Regeling van werkzaamheden

De voorzitter:

Het woord is aan mevrouw Bussemaker.

Mevrouw Bussemaker (PvdA):

Voorzitter. Ik wil vragen om het verslag van het algemeen overleg arbeidsmarktbeleid dat vorige week heeft plaatsgevonden op de plenaire agenda te zetten, bij voorkeur aanstaande donderdag of volgende week.

De voorzitter:

Ik stel voor, aan het verzoek van mevrouw Bussemaker te voldoen en het punt toe te voegen aan de agenda van, vrijwel zeker, volgende week.

Daartoe wordt besloten.

De voorzitter:

Het woord is aan de heer Crone.

De heer Crone (PvdA):

Voorzitter. Ik wil vragen om een heropening van het debat over de bescherming van consumenten. Vorige week hebben wij op het laatste moment de stemmingen uitgesteld omdat bleek dat mijn amendement minder steun kreeg dan in het debat zelve was gebleken. Ik wil toch nog graag in een debat proberen om er meer steun voor te krijgen.

De voorzitter:

Ik stel voor om aan het verzoek tot een, uiteraard korte, heropening van het debat over het wetsvoorstel inzake consumentenbescherming te voldoen en dit op een nader te bepalen moment te houden.

Daartoe wordt besloten.

De voorzitter:

Het woord is aan de heer Van de Camp.

De heer Van de Camp (CDA):

Voorzitter. Ik wil u vragen om de stemmingen over het initiatiefwetsvoorstel van de leden Wolfsen en Luchtenveld (29934) een week uit te stellen. Ik heb begrepen dat er een nota van wijziging in de maak is, die wij graag nog even willen afwachten.

De voorzitter:

Ik stel voor, de stemmingen over dit wetsvoorstel van de agenda af te voeren.

Daartoe wordt besloten.

De voorzitter:

Het woord is aan mevrouw Kant.

Mevrouw Kant (SP):

Voorzitter. Wat al voorspeld was, blijkt helaas waarheid te worden: het nieuwe declaratiesysteem voor ziekenhuizen, het zogenaamde dbc-systeem, maakt de zorg duurder. Volgens mij zitten wij daar niet op te wachten. Zorgverzekeraars Nederland spreekt over 0,5 mld. te veel aan declaraties en noemt het systeem instabiel en manipuleerbaar. Daaraan voeg ik toe dat het veel te ingewikkeld is, veel onduidelijkheden kent en veel te bureaucratisch is. De minister van VWS lijkt voornemens om desondanks voort te gaan met de invoering van dit in mijn ogen ongewenste systeem. Ik wil hem dan ook op dit punt interpelleren.

Mevrouw Arib (PvdA):

Mijn fractie heeft gevraagd om een spoeddebat over dit onderwerp, dus ik steun collega Kant in haar verzoek om een debat. Het gaat echter om een heel ingewikkeld dossier. Daarom wil ik graag voorafgaand aan een debat een brief van de minister ontvangen waarin hij ingaat op de brief die wij van Zorgverzekeraars Nederland hebben gekregen over te veel declaraties. Daarin zou hij ook moeten ingaan op de oorzaken daarvan. Er circuleren verschillende bedragen. Ik wil eerst de goede informatie krijgen voordat wij een debat houden.

De voorzitter:

Voordat ik de heer Buijs het woord Voorzittergeef, vraag ik om meer rust en stilte in de zaal. Als de heer Duyvendak op mijn plek zou zitten, zou hij – zoals hij ook in het vragenuur deed – zeggen dat de broekspijpen gaan trillen van het geluidsniveau dat u maakt. Dat is niet de bedoeling. Ik wil echt rust in de zaal.

Het woord is aan de heer Buijs.

De heer Buijs (CDA):

Ik kan de verontrusting van mevrouw Kant heel goed plaatsen. De brief van de minister vorige week maandag sprak over een nog veel hoger bedrag dan het halve miljard dat Zorgverzekeraars Nederland nu gevonden hebben. Ik heb begrepen dat de minister inmiddels opheldering is gevraagd over de vragen: hoe dit kan, waar het verschil tussen die twee bedragen in zit en wat de oorzaak is. Wij hebben al een debat afgesproken voor volgende week, ik meen donderdag, waarbij de dbc-problematiek ook aan de orde is. Wat mij betreft spreken wij morgen in de procedurevergadering af dat het reeds geplande debat een uur langer duurt, zodat wij dit thema wat meer kunnen uitdiepen.

Mevrouw Schippers (VVD):

Volgens mij hebben wij dat debat zelfs dinsdag al. Als wij dus een brief zouden kunnen krijgen waarin de minister ons uitlegt hoe een en ander in zijn ogen in elkaar zit, dan lijkt mij dat een veel zorgvuldiger manier.

De voorzitter:

Ik begrijp van de heer Buijs dat het debat inderdaad voor dinsdag gepland is.

De heer Vendrik (GroenLinks):

Wat mij betreft komt de brief waar mevrouw Arib om vroeg, heel snel. Dat kan binnen een dag of twee. Dat moet het ministerie lukken, zou ik denken. Dan mag van mij het spoeddebat van mevrouw Kant heel snel volgen.

Mevrouw Kant (SP):

Voorzitter. Ik begrijp de reactie dat het misschien goed is als de minister eerst reageert. Het is ongelofelijk ingewikkeld. Maar er is ook haast geboden. Wij moeten dit goed bespreken voor het reces, omdat anders processen dreigen voort te gaan op een manier die niet goed is. Misschien moeten deze processen wel voor het reces gestopt worden. Ik stem ermee in, mijn interpellatieverzoek om te zetten in een verzoek om een brief van de minister, waarin hij reageert op wat hier allemaal gezegd is. Ik maak er wel bezwaar tegen dat het debat dat daarop zal volgen, wordt toegevoegd aan de agenda van een algemeen overleg, een agenda die al zwaar belast is met allerlei problemen in de ziekenhuiszorg. Laten wij dan eerst bepalen hoe wij met die brief verder moeten. Dat kan heel goed als wij de brief van de minister morgen voor de procedurevergadering van elf uur krijgen.

De voorzitter:

Ik stel u voor, te voldoen aan het breed gedragen verzoek om een brief te vragen aan de minister, door het stenogram van dit gedeelte van de vergadering door te geleiden naar het kabinet, in het bijzonder naar de minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport, en om na ontvangst van die brief morgen voor elf uur de verdere procedure te bepalen. Over de openstaande opties wordt verschillend gedacht. Wij kunnen hier een debat voeren – daarover moet dan hier beslist worden – of wij voegen het onderwerp toe aan de agenda van het reeds voor volgende week dinsdag geplande AO.

Daartoe wordt besloten.

De voorzitter:

Het woord is aan de heer Verhagen.

De heer Verhagen (CDA):

Voorzitter. Een politicus is uiteraard ingehuurd om standpunten te hebben. Een voorzitter van de Tweede Kamer is met name ingehuurd om het standpunt van de Tweede Kamer te verkondigen. Wij hebben enige weken geleden uitvoerig gesproken over de embargoregeling en naar aanleiding daarvan heeft er een stemming plaatsgevonden over de motie-Bos. De overgrote meerderheid van de Tweede Kamer verwierp de motie-Bos. Op dat moment was de mening van de Kamer dus dat het kabinet het recht heeft om de embargoregeling te hanteren zoals het kabinet dat wil. Een week later zouden wij een debat daarover voeren. Wat schetst mijn verbazing? De voorzitter van de Tweede Kamer verwoordt het standpunt van het Presidium zoals dat luidde voor het debat. Hij doet dat, terwijl ik vind dat de voorzitter van de Tweede Kamer nadat er een debat heeft plaatsgevonden, het standpunt van de Tweede Kamer dient te verkondigen. Dat gebeurde gisteravond in NRC Handelsblad niet. Ik zou derhalve een brief van het Presidium willen hebben, waarin het Presidium uitlegt hoe het denkt dat de voorzitter moet omgaan met standpunten van de Tweede Kamer daar waar hij als voorzitter optreedt en niet als individueel politicus.

Mevrouw Hamer (PvdA):

Voorzitter. Ik heb twee vragen aan de heer Verhagen. Ten eerste: kent hij het begrip vrijheid van meningsuiting? En ten tweede: wil hij zijn verzoek omzetten? Het lijkt mij logischer als hij zijn verzoek richt aan de voorzitter zelf en hem vraagt om een brief waarin hij uitlegt wat hij gedaan heeft.

De heer Verhagen (CDA):

Omdat het over een standpunt ging van het Presidium waarover de Tweede Kamer heeft gedebatteerd en een standpunt heeft ingenomen, vraag ik een brief aan het Presidium.

Voorts merk ik op dat luisteren niet uw grootste kwaliteit is. Ik heb namelijk gezegd dat het uiteraard iedere politicus niet alleen vrij staat om een mening te hebben, maar ook om die te ventileren. Als de voorzitter echter in zijn rol van voorzitter van de Tweede Kamer spreekt en niet als individueel politicus, moet hij het standpunt van de Kamer tegenover het publiek verduidelijken en zich niet verzetten tegen dat standpunt.

Mevrouw Hamer (PvdA):

Ik zou u willen vragen of u kunt lezen. In het artikel is de mening van de Kamer nadrukkelijk vermeld. De voorzitter heeft dat dus aangegeven. Ik vond het artikel een weergave van een aantal argumenten tegen, maar er stond wel degelijk in wat de Kamer heeft besloten en dat haar mening wordt gerespecteerd. Ik blijf bij mijn verzoek of u aan de voorzitter een brief wilt vragen zodat hij zichzelf kan verdedigen.

De heer Verhagen (CDA):

Nee, ik spreek het Presidium aan. Het gaat om uitvoering en verdediging van standpunten zoals die door de meerderheid van de Kamer naar voren zijn gebracht. Daarom vraag ik het Presidium om een brief zodat wij hierover nader van gedachten kunnen wisselen.

De heer Eerdmans (LPF):

Ik vind het een trieste aangelegenheid dat u het nodig vindt om een brief te vragen over een artikel in de NRC. Wij hebben gevraagd om een meer geprofileerde voorzitter. Ik zie mevrouw Jorritsma, de heer Janssen van Raaij en de heer Weisglas daar nog zitten. Wij kozen voor de heer Weisglas. Hij heeft zijn opvattingen, ook over andere aangelegenheden. Over zijn uitspraken over het lijsttrekkerschap van de VVD zijn ook mensen gevallen. Ik vind dat wij niet zo zielig moeten doen door te stellen dat een voorzitter niet zo'n artikel mag schrijven en daar vervolgens gelijk een brief over te vragen. Waar houdt het op? Wanneer gaan wij hiermee stoppen? Ik pleit voor vrijheid van meningsuiting, ook voor deze voorzitter.

De heer Verhagen (CDA):

Ik ben groot voorstander van de mogelijkheid voor individuele politici om hun mening te uiten. Als de voorzitter als voorzitter optreedt, spreekt hij namens de Tweede Kamer. Als er expliciet een debat over een bepaald onderwerp heeft plaatsgevonden en de Kamer er een standpunt over heeft ingenomen, moet de voorzitter de mening van de Kamer verwoorden als hij spreekt in zijn hoedanigheid als voorzitter. De heer Weisglas had het artikel ook kunnen ondertekenen als lid van de VVD-fractie, maar hij heeft het als voorzitter van de Tweede Kamer gedaan. Daar gaat het hele debat over. Juist om duidelijkheid te krijgen, wil ik een brief van het Presidium ontvangen met daarin antwoord op de vraag hoe het in dit geval het optreden van de voorzitter beoordeelt. Ik vind dat ik ervan uit moet kunnen gaan dat de voorzitter de mening van de Kamer verdedigt als hij namens de Kamer optreedt.

Mevrouw Halsema (GroenLinks):

Als wij willen dat de Kamer een leeuw is, lijkt het mij dat de voorzitter ook wel een enkele keer als een leeuw mag brullen als hij de informatiepositie van de Kamer wil beschermen. Zelfs zonder de vrijheid van meningsuiting aan te roepen, moet de voorzitter de vrijheid hebben om naar bevind van zaken te handelen als de informatiepositie van de Kamer in het geding is. Waarom trekt u zich dit nu zo aan? Dat snap ik niet. Verder geef ik volledige steun aan het verzoek van mevrouw Hamer, want ik zie niet in waarom het Presidium daaraan te pas moet komen. Als u ruzie wilt maken met de voorzitter, geef hem dan de gelegenheid om te reageren.

De heer Verhagen (CDA):

Ik vind dat het ieder lid van de Kamer, ook de voorzitter, vrij staat om te brullen als een leeuw. Dit is zelfs gewenst.

Mevrouw Van Gent (GroenLinks):

Maar dan zonder tanden.

De heer Verhagen (CDA):

Nee, met tanden. Dat had hij moeten en mogen doen toen het debat nog moest plaatsvinden en dat heeft hij ook gedaan. Ook toen wij samen in India waren, heeft hij zich al publiekelijk heel nadrukkelijk uitgesproken over het informatierecht van de Kamer. Dat is niet alleen zijn goed recht, het is ook zijn plicht. Maar als er hier een besluit is genomen waarover uitvoerig is gedebatteerd, ben ik van mening dat ik mij als lid van de meerderheid van de Tweede Kamer ook moet herkennen in hetgeen de voorzitter van de Tweede Kamer namens de Tweede Kamer naar voren brengt.

De voorzitter:

Ik stel voor om aan het verzoek van de heer Verhagen te voldoen en het stenogram van dit gedeelte van de vergadering door te geleiden naar het Presidium.

Daartoe wordt besloten.

De voorzitter:

Het Presidium vergadert morgen. Ik zal mij als voorzitter van het Presidium beijveren voor een snelle beantwoording. Het moet mij van het hart dat het mij een beetje pijn doet, mijnheer Verhagen, dat u niet enig mededogen hebt uitgesproken vanwege de cartoon die ernaast stond.

Het woord is aan de heer Van Schijndel.

De heer Van Schijndel (VVD):

Voorzitter. Mede namens de fracties van de Partij van de Arbeid en LPF verzoek ik om uitstel van de stemming over het advies subsidiariteitstoets tot nader order, opdat de vaste Kamercommissie voor Justitie erover kan beraadslagen.

De voorzitter:

Ik stel voor, te voldoen aan het verzoek om de stemmingen over stuk 30587 van de agenda van heden af te voeren.

Daartoe wordt besloten.

De voorzitter:

Het woord is aan de heer Koenders.

De heer Koenders (PvdA):

Voorzitter. Gezien de recente beantwoording van vragen van mijzelf en de heren Ormel en Van Baalen, verzoek ik het verslag van het laatstgehouden algemeen overleg over de NAVO op de Kameragenda te plaatsen.

De voorzitter:

Ik stel voor, aan dit verzoek te voldoen en dit punt op een nader te bepalen moment aan de agenda toe te voegen.

Daartoe wordt besloten.

De voorzitter:

Het woord is aan mevrouw Van Egerschot.

Mevrouw Van Egerschot (VVD):

Voorzitter. Ik heb op 12 april 2006 vragen gesteld aan de minister van Financiën over de geldwaarderingssite van de Autoriteit Financiële Markten. Ik zou hierop graag voor 10.00 uur morgenochtend antwoord krijgen omdat wij om 14.00 uur het debat beginnen over de Wet financieel toezicht.

De voorzitter:

Dat lijkt mij alleszins redelijk voor vragen die dateren van 12 april 2006.

Ik stel voor, het stenogram van dit gedeelte van de vergadering door te geleiden naar het kabinet, in het bijzonder naar de minister van Financiën.

Daartoe wordt besloten.

De voorzitter:

Het woord is aan mevrouw Azough.

Mevrouw Azough (GroenLinks):

Voorzitter. Vandaag heeft de Kamer een brief ontvangen van minister Verdonk over de uitvoering van de motie-Dittrich over het project Terugkeer. Daarin worden verschillende cijfers gemeld. Enerzijds zouden 30.347 vreemdelingen duidelijkheid hebben gekregen terwijl anderzijds 19.800 vluchtelingen zijn afgehandeld. Opdat wij morgen geen onduidelijkheid, verwarring of gesteggel over cijfertjes krijgen, vraag ik graag om een nadere toelichting op deze cijfers. Kan de minister aangeven hoeveel mensen door de IND zijn afgehandeld en hoeveel door de rechter?

De voorzitter:

Ik stel voor, het stenogram van dit gedeelte van de vergadering door te geleiden naar het kabinet, in het bijzonder naar de minister voor Vreemdelingenzaken en Integratie en de informatie – uiteraard op tijd voor het debat dat wij morgenavond zullen voeren – te vragen.

Daartoe wordt besloten.

De voorzitter:

Het woord is aan mevrouw, herstel de heer Timmermans.

De heer Timmermans (PvdA):

Dat is al de tweede keer vandaag dat iemand mij vrouw wil maken. Ik voel mij gevleid.

De voorzitter:

Maar de eerste keer deed u het zelf.

De heer Timmermans (PvdA):

Neen, mevrouw Koşer Kaya.

Voorzitter. Morgen vindt een algemeen overleg plaats met de minister van Justitie over de JBZ-Raad. Mijn fractie weet nu al dat wij over dit onderwerp een uitspraak van de Kamer willen vragen. Dat betekent dat het verslag van dit algemeen overleg deze week nog op de agenda van de Kamer zou moeten worden geplaatst. Ik weet dat dit ongebruikelijk is bij een algemeen overleg dat nog niet heeft plaatsgevonden, maar ik kondig het nu alvast aan omdat er geen regeling van werkzaamheden meer is na dit algemeen overleg.

De voorzitter:

Ik stel voor om te handelen zoals wij in dit soort procedures vaker doen. Ik verzoek de Kamer om mij te machtigen om zonder verdere regeling van werkzaamheden dit VAO deze week op de agenda van de Kamer te plaatsen wanneer dit wordt gevraagd. Omdat het een EU-vergadering betreft die nog deze week of begin volgende week plaatsvindt...

De heer Timmermans (PvdA):

Het is begin volgende week.

De voorzitter:

...ga ik ervan uit dat wij wellicht na het VAO moeten stemmen.

De heer Timmermans (PvdA):

Ik verwacht wel dat er nog deze week over gestemd moet worden.

De voorzitter:

Dat is nuttig om te weten, opdat wij het zo kunnen plannen dat niet bijvoorbeeld woensdag aan het einde van de avond hoeft te worden gestemd.

Voorafgaand aan de stemmingen constateer ik dat de heren Lazrak en Nawijn afwezig zijn.

Naar boven