34 725 VII Jaarverslag en slotwet Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties 2016

Nr. 1 JAARVERSLAG VAN HET MINISTERIE VAN BINNENLANDSE ZAKEN EN KONINKRIJKSRELATIES (VII)

Aangeboden 17 mei 2017

Gerealiseerde uitgaven naar beleidsterrein (x € 1.000)

Gerealiseerde uitgaven naar beleidsterrein (x € 1.000)

Gerealiseerde ontvangsten naar beleidsterrein (x € 1.000)

Gerealiseerde ontvangsten naar beleidsterrein (x € 1.000)

Inhoudsopgave (VII)

A.

Algemeen

4

 

1.

Aanbieding van het jaarverslag en verzoek tot dechargeverlening

4

 

2.

Leeswijzer

6

       

B.

Beleidsverslag

8

 

3.

Beleidsprioriteiten

8

 

4.

Beleidsartikelen

22

   

Artikel 1 Openbaar bestuur en democratie

22

   

Artikel 2 Algemene Inlichtingen- en Veiligheidsdienst

33

   

Artikel 6 Dienstverlenende en innovatieve overheid

36

   

Artikel 7 Arbeidszaken overheid

49

 

5.

Niet-beleidsartikelen

55

   

Artikel 11 Centraal apparaat

55

   

Artikel 12 Algemeen

59

   

Artikel 13 Nominaal en onvoorzien

61

   

Artikel 14 VUT-fonds

62

 

6.

Bedrijfsvoeringsparagraaf

63

       

C.

Jaarrekening

71

 

7.

Departementale verantwoordingsstaat

71

 

8.

Samenvattende verantwoordingsstaat agentschappen

72

 

9.

Jaarverantwoording baten-lastenagentschappen per 31 december 2016 RvIG

73

 

10.

Saldibalans

82

 

11.

WNT-verantwoording 2016 – Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties

91

       

D.

Bijlagen

109

   

Bijlage 1: Toezichtsrelaties en Zelfstandige Bestuursorganen en Rechtspersonen met een Wettelijke Taak (ZBO’s/RWT’s)

109

   

Bijlage 2: Afgerond evaluatie- en overig onderzoek

114

   

Bijlage 3: Bijlage externe inhuur

122

   

Bijlage 4: Overzicht van de burgemeestersbenoemingen in 2016

126

A. ALGEMEEN

1. AANBIEDING EN DECHARGEVERLENING

AAN de voorzitters van de Eerste en de Tweede Kamer van de Staten-Generaal.

Hierbij bied ik het jaarverslag met betrekking tot de begroting van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties (VII) over het jaar 2016 aan.

Onder verwijzing naar de artikelen 63 en 64 van de Comptabiliteitswet 2001 verzoek ik de beide Kamers van de Staten-Generaal de Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties decharge te verlenen over het in het jaar 2016 gevoerde financiële beheer.

Ten behoeve van de oordeelsvorming van de Staten-Generaal over dit verzoek tot dechargeverlening is door de Algemene Rekenkamer als externe controleur op grond van artikel 82 van de Comptabiliteitswet 2001 een rapport opgesteld. Dit rapport wordt separaat door de Algemene Rekenkamer aan de Staten-Generaal aangeboden. Het rapport bevat de bevindingen en het oordeel van de Rekenkamer met betrekking tot:

  • het gevoerde financieel beheer en materieel beheer;

  • de ten behoeve van dat beheer bijgehouden administraties;

  • de financiële informatie in het jaarverslag;

  • de betrokken saldibalans;

  • de totstandkoming van de informatie over het gevoerde beleid en de bedrijfsvoering;

  • de in het jaarverslag opgenomen informatie over het gevoerde beleid en de bedrijfsvoering.

Bij het besluit tot dechargeverlening dienen verder de volgende, wettelijk voorgeschreven, stukken te worden betrokken:

  • 1. het Financieel jaarverslag van het Rijk over 2016;

  • 2. het voorstel van de slotwet dat met het onderhavige jaarverslag samenhangt;

  • 3. het rapport van de Algemene Rekenkamer met betrekking tot het onderzoek van de centrale administratie van ’s Rijks schatkist en van het Financieel jaarverslag van het Rijk;

  • 4. de verklaring van goedkeuring van de Algemene Rekenkamer met betrekking tot de in het Financieel jaarverslag van het Rijk over 2016 opgenomen rekening van uitgaven en ontvangsten van het Rijk over 2016, alsmede met betrekking tot de Saldibalans van het Rijk over 2016 (de verklaring van goedkeuring, bedoeld in artikel 83, derde lid, van de Comptabiliteitswet 2001).

Het besluit tot dechargeverlening kan niet worden genomen, voordat de betrokken slotwet is aangenomen en voordat de verklaring van goedkeuring van de Algemene Rekenkamer is ontvangen.

De Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties, R.H.A. Plasterk

Dechargeverlening door de Tweede Kamer

Onder verwijzing naar artikel 64 van de Comptabiliteitswet 2001 verklaart de voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal dat de Tweede Kamer aan het hiervoor gedane verzoek tot dechargeverlening tegemoet is gekomen door een daartoe strekkend besluit, genomen in de vergadering van

De Voorzitter van de Tweede Kamer,

Handtekening:

Datum:

Op grond van artikel 64, tweede lid, van de Comptabiliteitswet 2001 wordt dit originele exemplaar van het onderhavige jaarverslag, na ondertekening van de hierboven opgenomen verklaring, ter behandeling doorgezonden aan de voorzitter van de Eerste Kamer.

Dechargeverlening door de Eerste Kamer

Onder verwijzing naar artikel 64 van de Comptabiliteitswet 2001 verklaart de voorzitter van de Eerste Kamer der Staten-Generaal dat de Eerste Kamer aan het hiervoor gedane verzoek tot dechargeverlening tegemoet is gekomen door een daartoe strekkend besluit, genomen in de vergadering van

De Voorzitter van de Eerste Kamer,

Handtekening:

Datum:

Op grond van artikel 64, derde lid, van de Comptabiliteitswet 2001 wordt dit originele exemplaar van het onderhavige jaarverslag, na ondertekening van de hierboven opgenomen verklaring, doorgezonden aan de Minister van Financiën.

2. LEESWIJZER

Algemeen

Voor u ligt het jaarverslag 2016 van het Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties.

Opbouw jaarverslag

Het jaarverslag 2016 bestaat uit de volgende onderdelen:

  • A. een algemeen deel met de dechargeverlening;

  • B. het beleidsverslag 2016 over de beleidsprioriteiten en de (niet) beleidsartikelen;

  • C. de jaarrekening 2016;

  • D. de bijlagen.

Het beleidsverslag 2016

Focusonderwerpen

In de verantwoording over 2016 staat het focusonderwerp «Focus op beleidstoetsing» centraal. Om deze reden zijn in het beleidsverslag de tabel «realisatie beleidsdoorlichtingen» en de toelichting op deze tabel uitgebreid. In de toelichting wordt ingegaan op de belangrijkste conclusies en beleidsacties van de beleidsdoorlichtingen die in 2014, 2015 en 2016 zijn afgerond.

Toelichting op financiële instrumenten

In de toelichting op alle financiële instrumenten wordt aangegeven waarvoor de financiële overdracht in het begrotingsjaar is aangewend. Verschillen tussen de budgettaire raming en de realisatie in het verslagjaar worden toegelicht, voor zover deze niet zijn toegelicht bij de eerste en tweede suppletoire begrotingswetten. Indien van toepassing wordt in de toelichting op de financiële instrumenten verwezen naar de Slotwet.

Niet-beleidsartikel 11 Centraal apparaat

De begroting voor Wonen en Rijksdienst (XVIII) is een programmabegroting en heeft geen apart apparaatsartikel. De apparaatsuitgaven van deze begroting zijn opgenomen onder het centraal apparaatsartikel van de begroting van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties (VII).

Wijziging op niet-beleidsartikel 13 Nominaal en Onvoorzien

Conform de RBV 2017 is niet-beleidsartikel 13 Nominaal en Onvoorzien gewijzigd. De onderdelen loon- en prijsbijstelling worden onderverdeeld naar programma en apparaat. Omdat in de begroting 2016 deze wijziging nog niet van kracht was, wordt alleen voor het verschil (de laatste kolom) deze onderverdeling naar programma en apparaat gemaakt.

De jaarrekening 2016

Baten-lastenagentschappen

Onder de begroting van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties valt in 2016 één agentschap, te weten Rijksdienst voor Identiteitsgegevens (RvIG).

In de jaarrekening is de financiële verantwoording van het baten-lastenagenschap opgenomen. In de jaarrekening wordt voor het agentschap middels een balans, een staat van baten en lasten en een kasstroomoverzicht, financiële verantwoording afgelegd over 2016. Tevens worden de bijzonderheden ten aanzien van de bedrijfsvoering, de ontwikkeling van het vermogen, de liquiditeit en de exploitatie toegelicht.

De bijlagen

In het jaarverslag 2016 zijn de volgende bijlagen opgenomen:

  • 1. overzicht van de toezichtrelaties en ZBO’s/RWT’s;

  • 2. afgerond evaluatie- en overig onderzoek;

  • 3. bijlage externe inhuur;

  • 4. overzicht van de burgemeestersbenoemingen in 2016.

Groeiparagraaf

Er zijn dit jaar geen nieuwe ontwikkelingen voor de groeiparagraaf te melden.

B. BELEIDSVERSLAG

3. BELEIDSPRIORITEITEN

Het Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties (BZK) heeft het afgelopen jaar stappen gezet om in samenwerking met relevante partners het openbaar bestuur en democratie verder te versterken. Dichter bij burgers en meer in samenspraak met burgers, medeoverheden en andere betrokkenen. Die werkwijze is zichtbaar in het sociaal domein, de versterking van de lokale democratie, maar ook bij de Agenda Stad en de Europese Agenda Stad. Samen met diverse overheidsorganisaties is geïnvesteerd in de dienstverlening en transparantie van de overheid. En nieuwe dreigingen voor onze open en vrije samenleving zijn samen met (Europese) partners aangepakt.

Burgers, democratie en openbaar bestuur

Democratie in ontwikkeling

Staatscommissie parlementair stelsel

Onze democratie is in ontwikkeling. Burgers willen meer betrokken zijn bij politiek en beleid en veranderen vaker van politieke voorkeur. Digitalisering en sociale media beïnvloeden het karakter van de representatieve democratie. Europese besluiten worden belangrijker voor het Nederlandse parlement en tegelijkertijd zijn veel taken van de rijksoverheid overgegaan naar gemeenten. In het licht van deze ontwikkelingen heeft het kabinet een staatscommissie parlementair stelsel ingesteld, onder voorzitterschap van Johan Remkes. Deze commissie komt uiterlijk 1 januari 2019 met een advies aan de regering over de toekomstbestendigheid van het parlementair stelsel.

Raadgevend referendum

In april 2016 heeft het raadgevend referendum over het associatieverdrag tussen de Europese Unie en Oekraïne plaatsgevonden. Dit was de eerste keer sinds de invoering van de Wet raadgevend referendum (2014) dat van de mogelijkheid tot het organiseren van een raadgevend referendum gebruik is gemaakt. De regering heeft voorafgaand aan het referendum een landelijke informerende campagne gevoerd.

Elektronisch stemmen en tellen

De haalbaarheid van vernieuwing van het verkiezingsproces is nader verkend. Aan marktpartijen is gevraagd hoe, en tegen welke prijs, de voorstellen van de commissie Onderzoek elektronisch stemmen in het stemlokaal (commissie Van Beek) gerealiseerd kunnen worden. Mede aan de hand van de uitkomsten van deze marktconsultatie zal het kabinet in 2017 een besluit nemen. De veiligheid in het stemproces staat daarbij voorop. De test met internetstemmen voor kiezers is in december 2016 uitgesteld, omdat er meer tijd nodig is voor een zorgvuldige voorbereiding (Kamerstukken II 2016–2017 33 829, nr. 17). Het wetsvoorstel om te experimenteren met een nieuw stembiljet voor kiezers in Nederland is niet door de Tweede Kamer aangenomen. Er heeft daarom in 2016 geen experiment plaatsgevonden.

Agenda lokale democratie

Op lokaal niveau wordt in samenwerking met de Vereniging Nederlandse Gemeenten (VNG) en verschillende beroepsverenigingen gezocht naar manieren om de lokale democratie te vitaliseren (Kamerstukken II 2015–2016 34 300 VII, nr. 67). De Agenda Lokale Democratie is gericht op vernieuwing van de formele (representatieve) democratie en ontwikkeling van de informele (participatieve) democratie. De Minister van BZK heeft hieraan bijgedragen in het programma Democratic Challenge1 dat samen met de VNG wordt uitgevoerd. Ook is onderzoek gedaan naar de ervaringen met vernieuwende instrumenten, zoals het G1000-concept van Burgertoppen, zodat andere gemeenten hiervan kunnen leren2. Uit de acties die gemeenten en burgers zijn gestart, blijkt groot elan om de lokale democratie te vernieuwen. Er wordt lokaal veel geëxperimenteerd en onderzoek gedaan om te leren wat werkt en wat niet; van financieringsvormen tot burgertoppen en van kleinschalige burgerinitiatieven tot professionele coöperaties. Formele regels vormen daarbij zelden een blokkade. Juist samenwerken op basis van onderling vertrouwen en respect maakt veel mogelijk.

Versterking lokale rekenkamers

Om de lokale controle te versterken heeft de Minister van BZK in 2015 een wetswijziging aangekondigd waarmee de positie van lokale rekenkamers wordt verbeterd. De Minister heeft voorgesteld dat voortaan alle gemeenten over een onafhankelijke rekenkamer moeten beschikken. In 2016 zijn hierover gesprekken gevoerd met de Nederlandse Vereniging van Rekenkamers en Rekenkamercommissies (NVRR) en de VNG. Het wetsvoorstel zal voor het zomerreces in consultatie gaan.

Agenda Stad

Op 30 mei 2016 is onder het Nederlandse Europees voorzitterschap het Pact van Amsterdam gesloten, waarin de Europese Urban Agenda is vastgelegd (Kamerstukken II 2015–2016 34 139, nr. 14). De Europese Commissie heeft daarin toegezegd steden beter te betrekken bij de voorbereiding van wetgeving. De belangrijkste elementen van het Pact van Amsterdam zijn geformaliseerd in de Raadsconclusies. De Europese Urban Agenda wordt uitgevoerd in partnerschappen, waarin steden, lidstaten, de Europese Commissie en belanghebbenden werken aan betere Europese regelgeving, financiering en kennisuitwisseling op twaalf stedelijke EU-thema's. Onder het Nederlandse voorzitterschap zijn vier partnerschappen van start gegaan; BZK blijft nauw betrokken bij de oprichting van de overige acht.

In City Deals werken steden innovatieve aanpakken voor stedelijke transitievraagstukken uit op het gebied van energie, economie, mobiliteit, digitalisering, duurzaamheid en sociale inclusie. Daarin worden concrete samenwerkingsafspraken tussen steden, Rijk, andere overheden, bedrijven en maatschappelijke organisaties verankerd. In 2016 zijn twaalf City Deals getekend en in uitvoering.

Grensoverschrijdende samenwerking

Eind 2015 is een interbestuurlijk actieteam opgezet, waarmee samen met grensgemeenten, VNG, Euregio's, grensprovincies en MKB-Nederland een impuls gegeven is aan de grensoverschrijdende economie en arbeid. In januari 2017 heeft het actieteam zijn eindrapport opgeleverd met daarin 40 acties en aanbevelingen voor de governance van de grensoverschrijdende samenwerking met Vlaanderen, Noordrijn-Westfalen en Nedersaksen. In Zuid-Limburg worden via de City Deal Eurolab een samenhangende, grensoverschrijdende arbeidsmarkt, kennisinfrastructuur en economie in de Euregio Maas-Rijn gerealiseerd.

Ordening van het openbaar bestuur

Van transitie naar transformatie in het sociaal domein

Sinds 2015 zijn gemeenten verantwoordelijk voor maatschappelijke ondersteuning, de jeugdhulp en de begeleiding naar werk. In korte tijd is veel werk verzet door gemeenten om deze grote operatie tot een succes te maken en de zorg voor hun burgers goed te regelen. Uit de eerste overall rapportage sociaal domein «Rondom de Transitie» van het Sociaal Cultureel Planbureau (SCP) die in mei 2016 aan de Eerste en Tweede Kamer is aangeboden blijkt dat gemeenten daarin grotendeels zijn geslaagd. De komende jaren wordt de rapportage herhaald, waardoor trends zichtbaar worden.

Volgens de rapportage van het SCP hebben gemeenten gedurende de transitie prioriteit gegeven aan de continuïteit van de zorg en ondersteuning, toegespitst op de lokale situatie (Kamerstukken II 2015–2016 34 477, nr. 1). Met de start van integrale wijkteams krijgt de integrale werkwijze steeds meer vorm. Deze werkwijze strekt zich bovendien uit naar aanpalende beleidsterreinen. Om de transformatie te bevorderen zetten gemeenten en Rijk gezamenlijk een programma sociaal domein op.

Uit de definitieve realisatiecijfers blijkt dat gemeenten ongeveer 4,5% minder hebben uitgegeven in het sociaal domein dan waar het verdeelmodel van het gemeentefonds rekening mee houdt (Kamerstukken II 2016–2017 34 477, nr. 7 en Kamerstukken II 2016–2017 34 477, nr. 8). Naar de achtergrond en duiding van deze cijfers is onderzoek gedaan; 28 februari 2017 is de Tweede Kamer over de uitkomsten geïnformeerd (Kamerstukken II 2016–2017 34 477, nr. 18).

De Minister van BZK heeft vanuit zijn coördinerende rol in het sociaal domein gezorgd voor goede randvoorwaarden voor de transitie en een gezamenlijke aanpak van knelpunten op het gebied van privacy, inkoop en toezicht. In samenwerking met de VNG, het Netwerk Directeuren Sociaal Domein (NDSD) en GGZ Nederland zijn afspraken over privacybescherming gemaakt tussen gemeenten en zorgaanbieders in de jeugdzorg3. Het Kennisloket Inkoop Sociaal Domein is gerealiseerd om gemeenten te ondersteunen bij inkoop en aanbestedingen (Kamerstukken II 2015–2016 34 477, nr 5).

De decentralisaties hebben tevens gevolgen voor de controle van de jaarrekeningen van gemeenten. Samen met gemeenten en accountants heeft de Minister van BZK aan een oplossing gewerkt voor de problemen rond de tijdige indiening van de gemeenterekening en verkrijging van de controleverklaring over 2015. Zo is aan gemeenten gevraagd om samen met hun accountant een verbeterplan op te stellen en houdt een stuurgroep van gemeenten, zorgaanbieders, accountants en Rijk de vinger aan de pols (Kamerstukken II 2016–2017 34 477, nr. 9). De komende jaren wordt met alle betrokken partijen gewerkt om knelpunten weg te nemen.

Vluchtelingen

De werkwijze van het sociaal domein is ook ingezet voor de verhoogde asielinstroom. Schouder aan schouder hebben Rijk, gemeenten en provincies samengewerkt om de verhoogde asielinstroom het hoofd te bieden. Gezamenlijk zijn maatregelen genomen op het gebied van opvang, huisvesting, participatie en maatschappelijke begeleiding. Via regietafels onder voorzitterschap van de Minister van BZK en het uitwerkingsakkoord van april 2016 is intensief samengewerkt om asielzoekers in een veilige omgeving op te vangen. Deze manier van samenwerken is goed bevallen en wordt voortgezet, ook op andere dossiers.

Daarnaast heeft de samenwerking tussen Rijk en gemeenten een praktische invulling gekregen in het Ondersteuningsteam Asielzoekers en Vergunninghouders (OTAV). Het OTAV heeft diverse handreikingen en factsheets gepubliceerd over asielopvang, huisvesting, communicatie, gezondheid en veiligheid om gemeenten te ondersteunen.

Het project Versnelling Eerste Inschrijving Vergunninghouders (VEIV) is in opdracht van de Minister van BZK gestart in oktober 2015 en succesvol afgerond op 31 december 2016; bijna 9.000 vergunninghouders zijn versneld ingeschreven in de Basisregistratie Personen. Daarbij zijn mobiele teams samengesteld, die hielpen met het wegwerken van achterstanden bij gemeenten.

Politici, bestuurders en ambtenaren

Beheersen topinkomens (semi)publieke sector

In de samenleving is brede steun voor het tegengaan van bovenmatige topinkomens in de publieke en semipublieke sector. In 2013 is de WNT ingesteld om bovenmatige bezoldigingen en ontslagvergoedingen tegen te gaan. Volgens de eerste evaluatie blijkt dat te werken, een beeld dat in 2016 is bevestigd met de WNT-jaarrapportage 2015. Naar aanleiding van de wetsevaluatie zijn voorstellen gedaan om de administratieve lasten en uitvoeringskosten te verminderen en om routes voor ontwijking van de wet de pas af te snijden. Dit mede ter uitvoering van de motie Kerstens (Kamerstukken II 2015–2016 30 111, nr. 94). Het wetsvoorstel is begin 2017 aangenomen door de Tweede Kamer.

In 2016 is bovendien het wetsvoorstel Wet uitbreiding personele reikwijdte WNT (WNT-3) in consultatie gebracht. Dit vormt het sluitstuk van het regeerakkoord voor de normering van topinkomens en zorgt ervoor dat het ministersalaris in beginsel voor alle functionarissen in de (semi)publieke sector het bezoldigingsmaximum is. Het wetsvoorstel is begin 2017 voor advisering aan de Raad van State gestuurd.

Ondermijning van het lokaal bestuur

Georganiseerde ondermijnende criminaliteit (GOC) vraagt om meer dan handhaving en opsporing. Uit onderzoek van de Nederlandse School voor Openbaar Bestuur4 blijkt dat de rijksoverheid meer moet optreden als één overheid en meer moet inzetten op een preventieve sociaal-maatschappelijke aanpak van ondermijnende criminaliteit. Op basis van dit onderzoek heeft het Ministerie van BZK samen met het Landelijk Platform Geïntegreerde aanpak Ondermijnende Criminaliteit de Toekomstagenda GOC opgesteld.5 Het afgelopen jaar is kennis en ervaring over de aanpak van ondermijnende criminaliteit uitgewisseld met gemeenten, politie en het Regionaal Informatie- en Expertise Centrum Aanpak georganiseerde criminaliteit. Daarnaast is een voorziening verkend voor ondersteuning van politieke ambtsdragers voor veiligheid en integriteit en is geïnvesteerd in trainingen voor politieke ambtsdragers in het omgaan met intimidatie en bedreigingen, integriteitkwesties en ondermijning (Kamerstukken II 2016–2017 28 684, nr. 488).

Digitale overheid

Digitale dienstverlening

In een tijd waarin het internet een steeds centralere rol in het dagelijks leven van mensen speelt, willen burgers steeds vaker digitaal zaken doen met de overheid. Het kabinet heeft de ambitie uitgesproken dat burgers uiterlijk in 2017 hun zaken met de overheid digitaal kunnen afhandelen. In 2016 konden burgers in gemiddeld 88% gebruik maken van een digitaal kanaal voor de meest gebruikte overheidsdiensten. Bij de onderzochte producten van de Rijksoverheid ligt dit percentage op gemiddeld 96% en bij grote uitvoeringsorganisaties zoals de Belastingdienst, UWV, SVB, RVO en DUO zelfs op 99%. De tevredenheid over de dienstverlening van de overheid is verder gestegen en wordt in 2016 door burgers met een 7,1 gewaardeerd (Kamerstukken II 2016–217 26 643, nr. 431).

Nog niet iedereen kan mee in de digitale wereld. Daarom zijn ook in 2016 weer stappen gezet om digitaal minder-vaardigen te ondersteunen. Er worden overal in het land basiscursussen gegeven en er is een Digitaal Hulpplein dat mensen helpt bij het vinden van cursussen en oefenlocaties. Na de evaluatie van het Digitale hulpplein in 2016 is het overgenomen door de Koninklijke Bibliotheek en de Stichting Lezen en Schrijven.

Met de Minister van Economische Zaken is samengewerkt aan wetgeving voor de generieke voorzieningen van de e-overheid. In december 2016 is de Wet Generieke Digitale Infrastructuur in consultatie gegaan. Deze wet bepaalt de randvoorwaarden voor de beoogde veilige en betrouwbare digitale toegang tot overheidsdiensten voor bedrijven en burgers via het eID-stelsel. Het eID-stelsel regelt dat burgers kunnen inloggen via erkende publiek en privaat uitgegeven middelen. Alle identificatiemiddelen moeten straks voldoen aan de voorwaarden die de Minister van BZK stelt en het gebruik daarvan komt onder zijn toezicht te staan. Voor de ontwikkeling van het eID-stelsel zijn in 2016 pilots met publieke en private authenticatiemiddelen uitgevoerd.

Voorts wordt hard gewerkt aan de structurele financiering van de GDI. Sinds maart 2016 zijn onder regie van de Digicommissaris voorstellen voor duurzame financieringsafspraken over de GDI vormgegeven om effectief bij te dragen aan de continuïteit en de veiligheid van de digitale overheidsdienstverlening. In dat kader heeft het kabinet een aantal uitgangspunten voor deze duurzame financiering opgesteld en besloten tot het doorbelasten van beheerkosten van GDI voorzieningen per 2018.

Daarnaast is in 2016 de Studiegroep Informatiesamenleving en Overheid ingesteld (Kamerstukken II 2016–2017 26 643, nr. 427). Deze studiegroep werkt aan een advies voor het structureel verbeteren van de financiering en governance voor normstelling, infrastructuur en dienstverlening van de digitale overheid. In het voorjaar van 2017 zal de Studiegroep advies uitbrengen.

Aanpak adresgerelateerde fraude

Om de kwaliteit van de gegevens in de Basisregistratie Personen (BRP) te verhogen en fraude met adresgerelateerde regelingen tegen te gaan is de Landelijke Aanpak Adreskwaliteit verder ontwikkeld en uitgebouwd. In 2016 hebben 190 gemeenten circa 15.000 risicogerichte adresonderzoeken uitgevoerd. Dit is een forse stijging ten opzichte van 2015, waarin 7.012 adresonderzoeken zijn uitgevoerd bij 162 gemeenten. Bij ongeveer 45% van de adresonderzoeken zijn afwijkende gegevens ten opzichte van de BRP geconstateerd. Vanwege het succes van de aanpak heeft het kabinet besloten de aanpak te continueren tot en met 2023.

Ook blijkt dat de campagne «laat je niet kopiëren» nog steeds aanslaat. Media-aandacht heeft in 2016 gezorgd voor veel extra downloads van de KopieID-app (366.000 downloads eind 2016). Via deze app kan een burger eenvoudig de kopie van zijn identiteitsdocument beschermen tegen fraude door een aantal gegevens dat niet nodig is, zoals in veel gevallen het BSN, weg te halen en de kopie van een watermerk en datum te voorzien.

Open data / Open overheid

Het open-overheidbeleid richt zich op een transparante overheid die daarvoor geschikte informatie en data aan de samenleving beschikbaar stelt, op een open overheid die samenwerkt met maatschappelijk betrokken partijen en op een toegankelijke overheid die open staat voor iedereen. Om hier vooruitgang op te boeken is in 2016 gestart met het tweede tweejarig Actieplan Open overheid.

Onderdeel van het Actieplan is de actieve openbaarmaking van overheidsinformatie. Openbaarmaking van onderzoeksrapporten binnen 28 dagen is een haalbaar streven, zo blijkt uit pilots bij een aantal departementen. In totaal werden gedurende de pilot 178 onderzoeksrapporten openbaar gemaakt. De departementen die mee hebben gedaan aan de pilots gaan door met de actieve openbaarmaking, van onderzoeksrapporten met een streeftermijn van openbaarmaking binnen 28 dagen en verbreden de werkwijze naar alle dienstonderdelen (exclusief ZBO's); de overige departementen sluiten daarbij aan. Aanvullend zijn via de nationale Open Data agenda in 2016 meer datasets opengesteld en zijn overheden gestimuleerd om meer gebruik te maken van beschikbare data. De openstelling van die data moet leiden tot betere besluitvorming,

Het Leer- en Expertisecentrum Open Overheid (LEOO) heeft in 2016 instrumenten voor open overheid ontwikkeld en heeft kennis- en ervaringsdeling georganiseerd of heeft daaraan bijgedragen. De Minister van BZK heeft deelgenomen aan de summit van het Open Government Partnership, een mondiale beweging van overheden en het maatschappelijk middenveld gericht op open overheid. Daar is het project «Open over geld: Open spending detaildata» van de Open State Foundation, beloond met een prijs voor de beste inzending uit Europa.

Nationale Veiligheid

Ontwikkeling dreigingsbeeld

Het dreigingsbeeld is in 2016, zowel mondiaal als in Nederland, verder verslechterd, waarbij de terroristische dreiging overheerst. Ook het afgelopen jaar werd Europa geconfronteerd met meerdere terroristische aanslagen. De instabiliteit aan de buitengrenzen van Europa was tegelijkertijd onverminderd hoog, terwijl mondiaal geopolitieke verhoudingen veranderden. Europa kampte intern met spanningen bij delen van de bevolking, onder meer veroorzaakt door gebrek aan vertrouwen in de overheid en in EU-instituties en gevoed door de grote toestroom van migranten. In 2016 was er een verdere toename van inmenging en politieke beïnvloedingsactiviteiten door statelijke actoren. Ook de inbreuken die gepleegd zijn via cyberaanvallen waren talrijk en namen net als het jaar ervoor in aantal sterk toe. Dit alles heeft in 2016 impact gehad op de veiligheid van Nederland en Nederlandse belangen in het buitenland en stond daarmee centraal in de onderzoeken van de AIVD.

Jihadistisch terrorisme

De aanslagen die Europa in 2016 troffen, laten zien dat de dreiging van vooral ISIS tegen het Westen zich in verschillende gedaanten voordoet. Zo werden de aanslagen in Brussel door ISIS vanuit Syrië aangestuurd, terwijl andere aanslagen voortkwamen uit eigen initiatief van de dader, al dan niet gestimuleerd door ISIS-leden in Syrië. De propaganda van ISIS zet daarbij mensen in Europa aan tot geweld. Nederland is een potentieel doelwit voor aanslagen. De kans op een aanslag in Nederland was ook in 2016 reëel. In het afgelopen jaar verminderde het aantal Nederlandse jihadisten dat uitreisde naar Syrië en Irak ten opzichte van de jaren ervoor. Dit gold ook voor andere Europese landen. Naar verwachting zal het aantal terugkeerders, vanwege de druk op ISIS in Syrië en Irak, in de komende periode stijgen. Van deze terugkeer zal vermoedelijk verhoogde dreiging uitgaan, omdat deze potentiële terugkeerders langdurig in strijdgebied hebben verbleven, zijn getraind en gevechtservaring hebben opgedaan. Naast het onderzoek naar de dreiging die uitging van ISIS, richtte het onderzoek van de AIVD zich in 2016 ook op de dreiging tegen het Westen en westerse belangen die uitging van kern-Al Qaida en daaraan gelieerde groeperingen in het Midden-Oosten, Noord- en Oost-Afrika en de Golfregio. Ook deze dreiging was reëel in 2016.

Instabiliteit aan de buitengrenzen van Europa

Geopolitieke ontwikkelingen zijn van grote invloed op de ontwikkeling van terroristische dreiging vanuit het Midden-Oosten en Noord-Afrika. Ook politieke ontwikkelingen in landen aan de grenzen van Europa droegen bij aan het verslechterde dreigingsbeeld. Zo vormden geopolitieke ambities en optreden van staten een directe of indirecte bedreiging voor beleid, belangen of veiligheid van Nederland. De nasleep van de mislukte coup in Turkije leidde in Nederland tot onrust en intimidatie onder mensen met een Turkse achtergrond. Het optreden van Rusland in Syrië en Oekraïne en de heimelijke politieke beïnvloedingsactiviteiten gericht op het Westen verstoorden de internationale rechtsorde en tastten de veiligheidsbelangen van Nederland en zijn bondgenoten aan. Deze ontwikkelingen laten een steeds grotere verwevenheid zien tussen (geo)politiek, de terroristische dreiging, interstatelijke inmenging en heimelijke politieke beïnvloeding.

Migratiestromen

Sinds de overeenkomst met Turkije in maart 2016 is de binnenkomst in Europa van migranten uit landen zoals Syrië en Irak beperkt. Wel komen grote groepen migranten, via de centrale en westelijke Middellandse zeeroute, aan in Italië of Spanje. Het migratievraagstuk heeft diverse veiligheidsdimensies. Er is gebleken dat jihadisten gebruik hebben gemaakt van de migratiestroom en asielprocedures. Ook dreigt de toegenomen aanwezigheid van asielzoekers in Nederland en in andere landen van Europa, te leiden tot een polarisatie tussen bevolkingsgroepen en de groei van rechts- en linksextremisme. Daarnaast zien moslimextremistische groeperingen de binnengekomen grote groep asielzoekers als nieuwe doelgroep voor de antidemocratische en intolerante vorm van islam die zij voorstaan.

Cyberdreiging

Nederlandse overheidsinstellingen zijn onverminderd doelwit van digitale spionage door statelijke actoren. De AIVD heeft het afgelopen jaar opnieuw een omvangrijk aantal digitale aanvallen gedetecteerd. De AIVD signaleert dat statelijke actoren zich voortdurend inzetten om de opbrengst en impact van hun digitale aanvallen te vergroten. Zo zijn digitale sabotage van vitale processen en digitale politieke beïnvloeding (middels hacking en via social media) internationaal in opkomst. Digitale economische spionage gericht op vitale organisaties en sectoren blijft een bron van zorg. Met name de Nederlandse IT-sector is in 2016 diverse malen doelwit geweest van digitale spionage. De AIVD heeft diverse Nederlandse bedrijven en collega-diensten geïnformeerd over digitale economische spionage opdat aanvallen gedetecteerd en gemitigeerd konden worden. Hoewel het waarschijnlijk is dat jihadistische hackers(groepen) blijven investeren in het ontwikkelen van hun digitale capaciteiten heeft de AIVD in 2016 geen geslaagde digitale aanvallen uit deze hoek waargenomen. Misbruik van Nederlandse infrastructuur door diverse actoren voor digitale spionage blijft daarentegen onverminderd groot. De AIVD deelt deze informatie met relevante afnemers om de weerbaarheid op het gebied van digitale spionage te verhogen en het veiligheidsbewustzijn verder te vergroten.

Modernisering Wet op de Inlichtingen- en Veiligheidsdiensten

Afgelopen jaar heeft het Ministerie van BZK gezamenlijk met het Ministerie van Defensie de nieuwe Wet op de inlichtingen- en veiligheidsdiensten (Wiv) voor parlementaire behandeling naar de Tweede Kamer verstuurd. Het wetsvoorstel voorziet in gemoderniseerde bevoegdheden voor de AIVD en MIVD die passen bij de huidige ontwikkelingen van het dreigingsbeeld en de technologie. Dit onder gelijktijdige aanscherping van de waarborgen ter bescherming van de persoonlijke levenssfeer, waaronder de introductie van een onafhankelijke, bindende toets voorafgaand aan de inzet van de meest inbreukmakende bijzondere bevoegdheden. Hiermee wordt voorzien in een zorgvuldige balans tussen veiligheids- en privacybelangen die toekomstvast is. Het wetsvoorstel is begin 2017 door de Tweede Kamer aangenomen.

Europese samenwerking

De Counter Terrorism Group (CTG) is het samenwerkingsverband tussen Europese veiligheidsdiensten, waarbinnen o.a. operationele informatie wordt uitgewisseld op het gebied van terrorismebestrijding. Onder voorzitterschap van de AIVD is in het eerste half jaar van 2016 de samenwerking binnen de CTG versterkt. Er is een platform opgericht om het uitwisselen van operationele inlichtingen te vereenvoudigen. Er wordt gebruik gemaakt van een database waarin deelnemende diensten informatie plaatsen. Deze informatie is nu 24 uur per dag voor de deelnemende diensten beschikbaar. Er vindt dagelijks contact plaats tussen inlichtingenofficieren van deze diensten om operationele inlichtingen te delen en te duiden. In 2016 heeft dit geleid tot meerdere operationele successen.

Overzicht beleidsdoorlichtingen

Artikel

Naam artikel

2010

2011

2012

2013

2014

2015

2016

2017

Wanneer gepland

Geheel artikel?

Behandeling in Tweede Kamer

Art. 1

Openbaar bestuur en democratie

                     

1.1

Bestuurlijke en financiële verhoudingen

       

X

     

2012

Nee

Voor kennisgeving aangenomen1

1.2

Participatie

   

X

         

2011

Nee

Voor kennisgeving aangenomen

Art. 2

Algemene Inlichtingen- en Veiligheidsdienst (AIVD)

                     

Art. 6

Dienstverlenende en innovatieve overheid

                     

6.1

Verminderen regeldruk

 

X

     

X

   

2010 & 2015

Nee

2010:

Betrokken bij wetgevingsoverleg op 9 juni 2011 over het jaarverslag2

6.2

Informatiebeleid en ontwikkeling e-overheidsvoorzieningen

 

X

     

X

   

2010 & 2015

Nee

2010:

Betrokken bij wetgevingsoverleg op 9 juni 2011 over het jaarverslag2

6.3

Betrouwbare levering van e-overheidsvoorzieningen

 

X

     

X

   

2010 & 2015

Nee

2010:

Betrokken bij wetgevingsoverleg op 9 juni 2011 over het jaarverslag2

6.4

Burgerschap

   

X

       

X

2011 & 2017

Nee

2011:

Betrokken bij wetgevingsoverleg over jaarverslag 2011.

2017:

Betrokken bij algemeen overleg 8 februari 2016 over beleidsdoorlichting burgerschap, BRP en reisdocumenten.3

6.5

Reisdocumenten en basisadministratie persoonsgegevens

       

X

2014

Nee

Schriftelijke vragen4

Art. 7

Arbeidszaken overheid

                     

7.1

Overheid als werkgever

       

X

     

2011

Nee

Betrokken bij algemeen overleg integriteitbeleid5

7.2

Pensioenen, uitkeringen en benoemingsregelingen

                     

Voor het meest recente overzicht van de programmering van beleidsdoorlichtingen, klik op deze link: http://www.rijksbegroting.nl/2017/voorbereiding/begroting,kst225593_4.html

X Noot
1

Desgewenst betrokken bij behandeling jaarverslag en algemeen overleg over de decentralisatieoperatie.

X Noot
2

Desgewenst betrokken bij algemeen overleg over Beleidsdoorlichting overheid 2011–2014, en BRP met BIT-advies.

X Noot
3

De brief over de opzet en vraagstelling van de in 2017 op te leveren beleidsdoorlichting is door de Tweede Kamer voor kennisgeving aangenomen.

X Noot
4

De feitelijke vragen en antwoorden zijn desgewenst betrokken bij jaarverslag.

X Noot
5

De feitelijke vragen en antwoorden zouden betrokken worden bij algemeen overleg integriteitbeleid, maar dat AO is niet doorgegaan.

Toelichting

Art. 1.1 Bestuurlijke en financiële verhoudingen

Het algemene beeld in de opgeleverde beleidsdoorlichting in 2014 is dat de verstandhouding tussen de overheden in de onderzochte periode 2007–2013 als geheel genomen is verbeterd, maar dat stagnatie op de loer ligt en gewaakt moet worden voor een verslechtering. Om verder te kunnen bijdragen aan een doelmatig en doeltreffend overheidsoptreden moeten de spelregels en inhoudelijke normen voor het onderhouden van goede bestuurlijke en financiele verhoudingen wel daadwerkelijk worden toegepast. In de navolgende periode is een werkwijze gevolgd waarbij gewerkt is langs de lijnen van de conclusies van de beleidsdoorlichting. In die periode zijn veelomvattende en ingrijpende operaties geïmplementeerd (de decentralisaties in het sociaal domein) of op de rol gezet (Omgevingswet). Deze operaties hebben zowel bestuurlijk-juridisch als financieel een grote impact. Het is vitaal dat recht wordt gedaan aan een goed bestuurlijk en financieel instrumentarium. Een aandachtspunt is de benodigde invoeringstermijn bij dergelijke operaties. De gecoördineerde inzet van het rijk en van de betrokken decentrale overheden is steeds weer een succesvoorwaarde. De coördinerende positie van de Minister van BZK in het sociaal domein is hiervan een voorbeeld.

Art. 6.1 Verminderen regeldruk

Art. 6.2 Informatiebeleid en ontwikkeling e-overheidsvoorzieningen

Art. 6.3 Betrouwbare levering van e-overheidsvoorzieningen

De beleidsdoorlichting laat een positieve ontwikkeling zien op het terrein van regeldrukvermindering en de e-overheid. De samenhangende instrumenten laten in algemene zin positieve resultaten zien. Daarbij passen volgens de doorlichting wel een paar kanttekeningen.

Zoals in de brief bij de doorlichting staat was de beleidstheorie (de doelen van het beleid) vanuit het perspectief van de begrotingsartikelen gezien veelal impliciet en is daarom toegezegd dat in de begroting 2017 verbeterde doelstellingen zouden worden opgenomen. Deze eerste vertaalslag is in de begroting 2017 opgenomen.

Meer aandacht wordt besteed aan het beter, concreter en meer meetbaar formuleren van de doelen, waar mogelijk vanuit het perspectief van de burger. Er is een meerjarig evaluatieprogramma opgezet, waarbij op instrumentniveau beleid en voorzieningen in clusters geëvalueerd worden. De doelmatigheid van de instrumenten komt daarbij aan de orde. Er wordt tevens gewerkt aan een beter meet- en monitorinstrumentarium. In het kader van het centraal stellen van het gebruikersperspectief wordt gewerkt aan de ontwikkeling van een (overheids-)dienstverleningsconcept van de toekomst.

Art. 6.5 Reisdocumenten en basisadministratie persoonsgegevens

Uit de conclusies van de beleidsdoorlichting blijkt dat de gegevens die niet frequent veranderen, bijvoorbeeld gegevens over de burgerlijke staat, nagenoeg 100% betrouwbaar zijn. Daarmee is de norm uit de motie van Bilder en Heijnen van 99% betrouwbaarheid van gemiddeld alle gegevens in de Basisregistratie Personen (BRP) gehaald. De betrouwbaarheid van het adresgegeven blijft een uitdaging. Het laatste onderzoek gaat uit van 97% van correct geregistreerde personen op een adres. Het adresgegeven blijft onderhevig aan verandering door verhuisbewegingen van burgers en de tijd die zit tussen daadwerkelijke verhuizing en aangifte van verhuizing. Er zal altijd frictie zijn tussen de feitelijke situatie en de latere registratie. Uit de beleidsdoolichting blijkt dat de afgelopen jaren veel is geïnvesteerd in de kwaliteit van de BRP en dat de kwaliteit van de BRP is verbeterd. Concrete kwaliteitsacties hadden o.a. betrekking op Invoering Wet BRP met bestuurlijke boete als nieuw onderdeel van de wet, Circulaires over de onderwerpen adresonderzoek, gerede twijfel briefadressen, Kwaliteitsnormen, audit en nieuwe evaluatie-instrumenten, terugmeldvoorziening en pilot gekwalificeerd terugmelden, Aanpak vermindering VOW’ers (Vertrokken Onbekend Waarheen), Risicogestuurd adresonderzoek en huisbezoeken, Project Naar betrouwbare persoonsgegevens, diverse instrumenten gericht op burgers en goede voorbeelden delen in de keten (o.a. roadshows en kwaliteitskrant). De komende jaren zal ingezet worden op borging en inbedding van de kwaliteitsacties van de afgelopen jaren.

Art 7.1 Overheid als werkgever

De beleidsdoorlichting betreft het door het Ministerie van BZK gevoerde integriteitsbeleid gericht op de ambtelijke dienst binnen het openbaar bestuur over de periode 2006–2012. De algemene conclusie is dat het Ministerie gedurende de loop der jaren heeft ingezet op een breed integriteitsbeleid, dat diverse elementen omvat waarmee, ook volgens internationale (wetenschappelijke) standaarden, sprake is van een goed en coherent integriteitsbeleid. Dit neemt niet weg dat het lastig is de effectiviteit van integriteitsbeleid vast te stellen. Schendingen spelen zich net als elke andere vorm van laakbaar gedrag veelal in het duister af. Er bestaat daarom weinig inzicht in de daadwerkelijke omvang van (gebrek aan) integriteit als probleem. De wetenschap spreekt hier over een zgn. «dark number». De doelstellingen van het beleid waren niet meetbaar geformuleerd. Zo kwam de focus van het beleid te liggen op het belang van integriteit in algemene zin en de implementatie van integriteitsmaatregelen door overheidsorganisaties in specifieke zin. De beleidsdoorlichting laat zien dat er verschillende onderzoeken zijn gedaan om waar mogelijk zicht te krijgen op de implementatie en mogelijke effecten van het integriteitsbeleid. De beleidsdoorlichting laat tot slot ook zien dat de effectiviteit van het beleid verder kan worden vergroot door het aanbrengen van meer samenhang in de inhoud van het integriteitsbeleid als onderdeel van goed bestuur en door het versterken van de samenwerking met relevante partners. De systeemverantwoordelijkheid van het Ministerie is naar behoren ingevuld. Daarbij zij aangetekend dat organisaties in eerste aanleg uiteindelijk zelf aan zet zijn waar het gaat om het verder verankeren van integriteit in de organisatiecultuur.

In 2016 is de Monitor integriteit openbaar bestuur uit 2012 herhaald in de bredere context van Integriteit en Veiligheid. Belangrijkste conclusies: het algemene beeld is dat Nederland een integer ambtelijk apparaat heeft. Er zijn minder vermoedens van schendingen dan in de monitor uit 2012 en het aantal feitelijk geregistreerde schendingen is laag. Er is veel bekendheid met het integriteitsbeleid. Over het thema worden bijeenkomsten georganiseerd, protocollen en codes opgesteld en trainingen gegeven. Bijna alle organisaties in het openbaar bestuur hebben actueel integriteitsbeleid en een aanspreekpunt voor integriteitsvragen. Uit de monitor blijkt voorts dat succesfactoren voor een effectief integriteitsbeleid vooral betrekking hebben op het levend houden van beleid, een veilige gespreksomgeving, commitment van de top van de organisatie, voorbeeldgedrag van leidinggevenden en de organisatiecultuur (Kamerstukken II 2016–2017 28 684, nr. 486).

Overzicht van risicoregelingen

Overzicht verstrekte garanties (bedragen x € 1.000)

Artikel

Omschrijving

Uitstaande garanties 2015

Verleend 2016

Vervallen 2016

Uitstaande garanties 2016

Garantie-plafond

Totaal plafond

Artikel 7

Arbeidszaken overheid

Regelingen voor Nederlandse ambtenaren uit de voormalige overzeese gebieden (SAIP)

2.500

0

0

2.500

2.500

2.500

Totaal

2.500

0

0

2.500

2.500

2.500

Er zijn in 2016 geen uitgaven en ontvangsten gedaan op garanties.

4. BELEIDSARTIKELEN

Artikel 1. Openbaar bestuur en democratie

A Algemene doelstelling

Een bijdrage leveren aan een goed functionerend openbaar bestuur en democratie.

B Rol en verantwoordelijkheid

De Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties (BZK) is verantwoordelijk voor het functioneren van het stelsel van het openbaar bestuur. Die verantwoordelijkheid richt zich op de bestuurlijke verhoudingen, het beheer van het Gemeentefonds en het interbestuurlijk toezicht. De Minister van BZK is verantwoordelijk voor de bestuurlijke organisatie (de Grondwet, de Gemeente- en Provinciewet, de Financiële verhoudingswet en de Wet gemeenschappelijke regelingen). In het regeerakkoord zijn op dit vlak ambitieuze beleidsvoornemens geformuleerd. Het gaat daarbij in de eerste plaats om de decentralisaties in het sociaal domein die door de Minister van BZK in hun onderlinge samenhang worden gecoördineerd en onder de verantwoordelijkheid van de bewindspersonen van Sociale Zaken en Werkgelegenheid, Veiligheid en Justitie en Volksgezondheid, Welzijn en Sport worden uitgevoerd. In het verlengde hiervan voert de Minister van BZK een krachtig beleid gericht op het bewerkstelligen van voldoende uitvoeringskracht bij met name de gemeenten. Een tweede pijler van de legitimatie van het Nederlandse openbaar bestuur betreft het democratische en rechtsstatelijke gehalte van de publieke besluitvorming en beleidsvoering. In dat kader waarborgt de Minister van BZK het functioneren van het constitutionele bestel, waaronder het stelsel van de representatieve democratie. Daarbij gaat het in de eerste plaats om de verkiezingen (de Kieswet) voor vertegenwoordigende lichamen op de verschillende bestuurlijke niveaus. De Minister van BZK zorgt er tevens voor dat de Kiesraad zijn wettelijke taken adequaat kan vervullen. Daarnaast voert de Minister van BZK de op 1 mei 2013 in werking getreden Wet financiering politieke partijen (Wfpp) en de op 1 juli 2015 in werking getreden Wet raadgevend referendum uit. Ook is hij sinds 1 april 2012 verantwoordelijk voor de procesvoering met betrekking tot het Europees Burgerinitiatief.

De Minister van BZK is als coördinerend bewindspersoon verantwoordelijk voor de totstandkoming van en het uitvoering geven aan de Agenda Stad die tot doel heeft de groei, leefbaarheid en innovatie van Nederlandse steden te versterken en de kracht van het Nederlandse stedennetwerk beter te benutten. De Minister van BZK is eveneens coördinerend bewindspersoon voor de Europese Urban Agenda, waarmee Nederland wil bijdragen aan het versterken van het internationaal concurrentievermogen en de leefbaarheid in Europese steden door een betere verankering van de stedelijke dimensie in het Europese beleid.

C Beleidsconclusies

Sociaal Domein

De Minister van BZK heeft zijn coördinerende rol bij de decentralisaties in het sociaal domein voortgezet. Dit heeft onder meer geresulteerd in een gezamenlijk beeld van de systeemverantwoordelijkheid in de brede regietafel van 22 juni 2016. Belangrijke kenmerken daarin zijn bestuurlijk partnerschap tussen het Rijk en gemeenten in het sociaal domein en een voortdurende dialoog tussen beide partijen over aspecten van het sociaal domein.

Door tal van activiteiten is een bijdrage geleverd aan de uitvoeringskracht van gemeenten op gebieden als privacybescherming, het omgaan met persoonsgegevens op de werkvloer, inkoop en aanbesteden en klachtafhandeling. Dit gebeurt samen met de Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG), het Netwerk Directeuren Sociaal Domein (NDSD), Geestelijke Gezondheidszorg Nederland (GGZ Nederland), het Nederlands Genootschap van Burgemeesters (NGB), de Wethoudersvereniging en Raadslid.nu.

Onder regie van de Minister van BZK zijn in 2016 de voorbereidingen getroffen voor de Sociale Top van 23 januari 2017 in Eindhoven. Tijdens het congres zijn publieke en private partijen samengebracht om uitdagingen te formuleren en oplossingen te bedenken ten aanzien van de transformatievraagstukken van het sociaal domein.

In 2016 is de eerste stap gezet op weg naar een kostengeoriënteerde verdeling van de macrobudgetten in verband met de Wet maatschappelijke ondersteuning (Wmo) 2015 en de Jeugdwet. Deze budgetten worden nu via een objectief verdeelmodel verdeeld binnen de integratie-uitkering Sociaal domein in plaats van een verdeling op historische grondslag (Kamerstukken II 2014–2015 34 000 B en C, nr. 26). Op dit moment loopt een onderzoek om te komen tot één geïntegreerd verdeelmodel voor beschermd wonen, maatschappelijke opvang en Wmo-begeleiding (het Wmo-deel in de integratie-uitkering sociaal domein), dat in het najaar van 2017 afgerond zal zijn.

In mei 2016 is de overall rapportage sociaal domein «Rondom de Transitie» naar de Tweede Kamer gezonden (Kamerstukken II 2015–2016 34 477, nr. 1). De definitieve realisatiecijfers 2015 van het sociaal domein volgden in het najaar van 2016 (Kamerstukken II 2016–2017 34 477, nr. 7 en Kamerstukken II 2016–2017 34 477, nr. 8). Naar aanleiding van de Kamerbehandeling van de cijfers en de motie Voortman en Bergkamp zijn twee onderzoeken gestart naar de nadere duiding van deze financiële cijfers: een financieel-technisch onderzoek en een kwalitatief onderzoek gericht op de verklarende factoren van het cijferbeeld (Kamerstukken II 2016–2017 34 550 XVI, nr. 68).

De Transitiecommissie Sociaal domein heeft op 30 september 2016 haar taken afgerond. Het Rijk en de gemeenten hebben in de kabinetsreactie op de vijfde en laatste rapportage van de Transitiecommissie Sociaal Domein aangekondigd de komende jaren een gezamenlijk programma sociaal domein uit te voeren (Kamerstukken II 2016–2017 34 477, nr. 6). Doel van het programma is om knellende vraagstukken samen op te pakken om van de transformatie een succes te maken, zodat betere zorg kan worden verleend en noodzakelijke nieuwe oplossingen versneld worden ontwikkeld.

Agenda Lokale Democratie

In 2016 is verder uitvoering gegeven aan de Agenda Lokale Democratie. Op 22 juni 2016 is de tweede voortgangsrapportage van de Agenda Lokale Democratie naar de Tweede Kamer gestuurd (Kamerstukken II 2015–2016 34 300 VII, nr. 67). Deze bevat de stand van zaken over de ontwikkeling van zowel de participatieve als de representatieve democratie.

In 2016 is ruim gehoor gegeven aan de gezamenlijke oproep van de VNG en de Minister van BZK om in het kader van de Democratic Challenge experimenten aan te dragen op het gebied van democratische vernieuwing. Inmiddels zijn er verschillende publicaties verschenen6 over ruim 100 deelnemende projecten verdeeld over 13 thema’s. Deze initiatieven worden ondersteund, onderzocht en opgeschaald. In de Werkplaats Maak de Buurt – uitgevoerd met financiële steun van het Ministerie van BZK – zijn aan de hand van ervaringen van bewonersinitiatieven aanbevelingen geformuleerd aan de lokale overheid en de rijksoverheid over manieren waarop zij maatschappelijk initiatief structureel kunnen ondersteunen.7

Het G1000 platform heeft in 2016 verschillende kennisbijeenkomsten georganiseerd over burgertoppen. Tijdens deze bijeenkomsten zijn kennis, ervaring en wetenschappelijke inzichten gedeeld. Uit onderzoek naar de ervaringen met het G1000 platform en andere burgertoppen blijkt dat er veel enthousiasme is om dergelijke burgertoppen te houden, maar dat er ook aandachtspunten zijn, zoals de representativiteit van de gelote deelnemers en de follow-up van de bijeenkomsten.8

Vanuit het programma Lokale Democratie in Beweging (LDiB) is in 2016 verder gewerkt aan het doel om gemeentelijke organisaties, door samenspel met inwoners, bedrijven, medeoverheden en samenwerkingspartners, beter in staat te stellen in verbinding te zijn met de maatschappelijke omgeving en met elkaar als bestuurlijke partners. In dit kader hebben gesprekstafels plaatsgevonden over ambtelijk en bestuurlijk samenspel en zijn extra bijeenkomsten gehouden over het versterken van lokale driehoeken (burgemeester-gemeentesecretaris-griffier). Deze gesprekstafels hebben, naast een vergroot inzicht en begrip in elkaars rol en positie, geleid tot de publicatie «De tango van wethouder en ambtenaar». De bijeenkomsten voor de lokale driehoeken hebben geresulteerd in een zelf-assesment tool. De tool helpt de driehoeken te bepalen waar ze staan en waarin ze zichzelf verder kunnen versterken.

Gemeenten hebben behoefte aan experimenteerruimte in wet- en regelgeving, om maatschappelijke opgaven innovatiever aan te pakken. Daarom is het wetsvoorstel Experimentenwet Gemeenten voorbereid om experimenten van gemeenten mogelijk te maken waarbij tijdelijk wordt afgeweken van wettelijke bepalingen. Gemeenten zijn opgeroepen om met voorstellen voor experimenten te komen. Dat heeft geleid tot 75 voorstellen uit 35 gemeenten. In het traject is wel gebleken dat gemeenten geconstateerde belemmeringen vaak op andere wijze sneller kunnen wegnemen dan via experimenten.

Versterken regionaal economische samenwerking

Op 14 maart 2016 heeft de Minister van BZK het rapport van de Studiegroep Openbaar Bestuur «Maak verschil, krachtig inspelen op regionaal-economische opgaven» naar de Tweede Kamer gestuurd (Kamerstukken II 2015–2016 31 490, nr. 198). De Studiegroep heeft op verzoek van het kabinet aanbevelingen gedaan over hoe het openbaar bestuur – in inrichting en werkwijze – bij kan dragen aan de economische ontwikkeling. Zes geselecteerde proeftuinregio’s (Noordoost Fryslân, Metropoolregio Amsterdam, Drechtsteden, Zeeland, regio Zwolle en regio Eindhoven) toetsen de aanbevelingen van de Studiegroep Openbaar Bestuur in hun samenwerkingspraktijk. De proeftuinen «Maak verschil» zijn een gezamenlijk initiatief van het Ministerie van BZK, de VNG en het Interprovinciaal Overleg (IPO). Op 27 maart 2017 zijn de inzichten en ervaringen van de proeftuinen tijdens een conferentie gepresenteerd.

Eind 2015 heeft de Minister van BZK samen met de Minister van Economische Zaken een interbestuurlijk actieteam opgezet, waarin samen met grensgemeenten, VNG, Euregio's, grensprovincies, MKB-Nederland en het Rijk een impuls gegeven is aan de grensoverschrijdende economie en arbeid. In januari 2017 heeft het actieteam haar eindrapport opgeleverd met daarin 40 acties en daarnaast aanbevelingen voor de governance van de grensoverschrijdende samenwerking met Vlaanderen, Noordrijn-Westfalen en Nedersaksen. Daarnaast heeft het Centraal Planbureau (CPB) onderzoek verricht naar «De arbeidsmarkt aan de grens met en zonder grensbelemmeringen». De resultaten van het CPB hebben het actieteam ondersteund in zijn opdracht om de grensoverschrijdende economie en arbeid een impuls te geven. Uitgaande van de hypothese dat er geen grensbelemmeringen meer zijn, stelt het CPB dat er baten zijn voor de werkgelegenheid, lonen en het Bruto Regionaal Product in grensregio’s.

De City Deal «Eurolab» sluit aan op de aanbevelingen van het actieteam. De City Deal beoogt een versnelling tot stand te brengen in de realisatie van een samenhangende, grensoverschrijdende arbeidsmarkt, kennisinfrastructuur en economie in de Euregio Maas-Rijn. In de Eurolab werkplaats wordt onder andere gewerkt aan het aantrekken van meer toptalent van buiten de Europese Unie voor kennisinstellingen en innovatieve bedrijven in deze regio.

In 2016 heeft de Minister van BZK zijn coördinerende verantwoordelijkheid voor het interbestuurlijke programma Stad ingevuld door de uitwerking van zowel de (Nederlandse) Agenda Stad als de Urban Agenda for the EU (UAEU). In juli 2016 is een voortgangsrapportage van Agenda Stad en de Europese Agenda Stad aan de Tweede Kamer aangeboden (Kamerstukken II 2015–2016 34 139, nr. 17).

In het kader van Agenda Stad zijn inmiddels twaalf City Deals getekend en in uitvoering. Elk van deze City Deals betreft de ontwikkeling en uitvoering van innovatieve aanpakken van stedelijke transitievraagstukken door steden, hun partners en betrokken departementen.

Op Europees niveau heeft het programma Stad een belangrijke rol gespeeld bij de totstandkoming van de UAEU, die is vastgelegd in het Pact van Amsterdam. Het Pact is op 30 mei 2016 aangenomen tijdens de informele ministersbijeenkomst onder het Nederlandse voorzitterschap (Kamerstukken II 2015–2016 34 139, nr. 14).

D Tabel Budgettaire gevolgen van beleid

Budgettaire gevolgen van beleid (bedragen x € 1.000)
 

2012

2013

2014

2015

Realisatie

2016

Vastgestelde begroting

2016

Verschil

2016

Verplichtingen:

31.897

45.581

16.323

49.536

35.380

29.154

6.226

 

Uitgaven:

25.209

30.373

29.408

33.112

34.425

29.154

5.271

 

1.1

Bestuurlijke en financiele verhouding

6.806

11.947

9.425

11.426

11.935

9.524

2.411

Subsidies

4.246

6.794

3.601

5.323

7.928

3.755

4.173

Communicatie, kennisdeling en onderzoek

0

13

995

1.630

105

28

77

Diverse subsidies

1.600

605

13

518

4.312

553

3.759

Oorlogsgravenstichting (OGS)

2.646

6.176

2.593

3.175

3.511

3.174

337

Opdrachten

2.560

5.016

5.702

5.997

3.942

5.769

– 1.827

Communicatie, kennisdeling en onderzoek

2.560

5.016

5.702

5.997

3.942

5.769

– 1.827

Bijdragen aan (inter)nationale organisaties

0

137

122

106

65

0

65

Bijdragen internationaal

0

137

122

106

65

0

65

 

1.2

Participatie

18.403

18.426

19.983

21.686

22.490

19.630

2.860

Subsidies

14.599

15.749

16.907

16.653

17.330

17.060

270

Politieke partijen

14.599

15.749

16.907

16.653

17.330

17.060

270

Opdrachten

3.803

2.677

2.918

4.047

3.167

2.570

597

Kiesraad

540

245

633

2.558

401

220

181

Raadgevend referendum

0

0

0

147

987

0

987

Verkiezingen

3.263

2.432

2.285

1.342

1.779

2.350

– 571

Bijdrage aan ZBO's / RWT's

0

0

0

0

1.639

0

1.639

Raadgevend referendum

0

0

0

0

1.639

0

1.639

Bijdragen aan medeoverheden

0

0

158

943

350

0

350

Experiment centrale stemopneming

0

0

158

943

304

0

304

Verkiezingen

0

0

0

0

46

0

46

Bijdrage aan andere begrotingshoofdstukken

0

0

0

43

4

0

4

Kiesraad

0

0

0

43

4

0

4

 

Ontvangsten:

24.694

24.816

25.352

25.768

26.733

21.965

4.768

E Toelichting op de financiële instrumenten

Uitgaven

1.1 Bestuurlijke en financiële verhouding

Subsidies

Communicatie, kennisdeling en onderzoek

In 2016 is de tweede termijn van de subsidie ten behoeve van de Thorbecke-leerstoel voldaan. Tevens is een subsidie verstrekt aan de Universiteit Twente.

Diverse subsidies

Kenniscentrum Europa Decentraal (KED)

De jaarlijkse subsidie is gebruikt voor de vaste taken van het kenniscentrum: voorlichting over Europese wet- en regelgeving en juridisch advies over Europeesrechtelijke onderwerpen zoals aanbesteden, staatssteun, informatiemaatschappij en milieu en klimaat. De doelgroep bestaat uit gemeenten, provincies en hun samenwerkingsverbanden en waterschappen. Daarnaast is subsidie verstrekt voor de ondersteuning van gemeenten en provincies bij het doen van kennisgevingen voor van melding vrijgestelde staatssteun, alsmede de jaarlijkse staatssteunrapportage over het jaar 2015.

Centrum voor Onderzoek van de Economie van de Lagere Overheden (COELO)

Het COELO heeft een subsidie ontvangen voor informatieverstrekking over lokale lasten aan burgers en bedrijven, het actief bevorderen van het maatschappelijke debat en bewustwording over de lokale heffingen en tarieven en het verrichten van wetenschappelijk onderzoek naar decentrale heffingen.

Nederlandse Vereniging voor Rekenkamers en Rekenkamercommissies (NVRR)

De NVRR heeft een subsidie ontvangen voor de versterking van de lokale rekenkamers en de ondersteuning van het kwaliteitsbeleid. Het doel van de subsidie is een situatie te bereiken en in stand te houden waarin de gemeentelijke rekenkamer de gemeenteraad in hun gemeente op een adequate wijze ondersteunt.

Incidentele subsidie Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG)

De VNG heeft in 2016 een subsidie ontvangen voor het project Ondersteuningsteam Asielzoekers Vergunninghouders (OTAV). Het OTAV ondersteunt gemeenten bij de opgaven met betrekking tot de (nood- en crisis)opvang, huisvesting, zorg, onderwijs, gezondheid en participatie van vluchtelingen en statushouders.

In de tweede helft van 2016 is de tweede tranche verleend voor een uitbreiding van de activiteiten van het OTAV met het project «Lokale preventieve aanpak gezondheidsbevordering statushouders» en het project «Congres Sociaal Domein» (de Sociale Top 2017). Het budget voor de tweede tranche was beschikbaar op het instrument opdrachten; dit is bij Slotwet 2016 gecorrigeerd en wordt daarom onder het instrument subsidies verantwoord.

Subsidie A&O fonds

In 2016 is een subsidie verstrekt aan het A&O-fonds voor een verkenning en de uitvoering van het opzetten van een Ondersteuningsprogramma Vakmanschap en Professionalisering Gemeenten. Doel van het programma van het A&O-fonds is het ondersteunen van ambtenaren bij de organisatorische en personele veranderopgaven in het sociaal en brede fysiek domein. Activiteiten van het Ondersteuningsprogramma zijn gericht op het ontwikkelen van de kennis en vaardigheden die nodig zijn om alle veranderopgaven effectief uit te voeren. Het budget was beschikbaar op het instrument opdrachten; dit is bij Slotwet 2016 gecorrigeerd en wordt derhalve verantwoord onder het instrument subsidies.

Subsidie pilots Maak Verschil

Samen met gemeenten (VNG) en provincies (IPO) is het Ministerie van BZK vanaf de zomer van 2016 in zes regio’s gestart met proeftuinen «Maak verschil». In deze proeftuinen wordt, aan de hand van de aanbevelingen in het rapport van de Studiegroep Openbaar Bestuur «Maak verschil», verkend hoe de regionaal economische samenwerking versterkt kan worden. Ten behoeve van de uitvoering van activiteiten in de proeftuinen (onderzoek, simulaties en bijeenkomsten) is bij de Najaarsnota 2016 extra geld beschikbaar gesteld.

Subsidie assistent in opleiding (aio) Thorbeckeleerstoel

Dit betreft de tweede termijn voor de financiering van een aio gelieerd aan de Thorbeckeleerstoel van de Universiteit Leiden.

Oorlogsgravenstichting (OGS)

Namens de Nederlandse overheid beheert de Oorlogsgravenstichting wereldwijd ongeveer 50.000 graven van Nederlandse oorlogsslachtoffers. Deze graven liggen in meer dan 50 landen, verspreid over vijf continenten. Indonesië heeft de meeste graven van Nederlandse oorlogsslachtoffers. Ook verzorgt de stichting ruim 10.000 graven van militairen van de geallieerde strijdkrachten in Nederland. Naast de structurele subsidie is in 2016 een aanvullende incidentele subsidie verstrekt voor uitbreiding van het «Nationaal Ereveld Loenen» met een informatie-, educatie- en herinneringscentrum en het aanleggen van een begraafplaats voor veteranen.

Opdrachten

Communicatie, kennisdeling en onderzoek

Op het terrein van het functioneren van het openbaar bestuur zijn publicaties, congressen en onderzoeken gefinancierd. Ook is in 2016 de monitor Sociaal Domein bekostigd. De lagere realisatie ten opzichte van de begroting is bij Slotwet 2016 toegelicht.

Bijdragen aan (inter)nationale organisaties

Bijdragen internationaal

Bijdrage Europe for Citizens Points (ECP)

Het programma «Europa voor de burger» biedt financiële ondersteuning aan burgers en organisaties die een actief Europees burgerschap bevorderen om zo het proces van Europese integratie te stimuleren en de kloof tussen de burger en de Europese Unie te verkleinen. Om het programma bekendheid te geven en belangstellenden bij te staan bij het indienen van subsidieaanvragen, faciliteert de Europese Commissie in samenwerking met de lidstaten Europe for Citizens Points (ECP). In Nederland is het ECP belegd bij Dutch Culture, waaraan een jaarlijkse bijdrage wordt verstrekt.

1.2 Participatie

Subsidies

Politieke partijen

Politieke partijen krijgen subsidie op grond van de Wet financiering politieke partijen (Wfpp). Een politieke partij komt voor subsidie in aanmerking als zij voldoet aan een aantal in deze wet genoemde voorwaarden. In 2016 ontvingen dertien politieke partijen subsidie.

De subsidie voor 2016 is voor 80% onderdeel van de totale uitgaven aan subsidies politieke partijen. Daarnaast hebben er in 2016 betalingen plaatsgevonden met betrekking tot de subsidies uit eerdere jaren en aanvullende Matra-subsidies 2016.

Tabel Subsidies politieke partijen

Partij

Waarde 2013

Waarde 2014

Waarde 2015

Waarde 20161

(in €)

(in €)

(in €)

(in €)

VVD

3.712.978

3.754.370

3.702.152

3.606.842

PvdA

3.592.723

3.614.965

3.558.735

3.400.247

SP

1.632.647

1.598.631

1.579.116

1.600.936

CDA

1.744.143

1.675.014

1.648.734

1.652.742

D66

1.528.924

1.566.367

1.570.213

1.586.014

CU

948.280

937.648

938.383

932.776

GL

866.898

821.782

821.108

810.649

SGP

868.102

902.235

908.654

903.874

PvdD

617.206

620.441

621.330

623.345

50PLUS

380.655

392.531

458.533

395.916

OSF

362.061

360.575

365.634

366.050

VNL

0

0

0

428.421

DENK

0

0

0

159.695

Totaal

16.254.618

16.244.559

16.172.592

16.467.507

X Noot
1

Het betreft hier voorlopige bedragen. 80% daarvan is inmiddels uitgekeerd. Uiterlijk 1 juli van het jaar volgend op het subsidiejaar moeten partijen een definitieve subsidieaanvraag indienen. Als bij de beoordeling daarvan blijkt dat de partijen voldoen aan de voorwaarden, wordt de resterende 20% uitgekeerd.

Opdrachten

Kiesraad

In 2016 bracht de Kiesraad negen adviezen uit, onder andere aan de Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties, de Minister van Veiligheid en Justitie en aan de Tweede Kamer. De Kiesraad valt deels onder de Kaderwet Zelfstandige Bestuursorganen en de Kaderwet Adviescolleges en stelt in de uitvoering daarvan jaarlijks een jaarverslag op. Alle adviezen van de Kiesraad worden gepubliceerd op de website: www.Kiesraad.nl. De besluiten die de Kiesraad neemt in zijn hoedanigheid van centraal stembureau zijn goeddeels in rechte toetsbaar.

Het jaar 2016 kenmerkte zich voor de Kiesraad vooral door de eerste toepassing van de Wet raadgevend referendum op 6 april 2016 over de Wet tot goedkeuring van de Associatieovereenkomst tussen de Europese Unie en Oekraïne. De Kiesraad trad op als centraal stembureau en was daarmee verantwoordelijk voor de publicatie van de referendabele wet (en het verdrag), de beoordeling van het ontvangen inleidende en definitieve verzoek, alsmede voor de vaststelling van de uitslag van het referendum. Verder heeft de Kiesraad een applicatie ontwikkeld voor de controle van de ontvangen verzoeken en een specifieke module in Ondersteunende Software Verkiezingen (OSV) voor de vaststelling van de uitslag. In verband met de uitvoering van taken, genoemd in de Wet raadgevend referendum, is de formatie van het secretariaat structureel uitgebreid (met twee fte’s) en het budget opgehoogd (met € 400.000). Uit de evaluatie van de Kiesraad is gebleken dat het stemproces met betrekking tot het referendum, waarvoor de Kiesraad verantwoordelijk is, goed is verlopen. De Kiesraad heeft de Minister van BZK geadviseerd om de Wet raadgevend referendum op een aantal plaatsen aan te passen en om elektronische indiening van verzoeken mogelijk te maken.

Raadgevend referendum en verkiezingen

Voorlichting verkiezingen

In 2016 heeft geen reguliere verkiezing plaatsgevonden, maar wel het eerste raadgevend referendum. In verband met het raadgevende referendum van 6 april 2016 heeft de regering een landelijke informerende campagne gevoerd en een groot deel van het budget voor de voorlichting van de verkiezingen is daaraan besteed. Daarnaast zijn de kosten voor de evaluatie van het referendum en het beschikbaar stellen van stemmaterialen uit dit budget betaald. Tevens waren er kosten voor het ontwikkelen van een nieuwe opzet van de informerende campagne voor de verkiezingen en referenda. De «look and feel» van de informerende campagne wordt om de paar jaar aangepast, de opzet van de huidige campagne dateert uit 2012.

Test internetstemmen voor kiezers in het buitenland

De test met internetstemmen voor kiezers in het buitenland is voorbereid. Daarvoor is onder meer nagegaan welke stemdiensten gebruikt kunnen worden in de test, uitgedacht hoe de test georganiseerd kan worden en er zijn Nederlanders in het buitenland benaderd met de vraag of men aan de test wil deelnemen. De start van de test is in december 2016 uitgesteld, omdat er meer tijd nodig is voor een zorgvuldige voorbereiding van de test (Kamerstukken II 2016–2017 33 829, nr. 17).

Elektronisch stemmen en tellen in het stemlokaal

De Deskundigengroep elektronisch stemmen en tellen in het stemlokaal heeft op 31 maart 2016 de specificaties afgerond voor de door de commissie Van Beek geadviseerde stemprinter en stemmenteller om in de stemlokalen elektronisch te stemmen en te tellen (Kamerstukken II 2015–2016 33 829, nr. 15). Op basis van deze specificaties is in opdracht van de Minister van BZK in 2016 een marktuitvraag uitgevoerd. De marktuitvraag had tot doel antwoord te krijgen op de volgende vragen:

  • kan de markt deze specificaties realiseren;

  • hoeveel kan de ontwikkeling, certificering, beheer en ondersteuning van de stemprinter en stemmenteller gaan kosten;

  • hoelang kan de ontwikkeling en certificering van de stemprinter en stemmenteller gaan duren.

Mede aan de hand van de uitkomsten van de marktuitvraag zal het kabinet bezien of de invoering van de stemprinter en de stemmenteller haalbaar is.

Bijdrage aan ZBO/RWT’s

Raadgevend referendum

De Referendumcommissie heeft een subsidieregeling vastgesteld. Conform deze subsidieregeling heeft de Referendumcommissie voor het raadgevend referendum op 6 april 2016 subsidies verstrekt voor activiteiten die het maatschappelijk debat over het onderwerp van het referendum stimuleren.

Bijdragen aan medeoverheden

Experiment centrale stemopneming

Invoering permanente registratie

De gemeente Den Haag heeft de taak om een permanente registratie voor Nederlandse kiezers in het buitenland te vormen. Daarmee wordt het voor kiezers buiten Nederland eenvoudiger om aan verkiezingen deel te nemen. De voorbereidingen voor deze permanente registratie zijn gestart in 2015 en verder uitgevoerd in 2016. De registratievoorziening moet per 1 april 2017 operationeel zijn.

Verkiezingen

Aan de drie BES-eilanden is een vergoeding verstrekt om het raadgevend referendum te organiseren.

Ontvangsten

Dit betreft de bijdrage van de waterschappen voor hun aandeel in de Waardering Onroerende Zaken kosten (WOZ-kosten) van de gemeenten en hun aandeel in de kosten van de Landelijke Voorziening WOZ (LV WOZ). In 2016 is € 4,8 mln. meer ontvangen dan geraamd. Deze hogere ontvangsten zijn reeds toegelicht in de 1e suppletoire begroting (Kamerstukken II 34 485 VII, nr. 2) en 2e suppletoire begroting (Kamerstukken II 34 620 VII, nr. 2).

Artikel 2. Algemene Inlichtingen- en Veiligheidsdienst (AIVD)

A Algemene doelstelling

De AIVD staat voor de nationale veiligheid door tijdig dreigingen, internationale politieke ontwikkelingen en risico’s te onderkennen die niet direct zichtbaar zijn en doet daartoe onderzoek in binnen- en buitenland. De AIVD signaleert, adviseert en deelt gericht informatie met zijn samenwerkingspartners zodat deze de dreiging en risico’s kunnen reduceren. Waar nodig reduceert de AIVD bovendien zelfstandig risico’s.

B Rol en verantwoordelijkheid

De Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties (BZK) is verantwoordelijk voor de taakuitvoering van de AIVD. De AIVD verricht onderzoek in binnen- en buitenland met behulp van algemene inlichtingenmiddelen (open bronnen) en bijzondere inlichtingenmiddelen. Op basis van de bevindingen informeert en adviseert de AIVD zijn afnemers met onder andere ambtsberichten en analyses (waaronder openbare publicaties) en door gericht relatiemanagement.

De Minister van BZK legt zo veel als mogelijk in het openbaar verantwoording af aan de Tweede Kamer. Waar dat niet kan, vanwege geheimhoudingsnoodzaak, gebeurt dit via de Commissie voor de Inlichtingen- en Veiligheidsdiensten (CIVD) van de Tweede Kamer.

Tabel kengetallen1
 

Waarde 2015

Waarde 2016

Aantal openbare publicaties

5

2

Aantal ambtsberichten2 aan het OM

45

74

Aantal ambtsberichten aan Buitenlandse Zaken3

36

37

Aantal dreigingsinformatie-producten ten behoeve van stelsel bewaken en beveiligen (art 6.2.e Wiv 2002)4

90

93

Aantal dreigingsinformatie-producten ten behoeve van beveiligingsbevorderende taak (art 6.2.c Wiv 2002)

24

25

Aantal door AIVD in behandeling genomen veiligheidsonderzoeken

8.650

8.269

Aantal herhaalonderzoeken5

X

1.358

Aantal geweigerde Verklaringen van Geen Bezwaar (VGB)

900

784

X Noot
1

Bron: AIVD

X Noot
2

De AIVD brengt ambtsberichten uit aan o.a. het Openbaar Ministerie, het Ministerie van Buitenlandse Zaken en overige afnemers.

X Noot
3

De ambtsberichten werden voorheen verstuurd aan het Ministerie van Economische Zaken.

X Noot
4

De gerapporteerde stelselproducten bewaken en beveiligen zijn: dreigingsinschatting, dreigingsanalyse, risicoanalyse en mededelingen.

X Noot
5

Het betreft een nieuw kengetal met ingang van de Rijksbegroting 2016 en betreft het aantal afgeronde herhaalonderzoeken naar alle vertrouwensfunctionarissen in Nederland, exclusief de gemandateerde onderzoeken aan de KMar, Politie en DBB.

C Beleidsconclusies

Ontwikkeling budget

Het budget van de AIVD is meerjarig opgehoogd in verband met de versterking van de veiligheidsketen (Kamerstukken II 2014–2015 29 754, nr. 302). Dit is in 2016 ingezet voor de versterking van de operationele onderzoeken en investeringen in materiële uitgaven, waaronder ICT. In 2016 zijn er daarmee 224 fte ingestroomd, voor het overgrote deel inlichtingenofficieren (bewerkers en analisten), vertalers en ICT-specialisten.

Opvolging aanbevelingen Algemene Rekenkamer

In 2015 is door de Algemene Rekenkamer op verzoek van de Tweede Kamer onderzoek gedaan naar de effecten van opeenvolgende taakstellingen op de organisatie en het werk van de AIVD (Kamerstukken 2014Z14886 van 27 augustus 2014). De aanbeveling om een organisatorisch meerjarenperspectief te borgen, waarin opleiding, informatisering en permanente innovatie een plek moeten krijgen, heeft vorm gekregen in een meerjarig visiedocument van de AIVD. In het document zijn ook de activiteiten bepaald voor een verdere wisselwerking tussen beleid en uitvoering en de doorontwikkeling van operationele en financiële managementinformatie.

Gezamenlijke unit Veiligheidsonderzoeken

In 2016 is een voorlopig besluit genomen over de formatie en structuur van een gezamenlijke unit Veiligheidsonderzoeken van de AIVD en Militaire Inlichtingen- en Veiligheidsdienst (MIVD). Voorzien is om deze gezamenlijke unit eind 2017 te realiseren. Voor die tijd wordt het personeel van de MIVD ingehuisd bij de AIVD. Aanleiding voor de nieuwe unit zijn eerdere aanbevelingen van de Commissie evaluatie Wiv 2002 (Kamerstukken II 2013–2014 33 820, nr. 1).

D Tabel Budgettaire gevolgen van beleid

Budgettaire gevolgen van beleid (bedragen x € 1.000)
 

2012

2013

2014

2015

Realisatie

2016

Vastgestelde begroting

2016

Verschil

2016

Verplichtingen:

200.112

197.486

188.833

242.487

206.751

213.713

– 6.962

 

Uitgaven:

198.945

195.142

193.364

207.693

229.289

213.713

15.576

 

2.1

Apparaat

188.302

185.758

183.638

196.794

217.938

204.613

13.325

 

2.2

Geheim

10.643

9.384

9.726

10.899

11.351

9.100

2.251

 

Ontvangsten:

3.170

7.440

8.692

6.199

12.862

12.714

148

E Toelichting op de financiële instrumenten

Vanwege het bijzondere karakter van dit begrotingsartikel en de gedeeltelijke geheime uitgaven zijn de uitgaven niet nader uitgesplitst en zijn de apparaatsuitgaven niet opgenomen in het centraal apparaatsartikel.

Uitgaven

De realisatie in 2016 is hoger uitgekomen dan de oorspronkelijk vastgestelde begroting. Dit is veroorzaakt door een eenmalige technische kasschuif. Daarmee kon in 2016 de resterende egalisatieschuld van het AIVD-gebouw worden afgelost, verband houdende met veranderingen in het Rijkshuisvestingsstelsel.

Ontvangsten

De ontvangsten van de AIVD hadden bijna volledig betrekking op de tarifering van de veiligheidsonderzoeken. De significante stijging ten opzichte van 2015 wordt hoofdzakelijk veroorzaakt door het besluit de tarifering van de veiligheidsonderzoeken per september 2015 door te berekenen aan de private sector.

Artikel 6. Dienstverlenende en innovatieve overheid

A Algemene doelstelling

Een goede, eenvoudige en betrouwbare dienstverlening aan burgers door te zorgen voor veilige en betrouwbare voorzieningen voor efficiënt gebruik van overheidsinformatie en -gegevens, verbeteren van de informatiepositie van de burger en het bevorderen van maatschappelijk initiatief (actief burgerschap).

B Rol en verantwoordelijkheid

De Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties (BZK) heeft een belangrijke rol als het gaat om de relatie tussen samenleving en overheid. Deze rol komt op verschillende manieren tot uitdrukking.

Voor het verankeren van het burgerperspectief (rechten en plichten) in het informatiebeleid heeft de Minister van BZK een coördinerende rol ten aanzien van de verschillende overheden en de relatie tussen overheden en burgers. Tevens heeft de Minister van BZK een stimulerende rol bij het bevorderen van de doe-democratie (programma burgerschap) en ten aanzien van open overheid en (her)gebruik van open overheidsdata.

De Minister van BZK stelt voor de Basisregistratie Personen (BRP) het beleid vast en is verantwoordelijk voor de uitvoering. De Minister van BZK is verantwoordelijk voor een goed functionerende Wet Basisregistratie Personen en verantwoordelijk voor betrouwbare reis- en identiteitsdocumenten.

Net als voor de fysieke infrastructuur heeft de overheid de verantwoordelijkheid voor een beschikbare en veilige digitale infrastructuur waarvan burgers en bedrijven gebruik maken en die randvoorwaardelijk is voor het functioneren van de overheid zelf. In de Generieke Digitale Infrastructuur (GDI) moeten basisregistraties, digitaal berichtenverkeer, identificatie en authenticatie een plaats krijgen. De Minister van BZK is beleidsverantwoordelijk voor een groot deel van deze digitale voorzieningen.

C Beleidsconclusies

Vermindering Regeldruk

Het kabinet heeft de doelstelling om de rijksbrede regeldruk voor bedrijven, burgers en professionals in de periode tot 2017 te verminderen met € 2,5 mld. volledig met maatregelen ingevuld (Kamerstukken II 2016–2017 29 515, nr. 397). Voor burgers en professionals is het oorspronkelijke bedrag van ruim € 400 mln. in 2013 aan geïdentificeerde maategelen toegenomen tot € 1.064 mln. in 2016.

De Minister van Economische Zaken (EZ) is trekker van het regeldrukdossier in zijn totaliteit en is in het bijzonder verantwoordelijk voor regeldrukvermindering bedrijven. De Minister van BZK is betrokken vanuit zijn rol als coördinerend bewindspersoon voor burgers & professionals en de regeldrukaspecten van de Hervormingsagenda Rijk. Hij is mede-ondertekenaar van de regeldrukrapportages.

Het Ministerie van BZK vervulde in 2016 om en om met het Ministerie van EZ het voorzitterschap en secretariaat van het regeldrukcoördinatorenoverleg (RCO).

Digitaal 2017

In het regeerakkoord is de doelstelling opgenomen dat burgers en bedrijven in 2017 digitaal zaken met de overheid moeten kunnen doen. Digitale dienstverlening moet toegankelijk, veilig en gebruikersvriendelijk zijn. Medio december 2016 is de «Voortgangsrapportage Digitaal 2017» met als bijlage de Monitor Generieke Digitale Infrastructuur (GDI) naar de Tweede Kamer gestuurd (Kamerstukken II 2016–2017 26 643, nr. 431).

Nationaal Commissaris Digitale Overheid

In het complexe speelveld is de Nationaal Commissaris Digitale Overheid (Digicommissaris) een belangrijke aanjager van beleid en vernieuwing. Om effectief bij te dragen aan de continuïteit en de veiligheid van de digitale overheidsdienstverlening wordt onder regie van de Digicommissaris gewerkt aan duurzame financiering. In dat kader zijn in 2016 de uitgangspunten voor de duurzame financiering van de GDI interbestuurlijk vastgesteld. Daarnaast is in 2016 de Studiegroep Informatiesamenleving en Overheid ingesteld om te werken aan voorstellen voor financiering en governance voor normstelling, infrastructuur en dienstverlening van de Digitale Overheid (Kamerstukken II 2016–2017 26 643, nr. 427).

Elektronische Identificatie (eID)

Digitaal zaken doen met de overheid vereist één regime voor identificatie en authenticatie. Daarnaast zijn betrouwbare authenticatiemiddelen van groot maatschappelijk belang, omdat burgers op een eenvoudige en betrouwbare wijze met één of meer hoogwaardige authenticatiemiddelen moeten kunnen inloggen bij de overheid. Ook mogen dienstaanbieders in het publieke domein niet afhankelijk zijn van een enkel inlogmiddel. Met de multimiddelenaanpak wordt hieraan tegemoet gekomen; de afhankelijkheid van DigiD (thans 12,5 miljoen gebruikers) wordt beperkt en burgers kunnen in de toekomst met zowel private als door de overheid zelf verstrekte publieke authenticatiemiddelen inloggen. Alle authenticatiemiddelen moeten hierbij voldoen aan de toelatingseisen die de Minister van BZK stelt en de uitvoering daarvan komt onder zijn toezicht te staan.

In 2016 zijn de pilots met een aantal nieuwe manieren om in te loggen in het BSN-domein afgerond. De commissie evaluatie pilots publieke en private authenticatiemiddelen (commissie Kuipers) heeft deze pilots geëvalueerd en concludeerde dat er voldoende aanleiding is om te komen tot zo concreet mogelijke vervolgstappen in de multimiddelenaanpak (Kamerstukken II 2015–2016 26 643, nr. 419). Ook heeft er in de afgelopen periode intensief interdepartementaal en interbestuurlijk overleg plaatsgevonden en overleg met andere (private) partijen om te komen tot gezamenlijke uitgangspunten. Hierover is de Tweede Kamer in augustus 2016 geïnformeerd (Kamerstukken II 2015–2016 26 643, nr. 419). In december 2016 is de Tweede Kamer over de volgende fases van Impuls eID ingelicht (Kamerstukken II 2016–2017 26 643, nr. 437).

D Tabel Budgettaire gevolgen van beleid

Budgettaire gevolgen van beleid (bedragen x € 1.000)
 

2012

2013

2014

2015

Realisatie

2016

Vastgestelde begroting

2016

Verschil

2016

Verplichtingen:

193.538

102.722

136.236

242.013

170.392

151.477

18.915

 

Uitgaven:

145.866

125.526

134.488

178.095

193.829

151.477

42.352

 

6.1

Verminderen regeldruk

3.711

2.849

1.974

1.799

0

0

0

Subsidies

0

0

0

190

0

0

0

Vermindering regeldruk en administratieve lasten

0

0

0

190

0

0

0

Opdrachten

3.711

2.004

1.527

1.109

0

0

0

Vermindering regeldruk en administratieve lasten

3.711

2.004

1.527

1.109

0

0

0

Bijdragen aan agentschappen

0

845

347

388

0

0

0

Vermindering regeldruk en administratieve lasten

0

845

347

388

0

0

0

Bijdragen aan mede-overheden

0

0

100

0

0

0

0

Bijdrage aan gemeenten

0

0

100

0

0

0

0

Bijdragen aan (inter)nationale organisaties

0

0

0

112

0

0

0

Bijdragen internationaal

0

0

0

112

0

0

0

6.2

Informatiebeleid en ontwikkeling e-overheidsvoorzieningen

37.699

31.562

37.341

43.812

34.653

28.333

6.320

Subsidies

0

0

414

741

282

0

282

(Door)ontwikkeling e-overheidvoorzieningen

0

0

414

741

282

0

282

Opdrachten

30.066

27.429

35.602

29.008

19.917

24.902

– 4.985

(Door)ontwikkeling e-overheidvoorzieningen

29.593

15.065

23.621

17.702

10.616

23.502

– 12.886

Aanpak fraudebestrijding

0

5.270

2.936

11.306

9.301

1.400

7.901

Agentschap Logius

473

0

0

0

0

0

0

Implementatie NUP (VNG)

0

7.094

9.045

0

0

0

0

Bijdragen aan agentschappen

7.632

4.133

1.325

13.838

14.121

3.431

10.690

(Door)ontwikkeling e-overheidvoorzieningen (Logius)

626

58

0

0

0

0

0

Aanpak fraudebestrijding

0

0

1.225

3.049

2.460

2.700

– 240

Agentschap Logius

7.006

4.075

100

5.209

9.823

731

9.092

Agentschap RvIG

0

0

0

5.365

1.259

0

1.259

Agentschap UBR

0

0

0

215

579

0

579

Bijdragen aan medeoverheden

0

0

0

225

273

0

273

Loketkosten gemeenten

0

0

0

225

0

0

0

Bijdragen aan gemeenten1

0

0

0

0

273

0

273

Bijdrage aan (inter)nationale organisaties

0

0

0

0

60

0

60

(Door)ontwikkeling e-overheidvoorzieningen

0

0

0

0

60

0

60

 

6.3

Betrouwbare levering van e-overheidsvoorzieningen

50.967

52.073

67.608

89.800

97.910

87.358

10.552

Opdrachten

9.915

7.270

2.316

2.052

2.447

3.404

– 957

Beheer e-overheidsvoorzieningen

7.023

3.630

0

0

600

1.624

– 1.024

Officiële publicaties en wettenbank

2.893

3.640

2.316

2.052

1.847

1.780

67

Bijdragen aan Agentschappen

41.052

44.803

65.292

87.748

95.463

83.954

11.509

Agentschap Logius

37.166

32.897

46.649

75.009

85.924

75.254

10.670

Agentschap RvIG

0

0

0

6.165

3.631

4.601

– 970

Agentschap BPR

2.973

7.393

12.461

0

0

0

0

Agentschap UBR

0

4.513

6.182

6.574

5.908

4.099

1.809

Beheer e-overheidsvoorzieningen (Logius)

913

0

0

0

0

0

0

 

6.4

Burgerschap

5.136

6.324

5.813

5.581

6.028

4.794

1.234

Subsidies

4.831

5.533

5.342

4.846

4.596

4.294

302

Comité 4/5 mei

140

109

107

106

106

106

0

Huis voor democratie en rechtstaat

3.898

0

0

0

0

0

0

ProDemos

0

5.019

5.006

4.188

4.238

4.188

50

Programma burgerschap

793

405

229

552

252

0

252

Opdrachten

305

791

471

735

1.432

500

932

Democratie

0

0

0

0

847

0

847

Programma burgerschap

305

791

471

735

585

500

85

 

6.5

Reisdocumenten en basisadministratie personen

48.354

32.718

21.752

37.103

55.238

30.992

24.246

Subsidies

179

40

10

0

0

0

0

Beleid GBA en reisdocumenten

179

40

10

0

0

0

0

Opdrachten

27.111

20.581

6.536

15.493

18.407

10.133

8.274

Beleid BRP en reisdocumenten

9.834

5.840

142

4.335

6.578

2.613

3.965

Modernisering GBA

16.376

14.741

6.394

0

0

0

0

ORRA

900

0

0

0

0

0

0

Operatie BRP

0

0

0

11.158

11.829

7.520

4.309

Bijdragen aan Agentschappen

21.064

12.097

15.206

21.610

36.661

20.859

15.802

Agentschap RvIG

0

0

0

21.610

36.661

20.859

15.802

Agentschap BPR

21.064

12.097

15.206

0

0

0

0

Bijdragen aan medeoverheden

0

0

0

0

170

0

170

Bijdrage aan gemeenten

0

0

0

0

170

0

170

 

Ontvangsten:

21.569

17.480

10.020

13.053

17.246

624

16.622

X Noot
1

In de 2e suppletoire begroting 2016 opgenomen als «Agentschap Logius»

E Toelichting op de financiële instrumenten

6.2 Informatiebeleid en ontwikkeling e-overheidsvoorzieningen

Subsidies

(Door)ontwikkeling e-overheidsvoorzieningen

Uitgangspunt is dat de dienstverlening van de overheid toegankelijk is voor iedereen, ook voor mensen die minder digitaal vaardig zijn. In de Voortgangsrapportage Digitaal 2017 is de Tweede Kamer geïnformeerd over de stappen die zijn gezet om digitaal minder vaardigen te ondersteunen (Kamerstukken II 2016–2017 26 643, nr. 431). In 2016 heeft het Digitaal Hulpplein subsidie ontvangen van de Minister van BZK en de Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid om mensen te helpen met het leren van basisvaardigheden of het krijgen van hulp in de buurt. Ook is in een drietal bibliotheken een proef gestart met als doel zowel de mensen die leerbaar zijn als de mensen die nooit digivaardig zullen worden effectief te helpen naar ofwel een cursus ofwel ondersteuning.

Daarnaast is subsidie verstrekt aan het Kwaliteitsinstituut Nederlandse Gemeenten (KING) voor het Kenniscentrum Dienstverlening.

Opdrachten

(Door)ontwikkeling e-overheidsvoorzieningen

Digitale dienstverlening

Met het credo «de burger centraal, de kosten minimaal, de overheid digitaal» wordt invulling gegeven aan de ambitie uit het regeerakkoord 2012 om de digitale dienstverlening aan bedrijven en voor burgers te versterken. In 2016 is ingezet op verdere digitalisering van diensten en producten door alle overheden en op verbetering van de kwaliteit van digitale diensten.

De beschikbaarheid van de meest gebruikte producten is overheidsbreed gemiddeld 88% (Kamerstukken II 2016–2017 26 643, nr. 431). Bij de onderzochte producten van de rijksoverheid ligt dit percentage op gemiddeld 96%. Grote uitvoeringsorganisaties zoals Belastingdienst, UWV, SVB, RVO en DUO scoren 99% digitale beschikbaarheid, bij de producten van de rijksoverheid ligt dit op gemiddeld 96% en bij de medeoverheden is de beschikbaarheid 80%. Ook is gemeten hoe geavanceerd een product of dienst wordt aangeboden (digitale volwassenheid); via een afdrukbaar online formulier (33% volwassen) of via een vooringevuld digitaal formulier (100% volwassen). De digitale volwassenheid is in 2016 met 5 procentpunt gestegen tot 71% volwassen. De tevredenheid van burgers over de overheidsdienstverlening rond 60 levensgebeurtenissen, zoals het doen van belastingaangifte, trouwen of tijdelijk naar het buitenland gaan, blijft licht stijgen. Van een rapportcijfer van 6,7 in 2010 tot een 7,0 in 2015, komt het cijfer voor de waardering van de gezamenlijke overheidsorganisaties in de meting van 2016 uit op een 7,1 (Kamerstukken II 2016–217 26 643, nr. 431).

De verbetering van de digitale dienstverlening vereist dat gegevens over burgers juist en actueel zijn en dat het mogelijk is om onjuiste gegevens te corrigeren. Op verzoek van de Algemene Rekenkamer en de nationale ombudsman is in 2016 een onderzoek gestart naar de mogelijkheid om het inzage- en correctierecht te verbeteren (Kamerstukken II 2016–2017 32 802, nr. 34).

eID stelsel

Het eID stelsel zorgt voor een standaard voor toegang tot online dienstverlening. Voor een zo goed mogelijk verloop van de totstandkoming hiervan, is advies ingewonnen van het Bureau ICT toetsing (BIT), dat risicovolle ICT projecten van de overheid toetst. De commissie heeft de ingeslagen koers om complexiteit in het programma te verminderen bevestigd (Kamerstukken II 2015–2016 26 643, nr. 414). Daarnaast zijn in 2016 de pilots met een aantal nieuwe manieren om in te loggen in het BSN-domein geëvalueerd. In november 2016 heeft het onderzoek van Ecorys naar de businesscase «Inloggen in het BSN domein» bevestigd dat het verstandig is om te investeren in het eID-stelsel in het BSN-domein met middelen op betrouwbaarheidsniveau substantieel en hoog (Kamerstukken II 2016–2017 26 643, nr. 425).

Actieplan «Open overheid»

In 2016 is gestart met het tweede tweejarig Actieplan «Open overheid». Onderdeel van het Actieplan is de actieve openbaarmaking van overheidsinformatie (Kamerstukken II 2016–2017 32 802, nr. 35). Het Leer- en Expertisecentrum Open Overheid heeft in 2016 in opdracht van de Minister van BZK vraagstukken omtrent open overheid in kaart gebracht en kennis- en ervaringsdeling georganiseerd. Ook is het betrokken geweest bij de organisatie van diverse bijeenkomsten en leerkringen. In de summit van het Open Government Partnership in Parijs is het project «Open over geld: Openspending detaildata» van de Open State Foundation, beloond met een award voor de beste inzending uit Europa.

Open Data agenda

Via de nationale Open Data agenda worden steeds meer datasets opengesteld en worden overheden gestimuleerd om meer gebruik te maken van beschikbare data ten behoeve van betere besluit- en beleidsvorming. In de periode mei 2015 tot juni 2016 is het aantal door departementen actief beschikbaar gestelde datasets met 36% toegenomen van 1.523 tot 2.072 (Kamerstukken II 2015–2016 32 802, nr. 26). Van de 27 «high-value» datasets waren er in juni 2016 reeds 17 beschikbaar. Het gaat daarbij om datasets waarvan verwacht wordt dat zij hoge sociaal-economische meerwaarde hebben of in hoge mate bijdragen aan de transparantie en controleerbaarheid van de overheid. Op data.overheid.nl wordt alle beschikbare overheidsdata gepresenteerd. In december 2016 waren in totaal 10.035 datasets beschikbaar.9

Informatieveiligheid

De basis voor informatieveiligheid binnen het openbaar bestuur is vastgelegd in een baseline die geldt voor de betreffende bestuurslaag. In 2016 zijn belangrijke stappen gezet om de impact van baselines te versterken door deze te koppelen aan lastenverlichting in het auditproces. Hiervoor is het Eenduidige Normatiek Single Information Audit (ENSIA) programma opgezet. Ook zijn verkenningen gestart om de haalbaarheid te toetsen van één baseline informatiebeveiliging (BIO) voor de gehele overheid. Dit werk wordt verricht in nauwe samenhang met de herziening van bestaande baselines, en zou naar verwachting in 2017 tot resultaat moeten leiden.

Aanpak fraudebestrijding

De landelijke aanpak adreskwaliteit (LAA) is een risicogerichte benadering om adres- en adresgerelateerde fraude op te sporen en tegen te gaan. Met deze aanpak wordt ook de adreskwaliteit van de BRP verhoogd. De aanpak is ontwikkeld door het Ministerie van BZK samen met ruim 190 gemeenten en de Ministeries en uitvoeringsorganisaties van Sociale Zaken en Werkgelegenheid, Veiligheid en Justitie, Financiën en Onderwijs, Cultuur en Wetenschap. In 2016 hebben 190 gemeenten circa 15.000 risicogerichte adresonderzoeken verricht en bij meer dan 45% van de adresbezoeken zijn afwijkende gegevens ten opzichte van de registraties in de BRP geconstateerd.10 In 2015 waren er 162 deelnemende gemeenten die gezamenlijk 7.012 adresonderzoeken hebben gedaan.11

Deze samenwerking in het kader van het project LAA tussen de gebruikers van de BRP en de gemeenten is een succes12 en het kabinet heeft besloten om deze aanpak structureel te continueren tot en met 2023 (Kamerstukken II 2015–2016 17 050, nr. 527).

Met het project «Naar Betrouwbare Persoonsgegevens» is invulling gegeven aan deskundigheidsbevordering bij de ambtenaren Burgerzaken van gemeenten. Met de overdracht van het project aan de Nederlandse Vereniging voor Burgerzaken (NVVB) is een nieuw ontwikkelde kwalificatiestructuur voor medewerkers Burgerzaken gericht op deskundigheidsbevordering, duurzaam geborgd.

Op het terrein van identiteitsfraude is het Barrièremodel Identiteitsfraude verder ontwikkeld; in dit barrièremodel zijn de kwetsbaarheden in de identiteitsketen in kaart gebracht. Als burgers slachtoffer zijn van identiteitsfraude of fouten met hun persoonsgegevens kunnen zij dat melden bij het Centraal Meldpunt Identiteitsfraude en -fouten (CMI). In 2016 zijn er 1.724 meldingen binnen gekomen bij het CMI.13 Dit is ruim een verdubbeling in meldingen ten opzichte van het voorafgaande jaar (805). Dit hoeft niet te betekenen dat er ook meer identiteitsfraude is, maar het kan ook te maken hebben met een toegankelijker webbased meldingsformulier en een grotere bekendheid van het CMI.

Bijdragen aan agentschappen

Aanpak fraudebestrijding

De agentschappen Rijksdienst voor Identiteitsgegevens (RvIG) en Logius hebben een bijdrage ontvangen om fraude actief aan te pakken. Hieronder valt het verbeteren van de systemen ter voorkoming van fraude en het aanbieden van slachtofferhulp.

Gebruikers van de GDI voorzieningen zoals DigiD dienen beschermd te worden tegen misbruik en oneigenlijk gebruik. Het Ministerie van BZK heeft het beheer van die voorzieningen belegd bij Logius, waarbij fraude aanpak een van de beheeractiviteiten is.

Agentschap Logius

In het voorjaar van 2016 zijn aanvullende middelen ter beschikking gesteld voor de realisatiefase van het eID stelsel en de publieke authenticatiemiddelen. Agentschap Logius heeft in het kader van eID bijdragen ontvangen voor onder andere het beheer van het BSN koppelregister en het ontwikkelen van de uniforme Set van Eisen.

Agentschap Rijksdienst voor Identiteitsgegevens (RvIG)

Agentschap RvIG heeft bijdragen ontvangen voor de werkzaamheden in het kader van eID en eIDAS, zoals het uitvoeren van een uitvoeringstoets.

Agentschap Uitvoering Bedrijfsvoering rijk (UBR)

Het betreft een bijdrage aan het Adviescollege toetsing regeldruk (Actal) voor werkzaamheden in het kader van regeldruk vermindering.

Bijdragen aan medeoverheden

Bijdragen aan gemeenten

Nederlandse grensgemeenten hebben een bijdrage ontvangen voor de uitgifte van DigiD’s aan niet-ingezetenen.

Bijdragen aan (inter)nationale organisaties

(Door)ontwikkeling e-overheidsvoorzieningen

Dit betreft bijdragen aan organisaties in het kader van eID en eIDAS, zoals een bijdrage aan de Rijksdienst voor Wegverkeer (RDW) voor de pilots eID.

6.3 Betrouwbare levering van e-overheidsvoorzieningen

Opdrachten

Beheer e-overheidsvoorzieningen

ICTU beheert in opdracht van de Minister van BZK de Nederlandse Overheid Referentie Architectuur (NORA). NORA maakt deel uit van de GDI en bevat de vigerende, breed geldende afspraken van de digitale overheid.

Officiële publicaties en wettenbank

Het Kennis- en exploitatiecentrum Officiële Overheidspublicaties (KOOP), onderdeel van Uitvoeringsorganisatie Bedrijfsvoering Rijk (UBR), verzorgt het beheer van de officiële publicaties en wettenbank, zie ook «Agentschap Uitvoeringsorganisatie Bedrijfsvoering Rijk». De productie van gegevens wordt door een externe partij (SDU) verzorgd.

Bijdragen aan agentschappen

Agentschap Logius

Logius heeft een bijdrage ontvangen voor het beheer en de exploitatie van e-overheidsvoorzieningen, die onderdeel uitmaken van de Generieke Digitale Infrastructuur (GDI). Dit betreft onder andere DigiD (en DigiD Machtigen), MijnOverheid en de Stelselvoorzieningen Digikoppeling, Digimelding, Digilevering en Stelselcatalogus. Daarnaast zijn in 2016 middelen toegekend voor de vernieuwing van de berichtenvoorziening voor burgers van MijnOverheid.

De meetbare gegevens zijn opgenomen in de bijlage baten-lastenagentschappen van Logius. Logius valt onder de begroting van Wonen en Rijksdienst (XVIII).

Agentschap Rijksdienst voor Identiteitsgegevens (RvIG)

Agentschap RvIG heeft een bijdrage ontvangen voor de beheervoorziening Burgerservicenummer.

Agentschap Uitvoering Bedrijfsvoering Rijk (UBR)

UBR, onderdeel KOOP, heeft een bijdrage ontvangen voor het beheer van diverse officiële publicaties op overheid.nl (Staatscourant, centrale en decentrale wettenbank, tuchtrecht en open data), voor de standaard van metadata voor de overheid en voor de e-overheidsvoorzieningen Overheidsorganisaties en Overheid.nl.

6.4 Burgerschap

Subsidies

Comité 4/5 mei

Het Nationaal Comité 4 en 5 mei ontvangt jaarlijks een subsidie voor het bevorderen van het debat en de voorlichting rondom de thema’s vrijheid, burgerschap, democratie en rechtsstaat. Dit wordt jaarlijks op de 14 bevrijdingsfestivals gerealiseerd via een deel van het inhoudelijke programma onder de noemer Debat en Dialoog. De Bevrijdingsfestivals zijn in staat om een groot en jong publiek in aanraking te laten komen met de voornoemde thema’s. In 2016 stond het credo «Geef vrijheid door» centraal, en op deze Bevrijdingsdag trokken de Bevrijdingsfestivals het recordaantal van 1 miljoen bezoekers.14

ProDemos

ProDemos zet zich in voor het vergroten van de betrokkenheid en kennis van onze democratische rechtsstaat bij burgers en dan in het bijzonder jonge mensen. ProDemos doet dit onder andere door middel van rondleidingen in het Haagse politieke centrum, educatieve programma’s, bijeenkomsten en trainingen.15 Over de deelname aan de activiteiten rapporteert ProDemos in zijn eigen jaarverslag.

Programma Burgerschap

In 2016 heeft het Landelijk Samenwerkingsverband Actieve bewoners een subsidie ontvangen en is het gestart met een onderzoek om verschillende vormen van burgerparticipatie in kaart te brengen. Daarbij wordt ook onderzocht hoe gemeenten zich verhouden tot deze verschillende vormen van burgerparticipatie. Daarnaast subsidieert het Ministerie van BZK een project van Netwerk Democratie gericht op het ontwikkelen van digitale participatietools die gemeenten kunnen gebruiken om bewoners langs de digitale weg te betrekken bij beleidsontwikkeling.

De Universiteit van Tilburg heeft een subsidie ontvangen voor een project dat erop gericht is meer inzicht te verschaffen in de plaats en betekenis van het referendum in de Nederlandse democratie. In dit project wordt ingegaan op enerzijds het duiden van de dynamiek rond het Oekraïne- referendum en anderzijds de plaats van het referendum in onze democratie. In het project wordt ook aandacht besteed aan de referendumtraditie in Nederland, er wordt een vergelijking gemaakt met relevante andere landen en er wordt duiding gegeven aan de hand van actuele literatuur rond democratische transformaties.

Opdrachten

Democratie

In 2016 is middels verschillende opdrachten uitvoering gegeven aan de Agenda Lokale Democratie. Op 22 juni 2016 is de tweede voortgangsrapportage van de Agenda Lokale Democratie naar de Tweede Kamer gestuurd (Kamerstukken II 2015–2016 34 300 VII, nr. 67). Deze bevat de stand van zaken over de ontwikkeling van zowel de participatieve als de representatieve democratie.

Programma Burgerschap

Burgerschap is van de samenleving. Voor de realisatie van «meer burger, minder overheid» is het noodzakelijk dat overheden en maatschappelijke instellingen meer ruimte geven aan maatschappelijk initiatief en daar beter bij aansluiten (Kamerstukken II 2012–2013 33 400 VII, nr. 79).

De Minister van BZK werkt met tal van overheden en maatschappelijke netwerken aan de transitie naar een meer doe-democratie (www.doe-democratie.net). Voor deze transitie wordt – onder andere via de Agenda Lokale Democratie en Agenda Stad – gewerkt aan vernieuwende vormen van participatieve democratie, overheidsparticipatie bij maatschappelijke waardecreatie, en het opruimen van allerlei knelpunten voor maatschappelijk initiatief en sociaal ondernemerschap.

De Minister van BZK heeft het in het kader van de uitvoering van de motie Van Dam het Sociaal en Cultureel Planbureau (SCP) gevraagd een onderzoeksrapport over gedeelde waarden in de Nederlandse samenleving op te stellen. Op 29 april 2016 is het rapport per brief aan de Tweede Kamer aangeboden (Kamerstukken II 2015–2016 29 279, nr. 319).

De door het Ministerie van BZK georganiseerde burgerconferentie heeft zich bewezen als een productief instrument voor participatie en verbondenheid. Er is een rijke oogst aan visies en opvattingen voor toekomstig beleid. Ook is het inzicht verbeterd in perspectieven die burgers hanteren in discussies over democratie, waarden en onderlinge verbondenheid.16

6.5 Reisdocumenten en basisadministratie personen

Opdrachten

Beleid Basisregistratie Personen (BRP) en reisdocumenten

Conform de toezegging van de Minister van BZK aan de Tweede Kamer is de permanente monitoring van het voorkomen van dubbele inschrijvingen in de BRP in 2016 ontwikkeld en in gebruik genomen (Kamerstukken II 2014–2015 17 050, nr. 493).

Het project Versnelling Eerste Inschrijving Vergunninghouders (VEIV) is succesvol afgerond. In de periode van december 2015 t/m december 2016 zijn met behulp van mobiele teams iets meer dan 9.000 vergunninghouders versneld ingeschreven in de BRP.

Operatie BRP

Operatie BRP heeft als doel actuele en betrouwbare persoonsgegevens 24 uur per dag online beschikbaar te stellen voor geautoriseerde gebruikers. Dit levert een gestandaardiseerde en moderne uitwisseling van de persoonsgegevens op en een betere controle op de kwaliteit van de gegevens. De Tweede Kamer is geïnformeerd over de resultaten van het programma in de voortgangsrapportages van april 2016 (Kamerstukken II 2015–2016 27 859, nr. 91) en november 2016 (Kamerstukken II 2016–2017 27 859, nr. 97).

Bijdragen aan agentschappen

Agentschap Rijksdienst voor Identiteitsgegevens (RvIG)

Het baten-lastenagentschap Rijksdienst voor Identiteitsgegevens (RvIG) heeft een bijdrage ontvangen voor het beheer van de BRP die onder het in 2008 afgesproken systeem van budgetfinanciering valt en voor het beheer van de Registratie Niet-Ingezetenen (RNI).

Tevens heeft RvIG een bijdrage ontvangen voor het beheer van de Persoonsinformatievoorziening Nederlandse Antillen en Aruba (PIVA-V) en de Sédula (officiële Curaçaose identiteitskaart).

Bijdragen aan medeoverheden

Bijdrage aan gemeenten

Enkele gemeenten die een loket voor het registreren van niet-ingezetenen in de BRP exploiteren, hebben een bijdrage ontvangen voor kosten die ze daarbij gemaakt hebben, conform de garantieregeling die daarvoor is afgesproken.

Ontvangsten

Dit betreft ontvangsten van afgerekende voorschotten van ICTU en Logius en het resultaat reisdocumenten van RvIG.

Artikel 7. Arbeidszaken overheid

A Algemene doelstelling

Een (compacte) overheid met voldoende en goed gekwalificeerde, integere medewerkers en politieke ambtsdragers tegen verantwoorde kosten.

B Rol en verantwoordelijkheid

De Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties (BZK) is verantwoordelijk voor de werking van het stelsel waarin (organisaties van) werkgevers en werknemers in verschillende overheids- en onderwijssectoren afspraken over de collectieve arbeidsvoorwaarden maken. Dit is vastgelegd in de Ambtenarenwet, de Algemene Pensioenwet Politieke Ambtsdragers en de Wet privatisering ABP. De Minister van BZK stimuleert de doorvertaling van kabinetsbeleid naar afspraken over arbeidsvoorwaarden in en tussen de sectoren. De Minister van BZK is tevens verantwoordelijk voor het arbeidsmarktbeleid in de publieke sector en werkt aan het vergroten van de aantrekkelijkheid van de overheid als werkgever alsmede aan het vergroten van de productiviteit.

De Minister van BZK staat voor een overheid die een aantrekkelijke werkgever is en goede medewerkers aantrekt. De kwaliteit van de publieke sector valt of staat met de input en inzet van haar medewerkers, de bestuurders en ambtenaren, die binnen de publieke sector hun werk doen. Tegelijkertijd is het werken voor de overheid bijzonder, want de overheid heeft bijzondere taken. Dit vraagt om medewerkers die goed kunnen omgaan met de publieke taak en verantwoordelijkheid van de overheid. De publieke verantwoordelijkheid van de overheid vraagt om het tegengaan van bovenmatige topbeloningen in de (semi)publieke sector. De Minister van BZK is verantwoordelijk voor het goed functioneren van het op de Wet normering topinkomens (WNT) gebaseerde stelsel dat hiervoor de grondslag biedt. Bij goed werkgeverschap hoort het beschermen van het personeel. De Minister van BZK voert daarom de regie over de landelijke aanpak van agressie en geweld tegen werknemers met een publieke taak en er worden voorwaarden gecreerd ter bescherming van klokkenluiders binnen de publieke sector.

De Minister van BZK is uitvoeringsverantwoordelijk voor de rechtspositionele regelingen van (voormalige) politieke ambtsdragers, de pensioenregelingen van Nederlandse ambtenaren uit de voormalige overzeese gebiedsdelen en hun nagelaten betrekkingen, de (her-)benoemingen en ontslagen van onder andere burgemeesters, commissarissen der Koning en leden van de Raad van State, het decoratiestelsel en voor de toekenning van Koninklijke onderscheidingen.

C Beleidsconclusies

Goede uitvoering Wet normering topinkomens (WNT)

De algemene voorlichting over de WNT en alle onderliggende uitvoeringsregels is in 2016 onverminderd voortgezet. Daarbij was in het bijzonder aandacht voor voorlichting over het overgangsrecht, omdat topfunctionarissen met een bezoldiging hoger dan de WNT-1 norm hun bezoldiging in 2017 voor het eerst moeten gaan afbouwen. Tevens is op www.topinkomens.nl een forum gelanceerd waarop iedereen toepassingsvragen over de wet kan stellen. Dit bevordert de openheid en toegankelijkheid van kennis over de wet. Daarnaast is het register van (semi)publieke instellingen die onder de WNT vallen, net als in 2015, verbeterd en geactualiseerd. Ook heeft in 2016 wederom planmatig en risicogericht toezicht op naleving van de WNT plaatsgevonden. Indien nodig is er handhavend opgetreden of zijn andere Ministers geadviseerd over handhavingsmaatregelen. In 2016 is tot slot het normenkader geactualiseerd. Hiertoe zijn de Uitvoeringsregeling WNT, de Beleidsregels WNT 2017 en het Controleprotocol WNT vastgesteld.

Ambtelijke rechtspositie

Op 27 september 2016 is na ruim een jaar de plenaire behandeling van het wetsvoorstel normalisering rechtspositie ambtenaren in de Eerste Kamer hervat. Hierna is het wetsvoorstel op 8 november 2016 in de Eerste Kamer aangenomen (Handelingen I 2016–2017, nr. 6, item 4).

Ambtelijk vakmanschap/kernwaarden

De Minister van BZK heeft de Tweede Kamer geïnformeerd over de gerealiseerde initiatieven in het debat over ambtelijk vakmanschap en ambtelijke kernwaarden en over beleidsvoornemens voor verankering van de ambtelijke kernwaarden (Kamerstukken II 2016–2017 34 550 VII, nr. 4). Vanwege de ontwikkelingen rondom de normalisering van de ambtelijke rechtspositie, is in 2016 vooralsnog afgezien van een wettelijke verankering van ambtelijke kernwaarden. Intussen speelt het programma «Ambtelijk vakmanschap» een verbindende en ondersteunende rol bij de vernieuwingen in het vak. Het programma loopt door tot oktober 2017.

Huis voor Klokkenluiders

Op 1 maart 2016 heeft de Eerste Kamer het initiatiefwetsvoorstel Huis voor klokkenluiders aangenomen (Handelingen I 2015–2016, nr. 21, item 9). Op 1 juli 2016 is het Huis daadwerkelijk actief geworden.

D Tabel Budgettaire gevolgen van beleid

Budgettaire gevolgen van beleid (bedragen x € 1.000)
 

2012

2013

2014

2015

Realisatie

2016

Vastgestelde begroting

2016

Verschil

2016

Verplichtingen:

38.068

32.136

40.415

33.972

23.326

32.911

– 9.585

 

Uitgaven:

44.797

40.146

35.396

35.019

29.118

32.911

– 3.793

 

7.1

Overheid als werkgever

16.124

14.099

12.304

12.998

10.870

10.517

353

Subsidies

10.696

9.534

6.079

7.914

7.135

6.802

333

Diverse subsidies

2.802

2.634

3.287

2.498

2.493

3.169

– 676

Programma Veilige Publieke Taak

2.098

1.175

732

729

0

80

– 80

Subsidies Overlegstelsel

5.587

5.541

1.811

4.422

4.445

3.295

1.150

Subsidies internationaal

209

184

249

265

197

258

– 61

Opdrachten

5.428

4.200

6.225

5.084

3.728

3.715

13

Arbeidsmarktbeleid

3.117

3.338

5.355

4.427

3.211

2.898

313

Programma Veilige Publieke Taak

130

102

245

152

20

80

– 60

Zorg voor politieke ambtsdragers

2.181

760

625

505

497

737

– 240

Bijdrage aan (inter)nationale organisaties

0

0

0

0

7

0

7

Arbeidsmarktbeleid

0

0

0

0

7

0

7

Bijdragen aan andere begrotingshoofdstukken

0

365

0

0

0

0

0

bijdrage aan de NOM

0

365

0

0

0

0

0

 

7.2

Pensioenen, uitkeringen en benoemingsregelingen

28.672

26.047

23.092

22.021

18.248

22.394

– 4.146

Inkomensoverdracht

8.242

8.214

7.594

7.920

5.815

8.744

– 2.929

Pensioenen en uitkeringen Politieke ambtsdragers

8.242

8.214

7.594

7.920

5.815

8.744

– 2.929

Bijdrage aan ZBO's / RWT's

20.431

17.833

15.498

14.101

12.433

13.650

– 1.217

Regelingen voor Nederlandse ambtenaren uit de voormalige overzeese gebiedsdelen (SAIP)

20.431

17.833

15.498

14.101

12.433

13.650

– 1.217

 

Ontvangsten:

2.485

1.769

3.259

1.919

2.791

820

1.971

E Toelichting op de financiële instrumenten

7.1 Overheid als werkgever

Subsidies

Diverse subsidies

Integriteit en professionalisering

De Minister van BZK werkt aan de bevordering van integriteit en professionalisering binnen de overheid. Tot aan 1 juli 2016 is via het Centrum voor arbeidsverhoudingen bij overheidspersoneel (Bureau Integriteitsbevordering Openbare Sector (BIOS) en het Steunpunt Integriteitsonderzoek Politieke Ambtsdragers) het integriteitsbesef en een evenwichtig en samenhangend integriteitsbeleid bij publieke organisaties bevorderd. Daartoe zijn integriteitsbijeenkomsten georganiseerd, presentaties gegeven, instrumenten en leidraden ontwikkeld en diverse opleidingen en workshops gefaciliteerd. Vanaf 1 juli 2016 zijn deze activiteiten verricht via het Huis voor Klokkenluiders en het Steunpunt Integriteitsonderzoek Politieke Ambtsdragers (zie voor meer informatie www.integriteitoverheid.nl).

Vanuit het Nederlands Genootschap van Burgemeesters (NGB) zijn, uit het Professionaliseringsfonds, diverse activiteiten uitgevoerd ten behoeve van de verdere professionalisering van de uitoefening van de burgemeestersfunctie. Voor deze activiteiten is het NGB een subsidie verstrekt.

Programma Veilige Publieke Taak

In 2016 zijn geen subsidies verstrekt voor het programma Veilige Publieke Taak (VPT).

Subsidies Overlegstelsel

Door het subsidiëren van de Stichting Verdeling Overheidsbijdragen (SVO), het Verbond Sector-werkgevers Overheid (VSO) en de Stichting Centrum voor Arbeidsverhoudingen Overheidspersoneel is bijgedragen aan het in stand houden van een overlegstelsel inzake arbeidsmarktbeleid.

Subsidies internationaal

Er is een subsidie verstrekt aan het European Institute of Public Administration, die wordt aangewend ter bevordering van de vaardigheden van overheidsfunctionarissen bij het afhandelen van zaken van de Europese Unie.

Opdrachten

Arbeidsmarktbeleid

De Minister van BZK heeft op het gebied van arbeidsmarktbeleid een regisserende rol. Om die rol goed uit te kunnen oefenen is een goede basiskennis nodig. Het gaat dan bijvoorbeeld om kennis over de omvang en samenstelling van het werknemersbestand in de publieke sector, over de drijfveren en betrokkenheid van de medewerkers, de mate van tevredenheid over de organisatie, de leidinggevende en personele mobiliteit. Hiertoe wordt opdracht gegeven aan ICTU voor het programma Internetspiegel. Met deze kennis heeft de Minister het werkgeverschap ondersteund op landelijk en lokaal niveau binnen de overheid.

Programma Veilige Publieke Taak

In 2016 is vanuit het programma Veilige Publieke Taak ingezet op het verzamelen en beschikbaar maken van kennis, handreikingen en andere instrumenten op de website www.agressievrijwerk.nl. Om werkgevers en werknemers te stimuleren is in samenwerking met het Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid en als onderdeel van de campagne «Duurzame inzetbaarheid», de deelcampagne «Wees duidelijk over agressie; altijd melden, altijd bespreken, altijd handelen» uitgevoerd. Dit programma is eind 2016 beëindigd.

Uit de monitor «Integriteit en veiligheid openbaar bestuur 2016» blijkt dat agressie en geweld gericht op overheidsmedewerkers afneemt. Daartegenover staat een zorgelijke stijging van het aantal slachtoffers van agressie en geweld onder politieke ambtsdragers (Kamerstukken II 2016–2017 28 684, nr. 486).

Zorg voor politieke ambtsdragers

Politieke ambtsdragers zijn in 2016 in de gelegenheid gesteld om deel te nemen aan opleidingen en trainingen en te werken aan kwaliteiten en vaardigheden, via het Nederlands Genootschap van Burgemeesters (NGB), de Wethoudersvereniging, Raadslid.nu en de Vereniging van Griffiers (Vvg).

In het programma «Lokale Democratie in Beweging» is in 2016 gewerkt aan verbetering van het samenspel tussen gemeentelijke bestuurders en vertegenwoordigers (www.lokaledemocratieinbeweging.nl). In samenwerking met de VNG, Raadslid.nu en de Vvg is in het programma «Versterking aanzien en aantrekkelijkheid van het politieke ambt» met de beroepsgroepen en koepels een samenhangend geheel aan activiteiten uitgevoerd om sterker zichtbaar te maken wat politieke functies inhouden en welke waardevolle rol politici spelen in onze samenleving. Zo zijn bestuurders, volksvertegenwoordigers en mensen in hun bestuurlijke omgeving gaan optreden als ambassadeur van het politieke ambt en is een ambassadeursnetwerk opgericht. In 2016 hebben 70 gemeenten met financiële ondersteuning van de Minister van BZK de cursus Politiek Actief aan hun inwoners aangeboden, waarmee het politieke bewustzijn van burgers vergroot wordt en zij gestimuleerd worden om (lokaal) politiek actief te worden. Ook is er in samenwerking met ProDemos en de Universiteit van Tilburg een pilot uitgevoerd bij de herindelingsverkiezingen van Meijerijstad om te onderzoeken wat werkt om de opkomst bij jonge kiezers te bevorderen. Naar aanleiding van het ROB-rapport «15,9 uur» en het Briefadvies «Niet alleen een ambt, maar ook een ambacht» is in oktober 2016 een congres georganiseerd over de kwaliteiten en vaardigheden die in deze tijd van politieke ambtsdragers, bestuurders en volksvertegenwoordigers gevraagd worden.

Tabel 7.1 Overheid als werkgever
 

Waarde 2009

Waarde 2010

Waarde 2011

Waarde 2012

Waarde 2013

Waarde 2014

Waarde 2015

Waarde 2016

1. Jaarlijkse afwijking in loonontwikkeling overheid t.o.v. de markt.

0,00%

0,40%

– 1,40%

– 0,90%

– 1,00%

– 1,05%

1,00%

1,20%

2. Percentage af te dragen pensioenpremies ten opzichte van de bruto loonsom.

21,60%

21,40%

22,00%

23,50%

25,00%

22,00%

18,80%

17,50%

3. Gemiddelde uitstroomleeftijd naar pensioen

62,3

62,6

63.0

63,2

63,3

63,6

63,9

P.M.

Bron:

– Indicator 1: CPB (bewerking BZK), mimosi tabel decemberraming; contractloonstijging markt minus contractloonstijging overheid

– Indicator 2: ABP (bewerking BZK)

– Indicator 3: ABP (bewerking BZK) 2016 gegevens beschikbaar vanaf mei 2017

De gelijkwaardigheid van de arbeidsvoorwaardenontwikkeling in de markt en bij de overheid is een belangrijk uitgangspunt van het beleid. Omdat er in de jaren 2010 tot en met 2014 sprake is geweest van een nullijn voor de overheidssectoren is in die jaren de jaarlijkse afwijking in contractloonontwikkeling tussen markt en overheid negatief geweest. Door het gesloten loonruimteakkoord in 2015 lag de loonontwikkeling bij de overheid in 2015 en 2016 hoger dan de loonontwikkeling in de markt in dezelfde periode. Deze loonontwikkeling is deels bekostigd door een verlaging van de pensioenpremie in 2015, en deels door een aanvullende bijdrage van het kabinet. De derde indicator, gemiddelde uitstroomleeftijd naar pensioen, stijgt licht. Dit hangt samen met een versobering van de pensioenopbouw en verhoging van de AOW leeftijd in lijn met kabinetbeleid om langer door te werken.

5. NIET-BELEIDSARTIKELEN

Artikel 11. Centraal apparaat

A. Algemene doelstelling

Op dit artikel staan alle personele en materiële uitgaven en ontvangsten van het Ministerie van BZK met uitzondering van de Algemene Inlichtingen- en Veiligheidsdienst (AIVD) (zie artikel 2) en de agentschappen.

D. Budgettaire gevolgen van beleid

Budgettaire gevolgen van beleid (bedragen x € 1.000)
 

2012

2013

2014

2015

Realisatie

2016

Vastgestelde begroting

2016

Verschil

2016

Verplichtingen:

422.040

270.261

432.229

347.673

414.415

254.767

159.648

 

Uitgaven:

411.850

272.083

427.268

343.635

415.748

254.767

160.981

 

11.1

Apparaat (excl. AIVD)

411.850

272.083

427.268

343.635

415.748

254.767

160.981

Personele uitgaven

221.888

150.878

152.086

153.539

164.799

133.345

31.454

waarvan: Eigen personeel

195.399

141.399

144.994

144.658

155.327

123.257

32.070

waarvan: Externe inhuur

20.299

4.396

3.449

6.043

6.050

6.197

– 147

waarvan: Overig personeel

0

0

3.643

2.838

3.422

3.891

– 469

Materiële uitgaven

189.960

121.205

275.182

190.096

250.949

121.422

129.527

Bijdrage SSO P-direkt

0

0

0

67.019

65.287

64.147

1.140

Bijdrage SSO`s

64.657

80.022

239.016

88.476

159.330

32.282

127.048

ICT

85.523

298

3.107

357

164

0

164

Overig materieel

0

0

33.059

34.244

26.168

24.993

1.175

 

Ontvangsten:

138.353

91.404

92.442

95.921

95.359

5.925

89.434

E. Toelichting op de financiële instrumenten

11.1 Apparaat

De verschuivingen tussen de verschillende uitgavencategorieën, die zichtbaar zijn in de tabel, worden afzonderlijk per regel verklaard en nader uiteengezet per dienstonderdeel.

Eigen personeel

De uitgaven aan eigen personeel zijn ten opzichte van de oorspronkelijke begroting toegenomen door:

  • het uitvoeren van de dienstverleningsafspraken tussen de diverse baten-lastenagentschappen van het Ministerie van BZK en dienstverlening voor het Ministerie van Veiligheid en Justitie;

  • de uitgaven voor de medewerkers van de directie Koninkrijksrelaties worden per 2016 niet meer verantwoord op het begrotingshoofdstuk Koninkrijksrelaties (IV), maar op de begroting van BZK waardoor de gewenste flexibiliteit voor de inzet van deze medewerkers wordt verbeterd;

  • de kosten voor onder andere eigen personeel in het kader van dienstverlening door Doc Direkt aan notarissen voor archiefbewerking, -beheer, opslag en digitale documenthuishouding;

  • de oprichting van het Huis voor Klokkenluiders;

  • de loonontwikkeling eigen personeel door de afgesloten CAO en prijsontwikkeling van de materiële uitgaven.

Externe inhuur

De budgetten zijn conform de initiële begrotingsverwachting gerealiseerd.

Overig Personeel

Tot deze post behoren ook de uitgaven voor postactieven. Deze uitgaven laten ten opzichte van de begroting een onderschrijding zien.

Materieel

Bijdrage SSO P-Direkt

De regeling «Bijdrage SSO P-Direkt» wordt voor het laatst separaat in de tabel gepresenteerd. De bijdrage aan P-direkt voor 2016 valt hoger uit dan initieel in de begroting is vastgesteld. De toename is het gevolg van het toekennen van de loonbijstelling voor de afgesloten CAO en prijsbijstelling.

Bijdrage SSO’s

De realisatie op de regeling bijdrage SSO’s laat een substantiële toename zien ten opzichte van de oorspronkelijk vastgestelde begroting. Naast de jaarlijkse verrekeningen van de dienstverleningsafspraken tussen de baten-lastenagentschappen onderling, die via het departement lopen, is in 2016 het centraal opdrachtgeverschap FMHaaglanden belegd bij het Ministerie van BZK. De budgetten hiervoor zijn bij de 1e suppletoire begroting overgeheveld vanuit de andere departementen.

ICT

Naast inkoop van ICT-dienstverlening bij SSC-ICT, maakt Doc-Direkt ook zelf ICT-kosten.

Overig Materieel

In vergelijking met de oorspronkelijk vastgestelde begroting laat de realisatiestand van de overig materiële budgetten een toename zien. Het materiële budget is verhoogd met de kosten die samenhangen met de dienstverleningsafspraken die gedurende het jaar zijn doorgevoerd. Daartegenover staat dat een herijking van de budgetten heeft geleid tot een verschuiving tussen materieel en personeel.

Ontvangsten

De realisatie van ontvangsten laat een substantiële toename zien ten opzichte van de oorspronkelijk vastgestelde begroting, door:

  • de ontvangsten van onder meer notarissen voor dekking van de kosten voor de dienstverlening van Doc-Direkt;

  • de verrekeningen van de dienstverleningsafspraken tussen de baten-lastenagentschappen onderling die via het departement lopen.

Totaaloverzicht apparaatsuitgaven/kosten inclusief agentschappen en Zelfstandige Bestuursorganen/Rechtspersonen met een wettelijke taak
 

2012

2013

2014

2015

Realisatie

2016

Vastgestelde begroting 2016

Verschil

2016

Totaal apparaatsuitgaven Ministerie

600.152

457.841

610.906

540.429

633.686

459.380

174.306

Kerndepartement

411.850

272.083

427.268

343.635

415.748

254.767

160.981

AIVD

188.302

185.758

183.638

196.794

217.938

204.613

13.325

 

Totaal apparaatskosten agentschappen

605.997

800.595

853.645

950.624

652.316

1.024.812

– 372.496

Rijksdienst voor Identiteitsgegevens (RvIG)

97.425

93.226

109.604

121.637

118.549

135.144

– 16.595

Logius

74.943

96.650

115.654

143.099

169.242

154.512

14.730

P-Direkt

55.169

56.524

58.703

63.187

69.970

70.670

– 700

Uitvoeringsorganisatie Bedrijfsvoering Rijk (UBR)

113.859

106.761

126.364

133.926

183.768

165.790

17.978

FMHaaglanden

96.737

111.887

109.392

110.509

99.781

101.401

– 1.620

SSC-ICT Haaglanden

 

148.084

155.041

197.552

215.754

173.553

42.201

Dienst van de Huurcommissie (DHC)

12.783

13.099

12.318

12.262

11.000

12.250

– 1.250

Rijksvastgoedbedrijf (RVB)1

 

219.164

211.492

7.672

Rijksgebouwendienst

83.385

81.919

78.946

87.583

     

Rijksvastgoed- en ontwikkelingsbedrijf

 

20.852

20.623

22.212

     

Dienst Vastgoed Defensie

71.696

71.593

67.000

58.657

     
 

Totaal apparaatskosten ZBO’s en RWT's

1.576

1.357

1.235

2.205

     

Stichting Administratie Indonesische Pensioenen

1.576

1.357

1.235

1.281

     

Bureau Architectenregister

     

794

     

Referendumcommissie

     

130

     
X Noot
1

De Rijksgebouwendienst, het Rijksvastgoed- en ontwikkelingsbedrijf en de Dienst Vastgoed Defensie zijn in 2016 opgegaan in het Rijksvastgoedbedrijf (RVB).

Extracomptabele tabel invulling taakstelling (Bedragen x € 1.000)
 

2016

2017

2018

Structureel

Departementale taakstelling (Totaal)

23.582

53.110

64.563

64.563

 

Kerndepartement1

17.634

39.556

47.037

47.037

 

Baten-lastenagentschappen

Rijksdienst voor Ondernemend Nederland (voorheen AGNL) (opdrachtgever BZK)

   

1.000

1.000

Rijksdienst voor Identiteitsgegevens (voorheen Basisadministratie Persoonsgegevens en Reisdocumenten)

984

2.235

2.727

2.727

Dienst van de Huurcommissie

427

970

1.183

1.183

FMHaaglanden

333

759

926

926

Logius

1.456

3.305

4.033

4.033

P-Direkt

67

153

186

186

SSC-ICT Haaglanden

427

973

1.187

1.187

Rijksgebouwendienst

688

1.604

1.950

1.950

Rijksvastgoed- en ontwikkelingsbedrijf

980

2.223

2.710

2.710

Uitvoeringsorganisatie Bedrijfsvoering Rijk

(voorheen De Werkmaatschappij)

586

1.332

1.624

1.624

Totaal Agentschappen

5.948

13.554

17.526

17.526

 

ZBO's2

Stichting Administratie Indonesische Pensioenen

0

0

0

0

Totaal ZBO's

0

0

0

0

X Noot
1

De taakstelling ZBO Kiesraad is opgenomen bij het kerndepartement, omdat de kiesraad wordt bekostigd vanuit het secretariaat van de Kiesraad (artikel 1). Daarnaast maakt ook de generieke taakstelling AIVD onderdeel uit van de taakstelling kerndepartement.

X Noot
2

De taakstelling bij de Stichting Administratie Indonesische Pensioenen is overgekomen naar het kerndepartement. Dit resulteert in een neerwaartse bijstelling van de ZBO bijdrage en een verhoging van de departementale taakstelling.

Artikel 12. Algemeen

A. Algemene doelstelling

Op dit artikel worden de centrale onderzoeksbudgetten, de werkzaamheden van internationale zaken en de verzameluitkeringen begroot en verantwoord.

D. Budgettaire gevolgen van beleid

Budgettaire gevolgen van beleid (bedragen x € 1.000)
 

2012

2013

2014

2015

Realisatie

2016

Vastgestelde

begroting

2016

Verschil

2016

Verplichtingen:

2.466

331

461

952

825

1.206

– 381

 

Uitgaven:

14.704

2.870

686

824

871

1.206

– 335

 

12.1

Algemeen

692

627

686

824

871

1.171

– 300

Subsidies

181

334

584

539

522

373

149

Diverse subsidies

0

155

408

366

349

200

149

Koninklijk Paleis Amsterdam

181

179

176

173

173

173

0

Opdrachten

511

293

102

285

349

798

– 449

Internationale Samenwerking

3

0

0

222

349

360

– 11

Opdrachten

508

293

102

63

0

438

– 438

 

12.2

Verzameluitkeringen

14.012

2.243

0

0

0

35

– 35

Bijdragen aan medeoverheden

0

2.243

0

0

0

0

0

IPSV en impulsbudget

0

2.243

0

0

0

0

0

Bijdrage aan (inter)nationale organisaties

14.012

0

0

0

0

35

– 35

IPSV en impulsbudget

13.923

0

0

0

0

35

– 35

Oude regelingen wonen

89

0

0

0

0

0

0

 

Ontvangsten:

0

0

0

0

0

0

0

E. Toelichting op de financiële instrumenten

12.1 Algemeen

Subsidies die zijn verstrekt door stafonderdelen die niet verantwoord kunnen worden op een beleidsartikel, worden verantwoord op het artikel Algemeen.

Subsidies

Diverse subsidies

Dit betreft onder andere een subsidie aan het Centrum voor Parlementaire Geschiedenis, de Nederlandse School voor Openbaar Bestuur en ProDemos.

Koninklijk Paleis Amsterdam

Dit betreft de jaarlijkse subsidie ten behoeve van het openstellen van het Koninklijk Paleis.

Opdrachten

Internationale samenwerking

De budgetten zijn conform de initiële begrotingsverwachting gerealiseerd.

Opdrachten

Naast een reallocatie naar subsidies binnen het artikelonderdeel hebben er geen uitgaven plaatsgevonden.

12.2 Verzameluitkeringen

Bijdragen aan medeoverheden

Innovatie Programma Stedelijke Vernieuwing (IPSV) en impulsbudget

Het beschikbare budget is overgeboekt naar het gemeentefonds.

Artikel 13. Nominaal en Onvoorzien

Budgettaire gevolgen van beleid (bedragen x € 1.000)
 

2012

2013

2014

2015

Realisatie

2016

Vastgestelde begroting

2016

Verschil

2016

Verplichtingen:

0

0

0

0

0

0

0

 

Uitgaven:

0

0

0

0

0

0

0

 

13.1

Loonbijstelling

0

0

0

0

0

0

0

– waarvan programma

           

0

– waarvan apparaat

           

0

 

13.2

Prijsbijstelling

0

0

0

0

0

0

0

– waarvan programma

           

0

– waarvan apparaat

           

0

 

13.3

Onvoorzien

0

0

0

0

0

0

0

Ontvangsten:

0

0

0

0

0

0

0

Artikel 14. VUT-fonds

D. Budgettaire gevolgen van beleid

Budgettaire gevolgen van beleid (bedragen x € 1.000)
 

2012

2013

2014

2015

Realisatie

2016

Vastgestelde begroting

2016

Verschil

2016

Verplichtingen:

190.000

140.000

160.000

0

0

0

0

 

Uitgaven:

190.000

140.000

160.000

0

0

0

0

 

14.1

VUT-fonds

190.000

140.000

160.000

0

0

0

0

 

Ontvangsten:

15.892

18.816

409.712

741.290

51.007

0

51.007

E. Toelichting op de financiële instrumenten

Ontvangsten

Conform de leenovereenkomst zijn in 2016 de laatste ontvangsten (aflossing en rente) gerealiseerd.

6. BEDRIJFVOERINGSPARAGRAAF

Paragraaf 1 – Uitzonderingsrapportage voor de vier verplichte onderdelen

1. Rechtmatigheid

Overschrijding(en) rapporteringstolerantie(s) fouten

De rapporteringstolerantie ad. € 15 mln. die van toepassing is voor fouten in het totaal van de «aangegane verplichtingen» van de artikelen in de verantwoordingsstaat wordt overschreden voor een bedrag van € 4,7 mln. De toleranties bij de individuele begrotingsartikelen worden niet overschreden.

Conform de RBV hebben wij, gezien de toepassing van een statistische steekproef bij de materiële uitgaven van artikel 11 «Centraal apparaat», de maximale fout bepaald. Deze is berekend op € 12,2 mln. waardoor de beschikbare ruimte voor fouten bij de andere artikelen van Hoofdstuk VII gering is. Bij de overige artikelen zijn met name fouten in de aanbestedingen geconstateerd voor een bedrag van € 7,1 mln. die overigens grotendeels (€ 6,3 mln.) betrekking hebben op fouten door inkooploketten buiten BZK. Resteert nog aan overige fouten € 0,4 mln.

Overzicht overschrijdingen rapporteringstoleranties fouten

Rapporteringstolerantie

(1)

Verantwoord bedrag in € (omvangsbasis)

(2)

Rapporteringstolerantie voor fouten in €

(3)

Bedrag aan fouten in €

(4)

Percentage aan fouten t.o.v. verantwoord bedrag

(5) = (4)/(2)*100%

Totaal artikelen verplichtingen

851.089.000

15.000.000

11.395.099

1,34%

De maximale fout overschrijdt de rapporteringstolerantie en daarom is de meest waarschijnlijke vermeld.

Overschrijding(en) rapporteringstolerantie(s) onzekerheden

Er hebben zich geen overschrijdingen voorgedaan.

2. Totstandkoming niet-financiële verantwoordingsinformatie

In het Samenvattend Auditrapport 2015 heeft de Auditdienst Rijk (ADR) benoemd dat op een enkele uitzondering na de informatie over beleid en bedrijfsvoering deugdelijk tot stand is gekomen. In 2016 is binnen BZK wederom ruim aandacht besteed aan de bewustwording van het belang van de niet-financiële informatie (NFI). Aan de hand van een standaard controleprogramma is nagegaan of het NFI-dossier helder en gestructureerd is. Nieuw dit jaar is een door FEZ ontwikkeld «stoplichtenmodel» format om de voortgang van de NFI-dossiers te bewaken. Dit heeft er aan bijgedragen dat de niet-financiële informatie in de meeste gevallen deugdelijk, ordelijk en controleerbaar tot stand is gekomen. Bij één van de 11 indicatoren/kengetallen is de totstandkoming beperkt reconstrueerbaar. Dit betreft de indicator «Percentage af te dragen pensioenpremies t.o.v. de bruto loonsom». Het Ministerie van BZK zal in 2017 de werkwijze NFI evalueren en indien nodig wordt de werkinstructie en/of het controleprogramma aangepast.

3. Financieel- en materieel beheer

Onvolkomenheden over 2015 m.b.t. financieel en materieel beheer

Financiële functie kerndepartement

Met de afronding van het programma financieel beheer is in 2015 de opzet van de financiële functie van het kerndepartement gerealiseerd. De AO is beschreven, de kaders en processen zijn ingericht, mandaten zijn ingeregeld en managementinformatie voor financieel, inkoop- en subsidiebeheer is operationeel. Om de werking te verbeteren heeft FEZ in 2016 ingezet op kennisontwikkeling binnen de financiële functie, risicobeheersing op het gebied van financieel beheer en het kwalitatief goed uitvoeren van kwartaalafsluitingen. Het verplichtingenbeheer – in het bijzonder het voorkomen van informele verplichtingen – heeft onverminderd aandacht nodig. Dit houdt in dat verplichtingen die worden aangegaan tijdig in de administratie moeten worden vastgelegd.

Subsidiebeheer kerndepartement

In 2015 is de beschrijving van het subsidieproces gerealiseerd. Om de werking van het subsidiebeheer te verbeteren heeft BZK in de loop van 2016 controle vooraf ingesteld. In eerste instantie (vanaf september) is dit gebeurd in de vorm van een pilot door interne auditors van BZK. Wegens succes is dit per 1 november structureel gemaakt met het inrichten van de expertisecommissie subsidies. Hiervoor is capaciteit in de formatie vrijgemaakt en is specialistische kennis aangetrokken. Dit betekent dat alle subsidieverleningen, -wijzigingen, -vaststellingen, en nieuwe en gewijzigde subsidieregelingen worden getoetst op volledigheid juistheid en rechtmatigheid voordat deze worden geformaliseerd door de budgethouder. Hiermee is de werking van het subsidieproces vanaf het laatste kwartaal van 2016 e.v. geborgd.

Inkoopbeheer kerndepartement

Ook voor het inkoopproces is in 2015 de beschrijving opgeleverd en van kracht. Om de werking van het inkoopbeheer te verbeteren heeft BZK, net als voor het subsidiebeheer, controle vooraf ingesteld. In eerste instantie (vanaf september) is dit gebeurd in de vorm van een pilot door interne auditors van BZK. Dit heeft betrekking gehad op alle inkopen van het kerndepartement boven € 10.000. Wegens succes is dit per 1 november structureel gemaakt en aangescherpt met het inrichten van de expertisecommissie inkoop. Hiervoor is capaciteit in de formatie vrijgemaakt en is specialistische kennis aangetrokken. Inkoopdossiers van alle inkopen voor het kerndepartement hoger dan € 1.500 (uitgezonderd catalogus inkopen) worden ten aanzien van inhoud en proces getoetst op volledigheid, juistheid en rechtmatigheid voordat deze worden geformaliseerd door de budgethouder. Hiermee is de werking van het inkoopproces vanaf het laatste kwartaal van 2016 e.v. geborgd.

Inkoopbeheer UBR|HIS

In 2016 heeft de UBR|HIS, in opdracht van de Minister van BZK, het inkoopbeheer verder op orde gebracht. De HIS heeft concurrentiestelling in opzet voldoende gewaarborgd, duidelijkheid is gecreëerd wanneer consultatie van een aanbestedingsjurist dient plaats te vinden, interne controle heeft plaatsgevonden, alle stukken moeten zichtbaar in het dossier collegiaal worden tegen gelezen en standaard documenten zijn ontwikkeld voor het onderbouwen van de aanbestedingsprocedure en de motivering van de leveranciersselectiekeuze. De werking van deze verbetermaatregelen verdient nog aandacht.

Overige bevindingen AR over 2015 m.b.t. financieel en materieel beheer

Financieel beheer en materieelbeheer AIVD

De aanbeveling om een organisatorisch meerjarenperspectief te borgen, waarin opleiding, informatisering en permanente innovatie een plek moeten krijgen, heeft vorm gekregen in een meerjarig visiedocument van de AIVD. In het document zijn ook de activiteiten bepaald voor een verdere wisselwerking tussen beleid en uitvoering en de doorontwikkeling van operationele en financiële managementinformatie. In 2016 is ondermeer de basis gelegd voor verbeteringen in het materieel beheer en nadere inrichting van de personele processen.

Inkoopbeheer RGD

In 2015 heeft de Rijksgebouwendienst (RGD), in opdracht van de Minister voor WenR, grote verbeteringen gerealiseerd in het inkoopbeheer met als gevolg dat de onvolkomenheid vorig jaar werd opgeheven. Wel constateerde de AR nog enkele aandachtspunten. Inmiddels is de RGD opgegaan in het Rijksvastgoedbedrijf (RVB). In lijn met de aanbeveling van de AR heeft het RVB in 2016 actie ondernomen ten aanzien van genoemde aandachtspunten. Middels interne controle is daarbij vastgesteld dat het RVB ten aanzien van inkopen de interne procedures juist heeft toegepast, volgens het daarbij gehanteerde normenkader en daardoor aan de te stellen eisen voldoet.

Inkoopbeheer EC O&P

In opdracht van de Minister van BZK heeft UBR|EC O&P een verbeterplan opgesteld. Hiermee wordt beoogd het inhuurproces zo in te richten dat de inhuur van externe tijdelijke arbeidskrachten conform de geldende interne en externe regelgeving op gebied van inkopen en aanbesteden wordt uitgevoerd. EC O&P voert de verbeteracties uit het verbeterplan in samenwerking met de HIS, de CDI-Office en de ADR uit. Veel verbeteringen zijn gerealiseerd in 2016, enkele verbeteringen zijn voorzien in 2017. Zoals de start van de UBR|Inhuurdesk, waarin de dienstverlening van UBR|HIS en UBR|EC O&P op het gebied van inhuur vanaf begin 2017 zijn gebundeld.

4. Overige aspecten van de bedrijfsvoering

Onvolkomenheden over 2015, niet zijnde financieel en materieel beheer

Beveiligingsnormen DigiD

Over het jaar 2015 voldeed de DigiD-omgeving gedeeltelijk niet aan een aantal informatiebeveiligingseisen. In opdracht van de Minister van BZK heeft de beheerorganisatie van DigiD (Logius) acties ondernomen voor het verminderen van de beveiligingsrisico’s. Dit gebeurde onder de vlag van het project Arend. Doel van dit project was om de beveiliging van de DigiD-omgeving verder te versterken door het wegnemen van eerder in audits geconstateerde tekortkomingen.

In de maanden november en december 2015 heeft een audit plaatsgevonden door een externe IT auditor waarbij drie bevindingen werden geconstateerd. Logius heeft in 2016, samen met de leverancier van DigiD, gewerkt aan het oplossen van deze bevindingen. In mei 2016 heeft dezelfde externe IT-auditor een rapport opgeleverd met daarin de conclusie dat DigiD aan alle vigerende normen van het ICT-beveiligingsassessment voldoet.

In aanvulling hierop: tot op heden zijn diverse experts er niet in geslaagd om in technische beveiligingsonderzoeken op enige wijze ongeautoriseerde toegang te krijgen tot DigiD. De beveiligingsmaatregelen rondom DigiD zijn bij deze technische onderzoeken robuust gebleken. In afstemming met de ADR heeft de departementale leiding van BZK het bestaande (geringe) restrisico met betrekking tot de kans op ontvreemding van persoonsgegevens geaccepteerd.

Informatiebeveiliging RCN

Naar aanleiding van de bevindingen uit een vraaggestuurd onderzoek dat is uitgevoerd door de ADR is eind 2014 het programma «integrale beveiliging» gestart. Het doel van dit programma was om projectmatig een reeks maatregelen te implementeren om de informatiebeveiliging van de generieke dienstverlening door RCN te verbeteren. In 2015 en 2016 zijn maatregelen geïmplementeerd waarmee een aantal belangrijke risico’s is gereduceerd en de informatieveiligheid is versterkt. Verder is in 2016 de bedrijfsvoering van RCN in een afzonderlijke uitvoerende dienst ondergebracht (SSO Caribisch Nederland), zodat dit de aandacht kan krijgen die het verdient. Die organisatieverandering en het beperkte aantal resterende verbeterpunten maken dat het verbeterprogramma per 31 december 2016 is beëindigd. De laatste verbeteringen zullen worden opgepakt in het reguliere informatiebeveiligingsplan. Controles op de werking van maatregelen, evaluaties en verbeteringen zijn of zullen worden ondergebracht in de reguliere PDCA-cyclus.

Overige bevindingen AR over 2015, niet zijnde financieel en materieel beheer

Informatiebeveiliging kerndepartement

Over 2015 constateerde de AR dat de informatiebeveiliging van het kerndepartement op een hoger plan is gebracht. De methodiek om de inrichting van de informatiebeveiliging te baseren op risicomanagement is in 2016, in lijn met de toepasselijke kaders, verder doorontwikkeld. Het risicomanagement is gericht op het afwegen van binnen processen te beschermen belangen. De PDCA-cyclus van informatieveiligheid richt zich hiermee op systemen en processen die onderdeel zijn van de jaarlijks geactualiseerde risicokaart BZK. De resultaten van het vraaggestuurde onderzoek dat door de ADR eind 2016 is uitgevoerd, bevestigen de opgaande lijn die al was ingezet.

BRP

De AR riep de Minister van BZK op bij de gemeenten te benadrukken dat een goede registratie begint met de invoer van de juiste gegevens in de BRP. De Minister van BZK en de Autoriteit Persoonsgegevens (als toezichthouder op de uitvoering van de wet BRP) hebben ook in 2016, aan de hand van het jaarlijks door gemeenten uit te voeren wettelijk verplichte evaluatie-instrument, toegezien of gemeenten goed blijven scoren op de invoer van gegevens. De Minister kan zo nodig een monitoring-traject en/of een verbetertraject afspreken. De Autoriteit Persoonsgegevens kan als toezichthouder bij verkeerd bijhouden van de BRP (waaronder invoer van gegevens) een last onder dwangsom opleggen. In opdracht van de Minister van BZK is in december 2016 een onderzoek naar de politiek-bestuurlijke, financiële en juridische aspecten van een correctiepunt met doorzettingsmacht aanbesteed. Het onderzoek zal doorlopen in 2017. Hiermee wordt een volgend kabinet in staat gesteld te besluiten over de opzet van een correctiepunt.

WNT

De gevolgen van een bepaald type afvloeiingsregeling voor niet-topfunctionarissen binnen de rijksdienst waren niet tijdig bekend voor de verantwoording over de WNT. Het betrof de gevallen waarin het dienstverband van een medewerker werd beëindigd in samenhang met contractovername door een mobiliteitsbureau. Dit probleem is begin 2016 door de Minister van BZK van een tijdelijke oplossing voorzien door het aanpassen van de Beleidsregels WNT 2016.

Om dit probleem definitief op te lossen is in het wetsvoorstel Evaluatiewet WNT opgenomen dat de op grond van de WNT openbaar te maken gegevens niet langer worden genoemd in de wet, maar in een ministeriële regeling. Vervolgens zal in deze ministeriële regeling worden bepaald dat ontslaguitkeringen aan niet-topfunctionarissen niet langer behoeven te worden verantwoord. Inmiddels is het wetsvoorstel ingediend bij de Tweede Kamer. De beoogde inwerkingtreding van de in dit wetsvoorstel opgenomen voorstellen is 1 juli 2017.

Kaders leverancierskeuze

Ambtelijk overleg tussen betrokken partijen (Ministerie van BZK, Ministerie van EZ, Ministerie van Financiën, de ADR en de AR) heeft geleid tot een eenduidige set van afspraken en kaders op het gebied van het motiveren van de leverancierskeuze. Het afsprakenpakket is in november 2016 vastgesteld in het SGO. Met ingang van 1 januari 2017 geldt het pakket voor inkopen vanaf € 33.000 en naar verwachting vanaf 1 juli 2017 vanaf € 50.000.

Paragraaf 2 – Rijksbrede bedrijfsvoeringsonderwerpen

MenO-beleid en MenO-risico's

In 2015 is het beleid van BZK ter voorkoming van Misbruik & Oneigenlijk gebruik (M&O-beleid) van subsidies vastgesteld en geïmplementeerd. BZK werkt conform dit M&O-beleid. Conform het Uniform SubsidieKader toetst BZK bij subsidieverstrekkingen volgens een risicogerichte benadering. Er zijn in 2016 geen gevallen van M&O geconstateerd.

M&O-registers worden per organisatie bijgehouden. Rijksdienst Voor Ondernemend Nederland (RVO) voert een aantal subsidieregelingen uit voor BZK en houdt een eigen M&O-register bij. BZK heeft met de RVO afgesproken periodiek informatie uit te wisselen over M&O.

Grote lopende ICT-projecten

Het Ministerie van BZK rapporteert over alle projecten met een ICT component groter dan € 5 mln. op het RijksICTDashboard. Op basis hiervan rapporteert het ministerie over deze Grote ICT-projecten aan de Tweede Kamer middels de Jaarrapportage Bedrijfsvoering Rijk. Op 31 december 2016 betrof het onder meer de volgende projecten: HARP, PMI en Programma Inbesteding ICT Dienstverlening RVB, Operatie BRP en Impuls eID. Vanuit de CIO-BZK wordt van deze projecten gemonitord of er voldoende beheersingsmaatregelen in het project zijn om te voldoen aan wet- en regelgeving, alsmede aan Rijksbrede afspraken. Onder meer wordt getoetst of een goede invulling gegeven wordt aan eisen zoals deze voortkomen uit regelgeving rondom privacy (Wet bescherming persoonsgegevens). Indien daar in een project aanleiding voor is, worden gerichte aanwijzingen voor verbetering gegeven. Voor genoemde projecten bleek in 2016 geen noodzaak tot bijsturing.

Afwijkingen instructie rijksdienst bij aanschaf ICT diensten of ICT producten

Het Ministerie van BZK heeft in 2016 gehandeld conform artikel 3, eerste lid van de «Instructie rijksdienst bij aanschaf ICT-diensten of ICT-producten». Er zijn in de regel geen nieuwe ICT-diensten of -producten aangeschaft waarbij is afgeweken van de open standaarden op de «pas toe of leg uit»-lijst van het Nationaal Beraad Digitale Overheid. Behoudens noodzakelijke uitbreiding van het aantal gebruikerslicenties voor de bestaande systemen zijn er geen afwijkingen. Logius past relevante open standaarden toe in haar overheidsbrede ICT-producten, zoals MijnOverheid, e-Herkenning en DigiD. Jaarlijks publiceert Logius in zijn online jaaroverzicht een overzicht van de toepassing van open standaarden binnen de Logius-producten met eventuele afwijkingen en toelichting.

Betaalgedrag

De streefwaarde betaalsnelheid, per 1 januari 2016 verhoogd van 90% naar 95%, is met een uiteindelijke realisatie van 94,2% nagenoeg gehaald. In een tweetal maanden (januari en mei) bleef de realisatie met percentages van 81% en 87% achter bij de streefwaarde als gevolg van respectievelijk de jaarovergang 2015/2016 en de opstart van de reorganisatie van de beleidskern. De goede resultaten in de overige maanden (tot zelfs 99% in december) hebben uiteindelijk geleid tot het eindresultaat van 94,2%.

Audit Committee

Tijdens de bijeenkomsten van het Audit Committee (AC) stond de bedrijfsvoering van het Ministerie van BZK alsmede de coördinatie van de rijksbrede bedrijfsvoering door de Minister voor WenR centraal. Het monitoren van het oplossen van de onvolkomenheden en aandachtspunten in de bedrijfsvoeringsprocessen, geconstateerd door de Algemene Rekenkamer, kreeg hierbij veel aandacht. Op basis van de zelfevaluatie die plaatsvond in het najaar van 2015 heeft een herinrichting van het AC plaatsgevonden. De vergaderingen van het AC volgen nu een vaste agenda met meer ruimte voor onderwerpen op strategisch/systeemniveau. Verder zijn nieuwe profielschetsen voor externe leden opgesteld en is het huishoudelijk reglement aangepast.

Paragraaf 3 – Belangrijke ontwikkelingen en verbeteringen in de bedrijfsvoering

Reorganisatie beleidskern

In 2015 werd door de SG de reorganisatie van de z.g. beleidskern, inclusief de concernondersteuning, aangekondigd. Per 1 april 2016 is in dit deel van het ministerie de nieuwe organisatiestructuur gerealiseerd. Hiermee heeft BZK een scherper profiel gekregen en werkt de organisatieopbouw samenhang meer in de hand. Het aantal beleidsdirectoraten is teruggebracht van drie naar twee, te weten DG Bestuur en Wonen en DG Overheidsorganisatie.

Vorming DGVBR

Het Rijksvastgoedbedrijf en de Shared Service Organisaties zijn met de vorming van het Directoraat-Generaal Vastgoed en Bedrijfsvoering Rijk (DGVBR) onder één dak gevoegd. Verdergaande integratie in de dienstverlening van DGVBR kan op termijn synergievoordelen opleveren zoals kwaliteitsverbetering en meer efficiency. De vorming van DGVBR heeft geleid tot een meer eenduidige governance door eigenaarsrollen te verplaatsen van directeuren-generaal die ook een opdrachtgeversrol vervullen naar de directeur-generaal VBR.

Nieuwe inrichting financiële functie

De reorganisatie van de beleidskern bood de gelegenheid de financiële functie op onderdelen anders in te richten. De taakgebieden binnen de financiële functie zijn in kaart gebracht en de verdeling tussen centrale en decentrale taken en verantwoordelijkheden is uitgewerkt. Er is voor gekozen per beleidsdirectoraat en voor het SG-cluster een volwaardige financiële eenheid in te richten binnen de bureaus (staf) van deze organisatieonderdelen. Financieel medewerkers die voorheen op directieniveau gepositioneerd waren maken nu onderdeel uit van de bureaus DG. Daarnaast is geïnvesteerd in samenwerking en afstemming tussen de verschillende organisatieonderdelen binnen de financiële kolom.

Indeling begrotinghoofdstuk IV (Koninkrijksrelaties)

De staatkundige structuur van het Koninkrijk en de samenwerking met het Caribische deel van het Koninkrijk zijn sinds 10-10-10 ingrijpend veranderd. Naar aanleiding hiervan is de financiële relatie met Caribisch Nederland en de landen de afgelopen jaren geëvolueerd. Dit is van invloed op de inzet en verdeling van de binnen begrotingshoofdstuk IV beschikbare middelen. De administratie is aan deze ontwikkelingen aangepast zodat deze beter aansluit op de actuele beleidspraktijk. Dit heeft er mede in geresulteerd dat nu een duidelijker onderscheid gemaakt kan worden tussen de activiteiten die betrekking hebben op de landen van het Koninkrijk (Aruba, Curaçao en Sint Maarten) en de activiteiten die betrekking hebben op Caribisch Nederland (Bonaire, Saba en Sint Eustatius).

Conversies

De opbouw van de financiële administratie moet altijd de organisatie volgen. Ingrepen in een organisatie leiden daarom tot aanpassingen in de structuur van de financiële administratie. Converteren is het overzetten van (historische) gegevens van de oude administratie(structuur) naar de nieuwe. In 2016 zijn voor het kerndepartement drie conversies gerealiseerd. Het betreft de conversie naar aanleiding van de reorganisatie van de beleidskern, de nieuwe indeling van begrotingshoofdstuk IV en de overgang naar 3F. Hierbij dient aangemerkt te worden dat de conversies voor de reorganisatie en begrotingshoofdstuk IV niet zonder extra inspanningen zijn verlopen. Hier zijn waardevolle lessen uit getrokken, hetgeen heeft geresulteerd in een succesvolle conversie naar 3F.

Overgang naar 3F

In 2015 en 2016 zijn de voorbereidingen getroffen voor de aansluiting van het kerndepartement van BZK bij 3F. Dit is een samenwerkingsverband van de ministeries SZW, VWS, FIN, OCW en BZK. Deze departementen maken gezamenlijk gebruik van hetzelfde financiële administratie systeem. BZK is hier vanaf 2 januari 2017 ook bij aangesloten.

Het afgelopen jaar heeft in het teken gestaan van het inrichten en testen van het systeem, het aanpassen van werkinstructies en het opleiden van de eindgebruikers in de financiële kolom. Als laatste onderdeel is eind december 2016 succesvol de conversie van de data uit het oude financiële systeem CAFAS naar het 3F-systeem uitgevoerd.

Voorbereiding VPB plicht

Per 1 januari 2016 is de vennootschapsbelastingplicht van overheidsbedrijven een feit. Om te bepalen welke organisatieonderdelen van BZK activiteiten ontplooien die onder de VPB plicht vallen, heeft in 2016 een uitgebreide analyse plaatsgevonden. Uit deze analyse bleek dat VPB-plichtige activiteiten zich vooralsnog bij een tweetal organisatieonderdelen bevinden. Dit zijn het RVB en de UBR. BZK is nog in overleg over de activiteiten van RvIG. Vóór 1 juni 2017 doet BZK/FEZ geconsolideerd aangifte voor het gehele ministerie over het fiscale jaar 2016. Op dit moment kan het ministerie nog geen inschatting maken van de omvang van zijn fiscale Vpb-positie.

IWR (ICT Werkomgeving Rijk)

BZK is rijksbreed verantwoordelijk voor de inkoopcategorie ICT Werkomgeving Rijk. In dat kader wordt thans een aantal Rijksbrede Europese aanbestedingen uitgevoerd ter opvolging van EASI2010- en OT2010 contracten.

Door late interdepartementale besluitvorming over de inkoopcategorieën en als gevolg van de grote complexiteit van deze ICT-aanbestedingen zal een aantal van de huidige raamcontracten niet tijdig kunnen worden vervangen. Alles is er op gericht de tijd tussen expiratie en nieuw contract zo kort mogelijk te houden. Voor enkele van de contracten was rechtmatige verlenging niet meer mogelijk. Voor die contracten heeft de secretaris-generaal van BZK desondanks ingestemd met verlenging. Niet verlengen zou ondoelmatig zijn en het primair proces van de deelnemers aan de contracten in gevaar brengen. Waar mogelijk zijn mitigerende maatregelen getroffen om het bedrag van de onrecht matige inkopen door de deelnemers zo laag mogelijk te houden.

C. JAARREKENING

7. DE DEPARTEMENTALE VERANTWOORDINGSSTAAT

Departementale verantwoordingsstaat 2016 van het Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties (bedragen x € 1.000)
   

1

2

3=(2–1)

Art.

Omschrijving

Vastgestelde begroting

Realisatie

Verschil realisatie en vastgestelde begroting

   

Verplichtingen

Uitgaven

Ontvangsten

Verplichtingen

Uitgaven

Ontvangsten

Verplichtingen

Uitgaven

Ontvangsten

 

Totaal

683.228

683.228

42.048

851.089

903.280

205.998

167.861

220.052

163.950

                     
 

Beleidsartikelen

                 

1

Openbaar bestuur en democratie

29.154

29.154

21.965

35.380

34.425

26.733

6.226

5.271

4.768

2

Algemene Inlichtingen- en Veiligheidsdienst

213.713

213.713

12.714

206.751

229.289

12.862

– 6.962

15.576

148

6

Dienstverlenende en innovatieve overheid

151.477

151.477

624

170.392

193.829

17.246

18.915

42.352

16.622

7

Arbeidszaken overheid

32.911

32.911

820

23.326

29.118

2.791

– 9.585

– 3.793

1.971

                     
 

Niet beleidsartikelen

   

           

11

Centraal apparaat

254.767

254.767

5.925

414.415

415.748

95.359

159.648

160.981

89.434

12

Algemeen

1.206

1.206

0

825

871

0

– 381

– 335

0

13

Nominaal en onvoorzien

0

0

0

0

0

0

0

0

0

14

VUT-fonds

0

0

0

0

0

51.007

0

0

51.007

8. DE SAMENVATTENDE VERANTWOORDINGSSTAAT AGENTSCHAPPEN

Samenvattende verantwoordigsstaat 2016 inzake het baten-lastenagentschap van het Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties (VII) (bedragen x € 1.000)
 

1

2

3=2–1

4

Rijksdient voor Identiteitsgegevens (RvIG)

Vastgestelde begroting

Realisatie

Verschil realisatie en vastgestelde begroting

Realisatie 2015

Totale baten

157.160

148.634

– 8.526

152.748

Totale lasten

157.160

142.295

– 14.865

151.825

Saldo van baten en lasten

0

6.339

6.339

923

         

Totale kapitaalontvangsten

0

0

0

0

Totale kapitaaluitgaven

10.299

2.822

– 7.477

– 4.443

9. JAARVERANTWOORDING VAN HET BATEN-LASTENAGENTSCHAP RVIG PER 31 DECEMBER 2016

Inleiding

De Rijksdienst voor Identiteitsgegevens (RvIG) maakt een goed beheer en een juist gebruik mogelijk van persoonsgegevens en reisdocumenten in het Koninkrijk der Nederlanden. De missie van RvIG is het zorgen voor een betrouwbare registratie en levering van persoonsgegevens en reisdocumenten. RvIG streeft naar een hoog kwaliteitsniveau. Dat wil zeggen dat RvIG betrouwbaar, professioneel en relatiegericht werkt.

Basisregistratie Personen (BRP)

Voor de financiering van het BRP stelsel is vanaf januari 2012 een nieuw model geïntroduceerd, gebaseerd op een stelsel van jaarabonnementen. De staffels worden jaarlijks door de Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties (BZK) bij ministeriële regeling vastgesteld, mede op basis van de voor dat jaar verwachte kosten en het aantal in het voorgaande jaar verzonden berichten. Met het nieuwe financieringsmodel ontvangen afnemers nog maar één factuur per jaar. Gebruikers zijn ingedeeld door middel van een staffel die gebaseerd is op het totale verbruik aan berichten in het voorafgaande jaar. Bij meer verbruik geldt automatisch een hogere staffel en ontvangen de afnemers een aanvullende factuur. Bij een lager verbruik dan de ingedeelde staffel vindt geen restitutie plaats. Ook ontvangen de afnemers geen restitutie als ze het abonnement voortijdig beëindigen.

Reisdocumenten

De kostprijs van de documenten is gelijk aan de leges die RvIG in rekening brengt bij de uitgevende instanties, zoals gemeenten en buitenlandse posten. De gepresenteerde kostprijs is exclusief de gemeentelijke leges en eventuele spoedtoeslagen. De kosten van productie en distributie zijn conform het vastgestelde indexcijfer (KVGO prognose en CBS indexering respectievelijk met 2,48% en 0,66%) gestegen. Het aantal uitgegeven reisdocumenten in 2016 is ruim 3,9 mln. stuks.

BSN en Caribisch Gebied

Het beheer van de beheervoorziening BSN en Caribisch gebied wordt uitgevoerd in opdracht van het Ministerie van BZK. De kosten komen daarmee voor rekening van de begroting van BZK (VII).

Bedrijfsvoering

De exploitatie van de BRP is in 2016 gebaseerd op een abonnementenstructuur. Binnen deze abonnementenstructuur is een onderverdeling in budgetfinanciering en tarieffinanciering. Onder de tariefgefinancierde berichten waren 60 mln. berichten begroot en bij de budgetgefinancierde waren dit er 100 mln. De realisatie van de tariefgefinancierde berichten is bijna 55% hoger ten opzichte van de begroting. Eveneens is de realisatie van de budgetgefinancierde berichten met ruim 112% gestegen ten opzichte van de begroting. De stijging van het berichtenvolume heeft vooralsnog geen invloed op de omzet, omdat deze binnen de bandbreedte van de staffel valt.

BRP Berichtenverkeer per 31 december 2016

Soort

Begroting 2016

Realisatie 2016

Verschil

 

x 1.000

x 1.000

x 1.000

Tarieffinanciering

60.000

93.533

33.533

Budgetfinanciering

100.000

212.810

112.810

Totaal

160.000

306.343

146.343

Reisdocumenten per 31 december 2016

Soort

Begroting 2016

Realisatie 2016

Verschil

 

x 1.000

x 1.000

x 1.000

Paspoorten 5 jaar geldigheid

186

379

193

Paspoorten 10 jaar geldigheid

1.509

1.707

198

Identiteitskaarten 5 jaar geldigheid

1.003

628

– 375

Identiteitskaarten 10 jaar geldigheid

1.070

1.202

132

Totaal

3.768

3.916

148

In 2016 is de begroting voor de reisdocumenten gebaseerd op een levering van 1,7 mln. paspoorten waarvan 1,5 mln. paspoorten een geldigheid van 10 jaar hebben. Tevens is in de begroting rekening gehouden met 2,1 mln. Nederlandse identiteitskaarten, waarvan 1 mln. een geldigheid van 10 jaar hebben. In 2016 zijn er bijna 0,4 mln. 5 jaar geldige paspoorten, ruim 1,7 mln. 10 jaar geldige paspoorten, 0,6 mln. 5 jaar geldige identiteitskaarten en 1,2 mln. 10 jaar geldige identiteitskaarten verstrekt.

Staat van baten en lasten van het baten-lastenagentschap RvIG (Bedragen x € 1.000)
 

(1)

(2)

(3)=(2)-(1)

(4)

Omschrijving

Vastgestelde begroting

Realisatie

Verschil realisatie en vastgestelde begroting

Realisatie 2015

Baten

Omzet moederdepartement

27.673

29.731

2.058

30.128

Omzet overige departementen

Omzet derden

129.487

118.877

– 10.610

120.852

Rentebaten

26

26

30

Vrijval voorzieningen

Bijzondere baten

1.738

Totaal baten

157.160

148.634

– 8.526

152.748

         

Lasten

       

Apparaatskosten

135.144

118.549

– 16.595

121.637

– Personele kosten

12.291

17.393

5.102

14.989

Waarvan eigen personeel

8.074

10.523

2.449

8.828

Waarvan externe inhuur

4.217

6.870

2.653

6.161

Waarvan overige personele kosten

– Materiële kosten

122.853

101.156

– 21.697

106.648

Waarvan apparaat ICT

150

711

561

176

Waarvan bijdrage aan SSO's

150

122

– 28

208

Waarvan overige materiele kosten

122.553

100.323

– 22.230

106.264

Rentelasten

264

33

– 231

55

Afschrijvingskosten

2.400

3.862

1.462

3.445

– Immaterieel

371

371

39

– Materieel

2.400

3.491

1.091

3.406

Overige lasten

19.352

19.851

499

26.688

– Dotaties voorzieningen

19.352

19.851

499

26.688

– Bijzondere lasten

Totaal lasten

157.160

142.295

– 14.865

151.825

Voorlopige exploitatie resultaat

6.339

6.339

923

waarvan te verrekenen met BRP gebruikers

 

17

 

– 976

waarvan te restitueren aan opdrachtgever Reisdoc.

 

6.322

 

1.899

Saldo baten en lasten

 

 

Toelichting:

Omzet moederdepartement

De omzet is ruim € 2,1 mln. hoger dan de begroting. Dit bedrag bestaat uit een hogere bijdrage van het Ministerie van BZK voor de beheerkosten van het Caribisch gebied, het Centraal Meldpunt Identiteitsfraude, het project afronding Registratie Niet-Ingezetenen, het Burgerservicenummer, het project Publieke eID-middelen, de Inbeheername Basisregistratie Personen en de aanpak Fraudebestrijding.

Omzet derden

De omzet derden bestaat uit het tariefgefinancierde BRP berichtenverkeer en de leges op verstrekte reisdocumenten. De realisatie van de opbrengst derden BRP en de opbrengst reisdocumenten is ruim € 10,6 mln. lager dan begroot. Bij de bepaling omzet derden is uitgegaan van een hoger tarief documentprijzen, dan na vaststelling in de uiteindelijke begroting.

Personele kosten

De personele kosten in deze staat van baten en lasten omvatten de kosten die direct of indirect kunnen worden toegerekend aan een product van RvIG. De ambtelijke personele kosten zijn hoger dan begroot. De kosten van externe inhuur zijn eveneens hoger dan begroot. Dit komt doordat de openstaande vacatures tijdelijk ingevuld zijn door externen (addendum O&F rapport). Vooral het invullen van ICT-gerelateerde functies is lastig omdat de vraag groter is dan het aanbod.

Rentelasten

De rentelasten zijn lager uitgevallen dan begroot, omdat in 2016 de laatste lening is afgelost en geen nieuwe leningen zijn aangegaan.

Materiële kosten

De materiële kosten omvatten de huisvestingskosten, de kosten van kantoorautomatisering en kantoorbenodigdheden en de kosten die direct of indirect nodig zijn voor het realiseren van de producten van RvIG, zoals de kosten voor het berichtenverkeer of de productiekosten van de reisdocumenten. De materiele kosten zijn lager dan begroot. Dit komt doordat er minder kosten zijn gemaakt voor het beheer van de BRP en de productie van reisdocumenten, door uitstel/vertraging van geraamde activiteiten.

De totale afschrijvingskosten zijn hoger dan begroot. Dit komt omdat nog geen rekening was gehouden met de nieuwe investeringen in de nieuwe infrastructuur voor operatie BRP (oBRP). De investering voor de oBRP wordt in 5 jaren afgeschreven.

Resultaat

Over het jaar 2016 is een positief exploitatieresultaat behaald van € 16 duizend bij het beheer van de BRP. Conform Besluit Basisregistratie Personen (BRP) artikel 13 lid 3 wordt dit bedrag verrekend met de gebruikers van de BRP.

Bij het beheer van de reisdocumenten is een positief exploitatieresultaat van € 6,4 mln. behaald. Conform de dienstverleningsovereenkomst met de opdrachtgever van de reisdocumenten wordt dit bedrag verrekend. Het positieve exploitatieresultaat komt door hogere opbrengsten uit de spoedleges (€ 4,8 mln.) en doordat meer reisdocumenten verstrekt zijn dan begroot was. Daartegenover zijn er meer kosten gemaakt voor de productie van reisdocumenten (€ 5,3 mln.), de Kwaliteitsmonitor reisdocumenten (€ 0,5 mln.) en het technisch beheer infrastructuur (€0,2 mln.).

Balans per 31 december 2016 (bedragen x € 1.000)
 

Balans 2016

Balans 2015

Activa

   

Immateriële activa

1.074

1.445

Materiële vaste activa

4.654

7.824

– Grond en gebouwen

– Installaties en inventarissen

164

214

– Overige materiële vaste activa infrastructuur

3.564

6.373

– Overige materiële vaste activa operatie BRP

926

1.237

Vlottende activa

110.465

83.226

– Voorraden en onderhanden projecten

– Debiteuren

9.125

6.795

– Overige vorderingen en overlopende activa

1.893

2.364

– Liquide middelen

99.447

74.067

Totaal activa

116.193

92.495

     

Passiva

   

Eigen Vermogen

5.400

5.400

– Exploitatiereserve

5.400

5.400

– Onverdeeld resultaat

Egalisatierekening reisdocumenten

68.077

48.226

Voorzieningen

Langlopende schulden

2.500

– Leningen bij het MvF

2.500

Kortlopende schulden

42.716

36.369

– Crediteuren

11.341

8.997

– Overlopende verplichtingen en overlopende passiva

31.375

27.372

Totaal passiva

116.193

92.495

Toelichting:

Debiteuren

De post debiteuren is als volgt opgebouwd:

De vordering op de gemeenten is door RvIG via automatisch incasso in januari 2017 geïnd. Deze post heeft betrekking op de rijksleges van de reisdocumenten over december 2016. De vordering bij de rijksafnemers à € 1,1 mln. heeft betrekking op de budgetgefinancierde afnemers, rijksleges voor de reisdocumenten (Caribisch gebied en Buitenlandse Zaken), en de RNI inschrijvingen van BZK. In de post debiteuren zijn geen posten opgenomen die aangemerkt kunnen worden als dubieuze debiteuren.

Overige vorderingen en overlopende activa

De overige vorderingen en overlopende activa zijn:

  • De verstrekte voorschotten van DICTU ten behoeve van het applicatiebeheer.

  • De vooruitbetaalde bedragen, welke in januari 2017 zijn verrekend.

Liquide middelen

RvIG beschikt per 31 december 2016 over ruim € 99 mln. aan liquide middelen.

De stand van de liquide middelen per 31 december is hoger dan aan het begin van het jaar 2016. Dit komt onder andere door de vorming van de egalisatierekening ten behoeve van 10 jaar geldigheid van de reisdocumenten (toevoeging in 2016 van ruim € 19 mln.) en het resultaat Reisdocumenten.

Eigen vermogen

Het eigen vermogen is in 2016 bijna € 0,1 mln. minder dan de gemaximeerde omvang. Deze wordt niet opgehoogd.

Egalisatierekening reisdocumenten

De opslag op tarieven van reisdocumenten voor volwassenen bedraagt in 2016 (vanaf de ingangsdatum van de wijziging van het Besluit paspoortgelden) € 10,46 voor een paspoort en € 8,96 voor een identiteitskaart. Uit de gerealiseerde opbrengst hiervan wordt er € 2,78 per aangevraagd paspoort voor een minderjarige en € 12,96 per aangevraagde identiteitskaart voor een minderjarige gebruikt voor de dekking van de hiervoor genoemde kosten. Het restant van de gerealiseerde opbrengst uit de opslag op de tarieven voor de reisdocumenten voor volwassenen wordt toegevoegd aan de egalisatierekening. In 2016 is de dotatie ruim € 19 mln.

Voorzieningen

Er zijn geen voorzieningen opgenomen op de balans.

Langlopende schulden

De materiële vaste activa worden uit de eigen middelen gefinancierd en voor de post overige materiële vaste activa voor investering infrastructuur is in 2013 € 10 mln. geleend bij het Ministerie van Financiën. Hiervan is € 7,5 mln. reeds afgelost.

Crediteuren

De stand van de post crediteuren per 31 december 2016 is ruim € 11 mln. Deze bestaat uit:

  • de productiekosten van reisdocumenten over de maand december 2016;

  • de onderzoekskosten voor de ontwikkelingen op de reisdocumenten;

  • de maandelijkse berichtenkosten over de maand december 2016;

  • de inhuur van externen en beheerskosten.

Overige verplichtingen en overlopende passiva

De overige verplichtingen en overlopende passiva bestaat uit:

  • reservering vakantiegeld, eindejaarsuitkering, verlofdagen en vooruit ontvangen bedragen (BSN, RNI, PIVA, Sedula, IBN BRP, Fraude aanpak, CMI, enz), welke in de loop van 2017 worden verrekend;

  • het saldo van exploitatie BRP dat over de afgelopen jaren is opgebouwd. Deze post zal met de gebruikers van BRP verrekend worden in het tarief voor de BRP, tenzij de gebruikers besluiten de saldi een andere aanwending binnen de BRP te geven;

  • het saldo exploitatie van reisdocumenten wordt in de loop van 2017 verrekend met de opdrachtgever (Ministerie van BZK);

  • de aflossing van de lening op korte termijn.

Kasstroomoverzicht over 2016 (Bedragen x € 1.000)
 

Vastgestelde begroting (1)

Realisatie (2)

Verschil realisatie en vastgestelde begroting (3)=(2)-(1)

1.

Rekening courant RHB 1 januari 2016 + depositorekeningen

51.590

74.067

22.477

 

+/+ totaal ontvangsten operationele kasstroom

 

158.410

 
 

–/– totaal uitgaven operationele kasstroom

 

– 130.209

 

2.

Totaal operationele kasstroom

6.911

28.201

21.290

 

–/– totaal investeringen

– 8.605

– 322

8.283

 

+/+ totaal boekwaarde desinvesteringen

0

0

0

3.

Totaal investeringskasstroom

– 8.605

– 322

8.283

 

–/– eenmalige uitkering aan moederdepartement

0

0

0

 

+/+ eenmalige storting door het moederdepartement

0

0

0

 

–/– aflossingen op leningen

1.694

– 2.500

– 4.194

 

+/+ beroep op leenfaciliteit

0

0

0

4.

Totaal financieringskasstroom

1.694

– 2.500

– 4.194

5.

Rekening courant RHB 31 december 2016 + stand depositorekeningen (=1+2+3+4)

51.590

99.447

47.857

N.b. maximale roodstand € 0,5 mln.

Toelichting:

De grotere vraag naar paspoorten zorgt voor een hogere operationele kasstroom.

In 2016 heeft RvIG € 322 duizend geïnvesteerd. Deze bestaat uit: € 66 duizend voor installaties en € 256 duizend voor infrastructuur.

In verband met het financieren van de nieuwe infrastructuur heeft RvIG, toen nog BPR, op 27 december 2013 een lening opgenomen ten bedrage van € 10 miljoen bij het Ministerie van Financiën. De aflossing in 2016 is € 2,5 mln. In 2016 is er geen beroep gedaan op leenfaciliteit.

Overzicht doelmatigheidsindicatoren per 31 december 2016

Omschrijving generiek deel
 

2013

2014

2015

Realisatie

2016

Vastgestelde begroting 2016

Kostprijzen per product:

BRP tarief klasse B (in euro's)

1.100

1.100

1.100

1.700

1.100

Reisdocumenten

– Paspoort (in euro's) 5 jaar

20,80

21,20

21,20

21,20

21,20

– Paspoort (in euro's) 10 jaar

37,11

37,11

34,44

34,44

– Identiteitskaart (in euro's) 5 jaar

15,35

5,30

5,30

5,30

5,30

– Identiteitskaart (in euro's) 10 jaar

29,89

29,89

27,22

27,22

 

Omzet per productgroep:

BRP

17.369

20.732

23.672

26.148

25.995

Reisdocumenten

65.175

84.702

114.017

108.691

118.537

 

FTE totaal (excl. externe inhuur)

95

108

116

156

109

 

Saldo van baten en lasten (%)

0

0

0

0

0

Omschrijving specifiek deel ICT diensten

Kwaliteitsindicatoren

2013

2014

2015

Realisatie

2016

Vastgestelde

begroting 2016

Beschikbaarheid GBA netwerk

100%

100%

99,9%

100%

100%

Beschikbaarheid GBA V

99,9%

100%

100%

100%

99,9%

Responsetijd GBA V

<3 sec

<3 sec

<3 sec

<3 sec

<3 sec

Beschikbaarheid basisregister

99,9%

100%

99,9%

100%

99,9%

Beschikbaarheid verificatieregister

99,9%

100%

99,9%

100%

99,9%

Betrouwbaarheid BSN

99,9%

100%

99,6%

100%

99,9%

Klanttevredenheid

7,4

n.v.t.

7,4

n.v.t

n.v.t.

Doorlichting

 

2014

     

Toelichting:

  • 1. Kostprijzen per product

    • Het werkelijke tarief van BRP is hoger dan begroot.

    • De werkelijke kostprijs van de paspoorten en de identiteitskaarten is gelijk aan de begroting.

  • 2. Omzet per productgroep

    • De omzet BRP bestaat uit in rekening gebrachte staffels aan de afnemers van het BRP berichtenverkeer.

    • De omzet van de reisdocumenten bestaat uit in rekening gebrachte rijksleges aan de uitgevende instanties.

  • 3. FTE

    In 2016 zijn er meer FTE’s dan begroot. Dit komt doordat het goedgekeurde addendum wordt ingevuld. Zodra het addendum helemaal ingevuld is, komt het totaal FTE’s op 166.

10. DE SALDIBALANS

Saldibalans per 31 december 2016 van het Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties (HVII) (Bedragen x € 1.000)

Activa

31-12-2016

31-12-2015

 

Passiva

31-12-2016

31-12-2015

Intra-comptabele posten

             

1)

Uitgaven ten laste van de begroting

903.280

798.378

 

2)

Ontvangsten ten gunste van de begroting

205.998

884.150

                 

3)

Liquide middelen

2.073

20.610

         
                 

4)

Rekening-courant Rijkshoofdboekhouding

0

68.613

 

4a)

Rekening-courant Rijkshoofdboekhouding

689.602

0

                 

5a)

Rekening-courant RHB begrotingsreserves

0

0

 

5)

Begrotingsreserves

0

0

                 

6)

Vorderingen buiten begrotingsverband

10.775

15.542

 

7)

Schulden buiten begrotingsverband

20.528

18.993

                 

8)

Kas-transverschillen

0

0

         
                 
 

Subtotaal intra-comptabel

916.128

903.143

   

Subtotaal intra-comptabel

916.128

903.143

 

Extra-comptabele posten

             

9)

Openstaande rechten

749

1.901

 

9a)

Tegenrekening openstaande rechten

749

1.901

                 

10)

Vorderingen

19.977

52.269

 

10a)

Tegenrekening vorderingen

19.977

52.269

                 

11a)

Tegenrekening schulden

0

0

 

11)

Schulden

0

0

                 

12)

Voorschotten

280.707

316.968

 

12a)

Tegenrekening voorschotten

280.707

316.968

                 

13a)

Tegenrekening garantieverplichtingen

2.500

2.500

 

13)

Garantieverplichtingen

2.500

2.500

                 

14a)

Tegenrekening andere verplichtingen

162.292

234.815

 

14)

Andere verplichtingen

162.292

234.815

                 

15)

Deelnemingen

0

0

 

15a)

Tegenrekening deelnemingen

0

0

                 

Subtotaal extra-comptabel

466.225

608.453

 

Subtotaal extra-comptabel

466.225

608.453

                 

Overall Totaal

1.382.353

1.511.596

 

Overall Totaal

1.382.353

1.511.596

Toelichting op de saldibalans per 31 december 2016 HVII

Waardesprong cijfers hoofdstuk VII per 01-01-2016

Met ingang van het verantwoordingsjaar 2016 is de kasbeheerder RCN overgedragen van Hoofdstuk 7 aan Hoofdstuk 4. Deze ontvlechting heeft er toe geleid dat de balansstanden per 1-1-2016 (aanzienlijk) afwijken van de eindstand 2015. Dit betreft de navolgende balansposten (in €):

BP 3

Liquide middelen

– 18.070.589

BP 4

Rekening Courant

19.237.777

Bp 6

Intra-comptabele vorderingen

– 1.177.917

BP 7

Intra-comptable schulden

– 10.729

BP 14

Openstaande verplichtingen

– 1.026.564

Ad 1. en 2. Uitgaven en ontvangsten

Bij de begrotingsuitgaven en -ontvangsten zijn de gerealiseerde uitgaven en ontvangsten opgenomen met betrekking tot het jaar 2016 waarvoor de Rijksrekening nog niet door de Tweede Kamer is goedgekeurd.

Ad 3. Liquide middelen

De post liquide middelen is opgebouwd uit het saldo bij de banken en de contante gelden aanwezig in de kluis van de kasbeheerders.

(Bedragen in €)

a) Kasbeheerders Rijksdiensten

2.071.752

b) Houders Kleine Kas

771

Totaal

2.072.523

Ad a) Kasbeheerders Rijksdiensten

Deze post is gebaseerd op de verantwoording van de kasbeheerder. Deze post bestaat uit het banksaldo van de kasbeheerder AIVD (€ 2,072 mln.).

Ad b) Houders Kleine Kas

Het bedrag bestaat uit voorschotverstrekkingen aan houders van een kleine kas en is gebaseerd op saldoverklaringen van de desbetreffende kashouders.

Ad 4a. Rekening-courant Rijkshoofdboekhouding

Op de Rekening-courant met de Rijkshoofdboekhouding (RHB) is de financiële verhouding met het Ministerie van Financiën weergegeven. Opgenomen zijn de bedragen conform Rekening-courant afschriften en het saldobiljet van genoemd departement.

(Bedragen in €)

a) Rekening-courant FIN/RHB

689.601.618

Totaal

689.601.618

Ad a) De Rekening-courant FIN/RHB

Het saldo vertegenwoordigt de reguliere mutaties met betrekking tot Hoofdstuk VII.

Ad 6. Vorderingen buiten begrotingsverband

Het bedrag aan vorderingen buiten begrotingsverband is als volgt opgebouwd:

(Bedragen in €)

a) Vorderingen Kasbeheerders Rijksdiensten

1.417.573

b) Te vorderen van ministeries en derden

6.578.252

c) Intra-comptabele voorschotten

501.154

d) Intra-comptabele debiteuren

2.277.871

Totaal

10.774.850

Ad a) Vorderingen Kasbeheerders Rijksdiensten

Dit bedrag is gebaseerd op de verantwoording van de kasbeheerder en bestaat uit vorderingen van de kasbeheerder AIVD op diverse ministeries.

Ad b) Te vorderen van ministeries en derden

In dit bedrag zijn aan diverse departementen door te berekenen posten betreffende uitgevoerde dienstverleningsafspraken opgenomen (€ 6 mln.), alsmede een bedrag van € 0,6 mln. met betrekking tot nog te verrekenen posten binnen het eigen ministerie.

Ad c) Intra-comptabele voorschotten

Dit bedrag bestaat voornamelijk uit voorschotten aan personeel in verband met salaris, uitzendingen naar Caribisch Nederland en vergoedingen studiekosten.

Ad d) Intra-comptabele debiteuren

Dit bedrag heeft voornamelijk betrekking op doorberekeningen voor de uitgevoerde dienstverlening aan diverse departementen (€ 2,1 mln.).

Ad 7. Schulden buiten begrotingsverband

Het bedrag aan schulden buiten begrotingsverband is als volgt opgebouwd:

(Bedragen in €)

a) Schulden Kasbeheerders Rijksdiensten

257.833

b) Nog af te dragen loonheffing en sociale premies

13.421.798

c) Overige intra-comptabele schulden

6.848.612

Totaal

20.528.243

Ad a) Schulden Kasbeheerders Rijksdiensten

Dit bedrag is gebaseerd op de verantwoording tot en met 31 december 2016 van de kasbeheerder. Het gaat om het saldo bij de kasbeheerder AIVD.

Ad b) Nog af te dragen loonheffing en sociale premies

Het gehele bedrag betreft nog af te dragen loonheffing en sociale premies die in januari 2017 door het Ministerie aan de betreffende instanties worden afgedragen.

Ad c) Overige intra-comptabele schulden

Dit bedrag heeft voornamelijk betrekking af te dragen premies APG en eigen risicodragerschap WIA (€ 6,2 mln.).

Ad 9. Openstaande rechten

Het saldo per 31 december 2016 wordt hieronder per ontstaansjaar en per artikel gespecificeerd:

Ontstaansjaar

Stand per 1/1

Opgeboekt

Afgeboekt

(Bedragen in €)

2015

1.900.642

0

– 1.900.642

0

2016

0

11.068.521

– 10.319.826

748.695

Totaal

1.900.642

11.068.521

– 12.220.468

748.695

Artikel

Omschrijving

(Bedragen in €)

Artikel 2

Algemene Inlichtingen- en Veiligheidsdienst

583.870

Artikel 11

Centraal apparaat

164.825

Totaal

 

748.695

Toelichting:

Artikel 2: Algemene Inlichtingen- en Veiligheidsdienst

Dit betreft de door de AIVD aan derden in rekening gebrachte kosten van veiligheidsonderzoeken.

Artikel 11: Centraal apparaat

Dit betreft het debiteurensaldo van Doc-Direkt en bestaat uit aan departementen doorberekende dienstverlening.

Ad 10. Vorderingen

Ad 10a. Tegenrekening vorderingen

Het saldo per 31 december 2016 wordt hieronder per ontstaansjaar en artikel gespecificeerd:

Ontstaansjaar

Stand per 1/1

Opgeboekt

Afgeboekt

(Bedragen in €)

t/m 2012

50.000.000

0

– 50.000.000

0

2015

2.268.864

0

– 1.826.382

442.482

2016

0

107.990.356

– 88.456.803

19.533.553

Totaal

52.268.864

107.990.356

– 140.283.185

19.976.035

Artikel

Omschrijving

(Bedragen in €)

1

Openbaar bestuur en democratie

77.568

2

Algemene Inlichtingen- en Veiligheidsdienst

777.977

6

Dienstverlenende en innovatieve overheid

1.001.703

11

Centraal apparaat

18.118.787

Totaal

 

19.976.035

Naar de mate van opeisbaarheid:

Alle vorderingen zijn direct opeisbaar.

Toelichting:

Artikel 1: Openbaar bestuur en democratie

Het saldo bestaat uit een vordering op de Vereniging van Nederlandse Gemeenten ingevolge vaststelling van een subsidie voor het project decentralisaties.

Artikel 2: Algemene Inlichtingen- en Veiligheidsdienst

Het saldo bestaat uit te vorderen pensioenpremies vanwege detachering bij een EU organisatie.

Artikel 6: Dienstverlenende en innovatieve overheid

Het saldo bestaat uit vorderingen ingevolge de vaststelling van verstrekte bijdragen en subsidies. Het betreft met name de volgende onderwerpen: Stichting ICT Uitvoeringsorganisatie/Bouw BSN-koppelregister (€ 0,29 mln.), Nederlands Genootschap van Burgermeesters/Professionaliserings- fonds (€ 0,22 mln.), VNG-International/Operatie NUP (€ 0,11 mln.) en Rijksdienst voor Identiteitsgegevens (RvIG)/Fraudebestrijding 2015 (€ 0,28 mln.).

Artikel 11: Centraal apparaat

De openstaande vorderingen betreffen nog van diverse ministeries en agentschappen te ontvangen bedragen op basis van dienstverleningsafspraken aangaande geleverde plusdiensten en/of maatwerk (€ 17,6 mln.). Tevens staan vorderingen open als gevolg van doorberekende detacheringovereenkomsten (€ 0,3 mln.).

Artikel 14: Vut-fonds

De afgeboekte vordering betreft de aflossing van de lening aan het Vut-fonds (€ 50 mln.).

Ad. 12. Voorschotten

Ad. 12a. Tegenrekening voorschotten

De saldi van de per 31 december 2016 openstaande voorschotten en van de in 2016 afgerekende voorschotten worden hieronder per ontstaansjaar gespecificeerd:

(Bedragen in €)

Ontstaansjaar

stand

1-1-2016

verstrekt

2016

afgerekend

2016

stand

31-12-2016

t/m 2012

34.806.684

0

– 33.365.639

1.441.045

2013

22.900.569

0

– 15.048.800

7.851.769

2014

42.915.514

0

– 29.301.599

13.613.915

2015

216.344.733

0

– 182.695.328

33.649.405

2016

0

226.211.632

– 2.061.513

224.150.119

Totaal

316.967.500

226.211.632

– 262.472.879

280.706.253

De saldi van de per 31 december 2016 openstaande voorschotten worden hieronder per artikel gespecificeerd:

Artikel

Omschrijving

(Bedragen in €)

1

Openbaar bestuur en democratie

26.158.367

2

Algemene Inlichtingen- en Veiligheidsdienst

1.529.886

6

Dienstverlenende en innovatieve overheid

208.908.774

7

Arbeidszaken overheid

25.791.558

11

Centraal apparaat

17.512.418

12

Algemeen

805.250

Totaal

 

280.706.253

Toelichting:

Artikel 1: Openbaar bestuur en democratie

Het openstaande saldo bestaat grotendeels uit de bevoorschotting aan politieke partijen (€ 13,8 mln.) op grond van de Wet financiering politieke partijen en aan de Oorlogsgravenstichting verstrekte voorschotten (€ 3,5 mln.). Daarnaast staat op de Vereniging Nederlandse Gemeenten een aantal voorschotten open voor verschillende projecten (€ 3,8 mln.) en op de gemeente Den Haag (€ 1,0 mln.). Tot slot staat op de stichting ICT Uitvoeringsorganisatie een aantal voorschotten open voor verschillende projecten (€ 1,6 mln.). Na ontvangst en beoordeling van de verantwoordings-informatie zullen deze voorschotten in 2017 en volgende jaren worden afgewikkeld.

Artikel 2: Algemene Inlichtingen- en Veiligheidsdienst

De openstaande voorschotten op dit artikel hebben met name betrekking op de bevoorschotting van Loyalis (€ 1,5 mln.).

Artikel 6: Dienstverlenende en innovatieve overheid.

De openstaande voorschotten bestaan onder andere uit de bevoorschotting aan de stichting ICT Uitvoeringsorganisatie (€ 54,1 mln.), het agentschap Logius (€ 101,5 mln.) en het baten-lastenagentschap Rijksdienst voor Identiteitsgegevens (RvIG) (€ 38,7 mln.), ten behoeve van de ontwikkeling en het beheer van e-overheidsvoorzieningen. Daarnaast staan op de Vereniging Nederlandse Gemeenten voorschotten open onder andere ten behoeve van het Nationaal UitvoeringsProgramma (€ 0,66 mln.). ProDemos – Huis voor democratie en rechtstaat is bevoorschot op basis van de subsidieregeling ProDemos (€ 4,2 mln.). Tenslotte zijn voorschotten verstrekt aan BZK UBR-KOOP (€ 4,6 mln.) en SDU Uitgevers (€ 1,9 mln.).

Na ontvangst en beoordeling van de verantwoordingsinformatie zullen deze voorschotten in 2017 en volgende jaren worden afgewikkeld.

Artikel 7: Arbeidszaken overheid

Het openstaand saldo bestaat grotendeels uit de bevoorschotting van de stichting Administratie Indonesische Pensioenen (€ 12,5 mln.), ten behoeve van de pensioenen van gepensioneerd personeel uit de voormalig overzeese gebieden. Ook zijn voorschotten verstrekt aan de stichting Centrum voor Arbeidsverhoudingen OverheidsPersoneel (€ 2,8 mln.), de stichting ICT Uitvoeringsorganisatie ten behoeve van onder andere de doorontwikkeling Internetspiegel (€ 3,5 mln.) en de stichting Verdeling Fin. Overheidsbijdragen (€ 1,4 mln.). Tevens zijn aan diverse organisaties voorschotten voor subsidies ter bevordering van de veilige publieke taak verstrekt (€ 0,95 mln.). Aan het Nederlands Genootschap van Burgemeesters is een aantal voorschotten verstrekt (€ 1 mln.). De voorschotten zullen na ontvangst en beoordeling van de verantwoordingsinformatie in 2017 en volgende jaren worden afgewikkeld.

Artikel 11: Centraal apparaat

De openstaande voorschotten op dit artikel betreffen voornamelijk de bevoorschotting Loyalis over de jaren 2013 tot en met 2016 (€ 16,8 mln.). De voorschotten Loyalis 2013 zullen na ontvangst en beoordeling van de verantwoordingsinformatie in 2017 en volgende jaren worden afgewikkeld.

Artikel 12: Algemeen

Dit betreft voorschotten verstrekt voor projecten uitgevoerd door de Stichting Europa Centraal/Input Europese agenda 2016 (€ 0,1 mln.), Stichting koninklijk Paleis (€ 0,17 mln.) en de stichting ICT Uitvoeringsorganisatie (€ 0,08 mln.).

Ad 13. Garantieverplichtingen

Ad 13a. Tegenrekening Garantieverplichtingen

Het bedrag aan garantieverplichtingen is als volgt opgebouwd:

   

(Bedragen in €)

 

Verplichtingen per 1/1

 

2.500.000

 

Aangegane verplichtingen in 2016

 

0

+/+

   

2.500.000

 
       

Tot betaling gekomen in 2016

0

   

Negatieve bijstellingen verplichtingen uit eerdere begrotingsjaren

0

   
   

0

–/–

       

Garantieverplichtingen binnen begrotingsverband

 

2.500.000

 

Het betreft de verstrekking van een rekening-courantkrediet aan de Stichting Administratie Indonesische Pensioenen.

Ad 14. Andere verplichtingen

Ad 14a. Tegenrekening andere verplichtingen

   

(Bedragen in €)

 

Verplichtingen per 1/1

 

233.787.633

 

Aangegane verplichtingen in 2016

 

851.088.943

+/+

   

1.084.876.576

 
       

Tot betaling gekomen in 2016

903.279.522

   

Negatieve bijstellingen verplichtingen uit eerdere begrotingsjaren

19.305.447

   
   

922.584.968

–/–

       

Verplichtingen Binnen Begrotingsverband

 

162.291.608

 

De opbouw van de stand openstaande verplichtingen BuBV is als volgt opgebouwd:

   

(Bedragen in €)

 

BuBV verplichtingen per 31-12-2015

 

1.026.564

 

Ontvlechting naar HIV per 1-1-2016

 

– 1.026.564

+/+

   

0

 
       

Aangegane verplichtingen in 2016

 

0

+/+

   

0

 
       

Tot betaling gekomen in 2016

0

   

Negatieve bijstellingen verplichtingen uit eerdere begrotingsjaren

0

   
   

0

–/–

       

Verplichtingen Buiten Begrotingsverband

 

0

 
       

Recapitulatie balanspost

 

(Bedragen in €)

 

Verplichtingen binnen begrotingsverband

162.291.608

 

Verplichtingen buiten begrotingsverband

0

 

Totaal openstaande verplichtingen

162.291.608

 

Toelichting:

Uit de analyse van de omvangrijke negatieve bijstellingen (groter dan € 100.000 en meer dan 10% ten opzichte van de oorspronkelijk aangegane verplichting) blijkt dat voor Hoofdstuk VII, excl. de AIVD, sprake is van een neerwaartse bijstelling van bijna € 4 mln. als gevolg van een herziening van een overeenkomst met als gevolg nieuwe en aangepaste opdrachten. Daarnaast bleek dat de financiële gevolgen van een opdracht bij nader inzien geen betrekking had op BZK voor € 4,5 mln. In de andere gevallen is sprake van minder uren/activiteiten dan bij de opdracht werd voorzien (€ 0,7 mln.), een bijstelling als gevolg van een conversie (€ 0,25 mln.), dan wel het schonen van de administratie (€ 0,24 mln.).

Niet uit de balans blijkende verplichtingen:

Per 1 januari 2016 is in bepaalde gevallen een Vpb-plicht ontstaan, met bijbehorende administratie- en aangifteplicht. Naar aanleiding van de inventarisatie van Vpb-plichtige activiteiten en het voeren van gesprekken met de Belastingdienst is gebleken dat BZK Vpb-plichtig is. BZK heeft echter, ondermeer door nog lopende gesprekken met de Belastingdienst nog niet voor alle relevante organisatieonderdelen een adequate administratie kunnen inrichten op grond waarvan de fiscale Vpb-positie bepaald kan worden. Op dit moment kan het ministerie nog geen inschatting maken van de omvang van zijn fiscale Vpb-positie.

11. WNT VERANTWOORDING 2016 – MINISTERIE VAN BINNENLANDSE ZAKEN EN KONINKRIJKSRELATIES

De Wet normering topinkomens (WNT) bepaalt dat de bezoldiging en eventuele ontslaguitkeringen van topfunctionarissen en gewezen topfunctionarissen in de publieke en semi-publieke sector op naamsniveau vermeld moeten worden in het financieel jaarverslag. Deze publicatieplicht geldt tevens voor topfunctionarissen die bij een WNT-instelling geen – al dan niet fictieve – dienstbetrekking hebben of hadden. Daarnaast moeten van niet-topfunctionarissen de bezoldiging en/of eventuele ontslaguitkeringen (zonder naamsvermelding) gepubliceerd worden indien deze het wettelijk maximum te boven gaan. Niet-topfunctionarissen zonder dienstbetrekking echter vallen buiten de reikwijdte van de wet.

Voor dit departement heeft de publicatieplicht betrekking op onderstaande functionarissen. De bezoldigingsgegevens van de leden van de Top Management Groep zijn opgenomen in het jaarverslag van het Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties. Het wettelijk bezoldigingsmaximum bedraagt in 2016 € 179.000.

In artikel 10b van de Beleidsregels WNT 2017 (Staatscourant 2016, nr. 70032) is bepaald dat er geen toezicht of handhaving zal plaatsvinden op de naleving van de publicatieplicht van uitkeringen wegens beëindiging dienstverband aan niet-topfunctionarissen voortvloeiend uit contractovername door een mobiliteitsbureau. In 2016 is namelijk gebleken dat voor deze categorie de volledige uitvoering van de wettelijke bepalingen bij een aantal instellingen op korte termijn niet mogelijk is. Accountants hoeven in dat geval op dit onderdeel van de financiële verslagen ook geen controle uit te voeren (niet op volledigheid en niet op juistheid). Het inventariseren van de contractovernames en de daarmee gemoeide uitkeringen aan niet-topfunctionarissen in 2016 is om die reden achterwege gelaten.

Bezoldiging van (gewezen) topfunctionarissen

Naam instelling

Naam (gewezen) topfunctionaris

Functie

Datum aanvang dienstverband (indien van toepassing)

Datum einde dienstverband (indien van toepassing)

Omvang dienstverband in fte

Op externe inhuur-basis (nee; ≤ 12 kalendermnd; > 12 kalendermnd)

Beloning

Onkosten-vergoedingen (belast)

Voorzieningen t.b.v. beloningen betaalbaar op termijn

Totale bezoldiging in 2016

Individueel WNT- maximum

Motivering (indien overschrijding)

BZK/TMG

Dhr. E.S.M. Akerboom

SG DEF

 

1-3-2016

1,11

nee

38.642

1.067

2.672

42.381

28.934

De overschrijding is € 13.447. Dit is toegestaan o.g.v. artikel 7.3 eerste lid WNT (overgangsrecht).

BZK/TMG

Dhr. A.H. Annink

SG SZW en per 1 april 2016 Buitengewoon Adviseur BZK

   

1,11

nee

167.975

1.600

16.233

185.808

179.000

De overschrijding is € 6.808. Dit is toegestaan o.g.v. artikel 7.3 eerste lid WNT (overgangsrecht).

BZK/TMG

Mevr. A. Berg

DG VWS

   

1

nee

150.293

6.496

15.646

172.435

179.000

 

BZK/TMG

Dhr. R.A.C. Bertholee

hoofd AIVD

   

1

nee

136.813

6.496

15.287

158.596

179.000

 

BZK/TMG

Mevr. M.C.A. Blom

DG VenJ

   

1

nee

150.952

6.496

15.587

173.035

179.000

 

BZK/TMG

Dhr. M.J. Boereboom

DG SZW

   

1,06

nee

156.054

6.496

15.798

178.348

179.000

 

BZK/TMG

Dhr. J.A. van den Bos

IG IenM

   

1

nee

156.371

6.496

15.844

178.711

179.000

 

BZK/TMG

Dhr. H.M. Brons

Vanuit BZK gedetacheerd als Vertegenwoordiger van Nederland in Aruba, Curaçao en Sint Maarten (BZK)

   

1,11

nee

154.944

6.496

16.204

177.644

179.000

 

BZK/TMG

Dhr. G.J. Buitendijk

DG BZK

   

1,06

nee

149.863

6.496

15.560

171.919

179.000

 

BZK/TMG

Dhr. C. van der Burg

DG VWS

   

1,11

nee

154.716

6.496

15.689

176.901

179.000

 

BZK/TMG

Dhr. M.R.P.M. Camps

SG EZ

   

1

nee

155.422

6.496

15.790

177.708

179.000

 

BZK/TMG

Dhr. P. Cloo

Buitengewoon Adviseur BZK

 

1-11-2016

1,11

nee

162.054

5.333

13.761

181.148

149.085

De overschrijding is € 32.063. Dit is toegestaan o.g.v. artikel 7.3 eerste lid WNT (overgangsrecht).

BZK/TMG

Mevr. J.A.A.M. van Diemen -Steenvoorde

IG VWS

   

1,11

nee

183.934

6.400

16.526

206.860

179.000

De overschrijding is € 27.860. Dit is toegestaan o.g.v. artikel 7.3 eerste lid WNT (overgangsrecht).

BZK/TMG

Dhr. M.E.P. Dierikx

DG EZ en per 1 juli 2016 ABD TOP Consultant BZK

   

1

nee

163.524

6.496

15.613

185.633

179.000

De overschrijding is € 6.633. Een deel van de in 2016 uitbetaalde arbeidsvoorwaardelijke toeslag kan worden toegerekend aan 2015. Hierdoor is er in 2016 geen sprake van een overschrijding van het bezoldigingsmaximum. Dit is toegestaan o.g.v. artikel 3, lid 2 van de uitvoeringsregeling WNT.

BZK/TMG

Dhr. J.H. Dronkers

DG IenM

   

1,06

nee

156.264

6.496

15.943

178.703

179.000

 

BZK/TMG

Dhr. B.E. van den Dungen

DG VWS

   

1

nee

156.302

6.542

15.772

178.616

179.000

 

BZK/TMG

Dhr. J. Fledderus

Buitengewoon Adviseur BZK

1-10-2016

1

nee

108.870

4.872

11.426

125.168

133.882

 

BZK/TMG

Dhr. M.M. Frequin

DG IenM

   

1

nee

156.164

6.496

15.929

178.589

179.000

 

BZK/TMG

Dhr. A.F. Gaastra

DG VenJ en per 15 september 2016 DG EZ

   

1,08

nee

152.491

6.496

15.570

174.557

179.000

 

BZK/TMG

Dhr. M.P. van Gastel

ABD TOP Consultant BZK

   

1

nee

153.516

6.496

15.795

175.807

179.000

 

BZK/TMG

Dhr. W.J.P. Geerts

SG DEF

15-6-2016

 

1

nee

88.812

3.790

8.527

101.129

98.082

De overschrijding is € 3.047. Betrokkene heeft na zijn benoeming bij Defensie nog verlofuren verkocht die waren opgebouwd als topfunctionaris bij BuZa. Als de afkoop van dit verlof wordt toegerekend aan BuZa is er noch bij BZK/TMG, noch bij BuZa sprake van een overschrijding van het bezoldigingsmaximum.

BZK/TMG

Mevr. L.B.J. van Geest

directeur Centraal Planbureau (EZ)

   

1

nee

157.542

6.458

15.856

179.856

179.000

De overschrijding is € 856. Dit is toegestaan o.g.v. artikel 7.3 eerste lid WNT (overgangsrecht).

BZK/TMG

Dhr. E. Gerritsen

SG VWS

   

1

nee

156.601

6.496

15.639

178.736

179.000

 

BZK/TMG

Dhr. J.C. Goet

DG VenJ

   

1

nee

156.353

6.496

15.771

178.620

179.000

 

BZK/TMG

Dhr. B. ter Haar

DG SZW

   

1

nee

150.293

6.496

15.646

172.435

179.000

 

BZK/TMG

Mevr. M.J. Hammersma

DG OCW en per 1 december 2016 SG OCW

   

1,06

nee

150.381

6.496

15.560

172.437

179.000

 

BZK/TMG

Dhr. P.F. Hasekamp

DG FIN

   

1

nee

156.353

6.496

15.771

178.620

179.000