Handeling

Datum publicatieOrganisatieVergaderjaarVergadernummerDatum vergadering
Tweede Kamer der Staten-Generaal2018-2019nr. 94, item 5

5 Vragenuur: Vragen Kuzu

Vragen van het lid Kuzu aan de minister voor Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking, bij afwezigheid van de minister van Buitenlandse Zaken, over het bericht dat de VN fouten maakten bij de aanpak van de Rohingyacrisis in Myanmar.

De voorzitter:

Tot slot geef ik het woord aan de heer Kuzu namens DENK voor zijn vraag aan de minister voor Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking, die de minister van Buitenlandse Zaken vervangt. De vraag gaat over het bericht dat de VN fouten maakten bij de aanpak van de Rohingyacrisis in Myanmar.

De heer Kuzu (DENK):

Voorzitter. Mijn vraag gaat over een ander deel van de wereld, dat misschien heel ver weg lijkt. In Myanmar gebeuren er vreselijke dingen met betrekking tot de Rohingya. De Verenigde Naties hebben in opdracht van de grootste baas van de Verenigde Naties, secretaris-generaal António Guterres, een onderzoek laten uitvoeren. Ik citeer uit dat rapport: "De Verenigde Naties hebben stelselmatig gefaald in Myanmar in de aanloop naar het hardhandige optreden van het Myanmarese leger in 2017 tegen de Rohingya." Uit het rapport blijkt dat het in de periode tussen 2010 en 2018 ontbrak aan een eenduidige strategie en een eenduidig plan van actie. In plaats daarvan was er onderlinge strijd tussen VN-agentschappen. U moet zich voorstellen: terwijl een kwetsbare groep mensen wordt opgejaagd, verkracht, vermoord en levend wordt verbrand, zien we dat instanties met elkaar overhoop liggen en met elkaar aan het steggelen zijn. Voorzitter. Ik vind het echt schokkend. Mijn eerste vraag aan de minister is: vindt zij dit ook zo schokkend? Hoe verklaart de minister dat de VN geen duidelijke strategie blijkt te hebben met betrekking tot Myanmar? Is er wat haar betreft sprake van toeval, of is hier sprake van een negatieve trend dat de VN steeds minder daadkrachtig optreedt in het beschermen van mensenrechten?

De voorzitter:

Dan geef ik nu het woord aan de minister.

Minister Kaag:

Dank, mevrouw de voorzitter. Dank ook voor de vraag. In eerste instantie betreurt de Nederlandse regering natuurlijk enorm het feit dat wij tot deze situatie zijn gekomen. Het is goed dat secretaris-generaal Guterres de eerste opdracht tot het onderzoek heeft gegeven. Het betreft een periode van acht jaar. Ik ben zelf ook helaas niet helemaal verbaasd door de conclusies, omdat inderdaad de structuur van de Verenigde Naties, fondsenprogramma's, de VN-Veiligheidsraad en hoofdkantoren van de verschillende onderdelen van het systeem vaak dusdanig uitlopen op een bureaucratisch gevecht. Men vergeet dan heel vaak de mensen om wie het gaat. Dus dit is helaas niet verbazingwekkend, wel enorm teleurstellend.

Het belangrijke is dat wij als lidstaat bij de VN erop aandringen dat ze daadwerkelijk iets gaan doen met de bevindingen van dit rapport, die serieus zijn. Er is al werk aan de winkel door de hervorming van het systeem, zoals ook al is aangezet door secretaris-generaal Guterres. Dus voor alle landen, vooral ook crisislanden of landen die onder een zogenaamde watching brief vallen, is het belangrijk dat er inderdaad een coherente politiek-humanitaire mensenrechtenstrategie is. Dat is de opzet en in veel landen zien wij dit ook.

De heer Kuzu (DENK):

Voorzitter. Het is belangrijk om nogmaals te benadrukken dat dit echt urgentie behoeft. Ik dank de minister ook voor de antwoorden die zij geeft in de eerste termijn. Ik was ook heel erg benieuwd naar de rol van Nederland hierin. Wat we vaak zien tijdens dit soort debatten is dat we betreuren — dat hoorde ik de minister net ook zeggen — wat er is gebeurd. Ik vind dat het niet alleen bij betreuren mag blijven op het moment dat we zien dat een miljoen mensen huis en haard ontvluchten, dat tienduizenden mensen omkomen, dat er vrouwen worden verkracht, kinderen levend worden verbrand. Dat is wat daar op dit moment gebeurt. We zien het eigenlijk niet alleen bij de Verenigde Naties; we zien het ook bij de Europese Unie. Bij de Europese Unie zien we dat er sancties zijn afgesproken tegen de legertop van Myanmar, maar we zien dat niet de gehele legertop op de sanctielijst van de EU staat. We zien dat de legertop in Myanmar zich met economische constructies, door handelsbetrekkingen met EU-lidstaten, aan het verrijken is. Ik vraag de minister of zij deze zorgen ook deelt.

Minister Kaag:

Ik deel natuurlijk de zorgen van het lijden, het ondraaglijk lijden en de mensenrechtenschendingen van mensen overal, ook in Myanmar.

Het tweede is, Nederland heeft zich actief opgesteld, ook ten tijde van ons lidmaatschap van de VN-VR als niet-permanent lid, om deze kwesties te benoemen.

Het derde punt is, we zijn actief in de Mensenrechtenraad. Nu zijn we even niet lid, maar wij benoemen dit in alle fora. Collega Blok heeft gisteren nog bij de Raad in Brussel ook weer de kwestie-Myanmar aangekaart. Wij zijn erg strikt in de discussies in de Handelsraad wat betreft de categorie everything but arms. We willen dat de Commissie ook het handelsinstrumentarium bij preferentiële toegang tot EU-markten vanuit Myanmar gebruikt om juist verder druk uit te oefenen op de politieke structuur om veranderingen te zien. We doen dit in alle gesprekken en we steunen natuurlijk ook via de humanitaire middelen op basis van kwetsbaarheid.

De heer Kuzu (DENK):

Voorzitter. Dat vind ik allemaal heel mooi. En ik waardeer ook dat de Nederlandse regering zich inzet. We hebben achtereenvolgende ministers van Buitenlandse Zaken gehad die zich hebben ingespannen om dit punt op de agenda van de internationale gemeenschap te krijgen.

Er is nu wel wat meer aan de hand, want we zien dat er zowel bij de Verenigde Naties als bij de Europese Unie geen vuist gemaakt kan worden om het probleem te beperken en de slagkracht te verbeteren. Ik zie eigenlijk geen andere optie dan dat we een ultimum remedium instellen. Is de minister bereid om zich in internationaal verband in te spannen dat er een VN-vredesmissie gaat komen in Myanmar, om ervoor te zorgen dat de kwetsbare groep mensen daar bescherming gaat genieten?

Voorzitter. Na al hetgeen er is gebeurd in de afgelopen jaren, na alle inspanningen die we hebben gezien van achtereenvolgende ministers van Buitenlandse Zaken van Nederland, maar ook van de hele internationale gemeenschap, zie ik helaas geen andere mogelijkheid dan het inzetten van een vredesmissie om de mensen daar te beschermen. Is de minister bereid om hier in internationaal verband voorvechter van te worden?

Minister Kaag:

Ik denk dat we even een stapje terug moeten, mevrouw de voorzitter. Nederland zoekt ook continu een verwijzing naar het Internationaal Strafhof, conform de aanbevelingen van het rapport van de fact-finding mission. Dat vinden wij het meest relevant. Wij zoeken ook nog een verbreding van de EU-sanctielijst, dus meer personen op die lijst, juist uit de militaire hoek. Ik denk dat om daadwerkelijk ooit een vredesmissie in Myanmar te krijgen, heel onwaarschijnlijk is in het huidige kader, net zoals we waarschijnlijk geen verwijzing naar het Internationaal Strafhof zullen krijgen op basis van de samenstelling van de Veiligheidsraad. China en de Russische Federatie zullen niet instemmen met een resolutie die een vredesmissie moet opstellen.

Als de vraag dan is of wij dat ondanks dit gegeven willen doen, dan denk ik dat de situatie in Myanmar eerst beter bekeken moet worden. We moeten alle instrumenten gebruiken. Een vredesmissie moet normaal een vredesproces begeleiden. Je moet kijken of er een vrede te bewaren is. In dit geval hebben we nog steeds te maken met de regering van Aung San Suu Kyi. Wij leggen ook druk op de militairen. Het kader van een vredesmissie in traditionele zin is dus niet aan de orde. Wat we wel doen, is alle middelen gebruiken om de transitie te bevorderen, om economische middelen daar in te zetten waar dat behulpzaam kan zijn en inzetten op het tegengaan van straffeloosheid middels de inzet op vervolging via het Internationaal Gerechtshof.

De voorzitter:

Tot slot.

De heer Kuzu (DENK):

De minister heeft DENK aan haar zijde waar het gaat om het verder verkennen van sancties om ervoor te zorgen dat de praktijken die op dit moment plaatsvinden in Myanmar, een keer ophouden. Ik moet wel tot mijn spijt concluderen dat we al jarenlang bezig zijn, dat we jarenlang druk uitoefenen op zowel de legertop als de regering en dat we ons in internationaal verband inzetten, maar dat we helaas zien dat het moorden, het verkrachten en het levend verbranden doorgaan. Ik vind echt dat de maat nu vol is en dat we verder moeten gaan dan alleen hetgeen er tot nu toe is gedaan.

De voorzitter:

Dank u wel. Dat was een conclusie en geen vraag aan de minister. De heer Koopmans namens de VVD.

De heer Koopmans (VVD):

In het voorgaande debat hadden we het met de nieuwe staatssecretaris van Justitie en Veiligheid ook over het inzetten van alle middelen. We hadden het ook over het mogelijk inzetten van verplaatsbare ontwikkelingshulp om bijvoorbeeld afgewezen asielzoekers weer terug te krijgen. Nu hebben we het over deze situatie. Kunnen wij verplaatsbare ontwikkelingshulp, bijvoorbeeld voor infrastructuur en dat soort dingen, voor zover die aan Myanmar toekomt via de VN of de Europese Unie, ook hier inzetten om druk uit te oefenen? Is de minister daartoe bereid?

Minister Kaag:

In eerste instantie geven we als Nederland humanitaire hulp en alleen humanitaire hulp. Ik heb de details van de EU-hulp, die natuurlijk indirect mede wordt gefinancierd door Nederland, niet paraat. In principe willen we de kwetsbare bevolking niet nog meer straffen door het onmiddellijk afsluiten of afknijpen van humanitaire hulp. De spreker verwijst naar een eerder gesprek. Dat ging om overname en terugkeer. Dit is een andere situatie. Er is sprake van een humanitaire crisissituatie en een acute schending van mensenrechten. We oefenen druk uit op het leger en op de regering. We leggen geen extra druk op diegenen die al slachtoffer zijn. Het kader is dus niet vergelijkbaar. Wij zetten nog steeds in op humanitaire steun.

De heer Sjoerdsma (D66):

Het is inderdaad heel goed dat die druk wordt gelegd op de regering en op het leger. Ik vraag de minister of het ook mogelijk is om het handelsinstrumentarium van de Europese Unie gericht in te zetten om die druk te vergroten. Volgens mij kan dat ook door bijvoorbeeld reeds verleende voordelen, preferentiële maatregelen, weer terug te draaien om er op die manier voor te zorgen dat de overheid in Myanmar eindelijk het goede gaat doen.

Minister Kaag:

Dat hebben wij al eerder gedaan, ook in het vervolg op mijn reis naar Myanmar, eind vorig jaar. Intussen is de Commissie in gesprek met de regering. Er blijken wat verschuivingen te zijn, maar wij houden inderdaad de vinger aan de pols, want wij vinden dat dit instrumentarium heel doelmatig is, en zeker doelmatiger dan het treffen van kwetsbaren door het intrekken van een paar miljoen euro, die hen juist in leven helpt te houden.

De voorzitter:

Dank u wel. Daarmee zijn wij aan het einde gekomen van dit vragenuur. Ik schors de vergadering voor enkele ogenblikken.

De vergadering wordt van 15.09 uur tot 15.13 uur geschorst.