Kamerstuk

Datum publicatieOrganisatieVergaderjaarDossier- en ondernummer
Tweede Kamer der Staten-Generaal2010-201132733 nr. 37

32 733 Beleidsbrief Defensie

Nr. 37 BRIEF VAN DE MINISTER VAN DEFENSIE

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal

Den Haag, 1 augustus 2011

Inleiding

Defensie staat aan het begin van een omvangrijke reorganisatie die alle medewerkers raakt. Het vertrekpunt voor deze reorganisatie wordt gevormd door de door het kabinet vastgestelde beleidsbrief Defensie na de kredietcrisis van 8 april jl. (Kamerstuk 32 733, nr. 1) en de uitkomsten van het overleg daarover met de Tweede Kamer op 6 juni jl. De beleidsbrief heeft een omvangrijk maar evenwichtig pakket aan maatregelen opgeleverd. Er zijn ingrijpende en vaak ook pijnlijke keuzes gemaakt, die nu binnen de defensieorganisatie moeten worden uitgewerkt en uitgevoerd.

Op 1 augustus heb ik de secretaris-generaal opdracht gegeven de maatregelen zoals verwoord in de beleidsbrief en overeengekomen met de Tweede Kamer uit te voeren. Hoofdregel is en blijft dat de zeven defensieonderdelen ieder hun eigen reorganisatie uitvoeren. Dit past bij de nieuwe wijze van besturen bij Defensie, waarbij de lijnorganisatie, commandanten en leidinggevenden zoveel mogelijk vrijheid krijgen om de doelstellingen te realiseren binnen de gestelde financiële en personele kaders. De secretaris-generaal heeft, eveneens op 1 augustus, de hoofden van de defensieonderdelen de opdracht gegeven tot de start van het reorganisatieproces.

De hoofden van de defensieonderdelen is gevraagd hun reorganisatieplannen op te stellen, waarbij de samenhang van de verschillende deelreorganisaties wordt gewaarborgd en waarmee de opgedragen taakstelling binnen de begroting tijdig kan worden gerealiseerd. Het uitgangspunt daarbij is dat tot september geen onomkeerbare stappen worden gezet, in verband met het overleg met de centrale medezeggenschap. Ik acht het van belang dat over de reorganisatieplannen en de consequenties daarvan constructief wordt overlegd met alle niveaus. In de implementatiefase zal met de betrokken medezeggenschap worden gesproken over de uitvoering van de maatregelen. Ten aanzien van de arbeidvoorwaardelijke aspecten zal met de bonden worden overlegd. De bonden hebben inmiddels, deels onder voorwaarden, ingestemd met de verdere implementatie van de reorganisaties die voor 18 november 2010 zijn aangevangen. Over de thans nog «lopende» reorganisaties wordt de komende weken nader overleg gevoerd. Dit biedt een positief uitgangspunt voor de gesprekken met de bonden over de reorganisaties die voortvloeien uit de in de beleidsbrief aangekondigde maatregelen.

Voor de medewerkers van Defensie – militairen en burgers – zal gaandeweg duidelijker worden wat de maatregelen voor hen betekenen. In goed overleg met de medezeggenschap, zal Defensie haar medewerkers zo snel en zo goed mogelijk informeren. 2012 wordt nog een moeilijk jaar waarin, behalve bij operationele eenheden, de vulling nog zal teruglopen. Eenheden die door de reorganisatie opnieuw moeten worden samengesteld, hebben tijd nodig om het gewenste niveau te bereiken nadat hun reorganisatie is voltooid. In 2012 zullen echter ook de eerste, positieve effecten van de maatregelen merkbaar worden. In 2013 zullen de operationele eenheden volledig gevuld raken en in 2014 de overige eenheden. In 2014 moeten ook alle achterstanden zijn weggewerkt en moeten de financiën op orde zijn.

Voor de uitvoering van de reorganisatie geldt een aantal op politiek niveau vastgestelde kaders. Het betreft de financiële kaders, de invoering van een numerus fixus-systeem, de afstoting van operationele onderdelen en wapensystemen, de reductie van de staven, de beoogde opbrengsten van de maatregelen, het Algemeen Organisatiebesluit Defensie (AOD).

Over veel van deze kaders bent u geïnformeerd in de beleidsbrief. Inmiddels is ook de uitwerking van de numerus fixus beschikbaar gekomen. Conform mijn toezegging tijdens het algemeen overleg Personeel van 23 juni jl. informeer ik u daarover in deze brief. Overeenkomstig mijn toezegging in mijn brief van 28 juni jl. (Kamerstuk 32 733, nr. 36) informeer ik u nog deze maand over het Herbeleggingsplan Vastgoed Defensie. Daarover is bestuurlijk overleg nog gaande.

Zoals toegezegd tijdens het notaoverleg van 6 juni jl. over de beleidsbrief wordt in de begroting en het jaarverslag een bondige rapportage gemaakt over de stand van zaken van de maatregelen. Defensie is, zoals eveneens toegezegd, in overleg met de Algemene Rekenkamer (ARK) over de opzet hiervan en de betrokkenheid van de ARK.

Numerus fixus

In de beleidsbrief heb ik uiteengezet dat het noodzakelijk is de opbouw van het personeelsbestand aan te passen om de operationele gereedheid en de betaalbaarheid van de defensieorganisatie structureel te verzekeren. Het is hiervoor onder meer van belang dat de gemiddelde leeftijd van het personeelsbestand wordt verlaagd en dat het aantal militairen en burgers in hogere functies wordt verkleind. In de bestuursstaven komt een op drie functies te vervallen, in de totale defensieorganisatie ruim een op zes. Het aantal topfunctionarissen wordt overeenkomstig de beleidsbrief verminderd. Verder wordt in het militaire personeelsbestand de helft van het aantal te verminderen functies gevonden in het topsegment van de onderofficieren en de officieren, de andere helft in het lagere segment. Bij het burgerpersoneel worden maatregelen getroffen om de mobiliteit te bevorderen, waarbij burgers zullen worden gestimuleerd om minimaal eens in de vijf jaar van functie te veranderen.

In het kader van de reorganisatie krijgen de commandanten van de defensieonderdelen richtlijnen voor de opbouw van hun personeelsbestand. In deze richtlijnen wordt per onderdeel vastgelegd uit hoeveel medewerkers van een bepaalde rang of schaal de organisatie op 1 januari 2016 mag bestaan (de «numerus fixus»). De organisatie- en personeelsopbouw van de defensieorganisatie als geheel zal hiermee voldoen aan de uitgangspunten in de beleidsbrief, waardoor het mogelijk wordt de organisatie volledig te vullen. De richtlijnen per defensieonderdeel zijn de afgelopen maanden in stappen tot stand gekomen. Eerst is de omvang van de defensieonderdelen in 2016 vastgesteld aan de hand van de uitgangspunten in de beleidsbrief, waarin onder andere de operationele capaciteiten en het aantal topfunctionarissen zijn vastgesteld. Vervolgens zijn de hieruit resulterende kaders per rang of schaal getoetst aan de gewenste defensiebrede personeelsopbouw en de financiële kaders.

De kwantitatieve en kwalitatieve kenmerken van de numerus fixus zullen deel uitmaken van de defensiebegroting 2012. Zij zullen over een jaar worden geëvalueerd en zo nodig worden aangepast. Daarna vormt de numerus fixus onderdeel van de reguliere bedrijfsvoering bij Defensie.

De minister van Defensie,

J. S. J. Hillen