Handeling

Datum publicatieOrganisatieVergaderjaarVergadernummerDatum vergadering
Tweede Kamer der Staten-Generaal1996-1997nr. 41, pagina 3339-3341

Regeling van werkzaamheden

De voorzitter:

Ik stel voor, te behandelen in de vergaderingen van 21, 22 en 23 januari 1997:

  • - het wetsvoorstel Enige regels ter uitvoering van een aantal EG-verordeningen op het gebied van de mededinging (Wet uitvoering EG-mededingingsverordeningen) (24617);

  • - het wetsvoorstel Wijziging van de Meststoffenwet (24782);

  • - het wetsvoorstel Wijziging van de Wegenverkeerswet (wijziging wegsleepregeling) (23491);

  • - het wetsvoorstel Wijziging van de Wet op de telecommunicatievoorzieningen en het Wetboek van Strafvordering in verband met de volledige wederzijdse erkenning van goedkeuringen van randapparatuur en van apparatuur voor satellietgrondstations (24662);

  • - het wetsvoorstel Uitbreiding van de Wet milieubeheer (milieuverslaglegging) (24572);

  • - het wetsvoorstel Aanpassing van de belastingbepalingen in de Provinciewet aan bepalingen in de Gemeentewet en de Waterschapswet, alsmede wijziging van de formele belastingbepalingen in de Gemeentewet en de Waterschapswet (24771);

de gezamenlijke behandeling van:

  • - het wetsvoorstel Wijziging van de Wet balansverkorting geldelijke steun volkshuisvesting (aanvullende bijdrage) (24514);

  • - het wetsvoorstel Wijziging van de Wet balansverkorting geldelijke steun volkshuisvesting (matiging huurstijging) (24874).

Ik stel voor, te behandelen in de vergaderingen van 28, 29 en 30 januari 1997:

  • - het wetsvoorstel Instelling van vaste colleges van advies van het Rijk op het terrein van het Ministerie van Justitie (Wet adviesstelsel Justitie) (24881);

  • - het wetsvoorstel Wet particuliere beveiligingsorganisaties en recherchebureaus (23478);

  • - het wetsvoorstel Wijziging van titel 7.10 (arbeidsovereenkomst) van het Burgerlijk Wetboek met betrekking tot het ouderschapsverlof (24869);

  • - het voorstel van wet van de leden Koekkoek en Van Middelkoop houdende verklaring dat er grond bestaat een voorstel in overweging te nemen tot verandering in de Grondwet, strekkende tot opneming van een bepaling over de Nederlandse taal (24431);

  • - het wetsvoorstel Wijziging van onder meer de Wet op het basisonderwijs, de Interimwet op het speciaal onderwijs en het voortgezet speciaal onderwijs en de Wet op het voortgezet onderwijs inzake het gemeentelijk onderwijsachterstandenbeleid (Gemeentelijk onderwijsachterstandenbeleid) (24778);

  • - het wetsvoorstel Wijziging van de Wet Incompatibiliteiten Staten-Generaal en Europees Parlement om te bepalen dat het lidmaatschap van een adviescollege als bedoeld in de Kaderwet adviescolleges niet gelijktijdig mag worden uitgeoefend met het lidmaatschap van de Staten-Generaal en van het Europees Parlement (24777).

Ik stel voor, te behandelen in de vergaderingen van 4, 5 en 6 februari 1997:

  • - het wetsvoorstel Regelen inzake medisch-wetenschappelijk onderzoek met mensen (Wet medisch-wetenschappelijk onderzoek met mensen) (22588);

  • - het wetsvoorstel Wijziging van de Wet inzake bloedtransfusie (23805);

  • - het wetsvoorstel Wijziging van de Wet op de Ruimtelijke Ordening (verstrekken van subsidies) (24644);

  • - het wetsvoorstel Vaststelling van een Penitentiaire beginselenwet en daarmee verband houdende intrekking van de Beginselenwet gevangeniswezen met uitzondering van de artikelen 2 tot en met 5 en wijzigingen van het Wetboek van Strafrecht en het Wetboek van Strafvordering alsmede enige andere wetten (Penitentiaire beginselenwet) (24263);

  • - het wetsvoorstel Wijziging van, onder meer, Boek 1 van het Burgerlijk Wetboek in verband met invoering van gezamenlijk gezag voor een ouder en zijn partner en van gezamenlijke voogdij (23714);

de gezamenlijke behandeling van:

  • - het wetsvoorstel Regels inzake de verstrekking van subsidies door de Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschappen en de Minister van Landbouw, Natuurbeheer en Visserij voor landelijke onderwijsondersteunende activiteiten (Wet subsidiëring landelijke onderwijsondersteunende activiteiten) (24718);

  • - het wetsvoorstel Wijziging van onder meer de Wet op het basisonderwijs, de Interimwet op het speciaal onderwijs en het voortgezet speciaal onderwijs en de Wet op het voortgezet onderwijs inzake schoolbegeleiding (regeling schoolbegeleiding) (24683).

Ik stel voor, te behandelen in de vergaderingen van 18, 19 en 20 februari 1997:

  • - het wetsvoorstel Herziening van het afstammingsrecht alsmede van de regeling van adoptie (24649);

  • - het wetsvoorstel Verzelfstandiging van Staatsbosbeheer (Wet verzelfstandiging Staatsbosbeheer) (24622).

Overeenkomstig de voorstellen van de voorzitter wordt besloten.

De voorzitter:

Op verzoek van de fractie van D66 benoem ik:

  • - in de commissie voor de Werkwijze der Kamer het lid Giskes tot plv. lid in de bestaande vacature;

  • - in de vaste commissie voor Nederlands-Antilliaanse en Arubaanse Zaken het lid De Graaf tot lid in de bestaande vacature, het lid Hoekema tot plv. lid in de bestaande vacature en het lid Van Vliet tot plv. lid in plaats van het lid De Graaf;

  • - in de vaste commissie voor Justitie het lid Roethof tot plv. lid in de bestaande vacature;

  • - in de vaste commissie voor Financiën het lid Van Boxtel tot plv. lid in de bestaande vacature;

  • - in de vaste commissie voor Landbouw, Natuurbeheer en Visserij het lid Van Walsem tot plv. lid in de bestaande vacature.

Ik stel voor, toestemming te verlenen tot het houden van een wetgevings- c.q. notaoverleg met stenografisch verslag op:

maandag 27 januari 1997:

  • - van 11.15 uur tot 23.00 uur van de vaste commissie voor Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer over het wetsvoorstel Nieuwe regels over het verstrekken van huursubsidies (Huursubsidiewet) (25090).

Daartoe wordt besloten.

De voorzitter:

Aangezien voor de stukken, gedrukt onder de nummers 24828, 25043, 25049, 25064, 25072, 25073, 25081 en 25084, de termijnen zijn verstreken, stel ik voor, dat voor wat deze Kamer betreft, de daarbij ter stilzwijgende goedkeuring overgelegde stukken zijn goedgekeurd.

Ik stel voor, deze stukken voor kennisgeving aan te nemen.

Aangezien voor de stukken 23908 (R1519), nrs. 21 en 22, 25068, 25075, 25093 en 25094 de termijnen zijn verstreken, stel ik voor, deze stukken voor kennisgeving aan te nemen.

Ik stel voor, de stukken 21693, nr. 43, 22895, nr. 22, 23653, nr. 3, 24036, nr. 35, 24345, nr. 13, en 25000-X, nr. 34 voor kennisgeving aan te nemen.

Overeenkomstig de voorstellen van de voorzitter wordt besloten.

De voorzitter:

Ik dank u voor het ademloos luisteren naar dit boeiende vertoog op deze laatste Kamerdag. Het zal u niet ontgaan zijn dat dit het begin was van de regeling der werkzaamheden!

Het woord is aan de heer Huys.

De heer Huys (PvdA):

Voorzitter! Ik spreek hier mede namens collega Blauw. Wij hebben gisteren een algemeen overleg gevoerd over de beleidslijn Ruimte voor de rivier. Ondanks het feit dat dit overleg redelijk lang heeft geduurd, waren wij toch niet helemaal tevreden. Daarom zouden wij het verslag van dat overleg graag op de agenda willen plaatsen, zo mogelijk de eerste week na het reces.

Mevrouw Assen (CDA):

Voorzitter! Ook de fractie van het CDA heeft er behoefte aan het verslag van dit AO op de agenda te zetten. Wat ons betreft hoeft dat niet in de eerste week na het reces, maar wel graag vóór de carnavalsvakantie.

De voorzitter:

De heer Van den Berg sluit zich hierbij aan, ook wat de laatste toevoeging betreft?

De heer Van den Berg (SGP):

De toevoeging inzake carnaval spreekt mij niet aan, voorzitter. Het is een zeer serieuze zaak. Ik pleit ervoor dit zo snel mogelijk op de agenda te krijgen. Niet vandaag, dat kan niet meer, maar wel liefst zo snel mogelijk na het reces.

De voorzitter:

Ik stel voor, dat wij kijken naar de eerste mogelijkheid na het reces. Ik neem aan dat het de eerste week wel kan. Het gaat immers om een korte plenaire afronding.

Aldus wordt besloten.

De voorzitter:

Het woord is aan de heer Hofstra.

De heer Hofstra (VVD):

Voorzitter! De vaste commissie voor Sociale Zaken en Werkgelegenheid heeft zo dadelijk een algemeen overleg met minister Melkert over de knelpuntennotitie Arbeidstijdenwet. Op dit moment kan ik natuurlijk niet precies het antwoord van de minister weten op onze vragen; ik heb echter wel een idee. De kans is zeer groot dat wij een motie willen indienen. In verband daarmee, voorzitter, verzoek ik u nog hedenmiddag een tweeminutendebat te agenderen over dit punt.

De heer Biesheuvel (CDA):

Voorzitter! De fractie van het CDA schat de kans waarover de heer Hofstra zojuist sprak, ook groot in. Dus wij zouden zijn verzoek willen ondersteunen.

De heer Bakker (D66):

Voorzitter! Kansen inschatten, daar begin ik maar niet aan. Het lijkt mij goed als wij het debat vandaag kunnen afronden en dus steun ik het verzoek van de heer Hofstra.

De voorzitter:

Ik vraag de collega's die participeren in het algemeen overleg, de beschikbare tijd niet te overschrijden en zo mogelijk te onderschrijden, opdat wij een eventueel tweeminutendebat kunnen houden onmiddellijk na het afwerken van de reguliere agenda. Dat zal niet overmatig veel tijd meer kosten. Ik stel dus voor, aan het verzoek van de heer Hofstra te voldoen.

Daartoe wordt besloten.

De voorzitter:

Het woord is aan de heer Van Middelkoop.

De heer Van Middelkoop (GPV):

Voorzitter! Tussen twee en drie uur vindt overleg met de minister van Defensie plaats over Shirbrig. Ik houd het zeer wel voor mogelijk dat daarna de behoefte bestaat aan een plenair tweeminutendebat.

De voorzitter:

Ik stel voor, daartoe gelegenheid te bieden.

Daartoe wordt besloten.

De voorzitter:

Het woord is aan de heer Hendriks.

De heer Hendriks:

Voorzitter! Ik concludeer dat er nogal wat tweeminutendebatten zullen worden gevoerd. Ik stel voor om voorafgaand aan deze debatten de stemmingen te houden. Dan hebben wij die alvast achter de rug.

De voorzitter:

Wij gaan niet wedijveren in kennis omtrent het Reglement van orde, maar in tweeminutendebatten worden meestal moties ingediend. Als wij daarover willen stemmen, moeten wij dus na die debatten stemmen. Dat goede gebruik in dit huis zullen wij zeker de laatste vergaderdag van het jaar in ere houden.

Dat brengt mij bij het veronderstelde verloop van onze werkzaamheden op het tweede deel van deze dag. Er komen nog een paar kleine debatjes, die naar verwachting vóór vier uur, half vijf zullen zijn afgerond. Daarna moet de stemmingslijst worden voorbereid en hebben de fracties tijd nodig voor beraad. Ik stel mij daarom voor, een vroege avondpauze te houden, zo vroeg als redelijkerwijs kan. Tussen lunch en diner moet natuurlijk voor ons aller welzijn enige tijd verstrijken. Onmiddellijk na de vervroegde avondpauze, omstreeks zes uur à half zeven, kunnen wij dan stemmen, zodat eenieder op een geschikt moment dit etablissement kan verlaten. Ik doe een beroep op u aller medewerking.