Kamerstuk

Datum publicatieOrganisatieVergaderjaarDossier- en ondernummer
Tweede Kamer der Staten-Generaal2011-201232678 nr. 23

32 678 Defensie Materieel Organisatie (DMO)

Nr. 23 BRIEF VAN DE MINISTER VAN DEFENSIE

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal

Den Haag, 1 mei 2012

Tijdens het algemeen overleg van 14 december 2011 (Kamerstuk 33 000 X, nr. 65) inzake het Jaarverslag van de Inspecteur-Generaal der Krijgsmacht over 2010 heb ik toegezegd de Kamer te informeren over het op 14 oktober 2011 gehouden symposium over leidinggeven bij Defensie. Hiermee voldoe ik aan deze toezegging.

In mijn brief van 16 maart jl. (Kamerstuk 32 678, nr. 20) heb ik uiteengezet dat leidinggevenden een doorslaggevende rol vervullen binnen de defensieorganisatie. Het is dan ook van belang dat bij Defensie een duidelijke visie op leidinggeven bestaat. De defensiebrede visie op leidinggeven is voor het eerst eind 2007 vastgesteld. Omdat de samenleving verandert en daarmee ook de krijgsmacht, moet deze visie regelmatig worden aangepast om aan te sluiten bij de praktijk van het leidingeven en de maatschappelijke ontwikkelingen. Ook de ontwikkeling van het militaire optreden en van het beroep dat op de krijgsmacht wordt gedaan, kan tot aanpassing nopen.

Tijdens een intern symposium heeft de Commandant der Strijdkrachten (CDS) met de commandanten van de zeven defensieonderdelen en andere leidinggevenden binnen Defensie gesproken over de eisen die de maatschappelijke ontwikkelingen stellen aan de leidinggevenden bij Defensie. Ook zijn hierbij de ervaringen van leidinggevenden bij recente missies betrokken. Tijdens deze bijeenkomst, die werd gemodereerd door auteur en onderzoeksjournalist Jeroen Smit, zijn inleidingen gehouden door een futuroloog, de directeur van het Sociaal-Cultureel Planbureau, de voormalige directeur van het project-Verkenningen en een hoogleraar ethiek.

De commandanten hebben tijdens het symposium vastgesteld dat de uitgangspunten van de visie op leiderschap uit 2007 nog steeds belangrijk zijn maar dat maatschappelijke ontwikkelingen een actualisering van deze visie wenselijk maken. Zo is het van belang om aandacht te besteden aan enerzijds de individualisering en de vrijheidsdrang in de samenleving en anderzijds de defensieorganisatie die onder meer steunt op een cultuur van groepssamenhang en hiërarchie.

Er bestaat behoefte aan een visie die meer onderscheidend is en aansluit op de specifieke omstandigheden bij Defensie. Verder is het van belang dat de ervaringen van leidinggevenden tijdens de recente missies wordt betrokken bij de visie op leidinggeven.

De aanpassing van de visie op leidinggeven bij Defensie zal eind dit jaar zijn voltooid. Zodra deze gereed is, zal ik de Kamer daarover informeren.

De minister van Defensie, J. S. J. Hillen