Handeling

Datum publicatieOrganisatieVergaderjaarVergadernummerDatum vergadering
Tweede Kamer der Staten-Generaal2018-2019nr. 94, item 34

34 Europese top van 20 en 21 juni 2019

Aan de orde is het debat over de Europese top van 20 en 21 juni 2019.

De voorzitter:

Aan de orde is het debat over de Europese top van 20 en 21 juni 2019. Ik heet de minister-president wederom van harte welkom en geef als eerste spreker het woord aan de heer Asscher namens de PvdA.

De heer Asscher (PvdA):

Voorzitter, dank u wel. Dit debat vindt plaats aan de vooravond van de Europese top over waar wij de komende vijf jaar met Europa naartoe willen. Ik vind het passend om aan het begin van het debat toch stil te staan bij de waarden van Europa. Waar is die samenwerking op gebaseerd? Het gaat over solidariteit, vrede, veiligheid en welvaart. In dat kader vind ik dat wij ook als Kamer moeten stilstaan bij wat er is gebeurd bij onze buren in Duitsland. Daar is een collega van ons vermoord, een collega van het CDU. Naar we deze week begrepen, is dat gebeurd om politieke redenen of houdt de Duitse justitie daar rekening mee. Banden met neonazi's bij de dader of de vermoedelijke dader zijn aangetoond. Ik zou de minister-president willen vragen onze steun en solidariteit met Duitsland te betuigen in de richting van zijn collega en in de richting van de nabestaanden daar en ook om op die Europese Raad ferm uit te spreken dat we alles in het werk zullen stellen om te strijden tegen dit soort extremismen en te zorgen dat we in Europa gevrijwaard blijven van dit soort vormen van terreur die zich nu richten tegen een van onze collega's. Voorzitter. Als je kijkt naar wat ons te doen staat, is het belangrijk je te realiseren dat 70% van de mensen in West-Europa sinds 2004 geen reële inkomensstijging heeft meegemaakt, terwijl de economie, die een crisis heeft gekend, allang weer aan het groeien is. We zien dat de winsten van bedrijven echt weer op orde zijn, we zien de aandeelhouders feestvieren, we zien de topmannen van de bedrijven feestvieren. Vaak gaat dat ook samen. Het is belangrijk om daar wat aan te doen als je de onvrede over Europa wilt begrijpen en bestrijden. Het pleidooi van de minister-president in zijn andere politieke hoedanigheid vergt dan ook een vervolg. Dit is namelijk niet alleen een Nederlands probleem, maar dit speelt in heel West-Europa een rol en is deels het gevolg van een beleid, een cultuur, in Europa waarbij die bedrijven telkens gefaciliteerd werden om juist werknemers te laten concurreren op lagere arbeidskosten, om die concurrentie niet te zoeken in de toegevoegde waarde, maar in zo laag mogelijke kosten. We moeten ook op Europees niveau aandringen op maatregelen en voorstellen ontwikkelen om te zorgen dat een reëler deel van de winsten terechtkomt bij de werkende klasse in Nederland, in Europa.

In dat licht vind ik het teleurstellend dat op de strategische agenda één belangrijk punt ontbreekt, terwijl de Europese Commissie er eerder wel voor had gepleit om dat erop te zetten. De hele sociale pijler, de hele noodzaak van het beschermen van werknemers in alle opzichten, lijkt verdwenen te zijn uit de strategische agenda, terwijl alle andere onderwerpen terugkomen. Ik zou de minister-president willen vragen om ervoor te pleiten dat dit punt ten volle op de agenda komt; sterker nog, dat er concrete voorstellen komen. We hebben hier in december 2017 de motie-Ploumen over aangenomen. We weten van de minister-president dat hij die agenda op zichzelf steunt. Het is belangrijk om dit in de strategische agenda op te nemen, want — dat is een bruggetje naar het vervelende brexitonderwerp, dat inderdaad lijkt op een feuilleton van een buitengewoon slechte televisieserie — die brexit is deels veroorzaakt door onvrede over arbeidsmigratie. Die onvrede gaat niet weg als we tegen de Britten alleen maar zeggen: wat zijn jullie dom bezig. Die gaat weg als je zorgt dat mensen fatsoenlijk betaald worden voor hun werk en erop vooruitgaan in Europa. Met de verkiezing van een nieuwe hoofdfiguur, hoe beklagenswaardig ook, daar in die brexitsoap, moeten we, vrees ik, ook steeds meer rekening houden met een harde brexit. De vraag in hoeverre we daar nu wel goed op voorbereid zijn en in hoeverre we de Nederlandse werkende klasse goed beschermen, zou ik dus aan de premier willen meegeven.

Voorzitter. De Europese verkiezingen, die een hogere opkomst en heel diverse uitkomst kenden, lijken in Nederland goed verlopen te zijn, maar we zien steeds meer berichten dat er wel degelijk pogingen zijn gedaan door de Russische overheid of door andere Russische actoren om de Europese kiezers te beïnvloeden. Zo was er een bericht dat meer dan 240 miljoen mensen geconfronteerd zijn met bewust verspreid nepnieuws. Ik denk dat de tijd daar is om vanuit Europa gezamenlijk een wat harder signaal te geven dan er alleen maar over te praten met de techbedrijven. Het is toch weer een poging om te interfereren in een democratisch proces, het een-na-grootste democratische proces dat we kennen in de wereld. Dat zullen we moeten beschermen. Dat vergt verdediging. Ook dat is een Europese waarde waar we pal voor moeten staan.

Voorzitter, tot slot. Juist voor de komende vijf jaar zou ik het kabinet willen oproepen om een agenda van bescherming, vrijheid en welvaart te benadrukken. Dat betekent dat niet alleen in Nederland, maar ook in de rest van Europa mensen boven multinationals moeten gaan. Het zou mij een lief ding waard zijn als dat vanuit de festivalzaaltjes wordt overgebracht naar de vergaderzalen waar de beslissingen genomen kunnen worden.

Dank u wel.

De voorzitter:

Dank u wel, meneer Asscher. Dan geef ik nu het woord aan de heer Verhoeven namens D66.

De heer Verhoeven (D66):

Voorzitter, dank u wel. Ik sluit me graag aan bij de oproep waar de heer Asscher mee begon, want dat lijkt mij een terechte oproep.

Voorzitter. Vandaag debatteren wij over een aantal belangrijke onderwerpen, waaronder de benoemingen, het klimaat, het Meerjarig Financieel Kader, de Europese begroting, Rusland en brexit. Die onderwerpen staan onder andere op de agenda. Dat zijn allemaal grote onderwerpen. Ook ik wil even stilstaan bij de vraag waar de Europese Unie nou voor staat, zo net na de verkiezingen. Wat ons betreft, wat D66 betreft, staat de Europese Unie voor een Unie die resultaten biedt voor haar inwoners, die welvaart en bescherming kan bieden aan mensen en die probeert dat via samenwerking te doen en niet via blokkades en veto's.

Dat vraagt om drie goed functionerende instituties. Een Europees Parlement dat echt de kiezer vertegenwoordigt. Het vraagt om lidstaten die samenwerken in de Europese Raad en het vraagt om een Europese Commissie die wetten maakt en die ook effectief en efficiënt kan optreden om de belangrijke, grote, grensoverschrijdende thema's op te pakken met de juiste persoon op de juiste plek.

Om te beginnen met dat Europees Parlement, daarin is gebleken tijdens die verkiezingen dat de Europese democratie leeft en opleeft. Een hogere opkomst, met ook nog eens een breed, meer gevarieerd pro-Europees midden. De sociaaldemocraten en de christendemocraten kunnen niet meer samen de dienst uitmaken. Ze moeten samenwerken met de Groenen en ze moeten samenwerken met de liberalen, die voortaan Renew Europe heten, zeg ik ook tegen de heer Mulder, die natuurlijk samen met mij tot die prachtige familie behoort, en ook de premier overigens.

Daarbij is het van belang dat we de verkiezingsuitslag ook vertalen naar de manier waarop we de bemanning van de belangrijke posities van Europa doen. Dat staat ook in het Europees Verdrag. Dus mijn eerste vraag aan de premier is — ik weet dat dat een delicaat proces is, waar hij lang niet alles over kan zeggen, dat zal ik hem ook niet vragen — hoe gaat hij de verkiezingsuitslag proberen mee te nemen in de benoemingen? Hoe werkt dat?

Dan dat tweede instituut waar ik het over had. Dat is de raad van regeringsleiders. Daar is het probleem dat er veel verdeeldheid is, blokkades, veto's, landen die in hun eentje een besluit tegenhouden, maar ook heel weinig doorzichtigheid en transparantie. Dus laten we proberen daar een groot punt van te maken als Nederland en laten we ook proberen om niet steeds het land zijn dat nee zegt. We zeggen nu nee tegen een hogere EU-begroting. We zeggen nee tegen gesprekken over toetreding van Albanië. We zeggen nee tegen Bulgarije en Roemenië met betrekking tot de Schengenzone. We zeggen nee tegen een ambitieuze eurozonebegroting. Dus we zijn wel een beetje het land dat nu overal nee tegen zegt. Ik geloof dat onze minister van Financiën op een gegeven moment zelfs Dr. No genoemd is. Ik weet niet wat de bijnaam is van onze premier in Brussel; ik hoop dat dat niet een vergelijkbare titel is. Maar ik vraag hem wel: is hij het met D66 eens dat de Raad geblokkeerd wordt door minderheidsstandpunten en veto's? En ten tweede, wat gaat Nederland nou zelf doen om geen positie te verliezen op die cruciale dossiers door steeds nee te zeggen? Ik denk toch dat dat een realistisch verhaal, ook een realistisch gevaar aan het worden is.

Tot slot de Europese Commissie, de derde institutie. Dat is de wetgever. Die bestaat nu uit 28 Commissarissen en zou veel efficiënter kunnen zijn als die Commissie kleiner was, met een aantal slagvaardige Commissarissen op de grote thema's, in plaats van 28 versnipperde portefeuilles die elk door één land worden ingevuld, zoals het nu is. Ik heb in het verleden een Kamerbreed gesteunde motie ingediend om die Commissie kleiner te maken. Dat is een van de stappen die we moeten zetten om een slagvaardige Commissie te krijgen, namelijk minder Commissarissen. Dus ik ben heel benieuwd; ik heb daar de afgelopen weken herhaaldelijk naar gevraagd, ook aan de minister van Buitenlandse Zaken in eerdere debatten. Wat is de inzet van Nederland in de Raad geweest met betrekking tot die kleinere Commissie en wat zijn de eerste resultaten van die inzet? Ik denk echt dat het een belangrijk punt is. Het is ook een punt dat past bij de opmerkingen die de premier zelf wel eens terloops maakt als het gaat om de rol van het Parlement, de rol van de Commissie. Dan geeft hij zelf ook altijd aan dat dat allemaal heel veel bureaucratie en gedoe is. Dan denk ik: kom dan ook over de brug als het gaat om het waarmaken van zo'n punt, als het gaat om het uitvoeren van een Kamerbreed gesteunde motie over een kleinere Commissie.

Ik loop nog een aantal belangrijke agendapunten af.

Het klimaat. Het moge duidelijk zijn: D66 wil graag dat Nederland binnen de Europese Unie staat voor een ambitieus en groen Europa. De inzet moet zijn om in 2050 klimaatneutraal te zijn en daar moet ook overeenstemming over bereikt worden. Mijn vraag aan de premier is of hij denkt dat dit gaat lukken. Duitsland lijkt nu de goede kant op te bewegen. Verwacht de premier dat het lukt om in 2050 op koers te komen en hoe ziet hij de doelstellingen voor 2030? Is het haalbaar om ook afspraken te maken over het verhogen van die doelstellingen richting 2030? En wat gaat het kabinet anders doen als het niet lukt om die afspraken te maken?

Over het Meerjarig Financieel Kader wil ik ook nog kort iets zeggen. De Europese begroting is natuurlijk ontzettend belangrijk. Dat is het budget voor zeven jaar. Geld voor belangrijke doelstellingen waarop we als Europese Unie kunnen inzetten; voor de bescherming van burgers, bijvoorbeeld op het gebied van het aanpakken van migratie en buitengrensbewaking. Maar de onderhandelingen zitten helemaal vast.

De vraag luidt dus als volgt. Nederland heeft daar de inzet om vooral niet meer te gaan betalen. Mijn vraag aan de premier is hoe realistisch die inzet nou nog is, als je ziet dat ook hier de meeste landen van mening zijn dat er juist heel veel geld nodig is om een aantal van die grote doelstellingen te bereiken. Ik snap dus dat Nederland de hele tijd zegt dat het vooral voor minder geld moet, alleen is mijn vraag of we onszelf daarmee niet in een geïsoleerde positie plaatsen, vooral met het oog op Frankrijk en Duitsland.

Voorzitter. Tot slot Rusland. Collega Asscher zei daar al wat over met betrekking tot desinformatie. De Europese Commissie heeft een rapport uitgebracht waaruit blijkt dat inderdaad op grote schaal geprobeerd is om kiezers te beïnvloeden door het verspreiden van allerlei vormen van desinformatie, misinformatie en nepnieuws. Mijn vraag aan de premier is of Nederland nu ook gaat inzetten op het aanpakken van de grote platforms, de techbedrijven, die vaak het podium zijn voor al dat nepnieuws. Gaat de Europese Commissie of de Europese Raad daar nu ook wat aan doen? Ik krijg graag een reactie daarop.

Op de agenda staat ook de MH17. Morgen houdt het JIT een persconferentie om nieuwe ontwikkelingen naar voren te brengen op het gebied van hun onderzoek. Ik weet dat ik met mijn vraag vooruitloop op iets wat nog niet bekend is, maar gaat het kabinet aan de Europese Raad vragen om eensgezind achter de aangekondigde nieuwe conclusies te gaan staan? Dat is wel een belangrijk punt, denk ik. Tot slot worden de sectorale sancties tegen Rusland naar alle waarschijnlijkheid verlengd. Klopt de verwachting dat deze sancties verlengd worden of is er nog weerstand uit een bepaalde hoek waarover het kabinet nu iets kan zeggen?

Tot slot brexit. Wij hebben hier natuurlijk heel vaak over brexit gesproken. We hebben een tijd een adempauze gehad vanwege het uitstel tot eind oktober dat is verleend. Als ik nu door mijn oogharen naar de situatie kijk, dan is de kans toch wel heel groot aan het worden dat Boris Johnson de nieuwe premier van het Verenigd Koninkrijk wordt. Daarmee denk ik toch dat we in een situatie terechtkomen waarin een kans op een deal of een andere overeenkomst, dan wel een andere vorm van uitstel op basis van serieuze ontwikkelingen in het Verenigd Koninkrijk, wel steeds kleiner wordt. Ik wil dus gewoon van de premier weten in hoeverre de Europese Raad zich nu aan het voorbereiden is op de toch wel zeer waarschijnlijke — niemand weet hoe dingen lopen maar de kans is toch wel vrij groot — verkiezing van Boris Johnson als de nieuwe premier van het Verenigd Koninkrijk. En wat wordt dan de positie van de Europese Raad en in het bijzonder van Nederland om de eensgezindheid die er tot nu toe is geweest, overeind te houden?

Tot zover, voorzitter.

Mevrouw Maeijer (PVV):

Ik hoor de heer Verhoeven net zeggen dat hij een probleem heeft met veto's, een van de weinige middelen die we als Nederland nog in handen hebben om voorstellen te blokkeren. Ik zou zelf willen dat we er meer hadden en dat we ze vaker inzetten, maar D66 heeft er een probleem mee. Meneer Verhoeven noemde voorbeelden op het gebied van uitbreiding en van de begroting. We hebben natuurlijk ook nog het buitenlandbeleid. Maar van welke veto's wilt u nou eigenlijk allemaal af? Wilt u ze allemaal afschaffen? Kunt u daar iets over uitweiden?

De heer Verhoeven (D66):

Ik heb daar wel vaker voorstellen over gedaan. Als je een Europese Raad hebt, is het op zich ook logisch dat er op bepaalde punten veto's zijn, maar er zijn ook veel veto's die voortdurend zorgen voor een blokkade van één land. Een voorbeeld dat vaak genoemd is, betreft de veto's op het buitenlandbeleid. Ik wil graag voorkomen dat één land ervoor kan zorgen dat bijvoorbeeld sancties tegen Rusland worden ingesteld. Ik noem bijvoorbeeld ook de situatie in Polen en Hongarije, waar er veto's worden gebruikt om die landen niet aan te spreken. Dat vind ik niet de goede veto's, dus dat is een voorbeeld van een veto waar ik vanaf zou willen. Mij gaat het er vooral om dat als je eensgezind probeert samen een oplossing te vinden voor een groot probleem, bijvoorbeeld migratie, er een of twee landen zijn die zeggen "dat doen we gewoon niet" en dat het dan niet doorgaat. Dan krijg je een onwerkbare Europese Unie. De afgelopen vijf jaar is dat steeds manifester geworden, waardoor je dus geen stap vooruit meer kan zetten. Dat is heel slecht voor het oplossen van problemen.

Mevrouw Maeijer (PVV):

Ik kom even terug op de inbreng van de heer Verhoeven. U noemde dat probleem van D66 met die veto's, maar u noemde daarna specifiek de terreinen uitbreiding, het openen bijvoorbeeld van toetredingsonderhandelingen, maar ook de meerjarenbegroting. Het buitenlandbeleid waar u net over uitweidde, noemde u niet, maar dat veto — dat begrijp ik — kunnen we wat D66 betreft gewoon zo de prullenbak in gooien. Maar hoe zit het dan met ons veto op de meerjarenbegroting en ons veto op het openen van bijvoorbeeld toetredingsonderhandelingen? Wilt u daar ook vanaf?

De heer Verhoeven (D66):

Volgens mij is vorige week tijdens de Raad Algemene Zaken al duidelijk geworden dat D66 sowieso voorstander is van het starten van toetredingsgesprekken met Albanië en Noord-Macedonië. Dus ik ben niet degene die de hele tijd tegen het kabinet zegt: laten we een veto inzetten. Ik ben sowieso geen voorstander van het inzetten van veto's op de vier onderwerpen die ik noemde. D66 heeft altijd gezegd dat een veto op fiscale instrumenten denkbaar is. Dus op dat gebied accepteer ik ook dat er een veto is. Ik ben niet degene die hem wil inzetten, maar ik respecteer wel dat landen een bepaalde zelfstandige positie moeten kunnen blijven houden. Op het gebied van buitenlandbeleid, het starten van de gesprekken met Noord-Macedonië en Albanië, zou ik echt absoluut geen veto willen inzetten. Aan de ene kant omdat ik sowieso voor het starten van die gesprekken ben; dat heb ik vorige week ook duidelijk aangegeven. Maar ten tweede ook om het wat bredere punt dat ik maakte. Als wij overal op zeggen: we moeten ons veto inzetten — dat is een beetje de positie van uw partij en soms ook van de SP en van andere partijen — dan mag dat een prettige manier van debatteren hier in deze Kamer zijn, maar in de Europese Unie en in de Europese Raad maakt het je tot een onmogelijke partner naar wie niet meer geluisterd wordt. En daar moeten we echt wel voor op gaan passen.

De voorzitter:

Tot slot op dit punt, mevrouw Maeijer.

Mevrouw Maeijer (PVV):

Tot slot. Ik dacht eigenlijk dat ik een vrij simpele vraag stelde, maar uit het antwoord blijkt dat nu al tot twee keer toe niet zo te zijn. De heer Verhoeven haalt het veto op belastinggebied erbij, maar ik vroeg specifiek of u een veto wilt houden op het gebied van bijvoorbeeld het openen van toetredingsonderhandelingen en op het gebied van de meerjarenbegroting. Dan heb ik het dus niet over inzetten, want het is me inderdaad duidelijk dat D66 de veto's die we hebben, niet wil inzetten. Maar wilt u er gewoon vanaf, net als bij het veto op het gebied van buitenlandbeleid, of niet?

De heer Verhoeven (D66):

Ik zal het even voor mevrouw Maeijer nazoeken. Ik meen dat wij voorstander zijn van een veto op het gebied van de financiële besluitvorming en niet op het gebied van buitenlandbesluitvorming, maar ik kan dat zo heel makkelijk uitzoeken. Deze vraag heb ik al heel vaak gekregen en daar hebben wij gewoon een duidelijk standpunt over, en dat is niet veranderd de afgelopen jaren.

De voorzitter:

Nou, dan komt u daarop terug in tweede termijn.

De heer Verhoeven (D66):

Daar kom ik met alle plezier op terug bij mevrouw Maeijer in de tweede termijn. Maar ik vind wat ik aan haar punt toevoegde, wel degelijk van belang: je kunt voor het hebben van een veto zijn op bepaalde onderwerpen, maar dan kun je nog steeds vinden dat je zo'n veto niet voortdurend moet willen inzetten. Dat is wel een andere discussie.

Mevrouw Leijten (SP):

D66 staat een heel ander soort Europese samenwerking voor dan de SP. Daarin lopen we vooruit, maar ik zou toch op iets willen wijzen. Hij beweert dat het ons minder effectief maakt dat wij soms zeggen: dat gaat voor ons te ver, dat vinden wij niet in het Nederlands belang, want het wordt ook niet gesteund door onze bevolking. Dat is niet zo. Sterker nog, we hebben daar net onderzoek naar laten doen. Dat was een opdracht van de Kamer. Dat maakt ons misschien niet empathisch, maar wel effectief. Dus wat de heer Verhoeven hier schetst aan doembeelden — je mag niet nee zeggen of je mag niet een alternatief geven, want anders ben je niet meer effectief — is gewoon onjuist.

De voorzitter:

Hoe zit het, meneer Verhoeven?

De heer Verhoeven (D66):

Een keer nee zeggen kan heel goed werken. Ik noemde net vier dossiers op waar Nederland tot de weinige landen behoort die daar een probleem van maken. Wij hebben hier een Tweede Kamer die regelmatig zegt: dit moeten we niet doen; ho stop, nee! Als je dat één keer doet in de vijf jaar en verder een partner bent met wie het goed samenwerken is, die constructief is, die probeert kopgroepen te vormen, die probeert stappen te zetten, dan is dat prima. Maar wij beginnen nu in de gevarenzone te komen, is mijn stellige overtuiging. Ik doe echt een poging om serieus antwoord op uw vraag te geven en er geen karikatuur van te maken: wij zijn nu zo vaak op allerlei verschillende terreinen nee aan het zeggen dat er op een gegeven moment gezegd wordt "daar heb je Nederland weer, die gaan weer nee zeggen". Dan zet je jezelf gewoon buitenspel. Ik heb vaker betoogd dat wij een premier hebben van wie je van alles kan vinden, maar hij zit al negen jaar op de hoogste plek in Nederland. En ik kan het weten, want ik ben sinds 17 juni 2010 geïnstalleerd, nu negen jaar en een dag geleden. Dat was volgens mij de eerste dag voor mij en toen was ook deze premier er, dus ik heb altijd alleen maar deze premier gehad. Heb ik ook Balkenende meegemaakt? Ik dacht het niet.

De voorzitter:

Nu het antwoord op mevrouw Leijten.

Mevrouw Leijten (SP):

Ik weet niet waar dit heen gaat, maar ...

De heer Verhoeven (D66):

Waar ik heen ga, is dat deze premier een spilpositie heeft op het Europese veld. Hij is een van de mensen naar wie geluisterd wordt, omdat hij al lang meeloopt. Ik heb al vaker betoogd dat Nederland tussen Frankrijk en Duitsland een positie kan innemen, niet die Frans-Duitse as als angstbeeld wat mevrouw Leijten altijd schetst, maar juist die driehoek Nederland-Frankrijk-Duitsland waarmee je echt nieuwe coalities kan sluiten. Wat wij doen, is steeds nee zeggen waardoor we die spilpositie niet benutten. Dat vind ik een gemiste kans. Dat heb ik al heel vaak gezegd.

Mevrouw Leijten (SP):

Ik hou van ronkende teksten, robuust en zo ...

De heer Verhoeven (D66):

Zeker, dat is bekend.

Mevrouw Leijten (SP):

... maar dit is echt onjuist. Het is demagogie: je mag geen nee zeggen, want dan sta je buitenspel. Dat rapport dat wij hebben laten maken, is van maart. Wij zijn hartstikke effectief. Wij zijn heel duidelijk in waarop we vooruit willen en waarop we remmen. Nederland is niet ineffectief op dit moment, ook niet omdat we duidelijke standpunten innemen op waar wij niet verder willen gaan en anderen wel. Dat is misschien vervelend voor de heer Verhoeven, maar het is gewoon niet waar dat je niet effectief bent als je duidelijk bent waar je staat, waar je vooruit wil en waar je dat niet wil. Dan ben je een normale lidstaat en dan ben je niet ineffectief. Het is onjuist wat u hier betoogt.

De heer Verhoeven (D66):

Nederland is een van de weinige landen — we moeten oppassen dat we niet het enige land zijn — die tegen het starten van de gesprekken met Albanië zijn. Nederland is een van de weinige landen — we moeten oppassen dat we niet het enige zijn — die tegen een verhoging van de Europese begroting zijn om meer te kunnen doen aan belangrijke doelstellingen. Nederland is een van de weinige landen die blijven volharden in het nee zeggen tegen toetreding tot Schengen van Bulgarije en Roemenië. Nederland is een van de weinige landen die niet een ambitieuze eurozonebegroting voorstaan. Dat zijn zo vier voorstellen in het afgelopen jaar waar Nederland de hele tijd nee, nee, nee tegen zegt. Mevrouw Leijten, ik heb u goed gehoord over uw rapport. Dat is een rapport over de afgelopen periode, maar ik kijk even vooruit hoe Nederland zichzelf de komende tijd buitenspel aan het zetten is. Als u het daar niet mee eens bent, uitstekend, maar het is gewoon een vraag van mij aan de premier. Hij komt daar vaak, hij zit vaak aan die tafel met die andere 27 leiders. Ik wil graag weten hoe hij inschat dat dat zich gaat ontwikkelen.

De voorzitter:

Tot slot, mevrouw Leijten.

Mevrouw Leijten (SP):

Op al die terreinen werken we weer met andere landen samen, omdat we zeggen dat het te snel gaat, iedere keer met gefundeerde argumenten. De heer Verhoeven wil zeggen dat we alleen staan. Maar als we bij Albanië optrekken met Frankrijk, als we bij de eurozone en de meerjarenbegroting die naar beneden moet optrekken met zeven, acht, negen landen, dan vormen we daar een kopgroep om de besluitvorming te beïnvloeden. De kopgroep op bijvoorbeeld klimaat juicht de heer Verhoeven toe, maar dat komt omdat dat in zijn straatje valt. Daarmee zeggen we eigenlijk ook nee tegen wat er nu gebeurt. Ik vind het echt zo ontzettend slecht dat hij hier beweert dat je buitenspel staat als je nee zegt. Het komt gewoon niet uit onderzoek. Het komt niet uit het onderzoek van de Kamer. Het is juist een instrument dat we moeten behouden.

De voorzitter:

U heeft uw punt duidelijk gemaakt.

De heer Verhoeven (D66):

Ik vind het heel vervelend dat mevrouw Leijten mij slecht vindt. Het enige wat ik heb gezegd — dat herhaal ik dan nog maar een keer — is dat in een samenwerkingsverband nou eenmaal geldt dat als je steeds degene bent die zegt "laten we dit niet doen, op de rem trappen, niet aan beginnen, nog even wachten", je op een gegeven moment degene wordt aan wie niet meer gevraagd wordt wat je ervan vindt. Dan ben je niet meer relevant, en dat met iemand die daar nu zit namens Nederland die juist een motorrol zou kunnen spelen en niet de remblokrol.

De voorzitter:

De heer Drost.

De heer Verhoeven (D66):

Ik vind het eigenlijk heel tragisch voor deze premier dat hij door de Kamer steeds gedwongen wordt in een neerol, terwijl hij juist een prachtige jarol zou kunnen spelen.

De voorzitter:

De heer Drost.

De heer Verhoeven (D66):

Ik heb medelijden met deze premier. Ik wilde hem een hart onder de riem steken om eens wat vaker ja tegen dingen te kunnen zeggen, zodat we met z'n allen vooruit kunnen, samenwerken.

Mevrouw Leijten (SP):

U heeft veel woorden nodig.

De heer Verhoeven (D66):

Ik heb veel woorden nodig ...

De voorzitter:

Nee, u mag niet reageren.

De heer Verhoeven (D66):

... maar het zijn wel woorden die bedoeld zijn om u aan een antwoord te helpen, mevrouw Leijten.

De voorzitter:

De heer Drost.

De heer Drost (ChristenUnie):

Ik wacht rustig tot meneer Verhoeven uitgesproken is.

De voorzitter:

Nou, dat zou ik niet doen. Hij raakt nooit uitgesproken.

De heer Drost (ChristenUnie):

U bent de baas; ik weet het.

Wat mij aansprak in het betoog van meneer Verhoeven, was hoe hij begon. Hij zei: we moeten juist zoeken naar samenwerking, niet die blokkades, niet altijd maar nee zeggen. Maar ik miste de komma, dat de andere kant van het verhaal is dat je ook niet altijd ja kunt zeggen. Mijn vraag aan meneer Verhoeven is waar dan voor D66 in dit geval de grens ligt. We kunnen Albanië als voorbeeld nemen. Waar ligt voor D66 de grens? Er kan toch in het belang van Nederland of het belang van de Europese Unie een nee zijn? Dat kan altijd toch aan de hand zijn, meneer Verhoeven?

De heer Verhoeven (D66):

Zeker. Een mooie vraag van meneer Drost. Ik had aan mevrouw Leijten namelijk eigenlijk willen vragen: waar wilt u dan vooruit? Want mevrouw Leijten had het over dingen waar ze vooruit wil, maar ik weet zeker dat zij niks kan noemen waar ze op vooruit wil. Nu vraagt de heer Drost aan mij waar ik wil remmen. Nou, heel duidelijk: Turkije, daar heeft D66 duidelijk op de rem getrapt. Oekraïne, waar de SP van zei dat het zo de Europese Unie in wordt geramd. Daarvan heeft D66 altijd gezegd: dat wordt wat ons betreft geen lid. Daar hebben we duidelijk op de rem gestaan. De landen die nu bezig zijn met toetreding, Montenegro en Servië, hebben allemaal hoofdstukken geopend, maar er pas een paar gesloten. D66 kijkt heel objectief naar die meetlat en als er in die landen ontwikkelingen zijn waardoor het niet kan, zegt D66 gewoon nee.

De voorzitter:

Meneer Drost ...

De heer Verhoeven (D66):

Wij weten heel goed wat het is om nee te zeggen, maar we weten ook wat het is om ja te zeggen en daar ging mijn punt over.

De heer Drost (ChristenUnie):

Helder antwoord, waarvoor dank aan de heer Verhoeven. Dan toch even inzoomen op Albanië, want dat ligt op tafel. Wij constateerden hier in Nederland in een aantal debatten in de afgelopen maanden dat we bijvoorbeeld te maken hebben met export van criminaliteit vanuit Albanië naar Nederland. Waarom legt D66 daar geen grens? Waarom zegt zij niet: de situatie in Albanië beziend, moeten wij er nu nog niet voor kiezen om die toetredingsonderhandelingen te open?

De heer Verhoeven (D66):

Ik ben er geweest — ik denk dat het vorig jaar was — met de commissie en toen hebben we daar absoluut gezien dat op een aantal punten Albanië nog lang niet voldoet aan de maatstaven van de Europese Unie. Maar daar is dat toetredingsproces met het openen van al die hoofdstukken nou juist voor. Wij zeggen — dat heb ik in de afgelopen weken ook in alle debatten steeds betoogd — dat dit het voorportaal is waar Albanië wat ons betreft in mag stappen om te beginnen met toewerken naar de standaarden die Europa stelt op basis van de Kopenhagencriteria.

De voorzitter:

Dank u wel.

De heer Verhoeven (D66):

De partijen die zeggen dat zij dat niet aandurven, zeggen dus: wij durven een land zelfs niet eens de kans te geven om daar in 30 jaar naartoe te groeien. Ik vind dat uitermate voorzichtig, voor die landen zeer teleurstellend en ook niet het bieden van het perspectief dat nodig is in deze geopolitieke verhoudingen met landen als China, Rusland en Turkije die allemaal om de loer liggen om die Balkanlanden geopolitiek in te lijven.

De voorzitter:

Dank u wel, meneer Verhoeven. Dan geef ik nu het woord aan de heer Van Ojik namens GroenLinks.

De heer Van Ojik (GroenLinks):

Dank u wel, voorzitter. Het is inderdaad goed dat collega Asscher stilstond bij de weerzinwekkende moord op Walter Lübcke. Ik sluit me graag bij zijn woorden aan.

Er staat bij deze Europese top veel op het spel. Ik ben natuurlijk benieuwd wie de nieuwe hoofdrolspelers worden, de voorzitters van de Commissie en van de Raad. Ik verwacht dat de minister-president straks wel een tipje van de sluier zal oplichten, zodat ik mijn nieuwsgierigheid niet meer al te lang hoef te bedwingen.

Uit de uitslag van de Europese verkiezingen van een maand geleden zijn een paar conclusies te trekken. Allereerst de hoge opkomst; collega's spraken er ook al over. Dat is goed nieuws, want kennelijk hechten steeds meer Europese burgers eraan zich uit te spreken over de richting die de Europese Unie opgaat. De verkiezingen hebben ook geleid tot nieuwe politieke verhoudingen. De meerderheid van sociaaldemocraten en christendemocraten, die zo lang vanzelfsprekend was in het Europees Parlement, bestaat niet meer. Macron maakte de liberalen groter, met een uitgesproken pro-Europees verhaal, en de groenen scoorden in Duitsland en Frankrijk, maar ook elders, hoger dan ooit. Ten derde is er natuurlijk de sterke opkomst van de rechtspopulisten, Le Pen, Orbàn en Salvini. Die wonnen met programma's die in veel opzichten haaks staan op de waarden en ambities waar de Europese Unie ooit voor is opgericht. Ook dat vraagt om een programmatisch antwoord.

Daarom is het goed dat de Europese Raad deze week praat over de strategische agenda. Daar wil ik nog wat langer bij stilstaan. De vraag bij die strategische agenda is voor mijn fractie of die groen en sociaal genoeg is en of de plannen Europa sterker maken in een wereld die steeds meer onberekenbare vrienden en rivalen kent. De voorgestelde strategische agenda staat voor een economie die sterk en duurzaam is en die bescherming biedt, zo heet het.

Collega Asscher sprak ook al over de sociale pijler. Hoever is de minister-president bereid te gaan op dit vlak? Moeten er bijvoorbeeld afspraken per land komen over een minimumloon of een bestaansminimum? GroenLinks vindt van wel. Wat vindt het kabinet? Moet er bijvoorbeeld paal en perk gesteld worden aan de marktwerking in de publieke sector? De aanbestedingsplicht in de zorg bijvoorbeeld zorgt voor veel ongewenste bureaucratie en voor tarieven die vaak te laag zijn om kwaliteit te kunnen leveren. GroenLinks vindt van wel. Wat vindt het kabinet?

Gaan we Europese afspraken maken over eerlijke belastingen? Gaan we afspraken maken die een einde maken aan de onderlinge concurrentie, die een race naar de bodem tot gevolg kan hebben? GroenLinks vindt van wel. De tekst van de strategische agenda spreekt van "zorgen voor een eerlijke en effectieve belasting". Ook de G20 sprak zich onlangs uit voor een minimumtarief voor de winstbelasting. Wat vindt het kabinet? Juist als we op het sociale terrein de Europese samenwerking verdiepen, kunnen we burgers de meerwaarde van samenwerking laten zien en de bescherming bieden die wordt beloofd.

Ook migratie vraagt om een Europees antwoord. Het kabinet noemt dat ook als een van de Nederlandse prioriteiten die hun weerslag vinden in de tekst. Maar wat ik ervan zag in een uitgelekte versie, die inmiddels op een aantal punten zal zijn bijgesteld, vond ik eerlijk gezegd nogal teleurstellend. Ruim drie jaar na de EU-Turkijedeal lukt het niet om uit de impasse te komen. Er zijn geen nieuwe deals. Er zijn geen nieuwe overeenkomsten. De opvang op de Griekse eilanden schiet dramatisch tekort. Er zijn dit jaar alweer 10.000 mensen vanuit Turkije overgestoken. Er zijn honderden verdrinkingsdoden. Libië dreigt de vluchtelingen die daar zijn gestrand, de zee op te sturen. De aanpak van mensensmokkel stagneert. Van een Europees gecoördineerd terugkeerbeleid lijkt geen sprake. Hoe kijkt de minister-president hiertegenaan? Welke conclusies trekt hij uit dit onvermogen om de huidige crisis te bezweren en de Unie klaar te maken voor de toekomst?

Wat voor migratie en voor het sociale domein geldt, geldt ook voor de aanpak van de klimaatcrisis. Ook die kan alleen in Europees verband effectief zijn. Het is goed dat Nederland zich inzet voor een aanscherping van de reductiedoelstelling in 2030 en voor klimaatneutraliteit in 2050, zeg ik namens mijn fractie. Zit daar beweging in? Kunnen de bezwaren van landen die aarzelen omdat ze niet weten wat dit concreet betekent, worden weggenomen? Ik hoor graag een reactie.

Ik zei het net al: de vraag is ook of de strategische agenda Europa sterker maakt, in een wereld waarin we steeds meer onberekenbare vrienden en rivalen hebben. Ik zie de Europese Unie vooralsnog als een geopolitieke dwerg. We willen niet naïef zijn, maar we vergroten Ruslands geopolitieke speelruimte door de deur wijd open te zetten voor Nord Stream 2. We willen niet naïef zijn, maar na Piraeus, dat gedwongen in de verkoop ging, staan nu ook de Italiaanse havens voor China in de etalage. We willen niet naïef zijn, maar als Frankrijk en Duitsland — niet gespeend van eigenbelang, dat zie ik natuurlijk ook wel — pleiten voor een daadkrachtigere Europese industriepolitiek, waarin voorzichtig meer ruimte wordt gevraagd voor staatssteun en voor goedkeuring van fusies, dan staat Nederland met kracht op de rem. Is dat nou zo verstandig, vraag ik de minister-president.

Geopolitiek — het ging er net al even over — is ook de kwestie van de Westelijke Balkan en de eventuele start van toetredingsonderhandelingen met Noord-Macedonië en Albanië. Mijn fractie is daarvoor, ook omdat we denken dat die onderhandelingen de EU invloed geven op de noodzakelijke democratisering en hervorming van de rechtsstaat, op de stabiliteit in de regio, en op de ambities van anderen — denk aan Rusland, Turkije en China — om in die regio in het hart van de EU invloed te verwerven. Hoe ziet de minister-president dat? Er lijkt in de Europese Unie veel draagvlak om onderhandelingen te beginnen. Is er een reële kans dat door beide, Noord-Macedonië en Albanië, in de loop van het jaar aan de voorwaarden daartoe wordt voldaan? De minister van Buitenlandse Zaken heeft ons vorige week nog een brief geschreven waarin staat wat die voorwaarden zouden kunnen zijn. Is er kans op dat daaraan wordt voldaan? Hoe ziet de minister-president dat?

Ten slotte, voorzitter, kort iets over de rechtsstaat. Er is veel om ons zorgen over te maken: de persvrijheid, onafhankelijke rechtspraak, vrijheid van organisatie, een integere en transparante overheid. Dat zijn de waarden die de kern raken van waarvoor de EU ooit is opgericht. We weten inmiddels dat ze ook binnen de EU niet vanzelfsprekend zijn. De EU zou harder mogen optreden tegen regeringen die er de hand mee lichten. Het getreuzel met de artikel 7-procedure tegen Hongarije is daar een voorbeeld van. Hoe staat het ermee, zou ik de premier willen vragen.

Maar, en daar sluit ik mee af, er is gelukkig ook een optimistisch verhaal. In Slowakije werd dit weekend een nieuwe president geïnstalleerd, die tegen de stroom in werd gekozen, juist omdat ze zich keerde tegen onverdraagzaamheid en willekeur. Dat inspireert en dat roept — dat is mijn laatste zin, voorzitter — de vraag op of de Europese Unie over voldoende instrumenten, middelen en mogelijkheden beschikt om in de landen waar de rechtsstaat onder druk staat de positieve bewegingen voor democratie te steunen.

Dank u wel.

De voorzitter:

Dank u wel, meneer Van Ojik. Dan geef ik nu het woord aan mevrouw Leijten namens de SP.

Mevrouw Leijten (SP):

Voorzitter. Er is lang naar de aankomende top uitgekeken door velen die zeiden "dat wordt belangrijk voor de toekomst van Europa". Op vele dossiers zouden grote stappen gezet worden. We zien eigenlijk dat dit op heel veel dossiers niet gebeurt, omdat landen zeggen "dit is niet goed genoeg voor ons". De heer Van Ojik zei het al: ten aanzien van gemeenschappelijk asielbeleid zouden wij willen dat er meer voortgang was. Als het gaat om klimaat zetten wij het beentje wat steviger voor. Ik zal zo nog op de eurozone komen, maar daar was een grote doorbraak verwacht die er niet is gekomen. Inderdaad, omdat Nederland kritisch is, en wat mij betreft terecht.

Wat mij een beetje tegenstaat is dat ik als volksvertegenwoordiger om negen minuten over drie vertrouwelijk de strategische agenda krijg. Dan moet ik, terwijl ik bij de stemmingen zit, naar een geheim zaaltje lopen en daar lezen wat de regeringsleiders allemaal bekokstoofd hebben. Waarom is dat niet gewoon openbaar? Waarom mogen wij niet weten wat er uit is onderhandeld tussen al die vertegenwoordigers van de Nederlandse regering, de Duitse regering, de Franse regering en noem maar op? Wat ligt daar nou op tafel? Waarom mogen we dat niet gewoon weten? Waarom moet dat geheim zijn?

Wat mij betreft, wat de SP betreft zetten we fors in op het beschermen van de rechtsstaat en democratie en de vrijheid van de pers. Ik maak me grote zorgen dat dit niet fatsoenlijk gebeurt. We hebben moorden gezien op journalisten. In Slowakije heeft dit wel degelijk geleid tot een kiezersrevolte. Die uitkomst is er nu. Er is een democratische correctie. Maar als je kijkt naar hoe de correctie op Malta plaatsvindt ... Een collega uit ons midden, de heer Pieter Omtzigt, moet daar als vertegenwoordiger van de Raad van Europa met beveiligers over straat omdat hij onderzoek doet naar de toedracht van een moord en naar de vraag of de overheid wel daadwerkelijk een rechtsgang organiseert. Ik hoop dat de minister-president afstand wil nemen van Malta en zijn premier.

Het gaat over de poppetjes, de posities. De posities worden verdeeld onder drie politieke groepen. Het is natuurlijk een puzzel, want je moet rekening houden met waar iemand vandaan komt, of iemand een man of een vrouw is, wat de politieke achtergrond is. Er zijn al heel wat dinertjes en lunches geweest, telefoongesprekjes gevoerd en sms'jes verstuurd — bewaart u ze allemaal, zou ik willen zeggen — de afgelopen tijd over de posities. Volgens de berichten zijn de drie politieke groepen — de sociaaldemocraten, de liberalen en de christendemocraten — er nog niet uit. Wat denkt de minister-president, gaat er op deze top een besluit genomen worden? Ik weet het niet, want ik ga die strategische agenda en dat soort dingen niet inzien als ze geheim zijn, maar ik zou wel willen weten of er volgens hem een besluit komt.

Er is ook een eurotop. Dan gaat het over de eurozonebegroting. Dat mag tegenwoordig niet meer zo heten, want Wopke, onze minister van Financiën, heeft er een nacht over gebokst om ervoor te zorgen dat het anders genoemd wordt. Het is een gezamenlijke portemonnee waar landen gezamenlijk geld in stoppen en waar landen vervolgens een beroep op kunnen doen om hun economie op orde te krijgen. De belofte dat de euro de landen naar elkaar zou laten toegroeien, dat de euro goed was voor de economieën, is niet nagekomen. Dan zou je zeggen: pas op de plaats. Nee, niets van dat alles, we gaan voort met het politieker maken. Nu hebben we dus die gemeenschappelijke pot geld, die gemeenschappelijke portemonnee. Dat is een ware overwinning voor de Fransen. Wat zijn nu precies de voorwaarden voor wanneer een land een beroep kan doen op deze pot geld?

De vraag rijst ook wat er gebeurt als een land zich niet aan die voorwaarden houdt. Er wordt gesproken van medefinanciering als er geld uit die pot komt, maar hoe hoog moet die zijn? Is dat €1 of is dat een bepaald percentage? Wie beslist wanneer een land het geld niet meer krijgt omdat het zich niet aan de voorwaarden houdt? Is dat de Europese Commissie? Nou, we hebben gezien hoe zij politiek doet.

En dan nog dit. Ik zie dat de Fransen juichen bij deze uitkomst. Ze zeggen dat de eerste stap is gezet en dat het alleen nog maar kan groeien. Vorige week is er een motie van mij aangenomen die zegt: op het moment dat niet aan de Nederlandse voorwaarden wordt voldaan bij deze eurozonebegroting, dat budgettair instrument of hoe het dan ook genoemd wordt, dan kiest Nederland ervoor om niet mee te doen. Dat is de zogenaamde opt-out. Ik mag toch van de minister-president verwachten dat dit in het vervolgtraject ook nog geldt. We gaan nu verder onderhandelen, verder onderhandelen en hopen dat er in december een definitief akkoord is. Maar Nederland doet toch niet mee als het misloopt?

Dan de belangrijke voorbereiding op de agenda en de inzet van de Europese Unie voor de klimaattop in september. Over het vastleggen van concrete doelen is nog wat gedoe. Dat vind ik eigenlijk wel begrijpelijk vanuit sommige lidstaten omdat zij gewoon een andere economie hebben, met een ander soort uitstoot. Het is goed dat Nederland hierin vooropgaat. Ik las een uitgelekt rapport van de Europese Commissie waarin staat: je kan die vliegbelasting doen, maar veel nuttiger is een belasting binnen de Europese Unie op kerosine. Die belasting op kerosine beperkt de CO2-uitstoot met 11% en in Nederland zelfs met 19% en er is geen schade voor de werkgelegenheid. Dat is toch veel eerlijker dan het invoeren van een vliegbelasting, zo vraag ik aan de minister-president. Het is toch niet logisch dat wij belasting betalen op het moment dat wij onze tank volgooien bij het tankstation terwijl die niet betaald wordt wanneer die duizenden liters in een vliegtuig gaan? Het gaat over — ik heb het opgezocht — 1 miljard liter kerosine per jaar. Als je €0,50 erop zou heffen, heb je al een heel mooi fonds waar je heel veel mee kan doen. Is de minister-president bereid dit in te brengen? Dit kan misschien wel weer eens een doorbraak zijn in een dossier dat redelijk vastzit.

Voorzitter. De Europese Commissie wil graag dat de landen voortmaken met het Meerjarig Financieel Kader. Zij wil graag dat dit het komende halfjaar wordt afgerond. Denkt de minister-president dat dit lukt?

Ik mis op de geannoteerde agenda — dat is wél een openbaar stuk dat wij ter voorbereiding krijgen — de uitbreiding, die wel op de agenda zou staan omdat die besproken wordt door de ministers van Buitenlandse Zaken. Is het gelukt om af te gaan van de koppelverkoop van het toelaten van Albanië en Noord-Macedonië tot de toetredingsonderhandelingen? Minister Blok zei dat dit zijn inzet was.

Tot slot, voorzitter. Het is goed dat we geen desinformatie van buitenlandse mogendheden tijdens verkiezingen of in andere situaties willen en het is goed dat we het daarover hebben. Maar er is in alle lidstaten ook een enorme reclamecampagne geweest vanuit het Europees Parlement en de Europese Commissie om een positief gevoel over de Europese Unie te geven. Minister Blok zei helder: ik zit daar niet op te wachten; ik zit niet te wachten op een Europees Parlement of een Europese Commissie die in Nederland aan opkomstbevordering doet; dat is onze taak. Hoe ziet de minister-president dat? Want als het gaat over desinformatie: de Europese Commissie heeft via Libelle en via De Speld allerlei platforms ingekocht om ook de opinie te beïnvloeden. Zouden we daar niet op dezelfde manier kritisch op moeten zijn?

De voorzitter:

Dank u wel, mevrouw Leijten. Dan geef ik nu het woord aan mevrouw Maeijer namens de PVV.

Mevrouw Maeijer (PVV):

Dank je wel, voorzitter. Meer dan een maand geleden kwamen de Europese regeringsleiders bijeen voor een top over de toekomst van de Europese Unie. Na afloop werd een bombastische verklaring aangenomen waarin andermaal de liefde voor en de trouw aan het Europese project werden uitgesproken. Deze keer gebeurde dat met het ondertekenen van tien geloften. Premier Rutte ging namens Nederland akkoord met onder andere teksten als: "Wij zullen onszelf de middelen geven om onze ambities waar te maken. Wij zullen de Unie de middelen geven die nodig zijn om haar doelstellingen te halen en haar beleid uit te voeren."

Anderhalve maand geleden werd er dus getekend voor de middelen die nodig zijn, terwijl de onderhandelingen over de nieuwe meerjarenbegroting van de Europese Unie nog in volle gang zijn. Je hoort de kassa al bijna rinkelen in Brussel. Want vraag je het de Europese Commissie, dan weet je dat er altijd meer nodig is; 1.200 miljard maar liefst deze keer. Ondertussen weten we ook al wie daarvoor moet gaan betalen.

Voorzitter. Het lijkt er sterk op dat een van die tien geloften uit Sibiu is geworden: wij zullen de portemonnee gaan trekken. Ik denk dat er al verlekkerd naar de cheques wordt uitgekeken, in ieder geval door de Europese Commissie die in een discussiestuk dat zij rondstuurde ten behoeve van de komende top, maar wat graag verwees naar de beloften gedaan in Sibiu. Dat lijkt me op z'n zachtst gezegd geen lekker uitgangspunt als je nog midden in de onderhandelingen zit over de begroting en dus over de hoogte van de Nederlandse afdracht. Mijn vraag is dan ook wat de premier op de komende top gaat doen om ervoor te zorgen dat het mes nu eindelijk eens in die begroting gaat en de Nederlandse afdracht daalt. Hoe staat er nu eigenlijk voor met de discussie over nieuwe eigen middelen?

Voorzitter. Dan die andere begroting: de eurozonebegroting, die geen eurozonebegroting mag heten. Hoe zit het nu eigenlijk met de financiering van dit instrument? In het verslag van de eurogroep lees ik: "In de kenmerken van het instrument is opgenomen dat financiering zal worden bepaald in de context van het MFK", van de meerjarenbegroting dus. Een zin waar je volgens mij heel veel kanten mee op kan. Wat verstaat de premier eigenlijk onder "in de context van het MFK"?

Mag ik hem een ander voorbeeld voorhouden? In de context van de onderhandelingen over de meerjarenbegroting vindt er ook een discussie plaats over de oprichting van een Europese vredesfaciliteit. Dat zou een instrument moeten worden buiten de meerjarenbegroting om, met een eigen pot geld van meer dan 10 miljard voor zeven jaar. Lidstaten financieren dat door een jaarlijkse contributie, buiten de afdracht aan de begroting om dus. Is dat wat er wordt bedoeld met "in de context van het MFK"? In de context van de onderhandelingen over de begroting onderhandelen we over een instrument dat we dus apart gaan financieren? Is dat de bedoeling?

Voorzitter. De roep om meer macht en meer geld is groot in Brussel. De ambities van de Europese Commissie rijzen de pan uit en dat zal bij de volgende lading Eurocommissarissen vast niet anders zijn. Als kapstok voor hun wensen gebruiken zij de strategische agenda, waarin de prioriteiten staan waar de EU-bobo's zich de volgende termijn mee bezig moeten houden. Deze strategische agenda, door sommigen ook weleens een Europees regeerakkoord genoemd, zal op de komende top worden vastgesteld. Het stuk is uiteraard, zoals we helaas gewend zijn, weer vertrouwelijk, en dat terwijl deze agenda gebruikt zal worden om de komende jaren allerhande voorstellen de wereld in te slingeren. Mijn vraag is dan ook of de premier kan uitsluiten dat deze agenda op enige manier ruimte aan de Europese Commissie zal bieden om meer bevoegdheden naar zich toe te trekken. Kan de premier garanderen dat ook onderdeel van die agenda zal zijn dat het mes in de begroting gaat? Minder macht, minder geld, minder regels en minder EU-bobo's zou wat ons betreft de inzet moeten zijn, zolang we nog in de Unie zitten.

Voorzitter, tot slot. Mijn tien minuten heb ik niet nodig zoals u ziet. Niet alleen de baantjescarrousel van het Binnenhof draait weer overuren, ook die in Brussel draait op volle toeren. Er worden toppen en diners gewijd aan de koehandel over de zo begeerde Brusselse baantjes, met die van voorzitter van de Europese Commissie als hoofdprijs. Natuurlijk met uitzondering van degenen die zichzelf tot een zogenaamde Spitzenkandidat uitgeroepen hebben, ontkent de een nog stelliger dan de ander in de race te zijn voor de topfunctie met bijbehorend topsalaris. Wat ons betreft kunnen we die hele Europese Commissie missen als kiespijn. Dat de Europese stoelendans dan van het toneel verdwijnt, lijkt me heel erg mooi meegenomen.

Nederland zoekt, zo lezen we, een slagvaardig persoon met kwaliteiten. Veel algemener kan die omschrijving volgens mij ook niet zijn. Maar kijkt het kabinet er bij het invullen van de poppetjes ook naar of het niet iemand wordt zoals Juncker, die klaagt over het feit dat de EU geen eigen vliegtuig heeft en die het normaal vindt om zich te verplaatsen met een gehuurde privéjet? Misschien kijkt het kabinet er ook wel naar of het niet iemand is die eens wat gaat ondernemen tegen dat wanstaltige salaris van €32.000 per maand.

Voorzitter, dat was het.

De voorzitter:

Dank u wel, mevrouw Maeijer.

Dan geef ik nu het woord aan de heer Van Otterloo namens 50PLUS.

De heer Van Otterloo (50PLUS):

Dank u wel, voorzitter. De minister-president en zijn collega's bespreken deze week de strategische agenda, oftewel het boodschappenlijstje voor de nieuwe Europese Commissie. Ik zal niet alle onderwerpen op dat lijstje afvinken, maar me beperken tot de strategische agenda, het Meerjarig Financieel Kader, de eurotop over de financiën en het klimaat.

Ik begin met dat laatste. Is mijn indruk juist dat er in september een hopeloos verdeelde Europese delegatie naar de VN-klimaattop gaat? Er ligt nu een stuk zonder conclusies. "Synthese of oplossingsrichting om een akkoord over een reductiedoel op lange termijn dichterbij te brengen", zo lezen we in de geannoteerde agenda.

Ik lees tussen de regels door ook enige kritiek op het Roemeense voorzitterschap en die proef ik ook in de tekst over het MFK. Daar staat dat de tekstvoorstellen van het voorzitterschap "geen goede weergave zijn van de verschillende standpunten binnen de Raad". Is die indruk van de kritiek op het Roemeens voorzitterschap juist, zo vraag ik de premier.

Over het MFK is er weinig positiefs te melden. We lezen dat het krachtenveld op nagenoeg alle onderwerpen nog sterk verdeeld is. Het is inmiddels duidelijk dat er dit jaar geen beslissingen vallen. In de wandelgangen is nu sprake van maart 2020. Acht de premier dat haalbaar?

Dan de eurotop. We hebben de indruk dat het er vorige week hard aan toe is gegaan in de eurogroep en in de Ecofin. Een aantal zaken, zoals het depositogarantiestelsel, is op de lange baan geschoven. Wel duidelijk is dat Nederland heeft moeten inbinden op het punt van een aparte begroting voor de eurozone. Het wordt weliswaar geen schokfonds, maar het komt er wel. We verzinnen daar nu een andere naam voor, maar dat die eurozonebegroting onvermijdelijk lijkt, is wel duidelijk. Of verzint de minister-president als Tom Poes nog een list om er iets anders van te maken?

Anderzijds: waarom zegt het kabinet dan niet gewoon dat dit een feit is? Zo erg is het ook niet om een keer je verlies toe te geven. Dankzij de hardnekkige opstelling van minister Hoekstra is in ieder geval een aantal piketpaaltjes geplaatst. Ik noem het verzet tegen een extra fonds naast de reguliere begroting en tegen de plannen voor het vullen van het fonds. Hoe beoordeelt de premier zelf de uitkomsten van het overleg in de eurogroep? Verwacht hij dat er eind deze week nog aanvullende stappen zullen worden gezet? Of schuiven de regeringsleiders dit door naar een volgende bijeenkomst en naar de volgende bijeenkomst van de ministers van Financiën?

Voorzitter. Dan de strategische agenda. In de geannoteerde agenda staat dat het kabinet zich in grote lijnen kan vinden in het concept. Dat leidt natuurlijk tot de vraag op welke punten de premier deze week verdere aanscherping zal bepleiten. Maar 50PLUS wil graag aandacht vragen voor een zaak die naar onze mening ook een plek moet hebben op de strategische agenda, namelijk leeftijdsdiscriminatie. In het stuk komen de Europese waarden ook aan bod. Gelijke behandeling is daarvan in onze ogen een van de belangrijkste. Op dit moment is een vijfde van de bevolking in de Europese Unie 65 jaar of ouder. In heel veel landen — in Nederland gelukkig in steeds mindere mate — is die groep min of meer afgeschreven. We kennen allemaal schrijnende voorbeelden van leeftijdsdiscriminatie in de zorg, in de financiële wereld en op sociaal gebied.

In juli 2008 heeft de Europese Commissie een richtlijn vastgesteld over de toepassing van het beginsel van gelijke behandeling van personen, ongeacht godsdienst of overtuiging, handicap, leeftijd of seksuele geaardheid. Dit voorstel heeft tot doel om ook buiten de arbeidsmarkt het beginsel van gelijke behandeling van personen, ongeacht godsdienst of overtuiging, handicap, leeftijd of seksuele geaardheid, toe te passen. Het creëert een kader voor het verbod op discriminatie op deze gronden en stelt in de Europese Unie hetzelfde minimumbeschermingsniveau in voor mensen die op die gronden worden gediscrimineerd. Het is dus een aanvulling op de al uit 2000 daterende richtlijn die discriminatie op grond van godsdienst of overtuiging, handicap, leeftijd of seksuele geaardheid verbiedt, als het gaat om aard, arbeid, beroep of beroepsopleiding. Die richtlijn uit 2008 is nog steeds niet overgenomen door de Europese Raad, omdat een aantal landen zich daartegen verzet. Daarom vraagt 50PLUS de premier met klem om dit deze week in de discussie over de strategische agenda aan de orde te stellen, met als doel dat de Raad zich uitspreekt en dat dit nadrukkelijk uitgangspunt van het beleid in de hele Unie wordt.

De voorzitter:

Dank u wel, meneer Van Otterloo. Dan geef ik nu het woord aan de heer Drost namens de ChristenUnie.

De heer Drost (ChristenUnie):

Dank u wel, voorzitter. Twee weken geleden was de vaste Kamercommissie voor Europese Zaken op werkbezoek in Brussel bij onder andere de Europese Commissie. We werden ontvangen op de verdieping van Eurocommissaris Hahn, die verantwoordelijk is voor de Europese toetredingsonderhandelingen. We zaten in een vergaderruimte waar op de muur een uitspraak stond van Robert Schuman. Die uitspraak is ook nu nog relevant, ook voor de onderwerpen van vandaag.

Voorzitter. Die quote stond er in drie talen: Frans, Duits en Engels. Ik doe hem in het Engels en zal dan een poging doen tot een Nederlandse vertaling. "Europe will not be made all at once, or according to a single plan. It will be built through concrete achievements which first create a de facto solidarity." En nu in het Nederlands: Europa zal niet in één keer worden gebouwd of volgens een enkelvoudig plan. Het zal worden gebouwd door tastbare resultaten die in de eerste plaats een feitelijke solidariteit zullen creëren.

Dat is wat de ChristenUnie betreft nog steeds de houding die de Europese samenwerking zou moeten kenmerken: binnen de Unie door te werken aan de bevordering van vrede en solidariteit en aan de grenzen van de Unie door het uitdragen van de belangrijke waarden van onze rechtsstaat en andere verworvenheden. Dat kost tijd. En die tijd moeten we durven nemen.

Wat ons eerlijk gezegd enigszins tegenvalt in de kabinetsappreciatie van het Europese toetredingsbeleid is de eenzijdige nadruk op het economische belang voor Nederland. Alsof nieuwe kansen voor het Nederlandse bedrijfsleven het hoogste doel van een eventuele uitbreiding zijn en het enige criterium waaraan dit afgemeten moet worden!

Ik heb een vraag aan de minister-president. Zou het uitgangspunt dat we in Europa streven naar vrede en welvaart tussen volkeren, in zichzelf al niet een argument mogen zijn om na te denken over ondersteuning van nog niet aangesloten landen in Europa, bijvoorbeeld op de westelijke Balkan? De premier sprak in het debat over de EU-top in Sibiu over de vijf plus één prioriteiten. "Plus één" staat voor het bevorderen van de rechtsstaat, de basisvoorwaarde voor het functioneren van de Europese Unie. Gaat de minister-president dit onderwerp opnieuw aankaarten op de Europese top? Krijgt dit een prominente plaats in de nieuwe strategische agenda?

Het lijkt nog niet zo eenvoudig om de nieuwe voorzitter van de Europese Commissie te kiezen. Ik begrijp dat de premier er niet alles over kan zeggen, maar kan hij ten minste iets zeggen over het proces? Waar staan we nu als het gaat om de invulling van de openstaande Europese topfuncties? Kan hij iets zeggen over zijn diner met collega-premiers onlangs? Verwacht hij dat de Raad deze week al met namen gaat komen?

De discussie over de invulling van die plekken staat, als het goed is, niet los van de vraag wat we willen bereiken met de EU. Wat wordt de komende jaren de strategische agenda voor de Europese Unie? Wij kunnen ons vinden in de prioriteiten die het kabinet samen met de Kamer heeft gesteld. In hoeverre zijn er eigenlijk grote verschillen van mening tussen de lidstaten, vraag ik de premier. Zijn er lidstaten die voor die agenda zaken gaan inbrengen die Nederland juist niet wil? Welke zijn dat? Waar liggen de uitdagingen? Wat doet Nederland daarmee?

Voorzitter. Er zijn problemen met de rechtsstaat in een te groot aantal landen binnen de Unie. Is de premier dat met ons eens? We hebben het vaak over Polen en Hongarije, maar er zijn ook problemen in Roemenië, Bulgarije en niet in de laatste plaats in Malta. In dat kader citeer ik uit de mededeling van de Europese Commissie over haar uitbreidingsbeleid: "Our Union must be stronger, more solid and more efficient before it can be bigger." Met andere woorden: de EU moet haar huiswerk maken, voordat ze kan nadenken over uitbreiding. We gaan ervan uit dat de premier dit onderschrijft. Wat de ChristenUnie betreft moet het Europese huis juist op het punt van de rechtsstaat op orde zijn, voordat we verder zouden kunnen uitbreiden. Graag een reflectie van de minister-president op dit punt. Toetreding van de landen op de Westelijke Balkan is wat de ChristenUnie betreft dan ook een stap te ver. Op welke manier stelt de minister-president voor dat wij die landen wel blijven ondersteunen in hun route naar meer democratie en een goed functionerende rechtsstaat?

Voorzitter. Het klimaatbeleid staat ook op de agenda. Wij steunen het kabinet ook in zijn zoektocht naar bondgenoten binnen de Unie om in 2050 klimaatneutraal te zijn en voor 2030 op te schalen van 40% naar 55% CO2-reductie. Hoe groot acht de premier de kans dat die doelstelling ook letterlijk zo in de strategische agenda terechtkomt? Hoe zijn de vorderingen in de zogenoemde kopgroep op dit punt?

Voorzitter. Ten slotte over de euro. Na afloop van de eurogroep van afgelopen week bleek de Spaanse minister van Financiën enigszins boos op minister Hoekstra, vooral omdat de stabilisering van de economie niet als doel was toegevoegd aan de eurozonefaciliteit BICC. Mijn fractie roept de minister-president op om net als minister Hoekstra de deur stevig dicht te houden naar onze Zuid-Europese vrienden, zowel wat betreft de doelen van deze faciliteit binnen het MFK alsook met betrekking tot de omvang en de criteria. Graag een bevestiging daarop.

Mevrouw Leijten (SP):

Vorige week is een motie van mij aangenomen die zegt: als aan de Nederlandse voorwaarden niet wordt voldaan met dat begrotingsinstrument of die eurozonebegroting, dan moet Nederland kiezen voor niet meedoen, de zogenoemde opt-out. Is dat wat u betreft nog steeds zo? Wat er nu ligt, is natuurlijk geen eindresultaat van het instrument, maar een volgende stap.

De heer Drost (ChristenUnie):

Die laatste conclusie laat ik aan mevrouw Leijten. Ons probleem met deze discussie is de stabiliseringsfaciliteit, die wellicht toegevoegd zal worden. Dat is op dit moment van tafel. Zoals minister Hoekstra ook al een keer gedaan heeft, hebben wij de opt-out steeds als een reële optie gezien.

Mevrouw Leijten (SP):

De stabilisering zit er nu inderdaad niet in, maar er zit ook een opdracht bij om het instrument verder te volmaken. Er is nog altijd een discussie of het binnen of buiten de begroting moet. Er zijn een aantal heel duidelijke Nederlandse voorwaarden aan zo'n begrotingsinstrument, aan zo'n gezamenlijke pot geld. Ik wil die gezamenlijke pot geld niet, maar ik vind in ieder geval dat die voorwaarden moeten worden gehandhaafd. Als die stabilisering er in het verloop van de discussie, in het komende halfjaar of wellicht het komende jaar, toch weer in komt, als het toch buiten de meerjarenbegroting wordt geplaatst of als de pot geld toch weer veel groter wordt, dan is die opt-out toch nog altijd een reële optie voor de ChristenUnie?

De heer Drost (ChristenUnie):

Volgens mij heeft ook de regering dat al bij herhaling toegezegd. Dat begon een aantal maanden geleden in de Financial Times. Wij gaan ervan uit, maar ik heb die vraag niet voor niks ook aan de minister-president gesteld, dat de stabiliseringsfaciliteit niet in het BICC wordt ingevoegd en dat de criteria gaan gelden die we met elkaar hebben afgesproken. Dat is wat ons betreft ook de uiterste grens.

Dank u, voorzitter.

De voorzitter:

Dank u wel. Dan geef ik nu het woord aan de heer Van Helvert namens het CDA.

De heer Van Helvert (CDA):

Dank u wel, voorzitter. Het is belangrijk dat de leiders bijeenkomen voor de Europese top, want Europa is het beschermen waard, mevrouw de voorzitter. Meerdere collega's voor mij — de heer Asscher begon ermee — spraken over de moord op onze collega-politicus Lübcke. Ook ik wil zijn familie en nabestaanden, maar ook onze collega-politici, condoleren met deze verschrikkelijke moord. Uiteraard sluit ik me aan bij de vraag die de heer Asscher stelde aan de minister-president. Ik zou ook tegen de Voorzitter willen zeggen: zou het geen idee zijn dat wij als parlement onze collega's in Duitsland een hart onder de riem steken en dat we aan hen laten weten dat we het verschrikkelijk vinden en met hen meeleven, net als natuurlijk met de familie?

Hij is niet de enige politicus die lijdt onder wat hij vindt en gezegd heeft. We zien ook onze collega-volksvertegenwoordiger in Nederland, Murat Memis, een Nederlandse, een Europese volksvertegenwoordiger, die naar het zich laat aanzien wordt vastgehouden omdat hij tweets van een Nederlander heeft geretweet, door iemand aan de rand van Europa die vindt dat hij zelf mag bepalen wat waar en niet waar is. Mevrouw Leijten sprak ook al over Pieter Omtzigt, die beveiliging nodig heeft als hij een onderzoek doet naar een collega-land in Europa, Malta.

Europa is het beschermen waard, mevrouw de voorzitter. Ik begrijp heel goed dat mensen zich zorgen maken over hun toekomst en dat soms radicale ideeën aantrekkelijk lijken. Ik begrijp heel goed dat mensen soms denken dat een land het in zijn eentje het beste kan. Maar laten we dan ook juist naar het verleden kijken om daarvan te leren. Dan is het juist de Griekse mythologie die ons het voorbeeld geeft van Europa en de stier. Net als die radicale ideeën soms, kan je het zien als een heel mooie, vette, sterke stier die aantrekkelijk is om bovenop te gaan zitten, maar we weten dat uiteindelijk iets anders achter die stier schuilging als we de mythologie volgen, namelijk een grote macht met slechte ideeën en een dubbele agenda. Laten we zorgen dat ons Europa niet op de rug van die stier van radicalisme wegrent, de zee inspringt, wegzwemt en de rest van de familie en vrienden verweesd achterlaat. Juist hier is het heel mooi dat we onenigheden kunnen uitwisselen. Dat hebben we ook te danken aan die vrede in Europa. Dat kon een hele tijd niet en dat kan hier nu wel. Laten we dat dan ook beschermen en uitwisselen, maar ook de landen onderling in Europa. Daarom ben ik blij dat ik dat soort onenigheden vandaag ook met mijn collega's en met de premier mag uitwisselen.

Dat geldt bijvoorbeeld voor de top van 20 en 21 juni, die een volle agenda heeft. De besluiten worden eigenlijk voor een groot deel buiten die vergadering genomen. Zo bespreken de leiders overmorgen de EMU terwijl het echte debat daarover vorige week in de Ecofin plaatsvond. Donderdag wordt over specifieke aanbevelingen gesproken, maar Italië is de weg naar de strafbank al gewezen. Ook voor het MFK kunnen we niet veel voortgang verwachten. Waar wel over besloten wordt op deze top is het openen van de toetredingsonderhandelingen met kandidaat-lidstaten en over topfuncties in de EU-instellingen, die overigens ook wel door iemand gedaan moeten worden. Ik wil de premier dan ook verzoeken om het verslag van de top nog voor het begin van het reces aan de Kamer te doen toekomen.

Daarnaast heb ik nog een aantal andere vragen aan de premier. Allereerst over de EMU en het MFK. De afgelopen week zijn er tijdens de Ecofin grote stappen gezet in de hervorming van de EMU. Daarom eerst een compliment aan het kabinet en de minister van Financiën over dat behaalde resultaat. Ik heb wel een vraag over het eurozone-instrument voor convergentie en concurrentievermogen, het zogenaamde BICC. Dit zal naar verwachting onder het MFK komen te vallen en daardoor maken ook niet-eurolanden aanspraak hierop. Kan de premier aangeven hoe dit in zijn werk gaat? Welke stappen zijn er gezet in de MFK-onderhandelingen? Is er al meer duidelijk over de mate waarin de landbouw- en cohesiegelden worden hervormd? De achtervang van het resolutiefonds komt bij het ESM, maar de Tweede Kamer wilde eigenlijk eerst een rapport met een onafhankelijke toets op de risicoreductie. We gaan geen risico delen zonder de risico's eerst te reduceren. Wanneer kunnen we dat rapport verwachten?

Mevrouw Leijten (SP):

Ik heb aan de heer Van Helvert eigenlijk dezelfde vraag als die welke ik net voor de heer Drost had. Vorige week heeft het CDA een motie gesteund waarin we de opdracht meegaven aan de minister van Financiën dat als de Nederlandse voorwaarden voor het begrotingsinstrument en de eurozonebegroting geschonden worden, voor ons de optie geldt om niet mee te doen, de zogenaamde opt-out. Nu zijn er stappen gezet maar hoe het instrument er volledig uit komt te zien, gaat de komende maanden nog verder in onderhandeling. Geldt wat u betreft nog steeds die grens die de Kamer vorige week heeft getrokken?

De heer Van Helvert (CDA):

We staan nog steeds achter de motie die is ingediend. Ik heb begrepen dat ook is voldaan aan de voorwaarden die Nederland gesteld heeft. Ik vond dit eigenlijk wel een goede vraag, want ik wil het ook weten. Ik voeg er nog de volgende vraag aan de minister-president aan toe: klopt het dat er is voldaan aan alle voorwaarden die Nederland gesteld heeft? Dan hebben we allebei zo meteen het antwoord dat we er graag op willen hebben.

Mevrouw Leijten (SP):

Dank voor het heldere antwoord: ja, daar staan we nog steeds achter. Het lijkt er nu op dat inderdaad aan de Nederlandse voorwaarden is voldaan, maar er zijn nog zo veel open eindjes dat we volgens mij heel scherp moeten blijven, in het vervolg.

De heer Van Helvert (CDA):

En dat deel ik met mevrouw Leijten.

De voorzitter:

Gaat u verder.

De heer Van Helvert (CDA):

Als het gaat om Italië: kan de premier aangeven hoe het staat met de voortgang van de buitensporigeschuldprocedure? Gaat de premier in de Raad Italië aansporen om de begrotingsafspraken na te komen? Als Italië dat niet doet, lopen de eurozone, en Italië overigens voorop, zware schade op. Zie het noodplan voor Griekenland, dat deze week naar buiten kwam. De EU stond klaar met voedselhulp voor 2 miljoen Grieken bij een faillissement. Daarom zou ik tegen de premier zeggen: houd vol, want als we deze regels niet handhaven, kunnen de gevolgen enorm zijn.

Het CDA wil een ambitieus Europees klimaatbeleid. We kunnen beter samen met Europa maatregelen nemen om onze CO2-emissies te reduceren, dan dat elk land dat afzonderlijk doet. Zoals in het regeerakkoord staat, pleit het kabinet voor een CO2-reductiedoel van 55% in Europa in 2030. Dat willen we bereiken samen met Europa of met een voor ons land relevante kopgroep, zodat we ons eigen nationale doel naar boven kunnen aanpassen. Kan de premier aangeven wanneer we weten of het Europese reductiedoel voor 2030 — het is nu 40% — wordt verhoogd of niet, en of er eventueel zo'n relevante kopgroep kan ontstaan? Daarnaast gaat het om het doel voor 2050. Wat zal de EU op dat punt presenteren? Is daar bij de premier al iets van bekend?

Dan de posities van de EU. Ik zou eerst willen memoreren dat de premier is benoemd tot Europees informateur. Gefeliciteerd daarmee, namens de christendemocraten. Wij vragen wel even of de premier daar zit namens Nederland of dat de premier daar onderhandelt namens de liberale fractie in Europa, want dat zou nogal een verschil maken. Kan de premier verslag doen van hetgeen is besproken met de andere coördinatoren? Wat is de opdracht precies? Wat wordt van hem verwacht? Gaat hij daar ook iets over presenteren bij de top deze week?

Uitbreiding staat onder voorbehoud op de agenda van de Raad. Afgelopen week hebben we ten behoeve van de RAZ een motie van collega Omtzigt (21501-02, nr. 2019) aangenomen om de toetredingsonderhandelingen met Albanië niet te starten. Media berichten dat na Nederland steeds meer lidstaten problemen hebben met het openen van onderhandelingen zoals de Europese Commissie voorstelt. Kan de premier het krachtenveld in de Raad aangaande Albanië weergeven? Zal hij in de Raad ook het standpunt van Nederland overbrengen? Ten slotte. Hoe verhoudt volgens de premier het starten van de noodremprocedure zich tot het openen van gesprekken?

Voorzitter. Dan de brexit. Kan de premier wederom een update geven van de voortgang van de voorbereidingen van Nederland op een no-dealbrexit? Hoe staat het bijvoorbeeld met het werven van personeel en het oprichten van de keuringsplaats voor levende dieren? We verwachten op 1 september een volledige analyse van de readiness van Nederland, want de datum van 31 oktober en premier Johnson — dat zei meneer Verhoeven ook al — komen dichterbij.

Ten slotte, mevrouw de voorzitter. De Raad zal zich mogelijk — naar gelang de ontwikkelingen, staat er dan — ook over specifieke kwesties betreffende het buitenlandbeleid buigen. Betekent dit dat de Raad een gemeenschappelijk standpunt in zal nemen over Iran? Hoe kijkt onze minister-president naar het bewijs dat door de Verenigde Staten is geleverd voor de betrokkenheid van Iran bij de aanval op de olietankers in de Golf van Oman? Aanvallen op de koopvaardij zijn onacceptabel, zo liet het kabinet weten. Het is van groot belang te achterhalen wie wat gedaan heeft. Het kabinet wil bewijzen zien, betrouwbare bewijzen. USCENTCOM gaf helikopterbeelden vrij waarop te zien is dat de Iraanse Revolutionaire Garde aan kleefmijnen van een olietanker zat, omdat die niet wilden ontploffen. Acht het kabinet dit bewijs betrouwbaar, zoals het dat wenste? Is hierover contact met de Verenigde Staten en het Verenigd Koninkrijk? Zoekt het kabinet actief contact? Wanneer komt het kabinet met een appreciatie? Immers, als Iran een besproken onderwerp wordt tijdens de top — dat kan ik me heel goed voorstellen — dan is het wel handig dat het kabinet zijn positie hierop kent. Kan de premier die dan ook met ons delen?

Tot slot, mevrouw de voorzitter. Onder het kopje "specifieke kwesties, naar gelang de ontwikkelingen" zou misschien ook de Duitse tol nog besproken kunnen worden, want daar heeft het Europees Hof een hele duidelijke uitspraak over gedaan. Kan de premier de collega's uit Duitsland vragen hoe zij deze maatregel zo snel mogelijk op een andere manier gaan uitvoeren of dat zij deze misschien niet gaan uitvoeren?

Dank u wel.

De voorzitter:

Dank u wel, meneer Van Helvert. Dan geef ik nu het woord aan de heer Stoffer namens de SGP.

De heer Stoffer (SGP):

Voorzitter. De EU heeft de wind weer in de zeilen. Zo lijkt het althans als je kijkt naar de vele ambitieuze en strategische plannen, voorstellen en doelstellingen van de EU. Op verschillende onderwerpen wil Nederland in de kopgroep zitten. Dat geldt bijvoorbeeld voor het thema klimaat. Maar Duitsland, onze buurman, kiest een veel nuchterder opstelling. Dat land verbindt zich niet aan allerlei jaartallen en percentages, maar stelt de terechte vraag: hoe kan de Europese Unie tot klimaatneutraliteit komen? Is dat überhaupt mogelijk en zo ja, wat is daarvoor de beste manier?

Dit zijn natuurlijk cruciale vragen die je vooraf moet stellen en niet pas achteraf. Ik roep het kabinet op een voorbeeld nemen aan deze Duitse nuchterheid. Wat de SGP betreft zouden subsidiariteit en proportionaliteit een veel prominentere plaats moeten innemen in de Strategische Agenda 2019-2024.

Er moet ook meer aandacht zijn voor de centrale rol van de lidstaten. Mijn vraag aan de minister-president is of hij deze zienswijze deelt en zo ja, of zo nee, wat hij daaraan gaat doen. Als het zo nee is, dan zal hij er ook niet zo veel aan doen, schat ik in.

Voorzitter. Mijn fractie vindt dit zeker ook een aangelegen punt bij de onderhandelingen over het nieuwe voorzitterschap van de Europese Commissie en het Europees Parlement. Mijn vraag is dan ook of het kabinet toetst of die nieuwe leiders de bevoegdheden van de lidstaten willen respecteren en of zij, ook in het licht van de brexit, echt oog hebben voor de oprechte zorgen van veel Europese burgers over onnodige bemoeienis vanuit Brussel met binnenlandse zaken. Daar zou ik graag een reactie op hebben.

Dan het Meerjarig Financieel Kader. Ik vraag me af waarom dit kabinet zo onduidelijk is over zijn concrete keuzes en inzet. En kan dit kabinet in getallen aangeven wat het totale maximumbedrag en wat het maximale percentage ten opzichte van het bruto nationaal inkomen van de EU moet zijn? Wat de SGP-fractie betreft, stijgt het Meerjarig Financieel Kader niet en houden we vast aan 1% van het bruto nationaal inkomen.

Maar ik heb er een hard hoofd in dat dit ook daadwerkelijk de situatie zal zijn. Niet alleen gezien de grote ambities, zoals verwoord in de strategische agenda, maar ook omdat er allerlei nieuwe en forse onderdelen aan het Meerjarig Financieel Kader worden toegevoegd. Mijn vraag is: hoe verhoudt dit zich tot de Nederlandse onderhandelingsinzet of, directer gesteld, gaat Nederland daarmee instemmen?

Voorzitter. Dit brengt me bij de plannen voor een eurozonebudget, of het zogenaamde schokfonds. De Volkskrant analyseerde onlangs dat de ministers van Financiën de gedroomde uitbouw van de eurozone beperkt hebben tot een bescheiden kapel. Mijn fractie ziet echter wel degelijk de betonstructuur van een forse uitbouw ontstaan, ook al zijn de muren nog niet helemaal op hoogte gemetseld. Weliswaar toonden de eurozonevoorzitter en de Eurocommissaris zich teleurgesteld, maar dat lijkt vooral een doorzichtige poging om te doen alsof er weinig aan de hand is en tegelijk ook druk op de ketel te houden. Dat zij spreken van eerste en kleine stapjes die samen een groter effect hebben en dat de Fransen spreken over een eurozonebegroting en een minirevolutie, dat zegt wat ons betreft ook genoeg.

Over het schokfonds, de BICC, heeft mijn fractie dus nog de nodige prangende vragen. Die luiden kort gezegd als volgt. Hoeveel geld mag er naar dit fonds toegaan? Gaat dit geld uit nieuwe heffingen komen of uit bestaande? Wat zijn precies de strikte voorwaarden waaronder het uitgevoerd mag worden? Wat als het BICC wel een expliciete stabilisatiedoelstelling krijgt? Daaraan is al eerder gerefereerd. En tot slot: beaamt de minister-president de conclusie van het CPB dat zo'n schokfonds niet noodzakelijk is voor het voortbestaan van de euro?

Voorzitter. U begrijpt, ik zie enorm uit naar de reactie van onze minister-president. Dank u wel.

De voorzitter:

Dank u wel, meneer Stoffer. Tot slot geef ik het woord aan de heer Anne Mulder namens de VVD.

De heer Anne Mulder (VVD):

Voorzitter, dank. Om te beginnen sluit ik me graag aan bij de woorden van een aantal collega's over de moord op een Duitse politicus, de heer Lübcke, die zeer waarschijnlijk is geïnspireerd door politieke motieven. Dat is een dieptepunt in de democratie.

Voorzitter. Dan de Europese Raad. Ik zeg het vaker: het gaat erom in Europa te behouden en te versterken wat we samen hebben opgebouwd aan veiligheid en economische groei. Daartoe dient ook de strategische agenda voor de nieuwe Europese Commissie die wordt vastgesteld door de Europese Raad. Als mijn fractie het goed leest, dan staan daar een aantal Nederlandse prioriteiten in. Dat zijn het oplossen van de grote grensoverschrijdende problemen die landen niet zelf kunnen oplossen, zoals klimaat, veiligheid en migratie, het aanwakkeren van de economische groei, zoals het vervolmaken van de interne markt, vooral op het gebied van diensten, waar nog een enorme slag te slaan is, en het handhaven van regels. Volgens mij staat dat expliciet in de strategische agenda. De vraag is natuurlijk hoe je daar handen en voeten aan geeft. Kan de premier, onze eerste minister, iets zeggen over hoe dat gaat gebeuren? Over de strategische agenda is mijn vraag: is Nederland nou tevreden of wil de premier dit nog verder verbeteren? Waar gaat de discussie zich de komende week op toespitsen? Wat zijn nog de openstaande punten? Ik krijg daarop graag een reactie.

Dan de topposities. Net als mijn collega's de heer Van Helvert en de heer Van Ojik is ook mijn fractie zeer benieuwd wat er nu gaat gebeuren. De VVD-fractie deelt het uitgangspunt van de beste mensen op de goede en belangrijke posities, maar wat is de stand van zaken? Kan de premier een tipje van de sluier oplichten? Wanneer kunnen we verwachten dat de mensen zijn benoemd?

Dan de toekomst van de eurozone. Er zijn conclusies opgesteld in de eurogroep. Worden deze de komende week gewoon overgenomen of gaat er toch nog een discussie plaatsvinden in de Europese Raad? Wat de VVD betreft ziet het er goed uit. Er zijn goede coalities gesmeed met de Hanzeliga. Dat laat zien dat dit effectief is.

Dan kom ik bij brexit. Collega's hebben het al gezegd: het is wellicht handig, gelet op de situatie in het Verenigd Koninkrijk, om het no-dealscenario weer op te poetsen en de Kamer te informeren over de actuele stand van zaken van de voorbereidingen. Een paar maanden geleden was er een motie-Van Ojik, die het kabinet vroeg om ons per departement een update te geven van de voorbereidingen op een no-dealbrexit. Het zou goed zijn als het kabinet dat binnenkort weer doet. We hebben een aantal Britse kandidaat-premiers gezien. Sommigen zeggen heel losjes dat ze niet voldoen aan hun verplichtingen of dat ze gaan heronderhandelen. Komt er nou een statement van de Europese Raad dat dit niet aan de orde is, om toch te proberen een aantal Britse kandidaat-premiers — niet allemaal — wat realiteitszin bij te brengen en ervoor te zorgen dat ze uit de sprookjeswereld vertrekken?

Tot slot Noord-Macedonië en Albanië. Volgens mij heeft minister Blok van Buitenlandse Zaken daar zojuist over gesproken in de Raad Algemene Zaken, die net klaar is. Kan de minister-president aangeven wat de resultaten zijn van die Raad Algemene Zaken ten aanzien van Albanië en Noord-Macedonië wat betreft het openen van de toetredingsonderhandelingen?

Dank u, voorzitter

Mevrouw Leijten (SP):

Ook aan de heer Mulder van de VVD stel ik de vraag die ik stelde aan het CDA en de ChristenUnie, omdat zij ...

De voorzitter:

Hij weet het.

Mevrouw Leijten (SP):

U vindt dus dat die motie een doorwerking heeft in het verdere proces van de onderhandelingen over dat begrotingsinstrument?

De heer Anne Mulder (VVD):

Ja.

De voorzitter:

Dank u wel. Dat kan ook: kort en krachtig. Daarmee zijn we ook aan het eind gekomen van de eerste termijn van de kant van de Kamer. Ik schors de vergadering tot 18.45 uur.

De vergadering wordt van 17.37 uur tot 18.45 uur geschorst.

De voorzitter:

We gaan verder met het debat over de Europese top van 20 en 21 juni 2019 en ik geef de minister-president het woord.

Minister Rutte:

Voorzitter. Laat ik ook beginnen met de moord op de Duitse politicus Lübcke. Ik deel wat Lodewijk Asscher en de anderen daarover gezegd hebben, dat we daarvan kennisgenomen hebben en zeer geschokt zijn. Iemand die het debat niet uit de weg ging; iemand die ook in de eigen partij en in de Duitse politiek zeer gemist wordt. Naar ik heb begrepen, heeft de Duitse politie een verdachte opgepakt. Dat is op zichzelf een goede zaak. We moeten natuurlijk oppassen om op de zaken vooruit te lopen, maar ik heb begrepen dat er een extremistisch, mogelijk ook een rechtsextremistisch motief achter zou zitten. Nogmaals, ik wil voorzichtig zijn, want wij kennen natuurlijk niet alle details van de precieze opsporing, maar dat zijn allemaal signalen die het nog weer extra zorgwekkend maken, al is het feit op zich al verschrikkelijk. Ik zie ook vreselijke berichten rondgaan op sociale media, die, denk ik, op ons allemaal als zeer onsmakelijk overkomen. Dank dat dat punt gemaakt is en ik mag mij daarbij aansluiten.

Voorzitter. Er zijn heel veel vragen gesteld over heel veel onderwerpen. Ik probeer het een beetje te clusteren, maar het zal toch ook een tikje door elkaar lopen. Helemaal te vermijden is dat niet. De heer Drost, om er maar even een te pakken, want daar zijn wel meer vragen over gesteld, vroeg hoe het gaat met de vijf prioriteiten en de rechtsstaat vooral ook. We hebben eigenlijk vijf prioriteiten plus één: hoe gaan we ervoor zorgen dat die Commissie ook gaat leveren? Dat is natuurlijk het volgende punt. Inzake de rechtsstaat wil ik graag verwijzen naar de kabinetsreactie ... Excuus. Inzake het functioneren wil ik graag wijzen op de reactie op het rapport van Van der Graaf. Dat gaat naar verwachting later deze maand naar de Kamer. Als het gaat om het eigen huis op orde krijgen en ervoor zorgen dat ook de toolbox versterkt wordt, dan kunnen we, denk ik, op hoofdlijnen de zaak positief benaderen. Waar het specifiek de rule of law betreft, zet het kabinet er inderdaad op in dat dit een prominente plek krijgt in de strategische agenda. Ik denk overigens dat de huidige tekst daar ook in voorziet, maar ik zal hem daar nog een keer op toetsen.

In hetzelfde kader natuurlijk artikel 7, Hongarije, een vraag van de heer Van Ojik. De verwachting is dat het aankomend Fins voorzitterschap op korte termijn de eerste hoorzitting zal organiseren over Hongarije, of dat zal agenderen. Dat zullen wij steunen. Het is nu van groot belang dat de Raad ook zelf verantwoordelijkheid gaat nemen, na de aanname van het Sargentini-rapport dat vorig jaar september is verschenen.

Dan was een vraag of er wel voldoende middelen zijn om, als de rechtsstaat onder druk staat, ook ondersteuning te kunnen geven. Dat is in de eerste plaats een verplichting en verantwoordelijkheid van de lidstaat zelf, maar hierbij kan wel steun of enige druk van buitenaf noodzakelijk zijn. Daarom zij wij ook voorstander van een nieuw EU-fonds voor justitie, rechten en waarden. Dat heeft de Commissie voorgesteld in het kader van het nieuwe MFK, ook om het maatschappelijk middenveld in landen waar de rechtsstaat onder druk staat, te ondersteunen. Er zijn ook programma's van de Raad van Europa die bijdragen aan de versterking van de rechtsstaat in de lidstaten.

In dat kader kwam ook een vraag over het rapport-Omtzigt over Malta. Dat krijgt terecht veel aandacht, ook in Nederland. Het rapport is een belangrijke bijdrage en Malta is opgeroepen om het serieus te behandelen en er ook gevolg aan te geven. Er zijn enige tijd geleden arrestaties verricht. Het onderzoek is nog gaande. De Commissie heeft gezegd het proces zorgvuldig te monitoren en is ook bereid tot actie als daartoe nadere gronden zijn. Wij verwelkomen deze betrokkenheid en volgen ook zelf de ontwikkelingen op de voet. Stef Blok, de minister van Buitenlandse Zaken, heeft tijdens zijn bezoek in januari de zorgen die ook in Nederland leven, overgebracht. Wij zullen erop aandringen dat de juiste stappen worden gezet om de verdachten te vinden en te berechten.

Ik moet er wel bij zeggen dat dit niet op agenda van deze Europese Raad staat. En het werkt niet zo dat ik daar allerlei zaken zelf kan agenderen. Het staat niet op de agenda, maar dat neemt niet weg dat dat voor ons geen reden is om voor dit belangrijke punt niet vol de aandacht te blijven vragen. Dit ook in de wetenschap dat een van de collega's hier in de Kamer er natuurlijk zeer actief bij betrokken is.

Mevrouw Leijten (SP):

We spreken hier vaak over de rechtsstaat, de situatie in verschillende Europese landen, landen die lid zijn van de Europese Unie, waar we ons zorgen over maken. Erkent de minister-president dat bij een goed functionerende rechtsstaat onafhankelijke media horen en dat journalisten dus niet bedreigd moeten worden in hun bestaan wanneer zij publiceren over of onderzoek doen naar de zittende macht?

Minister Rutte:

Volkomen.

Mevrouw Leijten (SP):

Hoe gaat de minister-president er dan mee om dat hij de hand schudt van de premier van Malta, die juist besproken werd door deze journalist, of van de premier van Tsjechië, die een proces aan de broek heeft gekregen van Transparency International? Hoe gaat hij daarmee om? Zegt hij daar wat over? Is er dan een gesprek of blijkt de etiquette zo te zijn dat je daar op dat moment over zwijgt?

Minister Rutte:

Als de feiten onomstotelijk zijn vastgesteld, wordt het stevig besproken. Ik heb bijvoorbeeld al een aantal keer met Orbán over de kwestie van het rapport-Sargentini gesproken. Maar het gaat stap voor stap. Ook dat is rule of law. Nu het rapport-Omtzigt er is, vind ik het van groot belang dat Malta de stappen kan zetten en dat ook de Commissie aan zet is, en dat ik nu niet de rechter ben. Als eenmaal duidelijk is wat er precies aan de hand is, zoals in het geval van Hongarije, zijn wij ongemeen duidelijk.

De voorzitter:

Gaat u verder.

Minister Rutte:

Voorzitter. Er zijn een aantal vragen gesteld over de strategische agenda, onder anderen door de heer Mulder. Het is nu uiteraard van belang dat die agenda niet alleen wordt vastgesteld maar ook wordt uitgevoerd. Daarom ook is in de conclusies vastgelegd dat in oktober wordt teruggekomen op de implementatie. Het is nog niet precies bekend hoe we die discussie gaan structureren, maar we zullen er natuurlijk op toezien dat het goed gaat. Finland als volgende voorzitter, de nieuwe Finse premier, zal daar een grote rol in hebben.

Maar het is ook van belang dat dit nu onderdeel wordt van het werkprogramma van de Commissie. Dat betekent dat deze prioriteiten worden meegegeven aan de nieuwe Commissievoorzitter, maar ook dat we eraan gaan werken dat die strategische agenda landt in een werkmethode van de Commissie die niet meer gedreven wordt door pillarisation, het feit dat iedereen zijn eigen portefeuille heeft, maar zo veel mogelijk wordt vormgegeven door themagewijs te werken. Het was ooit het idee, met de vicepresidenten, dat er veel meer themagewijs gewerkt zou worden. Een voorbeeld is migratie: je wilt natuurlijk dat op dat onderwerp alle betrokken Commissarissen met elkaar samenwerken, evenals alle staten die bij de Raad werkzaam zijn. Het gaat dus niet alleen om de inhoud, maar ook om de delivery. Daar kan Europa, de Europese Commissie nog behoorlijk aan kracht winnen, zodat we ook echt doen wat we ons hebben voorgenomen.

De heer Van Otterloo vroeg waar we nog een aanscherping gaan bepleiten. Zoals u kunt zien in de geannoteerde agenda, kunnen wij ons goed vinden in de strategische agenda, want die bevat eigenlijk alle essentiële punten uit de Staat van de Unie. Zeker ook waar het de EU-governance betreft, zullen wij heel scherp toezien op de uitvoering: de rechtsstatelijkheid, de transparantie en het functioneren van de instellingen. We zijn blij met wat er in de agenda en de onderliggende stukken staat.

Klimaat is natuurlijk een voorbeeld van een kwestie waarop de zaken ambitieus moeten zijn. Wij zouden een ambitieuze tekst willen, inclusief het noemen van mid-century 2050 als het moment van klimaatneutraliteit. Als dat zou lukken, is dat een punt waarop de strategische agenda kan worden aangepast. Ik kom zo nog terug op de vraag hoe specifiek op dat punt het krachtenveld zich ontwikkelt, maar op zichzelf ben ik tevreden met het stuk. Wel moeten we bij dit type zaken kijken of het mogelijk is om door middel van het bouwen van coalities de zaak nog verder aan te scherpen.

Dan de antidiscriminatierichtlijn. Wij zullen de komende periode ons hard blijven maken voor die richtlijn. Het principe van gelijke behandeling is natuurlijk een van de fundamentele waarden van de Unie. Gezien het feit dat een aantal landen op een aantal punten dwarsligt, is het nog niet op voorhand zo dat deze richtlijn nu kan worden ingebracht in de discussie rond de vaststelling van de strategische agenda. Er zal in de discussie later deze week natuurlijk ook weer sprake zijn van een discussie over fundamentele rechten en vrijheden van burgers in de Unie. Die worden ook in de strategische agenda benoemd. Maar ik kan de heer Van Otterloo verzekeren dat wij ons voor deze richtlijn zullen hardmaken. Dit lijkt nu niet helemaal precies het forum om dat doen, maar dat neemt niet weg dat dit een gezamenlijk project is van hem en mij.

Dan was er de vraag van de heer Stoffer over subsidiariteit en proportionaliteit in de strategische agenda: gaan we ons daarvoor inzetten? Nederland heeft in Brussel aangedrongen op een paragraaf in de strategische agenda over het functioneren van de Unie. We zijn op zichzelf blij dat die er is en dat er ook expliciet aandacht is voor deze onderwerpen.

Dan de specifieke vraag of bij de benoeming van de nieuwe voorzitter ook oog is voor deze thema's. De strategische agenda stelt de prioriteiten voor de komende jaren. Dat is ook de opdracht die wij nu meegeven als Europese Raad, als strategisch richtinggevend orgaan van de Unie, aan de nieuwe Commissie. De kwesties van subsidiariteit en proportionaliteit maken daar integraal onderdeel van uit, dus men heeft zich daartoe te verhouden.

Dan de vraag van de heer Asscher over de sociale pijler. Het sociaal beleid en de sociale pijler as such staan natuurlijk expliciet in de strategische agenda. Nederland steunt dat. Daarin staat opgenomen dat de Europese pijler van sociale rechten geïmplementeerd moet worden op het niveau van de Unie en de lidstaten, wel rekening houdend met de respectievelijke bevoegdheden. Er is ook een brief van 24 mei van minister Koolmees van Sociale Zaken over de toekomst van de sociale dimensie aan de Kamer gestuurd. Daarin is benoemd dat het kabinet de nieuwe Commissie helpt bij de toepassing van de beginselen van de sociale pijler op basis van de ...

Ik zeg er wel bij: wij steunen de huidige verdeling van de verantwoordelijkheden; we willen die niet veranderen. Daarbij ligt de focus op een aantal belangrijke vraagstukken, waaronder uiteraard de toekomst van werk maar ook thema's waar Nederland zich onder het vorige kabinet en onder dit kabinet sterk voor heeft gemaakt. Belangrijk zijn ook de thema's die de heer Asscher naar voren heeft gebracht in zijn bijdrage. Meer specifiek zijn dat zaken als opwaartse sociaal-economische convergentie, de toekomst van werk, fatsoenlijke arbeidsmobiliteit, de coördinatie van sociale zekerheid en gezonde en veilige arbeidsomstandigheden, met bijzondere aandacht voor bedrijven die in meerdere lidstaten functioneren.

De heer Verhoeven vroeg of ik het ermee eens ben dat de Raad geblokkeerd is door minderheidsveto's en hoe we minder nee gaan zeggen. Ik herkende dat beeld niet helemaal. Het is waar dat Nederland opvattingen heeft en dat wij vinden dat het wel een keer mooi is met hoeveel de Unie spendeert en dat het ook mogelijk moet zijn om binnen het budget wijzigingen aan te brengen. Wij komen heel erg actief, vind ik, met eigen voorstellen. Denk aan klimaat, waarbij wij een van de voortrekkende landen zijn, de interne markt, migratie, rechtsstatelijkheid en transparantie.

Ik herken me in dat opzicht niet zozeer in dat beeld. Maar inderdaad, die samenwerking is niet onbegrensd. Ik denk dat we eerlijk moeten zijn dat er ook in deze Kamer partijen zijn zoals D66 die vanuit de eigen overtuigingen voor een verdere Europese samenwerking zouden zijn, op nog meer terreinen. Dat is niet het kabinetsbeleid. In die zin moet ik natuurlijk het kabinetsbeleid uitdragen. Ook in de eurogroep — we komen zo nog te spreken over versterking van het ESM en het BICC-instrument — zie je toch dat Nederland steeds het land is dat probeert constructief knopen uit de discussie te trekken.

Dan de vraag van de heer Van Ojik over het minimumloon. Er zijn verschillende lidstaten die daarmee ambities hebben. Er ligt nu geen concreet voorstel. Als dat er komt, zullen we het op zijn merites beoordelen. Dat zal Wouter Koolmees, de minister van Sociale Zaken, doen. Zijn brief van 24 mei over de sociale dimensie zal dan als toetsingskader dienen. Er zitten een paar belangrijke uitgangspunten in, waaronder weer de bestaande bevoegdheidsverdeling, maar ook aandacht voor handhaving van de bestaande afspraken en een betere verbinding tussen sociaal beleid en de andere beleidsterreinen in de Unie.

Dan de marktwerking. De interne markt met de vier vrijheden is natuurlijk een integraal onderdeel van het functioneren van Unie. Die zijn nooit absoluut geweest. Er zijn uitzonderingen in het Verdrag, bijvoorbeeld op het gebied van volksgezondheid. Wij pleiten als kabinet niet voor het opheffen van alle barrières. We zullen steeds een afweging moeten maken tussen nationale belangen, de belangen van uiteraard de mensen en de belangen van het creëren van sterke ondernemingen, waar ook weer veel mensen aan het werk kunnen. Dat moet dus altijd een balans zijn. Marktwerking is daarmee geen doel op zichzelf. Het is een methode om uiteindelijk de beste verdeling te krijgen van geld, productiemiddelen en mensen.

Waarom is de strategische agenda niet openbaar en waarom is die zo laat naar de Kamer gestuurd, was een vraag van mevrouw Leijten. Dat is eigenlijk een discussie die we vaker hebben. Het is net als bij de conclusies van de Europese Raad, die vertrouwelijk zijn tot het moment dat ze worden vastgesteld. Wij hadden graag gezien dat de strategische agenda op het Delegates Portal was geplaatst, zodat u die zelf had kunnen inzien. Wij hebben daar opnieuw aandacht voor gevraagd en er een pleidooi voor gehouden in Brussel. Het is goed gebruik om als documenten niet beschikbaar zijn op het Delegates Portal, die vertrouwelijk naar de Kamer te sturen. Dat is vandaag om twaalf uur gebeurd.

Vandaag heeft Stef Blok, de minister van Buitenlandse Zaken, op dit punt in de Raad Algemene Zaken expliciet aandacht gevraagd voor transparantie en heeft hij ook een non-paper over transparantie gepresenteerd. Dat is een van de onderwerpen waaraan Nederland nu actief probeert bij te dragen, daartoe ook aangespoord door verschillende partijen in de Kamer; door de heer Omtzigt, maar ook door andere partijen, zoals D66, GroenLinks en de SP. Velen hebben daar natuurlijk aandacht voor gevraagd. Een van de punten in die paper is dat Raadsdocumenten eerder proactief openbaar moeten worden gemaakt, met respect voor de benodigde "space to think", zoals dat zo mooi heet.

Dan de vraag van mevrouw Maeijer of we kunnen uitsluiten dat er meer bevoegdheden naar Brussel gaan met de strategische agenda. Volgens mij worden er in deze strategische agenda geen bevoegdheden overgedragen, maar is het een zeer gefocuste werkagenda. Het hele idee van de Europese Unie was tot vijf jaar geleden toch een beetje een feestcommissie op zoek naar een feest. Dat is echt gestopt met de vorige Commissie, de huidige Commissie-Juncker, en ook het goede werk van de eerste vicepresident Timmermans. Ik vind ook dat deze strategische agenda in die traditie verder procedeert.

Dan benoemingen. Het streven is, zoals u weet, om donderdag een akkoord te bereiken over de benoemingen.

De voorzitter:

Voordat u naar de benoemingen gaat, heeft de heer Van Ojik nog een vraag over het vorige punt.

Minister Rutte:

Excuus, ja.

De heer Van Ojik (GroenLinks):

Ik probeer de spanning er nog een tijdje in te houden wat die benoemingen betreft.

De voorzitter:

Maar dat lukt niet helemaal.

De heer Van Ojik (GroenLinks):

Hoeft dat niet?

Ik wil graag nog wat over die strategische agenda vragen. Er is in ieder geval een versie van uitgelekt, dus die hebben we allemaal gezien. Daar stonden op een aantal punten ineens verrassend concrete dingen in, bijvoorbeeld dat we naar eerlijke belastingheffing zouden moeten streven op Europees niveau of dat we meer industriebeleid zouden moeten voeren op Europees niveau. Herkent de minister-president die punten ook nog in de nieuwe versie?

Minister Rutte:

Dat kan ik hier dus niet in het openbaar zeggen.

De heer Van Ojik (GroenLinks):

Misschien kan hij zeggen of hij ze herkent.

Minister Rutte:

Nee, dat kan ik ook niet doen.

De heer Van Ojik (GroenLinks):

Als hij ze herkent, maar ook als hij ze niet herkent, wat vindt hij ervan? Zouden dat nou goede ideeën zijn om dat Europa dat beschermt, waar het over gaat, handen en voeten te geven?

Minister Rutte:

Ik kan daar dus niet op reageren, maar ik kan natuurlijk wel in algemene zin iets zeggen: stel nou dat er zoiets zou staan. Over industriebeleid is op zichzelf een hoop te zeggen. We moeten natuurlijk oppassen dat we niet vallen in de "trap" van het Frans-Duitse paper dat uiteindelijk ook de Europese Commissaris voor Mededinging onder politieke aansturing wilde plaatsen, mede vanwege de mislukte fusie tussen twee grote Duits-Franse bedrijven. Daar zou ik tegen zijn. Het is heel belangrijk dat we een onafhankelijke Commissaris voor Mededinging houden die niet onder politieke toetsing staat. Dus als je industriebeleid voert, moet dat integraal zijn met alle andere andere aspecten van het internemarktbeleid en de manier waarop wij vorm geven aan onze buitenlandse handelsrelaties. Als je het zo bekijkt, in zijn integraliteit, is er veel te zeggen voor industriebeleid, maar dan wel als onderdeel van die veel bredere agenda.

Dan het andere onderwerp dat u benoemde, meneer Van Ojik.

De voorzitter:

Ja, meneer Van Ojik.

De heer Van Ojik (GroenLinks):

Uit de uitgelekte versie van de strategische agenda herinner ik me bijvoorbeeld de term "a fair taxation", dat er wordt gepleit voor eerlijke belastingheffing ...

Minister Rutte:

Wij willen uitsluitend oneerlijke belastingen.

De heer Van Ojik (GroenLinks):

... en om daar op Europees niveau afspraken over te maken. Ik neem aan dat de strategische agenda daarover gaat. Mijn vraag aan de minister-president is of hij dat ook ziet als een belangrijke prioriteit voor de toekomstige Europese strategische agenda.

Minister Rutte:

Over wat er wel of niet in die strategische agenda staat, kan ik niks zeggen, maar op zichzelf kan geen mens tegen fair taxation zijn. De vraag is alleen hoever je gaat met de coördinatie op het gebied van belastingen. Nederland is geen voorstander van een verdergaande coördinatie op het terrein van de vennootschapsbelasting, maar het is kabinetsbeleid om bedrijven in algemene zin belasting te laten betalen waar ze de winsten maken, en om ervoor te zorgen dat er een faire belastingheffing is, het liefst zo veel mogelijk in OESO-verband, omdat je daarmee ook een level playing field hebt met de concurrerende economieën buiten Europa.

De voorzitter:

Tot slot op dit punt, meneer Van Ojik.

De heer Van Ojik (GroenLinks):

Nog los van wat er precies in staat en niet, meen ik ervan uit te mogen gaan dat wat in de strategische agenda staat, gaat over wat de Europese Unie gaat doen. Dus die gaat niet over wat lidstaten op eigen houtje gaan doen of wat de OESO gaat doen, maar het is een agenda voor de Europese Unie. Daar zou weleens in kunnen staan dat wij voor een eerlijke belastingheffing zijn. Althans, dat stond in de versie die ik heb gezien. Dan is de vraag of de minister-president daar voor de Europese Unie een rol ziet. Ik zou dat overigens zeer toejuichen, maar ik hoor hem dat nog niet heel expliciet zeggen.

Minister Rutte:

Er is een lopende discussie in Europa over belastingheffing. Daar doet Nederland zeer constructief aan mee. Je wilt voorkomen dat er in landen te weinig belasting wordt betaald of dat er sprake is van belastingontduiking. Dat willen we allemaal niet. Iedereen moet een eerlijke bijdrage leveren. Je wilt ook dat bedrijven eerlijk belasting betalen en niet met enorme winsten uiteindelijk nauwelijks een belastingdruk ervaren, doordat ze het tussen landen allemaal kunnen weg-tax-plannen. Dat wil je voorkomen. Een van de onderdelen is dan dat je probeert te bereiken dat in de landen waar de omzet en de winst gemaakt worden, ook de belastingheffing plaatsvindt. Dat is op zich allemaal staand kabinetsbeleid. Ook in Europa wordt daarop samengewerkt. Maar er zijn ook gedachten die veel verdergaan, bijvoorbeeld dat je naar een gemeenschappelijke basis zou moeten voor de vennootschapsbelasting.

De voorzitter:

Gaat u verder.

Minister Rutte:

Daar zou Nederland geen voorstander van zijn omdat belastingconcurrentie, mits die niet ten koste gaat van eerlijke belastingheffing, in een unie met zeer grote lidstaten, die inherente voordelen hebben omdat ze zo groot zijn, ook een noodzakelijkheid is voor de kleinere lidstaten om aantrekkelijk te blijven voor grotere industriële ondernemingen, die ook weer veel innovatie en banen met zich meebrengen. Dus daar moet je een goede balans in blijven zoeken.

De heer Asscher (PvdA):

Dit wijkt toch weer wat af van de nieuwe koers die we vanmiddag nog hebben besproken. Opeens is het weer noodzaak voor die grote bedrijven om via belastingconcurrentie een voordeeltje te halen. Anders zouden we als land een onaanvaardbaar risico lopen. Ik zou de premier willen vragen om dat nu eens een keer te onderbouwen, want het wordt zo even eruit gegooid alsof het een idioot idee zou zijn. Ik denk dat het heel slecht is voor Nederland en heel slecht voor werknemers dat die belastingconcurrentie maar doorgaat, dat onze grote bedrijven daardoor te weinig betalen, en dat mede daardoor de lonen onder druk staan. Dus misschien kan hij toch even een onderbouwing geven van dit zo achteloos gebrachte idee.

Minister Rutte:

De heer Asscher verbindt daar een aantal epitheta ornantia aan die ik, geloof ik, niet gebruikt heb. Maar even terug naar het thema zelf: uiteindelijk wil je bereiken dat Nederland een concurrerend land is, dat bedrijven zich hier ook willen vestigen, zonder dat er oneerlijke belastingvoordelen ontstaan. Als je als Nederland niet zou mogen zeggen dat je vennootschapsbelastingtarief een van de punten is waarop je concurrerend bent — we weten dat dat een belangrijk argument voor bedrijven is om zich ergens te vestigen — dan kan zich het volgende voordoen. Een bedrijf heeft een inherent voordeel om zich te vestigen in een grote lidstaat omdat dat een grote thuismarkt met zich meebrengt met automatische omzetgaranties. Als zo'n bedrijf ervoor kiest om zijn hoofdkantoor te vestigen in een kleinere lidstaat, waar de thuismarkt veel kleiner is, loopt het in principe een bepaald risico, even los van alle bijvoeglijke naamwoorden. Daarom is dit kabinet, net als het vorige kabinet, geen voorstander van een gemeenschappelijke belastingbasis op het gebied van de Vpb. We zijn ook tegen een race to the bottom, dus het moeten allemaal redelijke tarieven zijn, maar we zijn ertegen om allemaal naar hetzelfde vennootschapsbelastingtarief te gaan.

De heer Asscher (PvdA):

Ik pleit er ook niet voor dat iedereen hetzelfde vennootschapsbelastingtarief heeft, maar ik denk dat de werkelijkheid toch een andere is dan zoals de premier die schetst. Het is niet meer zo dat landen via die concurrentie een sterke positie hebben ten opzichte van die bedrijven. Het is andersom. Die bedrijven zetten landen onder druk, zeker de kleinere landen, en zeggen: als je tarief niet omlaaggaat, dan ga ik weg. Dat heeft niks te maken met de thuismarkt. Dat is gewoon zoals de echte belastingconcurrentie nu uitpakt. Juist als we in Europa een gemeenschappelijk minimumtarief afspreken, zijn we niet meer gevoelig voor de chantage van die grote bedrijven. Vervolgens kun je met de opbrengsten daarvan de leraren beter betalen en lastenverlichting toepassen voor werknemers. Ik vind het in die zin echt wel het oude denken als je denkt dat die bedrijven anders weggaan. Daar laten we ons niet meer door chanteren. Dat gold niet voor de dividendbelasting, dat geldt ook niet voor de vennootschapsbelasting. Je kunt je beschermen tegen dat aspect door in Europa samen te werken.

Minister Rutte:

Ik ben niet zo heel bang dat bedrijven weggaan vanwege hogere Vpb-tarieven. De dividendbelasting was wel een relevante factor. Daar lopen we een risico, maar ik geloof niet dat de vennootschapsbelasting een reden is voor bedrijven om weg te trekken. Het is wel een belangrijk argument om te komen. Gelet op het belang van de beurs in Amsterdam, als grote beurs in een kleinere economie, voor bedrijven om zich hier te vestigen, bedrijven die ook een beursgang overwegen, dan is dat een competitief voordeel. Als die bedrijven hier niet meer naartoe komen, heeft dat ook effect op die beurs. Het kan een spiraal naar beneden betekenen als je dat niet verstandig doet.

Nederland zet nu in op verlaging van het Vpb-tarief. Het kabinet heeft voornemens daartoe, zowel voor het hoge als het lage tarief. Maar ik vind dat we dat in heel redelijke mate doen. Want als je dat vergelijkt met wat er in de rest van Europa gebeurt, doen wij geen gekke dingen. Wij nemen daar een aantal jaren de tijd voor. Daarmee zorgen we ervoor dat Nederland op langere termijn concurrerend blijft. Per saldo is het belastingvoordeel heel beperkt, omdat het ook heel vaak betaald wordt uit grondslagverbreding. Daarmee daalt het tarief weliswaar zichtbaar, maar verbreed je tegelijkertijd de grondslag van Vpb-heffing.

De voorzitter:

Tot slot op dit punt.

De heer Asscher (PvdA):

Die redering is wel een beetje merkwaardig. De premier zegt hier dat we de belastingverlaging doen om bedrijven te trekken. Hij zegt: we doen dit niet om te voorkomen dat bestaande bedrijven weggaan, maar om ze hiernaartoe te lokken. Tegelijkertijd verbindt hij diezelfde belastingverlaging aan de loonontwikkeling van de bestaande bedrijven.

Minister Rutte:

Jazeker.

De heer Asscher (PvdA):

Dan is hij dus zelf de instrumenten door elkaar aan het husselen. De logica ontbreekt. Mijn pleidooi zou echt zijn: kies dan inderdaad die nieuwe koers en houd op je te laten chanteren door die grote bedrijven. De voordelen die Nederland daarmee behaalt, zijn enorm overschat, en de nadelen zijn heel groot, want die betalen we met z'n allen. Werknemers voelen dat. Als je Europa zou gebruiken om werknemers te beschermen tegen dit shoppen van de grote bedrijven, dan zorg je voor bescherming. Dat is economisch ook verstandig, in het belang van Nederland. Het is dus echt heel oud jaren-tachtig-achtig VNO-denken dat dan toch nog weer doorklinkt in de woorden van de premier.

Minister Rutte:

Ik kan niet helemaal inschatten wat de heer Asscher bedoelt met oud en nieuw denken. Als hij mijn toespraak op het VVD-congres bedoelt: die ging natuurlijk heel specifiek over de vraag hoe je ervoor zorgt dat de grootste ondernemingen ook serieuze salarisverhogingen geven en niet een salarisverhoging die gemiddeld genomen "at best" de helft is van wat de top krijgt. Dat is dat specifieke vraagstuk. Dat kun je ook koppelen aan de vraag hoe je dan kunt zorgen voor een betere koopkrachtontwikkeling via de inkomstenbelasting ten koste van de vennootschapsbelasting. Dat was mijn punt op het VVD-congres. De discussie die wij nu hebben, gaat over de vraag hoe je ervoor zorgt dat die bedrijven hier concurrerend blijven. Voor het hiernaartoe halen van het bedrijf is het Vpb-tarief relevant. Het lage Vpb-tarief is ook relevant om bedrijven hier concurrerend te houden. Ik ben alleen niet zo bang dat als we dat niet doen, ze morgen ineens weggaan. Het is nogal een besluit voor een bedrijf om te vertrekken. Maar we weten dat het Vpb-tarief belangrijk is voor het hiernaartoe halen van bedrijven. Bedrijven die hier zijn, kunnen concurrerender worden als het Vpb-tarief verlaagd wordt. Het is wel zo dat het voor een deel betaald wordt uit grondslagverbreding. Dus we moeten het effect ook niet overdrijven, maar het heeft natuurlijk een effect. Dit ligt dus echt veel genuanceerder dan de heer Asscher suggereert.

Tot slot. Zijn retoriek over de grote ondernemingen en je laten chanteren is niet mijn gedachte. Ik vind het echt zijn retoriek om in die chantagetermen te praten. Ik geloof dat die grote ondernemingen in de kern proberen ook het goede te doen, maar ik vind alleen dat ze in Nederland op dit moment falen in de loongroei na de crisis. Dat was mijn argument afgelopen zaterdag. Maar het is nog steeds van heel groot belang voor de Nederlandse economie dat wij hier grote ondernemingen hebben, met hun werkgelegenheid en innovatiekracht.

De heer Asscher (PvdA):

De laatste opmerking op dit punt.

De voorzitter:

Echt de laatste opmerking op dit punt.

De heer Asscher (PvdA):

Toen we in oktober het debat hadden over het niet doorgaan van het schrappen van de dividendbelasting, was het argument voor het verlagen van de Vpb: het risico dat bedrijven weggaan zo veel mogelijk beperken. Zwart op wit. Dat was het grote argument waarmee we 4 miljard hebben uitgegeven. Vandaag zegt de premier: dat is niet zo relevant, ik ben er niet zo bang voor. Dat maakt u ongeloofwaardig. Dat is het grootste probleem in deze discussie.

Minister Rutte:

Bij de dividendbelasting was absoluut prioriteit nummer 1: ervoor zorgen dat bedrijven niet weggaan. Het risico was inderdaad dat een aantal grote bedrijven zouden vertrekken. Bij de vennootschapsbelasting is dat natuurlijk ook een argument, zeker in combinatie met het niet doorgaan van het schrappen van de dividendbelasting. Maar als je in de kern kijkt naar de vraag hoe je bedrijven in Europa aantrekt, dan is het Vpb-tarief voor de kleinere economieën zeer relevant. Het is ook relevant voor de vraag hoe je bedrijven vasthoudt, maar het is vooral belangrijk voor de concurrentiekracht van die bedrijven in je eigen economie. Het geld van het afschaffen van de dividendbelasting ging ook niet naar de bedrijven. Het zou naar de aandeelhouders zijn gegaan. Daar deden we het eigenlijk ook niet voor. We deden het om ervoor te zorgen dat die bedrijven geen argument hadden om te zeggen: we hebben te maken met een verschil in de behandeling op het punt van de dividendbelasting tussen de ene fiscale jurisdictie en de andere. Je wilt dat gelijktrekken. Dat was de gedachte achter het afschaffen van de dividendbelasting.

Mevrouw Leijten (SP):

In dat laatste antwoord aan de heer Asscher geeft de minister-president precies de argumenten die ervoor pleiten om afspraken te maken over welke bodem je in ieder geval in de Vpb legt. Hij zegt dat het afschaffen van de dividendbelasting bedoeld was om het verschil tussen landen die wel en geen dividendbelasting heffen, op te heffen. Als je zegt "we gaan in ieder geval allemaal minimaal 15% of 20% Vpb heffen; je mag altijd meer heffen, maar je mag daar niet onder duiken", dan creëer je toch precies dit gelijke speelveld?

Minister Rutte:

Dan praat u over een minimumtarief. U praat niet over een gelijk tarief voor iedereen. Bij een minimumtarief zijn er weer andere risico's. Ik ben daar geen voorstander van, maar ik moet toegeven dat de risico's daarvan natuurlijk minder groot zijn dan wanneer je zou pleiten voor één Europees belastingtarief.

Mevrouw Leijten (SP):

Dit is overigens wel waar GroenLinks, de SP en de Partij van de Arbeid voor pleiten. Wij pleiten voor een minimumtarief. Maar de minister-president heeft vanaf afgelopen zaterdag het licht gezien: er is een sociaal contract tussen de bedrijven en hun werknemers. Als het goed gaat, moeten zij meedelen in de winsten. Bestaat er ook niet zoiets als een sociaal contract dat inhoudt dat iedereen die profiteert van Nederlandse voorzieningen op het gebied van onderwijs, zorg, openbaar vervoer en cultuur, belasting betaalt?

Minister Rutte:

Wij zijn nu inmiddels in een debat terechtgekomen over belastingbetaling door grote ondernemingen. Ik vind het prima om daarop door te gaan, maar ik wil mij daar dan ook even apart op voorbereiden. Ik heb me nu geprepareerd op het debat voor de Europese Raad voor de komende twee dagen, en de belastingheffing voor de grote ondernemingen staat daar niet op de agenda.

Mevrouw Leijten (SP):

Daar wilde ik niet per se naartoe, maar de minister-president brengt dat argument zelf in. Hij zegt dat hij niet wil kijken naar eerlijke belastingen of niet wil aangeven wat dat volgens hem is, omdat het vestigingsklimaat volgens hem alleen fiscaal gedreven is. We moeten er door middel van die belastingen voor zorgen dat we bij die bedrijven in een goed blaadje komen te staan. Daar gebruikt hij juist wel die belastingen voor. Als ik dan vraag of hij het niet gewoon bij het sociale contract vindt horen dat iedereen die profiteert van onze samenleving, van ons onderwijs, van onze zorg, van ons wegennetwerk, van onze investeringen in huizen, ook belasting betaalt, dan kan de minister-president daar toch antwoord op geven?

Minister Rutte:

Dat vind ik ook. Je moet ook belasting betalen. Ik zeg ook niet dat het belastingniveau de enige factor is die speelt bij de keuze voor de vestigingsplaats van een bedrijf. Dat heb ik niet gezegd. We hebben het nu over belastingen. Dat is een factor. Zeker voor bedrijven die hiernaartoe komen, is het vaak ook een soort laatste punt dat men checkt. Wat doet het Vpb-tarief? Het is dus een relevant punt. Veel bedrijven die ik spreek, overwegen om naar Nederland te komen. Die bedrijven komen om een veelheid van redenen. Ze komen inderdaad vanwege ons uitstekende onderwijs en onze gezondheidszorg. De kinderen kunnen relatief veilig op de fiets naar school. We hebben een heel rijk sportaanbod en cultureel leven. We hebben een aantal prachtige stedelijke centra, in oost, west, noord en zuid. Dat zijn allemaal enorm aantrekkelijke factoren om je in Nederland te vestigen, maar uiteindelijk moet zo'n CEO ook nog wel even langs de raad van commissarissen die zegt: "Nou ja, vriend, dat is allemaal interessant. Wij vinden dat ook belangrijk, net als het talent dat in Nederland woont. Maar hoe zit het met de belastingtarieven?" Daar wordt ook naar gekeken. Mijn punt was niet dat het het enige argument was. De discussie ging over eerlijke belastingen. Op zichzelf ben ik daarvoor, maar ik wilde wel de nuance aanbrengen dat je vervolgens nog wel een discussie kunt voeren over de precieze maatvoering. Die discussie wordt ook tussen de wat meer socialistisch gerichte politici en de wat meer liberaal gerichte politici gevoerd.

De voorzitter:

Tot slot op dit punt, mevrouw Leijten.

Mevrouw Leijten (SP):

Volgens mij houdt het sociale contract in dat we belasting betalen omdat we weten dat dat ten goede komt aan de generaties die in ons land leven en aan de solidariteit die we organiseren. Over de mate waarin je die solidariteit organiseert, verschillen liberalen en socialisten zeker van elkaar, maar over het punt dat het erbij hoort dat je belasting betaalt en dat je daarmee ook bijdraagt aan die samenleving waarvan je profiteert, horen wij geen verschil van inzicht te hebben. Ik vind het eerlijk gezegd een beetje gek dat je het willen inzetten van de belastingconcurrentie als argument geeft om niet voor eerlijke belastingen in Europa te pleiten. Eigenlijk ben je dan bezig met een drogredenering.

Minister Rutte:

Ook dat heb ik helemaal niet gezegd. Ik weet niet waar mevrouw Leijten dat nu weer vandaan haalt. Ik heb alleen gezegd dat als er sprake is van eerlijke belastingen, er nog wel een debat is te voeren over maatvoering en wat je daar precies mee bedoelt. Dat is mijn punt. Dus dit laatste punt herken ik niet.

De voorzitter:

Gaat u verder.

Minister Rutte:

Voorzitter. Dan kom ik bij de benoemingen. Die gaan we donderdag proberen rond te krijgen, maar ik schat die kans niet zo heel groot in, omdat het nogal vastzit.

Er werd ook gevraagd naar mijn rol daarin. Ik probeer mee te helpen aan liberale kant met mijn Belgische collega. De premiers van Letland en Kroatië doen dat voor de christendemocratische familie en de premiers van Spanje en Portugal doen dat voor de sociaaldemocratische familie. Dat doe ik dus niet als premier van Nederland, maar als liberaal en daartoe gevraagd door de liberale familie.

Heeft de Nederlandse regering een positie in wie voorzitter moet worden van de Europese Commissie? Nee, niet op dit moment. Die positie zullen wij innemen als een kandidaat voorgedragen wordt of wanneer er een beginnende consensus is over een kandidaat. De Nederlandse regering zal zich dan daartoe moeten verhouden. Op dit moment is dat nog niet het geval, dus dit is een wat bijzondere staatsrechtelijke positie. Maar nadat ik hier vanmiddag in het vragenuur ook drie kwartier mocht spreken als VVD-leider, heb ik daar steeds minder problemen mee. Hopelijk draagt het bij aan het oplossen van deze knoop.

De verwelkoming van de hogere opkomst bij de Europese verkiezingen deel ik zeer. In Nederland zijn er natuurlijk pogingen gedaan, in lijn met de motie-Buitenweg/Jetten, om de opkomst te verhogen. Dat is ook gelukt. Ik heb er geen moeite mee dat de Commissie en het Europees Parlement ook zelf nog zo'n bewustwordingscampagne voeren. Eerlijk gezegd denk ik niet dat die veel oplevert, want ik heb niet de indruk dat als de Commissie zegt "je moet gaan stemmen", heel veel Nederlanders denken "hoi hoi, nou ren ik naar de stembus". Maar op zichzelf vind ik heel verstandig om aandacht te vragen voor het belang van verkiezingen, het unieke karakter van onze democratie en de precieze positie van het Europees Parlement daarbinnen, dat natuurlijk nogal een apart beestje is omdat het ook weer niet een normaal parlement is.

De voorzitter:

Was dit het blokje over benoemingen?

Minister Rutte:

Op het stukje benoemingen had ik er nog een liggen. Het punt over de kleinere Commissie zal ik opnieuw maken, in lijn met de motie-Verhoeven van 22 februari 2018 en de motie-Van Rooijen van 19 april 2017. Ik zal dat punt nu weer maken. Ik moet even zorgen dat ik dat niet vergeet. We zetten het dan ook in het verslag. Ik kan u alleen nu al garanderen dat dit niets gaat opleveren omdat dit bij unanimiteit moet. Heel veel lidstaten zijn tegen een kleinere Commissie. Nadat ik dat punt gemaakt heb en daarmee de moties uitgevoerd heb, zal ik vooral pleiten voor een beter functionerende Commissie. Daar heb ik net over gesproken. Als het niet kan met een kleinere Commissie — dat zie ik gewoon niet gebeuren — moeten we wel kijken hoe we de effectiviteit versterken, de bestuurbaarheid en slagvaardigheid vergroten en de clustervorming, die ik net besprak, bereiken.

Tot slot de vraag van de heer Verhoeven of de verkiezingsuitslag ook kan worden vertaald naar een bemanning die deze reflecteert. Dan kan ik het Europees Verdrag gaan voorlezen, want dat is daar helder over. De uitslag moet worden meegewogen in de voordracht van een kandidaat-Commissievoorzitter. Uiteindelijk moet die ook op een meerderheid in het Europees Parlement kunnen rekenen. Hij moet volgens mij 21 lidstaten en 65% van de stemmen hebben in de Europese Raad. Dus dat is allemaal voorzien in het Verdrag. Maar dat wordt echt nog een heel karwei. Als ik op dit moment zie hoe die discussie loopt in Europa, is dat ei nog niet gelegd.

Mevrouw Maeijer (PVV):

Ik las in de geannoteerde agenda dat de minister-president op zoek is naar een nieuwe voorzitter van de Europese Commissie die slagvaardig is en bepaalde kwaliteiten heeft. Ik vroeg in eerste termijn of de minister-president er ook naar kijkt of dat iemand is die bereid is om wat te doen aan dat wanstaltige salaris van meer dan €30.000 per maand en die bereid is om bijvoorbeeld toe te zeggen zich niet meer per privéjet te verplaatsen.

Minister Rutte:

Wij zien absoluut toe op matigheid, maar wij moeten nu ook niet van de nieuwe voorzitter van de Europese Commissie vragen om het hele personeelsbeleid van de Unie te veranderen. Ik vind ook dat de salarissen ruim bemeten zijn, maar dat moeten we volgens mij nu niet koppelen aan de keuze van een nieuwe Commissievoorzitter. Daar hebben we andere plekken voor.

De heer Van Ojik (GroenLinks):

Ik begreep niet zo goed wat de minister-president zei over de kandidaturen. Als ik hem goed verstond, zei hij: we hebben nog geen positie ingenomen over wie dat moet zijn, want we wachten tot er iemand boven komt drijven — dat zijn mijn woorden — en we moeten ons daar dan toe verhouden. Maar ik neem aan dat de minister-president namens Nederland een actieve speler is in het creëren van die consensus, toch? Wij zijn toch niet de partij die afwacht tot er bij anderen, wie dan ook, consensus ontstaat, waarna we ons ertoe moeten verhouden? Of begrijp ik dat verkeerd?

Minister Rutte:

In de meeste landen is dat wel zo, omdat in de meeste landen de regeringen daar, net als hier, zwaar verdeeld over zijn. Het Nederlandse kabinet is dat natuurlijk ook. We hebben in het Nederlandse kabinet twee liberale partijen; die steunen Margrethe Vestager. We hebben een christendemocratische partij; die is voor Manfred Weber. We hebben ook Frans Timmermans. Zijn partij zit niet in de regering, maar het zou natuurlijk ook een hele eer zijn als hij als Nederlander voorzitter van de Commissie zou worden. Wat dat betreft is het dus niet zo dat de Nederlandse regering op dit moment op één lijn zit. Dat hoeft ook niet, want er ligt geen voordracht. Maar zodra die voordracht er is, of als er een kandidaat dreigt boven te drijven, dan zal Nederland zich natuurlijk tot die voordracht moeten verhouden. Daar komen we dan goed uit als kabinet, is mijn verwachting.

De heer Van Ojik (GroenLinks):

Misschien ...

Minister Rutte:

In een ondeelbaar kort moment gaan we dat doen.

De heer Van Ojik (GroenLinks):

Misschien schiet mijn kennis van de procedures dan tekort, maar die voordracht moet wel ergens vandaan komen, toch? Ik neem aan dat die voordracht dan op een gegeven moment tot stand komt in de Europese Raad, waar Nederland via deze minister-president in vertegenwoordigd is. Of niet?

Minister Rutte:

Ja, maar de verwachting is natuurlijk wel — dat ligt voor de hand — dat de voorzitter van de Europese Raad, Donald Tusk, op een gegeven moment zal zeggen: alles zo overziend zou dit weleens een kandidaat kunnen zijn die 21 landen en 65% van de stemmen achter zich kan krijgen. Dat is voor mij een moment om me af te vragen hoe we ons daartoe verhouden. Nogmaals, dat kan heel snel; ik denk dat we daar heel snel uit zijn, als ik zo kijk naar het rijtje namen dat zich nu aandient.

De voorzitter:

Goed. Tot slot.

De heer Van Ojik (GroenLinks):

Toch mag ik aannemen dat ook de voorzitter van de Europese Raad bij deze minister-president te rade zal gaan en zal zeggen: wat vindt u? En dan zegt de minister-president: ja, wij zijn verdeeld?

Minister Rutte:

Dat hoort hij van de meeste landen. Van de meeste landen met coalitieregeringen zal hij horen dat er verdeeldheid is, omdat in coalitieregeringen partijen zitten van de verschillende politieke families.

De heer Verhoeven (D66):

Ja ... Ik kan eigenlijk ...

Minister Rutte:

Ik weet dat u altijd rustig wordt van een regering die precies weet wat ze wil.

De heer Van Ojik (GroenLinks):

Ja, dat vind ik fijn.

Minister Rutte:

Maar een heel enkele keer in zo'n vier jaar is er een moment dat we het heel bewust even niet weten.

De heer Verhoeven (D66):

Ik kan dit antwoord nog wel billijken ook, omdat ik het ergens wel begrijp. Maar ik had ook een andere vraag. Mijn vraag ging namelijk over de kleinere Commissie. Heel vaak slaagt Nederland erin om coalities te vormen over allerlei standpunten die blijkbaar heel belangrijk zijn. Hier zegt de premier dat hij deze motie nog wel even wil uitvoeren door te zeggen: "We zijn hiervoor; maak even een aantekening. Prima, de aantekening is gemaakt, we hebben het ingebracht en de motie is uitgevoerd." Dat is natuurlijk niet hoe een gemotiveerde regeringsleider omgaat met zo'n belangrijk punt dat breed gesteund wordt in de Tweede Kamer en waarover hij zelf ook nog weleens een duit in het zakje heeft gedaan. Ik zou de premier dus willen vragen: is het nou niet mogelijk om ook op dit punt eens te kijken wat de coalities zijn? Er zijn bijvoorbeeld altijd landen die tegen het vergaderen in Straatsburg zijn. Er zijn landen die allerlei dingen niet meer willen. Hier moet toch ook wel een aantal landen zijn die zeggen: laten we nou eens kijken of een kleinere Commissie wel tot de mogelijkheden behoort? Of is Nederland ook hier het enige land dat dit wil? Dan zijn we weer de enige, hè, mevrouw Leijten. Dat zou wel zorgelijk zijn.

Minister Rutte:

Ik heb nou juist van de heer Verhoeven van D66 gehoord dat de Nederlandse regering wat constructiever moet zijn en geen onmogelijke posities moet innemen. Met dat advies en die aansporing in gedachten lijkt het mij verstandig om niet heel veel tijd te steken in een heilloze kwestie als in Europa pleidooieren dat er een kleinere Commissie komt, omdat ik verwacht dat een hele reeks lidstaten dat niet gaat steunen. Dan kan ik wel gaan zoeken naar een coalitie, maar het moet unanimiteit hebben. Als hij dan ook nog vraagt of ik in het kader van het constructief meewerken — nogmaals, dan kom ik echt in aanvaring met de bijdrage van de heer Verhoeven van D66 in eerste termijn — Straatsburg als vergaderplek van het Europees Parlement wil schrappen, dan heb ik echt met iedereen ruzie. Dan ben ik zo ver weg van de geest van de bijdrage van de heer Verhoeven in eerste termijn, dat ik dat niet wil.

De voorzitter:

Dat wil de heer Verhoeven ook niet.

De heer Verhoeven (D66):

De premier slaat nu een beetje op hol. Hij begint nu zo associatief te denken dat zelfs ik ervan in de war raak. Laten we het hele punt van Straatsburg nu weer heel even vergeten en uit de discussie trekken, en even teruggaan naar het punt van de kleinere Commissie, want dat is natuurlijk een punt dat de premier zelf ook voortdurend maakt. Het is een niet erg slagvaardige Commissie, met 28 Commissarissen die vanuit hun land allemaal een soort excuuspositie krijgen. Ik kan me toch voorstellen dat het echt wel mogelijk is dat een aantal landen zeggen: laten we nou eens kijken of we wel naar een sterkere Commissie met een aantal sterke Commissarissen kunnen. Of is het serieus zo dat Nederland een van de weinige landen is die dat wil, en dat al die andere landen het wel prima vinden dat we de Commissie op deze manier blijven bemensen?

Minister Rutte:

Ik denk dat een aantal grote lidstaten het helemaal met ons eens zal zijn. Die krijgen gewoon een Commissaris, dus die zullen het geen probleem vinden. Maar ik denk dat een hele reeks kleinere lidstaten niet enthousiast wordt van deze gedachte.

De heer Verhoeven (D66):

Ja, ja. Dan tot slot ...

De voorzitter:

Tot slot.

De heer Verhoeven (D66):

Dan komt zeker weer die strategische positie naar voren van "de grootste van de kleinen en de kleinste van de groten". Hoe zit dat dan?

Minister Rutte:

Nee, nee, nee. Ik zeg oprecht: volgens mij moeten wij hier in deze Kamer ... Wij zijn conviction politicians. Wij moeten uit onze convictie dus ook moties indienen en aannemen. Maar het is niet altijd mogelijk om daar heel erg voor te gaan lopen zonder echt iedereen tegen je te krijgen. Als ik inschat dat een hele reeks kleinere lidstaten zal zeggen "Prachtig, dat parlement van jou, maar wij gaan niet onze Commissaris opgeven" en ik daar coalities moet gaan bouwen en nu al weet dat het echt niks oplevert en ik intussen dus niet zaken kan doen, bijvoorbeeld om ervoor te zorgen dat al die europlannen niet uit de hand lopen, ben ik volgens mij bezig mijn energie verkeerd te verdelen. Dat is mijn punt. Ik ben het dus wel eens met de motie, maar ze is gewoon kansloos. Net zoals het opheffen van Straatsburg kansloos is, echt kansloos. Het mag trouwens ook niet van de PVV, hè.

De heer Van Helvert (CDA):

Nog even een vraag ter verduidelijking over de positie van de minister-president als onderhandelaar. De minister-president was er heel duidelijk over dat hij dat niet doet als premier van Nederland maar als liberaal. Nu kan het dus zo zijn, begrijp ik goed, dat de premier zich schaart achter of campagne voert of lobbyt voor de liberale kandidaat als hij in zijn vrije tijd onderhandelt als liberaal in Brussel. Als er op een gegeven moment een kandidaat is, heeft het kabinet bijvoorbeeld de wijsheid — ik noem maar een voorbeeld — dat het zegt dat het de christendemocratische kandidaat de beste vindt. Er ontstaat dan dus een conflictsituatie over de lobby als liberaal in de vrije tijd en de rol van premier in dienst van Nederland.

Minister Rutte:

Nou, het is niet een lobbyist. Ik ben ontmijner, zoals de Belgen dat noemen. Die hebben ontmijners in hun kabinetsformaties. Waar wij informateurs en verkenners hebben, hebben zij dus nog een voorstadium en dat zijn de ontmijners. Dit zijn dus de zes ontmijners die proberen het mijnenveld te ontmijnen. We zijn nog niet aan het lobbyen; dat is echt daarna pas, als er ook een voorstel ligt. Dan ga ik terug naar het kabinet. Als ik kijk naar het pakket aan kandidaten die zich aandienen, is mijn verwachting eerlijk gezegd dat we daar snel uit zijn, omdat je daar in de coalitie natuurlijk meteen uit bent.

De heer Van Helvert (CDA):

Er kan dus een verschil in belang ontstaan. Het is niet mijn taak om de liberale ontmijner te controleren. Het is mijn taak om de premier, de minister-president, te controleren in zijn rol. Hoe kan ik als volksvertegenwoordiger zien of meneer Rutte in zijn vrije tijd de ontmijner is, of dat de minister-president bezig is namens Nederland?

Minister Rutte:

In de Nederlandse coalitieverhoudingen is het onvermijdelijk dat de premier ook een partijkaart heeft. Dat kunnen we niet wegnemen. Ik ben geen partijloos functionaris.

De heer Van Helvert (CDA):

Dat begrijp ik goed; dat hebben we hier natuurlijk allemaal. Maar u heeft wel een rol als minister-president van Nederland. Daar moeten wij u controleren, maar u hebt nu in datzelfde spel tegelijkertijd ook een rol te spelen als ontmijner namens de liberalen. Ik moet als volksvertegenwoordiger de minister-president in dat Brusselse veld controleren; dat moeten wij allemaal doen. We kunnen niet direct zien in welke rol hij bezig is, zeker als op een gegeven moment ook een conflict tussen die twee rollen kan ontstaan.

Minister Rutte:

Dat laatste verwacht ik eerlijk gezegd niet. Dat hou ik natuurlijk ook zelf in de gaten, want ik heb helemaal geen zin in een conflict tussen rollen. Dat moet ik natuurlijk ook zelf in de gaten houden, maar in de Haagse politieke verhoudingen met coalitiekabinetten, waarbij de premier ook een partijkaart heeft, is het onvermijdelijk dat er soms ook partijbelangen op het spel staan. In dit geval zie ik daar overigens geen spanningsveld.

De voorzitter:

Op dit punt, mevrouw Leijten.

Mevrouw Leijten (SP):

Nou, niet over het feit dat wij nou eenmaal een liberale premier hebben en dat dat telt.

De voorzitter:

Nee, over de benoemingen.

Minister Rutte:

Over dat andere vindt mevrouw Leijten van alles, maar niet in dit kader.

Mevrouw Leijten (SP):

Precies. Er wordt niet verwacht dat er op deze top namen naar voren komen. Wanneer gebeurt dat naar de verwachting van de minister-president wel?

Minister Rutte:

Ik sluit geen wondertje uit. Het kan best zijn dat we elkaar donderdag ineens huilend in de armen vallen en eruit zijn. Nu zie ik dat nog niet. Ik kan het niet voorspellen. Het is klaar als het klaar is, zo snel mogelijk. Je zou natuurlijk willen proberen eruit te zijn voordat het Europees Parlement zijn voorzitter gaat kiezen. Dat gebeurt vanaf 2 juli. Dan komt het nieuwe Europees Parlement bij elkaar. Het is dus ook mogelijk dat we nog een extra Europese Raad hebben voor 2 juli. Daar is niks over besloten, maar dat zou kunnen. Het kan ook naar oktober. Het kan ook naar een extra Europese Raad in augustus. En nogmaals, we kunnen er donderdag ook plotseling uit zijn. Ik heb gekkere dingen gezien.

Mevrouw Leijten (SP):

We zitten natuurlijk in de bijzondere situatie dat de Europese Commissie in principe tot 1 november blijft zitten en dat er dan een nieuwe Europese Commissie geïnstalleerd wordt. In de tussentijd moeten de poppetjes rond zijn, moet de Europese Raad het eens worden en moet het Europees Parlement daar ook mee instemmen. Wij hebben een Eurocommissaris, die op 2 juli geïnstalleerd zal worden in het Europees Parlement. Hoe gaat Nederland om met de positie van de Eurocommissaris die dan vrijvalt?

Minister Rutte:

Dat is een besluit dat de Eurocommissaris nog moet nemen. We wachten af of hij zitting neemt in het parlement of in de Commissie blijft. Zou hij besluiten naar het Parlement te gaan, dan moeten wij als kabinet een positie bepalen over die vacature. Dat gaan we dan bezien. Ik ga die als-danvraag nu niet beantwoorden. We hebben als coalitie en ook als politiek, met z'n allen hier, zo veel op het bord liggen dat ik niet de tijd of de luxe heb om allerlei als-danvragen nu al helemaal door te exerceren. Maar als dit zich voordoet en als Timmermans besluit naar het Parlement te gaan, dan moeten wij ons tot dat besluit verhouden. Dan kijken we of we die positie gaan opvullen of niet en of je dat op zo'n manier kunt doen dat je niet voor de rest van het leven van die man of vrouw pensioenverplichtingen moet uitbetalen.

De voorzitter:

Tot slot.

Mevrouw Leijten (SP):

Ik ga er gewoon van uit dat de regering daar allang een scenario voor heeft liggen. Ik wil graag dat wij voor 2 juli over de situatie worden geïnformeerd, zodat wij dan ook weten wat wij nog kunnen doen. Dat zeg ik niet alleen omdat 2 juli de datum is. Ik bedoel dat dan successievelijk ook wel duidelijk is wat de lijsttrekker van de Partij van de Arbeid gaat doen: gaat hij wel in het Europees Parlement zitten of niet? Dan weet de premier ook wat hij binnen die Commissie aan vervanging kan doen. Het lijkt mij goed als wij dat weten, want dat is de laatste vergaderweek van deze Kamer en wij moeten daar dan ook nog over kunnen spreken als wij dat willen.

Minister Rutte:

Toch even staatsrechtelijk: ik heb niets te maken met de lijsttrekker van de Partij van de Arbeid voor de Europese verkiezingen. Ik heb te maken met, in dit geval, de man uit Nederland die in de Europese Commissie op een stoel zit, zonder last of ruggespraak met Nederland. Het is ook niet zo dat hij daar als Nederlands Commissaris zit. Van ieder land, van alle paspoorten in de Europese Unie, zit iemand in de Europese Commissie, maar die zit daar voor heel Europa.

De voorzitter:

Volgens mij is dit punt ...

Minister Rutte:

Het zou kunnen zijn dat hij besluit naar het parlement te gaan, en dan moeten we daar iets van vinden.

De voorzitter:

Ik denk dat dit punt voldoende is gewisseld, mevrouw Leijten.

Mevrouw Leijten (SP):

Ik hecht er belang aan dat wij voor 1 juli geïnformeerd worden over de situatie.

De voorzitter:

Dat heeft u gezegd.

Minister Rutte:

Als er ontwikkelingen zijn, proberen we u daarover te informeren, maar we gaan geen toestemming vragen.

Voorzitter. Dan een ander onderwerp: de CO2-reductie. Ik heb daar al iets over gezegd in het kader van de strategische agenda. Behoorlijk wat lidstaten zijn voorstander van aanscherping van het Europese reductiedoel voor 2030. Een kleiner aantal landen, dat zijn er heel veel, maar er zijn op dit moment vier landen, Finland, Luxemburg, Zweden en Nederland, die de reductie zelfs naar 55% willen brengen.

Dan is er natuurlijk de kwestie van de klimaatneutraliteit in 2050. Iedereen zegt: daar moet je eerst over besluiten voordat je besluit over 2030. We proberen dit jaar, liefst natuurlijk al deze week, een besluit te hebben over klimaatneutraal in 2050. Of dat gaat lukken, is echt nog fragwürdig. Het is wel zo dat de Duitsers inmiddels steun hebben toegezegd voor het 2050-doel. Dat is echt een grote ontwikkeling. Dat was begin mei nog niet het geval. Wij hopen in juni, en anders voor eind 2019. Wij verwachten dat in 2020 een besluit gaat worden genomen over het 2030-doel. Mochten we de 55% niet halen, dan staat in het regeerakkoord van deze coalitie wat we dan gaan doen: dan gaan we proberen met een kopgroep van landen te kijken of het mogelijk is om toch met een aantal omliggende landen naar die 55% te komen. Zo schrijft het regeerakkoord het ons voor. Ik kan u uit ervaring verzekeren dat dat zorgvuldig is opgeschreven.

Het is ook mogelijk, zo kan ik in de richting van de heer Stoffer zeggen. Het voorstel van de Commissie voor de langetermijnstrategie voor klimaat laat zien dat het mogelijk is. Er zijn inmiddels 400 pagina's aan analyse, op zichzelf al een klap voor het klimaat. Uit extern onderzoek door het bureau Navigant in opdracht van Eric Wiebes, minister van Economische Zaken en Klimaat, blijkt dat de Commissie gedegen werk heeft geleverd. Het is ook niet zo dat er dan helemaal geen uitstoot meer is, alleen wordt die geneutraliseerd door maatregelen elders.

Dan de vraag over de belasting op kerosine. Wij zijn als Nederland voorstander van het zwaarder belasten van de luchtvaart om klimaatdoelstellingen te bereiken. Wij staan open voor voorstellen over een belasting op brandstof, maar dat kan echt alleen als je het mondiaal doet. Daar wordt ook over gesproken tijdens de vliegbelastingconferentie die Nederland deze week in Den Haag organiseert. Daarmee proberen wij ons steentje bij te dragen om een wereldwijde coalitie te bouwen om daaraan te werken.

De heer Van Ojik had een vraag over migratie. Ik heb de opmerkingen van de heer Van Ojik in zijn eerste termijn goed beluisterd. Het is, denk ik, geen geheim dat dit thema de Europese Unie al geruime tijd verdeelt. Er is wel brede erkenning van het belang om eruit te komen. De heer Van Ojik wijst op de slechte omstandigheden in Griekenland en Libië. Ik ben het zeer met hem eens dat daar zaken moeten verbeteren, zeker ook in Griekenland. Daar hebben we het hier vaak over gehad en wij proberen daar ook onze bijdrage aan te leveren. Wij zijn niet klaar voor een nieuwe crisis, ook dat is helder. De nieuwe Commissie moet hier dan ook onmiddellijk prioritair mee aan de slag, in het bijzonder waar het de interne dimensie betreft. Het gaat hier namelijk ook om het overeind houden van het belang van Schengen. Maar het gaat ook om de externe dimensie: hoe werken we samen met derde landen, ook met het oog op terugkeer? Het is duidelijk dat iedereen water bij de wijn moet doen. Zoals ik in de campagne voor de Europese Commissie op tv heb gezegd, maar ook als premier trouwens, is Schengen niet zonder verplichtingen. Het lidmaatschap van Schengen betekent dat je ook je bijdrage hebt te leveren aan dit vraagstuk.

De heer Van Helvert vroeg naar de EDP voor Italië, de Excessive Deficit Procedure, de buitensporigtekortprocedure. Er is door de Commissie geconcludeerd dat zo'n procedure gerechtvaardigd is. Een voorportaal van de Ecofin-Raad heeft zich achter die conclusie geschaard. Het is nu aan de Commissie om een formeel voorstel aan de Raad te doen. Afgelopen najaar volgde die stap niet omdat de Commissie na aanpassingen in de Italiaanse begroting zei dat het niet meer hoefde. Nou, de Tweede Kamer en het kabinet waren het daar niet mee eens, mag ik wel zeggen. Ik blijf me, net als Wobke Hoekstra, inzetten voor een strikte naleving en consequente handhaving van de Europese begrotingsregels. Wij zullen bij de Europese Commissie opnieuw het belang benoemen van het feit dat de conclusie dat zo'n EDP, zo'n buitensporigtekortprocedure, gerechtvaardigd is, ook moet worden opgevolgd met het daadwerkelijk openen daarvan. Dit staat niet op de agenda voor deze Europese Raad, maar er gebeurt ook heel veel in de marge, zoals de heer Van Helvert zelf ook al constateerde. Daar zal dit zeker benoemd worden.

Dan over het Budgetary Instrument for Convergence and Competitiveness. Een paar dingen daarover. Ik denk dat er goed onderhandeld is door Wopke Hoekstra; overigens ook over het ESM, maar daar zijn geen vragen over gesteld. De DSA, de single-limb en de collective action clauses zijn nu allemaal goed in de termsheet verwerkt, denk ik, dus daar maken we echt grote stappen. Bij het BICC gebeurt er niets wat we niet willen, maar een aantal dingen is wel nog doorgeschoven. Dan gaat het in het bijzonder over de financiering. Wij willen dat gewoon onder het MFF. Dat weet iedereen. Er is consensus onder de lidstaten dat het instrument in elk geval gefinancierd kan worden uit de reguliere MFK-middelen. Een aantal lidstaten pleit voor additionele financiering. Daar zijn we geen voorstander van. We zijn ook geen voorstander van nieuwe belasting om het instrument te financieren, maar daar is dus geen overeenstemming over bereikt. Daarom is het doorgeschoven. Dit moet overigens allemaal met unanimiteit en men weet dus dat Nederland de positie niet later dit jaar zal veranderen.

De lidstaten moeten een samenhangend plan voor hervormingen indienen, willen ze toegang krijgen tot dit instrument. Lidstaten die zich niet houden aan de begrotingsregels, hebben geen recht op middelen. Hierop wordt aangesloten bij de macroconditionaliteit die voor een aantal MFK-instrumenten gaat gelden. Zoals u weet, heeft de Raad van de Europese Unie met de Europese Commissie een belangrijke rol in de bepaling of lidstaten zich aan de begrotingsregels houden. Ook de ambtelijke voorportalen van de eurogroep praten mee over de voortgang. De eurogroep zelf voert daar een discussie over. Overigens moeten hervormings- en investeringsplannen goed in elkaar zitten, zodat ze ook echt bijdragen aan de versterking van de economie.

De heer Van Helvert stelde een vraag over de backstop op het Resolutiefonds. De wijziging van het ESM-verdrag maakt het mogelijk dat het ESM als gemeenschappelijke achtervang gaat werken. Stap twee is het daadwerkelijk invoeren van de achtervang door het instellen van een kredietlijn van het ESM aan het Single Resolution Fund. Dat gebeurt op een later moment. Daartoe moet er een unaniem besluit zijn van de raad van gouverneurs van het ESM, dus van alle aangesloten landen. Politiek is afgesproken dat het eind 2023 wordt ingevoerd, of eerder als er voldoende voortgang is geboekt met de risicoreductie. De eerste stap voor een politiek oordeel zal het rapport van de instellingen in 2020 zijn.

De heer Stoffer had zorgen. Hij vroeg: kan het dan niet toch een stabilisatiefunctie krijgen? Deelt u de conclusie van het Centraal Planbureau dat zo'n functie niet nodig is? Wij zijn tegen zo'n stabilisatiefunctie. Dit vraagt allemaal unanimiteit en die komt er dus niet. Het instrument richt zich op hervorming en investeringen om de concurrentiekracht te bevorderen. Wij delen de conclusie van het recente rapport van het Centraal Planbureau dat het niet nodig is voor het voortbestaan van de Unie, al was het maar omdat er in de Unie allerlei instrumenten aanwezig zijn om ervoor te zorgen dat landen niet in de problemen hoeven te komen. Als ze toch in de problemen komen, weten ze waar ze terechtkunnen. Uiteindelijk moeten ze zelf op de blaren zitten als het dan nog niet goed gaat.

Tegen de heer Mulder zeg ik dat ik in dat kader verwacht dat de eurotop de conclusies van de eurogroep zal overnemen en zich achter de gemaakte afspraken zal scharen. Dat zeg ik tegen de heer Mulder. Mocht daar toch discussie over ontstaan, dan zal ik vasthouden aan de Nederlandse inzet.

Hoe zit het dan precies, was de vraag van de heer Van Helvert. Als het gefinancierd wordt vanuit het MFK, wordt het dan ook toegankelijk voor de mensen die geen lid zijn van de eurozone? In de termsheet is afgesproken dat het instrument toegankelijk wordt voor de eurolanden en op vrijwillige basis voor de niet-eurolanden die willen toetreden tot de EMU. Dat is de groep van ERM-II-landen. Omdat ze wel meebetalen aan het MFK-budget, is in de termsheet vastgelegd dat voor de niet-eurolanden die niet meedoen, een specifieke regeling zal worden getroffen op het moment dat er afspraken worden gemaakt over de financiering.

Daarmee heb ik volgens mij de vragen over ESM en het instrument beantwoord.

De heer Van Helvert (CDA):

Even voor de zekerheid, want de stappen waren heel helder, maar ze kwamen wat snel. Of misschien heb ik niet goed geluisterd. Wanneer kunnen we het rapport over de risicoreductie verwachten?

Minister Rutte:

Er zal een rapport komen over de risicoreductie in het kader van het feit dat het ESM backstop wordt op het Single Resolution Fund. Dat rapport wordt voorzien in 2020. Zo staat het hier, maar ik heb geen maand daarbij.

De voorzitter:

Gaat u verder. O nee, een korte vraag van mevrouw Leijten.

Mevrouw Leijten (SP):

Niet alleen ik, maar ook de heer Stoffer en anderen hebben hele concrete vragen gesteld. Wanneer mag een land een beroep hierop doen? Wie beoordeelt de voortgang? Wat betekent de cofinanciering? Begrijp ik hieruit dat we dat met de minister van Financiën moeten uitdiscussiëren?

Minister Rutte:

Ja, dat zou ik echt doen, ja. Ik ben heel blij met het gegeven antwoord op de gestelde vraag. Hoewel ik natuurlijk tot de tanden bewapend zou zijn om het zelf te doen.

Voorzitter. Er waren een aantal vragen over het MFK. Wat gaat u doen om het mes te zetten in het MFK? En hoe staat het met de nieuwe eigen middelen? Volgens mij is de Nederlandse inzet op de omvang van het Meerjarig Financieel Kader bekend. Daar zullen we ons hard voor blijven maken. Over het Commissievoorstel voor nieuwe eigen middelen is het krachtenveld nog sterk verdeeld. Wij zijn geen voorstander van de invoering van nieuwe eigen middelen. De passage in de Sibiu-verklaring komt rechtstreeks uit artikel 311 van het EU-Werkingsverdrag.

SP en 50PLUS vroegen of de afronding van die onderhandelingen haalbaar is. Daar ga ik niet over speculeren. Het eindresultaat moet goed zijn. Snelheid is niet leidend.

Er werd gevraagd wat er wordt bedoeld met de Europese Vredesfaciliteit buiten afdracht voor het MFK om. De Europese Vredesfaciliteit valt inderdaad buiten de EU-begroting. Er worden militaire missies van de EU door gefinancierd. Die mogen onder het Verdrag — dan gaat het om artikel 41, lid 2 — niet uit de begroting worden betaald. In het kader van het MFK wordt over de omvang van die faciliteit onderhandeld. Dat is onderdeel van de Negotiating Box. Het Nederlandse standpunt is dat wat binnen de begroting gefinancierd kan worden, zo veel mogelijk binnen de begroting moet en dat daarmee de European Peace Facility geen bredere reikwijdte moet hebben dan noodzakelijk.

Zal ik de puntjes over het MFK afmaken? Ik had er nog een paar.

De voorzitter:

Graag. Daarna ga ik naar de heer Verhoeven en mevrouw Maeijer.

Minister Rutte:

Wat is de maximale inzet van Nederland? Wij willen dat het houdbaar blijft. Dat is des te urgenter gegeven brexit. Wij willen echt een budget van niet 28 maar 27, dus met moderniseringen, bezuinigingen en scherpe keuzes. Lidstaten moeten naar draagkracht bijdragen. Onze inzet is om een stijging van de afdrachten als gevolg van brexit te vermijden. Nederland zet in op een MFK en eigenmiddelenbesluit die samen leiden tot een rechtvaardige verdeling van de lasten.

De heer Verhoeven zegt: het zit allemaal vast, dus hoe realistisch is het nou dat je je inzet gaat halen? Als je moderniseert, hoef je niet per se meer uit te geven. Dat kun je ook doen binnen de budgetten, door te kijken naar sommige uitgaven die misschien niet zo heel verstandig meer zijn. Er gaan enorme bedragen naar allerlei dingen waarvan we ons als Nederland afvragen: mot dat nou? Er zijn dus ook andere manieren om doelstellingen te verwezenlijken. We hebben inderdaad een stevige inzet, maar dat hebben andere lidstaten ook, zoals Duitsland en Frankrijk. Veel lidstaten hebben een heel stevige positie. Wij trekken op met de andere nettobetalers en zullen dat gedurende de hele onderhandelingsperiode blijven doen.

Tot slot vroeg de heer Van Helvert op dit punt naar landbouw- en cohesiegelden. Er is nog niet onderhandeld over de budgetten of de verdeling tussen de lidstaten. Over de inhoudelijke vormgeving van de programma's is discussie gaande. EZK en LNV, de betrokken departementen, informeren de Tweede Kamer regelmatig over waar we staan. Bijvoorbeeld bij de vragen in het schriftelijk overleg Raad Algemene Zaken (Cohesie) van deze week is het daarover gegaan.

De heer Verhoeven (D66):

Voor de komende Europese begroting voor het MFK geldt wat D66 betreft als eerste prioriteit een verschuiving van de middelen voor cohesie en landbouw naar meer eigentijdse middelen die goed zijn voor een sterke EU. Maar dat ligt natuurlijk lastig, omdat veel landen vasthouden aan de cohesiefondsen en landbouwfondsen. Dan heb je te maken met een tweede vraag. Allerlei nieuwe, heel concrete doelstellingen zijn ook in de Sibiu-agenda naar voren gebracht. Ze keren ook hier vaak terug. Het gaat dus om grote, grensoverschrijdende vraagstukken. Feit is dat heel weinig landen willen snijden in de bijna 70% aan potten met wat meer oude middelen. Is het dan daadwerkelijk mogelijk om te komen tot de inzet van Nederland om het überhaupt niet te verhogen? Op dat realistische antwoord wil ik wel graag een kijkje, want dat zegt iets over de positie die Nederland inneemt en hoe kansrijk die is in de komende anderhalf jaar.

Minister Rutte:

Wij zijn simpelweg een van de "nettoost" betaler, zo niet dé nettoost betaler van de Europese Unie. Ik vind dus ook dat wij hierin een gerechtvaardigde positie hebben. Dat zal waarschijnlijk een combinatie zijn van het beperken van het plafond en een vorm van een correctiemechanisme. Er zal iets van een correctiemechanisme moeten blijven, want anders kom je er bijna niet. Ik denk dat de inzet haalbaar is, maar het zal nog wel een hele hijs worden.

De heer Verhoeven (D66):

Maar wat is dan de beweging om die cohesie- en landbouwfondsen omlaag te krijgen? Heel veel landen in het oosten, maar ook Frankrijk en dat soort landen, houden daar gewoon aan vast, terwijl andere landen zeggen: de Europese Unie moet nu een aantal zaken oppakken die van belang zijn. Die twee samen leidt uiteindelijk tot een situatie waarin Nederland allebei binnen kan halen. Dus mijn vraag is hoe zinvol, haalbaar, kansrijk, slim die combinatie dan nog is.

Minister Rutte:

Dan zou je moeten zeggen dat omdat Polen en andere landen miljarden blijven krijgen uit die cohesiefondsen, wat overigens allemaal niet op voorhand verkeerd is aangezien het ook redenen heeft, dus omdat het niet moderniseert — laat ik het maar wat minder politiek zeggen — we het gaan aanvullen met meer Nederlands geld, terwijl we netto al zo zitten.

De heer Verhoeven (D66):

Dan draai ik het liever om. Dan vind ik het prima dat we hard zijn in de nettopositie, dat we met meer nettolanden samen optrekken en aan het plafond werken. Dan zeg ik ook: als je dat plafond zo ontzettend belangrijk vindt, pak dan de ruimte van de 70% aan landbouw- en cohesiefondsen die in de zevenjarige begroting van 1.000 miljard zit. Hoe lukt dat dan? Is het dan mogelijk dat Nederland met die andere nettolanden een koevoet tussen die deur krijgt en ervoor zorgt dat de hoge budgetten voor cohesie en landbouw omlaag gaan? Dat is dan wel een belangrijk punt. Dat moet dan de hoofdinzet zijn.

Minister Rutte:

We doen natuurlijk alles. Het heeft niet zo heel veel zin om er in een openbare Kamervergadering heel veel over te zeggen. Natuurlijk doen we alles. We proberen die potten kleiner te krijgen, wat heel ingewikkeld is om precies de redenen die de heer Verhoeven noemt. In Frankrijk is een dorpje pas een dorpje als er ook een bakkertje zit. Dat betekent dat er ook afnemers van de bakkerij moeten zijn en dus gaat er heel veel geld naar het landbouwbelang van Frankrijk. Wat betreft Oost-Europa geldt dat voor de cohesiefondsen. We kennen allemaal de evergreens in de Europese Unie. Dat hoort er ook een beetje bij. Alleen, ik ben niet geneigd om, omdat het lastig te moderniseren is, te zeggen: dan moet Nederland het maar aanvullen. Dat wil de heer Verhoeven ook niet. Bovendien moet ik me natuurlijk aan het regeerakkoord houden en dat regeerakkoord heeft geen dubbeltje uitgetrokken voor extra geld voor de Europese begroting. De vier onderhandelende partijen hebben daar niet in voorzien.

Mevrouw Maeijer (PVV):

Ik noemde het voorbeeld van die Europese vredesfaciliteit in mijn inbreng in eerste termijn als koppeling aan het verslag van de eurogroep. Daarin staat namelijk dat de zogenaamde eurozonebegroting in de context van het MFK zal worden besproken. Ik noemde die vredesfaciliteit als voorbeeld van een instrument waarover dus ook in de context van de onderhandelingen over de meerjarenbegroting wordt gesproken, maar waarvan het voorstel is dat die financiering buiten diezelfde begroting valt en dat er dus een soort contributie komt van de lidstaten om dat te kunnen betalen. Kan de premier uitsluiten dat in het geval van die eurozonebegroting of dat instrument voor convergentie en concurrentie eenzelfde soort model wordt gekozen als voor die vredesfaciliteit?

Minister Rutte:

Dat moet onder het MFF-plafond gebeuren.

Mevrouw Maeijer (PVV):

Die passage in de context van de onderhandelingen over het MFK sluit echt 100% uit dat het zo'n constructie wordt?

Minister Rutte:

Er komt een pot geld van 1.000 miljard of iets meer. In het Commissievoorstel is er, dacht ik, 17 miljard van die 1.000 miljard voor dat instrument, dus 2,5 miljard per jaar. Dat is nu het voorstel van de Commissie. Wij kijken nu eerst naar het totale plafond voordat we ja zeggen tegen die 17 miljard. Overigens is dat geen slecht bestede 17 miljard want dat is dan weer gericht op hervormingen. Als we het slim doen kan het zelfs in de toekomst een mooie wig zetten in überhaupt de hele aanpak van cohesie- en landbouwgelden door die allemaal structureler te gaan moderniseren. Als we het slim vormgeven, wat we volgens mij aan het doen zijn, kan het ons ook nog weleens gaan helpen in die discussie over de modernisering van het cohesiebeleid.

Dan Albanië. Een paar lidstaten vinden net als Nederland dat het openen van toetredingsonderhandelingen met Albanië prematuur is. Overigens heeft het kabinet grote waardering voor de stappen die Albanië heeft gezet in het afgelopen jaar, maar Albanië moet echt meer werk maken van de bestrijding van corruptie en georganiseerde misdaad. Wij vinden dus niet dat nu toetredingsonderhandelingen met Albanië van start kunnen gaan, maar wel hebben we waardering voor de stappen die gezet zijn. Een heel groot aantal lidstaten steunt wel het starten van toetredingsonderhandelingen met Albanië, maar een klein aantal, waaronder Nederland, niet. Overigens is vandaag in de raad besloten de toetredingsonderhandelingen met beide landen niet te openen en uit te stellen tot oktober. Dat heeft, dacht ik, er ook mee te maken dat het Duitse parlement meer tijd nodig heeft om zich op dat besluit voor te bereiden. En dan komt het dus weer terug.

De heer Drost heeft gezegd dat het bij toetreding ook gaat om het uitdragen van de waarden van de Europese Unie en het ondersteunen van andere landen bij de implementatie ervan. Het belang is veel breder dan dat het alleen in het belang van Nederland zou zijn, zo zei hij. Daar ben ik het mee eens. Uitbreiding is geen doel op zichzelf, maar een middel om ervoor te zorgen dat de Unie sterker wordt. Dat is geen overbodige luxe als je kijkt naar de irreguliere migratie, de grensoverschrijdende criminaliteit en de etnische spanningen; dat zijn allemaal zaken waarvoor, mede dankzij de hervormingen in het kader van het toetredingsproces, positieve stappen mogelijk zijn. In die zin kan het openen van toetredingsonderhandelingen ook positieve effecten hebben. Nogmaals, van Albanië vinden wij echt dat het nog niet zo ver is. Wij blijven dus gecommitteerd aan het toetredingsproces en zullen ons ook bilateraal blijven inzetten om landen te ondersteunen, maar dat is niet gratis. Landen moeten uiteindelijk ook wel echt aan de voorwaarden voldoen om stappen te kunnen zetten. Het kabinet heeft op 31 mei de notificatie naar de Commissie gestuurd over de noodremprocedure voor Albanië. Of die ook wordt ingesteld, is afhankelijk van het onderzoek van de Commissie en van de posities van de andere lidstaten. Dat is dus allemaal nog onduidelijk.

Ten aanzien van Noord-Macedonië moeten we vaststellen dat er in het afgelopen jaar veel positieve stappen zijn gezet, maar de onderhandelingen kunnen natuurlijk pas van start gaan wanneer het land aan alle voorwaarden heeft voldaan. Een belangrijke nog te zetten stap is spoedige aanname van de wetgeving omtrent de toekomstige status van de speciaal aanklager. Nogmaals, voor beide landen geldt dat vandaag besloten is om de discussie vooruit te schuiven.

Dan desinformatie. Daarvoor zou ik u vooral willen verwijzen naar het debat dat u morgen over dat onderwerp heeft met de minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties. Misschien kan ik er een paar dingen over zeggen. Het tegengaan van desinformatie is natuurlijk primair een taak van niet-gouvernementele actoren, zoals onafhankelijke media, het maatschappelijk middenveld, onlineplatforms en wetenschappers, en dus niet van overheden of EU-instellingen. Ik vind het belangrijk om dat hier te melden. Natuurlijk, als desinformatie door statelijke of aan de staat gelieerde actoren de politieke stabiliteit, de economische stabiliteit of de nationale veiligheid bedreigt, is een reactie van nationale overheden gegrond, maar die dient uiteraard wel de fundamentele waarden, zoals de vrijheid van meningsuiting, te allen tijde te waarborgen. Er moet dus steeds gezocht worden naar een balans tussen deze belangrijke grootheden. Mediawijsheid en digitale geletterdheid zijn daarbij van belang. Ik heb het hier vaker gezegd: een onafhankelijke, goed functionerende pers, kranten die gelezen worden en onderzoeksjournalistiek op televisie en radio zijn belangrijk om ervoor te zorgen dat wij ons allemaal bewust blijven van wat er nationaal en internationaal fout kan gaan.

Wat doet het kabinet concreet tegen techbedrijven? Ook dat staat morgen op de rol voor het debat met Kajsa Ollongren, de minister van Binnenlandse Zaken. Ik ben het ermee eens dat onlineplatforms hierin een rol spelen. Het is positief dat enkele techbedrijven zo'n Europese gedragscode hebben ondertekend. De resultaten moeten nu ook wel zichtbaar worden. De Commissie monitort dat. De inhoud van die gedragscode staat ook zeker nog niet vast. Het is zeer denkbaar dat die wordt uitgebreid.

Dan is er gevraagd naar Iran. De heer Van Helvert vroeg daarnaar. De berichten over de recente incidenten in de Golf van Oman zijn zeer zorgelijk en laten zien dat de verhoudingen in de Golf zeer gespannen zijn. Nederland heeft geen eigenstandige informatie over de toedracht van de incidenten, maar is wel bezorgd, omdat dergelijke acties tegen commerciële schepen en onschuldige zeelieden onaanvaardbaar zijn.

Dan de vraag van de heer Van Ojik over China. Staatssteun en opkoop van Europese havens door Chinese staatsbedrijven zijn natuurlijk verschillende zaken, dus laten we dat niet allemaal op één hoop vegen. Staatssteun van Duitsland en Frankrijk aan nationale bedrijven als antwoord daarop is wat mij betreft niet het juiste antwoord. Daar is het kabinet tegen. De Nederlandse Chinastrategie is nou juist geschreven om dat beter te doen. In Brussel voeren we de discussie om de Europese Unie weerbaarder te maken tegen de ambities van landen zoals die hier genoemd zijn. Afgelopen mei, mede door de inzet van Nederland op alle niveaus, is er een gelijkwaardige top geweest tussen de Europese Unie en China. Ik ben het zeer met de heer Van Ojik eens: Europa moet zichzelf op het wereldtoneel projecteren, neerzetten als een grote speler. Dat vraagt dus ook iets van ons buitenlandbeleid.

De voorzitter:

Heeft u hiermee alle vragen beantwoord?

Minister Rutte:

Over het buitenlandbeleid was er nog de vraag van de heer Van Helvert over het lot van Murat Memis. We zijn zeer bezorgd over en begaan met zijn lot. Hij is een volksvertegenwoordiger in de gemeenteraad van Eindhoven. Wij staan in nauw contact met de Turkse autoriteiten op alle niveaus. Daarbij vragen we ook aandacht voor twintig andere gevallen van Turkse Nederlanders met een uitreisverbod. Er is volgende week ook nog een debat over met de Kamer.

De voorzitter:

Ja, dat klopt.

Minister Rutte:

Er was een vraag over MH17 en het buitenlands beleid. Ik zou eigenlijk willen verwijzen naar het verslag van de Raad Buitenlandse Zaken van 17 juni. Dat verslag ging vandaag naar de Kamer toe. Morgen vindt er een bijeenkomst plaats van het JIT, het Joint Investigation Team, en nabestaanden. Ook de pers zal worden geïnformeerd over de laatste ontwikkelingen. Zo'n grote aankondiging is er twee keer eerder geweest: in september 2016 over het gebruikte wapensysteem en vorig jaar mei nog, toen bekend werd dat het wapensysteem behoorde tot de Russische strijdkrachten. Opnieuw is er brede EU-steun gebleken voor dit vraagstuk in de Raad van 17 juni, dus van gisteren. Nederland sprak opnieuw waardering daarvoor uit. Minister Blok zei daarbij dat Nederland opnieuw zal proberen te kijken of dit nog leidt tot verdere aanvullingen op de conclusies van de Europese Raad van donderdag en vrijdag. Dat is nog niet bekend.

De heer Verhoeven vroeg naar de sancties tegen Rusland. Rusland staat wel op de agenda. Uiteraard beslist de politiek tot verlenging van sancties, maar juridisch is dat een zaak van de Raad. In principe gebeurt dat altijd bij de ambassadeurs, dacht ik, die die besluiten nemen. Het zal dus een algemene discussie zijn. Maar het is niet de verwachting dat er nu, op deze Europese Raad, een besluit wordt genomen over sanctieverlenging. Dat staat zo niet op de agenda en heeft daar trouwens ook nooit gestaan. Dat gebeurt altijd op het niveau van het Coreper.

Dat waren alle buitenlandse antwoorden. Ik heb nog een paar andere thema's.

De voorzitter:

Dan de heer Van Helvert.

De heer Van Helvert (CDA):

Mijn vraag gaat over Iran, waar de minister-president op inging. Ik vroeg dat, omdat ook op de agenda staat dat de Raad zich mogelijk — naargelang de ontwikkelingen, zoals we dat dan zeggen — zal buigen over specifieke kwesties betreffende het buitenlands beleid. Het gaat dan wel even over de insteek. De Duitse regering heeft vandaag laten weten dat de bewijzen die de Verenigde Staten hebben aangedragen zeer overtuigend zijn. Begrijp ik nu dat het Nederlandse kabinet, in tegenstelling tot de Verenigde Staten, het Verenigd Koninkrijk en Duitsland, nog steeds vindt dat dat nog niet overtuigend en betrouwbaar is en dat er dus nog geen standpunt is?

Minister Rutte:

Nee, wat ik heb gezegd is dat wij nog geen eigen informatie hebben. We moeten als Nederland natuurlijk heel scherp zijn waarop wij ons baseren, volkenrechtelijk, vanwege alle debatten in de Kamer. Er is geen eigenstandige informatie. Ik heb hier niet paraat of wij inmiddels meer weten vanuit de Amerikaanse hoek. Dat zou ik dan moeten navragen.

De heer Van Helvert (CDA):

Ja, want dat is wel relevant. U gaat het er daar natuurlijk over hebben. Als je dan ziet dat zowel Duitsland als het Verenigd Koninkrijk en de Verenigde Staten zeggen dat dit een heel overtuigend bewijs is, en de Nederlandse regering daarbij zit en zegt "we weten het eigenlijk nog niet; we hebben van onze diensten nog geen informatie", dan sta je op dat punt buitenspel in de discussie. Ik ben dan benieuwd wat het standpunt van de Nederlandse regering in de Raad zal zijn als het hierover gaat.

Minister Rutte:

We moeten altijd een beetje oppassen met alle mediaberichten die we lezen over wat bijvoorbeeld de Britten eerder zouden hebben gezegd. Ik las dit weekend ook dingen waarvan ik later hoorde dat ze niet klopten. We moeten ons dan dus echt baseren op wat de Britten ook tegen ons zeggen. Ik heb daar zelf geen laatste informatie over. Ik weet alleen dat wij geen eigenstandige informatie hebben. We zullen ons natuurlijk goed voorbereiden op donderdag en vrijdag. Het is nu dinsdag. Als er reden is om een meer gepreciseerde positie in te nemen, omdat we meer informatie hebben, dan doen we dat vanzelfsprekend, maar op dit moment is mij dat niet bekend.

De voorzitter:

Gaat u naar een afronding toe?

Minister Rutte:

Ik ga naar een afronding. De no-dealbrexit is iets waarop wij ons natuurlijk blijven voorbereiden. Over de getroffen maatregelen is en wordt de Kamer, maar ook de samenleving, uitvoerig geïnformeerd. Recentelijk ontving de Kamer een update van een heel aantal onderwerpen waar het gaat om de contingencyvoorbereidingen. Dat was de brief van 17 mei. Er is ook een nieuwe brief in voorbereiding, conform de toezegging in het schriftelijk overleg, ter voorbereiding op de informele Europese raad van 28 mei. Dat was die informele raad van vlak na de verkiezingen. Er is een nieuwe brief in voorbereiding met een update van de voorbereidingen voor een no-dealscenario, met een kabinetsappreciatie van de Commissiemededeling van 12 juni. Die gaat nog voor het zomerreces naar buiten.

Of ik mij voorbereid op Boris Johnson? We weten niet wie de nieuwe premier van Engeland wordt, dus dat wachten we rustig af. Uiteraard is dat een zaak van de Britse politiek en het interne proces momenteel in de Conservatieve Partij, dus dat wachten we af. U kent onze positie: het terugtrekkingsakkoord is ononderhandelbaar. Dat ligt er, maar het is natuurlijk altijd mogelijk om te praten over de politieke verklaring, maar dan moet er wel van Britse zijde benoemd worden wat de aanleiding is om over die politieke verklaring te praten. Op dit moment hebben we geen aanwijzingen dat de Britten voornemens zijn iets aan de rode lijnen te veranderen. Als dat wel zo is dan wel zich een ander politiek event voordoet in Groot-Brittannië, dan heb je weer een nieuwe situatie en dan kunnen we opnieuw kijken naar de politieke verklaring. Ik moet dus zeggen dat een no-dealscenario nog zeer reëel is. De enige manier om dat te voorkomen, is het verlaten van de Europese Unie mét een terugtrekkingsakkoord, of natuurlijk geen brexit, maar goed, ik ben maar gestopt met dromen op dat laatste punt. We blijven dus keihard werken aan de voorbereidingen.

Het verslag van deze Europese Raad gaat naar de Kamer een aantal dagen na de Europese Raad, dus dat is ruim voor het reces van de Kamer, zeg ik tegen de heer Van Helvert nog even.

Dan over het Roemeens voorzitterschap. Ik moet zeggen dat ik niet helemaal de kritiek kan plaatsen die de heer Van Otterlo daarop benoemde. In algemene zin moet ik zeggen dat het Roemeens voorzitterschap goed werk heeft verricht om zo veel mogelijk wetgevingsproces af te ronden, vooral ook voor de wisseling van het Europees Parlement. President Johannis heeft met de organisatie van de top in Sibiu volgens mij een extra impuls gegeven aan de vorming van de strategische agenda. Ik moet zeggen ik ben ook persoonlijk zeer gesteld op Klaus Johannis, de president van Roemenië. Natuurlijk zijn er ook dossiers waar wij vinden dat het Roemeense voorzitterschap vanuit Nederlands perspectief een minder gebalanceerde benadering heeft gekozen, bijvoorbeeld bij het opstellen van de negotiating box van het MFK. Daar heeft de minister van Buitenlandse Zaken, Stef Blok, vandaag dan ook in de Raad Algemene Zaken afstand van genomen. Maar ja, dat is onvermijdelijk.

Helemaal los daarvan doen zich natuurlijk rechtstatelijke ontwikkelingen voor in Roemenië die wij zeer nauw volgen, maar de president is daar niet het probleem. Daar zijn we het, denk ik, met elkaar over eens. Dat is een zeer rechtschapen man, die probeert in moeilijke omstandigheden zaken in goede banen te leiden.

De voorzitter:

Dank u wel. Dan gaan we nu naar de tweede termijn van de kant van de Kamer. Ik kijk of daar behoefte aan is. Dat is het geval.

De heer Asscher namens de PvdA.

De heer Asscher (PvdA):

Voorzitter, dank u wel. Heel kort. Het zou fijn zijn als de minister-president ook in de Europese Raad aandacht besteedt aan die vermoedelijk politieke moord die we hebben gezien in Duitsland, omdat die ook een Europese reactie vergt.

Voorzitter. Ik heb twee moties.

Motie

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat de Duitse politicus Walter Lübcke waarschijnlijk om politieke redenen is vermoord en het gewelddadig extremisme wereldwijd en ook binnen de Europese Unie toeneemt;

verzoekt de regering zich binnen de Europese Raad in te zetten voor een gemeenschappelijke inzet om dat extremisme tegen te gaan,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:

Deze motie is voorgesteld door de leden Asscher en Van Ojik. Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund.

Zij krijgt nr. 1460 (21501-20).

De heer Asscher (PvdA):

Mijn tweede motie.

Motie

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

van mening dat werk voldoende moet lonen;

constaterende dat de lonen al decennia achterblijven bij de winsten van bedrijven;

verzoekt de regering Europees en nationaal voorstellen uit te werken om te zorgen dat winsten van bedrijven voldoende worden gedeeld met werknemers en tot die tijd geen verdere verlaging van de winstbelasting door te voeren,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:

Deze motie is voorgesteld door de leden Asscher en Van Ojik. Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund.

Zij krijgt nr. 1461 (21501-20).

Dank u wel, meneer Asscher. De heer Verhoeven namens D66.

De heer Verhoeven (D66):

Voorzitter, dank u wel. Ik heb geen moties. Ik heb wel nog een antwoord voor mevrouw Maeijer, over de veto's. Ik heb het even opgezocht in ons verkiezingsprogramma 2019. Daarin staat dat wij de veto's met betrekking tot de toetreding en een verdragswijziging willen behouden. Dus zelfs nog meer dan ik al dacht, en de financiële dingen die ik noemde, vallen vaak onder verdragswijzigingen, vandaar.

Het tweede verkiezingsprogramma wat ik even heb gelezen, was dat van de VVD. Minder goed van kwaliteit, maar toch ook wel lezenswaardig, want wat staat erin? Halveren van de Commissie, de VVD schrijft het zelf en is er dus ook voor, maar weet tegelijkertijd dat het kansloos is. Maar goed, fijn dat de premier daar in ieder geval helder over is geweest. Dan hoef ik niet opnieuw die motie in te dienen.

Ik hoop wel dat we blijven nadenken over creatieve varianten, bijvoorbeeld het roulerend commissariaat of landen die samen een commissaris hebben. Maar daar zal ik nu niet verder op ingaan.

Dan nog twee andere punten, over de spilfunctie van Nederland. De premier herkende zich niet in het beeld van heel vaak nee zeggen en jezelf misschien isoleren. Prima. Maar ik vind dat we maximaal moeten inzetten op de positie die we nu hebben, op het in goede banen leiden van de Frans-Duitse as, waar veel voorstellen uit voortkomen die Nederland kan benutten en die ons ook in de goede richting brengen. Dat moet mogelijk zijn en die mogelijkheid moet je vergroten door niet steeds een positie in te nemen waarin je je afzet tegen een aantal bewegingen die in Europa mogelijk zijn. Daar hebben deze Kamer en dit kabinet soms toch een handje van.

Dit is vooral een gevaar bij het MFK. Toen ik de premier hoorde praten, zag ik opeens een levensgroot risico. Dit kabinet zegt de hele tijd dat het plafond omlaag moet. Dan gaat dat plafond omlaag, maar zeggen vervolgens heel veel landen dat er niet getornd mag worden aan landbouw en cohesie. Dus het plafond gaat omlaag, maar de twee potten waar nu het meeste geld naartoe gaat en waarvan Nederland vindt dat ze hervormd moeten worden, blijven in stand.

Wat is dan het gevolg? Dat we minder geld uitgeven aan de Europese Unie en dat het geld dát naar de Europese Unie gaat, naar de verkeerde middelen gaat. Ik zou toch nog van de premier willen horen hoe hij dat horrorscenario gaat voorkomen, dus dat de hervormingen uitblijven, maar hij hier gaat pronken met het feit dat het plafond omlaaggegaan is. Dat is namelijk slecht voor alle Nederlanders, want die krijgen dan geen maatregelen met betrekking tot migratie, geen buitengrensbewaking en dat soort zaken, omdat daar dan geen geld meer voor is. Ik zou graag nog een reactie willen op dat risico.

De voorzitter:

Dank u wel, meneer Verhoeven. Ik geef nu het woord aan de heer Van Ojik namens GroenLinks.

De heer Van Ojik (GroenLinks):

Dank u wel, voorzitter. Dank ook aan de minister-president.

Mijn punt over de geopolitiek was dat ik vind dat de Europese Unie in het algemeen te weinig door een geopolitieke bril kijkt naar heel veel verschillende beleidsterreinen. Ik noem de industriepolitiek, de energiepolitiek en nog een aantal dingen. De minister-president zei dat je die niet allemaal op één hoop moet gooien. Dat is natuurlijk zo, maar het zijn wel allemaal voorbeelden van hetzelfde fenomeen.

Voorzitter. Ik heb twee moties.

Motie

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat de G20 een minimumtarief voor de winstbelasting bepleit;

constaterende dat de EU in de strategische agenda een eerlijke en effectieve belastingheffing beoogt;

verzoekt de regering zich in de Europese Raad in te zetten voor een minimumtarief voor winstbelasting dat geldt voor alle lidstaten,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:

Deze motie is voorgesteld door de leden Van Ojik, Asscher en Leijten. Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund.

Zij krijgt nr. 1462 (21501-20).

De heer Van Ojik (GroenLinks):

Voorzitter. De tweede motie gaat over steun aan organisaties die zich inzetten voor de rechtsstaat. De minister-president heeft daarover in zeer positieve zin gesproken. Daar liggen inderdaad voorstellen van de Europese Commissie. Deze motie roept het kabinet op om zich er actief voor in te zetten dat die steun inderdaad wordt uitgebreid.

Motie

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

overwegende dat democratie en rechtsstaat in meerdere EU-lidstaten onder druk staan;

constaterende dat in deze lidstaten vaak ook een levendig prodemocratisch maatschappelijk middenveld bestaat;

verzoekt de regering zich ervoor in te zetten dat de EU de middelen die beschikbaar zijn om organisaties in dit maatschappelijk middenveld te kunnen steunen, uitbreidt en de instrumenten hiervoor optimaliseert,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:

Deze motie is voorgesteld door de leden Van Ojik en Drost. Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund.

Zij krijgt nr. 1463 (21501-20).

De heer Van Ojik (GroenLinks):

Dank u wel, voorzitter.

De voorzitter:

Dank u wel, meneer Van Ojik. Het woord is aan mevrouw Leijten namens de SP.

Mevrouw Leijten (SP):

Voorzitter. Veel zaken op de agenda, waaronder de opening van de toetredingsonderhandelingen. Ik vind het eigenlijk wel terecht dat is besloten dat dit is uitgesteld. De Europese Commissie heeft haar rapport over de landen en waar ze staan expres uitgesteld, omdat zij dacht dat dit anders de populisten bij de verkiezingen in de kaart zou spelen. Daardoor heeft ze het 29 mei gepubliceerd. De regeringsleiders, maar ook alle parlementen moesten daardoor dus hun positie bepalen in 21 dagen. Tja, zo gaat dat natuurlijk niet. Dus ik vind het verstandig. Ik ga er van uit dat de regering ons op de hoogte stelt als er nog iets wijzigt in hun standpunt.

Ik heb de minister-president gevraagd naar de motie die ik vorige week heb ingediend om als dat begrotingsinstrument niet aan de Nederlandse voorwaarden voldoet, te kiezen om niet mee te doen, een opt-out. Ik heb van de partijen die ik ondervraagd heb, zeker van het CDA en zeker van de VVD, gehoord dat zij daar nog steeds voor staan, ook in het verdere proces. Ik geef dit maar mee als steun in de rug aan de minister-president, want ik had hem de vraag ook gesteld.

Als het gaat over de CO2-reductie heb ik hem gevraagd om het interessante, uitgelekte rapport van de Europese Commissie in te brengen over belasting op kerosine. Hij heeft daar niet op geantwoord, maar ik heb daar wel een motie over.

Minister Rutte:

Ik heb daarop geantwoord.

Mevrouw Leijten (SP):

Dan heb ik dat gemist. Mijn excuses als dat wel is gebeurd.

Motie

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat in het rapport van de Europese Commissie "Taxes in the Field of Aviation and their impact" berekend is dat een belasting op kerosine binnen de Europese Unie kan en leidt tot een CO2-reductie van 11%, en zelfs 19% in Nederland;

voorts constaterende dat het rapport ook duidelijk maakt dat de effecten op de werkgelegenheid verwaarloosbaar zijn;

van mening dat het invoeren van een belasting op kerosine eerlijker is dan een tickettaks;

verzoekt de regering deze gemeenschappelijke aanpak te bepleiten wanneer het gaat over de Europese ambities om de CO2-uitstoot te reduceren,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:

Deze motie is voorgesteld door de leden Leijten en Laçin. Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund.

Zij krijgt nr. 1464 (21501-20).

Dank u wel, mevrouw Leijten. Dan geef ik nu het woord aan de heer Van Otterloo namens 50PLUS.

De heer Van Otterloo (50PLUS):

Dank u wel, mevrouw de voorzitter. Ik dank de minister-president voor zijn positieve reactie op mijn inbreng in de eerste termijn over de antidiscriminatierichtlijn. Dat bespaart mij een motie, dus dat is ook weer prettig voor straks bij de stemming.

Hij betitelde de inzet voor het nu eindelijk toepassen van de richtlijn zelfs als een gezamenlijk project van de premier en 50PLUS. We zullen dat graag samen met hem ter hand nemen. Daarbij is denk ik ook van belang de vraag of dit nog een onderwerp moet blijven waar een veto op uitgebracht kan worden. Ik denk dat zowel de heer Verhoeven als mevrouw Maeijer er dan blij mee zijn dat er geen veto op dit terrein plaatsvindt, want ik kan me niet voorstellen dat de discriminatie geblokkeerd mag blijven worden vanuit de landen die dat om wat voor reden dan ook niet vinden.

Het is jammer dat een kleinere Commissie, waar mijn fractie zoals de premier al zei ook voor heeft gepleit ... Maar ik denk dat we dan wel sterk moeten inzetten op het aanpassen van de werkwijze van de Commissie om te zorgen dat die efficiënter wordt en, als ik het mag zeggen, doelgerichter.

Dank u wel.

De voorzitter:

Dank u wel. Dan geef ik nu het woord aan de heer Drost namens de ChristenUnie.

De heer Drost (ChristenUnie):

Dank u wel, voorzitter. Dank voor de beantwoording van de vragen. Wij zijn blij met de onverminderde aandacht die er is voor de rechtsstaat. Vandaar ook onze naam onder de motie die meneer Van Ojik zojuist heeft ingediend ter ondersteuning van het maatschappelijk middenveld in die landen waar dat juist hard nodig is. Misschien is het goed om te markeren — de premier noemde dat — dat wij blij zijn dat minister Blok vandaag de non-paper op het gebied van transparantie heeft ingediend, wellicht niet met transparantie als doel op zich, maar om transparantie in te voeren want die mensen moeten verantwoording kunnen afleggen over dat wat ze doen namens ons allen in Europa.

Wij zijn blij met en wij steunen de inzet van de regering bij de komende top. Niet altijd nee zeggen zoals sommige partijen in deze Kamer misschien zouden willen en ook niet altijd ja zeggen zoals andere partijen soms laten merken, maar juist een gebalanceerde inbreng die in het belang is van Nederland en in het belang is van vrede en samenwerking in Europa.

Dank u wel, voorzitter.

De voorzitter:

Dank u wel, meneer Drost. Dan geef ik nu het woord aan de heer Van Helvert namens het CDA.

De heer Van Helvert (CDA):

Dank u wel, mevrouw de voorzitter. Dank voor de beantwoording door de minister-president. Het rapport over de risicoreductie komt met kerst 2020. Het is goed dat we daar een tijdstip bij hebben. Het CDA hecht daar heel veel belang aan, zeker omdat we zonder die reductie geen risico's moeten gaan delen. Dan moeten de risico's ook gereduceerd worden. We wachten echt op dat rapport. Als dat eerder kan dan kerst, vinden wij dat heel erg prettig.

De minister van Buitenlandse Zaken, zo vertelde de minister-president, heeft in de RAZ (Raad Algemene Zaken) een non-paper over transparantie gepresenteerd. Dat vinden wij heel mooi. Daar zijn we ook heel benieuwd naar. Voor zover ik weet, heb ik dat non-paper niet gezien. In het kader van de transparantie wil ik vragen of dat er is. Of heb ik iets gemist? Dat kan ook. Dan hoor ik dat heel graag, want dan is dat mijn tekortkoming en ga ik dat heel snel opzoeken.

Ik had nog een specifieke vraag over de brexit, de werving van personeel en het oprichten van een keuringsplaats voor levende dieren. Ik weet niet of daar direct een antwoord op is. Anders kan het misschien in de loop van de week komen, want we zijn heel erg benieuwd naar de voorbereidingen die Nederland daarvoor moet treffen.

Over Iran heeft de minister-president gezegd: ik bereid me daar nog op voor; het is pas dinsdag. Ik vind dat heel belangrijk, want vandaag heeft Merkel gezegd op een congres in Berlijn, terwijl ze naast de Oekraïense premier stond, dat er sterk bewijs is dat Iran erbij betrokken is. Gisteren liet de EU nog weten dat het filmpje dat de Verenigde Staten hadden gepresenteerd niet genoeg was, maar als je ziet dat de bakens worden verzet, vind ik het belangrijk dat Nederland daar een rol in heeft, omdat de gevolgen erg groot kunnen zijn voor de spanningen aldaar. Dat geldt ook voor hier. Als de minister-president in de loop van de week nog vorderingen maakt in de voorbereiding en hij dat met ons wil delen, dan houd ik mij aanbevolen, en ik denk de hele Kamer.

Dan richt ik me nog heel even tot u, mevrouw de voorzitter. Ik maakte ook een opmerking over de verschrikkelijke moord op onze collega-politicus Lübcke. Toen zei ik: is het misschien een idee dat wij wellicht als Kamer laten weten aan onze collega's dat wij geschokt zijn? Misschien kunt u daar nog even op reageren.

De voorzitter:

Dat ga ik zeker doen. Bij dezen.

De heer Van Helvert (CDA):

Dank u wel.

De voorzitter:

Dank u wel. Dan geef ik nu het woord aan de heer Stoffer namens de SGP.

De heer Stoffer (SGP):

Dank, voorzitter. Ook dank aan de minister-president voor het beantwoorden van de vragen. Om te kijken of wij de antwoorden goed begrepen hebben, hebben wij een paar moties. Aan de hand van het oordeel merken we vanzelf of wij de antwoorden echt goed begrepen hebben. De eerste luidt als volgt.

Motie

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

overwegende dat momenteel onderhandeld wordt over het nieuwe voorzitterschap van de Europese Commissie;

verzoekt de regering bij het vaststellen van de geschiktheid van een kandidaat-voorzitter te betrekken dat deze oog heeft voor de verscheidenheid tussen lidstaten en voor de zorgen van Europese burgers over onnodige bemoeienis van "Brussel",

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:

Deze motie is voorgesteld door de leden Stoffer en Leijten. Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund.

Zij krijgt nr. 1465 (21501-20).

De heer Stoffer (SGP):

De volgende gaat over het schokfonds.

Motie

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat de eurogroep gevraagd is de kenmerken van een begrotingsinstrument voor convergentie en concurrentievermogen (BICC) uit te werken;

constaterende dat het Nederlandse kabinet mogelijk meerwaarde in het instrument ziet indien het geen expliciete stabilisatiedoelstelling krijgt, financiering binnen het MFK plaatsvindt en toegang tot het instrument aan strikte voorwaarden gebonden is;

overwegende dat het BICC uiteindelijk een budgettaire stabilisatiefunctie kan vervullen, terwijl onduidelijk is of de voorwaarden voor toegang tot het instrument voldoende strikt zijn;

overwegende dat het CPB zo'n schokfonds niet noodzakelijk acht voor het voortbestaan van de euro;

verzoekt de regering onder de huidige omstandigheden niet in te stemmen met het BICC,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:

Deze motie is voorgesteld door de leden Stoffer en Leijten. Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund.

Zij krijgt nr. 1466 (21501-20).

De heer Stoffer (SGP):

Dank u wel.

De voorzitter:

Dank u wel, meneer Stoffer. Daarmee zijn we aan het einde gekomen van de tweede termijn van de kant van de Kamer.

De vergadering wordt van 20.30 uur tot 20.35 uur geschorst.

De voorzitter:

Ik geef de minister-president het woord.

Minister Rutte:

Voorzitter. Eerst een paar vragen en dan de moties. In mijn bijdrage in de Europese Raad zal ik inderdaad de vreselijke moord op Walter Lübcke benoemen. Ik ben het zeer eens met de heer Asscher op dat punt.

Ik zal toch nog even kort ingaan op het punt dat de heer Verhoeven maakte over de kwestie van het invloed uitoefenen in Europa. Dat moeten wij doen. Wij proberen natuurlijk coalities te bouwen. Naast de goede contacten die we hebben met de Fransen en de Duitsers doen we dat op alle andere mogelijke manieren, bijvoorbeeld met de Scandinavische landen, de Baltische landen, Slovenië, Ierland en uiteraard in de Benelux. Daar gaan we mee door. Op tal van onderwerpen — gezien het tijdstip in het debat zal ik ze niet allemaal herhalen — neemt Nederland ook echt positieve initiatieven, maar wij vinden ook allerlei dingen. Van de toetreding van Macedonië op dit moment zijn wij dus inderdaad geen voorstander. Van het openen van de onderhandelingen over het stabilisatie-instrument zijn wij geen voorstander. Heel veel lidstaten wel, maar heel veel lidstaten trouwens ook niet. Wij staan daar zeker niet alleen in. Heel vaak willen we wel iets en komen we met positieve voorstellen, maar als er iets dreigt wat we niet willen, is het de kunst om dat bij te sturen in de richting die wel werkt voor ons. Ik vind dat hele BICC daar een mooi voorbeeld van. Het is niet hier bedacht, maar inmiddels ligt er een stuk werk dat voldoet aan alle Nederlandse inzetwensen, en dat ook een potentieel breekijzer kan zijn voor de manier waarop thans gewerkt wordt op het terrein van de cohesie- en structuurfondsen.

Dat brengt mij ook bij een tweede punt van de heer Verhoeven: de modernisering van het MFK. Ik ben het met hem eens. Als het alleen om het plafond zou gaan, heeft hij ook wel gelijk, maar wij moeten naast het verlagen van het plafond ook echt zoeken naar mogelijkheden voor correctiemechanismes. Als dat onderdeel wordt van de uiteindelijke bepaling van de relatieve afdrachtsposities van landen en de absolute bedragen, dan denk ik dat het allebei kan, maar het zal passen en meten worden. Ik voel me gesterkt — we denken daar hetzelfde over — om het maximale daaraan te doen.

Toen de heer Van Helvert begon over dat non-paper over transparantie moest ik even denken aan die prachtige scène uit Yes, Prime Minister, waar Sir Arnold met Sir Humphrey in een club zit en Sir Humphrey aan Sir Arnold vraagt hoe het gaat met de campaign for open government. De reactie van Sir Arnold is: I can't tell you anything about it, it's a top secret. In dit geval is dat gelukkig niet zo. Ik kijk even op dat moderne instrument voor mij: het is een Benelux-paper, dat met de vaste Kamercommissie Europese Zaken is gedeeld tijdens een werkbezoek aan Brussel. Ik zal vragen om dat toe te voegen aan het verslag van de Raad Algemene Zaken. Ik hoor mevrouw Leijten zeggen dat het zelfs al getwitterd is. Kijk aan! Nou, daar gaat je non-paper.

Mochten zich ontwikkelingen voordoen in het Iran-dossier, dan denk ik dat het het beste is dat Stef Blok, de minister van Buitenlandse Zaken, daar nadere informatie over geeft.

Het punt van de levende have nemen we mee in de brief waarin de appreciatie zal komen van het Commissievoorstel over contingencies. Dat is nog voor het zomerreces. We pakken dat element daarin dus mee.

Dan kom ik bij de moties. De motie op stuk nr. 1460 is wat mij betreft oordeel Kamer, maar dan moet ik "Europese Raad" wel breder kunnen lezen, namelijk als Raad. Want de Europese Raad staat nog niet op de agenda. Maar als ik dat mag lezen als Raad, dan is dat ook in lijn met het Nederlandse beleid. Ik benadruk dan wel het woord "waarschijnlijk" in de tekst, "dat hij waarschijnlijk om politieke redenen is vermoord", omdat het uiteindelijke oordeel daarover natuurlijk aan de rechter is. Het staat dus goed in de motie, maar nogmaals, in de interpretatie van de motie zet ik Europese Raad even tussen haken: Europese Raad/Raad.

De motie op stuk nr. 1461 ontraad ik. U weet dat het kabinet op onderdelen een ander beleid voert. "Winsten van bedrijven voldoende delen" is niet iets wat het kabinet gaat doen. Als de heer Asscher dacht hiermee mijn toespraak van zaterdag voor het VVD-festival te codificeren ... Die ging natuurlijk over iets anders. Als de bedrijven niet rápido hogere salarissen gaan bieden, moeten we eens met elkaar gaan bekijken of dat dan niet gecorrigeerd moet worden via minder verlaging of geen verlaging van de Vpb. Dat is dus een specifiekere politieke opvatting.

De motie op stuk nr. 1462 moet ik ontraden, want het gaat er hier om dat het minimumtarief voor de winstbelasting ... Misschien mag ik verwijzen naar het deel van het debat daarover.

De motie op stuk nr. 1463 geef ik oordeel Kamer. Nederland is hier voorstander van. De Commissie heeft hiertoe, ook in het kader van het nieuwe MFK, een voorstel gedaan. Daarnaast zijn er middelen die in het kader van de onderhandelingen worden bepaald, maar dan gaat het sowieso om meer middelen. Dat klopt, toch? Ja, het gaat dan om meer middelen.

De motie stuk nr. 1464 ontraad ik. Nederland heeft gezegd dat het dit idee wil onderzoeken, maar het is echt een mondiaal vraagstuk. Het moet ook op dat niveau worden aangepakt. Deze week is die conferentie gaande. In Nederland zetten we in op een aantal nationale maatregelen.

De motie op stuk nr. 1465, van de heer Stoffer, kan ik oordeel Kamer geven, want wat daar staat, lijkt mij verstandig.

De motie op stuk nr. 1466 ontraad ik, want het klopt echt niet wat daar staat. Dat BICC gaat geen budgettaire stabilisatiefunctie vervullen. Dat klopt gewoon niet. Dat gaan we niet doen. Dat is ook vastgelegd, afgesproken. Er zijn term sheets et cetera. Als het toch gebeurt, zijn wij daartegen en dan gaan wij dat verder niet mogelijk maken. Het gaat dus niet gebeuren. Deze motie klopt dus echt niet. Daarom ik ontraad ik haar.

De voorzitter:

Dank u wel. Daarmee zijn we aan het einde gekomen van dit debat.

De beraadslaging wordt gesloten.

De voorzitter:

Over de ingediende moties zullen we morgen stemmen. Ik dank de minister-president.

De vergadering wordt van 20.41 uur tot 20.46 uur geschorst.