Aan de orde is het debat naar aanleiding van een algemeen
overleg op 23 september 2009 over AWACS.
De heer De Mos (PVV):
Voorzitter. Al decennialang worden de bewoners van Limburg geteisterd
door geluidsoverlast en stank van AWACS-vliegtuigen. Alle afspraken aangaande
geluidsreductie en verdere overlast zijn niet nagekomen. Nederland is door
de NAVO op dit dossier lang genoeg gepiepeld. Het wordt tijd dat de leeuw
zijn tanden eens laat zien. Daarom dien ik de volgende motie in.
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
constaterende dat tienduizenden inwoners van Limburg al decennia ernstige
stank en geluidshinder ondervinden, veroorzaakt door opstijgende en landende
AWACS-vliegtuigen;
overwegende dat afspraken door de NAVO over stillere motoren en een afname
van het aantal vliegtuigen niet zijn nagekomen;
verzoekt de regering, het Limburgse luchtruim per direct voor opstijgende
en landende AWACS-vliegtuigen te sluiten, opdat de overlast voor de Limburgers
aanmerkelijk vermindert,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door de leden De Mos en Graus. Naar mij blijkt,
wordt de indiening ervan voldoende ondersteund.
Zij krijgt nr. 8(32123 XI).
Mevrouw Van Velzen (SP):
Voorzitter. Ik kan de woorden van de heer De Mos alleen maar onderstrepen.
Minimaal vijftien jaar geluidsoverlast is genoeg. Het is tijd om stevige maatregelen
te treffen. Daarom dien ik de volgende motie in.
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
constaterende dat de omwonenden van de vliegbasis Geilenkirchen inmiddels
al ruim vijftien jaar ernstige hinder ondervinden van de AWACS-vliegtuigen;Van
Velzen
constaterende dat baanverlenging mogelijk een gedeelte van de geluidshinder
kan tegengaan maar een besluit daarover nog genomen moet worden;
verzoekt de regering om, indien deze baanverlenging geen doorgang vindt,
met inzet van de binnenvliegregeling het aantal vluchten aantoonbaar te verminderen
zodanig dat conform de motie-Neppérus/Samsom in 2012 een geluidsreductie
van ten minste 35% is bereikt,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door de leden Van Velzen en Vendrik. Naar mij
blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund.
Zij krijgt nr. 9(32123 XI).
Mevrouw Van Velzen (SP):
Voorzitter. In het debat heb ik naar voren gebracht dat er bij een aantal
andere Nederlandse vliegbases ook AWACS-vluchten plaatsvinden. Deze worden
op dit moment niet meegeteld. Het zijn de zogenoemde doorstartoefeningen.
Op het moment dat zo'n vliegtuig van Geilenkirchen vertrekt, geldt het als
een vlucht, maar als het vliegtuig in de tussentijd tig keer doorstarten maakt,
dan telt dit helemaal niet mee. Dat lijkt mij niet handig. Het leidt alleen
maar tot veel meer geluidsoverlast. Daarom dien ik de volgende motie in.
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
constaterende dat bij het aantal meegetelde AWACS-vluchten vanaf vliegbasis
Geilenkirchen de doorstartoefeningen boven de vliegbasis Geilenkirchen en
andere vliegvelden in Nederland niet worden meegeteld;
overwegende dat bij doorstartoefeningen dezelfde of zelfs meer overlast
wordt veroorzaakt als bij starten en landen;
verzoekt de regering, het aantal vluchten te verminderen conform de motie-Neppérus/Samsom
(31700-Xl, nr. 78) en daarbij doorstartoefeningen boven Nederland als een
extra vlucht mee te laten tellen,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door de leden Van Velzen en Vendrik. Naar mij
blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund.
Zij krijgt nr. 10(32123 XI).
De heer Vendrik (GroenLinks):
Voorzitter. Ik was van plan om een motie in te dienen, maar het is helemaal
goed gekomen met de moties van mevrouw Van Velzen. Wij doen het dus een beetje
duurzaam vandaag.
De voorzitter:
Slow politics. Heel goed.
Staatssecretaris De Vries:
Voorzitter. Ik dank de Kamer voor haar inbreng bij dit VAO. Wij hebben
er in het algemeen overleg uitgebreid bij stilgestaan dat wij met elkaar delen
dat wij het aantal vluchten willen verminderen. Wij willen dat de overlast
vermindert ten gunste van de mensen in Limburg. Er is een motie-Neppérus/Samsom
aangenomen en ik heb de Kamer gezegd dat ik die wil uitvoeren: 35%
minder in 2012. In hetzelfde overleg hebben wij geconstateerd dat dat nog
steeds mogelijk is, ook als de baanverlenging niet doorgaat. Die ambitie hebben
wij en delen wij met elkaar. Dus als ik dan de motie van de PVV, de heer De
Mos, bekijk, die zegt daar nu eigenlijk al geen vertrouwen meer in te hebben
en die zegt dat wij de binnenvliegregeling maar moeten inroepen, dan deel
ik dat niet met hem. Mijn collega van VROM en ik zijn samen hard bezig om
wel heel veel te bereiken. Om die reden ontraad ik de motie.
De motie van mevrouw Van Velzen over 35% minder in 2012 komt feitelijk
neer op wat mevrouw Neppérus en de heer Samsom hebben betoogd in hun
motie. Er zit alleen het verschil in dat mevrouw Van Velzen in haar uitspraak
meteen de binnenvliegregeling daarbij wil betrekken. Mijn stelling is juist
de omgekeerde. Wij kunnen met de maatregelen die nu voorliggen die 35%
minder overlast in 2012 bereiken. De heer Samsom heeft in het debat ook aangegeven
dat dit ook gewoon kan met geluidsoverlastvermindering. Kortom, ik deel niet
de analyse dat dit al zou moeten met het inroepen van het instrument van de
binnenvliegregeling. Vanwege dat element in het dictum wil ik de motie ontraden.
Dan kom ik bij het punt van de vermindering van het aantal vliegbewegingen.
Ik heb daarvan in eerdere debatten gezegd dat het nodig is dat wij in Nederland
ook een aantal vliegbewegingen accommoderen, wanneer ik andere lidstaten wil
kunnen overtuigen om ook hun deel te nemen. Wanneer wij doen wat mevrouw Van
Velzen betoogt, namelijk die uitplaatsing in Nederland meetellen, werkt dat
dus niet meer bij het verminderen van het aantal vliegbewegingen. Betekent
dit dat dit dan maar straffeloos kan gebeuren? Nee, eventuele landingen op
andere vliegvelden in Nederland moeten binnen de bandbreedte passen van wat
op dat vliegveld kan, maar ik ben er dus niet voor om ze mee te rekenen, want
dit is feitelijk dezelfde motie als wij hier de vorige keer aan de orde hebben
gehad, volgens welke de uitplaatsing van 120 vliegbewegingen niet zou mogen.
Die motie heeft toen geen steun gekregen van de Kamer. Dus ook deze motie
ontraad ik.
Mevrouw Van Velzen (SP):
Het is toch een bijzonder gematigde motie, want er staat niet in dat er
geen vluchten in Nederland mogen plaatsvinden, maar wel dat er eerlijk moet
worden gerekend. Dat is anders dan wat er nu gebeurt, waar u zegt dat er minder
vluchten zijn, maar feitelijk worden er andere mensen met geluidsoverlast
opgezadeld. Dat is wat u wilt. Als u zegt dat u het aantal vluchten gaat reduceren,
tel die dan gewoon mee en reduceer net zo goed. Dan bent u eerlijk tegenover
alle inwoners en niet alleen tegenover de inwoners in de buurt van Geilenkirchen.
Staatssecretaris De Vries:
Ik wil mevrouw Van Velzen best duidelijk maken wat de vliegbewegingen
op de verschillende vliegvelden zijn, maar de kern van de vraag is of mevrouw
Van Velzen met deze motie beoogt dat die vliegbewegingen moeten blijven meetellen
in het aantal van 3600. Dan is dat het punt waarover wij van mening verschillen.
De beraadslaging wordt gesloten.
De voorzitter:
Ik dank de staatssecretaris voor de beantwoording. Wij stemmen over de
moties bij de eindstemming.
De vergadering wordt van 15.23 uur tot 15.30 uur geschorst.