32 733 Beleidsbrief Defensie

Nr. 68 BRIEF VAN DE MINISTER VAN DEFENSIE

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal

Den Haag, 8 juni 2012

In antwoord op uw verzoek informeer ik u hierbij nader over de inhoudelijke en financiële achtergronden van mijn besluit de Koninklijke Militaire School (KMS) te verplaatsen van Weert naar Ermelo. Ik ga in deze brief ook in op de plannen die de gemeente Weert, de provincie Limburg en enkele onderwijskundige instellingen hebben ontwikkeld om de KMS voor Weert te behouden. Ik zal nader uiteenzetten waarom deze plannen, die ook bij de Kamer bekend zijn, mij uiteindelijk niet van het voornemen tot verplaatsing van de KMS hebben afgebracht.

Inhoudelijke en financiële gronden voor verplaatsing

Zoals ik in mijn brief van 27 oktober 2011 over het vervolg op het herbeleggingsplan vastgoed Defensie (Kamerstuk 32 733, nr. 47) en in de brief van 29 november 2011 over alternatieven voor verplaatsing KMS uit Weert en de kosten daarvan (Kamerstuk 32 733, nr. 52) heb uiteengezet, maakt de verplaatsing naar Ermelo onderdeel uit van een samenhangende reeks van herbeleggingsmaatregelen bij het Commando Landstrijdkrachten.

De voordelen hiervan zijn niet alleen financieel van aard. De onderbrenging van een KMS nieuwe stijl in Ermelo, met daarin opgenomen de staf van het Opleidingscentrum voor Initiële Opleidingen, het remedial peloton en de Basis Praktijk Vorming leidt tot doelmatigheidswinst in de personele en de materiële exploitatie. Door de centrale ligging van Ermelo worden de KMS en de operationele eenheden van de landmacht hechter met elkaar verbonden en groeit naar verwachting onder soldaten en korporaals de bereidheid door te stromen naar de onderofficiersopleiding. Ten slotte ligt Ermelo gunstig ten opzichte van diverse oefenterreinen en Schietkamp de Harskamp.

In de genoemde brief van 29 november 2011 heb ik uit het herbeleggingsplan van de landstrijdkrachten de kosten voor nieuwbouw en de besparingen omdat geplande investeringen kunnen vervallen als volgt op een rijtje gezet:

Herbeleggingsplan

Investeringen

 

Nwbouw

Vrijval

Johannes Postkazerne Havelte

36,1

23,2

Prinses Margriet kazerne Wezep

15,2

14,2

Lpl Stroe

10,4

26,0

Lpl Ermelo alg

1,4

3,3

Lpl Ermelo voor KMS

15,7

 

Lpl Ermelo voor OOCL

10,0

 

Van Hornekazerne Weert

 

21,3

Oranjekazerne Schaarsbergen

27,6

28,6

Totaal

116,4

116,6

Resultaat

 

0,2

 

Exploitatie

VHK Weert

 

4,2

(bedragen in miljoenen euro’s)

Zoals ook in de brief van 29 november 2011 gemeld, is in dit overzicht om commerciële redenen geen post voor verkoopopbrengsten opgenomen.

Het voor «exploitatie» genoemde bedrag van € 4,2 miljoen betreft niet het totale bedrag dat jaarlijks is gemoeid met de exploitatie van de Van Hornekazerne te Weert, maar de besparing die de verplaatsing naar Ermelo oplevert. De besparing vloeit vooral voort uit het feit dat met deze maatregel een complete locatie kan worden afgestoten.

Plannen Weert

Na het algemeen overleg van 22 november 2011 is op ambtelijk en bestuurlijk niveau overleg gevoerd met de gemeente Weert en de provincie Limburg. Ik heb in deze gesprekken vooral onderstreept dat het voornemen tot verplaatsing van de KMS voortkomt uit de noodzaak tot bezuinigingen. Ik heb mij bereid verklaard de plannen van gemeente en provincie af te wachten en daarbij aangegeven dat deze plannen zouden moeten bijdragen tot een substantiële vermindering van de exploitatielast voor Defensie. Juist hierin schoten de gepresenteerde plannen tekort. Ik geef hieronder mijn belangrijkste kanttekeningen bij en bezwaren tegen deze plannen.

Concentratie opleidingen. Het businessplan KMS 2020 – Kazerne van de Toekomst gaat uit van een defensiebrede samenvoeging van de onderofficiersopleidingen, waaraan in dit plan geen directe bezuinigingen worden gekoppeld. Defensie heeft aangegeven dat elk defensieonderdeel nu zijn eigen opleidingen verzorgt, omdat er grote verschillen bestaan tussen het werk van onderofficieren van bijvoorbeeld land- en luchtmacht. Dit laat overigens onverlet dat al heel veel opleidingen «single service» worden verzorgd. Een voorbeeld is het Opleidings- en Trainingscentrum Rijden van de landmacht, waarvan ook de andere defensieonderdelen gebruik maken voor hun rijopleidingen. Ook als een deel van de opleidingen wordt samengevoegd, worden daarmee geen locaties vrijgespeeld, waarna ze kunnen worden afgestoten. Het levert dus geen structurele exploitatiebesparingen en incidentele verkoopopbrengsten op, terwijl een verhoging van het aantal in Weert op te leiden onderofficieren wel zou leiden tot een extra legeringsbehoefte.

Eenzelfde redenering geldt voor de paragraaf Verpaarsing in de aanvullende plannen die gemeente en provincie eind mei hebben gepresenteerd en die ook verpaarsing van schoolbataljons en van «soldaten/matrozen»- opleidingen zouden omvatten. Om bovengenoemde redenen onderschrijf ik niet dat hiermee € 2 miljoen aan structurele bezuiniging kan worden ingeboekt.

Verkleining aantal Veva-opleidingen. De beide plannen houden een verregaande vermindering in van het aantal opleidingen «Veiligheid en Vakmanschap», uiteraard met behoud van de opleiding in Weert. Defensie heeft aangegeven er niet voor te voelen de nog maar pas begonnen samenwerking met een groot aantal van de 31 ROC’en nu al weer te beëindigen. Bovendien is een flinke spreiding van deze opleidingen gewenst, om de reisafstand voor 16- en 17-jarigen niet te ver te laten oplopen.

Overige opleidingen. Gemeente en provincie hebben de laatste maanden intensief contact gehad met een aantal onderwijsinstellingen en met hen plannen gemaakt voor een aantal op en rond de Van Hornekazerne te verzorgen opleidingen. Op den duur zou dit kunnen leiden tot opbrengsten voor Defensie vanwege medegebruik, maar op dit moment is er nog geen enkele concrete toezegging: eerst zou Defensie het besluit moeten nemen in Weert te blijven.

Energiebesparing. Het eerste plan van Weert en Limburg, KMS 2020, bevat een voorstel voor een gezamenlijke investering in energiebesparende maatregelen op het kazerneterrein. Provincie en gemeente zouden hiervoor elk € 1 miljoen bijdragen, met als resultaat een geraamde besparing van ruim € 200 000 per jaar.

Incidentele besparing. Het eerste plan bevat een incidentele besparing van € 13 miljoen vanwege vrijvallende investeringen. De defensieplannen voorzagen juist nieuwe investeringen in Weert, omdat veel infrastructuur op de Van Hornekazerne aan grootscheepse renovatie of nieuwbouw toe was.

Bovendien is Defensie juist op zoek naar structurele besparingen.

IDGO. In de aanvullende plannen wordt de mogelijkheid geopperd dat het Instituut Defensie Geneeskundige Opleidingen, het IDGO, in Ermelo de plaats van de KMS inneemt. Vanwege de sluiting en de afstoting van de Korporaal van Oudheusdenkazerne zou de verplaatsing van het IDGO een jaarlijkse besparing van € 2,8 miljoen opleveren. Defensie onderzoekt de verhuizing van het IDGO van Hilversum naar Ermelo nog. Het lijkt mogelijk het IDGO onder te brengen op de Generaal Spoorkazerne, zelfs samen met de KMS. Defensie rekent de potentiële besparing vanwege de verhuizing van het IDGO dan ook niet toe aan de plannen van Weert.

Al met al bieden de plannen van Weert/Limburg Defensie voor de voorzienbare toekomst uitzicht op een besparing van slechts enkele tonnen: de opbrengst van de energiebesparende maatregelen.

Conclusie

Mijn conclusie is dat het plan van Weert/Limburg niet beantwoordt aan de eis van Defensie, namelijk een plan dat voorziet in een substantiële vermindering van de exploitatielast voor Defensie. Daarom heb ik besloten mijn eerdere voornemen tot verplaatsing van de KMS naar Ermelo tot uitvoering te brengen.

De minister van Defensie, J. S. J. Hillen

Naar boven