Handeling

Datum publicatieOrganisatieVergaderjaarVergadernummerDatum vergadering
Tweede Kamer der Staten-Generaal2018-2019nr. 94, item 35

35 Sportbeleid

Aan de orde is het VAO Sportbeleid (AO d.d. 12/06).

De voorzitter:

Aan de orde is het VAO Sportbeleid. Ik heet de minister voor Medische Zorg van harte welkom. Ik geef mevrouw De Pater-Postma het woord namens het CDA.

Mevrouw De Pater-Postma (CDA):

Voorzitter. Ik wil de minister danken voor zijn antwoorden en voor de toezeggingen die hij tijdens het AO Sport heeft gedaan. Wat de CDA-fractie betreft staat er toch nog één punt open, namelijk het punt over de criminele inmenging bij amateursportverenigingen. Het CDA wil dat de regering actiever aan de slag gaat om de verenigingen en de vrijwilligers die daarmee te maken krijgen, te helpen om dit tegen te gaan. Ik dien daarover de volgende motie in.

Motie

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

overwegende dat uit onderzoek van de Taskforce Brabant Zeeland blijkt dat bij zeker vijf van de onderzochte twaalf amateurvoetbalclubs vermoedens bestaan dat criminelen er een voet tussen de deur proberen te krijgen;

overwegende dat er vermoedens bestaan dat deze clubs te maken hebben met dubieuze sponsors die talentvolle spelers met tonnen aan zwart geld binnenhalen, infiltratie van criminele trainers en spelers, en drugshandel in de kantine;

overwegende dat het onduidelijk is of deze vijf clubs hiermee het topje van de ijsberg vormen of uitzonderlijke gevallen zijn;

van mening dat vrijwilligers die zich bij de sportverenigingen inzetten gesteund moeten worden in het herkennen en tegengaan van criminele inmenging;

verzoekt de regering een breder onderzoek naar de aard en omvang van criminele inmenging in de amateursport in Nederland uit te voeren;

verzoekt de regering daarnaast kennis over het tegengaan van criminele inmenging te verspreiden onder amateursportverenigingen, bijvoorbeeld via de lokale en regionale sportakkoorden,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:

Deze motie is voorgesteld door de leden De Pater-Postma, Diertens en Rudmer Heerema. Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund.

Zij krijgt nr. 217 (30234).

Dank u wel. Dan geef ik nu het woord aan de heer Rudmer Heerema namens de VVD.

De heer Rudmer Heerema (VVD):

Voorzitter, dank u wel. Ik heb twee moties, die ik meteen voorlees.

Motie

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat sportverenigingen ondanks alle inspanningen niet kunnen voldoen aan de deadline die de overheid stelt met betrekking tot het terugdringen van chemische gewasbeschermingsmiddelen;

overwegende dat het niet de bedoeling kan zijn dat tienduizenden, zo niet honderdduizenden kindertjes niet meer kunnen voetballen, atletieken of hockeyen als de deadline overschreden wordt vanwege een onmogelijke eis vanuit het ministerie van IenW;

verzoekt de regering alles in het werk te stellen om een realistisch tijdpad te formuleren in samenspraak met de sportbonden en -verenigingen en zodoende te voorkomen dat tienduizenden, misschien wel honderdduizenden kindertjes niet meer kunnen voetballen, atletieken of hockeyen, of welke andere sport die getroffen wordt door de green deal dan ook,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:

Deze motie is voorgesteld door het lid Rudmer Heerema. Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund.

Zij krijgt nr. 218 (30234).

De heer Rudmer Heerema (VVD):

Voorzitter. Mijn tweede motie.

Motie

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat grote sportevenementen beter en sneller georganiseerd kunnen worden als verschillende departementen makkelijker in te schakelen zijn voor kennis en expertise;

overwegende dat er bij organisatoren van sportevenementen veel behoefte is om sneller kennis te kunnen nemen van wet- en regelgeving en te verkennen wat de mogelijkheden zijn om samen op te trekken met de rijksoverheid;

tevens overwegende dat de kennis die nu bij een sportevenement opgedaan wordt, onvoldoende ingezet lijkt te worden bij de organisatie van andere sportevenementen, omdat kennis verspreid in de rijksoverheid zit;

verzoekt de minister te onderzoeken op welke wijze een klein maar slagvaardig interdepartementaal sportevenementenloket vormgegeven kan worden waarbij in ieder geval de ministeries van VWS, EZ, IenW en Financiën betrokken worden,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:

Deze motie is voorgesteld door het lid Rudmer Heerema. Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund.

Zij krijgt nr. 219 (30234).

De heer Rudmer Heerema (VVD):

Over de laatste motie hebben we al het een en ander gewisseld tijdens het algemeen overleg Sport. Ik was even benieuwd of de minister daar misschien wat meer handen en voeten aan kan geven nu het wat geland is. Daarover ga ik straks graag nog even het debat met hem aan.

De voorzitter:

Dank u wel. Dan geef ik nu het woord aan mevrouw Westerveld namens GroenLinks.

Mevrouw Westerveld (GroenLinks):

Voorzitter. Veel voetbalclubs zijn financieel kwetsbaar. Bij grote problemen kloppen ze vaak aan bij de gemeente, terwijl we aan de andere kant ook zien dat er flinke bedragen gaan zitten in salarissen en transferkosten. Daarom is ook Europese samenwerking nodig, want buitenlandse clubs hebben dezelfde problemen. De minister gaf in het algemeen overleg er niet zo heel veel blijk van dat hij hier actie op wil ondernemen, dus ik heb twee moties.

Motie

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

overwegende dat veel voetbalclubs financieel kwetsbaar zijn;

overwegende dat de financiële kwetsbaarheid mede wordt veroorzaakt door hoge transferkosten en salarissen van spelers en veel onzekerheid over inkomsten omdat die sterk afhangen van sportieve resultaten zoals Europees voetbal;

overwegende dat andere landen, zoals Italië, fiscale voordelen geven aan voetbalclubs en hun spelers, wat zorgt voor een ongelijk speelveld en de druk om meer te gaan belonen in het voetbal;

overwegende dat de Europese regels omtrent staatssteun ontoereikend zijn om ongeoorloofde financiële steun aan voetbalclubs aan te pakken, zoals recent het geval bleek bij Real Madrid;

overwegende dat er dus (ook) een Europese aanpak nodig is voor het oplossen van de financiële kwetsbaarheid van voetbalclubs;

verzoekt de regering in Europees verband in gesprek te gaan over het creëren van een gelijk speelveld voor voetbalclubs door het wegnemen van nationale fiscale voordelen, en aan te dringen op betere Europese regels om staatssteun aan voetbalclubs tegen te gaan,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:

Deze motie is voorgesteld door de leden Westerveld en Diertens. Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund.

Zij krijgt nr. 220 (30234).

Motie

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

overwegende dat voetbalclubs bij financiële problemen meermaals bij gemeenten aankloppen;

overwegende dat het ongewenst is dat commerciële clubs met publiek geld geholpen worden;

overwegende dat de KNVB en de voetbalclubs afgelopen jaren beleid hebben gevoerd om de clubs financieel minder kwetsbaar te maken;

overwegende dat de Nederlandse Beroepsorganisatie van Accountants (NBA) in mei 2019 waarschuwde dat een kwart van de eredivisieclubs en twee derde van de clubs uit de Keuken Kampioen Divisie meer schulden dan bezittingen hebben en voetbalclubs nog steeds financieel kwetsbare organisaties zijn;

overwegende dat de Nederlandse Beroepsorganisatie van Accountants verschillende aanbevelingen doet aan clubs en aan de Koninklijke Nederlandse Voetbalbond, waaronder het eisen van een positief eigen vermogen;

verzoekt de regering bij de KNVB aan te dringen op het vereisen van een positief eigen vermogen binnen een afzienbare termijn, alsmede bij voetbalclubs aan te dringen op het overnemen van de aanbevelingen van de NBA,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:

Deze motie is voorgesteld door het lid Westerveld. Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund.

Zij krijgt nr. 221 (30234).

Dank u wel. De heer Van Aalst heeft nu het woord namens de PVV.

De heer Van Aalst (PVV):

Dank je wel, voorzitter. Heel kortweg: we hebben een AO gehad dat voor mij wat kort was in verband met wat andere vergaderingen die tegelijkertijd vielen. Maar volgens mij heb ik mijn punt duidelijk kunnen maken en is de enige partij die momenteel opkomt voor de banen van die hardwerkende vrouwen in de formule 1 de PVV. Daarom de volgende drie moties.

Motie

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat:

  • -het zeer te betreuren is dat de pitspoes door de FIA in de ban is gedaan en dreigt te ontbreken op Zandvoort 2020;

  • -hiermee vrouwen hun baan wordt afgepakt;

  • -hiermee wordt toegegeven aan feministische betutteling;

van mening dat:

  • -pitspoezen net zozeer bij de Formule 1 horen als de auto's;

  • -alleen een enorme zeikerd of jaloerse social justice warrior een mooie vrouw als een probleem ziet;

verzoekt de regering aan de organisatie van de Formule 1 duidelijk te maken dat de aanwezigheid van de pitspoes op Zandvoort 2020 belangrijk is en deel uitmaakt van de Nederlandse autosporttraditie,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:

Deze motie is voorgesteld door het lid Van Aalst. Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund.

Zij krijgt nr. 222 (30234).

De heer Van Aalst (PVV):

Voorzitter. Dan gaan we verder met de volgende motie over betutteling.

Motie

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat:

  • -het ontmoedigingsbeleid voor het drinken van alcohol steeds meer op betutteling gaat lijken;

  • -amateurclubs een groot deel van hun inkomsten uit de verkoop van alcoholische dranken krijgen;

van mening dat een "derde helft" na de wedstrijd gewoon moet blijven kunnen;

verzoekt de regering direct te stoppen met de betutteling op en langs de sportvelden en zorg te dragen dat er in de sportkantines gewoon nog een "derde helft" gespeeld kan worden,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:

Deze motie is voorgesteld door het lid Van Aalst. Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund.

Zij krijgt nr. 223 (30234).

De heer Van Aalst (PVV):

Voorzitter. Dan de laatste motie, over betutteling vanuit de EU.

Motie

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat:

  • -sportclubs met kunstgrasvelden waar rubberen korrels worden gebruikt in problemen komen door Europese regelgeving;

  • -duidelijk is geworden dat deze rubberen korrels geen bedreiging vormen voor mens en milieu;

van mening dat:

  • -de EU zich niet heeft te bemoeien met onze sportvelden;

  • -door deze overtrokken regelgeving sportclubs in de problemen komen;

verzoekt de regering er zorg voor te dragen dat in Nederland de rubber korrels nog gewoon gebruikt mogen worden op de kunstgrasvelden,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:

Deze motie is voorgesteld door het lid Van Aalst. Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund.

Zij krijgt nr. 224 (30234).

De heer Van Aalst (PVV):

Dank u wel.

De voorzitter:

Dank u wel. Dan geef ik tot slot het woord aan mevrouw Diertens namens D66.

Mevrouw Diertens (D66):

Dank u wel, voorzitter. Ik dank de minister voor de vele toezeggingen in het AO. Het was echt een fijn AO, waarin onder andere een symposium over de arbeidsmarkt in de sport en een onderzoek naar het stimuleren van buitenspelen zijn toegezegd, waarvoor dank. Ter stimulering nog drie moties — sorry, voorzitter.

De voorzitter:

Vooruit.

Mevrouw Diertens (D66):

Voorzitter.

Motie

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

overwegende dat de minister met NOC*NSF, SZW en UWV in gesprek gaat over WW-uitkeringen van topsporters bij trainingskampen en de WIA- en Wajong-rechten van paralympiërs;

verzoekt de minister om in kaart te brengen welke kansen en belemmeringen er zijn om in deze gevallen maatwerk te bieden en rekening te houden met de positie van paralympiërs en topsporters, en om de Kamer hier voor de behandeling van het wetgevingsoverleg Sport over te informeren,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:

Deze motie is voorgesteld door de leden Diertens, De Pater-Postma en Westerveld. Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund.

Zij krijgt nr. 225 (30234).

Motie

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

overwegende dat het onderzoeksproject Gold in Education and Elite Sport (GEES) heeft geleid tot een rapport met concrete aanbevelingen om de begeleiding van duale carrières in de sport te optimaliseren;

overwegende dat de duale carrière in de sport een van de hoofdonderwerpen is van het symposium over de arbeidsmarkt in de sport;

verzoekt de regering om de Kamer voor het wetgevingsoverleg Sport te informeren op welke wijze in Nederland invulling is gegeven aan de concrete acties om de begeleiding van duale carrières van sporters in Nederland te optimaliseren,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:

Deze motie is voorgesteld door de leden Diertens en Westerveld. Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund.

Zij krijgt nr. 226 (30234).

Motie

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

overwegende dat onderzoek aantoont dat, ondanks de toegenomen aandacht voor het belang van meer diversiteit in sportbonden, het aantal bonden zonder vrouw in het bestuur steeg;

overwegende dat oog voor diversiteit een van de onderdelen is die beoogd is om toegevoegd te worden aan de Code Goed Sportbestuur;

verzoekt de regering om in gesprek met de sportbonden te onderzoeken hoe de implementatie van de herziene Code Goed Sportbestuur, met daarbij oog voor diversiteit, jaarlijks zou kunnen worden gemonitord,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:

Deze motie is voorgesteld door de leden Diertens, De Pater-Postma en Westerveld. Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund.

Zij krijgt nr. 227 (30234).

De voorzitter:

Dank u wel, mevrouw Diertens.

Ik kijk naar de minister of er behoefte is aan een korte schorsing. Vijf minuten.

De vergadering wordt van 20.58 uur tot 21.03 uur geschorst.

De voorzitter:

Ik geef de minister het woord.

Minister Bruins:

Voorzitter, dank u wel. Er zijn elf moties. De eerste motie, de motie op stuk nr. 217 van mevrouw De Pater van de CDA-fractie, verzoekt de regering een breder onderzoek naar de aard en omvang van criminele inmenging in de amateursport in Nederland uit te voeren en daarnaast kennis over het tegengaan van criminele inmenging te verspreiden onder amateursportverenigingen, bijvoorbeeld via lokale en regionale sportakkoorden. Deze discussie hebben we onlangs ook gevoerd in het AO. Ik heb toen gezegd dat ik graag eerst de uitkomsten afwacht van het onderzoek dat nu loopt binnen het amateurvoetbal in Noord-Brabant en Zeeland en dat ik de uitkomsten van het onderzoek vervolgens graag wil bespreken met enerzijds de KNVB en anderzijds met mijn collega van JenV, aangezien ondermijning een breed maatschappelijk probleem is dat zich niet alleen in de sport voordoet. Ik heb toen aangegeven dat ik met JenV en de KNVB wil bekijken of vervolgonderzoek nodig is en op welke wijze dat zou moeten worden vormgegeven. Als er dan een dergelijk onderzoek zou moeten worden gestart, wil ik de aspecten die mevrouw De Pater in de motie op stuk nr. 217 neerlegt, wel meenemen. Als ik de motie tegen die achtergrond mag beschouwen, wil ik haar graag oordeel Kamer geven.

Mevrouw De Pater-Postma (CDA):

Ik zeg daar gewoon ja op.

De voorzitter:

Dan zitten jullie volgens mij op dezelfde lijn.

Minister Bruins:

Houden zo.

De voorzitter:

Voorlopig.

Minister Bruins:

De motie op stuk nr. 218 van de heer Heerema van de VVD-fractie verzoekt de regering alles in het werk te stellen om een realistisch tijdpad te formuleren in samenspraak met de sportbonden en sportverenigingen en zodoende te voorkomen dat tienduizenden, misschien wel honderdduizenden kindertjes niet meer kunnen voetballen, atletieken of hockeyen of welke andere sport die getroffen wordt door de green deal dan ook. In het AO van 6 juni heeft de staatssecretaris van IenW toegezegd in september uw Kamer een brief te sturen waarin het "verbod tenzij" wordt uitgewerkt. Op 12 juni heb ik op uw vraag geantwoord dat hierbij uiteraard wordt meegenomen dat er betaalbare, chemievrije alternatieven beschikbaar moeten zijn. Ik deel op dit moment dus niet de vrees van de indiener dat tienduizenden kinderen binnenkort niet meer zouden kunnen sporten. Uiteraard houden de collega van IenW en ik de vinger aan de pols en in september ontvangt u van ons de beloofde Kamerbrief over de uitwerking van de mogelijkheden tot uitzondering. Om die reden stel ik u voor om de motie aan te houden tot na de ontvangst van die brief.

De voorzitter:

En anders? Als de motie niet wordt aangehouden?

Minister Bruins:

Dan ontraad ik de motie.

De voorzitter:

Oké, dat had ik gemist.

Minister Bruins:

En ik wil graag eerst die brief van september zien.

Voorzitter. Dan de motie op stuk nr. 219 over het interdepartementale evenementenloket. De minister wordt verzocht te onderzoeken op welke wijze een klein maar slagvaardig interdepartementaal sportevenementenloket vormgegeven kan worden, waarbij in ieder geval de ministeries VWS, EZ, IenW en Financiën betrokken worden. In het debat hebben we ook dit thema besproken. Ik ben op dit moment met vele partijen in gesprek over deelakkoord 6, waarin ook interdepartementale samenwerking met betrekking tot evenementen aan bod komt. Graag wacht ik de verdere gesprekken met mijn partners over dat deelakkoord 6 af, alvorens invulling te geven aan de wijze waarop interdepartementale samenwerking met betrekking tot evenementen invulling gegeven wordt. Dan wil ik de input uit de motie daar graag bij betrekken. Om die reden wil ik vragen om ook deze motie aan te houden.

De voorzitter:

Ook hier geldt: mocht de motie niet worden aangehouden ... Maar de heer Rudmer Heerema wil iets zeggen.

De heer Rudmer Heerema (VVD):

De motie op stuk nr. 219, dus de laatste motie die besproken is, wil ik aanhouden.

De voorzitter:

Op verzoek van de heer Rudmer Heerema stel ik voor zijn motie (30234, nr. 219) aan te houden.

Daartoe wordt besloten.

De voorzitter:

Dan de motie op stuk nr. 220.

Minister Bruins:

Die motie is ondertekend door mevrouw Westerveld en mevrouw Diertens. Daarin wordt de regering verzocht in Europees verband in gesprek te gaan over het creëren van een gelijk speelveld voor voetbalclubs door het wegnemen van nationale fiscale voordelen en aan te dringen op betere Europese regels om staatssteun aan voetbalclubs tegen te gaan. Ik voel hier niet voor. Ik ontraad de motie. Ik hecht aan de eigen fiscale mogelijkheden van lidstaten en ga dat niet in Europese regels voor staatssteun regelen. Die Europese regels voor staatssteun zijn duidelijk en gelden voor iedereen. Daarom ontraad ik de motie op stuk nr. 220.

Dan de motie op stuk nr. 221. Daarin wordt de regering verzocht bij de KNVB aan te dringen op het vereisen van een positief eigen vermogen binnen een afzienbare termijn, alsmede bij voetbalclubs aan te dringen op het overnemen van de aanbevelingen van de NBA. Ik zie het vraagstuk, want ook dit thema hebben wij gewisseld in het debat. Het is duidelijk dat voetbalclubs bij financiële problemen aankloppen bij gemeenten. Die waarschuwing van de Nederlandse Beroepsorganisatie van Accountants is ook bij mij bekend. Voordat ik deze motie wil omarmen, zou ik eerst met de KNVB in gesprek willen gaan, zonder dat ik daar een bepaalde richting aan wil geven. Ik zou dus graag, als stap twee na ons debat, eerst met de KNVB dat gesprek willen voeren en u daarover dan terugkoppelen. Tot die tijd zou ik de indieners willen vragen om de motie aan te houden.

Mevrouw Westerveld (GroenLinks):

Dat lijkt me prima. Ik heb nog wel een vraag over de motie hierover. Daarvan zegt de minister: de regels voor staatssteun zijn voor iedereen duidelijk. Hij zegt meer, maar ook dit. Die regels zijn dus niet voor iedereen duidelijk. Dat schrijf ik ook in de motie. Als je bijvoorbeeld kijkt naar Madrid, dan blijkt dat de regels voor staatssteun helemaal niet duidelijk zijn. Daarom vraag ik in die motie om eens in gesprek te gaan met collega's uit andere landen. We verschillen enigszins van mening over de vraag of je als overheid geld mag geven aan een club. Het gaat natuurlijk ook om een gelijk speelveld voor alle voetbalclubs. Daar is iedereen bij gebaat.

Minister Bruins:

Wij verschillen hierover van mening. Ik denk inderdaad dat de Europese regels voor staatssteun wel duidelijk zijn en voor iedereen gelden. Dat is de reden waarom ik de motie op stuk nr. 220 ontraad.

Op de motie op stuk nr. 221 ben ik al ingegaan. Dan de motie op stuk nr. 222. Dat is een motie van de PVV-fractie.

De voorzitter:

Is de motie op stuk nr. 221 aangehouden of de motie op stuk nr. 222? Het gaat om de motie op stuk nr. 221.

De voorzitter:

Op verzoek van mevrouw Westerveld stel ik voor haar motie (30234, nr. 221) aan te houden.

Daartoe wordt besloten.

Minister Bruins:

Dan kom ik bij de motie op stuk nr. 222. Deze verzoekt de regering aan de organisatie van de Formule 1 duidelijk te maken dat de aanwezigheid van de pitspoes op Zandvoort 2020 belangrijk is en deel uitmaakt van de Nederlandse autosporttraditie.

Voorzitter. Ik ontraad deze motie. In het debat hebben we gewisseld dat er sprake kan zijn van een modelgarantie. Dat is de manier waarop de Nederlandse regering medewerking wil verlenen aan het evenement van de Formule 1. Maar de modelgarantie is niet een modellengarantie. Daarnaast ben ik van mening dat de FIA heel goed zijn eigen boontjes kan doppen.

De heer Van Aalst (PVV):

We kunnen er een grapje van maken, maar ik vind dat niet terecht. Ik vind dat de minister in dit geval gewoon moet zorgen dat deze werkgelegenheid niet verloren gaat in Nederland. Ik vind dat er zeker wel een taak weggelegd is voor de minister als het gaat om zo'n groot evenement. Als hij aangeeft dat het een commercieel evenement is en hij daar niets aan doet, dan moeten we er ook geen geld in pompen. Dat doet deze minister wel.

Minister Bruins:

Nee, wij steken geen geld in dit evenement. Het is de modelgarantie waardoor we de betrokkenheid van verschillende departementen aanhaken, bijvoorbeeld als het gaat over fiscale aspecten of het regelen van arbeidscontracten. Maar we steken nou juist geen geld in het evenement. Ik blijf de motie ontraden.

De voorzitter:

Tot slot de heer Van Aalst.

De heer Van Aalst (PVV):

Dat is een beetje onzin. We stoppen er natuurlijk wel geld in. We leggen allerlei infrastructuur aan. Dat kan tegenwoordig al binnen een jaar, als het om een groot evenement gaat. Het gaat, zoals de minister net al aangaf, wel om arbeidsomstandigheden en arbeidscontracten. Dat is nu precies waar deze motie om draait. Het gaat hier om arbeidscontracten van hardwerkende vrouwen. Daar kunt u nu een stokje voor steken en een signaal afgeven aan de FIA dat wij dat niet accepteren.

Minister Bruins:

Ik wil het nog wel een derde keer uitleggen, maar ik blijf de motie ontraden. Ik denk dat de FIA zijn eigen boontjes kan doppen.

Dan de motie op stuk nr. 223 over het redden van de derde helft en het stoppen met de betutteling. Hierin wordt de regering verzocht op en langs de sportvelden ervoor zorg te dragen dat er in kantines gewoon een derde helft gespeeld kan worden. Die derde helft moet gewoon blijven en die blijft ook gewoon. Nergens staat dat die niet zou kunnen blijven. Ik ontraad deze motie.

De voorzitter:

Ik wil dat u ook de volgende motie van de heer Van Aalst even beoordeelt. Dan krijgt hij daarna de gelegenheid om daar iets over te vragen.

Minister Bruins:

Dit was de motie op stuk nr. 223. In zijn laatste motie, die op stuk nr. 224, verzoekt de heer Van Aalst de regering er zorg voor te dragen dat in Nederland de rubberkorrels nog gewoon gebruikt mogen worden op de kunstgrasvelden. Ik ontraad ook deze motie. Er is sprake van Europees beleid en daar kan ik mij niet aan onttrekken.

De heer Van Aalst (PVV):

Voorzitter, waar zal ik beginnen? Het preventieakkoord geeft duidelijk aan dat er een alcoholverbod komt. Wij hebben onder andere gesproken met de KNVB. Die geeft duidelijk aan wel voor een ontmoedigingsbeleid te zijn, maar niet voor een verbod. Maar dat komt nu wel naar voren: een alcoholverbod op sportaccommodaties. Voor amateurverenigingen is de verkoop daarvan dé inkomstenbron. Volgens mij heeft het ook een negatieve invloed op het sporten, want dan gaan mensen hun derde helft ergens anders zoeken. Ik begrijp dus niet zo goed waarom de minister deze motie ontraadt.

Bij mijn laatste motie spreekt de minister over Europese regelgeving, maar dat is nou precies het punt van deze motie. Dit is ook weer zo'n verhaal. We willen dat alle mensen blijven sporten, maar vervolgens gaan we alle amateurclubs met kunstgrasvelden opzadelen met een gigantische kostenpost die ze niet kunnen dragen. We hebben net het onderhoud van gewone grasvelden overgedragen en nu hebben ze een kunstgrasveld. Dan komt Europa en zegt: het rubber moet eraf en er moet per se kurk op. Dat kost handen vol met geld en de minister verschuilt zich achter Europese regelgeving. Ik verwacht dat de minister daadkracht toont en zegt dat we die niet accepteren, want onze mensen moeten kunnen sporten.

Minister Bruins:

In zijn betoog over de motie op stuk nr. 223 refereert de heer Van Aalst aan het preventieakkoord. Dat preventieakkoord is met meer dan 70 partijen besproken, dus die derde helft staat als een paal boven water. Die kan gewoon altijd blijven. Ik denk dat het heel goed is om deze motie te ontraden.

Wat betreft de motie op stuk nr. 224 is het misschien spiegelbeeldig aan wat de heer Van Aalst zegt. Er is op dit moment al sprake van Europees beleid. Het is dus geen kwestie van instappen op Europees beleid, het ís op dit moment al zo. Wij kunnen ons dus niet onttrekken aan dat Europese beleid, omdat dat Europees beleid ís. Ik ontraad de motie op stuk nr. 224 dus.

De voorzitter:

Een laatste opmerking, meneer Van Aalst, want ik denk dat u uw moties gewoon in stemming moet brengen.

De heer Van Aalst (PVV):

Ja, dat ga ik zeker doen.

De voorzitter:

Ik denk niet dat jullie nu ineens dicht bij elkaar komen. Of heeft u die indruk wel?

De heer Van Aalst (PVV):

Ik heb de minister niet nodig om er een motie doorheen te krijgen. We hebben dit besproken in de commissie. Mijn collega's hebben aangegeven dat ze Europa niet laten bepalen hoe het met onze sportvelden gaat. Ik heb collega's daar toen zelfs op bevraagd. Ik reken dus op steun van mijn collega's.

Minister Bruins:

De motie op stuk nr. 225 verzoekt de minister in kaart te brengen welke kansen en belemmeringen er zijn om maatwerk te bieden en rekening te houden met de positie van paralympiërs en topsporters en verzoekt de minister ook om de Kamer hier voor de behandeling van het wetgevingsoverleg Sport over te informeren. Dat kan ik doen. Ik wil graag tegemoetkomen aan het verzoek dat is neergelegd in de motie. In het AO heb ik aangegeven dat ik hier eigenlijk niet aan zet ben. Dit ligt op het terrein van het ministerie van Sociale Zaken en van het UWV. Die zijn hierover met NOC*NSF in gesprek. Ik heb in het debat ook al aangegeven dat ik me prima een stoel aan tafel kan verschaffen bij dat gesprek. Dan kan ik voor het WGO terugkoppelen wat de uitkomsten daarvan zijn. Ik denk dat ik met dat laatste het meest tegemoetkom aan de wens van de Kamer, dus ik laat het oordeel over deze motie aan de Kamer. De motie op stuk nr. 225 krijgt dus oordeel Kamer.

De motie op stuk nr. 226 gaat over de duale carrière. Die motie verzoekt de regering om de Kamer voor het wetgevingsoverleg Sport te informeren over de wijze waarop in Nederland invulling is gegeven aan de concrete acties om de begeleiding van duale carrières van sporters in Nederland te optimaliseren. Ik laat deze motie oordeel Kamer. Het ondersteunen van duale carrières is onderdeel van een mooi programma van NCO*NSF TeamNL@work. Ik denk dat Nederland daar internationaal gezien in vooroploopt. NOC*NSF was dan ook nauw betrokken bij het onderzoeksproject Gold in Education and Elite Sport. De indiener van de motie heeft dit ook benoemd. Ze zijn nu de aanbevelingen uit het rapport aan het implementeren, dus deze motie krijgt oordeel Kamer.

De voorzitter:

Dan de laatste motie.

Minister Bruins:

De motie op stuk nr. 227 verzoekt de regering om in gesprek met de sportbonden te onderzoeken hoe de implementatie van de herziene code Goed Sportbestuur, met daarbij oog voor diversiteit, jaarlijks zou kunnen worden gemonitord. Ik laat deze motie oordeel Kamer. In de herziene code Goed Sportbestuur, waaraan hard wordt gewerkt voor de sport, staat diversiteit als een van de waarden benoemd. Concrete doelstellingen op deze waarden worden op dit moment uitgewerkt. Los van de code monitort NOC*NSF diversiteit al in het kader van het Sportakkoord. Het Mulier Instituut heeft in november vorig jaar een factsheet diversiteit uitgebracht en zal dat ook jaarlijks blijven doen. Oordeel Kamer dus, voorzitter.

De voorzitter:

Dank u wel. Daarmee zijn we aan het einde van dit VAO gekomen.

De beraadslaging wordt gesloten.

De voorzitter:

Over de ingediende moties zullen we volgende week dinsdag stemmen.

De vergadering wordt enkele ogenblikken geschorst.