Start van deze pagina
Skip navigatie, ga direct naar de Inhoud

Overheid.nl - de wegwijzer naar informatie en diensten van alle overheden.

De wegwijzer naar informatie en diensten van alle overheden

Tekstgrootte
+


Vergaderjaar 2012-2013
Kamerstuk 33400-X nr. 2

Gepubliceerd op 20 september 2012



33 400 X Vaststelling van de begrotingsstaten van het Ministerie van Defensie (X) voor het jaar 2013

Nr. 2 MEMORIE VAN TOELICHTING

Het advies van de Afdeling advisering van de Raad van State wordt niet openbaar gemaakt, omdat het zonder meer instemmend luidt/uitsluitend opmerkingen van redactionele aard bevat (artikel 26, vijfde lid, van de Wet op de Raad van State).

Inhoudsopgave

   

blz.

   

Voorstel van wet

 
     

Begrotingstaat

 
     

A.

Artikelsgewijze toelichting bij het begrotingswetsvoorstel

3

     

B.

Begrotingstoelichting

4

     

1.

Leeswijzer

7

     

2.

Het beleid

10

     

2.1

De beleidsagenda 2013

10

     

2.2

De beleidsartikelen

23

2.2.1.

Beleidsartikel 1 Inzet

23

2.2.2.

Beleidsartikel 2 Taakuitvoering zeestrijdkrachten

32

2.2.3.

Beleidsartikel 3 Taakuitvoering landstrijdkrachten

35

2.2.4.

Beleidsartikel 4 Taakuitvoering luchtstrijdkrachten

38

2.2.5.

Beleidsartikel 5 Taakuitvoering marechaussee

41

2.2.6.

Beleidsartikel 6 Investeringen krijgsmacht

44

2.2.7.

Beleidsartikel 7 Ondersteuning krijgsmacht door Defensie Materieel Organisatie

57

2.2.8.

Beleidsartikel 8 Ondersteuning krijgsmacht door Commando DienstenCentra

59

     

2.3

De niet-beleidsartikelen

61

2.3.1.

Niet-beleidsartikel 9 Algemeen

61

2.3.2.

Niet-beleidsartikel 10 Centraal apparaat

63

2.3.3.

Niet-beleidsartikel 11 Geheime uitgaven

67

2.3.4.

Niet-beleidsartikel 12 Nominaal en onvoorzien

68

     

3.

Baten-lastendiensten

69

3.1.

Defensie Telematica Organisatie

69

3.2.

Dienst Vastgoed Defensie

73

3.3.

Paresto

78

     

4.

Bijlagen

82

4.1.

Volumes per rang en schaal defensiebreed

82

4.2.

Verdiepingshoofdstuk

84

4.3.

Overzichtsconstructie uitgaven veteranen en uitgaven zorg en nazorg

90

4.4.

Overzicht Cyber

94

4.5.

Overzicht Subsidies

96

4.6.

Overzicht Evaluaties

98

4.7.

Toezichtrelaties en ZBO/RWT’s

99

4.8.

Moties en toezeggingen

100

4.9.

Lijst van afkortingen

106

A. ARTIKELSGEWIJZE TOELICHTING BIJ HET BEGROTINGSWETSVOORSTEL

Wetsartikel 1 (begrotingsstaat ministerie)

De begrotingsstaten die deel uitmaken van de Rijksbegroting, worden op grond van artikel 1, derde lid, van de Comptabiliteitswet 2001 elk afzonderlijk bij de wet vastgesteld. Het wetsvoorstel strekt ertoe om de begrotingsstaat van het ministerie van Defensie voor het jaar 2013 vast te stellen.

Alle voor dit jaar vastgestelde begrotingswetten tezamen vormen de Rijksbegroting voor het jaar 2013. Een toelichting bij de Rijksbegroting als geheel is opgenomen in de Miljoenennota 2013.

Met de vaststelling van dit wetsartikel worden de uitgaven, verplichtingen en de ontvangsten voor het jaar 2013 vastgesteld. De in de begroting opgenomen begrotingsartikelen worden in onderdeel B van deze Memorie van Toelichting toegelicht (de zgn. begrotingstoelichting).

Wetsartikel 2 (begrotingsstaat baten-lastendiensten)

Met de vaststelling van dit wetsartikel worden de baten en lasten en de kapitaaluitgaven en -ontvangsten van de baten-lastendiensten Defensie Telematica Organisatie (DTO), Dienst Vastgoed Defensie (DVD) en Paresto voor het jaar 2013 vastgesteld.

De in die begrotingen opgenomen begrotingsartikelen worden toegelicht in onderdeel B (begrotingstoelichting) van deze Memorie van Toelichting en wel in de paragraaf inzake de diensten die een baten-lastenstelsel voeren.

De Minister van Defensie, J. S. J. Hillen

B. BEGROTINGSTOELICHTING

   

blz.

     

1.

LEESWIJZER

7

     

2.

HET BELEID

10

     

2.1.

De beleidsagenda 2013

10

 

Financiële gevolgen van defensiebeleid

18

 

Inzetbaarheidsdoelstellingen tot 2015

19

 

Overzicht beleidsdoorlichtingen

21

     

2.2.

De beleidsartikelen

23

     

2.2.1.

Inzet – beleidsartikel 1

23

 

Algemene doelstelling

23

 

Rol en verantwoordelijkheid minister

23

 

Beleidswijzigingen

25

 

Budgettaire gevolgen van beleid en budgetflexibiliteit

26

 

Toelichting op de financiële instrumenten

26

     

2.2.2.

Taakuitvoering zeestrijdkrachten – beleidsartikel 2

32

 

Algemene doelstelling

32

 

Rol en verantwoordelijkheid minister

32

 

Beleidswijzigingen

33

 

Budgettaire gevolgen van beleid en budgetflexibiliteit

33

 

Toelichting op de financiële instrumenten

33

     

2.2.3.

Taakuitvoering landstrijdkrachten – beleidsartikel 3

35

 

Algemene doelstelling

35

 

Rol en verantwoordelijkheid minister

35

 

Beleidswijzigingen

36

 

Budgettaire gevolgen van beleid en budgetflexibiliteit

36

 

Toelichting op de financiële instrumenten

36

     

2.2.4.

Taakuitvoering luchtstrijdkrachten – beleidsartikel 4

38

 

Algemene doelstelling

38

 

Rol en verantwoordelijkheid minister

38

 

Beleidswijzigingen

39

 

Budgettaire gevolgen van beleid en budgetflexibiliteit

39

 

Toelichting op de financiële instrumenten

39

     

2.2.5.

Taakuitvoering marechaussee – beleidsartikel 5

41

 

Algemene doelstelling

41

 

Rol en verantwoordelijkheid minister

41

 

Beleidswijzigingen

42

 

Budgettaire gevolgen van beleid en budgetflexibiliteit

43

 

Toelichting op de financiële instrumenten

43

     

2.2.6.

Investeringen krijgsmacht – beleidsartikel 6

44

 

Algemene doelstelling

44

 

Rol en verantwoordelijkheid minister

44

 

Beleidswijzigingen

44

 

Budgettaire gevolgen van beleid en budgetflexibiliteit

45

 

Toelichting op de financiële instrumenten

45

     

2.2.7.

Ondersteuning krijgsmacht door Defensie Materieel Organisatie – beleidsartikel 7

57

 

Algemene doelstelling

57

 

Rol en verantwoordelijkheid minister

57

 

Beleidswijzigingen

57

 

Budgettaire gevolgen van beleid en budgetflexibiliteit

57

 

Toelichting op de financiële instrumenten

58

     

2.2.8.

Ondersteuning krijgsmacht door Commando DienstenCentra – beleidsartikel 8

59

 

Algemene doelstelling

59

 

Rol en verantwoordelijkheid minister

59

 

Beleidswijzigingen

59

 

Budgettaire gevolgen van beleid en budgetflexibiliteit

59

 

Toelichting op de financiële instrumenten

60

     

2.3.

De niet-beleidsartikelen

61

     

2.3.1.

Algemeen – niet-beleidsartikel 9

61

 

Algemene doelstelling

61

 

Budgettaire gevolgen

61

     

2.3.2.

Centraal Apparaat – niet-beleidsartikel 10

63

 

Algemene doelstelling

63

 

Bedrijfsvoering

63

 

Budgettaire gevolgen

63

     

2.3.3.

Geheime uitgaven – niet-beleidsartikel 11

67

     

2.3.4.

Nominaal en onvoorzien – niet-beleidsartikel 12

68

     

3.

BATEN-LASTENDIENSTEN

69

     

3.1.

Defensie Telematica Organisatie (DTO)

69

     

3.2.

Dienst Vastgoed Defensie (DVD)

73

     

3.3.

Paresto

78

     

4.

BIJLAGEN

82

     

4.1.

Volumes per rang en schaal defensiebreed

82

     

4.2.

Verdiepingshoofdstuk

84

     

4.3.

Overzichtsconstructie uitgaven veteranen en uitgaven zorg en nazorg

90

     

4.4.

Overzicht Cyber

94

     

4.5.

Overzicht Subsidies

96

     

4.6.

Overzicht Evaluaties

98

     

4.7.

Toezichtrelaties en ZBO/RWT’s

99

     

4.8.

Moties en toezeggingen

100

     

4.9.

Lijst van afkortingen

106

1. LEESWIJZER

Groeiparagraaf

Op 20 april 2011 is de Tweede Kamer akkoord gegaan met een aanpassing van de presentatie van de Rijksbegroting onder de naam «Verantwoord Begroten» (Kamerstuk 31 865, nr. 26). In de begroting 2012 zijn reeds belangrijke wijzigingen doorgevoerd, onder meer als gevolg van «Verantwoord Begroten». Het betreft de volgende wijzigingen:

  • De tabellen budgettaire gevolgen zijn ingedeeld naar financiële instrumenten conform de definities in de Rijksbegrotingsvoorschriften. Vooral het instrument «opdracht» wordt veelvuldig gebruikt, omdat dit instrument goed aansluit bij de activiteiten binnen Defensie. In de kolommen 2011 en 2012 is de indeling van de begroting 2012 gehandhaafd.

  • Er is een koppeling gemaakt tussen de tabellen budgettaire gevolgen en de toelichtingen.

  • Daarnaast is conform mijn toezegging aan de Kamer een Centraal Investeringsartikel opgenomen. Hieronder vallen de investeringen uit beleidsartikel 7 Defensie Materieel Organisatie (voorheen beleidsartikel 25) en beleidsartikel 8 Commando DienstenCentra (voorheen beleidsartikel 26), Investeringen voor Wetenschappelijk Onderzoek en Navo-bijdragen uit niet-beleidsartikel 9 Algemeen (voorheen niet-beleidsartikel 90).

  • Oefen- en uitzendtoelagen zijn in de begroting 2013 als onderdeel van respectievelijk gereedstelling en inzet opgenomen onder de programma-uitgaven. Voor de begroting 2014 zullen deze toelagen in lijn met andere departementen worden gepresenteerd als apparaatsuitgaven dan wel programma-uitgaven, conform de rijksbrede definities.

In een afzonderlijke brief wordt gerapporteerd over de voortgang van de maatregelen uit de beleidsbrief van 7 april 2011. Dit gebeurt aan de hand van key performance indicators zoals die zijn vermeld in de jaarrapportage over 2011 (Kamerstuk 33 240 X, nr. 1).

Beleidsartikelen

In beleidsartikel 1 Inzet wordt de inzet van de krijgsmacht verantwoord. Dit betreft de bijdragen van Defensie aan crisisbeheersingsoperaties, contributies aan common funded Navo- en EU-operaties, inzet voor nationale en koninkrijkstaken en overige inzet. Het artikel is uitgebreid met een overzicht voor de structurele inzet die in andere beleidsartikelen is verantwoord, bijvoorbeeld door de Kmar, de EODD en de Kustwachten.

In de beleidsartikelen 2 tot en met 5 wordt de taakuitvoering geraamd voor zeestrijdkrachten, landstrijdkrachten, luchtstrijdkrachten, de marechaussee en de aan hen gemandateerde inzet, voor zover deze niet valt onder artikel 1.

In beleidsartikel 6 zijn de investeringen opgenomen voor de krijgsmacht, te weten investeringen voor materieel, infrastructuur, ICT, wetenschappelijk onderzoek en bijdragen aan de Navo-investeringen. Daarnaast zijn de verkoopopbrengsten voor afstoting van materieel en infrastructuur in dit beleidsartikel opgenomen.

In de beleidsartikelen 7 Ondersteuning door Defensie Materieel Organisatie en 8 Ondersteuning door Commando DienstenCentra zijn de uitgaven en verplichtingen geraamd voor de ondersteunende en dienstverlenende defensieorganisaties.

In het niet-beleidsartikel 9 Algemeen worden de niet specifiek aan een defensieonderdeel toe te wijzen programma-uitgaven opgenomen. In niet-beleidsartikel 10 worden de uitgaven ten behoeve van het centrale apparaat van Defensie begroot, waaronder voor de Bestuursstaf en de Militaire Inlichtingen- en Veiligheidsdienst (MIVD), alsmede pensioenen en wachtgelden.

Ten slotte worden in de niet-beleidsartikelen 11 en 12 de Geheime uitgaven opgenomen en de ramingen voor Nominaal en onvoorzien.

In de onderstaande tabel staan de oude en nieuwe artikelindeling weergegeven.

Indeling begroting 2012

Indeling begroting 2013

Opmerkingen

Beleidsartikel 20 Inzet

Beleidsartikel 1 Inzet

 

Beleidsartikel 21

Commando zeestrijdkrachten

Beleidsartikel 2

Taakuitvoering zeestrijdkrachten

 

Beleidsartikel 22

Commando landstrijdkrachten

Beleidsartikel 3

Taakuitvoering landstrijdkrachten

 

Beleidsartikel 23

Commando luchtstrijdkrachten

Beleidsartikel 4

Taakuitvoering luchtstrijdkrachten

 

Beleidsartikel 24

Commando Koninklijke marechaussee

Beleidsartikel 5

Taakuitvoering marechaussee

 
 

Beleidsartikel 6

Investeringen krijgsmacht

Samengesteld uit:

ba: 25 Investeringen en verkoopopbrengsten materieel

ba: 26 Investeringen en verkoopopbrengsten ICT en Infrastructuur

nba: 90 Wetenschappelijk onderzoek en Navo-bijdragen

Beleidsartikel 25

Defensie Materieel Organisatie

Beleidsartikel 7

Ondersteuning door Defensie Materieel Organisatie

 

Beleidsartikel 26

Commando DienstenCentra

Beleidsartikel 8

Ondersteuning door Commando DienstenCentra

 

Niet-beleidsartikel 70

Geheime uitgaven

Niet-beleidsartikel 11

Geheime uitgaven

 

Niet-beleidsartikel 80

Nominaal en onvoorzien

Niet-beleidsartikel 12

Nominaal en onvoorzien

 

Niet-beleidsartikel 90 Algemeen

Niet-beleidsartikel 9 Algemeen

 

Niet-beleidsartikel 91

Centrale Apparaatsuitgaven

Niet-beleidsartikel 10

Centrale Apparaatsuitgaven

 

Overig

Ook worden in de begroting de ramingen voor de baten-lastendiensten Defensie Telematica Organisatie (onderdeel van het Joint IV Commando), de Dienst Vastgoed Defensie (divisie Vastgoed en Beveiliging) en Paresto (divisie Facilitair en Logistiek) weergegeven. Daarnaast is in de bijlagen informatie opgenomen over de uitgaven voor veteranen en de uitgaven voor zorg en nazorg.

De begroting van het ministerie van Defensie is ook digitaal beschikbaar op de website www.rijksbegroting.nl. Om de toegankelijkheid verder te vergroten zijn in de digitale versie, waar mogelijk, hyperlinks aangebracht naar de achterliggende documenten.

Defensie Materieelprojectenoverzicht (MPO)

Zoals gebruikelijk ontvangt de Kamer op Prinsjesdag het MPO. Hierin wordt per project meer gedetailleerde informatie gegeven dan in de begroting. Zo wordt duidelijk gemaakt wat de relatie is met het defensiebeleid en wat de samenhang is met andere projecten. In het MPO zijn de lopende en de geplande strategische materieelprojecten opgenomen met een financiële omvang van meer dan € 25 miljoen, evenals politiek gevoelige projecten. Daarnaast wordt ingegaan op af te stoten materieel. In deze begroting worden daarom alleen de grotere wijzigingen op de projecten verder toegelicht.

Defensie Industrie Strategie

In het jaarverslag van 2011 is gemeld dat de Defensie Industrie Strategie (DIS) is uitgevoerd en dat het bijbehorend instrumentarium is ingevoerd in de defensieorganisatie. Defensie zal de DIS, in samenwerking met het ministerie van Economische Zaken, Landbouw & Innovatie (EL&I), evalueren en actualiseren.

2. HET BELEID

Gezien de demissionaire status van het kabinet dat deze begroting opstelt, is gekozen voor een sobere invulling van de beleidsagenda 2013 waarbij wordt ingegaan op de relevante ontwikkelingen die de begroting in financiële zin raken. In de artikelen wordt, zoals in andere jaren, de relevante financiële en beleidsinformatie vermeld die samenhangt met de voorgenomen uitgaven.

2.1 DE BELEIDSAGENDA 2013

Inleiding

De grootscheepse veranderingen van Defensie gaan in 2013 het derde jaar in. Zoals voorzien leiden de bezuinigingen en ombuigingen waartoe in 2011 is besloten tot onzekerheid onder het personeel en tot een verminderde gereedheid van onderdelen van de krijgsmacht. De uitvoering van alle maatregelen in de beleidsbrief Defensie na de kredietcrisis van 8 april 2011 (Kamerstuk 32 733, nr. 1) zal zeker vier jaar in beslag nemen. In die jaren zullen de bezuinigingen waartoe door het kabinet-Rutte is besloten, worden uitgevoerd en moet de krijgsmacht op orde worden gebracht. Defensie gaat daarvoor in 2012 en ook 2013 door een dal. Zoals toegezegd in het jaarverslag over 2011 (Kamerstuk 33 240-X, nr. 1) ontvangt u een afzonderlijke brief bij de begroting en het jaarverslag over de uitvoering van de maatregelen uit de beleidsbrief aan de hand van key performance indicators.

In 2012 zijn de voorbereidingen getroffen voor de reorganisaties waarmee de krijgmacht substantieel kleiner wordt. Ongeveer 12 000 banen verdwijnen en vanaf 2013 zullen naar schatting ongeveer 6 000 medewerkers Defensie al dan niet gedwongen moeten verlaten. De krijgsmacht zal onvermijdelijk aan gevechtskracht inboeten, in kwalitatief en kwantitatief opzicht, en de inzetbaarheid en het voortzettingsvermogen zullen afnemen. Eenheden verdwijnen en materieel en defensielocaties worden afgestoten. Voor defensiemedewerkers, op wie in voorbereiding op en in missies van de krijgsmacht en in het kader van de reorganisatie een groot beroep wordt gedaan, is 2013 een moeilijk jaar. Zij verdienen des te meer waardering voor de grote inspanningen die zij in het belang van onze veiligheid en welvaart blijven leveren.

Ondanks de zware tijd voor Defensie is de Krijgsmacht nationaal en internationaal veelvuldig actief. Zo wordt bijzondere onderwater-zoekcapaciteit ingezet voor bomverkenningen voorafgaande aan grote publieke evenementen. Deze capaciteit is in augustus ook ingezet bij de zoektocht naar een verdronken man. In augustus zijn verder vier specialistische Search Teams ingezet om verborgen geld, wapens en explosieven op te sporen. Zij hebben grote hoeveelheden geld gevonden die vermoedelijk door illegale activiteiten zijn verkregen. In de afgelopen jaren heeft Defensie schepen, onderzeeboten en een onbemand vliegtuig ingezet tegen piraterij. Ook beschermde Defensie met militaire beveiligingsteams (VPD’s) onder Koninkrijksvlag varende koopvaardijschepen en humanitaire transporten. Deze inzet wordt in 2013 voortgezet.

Zoals in de beleidsbrief van 8 april 2011 is uiteengezet, bezuinigt Defensie in 2013 € 529 miljoen en herschikt zij nog eens € 178 miljoen om achterstanden op verschillende terreinen in te lopen. Het in mei 2012 overeengekomen begrotingsakkoord resulteert voor Defensie in een extra taakstelling van € 84 miljoen vanaf 2013. Deze taakstelling is verwerkt op niet-beleidsartikel 12 Nominaal en onvoorzien. Het saldo op dit artikel blijft positief. Om de huidige reorganisatie niet te verstoren wordt deze taakstelling met maatregelen ingevuld in de begroting 2014. Zoals voorzien in de beleidsbrief komt een deel van de bezuinigingen ten laste van het investeringsbudget dat daardoor fors kleiner is geworden. Het investeringspercentage ligt onder de 20 en komt in 2013 naar verwachting uit op 15,5. Met het verkleinde investeringsbudget werkt Defensie aan de toekomst van de krijgsmacht en investeert zij in nieuwe technieken en wapensystemen, zoals de onbemande luchtsystemen en de verdediging tegen ballistische raketten. Dergelijke intensiveringen zijn van groot belang voor de toekomst van de krijgsmacht en van de nationale veiligheid. Defensienetwerken worden permanent aangevallen en (het aantal pogingen tot) digitale spionage neemt toe. Defensie versterkt de cybercapaciteiten om de permanente aanvallen op de defensienetwerken te kunnen blijven weerstaan en digitale spionage te bestrijden. Ook wordt de capaciteit voor het vergaren van inlichtingen in het digitale domein vergroot en worden de eerste stappen gezet op weg naar een volwaardige militaire capaciteit voor de uitvoering van cyberoperaties.

De Nederlandse defensie-inspanning moet voorts nadrukkelijk in een internationale context worden beoordeeld. In het licht van de aanhoudende druk op defensiebudgetten en de afnemende bereidheid van de Verenigde Staten om de Europese bondgenoten bij te staan, is internationale militaire samenwerking de enige manier om de militaire slagkracht op peil te houden. Nederland loopt daarbij voorop, zowel in de samenwerking tussen landen als binnen de NAVO en de EU en tussen beide organisaties. Illustratief zijn de nauwe marinesamenwerking met België en met het Verenigd Koninkrijk, de hechte relaties tussen de Duitse en Nederlandse landmacht en de verbondenheid van de Nederlandse met de Amerikaanse luchtmacht. Aanvullende afspraken – te land, ter zee en in de lucht – zijn in de maak met België, Duitsland en Noorwegen. Deze samenwerking is echter alleen mogelijk als partners afspraken nakomen en is derhalve niet vrijblijvend. Bij de totstandkoming van initiatieven gaat de kost bovendien voor de baat uit.

Inzetbaarheid en inzet

Inzetbaarheid

Ondanks de ingrijpende veranderingen kan in 2013 een beroep worden gedaan op de krijgsmacht om de belangen van het Koninkrijk der Nederlanden en de internationale rechtsorde zo nodig gewapenderhand te verdedigen. De inzetbaarheidsdoelstellingen in deze beleidsagenda maken duidelijk dat, in het licht van de grote veranderlijkheid van de internationale veiligheidssituatie, het streven naar een veelzijdig inzetbare krijgsmacht overeind staat. Als gevolg van de grootscheepse reorganisatie bij Defensie die met de beleidsbrief in gang is gezet, is de krijgsmacht ook in 2013 echter verminderd inzetbaar. Vanwege instandhoudingsprogramma’s en modificaties is de beschikbaarheid bij het Commando Zeestrijdkrachten (CZSK) van onderzeeboten, M-fregatten en hydrografische opnemingsvaartuigen tijdelijk iets lager. De gereedstellingsdoelen van de eenheden van het Commando landstrijdkrachten (CLAS) zijn voor 2013 aangepast. Door de verstrekkende reorganisaties en de implementatie van nieuwe materieelsystemen is het aantal gereed gestelde pantserinfanterie-eenheden tijdelijk lager. De eenheden van het CLAS zijn in 2014 naar verwachting weer op sterkte. In de gereedstellingsdoelen voor de eenheden van het Commando luchtstrijdkrachten (CLSK) is rekening gehouden met tekorten aan materieellogistiek personeel en van reservedelen. Ook de beschikbaarheid van de NH-90 helikopter zal in 2013 nog beperkt zijn. De inzetbaarheid van de eenheden van de Koninklijke marechaussee (Kmar) is in 2013 op hoofdlijnen gelijk aan die in voorgaande jaren.

Internationale operaties en crisisbeheersing

In 2013 blijft Defensie deelnemen aan de Geïntegreerde Politietrainingsmissie in Afghanistan. De Nederlandse missie bestaat onder meer uit een Police Training Group, civiele politieagenten bij de EUPOL-missie en rule of law-deskundigen in Kaboel en Kunduz. Door de gezamenlijke inzet van politiepersoneel, civiele experts, marechaussees en andere militairen verricht Nederland een wezenlijke inspanning met het trainen en begeleiden van de Afghaanse civiele politie en het versterken van de justitiële keten. Daarmee wordt gewerkt aan de verbetering van het functioneren van de Afghaanse rechtsstaat. Verder wordt de inzet van de Air Task Force met vier F-16 jachtvliegtuigen in 2013 voortgezet en dat geldt ook voor de Nederlandse bijdrage aan ISAF-staven.

Nederland heeft de afgelopen jaren verschillende capaciteiten ingezet in de strijd tegen piraterij, via de Navo- en EU-piraterijbestrijdingsoperaties Ocean Shield en Atalanta. Het Navo- en EU-mandaat van beide operaties is verlengd tot eind 2014 en Nederland zal daarom bezien op welke wijze de bijdrage aan deze missies in 2013 kan worden voortgezet. De Kamer zal daarover nog nader worden geïnformeerd in een artikel 100-brief.

Momenteel bevinden de voorbereidingen voor de regionale maritieme capaciteitsopbouwmissie van de EU voor Somalië en omliggende landen in de Hoorn van Afrika en de Westelijke Indische Oceaan zich in de afrondende fase. De missie, met een hoofdkwartier in Djibouti, gaat in 2012 van start. Nederland is voornemens een bijdrage te leveren aan deze missie en zal de Kamer hier separaat over informeren. Met de opbouw en training van de maritieme capaciteiten in de Hoorn van Afrika zijn landen in de toekomst beter in staat hun eigen kustwateren tegen piraterij te beschermen. Voor 2013 wordt voorts rekening gehouden met de inzet van militaire Vessel Protection Detachments (VPD’s) ter bescherming van de Nederlandse koopvaardij tegen piraterij in het risicogebied rond de Hoorn van Afrika. Op grond van de ervaringen in 2011 en 2012 is de aanvraagtermijn voor de inzet van een VPD verkort en is de door reders te betalen bijdrage verlaagd. Gelet hierop is rekening gehouden met een groeiend aantal VPD’s dat wordt ingezet.

Op het Afrikaanse continent worden in 2013 militairen in verschillende functies ingezet in de VN-operatie United Nations Mission in South Sudan (UNMISS). Deze operatie heeft tot doel de Zuid-Soedanese overheid te ondersteunen bij de vredesconsolidatie, conflictpreventie en -beheersing, de bescherming van burgers, de opbouw van de veiligheid- en justitiesector en de ontwikkeling van de rechtsstaat.

De krijgsmacht zal ook in 2013 eenheden gereed hebben voor de snelle reactiemacht van de Navo – de Nato Response Force (NRF). Het betreft een mijnenjager (twee maal drie maanden), acht F-16»s gedurende het gehele jaar, een brigadehoofdkwartier, een gemechaniseerd infanteriebataljon, een geniecompagnie, een artilleriebatterij, een medische role-2 eenheid, een ISTAR-element en een logistiek element.

Nationale inzet

Ook in 2013 is de nationale inzet van de krijgsmacht van belang. De open Nederlandse samenleving blijft immers kwetsbaar voor ontwrichtende invloeden en veiligheidsrisico’s. Defensie draagt dagelijks door tal van activiteiten bij aan de veiligheid in Nederland. Behalve incidentele bijstand op verzoek van civiele autoriteiten voert de krijgsmacht een groot aantal reguliere taken uit, zowel in Nederland als in de Caribische delen van het Koninkrijk. Civiele autoriteiten weten Defensie steeds vaker te vinden, waardoor de vraag naar militaire bijstand en steunverlening aanwijsbaar toeneemt. De toenemende inzet van search teams van de genie om te speuren naar verborgen goederen en contrabande is daarvan een goed voorbeeld. In 2013 blijven gegarandeerde militaire capaciteiten beschikbaar zoals overeengekomen in de bestuurlijke afspraken in het kader van het convenant civiel-militaire samenwerking. Vanzelfsprekend kan in noodgevallen op de gehele krijgsmacht een beroep worden gedaan.

Heringericht en verkleind

De bezuinigingen bij Defensie monden uit in een aanzienlijk kleinere krijgsmacht. Als gevolg van de maatregelen is bovendien sprake van een ingrijpende herinrichting. Eenheden zijn of worden opgeheven. Duizenden medewerkers verlaten de organisatie. Modern materieel en locaties worden afgestoten of ontmanteld. De bestuurlijke en ondersteunende processen worden met ingang van 2013 zo ingericht dat deze aanzienlijk minder stafcapaciteit vergen. Voorts wordt de opbouw van het personeelsbestand mede met behulp van het «numerus fixus»-instrument gewijzigd en eens per jaar geëvalueerd en zo nodig aangepast.

De eenheden die worden opgeheven, staan al sinds mei 2011 stil en zullen als onderdeel van het lopende reorganisatietraject van de defensieonderdelen formeel worden opgeheven. Militair materieel dat wordt afgestoten, wordt voor verkoop gereedgemaakt en aangeboden of wordt aangehouden voor reservedelen (zie Kamerstuk 32 733, nr. 64). Als gevolg van de economische crisis en het grote aanbod aan gebruikt defensiematerieel zijn de marktomstandigheden voor verkoop van materieel moeilijk. In 2013 zijn de verschillende staven van de defensieonderdelen gereorganiseerd en met dertig procent gereduceerd. Veel personeel zal Defensie in 2013 al dan niet gedwongen verlaten. Voor de medewerkers van Defensie wordt 2013 dan ook zonder enige twijfel een bijzonder moeilijk jaar.

Tegelijkertijd ontstaan er gaandeweg nieuwe perspectieven. Zo worden met ingang van 2013 het Joint IV Commando (JIVC) en de Dienst Personeel en Organisatie Defensie opgericht. Defensie stelt tegelijkertijd alles in het werk om een moderne en aantrekkelijke werkgever blijven, ook op langere termijn. Daarvoor zijn fundamentele veranderingen nodig. Defensie werkt daarom verder aan de uitwerking van haar strategische personeelsbeleid. Zo komt er een nieuw functiegebouw om de mobiliteit en loopbaanperspectieven te verbeteren. Ook wordt het militair bezoldigingssysteem gemoderniseerd, waarbij het stelsel van toelagen en toeslagen wordt vereenvoudigd. Verder worden in 2013 de initiële doelstellingen van het flexibele personeelssysteem (FPS) herijkt. Defensie is zich er zeer van bewust dat het functioneren van de krijgsmacht afhangt van de kwaliteit en de motivatie van haar medewerkers.

De ingrijpende herziening van de belegging van het vastgoed bij Defensie hangt nauw samen met de opheffing van eenheden en met andere maatregelen. De doelstelling van de herbelegging is exploitatiewinst door sluiting en afstoting van locaties, door verdergaande clustering en door een meer doelmatige benutting van het vastgoed. Geografische spreiding is daarbij wenselijk. Wegens de complexiteit van de herbelegging is de uitvoering verdeeld in fasen. De maatregelen uit de eerste fase van het herbeleggingsplan leiden tot een structurele bezuiniging die oploopt tot € 37 miljoen in 2017. Met fase 2a is daar € 4 miljoen aan toegevoegd. De resterende taakstelling van € 20 miljoen moet worden bereikt door maatregelen uit fase 2b van het herbeleggingsplan. Dit laatste deel is nog in onderzoek.

Op orde

Defensie stelt veel in het werk om de krijgsmacht op orde te krijgen. Dit is van wezenlijk belang voor de inzetbaarheid van de krijgsmacht en de motivatie van de defensiemedewerkers. Het gaat in het bijzonder om de personele vulling van operationele eenheden, het doorlopen van een volledig oefenprogramma en het op orde brengen van voorraden brandstof, kleding en persoonsgeboden uitrusting, munitie en reservedelen. Ten aanzien van de kleding en uitrusting wordt prioriteit gegeven aan artikelen die nodig zijn voor opkomst, de uitvoering van missies en aan pakketten die zijn gerelateerd aan specifieke functies. Daarnaast vullen de systeemlogistieke en ketenlogistieke bedrijven hun voorraden aan. Defensie vult de munitievoorraden aan, opdat er voldoende munitie beschikbaar is voor inzet, inzetvoorbereiding, opleidingen en trainingen. De meest urgente munitiesoorten zullen in 2013 zijn aangevuld. In 2014 zullen alle munitievoorraden op voldoende niveau moeten zijn. Ook de reservedelenvoorraden worden aangevuld. Het gaat dan om die reservedelen waarvan een tekort zou leiden tot verstoringen van het onderhoudsproces. Met uitzondering van de onderdelen met een lange levertijd moeten de voorraden voor reservedelen in 2014 weer op het gewenste peil zijn. Dit is van grote betekenis voor de inzetbaarheid van het materieel en dus van de krijgsmacht. Daarbij heeft de verbetering van het financieel beheer en het materieel beheer, waaronder normering, permanente aandacht. In de bedrijfsvoeringsparagraaf (2.3.2) wordt nader ingegaan op de structurele verbeteringen ten aanzien van het financieel en materieel beheer.

De instroom van nieuw en jong personeel bij Defensie blijft voor de inzetbaarheid van de krijgsmacht van groot belang. De werving wordt bemoeilijkt, doordat de bezuinigingen het aanzien van Defensie als betrouwbare werkgever hebben geschaad. In 2012 is de beoogde instroom van nieuw personeel tot nu toe achtergebleven bij de uitstroom. Hierdoor zullen de operationele eenheden in 2013 naar verwachting nog niet volledig zijn gevuld. De wervingscampagne uit 2012 met filmspotjes en wervingsadvertenties wordt om die reden in 2013 voortgezet. Ook wordt intensief gebruik gemaakt van de mogelijkheden van sociale media. De campagne is in het bijzonder gericht op werving van schaarse medewerkers, zoals technici en verpleegkundigen, en op leerlingen van de ROC-opleiding Veiligheid en Vakmanschap.

Vernieuwingen operationeel domein

Om het hoofd te kunnen bieden aan nieuwe bedreigingen is vernieuwing in het operationele domein noodzakelijk. Alleen zo kan de Nederlandse krijgsmacht in internationaal verband bovendien een rol van betekenis blijven spelen. Voor de vernieuwing in het operationele domein zijn op uiteenlopende terreinen zowel nieuwe middelen als nieuwe operationele concepten noodzakelijk. Hierover zijn vooral tijdens de laatste Navo-top in Chicago belangrijke afspraken gemaakt.

  • Zo is een goede informatiepositie van steeds groter belang. Defensie is in dat verband voornemens om het onbemande luchtsysteem MALE-UAV te verwerven. Zij krijgt daardoor de beschikking over operationeel-strategische grondwaarneming vanuit de lucht.

  • Nederland wenst voorts binnen de NAVO zijn sterke positie op het gebied van raketverdediging te behouden. Defensie investeert daartoe in de vervanging van het verbindingsysteem COMPATRIOT ten behoeve van de Patriot raketverdedigingscapaciteit. Ook wordt geïnvesteerd in sensorcapaciteit en worden de SMART-L radars aan boord van de luchtverdedigings- en commandofregatten gemodificeerd.

  • Ter bescherming van het personeel en het materieel tegen geïmproviseerde explosieven wordt een permanente Joint Counter Improvised Explosive Devices (C-IED) organisatie opgericht. Defensie vervult op dit vlak ook in internationaal verband een voortrekkersrol.

  • De kosten van brandstof en energie zijn, zeker in missiegebieden, hoog. Daarnaast vergt het transport van brandstof tijdens missies vaak een aanzienlijke logistieke inspanning die tot verhoogde kwetsbaarheid van militairen leidt. Om deze redenen treft Defensie in 2013 maatregelen om het energieverbruik van de krijgsmacht te reduceren, waarmee kosten worden bespaard en de behoefte aan logistieke ondersteuning afneemt.

  • Ook de in de beleidsbrief genoemde versterking van de samenwerking bij speciale operaties is van belang. In dat kader wordt de operationele samenwerking tussen de Special Operations Forces (SOF) verbeterd. In 2013 wordt begonnen met de ontwikkeling van een gezamenlijke opleidingsmodule.

  • De aangekondigde intensivering van de capaciteit voor psychologische operaties draagt eveneens bij aan de effectiviteit van het militaire optreden. Vanaf 2013 zal deze capaciteit deel uitmaken van het CIMIC-bataljon van het CLAS.

  • Defensie investeert in satellietcommunicatie. Dankzij het project Militaire Satelliet Communicatie (MILSATCOM) zal de krijgsmacht kunnen beschikken over satellietcapaciteit voor militair gebruik. De eerste twee satellieten zijn gelanceerd. De lancering van de derde satelliet is voorzien voor eind 2013. De Advanced Extremely High Frequency (AEHF) satellietcommunicatiecapaciteit komen voor Nederland naar verwachting in 2013 beschikbaar.

Cyber

Een bijzondere intensivering betreft de versterking van de digitale weerbaarheid en de ontwikkeling van het vermogen cyberoperaties uit te voeren. Op 27 juni 2012 is de Defensie Cyber Strategie aan de Kamer aangeboden (Kamerstuk 33 321, nr. 1). Deze strategie geeft uitwerking aan de in de beleidsbrief opgenomen cyberintensivering en geeft de komende jaren richting, samenhang en focus aan de integrale aanpak voor de ontwikkeling van het militaire vermogen in het digitale domein. In 2012 is verder een programmamanager Cyber aangesteld die verantwoordelijk is voor de coördinatie van alle cyber gerelateerde activiteiten binnen Defensie en is de Taskforce Cyber opgericht. Eind 2013 wordt een Defensie Cyber Expertise Centrum (DCEC) opgericht, dat intensief zal samenwerken met het Nationaal Cyber Security Centrum (NCSC). De oprichting van een Defensie Cyber Commando (DCC) is voorzien voor eind 2014. Het DCC is onder meer verantwoordelijk voor de ontwikkeling van het militaire vermogen om cyber operations uit te voeren. De defensieve maatregelen richten zich op het versterken van de bescherming van netwerken en wapen-, sensor- en regelsystemen. Het Defensie Computer Emergency Response Team (DefCERT) is mede verantwoordelijk voor de beveiliging van deze netwerken en systemen en zal medio 2013 volledig operationeel zijn om 24 uur per dag, zeven dagen per week de beveiliging van de meest kritieke defensienetwerken te ondersteunen. De MIVD versterkt in de periode 2012–2015 de cyber inlichtingencapaciteit. Die intensivering bestaat in 2013 uit elf extra vte’n en materiële investeringen. Verder intensiveren de MIVD en de AIVD de samenwerking op het gebied van cyber en signals intelligence (SIGINT) wat moet leiden tot de oprichting van een gezamenlijke SIGINT-cybereenheid. Nederland zoekt op dit gebied zowel samenwerking met publieke en private partijen in Nederland als met internationale partners als de Navo en met landen als de Verenigde Staten, het Verenigd Koninkrijk en Noorwegen.

Internationale defensiesamenwerking

De versterking van de internationale militaire samenwerking is een speerpunt in het defensiebeleid. Prioriteit heeft de versterking van de bilaterale samenwerking met strategische partners, Duitsland en de Benelux-partners voorop. De Benelux-partners hebben op 18 april 2012 een verklaring uitgegeven over hun gezamenlijke voornemen de samenwerking te verdiepen. Vergaande samenwerking ligt mogelijk in het verschiet tussen in het bijzonder de Belgische en de Nederlandse luchtmacht, onder meer op de terreinen van helikopters, luchttransport en jachtvliegtuigen. Bij verdergaande samenwerking met Duitsland staan de landstrijdkrachten centraal. Hierbij worden mogelijkheden bezien om tot een verdere integratie van het trainen, oefenen en opleiden van eenheden te komen, alsmede aanvullende initiatieven rondom het gezamenlijk multinationaal hoofdkwartier.

Ook de samenwerking in multinationaal en multilateraal verband wordt bevorderd, met verdere vervlechting van de krijgsmachten als inzet. De EU en de Navo zijn onmisbaar als institutionele kaders en als bronnen van kennis en expertise. Nederland wil bij het nationale proces van behoeftestelling, verwerving en exploitatie van defensiecapaciteiten rekening houden met de in EU of Navo-verband vastgestelde tekorten en de initiatieven om in de essentiële capaciteiten te voorzien. Tijdens de Navo-top in Chicago zijn in dat kader afspraken gemaakt in het kader van het Smart Defence initiatief. Nederland neemt deel aan vijftien projecten, die zijn gericht op de versterking van veelgevraagde en nichecapaciteiten. Nederland neemt de leiding bij het Counter-IED Biometrie-initiatief. In EU-verband is eveneens voortgang geboekt bij de versterking van de militaire capaciteiten. Op 22 maart 2012 is het Air to Air Refueling initiatief gelanceerd, dat inzet op versterking van de Europese tankercapaciteit. Nederland, Duitsland en Frankrijk nemen hierbij het voortouw. Het afgelopen jaar is ook het belang van de zogenoemde Northern Group voor internationale militaire samenwerking toegenomen. In het bijzonder met Noorwegen en Denemarken wordt gericht gewerkt aan nauwere samenwerking. De bestaande samenwerking met beide landen biedt goede mogelijkheden voor de intensivering en de verbreding van de samenwerking, onder meer bij de verwerving, instandhouding en training van en met de opvolger van de F-16. Deze samenwerking biedt tevens kansen voor de Nederlandse industrie.

Bij de totstandkoming van deze initiatieven gaat de kost (investeringen) uit voor de baat. Kostenbesparingen worden op termijn gerealiseerd, met voor Europa essentiële militaire capaciteiten en lagere life cycle costs als resultaat. Vertrouwen tussen Nederland en de partnerlanden is randvoorwaardelijk voor de realisatie van dit perspectief.

Ten slotte heeft Defensie de bestaande internationale militaire samenwerking tegen het licht gehouden (Kamerstuk 33 279, nr. 3). Er zijn criteria geformuleerd ter beoordeling van bestaande bilaterale en multilaterale samenwerkingsvormen. Aan de hand daarvan zijn strategische partners en prioritaire aandachtsgebieden gedefinieerd. Zo kan de internationale militaire samenwerking in 2013 over de volle breedte van de nodige focus worden voorzien.

Een slagvaardige organisatie

Defensie moet snel en doeltreffend kunnen inspelen op een veranderlijke omgeving. Dit stelt hoge eisen aan de flexibiliteit en de slagvaardigheid van de organisatie. Defensie gaat in 2013 werken volgens een nieuw besturingsmodel. Een kleinere bestuursstaf voert daarin de regie op hoofdlijnen. Op tal van gebieden wordt de regelgeving vereenvoudigd en de bureaucratie verminderd. Voor de uitvoering ontstaat daardoor meer ruimte. Binnen Defensie worden voorts de digitale en fysieke mogelijkheden verruimd om genetwerkt samen te werken. De invoering van het ERP-systeem SAP en de uitvoering van de sourcing agenda zijn eveneens van groot belang voor de verdere ontwikkeling van de organisatie.

SPEER

Een goede werking van de bedrijfsvoering en de informatievoorziening blijft in 2013 voor Defensie van groot belang. Niet alleen het primaire product van Defensie, gevechtskracht, is er van afhankelijk; de voortgang van de reorganisaties van de beleidsbrief in niet mindere mate. Om die reden wordt in 2013 de verdere ontwikkeling van de bedrijfsvoering en de informatievoorziening voortgezet waarbij standaardisatie, versobering en kostenreductie de uitgangspunten vormen. De ingebruikneming van het ERP-systeem SAP, is hierin instrumenteel. Het programma SPEER dat is belast met de invoering van SAP krijgt vanwege extra werkzaamheden ter ondersteuning van de reorganisaties een verlenging van vier tot zes maanden.

Sourcing en samenwerking

Een actieve sourcing agenda en de samenwerking met tweeden en derden zijn eveneens van belang. Defensie beoogt met sourcing projecten de inzetbaarheid van de krijgsmacht en het innovatieve vermogen van Defensie te verhogen en de flexibiliteit, het aanpassingsvermogen en het inzicht in de kosten te verbeteren. Met de brief van 27 april jl. (Kamerstuk 31 125, nr. 10) bent u daarover geïnformeerd. Defensie heeft een omvangrijke en ambitieuze sourcing agenda. Defensie werkt in overleg met de centrales van overheidspersoneel aan afspraken over de overgang van personeel die op elk uitbestedingtraject van toepassing zijn. Voor de realisatie van sourcing projecten zijn die afspraken randvoorwaardelijk. In 2013 wordt verder gewerkt aan ruim 25 sourcing projecten waaronder de vijf prioritaire sourcing projecten. De verwachting is dat in 2013 de aanbesteding aanvangt voor de kavels IV en ICT van de IV- en ICT-dienstverlening, de vastgoeddiensten en de defensiebrede bewakings- en beveiligingssystemen. Het project Uitbesteden Cateringdiensten Defensie bevindt zich op dit ogenblik in de voorbereidingsfase. De financiële aspecten van uitbesteding worden de komende periode nader onderzocht. Naar verwachting kunnen in 2013 contracten worden afgesloten voor de instandhouding van de operationele wielvoertuigen 7,5 kN.

De task force Civiel medegebruik Defensiehaven Den Helder heeft op 6 juli 2012 voorstellen voor medegebruik gepresenteerd. Op 1 januari 2013 wordt het Havenbedrijf formeel opgericht. Onderdeel hiervan is een planningcel onder militaire leiding voor de toewijzing van kaderuimte. In 2013 wordt verder gewerkt aan de uitvoering van de ruimtelijke plannen, waaronder de ontruiming en overdracht van Buitenveld.

Financiële gevolgen van defensiebeleid

In onderstaande tabel staan de mutaties ten opzichte van de vastgestelde begroting 2012.

TOTAAL DEFENSIE (bedragen x € 1 miljoen)
   

2010

2012

2013

2014

2015

2016

2017

Standen ingediende ontwerpbegroting 2012 (incl. NvW)

8 513,6

7 873,1

7 737,0

7 786,4

7 708,6

7 700,0

7 713,2

Mutaties 1e suppletoire begroting 2012

44,1

235,1

49,9

15,2

15,4

16,3

16,1

Stand voorjaarsnota 2012

8 471,6

8 108,2

7 786,9

7 801,6

7 724,0

7 716,2

7 729,3

Belangrijkste mutaties

             

1

Taakstelling Begrotingsakkoord

   

– 84,0

– 84,0

– 84,0

– 84,0

– 84,0

2

Taakstelling Begrotingsakkoord HGIS

   

– 2,0

– 2,0

– 2,0

– 2,0

– 2,0

3

Overheveling van/naar departementen

   

2,2

4,1

1,0

0,9

0,9

4

Doorwerking ontvangsten

   

1,2

– 6,6

– 5,0

2,8

1,4

5

Eindheffing Veteranenwet

 

73,0

         

6

Uitdeling prijsbijstelling

 

62,9

63,4

68,7

68,1

68,0

68,3

7

Uitbreiding inzet VPD's

   

9,2

9,2

9,2

9,2

9,2

8

Extrapolatie

           

4,6

9

Extrapolatie (HGIS)

           

– 10,5

Standen ontwerpbegroting 2013

8 471,6

8 244,1

7 777,0

7 791,0

7 711,2

7 711,1

7 717,2

Toelichting mutaties

1. Taakstelling Begrotingsakkoord

Er worden drie rijksbrede (efficiency-)taakstellingen opgelegd: een inkooptaakstelling, een prijsbijstellingstaakstelling en een departementale taakstelling. De verdelingen berusten op de omvang en samenstelling van de departementale begrotingen (kader RBG-eng, stand Miljoenennota 2012).

2. Taakstelling Begrotingsakkoord HGIS

De taakstelling uit het begrotingsakkoord voor het HGIS-deel in de defensiebegroting bedraagt € 2 miljoen.

3. Overhevelingen van en naar departementen

In deze mutatie zijn diverse kleine overhevelingen tussen departementen opgenomen waaronder € 2 miljoen voor de Nuclear Security Summit (NSS), een conferentie in het kader van nucleaire veiligheid, die naar verwachting in 2014 wordt gehouden.

4. Doorwerking ontvangsten

Op basis van herziene administratieve afspraken met de belastingdienst voor leveringen aan schepen is sprake van een structureel hogere BTW teruggaaf van € 3 miljoen. Daarnaast is sprake van hogere ontvangsten door de zorgdeclaraties en voor het civiele medegebruik van vliegbases.

5. Eindheffing Veteranenwet

Met de Najaarsnota 2011 is de basis gelegd voor de totstandkoming van een schadeloosstelling voor veteranen. Ter eenmalige compensatie van veteranen die voor 1 juli 2007 gewond zijn geraakt als gevolg van inzet in voormalige missiegebieden is in 2011 € 110 miljoen vrijgemaakt. Defensie wordt in 2012 in staat gesteld een eindheffing af te dragen om te voorkomen dat de uitkering van de schadeloosstelling effect heeft op de inkomensafhankelijke regelingen van de veteranen.

De Veteranenwet treedt naar verwachting met ingang van 1 januari 2013 in werking. In 2012 en 2013 wordt gewerkt aan de invoering van deze wet. De belangrijkste onderwerpen daarvan zijn de inrichting van het Veteranenloket en de zorgcoördinatie.

6. Uitdeling prijsbijstelling

De prijsbijstelling tranche 2012 is uitgekeerd.

7. Uitbreiding inzet VPD’s

Het aantal verzoeken van Nederlandse reders om ondersteuning van de overheid bij beveiliging van kwetsbare schepen in risicogebieden is de afgelopen jaren toegenomen. Het AIV-rapport «Piraterijbestrijding op zee – een herijking van publieke en private verantwoordelijkheden» deed de aanbeveling in bepaalde gevallen tot deze ondersteuning over te gaan. Inmiddels is een beleidskader opgesteld met operationele, juridische en financiële aspecten. In 2012 is als gevolg van de conclusies in het rapport van de Commissie de Wijkerslooth het aantal begrote VPD’s van twintig naar vijftig verhoogd. Voor 2013 is een verdere verhoging tot ongeveer 175 VPD’s voorzien. De in artikel 1 begrote additionele uitgaven bestaan hoofdzakelijk uit toelagen, reis- en verblijfskosten alsmede de kosten voor de opslag van materieelpakketten in de regio. De investeringen en instandhouding van de benodigde materieelpakketten en uitgaven voor militair luchttransport zijn opgenomen bij de desbetreffende beleidsartikelen.

8. en 9. Extrapolatie (HGIS)

Deze technische mutaties betreft de extrapolatie voor het kasjaar 2017.

Inzetbaarheidsdoelstellingen Defensie tot 2015

Met inachtneming van de beperkingen in operationele capaciteit als gevolg van de bezuinigingen hanteert Defensie voor deze kabinetsperiode de onderstaande inzetbaarheidsdoelstellingen. De inzetbaarheidsdoelstellingen brengen tot uitdrukking wat de krijgsmacht, binnen de financiële kaders voor de komende jaren, moet kunnen.

De krijgsmacht is inzetbaar voor:

  • 1. De bescherming – en zo nodig verdediging – van het eigen en het bondgenootschappelijke grondgebied, inclusief de Caribische delen van het Koninkrijk, zo nodig met alle beschikbare middelen;

  • 2. Eenmalige bijdragen aan internationale interventieoperaties met:

    • een taakgroep van brigadeomvang, inclusief helikopters;

    • een squadron jachtvliegtuigen;

    • een batterij Patriot-raketverdediging;

    • een maritieme taakgroep, inclusief helikopters.

    Een combinatie van deze bijdragen of bijdragen met andere eenheden waarover de krijgsmacht beschikt, zijn eveneens mogelijk;

  • 3. Langdurige bijdragen aan stabilisatieoperaties. Het gaat hierbij in het bijzonder om bijdragen:

    • aan maximaal twee operaties te land met bataljonstaakgroepen;

    • aan één operatie in de lucht met jachtvliegtuigen, waarbij als uitgangspunt gemiddeld acht toestellen worden ingezet;

    • met een eenheid bewapende helikopters en een eenheid transporthelikopters;

    • aan maximaal twee operaties op zee met, afhankelijk van de operationele vereisten, een fregat, een ander groot oppervlakteschip, Alkmaar-klasse Mijnenbestrijdingsvaartuig (AMBV) of een onderzeeboot.

      De krijgsmacht kan hiermee ook langdurig bijdragen aan de bescherming, in het bijzonder tegen piraterij, van aanvoerlijnen die van belang zijn voor de Nederlandse economie, de handhaving van een embargo of een vliegverbod en de bewaking van de buitengrenzen van de Europese Unie (Frontex). Een combinatie van deze bijdragen of bijdragen met andere eenheden waarover de krijgsmacht beschikt, zijn eveneens mogelijk. Voor de logistieke ondersteuning is de krijgsmacht vooral bij langdurige operaties gedeeltelijk afhankelijk van derden. In het geval van een beroep op de krijgsmacht ten behoeve van een interventieoperatie, kan het nodig zijn bijdragen aan stabilisatieoperaties – tijdelijk – te verminderen of te beëindigen;

  • 4. Het optreden als leidinggevende natie (lead nation) op het niveau van een brigade of een maritieme taakgroep en, samen met andere landen, op legerkorpsniveau. Ook moeten in de domeinen zee, land en lucht staffunctionarissen kunnen worden geleverd aan internationale operationele staven;

  • 5. De uitvoering van speciale operaties in het buitenland ter bescherming van de belangen van het Koninkrijk, met inbegrip van contraterrorisme-operaties en operaties ter evacuatie van Nederlandse staatsburgers;

  • 6. Deelneming aan politiemissies, waaronder die van de European Gendarmerie Force (EGF), met functionarissen en eenheden van de Koninklijke marechaussee en aan kleinschalige missies met een civiel-militair karakter;

  • 7. Het op voortdurende basis beschikbaar stellen van deskundigen uit de staande organisatie ten behoeve van de training en advisering van veiligheidsorganisaties in andere landen;

  • 8. Bijdragen binnen de grenzen van het Koninkrijk aan de veiligheid van onze samenleving, onder civiel gezag. Het gaat hierbij in het bijzonder om:

    • de uitvoering van structurele nationale taken, zoals de politietaken van de Koninklijke marechaussee (onder meer het grenstoezicht, de bestrijding van de grensoverschrijdende criminaliteit en de illegale migratie), het beheer van de kustwachten in Nederland en in de Caribische delen van het Koninkrijk, de ruiming van explosieven op het land en te water en de bestrijding van het luchtvaartterrorisme (in het bijzonder met behulp van de quick reaction alert taak van jachtvliegtuigen);

    • militaire bijstand bij de handhaving van de openbare orde en veiligheid evenals de strafrechtelijke handhaving van de rechtsorde, zoals door middel van de structurele bijdrage aan de bijzondere bijstandseenheden;

    • militaire bijstand bij de bestrijding van branden, rampen, crises of bij ernstige vrees voor het ontstaan daarvan, in overeenstemming met de bestuurlijke en wettelijke afspraken;

  • 9. Het op verzoek van civiele autoriteiten met beschikbare middelen bijdragen aan internationale noodhulpoperaties.

Overzicht beleidsdoorlichtingen

Op verzoek van de Tweede Kamer is de defensiebegroting ingericht naar organisatieonderdelen en niet naar beleidsthema’s. Daarom vormen de begrotingsartikelen bij Defensie geen logisch aanknopingspunt voor de programmering van beleidsdoorlichtingen, die immers gericht zijn op het evalueren van de effecten van het gevoerde beleid en de daarvoor gebruikte financiële middelen. In de begroting 2010 (Kamerstuk 32 123 X, nr. 2) is aangekondigd dat meer nadruk wordt gelegd op de belangrijkste activiteiten van Defensie. Deze benadering wordt in deze begroting voortgezet. Onderstaande tabel is financieel en beleidsmatig zo dekkend mogelijk en de uitvoering geschiedt zoveel mogelijk conform de vereisten die gelden voor beleidsdoorlichtingen (Regeling Periodiek Evaluatieonderzoek). Zo worden per doorlichting zoveel mogelijk gerelateerde defensieuitgaven verantwoord. Hoewel de begroting niet is ingericht om een directe relatie te leggen tussen beleidsthema’s, activiteiten en de kosten hiervan wordt dat in de doorlichtingen wel zo veel mogelijk benaderd. Verder wordt in elke doorlichting waar mogelijk aandacht besteed aan de behaalde (maatschappelijke) effecten. Verantwoording van verrichte activiteiten en geleverde prestaties staat centraal. Indien hierbij de causale relatie tussen de defensie-inzet en de beoogde effecten niet kan worden aangetoond, wordt zo mogelijk ingegaan op de plausibiliteit van een relatie tussen defensie-inzet en de beoogde effecten. Ten slotte wordt in de beleidsdoorlichting op meerdere jaren teruggekeken, waarbij periodieke en tussentijdse evaluaties als bouwstenen kunnen worden gebruikt.

Beleidsdoorlichtingen

Planning

2011

2012

2013

2014

2015

2016

2017

Artikel / Operationele doelstelling

             

Artikel 1; Inzet

             

Bescherming kwetsbare schepen nabij Somalië

   

X

       

Inzet defensiepersoneel en -materieel voor ISAF in het kader van de eindevaluatie ISAF, inclusief de evaluatie Van Geel-gelden (2008–2009)

V

27 925, nr. 436

           

Artikel 2; CZSK

             

Defensie-inzet Kustwacht Nederland

       

X

   

Wijziging samenstelling Koninklijke marine (2005)

     

X

     

Artikel 3; CLAS

             

Artikel 4; CLSK

             

Strategische luchttransportcapaciteit

 

X

         

Herinrichting van de integrale helikoptercapaciteit

       

X

   

Artikel 5; CKmar

             

Mensenhandel/mensensmokkel

 

X

         

Artikel 6; investeringen krijgsmacht

             

Artikel 7; Ondersteuning krijgsmacht door Defensie Materieel Organisatie

             

Artikel 8; Ondersteuning krijgsmacht door Commando DienstenCentra

             

Defensiebreed

             

Actieplan werving en behoud

 

X

         

Civiel-militaire samenwerking

     

X

     

Veteranenzorg + ondersteuning defilé Wageningen

       

X

   

Uitvoering Koninkrijkstaken door Defensie

         

X

 

Flexibel Personeelssysteem

       

X

   

Integriteit

         

X

 

Digitale weerbaarheid en cyber operations

         

X

 

Sourcing

     

X

     

Toelichting: De beleidsdoorlichting over het Actieplan werving en behoud die gepland stond voor 2011 wordt in 2012 uitgevoerd. In 2013 zal een beleidsdoorlichting worden uitgevoerd van de bescherming van kwetsbare schepen nabij Somalië. Ten opzichte van het overzicht in de begroting van 2012 zijn de volgende wijzigingen doorgevoerd. De evaluatie van de Civiel-militaire samenwerking wordt vanwege capaciteitsredenen in 2014 uitgevoerd. Het onderwerp sourcing wordt voor 2014 toegevoegd. De evaluatie Veteranenzorg die was gepland voor 2014 zal in 2015 worden uitgevoerd zodat tevens de ondersteuning van het defilé Wageningen daarbij kan worden betrokken. De evaluatie van de uitvoering van Koninkrijkstaken wordt niet in 2015 maar in 2016 uitgevoerd om zodoende de uitkomsten van de evaluatie van de nieuwe staatkundige constellatie in het Caribisch deel van het Koninkrijk daarbij te kunnen betrekken.

2.2 DE BELEIDSARTIKELEN

2.2.1 Inzet - beleidsartikel 1

Algemene doelstelling

De krijgsmacht is er ten behoeve van de verdediging en bescherming van de belangen van het Koninkrijk, alsmede ten behoeve van de handhaving en de bevordering van de internationale rechtsorde. Tevens ondersteunt de krijgsmacht civiele autoriteiten bij rechtshandhaving, rampenbestrijding en humanitaire hulp, zowel nationaal als internationaal. Om deze taken te kunnen uitvoeren stelt Defensie militaire eenheden gereed die daarvoor kunnen worden ingezet.

Rol en verantwoordelijkheid

De minister is verantwoordelijk voor het beschikbaar stellen en daadwerkelijk inzetten van eenheden om de veiligheid van het eigen en bondgenootschappelijk grondgebied te handhaven. Verder is de minister in samenwerking met bondgenoten verantwoordelijk voor de uitvoering van bijdragen aan missies voor conflictpreventie, crisisbeheersing en vredesopbouw, zowel in Europa als daarbuiten. Het Koninkrijk der Nederlanden draagt daarmee onverminderd bij aan de handhaving en bevordering van de internationale rechtsorde. De eenheden kunnen ook worden ingezet ten behoeve van nationale taken en het verlenen van (internationale) noodhulp.

Leeswijzer

Onder Beleidsartikel 1 Inzet wordt een overzicht geboden van de gehele inzet van de krijgsmacht. Dit betreft de bijdragen van Defensie aan crisisbeheersingsoperaties, contributies aan common funded Navo- en EU-operaties, inzet voor nationale en koninkrijkstaken en overige inzet. Het artikel is daartoe uitgebreid met één niet-financieel overzicht voor de structurele inzet voor nationale en koninkrijkstaken, bijvoorbeeld door de Kmar, de EODD en de Kustwachten.

In Beleidsartikel 1 is de raming opgenomen van de additionele uitgaven voor inzet onder verantwoordelijkheid van de CDS. In de beleidsartikelen 2 tot en met 5 wordt de taakuitvoering geraamd voor zeestrijdkrachten, landstrijdkrachten, luchtstrijdkrachten, de marechaussee en de aan hen gemandateerde inzet, voor zover deze niet valt onder artikel 1

Toelichting op nationale inzet

De ministers van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties, Veiligheid en Justitie en Defensie hebben bestuursafspraken gemaakt over de gegarandeerde beschikbaarheid van militaire (specialistische) capaciteiten voor nationale veiligheid, crisisbeheersing en de operationele aansturing daarvan onder civiel gezag (Intensivering Civiel-Militaire samenwerking, ICMS).

Defensie levert de volgende vormen van ondersteuning aan de civiele autoriteiten, zowel in Nederland als in het Caribisch deel van het Koninkrijk:

  • Structurele nationale taken:

    • Inzet van de Koninklijke marechaussee voor politietaken zoals beschreven in artikel 4 van de Politiewet 2012:

      • Beveiliging Koninklijk Huis;

      • Politietaak ten behoeve van Defensie;

      • Politietaak op Schiphol en andere aangewezen luchthavens;

      • Beveiliging burgerluchtvaart;

      • Verlenen van bijstand aan en samenwerking met de Politie alsmede assistentieverlening bij grensoverschrijdende criminaliteit;

      • Politietaak op plaatsen onder beheer van de Minister van Defensie, op aangewezen verboden plaatsen en de ambtswoning van de Minister President;

      • Uitvoering van vreemdelingentaken op basis van de Vreemdelingenwet 2000;

      • De bestrijding van mensensmokkel en van fraude met reis- en identiteitsdocumenten;

      • Beveiligingswerkzaamheden voor De Nederlandsche Bank N.V.

    • Kustwacht Nederland, inclusief Search and Rescue (SAR);

    • Kustwacht Caribisch gebied;

    • Explosievenopruiming;

    • Luchtruimbewaking/bestrijding luchtvaartterrorisme, waaronder de Quick Reaction Alert (QRA) van twee bewapende F-16»s;

    • Bijzondere bijstandseenheden, waaronder de Unit Interventie Mariniers (UIM), een Aanhoudings- en Ondersteuningseenheid van de Koninklijke marechaussee en een personele bijdrage aan de Dienst Speciale Interventies (DSI) van het KPLD;

    • Calamiteitenhospitaal;

    • Patiëntenvervoer van en naar de Waddeneilanden;

    • Hydrografische opneming van de zeebodem en de verwerking daarvan tot zeekaarten.

  • Militaire bijstand op grond van de Politiewet 2012:

    • Ondersteuning van de handhaving van de openbare orde;

    • Ondersteuning van de strafrechtelijke handhaving van de rechtsorde.

  • Militaire bijstand op grond van de Wet Veiligheidsregio’s.

  • Militaire steunverlening in het openbaar belang.

Naast deze gegarandeerde militaire capaciteiten worden verscheidene incidentele inzetten verwacht die niet vallen onder structurele en reguliere militaire bijstand of militaire steunverlening.

Taak

Indicatieve inzet in 2013 op grond van de realisatie van 2011

Artikel

Structurele taken ter ondersteuning van de civiele autoriteiten op grond van wetgeving en formele afspraken

Explosievenopruiming

Aantal ruimingen

1904

CLAS / FNIK

Patiëntenvervoer

Aantal uitgevoerde transporten

PM

CLSK

Calamiteitenhospitaal

Aantal keer operationeel

0

CDC

Luchtruimbewaking

Aantal alerts (onbekend vliegtuig in Nederlands luchtruim)

11

CLSK

Aantal onderscheppingen

3

CLSK

Kustwacht Nederland

Inzet schepen in vaardagen

PM

CZSK

Inzet vliegtuigen in vlieguren

PM

CLSK

Aantal helikopterinzetten voor Search and Rescue

174

CLSK

Kustwacht Caribisch gebied

Inzet stationsschip in vaardagen

PM

CZSK

Militaire bijstand en steunverlening op grond van de Politiewet (art 57, 58 en 59) en de wet Veiligheidsregio’s

Strafrechtelijke handhaving rechtsorde

Aantal aanvragen

43

KMAR / CLAS / FNIK

Handhaving openbare orde

 

23

KMAR / FNIK

Steunverlening in het openbaar belang

 

41

Alle krijgsmachtdelen

Bijstand bij rampen en crisis

 

15

Alle krijgsmachtdelen

Caribisch gebied

 

8

CZSK / FNIK

Toelichting: In de rechter kolom staat het artikel dat de uitgaven draagt die worden gemaakt om de taken te kunnen uitvoeren. Indien de inzet voldoet aan de criteria, worden de additionele uitgaven met FNIK verrekend. Soms zijn er meerdere krijgsmachtdelen die de taken kunnen uitvoeren.

De additionele uitgaven die het gevolg zijn van het uitvoeren van militaire bijstand en militaire steunverlening worden gefinancierd uit fonds Financiering Nationale Inzet Krijgsmacht (FNIK). Hiervoor dragen het ministerie van BZK, het ministerie van V&J en het Gemeentefonds gezamenlijk structureel € 2,25 miljoen per jaar bij. Dit voorkomt dat routinematige inzet afzonderlijk met de aanvragende instantie moet worden verrekend. Indien er sprake is van uitzonderlijke – bijvoorbeeld zeer grootschalige of langdurige – inzet die niet binnen deze voorziening kan worden opgevangen, dan worden in overleg met betrokken partijen afspraken gemaakt over afzonderlijke verrekening.

Beleidswijzigingen

Sinds de begroting 2012 zijn Nederlandse bijdragen aan de volgende missies in 2013 aangevangen dan wel verlengd:

  • UNAMA (als onderdeel van de Geïntegreerde Politietrainingsmissie);

  • CMF;

  • UNMISS.

Voor 2012 worden nog besluiten voorzien over de verlenging van de Nederlandse bijdrage aan:

  • KFOR;

  • EU NAVFOR Atalanta;

  • Ocean Shield.

Daarnaast is voor 2013 een verhoging van het aantal ingezette VPD’s voorzien. Deze verhoging is mede het gevolg van een verkorting van de aanvraagtermijn en een verlaging van de vergoeding die door de reders wordt betaald.

Als gevolg van het begrotingsakkoord is € 2,0 miljoen structureel gekort op de HGIS-voorziening voor crisisbeheersingsoperaties, die hierdoor is verlaagd tot € 190,5 miljoen per jaar.

Budgettaire gevolgen van het beleid en budgetflexibiliteit

Artikel 1 Inzet (Bedragen x € 1 000)
 

2011

2012

2013

2014

2015

2016

2017

Verplichtingen

270 694

206 450

213 150

215 150

213 150

213 150

213 150

waarvan juridisch verplicht

   

138 925

119 250

59 550

22 100

22 100

Uitgaven

186 102

231 519

213 150

215 150

213 150

213 150

213 150

               

Programma uitgaven

186 102

231 519

213 150

215 150

213 150

213 150

213 150

Opdracht Inzet

             

– waarvan crisisbeheersingsoperaties (HGIS)

186 102

218 069

190 500

190 500

190 500

190 500

190 500

– waarvan financiering nationale inzet krijgsmacht

 

2 250

2 250

2 250

2 250

2 250

2 250

– waarvan overige inzet

 

11 200

20 400

22 400

20 400

20 400

20 400

               

Ontvangsten

3 214

12 607

13 707

13 707

13 707

13 707

13 707

Programmaontvangsten

             

– waarvan crisisbeheersingsoperaties (HGIS)

3 214

1 407

1 407

1 407

1 407

1 407

1 407

– waarvan overige inzet

 

11 200

12 300

12 300

12 300

12 300

12 300

Toelichting op de instrumenten

Toelichting algemeen

Binnen artikel 1 worden alleen uitgaven voor inzet begroot en verantwoord:

  • (1) Voor zover deze uitgaven additioneel zijn. Dit betekent dat vormen van inzet budgettair niet zichtbaar zijn in dit artikel indien geen sprake is van additionele uitgaven ten opzichte van de uitgaven voor gereedstelling en instandhouding binnen de artikelen van de operationele commando’s (bijvoorbeeld de inzet van helikopters voor Search and Rescue) of indien deze worden verrekend met tweeden of derden (bijvoorbeeld noodhulp die wordt verrekend met het ministerie van Buitenlandse Zaken).

  • (2) Voor zover deze inzet onder directe verantwoordelijkheid van de CDS wordt uitgevoerd. Verschillende vormen van inzet zijn gemandateerd aan de operationele commando’s, zoals bijvoorbeeld de inzet voor de Kustwacht, en worden daarom in die artikelen begroot en verantwoord.

Toelichting op uitgaven

De uitgaven per missie zien er als volgt uit:

Bedragen x € 1 000

2013

2014

2015

2016

2017

Uitgaven missies

         

ISAF Redeployment

15 900

       

GPM

96 200

96 200

37 200

   

Ocean Shield

2 800

       

UNMISS

1 400

600

     

EUFOR Althea

50

       

UNAMA

50

50

     

UNTSO

600

600

600

600

600

CMF

250

250

250

   

NLTC

175

50

     

Missies algemeen

5 500

5 500

5 500

5 500

5 500

Totale uitgaven aan missies

122 925

103 250

43 550

6 100

6 100

Uitgaven contributies

16 000

16 000

16 000

16 000

16 000

Voorziening HGIS

51 575

71 250

130 950

168 400

168 400

Totale uitgaven HGIS

190 500

190 500

190 500

190 500

190 500

De missies worden hieronder toegelicht. De uitgaven per missie zijn verder toegelicht in de artikel-100-brieven.

Toelichting missies

  • ISAF Redeployment

    Het proces van terugkeer en reparatie van het materieel uit Uruzgan en Kandahar heeft door verschillende oorzaken vertraging opgelopen waardoor de redeployment in 2013 wordt voltooid. De aanvulling van de in Uruzgan verbruikte munitievoorraden loopt door tot in 2013.

  • Geïntegreerde Politietrainingsmissie (GPM)

    Het doel van de GPM is de training en mentoring van de Afghan Uniformed Police (AUP) en de verhoging van de kwaliteit van het juridische systeem (rule of law). De Nederlandse militaire bijdrage aan het trainingsprogramma in Afghanistan bestaat uit de Police Training Group (PTG), de Air Task Force en de nationale bijdrage aan ISAF-staven. De totale defensiebijdrage aan deze missie bedraagt 500 militairen. Deze bijdrage is voorzien tot midden 2014.

  • Ocean Shield

    Deze Navo-operatie richt zich op de bescherming van koopvaardijschepen in de Internationally Recommended Transit Corridor in de Golf van Aden, de uitvoering van patrouilletaken in het Somalië Bassin en het voorkomen, bestrijden en verstoren van aanvallen door piraten. Over de Nederlandse bijdrage in 2013 wordt in de tweede helft van 2012 een besluit genomen.

  • United Nations Mission in South Sudan (UNMISS)

    Na de onafhankelijkheid van Zuid-Soedan midden 2011 is UNMISS begonnen als een geïntegreerde missie ter assistentie van de overheid bij de verbetering van de vrede en veiligheid en voor het creëren van randvoorwaarden voor verdere ontwikkeling. Het doel daarvan is dat de overheid in staat wordt gesteld effectief en democratisch te regeren en goede betrekkingen op te bouwen met de buurlanden. In totaal draagt Nederland met maximaal 30 personen bij aan UNMISS, van wie 24 functionarissen van Defensie. De Nederlandse bijdrage geldt voor de duur van twee jaar.

  • EUFOR Althea

    Nederland draagt met drie militairen bij aan het deel van EUFOR dat zich richt op capaciteitsopbouw en training van de Bosnische strijdkrachten. Het mandaat loopt tot maart 2013.

  • United Nations Assistance Mission in Afghanistan (UNAMA)

    UNAMA is een politieke VN-missie op verzoek van de Afghaanse regering. UNAMA richt zich op democratisering, de uitvoering van wetten, de beheersing van drugs, verbetering van de mensenrechtensituatie, humanitaire hulpverlening en aanverwante onderwerpen. Er is één Nederlandse militair in de organisatie van UNAMA opgenomen, primair ter ondersteuning van de rule of law activiteiten van de GPM in het noorden van Afghanistan.

  • United Nations Truce Supervision Organization (UNTSO)

    UNTSO heeft als taak toe te zien op de naleving van de bestaande bestandsafspraken tussen de landen in de regio in en rond Israël. Nederland levert in 2013 twaalf officieren voor verschillende waarnemersgroepen in Syrië, Israël, en Libanon en op het hoofdkwartier van UNTSO te Jeruzalem. Er is geen einddatum voor deze bijdrage voorzien.

  • Netherlands Liaison Team CENTCOM (NLTC)

    In verband met de coördinatie en het volgen van de ontwikkelingen in de Verenigde Staten in de strijd tegen het internationale terrorisme en voor de operatie ISAF en overige operaties die worden uitgevoerd onder CENTCOM, levert Nederland vier militairen aan NLTC in Tampa (Verenigde Staten). Deze capaciteit wordt periodiek geëvalueerd en wordt waarschijnlijk voortgezet tot het einde van de Geïntegreerde Politietrainingsmissie.

Toelichting missies algemeen

  • European Union Rule of Law Mission in Kosovo (EULEX Kosovo)

    EULEX heeft tot doel het bestuur, de politie, justitie en de douane van Kosovo te ondersteunen om zo een bijdrage te leveren aan het democratiseringsproces in de regio. De defensiebijdrage aan de missie betreft circa vijftien Kmar-functionarissen en heeft een politiek mandaat tot 14 juni 2014.

  • Kosovo Force (KFOR)

    KFOR heeft tot doel het creëren en in stand houden van een veilige en stabiele omgeving, inclusief de openbare orde. De Nederlandse bijdrage bestaat uit zeven militairen, inclusief een National Support Element ter ondersteuning van de Nederlandse aanwezigheid in Kosovo.

  • United States Security Coordinator (USCC), West Bank

    Deze missie richt zich op de training van de Palestijnse veiligheidseenheden. De Nederlandse bijdrage bestaat uit maximaal vijf officieren en wordt voortgezet tot eind 2013.

  • EUBAM Rafah

    De EU Border Assistance Mission Rafah (EUBAM Rafah) heeft als taak om de grensbewaking van het Rafah Crossing Point door de Palestijnse Autoriteit (PA) te monitoren en te begeleiden. Sinds de machtsovername door Hamas in de Gaza-strook in juni 2007 is de missie niet meer operationeel. Nederland heeft drie marechaussees op stand-by staan die kunnen worden uitgezonden in het geval van reactivering van de missie. De Nederlandse bijdrage loopt, evenals het EU-mandaat voor de missie, tot mei 2013.

  • Combined Maritime Forces (CMF)

    De CMF richt zich op de strijd tegen het internationale terrorisme en op anti-piraterij operaties. Nederland levert twee militairen aan de staf van het hoofdkwartier van de CMF in Bahrein.

  • EU NAVFOR Atalanta

    De hoofdtaken van deze EU-missie bestaan uit maritieme bescherming van humanitaire transporten en het verstoren en bestrijden van piraterij. Het mandaat van de missie is verlengd tot eind 2014. De huidige Nederlandse bijdragen worden voorzien tot eind 2012. Over de Nederlandse bijdragen in 2013 en 2014 zullen in de tweede helft van 2012 besluiten worden genomen.

  • Security Sector Reform (SSR) Burundi

    Nederland heeft in april 2009 een Memorandum of Understanding (MoU) met de Burundese regering afgesloten waarin de samenwerking op het gebied van de hervorming van de veiligheidssector voor een periode van acht jaar is afgesproken. Het programma richt zich op de verdere professionalisering van het Burundese leger. Nederland heeft daartoe drie functionarissen in Burundi geplaatst die in samenwerking met een Burundees projectteam zorg dragen voor de voorbereiding daarvan. Deze bijdrage heeft een doorlopend mandaat. Deze inzet wordt gefinancierd uit het Stabilisatiefonds op de begroting van het ministerie van Buitenlandse Zaken.

  • Contributies HGIS

    Nederland draagt bij aan de gemeenschappelijke uitgaven voor crisisbeheersingsoperaties van de Navo en de EU. Dit bedrag staat los van een eventuele Nederlandse deelneming aan een specifieke missie van de Navo of de EU.

Toelichting op overige inzet

  • Vessel Protection Detachments (VPD’s)

    Het aantal verzoeken van Nederlandse reders om ondersteuning van de overheid bij beveiliging van kwetsbare schepen in risicogebieden is de afgelopen jaren toegenomen. Het AIV-rapport «Piraterijbestrijding op zee – een herijking van publieke en private verantwoordelijkheden» deed de aanbeveling in bepaalde gevallen tot deze ondersteuning over te gaan. Inmiddels is een beleidskader opgesteld met operationele, juridische en financiële aspecten. In 2012 is als gevolg van de conclusies in het rapport van de Commissie de Wijkerslooth het aantal begrote VPD’s van twintig naar vijftig verhoogd. Voor 2013 is een verdere verhoging tot ongeveer 175 VPD’s voorzien. De in artikel 1 begrote additionele uitgaven bestaan hoofdzakelijk uit toelagen, reis- en verblijfskosten alsmede de kosten voor de opslag van materieelpakketten in de regio. De investeringen en instandhouding van de benodigde materieelpakketten en uitgaven voor militair luchttransport zijn opgenomen bij de desbetreffende beleidsartikelen.

  • FRONTEX

    Nederland heeft 50 grenswachters beschikbaar gesteld voor de FRONTEX-pool voor snel inzetbare grensinterventieteams. Jaarlijks wordt bij de opstelling van het inzetplan bezien of deze bijdrage aan de pool wordt voortgezet. Het ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties meldt de Nederlandse bijdrage met het inzetplan aan de Tweede Kamer. In 2013 is het weer mogelijk dat een beroep gedaan wordt op een Nederlandse bijdrage met mijnenjagers en/of een Dornier. De wenselijkheid en uitvoerbaarheid van een bijdrage zal dan worden bezien. Een Nederlandse bijdrage wordt verrekend met de EU. Deze inzet wordt gemandateerd aan de operationele commando’s.

Toelichting op ontvangsten

Ontvangsten HGIS

De ontvangsten hebben voornamelijk betrekking op de vergoedingen van de EU, Navo en VN-partners voor de door Nederland in het verleden geleverde diensten of ingezette personele en materiële middelen.

Ontvangsten VPD’s

De Nederlandse reders betalen € 12,3 miljoen van de uitgaven voor VPD’s.

Overzicht missies

Overzicht missies
2.2.2 Taakuitvoering zeestrijdkrachten - beleidsartikel 2

Algemene doelstelling

De zeestrijdkrachten leveren operationeel gerede maritieme expeditionaire capaciteit, zowel vloot als mariniers, voor nationale en internationale operaties.

Rol en verantwoordelijkheid minister

De minister is verantwoordelijk voor de vaststelling van de omvang en samenstelling van de zeestrijdkrachten en van de mate van gereedheid van maritieme eenheden.

Voor de maritieme capaciteit van de krijgsmacht is het CZSK verantwoordelijk voor het operationeel gereedstellen en in stand houden van de maritieme eenheden. De zeestrijdkrachten zijn inzetbaar voor zowel expeditionaire als voor nationale taken.

Indicatoren algemene doelstelling

In onderstaande tabel staan de beschikbaarheid van operationeel gerede en in stand te houden eenheden van CZSK voor 2013. Waar het aantal operationeel gerede eenheden gedurende het jaar uiteenloopt, is het rekenkundig gemiddelde in de tabel opgenomen.

Doelstellingenmatrix CZSK 2013

       

Groep

Organieke eenheid

Totaal aantal eenheden

Operationeel gerede eenheden

Voortzettingsvermogen

Staf

NLMARFOR

1

1

Vlooteenheden

Fregatten

LC-fregat

4

1,8

2,2

 

M-fregat

2

0,5

1,5

Patrouilleschepen

0 → 4

0 → 0,6

0 → 3,4

Bevoorradingsschip

1

0,3

0,7

Landing Platform Docks

2

1,5

0,5

Onderzeeboten

4

1,5

2,5

Ondersteuningsvaartuig OZD

1

0,7

0,3

Mijnenbestrijdingsvaartuigen

6

3

3

Hydrografische opnemingsvaartuigen

2

1

1

Ondersteuningsvaartuig CARIB

1

0,8

0,2

Marinierseenheden

Mariniersbataljons

2

1

1

Ondersteunende mariniersbataljons

2

1

1

Unit Interventie Mariniers

1

1

Marinierscompagnie CARIB

1

1

Bootpeloton Caribisch Gebied

1

1

Overige eenheden

Defensie Duikgroep

1

1

Toelichting: De gereedheidsdoelstellingen per operationeel commando worden weergegeven in de doelstellingenmatrix. In de kolom «Totaal aantal eenheden» staat vermeld hoeveel eenheden er zijn. Deze eenheden zijn daarnaast verdeeld over de kolommen «Operationeel gerede eenheden» en «Voortzettingsvermogen». In de kolom «Operationeel gerede eenheden» is weergegeven hoeveel eenheden beschikbaar moeten zijn voor inzet. In de kolom voortzettingsvermogen zijn de overige eenheden weergegeven. De getallen betreffen het gemiddelde aantal gereed te stellen eenheden, over het hele jaar. Voorbeeld: indien één eenheid voor zes maanden gereed moet zijn, wordt dit in de matrix weergegeven met 0,5.

Beleidswijzigingen

In 2013 worden de eerste patrouilleschepen operationeel gereed. Deze schepen worden na oplevering gefaseerd ingevoerd.

Budgettaire gevolgen van het beleid en budgetflexibiliteit

Artikel 2 Taakuitvoering Zeestrijdkrachten (bedragen x € 1 000)
 

2011

2012

2013

2014

2015

2016

2017

Verplichtingen

573 652

670 288

714 076

685 593

661 656

655 512

653 468

Uitgaven

590 214

670 288

714 076

685 593

661 656

655 512

653 468

Waarvan juridisch verplicht

   

119 564

68 230

20 928

21 000

21 037

Programmauitgaven

573 569

73 777

165 093

155 697

137 459

137 458

137 458

Opdracht Gereedstelling en instandhouding Commando ZSK

 

73 777

165 093

155 697

137 459

137 458

137 458

– waarvan inzet

 

8 441

8 429

8 447

8 455

8 455

8 455

– waarvan gereedstelling

 

61 508

66 035

57 968

59 122

59 123

59 123

– waarvan instandhouding

 

3 828

90 629

89 282

69 882

69 880

69 880

               

Apparaatsuitgaven

16 645

596 511

548 983

529 896

524 197

518 054

516 010

Staven

 

8 998

9 286

9 168

9 001

8 861

8 861

Operationele eenheden Commando ZSK

 

582 248

539 697

520 728

515 196

509 193

507 149

Bijdragen aan SSO's

 

5 265

         
               

Apparaat per uitgavencategorie

16 645

596 511

548 983

529 896

524 197

518 054

516 010

personele uitgaven

 

479 949

474 948

458 159

452 380

445 508

443 098

– waarvan eigen personeel

 

479 949

474 948

458 159

452 380

445 508

443 098

– waarvan externe inhuur

             

materiele uitgaven

 

116 562

74 035

71 737

71 817

72 546

72 912

– waarvan huisvesting en infrastructuur

 

29 292

4 090

4 092

4 092

4 093

4 093

– waarvan ICT

 

23 074

1 574

1 580

1 580

1 580

1 580

– waarvan overige exploitatie

 

64 196

68 371

66 065

66 145

66 873

67 239

               

Apparaatsontvangsten

9 876

13 564

20 164

20 164

20 164

20 164

20 164

Toelichting op financiële instrumenten

Inzet

De geraamde uitgaven voor inzet zijn gerelateerd aan de vlieguren en de vaardagen ten behoeve van de kustwacht in Nederland en de kustwacht in het Caribisch gebied. De overige inzet wordt verantwoord in beleidsartikel 1 Inzet. De jaarplannen en jaarverslagen van de kustwachten bevatten nadere informatie over hun activiteiten en middelen.

Gereedstelling

De geraamde uitgaven voor gereedstelling worden gedaan voor oefenactiviteiten. Het betreft vooral uitgaven voor oefentoelagen voor militair personeel (€ 35,3 miljoen), andere operationele uitgaven (€ 24,4 miljoen) waaronder € 11 miljoen voor de inhuur van twee vliegtuigen ten behoeve van de kustwacht. Voor 2013 zijn voor het CSZK 2 671 vaardagen en 224 200 mensoefendagen geraamd. Voor de periode 2014 tot en met 2017 zijn voor het CSZK per jaar 2 844 vaardagen en 224 200 mensoefendagen geraamd.

Instandhouding

De geraamde uitgaven voor de instandhouding van materieel betreffen het onderhoud van wapensystemen. Vanaf 2013 zijn de instandhoudingsuitgaven van het Marinebedrijf hierin opgenomen. Naast uitgaven voor diverse ondersteunende installaties gaat het om uitgaven voor de instandhouding van de vlooteenheden en marinierseenheden die in de doelstellingenmatrix zijn genoemd. Tot en met 2015 verminderen de uitgaven als gevolg van de afstoting van materieel.

Apparaatsuitgaven

De apparaatsuitgaven bevatten vooral personele uitgaven. Deze uitgaven bestaan hoofdzakelijk uit salarissen, sociale lasten en uitgaven voor toelagen en reiskosten woon-werkverkeer, De personele uitgaven worden besteed aan de volgende aantallen personeel (gemiddelde jaarsterktes):

2011

2012

2013

2014

2015

2016

2017

8 935

10 219

9 986

9 901

9 816

9 774

9 774

Verder wordt voor de toelichting op de apparaatsuitgaven verwezen naar de brief over de personele vulling van Defensie die gelijktijdig met de begroting wordt aangeboden, en het niet-beleidsartikel 10 Centraal apparaat.

De uitgaven voor huisvesting en ICT zijn met ingang van 2013 overgeheveld naar CDC en DMO. De achtergebleven uitgaven worden gedaan voor de kustwacht.

De overige exploitatie is voor het grootste deel personeelsgebonden. Deze uitgaven bestaan voornamelijk uit opleidingen, werving, dienstreizen en kleding en uitrusting en overige materiële uitgaven.

2.2.3 Taakuitvoering landstrijdkrachten - beleidsartikel 3

Algemene doelstelling

De landstrijdkrachten leveren operationeel gerede grondgebonden expeditionaire capaciteit voor nationale en internationale operaties.

Rol en verantwoordelijkheid

De minister van Defensie is verantwoordelijk voor de vaststelling van de omvang en de samenstelling van de landstrijdkrachten en de mate van gereedheid van de grondgebonden capaciteiten.

Om grondgebonden capaciteit te leveren dient het CLAS eenheden operationeel gereed te stellen en in stand te houden. De landstrijdkrachten zijn inzetbaar voor zowel expeditionaire als voor nationale taken.

Indicatoren algemene doelstelling

In onderstaande tabel staat de beschikbaarheid weergegeven van de operationeel gerede en in stand te houden eenheden van het CLAS voor 2013. Waar het aantal operationeel gerede eenheden gedurende het jaar uiteenloopt, is het rekenkundig gemiddelde in de tabel opgenomen.

Doelstellingenmatrix

CLAS 2013

2013

Groep

Organieke eenheden

Totaal aantal eenheden

Operationeel gereed

Voortzettingsvermogen

HRF(L)HQ

NLD deel staf HRF HQ

1

1

 

CIS Battalion

1

 

1

Staff Support Battalion

1

1

 

KCT

Commandotroepencompagnie

4

2

2

Brigade HK

Brigade Hoofdkwartier

3

1

2

Luchtmobiele

Brigade

(11 LMB)

Infanteriebataljon Luchtmobiel

3

1

2

Geniecompagnie

1

0,3

0,7

Bevoorradingscompagnie

1

0,3

0,7

Geneeskundige compagnie

1

0,3

0,7

Herstelcompagnie

1

0,3

0,7

NATRES Bataljon

1

1

 

Gemechaniseerde

Brigades (13, 43 Mechbrig)

Pantserinfanteriebataljon

4

1

3

Brigade Verkenningseskadron

2

1

1

Afdeling Veldartillerie

1

0,3

0,7

Pantsergeniebataljon

2

1

1

Geneeskundige compagnie

2

1

1

Herstelcompagnie

2

1

1

NATRES Bataljon

2

2

 

Operationeel

Ondersteunings

Commando

Land (OOCL)

Staf OOCL + stafcompagnie

1

0

1

Geniebataljon

1

0,5

0,5

JISTARC modules

5

2

3

CIS-bataljon (CIS-compagnie)

3

1

2

Civil Effects Support Element

6

2

4

Bevoorradings- en Transportbataljon

2

1

1

Geneeskundig bataljon (Role 2 MTF)

4

1

3

Grondgebonden Luchtverdediging (DGLC)

Commando Element

1

1

 

Patriot Fire Unit

3

2

1

AMRAAM Peloton

2

1

1

Stinger Peloton

3

2

1

EODD

Ploegen

48

12

36

Toelichting: De gereedheidsdoelstellingen per operationeel commando worden weergegeven in de doelstellingenmatrix. In de kolom «Totaal aantal eenheden» staat vermeld hoeveel eenheden er zijn. Deze eenheden zijn daarnaast verdeeld over de kolommen «Operationeel gerede eenheden» en «Voortzettingsvermogen». In de kolom «Operationeel gerede eenheden» is weergegeven hoeveel eenheden beschikbaar moeten zijn voor inzet. In de kolom «Voortzettingsvermogen» zijn de overige eenheden weergegeven. De getallen betreffen het gemiddelde aantal gereed te stellen eenheden over het hele jaar. Voorbeeld: indien één eenheid voor zes maanden gereed moet zijn, wordt dit in de matrix weergegeven met 0,5.

Beleidswijzigingen

Er zijn geen significante beleidswijzigingen ten opzichte van de begroting 2012.

Budgettaire gevolgen van het beleid en budgetflexibiliteit

Artikel 3 Taakuitvoering Landstrijdkrachten (bedragen x € 1 000)
 

2011

2012

2013

2014

2015

2016

2017

Verplichtingen

1 261 386

1 265 522

1 135 839

1 061 811

1 016 103

993 780

990 260

Uitgaven

1 280 930

1 265 522

1 135 839

1 061 811

1 016 103

993 780

990 260

Waarvan juridisch verplicht

   

129 327

70 267

21 031

20 849

20 888

Programmauitgaven

1 042 161

101 355

163 007

163 168

138 836

138 837

138 837

Opdracht Gereedstelling en instandhouding Commando LAS

 

101 355

163 007

163 168

138 836

138 837

138 837

– waarvan inzet

             

– waarvan gereedstelling

 

96 694

91 824

91 830

94 724

94 725

94 725

– waarvan instandhouding

 

4 661

71 183

71 338

44 112

44 112

44 112

               

Apparaatsuitgaven

238 769

1 164 167

972 832

898 643

877 267

854 943

851 423

Staven

 

21 910

18 048

13 544

13 346

13 504

13 515

Operationele eenheden Commando LAS

 

1 123 241

954 784

885 099

863 921

841 439

837 908

Bijdragen aan SSO's

 

19 016

         
               

Apparaat per uitgavencategorie

238 769

1 164 167

972 832

898 643

877 267

854 943

851 423

personele uitgaven

 

911 747

877 185

827 588

805 793

785 289

781 377

– waarvan eigen personeel

 

911 747

877 185

827 588

805 793

785 289

781 377

– waarvan externe inhuur

             

materiele uitgaven

 

252 420

95 647

71 055

71 474

69 654

70 046

– waarvan huisvesting en infrastructuur

 

85 955

         

– waarvan ICT

 

48 101

         

– waarvan overige exploitatie

 

118 364

95 647

71 055

71 474

69 654

70 046

               

Apparaatsontvangsten

21 470

15 823

20 523

20 523

20 523

20 523

20 523

Toelichting op financiële instrumenten

Inzet

De inzet wordt verantwoord in beleidsartikel 1 Inzet.

Gereedstelling

De geraamde uitgaven voor gereedstelling worden gedaan voor oefenactiviteiten. Het betreffen hoofdzakelijk uitgaven voor oefentoelagen voor militair personeel (€ 41,6 miljoen), en andere operationele uitgaven (€ 40,5 miljoen). Voor het grootste deel bestaan deze uitgaven uit de inhuur van oefenterreinen.

Voor de periode 2013 tot en met 2017 zijn voor het CLAS per jaar 736 890 mensoefendagen geraamd.

Instandhouding

De geraamde uitgaven voor de instandhouding van materieel betreffen het onderhoud van wapensystemen. Vanaf 2013 zijn de instandhoudingsuitgaven van het Defensiebedrijf Grondgebonden Systemen hierin opgenomen. Naast uitgaven voor diverse ondersteunende installaties gaat het om uitgaven voor de instandhouding van de organieke eenheden die in de doelstellingenmatrix zijn genoemd. Tot en met 2015 verminderen de uitgaven als gevolg van de vermindering van het aantal operationele eenheden.

Apparaatsuitgaven

De apparaatsuitgaven bevatten vooral personele uitgaven. Deze uitgaven bestaan hoofdzakelijk uit salarissen, sociale lasten en uitgaven voor toelagen en reiskosten woon-werkverkeer. De personele uitgaven worden besteed aan de volgende aantallen personeel (gemiddelde jaarsterktes):

2011

2012

2013

2014

2015

2016

2017

22 767

20 851

20 163

19 668

19 172

18 925

18 925

Verder wordt voor de toelichting op de apparaatsuitgaven verwezen naar de brief over de personele vulling van Defensie die gelijktijdig met de begroting wordt aangeboden, en het niet-beleidsartikel 10 Centraal apparaat.

De uitgaven voor huisvesting en ICT zijn met ingang van 2013 overgeheveld naar CDC en DMO.

De overige exploitatie is voor het grootste deel personeelsgebonden. Deze uitgaven bestaan voornamelijk uit opleidingen, werving, dienstreizen en kleding en uitrusting en overige materiële uitgaven.

2.2.4 Taakuitvoering luchtstrijdkrachten - beleidsartikel 4

Algemene doelstelling

De luchtstrijdkrachten leveren lucht- en grondgebonden capaciteit voor nationale en internationale operaties.

Rol en verantwoordelijkheid

De minister van Defensie is verantwoordelijk voor de vaststelling van de omvang, de samenstelling en de vereiste mate van gereedheid van de luchtstrijdkrachten.

Voor de lucht- en grondgebonden operationele capaciteit van de krijgsmacht dient het CLSK eenheden operationeel gereed te stellen en in stand te houden. De luchtstrijdkrachten zijn inzetbaar voor zowel expeditionaire taken als voor nationale taken.

Indicatoren algemene doelstelling

In onderstaande tabel staan de beschikbaarheid van operationeel gerede en in stand te houden eenheden van CLSK voor 2013. Waar het aantal operationeel gerede eenheden gedurende het jaar uiteenloopt, is het rekenkundig gemiddelde in de tabel opgenomen.

Doelstellingenmatrix CLSK

2013

Groep

Organieke eenheden

Totaal aantal eenheden

Operationeel gereed

Voortzettingsvermogen

Jachtvliegtuigen

F-16

57

17

40

Helikopters

AH-64D Apache

21

7

14

CH-47 Chinook

14

4

10

AS-532 Cougar

8

4

4

AB-412SP

3

2

1

NH-90

9 → 12

3 → 6

6

Transportvliegtuigen

(K)DC-10

3

1,5

1,5

C-130H Hercules

4

2

2

Kustwacht

Nederland

Dornier DO-228

2

1

1

Force Protection

OGRV eenheden

3

1

2

C2 element

2

1

1

Air C4ISR

AOCS

1

1

0

NDMC

1

1

0

Toelichting: De gereedheidsdoelstellingen per operationeel commando worden weergegeven in de doelstellingenmatrix. In de kolom «Totaal aantal eenheden» staat vermeld hoeveel eenheden er zijn. Deze eenheden zijn daarnaast verdeeld over de kolommen «Operationeel gerede eenheden» en «Voortzettingsvermogen». In de kolom «Operationeel gerede eenheden» is weergegeven hoeveel eenheden beschikbaar moeten zijn voor inzet. In de kolom «Voortzettingsvermogen» zijn de overige eenheden weergegeven. De getallen betreffen het gemiddelde aantal gereed te stellen eenheden,over het hele jaar. Voorbeeld: indien één eenheid voor zes maanden gereed moet zijn, wordt dit in de matrix weergegeven met 0,5.

Beleidswijzigingen

Er zijn geen significante beleidswijzigingen ten opzichte van de begroting 2012.

Budgettaire gevolgen van het beleid en budgetflexibiliteit

Artikel 4 Taakuitvoering Luchtstrijdkrachten (bedragen x € 1 000)
 

2011

2012

2013

2014

2015

2016

2017

Verplichtingen

609 073

690 752

663 949

624 400

594 926

588 876

586 719

Uitgaven

685 357

690 752

663 949

624 400

594 926

588 876

586 719

Waarvan juridisch verplicht

   

136 854

77 018

23 682

23 907

23 878

Programmauitgaven

582 701

63 164

132 003

129 568

111 517

112 059

112 053

Opdracht Gereedstelling en instandhouding Commando LSK

 

63 164

132 003

129 568

111 517

112 059

112 053

– waarvan inzet

             

– waarvan gereedstelling

 

39 826

19 388

20 818

21 587

21 635

21 631

– waarvan instandhouding

 

23 338

112 615

108 750

89 930

90 424

90 422

               

Apparaatsuitgaven

102 656

627 588

531 946

494 832

483 409

476 817

474 666

Staven

 

25 105

24 178

21 349

21 100

21 101

21 101

Operationele eenheden Commando LSK

 

595 324

507 768

473 483

462 309

455 716

453 565

Bijdragen aan SSO's

 

7 159

         
               

Apparaat per uitgavencategorie

102 656

627 588

531 946

494 832

483 409

476 817

474 666

personele uitgaven

 

419 653

390 242

367 675

358 105

349 807

347 944

– waarvan eigen personeel

 

419 653

390 242

367 675

358 105

349 807

347 944

– waarvan externe inhuur

 

0

0

0

0

0

0

materiele uitgaven

 

207 935

141 704

127 157

125 304

127 010

126 722

– waarvan huisvesting en infrastructuur

 

57 931

         

– waarvan ICT

 

18 965

         

– waarvan overige exploitatie

 

131 039

141 704

127 157

125 304

127 010

126 722

               

Apparaatsontvangsten

13 556

9 586

15 286

15 286

15 286

15 286

15 286

Toelichting op financiële instrumenten

Inzet

De inzet wordt verantwoord in beleidsartikel 1 Inzet.

Gereedstelling

De geraamde uitgaven voor gereedstelling worden gedaan voor oefenactiviteiten. Het betreffen hoofdzakelijk uitgaven voor oefentoelagen voor militair personeel (€ 6,9 miljoen) en andere operationele uitgaven (€ 8,6 miljoen). Voor 2013 zijn voor het CLSK 43 870 vlieguren en 9 290 mensoefendagen geraamd. Voor de periode 2014 tot en met 2017 zijn voor het CLSK per jaar 44 770 vlieguren en 9 315 mensoefendagen geraamd.

Instandhouding

De geraamde uitgaven voor de instandhouding van materieel betreffen het onderhoud van wapensystemen. Vanaf 2013 zijn de instandhoudingsuitgaven van het Logistieke Centrum Woensdrecht hierin opgenomen. Naast uitgaven voor diverse ondersteunende installaties gaat het om uitgaven voor de instandhouding van de wapensystemen die in de doelstellingenmatrix zijn genoemd. Tot en met 2015 verminderen de uitgaven als gevolg van de afstoting van wapensystemen.

Apparaatsuitgaven

De apparaatsuitgaven bevatten vooral personele uitgaven. Deze uitgaven bestaan hoofdzakelijk uit salarissen, sociale lasten en uitgaven voor toelagen en reiskosten woon-werkverkeer, De personele uitgaven worden besteed aan de volgende aantallen personeel (gemiddelde jaarsterktes):

2011

2012

2013

2014

2015

2016

2017

8 229

8 485

7 820

7 634

7 449

7 356

7 356

Verder wordt voor de toelichting op de apparaatsuitgaven verwezen naar de brief over de personele vulling van Defensie die gelijktijdig met de begroting wordt aangeboden, en het niet-beleidsartikel 10 Centraal apparaat.

De uitgaven voor huisvesting en ICT zijn met ingang van 2013 overgeheveld naar CDC en DMO.

De overige exploitatie is voor het grootste deel personeelsgebonden. Deze uitgaven bestaan voornamelijk uit (vlieger)opleidingen, werving, dienstreizen en kleding en uitrusting en overige materiële uitgaven.

2.2.5. Taakuitvoering marechaussee - beleidsartikel 5

Algemene doelstelling

De Koninklijke marechaussee levert militaire politiecapaciteit voor nationale en internationale operaties.

Rol en verantwoordelijkheid

De minister is beheersverantwoordelijk en verantwoordelijk voor de vaststelling van de omvang, de samenstelling en de vereiste mate van gereedheid van de Koninklijke marechaussee. De uitvoering heeft hij opgedragen aan de Commandant van de Koninklijke marechaussee. Het gezag over de marechaussee berust naast de minister van Defensie bij de minister van Veiligheid en Justitie en de minister voor Immigratie, Integratie en Asiel.

Het CKmar heeft een takenpakket in binnen- en buitenland en houdt zich bezig met beveiliging, handhaving van de Vreemdelingenwetgeving (waaronder grenstoezicht), politietaken ten behoeve van Defensie en op burgerluchtvaartterreinen, samenwerking met en bijstand aan de politie en uitvoering van politietaken in het kader van internationale vredesoperaties. Naast het reguliere takenpakket fungeert het CKmar als strategische reserve voor de Nederlandse overheid. Hiermee levert het CKMar direct en indirect een bijdrage aan de veiligheid in binnen- en buitenland.

Indicatoren algemene doelstelling

In onderstaande tabel staat de beschikbaarheid vermeld van operationeel gerede en in stand te houden eenheden van het CKmar voor 2013 voor taken die onder gezagsverantwoordelijkheid van de minister van Defensie worden uitgevoerd. Waar het aantal operationeel gerede eenheden gedurende het jaar uiteenloopt, is het rekenkundig gemiddelde in de tabel opgenomen.

Organieke eenheid

Geplande inzet

Totaal aantal eenheden

Operationeel gereed

Voortzettings-vermogen

VTE’n voor politietaken Defensie uitgezonden eenheden

ong. 7

50

25

25

VTE’n voor civiele politiemissies

ong. 85

256

128

128

Peloton voor Crowd Riot Control (CRC)

 

1

 

1

VTE’n voor Close Protection Team (CPT) ter begeleiding van VIP’s in buitenland.

ong. 13

26

13

13

Toelichting: De gereedheidsdoelstellingen per operationeel commando worden weergegeven in de doelstellingenmatrix. In de kolom «Totaal aantal eenheden» staat vermeld hoeveel eenheden er zijn. Deze eenheden zijn daarnaast verdeeld over de kolommen «Operationeel gerede eenheden» en «Voortzettingsvermogen». In de kolom «Operationeel gerede eenheden» is weergegeven hoeveel eenheden beschikbaar moeten zijn voor inzet. In de kolom «Voortzettingsvermogen» zijn de overige eenheden weergegeven. De getallen betreffen het gemiddelde aantal gereed te stellen eenheden, over het hele jaar. Voorbeeld: indien één eenheid voor zes maanden gereed moet zijn, wordt dit in de matrix weergegeven met 0,5.

Geplande inzet

Het takenpakket van het CKmar heeft zich ontwikkeld tot een veelzijdig en samenhangend geheel. Drie operationele speerpunten vormen hierbij de basis: bewaken en beveiligen, de grenspolitietaak en internationale en militaire politietaken. Het CKmar legt de nadruk op de veiligheid van de staat en speelt hierbij snel en flexibel in op wijzigende omstandigheden.

Bewaken en beveiligen

Het CKmar draagt zorg voor de bewaking en beveiliging van bepaalde vitale objecten en personen. Het CKmar doet dit in samenwerking met nationale en internationale publieke en private partners.

Kengetallen

Prognose 2013

Het percentage uitvoering Toezichtprogramma Beveiliging burgerluchtvaart

100%

Het aantal permanent te bewaken objecten

7

Het servicepercentage beveiligde waardetransporten voor De Nederlandsche Bank

100%

Beschikbare operationele Kmar-eenheden voor expeditionaire beveiligingsopdrachten

(zie tabel algemene doelstelling)

Grenspolitietaak

Het CKmar richt zich op de bestrijding van illegale migratie, grensoverschrijdende criminaliteit en terrorisme. Deze taak wordt risicogestuurd, flexibel en doelmatig uitgevoerd door zowel de informatiepositie van het CKmar als de informatiepositie van de ketenpartners optimaal te benutten. Als grenspolitie wendt het CKmar bedreigingen voor Nederland en het Schengengebied af bij de grens.

Kengetallen

Prognose 2013

Aantal luchthavens waar grensbewaking wordt uitgevoerd

8

waarvan permanent

6

Aantal prioriteitsmeldingen (op luchthavens waar politietaken worden uitgevoerd)

12 000

Aantal verwijderingen (directe verwijderingen en verwijderingen na aanlevering van DT&V)

6 000

waarvan begeleid

2 000

Internationale en militaire politietaken

Het CKmar is als één van de vier operationele commando’s van het ministerie van Defensie mede verantwoordelijk voor de uitvoering van het buitenlands en veiligheidsbeleid van Nederland. Vanwege de specifieke organisatiekenmerken kan het CKmar met zowel de andere krijgsmachtsonderdelen als zelfstandige politieorganisatie in binnen- en buitenland optreden.

Kengetallen

Prognose 2013

Aantal misdrijfdossiers (aangeleverd aan OM Arnhem)

Beschikbare operationele Kmar-eenheden voor internationale crisis- en humanitaire operaties

Op basis van criminaliteitsbeeldanalyse (zie doelstellingenmatrix)

Beleidswijzigingen

Er zijn geen significante beleidswijzigingen ten opzichte van de begroting 2012.

Budgettaire gevolgen van het beleid en budgetflexibiliteit

Artikel 5 Taakuitvoering Koninklijke Marechaussee (bedragen x € 1 000)
 

2011

2012

2013

2014

2015

2016

2017

Verplichtingen

398 677

385 578

317 618

309 355

309 322

304 815

302 936

Uitgaven

400 456

385 578

317 618

309 355

309 322

304 815

302 936

Waarvan juridisch verplicht

   

23 449

12 915

4 381

4 390

4 350

Programmauitgaven

366 835

6 693

2 285

2 292

2 108

2 106

2 107

Opdracht Inzet KMAR

 

6 693

2 285

2 292

2 108

2 106

2 107

– waarvan inzet

             

– waarvan gereedstelling

 

6 693

2 285

2 292

2 108

2 106

2 107

– waarvan instandhouding

             
               

Apparaatsuitgaven

33 621

378 885

315 333

307 063

307 214

302 709

300 829

Staven

 

11 786

11 622

9 293

9 197

9 238

9 238

Operationele eenheden KMAR

 

364 202

303 711

297 770

298 017

293 471

291 591

Bijdragen aan SSO's

 

2 897

         
               

Apparaat per uitgavencategorie

33 621

378 885

315 333

307 063

307 214

302 709

300 829

personele uitgaven

 

280 533

270 721

266 305

265 515

260 917

259 438

– waarvan eigen personeel

 

280 533

270 721

266 305

265 515

260 917

259 438

– waarvan externe inhuur

 

0

0

0

0

0

0

materiele uitgaven

 

98 352

44 612

40 758

41 699

41 792

41 391

– waarvan huisvesting en infrastructuur

 

30 537

         

– waarvan ICT

 

17 977

         

– waarvan overige exploitatie

 

49 838

44 612

40 758

41 699

41 792

41 391

               

Apparaatsontvangsten

6 219

4 652

4 652

4 652

4 652

4 652

4 652

Toelichting op de financiële instrumenten

Gereedstelling

De uitgaven voor inzet betreffen vooral oefentoelagen voor militair personeel (€ 2 miljoen) en munitie (€ 0,84 miljoen). Voor 2013 zijn voor het CKmar 105 691 oefenuren geraamd.

Apparaatsuitgaven

De apparaatsuitgaven bevatten vooral personele uitgaven. Deze uitgaven bestaan hoofdzakelijk uit salarissen, sociale lasten en uitgaven voor toelagen en reiskosten woon-werkverkeer. De personele uitgaven worden besteed aan de volgende aantallen personeel (gemiddelde jaarsterktes):

2011

2012

2013

2014

2015

2016

2017

6 490

6 285

6 131

6 073

6 016

5 987

5 987

Verder wordt voor de toelichting op de apparaatsuitgaven verwezen naar de brief over de personele vulling van Defensie die gelijktijdig met de begroting wordt aangeboden, en het niet-beleidsartikel 10 Centraal apparaat.

De uitgaven voor huisvesting en ICT zijn met ingang van 2013 overgeheveld naar CDC en DMO.

De overige exploitatie is voor het grootste deel personeelsgebonden. Deze uitgaven bestaan voornamelijk uit opleidingen, werving, dienstreizen en kleding en uitrusting en overige materiële uitgaven.

2.2.6 Investeringen krijgsmacht - beleidsartikel 6

Algemene doelstelling

Defensie voorziet in nieuw materieel, infrastructuur en ICT-middelen en zij verkoopt, indien aan de orde, groot materieel en infrastructuur.

Rol en verantwoordelijkheid

De minister van Defensie is verantwoordelijk voor het tijdig voorzien in nieuw materieel, infrastructuur en ICT-middelen en de afstoting van overtollig groot materieel en infrastructuur.

Investeringsquote

De investeringsquote van Defensie is in onderstaande grafiek weergegeven. Als gevolg van de beleidsbrief Defensie na de kredietcrisis van 8 april 2011 zijn op korte termijn maatregelen genomen ten aanzien van de investeringen. Daardoor heeft de investeringsquote in 2012 een dieptepunt bereikt. Vanaf 2013 stijgen de investeringen als gevolg van de maatregelen om de krijgsmacht op orde te krijgen. Niettemin ligt de investeringsquote aanvankelijk nog ruim onder de 20 procent en komt deze in 2013 uit op 15,5 procent. De investeringsquote stijgt daarna tot boven de 20 procent in 2016. Het gemiddelde investeringspercentage in de periode 2013 tot en met 2017 is 19.

Investeringsquote Defensie

Investeringsquote Defensie

Beleidswijzigingen

Voor zover er beleidswijzigingen zijn, betreffen dat wijzigingen in projecten. Deze wijzigingen worden hieronder toegelicht.

Budgettaire gevolgen van het beleid en budgetflexibiliteit

Artikel 6 Investeringen Krijgsmacht (bedragen x € 1 000)
 

2011

2012

2013

2014

2015

2016

2017

Verplichtingen

   

1 313 418

1 746 176

1 429 950

817 462

1 589 705

Uitgaven

   

1 173 362

1 325 110

1 434 747

1 537 987

1 589 705

Waarvan juridisch verplicht

   

773 265

478 807

234 853

153 167

105 402

Programmauitgaven

   

1 173 362

1 325 110

1 434 747

1 537 987

1 589 705

Opdracht Voorzien in nieuw materieel

   

803 875

999 031

1 092 303

1 193 408

1 241 703

Opdracht Voorzien in infrastructuur

   

193 384

136 209

159 661

159 111

158 155

Opdracht Voorzien in ICT

   

79 486

91 567

89 421

95 400

100 000

Bekostiging Wetenschappelijk onderzoek

   

63 076

63 900

60 970

58 775

58 554

Bijdrage aan de NAVO

   

33 541

34 403

32 392

31 293

31 293

               

Programmaontvangsten

   

205 528

178 388

139 256

105 256

102 656

– waarvan verkoopopbrengsten groot materieel

   

151 058

151 118

119 886

92 386

89 786

– waarvan verkoopopbrengsten infrastructuur

   

52 600

25 400

17 500

11 000

11 000

– waarvan overige ontvangsten

   

1 870

1 870

1 870

1 870

1 870

Toelichting op de financiële instrumenten

Voorzien in nieuw materieel

De projecten in realisatie waarvan de financiële omvang met meer dan € 10 miljoen of de planning meer dan een jaar is gewijzigd, worden onder de tabellen toegelicht. Dat geldt ook voor projecten in planning waarvan verwacht wordt dat deze in 2013 tot uitgaven zullen leiden.

In het Materieelprojectenoverzicht (MPO) worden alle strategische materieel projecten met een financiële omvang van meer dan € 25 miljoen uitgebreid toegelicht. Daarbij wordt voor de projecten in planning bovendien de verwachte fasering in het Defensie Materieel Proces (DMP) vermeld.

Projecten zeestrijdkrachten

Projecten in realisatie zeestrijdkrachten (bedragen x € 1 miljoen)

Projectomschrijving

Project-volume

Raming uitgaven

Fasering tot

t/m 2012

2013

2014

2015

2016

2017

Fast Raiding Interception and Special forces Craft (FRISC)

28,6

19,5

8,2

0,9

     

2014

Instandhouding M-fregatten

57,8

39,3

14,0

4,5

     

2014

Instandhouding Walrusklasse onderzeeboten

94,1

24,3

12,5

19,0

13,5

9,0

6,0

2018

Luchtverdedigings- en Commandofregatten

1 560,3

1 538,7

8,4

7,4

5,8

   

2015

LC-fregatten Munitie

306,8

303,8

       

3,0

2017

Maritime Ballistic Missile Defence (MBMD)

116,0

14,0

26,0

20,0

17,0

12,0

15,0

2019

Patrouilleschepen

529,6

499,3

16,1

14,2

     

2014

Verwerving Joint Logistiek Ondersteuningsschip (JSS)

407,9

245,5

70,7

84,7

7,0

   

2015

Maritime Ballistic Missile Defence (MBMD)

Met de ondertekening van het contract op 27 juni 2012 is de realisatiefase van dit project aangevangen.

Verwerving Joint Logistiek Ondersteuningsschip (JSS)

Het budget is, zoals gemeld in Kamerstuk 30 000-X, nr. 67 d.d. 2 februari 2012), verhoogd met € 24,7 miljoen vanwege prijspeilaanpassing, de verrekening van het staalgewicht en de financiering van de medische voorzieningen.

Projecten in planning met verwachte uitgaven in 2013

Het betreft de modificatie van de MK 48 torpedo en de Midlife update van de BV 206D. Bij deze projecten zijn geen significante wijzigingen opgetreden.

Instandhouding Goalkeeper

De fasering van dit project is vervroegd. Het project zal reeds in 2016 worden voltooid.

Projecten landstrijdkrachten

Projecten in realisatie landstrijdkrachten (bedragen x € 1 miljoen)

Projectomschrijving

Project-volume

Raming uitgaven

Fasering tot

t/m 2012

2013

2014

2015

2016

2017

AGBADS

126,0

121,0

5,0

       

2013

Battlefield Management System (BMS)

62,7

55,8

6,9

       

2013

Datacommunicatie Mobiel Optreden (DCMO)

42,8

37,3

5,5

       

2013

Groot pantserwielvoertuig (GPW, Boxer) (ontwikkeling)

108,3

107,8

0,5

       

2013

Groot pantserwielvoertuig (GPW, Boxer) (productie)

735,5

201,6

104,8

156,4

153,4

94,4

14,9

2018

Infanterie Gevechtsvoertuig (IGV), productie en training

1 118,1

1 112,6

5,5

       

2013

Vervanging genie- en doorbraaktank

87,4

80,0

7,4

       

2013

Bij deze projecten zijn geen significante wijzigingen opgetreden.

Projecten in planning met verwachte uitgaven in 2013

Het betreft de Capability Upgrade Elektronische Oorlogsvoering (CUP EOV) en Patriot vervanging COMPATRIOT. Bij deze projecten zijn geen significante wijzigingen opgetreden.

Projecten luchtstrijdkrachten

Projecten in realisatie luchtstrijdkrachten (bedragen x € 1 miljoen)

Projectomschrijving

Project-volume

Raming uitgaven

Fasering tot

t/m 2012

2013

2014

2015

2016

2017

AH-64D Modernised Target Acquisition and Designation Sight (MTADS)

77,5

77,4

0.1

       

2013

AH-64D Upgrade

118,0

13,6

31,2

46,3

26,9

   

2015

AH-64D Verbetering bewapening

25,6

0,1

3,9

4,0

8,0

8,0

1,7

2017

Chinook uitbreiding en

versterking (4 + 2)

364,6

353,4

8,9

2,3

     

2014

F-16 M5 modificatie

46,3

37,6

2,0

0,5

     

2018

F-16 M6.5 onderhoudstape

21,9

5,8

5,7

5,7

4,7

   

2015

F-16 Mode 5 IFF

39,3

19,9

6,2

9,8

3,4

   

2015

F-16 Verbetering lucht-grond

bewapening, fase 1

58,8

39,2

1,2

12,0

6,4

   

2015

F-16 Zelfbescherming (ASE)

81,0

7,6

25,0

23,5

24,9

   

2015

F-16 Zelfbescherming (ASE)

Het voor 2013 en 2014 beschikbare budget is grotendeels doorgeschoven naar 2015.

AH-64D Zelfbescherming (ASE)

In verband met de vertraging die is ontstaan in de voorstudiefase is een groot deel van het voor 2013 voorziene budget doorgeschoven naar volgende jaren.

Projecten in planning met verwachte uitgaven in 2013

Bij de volgende projecten zijn geen significante wijzigingen opgetreden:

  • Chinook Vervanging en Modernisering (wel is de naam gewijzigd van Chinook Midlife Update);

  • F-16 Infrarood geleide lucht-lucht raket;

  • F-16 Verbetering lucht-grond bewapening, fase 2;

  • Langer doorvliegen F-16 Operationele zelfverdediging.

Vervanging Medium Power Radars in Wier en Nieuw-Milligen

De B-fase is voltooid. Over de resultaten van de B en C-fasen wordt de Kamer geïnformeerd met een gecombineerde B/C-brief zoals is toegezegd door de staatssecretaris van Defensie tijdens het algemeen overleg van 10 juni 2009 (Kamerstuk 31 700 X nr. 125).

Vervanging F-16 Voortgezette verwervingsvoorbereiding productie

Het project Vervanging F-16 heeft tot doel tijdig te voorzien in de vervanging van de F-16 jachtvliegtuigen van de Nederlandse krijgsmacht. Naast de verwerving van nieuwe jachtvliegtuigen gaat het tevens om de verwerving van bijbehorende simulatoren, initiële reservedelen, infrastructuur, speciale gereedschappen, meet- en testapparatuur, documentatie, initiële opleidingen en transport, evenals de betaling van BTW. Zoals gemeld in de beleidsbrief is in het investeringsoverzicht € 4,5 miljard gereserveerd voor de vervanging van de F-16, in afwachting van verdere besluitvorming. De projectreservering is niet voldoende voor de verwerving van het planningsaantal van 85 toestellen.

Defensie neemt deel aan het Production, Sustainment and Follow-on Development (PSFD) Memorandum of Understanding voor de F-35 (Joint Strike Fighter). Voorts heeft Defensie in mei 2008 een Memorandum of Understanding getekend voor deelneming aan de operationele testfase (IOT&E). In het kader van de operationele testfase zijn verplichtingen aangegaan voor twee testtoestellen, inclusief bijkomende middelen. Na de levering van het eerste F-35 testtoestel in het najaar van 2012 wordt in 2013 het tweede Nederlandse toestel geleverd. Onderstaande tabel geeft een overzicht van de geraamde uitgaven voor de PSFD, de IOT&E en de twee testtoestellen:

Raming uitgaven (bedragen x € 1 miljoen)

Projectomschrijving

Project-volum

 

Fasering tot

t/m 2012

2013

2014

2015

2016

2017 e.v.

PSFD MoU

169,5

107,5

0

18,6

11,1

4,4

27,9

2024

IOT&E MoU

22,2

   

11,2

11,0

   

2015

Testtoestellen inclusief bijkomende middelen

282,0

240,4

41,6

       

2013

Projecten defensiebreed

Projecten in realisatie defensiebreed (bedragen x € 1 miljoen)

Project-omschrijving

Projectvolum

Raming uitgaven

Fasering tot

t/m 2012

2013

2014

2015

2016

2017

Militaire Satelliet Communicatie lange termijn defensiebreed (MILSATCOM)

130,9

102,0

9,0

9,1

8,7

1,8

0,3

2017

MILSATCAP

34,4

7,0

7,0

5,1

5,1

5,3

1,4

2018

Modernisering navigatiesystemen

36,3

18,8

5,0

5,8

6,7

   

2015

NH-90

1 174,9

857,9

103,7

111,5

67,3

17,0

7,5

2018

Richtkijker wapen schutter lange afstand

30,5

25,2

5,3

       

2013

NH-90

Het projectbudget voor het jaar 2012 is met € 46,1 miljoen verminderd en hergefaseerd. Het betreft twee mutaties. In de eerste plaats gaat het om een verschuiving van € 22,2 miljoen voor de financiering van de budgetverhoging van het project JSS. Dit is mogelijk door een aanpassing van de betalingsreeks aan het leverschema. Daarnaast is er een bedrag van € 23,9 miljoen verschoven naar latere jaren. Hierdoor is de einddatum van het project verschoven van 2016 naar 2018. Dit is mogelijk door enkele verplichtingen later te contracteren dan aanvankelijk was voorzien, zoals bijvoorbeeld de modificaties aan de NH-90 om het toestel geschikt te maken voor transporttaken. De verschuiving heeft geen gevolgen voor de levering van de toestellen.

Projecten in planning met verwachte uitgaven in 2013

Bij de volgende projecten zijn geen significante wijzigingen opgetreden:

  • Counter Improvised Explosive Devices (C-IED);

  • Uitbreiding CBRN-capaciteit;

  • Verbeterd Operationeel Soldaat Systeem (VOSS);

  • Vernieuwing TITAAN;

  • Vervanging radio’s;

  • Verwerving HV-brillen.

Combat Identification (Combat ID)

Het project wordt gesplitst in twee delen. Het eerste deel betreft verbeteringen in het grond-lucht domein. Het tweede deel betreft verbeteringen in het grond-grond domein. Voor het tweede deel is meer onderzoek nodig en met de uitvoering van dit deel zal meer tijd zijn gemoeid. Het budget van beide projecten bedraagt minder dan € 25 miljoen, waardoor de projecten niet meer zullen terugkomen in het volgende MPO en de begroting.

Defensiebrede vervanging operationele wielvoertuigen

De omvang van het projectbudget is ongewijzigd maar de duur van het project is met twee jaar verlengd tot 2021. Ook is door vertraging in de besluitvorming over het project een deel van de voorziene investering van 2013 verschoven naar 2014.

Joint Fires

Door een vermindering van het projectbudget bedraagt dit nu minder dan € 25 miljoen. Hierdoor zal het project niet meer worden opgenomen in het volgende MPO.

MALE UAV

Defensie is twee jaar eerder dan voorzien begonnen met de uitvoering van de B-fase en daarmee met de investering in dit project. Dit was mogelijk door de inschakeling van kennisinstituten.

Investeringen Koninklijke marechaussee

Dit betreft de investeringsprojecten – voor zover niet in infrastructuur en informatievoorziening – ten behoeve van het CKmar. Van geen van de projecten bedraagt het investeringsbudget meer dan € 25 miljoen.

Investering overig

Dit betreft de investeringsprojecten voor enkele overige defensieonderdelen, zoals het Commando DienstenCentra (CDC), de Bestuursstaf (BS) en de Militaire Inlichtingen- en Veiligheidsdienst (MIVD). Van geen van de projecten bedraagt het investeringsbudget meer dan € 25 miljoen.

Voorzien in infrastructuur

Infrastructuurprojecten in realisatie (bedragen x € 1 miljoen)

Projectomschrjving

Voor

Defensie-

onderdeel

Project volume

t/m 2012

2013

2014

2015

2016

2017

Fasering tot

Nieuwbouw Schiphol

CKmar

140,4

115,8

22,2

2,4

     

2014

Herbelegging infrastructuur vliegbases

Soesterberg en Gilze-Rijen

CLSK

234,7

234,7

         

2012

Infrastructuur en voorziening KMA

CDC

52,3

20,7

   

7,3

3,2

19,6

2019

Hoger onderhoud Woensdrecht

CLSK

76,9

46,4

19,2

11,3

     

2014

Aanpassing/renovatie

Plein/Kalvermarktcomplex

Algemeen

26,0

26,0

         

2012

Nieuwbouw LOKKmar

CKmar

84,9

29,5

20,9

24,5

10,0

   

2015

EPA Maatregelen

Algemeen

64,4

11,4

8,7

6,2

11,2

10,9

8,7

2019

Nieuwbouw Schiphol

In de nabijheid van de luchthaven Schiphol wordt voor Kmar/District Schiphol een nieuw complex gerealiseerd ter vervanging van de gehuurde en verspreid liggende accommodaties. Het project wordt later opgeleverd dan oorspronkelijk gepland door een vertraging bij de aanbestedingsprocedure. Het totale projectvolume is met € 4 miljoen verhoogd naar € 140,4 miljoen door het amendement van de leden Brinkman en Knops (Kamerstuk 32 123 X, nr. 53).

Infrastructuur voorziening KMA

Met dit project wordt de infrastructuur van de KMA aangepast aan de huidige normen. Daarnaast kan na realisatie van de diverse deelprojecten de Seeligkazerne worden afgestoten Zie verder de paragraaf Herbelegging vastgoed fase 2a.

Hoger onderhoud Woensdrecht

Het project betreft de totale behoefte aan infrastructuur om het Logistiek Centrum Woensdrecht op Vliegbasis Woensdrecht te kunnen huisvesten. Voor het centraliseren van hoger vliegtuig- en elektrotechnisch onderhoud worden de volgende bedrijfsonderdelen samengevoegd:

  • de Staf Logistiek Centrum Koninklijke luchtmacht;

  • de Divisie Wapensysteemondersteuning;

  • de Logistieke Divisies Woensdrecht en Rhenen;

  • het Centrum voor Technologie en Missieondersteuning.

De realisatie van diverse deelprojecten (nieuwbouw van het hoofdgebouw, werkcentrum Avionica en het logistiek complex) is vertraagd doordat een integraal vergunningstraject moest worden doorlopen.

Aanpassing en renovatie Plein/Kalvermarkt-complex

Het gerenoveerde Plein/Kalvermarkt-complex is in juli 2012 door de Rijksgebouwendienst opgeleverd. De ingebruikname is voor begin 2013 voorzien.

Nieuwbouw LOKKmar (Landelijk Opleidings- en Kenniscentrum CKmar)

Het LOKKmar wordt ondergebracht op het complex Koning Willem III/Frank van Bijnenkazerne in Apeldoorn. De realisatieperiode duurt naar verwachting tot en met 2016.

Energie Prestatie Adviezen (EPA)

Dit project betreft een verzameling van energiebesparende maatregelen voor de bestaande infrastructuur. Door herprioritering vanwege de inpassing van het Herbeleggingplan Vastgoed Defensie is de kasgeldreservering in 2012 doorgeschoven naar de jaren 2015 en 2016.

Grote infrastructuurprojecten in planning (bedragen x € 1 miljoen)

Project-omschrijving

Ten behoeve van

Project-volume

Verwachte uitgaven t/m 2012

Verwachte uitgaven in 2013

Fasering tot

           

Nieuwbouw DLBE CKmar

CKmar

25–50

   

2015–2017

Herbelegging Frederikkazerne

BS/CDC/

DMO

   

<25

 

Herbelegging vastgoed fase 2a

Diversen

35

 

<25

2012–2017 e.v.

Nieuwbouw District Landelijke en Buitenlandse Eenheden (DLBE) CKmar

Het project nieuwbouw DLBE CKmar is verschoven naar 2015 en verder zodat prioriteit kan worden gegeven aan andere projecten, zoals het project «Aanpassen en uitbreiden infrastructuur van de Brigade Speciale Beveiliging (BSB) Camp New Amsterdam».

Herbelegging Frederikkazerne

De Frederikkazerne dient te worden herbelegd ten behoeve van functies afkomstig van de Alexanderkazerne en vanuit de Haagse regio.

Herbelegging vastgoed fase 2a

Referte: Kamerbrief Herbelegging Vastgoed Defensie fase 2a van 25 juni 2012.

De reorganisatie van de militaire muziek leidt tot herhuisvesting. De Marinierskapel verhuist binnen Rotterdam van de Stolwijkstraat naar de Van Ghentkazerne, waar nieuwbouw nodig is. De huidige locatie van het Trompetterkorps Koninklijke Marechaussee in Harderwijk wordt afgestoten. Het korps is daarmee aangewezen op oefenlocaties van andere korpsen. De staf verhuist van Den Haag naar de Kromhoutkazerne in Utrecht.

Het Korps Nationale Reserve gaat van vijf naar drie regio’s. In verband met de afstoting van Kamp Nieuw Milligen verhuizen de eenheden die aldaar zijn gevestigd in 2014 naar Schaarsbergen, Wezep en Stroe. De Nationale Reserve verlaat bovendien het Infanterieschietkamp De Harskamp. Op de Frederikkazerne in Den Haag blijven van de Nationale Reserve alleen de staf en een bataljon, de overige eenheden worden overgeplaatst naar de Wassenaarse locatie Maaldrift. De Nationale Reserve op de Nassau Dietzkazerne in Budel verhuist naar de Luitenant-generaal Bestkazerne in Vredepeel. Alleen de D-compagnie verhuist naar Brunssum. Alle genoemde verhuizingen zijn voorzien voor eind 2013 of begin 2014.

De medische zorg wordt door de reorganisatie grotendeels ondergebracht in de Defensie Gezondheidszorg Organisatie (DGO). Hierdoor vervallen 21 locaties voor medische voorzieningen en dit leidt tot herbestemming, afstoting of sloop. Vijf verzorgingsgebieden krijgen naast een hoofdlocatie een dependance.

Het Instituut Defensie Leergangen wordt tijdelijk ondergebracht op de Seeligkazerne in Breda, waar het in 2016 verhuist naar de Trip van Zoudtlandkazerne.

In Breda worden verder de volgende locaties afgestoten:

  • Seeligkazerne Zuid in 2016;

  • Seeligkazerne Noord in 2016;

  • Het kantorencomplex aan de De La Reijweg in 2015;

  • Het dienstengebouw aan de Korte Raamstraat in 2013;

  • Prins Bernhard Paviljoen (het bijgebouw KMA-complex) in 2014;

  • Marechausseepost Breda aan de Dr. Batenburglaan in 2013.

Voorzien in ICT

Projectomschrijving

Project-

volume

           

fasering tot

t/m 2012

2013

2014

2015

2016

2017

ERP/M&F (SPEER)

268,1

248,6

14,6

4,9

     

2014

Defensiebrede vervanging C2000 Randapparatuur

7,5

3,6

3,9

       

2013

DEFCERT fase 1

7,2

6,1

1,1

       

2013

EKMS (Cryptosleutelmanagement)

18,0

3,1

4,9

4,9

5,1

   

2015

Legacy ERP (PALS)

31,6

27,2

4,2

0,2

     

2014

SPEER (ERP/M&F)

SPEER (Strategic Process & ERP Enabled Reengineering) is het defensiebrede programma voor het verbeteren, standaardiseren en integreren van de financiële en materieellogistieke processen. Dit verandertraject wordt ondersteund door de invoering van een Enterprise Resource Planning (ERP) Systeem. ERP is een geïntegreerd informatie- en besturingssysteem voor bedrijfsmatige processen.

De Kamer is toegezegd dat Defensie de ontwikkeling van de materieellogistieke en financiële bedrijfsvoering en informatievoorziening – inbegrepen ERP – in de begroting zichtbaar presenteert nadat de programmaorganisatie van SPEER is opgeheven. De taken en werkzaamheden van de SPEER-organisatie worden in de loop van 2013 geleidelijk overgenomen door de bestaande lijnorganisatie.

De ontwikkeling van de bedrijfsvoering gaat echter na 31 december 2013 verder, inclusief het verbeteren en toevoegen van functionaliteiten aan het ERP-systeem. Na de transitie vallen deze veranderingen onder de verantwoordelijkheid van de lijnorganisatie en niet onder het programma SPEER. De coördinatie van de bedrijfsvoering komt te liggen bij de Bestuursstaf. De desbetreffende hoofddirecteuren stellen de kaders vast voor de inrichting van de materieellogistieke en financiële processen en nemen het initiatief tot veranderingen, inclusief de daarvoor noodzakelijke ondersteuning met en wijziging van ERP-functionaliteiten.

Deze initiatieven leiden tot concrete projecten waarvan het Joint IV Commando in de loop van 2013 de uitvoering ter hand zal nemen. Hierover zal dit commando aan de Bestuursstaf rapporteren. De exploitatie-uitgaven in het kader van het beheer en onderhoud van het ERP-systeem worden eveneens door dit IV-commando geraamd en verantwoord. Jaarlijks wordt over de voortgang van de projecten aan de Kamer gerapporteerd door middel van het ICT-dashboard Rijk en de rapportage Grote ICT-projecten Rijk die deel uit maakt van de Bedrijfsvoeringrapportage. De voortgang van de projecten wordt tevens gerapporteerd in het Departementaal jaarverslag. Op deze wijze wordt de Kamer zowel vooraf als achteraf jaarlijks geïnformeerd over de verdere ontwikkeling van de materieellogistieke en financiële bedrijfsvoering inclusief de ontwikkeling van ERP-functionaliteiten.

Vervanging C2000 Randapparatuur

Dit betreft de vervanging van 3 700 randapparaten van het C2000 communicatienetwerk. C2000 is opgezet ter ondersteuning van alle (hulp)diensten in Nederland in het kader van de Openbare Orde en Veiligheid (OOV). C2000 wordt gebruikt door de politie, Defensie (Kmar, Bewakingsorganisatie, MIVD), de Kustwacht, de ambulancediensten, de brandweer en diverse bijzondere gebruikers (Douane en AIVD).

Defensiebreed Computer Emergency Response Team (DEFCERT)

Voor de operationele inzetbaarheid doet Defensie steeds vaker een beroep op geavanceerde ICT. Ondertussen neemt ook de kwetsbaarheid van ICT toe. Misbruik van ICT-systemen wordt steeds professioneler georganiseerd en wordt bovendien eenvoudiger en goedkoper. De oprichting van het DEFCERT heeft als doel deze kwetsbaarheden proactief en reactief te verminderen. DEFCERT onderhoudt relaties met vergelijkbare nationale en internationale organisaties voor de noodzakelijke ondersteuning en kennisuitwisseling. Midden 2013 is DEFCERT naar verwachting gereed.

EKMS (Electronic Key Management System)

Defensie gebruikt voor haar taakuitvoering steeds vaker en steeds meer informatie met een vertrouwelijk of gerubriceerd karakter. Cryptomiddelen voorzien daarbij in de beveiliging. Het aanmaken, registreren en uitgeven van cryptosleutels, codeboeken, crypto hard- en software en documentatie gebeurde tot 2010 grotendeels handmatig en decentraal. Vanaf 2010 zijn cryptoproducenten, waaronder de Navo, de productie van papieren cryptogegevens gaan vervangen door elektronische leveringen. Digitale cryptogegevens dienen op een adequate manier te worden verwerkt, waarbij het beheer geautomatiseerd wordt ondersteund. TNO heeft vastgesteld dat hiervoor een geautomatiseerd systeem, het zogenaamde Electronic Key Management System (EKMS) het meest adequaat is. De invoering loopt reeds vanaf 2012.

PALS (Project Aanpassen Legacy SPEER)

Het project PALS behelst de koppelingen van de oude legacy systemen met het in te voeren ERP-systeem, inclusief de daarvoor benodigde aanpassingen van de legacy systemen. Het gaat om permanente koppelingen met de systemen die niet worden vervangen en om tijdelijke koppelingen met de legacy systemen die uiteindelijk wel worden vervangen.

Bekostiging wetenschappelijk onderzoek

De bekostiging van wetenschappelijk onderzoek betreft de programmafinanciering van TNO (inclusief kennisinstituut MARIN) en het Nationaal Lucht- en Ruimtevaartlaboratorium (NLR). De uit te voeren onderzoeksprogramma’s bouwen een defensiespecifieke kennisbasis op bij TNO en de Grote Technologische Instituten (GTI’n) en houden deze in stand conform de uitgevoerde herijking van de kennisportfolio voor Defensie (Kamerstuk 27 830, nr. 71).

(bedragen x € 1 000,–)

Omschrijving

2011

2012

2013

2014

2015

2016

2017

Programmafinanciering TNO (en MARIN)

44 942

36 930

33 533

33 558

33 543

33 528

33 307

Programmafinanciering NLR

516

516

517

517

517

517

517

Contractonderzoek technologieontwikkeling

21 540

28 073

24 281

23 730

20 815

18 635

18 635

Contractonderzoek kennistoepassing

2 449

4 653

4 745

6 095

6 095

6 095

6 095

Totaal

69 447

70 172

63 076

63 900

60 970

58 775

58 554

Programmafinanciering

Programmatisch onderzoek betreft investeringen in een kennisbasis die niet binnen Defensie aanwezig is en die zonder een gerichte financiële inspanning van Defensie niet beschikbaar komt of toegankelijk is. Met de opgebouwde kennis laat Defensie zich vervolgens adviseren en ondersteunen bij de beleidsvorming, verwerving en onderhoud van materieel, opleiding en training, bedrijfsvoering en operationeel optreden. De advisering richt zich onder meer op noodzakelijke verbeteringen en innovatieve vernieuwingen op deze gebieden. De programmafinanciering bedraagt in 2013 circa € 34 miljoen.

Contractonderzoek technologieontwikkeling

Voor technologieontwikkeling is in 2013 ongeveer € 24 miljoen beschikbaar. Deze projectmatige uitgaven worden ingezet waar technologie een oplossing kan bieden voor (operationele) tekortkomingen of de (operationele) output van Defensie kan verbeteren. Ook geeft Defensie met dit instrument invulling aan de Defensie Industrie Strategie (DIS) en het topsectorenbeleid. Hierin streeft het kabinet naar de inzet van 2,5 procent van het overheidsbrede inkoopbudget voor innovatiegericht inkopen. Zoals vermeld in de bedrijfslevenbrief van 2 april 2012 (Bedrijvenbeleid in uitvoering, Kamerstuk 32 637, nr. 32) besteedt Defensie jaarlijks een bedrag van € 16 miljoen voor innovatief technologisch onderzoek binnen de topsectoren Hightech Systems en Materialen (HTSM) en Water. De uitvoering gebeurt vaak binnen de gouden driehoek van overheid, industrie en kennisinstituten. Het instrument draagt dan ook bij aan de versterking van het innovatief vermogen van de Nederlandse defensiegerelateerde industrie. De technologieprojecten worden, waar van toepassing, interdepartementaal (topsectorenbeleid) en internationaal (Navo en European Defence Agency, EDA) afgestemd en ingebed. Interdepartementale R&D projecten waarvan Defensie de regievoerder is worden ook via dit instrument uitgevoerd. Het betreft in de periode 2011–2015 het project Sensor Technology Applied in Reconfigurable systems for sustainable Security (STARS) met een totale omvang van ongeveer € 18 miljoen.

Contractonderzoek kennistoepassing

Binnen Defensie dient de concrete toepassing van met centrale middelen opgebouwde kennis primair te worden gefinancierd uit de decentrale budgetten van de defensieonderdelen als behoeftestellers. Op centraal niveau is een beperkt budget beschikbaar voor acute, niet-planbare kennisondersteuning en interdepartementaal afgesproken bijdragen aan de instandhouding van grote experimentele onderzoeksfaciliteiten bij TNO en de GTI’n. In 2013 is hiervoor ongeveer € 5 miljoen beschikbaar. Met de uitvoering van onderzoekprogramma’s en -projecten op dit artikel wordt tevens invulling gegeven aan de geformuleerde kennis- en innovatieprioriteiten uit de Strategie-, Kennis- en Innovatieagenda van Defensie (Kamerstuk 32 733, nr. 3). Voor de periode 2010–2013 is in dit kader ongeveer € 5 miljoen overgeheveld naar het penvoerend ministerie van EL&I als defensiebijdrage aan de instandhouding van de grote onderzoeksfaciliteiten van het NLR. In 2013 wordt ook een bijdrage van ongeveer € 1,5 miljoen voorzien voor de instandhouding van de grote defensiespecifieke onderzoeksfaciliteiten van TNO.

Bijdragen aan de Navo

De uitgaven hebben betrekking op de Nederlandse bijdrage in gemeenschappelijk gefinancierde Navo-programma’s. Ook de uitgaven voor de AWACS-vliegtuigen zijn hierin opgenomen.

Verkoopopbrengsten groot materieel

Zoals gemeld in de Kamerbrief 32 773, nr. 64 van 25 mei 2012 is besloten de beslissingen ten aanzien van de verkoop van F-16 vliegtuigen, Fennek MRAT en pantserhouwitser op grond van financiële en operationele overwegingen te herzien.

F-16 vliegtuigen in MLU-configuratie

Twee vliegtuigen van de achttien af te stoten toestellen worden gebruikt voor training van wapentechnisch personeel en één toestel voor de opleiding van overig technisch personeel. Het eerder gecrashte toestel wordt ontmanteld. De motoren en vleugels kunnen worden hergebruikt voor de instandhouding van de 68 toestellen die operationeel blijven.

Fennek Medium Range Anti Tank (MRAT) pantserwielvoertuig

Om financiële en operationele rederen worden de veertig overtollige Fennek-voertuigen niet afgestoten maar ontmanteld. Het hergebruik van onderdelen leidt tot een hogere algemene beschikbaarheid van de resterende Fennek-voertuigen. De MRAT-systemen zelf worden wel afgestoten, maar zonder munitie.

Pantserhouwitser

Op grond van financiële en operationele overwegingen zullen drie van de zes overtollige pantserhouwitsers niet worden afgestoten maar worden ontmanteld. Hergebruik van de onderdelen verbetert de inzetbaarheid van de resterende achttien pantserhouwitsers.

Lynx-helikopter

De helikopters worden naar verwachting in onderdelen verkocht en niet meer als vliegwaardige complete helikopters.

Verkoopopbrengsten infrastructuur

In 2013 worden de verkoopopbrengsten van onder andere de objecten Kranenburg-Noord te Harderwijk, de Prins Willem Alexanderkazerne te Gouda, het Officierscasino te Soesterberg en de Tapijnkazerne te Maastricht op dit artikel verantwoord. Zie verder de paragraaf in dit beleidsartikel over herbelegging vastgoed fase 2a.

2.2.7 Ondersteuning krijgsmacht door Defensie Materieel Organisatie - beleidsartikel 7

Algemene doelstelling

De Defensie Materieel Organisatie (DMO) zorgt voor de verwerving van modern, robuust en kwalitatief hoogwaardig en inzetbaar materieel en de beschikbaarstelling van ICT-middelen, brandstof, munitie en kleding en uitrusting aan de defensieonderdelen.

Rol en verantwoordelijkheid minister

De minister is verantwoordelijk voor de aanschaf en de instandhouding van materieel en de afstoting van overtollig materieel van de krijgsmacht.

Beleidswijzigingen

Naar aanleiding van de beleidsbrief is de reorganisatie van het materieellogistieke veld in 2012 begonnen. De drie systeemlogistieke bedrijven (het Marinebedrijf in Den Helder, het Logistiek Centrum Woensdrecht (LCW) en het Defensiebedrijf Grondgebonden Systemen (DBGS) voornamelijk gevestigd in Amersfoort) zijn overgedragen aan de operationele commandanten. De apparaatsuitgaven zijn grotendeels overgedragen met een Nota van Wijziging bij de Ontwerpbegroting 2012. De overige budgetten van de systeemlogistieke bedrijven worden met deze begroting overgedragen aan de operationele commandanten. Daarnaast wordt met ingang van 2013 het Joint IV commando (JIVC) opgericht. DMO/JIVC gaat zowel de operationele als de niet-operationele defensiebedrijfsvoering ondersteunen. Daartoe heeft DMO in 2012 de zeggenschap gekregen over de taakuitvoering van IVENT en het programma SPEER.

Budgettaire gevolgen van het beleid en budgetflexibiliteit

Artikel 7 Ondersteuning krijgsmacht door Defensie Materieel Organisatie (bedragen x € 1 000)
 

2011

2012

2013

2014

2015

2016

2017

Verplichtingen

1 573 828

1 659 960

862 466

836 906

753 607

772 909

768 302

Uitgaven

2 029 856

1 809 097

862 466

836 906

753 607

772 909

768 302

Waarvan juridisch verplicht

   

340 695

200 333

58 979

61 416

61 014

Programmauitgaven

1 769 932

1 441 993

357 310

366 336

321 366

321 477

321 476

Voorzien in nieuw materieel

908 594

854 331

         
               

Opdracht Logistieke ondersteuning

861 338

587 662

357 310

366 336

321 366

321 477

321 476

– waarvan gereedstelling

 

241 467

259 635

276 287

248 693

248 804

248 803

– waarvan afstoting

 

10 100

         

– waarvan instandhouding

 

336 095

97 675

90 049

72 673

72 673

72 673

               

Apparaatsuitgaven

259 924

367 104

505 156

470 570

432 241

451 432

446 826

Staven

258 140

12 487

10 918

7 185

6 348

6 342

6 342

Ondersteuning operationele eenheden

 

353 184

494 238

463 385

425 893

445 090

440 484

Bijdragen aan SSO's

1 784

1 433

         
               

Apparaat per uitgavencategorie

259 924

367 104

505 156

470 570

432 241

451 432

446 826

personele uitgaven

 

124 865

181 077

169 128

163 813

158 753

158 159

– waarvan eigen personeel

 

124 865

181 077

169 128

163 813

158 753

158 159

– waarvan externe inhuur

 

0

0

0

0

0

0

materiele uitgaven

 

242 239

324 079

301 442

268 428

292 679

288 667

– waarvan huisvesting en infrastructuur

 

96 360

         

– waarvan ICT

 

19 194

228 753

213 587

191 208

193 167

193 116

– waarvan overige exploitatie

 

126 685

95 326

87 855

77 220

99 512

95 551

               

Programmaontvangsten

201 317

180 658

         

Apparaatsontvangsten

58 664

50 667

42 667

42 667

42 667

42 667

42 667

Toelichting op financiële instrumenten

Gereedstelling

De uitgaven voor gereedstelling bestaan vooral uit brandstof (€ 108 miljoen) voor varend, rijdend en vliegend materieel en munitie (€ 79,5 miljoen) Dit betreft uitgaven voor defensiebrede contracten.

Afstoting

Hier zijn uitgaven geraamd die noodzakelijk zijn voor afstoting van materiaal en het genereren van verkoopopbrengsten.

Instandhouding

De uitgaven voor instandhouding betreffen vooral de instandhouding van de grote wapensystemen en eenheden van de operationele commando’s. In de doelstellingenmatrices bij de beleidsartikelen van de operationele eenheden staan de wapensystemen vermeld waarvoor de uitgaven worden geraamd. Het verschil tussen 2012 en 2013 wordt veroorzaakt door de overheveling van de logistieke bedrijven naar de operationele commando’s.

Apparaatsuitgaven

De apparaatsuitgaven bevatten vooral personele uitgaven. Deze uitgaven bestaan hoofdzakelijk uit salarissen, sociale lasten en uitgaven voor toelagen en reiskosten woon-werkverkeer. De uitgaven voor salarissen en sociale lasten worden besteed aan de volgende aantallen personeel (gemiddelde jaarsterktes):

2011

2012

2013

2014

2015

2016

2017

5 691

1 935

2 893

2 723

2 553

2 468

2 468

Verder wordt voor de toelichting op de apparaatsuitgaven verwezen naar de brief aan de Kamer over de personele vulling van Defensie die gelijktijdig met de begroting wordt aangeboden en het niet beleidsartikel centraal apparaat.

De uitgaven voor huisvesting zijn met ingang van 2013 overgeheveld naar CDC.

De uitgaven ICT worden met ingang van 2013 voor alle defensieonderdelen verantwoord op dit artikel. Dit betreffen uitgaven voor de werkplekdiensten en het onderhoud van IV-systemen.

De overige exploitatie is voor het grootste deel personeelsgebonden. Deze uitgaven bestaan voornamelijk uit (vlieger)opleidingen, werving, dienstreizen en kleding en uitrusting en overige materiële uitgaven.

2.2.8 Ondersteuning krijgsmacht door Commando DienstenCentra - beleidsartikel 8

Algemene doelstelling

Het Commando DienstenCentra (CDC) voorziet in een doelmatige en doeltreffende ondersteuning van de krijgsmacht. Het CDC draagt zorg voor de levering van ondersteunende diensten aan de krijgsmacht, is wereldwijd actief en voorziet in randvoorwaarden en faciliteiten zodat de defensieonderdelen zich kunnen concentreren op hun kerntaken.

Rol en verantwoordelijkheid minister

De minister is verantwoordelijk voor een doeltreffende en doelmatige dienstverlening binnen Defensie waaraan het CDC een bijdrage levert.

Beleidswijzigingen

In 2012 is IVENT overgegaan naar de DMO en ondergebracht in het Joint IV Commando. Tevens zijn de IV-budgetten gecentraliseerd bij de DMO. Voorts zijn als gevolg van de oprichting van het Facilitair Bedrijf Defensie de facilitaire budgetten gecentraliseerd bij het CDC. Ook de Paresto-subsidie en de infrastructuurbudgetten zijn gecentraliseerd bij het CDC.

Budgettaire gevolgen van het beleid en budgetflexibiliteit

Artikel 8 Ondersteuning krijgsmacht door Commando DienstenCentra (bedragen x € 1 000)
 

2011

2012

2013

2014

2015

2016

2017

Verplichtingen

1 055 941

988 278

939 434

905 446

895 295

879 357

872 753

Uitgaven

1 229 789

1 132 519

939 434

905 446

895 295

879 357

872 753

Waarvan juridisch verplicht

   

249 001

137 410

44 488

43 528

43 094

Programmauitgaven

1 031 417

254 726

5 834

5 105

4 947

4 996

4 996

Voorzien in infrastructuur

240 239

173 886

         

Voorzien in ICT

78 518

69 340

         

Voorzien in Overige bedrijfsgroepen

692 223

           

Voorzien in Attachés

20 437

           
               

Opdracht Dienstverlenende eenheden

 

11 500

5 834

5 105

4 947

4 996

4 996

– waarvan gereedstelling

 

7 559

5 393

4 664

4 506

4 555

4 555

– waarvan afstoting

 

3 000

         

– waarvan instandhouding

 

941

441

441

441

441

441

               

Apparaatsuitgaven

198 372

877 793

933 600

900 341

890 348

874 361

867 757

Staf CDC

188 810

20 858

20 858

15 802

15 803

12 802

12 608

Ondersteuning operationele eenheden

 

827 895

853 648

827 324

818 857

805 871

799 461

Bijdragen aan SSO's

9 562

8 713

39 009

38 817

38 982

38 982

38 982

Attachés

 

20 327

20 085

18 398

16 706

16 706

16 706

               

Apparaat per uitgavencategorie

198 372

877 793

933 600

900 341

890 348

874 361

867 757

personele uitgaven

 

465 145

441 432

447 413

450 413

444 082

441 814

– waarvan eigen personeel

 

454 038

429 783

436 743

440 724

434 393

432 125

– waarvan attachés

 

11 107

11 649

10 670

9 689

9 689

9 689

– waarvan externe inhuur

 

0

0

0

0

0

0

materiele uitgaven

 

412 648

492 168

452 928

439 935

430 279

425 943

– waarvan huisvesting en infrastructuur

 

104 851

328 193

306 455

295 965

287 641

283 040

– waarvan ICT

 

147 691

         

– waarvan overige exploitatie

 

150 886

155 539

138 745

136 953

135 621

135 886

– waarvan overige exploitatie attachés

 

9 220

8 436

7 728

7 017

7 017

7 017

               

Programma ontvangsten

83 177

54 000

         

Apparaatsontvangsten

68 105

54 763

44 319

44 319

44 319

44 319

44 319

Toelichting op de financiële instrumenten

Gereedstelling

De uitgaven voor gereedstelling bestaan hoofdzakelijk uit voeding (€ 1,3 miljoen) en operationele zaken (€ 3,7 miljoen).

Apparaatsuitgaven

De apparaatsuitgaven bevatten vooral personele uitgaven. Deze uitgaven bestaan hoofdzakelijk uit salarissen, sociale lasten en uitgaven voor toelagen en reiskosten woon-werkverkeer, De personele uitgaven worden besteed aan de volgende aantallen personeel (gemiddelde jaarsterktes):

2011

2012

2013

2014

2015

2016

2017

6 782

7 312

6 820

6 979

7 138

7 218

7 218

Verder wordt voor de toelichting op de apparaatsuitgaven verwezen naar de brief over de personele vulling van Defensie die gelijktijdig met de begroting wordt aangeboden, en het niet-beleidsartikel 10 Centraal apparaat.

De uitgaven voor huisvesting en infrastructuur worden met ingang van 2013 voor alle defensieonderdelen verantwoord op dit artikel.

De uitgaven voor ICT zijn met ingang van 2013 overgeheveld naar DMO.

De overige exploitatie is voor het grootste deel personeelsgebonden. Deze uitgaven bestaan voornamelijk uit opleidingen, werving, dienstreizen en kleding en uitrusting en overige materiële uitgaven.

2.3. DE NIET-BELEIDSARTIKELEN

2.3.1. Algemeen - Niet-beleidsartikel 9

In dit artikel worden de departementsbrede programma-uitgaven begroot. Dit betreft de subsidies en bijdragen, bijdragen aan de Navo, internationale samenwerking en overige uitgaven.

Budgettaire gevolgen

Budgettaire gevolgen niet-beleidsartikel 9 Algemeen (bedragen x € 1000)

Artikel 9 Algemeen
 

2011

2012

2013

2014

2015

2016

2017

Verplichtingen en uitgaven

1 714 495

223 760

95 502

100 394

100 109

97 806

93 100

Uitgaven

             

Apparaatsuitgaven

             

Bestuursstaf

116 779

           

Militaire inlichtingen- en Veiligheidsdienst

72 751

           

Totaal apparaatsuitgaven

189 530

           

Programma-uitgaven

             

Pensioenen en uitkeringen

1 224 066

           

Wachtgelden, inactiviteitswedden en SBK-gelden

123 102

           

Ziektekostenvoorziening

5 783

           

Opdracht Milieu-uitgaven

3 842

5 481

         

Subsidies en bijdragen

21 554

21 963

19 695

19 690

19 705

19 705

19 705

Bijdrage NAVO en internationale samenwerking

67 248

77 859

44 898

49 593

49 652

49 649

44 943

Internationale samenwerking

3 039

3 904

         

Wetenschappelijk onderzoek

69 447

70 172

         

Overige uitgaven

39 857

44 381

30 909

31 111

30 752

28 452

28 452

Totaal programma-uitgaven

1 557 938

223 760

95 502

100 394

100 109

97 806

93 100

Totaal uitgaven

1 747 468

223 760

95 502

100 394

100 109

97 806

93 100

Totaal ontvangsten

14 212

10 934

         

Toelichting op financiële instrumenten

Subsidies en bijdragen

De subsidies en bijdragen worden verleend aan instellingen die voor Defensie een zeker nut hebben. Een overzicht van de subsidies is opgenomen in bijlage 4.5.

Bijdrage Navo en internationale samenwerking

De bijdrage aan de Navo die betrekking heeft op Navo-investeringprogramma’s wordtn vanaf 2013 geraamd onder beleidsartikel 6 Investeringen krijgsmacht. De hier onder niet-beleidsartikel 9 geraamde uitgaven hebben betrekking op de Navo-exploitatieuitgaven, waaronder uitgaven voor AWACS-vliegtuigen.

Internationale Militaire Samenwerking omvat in beginsel alle militaire samenwerkingsactiviteiten die Defensie in internationaal verband uitvoert. Het betreft onder meer militair-operationele samenwerking, defensiematerieelsamenwerking, militaire inlichtingensamenwerking, juridische samenwerking en steun bij de oprichting en versterking van veiligheidsstructuren in het kader van wapenbeheersing. Op hoofdlijnen zijn de kosten voor deze samenwerking als volgt opgebouwd: EU-satellietwaarnemingen (€ 0,7 miljoen), het Europees Defensie Agentschap (€ 1,5 miljoen), wapenbeheersing (€ 0,5 miljoen) en High Readiness Forces (€ 0,5 miljoen).

Wetenschappelijk onderzoek

Wetenschappelijk onderzoek wordt vanaf 2013 geraamd onder beleidsartikel 6 Investeringen krijgsmacht.

Overige uitgaven

Deze defensiebrede uitgaven hebben onder meer betrekking op de voorlichtings- en communicatieactiviteiten, de schadevergoedingen via de landsadvocaat en uitgaven aan de Belastingdienst.

2.3.2. Centraal apparaat - niet-beleidsartikel 10

In dit artikel worden alle apparaatsuitgaven en -ontvangsten van het ministerie van Defensie geraamd exclusief de defensieonderdelen maar inclusief de Militaire inlichtingen- en Veiligheidsdienst.

Budgettaire gevolgen

Budgettaire gevolgen niet-beleidsartikel 10 centraal apparaat (bedragen x € 1000)

Artikel 10 Centraal apparaat
 

2011

2012

2013

2014

2015

2016

2017

Verplichtingen en uitgaven

 

1 572 355

1 592 910

1 552 803

1 571 670

1 494 006

1 452 315

Apparaatsuitgaven

             

Bestuursstaf

 

116 496

99 960

77 448

74 406

73 462

72 868

Militaire inlichtingen- en Veiligheidsdienst

 

71 149

56 879

64 133

63 251

62 197

61 464

Pensioenen en uitkeringen

 

1 187 356

1 177 256

1 190 538

1 205 026

1 214 213

1 208 113

Wachtgelden, inactiviteitswedden en SBK-gelden

 

194 193

258 815

220 684

228 987

144 134

109 870

Ziektekostenvoorziening

 

3 161

         

Totaal apparaatsuitgaven

 

1 572 355

1 592 910

1 552 803

1 571 670

1 494 006

1 452 315

Apparaat per uitgavencategorie

 

1 572 355

1 592 910

1 552 803

1 571 670

1 494 006

1 452 315

personele uitgaven

 

1 518 030

1 562 284

1 531 974

1 552 523

1 474 978

1 377 161

– waarvan eigen personeel

 

133 320

126 213

120 752

118 510

116 631

116 078

– waarvan externe inhuur

             

– waarvan pensioenen, wachtgelden en uitkeringen

 

1 384 710

1 436 071

1 411 222

1 434 013

1 358 347

1 261 083

materiele uitgaven

 

54 325

30 626

20 829

19 147

19 028

75 154

– waarvan huisvesting en infrastructuur

 

200

         

– waarvan ICT

 

21 891

         

– waarvan overige exploitatie

 

32 234

30 626

20 829

19 147

19 028

75 154

Totaal ontvangsten

 

6 582

6 937

6 951

6 951

6 951

6 925

Bestuursstaf

De Bestuursstaf draagt zorg voor een beheerste uitvoering van het beleidsproces en de bedrijfsvoering van het ministerie van Defensie. De daarmee gemoeide uitgaven betreffen voornamelijk salarissen voor burger- en militair personeel, persoonsgebonden uitgaven, inhuur boven formatief en overig materieel.

Militaire inlichtingen- en Veiligheidsdienst

Binnen de Bestuursstaf is de Militaire Inlichtingen- en Veiligheidsdienst (MIVD) belast met de ondersteuning van Defensie op het gebied van inlichtingen en veiligheid. De daarmee gemoeide uitgaven betreffen voornamelijk salarissen voor burger- en militair personeel, persoonsgebonden uitgaven, informatievoorziening en overig materieel.

Pensioenen en uitkeringen

Dit betreft de betaling van ouderdomspensioen en overige uitkeringen aan voormalig defensiepersoneel.

Wachtgelden, inactiviteitswedden en SBK-gelden

Dit betreft de verstrekking van uitkeringen krachtens verscheidene regelingen aan voormalig defensiepersoneel. Met de centrales van overheidspersoneel is overeenstemming bereikt over het nieuwe Sociaal Beleidskader (SBK2012). Hierdoor zijn de meerjarenramingen voor de voorzieningen voor het personeel aangepast.

Personele uitgaven

De apparaatsuitgaven bevatten vooral personele uitgaven. Deze uitgaven bestaan hoofdzakelijk uit salarissen, sociale lasten en uitgaven voor toelagen en reiskosten woon-werkverkeer, De uitgaven voor salarissen en sociale lasten worden besteed aan de volgende aantallen personeel (gemiddelde jaarsterktes):

2011

2012

2013

2014

2015

2016

2017

1 925

1 810

1 714

1 675

1 637

1 618

1 618

De uitgaven voor huisvesting en ICT zijn met ingang van 2013 overgeheveld naar CDC en DMO.

De overige exploitatie is voor het grootste deel personeelsgebonden. Deze uitgaven bestaan voornamelijk uit opleidingen, werving, dienstreizen en kleding en uitrusting en overige materiële uitgaven.

Totaal apparaatsuitgaven en apparaatskosten Defensie

Bedragen x € 1 000

2011

2012

2013

2014

2015

2016

2017

Verplichtingen

1 039 517

5 584 403

5 400 760

5 154 148

5 086 347

4 972 322

4 909 826

Kerndepartement

189 530

1 572 355

1 592 910

1 552 803

1 571 670

1 494 006

1 452 315

               

Uitvoeringsorganisaties

849 987

4 012 048

3 807 850

3 601 345

3 514 677

3 478 316

3 457 511

BA Inzet

0

0

0

0

0

0

0

Commando zeestrijdkrachten

16 645

596 511

548 983

529 896

524 197

518 054

516 010

Commando landstrijdkrachten

238 769

1 164 167

972 832

898 643

877 267

854 943

851 423

Commando luchtstrijdkrachten

102 656

627 588

531 946

494 832

483 409

476 817

474 666

Commando Koninklijke marechaussee

33 621

378 885

315 333

307 063

307 214

302 709

300 829

Defensie Materieel Organisatie

259 924

367 104

505 156

470 570

432 241

451 432

446 826

Commando DienstenCentra

198 372

877 793

933 600

900 341

890 348

874 361

867 757

Totaal apparaatsuitgaven

1 039 517

5 584 403

5 400 760

5 154 148

5 086 347

4 972 322

4 909 826

Batenlastendiensten:

481 836

457 209

421 434

408 051

381 216

385 241

385 190

Defensie Telematica Organsiatie

317 012

297 000

273 353

264 475

240 980

246 048

245 997

Dienst Vastgoed Defensie

76 777

75 732

69 102

65 835

62 495

61 452

61 452

Paresto

88 047

84 477

78 979

77 741

77 741

77 741

77 741

Totaal apparaatskosten

481 836

457 209

421 434

408 051

381 216

385 241

385 190

De bovenstaande tabel bevat alle apparaatsuitgaven van Defensie. Zie voor verdere toelichting de relevante beleidsartikelen.

Bedrijfsvoering bij Defensie

Bedrijfsvoering op orde

In de beleidsbrief Defensie na de kredietcrisis is aangekondigd dat de defensieorganisatie in 2014 op orde is. Defensie streeft naar het op orde brengen en houden van de bedrijfsvoering door in te zetten op vereenvoudiging en standaardisering van beheerprocessen en de aandacht te richten op de grootste risico’s. Hierbij worden risicoanalyses uitgevoerd om zicht te krijgen op risico’s die mogelijk voortvloeien uit de defensiebrede reorganisatie. Daarnaast wordt met de oprichting van de Hoofddirectie Bedrijfsvoering in 2013 de centrale regierol op het beheer op één plaats belegd. Hiermee kunnen de doelstellingen en maatregelen voor het financieel, materieel- en personeelsbeheer in onderlinge samenhang worden bepaald en bewaakt, en kan vervolgens in samenhang gestuurd worden op de doeltreffende uitvoering hiervan. Een verdere vereenvoudiging van de bedrijfsvoering, met als doel het primaire proces van Defensie zoveel mogelijk ruimte te bieden, krijgt vorm door het vereenvoudigen en verminderen van de defensiebrede regelgeving.

Conform de toezegging om twee keer per jaar te rapporteren over de voortgang van de maatregelen en doelstellingen om het beheer op orde te brengen, wordt bij deze begroting een brief aan de Tweede Kamer verstuurd met een rapportage over het financieel, materieel- en personeelsbeheer.

Financieel beheer

Op weg naar 2014 zet Defensie met de oprichting in 2013 van het Financieel Administratie- en Beheerkantoor (FABK) een volgende stap naar een doelmatige en beheerste bedrijfsvoering. Het FABK ondersteunt en beheert het volledige proces vanaf behoeftestelling tot en met betaling. Tijdens de aanloop- en opstartperiode van dit kantoor wordt de procesbewaking versterkt om zoveel mogelijk een terugval in de kwaliteit van het financieel beheer te voorkomen.

Daarnaast worden de reeds in gang gezette verbeteringsmaatregelen ten aanzien van de vereenvoudiging van regelgeving en het stroomlijnen van processen voortgezet, waardoor de kwaliteit van brongegevens verbetert en uniformiteit in informatie ontstaat. De verdere implementatie van SAP ondersteunt hierbij. De aandacht wordt gericht op de beheersing van de grootste risico’s aangezien het gaat om bedreigingen voor de comptabele rechtmatigheid. Voor het financieel beheer gebeurt dit door de versterkte procesbewaking op het verplichtingenbeheer. Na de oprichting van het FABK hebben nog verdere procesverbeteringen plaats, waardoor het financieel beheer structureel en over de hele linie op orde zal zijn.

Materieelbeheer

In 2013 treden de randvoorwaarden in werking voor een goede besturing en beheersing van het materieelbeheer. Deze randvoorwaarden zijn in de voorgaande jaren ontwikkeld en ingericht volgens het meerjarig verbeterplan voor het materieelbeheer. Zo zijn de rollen en taken uit het besturingsmodel belegd in de defensieorganisatie, wordt aandacht besteed aan de juiste rolneming en wordt het Voorschrift Materieelbeheer Defensie doorontwikkeld.

In 2013 wordt prioriteit gegeven aan een eenduidige relatie tussen het materieelbeheer en SAP zodat een goede ondersteuning van het feitelijk beheer gegarandeerd is. De verdere afstemming tussen gewenste functionaliteiten voor het materieelbeheer en de mogelijkheden van SAP wordt bewaakt door het projectbureau Professionaliseren Materieelbeheer Defensie. Hierbij worden ook keuzes gemaakt ten aanzien van de integratie van de Monitor Kwaliteit Materieelbeheer in SAP.

Waar nodig worden in de komende jaren specifieke maatregelen getroffen voor de oplossing van de resterende onvolkomenheden.

Uitvoering veiligheidsonderzoeken MIVD

Binnen Defensie is de MIVD belast met de uitvoering van die veiligheidsonderzoeken. Dit betreft onderzoeken naar medewerkers die een vertrouwensfunctie gaan vervullen. In het Rapport bij het Jaarverslag van Defensie 2011 heeft de Algemene Rekenkamer vastgesteld dat de behandeltermijnen van veiligheidsonderzoeken door de MIVD te lang zijn. Dit is deels te wijten aan achterstanden bij de MIVD, onder meer veroorzaakt door personele tekorten bij de bureaus die de veiligheidsonderzoeken uitvoeren. De MIVD heeft verscheidene maatregelen genomen om de achterstanden verder in te lopen. Een belangrijke inspanning is gericht op de verdere automatisering van de processen. Daarnaast vindt risicomanagement plaats en worden er extra inspanningen verricht ter verbetering van de personele vulling van de betrokken bureaus.

Genetwerkt Samenwerken

In 2013 worden, op basis van pilots bij het CLAS en het CDC, besluiten genomen over hoe het Genetwerkt Samenwerken defensiebreed wordt ingevoerd. Met Genetwerkt Samenwerken wordt een meer flexibele digitale en fysieke werkomgeving ingevoerd en een verbetering van informatie- en kennismanagement nagestreefd. Deze veranderingen dienen in 2014 voor de gehele defensieorganisatie gerealiseerd te zijn.

Basisadministraties

De basisadministraties van Defensie voorzien in drie hoofdfuncties: het vaststellen en vastleggen; het uitwisselen en gebruik; en het bewaken van de kwaliteit van de basisgegevens. In 2013 wordt de basisadministratie Gereedstelling opgeleverd. Deze administratie berust op andere basisadministraties en vormt het fundament voor het rapportageproces over de operationele gereedheid van eenheden.

2.3.3. Geheime uitgaven – niet-beleidsartikel 11

Budgettaire gevolgen van beleid

Budgettaire gevolgen niet-beleidsartikel 11 Geheime uitgaven (bedragen x € 1000)

Artikel 11 Geheime uitgaven

2011

2012

2013

2014

2015

2016

2017

Verplichtingen en uitgaven

6 238

5 014

5 264

5 264

5 264

5 264

5 264

Geheime uitgaven

6 238

5 014

5 264

5 264

5 264

5 264

5 264

Totaal uitgaven en verplichtingen

6 238

5 014

5 264

5 264

5 264

5 264

5 264

2.3.4. Nominaal en onvoorzien – niet-beleidsartikel 12

Budgettaire gevolgen van beleid

Budgettaire gevolgen niet-beleidsartikel 12 Nominaal (bedragen x € 1000)

Artikel 12 Nominaal en onvoorzien

2011

2012

2013

2014

2015

2016

2017

Verplichtingen en uitgaven

0

257 754

63 401

168 780

155 388

167 372

188 965

Loonbijstelling