Handeling

Datum publicatieOrganisatieVergaderjaarVergadernummerDatum vergadering
Tweede Kamer der Staten-Generaal2018-2019nr. 94, item 4

4 Vragenuur: Vragen Becker

Vragen van het lid Becker aan de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid over de schokkende cijfers dat het uitzetbeleid in vijf jaar 10.000 keer spaak liep.

De voorzitter:

Aan de orde is de vraag van mevrouw Becker over de schokkende cijfers dat het asielbeleid de afgelopen vijf jaar spaak liep. Ik heet onze nieuwe staatssecretaris van Justitie en Veiligheid van harte welkom. Het is even wennen. Het is de eerste keer dat u in vak-K zit. We kennen elkaar in een andere hoedanigheid. Het is ook voor mij even wennen, maar van harte welkom!

Het woord is aan mevrouw Becker, namens de VVD.

Mevrouw Becker (VVD):

Dank u wel, voorzitter. Ook ik heet de staatssecretaris natuurlijk van harte welkom in ons parlement en ik wens haar heel veel succes met misschien wel de belangrijkste portefeuille van deze tijd, Migratie en Asiel.

Voorzitter. Het is in vijf jaar tijd 10.000 keer niet gelukt om uitgeprocedeerde asielzoekers het land uit te zetten, zo lazen we gisteren in De Telegraaf. Van veilige landen als Marokko en Algerije, maar ook van Ivoorkust en Ghana kreeg Nederland maar liefst 2.000 keer een nee te horen. Erger nog, meer dan 8.000 keer kwam er überhaupt geen reactie. Dit is onacceptabel. Mensen die de zorgvuldige procedure hebben doorlopen en niet aan de voorwaarden voldoen om hier te mogen blijven, moeten terug naar de plek waar ze vandaan komen. Twee weken geleden concludeerde de commissie-Van Zwol dat nagenoeg iedereen die terug wil, ook terug kan, maar dat het probleem is dat een deel niet terug wil en weigert mee te werken, ondanks het feit dat Nederland alles voor hen regelt, zoals een vergoeding van het vliegticket en geld voor re-integratie in het thuisland. Zet deze mensen dan gedwongen in het vliegtuig, zou je zeggen. Dat is precies wat er moet gebeuren, maar dan hebben we wel dat land van herkomst nodig om een laissez-passer te verstrekken. Die landen weigeren dus stelselmatig en nemen Nederland eigenlijk niet serieus.

We hebben daarom in het regeerakkoord niet voor niets afgesproken dat het kabinet afspraken moet maken met die landen en niet alleen positieve maar ook negatieve prikkels moet inzetten, zoals het verstrekken of onthouden van ontwikkelingsgeld, het verstrekken of weigeren van visa voor inwoners of het verstrekken of intrekken van landingsrechten van vluchten vanuit ons land. Hoe staat het hiermee, zo vraag ik de staatssecretaris. Hoeveel afspraken heeft het kabinet tot nu toe met deze landen weten te maken en hoe vaak zijn deze drukmiddelen gebruikt? Is de staatssecretaris bereid zo snel mogelijk met de genoemde landen te spreken en vaker deze harde middelen in het vooruitzicht te stellen? En wil zij dit niet alleen als Nederland doen, maar dit ook bepleiten in de EU? Naar een land als Ivoorkust gaat bijvoorbeeld maar liefst 308 miljoen Europese ontwikkelingshulp. Verbind dat op z'n minst aan de voorwaarde dat Ivoorkust gaat meewerken aan terugkeer. Ik hoop dat de staatssecretaris bereid is hiermee aan de slag te gaan.

De voorzitter:

Dan geef ik nu het woord aan de staatssecretaris.

Staatssecretaris Broekers-Knol:

Dank u wel, voorzitter. Ook dank voor uw welkomstwoord. Het is inderdaad een totaal andere setting waarin ik me nu ineens bevind. Maar zoals ik gezegd heb: het is geen eenvoudige portefeuille, maar ik ga er met enthousiasme mee aan de slag.

Dank voor uw vragen, mevrouw Becker. Het is inderdaad onacceptabel, zoals u zegt, dat het 10.000 keer niet gelukt is om iemand terug te krijgen. U zegt: de mensen moeten terug, maar de landen werken niet mee en in het regeerakkoord is daar een afspraak over gemaakt. Het is inderdaad zo dat er hard gewerkt wordt aan afspraken met landen om te zorgen dat mensen terug kunnen keren. Ik ben daar een groot voorstander van. Als het nodig is, moeten daar harde en zachte prikkels voor gebruikt worden. Het kan namelijk niet zo zijn dat een land aan de ene kant een hoop geld krijgt voor welke activiteiten dan ook, en tegelijkertijd weigert om mensen terug te nemen. Daar is inmiddels een Hoogambtelijke Taskforce Migratie voor ingesteld, maar er is natuurlijk samenwerking in het kabinet voor nodig. Het is niet iets wat de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid in haar eentje kan doen, maar het is iets wat samen gedaan moet worden met SZW, Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking en Buitenlandse Zaken, kortom, een kabinetsbrede samenwerking. Ik zeg dit niet om iedereen meteen op afstand te houden, maar het is wel keihard nodig. Als het nodig is dat ikzelf me daar nog meer voor inzet door bij landen langs te gaan en bezoeken af te leggen om daar gesprekken over te voeren, dan ben ik daar van harte toe bereid.

Ik wil nog wel zeggen dat de Dienst Terugkeer en Vertrek met een aantal landen ook bilaterale overeenkomsten sluit voor terug- en overname. Er is een hele rij landen waar ze die afspraken mee hebben. Die werken wel, maar dat laat onverlet dat het in een heleboel gevallen niet lukt en dat er landen zijn die weigeren mee te werken. Ik zou u willen toezeggen om na de zomer met een rapportage te komen over een en ander. Niet alleen u heeft gezegd dat er keihard aan gewerkt moet worden; ik zeg dat ook en het staat ook in het regeerakkoord. Ook in het rapport van Van Zwol dat vrij recent is verschenen, staat in een aanbeveling dat er meer moet worden ingezet op terugkeer en vertrek. Nogmaals, als ik eraan kan meewerken om daarvoor te zorgen, natuurlijk niet alleen in de kabinetsbrede samenwerking, maar ook door bepaalde landen zelf te bezoeken om te kijken of ik ze zo ver kan krijgen om daaraan mee te werken, dan deins ik daar niet voor terug. Ik vind het heel hard nodig om dat te doen.

Mevrouw Becker (VVD):

Ik ben blij dat de staatssecretaris zegt dat zij hier prioriteit aan wil geven en dat zij zich er persoonlijk mee wil gaan bemoeien. Zij zegt toe om in de zomer naar de Kamer te sturen wat de vorderingen zijn.

Staatssecretaris Broekers-Knol:

Na de zomer.

Mevrouw Becker (VVD):

Sorry, na de zomer. Ik zou graag willen weten of ze dan ook inzichtelijk kan maken hoe vaak die harde maatregelen zijn ingezet, en of het moment bereikt is dat we die misschien moeten gaan inzetten. Misschien kan ze daar in de rapportage op ingaan. Dat dat nodig is, lijkt de VVD wel duidelijk. Ik wilde ook nog vragen of de staatssecretaris bereid is de cijfers, zoals we die gisteren in De Telegraaf hebben moeten lezen, naar de Kamer te sturen.

Ook zou ik van de staatssecretaris willen weten wat ze verder nog kan doen om gedwongen terugkeer te versnellen. Ik las dat Noorwegen bijvoorbeeld op ambassades speciale medewerkers heeft zitten, die zich volledig bezighouden met het terugkeerproces in de landen van herkomst die moeilijk meewerken. Is de staatssecretaris bereid om de optie om dit als Nederland ook te doen, te bespreken met haar collega van Buitenlandse Zaken en te kijken of we dit kunnen inzetten?

Ik zou ook nog het volgende aan de staatssecretaris willen vragen. Er is heel veel gezegd over hoe de Europese regelgeving soms in de weg zit aan het laten terugkeren van mensen. We kunnen uitgeprocedeerden bijvoorbeeld niet altijd uitzetten naar een land in de regio, anders dan het land van herkomst, want er moet dan een speciale binding mee zijn. Wij vinden als VVD dat dit misschien zou kunnen worden verruimd. Hoe denkt de staatssecretaris daarover?

Tot slot, voorzitter. Voor de VVD is wel duidelijk dat de hardnekkige problemen die we zien, zoals overlast, misbruik of het weigeren vanuit Nederland te vertrekken, aantonen dat het Nederlandse asielsysteem fundamenteel anders moet. Daarbij moeten mensen niet meer helemaal naar Europa komen om asiel aan te vragen, maar zo veel mogelijk in een veilig land in de regio horen of zij recht hebben op opvang daar. Dan zou Nederland alleen nog beperkte aantallen vluchtelingen tijdelijk op uitnodiging hiernaartoe kunnen laten komen. Die kunnen alleen blijven als zij op een positieve manier meedoen. Daar hebben we voor nodig dat die landen gaan meewerken aan opvang in de regio: afspraken met Afrikaanse landen. Ik hoop dat de staatssecretaris die stappen kan zetten, dat zij vaak in het vliegtuig wil stappen, afspraken met die landen wil maken en daar echt een prioriteit van wil maken in haar beleid.

Dank u wel, voorzitter.

Staatssecretaris Broekers-Knol:

Voorzitter. Er zijn nog een aantal vragen gesteld, allereerst over de cijfers. Natuurlijk gaan de cijfers die aan De Telegraaf zijn verstrekt, ook naar uw Kamer. Daar is geen twijfel over.

Dan het voorbeeld van Noorwegen dat mevrouw Becker aanhaalt. Ik moet eerlijk zeggen dat ik daar kennis van heb genomen via de krant. Het is een aantrekkelijke optie. Het klinkt inderdaad goed om in de verschillende landen op de diplomatieke missie mensen te hebben die zich juist daarmee bezighouden. Ik moet daar wel bij zeggen dat er Europese liaison officers zijn. Daar maakt Nederland ook gebruik van. Wat dat betreft wordt er dus wel iets gedaan. We maken ook gebruik van onze diplomatieke posten, maar dat is iets anders dan wat Noorwegen op de posten doet, zoals mevrouw Becker noemde. Zij hebben namelijk speciale mensen die zich daarmee bezighouden. Ik denk dat het een goed idee is voor mij om daarnaar te kijken en dat met de minister van Buitenlandse Zaken te bespreken. Ik denk dat ik dat punt in de rapportage die ik aan mevrouw Becker heb toegezegd voor na het zomerreces, voor zover ik er dan al iets over kan zeggen, zeker kan meenemen.

Dan wat betreft de binding. Daar wordt naar gekeken in het kader van de herziening van de procedurerichtlijn. Ik moet u zeggen dat dit helaas stilligt op dit moment, in afwachting van de nieuwe Europese Commissie. Wel wil ik, en dat zeg ik heel duidelijk tegen mevrouw Becker, een verruiming van dat begrip. Daar wordt dus van mijn kant hard aan gewerkt.

Ten slotte de opvang in de regio. Mevrouw Becker heeft mijn reisschema al bijna vastgesteld. Het is zo ongeveer vliegtuig in, vliegtuig uit. Opvang in de regio is inderdaad belangrijk, met veilige landen die daarvoor kunnen zorgen. Eerlijk gezegd is het lastig gebleken om dat in Europees verband te doen, want ieder land heeft een ander lijstje. Dat maakt het niet zo heel erg makkelijk. We hebben wel veel steun aan veel organisaties die opvang bieden en die kwalitatief goed zijn, zoals de UNHCR, want wij vinden dat ze kwalitatief goed moeten zijn. Ik probeer landen te bezoeken om ervoor te zorgen dat ze mensen terugnemen en op deze manier wil ik ook met landen gaan praten om te kijken of er opvang in de regio kan zijn.

De voorzitter:

Dank u wel, mevrouw Becker. Dan geef ik het woord aan de heer Bisschop namens de SGP.

De heer Bisschop (SGP):

Allereerst veel vreugde, wijsheid en zegen aan de staatssecretaris bij het vervullen van deze boeiende taak ... De emoties worden sommige collega's even te groot.

De voorzitter:

Dat was mevrouw Kuiken.

De heer Bisschop (SGP):

Ik kan me voorstellen dat ze zo meeleeft; dank u wel. Ik merk aan de staatssecretaris dat ze zeer bereid is om dit probleem aan te pakken. Dit probleem speelt al heel lang, in ieder geval sinds ik het dossier onder mijn hoede heb. Maar tot nu toe zijn heel veel van de maatregelen die ik de staatssecretaris hoor noemen eigenlijk tevergeefs geweest. Wat gaat de staatssecretaris als eerste doen om het uitzetbeleid tot een succes te maken?

Staatssecretaris Broekers-Knol:

Ten eerste ga ik zorgen dat ik het heel goed in mijn vingers heb. U hoeft niet te denken dat ik daar een jaar voor nodig heb. Dat ga ik razendsnel doen.

De heer Bisschop (SGP):

Volgende week?

Staatssecretaris Broekers-Knol:

Morgen misschien wel; nee, laten we geen grapjes maken. Maar dat is als allereerste van belang. Ik heb mij dat echt voorgenomen. Ik heb een missie in dezen. Het is een lastige portefeuille. Het is ook heel lastig dat er voortdurend stukken in de pers komen over overlast of mensen die niet terug willen; noem het maar op. Ik vind dat ik er vanuit mijn positie voor moet zorgen dat we de Nederlandse burgers een dusdanig beleid kunnen presenteren en handhaven dat men kan zeggen: oké, daar wordt hard aan gewerkt.

De voorzitter:

Uw tweede vraag, meneer Bisschop.

De heer Bisschop (SGP):

De voornemens waardeer ik zeer. Alleen, ik zou graag concrete stappen horen voor deze week nog, of voor volgende week, zodat we de week erop het bericht krijgen dat er tien verplicht zijn uitgezet, wat eerder niet lukte maar dan wel. Wat gaat de staatssecretaris doen? U ziet: wij zien hunkerend uit naar uw daadkracht.

Staatssecretaris Broekers-Knol:

Dat begrijp ik. Als u denkt dat ik morgen meteen op het vliegtuig stap naar ik-weet-niet-welke landen die in een rijtje staan, dan heb ik nog geen concrete uitkomst maar heb ik wel een concrete stap gezet. Ik wil die stappen best zo snel mogelijk zetten, maar op dit moment wil ik precies boven water krijgen waar het grote lek zit. Het rapport van Van Zwol helpt mij daar enorm bij.

De heer Voordewind (ChristenUnie):

Ik heet uiteraard ook de nieuwe staatssecretaris van harte welkom in deze Kamer. Ik zie uit naar een goede samenwerking met haar en wens haar heel veel wijsheid toe. Goed dat we dit onderwerp nu weer bespreken, want als we de cijfers zien, moeten we ons echt grote zorgen maken over ons uitzetbeleid. We hebben het voorbeeld van Noorwegen gezien. Ik stel het zeer op prijs dat de staatssecretaris daarop ingaat, om te kijken wat we daarvan kunnen leren. We hebben ook de lvv's, de landelijke voorzieningen vreemdelingen, inmiddels in werking gesteld. De staatssecretaris stuurt na de zomer een brief naar de Kamer. Kan ze daarin ook de stand van zaken met betrekking tot de lvv's vermelden? Dan kunnen we zien of we daar straks een goede slag maken.

Staatssecretaris Broekers-Knol:

Daar kan ik een heel simpel antwoord op geven: ja.

De heer Groothuizen (D66):

Felicitaties aan de staatssecretaris. Als ik de harde woorden van mevrouw Becker over de voorgangers van deze staatssecretaris hoor, dan beloven het interessante tijden te worden op dit dossier. Ik heb een vraag. Er zijn veel stoere dingen gezegd en de staatssecretaris heeft een reactie op het rapport-Van Zwol toegezegd. Ik zou daar ook graag een overzicht in willen van wat nou reëel is. Wat kunnen we nou met de landen die niet meewerken, daadwerkelijk bereiken? Er worden dingen gezegd over visumbeleid, landingsrechten en OS-beleid maar wat kunnen we nou echt inzetten? Kan de staatssecretaris toezeggen dat er bij de reactie een bijlage komt met de tien belangrijkste landen waar we mensen naar terug willen sturen, wat problematisch is, met de mogelijkheden en ook de onmogelijkheden? Dan hebben we volgens mij als Kamer echt een overzicht waaruit we eventueel kunnen kiezen.

Staatssecretaris Broekers-Knol:

Dat klinkt heel aantrekkelijk, maar u moet wel goed begrijpen dat het uiteindelijk een enorme diplomatieke inspanning vergt. Het is niet zo dat we naar een land kunnen gaan en zeggen: luister eens, vrinden, jullie krijgen van ons — ik zeg maar wat — 100 miljoen maar dan moet je wel tien mensen of 100 mensen terugnemen en dat op een lijstje zetten want anders doen we van "tatatatata". De samenwerking met de collega's van SZW, Buitenlandse Zaken en Ontwikkelingssamenwerking is ontzettend belangrijk om dat op een heel verstandige manier te doen, want als we het begin niet goed aanpakken, gaat het helemaal niet lukken. Dus ik heb u toegezegd dat we er kabinetsbreed keihard aan gaan werken, met harde en zachte prikkels, maar om een lijstje te geven in de zin van "land A, die prikkels, want anders" lijkt mij in de onderhandelingstechniek niet de aangewezen wijze.

Mevrouw Van Toorenburg (CDA):

Fijn om de staatssecretaris vandaag al in ons midden te hebben. Er zijn natuurlijk ook heel duidelijke Nederlandse negatieve prikkels die kunnen helpen om ervoor te zorgen dat mensen willen vertrekken. Mag ik aan de staatssecretaris vragen of ze die zo ver mogelijk wil oprekken? Want als mensen weten dat ze achter een gesloten deur komen als ze zich niet gedragen, dan hebben ze misschien ook veel minder de neiging om dat in Nederland te doen. Wil de staatssecretaris dat punt meenemen?

Verder heb ik nog een heel specifieke vraag, nu ook de andere minister er bij is. Ik heb gevraagd aan de voorganger van deze staatssecretaris om specifiek aandacht te besteden aan de jezidi's die nu worden teruggestuurd naar kampen waar ze onveilig zijn. Mag ik vragen daar met prioriteit aandacht aan te besteden?

Staatssecretaris Broekers-Knol:

Om op dat laatste, de jezidi's, in te gaan: daar wordt grondig aandacht aan besteed. Daar hoeft u zich geen zorgen over te maken.

Wat betreft terugkeer en vertrek en het onaantrekkelijk maken om in Nederland te zijn, denk ik dat het inderdaad nodig is om de marges op te zoeken. Het moet natuurlijk juridisch kloppen. Het hoeft ook niet heel erg akelig te zijn, maar je kunt er wel zorgen dat het sober, sober en nog eens sober is.

De heer Baudet (FvD):

Dit is het eerste moment dat wij met de nieuwe staatssecretaris van onder meer migratiezaken spreken en het bevalt mij eerlijk gezegd helemaal niet. Ik hoor een weifelende toon. Ik hoor tijd. Ze heeft de hele zomer nodig en ze wil na de zomer misschien terugkomen met een rapport enzovoorts. Dit is zo ongeveer het grootste schandaal van de afgelopen jaren: 10.000 mensen die gewoon weg hadden moeten gaan, gaan niet weg. Waarom hoor ik u niet zeggen: dit had gisteren moeten gebeuren, ik ga schoon schip maken, ik ga er keihard in, mensen vastzetten als ze niet vrijwillig weggaan en, inderdaad, landingsrechten dreigen in te trekken van landen die mensen niet terug nemen en ontwikkelingshulp en alle vormen van financiële transfers stopzetten? Wij zijn toch een heel sterk land dat allemaal dingen kan doen? Sla met uw vuist op tafel. Laat zien, ook aan de Kamer en ook aan de mensen in Nederland, dat u dit nu echt voortvarend wil gaan aanpakken.

Staatssecretaris Broekers-Knol:

Het klinkt heel erg stoer wat de heer Baudet zegt. Ik ben helemaal niet van plan langzaam te opereren. Wat ik duidelijk heb gezegd, is dat we wel in een wettelijk systeem zitten. We zijn een rechtsstaat. Ik wil de grenzen opzoeken van wat we kunnen, zoals ik al tegen mevrouw Van Toorenburg heb gezegd. Dat is het systeem waar ik in zit. Om de heer Baudet misschien tevreden te stellen: bij belangrijke zaken als deze geldt "festina lente".

De voorzitter:

Ik zie ook de heer Hiddema namens Forum voor Democratie.

De heer Hiddema (FvD):

Ik ben het meestal eens met mijn politiek leider en dan heb je het gevaar van overlap, maar ik kom mevrouw ook eventjes welkom heten. Ik ben blij dat we weer een staatssecretaris hebben; dan hebben we tenminste iemand om aan te spreken. Mevrouw Bekker stond er net. Zij heeft u gevraagd naar de ontwikkelingen binnen het ministerie richting veilige landen. Zij heeft gevraagd wat tot nu toe aan mogelijke sancties met die landen is besproken. U zit er nou net. U bent, denk ik, geschokt door dat cijfer van 10.000. Ik zou me kunnen voorstellen dat u inmiddels al een indruk heeft gekregen van hoe het zover heeft kunnen komen. Wij worden hier al jarenlang zoet gehouden met de boodschap: wij gaan overleggen met Marokko en Algerije. Ik noem maar een dwarsstraat. Mevrouw Bekker vroeg u net: wat is daar besproken? Welke concrete sanctiemogelijkheden zijn met die landen besproken? Simpel gezegd: wat is in die richting gedaan?

Staatssecretaris Broekers-Knol:

Ik heb al eerder gezegd dat dit vraagt om een kabinetsbrede samenwerking, met harde en zachte prikkels. Het kan niet zo zijn dat de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid naar Marokko gaat en zegt: ik pak je landingsrechten af als jullie die mensen niet terugnemen. Het is een kabinetsbrede aanpak en daar is de Hoogambtelijke Taskforce migratie voor ingesteld. Die werkt daar keihard aan, maar ook ik ga daar keihard aan werken, met mijn collega's. Dat is mijn antwoord.

De voorzitter:

Meneer Hiddema, elke fractie heeft recht op twee vragen. Die zijn nu gesteld door Forum voor Democratie.

De heer Van Wijngaarden (VVD):

Het is begrijpelijk dat de staatssecretaris zegt dat zij niet in één klap alle mogelijke sancties die je in kunt stellen, op tafel gaat leggen. Dat zou niet verstandig zijn. Maar het is misschien goed om even richting de staatssecretaris te markeren dat we hier al wel twee jaar mee bezig zijn. De vraag is wanneer ons geduld op is. Ik zou de staatssecretaris willen vragen om dat mee te nemen in haar overwegingen in de kabinetsbrede reactie op de sanctiemogelijkheden richting specifieke landen.

Staatssecretaris Broekers-Knol:

Ik begrijp heel goed wat meneer Van Wijngaarden zegt. Het gevoel dat hij heeft — we zitten hier al twee jaar mee en wat schieten we op? — bekruipt veel mensen, ook mij. Ik heb het al toegezegd aan mevrouw Bekker en anderen: ik ga er keihard mee aan de slag.

O, het spreekgestoelte gaat omhoog; wat interessant!

Wat ik wil zeggen, is dat u er echt op kunt vertrouwen dat ik mijn uiterste best ga doen om de problemen die er zijn op te lossen, want uiteindelijk moeten wij zorgen dat wij daar in Nederland op een goede manier mee omgaan, zodat iedereen zegt: het is inderdaad een probleem, maar we hebben het goed op orde. We moeten ervoor zorgen dat de vragen die telkens in de krant verschijnen, niet meer verschijnen. Dat is mijn inzet. Ik kan het niet helemaal definitief beloven. Het is een inspanningsverbintenis; ik kan geen resultaatsverbintenis beloven.

De voorzitter:

Dank u wel.