Kamerstuk

Datum publicatieOrganisatieVergaderjaarDossier- en ondernummer
Tweede Kamer der Staten-Generaal2011-201233000-X nr. 75

33 000 X Vaststelling van de begrotingsstaten van het Ministerie van Defensie (X) voor het jaar 2012

Nr. 75 BRIEF VAN DE MINISTER VAN DEFENSIE

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal

Den Haag, 20 maart 2012

Op 23 september 2011 zond ik u een overzicht van onder Defensie ressorterende commissies waarvan de voorzitter of de leden een vergoeding ontvangen voor werkzaamheden (Kamerstuk 33 000 X, nr. 4). Vervolgens heb ik in het wetgevingsoverleg Personeel van 7 november 2011 (Kamerstuk 33 000 X, nr. 53) toegezegd u in het eerste kwartaal van 2012 nader te informeren over de beloningsregels voor adviescolleges en commissies bij Defensie. Die toezegging doe ik hierbij gestand.

Defensie streeft naar meer eenduidigheid in de betrokken vergoedingen. Recent is een defensiebrede aanwijzing van kracht geworden over de vergoeding voor de leden van een nieuwe commissie of adviescollege. Voor de bestaande commissies blijven de in het verleden gemaakte afspraken van kracht. De nieuwe aanwijzing is in overeenstemming met het Besluit vergoedingen adviescolleges en commissies van 21 januari 2009 (Staatsblad 2009, nr. 50) waarin een maximumvergoeding per vergadering is vastgesteld. Voor gewone leden van een commissie is dat ten hoogste 3 procent van het actuele maximummaandsalaris conform salarisschaal 181. Voor de voorzitter van een commissie geldt een maximum vergoeding van 130 procent daarvan. De hoogte van de vergoeding is afhankelijk van de zwaarte van de werkzaamheden en dekt alle persoonlijke onkosten die samenhangen met de voorbereiding of bijwoning van een vergadering zoals telefoonkosten en reis- en verblijfkosten. Tevens is bepaald dat meerdere vergaderingen of interviews op één dag als één vergadering gelden. Indien extra specialistische inhuur noodzakelijk is, dient dit te worden vermeld in het door de minister van Defensie getekende instellingsbesluit van de commissie. Afwijking van deze aanwijzing is alleen mogelijk met instemming van de minister van Defensie.

Overigens zijn bij het ministerie van Defensie geen commissies of adviescolleges werkzaam op grond van de Kaderwet adviescolleges. Over dergelijke commissies en adviescolleges wordt u jaarlijks geïnformeerd door de minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties met de Jaarrapportage bedrijfsvoering van het Rijk.

De minister van Defensie, J. S. J. Hillen


X Noot
1

Van bijlage B van het Bezoldigingsbesluit Burgerlijke Rijksambtenaren 1984.