Kamerstuk

Datum publicatieOrganisatieVergaderjaarDossier- en ondernummer
Tweede Kamer der Staten-Generaal2011-201229924 nr. 88

29 924 Toezichtsverslagen AIVD en MIVD

Nr. 88 BRIEF VAN DE MINISTER VAN DEFENSIE

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal

Den Haag, 18 juni 2012

In het algemeen overleg op 26 april 2012 (Kamerstuk 29 924, nr. 85) met de vaste commissie voor Defensie heb ik nadere informatie toegezegd over de aangescherpte procedure van de controle op Verklaringen van geen bezwaar (VGB) voordat militairen worden uitgezonden. Tevens heb ik toegezegd in te gaan op de rol van Halt-afdoeningen binnen het al dan niet weigeren of intrekken van de VGB. Met deze brief informeer ik u hier over.

Aangescherpte procedure

Bij militaire operaties toetst Defensie vooraf de justitiële gegevens van alle uit te zenden militairen. Bij de voorheen gehanteerde procedure is het voorgekomen dat militairen werden uitgezonden terwijl zij volgens de geldende regels geen recht hadden op een VGB. Aangezien het voortijdig repatriëren van militairen uit een operatie voor zowel Defensie als de betrokken militair onwenselijk is, is besloten de procedure hieromtrent aan te scherpen. Dertig dagen voor aanvang van de uitzending stuurt CDS een lijst naar de MIVD met daarop al het uit te zenden personeel. De MIVD toetst vervolgens de justitiële gegevens van dit personeel aan de Beleidsregeling justitiële antecedenten bij veiligheidsonderzoeken Defensie of de Beleidsregeling justitiële antecedenten bij veiligheidsonderzoeken Koninklijke Marechaussee (hierna Beleidsregeling). Uiterlijk tien dagen vóór de uitzending stuurt de MIVD de gecontroleerde uitzendlijst terug. Op de lijst heeft de MIVD dan aangegeven welk personeel een positief fiat heeft en welk personeel op grond van relevante justitiële antecedenten geen positief fiat heeft gekregen. De commandant mag alleen personeel uitzenden dat beschikt over een door de MIVD afgegeven positief fiat. Deze procedure wordt in een SG-aanwijzing vastgelegd.

Bij wijzigingen op de uitzendlijst binnen dertig dagen voor een uitzending, hetgeen om verscheidene redenen kan voorkomen, zal de MIVD zich inspannen deze wijzigingen versneld te toetsen. Indien niet tijdig een positief fiat kan worden afgegeven, zal het desbetreffende personeel niet worden uitgezonden.

Indien een zaak zou kunnen leiden tot een veroordeling voor delicten als in de Beleidsregeling onder artikel 4 beschreven maar nog onder de rechter is, zal de MIVD voor de betrokken defensiemedewerker geen positief fiat afgeven. Pas nadat er een gerechtelijke uitspraak is gedaan, zal de MIVD de toetsing van de justitiële antecedenten voltooien.

Intrekken van de VGB

Personeel waarbij sprake is van relevante justitiële antecedenten ontvangt conform de reguliere procedure het voornemen tot intrekking van de VGB. Het betrokken personeelslid kan vervolgens zijn zienswijze kenbaar maken, die wordt meegenomen in de besluitvorming. Indien het voornemen tot intrekking van de VGB na de zienswijze blijft gehandhaafd, kan het betrokken personeelslid bezwaar bij de onafhankelijke bezwarencommissie aantekenen en vervolgens in beroep gaan bij de rechtbank. De VGB wordt ingetrokken indien de betrokken defensiemedewerker is veroordeeld:

  • wegens een misdrijf tegen de publieke zaak (zoals misdrijven tegen de veiligheid van de Staat, de openbare orde en het openbaar gezag);

  • wegens een misdrijf tegen het leven, de lichamelijke integriteit of de gezondheid (zoals moord, doodslag, vrijheidsberoving, zware mishandeling);

  • wegens een zedendelict;

  • op grond van de Opiumwet;

  • tot zes maanden (on)voorwaardelijke vrijheidsstraf of meer;

of meermalen is veroordeeld tot een (on)voorwaardelijke vrijheidsstraf van minder dan zes maanden, waarbij de veroordelingen opgeteld leiden tot een (on)voorwaardelijke vrijheidsstraf die de zes maanden te boven gaat.

Wanneer sprake is van één of meer veroordelingen voor strafbare feiten die niet vallen binnen de bovengenoemde situaties, worden de persoonlijke gedragingen en omstandigheden van de betrokkene en de achtergronden van het gepleegde strafbare feit in beschouwing genomen. Daarbij zal ook de commandant van de betrokken defensiemedewerker gevraagd worden zijn zienswijze te geven. De commandant kan van deze mogelijkheid gebruik maken. Deze kan een rol spelen bij de uiteindelijke afweging de VGB al dan niet in te trekken, maar is daarbij niet doorslaggevend. Daarnaast dient de commandant altijd de MIVD te informeren indien hij kennis heeft van een veroordeling van een medewerker op een vertrouwensfunctie voor een strafbaar feit.

Halt-afdoeningen

Jongeren van twaalf tot achttien jaar kunnen, indien zij aan bepaalde voorwaarden voldoen, in aanmerking komen voor een Halt-afdoening.

Een VGB wordt niet geweigerd uitsluitend vanwege het feit dat betrokkene in het verleden een Halt-afdoening heeft aanvaard. De in de justitiële documentatie opgenomen Halt-afdoening kan worden betrokken bij de beoordeling van de vraag of iemand een veiligheidsrisico vormt, als sprake is van een reeks van strafbare incidenten of in het geval dat sprake is van een Halt-afdoening vanwege overtreding van een Algemene Plaatselijke Verordening met betrekking tot verdovende middelen. Kortheidshalve verwijs ik naar de antwoorden op de vragen van de leden Van Velzen en Poppe (beiden SP) aan de ministers van Justitie en van Defensie over jongeren die geen baan krijgen na een Halt-straf (Aanhangsel Handelingen II, Vergaderjaar 2009/10, nr. 2222).

De minister van Defensie, J. S. J. Hillen