopende factoren fluctuaties zullen voordoen.

Investeringsquote

Investeringsquote

Beleidswijzigingen

Investeringsquote (IQ)

Defensie streeft ernaar om op termijn tenminste 20 procent van haar uitgavenbudget te besteden aan investeringen. Dit percentage komt voort uit het besef dat een moderne krijgsmacht voldoende investeringsruimte moet hebben om haar hoofdwapensystemen te vervangen of te moderniseren ter bestendiging van haar relevantie in de toekomst. De Navo hanteert dit percentage als richtlijn. De gerealiseerde percentages zullen overigens altijd fluctueren. Het laat zich namelijk vaak moeilijk voorspellen wanneer de kasuitgaven precies zullen worden gedaan. Dit is ook de reden voor de onbeperkte eindejaarsmarge die Defensie sinds 2013 heeft verkregen voor de investeringen.

De financiële taakstellingen sinds de beleidsbrief 2011 zijn op de korte termijn behaald door het investeringsbudget te verlagen, omdat de structurele maatregelen, zoals de reorganisaties, pas op langere termijn tot besparingen leiden. Op de korte termijn leidt een terugval in de investeringen niet direct tot beperkingen in de gereedstelling of inzet, zelfs niet als de terugval enige jaren duurt. De bestaande wapensystemen worden namelijk in stand gehouden vanuit het exploitatiebudget (onderhoud, gereedstellingsactiviteiten en de aanschaf van brandstof en niet-kapitale munitie).

Op de langere termijn zou een laag investeringspercentage wel een negatieve invloed op de gereedstelling, de inzet en innovatie hebben. De wapensystemen verouderen, krijgen meer last van storingen en hebben meer onderhoud nodig. Dit kan leiden tot extra kosten, een lagere beschikbaarheid of verminderde inzetbaarheid of operationele relevantie. Ook kunnen noodzakelijk geachte operationele vernieuwingen niet of pas later worden gerealiseerd. Het is daarom van belang de balans tussen investeringen en exploitatie te bewaren. De door te voeren life cycle costing (LCC) benadering zal hierbij behulpzaam zijn. In het kader van financiële duurzaamheid zal Defensie de komende jaren meer op basis hiervan gaan werken om investeringen en exploitatie beter in samenhang te kunnen beoordelen. Daarom kan het investeringspercentage als gevolg van veranderende verwervingsstrategieën, onderhoudsprincipes of internationale samenwerking in de toekomst anders uitkomen. Uiteindelijk gaat het om de meest effectieve en efficiënte wijze van samenstellen van de benodigde capaciteiten. De LCC benadering zal Defensie helpen die keuzes te maken. In de brief over de ontwikkeling van het investeringspercentage van 2 juli jl. (Kamerstuk 33 750-X, nr. 68) wordt nader op de investeringsquote ingegaan.

Om de investeringsprojecten werkelijk te realiseren, wordt de verwervingsketen versterkt. Stabiliteit in de organisatie en een consistent toekomstbeeld zijn hierbij van belang. Na het besluitvormingstraject over de nota In het belang van Nederland en de uitwerking van de reorganisaties, inclusief de verkleining van de staven, zijn alle ketens opnieuw ingericht. Het geheel komt geleidelijk in de komende jaren weer in rustiger vaarwater. Vervolgens zijn de lage personele vulling van de DMO-organisatie en de daarmee samenhangende capaciteitsproblemen in de gehele verwervingsketen onderzocht. Er zijn diverse maatregelen getroffen om het capaciteitstekort te beperken. Onderdeel daarvan is het op korte termijn vullen van de DMO-organisatie, zo nodig door middel van inhuur. De effecten van de maatregelen moeten de komende jaren zichtbaar worden.

Voor zover er beleidswijzigingen zijn, betreffen dat wijzigingen in projecten. De belangrijkste wijzigingen worden per project toegelicht.

Budgettaire gevolgen van het beleid en budgetflexibiliteit

Artikel 6 Investeringen Krijgsmacht (bedragen x € 1.000)
 

2013

2014

2015

2016

2017

2018

2019

Verplichtingen

633.007

1.147.372

1.556.041

1.672.644

1.605.934

1.580.537

1.669.015

Opdracht Voorzien in nieuw materieel

318.071

866.817

1.197.713

1.329.738

1.230.159

1.244.141

1.333.403

Opdracht Voorzien in infrastructuur

183.028

141.551

194.194

167.741

167.731

139.548

142.164

Opdracht Voorzien in ICT

47.153

44.801

75.297

89.697

122.797

111.597

108.197

Bekostiging Wetenschappelijk onderzoek

55.641

62.800

59.445

57.175

56.954

56.957

56.957

Bijdrage aan de Navo

29.114

31.403

29.392

28.293

28.293

28.294

28.294

               

Uitgaven

1.019.656

1.122.806

1.408.438

1.525.769

1.603.634

1.578.237

1.663.815

Waarvan juridisch verplicht

   

66%

       

Programma uitgaven

1.019.656

1.122.806

1.408.438

1.590.769

1.603.634

1.578.237

1.663.815

Opdracht Voorzien in nieuw materieel

739.145

762.258

1.015.200

1.153.642

1.227.859

1.241.841

1.328.203

Opdracht Voorzien in infrastructuur

142.451

172.477

191.483

228.362

167.731

139.548

142.164

– waarvan bijdragen SSO (DVD)

27.143

26.100

26.600

27.000

26.100

25.900

Opdracht Voorzien in ICT

47.460

93.868

112.918

123.297

122.797

111.597

108.197

– waarvan bijdragen SSO (DTO)

51.735

52.462

48.718

51.570

51.560

51.570

Bekostiging Wetenschappelijk onderzoek

59.166

62.800

59.445

57.175

56.954

56.957

56.957

Bijdrage aan de Navo

31.434

31.403

29.392

28.293

28.293

28.294

28.294

               

Programma ontvangsten

118.077

133.788

152.556

128.336

139.436

167.956

136.856

– Verkoopopbrengsten groot materieel

98.603

116.218

117.386

111.686

122.186

150.586

126.986

– Verkoopopbrengsten infrastructuur

13.736

15.700

33.300

14.780

15.380

15.500

8.000

– Overige ontvangsten

5.738

1.870

1.870

1.870

1.870

1.870

1.870

Het aandeel «juridisch verplicht» heeft betrekking op programma-uitgaven voor levering van goederen of diensten waarvoor Defensie een overeenkomst is aangegaan. Voor 2015 betreft het 66 procent.

Met de eerste suppletoire begroting 2014 is de verplichtingenbegroting voor «Voorzien in nieuw materieel» in 2014 verlaagd. De verplichtingenbegroting kwam daarmee op een bedrag van € 867 miljoen. Deze verlaging kwam voort uit een actualisering van de verplichtingenraming, waaruit bleek dat de verplichtingenraming voor 2014 te hoog was. Dit was een gevolg van het terughoudend aangaan van verplichtingen ten tijde van de nota In het belang van Nederland en de beperkte verwervingscapaciteit als gevolg van de reorganisaties in 2013. Ook de meerjarige doorwerking van de geactualiseerde raming is verwerkt in deze begroting. De meerjarige verplichtingenbegroting «Voorzien in nieuw materieel» voor de jaren 2015 en 2016 is verhoogd tot € 1.198 miljoen in 2015 en tot

€ 1.308 miljoen in 2016.

Verplichtingen leiden niet onmiddellijk tot betalingen. Zeker bij grote projecten worden verplichtingen in een bepaald jaar aangegaan, maar worden de uitgaven verspreid over latere jaren. De brief over de ontwikkeling van het investeringspercentage (Kamerstuk 33 750-X, nr. 68) gaat hier nader op in.

Bijdragen aan SSO’s

Om de apparaatsuitgaven binnen de baten-lastenagentschappen beter te laten aansluiten bij de uitgavenbegroting, worden Rijksbreed de betalingen aan de baten-lastenagentschappen zichtbaar gemaakt in de uitgavenbegroting, onder de noemer «waarvan bijdragen aan SSO’s» (Shared Service Organisations). Het betreft voor 2015 de uitgaven voor de Defensie Vastgoed Dienst (DVD, € 26,1 miljoen voor 2015) en DTO

(€ 44,1 miljoen voor 2015).

Toelichting op de instrumenten

Voorzien in nieuw materieel

Alle projecten in realisatie met een financiële omvang van meer dan € 25 miljoen zijn opgenomen in de onderstaande tabellen. De projecten in realisatie waarvan de financiële omvang met meer dan € 10 miljoen of de planning met meer dan een jaar is gewijzigd, worden onderaan de tabellen nader toegelicht. Tevens worden de projecten in planning opgesomd waarvan wordt verwacht dat deze in 2015 tot uitgaven leiden, waarbij wezenlijke veranderingen ten opzichte van de begroting 2014 worden toegelicht.

In het Materieelprojectenoverzicht (MPO) worden alle strategische materieelprojecten met een financiële omvang van meer dan € 25 miljoen uitgebreid toegelicht. Daarbij wordt voor de projecten in planning bovendien de verwachte fasering in het Defensie Materieel Proces (DMP) vermeld.

Projecten Zeestrijdkrachten

Projecten in realisatie zeestrijdkrachten (bedragen x € 1 miljoen)

Projectomschrijving

Project

volume

Raming uitgaven

Fasering

Tot

t/m 2014

2015

2016

2017

2018

2019

Evoled Sea Sparrow Missile Block II: deelneming internationaal ontwikkelingstraject

37,2

35,5

1,7

       

2015

Instandhouding M-fregatten

58,7

53,2

2,8

2,7

     

2016

Instandhouding Walrusklasse onderzeeboten

96,0

42,2

15,6

9,1

7,6

8,1

6,8

2020

Instandhouding Goalkeeper

34,5

20,5

7,7

6,2

     

2016

Low Frequency Active Sonar (LFAS)

27,4

22,6

2,5

2,3

     

2016

Luchtverdedigings- en Commandofregatten

1.560,3

1.553,8

6,5

       

2015

Maritime Ballistic Missile Defence (MBMD)

124,6

60,4

22,9

13,0

15,6

6,4

6,3

2021

Patrouilleschepen

529,9

522,7

7,2

       

2015

Verbetering MK 48 torpedo

71,8

24,0

15,8

16,1

15,9

   

2017

Verwerving Joint Logistiek Ondersteuningsschip (JSS)

409,3

379,9

29,4

       

2015

JSS

De JSS wordt na afbouw in de vaart genomen. De voorgenomen afstoting is hierdoor niet meer van toepassing.

Bij de overige projecten zijn er geen significante veranderingen.

Project in planning met verwachte uitgaven in 2015

Instandhoudingsprogramma Luchtverdedigings- en Commandofregatten

Zoals toegelicht in Kamerbrief 27 830, nr. 123, is het financieel projectvolume toegenomen als gevolg van onder anderen het opnemen van uitstaande restpunten uit het nieuwbouwprogramma LC-fregatten en aanvullende instandhoudingsactiviteiten. Daarnaast is door de reorganisaties bij de betrokken organisatiedelen veel capaciteit verdwenen, waardoor de noodzaak tot aanvullende inhuur van personeel en/of uitbesteding van deelprojecten is toegenomen.

Midlife upgrade BV206D

Naar aanleiding van een optimalisatiestudie zijn de eisen en het aantal te modificeren BV206D’s aangepast. Hierdoor is het projectbudget met € 4,3 miljoen toegenomen.

Mid Life Upgrade Landing Craft Utility

Het project, voorheen Vervangende capaciteit Landing Craft Utility, bevindt zich in de A-fase van het DMP-proces en zal handelen over het aanpassen van de bestaande vaartuigen en niet de aankoop van nieuwe.

Projecten Landstrijdkrachten

Projecten in realisatie landstrijdkrachten (bedragen x € 1 miljoen)

Projectomschrijving

Project

volume

Raming uitgaven

Fasering

Tot

 

t/m 2014

2015

2016

2017

2018

2019

Datacommunicatie Mobiel Optreden (DCMO)

43,0

39,2

2,0

1,8

     

2016

Patriot vervanging COMPATRIOT

30,8

17,0

13,8

       

2017

Groot Pantserwielvoertuig (GPW, Boxer) (productie)

794,4

470,7

132,3

126,9

53,4

11,1

 

2018

Infanterie Gevechtsvoertuig (IGV), productie en training

1.118,1

1.116,6

1,5

       

2015

Vervanging genie- en doorbraaktank

90,5

85,1

5,4

       

2015

Bij deze projecten zijn er geen significante veranderingen.

Project in planning met verwachte uitgaven in 2015

Verwerving CE-Pakketten Infanterie Gevechtsvoertuig (IGV)

In verband met onder anderen de implementatie van de nieuwe aanbestedingswet voor Defensie, de afstemming met de leveranciers van de CV9035NL en de harmonisatie van ambitie en middelen heeft er een herijking plaatsgevonden. Deze herijking heeft geleid tot een aangepast tijdschema waardoor het project in 2019 wordt gerealiseerd.

Daarnaast is het project in twee delen gesplitst, te weten de studie- en testfase (2015) en de selectieprocedure en de volledige integratie van het bestaande systeem met de CV-90 (2016). Het daadwerkelijk seriematig aanschaffen en instromen van de pakketten staat nu gepland in de jaren 2017 tot en met 2019.

Bij de projecten C-RAM- en CLASS 1-UAV-detectiecapaciteit en Levensduurverlenging zwaar bergingsvoertuig (voorheen Vervanging zware bergingscapaciteit) zijn geen significante wijzigingen opgetreden.

Projecten Luchtstrijdkrachten

Projecten in realisatie luchtstrijdkrachten (bedragen x € 1 miljoen)

Projectomschrijving

Project

volume

Raming uitgaven

Fasering

Tot

 

t/m 2014

2015

2016

2017

2018

2019

AH-64D Block II upgrade

120,0

41,5

32,5

41,0

5,0

   

2017

AH-64D verbetering bewapening

25,9

2,7

9,6

12,0

1,6

   

2017

AH-64D zelfbescherming (ASE)

76,1

12,4

25,3

34,4

3,9

   

2017

Chinook uitbreiding en versterking (vier + twee)

356,2

351,5

4,7

       

2015

F-16 Infrarood geleide lucht-lucht raket

31,9

2,3

15,3

14,3

     

2016

F-16 mode 5 IFF

39,7

26,4

4,0

9,3

     

2016

F-16 M5 modificatie

38,8

36,1

2,7

       

2015

F-16 verbetering lucht-grond bewapening, fase 1

59,1

52,7

6,4

       

2015

F-16 zelfbescherming (ASE)

82,0

32,5

25,5

24,0

     

2016

Langer doorvliegen F-16 – vliegveiligheid & luchtwaardigheid

37,0

2,4

6,7

7,6

7,3

6,5

3,5

2021

Nieuw in realisatie zijn de projecten AH-64 zelfbescherming (ASE), F-16 Infrarood geleide lucht-lucht raket en Langer doorvliegen F-16 vliegveiligheid & luchtwaardigheid.

Project in planning met verwachte uitgaven in 2015

Verwerving F-35

Raming uitgaven (bedragen x € 1 miljoen)

Projectomschrijving

Projectvolume

Raming uitgaven

Fasering tot

   

t/m 2014

2015

2016

2017

2018

2019

2020 en verder

 

Budget verwerving F-35

4.628,2

488,3

38,3

73,0

314,7

594,1

822,0

2.297,8

2023

Raming verwerving F-35

4.617,6

488,3

38,3

73,0

314,7

594,2

822,0

2.286,9

2023

Waarvan verwerving 2 testtoestellen (inclusief bijkomende middelen)

283,2

283,2

0,0

0,0

0,0

0,0

0,0

0,0

2013

Waarvan verwerving toestellen (inclusief bijkomende middelen)

3.864,8

205,1

38,3

73,0

314,7

500,5

728,3

2.004,8

2023

Waarvan PSFD MoU

165,6

120,1

7,6

8,6

7,7

6,1

4,1

11,4

2023

Waarvan deelname IOT&E (inclusief exploitatie testtoestellen t/m 2019)

79,0

17,4

14,4

14,2

15,1

16,7

1,2

0,0

2019

Waarvan risicoreservering investeringen

469,6

0,0

0,0

0,0

0,0

93,7

93,7

282,2

2023

In bovenstaande tabel is weergegeven hoe het investeringsbudget en de kosten van het project F-35 zich ontwikkelen. De Nederlandse prijsbijstelling wordt aan het projectbudget toegevoegd. Het project F-35 wordt geconfronteerd met een, in vergelijking met Nederland, hogere inflatie in de Verenigde Staten. Deze hogere inflatie kan dit jaar binnen het projectbudget worden gedekt vanwege een ramingsmeevaller en een wisselkoersmeevaller. Het saldo van het projectbudget is naar het huidige inzicht en op grond van de meest actuele kostenraming van het F-35 Joint Program Office voldoende voor de aanschaf van 37 toestellen van de F-35.

In onderstaande tabel is de ontwikkeling van het beschikbare budget voor de verwerving F-35 weergegeven.

Aanpassing taakstellend budget investeringen (bedragen x € 1 miljoen)
 

Bedrag

Budget verwerving F-35 in prijspeil 2012

4.520,6

Bijstelling budget o.b.v. Nederlandse prijsindexatie

107,6

Budget verwerving F-35 in prijspeil 2014

4.628,2

Bij de volgende projecten zijn geen significante wijzigingen opgetreden:

  • Langer doorvliegen F-16 vanwege vliegveiligheid en luchtwaardigheid;

  • Vervanging Medium Power Radars Wier en Nieuw Milligen.

Projecten Marechaussee

Dit betreft de investeringsprojecten – voor zover niet in infrastructuur en informatievoorziening – ten behoeve van de Koninklijke Marechaussee. Geen van de projecten heeft een investeringsbudget van meer dan € 25 miljoen.

Projecten Defensiebreed

Projecten in realisatie defensiebreed (bedragen x € 1 miljoen)

Projectomschrijving

Project

volume

Raming uitgaven

Fasering

Tot

 

t/m 2014

2015

2016

2017

2018

2019

Counter Improvised Explosive Devices (C-IED) blok 1 & 2

29,6

27,4

2,2

       

2015

Counter Improvised Explosive Devices (C-IED) Blok 3

53,6

6,6

13,7

11,1

5,1

6,6

8,1

2022

Militaire Satelliet Communicatie lange termijn defensiebreed (MILSATCOM)

132,1

121,0

9,0

1,8

0,3

   

2017

Militaire Satelliet Capaciteit (MILSATCAP)

31,4

16,1

7,5

5,3

1,4

1,1

 

2018

Modernisering navigatiesystemen

39,0

20,9

3,4

2,5

6,0

2,2

4,0

2019

NH-90

1.197,4

964,8

70,9

72,1

64,1

25,5

 

2018

Uitbreiding Chemische Biologische Radiologische en Nucleaire (CBRN)-capaciteit in het kader van de Intensivering Civiel Militaire Samenwerking (ICMS), materieel

60,3

21,3

20,8

18,2

     

2016

NH-90

De recente ontwikkelingen op het gebied van de technische inzetbaarheid van de NH-90 naar aanleiding van corrosie- en slijtageproblematiek, leidt mogelijk tot vertraging van de huidige transitieplanning. Er zijn momenteel dertien toestellen geleverd. De afname van de laatste zeven helikopters is opgeschort. Defensie is in gesprek met de fabrikant om passende oplossingen te vinden en onderzoekt de gevolgen voor de lange termijn. De consequenties voor inzet vanaf 2018 moeten nader worden onderzocht.

Het project Counter Improvised Explosive Devices (C-IED) Blok 3 is nieuw in realisatie.

Bij de overige projecten zijn er geen significante veranderingen.

Projecten in planning met verwachte uitgaven in 2015

Bij de defensiebrede projecten in planning zijn geen significante wijzigingen opgetreden:

  • Defensiebrede vervanging operationele wielvoertuigen;

  • MALE UAV;

  • Nieuwe generatie identificatiesystemen (IFF mode 5/mode S) (NGIS);

  • Verbeterd Operationeel Soldaat Systeem (VOSS);

  • Vernieuwing TITAAN;

  • Verwerving HV-brillen;

  • Defensiebrede vervanging handgedragen warmtebeeldkijker;

  • Joint Fires;

  • Defensie Operationeel Kledingsysteem (DOKS);

  • Defensie Bewakings- en Beveiligingssysteem (DBBS); uitvoering van dit project ligt bij het CDC;

  • Vervanging ondersteunende wapens KKW-familie.

Voorzien in infrastructuur

Grote infrastructuurprojecten in realisatie (bedragen x € 1 miljoen)

Project-omschrijving

Defensie-

onderdeel

Project

volume

t/m 2014

2015

2016

2017

2018

2019 e.v.

Fasering

t/m

Hoger onderhoud Woensdrecht

CLSK

77,6

38,8

2,0

21,6

15,2

   

2017

Nieuwbouw Schiphol

KMar

136,5

136,5

         

2014

Nieuwbouw OTCKMar

KMar

85,4

47,2

6,3

19,2

12,7

   

2017

Strategisch vastgoedplan KMar

KMar

26,3

22,4

3,8

       

2015

EPA Maatregelen

Algemeen

65,3

30,1

6,0

6,0

11,6

11,6

 

2018

Bouwtechnische verbetermaatregelen brandveiligheid

Algemeen

43,7

15,5

12,4

15,8

     

2017

Deelproject 1.3.7.1 HVD: Schuifplan Ermelo (GSK, JPK, PMK en VHK)

CLAS

65,6

46,6

7,8

1,6

1,6

0,0

8,0

2023

Deelproject 1.3.7.4 HVD: Herbeleggen ORK Schaarsbergen

CLAS

27,7

4,9

0,1

0,0

0,0

1,9

20,8

2020

Deelproject 1.3.7.5 HVD: Herbeleggen RVS Oirschot

CLAS

60,2

19,9

10,6

2,7

5

15,8

6,2

2019

Deelproject 2a.6 HVD: Belegging Breda (KvB, TvZ, Seelig)

CDC

35,7

5,4

8,1

8,6

8,1

0,0

5,5

2021

Deelproject 2b.3 CLAS Reorganisatie Materieellogistieke Eenheden

CLAS

25,8

11,6

9,0

5,1

     

2016

Hoger onderhoud Woensdrecht

Het project betreft de totale behoefte aan infrastructuur om het Logistiek Centrum Woensdrecht (LCW) op Vliegbasis Woensdrecht te kunnen huisvesten. Hiermee kunnen defensielocaties LCW Rhenen en LCW Dongen worden afgestoten. De nieuwbouw legering is opgeleverd, evenals het werkcentrum Avionica en het Logistiek Complex. Nieuwbouw voor het squadron Technologie en Missieondersteuning is in ontwikkeling. De behoefte voor een nieuw stafgebouw is als gevolg van de LCW-reorganisatie in heroverweging. Het LCW Rhenen is begin 2014 voor afstoting overgedragen aan het Rijksvastgoed en Ontwikkelingsbedrijf (RVOB).

Nieuwbouw Schiphol

In de nabijheid van de luchthaven Schiphol wordt voor het District Schiphol van de KMar een nieuw complex gerealiseerd ter vervanging van de gehuurde en verspreid liggende accommodaties. De Koningin Maximakazerne is in 2013 in gebruik genomen. Een aantal deelprojecten wordt nu nog voltooid.

Nieuwbouw OTCKMar (Opleidings- en Trainings Centrum KMar)

Het OTCKMar wordt ondergebracht op het complex Koning Willem III/Frank van Bijnenkazerne in Apeldoorn. De realisatieperiode duurt naar verwachting tot en met 2017.

Strategisch Vastgoedplan KMar

Dit project betreft de herindeling van de districten van de KMar, verdeeld in vier projecten. Twee projecten zijn inmiddels gerealiseerd, twee zijn nog in uitvoering. De herindeling van de districten houdt onder andere in dat een aantal districten wordt samengevoegd.

Energie Prestatie Adviezen (EPA) Maatregelen

Dit project betreft een verzameling van energiebesparende maatregelen voor de bestaande infrastructuur. De kasgeldreeks is iets naar voren gehaald met het doel besparingen in de exploitatiesfeer eerder te kunnen realiseren.

Bouwtechnische verbetermaatregelen brandveiligheid

Met de uitvoering van verbetermaatregelen brengt Defensie de brandveiligheid van de meest risicovolle gebouwen op orde en biedt ze haar personeel een veilige woon- (legering) en werkomgeving (onder meer ook de kinderdagverblijven). De planning is in lijn met de nalevingsafspraak die is overeengekomen met de Inspectie Leefomgeving en Transport van het Ministerie van Infrastructuur & Milieu.

Deelproject 1.3.7.1. HVD Schuifplan Ermelo

Het schuifplan Ermelo zorgt ervoor dat de verhuizing en sluiting van de KMS in Weert mogelijk wordt. Daarvoor moet eerst ruimte worden gemaakt door eenheden na elkaar te verhuizen van Havelte naar Wezep, van Ermelo naar Havelte en tot slot van Weert naar Ermelo. De KMS zal volgens planning eind 2014 verhuizen.

Deelproject 1.3.7.4. HVD Herbeleggen Oranjekazerne Schaarsbergen

De herbelegging van de kazerne omvat het doorvoeren van enkele kleine aanpassingen en de sloop van een aantal gebouwen. Daarna worden oude gebouwen vervangen die aan het einde van de levensduur zijn. De realisatie hiervan hangt voor een deel af van de uitwerking van lopende reorganisaties.

Deelproject 1.3.7.5. HVD Herbeleggen Ruiter van Steveninckkazerne Oirschot

Door gebruik te maken van vrijgevallen infrastructuur (tankbataljons) is een schuifplan opgesteld om oude gebouwen leeg te maken en te slopen en vooral goede infrastructuur aan te houden en te gebruiken voor het huisvesten van de nieuwe organisatie. Aanvullende nieuwbouw wordt gerealiseerd voor de nieuw opgerichte CBRN-eenheid. Het project is volop in uitvoering.

Deelproject 2.a.6. HVD Belegging Breda

Met dit project wordt de verhuizing mogelijk van het Instituut Defensie Leergangen van Rijswijk naar Breda, onder meer door aanvullende nieuwbouw van legering en aanpassing van lesaccommodaties en kantoren op de Trip van Zoutlandkazerne (TvZ). Een verdere concentratie op de TvZ, het Kasteel van Breda en de Luchtmachttoren maakt het mogelijk elders in de stad locaties af te stoten.

Deelproject 2.b.3. CLAS Reorganisatie materieel-logistieke eenheden

Door de reorganisatie van de materieellogistiek worden het Defensie Bedrijf Grondgebonden Systemen (DBGS) en de huidige zes herstelcompagnieën omgevormd tot het Materieellogistiek Commando en drie nieuwe Brigade Herstelcompagnieën. De totale personele omvang van de materieellogistieke eenheden vermindert met ongeveer een derde. Op de verschillende locaties is het aanpassen van werkplaatsen noodzakelijk.

Projecten in planning met verwachte uitgaven in 2015

Grote infrastructuurprojecten in planning (bedragen x € 1 miljoen)

Projectomschrijving

Defensie

onderdeel

Project

volume

Verwachte

uitgaven

2014

Verwachte

uitgaven

2015 e.v.

Fasering

Nieuwbouw/renovatie NCIA

Algemeen

37,6

0,1

37,5

2014–2017

Deelproject 1.3.6.2 HVD: MARKAZ Vlissingen

CZSK

180,0

0,0

180,0

2016–2019

Deelproject 2a.5 HVD: Realisatie 20 GZHC en 7 THKC

CDC

27,3

0,0

27,3

2015–2017

Deelproject 2b.4 HVD Herbeleggen IDGO

CDC

42,2

0,0

42,2

2015–2017

Nieuwbouw/renovatie NCIA

Nabij de Waalsdorpervlakte in Den Haag bevindt zich één van de vestigingen van het NATO Communications and Information Agency (NCIA). Momenteel heeft het agentschap een drietal hoofdvestigingen in Brussel, Mons (beiden België) en Den Haag. Met het oog op een doelmatige bedrijfsvoering is besloten een groter aantal activiteiten te concentreren op de NCIA-hoofdvestiging in Den Haag. Om dit mogelijk te maken heeft Nederland zich als Host Nation bereid verklaard om in de jaren 2014–2016 een grootschalig nieuwbouw- en renovatieproject uit te voeren en te financieren, met bijdragen van de ministeries van Buitenlandse Zaken, Economische Zaken, Defensie en de gemeente Den Haag.

Deelproject HVD 1.3.6.2. MARNS naar Zeeland

Met de bouw van een geheel nieuwe kazerne te Vlissingen wordt de verhuizing mogelijk gemaakt van het Mariniers Trainingscommando vanuit de Van Braam Houckgeestkazerne te Doorn en het Logistiek Centrum Maartensdijk. Het project wordt gerealiseerd met een geïntegreerd contract. De exacte financieringsvorm binnen het contract is nog onderwerp van discussie. In de tabel zijn de werkelijke bouwkosten vermeld.

Deelproject 2.a.5. HVD Realisatie 20 Gezondheidscentra (GZHC) en 7 tandheelkundige centra (THKC)

Dit project betreft de aanpassing van de huisvesting aan de nieuwe organisatie van de bedrijfsgroep Gezondheidszorg, door aanpassing van bestaande infrastructuur en door nieuwbouw op verschillende locaties. De realisatie loopt vertraging op als gevolg van het uitblijven van een goedgekeurd reorganisatieplan.

Deelproject 2b.4. HVD Herbeleggen IDGO

Het kennis- en trainingscentrum Logistieke Geneeskundige Dienst zal als gevolg van de reorganisatie van de geneeskundige opleidingen overgaan van het CLAS naar het Instituut Defensie Geneeskundige Opleidingen (IDGO) van het CDC. Besloten is om het IDGO in Ermelo te huisvesten en de Korporaal van Oudheusdenkazerne in Hilversum te sluiten.

Voorzien in ICT

Projecten in realisatie JIVC (bedragen x € 1 miljoen)

Projectomschrijving

Project

volume

Raming uitgaven

Fasering

Tot

 

t/m 2014

2015

2016

2017

2018

2019

ERP/M&F (SPEER)

277,3

276,5

0,8

       

2015

Projecten in planning met verwachte uitgaven in 2015

Doorontwikkeling ERP

De basisimplementatie ERP M&F wordt in 2015 voltooid. De doorontwikkeling ERP valt buiten de reikwijdte van het programma ERP M&F en is onderdeel van de reguliere bedrijfsvoering binnen Defensie. De verdere doorontwikkeling ERP wordt geconcretiseerd in een plan met de verzamelde behoeften voor de periode 2015–2022 en de behoeften worden in separate projecten uitgewerkt.

Voorziening IV/ICT

De technische staat van de IV/ICT binnen Defensie is door gebrek aan modernisering zorgelijk. De continuïteit is niet geborgd en Defensie loopt risico’s. Er is behoefte aan een nieuwe ICT-infrastructuur die de gehele (operationele) keten moet ondersteunen. De technische infrastructuur wordt naast de oude ICT-infrastructuur ontwikkeld en gerealiseerd. Voor het plan is een bedrag van circa € 40 miljoen geraamd in «Voorzien in ICT» voor de jaren 2015 tot en met 2017. Er is geen directe relatie tussen de doorontwikkeling van ERP en de ontwikkeling van nieuwe IV/ICT-infrastructuur. Wel wordt de ERP-omgeving op de nieuwe IV/ICT-infrastructuur geïnstalleerd. De nieuwe IV/ICT-infrastructuur vormt daarmee het fundament voor de informatievoorziening van Defensie als geheel.

Bekostiging Wetenschappelijk onderzoek

Bekostiging Wetenschappelijk onderzoek (bedragen x € 1.000)

Omschrijving

2013

2014

2015

2016

2017

2018

2019

Programmafinanciering TNO

33.533

32.558

33.543

33.528

33.307

33.308

33.308

Programmafinanciering NLR

517

517

517

517

517

517

517

Contractonderzoek technologieontwikkeling

24.206

23.630

20.290

18.035

18.035

18.037

18.037

Contractonderzoek kennistoepassing

4.745

6.095

5.095

5.095

5.095

5.095

5.095

Totaal

63.001

62.800

59.445

57.175

56.954

56.957

56.957

Het centrale kennis- en technologiebudget voor wetenschappelijk onderzoek wordt gebruikt om een defensiespecifieke kennisbasis op te bouwen en in stand te houden. Hiermee kan Defensie wetenschappelijk worden ondersteund in haar taakuitvoering. Het budget wordt ook ingezet om innovatieve operationele capaciteiten, werkwijzen of concepten in de defensieorganisatie mogelijk te maken waarmee het operationeel handelingsvermogen wordt vergroot, verbeterd of tegen lagere (levensduur)kosten beschikbaar komt. Met de uitvoering van onderzoekprogramma’s en -projecten onder dit artikel wordt tevens invulling gegeven aan de prioriteiten uit de Strategie-, Kennis- en Innovatieagenda (SKIA, Kamerstuk 32 733, nr. 3 van 19 mei 2011).

Programmafinanciering TNO (inclusief MARIN) en NLR

De uit te voeren onderzoeksprogramma’s bouwen een defensiespecifieke kennisbasis op bij TNO (inclusief kennisinstituut MARIN) en het NLR en houden deze in stand conform de herijking kennisportfolio defensie (HKD, Kamerstuk 27 830, nr. 71 van 28 januari 2010). Programmatisch onderzoek betreft investeringen in een kennisbasis die niet binnen Defensie aanwezig is en die zonder een gerichte financiële inspanning van Defensie niet beschikbaar komt of toegankelijk is. Met de opgebouwde kennis laat Defensie zich vervolgens adviseren en ondersteunen bij de beleidsvorming, verwerving en onderhoud van materieel, opleiding en training, bedrijfsvoering en operationeel optreden. De advisering richt zich onder meer op noodzakelijke verbeteringen en innovatieve vernieuwingen op deze gebieden. De programmafinanciering bedraagt in 2015 ongeveer € 34 miljoen.

Contractonderzoek technologieontwikkeling

Voor technologieontwikkeling is in 2015 ruim € 20 miljoen beschikbaar. Deze projectmatige uitgaven worden ingezet waar technologie een oplossing kan bieden voor (operationele) tekortkomingen, de (operationele) output van Defensie kan verbeteren of tot besparingen kan leiden. De uitvoering gebeurt vaak binnen de gouden driehoek van overheid, industrie en kennisinstituten. Het instrument draagt bij aan de versterking van het innovatief vermogen van de Nederlandse defensiegerelateerde industrie en daarmee aan de doelstelling van de Defensie Industrie Strategie (DIS, Kamerstuk 31 125, nr. 20 van 13 december 2013) en het rijksbrede topsectorenbeleid. De bijdrage van € 1 miljoen die Defensie levert aan de bezuiniging uit het regeerakkoord op subsidies aan het bedrijfsleven (topsectoren), is vanaf 2014 dan ook verwerkt in de budgetreeks voor technologieontwikkeling. Ook in de begrotingsafspraken van 2013 is een bezuiniging doorgevoerd op subsidies in het kader van het bedrijfslevenbeleid. De defensiebijdrage van € 0,5 miljoen in 2015 oplopend naar € 1 miljoen in 2016 is in deze reeks verwerkt. De technologieprojecten worden, waar van toepassing, interdepartementaal (topsectorenbeleid) en internationaal (Navo en European Defence Agency, EDA) afgestemd en ingebed. Interdepartementale R&D-projecten waarvan Defensie de regievoerder is, worden ook via dit instrument uitgevoerd. Het betreft in de periode 2011–2015 het project Sensor Technology Applied in Reconfigurable systems for sustainable Security (STARS) met een totale omvang van ongeveer € 18 miljoen.

Bijdragen en contractonderzoek kennistoepassing

De toepassing van met centrale middelen opgebouwde kennis primair wordt gefinancierd uit de decentrale budgetten van de behoeftestellende defensieonderdelen. Op centraal niveau is een beperkt budget beschikbaar voor acute, onvoorziene kennisondersteuning. Vooral de interdepartementaal afgesproken bijdragen aan de instandhouding van grote experimentele onderzoeksfaciliteiten bij TNO en het NLR worden uit de centrale middelen betaald. In 2015 is hiervoor ongeveer € 5 miljoen beschikbaar.

CODEMO

De CODEMO-regeling (Commissie Defensie Materieel Ontwikkeling) is een aansprekend instrument dat vooral wordt ingezet voor innovatieve productontwikkeling met het Midden- en Kleinbedrijf (MKB). Defensie neemt, van goedgekeurde projectvoorstellen, 50 procent van de ontwikkelingskosten voor haar rekening. Eventuele opbrengsten voor Defensie in de vorm van royalties over de verkoop van de ontwikkelde producten zijn beschikbaar voor nieuwe projecten. Defensie heeft € 10 miljoen beschikbaar gesteld voor de CODEMO-regeling, waarvan € 7 miljoen is besteed. Zeventien projecten zijn gehonoreerd waarvan vier projecten inmiddels succesvol zijn afgesloten. In het tweede kwartaal van 2014 zijn vijf nieuwe contracten tot stand gekomen. Drie van de vijf contracten zijn op 19 juni jl. ondertekend door CODEMO en het bedrijfsleven.

Naar aanleiding van de motie Günal-Gezer/Eijsink (Kamerstuk 33 750-X, nr. 24) treft u hierbij de gevraagde gegevens.

CODEMO

Ingediende voorstellen

54

Gehonoreerde voorstellen

17

Afgewezen voorstellen

37

Afgeronde voorstellen

4

De registratie van de doorlooptijd is in 2014 gestart. In het Jaarverslag 2014 wordt hierover voor het eerst gerapporteerd.

Bijdragen aan de Navo

De uitgaven hebben betrekking op de Nederlandse bijdrage in gemeenschappelijk gefinancierde Navo-investeringsprogramma’s. Ook de investeringsuitgaven voor de AWACS-vliegtuigen zijn hierin opgenomen.

Verkoopopbrengsten Groot Materieel

Afstotingen

Onder meer als gevolg van de maatregelen zoals opgenomen in de nota In het belang van Nederland wordt materieel afgestoten. Op hoofdlijnen betreft het:

  • De Pantserhouwitser 2000 (PzH2000) en het infanteriegevechtsvoertuig CV-90: dit behoort bij de verlaagde ambities van de Nederlandse krijgsmacht;

  • Rupsvoertuigen YPR en voorraad wielvoertuigen: reguliere vervanging en invoering van nieuwe wielvoertuigen conform het project DVOW;

  • Luchtmaterieel zoals de Agusta Bell 412-reddingshelikopter (Search And Rescue): reguliere vervanging;

  • Reguliere vervanging van bevoorradingsschip (Fast Combat Supply Ship) Zr.Ms. Amsterdam: de taken van de Amsterdam worden overgenomen door het JSS;

  • Mijnenbestrijdingsvaartuigen: dit betreft afname van deze capaciteit;

  • Overtollige voorraden, onderdelen, etcetera: dit betreft het doelmatig afstoten van voorraden die de Nederlandse krijgsmacht niet meer nodig heeft, maar die voor andere landen wel bruikbaar zijn.

Verkoopopbrengsten Infrastructuur

De verkoopopbrengsten Infrastructuur hebben betrekking op opbrengsten van af te stoten objecten, zoals Kamp van Zeist in Soest, het Officierscasino in Soesterberg, LCW te Rhenen en Fort de Bilt Zuidzijde in Utrecht. Bij de vaststelling van de Rijksvastgoedportefeuillestrategie voor 2014 door de ministerraad is te kennen gegeven dat departementen en diensten met ingang van 1 juli 2014 het vastgoed dat zij niet langer nodig hebben voor hun bedrijfsvoering tegen betaling moeten overdragen aan het Rijksvastgoedbedrijf (RVB). Het RVB zal op basis van het Kader Overname Vastgoed Rijksvastgoed (KORV) het overtollige vastgoed van de departementen en rijksdiensten overnemen tegen een inkoopprijs. De inkoopprijs wordt vastgesteld door gecertificeerde (onafhankelijke) vastgoedtaxateurs van het RVB. De opbrengsten van alle objecten die voor ingangsdatum van het KORV zijn aangeboden aan het RVOB worden geëffectueerd na daadwerkelijke verkoop aan een marktpartij.

2.2.7. Beleidsartikel 7: Ondersteuning krijgsmacht door Defensie Materieel Organisatie

Algemene doelstelling

De Defensie Materieel Organisatie (DMO) zorgt voor de verwerving van modern, robuust en kwalitatief hoogwaardig en inzetbaar materieel en de beschikbaarstelling van ICT-middelen, brandstof, munitie en kleding en uitrusting aan de defensieonderdelen.

Rol en verantwoordelijkheid Minister

De Minister is verantwoordelijk voor de aanschaf en de instandhouding van materieel en de afstoting van overtollig materieel van de krijgsmacht.

Beleidswijzigingen

Er zijn geen significante beleidswijzigingen ten opzichte van de begroting 2014.

Budgettaire gevolgen van het beleid en budgetflexibiliteit

Artikel 7 Ondersteuning krijgsmacht door Defensie Materieel Organisatie (bedragen x € 1.000)
 

2013

2014

2015

2016

2017

2018

2019

Verplichtingen

846.181

794.878

742.400

747.392

738.916

736.707

721.324

Uitgaven

853.972

794.878

742.400

747.392

738.916

736.707

721.324

Waarvan juridisch verplicht

   

74%

       

Uitgaven incl. nog te ontvangen bijdrage vanuit BIV

             
               

Programma uitgaven

361.145

336.743

307.572

328.493

320.651

324.469

301.640

Opdracht Logistieke ondersteuning

361.145

336.743

307.572

328.493

320.651

324.469

301.640

– Gereedstelling

246.323

239.207

218.200

231.127

221.924

224.703

214.351

– Instandhouding

114.822

97.536

89.372

97.366

98.727

99.766

87.289

               

Apparaatsuitgaven

492.827

458.135

434.828

418.899

418.265

412.238

419.684

Personele uitgaven

178.093

201.645

180.881

171.463

172.415

169.184

173.158

– waarvan eigen personeel

178.093

179.845

172.521

164.133

164.336

164.450

164.550

– waarvan externe inhuur

 

21.800

8.360

7.330

8.079

4.734

8.608

Materiële uitgaven

314.734

256.490

253.947

247.436

245.850

243.054

246.526

– waarvan ICT

220.486

0

20.678

30.892

35.365

35.345

35.355

– waarvan ICT; bijdrage aan SSO DTO

207.122

172.099

156.844

150.492

150.502

150.467

– waarvan overige exploitatie

94.248

49.056

60.837

59.386

59.679

56.893

60.390

– waarvan overige exploitatie; bijdrage aan SSO Paresto

312

333

314

314

314

314

               

Apparaatsontvangsten

59.554

42.933

42.933

42.933

43.433

43.433

43.433

Het aandeel «juridisch verplicht» heeft betrekking op programma-uitgaven voor levering van goederen en/of diensten waarvoor Defensie een overeenkomst is aangegaan en op de apparaatsuitgaven die voor het merendeel uit personele uitgaven bestaan. Voor 2015 gaat het om 74 procent. Het betreft verplichtingen die zijn aangegaan voor de apparaatsuitgaven, de aanschaf van munitie en instandhoudingsuitgaven.

Toelichting op de instrumenten

Gereedstelling

De uitgaven voor gereedstelling bestaan vooral uit brandstof voor varend, rijdend en vliegend materieel en munitie. Dit betreft uitgaven voor defensiebrede contracten.

Instandhouding

De uitgaven voor instandhouding betreffen vooral grote wapensystemen en eenheden van de operationele commando's. In de doelstellingenmatrices bij de beleidsartikelen van de operationele commando’s staan de wapensystemen vermeld waarvoor uitgaven worden geraamd.

Apparaatsuitgaven

De apparaatsuitgaven bevatten vooral personele uitgaven. Deze uitgaven bestaan hoofdzakelijk uit salarissen, sociale lasten en uitgaven voor toelagen en reiskosten woon-werkverkeer. De uitgaven voor salarissen en sociale lasten worden besteed aan de volgende aantallen personeel (gemiddelde jaarsterktes):

2013

2014

2015

2016

2017

2018

2019

2.439

2.473

2.511

2.520

2.514

2.512

2.512

De uitgaven ICT worden met ingang van 2013 voor alle defensieonderdelen verantwoord op dit artikel. het betreft uitgaven voor de werkplekdiensten en het onderhoud van IV-systemen.

Bijdragen aan SSO’s

Om de apparaatsuitgaven binnen de baten-lastenagentschappen beter te laten aansluiten bij de uitgavenbegroting, worden rijksbreed de betalingen aan de baten-lastenagentschappen zichtbaar gemaakt in de uitgavenbegroting onder de noemer «waarvan bijdragen aan SSO’s» (Shared Service Organisations). Het betreft voor 2015 de uitgaven voor DTO (alle informatievoorziening € 172,1 miljoen) en Paresto

(€ 0,3 miljoen).

De overige exploitatie is voor het grootste deel personeelsgebonden. Deze uitgaven bestaan voornamelijk uit opleidingen, werving, dienstreizen en kleding en uitrusting en overige materiële uitgaven.

Voor een nadere toelichting op de apparaatsuitgaven wordt verwezen naar de personeelsrapportage die periodiek aan de Tweede Kamer wordt aangeboden en het niet-beleidsartikel 10 Centraal apparaat.

2.2.8. Beleidsartikel 8: Ondersteuning krijgsmacht door Commando DienstenCentra

Algemene doelstelling

Het Commando DienstenCentra (CDC) voorziet in een doelmatige en doeltreffende ondersteuning van de krijgsmacht. Het CDC draagt zorg voor de levering van ondersteunende diensten aan de krijgsmacht. Een groot deel van de ondersteuning levert het CDC zelf, een deel van de ondersteuning wordt geleverd door organisaties buiten het Ministerie van Defensie. CDC is daarbij de verbindende schakel tussen vraag en aanbod.

De ondersteuning van het CDC is ingedeeld in drie categorieën ondersteuning, te weten normgestuurd (vast, zoals vastgoed, gezondheidszorg), capaciteitgestuurd (semi-flexibel, zoals opleidingen) en budgetgestuurd (flexibel, zoals transport en media). De drie categorieën zijn nader onderverdeeld in achttien dienstenclusters.

Rol en verantwoordelijkheid Minister

De Minister is verantwoordelijk voor een doeltreffende en doelmatige dienstverlening binnen Defensie waaraan het CDC een bijdrage levert.

Beleidswijzigingen

Er zijn geen significante beleidswijzigingen ten opzichte van de begroting 2014.

Budgettaire gevolgen van het beleid en budgetflexibiliteit

Artikel 8 Ondersteuning krijgsmacht door Commando DienstenCentra (bedragen x € 1.000)
 

2013

2014

2015

2016

2017

2018

2019

Verplichtingen

1.111.277

1.069.891

1.037.650

1.001.998

991.819

971.830

955.734

Uitgaven

1.040.029

1.069.891

1.037.650

1.001.998

991.819

971.830

955.734

Waarvan juridisch verplicht

   

48%

       

Uitgaven incl. nog te ontvangen bijdrage vanuit BIV

   

1.047.650

1.011.998

1.001.819

981.830

965.734

               

Programma uitgaven

7.600

           

Opdracht Dienstverlenende eenheden

7.600

           

– Gereedstelling

7.590

           

– Instandhouding

10

           

           

Apparaatsuitgaven

1.032.429

1.069.891

1.037.650

1.001.998

991.819

971.830

955.734

Personele uitgaven

424.809

442.795

467.947

458.863

448.270

445.118

440.388

– waarvan eigen personeel

411.204

415.630

458.200

449.624

439.599

436.447

431.717

– waarvan externe inhuur

 

16.800

         

– waarvan overig; attachés

13.605

10.365

9.747

9.239

8.671

8.671

8.671

Materiële uitgaven

607.620

627.096

569.703

543.135

543.549

526.712

515.346

– waarvan bijdrage aan SSO's

 

176.901

204.826

192.953

192.953

192.952

192.791

– waarvan overig

 

441.982

357.755

343.060

343.474

326.638

315.433

– waarvan overig; attachés

 

8.213

7.122

7.122

7.122

7.122

7.122

Correctie exploitatie i.v.m. nog te ontvangen bijdrage vanuit het BIV t.b.v. nazorg uitgezonden militairen 1

   

– 10.000

– 10.000

– 10.000

– 10.000

– 10.000

               

Apparaatsontvangsten

55.319

55.470

53.764

52.290

51.566

51.572

51.572

X Noot
1

Jaarlijks wordt besloten over de beschikbare middelen vanuit het BIV.

Het aandeel «juridisch verplicht» heeft betrekking op programma-uitgaven voor levering van goederen en/of diensten waarvoor Defensie een overeenkomst is aangegaan en op de apparaatsuitgaven die voor het merendeel uit Materiële uitgaven bestaan. Voor 2015 gaat het om 48 procent. Deze verplichtingen hebben volledig betrekking op de apparaatsuitgaven.

Toelichting op de instrumenten

Apparaatsuitgaven

De apparaatsuitgaven bevatten vooral personele uitgaven. Deze uitgaven bestaan hoofdzakelijk uit salarissen, sociale lasten en uitgaven voor toelagen en reiskosten woon-werkverkeer. De personele uitgaven worden besteed aan de volgende aantallen personeel (gemiddelde jaarsterktes):

2013

2014

2015

2016

2017

2018

2019

6.195

6.432

7.031

7.076

6.944

6.887

6.872

De materiële uitgaven betreffen uitgaven voor Huisvesting & Infrastructuur, overige exploitatie, bijdragen aan SSO’s, attachés en departementsbrede uitgaven.

Het CDC biedt alle ondersteuning op het gebied van het vastgoed van Defensie. Defensie beschikt momenteel over circa 35.000 hectare terreinoppervlak en 6,3 miljoen m2 bruto oppervlak gebouwen. De ondersteuning bestaat uit de volgende activiteiten:

  • Het onderhoud van alle vastgoedobjecten;

  • Beheer van alle huurobjecten en PPS-constructies alsmede het leveren van rijkshuisvesting in het buitenland;

  • Facilitaire ondersteuning ten behoeve van het vastgoed zoals beveiliging en schoonmaak;

  • Zorg voor alle nutscontracten.

De overige ondersteuning is voornamelijk ten behoeve van het defensiepersoneel in Nederland en het buitenland. De ondersteuning bestaat uit de volgende activiteiten:

  • Verzorgen van catering en voeding;

  • Verzorgen van facilitaire diensten zoals centraal wagenparkbeheer en audiovisuele diensten;

  • Verzorgen van P&O diensten voor circa 53.500 defensiemedewerkers;

  • Verzorgen van gezondheidsdiensten voor circa 41.500 militairen;

  • Verzorgen van wereldwijd vervoer van personen en goederen;

  • Leveren van producten op het gebied van kennis en ontwikkeling.

Bijdragen aan SSO’s

De bijdrage aan SSO DVD (€ 174,4 miljoen) respectievelijk SSO Paresto (€ 30,5 miljoen) zijn begrepen in bovengenoemde uitgaven Huisvesting & Infrastructuur en uitgaven Overige Exploitatie.

Bijdrage aan SSO's

2015

2016

2017

2018

2019

SSO DVD; huisvesting en infrastructuur

174.355

164.243

164.243

164.243

164.083

SSO Paresto; overige exploitatie

30.471

28.710

28.710

28.709

28.708

Totale bijdrage SSO's

204.826

192.953

192.953

192.952

192.791

De post «Correctie exploitatie i.v.m. nog te ontvangen bijdrage vanuit het BIV t.b.v. nazorg uitgezonden militairen» is opgenomen, omdat in de planning rekening wordt gehouden met het leveren van diensten op het gebied van nazorg van de uitgezonden militairen, maar de middelen hiervoor zijn nog niet beschikbaar gesteld vanuit het BIV. Dit is afhankelijk van de jaarlijkse besluitvorming.

Voor een nadere toelichting op de apparaatsuitgaven wordt verwezen naar de personeelsrapportage die periodiek aan de Tweede Kamer wordt aangeboden en het niet-beleidsartikel 10 Centraal apparaat.

2.3. DE NIET-BELEIDSARTIKELEN

2.3.1. Niet-beleidsartikel 9: Algemeen

Algemene doelstelling

In dit artikel worden de departementsbrede programma-uitgaven begroot. Het betreft subsidies en bijdragen, bijdragen aan de Navo-exploitatie uitgaven en internationale militaire samenwerking en overige (departementsbrede) uitgaven.

Budgettaire gevolgen

Artikel 9 Algemeen (bedragen x € 1.000)
 

2013

2014

2015

2016

2017

2018

2019

Verplichtingen

84.443

114.592

102.460

99.846

96.905

97.753

97.467

Uitgaven

100.566

114.592

102.460

99.846

96.905

97.753

97.467

Programma uitgaven

             

Subsidies en bijdragen

21.682

25.982

23.848

23.283

23.255

23.243

23.226

Bijdrage NAVO en internationale samenwerking

39.906

41.006

42.449

42.364

42.303

42.320

42.190

Overige uitgaven

38.978

47.604

36.163

34.199

31.347

32.190

32.051

Toelichting op de instrumenten

Subsidies en bijdragen

De subsidies en bijdragen worden verleend aan instellingen die voor Defensie een toegevoegde waarde hebben en defensiebeleid voor bijzondere doelgroepen uitvoeren, omdat zij hiertoe beter geëquipeerd zijn. De defensiesubsidies zijn er op gericht de exploitatie van stichtingen, en daarmee de uitvoering van hun doelen, in stand te houden. De subsidies zijn te verdelen in subsidies voor veteranenzorg, bijzondere vormen van personeelszorg en doelgroepenbeleid. Subsidies worden verstrekt in het kader van het cultureel erfgoed en tradities en op het gebied van onderwijs, kennis en technologie. Een overzicht van de subsidies is opgenomen in bijlage 4.6.

Bijdragen aan de Navo en Internationale militaire samenwerking

De bijdragen aan de Navo hebben betrekking op Navo-exploitatie uitgaven, waaronder uitgaven voor AWACS-vliegtuigen. De Internationale Militaire Samenwerking omvat militaire samenwerkingsactiviteiten die Defensie in internationaal verband uitvoert. Het betreft onder meer militair-operationele samenwerking, defensiematerieelsamenwerking, militaire inlichtingensamenwerking en juridische samenwerking.

Overige uitgaven

Deze defensiebrede uitgaven hebben onder meer betrekking op de voorlichtings- en communicatieactiviteiten. Voor de jaren 2015 en 2016 worden uitgaven verwacht voor het EU-voorzitterschap. Overige uitgaven hebben tevens betrekking op de schadevergoedingen via de landsadvocaat en uitgaven aan de Belastingdienst.

2.3.2. Niet-beleidsartikel 10: Centraal Apparaat

Algemene doelstelling

Defensie is een operationele en uitvoerende organisatie bedoeld om de belangen van het Koninkrijk te verdedigen en de internationale rechtsorde te bevorderen. Ten behoeve van de drie hoofdtaken van de krijgsmacht stelt zij militaire eenheden gereed en zet deze in nationaal en internationaal verband in. Die inzet is de kerntaak van Defensie. De Bestuursstaf geeft hier namens de Minister sturing aan door het formuleren van het defensiebeleid, het toewijzen van middelen aan alle defensieonderdelen, het toezicht houden op de besteding daarvan en het opstellen van kaders voor de defensiebrede bedrijfsvoering.

Budgettaire gevolgen

Artikel 10 Centraal apparaat (bedragen x € 1.000)
 

2013

2014

2015

2016

2017

2018

2019

Verplichtingen

1.655.999

1.602.594

1.599.771

1.543.874

1.535.300

1.547.420

1.462.633

Uitgaven

1.658.703

1.602.594

1.599.771

1.543.874

1.535.300

1.547.420

1.462.633

Apparaatsuitgaven

1.658.703

1.602.594

1.599.771

1.543.874

1.535.300

1.547.420

1.462.633

Personele uitgaven

1.638.573

1.579.940

1.583.978

1.529.534

1.521.992

1.534.016

1.448.716

– waarvan eigen personeel

128.622

124.410

121.225

122.703

122.759

122.503

122.737

– waarvan externe inhuur

3.080

2.060

1.981

1.981

1.981

– waarvan pensioenen, wachtgelden en uitkeringen

1.509.951

1.455.530

1.459.673

1.404.771

1.397.252

1.409.532

1.323.998

Materiële uitgaven

20.130

22.654

15.793

14.340

13.308

13.404

13.917

– waarvan overig

20.130

22.484

15.583

14.142

13.110

13.206

13.719

– waarvan bijdrage aan SSO Paresto

170

210

198

198

198

198

               

Totaal ontvangsten

2.669

22.331

6.811

6.811

6.811

6.811

6.811

Toelichting op de instrumenten

Bestuursstaf

De Bestuursstaf draagt zorg voor een beheerste uitvoering van het beleidsproces en de bedrijfsvoering van het Ministerie van Defensie. De Bestuursstaf geeft namens de Minister sturing aan de defensieorganisatie. Dat gebeurt door het formuleren van het defensiebeleid, het toewijzen van middelen aan de defensieonderdelen, het toezicht houden op de besteding daarvan en het opstellen van kaders voor de defensiebrede bedrijfsvoering. De uitgaven die daarmee gemoeid zijn, betreffen vooral salarissen voor burger- en militair personeel, persoonsgebonden uitgaven, bovenformatieve inhuur en overig materieel.

Militaire inlichtingen- en Veiligheidsdienst

Als Bijzondere Organisatie Eenheid (BOE) ressorterend onder de Bestuursstaf is de MIVD belast met de ondersteuning van Defensie op het gebied van het leveren van kwalitatief hoogwaardig inlichtingen- en veiligheidsinformatie. Daarmee levert de MIVD een onmisbare bijdrage aan de opbouw, de gereedstelling en de inzet van de Nederlandse krijgsmacht en de informatiepositie van Nederland. De uitgaven die daarmee binnen dit artikel gemoeid zijn, betreffen vooral salarissen voor burger- en militair personeel, persoonsgebonden uitgaven, informatievoorziening en overige materiële uitgaven.

Personele uitgaven

De apparaatsuitgaven bevatten vooral personele uitgaven. Deze uitgaven bestaan hoofdzakelijk uit salarissen, sociale lasten en uitgaven voor toelagen en reiskosten woon-werkverkeer. De uitgaven voor salarissen en sociale lasten worden besteed aan de volgende aantallen personeel van de Bestuursstaf (gemiddelde jaarsterktes):

2013

2014

2015

2016

2017

2018

2019

1.469

1.488

1.513

1.548

1.547

1.547

1.547

Pensioenen en uitkeringen

Deze uitgaven betreffen de betaling van ouderdomspensioen en overige uitkeringen aan voormalig defensiepersoneel. Deze zijn als volgt onderverdeeld:

Tabel: Onderverdeling pensioenen en uitkeringen

Tabel: Onderverdeling pensioenen en 						uitkeringen

De invaliditeitspensioenen en nabestaandenpensioenen betreffen de uitkeringen voor militaire oorlogs- en dienstslachtoffers of hun nabestaanden.

De uitkeringswet gewezen militairen betreft het functioneel leeftijdsontslag voor militairen.

Wachtgelden, inactiviteitswedden en SBK-gelden

Deze post betreft de verstrekking van uitkeringen krachtens het Sociaal Beleidskader en overige regelingen aan voormalig defensiepersoneel.

De overige exploitatie is voor het grootste deel personeelsgebonden. Deze uitgaven bestaan voornamelijk uit opleidingen, werving, dienstreizen en kleding en uitrusting en overige materiële uitgaven.

Bijdragen aan SSO’s

Om de apparaatsuitgaven binnen de baten-lastenagentschappen beter te laten aansluiten bij de uitgavenbegroting, worden Rijksbreed de betalingen aan de baten-lastenagentschappen zichtbaar gemaakt in de uitgavenbegroting, onder de noemer «waarvan bijdragen aan SSO’s» (Shared Service Organisations). Het betreft hier de uitgaven voor Paresto (€ 0,2 miljoen voor 2015).

Voor een nadere toelichting op de personele uitgaven wordt verwezen naar de personeelsrapportage die periodiek aan de Tweede Kamer wordt aangeboden.

Totaal apparaatsuitgaven en apparaatskosten Defensie inclusief baten-lastenagentschappen

Bedragen x € 1.000

2013

2014

2015

2016

2017

2018

2019

Verplichtingen

5.567.868

5.586.790

5.419.982

5.230.756

5.204.453

5.180.610

5.090.548

Kerndepartement

1.658.703

1.602.594

1.599.771

1.543.874

1.535.300

1.547.420

1.462.633

               

Uitvoeringsorganisaties

3.909.165

3.984.196

3.820.211

3.686.883

3.669.153

3.633.190

3.627.915

Inzet

0

0

0

0

0

0

0

Taakuitvoering Zeestrijdkrachten

555.636

588.197

571.643

551.333

551.903

548.484

548.442

Taakuitvoering Landstrijdkrachten

1.000.064

1.030.769

969.940

931.026

926.010

924.178

926.070

Taakuitvoering Luchtstrijdkrachten

501.803

510.968

494.775

482.045

480.455

478.202

479.350

Taakuitvoering Koninklijke marechaussee

326.406

326.236

311.375

301.582

300.701

298.258

298.635

Ondersteuning krijgsmacht door Defensie Materieel Organisatie

492.827

458.135

434.828

418.899

418.265

412.238

419.684

Ondersteuning krijgsmacht door Commando DienstenCentra

1.032.429

1.069.891

1.037.650

1.001.998

991.819

971.830

955.734

               

Totaal apparaatsuitgaven

5.567.868

5.586.790

5.419.982

5.230.756

5.204.453

5.180.610

5.090.548

               

Batenlastenagentschappen:

605.715

522.652

526.483

494.313

491.213

490.313

489.928

Defensie Telematica Organsiatie

307.259

303.000

254.722

235.722

232.222

232.222

232.197

Dienst Vastgoed Defensie

220.187

146.235

200.455

190.843

191.243

190.343

189.983

Paresto

78.269

73.417

71.306

67.748

67.748

67.748

67.748

Totaal apparaatskosten

605.715

522.652

526.483

494.313

491.213

490.313

489.928

De uitgaven voor salarissen en sociale lasten worden besteed aan de volgende aantallen personeel van het Ministerie van Defensie in totaal (gemiddelde jaarsterktes):

2013

2014

2015

2016

2017

2018

2019

53.931

53.998

53.532

53.168

53.893

52.747

52.732

Overzicht gemiddelde jaarsterkte defensiepersoneel

 

formatie voor reorganisatie

formatie 2015

gemiddelde jaarsterkte 2015

budget in 2015 (bedrag * 1.000)

formatie 2019

budget in 2019 (bedrag * 1.000)

Burgerpersoneel

           

Schaal 16 t/m 18

35

18

24

3.092

18

2.273

schaal 15

46

35

37

4.092

35

3.793

schaal 14

107

84

91

9.523

83

8.512

schaal 13

275

267

290

27.110

265

24.277

schaal 12

743

704

722

60.098

719

58.651

schaal 11

1.109

1.030

1.015

74.488

1.019

73.286

schaal 10

1.389

1.208

1.197

76.479

1.199

75.075

schaal 9

1.046

834

838

49.609

815

47.282

schaal 8

969

769

814

43.193

747

38.845

schaal 7

1.442

1.153

1.217

59.226

1.116

53.225

schaal 6

1.480

1.221

1.208

53.755

1.168

50.936

schaal 5

2.141

1.884

1.923

82.052

1.815

75.895

schaal 1 t/m 4

3.224

2.952

2.610

104.624

2.846

111.803

Totaal burgerpersoneel

14.006

12.159

11.986

647.341

11.845

623.853

             

Militair personeel

           

GEN

95

60

66

8.615

60

7.675

KOL

365

293

343

43.668

293

36.556

LKOL

1.562

1.283

1.380

135.989

1.270

122.647

MAJ

2.813

2.180

2.216

175.483

2.148

166.696

KAP

3.106

2.757

2.770

168.750

2.746

163.942

LNT

2.490

2.203

2.021

99.788

2.136

103.357

AOO

3.551

2.755

2.965

177.825

2.678

157.400

SM

5.587

4.417

4.546

224.774

4.373

211.896

SGT (1)

12.598

10.872

9.137

340.823

10.750

392.971

SLD/KPL

14.391

11.826

12.498

376.568

11.473

338.771

totaal op functie

46.558

38.646

37.942

1.752.284

37.927

1.701.911

Initiële opleidingen (NBOF)

4.841

2.960

3.604

79.975

2.960

65.684

Totaal militair personeel (inclusief NBOF)

51.399

41.606

41.546

1.832.259

40.887

1.767.595

             

Totaal burger en militair personeel

65.405

53.765

53.532

2.479.600

52.732

2.391.448

             

Overige uitgaven voor personeel

     

378.357

 

329.885

             

Totaal personele uitgaven

     

2.857.957

 

2.721.333

             

Agentschappen

           

Defensie Telematica Organisatie

   

1.530

105.049

1.202

82.524

Dienst Vastgoed Defensie

   

796

50.136

734

47.223

Paresto

   

781

35.305

735

33.035

In de tabel zijn alleen de salarissen en sociale lasten opgenomen, zoals gerapporteerd in het overzicht van de numerus fixus. De totale uitgaven voor formatie per defensieonderdeel, alsmede de geraamde aantallen per defensieonderdeel, zijn terug te vinden in de desbetreffende hoofdstukken per defensieonderdeel.

In de eerste kolom is de organisatie opgenomen zoals deze was, voordat de reorganisatie als gevolg van de beleidsbrief 2011 van start ging.

In de tweede kolom is de geplande formatie voor 2015 opgenomen. De derde kolom geeft de verwachte gemiddelde jaarsterkte voor 2015 weer. De formatie betreft de organisatie en daarmee de functies. De gemiddelde jaarsterkte betreft het aantal personeelsleden dat aanwezig is. Een verklaring voor de verschillen tussen deze twee kolommen is dat de reorganisaties in 2015 nog niet geheel zijn afgerond. Daarnaast lopen de reorganisaties naar aanleiding van de nota In het belang van Nederland na 2015 door. Tot slot draagt het begrotingsakkoord 2014 bij aan het verschil tussen de formatie en de gemiddelde jaarsterkte. In de vierde kolom is de verwachte gemiddelde jaarsterkte financieel gemaakt.

De vijfde kolom geeft de formatie aan voor het jaar 2019. Daarbij is de verwachte gemiddelde jaarsterkte gelijk aan de formatie. In de laatste kolom is de formatie (en dus ook de gemiddelde jaarsterkte) financieel gemaakt voor het jaar 2019. Budgettair is hier echter rekening gehouden met de verwachting dat er gedurende het jaar sprake zal zijn van 98% vulling.

Bij de agentschappen zijn de eerste twee kolommen niet ingevuld aangezien daar niet wordt gewerkt met een vaste formatie.

Taakstelling Rijksdienst

In het huidige regeerakkoord is vanaf 2016 een apparaatstaakstelling voor Defensie opgenomen die oploopt tot € 48 miljoen. Binnen Defensie is de taakstelling belegd bij de apparaatsbudgetten van Defensie, de DMO en het CDC:

Extracomptabele tabel invulling taakstelling

(Bedragen x € 1 miljoen)

2016

2017

2018

Structureel

Departementale taakstelling (totaal)

17

39

48

48

Kerndepartement

6,6

26

31

31

Agentschappen

       

DTO

7,2

8,8

8,8

8,8

DVD

3,2

4,2

7,2

7,2

Paresto

   

1

1

Totaal agentschappen

10,4

13

17

17

Bedrijfsvoering bij Defensie

Samenhangende bedrijfsvoering

De wijze waarop Defensie haar interne bedrijfsvoering inricht en de wijze waarop met anderen wordt samengewerkt, moet de hoofdtaken van de krijgsmacht optimaal ondersteunen. De inrichting van de bedrijfsvoering volgt de behoeften van het primaire proces van gereedstelling en inzet van militaire capaciteiten. De ontwikkeling van de bedrijfsvoering van Defensie kenmerkt zich door een streven naar flexibiliteit, vereenvoudiging en eenduidige belegging van processen, ruimte voor de uitvoering, integraliteit en een kleinere footprint.

Vereenvoudiging in besturing en integraliteit in de ondersteuning gaan gepaard met meer rolvast sturen en samenwerken. Dit krijgt bijvoorbeeld vorm door meer geïntegreerde dienstverlening en integratie tussen diverse ketens. Vereenvoudiging krijgt tevens meer inhoud door het terugdringen van de regeldruk. Dit leidt tot meer ruimte voor de uitvoering en meer flexibiliteit. Zo ontstaat een versterkend effect.

De kaders voor bedrijfsvoering zijn van toepassing op diverse ketens en bedrijfsonderdelen. Het streven naar een integrale bedrijfsvoering vereist focus en samenhang in behoeften, prioriteiten en de daaraan verbonden middelen. Binnen Defensie worden daarom de veranderingen en vernieuwingen binnen bedrijfsvoering en hun effecten op processen en ondersteunende systemen in samenhang beschouwd.

2.3.3. Niet-beleidsartikel 11: Geheime uitgaven
Artikel 11 Geheime uitgaven (bedragen x € 1.000)
 

2013

2014

2015

2016

2017

2018

2019

Verplichtingen

5.264

5.264

5.339

5.337

5.336

5.338

5.335

Geheime uitgaven

5.264

5.264

5.339

5.337

5.336

5.338

5.335

Totaal uitgaven

5.264

5.264

5.339

5.337

5.336

5.338

5.335

2.3.4. Niet-beleidsartikel 12: Nominaal en onvoorzien
Artikel 12 Nominaal en onvoorzien (bedragen x € 1.000)
 

2013

2014

2015

2016

2017

2018

2019

Verplichtingen en uitgaven

0

65.587

27.337

40.252

40.389

37.894

40.440

Loonbijstelling

             

Prijsbijstelling

             

Nader te verdelen

0

65.587

27.337

40.252

40.389

37.894

40.440

Onvoorzien

             

Totaal uitgaven

0

65.587

27.337

40.252</