32 706 Beveiliging zeevaartroutes tegen piraterij

Nr. 25 LIJST VAN VRAGEN EN ANTWOORDEN

Vastgesteld 5 maart 2012

De vaste commissie voor Defensie1 heeft een aantal vragen voorgelegd aan de minister van Defensie over de brief van 9 januari 2012 inzake de haalbaarheid van de inzet reservisten of gemilitariseerde burgers voor Vessel Protection Detachments (VPD) (Kamerstuk 32 706, nr. 22).

De minister heeft deze vragen beantwoord bij brief van 2 maart 2012. Vragen en antwoorden zijn hierna afgedrukt.

De voorzitter van de commissie, Van Beek

De griffier van de commissie, Roovers

1 en 9

Hoeveel reservisten zijn er geschikt om deel te nemen aan VPD's?

Er wordt in de brief gesteld dat, ondanks de belemmering van de dubbele vrijwilligheid, de inzet van reservisten als een mogelijkheid wordt beschouwd om zo nodig de VPD-capaciteit verder uit te breiden. Kunt u een toelichting geven welke aantallen reservisten u hierbij in gedachten heeft en waar u deze reservisten gaat werven?

De VPD’s bestaan, vanwege de aard van de taken en de omgeving waarin deze worden uitgevoerd, uit mariniers. Indien daartoe aanleiding bestaat kunnen ongeveer 100 mariniers vanuit de groep Reservisten Militaire Taken (RMT) met aanvullende training voor deze taak geschikt worden gemaakt.

Naast de reservisten van CZSK komen ook reservisten met een medische kwalificatie in aanmerking voor inzet in VPD’s.

2

Kunt u een actualisatie geven van de uitvoering van de aangenomen motie Hernandez c.s. (33000 X, nr. 45), die de regering verzoekt zich in te spannen om een structurele financiering van VPD-teams te verwezenlijken vanaf 2013?

In de defensiebegroting voor 2012 (kamerstuk 33 000 X, nr. 1 en 2) was voor de inzet van twintig VPD’s in totaal € 9 miljoen per jaar gereserveerd, verdeeld over verschillende beleidsartikelen. Met de Nota van Wijziging (kamerstuk 33 000 X, nr. 15) is het budget verhoogd naar € 23,4 miljoen per jaar om vijftig VPD-inzetten mogelijk te maken. Deze reeks is meerjarig, wat wil zeggen dat de financiering voor VPD’s structureel in de begroting is opgenomen.

3

Kunnen beveiligers in dienst van private beveiligingsbedrijven ook reservist zijn en tijdelijk ingezet worden in een VPD?

Ja, het is niet uit te sluiten dat reservisten een vaste dienstbetrekking hebben bij particuliere beveiligingsbedrijven.

4

De Koninklijke Vereniging van Nederlandse Reders (KVNR), Nautilus en de Nederlandse Vereniging van Kapiteins ter Koopvaardij (NVKK) stellen dat de «bottleneck» voor de inzet van VPD’s thans niet zozeer het aantal militairen is, maar de kosten (200 000 euro), de omvang van de VPD’s, de duur van de beslistermijn door Defensie en het moeilijk kunnen omgaan met last minute wijzigingen van vertrekdata van het transport en dergelijke. Kunt u uiteenzetten hoe u denkt dat de inzet van reservisten bij kan dragen aan het verminderen van genoemde problemen?

De inzet van reservisten heeft geen invloed op de door de KVNR en NVKK genoemde punten. Met de inzet van reservisten wordt slechts de personele capaciteit voor VPD’s vergroot. Tot op heden is de personele capaciteit van Defensie geen beperkende factor voor de inzet van VPD’s.

5

Denkt u na over het vestigen van logistieke voorzieningen voor de opslag van wapens en materieel nabij het inzetgebied, zodat VPD-teams gebruik kunnen maken van reguliere lijnvluchten (bijvoorbeeld naar Dubai)?

Ja, er worden thans voorbereidingen getroffen voor de inrichting van vier zogenaamde pre-stock locaties nabij het inzetgebied. De locaties zijn Malta, Singapore, Durban (Zuid-Afrika) en de Verenigde Arabische Emiraten. Hiervoor worden afspraken gemaakt met de betrokken landen. De afspraken met Singapore zijn inmiddels gemaakt en vastgelegd. Onlangs is voor een aantal VPD’s al gebruik gemaakt van pre-stock locaties. De militairen van deze VPD’s maakten gebruik van reguliere lijnvluchten vanuit Nederland.

6

Moet de brief vooral specifiek gelezen worden in het licht van piraterij bij de kust van Somalië, of generiek voor piraterij?

De brief beperkt zich evenals het beleidskader VPD (kamerstuk 32 706, nr. 9) tot de dreiging van piraterij in de Golf van Aden, het Somalische Bassin en de Arabische Zee.

7 en 29

Is het aantal beschikbare reservisten dat ingezet kan worden ten behoeve van VPD's voldoende? Zo nee, kunt u toezeggen dat u, bij de eerste aanwijzingen op een tekort aan inzetbaar personeel, tijdig in de eigen organisatie trajecten in gang zet die de beschikbaarheid van personeel ten behoeve van de inzet van VPD’s waarborgt? Zo nee, waarom niet?

Is de thans voorziene VPD-capaciteit in 2012 voldoende? Zo nee, waarom benadrukt u niet in eerste instantie een uitbreiding van de inzet van het aantal gewapende mariniers in plaats van de inzet van reservisten om de VPD-capaciteit uit te breiden?

Zoals beschreven in de brief van 9 januari 2012 (kamerstuk 32 706, nr. 22) zal ik, indien een uitbreiding op de thans voorziene VPD-capaciteit nodig blijkt, eerst binnen de defensieorganisatie alternatieve mogelijkheden bezien. Dit traject zal ik tijdig inzetten. De inzet van reservisten beschouw ik als aanvulling hierop.

8

Kunt u exact aangeven wat het verschil is tussen reservisten en gemilitariseerde burgers?

Een reservist maakt deel uit van het reservistenbestand van Defensie en is aangesteld als militair ambtenaar bij de krijgsmacht. Anders dan het beroepspersoneel zijn reservisten niet onafgebroken in werkelijke dienst. Burgers die worden «gemilitariseerd», worden op grond van artikel 11 van het Algemeen militair ambtenarenreglement tijdelijk aangesteld bij het beroepspersoneel voor het vervullen van een functie die niet door reeds in werkelijke dienst zijnde militairen kan worden vervuld. Dit geschiedt alleen als het een zeldzame specialistische deskundigheid betreft waarvan het niet zinvol is om deze voortdurend in de krijgsmacht beschikbaar te hebben. Eenmaal in werkelijke dienst bestaat er geen verschil tussen reservisten en gemilitariseerde burgers.

10

Hoe hoog zijn de geraamde kosten voor de nazorg van reservisten en waar kunnen deze uitgaven worden teruggevonden op de begroting Defensie?

In de defensiebegroting voor 2012 (kamerstuk 33 000 X, nr. 2) zijn in beleidsartikel 26 bedragen opgenomen voor de zorg en nazorg van militairen. De registratie van de uitgaven voor nazorg geeft geen inzicht in de uitgaven voor een specifieke uitzending of voor bepaalde groepen militairen. Deze wijze van registratie past bij het permanente karakter van de nazorg die Defensie (oud) militairen biedt. De nazorg aan militairen is onderdeel van de reguliere bedrijfsvoering.

11

Kan Defensie een terugkeergesprek met een geestelijk verzorger, een psycholoog of maatschappelijk werker na een inzet van meer dan 30 dagen garanderen? Zo nee, hoe groot is het capaciteitstekort en welke maatregelen worden genomen om dit tekort weg te nemen?

Ja.

12

Kunt u de conclusie nader toelichten dat er volgens u veel tijd verloren gaat aan de uitvoering van de benodigde veiligheidsonderzoeken door de Militaire Inlichtingen- en Veiligheidsdienst (MIVD) en dat daarom de inzet van gemilitariseerde burgers als tijdelijke militaire onwerkbaar zou zijn?

Militairen (ook reservisten) kunnen met minder voorbereidingstijd worden ingezet omdat zij beschikken over een «verklaring geen bezwaar» (VGB) van de minister van Defensie. Burgers die niet in dienst zijn van Defensie ondergaan voor hun aantreding bij Defensie eerst een veiligheidsonderzoek. Dit veiligheidsonderzoek moet binnen acht weken zijn voltooid. Voorafgaand aan elke nieuwe indiensttreding zal het veiligheidsonderzoek van de desbetreffende burger moeten worden geactualiseerd. Er bestaat immers geen toezicht op de gedragingen en omstandigheden van de burger in de periode dat hij/zij niet in werkelijke dienst is. Hoewel reservisten zijn aangesteld als militair ambtenaar kan ook voor hen, bij inzet, een hernieuwd veiligheidsonderzoek noodzakelijk zijn. Dit is afhankelijk van onder meer de afgiftedatum van de VGB, het niveau van de VGB en het resultaat van de controle van diens justitiële antecedenten.

13

Moet een reservist elke keer dat hij wordt ingezet in een VPD het gehele opwerkprogramma doorlopen? Of is één keer voldoende?

Voorafgaand aan een VPD-inzet volgen alle leden van het VPD een opwerkprogramma. De lengte en invulling van het opwerkprogramma wordt bepaald door de mate van geoefendheid van het voltallige team en de individuele beroepsmilitairen of reservisten. Er is een uitgebreider opwerkprogramma nodig voor een reservist dan voor een marinier die regelmatig deel uitmaakt van een VPD.

14

U stelt dat voor de inzet van tijdelijke militairen voor VPD’s een beleidswijziging noodzakelijk is. Kunt u toelichten hoeveel tijd het doorvoeren van een dergelijke beleidswijziging kost?

Voor de inzet van tijdelijke militairen voor VPD’s is een aanpassing van artikel 11 van het algemeen militair ambtenarenreglement (AMAR) nodig. Met een dergelijke wijziging is zes tot acht maanden gemoeid. Gelet op de afspraken die met de bonden zijn gemaakt over dit artikel, valt niet te verwachten dat zij voetstoots met een wijziging zullen instemmen.

15

U stelt dat verouderde verklaringen van geen bezwaar van reservisten door de MIVD moeten worden geactualiseerd. Ook moet er altijd een veiligheidsonderzoek worden ingesteld. Hoe lang is een verklaring van geen bezwaar door de MIVD geldig?

Een «verklaring geen bezwaar» van Defensiepersoneel is in theorie onbeperkt geldig. De wet veiligheidsonderzoek (Wvo) voorziet echter in de mogelijkheid dat na vijf jaar, of indien er tussentijds omstandigheden zijn die hiertoe aanleiding geven, een nieuw veiligheidsonderzoek wordt uitgevoerd. Uit het oogpunt van nationale veiligheid wordt die mogelijkheid ook benut. Bij de beëindiging van het dienstverband bij Defensie vervalt de geldigheid van de «verklaring geen bezwaar». Dit volgt uit de Wet veiligheidsonderzoeken (Wvo).

16

Behoort samenwerking met internationale partners tot de mogelijkheden, gezien het feit dat het opleiden van reservisten en tijdelijk militairen zorgt voor een extra beslaglegging op instructeurs, trainingsmiddelen en oefengebieden?

Defensie zoekt bij het opleiden van haar personeel zoveel mogelijk naar de meest doelgerichte en doelmatige mogelijkheid. Samenwerking met internationale partners kan daarvan deel uitmaken. De VPD-inzet vindt plaats onder nationaal bevel volgens nationale operationele richtlijnen die niet geheel overeenkomen met richtlijnen van andere landen. Een gezamenlijke training levert daarom op dit moment geen voordelen op voor Defensie.

17

Wordt er al actief geworven onder reservisten? Is er door Defensie gepeild wat de bereidheid is van reservisten om deel te nemen aan Vessel Protection Detachments (VPD’s)? Zo ja, wat is deze bereidheid; bestaat er in deze groep animo voor de inzet in een VPD?

Er wordt op dit moment niet actief geworven onder reservisten. Wel is informeel de bereidheid van reservisten voor inzet in VPD’s gepeild. Deze bereidheid was in ruime mate aanwezig.

18

Komen militairen die door de bezuinigingen «overtollig» zijn ook in aanmerking voor opleiding en training met het oog op inzet in een VPD?

Iedere gewezen beroepsmilitair is op gelijke voet benoembaar bij het reservepersoneel van Defensie. Wanneer reservisten worden ingezet in het kader van een VPD, kan dat in beginsel ook een militair zijn aan wie ontslag is verleend in verband met overtolligheid.

19

Wat zijn de kosten baten van de inzet van een VPD, inclusief de opleiding en training van nieuwe mensen?

De additionele uitgaven voor Defensie zijn geraamd op gemiddeld € 450 000 per inzet. Daarin is de opleiding en training van nieuwe mensen niet verdisconteerd. Ongeveer de helft van deze uitgaven worden volgens een vaste systematiek (zie kamerstuk 32 706, nr. 17) in rekening gebracht bij de reder. Het resterende deel komt ten laste van de defensiebegroting. De baten voor de reders zijn niet bekend bij de regering.

20 en 21

Hoe is de aansprakelijkheid geregeld voor tijdelijke militairen die worden ingezet in een VPD? Ligt die volledig bij de Defensie of ook bij de reders?

Kunt u inzicht geven in de contractuele verplichtingen die er over en weer bestaan tussen reders, Defensie en de «militairen» die worden ingezet?

Afspraken tussen de reder en het ministerie van Defensie over taken, bevoegdheden en verantwoordelijkheden van de betrokken partijen worden vastgelegd in een overeenkomst. Ik ben bereid de Kamer vertrouwelijke inzage te geven in een dergelijke overeenkomst. De overeenkomst bevat onder andere afspraken over de aansprakelijkheid voor schade als gevolg van het optreden van het VPD. Deze aansprakelijkheid is gedeeltelijk belegd bij Defensie en gedeeltelijk bij de reders omdat een VPD zowel een publiek belang als een privaat belang dient. De afspraken over aansprakelijkheid gelden voor het VPD, ongeacht of dit bestaat uit beroepsmilitairen, reservisten of gemilitariseerde burgers.

22, 24, 30, 31 en 36

Wat is het geschatte verschil in kosten tussen reservist en militair per persoon per inzet bij deelname aan een VPD? Is er met dit verschil rekening gehouden in de Defensiebegroting? Zo nee, waar komt dit bedrag ten laste?

Hoe groot is het totale bedrag aan geraamde kosten voor het opleiden en trainen van reservisten en tijdelijke militairen? Op welke wijze worden deze kosten gedekt (vanuit welke posten op de Defensiebegroting)?

Kunt u nader ingaan op de aanvullende middelen en instructiecapaciteit die het opleiden en trainen van reservisten en tijdelijke militairen vereist? Kunt u een inschatting maken van de aanvullende kosten?

U stelt dat in de Defensiebegroting 2012 geen rekening is gehouden met de financiële gevolgen van het opleiden en trainen van reservisten en tijdelijke militairen. Kunt u een inschatting maken van de kosten die gemoeid zijn met deze activiteiten?

Betekent het feit dat de Defensiebegroting van 2012 geen rekening houdt met vereiste aanvullende middelen en instructiecapaciteit dat er pas in 2013 mee kan worden begonnen, of dat Defensie op zoek gaat binnen de begroting van 2012? Aan welke dekking wordt in het laatste geval gedacht? Welke geplande capaciteiten zullen concreet worden aangesproken?

Defensie kan bij inzet altijd gebruik maken van reservisten. Dit leidt in vergelijking met beroepspersoneel tot extra uitgaven voor salaris, werkgeversvergoeding en opleiding en training. Deze uitgaven worden gedekt vanuit de reguliere budgetten voor reservisten en voor opleiding en training. Op dit moment is niet bekend hoeveel die extra uitgaven voor de inzet van reservisten in VPD’s zal zijn. Omdat de inzet van reservisten voorlopig niet opportuun is, zullen de extra uitgaven naar verwachting in 2012 beperkt zijn. Er is daarom vooralsnog geen aanleiding om de raming voor de inzet van VPD’s te verhogen.

23

Wat is de geraamde instructiecapaciteit voor het opleiden en trainen van reservisten en tijdelijke militairen? Hoe groot is het tekort aan instructiecapaciteit en welke maatregelen worden genomen om dit tekort weg te nemen?

Een exacte raming van de benodigde instructiecapaciteit voor het opleiden van reservisten is nog niet uitgewerkt. De verwachting is dat er geen capaciteitstekort zal zijn als de opleiding van reservisten gefaseerd gebeurt. De opleiding van beperkte aantallen reservisten kan binnen de reguliere opleidingscapaciteit worden geaccommodeerd.

25

Welke alternatieve mogelijkheden zijn denkbaar indien uitbreiding op de thans voorziene VPD-capaciteit nodig blijkt?

Alternatieve mogelijkheden zijn het aanvullend opleiden van militairen die nagenoeg aan de vereiste kwalificaties voor een VPD-inzet voldoen. Te denken valt aan commando’s, infanteristen of militairen van de Object Grond Verdediging (OGRV).

26

Is de tijd die verloren gaat aan de uitvoering van de benodigde veiligheidsonderzoeken door de MIVD de belangrijkste reden voor het onwerkbaar achten van de inzet van burgers als tijdelijke militairen voor VPD's? Welke eventuele andere redenen zijn hiervoor te noemen?

Ja, daarnaast is een wijziging van het Algemeen militair ambtenarenreglement noodzakelijk (zie vraag 14).

27

Gedurende welke periode (aantal maanden) zal Defensie bij een dienstgerelateerde calamiteit de re-integratie van de betreffende reservist ondersteunen?

Op Defensie rust een re-integratieplicht zodra en zolang de reservist in werkelijke dienst is. Bij een dienstgerelateerde calamiteit wordt de re-integratie in overleg met de reservist en zijn eventuele werkgever ook na deze periode voortgezet. De duur van de ondersteuning is op voorhand niet vastgelegd. Dit wordt per geval bezien en binnen de kaders van het re-integratiebeleid vastgesteld.

28

Is het waar dat de beveiliging van kwetsbare transporten op relatief kleinere schepen in het geding is vanwege de hoge kosten die in rekening gebracht worden voor de inzet van een VPD?

Enkele reders stelden dat de kosten van een VPD voor hen te hoog waren. Ongeacht de omvang en economische waarde van het schip geldt voor iedere reder en ieder transport dezelfde systematiek om tot de door te berekenen kosten te komen (zie kamerstuk 32 706, nr. 17). Defensie heeft geen zicht op de financiële armslag van de reders. Door pre-stocking van VPD-materiaal nabij het operatiegebied tracht Defensie de kosten van VPD’s op termijn te verminderen. Ik acht het verder de aangelegenheid van de reders om ten opzichte van elkaar de kosten anders te verdelen.

32

U stelt dat indien een uitbreiding op de thans voorziene VPD-capaciteit nodig blijkt, u binnen de Defensieorganisatie alternatieve mogelijkheden zal bezien. Wat is voor u de maatstaf/grens wanneer extra VPD-capaciteit noodzakelijk is?

Extra VPD-capaciteit is noodzakelijk als het aantal VPD-aanvragen die voldoen aan de voorwaarden in het VPD-beleidskader (kamerstuk 32 706, nr. 9) de huidige beschikbare capaciteit dreigt te overstijgen.

33 en 34

Er zijn veiligheidsonderzoeken noodzakelijk voor de inzet van burgers als tijdelijke militairen. Kunt u aangeven of (en zo ja, welke) andere landen wel gemilitariseerde burgers inzetten als VPD en hoe zij hiermee omgaan?

Als andere landen burgers inzetten, worden dan ook veiligheidsonderzoeken gedaan door de staat? Zo ja, waarin verschillen die onderzoeken met die van Nederland?

Er zijn voor zover bekend geen andere landen die gemilitariseerde burgers inzetten voor VPD’s.

35

Indien andere landen burgers inzetten, betreft het dan de inzet van contractanten en worden deze ook juridisch beschouwd als tijdelijke militairen?

Enkele landen staan de inzet van particuliere bewapende beveiligers aan boord van koopvaardijschepen toe. Deze particuliere beveiligers worden door desbetreffende landen juridisch niet beschouwd als tijdelijke militairen.


X Noot
1

Samenstelling:

Leden: Beek, W.I.I. van (VVD), voorzitter, Bommel, H. van (SP), Staaij, C.G. van der (SGP), Timmermans, F.C.G.M. (PvdA), Eijsink, A.M.C. (PvdA), Miltenburg, A. van (VVD), Knops, R.W. (CDA), Jacobi, L. (PvdA), Brinkman, H. (PVV), Voordewind, J.S. (CU), Broeke, J.H. ten (VVD), Dijk, J.J. van (SP), Ouwehand, E. (PvdD), Rouwe, S. de (CDA), ondervoorzitter, Peters, M. (GL), Berndsen, M.A. (D66), Kortenoeven, W.R.F. (PVV), Monasch, J.S. (PvdA), Bosman, A. (VVD), El Fassed, A. (GL), Hernandez, M.M. (PVV), Hachchi, W. (D66) en Holtackers, M.P.M. (CDA).

Plv. leden: Taverne, J. (VVD), Raak, A.A.G.M. van (SP), Dijkgraaf, E. (SGP), Smeets, P.E. (PvdA), Wolbert, A.G. (PvdA), Dijkhoff, K.H.D.M. (VVD), Ferrier, K.G. (CDA), Samsom, D.M. (PvdA), Helder, L.M.J.S. (PVV), Wiegman-van Meppelen Scheppink, E.E. (CU), Caluwé, I.S.H. de (VVD), Irrgang, E. (SP), Hazekamp, A.A.H. (PvdD), Ormel, H.J. (CDA), Braakhuis, B.A.M. (GL), Schouw, A.G. (D66), Bontes, L. (PVV), Heijnen, P.M.M. (PvdA), Hennis-Plasschaert, J.A. (VVD), Grashoff, H.J. (GL), Roon, R. de (PVV), Pechtold, A. (D66) en Haverkamp, M.C. (CDA).

Naar boven